Issuu on Google+

JA A RG A N G 14

NR. 7

J ULI 2015

I N D I T N U M M ER

A F ME S T IN G

BA ZA D A ISE- RA S

H IG HTECH

Slachtleeft캐d belangr캐ker dan het type rantsoen

Verstoten vleesveeras nu opnieuw omarmd

Meer gewasopbrengsten dankz캐 drones en gps

VV07_Cover.indd 2

07-07-15 12:18


Samen werken aan diergezondheid

Een goede start

Oren merken = BVD-dragers opsporen

Verzeker uzelf ervan dat BVD zich niet (weer) over u bedrijf verspreidt door de geboorte van BVD-virusdragers. Zeker op bedrijven met zoogkoeien kunnen dragerkalveren zeer snel veel virus verspreiden. Met BVD Oorbiopten spoort u BVD-virusdragers zo snel mogelijk op, namelijk direct na de geboorte. Bovendien combineert u het nemen van het oorbiopt met een handeling die u toch al doet: het oormerken van het kalf. Zo werkt u eenvoudig aan een BVD-vrij bedrijf. Meer informatie: www.gddiergezondheid.nl/bvd

Kies voor de BVD-aanpak van de GD: Gezonde koeien. Meer weerstand. GD, Postbus 9, 7400 AA Deventer, T. 0900-1770 (0,20 cent per minuut)

VV02_p02.indd 2

12-02-15 09:22


I NHOUD

RUBRIEKEN

3 4 13 28 30 31

Van de redactie Vleestelex Uit de dierenartspraktijk Voer voor boer Agenda Anders bekeken R E P O R TA G E S

14 Astrid en Marc van Telgen staan mede aan het roer van een bedrijf dat zorg, akkerbouw en herefordrundveehouderij met elkaar verenigt 22 Henk Visscher heeft slechts 1,3 inseminaties nodig om blonde drachtig te krijgen FOKKERIJ

6 Het bazadaiseras bezit alle ingrediënten voor een trendy cocktail KEURINGEN

12 Frederik Baele wurmt zich tussen gevestigde orde te Sint-LievensHoutem 21 Raymond Thijs uit Neerpelt mister Aldenbiesen 2015 AFMESTING

16 De leeftijd bij slacht heeft meer impact op het financieel rendement dan het type afmestrantsoen MANAGEMENT

18 Kennisonderzoek rond mengsels groenbedekkers draait op volle toeren 24 Hoogtechnologie zal veehouders helpen hun gras- en maisland als akkerbouwland te bewerken

Henk Visscher ’De beste stieren komen uit goede koefamilies.’ 22

Reageren op dit editorial kan via een brief aan de redactie, via e-mail (guy.nantier@crv4all.com) of via het discussieplatform veeteeltforum.nl (topic ‘harddiscounterspassie’).

Guy Nantier Als hard discounters de biopassie gaan preken...

A

fgelopen maand werd de biolandbouw extra in de schijnwerpers gezet. Zowat alle media hebben uitgebreid bericht over de bioproductie. Of je nu voor of tegen bio bent, alle voedselproducenten verdienen die positieve ondersteuning en waardering, niet in het minst door een eerlijke prijsvorming in de markt. Alleen wordt die voedselmarkt gedicteerd door de grootdistributie. En die springt op alles wat beweegt. Zo ook op de biolandbouw. Tijdens de bioweek kreeg ik in de brievenbus een folder van prijsvechter Aldi. De voorpagina kopletterde: ‘Bio bij Aldi, biologisch betaalbaar’. Een heel mooie folder met bondige info over de biologische productiewijze en de ecologische duurzaamheid, gevolgd door pagina’s met allerhande bioproducten, uit binnen- en buitenland. En om de consument helemaal over de streep te trekken wordt gemeld dat bio en fair trade elkaar

Rasspecial Het bazadaiseras

6

Geliefd, daarna verstoten en nu opnieuw omarmd. Het bazadaiseras als jojo.

aanvullen en een perfecte match zijn. Ik citeer: ‘Bio zorgt voor ecologische normen. Fair trade vult deze aan met sociale en economische normen.’ Bij zo’n mist spuiende reclame houd ik mijn hart vast. Als hard discounters de biopassie gaan preken, bioboer let op uw centen. De prijs voor een liter halfvolle biomelk in de folder was 0,79 euro. In de klassieke grootdistributie bedraagt die liter halfvolle biomelk gemiddeld minstens 1 euro. Doorgaans, want grootdistributeur Colruyt (die van de laagste prijs) verlaagde meteen ook zijn prijs. Een maand later was de prijs bij Aldi gezakt naar 0,61 euro per liter. Afzet via coöperatieve producentenorganisaties of rechtstreekse verkoop zijn de enige wijzen waarop boeren, inclusief vleesveehouders, zweepslagen van de grootdistributie kunnen vermijden. Een mooi voorbeeld leest u in dit nummer in de rasspecial over het bazadaiseras.

Hightech boeren Over drones en gps

24

Hoogtechnologie zal komende jaren voor gewasopbrengsten zorgen in gras en mais.

V E E T E E LT V L E E S

VV07_Inhoud.indd 3

J U L I

2 0 1 5

3

09-07-15 15:49


V L E E S T E L E X

Juniveiling Interlim sluit campagne 2014-2015 positief af Met 95 procent verkochte veilingnummers met een gemiddelde verkoopprijs van 4781 euro sloot de juniveiling van het Franse opfokstation te Lanaud de campagne 2014-2015 op een positieve noot af. Voor het limousinopfokstation werden tijdens de afgelopen campagne bijna 500 stierkalveren aangemeld, een plus van 6 procent ten opzichte van de vorige campagne. Van de stieren die een RJ-kwalificatie ontvingen, werd 93 procent verkocht voor een gemiddelde veilingprijs van 4515 euro tegen gemiddeld 4504 euro over de campagne 2013-2014. De topprijs op de juniveiling voor RJ-stieren ging naar Jarry (Fantasio RRvs x Defenseur RJ) van fokker Jean-Philippe Brossillon uit Reugny (37). Jarry werd door de veilingmeester toegewezen voor 10.800 euro aan een samenwerkingsverband van vier Franse veehouders. De stier liet een index bespiering op het station optekenen van 104 punten voor een index skeletontwikkeling van 110 punten. Zijn genoomfokwaarde voor geboortegemak bedraagt 9/10 punten, voor skeletontwikkeling bedraagt deze 9/10 punten en voor melkvererving 7/10 punten.

Jarry (Fantasio RRvs x Defenseur RJ)

Ilot du Bouchelet wel drager dwerggroei Ilot du Bouchelet, de onbetwiste nummer één sinds een paar jaar voor de index karkasgewicht, is drager van het gen voor dwerggroei. Dat heeft het DNA-laboratorium van de universiteit van Luik medegedeeld aan het Belgisch-witblauw-

stamboek te Ciney. Ilot du Bouchelet werd een paar jaar terug negatief getest op basis van een bloedstaal. Uit een recente hertest op basis van een spermastaal blijkt nu het tegendeel. Omdat het DNA van de test uit 2009 niet meer

Na een hertest werd Ilot du Bouchelet drager verklaard van het dwerggroeigen

beschikbaar is, kan het laboratorium de huidige testanalyse niet meer vergelijken met een analyse van het DNA uit 2009. Waarschijnlijk is een fout gemaakt bij de eerste analyse in 2009. Voor een DNA-test maakt bloed of sperma niet uit. De DNA-informatie is identiek in beide typen bloed- of spermacellen. Dwerggroei en de genetische defecten cmd 1 en 2, sqt 1 en 2, hamartome en arthrogrypose worden bepaald op basis van direct onderzoek: het gen is geïdentificeerd en de DNA-test kent een gevoeligheid (zuiverheid) van 100 procent (geen valsnegatieve of valspositieve resultaten) en is 100 procent betrouwbaar in de tijd. Overdracht wordt bepaald op basis van een indirecte test: het gen is niet geïdentificeerd. De test gebeurt middels DNAmerkers of stukjes DNA dicht bij de plek waar het gen zeer vermoedelijk ligt. De test is 95 procent precies of zuiver en levert dus 5 procent valse resultaten op.

LTO start praktijknetwerk ‘afkalfgemak’ luxe vleesrassen In opdracht van de rasstamboeken Belgisch witblauw en verbeterd roodbont alsook LTO Nederland-Vleesveehouderij, gaat Projecten LTO Noord een praktijknetwerk opzetten ter bevordering van meer natuurlijke geboorten.

4

VV07_Telex.indd 4

V E E T E E LT V L E E S

JULI

Via het praktijknetwerk zal kennisuitwisseling tussen veehouders plaatsvinden rond de hoofdthema’s ‘Fokken op verruiming van binnenbekkenmaten en op afkalfgemak’ en ‘Management’. Bij interesse in deelname aan het prak-

tijknetwerk, neem contact op met Saskia Scheer: sscheer@projectenltonoord.nl. Het praktijknetwerk zal digitaal ondersteund worden met een website: VleesveeNET. www.vleesveenet.nl

2015

09-07-15 13:35


Ruemour @Ruemour_tweets :

‘Als we gaan minderen in onze productie gaan we meer verdienen. Mag ik twijfelen. Open grenzen. Gebrek aan commitment keten.’ B RO N:

T W IT T E R ,

# V L E E S D E B A T,

3

JU N I

2 0 1 5

Hollands fokproduct wint nationale show in Brno Op de nationale vleesveeshow in het Tsjechische Brno werd Magdalena van Krakehoeve gekroond tot kampioen in het Belgisch-witblauwras. De 28 maanden oude dochter van Magnolia de Somme, in eigendom van Anton Herman uit Varnsdorf, werd gefokt door de Nederlandse fokker Wiljan van de Kruijs uit Weert. Aan de vleesveeshow te Brno namen zo’n 330 dieren deel, waaronder een twintigtal witblauwen. Keurmeester van dienst voor het Belgisch-witblauwras was de Waalse fokker Pierre Bourdeaud’Huy.

Magdalena van Krakehoeve

Farouk heeft grootste binnenbekkenhoogte Het Belgische ki-station Fabroca heeft op verzoek van zijn Nederlandse distributeur KI Samen uit Grashoek de Belgische witblauwe stieren in productie laten opmeten voor binnenbekkenmaten. Farouk scoort als beste. Tot dusver heeft Farouk de grootste binnenbekkenhoogte ooit gemeten

‘Farouk heeft met twintig centimeter de grootste binnenbekkenhoogte tot dusver in het ras gemeten door Will Steenweg’, geeft Gerard Scheepens van KI Samen aan. ‘En die maat is meer dan de bekkenbreedte bepalend voor een natuurlijk af kalfgemak.’ Voor binnenbekkenbreedte scoort de Hameau d’Yvoirzoon op drie jaar ouderdom zestien centimeter.

Heeft ki Fabroca haar visie bijgesteld met betrekking tot het project natuurlijk af kalven in het ras? Eigenaar Benoit Cassart: ‘Neen, ik blijf gereserveerd over de uitkomst. Maar ik heb een open geest en ik wil de Nederlandse veehouders die ermee aan de slag gaan, zo veel mogelijk informatie geven. Niet meer, niet minder.’

Tabel 1 – De binnenbekkenmaten van de stieren van ki Fabroca

naam stier Belgisch blauw

vader

Nayakou Tauro Horace Saxophone Goldenbull Obligeant Farouk Manchester

Giga Imperial Obus Joker Attribut Ratifie Hameau Iguanodon

geb.datum

leeftijd bij meting (maanden)

26-09-’13 22-02-‘11 22-01-’13 21-02-’13 28-02-’13 25-04-’11 23-04-’12 01-11-’12

20 51 28 27 27 49 37 30

binnenbekken hoogte (cm) breedte (cm)

V E E T E E LT V L E E S

VV07_Telex.indd 5

16,5 18 18 17 17 19 20 17

J U L I

2 0 1 5

14 16 16 14,5 13,5 17 16 13,5

5

09-07-15 15:52


H O O F D A RT I K E L

Frans vleesveeras produceert laatrijp en grasgevoerd vlee

Neergang bazad ai De laatrijpheid speelde jaren terug in het nadeel van het bazadaiseras. Het ras werd door de veehouders verstoten en was gedoemd te verdwijnen. Nu is het bazadaiserund opnieuw geliefd vanwege grasgevoerd delicatessevlees. tekst Guy Nantier

H

et bazadaiseras is in aantal een klein vleesras in het zuidwesten van Frankrijk. Het stamboek werd reeds in 1892 opgericht. Op zijn hoogtepunt, kort na de Tweede Wereldoorlog, telde het ras 61.000 stamboekdieren. Daarna ging het bergafwaarts. In 1992 telde de populatie nog amper 700 stamboekkoeien. Vandaag de dag kent het ras een heropstanding. Ondanks dat het aantal veehouders daalt, blijft het aantal bazadaisedieren jaar na jaar stijgen en zijn er alweer 3600 stamboekkoeien. Maar niet alleen in Frankrijk wordt het grijsgekleurde ras opnieuw omarmd. Ook in het

6

buitenland kent het ras nu aanhangers, zoals in Groot-Brittannië, Spanje en Chili. Om de grote vraag naar voornamelijk vrouwelijk fokvee en het kleine aanbod in balans te brengen, zet ki-organisatie Midatest volop in op de productie van gesekst sperma en embryo’s.

Geen dikbilfactor ‘Van de verschillende hypothesen die de ronde deden over de oorsprong van het ras, was de meest waarschijnlijke dat het ras Spaanse roots had’, verhaalt Marc Bassery. Bassery is directeur veehouderij op de landbouwschool in Bazas en is nauw betrokken bij al wat het bazadaiseras aangaat. ‘Fenotypisch heeft het ras veel overeenkomsten, zoals de lichtere kleuren rond de ogen en muil, roze slijmvliezen en fijne horens, met de lichtbruine Spaanse rassen rubia galega en het asturiana-ras. Via genetische merkers is recent een verband met die Spaanse rassen aangetoond.’ ‘Die Iberische oorsprong geldt trouwens voor alle runderrassen die hun wieg in het zuidwesten van Frankrijk hebben, zoals het blon-

V EV E TE E ET LE TE V L TL V E EL SE E O S K JTUOL BI E 2R 0 12 50 0 9

VV07_HoofdBazadaise.indd 6

07-07-15 14:16


oerd vlees en is nu weer helemaal terug van weggeweest

ad aiseras gekeerd de d’Aquitaine- en het limousinras’, zegt Bassery in de marge. De directeur verwijst in dat verband ook naar de kleur van de bazadaisekalveren bij geboorte. Dan zijn ze namelijk tarwekleurig. De kleurwissel naar grijs vindt pas na spenen plaats. ‘Het ras is ook steeds authentiek gebleven. Er is nooit ingekruist met bijvoorbeeld shorthornbloed. Ook de dikbilfactor is afwezig.’ De regio rond Bazas, waar het ras van oudsher wordt gehouden, wordt gekenmerkt door gemengde, familiale bedrijven waarop weinig specialisatie is terug te vinden. ‘Daar ligt ook deels de verklaring waarom het ras bijna van de aardbol was verdwenen’, aldus Bassery. ‘Op deze bedrijven waren en zijn tot op de dag van vandaag de landbouwactiviteiten zeer divers: groenteteelt, tabaksteelt, het verbouwen van granen, wijngaarden en bosbouw. Het aanwezige vee zorgde tot de opkomst van de mechanisatie rond 1970 voor de nodige trekkracht op de bedrijven. De vleesproductie was bijkomstig. Simultaan met die opkomende mechanisatie maakte het blonde d’Aquitaineras opgang in

de streek vanwege een betere productiviteit voor groei en gewicht. Het bazadaiseras werd gaandeweg verstoten door de veehouders. Het ras kwijnde weg.’

Trendy cocktail Ligt de wieg van het ras in het departement Gironde, nu vindt men het ook terug in de meer zuidelijke departementen Landes en Pyrénées-Atlantique. ‘Het ras keert terug naar zijn roots in Spanje’, grapt Bassery. Volgens de directeur is de vernieuwde interesse te danken aan verschillende factoren, zoals de huidige drang naar het behoud van de biodiversiteit. Een heel belangrijke factor is de laatrijpheid van het ras. ‘Het nicheproduct “Boeuf de Bazas”, ofwel ossen van Bazas, is altijd heel populair gebleven bij de consument vanwege het met vet doorregen vlees. Dat geeft een bijzondere smaakbeleving. Het is een delicatesse’, zo geeft Bassery aan. ‘Dat intramusculaire vet wordt als laatste aangemaakt gedurende de vetmesting. Hoe laatrijper een ras is, hoe meer doorregen het vlees is. Anders gezegd: was de

Marc Bassery: ‘Het bazadaiseras bezit alle ingrediënten voor een trendy cocktail’

BGA bazadaiseras in de maak Het vlees van het bazadaisras wordt momenteel vermarkt onder het generieke Franse kwaliteitslabel ‘Label Rouge’. Het betreft zowel wit als rosé kalfsvlees (veaux de boucherie, veau sous la mère), vlees van koeien en ossen (vache de boucherie en boeuf) en vlees van jonge stieren (taurillon). Het Label Rouge omvat zo’n 500 Franse voedingsproducten met de hoogste kwaliteitsstandaard. Om het bazadaiseras hierin meer herkenbaarheid te geven werken alle actoren (stamboek, ki-centrum, veehandel, afzetcoöperatie, sla-

gers) gezamenlijk aan een dossier van Beschermde Geografische Aanduiding (BGA). Het vlees van het bazadaiseras zal in de toekomst daardoor twee labels naast elkaar voeren in de winkelschappen: een kwaliteit- en een merklabel. Wat in het zuidwesten van Frankrijk als ‘Boeuf de Bazas’ wordt certificeerd en een zeer vermaard streekproduct is, is rundvlees afkomstig van ossen én van koeien, van zowel het blonde d’Aquitaineras als van het bazadaiseras. Dit rundvlees is het jaar rond beschikbaar in de slagerijen.

Tabel 1 – Productiekenmerken in het bazadaiseras

Het ware ‘Boeuf de Bazas’ komt van ossen

diercategorie (Franse productbenaming)

kenmerk

kalveren (veaux de boucherie of veaux sous la mère)

slachtleeftijd (maanden) karkasgewicht (kg) karkasrendement (%)

3-5 130-50 68-73

reforme koeien (vaches de boucherie

ossen (boeufs)

jonge stieren (taurillon)

> 48 430-450 60-65

36-48 530-600 63-67

15-16 430-450 63-65

Volgens keurslager Didier Caharrier te Bazas is het échte Boeuf de Bazasvlees het vlees afkomstig van bazadaiseossen. Dat ossenvlees is enkel beschikbaar tijdens de carnavalsmaand. Het vlees van die ossen wordt door slagers ingekocht voor ongeveer zes euro per kilogram levend gewicht.

VEV EV TE E ET LT E TE VLE TL T V E EL JSEAE N OS U K JA TUO RLIBI E12R/021 25 02 00 90 9

VV07_HoofdBazadaise.indd 7

7

09-07-15 16:03


H O O F D A RT I K E L

Producentenorganisatie betaalt 5,40 tot 6,00 euro per kg karkasgewicht ‘Waarom bazadaise? Het is een lokaal ras en hoeft niet onder te doen voor de vleeskwaliteiten en het vleesrendement van bijvoorbeeld een limousin.’ Aan het woord is Philippe Bedubourg (44) uit Aubiac. Hij nam in 2005 het ouderlijk bedrijf over, dat toen 24 moederdieren telde. Nu heeft Bedubourg zo’n 60 moederdieren. Het bedrijf heeft geen eigen gronden maar pacht 80 hectare grond. Ongeveer 40 hectare is gangbare graasZoogmoeders moeten melk geven voor 1,2 kilogram groei per dag

trage groei een van de oorzaken waarom veehouders stopten met het ras en voor het blonderas kozen, nu wordt het om diezelfde reden opnieuw omarmd.’ De directeur geeft ook aan dat een middelgroot ras zoals het bazadaise minder

en maaiweide, 24 hectare is natuurweide. Op het resterende deel teelt hij grasklaver, triticale en luzerne voor het vee. De focus op het bedrijf ligt op het type mixte-elevage met in de moederlijnen een hoge melkproductie in de eerste vier maanden na afkalven. ‘Op basis van de moedermelk groeien de kalveren hier nu zo’n 1 kilogram per dag’, geeft de fokker aan. ‘Binnen vijf jaar moet dit 1,2 kilogram zijn. Een veehouder wint altijd met meer melk. Het levert een beter ontwikkeld kalf op en een besparing op het voer.’ De ontwikkeling op het bedrijf van Bedubourg ligt dan ook boven het rasgemiddelde. ‘Ik zeg altijd dat een kleine dikke minder weegt dan een grote bevleesde koe’, zegt Bedubourg. ‘De cijfers bewijzen ook mijn gelijk. Over 2014 bedroeg het karkasgewicht van de vrouwelijke reformedieren over het ras heen 391 kilogram. Mijn dieren komen uit op gemiddeld 447 kilogram.’ Philippe Bedubourg legt zich in hoofdzaak toe op de fokkerij en de verkoop

onderhoudsvoer nodig heeft dan een blonde en prima gedijt op een grasrantsoen. ‘Grasgevoerd vlees is hot in de consumentenmarkt. Voeg naast die soberheid en het smaakvolle kwaliteitsvlees het geboortegemak toe en de weerbaar-

Philippe Bedubourg

van fokmateriaal. De ki-stier Bengal werd hier op het bedrijf geboren. De dieren die niet in aanmerking komen voor de fokkerij, worden afgemest, net als de reformekoeien. Tachtig procent van het vlees van de reformekoeien gaat via rechtstreekse verkoop naar consumenten. Dat levert hem gemiddeld zo’n 16 euro per kilogram verkoopbaar vlees. De overige twintig procent gaat naar een coöperatieve producentenorganisatie die slagers belevert. ‘Ik krijg dan 5,40 tot 6,00 euro per kilogram karkasgewicht betaald.’

heid, en je hebt alle ingrediënten voor een trendy cocktail geliefd door vleesveehouders.’ Op de vernieuwde interesse in het ras legt de hoge graad van verwantschap in de populatie wel een zware hypotheek.

De kleurwissel van tarwekleur naar grijs vindt pas na spenen plaats

8

V E E T E E LT V L E E S

VV07_HoofdBazadaise.indd 8

JULI

2015

07-07-15 14:17


Zorginstelling bewijst handzaamheid van het ras ‘Hét vleesras dat zeer makkelijk te houden is.’ Dat is de slogan van het bazadaiseras in Frankrijk én in het buitenland, zoals Chili en Australië. Naast geboortegemak (35 tot 40 kg geboortegewicht), afkalfgemak (85 procent geboorten zonder assistentie) en prima moederkwaliteiten wordt ook de rusticiteit door de veehouders van het ras geapprecieerd. Kenmerkend in die rusticiteit is het goede aanpassingsvermogen van de dieren aan alle klimaatomstandigheden. TijDe cliënten van ESAT bewijzen de handzaamheid van de bazadaisedieren

Er blijven immers maar acht geregistreerde familielijnen over. ‘Met 140 stamboekbedrijven loert het inteeltgevaar inderdaad om de hoek, maar voorlopig redden we het nog via een strak geregisseerd pwf-ki-programma.

dens droge periodes bijvoorbeeld spreken de dieren hun reserves aan en bouwen deze razendsnel weer op als de omstandigheden weer gunstig zijn. Het ‘accordeonprincipe’ wordt dat ook genoemd. Verder zijn een lage onderhoudsbehoefte en een goede omzetting van graslandproducten voor groei en vleesaanzet kenschetsend. De handzaamheid van het ras wordt eveneens zeer sterk gewaardeerd, zoals op de zorginstelling ESAT te Captieux. Op deze zorgboerderij van de regionale overheid werken 85 verstandelijk gehandicapte personen onder begeleiding. Het bedrijf telt 160 hectare land- en tuinbouwgrond, waarvan 116 hectare permanent weiland. De instelling houdt er een gesloten bedrijfsvoering op na met 60 moederdieren van het bazadaiseras. Felix Blasquez (29), verantwoordelijke veehouderij: ‘De zorginstelling bewijst hiermee ten voeten uit dat het ras zeer handzaam is.’ De zorgboerderij te Captieux partici-

Dat levert één à twee ki-stieren per jaar op’, aldus Bassery. ‘Via het onderwijs hier promoten we ook de registratie op de niet-stamboekbedrijven. Daar liggen nog mogelijkheden voor bloedverversing.’

Met de driejarige Habit behaalde het ESAT de nationale titel in 2015 bij de jonge stieren

peert actief in alle selectieactiviteiten van het bazadaiseras. ‘Ook de deelname aan de keuringen en prijskampen verzorgen de cliënten van a tot z helemaal zelfstandig’, vertelt verantwoordelijke Blasquez. ‘Dit jaar behaalden ze de eerste prijs op de keuring van de vette os “Boeuf de Bazas”. Op de nationale keuring behaalden ze het kampioenschap bij de jonge stieren met de driejarige Habit en bij de jonge koeien behaalden ze het kampioenschap met Dorothé.’

Om de kostprijs van het proefstierwachtstier-fokstierprogramma in de toekomst te kunnen drukken, is men in het ras op de trein van de genoomselectie gestapt via het in Frankrijk over de rassen heen gevoerde genoomonderzoek.

V E E T E E LT V L E E S

VV07_HoofdBazadaise.indd 9

J UL I

2 0 1 5

9

07-07-15 14:17


H O O F D A RT I K E L

Stéphane Poncelet: ‘Met het bazadaiseras kun je je onderscheiden’ De Belg Stéphane Poncelet (48) is een van de nieuwe, buitenlandse aanhangers van het bazadaiseras. Hij koos het ras om zich te onderscheiden van zijn collega’s met Belgisch witblauw of met blondes. ‘En natuurlijk ook omdat het vlees excellent is. Het is levendig rood van kleur, fijn van draad en heeft een meer uitgesproken smaak door de vetstippels in het vlees.’ Daarnaast speelde ook de productiviteit van het ras in de overweging van Vanwege de fijne botstructuur en het lage bedekkingsvet doet een bazadaise nauwelijks onder voor een witblauwe qua versnijdingsrendement

‘Het zal wellicht niet zo’n vaart lopen als in het limousinras, maar we zijn mee’, zegt Bassery. ‘Met dezelfde roots kunnen we wellicht leunen op hun snelle vooruitgang.’ De landbouwschool in Bazas blijkt niet alleen een ‘motor’ in het fokprogramma te zijn. De school zorgt ook voor innovatie en onderzoek in het ras. ‘In het veld

10

V E E T E E LT V L E E S

VV07_HoofdBazadaise.indd 10

JULI

de veehouder mee. Poncelet: ‘Vanwege de fijne botstructuur en het lage bedekkingsvet doet een bazadaise nauwelijks onder voor een witblauwe qua versnijdingsrendement.’ De veehouder heeft een biobedrijf ‘Ferme du Bois Bouillet’ in het Waalse Neuville. Tot drie jaar terug molk Stéphane Poncelet witblauwe dubbeldoeldieren naast 60 hectare akkerbouw en het houden van limousinvleesvee, varkens en schapen voor een biovleesproductie. De afzet van het biovlees gaat via een eigen hoeveslagerij en via een mobiele verkoopwagen op weekmarkten. Het melken heeft de veehouder stopgezet om zich volledig op de biovleesproductie met bazadaiserunderen te richten. Aanleiding was dat zoon Gérome (21) een slagersdiploma heeft behaald en graag mee in het bedrijf stapte. De veestapel telt momenteel 35 bazadaises en nog een tiental limousindieren. De limousins worden vanwege minder moedermelk en een lager versnijdingsrendement afgebouwd ten voordele van de bazadaises. In een eerste fase heeft

zijn de ossen traditioneel slachtrijp op een leeftijd van vier à vijf jaar. Hier onderzoeken we momenteel of we met ossen op een leeftijd van drie jaar eenzelfde delicatessevlees kunnen produceren. Het idee erachter is uiteraard om minder geld op de bedrijven vast te leggen.’ Ook in het afmesten van kalveren voor de witvlees- en rosévleesproductie is on-

Stéphane Poncelet

Stéphane Poncelet de witblauwdubbeldoeldieren ingekruist met een bazadaisestier. Toen de gelegenheid zich voordeed, heeft hij raszuivere broutards aangekocht om sneller een raszuivere veestapel te kunnen opbouwen. De veehouder roemt de eenvoudige manier van vee houden met het ras. Stéphane Poncelet: ‘De dieren worden vanwege het fijne botwerk veel makkelijker geboren dan limousins. Ze kalven ook vlot af. De opfok is door de prima zoogkwaliteiten van de moeder zorgeloos voor de veehouder.‘

derzoek op de landbouwschool gaande. Maar is het bazadaiseras wel voldoende concurrerend met andere vleesrassen op het vlak van rentabiliteit? Marc Bassery, vastberaden: ‘Zeer zeker, al zijn er twee voorwaarden: autonoom zijn in de voerproductie en rechtstreeks verkopen aan de eindgebruiker. Zo werken wij hier op de landbouwschool ook.’ l

2015

07-07-15 14:17


nde e v nge show nals a a n o Too opese ofessi Eur veepr ees l v r voo

2.000 dieren 1.300 exposanten 85.000 bezoekers Internationale bezoekers g Boek uw gratis toegangsbadge g Registreer u voor onze georganiseerde toer naar diverse vleesveebedrijven op www.sommet-elevage.fr

www.sommet-elevage.fr

Tel. +33 (0) 4 73 28 95 13 - info@sommet-elevage.fr

7-8-9

OKTOBER

2015 Clermont-Ferrand

frankrijk

www.facebook.com/sommet.elevage

V E E T E E LT V L E E S

VV07_p11.indd 11

J U L I

2 0 1 5

11

08-07-15 13:06


K E U R I N G

Frederik Baele wurmt zich tussen gevestigde orde

Nieuwe wind In het vrouwelijk vee vochten de fokstallen van Frans Van der Adriana van Velzeke (v. Imperial), kampioene jonge vaarzen

Biest en Hugo De Smet een nieuwe tweestrijd uit te Sint-LievensHoutem. Velzekenaar Frederik Baele zorgde voor verfrissing. tekst Guy Nantier

extra foto’s www.veeteeltvlees.be

E

r waaide een nieuwe wind op het marktplein van Sint-Lievens-Houtem. Er waren voor de witblauwkeuring van de provincie Oost-Vlaanderen immers meer dieren dan vorig jaar aangemeld, in totaal 72 stuks. Misschien nog opbeurender was het feit dat Frederik Baele uit Velzeke zich met zijn vaarzenkampioene Adriana van Velzeke (v. Imperial) in het palmares met gevestigde fokkersnamen wurmde. Zeer zeker, er waren bij de jonge vaarzen finalisten die meer onderbil showden, zoals de Obusdochter Jenna de Bievene van Etienne Sergooris uit Moerbeke. Of meer expressiviteit in de broekbespiering hadden, zoals Justice van Klaveren Aas (v. Picadilly) van Carl en Marina Goossens-Van Osselaer uit Melsele. Of meer gewicht in de schaal legden, zoals Jolienda (v. Adajio) van Hugo De Smet uit Oordegem. Jolienda liet op de bascule te Sint-Lievens-Houtem op de leeftijd van één jaar 490 kg optekenen. Maar Adriana van Velzeke zette van de zes finalisten het beste compromis neer.

Hannelore van Moorsel (v. Sheriff), kampioene vaarzen

Guusje (v. Harisson), kampioene koeien

Voor de andere titels in het vrouwelijk vee werd het een tweestrijd tussen de fokstallen van Frans Van der Biest uit Moorsel en Hugo De Smet uit Oordegem. In de categorie koeien was de vraag of de bijna negen jaar oude Impatiente de Fooz (v. Germinal) van Van der Biest het zou halen op de zes jaar jongere Guusje (v. Harisson) van De Smet. Impatiente stond er met de haar zo kenmerkende lange sprong en ietwat smalle voorhand in magere conditie bij. Guusje was anderzijds net wat té hard klaargestoomd voor de keuring. Maar de Harissondochter stapte vlotter door de keuringsring en vertoonde een voortreffelijk vleestype. Guusje werd kampioene. In de finale bij de oudere vaarzen werden de rollen omgekeerd en kon Van der Biest een nieuwe titel bijschrijven voor Hannelore van Moorsel. (v. Sheriff). Die andere Sheriffdochter, Indira, van Hugo De Smet, kwam te kort in ribronding en broekbespiering om beslag te kunnen leggen op de eindoverwinning. l

Tabel 1 – Rubriekswinnaars Sint-Lievens-Houtem (kampioenen vetgedrukt)

categorie

Jeroen van Moorsel (v. Sheriff), kampioen jonge stieren

6891 van de Hoelmanshoeve (v. Adajio), kampioen stieren

12

V E E T E E LT V L E E S

VV07_StLievens.indd 12

JULI

naam dier

jonge stieren 6929 van de Hoelmanshoeve Juge van het Smetledehof Jeroen van Moorsel stieren 6891 van de Hoelmanshoeve jonge vaarzen Jitte van de Otterhoeve Jelcke van de Otterhoeve Jolienda Jenna de Bievene Adriana van Velzeke Justice van Klaveren Aas vaarzen Ismene van het Smetledehof Indira Hannelore van Moorsel koeien Guusje Impatiente de Fooz bedrijfsloten jonge vaarzen oudere vaarzen koeien

geb.datum vader

m.vader

eigenaar, woonplaats

09-06-2014 07-03-2014 18-02-2014 18-10-2013 03-10-2014 23-08-2014 05-06-2014 29-05-2014 04-04-2014 23-03-2014 22-09-2013 29-01-2013 21-10-2012 03-01-2011 26-10-2006

Zico Impartial Germinal Zico Etna Germinal Harisson Ajuste Torrero Lasso Jaloux Fascinant Germinal Emigre Lasso

M. De Cock, Opbrakel De Clercq lv, Smetlede F. Van der Biest, Moorsel M. De Cock, Opbrakel H. Redant, Ottergem H. Redant, Ottergem H. De Smet, Oordegem E. Sergooris-V. Vanopdenbosch F. Baele, Velzeke Klaveren Aas, Melsele De Clercq lv, Smetlede H. De Smet, Oordegem F. Van der Biest, Moorsel H. De Smet, Oordegem F. Van der Biest, Moorsel Klaveren Aas, Melsele F. Van der Biest, Moorsel Klaveren Aas, Melsele

Or Panache Sheriff Adajio Hilaire Sheriff Adajio Obus Imperial Picadilly Benhur Sheriff Sheriff Harisson Germinal

2015

09-07-15 16:10


U I T

D E

D I E R E N A RT S P R A K T I J K R E N É

B E M E R S

Aan de hand van voorbeelden uit hun dagelijkse praktijk schrijven drie dierenartsen over diergezondheid in de vleesveehouderij. Om en om beschrijven John Campe, Piet De Meuter en René Bemers maandelijks vastgestelde ziektebeelden, uitgevoerde behandelingen en/of mogelijke preventiemaatregelen.

Lage koper- en seleniumstatus werkt schurft in de hand

Falende schurfttherapie T

ijdens de wintersteekproef voor leptospirose had de veehouder drie dieren vastgezet om bloed van te nemen. Toen we samen door de stal naar de betreffende runderen liepen, viel mij al op dat de stalgenoten erg veel natte schurftplekken hadden over de ruglijn. De veehouder vertelde dat hij al volop aan het wassen was, maar dat dat alleen mij, vanwege de aanschaf van middelen, maar beter maakte. Ook de vastgezette runderen hadden schurftletsels. Daarom leek het zinvol om naast het afnemen van een serumbuisje een aanvullend bloedonderzoek te doen en een huidafkrabsel te nemen om het type mijt te bepalen. Uit deze buisjes bloed was eenvoudig de koper- en seleniumstatus van dit koppel te bepalen. Verder zijn de ‘bloedjes’ behalve op leptospirose ook op bvdantistoffen getest om de aanwezigheid van bvd-virus te kunnen uitsluiten als oorzaak van de falende schurftbehandeling. Na overleg met de veehouder hebben we besloten om in het aangetaste koppel alle runderen een ‘electromin dry cow bolus’ in te geven. Deze bolussen bevatten een goede samenstelling van sporenelementen, met name koper en selenium, en werken drie maanden. Na drie maanden hebben we de runderen opnieuw bekeken en bloed afgenomen voor hercontrole op koper en selenium. En zie daar: de schurftproblemen zijn inmiddels met negentig procent verminderd en de bloedwaarden liggen weer mooi in het midden van de referentiewaarden. Op het afkrabsel tijdens het laatste bezoek zaten nog maar zeer weinig psoroptesmijten. Het schurftprobleem nam duidelijk af.

De encyclopedie schurftmijten Schurft wordt veroorzaakt door mijten. Bij de mijten onderscheiden we drie soorten: de psoroptes-, de chorioptes- en de sarcoptesschurftmijt. De sarcoptesschurftmijt komt in onze gebieden zelden voor. Psoroptesmijten bevinden zich voornamelijk ter hoogte van de rug en de flanken en veroorzaken natte schurft. Chorioptesmijten veroorzaken droge schurft. Deze schurftmijten bevinden zich meer ter hoogte van de staartbasis

en de uierspiegel. Bij witblauwe runderen gaat het in veel gevallen om menginfecties van de psoroptes- en chorioptesschurftmijt. Schurftmijten hebben een korte ontwikkelingscyclus en kunnen zich in korte tijd exponentieel vermenigvuldigen. Een volwassen mijt legt eitjes die na zeven tot tien dagen een volwassen mijt kunnen opleveren. Deze cyclusduur is belangrijk in de bestrijding van schurft. Voor de behandeling zijn tal van producten voorhanden. Omdat in de praktijk meestal menginfecties – dus zowel psoroptes als chorioptes – voorkomen, is het wassen van de dieren de meest efficiënte manier van behandelen. Schurftaanpak kan – in overleg met de dierenarts – ook perfect ingelast worden bij een algemene parasitaire behandeling, waarbij ook de maagdarmwormen worden bestreden.

V E E T E E LT V L E E S

VV07_dap Bemers.indd 13

J U L I

2 0 1 5

13

09-07-15 14:52


B E D R I J F S R E P O RTA G E

Astrid van Telgen: ‘Professionele zorg, herefordrundvee en akkerbouw versterken elkaar’ Astrid en Marc van Telgen In Lelystad staan Astrid en Marc van Telgen mede aan het roer van een bedrijf dat zorg, akkerbouw en herefordrundveehouderij met elkaar verenigt. Activiteit: Ras: Aantal stuks: Aantal ha:

Opmars in hereford Lelystad

akkerbouw, rundveehouderij, zorgtak en boerderijwinkel hereford 60 (inclusief jongvee) 30 ha natuurterrein

E

r waait een straffe wind over het erf van Hoeve Vredeveld. De windmolen draait op volle toeren en de nieuwe serrestal krijgt met een serieuze krachtmeting te maken. Midden in de Flevopolder, in de gemeente Lelystad, runnen de families Groot en Van Telgen een gemengd landbouwbedrijf. Met twaalf medewerkers en wekelijks negentig cliënten is de zorgtak een serieuze pijler onder het bedrijf.

Een fonkelnieuwe serrestal biedt de ruimte aan extra herefords op het bedrijf van de familie Van Telgen. De ontwikkelingen op het gemengde bedrijf gaan razendsnel sinds in 2006 is gestart met een professionele zorgboerderij. tekst Tijmen van Zessen

In 2006 begon het toenmalige akkerbouwbedrijf van Sjaak en Jan Groot met een verbreding in zorg en kinderopvang. ‘Mijn vader Sjaak en ik zitten nu fulltime in de zorgboerderij, mijn oom Jan runt het akkerbouwbedrijf en mijn man Marc van Telgen is met herefordkoeien gestart. Marc heeft altijd al met koeien willen werken en op een zorgboerderij horen eigenlijk ook runderen’, vindt Astrid van Tel-

gen. Marc (30) en Astrid (28) leerden elkaar kennen op de has in Dronten. De start van de zorgtak ging hand in hand met de bouw van een eenvoudige boogstal, die onderdak bood aan kippen, geiten, ezels, schapen en... vier herefords.

Mozaïek van gras en bos ‘Wij zijn fan van de hereford, omdat het een handzaam ras is, met een genetisch

Tijdens het weideseizoen grazen de herefords in een natuurterrein van het Flevolandschap

14

VVEEEETTEEEELLTTVVLLEEEESS J OU KN TI O2B0E1R5 2 0 0 9

VV07_bedrijfsrep van Telgen.indd 14

07-07-15 12:16


Het vlees vindt afzet via de boerderijwinkel

hoornloze bloedlijn. In combinatie met de zorgboerderij is dat heel prettig. Het vlotte afkalfgemak pleit ook voor de hereford’, vertelt Marc. Maar waarom herefords houden op de vruchtbare bodem van de Flevopolder? Is de grond niet veel te duur voor een sober ras als de hereford? ‘De herefords verblijven in het weideseizoen op een natuurterrein van het Flevolandschap’, legt Marc uit. Astrid knikt: ‘Ze beweiden een gebied van veertig hectare bos en grasland. Het is een bijzonder landschap, ontstaan bij het testen van verschillende soorten singel-

Nieuwe stal versterkt economische betekenis van de herefords op Hoeve Vredeveld

planten die dienst moesten doen als erfbeplanting voor de boerderijen in de polder.’ In het mozaïek van gras en bos zijn de herefordkalveren soms nauwelijks vindbaar. Maar in zekere zin is het de oorspronkelijke biotoop van de koe. ‘Bij dit gure weer van vandaag, of bij heel warm weer, zoekt een koe graag beschutting tussen struiken en bomen. In de meeste Nederlandse weilanden is die er niet’, merkt Marc op. De hereford staat bekend om het gemarmerde vlees. Het vlees is doorvlochten met dunne sliertjes vet, die zorgen voor smaak en een malse structuur. Astrid en Marc betreuren het dat de reguliere handel deze eigenschappen zo weinig op waarde weet te schatten. ‘De reguliere slager is geen goede keuze voor de afzet van ons vlees. Het wordt al snel beoordeeld als te vet en dan krijg je niet de prijs die het verdient. We verkopen het vlees daarom op de boerderij, in een eigen winkel. Elke maand laten we een koe, stier of os slachten’, vertelt Astrid. Een boerderijwinkel in een dunbevolkt gebied als Flevoland ligt misschien niet voor de hand, maar vanwege de zorgtak en de kinderopvang lopen er regelmatig mensen in en uit. ‘De zorg, het rundvee en de akkerbouw versterken elkaar en hebben elkaar nodig’, bestempelt Astrid het voordeel van een gemengd bedrijf. ‘Dankzij de zorgtak staat er bij ons geen duur betaalde winkeljuffrouw achter de toonbank. En ook bij het vacuüm inpakken van het vlees helpen er cliënten van de zorgboerderij.’

Geen krachtvoer, geen mais Hoezeer de verschillende takken elkaar ook versterken, de omzet uit de vleesveetak is relatief bescheiden. Het rendement uit de herefords staat of valt met de lage kosten. Het ras is sober, heeft weinig nodig. ‘In de winter staan de dieren op stal en krijgen ze onbeperkt hooi en kuil

van goede kleigrond. Ondanks die goede grond is het ruwvoer schraal. Het is gewonnen in het natuurterrein of van de bermen in de buurt, de bermen zijn hier breed en toegankelijk’, zegt Marc. Krachtvoer of mais komt er niet aan te pas op Hoeve Vredeveld, alleen de eerste vier weken na het spenen krijgen de jonge dieren wat A-brok. ‘Koeien en ossen krijgen bewust geen brok, bij herefords leidt dat tot extra vetaanzet en dat snijdt de slager er toch weer af’, zegt Marc wat cynisch.

Melken, maar de hereford blijft Om de economische betekenis van de vleesveetak te versterken besloot Van Telgen vorig jaar een serrestal te bouwen. Op dit moment telt de veestapel – groot en klein – een omvang van zestig herefords. In de potstal met uitloop is ruimte voor groei van de aantallen herefords, maar ook voor een melkveetak. De eerste twaalf koeien worden inmiddels gemolken. Desondanks blijft de hereford beeldbepalend, verzekert Marc. Marc zit sinds dit jaar zelfs in het bestuur van het stamboek, the Dutch Hereford Society. ‘Ik vertegenwoordig de jongere generatie in het bestuur. Het is een echte fokkerijclub, ik hecht er waarde aan dat er ook functionele dieren gefokt worden. Een kalf met een gemiddelde maat kan volgens Marc net zo gemakkelijk een goed eindgewicht halen, maar gaat bijvoorbeeld langer mee dankzij sterker beenwerk. ‘Aan de beenstand valt in het herefordras nog wel wat te verbeteren. Dat wil ik onder de aandacht brengen bij de herefordhouders.’ De windmolen draait nog steeds op volle toeren op Hoeve Vredeveld. Het is een passende metafoor voor het bedrijf, dat ook op volle toeren draait en nooit stilstaat. ‘We schakelen dit jaar over op een biologische productiewijze. En in september gaan we voor het eerst ook met dieren naar de keuring in Dalfsen.’ l

V E E T EVE EL ET TV EL EE LETSV LO EKETSO JBUE N R I 2 20 00 19 5

VV07_bedrijfsrep van Telgen.indd 15

15

07-07-15 12:16


M A N A G E M E N T

Invloed van de slachtleeftijd op het financieel rendement is veel bepalender dan het rantsoen

voor een optimaal financieel rendement, blijkt uit een voerproef.

Zodoende kregen de drie groepen stieren (zeer intensief, intensief en extensief) een rantsoen dat qua eiwitaanbreng op drogestofbasis identiek is (17% re/ds) maar dat qua energetische waarde rekening houdt met de beoogde groeisnelheid: zeer intensieve groei (E17), intensieve groei (E19) en extensieve of klassieke groei (E24). Ook de duur van de groeifase werd aangepast in relatie tot de vooropgestelde slachtleeftijd. Het krachtvoer tijdens de afwerkingsfase was voor de drie loten gelijk en naar believen aangevuld met stro. De duur van de afwerkingsfase werd eveneens in relatie tot de beoogde slachtleeftijd bijgesteld.

Dat komt door een betere voederconversie met een gelijke vlees-

Voerefficiëntie per kg groei

Centen verdienen met afmesten Afmesten op een slachtleeftijd van 18 maanden is de beste optie

kwaliteit. Uit de proef blijkt ook dat het type rantsoen minder doorslaggevend is. De carbon footprint per kilo geproduceerd vlees is bij extensief afmesten op 24 maanden ook hoger. tekst Vincent Rabeux en Eric Elias

U

it een voederproef van veevoederfirma Dumoulin – in samenwerking met de veterinaire faculteit van de Universiteit van Luik, de slachthuisgroep GHL en de grootdistributieketen Mestdagh – blijkt dat de leeftijd bij slacht meer impact heeft op het financieel rendement dan het type afmestrantsoen. In de veevoederproef werden witblauwe dikbilstieren afgemest volgens drie vooropgestelde slachtleeftijden: 17 maanden (E17), 19 maanden (E19) en 24 maanden (E24). De zoötechnische prestatie, de vleeskwaliteit, het economisch rendement en de footprint werden tijdens de proeven geanalyseerd. De drie groepen stieren (E17, E19 en E24) werden gehuisvest op stro in boxen. Elk lot omvatte twee boxen met zeven stieren per box of een totaal van veertien stieren per beoogde slachtleeftijd. De proef werd in de tijd tweemaal herhaald om seizoensinvloeden

uit te sluiten. Het eindresultaat heeft dus betrekking op 126 stieren.

Twee voerfasen Na een transitieperiode van één maand werden de aangekochte stieren in homogene groepen samengesteld (3 x 14 stieren) op basis van gewicht, ouderdom en origine. Het voerprotocol bestond uit twee fasen: een groeifase en een ‘finishing’ fase of afwerkingsfase. Gedurende de groeifase kregen de dieren silomais en krachtvoer. De stieren uit de groepen E17 en E19 kregen een gerantsoeneerde hoeveelheid silomais en krachtvoer ad libitum (zie tabel 1). Het krachtvoer voor de groep E17 was qua energetische waarde (vevi) hoger dan voor de E19-groep. Het ruweiwitgehalte was voor beide loten gelijk (18% re). De groep E24 kreeg silomais naar believen en een eiwitcorrector (28% re) van 0,8 kg per 100 kg levend gewicht.

De samenvatting van de proefresultaten staan in tabel 2. De dagelijkse groei voor de in zeer korte tijd zeer intensieve en intensief gevoederde groepen is tijdens de groeifase heel hoog (1,58 kg en 1,63 kg), maar zwakt af in de afwerkingsfase bij afzet op 19 maanden (1,48 kg tegen 1,20 kg). De extensief gevoederde groepen behalen een gemiddelde groei van 1,17 kg over de volledige afmestperiode. De voederconversie (voeropname in kg droge stof per kg groei) stijgt en is dus minder gunstig naarmate het levend gewicht stijgt en dit bij de drie loten E17, E19 en E24. De voederconversie is bovendien het slechtst naarmate de energetische waarde van het rantsoen daalt (E24). Volledig logisch stijgt het levend gewicht en het karkasgewicht volgens de slachtleeftijd. Deze waren voor de zeer intensieve, intensieve en extensieve loten respectievelijk 595, 666 en 718 kg levend gewicht en 413, 461 en 491 kg warmkarkasgewicht. Het slachtrendement was ongeveer gelijk en bedroeg gemiddeld 69 procent. Het gemiddelde versnijdingsrendement na twee dagen bedroeg 83 procent spieren, 7 procent vet en 10 procent beenderen. De vleeskwaliteit werd beoordeeld ter hoogte van de contre-filet en het schou-

Tabel 1 – Voerprotocol per diergroep

rantsoen slachtleeftijd methode

16

periode

dagen

type voer

voerinhoud/kg droge stof

17 maanden

zeer intensief groeifase finishing fase

62 120

4 kg mais + krachtvoer (18% ruw eiwit) ad libitum krachtvoer naar believen + stro

1150 vevi en 1% ruw eiwit

19 maanden

intensief

groeifase finishing fase

121 120

4 kg mais + krachtvoer (18% ruw eiwit) ad libitum krachtvoer naar believen + stro

1115 vevi en 17% ruw eiwit

24 maanden

extensief

groeifase finishing fase

240 102

mais ad libitum en 0,8 kg eiwitcorrector (28% ruw eiwit) /100 kg levend gewicht 1050 vevi en 17% ruw eiwit krachtvoer naar believen + stro

V E E T E E LT V L E E S

VV07_AfmestproefDumoulin.indd 16

JULI

2015

07-07-15 14:13


17 mnd. aantal stieren

slachtleeftijd 19 mnd.

24 mnd.

42

42

42

groeifase begingewicht (kg) beginleeftijd (maanden) eindgewicht groei (kg) eindleeftijd (maanden) aantal dagen daggroei (kg) voeropname (kg droge stof)/kg groei

320 10,3 417 12,3 62 1,58 5,2

325 10,3 522 14,2 121 1,63 5,3

327 10,6 616 18,5 240 1,20 7,00

finishing fase begingewicht (kg) beginleeftijd (maanden) eindgewicht groei (kg) eindleeftijd (maanden) aantal dagen daggroei (kg) voeropname (kg droge stof)/kg groei

417 12,3 595 16,2 120 1,48 5,6

522 14,2 666 18,2 120 1,20 7,6

616 18,5 727 21,8 102 1,08 10,2

synthese aantal dagen totale daggroei (kg) voeropname (kg droge stof)/kg groei

182 1,51 5,3

241 1,41 6,2

342 1,17 7,4

463,74 1858,28 403 1953,64 95,35 191,54 100

637,87 2050,87 450 2184,37 133,50 202,39 106

799,22 2245,82 491 2356,98 111,16 118,49 62

voerkosten (excl. stro) (euro) totaal variabele kosten per stier (euro) gewicht (kg) (warm karkasgewicht) waarde slachtstier (euro) (basis koud karkasgewicht) bruto saldo per stier (euro) bruto saldo per stierplaats per jaar (euro) Relatief brutsaldo (in procent)

Tabel 2 – De voornaamste resultaten van de afmestproef samengevat

derstuk. Het intramusculair vet bedroeg gemiddeld minder dan één procent met iets meer vet, maar niet significant meer bij de groep E17 en E24. De kleur van het

vlees was naar verwachting en significant bleker bij de groep E17 dan bij de groepen E19 en E24. De waterretentie in het verse vlees bedroeg minder dan

3 procent en was niet significant verschillend tussen de drie groepen. De scores voor ‘mechanische’ malsheid bij het klaargemaakte vlees waren het hoogst bij de groep E17 en het laagst (minder mals) bij de groep E19, maar de verschillen tussen de stieren uit de drie groepen waren miniem. Een carbon footprint werd berekend op basis van enkel de voeding. De carbon footprint (CO2-balans) per kilogram voer is hoger bij de intensieve rantsoenen E17 en E19 dan voor het extensief rantsoen E24. Maar per geproduceerde kilogram vlees is finaal de carbon footprint van de extensieve methode wel significant hoger.

Financieel rendement De aankoop van magere slachtstieren, de kostprijs van het voer en de opbrengstprijs per kilogram karkas zijn drie parameters die het uiteindelijke financiële rendement stevig beïnvloeden, zowel in negatieve als in positieve zin. Op basis van de huidige marktprijzen werd een bruto saldo per stier verkregen voor de groepen E17, E19 en E24 van respectievelijk en afgerond 95 euro (E17), 133 euro (E19) en 111 euro (E24). Wanneer echter wordt gerekend per aanwezige stierplaats per jaar, wordt dit saldo respectievelijk 191, 202 en 118 euro. Bij normstelling van de groep E17 als referentie 100, leidt dit tot een rendement van 106% voor de groep E19 en een negatief rendement van 62% voor de groep E24. Het economisch optimum in de afmesting ligt bij de geldende marktprijzen en zonder kwaliteitsverlies dus bij het produceren van lichte karkassen (450 kg) op een slachtleeftijd van 18 maanden. l

V E E T E E LT V L E E S

VV07_AfmestproefDumoulin.indd 17

J U L I

2 0 1 5

17

09-07-15 15:57


M A N A G E M E N T

Kennisonderzoek rond mengsels groenbedekkers draait op volle toeren

Groenbedekkers in nieuw Europees perspectief Veel veehouders kiezen voor groenbedekkers in het teeltplan om aan de verplichtingen van de nieuwe Europese regelgeving te

de kans op een verlies van subsidie als niet aan de voorwaarden voor vergroening is voldaan.’

voldoen. Om de biodiversiteit te bevorderen, is het vanaf dit jaar

Aandeel van tachtig procent

verplicht om combinaties van groenbedekkers in te zaaien. tekst Annelies Debergh

D

e vernieuwing van de Europese regelgeving confronteert Vlaamse en Nederlandse veehouders dit jaar met nieuwe teeltverplichtingen. Om naast de basispremie ook de vergroeningspremie te ontvangen, horen bedrijfsleiders aan een aantal voorwaarden te voldoen. In de praktijk betekent dat behoud van blijvend grasland, voldoende vruchtafwisseling en het toepassen van ecologisch aandachtsgebied in het teeltplan. Om aan die eisen te voldoen komen groenbedekkers in het vizier. ‘Groenbedekkers waren de voorbije jaren al belangrijk’, stelt Walter Vervoort van

18

V E E T E E LT V L E E S

VV07_Groenbedekkers.indd 18

JULI

zaaizaadveredelaar Limagrain. ‘Voorheen mocht en kon een Vlaamse veehouder enkel drijfmest voeren in het najaar op voorwaarde dat nadien een groenbedekker werd ingezaaid.’ Daardoor nam de belangstelling voor groenbedekkers al fors toe. De komende periode gaat dat onverminderd door. In korte bewoordingen legt Walter Vervoort de wijzigingen van het Europese beleid uit. ‘Voorheen was er aan de inzaai van groenbedekkers ook een kleine premie gekoppeld. Nu is dat een verplichting geworden zonder financiële tegemoetkoming. Veehouders hebben

Voldoen aan de vergroeningseisen in de Europese regelgeving kan op verschillende manieren. De inzaai van groenbedekkers is een eerste mogelijkheid om aan die Europese wetgeving te voldoen, invoeren van eiwitgewassen in het teeltplan is een andere mogelijkheid voor veehouderijbedrijven. Tot slot kunnen Vlaamse bedrijven kiezen voor de onderzaai van gras in mais. ‘Tachtig procent van de oppervlakte ecologisch aandachtsgebied is dit jaar ingevuld met groenbedekkers’, weet Annelies Beeckman te vertellen over de Vlaamse situatie. Beeckman is als onderzoeker biologische landbouw verbonden aan het West-Vlaamse onderzoeksinstituut Inagro. En ook zij bevestigt: ‘Voorheen was er door de premie al interesse voor groenbedekkers, maar dat zien we nu verder toenemen.’

2015

09-07-15 14:50


Groenbedekkers bladrammenas en facelia samen ingezaaid

Door de toepassing van groenbedekkers zag ze dat veehouders in de loop der jaren ook steeds meer de voordelen van de tussenteelt inzagen. ‘Een aantal veehouders was al overtuigd’, klinkt het. ‘Groenbedekkers verhinderen de afspoeling van land in erosiegevoelige gebieden en hebben ecologische waarde, onder meer door het aanbrengen van extra organische stof.’ Beeckman noemt ook het gebruik in de biologische landbouw. ‘In de biologische landbouw zorgt een tussenteelt met vlinderbloemige groenbedekkers ook voor de aanvoer van extra stikstof voor de volgteelt. Bovendien fungeert de groenbedekker ook als vanggewas om de uitspoeling van stikstof naar het oppervlaktewater te verhinderen. Dat was de oorspronkelijke reden waarom het gebruik van groenbedekkers is ingevoerd.’

Mengsel van groenbedekkers Waar voorheen een vanggewas bestond uit de zuivere teelt van één gewas, is het

nu verplicht om een mengsel van groenbedekkers en dus minstens twee soorten groenbedekker in te zaaien. ‘Daar bestaat in Vlaanderen tot nu toe nog weinig ervaring mee’, legt Annelies Beeckman uit. Ze wijst op onderzoek in de biologische landbouw. ‘Binnen de biologische teelt zoeken we voortdurend naar groenbedekkers met een maximale stikstofvrijstelling naar de volgteelt. In dat kader werd al geëxperimenteerd met mengsels van vlinderbloemige groenbedekkers, zoals een mengsel van facelia in combinatie met een vlinderbloemige, zoals inkarnaat- of rode klaver. Met die teelt hebben we al goede ervaringen: de gewassen zorgen voor een goede bedekking van de grond en leveren extra stikstof in de volgteelt.’ Toon Kerkhofs van zaaizaadbedrijf Aveve ziet verschillende keuzes van groenbedekkers afhankelijk van het type bedrijf. ‘Elk type bedrijf stelt andere eisen bij de keuze van groenbedekkers. Akkerbouwbedrijven kiezen na granen kruisbloemigen zoals gele mosterd en bladrammenas

voor hun zeer snelle bodembedekking. Veehouderijbedrijven kiezen vaker Italiaans raaigras vanwege de extra snede gras in het voorjaar.’ Daarnaast is het saldo van de hoofdteelt van belang, stelt Kerkhofs. ‘Bij teelten met een hoger saldo is het gepermitteerd om ook een iets duurdere groenbedekker in te zaaien. Daarnaast spelen de aaltjesproblematiek op de percelen en het zaai- en oogsttijdstip een rol bij de gewaskeuze.’ Op veehouderijbedrijven speelt met name het oogsttijdstip een rol bij de gewaskeuze. ‘Oorspronkelijk was het niet toegelaten om de groenbedekker nog te oogsten, te maaien of te begrazen in het voorjaar’, stelt Annelies Beeckman. ‘Maar dat is inmiddels aangepast. Nu mogen veehouders de groenbedekker wel weer na een bepaalde datum oogsten.’ Hierdoor wordt een combinatie van een grasachtige met een winterharde vlinderbloemige zoals inkarnaatklaver interessant, reikt Annelies Beeckman voorbeelden aan. ‘Dat is een maaibaar

V E E T E E LT V L E E S

VV07_Groenbedekkers.indd 19

J U L I

2 0 1 5

19

09-07-15 14:50


M A N A G E M E N T

mengsel met een behoorlijke massa in het voorjaar.’ Daarnaast zijn sinds kort de verschillende soorten grassen apart te gebruiken voor het maken van mengsels, waar voorheen alle raaigrassen als één soort werden beschouwd. Beeckman: ‘Op gebied van voederwaarde bestaan echter nog geen ervaringen met mengsels van groenbedekkers.’

Andere regels per regio Dat de vergroeningseisen veehouders nieuwe keuzes doen maken, blijkt uit de ervaring van Walter Vervoort. ‘We zagen in het voorbije voorjaar de verkoop van vlinderbloemigen plots vermenigvuldigen met een factor vier tot een factor vijf.’ Ook de interesse voor groenbedekkers neemt zienderogen toe, zeker nu het groeiseizoen vordert. Aan het mengen van groenbedekkers zijn voorwaarden gekoppeld. ‘De Europese basisregels zijn gelijk, maar de invulling is per regio anders’, legt Walter Vervoort uit. Een mengsel omvat minstens twee soorten groenbedekkers. ‘In Vlaanderen kunnen we kiezen uit een lijst van dertig tot veertig soorten, waarbij per soort een minimale zaaidichtheid is vastgesteld. Verhoudingsgewijs moet aan die minimale zaaidichtheid worden voldaan.’ In Nederland gebeurt de samenstelling van groenbedekkersmengsels procentueel en is het verplicht om minstens drie procent van een tweede soort in te zaaien. ‘Dat heeft niets meer met biodiversiteit te maken.’ In Wallonië is de regelgeving nog anders. ‘Daar deelt men groenbedekkers in naargelang de plantenfamilie’, gaat Walter Vervoort verder. ‘Men spreekt van de kruisbloemigen, vlinderbloemigen, grassen en de rest. Een mengsel bevat dan telkens één soort uit elke familie. Dat is een logische insteek met het oog op biodiversiteit.’ De verschillende wetgevingen in verschillende landen bemoeilijken wel de samenstelling van mengsels bij de zaadhuizen. ‘Vooral voor veehouders die aan de grens met Frankrijk of Nederland of zelfs de grens van Vlaanderen en Wallonië boeren, zijn die regionale verschillen moeilijk. Daarom hebben we mengsels ontwikkeld die ook passen binnen de regionale wetgeving van de buurlanden. Voor negentig procent komen onze mengsels ook overeen met de verplichMengsel van groenbedekkers kan een combinatie van grassen zijn

20

V E E T E E LT V L E E S

VV07_Groenbedekkers.indd 20

JULI

tingen die gelden in Vlaanderen, Wallonië, Nederland en Frankrijk.’

Nog geen ervaring met mengen Veel praktijkervaring is er rond de mengselkeuze nog niet. ‘Er zijn al wel een aantal combinaties getest’, stelt Annelies Beeckman van Inagro. ‘Maar dit najaar gaan we opnieuw een proef aanleggen om een aantal commerciële mengsels te testen voor de praktijk.’ Daarbij duiken verschillende vragen op die de onderzoekers beantwoord willen zien. ‘Kunnen de soorten onderling op een gelijk niveau concurreren en wat te doen met de vorstgevoeligheid van de verschillende soorten in de mengsels?’ Verder vestigt Beeckman de aandacht op de kans op het ontmengen van de zadenmengsels tijdens het inzaaien van de bodembedekker. ‘In het verleden zagen we al dat sommige mengsels beter in twee werkgangen kunnen worden aangebracht. Sommige soorten zijn moeilijk te combineren door de grote verschillen in zaadgrootte.’ Veel hangt dus af van het type zaad dat wordt gebruikt. Beeckman: ‘Ons advies is om de zaadbak regelmatig te checken tijdens het inzaaien van de bodembedekker en eventueel handmatig de zaden tussendoor te mengen.’ Praktijkervaring is er wel in Frankrijk, waar het mengen van groenbedekkers uit oogpunt van biodiversiteit al langer een vaste praktijk is. ‘Daar is ontmenging niet aan de orde’, weet Walter Vervoort. Hij denkt dat extra aandacht voor het gelijkmatig vullen van de zaadbak voldoende is. ‘Natuurlijk is het belangrijk dat veehouders voor het zaaien de machine goed afstellen. Een afdraaiproef is noodzakelijk om het gewenste resultaat te behalen.’ Ook bij zaaizaadveredelaars wordt hard gewerkt aan proefvelden voor het mixen van bedekkers. De komende maanden gaat onder meer Limagrain nog met meer uitgebreide rasterproeven aan de slag. En ook Toon Kerkhofs wijst op bijkomende teeltproeven bij Aveve. ‘Dit voorjaar hadden we al een demo uitgezaaid en op basis van die eerste proeven is al wat ervaring opgedaan’, stelt Kerkhofs. Hij wijst op ervaringen met combinaties van bladrammenas en facelia of soorten van grassen. ‘In de praktijk is het vooral belangrijk dat de combinaties in de eerste plaats voldoen aan de wettelijke vereisten voor ecologisch aandachtsgebied. Daarnaast is het de bedoeling dat ze ook in het veld een evenwichtige combinatie geven.’ l

2015

09-07-15 14:50


K E U R I N G

Jennifer, Enora, Indi en Chianti, kampioenen vrouwelijk vee

Origani, Justen en Jamiro, kampioenen stieren

Raymond Thijs mister Aldenbiesen 2015

Kien op beenwerk Fokker Raymond Thijs uit Neerpelt behaalde met slechts zeven aanmeldingen viermaal een 1a-plaats en drie kampioenstitels. De keurmeesters waren heel alert op het gebruik van de benen. tekst Guy Nantier

extra foto’s www.veeteeltvlees.be

A

ldenbiesen kende voor deze editie een heel mooie opkomst met 82 aanmeldingen, waaronder een mooie afvaardiging van de terugkerende fokstal Hoogsteyns-Skozylas uit Gerdingen en twee dieren van nieuwkomer Davy Claessens. De jonge fokker uit Stokkem behaalde een verdienstelijke 1c-plek met Imperialdochter Inne.

Als het goed is, moet het ook geschreven worden. De jeugdige juryleden, Waal Thomas Wilmet en Vlaming Jan Orinx, keurden vanaf de start en gedurende het verloop consequent op correct beenwerk, zowel op stand als in gebruik. En het ruim opgekomen publiek zag dat het goed was. De man van de match te Aldenbiesen

Tabel 1– Rubiekswinnaars fokveedag Aldenbiesen (kampioenen vetgedrukt)

categorie

naam dier

geb.datum

vader

m.vader

eigenaar,woonplaats

stieren < 10 m. Jamiro van ‘t Herent Nodulo v.d. Kleine Venne jonge stieren Justen v.d. Sluizenweg Hemin Way van Belis stieren Origani v.d. Kleine Venne vaarskalveren Kristal van ‘t Herent Jennifer van ‘t Herent jonge vaarzen Enora v.d. Kleine Venne Joni v.d. Sluizenweg Eritrese van ‘t Kookshof Empanada van ‘t Kookshof Ice Tea v.d. Sluizenweg vaarzen Indi van ‘t Herent Ginger v.d. Kleine Venne koeien Chianti van Belis bedrijfsloten stieren vaarzen koeien

14-12-2014 08-09-2014 26-06-2014 28-03-2014 18-11-2013 20-05-2015 01-12-2014 20-10-2014 06-07-2014 18-04-2014 21-01-2014 23-12-2013 17-03-2013 26-09-2012 14-08-2010

Sheriff Nodule Grommit Picadilly n.b. Attribut Adajio Or Benhur Sheriff Sheriff Adajio Adajio Machinal Heroique

Etna Graphite Orme Heroique Heros Adajio Etna Benhur Specimen Genievre Etna Notez Le Etna Rocky Galopeur

R. Thijs, Neerpelt LV Mechelmans-Baerts, Donk A. Meers-M. Peters, Millen J. Warnants, Kortessem LV Mechelmans-Baerts, Donk R. Thijs, Neerpelt R. Thijs, Neerpelt LV Mechelmans-Baerts, Donk LV Mechelmans-Baerts, Donk Hoogsteyns-Skozylas, Gerdingen Hoogsteyns-Skozylas, Gerdingen A. Meers-M. Peters, Millen R. Thijs, Neerpelt LV Mechelmans-Baerts, Donk J. Warnants, Kortessem A. Meers-M. Peters, Millen LV Mechelmans-Baerts, Donk LV Mechelmans-Baerts, Donk

was zonder de minste twijfel Raymond Thijs uit Neerpelt. Hij behaalde met slechts zeven aanmeldingen viermaal een 1a-plaats en drie kampioenstitels. Onder de drie kampioenen was Indi van ’t Herent. De Adajiodochter uit Etnadochter Ann van ’t Herent is geselecteerd voor de komende nationale keuring te Libramont en bezat daardoor te Aldenbiesen nog niet de optimale vorm. Maar dankzij haar ontwikkeling, type en vooral jeugdigheid verwees zij in de rubriekskeuring de kampioene 2014 – Izah van Tervoort (v. Germinal) van Benny Neven uit Wellen – naar een tweede plaats. Ook in het beengebruik was Indi de betere. In de finale kreeg de telg van Thijs de voorkeur boven Ginger van de Kleine Venne (v. Machinal) van de familie MechelmansBaerts uit Donk. Ginger showde minder scherpte in de vleesbelijning van de achterhand en bezit zwaarder botwerk.

Gouden combinatie De paring Adajio met moeder Ann van ’t Herent blijkt voor Thijs een gouden combinatie te zijn. Zo pakte hij ook het kampioenschap bij de vaarskalveren met de vijf maanden oude Jennifer van ’t Herent, de complete, rastypische volle zus van Indi. Ook de familie Mechelmans-Baerts uit Donk was bijzonder succesvol te Aldenbiesen met vier 1a-prijzen en twee kampioenstitels. Vooral de kampioene bij de jonge vaarzen – Enora van de Kleine Venne – liet mooie indrukken na. Deze dochter van Or du Beaujeu beschikte over de beste, droge benen van de vijf finalisten, heeft ontwikkeling en bezit enorm veel fijnheid in bot en huid. Die fijne vleeskwaliteiten maakten het grote verschil met haar meest geduchte concurrente in de finale, Eritrese van ’t Kookshof (v. Sheriff) van de familie Hoogsteyns-Skozylas. Eritrese was wel de betere ten opzichte van Enora in staartimplanting en in de breedte van de rugbespiering. l

V E E T E E LT V L E E S

VV07_Aldenbilzen.indd 21

J U L I

2 0 1 5

21

09-07-15 12:00


B E D R I J F S R E P O RTA G E

Henk Visscher heeft 1,3 inseminaties nodig om blonde drachtig te krijgen

Erve Wiecherdinck Dankzij een vruchtbare veestapel haalt Henk Visscher heel goede resultaten met ki bij zijn blonde d’Aquitaines. Zo kan hij bovendien voor elke koe de allerbeste stier kiezen.

Fokken begint met goede koefamilies Bijna de hele blonde d’Aquitaineveestapel van Henk Visscher Dalfsen

Aantal dieren: 95 Aantal kalvingen per jaar: 35 Aantal hectares: 22,5 ha grasland, 5 ha natuur

P

ure ontspanning noemt Henk Visscher zijn blonde d’Aquitaines. Overdag zit hij op kantoor in Zwolle, in zijn vrije tijd loopt hij tussen de veestapel van zo’n 95 dieren. ‘Een ander gaat naar voetbal, ik naar de koeien.’ Op Erve Wiecherdinck wordt al jaren vee gehouden. Henks vader molk ooit koeien, waarna het kruislingvleesvee zijn intrede deed en Henk zo’n 25 jaar geleden uiteindelijk besloot om zich helemaal te gaan richten op de blonde d’Aquitaine. Bij Roelof van de Berg kocht Visscher ‘voor een hoop geld’ de tweejarige Fantastic, een dochter van Acteur en de gelauwerde Franse kampioenskoe Ula. Om de aankoop rendabel te maken werd de koe veelvuldig gespoeld en met succes. ‘Gemiddeld leveren dieren uit deze fami-

22

stamt af van Ula, de veelvuldig bekroonde Franse kampioenskoe die in 1989 naar Nederland kwam. De sterk fokkende koefamilie zorgt bovendien voor een vruchtbare veestapel. tekst Alice Booij

lie wel veertien embryo’s per spoeling.’ Uiteindelijk bestaat nagenoeg de hele veestapel uit Ula’s, wat resulteert in vijf preferente koeien in de veestapel. ‘Dat zegt wat over de fokkracht.’ De vleesveehouder laat meteen een van de pronkstukken zien: Bounty (v. Mars 1). Ze heeft zeven keer gekalfd en tien kalveren gegeven.

Sterke vruchtbaarheid De vruchtbaarheid is een echte kwaliteit van de veestapel, die voor bijna honderd procent drachtig wordt van ki. De resultaten die Visscher uit VeeManager van CRV haalt, imponeren: gemiddeld heeft Visscher 1,3 inseminaties nodig om een koe of pink drachtig te krijgen, de tussenkalftijd bedraagt 370 dagen en vanaf 30 dagen na kalven begint hij al te inse-

mineren. ‘Dan is de kans op dracht groter. Wanneer de koeien volop melk produceren, dan kun je soms een hele tijd geen tochtigheid zien.’ De pinken insemineert hij op 33 maanden leeftijd. ‘Eerder lag die leeftijd hoger, maar ik heb gemerkt dat de blondes die op jongere leeftijd kalven ook een prima ontwikkeling halen.’ Voorwaarde is dan wel het gebruik van een pinkenstier. ‘Ik gebruik nog wel eens sperma van oude stieren waarvan ik zeker weet dat die gemakkelijke geboorten geven. Het afkalfgemak is bij blondepinken wel een punt van aandacht, ze moeten wel een goede start krijgen door een gemakkelijke kalving.’ Als een van de belangrijkste succesfactoren bij het halen van deze mooie resultaten noemt de veehouder mineralen. ‘Het

V EV E TE E ET LE TE VL TL V E EL SE E OS K JTUOL BI E 2R 0 1 25 009

VV07_BedrijfWiecherdinck.indd 22

09-07-15 15:11


Alle koeien houden hun hoorns

Dankzij ki voor elke individuele koe de beste stier

wordt onderschat hoe belangrijk het bijvoeren van mineralen is.’

Gesteriliseerde zoekstier Het ‘geheim’ achter dit ki-succes is de gesteriliseerde zoekstier, geeft de vleesveehouder aan. ‘Dat werkt perfect, hij wijst als het ware de tochtige koeien aan.’ Momenteel loopt er niet zo’n ‘verklikker’ rond en probeert Visscher het op te lossen met activiteitenmeting. ‘Dat werkt bij de blondes echter niet goed genoeg.’ Als de koe tochtig is, zet de vleesveehouder de koe vast, waarna de inseminator zijn werk kan doen. ‘We halen alle koeien twee keer per dag naar binnen’, geeft hij aan. ‘Het weiland grenst aan de stal, dus dat kost geen moeite. Ik voer ze wat bij met mineralen en mais, dus ze zijn gewend om vast te staan.’ Nog een groot voordeel van de ki is dat Visscher gerichte paringen kan maken. ‘Ik zoek dus ook echt bij elke koe de beste stier. Voor een kleine, brede koe bijvoorbeeld zoek ik een stier met maat.’ Karakter (‘dat zit in de familie’), benen (‘ze moeten toch veel kilo’s dragen’), bespiering (‘ze komen uiteindelijk allemaal bij de slager terecht’) en ook de melkproductie neemt hij bij de selectie

Dagelijks wordt de kudde bijgevoerd in de stal

mee. ‘De melkproductie bepaalt de kwaliteit van de zoogkoe: hoe meer melk, hoe beter de kalveropfok.’ Hij voegt bovendien toe dat hij graag wat ‘aparts’ gebruikt. ‘Stieren die iedere fokker gebruikt, gebruik ik juist niet.’ Naast Exon, Valseur en Leo komt nu ook Fromant in het vat. Visscher vindt de koefamilie achter de stier van groot belang. ‘De beste stieren komen uit goede koefamilies.’

Oude stieren Bij de inseminatie gebruikt Visscher ook altijd nog Ferrari, een Dizierzoon die hij zelf heeft laten springen en waar hij rietjes van heeft ingevroren. ‘Hij is een goede bevruchter.’ Ondanks dat de stier al ruim twintig jaar dood is, merkt de vleesveehouder dat de nakomelingen in het koppel van gemiddeld 85 punten nog prima mee kunnen. ‘Al komen ze op oudere leeftijd in de hoogtemaat wat tekort. Qua massa en ontwikkeling kunnen ze prima mee.’ ‘Hoogtemaat is mooi voor de keuring, maar voor mij in de stal hoeven ze zeker geen 1,60 meter te zijn’, geeft de veehouder nog aan. En de kleur? ‘De kleur is een modeverschijnsel. De ene keurmees-

ter wil meer wit, de ander wil donker, nu is het weer een tarwekleur die populair is. Zelf heb ik niks met kleur.’

COT zorgt voor pr ‘We verzorgen ze goed, maar verwennen ze niet’, luidt het motto op Erve Wiecherdinck. ‘De jeugdgroei proberen we wel zo veel mogelijk te benutten.’ Daarom worden er tussen half juli en half september ook geen kalveren geboren. ‘De koeien geven dan minder melk, omdat de kwaliteit van het gras terugloopt.’ In alle andere maanden worden er wel kalveren geboren, die dan zo’n vijf tot zes maanden bij de koe blijven. De laatste periode gaan de kalveren op stal en worden ze twee keer per dag met hun moeders verenigd die nog in de wei lopen. ‘Om zo soepel te spenen.’ De meeste stieren verkoopt Visscher voor de fok, in het begin ook via het centraal opfokstation COT. ‘Dat is vooral belangrijk voor de pr van je stal’, zegt hij en benoemt meteen ook een nadeel. ‘De kosten zijn erg hoog, je praat zo over duizend euro per stier. Het is echter voor fokkers een groot voordeel dat er een goede prijszetting is. Daar heb je in de handel weer gemak van.’ l

VEV E TE EE ET LE TE VL TL V E EL SE E OS K JTUOL BI E 2R 0 1 25 0 0 9

VV07_BedrijfWiecherdinck.indd 23

23

09-07-15 15:13


HIGH T E CH

B O E R E N

Automatisering en sensoren helpen elke vierkante meter grond beter te benutten

Hightech grasen maisteelt Automatiseren en sensortechnieken zorgen rondom het management van de koe al voor heel veel data en dus verbetermogelijkheden. Komende jaren zal de techniek ook opgang vinden op het land. Voor een meer efficiënte bemesting en verhoging van de opbrengst. Het zal veehouders helpen hun gras- en maisland als akkerbouwerland te bewerken. tekst Alice Booij

S

atellietbeelden, drones, veriscans, gps en gewassensoren. Het zijn technieken die voor veehouders over een jaar of drie standaard zijn, voorspelt WURonderzoeker Idse Hoving. ‘Het past in het streven naar precisielandbouw.’ Hij signaleert dat veehouders meer inzicht willen hebben in wat er op het land gebeurt. ‘Ze boeren op gevoel, maar willen het onderbouwen met cijfers en willen meer sturen.’ Dankzij verschillende technieken en koppelingen met computermodellen ontstaan praktische adviezen die rendement opleveren, weet Hoving. ‘Ik denk dat deze technieken helpen om een opbrengstverhoging van tien tot vijftien procent te halen.’ Na de stal en de koe krijgt ook het land te maken met automatisering en sensoren. Bodemsensoren zijn beschikbaar om de pH-waarde te meten om zo een taakkaart te maken waarmee de loonwerker heel specifiek binnen het perceel kan bekalken. Er zijn sensoren die het bodemvocht meten of de bodemverdichting in kaart brengen. Met gewassensoren, zoals satellieten en drones, is de biomassa te bepalen en dus de opbrengst van een perceel. Het zijn allemaal technieken die helpen bij de precisielandbouw waarbij elke vierkante meter moet renderen. Herman Krebbers van DLV Plant ziet de aandacht voor automatisering op het land toenemen. En dat begint bij ‘kleine’ tech-

24

V E E T E E LT V L E E S

VV07_high tech boeren.indd 24

JULI

nieken die inmiddels praktijkrijp zijn, zoals het automatisch sturen van machines met gps-techniek, wat in de maisteelt opgang maakt. Het maiszaad kan zo een werkgang na het bemesten, precies tussen twee rijen drijfmest, gezaaid worden. ‘Om zo met minder mest dezelfde of meer opbrengst te halen’, noemt Krebbers het voordeel. Hij somt nog enkele toekomstige mogelijkheden van gps op: het variabel toedienen van gewasbeschermingsmiddelen, van meststoffen en van zaaigoed. ‘Je kunt zelfs bedenken dat de zaaimachine een keus kan maken uit twee rassen, afhankelijk van het perceel en de bodem.’

Animo voor opbrengstbepaling Ook de geautomatiseerde opbrengstbepaling is praktijkrijp en wint aan populariteit. ‘Dankzij sensoren op opraapwagens en hakselaars en weegcellen op oogstwagens is het mogelijk.’ Krebbers signaleert dat in navolging van de akkerbouw ook de veehouderij meegaat in deze nieuwe ontwikkeling. ‘Voorlopers stellen steeds meer vragen.’ Onder andere of ze die informatie over opbrengst en kwaliteit ook kunnen meenemen in een bedrijfsspecifieke derogatie. ‘Wanneer je meer gras met goede gehalten teelt, zou je ook meer moeten kunnen bemesten’, denkt Krebbers mee. ‘Het is voor veehouders een belangrijke reden om met nieuwe technieken aan de slag te gaan.’

Luchtfoto genomen in het voorjaar met een multispectrale camera waarop in roodtinten de biomassa is weergegeven. Hoe roder, hoe meer biomassa. De blauw-groene tinten zijn verharde of onbegroeide gedeelten (bron: Alterra)

Maar ook financieel is het de moeite waard, rekent hij voor. De verschillen in opbrengst op maisland kunnen oplopen tot wel dertig procent, zo blijkt uit metingen de afgelopen jaren. ‘Wanneer de prijzen voor voer hoog worden, wil je als teler weten hoe je van elf naar achttien ton droge stof per hectare kunt komen.’ Een belangrijk argument om slimme technieken te gebruiken om de maisteelt te verbeteren. ‘Je praat al gauw over 500 tot 600 euro per hectare meer opbrengst.’

2015

07-07-15 13:07


Kans voor loonwerkers Door de opbrengstgegevens te koppelen aan percelen is er al een mooie basis gelegd om de productiviteit in kaart te brengen en daarmee te zoeken naar verbeterpunten. ‘Ik zie hier een kans voor loonwerkers. Die kunnen deze data verzamelen en aanbieden aan hun klanten’, adviseert Krebbers, die momenteel veldproeven doet met de ‘pasture reader’ om de grasopbrengst eerst te bepalen en daarna te controleren met het wegen van het kuilgras. ‘Als de metingen kloppen met de wegingen, is zo’n pasture reader voor loonwerkers een goede investering. Ze koppelen de data van het maaien aan gps, zodat de klant de opbrengst per perceel precies weet.’

Hij voegt er wel aan toe dat zo’n actie ook vraagt om een vervolgactie. ‘Een teeltadviseur kan meekijken en adviseren, als veehouder moet je er dan ook wat mee doen. Dus zones met een lagere productie analyseren op oorzaak en maatregelen treffen. Dat vraagt wel kennis van de bodem en rendementsverbetering met maatregelen als doorzaaien, grondverbetering, drainage of ontwatering.’

Toekomst voor drones Voor de toekomst ziet de DLV’er mogelijkheden voor hightech in ontwikkeling, zoals drones, de onbemande vliegtuigjes met camera die op afstand te besturen zijn. ‘Daarmee kun je de hoeveelheid biomassa voorspellen en bijvoorbeeld het ei-

witgehalte. Daarmee zou je heel goed het optimale oogsttijdstip kunnen bepalen.’ Het zal nog wel even duren voordat dit praktijkrijp is, verwacht Krebbers. ‘Wanneer je gaat maaien, moet je eerst goed weer hebben en dan de loonwerker organiseren. Ook nog een vlucht met een drone inpassen om het beste moment te bepalen maakt het veel te omslachtig.’ Ook BLGG AgroXpertus speelt in op de behoefte naar meer informatie. ‘We willen de relatie leggen tussen bodemkengetallen en de opbrengst en kwaliteit van kuilvoer’, omschrijft productmanager Arjan Reijneveld. ‘We zien dat bodems met een hoger organischestofgehalte en een hogere fosfaattoestand ook de percelen zijn die het meeste opbren-

V E E T E E LT V L E E S

VV07_high tech boeren.indd 25

J U L I

2 0 1 5

25

07-07-15 13:07


HIGH T E CH

B O E R E N

In twintig minuten scant de UAV zestig hectare

Loonwerker Christel Thijssen: ‘Data helpen bij precisielandbouw’ Hij is de eerste loonwerker in Nederland die met een zogenaamde UAV, een Unmanned Aerial Vehicle, gewassen van zijn klanten kan ‘scannen’. ‘Veel veehouders kijken me raar aan als ik erover vertel, ze denken dat het alleen voor akkerbouwers van belang is’, aldus Christel Thijssen uit Nieuwehorne. Een UAV heeft maar één propeller, een drone heeft wel vier tot twaalf propellers, vertelt Thijssen over zijn nieuwste aankoop: een onbemand vliegtuigje. ‘In twintig minuten kan hij zestig hectare scannen’, aldus de loonwerker. ‘Met de multispectrale camera brengen we onder andere de biomassa, dus de opbrengst van percelen, in beeld en koppelen dat via Google Maps aan percelen. Daarmee kan een teeltadviseur specifiek advies geven over bemesting, grondverbetering en dus opbrengstverhoging.’ De loonwerker heeft inmiddels de benodigde diploma’s en vergunningen in huis

26

V E E T E E LT V L E E S

VV07_high tech boeren.indd 26

JULI

om met de UAV te mogen werken. ‘Als je deze vliegtuigjes commercieel gebruikt, moet je aan de eisen voldoen van de commerciële luchtvaart.’ De eerste interesse voor de eBee, zoals zijn UAV heet, komt uit de akkerbouw, maar voor elk gewas is het interessant, geeft Thijssen aan. ‘Ook voor gras. Als veehouder zie je niet dat het gewas vooraan drie centimeter korter is en achteraan drie centimeter hoger. Het verschil is wel opbrengst.’ Ook voor maisteelt ziet hij in de toekomst kansen voor het gebruik van de UAV. ‘Tussen het zaaien en het oogsten van mais zit zo’n vijf maanden. Met de UAV doe je al aan opbrengstmeting en kun je eventueel nog bijbemesten halverwege het seizoen.’ Afgelopen jaren deed Thijssen ervaring op met zijn Veris-bodemsensor die pH, doorlaatbaarheid en het organischestofgehalte op perceelsniveau meet. ‘Ook dat is een apparaat waarmee je de opbrengst ver-

hoogt en de benutting verbetert.’ Hij denkt dat een opbrengstverhoging per perceel tussen vijf en acht procent mogelijk is. ‘Er zijn stukken in een perceel die misschien wel dertig tot vijftig procent minder opbrengst leveren. Die halen wij eruit. Het is dan aan de teler om er wat mee te doen.’ Voor professioneel gebruik gelden de eisen van de commerciële luchtvaart

2015

07-07-15 13:08


gen. Het bevestigt het belang van de bodemvruchtbaarheid.’

Satellietbeelden Nieuwe technieken helpen om kuilen te koppelen aan percelen en zo een analyse te maken van bodemkwaliteit, bemesting en hoeveelheid. Zo biedt BLGG veehouders met de Groeiscan satellietbeelden aan van de percelen. ‘We leggen vijf jaar opbrengsten over elkaar heen en dan kun je echt wel iets zeggen over de productiviteit’, noemt Reijneveld als voorbeeld. ‘Het is de eerste stap naar precisiebemesting.’ Meer informatie vraagt echter ook om een strategie, noemt hij als vervolg. Wat doe je met percelen die onder het gemiddelde scoren? Als je bijvoorbeeld het organischestofgehalte wilt verhogen, vraagt dat een lange adem, geeft Reijneveld aan. ‘En dat kost ook nog eens stikstofgebruiksruimte. Bodemverbetering is niet eenvoudig met de huidige normen.’ Als veehouder kun je dan ook kiezen voor efficiëntie op de korte termijn. ‘De beste percelen meer bemesten omdat daar ook de meeste opbrengst afkomt’, aldus Reijneveld. ‘De vraag is dus: investeer je als teler in de bodemvruchtbaarheid of juist in de beste percelen?’ Hoving heeft geen twijfel over de introductie van de technieken en sensoren. ‘De vraag die er echter meteen achteraankomt, is: hoe kan ik daar als veehouder wat mee?’ De data moeten omgezet worden naar een advies. ‘Je wilt niet terugkijken, maar voorspellen, je wilt van bedrijfs- naar perceelsniveau werken en van dag tot dag weten wat de opbrengst en voederwaarde is van gras- en maispercelen. Dat vraagt om een integraal adviessysteem. Hier is een plan voor uitgewerkt, maar het vraagt nog wel om behoorlijke inspanning voordat dit operationeel is.’ Een voorbeeld dat inmiddels succesvol operationeel is, heeft hij trouwens ook: BeregeningsSignaal van ZLTO, een online programma dat per perceel adviseert wanneer en hoeveel er beregend moet worden. ‘De gebruiker geeft de percelen en de gewassen aan, Buienradar houdt het weer bij en slimme software zorgt ervoor dat je als teler bericht krijgt wanneer je moet beregenen.’ Ook voor grasopbrengsten ziet Hoving zo’n ontwikkeling komen. ‘Dan krijg je een app met het advies om te gaan weiden of te gaan maaien: er staat genoeg gras en de weerberichten zijn goed. Het vraagt weinig inspanning en je hebt elk moment inzicht in wat er op het veld gebeurt. Zo kijk je gericht en weet je wat je moet doen. Daar valt winst te halen.’ l

Opbrengst van elk perceel mais bepaald ‘Wat kan ik ermee?’, was de reactie van een aantal klanten van loonbedrijf Jansen Wijhe op de opbrengstkaarten van de maispercelen. ‘Inmiddels vinden de meesten het heel nuttige informatie.’ De afgelopen twee jaar stuurde Jansen Wijhe de opbrengstkaarten standaard naar zijn klanten, vertelt Carl Gubbels. ‘Zodra de techniek nauwkeurig is, maken we er een betaalde dienst van.’ Voor grasland is deze service nog niet beschikbaar. ‘De stroom gras door de hakselaar is niet zo constant als mais, dat moeten we nog verfijnen.’ Op de maishakselaar meet het bedrijf de opbrengst en het drogestofpercenta-

ge en geeft dat weer in een opbrengstkaart. ‘We zitten er minder dan drie procent naast’, aldus Gubbels, die een voorbeeld noemt van aangekochte mais die ook over de weegbrug ging. ‘Op de 1100 ton hadden we 10 ton verschil.’ Zijn ervaring leert dat goede mais altijd meevalt in opbrengst. ‘En de opbrengst van slechte stukken wordt overschat.’ Op basis van bodemmonsters maakt de loonwerker ook bodemkaarten, om plaatsspecifiek de bodem te bekalken, het organischestofgehalte te verhogen of kunstmest en mineralen aan te brengen. ‘Zo maken we bodemverbetering en opbrengstverhoging mogelijk.’

Overzicht van de maisopbrengst en het drogestofpercentage op een perceel, die zijn bepaald en gemeten op de maishakselaar

47,0-77,1 t/ha (0,28 ha) 43,1-46,9 t/ha (0,96 ha) 41,6-43,0 t/ha (0,82 ha) 38,7-41,5 t/ha (1,46 ha) 35,6-38,6 t/ha (0,93 ha) 29,5-35,5 t/ha (0,95 ha) 4,20-29,4 t/ha (0,25 ha)

Taakkaart van hetzelfde perceel na bodemonderzoek voor de benodigde kalk per hectare 800,00 kg/ha 700,00 kg/ha 600,00 kg/ha 500,00 kg/ha 400,00 kg/ha 300,00 kg/ha 200,00 kg/ha 100,00 kg/ha 0,00 kg/ha

V E E T E E LT V L E E S

VV07_high tech boeren.indd 27

J U L I

2 0 1 5

27

07-07-15 13:08


V O E R

V O O R

V L E E S B O E R

GD geeft digitaal leverbotalert Met de nieuwe kosteloze digitale leverbotalert van de Nederlandse Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) blijven Nederlandse veehouders op de hoogte van het actuele leverbotrisico. De kosteloze digitale alertmeldingen geven aan of er in de omgeving een verhoogd risico is op leverbot. Hieraan is een gericht, tijdgebonden advies gekoppeld. De leverbotalert is ontwikkeld door GD

Parafilariose veroorzaakt bloedende knobbels in de flanken en in de nek

In Oost- en West-Vlaanderen werden in april en mei gevallen van parafilariose bij volwassen melkvee en vleesvee gemeld. Dit zijn de eerste gerapporteerde gevallen van parafilariose bij runderen in Vlaanderen. Parafilariose is een parasitaire ziekte veroorzaakt door de nematode Parafilaria bovicola. De infectieuze larven van deze rondworm worden overgedragen via vliegen en veroorzaken meestal tussen maart en mei bloedende knobbels, voornamelijk in de flanken en in de nek. Het dier zelf ondervindt weinig last. Parafilariose zorgt voornamelijk voor economische schade, die bestaat uit afkeuring van het vlees. In 2009 werd een eerste geval van parafilariose gemeld in Vlaanderen bij een drie jaar oude Belgisch witblauwe dekstier. Het dier was afkomstig uit Wallonië, waar datzelfde jaar de parasiet als endemisch aanwezig was vastgesteld. Ziekteverschijnselen werden toen op 76 Waalse bedrijven vastgesteld. Nu blijkt de parasiet zich dus ook in Vlaanderen gevestigd te hebben.

VV07_VVVB.indd 28

V E E T E E LT V L E E S

Met een nieuwe alert geeft GD kosteloos actuele informatie over leverbot

Antibioticagebruik gestegen

Parafilariose gerapporteerd

28

in samenwerking met NZO en LTO om leverbot beter te monitoren en beheersbaar te maken. Een ruwe schatting van GD geeft immers aan dat een derde van de Nederlandse rundveebedrijven risico loopt op een besmetting met leverbot.

JULI

In 2014 is in België het gebruik van antibiotica in de diergeneeskunde gestegen met 1,1 procent, na de substantiële daling van 6,5 procent de twee jaren daarvoor. Bij de meest belangrijke antibiotica voor de volksgezondheid gaat het om een stijging van 3,2 procent. Zo meldt het kenniscentrum AMCRA. Tegen 2020 moet in de veeteelt een vermindering van 50 procent van het totale antibioticagebruik behaald worden en een vermindering van 75 procent van de meest belangrijke antibiotica voor de volksgezondheid. Het kenniscentrum AMCRA vraagt de overheid daarom om extra middelen in te zetten voor de databank die het gebruik op elk Belgisch veebedrijf moet registreren. Deze zou voor eind 2016 operationeel moeten zijn voor alle voedselproducerende dieren. AMCRA roept de overheid ook op een juridisch kader te scheppen dat als stok achter de deur kan fungeren voor hardleerse veehouders.

Belgische databank voor registratie antibioticagebruik zou tegen 2016 operationeel moeten zijn

Vruchtbaarheid gesekst CRV sperma stijgt Veeverbeteringsorganisatie CRV meldt een verbetering van de vruchtbaarheid van SiryX, gesekst sperma, met 3,1 procent. De toegenomen vruchtbaarheid is te danken aan verbeterde technieken om sperma te seksen. ‘Doordat de vruchtbaarheid van SiryX met 3 procent is gestegen, ligt die nu nog slechts 7 procent onder die van conventioneel sperma. De vruchtbaarheid gaat dus richting die van conventioneel sperma’, stelt Sijne van der Beek, manager global product management bij CRV. Vruchtbaarheid SiryX 3 procent omhoog

2015

09-07-15 14:51


E C O N O M I E

Toeslagprijzen

Veeprijzen

B RON: WAGE NI NGE N UR L I VE S TO CK RE S EA R C H ( N L . )

ST IER EN Tabel 1 – Energie- en eiwittoeslagprijzen rundveevoeders (in eurocenten, excl. btw)

30 juni 2015

5,5

tendens

12,1 97,1 13,7 82,9

5,0 euro/kg koud geslacht excl. btw

kvem kg dve-toeslag kvevi kg dve-toeslag

B R ON : V E E MA R K T B R U G G E ( B .)

S 2014

4,5

S 4,64

4,0

E 3,99

E 2014

U 3,32

R 2014

R 3,04

U2014

3,5 3,0 2,5 2,0

minimum-/maximumprijs 1

5

K O EIEN 5,0

10

15

20

25 30 week

euro/kg koud geslacht excl. btw

B RON: LEI- W UR ( NL . )

Tabel 2 – Prijsmonitoring van rundvee naar rundvlees Nederland

maart 2015 april 2015 tendens

40

45

50

B R ON : V E E MA R K T B R U G G E ( B .) minimum-/maximumprijs

4,5

Prijsmonitoring

35

S 2014

S 4,41

4,0

E 3,94

E 2014

U 3,32

U 2014

3,5 3,0

R 2,79

2,5 R 2014

index API af-boerderij

index PPI verwerking

index CPI consument

137,90 137,60

108,50 108,90

107,90 109,50

2,0

1

5

10

15

20

25 30 week

35

40

45

50

Voor de meest actuele veeprijzen: ga naar www.veeteeltvlees.nl

Vleesprijsindex B R ON : F OD -E C ON OMIE ( B .) 120

vereenvoudigde ratio referentieratio (18 m.) ondergrens bovengrens

110 100

2005 = 100

90

80 70 60 50 40 ‘06 ‘07 ‘07 ‘08 ‘08 ‘09 ‘09 ‘10 ‘10 ‘11 ‘11 ‘12 ‘12 ‘13 ‘13 ‘14 l‘14 i15 jul jan jul jan jul jan jul jan jul jan jul jan jul jan jul jan ju me maand/jaar

V E E T E E LT V L E E S

VV07_VVVB.indd 29

J U L I

2 0 1 5

29

09-07-15 14:51


C O L O F O N

AGENDA Keuringen en prijskampen 1 augustus: 1 augustus: 7 augustus: 16 augustus: 6 september: 7 september: 11-13 september: 12 september: 13 september: 18-20 september: 2 oktober: 7-9 oktober: 17 oktober: 9 december: 12 december: 12 december:

Franse bazadaisekoe rustig kauwend op wat hooi Foto: Kristina Waterschoot

COLOFON VeeteeltVlees is een uitgave van CRV BV en verschijnt maandelijks.

redactie

hoofdredacteur Guy Nantier redactie Jorieke van Cappellen, Annelies Debergh, Inge van Drie, Florus Pellikaan, Jaap van der Knaap en Ivonne Stienezen fotografie Harrie van Leeuwen, Kristina Waterschoot bureauredactie Mirjam Braam (chef), Lieke van den Broek, Ingrid Sevenster, Rogier van der Weiden vormgeving André Fris, René Horsman, Esther Onida aan dit nummer werkten verder mee Alice Booij, Tijmen van Zessen hoofd uitgeverij Rochus Kingmans

redactie-adres

Nederland: postbus 454, 6800 AL Arnhem, telefoon 026 38 98 800 Vlaanderen: Van Thorenburghlaan 14, 9860 Oosterzele, telefoon 09 363 92 11 fax 09 363 92 06 E-mail veeteelt@crv4all.com

Grote Prijs Keukens Redant Vleesveekeuring Oogstfeest Stroe Veeprijskamp witblauw te Zevendonk Prijskamp witblauw te Beveren Witblauwregiokeuring Centraal te Geffen CRV-fokveedag witblauw te Leuven Nationale keuring charolais te Le Mans (Frankrijk) Nationale herefordkeuring te Dalfsen PBBBB-keuring witblauw Limburg te Mesch Nationale keuring blonde d’Aquitaine te Saint Gaudens (Frankrijk) Nationale keuring witblauw te Tulsa, Oklahoma (Verenigde Staten) Nationale keuring limousin te Clermont-Ferrand (Frankrijk) NVM te Zwolle Agribex nationale keuring witblauw te Brussel Agribex nationale keuring limousin te Brussel Agribex nationale keuring blonde d’Aquitaine te Brussel

Ve i l i n g e n 26 september: 29 oktober: 26 november:

COT-veiling te Laren RJ Interlim-veiling te Lanaud (Frankrijk) Veiling Blonde Génétique te Casteljaloux (Frankrijk)

Beurzen, studievergaderingen, demodagen 15-18 september: 26-27 september: 27-28 september: 7-9 oktober: 8-13 december:

Landbouwbeurs Space te Rennes (Frankrijk) Internationale Werktuigdagen te Oudenaarde Biovakbeurs BioXpo te Brussel Sommet de l’Elevage te Clermont-Ferrand (Frankrijk) Landbouwbeurs Agribex te Brussel

abonnementsprijs/jaar

Nederland en België € 47,60, overige landen € 92,40. In combinatie met abonnement op vakblad Veeteelt € 10 korting. Prijzen excl. 6% btw. Abonnementen zijn gebaseerd op kalenderjaar en worden jaarlijks in februari gefactureerd. Opzegging is mogelijk per kwartaal. Bel voor opgave van een abonnement: België: VRV-klantendienst (078 15 44 44) Nederland: CRV-klantendienst (088 00 24 440) E-mail klantenservice.nl@crv4all.com

advertentie-afdeling

Jannet Fokkert, Willem Gemmink, Froukje Visser postbus 454, 6800 AL Arnhem telefoon (+31)(0)26 38 98 820 fax (+31)(0)26 38 98 824 E-mail advertenties@crv4all.com

illustraties/foto’s

De foto’s zijn van de eigen fotodienst van Veeteelt. Uitzonderingen zijn foto’s van OS Limousin (4), KI Samen (5), DLV Plant (Herman Krebbers) (25), Aveve (18, 19, 20), Jansen Wijhe (27) en DGZ (28).

VOORUITBLIK

F o k k er ij en keu r in g en Augustus (27 augustus) – In het augustusnummer is er volop aandacht voor de zomerkeuringen. De redactieploeg brengt in woord en beeld de nationale keuringen Belgisch witblauw, blonde d’Aquitaine en limousin in het Belgische Libramont alsook de Nederlandse vleesveekeuring te Enter. De fokwaarden in het Belgisch-witblauwras krijgen tradtiegetrouw einde juli een update. Zijn er stijgers en dalers? Zijn er nieuwkomers? In het komende nummer een overzicht van alle relevante fokwaarden in tabellen, voorzien van commentaar.

Overname van artikelen is alleen toegestaan na toestemming van de redactie. Hoewel aan de samenstelling van de inhoud de meeste zorg is besteed kan door de redactie geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor mogelijke onjuistheden of onvolledigheden. Alle auteursrechten en overige intellectuele eigendomsrechten ten aanzien van (de inhoud van) deze uitgave worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij CRV B.V. c.q. de betreffende auteur. Artikelen uit VeeteeltVlees mogen uitsluitend verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden na schriftelijke toestemming van CRV. Druk: Senefelder Misset Doetinchem ISSN 1570-3312

30

V E E T E E LT V L E E S

VV07_Agenda.indd 30

JULI

2015

09-07-15 16:08


A N D E R S

V E E T E E LT V L E E S

VV07_AndersBekeken.indd 31

B E K E K E N

J U L I

2 0 1 5

31

07-07-15 12:20


Hoe haal ik meer rendement?

Een goed presterende veestapel is de basis. Het is uw bron van inkomsten, uw levenswerk. Maar hoe streeft u een efficiĂŤnte groei na? En hoe houdt u de gezondheid van uw dieren op peil en de kosten in de hand? CRV helpt met advies, dienstverlening en slimme oplossingen. Zodat u snel en gericht kunt sturen op optimaal presterende dieren. De veestapel maakt het verschil, ook als u meer rendement wilt behalen. Meer weten? Bezoek www.crv4all.nl, bel 088 00 24 440 of volg ons op twitter @crv4all

016-15 Ad Vlees-branding-NL.indd 1

15-01-15 14:38


Veeteeltvlees juli 2015