
Wortelcariës neemt toe Interprofessionele mondzorg voor kwetsbare ouderen
Maaike Bisschop, Mondhygiënist-Geriatrie
![]()

Wortelcariës neemt toe Interprofessionele mondzorg voor kwetsbare ouderen
Maaike Bisschop, Mondhygiënist-Geriatrie
Helpt patiënten starten én volhouden met interdentale reiniging.

TePe EasyFit™: de slimme instap in interdentale reiniging. Net zo eenvoudig als een pick, maar met de grondigheid van een conische rager. Start vandaag!
Gemakkelijk in gebruik voor patiënten, ideaal als instaprager
Flexibele rager met zachte tip voor comfort
Beschikbaar in twee maten: S/M en M/L
Ergonomisch handvat voor gecontroleerde, precieze reiniging Geschikt voor beugels
Scan de QR code en lees meer over TePe EasyFit™


S/M M/L
S/M past in nauwe interdentale ruimtes, M/L voor bredere interdentale ruimtes.
VOORWOORD
Als wij jarenlang voor iemands gebit hebben mogen zorgen, dan dragen we ook een verantwoordelijkheid in de laatste levensfase van die patiënt. Die overtuiging van tandarts geriatrie Claar van der Maarel-Wierink vormt de rode draad in deze special over mondzorg voor ouderen.
De vergrijzing in Nederland neemt toe en daarmee ook de vraag naar passende mondzorg. Steeds meer ouderen behouden hun eigen gebit, vaak aangevuld met kronen, bruggen en implantaten. Dat is een mooie ontwikkeling, maar brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee. Complexe medische problematiek, medicatiegebruik, dementie en een afnemende zelfredzaamheid vragen om specifieke kennis, aandacht en samenwerking.
In deze extra uitgave laten we zien hoe veelzijdig en waardevol de ouderenzorg binnen de mondzorg is. Experts delen feiten, inzichten en praktische
handvatten, terwijl bevlogen professionals vertellen over hun dagelijkse werk met kwetsbare ouderen. Aan bod komen onder meer veelvoorkomende mondproblemen, de toenemende prevalentie van wortelcariës, het belang van goede scholing en de noodzaak van interprofessionele samenwerking.
De verhalen in deze uitgave tonen hoe mooi het werken met ouderen is. Juist door de persoonlijke contacten, de complexiteit van de zorg en de zichtbare impact op het welzijn van patiënten, geeft ouderenmondzorg veel voldoening. Goede mondzorg draagt immers niet alleen bij aan een gezond gebit, maar ook aan comfort, waardigheid en kwaliteit van leven.
Veel leesplezier!
Lies en Ilko.
Colofon
Dentista is een uitgave van Dentista Media en verschijnt 4 keer per jaar. Dit is een extra nummer dat we speciaal over mondzorg bij ouderen hebben gemaakt.
Redactie
Ilko Alink, Lies Ligtvoet
Redactie(adres) Dentista Media
Koggeschip 212, 7429 BG Colmschate Ilko Alink, ilko@dentista-magazine.nl
Digitaal aanwezig www.dentista-magazine.nl Instagram: @dentistamagazine
Aan dit nummer werkten mee
Marleen Jansen, Leontine Treur, Florine Zendijk, Maaike van Helvoirt-Bisschop, Claar van der Maarel-Wierink, Jelena Ðurić Popržen, Yvonne Kort, Khadija Ezzine, Ellemieke Hin, Roland Frankenberger, Mariëtte Lokken, Anne van Sambeek, Wim Ouwerkerk.
Grafisch Design
Degen en Leideritz BNo
Vormgeving
LDB Production, Levin den Boer
Fotografie
Esmay Vermeulen
Abonneren
Dentista wordt in gecontroleerde verspreiding toegezonden aan tandartsen mondhygiënistenpraktijken in Nederland. Ben je werkzaam binnen de tandheelkunde en wil je Dentista ontvangen, stuur dan een e-mail naar: info@dentista-magazine.nl
Adreswijzigingen
Per e-mail: info@dentista-magazine.nl. Vermeld zowel je oude als nieuwe adres.
Marketing
Ilko Alink, ilko@dentista-magazine.nl
Adverteren
Concetta Scibona, concetta@dentista-magazine.nl +31 6 281 829 62
Druk Wilco, Amersfoort
©2013-2026 Dentista Media. Niets in deze uitgave mag worden overgenomen, vermenigvuldigd of gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van Dentista Media of andere auteursrechthebbenden. Dentista Media kan geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de juistheid en volledigheid van alle in deze uitgave opgenomen teksten en beelden.

Feiten en cijfers over vergrijzing
Marleen Jansen, Leontine Treur, Florine Zendijk

Meer dan een schoon gebit
Maaike van Helvoirt-Bisschop

Interprofessionele mondzorg voor kwetsbare ouderen
Claar van der Maarel-Wierink

Juist in de complexiteit vind ik mijn kracht
Jelena Ðurić Popržen


28
Veelvoorkomende problemen bij ouderen
Yvonne Kort

32
Hart voor de ouderenzorg
Khadija Ezzine

40
Goede mondzorg voor ouderen begint bij goed opleiden
Mariëtte Lokken

44
Wortelcariës neemt toe Roland Frankenberger
Mondzorg voor ouderen vraagt om meer aandacht
Ellemieke Hin, KNMT
37 en
Column Wim
11 Mag ik je wat vragen? 50
FEITEN EN CIJFERS
De dubbele vergrijzing in Nederland zorgt voor een groeiende vraag naar passende mondzorg. Niet alleen neemt het aantal ouderen toe, ook de groep zeer oude ouderen groeit sterk. Tegelijkertijd behouden ouderen steeds vaker hun eigen gebit, vaak aangevuld met kronen, bruggen of implantaten. Hierdoor stijgt het aantal ouderen dat regelmatig een tandarts bezoekt aanzienlijk. Mondzorgpraktijken spelen steeds meer in op de specifieke zorgbehoeften van deze doelgroep. Daarbij vraagt de vergrijzing ook om nieuwe kennis en andere manieren van werken binnen tandartspraktijken. Mondzorgverleners vergroten hun expertise op het gebied van gerodontologie en er is steeds meer aandacht voor kennisdeling, praktische richtlijnen en samenwerking rondom de zorg voor ouderen. De verwachting is dat in de komende jaren extra capaciteit en gespecialiseerde aandacht nodig zullen zijn om aan deze toenemende zorgvraag te voldoen.
Steeds meer ouderen: bijna miljoen 75-plussers erbij in komende twintig jaar
De Nederlandse bevolking staat voor een dubbele vergrijzing. In de komende tien jaar neemt het aantal 65-plussers met 713.000 personen toe, waarvan er 252.000 in de leeftijd 65-75 zijn en 461.000 ouder dan 75. In het daaropvolgende decennium – dus in de periode 2035-2045 - blijf het aantal 75-plussers
toenemen, met 509.000 personen, terwijl het aantal ‘jonge ouderen’ in de leeftijd van 65-75 jaar daalt met 280.000 (figuur 1). In 2045 is ruim één op de zeven inwoners van Nederland ouder dan 75 jaar, tegen één op tien nu.
In dit artikel inventariseren we welke eisen de vergrijzing stelt aan tandheelkundige zorg, zowel qua capaciteit als qua expertise.

Figuur 1: Sterke stijging aantal ouderen in komende twintig jaar (Bron: RaboResearch 2026)

Figuur 2: Steeds meer ouderen bezoeken minimaal een keer per jaar de tandarts (Bron: CBS, bewerking RaboResearch 2026)
Ouderen vragen steeds meer mondzorg
Ouderen bezoeken vaker dan vroeger de tandarts. Het aandeel 75-plussers zonder eigen tanden is in rap tempo gedaald, van 53% in 2009 naar 25% in 2025. Steeds vaker hebben ouderen nog (een deel van) hun eigen gebit, met kronen, bruggen en/of implantaten. Technologische vooruitgang heeft de mogelijkheden op dit gebied sterk vergroot. Ook de gemiddeld genomen betere financiële positie van ouderen draagt positief bij aan deze ontwikkeling.
We zien dan ook een navenante stijging van het aandeel ouderen dat minimaal een keer per jaar naar de tandarts gaat (figuur 2). Het aandeel 75-plussers dat minimaal een keer per jaar de tandarts bezoekt (70%) benadert het aandeel 75-plussers met eigen gebitselementen (75%).
Het blijft ook niet bij één bezoek per jaar. Een gemiddelde 75-plusser contacteerde 3,2 keer per jaar de tandarts in 2025, tegenover 1,6 keer in 2014.
Toch is er ook een groep die om uiteenlopende redenen soms afziet van een bezoek aan de tandarts. Financiële overwegingen spelen een rol, aangezien mondzorg voor volwassenen vanaf 18 jaar niet in het basispakket zit. Ook met een aanvullende verzekering zijn bijbetalingen gebruikelijk. Deze financiële drempel bestaat voor zowel ouderen als jongere vol-
Dubbele vergrijzing vergroot de vraag naar mondzorg
wassenen. In de Kamerbrief van het Ministerie van VWS van december 2025 staat dat ongeveer 640.000 volwassenen om financiële redenen minder dan eens per twee jaar naar de tandarts gaan.
Specifiek voor ouderen kunnen daarnaast mobiliteitsproblemen of een verminderde zelfredzaamheid een bezoek aan een praktijk bemoeilijken. Reisafstand en mobiliteit zijn belangrijk, aangezien ouderen steeds langer zelfstandig wonen. Waar het bejaardenhuis in de jaren zestig nog werd gezien als kroon op de verzorgingsstaat, woont tegenwoordig maar liefst 92% van de 75-plussers nog zelfstandig. En ook van de 90-plussers woont nog twee derde zelfstandig. In de bejaardenhuizen en verzorgingshuizen van weleer was de aanwezigheid van een tandarts op vaste dagen niet ongebruikelijk. Bij zelfstandig wonende ouderen kunnen gebitsproblemen ongemerkt verergeren, met als gevolg zwaardere gebitsklachten maar ook een hoger risico op andere gezondheidsproblemen als gevolg van een slechte mondgezondheid. Het NIVEL becijferde in 2021 dat er toen al ruim 300.000 thuiswonende kwetsbare ouderen waren met een matige tot slechte mondgezondheid. Uit dit onderzoek bleek ook dat het bij deze groep vaak gaat om een opeenstapeling van lichamelijke, geestelijke en sociale problemen. Maar ook bij ouderen die in een instelling verblijven is een tandartsbezoek niet vanzelfsprekend. Cognitieve problemen zoals dementie zorgen voor extra uitdagingen, zowel bij thuiswonende ouderen als bij ouderen in een instelling. Deze
FEITEN EN CIJFERS

Figuur 3: Verwachte ontwikkeling aantal tandartscontacten op basis van bevolkingsgroei (Bron: CBS, bewerking RaboResearch 2026)
problemen variëren van het vergeten van poetsbeurten of tandartsafspraken tot angstproblematiek.
Vergrijzing vraagt om extra capaciteit
Als we de huidige contactfrequentie per leeftijdsgroep afzetten tegen de bevolkingsprognose van het CBS, dan is alleen al op basis van de bevolkingsontwikkeling een groei te verwachten van 60 miljoen contactmomenten in 2026 naar 62 miljoen in 2035 en 64 miljoen in 2045. Hierbij hebben we geen rekening gehouden met de complexiteit van het contact en met factoren die de zorgvraag per oudere vergroten. Hierbij valt te denken aan verdere technologische vooruitgang, waardoor toekomstige ouderen minder vaak een volledig kunstgebit zullen hebben. Maar ook leefstijlfactoren spelen een rol bij een toenemende vraag. Zo waarschuwt de KNMT dat gebitsslijtage (tanderosie) vaker voor kan komen door consumptie van frisdranken en vruchtensappen.
Tegenover de toename van de zorgvraag staat de komende jaren een uitstroom van tandartsen: hoewel enige productiviteitswinst is behaald door schaalvergroting en betere samenwerking met mondhygienisten en preventieassistenten is een stijging van het aantal opleidingsplaatsen een belangrijke factor in het vergroten van het zorgaanbod.
Een uitbreiding van de numerus fixus sluit ook aan bij de wensen van studenten, want de animo voor deze studie is groot. Zo was voor het studiejaar 2025/2026 de kans op inloting bij het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) kleiner dan 10 procent. Het beeld is dus geheel anders dan bij de beroepsgroep artsen, waarvoor het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) zeer grote knelpunten verwacht. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft besloten het aantal studieplaatsen tandheelkunde stapsgewijs uit te breiden naar 290 in 2027. Uit het Capaciteitsplan 2027-2030 komt naar voren dat de jaarlijkse instroom van tandartsen verder moet worden verhoogd naar 386, waarmee er in 2043 een balans is tussen vraag en aanbod. Een ander aandachtspunt is dat Nederland voor voldoende aanbod van mondzorg afhankelijk blijft van tandartsen met een buitenlands diploma, wat voor de langere termijn een onzeker perspectief biedt voor de patiënt vanwege de kans dat de tandarts in kwestie terug gaat naar het moederland.
Het aantal tandartsen varieert sterk per regio. Een relatief groot aantal vestigt zich in of nabij de steden waar zij hebben gestudeerd, te weten Amsterdam, Nijmegen en de stad Groningen. Dit terwijl de vergrijzing het sterkst is aan de ‘randen’ van het land, zoals in Noordoost-Groningen, Limburg en Zeeland. Dit zijn de gebieden waar nu al het aantal inwoners

per tandartspraktijk bovengemiddeld groot is (figuur 4). Zo blijkt uit CBS-cijfers dat in de regio Delfzijl een gemiddelde tandartspraktijk 2986 inwoners bedient; dat is ruim drie keer zoveel als in Groot Amsterdam met 856 patiënten per praktijk.
Gerodontologie: expertise en kennisdeling
De toenemende vergrijzing brengt ook veranderende opgaven met zich mee in termen van kennis en de manier van werken bij tandartspraktijken. Mondzorgverleners vergroten hun expertise op het gebied van gerontologie op verschillende manieren. Zo is gerodontologie een van de twaalf erkende differentiaties binnen de tandheelkunde, al is het aantal afgestudeerden met deze erkenning met achttien nog beperkt. Wel kent Nederland sinds veertig jaar de Nederlandse Vereniging voor Gerodontologie (NVGd). Deze wetenschappelijke vereniging voor beroepsbeoefenaren zoals tandartsen, mondhygiënisten, tandprothetici, artsen en specialisten ouderengeneeskunde heeft ruim 300 leden.
Daarnaast geeft de brancheorganisatie KNMT aandacht aan kennisdeling met de in 2021 geïntroduceerde Praktijkwijzer ‘Mondzorg aan ouderen’ voor tandartsen, mondhygiënisten en tandprothetici. Deze wijzer is volgens de KNMT in 2025 meer dan 500 keer gedownload en bevat aanbevelingen en adviezen voor de zorg aan ouderen. Daarbij gaat het om de organisatie van de zorg, de vaardigheden en
Dubbele vergrijzing vergroot de vraag naar mondzorg
Figuur 4: Het aantal inwoners per tandartspraktijk verschilt sterk per regio (Bron: CBS, bewerking RaboResearch 2026)
expertise van mondzorgverleners en de inrichting en toegankelijkheid van de praktijk. Belangrijke tips zijn de bekostiging en het in beeld houden van de doelgroep ouderen. Voor de bekostiging zijn er verschillende opties: kwetsbare ouderen kunnen onder bepaalde voorwaarden vanuit de basisverzekering aanspraak maken op vergoeding van het U10-tarief (voor moeilijk behandelbare patiënten). Ook de in 2025 ingevoerde betaaltitel voor het behandelen van patiënten aan huis kan hierbij helpen.
Voor het in beeld houden van de doelgroep is het belangrijk om het patiëntenbestand te controleren op de opkomst van oudere patiënten en om te voorkomen dat patiënten hun afspraak vergeten, bijvoorbeeld door het sturen van een herinnering. Als een oudere patiënt (herhaaldelijk) niet verschijnt op een gemaakte afspraak kan het wenselijk zijn om contact op te nemen met de mantelzorger of de huisarts. Hiervoor is het van belang om in een eerder stadium in overleg met de patiënt én met diens toestemming (informed consent) de contactgegevens van de huisarts en eventuele andere zorgverleners vast te leggen.
Marleen Jansen, sectormanager Gezondheidszorg Rabobank, Leontine Treur, senior-econoom RaboResearch, Florine Zendijk, econoom RaboResearch

Als mondhygiënist is je doel duidelijk: je wilt een stabiele, infectievrije omgeving na parodontale behandeling. Maar de praktijk laat vaak een frustrerend patroon zien: restpockets die blijven terugkomen en herhaalde traumatisering van het weefsel.
DE UITDAGING: HARDNEKKIGE POCKETS
Conventionele subgingivale instrumentatie (SRP) alleen schiet vaak tekort bij diepe pockets. Onderzoek toont aan dat: 71,2% van de diepe pockets (≥7 mm) blijft residueel na initiële subgingivale behandeling Herhaalde instrumentatie leidt tot tandvleesrecessie.
DAT DE HELFT VAN JE
MEER HEEFT NA DE INITIËLE THERAPIE?
CLEAN: PERISOLV®
PERISOLV gel lost granulatie weefsel op en verstoort de biofilmmatrix. Dat doet het gericht, zonder gezond bindweefsel aan te tasten. Herhaalde reinigingscycli zijn daardoor mogelijk zonder risico op extra recessie.
SEAL: hyaDENT BG

Na reiniging beschermt hyaDENT BG, een uniek gecrosslinkt hyaluronzuurgel, de pocket tegen herbesmetting en stimuleert het zowel zachte weefselgehechtheid als harde weefselremineralisatie gedurende meerdere weken.

DE OPLOSSING: CLEAN &SEAL®
Door het CLEAN&SEAL® protocol al bij initiële subgingivale instrumentatie toe te passen, verandert het behandeltraject fundamenteel (Ramanauskaite et al. 2024): 42% van de patiënten heeft geen aanvullende (chirurgische) behandeling meer nodig, zij gaan direct door naar de onderhoudsfase (SPC)
Minder rest pockets, ook bij patiënten die wel aanvullende behandelingen krijgen
Minder stoeltijd en lagere kosten voor de patiënt
CLEAN &SEAL® toepassen bij de initiële subgingivale reiniging is niet alleen beter voor genezing, het is slimmere praktijkvoering. De patiënt wordt onnodige chirurgie bespaard en de praktijk uren herhaalde instrumentatie. De leercurve is bovendien minimaal: de gels worden eenvoudig toegevoegd aan de huidige instrumentatie (curettes/ultrasoon).
parodontitis

Wetenschappelijke artikelen: regedent.com/science-clean-and-seal Neem contact op voor een klinische trial

Wim van Ouwerkerk, voorzitter Nederlandse
Vereniging voor
Gerodontologie (NVGd)
Van alle vakgroepen in de bijzondere tandheelkunde lijkt de gerodontologie de minst aansprekende. Niets is minder waar want in de gerodontologie komt eigenlijk alles samen. Gehandicaptenzorg als het gaat om de Parkinsonpatiënt, angstbegeleiding bij mensen met de ziekte van Alzheimer en niet te vergeten de moeilijke prothesepatient (Maxillo Faciale Prothetiek). Inmiddels heeft 11% van alle mensen die in een verpleeghuis belanden één of meerdere implantaten. Voeg daarbij de polyfarmacie en de diverse mogelijke comorbiditeiten en het is duidelijk dat een gepassioneerde behandelaar in de gerodontologie van heel veel markten thuis moet zijn. In modern Nederlands heet dat: een uitdaging! Daarom is het lidmaatschap van de Nederlandse Vereniging voor Gerodontologie (NVGd) een logische keuze als steun en toeverlaat in moeilijke kwesties. Zo verscheen onlangs in het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde “de leidraad mondzorg bij zorgafhankelijke kwetsbare ouderen in een WLZ-instelling” waarbij 18 uitgangspunten zijn geformuleerd op basis waar-
van het verantwoord is om in woon-zorgcentrum doelmatige mondzorg te verlenen. Deze leidraad als consensus statement is natuurlijk een prachtig voortvloeisel van alle expertise die binnen de vereniging bestaat, maar is wel louter gericht op de mondzorg in de laatste fase van een mensenleven. Vraag aan een willekeurige Nederlander of hij/zij ooit in een verpleeghuis wil verblijven, zal het antwoord voor bijna 100% ‘nee’ zijn. De meeste mensen willen, logischerwijze, zo lang mogelijk thuis blijven wonen. De overheid heeft daarop geanticipeerd. Behalve als bezuinigingsmaatregel bij het sluiten van verzorgingshuizen, werden ook mogelijkheden geschapen om thuiszorg in te kopen, werden gemeentes verantwoordelijk voor de wet maatschappelijke ondersteuning waarbij de gedachte was dat gemeenten beter in staat zouden zijn op lokaal niveau de beste mogelijkheden te bieden. Maar er is meer: de mondzorg wordt daarbij nogal eens vergeten en dan komt de verantwoordelijkheid van de huispraktijk nadrukkelijk naar voren. Immers, mensen komen jarenlang trouw naar de huispraktijk, daar kent men de patiënt en zijn ziektegeschiedenis. Als dan blijkt dat een patiënt het laat afweten en om onbekende redenen een jaar de praktijk niet meer bezocht heeft, moet het feitelijk de taak van de huispraktijk zijn om naar het waarom te vragen. Hoe moeilijk kan het zijn om via de gebruikte software die mensen te selecteren die al een jaar of langer niet meer voor een periodiek onderzoek zijn geweest. Een telefoontje is zo gepleegd. Nog mooier is het om de patiënt te vereren met een huisbezoekje. Het geeft de mondzorgverlener een schat aan inzichten, en de patiënt het vertrouwen dat de relatie zorgverlener-patiënt nog steeds bestaat.
Gerodontologie is niet alleen het onderdeel van de tandheelkunde dat wordt beoefend in verpleeghuizen, maar begint al in de algemene huispraktijk. Een vooruitziende blik is bij het maken van behandelplannen bij de ouder wordende patiënt (ook al is deze op dat moment nog redelijk gezond) belangrijk om bepaalde constructies niet onnodig ingewikkeld te maken. Kortom, gerodontologie is van alle dag.
Voor kwetsbare ouderen is goede mondzorg niet vanzelfsprekend. Dementie, lichamelijke achteruitgang of complexe medische problematiek maken een bezoek aan de tandartspraktijk vaak lastig. Mondhygiënist-Geriatrie Maaike van Helvoirt-Bisschop zet zich dagelijks in voor deze groep cliënten. Ze werkt ambulant in zorginstellingen én in de algemene praktijk, en vertelt waarom juist de combinatie van preventie, persoonlijk contact en multidisciplinaire samenwerking haar vak zo bijzonder maakt.
Voor Maaike begon de interesse in de mondzorg al op jonge leeftijd. “Ik wilde eigenlijk altijd tandarts worden,” vertelt ze. “Ik ben begonnen als tandartsassistent, daarna de opleiding mondzorgkunde gaan doen en had het idee om vervolgens tandheelkunde te studeren. Maar tijdens de opleiding merkte ik dat het vak mondhygiënist veel beter bij mij paste.”
Juist het preventieve karakter van het vak sprak haar aan. “Als mondhygiënist begeleid je mensen langdurig. Je ziet iemand meerdere keren per jaar, bouwt een band op en bent betrokken bij het hele traject rondom mondgezondheid. Dat vind ik mooi. Niet alleen behandelen als er al problemen zijn, maar juist proberen problemen te voorkomen.” Volgens Maaike vraagt dat om meer dan alleen vak-
inhoudelijke kennis. “Je moet mensen kunnen meenemen in gedragsverandering. Niet iedereen overtuig je op dezelfde manier. Dat sociale en communicatieve aspect vind ik interessant.”
Inmiddels werkt Maaike al ruim vijftien jaar binnen de mondzorg. Nog altijd kiest ze bewust voor langdurige samenwerkingen binnen dezelfde praktijken. “Ik vind het belangrijk om echt een band op te bouwen met patiënten, cliënten en collega’s.”
Die verbinding gaat volgens haar verder dan alleen
mondzorg. “Je leert mensen echt kennen. Je hoort verhalen over kinderen, kleinkinderen en hoe het thuis gaat. Achter ieder gebit zit een mens.”
Dat is volgens haar ook een verschil met veel reguliere tandheelkundige behandelingen. “Als mondhygiënist heb je vaak langere afspraken en meer ruimte voor gesprek. Dat geeft je de kans om mensen beter te begrijpen en behandelingen daarop aan te passen.”
In de algemene praktijk merkt ze bovendien dat die langdurige relatie helpt bij preventie. “Wanneer iemand jou vertrouwt, staan mensen vaak meer open voor adviezen of veranderingen in hun mondverzorging.”
Mondzorgkunde: intensief en praktijkgericht
Maaike volgde de opleiding Mondzorgkunde in Nijmegen. Ze omschrijft die periode als intensief. “Het waren lange dagen, veel theorie en veel oefenen in de kliniek. Je moest echt aanpoten.”
Vooral de combinatie van theorie en praktijk is haar bijgebleven. “Je leert niet alleen technische vaardigheden, maar ook hoe je patiënten begeleidt en behandelt.”
In het laatste deel van de opleiding kon ze zich verdiepen in specifieke doelgroepen, waaronder ouderen en mensen met een beperking. Tijdens haar stage in de ouderenzorg viel alles op zijn plek. “Daar ontdekte ik dat dit werk echt bij mij past.” Een onderdeel dat haar goed is bijgebleven, was de samenwerking met verpleegkundestudenten. “Wij leerden hen over mondzorg en poetsinstructies. Zij leerden ons juist hoe je mensen helpt verplaatsen of ondersteunt bij lichamelijke beperkingen. Dat soort kennis is in de geriatrie heel waardevol.”
Ook een stage in Zweden gaf haar een andere kijk op ouderenzorg. “Daar was geriatrie veel zichtbaarder binnen de opleiding. Mondzorgprofessionals gingen met mobiele koffers het verzorgingshuis in en stages binnen de ouderenzorg waren vanzelfsprekend onderdeel van het curriculum.”
Na haar afstuderen werkte Maaike eerst enkele jaren in de algemene praktijk. “Ik wilde ervaring opdoen voordat ik de geriatrie in ging.” Die eerste jaren waren leerzaam. “Als starter wil je graag behandelen

volgens de protocollen zoals je die op school hebt geleerd. Maar patiënten zijn vaak gewend aan een andere werkwijze. Dan moet je zoeken naar een balans tussen wat jij wil bereiken en wat voor een patiënt haalbaar is.”
Toen ze later in de geriatrie ging werken, voelde ze zich zekerder. “Je hebt dan al meer ervaring en werkt vaak samen met collega’s die dezelfde situaties herkennen. Daardoor kun je makkelijker overleggen en van elkaar leren.”
In 2014 startte Maaike bij MondzorgPlus, een organisatie die mondzorg biedt aan zorgafhankelijke cliënten. Daar werkt ze nog steeds.

Als ambulant mondhygiënist werkt Maaike op locatie in zorginstellingen. Vaak behandelt ze cliënten op een plek waar zij zich prettig en vertrouwd voelen. “Dat werkt rustiger,” legt ze uit. “Voor mensen met dementie is herkenbaarheid belangrijk. In een vertrouwde setting voelen zij zich vaak veiliger en meer op hun gemak, waardoor de behandeling beter aansluit bij hun behoeften. In de eigen omgeving herkennen mensen hun spullen en voelen ze zich veiliger.”
Een werkdag begint meestal met overleg met de zorg. “Je bespreekt bijzonderheden, kijkt in dossiers en stemt af wat er speelt. Daarna begin je met behandelen.”
In het hele traject van behandelingen werkt ze nauw samen met de tandarts. “De tandarts maakt het mondzorgplan en ik voer dat uit. Als ik tijdens een
behandeling iets signaleer, zoals een caviteit, drukplek of schimmelinfectie, overleg ik hoe we dat verder oppakken.”
Veel cliënten van Maaike hebben dementie. Dat vraagt om een andere benadering dan in de algemene praktijk met reguliere patiënten. “Sommige mensen begrijpen niet meer wie je bent of waarom je iets in hun mond wilt doen. Dan moet je op een andere manier contact maken.”
Daarbij speelt non-verbale communicatie een grote rol. “Ik kijk continu naar mimiek, ademhaling en lichaamstaal. Hoe reageert iemand? Wanneer moet je even stoppen? Wanneer kun je verder?” Soms helpen kleine prikkels om herkenning op te roepen. “Ik laat bijvoorbeeld eerst een tandenborstel zien of doe een beetje tandpasta op de lippen zodat de smaak herinneringen oproept. Bij sommige cliënten werkt bekende muziek of een bepaald voorwerp uit huis rustgevend.”
Volgens Maaike draait het vooral om afstemmen op de persoon tegenover je. “Je moet accepteren dat niet iedere behandeling verloopt zoals je vooraf had bedacht. Soms kan een behandeling ook niet doorgaan. Maar je hebt altijd de drive om voor het hoogst haalbare te gaan, zonder iemand zijn grenzen daarbij uit het oog te verliezen.”
praktijk
Binnen de geriatrie draait het niet altijd om het meest perfecte behandelresultaat. “Je kijkt veel breder,” zegt Maaike. “Wat kan iemand lichamelijk nog aan? Hoe belastend is een behandeling? Wat past bij iemands levensfase?” Dat vraagt soms om andere keuzes. “Bij een jongere patiënt kies je misschien sneller voor een uitgebreid behandeltraject. Bij kwetsbare ouderen weeg je continu af wat nog haalbaar en zinvol is.”
Ook medische factoren spelen een grotere rol. “Veel ouderen gebruiken meerdere medicijnen, hebben slikproblemen of andere aandoeningen die invloed hebben op de mondgezondheid.” Volgens Maaike vraagt dat om maatwerk. “Soms pas je de behandel-

stoel aan omdat iemand niet goed plat kan liggen. Soms plan je kortere afspraken of neem je meer rustmomenten tussendoor.”
Mondzorg als onderdeel van totale gezondheid
Binnen de geriatrie ziet Maaike steeds duidelijker hoe belangrijk mondzorg is binnen de algemene gezondheid. “We signaleren regelmatig problemen die verder gaan dan de mond,” vertelt ze. “Bijvoorbeeld gewichtsverlies, slikproblemen of veranderingen in gedrag.” Daarom zoekt ze actief samenwerking met andere zorgverleners. “Soms neem ik contact op met een huisarts, logopedist of diëtist. Bijvoorbeeld wanneer iemand zich vaak verslikt of niet goed meer eet.” Ook in de algemene praktijk probeert ze signalen van kwetsbaarheid eerder te herkennen. “Je kijkt niet alleen naar het gebit, maar ook naar mobiliteit, geheugen, voeding en het sociale netwerk van iemand.” Volgens Maaike kan de mondzorgprofessional daarin een belangrijke rol spelen. “Wij zien cliënten vaak regelmatig, ook wanneer ze verder weinig contact hebben met zorgverleners. Daardoor kun je veranderingen soms vroeg opmerken.”
Maaike behoort tot een kleine groep professionals in Nederland met de titel Mondhygiënist-Geriatrie. Om die titel te behalen volgde ze een uitgebreid
portfoliotraject. “Ik heb casussen beschreven, literatuuronderzoek gedaan en veel gereflecteerd op mijn eigen handelen,” vertelt ze. “Dat traject gaf verdieping in samenwerking, zorgplanning en complexe casuïstiek.”
Het traject duurde meerdere jaren en vroeg veel zelfreflectie. “Je kijkt kritisch naar je eigen handelen en leert verder kijken dan alleen het mondhygiënische deel van de behandeling.” De meerwaarde zit vooral in die bredere blik, aldus Maaike. “Je leert verbanden leggen tussen mondgezondheid, algemene gezondheid en kwaliteit van leven.”
Volgens Maaike wordt geriatrische mondzorg de komende jaren steeds belangrijker. “Mensen worden ouder en behouden langer hun eigen tanden. Tegelijkertijd wonen ouderen langer thuis en komen ze vaak pas laat in beeld.” Daardoor ziet ze mensen met steeds complexere problematiek. “Mondzorg raakt dan soms op de achtergrond, terwijl het juist invloed heeft op eten, spreken, comfort en gezondheid.”
Voor collega’s die nieuwsgierig zijn naar de ouderenzorg heeft ze een duidelijke boodschap: “Loop eens mee in een zorginstelling of volg een scholing over geriatrie. Het is een vakgebied waarin je echt iets kunt betekenen.”
En het belangrijkste? “Durf anders te kijken naar succes. Soms zit de grootste winst niet in een perfecte behandeling, maar in het vertrouwen dat je hebt opgebouwd.”
LEIDRAAD
De Praktische leidraad voor interprofessionele mondzorg bij kwetsbare thuiswonende ouderen is recent gepubliceerd. Deze leidraad biedt handvatten voor zorgprofessionals die betrokken zijn bij de zorg voor kwetsbare ouderen en onderstreept het belang van goede interprofessionele samenwerking binnen de mondzorg. In dit artikel wordt toegelicht voor welke doelgroep deze interprofessionele mondzorg van grote waarde kan zijn en op welke manier de Praktische leidraad ondersteuning biedt bij het verlenen van interprofessionele (mond)zorg. Claar van der Maarel-Wierink
Medische anamnese: Een mevrouw van 97 jaar is volledig zorgafhankelijk, maar woont thuis. Zij wordt ondersteund door een betrokken thuiszorgorganisatie. Sarcopenie lijkt de belangrijkste diagnose. Mevrouw is echter onlangs nog door een ambulance opgehaald en naar het ziekenhuis gebracht omdat zij onwel werd. Er zijn toen echter geen bijzonderheden geconstateerd. Zij gebruikt de volgende medicatie: acetylsalicylzuur, pantoprazol, citalopram en enalapril.
Sarcopenie wordt in de literatuur gedefinieerd als een multifactorieel spierdegeneratieproces, gekenmerkt door: afname van spiermassa (kwantitatief
verlies van contractiel weefsel), afname van spierkracht (meestal het meest sensitieve en klinisch relevante criterium) en afname van fysieke prestaties (bijv. loopsnelheid, balans, functionele capaciteit). Van de loopsnelheid kan je zelf een indruk krijgen wanneer iemand nog bij je in de praktijk komt en je de persoon uit de wachtkamer haalt. Factoren die in het ontstaan van sarcopenie een rol kunnen spelen zijn neuromusculaire veroudering, hormonale veranderingen, chronische laaggradige inflammatie, verminderde fysieke activiteit, ondervoeding en comorbiditeit. Hoe de sarcopenie bij deze 97-jarige mevrouw is ontstaan is moeilijk te achterhalen. Vaker hoor ik bij patiënten dat na een val hun fysieke activiteit sterk is afgenomen. Zo heeft dat denk ik bij deze geriatrische dame ook tot progres-
sieve spierdegeneratie geleid, waardoor uiteindelijk volledige zorgafhankelijkheid is ontstaan. Dankzij ondersteuning van de (private) thuiszorgorganisatie kan zij thuis blijven wonen. ’s Nachts blijft er ook iemand bij mevrouw.
Met deze informatie kan al een Medisch Tandheelkundige Interactie worden geformuleerd. Acetylsalicylzuur (80 mg) brengt een licht verhoogde bloedingsneiging bij invasieve tandheelkundige behandelingen, zoals extracties. Citalopram (een antidepressivum, specifieker een selectief serotonineheropnameremmer, SSRI) kan als bijwerking een droge mond veroorzaken (volgens het farmacotherapeutisch kompas ‘zeer vaak’, >10%), wat het cariësrisico verhoogt. Enalapril (een ACE-remmer) kan ook een droge mond als bijwerking hebben, maar minder sterk dan de citalopram. Mevrouw heeft zelf geen kracht om haar tanden te poetsen ten gevolge van de sarcopenie. Voor haar mondgezondheid is zij dus afhankelijk van de poetsvaardigheden van de thuiszorgmedewerkers.
Tandheelkundige anamnese: Mevrouw ervaart geen klachten in de mond. De thuiszorg poetst mevrouw haar tanden dagelijks met een elektrische tandenborstel en reguliere fluoride tandpasta.
Mondzorg voor kwetsbare ouderen thuis
Voor het ziekenhuisbezoek moest mevrouw door de brandweer uit het raam getakeld worden. Een bezoek aan een mondzorgpraktijk zit er dus niet in. Deze mevrouw vormt helaas geen uitzondering. Er verblijven steeds meer ouderen die zorgafhankelijk zijn thuis en deze ouderen vallen onder de verantwoordelijkheid van de tandarts-algemeen practicus. Als wij als tandarts jaren voor iemands gebit hebben mogen zorgen, dan is het onze verantwoordelijkheid om ook zorg te blijven dragen tijdens het laatste stukje van het leven van die betreffende patiënt. Vanaf september 2025 is ‘Mondzorg voor kwetsbare ouderen thuis’ daarom een vast onderdeel van het Tandheelkunde-Curriculum van ACTA. Elk jaar bezoeken zo’n 70 koppels van master-2 studenten een kwetsbare oudere aan huis voor het verlenen van preventieve

mondzorg. Dat maakte dat deze mevrouw ook door een koppel van master-2 studenten werd bezocht. De gedachte is dat als je eenmaal ervaren hebt dat je aan huis best preventieve mondzorg kunt verlenen en dat dat ook heel erg gewaardeerd wordt, dat je dat later ook sneller zal doen voor die kwetsbare oudere patient, die echt niet meer in jouw praktijk kan komen.
In deze casus is samenwerking tussen de mondzorgverleners, hier ACTA-studenten en het thuiszorgteam van groot belang. Immers, het elektrisch poetsen mag intensiever, namelijk twee keer per dag. Daar-


voor

Partner:


Herkennen, begrijpen en behandelen van angstige patiënten
27 november 2026 | Prodentfabriek te Amersfoort

Angst voor de tandarts of mondhygiënist komt vaker voor dan we soms denken en heeft grote invloed op de behandelbaarheid van de patiënt. Voor veel mensen is angst de reden om niet, of met heel veel stress naar de tandarts of mondhygiënist te gaan.
Tijdens het congres Angst onder controle komen de achtergronden van angst aan bod en wat je er als mondzorgprofessional aan kunt doen.
Sprekers & onderwerpen








Dagvoorzitter: Dyonne Broers

Meer dan bang voor de boor: wat angstige patiënten écht nodig hebben
Caroline Pieterse - Tandarts angstbegeleiding
Het angstvrije kind in de stoel: van eerste indruk tot succesvolle behandeling
Bernadet Spaan - Tandarts pedodontoloog & voorzitter Cobijt
Flauwvallen, Fysiologie en Fobie: Praktische handvatten voor BLIF-patiënten
Caroline Pieterse - Tandarts angstbegeleiding
Lokale anesthesie in de tandheelkunde: basis, feiten en actuele inzichten
Dr. Jean-Pierre Ho - MKA-chururg
Sedatie in de tandartspraktijk: van indicatie tot veilige toepassing
Dr. Jean-Pierre Ho - MKA-chirurg
Lachgas: rust voor de patiënt, rust voor de behandelaar
Dr. Dyonne Broers - Regiomanager ouderenzorg
Hypnose in de mondzorg
Tooke Lardenoy-Kleindop - Anesthesiemedewerker & hypnose therapeut






naast is tenminste één keer per dag rageren van belang en kan het voorschrijven van 5.000 ppm fluoride tandpasta helpen om (wortel)cariës te voorkomen. Een instructie hoe deze dagelijkse mondverzorging het beste kan worden uitgevoerd, wordt bij voorkeur gefilmd (en gedeeld via de (gratis) app Doctolib Connect), zodat alle leden van het thuiszorgteam daar kennis van kunnen nemen. Daarnaast kan instructie gegeven worden hoe de speekselproductie gestimuleerd kan worden, zoals het aanbieden van een suikervrij snoepje of een plakje komkommer.
Bij de huisbezoeken komt ook casuïstiek aan bod, waarbij meer zorgdisciplines betrokken zijn en voor wie het nodig is een integraal zorgplan te schrijven. Patiënten met de ziekte van Parkinson zijn een voorbeeld van een patiëntengroep, die vaak baat hebben bij deze interprofessionele zorg. Andere disciplines die betrokken zijn bij het opstellen van een integraal zorgplan zijn bijvoorbeeld de diëtist, logopedist, oefentherapeut en Parkinson verpleegkundige. Waar eerder de mondzorgverlener in deze multidisciplinaire overleggen (MDO’s) vaak ontbrak, is het belangrijk om hier ook als mondzorgverlener aan bij te dragen. In de procesevaluatie van het implementatieprogramma De Mond Niet Vergeten! bleek al dat bewustwording van het belang van een gezonde mond bij kwetsbare ouderen toenam bij de andere disciplines én bij de ouderen zelf, door de interprofessionele samenwerking in de regio (van Ho et al, 2021). En dat is van belang omdat die andere zorgverleners de kwetsbare ouderen vaker zien op het moment dat zorgafhankelijkheid ontstaat. Zij hebben dus een belangrijke rol in het signaleren van risico’s voor en problemen in de mondgezondheid.
Praktische leidraad interprofessionele (mond)zorg
De Praktische leidraad voor interprofessionele mondzorg bij kwetsbare thuiswonende ouderen is ontwikkeld in samenwerking met 5 interprofessionele zorgnetwerken, gelegen in Amersfoort, Amstelland, Lelystad, Maarn en Gieten. Deze vorm van onderzoek wordt Ontwerponderzoek genoemd. Op basis van de input uit focusgroepen met de verschillende zorgdisciplines en literatuuronderzoek werd eerst een concept Praktische Leidraad ontwikkeld. Dit concept is geïmplementeerd en in verschillende
fases van evaluatie en aanpassing doorontwikkeld tot een practice based Praktische Leidraad. Deze kan je raadplegen via de Orange Force website, onder publicaties.
In de Praktische Leidraad staat beschreven welke rol de verschillende disciplines kunnen spelen in de interprofessionele mondzorg bij kwetsbare thuiswonende ouderen. Voor de mondzorgverlener wordt geadviseerd om:
1. Altijd een nieuwe afspraak te maken met een oudere en mocht deze niet worden nagekomen, direct actie te ondernemen (Verlies de oudere niet uit het oog!)
2. De KIMO-richtlijnen en Praktijkwijzer (KNMT) in de praktijk te implementeren
3. Met zorgverleners van andere disciplines te communiceren via de Doctolib Connect app. Een laagdrempelig contact voor vragen wordt bijzonder gewaardeerd!
4. Duidelijke verwijslijnen in kaart te brengen. Zo mogen wij als mondzorgverleners ook alert zijn op signalen van ondervoeding of slikproblemen en onze patiënten attent maken op de mogelijkheid van een consult bij deze zorgverleners, zonder dat daar een verwijsbrief voor nodig is.
5. Tot slot zou 2 of 3x per jaar deelname aan een Multidisciplinair Overleg (MDO) in de eigen regio een prachtige manier zijn om deel uit te gaan maken van een regionaal interprofessioneel zorgnetwerk. Voorbeelden voor aanbevelingen voor andere disciplines zijn: zet mondzorg bij MDO’s op de agenda, geef als apotheker informatie over het risico op een droge mond als bijwerking van medicatie, let ook op deze bijwerking bij een medicatie beoordeling en heb als wijkverpleegkundige aandacht voor de mondgezondheid bij de intake.
Daarnaast bevat de Praktische Leidraad instrumenten om de implementatie in de dagelijkse praktijk te vergemakkelijken. Voor de huisartsenpraktijk is de SHORT-tool ontwikkeld. Een verzoek dat voortkwam uit het focusgroepgesprek met huisartsen. Zij gaven aan best aandacht aan mondgezondheid te willen besteden, maar daar zeer beperkt tijd voor te hebben. Er zouden maximaal drie vragen gesteld kunnen worden, bij voorkeur vooraf aan het consult door de assistent, zodat de huisarts direct zicht heeft op de antwoorden bij aanvang van het consult. De wetenschappelijke ontwikkeling van de tool werd gedaan door promovendus Mees de Jong en vond plaats via
Driven by science. Designed for harmony.
Slanke, concave emergentieprofielen
Voor een gestroomlijnd prothetisch CC portfolio. Geschikt voor diepe implantaatplaatsing.
Geanodiseerd & voorbehandeld oppervlak
Tijdwinst in het labo Zandstralen niet langer nodig Verbeterde esthetiek
Voorlopige & definitieve abutments
Nieuw ontwerp nobelbiocare.com/ cc-prosthetics

een selectie van items in een literatuuronderzoek, een Delphi-panel, een forward-backward translation methode en een validatieonderzoek in verschillende huisartspraktijken.
Interprofessionele
ParkinsonNet is een prachtig voorbeeld van een interprofessioneel zorgnetwerk. ParkinsonNet is een gestructureerd netwerk van gespecialiseerde zorgprofessionals (o.a. neurologen, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, logopedisten, tandartsen, diëtisten, verpleegkundigen) die aanvullende scholing hebben gevolgd in parkinsonspecifieke zorg. Het netwerk is ontstaan vanuit het Radboudumc. Kernprincipes van het netwerk zijn:
1. Expertiseconcentratie. Zorgverleners worden specifiek geschoold in de complexe motorische en nietmotorische problematiek van Parkinson. Hierdoor neemt de kwaliteit en doelmatigheid van zorg aantoonbaar toe.
2. Regionale netwerkvorming. Professionals zijn georganiseerd in regioteams, waardoor verwijzing, afstemming en gezamenlijke besluitvorming worden vergemakkelijkt.
3. Transparantie en kwaliteitsmonitoring. ParkinsonNet werkt met kwaliteitsindicatoren, registraties en feedbackmechanismen om continue verbetering te stimuleren.
4. Interprofessionele samenwerking. Het netwerk bevordert intensieve samenwerking tussen disciplines, inclusief casusbesprekingen, gezamenlijke scholing en uniforme richtlijnen.
Inmiddels kan het netwerk haar successen aantonen in zorguitkomsten. In een onderzoek aan het Radboud (Talebi et al, 2022) werden 51.464 Parkinsonpatiënten geïncludeerd. Uit dit onderzoek bleek dat mensen die specialistische behandeling door ParkinsonNet-fysio- en oefentherapeuten krijgen, een kwart minder botbreuken hebben dan patiënten die reguliere behandeling ontvangen. Logopedie door specifiek opgeleide zorgverleners verminderde longontstekingen zelfs met 30%, terwijl gespecialiseerde ergotherapie het optreden van complicaties met zo’n 10% verlaagde.
ParkinsonNet richt zich natuurlijk op een specifieke doelgroep. Zouden wij ook een zorgnetwerk rondom interprofessionele (mond)zorg voor kwetsbare
thuiswonende ouderen kunnen starten? Een dergelijk ouderenzorgnetwerk voor interprofessionele (mond) zorg leidt tot kwaliteitsverbetering in de zorg voor kwetsbare ouderen en betere zichtbaarheid en daardoor toegankelijkheid van de professionals die bij dit netwerk zijn aangesloten. De interprofessionele contacten zorgen voor inspiratie en verdieping voor de zorgverleners zelf. Op die manier krijgt mondzorg een integrale rol in de Eerstelijns Zorg. Als wij een interprofessioneel (mond)zorgnetwerk kunnen starten, sluit jij je dan aan?
Claar van der Maarel-Wierink, tandarts-geriatrie. Universitair Hoofddocent (UHD) sectie Orale Geneeskunde, ACTA, Amsterdam. Praktijkeigenaar MondVitaal, mondzorgpraktijk gespecialiseerd in zorg voor ouderen, Amstelveen.
• van der Maarel-Wierink CD, de Jong MHS, Bots-van ’t Spijker PC, Jerkovic K, Kok S, Hollaar V, Weening-Verbree L, Kragt L, van der Veen M. Praktische Leidraad voor interprofessionele mondzorg bij kwetsbare thuiswonende ouderen. Orange Force, mei 2026.
• ORANGE-FORCE, kort voor ‘Oral And General health For older people’s Care’, is het ‘kick-start’ project binnen ORANGEHealth, dat is opgericht door zeven Nederlandse onderwijsinstellingen voor mondzorg en tandheelkunde en brengt meerdere (mond) zorgprofessionals, bedrijven, innovators, overheden, industrie en patiëntenverenigingen samen om geïntegreerde monitoring, behandeling en preventie van monden systeemziekten bij (kwetsbare) ouderen te verbeteren
• Ho BV, van der Maarel-Wierink CD, Rollman A, Weijenberg RAF, Lobbezoo F. ‘Don’t forget the mouth!’: a process evaluation of a public oral health project in community-dwelling frail older people. BMC Oral Health. 2021 Oct 18;21(1):536. doi: 10.1186/ s12903-021-01884-7.
INTERVIEW
Doorzettingsvermogen loopt als een rode draad door haar loopbaan. Na haar verhuizing van Bosnië en Herzegovina naar Nederland in 2013 volgden jaren van studeren, examens en onzekerheid voordat zij opnieuw als tandarts aan de slag kon. Uiteindelijk vond zij haar plek binnen de geriatrische mondzorg, waar techniek en menselijk contact hand in hand gaan. Vooral het werken met kwetsbare ouderen en patiënten met dementie geeft haar dagelijks voldoening. “Niet alleen de behandeling telt, maar vooral dat iemand zich gezien en gehoord voelt.”
Achtergrond
“Na mijn studie ben ik eerst als vrijwilliger aan de slag gegaan. In die periode heb ik veel geleerd over het werken met verschillende doelgroepen en hoe belangrijk goede communicatie en geduld zijn in de zorg. Het vrijwilligerswerk heeft mij niet alleen ervaring gegeven, maar ook laten zien hoeveel voldoening het geeft om echt iets voor mensen te kunnen betekenen. Daarna heb ik enkele jaren gewerkt in een reguliere tandartspraktijk in Bosnië en Herzegovina. Daar heb ik brede ervaring opgedaan binnen de algemene tandheelkunde en geleerd om zelfstandig te werken, snel beslissingen te nemen en patiënten op hun gemak te stellen. In 2013 ben ik naar Nederland verhuisd. Dat was een grote stap, zowel privé als professioneel. Om hier als tandarts aan de slag te kunnen, moest ik mijn diploma laten waarderen en het volledige traject voor
buitenlandse tandartsen doorlopen om mijn BIGregistratie te behalen. Dat traject was veel intensiever en moeilijker dan ik van tevoren had verwacht. Naast het leren van de Nederlandse taal moest ik mij ook verdiepen in het Nederlandse zorgsysteem, de richtlijnen en de manier van communiceren met patiënten en collega’s.
Het heeft mij uiteindelijk vijf jaar gekost om alle examens, toetsen en taalvereisten succesvol af te ronden. Dat waren soms zware jaren, vol onzekerheid, stress en hard werken. Ik combineerde studeren met het opbouwen van een nieuw leven in Nederland, en er waren momenten waarop ik dacht dat ik het misschien niet zou halen. Toch heb ik nooit opgegeven.
Juist die periode heeft mij veel doorzettingsvermogen, discipline en zelfvertrouwen gegeven. Achteraf gezien heeft het mij niet alleen sterker gemaakt als tandarts, maar ook als persoon.
Na het behalen van mijn BIG-registratie in Neder-

land ben ik gaan werken in verschillende reguliere tandartspraktijken en met toeval in een mobiele mondzorgpraktijk voor ouderen in verpleeghuizen. In het begin was deze doelgroep voor mij nog vrij onbekend. Tijdens mijn opleiding had ik weinig ervaring opgedaan met kwetsbare ouderen en ik wist eigenlijk nog niet goed wat passende mondzorg voor deze patiënten precies inhield.
Naam: Jelena Ðurić Popržen
Geboortejaar: 1983
Studie: Tandheelkunde (2009) aan de Universiteit van Banja Luka in Bosnië en Herzegovina.
Na de studie: Vrijwilligerswerk, reguliere tandartspraktijk in Bosnië en Herzegovina en Nederland
Werkt nu bij: MondzorgPlus en Omnios
Functie: Tandarts geriatrie en sinds begin 2026 ook klinisch regiomanager. Al snel merkte ik echter dat dit werk mij veel meer voldoening gaf dan de reguliere praktijk. Na iedere werkdag ging ik naar huis met het gevoel dat ik echt iets betekenisvols had gedaan. Veel cliënten waren oprecht dankbaar en blij wanneer ik langskwam. Soms was een behandeling niet eens het belangrijkste, maar juist het persoonlijke contact, het geven van aandacht en het creëren van vertrouwen.





De mondzorg verandert. De zorgvraag van ouderen neemt toe en vraagt om specifieke kennis en vaardigheden. Tegelijk vormt een sterke basis in preventieve mondzorg de kern van iedere succesvolle behandeling.


Met onze opleidingen ontwikkel je jezelf stap voor stap: van een stevige basis in preventie tot specialistische zorg voor kwetsbare doelgroepen.
Bouw aan jouw toekomst in de mondzorg; van preventie tot specialistische zorg. Kies jouw volgende stap met één van onderstaande opleidingen en cursussen.

BASIS & VERDIEPING IN PREVENTIE
• Opleiding Preventieassistent (B)
• Opleiding Paro-preventieassistent (C)
• Cursus Airpolishing, een uitbreiding in de preventiebehandeling
• Cursus Subgingivale reiniging, techniek en inzicht
• Cursus Ultrasone gebitsreiniging en polijsten
SPECIALISATIE IN OUDERENZORG
• Cursus Ouderen en geriatrie
• Opleiding Ambulante mondzorgassistent; bijzondere doelgroep ScandeQR-code voormeerinf or m a ti e
Benjenieuwsgierignaaronsaanbod ofwiljejeaanmelden? Scan dan snel de QR-code
Dat maakte veel indruk op mij. Vooral het behandelen van cliënten met dementie vond ik bijzonder en tegelijkertijd uitdagend. Iedere cliënt reageert anders en juist dat vraagt veel geduld, creativiteit en inlevingsvermogen. Het gaf mij veel voldoening wanneer een cliënt die eerst angstig of onrustig was, uiteindelijk toch ontspannen in de stoel zat of een behandeling accepteerde.
Door deze ervaringen groeide mijn interesse in de ouderenmondzorg steeds verder en besloot ik minder in de reguliere praktijk te werken. Ik wilde mij echt verdiepen in deze doelgroep en meer leren over de complexe zorgvragen die hierbij komen kijken. Daarom ben ik gestart met de opleiding tot tandarts geriatrie bij BT-academy en SBT (Stichting Bijzondere Tandheelkunde) in Amsterdam. Tijdens deze opleiding heb ik enorm veel geleerd. Ik heb mij verder verdiept in de complexe mondzorg voor kwetsbare ouderen, zoals patiënten met dementie, Parkinson, CVA en andere lichamelijke of cognitieve aandoeningen. Daarnaast heb ik geleerd hoe belangrijk samenwerking is met andere zorgverleners, familieleden en verzorgenden om goede mondzorg mogelijk te maken.
Begin 2025 heb ik de opleiding tot tandarts geriatrie succesvol afgerond. Sindsdien werk ik volledig als tandarts geriatrie in verschillende verpleeghuizen. In dit werk heb ik echt mijn plek gevonden. Het geeft mij veel voldoening.
Momenteel ben ik werkzaam bij MondzorgPlus en Omnios. Beide mondzorgbedrijven zijn actief in de ambulante mondzorg. Ik werk daar als tandarts geriatrie en combineer dit sinds begin dit jaar met de rol van Klinisch regiomanager Noordwest bij MondzorgPlus. In deze functie draag ik actief bij aan de verbetering van de mondzorg in verpleeghuizen, ondersteun ik mijn collega’s in de praktijk en help ik mee aan de verdere ontwikkeling van passende zorg voor kwetsbare ouderen.”
Waarom wilde je tandarts worden?
“Mijn keuze voor het vak tandarts is eigenlijk al op jonge leeftijd ontstaan. Als kind kwam ik regelmatig bij de tandarts en ik was altijd ontzettend nieuwsgierig naar alles wat daar gebeurde. Vooral de materialen, instrumenten en de manier waarop een tandarts werkte, vond ik fascinerend. Waar andere
kinderen het spannend vonden om naar de tandarts te gaan, keek ik juist met veel interesse mee. Ik herinner me nog goed dat ik als klein meisje zag hoe klasgenootjes met kiespijn naar de tandarts gingen en daarna zonder pijn terugkwamen nadat ze een behandeling of vulling hadden gekregen. Dat maakte veel indruk op mij. Ik vond het bijzonder dat je iemand met relatief kleine handelingen zoveel kon helpen en direct verschil kon maken in hoe iemand zich voelde. Vanaf dat moment groeide mijn interesse in de tandheelkunde steeds verder en wist ik eigenlijk al vrij jong dat ik tandarts wilde worden. Natuurlijk begreep ik toen nog niet precies wat het beroep allemaal inhield, maar het idee om mensen te kunnen helpen en met mijn handen te werken sprak mij enorm aan.
Wat ooit begon als een kinderdroom is uiteindelijk werkelijkheid geworden. De weg ernaartoe was niet altijd makkelijk en heeft veel doorzettingsvermogen gevraagd. Toch heb ik die droom nooit losgelaten en ben ik stap voor stap blijven werken aan mijn doel om tandarts te worden.”
Waar haal je inspiratie vandaan in je vak?
“Mijn inspiratie haal ik vooral uit situaties waarin standaardprotocollen niet voldoende zijn en echt gekeken moet worden naar de mens achter de cliënt.
Binnen de geriatrische tandheelkunde spelen vaak meerdere factoren tegelijk mee, zoals medische aandoeningen, lichamelijke beperkingen en persoonlijke wensen. Daardoor is er meestal geen standaardoplossing.
Juist die complexiteit maakt het werk voor mij interessant. Ik vind het uitdagend om alle puzzelstukjes samen te brengen en zorg op maat te bieden die echt past bij de cliënt. Het geeft mij veel voldoening wanneer passende mondzorg bijdraagt aan iemands comfort, gezondheid en kwaliteit van leven.”
Wat is voor jou een geslaagde werkdag?
“Dat is de dag waarop de complexe puzzel van de geriatrische zorg volledig in elkaar valt. Dat begint bij het winnen van het vertrouwen van een cliënt met dementie bij wie een behandeling onmogelijk leek.

Werken met meer aandacht voor de cliënt
Wil jij écht het verschil maken voor kwetsbare mensen? Bij MondzorgPlus bied je passende mondzorg aan zorgafhankelijke ouderen en mensen met een beperking. Dat maakt het werk betekenisvol: je draagt bij aan gezondheid, comfort en waardigheid.
We zoeken kundige, betrokken professionals met affiniteit voor kwetsbare doelgroepen.
Als het lukt om door geduld en een goede analyse de juiste zorg op maat te bieden, en ik zie aan het eind van de dag die oprechte dankbaarheid en tevredenheid bij de cliënten, dan weet ik precies waarvoor ik het doe. Op zo’n dag is de zorg niet alleen technisch geslaagd, maar ook menselijk betekenisvol.”
Waar ben je trots op?
“Ik ben trots op de impact die mijn werk heeft op de kwaliteit van leven van kwetsbare ouderen. In de geriatrische mondzorg bestaat er geen standaardoplossing; iedere cliënt vraagt om een eigen benadering, afgestemd op de medische situatie, de beperkingen en de persoonlijke wensen.
Juist in die complexiteit vind ik mijn kracht. Ik ben er trots op dat ik rust, ervaring en klinische expertise heb om voor elke unieke casus een zorgvuldig en haalbaar behandelplan op te stellen. Een plan dat niet alleen technisch klopt, maar vooral ook aansluit bij wat voor de cliënt echt belangrijk is.
Niets geeft mij meer voldoening dan een cliënt die zich gehoord voelt en merkt dat er écht naar hem of haar wordt gekeken. Dat vertrouwen en die dankbaarheid maken mijn werk iedere dag opnieuw waardevol.”
Wat is de belangrijkste les die je ooit hebt geleerd?
“Het ontwikkelen van geduld. Van nature ben ik iemand van de actie en snelle oplossingen, maar het leven heeft me geleerd dat je groei niet kunt forceren. Of het nu gaat om een persoonlijk doel of een ingewikkelde situatie, ik heb ervaren dat het belangrijk is om vertrouwen te hebben in het proces en stap voor stap vooruit te gaan. Als je iets echt wilt bereiken, moet je bereid zijn om vol te houden en geduldig te blijven, ook wanneer het niet meteen lukt of snel gaat. Die les neem ik nog elke dag mee: groei kost tijd, en juist in dat proces leer je het meest over jezelf.”
Wat zou je nog willen leren?
“Ik vind dat je nooit uitgeleerd bent. In elke fase van het leven en werk zijn er weer nieuwe dingen die je
kunt ontdekken, zowel professioneel als persoonlijk. Juist daarom vind ik het belangrijk om open te blijven staan voor ontwikkeling en nieuwe ervaringen. Op dit moment weet ik nog niet precies welke specifieke richting of onderwerp ik verder zou willen leren. Dat verandert ook met de tijd en de ervaringen die ik opdoe. Soms ontdek je pas tijdens het werken of in gesprekken met anderen wat je echt interessant vindt. Wel sta ik ervoor open om mezelf verder te ontwikkelen, nieuwe inzichten op te doen en te blijven groeien als persoon.”
Welke advies heb je voor collega’s?
“Als tandarts geriatrie zou ik collega’s die in de algemene praktijk werken willen meegeven om oudere patiënten niet uit het oog te verliezen. Juist deze groep heeft vaak extra aandacht en zorg nodig. Wanneer patiënten door lichamelijke of cognitieve achteruitgang niet meer zelfstandig naar de praktijk kunnen komen, vind ik het belangrijk dat er wordt gekeken naar mogelijkheden voor mondzorg aan huis. Voor veel ouderen is het fijn om behandeld te worden door een vertrouwd gezicht.
Daarnaast zou ik collega’s willen aanraden om kennis te maken met de geriatrische tandheelkunde. Het is een bijzonder en waardevol vakgebied waarin je echt iets kunt betekenen voor de kwaliteit van leven van kwetsbare ouderen. Juist het persoonlijke contact, de complexiteit van de zorg en het multidisciplinair samenwerken maken dit werk heel betekenisvol. Daarom hoop ik dat er binnen opleidingen en de tandheelkunde in het algemeen meer aandacht komt voor deze doelgroep.”
Welke veranderingen zou je door willen voeren binnen het vak?
“Als ik één ding aan het vak zou kunnen veranderen, dan zou ik willen dat mondzorg voor kwetsbare ouderen toegankelijker en beter geïntegreerd wordt binnen de algemene gezondheidszorg. Ouderen in verpleeghuizen of thuiszorgsituaties krijgen nog niet altijd de mondzorg die zij nodig hebben, terwijl een goede mondgezondheid veel invloed heeft op de algehele gezondheid en kwaliteit van leven.”
BEHANDELING VAN OUDEREN
De groep ouderen met eigen tanden en kiezen wordt steeds groter. Daardoor krijgen we als mondzorgprofessionals steeds vaker te maken met oudere patiënten in de praktijk. Ouderen hebben vaak te maken met complexe gezondheidsproblemen die direct invloed hebben op de mondgezondheid, maar ook andersom kan de mondgezondheid invloed hebben op de algemene gezondheid. Een goede mondzorg draagt bij aan een goede voedingstoestand, comfort, algemene gezondheid en kwaliteit van leven. Dit vraagt om extra aandacht en een zorgvuldige benadering binnen de mondzorg. Hieronder volgen problemen en aandachtspunten waar we als mondzorgprofessional rekening mee moeten houden bij de behandeling van ouderen. Yvonne Kort
Droge mond (xerostomie)
Een droge mond is één van de meestvoorkomende klachten bij ouderen. Vaak wordt gedacht dat ouderdom zelf de oorzaak is, maar meestal speelt medicatiegebruik de grootste rol. Ook aandoeningen zoals diabetes, de ziekte van Parkinson of bestraling in het hoofd-halsgebied kunnen hieraan bijdragen.
Gevolgen van een droge mond
• Moeite met spreken (articulatie) en slikken en het verwerken van voedsel. Ouderen vermijden hierdoor vaker droge of vaste voedingsmiddelen, wat het risico op een eenzijdig voedingspatroon, onvoldoende voedingsinname en ondervoeding vergroot.
• Cariës. Bij xerostomie neemt de beschermende
werking van speeksel tegen bacteriën en zuren af. Hierdoor ontstaat een verhoogd risico op cariës, met name wortelcariës bij blootliggende worteloppervlakken.
• Snellere slijtage van het gebit. Bij xerostomie neemt de beschermende en bufferende werking van speeksel af. Hierdoor zijn tanden en kiezen gevoeliger voor erosie, attritie en abrasie. Ook kunnen zuren uit voeding of gastro-oesofageale reflux sneller schade veroorzaken aan het glazuur en dentine. Slechte adem. Een verminderde speekselsecretie leidt tot minder natuurlijke reiniging van de mondholte. Hierdoor hopen bacteriën zich makkelijker op, met name op de tong en interdentale ruimtes. Dit verhoogt de productie van vluchtige zwavelverbindingen en daarmee op halitose.

Schimmelinfecties zoals candidiasis. Speeksel speelt een belangrijke rol in het behoud van de microbiële balans in de mond. Bij een droge mond ontstaat een verhoogd risico op overgroei van <cursief>Candida albicans<cursief>, wat zich kan uiten in erytheem, witte afschraapbare plaques, een branderig gevoel of pijnklachten. Prothesedragers vormen hierbij een risicogroep.
• Problemen met de prothese. Een adequate speeksellaag is essentieel voor retentie en draagcomfort van een gebitsprothese. Bij xerostomie vermindert de adhesie tussen prothese en mucosa, waardoor drukplekken, instabiliteit en functionele klachten zoals problemen met spreken en kauwen vaker voorkomen.
Wat kan helpen?
• Regelmatig water drinken. Adviseer patiënten frequent kleine slokjes water te nemen om de mond vochtig te houden of bevochtig de mond met water in een spray. Hierbij is het belangrijk alert te zijn op het regelmatig nippen van zure of suikerrijke dranken, vanwege het verhoogde risico op erosie en cariës.
• Adviseer patiënten voldoende vezelrijke voeding, zoals groenten, te gebruiken om de kauwactiviteit en speekselsecretie te stimuleren. Wees daarbij alert op een hoge frequentie van fruitconsumptie bij patiënten met xerostomie, aangezien zuren bij een verminderde speekselbuffering kunnen bijdragen aan erosieve slijtage van het glazuur.
Suikervrije zuigtabletten. Het stimuleren van de speekselsecretie met speciale zuigtabletten kan klachten van xerostomie verminderen. Producten met xylitol kunnen daarnaast bijdragen aan cariesreductie.
• Speekselvervangers. Bij onvoldoende restfunctie van de speekselklieren kunnen speekselvervangende gels, sprays of mondspoelingen verlichting geven. De keuze voor een geschikt product dient afgestemd te worden op de ernst van de klachten en het gebruiksmoment, bijvoorbeeld overdag of ’s nachts.
Beoordelen van medicatie in overleg met arts of apotheker. Aangezien xerostomie vaak medicatiegerelateerd is, kan evaluatie van het medicatiegebruik zinvol zijn. In overleg met arts of apotheker kan worden gekeken naar dosisaanpassing, alternatief medicijngebruik of beperking van polyfarmacie.
Bij ouderen komt een verminderde kauwfunctie frequent voor als gevolg van tandverlies, slecht passende prothesen, pijnklachten, xerostomie of afname van spierkracht en motoriek. Hierdoor worden harde, vezelrijke of eiwitrijke voedingsmiddelen vaker vermeden. Terwijl juist deze voedingsmiddelen voor ouderen erg belangrijk zijn.
Breid je gratis Dentista-abonnement uit met 2 exclusieve nascholingsedities per jaar
Meer kennis. Meer verdieping. Meer uit je vak.
Vanaf volgend jaar wordt Dentista nóg waardevoller. Wil je méér uit je abonnement halen?
Til je vakkennis naar een hoger niveau met Dentista Plus.
Naast de 4 gratis edities die je al ontvangt, krijg je 2 exclusieve nascholingsedities per jaar vol verdieping, praktische inzichten en direct toepasbare kennis voor de dagelijkse praktijk.
Wat kun je verwachten?
• Praktische tandheelkundige artikelen
• Actuele klinische inzichten en behandelprotocollen
• Casuïstiek en direct toepasbare tips
• Een selectie van de beste artikelen uit eerdere edities
• Een bijbehorende kennistoets
Blijf leren. Blijf groeien.
Met elke editie kun je eenvoudig nascholingspunten behalen en werk je tegelijk aan het onderhouden van je registratie.
Klaar voor de volgende stap in jouw professionele ontwikkeling?
Kies voor Dentista Plus!
Op de hoogte blijven?
Wil je graag op de hoogte gehouden worden en meer te weten komen over Dentista Plus?
Scan dan de QR-code!
4 gratis nummers blijven. 2 extra nascholingsedities erbij. Voor slecht € 75,- per jaar.









Mogelijke gevolgen
Minder variatie in voeding
• Vermijden van groenten, fruit en eiwitten
• Gewichtsverlies
• Ondervoeding
• Verminderde spiermassa en weerstand
Een verminderde kauwfunctie beïnvloedt daarmee niet alleen de mond, maar ook de algemene gezondheid en kwaliteit van leven.
Belang van functionele mondzorg
Het behouden van een goed functionerend gebit en een goed passende prothese is essentieel binnen de geriatrische mondzorg. Regelmatige controle van prothesen, occlusie, slijmvliezen en kauwfunctie draagt bij aan het tijdig signaleren van problemen en het behoud van voedingsinname en comfort.
Ondervoeding komt veel vaker voor bij ouderen dan vaak wordt gedacht en het wordt niet altijd tijdig herkend. Mondproblemen spelen hierin een belangrijke rol. De volgende risicofactoren zijn hierbij van belang:
Pijn bij kauwen
• Slecht passende prothesen
• Droge mond
• Verminderde smaak
• Vermoeidheid of cognitieve achteruitgang
Signalen van ondervoeding kunnen zijn: Onbedoeld gewichtsverlies
• Verminderde spierkracht
• Lusteloosheid
• Vertraagde wondgenezing
Als mondzorgprofessional kan je hierin een belangrijke signalerende rol hebben en indien nodig, verwijzen naar huisarts, specialist ouderengeneeskunde of diëtist.
Veel ouderen gebruiken meerdere medicijnen tegelijk (polyfarmacie). Dit komt veel voor bij ouderen en kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de mondgezond-
heid. Diverse geneesmiddelen beïnvloeden de speekselsecretie, slijmvliezen en orale functie.
Veelvoorkomende bijwerkingen zijn:
• Xerostomie wordt vooral geassocieerd met antidepressiva, antihypertensiva, diuretica, antihistaminica, antipsychotica en slaapmedicatie. Gingivale hyperplasie. Komt met name voor bij calciumantagonisten (zoals nifedipine of amlodipine), anti-epileptica (zoals fenytoïne) en immunosuppressiva zoals ciclosporine.
• Smaakveranderingen kunnen optreden bij onder andere antibiotica, antihypertensiva, antidepressiva, metformine en chemotherapeutica. Patiënten ervaren soms een metaalachtige of verminderde smaak, wat invloed kan hebben op de voedingsinname.
• Verhoogd risico op candidiasis wordt vaker gezien bij gebruik van inhalatiecorticosteroïden, antibiotica en immunosuppressiva. Daarnaast verhoogt xerostomie het risico op schimmelinfecties door verstoring van de orale microbiële balans.
• Bruxisme en spiergerelateerde kaakklachten kunnen voorkomen als medicatiegerelateerde bijwerking, met name bij gebruik van SSRI’s.
Een actuele medicatie-anamnese is daarom essentieel binnen de geriatrische mondzorg.
Binnen de geriatrische mondzorg ligt de focus niet uitsluitend op dentitie, maar op behoud van functie, comfort en kwaliteit van leven. Preventie en vroegsignalering spelen hierin een centrale rol.
De auteur
Yvonne Kort is mondhygiënist en momenteel werkzaam in de algemene praktijk. Vanaf augustus start zij daarnaast haar eigen praktijk, Yvital Mondzorg in Woudrichem. Na haar opleiding Mondzorgkunde verdiepte zij zich verder in leefstijl, voeding, hormonen, hypnotherapie en gezondheid, kennis die zij dagelijks toepast in haar werk. Inmiddels verschenen er twee boeken van haar hand en is zij daarnaast docent voor Dental Best Practice.
Veelvoorkomende problemen bij ouderen
INTERVIEW
Khadija Ezzine, preventieassistent en vliegende keep bij Omnios
Voor Khadija Ezzine draait ouderenmondzorg om veel meer dan alleen een schoon gebit. Als preventieassistent en vliegende keep binnen Omnios ziet zij iedere dag hoe belangrijk persoonlijke aandacht, geduld en vertrouwen zijn voor kwetsbare ouderen. Met een achtergrond in de psychologie én jarenlange ervaring binnen de spoedzorg brengt zij niet alleen vakkennis mee, maar ook empathie en mensenkennis. In dit interview vertelt Khadija over haar loopbaan, de uitdagingen van de ouderenzorg en waarom juist dit werk haar zoveel voldoening geeft.
Van psychologie naar de mondzorg
Khadija Ezzine behaalde een bachelor Psychologie en volgde later de opleiding tot preventieassistent. Hoewel psychologie altijd haar interesse heeft gehad, koos ze er destijds bewust voor om snel aan het werk te gaan. “Als alleenstaande moeder had ik een baan nodig. Met alleen mijn bachelor psychologie vond ik niet direct werk in het vakgebied. Ooit wil ik nog wel verder in de psychologie, maar toen koos ik voor een praktische richting.”
Ze begon eerst met een korte opleiding tot tandartsassistent en ging daarna aan de slag in een reguliere tandartspraktijk met drie behandelkamers. Vanuit die praktijk volgde ze vervolgens de opleiding tot preventieassistent. Na enkele jaren maakte ze de overstap naar de spoeddienst tandheelkunde van het Erasmus MC. Daar werkte ze vijf jaar lang op de
afdeling spoedeisende tandheelkunde, waar ze uiteindelijk floormanager werd. “Ik houd van uitdagingen. De spoeddienst moest echt worden opgezet en ik heb geholpen om die afdeling mee op te bouwen. Ik heb daar ontzettend veel gezien op het gebied van trauma’s en acute zorg. Het was enorm leerzaam.”
Naast haar werkzaamheden als assistent hield ze zich bezig met planning, begeleiding van assistenten en baliewerkzaamheden.
Een onverwachte stap naar de ouderenzorg
Na vijf jaar in de spoedzorg was Khadija toe aan een nieuwe uitdaging. Via via kwam zij in aanraking met de mobiele ouderenmondzorg. “Ik wist eigenlijk helemaal niet wat ik kon verwachten. Ik had geen ervaring met ouderenzorg, maar het idee van mobiele tandheelkunde sprak mij meteen aan.”

De eerste periode vond ze zwaar, vertelt ze eerlijk. “Het greep mij erg aan om zoveel kwetsbare ouderen te zien. Mijn eigen ouders waren net overleden en daardoor kwam het extra dichtbij. Maar juist daardoor voelde ik ook dat ik iets wilde betekenen voor ouderen.”
Volgens Khadija wordt mondzorg bij ouderen nog te
vaak onderschat. “Dagelijkse mondverzorging is niet vanzelfsprekend in de ouderenzorg, terwijl het ontzettend veel invloed heeft op de algehele gezondheid. Verzorgenden hebben al zoveel taken dat mondzorg er soms bij inschiet. Juist daarom is het belangrijk dat er ambulante mondzorg bestaat zodat cliënten en verzorgenden geïnstrueerd kunnen worden.
Vertrouwen opbouwen staat centraal
In de ouderenmondzorg leerde Khadija al snel dat geen enkele cliënt hetzelfde is. Zeker bij mensen met dementie draait het werk om geduld, observatie en vertrouwen. “Je leert dat iedere cliënt andere behoeften heeft. Je moet kwetsbare mensen met respect behandelen en echt de tijd nemen om vertrouwen op te bouwen.” Soms lukt een behandeling tijdelijk niet. Als een cliënt aangeeft: ‘Nee, ik wil geen gebitsreiniging’, dan werken we niet onder dwang. Op een later moment proberen we het opnieuw. Door cliënten goed te leren kennen, ontdek je welke momenten het meest geschikt zijn. Ook de samenwerking met andere zorgverleners is hierbij belangrijk. Bij cliënten met dementie neem ik vaak een vertrouwde zorgverlener mee. Het herkennen van stemmen en gezichten helpt enorm om rust en vertrouwen te creëren.”
Daarnaast gebruikt ze regelmatig afleidingstechnieken om cliënten op hun gemak te stellen. “Als iemand van katten houdt, laat ik bijvoorbeeld filmpjes van katten zien. Of ik zet muziek op die iemand mooi vindt. Ik had eens een Antilliaanse cliënt die helemaal opbloeide van Antilliaanse muziek. Soms laat ik foto’s van kinderen zien als iemand verdrietig is. Dat soort kleine dingen kunnen echt verschil maken.”
Binnen Omnios werkt Khadija als vliegende keep op verschillende locaties. Geen dag is hetzelfde. “We starten meestal om half negen op locatie. Eerst nemen we samen de agenda door: welke cliënten komen er, zijn er spoedgevallen of bijzonderheden?” Daarna worden de mobiele behandelkamers opgebouwd. “We werken met mobiele units en behandelstoelen die we iedere keer weer opzetten en afbreken. Afhankelijk van de grootte van een locatie zijn we daar één of meerdere dagen per week aanwezig.”
Naast het ondersteunen van tandartsen en mondhygiënisten voert Khadija, in opdracht van de behandelend tandarts, zelfstandig verschillende behandelingen uit, zoals tandsteen verwijderen en poetsinstructies geven aan zorgverleners. Ook administratieve taken horen erbij. “Ik heb contact met zorginstellingen en familieleden van cliënten. Soms hebben familieleden vragen of willen ze aanwezig zijn tijdens een behandeling.”

Daarnaast draait iedereen mee in de spoeddiensten. “Bij spoedgevallen, zoals een dikke wang, nabloedingen of afgebroken kiezen, komen de assistent en tandarts die dienst hebben direct in actie.”
Waarom het werk zoveel voldoening geeft
Wat Khadija het mooiste vindt aan haar werk, is dat ze echt iets voor mensen kan betekenen. “Het werk is ontzettend afwisselend en geen dag is hetzelfde. Maar vooral het contact met cliënten en zorgverle-

ners maakt het bijzonder.”
Ze haalt veel voldoening uit kleine verbeteringen. “Als iemand eerst een hele slechte mondhygiene heeft en het later zichtbaar beter gaat, dan voelt dat als een overwinning. Mensen zijn enorm dankbaar.” Ook het begeleiden van zorgverleners vindt ze belangrijk. “Soms weten zorgverleners niet goed hoe ze veilig moeten poetsen bij cliënten die weerstand geven. Dan geef ik uitleg en tips, bijvoorbeeld hoe je iemand in bed kunt verzorgen zonder risico om gebeten te worden. Dat geeft een goed gevoel.”
Voor Khadija draait het vak uiteindelijk om menselijkheid. “Als je geen hart hebt voor de zorg, moet
je dit werk niet doen. Bij kwetsbare cliënten is een vriendelijke benadering soms belangrijker dan de behandeling zelf.”
Om haar vakkennis op peil te houden volgt Khadija regelmatig bijscholingen via Omnios. Maar de praktijk zelf blijft volgens haar de grootste leerschool. “Door samen te werken met collega’s en open te staan voor nieuwe inzichten leer je elke dag weer bij.” Haar achtergrond in de psychologie helpt haar daarbij nog steeds. “Mijn studie helpt me om mensen beter te begrijpen en te benaderen. Je kijkt niet alleen naar de zorgvraag, maar ook naar de mens achter bijvoorbeeld dementie.”
Voor assistenten die willen werken in de ouderenmondzorg heeft Khadija een duidelijke boodschap: “Je moet heel veel geduld hebben en goed kunnen luisteren. Iedereen is anders. Neem de tijd om iemand op zijn gemak te stellen.”
Volgens haar draait succes in de ouderenzorg niet om snelheid, maar om aandacht. “Soms voelt een cliënt angst of terughoudendheid bij een gebitsreiniging. In dat geval werk je in kleine stapjes om vertrouwen op te bouwen, zodat het uiteindelijk wel lukt. Je kijkt altijd naar wat op dat moment belangrijk is voor de cliënt.”
Ze benadrukt dat het werk zowel emotioneel als fysiek uitdagend kan zijn, maar tegelijkertijd enorm waardevol is. “Het is zó dankbaar. Als je flexibel bent, geduldig bent en echt kunt luisteren, dan is dit een prachtig vak.”
“Een
kleine glimlach maakt alles waard”
“Als ik een kleine glimlach zie bij een cliënt en merk dat ik echt verschil heb gemaakt dan denk ik: wow, ik heb iets kunnen betekenen.” Dat gevoel maakt ouderenmondzorg voor haar bijzonder. “Het is echt ontzettend dankbaar werk. Zelfs als dit niet mijn beroep was geweest, zou ik het als vrijwilligerswerk willen doen.”


Bij Omnios geloven we dat goede mondzorg begint bij de mens achter het gebit .
Daarom brengen wij mondzorg naar mensen voor wie een bezoek aan de tandar tspraktijk niet meer vanzelfsprekend is. Onze mondzorgprofessionals bezoeken zorgaf hankelijke cliënten in zorginstellingen (ouderenzorg en gehandicaptenzorg) en bieden structurele mondzorg die
bijdraagt aan comfor t , gezondheid en kwaliteit van leven. Zo bouwen we samen met de zorgmedewerkers aan ver trouwen, continuïteit en een gezonde mondgezondheid.
Zorg die verder gaat dan behandelen alleen
Wij werken vanuit onze 3 pijlers:
1 2 3
Kwaliteit op maat
We sluiten aan bij de visie van zorgorganisaties en maken mondzorg een vanzelfsprekend onderdeel van het zorgplan Altijd met de cliënt als uitgangspunt
Voorspelbare en transparante zorg
We werken op vaste dagen en locaties, met een vast mondzorgteam (tandar ts, tandar tsassistent , mondhygiënist) als ver trouwde gezichten
Samen vernieuwen
We werken intensief samen met zorgteams en naasten Door te blijven innoveren spelen we in op wat nodig is, vandaag én in de toekomst Samen houden we de mondzorg toegankelijk .
Ben je op zoek naar dankbaar en afwisselend werk? En wil je echt het verschil maken voor zorgaf hankelijke mensen waar voor mondzorg extra belangrijk is?
Meer weten over Omnios en over onze vacatures?
Kijk dan op w w w.omnios.nl
In contact komen met onze recruiters?
Sabrina van Breukelen: 06 - 21 38 36 42
Debra van Rossenberg: 06 - 34 25 27 90
Met de snelle vergrijzing neemt ook het belang van goede mondzorg voor ouderen toe. Toch blijkt dat veel senioren op latere leeftijd minder vaak naar de tandarts gaan, met grote gevolgen voor hun mondgezondheid én algehele welzijn. In dit artikel vertelt de KNMT hoe mondzorgverleners,Maar dat gorganisaties en mantelzorgers samen kunnen bijdragen aan betere en toekomstbestendige zorg voor kwetsbare ouderen.
Meer ouderen dan ooit hebben nog geheel of gedeeltelijk hun eigen tanden en kiezen. Maar met het klimmen der jaren nemen de mondverzorging en het bezoek aan de mondzorgverlener drastisch af. En dat heeft zijn weerslag: bij opname in een verzorgingsof verpleeghuis heeft zo’n 80 procent van de nieuwe bewoners een matige tot slechte mondgezondheid. Mondzorgverleners kunnen dit voor zijn door de ouderen patiënt niet uit het oog te verliezen, stelt Ellemieke Hin, bestuurslid van de KNMT. “Door de vergrijzing zullen ook algemene praktijken steeds vaker te maken krijgen met deze patiëntengroep, die specifieke aandacht en zorg vraagt.”
Naar verwachting zal ons land in 2040 2,5 miljoen 75-plussers tellen. Nu al gaat ruim 1 op 3 van de 75tot 80-jarigen door toenemende immobiliteit en gezondheidsklachten níet meer jaarlijks naar tandarts voor controle, zo blijkt uit onderzoek. Van degenen
Meer informatie www.demondnietvergeten.nl www.knmt.nl/ouderen www.allesovergebit.nl
van 80 jaar of ouder is dat zelfs 54 procent. “Maar een gezonde mond is ook op latere leeftijd van groot belang. Want gaatjes, ontstekingen, afgebroken tanden en kiezen of een slecht passende prothese kunnen niet alleen lichamelijk maar ook sociaal grote gevolgen hebben.”
Al jaren spant de KNMT zich in voor de mondgezondheid van ouderen. Zo biedt de praktijkwijzer ‘Zorg aan kwetsbare ouderen in de mondzorgpraktijk’ tandartsen, mondhygiënisten, tandprothetici en

Een initiatief van Nora Ennahachi
praktijkmanager & praktijkhouder

Op vrijdag 11 september brengen we praktijkhouders en praktijkmanagers uit heel Nederland samen op één plek. Niet om harder te werken. Maar om elkaar écht te ontmoeten!
In een tijd waarin personeelstekorten, veranderende patiëntverwachtingen en werkdruk de norm lijken, kiezen wij voor iets groters: herstel van vertrouwen, verdieping van verbinding, en leiderschap dat werkt. Dat doen we door een unieke dag te organiseren voor leiders in de mondzorg, praktijkhouders en praktijkmanagers.
Hét 1e event in de tandheelkunde dat volledig draait om gedeeld leiderschap in de tandheelkunde. Een dag weg van de praktijk, weg van de waan van de dag.
Een dag voor verbinding, vertrouwen en leiderschap.
Waarom samen?
Omdat een sterke praktijk begint bij een sterke band en gezamenlijk leiderschap | Omdat cijfers pas waarde krijgen als je ze samen begrijpt en gebruik | Omdat groei niet alleen op de werkvloer ontstaat, maar juist daarbuiten.
Programma
08:45 uur
09.30 uur
09.45 uur
10.45 uur
11.30 uur
12.30 uur
13.30 uur
14.30 uur
15.15 uur
16.15 uur
Ontvangst
Opening door dagvoorzitter Inga + interview Nora Ennahachi & Hardi Mirza
René Savelberg - Groeikracht
Pauze en bezoek partnerplein
Marlies van der Vooren/Valesca Nederlof – Samen sterk in HR-leiderschap
Lunch en bezoek partnerplein
Sonny Wessels – Boost jullie synergie in financieel praktijkmanagement
Pauze en bezoek partnerplein
Noor Elshof – Gedrag in de tandartspraktijk: hoe kleine duwtjes groot verschil maken
Borrel
Dit event is een samenwerking van de volgende partners:








Wij dragen de Sociale Tandarts een warm hart toe. Daarom doneren wij een deel van de opbrengst aan hun prachtige initiatief.
Tijdens het event zijn zij bovendien aanwezig met een eigen stand.

Schrijf je nu samen in en ervaar wat echte samenwerking oplevert!

hun ondersteunend team praktische tips en adviezen. Want de zorg aan deze patiënten stelt eisen aan de inrichting en organisatie van de mondzorgpraktijk, aan de samenwerking tussen de zorgverleners en aan hun kennis.
“Het kan al gaan om kleine dingen: bel een patiënt bijvoorbeeld eens als die al een of twee keer niet op controle is geweest. Of vraag de zoon of dochter die bij je komt eens hoe het met vader moeder gaat. Zorg dat je praktijk toegankelijk is voor mensen met een rollator of rolstoel. En neem de tijd voor hen. Natuurlijk zijn er ouderen die nog wel een kroon willen of een implantaat. Maar de dentitie is vaak fragiel en de behandelmogelijkheden soms beperkt. Maar wil niet zeggen dat je niets niet kunt doen. Een kleine ingreep kan al een groot verschil maken.”
De praktijkwijzer is onderschreven door de Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten (NVM-mondhygiënisten) en de Organisatie van Nederlandse Tandprothetici (ONT). Met de KNMT vormen zij samen ook de partijen binnen de stichting De Mond Niet Vergeten!, die zich inzet voor goede mondzorg van kwetsbare ouderen in de thuissituatie. ”Veel ouderen zijn afhankelijk van mantelzorg en of thuiszorg en worden geholpen het bij wassen en aankleden. Hulp bij de dagelijkse mondverzorging, zoals tandenpoetsen of het schoonmaken van een gebitsprothese daarentegen lijkt minder vanzelfsprekend, maar is zeker niet minder belangrijk.”
De Mond Niet Vergeten! wil met allerhande informatie ouderen en hun hulpverleners (mantelzorgers, thuiszorg, huisartsen, mantelzorgers) met informatie en hulpmiddelen ondersteunen om gebitsproblemen en de algehele gezondheid te verbeteren. “En de
site staat boordevol tips: van hulpmiddelen bij het tandenpoetsen, de invloed van medicijngebruik en het vinden van een mondzorgverlener in de buurt.”
Net als thuiszorgprofessionals hebben verzorgenden in een zorginstelling vaak ook onvoldoende tijd of gebrek aan kennis voor een goede mondverzorging van de bewoners. Ons land telt slechts 25 tandartsen-geriatrie met specialistische kennis over relevante zaken als ouderdomsziekten, omgaan met dementie en polyfarmacie.
“Verpleeg- en verzorgingstehuizen besteden de mondzorg doorgaans uit. Maar mede door het tandartsentekort kunnen steeds minder algemeen practici mondzorg in instellingen leveren. Gezien het huidige tandartsentekort is het gunstig dat ketens inspelen op de vraag, mits die zorg uiteraard voldoet aan de professionele standaarden en richtlijnen en goed georganiseerd is.”
Momenteel voert de KNMT gesprekken met alle betrokken partijen over passende mondzorg voor ouderen in verpleeg- en zorginstellingen. “Mondzorgprofessionals, zorgkantoren, zorgorganisaties, toezichthouders; íedereen is gebaat bij verduidelijking. De recent gepubliceerde leidraad ‘Mondzorg bij zorgafhankelijke kwetsbare ouderen in een Wlz-instelling’ geschreven door experts uit de mondzorg is een stap in de goede richting. Het is belangrijk om samen te werken om de zorg voor deze kwetsbare doelgroep kwalitatief en toegankelijk te houden.”
We zien tegenwoordig een generatie ouderen met complexe dentities, restauraties en implantaten, vaak gecombineerd met chronische aandoeningen en medicatiegebruik.
Deze specifieke patiëntengroep vraagt, zowel binnen als buiten de mondzorgpraktijk, om een andere aanpak. Goede scholing speelt daarin een belangrijke rol. Niet alleen voor mondzorgprofessionals, maar ook voor verzorgenden en verpleegkundigen die dagelijks betrokken zijn bij de zorg voor ouderen. Mariette Lokken
Mondgezondheid heeft invloed op de algehele gezondheid
Een ongezonde mond - denk aan aanwezigheid van cariës, ontstekingen, afgebroken elementen of drukplekken - kan direct invloed hebben op het dagelijks leven van een oudere. Juist bij deze doelgroep zijn de gevolgen van slechte mondgezondheid vaak groter en ingrijpender.
Er zijn duidelijke relaties bekend tussen mondge-
zondheid en de algehele gezondheid. Een bekend voorbeeld is de relatie tussen parodontitis en diabetes. Daarnaast kunnen mondproblemen o.a. leiden tot kauwproblemen, waardoor eten vermeden wordt. Dit kan uiteindelijk resulteren in tekorten, ondervoeding, gewichtsverlies en zelfs een verhoogd valrisico.
Een gezonde en klachtenvrije dentitie draagt bovendien bij aan het sociale welzijn. Mensen voelen zich zekerder, ervaren minder schaamte en hebben meer
sociale interactie. Juist voor ouderen, die soms erg eenzaam kunnen zijn, is dit van groot belang.
De zorg voor ouderen in de algemene mondzorgpraktijk vraagt om specifieke kennis en competenties van het tandheelkundig team. Daarbij kan gedacht worden aan:
• Kennis van geriatrische aandoeningen en de mogelijke orale gevolgen
Inzicht in medicatiegebruik en de bijwerkingen in de mond
• Communicatieve vaardigheden bij kwetsbare en cognitief beperkte patiënten
• Samenwerking met andere zorgdisciplines Deze bijzondere doelgroep vraagt om een andere benadering. De informatieverwerking bij ouderen verloopt vaak trager dan bij jongere patiënten. Dat begint al bij binnenkomst aan de balie. De baliemedewerker kan een groot verschil maken in hoe de rest van de behandeling verloopt. Is hij of zij vriendelijk en geduldig? Of voelt de oudere zich opgejaagd, nerveus en onbegrepen?
Vervolgens komt de patiënt in de behandelkamer. Is de tandarts of mondhygiënist op de hoogte van de meest voorkomende aandoeningen? Wordt de medicatielijst gecontroleerd? Wordt de relatie gelegd tussen polyfarmacie en hyposialie? Wordt de intervaltijd tussen controles aangepast wanneer sprake is van een droge mond? En wordt er voldoende ingezet op preventie?
Uit ervaring kan ik zeggen dat er binnen de algemene mondzorgpraktijk nog veel winst te behalen valt op dit vlak. Het begint met gerichte scholing voor het hele tandheelkundige team. Scholing over de behandeling en benadering van ouderen kan bijdragen aan betere zorg en meer begrip voor deze doelgroep.
Het menselijke aspect maakt het werk zo waardevol
Wat ik persoonlijk zo waardevol vind aan het werken met ouderen, is dat je soms echt iets kunt betekenen voor iemands welzijn. Onlangs bezocht een dame van 83 jaar de praktijk waar ik werk. Zij komt elke drie maanden voor een uitgebreide gebitsreini-
ging. Tijdens die afspraken praten we ook weleens over persoonlijke zaken. Zo weet ik dat haar dochter helaas veel te jong is overleden.
Sinds kort woont mevrouw in het kleinschalige verpleeghuis waar ik regelmatig kom om de gebitten van oudere, demente en zorgafhankelijke mensen te verzorgen en te monitoren. Ze vertelde dat ze moeilijk kon wennen aan haar nieuwe woonomgeving.
Toen ik vertelde dat ik daar ook regelmatig werkte en graag eens haar kamer wilde zien, fleurde ze helemaal op.
Een paar weken later klopte ik bij haar aan. Tot mijn verbazing herkende ze me nog. Samen bekeken we de foto’s in haar kamer en kreeg ik meer beeld bij de verhalen die ze eerder in de praktijk vertelde. Ik merkte dat het haar goed deed om over haar dochter te praten. Toen ik wegging, was mevrouw ontzettend dankbaar dat ik even langsgekomen was.
Het kostte mij nog geen kwartier, maar voor haar betekende het ontzettend veel. We hebben afgesproken dat ik iedere keer even bij haar langsga wanneer ik in het verpleeghuis werk. Een kleine moeite voor mij, maar voor haar een lichtpuntje. Bovendien kun je ontzettend veel leren van deze mensen; zij hebben immers al een heel leven achter zich.
De cruciale rol van verzorgenden en verpleegkundigen
Verzorgenden en verpleegkundigen spelen een essentiële rol in de dagelijkse mondzorg van ouderen. Toch blijkt dat mondzorg binnen hun opleidingen vaak beperkt aan bod komt. Basiskennis over het herkennen van problemen, het uitvoeren van dagelijkse mondzorg en het omgaan met weerstand ontbreekt regelmatig. Ook bestaande protocollen zijn niet altijd bekend of worden onvoldoende nageleefd. Dat is zorgwekkend, want hun rol in het gezond houden van de mond van cliënten is enorm groot. Een aantal jaren geleden heb ik de mondzorg opgezet binnen een kleinschalige woonvorm voor demente ouderen. Daarbij viel mij op dat er een kleine groep zeer gemotiveerde verpleegkundigen/verzorgenden rondliep die echt hun best deed om de mond van bewoners goed te verzorgen. Helaas was er ook een grote groep waarbij mondzorg weinig prioriteit leek te hebben. Mondhygiëne-instructies en adviezen werden regelmatig niet opgevolgd. Vaak zag ik proefverpakkingen tandpasta en ragers ongebruikt
Dit jaar viert de NVvP haar 90-jarig bestaan met een uniek 2-daags lustrumcongres op 20 en 21 november 2026 in Haarlem. Onder het thema ‘Rooted in Science – United by People’ delen (inter)nationale sprekers de nieuwste inzichten in parodontologie, implantologie en multidisciplinaire mondzorg. Onderwerpen variëren van klassieke tot regeneratieve, esthetische therapieën,
















van AI in de tandheelkunde tot gedragsverandering en duurzaamheid. Natuurlijk ontbreekt ook een feestelijke jubileumavond met DJ niet. Vier dit bijzondere jubileum met ons mee! Aanmelden via www.nvvp.org















in de badkamer liggen, terwijl ik die drie maanden eerder had achtergelaten voor de betreffende patiënt. Na overleg met de eigenaresse van het verpleeghuis heb ik het volledige verzorgende personeel geschoold op het gebied van mondproblematiek, mondreiniging, signalering van problemen en omgaan met weerstand. Deze scholing zorgde ervoor dat er veel meer aandacht kwam voor mondverzorging. Het verschil vóór en ná de scholing was duidelijk zichtbaar. Als je als verzorgende niet weet waarom je iets moet doen, hoe je het moet doen en wat de gevolgen kunnen zijn als je het niet doet, dan is het logisch dat er in de dagelijkse zorg minder aandacht aan het gebit wordt besteed. Regelmatige herhaling en bijscholing blijven daarom belangrijk.
Wat werkt wel en wat werkt niet?
In het verleden ging ik binnen het verpleeghuis langs bij bewoners op hun kamer om het gebit te controleren en eventueel te behandelen. Ik merkte dat deze setting vaak meer weerstand gaf en dat de coöperatie minder was. Ik kwam als behandelaar als het ware hun persoonlijke domein binnen en daar leek ik niet goed te passen. Inmiddels werk ik vanuit een aparte ruimte met een behandelstoel. Mijn materialen staan op goede werkhoogte en bewoners worden door de zorg naar ons toegebracht. Dit werkt veel beter. Bewoners hebben meer het gevoel dat ze naar een echte mondzorgpraktijk gaan en zijn daardoor coöperatiever.
Daarnaast hebben zij onderweg van de huiskamer naar de behandelruimte de tijd om te wennen aan het idee dat ze gecontroleerd of behandeld gaan worden. Soms staan bewoners zelfs al voor de deur te wachten, zo leuk vinden ze het.
Hoe kunnen we het beter organiseren?
Scholing voor zorgpersoneel op tandheelkundig gebied is essentieel om veilige en kwalitatief goede mondzorg te kunnen bieden. Dat begint al bij de basisopleidingen voor verpleegkundigen en verzorgenden. Mondzorg zou een vast onderdeel moeten zijn van het curriculum, gebaseerd op de geldende richtlijnen.
Goede mondzorg begint bij goed opleiden
Voor zorgverleners die al werkzaam zijn in het veld zou er meer aandacht moeten komen voor goede, geaccrediteerde bij- en nascholing. De scholing zou zich niet alleen moeten richten op theoretische kennis, zoals anatomie en mondziekten, maar juist ook op praktische vaardigheden: hoe reinig je de mond, hoe signaleer je problemen en hoe ga je om met weerstand?
Goede scholing bestaat uit heldere uitleg, oefenen in realistische situaties en samenwerking tussen zorgverleners en mondzorgprofessionals. Door regelmatige herhaling, feedback en directe toepassing in de praktijk blijft de kennis beter hangen en wordt deze daadwerkelijk toegepast in de dagelijkse zorg. Ook binnen de tandheelkunde zelf is meer scholing op het gebied van ouderenzorg wenselijk.
Mondzorg bij ouderen vraagt om een andere aanpak van mondzorgprofessionals, verzorgenden en verpleegkundigen. Uit ervaring blijkt dat er nog veel winst te behalen valt. Wat mij betreft begint dat bij goede, onafhankelijke scholing die zowel theoretisch als praktijkgericht is. Communicatie met de oudere patiënt én onderlinge communicatie tussen zorgverleners mag daarin niet ontbreken. Door structureel te investeren in scholing voor iedereen die betrokken is bij de mondzorg van ouderen, kunnen we bijdragen aan een betere kwaliteit van leven voor deze bijzondere, kwetsbare, maar vooral ook waardevolle doelgroep.
Mariëtte Lokken is sinds 1997 mondhygiënist. In 2000 heeft zij de opleiding tot Kindertandverzorgende gevolgd aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Na haar afstuderen is zij gaan werken in de algemene praktijk waarbij ze zowel paro- en geriatrische patiënten behandelt. Een aantal jaar geleden heeft ze de mondzorg opgezet in een kleinschalig verpleeghuis en behandelt daar de bewoners. Ook geeft ze regelmatig bijscholing aan zorgpersoneel. Sinds 2017 werkt ze als docent bij Dental Best Practice.
De naakte waarheid over blootliggende wortels
De aandacht voor het behoud van het natuurlijke gebit door cariës te voorkomen en tijdig aan te pakken, groeit sterk. Wortelcariës treft vooral volwassenen van middelbare leeftijd en ouderen. In deze populatie komen mondziekten zoals coronale cariës, gingivale infecties en gingivaal trauma vaker voor. Daardoor neemt de kans op gingivale recessie en blootliggende worteloppervlakken toe. Zodra worteloppervlakken bloot komen te liggen, kunnen omgevings- en gedragsfactoren die tandcariës veroorzaken hier rechtstreeks op inwerken. Een gesprek met Roland Frankenberger.
Wat is de prevalentie van wortelcariës in Duitsland en de rest van Europa?
“Bij wortelcariës spelen twee belangrijke aspecten een rol,” vertelt Frankenberger. “Enerzijds is er de prevalentie, die naar schatting tussen de 20 en 40% ligt. In de hoogste leeftijdsgroepen zien we soms een lichte daling, voornamelijk doordat mensen minder tanden overhouden. Anderzijds is wortelcariës de afgelopen twintig jaar dramatisch toegenomen, zowel in frequentie als in ernst.”
Volgens hem zijn demografische veranderingen én de impact van de Covid-19-pandemie belangrijke oorzaken van die stijging. “Vooral oudere en kwetsbare patiënten durfden tijdens de pandemie niet meer op controle te komen. Sommige patiënten zagen we twee jaar lang niet terug, en een deel kwam zelfs helemaal niet meer terug. Bij veel van degenen die wel terugkeerden, zagen we progressieve wortelcariës met complexe klinische situaties tot gevolg. Het is dus zonder twijfel een enorm klinisch probleem.” Preventie staat daarbij centraal. “Het begint met preventie, of minstens met pH-controle. En zodra
restauratieve behandeling nodig is, wordt het er niet eenvoudiger op.”
Er bestaat het idee dat wortelcariës geen leeftijdsgebonden aandoening is, maar eerder een ziekte van blootliggende worteloppervlakken. Welk bewijs ondersteunt dat?
“Wij hebben daar recent een artikel over geschreven, omdat nationale gegevens precies dat beeld bevestigen,” zegt Frankenberger. “Natuurlijk neemt het aantal blootliggende worteloppervlakken toe met de leeftijd, dus indirect is er wel een verband. Maar de kern van het probleem is de blootliggende wortel, niet de leeftijd zelf.”
Hij verwijst naar de Duitse Mondgezondheidsstudie (DMS). “Die cijfers laten duidelijk zien dat wortelcariës tussen 45 en 64 jaar stijgt van 12 naar 28%. Na 75 jaar blijft het percentage boven de 25%, met hogere waarden bij mannen. Dat heeft vooral te maken met het afnemende aantal tanden naarmate mensen ouder worden.”
Hoe beïnvloedt de structuur van het worteldentine de gevoeligheid voor cariës?
“In vergelijking met glazuur is dentine of cement veel gevoeliger voor demineralisatie,” legt hij uit.
“Dat komt door de hogere permeabiliteit en het ontbreken van een sterk beschermende oppervlaktelaag.
Daardoor is het worteloppervlak bijzonder kwetsbaar.”
Daarnaast wordt volgens hem de beschermende rol van de papil onderschat. Ook fluoride werkt minder efficiënt op dentine dan op glazuur. “Maar het substraat is slechts één kant van het verhaal. Voeding en mondhygiëne zijn minstens even belangrijk.”
Frankenberger wijst op veranderingen in smaakbeleving bij ouderen. “De smaakfunctie, vooral voor zoet, neemt sterk af met de leeftijd. En wat krijgen bewoners van woonzorgcentra vaak aangeboden?
Cake, koekjes, snoep, thee en koffie. Je kunt het ouderen moeilijk kwalijk nemen, maar de gevolgen voor wortelcariës zijn enorm.”
Ook de mondhygiëne verslechtert vaak geleidelijk.
“Bij veel patiënten zie ik tekenen van afnemende zelfzorg, niet alleen in de mond maar ook in hun uiterlijk. Mannen die zich minder zorgvuldig scheren of liever kleding met ritsen dragen dan met kleine knopen, tonen vaak verminderde handvaardigheid.
En als de fijne motoriek afneemt, wordt goed tandenpoetsen vanzelf moeilijker.”
Hij gaf hierover recent meerdere lezingen in het kader van een project rond bewoners van woonzorgcentra. “De lezingen duren meestal een uur, maar de discussies daarna vaak nog eens een uur extra. Dat toont hoe weinig kennis er bestaat over correcte mondzorg. Veel mensen weten nog steeds niet dat flossen voor ouderen vaak weinig zinvol is, dat fluoride royaal moet worden gebruikt, dat tandpasta niet moet worden uitgespoeld en dat interdentale borsteltjes essentieel zijn.”
Welke histologische veranderingen treden op in de beginfase van wortelcariës? En hoe verschillen die van glazuurcariës?
“Worteldentine is een vitaal weefsel met ongeveer 70% mineraalinhoud,” zegt Frankenberger. “Door zijn tubulaire structuur is het relatief permeabel,
waardoor bacteriën gemakkelijker kunnen binnendringen.”
Onder een cariogene biofilm zorgen zuren voor demineralisatie van het dentineoppervlak. “Mineralen lossen op, terwijl het organische deel – voornamelijk collageen – achterblijft. Dat collageen wordt vervolgens enzymatisch afgebroken.”
Dentine is gevoeliger voor demineralisatie dan glazuur vanwege kleinere kristallieten en een hogere permeabiliteit. “In de beginfase zien we een laesie met een pseudo-intact oppervlak, vergelijkbaar met glazuurcariës. Alleen verloopt de bacteriële invasie veel sneller.”
Volgens Frankenberger verschilt het cariësproces in dentine fundamenteel van dat in glazuur. “Glazuur is sterk gemineraliseerd, niet-vitaal en veel eenvoudiger te remineraliseren met fluoride. Bij wortelcariës zijn aanzienlijk hogere fluorideconcentraties nodig.”
Wat zijn de grootste uitdagingen bij de behandeling van wortelcariës?
“Onze werkgroep benadrukt steeds opnieuw hetzelfde punt,” zegt hij. “Een aantal jaar geleden heb ik aan mijn afdeling een leerstoel ‘Cariologie voor ouderen’ opgericht. Daardoor konden we prof. Carolina Ganss van de Universiteit van Giessen aantrekken, een autoriteit op het gebied van cariëspreventie en hoofdredacteur van Caries Research.”
De kern van hun aanpak is preventie. “We proberen actieve laesies eerst te stoppen. Natuurlijk is restauratie soms noodzakelijk, maar alleen restaureren werkt niet.”
Hij is uitgesproken kritisch over de traditionele visie op restauraties. “Onze generatie groeide op met het idee dat perfecte restauraties eeuwig meegaan. Dat was een sprookje. Door jarenlang klinisch onderzoek heb ik geleerd dat dit simpelweg niet klopt.”
Bij wortelcariës is dat volgens hem nog duidelijker zichtbaar. “Je kunt de meest perfecte restauratie ter wereld maken, maar als je de dysbiose van de patient niet aanpakt, faal je. Zodra de laatste restauratie klaar is, kun je vaak opnieuw beginnen. Dat is het verhaal van wortelcariës.”
Toch heeft hij door de jaren heen verschillende praktische technieken ontwikkeld om restauraties voor-


Restauraties die generaties verbinden
• Glasshybride technologie: Een bulk-fill materiaal dat in slechts één laag wordt aangebracht
• Vervangen van amalgaam, voor patiënten met hoog cariësrisico, restauratie van door MIH aangetaste tanden & ideaal voor wortelcariës
• Eenvoudige verwerking, geen bonding of isolatie nodig
• Fluoride-afgifte: Draagt bij aan de preventie van secundaire cariës

GC TOOTH MOUSSE versterkt het tandglazuur en beschermt uw tanden tegen tandbederf en gevoelige tanden. Bevat calcium, fosfaat en recaldent. Deze stoffen remineraliseren het tandglazuur.
• Geeft betere weerstand tegen zuuraanvallen
• vermindert overgevoeligheid
• voorkomt caries
• keert het white spots proces om
• verkrijgbaar in verschillende smaken

Voor meer informatie neem contact op via: info.benelux@gc.dental MEER INFO ?
spelbaarder te maken. Omdat wortelcariës vaak licht subgingivaal ligt, veroorzaken klassieke roterende boren snel bloedingen van het tandvlees. Daarom werkt hij in zulke situaties liever met oscillerende instrumenten zoals SonicSys. Ook stijve metalen matrixbanden, zoals Tofflemire-matrixen, blijken volgens hem bijzonder nuttig wanneer restauratiemateriaal diep subgingivaal moet worden gepositioneerd. “Je moet ze vaak met de vinger stabiliseren,” zegt hij, “maar zelfs in situaties die onmogelijk lijken, werkt het verrassend goed.”
Voor de restauratie zelf beschouwt hij flowable composieten als onmisbaar. In eenvoudige gevallen gebruikt hij klassieke flowables, maar vaker kiest hij voor injecteerbare composieten zoals G-ænial Universal Injectable, vooral wanneer het materiaal diep in smalle caviteiten moet worden aangebracht. Bij approximale defecten maakt hij soms gebruik van een Mylar-matrix waarin een klein gaatje wordt aangebracht, zodat het composiet gecontroleerd kan worden geïnjecteerd.
Daarnaast is hij een groot voorstander van de techniek van de proximal box elevation, ook wel deep marginal elevation genoemd, al verkiest hij zelf de eerste term. Daarbij plaatst hij eerst een dunne, aangepaste Tofflemire-band die gemakkelijk in de sulcus kan worden geschoven. Vervolgens brengt hij een universeel adhesief aan, zoals G-Premio BOND, waarna hij een eerste opbouw maakt met injecteerbaar composiet. Nadat die eerste fase is afgewerkt met diamantboortjes en SonicSys, plaatst hij een rubberdam en een sectionele matrixband om de restauratie verder op te bouwen op een artificieel gecreeerde proximale box.
Waarom is preventie zo cruciaal, en hoe moet die worden aangepakt bij oudere volwassenen?
“Preventie blijft een enorme uitdaging,” zegt Frankenberger. “Er bestaat een bekende uitspraak: ‘There is no glory in prevention.’ Dat zie je overal in de geneeskunde.”
Toch noemt hij cariologie een van de succesvolste
preventieve disciplines binnen de gezondheidszorg. “In Duitsland maken we vandaag 50% minder vullingen dan dertig jaar geleden. Dat is een enorm succes.”
Bij zorgverleners ziet hij echter nog grote hiaten in kennis over mondhygiëne. “Dat is bijzonder jammer. Eigenlijk zou elke woonzorgvoorziening een tandartsstoel moeten hebben.”
Hun aanpak bestaat uit frequente controles, meestal om de drie maanden, gecombineerd met fluoridevernis en tandpasta met 5000 ppm fluoride. Een recente innovatie binnen hun programma is het gebruik van 3D-scans van aangekleurde biofilm. “We tonen patiënten exact waar de probleemzones zitten. Dat begon als een pilootproject, maar is ondertussen een essentieel onderdeel van het onderwijs aan studenten geworden.”
Wel plaatst hij een belangrijke kanttekening: “Het werkt alleen bij patiënten die nog in staat zijn zelf een tandenborstel vast te houden.”
Wat zijn de vereisten voor een adequate behandeling van wortelcariës?
“Wanneer het lukt om actieve laesies tot stilstand te brengen, wordt alles eenvoudiger: isolatie, restauratie én prognose,” zegt Frankenberger. “De overige belangrijke aspecten hebben we eigenlijk al besproken.”
Welke restauratieve behandelingsopties bestaan er, en welke geniet uw voorkeur?
“Ik verkies altijd een adhesieve aanpak,” zegt hij. “Als ik het werkveld goed kan isoleren, waarom zou ik dan geen composiet gebruiken?”
Hij erkent wel dat glasionomeercementen hun plaats hebben. “Wanneer isolatie moeilijk is, bieden glasionomeren een uitstekende tijdelijke oplossing. Ze zijn ideaal om worteloppervlakken af te dekken, overgevoeligheid te verminderen en tijd te winnen.”
Daarnaast benadrukt hij het belang van zilverdiaminefluoride (SDF). “De levenscyclus is soms merkwaardig: als klassieke familietandarts behandel ik






Anesthesia & Intensive Care Services B.V.:
AIC is gespecialiseerd in het verzorgen van hoogwaardige medische zorg binnen de anesthesiologie en intensive care geneeskunde.
Met ons VOLWAARDIG MOBIEL ANESTHESIETEAM inclusief apparatuur, monitoring, medicatie, gasvoorziening, disposables en al het nodige personeel kunnen wij op een voor u wenselijke locatie op 4 behandelkamers tegelijk algehele anesthesie toedienen aan uw cliënten, zonder dat u ook maar iets hoeft aan te passen aan de inrichting van uw kliniek.
Tandheelkundige klinieken die behandelingen onder algehele anesthesie willen aanbieden:
Als u aan uw cliënten behandelingen onder algehele anesthesie wilt aanbieden zonder dat u dure investeringen hoeft te doen in uw kliniek, dan bent u bij ons aan het juiste adres. Wij kunnen met ons MOBIEL ANESTHESIETEAM in elke kliniek op 4 behandelkamers tegelijk volledig de anesthesie verzorgen zonder dat u daar naar hoeft om te kijken. Wij zijn volledig selfsupporting. Wij kunnen in elke tandartspraktijk de anesthesie verzorgen. Uw praktijk hoeft dus niet aan speciale voorwaarden te voldoen!!
Bel voor een gratis en vrijblijvende offerte:
Schroom niet om te bellen of te emailen voor een gratis en vrijblijvende offerte. Zonder enige verplichting komen wij graag bij u langs om de situatie in uw kliniek te beoordelen en de wensen en mogelijkheden met elkaar te bespreken.


1.German Oral Health Study (DMS). https://www. bzaek.de/ueber-uns/daten-und-zahlen/deutsche-mundgesundheitsstudie-dms.html
2.Roggendorf MJ, Krämer N, Dippold C, Vosen VE, Naumann M, Jablonski-Momeni A, Frankenberger R. Effect of proximal box elevation with resin composite on marginal quality of resin composite inlays in vitro. J Dent. 2012 Dec;40(12):106873. doi: 10.1016/j.jdent.2012.08.019.
De auteur
Prof. Roland Frankenberger is hoogleraar Operatieve Tandheelkunde, Endodontie en Kindertandheelkunde aan de Philipps Universiteit in Marburg. Hij staat bekend om zijn uitzonderlijke bijdragen aan onderzoek, onderwijs en klinische praktijk. Dr. Frankenberger, geboren in Eichstätt, Beieren in 1967, blonk academisch uit en studeerde tandheelkunde aan de Universiteit van Erlangen-Nürenberg.

Gedurende zijn hele carrière heeft Dr. Frankenberger prominente academische posities bekleed bij gerenommeerde instellingen in heel Duitsland. Hij heeft prestigieuze prijzen ontvangen, zoals de Miller-prijs van de Duitse Vereniging voor Tandheelkunde en Orale Geneeskunde en de Ryge-Mahler-prijs van de IADR. Hij was lid van de redactie en recensent van verschillende peer-reviewed tandheelkundige tijdschriften en is de huidige hoofdredacteur van het Journal of Adhesive Dentistry. De onderzoeksinteresses van Dr. Frankenberger omvatten verschillende onderwerpen in de tandheelkunde, met een focus op cariologie, klinische simulatie en restauratieve materialen. Hij blijft generaties tandheelkundige professionals inspireren en beïnvloeden door zijn voorbeeldige werk, toewijding en passie voor het bevorderen van de wetenschap en praktijk van de tandheelkunde.
patiënten van drie tot zevenennegentig jaar, en het begin en het einde van het leven lijken verrassend sterk op elkaar.” Bij sommige Alzheimerpatiënten is SDF volgens hem zelfs de enige haalbare behandeling. “Het stopt cariës onmiddellijk. En opnieuw: dat lijkt sterk op de behandeling van een driejarige.”
Hoe sterk is het huidige wetenschappelijke bewijs rond wortelcariës, en welk onderzoek loopt er momenteel?
“Er is inmiddels voldoende bewijs uit nationaal onderzoek in Duitsland,” besluit Frankenberger. “Wortelcariës zal voor de tandheelkunde worden wat diabetes type II is voor de gastro-enterologie: een epidemie. En die epidemie is al begonnen.”
Zijn afdeling werkt momenteel intensief aan het ‘Marburg Root Caries Concept’. “Dit jaar verschijnen er minstens vijf nieuwe publicaties hierover, en ik ben daar enorm enthousiast over.”
Ook Falk Schwendicke noemt hij als een belangrijke onderzoeker binnen dit domein. “Hij zet zich, net als wij, met volle overtuiging in voor de gerodontologie.”
Advertentie

Tweejarige universitaire deeltijd masterstudie tot klinisch epidemioloog
Start september 2026 één avond per week
Geen premaster nodig
• Eersteklas carrièrestap, startpunt naar een hoog wetenschappelijk niveau.
• Eigentijds onderwijs met multidisciplinaire benadering.
• (Inter)nationaal gerespecteerd en NVAO-geaccrediteerd.
• Voor verpleeg- en verloskundigen, medici, paramedici en promovendi.
• Erkend door de VvE voor registratie (klinisch) epidemioloog A
Meer informatie en aanmelden: www.amc.nl/masterebp
MAG IK JE WAT VRAGEN?
Waarom de keuze voor het vak van tandarts?
Mijn vader was tandarts en zei me altijd dat het ‘echt iets voor mij zou zijn’, omdat ik als kind veel knutselde en priegelde. Ik had zelf hele andere ambities, iedere week wel iets anders, van architect tot psycholoog, van advocaat tot dierenarts, maar tandarts zat er niet tussen. Vanaf mijn middelbareschooltijd merkte ik dat de zorg me het meest trok. Ik wilde graag iets gaan doen van maatschappelijke waarde en keek ineens anders naar het beroep dat ik altijd van dichtbij meegemaakt had, maar als ‘niets voor mij’ had gezien. De zelfstandigheid, mensen van pijn af kunnen helpen of blij maken met een esthetische verbetering, knutselen en zorg verlenen tegelijk. Ik besloot mee te loten, maar werd niet ingeloot. Ik wilde geen jaar stilzitten en gaf me op voor notarieel recht, maar tijdens de introductie daarvan werd ik alsnog geplaatst! En hier zijn we dan 24 jaar later.
Waardoor raak je geïnspireerd?
Positiviteit en commitment. Als ik mensen ontmoet die dat uitdragen krijg ik daar zelf een enorme boost van. Dat kan een specialist ouderengeneeskunde zijn die enorm betrokken is bij zijn/haar cliënten – waardoor ik dan ook een stapje extra voor mijn patiënten wil zetten. Een patiënt die ondanks gezondheidsproblemen positief in het leven blijft staan, waardoor ik weer even kan relativeren en meer dankbaarheid voel. Of een collega die op een congres vol enthousiasme tips & tricks deelt, waardoor ik helemaal zin krijg dit zo snel mogelijk zelf in de praktijk toe te passen.
Hoe ziet de perfecte werkdag eruit?
Mijn dag is perfect als ik om vijf uur kan zeggen dat ik net werk geleverd heb, gelachen heb met mijn patiënten en collega’s en met een beetje mazzel ook iets nieuws ontdekt of geleerd heb.
Wat is de belangrijkste les die je ooit hebt geleerd?
Ik heb meerdere belangrijke lessen/ervaringen gehad, maar wat ze me als gemene deler geleerd hebben is dat het leven niet volledig maakbaar is. Je kunt je leven, je carrière niet voorspellen, dus doe

Naam: Anne van Sambeek
Geboortejaar: 1982
Studie: Tandheelkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen (20022008).
Na de studie: Werkzaam als zzp’er algemeen practicus bij verschillende praktijken in middenen zuid Nederland en na acht jaar in de de ambulante mondzorg terechtgekomen
Werkt nu bij: Dental Clinics Beekbergen en Omnios, ambulante mondzorg
Functie: Tandarts algemeen practicus
jezelf een plezier en laat alles een beetje los. Dat scheelt een hoop frustratie en teleurstellingen. Zonde van je energie.
Wat zou je nog willen leren?
Ik moet zeggen dat de laatste jaren met jonge kinderen mijn werk vooral ‘gewoon’ werk was en ik weinig ruimte heb gehad om mezelf die vraag te stellen. Langzaam begint er weer wat meer vrije tijd te komen en dus meer ruimte om te kijken waar ik mezelf nog verder in zou willen ontwikkelen. Misschien wil ik wel iets buiten de tandheelkunde gaan doen. Alles staat open wat dat betreft.
Welk advies wil je collega’s meegeven?
Blijf dicht bij jezelf, vraag je af waar jij nu écht voldoening uit haalt, wat je energie geeft en laat dat je leidraad zijn om keuzes binnen je carrière te maken.
Als je een ding aan het vak zou kunnen veranderen, wat zou dat zijn?
Het imago van de tandarts in de reguliere mondzorg is vaak nog negatief. In de mondzorg voor ouderen/ langdurige zorg is dat anders dan in de reguliere praktijk. Je bent meer onderdeel van het hele zorgteam, ik voel me daardoor ook meer zorgverlener en daar haal ik veel voldoening uit.

Optimale verwerking en viscositeit: geen luchtbellen dankzij een luchtvrije consistentie
Formule zonder bisfenol A en HEMA
Applicatie in vier eenvoudige stappen binnen 30 sec.
Hoge afschuifsterkte zonder ets- en spoeltechniek
Dentine-achtige radiopaciteit van 0,92 mm Al Afgifte en opname van fluoride

