schrijf hier je naam
WHYbasics BASICS ONDERBOUW
3
VMBO/HAVO/VWO
1
vmbo
Werken met WHY
Symbooltjes
Je bent bij het derde magazine voor de brugklas aangekomen. Zoals je gewend bent, ga je weer van verschillende kanten naar het onderwerp kijken. Je gaat lezen, luisteren, tekenen, presenteren en ervaren. Soms werk je samen met een klasgenoot, soms werk je alleen.
Bij iedere opdracht vind je een symbool. Hieraan zie je gelijk wat voor soort opdracht het is. Ken je ze nog? Hieronder zie je wat alle symbooltjes betekenen.
filmpje
Magazine & MyWhy In dit magazine maak je opdrachten en verzamel je informatie. Natuurlijk staat er ook weer een boel informatie online. Je vindt de stof uit de lessen terug op mywhy.nl. Hier maak je ook je huiswerk, en zie je terug wat je leraar van je antwoorden vond.
schrijf teken/plak bekijk
rachten Maak de opd op MyWhy
rollenspel klassengesprek opdracht met twee opdracht met vier interview luister
2
Hoi
!
Het is bijna tijd om te starten. Maar nog één ding. Ken jij de drie brillen nog? Deze gebruiken we om naar de wereld te kijken. Iedere bril heeft zijn eigen kijk.
(vul hier je naam in) Het is weer tijd voor een nieuw thema. In dit thema leer je weer meer over jezelf en over de wereld om je heen.
de burgerschapsbril
In dit magazine gaat het over Goed en fout. Is het altijd duidelijk wat goed is en wat fout? Maak jij altijd goede keuzes? Kies je ook weleens verkeerd? En waarom kan het soms lastig zijn om te bepalen of iets goed of fout is?
de levensbeschouwelijke bril
Natuurlijk doen we dit stap voor stap. Eerst ga je aan de slag met twee vaardigheden. Je leert wat feiten, meningen en overtuigingen zijn. Daarna ga je oefenen met een discussie en debat. Daarna volgen 3 hoofdstukken: • Wat is goed en fout? • Kan het beter? • Foutje! Aan het einde van het magazine kun je nog eens controleren of je alles begrepen hebt.
de filosofische bril
3
Les 1
Goed en fout Dit thema gaat over goed en fout. Bij een rekensom is je antwoord goed of fout. Dat is duidelijk. Maar is een ruzie altijd fout? Dat antwoord is lastiger. Misschien heb je wel ruzie omdat je iemand anders helpt. Iemand die gepest wordt. Dan is ruzie misschien wel nodig om die ander te beschermen. Over goed en fout praten is soms lastig. De een vindt dit, de ander dat. En al snel praat iedereen door elkaar. In deze les leer je wat het verschil is tussen een feit, een mening en een overtuiging. Als je dat verschil kent en herkent, kun je beter met elkaar praten. En je begrijpt de ander beter.
Een feit is:
‘Dit is een appel’
Een argument is: Een mening is:
‘Ik vind deze appel lekker’
‘Ik vind appels lekker, omdat ze zo’n frisse smaak hebben’
4
1.
Lees de onderstaande zinnen. Wat is een feit? Wat een mening? Zet een kruisje bij het goede antwoord. feit mening De deur staat open.
Jullie huis is groot. Het huis heeft een rood dak. Mijn broer is ziek. Zij heeft een mooie jurk aan.
2.
Schrijf hieronder vier zinnen: Twee feiten en twee meningen. Bij elke mening zet je ĂŠĂŠn argument. Feiten: 1. 2. Meningen: 1.
omdat 2.
omdat
5
Les 1
vervolg
Overtuiging Je weet nu wat feiten en meningen zijn. Mensen kunnen ook een overtuiging hebben. Dat is een geloof of wanneer je ‘zeker weet’ dat iets de waarheid is. Daar is geen echt bewijs voor. Toch twijfelen mensen met een overtuiging meestal niet. En zij luisteren niet echt naar argumenten tegen de overtuiging. Soms willen mensen hun overtuiging graag aan anderen vertellen.
3.
Lees de teksten van Yara en Sem en beantwoord de vragen. Yara ‘Ik kijk ’s avonds vaak uit mijn raam naar de sterren en de maan. Het heelal is zo groot! Zo groot kun je niet eens denken. Op vakantie in de bergen kan ik hetzelfde gevoel hebben. Dit is zo groot en mooi gemaakt. Maar ook een klein bloemetje is bijzonder. Zulke mooie kleuren en vormen. Dan moet er toch een God zijn die alles gemaakt heeft?! Ja, dat weet ik wel zeker. Mensen kunnen dat niet.’
Wat is de overtuiging van Yara?
6
Sem ‘De meeste kinderen krijgen prikken tegen kinderziekten. Die heb ik niet allemaal gehad. En ik kreeg ze ook later dan normaal is. Mijn ouders zijn niet helemaal tegen prikken. Maar ze vinden het niet goed dat heel jonge baby’s al prikken tegen ziektes krijgen. En niet alle prikken zijn nodig. Ik vind dat ook. Het is goed als je lichaam zelf tegen een ziekte vecht. Daar word je sterker van in je lichaam en in je geest.’
Wat is de overtuiging van Sem?
Hebben jouw ouders een overtuiging? Zo ja, welke?
Heb jij zelf een overtuiging? Zo ja, welke?
7
hten Maak de opdrac op MyWhy
Les 2
Klas 1c heeft een prijs gewonnen. 1000 euro! Ze mogen zelf weten hoe ze dat geld besteden. De enige voorwaarde is dat het iets is dat de hele klas leuk vindt. Hoe pak je dat aan?
‘Zullen we naar de dierentuin? Dat is leuk!’
‘We gaan zwemmen! Lekker bewegen, dat is gezond!’
‘Ik kan niet zwemmen.’ ‘Echt niet, dan zit mijn haar de hele dag raar.’
8
‘Zielig toch, al die dieren in hokjes?’
‘In de stad kun je bij de Sparerib King onbeperkt eten voor 30 euro.’
‘Spareribs? Dat is zó ranzig!’ ‘Dat is veel te duur, dan kunnen we niks anders meer.’ ‘Daar werkt echt een hele leuke jongen!’
n
hte Maak de opdrac op MyWhy 9
Les 2 vervolg
Dat is natuurlijk een probleem. Een klas met 30 leerlingen, is een klas met 30 meningen. Herken je trouwens ook feiten en overtuigingen? Maar de klas moet het wel met elkaar eens zien te worden. Je kunt daar op verschillende manieren met elkaar over praten.
discussie
kletsen
Als je het met elkaar eens moet worden, dan kun je een discussie houden. Je zegt wat je vindt en vooral ook waarรณm je dat vindt: je geeft argumenten. Je luistert naar wat anderen zeggen. Misschien hoor je een argument waar je het ook wel mee eens bent. Je weet dat niet iedereen zijn zin kan krijgen. Maar misschien kun je ergens in het midden uitkomen. Aan het eind van een discussie heb je een compromis: je hebt iets gevonden waar alle partijen het mee eens zijn.
De hele dag door heb je allerlei kletspraatjes met elkaar. Even praten over school, huiswerk, over voetbal of muziek, of een serie die je kijkt. Eigenlijk maakt het niet zo uit wat je zegt. Het is vooral een manier om vriendelijk en gezellig met elkaar om te gaan. Je kunt met iedereen wel even kletsen.
gesprek
debat
Gesprekken gaan wat dieper. Die zijn serieuzer. Een gesprek duurt wat langer dan gewoon wat kletsen. Je praat over wat je voelt, of wat je vindt. In een goed gesprek luister je naar elkaar. Je stelt vragen als je iets niet begrijpt. Een goed gesprek is vertrouwelijk. Je leert elkaar beter kennen en begrijpen.
Debatteren (een debat houden) is een soort wedstrijd. Net als bij een discussie moet je argumenten gebruiken. Maar aan het eind van het debat wordt er een winnaar aangewezen. Dat is degene die het best kan debatteren: iemand die goede argumenten heeft en die goed kan reageren op argumenten van de tegenpartij.
10
Wat gaan we doen? Klas 1c is het over twee dingen al snel eens: niet iedereen kan zwemmen, dus ze gaan niet naar het zwembad. De dierentuin is te duur. Ze kunnen wel met elkaar uit eten. En iemand stelt nog voor om te gaan karten met de hele klas. Wat gaat het worden? 4.
Lees de spelregels voor een goede discussie. • Houd een discussie over het klassenuitje van 1c. • Er zijn drie groepen. De ‘karters’ en de ‘eters’ voeren de discussie. • De ‘jury’ controleert of de discussie goed verloopt. • Overleg met je groepje en zoek naar argumenten. • Denk ook na over de argumenten van de ‘tegenpartij’. Hoe kun je daarop reageren? • De jury spreekt met elkaar af waar ze op zullen letten. • De jury kan ingrijpen als de discussie niet goed verloopt. • Ze reageren ook als iemand een mening geeft zonder argument erbij te noemen. • Probeer om tot een compromis te komen.
Spelregels voor een goede discussie
* Laat elkaar uitpraten. * Luister naar elkaars argumenten. * Als je goed naar elkaar luistert, kun je ook op elkaar reageren. * Zeg geen dingen die er niet bij horen. * Zeg: ik vind… omdat…’
5.
Wat gaat 1c doen?
hten Maak de opdrac op MyWhy 11