Methaanreductie wordt menens voor de veehouderij Feston bevestigt zijn populariteit met sterke fokwaarden
Boston de Termes
(Objectif des Freines x Resistant d’Au Chene)
Op 30 mnd.:
1084 kg en 147 cm (+9)
Voor wie pure groeikracht zoekt
Ki-code: 945285
⊲ Bloedlijn die overal op past
⊲ Zeer hoge karkasindexen
⊲ Eerste kalveren bevestigen
Wilt u sperma van Boston of andere stieren bestellen, bezoek dan onze webshop op shop.crv4all.nl of shop.crv4all.be
RUBRIEKEN
5 Van de redactie
6 Fokkerijnieuws
15 Uit de dierenartspraktijk: gewrichtsontsteking leidt tot klauwamputatie
21 CRV-coöperatienieuws
30 Managementnieuws
32 Marktinfo voer
33 Marktinfo vee
34 Agenda
35 CRV-bedrijfsnieuws
HOOFDARTIKEL
8 Methaanreductie wordt menens voor de rundveesector
REPORTAGE
12 Veel passie voor de limousinfokkerij bij Martien Vromans, maar ook elk jaar een kalf
FOKKERIJ
16 Fokwaarden bevestigen status van de populaire Feston de Belle Eau
GRAS
22 De kwaliteit van vers gras is grilliger dan gedacht
26 De voederwaarde van de voorjaarskuil door de jaren heen
INTERVIEW
24 ‘Met gras ga je terug naar de basis’, aldus agrarisch adviseur Harm Rijneveld
BIJ DE COVER
Deze jonge Mercurezoon vormt mee de toekomst op het Tilburgse limousinbedrijf van Vromans (foto: Annemiek’s fotografie)
hoofdartikel methaan en voer
Martien Vromans:
‘Een ideale koe weegt geslacht 500 kilogram en plus, dat is mijn regel’
Harm Rijneveld:
‘Een koe is gemaakt om gras te verteren. Met gras ga je terug naar de basis’
Betimax RDS VEILIG EN COMFORTABEL
met smalle laadbak!
Disselvering met dwarsbladveren Geverfde of gegalvaniseerde
Boost de weerstand van jouw vleesvee komende periode met Optimin Beef
met een zeer hoog niveau vitamine E en Selenium
Ontwikkeld ter aanvulling van vleesveerantsoenen voor:
Door klimaatverandering worden onze zomers steeds warmer. Hierdoor neemt het aantal uren dat een rund hittestress ervaart toe. De gevolgen zijn: een lagere voeropname, een grotere kans op pensverzuring, klauwproblemen, lagere groei, verminderde voerconversie en indien van toepassing een
17 cm “gelijk met grond” systeem en volledig te openen achterdeuren
• een betere vruchtbaarheid
• het versterken van de immuniteit bij ziekte, hittestress
• verbeteren van de vleeskwaliteit
• de hogere behoeftes van zoogkoeien aan het einde van de dracht
www.joskin.com
De Poort 3a 5751 CN Deurne • T +31(0)88 73 00 500
Optimin Beef nr 474 is verkrijgbaar in zakgoed via het Agrarisch Aveve center in jouw buurt en inmengbaar in onze vleesveevoeders. Meer informatie op www.aveveagrarisch.be
Het eerste melkpoeder speciaal ontwikkeld voor Witblauw kalveren!
De essentiële immuniteitsboost voor pasgeboren kalveren.
KNZ® BEURSACTIES RMV GORINCHEM
Scan de QR-code en ontdek onze zomer aanpak!
Bezoek onze stand op de RMV-beurs, gooi een dartpijl prijzen. Maak bovendien kans op het winnen van een Ontvang een KNZ deurmat bij bestelling van minimaal en een prachtige KNZ reiskoffer bij een bestelling van 30 KNZ likstenen. We zien u graag in Gorinchem! stand
www.voergroepzuid.nl
Benut het groeipotentieel van uw lammeren maximaal met:
Starmilk Evolution 50+
• Voor goede spierontwikkeling van uw lammeren; een hoge maar veilige groei zonder vervetten.
Ga voor een gezonde opfok
Starmilk Elvor HP BWB
• Tot 250 g/d extra dagelijkse groei
• Met alle toegevoegde mineralen en sporenelementen zoals kobalt.
• Volledig dekken van de Energie- en Eiwitbehoeftes = Meer weerstand
• Optimaal en vroeger spenen
• Voeradvies na spenen 150 -250g per dag gericht op een groei van 2kg per week.
• 100% zuiveleiwitten • 21,5% ruw eiwit
Uw melkpoederexpert Jean-François Lericq +32 (0) 484/11.86.38 - jf.lericq@starmilk.be www.starmilk.be is een nutritioneel additief ontwikkeld door Starmilk om de start van het kalf te onders teunen. Het werkt vanaf de eerste dagen om de darmimmuniteit te versterken, de melkvertering te verbeteren en de risico’s van neonatale stress te
Uw melkpoederexpert
Informeer naar onze dealeradressen, vraag naar VOERWAARTS bij uw dealer of bestel via HOBBYFARMING.NL (vanaf 250kg totaal) of 123voer.nl (per zak)
Dat veehouders methaan niet boven aan hun dagelijkse agenda hebben staan, hoeft niemand te verbazen. Als veehouder heb je vaak wel dringender zaken aan te pakken. Dat neemt niet weg dat het dossier er wel degelijk is. In Vlaanderen liggen de sectordoelstellingen al langer vast, ook in het Nederlandse regeerakkoord is er sprake van een normering naar methaanreductie richting 2029. Dit is niet de enige druk die op de sector ligt. Net zoals Alex Van Malleghem in het hoofdverhaal terecht aanhaalt, is de gehele keten, inclusief de distributie, bezig met klimaat en methaanreductie. Ook zij krijgen immers ambities opgelegd waarvoor ze verder kijken, dus ook naar hun leveranciers van producten. Zo komt ook de veehouderij in beeld. Niemand ontsnapt dus.
Tegelijkertijd heeft de veehouderij in dit verhaal al innovatieve kracht getoond. Zowel naar fokkerij als naar voeder zijn er al verschillende mogelijkheden om methaan te reduceren in een veestapel. Dat zowel diverse voerproducenten als ook een onderzoekscentrum als ILVO hierin investeren, is een dankbaar gegeven.
WIM VEULEMANS HOOFDREDACTEUR
Methaan mag dan enige urgentie en druk hebben, toch heb ik het gevoel dat er iets heel belangrijks in het debat ontbreekt. Er is immers het ‘probleem’, de urgentie, de innovatie. Allemaal zijn het zaken die duidelijk uit het hoofdverhaal blijken. Maar het is minstens even belangrijk dat de veehouderij een eerlijke erkenning krijgt voor de uitdaging waar veehouders voor staan. De veehouderij heeft wel degelijk een aantal knoppen in handen om het probleem aan te pakken, maar even vaak hebben veehouders het gevoel dat zij alleen het probleem zijn. Dat maakt dat verschillende innovaties richting methaanreductie hun introductie vinden, maar de praktijk is vaak weerbarstig. Een veehouder die investeert in methaanreductie, neemt immers een ondernemersrisico voor een maatschappelijk doel. Daar mag iets tegenover staan, op zijn minst erkenning. De maatschappij, de overheid en de keten mogen daarbij niet alleen eisen stellen, maar ze moeten ook de weg vrijmaken. Veehouders zullen immers veel sneller innoveren als ze niet met de rug tegen de muur gezet worden.
Winst op videokeuring voor Mairose en Hautbois
De Limousin Vereniging Nederland organiseerde recent een videokeuring voor haar leden. De resultaten hiervan werden getoond tijdens de recente jaarvergadering van de vereniging. Aan deze keuring deden zeventien leden mee met 51 dieren. Het jureren lag in handen van Hans Toorneman en Johan van Ginkel.
De hoogste winst bij de stieren was voor Abot Mn-zoon Hautbois Rr van Koningshoeve bv en bij de vrouwelijke dieren voor Mairose P van ’t Hoogeveld van Hoogeveld bv, een dochter van Hurricane P. Beide wonnen het algemeen kampioenschap. De twee limousins wonnen daarvoor ook al het kampioenschap bij de oudere stieren en koeien.
Hautbois was ook de mannelijke publiekslieveling, bij de vrouwelijke dieren was deze
prijs voor Prunis Rieke (v. Carmorn Imp) van Kees Hietberg. Happy van ’t Hoogveld (v. Christobal) werd door de jury verkozen tot duurzaamste koe. Ook zij is eigen aan Hoogeveld bv.
Blonde Award voor Henk Visscher
Op de recente ledenvergadering van het Blonde d’Aquitaine Stamboek Nederland is Henk Visscher uit Dalfsen gekozen tot winnaar van de Blonde Award 2025.
De leden van het stamboek konden op de jaarlijkse ledenvergadering van het Nederlandse blondestamboek hun stem uitbrengen op drie genomineerde fokkers: Harm Kip uit
De Wijk, Menno Roelofsen uit Grootschermer en Henk Visscher uit Dalfsen. In de presentatie van deze drie fokkers werden zij alledrie geprezen om hun inzet voor het stamboek en de specifieke activiteiten die zij daarin ondernemen. Ook de behaalde successen in hun
eigen fokkerij en de resultaten op de keuringen van het stamboek vielen op. Na het tellen van de stemmen mocht Henk Visscher de Blonde Award uit handen van fokadviescommissielid Martijn van den Berkmortel in ontvangst nemen. Op de jaarvergadering werd Roel Wiekema uit Ruinen benoemd tot erelid van het stamboek. Een bijzondere staat van dienst van bijna twintig jaar voorzitterschap van de fokadviescommissie en de grote inzet voor het continueren van het Blonde d’Aquitaine Centrale opfokstation BAC deden het stamboekbestuur besluiten Roel Wiekema te benoemen tot erelid.
De kampioenstitels bij de jongere limousins waren voor Victoria, een Martinidochter van ruim twee jaar uit de stal van Martinizicht vof, en Ultime van ’t Hoogeveld, een zoon van Jk Puma Pp, van Hoogeveld bv.
Frans bedrijf lanceert nieuwe techniek voor sperma seksen
Onder de productnaam Opensort heeft het Franse bedrijf Univers2020 een nieuwe techniek gelanceerd voor het seksen van sperma. ‘Na twaalf jaar uitgebreid onderzoek naar zowel techniek als patentbescherming zijn we klaar om de markt op te gaan’, vertelt DanyPierre Rondeau, general manager bij Univers2020. ‘We merken veel belangstelling van ki-organisaties vanuit de hele wereld, omdat er met onze introductie nieuwe concurrentie ontstaat.’
Op dit moment domineren de technieken van Sexing Technologies (ST) en Genus ABS de markt van gesekst sperma. Univers2020 maakt net als ST gebruik van flowcytometrie, een techniek voor het tellen en scheiden van microscopisch kleine deeltjes in een stromen-
de vloeistof. ‘De basis van onze techniek is inderdaad hetzelfde, maar we hebben deze zelf doorontwikkeld’, aldus Rondeau. ‘We garanderen dat negentig procent van het sperma het juiste geslacht oplevert. De drachtigheidspercentages zijn vergelijkbaar met en zelfs iets beter dan die van de bestaande technieken.’
Afgelopen jaren werd de techniek uitvoering getest bij Synetics, het samenwerkingsverband tussen de Duitse ki-organisatie Masterrind en het Franse Innoval. ‘We leveren de techniek en leiden mensen bij de ki-organisaties op om de machines te bedienen. De machines zijn te koop of te huur en binnen drie maanden kunnen we dan van start. Samen met onze klanten ontwikkelen we de
techniek verder’, zo legt Rondeau de samenwerking uit. Over de prijs voor een dosis gesekst sperma wil hij geen uitspraken doen. ‘We bieden concurrerende prijzen, maar meer concurrentie in de markt zal uiteindelijk goed zijn voor iedereen, voor zowel de prijs als de doorontwikkeling van de techniek.’
Het bedrijf Univers2020 maakt deel uit van het bedrijf IMV Technologies. Deze Franse organisatie is actief in technieken rondom de reproductie van (landbouw)huisdieren. Ook CRV werkt aan een nieuwe techniek van sperma seksen. Deze techniek, met de naam Engender, is afkomstig uit Nieuw-Zeeland. In de loop van dit jaar zal een eerste machine in Nederland in gebruik worden genomen.
Hautbois, algemeen kampioen en publiekskampioen
Algemeen kampioen vrouwelijk Mairose met haar kalf
Henk Visscher (links) kreeg de Blonde Award uit handen van Martijn van den Berkmortel
‘Wij produceren voedsel, want de wereld staat redelijk snel stil als er niets meer te eten is’
Uit: Het Laatste Nieuws, 2 mei 2026
Aantal Waalse stamboekdieren neemt af
In de periode van 1 september 2024 tot en met 31 augustus 2025 werden er 28.770 witblauwkalveren ingeschreven in het Waalse stamboek, beheerd door Elevéo. Dat is 22 procent minder dan het jaar ervoor. Ook bij limousin, goed voor 2.252 ingeschreven kalveren, is een daling te merken (–14%).
Blonde d’Aquitaine schreef 1.144 kalveren in, hier is de daling beperkt tot 2 procent.
In 2025 werden 18.288 witblauwe dieren uiteindelijk opgenomen in het stamboek. Dat is 0,8 procent minder dan een jaar eerder. Het aantal dieren dat werd opgenomen in het limousinstamboek bleef met 1.462 runderen stabiel. Het aantal opgenomen blondes (541) daalde met 1 procent.
Belgisch witblauw blijft er met 44.711 vrouwelijke dieren in het stamboek ook in 2025 het
Oudste winnaars pakken dagkampioenschappen in Hulshorst
Zo’n vijftig verbeterd roodbonten lieten zich noteren in de catalogus van de Vleesvee Manifestatie in Hulshorst. De twee oudste kampioenen (ouder dan twee jaar) wisten beide het algemeen kampioenschap te winnen. De titel bij de stieren was voor Hertog Jan van Vredenburgh, een ruim drie jaar oude zoon van Koos van maatschap Te Riele. Dit bedrijf won ook de bedrijfsgroep mannelijk, bij de vrouwelijke bedrijfsgroep was de winst voor Wagensveld. Het algemeen kampioenschap vrouwelijk was voor Van de Westhoeve Erika 148 (v. Urbanus), eigen aan maatschap Westerkamp-van Wezel. Het kampioenschap in de leeftijdsgroep van een tot twee jaar was bij de stieren voor Arjan (v. Red Lions). De stier van Van de Pol was op de dag van de keuring net een jaar. Zijn vrouwelijke tegenhanger werd Geertruida. Deze dochter van Ronald uit de stal van Donkersteeg Agrari-
sche dienstverlening werd ook als Miss Toekomst aangeduid. De titel van Mister Toekomst was voor Guus van ’t Oosteinde. Guus won ook het kampioenschap bij de stieren van 4 tot 12 maanden. Zijn vader Boef leverde ook de winnares bij de vaarzen in de leeftijdsgroep. Meike 11 van ’t Oosteinde leverde zo de tweede kampioenstitel voor Gerard Polinder. De winst bij vaarskalveren tot vier maanden was voor de familie De Zeeuw.
Ook bij Belgisch witblauw waren de dagkampioenen bij de oudere rubriekswinnaars te noteren. De winst bij de stieren was voor Maradona du Champ du Moulin (v. Art Déco). Deze stier van Bertil Horlings won ook de titel bij de oude stieren (+4 jaar). Discrète van Oudrenswoude, een twee jaar oude Darkodochter, won het algemeen kampioenschap vrouwelijk en het kampioenschap vrouwelijk ouder dan twee jaar voor Mees van Laar.
grootste stamboek. Dat aantal is 7 procent lager dan in 2024. Ook het aantal stamboekbedrijven met witblauw daalde met 13 procent tot 767 bedrijven. Dezelfde trends merken we in het jaarverslag ook op bij limousin. Zij hebben twee procent minder koeien en bedrijven in hun stamboek. Blonde d’Aquitaine kende wel een stijging van het aantal koeien in het stamboek (+5 procent).
Parma van ’t Hul, een zoon van Oasis, bracht zijn eigenaar Vleesveehouderij Van Engelen de kampioenstitel bij de stieren van twee tot vier jaar oud. Horlings had met zijn jonge stierkalf Wm Horlings Daan (v. Jet-Set) nog een kampioen in Hulshorst, ditmaal bij de stierkalveren tot zes maanden. Saphrane van de Eik, een dochter van Darko uit de bekende Amoureuxdochter Oeuvrée van de Eik, won voor Harm en Jeroen van den Beucken het kampioenschap bij de jongste vaarzen (tot zes maanden). Zeven tot twaalf maanden was de leeftijdsgroep waar Raischa van de Bomlozeput (v. Avicii) voor Jan Dijkhuizen het kampioenschap bij de jonge vaarzen won. Robyn van het Broek, een dochter van Oasis, deed dat in de oudere leeftijdscategorie (1-2 jaar) voor Frank van Hest. Tot slot was er winst voor Astrid, een Futézoon van de familie Van Milligen bij de stieren van een tot twee jaar
Alle kampioenen voor verbeterd roodbont in Hulshorst
Alle kampioenen voor Belgisch witblauw in Hulshorst
Methaanreductie schuift stilaan van optie naar verplichting in de veehouderij. Nieuwe plannen in Nederland en Vlaanderen zetten voermaatregelen centraal. Maar wat werkt op papier, botst vaak met de praktijk van het bedrijf. De zoektocht naar haalbare oplossingen is volop bezig.
TEKST JUSTINE POPPE
Methaanreductie voor de veehouderij
‘Het kabinet voert per 2029 een normering in van de inzet van methaanremmers in veevoer.’ Dat staat in het Nederlands regeerakkoord 2026-2030 van 30 januari 2026. ‘Wat dat precies betekent, is onduidelijk’, zegt Jan Dijkstra, universitair hoofddocent herkauwervoeding aan Wageningen Universiteit. ‘Maar het zet het onderwerp wel serieus op de agenda.’
Het lijkt erop dat de Nederlandse overheid werk wil maken van de klimaatwet. Die wet moet op nationaal niveau zorgen voor 55 procent minder broeikasgassen tegen 2030 ten opzichte van 1990. De landbouwsector heeft daarin geen specifieke reductiedoelen, maar wil wel de uitstoot van broeikasgassen onder de 19,7 megaton per jaar in 2030 houden.
Verplichte klimaatlijst
In Vlaanderen zijn de landbouwdoelen in het klimaatdebat specifieker. Daar moet de sector de broeikasgasuitstoot beperken tot 5,6 megaton CO2-equivalenten in 2030 of 23 procent
minder tegen 2030 ten opzichte van 2005. ‘Om dat te halen wil de overheid in 2027 een verplichte lijst klimaatmaatregelen voor boeren’, zegt Roel Vaes, adviseur rundvee bij Boerenbond. ‘De sectororganisaties zijn volop aan het denken hoe die eruit moet zien. In de conceptversie denken we aan een puntensysteem, waarbij landbouwers via verschillende maatregelen een reductiedoel halen. Denk maar aan een combinatie van voer-, veestapel- of mestmanagement. Daarbij zijn broeikasgassen uit pensfermentatie goed voor zo’n 40 procent van de CO2-voetafdruk van een veebedrijf. De aandacht naar methaanarm voeren zal dus groot blijven.’
Dijkstra is het daarmee eens. ‘Je kunt methaan reduceren door te sturen op efficiëntie per liter melk’, zegt hij. ‘Maar de efficiëntie is hier al zo hoog dat er beperkt winst te boeken is. De levensduur van de veestapel verhogen is ook een optie. Maar dat is een kwestie van lange adem. Het methaanreducerende effect neemt af naarmate dieren ouder worden: extra levensjaren leveren steeds minder reductie op.’
wordt menens
Sturen op mestmanagement kan ook, maar het aandeel van de lachgas- en methaanemissies daarin is beperkter binnen de totale landbouwemissies. ‘Zonder voerstrategieën haal je de klimaatdoelen niet’, aldus Dijkstra.
Bovaer populairste maatregel
Tot op heden is methaanarm voeren niet verplicht in Nederland en Vlaanderen. Wel zijn tal van maatregelen al erkend als methaanreducerend (tabel 1, pagina 10). ‘Bij gebruik wordt die reductie meegenomen in de KringloopWijzer of de Vlaamse klimaatboekhouding’, weet Dijkstra. Boeren stappen er vooral in door financiële prikkels. In Vlaanderen is er via de ecoregelingen steun om klimaatreducerende voermaatregelen te nemen, maar die dekken de extra kosten onvoldoende. Een bijkomende stimulans komt daarnaast van zuivelorganisaties, die maatregelen actief aanmoedigen of vergoeden. Vooral het methaanreducerende voederadditief Bovaer wordt daarbij sterk gepromoot. Dijkstra schat dat zo’n zeshonderd
lachgas van bodems mestmanagement methaan uit pensfermentatie anders
Figuur 1 – Europese landbouwemissies per bron (bron: European Environment Agency)
Zeewier heeft potentie, maar er zijn nog veel vragen
Een veelbelovend voedermiddel om methaanuitstoot te verminderen is zeewier. ‘Er bestaan wel tienduizend soorten zeewier’, zegt Wouter Muizelaar, onderzoeker aan de Wageningen Universiteit. Slechts enkele soorten binnen het geslacht Asparagopsis hebben een duidelijk methaanreducerend effect in de pens van koeien. Deze rode zeewieren bevatten bromoform, een stof die de vorming van methaan in de pens remt. Het blokkeert de werking van methaanproducerende micro-organismen en verstoort enzymen in de laatste stap van methaanvorming. In de literatuur worden reducties tot 90 procent vermeld, maar in de praktijk acht Muizelaar ongeveer 30 procent realistischer. Hierbij baseert hij zich op een dosering van 15 mg
bromoform per kilogram droge stof. Die juiste dosering moet nog uitgedokterd worden. ‘We weten veel over het methaanreducerende effect van bromoform, maar minder over de juiste concentratie, toedieningswijze en effecten daarvan op de diergezondheid en melkproductie’, zegt hij.
Proeven op de Dairy Campus tonen aan dat een te hoge concentratie zeewier in het rantsoen de melkproductie kan verlagen. ‘Dat komt mogelijk deels door de sterke zeegeur en smaak van het wier, waardoor koeien minder eten’, vermoedt Muizelaar. ‘Of het ook te maken heeft met de impact van bromoform op de pensgezondheid, kunnen we nog niet zeggen.’
Volgens Muizelaar draait het vooral om
voermaatregel methaanreductie (dier/dag in %) melkvee
3-NOP (Bovaer) 26 nitraat en geëxtrudeerd lijnzaad 10-18,1 nitraat en koolzaadvet 10-14,5 nitraat 10 geëxtrudeerd/geëxpandeerd lijnzaad 9 geëxtrudeerd lijnzaad (150 dagen voeren) 9 geëxtrudeerd lijnzaad en 3-NOP (Bovaer) 9-26 geëxtrudeerd lijnzaad met voorjaarsbeweiding 9 bierdraf en koolzaadschroot 8 koolzaadvet 5 vleesvee nitraat 8
Tabel 1 – Vlaamse voermaatregelen met bijbehorend percentage erkende methaanreductie (bron: Convenant Entherische Emissies Rundvee)
evenwicht. ‘Te veel is nooit goed. We zoeken naar een optimum waarbij methaan daalt zonder productieverlies of risico’s voor de diergezondheid.’ Daarnaast zijn er praktische uitdagingen. Zeewier kan in zee verontreinigd zijn met zware metalen zoals cadmium en arseen, wat het gebruik in veevoeder volgens de wet verbiedt. Teelt in kassen kan dat deels oplossen, maar dat is duur en arbeidsintensief. Ook oogsten en drogen blijven knelpunten. Daarom denkt Muizelaar dat niet het zeewier zelf, maar bromoform als geïsoleerde stof het meeste potentieel heeft. ‘Produceer je bromoform in een fabriek, dan heb je meer controle over kwaliteit en productie. Ook wordt opschaling makkelijker.’ Voorlopig is dat echter toekomstmuziek.
Nederlandse boeren dit product gebruiken. In Vlaanderen laat het evaluatierapport van het Convenant Entherische Emissies Rundvee (CEER) zien dat 199 boeren in 2025 methaanarm voerden. Bovaer werd 141 keer aangevraagd, gevolgd door geëxtrudeerd lijnzaad met 45 aanvragen en nitraat met vijf aanvragen. Eén vleesveehouder zette datzelfde jaar nitraat in.
Nico Peiren weet dat veel boeren bij methaanarm voeren oplopen tegen de kostprijs en de randvoorwaarden. Peiren is onderzoekscoördinator emissies, klimaat en milieu bij het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) en legt uit dat Bovaer het makkelijkst inpasbaar is en soms wordt verplicht of deels vergoed. ‘Maar dit additief is moeilijk te combineren met beweiding en heeft in combinatie met grazen voorlopig ook geen erkende reduc-
Franson zet in op methaanarm voer voor vleesvee
Veevoederproducent Franson onderzocht in samenwerking met het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) het methaanreducerend effect van een aantal grondstoffen voor vleesvee. ‘Vleesveehouders liggen misschien niet wakker van methaanreductie’, zegt Alex Van Malleghem, gedelegeerd bestuurder van Franson. ‘Maar de keten wel. Elke retailer ligt wakker van het klimaatverhaal. Ook die is engagement aangegaan. Heeft een bepaald stuk vlees een te grote voetafdruk, dan zou de retail dat in principe uit het gamma kunnen schrappen. Om het voortbestaan van onze sector te verzekeren, moeten we dat kunnen bijbenen.’ Hoe het Mercosur-verhaal met Zuid-Amerikaans rundvlees met een
dubbel zo hoge voetafdruk zich hiertoe verhoudt, heeft hij niet scherp. Wel ziet hij kansen voor de Belgische vleesveesector. ‘Niemand ontsnapt op de lange termijn aan het klimaatverhaal’, aldus Van Malleghem. Met het onderzoek wil Franson op termijn een krachtvoermengeling aanbieden met het juiste vetzuurprofiel en een bewezen methaanreducerend effect. Van Malleghem: ‘Denk daarbij aan een mengeling van bijvoorbeeld maiskiemen, lijnzaad, maisdraf, sojaschilfers, lijnschilfers en koolschilfers. Daarbij werken we zoveel mogelijk met Europese reststromen voor een lage voetafdruk.’
Het onderzoek is intussen afgerond. De rantsoenen liggen nu, met een reductie van
24 procent methaan, ter goedkeuring bij het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veehouderij (WeComV). ‘Het WeComV adviseert de overheid over luchtemissies’, vervolgt Van Malleghem. ‘Die bekijkt die 24 procent reductie kritisch en kan het product officieel erkennen. Die erkenning is nodig om de methaanreductie te borgen en steunmaatregelen te krijgen.’ Dat is volgens hem een welkome ontwikkeling, zeker omdat de Klimrek-klimaatscan voor vleesvee nog in de kinderschoenen staat. Bovendien konden vleesveehouders tot nu toe alleen met nitraat reduceren. ‘Plantaardige vetten waren al erkend voor melkvee, maar niet voor vleesvee. Dat is een stap vooruit.’
Onderzoek van Arvesta voor minder methaan via
Arvesta, waartoe veevoederbedrijven Aveve en Proxani behoren, voert sinds 2012 zelf onderzoek uit naar methaanreductie bij melkvee en vleesvee. Vanuit dit onderzoek ontstond het Euroclim-concept. Dat is een voederconcept waarmee veehouders de ecologische voetafdruk kunnen verlagen via het rantsoen. Het systeem bundelt verschillende voedingsmaatregelen in samengestelde voeders om de methaanuitstoot te verminderen. Daarbij combineert het circulaire Europese grondstoffen met specifieke vetbronnen, zoals geëxtrudeerd lijnzaad. Daarnaast voerde Arvesta de afgelopen jaren onderzoek uit via het project Blanc-Bleu Vert (2022-2026), samen met AWE, CRA-W en de Universiteit Luik. Daarbij worden onder meer
voeding en slimmer afmesten
geëxtrudeerd lijnzaad en geëxtrudeerd koolzaad getest in rantsoenen voor Belgisch witblauw. De eerste resultaten worden momenteel wetenschappelijk gevalideerd voor erkenning als methaanmaatregel. Ook sneller afmesten blijkt een manier om methaan te reduceren. Door vleesstieren sneller slachtrijp te maken via een aangepaste energievoorziening, verbeteren groei en voederconversie. Arvesta ontwikkelde hiervoor een simulator die, op basis van een databank met meer dan 15.000 metingen van witblauwstieren, helpt om het optimale afmesttraject te bepalen. Zo kan de evolutie van de voederconversie in functie van het levend gewicht worden voorspeld en het rantsoen gericht worden afgestemd.
Jan Dijkstra, hoofddocent
herkauwervoeding aan WUR:
‘Zonder methaanarme maatregelen halen we de klimaatdoelen alleen met een veestapelreductie’
ties in Vlaanderen. Geëxtrudeerd lijnzaad wordt vaak bij de iets hoogproductievere bedrijven gevoerd, omdat dat bijdraagt aan de melkproductie. En nitraat past niet zomaar in elk rantsoen. Met dit additief voeg je extra eiwit toe, waardoor je het rantsoen moet aanpassen.’
Niet elk voederadditief past op elk bedrijf
Niet elke strategie past dus op elk bedrijf en onderzoek naar nieuwe maatregelen of oplossingen blijft essentieel. ‘Hoe langer de lijst met erkende maatregelen, hoe meer keuze de boer heeft en hoe beter toepasbaar methaanarm voeren in de praktijk wordt’, aldus Peiren.
Zeker de lijst voor vleesvee mag ruimer. Voor deze groep is in Vlaanderen tot op heden alleen nitraat onder de commerciële naam Silvair als methaanarm voedermiddel erkend. In Nederland ligt dit anders. Daar is nitraat in de KingloopWijzer alleen opgenomen voor melkvee en niet voor vleesvee. ‘De zuivelsector heeft een duidelijke voorsprong in het klimaatverhaal en heeft meer erkende maatregelen’, weet Peiren. ‘De dalende vleesveestapel speelt daarin een rol. Daarnaast stoten melkkoeien dubbel zoveel methaan uit door hogere productie en voeropname.’ Wel wordt de vleesveelijst uitgebreid. Een maatregel met plantaardige vetten ligt nu ter goedkeuring bij het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veehouderij (WeComV, zie kader linksonder). Ook wordt continu onderzocht of bestaande maatregelen praktischer kunnen.
Zonder negatief gevolg voor de productie
ILVO-onderzoekster en doctoraalstudent Joni Van Mullem onderzocht hoe geëxtrudeerd lijnzaad in combinatie met koolzaad kan worden toegepast in praktijkrantsoenen zonder ver-
lies aan productiviteit en verteerbaarheid. Ze testte de maatregel in rantsoenen van gras- tot maisrijk (70 procent ruwvoer en 30 procent krachtvoer). Daaruit bleek dat 400 gram ruw vet per dag uit geëxtrudeerd lijnzaad voldoende is om de methaanemissies met 5 procent te verminderen, zonder effect op de productie en ongeacht het aandeel graskuil in het rantsoen. In Nederland loopt er ook onderzoek naar zeewier als methaanremmer (zie kader linksboven).
De uitrol van nieuwe voerstrategiën is volgens Jan Dijkstra een goede zaak. ‘Zonder methaanreducerende maatregelen is een veestapelreductie de enige oplossing om de klimaatdoelen te halen’, denkt hij. ‘Verder onderzoek blijft essentieel om dat te voorkomen.’ l
Samenvatting
– De Nederlandse en Vlaamse overheid zet methaanreductie via veevoer steeds nadrukkelijker op de agenda om klimaatdoelen te halen.
– Bovaer blijft voorlopig de populairste maatregel.
– De kostprijs en praktische uitwerking van andere voerstrategieën remmen de brede toepassing.
– Onderzoek naar nieuwe oplossingen, zoals plantaardige vetten, afmestleeftijd en zeewier, moet het aanbod methaanremmers uitbreiden.
Fokkerij is zijn passie, elk jaar een kalf is het doel
De invloed van fokkerij op het limousinbedrijf van Martien Vromans is groot, maar de focus van deze Tilburgse vleesveehouder ligt vooral op moedereigenschappen en voldoende kalvingen. Die eigenschappen zoekt hij ook in de aangekochte genetica.
TEKST WIM VEULEMANS
TEXTRA FOTO’S WWW.VEETEELTVLEES.NL
ussen de taxus en de coniferen verschijnt een mooi koppel limousins in het landschap net buiten Tilburg. Sinds een kleine dertig jaar maakt dit ras deel uit van het landschap. ‘Mijn vader had hier even verderop een melkveebedrijf, maar werd door de gemeente Tilburg uitgekocht voor de aanleg van de randweg’, vertelt Martien Vromans. ‘Hij kocht toen deze locatie.’
De melkkoeien verhuisden niet mee, maar maakten plaats voor limousins. ‘Een keuze die vooral op toeval was gebaseerd’, gaat de vleesveehouder verder. Vader Vromans kocht op diverse bedrijven in Nederland limousins aan. ‘Dat ging toen over een dertigtal dieren’, vult hij aan. ‘We wilden dieren
die makkelijk te houden waren en niet te extreem gingen in hun bevleesdheid.’
Later volgde de kwekerij voor planten als coniferen en taxus. ‘De kwekerij is een belangrijk onderdeel in onze gehele bedrijfsvoering’, verduidelijkt Vromans. ‘De prijs voor onze runderen is momenteel goed, maar de planten zorgen voor het grootste deel van het inkomen. Zonder planten zouden er geen koeien kunnen zijn.’
Rust in het koppel
Die planten maken ook deel uit van de teeltrotatie op het bedrijf, waarbij er na de planten vaak gras ingezaaid wordt. ‘Dat
gras is eigenlijk te rijk aan eiwitten, waardoor ik mais moet bijvoeren om de dieren in de winter aan de mest te houden’, vertelt Vromans. De graslanden liggen deels rond het bedrijf, maar zijn vooral verspreid in de Tilburgse omgeving. Een deel van het grasland bestaat uit natuurweide, goed voor zo’n 10 hectare. Daar laat de veehouder zijn drachtige vaarzen lopen, zodat ze later in het jaar niet te ruim in conditie op stal komen.
‘Het voordeel is dat mijn dieren rustiger worden doordat ze het transport gewend zijn.’ Om ze aan dat transport te laten wennen heeft hij aan de ingangen van de stal vanuit de weide kleine kleppen geïnstalleerd. Daardoor wennen de dieren aan het op de klep lopen. Karakter heeft ook zijn volle aandacht, zowel in management als in fokkerij. ‘Veel mensen hebben echt een verkeerd beeld van limousin’, gaat hij verder. ‘Het zijn kuddedieren, maar ze zijn vaak veel rustiger dan mensen denken.’ Naast het frequente transport zorgen kleine ingrepen voor nog meer rust in het koppel. ‘De dieren kalven nagenoeg allemaal in het najaar en de winter in de stal, waardoor de kalveren meer menselijk contact hebben. Vanaf nieuwjaar gaat de stier er weer bij. Pas in het voorjaar gaan ze naar buiten. Dan hebben ze ook al hooi en brokjes leren eten, wat zorgt voor een betere pensontwikkeling.’ De moeilijke karakters gaan er snel tussenuit en bovendien krijgen zijn dieren soms wat broodjes aangeboden in de weide. ‘Als ze dat kennen, komen ze uit je hand eten’, lacht hij.
Invloed uit het Zuiden
‘Fokkerij mag dan wel mijn passie zijn, ik wil toch vooral veel gezonde kalfjes’, gaat Vromans verder. Circa een derde van de geboren stiertjes wordt zo rond de leeftijd van een jaar verkocht aan collega’s. De rest van de stiertjes mest hij af voor de afzet als natuurvlees. ‘We maken de selectie tussen de stiertjes voordat de kalveren naar buiten gaan’, verduidelijkt hij. Daarbij kijkt hij naar de
BEDRIJFSPROFIEL
eigenaren Martien (46), Femke (45), Anne (15), Nienke (13), Lobke (11) Vromans veestapel 120 limousins grondgebruik 70 ha in totaal met grasland, luzerne, mais en 14 ha plantenkwekerij met coniferen en taxus
ontwikkeling en de groei van de kalveren, maar ook de fokkerijprestaties van de moeder weegt hij in. De mindere stiertjes speent hij op een leeftijd van acht maanden. Deze worden stevig bijgevoerd. ‘Je ziet ze als het ware ontploffen. Bij slacht moeten ze tussen de 350 en de 370 kilogram geslacht wegen op een leeftijd van 12 maanden, met uitschieters van 400 kilo.’ Ook de reforme koeien mest hij zelf af en worden via Natuurvlees afgezet. ‘Ze mogen dan maximaal tien jaar oud zijn’, verduidelijk hij. ‘En minimaal 2,5 jaar.’ Hij streeft daarbij naar een geslacht gewicht van 500 kilogram. Elk jaar trekt Martien Vromans met enkele collega’s
Voordat de koeien en hun kalveren de weide op gaan, wennen ze nog even in de buitenloop
Tilburg
naar Frankrijk om bedrijven en veilingen te bezoeken. En met regelmaat koopt hij er nieuwe genetica aan. Samen met collega-fokker Jan Hardeman uit Lunteren kocht hij recent op een Franse veiling van Kbs Genetic een jonge homozygoot hoornloze stier aan. Vignoble PP is een jonge zoon van Safari PP uit een dochter van Hardi RR vs. ‘Hij komt binnenkort eerst naar het bedrijf van Jan’, verduidelijkt de veehouder. ‘Zes maanden later komt hij dan naar hier.’ Beide veehouders kochten Vignoble om zijn hoornloosheid, maar ook omdat het een pinkenstier is met veel lengte en goede moederkenmerken. Eerder leasete Martien ook Vittel de Mossee van een collega. De zoon van Spiderman werd vorig jaar algemeen NVM-kampioen in Mariënheem en is hier al goed voor een achttal drachten.
Graag 500 kilo geslacht
Net buiten de stal loopt een koppel limousins met daarbij een bekende stier, Mercure Mn RRE. Ook deze stier is in medeeigendom met Jan Hardeman. Mercure werd in 2022 nog nationaal kampioen op de Nederlandse NVM, nam eerder al deel aan de keuring in Parijs en stond ook even op een Franse ki. ‘Mercure loopt nu al vier jaar tussen onze koppels, telkens voor een periode van zes maanden’, vertelt hij. ‘Hij fokt echt super. Het eerste jaar hebben we hem vrij breed in het koppel ingezet om te kijken hoe hij fokt. Hij fokt wat geblokte limousins, je zet hem dus het best op koeien met lengte en maat, de zogenaamde élevage-types.’ Dit voorjaar gaat Mercure opnieuw naar Lunteren.
Een jong Onyxkalf is een van de beloftevolle limousins op het bedrijf
Op het bedrijf zijn steeds drie stieren gedurende drie seizoenen actief, een 10 tot 20 procent van de dieren insemineert Martien Vromans met aangekochte rietjes. Zo zette hij dit jaar nog drie rietjes van Haricot RRE vs in, een topstier uit de jaren negentig. ‘Ik knipte ze tot zes rietjes, waarvan nu vier dochters van Mercure drachtig zijn’, meldt hij. ‘In mijn ogen een ideale combinatie.’
Belang van de moeder in de fokkerij
In zijn fokkerijvisie past vooral een ruime, grotere koe. ‘Een ideale koe weegt geslacht 500 kilogram en plus, dat is mijn regel. Al kan dat voor zo’n koe op een nattere weide wel wat lastig zijn.’ De veehouder verwijst daarbij naar een dochter van Martini in het koppel. ‘Zij is een zeer grote, ontwikkelde koe. Misschien is ze iets te fel doorgeschoten naar het élevagetype, maar het is makkelijker om de stap van ontwikkeling naar vlees te zetten’, meent hij.
In een aparte weide houdt de Noord-Brabantse fokker enkele dieren apart. ‘Met deze plannen we dit jaar deel te nemen aan een keuring, mogelijk de nationale in oktober’, vertelt hij. Ook hiervoor geeft hij de voorkeur aan dieren met lengte, maat en een open kruis. ‘Het zijn alle drie koeien die me elk jaar een goed kalf geven.’ Hij wijst naar een Onyxkalf. De moeder is een dochter van Valseur uit dezelfde fokstal als Haricot en Martini. De andere twee kalveren zijn dan weer nakomelingen van Mercure.
Verderop staat een koppel met daarin de imposante Rivoli Rj, een massieve stier van circa 1400 kilogram. ‘Op een reisje naar fokkers in Noord-Frankrijk kwam ik op het bedrijf van Regis Chaplier terecht’, vertelt Vromans. ‘Hier kalfden elk jaar een veertig koeien. Hij verkiest dieren met veel melk en goede moedereigenschappen.’
De stier in het koppel bleek eerder ook gedekt te hebben op het bedrijf van Christophe Rouchès, een van de favoriete stallen van Vromans. Rouchès had Rivoli gekocht op de veiling van Lanaud en er drie jaar mee gewerkt. Het bleek dan wel geen pinkenstier te zijn en hij heeft gemiddelde scores op geboortegemak. Toch ging ook Vromans overstag. ‘Ik wil de stier inzetten om zijn volume, zijn moedersvader Engy RRE vs is ook een topper voor melkproductie bij zijn dochters en ik zag ook de geboortelijsten van zijn nakomelingen. Daar zaten er maar twee bij die meer dan 50 kilo wogen bij geboorte’, verdedigt hij zijn keuze. Over de deelname van Rivoli aan de komende nationale keuring, heeft Martien Vromans nog geen uitsluitsel. ‘Ik moet nog even zijn ontwikkeling tussen de koeien afwachten en zien of hij hanteerbaar blijft’, bevestigt hij. Maar de broodjes zullen zeker wel een handje helpen. l
De imposante Rivoli RJ loopt sinds kort in het koppel van Martien Vromans
Gewrichtsontsteking leidt tot klauwamputatie
Of ik ‘niets stra er had dan penicilline’ vroeg een klant me tijdens een keizersnede op zijn bedrijf. Hij had op eigen initiatief een manke koe al enkele dagen behandeld, maar zag na vijf dagen nog geen enkele verbetering bij het dier. De koe was bovendien vijf maanden ver in haar dracht. Nadat ik mijn materiaal voor de keizersnede had gereinigd, bekeek ik de koe. Al snel werd duidelijk dat het ernstig was. Het dier stond zwaar mank en nam totaal geen steun op de aangetaste poot. Het dier liep als het ware op drie poten. Ik stelde voor om de koe de volgende dag uitgebreid en grondig in de klauwbox te onderzoeken, waar de klant gelukkig mee instemde. In de klauwbox bleek al snel wat er aan de hand was. Het ging om een ernstige artritis van het klauwgewricht. Het gewricht was dik, warm en duidelijk was dat het dier pijn had bij aanraking. Artritis of gewrichtsontsteking is een aandoening waarbij bacteriën het gewricht binnendringen en voor een ernstige ontsteking zorgen. Artritis wordt in de diergeneeskunde gekwalificeerd als een van de meest
Aan de hand van voorbeelden uit hun dagelijkse praktijk schrijven vier dierenartsen over diergezondheid in de vleesveehouderij. Om en om beschrijven Anthony De Schryver, René Bemers, Piet De Meuter en Hans Van Loo maandelijks vastgestelde ziektebeelden, uitgevoerde behandelingen en/of mogelijke preventiemaatregelen.
naam aandoening artritis in het klauwgewricht verschijnselen ernstige kreupelheid, zwelling van het gewricht, warm aanvoelend gewricht oorzaak bacteriële infectie behandeling antibiotica, NSAID (ontstekingsremmer), klauwamputatie
pijnlijke aandoeningen. Deze ontsteking in het gewricht is vaak het gevolg van een eerdere klauwaandoening zoals stinkpoot of zoolzweer. Gezien het een gewrichtsontsteking betrof, was de prognose met enkel medicatie bijzonder ongunstig, zeker bij een drachtige koe.
De enige realistische optie om het dier nog comfort en herstel te bieden was een klauwamputatie. In de praktijk is dat een ingreep die we relatief vlot kunnen uitvoeren. Na een lokale intravasculaire verdoving en het aanleggen van een knelband kunnen we met behulp van een draadzaag de teen boven de geïnfecteerde klauw pijnloos amputeren. Na curettage van het geïnfecteerde weefsel werd een watten- en drukverband aangelegd.
De penicillinetherapie werd nog enkele dagen voortgezet en het dier kreeg bijkomend pijnstilling. Na drie dagen werd het verband vervangen en de wonde opnieuw grondig gespoeld. Binnen een week was de steunname van het lidmaat duidelijk verbeterd, de koe herstelde uiteindelijk volledig.
Bevestiging voor Feston de Belle Eau
Deze fokwaardepublicatie brengt zowel nieuwe informatie van verschillende stieren als de bevesting van vele geluiden uit het veld. Een van de stieren die bevestigt wat vele veehouders al aangaven, is Feston de Belle Eau. Deze Boyzoon bewijst met zijn fokwaarden waarom hij momenteel een van de meest
ki-stieren is.
Tabel 1 – Stieren met een eerste en tweede publicatie voor fokwaarden bij eerste bezoek (* = tweede publicatie, bron: Elevéo, maart 2026)
TEKST WIM VEULEMANS ki aantalnakomelingen geboortegewicht naam vader drachtduur conformatie
Deze nieuwe voorjaarspublicatie van fokwaarden voor het Belgischwitblauwras brengt voor de eerste keer sinds enige tijd opnieuw wat ruimere informatie over stieren met zich mee. De meest opvallende naam die daarbij naar boven komt, is Feston de Belle Eau. Deze zoon van Boy bevestigt met zijn rijkgevuld fokkerijprofiel zijn populariteit. De vier jaar oude stier, afkomstig uit de bekende fokstal van de familie Lequeux, is in Nederland en Vlaanderen een van de meest populaire stieren. Daarbij is zijn profiel ook interessant omdat zijn pedigree vrij is van enkele populaire bloedlijnen. De kalveren van Feston worden vrij licht geboren (fokwaarde 81) en zijn sober bevleesd (73). Zijn fokwaarden voor tweede bezoek bevestigen echter de geluiden uit het veld. Ze groeien met fokwaarde 107 stevig door naar ruime en zware vaarzen (115), die gemiddeld zijn in conformatie (93). Met een index gewicht/conformatie van 109 toont deze vierjarige BBG-stier zijn economisch potentieel. De waarde van wit-
Tabel 2 – Stieren met een nieuwe fokwaarde bij tweede bezoek
naam vader ki
(bron: Elevéo, maart 2026)
Feston is momenteel een van de populairste stieren, zijn fokwaarden tonen ook waarom
blauw zit hem immers vooral in het rendement, waarbij Feston excelleert in vroegrijpe vaarzen. Zijn fokwaarde leeftijd eerste inseminatie is met 137 ruim hoger dan het gemiddelde in de populatie. Daarnaast maken zijn eerste afgemeste mannelijke nakomelingen duidelijk dat hij groeikracht vererft. De fokwaarde karkasgewicht van deze Boyzoon bedraagt door zijn eerste vijftien geslachte nakomelingen 112.
Vlaamse debutanten
Maar liefst twintig stieren verschijnen voor het eerst in de fokwaardepublicatie van het Waalse stamboek van Elevéo (tabel 1, pagina 16). Daarbij zijn ook zes stieren van Vlaamse origine terug te vinden. Twee daarvan komen uit de stal van Jan en Eline Declerck uit het Oost-Vlaamse Gottem. Toro van ’t Goed Ter Wallen is een Debardézoon die de bekende Wilmotsdochter Lady in zijn afstamming heeft. Schumacher van ’t Goed Ter Wallen is dan weer een Cachemirezoon. Beide stieren laten een gelijkaardig profiel zien met een gemiddeld geboortegewicht en een korte drachtduur. Schumacher toont bij zijn eerste 51 nakomelingen met fokwaarde 100 net wat meer conformatie bij zijn kalveren. Wat meer naar het westen van Vlaanderen, in Avelgem, ligt de origine van Andiamo van Ter Bos. Deze Oasiszoon uit een dochter van Art Déco is geboren bij Geert en Veerle Demasure en brengt kalveren met een mooie conformatie (fokwaarde 114) en met 110 een iets hoger geboortegewicht. Ook Capri-Sun van ’t Klein Laar is een Oasiszoon. In de origine van deze stier, gefokt door Michiel De Gendt, vinden we ook de bekende Breeze van Daisel terug. Zijn eerste fokwaarden liggen beide rond het populatiegemiddelde.
In diezelfde regio, het Waasland, is op het fokbedrijf van Raf De Keulenaer ook Thorgal
van ’t Ketelhof geboren. Opvallend bij deze Donnayzoon zijn de vrij korte drachtduur (63) en de heel licht geboren kalveren (67). Bij de Brillantzoon Stigma van Terbeck van Jan Roggen zien we dan net weer het omgekeerde. Zijn kalveren laten met een fokwaarde 125 voor drachtduur net wat langer op zich wachten.
De fokwaarde conformatie is vaker terug te vinden bij stieren die voor een tweede keer fokwaarden voor eerste bezoek krijgen. De 41 nakomelingen van Darkozoon Django du Coin zorgen bij hem voor een fokwaarde 129 voor conformatie en dat met een net wat lichter geboortegewicht (92). Een andere Oasiszoon, Dorure de la Cleuzeur, heeft ondertussen al 168 nakomelingen verwerkt in zijn fokwaarden. Zijn fokwaarde conformatie stijgt door naar 128 , terwijl zijn fokwaarde geboortegewicht afneemt tot 100. Opletten is het met de zwaardere kalveren van Zorro Hof ter Zilverberg (fokwaarde 138). Met Niccolo als vader heeft deze stier dat kenmerk echter niet van een vreemde. Anderzijds vererft ook deze stier kalveren met een mooie, bovengemiddelde conformatie (118). Soleil van Terbeck doet het inzake conformatie bij zijn kalveren met een fokwaarde 123 net nog wat beter. Op basis van zijn eerste 115 nakomelingen is ook te noteren dat deze kalveren bovengemiddeld zwaarder geboren worden (119).
Vlees en gewicht bij Fuego
Ook in de lijst van stieren met fokwaarden tweede bezoek is de oogst rijkelijk. Maar liefst 34 stieren krijgen hier voor een eerste keer fokwaarden, tien hiervan hebben een link met Nederlandse of Vlaamse bedrijven. In tabel 2 zijn al deze stieren opgenomen, die voor het eerst informatie van dochters hebben toegevoegd aan hun fokwaarden. Zo is met 179 nakomelingen Soprano des
Turquoises een populaire debutant. Deze stier van Franse oorsprong vererft veel conformatie (119) bij zijn dochters, maar tegelijk zijn deze gemiddeld te licht (76) en wat kleiner (85). Dat is ook te zien bij zijn eerste fokwaarde karkasgewicht (94). Positief is dan weer dat zijn vererving voor leeftijd eerste inseminatie 119 is.
Eenzelfde conformatie (119) is terug te vinden bij de dochters van Fuego d’Hanotelet De dochters van deze Oularezoon combineren die evenwel met veel gewicht (112) en maat (110), wat resulteert in een sterke index gewicht/conformatie van 122. Voor dit kenmerk scoort ook Fabuleux de Rénuamont (v. Usinger) goed (index 120). Zijn dochters tonen een mooie conformatie (112) met gewicht (114) en een gemiddelde maat (97).
Heraklion de St. Fontaine is met 121 fokwaarde dan weer een stier die sterk op conformatie is gericht. De Dauphinzoon zit met zijn dochters voor maat en gewicht echter wel net onder het populatiegemiddelde.
Datzelfde fokkerijprofiel zien we ook bij de Jet-Setzoon Jupiler van Krakehoeve en Amarettozoon Helium de Fooz. Verder passen ook de Vlaamse Régarde-Moi van de Kerkenhofstede (v. Sinatra) en Familier de Valduc (v. Ottoman) in dit rijtje. Ook deze vier stieren doen het goed op bespiering, maar vergen aandacht op maat en gewicht. Het profiel van de stieren toont meteen ook een aandachtspunt in de tabel. Een groter aantal stieren vergt aandacht op groeikracht. Immers, vijftien van de debuterende stieren in deze lijst zitten onder het popululatiegemiddelde (100) voor gewicht en zelfs negentien stieren voor gestalte. Eenzelfde verhaal merken we op in de lijst van stieren met een eerste fokwaarde voor de lineaire beoordeling (tabel 3). Slechts vier van de veertien stieren in deze tabel
Tabel 3 – Stieren met een eerste fokwaarde voor de lineaire beoordelingskenmerken (bron: Elevéo, maart 2026)
Sylvère Hof van Ename Cerbère
Tanker de Martinpré Cargo FAB
scoren een fokwaarde hoger dan 100 op hoogtemaat. De eerder vermelde Soprano en Feston zijn er daar twee van. De stier die het best vererft op deze lineaire kenmerken is Doritos de la Mandebras (v. Titan). Met een fokwaarde eindbeoordeling van 124, 113 voor bespiering en 118 voor type laat Doritos de betere vererving zien. Zijn fokwaarde van 107 voor gestalte is daarbij een stevige plus.
Sterk bevleesd en veel vleestype zijn ook kenmerken bij de dochters van Octopus de Bierwa (v. Darko) en Gédéon de Saint Donat (v. Jet-Set). Bij deze laatste is de maat wel een aandachtspunt (81), bij Octopus is dat dan weer de sprong (57).
Bevestiging van Email
Wie groeikracht zoekt voor zijn veestapel, vindt zijn gading eerder in de groep stieren met een eerste fokwaarde voor karkasge-
wicht (mannelijk) (tabel 4, pagina 20). Op een stier na zijn er hier weinig of geen tegenvallers te noteren. Enkel de Flyzoon Majeur du Fond de Bois scoort met een fokwaarde karkasgewicht van 80 flink onder het gemiddelde. Nochtans starten de kalveren van deze Flyzoon met een voorsprong door hun hogere geboortegewicht (114). Voor Email du Donjon is dat net omgekeerd. De kalveren van deze zoon van Jet-Set worden met een gemiddeld gewicht geboren (101), maar winnen in hun opfok aan groeikracht. Dit resulteert in een fokwaarde karkasgewicht van 120 met een fokwaarde karkasrendement van 117. Tot slot zijn zijn nakomelingen ook bovengemiddeld vruchtbaar.
Ook Ultra Top du Haut d’Arquennes (v. Ultimo) showt zijn groeikracht met een fokwaarde karkasgewicht (mannelijk) van 115. Het fokkerijprofiel van Ultra Top is te vergelij-
ken met dat van Email. Alleen ontbreekt het deze stier nog aan informatie over de vruchtbaarheid van zijn dochters.
Een eenvoudige, maar vlotte opfok is ook de vererving van Notaire du Tordoir (v. Futé) – in het verleden een kuddestier op het Vlaamse bedrijf van Deschuyteneer – en zijn nakomelingen. Ook zijn eerste geslachte stieren brengen hem een mooie fokwaarde karkasgewicht (114).
De bekende Anna van Terbeck, een koe met nationale présence op verschillende keuringen, heeft twee kleinzonen in deze lijst. Placebo van Terbeck (v. Rubis) is met een karkasfokwaarde van 112 de hoogste van de twee. Ocean van Terbeck (v. Lego) volgt hem op korte afstand met een fokwaarde van 106. Tot slot blijft de toplijst van de stieren met hoogste karkasfokwaarde nagenoeg ongewijzigd. Charko de Sberchamps (v. Vidal) is nog steeds de hoogste met een fokwaarde van 139, en dit op basis van 42 geslachte zonen. Mercator de Martinpré (v. Puissant) volgt met een fokwaarde van 136 op korte afstand (132 nakomelingen). Nummer drie, met een fokwaarde karkasgewicht van 127 uit 442 nakomelingen, is Wilmotszoon
Désire de Ferrière
Sterk in vruchtbaarheid
Een positief verhaal voor het Belgisch-witblauwras is ook te schrijven op basis van de gepubliceerde fokwaarden voor vruchtbaarheid. Ook daarin zijn meerdere stieren te vermelden die een goede vererving laten zien op dit kenmerk.
De eerder vermelde Feston de Belle Eau is daar ook weer bij, maar ook Estaminet de Tohogne laat dit zien met een fokwaarde eerste inseminatie van 143.
Met Brillant de Roupage als vader heeft hij dat ook niet van een vreemde. Brillant is
De gekeurde dochters van Doritos tonen maat en gewicht De eerste kalveren van Django showen veel bevleesdheid
Tabel 4 – Stieren met een eerste publicatie voor fokwaarde karkasgewicht (bron: Elevéo, maart 2026)
Fuego zorgt voor conformatie en gewicht
immers al langer gekend als een stier met een goede fokkerij richting vruchtbaarheid.
Deze Sheriffzoon vraagt wel wat aandacht naar het gewicht van zijn dochters. Ook
Apollo van de Sijsloberg (v. Mercator), geboren bij Ivan Brouckaert, zorgt voor vroegrijpe dochters (fokwaarde 134).
In de lijst met nieuwkomers verdienen ook Hydromel des Princes de Ligne (v. Black Beard) en Dragon de Roupage (v. Dauphin) een vermelding. Beide stieren tonen in alle vruchtbaarheidskenmerken een positieve vermelding. Daarbij moet wel worden vermeld dat dit nog op basis is van beperkte aantallen dochters.
In de top van deze lijst vinden we veel Futézonen terug. Eclaireur de Roupage is er daar een van. De informatie van 82 extra dochters zorgen ervoor dat zijn fokwaarden voor vruchtbaarheid nog stijgen, onder meer deze voor leeftijd eerste kalving neemt nog met negen punten toe tot een fokwaarde van 138.
Cachemire de Dessous la Ville blijft met zijn vruchtbaarheidsvererving de meest opvallende Futézoon. Daarbij valt vooral zijn
Tabel 5 – Stieren met een eerste publicatie voor fokwaarde vruchtbaarheid (bron: Elevéo, maart 2026)
-
fokwaarde interval eerste-tweede kalving op. Met fokwaarde 168 ligt deze op eenzame hoogte, wat betekent dat zijn dochters – 138 in deze fokwaarde – bijzonder snel weer drachtig worden en dus een korte tussenkalftijd hebben.
Dit merken we ook op bij Cabotin de la Cleuzeur (v. Race) en Baigneur de Tohogne (v. Idéfix). Beide stieren geven vruchtbare dochters die snel drachtig worden en een kortere tussenkalftijd noteren; Baigneur met een fokwaarde 129 voor dit kenmerk en dit op basis van reeds 81 dochters, Cabotin met een fokwaarde 135, evenwel zuiver op basis van zijn DNA.
Tot slot plaatst ook Happy d’Hontoir zich in dit rijtje van topverervers. De Rejouizoon zorgt niet meteen voor de meest getypeerde dochters, maar zorgt wel voor vlotte drachten met een fokwaarde eerste kalving van 132 en een fokwaarde interval eerste-tweede kalving van 138. l
ki
Witblauwfokkers willen meer aandacht voor beenwerk
In het fokdoel voor het Belgisch-witblauwras zou meer weging gegeven mogen worden aan de kenmerken beenwerk en kalversterfte bij geboorte. Om dit mogelijk te maken zou de weging voor eindbeoordeling mogen worden verminderd. Dit zijn de belangrijkste uitkomsten van de fokdoeldiscussie die Coöperatie CRV eind vorig jaar organiseerde. Hiervoor zijn alle leden-veehouders uitgenodigd om een vragenlijst in te vullen en daarnaast is
gesproken met ketenpartijen. Het merendeel van de vleesveehouders die reageerden op de enquête, houdt Belgisch witblauwen. De resultaten van de fokdoeldiscussie worden besproken in de stamboekverenigingen van de verschillende rassen. Voor het Belgisch-witblauwras boog de rascommissie zich over de uitkomsten. Op basis hiervan heeft zij een voorstel gedaan voor aanpassing van de bwb-index. Alle voorstellen voor aanpassing van het fokdoel worden voorgelegd aan het
hoofdbestuur van Coöperatie CRV, dat het finale besluit neemt over de fokdoelen. Nadat het hoofdbestuur de fokdoelen heeft vastgesteld, kunnen de onderzoekers van de Animal Evaluation Unit (AEU) van Coöperatie CRV starten met de ontwikkeling van een vernieuwde bwb-index. De invoering hiervan is voorzien voor de indexdraai van april 2027. In de komende nummers van VeeteeltVlees leest u meer over de uitkomsten van de fokdoeldiscussie.
Prijskampen Merksplas, Bogaarden en Oosterkempen
Vooralsnog staan er voor de komende maanden een aantal prijskampen gepland. Op zaterdag 27 juni wordt de jaarlijkse prijskamp voor Belgisch witblauw in Merksplas gehouden tijdens de Koekhoven Kermis. Het evenement vindt weer plaats in de Bosstraat en start om 11.00 uur.
Inschrijven van dieren voor deze keuring kan tot 31 mei bij Wendy Meyvis (0468-28 74 05 of verheyenwim.wendy@telenet.be).
Tijdens de jaarmarkt Bogaarden op 21 juli vinden opnieuw prijskampen plaats voor holstein, Belgisch witblauw en blonde d’Aquitaine.
Inschrijven van dieren voor de Belgisch-witblauwprijskamp kan via inschrijvingprijskampjamabo@gmail.com tot uiterlijk 21 juni. Meer info is te verkrijgen bij Iris Tessein (0478-45 60 85).
Inschrijven van blonde d’Aquitainedieren kan tot 21 juni bij Danny Hereygers via secretariaat-BDAV@outlook.com.
De Belgisch-witblauwprijskamp Oosterkempen vindt dit jaar plaats op woensdag 22 juli in de middag en wordt gehouden bij Agri-Z in Retie. Voor het aanmelden van dieren wordt een inschrijvingsavond gehouden op donderdag 25 juni vanaf 20.00 uur in Café De Welkom in Geel. Op het programma voor deze avond staat ook een stierenpresentatie. Ook veehouders die geen dieren willen inschrijven, zijn van harte welkom.
Rectificatie: Freek Rijna blijft commissaris
In het aprilnummer van VeeteeltVlees is Gregory Verlinden voorgesteld als nieuw lid van de raad van commissarissen van CRV Holding BV. Hierbij werd vermeld dat hij Freek Rijna zou vervangen. Dit is niet juist.
Rijna blijft deel uitmaken van de raad van commissarissen en Verlinden is de opvolger van Jolanda van Haarlem, die per 1 januari bij CRV in dienst is getreden als CEO.
Nieuwe rode stier: Sultan van het Bloemenhof
Via het Studie- en Documentatiecentrum van Vlaamse Rundveerassen (SDVR) is sperma beschikbaar van een nieuwe stier van het rood ras van West-Vlaanderen (vleestype). Sultan van het Bloemenhof (Hercul x Elmon x Ekimos) is een grote, lange stier met ijzersterk beenwerk. Sultan werd gefokt door Frank Vanclooster uit Hooglede en gekocht door Eddy Soenen uit Ichtegem, waar hij drie seizoenen dekte. Kalveren van Sultan blinken uit in groei, lengte en beenwerk.
Sultan past het beste op koeien met veel vlees. Om inteelt te voorkomen moeten paringen met dochters en kleindochters van Elmon en dochters van Harpoen worden vermeden.
Sperma van Sultan is te bestellen via de webshop van CRV Vlaanderen. Hier is ook meer informatie over de stier te vinden. Kijk op www.crv4all.be of scan de QR-code
Sultan van het Bloemenhof
Kampioenen van de prijskamp in Merksplas in 2025
Kwaliteit vers gras grilliger dan gedacht
De eiwitkwaliteit van vers gras varieert veel meer dan veehouders denken. In Wagenings onderzoek schommelde het ruw eiwit in het weideseizoen tussen de 78 en 338 gram per kilo droge stof. ‘Dat veehouders zich bewust zijn van die variatie, kan al verschil maken’, aldus Martine Bruinenberg.
TEKST INGE VAN DRIE
Veel veehouders werken er hard aan: het verlagen van het eiwitgehalte in het totale rantsoen. Zo heeft de melkveesector heeft in een convenant afgesproken dat het gemiddelde aandeel ruw eiwit in het totale rantsoen in 2026 naar 158 gram per kilo droge stof moet dalen, om de stikstofuitstoot naar beneden te krijgen. Maar wie veel vers gras voert, merkt dat dit verlagen in de praktijk lastig kan zijn. ‘De kwaliteit van kuilen en krachtvoer is vaak bekend, maar bij vers gras is dat anders’, weet Martine Bruinenberg, onderzoeker grasland en voedergewassen bij Wageningen Livestock Research. ‘Veehouders hebben daar weinig grip op. Globaal weten we wel hoe de grasgroei en het eiwitgehalte over het jaar verlopen. Zo zijn ruweiwitgehalten in jong gras hoog en dalen ze snel bij het ouder worden van het gewas. Maar in de praktische toepasbaarheid zitten wel gaten’, stelt Bruinenberg. Wageningen Livestock Research startte daarom het project GrasProductieRegistratie (GPR). Bij twintig deelnemers aan het
project Koe & Eiwit werd gedurende het weideseizoen in 2024 wekelijks een grasmonster genomen. ‘De interesse voor het project was groot: we kregen in totaal meer dan dertig aanmeldingen. Dat geeft wel aan dat het onderwerp leeft. Twintig bedrijven hebben we uiteindelijk geselecteerd, van Friesland tot Zeeland, en verschillend in grondsoort en intensiteit’, geeft Bruinenberg aan.
Sturen zonder cijfers lastig
In totaal zijn er 556 monsters genomen, waarvan 450 voor weiden, 41 voor maaien en 65 voor zomerstalvoedering. De variatie in het gemeten ruweiwitgehalte was hoog. Het laagste gehalte kwam uit op 78 gram ruw eiwit per kilo droge stof, het hoogste op 338 gram (zie figuur 1). ‘Die variatie is gigantisch en nog veel groter dan we dachten’, geeft Bruinenberg aan. ‘Zo zagen we binnen weken soms grote verschillen tussen percelen in verschillende regio’s en bij verschillende grond-
Piet van Dijk: ‘Hoe meer data over vers gras, hoe beter’
Melkveehouder Piet van Dijk aarzelde geen moment toen er deelnemers gevraagd werden voor het project GrasProductieRegistra-
tie. ‘We proberen zoveel mogelijk vers gras in de koe te krijgen. Aan de ene kant willen we graag zo min mogelijk ruw eiwit in het rantsoen. Aan de andere kant willen we als PlanetProof-deelnemer graag genoeg eiwit van eigen land halen. Dat is een puzzel’, geeft de melkveehouder uit Polsbroek aan. ‘Zeker ook omdat je van vers gras over het algemeen weinig data hebt. Hoe meer data en informatie je daarom over gras kunt verzamelen, hoe beter.’
Samen met zijn dochter Hanneke en schoonzoon Rens runt Van Dijk een bedrijf met 90 melk- en kalfkoeien. In 2023 was hij een van de genomineerden voor de verkiezing Beste Graslandboer.
De wekelijks gemeten eiwitwaarden in het project kwamen redelijk overeen met de verwachtingen van Van Dijk. ‘Maar 2024 was
soorten. Het eiwitgehalte van het weidegras liep in week 30 bijvoorbeeld uiteen van 125 tot 310 gram ruw eiwit per kilo droge stof.’ Die grilligheid van de graskwaliteit maakt duidelijk dat het bijsturen van rantsoenen bij weidegang zonder actuele analyseresultaten lastig is. Lokale omstandigheden als de hoeveelheid vocht, de bodemtemperatuur, bemesting en de groeiomstandigheden spelen een grote rol bij het wisselen van de gehalten.
De deelnemende veehouders aan het project gebruikten het inzicht in de eiwitkwaliteit van het verse gras om het rantsoen bij te sturen. Zo slaagden ze erin meer vers gras te voeren in het rantsoen dan de overige deelnemers aan Koe & Eiwit. Tegelijkertijd hielden ze het totale ruweiwitgehalte in het rantsoen gelijk. ‘De GPR-deelnemers hadden gemiddeld over het jaar 15 procent vers gras in het rantsoen tegenover 12 procent bij de overige deelnemers aan Koe & Eiwit. Maar beide groepen realiseerden een gelijk ruweiwitgehalte van 157 gram per kilo droge stof’, zo lepelt Bruinenberg de resultaten op. Het verschil zat vooral in de gevoerde bijproducten, concludeert ze. ‘De GPR-deelnemers voerden gemiddeld 109 gram ruw eiwit per kilo droge stof bijproduct, de overige bedrijven noteerden gemiddeld 140 gram ruw eiwit per kilo droge stof bijproduct. Zo compenseerden ze het hogere aandeel vers gras.’
Haken en ogen
Het meten van de graskwaliteit biedt dus zeker potentie voor een grote groep boeren om korter op de bal te spelen en sneller de rantsoenen aan te kunnen passen, ziet Bruinenberg in de resultaten van het onderzoek. Al ziet ze voor de praktische toepasbaarheid nog wel haken en ogen. ‘Het is duur, het kost veel tijd en het is logistiek ingewikkeld. Bovendien duurt het terugkoppelen van het analyseresultaat te lang om direct toe te passen. In de proef namen we de versgrasmonsters op maandag, maar kwamen de uitslagen pas woensdagavond beschikbaar’, geeft Bruinenberg als voorbeeld. ‘Dat kun je wel corrigeren door ervan uit te gaan dat er in drie dagen 10 gram eiwit verdwijnt. Zeker bij de eerste snede klopt dat redelijk goed. Maar mooier zou het zijn als de uitslag eerder binnen is.’
wel een moeilijk grasjaar. Tot midden in de zomer was het nat en koud. De metingen lieten zien dat de ruweiwitgehalten aan het begin van het grasseizoen veel lager lagen dan normaal. Waar we altijd uitgaan van 180 tot 200 gram ruw eiwit per kilo droge stof, zaten we nu op 130 tot 140 gram ruw eiwit.’
Aan de hand van de eiwitmetingen paste
Van Dijk het rantsoen aan door een klein beetje meer of minder eiwit te voeren. Afgelopen jaar – toen hij geen wekelijkse metingen meer had – koerste de melkveehouder vooral op het ureumgetal. ‘En daarnaast loop ik een paar keer per dag door het land om te kijken wat er met het gras gebeurt. Maar zeker voor bedrijven die meer willen weiden zou informatie over het actuele ruweiwitgehalte in gras heel waardevol zijn, zeker als die op de dag zelf beschikbaar zou zijn.’
Bruinenberg ziet voor de toekomst wel wat in een abonnement om regelmatig vers gras te analyseren, met daarbij een snelle terugkoppeling van de resultaten. ‘Maar mogelijk zijn ook handheld-sensoren binnen een paar jaar nauwkeurig genoeg om een goede inschatting te maken.’
Wekelijkse versgrasupdate
Ook zonder wekelijkse analyses kunnen veehouders volgens Bruinenberg zeker hun voordeel doen met de inzichten van het onderzoek.
‘Dat veehouders zich bewust zijn van de variatie in graskwaliteit kan al verschil maken’, geeft de projectleider aan. ‘En houd bijvoorbeeld de wekelijkse versgrasupdate op Veeteelt.nl in de gaten. Maar let dan wel op: bij jou kan het toch net anders zijn dan bij die veehouder uit jouw regio. Omdat het bij jou bijvoorbeeld wel geregend heeft en op de plek waar gemonsterd is niet. Of omdat jij mest op een ander moment hebt uitgereden. Je moet vooral zelf ook goed kijken. Ga regelmatig het land in en kijk hoe het gras erbij staat.’ l
Figuur 1 – Spreiding in ruweiwitgehalte in gras per week (bron: Wageningen Livestock Research)
naam Harm Rijneveld woonplaats Nieuwendijk leeftijd 37 opleiding pabo, Stoas docent veehouderij, organic farming University of Glasgow functie erkend agrarisch adviseur in gangbare en biologische (natuurinclusieve) kringlooplandbouw eerdere functies docent veehouderij op hbo (Dronten en Den Bosch) en mbo (Barneveld), adviseur voor Dirksen Management Support
‘Wat heb je aan dertien ton gras dat hoge emissies geeft, de koe belast en slecht benutbaar eiwit heeft?’
‘Met gras ga je
terug naar de basis’
Ooit aarzelend begonnen als adviseur, maar inmiddels met een serieuze staat van dienst, schuwt Harm Rijneveld de controverse niet. Hij is vastberaden in zijn visie welke kant het op moet met de veehouderij. Gras heeft daarin een cruciale rol.
TEKST TIJMEN VAN ZESSEN INTERVIEW
Een lange lijst van lezingen, workshops, studiegroepbegeleiding en individueel advies siert het portfolio van Harm Rijneveld. Het rantsoen, de bodem en alles rondom kringloop en KringloopWijzers op melkveebedrijven vormen zijn habitat.
Na een periode van zestien jaar voor de klas in het (hoger) agrarisch onderwijs, trok hij vorig jaar de stoute schoenen aan en begon voor zichzelf. Niet van de ene op de andere dag; zijn parttime advieswerk bij Dirksen Management Support trok hem sinds 2020 steeds meer naar het boerenerf. Nu adviseert de ooit verlegen boerenzoon onder de veelzeggende titel ‘Terug naar de basis’. Het is een kernachtige samenvatting van zijn vastberaden visie op welke kant het op moet met de veehouderij: naar een manier van boeren waar gras weer het fundament is.
Hoe staat grasland er voor als fundament onder de huidige veehouderij?
‘Gras is in Nederland en Vlaanderen nog steeds leidend in de meeste rantsoenen. We zien wel dat het areaal aan blijvend grasland onder druk staat. Dat komt met name door het einde van de derogatie. Maar grasland en koeien horen bij elkaar. Een koe is gemaakt om gras en grasproducten te verteren. Je gaat met gras terug naar de basis. Een basis waarmee de boer en de koe bestaansrecht hebben en houden in Nederland.’
Hoe ziet die basis met gras er dan uit?
‘Het draait om een gezonde kringloop van bodem tot koe. In een gezonde kringloop kun je er niet omheen om koeien bijna volledig met gras te voeren. Gras draagt bij aan de opbouw van organische stof, aan een gezond bodemleven en aan biodiversiteit.’
‘Ik hoop dat boeren inzien dat gras de enige weg is voor het behoud van de koe in Nederland. Dat lukt het best met een sobere vorm van veehouderij tegen een lage kostprijs, met circulair gevoerde koeien, met minimale belasting van bodem, water en lucht en met maximaal aandacht voor dierenwelzijn. Dan voldoe je aan alle voorwaarden die de samenleving aan onze veehouderijsector stelt. Dat brengt balans in het bedrijf.’
De grondprijzen bewegen rond een ton per hectare grasland. Valt dat te matchen met een sobere vorm van veehouderij met uitsluitend gras?
‘Vanuit de grondprijs snap ik de vraag. Maar die is het gevolg van een te intensieve sector met hoge kosten voor mestafzet. De
kern van mijn boodschap is dat ik een omslag wil van tonnen opbrengst naar benutting. Wat heb je aan dertien ton gras dat hoge emissies geeft, de koe belast en eiwit heeft dat slecht benutbaar is? De wetenschap heeft jaren ingezet op bemesting voor maximale opbrengst, op grassen die een hoge stikstofrespons hebben en het best verteerbaar zijn, maar we komen er steeds meer achter dat de focus op verteerbaarheid de intensivering faciliteert.’
‘Er is veel onderzoeksgeld gestoken in emissiearme vloeren, terwijl onderzoeken van vijfentwintig jaar geleden al aangaven dat een grasgevoerd rantsoen met een onbestendigeiwitbalans van nul duidelijk minder ammoniakemissie geeft. Dat vraagt wel om ander gras. Om kuilen of balen, of nog liever hooi, met een trage passagesnelheid en een droge, structuurrijke eerste snede van liefst minimaal vijftig procent droge stof. Compleet gras, waarin energie en eiwit in balans zijn.’
Een hoge benutting haal je toch ook door mais te voeren? Dat heeft ook nog een hogere opbrengst dan gras. ‘Als je minder kunstmest geeft, kan gras de volledige basis zijn van je rantsoen. Omdat het dan minder eiwitrijk is. Ik weet het, er zijn gronden, met name in het zuiden van Nederland, waar gras minder voor de hand ligt, maar ook daar kan gras met dieper wortelende grassen, kruiden en klaversoorten een goede opbrengst geven. De meeste bedrijven hoeven niet per se voer bij te kopen als ze volledig gras gaan voeren. Een bedrijf met honderd koeien op vijftig hectare waarvan tien hectare mais, zal rond de zestig ton voer gaan missen als het volledig gras teelt.’
‘Als je de lagere verzadigingswaarde van mais ten opzichte van een structuurrijke kuil nog verrekent, is het voordeel bij mais maar twintig ton droge stof. Dat valt best mee, dat is het ruwvoerequivalent van drie koeien inclusief jongvee.’
‘Kruidenrijk grasland werkt dan het best, omdat verschillende grassen de bodem op verschillende diepten doorwortelen. Zo groeit gras zowel onder droge als onder natte omstandigheden.’
Dat vraagt om een omslag in denken en werken, is daar voldoende draagvlak voor?
‘Als we als BV Nederland per se 14 miljard liter melk willen blijven produceren, dan zal een dergelijke transitie inderdaad niet passen. Maar het zou toch gek zijn als een overheid miljarden steekt in het uitkopen van boeren zonder dat het systeem verandert? Dan blijven we tegen dezelfde grenzen aanlopen, alleen met minder bedrijven.
Je moet het probleem op meer bedrijven minder groot maken, niet op minder bedrijven groter.’
‘We hebben de mond vol van stikstofreductie en investeringen in reductietechnieken, maar wie hoor je over de input aan kunstmest en krachtvoer? De grootste stikstofwinst in de veehouderij is via deze twee stromen te halen. Niet via de uitkoop van boeren of het investeren in reducerende technieken, maar door anders te voeren, andere mest te maken. Daardoor daalt de excretie en nemen emissies af.’
Past mais daar ook bij?
‘Een koe is gemaakt om gras en grasproducten te verteren. Mais en vooral veel zetmeel passen niet bij een koe, omdat het niet zo bedoeld is. Eigenlijk is mais compensatie, omdat we te veel eiwit via kunstmest aan de kringloop toevoegen. Hoe meer mais er in het rantsoen komt, hoe meer problemen.’
‘Maar het systeem is niet eenvoudig te veranderen. Want aan een grasgevoerde koe valt niet veel te verdienen voor de agroindustrie en daarom wordt het systeem in stand gehouden.’
‘Veehouders moeten zich afvragen wat dit systeem hun brengt. Daarnaast steven je met een niet of minder grasgevoerd systeem af op verdergaande intensivering van de sector met grootschalige vergisting en technieken om emissies te reduceren. Bedenk ook dat de huidige uitdagingen om bestaansrecht te behouden in Nederland dan ook zullen blijven, inclusief extra regeldruk en verplichtingen. Is dat de toekomst die je graag ziet als boer voor jezelf en je opvolger?’
Nog even terug naar gras. Waar laten veehouders nu iets liggen als het gaat om grasbenutting?
‘Naast de keuze voor stripgrazen denk ik dat er mogelijkheden liggen om het rantsoen zelf bij te sturen door energie- en eiwitrijk ruwvoer apart op te slaan. Maak een aantal suikerrijke balen en stop het najaarsgras ook in balen in plaats van deze over een andere kuil heen te rijden, of over de mais bij maisbedrijven. Geef dat stuur niet uit handen.’
‘En ontkom je er niet aan om voer bij te kopen, kies dan voor reststromen uit de verwerking van humane voedingsmiddelen. Ik ben altijd fan geweest van perspulp, maar weet intussen dat daar ook best wel wat gewasbeschermingsmiddel uit de teelt in achterblijft. Ik heb niets tegen andere producten naast gras, maar houd het simpel. Zo min mogelijk aanvulling op de basis moet het streven zijn. Graan is in beginsel voor mensen.’ l
Voorjaarskuilen flink
Niet alleen stijgende, maar ook veel dalende lijnen laat de statistiek van dertig jaar uitslagen van voorjaarskuilen zien. Toch is dat niet altijd een verslechtering, stellen onderzoekers. ‘Gemiddeld genomen komen we op gewenste niveaus, maar dan is er ook het risico dat je er een keer onder schiet’, zegt Bert Philipsen. ‘Kijk daarom minder naar de buurman en meer naar je eigen bedrijf.’
TEKST FLORUS PELLIKAAN
Onderzoek van ruwvoer gebeurt al langer dan de meeste veehouders op dit moment oud zijn. De eerste gedocumenteerde ruwvoeranalyses dateren namelijk uit de jaren dertig en zijn dus al bijna honderd jaar oud. Trends in ruwvoer zijn echter minder ver terug te halen, omdat daarvoor digitale uitslagen nodig zijn, die ook nog eens volgens dezelfde systematiek moeten zijn bepaald. Van de afgelopen dertig jaar zijn er echter genoeg digitale data die goed te vergelijken zijn. Daardoor kon Eurofins Agro analyses maken van de kuiluitslagen over deze periode (zie figuren 1 tot en met 9). Het betreft analyseresultaten van alleen voorjaarskuilen. ‘Pas vanaf 2010 zijn veehouders onder invloed van BEX al hun ruwvoer gaan onderzoeken. Maar daarvoor waren het vooral de voorjaarskuilen waar een monster van werd
gestoken. Daar zijn dus de meeste data van en is ook de meest betrouwbare analyse van te maken’, stelt Alie Hissink, accountmanager bij Eurofins Agro.
Collega Karst Brolsma, productmanager bodem en bemesting, merkt bij het bekijken van de analyses op dat de kuiluitslagen ‘heel mooi de geschiedenis tekenen’. ‘Door de tijd heen zijn de mestnormen steeds strenger geworden. Door lagere stikstofgiften zie je de eiwitwaarden in gras steeds verder dalen, eerst onder invloed van Minas en nu met twintig jaar derogatie via eerst de 70/30-regel en de laatste tien jaar de 80/20-regel.’
Ruw eiwit kwart gedaald
Bert Philipsen, onderzoeker grasland, voedergewassen en beweiding bij Wageningen UR Livestock Research, is het met de
collega’s van Eurofins Agro eens. ‘In de kuiluitslagen zie je de geschiedenis en ook de vooruitgang in de landbouw. De ruwvoerwinning is steeds beter geworden. Daardoor is er bijvoorbeeld minder ruwe as. Dat is van invloed op de vem, die door de tijd heen steeds verder is gestegen. De vem is een resultante van teelt- en kuilmanagement.’
Een goed grassenbestand en het goede maaimoment zijn volgens Philipsen sterk bepalend voor de vem. De toegenomen aandacht daarvoor verklaart voor een groot gedeelte de sterk stijgende vem-waarden in de afgelopen dertig jaar (figuur 1). Hoewel de trendlijn onmiskenbaar stijgt, vertoont de vem
veranderd in 30 jaar tijd
wel grote schommelingen, veroorzaakt door jaareffecten. Schommelingen vertoont ook het percentage droge stof van de voorjaarskuilen, maar de uiteindelijke trend is bijna stabiel (zie figuur 2). In dertig jaar tijd zijn de kuilen gemiddeld maar ruim twee procent vochtiger geworden. Ook een gesuggereerde trend van tijdelijk wat vochtiger en nu weer wat droger kuilgras is op dit moment nog niet waar te nemen.
Waar de vem-waarde een duidelijk stijgende lijn vertoont in de afgelopen dertig jaar, geldt dat niet voor de analyseresultaten van eiwitwaarden in het voorjaarsgras (zie figuur 3). Drie decennia geleden lag het ruweiwitniveau nog op 200 gram per
Figuur 1 – Ontwikkeling vem in voorjaarskuilen (bron: Eurofins Agro)
Figuur 3 – Ontwikkeling ruweiwitgehalte in voorjaarskuilen (bron: Eurofins Agro)
Figuur 2 – Ontwikkeling drogestofgehalte in voorjaarskuilen (bron: Eurofins Agro)
Wilfried van Straalen, Schothorst Feed Research:
‘Inmiddels is de verteerbaarheid van gras soms zo hoog dat die problemen geeft, zoals afgelopen jaar’
kilo droge stof, nu is dat inmiddels gedaald naar onder de 150 gram. De afgelopen twintig jaar wordt ook de waarde ‘ruw eiwit totaal’ op de kuiluitslag vermeld, waarbij de ammoniakfractie in het gras is meegenomen. Deze waarde laat dezelfde trend zien, maar ligt gemiddeld wel zo’n 10 tot 20 gram hoger. Overeind blijft de conclusie dat de ruweiwitwaarde in dertig jaar tijd een kwart is gedaald.
Verteerbaarheid sterk gestegen
Wilfried van Straalen, senioronderzoeker herkauwers bij Schothorst Feed Research, herkent de trend in het eiwit. ‘Stikstof en eiwit hebben de laatste jaren veel aandacht gehad. Deze daling past in de wens om de stikstofefficiëntie te verhogen. Een niveau van 160 à 165 gram ruw eiwit is prima als we naar een rantsoen met 155 gram ruw eiwit willen. Al wil je ook weer niet te ver zakken om onnodige eiwitaanvoer van buiten te voorkomen.’
Philipsen trekt uit de eiwitcijfers (figuren 3 en 4) nog een conclusie. ‘Het is mooi om te zien dat de kwaliteit van het eiwit is verbeterd. Het dve-niveau is ook gedaald, maar veel minder snel dan ruw eiwit. Dat betekent dat het percentage darmverteerbaar eiwit ten opzichte van het oeb is toegenomen door het juiste management. Dat is een positieve ontwikkeling.’
Tegenover de daling van de eiwitwaarden staat een toename van de hoeveelheid suiker in het gras. Dat is geen verrassing, vindt Van Straalen. ‘Suiker en eiwit zitten elkaar in de weg. Bij dalend eiwit zie je daaarom een toename in suiker. Dat is ook te zien in de versgrasanalyses in het weideseizoen. Meer suiker betekent ook meer energie. Dat is een prima ontwikkeling. Suiker is honderd procent verteerbaar. Doordat het suikergehalte toeneemt, neemt ook de verteerbaarheid van het gras toe.’
Als het woord verteerbaarheid valt, is het logisch om ook naar de celwanden en de verteerbaarheid daarvan te kijken. Hoewel het bepalen van de hoeveelheid celwanden (ndf) en de ndfverteerbaarheid nog niet de volle dertig jaar gebeurt, is er wel een duidelijke trend te zien (zie figuren 6 en 7). Door te streven naar een goed grassenbestand en het gras jonger te maaien is de hoeveelheid celwanden gedaald. ‘En de overgebleven celwanden zijn beter verteerbaar geworden, onder andere door veredeling’, concludeert Van Straalen (zie figuur 7).
‘Deze hogere verteerbaarheid draagt ook bij aan de hogere vem-waarden van het gras en een hogere productie uit gras, dat is positief.’
Maar Van Straalen wil ook een waarschuwing plaatsen bij een almaar stijgende verteerbaarheid van gras en mais. ‘Inmiddels
Figuur 5 – Ontwikkeling suikergehalte in voorjaarskuilen (bron: Eurofins Agro)
Figuur 4 – Ontwikkeling dve in voorjaarskuilen (bron: Eurofins Agro)
Figuur 6 – Ontwikkeling ndf in voorjaarskuilen (bron: Eurofins Agro)
Figuur 7 – Ontwikkeling ndf-verteerbaarheid in voorjaarskuilen (bron: Eurofins Agro)
Figuur 8 – Ontwikkeling kalium in voorjaarskuilen (bron: Eurofins Agro)
is de verteerbaarheid van gras soms zo hoog dat die ook weer problemen geeft, zoals afgelopen jaar. Van het voorjaarsgras waren op papier de verwachtingen enorm hoog, met vemwaarden tot ver in de 900. Maar het bleek soms best lastig om dat om te zetten in melk of groei. Bij een hoge verteerbaarheid speelt het risico dat je niet alle energie eruit kunt krijgen.’
Volgens Van Straalen vindt de vertering dan onvoldoende in de pens plaats, waardoor de potentie niet uit het ruwvoer komt. Het rantsoen verdunnen met bijvoorbeeld stro helpt om het gras dan toch zoveel mogelijk te benutten.
Elementen dalen naar kritieke waarden
Eurofins Agro zette ook de niveaus van macro-elementen als kalium en fosfor op een rij (zie figuren 8 en 9) en deed hetzelfde voor sporenelementen. ‘Je ziet al deze elementen omlaag gaan door de steeds lagere drijfmestgiften. En fosfaatbemesting was sinds de derogatie sowieso natuurlijk niet toegestaan’, vertelt Alie Hissink. ‘Heel zwart-wit kun je stellen dat het beleid heeft gewerkt. Veel niveaus waren te hoog en zijn nu meer op peil gekomen.’
Philipsen is het met Hissink eens. ‘Met stikstof, fosfaat en kalium zaten we echt te hoog. We hadden met hoge ureumwaarden in de melk te maken en er kwam kopziekte voor als gevolg van te veel kalium. Gemiddeld genomen komen we nu op gewenste niveaus. Er is dus echt geen reden voor paniek.’
Maar als je gemiddeld op gewenste niveaus komt, bestaat ook het risico dat bedrijven te laag zitten of dat een bedrijf een keer te laag uitkomt. ‘Kijk daarom minder naar de buurman en meer naar je eigen bedrijf om zo scherper te kunnen sturen’, stelt Philipsen. ‘Vakmanschap wordt meer en meer belangrijk.’
Ook Eurofins Agro legt de nadruk op ‘weten waar je staat als bedrijf’. ‘Zonder derogatie is er nog maar ruim 40 kuub rundveedrijfmest uit te rijden. Fosfor en kalium zijn dan vanuit drijfmest niet meer gedekt. Bij lagere waarden in grond en bemesting is het belangrijk om de opname te stimuleren, onder andere door een goede pH van 6 tot 6,5. Nog altijd zien we dat een kwart van de percelen een te lage en een kwart een te hoge pH heeft’, vertelt Brolsma van Eurofins Agro. Ook een drijfmest- en grondonderzoek draagt eraan bij dat je weet waar je staat. Op basis daarvan is een goed bemestingsplan op te stellen. Maar nu de derogatie afloopt, ligt het risico op de loer dat veehouders geen grondmonsters meer nemen. ‘Maar zonder geldig grondmonster geldt fosfaattoestand “hoog”. En als alle percelen in “hoog” vallen en er minder dan 70 procent grasland is, wordt de fosfaatplaatsingsruimte beperkend in plaats van de 170 kilogram stikstof per hectare’, waarschuwt Hissink.
In de figuren 8 en 9 zijn ook de streefwaarden voor fosfor en
Figuur 9 – Ontwikkeling fosfor in voorjaarskuilen (bron: Eurofins Agro)
kalium aangegeven vanuit voedings- en teeltperspectief. In de praktijk is fosfor het element dat het eerste gaat wringen, weet Van Straalen. Sommige bedrijven zitten inmiddels ook al onder de streefwaarde. Hierdoor ziet hij dat er nu in meer brok- en meelrecepturen monocalciumfosfaat wordt bijgemengd. ‘Meer mais verbouwen nu de derogatie is afgelopen, is daarbij een groeiend risico, omdat de gehalten van de elementen daar nog lager in zijn.’
Bert Philipsen benoemt in het kader van het bewaken van de streefwaarden ook de inzet van vers gras. ‘Vers gras scoort in vrijwel alles hoger of zelfs een stuk hoger dan ingekuild gras. In vers gras zijn gehalten zelden te laag. Hierdoor kan vers gras een hulpmiddel zijn om het rantsoen uit te balanceren. Al vraagt dat meer vakmanschap.’
Zelden tekorten in vers gras
Ook de bemesting van fosfaat uit kunstmest, wat na afschaffing van derogatie nu weer is toegestaan, behoort tot de mogelijkheden volgens Brolsma. ‘Ik denk dat fosfaatbemesting voor de helft van de bedrijven de komende jaren wel in beeld komt. Dit zit alleen niet meer in het systeem van de toeleveranciers en de veehouders en dat vraagt dus een omslag in denken.
Maar ook hierbij geldt: weet waar je staat, handel daarnaar en wees waakzaam. Want ook voor fosfaat scoren nog heel veel percelen heel hoog.’
Bert Philipsen adviseert veehouders ook zelf eens een vergelijkbare analyse te maken van het verloop van de voederwaarden. ‘Zet de data eens op een rij van vijf of, liever nog, tien jaar. Misschien een leuke opdracht voor een stagiar of een zoon of dochter. Hierdoor weet je niet alleen waar je staat, maar ook wat de trend op het eigen bedrijf is.’ l
Conclusies
– De vem-waarde van voorjaarskuilen is in de afgelopen dertig jaar sterk gestegen.
– Het ruweiwitgehalte is met een kwart gedaald, maar de eiwitkwaliteit is wel verbeterd.
– Het kuilgras levert meer melk door meer suiker en een hogere verteerbaarheid.
– Naast het ruw eiwit dalen ook elementen als fosfor en kalium in het kuilgras.
– Fosfor is het eerste element dat onder de streefwaarde schiet en bijbemest of bijgevoerd moet worden.
Stikstofoverschot daalde met
STIKSTOF – De overschotten aan stikstof en fosfor in de Nederlandse landbouw zijn sinds 1986 sterk gedaald, maar blijven de laatste jaren min of meer constant. Weersomstandigheden bepalen de schommelingen. Dit blijkt uit een publicatie van het Compendium voor de Leefomgeving, gebaseerd op cijfers van het CBS. Het overschot aan fosfor ligt al jaren net boven de nul, wat neerkomt op een benutting van bijna 100 procent. Tussen 1986 en 2006 halveerde het stikstofoverschot in de
een derde in 35 jaar
landbouw van 775 naar 376 miljoen kilo stikstof. Het stikstofoverschot daalde vooral door lagere kunstmestgiften en minder dierlijke mest. In de vijf jaar na de start van het nieuwe mestbeleid (in 2006) daalde het stikstofoverschot met nog eens 20 procent. In 2015 steeg het overschot weer, vooral door het einde van de melkquotering. Maar in 2017 werd de dalende trend weer ingezet na invoering van het fosfaatreductieplan. De laatste jaren daalt het stikstofoverschot niet meer structureel.
Zo was het overschot in 2024 met 295 miljoen kilo stikstof duidelijk hoger dan het overschot in 2023. Het jaar 2023 was groeizaam, waardoor meer gras en mais werden geproduceerd dan in het natte groeiseizoen van 2024.
Ook het fosforoverschot op landbouwgrond is sinds 1990 sterk gedaald. In 2023 en 2024 waren de overschotten nog respectievelijk 3 en 8 miljoen kilo fosfor. De daling is het gevolg van minder gebruik van fosfaatkunstmest en meer afzet van dierlijke mest buiten de landbouw. Zo werd in 2024 ongeveer 30 procent van de fosfor geëxporteerd. Met de invoering van het fosfaatrechtenstelsel in 2018 daalde het fosforoverschot verder.
Met de dalende overschotten worden stikstof en fosfaat steeds beter benut. In 2024 werd 57 procent van de op landbouwgrond aangevoerde stikstof omgezet in plantaardige productie. In de jaren negentig was dit nog ongeveer 47 procent. De laatste jaren is er in de landbouw nauwelijks meer een fosforoverschot. Dat betekent dat de benutting hoog is: in 2023 bijna 94 procent en in 2024 rond de 87 procent. In de jaren negentig was de fosforbenutting nog ongeveer vijftig procent.
Belgische voermarkt bleef stabiel in 2025
VOEDING – Uit de jaarcijfers van de Belgian Feed Association (BFA) blijkt dat de focus binnen de dierlijke productie ietwat is verschoven. De sector produceerde in 2025 6,75 miljoen ton voeder (inclusief voormengsels), een kleine toename van 0,6 procent ten opzichte van 2024. De totale omzet in 2025 bedroeg 6,3 miljard euro, evenveel als een jaar eerder.
Rundvee was in de totale Belgische voerproductie goed voor 23 procent en pluimvee
zorgde voor 20 procent van de productie. Varkensvoer bleef met 48 procent het grootste segment. Deze laatste productgroep daalde licht met 0,8 procent, terwijl rundveevoer een groei van 1 procent kende. De sterkste stijger was pluimvee met een toename van 3,3 procent in productie.
‘De beschikbaarheid van grondstoffen en de impact van verstoring van internationale handelsstromen blijven cruciale aandachtspunten voor onze sector’, zei Rik Vandeputte, voorzit-
Biest gekoeld bewaren is een must
GEZONDHEID – De bewaring van biest is op veel veebedrijven voor verbetering vatbaar. Dit stelden dierenartsen Wietse van de Kamp en Willem-Jan Last van de Veluwse dierenartspraktijk VUG in een workshop tijdens de jongerendag ‘Het kalf centraal’.
De dierenartsen plaatsten kanttekeningen bij de conclusies die worden getrokken uit recent gepresenteerde cijfers uit de Biestopnamecheck van GD. Hieruit werd geconcludeerd dat bij zo’n 80 procent van de kalveren
de biestopname op orde zou zijn. ‘Deze conclusies zijn gebaseerd op de resultaten van vrijwillig ingezonden monsters’, merkte Van de Kamp op. ‘Veehouders die vrijwillig bloedmonsters insturen, zullen bewust bezig zijn met biest. Het is dus maar de vraag of deze cijfers representatief zijn voor alle kalveren.’
De bewaring van biest is volgens de dierenartsen een van de onderdelen van het biestmanagement dat op veel bedrijven voor verbetering vatbaar is. Ze wezen daarbij op de
ter van BFA, tijdens de toelichting van deze jaarcijfers.
Vandeputte gaf aan dat Europese beleidsinitiatieven, zoals de EUDR en bredere duurzaamheidsvereisten, voor bijkomende complexiteit zorgen voor de voerproducenten. De sectororganisatie raamt de jaarlijkse kosten van dit EU-besluit voor de Belgische sector op 2 miljoen euro.
uitkomsten van onderzoek naar de groei van bacteriën bij verschillende temperaturen. In biest van 20 graden blijkt het aantal bacteriën binnen vier uur vertienvoudigd. Biest gekoeld bewaren is volgens hen dan ook een must. De dierenartsen toonden ook de uitkomsten van onderzoek naar de relatie tussen het aantal bacteriën in biest en de opname van antistoffen door het kalf. Naarmate het aantal bacteriën stijgt, blijkt de opname van antistoffen sterk af te nemen.
Het fosforoverschot ligt de laatste jaren net boven de nul, een benutting van bijna 100 procent
Vlaanderen pioniert met Feed Pilot
VOEDING – ILVO heeft een nieuw, bijzonder onderzoeksgebouw in gebruik genomen, de Feed Pilot. Met deze kleinschalige voerfabriek kan ILVO uiterst precieze, experimentele voeders maken in kleine tot zeer kleine hoeveelheden. Deze testvoeders zijn enkel bedoeld voor voederproefopzetten of voor laboratorium- of opschalingstesten.
De Feed Pilot van ILVO is dus een proeffabriek voor diervoeders. De fabriek bevat niet alleen de nodige technologische uitrusting en sensoren, maar er kunnen ook minieme hoeveelheden voer precies samengesteld worden. Ook de integratie met ILVO als kenniscentrum is een sterke meerwaarde. ‘De Feed Pilot is een plek waar maatwerk en expertise beschikbaar zijn voor diverse technologische en nutritionele kwesties’, aldus Sam De Campeneere, wetenschappelijk directeur van ILVO, afdeling dier.
De ILVO Feed Pilot heeft een grote en een kleine experimentele productielijn en kan daarmee testvoeders produceren in batches van slechts enkele tientallen kilo’s tot enkele duizenden kilo’s. Daarbij is bij de bouw ook rekening gehouden met de realiteit van de grote voerfabrieken. ‘We hebben er rekening mee gehouden dat de mengvoederproducenten met hun machinepark de op punt gezette recepturen én processen ook daadwerkelijk en haalbaar moeten kunnen overnemen’, zegt Annatachja De Grande, coördinator van Feed Pilot.
De testvoeders zal ILVO inzetten voor eigen onderzoeken, maar ILVO Feed Pilot staat ook open voor samenwerkingen met andere bedrijven. Zo meldde De Campeneere bij de opening dat al een vijftigtal bedrijven zich hebben aangemeld voor samenwerking. ‘De weg naar een bewezen werkzame voederformulering, voor bijvoorbeeld impact op methaanreductie, is lang. Het is voor velen van ons dankbaar om samenwerking te zoeken met ILVO, voor verkennende of bevesti-
Meer export van rundveemest
in het eerste kwartaal
MEST – In het eerste kwartaal van dit jaar transporteerden mestexporteurs ruim 26.000 ton rundveemest vanuit Nederland naar het buitenland. Dat was ruim 19 procent meer dan in het eerste kwartaal van 2025, zo blijkt uit cijfers van RVO.
De export van rundveefosfaat steeg met 13 procent naar bijna 84.000 kg. De export van rundveestikstof pluste met 21 procent naar ruim 163.000 kg. Tegelijkertijd werd ook nog een aanzienlijke hoeveelheid rundveemest geïmporteerd: ruim 20.000 ton met ruim 35.000 kg fosfaat en bijna 90.000 kg stikstof. Met name de export naar Duitsland, al jaren de belangrijkste afnemer van rundveemest uit Nederland, zat in de eerste drie maanden van dit jaar in de lift. De export van rundveemest over de oostgrens steeg in tonnen met 72 procent en in kilo fosfaat en kilo stikstof met respectievelijk 47 en 63 procent.
De totale mestexport steeg in de eerste drie maanden van 2026 naar ruim 1 miljoen ton (+8 procent) met bijna 9 miljoen kg fosfaat (+6 procent) en ruim 11 miljoen kg stikstof (+8 procent). Overigens gaat het hier voor een belangrijk deel om verwerkte mest, waarin ook een deel rundveemest zal zijn verwerkt. Met ruim 675.000 ton was Duitsland opnieuw de grootste afnemer van Nederlandse mest. De export naar de oosterburen steeg met 15 procent. De export naar Frankrijk daalde met 8 procent naar ruim 230.000 ton. Het binnenlandse mesttransport bleef in het eerste kwartaal van dit jaar achter bij vorig jaar. In totaal werd ruim 9,5 miljoen ton mest getransporteerd, waarvan ongeveer de helft rundveemest. Het getransporteerde volume was ruim 20 procent minder dan in 2025. Met name transport naar de akkerbouw nam af: min 37 procent.
gende dierproeven,’ zegt Alex Van Malleghem van veevoederfirma Franson. De bouw van de Feed Pilot kostte ruim zes miljoen euro. Twee derde daarvan komt van de Vlaamse overheid. EFRO en ILVO-Eigen vermogen betaalden de rest. ILVO ontving ook een extra ondersteuning vanuit de provincie Oost-Vlaanderen en van Stichting Victam, de koepel van machinebouwers voor mengvoederbedrijven.
In het eerste kwartaal van 2026 werd ruim 20 procent minder mest binnenlands getransporteerd dan in het eerste kwartaal van 2025. Ongeveer de helft van het binnenlandse mesttransport betreft rundveemest
Vlaams landbouwminister Jo Brouns mocht de kleine lijn onthullen
Midden-Oosten beïnvloedt de markt
– De huidige voederwaardeprijzen zijn berekend door Wageningen Universiteit (WUR) op 14 april 2026. De waarde van 1000 vem (kvem-prijs) stijgt iets naar 20,9 eurocent, de waarde van eiwit blijft stijgen en staat momenteel op 89,8 eurocent per kg dve. – In de onderstaande tabel met de voederwaardeprijzen staan verschillende producten opgesomd met bijbehorende voederwaarde. De voederwaarde van het product wordt berekend aan de hand van de cijfers die WUR publiceert. Er wordt daarbij een vergelijking gemaakt tussen de marktwaarde en de voederwaarde. Belangrijk om te weten is dat men enkel producten mag vergelijken die vergelijkbaar zijn. Bij een voederwaardeprijs onder de 100 is het voedermiddel prijstechnisch interessant. Evalueer ook eerst welke producten in het rantsoen passen en kies binnen deze producten de goedkoopste optie. – De eiwitprijzen zijn weinig veranderd in de afgelopen weken. De markt blijft echter zeer volatiel. Het conflict in het Midden-Oosten en de plannen van Trump zijn hier een reden voor. De sojaprijzen zijn over de gehele lijn gestegen in die periode. Ook blijft de fysieke voorraad gering voor de komende maanden. De hoge vrachtkosten zorgen ervoor dat verschepers onverkochte soja niet gaan verschepen. De raapschrootprijzen zijn wat gedaald, doordat de situatie in het Midden-Oosten wat rustiger is geworden. De beschikbaarheid wordt beter, maar de crushmarges zijn krap, waardoor producenten niet meer gaan produceren.
De graanprijzen zijn wat gedaald, maar dat geldt niet voor de maisprijzen. De daling van de graanprijzen komt ook doordat de situatie in het Midden-Oosten rustiger is geworden en men denkt aan oplossingen. Komende tijd zal dan ook meer gekeken worden naar het weer in Europa en in de Verenigde Staten. In Europa zijn de weersomstandigheden goed, terwijl het in de Verenigde Staten behoorlijk droog begint te worden en de zorgen in het veld toenemen. Het prijsverschil tussen tarwe en mais is groot. De vraag is nu of dit gaat zorgen voor een verschuiving van mais naar tarwe.
De vulmiddelen blijven duur, hierbij daalt de prijs van palmpit licht en blijven de sojahullen aan de prijs.
De bijproducten zijn de afgelopen weken wat gestegen in prijs.
–
VOEDERWAARDEPRIJZEN
(bron: Liba)
mei 2026
ENERGIE- EN EIWITPRIJZEN VOER
in eurocenten, excl. btw (bron: Wageningen Livestock Research)
Voederwaardeprijzen geven de verhouding weer van de voederwaarde van mengvoer, grondstoffen en bijproducten in relatie tot de marktprijs. Bij een voederwaardeprijs onder de 100 procent is het voedermiddel prijstechnisch interessant.
4 juli Open Nationale vleesveekeuring (verbeterd roodbont en Belgisch witblauw), Rhenen
11 juli Fokveedag Belgisch witblauw, Sluis
21 juli Keuring blonde d’Aquitaine en Belgisch witblauw, Bogaarden
22 juli Witblauwkeuring Oosterkempen, Retie
24 juli Nationale keuring blonde d’Aquitaine, Libramont
25 juli Nationale keuring Belgisch witblauw, Libramont
1 augustus Grote Prijs Keukens Redant (Belgisch witblauw), Erpe-Mere
8 augustus Vleesveekeuring, Enter
9 augustus Witblauwkeuring, Beveren
VOORUITBLIK
COLOFON
VeeteeltVlees is een uitgave van CRV BV in opdracht van Coöperatie CRV ua. De leden van de Coöperatie CRV ontvangen VeeteeltVlees gratis, als onderdeel van het lidmaatschap. VeeteeltVlees verschijnt maandelijks.
redactie
hoofdredacteur Wim Veulemans redactie Inge van Drie, Jaap van der Knaap, Wichert Koopman, Quinten den Hertog, Justine Poppe foto- en beeldbewerking Rogier van der Weiden vormgeving René Horsman, Esther Onida eindredactie Lieke van den Broek hoofd CRV-magazines Jaap van der Knaap aan dit nummer werkten mee Tijmen van Zessen en Florus Pellikaan
17-18 juni Veiling limousin, Boisseuil (Frankrijk)
BEURZEN, STUDIEVERGADERINGEN, DEMODAGEN
24-27 juli Landbouwbeurs, Libramont
6-8 oktober Sommet de l’Elevage, Clermont-Ferrand (Frankrijk)
5-6 november Open dagen BBG, Ciney
Raadpleeg de website veeteeltvlees.be of veeteeltvlees.nl voor een actuele en uitgebreide stand van zaken.
abonnementsprijs/jaar
JUNI VRUCHTBAARHEID
In het komende nummer heeft VeeteeltVlees aandacht voor de vruchtbaarheid bij vleesvee en meer specifiek voor het a alven van dieren. Er zijn diverse systemen op de markt, van sensoren tot AI, die een kalving vrij vlot en tijdig kunnen aankondigen. Wij brengen een overzicht. Naast de maandelijkse reportage van een mooi vleesveebedrijf is er ook de laatste bijdrage in de serie gezondheid. Ditmaal hebben we het over neospora en de risico’s in de veehouderij. Tot slot hebben we ook dit nummer nog een aantal grasgelateerde artikelen in het aanbod.
Nederland en België € 108,00, overige landen € 175,00. In combinatie met abonnement op vakblad Veeteelt bedraagt een abonnement € 180,00 per jaar, overige landen € 311,00 per jaar. Prijzen excl. btw. Abonnementen zijn gebaseerd op kalenderjaar en worden jaarlijks in februari gefactureerd. Opzegging is mogelijk per kwartaal. Bel voor opgave van een abonnement: België: CRV Klantenservice (078 15 44 44) e-mail klantenservice.be@crv4all.com
De foto’s zijn van de eigen fotodienst van VeeteeltVlees. Uitzonderingen zijn de foto’s van Limousin Vereniging Nederland (6), Blonde d’Aquitaine Nederland (6), keuring
Hulshorst (7), Annemiek’s fotografie (12-14), Mark Pasveer (15, 22-23, 26-29), MacGregor Photography (16-20), Eric Elbers (21), ILVO (30), Giorgio Soldi (35) en BBG (35).
Overname van artikelen is alleen toegestaan na toestemming van de redactie. Hoewel aan de samenstelling van de inhoud de meeste zorg is besteed, kan door de redactie geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor mogelijke onjuistheden of onvolledigheden. Alle auteursrechten en overige intellectuele eigendomsrechten ten aanzien van (de inhoud van) deze uitgave worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij CRV BV c.q. de betre ende auteur. Artikelen uit VeeteeltVlees mogen uitsluitend verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden na schriftelijke toestemming van CRV.
CRV heeft het aanbod voor het limousinras versterkt met de homozygoot hoornloze stier Umbro PP van ’t Hoogeveld (v. Perry PP), gefokt door Sytze van der Goot uit Eelde. Zijn moeder is de bekende met 91 punten excellent ingeschreven Mairose P van ’t Hoogeveld. Ze werd nationaal limousinkampioene op de NVM in 2022 en reservekampioene bij de koeien op de NVM in 2025. De grootmoeder van de stier is de met 90 punten ingeschreven
Luister de podcast
Harper van ’t Hoogeveld. Alle kalveren van Umbro PP worden zonder hoornaanleg geboren. Van deze nieuwe stier is naast conventioneel ook mannelijke gesekst sperma via de webshop beschikbaar. Ook nieuw in het aanbod is de Franse limousinstier Gimli (Uskudar x Pax). Van deze topstier is uitsluitend mannelijk gesekst sperma uit voorraad beschikbaar.
‘Veilig werken met vee’
‘Veilig werken met vee’ is het onderwerp van een podcast die het NAJK maakte in samenwerking met CRV. In de podcast vertelt de jonge Kim hoe ze een zware rugblessure opliep toen ze in de stal van achteren werd aangevallen door een koe. Ook komen teamleider KI Joost van Bommel en veiligheidsdeskundige Marjo van Seventer van CRV aan het woord. Zij leggen uit wat CRV doet voor de veiligheid van medewerkers die werken met vee. De podcast is gemaakt in het kader van ‘BoerVeilig’, een landelijke campagne om ongelukken op het boerenerf te voorkomen. Deze campagne is een initiatief van DDB, LTO, NAJK, NMV, NZO en Stigas en wordt gefinancierd door ZuivelNL. De podcast is te beluisteren via YouTube en Spotify. Scan hiervoor de QR-code
Nieuwe stierenkaart
Belgisch witblauw
Lezers in Vlaanderen ontvangen met dit nummer van VeeteeltVlees een nieuwe Belgisch-witblauwstierenkaart. Op deze kaart staat een selectie van het aanbod van topstieren van BBG voor de zuivere teelt. Het gaat om zowel geteste als veelbelovende jonge stieren.
Kansrijk
Stierenkaart
Belgisch witblauw
Bwb-proefstier Smoking du Pont de Messe ki-code 945352
geboren: 30-03-2024
schofthoogte: 24 mnd., 135 cm (+3) gewicht: 866 kg 37
Smoking is een uitermate goede zoon van Je erson. In de moederlijn vinden we Décence du Pont de Messe terug. Zij is de moeder van de gekende Glaeuil du Pont de Messe. Smoking valt erg op door zijn hoge genoomfokwaarden voor gestalte, gewicht en dochtervruchtbaarheid. Smoking staat dan ook garant voor economisch goed presterende nakomelingen.
Umbro PP van ’t Hoogeveld
Dorure de la Cleuzeur
(Oasis de la Ferme Des Croix x Charmeur van Perenhof)
Op 41 mnd.: 1260 kg en 145 cm (+1)
Combineert gewicht en kwaliteit
Ki-code: 945260
⊲ Zeer hoge eigenprestaties
⊲ 91 punten bespiering
⊲ Past op alle veel gebruikte bloedlijnen
Wilt u sperma van Dorure of andere stieren bestellen, bezoek dan onze webshop op shop.crv4all.nl of shop.crv4all.be