EPC (k)NR in het Jeugdwerk
Deze publicatie is een uitgave van De Ambrassade Verantwoordelijke uitgever: Katrien De Maeyer Leopoldstraat 25 1000 Brussel www.ambrassade.be info@ambrassade.be Datum van Uitgave: september 2026 Redactie: Chloé Ghijselings, Amber Blanckaert, Wim Lameire, Peter Bosschaert Coördinatie: Peter Bosschaert Eindredactie: Chloé Ghijselings, Amber Blanckaert Vormgeving: Emma Thyssen – emmathyssen.be Coverfoto: Jente Boone met dank aan Bouworde vzw Partners: Deze brochure kwam tot stand in samenwerking met de Beleidswerkroep Jeugdinfrstructuur van De Ambrasade, Chirojeugd Vlaanderen, Formaat, FOS Open Scouting, Kamino, KLJ, KSA, Scouts en Gidsen Vlaanderen met de gewaardeerde expertise en medewerking van het VEKA en OVAM. Geef mij door Ben je helemaal door deze publicatie gegaan? Geef mij dan aan iemand anders door en zorg zo voor een portie goesting om aan de slag te gaan met EPC en jeugdinfrastructuur. Wil je inhoud van deze publicatie verspreiden of overnemen? Voor niet commerciële doeleinden mag dat. Maar zet De Ambrassade erbij als bron.
2
Inhoud
p3
Inleiding
p4
1. EPC
p11
2. Stappenplan
p21
3. Financiële ondersteuning
p23
4. Relevante partners
p26
5. Bijlagen
p30
6. Bronnen
3
Inleiding Om tegen 2050 koolstofneutraal1 te zijn, voert Vlaanderen verplichte maatregelen in. Dit geldt ook voor niet-residentiële gebouwen2, zoals jeugdinfrastructuur3. Een energieprestatiecertificaat (EPC) is hierbij een sleutelinstrument dat wettelijk verplicht is en de energieprestaties van elke gebouweenheid in kaart brengt om gerichte verbeteringen door te voeren. In deze tekst gebruiken we de afkorting ‘EPC’ voor energieprestatiecertificaat. Sinds 1 januari 2026 is een EPC Niet-Residentieel (EPC NR) verplicht voor elke jeugdinfrastructuur met een bruikbare vloeroppervlakte groter dan 500 m2. Dit is ongeacht of je het gebouw bezit, koopt, huurt, of gebruikt via erfpacht of opstalrecht. Voor gebouwen ≤ 500 m2 bestaat er een alternatief: het EPC klein NietResidentieel (EPC kNR). Mits je voldoet aan specifieke voorwaarden, kan je kiezen voor dit attest. Dit attest is verplicht vanaf 1 januari 2030. Meer uitleg over deze voorwaarden vind je terug in onderdeel “1.3. Over welk type EPC-attest moet ik beschikken?” Als er geen actie wordt ondernomen, riskeer je een geldboete van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA).4 De gevolgen van het niet naleven van de regelgeving worden verder toegelicht in onderdeel “1.5. Wat als ik niet in orde ben met mijn EPC-attest?”. Geen paniek: in deze infofiche leggen we alles stap voor stap uit, zodat je weet waar je aan toe bent en zodat je nu actie kan ondernemen.
1
De langetermijndoelstelling tegen 2050 voor de Vlaamse niet-residentiële gebouwen | Vlaanderen.be
2
Niet-residentiële gebouwen | Vlaanderen.be: Niet-residentiële gebouweneenheden zijn alle gebouwen die niet bedoeld zijn als woonruimte, industrieel gebouw of landbouwgebouw. Het gaat dus om gebouwen met een andere hoofdfunctie, zoals scholen, kantoren, horeca en dus ook jeugdinfrastructuur.
3
Jeugdinfrastructuur omvat onder andere jeugdverblijven, jeugdhuizen, lokalen van jeugdbewegingen, ...
4
Het VEKA is een autonoom agentschap dat onder het beleidsdomein Omgeving valt en instaat voor de implementatie van duurzaam energie- en klimaatbeleid. Over het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) | Vlaanderen.be
4
1. EPC 1.1. Wat is EPC? EPC staat voor energieprestatiecertificaat en laat zien hoe energiezuinig een gebouweenheid is. Het beoordeelt onder andere de isolatie, verwarming, koeling, verlichting en ventilatie. Zo krijg je inzichten in waar je energie, en dus ook geld, kunt besparen en hoe je je CO2-uitstoot kan verlagen.5 Opgelet! Een gebouweenheid is niet hetzelfde als een gebouw. Digitaal Vlaanderen hanteert de volgende definitie om de term gebouweenheid te beschrijven: “Een gebouweenheid is de kleinste eenheid binnen een gebouw die geschikt is voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden en die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde circulatieruimte. Een gebouweenheid is, in functioneel opzicht, zelfstandig.” 6
Een gebouweenheid is dus met andere woorden… “…de kleinste eenheid binnen een gebouw die geschikt is voor woon-, bedrijfsmatige en recreatieve doeleinden…” = De kleinste afzonderlijke ruimte of verzameling van ruimtes die nodig zijn voor de doeleinden te kunnen laten functioneren/draaien. “…die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde circulatieruimte.” = Je moet de ruimte of de groep van ruimtes apart kunnen binnenkomen en afsluiten via de straat, een erf of een gedeelde gang of trappenhal. “Een gebouweenheid is, in functioneel opzicht, zelfstandig.” = De ruimte of groep van ruimtes kan zelfstandig gebruikt worden voor eigen doeleinden zonder afhankelijk te zijn van andere delen van het gebouw. We verduidelijken dit met concrete voorbeelden:
5
Energieprestatiecertificaten (EPC’s) | Vlaanderen.be
6
Definitie gebouweenheid | Vlaanderen.be
5
Voorbeeld 1 In een gemeentelijk gebouw zijn drie organisaties ondergebracht: het jeugdhuis, de scouting en een polyvalente feestzaal die door de gemeente wordt verhuurd aan derden. Elke organisatie beschikt over eigen voorzieningen, zoals toiletten, een keuken (voor het jeugdhuis) en opslagruimtes en zijn elk onafhankelijk toegankelijk via een centrale circulatieruimte. Dankzij elektronische sleutels kunnen gebruikers, zoals de jongeren van het jeugdhuis, hun eigen ruimte betreden en gebruiken zonder afhankelijk te zijn van de openingstijden of activiteiten in de andere delen van het gebouw. In deze context spreken we dus over 3 verschillende gebouweenheden.
opslag
Polyvalante feestzaal
Scouting sanitair
toegang
sanitair
sanitair
keuken
Scouting
toegang
opslag
Circulatieruimte toegang
Jeugdhuis
opslag
toegang
Jeugdhuis + sanitair + keuken + opslag = 1 gebouweenheid Scouting + sanitair + opslag = 1 gebouweenheid Polyvalente feestzaal + sanitair + opslag = 1 gebouweenheid
Gedeeld gebruik: Gebruik je je gebouw samen met anderen? Dat kan praktische voordelen bieden. Door als organisatie met elkaar te overleggen, kun je niet alleen de verantwoordelijkheden voor de EPC-verplichtingen helder krijgen, maar ook kosten delen. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om samen één energiedeskundige in te schakelen voor het hele gebouw, in plaats van dat elke organisatie apart een energiedeskundige laat komen. Opgelet! Je kan enkel één energiedeskundige samen inschakelen als jullie ook hetzelfde type EPC aanvragen. Je kan niet dezelfde energiedeskundige gebruiken voor een EPC NR en een EPC kNR!
6
Voorbeeld 2 Een jeugdbeweging is eigenaar van twee afzonderlijke gebouwen waarin haar activiteiten plaatsvinden. Gebouw A wordt voornamelijk gebruikt voor opslag en herbergt ook het sanitair en een lokaal voor leden. Gebouw B bestaat uitsluitend uit lokalen. Hoewel het sanitair in gebouw A is gelegen, wat betekent dat gebruikers van gebouw B hiervoor naar gebouw A moeten, worden beide gebouwen als twee aparte gebouweenheden beschouwd. De eigenaar moet dus twee afzonderlijke EPC’s laten opmaken, één voor elk gebouw. Gebouw B
Lokalen
Gebouw A Circulatie
Garage + opslag
Lokalen
Sanitair Lokalen
Lokalen
Circulatie
De definitie kan ook worden omgezet in voorwaarden. De onderstaande flowchart vertaalt de definitie van een gebouweenheid en maakt duidelijk wanneer het om één gebouweenheid gaat, of wanneer er sprake is van meerdere gebouweenheden.
Hoeveel gebouweenheden zijn er? Kan de eenheid apart betreden worden via een eigen toegang via straat of een gedeelde gang?
Neen
ÉÉN GEBOUWEENHEID
Ja
Kan de eenheid zelfstandig gebruikt worden voor eigen doeleinden zonder afhankelijk te zijn van andere delen van het gebouw?
Neen
Ja
MEERDERE GEBOUWEENHEDEN
7
1.2. Waarom moet ik een EPC-attest hebben? De Vlaamse langetermijnrenovatiestrategie voor gebouwen streeft ernaar om tegen 2050 de CO2-uitstoot van alle gebouwen in Vlaanderen te verminderen. Voor nietresidentiële gebouwen is het doel koolstofneutraliteit. Een koolstofneutraal gebouw is een gebouw dat geen CO2-uitstoot: het gebruikt zo weinig mogelijk energie en haalt de energie die het wél nodig heeft uit hernieuwbare energie zoals zonne- of windenergie. Het energielabel op het EPC geeft aan hoe ver een niet-residentieel gebouw al op weg is naar koolstofneutraliteit. Het toont hoever het gebouw nog afstaat van de langetermijndoelstelling voor dergelijke gebouwen. Gebouwen die geen fossiele brandstoffen gebruiken en hun volledige energiebehoefte dekken met hernieuwbare energiebronnen, hebben een aandeel hernieuwbare energie van 100%. Deze gebouwen zijn volledig koolstofneutraal, voldoen aan de langetermijndoelstelling en ontvangen daarom label A.7
1.3. Over welk type EPC-attest moet ik beschikken? Jeugdinfrastructuur valt onder de regelgeving voor niet-residentiële gebouweenheden. Dit betekent dat er normaal een EPC Niet-Residentieel (EPC NR) moet worden opgemaakt. Voor kleine niet-residentiële gebouweenheden bestaat een uitzondering: de eigenaar mag ervoor kiezen om in plaats van een EPC NR een EPC voor kleine nietresidentiële gebouweenheden (EPC kNR) te laten opstellen. Dit is alleen mogelijk als aan drie specifieke voorwaarden wordt voldaan. Wat deze attesten inhouden en wat het verschil is tussen beiden, kom je hieronder te weten.
EPC NR De afkorting NR staat voor niet-residentieel. Hieronder vallen gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte groter dan 500 m2 met een niet-residentiële hoofdbestemming. De inhoud van een EPC NR is tweeledig:8 9 Energielabel: Wordt bepaald door de gemeten hoeveelheid hernieuwbare energie (zoals zonne- of windenergie) en restwarmte (bijvoorbeeld afvalwarmte van industriële processen) ten opzichte van het totale energieverbruik. Dit label hangt af van de technische eigenschappen van de gebouweenheid, het gedrag van de gebruikers en is gebaseerd op daadwerkelijke meetgegevens. De schaal loopt van A (zeer zuinig, groen) tot G (minst zuinig, rood). Heb je onvoldoende meetdata? Dan ontvang je het label X. Verdere informatie over het label X vind je onder stap 6 van het stappenplan. Energiescore: Is een objectieve maat die de theoretische energetische kwaliteit en efficiëntie van een gebouweenheid en zijn installaties weergeeft, zoals verwarming, koeling, sanitair warm water, verlichting, bevochtiging en ventilatie. Het helpt om knelpunten in de energie-efficiëntie van een gebouweenheid bloot te leggen. Toch is de score louter informatief en sensibiliserend: hij vormt geen basis voor verplichtingen en weerspiegelt niet het daadwerkelijke energieverbruik. Een EPC NR is 5 jaar geldig en wordt opgesteld aan de hand van enerzijds gemeten energieverbruik en hernieuwbare energieproductie en anderzijds bewijsstukken en berekeningen.
7
De langetermijndoelstelling tegen 2050 voor de Vlaamse niet-residentiële gebouwen | Vlaanderen.be
8
EPC van een niet-residentiële gebouweenheid (EPC NR) | Vlaanderen.be
9
Onderdelen van het EPC voor niet-residentiële gebouwen: energielabel en energiescore | Vlaanderen.be
8
EPC kNR Voor niet-residentiële gebouweenheden met een bruikbare vloeroppervlakte kleiner dan of gelijk aan 500 m2, bestaat er een alternatief: EPC kNR, dat staat voor klein niet-residentieel. Je kunt alleen kiezen voor een EPC kNR als aan drie voorwaarden voldaan is: De hoofdbestemming is niet-residentieel. De bruikbare vloeroppervlakte is kleiner dan of gelijk aan 500 m2. De gebouweenheid maakt geen onderdeel uit van een groot aaneengesloten geheel niet-residentieel geheel.10 Als het wel deel uitmaakt van een aaneengesloten geheel, dan: • Moet het aaneengesloten geheel in hetzelfde gebouw kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 1.000 m2. EN • Is er geen enkele niet-residentiële gebouweenheid groter dan 500 m2.
→ Voldoet de gebouweenheid niet aan alle drie de voorwaarden? Dan is een EPC NR vereist.
10
Aaneengesloten niet-residentieel geheel: is de verzameling van alle niet-residentiële gebouweenheden binnen één gebouw die fysiek en functioneel met elkaar verbonden zijn, zonder gescheiden te worden door een verdieping met een andere bestemming.
9
Een EPC kNR is, in tegenstelling tot een EPC NR, ééndelig en bestaat uit een energielabel dat gebaseerd is op theoretische berekeningen van de huidige toestand en bestemming van de gebouweenheid. Hierbij wordt geen rekening gehouden met het werkelijke energieverbruik of het gedrag van de gebruikers. Het label loopt van A+ (meest zuinig, aangeduid in het donkergroen) tot F (minst zuinig, aangeduid in het rood). Dit certificaat is langer geldig dan een EPC NR, namelijk 10 jaar en wordt opgesteld aan de hand van bewijsstukken en berekeningen.11
Mag je kiezen voor een EPC kNR? Nadat vastgesteld is dat de gebouweenheid ≤ 500 m2 is. Is de eenheid deel van een aaneengesloten geheel van niet-residentiële gebouweenheden binnen hetzelfde gebouw?
Ja
EPC NR
Ja
Is de totale bruikbare vloeroppervlakte van dit aaneengesloten geheel groter dan 1. 000 m2?
Neen
EPC NR
Ja
Is er een gebouweenheid die deel uitmaakt van het aaneengesloten geheel groter dan 500 m2?
Neen
EPC kNR
11
EPC van een niet-residentiële gebouweenheid (EPC NR) | Vlaanderen.be
10
Neen
EPC kNR
De definitie van een gebouweenheid is dus essentieel omdat deze een cruciale rol speelt in de voorwaarden voor een EPC kNR. In de voorbeelden hieronder trachten we duidelijk te maken wanneer je wel en niet kan kiezen om een EPC kNR aan te vragen, afhankelijk van concrete situaties. We gaan in de voorbeelden ervan uit dat alle lokalen een niet-residentiële hoofdbestemming hebben. In bijlage worden nog extra voorbeelden voorzien. Maak gebruik van bovenstaande flowchart als houvast bij het overlopen van de voorbeelden. Voorbeeld 3
sanitair
sanitair
Lokaal E
Lokaal F
Bruikbare vloeroppervlakte = 250m2
Bruikbare vloeroppervlakte = 550m2
toegang toegang
Context • Lokaal E heeft een eigen sanitair en een eigen toegang. Het lokaal heeft een bruikbare vloeroppervlakte van 250 m2.
Conclusie Je zou verwachten dat Lokaal E een EPC kNR mag aanvragen omdat de bruikbare vloeroppervlakte kleiner is dan 500 m2 is, maar dit is niet geval. We ontleden hiervoor de voorwaarden voor een EPC kNR aan de hand van de flowchart hierboven.
• Lokaal F heeft ook een eigen sanitair
en eigen toegang. Het lokaal heeft een bruikbare vloeroppervlakte van 550 m2. Gebouweenheden?
• Lokaal E maakt deel uit van een
• Lokaal E en lokaal F hebben elk hun
aaneengesloten geheel samen met Lokaal F. Het aaneengesloten geheel is dus kleiner is dan 1.000 m2, namelijk 800 m2. Aan de eerste voorwaarde werd dus voldaan.
eigen toegang en hun eigen sanitair. Ze kunnen onafhankelijk van elkaar functioneren. • Lokaal E = 1 gebouweenheid
• Maar, aangezien er geen enkele niet-
• Lokaal F = 1 gebouweenheid
residentiële gebouweenheid die deel uitmaakt van het aaneengesloten geheel een bruikbare vloeroppervlakte mag hebben groter dan 500 m2, en dat dit wel het geval is voor Lokaal F, moet lokaal E ook een EPC NR aanvragen.
Mag lokaal E een EPC kNR aanvragen? • Lokaal E is kleiner dan 500 m2. • Lokaal F is groter dan 500 m2. • Het aaneengesloten geheel
(= Lokaal E + Lokaal F) is kleiner dan 1.000 m2 (250 m2 + 550 m2 = 800 m2).
Lokaal E = 1 gebouweenheid → moet een EPC NR aanvragen. Lokaal F = 1 gebouweenheid → moet een EPC NR aanvragen.
11
Voorbeeld 4
sanitair
sanitair
Lokaal G
Circulatieruimte
Lokaal H Bruikbare vloeroppervlakte = 450m2
toegang
toegang
Bruikbare vloeroppervlakte = 250m2
toegang
Context • Lokaal G heeft een eigen sanitair en een eigen toegang vanuit de circulatieruimte. Het lokaal heeft een bruikbare vloeroppervlakte van 250 m2.
Conclusie We ontleden hiervoor de voorwaarden voor een EPC kNR aan de hand van de flowchart hierboven. Doordat beide lokalen kleiner zijn dan 500 m2 en het aaneengesloten geheel ook kleiner is dan 1.000 m2, mogen zowel lokaal G als lokaal H een EPC kNR aanvragen.
• Lokaal H heeft ook een eigen sanitair
en een eigen toegang vanuit de circulatieruimte. Het lokaal heeft een bruikbare vloeroppervlakte van 450 m2.
Lokaal G = 1 gebouweenheid → mag kiezen voor een EPC NR of een EPC kNR.
Gebouweenheden? • Lokaal G en lokaal H hebben elk hun eigen toegang en hun eigen sanitair. Ze kunnen onafhankelijk van elkaar functioneren.
Lokaal H = 1 gebouweenheid → mag kiezen voor een EPC NR of een EPC kNR.
• Lokaal G = 1 gebouweenheid • Lokaal H = 1 gebouweenheid
Mogen lokaal G en lokaal H een EPC kNR aanvragen? • Zowel lokaal G als lokaal H zijn kleiner dan 500 m2. • Het aaneengesloten geheel (= lokaal G
+ lokaal H) is kleiner dan 1.000 m2 (250 m2 + 450 m2 = 700 m2).
12
1.4. Wanneer moet ik welk type EPC-attest hebben? EPC NR Sinds 1 januari 2026 is een EPC NR-attest verplicht voor alle niet-residentiële gebouweenheden met een bruikbare vloeroppervlakte groter dan 500 m2. Tegen 1 januari 2030 moeten deze gebouwen minimaal het energielabel E behalen. Het verstrengingspad12 na 2030 is nog niet gekend, maar de uiteindelijke doelstelling is dat alle niet-residentiële gebouweenheden tegen 2050 het energielabel A behalen.
EPC kNR Tegen 1 januari 2030 is een EPC kNR-attest verplicht voor alle kleine niet-residentiële gebouweenheden. Opgelet! Er geldt dan ook een minimale label-eis. Afhankelijk van het type bebouwing, zijn er twee verstrengingspaden: Soort bebouwing
2030
2035
2040
kNR in gebouw met meerdere eenheden of in gesloten bebouwing
D
C
C
kNR in open of halfopen bebouwing
E
D
C
De uiteindelijke doelstelling om tegen 2050 energielabel A te behalen geldt ook voor kleine niet-residentiële gebouweenheden.
1.5. Wat als ik niet in orde ben met mijn EPC-attest? Als de eigenaar of verantwoordelijke (erfpachter, opstalhouder of diens gevolmachtigde) niet tijdig voldoen aan de opgelegde eisen, riskeren zij een geldboete van het VEKA. Die administratieve sancties werden opgenomen in het Energiedecreet. Indien er niet aan de label-eis wordt voldaan, kan een bijkomende boete worden opgelegd. Er wordt verwacht dat de hoogte van de boete in verhouding staat tot de investeringen die nodig waren om aan de regelgeving te voldoen. Wees je bewust dat een boete je niet vrijstelt van de verplichting om de nodige aanpassingen alsnog uit te voeren. Als je niet tijdig in orde bent, betaal je dus mogelijks twee keer: eerst de boete wegens niet-naleving en vervolgens de kosten voor de maatregelen die alsnog moeten worden genomen om aan de regelgeving te voldoen. Daarom is het financieel verstandiger om tijdig actie te ondernemen en de vereiste aanpassingen uit te voeren.
12
Verstrengingspad: De regelgeving wordt de komende jaren steeds strenger, met als doel koolstofneutraliteit in 2050. Daarom implementeert de Overheid een tijdslijn van verplichtingen die deze doelstelling stap voor stap verscherpen.
13
Ontvang je toch een boete van het VEKA? Dan is het belangrijk om te weten dat je schriftelijke tegenargumenten kan bezorgen. Dit geeft je de kans om jouw situatie toe te lichten. Denk bijvoorbeeld aan: De redenen waarom de deadline niet werd gehaald. Stappen die je al hebt ondernomen om aan de regelgeving te voldoen. Externe factoren die de uitvoering of implementatie hebben vertraagd. Een plan van aanpak waarin je aangeeft welke maatregelen je in de nabije toekomst gaat nemen om te voldoen aan de verplichting en de (realistische) timing. In de brief van de boete staat uitgelegd hoe je tegenargumenten kunt aanleveren. Het VEKA houdt rekening met deze informatie bij de beoordeling van het dossier.
14
2. Stappenplan Stap 1: Wie is verantwoordelijk voor het EPC? De verplichting om een EPC te laten opmaken voor niet-residentiële gebouweenheden ligt bij de eigenaar, erfpachter, opstalhouder of diens gemachtigde.13 We verklaren deze termen even: Erfpachter: De persoon of partij die via een erfpachtrecht tijdelijk (voor een termijn van minimaal 15 jaar en maximaal 99 jaar) het recht verkrijgt om een grond of gebouw van de erfpachtgever te gebruiken. • Voorbeeld: De gemeente geeft de grond waarop Jeugdhuis De Vonck gevestigd is voor 30 jaar in erfpacht. Tijdens die periode mag het jeugdhuis de grond en het gebouw gebruiken voor zijn werking en activiteiten. Erfpachtgever: Verleent de erfpachter het tijdelijke recht om zijn/haar grond of gebouw te gebruiken. • Voorbeeld: De gemeente verpacht de grond aan Jeugdhuis De Vonck, zodat het jeugdhuis daar hun gebouw en activiteit kunnen organiseren. Opstalhouder: De persoon of partij die via een opstalrecht het recht verkrijgt om tijdelijk (maximale termijn van 99 jaar) gebouwen te bouwen en te gebruiken op de grond van de opstalgever. • Voorbeeld: Chiro Arendonk bouwt en gebruikt een lokaal op de grond van de parochie, dankzij een opstalrecht van 40 jaar. Opstalgever: Verleent de opstalhouder het tijdelijke recht om tijdelijk gebouwen te bouwen en te gebruiken op zijn/haar grond. • Voorbeeld: De parochie verleent aan Chiro Arendonk het recht om een lokaal te bouwen en te gebruiken op hun terrein.
13
Taken en verantwoordelijkheden bij het EPC Niet-Residentieel | Vlaanderen.be
15
Welke overeenkomst heb je? Soorten overeenkomsten
Erfpachtovereenkomst
Opstalovereenkomst
Als erfpachter of opstalhouder ben je verantwoordelijk voor het in orde brengen van de EPC-wetgeving.
Huurovereenkomst
Gebruikersovereenkomst
De eigenaar is verantwoordelijk voor het in orde brengen van de EPC-wetgeving.
We zijn zelf eigenaar
Jullie zijn zelf verantwoordelijk voor het in orde brengen van de EPC-wetgeving.
Kijk toch na in de overeenkomst wie welke verantwoordelijkheid op zich moet nemen. Staat er niets op papier? Spreek dan de erfpachtgever/ opstalgever aan.
Ben jij niet verantwoordelijk voor de opmaak van het EPC-attest? Bezorg deze brochure dan aan de persoon die volgens jou, of volgens de flowchart hierboven, hiervoor instaat. Heb je op dit moment nog geen overeenkomst of contract? Dan is het aan de eigenaar om bij het ondertekenen van de notariële akte bij een erfpachtovereenkomst of opstalovereenkomst het energieprestatiecertificaat ter beschikking te stellen. Ook bij een huurovereenkomst is de eigenaar of verhuurder verplicht om bij het ondertekenen die attesten voor te kunnen leggen. Zo krijgen potentiële erfpachters, opstalhouders of huurders meer zekerheid over de staat waarin het gebouw zich bevindt.14
Stap 2: Controleer of jouw gebouweenheid geregistreerd staat in het Gebouwenregister. Voordat je een EPC kan aanvragen, moet je controleren of jouw gebouweenheid wel geregistreerd staat in het Gebouwenregister. Zonder een geregistreerde gebouweenheid kan je geen EPC aanvragen. Je kan dit raadplegen op Loket voor Loket voor Authentieke Registratie, ofwel LARA15. Stel dat je jouw gebouweenheid niet vindt of incorrect terugvindt in het Gebouwenregister, kan je hier een melding indienen. Zij zullen jou verder advies geven hoe je dit in orde kan brengen.16
14
Energiedecreet: Hoofdstuk II. Energieprestatiecertificaten, artikel 11.2.2 § 2/1 en artikel 11.2.2 § 2.
15
LARA | Digitaal Vlaanderen
16
Melding indienen over het Gebouwen- en adressenregister | Vlaanderen.be
16
Stap 3: Bepaal je beschermde volume. Het beschermd volume is de verzameling van ruimtes die goed geïsoleerd zijn van de buitenlucht, de grond en andere ruimtes die niet verwarmd of gekoeld worden. Wat specifiek onder het beschermde volume valt, sommen we hier even op: Ruimtes met verwarming of koeling (bijvoorbeeld met een radiator, airco, vloerverwarming, etc.). Ruimtes zonder eigen klimaatbeheersing, maar die open verbonden zijn met een ruimte die wel verwarmd of gekoeld wordt. Alle ruimtes waar mensen verblijven, en dus ook hun vrije tijd doorbrengen, tellen altijd als geklimatiseerd en maken dus deel uit van het beschermd volume. Meer informatie over het beschermd volume, vind je hier terug.17 Het begrijpen wat het beschermde volume inhoudt, is van belang voor de volgende stap.
Stap 4: Bepaal je bruikbare vloeroppervlakte. De bruikbare vloeroppervlakte is de totale oppervlakte van alle verdiepingen binnen het beschermde volume van een gebouw, gemeten van buitenaf en inclusief de dikte van de muren. De bruikbare vloeroppervlakte omvat: Binnen- en buitenwanden: de oppervlakte wordt berekend aan de hand van de buitenafmetingen, inclusief de dikte van de muren. Opgelet! Bij gedeelde muren, zoals tussen twee gebouwen, telt alleen de helft van de dikte van de muur mee. Trappen en liften: deze worden op elk niveau waar ze aanwezig zijn meegenomen in de berekening. Toegankelijke zolders: deze tellen mee als ze bereikbaar zijn via een vaste trap en beloopbaar zijn. Meer informatie over wat wel en niet meetelt in de bruikbare vloeroppervlakte, vind je hier terug.18
Stap 5: Bepaal de categorie waarin je valt.
De categorie waarin je valt, hangt hoofdzakelijk af van de bruikbare vloeroppervlakte: Is de bruikbare vloeroppervlakte > 1.000 m2? Regel dan zo snel mogelijk jouw EPC NR aangezien dit vóór 01/01/2025 in orde moest zijn. Is de bruikbare vloeroppervlakte > 500 m2? Regel dan zo snel mogelijk jouw EPC NR aangezien dit vóór 01/01/2026 in orde moest zijn. Is de bruikbare vloeroppervlakte ≤ 500 m2? Als er ook wordt voldaan aan de bijkomende voorwaarden van een EPC kNR, opgesomd onder puntje “EPC kNR” onder titel “1.3. Over welk type EPC-attest moet ik beschikken?”, dan kan je kiezen tussen EPC NR of kNR. Bij een EPC kNR heb je tijd tot 01/01/2030 voor de opmaak van het certificaat. Vergeet niet dat er tegen 01/01/2030 ook een minimale label-eis geldt!
17
EPC NR: Geometrie | Vlaanderen.be
18
Bruikbare vloeroppervlakte | Vlaanderen.be
17
Stap 6: Verzamel de nodige gegevens om het EPC-attest te kunnen opmaken. Voor je een energiedeskundige contacteert, verzamel je best alle relevante documenten en gegevens. Als deze informatie ontbreekt, bestaat het risico dat de energiedeskundige geen volledig beeld krijgt van de situatie. Dit kan een negatieve invloed hebben op het uiteindelijke resultaat.
EPC NR Zoals al vermeld in punt “EPC NR” in onderdeel “1.3. Over welk type EPC-attest moet ik beschikken?”, bestaat een EPC NR uit twee delen: een energielabel en een energiescore. Voor het bepalen van het energielabel heeft de energiedeskundige gegevens nodig over jouw energiegebruik (en indien van toepassing, de productie van hernieuwbare elektriciteit) van minstens één kalenderjaar. Wil je bijvoorbeeld in januari 2027 een EPC NR laten opmaken, dan moet je beschikken over bewijsstukken die minstens dateren van januari 2026. Hiertoe behoren facturen van gas-, elektriciteits- en watermeters maar ook correct en volgens de voorgeschreven richtlijnen opgenomen meterstanden. Let op: de meterstanden zijn alleen geldig voor het attest als ze op de juiste manier zijn geregistreerd. Waarmee je rekening moet houden, vind je terug op deze pagina: Opname van jaarlijkse meterstanden in het kader van EPC niet-residentieel. Stel dat je onvoldoende meetgegevens kan voorleggen aan de energiedeskundige, dan zal je label X ontvangen. Wat het is en hoe je hiermee moet omgaan, duiden we kort hieronder. Om de energiescore te kunnen bepalen, heeft de energiedeskundige bewijsstukken nodig over de aanwezigheid en eigenschappen van installaties, isolatie, buitenschrijnwerk en andere relevante elementen. De energiedeskundige baseert zich op dezelfde bronnen als bij een EPC kNR en deze worden hieronder gedetailleerd beschreven.
Label X Stel dat je onvoldoende meetgegevens kan voorleggen aan de energiedeskundige, dan zal je label X ontvangen. Een EPC NR met het label X voldoet wel aan de verplichting om over een EPC-attest te beschikken, maar niet aan de minimale labelverplichting. Als je niet voldoet aan de label-eis kan je hiervoor een boete ontvangen, zie “1.5. Wat als ik niet in orde ben met mijn EPC-attest?”. Vanaf 1 januari 2030 moet elke niet-residentiële gebouweenheid minimaal het energielabel E behalen. Heb je nu een EPC NR met label X? Dan is het verstandig om zo snel mogelijk de ontbrekende meetgegevens te achterhalen en te verzamelen om een nieuw certificaat te laten opmaken. Zo weet je niet alleen wat jouw werkelijke energielabel is, maar ook hoeveel inspanning je mogelijks moet uitvoeren om te voldoen aan de deadline van 2030.19
19
Onderdelen van het EPC voor niet-residentiële gebouwen: energielabel en energiescore | Vlaanderen.be
18
EPC kNR In tegenstelling tot een EPC NR, waarbij de energiedeskundige zich baseert op het werkelijk energiegebruik van een gebouweenheid, is dat niet geval voor een EPC kNR. Jaarlijkse meetgegevens zijn dus niet nodig. De energiedeskundige baseert zich op bewijsstukken en op wat visueel kan vastgesteld worden.20 Bewijsstukken: • Het gaat om documentatie met een ontegensprekelijke link met het gebouw. Dit is bijvoorbeeld een factuur waarop de type isolatie en het werfadres vermeld staan. Een technische fiche alleen volstaat niet. Foto’s zijn niet verplicht, maar je moet bijvoorbeeld wel kunnen aantonen dat de isolatie effectief werd geplaatst. Meer informatie hierover vind je op deze pagina van Vlaanderen.be: Verzamelen van invoergegevens. • Opgelet! - Zonder geldige bewijsstukken gaat de energiedeskundige uit van standaardwaarden, bijvoorbeeld geen isolatie aanwezig, wat een negatieve invloed heeft op het energielabel. - Als er onvoldoende informatie beschikbaar is over de samenstelling van de gebouwschil21, gebruikt de software standaard aannames gebaseerd op het bouwjaar. Het jaar van de bouwvergunning kan hierbij helpen om deze gegevens te achterhalen. Visuele vaststellingen: • De energiedeskundige voert een terreinbezoek uit om elementen visueel te controleren. • Aan de hand van destructief onderzoek kan je zaken zichtbaar maken voor dit terreinbezoek. De term destructief onderzoek is wel een beetje misleidend, aangezien er niets wordt afgebroken. Er wordt bijvoorbeeld een klein gaatje geboord in de muur om te kijken of er isolatie achter zit of een vloer wordt geopend (indien mogelijk) om de aanwezigheid en dikte van isolatie te controleren. Meer informatie over het destructief onderzoek vind je hier. Let op! We raden af om het destructief onderzoek zelf uit te voeren. Dit vereist specifieke kennis en ervaring. Raadpleeg een professionele energiedeskundige of spreek jouw netwerk aan om te zien of iemand je hierbij kan helpen. Zo vermijd je schade of onveilige situaties. We raden aan om in de offertevraag al op te vragen in welke mate de energiedeskundige bereid is om destructief onderzoek uit te voeren. Als de energiedeskundige hiertoe niet bereid is, vraag dan proactief naar de contactgegevens van iemand die dit wel doet.
20
Plaatsbezoek voor EPC door een energiedeskundige type A | Vlaanderen.be
21
Gebouwschil en begrenzingen | Vlaanderen.be: De gebouwschil is de volledige omhulling van een gebouw of gebouweenheid, bestaande uit schildelen die het gebouw afbakenen ten opzichte van de omgeving (zoals buitenlucht, grond of aangrenzende verwarmde ruimtes). Deze schildelen bepalen de begrenzing van het gebouw.
19
Stap 7: Contacteer de correcte energiedeskundige. Afhankelijk van de categorie waar je in valt, zal je gepaste energiedeskundige moeten contacteren en aanstellen voor het opmaken van het EPC-attest. Hieronder sommen we op welk type energiedeskundige verantwoordelijk is voor welk type EPC-attest. EPC NR: Energiedeskundige type D (Vind hier jouw energiedeskundige type D.). EPC kNR: Energiedeskundige type A (Vind hier jouw energiedeskundige type A.).
Stap 8: Plaatsbezoek - Wat gebeurt er dan, hoe ziet dit eruit?
Voor het opmaken van een energieprestatiecertificaat (EPC) is een plaatsbezoek door een erkende energiedeskundige verplicht. Dit bezoek moet altijd plaatsvinden, ook wanneer er al plannen, technische documenten of een eerder EPC beschikbaar zijn. Wil je meer weten over het plaatsbezoek? EPC NR: EPC van een niet-residentiële gebouweenheid (EPC NR) | Vlaanderen.be EPC kNR: Plaatsbezoek voor EPC door een energiedeskundige type A | Vlaanderen.be
Stap 9: Je ontvangt je EPC-attest.
EPC NR: Je ontvangt een EPC NR dat 5 jaar geldig is. EPC kNR: Je ontvangt een EPC kNR dat 10 jaar geldig is.
Stap 10: Maak een plan voor de toekomst. Bewaar het EPC-attest zorgvuldig en gebruik het als leidraad voor de toekomst. Het behalen van een EPC is geen eindpunt, maar een stap binnen een langer traject. Bewaar het attest daarom goed, zodat toekomstige bestuurders, medewerkers of opvolgers verder kunnen bouwen op de reeds genomen maatregelen en gemaakte keuzes. Je kan het EPC ook steeds digitaal terugvinden in de Gebouwenpas.22 Het EPC bevat bovendien een aantal algemene aanbevelingen, en soms ook bijkomend een persoonlijk advies van de energiedeskundige. Deze aanbevelingen kunnen helpen om de volgende stappen te bepalen en vormen een nuttig vertrekpunt bij gesprekken met gespecialiseerde partners, zoals energieadviseurs, studiebureaus of installateurs.
22
De Woningpas - Publieke welkomstpagina - Gebouwenpas
20
Het verbeteren van de energieprestaties van een gebouw verloopt doorgaans stapsgewijs. Daarom is het belangrijk om de aanbevelingen uit het EPC te vertalen naar een realistisch meerjaren- en financieel plan. Zo kunnen investeringen gespreid worden in de tijd en blijft het traject financieel haalbaar. Hou daarbij rekening met de geldigheidsduur van het EPC: Het EPC NR (niet-residentieel) is vijf jaar geldig. Er moet doorgaans dus na 4 jaar een nieuw certificaat worden opgemaakt. Het EPC kNR (klein niet-residentieel) is 10 jaar geldig. Er moet dus na 9 jaar een nieuw certificaat opgemaakt worden. Door het EPC als een doorlopend verbetertraject te bekijken, vermijd je last-minute investeringen en kan je tijdig inspelen op toekomstige verplichtingen en opportuniteiten.
Leg het EPC-attest naast andere gebouwnoden en pak werken zoveel mogelijk samen aan. Bekijk het EPC-attest niet los van andere noden in het gebouw. Combineer energiemaatregelen waar mogelijk met andere geplande werken, zoals dakwerken, gevelrenovatie, schrijnwerk, technische ingrepen of asbestverwijdering. Zo vermijd je dubbel werk, beperk je de hinder en kan je investeringen beter op elkaar afstemmen.
21
Denk ook aan een Asbestattest! In oudere jeugdinfrastructuur van vóór 2001 kunnen asbestmaterialen aanwezig zijn, bijvoorbeeld in daken, gevelbekleding, leidingen, vloeren, technische ruimtes of oude platen en bekledingen. Voor jeugdgebouwen van vóór 2001 is een asbestattest verplicht tegen 2030. Dat attest geeft een duidelijk beeld van de aanwezige asbestmaterialen en of die een risico op blootstelling geven. Een blootstellingsrisico ontstaat wanneer je asbestvezels zou kunnen inademen doordat materialen beschadigd of verouderd raakten en daardoor in slechte staat verkeren. Asbestvezels zijn onzichtbaar voor het blote oog en verspreiden zich makkelijk doorheen gebouwen. Het asbestattest geeft weer waar de grootste risico’s zitten en voor welke materialen je dus best eerst maatregelen neemt. Zo voorkom je dat energiemaatregelen later vertraging oplopen door onverwachte asbestvondsten. Het is ook nuttig dat de energiedeskundige op de hoogte is van mogelijke asbestmaterialen. Dat helpt om het plaatsbezoek veilig te laten verlopen en om energiemaatregelen, zoals isolatie, dakwerken, schrijnwerk of technische ingrepen, beter af te stemmen op eventuele asbestverwijderingswerken.
Nog geen asbestattest? Op www.ovam.vlaanderen.be/asbestattest lees je hoe je dit regelt. Via het sectorprotocol asbestveilige jeugdgebouwen kan je momenteel op kosten van OVAM een asbestattest laten opmaken. Je kan er ook expertisebegeleiding aanvragen als je bijvoorbeeld met een complex gebouw zit of kosteloos asbestcement laten inzamelen.
Hou ook tijdens de uitvoering rekening met asbest Bevat het EPC-aanbevelingen voor dakisolatie, gevelwerken, schrijnwerk of technische installaties? Controleer dan altijd ook het asbestattest vóór je werken voorbereidt. Asbest kan in veel verschillende materialen voorkomen. Plaats je bijvoorbeeld een nieuwe verwarmingsinstallatie, verwijder dan niet zomaar zelf oude leidingen of leidingisolatie. Wees zeker alert voor mogelijke hoge concentraties asbestvezels in de witte plaasterlaag rond leidingisolatie. Ga je doorgedreven renoveren? Kies dan voor een asbestattest ‘aanvullend onderzoek’. Je wil dan immers niet enkel weten welke asbestmaterialen vandaag een risico vormen, maar daarbij wil je ook te weten komen welke materialen nog verstopt zitten achter afwerkingslagen. Die vormen pas een risico wanneer je de werken uitvoert. Wanneer je een aannemer aanstelt zal die zelf vooraf een asbestinventaris moeten opmaken vanuit bescherming voor zijn werknemers (federale codex welzijn op het werk).
Meer informatie vind je via www.asbestinfo.be of jeugdgebouwen@ovam.be
22
3. Financiële ondersteuning De financiering van energiebesparende en/of energieopwekkende maatregelen kan een belangrijke uitdaging vormen. Hieronder worden een aantal mogelijke financieringsinstrumenten opgelijst die organisaties kunnen ondersteunen bij de realisatie van dergelijke projecten. Dit overzicht is bedoeld als leidraad en is niet exhaustief. Afhankelijk van de aard van het project, de organisatie en de specifieke context kunnen ook andere financieringsmogelijkheden beschikbaar zijn. Energielening Cultuur en Jeugd De Energielening van het Departement Cultuur, Jeugd en Media is een renteloze lening voor investeringen in energiebesparende en/of energieopwekkende maatregelen in cultuur- en jeugdinfrastructuur. De investering wordt tijdens de looptijd van de lening terugverdiend dankzij de gerealiseerde energiebesparing. Het Departement Cultuur, Jeugd en Media financiert de volledige kostprijs van de goedgekeurde maatregelen vooraf. Na uitvoering van de werken of levering van de materialen en na indiening van de factuur, wordt het verschuldigde bedrag rechtstreeks uitbetaald aan de aannemer of leverancier. Vervolgens betaalt de kredietnemer de lening terug via maandelijkse aflossingen, met een maximale looptijd van vijftien jaar. Meer informatie rond de voorwaarden, de aanvraag en andere kan je hier terugvinden.23 Sectorale investeringssubsidies De sectorale investeringssubsidie van het Departement Cultuur, Jeugd en Media is een financiële ondersteuning voor investeringen in het bouwen, uitbreiden of verbouwen van cultuur- en jeugdinfrastructuur met bovenlokaal belang, gericht op de thema’s duurzaamheid, veiligheid en toegankelijkheid. Onder het thema duurzaamheid kunnen enkele relevante maatregelen gesubsidieerd worden. De subsidie dekt maximaal 60% van de kosten van de goedgekeurde maatregelen, met een minimumbedrag van €10.000 (jeugd) of €30.000 (cultuur) en een maximum van €500.000. De Vlaamse Gemeenschap financiert het goedgekeurde bedrag vooraf na indiening van de facturen. De overige 40% van de projectkosten moet door de aanvrager zelf worden gefinancierd en gegarandeerd bij de aanvraag. De uitbetaling gebeurt op basis van facturen en vorderingsstaten, waarbij de laatste 10% pas wordt uitbetaald na oplevering en controle van de werken. Meer informatie vind je hier terug.24
23
Energielening Cultuur en Jeugd | Departement Cultuur, Jeugd & Media
24
Sectorale investeringssubsidies voor cultuur- en jeugdinfrastructuur met bovenlokaal belang | Departement Cultuur, Jeugd & Media
23
Subsidies voor jeugdverblijven van Toerisme Vlaanderen Vanaf 2026 kunnen zowel erkende, als (nog) niet-erkende jeugdverblijven25 beroep doen op een nieuwe infrastructuursubsidie van Toerisme Vlaanderen. Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf de tweede helft van juli 2026. Meer informatie vind je hier.26 Subsidies van je lokaal bestuur Heel wat lokale besturen voorzien subsidies voor energiebesparende en/of energieopwekkende maatregelen. De beschikbare ondersteuning verschilt van gemeente tot gemeente en kan betrekking hebben op uiteenlopende ingrepen. Het is daarom aangewezen om na te gaan welke subsidiemogelijkheden het lokale bestuur waar de jeugdinfrastructuur is gelegen, aanbiedt en welke voorwaarden daarbij van toepassing zijn.
25
Aantal jeugdverblijven en hostels | Departement Cultuur, Jeugd & Media Jeugdverblijven zijn accommodaties die specifiek ingericht zijn om groepen kinderen en jongeren onderdak te bieden voor korte of langere verblijven in het kader van educatieve, recreatieve, sociale of bezinningsactiviteiten. Jeugdhuizen behoren niet tot jeugdverblijven.
26
Subsidies voor jeugdverblijven | Toerisme Vlaanderen
24
4. Relevante partners Bij deze instanties kan je advies vragen over EPC. Vlaams Energie en Klimaatagentschap (VEKA) Het VEKA is een autonoom agentschap dat onder het beleidsdomein Omgeving valt en instaat voor de implementatie van duurzaam energie- en klimaatbeleid.27
VEKA
Postadres: Koning Albert II-laan 15 bus 460, 1210 Brussel Bezoekadres: Havenlaan 88, 1000 Brussel Gratis bellen: 1700 Contactformulier: Klik hier veka@vlaanderen.be
Steunpunten Duurzaam Bouwen Wie plannen heeft om te bouwen, verbouwen of renoveren, kan terecht bij de steunpunten duurzaam bouwen voor onafhankelijk advies en begeleiding. Ze bieden ondersteuning rond thema’s zoals isolatie, ventilatie, hernieuwbare energie, hemelwatergebruik en andere aspecten van duurzaam bouwen. Elke Vlaamse provincie beschikt over een eigen steunpunt, al dan niet met een fysieke locatie. De steunpunten brengen de expertise samen van onder meer architecten, ingenieurs en milieudeskundigen, ondersteund door communicatieen administratieve medewerkers. Meer informatie rond de werking van de steunpunten vind je hier. De contactpunten per provincie worden hierna opgesomd:
27
Over het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) | Vlaanderen.be
25
ANTWERPEN Kamp C
Britselaan 20, 2260 Westerlo info@kampc.be +32 14 27 96 50 www.kampc.be
LIMBURG Dubo Limburg
Centrum-Zuid 1111, 3530 Houthalen-Helchteren info@dubolimburg.be +32 11 39 75 75 www.dubolimburg.be
OOST-VLAANDEREN Steunpunt duurzaam wonen en bouwen Provincie Oost-Vlaanderen
Charles de Kerchhovelaan 189, 9000 Gent dubo@oost-vlaanderen.be +32 9 267 7852 www.oost-vlaanderen.be
VLAAMS-BRABANT Dubo Vlaams-Brabant
Provincieplein 1, 3010 Leuven duurzaambouwen@vlaamsbrabant.be +32 16 26 72 78 www.dubovlaamsbrabant.be
WEST-VLAANDEREN Acasus
Pannestraat 142, 8630 Veurne info@acasus.be +32 58 31 06 30 www.acasus.be
26
Energie- en ecohuizen Sommige steden en gemeenten beschikken ook over een Energiehuis of Ecohuis waar inwoners terechtkunnen met vragen over energie, duurzaamheid en energieefficiëntie. Deze loketten bieden vaak onafhankelijk advies, informatie over energiebesparende maatregelen en begeleiding bij renovatie- of energieprojecten. Het loont de moeite om na te gaan of er een Energiehuis of Ecohuis actief is in de buurt en welke ondersteuning er wordt aangeboden.
Contactgegevens koepelorganisaties en partners VEKA
veka@vlaanderen.be
De Ambrassade
info@ambrassade.be
Chirojeugd Vlaanderen
lokalen@chiro.be
Scouts en Gidsen Vlaanderen
lokalen@scoutsengidsenvlaanderen.be
KLJ
lokalen@klj.be
KSA
info@ksa.be
Kamino
kamino@kamino.be
Formaat
vraaghet@formaat.be
FOS Open Scouting
info@fos.be
CJT
info@cjt.be
Bataljong
info@bataljong.be
VVSG
info@vvsg.be
Departement Cultuur, Jeugd en Media
Cultuurenjeugdinfrastructuur@vlaanderen.be
OVAM (asbestattest)
www.asbestinfo.be of jeugdgebouwen@ovam.be
27
5. Bijlagen Bijlage 1: Houvast EPC (k)NR in het jeugdwerk Vooraleer je deze flowchart doorloopt, is het belangrijk om eerst “flowchart: Hoeveel gebouweenheden zijn er?” te raadplegen. Bepaal daar eerst hoeveel gebouweenheden van toepassing zijn. Vervolgens doorloop je deze onderstaande flowchart voor elke afzonderlijke gebouweenheid.
Houvast EPC (k)NR in het Jeugdwerk Neen
Gebouweenheid geregistreerd in het Gebouwenregister (p.16)
Melding indienen (p.16)
Ja Bepaal het beschermde volume (p.17)
Bepaal de bruikbare vloeroppervlakte (p.17)
> 500 m2
• Energielabel (p.8) • Energiescore (p.8)
≤ 500 m2
EPC kNR • Energielabel gebaseerd op berekende energiescore (p.9-10)
Neen
Totale oppervlakte van het geheel > 1.000 m2
• Labelverplichting 2030: D/E (p.13) • 10 jaar geldig (p.20) • Milder, maar ook beperkter.
Je mag kiezen tussen een EPC kNR of een EPC NR.
Ja
Is er een NR-gebouweenheid die deel uitmaakt van het geheel > 500 m2?
Ik kies voor een EPC NR.
Ik kies voor een EPC kNR.
Contacteer jouw energiedeskundige type A (p.20)
28
• Labelverplichting 2030: minimaal E (p.13) • 5 jaar geldig (p.20)
Neen Neen
p. 9-20
• Verzamel de nodige gegevens (p.18)
Deel van een aaneengesloten geheel (p.9-12) Ja
• Verzamel de nodige gegevens (p.19)
EPC NR
Ja
• Complexer, maar accurater.
p. 8-20
Contacteer jouw energiedeskundige type D (p.20)
Bijlage 2: extra voorbeelden om aan te tonen wanneer een gebouweenheid wel en niet een EPC kNR mag aanvragen. Voorbeeld 5 We gaan in de voorbeelden ervan uit dat alle lokalen een niet-residentiële hoofdbestemming hebben.
sanitair
sanitair
Lokaal A
Lokaal B
Bruikbare vloeroppervlakte = 250m2
Bruikbare vloeroppervlakte = 350m2
toegang toegang
Context • Lokaal A heeft een eigen sanitair en een eigen toegang. Het lokaal heeft een bruikbare vloeroppervlakte van 250 m2 en heeft een niet-residentiële hoofdbestemming. • Lokaal B heeft ook een eigen sanitair
en eigen toegang. Het lokaal heeft een bruikbare vloeroppervlakte van 350 m2 en heeft een niet-residentiële hoofdbestemming. Gebouweenheden? • Lokaal A en lokaal B hebben elk hun eigen toegang en hun eigen sanitair. Ze kunnen onafhankelijk van elkaar functioneren.
Conclusie We ontleden hiervoor de voorwaarden voor een EPC kNR aan de hand van de flowchart “Voorwaarden of je mag kiezen voor een EPC kNR” op pagina 7. Doordat beide lokalen kleiner zijn dan 500 m2 en het aaneengesloten geheel ook kleiner is dan 1.000 m2, mogen zowel lokaal A als lokaal B een EPC kNR aanvragen. Lokaal A = 1 gebouweenheid → mag kiezen voor een EPC NR of een EPC kNR. Lokaal B = 1 gebouweenheid → mag kiezen voor een EPC NR of een EPC kNR.
• Lokaal A = 1 gebouweenheid • Lokaal B = 1 gebouweenheid
Mogen lokaal A en lokaal B een EPC kNR aanvragen? • Zowel lokaal A als lokaal B zijn kleiner dan 500 m2. • Het aaneengesloten geheel
(= lokaal A + lokaal B) is kleiner dan 1.000 m2 (250 m2 + 350 m2 = 600 m2).
29
Voorbeeld 6
sanitair
sanitair
Lokaal I
Circulatieruimte
Lokaal J Bruikbare vloeroppervlakte = 450m2
toegang
toegang
Bruikbare vloeroppervlakte = 750m2
toegang
Context • Lokaal I heeft een eigen sanitair en een eigen toegang vanuit de circulatieruimte. Het lokaal heeft een bruikbare vloeroppervlakte van 750 m2 en heeft een niet-residentiële hoofdbestemming. • Lokaal J heeft ook een eigen sanitair en
eigen toegang vanuit de circulatieruimte. Het lokaal heeft een bruikbare vloeroppervlakte van 450 m2 en heeft een niet-residentiële hoofdbestemming. Gebouweenheden? • Lokaal I en lokaal J hebben elk hun eigen
toegang vanuit de circulatieruimte en hun eigen sanitair. Ze kunnen onafhankelijk van elkaar functioneren. • Lokaal I = 1 gebouweenheid
Conclusie Lokaal I zal een EPC NR moeten aanvragen aangezien de bruikbare vloeroppervlakte groter is dan 500 m2. Om te weten of lokaal J een EPC kNR mag aanvragen, ontleden we de voorwaarden voor een EPC kNR aan de hand van de flowchart “Voorwaarden of je mag kiezen voor een EPC kNR” op pagina 7. Aangezien dat lokaal J deel uitmaakt van het groter aaneengesloten geheel samen met lokaal I en dat deze gebouweenheid groter is dan 500 m2 EN dat de bruikbare vloeroppervlakte van het aangesloten geheel groter is dan 1.000m2, moet lokaal J ook een EPC NR aanvragen.
• Lokaal J = 1 gebouweenheid
Lokaal I = 1 gebouweenheid → moet een EPC NR aanvragen.
Mag lokaal J een EPC kNR aanvragen? • Lokaal J is kleiner dan 500 m2.
Lokaal J = 1 gebouweenheid → moet een EPC NR aanvragen.
• Lokaal I is groter dan 500 m2. • Het aaneengesloten geheel (= lokaal I +
lokaal J) is groter dan 1.000 m2 (750 m2 + 450 m2 = 1.200 m2).
30
Voorbeeld 7
sanitair
Lokaal K
Circulatieruimte
Lokaal L Bruikbare vloeroppervlakte = 450m2
toegang
toegang
Bruikbare vloeroppervlakte = 750m2
toegang
Context • Lokaal K heeft een eigen toegang vanuit de circulatieruimte. Het lokaal heeft een bruikbare vloeroppervlakte van 750 m2.
Conclusie Aangezien het gaat over één gebouweenheid en dat die een bruikbare oppervlakte heeft groter dan 500 m2, moet de gebouweenheid een EPC NR aanvragen.
• Lokaal L heeft ook een eigen toegang
Lokaal K + lokaal L = 1 gebouweenheid > moet een EPC NR aanvragen.
vanuit de circulatieruimte. Het lokaal heeft een bruikbare vloeroppervlakte van 450 m2. Gebouweenheden? • Lokaal K en lokaal L hebben elk hun eigen toegang vanuit de circulatieruimte, maar hebben geen eigen sanitair. Ze moeten gebruik maken van het sanitair in de circulatieruimte en zijn daar dus van afhankelijk om te kunnen functioneren. • Lokaal K + lokaal L = 1 gebouweenheid
Mag een EPC kNR aangevraagd worden? • Lokaal K + lokaal L is groter dan 500 m2 (750 m2 + 450 m2 = 1.200 m2).
31
6. Bronnen Aaneengesloten niet-residentieel geheel
Gebouwschil en begrenzingen | Vlaanderen.be
Aantal jeugdverblijven en hostels | Departement Cultuur, Jeugd & Media
Geopunt | Digitaal Vlaanderen Melding indienen over het Gebouwen- en adressenregister | Vlaanderen.be
Beschermd volume | Vlaanderen.be Bruikbare vloeroppervlakte | Vlaanderen.be
Niet-residentiële gebouwen | Vlaanderen.be Omgaan met asbest
De langetermijndoelstelling tegen 2050 voor de Vlaamse niet-residentiële gebouwen | Vlaanderen.be
Onderdelen van het EPC voor nietresidentiële gebouwen: energielabel en energiescore | Vlaanderen.be
De Woningpas - Publieke welkomstpagina - Gebouwenpas
Opname van jaarlijkse meterstanden in kader van EPC niet-residentieel | Vlaanderen.be
Definitie gebouweenheid | Vlaanderen.be
Over de Steunpunten - Steunpunten Duurzaam Bouwen
Dienstverlening
Over het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) | Vlaanderen.be
Energiedecreet Energiekaart Vlaanderen | VEKA
Plaatsbezoek voor EPC door een energiedeskundige type A | Vlaanderen.be
Energiekaart Vlaanderen | VEKA
Recht van erfpacht en recht van opstal | Vlaanderen.be
Energielening Cultuur en Jeugd | Departement Cultuur, Jeugd & Media
Sectorale investeringssubsidies voor cultuuren jeugdinfrastructuur met bovenlokaal belang | Departement Cultuur, Jeugd & Media
Energieprestatiecertificaten (EPC’s) | Vlaanderen.be EPC NR: Geometrie | Vlaanderen.be
Subsidies voor jeugdverblijven | Toerisme Vlaanderen
EPC van een kleine niet-residentiële gebouweenheid (EPC kNR) | Vlaanderen.be
Taken en verantwoordelijkheden bij het EPC Niet-Residentieel | Vlaanderen.be
EPC van een niet-residentiële gebouweenheid (EPC NR) | Vlaanderen.be
Verzamelen van invoergegevens | Vlaanderen.be Wegwijzer_NR_startkaart_dkjv1v.pdf
Gebouwen- en Adressenregister | Vlaanderen.be
32