
Professionele gebitsreiniging; gewoonte of noodzaak?
![]()

Professionele gebitsreiniging; gewoonte of noodzaak?
Helpt patiënten starten én volhouden met interdentale reiniging.

TePe EasyFit™: de slimme instap in interdentale reiniging. Net zo eenvoudig als een pick, maar met de grondigheid van een conische rager. Start vandaag!
Gemakkelijk in gebruik voor patiënten, ideaal als instaprager
Flexibele rager met zachte tip voor comfort
Beschikbaar in twee maten: S/M en M/L
Ergonomisch handvat voor gecontroleerde, precieze reiniging Geschikt voor beugels
Scan de QR code en lees meer over TePe EasyFit™


S/M M/L
S/M past in nauwe interdentale ruimtes, M/L voor bredere interdentale ruimtes.
VOORWOORD
De restauratieve en esthetische tandheelkunde ontwikkelt zich razendsnel. Nieuwe materialen, verfijnde technieken en vooral digitale innovaties bieden ongekende mogelijkheden. Zoals Celina Klappers in haar column beschrijft: die digitale belofte is groot. Tegelijk vraagt het van ons dat we scherp blijven op wat we laten zien, wat we plannen en wat we uiteindelijk kunnen waarmaken.
In dit themanummer zie je hoe die ontwikkeling zich vertaalt naar de dagelijkse praktijk. In het interview met Rixt van Noort en Lotte van den Brink staat de groei van de behandelaar centraal: hoe leer je als jonge tandarts kijken naar het geheel en hoe belangrijk is goede begeleiding daarin.
De casuïstiek laat vervolgens zien hoe breed het vakgebied is. Van het subtiel herstellen van esthetiek met directe technieken tot complexe behandelingen zoals botopbouw na brugfalen en
de aanpak van gebitsslijtage. Ook parodontale plastische chirurgie komt aan bod, waarbij precisie en langetermijndenken bepalend zijn voor het resultaat.
Wat in alle bijdragen terugkomt, is dat restauratieve tandheelkunde verder gaat dan alleen techniek. Het draait om inzicht, planning en samenwerking, met collega’s en met de patiënt.
Daarnaast vind je in dit nummer artikelen over professionele gebitsreiniging, infectiepreventie, parodontale gezondheid en zwangerschap, en de samenwerking tussen praktijkhouder en -manager.
Veel leesplezier!
Lies en Ilko.
Colofon
Dentista is een uitgave van Dentista Media en verschijnt 4 keer per jaar
Redactie
Ilko Alink, Lies Ligtvoet, Sifra Hordijk
Redactie(adres) Dentista Media Koggeschip 212, 7429 BG Colmschate Ilko Alink, ilko@dentista-magazine.nl
Digitaal aanwezig www.dentista-magazine.nl Instagram: @dentistamagazine
Aan dit nummer werkten mee
Irfan Abas, Celina Klappers, Rixt van Noort, Lotte van den Brink, Paul de Kok, Jasper Thoolen, Freek Gols Linthorst, Gerry Karlis, Nina Nijland, Nicolette Biesters, Marit Verschuuren, Fridus van der Weijden, Nora Ennahachi, Sjoerd Kuiken, Marenka Franke, Marloes Rust.
Grafisch Design
Degen en Leideritz BNo
Vormgeving
LDB Production, Levin den Boer
Fotografie
Lars van den Brink
Abonneren
Dentista wordt in gecontroleerde verspreiding toegezonden aan tandartsen mondhygiënistenpraktijken in Nederland. Ben je werkzaam binnen de tandheelkunde en wil je Dentista ontvangen, stuur dan een e-mail naar: info@dentista-magazine.nl
Adreswijzigingen
Per e-mail: info@dentista-magazine.nl. Vermeld zowel je oude als nieuwe adres.
Marketing
Ilko Alink, ilko@dentista-magazine.nl
Adverteren
Concetta Scibona, concetta@dentista-magazine.nl +31 6 281 829 62
Druk Wilco, Amersfoort
©2013 2026 Dentista Media. Niets in deze uitgave mag worden overgenomen, vermenigvuldigd of gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van Dentista Media of andere auteursrechthebbenden. Dentista Media kan geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de juistheid en volledigheid van alle in deze uitgave opgenomen teksten en beelden.

Leren kijken naar het geheel

GBR met magnesium membraan bij brugfalen Irfan Abas

23 28
Behandeling van gebitsslijtage
Paul de Kok

Prettige wedstrijd Jasper Thoolen







De kunst van onzichtbaar herstel met directe technieken
Freek Gols Linthorst
Infectiepreventie begint bij de agenda
Nicolette Biesters
Professionele gebitsreiniging
Fridus van der Weijden
Parodontale plastische chirurgie Gerry Karlis

Samenwerking tussen praktijkhouder en praktijkmanager Nora Ennahachi
Parodontale gezondheid en zwangerschap
Yalda Ahmadzai en Nina Nijland
Wanneer een bestaande brug faalt door verlies van een pijlerelement, ontstaat vaak de behoefte aan een duurzame en voorspelbare oplossing. Implantaten vormen in zulke gevallen een aantrekkelijk alternatief, maar vereisen bij botverlies vaak aanvullende chirurgische stappen. Met name in gebieden waar al langere tijd elementen ontbreken, is botopbouw essentieel voor succesvolle implantaatplaatsing. Guided Bone Regeneration (GBR) speelt hierbij een belangrijke rol, waarbij zowel het botmateriaal als het membraan van invloed zijn op het resultaat. In dit artikel wordt een klinische casus beschreven waarin een magnesium membraan wordt toegepast binnen een gefaseerde behandeling na brugfalen. Irfan Abas
Voor het vervangen van één of meerdere ontbrekende elementen zijn orale implantaten tegenwoordig vaak de eerste behandelkeuze, in plaats van bruggen of uitneembare voorzieningen. Het belangrijkste voordeel van implantaten is dat alleen het ontbrekende element wordt vervangen, zonder dat aangrenzende, vaak gezonde elementen hoeven te worden beslepen.
Bij een conventionele brug moeten meestal minimaal twee pijlerelementen worden betrokken. Dit kan betekenen dat gezond tandweefsel wordt opgeofferd en dat de belasting op deze elementen toeneemt. Daarnaast is de prognose van een brug mede afhankelijk van de conditie van de pijlerelementen.
Een uitneembare voorziening kan een relatief eenvoudige en financieel voordelige oplossing zijn, maar qua comfort, stabiliteit en gevoel in de mond ervaren patiënten dit vaak als een compromis ten opzichte van implantaten. Implantaten bieden in veel geval-
len een meer duurzame en comfortabele oplossing, zowel functioneel als esthetisch. In het verleden waren bruggen vaak de eerste keuze voor het vervangen van ontbrekende elementen. Hierdoor zien we in de praktijk nog regelmatig situaties waarbij bestaande bruggen gedeeltelijk falen doordat één of meerdere pijlerelementen verloren zijn gegaan. In deze gevallen zoeken patiënten meestal een nieuwe, duurzame oplossing, waarbij de voorkeur tegenwoordig vaak uitgaat naar implantaten in plaats van het uitbreiden of opnieuw vervaardigen van een brug.
Bij een driedelige brug waarbij één pijler verloren is gegaan, kan relatief eenvoudig worden overgestapt naar een implantaatgedragen oplossing. Na het doorslijpen van het brugdeel ter hoogte van de dummy en extractie van de aangedane pijler, zijn

1. Brug 25-x-27 met cariës zichtbaar buccaal

2. Brug 25-x-27 occlusaal
3. Peri-apicale opname 25-x-27
doorgaans twee implantaten voldoende om zowel de verloren pijler als het ontbrekende element te vervangen. Wanneer het connectorgebied van de intacte pijler zorgvuldig wordt doorgeslepen en het oppervlak netjes wordt afgewerkt en gepolijst, kan deze pijler vaak behouden blijven en verder functioneren als een solitaire kroon. Op deze manier kan bestaand restauratief werk deels worden behouden, terwijl tegelijkertijd een voorspelbare en duurzame oplossing wordt gerealiseerd met implantaten.
Het plaatsen van een implantaat op de positie waar voorheen een dummy van een brug aanwezig was, kan uitdagend zijn vanwege het vaak aanwezige botverlies. Aangezien het betreffende element meestal al langere tijd eerder is geëxtraheerd, kan de resorptie van de kaakkam gevorderd zijn tot Cawood klasse III tot en met V. In deze situaties kan een kaakverbreding en/of kaakverhoging noodzakelijk zijn, hetzij gelijktijdig met het plaatsen van het implantaat, hetzij als pre-implantologische behandeling.
Voor een voorspelbare kaakverbreding of -verhoging wordt gebruikgemaakt van botsubstituten in combinatie met een membraan. Het botsubstituut zorgt voor verbreding of verhoging van de kaakkam, terwijl het membraan wordt toegepast om het materiaal op zijn plaats te houden en te voorkomen dat zacht weefsel ingroeit in het augmentatiegebied. Zo wordt een stabiele omgeving gecreëerd waarin botvorming kan plaatsvinden. Voor botsubstituten kan worden gekozen uit verschillende materialen, zoals autoloog bot (bot van de patiënt zelf), humaan donorbot, xenogeen bot (bijvoorbeeld van rund of varken) of synthetische materialen. Uit onderzoek en klinische resultaten blijkt dat humaan bot, zowel autoloog als donorbot, goed in staat is om bot te regeneren. Xenogene materialen worden met name gebruikt als scaffold en resorberen langzaam tot nauwelijks en geven daardoor weinig tot geen nieuw bot. Synthetische materialen kunnen in specifieke situaties een rol spelen, maar geven over het algemeen maar een beperkt volume aan nieuwgevormd bot.

met cariës en forse radiolucentie rondom pijler 25
Voor membranen bestaat de keuze uit niet-resorbeerbare varianten, zoals PTFE, of resorbeerbare membranen op basis van collageen van dierlijke oorsprong. Aangezien niet alle patiënten materialen van dierlijke oorsprong accepteren, heeft botiss biomaterials GmbH (Berlijn, Duitsland) recent het NOVAMag membraan geïntroduceerd. Het NOVAMag membraan is een resorbeerbaar barrière-membraan van magnesium dat wordt toegepast bij Guided Bone Regeneration (GBR). Het membraan combineert een goede mechanische stabiliteit met een gecontroleerde resorptie, waardoor gedurende de genezingsfase voldoende ruimte behouden blijft voor botregeneratie. Door zijn stijfheid ondersteunt het membraan het augmentatiemateriaal en voorkomt het ingroei van zacht weefsel in het defect. Tijdens het genezingsproces degradeert het magnesium geleidelijk tot lichaamseigen zouten, waardoor een tweede chirurgische ingreep voor verwijdering niet nodig is. Hierdoor biedt het NOVAMag membraan een stabiele en voorspelbare ondersteuning bij zowel horizontale als verticale botopbouw.
De patiënt, een man van 67 jaar in goede gezondheid, werd verwezen vanwege een falende brug 25-x-27 die meer dan 22 jaar geleden was geplaatst. Recent had de tandarts op een periodieke controle zowel een pocket van 10 mm ontdekt als cariës onder de kroon bij pijler 25. De pijler 27 leek verder intact. Bij het klinische onderzoek bleek er een fors defect rondom en voorbij de volledige radix van de 25 aanwezig te zijn (afbeelding 1 t/m 3). Met name forse radiolucenties in het alveolair bot verhinderen immediate implantaatplaatsing, omdat het zeer uitdagend tot onmogelijk is om primaire stabiliteit te vinden. We besluiten tot het volgende plan:






4. Na doorslijpen brug en polijsten connector gebied 27 mesiaal
5. Na open flap
6. Na verwijdering wortelrest 25
7. Na curettage granulatieweefsel 25
8. Maxgraft gemengd met I-PRF
9. NOVAmag magnesium membraan










10. Kaakverbreding met de botsubtistuten
11. NOVAmag membraan in positie
12. Spanningsloze primaire sluiting
13. Twee weken post operatieve wondgenezing
14. Genezing na 4 maanden
15. Papil besparende flap, duidelijke volume winst botkam
16. Na osteotomie in het geaugmenteerde bot
17. Na de plaatsing van 2 AnyRidge implantaten
18. Twee brede healingabutments van 6x6 mm
19. Verplaatsing van de flap naar buccaal
1. Doorslijpen brug bij de 27, chirurgische verwijdering van de 25, volledige opklap van het weefsel, kaakverbreding en verhoging van zowel de 25 en 26 met humaan donor bot (MaxGraft, Botiss) en NOVAmag als membraan.
2. Na 4 maanden in de tweede fase het plaatsen van 2 implantaten bij de 25 en 26 1-fase met indien nodig een cretale sinusbodemelevatie bij de 26.
3. Vervaardigen van twee verschroefde kronen op de 25 en 26 van lithiumdisilicaat verlijmd op een tibase.
Het is van belang om het volledige behandelplan vooraf al te maken voor zowel de patiënt als de verwijzer. Hierdoor kan ook een sluitende begroting bij het behandelplan worden gemaakt, zodat patiënt weet waar hij aan toe is en wanneer welke behandelingen zullen plaatsvinden. Het behandelplan is uiteraard voorbehouden aan eventuele complicaties, hetgeen patiënt gepresenteerd krijgt in een informed consent die hij voorafgaand aan de behandeling ondertekent.
Voorafgaand aan de behandeling kreeg de patiënt amoxicilline 500 mg driemaal daags 1 gedurende 7 dagen voorgeschreven, evenals ibuprofen 600 mg driemaal daags 1 voor 7 dagen ter pijnstilling. Daarnaast werd een zuurstofhoudend spoelmiddel (Bluem mouthwash) geadviseerd. Bovendien werd voor de start van de behandeling middels een venapunctie bloed afgenomen (3 buisjes van 10 ml) voor de bereiding van vloeibaar platelet-rich fibrin (PRF) en twee PRF-membranen.
Na het doorslijpen van de brug ter hoogte van pijler 27 bleek de brug reeds los te zitten (afbeelding 4). Vervolgens werd een mucoperiostale flap geopend van regio 24 tot en met 27, met een ontspanningsincisie aan de mesiobuccale zijde van element 24. Hierna werd de wortelrest van element 25 verwijderd. Voor een voorspelbare botaugmentatie is het essentieel dat het granulatieweefsel zo volledig mogelijk wordt gecuretteerd met behulp van een botcurette (afbeelding 5–7).
Vervolgens werd aan de binnenzijde van de flap een periostale releasing incisie uitgevoerd om het weefsel voldoende te mobiliseren en een spanningsvrije wondsluiting mogelijk te maken na augmentatie. Het humane donorbot (maxgraft, 1 ml, korrelgrootte >2 mm, botiss, Berlijn) werd vooraf gemengd met vloeibare PRF, waardoor een cohesief en goed hanteerbaar geheel ontstond (“sticky bone”) dat een gelige kleur
had (afbeelding 8).
Het magnesium membraan (NOVAMag, botiss) werd uit de verpakking genomen (afbeelding 9) en met een hiervoor geschikte schaar op maat geknipt. Vervolgens werd het botmateriaal aangebracht ter plaatse van het botdefect in regio 25 en ter verbreding van regio 26 en zorgvuldig gecondenseerd. Daarna werd het membraan geplaatst, waarbij het augmentatiemateriaal zowel buccaal, coronaal als palatinaal volledig werd afgedekt (afbeelding 10, 11).
De flap werd vervolgens spanningsvrij gesloten met twee verticale matrashechtingen aan de buccale zijde (Darvin, resorbeerbaar polyglycolzuur 6-0), een doorlopende hechting over de processus alveolaris en solitaire hechtingen ter plaatse van de ontspanningsincisie (afbeelding 12).
Na twee weken werd de patiënt teruggezien voor controle en het verwijderen van de hechtingen. Hierbij werd een rustig wondbeeld gezien zonder tekenen van dehiscentie (afbeelding 13).
Vier maanden na de botopbouw kwam de patiënt terug voor het plaatsen van de implantaten. Klinisch was er een duidelijke toename van weefselvolume zichtbaar en de kaakkam toonde voldoende breedte voor implantaatplaatsing (afbeelding 14).
Na lokale anesthesie werd een mucoperiostale flap vervaardigd met een midcrestale incisie, waarbij de incisie licht palatinaal van de crista werd gelegd en langs de papillen van 24 en 27 liep, aangezien de implantaatposities zich mesiaal van deze elementen bevonden (afbeelding 15).
Op de prothetisch ideale posities van 25 en 26 werden osteotomieën voorbereid met diameters van respectievelijk 4,3 mm en 4,8 mm, met boordieptes van 11,5 mm en 7 mm (afbeelding 16). Ter plaatse van regio 26 werd middels de Summers-techniek het sinusbodemcorticaal circa 1,5 mm getikt met een osteotoom, waardoor voldoende bothoogte werd verkregen voor stabiele implantaatplaatsing. Vervolgens werden twee implantaten geplaatst (AnyRidge, MegaGen Implant Company, Daegu) met afmetingen 4,5 × 11,5 mm en 5,0 × 8,5 mm (afbeelding 17).
Door de goede genezing van de eerdere kaakverbreding konden beide implantaten volledig in bot worden geplaatst, waarbij een primaire stabiliteit van circa 40 Ncm werd bereikt. Hierdoor kon worden gekozen voor een één-fase benadering. Voor de healing
meer dan 200 tandartsen hebben deelgenomen
Abas Implant Academy biedt een volwaardige 8-daagse opleiding in de moderne implantologie aan.




Ons vernieuwde programma biedt een uitgebreid curriculum aan (incl. 3 moduleboeken).
Module 1
Indicatie, planning, prothetiek & de medische gecompromitteerde patiënt
Module 2
Basis chirurgie, anatomie & hechttechnieken
Module 3
Basis implantologie: flap, osteotomie & plaatsen implantaat
Module 4
Implantologie in de edentate boven- en onderkaak
Module 5
Gevorderde implantologie: botopbouw, membranen, periost mobiliseren, piëzo-elektrochirurgie, sinusbodem elevatie, ridgesplit en gebruik van Plateled Rich Fibrine
Module 6
Tijdstip van implanteren, fronttandvervanging, esthetiek, immediaat implanteren, immediaat belasten en socketshieldtechniek
Module 7
CBCT diagnostiek & planning, guided surgery middels R2
Module 8
Tweede fase technieken, gekeratiniseerde mucosa, bindweefseltransplantaten, behandeling van infecties rondom implantaten, tariefstelsel & complicaties
Na de opleiding implantologie kun je onder begeleiding van onze instructeurs zelf 4 dagen live patiënten behandelen. In 2025 hebben we met 20 tandartsen ruim 300 implantaten geplaatst, gemiddeld 15 implantaten en 8 patienten per tandarts.


Zachte weefselgenezing na verwijdering abutments


Na plaatsing van de verschroefde kronen van lithiumdisilicaat
abutments werd gekozen voor afmetingen van 6 × 6 mm, omdat deze bijdragen aan een gunstige vormgeving van het peri-implantaire mucosa-profiel (afbeelding 18).
Door de breedte van deze healing abutments kon de flap enigszins buccaal worden gepositioneerd en spanningsvrij worden gehecht met 6-0 resorbeerbaar hechtmateriaal, met als doel extra weefselvolume en een bredere zone gekeratiniseerde mucosa aan de buccale zijde te creëren (afbeelding 19). Een voldoende brede zone gekeratiniseerde mucosa draagt bij aan een betere reinigbaarheid voor de patiënt en kan daarmee de lange termijn prognose van de implantaten positief beïnvloeden.
Prothetische fase en followup
Acht weken na de implantaatplaatsing waren de implantaten klinisch stabiel en kon worden gestart met de afdrukfase. Met een Trios 3 (3Shape) intra-orale scanner werd een digitale 3D-scan vervaardigd voor de tandtechnicus.
Het peri-implantaire weefsel toonde een mooie volumineuze contour (afbeelding 20), zonder duidelijke asymmetrie tussen buccale en palatinale zijde. Daarom werd gekozen voor twee verschroefde kronen van lithiumdisilicaat, verlijmd op een titaniumbase (Ti-base). De kronen werden geplaatst en de abutmentschroeven werden aangedraaid met een moment van 35 Ncm. De schroefkanalen werden afgesloten met teflontape en composiet. Door de eerdere opbouw met humaan donorbot in combinatie met het magnesiummembraan werd een stabiel en volumineus weefselprofiel bereikt.
Na één jaar vond een controle plaats. De restauraties toonden een esthetisch en functioneel stabiel

22. Duidelijke volumeherstel aan de buccale zijde
23. Controle 1 jaar postoperatief behoud van het volume
24. Behoud van het bot rondom de implantaten 1 jaar postoperatief
resultaat. Er werden geen pockets dieper dan 3 mm gemeten en er was geen bloeding bij sonderen. Het röntgenbeeld liet een stabiel botniveau zien tot aan de hals van de implantaten, zonder tekenen van botverlies.
Deze casus laat zien dat een gefaseerde aanpak met botopbouw en het gebruik van een magnesium membraan kan leiden tot voldoende botvolume en stabiele implantaatplaatsing op een locatie met initieel aanzienlijk botverlies. Het bereikte weefselvolume en de gezonde peri-implantaire situatie na één jaar bevestigen dat deze behandelmethode een voorspelbare en duurzame oplossing kan bieden in complexe situaties.
Irfan Abas (ACTA, 2008) is een restauratief tandarts (NVVRT-erkend) en tandarts- implantoloog (NVOI-erkend) met ruime klinische ervaring. Hij is oprichter en partner van een verwijspraktijk in Bussum, waar hij zich richt op hoogwaardige restauratieve en implantologie behandelingen (tandartsabas. nl). Naast zijn klinische ervaring heeft Abas 24 klinische artikelen gepubliceerd. Hij heeft ook zijn eigen succesvolle opleidingsinstituut opgericht in 2019, de Abas Implant Academy, waar hij tandartsen opleidt in veilige en effectieve orale implantologie. Inmiddels hebben meer dan 200 tandartsen deelgenomen aan de Abas Implant Academy (abas-academy.com). De Abas Implant Academy biedt ook Advanced cursussen aan in botregeneratie en piezo-chirurgie.



Lachgassedatie
Voor veel patiënten is een tandheelkundige of medische behandeling spannend en soms zelfs belastend. Angst, spanning of een sterke kokhalsreflex kunnen ervoor zorgen dat een behandeling lastig of zelfs onmogelijk wordt.
Lachgassedatie biedt in die gevallen een veilige, effectieve en patiëntvriendelijke oplossing als aanvulling op andere angstverminderende technieken. De patiënt blijft volledig bij bewustzijn, maar ervaart een diepe ontspanning en kan de behandeling comfortabel ondergaan. Het effect is snel en goed te doseren, en verdwijnt vrijwel direct na afloop.
Al decennialang wordt lachgas succesvol toegepast binnen de (mond)zorg, met name bij angstige patiënten, kinderen en mensen met een verhoogde behandelbehoefte.
Aanbod:
3-daagse Opleiding Lachgassedatie voor de (tand)arts en de mondhygiënist
Tijdens deze 3-daagse opleiding leer je de theorie en praktijk van lachgassedatie, inclusief het volledige proces, indicaties, contra-indicaties en veiligheid. Ook volg je een verplichte Basic Life Support-training.
Na afloop kun je lachgassedatie zelfstandig en verantwoord toepassen in je praktijk, met ondersteuning van een bevoegde assistent.
2-daagse Opleiding Lachgassedatie voor de tandartsassistent
Tijdens deze 2-daagse opleiding leren assistenten wat lachgassedatie is en wat hun rol binnen het behandelteam is. De focus ligt op veiligheid, voorbereiding, apparatuur en patiëntbegeleiding vóór, tijdens en na de behandeling.
Daarnaast wordt aandacht besteed aan communicatie en samenwerking met de behandelaar, zodat de behandeling veilig, efficiënt en patiëntgericht verloopt.
Bij- en nascholing Lachgassedatie in de (mond)zorg
Tijdens deze verplichte bij- en nascholing voor (tand)artsen, mondhygiënisten en artsen wordt de bestaande kennis over lachgassedatie opgefrist en verdiept.
De nadruk ligt op veiligheid, indicatiestelling en professioneel handelen. De deelnemer leert de meest recente medische inzichten, indicaties en contra-indicaties, net als het zorgvuldig toepassen van sedatie volgens de geldende richtlijnen en protocollen.
Ons tandartsenteam groeit. En met die groei zie ik iets verschuiven. Steeds meer collega’s verdiepen zich in de reconstructieve en esthetische tandheelkunde. Ze volgen opleidingen, ontwikkelen hun oog voor detail en worden technisch steeds beter in het herstellen van functie en esthetiek. Tegelijk verandert de context waarin we werken, sneller dan we misschien beseffen. Recent waren we als team bij een event van Karma, waar het thema Smilecloud centraal stond. Wat daar zichtbaar werd, gaat verder dan nieuwe technieken. Het laat zien hoe diagnostiek, planning en communicatie samensmelten tot één digitaal geheel.
Waar we voorheen werkten met losse elementen, zoals een scan, een röntgenfoto, een CBCT en een wax-up, ontstaat nu een gei ntegreerd systeem. Intra-orale scans, een digitale articulator, fotografie en video, gecombineerd met orthodontische en implantologische planning, komen samen in één digitale omgeving. Dat is indrukwekkend. En tegelijk confronterend. Want hoe beter onze tools worden, hoe groter de verleiding om te denken dat we de uitkomst kunnen beheersen.
Een van de toepassingen die we zagen, was het genereren van een bewegend beeld op basis van een foto en een digitale
wax-up. Een AI-gegenereerde visualisatie waarin de patiënt zijn of haar toekomstige glimlach ziet, inclusief tandkleur, vorm en dynamiek. Het ziet er realistisch uit. Zo realistisch dat het de grens tussen plan en resultaat vervaagt. En precies daar ontstaat een risico.
Want op het moment dat een patiënt zichzelf ziet met een nieuwe glimlach die al “bestaat”, wordt die glimlach geen voorstel meer. Het wordt een verwachting. En verwachtingen zijn zelden neutraal. De esthetische tandheelkunde bevindt zich al jaren op het snijvlak van objectieve functie en subjectieve beleving. Met deze technologie verschuift dat evenwicht verder richting beleving. We laten niet alleen zien wat mogelijk is, we suggereren ook wat haalbaar is. Dat vraagt om scherpte van de behandelaar. Want hoe geavanceerd onze digitale tools ook zijn, ze blijven een interpretatie. Ze tonen een ideale uitkomst, gebaseerd op aannames en gecontroleerde omstandigheden. De klinische realiteit volgt zelden een perfect script.
We werken met weefsel, met adaptatie, met biomechanica en met tijd. En die laten zich niet renderen in een perfect beeld. Toch presenteren we dat beeld steeds vaker als vertrekpunt. De vraag is dan niet of de techniek klopt. De vraag is wat we impli-

Celina Klappers, Praktijkhouder-Tandarts bij Wellestate Tandartsen, IJsselstate Tandartsen en Jungle Tandartsen. @drs.celina_klappers
ciet beloven. Binnen ons team zien we dat deze ontwikkeling hand in hand gaat met de groei van onze collega’s. Technische vaardigheden nemen toe. Tegelijk groeit de verantwoordelijkheid om verwachtingen expliciet te maken en, waar nodig, te begrenzen. Want wat we laten zien, bepaalt wat een patient gaat verwachten. En wat een patiënt verwacht, bepaalt uiteindelijk hoe het resultaat wordt beoordeeld.
In die zin verschuift ons vak. Van behandelen naar begeleiden. Van uitvoeren naar duiden. Van techniek naar interpretatie. En misschien blijft één principe onveranderd, hoe digitaal ons vak ook wordt: Het beste in de mond blijft de eigen, gezonde dentitie. Alles wat wij daarna doen, is een benadering daarvan. De digitale belofte is groot. De neiging om die belofte als zekerheid te presenteren groeit mee. En juist daar ligt onze verantwoordelijkheid. Niet in het laten zien wat mogelijk is. Maar in het helder maken wat realistisch is.
De ontwikkeling van een jonge tandarts in de restauratieve en esthetische tandheelkunde
De eerste jaren na het afstuderen zijn voor veel tandartsen bepalend voor hun verdere ontwikkeling. Waar je tijdens de studie nog onder begeleiding werkt, ligt de verantwoordelijkheid in de praktijk ineens volledig bij jezelf. Bovendien wordt er meer van je verwacht dan alleen het behandelen van een gaatje: tandartsen moeten leren een gebit als geheel te beoordelen. Hoe ontwikkel je die manier van kijken als jonge tandarts? En hoe groei je binnen de restauratieve en esthetische tandheelkunde?
In Tandheelkundig Centrum Amsterdam-Noord richt tandarts Rixt van Noort zich al jaren op restauratieve en esthetische tandheelkunde. Naast haar eigen behandelingen begeleidt zij jonge collega’s die zich in dit vakgebied willen verdiepen. Een van hen is Lotte van den Brink, die in 2023 afstudeerde aan ACTA en inmiddels twee jaar in de praktijk werkt. Samen vertellen Rixt en Lotte hoe de eerste jaren van een jonge tandarts in de praktijk eruitzien en hoe je leert een gebit te beoordelen vanuit functie, gezondheid en esthetiek.
De keuze voor restauratieve en esthetische tandheelkunde
Nadat Rixt in 2003 afstudeerde als tandarts in Groningen, begon zij eerst in de algemene tandheel-
kunde. Na een aantal jaren merkte ze dat ze meer verdieping zocht. “Op een gegeven moment wilde ik meer. De basis had ik onder de knie en ik was op zoek naar verdieping.” Die vond ze in de opleiding Academiae Aesthetica van Dental Best Practice. Vanaf dat moment begon ze zich steeds verder te verdiepen in restauratieve en esthetische tandheelkunde. Niet lang daarna kreeg Rixt de vraag om te komen werken in een verwijspraktijk in Purmerend. “Daar werk ik nog steeds, naast mijn werkzaamheden hier in mijn praktijk in Amsterdam”, vertelt ze. “Wat ik zo leuk vind aan restauratieve en esthetische tandheelkunde is het puzzelen. Het gaat niet altijd in rechte lijnen en niet iedere patiënt heeft hetzelfde budget of dezelfde wensen. Soms moet je dus zoeken naar alternatieve oplossingen. Juist dat zoeken naar een goed behandelplan vind ik leuk. Daarnaast werk je vaak samen met andere disciplines, zoals implan-


tologie, orthodontie en parodontologie. Dat maakt het vak interessant. Bovendien vind ik het heerlijk om me helemaal te focussen op één uitgebreide behandeling van een paar uur.”
Voor Lotte begon het werken in dit vakgebied pas kort geleden. Zij studeerde in 2023 af aan ACTA en werkt
inmiddels zo’n twee jaar in Tandheelkundig Centrum Amsterdam-Noord. De overgang van student naar zelfstandig tandarts vond ze in het begin best spannend. “Het is nogal wat als beginnend tandarts, maar het is mij heel goed bevallen. Tijdens je studie behandel je patiënten, maar je bent daar nog lerende
en nooit helemaal eindverantwoordelijk. In de praktijk krijg je ineens die verantwoordelijkheid wel. Dat is in het begin even wennen. Gelukkig ben ik op een hele fijne plek gestart.” Het werken aan uitgebreidere behandelingen spreekt haar ook erg aan. “Net als Rixt vind ik het heel leuk om mij volledig op een behandeling te richten”.
Opleiding en erkenning binnen het vakgebied
Wie zich in Nederland restauratief of esthetisch tandarts noemt, hoeft daarvoor geen officieel erkende differentiatie te hebben afgerond. “Restauratief en esthetisch tandarts is in Nederland geen beschermde titel”, legt Rixt uit. “Je kunt jezelf dus zo noemen, ook als je daar geen specifieke opleiding voor hebt gedaan. Zelf heb ik uiteraard wel verschillende restauratieve en esthetische opleidingen gevolgd.” Toch zijn er binnen het vakgebied manieren om je expertise zichtbaar te maken. Zo kunnen tandartsen zich laten erkennen door de Nederlandse Vereniging voor Restauratieve Tandheelkunde (NVVRT).
Verdieping vindt vooral plaats via uitgebreide leergangen en cursusdagen. “Er zijn verschillende leergangen waarin je echt de diepte ingaat. Daarnaast bezoek ik regelmatig congressen en dagcursussen. Daar hoor je over nieuwe technieken en materialen en wissel je ervaringen uit met collega’s”, aldus Rixt.
Voor Lotte speelt de praktijk een belangrijke rol in haar ontwikkeling als tandarts. In het Tandheelkundig Centrum Amsterdam-Noord krijgt zij als beginnend tandarts de ruimte om zich verder te verdiepen in restauratieve en esthetische tandheelkunde, onder begeleiding van Rixt en andere collega’s. Volgens Rixt begint een behandeling altijd met restauratieve tandheelkunde. “Mensen komen met allerlei hulpvragen in de praktijk, maar het gaat ons niet om ‘witte TikTok-tanden’. Het begint bij een gezonde mond en een stabiele basis. Pas als de dentitie, het parodontium en de functie op orde zijn, komt de

“Het gaat ons niet om ‘witte TikTok-tanden’. Het begint bij een gezonde mond en een stabiele basis.”
esthetische tandheelkunde om de hoek kijken.”
Die stapsgewijze benadering is kenmerkend voor de praktijk. “We proberen behandelplannen overzichtelijk te maken”, vertelt Lotte. “Eerst kijk je hoe je een mond ontstekingsvrij krijgt en functioneel stabiel maakt. Afhankelijk van de klinische situatie kan gekozen worden voor een restauratieve behandeling, preventie of een paro-traject, maar soms is orthodontie of een andere discipline nodig. Door het op te delen in kleine stappen, werk je uiteindelijk naar een duurzaam resultaat.” Dat sluit aan bij wat haar aanspreekt aan het team. “Er is veel aandacht voor de patiënt en we maken een behandelplan dat écht aansluit bij de patiënt.”
In de praktijk leert Lotte om niet alleen naar losse elementen te kijken, maar naar het gebit als geheel. De begeleiding speelt daarbij een belangrijke rol. “Vooral toen ik hier net begon bespraken we veel casuïstiek. Als ik twijfel, kan ik altijd een collega vragen om mee te kijken. Soms maak ik foto’s van een casus die we later op de dag samen bespreken. Op die manier heb ik echt een goede basis gekregen.”

Een initiatief van Nora Ennahachi
praktijkmanager & praktijkhouder

Op vrijdag 11 september brengen we praktijkhouders en praktijkmanagers uit heel Nederland samen op één plek. Niet om harder te werken. Maar om elkaar écht te ontmoeten!
In een tijd waarin personeelstekorten, veranderende patiëntverwachtingen en werkdruk de norm lijken, kiezen wij voor iets groters: herstel van vertrouwen, verdieping van verbinding, en leiderschap dat werkt. Dat doen we door een unieke dag te organiseren voor leiders in de mondzorg, praktijkhouders en praktijkmanagers.
Hét 1e event in de tandheelkunde dat volledig draait om gedeeld leiderschap in de tandheelkunde. Een dag weg van de praktijk, weg van de waan van de dag.
Een dag voor verbinding, vertrouwen en leiderschap.
Waarom samen?
Omdat een sterke praktijk begint bij een sterke band en gezamenlijk leiderschap | Omdat cijfers pas waarde krijgen als je ze samen begrijpt en gebruik | Omdat groei niet alleen op de werkvloer ontstaat, maar juist daarbuiten.
Programma
08:45 uur
09.30 uur
09.45 uur
10.45 uur
11.30 uur
12.30 uur
13.30 uur
14.30 uur
15.15 uur
16.15 uur
Ontvangst
Opening door dagvoorzitter Inga + interview Nora Ennahachi & Hardi Mirza
René Savelberg - Groeikracht
Pauze en bezoek partnerplein
Marlies van der Vooren/Valesca Nederlof – Samen sterk in HR-leiderschap
Lunch en bezoek partnerplein
Sonny Wessels – Boost jullie synergie in financieel praktijkmanagement
Pauze en bezoek partnerplein
Noor Elshof – Gedrag in de tandartspraktijk: hoe kleine duwtjes groot verschil maken
Borrel
Dit event is een samenwerking van de volgende partners:








Wij dragen de Sociale Tandarts een warm hart toe. Daarom doneren wij een deel van de opbrengst aan hun prachtige initiatief.
Tijdens het event zijn zij bovendien aanwezig met een eigen stand.

Schrijf je nu samen in en ervaar wat echte samenwerking oplevert!
Volgens Rixt gebeurt die begeleiding bewust, al is het geen formeel opleidingstraject. “We hebben geen vast opleidingsprogramma. Het ontstaat hier meer in de praktijk zelf. Zeker in het begin kijken we goed hoe het gaat en waar iemand tegenaan loopt.”
Hoewel tandartsen tijdens hun studie veel technische vaardigheden leren, merkt Lotte dat het klinisch inzicht vooral in de praktijk groeit. “Tijdens je studie leer je hoe je een gaatje vult of een wortelkanaalbehandeling uitvoert. Maar hier leer ik vooral om naar de oorzaak van een probleem te kijken. Waarom slijt een gebit? Wat is de oorzaak van het falen van een restauratie? Dat soort vragen ga je jezelf steeds vaker stellen.”
Volgens Rixt maken veel jonge tandartsen die ontwikkeling door. “Ik zie vaak dat jonge tandartsen vooral naar een gaatje kijken, terwijl je uiteindelijk een patiënt behandelt en niet alleen één element.”
Voor Lotte hoort daar ook bij dat ze steeds beter leert inschatten wat ze zelf kan doen en wanneer ze een patiënt doorverwijst. “Je moet vertrouwen krijgen in je eigen kennis en vaardigheden, maar ook weten waar je grens ligt.” Ook in het contact met patiënten merkt ze dat ze groeit. “In het begin kreeg ik vaak opmerkingen over dat ik jong ben. Nu hoor ik dat steeds minder. Je wordt zelfverzekerder en leert beter hoe je met patiënten communiceert. Op een gegeven moment krijg je het gevoel: ja, ik ben de tandarts. Dat straal je dan ook uit. De komende tijd wil ik mezelf meer uitdagen met complexere behandelingen binnen de esthetiek.”
Veranderende verwachtingen van patiënten
Volgens Rixt veranderen de verwachtingen van patiënten de laatste jaren duidelijk. Vooral binnen de esthetische tandheelkunde ziet ze een verschuiving. “Steeds meer mensen willen wittere en rechtere tanden. Dat is een ontwikkeling die ik best jammer vind. Het idee ontstaat dat alles maar mogelijk is, zolang je er maar voor betaalt. Maar zo werkt het natuurlijk niet.”
Die verwachtingen worden volgens haar mede gevoed door informatie op internet en social media. “Patiënten zoeken van alles op via Google of Chat-
GPT en komen vervolgens met een behandelplan binnen. Soms moet je dan uitleggen waarom iets niet verstandig is en dat maakt het lastig.”
Ook Lotte merkt dat patiënten steeds vaker met duidelijke esthetische wensen naar de praktijk komen. “Je ziet het vooral bij jongere patiënten. Ze komen dan met vragen over bijvoorbeeld facings.” Rixt herinnert zich een patiënt die daar een duidelijk voorbeeld van was. “Ik had onlangs een meisje van zestien met een prachtig gebit. Ze wilde facings laten plaatsen. Toen heb ik uitgelegd dat ik dat niet verstandig vond, omdat er niets mis was met haar tanden. Ze werd daar boos om en zei dat ze dan wel naar Turkije zou gaan. Dan kom je als tandarts voor een dilemma te staan. Ga je bij gezonde tanden toch facings maken of laat je haar tanden afslijpen in Turkije?”
Naast esthetische wensen ziet Rixt ook andere ontwikkelingen in de mondgezondheid van patiënten. “We zien steeds vaker gebitten met slijtage en erosie, bijvoorbeeld door het gebruik van frisdranken en drugs. Ook lijkt stress in deze drukke maatschappij een rol te spelen, waardoor mensen bijvoorbeeld meer gaan knarsen. Daardoor krijgen we vaker te maken met uitgebreidere restauratieve behandelingen.”
Bovendien verandert de patiëntenpopulatie. “Mensen worden ouder en houden steeds vaker hun eigen gebit”, zegt Rixt. “Vroeger kreeg iemand sneller een kunstgebit. Nu proberen we binnen de mogelijkheden een restauratief plan te maken om het eigen gebit zo lang mogelijk te behouden. Dat maakt het vak inhoudelijk ook weer anders.”
Voor beginnende tandartsen heeft Lotte vooral één belangrijke tip. “Probeer niet te snel al te veel te willen. Werk eerst aan een goede basis. Goede begeleiding is daarin heel fijn. Het helpt enorm als je mensen om je heen hebt die je iets willen leren en met wie je kunt overleggen. Zeker in de eerste jaren moet je goed kijken in welke praktijk je terechtkomt.”
Voor tandartsen die startende collega’s begeleiden, heeft Rixt ook een advies. “Het is heel leuk om jonge tandartsen in de praktijk te hebben. Zorg dat er ruimte is voor vragen en overleg, zodat ze laagdrempelig kunnen meekijken en leren. Wij vinden het hier


With up to 7.5 N·cm and 3,000 rpm, the X-Smart Pro+ endo motor has been specifically designed to drive Dentsply Sirona’s endodontic file systems in both continuous rotation and reciprocating modes.
Our integrated apex locator will provide the confidence for length determination while shaping. The X-Smart Pro+ features a mini contra-angle with integrated 10-lumen LED, an autoclavable handpiece sheath, a touchscreen interface that provides easy access to settings for the files you choose, and upgradeable firmware to accommodate tomorrow’s treatments.
Scan de QR-code en schrijf u eenvoudig in voor onze aankomende Endodontologie cursussen.

INTERVIEW
superleuk om over tandheelkunde te praten, kennis te delen en samen casussen uit te puzzelen. Dat proberen we ook aan Lotte mee te geven. En het werkt twee kanten op: het is niet alleen zo dat jonge tandartsen leren van de ervaren collega’s, wij leren ook weer van hen.”

Over Lotte en Rixt
Lotte van den Brink
Lotte van den Brink studeerde in 2023 af aan het ACTA. Tijdens haar studie deed zij ervaring op in een ziekenhuis in Parijs. Sinds haar afstuderen werkt zij als tandarts bij Tandheelkundig Centrum Amsterdam-Noord en in een praktijk in Heemstede.
Rixt van Noort
Rixt van Noort studeerde in 2003 af als tandarts aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na enkele jaren in de algemene tandheelkunde te hebben gewerkt, specialiseerde zij zich in restauratieve en esthetische tandheelkunde. Zij werkt in haar eigen praktijk, Tandheelkundig Centrum Amsterdam-Noord, en in een verwijspraktijk in Purmerend. Daarnaast is ze sinds 2016 docent bij Dental Best Practice.


Met onder andere de volgende sprekers: Tijdens het Congres Orale Gezondheid in Medisch Perspectief duiken we in deze essentiële wisselwerking. Hoe beïnvloeden leefstijl, veroudering en chronische aandoeningen de mond? En welke rol speelt de mond bij ziekten zoals diabetes, hart- en vaatziekten, reumatische aandoeningen, hormonale veranderingen en multimorbiditeit?
Doelgroep
● Tandarts & mondhygiënist
Accreditatie


Aanmelden
Scan de QR-code voor het volledige programma en om je aan te melden!
Drs. Nina Nijland Parodontoloog
Drs. Micha Brinkman Arts-onderzoeker cardiologie
Drs Luciano Pitzurra Parodontoloog
Prof. dr. Peter Nolte Orthopedisch chirurg
Em. Prof. dr. Bruno Loos Emeritus-hoogleraar parodontologie ACTA
Dr. Steven van Lelyveld Internist-Infectioloog



Gebitsslijtage komt veel voor en kan variëren van mild tot ernstig, en van fysiologisch tot pathologisch. In sommige gevallen is ingrijpen niet noodzakelijk, maar in andere situaties juist wel. En dan? Paul de Kok
Het grote nadeel van gebitsslijtage is dat, als ingrijpen noodzakelijk is, je direct het hele gebit moet aanpakken. Dat vergt een uitgebreide behandeling en grondig inzicht in het krachtenspel, de anatomie en de mogelijkheden en beperkingen van elke individuele mond. Vervolgens moet de behandeling ook nog worden uitgevoerd, wat al helemaal geen sinecure is. Gelukkig hebben we tegenwoordig volop hulp van digitale tools die het inzichtelijker en uitvoerbaarder maken.
Vroeger moest er een strikte keuze worden gemaakt tussen een gebitsrehabilitatie met composiet of met kronen. Tegenwoordig is dat veel fluïder. Directe restauraties hebben een duurzamer karakter gekregen en we weten inmiddels goed hoe stabiel composieten op lange termijn blijven, zelfs bij bruxisten. Keramische restauraties zijn dankzij adhesieve toepassingen veel minder invasief geworden. Bovendien zijn CAD/ CAM-toepassingen niet langer voorbehouden aan indirecte restauraties: we kunnen de vormgeving van (digitale) wax-ups voorspelbaar overbrengen naar de mond. Direct en indirect lopen daardoor steeds meer door elkaar en combinaties zijn zeker niet uitgesloten.
De tijd is daarom aangebroken om niet langer te denken in een keuze tussen een directe of indirecte benadering voor de behandeling van gebitsslijtage, maar steeds vaker te kiezen voor een hybride benadering.
Niet elke vorm van gebitsslijtage hoeft behandeld te worden. Maar zodra het een duidelijk progressief karakter heeft, de levensduur van de elementen bedreigd wordt of de patiënt klachten ervaart, is ingrijpen noodzakelijk. Ernstige gebitsslijtage kan namelijk leiden tot dentineblootstelling en een verdiepte beet. Daardoor wordt onondersteund glazuur kwetsbaar voor breuk en ontstaat er door de verdiepte beet een ongunstige krachtenverdeling, waarbij de hellingshoeken steiler worden en groepsgeleiding optreedt. Beide kunnen leiden tot overbelasting, wat in combinatie met het eerstgenoemde tot een versnelling van het weefselverlies kan leiden en dus tot een negatieve spiraal (afbeelding 1).
Gelukkig is dit goed te behandelen met een beetverhoging, waarbij de oorspronkelijke dimensies


van de elementen en de beet zo goed mogelijk worden hersteld. Een beetverhoging beschermt blootliggend dentine en kwetsbaar glazuur en verbetert de krachtenverdeling. Door een minder diepe beet wordt de hellinghoek van articulatiebewegingen teruggedrongen, wat een verlaging van de krachten teweegbrengt. Daarnaast kan front- en cuspidaatgeleiding worden geïntroduceerd, wat de articulatiekrachten kan verlagen, omdat bekend is dat de mens automatisch lagere krachten toepast zodra hij zijn voortanden gebruikt. Ten slotte is er het pragmatische argument dat, zodra de beet verhoogd is, verdere slijtage plaatsvindt op kunstmatige restauraties in plaats van op het onvervangbare eigen tandweefsel. De mate van verhoging van de beet verschilt per individu. De meeste gezonde patiënten accepteren een beetverhoging goed, dankzij het grote adaptievermogen van het neurologisch systeem. Bij twijfel kan een nieuwe beethoogte altijd worden uitgetest met behulp van een opbeetplaat of provisionele restauraties in een nieuwe beet. Vaak vormen restauratieve redenen met betrekking tot de beetrelatie de grootste beperking voor de beethoogte. Allereerst kijk je naar de mate van slijtage en hoeveel ruimte er nodig is om de oorspronkelijke anatomie te herstellen. Vervolgens moet je beoordelen wat dat met de hele relatie doet. De beet wordt namelijk niet rechtevenredig over de hele kaakboog verhoogd; vanwege het scharnierpunt dorsaal neemt de mate van verhoging toe richting het front. Een verhoging van 0,5 mm op de zevens leidt dan ook al snel tot een verhoging van 3 mm in het front. Dat is doorgaans niet erg, omdat de slijtage vaak ook meer in het front dan zijdelings heeft plaatsgevonden (afbeelding 2).
Complexer wordt het bij klasse II-relaties (disto-relatie). Wanneer de beet wordt verhoogd, draait de onderkaak namelijk ook naar achteren. Dat zorgt niet alleen voor een toename van de verticale relatie tussen de elementen, maar ook van de horizontale relatie tussen het boven- en onderfront. Dit kan vaak worden opgelost door het bovenfront palati-
naal te verdikken en het onderfront te verlengen en buccaal te verdikken. Bij patiënten met een klasse II-relatie neemt de overjet echter nog sterker toe, waardoor die in sommige gevallen zo groot wordt dat deze redelijkerwijs niet kan worden overbrugd om de noodzakelijke verhoging in de zijdelingse delen te bewerkstelligen. Tijdens de diagnostische fase moet daarom altijd goed worden bekeken of een beetverhoging haalbaar is. Zo wordt bepaald hoeveel je kunt verhogen zonder de frontrelatie te verliezen of de incisieven onacceptabel te verdikken voor een esthetisch, functioneel en reinigbaar resultaat. In dergelijke gevallen moet orthodontie en osteotomie worden overwogen.
Bij een beetverhoging met directe restauraties wordt meestal de hoogte en de relatie van de beet uit de hand bepaald tijdens het werk. Dit is soms lastig, vrijwel altijd arbitrair en vergt in ieder geval veel ervaring. Een groot voordeel van een indirecte, hybride benadering is dat de beethoogte en relatie vooraf diagnostisch kunnen worden vastgelegd, waarbij de nieuwe beet wordt vormgegeven. Omdat het gehele gebit wordt aangepakt, mag de maximale occlusie worden losgelaten. Als referentie gebruik je de ideale positie van de condylen in de fossa articularis. De centrale relatie is hiervoor het meest geschikt. In deze relatie liggen de condylen in de meest ongedwongen, ventrale positie.
De centrale relatie kan op verschillende wijzen worden vastgelegd, zoals met bimanuele manipulatie of chinpoint guidance, maar de meest voorspelbare variant is met behulp van een leaf gauge. Dit instrument maakt het mogelijk om gemakkelijk in de mond, of via een intra-orale scan, te beoordelen hoeveel je de beet wilt en kunt verhogen. De gekozen hoogte in de centrale relatie is eenvoudig vast te leggen in een scan (afbeelding 3). In de nieuw bepaalde beet kan een (digitale) wax-up worden vervaardigd, die benut kan worden als mock-up voor try-out, als preparatiemal, voor provisionals of als mal voor het aanbrengen van (flowable) composiet.


Maak kennis met een compleet en flexibel tandenbleeksysteem dat aansluit op de dagelijkse gewoontes van uw patiënten én de workflow binnen uw praktijk:
De reis naar een stralendere glimlach begint hier.

kulzer.nl/kulzer-vivida


HOME USE HOME USE
■ Kulzer Vivida Office Shade Correction: zichtbare kleurcorrectie in één enkele afspraak van 30-45 minuten met de gebruiksklare 25% HPS pen – geen lamp of mengen nodig.
■ Kulzer Vivida Home Kit: de veilige en complete thuisoplossing biedt de patiënt optimaal gebruiksgemak. Slechts 15-30 minuten behandeltijd per dag dankzij de 6% HPS formule.
Beide systemen kunnen op kamertemperatuur worden bewaard en minimaliseren gevoeligheid.



Semidirecte techniek met composiet
Vooral het injecteren van een flowable composiet in transparante mallen heeft de laatste jaren sterk aan populariteit gewonnen. De injectiemallen worden doorgaans vervaardigd met een transparante siliconenmal over de wax-up heen, waarna er per element twee gaatjes worden aangebracht: één voor het inbrengen van de flow-naald en één voor het ontsnappen van lucht en overtollig composiet. Dit vergt wel een specifieke wax-up en mallen, want de mallen moeten cervicaal goed aansluiten op de oorspronkelijke elementen om een goede aansluiting te verkrijgen (afbeelding 4). Ook mag de mal niet van zijn plaats worden gedrukt door de cofferdamklem. Het is ook raadzaam om twee mallen per kaakhelft te maken, waarin de elementen om en om worden opgebouwd, om een optimale overzetting van de waxup naar de mond te garanderen (afbeelding 5). Ten slotte moeten de transparantie en dikte van de mallen correct zijn voor voldoende lichttransport tijdens het uitharden.
Een veelgehoorde zorg rond deze techniek is het gebruik van een flowable composiet. Dit wordt in de restauratieve tandheelkunde afgeraden vanwege de hoge krimp en de beperkte breuk- en slijtvastheid van het materiaal. Krimp vormt hier echter geen probleem, vanwege de vele vrije vlakken van de restauraties waar het vanaf kan krimpen. Voor een goe-
de breuk- en slijtvastheid is het wel belangrijk om kritisch te zijn bij de keuze van de flow. Het vuldeelpercentage is daarin een belangrijke graadmeter. Er zijn inmiddels ruim voldoende flowable composieten op de markt met een vuldeelpercentage van rond of zelfs boven de gewenste 70%, dus theoretisch zou dit moeten werken. Er zijn echter (nog) geen klinische studies bekend die het functioneren van dit composiet bij bruxisten aantonen. Bovendien worden de veel hogere vuldeelpercentages van posterior composieten nog lang niet gehaald.
Een andere techniek om een indirecte vormgeving over te brengen naar de mond en daarbij wel een hooggevuld posterior composiet te gebruiken, is de stempeltechniek. Ook hiervoor worden transparante mallen vervaardigd, die niet worden geïnjecteerd, maar vooraf worden volgespoten met composiet en vervolgens op hun plaats worden gedrukt en uitgehard. Het voordeel hiervan is dat er slijtvastere materialen kunnen worden gebruikt en dus een duurzamer resultaat kan worden verwacht. Een nadeel is dat verwarmd composiet minder vloeibaar is en dus moeilijker in kleine hoeken vloeit. Daarnaast loopt de overmaat lastiger weg en is het risico op luchtbellen groter. Het overbrengen van de vormgeving is daarom vaak voorspelbaarder en eenvoudiger met de injectietechniek. Voor beide technieken geldt dat ze het beste werken als de elementen om en om worden opgebouwd en er daarom met een wax-up en mallen wordt gewerkt waarin de elementen om en om zijn


Revolutionaire scaner varing. M aximale precisie. Ongekend gebruiksgemak .
• Haarscherpe beelden – tot 110% hogere scanresolutie voor natuurgetrouwe 3D scans.
• Hyperspec traal scannen – wit , fluorescerend en near-infrared data in één vloeiende scan.
• Draadloos & kalibratievrij – direct klaar voor gebruik .
• ScanA ssist – AI scan- ondersteuning voor snelle, consistente resultaten.
• Dx Plus compatibel – AI ondersteunde detectie en visualisatie van o a. cariës, slijtage, plaque en recessie
Great patient care star ts here!

opgebouwd. Met goede mallen en enige ervaring kan met deze technieken efficiënt, voorspelbaar en netjes een fraaie beetverhoging worden bewerkstelligd.
Hoewel composiet inmiddels al jaren een bewezen materiaal is voor het herstel van gebitsslijtage, kent het nog steeds beperkingen. Slijtage, verkleuring op termijn, het verlies van oppervlaktestructuur en glans kunnen redenen zijn om te kiezen voor indirecte, keramische restauraties. Ook komt het regelmatig voor dat er hiaten moeten worden opgevuld met implantaten of een brug, of dat bestaande indirecte restauraties moeten worden vervangen. Deze indicatie sluit composiet op de overige elementen niet uit. Omgekeerd komt het ook regelmatig voor dat er indirecte restauraties moeten worden vervaardigd, maar dat daarvoor eerst de beet als geheel behandeld moet worden. Dan is aanvullende behandeling gewenst en zijn (semi)directe composietrestauraties vaak het meest weefselbesparend en economisch. De eerste stap is dan altijd om eerst de beetverhoging te realiseren met composietrestauraties. Dit kan direct uit de hand of met indirecte hulp van mallen. Wanneer deze beetverhoging succesvol is uitgevoerd en de patiënt eraan is gewend, kan worden gestart met de behandeling met indirecte restauraties in de nieuwe, verbeterde beet (afbeelding 6).
Het is goed om je te realiseren dat bijna elke esthetische hulpvraag voortkomt uit een functioneel probleem. Ook in het geval van vervanging van meerdere ontbrekende elementen ligt er vaak een functioneel probleem achter, of is dat probleem inmiddels ontstaan door het functioneren met hiaten. In beide gevallen is het zaak om de beet, de slijtage en de positie van de elementen goed te evalueren, zodat voorafgaand kan worden gezorgd voor een optimale belasting van de nieuwe restauraties. Dit houdt in: zo vlak mogelijke geleidingshoeken, front- en cuspi-
daatgeleiding en een nette curve. Hiermee verbeter je de occlusale belasting en reinigbaarheid en optimaliseer je de levensduur van de nieuwe restauraties en dus van het hele gebit. Als een suboptimale situatie wordt aangetroffen moet daarom altijd aanvullende orthodontische of restauratieve behandeling overwogen worden.
Ik ben dan ook van mening dat als een patiënt investeert in kostbare en duurzame indirecte restauraties op elementen of implantaten, je als tandarts verplicht bent om eerst naar de rest van de mond te kijken of deze hiervoor geschikt is. Bij twijfel moet je een totaalplan opstellen. Dit geldt voor de parodontale, cariogene en endodontische aspecten en net zo goed voor de functionele aspecten. Vlak de mogelijkheden van orthodontische behandeling hierin niet uit. Maar ook met onze restauratieve toolbox kunnen we een groot verschil maken: vaak met composiet, soms met indirecte restauraties en steeds vaker met een hybride benadering.
Paul de Kok is sinds 2008 werkzaam bij de Kliniek voor Parodontologie Amsterdam (KvPA) en sinds 2014 mede-eigenaar. Paul is erkend restauratief tandarts en doceerde vele jaren voornamelijk over indirecte restauraties op ACTA. Hij promoveerde op het vakgebied materiaalkunde, heeft een grote interesse in het esthetisch en functioneel herstel van het gebit en is een gepassioneerd docent en spreker op diverse cursussen en congressen. Daarnaast publiceert Paul regelmatig in (inter)nationale tijdschriften, is hij reviewer van wetenschappelijke tijdschriften en cohost van de tandheelkundige podcast ‘Breek me de bek niet open’.
Wat te doen als je op het einde van de wedstrijd de tactiek nog moet bepalen
We spelen in de 80e minuut, er is nog steeds niet gescoord, het publiek staat op de banken van enthousiasme en alle aanwezigen hebben het gevoel dat er echt een wedstrijd gespeeld wordt op het hoogste niveau. Alle ingrediënten zijn daar immers voor aanwezig: de wedstrijd is gestart, er is de wil om te winnen en alle spelers die de ploeg nodig heeft staan in het veld. De bal wordt plots op de penaltystip gelegd en de rest van het team roept ‘schiet hem er maar in!’ De restauratief tandarts wil niets liever, maar het doel is eigenlijk nog nergens te bekennen. Jasper Thoolen
In onze praktijk ontvangen wij op verwijzing een 60-jarige mevrouw met een esthetische wens. Graag zou ze het aangezicht van haar gebit verfraaien, ze stoort zich aan de kleur en de vormen en heeft het gevoel dat het niet symmetrisch is. Daarnaast bijt ze voor haar gevoel te hard dicht op haar voortanden, het dichtbijten voelt niet lekker.
In het verleden is ze in andere praktijken al uitgebreid behandeld met orthognathische chirurgie, orthodontie, implantologie en verschillende restauratieve en esthetische behandelingen. Er zijn meerdere composiet- en indirecte restauraties in de mond aanwezig die slijtage vertonen, en ook de eigen dentitie vertoont slijtage, in sommige gevallen tot in de dentine (afbeelding 1-10).
Omwille van de lengte van het artikel wordt niet uitgebreid ingegaan op de medische en persoonlijke anamnese en het profiel van mevrouw, noch op de daaruit voortvloeiende diagnose en indicaties. Afgezien van de verstoring in haar functionele bewegingsvrijheid, waren er echter geen beperkingen die de later uitgevoerde behandelingen beïnvloedden.
Het doel van dit artikel is om een voorbeeld van een casus te laten zien waarin het naar onze mening
gunstiger zou zijn geweest wanneer deze vanuit een meer overkoepelend perspectief benaderd zou zijn. Immers, mevrouw heeft nagenoeg alle tandheelkundige disciplines mogen ontmoeten gedurende haar behandeltraject en toch is ze nog niet tevreden met het behaalde eindresultaat. Bovendien laat het artikel zien dat restauratieve tandheelkunde lang niet altijd rozengeur en maneschijn is en dat behandeluitkomsten niet altijd perfect kunnen zijn.
In de (restauratieve) tandheelkunde hanteren we een aantal basale stappen om tot het formuleren van een behandelplan te komen. Allereerst moeten we zorgen voor een gezonde biologische basis en evenwicht in de mond. In een mond met actieve cariës- en parodontale pathologische processen gaan we niet restauratief en regeneratief aan het werk. Streven naar microbiologisch evenwicht is dus altijd de eerste stap.
De tweede stap is altijd het overwegen of het verbeteren van de uitgangspositie nodig en zinvol is. Op basis van een referentie-analyse, twee dimensionaal ‘digital smile design’ en drie dimensionaal ‘singular design’ maken we een analyse of een orthognathische of orthodontische benadering nodig en zinvol is om de daarop volgende restauratieve fase te verbeteren en vergemakkelijken, al dan niet ondersteund met implantologie.




1. Pre-operatief, gebitselementen in occlusie.
2. Pre-operatief, occlusaal aanzicht bovenkaak. Let op



de slijtage van de aanwezige restauraties en slijtage van met name de 27.
3. Pre-operatief, occlusaal aanzicht onderkaak. Let op de slijtage ter plaatse van de 33, 43 en 44.
4. Pre-operatief, portretfoto met lach.
5. Pre-operatief, foto met lach, let op de asymetrieën tussen de
De derde stap is pas de restauratieve fase waarin we over gaan tot aanpassen, vervangen of opbouwen van de dentitie met verschillende materialen en technieken, maar altijd strategisch benaderd vanuit het centraal gestelde singular design.
De vierde stap is de evaluatie waarin wordt gekeken of de restauratieve doelen in het behandelplan gehaald zijn, waarna een individueel opgesteld preventie- en onderhoudstraject gestart wordt en waarin op termijn getoetst wordt of het microbiologisch evenwicht en de occlusale stabiliteit gewaarborgd blijven.
In deze casus komen we binnen deze verwijzing als restauratief tandarts pas in de 80e minuut van de reservebank en bevinden we ons ergens tussen stap



onderlinge gebitselementen.
6. Pre-operatief, portretfoto met retractoren.
7. Pre-operatief, gebitselementen in occlusie, met diffuus licht.
8. Pre-operatief, gebitselementen in occlusie in zijaanzicht.
9. Pre-operatief, gebitselementen in occlusie in zijaanzicht.
10. Pre-operatief, Orthopanthomogram.
drie en vier. En dat maakt het lastig, want daarmee is het ook de vraag of we met de aanwezige uitgangsituatie als startpunt tegemoet kunnen komen aan de hoge esthetische wens van mevrouw.
Ongeacht de externe voorgeschiedenis en uitgevoerde behandelingen, geven we er altijd de voorkeur aan om digitaal een referentie-analyse uit te voeren op de nu aanwezige situatie. Daaruit blijkt dat de curves niet optimaal gerestaureerd zijn, dat er meerdere asymmetrieën in het gezicht aanwezig zijn, en dat er sprake is van een zogenoemde ‘facial flow’. Ook zien we dat de stand van de gebitselementen en de daaruit











11. Referentie-analyse waarin we met verschillende horizontale en verticale hulplijnen bepaalde punten in het gezicht markeren en analyseren.
12. Twee dimensionaal digital smile design op basis van de referentie analyse.
13. Simulatie van het eindresultaat op basis van het gemaakte digital smile design.
14. Het driedimensionale singular design (paars) versus de huidige
situatie (groen). Met name de 44 en 45 zullen geïntrudeerd moeten worden om in het gewenste restauratieve ontwerp uit te komen.
15. Plaatsen van vaste orthodontische apparatuur.
16. Post-orthodontisch, gebitselementen in occlusie, let op de occlusale ruimtes.
17. Post-orthodontisch, let op de verbetering van de bogen en gingivale architectuur.
18. Post-orthodontisch, occlusaal aanzicht bovenkaak.
19. Post-orthodontisch, occlusaal aanzicht onderkaak.
20. Het singular design (paars) over de situatie na de orthodontie (wit).
21. Het singular design (paars) over de situatie na de orthodontie (wit), op de meeste locaties kan nu vooral additief restauratief behandeld worden.
voortkomende gingivale architectuur niet optimaal is (afbeelding 11).
Op basis van de huidige situatie en stand van de elementen werd met SmileCloud een twee dimensionaal digitaal ontwerp (Digital Smile Design) gemaakt met bijbehorende visuele simulatie en worden de mogelijkheden en beperkingen besproken met mevrouw (afbeelding 12 en 13). Het visueel maken van de uitgangssituatie en het bespreken van de mogelijkheden, maar vooral onmogelijkheden, is niet alleen voor een tandarts maar met name ook voor een patiënt erg fijn. Hieruit blijkt namelijk onder andere de ongunstige locaties en configuratie (bone-level versus tissue-level) van de implantaten in verticale zin, wat het prothetische uitgangspunt flink beïnvloed. Het is wenselijk om dit gesprek voorafgaand aan de restauratieve behandelingen te hebben en visueel te maken aan een patiënt, omdat dit in het kader van informed consent een vervelend gesprek na de uitgevoerde behandelingen kan voorkomen. De configuratie en locatie van de al aanwezige implantaten zorgen er namelijk voor dat er op meerdere locaties prothetisch onmogelijk een anatomisch correcte restauratie gemaakt kan worden. In overleg werd besloten om de implantaten te laten staan en niet te vervangen. De dentale uitgangspositie en de vorm van de tandbogen waren echter wel een probleem, en zorgden ervoor dat een wenselijk design niet mogelijk zou zijn zonder orthodontie.
Ondanks dat we als restauratief tandarts in deze specifieke casus pas aan het einde betrokken worden en starten tussen bovengenoemde stap 3 en 4, worden we gedwongen door de prothetische analyses die we uitvoeren om terug te gaan naar stap 2. Een voor zowel patiënt als tandarts wenselijk eindresultaat is in de huidige situatie niet mogelijk, dus het verbeteren van de uitgangspositie middels een nieuw orthodontietraject is de eerst stap die we besloten hebben te nemen (afbeelding 14).
Er werd vaste orthodontische apparatuur geplaatst in zowel de boven- als onderkaak (afbeelding 15). Als referentie van de plaatsing werd de glazuur-cement grens aangehouden en niet de incisale randen van de gebitselementen. Immers, met de wetenschap dat er in de toekomst nog restauratief behandeld gaat worden zijn die namelijk minder relevant, het gaat in deze vooral op het orthodontisch oplijnen van de tanden en kiezen op basis van de gingiva en het vlak van occlusie zoals bepaald in het singular design (afbeelding 14). De aanwezige implantaten zorgen in deze casus voor een gunstige verankering van de
apparatuur, waardoor het intruderen van de gebitselementen in de zijdelingse delen makkelijker werd. Na een jaar orthodontische behandeling werd de vaste apparatuur verwijderd en werd er opnieuw een referentie-analyse uitgevoerd (afbeelding 16-19). Er is een sterke verbetering te zien in de gingivale architectuur en locatie en stand van de gebitselementen. De midline is weliswaar nog steeds niet symmetrisch, maar dat is vooral debet aan het ontbreken van element 35. Wanneer we het driedimensionale digitale singular design - dat voortkomt uit de eerste referentie analyse die we hebben gemaakt - spiegelen met de huidige situatie, zien we dat het nu een stuk makkelijker is om de restauratieve behandelingen zo conservatief mogelijk uit te voeren en tot een gewenst restauratief eindresultaat te komen (afbeelding 20 en 21).
In zowel de boven- als onderkaak werden indirecte restauraties geplaatst en vervangen. Voor het front en de premolaren werd gekozen voor lithiumdisilicaat restauraties en op implantaten werd gekozen voor monolithische zirkonium restauraties (afbeelding 22-36).
Aanvullend werd voor mevrouw een nightguard aangemeten en we zien mevrouw eens in de zes maanden voor controle. De situatie na het plaatsen van de restauraties is inmiddels iets langer dan twee jaar stabiel.
Hoewel mevrouw erg te spreken is over het eindresultaat, zijn wij gematigd positief. Ondanks dat we de zorgvraag van mevrouw goed in hebben kunnen vullen en restauratief een uitgebalanceerd en tot nu toe stabiel eindresultaat hebben kunnen afleveren, voelt het nog steeds als een gemiste kans dat het gehele behandeltraject vanaf de orthodontie en orthognathische chirurgie niet vanuit een overkoepeld prothetisch concept is uitgevoerd. In deze casus startten we al in een compromis situatie, en dat had een tweede orthodontische behandeling en ongunstige designs van de werkstukken op de implantaten kunnen voorkomen. Het benadrukt het belang van een centrale interdisciplinaire regisseur in dit soort complexe casuïstiek, en het belang van ‘backwards thinking’ waarin het prothetisch design de keuze van de locatie en configuratie van de implantologie dicteert en niet andersom.

Hét platform voor Smile Design en efficiënte samenwerking.
• 3D Smile Design
• Verbeter de communicatie met partners
• AVG-proof dataoverdracht van patiëntgegevens
• Verhoogde patiëntacceptatie
• Altijd en overal toegang tot cases

Op pagina 28 t/m 35 las u al de praktijkervaring met Smilecloud. Meer weten of al overtuigd? Scan de QR-code en start uw 14-dagen gratis proefperiode.
Via deze QR-code wordt uw Smilecloud-account automatisch gekoppeld aan Straumann AXS™ en kunt u, indien nodig, rekenen op support via Straumann.
Ervaar zelf de kracht van Smilecloud.






22. Postoperatief na 3 maanden, gebitselementen in occlusie.
23. Postoperatief na 3 maanden, gebitselementen uit occlusie, let op de verbetering van de bogen van zowel de boven- als de onderkaak.
24. Postoperatief na 3 maanden, occlusaal aanzicht bovenkaak.
25. Postoperatief na 3 maanden, occlusaal aanzicht onderkaak, let op linguale aanslag en tandsteen.
26. Postoperatief na 3 maanden, zijaanzicht gebitselementen in occlusie, let op de zichtbare hals





van het implantaat op locatie 16.
27. Postoperatief na 3 maanden, zijaanzicht gebitselementen in occlusie, let op de zichtbare halzen van de implantaten op locaties 26 en 36.
28. Postoperatief na 3 maanden, portretfoto met lach.
29. Postoperatief na 3 maanden, foto met lach, met name het naar binnen vallende prothetische design van de implantaat gedragen kroon van de 26 valt hier op.
30. Postoperatief na 3 maanden, portretfoto met retractoren.




31. Postoperatief na 3 maanden, gebitselementen in occlusie, met diffuus licht.
32. Postoperatief na 3 maanden, gebitselementen uit occlusie, met diffuus licht.
33. Postoperatief na 3 maanden, gebitselementen in occlusie in zijaanzicht.
34. Postoperatief na 3 maanden, gebitselementen in occlusie in zijaanzicht.
35. Postoperatief na 3 maanden, Orthopanthomogram.
36. Bovenkaak voor en na de uitgevoerde behandelingen.
Verzamel automatisch feedback van patiënten en zet deze direct om in waardevolle reviews.





Doorlopende inzichten voor een vaste, lage prijs
Positieve feedback direct doorgeplaatst als review
Concreet verbeteradvies
Met het patiënttevredenheidsonderzoek van Feedback Company ontdek je hoe jouw patiënten de zorg ervaren. Je voldoet aan de NEN 7510-eisen, krijgt duidelijke inzichten voor je team en koppelt eenvoudig je reviews aan derde partijen zoals Google en Zorgkaart Nederland. Zo maak je patiënttevredenheid zichtbaar én werk je gericht aan de kwaliteit van je praktijk, tegen een vaste en lage prijs.
Meer informatie


Maar ongeacht de interdisciplinaire discussie over wat er beter en slimmer had gekund en wie nu precies de regie had moeten voeren, hebben we voor het gevoel van mevrouw in de laatste minuut gescoord en gewonnen. Zij is immers tevreden. Geen strakke goal in de kruising, maar gewoon via de paal met een beetje geluk naar binnen. En dat resultaat telt uiteindelijk.
De betrokken behandelaren waren: Jasper Thoolen – Intake, digitale planningen en restauratieve fase,
Jasper Thoolen studeerde in 2016 af als tandarts aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Sinds 2024 is hij erkend als restauratief tandarts/prosthodontist door de NVVRT en EPA. Hij werkt in zijn praktijk Oisterwijkkliniek Tandheelkunde in Oisterwijk en daar houdt hij zich voornamelijk bezig met de restauratieve en reconstructieve tandheelkunde, digital smile design en digitale behandelplanning, orthodontie en implantologie. Jasper is veelgevraagd spreker voor verschillende internationale meetings en symposia en is als trainer verbonden aan diverse postacademische opleidingen. Naast zijn werk aan de stoel schrijft hij artikelen voor verschillende tandheelkundige vakbladen en is hij als key opinion leader betrokken bij verschillende gerespecteerde tandheelkundige firma’s. Jasper is daarnaast een van de vijf oprichters van het online educatie platform Karma.Dentistry. 36
Meer weten?
Op 12 en 13 juni 2026 organiseert Karma.Dentistry de KARMA.Design cursus in Moergestel. Tijdens deze tweedaagse cursus leren de cursisten de principes achter Digital Smile Design, het gebruik van SmileCloud en het maken, vertalen en toepassen van een digitaal singular design in een tandheelkundig behandelplan.
Daarnaast start vanaf september 2026 het Karma.CEPCD programma, een 3 jaar durende cursus met 18 modules waarin naast theoretische verdieping op allerlei vakgebieden in de tandheelkunde ook begeleiding is voor eigen patiënten en waarbij tijdens de cursus eigen patiënten onder begeleiding van ervaren docenten behandeld worden. Meer informatie is te vinden op www.karma-dentistry.com
Peter Thoolen – Orthodontische behandeling, VDS Tandtechniek – 3-dimensionaal functioneel ontwerp na de orthodontische behandelingen en vervaardigen van de keramische werkstukken.
In de esthetische zone is het doel van restauratief werk vaak niet om op te vallen, maar juist om te verdwijnen in de natuurlijke harmonie van het gebit. Kennis van het natuurlijk element is daarbij essentieel.1 Deze casus beschrijft het traject van een jonge patiënte die zich meldde met esthetische zorgen over haar bovenfront. Een oude restauratie, kleurverschillen en witte vlekken verstoorden haar glimlach. Met behulp van Digital Smile Design, een directe mock-up en een zorgvuldig opgebouwde composietrestauratie werd niet alleen haar glimlach hersteld, maar ook haar zelfvertrouwen. Dit verslag toont hoe techniek, materiaalkeuze en oog voor detail samenkomen in de kunst van het onzichtbaar, biomimetisch herstel. Freek Gols Linthorst
Een jonge vrouwelijke patiënt meldde zich met esthetische bezwaren over haar bovenfront (afbeelding 1-2). In het verleden was element 21 afgebroken en hersteld. Ze stoorde zich aan de zichtbare vulling, witte vlekken en de kleur van haar tanden. Haar wens: een natuurlijk ogend, harmonieus gebit. Tijdens het tweede consult werd een eenvoudige Digital Smile Design (DSD) opgesteld in Keynote (afbeelding 3-4), gevolgd door een directe mock-up met flowable composiet (afbeelding 5). Op basis van deze mock-up werd een palatinale puttymal vervaardigd. Deze grove mal werd bijgesneden met een scalpel en verder verfijnd met een chamferboor tot de gewenste vorm (afbeelding 6-8). Dit is in veel gevallen een goed alternatief voor een mal op basis van een waxup die sneller te vervaardigen en bovendien economischer is. Bij complexe vormveranderingen blijft een diagnostische wax-up uiteraard ook zeer waar-
devol. Ter voorbereiding op het restauratief herstel kreeg de patiënte een thuisbleekset mee. Vijf weken later vond de restauratieve behandeling plaats. De werkomgeving werd geïsoleerd met rubberdam volgens de split dam techniek.2 Na het verwijderen van de oude restauratie en het prepareren, werd het te hechten glazuur gedurende 30 seconden geëtst met fosforzuur, waarna G-Premio BOND (GC) werd aangebracht en uitgehard volgens de richtlijnen van de fabrikant (afbeelding 9-11). De aangebrachte bevel was ongeveer 1–1,5 mm breed en onder een hoek van 45o ten opzichte van de palatinale wand, wat zorgt voor een geleidelijke overgang tussen de tand en de restauratie en zorgt voor een brede glazuurstrook om aan te hechten (afbeelding 12).
De restauratie werd opgebouwd in meerdere lagen om een natuurlijke esthetiek te benaderen. De palatinale wand werd als eerste gevormd met behulp van





1-2. Extraoraal en intraoraal zicht op de glimlach.
3-4. Digital Smile Design toegepast op het extraoraal en intraoraal zicht.
5. Directe mock-up met flowable composiet.
6-8. Een directe puttymal is een





snelle, economische en zeer handige tool bij direct anterieur herstel.
9-11. Na het etsen van het glazuur werd G-Premio BOND (GC) aangebracht volgens de instructies van de fabrikant.
12. Een 45° glazuurbevel zorgt voor een geleidelijke overgang tussen het
de puttymal, waarbij een dunne laag Light Enamel (Essentia, GC) werd aangebracht als basis (afbeelding 13).




tandweefsel en het composiet.
13. De palatinale wand werd opgebouwd uit een laag Light Enamel (Essentia, GC).
14. De eerste dentinelaag in Light Dentin, in een golvende wand van de achterrand van de bevel tot palataal.
Vervolgens werd de dentinekern opgebouwd. De eerste laag bestond uit Light Dentin, die doorliep van de achterrand van de bevel tot aan de palatinale wand. Hierbij werd een uitgesproken golvende vorm aangehouden, conform de techniek van Javier Tapia Guadix 3, om een natuurlijke overgang naar het glazuur te creëren (afbeelding 14).
Daarna werd een tweede dentinelaag aangebracht met Medium Dentin, waarbij de nadruk lag op het
VIA INFO.BENELUX@GC.DENTAL
G-ænial A’CHORD is een universele composiet die zorgt voor langdurige, onzichtbare restauraties. Ontworpen om tijd en dus kosten te besparen, verenigt het superieure technologie in een eenvoudig product. Nu kun je met een gerust hart een materiaal gebruiken dat moeiteloos te hanteren is, zelfs in uitdagende casussen.
• Gebruiksvriendelijk: vereenvoudigd systeem, vereenvoudigde verwerking, simpelweg universeel
• Esthetisch: natuurlijke fluorescentie, duurzame glans, extreme uitdagingen
• Revolutionair: Vereenvoudigd systeem met 5 standaardkleuren die de esthetiek van de 16 klassieke Vita-kleuren eenvoudig realiseren
Wilt u een cursus volgen waarbij u dit product kunt testen?
02 & 03/10/2026
Esthetiek en slijtage Dr. Marta Ilik
02/10/2026
The Big Six - ON TOUR Dr. Maarten de Beer & Dr. Erik-Jan Muts

30/10/2026
The Big Six - ON TOUR Dr. Maarten de Beer & Dr. Erik-Jan Muts




Sluit het symposium af met een optionele guided tour en diner in Tokyo samen met collega-tandartsen uit de Benelux (€149 excl. btw).
Meer info: https://gc-education-benelux.com/


15. De tweede dentinelaag in Medium Dentin, waarin de ontwikkelingslobben gevormd worden.
16. Een laatste, zeer dunne dentinelaag in Light Dentin.


17. Opalescent Modifier accentueert de ontwikkelingslobben en de incisale halo.


18. Opake accentuering van de incisale snijrand geeft extra nadruk aan de incisale halo.
19. ‘Mylar pull through’ techniek met Light Enamel voor de randlijsten.
20. Na het aanbrengen van de laatste lagen Light Enamel.
modelleren van mesiale en distale ontwikkelingslobben. In het centrale deel werd bewust minder volume aangebracht om een translucent, sclerotisch effect te verkrijgen (afbeelding 15).
Een derde, zeer dunne dentinelaag van Light Dentin werd toegevoegd om subtiele highlights aan te brengen en een geleidelijke overgang tussen de lagen te realiseren (afbeelding 16).
Tot slot werd aandacht besteed aan translucentie en opalescentie die vooral opvallend zijn in het incisale derde van de incisieven. De Opalescent Modifier van Essentia werd aangebracht van de incisaalrand tot halverwege het dentine (afbeelding 17). De halo werd met opake tinten afgelijnd om het natuurlijke effect te benadrukken (afbeelding 18).
De randlijsten werden opgebouwd met Light Enamel via de ‘Mylar pull through’-techniek 4 (afbeelding 19). Hierbij wordt een Mylarstrip geplaatst tussen de tanden en wordt het composiet vanuit vestibulair, tegen de strip en de reeds uitgeharde palatinale wand gecondenseerd. Vervolgens wordt de strip van vestibulair naar palataal doorgetrokken, zodat een convexe proximale wand gevormd wordt en het composiet goed aansluit op de reeds uitgeharde laag. De buccale zijde werd verder afgewerkt met een laatste laag Light Enamel (afbeelding 20). De zuurstof-gei nhibeerde laag werd verwijderd met alcohol op een gaasje.
Na het modelleren en uitharden van het composiet werd de restauratie zorgvuldig tot hoogglans gepo-
lijst in een aantal stappen. De eerste stap bestond uit het gebruik van Sof-Lex schijfjes (Solventum, ‘coarse’) om de vorm te verfijnen en oppervlakteruwheid te reduceren. Vervolgens werden diamantgecoate siliconen wieltjes (EVE Diacomp TWIST, EVE) ingezet voor het verder gladmaken en glanzen. Voor de finale polijstfase werd een geitenharen borstel (Enamel Plus SHINY, Micerium S.p.A.) gecombineerd met Diapolisher Paste (GC), wat resulteerde in een uiterst glad en glanzend oppervlak dat esthetisch aansluit bij het natuurlijke glazuur.
Direct na de afwerking was het dehydratie-effect nog zichtbaar, wat tijdelijk zorgde voor een duidelijkere overgang tussen de restauratie en het natuurlijke tandweefsel (afbeelding 21). Dit effect verdwijnt doorgaans na rehydratatie van het glazuur (afbeelding 22).
De resulterende vorm van de tanden vertoonde een goede overeenkomst met het Digital Smile Design (afbeelding 23). Door voldoende aandacht te besteden aan de mock-up en de hierop gebaseerde puttymal, kunnen de uiteindelijke tandverhoudingen op een efficiëntere en meer voorspelbare manier worden gemodelleerd. Er kan dan maximale aandacht besteed worden aan de gelaagde opbouw en de secondaire en tertiaire vormen, zoals de randlijsten, textuur en oppervlakteglans. De aldus gerestaureerde glimlach was esthetisch harmonieus en voldeed volledig aan de verwachtingen van de patiënte (afbeelding 24-25). Essentia is een composiet met een zeer
Congres
INFECTIE
PREVENTIE
360o in de praktijk

19 JUNI 2026
Miele Experience
Center te Vianen
Tijdens het Congres Infectiepreventie 360° in de praktijk krijg je in één dag een compleet en actueel overzicht van alles wat je moet weten. Van wet- en regelgeving tot microbiologie, van thermodesinfectie tot efficiëntere werkprocessen – praktisch, concreet en direct toepasbaar.
Doelgroep
● Hele team; inclusief tandarts & mondhygiënist
Partner

Aanmelden
Scan de QR-code voor het volledige programma en om je aan te melden!
Programma
Waarom doen we wat we doen & Hoe zit het met de nieuwe richtlijnen?
Nicolette Biesters
Microbiologie in de praktijk
Hanneke de Valk
Van reinigen tot steriliseren: theorie versus praktijk
Jo-Ann van Velsen
In gesprek met de inspectie
Q&A aan de IGJ; een verhelderend interview met de inspectie
Lean werken en procesoptimalisatie binnen een praktijk.
Rob de Graaf
Duwtje gedragspsychologie; Duwtje in de juiste richting Duwtje






21. Onmiddellijk na het afwerken en polijsten. Omwille van de dehydratatie is vlak na de afname van de rubberdam de overgang tussen vulling en tand nog zichtbaar.

22.Tijdens een recall is het finale resultaat na hydratatie goed te beoordelen.
23. Er was een goede overeenkomst tussen het Digital Smile Design en het uiteindelijke resultaat. 24-25. Voor en na. Een esthetisch harmonieus resultaat dat voldeed aan de verwachtingen van de patiente.
efficiënt kleursysteem, gebaseerd op de natuurlijke kleur en opaciteit van glazuur en dentine. Door een goede keuze van de juiste tint en opaciteit en een laagsgewijze opbouw, kan een natuurlijke overgang tussen tand en composiet verkregen worden, zonder dat hierbij het gehele vestibulaire oppervlak bedekt moet worden. Er werd zo minimaal invasief gewerkt, met maximaal behoud van het natuurlijk aspect en vorm van de tand, zonder deze te verdikken.
1. de Beer M, Ramaekers M, Linthorst FG. Een introductie in de biomimetische tandheelkunde. TP 2020;41:8-12.
2. Patel S, Samantha Hamer S. A simple guide to using dental dam. Br Dent J. 2021 May 28;230(10):644–650.
3. Tapia Guadix J. Essentia – the smart simplification of a composite system! GC Get Connected. 2015; 4: 6-12.
4. Urkande NK, Mankar N, Nikhade PP, Chandak M, Ikhar A, Patel A. Anterior Matrix Systems for Composite Restorations: A Review. Cureus. 2023 Apr 4;15(4):e37145.
Tandarts Freek Gols Linthorst is gespecialiseerd in cosmetische tandheelkunde. Hij is in 2016 afgestudeerd aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, waarna hij zich uitgebreid heeft nageschoold in binnen- en buitenland op het gebied van cosmetische en restauratieve tandheelkunde. Sinds 2020 werkt hij bij het Amsterdam Centrum Cosmetische Tandheelkunde (ACCT), waar hij nu mede-eigenaar is. Hij was één van de mede-oprichters van het nascholingsbedrijf Karma Dentistry. Daarnaast is hij samen met Rhodri Thomas mede-oprichter van de geavanceerde composietcursus A Pursuit of Nature, en geeft hij cursussen en lezingen aan collega-tandartsen in binnen- en buitenland. Naast het werken als tandarts heeft Freek veel passie voor kunst. Hij tekent en schildert al vanaf jonge leeftijd en gebruikt voor zijn lezingen vaak eigen illustraties.

Bij Tandenhof staat professionele en persoonlijke tandzorg voor kinderen en jongeren centraal. In hun praktijk in Rotterdam streven zij ernaar om ieder tandartsbezoek om te vormen tot een positieve ervaring. Met een combinatie van deskundigheid, rust en een kindgerichte aanpak begeleiden zij jonge patiënten bij preventieve mondzorg, controles en hun eerste kennismaking met de tandarts. De recente verbouwing van de praktijk sluit naadloos aan op deze visie.
Vraag van de opdrachtgever
De opdrachtgever had een duidelijke ambitie: het realiseren van een kindertandartsenpraktijk gericht op kinderen en jongeren tot 18 jaar. De wachtkamer moest uitnodigend en niet-klinisch aanvoelen, met specifieke ruimtes voor verschillende leeftijden en activiteiten. Tegelijkertijd moest er ook aandacht zijn voor ouders, met als doel een ontspannen maar chique omgeving te creëren waarin iedereen zich welkom voelt.
Een belangrijke wens was het integreren van een LEGO-ruimte en een omkleedruimte. Activiteiten
en speelgoed moesten aantrekkelijk zijn voor kinderen, maar de algehele uitstraling van de wachtkamer diende ook volwassenen aan te spreken. Het uitgangspunt: zowel kinderen als ouders moeten het prettig vinden om naar de praktijk te komen.
Voor Kinderpraktijk Tandenhof ontwikkelde de architect een vernieuwend ontwerp waarin de beleving van het kind centraal staat. De praktijk is opgedeeld in verschillende zones met elk een eigen functie en sfeer. Langs de gevel bevindt zich een belevingszone met onder andere een LEGO-hoek, gamezone en een kleine theaterhoek.
Deze speelse elementen verkorten de wachttijd en zorgen voor een ontspannen binnenkomst. Tegelijkertijd biedt de duidelijke indeling rust en overzicht, waardoor zowel kinderen als ouders intuïtief hun weg vinden.
Door een integrale ontwerpaanpak zijn technische installaties, verlichting en tandheelkundige voorzieningen subtiel in het interieur verwerkt. Zo ontstaat een omgeving die voldoet aan alle functionele en hygiënische eisen, terwijl deze ook warmte, veiligheid en vertrouwen uitstraalt.





De reacties van patiënten zijn zeer positief. Bezoekers waarderen vooral de kindgerichte aanpak en de warme uitstraling van de praktijk. Zo wordt de wachtkamer omschreven als een plek waar spelen en ontspannen centraal staan, en waar het meer voelt als een woonkamer dan een traditionele tandartspraktijk. Zowel kinderen als ouders ervaren het bezoek daardoor als prettig en ontspannen.
• Praktijk: Tandenhof, Rotterdam
• Website: www.tandenhof.nl
• Design: Buro/S Architects
Dit artikel beschrijft het concept van parodontale plastische chirurgie en presenteert twee klinische casussen waarin wordt aangetoond dat de coronally advanced flap (CAF), in combinatie met een bindweefseltransplantaat, voorspelbare wortelbedekking en verbetering van de weefselkwaliteit kan realiseren. Succesvolle resultaten zijn afhankelijk van een zorgvuldige casusselectie, chirurgische precisie en langdurig onderhoud. Gerry Karlis
Het mucogingivale complex speelt een cruciale rol bij het behouden van de gezondheid, stabiliteit en esthetiek van de weefsels rondom zowel tanden als implantaten. Mucogingivale chirurgie is een overkoepelende term voor parodontale behandelingen die gericht zijn op het corrigeren van defecten in de morfologie, positie en/of hoeveelheid van zacht weefsel en onderliggend bot rond tanden en implantaten. Het concept van mucogingivale therapie heeft zich in de loop der tijd aanzienlijk ontwikkeld. Toen Friedman in 1957 de term mucogingivale chirurgie introduceerde, omvatte deze alle chirurgische procedures die bedoeld waren om gezond zacht weefsel te behouden of te verbeteren.
In de afgelopen decennia hebben toenemende esthetische verwachtingen van patiënten geleid tot een verschuiving in de doelstellingen van deze behandelingen. Tegenwoordig is het doel niet alleen wortelbedekking, maar ook het bereiken van een opti-
maal esthetisch resultaat, waarbij kleur en textuur van het behandelde weefsel naadloos aansluiten op de omliggende weefsels (Stefanini et al., 2018). Om deze bredere doelstelling beter te weerspiegelen, heeft de American Academy of Periodontology de term mucogingivale chirurgie vervangen door parodontale plastische chirurgie. Deze term verwijst naar chirurgische procedures die worden uitgevoerd om anatomische, ontwikkelings-, traumatische of plaque-geïnduceerde defecten van de gingiva, alveolaire mucosa of het bot te voorkomen of te corrigeren.
Buccale gingivarecessies kunnen leiden tot esthetische bezwaren, dentinegevoeligheid en, in gevorderde gevallen, een bedreiging vormen voor de vitaliteit van het element. Historisch gezien waren behandelkeuzes sterk afhankelijk van de ervaring en het klinisch inzicht van de behandelaar. Tegenwoordig behoren technieken zoals de coronally advanced flap (CAF) en de tunneltechniek - en hun variaties - tot






de meest toegepaste en best gedocumenteerde benaderingen. Talrijke klinische studies tonen aan dat deze technieken zowel biologisch stabiele als esthetisch aantrekkelijke resultaten kunnen opleveren.
De keuze voor de meest geschikte chirurgische techniek dient rekening te houden met anatomische factoren, zoals de aanwezigheid van niet-cariës cervicale laesie(s), interdentale klinische aanhechtingsverlies, interdentale wekedelenverlies, buccale verplaatsing van de wortel, de mate van gekeratiniseerd weefsel en gingivadikte, evenals de esthetische wensen van de patiënt en de noodzaak om de morbiditeit van de patiënt te minimaliseren.
De volgende twee klinische casussen illustreren hedendaagse chirurgische benaderingen voor de behandeling van gingivarecessies in de anterieure boven- en onderkaak.
Casus 1 – Esthetische klacht en hypersensitiviteit
Een 23-jarige gezonde vrouwelijke patiënt werd verwezen naar onze kliniek met esthetische klachten en dentinegevoeligheid ter hoogte van element 12 en 13 (afbeelding 1). Er werd gekozen voor een envelop-type coronally advanced flap (CAF) (Zucchelli



et al., 2009) in combinatie met een gede-epithelialiseerd bindweefseltransplantaat (afbeelding 2).
Na het opklappen van de flap werden de papillen gede-epithelialiseerd en werd het transplantaat gefixeerd met 7-0 PGA-hechtingen (afbeelding 3). Vervolgens werd de flap coronaal verplaatst om de recessies volledig te bedekken en gefixeerd met 6-0 polyamide enkelvoudige en slinghechtingen (afbeelding 4). De patiënt kreeg postoperatieve instructies en de controleafspraken werden nagekomen. Bij controle na 2 maanden werd volledige wortelbedekking van element 12 en 13 bereikt (afbeelding 5). Het gingivale weefsel vertoonde een natuurlijke kleur en textuur, met een toegenomen weefseldikte, wat zowel esthetisch als functioneel een verbetering betekende (afbeelding 6). De patiënt werd terugverwezen naar de tandarts voor onderhoud, en een jaarlijkse follow-up bij ons werd ingepland.
Een 51-jarige vrouwelijke patiënt presenteerde zich met ernstige gingivarecessies variërend van 4 tot 8 mm bij elementen 31 tot en met 34 (afbeelding 7).
Met name bij element 32 was er sprake van een gebrek aan gekeratiniseerde aangehechte gingiva,








borstelvormen voor de verzorging en bescherming van de gingiva.
Er z�n geen significante verschillen tussen conische en cylindrische interdentaal borstels op het gebied van totale plaqueverw�dering1







CYLINDRISCHE VORM


zorgt voor optimale precisie in kleine interdentale ruimten.
CONISCHE VORM
zorgt voor een betere toegankel�kheid in middelgrote en grote interdentale ruimten.
B� middelgrote en grote interdentale ruimten kan een cylindrische borstelvorm beschadigingen aan de gingiva en papil veroorzaken. Dit als gevolg van overdruk op de gingiva die ontstaat t�dens het inbrengen van het borsteltje in de interdentale ruimte. De inbrengkracht b� cylindrische borsteltjes neemt toe naarmate de borsteldiameter toeneemt.2





Scan de QR-code voor meer informatie



















waarbij de recessie het apicale kwart van de wortel naderde. De patiënt had in het verleden een orthodontische behandeling ondergaan, maar wenste geen herbehandeling.
Er werd een vergelijkbare chirurgische aanpak gekozen als in casus 1, met als verschil dat twee verticale ontspanningsincisies werden gemaakt (afbeelding 8), mesiaal van element 31 en distaal van element 34, om mobilisatie van de flap te vergemakkelijken. Een bindweefseltransplantaat vanuit het palatum werd gede-epithelialiseerd (afbeelding 9) en gefixeerd met 7-0 PGA-hechtingen (afbeeldingen 10 en 11). De flap werd coronaal verplaatst en gefixeerd met 6-0 polyamide enkelvoudige en slinghechtingen (afbeelding 12).
Bij controle na 2 maanden werden uitstekende klinische resultaten waargenomen (afbeelding 13 en 14), met volledige wortelbedekking van element 33 en 34 en maximale haalbare bedekking van element 31 en 32, rekening houdend met het aanwezige interdentale aanhechtingsverlies (RT2-classificatie). De patiënt werd terugverwezen voor onderhoud, en een jaarlijkse follow-up bij ons werd ingepland.
Parodontale plastische chirurgie maakt voorspelbare functionele en esthetische resultaten mogelijk, mits gebaseerd op een juiste diagnose en techniekkeuze. De gepresenteerde casussen tonen aan dat een gei ndividualiseerde, evidence-based aanpak kan leiden tot succesvolle wortelbedekking en een natuurlijke integratie van het weefsel. De stabiliteit op lange termijn is uiteindelijk afhankelijk van consistent onderhoud en therapietrouw van de patiënt.
Gerry Karlis, parodontoloog NVvP werkzaam bij Parodontologie Praktijk Zwolle (PPZ). Voor referenties kun je contact opnemen met de auteur of de redactie per e-mail.
E-mail: ger.karlis@gmail.com. Instagram: @perio_implant_dentistry
Gerry Karlis geeft op 2 en 3 oktober 2026 samen met collega-parodontoloog Tsoromokos in Breukelen een tweedaagse cursus, bestaande uit theorie en hands-on training, over zachte weefsels rond tanden en implantaten. Meer info: www.periomasters.com
MONDGEZONDHEID
Wereldwijd eindigt één op de vijf zwangerschappen ongunstig. Denk aan vroeggeboorte, laag geboortegewicht, pre-eclampsie en foetaal verlies. Miskramen en doodgeboorte vormen daarmee een groot klinisch, psychologisch en volksgezondheidsprobleem. De oorzaken zijn complex en multifactorieel, maar één factor krijgt de laatste jaren steeds meer wetenschappelijke aandacht: de mondgezondheid van de moeder. Wat als tandheelkundige professionals hierin een verschil kunnen maken? Yalda Ahmadzai en Nina Nijland
De mond staat niet los van de rest van het lichaam.
Parodontitis is een chronische ontstekingsziekte die niet stopt bij de gingiva. Via het bloed en ontstekingsmediatoren kunnen pathogenen een ontsteking veroorzaken die ver buiten de mondholte reikt. Onderzoek toont al langer een verband aan met hart- en vaatziekten, diabetes en reumatoïde artritis.
Maar de relatie met ongunstige zwangerschapsuitkomsten is nog lang niet volledig in kaart gebracht.
Juist binnen dit complexe en multifactoriële speelveld groeit de aandacht voor de mogelijke rol van mondgezondheid tijdens de zwangerschap.
Parodontitis en
Parodontitis is wereldwijd een van de meest voorkomende chronische aandoeningen. In 2010 werd ernstige parodontitis geschat op ruim 743 miljoen gevallen, en de prevalentie van zo’n 11% is sindsdien nauwelijks gedaald (Kassebaum et al., 2014). Bij zwangere vrouwen is de mondgezondheid extra kwetsbaar. Hormonale veranderingen, waarbij oestrogeen en progesteron gehalte stijgen, verhogen
de doorbloeding en gevoeligheid van de gingiva en kunnen ontsteking verergeren.
De mondholte herbergt meer dan 600 bacteriesoorten en vormt daarmee een van de meest diverse microbiële omgevingen van het menselijk lichaam (Dewhirst et al., 2010). Bij parodontitis verschuift de bacteriële samenstelling richting een dysbiose: grampositieve commensalen maken plaats voor gramnegatieve anaeroben zoals Porphyromonas gingivalis, Fusobacterium nucleatum en Treponema denticola (Socransky et al., 1998). Deze pathogenen zijn niet passief. Ze produceren virulentiefactoren die de lokale weefselafweer ondermijnen en tegelijkertijd de systemische inflammatoire respons activeren (Lamont et al., 2018). Zodra de epitheliale barrière van het parodontium is aangetast, kunnen bacteriën en hun componenten, zoals lipopolysacchariden, de bloedbaan bereiken.
Er zijn twee biologische mechanismen voorgesteld die kunnen verklaren hoe parodontitis kan bijdragen aan ongunstige zwangerschapsuitkomsten. Bij de directe route verspreiden orale bacteriën en hun componenten zich via de bloedbaan naar het foe-

V.l.n.r: een gezonde mond, mond met gingivitis en een mond met ernstige parodontitis
to-placentaire complex (Sanz et al., 2013). Daarnaast wordt ook een mogelijke opstijgende infectieroute via de urogenitale tractus beschreven, bijvoorbeeld na oraal-genitaal contact (Cobb et al., 2017; Sanz et al., 2013). De indirecte route verloopt via ontstekingsmediatoren die worden geproduceerd als reactie op ontsteking in de parodontale weefsels. Deze mediatoren, waaronder cytokinen en acute faseeiwitten, kunnen in de systemische circulatie terechtkomen en zo de placenta en de foetale ontwikkeling beïnvloeden (Sanz et al., 2013).
Enerzijds kunnen parodontale pathogenen een ontstekingsreactie opwekken binnen het foetoplacentaire complex. Anderzijds kan het de regulatie van lokale groeifactoren verstoren in structuren zoals het myometrium, de vruchtvliezen, de placenta, het vruchtwater en de foetale circulatie. Opvallend is dat Fusobacterium nucleatum, een bekende parodontale pathogeen, ook is aangetoond in placentaweefsel en vruchtwater van vrouwen met een vroeggeboorte of doodgeboorte. Dit geeft biologische geloofwaardigheid aan de hypothese dat orale bacteriën kunnen bijdragen aan ongunstige zwangerschapsuitkomsten.
Wat benadrukt dient te worden, is dat een miskraam een complex probleem betreft, waarbij de etiologie doorgaans multifactorieel van aard is. Parodontitis is dan ook niet aangetoond als causale factor, maar zou wel een relevante bijdrage kunnen leveren. Voor de klinische praktijk onderstreept dit het belang van vroege interventie: het reduceren van de parodontale bacteriën is niet alleen goed voor het gebit, maar mogelijk ook voor de zwangerschap.
Effect van behandeling op de zwangerschapsuitkomst
De vraag of parodontale behandeling tijdens de
zwangerschap ook de uitkomst van de zwangerschap verbetert, heeft de afgelopen twee decennia tot wetenschappelijke onderzoeken geleid met wisselende resultaten.
Een meta-analyse van 20 gerandomiseerde gecontroleerde studies (RCT’s) met ruim 8.000 deelnemers liet zien dat niet-chirurgische parodontale behandeling gepaard ging met een significant lagere kans op perinatale sterfte, minder vroeggeboorte én een hoger geboortegewicht. Het risico op vroeggeboorte nam af, en het gemiddelde geboortegewicht steeg met ruim 200 gram in de behandelde groep. Dit zijn klinisch relevante effecten (Bi et al., 2021). Toch moeten deze bevindingen met de nodige voorzichtigheid bekeken worden, want het beschikbare bewijs is niet eenduidig. Bevindingen zijn inconsistent: studies verschillen sterk in studie-opzet, tijdstip van behandeling en populatiekenmerken. Bovendien werd de parodontale status in sommige studies via zelfrapportage gemeten, wat misclassificatie niet uitsluit en geobserveerde associaties kan verdoezelen, zoals zichtbaar in het grote preconceptie cohort met 826 miskramen dat géén significante associatie met parodontitis vond (Bond et al., 2023).
Een mogelijke verklaring voor deze inconsistentie ligt in het tijdstip van ingrijpen. Parodontale behandeling in het tweede trimester is mogelijk te laat om placentaire kolonisatie door parodontale pathogenen te voorkomen. Interventies vóór de conceptie zouden theoretisch effectiever kunnen zijn, maar hier is nog geen goed wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Als deze theorie inderdaad klopt, is het belangrijk parodontale screening en behandeling te doen bij voorkeur voordat bevruchting plaatsvindt. De beschikbare evidentie wijst dus in de richting van een verband, maar is nog niet eenduidig genoeg voor definitieve conclusies.

Inhoud:
1x Instrumentenlaken 67x70cm
1x Boorhoes met invoer 7x170cm
1x Zuigset 2,1M
1x Afdeklaken 75x100cm
1x Splitlaken 75x90cm
2x OK jas, maat L
3x Muts Bouffant
2x Mondmasker
44001630
Wilt u wel een custom made set?
Neem dan contact op met onze vertegenwoordigers.
€16.95 per stuk


Infuusbestek voor verschillende motoren
HY-110001
infuusbestek voor alle type motoren
v.a. €48,00 per 10 stuks

Nitril handschoenen
RNBM10001
Blauw
€3,85 per doos van 100 stuks

Mondmasker type IIR 401102
Chirurgisch, IIR, blauw, elastiek
€3,50 per 50 stuks


Sodium Chloride 0,9% HY-80111 / HY-80109
250ml en 500ml (steriel water)
Niet voor intraveneus gebruik.
v.a. €2,70 per stuk
Hemostatische gelatinespons
CS-310
10x10x10mm (steriel) van CuraSpon
€29,99 per 50 stuks
BlueM Oxygen fluid OFI250
250ml
Neutraal mondwater voor wondgenezing
€7,49 per stuk
Hoewel parodontitis in verband is gebracht met ongunstige zwangerschapsuitkomsten, is een dergelijke relatie voor gingivitis vooralsnog niet aangetoond, mede door gebrek aan gericht onderzoek. Tijdens de zwangerschap treden hormonale veranderingen op die leiden tot een verhoogde ontstekingsgevoeligheid en toenemende doorbloeding van de gingiva. De prevalentie van zwangerschapsgingivitis is hoog: zo’n 60-75% van de zwangere vrouwen krijgt hiermee te maken. Vaak begint het in het tweede trimester en is reversibel na de bevalling.
Wanneer en hoe behandelen?
In Nederland bestaat geen specifiek behandelprotocol voor zwangerschapsgingivitis of parodontitis bij zwangere vrouwen; in de praktijk worden vaak de richtlijnen van de European Federation of Periodontology (EFP) als leidraad gehanteerd.
Zwangerschap vormt geen contra-indicatie voor het verlenen van adequate mondzorg. Het primaire doel is preventie, waarbij nadruk ligt op mondhygiene-instructies en mechanische plaque verwijdering. Wel wordt geadviseerd om invasieve behandelingen bij voorkeur niet in het eerste trimester uit te voeren, vanwege de organogenese van de foetus. In deze periode is het embryo het meest gevoelig voor medicatie, infecties en systemische stress. Een invasieve ingreep is een tandheelkundige handeling waarbij de integriteit van weefsels wordt doorbroken zoals de gingiva, het parodontium, het bot of de tandstructuur zelf, vaak gepaard gaand met bloeding en penetratie in steriele weefsels. Voorbeelden hiervan zijn extracties, chirurgie, diepe subgingiva gebitsreiniging, endodontische behandelingen, en incisie en drainage van abcessen.
Het tweede trimester wordt over het algemeen beschouwd als de meest geschikte periode voor tandheelkundige behandelingen zoals parodontale therapie en extracties, omdat deze meestal veilig zijn voor zwangere patienten. Echter, deze behandelingen kunnen een tijdelijke bacteriëmie veroorzaken, een milde ontstekingsreactie opwekken en fysiologische stress geven. Daarom dient bij deze ingrepen toch zorgvuldig te worden afgewogen welke behandelingen echt nodig zijn, om onnodige interventie zoveel mogelijk te vermijden.
Het derde trimester brengt praktische bezwaren met zich mee zoals verminderd ligcomfort.
Educatie van aanstaande moeders is van groot belang, aangezien er veel onwetendheid bestaat over tandheelkundige zorg tijdens de zwangerschap. Dit kennisgebrek beperkt zich overigens niet alleen tot aanstaande moeders, maar komt ook voor bij medische professionals zoals huisartsen, verloskundigen en gynaecologen. Dit is niet het gevolg van onkunde, maar eerder te wijten aan onvoldoende scholingsmogelijkheden op dit gebied. Kortom, er is nog veel werk aan de winkel!
Het congres Orale Gezondheid in Medisch Perspectief belicht de sterke samenhang tussen mondgezondheid, chronische ziekten en complexe zorg. Je ontdekt hoe factoren zoals leefstijl, veroudering, zwangerschap en aandoeningen als diabetes en hart- en vaatziekten invloed hebben op de mond.
Speciaal voor tandartsen en mondhygiënisten biedt dit congres praktische inzichten voor het omgaan met complexe zorgvragen en kwetsbare patiënten. Het congres vindt plaats op vrijdag 12 juni in het Miele Experience Center in Vianen.
Aanmelden kan eenvoudig via de QR-code
Yalda Ahmadzai, mondhygiënist en Nina Nijland, parodontoloog NVvP.
De literatuurlijst is op te vragen bij de redactie en in te zien bij het artikel online op www.dentista-magazine.nl
INFECTIEPREVENTIE
Infectiepreventie in de mondzorgpraktijk is veel meer dan het volgen van een richtlijn. Het raakt aan gedrag, cultuur en dagelijkse keuzes. Hoe er wordt gewerkt met protocollen bepaalt niet alleen de veiligheid van patiënten, maar ook het werkgeluk en de ervaren werkdruk binnen het team. Nicolette Biesters
Infectiepreventie begint lang voor de behandelstoel. Het zit in de houding van de medewerker die een patiënt ophaalt uit de wachtkamer. In de manier waarop een behandelkamer wordt klaargezet. In hoe er wordt omgegaan met handschoenen, met maskers, met de tijd tussen twee patiënten. Dat zijn keuzes die dagelijks worden gemaakt, vaak zonder er bij stil te staan. En ze beginnen bij de agenda.
De KNMT-richtlijn Infectiepreventie voor mondzorgpraktijken bestaat sinds 2016. En eindelijk vernemen we dat er een nieuwe richtlijn aankomt. Wat er precies gaat veranderen is nog niet bekend, maar het fenomeen richtlijn infectiepreventie blijft. Dat maakt dit het juiste moment om de praktijk op scherp te stellen. In een praktijk die nu goed georganiseerd is, landt een nieuwe richtlijn vanzelf. Wie dagelijks in een praktijk werkt weet dat de afstand tussen de richtlijn op papier en het gedrag op de werkvloer soms groot is. Praktijkkleding hoort
licht van kleur te zijn, toch werkt inmiddels de helft van de mondzorg in donkere kleding. Korte mouwen horen de norm te zijn zodat de onderarmen gedesinfecteerd kunnen worden, maar hoe voer je dat gesprek met een medewerker die om religieuze redenen de onderarmen bedekt? Sieraden horen af, en dan staat er iemand tegenover je die haar trouwring nooit heeft afgedaan en je aankijkt alsof je haar iets afneemt. Kunstnagels en nagellak: wie dat gesprek ooit heeft gevoerd als leidinggevende weet hoe snel het gaat over identiteit en vrijheid.
Het wordt persoonlijk en dat is precies waar het interessant wordt
Dit zijn de momenten waarop infectiepreventie ophoudt een hygiënekwestie te zijn. Het wordt een gesprek over iemands identiteit, over geloof, over
wat iemand gewend is. En dat vraagt meer dan een verwijzing naar de richtlijn. Het vraagt om uitleg, om begrip voor de weerstand. Tegelijk is de richtlijn er om een reden: de veiligheid van de patiënt en de collega. Consequent zijn is dan het enige dat werkt. Vriendelijk en voor iedereen gelijk.
Het is dan ook geen toeval dat infectiepreventie in veel praktijken een stille bron van spanning is. De medewerker die het heel nauw neemt en ziet dat een collega er mee wegkomt. De assistent die weet hoe het hoort en merkt dat de agenda zo vol zit dat er simpelweg geen tijd is om alles goed te doen. Hoe gaat die assistent ’s avonds naar huis?
“Jouw praktijk is zo hygiënisch als de minst hygiënische medewerker”
Kijk eens rond tijdens een gewone behandeldag. Het mondneusmasker dat tussen twee patiënten onder de kin hangt. De handschoenen die nog aan zijn als iemand iets uit de la pakt. Een deurgreep die wordt vastgepakt. Een ontbrekend inspuitrek in de thermodesinfector. Of, het ontbreken van tijd. Neem bijvoorbeeld het doorspoelen van de units tussen iedere patiënt door. Een handeling van misschien 10 seconden, die de waterleiding in de behandelunit spoelt en daarmee de kans op bacteriële besmetting aanzienlijk verkleint. En toch is het een van de punten waarop praktijken het vaakst tekortschieten. De reden die dan wordt gegeven is ook altijd dezelfde: daar is geen tijd voor.
“Als er geen tijd is om de unit door te spoelen, is er dan wel tijd om de patiënt het risico te laten dragen?”
Die vraag klinkt hard. Maar is wat het is. Telkens als er geen tijd is voor een stap in het protocol gaat de agenda voor de veiligheid van de patiënt. Bewust of onbewust. En dat werkt door; de assistent met het zorghart, die het gevoel heeft het werk niet veilig te doen, voelt werkdruk of stress.
Leiderschap: jij bepaalt het ritme
In veel praktijken merk je dat infectiepreventie als bijscholing niet de prioriteit heeft voor de tandarts. Vaak wordt dat gezien als een onderwerp voor het ondersteunend team. Tandartsen hebben dit immers al gehad op de universiteit. Die gedachte is begrijpelijk. Ze is tegelijk precies het probleem.
De verantwoordelijkheid ligt in de eerste plaats bij de praktijkhouder en de tandarts. Zij bepalen hoe de agenda eruitziet, hoeveel tijd er tussen behandelingen zit en hoe nieuwe medewerkers worden ingewerkt. Een praktijkmanager die infectiepreventie op de agenda zet en geen mandaat krijgt om het te handhaven, staat met lege handen.
Intussen zijn het juist de ondersteunende functies die dagelijks het dichtst bij de uitvoering staan. Zij zien waar het misgaat, wanneer de tijd tekortschiet en wanneer de werkdruk zo hoog is dat de richtlijn er als eerste bij inschiet. Zij verdienen ruimte en leiding die de randvoorwaarden schept om goed te kunnen werken.
Als dat structureel ontbreekt ontstaat er iets verontrustends: medewerkers die precies weten hoe het hoort en toch het gevoel hebben dat ze hun werk niet goed doen. Infectiepreventie die onder druk staat is een sluipmoordenaar van werkgeluk. Een praktijk waar het wél goed geregeld is, is een praktijk waar medewerkers met minder stress werken. Waar het gewoon klopt.
Want juist die ene medewerker die zijn eigen werkwijze belangrijker vindt dan de afgesproken, bepaalt het niveau van de hele praktijk. In een mondzorgpraktijk gaat dat ten koste van de veiligheid van de patiënt en de medewerker.
Er is nog een argument dat zelden wordt genoemd: infectiepreventie als onderdeel van goed werkgeverschap. In een krappe arbeidsmarkt kiezen mondzorgprofessionals bewust voor een praktijk. Ze letten op sfeer, op organisatie, op hoe een praktijk met zijn medewerkers omgaat. Een praktijk waar infectiepreventie slordig is geregeld, waar de werkdruk hoog is en de protocollen onduidelijk, straalt dat uit. Een praktijk waar het klopt, ook. Goed geregelde infectiepreventie helpt je de juiste mensen aan te trekken. En ze te behouden.
Een goede agenda is daarom net zo belangrijk als een goed protocol. Wie infectiepreventie serieus neemt bouwt de tijd die het kost in de planning in. Dat is een keuze die de praktijkhouder of manager maakt, bewust, met kennis van wat de richtlijn vraagt. En wie nieuwe medewerkers aanneemt weet ook dat onboarding meer is dan uitleg over equipment en









De thermodesinfectoren van Miele Professional vormen de basis van een professionele instrumentenbehandeling. Zij zorgen voor een geautomatiseerde, reproduceerbare reiniging, thermische desinfectie en efficiënte droging van tandheelkundige instrumenten. Het dentale assortiment bestaat uit verschillende modellen, afgestemd op uiteenlopende praktijkgroottes en werkprocessen:
Benchtop: compacte thermodesinfector voor plaatsing op het werkblad, ideaal voor kleinere praktijken of beperkte ruimte.
ExpertLine: hoogwaardige, robuust model met geavanceerde programma’s en maximale proceszekerheid voor intensief gebruik.
CompactLine: ruimtebesparende oplossing met professionele prestaties, geschikt voor een efficiënte integratie in bestaande ruimtes.
SlimLine: smalle, ergonomische thermodesinfector die optimale capaciteit combineert met minimale benodigde ruimte.
Voor sterilisatie biedt Miele de compacte sterilisatoren Cube en Cube X, geschikt voor massieve, poreuze en holle instrumenten, inclusief hand- en hoekstukken.
Professional. Immer Besser.
kennismaken. Een nieuwe assistent, een stagiaire, een invalkracht: zij moeten weten hoe infectiepreventie in deze praktijk werkt voordat ze zelfstandig aan de slag gaan.Bewustwording begint bij kennis. Waarom mag een mondneusmasker niet onder de kin hangen? Waarom spoelen we de slangen door? Wat doet een handschoen wel en wat doet hij niet? Wie die vragen kan beantwoorden werkt anders dan wie ze nooit heeft gesteld. En wie ze kan uitleggen aan een collega draagt bij aan een cultuur waarin infectiepreventie vanzelfsprekend is.
Zodra mensen in een praktijk écht begrijpen waarom infectiepreventie werkt zoals het werkt, verandert de toon. En is het geen verplichting meer van bovenaf, maar een gedeeld inzicht. De assistent die begrijpt waarom handschoenen er zijn om haar te beschermen werkt anders. De tandarts die begrijpt wat het doorspoelen doet, slaat die stap niet meer over. Bewustwording werkt aanstekelijk.
Infectiepreventie vraagt dagelijkse aandacht. Want gewoontes sluipen erin. Wat vandaag nog vanzelfsprekend is, wordt morgen een kleine afwijking en volgende week de nieuwe norm. De praktijk die denkt dat het wel goed zit omdat het gisteren ook goed zat, onderschat hoe snel het ritme verslapt. Infectiepreventie is een dagelijkse keuze.
Een goed gedesinfecteerd instrument is het absolute minimum. Wat telt is het gedrag eromheen.
Infectiepreventie is je cultuur, maak het bespreekbaar
De richtlijn is het vertrekpunt. Wat een praktijk echt nodig heeft is een cultuur waarin infectiepreventie leeft en van iedereen is. Dat vraagt om leiderschap en om de bereidheid om gedrag bespreekbaar te maken. Tandartsen en praktijkhouders die actief deelnemen aan bijscholing merken het verschil: minder werkdruk omdat processen kloppen, meer werkgeluk omdat het team weet waar het aan toe is en een praktijk waar patiënten het vertrouwen voelen zodra ze binnenkomen.
Infectiepreventie is een van de meest bepalende aspecten van hoe een praktijk werkt. Het begint bij de
agenda. En de vraag is simpel: weet iedereen in jouw praktijk hoe het hier gaat?
Nicolette Biesters is eigenaar van Praktijk op Orde, adviesbureau voor beleid, kwaliteit en veiligheid binnen de mondzorg. Ze helpt tandartspraktijken om de praktijk op orde te krijgen en te houden en te voldoen aan eisen van wet- en regelgeving, onder andere door lean werken. Daarnaast ontwikkelt ze samen met andere bekende adviseurs het Praktijk op Orde keurmerk voor tandartspraktijken.
Op 19 juni organiseert Dental Product Promotions een congres over infectiepreventie als resultaatgever in de mondzorgpraktijk. Hoe zet je Lean denken in om processen strakker en veiliger te maken? Wat leert de gedragspsychologie ons over hoe teams goede gewoonten opbouwen en vasthouden? Hoe doorbreek je sluipende gewoontes voordat ze schade aanrichten? En hoe maak je van infectiepreventie iets waar je als praktijk écht trots op bent, iets dat medewerkers aantrekt en bindt?
Dit congres is er voor de tandarts, mondhygiënist, assistent, de praktijkhouder en de praktijkmanager die snapt dat infectiepreventie en werkgeluk hand in hand gaan. De praktijk die investeert in bewustwording, plukt daar elke dag de vruchten van. Zorg dat jij erbij bent.
Aanmelden kan eenvoudig via de QR-code
Infectiepreventie begint bij de agenda
Tandheelkundige producten krijg je bij mij nóg goedkoper!
4 Betrouwbare kwaliteit voor je dagelijkse praktijk – het hele jaar door met mijn huismerken!
4 Hoogwaardige verbruiksartikelen met een bijzonder voordelige prijs
4 Extra besparen met het product abonnement: 5-10% goedkoper dan bij afzonderlijke aankoop

Marit Verschuuren, mondhygiënist en trainer van De Cariësvrije Generatie (cariesvrij.nu).
Op woensdag werken wij altijd in shifts. Voor mij betekent dat vroeg op, veel eerder dan me lief is, maar dan kan ik ook weer op tijd naar huis. Dat is de lol ervan. Behalve vandaag, we hebben namelijk een DISC-training met het team. Voor wie het niet kent: ik krijg in een middag inzicht in waarom het niet altijd helpend is om je collega aan te spreken zoals je dat zelf prettig vindt. In mijn geval: zonder eromheen te draaien en kaarsrecht voor zijn raap. Dat inzicht weer even opfrissen is fijn, want zo werken we samen aan samenwerken.
Na een lange dag fiets ik naar huis, en overdenk ik mijn patienten die ik eerder vandaag heb geholpen. Voor die groep individuen geldt ook: niet iedereen uit zich, lost problemen op en communiceert graag op dezelfde wijze. Toen ik net afstudeerde vond ik dat nogal ingewikkeld. Meestal toverde ik weer een glimmende rager uit de lade en begon met net zoveel enthousi-
asme als de vorige keer te laten zien hoe goed hij werkte. Dit patroon herhaalde zich behandeling na behandeling waardoor ik gefrustreerd raakte. Daarom stel ik mijn patiënten tegenwoordig liever eerst een of meerdere open vragen over de eigen wensen en doelen dan dat ik al met mijn pakketje maatregelen, goed bedoelde adviezen en instructies aankom.
Als ik thuis aankom en de achterdeur opendoe, ruik ik dat er al lekker gekookt is. Binnen tref ik mijn dochters aan tafel, midden in een betoog richting hun vader die in de keuken staat. Het gespreksonderwerp is de ochtendversnapering die mee naar school is gegaan. En dan met name de manier waarop. Vaderlief was vergeten om de mini vorkjes in de fruitbakjes te stoppen, en daar waren de dames behoorlijk verbolgen over. Mijn eerste reactie was om het op te nemen voor die arme kerel, maar dat slikte ik even in. Dat kan al-
tijd nog. Met de DISC-training in mijn achterhoofd begin ik wat vragen te stellen. Blijkt dat Snuitje zonder problemen haar fruitstukjes met de handen naar binnen heeft gewerkt, om die vervolgens aan haar (niet meer zo) witte rokje af te vegen. Snif daarentegen had het heel anders aangepakt. Zij heeft bij de juf uitleg gegeven over de grove fout van haar vader en dat ze nu onmogelijk haar fruit kon opeten. Gelukkig heeft de juf voor hetere vuren gestaan en toverde in een wip een vorkje uit de lade. Ook weer opgelost.
Terwijl ik grinnik denk ik vast aan de rugzakken voor morgen, misschien draai ik dan de waterbekers wel om. Ik ben benieuwd wat ze doen.
ONDERZOEK
De afgelopen tijd verschenen in de media meerdere berichten over hoge tandartsrekeningen en twijfels van patiënten over de noodzaak van bepaalde behandelingen. In krantenartikelen wordt de vraag gesteld of alle verrichtingen in de mondzorg daadwerkelijk bijdragen aan betere gezondheid, of dat sommige behandelingen vooral routine zijn geworden. Zulke signalen onderstrepen het belang van een kritische, wetenschappelijk onderbouwde blik op wat we in de dagelijkse praktijk doen. Een behandeling die vrijwel iedere patiënt kent, is de professionele gebitsreiniging. Maar hoe groot is de klinische meerwaarde van deze routinematige interventie eigenlijk, met name bij patiënten met een laag risico op parodontale aandoeningen? Fridus van der Weijden
In de algemene tandartspraktijk voeren tandartsen en mondhygiënisten routinematig professionele gebitsreinigingen uit, vaak op vaste intervallen zoals halfjaarlijks, ook bij patiënten met een laag risico op parodontale aandoeningen. Maar wat is de werkelijke klinische meerwaarde van deze aanpak, en hoe verhouden nieuwe behandelconcepten zich tot de traditionele methode?
Het effect van routinematige professionele gebitsreiniging bij volwassenen zonder ernstige parodontale problemen werd geëvalueerd in een Cochrane-systematische review (Lamont et al., 2018). Voor de analyse werd gebruikgemaakt van twee onderzoeken waarbij in totaal 1711 volwassen patiënten betrokken waren. Deze studies vonden plaats binnen de algemene tandheelkundige praktijk in het Verenigd Koninkrijk. De doelgroep bestond uit patiënten zonder ernstige parodontale aandoeningen die trouw hun periodieke controles bezochten. De looptijd van deze onderzoeken varieerde van 24 tot 36 maanden.
In de eerste studie (Jones et al., 2011, 2013) werd de impact van geplande gebitsreinigingen onderzocht bij volwassenen zonder significante parodontale ontsteking. Hieruit bleek dat de frequentie van de professionele reiniging nauwelijks invloed had op de resultaten, zelfs wanneer er helemaal geen behandeling werd uitgevoerd. In de vergelijking tussen een halfjaarlijkse reiniging, een jaarlijkse reiniging en géén geplande interventie werden nagenoeg geen verschillen geconstateerd. Dit gold voor parameters zoals plaque-indices, gingivitisscores, pocketdieptes (Jones et al., 2011) en de kwaliteit van leven (Jones et al., 2013). Hoewel er bij de groep die elke zes maanden werd behandeld iets minder tandsteen werd waargenomen dan bij de jaarlijkse groep, werd de klinische relevantie van dit minieme verschil als twijfelachtig beoordeeld. Ook wanneer patiënten subjectief aangaven dat hun gebit na een regelmatige reiniging schoner aanvoelde, werd de betrouwbaarheid van deze eigen ervaringen als laag ingeschat. Een tweede vergelijking (Ramsay et al., 2018) focuste
zich op het verschil tussen twee intervallen, namelijk elke zes maanden versus elke twaalf maanden. Ook in dit geval werden geen significante verschillen gevonden in plaque, gingivitis of pocketdieptes. Net als in de eerste studie resulteerde een halfjaarlijkse frequentie in een iets lagere hoeveelheid tandsteen vergeleken met een jaarlijks interval, maar ook hier bleef de klinische waarde hiervan onduidelijk. De invloed van de behandelfrequentie op het mondgevoel van de patiënt bleef eveneens zeer ongewis. Kortom, alleen mechanisch reinigen zonder aanvullende begeleiding lijkt nauwelijks een substantiële verandering teweeg te brengen in standaard klinische parameters bij patiënten zonder actieve parodontale ontsteking.
Het beperkte effect van één enkele reiniging kan worden verklaard door de etiologische basis van een ontsteking van het parodontium. Bacteriële biofilm wordt dagelijks opnieuw gevormd en zonder consistente plaquecontrole in de thuissituatie kan een eenmalige reiniging slechts tijdelijk plaque- en tandsteenniveaus verlagen. Dit wordt ondersteund door een klassieke klinische studie (Glavind ,1977), waarin bij volwassenen die maandelijks een professionele reiniging kregen zonder extra mondhygiëne-instructie geen verschillen in plaque- en gingivale indices werden geconstateerd tussen behandelde en controlelocaties over een periode van 12 maanden. Dit wijst erop dat factoren buiten de professionele reiniging meer bepalend zijn voor het behoud van parodontale gezondheid.
Eveneens bestudeerde een oudere studie van Suomi et al. (1973) jonge mannelijke soldaten die gedurende drie jaar gebitsreinigingen kregen met verschillende frequenties, zonder aanvullende mondhygiëne-instructies. De groepen waren als volgt ingedeeld: groep 1 kreeg jaarlijkse reinigingen, groep 2 reinigingen om de zes maanden en groep 3 reinigingen om de vier maanden. Na drie jaar werden alle deelnemers opnieuw onderzocht op tandvleesgezondheid. De resultaten gaven aan dat de groep die frequentere reinigingen kreeg slechts een neiging vertoonde tot minder tandvleesontsteking dan de groepen met minder frequente reinigingen. Op basis hiervan concludeert de auteur van een systematic review: ”Hoewel de waarde van periodieke, grondige verwijdering van supra- en subgingivale tandsteen en plaque door de tandarts of mondhygiënist niet als onbelangrijk mag worden
beschouwd, wordt het steeds duidelijker dat het dagelijkse verwijderen van plaque de belangrijkste stap is voor een goede parodontale gezondheid” (Bosma, 2011).
Wanneer we verder kijken dan enkel mechanisch reinigen, wordt het beeld duidelijker. Mondhygiëne-instructie lijkt een belangrijke modifier van het effect van een professionele gebitsreiniging. Een combinatie van professionele gebitsreiniging mét herhaalde mondhygiëne-instructie lijkt essentieel om een klinisch significant effect te bereiken (Lembariti et al., 1998). Studies laten zien dat wanneer patiënten naast een professionele reiniging ook uitgebreide mondhygiëne-instructies krijgen, dit leidt tot een verbetering van plaquecontrole en bijbehorende gingivale parameters (Van der Weijden & Hioe, 2005; Lei et al., 2025).
In een gerandomiseerde gecontroleerde studie (Gunpinar & Meraci, 2022) kregen patiënten met gingivitis een gecombineerde educatie- en motivatiesessie gericht op het behoud van gezond tandvlees, inclusief uitleg over het ziekteproces en motivatie voor mondhygiëne. Na 1, 3 en 6 maanden lieten deze patiënten significant lagere plaque- en bloedingsscores zien dan de controlegroep die alleen standaardmondhygiëne-instructies kreeg. Ook hadden de patiënten die instructie en begeleiding hadden gekregen hogere motivatie- en kennisniveaus, die correleerden met betere klinische uitkomsten.
Wanneer deze bevindingen worden samengebracht, ontstaat een coherent beeld. De meerwaarde van een enkele professionele reiniging op zichzelf is klinisch beperkt, maar wanneer deze behandeling wordt geïncorporeerd in een geïntegreerd mondzorgprogramma met instructies en motivatie voor thuiszorg, neemt de kans op klinisch significante verbeteringen toe. Professionele gebitsreiniging dient dan primair als een ‘schone start’ voor de patiënt, waarmee de effectiviteit van dagelijkse zelfzorg wordt ondersteund.
Het is natuurlijk zo dat er patiënten zijn die het gevoel hebben dat zij hun persoonlijke mondhygiëne niet consequent hoeven uit te voeren zolang zij maar elke zes maanden hun tandarts of mondhygiënist

Met een rijke historie van 35 jaar heeft Odontium zich ontwikkeld tot een universeel en uitgebreid softwarepakket dat voor iedere discipline in de mondzorg uitstekend werkt.
Odontium is zowel in de cloud als lokaal enorm snel, wat zorgt voor aanzienlijke tijdswinst.
Communicatie met collega’s kan volledig lopen via de software of bijbehorende apps.
Geen lange laadtijden, geen geschreven briefjes die kwijtraken, geen poespas met modules, geen tickets indienen voor ondersteuning.
Met Odontium verbetert u uw praktijkvoering en verlicht u administratief werk: bij uitbreiding groeit Odontium met u mee.








Sneller werken dankzij extra veel mogelijkheden AI röntgen én AI spraakherkenning
Koppeling met uw telefooncentrale
Eenvoudig werken met onze mobiele apps
Office integraties zorgen voor tijdsbesparing en minder kosten
Uitstekende snelheid en weinig clicks
Persoonlijk contact met korte lijntjes
Gepersonaliseerde aanmeldzuil
Overstappen?




bezoeken voor een “reiniging”. Het is ongetwijfeld lastig om mensen te motiveren hun mondhygiënegedrag daadwerkelijk te verbeteren, maar het is belangrijk dat hiernaar wordt gestreefd. Hopelijk zal de inspanning van de mondzorgverlener op termijn resulteren in een betere parodontale gezondheid van hun patiënten (Suomi et al., 1973).
Het belang van professionele gebitsreiniging in de parodontale nazorgfase
Parodontitis is een chronische bacteriële ontsteking met een hoge kans op terugval en progressie wanneer biofilm zich herstelt en ziekteactiviteit opnieuw optreedt. Ondersteunende parodontale therapie (parodontale nazorg) wordt daarom gezien als een essentieel onderdeel van de totale parodontale zorg. Het doel is niet alleen om recidieven te voorkomen, maar ook om het risico op verdere weefselafbraak en verlies van gebitselementen te minimaliseren. Naast mechanische reiniging omvat een bezoek voor parodontale nazorg instructie en motivatie, waardoor patiënten beter in staat zijn om thuis plaque te beheersen, wat op zijn beurt de effectiviteit van de gehele nazorgcyclus vergroot.
Bij patiënten met parodontitis strekt de behandeling zich uit voorbij de initiële actieve therapie naar een levenslange nazorgfase waarin de behaalde parodontale stabiliteit behouden moet worden. Deze nazorg omvat regelmatige controles, monitoring van parodontale parameters en herhaalde professionele gebitsreiniging gecombineerd met mondhygiëne-instructie. Langetermijnstudies tonen aan dat regelmatige deelname aan een gestructureerd nazorgprogramma, waarin professionele gebitsreinigingen op vastgestelde intervallen plaatsvinden, geassocieerd is met stabilisatie van ontstekingsparameters zoals bloeding bij sonderen en pocketdiepte, zelfs over periodes van tien jaar. Een retrospectieve studie toonde aan dat patiënten die trouw deelnamen aan parodontale nazorg, hun parodontale stabiliteit op de lange termijn behielden (De Wet et al., 2018). Daarnaast suggereren systematische analyses dat patiënten met goede therapietrouw een significant lagere kans op tandverlies hebben dan patiënten die de onderhoudszorg verwaarlozen (Campos et al., 2021). De verklaring voor deze positieve resultaten ligt in het grote effect dat professionele reiniging heeft op het verwijderen van subgingivale plaque tijdens na-
zorgbezoeken, waar mondhygiëne in de thuissituatie onvoldoende toereikend is om deze onder controle te houden. Periodieke reiniging verlaagt de bacteriële belasting op moeilijk bereikbare plaatsen die patiënten zelf niet effectief kunnen reinigen, waardoor het risico op hernieuwde ontsteking en verdere weefseldestructie afneemt (Tan, 2009). Daarnaast draagt regelmatige professionele parodontale controle bij aan het vroegtijdig detecteren van terugkerende ziekteactiviteit. Interceptie van nieuwe ziekteactiviteit is belangrijk om gunstige behandelresultaten op lange termijn te behouden. Kortom, zonder gestructureerde nazorg neemt het risico op progressie van parodontitis en verlies van gebitselementen significant toe.
Biofilm Therapy: een nieuw behandelconcept in de professionele gebitsreiniging
Een recent ontwikkeld behandelconcept door de fabrikanten EMS, Guided Biofilm Therapy (GBT), combineert airpolishing met gerichte ultrasone instrumentatie. Het concept wordt steeds vaker gepresenteerd als een innovatieve benadering binnen de professionele gebitsreiniging. Waar bij traditionele reiniging eerst wordt gereinigd en daarna gepolijst, start men bij GBT na het kleuren van de biofilm met airpolishen en wordt de behandeling afgesloten met supra- en subgingivale reiniging. Het kleuren van de biofilm is hierbij een vast onderdeel van het protocol. Er zijn verschillende andere fabrikanten van gecombineerde ultrasoon-airpolisherapparaten die varianten van GBT promoten:
• W&H (Individual Prophy Cycle - IPC) behandelconcept: houdt vast aan de traditionele volgorde (eerst scalen, dan polijsten) en laat de keuze voor het polijstinstrument (airpolisher of rubbercupje) open.
Woodpecker (Airstream Biofilm Clearance - ABC) behandelconcept: maakt onderscheid in de uitgebreidheid van de reiniging op basis van de parodontale status van de patiënt.
• Acteon: hanteert geen vaste behandelcyclus, maar pleit voor een aanpak zonder rigide protocollen. De effectiviteit van deze moderne behandelconcepten hangt af van de uitvoering. Wanneer de drie kerncomponenten van een professionele gebitsreiniging (kleuren, polijsten en supra- en subgingivale reiniging) zorgvuldig en patiëntgericht worden
ONDERZOEK
toegepast, kunnen ze een waardevolle rol spelen in preventieve mondzorg. Wordt de focus echter verlegd van subgingivale naar voornamelijk supragingivale reiniging, dan vormt dit een risico voor parodontale stabiliteit.
Klinische studies laten zien dat GBT bij patiënten zonder diepe pockets goed toepasbaar is, mits gecombineerd met mondhygiëne-instructies en een lichte subgingivale reiniging met de poederstraal. Een gerandomiseerde split-mouthstudie bij patiënten met gingivitis vond over twaalf maanden geen significant verschil in bloedings- en plaque-indices tussen GBT en conventionele ultrasone reiniging met polijsten, hoewel GBT sneller en comfortabeler werd ervaren (Mensi et al., 2024). In parodontale nazorg tonen systematische reviews vergelijkbare uitkomsten voor pocketdiepte, aanhechtingsniveau en bloeding tussen airpolishing en conventionele instrumentatie, terwijl airpolishing doorgaans gunstiger scoort op behandeltijd en patiëntcomfort (Zhang et al., 2019). Voor peri-implantaire nazorg is er momenteel onvoldoende bewijs om één specifiek biofilmverwijderingsregime als superieur aan te wijzen. Verschillende methoden, waaronder airpolishing met glycine of erythritol, kunnen worden toegepast (Herrera et al., 2024).
Experimenteel onderzoek laat zien dat furcatiegebieden van molaren moeilijk volledig te reinigen zijn. Uit een simulatieonderzoek bleek dat mechanische scalers meer gesimuleerde biofilm verwijderen dan airpolishing, hoewel dit meer tijd kost (Seidel et al., 2021). In een longitudinale studie werd supra- en subgingivale gebitsreiniging uitgevoerd in combinatie met airpolishing of met conventioneel polijsten, waarbij rubbercupjes met een lage hardheidsgraad en polijstpasta’s met verschillende abrasiviteitsniveaus werden gebruikt. Over het algemeen bleken beide methoden even effectief voor het behoud van parodontale gezondheid, met uitzondering van molaren met furcatiebetrokkenheid (Cyris et al., 2025).
Dit benadrukt dat de keuze van reinigingsmethode moet worden afgestemd op de lokale anatomie en het individuele risicoprofiel van de patiënt.
Omdat vergelijkbare klinische resultaten vaak sneller en comfortabeler met GBT kunnen worden bereikt, is dit aantrekkelijk voor levenslange periodieke behandelingen. Hoewel gerandomiseerde klinische studies aantonen dat subgingivale airpolishing klinisch vergelijkbare resultaten oplevert als ultrasone
reiniging in de parodontale nazorg, blijft onduidelijk of deze methode ultrasone instrumentatie volledig kan vervangen, mede door een gebrek aan langetermijnonderzoek. Langetermijngegevens ontbreken en studies zijn beperkt en heterogeen. Daarom kunnen op dit moment geen richtlijnen of concrete behandeladviezen worden gegeven en is voorzichtigheid geboden.
Een onderdeel dat binnen het GBT-behandelconcept veel aandacht krijgt, is het gebruik van een plaque-disclosingvloeistof. Het is op deze plaats allereerst goed om op te merken dat het kleuren van tandplaque een vast onderdeel zou moeten zijn van een behandeling met professionele gebitsreiniging, ongeacht het gehanteerde protocol. Omdat tandplaque meestal kleurloos is, helpt dit om de aanwezigheid van tandplaque op de oppervlakken van de gebitselementen zichtbaar te maken. Het stelt de behandelaar in staat de therapietrouw van de patiënt te beoordelen, en het zichtbaar maken van nog aanwezige tandplaque kan de patiënt motiveren en ondersteunen bij zelfzorg, waardoor de effectiviteit van mondhygiëne thuis verbetert. Onderzoek heeft ook laten zien dat het kleuren van tandplaque als visuele gids tijdens professionele plaqueverwijdering kan leiden tot een effectievere verwijdering van biofilm, met name op lastig bereikbare plaatsen (Mensi et al., 2020).
Er schuilt wel het gevaar dat in de klinische toepassing de nadruk vooral komt te liggen op het zichtbaar maken van tandplaque als hulpmiddel bij de professionele gebitsreiniging, terwijl het belangrijkste doel, namelijk het optimaliseren van de mondhygiene van de patiënt, naar de achtergrond verdwijnt of zelfs vergeten wordt. Hoewel het GBT-protocol expliciet ook het geven van instructie en het bevorderen van zelfzorg omvat, blijft de effectiviteit daarvan afhankelijk van de wijze waarop dit in de praktijk wordt toegepast. Eerder hebben we gezien dat zonder aandacht voor het niveau van zelfzorg het effect van een professionele gebitsreiniging, met name bij mensen zonder parodontale problemen, klinisch gezien twijfelachtig is.
Concluderend
Voor de patiënt zonder parodontale problemen is de medische noodzaak van een standaard halfjaarlijkse reiniging minder groot dan vaak wordt aangenomen, tenzij deze gepaard gaat met effectieve instructie
en motivatie voor plaquecontrole in de thuissituatie. Voor de parodontitispatiënt blijft het echter de hoeksteen van de behandeling. Hoewel het kleuren van tandplaque een vast onderdeel is van moderne behandelconcepten, zou het kleuren van tandplaque eigenlijk de standaard moeten zijn in elke behandeling. Het kleuren van tandplaque moet niet alleen dienen om biofilm zichtbaar te maken voor het schoonmaken. Het belangrijkste doel blijft het verbeteren van de mondhygiëne van de patiënt, waarbij de professionele gebitsreiniging als ‘schone start’ wordt gebruikt om effectieve zelfzorg thuis te ondersteunen.
Uiteindelijk raakt deze beschouwing aan een bredere maatschappelijke vraag die de laatste tijd regelmatig in de media wordt gesteld: welke zorg is daadwerkelijk noodzakelijk en welke zorg is vooral routine geworden? Juist daarom is het belangrijk dat mondzorgverleners hun handelen blijven toetsen aan wetenschappelijk bewijs en het individuele risicoprofiel van de patiënt. Professionele gebitsreiniging behoudt daarbij een belangrijke plaats binnen de mondzorg, maar haar waarde ligt vooral in de context van preventie, begeleiding en parodontale nazorg, en niet in de routinematige uitvoering op vaste intervallen zonder duidelijke indicatie.
Fridus van der Weijden, Proclin Utrecht (voorheen Paro Praktijk Utrecht)
Referenties
De literatuurlijst is op te vragen bij de redactie en in te zien bij het artikel online op www.dentista-magazine.nl











Professionele gebitsreiniging


PRAKTIJKMANAGEMENT
In de wereld van tandheelkundige zorg draait succes niet alleen om technische expertise, maar minstens zo veel om samenwerking en leiderschap. Wie naar goed functionerende praktijken kijkt, ziet dat de echte kracht vaak schuilt in de relatie tussen praktijkhouder en praktijkmanager. Nora Ennahachi, operationeel directrice van tandartspraktijk MyDent en oprichter van Dent Management, weet daar alles van. Met 17 jaar ervaring in praktijkmanagement heeft zij van dichtbij gezien wat werkt en wat niet.
Nora’s visie op samenwerking is niet alleen gebaseerd op theorie, maar vooral ook op praktijkervaring. Haar loopbaan begon in de zorg als verpleegkundige, waarna zij de overstap maakte naar de tandheelkunde. Ze behaalde haar diploma als tandarts- en preventieassistent en ontwikkelde zich verder aan de organisatorische en strategische kant van praktijkvoering, onder andere met een opleiding praktijkmanagement en een diploma Organisatie en Bedrijfspsychologie. Inmiddels is zij verantwoordelijk voor de dagelijkse aansturing van drie snelgroeiende praktijken en begeleidt zij met haar eigen bedrijf andere praktijkhouders en managers in hun ontwikkeling. Maar de basis van haar visie werd al veel eerder gelegd.
Haar eerste kennismaking met de tandheelkunde was op 1 augustus 2009, in een kleine tweekamerpraktijk in Utrecht. De praktijkhouder was prettig in de omgang, maar weinig betrokken. “Ik werd al snel in het diepe gegooid met een paar bankpassen en de boodschap: ‘draai jij de praktijk maar’.” Wat destijds een uitdagende situatie was, bleek achteraf een van haar belangrijkste leermomenten. “De beste leerschool die ik ooit had kunnen krijgen. Hier kan geen diploma tegenop.”
In die beginjaren ervaarde Nora ook hoe samenwerking juist níet moet. Ze werkte met tandartsen die hiërarchisch en gesloten waren, wat soms leidde tot
onzekerheid en spanning. “Ik heb periodes gekend waarin ik angst voelde richting behandelaren. Angst om fouten te maken.” Tegelijkertijd ontmoette ze ook professionals die het tegenovergestelde lieten zien: respect, geduld, vertrouwen en echte samenwerking. Juist dat contrast vormde de basis voor haar latere overtuiging: een praktijk kan alleen groeien als mensen elkaar versterken.
Van uitdaging naar sterke samenwerking
Die overtuiging werd verder verdiept in de samenwerking met tandarts en praktijkeigenaar Hardi Mirza, met wie zij vanaf 2012 intensief samenwerkte. Die periode was niet altijd makkelijk. “Er waren momenten waarop we zakelijk bijna uit elkaar gingen.”
Maar juist door die moeilijke fases leerden ze beter communiceren, elkaars kwaliteiten waarderen en bouwen aan vertrouwen. “We hebben elkaar opnieuw gevonden. Die fase heeft de basis gelegd voor verdere groei en stabiliteit.” Inmiddels vormen zij een sterk duo en zijn zij samen verantwoordelijk voor meerdere succesvolle praktijken.
Volgens Nora is die samenwerking geen toeval, maar een bewuste keuze. “Het succes van MyDent hebben wij te danken aan die samenwerking. Het gaat om het respecteren van elkaars mening, het stellen van duidelijke kaders en het elkaar in eigen kracht zetten.” Wanneer dat goed gebeurt, ontstaat er volgens haar een praktijk waarin zowel het team als de patient zich gehoord en gewaardeerd voelt.
Binnen een tandartspraktijk zijn de rollen van praktijkhouder en praktijkmanager duidelijk verschillend, maar juist daarin ligt de kracht. De praktijkhouder is vaak volledig gefocust op de klinische zorg en kwaliteit, terwijl de praktijkmanager zorgt dat alles eromheen soepel verloopt. “Wanneer deze twee rollen elkaar aanvullen, in plaats van overlappen, ontstaat er efficiëntie én een werkklimaat waarin iedereen kan excelleren.”
Die complementariteit vraagt om duidelijke communicatie, vertrouwen en wederzijds begrip. “We plannen regelmatig overlegmomenten waarin we niet alleen praktische zaken bespreken, maar ook visie, strategie en persoonlijke ontwikkeling.” Door die



Voel het verschil van echte precisie.
Vervaardigd uit massief roestvrij staal en volledig in eigen huis geproduceerd, bieden KaVoinstrumenten precisie die u vanaf de eerste aanraking ervaart Exclusief ontwikkeld voor compromisloze prestaties, combineren zij duurzaamheid, perfecte balans en optimaal comfort
Meer dan een eeuw aan innovatie heeft de standaard van moderne tandheelkundige instrumenten gevormd en blijft bepalen wat écht beter betekent
Ontdek meer:

“Wanneer de rollen van praktijkhouder en -manager elkaar aanvullen, in plaats van overlappen, ontstaat er efficiëntie én een werkklimaat waarin iedereen kan excelleren.”
structurele afstemming ontstaat helderheid: waar staan we, waar willen we naartoe en wat verwachten we van elkaar?
De menselijke kant van samenwerking
Toch gaat samenwerking volgens Nora verder dan structuur en overleg. Het is in de kern ook een menselijke relatie. “Je moet elkaar respecteren, ook als je het niet altijd eens bent. Vertrouwen geven, ver-
antwoordelijkheden delegeren en elkaar in de kracht zetten, dat is wat een praktijk echt vooruithelpt.”
Het effect daarvan reikt verder dan alleen de samenwerking tussen twee personen. Het is merkbaar in de hele organisatie. Een goed georganiseerde praktijk waarin iedereen zijn rol kent, werkt efficiënter en creëert een positieve sfeer. “Wanneer het team goed wordt ondersteund en duidelijke richtlijnen heeft, kunnen zij zich volledig richten op patiëntenzorg.”
Dat heeft directe invloed op zowel de kwaliteit van zorg als de tevredenheid van patiënten.
Psychologisch gezien vormt vertrouwen de hoeksteen van die samenwerking. “Wanneer praktijkhouder en manager elkaar volledig vertrouwen, ontstaat mentale ruimte,” legt Nora uit. Die ruimte maakt het mogelijk om verantwoordelijkheden los te laten, open feedback te geven en eerlijk te bespreken wat werkt en wat niet. Zonder dat vertrouwen kunnen kleine misverstanden snel uitgroeien tot frustratie en stress, met een negatieve invloed op het hele team.
Daarbij spelen ook identiteit en verantwoordelijkheid een rol. De praktijkhouder voelt zich vaak sterk verbonden met de klinische kwaliteit van de zorg, terwijl de manager zich verantwoordelijk voelt voor het functioneren van het team en de organisatie. “Wanneer beiden elkaars rol erkennen en waarderen, ontstaat een complementair systeem waarin beiden optimaal functioneren.”
Een belangrijk onderdeel daarvan is psychologische veiligheid: het gevoel dat je open kunt communiceren zonder angst voor negatieve consequenties. “Tandheelkundige teams en hun managers willen vooral respect, waardering en erkenning. Een goed salaris is slechts een randvoorwaarde. Wanneer praktijkhouder en manager dat gezamenlijk uitdragen, groeit de motivatie en betrokkenheid van het hele team.”
Samenwerking werkt daarbij als een spiegel voor de organisatie. “Hoe jij als praktijkhouder of manager communiceert, beïnvloedt direct de sfeer in het team,” zegt Nora. Respectvolle, transparante en open communicatie straalt door naar de hele praktijk. Spanningen of onduidelijkheden worden daarentegen net zo snel opgepikt — en soms zelfs versterkt.


Zet
nu de eerste stap in het ontwikkelen van kennis en vaardigheden binnen de orthodontische zorg.
Als orthodontieassistent ben jij onmisbaar binnen het orthodontische behandelteam. Jij ondersteunt de orthodontist bij uiteenlopende behandelingen, bereidt apparatuur voor en begeleidt patiënten stap voor stap door hun beugeltraject. Dit vak vraagt om meer dan alleen technische vaardigheden: nauwkeurigheid, geduld en een patiëntgerichte houding maken het verschil.
Bij Dental Best Practice geloven we dat een sterke start én verdere groei begint met een opleiding die theorie en praktijk perfect samenbrengt. Ons scholingsaanbod helpt je om je kennis van de orthodontie te verdiepen en direct toe te passen in de dagelijkse praktijk, of je nu net begint of je verder wilt ontwikkelen binnen dit specialisme.
Scan de QR-code voor meer informatie
Oriëntatie Opleiding Orthodontieassistent
3-daagse Opleiding voor de orthodontieassistent (specialisatie Brackets)
Opleiding Gevorderd orthodontieassistent


Masterclass Orthopantomogram (OPT)
Masterclass Spalk & retentiefase
Cursus Effectief communiceren over behandelplannen voor de assistent
Wist je dat we ook interessante, inspirerende en leerzame E-learnings hebben?

Samenwerking in een veranderende sector
In een tijd waarin de tandheelkundige sector te maken heeft met personeelstekorten en toenemende werkdruk, wordt het belang van die samenwerking alleen maar groter. “Geld alleen is niet meer de oplossing,” stelt Nora. Medewerkers zoeken veiligheid, waardering en een omgeving waarin zij zich gezien voelen. Juist de samenwerking tussen praktijkhouder en praktijkmanager speelt daarin een cruciale rol. Samen creëren zij een werkklimaat waarin mensen willen blijven en zich willen ontwikkelen. Met haar jarenlange ervaring ziet Nora duidelijk verschil tussen praktijken die hierin investeren en praktijken die dat niet doen. De eerste groep is beter in staat om in te spelen op veranderingen, teams te behouden en duurzaam te groeien. “Het is geen luxe, het is een investering in de toekomst van je praktijk, je team én je patiënten.”
Samenwerking
Om het belang van samenwerking nog tastbaarder te maken, ontstond bij Nora het idee om een speciaal event te organiseren voor praktijkhouders en praktijkmanagers. Een moment weg van de dagelijkse drukte, waarin ruimte ontstaat voor verdieping en verbinding. “Op 11 september 2026 vindt het eerste event plaats,” vertelt ze. “Een dag vol inspiratie, inzicht en concrete tools om de samenwerking te versterken.”
Juist in de huidige tijd is zo’n investering volgens haar urgenter dan ooit. Want uiteindelijk blijft de kern hetzelfde: een sterke praktijk begint bij sterke samenwerking. Wanneer praktijkhouder en praktijkmanager elkaar respecteren, duidelijke kaders stellen en elkaar in hun kracht zetten, ontstaat er een fundament voor duurzaam succes — voelbaar voor het team, zichtbaar in de organisatie en merkbaar voor elke patiënt die de praktijk binnenkomt.
Nora Ennahachi
is operationeel directeur van drie Mydent-praktijken in Utrecht en Rotterdam waar zij leiding geeft aan een team van 45 professionals. Daarnaast ondersteunt ze met haar eigen bedrijf Dent Management andere praktijken bij het versterken van hun teams, optimaliseren van processen en vormgeven van toekomstbestendig leiderschap.
Vanuit haar overtuiging dat de toekomst van de mondzorg ligt in samenwerking en gedeeld leiderschap, bracht zij verschillende stakeholders samen om één krachtig doel te realiseren: een inspirerend congres waar verbinding, kennisdeling en toekomstbestendigheid centraal staan. Event Samen sterk, gedeeld leiderschap in de tandheelkunde.
Event Samen sterk
Vrijdag 11 september 2026
Scan de QR-code voor meer informatie en om je aan te melden
PRAKTIJKMANAGEMENT
Waarom de praktijkhouder problemen niet moet oplossen
Ik stond onlangs te kletsen met iemand over het ochtendritueel bij hen thuis. Zij hebben ’s ochtends maar weinig tijd, dus - zo vertelde zij - laat zij haar kinderen zelf het ontbijt regelen. Bord pakken, boterham pakken, boterham smeren en tafel opruimen. Mijn verbazing was groot. Haar kinderen zijn veel jonger dan die van mij, terwijl ik elke ochtend het ‘ritueel’ volledig voor mijn kinderen faciliteer. Ik dacht gelijk: “Wat kunnen haar kinderen beter dan die van mij?” Bij nader inzien weet ik dat deze vraag geheel onterecht is én dat hieruit een belangrijke les is te trekken voor veel praktijkhouders. Sjoerd Kuiken
Mijn eerste - ietwat verontschuldigende - reactie was: “Ze kunnen het wel, maar ze doen het alleen niet.” Natuurlijk kunnen mijn kinderen heus wel zelf hun ontbijt regelen. Als er nood aan de man is, dan blijken mijn kinderen zeker heel zelfstandig en verantwoordelijk te zijn. Er moet zich alleen wel een bijzondere situatie voordoen voordat ze hiertoe overgaan.
Hier is natuurlijk de parallel te maken met praktijken, waar de praktijkhouder het gevoel heeft continu heel veel taken op zijn of haar ‘eigen bord’ te hebben liggen. Met daarbij het veel geuite gevoel: “Moet ik dan écht alles zelf doen?”
Een doelstelling die bijna elke praktijkhouder heeft - al is het onbewust - is om de praktijk autonoom te laten functioneren.
Wat is een autonoom functionerende praktijk?
Je zou een praktijk als succesvol kunnen zien als je als praktijkhouder niet meer alle beslissingen zelf hoeft te nemen. Het gaat dan over alledaagse beslissingen – en dus niet strategische – zoals de vakantiedagen van medewerkers, het openen of dichtzetten van een agenda of de aanschaf van extra instrumenten. Hoe prettig zou het niet zijn als je je als praktijkhouder niet meer met dergelijke zaken hoeft bezig te houden? Anders gezegd, als jouw medewerkers zelfstandig in staat zijn om de dagelijkse praktijkvoering te regelen.
Bij een autonoom functionerende praktijk kun je denken aan:
• Een praktijk waarin anderen dan de praktijkhou-

der de dagelijkse beslissingen nemen. Een praktijk die gewoon doordraait als de praktijkhouder afwezig is.
• Een praktijk die niet afhankelijk is van één of enkele personen.
Het gaat hier dus niet over het nemen van belangrijke beslissingen, maar wel om als praktijk op dagelijkse basis gewoon te kunnen draaien. Dit neemt de stress en druk weg bij jou als praktijkhouder om altijd maar aanwezig te moeten zijn.
Mijn eerste reactie was: “Wat kunnen haar kinderen beter dan die van mij?” Maar zoals ik al schreef, is deze vraag geheel onterecht. Bij nader inzien ben ik
er namelijk achter, dat ‘het probleem’ niet bij mijn kinderen ligt maar vooral bij mezelf.
Een betere vraag in deze zou dan ook zijn: “Wat doe ik verkeerd?” Het probleem is namelijk dat ik de situatie zelf in stand houd. De valkuil is om naar je team te wijzen en te kijken wat zij anders zouden moeten doen. Daarentegen zul je als praktijkhouder allereerst naar jezelf en je eigen gedrag moeten kijken om te veranderen naar een autonoom functionerende praktijk.
Het in stand houden van de situatie zie ik ook regelmatig terugkomen binnen praktijken: Voorbeeld 1: bij ziekte wordt het verzuim gemeld bij de praktijkhouder, die zich vervolgens verantwoordelijk voelt om het gat in de bezetting op te lossen. Maar het team zou dit ook zelf kunnen regelen.
Driven by science. Designed for harmony.
Slanke, concave emergentieprofielen
Voor een gestroomlijnd prothetisch CC portfolio. Geschikt voor diepe implantaatplaatsing.
Geanodiseerd & voorbehandeld oppervlak
Tijdwinst in het labo Zandstralen niet langer nodig Verbeterde esthetiek
Voorlopige & definitieve abutments
Nieuw ontwerp nobelbiocare.com/ cc-prosthetics

• Voorbeeld 2: bij een kapot apparaat wordt dit gemeld bij de praktijkhouder, die zich verantwoordelijk voelt om dit spoedig op te lossen. Maar het team zou dit ook zelf kunnen oplossen.
Hoe te beïnvloeden?
De theorie van Covey over de cirkel van invloed en de cirkel van betrokkenheid maken duidelijk dat je invloed kunt uitoefenen op twee manieren:
1. Directe invloed – Iets wat je direct zelf kunt veranderen met je eigen gedrag.
2. Indirecte invloed – Iets wat anderen kunnen veranderen door hen te beïnvloeden met je eigen gedrag.
In alle bovengenoemde voorbeelden kun je ‘indirecte invloed’ uitoefenen als praktijkhouder. Ook in mijn ontbijt-voorbeeld kan ik mijn kinderen aansporen (= beïnvloeden) om zelfstandig te gaan ontbijten, door eerst mijn eigen gedrag te veranderen: door zelf het ontbijt niet langer meer te faciliteren (= mijn gedragsverandering), zullen zij het ontbijt zelf gaan regelen (= hun gedragsverandering/resultaat).
Dit flauwe voorbeeld is echter voor veel praktijkhouders realiteit. Ik zie namelijk veel praktijkhouders die dergelijke situaties zelf in stand houden. Als je iets wilt van je medewerkers, dan is hierbij dus de belangrijkste les om te beginnen met een gedragsverandering bij jezelf.
Van ‘probleem oplosser’ naar ‘coachende procesbewaker’
Vanuit de eenvoudige voorbeelden die hierboven aan bod komen, is het interessant om dit groter te trekken. Door jezelf als praktijkhouder af te vragen wat jouw rol ‘als praktijkhouder’ nu precies inhoudt.
Het creëren van een autonoom functionerende praktijk vraagt allereerst om een veranderende rol van de praktijkhouder. Vanuit het besef dat het creëren van een autonoom functionerende praktijk dus vooral begint bij de invloed van jou als praktijkhouder. Stop
met wijzen naar wat medewerkers verkeerd doen of nalaten en begin te kijken naar je eigen rol als praktijkhouder. In hoofdlijnen verandert jouw rol van een ‘uitvoerend probleemoplosser’ naar een ‘coachende procesbewaker’.
“Medewerkers doen niet wat je zegt. Ze doen wat jij doet.”
Mijn eigen ervaring is om allereerst naar anderen te kijken als zaken niet naar tevredenheid lopen. Het gevolg is dat je de ander ‘even’ gaat uitleggen wat je van hem verwacht. Bij nader inzien is dit dus niet effectief. Daarentegen is de belangrijke boodschap in dit artikel dus: “Medewerkers doen niet wat je zegt. Ze doen wat jij doet.” Wees je dus bewust van je voorbeeldgedrag als praktijkhouder en verander je rol naar die van ‘coach’. Want door zelf de problemen te blijven oplossen, houd je het systeem vooral in stand.
PS: Overigens faciliteer ikzelf dagelijks nog steeds het ontbijt voor het hele gezin, omdat ik dat gewoon leuk vind.
Sjoerd Kuiken is eigenaar van Kuiken Praktijkmanagement (www.kuikenpraktijkmanagement.nl). Voor objectieve praktijkanalyses, strategiesessies en coaching van praktijkhouders en -managers. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor praktijkhouders en is hij dagvoorzitter bij evenementen en congressen.






Anesthesia & Intensive Care Services B.V.:
AIC is gespecialiseerd in het verzorgen van hoogwaardige medische zorg binnen de anesthesiologie en intensive care geneeskunde.
Met ons VOLWAARDIG MOBIEL ANESTHESIETEAM inclusief apparatuur, monitoring, medicatie, gasvoorziening, disposables en al het nodige personeel kunnen wij op een voor u wenselijke locatie op 4 behandelkamers tegelijk algehele anesthesie toedienen aan uw cliënten, zonder dat u ook maar iets hoeft aan te passen aan de inrichting van uw kliniek.
Tandheelkundige klinieken die behandelingen onder algehele anesthesie willen aanbieden:
Als u aan uw cliënten behandelingen onder algehele anesthesie wilt aanbieden zonder dat u dure investeringen hoeft te doen in uw kliniek, dan bent u bij ons aan het juiste adres. Wij kunnen met ons MOBIEL ANESTHESIETEAM in elke kliniek op 4 behandelkamers tegelijk volledig de anesthesie verzorgen zonder dat u daar naar hoeft om te kijken. Wij zijn volledig selfsupporting. Wij kunnen in elke tandartspraktijk de anesthesie verzorgen. Uw praktijk hoeft dus niet aan speciale voorwaarden te voldoen!!
Bel voor een gratis en vrijblijvende offerte:
Schroom niet om te bellen of te emailen voor een gratis en vrijblijvende offerte. Zonder enige verplichting komen wij graag bij u langs om de situatie in uw kliniek te beoordelen en de wensen en mogelijkheden met elkaar te bespreken.



AANBIEDING:

Wanneer we iets vertellen, willen we graag begrepen worden. Vaak denken we ook dat dat zo is, zeker als wat we vertellen voor ons heel simpel lijkt. Toch blijkt bij navraag regelmatig dat dit niet altijd het geval is. Dat kan leiden tot vervelende situaties die vaak eenvoudig voorkomen hadden kunnen worden. Hieronder vind je een aantal inzichten en tips om je boodschap zo begrijpelijk mogelijk over te brengen. Marenka Franke
Allereerst is het belangrijk dat je zelf goed begrijpt wat je vertelt. Dit kan gaan om iets kleins, zoals een verandering in het doorgeven van verlofuren, maar ook om grotere veranderingen, zoals de implementatie van een nieuw computersysteem.
Wanneer je begrijpt waarom iets wordt toegepast en wat de meerwaarde is voor het team of de praktijkeigenaar, zal je boodschap automatisch duidelijker overkomen. Bij alles wat je wilt overbrengen is het essentieel dat je zelf inzicht hebt in het waarom en hoe. Als dit voor jou helder is, zul je merken dat je je boodschap met meer zelfvertrouwen brengt en steviger in je schoenen staat. Dit helpt ook bij hoe jouw boodschap wordt ontvangen.
Ook bij het geven van feedback aan een medewerker is het belangrijk dat je goed kunt onderbouwen wat er anders moet. Door gebruik te maken van concrete feiten en duidelijke voorbeelden, maak je voor de ander inzichtelijk wat je bedoelt.
Begrijpen wat je overbrengt
Wanneer jij begrijpt wat je wilt uitdragen, is het belangrijk dat jouw medewerker(s) ook begrijpt wat je zegt. Een goede voorbereiding helpt daarbij. Dat kan variëren van een paar steekwoorden bij iets kleins tot een uitgebreider verslag bij grotere onderwerpen. Een aantal aandachtspunten:
• Werk met voorbeelden of afbeeldingen om je verhaal te verduidelijken
Vertel alleen feiten
• Geef duidelijk het “waarom” aan
• Stel tussentijds de vraag of mensen begrijpen wat je bedoelt en of er vragen zijn
• Let op je houding en praat rustig
Let ook op de houding van anderen en speel daarop in
Vraag na afloop of de ander in eigen woorden kan herhalen wat er is gezegd
Op deze manier controleer je of jouw boodschap goed en duidelijk is overgekomen.
Ook voor jezelf kan het een uitdaging zijn om een ander goed te begrijpen. Daarom is het belangrijk om hier bewust mee om te gaan. Enkele tips:
• Luister aandachtig en onderbreek de ander niet
• Laat de ander uitpraten
• Herhaal in je eigen woorden wat er is gezegd Denk aan ANNA (altijd navragen, niet aannemen) Denk aan NIVEA (niet invullen voor een ander)
Je kunt het onderwerp ‘begrijpen’ ook breder trekken binnen de praktijk en dit bijvoorbeeld bespreken tijdens een werkoverleg. Het is namelijk belangrijk dat behandelaren zich bewust zijn van hoe essentieel het is dat zij goed begrepen worden door de patiënt,
Buro/S Architects - Specialist in tandheelkundige praktijken.
Een goed ontworpen praktijk werkt voor jou, je team én je patiënten.
Bij Buro/S Architects ontwerpen en realiseren we efficiënte, duurzame én toekomstbestendige zorgomgevingen, van nieuwbouw tot renovatie.
* Volledig ontzorgd: van schets tot oplevering
* Functioneel, tijdloos en stijlvol ontwerp
* Bouwkundig én interieurontwerp in één hand
* Betrouwbare bouwteams & strakke coördinatie
* Advies bij aankoop of verbouwing van panden
+31 085 066 63 09 info@burosarchitects.com www.burosarchitects.com
bijvoorbeeld bij het bespreken van een behandelplan of het geven van uitleg. Ook voor baliemedewerkers, receptionisten en backofficemedewerkers is het van belang dat zij de mensen die zij te woord staan goed begrijpen.
Kortom, het is belangrijk dat iedereen zich ervan bewust is dat elkaar begrijpen niet vanzelfsprekend is, hoe eenvoudig de boodschap ook lijkt.
Hopelijk heb jij mijn boodschap en tips begrepen!
De auteur
Marenka Franke is praktijkmanager bij Centrum voor Mondzorg Rhenen.
Ontwerp & Realisatie met ZORG

Buro/S Architects Wij bouwen aan zorg die werkt.

Marloes Rust, MondZorgVuldig
Mondhygiënisten Dordrecht.
Deze column komt tot stand in samenwerking met TePe
Benelux B.V.
COLUMN MARLOES
Het beroep mondhygiënist is een mooi beroep. Zoals ik al in een eerdere column vertelde, is geen dag hetzelfde. We zien iedere dag andere mensen en maken mooie casussen mee. Veel patiënten komen ook al jaren langs en er wordt wederzijds met elkaar gelachen en meegeleefd.
Wanneer ik op feesten en partijen vertel wat mijn beroep is, dan krijg ik ook meestal de heftigste verhalen te horen. In de meeste gevallen hoor ik pittige verhalen over een endo die niet goed te verdoven was, of spannende verslagen van een bezoek aan de kaakchirurg. Een enkele keer heeft de mondhygiënist ook een hoofdrol in het verhaal. Soms gaat het om een bijrol, maar we worden niet vergeten.
Een aantal jaren geleden was ik op de verjaardag van een goede vriendin van mij. Ik raakte in gesprek met haar oom en tante. Bij de eerste woorden drong een bekende geur langzaam mijn neus binnen… Iedere tandarts en mondhygiënist kan deze geur vast wel voor zich halen. De alom bekende parogeur.
De oom en tante vroegen waar ik hun nicht van kende en babbelden vrolijk erop los. In gedachten was ik al een behandelplan aan het smeden. De oom lachte steeds hartelijk zijn tanden bloot en ik bestudeerde de tanden met de dikke lagen plaque. Heerlijk! Daar wil ik mijn airflow wel opzetten. Wat een prachtig resultaat zou het zijn en dat alleen al door de verwijdering van de supragingivale plaque. Mijn visitekaartje brandde in mijn tas, maar hoe pak je dit aan zonder iemand een naar gevoel te geven?
Het gesprek kwam uit op het beroep van de oom. Hij werkte als zzp’er en zijn doel was om samen met zijn vrouw zo veel mogelijk op vakantie te gaan. Hij kon immers zelf zijn tijd indelen. Het liefst gingen ze naar Egypte op vakantie. Heerlijk bakken in de zon en naar een all inclusive hotel. Ze kwamen daar twee keer per jaar en ze kenden er iedereen. Het voelde als een soort van thuiskomen, maar dan in een zonnig land en een temperatuur zo rond de 35 graden. Niet te vergelijken met ons herfstig Nederland. Dat all inclusive beviel
de oom en tante uitstekend. In Egypte moet je immers goed oppassen met wat je eet en drinkt, maar in het hotel is alles tot in de puntjes verzorgd. Buiten de muren loert echter de vloek van de farao, en daar kun je goed ziek van worden. Nee, die farao wil je liever niet tegenkomen op vakantie.
Na het bespreken van de vakantieplannen vroegen de oom en tante wat voor werk ik doe. Ik antwoordde dat ik mondhygienist ben en een vrijgevestigde mondhygiënistenpraktijk in Dordrecht heb. “Mondhygiënist?!”
Riepen de oom en tante in koor. “Dat is toch zo’n nieuw beroep?”
Verbaasd keek ik ze aan en antwoordde dat de mondhygiënist toch echt al een kleine 60 jaar in Nederland bestaat. De tandarts van de oom en tante had hen ook al naar een mondhygiënist willen sturen, maar daar zagen ze allebei niets in. Van dat geld konden ze beter nog een keer op vakantie gaan. Tja, welke vloek is erger; de vloek van de farao of de vloek van de paro…?




Compacte en bijzonder lichte dentale camera (ca. 540 g)
Eenvoudige bediening dankzij 9 programma's
Bestand tegen water en snel te desinfecteren
Met videofunctie en optioneel polarisatiefilter
Eenvoudige en nauwkeurige kleurbepaling
Helpt bij de fotodocumentatie met de modus 'Isolate Shade' (kleur isoleren)
Richtinggevend voor de vormgeving van de gingiva
Kleurbepaling zonder invloeden van buitenaf

