e Pijpendraaier
ledenblad van het Cornelis Vreeswijk Genootschap
Lars Wivallius de prelude
Cornelius lefde femti 책r zang 25
Open Podium 2013 Jaargang 5 - Nummer 3 23-12-2013
van de redactie Dit decembernummer is alweer de derde en laatste Pijpendraaier van 2013. In dit nummer vindt u natuurlijk een verslag van het Open Podium in Westwoud, maar ook het vervolg op het verhaal over Lasse Lucidor en een vertaling van Bellmans Fredmans Sång No. 25. Stond in de vorige twee nummers nog “van de (interim-)redactie” boven mijn inleiding, dit keer presenteer ik mij als vaste redacteur. Ik kwam er namelijk gaandeweg achter dat het reuze leuk is om de redactie van De Pijpendraaier te verzorgen. Van alle kanten kreeg ik zomaar uitstekende stukken in m’n mailbox, die ik alleen maar hoefde door te sturen naar onze trouwe vormgever Jan Deurloo en hop, daar was weer een schitterend nummer van De Pijpendraaier gereed. Ik begrijp niet dat er zich niemand gemeld heeft op de oproep voor kandidaten voor het redacteurschap. Maar mocht u zich nog bedenken, dan is het te laat: ik heb dit prachtbaantje ingepikt! Ik wens u fijne kerstdagen en een goede jaarwisseling! Wim Boswinkel - redacteur
Colofon:
- De Pijpendraaier is het ledenblad van het Cornelis Vreeswijk Genootschap (CVG). - Het CVG stelt zich ten doel om: * de herinnering aan Cornelis Vreeswijk in Nederland levend te houden * het vertolken van de liederen van Cornelis Vreeswijk in het Nederlands te stimuleren * in Nederland het bestaan en de ontwikkeling van een troubadourtraditie te bevorderen - Het CVG doet dit door: * informatie beschikbaar te stellen * dit ledenblad te publiceren * muziekbijeenkomsten te organiseren * het vertalen van het werk van Cornelis Vreeswijk uit het Zweeds te stimuleren - De Pijpendraaier verschijnt jaarlijks in februari, juni, september en december. - De kopijsluiting per nummer is op de eerste van de maand waarin het nummer verschijnt. - Kopij sturen naar: pijpendraaier@cornelisvreeswijk.nl
-2-
Disclaimer: De Pijpendraaier wordt samengesteld voor verspreiding onder de leden van het Cornelis Vreeswijk Genootschap (CVG). Omdat delen van de inhoud auteursrechtelijk beschermd kunnen zijn, is het uitdrukkelijk niet de opzet van de CVG dat deze inhoud buiten de kring en de bijeenkomsten van het Genootschap verspreid of gebruikt zal worden. Het CVG neemt geen verantwoordelijkheid voor zulke verspreiding, door leden of door derden.
luisterlied
INHOUD Pagina 2: Van de redactie Pagina 3: Luisterlied Pagina 4: Van de voorzitter Pagina 5: Zang 25 Pagina 6: Lars Wivallius (de prelude) Pagina 7: Lars Wivallius (vervolg) Pagina 8: Open podium 2013 Pagina 9: Open podium 2013 (vervolg) Pagina 10: Open podium 2013 (vervolg) Pagina 11: Facebook bericht Van de penningmeester Pagina 12: Billboard
Het volgende lied werd op bestelling geschreven, voor gebruik in een voorlichtingsfilm van de Sociaaldemocratische Jongerenbond (SSU). Kennelijk was Vreeswijk voor de afwisseling tevreden met een bestelklus, want het lied werd opnieuw gebruikt tijdens een verkiezingscampagne van de Zweedse Communisten en werd zelfs op de plaat gezet, op Grimascher och Telegram uit 1966. Vandaag, bijna vijftig jaar later, klinkt het nog altijd griezelig actueel. Cilinderhoed (Cylinderhatten – C. Vreeswijk – vertaling Huldra i.s.m. R. Vahl) Cilinderhoed, cilinderhoed, zeg weet je nog die jaren? Alwaar de hoge klasse kwam, kwam jij in volle pracht. Magnaten en bankiers met bolle buiken en sigaren, die droegen jou als trots symbool van kapitaal en macht Toen was je hoge herenhoed, nu loop je in de kermisstoet. Toen was je nog het voorrecht van een rijk en machtig man. Maar tot ons aller treurnis ging die mode eran. Cilinderhoed, cilinderhoed, de toekomst was begonnen. Eenieder zou gelijk zijn, bevrijd van elk bezit. “Cilinderhoed, vaarwel,” zeiden de bazen en baronnen en maten zich kostuums aan van democratisch snit. En elke dignitaris die kleedt zich proletarisch: “Daar ga je dan, cilinderhoed, ik word als iedereen!” Het is toch te betreuren dat die mode verdween? Maar Janssen met de pet op, is met zijn lot tevreden. Hij krijgt te weinig loon, maar heeft vertrouwen in de staat. Hij huurt zich een cilinderhoed, die zet hij op zijn schedel. Dan trouwt hij in de kerk en koopt een vaatwasautomaat. Maar ’t huis dat hij mag huren, de truck die hij mag sturen, zijn zwart op wit van iemand zonder naam en zonder stem. Cilinderhoed, cilinderhoed, wat is dan nog van hem? En arme buurman Veenstra, die piekert en die strubbelt met prijzen die te hoog zijn en een loon dat niet voldoet. Aan hem die met een pennenstreek zijn kapitaal verdubbelt, denkt onze kleine Veenstra met een onbestemd gemoed. We kunnen wel gelijk zijn, als sommigen maar rijk zijn. Maar veel meer zijn er zeker net zo arm als ik en u. Cilinderhoed, cilinderhoed, zeg waar ben jij nu?
Eindredactie: Wim Boswinkel Vormgeving: Design No19 Op de omslag: Sem van Blerk Cornelis/Croce vertolker in Westwoud
-3-
van de voorzitter Beste liefhebbers van Cornelis Vreeswijk, De Sinterklaasstorm is voorbij en het is winter, met kerstsfeer overal. Nederlandse en Zweedse kerst. Ieder jaar schenkt de Zweedse ambassade de gemeente Den Haag een kerstboom die op het Lange Voorhout wordt neergezet. De burgemeester van Den Haag ontsteekt de lichtjes in de boom, samen met de Zweedse ambassadeur. Er is muziek, chocolademelk en glögg, de Zweedse bisschopswijn. Dit jaar vond dit festijn plaats op 10 december. Aartsen en Emsgård vervulden hun rol, het Leger des Heils speelde kerstliederen en een Nederlands kinderkoor had een Luciastoet gevormd en vertolkte Zweedse Lucialiedjes. Na afloop was er een stijlvol Luciafeest in de Zweedse Residentie met exquise hapjes en drankjes. Nog meer Lucia bood het Scandinavisch Koor op 15 december in Bussum met een Luciaconcert. Over de achtergronden van Lucia is te lezen in het winternummer van Sverige Kuriren, het blad van de Zweeds-Nederlandse Vereniging. November lijkt al weer lang geleden. Het CVG vierde toen zijn najaarsevenement, op de negende van die maand in ‘De Schalm’ in Westwoud in WestFriesland, de plek waar het CVG ruim dertien jaar geleden is opgericht. Elders in dit nummer vindt u een verslag van deze bijeenkomst. Drie dagen later, 12 november, was het de sterfdag van Cornelis. Radio 1 besteedde er aandacht aan en interviewde ons bestuurslid Harry van Haren. En dan is het nu tijd om ons te bezinnen op 2014, het jaar waarin 400 jaar diplomatieke betrekkingen tussen Nederland
formidabel en zijn vertolkingen meer dan meeslepend. In het verslag van onze penningmeester in deze Pijpendraaier kunt u lezen dat het Prins Bernhardfonds ons een zodanige subsidie heeft toegekend dat onze hoop werkelijkheid kan worden.
en Zweden wordt gevierd. Op 5 april 1614 ondertekenden beide landen een verdrag. Daarin werd bepaald, dat ze residerende ambassadeurs zouden uitwisselen. Nederland was het eerste land waarmee Zweden een dergelijke verbintenis aanging. Op 5 april 2014 zal een boek uitkomen met hoogtepunten in de geschiedenis van de relaties tussen Zweden en Nederland. De redactie was van mening dat Cornelis ook een plaats in het boek toekwam. Rutger Vahl, de biograaf van Cornelis, was bereid daartoe een artikel over hem te leveren. Rutgers biografie heet Misschien wordt 't morgen beter en is dus vernoemd naar het liedje met dezelfde naam. Dit boek zal in maart 2014 uitkomen bij uitgeverij Nijgh & Van Dittmar. Naar wij hopen zal in 2014 de lang verwachte Bellman-cd verschijnen, de digitalisering van de Bellmanband, waarop Cornelis elf epistels van Bellman zingt in zijn eigen Nederlandse vertaling. Drie ervan, de epistels 27, 72 en 81, zijn eerder op cd uitgebracht, maar de andere vormen een tot nu toe ongekende bron van muzikaal genoegen. Cornelis’ vertalingen zijn
-4-
De Stadsschouwburg Velsen, waarmee we, zoals u weet, al diverse malen heel prettig hebben samengewerkt, wil graag samen met ons een evenement organiseren in het kader van de viering van de vierhonderdjarige relatie Zweden-Nederland. Dat zal plaatsvinden op 12 november, de sterfdag van Cornelis, op dezelfde datum dus als het Cornelis Vreeswijk Gala in 2012 in de Stadsschouwburg. Artistiek leider was toen Laurens Joensen. Hij zal het ook zijn voor dit evenement, het Cornelis Vreeswijk Festival. De voorbereidingen zijn volop in gang en er is al contact gezocht met enkele Zweedse artiesten. We houden u op de hoogte. We denken erover om in juni ook iets te organiseren dat past binnen de vierhonderd-jaarviering. Onze ideeën erover hebben nog geen vaste vorm aangenomen, maar zodra dat gebeurd is, zullen wij u ervan in kennis stellen. De bijeenkomst in maart met jaarvergadering en muziek erna valt buiten de viering van de vierhonderd jaar. Datum en plaats worden binnenkort vastgesteld. Mogelijk zal er in 2014 een roos gaan heten naar Cornelis. Meer daarover in het volgende nummer van de Pijpendraaier. Ik wens u allen mooie feestdagen en een geslaagd nieuw Cornelisjaar. Marlies Philippa
Fredmans sång 25 Zoals u elders in dit blad kunt lezen is het CVG druk bezig met het digitaliseren van de Bellmanband. Daarop zingt Cornelis elf epistels van Bellman in zijn eigen Nederlandse vertaling. De liederen van Bellman zijn verdeeld in epistels en zangen. Tien jaar geleden heeft de gelauwerde Bertie van der Meij er vijfendertig vertaald uit beide categorieën. Zang 25 zat daar niet bij. Onlangs heeft onze secretaris Wim van Kooten ontdekt, dat
dit lied toch wel een bepaalde profetische waarde had. Het gaat over een zekere Cornelius die op vijftigjarige leeftijd aan drankzucht overleed. Cornelis Vreeswijk wordt in Zweden Cornelius Wresvik genoemd en dat hij slechts vijftig werd, had ongetwijfeld ook met drank te maken. Het lied Cornelius lefde femti år dateert uit 1767. In de laatste regel van de Zweedse tekst staat dat hij een krögare was, een kroeger, een kastelein. Meer weten we niet
over de achttiende-eeuwse Cornelius. Over hem is ook niets te vinden in het overzicht van personen uit Bellmans liederen dat de Bellmansite (zie onze website) presenteert. Ik heb een vertaling van het lied gemaakt. Maar de regel "Net toen hij een glas naar binnen sloeg" is van Wim van Kooten. En bij de laatste regel ben ik van het origineel afgeweken. Anders had die als volgt geluid: "Waarde kroegbaas, tabee". Marlies Philippa
Carl Michael Bellman Fredmans sång No.25
Cornelius lefde femti år, Vår Herre honom tog i går, Han nykter nu bland änglar står; Vid Abrahams sida Är fåfängt förbida En bränvins tår.
Cornelis leefde vijftig jaar, De Heer nam hem gisteren, voorwaar, Nu staat hij tussen de engelenschaar Broodnuchter te lijden, Want aan Abrahams zijde Staat geen borrel klaar.
Cornelius dog uppå en krog, Just då han uti glaset slog, Och spelman til fiolen tog; Men tiden var inne; Cornelii minne Det varar nog.
Cornelis stierf al in een kroeg, Net toen hij een glas naar binnen sloeg En de luit alle drinkers om aandacht vroeg. Zijn tijd was gekomen; Maar herinneringsdromen Zijn er altijd genoeg.
Cornelius vi dit lik bese; Benragel, Knotor - Ach och Ve! Din lefnads flaska tömd - Må ske! Blott bränvin dig födde, Du lefde och dödde En Krögare.
Cornelis, daar ligt je lijk, o jee! Knekels, knoken - ach en wee! De fles van je leven is leeg – hoezee! De brandewijn laafde, Dood en leven hij staafde; Drinkebroeder, tabee.
-5-
Lars Wivallius – de prelude In het vorige nummer hebben we twee artikelen over de vroegste Zweedse troubadours in het vooruitzicht gesteld. Zonder enige spijt moeten we die belofte hierbij bijstellen: het worden er drie. We gaan nu verder met het verhaal over de wortels van de visa in de zeventiende eeuw, om in de derde aflevering het verhaal tot in onze tijd door te trekken. We hebben gekeken naar het leven van Lasse Lucidor en gezien hoe dat alle ingrediënten bevatte om van de man een onsterflijke mythe te maken. En we hebben geluisterd naar de prachtige anekdote die Cornelis Vreeswijk graag over zijn prille voorganger vertelde. Maar klopt dat verhaal wel? Is het aannemelijk dat deze Lucidor halverwege de zeventiende eeuw met een citer op z’n rug door Skåne zwierf, op weg naar een landgoed achter de horizon om daar een paar dukaten bij elkaar te zingen? Nou, nee. De biografie van Lucidor beweegt zich all over the place, maar de provincie Skåne schittert in elk relaas door afwezigheid. En het beeld van de vrije ziel die in weer en wind voor zijn kunst door het open land trekt, is wel erg romantisch. Lucidor vond het weliswaar dwaas om je vrijheid voor geld te verkopen, maar die uitspraak kwam in zijn geval eerder uit luxe voort dan uit het aanvaarden van ontbering. Als jonge beschermeling van een vooraanstaande familie kon hij zich zo’n houding wel veroorloven. En uiteindelijk koos hij vanuit die vrijheid voor een nogal degelijk bestaan als ingehuurd dichter bij bruiloften en uitvaarten. Tekenend is ook dat hij aan Nederlandse invloeden geen vrijgevochten verzen van Vondel overhield, maar de vrome gezangen van Cats.
En toch komt het verhaal van Cornelis niet helemaal uit de lucht vallen. Er was in diezelfde zeventiende eeuw nog een andere Lars actief, van een eerdere generatie maar minstens zo romantisch. Lars Wivallius (1605 – 1669) stamde van een boerengeslacht uit de streek rond Örebro, in het hart van Zweden. Als zoon van een landbezitter mocht hij naar het lyceum, waar hij dermate uitblonk dat hij in 1623 een beurs kreeg voor de universiteit van Uppsala. Hetzelfde instituut waar Lucidor veertig jaar later zou schitteren als talendocent. Tot ongenoegen van Wivallius kende de universiteit in zijn tijd nog geen talenstudies, misschien was dat wel de reden waarom hij al twee jaar later, twintig jaar oud, de campus verruilde voor de wijde wereld. Via Trondheim ging de reis naar Hamburg, waar hij zich liet ronselen als huurling voor de Nederlandse afscheidingsoorlog. Zijn tijd als soldaat voor Oranje duurde acht dagen. Toen viel Breda, waar hij was gelegerd, in Spaanse handen en kon hij weer vertrekken. Hij vertrok naar Engeland. Het is mogelijk dat hij onderweg langs Leiden kwam, waar in die jaren een zekere Erik Gyllenstierna studeerde, of
-6-
anders dat de lokale bevolking hem ooit verwarde met deze landgenoot en telg van een roemrijk adellijk geslacht. Ergens moet hij op het idee zijn gekomen, want later zou hij herhaaldelijk met deze geleende naam pronken. Dit begon waarschijnlijk al in Engeland, waar hij een smaak ontwikkelde voor de omgang met de hogere klasse. Zelf volstrekt onbemiddeld, reisde hij met zijn nieuwe vrienden mee naar Danzig waar hij zich bij de katholieke ondergrondse aansloot. Toen de stad in juni 1626 door protestantse troepen werd ingenomen, aangevoerd door de Zweedse koning Gustav Adolf, wist hij nog net in vermomming aan zijn eigen landgenoten te ontsnappen. Op een mestkar. Wat volgde was een roerige reis, halsoverkop door een al even roerig Europa. Toen hij in 1627 in Neurenberg werd gearresteerd was dat op aandringen van schuldeisers en anderszins bedrogen burgers, die hij in het tussenliggende jaar in zowel Frankrijk als Italië en Oostenrijk had weten te bezwendelen. Omdat iedereen hem als Jonkheer Gyllenstierna kende werd hij aanvankelijk in de schuldenaarstoren gezet, maar uiteindelijk moest hij bekennen wie hij werkelijk was en verdween hij in das Loch, de middeleeuwse kerker van de stad.
Daar bleek voor het eerst welke uitwerking gevangenschap op deze avonturier had: het maakte de dichter in hem wakker. Uit de kerker kwam een gestage stroom aan poëzie, in diverse talen en door hemzelf geïllustreerd. Ook de bezwaar- en verzoekschriften die hij schreef waren puur poëzie. Kennelijk kreeg hij er de raadsheren murw mee, want in september 1628 ontving hij gratie in ruil voor een volledige bekentenis.
de onappetijtelijke titel gaat wonderschone natuurpoëzie schuil. Als we het Zweedse begrip visa omschrijven als een literairpoëtische tekst, geschreven met het doel gezongen te worden en door iemand waarvan we de naam nog kennen, dan kunnen we dit lied met enig recht als de alleroudste visa van de Zweedse liedtraditie beschouwen. Als Lucidor het prille begin was, dan was Wivallius toch minstens de prelude.
Lang mocht dat niet baten. Zodra hij was hersteld van zijn verblijf in de kerker ging hij er weer op los in een ware “tocht van de levende kanonskogel”, zoals Cornelis drieënhalve eeuw later zichzelf zou beschrijven. Dat ging van buitenechtelijke verbintenis naar overspel in de vangtoren waar hij daardoor terechtkwam; van de dans ontspringen door te zinspelen op zijn adellijke afkomst naar roemloze opsluiting wegens oplichting; van spectaculaire ontsnapping uit het zoveelste cachot naar het volgend debacle wanneer zijn zeetransport naar Zweden door de katholieke troepen van Tilly werd opgebracht. Deze verdacht hem eerst van spionage, maar daar wist hij zich dusdanig handig uit te praten dat hij uiteindelijk op Deense grond werd vrijgelaten, geëscorteerd door Zweedse troepen en voorzien van een echt paspoort op zijn valse naam.
Maar een troubadour zou hij nooit worden, tenminste niet in de zin van een singer-songwriter. Hij schreef prachtige songs, maar dat deed hij achter slot en grendel. Zodra hij weer vrij man was had hij andere dingen aan zijn hoofd. Hij eindigde zijn dagen als advocaat in Stockholm, nog steeds met een nogal dubbelzinnige reputatie. Hij trad op als auditor voor de Zweedse koningin, maar ook als pleiter in dubieuze zaken die meer op afpersing leken dan op rechtspraak. Het zegt veel over het niveau van zijn poëzie dat hij desondanks als dichter de geschiedenis is ingegaan.
In Skåne, destijds nog een Deense provincie, slaat hij zijn volgende slag door vriendschap te sluiten met de edelman Ulf Grip, en vooral met diens dochter Gertrud. Al gauw is de verloving een feit, maar vader Grip vertrouwt zijn aanstaande schoonzoon toch niet en stuurt de bruid naar familie in Zweden. Vlak voor de grens haalt de vrijer haar in en gezamenlijk weten ze de plaatselijke dominee
zo ver te krijgen dat hij hen in het echt verbindt. De complicaties die hieruit voortvloeien mogen spectaculair heten en zullen de hierboven geschetste kanonskogeltocht vele malen overtreffen. Uiteindelijk belandt hij in 1634 opnieuw in gevangenschap, na jaren van omzwervingen en rechtszaken, opsluitingen en ontsnappingen, gratieverzoeken en bemiddelingspogingen, en nadat hij eerst in zowel Denemarken als Zweden ter dood was veroordeeld. Hij wordt veilig weggeborgen in een vesting waar hij zeven jaar zal blijven. En daar slaat de muze weer toe. In een dampige cel zonder ramen, ingemetseld in de vestingmuur, mag hij om niet tot waanzin te vervallen aan een dagboek beginnen. De notities groeien uit tot verhalen, de verhalen tot poëzie, de poëzie tot liederen. Veel ervan is verloren gegaan, maar vlak voor zijn vrijlating schrijft hij een lied dat vandaag, bijna vier eeuwen later, nog altijd een plaats heeft in elk overzichtswerk van het Zweedse lied: Klagovisa över denna torra och kalla vår, “Klaaglied over deze droge en koude lente”. Dat klinkt niet direct uitnodigend, maar achter
-7-
In het volgende nummer het laatste deel, waarin we zullen zien hoe deze beide Larsen samen hun stempel drukten op de mythe van de visa, en hoe Vreeswijk de zoveelste schakel werd in het verdiepen van die mythe. Hans Westin Bronnen: naast de Zweedse Wikipedia en het notenapparaat in Den Svenska Sångboken, komt het materiaal voor dit artikel vooral van het uitmuntende blog van Ulf Bagge. Deze Bagge heeft ook het beroemde Klaaglied getoonzet, gezongen en op YouTube gezet:
Open Podium de Schalm 09-11-2013 Zo’n 80 mensen – ruw geschat – bleken de weg te kunnen vinden naar “De Schalm” in Westwoud . Het is dan ook eigenlijk helemaal niet zo ver weg. Het Cornelis Vreeswijk Genootschap is daar geboren, in ”De Schalm”. Op 27 mei 2000. Sommige bezoekers bekroop dan ook dat bijzondere gevoel dat men normaliter heeft als men – na een veel te lange tijd – weer eens zijn geboortedorp bezoekt. Bas van Geel, bijvoorbeeld. Het was hem aan te zien. Graag had ik nog meer ridders van het eerste uur gezien! Zelf herinner ik me “De Schalm” van de prachtige voorstelling “De troubadour van IJmuiden” (Jules Croiset; Ibo Bakker). Dat was in het jaar 2001. Dit was het eerste samenzijn van het CVG na het overlijden van Maarten van Roozendaal op 1 juli jl. We vonden het dan ook gepast om te beginnen met een herdenking aan hem in de vorm van een YouTube-opname van “Een reis”. Eigenlijk hadden we graag een stukje van zijn optreden willen laten zien op het grote Gala van 12 november 2012, maar de video daarvan bleek nog “in bewerking”. Dat houden we dan nog te goed voor de toekomst, zo hopen we. Presentatrice Louise de Koning had haar rol goed voorbereid en van alle optredende artiesten de biografie uit haar hoofd geleerd. Maar toch had zij nog wel wat vragen voor iedereen.
-8-
Natuurlijk werd eerst stilgestaan bij de bijzondere band van “De Schalm” en het CVG, en Cees Ooteman werd uitgenodigd om nog eens te vertellen hoe hij direct zijn etablissement ter beschikking stelde toen hij hoorde van plannen om zo’n genootschap op te richten. Want: Cornelis Vreeswijk, daar wist hij al jarenlang heel erg veel van. Daarna mocht de muziek losbreken. Een greep, anders wordt het verhaal te lang. Sjaak Swart was “alive and well”. Maar het oude vrouwtje waar hij over zong was dood – maar dat wist je al.
Marlies Philippa – deze keer niet als voorzitter maar als voorzanger – zong eerst Epistel 45 van Bellman (in het Zweeds). Precies zo schalks als Bellman het bedoeld heeft. Vervolgens een lied dat Cornelis ooit als verjaardagscadeautje voor zijn 9-jarige zoon schreef: “Till Jack”. Het lied klinkt zo lieflijk, totdat je de tekst in al zijn verschrikkingen op je laat inwerken. Het verhaal gaat, dat Jack destijds liever een speelgoedje had gekregen. Dat is begrijpelijk, maar nu is het een geschenk aan de hele wereld geworden
-9-
Daarna Bas van Geel. Dit was de eerste keer dat ik “På grund av emigration” in het Nederlands hoorde. (Emigratiebesluit, vertaling Huldra). Zo vaak hoort men dit nummer niet. Jan Vollaard viel op met zijn ukelele. Dit bleek een fotogenieke combinatie. Hij kon bovendien de zaal aardig aan de gang krijgen. Na de pauze kwam onze speciale gast Tonny Vreeswijk. Zonder haar zou het programma eigenlijk niet compleet zijn geweest.
Ze is zelf ook een rasartieste die steeds weer kan ontroeren – en niet alleen “de zuster van”. Samen met Jurjen Oostenveld werd Marjolijn toegezongen, en hoorden we de raketten en bommen weer inslaan. Niet alle artiesten zijn nu genoemd, maar U kunt gelukkig grote delen van de middag nog bekijken op de Cornelis Vreeswijk – sites van YouTube & Facebook. (U kunt ook naar de website van het CVG gaan en de links gebruiken).
Het is subjectief, natuurlijk, maar de verrassing van de middag was voor mij Mattias Mattsén. Niet alleen omdat hij in het Zweeds zong, maar vanwege zijn warme, sonore stem. Daar hoop ik meer van te horen. Marije Hoelaars (accordeon) en Jurjen speelden en zongen “Kleine prins” (Vaggvisa- in de vertaling van Carolien van Heuven). Maar eerst verontschuldigden ze zich voor die keuze, want eigenlijk vonden ze dat dit het liedje van Jack Vreeswijk was. (En Ibo Bakker, die mocht het vroeger ook zingen.
- 10 -
En zelf zing ik het ook vaak. Maar dan in het Zweeds, en voor een heel select publiek. Maar dat wist U al) Niet alleen CVG-leden kwamen opdagen op die zaterdag, maar ook mensen uit de buurt van “De Schalm”. Die weten natuurlijk allang waar men terecht kan voor goede muziek. Wel leuk, natuurlijk, dat een handvol mensen uit deze categorie zich alsnog hebben aangemeld als belangstellende, c.q. lid. Annie & Cees Ooteman en Roel Zilver: bedankt! Wim van Kooten (secretaris)
van de penningmeester Contributie 2014 Afgelopen zaterdag woonde ik het Open Podium van het Cornelis Vreeswijk Genootschap bij in Westwoud. Ik werd netjes van de trein gehaald in Hoogkarspel, perfect! In het sfeervolle etablissement DE SCHALM was het heel druk. De bezoekers genoten van verrassende nieuwkomers, die vaak nummers van Cornelis brachten, zoals Sjaak Swart, Hans Valentijn, Jan Vollaard (met ukelele!), Hans van Deelen, Sem van Blerk, Joost Botman en, in het Zweeds nog wel, Marlies Philippa en de Zweedse Nederlander Mattias Mattsén. De zus van Cornelis, Tonny, zong als speciale gast ook een aantal nummers van haar broer. Mooi dat ze dat gewoon steeds weer doet. Cornelis-fan Jurjen Oosterveld deed de regie van de zeer geslaagde middag. Duidelijk is dat Westfriesland houdt van Cornelis Vreeswijk. De middag begon met een Youtube versie van "Een reis", door de dit jaar helaas overleden Maarten van Roozendaal. Laat ik nou net vorige week mijn vertaling van dit lied op cd hebben gezet! Een andere, maar wel mooi. Henk van Kuijk, op CVG Facebook:
Wilt u de contributie voor 2014 vóór 1 februari a.s. overmaken op ons rekeningnummer IBAN NL69 INGB 0003 6534 47 (dat is ons oude vertrouwde gironummer 365 3447 in de nieuwe IBAN notatie) ten name van Cornelis Vreeswijk Genootschap te Utrecht. Het bedrag is €15,- voor een gewoon lidmaatschap en €20,voor een gezinslidmaatschap.
Subsidie Prins Bernhard Cultuurfonds Zoals bekend zijn we al geruime tijd bezig om de opnamen op de zogenoemde Bellmanband door een professionele geluidsstudio te laten digitaliseren en restaureren. Op deze oude bandrecorderband zingt Cornelis een aantal eigen vertalingen van Bellmanliederen, die nog nooit op LP of CD zijn uitgebracht. Omdat de kosten hiervan onze financiële draagkracht te boven gaan hebben we ons gewend tot het Prins Bernhard Cultuurfonds. Eind oktober, vlak na het uitkomen van de vorige Pijpendraaier, werd bekend dat het fonds ons hiervoor een subsidie van € 1.000,- heeft toegekend. Dit is natuurlijk fantastisch nieuws! Jurjen Oostenveld en Tonny Vreeswijk (die de band onder haar beheer heeft) zijn inmiddels druk in de weer om de Bellmanopnamen zo goed mogelijk te laten conserveren. Wim Boswinkel Penningmeester
- 11 -
Billboard Zeven Zweedse Poëten die zoeken, twijfelen, geloven of weten
GOD JUL
Onder bovenstaande titel heeft Jules Hellendoorn in eigen beheer een bundel uitgegeven met zeventien door hem uit het Zweeds vertaalde gedichten en liederen. Het gaat om teksten van o.a. Tomas Tranströmer, Ulf Lundell en Hjalmar Gullberg. Achter in de bundel bevindt zich bovendien een cd met het door Hellendoorn vertaalde lied “De Liefde en de Wind” van Evert Taube, gezongen door Marloes Cremers.
Het CVG-bestuur wenst iedereen prettige kerstdagen en een heel gelukkig 2014
OCH GOTT NYTT ÅR
De dichtbundel kost € 12,50 plus € 2,50 verzendkosten en is te bestellen bij: Jules Hellendoorn Brasemdaal 22 2553 ND DEN HAAG E-mail: scanglia@telfort.nl
De Nederlandse biografie van Cornelis Vreeswijk heet ‘Misschien wordt ’t morgen beter’ en verschijnt in maart 2014 bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar
Zweden en Nederland staan in 2014 stil bij 400 jaar diplomatieke betrekkingen. Sinds eind november is er een website online: http://swe400nl.com/ Hierop staan nieuwsberichten en de agenda van festiviteiten in het kader van het jubileumjaar.
- 12 -