e Pijpendraaier
Ledenblad van het Cornelis Vreeswijk Genootschap
EENZAAM maar niet alleen
De Nozem en de Non in Heemskerk
Maarten van Roozendaal
LASSE LUCIDOR het prille begin
Jaargang 5 - Nummer 2 28-10-2013
van de (interim-)redactie Eind juni verscheen de vorige Pijpendraaier en sindsdien is er weer veel gebeurd en daarover berichten wij in dit herfstnummer. Ook deze Pijpendraaier is tot stand gekomen zonder vaste redacteur. Op de oproep in het vorige nummer heeft zich niemand gemeld. Mocht u belangstelling hebben, dan kunt u zich nog steeds melden bij het bestuur. In dit nummer staan we uiteraard stil bij het overlijden van Maarten van Roozendaal, wiens indrukwekkende optreden op het gala in november ons nog vers in het geheugen ligt.
De Andersons traden op tijdens Cornelisdagen in Stockholm. Een filmploeg van EenVandaag heeft het allemaal vastgelegd, het resultaat heeft u in september kunnen aanschouwen. Zangeres Anna Ågren vertelt in deze Pijpendraaier hoe het was om daar op te treden. Nadat Rutger Vahl voorafgaand aan de fietstocht in juni ons al een voorproefje gaf van zijn biografie zet hij voor dit nummer een aantal markante personen uit het leven van Cornelis op een rijtje. We kijken uit naar zijn biografie, die in maart zal verschijnen.
Marlies Phillippa praat ons weer bij over de ontwikkelingen bij onze Zweedse zusterorganisatie Cornelis Vreeswijk Sällskapet en Hans Westin schrijft over de 17eeeuwse Zweedse dichter Lasse Lucidor, aan wie Cornelis een lied heeft opgedragen, Ik wens u veel leesplezier met deze Pijpendraaier! Wim Boswinkel penningmeester en tijdelijk redacteur
Maar gelukkig zijn er ook vrolijker zaken te melden: zo bezocht onze secretaris Wim van Kooten een uitgaansgelegenheid in Heemskerk. Dit is op zich niet het vermelden waard, ware het niet dat deze getooid is met een naam die ons –letterlijk- als muziek in de oren klinkt: De Nozem en de Non.
Colofon:
- De Pijpendraaier is het ledenblad van het Cornelis Vreeswijk Genootschap (CVG). - Het CVG stelt zich ten doel om: * de herinnering aan Cornelis Vreeswijk in Nederland levend te houden * het vertolken van de liederen van Cornelis Vreeswijk in het Nederlands te stimuleren * in Nederland het bestaan en de ontwikkeling van een troubadourtraditie te bevorderen - Het CVG doet dit door: * informatie beschikbaar te stellen * dit ledenblad te publiceren * muziekbijeenkomsten te organiseren * het vertalen van het werk van Cornelis Vreeswijk uit het Zweeds te stimuleren - De Pijpendraaier verschijnt jaarlijks in februari, juni, september en december. - De kopijsluiting per nummer is op de eerste van de maand waarin het nummer verschijnt. - Kopij sturen naar: pijpendraaier@cornelisvreeswijk.nl
-2-
Disclaimer: De Pijpendraaier wordt samengesteld voor verspreiding onder de leden van het Cornelis Vreeswijk Genootschap (CVG). Omdat delen van de inhoud auteursrechtelijk beschermd kunnen zijn, is het uitdrukkelijk niet de opzet van de CVG dat deze inhoud buiten de kring en de bijeenkomsten van het Genootschap verspreid of gebruikt zal worden. Het CVG neemt geen verantwoordelijkheid voor zulke verspreiding, door leden of door derden.
luisterlied
INHOUD Pagina 2: Van de redactie Pagina 3: Luisterlied Pagina 4: Van de voorzitter Pagina 5: In Memoriam Maarten van Roozendaal Pagina 6: Nieuws uit Zweden Pagina 7: Eenzaam, al wilde iedereen aan zijn tafel zitten Pagina 8: Eenzaam… (vervolg Pagina 9: Eenzaam… (vervolg) Pagina 10: Lasse Lucidor Pagina 11: Lasse Lucidor (vervolg) Pagina 12: De Nozem en de Non In Heemskerk Pagina 13: De Nozem en de Non (vervolg) Pagina 14: De Andersons Pagina 15: Open podium – de Schalm
Op de Hommage cd uit 2002 worden een tweetal nummers vertolkt door Maarten van Roozendaal. Op blz. 5 een interview met de j.l. overleden zanger. Over Vreeswijk zegt Van Roozendaal: "Van jongs af aan ben ik in Nederlandstalige muziek geïnteresseerd. In de loop der jaren ben ik Vreeswijks repertoire zelf gaan zingen en kwam ik erachter hoe knap dat gemaakt was en hoe moeilijk te zingen. Die gast heeft echt wat opengebroken. Hij heeft een complete cyclus met verwijzingen naar de mythologie geschreven, ondoorgrondelijk maar prachtig werk” Bij dezen als luisterlied de vertaling en vertolking van En Resa.
Een reis Door plastic ging de tocht Door allerhande rotzooi heen Aphrodite is niet van steen We hingen aan haar rok Vond je dan eindelijk wat je zocht Werd het weer tijd dat je verder trok Van alle kanten woei de wind We konden niet meer op de loop Voor het plastic oog van de cycloop Sirenen, hoog, van ver O man, de kapitein werd blind Door het licht van de superster De winden waaiden wild We droegen allemaal ons lot Venus’ gordel zat op slot We huilden om het wijf Haar plastic gordel was haar schild Van plastic was haar lijf Rust kende ik niet meer Vervloekt de stad, vervloekt de tijd Liefde is iets waaraan je lijdt Een last, en nu ik ren Schrijf ik een laatste regel neer Van plastic is mijn pen
Pagina 16: Billboard
M&T: Cornelis vreeswijk Ned T: Peter Verschoor Zang: Maarten van Roozendaal
Eindredactie: Wim Boswinkel Vormgeving: Design No19 Tekening omslag: Wikipedia
http://www.youtube.com/watch?v=_vMjHG5oGg0&feature=youtu.be -3-
van de voorzitter Beste liefhebbers van Cornelis Vreeswijk,
Ons bestuurslid Jurjen Oostenveld was naar Stockholm getogen om foto’s en filmpjes te maken van Cornelisdagen (zie Facebook) en om in de ‘wandelgangen’ wat te zingen en te spelen.
’t Is weer voorbij, die mooie zomer. Die zomer die begon zowat in mei. Toen trouwden Anna en Roel van De Andersons. Ter gelegenheid daarvan kregen ze van het CVG tijdens de Uitmarkt in Amsterdam op 1 september nog een kleine toepasselijke attentie. Ze traden er op en kondigden aan nog een jaar door te gaan met hun schitterende programma Vreeswijk & De Andersons. U moet er beslist naartoe gaan als u het nog niet heeft gezien. Het was nog geen goed weer in mei. Dat was het wel op 2 juni, de dag waarop we met een flinke groep leden de Cornelis Vreeswijk Fietstocht hebben gereden in IJmuiden. Daarover heeft u kunnen lezen in het vorige nummer van De Pijpendraaier. Rutger Vahl hield die dag een nieuwsgierig makende lezing over zijn biografie van Cornelis die komend voorjaar zal verschijnen. De focus ligt op zijn vroege jeugd in IJmuiden en op het typisch Nederlandse dat Cornelis altijd behouden heeft. In een uitzending van EenVandaag van 7 september die voor een groot deel aan Cornelis gewijd was, is hij daar ook op ingegaan.
terminaal ziek te zijn. Uw secretaris Wim van Kooten en ik zijn op 8 juli naar de afgeladen herdenkingsbijeenkomst in De Duif in Amsterdam gegaan. Daar hebben we namens het CVG een condoleancekaart overhandigd.
De afgelopen jaren was het CVG in augustus steeds met een programma aanwezig op het Havenfestival in IJmuiden. Dit jaar niet. Dat had drie redenen. Ten eerste hadden wij ons zomerevenement al op 2 juni gehad, ten tweede hadden wij De zomer was niet alleen maar vorig jaar ondanks uitstekende vrolijk. Begin juli overleed artiesten veel te weinig bezoekers Maarten van Roozendaal, een getrokken en ten derde was het eminent vertolker van Cornelis’ Havenfestival van twee dagen tot liederen. Vanaf het begin is hij bij één dag ingekrompen. Maar wij het CVG betrokken geweest. Ook waren wel in Zweden aan de hommage-cd heeft hij vertegenwoordigd op 4 augustus meegewerkt. Hij ontroerde bij op Cornelisdagen. Ons erelid zijn optreden op het Cornelis Jack Vreeswijk trad er op en ook Vreeswijk Gala vorig jaar op 12 de Andersons hadden een november. Dat is een van zijn optreden. In de uitzending van laatste optredens geweest. Kort EenVandaag werd daar eveneens daarna bleek hij aandacht aan besteed.
-4-
De zomer is voorbij, het najaar naakt. We maken ons op voor de CVG-bijeenkomst op 9 november. Drie dagen voor de sterfdag van Cornelis en op een historische locatie: ‘De Schalm’ in Westwoud in West-Friesland, de plek waar het CVG ruim dertien jaar geleden is opgericht en waar sindsdien ook verscheidene bijeenkomsten zijn geweest. Een beetje lastige plek om met het openbaar vervoer te bereiken, maar daar is in voorzien. Voor het eerst sinds jaren organiseren we weer een Open Podium voor amateur-vertolkers van het Cornelis Vreeswijk-repertoire, dit op dringend verzoek van onze leden. Ook Tonny Vreeswijk zal optreden. En dan moeten we gaan nadenken over 2014, volgend jaar. In dat jaar worden 400 jaar diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Zweden gevierd. Aan die viering zal ook het CVG actief meewerken. We zijn er al volop mee bezig. Verder zal de zo gewenste biografie van Rutger Vahl in 2014 verschijnen. Ook hopen we dat de financiering van de Bellman-band in dat jaar klaar is, zodat er een prachtige Bellman-cd van Cornelis kan uitkomen. Ten slotte voorzien we dat de bewerking van de opnames van het gala van vorig jaar op korte termijn gereed zal zijn. Dan is er prachtig beeld- en geluidsmateriaal voorhanden waaruit de grootheid van Cornelis Vreeswijk op grandioze wijze naar voren komt. Marlies Philippa
Maarten van Roozendaal 3 mei 1962 – 1 juli 2013 Op 1 juli overleed Maarten van Roozendaal, na een lang ziekbed. Hij was een veelzijdig artiest en een groot liefhebber van het werk van Cornelis Vreeswijk. We kennen hem van z’n geheel eigen vertolking van Teddybeer op de hommage-cd uit 2002 en natuurlijk van het geweldige optreden in november op het Cornelis Vreeswijk Gala in IJmuiden. We willen hem hier nog eenmaal aan het woord laten over zijn liefde voor de liederen van Cornelis. Ter gelegenheid van het Gala gaf hij indertijd een interview aan het dagblad Trouw, dat we hieronder weergeven met vriendelijke toestemming van de auteur Stan Rijven. Trouw maandag 12 november 2012 Troubadour Cornelis Vreeswijk (1937 -1987) is een nationale held in Zweden, in Nederland een nagenoeg vergeten zanger, behalve in Vreeswijks geboortestad IJmuiden. Zijn 25ste sterfdag wordt herdacht tijdens een speciale avond met zoon Jack en bewonderaar Maarten van Roozendaal. Heftiger dan Shaffy in zijn tijd Bezielde zangers die met zoet en zuur op de tong het eigen leed een algemene strekking verlenen, kom er nog eens om. In de jaren zestig, het tijdperk van de botsende generaties, had je geen kaarsjes nodig om ze te vinden. Frankrijk had-Serge Gainsbourg, België kende Jacques Brel, Engelmd Donovan en Amerika Bob Dylan. En Nederland? Schoorvoetend begon het met Boudewijn de Groot en Ramses Shaffy en nog rebelser met Comelis Vreeswijk Vreeswijk? Die was toch van het komische 'De nozem en de non'? Zanger en liedschrijver Maarten van Roozendaal kan zich er nog over opwinden. Hij onderbreekt vanavond zijn theatertournee voor een gastoptreden tijdens het Vreeswijk Gala. "Van jongs af aan ben ik in Nederlandstalige muziek geïnteresseerd. In de loop der jaren ben ik Vreewijks repertoire zelf gaan zingen en kwam ik erachter hoe knap dat gemaakt was en hoe moeilijk te zingen. Die gast heeft echt wat opengebroken: Vreeswijk was in
zelfs op de radio verboden zodat hij een open brief schreef naar Olaf Palme, destijds minister van communicatie, met het verzoek dan maar voorgoed van de radio te worden verbannen. Wegens drank en andere problemen kwam Vreeswijk enkele keren in de gevangenis. De Zweedse kranten kopten: "Hij is een gevaar voor de jeugd", en "Veroordeeld voor dronkenschap en onbevoegd rijden". In 1987 overleed Vreeswijk, 50 jaar oud, Foto: Remco van der Kruis aan diabetes en leverkanker. Nederland de eerste Nederlandstalige zanger die vol voor popmuziek ging, en vooral voor de blues. Behoorlijk zwartgallig en ook uitermate komisch. "De liedjes die in Nederland het beroemdst werden, moesten hits scoren. Dat zal wel gekomen zijn door zijn producer Gerrit den Braber. Daardoor leek het of Vreeswijk in de hoek zat van Jan Boezeroen. Eigenlijk schandalig, omdat we zijn meer poëtische werk helemaal niet op de radio te horen kregen. Want het was wel de bedoeling dat je bij 'Op Losse Groeven' terechtkwam." De op jonge leeftijd geëmigreerde Vreeswijk maakte in Zweden snel furore. Als rebelse buitenstaander nam hij het op voor de onderklasse. Hij schopte tegen de apartheid in Zuid-Afrika aan en allerlei andere heilige huisjes. In de album-jaarlijst van 1965 stond zijn album 'Ballader och Grimascher' op de tweede plaats tassen The Beatles (Help) en The Rolling Stones (Out of our heads). Cornelis' liedjes werden
-5-
Een park werd naar hem vernoemd, hij kreeg zelfs een eigen museum. Toch is het niet deze heldenstatus die Van Roozendaal boeit. "Net als Bram Vermeulen en Ramses Shaffy was Cornelis Vreeswijk een wegbereider van de Nederlandse liedcultuur Vandaag kun je in het Nederlands elke muziekstijl gebruiken, daarvan is Vreeswijk ongetwijfeld de grondlegger. Hij was een vreemde eend in de bijt, heftiger dan Shaffy in die tijd." Van de 38 albums die Vreeswijk in Zweden uitbracht, zijn sommige liedjes in het Nederlands vertaald. Van Roozendaal: "Hij heeft een complete cyclus met verwijzingen naar de mythologie geschreven, ondoorgrondelijk maar prachtig werk. En het ontsluit zich nu. "Vreeswijk is onwaarschijnlijk oorspronkelijk, ook door anderen beïnvloed, maar internationaal georiënteerd en heel stoer. Ik zou veel beginnende zangers aanraden eerst bij Vreeswijk te rade te gaan.' Stan Rijven
Nieuws uit Zweden Waar is dat leuke Vreeswijkmuseum in Stockholm toch gebleven, wordt mij herhaaldelijk gevraagd. Ik heb er in Pijpendraaier 2 en 3 van vorig jaar antwoord op proberen te geven en pas nu weet ik eindelijk precies hoe het zit. Dit wordt de derde keer dat ik u Nieuws uit Zweden presenteer. Het gaat daarbij steeds over Cornelis Vreeswijksällskapet, het Zweedse Cornelis Vreeswijk Genootschap. Dit is een vereniging die is opgericht na Cornelis’ dood en die dus zes en twintig jaar bestaat, twee keer zo lang als ons eigen genootschap, en die 1623 leden telt, een aantal waar ook wij naar streven. Door Sällskapet wordt twee keer per jaar een speciale dag georganiseerd: Cornelisdagen begin augustus rond de geboortedag van Cornelis op Mosebacke in Stockholm en Minneskonserten op 12 november, de sterfdag van Cornelis, in de Katarinakerk, eveneens in Stockholm. Elf jaar lang heeft de vereniging een prachtig Cornelismuseum in Gamla Stan beheerd, tot juni 2011. Over dit museum gaat het nu. In Pijpendraaier 2 van 2012 meldde ik het volgende: “Inmiddels is het museum dus gesloten en zijn de administratie en de collectie ervan verhuisd naar Bellmanhuset in Gröna Lund, een locatie die zij voortaan zullen delen met Taubesällskapet en Bellmansällskapet”. Na een verblijf in Stockholm kon ik deze mededeling in nummer 3 van de Pijpendraaier corrigeren: “Dat blijkt niet helemaal te kloppen, alleen de administratie is verhuisd naar Bellmanhuset. De collectie is momenteel helemaal niet te zien. Die zal naar Visans Hus gaan, het ‘Huis van het Lied’, een muziekmuseum voor de drie verenigingen dat nog in aanbouw is op Djurgården tussen Blå Porten en Gröna Lund. De
denken; de benedenverdieping wekte associaties met het autodek van een veerboot. Er ontbreekt een ziel, er wordt geen inzicht geboden in de kwaliteit van de artiesten, het gaat om hun bekendheid en succes. Oppervlakkigheid troef. En wat Cornelis betreft: "De Cornelisvitrine omvat ongeveer een vierkante meter. Eén wand is beplakt met krantenartikelen; zijn gitaar ligt op een door hem gebruikt krukje. Aan een knaapje hangt zijn vest. Dat is het dan." foto: Anne-Pia Ahlstedt Cornelis Vreeswijk Sällskapet heeft dus een nieuwe voorzitter gekregen: Kurt Öberg. In de jaren bedoeling is, dat het in de loop zestig raakte hij vooral door de van 2013 geopend wordt.” wilde en vrijpostige liedjes in de Dat is inmiddels gebeurd, maar ban van Cornelis. Hij zegt het blijkt allerminst te zijn wat daarover: "Toen deze liederen met wij ervan hadden verwacht. Het zo'n kracht en oprechte sociale museum, waarvan de deuren op 7 pathos op ons af kwamen, werden mei opengingen, is niet Visans wij jongens allemaal wakker Hus geworden, maar de Swedish geschud". Een tijdje later begon Music Hall of Fame (SMHOF) hij ook de lyrische liederen te waarin ABBA The Museum een waarderen: "Er was geen belangrijke plaats heeft gekregen. tegenstelling meer tussen stoer De bedoeling van SMOF is om de zijn en liefde voor tedere poëzie". ontwikkeling van de Zweedse Kurt is zelf troubadour geworden. popmuziek te beschrijven van ongeveer 1920 tot nu. Bellman zit In 1964 debuteerde Cornelis met de plaat Ballader och er dus helemaal niet bij. oförskämdheter. In hetzelfde jaar Kurt Öberg is er naartoe gegaan. ging hij samen met Ann Louise Hij is de nieuwe voorzitter van Hanson en Fred Åkerström op Sällskapet dat een alom bejubelde tournee. Deze werd in 1965 op plaat gezet: Visor Cornelismemorabilia heeft uitgeleend, die vroeger te zien och oförskämdheter. In het waren in het Cornelismuseum. herdenkingsconcert van dit jaar Het bezoek maakte hem diep op 12 november in de treurig. Alleen het gebouw al. Tot Katarinakerk wordt een paar jaar geleden lag daar teruggegrepen op deze Lindgården, de parel onder de samenwerking. Ann Louise Stockholmse terrassen, en dat al Hanson zal er optreden samen sinds 1930! En nu is er dan dat met de kinderen van Fred en pretentieuze museum dat Kurt Cornelis, Caisastina Åkerström aan een betonnen bunker deed en Jack Vreeswijk. Marlies Philippa
-6-
Eenzaam, al wilde iedereen aan zijn tafel zitten Cornelis kon in Zweden niet over straat zonder voortdurend aangesproken te worden en schouderklopjes te krijgen. De mensen hielden van hem. Toch voelde de zanger zich vaak eenzaam. Echte vrienden had hij niet. ‘Ik ben eenzaam maar niet alleen’, schreef hij als 24 jarige in een dagboek. Uiteraard ontmoette hij in zijn leven veel mensen. Voor mijn biografie interviewde ik er ruim 120. Sommige conversaties verliepen via de email, voor andere gesprekken reisde ik naar Zweden. In dit artikel passeren de mensen de revue die de meeste indruk op mij hebben gemaakt. Anders Burman Waar sommige artiesten jarenlang langs uitgestorven jongerencentra moeten trekken voordat ze eindelijk doorbreken, stond Cornelis in één klap aan de top. Zijn debuutplaat uit 1964 maakte van hem een Bekende Zweed. Dat dankte Cornelis in de eerste plaats aan zijn talent. Maar minstens zo belangrijk was producer Anders Burman (1928-2013). Burman was in alles het tegenovergestelde van de gehaaide platenbaas: zelf een verdienstelijk jazz-drummer wist hij dat je artiesten vrij moest laten. In tegenstelling tot Cornelis’ Nederlandse producer Gerrit den Braber, die altijd een hit wilde, vond Burman dat wat artistiek goed was ook commercieel zijn weg wel zou vinden. Ik ontmoette de charismatische producer-in-ruste in zijn miljoenenappartement aan de Bellmansgatan in Södermalm. Hij had een schitterend uitzicht over de stad en in zijn woonkamer hing het schilderij dat wij kennen van de plaat Poem ballader och lite blues. Burman had iets met Nederland. Zijn vader deed in Hollandse tomaten en was nog een tijdje Nederlandse vice-consul geweest toen hij een Nederlands schip, dat in de problemen was gekomen, ter zijde had gestaan.
Bim Vreeswijk Ingalill Rehnberg was Cornelis’ eerste vrouw (huwelijk van 1962 tot 1968) en de moeder van zijn zoon Jack. Voor zijn derde vrouw, Anita Strandell (getrouwd met Cornelis van 1979 tot 1982), koesterde de zanger vooral sympathie en respect. Maar de echtgenote die hem gek maakte, zowel in positieve als negatieve zin, was Bim. Ze trouwden in 1970 en gingen begin 1975 uit elkaar. Later deed Cornelis alsof Bim alleen uit was geweest op zijn geld waardoor fans haar vooral zijn gaan zien als Cornelis’ eigen Yoko Ono: een vrouw die zich te nadrukkelijk met de carrière van haar man bemoeide. Maar de broze dame die ik in haar eenvoudige woning in Sävsjö (precies tussen Stockholm en Malmö in) sprak, had niets van de dominante haaibaai die ik verwacht had. Het was de dag na de aanslagen van Breivik en we waren beiden behoorlijk aangeslagen. Bim leed aan beginnende Alzheimer waardoor het gesprek moeizaam verliep. Haar relaas over haar jaren met Cornelis kende ik in grote lijnen al, maar de details van hun vechthuwelijk waren toch schokkend. Na de echtscheiding vluchtte Bim naar India en waar ze jaren in een commune woonde. Voor ik wegging, liet ze me haar huisje zien. In de kale logeerkamer hingen twee foto’s aan de muur. De ene was van Cornelis, de andere van een man met een woeste haardos. ‘Dat is Sai Baba, mijn Indiase goeroe’, verduidelijkte Bim. ‘Na Cornelis was hij de belangrijkste man in mijn leven.’
-7-
Sid Jansson Elvis Presley had ‘Colonel’ Parker, Herman Brood Koos van Dijk. De manager van Cornelis heette Sid Jansson, een kleine, bescheiden ‘provinciaal’ die als reclametekenaar de kost verdiende in Stockholm. Hij was niet van het doortrapte managerstype, maar moet toch dingen goed hebben gedaan want Sid was Cornelis’ manager in diens meest succesvolle periode (1965-1970). ‘Dat we nooit ruzie hebben gekregen’ zei Sid eens, ‘kwam omdat we het onderwerp geld vermeden.’ Wat daarbij meespeelde was dat de ziekelijk jaloerse Cornelis zijn vriendje Sid op het romantische vlak niet als concurrent beschouwde. In Rättvik, een paar honderd kilometer ten noorden van Stockholm, mocht ik Sids omvangrijke Cornelis-archief doorspitten. Een goudmijn! Hij trakteerde me op elandenvlees, zelf geschoten, vertelde hij erbij. Dat ik al 35 jaar vegetariër ben, durfde ik na zoveel kostbare informatie niet te zeggen.
Ulla Cornelis was geen man om single te zijn. ‘Ik vind het afschuwelijk om alleen te moeten ontbijten, om in mijn eentje de nieuwe dag te beginnen’, zei hij in een interview. Cornelis had veel vriendinnen. AnnChristine is de bekendste, vooral omdat Cornelis haar als ‘AnnKatarin’ diverse malen bezongen heeft. De zanger had ook diverse Deense liefjes. De bekendste is Helle Fastrup. Maar er is nog een andere Deense vriendin. Bij toeval stuitte ik op Ulla, die kortstondig met de zanger samenwoonde in 1985. Cornelis bleek de liefde van haar leven te zijn geweest in een relatie die erg serieus was, totdat het erg misging.
-8-
Silas Bäckström Producer en manager Silas Bäckström is omstreden bij een deel van de Cornelis fans. Zij vinden dat hij de nalatenschap van de zanger te veel naar zich heeft toegetrokken. Maar ook de criticasters kunnen niet ontkennen dat Silas Bäckström medio jaren tachtig als een van de weinigen in Cornelis bleef geloven. Hij heeft de zanger geholpen in diens laatste moeizame jaren, zorgde ervoor dat hij een nieuw publiek kon aanboren en was belangrijk voor de revival die Cornelis in Zweden beleefde na zijn dood. Ik ontmoette de inmiddels gepensioneerde Silas diverse malen en vond hem een aardige man, die zelf eerlijk toegaf: ‘Je moet met mij niet praten over de poëzie van Cornelis. Daar heb ik geen verstand van’. Silas is van het type dat de telefoonnummers van heel cultureel Zweden in zijn mobiel heeft staan.
Peter Niewerf en Willem de Vries
Bosse, Tommy en Rigmor
De twee Nederlandse muzikanten met wie Cornelis zijn eerste en tweede Nederlandse plaat opnam en met hem op tournee gingen door Scandinavië. Niewerf, die later les ging geven op het conservatorium, herinnerde zich Cornelis als een speciale maar ook wat labiele artiest. Het afscheid na de wekenlange tournee voelde voor hem als een koude douche. ‘Cornelis liep ons voorbij op het vliegveld en zei: ‘See you fellows around’. Dat was het dan.’ Willem de Vries had medio tachtig nog een keer contact met Cornelis, toen deze in Nederland was. ‘Hij belde me op, zat aan de grond en huilde. Hij wilde iets afspreken maar ik had andere verplichtingen en kon niet. Daar voelde ik me nog lang schuldig over.’
Bosse Strandberg, Tommy Eriksson en Rigmor Blom waren vrienden van Cornelis in de jaren dat hij nog een zoekende adolescent was. Met Tommy probeerde Cornelis tevergeefs een musical over de oude dichter Lasse Lucidor te schrijven. Rigmor was zijn eerste echte vriendinnetje en de eigenaresse van het allereerste singeltje (oplage: 1) dat Cornelis ooit opnam. Bosse ging met Cornelis op vakantie naar IJmuiden in de hete zomer van 1959. Ik vroeg Bosse hoe het was dat zijn vriend ineens zo beroemd was in Zweden. ‘Vreemd. En niet leuk. Ik raakte een goede vriend kwijt. We hebben elkaar daarna nog maar een paar keer gezien.’ Ik zag aan Bosse dat hij daar nog steeds mee zat.
De Nederlandse biografie van Cornelis Vreeswijk heet ‘Misschien wordt ’t morgen beter’ en verschijnt in maart 2014 bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar
-9-
Lasse Lucidor – het prille begin Was er leven vóór Bellman? Wie zich verdiept in Cornelis en de liedtraditie waar hij deel van uitmaakte, komt voortdurend de grote oer-bard tegen. Bellman was de Shakespeare, de Poesjkin, de Cervantes van het Zweedse lied, met hem begon het allemaal. Toch? Maar natuurlijk is dat niet waar: alles wat er bestaat komt uit iets anders voort, ook de liederen van Bellman. In dit en het volgende nummer besteedt de Pijpendraaier aandacht aan twee zeventiende-eeuwse troubadours. Cornelis Vreeswijk stond bekend – bij sommigen berucht – om de uitgebreide tussenpraatjes waarmee hij zijn optredens opluisterde. In dat opzicht was hij een echte, klassieke troubadour: hij bracht zijn liederen als verhalen, als onderdeel van een nog veel groter verhaal waarvan hij het publiek deelgenot maakte, zingend, sprekend en associërend. En soms ronduit ouwehoerend, waardoor het inleidend verhaal weleens flink langer kon uitpakken dan het lied zelf. Een mooi voorbeeld is te vinden op een concertregistratie die in maart 1967 werd gemaakt maar pas in 2004 op cd verscheen: Cornelis i Saltis, opgenomen voor een veelal jeugdig publiek in de aula van de middenschool te Saltsjöbaden vlakbij Stockholm. Bij het lied Telegram för Lucidor laat hij alle remmen los en weet hij een cd-spoor van ruim vier minuten te vullen, waarvan hij welgeteld zeventig seconden ook daadwerkelijk zingt. De rest bestaat uit een verhaal dat hieronder bijna letterlijk is vertaald, hier en daar parafraserend om het Nederlands beter te laten lopen: Voor het volgende lied wou ik even teruggaan in de tijd en een zeventiende-eeuwse ballade zingen, die ik zo’n halfjaar geleden heb geschreven. Stel je voor: Skåne, in de zomer. Stel je de Skånska Hoogvlakte voor, laten we zeggen ergens tussen Lund en Eslöv. Daar loopt een meneer genaamd Lars Johansson, ook bekend als de Ongelukkige, ook bekend als Lucidor. Hij is onderweg van de ene hofstede naar de volgende, hij is op
tournee, hij is namelijk troubadour. Die bestonden in die tijd namelijk ook al. Hij loopt daar met zijn citer op de rug en in zijn achterzak heeft hij een paar dukaten, gouden dukaten, die hij op het vorige adres heeft verdiend. Hij neemt er zijn gemak van, de zon schijnt, alles is pais en vree. De tournees gingen langzamer in die tijd, ze hadden immers alleen paarden en zo. En voor paarden heb je geen rijbewijs nodig… Hier last de zanger een korte lachpauze in. Het incident, bekend voor wie de film Cornelis heeft gezien, waarbij een stomdronken Vreeswijk achter een autostuur wordt weggehaald en niet over een rijbewijs blijkt te beschikken, is op dat moment nog vers in ieders geheugen. De scholieren reageren met voorspelbaar gegiebel, waarna
- 10 -
Cornelis verder vertelt:Nu is het moment aangebroken dat er wezenlijke dingen gaan gebeuren. Hij is dus onderweg tussen Lund en Eslöv en hij komt langs een roggeveld. En op dat veld staat de rogge in volle bloei, en de boer die de rogge bezit is deze aan het oogsten. Hij wordt bijgestaan door een knecht, die de rogge dus niet bezit, hij oogst hem alleen maar, samen met de boer, ze zijn samen aan het oogsten. En daarachter loopt een dienstmeid … geweldige meid … [weer gegiebel] … en zij pakt van die bundels op, weet je wel… schoven heten die dingen. En telkens als zij dat doet, als ze voorover buigt om een schoof bij elkaar te rapen, dan opent zich daar een perspectief voor Lucidor … [nog meer gegiebel] … waardoor hij inspiratie krijgt. Nu is het zo dat deze meid … het is in de baas zijn tijd, dus er komt … laten we het erop houden dat hij besluit het volgende lied te schrijven. Over die meid. En dan zet de zanger het lied in dat hij later in het Nederlands zou vertalen als Uylenspieghels Avondlied: Hij maait met sikkel en zeis, en verdient er zijn brood genoeg Maar de dood trekt de boer zijn ploeg en de duivel zit luid te krijsen Wie was deze Lucidor waar Vreeswijk over vertelt? Lars Johansson (1638 – 1674), meestal bekend als Lasse Lucidor, was een flamboyante verschijning in het Zweden van de Gouden Eeuw: leraar, dichter, prozaschrijver en liedzanger. Over zijn afkomst is weinig met zekerheid bekend;
hij werd waarschijnlijk geboren in Stockholm, waarschijnlijk als derde van vijf kinderen, waarschijnlijk als zoon van een kapitein in de Zweedse marine. Over zijn moeder is iets meer bekend: Kristin Larsdotter was de dochter van Lars Matsson, een carrièreofficier in de marine die na zijn bevordering tot admiraal en verheffing in de adelstand de naam Strusshielm aannam en zich in Pommeren vestigde, destijds een Zweedse bezitting. Of moeder Kristin ook werkelijk getrouwd was met de vader van haar kinderen is onduidelijk, het mag opvallend heten dat haar oudste zoon werd vernoemd naar zijn grootvader aan moederszijde, niet naar zijn vaders familie. De vader stierf toen Lars nog jong was en in 1650 verloor de twaalfjarige ook zijn moeder. Daarna werd hij opgevangen door opa Strusshielm in Stettin en na diens dood door de Zweedse gouverneur-generaal van Pommeren, Karl Gustaf Wrangel. Aldus omhooggevallen op de sociale ladder kreeg hij een degelijke opleiding aan de universiteiten van Greifswald en Leipzig. In 1661 reisde hij verder naar Frankrijk om daar zijn talenkennis verder te ontwikkelen, maar wegens geldgebrek moest hij al na een jaar terugkeren naar Zweden. De terugreis in 1662 maakte hij samen met een theatergezelschap, misschien is het optreden hem toen in het bloed gaan zitten. Terug in Zweden werkte hij enkele jaren als “taalmeester” aan de universiteit van Uppsala, waar hij zich als een vaardig en bevlogen leraar ontpopte. Waarom hij Uppsala verliet is niet duidelijk; volgens sommige
gelegenheid zuur zou opbreken. Op 18 november 1669 vond in Stockholm een bruiloft in de hoogste notabele kringen plaats: Heer Konrad Gyllenstierna trad in de echt met de Edelgeboren Kristina Ulfsparre. Ongevraagd en kennelijk ongewenst trad Lucidor daar op met het lange, satirische lied Giljare Kvaal (Vrijersleed), wat hem niet in dank werd afgenomen. Er kwam een rechtszaak van en een hoger beroep, tot de hoogste instanties toe, tot het lied uiteindelijk door koning Karel X werd verboden en de zanger in het cachot belandde.
bronnen werd hij door pleegvader Wrangel uitgezonden als diplomaat naar Engeland en Holland, anderen houden het erop dat hij naar Stockholm ging om daar van zijn pen te leven. Dat hij in Nederland is geweest is wel waarschijnlijk, alleen al vanwege enkele bewerkingen door hem van verzen van Jacob Cats.
Zijn verblijf in de gevangenis duurde slechts een half jaar, maar zou bepalend worden voor het beeld dat in latere eeuwen van Lucidor ontstond: de opstandige geest die zijn dichterlijke vrijheid hoger aansloeg dan de vrijheid van lijf en leden. En om dat beeld compleet te maken schreef hij in de gevangenis zijn bekendste lied. Skulle iagh söria såå wore iagh tokott (Soude ick treuren dan ware ick dwaes) was een lied van goedmoedige aanvaarding van het lot, wat het ook mag brengen.
Voeg daaraan toe dat hij op 12 augustus 1674, zesendertig jaar jong, de finale aanvaarding tegen het lijf liep in de vorm van koud staal. In het keldercafé Fimmelstången aan de Zeker is dat hij de laatste jaren Kindstugatan in Stockholm kreeg van zijn leven in Stockholm hij ruzie met een zekere luitenant doorbracht, waar hij in zijn Storm, die hem in het daarop onderhoud voorzag met gelegenheidsverzen, met name als volgende duel met zijn degen doorreeg. Daarmee waren alle bruilofts- en begrafenisdichter. elementen aanwezig om van Lars Een vaste betrekking was aan Johansson een legende te maken hem niet besteed, volgens hem zou het “dwaas zijn de vrijheid te die de werkelijkheid vele malen verkopen voor een paar honderd overschreed en waaraan ook Cornelis Vreeswijk de nodige rijksdaalder per jaar”. Liever bijdragen zou leveren. Daarover zocht hij zelf zijn emplooi, een houding die hem bij minstens één. volgende keer verder. Hans Westin
- 11 -
De Nozem en de Non Een argeloos CVG-lid loopt door de A. Verherentstraat te Heemskerk. Tegenover de imposante Laurentiuskerk ziet hij daar een pompeus, oud gebouw met wat uithangbordjes. “De nozem”, staat op het ene. “De non” op het andere. Een opwinding maakt zich van hem meester. “Was het hier? Waar woonde juffrouw Jansen? Welk balkon is dat van de heer Pieterman? En waar is dat gazon gebleven?” Het gazon vindt hij als hij een stukje doorloopt. Er staat nu een bordje bij dat men niet op het gras mag lopen. Ter voorkoming van verdere religieuze ontsporingen? Een verdere speurtocht langs de naambordjes van de flats in de buurt levert geen treffer op: geen juffrouw Jansen, geen mijnheer Pieterman. Maar ach, het is al zo lang geleden – die zitten natuurlijk allang in het ouden-van-dagen tehuis. . .
Is het balkon van de heer Pieterman hierbij?
Schrijver dezes is wel CVG-lid, maar de jaren van argeloosheid liggen ver achter hem. Op een mooie herfstdag in oktober 2013 toog ik opnieuw naar Heemskerk. Over het feit, dat er een “Nozem en de non” bestond in Heemskerk was ik allang ingeseind, en daarom had ik een afspraak met Wim Burghouts, sinds 2007 – samen met zijn vrouw Ans Kabel – uitbater van de gelegenheid. In de Anthony Verherentstraat bleek, dat de opmerkelijke naambordjes niet te zien waren. De Nozem, zowel als de Non, waren geheel “aangekleed” omdat de kozijnen van het pand vernieuwd moesten worden.. Vroeger was hier de St. Jozefschool gevestigd. Een jongensschool. In de buurt was ook een meisjesschool. Daarna bood dit gebouw geruime tijd ruimte aan het Poppodium “Donkey Shot”, destijds wijd en zijd bekend, waar beroemdheden als Herman Brood, Doe Maar en Hans Dulfer zijn opgetreden. De muziekschool was – en is nog steeds- op de bovengelegen verdiepingen gevestigd.
- 12 -
Een persoonlijke herinnering brengt mij terug naar de eerste en enige keer, dat ik ooit eerder in Heemskerk was. Een jaar of 18 was ik. Nog zo argeloos als het maar zijn kan – en nog geen CVGlid. (Want dat werd tientallen jaren later pas opgericht). Ik reisde toen achter een allereerste vriendinnetje aan. Zij was de kaars, ik was de mug. En nadat ik haar gesproken had, vond ik een slaapplaats in jeugdherberg Slot Assemburg, te Heemskerk. Het is dus nooit wat geworden, met dat vriendinnetje. “Is dat nou relevant voor dit verhaal?” Zult U vragen, de titel in ogenschouw nemend. “Was zij soms een non?”. Nou nee, dat was ze niet – maar haar vader was wel pastoor! (Om redenen van privacy kan ik hier natuurlijk niet alles vertellen, dit is tenslotte geen roddelblad. Als U meer weten wil, dan misschien ooit onder vier ogen, onder aanvaarding van een geheimhoudingsplicht.)
Na verloop van jaren taande het succes van Donkey Shot – het kreeg een slechte naam en de jongeren mochten er niet meer heen van hun ouders. In 1997 zocht de gemeente een nieuwe uitbater. Dit werden dus uiteindelijk Wim Burghouts en Ans Kabel. “Hoe kwam je op het idee om de naam “De nozem en de non” te kiezen? Ben je bekend met het werk van Cornelis Vreeswijk?” zijn de eerste, voor de hand liggende vragen. Maar nee! Men had een waslijst van mogelijke namen opgesteld, waar een klein comité zich over boog. Er was in de straat een jongensschool – en een meisjesschool. Nonnen hadden er les gegeven. Allemaal dus streng katholiek. Zo drong de naam: “De nozem en de non” zich op, maar de kennis over het werk van Cornelis gaat niet veel verder dan het populaire liedje.
Als uitsmijter nog een religieuze anekdote. Waar gebeurd, volgens de R.K. pastoor die me dat vertelde. Deze was aan het werk in zijn voortuintje, in het Betuwse stadje waar hij net benoemd was. Een oud vrouwtje uit zijn parochie passeert, heeft wel behoefte aan een praatje. Maar ja, waar praat je over? “Zeg eens, mijnheer pastoor, was Uw vader óók pastoor?” vraagt ze. Vanwege zijn brede glimlach concludeert ze, dat dit niet de slimste vraag is die ze had kunnen stellen. “Ach ja, dat is waar ook, dat vergat ik helemaal – pastoors hebben geen vader!” besluit ze.
Drie afbeeldingen van eigentijdse nonnen hangen in het café en bezoekers aan de naam te herinneren en als het nummer van Cornelis wordt gedraaid, dan weten de bezoekers: het is tijd voor de laatste ronde. Nadat ik Wim Burghouts uitgebreid (en deels ten overvloede) heb voorgelicht over de reputatie van Cornelis Vreeswijk in Zweden, de activiteiten van het Genootschap en van de gemeente Velsen, resp. de Stadsschouwburg, komt toch mijn vraag: “Zouden de Heemskerkers méér te interesseren zijn voor het werk van Cornelis Vreeswijk dan nu het geval is?” Ik had de ledenlijst van het CVG bestudeerd (slechts één lid uit Heemskerk) en we hadden immers eerder geconstateerd dat de muziek die in deze gelegenheid werd gespeeld meer op het terrein van de (hard)rock lag. “Dat zou toch wel monnikenwerk zijn”, was zo ongeveer het antwoord van Wim. Dat vind ik een veelbelovende uitspraak. Trappistenbier is óók monnikenwerk, en daar is niks mis mee! Natuurlijk vertel ik hem, hoe het verder is afgelopen met die nozem en de non. Want dat weten we nu toch, sinds een jaar of twee? Met behulp van het boekje, dat bij de CD wordt geleverd, stelt Wim zich op de hoogte. Hij toont zich oprecht blij met de gelukkige afloop. Daarna beginnen we te filosoferen over de vraag of de bezoekers van zijn gelegenheid dit nieuws ook graag zouden willen weten – en in welk vat we dit zouden kunnen gieten. Uit een ander vat kwam een amberkleurig bokbiertje, uitstekend van temperatuur en zeer passend bij die zonnige herfstdag. Dit werkte als een goede katalysator voor de ideeën die we ontwikkelden. Dus wie weet, misschien komt er een vervolg. Bij de totstandkoming van dit artikel heb ik dankbaar gebruik gemaakt van gegevens, aangeleverd door Harry van den Aardweg. Wim van Kooten
- 13 -
http://www.nozemennon.nl
Debuut van De Andersons op Cornelisdagen De eerste zondag van augustus is Stockholm het Mekka voor de Vreeswijkliefhebber, want dan vindt onder de naam Cornelisdagen een groots muziekfestijn plaats in het teken van de grote meester. Dit jaar stond naast o.a. Jack Vreeswijk de naam van de Andersons op het affiche - alle reden dus om zangeres Anna Ågren eens te vragen naar haar ervaringen. Hoe zijn jullie op Cornelisdagen terecht gekomen? “Naast dat ik zangeres en theatermaker ben, geef ik ook les op de koningstheateracademie in 's-Hertogenbosch. In april waren de presentaties van de studenten die ik lesgeef en op één van die avonden werd ik door een collega voorgesteld aan Caroline van den Heuvel, zij maakt reportages voor EenVandaag. Dat wist ik op dat moment nog niet. Ik begon enthousiast te vertellen over onze voorstelling Vreeswijk & De Andersons, over Cornelis Vreeswijk (ik word altijd heel erg enthousiast als ik het over Cornelis heb, hij is en blijft nou eenmaal een grote inspiratiebron) en ik vertelde over Zweden. Caroline vond het heel interessant allemaal en opperde dat het wellicht leuk zou zijn om een reportage te maken over Cornelis Vreeswijk en zijn status in Zweden en om dan ook De Andersons en Jack Vreeswijk te filmen. Ze gaf me haar kaartje. Toen ik de trap afliep hoorde ik haar zeggen tegen een vriend van haar; 'dat doe ik anders nooit, zomaar mijn kaartje geven'. Op dat moment wist ik, dat het er van ging komen.” Hoe verliep het contact met Jack Vreeswijk? “Ik stuurde hem een berichtje op facebook of hij wellicht zou willen meewerken aan deze reportage. Ik kreeg redelijk snel een berichtje terug en, na wat heen en weer gechat belde ik hem op om even het een en andere door te spreken. De eerste keer dat ik hem aan de telefoon had, schrok ik een beetje, want zijn stem lijkt zo erg op die van zijn vader! Het werd een heel leuk gesprek en we
keken ernaar uit om elkaar te ontmoeten in Zweden. Eigenlijk was het programma voor Cornelisdagen al rond, maar Jack heeft toen met de organisatie geregeld dat wij een kwartier van zijn tijd zouden krijgen.” Hoe was het om daar op het podium te staan? “Als ik eerlijk ben vond ik het van tevoren doodeng en tegelijkertijd kon ik niet wachten. Ik vond het zo leuk om nu eindelijk de vertolkingen die we hadden gemaakt te kunnen delen met het Zweedse publiek! We begonnen met 'Halv Böj blues', toen 'Felicia verdween' (Zweeds-Nederlandse vertolking) en we eindigden met 'Blues voor Fatumeh'. Het eerste wat ik dacht toen we het podium op kwamen was; wat een uitzicht! Je hebt er een schitterend gezicht over de stad Stockholm en het water. Het optreden ging heel
- 14 -
goed, het publiek was heel aandachtig en wij waren in ons element. De reacties van het publiek na afloop waren boven verwachting. Mensen vroegen of we samen met hen op de foto wilden en mensen kwamen voorbij om ons een knuffel (kram) te geven. De meeste reacties die we kregen was dat ze wel graag wat meer hadden willen horen en dat het zo geweldig was dat we eigen bewerkingen hadden gemaakt. Ze waren heel erg geraakt door 'Felicia verdween' en vooral door 'Blues voor Fatumeh'. Voor ons was het een warm bad waar we in terecht kwamen. We hadden allemaal zo iets van; nog een keer!! Het was een geweldige ervaring om op Cornelisdagen op te treden en we hopen in de toekomst nog wat meer te kunnen laten horen aan het Zweedse publiek, want de liefde was geheel wederzijds.”
Cornelis Vreeswijk Genootschap Open Podium De Schalm – Westwoud Zaterdag 9 november 2013 van 15.00 – 18.00 (inlooptijd vanaf 14.00 met koffie etc. vooraf) De inschrijvingen voor het “open podium” overtreffen de verwachtingen. Op de sluitingsdatum 7 oktober hadden liefst 9 artiesten zich aangemeld! Het belooft een afwisselend programma te worden. Op het ogenblik sleutelen we daaraan, rond 1 november ontvang je hierover opnieuw een bericht. Op onze website zal ook de laatste informatie staan. Deelname als toehoorder is gratis. (Je betaalt alleen voor de consumpties). Aanmelding als bezoeker wordt op prijs gesteld. Dit kan via de website van “De Schalm”, http://www.deschalmwestwoud.nl/ Bereikbaarheid met het Openbaar vervoer: Station Hoogkarspel is gemakkelijk te bereiken, aansluitend busvervoer is moeizaam en tijdrovend, en brengt je niet veel dichterbij. Daarom doen we een beroep op autorijdende bezoekers om één (of meer) keer naar station Hoogkarspel te rijden om mensen af te halen, resp. te brengen. Bij de aanmelding kun je laten weten (1) of je daartoe bereid bent, dan wel (2) of je graag afgehaald wilt worden. De trein die om 13.55 aankomt (vanuit Amsterdam) ligt daarbij het meest voor de hand. (De volgende trein komt aan om 14.25) (Vlak voor 9 november zullen we vraag-en-aanbod onder de loep nemen en aan de potentiële liftgevers laten weten of een ritje langs het station op prijs wordt gesteld. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat men voor niks daar langs gaat!) Wim van Kooten (secretaris) Bijgaand een kaartje van “De Schalm” en omgeving.
- 15 -
Billboard "OPEN PODIUM"
Lekker uitwaaien?
CORNELIS VREESWIJK VERTOLKERS
Fietstocht Cornelis Vreeswijk in IJmuiden
Zaterdag 9 november 15.00-18.00 uur
www.cornelisvreeswijk.nl/fietstocht
(inlooptijd vanaf 14.00 met koffie)
Een "must" voor alle CORNELIS fans en muziekliefhebbers van het betere lied! Het belooft een afwisselend programma te worden. Maar liefst 9 mensen hebben zich aan gemeld om de liedjes van Cornelis Vreeswijk te vertolken. Wie zijn deze vertolkers, welke nummers gaan ze spelen, het blijft een verassing! Wel weten we dat Tonny Vreeswijk haar medewerking heeft toegezegd. De zaal is gevuld met Cornelis-liefhebbers. Dat is spannend voor de artiesten, voor de organisatie en het publiek. De locatie voor dit evenement ligt voor de hand. In de Schalm is in het jaar 2000 het Cornelis Vreeswijk Genootschap opgericht. Een open podium op historische grond! GRATIS ENTREE Reservering gewenst via de mail o.v.v.(aantal)bezoeker CVG dag cg.ooteman@quicknet.nl Geef daarbij ook aan of je (1) bereid bent mensen af te halen van station Hoogkarspel dan wel (2) graag afgehaald wilt worden van dat station om 13.55 of 14.25 uur
De Nederlandse biografie van Cornelis Vreeswijk heet ‘Misschien wordt ’t morgen beter’ en verschijnt in maart 2014 bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar
Wij hopen u deze herfstmiddag in de Schalm te begroeten en samen te genieten van de mooiste Cornelis liedjes! Kees, Roel en Annie
- 16 -