Skip to main content

Veeteeltvlees april 2026

Page 1


Bioveiligheid voorop op vleesveebedrijf in West-Vlaanderen

Twee jonge boerinnen en hun stalfavoriet

Virusziekten krijgen vleugels door vectoren als knutten

blauwtong.nl

Kernfarm helpt bij blauwtong

TWEE VACCINS. ÉÉN STERKE STRATEGIE.

BLUEVAC-3: Actuele bescherming tegen BTV3

BLUEVAC BTV8: Bewezen bescherming tegen BTV8

Praktijkstudie toont aan: gelijktijdige inzet is veilig

RUBRIEKEN

5 Van de redactie

6 Fokkerijnieuws

23 CRV-coöperatienieuws

26 Managementnieuws

31 Managementnieuws

32 Marktinfo voer

33 Marktinfo vee

34 Agenda

35 CRV-bedrijfsnieuws

HOOFDARTIKEL

8 Vectoren geven virusziekten als blauwtong en EHD vleugels

REPORTAGE

12 Bioveiligheid en een gezonde veestapel staan voor de familie Deroo centraal in hun bedrijfsvoering

MANAGEMENT

16 Welke invloed heeft het klimaat op de rundveehouderij van de toekomst?

20 Hoe luchtdicht is luchtdicht?

28 Voerwijzer: aardappelen in de afmestfase best interessant

DE BOERIN

24 De stalfavorieten van Lieke Bogers en Deedry Heijmans

hoofdartikel diergezondheid

BIJ DE COVER

Kobus, de favoriet van Deedry Heijmans; een beeld dat veel vertelt.

(Foto: Carmen van Schaijik)

Michiel Deroo:

‘Vermijd dat het transport in aanraking komt met je fokdieren’

Deedry Heijmans:

‘Mensen begrijpen niet dat ze zo mak zijn. Het zijn net afgerichte honden’

Geef jij richting aan de koers van CRV?

Jij controleert de kwaliteit van melk!

CRV

zoekt een: Lid hoofdbestuur Coöperatie CRV u.a. en RvC CRV Holding BV

Het hoofdbestuur van Coöperatie CRV u.a. heeft tot taak de coöperatie te besturen en het plan Coöperatie 2030 succesvol te implementeren. Voor goed en toekomstgericht bestuur van de coöperatie zoeken we een nieuw lid voor het hoofdbestuur die ook zal toetreden tot de raad van commissarissen (RvC) van CRV Holding BV. De RvC vervult drie rollen: die van toezichthouder, raadgever en werkgever van de directie. We zoeken een strategisch gedreven bestuurder met ervaring in innovatie en met een breed netwerk binnen de rundveehouderij. CRV streeft naar een evenwichtige en diverse samenstelling van het hoofdbestuur en de raad van commissarissen. Wij nodigen nadrukkelijk kandidaten uit die bijdragen aan deze diversiteit om te reageren. De selectie vindt plaats op basis van kwaliteit, ervaring en geschiktheid.

Wat ga je doen?

• Als coöperatiebestuurder ben je, samen met je medebestuursleden, verantwoordelijk voor het besturen van de Coöperatie CRV. Je draagt actief bij aan het verdere succes van Coöperatie 2030, het plan waarin de coöperatie haar richting heeft bepaald voor de toekomst. Hierbij zoek je actief de dialoog met leden-melk- en -vleesveehouders, ledenraad en directie van CRV Holding BV.

• Naast je rol als hoofdbestuurslid van de coöperatie zit je ook in de raad van commissarissen van CRV Holding BV. Als commissaris waarborg je de belangen van alle stakeholders waar CRV mee te maken heeft. Je hebt als kerntaak een toezichthoudende en adviserende rol richting het bedrijf, maar je bent ook werkgever en sparringpartner voor de directie.

Wie ben je?

• Je bent een enthousiast lid-rundveehoud(st)er van CRV en je voelt je betrokken bij Coöperatie CRV en collega-veehouders. Lie ebberij voor fokkerij is een pre.

• Je weet als geen ander wat nodig is om strategieën succesvol te laten zijn, waarbij je in je toezichthoudende rol de juiste onderzoekende vragen weet te stellen.

• Je hebt als bestuurder of toezichthouder ervaring in relevante organisaties en voelt je comfortabel als sparringpartner van de directie van CRV, waarbij je je analytische scherpe geest continu weet in te zetten.

• Je beschikt over een sterk netwerk in de Vlaams-Nederlandse rundveehouderij en bent goed op de hoogte van (internationale) strategische, maatschappelijke en politieke ontwikkelingen in de rundveesector.

• Je beschikt over voldoende senioriteit om deze rol goed te kunnen vervullen.

• Je opleiding- en/of denkniveau is bachelor- of masterniveau.

• Ervaring in het bedrijfsleven is een pre.

Heb je belangstelling?

Stuur dan uiterlijk 24 mei 2026 je sollicitatiebrief en curriculum vitae per e-mail naar paul.bos@crv4all.com. Een uitgebreide vacaturebeschrijving vind je op www.crv4all.nl/vacatures of scan de QR-code. Neem voor meer informatie contact op met Piet Boer: +31 (0)6-22 24 32 76, of met Wanda Verdonck: +32 (0)4-78 34 91 20.

CRV is een innovatieve coöperatieve veeverbeteringsorganisatie die rundveehouders internationaal een breed portfolio aan genetica, managementproducten en dienstverlening biedt. Onze producten en diensten worden wereldwijd afgezet in meer dan 60 landen. Coöperatie Koninklijke CRV is de aandeelhouder van CRV Holding en heeft ook een zelfstandige taak als erkend stamboek in Nederland. CRV Vlaanderen vzw is het erkend stamboek in Vlaanderen.

COOPERATIE-

Het gezicht van de sector

tussen a ectie en e ciëntie

Ciska was, toen ik een jonge gast was, de mijne. Mijn stalfavoriet. Iedereen die dit woord leest, zal ook meteen een naam of een bepaald dier in zijn hoofd hebben. Dat is dus niet anders bij mij. Op de oproep om je stalfavoriet te delen op Facebook van De Boerin kwamen enkele honderden reacties. Allemaal veehoudsters of lie ebsters van koeien die een bepaald dier in hun hoofd hadden.

Ook al behoor ik niet tot de doelgroep, de oproep bracht dus ook bij mij een naam naar boven, Ciska. Zij is de koe die het verst in mijn geheugen zit, het zal ongeveer ruim vier decennia geleden zijn, maar ik zie haar nog zo voor me. Een koe met karakter, maar ook een leidster in de veestapel van mijn vader. Zij wist altijd de weg en bepaalde waar de kudde koeien naartoe liep.

Het leest allemaal misschien wat soft, maar het hoort ook bij de veehouderij. Alleen ziet de buitenwereld dat niet altijd. Dat neemt natuurlijk niet weg dat het rationele aan de kant wordt geduwd. Dat merk je ook in de verhalen van de twee jongeren met hun stalfavoriet.

Tussen a ectie en e ciëntie laveert elke veehouder, elke dag opnieuw. Er zijn zo veel keuzes die veehouders maken, rationele en emotionele, die vaak niet gezien worden. Dat blijkt duidelijk uit de andere verhalen in dit nummer. De uitdagingen voor de veehouderij zijn divers, maar ook niet altijd heel duidelijk. Niet voor de veehouder, maar ook niet voor de maatschappij. Vaak begrijpen mensen die keuzes dan ook niet, het ontbreekt hen vaak aan context of de achterliggende gedachte. Want waarom mag ik niet zomaar even het erf op lopen en naar de kal es gaan kijken? Waarom laat je de koeien in de zomer op stal? Allemaal vragen die een consument zou kunnen stellen. Maar die weet amper of niets over de gezondheidsdruk op onze dieren. Het uitleggen is niet altijd eenvoudig en vaak zal je weerwoord krijgen, of zelfs onbegrip. Maar als sector zullen we het moeten blijven uitleggen, want anders blijft men het eigen verhaal invullen. Zolang we blijven vertellen wat er achter de staldeur gebeurt, krijgt begrip tenminste een kans.

BAC Vodka van de Menningweer topper op de BAC-veiling

Pyhazoon BAC Vodka van de Menningweer werd met 6.700 euro de veilingtopper op de BAC-fokstierenveiling in Laren. Het kleine aanbod BAC-stieren stond goed in de belangstelling bij de kopers op het opfokstation. BAC Vodka van de Menningweer is geboren in stal De Menningweer in Grootschermer, het bedrijf van Menno Roelofsen. De jonge stier werd recent ingeschreven met 87 punten algemeen voorkomen en is aangekocht door Peter Wielink uit Hattem. De stier haalde in zijn testperiode een dagelijkse groei van 1.604 gram per dag.

Het tweede hoogste bod was op de veiling voor BAC Bakersfield Victor van Wim en Marrie Bakker uit ’t Harde. Deze Ronaldozoon, ingeschreven met 88 punten, realiseerde met 2.018 gram per dag de hoogste groei in de opfokperiode. Veilingmeester Adrion van Beek kon voor een bedrag van 6.100 euro de stier toewijzen aan zijn nieuwe eigenaar.

Ook twee andere stieren brachten meer dan 5.000 euro op. Het gemiddelde lag dan ook op bijna 5.400 euro. Alle genoteerde bedragen zijn exclusief btw.

Stierenveiling van Lanaud zorgt voor nieuw record

De stierenveiling voor limousin in het Franse

Lanaud leverde een nieuw record op. De jonge stier Vortex kreeg een verkoopprijs

van maar liefst 61.100 euro achter zijn naam.

Op de voorjaarsveiling werden uiteindelijk 46 limousinstieren met kwalificatie Espoir aange-

boden, daarnaast stonden er ook 47 met de kwalificatie RJ in de catalogus. Alle aangeboden stieren werden uiteindelijk verkocht.

De gemiddelde prijs bij de groep RJ was met een bedrag van 12.349 euro bovengemiddeld. Uit dit aanbod gingen veertien stieren naar een niet-Frans bedrijf.

Vortex zorgde in de groep stieren die naar een niet-Frans bedrijf gingen, voor een recordprijs.

De jonge stier werd verkocht voor maar liefst 61.100 euro.

Vortex is een zoon van Serin-RR-VS uit een dochter van Erwin. De zestien maanden oude stier showde een compleet plaatje met een sterke rug, een mooie achterhand en veel ontwikkeling in het bekken. Hij woog eind januari 654 kilogram met een dagelijkse groei van 1406 gram per dag tijdens zijn opfok op het station.

De gemiddelde verkoopprijs bij Espoir lag op 6.896 euro met een hoogste bod van 13.900 euro voor Villageois. Deze zestien maanden oude limousinstier is een Siroccozoon uit een dochter van Charmeur. Hij werd vooraf omschreven als een stier met lengte en diepte, hij showde ook fijn beenwerk.

Acht stieren uit deze groep werden door buitenlandse fokkers aangekocht.

Vortex, een jonge limousin, zorgde op de stierenveiling van Lanaud voor een nieuw record
BAC Vodka van de Menningweer met links fokker Menno Roelofsen en rechts koper Peter Wielink

Jan Geert Veldman, voorzitter stamboek Blonde d’Aquitaine Nederland:

‘Wat betreft het stamboek zou ik fokkers mee willen geven:

bezuinig niet op een goede fokstier’

Uit: De Blonde, maart 2026

125e keer Paasveetentoonstelling in Schagen

Al jaren heeft Schagen een paar weken voor Pasen een Paasveetentoonstelling. Diverse runderen nemen het dan in leeftijdscategorieën tegen elkaar op, opgesplitst in rubrieken voor fokvee en voor slachtvee. Ook in 2026 had deze traditie een vervolg met een succesvolle 125e editie.

Elk jaar nemen meer dan honderd dieren deel aan deze keuring, die aan het einde van de dag in een reeks kampioenen resulteert.

Het mooiste dier van de tentoonstelling werd, aldus de jury, uiteindelijk een jonge stier van Medio Hagenhoek. De fraaiste presentatie was voor Skerp Blom. Veehandel Patrick van den Berg presenteerde de algemeen kampioene vrouwelijk bij het slachtvee. Het bedrijf Herder-van der Poel deed dat bij het mannelijk slachtvee.

Ook bij het fokvee waren er verschillende titels te noteren. Zo won het jonge dier van Medio Hagenhoek ook bij het mannelijk fokvee van 5 tot 12 maanden. Jos en Roy Havermans wonnen in dezelfde leeftijdsgroep met een jonge vaars uit hun stal. De titels in de jongste leeftijdsgroep, tot 5 maanden, waren voor Bertil Horlings met de stierkalveren en

de familie Worp bij de vaarskalveren. Worp won ook de titel bij de dieren ouder dan 24 maanden.

Tot slot was er winst voor Albert Soede bij de

vaarzen van een tot twee jaar en opnieuw Patrick van den Berg bij de stieren van een tot twee jaar. De kampioen voor verbeterd roodbont kwam uit de stal van de familie Spronk.

Recordbedrag voor Australische angusstier

Maar liefst 235.000 Australische dollars, goed voor 145.136 euro. Dat was het finale bod voor Granite Rigde Velocity V42, een angusstier van net geen twee jaar oud. Op een veiling in Zuid-Australië kreeg de angusfokstier een recordprijs van 235.000 Australische dollars op zijn naam. Daarmee werd Velocity een van de duurste angusstieren in die regio. Het vorige record werd in 2017 gevestigd met een bedrag van 85.000 Australische dollars. De 23 maanden oude stier Velocity is een fokproduct uit een embryo met Landfall Lorenzo R1470 als vader. De jonge angusstier werd vooraf aan de veiling al geprezen om zijn sterke beenwerk, krachtige postuur met diepte en rustige karakter. Bovenal spraken zijn genetische kenmerken de kopers duidelijk aan. De kopers, fokkers uit New South Wales, willen met hun aankoop stevig investeren in topgenetica. Uiteindelijk werden op deze veiling 80 van de 83 stieren verkocht. De totale verkoop leverde de aanbieders net meer dan een miljoen Australische dollar op. Momenteel staat één Australische dollar tegenover 0,62 euro.

Angusstier Granite Rigde Velocity V42 leverde een recordbedrag op
Het mooiste dier van de 125e editie van de Paasveetentoonstelling uit de stal van Medio Hagenhoek

Schmallenberg (SBV)

Het schmallenbergvirus wordt met name door knutten overgebracht. Het werd in september 2011 ontdekt en verspreidde zich dat jaar snel in Nederland en België. Koeien kregen koorts en diarree en daalden in productie. In 2012 werden afwijkende kalveren geboren.

Vectoren geven virusziekten vleugels

Het schmallenbergvirus is blijvend in Europa aanwezig en wordt zo nu en dan gevonden bij doodgeboren of afwijkende kalveren.

Schmallenberg is niet meldingsplichtig. Er is in Nederland en België geen geregistreerd vaccin beschikbaar.

Epizootic haemorrhagic disease (EHD)

Epizootic haemorrhagic disease (EHD) is een door knutten overgedragen virusziekte van herkauwers. Buiten dieren overleeft het virus niet. Bij runderen is het ziektebeeld van EHD vergelijkbaar met dat van blauwtong.

In Europa werd EHD voor het eerst vastgesteld in 2022 op Sardinië en Sicilië. Wetenschappers gaan ervan uit dat het virus is overgewaaid uit Noord-Afrika. Inmiddels is EHD verspreid in Italië, Portugal en Spanje.

Lumpy skin disease (LSD), oftewel nodulaire dermatose, oftewel knopvelsiekte, wordt veroorzaakt door het capripoxvirus. Overdracht van virus kan plaatsvinden via onder andere speeksel, maar het wordt vooral verspreid door muggen, vliegen en teken.

Het meest typische symptoom van LSD zijn bulten over het hele lichaam. De ziekte geeft economische schade door melkproductieverlies, vermagering, onvruchtbaarheid van stieren, mastitis en sterfte. LSD duikt regelmatig op in Afrika en Azië, maar ook in het Midden-Oosten. In 2016 en 2017 was er een grote uitbraak in ZuidoostEuropa. In de zomer van 2025 werd een uitbraak van LSD bevestigd op het Itali-

In Frankrijk zijn besmettingen in noordelijke richting opgerukt tot het zuiden van Bretagne. In april vorig jaar werd in Wallonië EHD gevonden bij een uit Frankrijk geïmporteerd dier. In Nederland is EHD nog nooit aangetoond. In zowel België als Nederland zijn vaccins tegen EHD toegelaten. In België was vaccineren vorig jaar verplicht.

Melden van verdenkingen van EHD is verplicht in België en Nederland.

Lumpy skin disease (LSD)

aanse eiland Sicilië. Vier dagen later werd een besmet dier gevonden in Lombardije. En nog weer vier dagen later werd een haard gelokaliseerd in het Franse departement Savoie. Van daaruit verspreidde het virus zich verder over Frankrijk en Spanje. Voor LSD geldt in Nederland een meldplicht bij de NVWA en in België bij het FAVV. LSD is door de EU aangemerkt als een categorie A-ziekte, wat betekent dat lidstaten verplicht zijn om de ziekte uit te roeien. Zo worden op besmette bedrijven alle dieren geruimd en rond een haard beperkingszones ingesteld. Vaccins tegen het capripoxvirus mogen enkel worden ingezet om uitbraken onder controle te krijgen.

vleugels

Blauwtong (BTV)

Het blauwtongvirus wordt verspreid door knutten, maar kan ook worden overgedragen via naalden, sperma of embryo’s. Ki-stieren worden getest en alleen sperma van negatief geteste stieren komt beschikbaar. Van blauwtong (BTV) zijn wel 35 serotypen bekend. Blauwtong komt oorspronkelijk voor in onder andere Afrika en het Midden-Oosten. Begin deze eeuw werd het voor het eerst aangetoond in Europa. In Frankijk, Griekenland, Italië en Spanje circuleert BTV nu continu. In de jaren 2006 tot en met 2008 was er een grote uitbraak van BTV 8 in Noord-Europese landen, waaronder Nederland en België. In september 2023 dook BTV serotype 3 op in Nederland, een jaar later werd ook België zwaar getroffen. In 2025 bleven Nederland en België grotendeels gevrijwaard, maar in onder andere Duitsland, Engeland, Frankrijk en Luxemburg werden veel besmettingen met BTV 8 gemeld. In september 2024 werd BTV 12 in Nederland aangetoond, maar dit serotype verspreidde zich beperkt. Melden van verdenkingen van BTV is verplicht in Nederland en België.

Het blauwtongvirus hield zich afgelopen jaar in Nederland en Vlaanderen gedeisd, maar ging in buurlanden nog volop rond. In België werd voor het eerst EHD gevonden en Frankrijk, Italië en Spanje kregen met LSD te maken. We zullen met vectorziekten moeten leren leven, stellen DGZ en Royal GD.

TEKST WICHERT KOOPMAN

DBesnoïtiose

e blauwtonguitbraken in de jaren 2023 en 2024 zitten veel veehouders nog vers in het geheugen. Menigeen zal dan ook opgelucht adem hebben gehaald toen besmettingen op grote schaal afgelopen jaar uitbleven. ‘Maar dat we vorig jaar in Nederland en België nauwelijks blauwtong hebben gezien, betekent helaas niet dat het virus is verslagen. In de landen om ons heen heeft het virus wel gecirculeerd en voor zieke dieren gezorgd’, zo nuanceert Katrien van den Brink, rundveedierenarts bij Royal GD, het goede nieuws.

Knut niet besmet uit ei

Besnoïtiose wordt veroorzaakt door een eencellige parasiet. Het rund is de tussengastheer voor deze parasiet die zich verspreidt via insecten zoals stalvliegen en dazen, maar ook via teken en direct contact tussen dieren. De ziekte is nagenoeg onbehandelbaar. Besnoïtiose circuleert permanent in Zuid-Europa, maar dook de laatste jaren ook op in het midden van Frankrijk en het zuiden van Duitsland. In België werden besmettingen vastgesteld bij geïmporteerde dieren. Vermoedelijk zijn ook besmette dieren in Nederland terechtgekomen. Aankoop van dragerdieren vormt de grootste risicofactor voor de insleep van besnoïtiose. In België is onderzoek op besnoïtiose verplicht bij import uit risicogebieden. Tegen de parasiet is in Europa geen vaccin beschikbaar. De ziekte is (nog) niet aangifteplichtig in België en Nederland. Rift valley fever (RVF) is een virusziekte die wordt verspreid via muggen. Rundvee kan flink ziek worden van het virus met hoge sterftecijfers bij jonge kalveren tot gevolg en verwerpen en een verstoorde vruchtbaarheid bij volwassen dieren. RVF kan ook mensen besmetten. In Afrika komen regelmatig grote uitbraken van RVF voor, maar de ziekte is nog niet in Europa vastgesteld. Deskundigen zien RVF wel als bedreiging voor Zuid-Europese landen. RVF is een meldingsplichtige ziekte. Er zijn vaccins beschikbaar, maar deze zijn nog niet geregistreerd in Europa.

Rift valley fever (RVF)

De blauwtongdeskundige noemt meerdere mogelijke verklaringen voor het feit dat het virus zich hier afgelopen jaar gedeisd hield. ‘Het blauwtongvirus verspreidt zich via knutten, kleine vliegende en stekende insecten. Knutten komen niet besmet uit het ei. Dat wil zeggen dat ze eerst in contact moeten komen met een besmet dier voordat ze andere dieren kunnen besmetten’, legt ze uit. ‘Daarnaast was het voorjaar van 2025 droog, waardoor de omstandigheden voor knutten om zich te vermeerderen ongunstig waren.’

Belangrijker nog is volgens Van den Brink het effect van immuniteit in de hele rundveepopulatie. ‘In Vlaanderen was vaccinatie tegen blauwtong type 3 en 8 vorig jaar verplicht. Dat zorgde voor een buffer en ook in Nederland lieten veel veehouders hun dieren vaccineren tegen serotype 3. In combinatie met opgebouwde antistoffen als gevolg van veldbesmettingen in 2023 en 2024 leidde dit tot een grote hoeveelheid van antistoffen in de populatie’, legt ze uit.

Groepsimmuniteit daalt

Eva Van Mael van Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) onderschrijft de analyse van haar Nederlandse collega. De gunstige situatie in 2025 betekent volgens de dierenartsen echter niet dat veehouders een nieuw knuttenseizoen zorgeloos kunnen afwachten.

Vectoren plagen beperkt risico’s

Voor zover vaccins beschikbaar zijn, is vaccinatie de meest sen te remmen. Maar veehouders kunnen meer doen om besmettingsrisico’s te beperken.

Bioveilig handelen

Import van dieren uit besmette gebieden is een belangrijke risicofactor voor de insleep van virussen. Dieren kunnen een besmetting met zich meedragen, maar er kunnen ook besmette insecten met dieren meereizen. Vermijden van importen uit risicogebieden is dan ook de meest effectieve maatregel om insleep te voorkomen. Isoleren en testen van ingevoerde dieren op het aankomstbedrijf beperkt het risico.

Ventileren

Knutten hebben een hekel aan wind. In open, goed geventileerde stallen is het risico op besmetting lager dan in dichte stallen. Ventilatoren zorgen voor extra luchtverplaatsing en maken het knutten extra moeilijk om slachtoffers te maken.

Schoon werken

Insecten zoals knutten vermeerderen zich in een vochtige omgeving met organisch materiaal. Beperken van vervuiling met mest en plassen water vermindert het aantal broedplaatsen.

Insecticiden

Insecticiden doden insecten en verminderen in theorie dus het risico op besmettingen. Maar uit onderzoek blijkt dat inzet van pour-on insecticiden en geïmpregneerde oorflappen weinig effectief zijn.

Opstallen

Voor diverse vectorvirussen vermindert opstallen het risico op besmetting. Zo werd in onderzoek naar de verspreiding van blauwtong in Nederland vastgesteld dat dieren op stal minder vaak besmet werden dan dieren in de wei. Opstallen is vooral effectief in de uren voor zonsondergang als insecten het meest actief zijn.

‘Blauwtong is zeker niet weg’, waarschuwt Van Mael. ‘In de buurlanden Duitsland, Frankrijk en Luxemburg gingen de virustypes 3 en 8 afgelopen jaar nog volop rond. Daarbij zal de groepsimmuniteit zowel in de Belgische als in de Nederlandse populatie langzaam afnemen, onder andere door een toenemend aantal jonge dieren dat nooit is geënt of met het virus in aanraking is geweest. Daarbij geldt in België dit jaar geen vaccinatieplicht meer en is er ook geen financiële vergoeding van de overheid.’

Zowel DGZ als GD roepen veehouders dan ook op om vaccinatie tegen blauwtong ook dit jaar serieus te overwegen. ‘Vaccinatie is de beste preventieve maatregel die een veehouder kan nemen tegen de effecten van een blauwtonginfectie. Gevaccineerde dieren worden minder ziek en gaan minder vaak dood als gevolg van een besmetting’, legt Van den Brink uit. Een tankmelktest op antistoffen geeft volgens haar een goede indicatie van de immuniteit tegen het virus van de melkkoeien op een melkveebedrijf. Zo kan een vee-

houder een inschatting maken welk gedeelte van de melkgevende dieren beschermd is en welk gedeelte nog niet.

Type 8 groter risico

De dierenartsen adviseren veehouders die willen vaccineren tegen blauwtong, dit zo snel mogelijk te doen. ‘Het duurt enkele weken voordat immuniteit is opgebouwd en deze is enkele maanden na vaccinatie het hoogst. Dieren zijn maximaal beschermd als de piek in immuniteit gelijk valt met de piek in besmettingsdruk’, legt Van Mael uit. ‘De kwetsbaarste groep is het jongvee dat afgelopen jaar niet is gevaccineerd. Maar ook bij gevaccineerde dieren zorgt een boostervaccinatie voor extra bescherming’, geeft de dierenarts aan. Vaccineren tegen blauwtong type 8 heeft wat haar betreft dit jaar prioriteit. ‘Blauwtong type 8 circuleerde vorig jaar volop in Duitsland en Frankrijk en er waren ook al enkele besmettingen in Wallonië’, vertelt ze. Vaccins tegen type 3 en 8 moeten afzonderlijk worden toegediend, maar uit onderzoek in de praktijk blijkt dat bij de vaccins die vorig jaar in Vlaanderen waren toegelaten, beide vaccinaties zonder complicaties tegelijk kunnen worden gegeven. Veehouders die meer informatie willen over de veiligheid van het combineren van blauwtongvaccins, kunnen er het best naar informeren bij de fabrikant.

Opmars EHD vooralsnog gestopt

Blauwtong is zeker niet het enige virus dat via een vector wordt overgedragen en een bedreiging vormt voor de gezondheid van de Nederlandse en Vlaamse rundveestapel. Zo maakt sinds 2022 het epizootic haemorrhagic disease (EHD)virus een gestage opmars vanuit het zuiden van Europa. Inmiddels is EHD opgerukt tot het zuiden van Bretagne. Door de aanleg van een bufferzone van gevaccineerde dieren van het noordwesten naar het zuidoosten van het land heeft de Franse overheid verdere verspreiding van het virus naar het noorden vooralsnog kunnen voorkomen. Maar zekerheid biedt deze maatregel niet, reden voor de Belgische federale overheid om vaccineren tegen EHD afgelopen jaar te verplichten en te vergoeden. ‘Deze buffer beschermt ook Nederland’, merkt Van den Brink van GD op. ‘Tot nu toe is hier nog geen EHD vastgesteld en in België bleef besmetting beperkt tot één, vanuit Frankrijk geïmporteerd dier.’ De manier waarop EHD afgelopen jaar in België werd geïntroduceerd, benadrukt volgens de dierenartsen van DGZ en GD het belang van waakzaamheid bij de import van vee. Zo is isoleren en testen van dieren uit besmette gebieden op het aankomstbedrijf verplicht. ‘We roepen veehouders bovendien op zeer alert te zijn op verdachte ziekteverschijnselen en bij een verdenking direct contact op te nemen met de bedrijfsdierenarts’, benadrukt Van Mael. ‘Hoe eerder we een besmetting in beeld hebben, hoe sneller we kunnen ingrijpen om de verspreiding onder controle te krijgen.’

Draaiboeken

LSD liggen klaar

Waakzaamheid is zeker geboden voor de vorig jaar opnieuw in Europa geïntroduceerde virusziekte lumpy skin disease (LSD). ‘De impact van deze ziekte kan heel groot zijn’, zegt Van den Brink. ‘LSD is in de EU aangemerkt als een categorie A-ziekte, wat onder andere betekent dat bij een besmetting op een bedrijf de hele veestapel wordt geruimd en beperkings- en toezichtzones rond de haard worden ingesteld. Bovendien is preventief vaccineren tegen LSD niet toegestaan. Vaccins mogen enkel in noodsituaties worden ingezet om uitbraken in te dammen’, legt ze uit.

Vaccinatie is de meest effectieve maatregel om de verspreiding van vectorvirussen te remmen

De Belgische en Nederlandse overheden nemen de dreiging van LSD dan ook zeer serieus. Na uitbraken van de ziekte werden bedrijven die dieren uit besmette gebieden hadden geïmporteerd, geblokkeerd en pas weer vrijgegeven na gunstige testuitslagen. Mocht LSD uitbreken, dan liggen draaiboeken klaar en is een voorraad noodvaccins beschikbaar.

DGZ en GD beschouwen de import van dieren uit besmette gebieden vooralsnog als grootste risicofactor voor de insleep van nieuwe vectorvirussen. Maar zelfs als importen volledig worden gecontroleerd, is de opmars vanuit het zuiden moeilijk te stuiten. Veel knutten zijn zo klein dat ze honderden kilometers kunnen meereizen met de wind. ‘Het is niet voor niets dat vectorvirussen van het Afrikaanse continent Europa binnenwaaien via de eilanden Sicilië en Sardinië’, vertelt Van Mael. Daarbij zorgt klimaatverandering in onze omgeving voor mildere winters en een langer vectorseizoen. Voorkomen dat nieuwe vectorziekten België of Nederland binnenkomen, kunnen we volgens de dierenartsen dan ook niet. Maar de sector kan wel maatregelen nemen om de risico’s op verspreiding te minimaliseren, benadrukken ze. Dit begint bij bewustwording. l

Samenvatting

– Blauwtong serotype 3 en 8 ging afgelopen jaar in buurlanden nog volop rond.

– Vanuit Frankijk vormen EHD en LSD een bedreiging voor de gezondheid van de Vlaamse en Nederlandse rundveestapel.

– Vaccinatie is de meest effectieve maatregel om de verspreiding van vectorvirussen af te remmen en de gevolgen van besmettingen te beperken.

– Door klimaatverandering kunnen vectoren zich makkelijker verspreiden en handhaven.

– Met bioveilig handelen en alert reageren op symptomen kan de sector het risico op uitbraken minimaliseren.

Bioveiligheid als fundament voor gezonde veestapel

De familie Deroo uit Zwevezele kiest resoluut voor een gesloten bedrijfsvoering, waarbij sensoren en ki de rol van de dekstier hebben overgenomen. Vaccinatie en strikte hygiëneprotocollen zijn op het bedrijf geen extraatjes, maar noodzakelijke investeringen.

TEKST WIM VEULEMANS

AMEER FOTO’S OP WWW.VEETEELTVLEES.NL

l generaties lang heeft de familie Deroo in het WestVlaamse Zwevezele een rundveebedrijf. In 1992 stapten Michiel en zijn vrouw Betty in het bedrijf van zijn ouders. Acht jaar later namen ze het bedrijf volledig over.

‘Toen we het overnamen, was het een bedrijf met melkvee en vleesvee voor de afmest’, vertelt Michiel. ‘Maar ik wilde toch liever overschakelen naar een gesloten bedrijfsvoering.’ En zo kreeg ook de fokkerij een plaats in de vleesveetak.

Sinds 2021 zit zoon Wout mee in de maatschap en het plan is dat ook zijn vrouw Laura mee in het bedrijf stapt. Momenteel omvat het bedrijf zowel een vleesveetak als een melkveetak, gecombineerd met akkerbouw die volledig in het teken

staat van de ruwvoerproductie voor het vee. Michiel Deroo is daarnaast ook voorzitter van de sectorvakgroep vleesvee en kalveren bij Boerenbond en bestuurder van de coöperatie Vlaams Hoeverund.

Sensoren in plaats van stieren

Die gesloten bedrijfsvoering is voor de familie Deroo bijzonder belangrijk. In 2019 vertrokken de laatste dekstieren van het bedrijf en sindsdien zijn er geen dieren meer aangekocht. Die keuze had voor Michiel Deroo twee redenen. ‘Bij dekstieren is het toch vaak alles of niets. Al zeker met vruchtbaarheid’, verduidelijkt hij. ‘Zeker in 2019 had de hete zomer een enor-

me impact op de vruchtbaarheidsresultaten van onze dieren.’ Daarnaast wijst hij ook op de veiligheidsrisico’s van werken met stieren, maar nog meer hadden de gezondheidsrisico’s bij de aankoop van vee invloed op het besluit.

‘We gebruikten toen ook al sensoren van CowManager bij het melkvee’, vertelt Michiel. ‘Dat werkte zo goed dat we die ook bij het vleesvee zijn gaan toepassen. Op die manier konden we de tocht, de voeropname en de gezondheid ook bij deze dieren monitoren. En dat in combinatie met ki gaf ons ook meer grip op de werkplanning.’ Tussen de 10 en 12 maanden krijgen alle vaarzen een sensor in hun oor en dat blijft zo tot bij de tweede drachtcontrole. ‘De sensoren zijn niet alleen nuttig voor de vruchtbaarheid, vaak signaleren ze ook problemen voor je ze zelf gezien hebt’, pikt Wout in. ‘Denk maar aan pootproblemen als mortellaro of stinkpoot, die je ook bij vleesvee wat vaker ziet opduiken.’

Vanwege het streven naar economisch rendabele dieren krijgen gewicht en vroegrijpheid bij de stierkeuze veel aandacht. Bovendien kiezen ze bewust voor bewezen fokstieren, die hun fokkerijkracht al hebben getoond. ‘De liefhebberij in de fokkerij ligt bij ons vooral in het eindproduct’, verduidelijkt Michiel. ‘Een slachtrijp dier waar de consument tevreden over is, dat is het doel.’

Coöperatie mee opgericht

De gesloten bedrijfsvoering maakt ook dat alle dieren op het bedrijf afgemest worden. ‘Onze koeien gaan al jaren naar een lokale slager, die een zestig dieren per jaar van ons verwerkt. De stieren gaan via de coöperatie Vlaamse Hoeverund vooral naar Colruyt.’ In 2019 stond Michiel Deroo samen met enkele collega’s mee aan de wieg van deze coöperatie. ‘We wilden daarmee meer grip krijgen op onze afzet. We begonnen met een zevental stichtende veehouders als bestuur, ondertussen zijn we met een tachtigtal actieve leden.’

BEDRIJFSPROFIEL

eigenaren Michiel (57), Betty (61), Wout (30) en Laura (28, niet op de foto) Deroo veestapel witblauwvleesvee en red-holsteinen fleckviehmelkvee aantal kalvingen 220 grondgebruik ruwvoergewassen: gras, mais, voederbieten en spelt

afzet van vlees coöperatie Vlaams Hoeverund, lokale slager

Voor Deroo ligt de meerwaarde van de coöperatie niet alleen bij de afzet van hun producten, maar zorgt de coöperatie ook voor uitwisseling van informatie en goede praktijken en meer inzicht in de rundvleesmarkt. De consument is moeilijk te voorspellen in deze onzekere tijd, aldus de sectorvakgroepvoorzitter. ‘Hoe die zijn aankoopgedrag zal aanpassen, is moeilijk in te schatten’,

Zwevezele

Links: bedrijfseigen laarzen en kleding voor elke bezoeker

Rechts: recent investeerden ze ook in een robot

Links: ventilatoren zorgen voor koeling, maar jagen ook knutten weg

Rechts: eventuele bezoekers wordt duidelijk afgeraden de stal alleen te betreden

verduidelijkt Michiel. ‘Het is dus belangrijk scherp te blijven als veehouder. Er is zoveel informatie voor onze veehouders te rapen, maar je moet er wel tijd voor maken. Dat blijft een uitdaging voor onze sector.’

Risico op ziekte-insleep beperken

De aandacht voor bioveiligheid op dit West-Vlaamse rundveebedrijf gaat verder dan het niet aankopen van dieren. ‘Het is wel een van de voornaamste risicobeperkingen die je als veehouder kan nemen’, vertelt Michiel. ‘Zeker gezien de huidige situatie rondom ibr, is de aankoop van dieren toch een van de grootste risico’s. Het grootste gevaar schuilt immers in de overdracht van dier op dier.’

Dit bedrijf gaat echter nog verder. Overal hangen bordjes met ‘Verboden toegang voor bezoekers’. Externe bezoekers krijgen altijd laarzen van het bedrijf aan, maar het bedrijf voorziet ook eigen bedrijfskleding voor de bezoekers. ‘Vaak verloopt de virusoverdracht bij ibr via het neusslijm’, gaat Michiel verder. ‘Als die op kleding zit, is dat weer een risico dat we graag willen uitsluiten. Daarom vragen we bezoekers altijd onze lange overjassen te dragen.’

Voor de stal staat een voetbad om de laarzen nog even te ontsmetten. En ook de dierenarts heeft zijn volledig eigen bedrijfskleding op dit bedrijf.

‘De koopman van nuchtere kalveren van het melkvee blijft altijd in de auto zitten tot we aankomen met de laarzen voor hem’, gaat Wout verder. ‘De kalveren die vertrekken, staan altijd apart klaar, weg van onze kalveren die blijven voor de fokkerij. En ook de dieren die het bedrijf verlaten, bijvoorbeeld naar het slachthuis, staan altijd al klaar en worden via een aparte laadkade weggebracht nadat we ze eerst gewogen hebben. Zo komt een transporteur nooit in onze stal’, getuigt Wout. Zeker dat

laatste is een belangrijk aandachtspunt voor de veehouders. ‘Natuurlijk is eigen transport altijd beter, maar dat is zeker niet voor alle bedrijven haalbaar, daarom is het het best om te vermijden dat het transport in aanraking komt met je fokdieren’, gaat Michiel verder.

En ze gaan nog verder. Ook bij beweiding proberen ze de risico’s te beperken door in te schatten welke dieren op de aanpalende weiden lopen en door zo nodig te maaien in plaats van te beweiden.

De keizersnedestal staat vooraan het bedrijf, waardoor de dierenarts niet tussen de dieren hoeft te komen. Veel materiaal dat in aanraking komt met de dieren en al zeker met hun muil, is volledig bedrijfseigen. ‘Denk daarbij bijvoorbeeld aan een pistool om te drenchen of om bolussen in te brengen.’

Vaccineren een bewuste keuze

Tot slot is ook vaccineren een maatregel die veel veehouders kunnen overwegen om bepaalde sanitaire risico’s te beperken. Michiel Deroo beseft dat veel collega’s al hebben teruggegrepen naar vaccinatie tegen ibr, op zijn bedrijf is dat nog niet het geval geweest. ‘Je moet vaccineren toch als een investering zien in je bedrijf, maar voor ibr is het een moeilijke afweging tussen risicobeperking en je bedrijfsstatuut.’

Ventilatoren in de stallen zorgen niet alleen voor koeling in de zomer, ze creëren ook een luchtcirculatie waar muggen en knutten niet echt van houden, een bewuste keuze gericht op blauwtong. Al twee jaar vaccineert het bedrijf tegen blauwtong, type 3 en 8, en EHD. En ook nu hebben de dieren hun vaccinatie gehad. ‘We vaccineren zonder twijfel’, stelt Michiel. ‘Bij een dood dier besef je snel de omvang van het verlies, maar een rem op de groei of een lagere vruchtbaarheid bij blauwtong kost je ook heel wat’, besluit de vleesveehouder. l

Zomer betekent weidegang, een ander rantsoen en een hogere wateropname. Met extra controles op spoorelementen, drinkwater en salmonella werk je preventief aan de gezondheid van je vleesvee.

Preventieve checks voor gezond vleesvee:

• Pakket Spoorelementen

• Veedrinkwater Salmonella-onderzoek

• Drinkbakcheck

Meer informatie vindt u op: www.gddiergezondheid.nl/fit

Boeren in de greep van extremen in het weer

Het klimaat verandert altijd al, maar het tempo waarin het verandert is nu anders. Zomers worden warmer en droger en er is meer extreme neerslag. Wat is de invloed van het snel veranderende klimaat op de rundveehouderij? Wat doet het met de groei van gewassen, wat is het effect op hittestress en hoe kunnen rundveehouders hierop inspelen?

TEKST QUINTEN DEN HERTOG

Het weer is altijd al een gespreksonderwerp geweest op het boerenbedrijf, maar steeds vaker wordt het een bron van zorg. Waar seizoenen vroeger nog enigszins voorspelbaar waren, lijken extremen nu de norm te worden: lange, droge periodes worden afgewisseld met plotselinge hevige regenval.

Dat betekent niet alleen inspelen op verandering, maar vooral omgaan met onzekerheid. Het klimaat verandert namelijk niet alleen, het verandert sneller dan ooit. Daarbij is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen het weer en het klimaat. Het weer is wat er vandaag gebeurt, warm of koud, nat of droog. Het klimaat gaat over het gemiddelde weer en de variatie daarin over een langere periode. ‘Het

klimaat zegt iets over hoe vaak bepaalde omstandigheden voorkomen en hoe extreem die zijn’, vertelt meteoroloog Helga van Leur.

En dat klimaat verandert sneller dan ooit. In Nederland is de jaargemiddelde temperatuur sinds 1906 met zo’n 2,5°C gestegen, waarbij de sterkste stijging te zien is in de zomermaanden, blijkt uit cijfers van het KNMI. In België is dat sinds 1900 2,1°C, meldt het KMI. Regionaal zijn er verschillen, maar de trend is overal hetzelfde: het wordt warmer. Bovendien warmt Nederland bijna twee keer zo snel op als het wereldwijde gemiddelde. ‘De aarde is een blauwe planeet, omdat het voor 70 procent uit water bestaat. Water warmt minder snel op dan land. Wereldwijd is de bovenkant

Wat is het versterkt broeikaseffect?

Het broeikaseffect is een natuurlijk proces. Broeikasgassen zijn er altijd al en maken leven op aarde mogelijk. ‘Zonder natuurlijke broeikasgassen zou het hier ’s nachts –180 graden zijn en overdag +150 graden’, stelt meteoroloog Helga van Leur. Maar het aantal broeikasgassen dat in de atmosfeer terechtkomt, neemt tegenwoordig veel harder toe dan vroeger.

Die toename, het versterkt broeikaseffect, heeft volgens Van Leur ingrijpende gevolgen. ‘Er gaat 90 procent meer warmte de oceanen in’, legt ze uit. ‘Daardoor warmen de oceanen langzaam op en veranderen oceaanstromingen.’ De gevolgen daarvan zijn nog niet helemaal bekend, maar orka-

nen kunnen daardoor bijvoorbeeld voorkomen op plekken waar ze eerder niet voorkwamen. Daarnaast versterkt waterdamp extreme weersomstandigheden. ‘Waterdamp is brandstof voor buien’, zegt Van Leur. ‘Nattere periodes worden nog natter en drogere periodes worden droger en droger.’ Ook de poolgebieden spelen een belangrijke rol in dit proces. Door de opwarming daar kan de warme golfstroom verzwakken en zelfs stilvallen. ‘Die warme golfstroom zorgt voor ons gematigd klimaat. Als die wegvalt, komen er meer uitschieters in ons klimaat. Het wordt kouder in de winter en heter in de zomer’, weet Van Leur. Hoewel extreem weer niet nieuw is, zit het

van de zee misschien 0,8°C opgewarmd, maar het land al 2°C. Nederland bestaat vooral uit land, waardoor we sterker opwarmen dan het wereldwijde gemiddelde’, legt Van Leur uit. Opvallend is dat de tien warmste jaren allemaal in de afgelopen twintig jaar vallen. ‘De temperatuurstijging gaat veel harder dan we tot vijf jaar geleden zagen’, vertelt ze. ‘De afgelopen drie jaar schieten echt uit de voorspelde stijging. De aarde houdt meer warmte vast dan vroeger. Waar dat door komt, is nog niet precies bekend en wordt onderzocht’, vervolgt ze. Van Leur geeft als optie dat de lucht schoner is door minder uitstoot van scheepvaartverkeer, waardoor er minder deeltjes in de lucht worden gepompt die zonlicht tegenhouden.

Voor- en nadelen van temperatuurstijging

De effecten van temperatuurstijging op de rundveehouderij zijn veelvuldig. Zowel gewassen, gras als dieren reageren op hogere temperaturen. In theorie kan een hogere temperatuur de gewasgroei stimuleren, zeker in een gematigd klimaat zoals in Nederland en Vlaanderen. Het groeiseizoen begint inmiddels al enkele weken eerder dan voorheen en kan in de toekomst verder verlengen. Maar deze voordelen worden vaak tenietgedaan door extremere omstandigheden, zoals droogte, hitte en hevige neerslag, weten WUR-onderzoeker Idse Hoving en coördinator van het ILVO Expertisecentrum Landbouw en Klimaat Jonas Vandicke. Want naast verandering in temperatuur verschuiven ook de neerslagpatronen. Droge periodes worden langer en intensiever, terwijl regen vaker in korte, hevige buien valt. In neerslaggrafieken van het Belgische KMI is te zien dat droge periodes in België al gemiddeld zes dagen langer zijn dan in 1980, en dat zware neerslag van 20 mm of meer nu twee keer zo vaak voorkomt. Toekomstscenario’s schetsen een beeld waarin droogte tegen 2050 drie keer zo vaak voorkomt, met mogelijk enorme schade voor de landbouwsector. ‘De groei van gras en andere voedergewassen is sterk afhankelijk van een samenspel van factoren’, begint Hoving. ‘In het voorjaar en najaar kan de groei juist toenemen door een combinatie van hogere temperaturen en voldoende bodemvocht, maar in de zomer verhoogt het risico op een verminderde groei. Zo groeit gras bij temperaturen boven de 25

verschil volgens de meteoroloog in de frequentie. ‘Het gaat er niet om of het voorkomt, maar hoe vaak.’ Van Leur legt uit dat de veranderingen, waaronder een instabieler en minder voorspelbaar klimaat, met onder meer hevige regenval, orkanen, droogte en bosbranden, zo snel gaan dat de ecosystemen moeite hebben om zich aan te passen en dat is een groot probleem. Het versterkt broeikaseffect heeft overigens niks te maken met de stikstofproblematiek, benadrukt Van Leur. ‘Dat is een ander verhaal en heeft vooral effect op de stikstofverbindingen in de natuur, waardoor de bodem zuurder wordt en de biodiversiteit verschraalt.’

graden nauwelijks, zeker op zandgronden die sneller opwarmen dan klei- of veengronden. Tegelijkertijd zorgt een hogere temperatuur voor een hogere verdamping, waardoor vochttekorten sneller ontstaan.’

Waterbeheer wordt volgens Hoving daarom steeds crucialer. De vraag naar irrigatie zal naar verwachting toenemen, terwijl de beschikbaarheid van zoet water onder druk staat. ‘Gletsjers drogen op, waardoor tijdens droge periodes de aanvoer van water in rivieren behoorlijk belemmerd kan worden. Beperkte wateraanvoer legt grote druk op grondwater en waterbeschikbaarheid’, legt Hoving uit. Het kan bovendien het probleem van verzilting in de kustgebieden vergroten. Door dalende zoetwaterniveaus komt zout water daar aan de oppervlakte. ‘De roep om watervasthoudende maatregelen wordt groter. We moeten kijken hoe water zo effectief mogelijk kan worden vastgehouden.’ Oplossingen zoals waterbassins bieden deels uitkomst, maar hebben volgens ILVO-klimaatcoördinator Vandicke ook nadelen, bijvoorbeeld doordat ze de aanvulling van grondwater beperken. WUR-onderzoeker Hoving ziet vooral kansen in een gebiedsgerichte aanpak. ‘De mogelijkheden op bedrijfsniveau zijn beperkt, zeker als er geen oppervlaktewater beschikbaar is. Maar op regioniveau kan er op gebied van waterbeheer echt nog wat verbeterd worden. Tot nu toe was beleid erop gericht dat iedereen ontzien werd. Want zo’n aanpak kan in de lagere gedeeltes van een gebied voor vernatting zorgen. Daardoor blijven initiatieven om water vast te houden op pilotniveau hangen, maar wordt er nog niet doorgezet op gebiedsniveau, terwijl dat wel nodig is om op grote schaal meer water beschikbaar te krijgen.’

Een gezonde bodem met voldoende organische stof kan volgens de experts het verschil maken. Vandicke: ‘Zo’n bodem werkt als een spons: het kan water vasthouden in droge periodes en overtollig water opnemen bij hevige regenval.’

Keuze van gewas en ras

Daarnaast is de keuze van het gewas en het ras belangrijk. Tropische gewassen zoals snijmais en sorghum kunnen volgens Hoving goed omgaan met temperaturen boven de 25 graden. Bij voldoende vocht blijven ze productief, terwijl gras het dan laat afweten. En wintergranen zijn vroeg in het

voorjaar bij voldoende beschikbaarheid van vocht productief. De niet-tropische, reguliere gewassen die vooral midden in het groeiseizoen productief zijn, krijgen het volgens hem lastiger. Beregenen is een optie, maar geeft niet altijd het gewenste effect. Hoving: ‘Snijmais gaat heel gunstig om met extra toegevoegd vocht, maar op basis van data van Agroinnovatiecentrum De Marke zagen we dat het effect van beregening op de opbrengst van beweid grasland minimaal was. De effectiviteit van beregenen hangt echt heel erg af van het tijdstip waarop je extra water geeft. Ben je net iets te laat, dan loop je achter de feiten aan. Je beregent dan niet om de groei te bevorderen, maar om gras in stand te houden zodat vee nog wel het land in kan.’

Dat betekent overigens niet dat grasland in de toekomst uit het rantsoen verdwijnt. De rol van gras blijft volgens Hoving en Vandicke belangrijk, mede vanwege het hoge eiwitgehalte en de rol van de koe als herkauwer. Daarbij is permanent grasland voordelig voor koolstofopslag en de bodemkwaliteit en dat is weer gunstig voor het beperken van klimaatverandering. Tegelijkertijd wordt grasland kwetsbaarder voor droogte en hitte. Dit kan leiden tot een verschuiving richting meer vruchtwisseling en het gebruik van droogtetolerante gewassen, zoals rietzwenkgras en grasklavers, verwacht Hoving. Zo ziet hij dat het door hitte en droogte lastiger wordt om grasland lang in de benen te houden. ‘In ZuidFrankrijk is er al bijna geen blijvend grasland meer, doordat het in de zomer afsterft. Zo ver is het hier nog niet, maar we moeten er wel rekening mee houden dat blijvend grasland het vooral op droge zandgronden lastiger krijgt wanneer lange droge perioden vaker voorkomen.’

De toenemende variatie in weersomstandigheden zorgt er bovendien voor dat opbrengsten minder voorspelbaar worden. ‘Een gemiddeld jaar met gemiddelde regenval en een gemiddelde temperatuur bestaat bijna niet meer. Er zijn jaren dat de opbrengst goed is, maar ook jaren dat de op-

WUR-onderzoeker Idse Hoving:

brengst beschadigt door extreme weersomstandigheden’, zegt Vandicke. Dat vraagt volgens hem om risicospreiding. Het aanleggen van grotere ruwvoervoorraden is daar een voorbeeld van. Hoving is het daarmee eens. ‘Door in goede jaren reserves op te bouwen en voer aan te kopen, kunnen slechte jaren beter worden opgevangen.’

Maar zelfs als de opbrengst goed is, liggen risico’s op de loer. Hogere temperaturen vergroten de kans op broei in voer, wat kan leiden tot productieverlies. Praktische maatregelen zoals het gebruik van broeiremmers en vaker kleinere hoeveelheden voeren, kunnen dit volgens Vandicke beperken. Houd ook rekening met uitspoeling, roept Hoving op. ‘Op het moment dat je minder gewasproductie hebt, maar wel bemest, ontstaat er vooral op het gebied van stikstof en nitraat een overschot. Dat resulteert in het najaar en de winter in uitspoeling.’ Beregenen speelt hier een positieve rol in. ‘We zien dat wel of niet beregenen in een droog jaar een enorme verschil maakt in stikstof- en nitraatresidu.’

Van 400 naar 1900 uur hittestress

Ook dieren ondervinden de gevolgen van een warmer klimaat. Een combinatie van hoge temperaturen en luchtvochtigheid leidt tot hittestress bij rundvee, en die combinatie komt steeds vaker voor. Vandicke: ‘Door hogere temperatuur ontstaat meer verdamping uit zeeën en oceanen. Die waterdamp verhoogt de luchtvochtigheid. Vochtige warmte slaat meer op je adem dan droge hitte.’

In een risicoanalyse van Wageningen University & Research (WUR) komt naar voren dat bij een Temperature-Humidity Index (THI) van 68, een maat voor het aangeven van hittestress, de voeropname van melkvee afneemt met 4 procent en de melkgift met 3 procent daalt, evenals vruchtbaarheid en het eiwitgehalte in de melk. In het huidige klimaat zijn er al tientallen dagen per jaar waarop koeien risico lopen op hittestress en dat zal naar verwachting sterk toenemen. ‘In 2025 waren er ongeveer 40 dagen waarop de THI boven de 68 uitkwam. In een droog en warm klimaatscenario kan dat oplopen tot 75 dagen in 2050 en zelfs 110 dagen in 2100. In de nattere scenario’s blijft het aantal beperkter, rond de 60 dagen’, vertelt WUR-onderzoeker Sverre van Klaveren, die meewerkte aan de analyse.

‘Nog duidelijker is het aantal uren dat vee aan een combinatie van een hoge temperatuur en een hoge luchtvochtigheid wordt blootgesteld. In droge scenario’s kan dat stijgen van ongeveer 400 uur in 2025 naar 850 uur in 2050 en zelfs 1900 uur richting 2100’, vervolgt hij. De economische impact is aanzienlijk. ‘We verwachten dat dit elke tien jaar een paar tot tien procent van de melkopbrengst kan verminderen en daarmee landsbreed enkele honderden miljoenen euro’s schade kan geven’, stelt Van Klaveren.

Maatregelen om hittestress te beperken zijn deels praktisch van aard, zoals ventilatie, verneveling, isolatie en het aanpassen van voermomenten. Maar voor de lange termijn is een bredere aanpak nodig. Denk aan stalontwerp, waarbij rekening wordt gehouden met zoninstraling en ventilatie, en aan rassenkeuze. Vandicke ziet bijvoorbeeld al dat er wordt gekeken naar kruisingen met rassen die beter bestand zijn tegen

klinkt alsof het geleidelijk

De vier klimaatscenario’s van het KNMI

In 2023 schetste het KNMI vier scenario’s over het toekomstige klimaat in Nederland. Deze scenario’s laten zien hoe het klimaat kan veranderen, a ankelijk van hoeveel CO2 er wereldwijd wordt uitgestoten en of het in Nederland droger of juist natter wordt. Dat levert vier mogelijke situaties op:

– hoge uitstoot met verdroging (Hd-scenario)

– hoge uitstoot met vernatting (Hn-scenario)

– lage uitstoot met verdroging (Ld-scenario)

– lage uitstoot met vernatting (Ln-scenario).

De scenario’s met veel uitstoot laten de veranderingen zien als de uitstoot van broeikasgassen tot 2080 in het huidige tempo blijft stijgen of als het klimaat heftiger reageert dan verwacht op een minder hoge uitstoot. Het wordt in Nederland dan gemiddeld veel warmer. Hittegolven komen vaker voor en worden zwaarder. De winters worden natter en er vallen veel vaker zware buien in de zomer. Ook stijgt de zeespiegel dan heel snel.

Figuur 1 – Het verloop van de jaargemiddelde temperatuur in de Bilt tot nu toe en volgens de vier KNMI-klimaatscenario’s (bron: KNMI)

klimaat Ld

Figuur 2 – Percentage jaren met extreem weer in het huidige klimaat en volgens de vier KNMI-klimaatscenario’s rond 2100 (bron: KNMI)

In de scenario’s met weinig uitstoot zijn de veranderingen minder groot. Deze gaan ervan uit dat landen zich houden aan het Klimaatakkoord van Parijs. De temperatuur stijgt dan minder hard en hitte neemt minder toe. Winters worden wel iets natter, maar niet extreem. Ook nemen zware buien en droogte toe, maar in mindere mate. De zeespiegel blijft ook stijgen, maar minder hard dan in de situatie met een hoge uitstoot.

Het verschil tussen de scenario’s is groot. Bij een hoge uitstoot kan de aarde tegen het einde van deze eeuw wereldwijd ongeveer 4,9°C warmer zijn. Bij weinig uitstoot is dat ongeveer 1,7°C. Het is niet zeker welk scenario uitkomt. Volgens het KNMI laten de scenario’s met weinig uitstoot zien wat we minimaal kunnen verwachten.

Eén trend is in alle scenario’s wel zichtbaar: de zomers in Nederland worden droger en de winters natter. In de droge scenario’s blijven de winters relatief mild nat, terwijl de zomers sterk uitdrogen. In de natte varianten daarentegen nemen de neerslaghoeveelheden in de winter juist fors toe, terwijl de zomers slechts licht droger worden. Of het droge of natte scenario toekomst wordt, is nog onduidelijk. ‘Noord-Europa wordt natter, Zuid-Europa wordt droger. Wij zitten in het midden, dus het kan beide kanten op schieten’, legt meteoroloog Helga van Leur uit.

warme klimaten, zoals de zeboe. ‘In plaats van hitte wegwerken, moeten we op de lange termijn ook nadenken over de robuustheid van de koeien zelf’, vindt hij.

Zorgen voor flexibiliteit

Ondanks alle veranderingen zijn Nederlandse en Vlaamse rundveehouders volgens Hoving niet onvoorbereid. ‘Veel klimaatadaptieve maatregelen maken al lange tijd deel uit van de bedrijfsvoering, zoals het inkuilen van gras en de flexibiliteit om te schakelen tussen weiden en opstallen. Die flexibiliteit wordt in de toekomst nog belangrijker’, geeft hij aan. ‘Een klimaatbestendig rundveebedrijf neemt maatregelen op het gebied van waterbeheer, bodembeheer, gras en weidegang, teeltmanagement, gewaskeuze, ruwvoermanagement, rantsoen, huisvesting en diermanagement. Klimaatverandering klinkt alsof het geleidelijk verloopt en iets van

de langere termijn is, maar je moet juist op korte termijn kunnen reageren. Ik heb het liever over klimaatvariatie.’ Toch is er volgens Vandicke een grens aan wat aanpassing kan bereiken. ‘Klimaatadaptatie is een druppel op de gloeiende plaat als we over de hele wereld niet minder broeikasgassen uitstoten. Uiteindelijk blijft het verminderen van klimaatverandering de meest effectieve manier om de impact te beperken. Hoe minder snel het klimaat verandert, hoe beter de landbouw zich kan aanpassen aan wat komen gaat.’ De landbouw heeft daar een belangrijke rol in, vindt meteoroloog Helga van Leur. ‘Agrariërs hebben de sleutel in handen om ons te helpen koolstof beter vast te leggen én minder uit te stoten. De industrie kan minder uitstoten, maar niets toevoegen. De agrarische sector kan echt op meerdere vlakken van betekenis zijn. Dat is toch mooi’, aldus Van Leur. l

Hoe luchtdicht is luchtdicht?

Elke kuil vertegenwoordigt een flinke voerwaarde. Toch kan via traditionele folie ongemerkt zuurstof binnendringen, met schimmelvorming en drogestofverlies als gevolg. Nieuwe generaties meerlagenfolie met barrière-eigenschappen beloven een betere afsluiting. Wanneer is investeren in duurder plastic rendabel? En volstaat één laag of blijven twee lagen de veiligste keus?

Ruwvoermanagement heeft op veel bedrijven de aandacht. Zoveel mogelijk gras en mais van goede kwaliteit van een perceel halen en een strakke inen uitkuilstrategie zorgen voor zo min mogelijk verliezen en daarmee voor een hoge efficiëntie. In dit streven komt het afdekken van de kuilen de laatste tijd steeds vaker ter sprake: kan dat beter? Ja, zeggen de leveranciers van landbouwplastic. Waar in het verleden alleen een laag plastic met een dikke laag zand voldoende was om het kostbare voer te bewaren, is de ontwikkeling de laatste jaren naar twee lagen plastic gegaan: een onderfolie, die luchtdicht afsluit en zorgt voor de conservering, en een bovenfolie, die beschadigingen moet beperken. En ook hierbij zijn nieuwe trends te ontdekken.

Kennis uit het buitenland

Onderzoek naar kuilplastic wordt in Nederland al een aantal jaren niet meer gedaan, maar in het buitenland wel. Op Amerikaanse universiteiten gingen onderzoekers aan

de slag met de vraag: hoe krijgen we het kuilplastic 100 procent luchtdicht? Een vraag die de wenkbrauwen doet fronsen, want is plastic dan niet 100 procent dicht? Nee, antwoordt Freddie Vriend van VisscherHolland. ‘De grondstof polyethyleen wordt in landbouwplastic verwerkt en daarvan is eigenlijk al jaren bekend dat het lucht doorlaat, heel weinig, maar toch.’ Het gevolg is dat met name in de minder goed aangereden bovenlaag van de kuilen lucht binnenkomt, waardoor schimmels en gisten een kans krijgen. Declan Vogel van het Duitse bedrijf JBS geeft aan dat er door een ‘ouderwetse’ bovenfolie per vierkante meter per dag zo’n 300 suikerklontjes aan zuurstof binnenkomen. ‘Zuurstof in de kuil betekent verlies.’ Het onderzoeksinstituut DLG in Duitsland berekende dat er bij normale folie zo 4,1 kilo droge stof extra verloren gaat in de bovenste 30 centimeter van een vierkante meter kuil. ‘Bij een kuil van 12 x 50 x 2 meter is dat verlies 2400 kilo droge stof. Bedenk dat zo’n hele kuil een waarde heeft van zo’n 33.000 euro. Daarmee heb je een Skoda Octavia onder het plastic. Dat verdient bescherming.’

Barrière-eigenschappen

Producenten van kuilplastic zijn op zoek gegaan naar alternatieve grondstoffen voor het verbeteren van het plastic. Ze kwamen bij etheen-vinylalcohol terecht, ofwel EVOH. Deze grondstof wordt gebruikt in plastic voor de voedingsmiddelenindustrie, omdat het barrière-eigenschappen heeft. Deze zorgen voor een verlenging van de houdbaarheid. EVOH wordt inmiddels ook toegevoegd bij het maken van kuilplastic. ‘Het is een vrij dure grondstof’, geeft Vriend aan. ‘Het verdubbelt de prijs van onderfolie, maar veehouders zien de meerwaarde, ook omdat die folie sterker is. Bij het aantrekken druk je niet zomaar de vinger erdoor.’

Voor de bovenfolie wordt een laag met EVOH gecombineerd met andere lagen, zodat de prijs van het kuilplastic binnen de perken blijft. ‘Onze bovenfolie bestaat daarmee uit zeven lagen’, geeft Vriend aan. ‘Deze is geschikt om als enige plasticlaag over de kuil te leggen.’ Dit is een toepassing waar veel veehouders echter nog niet aan toe zijn, geeft Vriend aan. ‘Twee lagen voelt als meer zekerheid.’

Het is een afweging die Vogel herkent. ‘Als je zijwanden hebt met zijwandfolie of een lasagnekuil maakt, dan weet

je dat er risico is op een gaatje in het plastic’, redeneert hij. ‘Dan snap ik dat je voor twee lagen plastic kiest. In Duitsland hebben we veel losse kuilen, zonder muren en zonder zand. Dan werkt één laag luchtdicht plastic prima.’ Vriend wijst nog op het arbeidsgemak bij het werken met één laag plastic. ‘Bedrijven worden groter en de arbeid wordt op alle fronten doorgerekend, ook bij het afdekken. Daarbij zijn kuilen breder, langer en hoger. Eén laag plastic scheelt werk en dus arbeidskosten. Kun je met vier man in een uur een kuil afdekken of heb je acht mensen twee uur nodig?’, noemt hij als voorbeeld. Voor veehouders die niet zonder onderfolie willen, is er nog een alternatief: beide folies op één rol.

Dikte van folie niet meer zo relevant

Vogel geeft aan dat er al gewerkt wordt aan een folie die bestaat uit elf lagen. ‘Door verschillende grondstoffen in de diverse lagen te verwerken wordt de folie niet alleen luchtdicht, maar ook soepeler en sterker.’ De dikte van de folie, aangegeven in mu of μm (0,001 mm), is dan bij de keuze voor folie niet meer zo relevant. ‘Het gaat onder andere om de kogelvalwaarde, het gewicht waarbij de folie scheurt. We kunnen plastic maken dat zo dun is als onderfolie en toch drie maal sterker is dan een bovenfolie. De kwaliteit van de grondstoffen van het plastic is belangrijker dan de dikte.’

Wat is volgens de leveranciers de beste manier om een kuil af te sluiten? Vriend: ‘Afdekken in één laag, of toch met een onderfolie, het is maar wat veehouders willen. Met het investeren in betere kwaliteit kuilplastic houd je kwaliteit en bespaar je op arbeid.’ Vogel is helder: ‘Wanneer er met zand wordt afgedekt, is bij een pak van 50 centimeter de kuil zeker luchtdicht afgesloten. Dan maakt het type folie eigenlijk niet meer uit.’

Hij zou in geval van kuilplastic bij Nederlandse en Vlaamse omstandigheden kiezen voor een onder- en een bovenfolie en zeker kiezen voor in ieder geval één folie met EVOH. ‘Minder lucht is behoud van kwaliteit.’ Hij voegt eraan toe dat de folie een onderdeel is van het hele inkuilmanagement. ‘Direct afdekken van de kuil en niet een nacht open laten is nog belangrijker om verliezen te voorkomen. Maar met een goede folie zet je de puntjes op de i.’ l

Welke kleur plastic werkt het best: zwart of wit?

Landbouwplastic is er in vele soorten en maten en ook in verschillende kleuren. Van helemaal zwart tot helemaal wit, of met een witte, groene of een blauwe kleur op een kant. Welke kleur plastic werkt het best? Declan Vogel van JBS kan het antwoord snel geven. ‘Het maakt niet uit welke kleur de folie heeft. In Duitsland gebruiken ze veel blauw, in Nederland vooral zwart en in Oostenrijk wit. Voor de kwaliteit van het afdekken is er geen verschil. Alhoewel men denkt dat zwart warm wordt omdat het zon aantrekt, heeft de kleur geen invloed op het resultaat.’

In het buitenland komen ook andere kleuren kuilplastic veel voor, zoals wit of blauw

Boost de weerstand van jouw

Disselvering met dwarsbladveren Geverfde of gegalvaniseerde

vleesvee komende periode met Optimin Beef

Ontwikkeld ter aanvulling van vleesveerantsoenen voor:

• een betere vruchtbaarheid

• het versterken van de immuniteit bij ziekte, hittestress

• verbeteren van de vleeskwaliteit

www.joskin.com

• de hogere behoeftes van zoogkoeien aan het einde van de dracht

met een zeer hoog niveau vitamine E en Selenium

17 cm “gelijk met de grond” systeem en volledig te openen achterdeuren

KNZ® BEURSACTIES RMV GORINCHEM

Optimin Beef nr 474 is verkrijgbaar in zakgoed via het Agrarisch Aveve center in jouw buurt en inmengbaar in onze vleesveevoeders. Meer informatie op www.aveveagrarisch.be

Het eerste melkpoeder speciaal ontwikkeld voor Witblauw kalveren!

Bezoek onze stand op de RMV-beurs, gooi een dartpijl prijzen. Maak bovendien kans op het winnen van een Ontvang een KNZ deurmat bij bestelling van minimaal en een prachtige KNZ reiskoffer bij een bestelling van 30 KNZ likstenen. We zien u graag in Gorinchem! stand

Benut het groeipotentieel van uw lammeren maximaal met:

Starmilk Evolution 50+

Ga voor een gezonde opfok

• Voor goede spierontwikkeling van uw lammeren; een hoge maar veilige groei zonder vervetten.

Starmilk Elvor HP BWB

• Tot 250 g/d extra dagelijkse groei

• Met alle toegevoegde mineralen en sporenelementen zoals kobalt.

• Volledig dekken van de Energie- en Eiwitbehoeftes = Meer weerstand

• Optimaal en vroeger spenen

• Voeradvies na spenen 150 -250g per dag gericht op een groei van 2kg per week.

Uw melkpoederexpert

Informeer naar onze dealeradressen, vraag naar VOERWAARTS bij uw dealer of bestel via HOBBYFARMING.NL (vanaf 250kg totaal) of 123voer.nl (per zak)

BEZOEK ONS OP DE AGRIBEX-BEURS - Hal 7 Stand 7102

• 100% zuiveleiwitten • 21,5% ruw eiwit

VOERWAARTS.N L Tel. 0315 23 00 83 • info@voerwaarts.nl

Jean-François Lericq +32 (0) 484/11.86.38 jf.lericq@starmilk.be www.starmilk.be

Leden kiezen nieuwe regiobestuurders

naam woonplaats

regio Noord

Menno Jensma Engwierum

Karsten Bolhuis Haren (Gr.) regio Oost

Bernhard Binnendijk Witharen

Jan de Groot Kamperveen

Ben Knoef Geesteren (Ov.)

Isa Lammersen Haaksbergen

Gerke Wunderink Vorden

regio Mid-West

Dirk Rooker Aartswoud

Peter van Rooijen Cothen regio Zuid

Joep Rompelberg Eijsden

René Vermunt Etten-Leur regio Vlaanderen

Bart Van Laere Bassevelde

Nieuwe stalnamen

Nevenstaande aanvragen voor stalnamen zijn in het laatste kwartaal van 2024 ingediend bij CRV Stamboek. Als veertien dagen na publicatie geen bezwaren tegen deze stalnamen zijn ingediend, krijgen deze de officiële status.

De afgelopen weken hebben alle leden van de Coöperatie CRV de gelegenheid gehad om (online) nieuwe regiobestuurders te kiezen. Omdat de regiobesturen de ledenraad benoemen, waren dit indirect ook verkiezingen voor de ledenraad. De namen en woonplaatsen van de bestuurders die zijn benoemd en herbenoemd, zijn weergegeven in tabel 1. CRV wenst de gekozen bestuurders veel succes.

In de ledenraad van maart is ook afscheid genomen van afzwaaiende bestuurders. CRV dankt hen hartelijk voor hun jarenlange inzet voor de coöperatie.

Tabel 1 – Benoemde en herbenoemde bestuurders van Coöperatie CRV

In de ledenraad is afscheid genomen van afzwaaiende bestuurders

stalnaam naam woonplaats vd Bernardhoeve Wolters Agri Service Zwolle

Hof Ter Miste F. W. M. Bomers Winterswijk Miste B.P. vof B. Poliste Dierenhouderij & zonen Markelo v Stolkse Weide vof melkveehouderij Uittenbogaard Stolwijk

Tabel 2 – Aangevraagde stalnamen in het eerste kwartaal 2026

Gregory Verlinden

Nieuwe commissaris

De ledenraad van Coöperatie CRV heeft ingestemd met het voorstel om Gregory Verlinden te benoemen tot nieuw lid van de raad van commissarissen van CRV Holding BV. Hij vervangt Freek Rijna. De raad van commissarissen (RvC) houdt toezicht op het beleid van de directie en de algemene gang van zaken binnen het bedrijf CRV. De RvC bestaat uit de vijf veehouders die samen het hoofdbestuur van Coöperatie CRV vormen. De RvC wordt aangevuld

Bijpraten op ledenavonden

In de afgelopen weken organiseerden de vleesveebestuurders van CRV in Nederland weer een drietal ledenbijeenkomsten. Ze maakten kennis met het verhaal van Patrick van den Berg van Van den Berg Vleesexperts uit Dodewaard. Zijn visie: ‘Consumenten zijn nog steeds be-

met drie commissarissen die geen veehouder zijn. De Vlaming Gregory Verlinden (57) studeerde computerwetenschappen aan de internationale universiteit van Leuven en behaalde de titel MBA aan de universiteit van het Engelse Warwick. Hij werkte in hogere managementfuncties bij grote technologie-ontwikkelaars zoals Cognizant en IBM. Zijn huidige functie is vice president of data and AI bij het internationaal opererende Vlaamse familiebedrijf Cegeka.

reid te betalen voor goed vlees, als je ze betrekt in het hele proces van boer tot bord.’ Productmanager Eric Elbers verzorgde een presentatie van het actuele aanbod van CRV. Met in totaal 160 bezoekers voorzien de ledenbijeenkomsten voor vleesveehouders nog steeds duidelijk in een behoefte.

Consumenten willen betalen voor goed vlees

Twee keer de favoriet van de stal

Lieke Bogers: ‘Vroeger maakte ik elk jaar een koeientaart voor Mina’s verjaardag’

naam Lieke Bogers (17) woonplaats Woensdrecht lievelingskoe Mina leeftijd koe 10 jaar

Op het gemengde akkerbouw-, loonwerken vleesveebedrijf van de familie van Lieke Bogers lopen zo’n 600 tot 700 Belgisch witblauwen en blonde d’Aquitaines rond. Eén koe springt er voor Lieke echt tussenuit: de witblauwe Mina. ‘Er is altijd wel een koe die aanhankelijker is en meer aandacht wil. Dat is Mina’, vertelt Lieke. ‘Ze komt altijd naar me toe en ze is een luxere koe dan de an dere koeien die bij haar in de groep ston den. Daardoor viel ze op.’

Mina is rustig, maar ook dominant en be hoorlijk eigenwijs. ‘Vroeger waste ik haar vaak. Als ik haar billen afspoelde met water, werd ze gek en begon ze te trappen. En als ik in de stal loop en er komt een andere koe naar me toe, wordt Mina jaloers en duwt ze die met haar kop aan de kant.’ Want niet alleen Mina is mak, alle Belgisch witblauwen zijn aandacht gewend. ‘Dat komt doordat we het kalf gelijk bij de moeder weghalen. We zijn veel met de beesten bezig en ik geef ze sowieso vaak een aai. Ze zijn het wel ge wend om aangeraakt te worden’, zegt Lieke. Dat vindt ze overigens niet altijd even han dig, want als ze het hok in komt, komen ze in blijdschap allemaal op haar af. Lieke zit in het vijfde jaar van de middelbare landbouwschool in Stabroek, net over de grens bij Antwerpen. ‘Ik weet niet of ik na deze school nog een opleiding ga volgen. Als ik achttien ben, wil ik gewoon op het bedrijf helpen’, zegt ze. Schoolwerk brengt soms de nodige stress met zich mee, maar gelukkig is Mina altijd in voor een knuffel en een luisterend oor. ‘Als ik gestrest ben, bij voorbeeld als ik slechte punten heb gehaald of het even niet zo lekker gaat, zoek ik haar op. Met mensen praten is anders dan met

een beest, een beest vertelt niks door. Een beest is trouw.’

Mina heeft ondertussen vier kalfjes gehad, twee stiertjes en twee vaarsjes, Nina en Lina. Lieke ziet Mina’s karakter in haar dochters terug. ‘Qua karakter haal je ze er echt zo uit, qua uiterlijk lijken ze helemaal niet op elkaar’, zegt Lieke. Van alle koeien die op het bedrijf lopen, trekt ze ook meer naar Nina en

als Mina jarig was, in november, maakte Lieke zelfs een koeientaart voor haar. ‘In een emmer deed ik dan mais, krachtvoer en gras. Die emmer gooide ik op z’n kop en dan stond er een taart’, vertelt ze lachend. ‘Dat vond ik echt leuk.’

Omgekeerd speelde de koe op Liekes verjaardag een rol. Toen ze vorig jaar zestien jaar werd, versierden Liekes ouders Mina als

Elke boerin kent het wel … dat ene dier. Met dat eigenwijze karakter, of juist die rustige blik. Eentje met een verhaal, een geschiedenis, met een speciaal plekje in je hart. Deze twee boerinnen vertellen over de speciale band met hun favoriet van stal.

TEKST QUINTEN DEN HERTOG

Deedry Heijmans:

‘Mensen noemden

Kobus

een moordenaar, dat motiveerde me om hem te houden’

naam Deedry Heijmans (32) woonplaats Den Dungen lievelingsstier Kobus leeftijd stier 5 jaar

Een makkelijke start hadden Deedry Heijmans en haar stieren Kobus en Brutus niet. De dieren kwamen van een hobbyboer met Schotse hooglanders die niet wist wat hij met de stierkalfjes moest doen. ‘Mijn vader dacht dat ze wel iets voor mij waren’, vertelt Deedry, die een paardenopfokbedrijf runt. ‘Ik vond het wel leuk, maar had geen idee wat ik met twee stieren moest.’ Toch besloot ze ze te kopen. ‘Ik groeide op een melkveebedrijf op. In 2002 werden alle koeien verkocht. Van zoveel koeien naar helemaal geen heeft altijd aan me geknaagd. En stieren vind ik vaak wat mooier, meer “beest” dan koeien.’ De eerste periode verliep moeizaam. De stieren waren schuw en moeilijk benaderbaar. ‘Als ik ze aankeek, stonden ze al achter in de wei.’ Bovendien zorgden ze voor de nodige onrust. Ze ontsnapten vaak, haalden de wei overhoop en sloegen met hun hoorns.’ Na verloop van tijd moest Deedry van zichzelf kiezen: de stieren wegdoen of proberen er toch iets mee op te bouwen, zodat ze in ieder geval rustig in de wei bleven. Vanuit haar omgeving kreeg ze vooral het eerste advies. ‘Iedereen zei: doe ze toch weg, het zijn moordenaars met hun grote hoorns.’ Maar hoe meer mensen dat zeiden, hoe gemotiveerder ze werd om ze mak te maken. En dat lukte. ‘Van de ene op de andere dag kwam Kobus ineens naar me toegerend, of ik nou twee of tien keer per dag bij hem kwam.’ Kobus zoekt het meeste contact. Hij gaat zelfs voor Deedry’s voeten liggen, zodat ze bij hem kan zitten en hem kan kriebelen. Het liefst legt hij zijn kop op haar schouders.

De band tussen Deedry en Kobus redde Kobus’ leven toen hij twee jaar geleden erg ziek werd door blauwtong. Hij kon een halve

zomer niet in de benen komen en viel veel af. ‘Ik dacht: hij gaat nu toch niet door zo’n mugje het loodje leggen? Maar gelukkig is hij er helemaal bovenop gekomen’, vertelt Deedry opgelucht. ‘Het geluk was dat hij bij mij zo mak en tam is, waardoor ik hem goed kon behandelen, want tegen anderen zijn Kobus en Brutus niet zo lief. Zien ze iemand lopen, dan maken ze zich groot, zetten ze hun kop erop en beginnen ze te loeien. Komt iemand te dicht in de buurt, dan jagen ze die op een niet zo vriendelijke manier weg. De dierenarts kan er niet bijkomen. Maar bij mij zijn het net

schoothondjes.’ Dat was niet het enige moment waarop het makkelijk was dat de dieren naar Deedry luisteren. Toen ze per ongeluk de staldeur open liet staan, besloten Kobus en Brutus op avontuur te gaan. ‘Normaal gesproken blijven ze op het erf, maar er stond geen gras. De hele buurt was in rep en roer, omdat er twee stieren op straat liepen.’ Deedry sjokte de weg op, floot en de stieren kwamen gelijk naar haar toegerend. ‘Het zijn net afgerichte honden. Iedereen keek verbaasd. Ze begrijpen er niks van dat ze zo mak zijn geworden.’

EU verbiedt vleestermen voor vegaproducten

VLEES – Producenten mogen in de naamgeving van vegetarische producten in de toekomst geen termen meer gebruiken die direct naar vlees of dieren verwijzen. Algemene termen mogen nog wel. Dit is de uitkomst van een voorlopig akkoord tussen de Europese Raad en het Europees Parlement. Het akkoord is bedoeld om de positie van vleesveehouders in de keten te versterken en treedt op zijn vroegst over drie jaar in werking. In de praktijk betekenen de afspraken dat woorden als steak, borst, drumstick en bacon uitsluitend voor echt vlees mogen worden gebruikt. Algemene woorden zoals burger, schnitzel of worst mogen nog wel op vegetari-

sche producten worden geplakt. In totaal zijn 31 woorden vastgelegd die alleen voor echte vleesproducten zijn gereserveerd. De afspraken voor vegaproducten gelden ook voor kweekvlees.

In het akkoord zijn ook andere afspraken gemaakt om de positie van boeren in de keten te versterken. Zo worden producentenorganisaties beter ondersteund en wordt het verplicht om schriftelijke contracten tussen boeren en afnemers op te stellen. Het akkoord moet nog formeel worden goedgekeurd door de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement voordat het van kracht wordt. De regels gaan op zijn vroegst over drie jaar in.

Jong grasland heeft liefde nodig

De draagkracht op nieuw ingezaaide percelen valt in het voorjaar vaak nog tegen

GRAS – Een jonge grasmat heeft meststoffen nodig, maar de prille draagkracht vraagt wel om een verantwoorde behandeling. ‘Draagkracht is essentieel, dus forceer niets, maar wees niet te passief. Je moet gras wel aanjagen’, zegt Tom Niehof, productmanager voe-

dergewassen bij Barenbrug. Hij is terughoudend wanneer het gaat om een drijfmestgift toe te passen op nieuw ingezaaid grasland. ‘De jonge plantjes zijn kwetsbaar. Wees daarom voorzichtig, want als je forceert, verniel je vaak meer dan je lief is.’

Als de draagkracht geen drijfmestbemesting toelaat, pleit Niehof voor een kunstmestgift. Maar wat strooi je dan? ‘Je kunt dat het beste berekenen op basis van de onttrekking aan het gras. Eén ton droge stof aan gras met 186 ruw eiwit onttrekt in totaal 30 kilogram stikstof, 10 kilo fosfaat, 40 kilo kali en 10 kilo zwavel. Heb je klavers mee ingezaaid, dan kun je de stikstofgift halveren’, legt hij uit. ‘Als je dan uitgaat van een bemesting voor een eerste snede van 2 tot 2,5 ton – meer zou ik niet adviseren – moet je daar dus op bemesten. Op die wijze zorg je ervoor dat er genoeg

Woorden als steak, borst, drumstick en bacon mogen in de toekomst uitsluitend voor echt vlees worden gebruikt

zwavel, fosfor en kali toegediend wordt om de onttrekking te compenseren’, zegt Niehof. De productmanager voedergewassen geeft ook aan dat onkruiddruk in nieuw ingezaaide percelen altijd voorkomt. ‘Je kunt die onkruiddruk wel zo goed mogelijk proberen te managen. Daarom adviseer ik zo’n kunstmestgift vroeg in het jaar, ook als er klavers mee zijn ingezaaid. Klavers komen sowieso pas later in het jaar meer op, dus schaadt dat niet veel.’ Om de onkruiddruk te minimaliseren stelt de specialist ook dat het zaak is om het jonge gras vroeg te oogsten met een snede die niet zwaarder is dan 1500 tot 2500 kilo droge stof. ‘Dat betekent vaak dat het eerder dan de rest van het areaal geoogst moet worden. Dat kost wat extra tijd en inzet, maar om een nieuw ingezaaide grasmat te laten slagen is aandacht en liefde onontbeerlijk.’

Nieuwe kabinetsplannen stikstof: sectoren krijgen eigen emissiedoelen

POLITIEK – Het Nederlandse kabinet wil dat verschillende landbouwsectoren eigen emissiereductiedoelen krijgen voor onder meer ammoniak en broeikasgassen. Dat schrijft de nieuwe minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, Jaimi van Essen, in een Kamerbrief. In de brief ontvouwt hij verschillende plannen waarmee hij de stikstofproblematiek wil oplossen. Zo wil Van Essen vasthouden aan de beoogde emissiereductie van ammoniak van 23 procent in 2030 en 42 tot 46 procent in 2035 ten opzichte van 2019. Om die doelen te

halen wil hij voor komende zomer een afromingspercentage vaststellen bij overdracht van (fosfaat)rechten buiten familieverband en wil hij uiterlijk in 2032 een norm voor grondgebondenheid invoeren. Vrijwillige stoppersregelingen zullen blijven bestaan, maar nieuw is dat boeren ook grond kunnen aanbieden aan de overheid. Rondom kwetsbare Natura 2000-gebieden worden zones ingesteld waar hogere emissiereducties worden vastgesteld. In deze zones zijn uiteindelijk alleen nog ‘extensieve vormen van grondgebonden en emissiearme veehou-

derij’ mogelijk. Voorstellen om zones in te stellen zijn niet nieuw, maar het heikele punt, hoeveel meter afstand tot het kwetsbare gebied deze zone is, wordt niet gemeld. Van Essen wil voor zijn plannen optrekken met mede-overheden en maatschappelijke partijen. Onder leiding van Elbert Dijkgraaf, voormalig Kamerlid voor de SGP, moet een maatschappelijk overleg worden gevoerd ‘op reeds bestaande overlegtafels over verschillende deelonderwerpen’. Daarmee lijkt het op een nieuwe poging voor het sluiten van een landbouwakkoord.

Cabotin

8472 De La Cleuzeur

Race De Mehogne x Paravent D’Izier

Op 21 mnd.: 863 kg en 136cm (+7)

Voor vreemd bloed met kwaliteit

Ki-code: 945175

⊲ Past op elke hedendaagse bloedlijn

⊲ Mannelijke karkasindex 117

⊲ Moeder was een zware koe van 1.043 kg

Wilt u sperma van Cabotin of andere stieren bestellen, bezoek dan onze webshop op shop.crv4all.nl of shop.crv4all.be

Aan de hand van praktijkcases schrijven verschillende voeradviseurs van Aveve (B.) en Agrifirm (Nl.) over rantsoenberekeningen in de vleesveehouderij. Deze editie beschrijft Toine Heijmans van Agrifirm de mogelijkheden van aardappelen in een rantsoen.

Aardappelen in de afmestfase

best interessant

In de praktijk zijn er steeds meer veehouders die aardappelen voeren of willen gaan voeren. Daarbij zijn ook bedrijven die voorheen argumenten hadden om het niet te doen, maar nu overstag gaan en er als gevolg van de zeer lage prijzen voor aardappelen toch aan beginnen. Soms krijgen ze de aardappelen zelfs gratis geleverd. Aardappelen voeren is vooral interessant voor dieren in de groei en de afmestfase. Hele aardappelen voeren kan, maar het is risicovoller door de kans op verstikking. Het merendeel van de veehouders snippert de aardappelen daarom machinaal.

Om een optimaal resultaat te behalen met aardappelen is het belangrijk om een goede rantsoenberekening te maken. Aardappelen kunnen als krachtvoer een vervanging zijn voor mks, maismeel of ccm. In de praktijk kun je vaak minder krachtvoer voeren.

Rantsoenberekening essentieel

Let wel op de voorziening van eiwit, mineralen en vitaminen. Ook is het belangrijk dat de bufferzuurbalans (bzb) van het rantsoen in orde is (zie ook het kader). Met dit kengetal voorkom je pens- en darmverzuring. Zo nodig rekenen we BeefFit Buffer-gist

mee in het rantsoen in om verzuring te voorkomen. Aardappelen zijn nutritioneel gezien een prima voedermiddel. Ze maken een rantsoen smakelijker, wat vaak resulteert in een hogere drogestofopname. Bovendien zijn aardappelen momenteel kostprijsverlagend.

Anderzijds zorgen ze vaak voor selectie in de voerbak. Indien de aardappelen niet gesnipperd worden, selecteren de dieren ze vaak uit in het rantsoen. Als de dieren in een hok niet allemaal tegelijk kunnen vreten, is de opname van aardappelen verschillend per dier. Het opgenomen rantsoen is dan niet meer

voeders in kg product per dag 3-6 maanden

maiskuil 2025 (40% ds)

pakken luzerne (64% ds)

maisbostel

aardappelen (cons.)

700551510 Bee t Bu er Gist

Beef Startbrok optimaal

maanden

maanden

maanden

Tabel 1 – Voorbeeldrantsoen voor stieren in verschillende leeftijdsgroepen

kengetallen 3-6 maanden 7-11 maanden

maanden

maanden gemiddeld voerkosten/dag (euro)

voerkosten/kg ds (euro)

Tabel 2 – Inhoudelijkse samenstelling van de verschillende rantsoenen vermeld in tabel 1

Kenmerk

bu erzuurbalans

Een rantsoen geoptimaliseerd met het Agrifirm-kengetal bu erzuurbalans (bzb) geeft het risico van verzuring aan. Hoe lager het getal in het rantsoen, hoe meer risico. Elk voedermiddel heeft een bzbwaarde, deze kan negatief of positief zijn.

voedermiddel bzb-waarde

Tabel 3 – Voorbeelden van de bzbwaarde van enkele voedermiddelen

Aardappelen of hun afgeleide producten kunnen de drogestofopname verhogen

nutritioneel in balans. Je ziet dan vaak wisselende mest en er is een verhoogde kans op clostridium. Het is ook belangrijk om voor schone aardappelen te zorgen zonder zand en stenen. Het is ook best om afhankelijk van de buitentemperatuur een vracht in twee, maximaal vier weken op te voeren om de aardappels smakelijk te houden. Het is ook mogelijk om aardappelen in te kuilen met snijmais (vers of overkuilen), voederbieten en/of maismeel. Belangrijk daarbij is dat vooraf bekend is wat er nog meer gevoerd gaat worden om uiteindelijk een goed en veilig rantsoen te voeren. l

Toro v’t Goed

Ter Wallen

(Debarde de Fooz x Imperial de L’Ecluse)

Op 32 mnd.: 1134 kg en 148 cm (+8)

De belofte van morgen

Ki-code: 945269

⊲ Uitzonderlijke moederlijn

⊲ Enorme lengte

⊲ Eerste kalveren bevestigen

Wilt u sperma van Toro of andere stieren bestellen, bezoek dan onze webshop op shop.crv4all.nl of shop.crv4all.be

Vlaamse vleesveesector haalt stikstofdoel 2030 nu al

De cijfers van het Voortgangsrapport PAS 2025 tonen dat de stikstofuitstoot en -depositie in Vlaanderen de voorbije jaren verder zijn gedaald

Vlaams groen licht voor renure?

MEST – De Vlaamse regering heeft alvast ingestemd met de invoering van renure. Vlaams landbouwminister Brouns hoopt met de toelating van renure de gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten af te remmen. Hij wil de stijgende kunstmestprijzen temperen, de afhankelijkheid van de import van meststoffen verminderen en de voedselprijzen onder controle houden. ‘Terwijl de kunstmestprijzen stijgen, doen we iets wat moeilijk uit te leggen is: we hebben zelf waardevolle voedingsstoffen uit mest, maar laten die verloren gaan, om daarna met veel energie kunstmest te produceren’, zegt hij. ‘Met renure kunnen we die kringloop sluiten en inzetten op wat we zelf hebben.’

ammoniakuitstoot met 12 procent daalde. Voor al in de vleesveesector is de daling duidelijk. Daar daalde de uitstoot met 21 procent, waardoor de reductie van 15 procent tegen 2030 nu al gerealiseerd is.

Ook de stikstofdruk op kwetsbare natuurgebieden neemt af. De gemiddelde depositie in stikstofgevoelige habitats daalde met 21 procent van 21,5 naar 17,0 kilogram stikstof per hectare per jaar. De kritische depositiewaarde werd in 2023 nog overschreden op vijfenzestig procent van de oppervlakte. Toch is de situatie voor zes op de tien habitattypes verbeterd tegenover 2015.

In de varkenssector zet de daling zich ook

als intendant voor alle maatwerkgebieden met als opdracht de uitvoering van het stikstofbeleid te versnellen. Daarnaast zette de Vlaamse overheid sterk in op flankerende maatregelen. Voor de varkenssector werd meer dan 46 miljoen euro voorzien. Dat leidde tot een afbouw van de varkensstapel met 370.000 dieren. Via het VLIF werd ook geïnvesteerd in emissiereducerende technieken zoals mestrobots in rundveestallen.

Het rapport bevestigt dat Vlaanderen vooruitgang boekt in de aanpak van stikstof. Tegelijk blijven bijkomende inspanningen nodig, vooral voor ammoniakreductie en in sectoren waar de uitstoot nog stijgt, aldus het agentschap.

De toelating van renure moet nog worden goedgekeurd door het Vlaams Parlement. Deze procedure zal naar verwachting nog enkele maanden duren. Als het parlement ook instemt, kunnen Vlaamse landbouwers per hectare tot 80 kilo stikstof uit kunstmest vervangen door stikstof uit renure.

Boerenbond noemt het besluit van de Vlaamse regering een belangrijke stap en rekent erop dat de toelatingsprocedure zo snel mogelijk wordt afgerond. Daarnaast dringt de belangenbehartiger aan op een snelle vergunningverlening voor installaties voor de productie van renure.

Een op de vijf kalveren krijgt onvoldoende biest binnen

GEZONDHEID – Bijna een op de vijf bloedmonsters die Royal GD afgelopen jaar binnenkreeg in het kader van de biestopnamecheck, scoorde te laag voor het gehalte aan antistoffen. Twee procent van de monsters bevatte minder dan 10 gram immunoglobuline G (IgG) per liter. Nog eens 16 procent van de monsters scoorde tussen de 10 en 18 gram per liter. Een score lager dan 18 betekent dat kalveren te weinig antistoffen via biest hebben opgenomen voor een goede opbouw van de weerstand. Een score van boven de 18 gram is volgens GD gewenst. In totaal 82 procent van de monsters voldeed daaraan. Iets meer dan een op de drie monsters (37 procent) scoorde zelfs hoger dan 25 gram IgG per liter. Wel zag Royal GD verschillen tussen de seizoenen. Zo lag het percentage kalveren dat onvoldoende antistoffen had, in het derde kwartaal duidelijk hoger.

In totaal 82 procent van de monsters scoorde goed tot uitstekend voor het gehalte antistoffen

Markt kijkt naar het Midden-Oosten

–

De huidige voederwaardeprijzen zijn berekend door Wageningen Universiteit (WUR) op 10 maart 2026. De waarde van 1000 vem (kvem-prijs) daalt iets naar 20,8 eurocent, de waarde van eiwit blijft stijgen en staat momenteel op 82,9 eurocent per kg dve.

– In de onderstaande tabel met de voederwaardeprijzen staan verschillende producten opgesomd met bijbehorende voederwaarde. De voederwaarde van het product wordt berekend aan de hand van de cijfers die WUR publiceert. Er wordt daarbij een vergelijking gemaakt tussen de marktwaarde en de voederwaarde. Belangrijk om te weten is dat men enkel producten mag vergelijken die vergelijkbaar zijn. Bij een voederwaardeprijs onder de 100 is het voedermiddel prijstechnisch interessant. Evalueer ook eerst welke producten in het rantsoen passen en kies binnen deze producten de goedkoopste optie. – De eiwitprijzen blijven zeer volatiel. De sojaprijzen zijn over de gehele lijn stabiel gebleven in prijs. Op het moment van schrijven is er een staakt-het-vuren in het Midden-Oosten ingegaan dat zorgt voor dalende prijzen. Alleen is de vraag hoe lang dit aanhoudt. De fysieke voorraad is immers beperkt. Kopers wachten omwille van een goede oogstverwachting in Brazilië. Hierdoor komen er minder schepen naar Europa. Daarnaast kan men verwachten dat er in Noord-Amerika meer soja geteeld gaat worden door de hogere kunstmestprijzen. In Zuid-Amerika is het weer over het algemeen gunstig en zijn de groeiomstandigheden goed. De raapschrootprijzen dalen licht. De vraag is of dit doorzet. De beschikbaarheid wordt immers beter, maar de crushmarges zijn krap, waardoor producenten niet meer gaan produceren.

De graanprijzen zijn wat gedaald. Ook hier geldt hetzelfde verhaal als bij de eiwitprijzen. Door het staakt-het-vuren-‘akkoord’ zijn de fysieke beurzen weer rustiger en dalen de prijzen. Daarnaast kijkt men met belangstelling naar de eindvoorraden wereldwijd, vooral omdat het nieuwe oogstseizoen op het noordelijke halfrond op beginnen staat.

De vulmiddelen zijn over het algemeen relatief aan de prijs, ze blijven duur. Hierbij daalt palmpit licht en blijven de sojahullen aan de prijs.

De bijproducten zijn gedaald in prijs. Andere prijzen zijn de afgelopen weken verder gedaald, met name de energieprijzen. De aardappelproducten zijn momenteel interessant.

VOEDERWAARDEPRIJZEN

(bron: Liba)

april 2026

ENERGIE- EN EIWITPRIJZEN VOER

in eurocenten, excl. btw (bron: Wageningen Livestock Research)

maart

2026 m/m y/y

fokvee kvem 20,80 kg dve 82,90 mestvee kvevi 19,70 kg dve 82,90

m/m = vergelijking t.o.v. vorige maand y/y = vergelijking t.o.v. dezelfde maand vorig jaar

Zoek, vervang en bespaar

Voederwaardeprijzen geven de verhouding weer van de voederwaarde van mengvoer, grondstoffen en bijproducten in relatie tot de marktprijs. Bij een voederwaardeprijs onder de 100 procent is het voedermiddel prijstechnisch interessant.

bewaringsverlies(%)

voederwaardeprijs (€/ton)vevi marktprijs t.o.v. voederwaardeprijs(%)

vevig/kgds dveg/kgds reg/kgds vemg/kgds %ds marktprijs(€/ton) m/m y/y

bron:

NUCHTERE KALVEREN

Bron: Veemarkten

BROUTARDS BLONDE D’AQUITAINE

BROUTARDS LIMOUSIN

BROUTARDS LIMOUSIN

Bron: veemarkt Les Hérolles (Fr.)

bron: Veemarkt Les Hérolles (Fr.)

KOEIEN BELGISCH WITBLAUW BROUTARDS BLONDE D’AQUITAINE

KOEIEN BELGISCH WITBLAUW

Bron: Veemarkten België

Bron: veemarkten België

STIEREN BELGISCH WITBLAUW

STIEREN BELGISCH WITBLAUW

KARKASPRIJZEN WERELDWIJD

KARKASPRIJZEN WERELDWIJD

land waarde maart 2026 trend (m/m**)

Groot-Brittannië 738,93

Bron: European Market Observatories

Bron: European Market Observatories

Uruguay 493,04

Europa 719,45

Australië 510,34

Verenigde Staten 730,04

Nieuw-Zeeland 492,17

Argentinië 544,07

Brazilië 360,70

*euro/100 kg geslacht gewicht stieren

**m/m = vergelijking t.o.v. vorige maand

AGENDA

KEURINGEN EN PRIJSKAMPEN

25 april Vetten Os, Rekkem

9 mei Jongveekeuring blonde d’Aquitaine, Koekange

8 augustus Vleesveekeuring, Enter

VEILINGEN

17-18 juni Veiling limousin, Boisseuil (Frankrijk)

VOORUITBLIK

BEURZEN, STUDIEVERGADERINGEN, DEMODAGEN

24-27 juli Landbouwbeurs, Libramont

6-8 oktober Sommet de l’Elevage, Clermont-Ferrand (Frankrijk) 5-6 november Open dagen BBG, Ciney

Raadpleeg de website veeteeltvlees.be of veeteeltvlees.nl voor een actuele en uitgebreide stand van zaken.

MEI METHAAN

De sector kreeg een aantal doelstellingen opgelegd die gerelateerd zijn aan de klimaatinspanning. De voorbije periode zijn daarbij enkele voeropties uitgewerkt. Maar wat is hun waarde richting die klimaatinspanning en het reduceren van de methaanuitstoot? We brengen verschillende opties in beeld en kijken ook nog wat er verder op de plank ligt. Verder brengen we in dit nummer de laatste bijdrage uit de reeks rond diergezondheid met ditmaal aandacht voor neospora. Tot slot blikken we terug op de recente fokwaardepublicatie voor Belgisch witblauw.

COLOFON

VeeteeltVlees is een uitgave van CRV BV in opdracht van Coöperatie CRV ua. De leden van de Coöperatie CRV ontvangen VeeteeltVlees gratis, als onderdeel van het lidmaatschap. VeeteeltVlees verschijnt maandelijks.

redactie hoofdredacteur Wim Veulemans redactie Inge van Drie, Jaap van der Knaap, Wichert Koopman, Quinten den Hertog, Justine Poppe werkten mee aan dit nummer Alice Booij foto- en beeldbewerking Rogier van der Weiden vormgeving René Horsman, Esther Onida eindredactie Lieke van den Broek hoofd CRV-magazines Jaap van der Knaap

redactie-adres

Nederland: postbus 454, 6800 AL Arnhem telefoon 026 38 98 800

Vlaanderen: Buchtenstraat 7, 9051 Sint-Denijs-Westrem telefoon 078 15 44 44 fax 09 363 92 06 e-mail veeteelt@crv4all.com

abonnementsprijs/jaar

Nederland en België € 108,00, overige landen € 175,00. In combinatie met abonnement op vakblad Veeteelt bedraagt een abonnement € 180,00 per jaar, overige landen € 311,00 per jaar. Prijzen excl. btw. Abonnementen zijn gebaseerd op kalenderjaar en worden jaarlijks in februari gefactureerd. Opzegging is mogelijk per kwartaal. Bel voor opgave van een abonnement: België: CRV Klantenservice (078 15 44 44) e-mail klantenservice.be@crv4all.com

Nederland: CRV Klantenservice (088 00 24 440) e-mail klantenservice.nl@crv4all.com

advertentie-afdeling

Karen Dammer en Froukje Visser postbus 454, 6800 AL Arnhem telefoon (+31)(0)6 53 16 85 29 e-mail advertenties@crv4all.com

illustraties/foto’s

De foto’s zijn van de eigen fotodienst van VeeteeltVlees. Uitzonderingen zijn de foto’s van Interlim Génétique (6), Theo Janssen (6), Granite Ridge Angus Stud (7), Fleur Maartje Bakker (7), Agripicture (10), Regine Foket (12-14),

De Agrofotograaf (24), By Bir Fotografie (25), Eveline van Elk (26), Agrifirm (28-29), Kristina Waterschoot (31), Philippe Swiggers (31) en BBG (35).

Overname van artikelen is alleen toegestaan na toestemming van de redactie. Hoewel aan de samenstelling van de inhoud de meeste zorg is besteed, kan door de redactie geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor mogelijke onjuistheden of onvolledigheden. Alle auteursrechten en overige intellectuele eigendomsrechten ten aanzien van (de inhoud van) deze uitgave worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij CRV BV c.q. de betre ende auteur. Artikelen uit VeeteeltVlees mogen uitsluitend verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden na schriftelijke toestemming van CRV.

Druk: Senefelder Misset, Doetinchem ISSN 01.68-7565

Juiste afstamming van Figaro de Brisy

In VeeteeltVlees van maart is een fout geslopen in de afstamming van de grootmoeder van de proefstier Figaro de Brisy. De juiste afstamming is hiernaast weergegeven:

DÉLÉGUÉ D’IZIER

83 / 90 / 84 / 80 / 85 / 88

DÉFIANCE D’IZIER

83 / 89 / 86 / 84 / 85 / 89

ABUSIF DE L’ALLEMOINE

ACROPOLE D’IZIER

FLASH D’IZIER

BANQUE D’IZIER

SHERIFF DE CENTFONTAINE RÉGENCE DE L’ALLEMOINE

LITIGE DU SART

TAVERNE D’IZIER

HARICOT 3260 DE MEHOGNE DÉCISION D’IZIER

HAZARD VD PANNEMEERS THÈSE D’IZIER

Bwb-proefstier Tchin Tchin de Cras Avernas ki-code 945344

geboren: 22-02-2023

schofthoogte: 32 mnd., 144 cm (+4) gewicht: 983 kg

verkoper: José Lallemand-Dantinne, Hannuit

fokker: José Lallemand-Dantinne, Hannuit

haarkleur: wit

CAIMAN DE ST FONTAINE

/ 90 / 87 / 82 / 85 / 89

PETRONILLE DE CRAS AVERNAS

ADELAIDE DE ST FONTAINE

JET-SET VAN DEN HONDELEE

JEANNE DE CRAS AVERNAS

WHISKY 0226 VH NEGENBONDER

PASTOURELLE DE ST FONTAINE

HAZARD VD PANNEMEERS

POMPADOUR DE ST FONTAINE

IMPÉRIAL DE L’ÉCLUSE

SUPER STAR DE CENTFONTAINE OR DE BEAUJEU

GWENDOLINE DE CRAS AVERNAS

Tchin Tchin is als zoogkalf geboren bij José Lallemand in Hannuit. Tchin Tchin is een zeer fijne stier met een uitzonderlijke moederlijn; zijn moeder Petronille en grootmoeder Jeanne de Cras Avernas hebben zich onderscheiden op tal van nationale prijskampen. Ook de genoomfokwaarden van Tchin Tchin mogen er zijn met 125 genoomfokwaarde voor eindscore lineaire beoordeling, een zwaar karkasgewicht en goed slachtrendement.

Bwb-proefstier Donateur d’Arville ki-code 945330

geboren: 16-09-2023

schofthoogte: 30 mnd., 144 cm (+6)

gewicht: 1.006 kg 36 cm

verkoper: Benoit Maileux, Jallet

fokker: Benoit Maileux, Jallet

haarkleur: zwart-wit

ÉCLAIREUR DE ROUPAGE FUTÉ

OBSESSION DE ROUPAGE

WILMOTS DU FALGI

XYNTHIA D’ARVILLE

STRATÉGIE D’ARVILLE

GROMMIT HOF TER ZILVERBERG

AUTORITÉ DE SOMME

IMPÉRIAL DE L’ÉCLUSE

MELODIE DE ROUPAGE

BENHUR DU CHAMP BOUVAL

URSULE DU FALGI

JACKPOT 9831 TER REYBROECK

PALME D’ARVILLE

Donateur is geboren en aangekocht bij Benoit Mailleux in Jallet. Hij is een zoon van Eclaireur de Roupage, met een goede bouw, lengte en conformatie. Donateur heeft goede genoomfokwaarden voor karkasgewicht en karkasrendement.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook