Skip to main content

Pd2011 01

Page 1

e

P ijpendraaier

INHOUD

Pagina 2: ∙ Van de voorzitter Pagina 3: ∙ Luisterlied ∙ Colofon Pagina 4: ∙ Cornelis was een jazzartiest Pagina 5: ∙ Cornelis was een jazzartiest vervolg ∙ Cornelis Vreeswijk rolmodel voor de emigrant Pagina 6: ∙ Rudy Kousbroek. Half door levenslust getemperde weemoed Pagina 7: ∙ Half door levenslust getemperde weemoed vervolg Pagina 8: ∙ Cornelis, de film Pagina 9: ∙ Cornelis, de film vervolg Pagina 10: ∙ Lezersvragen Pagina 11: ∙ CD-bespreking Pagina 12: ∙ Interview Beppe Wolgers deel 3 Pagina 13 ∙ Interview Beppe Wolgers deel 3, vervolg Pagina 14 ∙ Interview Beppe Wolgers deel 3, vervolg Pagina 15 ∙ Jaarvergadering 20 maart Pagina 16 ∙ Billboard

Ledenblad van het Cornelis Vreeswijk Genootschap Jaargang 3 - 20-02-2011 – Nummer 1


van de voorzitter

Beste liefhebbers van Cornelis Vreeswijk, Het is opnieuw een barre winter gebleken. Nog niet eerder maakten we mee, dat een Cornelisbijeenkomst moest worden afgelast vanwege het weer. Toch was dat het geval op 19 december van het vorige jaar, de dag van het voorgenomen tribuut aan Cornelis Vreeswijk. Maanden lang hadden de artiesten Laurens Joensen, Bjorn van Rozen en Pom Wolff zich voorbereid, maar tevergeefs. Sneeuw teisterde het land. Onduidelijk was hoe glad de wegen zouden zijn en vooral ook hoe het openbaar vervoer zich op zou stellen. Het duo Hans Westin en Huldra, dat eveneens op zou treden, durfde de reis vanuit het verre Friesland niet aan, en theater Artishock in Soest besloot, in samenspraak met het bestuur van het CVG, het programma uit te stellen tot een nadere gelegenheid. Navrant is, dat het weer ook al een boze rol speelde bij het uitgestelde optreden van Tonny Vreeswijk in Schagen op 10 oktober. Die dag hadden de Spoorwegen besloten een testdag uit te voeren. Het was een stralende, warme dag, maar Pro Rail en consorten probeerden net te doen of het ijzelde en hevig sneeuwde. Deze proefdag verliep volgens hen prima, maar maakte wel dat uw voorzitter bijna twee keer zo lang onderweg was als normaal het geval zou zijn geweest. Twee andere bestuursleden konden het concert per auto helemaal niet bereiken, omdat er op deze zondag gigafiles waren, enerzijds door het mooie weer, anderzijds omdat de reizigers vanwege de spooracties liever de auto dan de trein namen. Toch was het een zeer geslaagde muziekmiddag. Tonny speelde en zong prachtig en nodigde ook nog in de geest van Cornelis een jonge artieste op het podium om samen met haar muziek te maken.

mooie nieuwe toevoeging aan het Vreeswijkcircuit waar we nog meer van zullen horen. Tenslotte trad een oude bekende op: Michon Sprengers, die met haar band twee liederen van Cornelis op overtuigende wijze liet horen en dat aanvulde met toepasselijke nummers uit haar eigen repertoire. Later op de middag presenteerde Piter Wilkens in de Spiegelzaal het repertoire van zijn nieuwe CD “de Fleanende Hollanner”. Daarna is het al snel echt herfst geworden. Op 27 september regent het de hele dag in IJmuiden. Ik ben er weer eens, deze keer om een paar Noorse journalisten van Aftenposten te vergezellen. U herinnert zich wellicht dat ik in het vierde nummer van de Pijpendraaier van 2009 het volgende schreef: “Er komt een Zweedse film over het leven van Cornelis. Filmmaker Amir Chamdin maakte op 17 december bekend dat de hoofdrol zal worden vertolkt door de Noorse rockzanger Hank von Helvete van de groep Turbonegro, wiens echte naam Hans-Erik Dyvik Husby is. De opnamen zullen beginnen in februari en de première zal naar verwachting in november 2010 plaatsvinden.” Deze plannen zijn inmiddels gerealiseerd. De film heeft op 12 november, op de sterfdag van Cornelis, in Zweden en Noorwegen zijn première beleefd. Nu nog even wachten tot de film in Nederland komt! Het CVG is ermee bezig.

Cornelis is in Noorwegen heel geliefd. Hij is er nog niet zo beroemd als in Zweden, maar dat scheelt niet veel. En nu die film een Noorse hoofdrolspeler heeft, is de belangstelling voor hem extra groot. De Noorse krant Aftenposten maakte op zaterdag 4 november 2010 een hele Vreeswijkpagina, gedeeltelijk met informatie uit het Cornelismuseum in Stockhom en verder met indrukken uit Cornelis‟ geboortestad IJmuiden. De Noorse journalisten zijn hier gekomen met in De zomer lijkt al lang geleden. Maar een mooie Corneliszomer hun bagage een Noorse vertaling van de biografie die Klas Gustafson in 2007 geschreven heeft: Ett Bluesliv. Berättelsen om was het, al zat zelfs toen het weer niet altijd mee. Cornelis Vreeswijk (Een Bluesleven. Het verhaal van Cornelis Bij voorbeeld niet op 31 juli bij de Cornelis Vreeswijk Feestdag Vreeswijk). Gemeenteambtenaar Martijn Haeser was onze gids van het Cornelis Vreeswijk Plantsoen op het IJmuidense strand. en gezamenlijk trokken we langs de belangrijke IJmuidense plekken uit het leven van Cornelis. Prima feestje, maar de wolken hingen zwaar in de lucht en droog bleef het ook niet. Startpunt is het borstbeeld van Cornelis, vervaardigd door kunstenares Tineke Ongkiehong, dat sinds juni 2003 vanaf het Dat was ietsje anders op het IJmuidense Havenfestival op 15 duin bij het oude strand over de Noordzee kijkt. De augustus. Geen druppeltje regen te bekennen, maar koud, en journalisten verbazen zich over de lelijke hekjes eromheen. We een wind! De storm in IJmuiden haalde zelfs het televisiejournaal. Het Cornelisprogramma liep evenwel als een bezoeken het er vlak tegenover gelegen strandpaviljoen trein. Bij de voorbereiding hadden we wat tegenslag gehad. Zo Zuidpier/Verswijveren. Dat was Cornelis‟ favoriete kroeg. De bleek Laurens Joensen niet te kunnen komen en was het boek kastelein blijkt Martijns schoonvader te zijn. Diens vader dreef de kroeg in de tijd van Cornelis. Omdat ze beiden nogal van van Hans nog niet gereed voor presentatie. Maar de dag zelf pimpelen hielden, konden ze het goed met elkaar vinden. In het ontpopte zich tot een stralend festijn. De burgemeester hield paviljoen hangt een foto van Cornelis. een mooi praatje over zijn Chinareis en mevrouw Fengshu Li Vervolgens gaan we naar restaurant IJmond. Naar verluidt is droeg de Chinese vertalingen van Marjolijn en Het mannetje in Cornelis daar drie dagen voor zijn dood nog geweest met zijn mijn gitaar op invoelende wijze voor. Voor het muziekgedeelte tekenden dit jaar Tonny Vreeswijk, die moeder en zus Ida, en heeft hij er bitterballen gegeten. Het o.a. een ontroerend gedicht van haar broer voordroeg, en Jurjen geboortehuis van Cornelis is te vinden aan de Tussenbeeksweg Oostenveld met eigen versies van bekende Vreeswijknummers. 7. Daar was ook het bedrijf van zijn vader gevestigd. Het huis is grotendeels afgebroken en in het nieuwe pand is nu een Jurjen was ook van de partij als lid van het KOOR-nelis, een -2-


Luisterlied

garagebedrijf gevestigd, waarvan de eigenaar Geels aan de overkant woont, op nummer 2. Hij bezit een schilderij met het huis in oude staat. Ten slotte komen we langs de lagere school waar Cornelis op heeft gezeten: de Emmaschool aan de Beukenstraat. Al met al aardige plekken om aan te doen op de Corneliswandeling die het CVG aan het voorbereiden is. Ondertussen is er ook weer nieuws uit Zweden. Beeldend kunstenaar Tor Hedendahl maakt schilderijen die gebaseerd zijn op thema‟s uit liederen van Cornelis. Hij wil er dit jaar een tentoonstelling mee inrichten, die langs diverse galerieën in Zweden zal gaan. Wij proberen ook een galerie in Nederland (wellicht in IJmuiden) hiervoor te interesseren. Het Cornelismuseum in Stockholm kan het economisch niet meer bolwerken. De eerste drie jaar van zijn bestaan (vanaf 2000) kreeg het een behoorlijke subsidie van de gemeente Stockholm, maar daarna stopte dat. Het lukte het museum met her en der bijeengesprokkelde middelen stand te houden, maar dat is niet langer mogelijk, terwijl er toch zo‟n 20.000 bezoekers per jaar komen. Silas Bäckström, de voorzitter van het Zweedse Cornelis Vreeswijksällskapet, is evenwel optimistisch gestemd. De hele inhoud van het museum zal in het voorjaar worden overgebracht naar een Visans Hus, een „Huis van het Lied‟, waar ook exposities zullen zijn over Carl Michael Bellman en Evert Taube. Dat zal betekenen dat nieuwe groepen bezoekers kennis kunnen maken met Cornelis. Verder zal daar af en toe aandacht zijn voor toonkunstenaars als Dan Andersson en Nils Ferlin, die de lezers van dit blad bekend zullen zijn door de artikelenserie van Hans Westin. Rest me om u een heel goed 2011 te wensen met spectaculaire evenementen, te beginnen met onze eigen ledenvergadering op 20 maart. Marlies Philippa

In het gesprek met regisseur Amir Chamdin op pagina 9 noemt hij de “donkere zomerhit” Turistens Klagan, voor ons reden om dat lied als het Luisterlied voor dit nummer te kiezen. Het lied is, zoals het een echte hit betaamt, al meerdere keren vertaald: door Alex Timmering in het Gronings, door Piter Wilkens in het Fries, en vorig jaar bij het Havenfestival in IJmuiden hebben we de Nederlandse versie van Tonny Vreeswijk kunnen horen. Tonny heeft echter in haar vertaling de brandnetels weggelaten, die juist de aandacht van Chamdin hadden gevangen. Daarom volgt hieronder een vertaling die Huldra op verzoek van KOORnelis heeft gemaakt. U wordt verzocht bij het lezen het kinderkoor er zelf bij te denken... Toeristenleed (Turistens Klagan) (Cornelis Vreeswijk – vertaling Huldra) Er zingt een stel kinderen hun lied in de wind Ze klinken zo sterk en zo blij als een kind Zelf zit ik met de deur dicht in mijn hotel Achter de barricade, u kent dat wel Boven mijn hoofd cirkelt een gier zonder kleur Hiernaast zingt een dame, zo gek als een deur Moe ben ik en ik twijfel, maar de kinderen zijn blij Waren er geen kinderen was het einde nabij Mijn dame, de taal glijdt soms vreselijk uit Vanwege sneeuw die koud is, maar nat aan je huid Toch heeft het skiën zijn charme als je weet: Wrijf je in met netels en je krijgt het weer heet Maar dan bedoel ik netels die groeien in de laan En niet van die rare die aan de afgrond staan Bewaar ons voor hem die dat aanbieden gaat Ons en de blijde kinderen buiten op straat

http://www.aftenposten.no/ reise/article3887433.ece#chNum=1 http://www.aftenposten.no/ reise/article3887436.ece Colofon

- De Pijpendraaier is het ledenblad van het Cornelis Vreeswijk Genootschap (CVG). - Het CVG stelt zich ten doel om: * de herinnering aan Cornelis Vreeswijk in Nederland levend te houden * het vertolken van de liederen van Cornelis Vreeswijk in het Nederlands te stimuleren * in Nederland het bestaan en de ontwikkeling van een troubadourtraditie te bevorderen - Het CVG doet dit door: * informatie beschikbaar te stellen * dit ledenblad te publiceren * muziekbijeenkomsten te organiseren * het vertalen van het werk van Cornelis Vreeswijk uit het Zweeds te stimuleren - De Pijpendraaier verschijnt jaarlijks in februari, juni, september en december. - De kopijsluiting per nummer is op de eerste van de maand waarin het nummer verschijnt.

-3-

Waren er geen kinderen, dan klonk er geen lied Wat maakt het dan uit of je doorgaat of niet? Eén grote chaos is mijn levensloop Maar zolang er nog kinderen zijn is er hoop

Amir Chamdin


CORNELIS WAS EEN JAZZ-ARTIEST

In zijn jonge jaren speelde jazztrompettist Eddie Bruhner (1942) met zijn grote idool Louis Armstrong. Ruim tien jaar later vond hij het een feest om samen met Cornelis op te mogen treden. Eddie is nog steeds actief, in Stockholm, in Gotenburg, in Denemarken en in Helsingborg, de stad waar hij tegenwoordig woont.

Het is 20 juli 2010. Skåne, de zuidelijkste provincie van Zweden, zucht onder de verpletterende, vochtige, zware luchtdeken van de warmste hittegolf ooit. Het heeft al in geen weken geregend. Het gras is geel en de bomen dreigen te verdorren. Ondertussen bloeit het terrasleven in Helsingborg, de stad die zo rijk is aan horeca. Ik heb met jazztrompettist Eddie Bruhner afgesproken om hem te interviewen in Sam‟s Bar aan de Carl Krooks gata in Helsingborg Zuid, het wat armlastiger deel van deze chique stad. Het wemelt er van de mediterrane en Aziatische winkeltjes en restaurantjes, en op de markt vlakbij Sam‟s Bar zijn het uitsluitend allochtone kooplieden die de kleurrijke waar aanbieden. Eddie is net een dag terug van een veertiendaagse jazzcruise op een boot die voer door de Stockholmse scheren. Hij loopt wat moeilijk als gevolg van een onlangs ondergane rugoperatie. We gaan op het terras van Sam‟s Bar zitten en nemen een groot glas ijskoud bier en Eddie begint zijn boeiende relaas. Hij vertelt hoe hij al vroeg in de jaren zestig, toen hij nog in Stockholm woonde, vaak op de liedpraam Storken kwam om daar te genieten van de troubadours, de meeslepende muziek

en de inspirerende teksten. Hij raakte gefascineerd door de manier waarop Cornelis zong, en vooral door zijn jazzy timing, het opzettelijke vertragen en pauzeren. Eddie kwam er gewoon als toeschouwer. Ondertussen werkte hij zelf verder aan zijn eigen carrière. In 1955 had hij de band East End Jazz Men opgericht, in het begin een gewoon schoolbandje. Een paar jaar later, in 1958, raakte de groep in Zweden bijzonder populair en vanaf 1959 volgden de buitenlandse tournees. Het repertoire was swingende traditionele jazz en dixieland. Er werd opgetreden met Papa Bue‟s Viking Jazzband en er was samenwerking met de Dutch Swing College Band. In 1969 kreeg Eddie‟s Band een nieuwe naam: Sveriges Jazzband (‟De jazzband van Zweden‟).

Cornelis was begin jaren zeventig een tijdje presentator van de radio- en televisieshow Mosebacke monarki, de anarchistische monarchie van Mosebacke, waarin vooral veel muziek werd gespeeld: Musik från Mosebacke. Hij nodigde Eddie met zijn jazzband een paar keer uit om daar samen met hem op te treden. Eddie bewaart er de beste herinneringen aan. Uit deze tijd stamt bijgaande foto van Cornelis met Eddie. Ze moeten volgens Eddie ook wel eens van trui hebben geruild, waardoor Cornelis de trui droeg met Sverige‟s Jazzband erop. In een andere tv-show uit de zestiger en zeventiger jaren kwamen Eddie en Cornelis elkaar opnieuw tegen. Dat was in ‟Hvar fjortonde dag‟ (‟om de -4-

veertien dagen‟ – als de maker in een culturele bui was ook wel de „Fortnight Saga‟ genoemd) van de legendarische journalist en programmamaker Ulf Thorén, een heel goede vriend van Cornelis. Sveriges Jazzband was in dat programma zo ongeveer het huisorkest. Op bijgaande foto wordt Ulf op zijn veertigste verjaardag (1969) door onder anderen Eddie gekidnapt en in een gouden stoel naar de kroeg gevoerd.

Cornelis heeft met kerst 1972 een inktzwart lied aan Ulf Thorén opgedragen, dat te vinden is op de LP ‟I stället för vykort‟ (‟in plaats van ansichten‟). Ulf heeft hem een lang, openhartig interview afgenomen, in zijn geheel te lezen op internet. Cornelis heeft het onder meer over de liedjes die hij niet zo graag zingt (zoals ‟de haan en de hen‟), vooral niet voor een lallend publiek, dat hem nuchter op het podium wil zien.We kunnen dat interview nog wel eens in vertaling in de Pijpendraaier afdrukken. Eddie spreekt over de gruwelijke dood van Ulf. Hij stierf in 1978 op 49-jarige leeftijd, toen zijn huis in vlammen opging. Hij dronk nogal veel en de geruchten gaan dat hij in bed met een sigaret in slaap is gevallen. Eddie heeft Cornelis leren kennen als een heel aimabele man, hartelijk, gul en nooit onvriendelijk. Er was geen mens die hem niet mocht. Na de jaren zeventig heeft hij Cornelis nauwelijks meer persoonlijk ontmoet. Maar hij heeft hem nog vaak op festivals zien optreden en steeds weer was hij onder de indruk van zijn performance, de ongelooflijke manier waarop hij een publiek wist te boeien, maar ook van zijn wijze van gitaarspelen en zingen,


die alles heeft van swing, blues en jazz. De bijzondere vaardigheid om een publiek voor zich in te nemen deed hem denken aan Ray Charles, maar ook aan Louis Armstrong. En met Louis Armstrong heeft Eddie als zeventienjarige een duet mogen spelen! De foto, die in sommige kranten in spiegelbeeld werd afgedrukt, is er het bewijs van. Eddie en zijn vrienden maakten er een gewoonte van om stiekem achter de coulissen van het Stockholmse Concertgebouw te kruipen als er grote artiesten kwamen: 60- tot 80jarige getinte helden van goed en kwaad; ze lustten wel een drankje, maar er was geen sprake van hard drugs, zoals bij latere jazzmuzikanten. Toen Louis Armstrong eind jaren vijftig naar Stockholm kwam, was Eddie‟s Band al behoorlijk populair. Een krantenonderneming (Åhlén och Åkerlund) vroeg Eddie of hij in contact wilde komen met Armstrong. Dat was aan geen dovemansoren gezegd! En zo kreeg hij de gelegenheid om niet alleen met Armstrong te spelen, maar ook een jamsessie te hebben met hem en alle leden van zijn band, blank en zwart.

Beroemde jazzpersoonlijkheden als trombonist Trummy Young, klarinettist Peanuts Hucko, pianist Billy Kyle, bassist Arvell Shaw, drummer Danny Barcelona en zangeres Velma Middleton. Als Eddie eraan denkt, begint hij te stralen.Hij heeft het over de gigantische timing van Armstrong, een timing die hij herkent bij Cornelis Vreeswijk, een timing die hoort bij jazz.

In het blad Kamratposten kwam er een reportage over de jonge trompettist Eddie en zijn idool met als titel “Kung Louis och kronprins Eddie” (‟Koning Louis en kroonprins Eddie‟). Als zeventienjarige was Eddie een echte coming man. Hij herinnert zich nog goed dat hij met Armstrong een wandeling maakte door de stad. Armstrong was veel kleiner dan je zou denken. Hij was verschrikkelijk aardig en heel sociaal. Oprecht geïnteresseerd in mensen. Hij ging met iedereen in discussie. Totaal geen kapsones of diva-achtig gedrag. Hij pakte je gewoon af en toe bij je arm of schouder of omhelsde je hartelijk. Eddie en ik verlaten het terras van Sam‟s Bar. We lopen richting zijn woning. We lopen langzaam; Eddie kan niet zo snel en de hitte is nog steeds ondraaglijk. Eddie woont er niet zo ver vandaan. In een fraai appartementencomplex met een grote lommerrijke binnenplaats waar door de artistieke bewoners allerlei bijeenkomsten worden georganiseerd met veel eten en drank. Eddie vertelt over de reden waarom hij in 2001 naar Helsingborg is verhuisd. Zijn huwelijk strandde en zijn vrouw vertrok met zijn nog heel jonge zonen naar Skåne, naar Skälderviken. Hij wilde dichtbij zijn kinderen zijn en daarom ging hij in Helsingborg wonen Hij heeft daar geen minuut spijt van gehad. Vooral de nabijheid van Denemarken bevalt hem enorm. Daar is zo‟n gigantisch rijke jazzcultuur! Hij ziet zijn zonen vaak. Zij zijn inmiddels 19 en 21 jaar oud en houden beiden veel van muziek. Een van de twee speelt het beste in melancholieke buien en als hij gedeprimeerd is. Sveriges Jazzband bestaat nog steeds. Maar Eddie speelt ook wel met andere artiesten. Hij treedt vaak op in Helsingborg, op een boot. En verder is hij te horen in Gotenburg en Stockholm. En in Denemarken dus!

Cornelis Vreeswijk rolmodel voor de emigrant

In het weekend van 12/13 februari vond de jaarlijkse Emigratiebeurs in Houten plaats. Eén van de landen die de laatste tijd als migratieland in de belangstelling staan is Zweden, voor de Wereldomroep aanleiding om die zondag het emigrantenprogramma Expat On Air aan de bekendste Nederlandse emigrant naar Zweden te wijden. Onder de pakkende titel Leven als een God in Zweden bestond het grootste deel van het uurlange programma uit een gesprek over Cornelis Vreeswijk en de rol die hij nog steeds in de Zweedse cultuur speelt. Te gast in de studio waren Piter Wilkens, inmiddels wel bekend als overtuigend Vreeswijkvertolker, en Peter Verschoor, voormalig medewerker bij de Wereldomroep en oud-voorzitter van het CVG. Twee heren met voldoende kennis van zaken om het heersende beeld van de nozemen-de-non-zanger in positieve zin bij te stellen. Piter liep nogmaals warm voor de veelzijdigheid van Vreeswijks oeuvre, en Peter droeg bij met inzichten die hij als persoonlijke vriend van Cornelis had gekregen. Er werd ook gesproken met twee inmiddels geëmigreerde Nederlanders, die vanuit locatie konden getuigen van de nog springlevende liefde van de Zweden voor hun importproduct uit IJmuiden. Ook de film Cornelis kwam ter sprake. Het was een boeiend en evenwichtig gesprek, misschien hebben sommigen van u er al naar geluisterd. Voor wie het toen heeft gemist hoeft dat geen belemmering te zijn om het alsnog te horen. Als u toegang hebt tot het internet kunt u deze link volgen: www.rnw.nl/nederlands/ radioshow/leven-als-god-zweden

Op de pagina die dan opent vindt u een button “uitzending gemist”, en als u daarop klikt verschijnt er een lijst met verschillende opties waarmee u het Marlies Philippa programma kunt openen. De redactie kan dat van harte aanraden.

-5-


RUDY Kousbroek

Op 4 april vorig jaar overleed de auteur Rudy Kousbroek, winnaar van de P.C. Hooftprijs 1975 voor essayistiek. Bij uitgeverij Augustus verscheen in maart van dit jaar zijn bundel „Restjes – Anathema‟s 9‟, waarin tweeëndertig uiteenlopende stukken zijn opgenomen, vaak eerder gepubliceerd in NRC-Handelsblad (ISBN 978 90 457 0317 6, zie ook http://www.augustus.nl/result_titel.asp?Id=2615). Een brede keus aan onderwerpen passeert de revue: van de groente Kandoeng als ingrediënt voor de gado-gado; het gebruik van perspectief in de schilderkunst, en… Carl Michael Bellman! Met het heengaan van Rudy Kousbroek verliezen we een erudiete en veelzijdige schrijver, als eerbetoon aan hem publiceren we hierbij, met vriendelijke toestemming van de uitgever, zijn verhandeling over Bellman. Het is een vrij lang stuk, daarom zullen we het over twee nummers van de Pijpendraaier verdelen. Half door levenslust getemperde weemoed

Een wonderlijke geschiedenis, de liederen van Bellman.

de liedjes van Bellman denk dan word ik zo verdrietig en zo bang en krijg ik tranen in mijn ogen, zonder dat ik weet waarom.‟ In het Dagboek van de veertienjarige Selma Lagerlöf (Bert Bakker, 1958) staat te lezen Vraag aan iemand die deze liederen kent (een Zweed dus) wat hij of zij er hoe zij op Woensdag 12 februari 1873 van vindt en de kans is groot dat je ronddwaalde op het St. Klarakerkhof in nu, meer dan een eeuw later, nog Stockholm: „Dan ga ik verder, naar de hetzelfde antwoord krijgt. En ik vrees andere kant van het kerkhof, en sta al dat ik zelf, sedert ik een tijd lang naar gauw voor een grafsteen… waarop de een aantal van die liederen bijna naam staat van Carl Michael Bellman.‟ dagelijks heb geluisterd, ook iets in die geest zou antwoorden. Vrolijk en toch verdrietig – het klinkt als een cliché, maar het verwijst in dit geval naar iets oorspronkelijks, iets dat je nergens anders tegenkomt en dat eigenlijk uniek is in de Europese traditie. Ook nadat je er voor gevallen bent blijft dat „ik weet niet waarom‟ je bezighouden: Is het de muziek? Is het de tekst? De muziek heeft zeer zeker iets eigens, maar is toch ook gebaseerd op melodieën zoals er in de 18de eeuw Selma Lagerlöf zoveel waren en waar je in de negentiende- en twintigste-eeuwse Een noot van de vertaler legt uit wie dat muziek nog vaak de echo‟s van hoort. Dan is het dus de tekst? Ja, maar toch was: iemand in de 18de eeuw die gedichten schreef en zelf op muziek zette. niet helemaal los van de melodie. Woorden en muziek horen bij elkaar Zijn liederen zijn in Zweden nog steeds op een manier die in de klassieke bekend en geliefd, en worden nog altijd gezongen. De (zogenaamd) veertienjarige muziek niet gebruikelijk is, ze roepen elkaar op zoals bij Blues, op de manier Selma denkt aan hoe zij die liederen thuis in Mårbacka plachten te zingen, van I hate to see that evening sun go met haar vader achter de piano, down. Misschien heeft het te maken vergelijkt ze met de gedichten van een met de dubbele bodems die je in deze andere bekende dichter en concludeert gedichten vermoedt, niet alleen als dat de gedichten van Bellman „ook gevolg van de bedrieglijke nabijheid vrolijk zijn, maar anders‟. En dan komt van het Zweeds voor een Hollands de merkwaardige uitspraak: „Als ik aan oor. Ik had het geluk van een Zweedse -6-

kennis een oude grammofoonplaat te leen te krijgen, Bellman in Britain, met de gedichten in Engelse vertaling, schitterend gezongen door een Engelse tenor genaamd Martin Best (EMI Svenska AB 026-35515, 1978). Overigens dacht ik eerst dat hij in het Zweeds zong, en dat komt weer door de frasering van deze taal, waaraan een vertaling die gezongen moet kunnen worden gedwongen is zich te houden. De vertaler, Paul Britten Austin, heeft het over de „insuperable difficulties‟ van de prosodie, die ertoe bijdragen dat de finesses van deze gedichten gedoemd zijn „to remain for allways locked up in Swedish‟. Deze verzuchting citeer ik uit Paul Britten Austin: The Life and Songs of Carl Michael Bellman, Genius of the Swedish Rococo (Allhem Publishers, Malmö, 1967). „Bellman,‟ schrijft Austin, „is a world in himself. Anyone who takes the trouble of learning Swedish solely to enter it is not wasting his time.‟Ik denk dat het echt waar is. Een Nederlander die Duits en Engels kent komt met geduld en een woordenboek een heel eind, maar Bellman is vaak duister, blijkbaar ook voor de Zweden zelf. Aan de andere kant is die obscuriteit een onderdeel van de aantrekkingskracht van deze gedichten: als je ze gezongen hoort, zodat je de tijd niet hebt om na te denken, komt het als een dronken makende lawine over je heen – lustige odes aan plezier en zinnelijkheid, vrolijke drinkliederen, lieflijke beelden van een arcadische achttiende-eeuwse natuur, met een voortdurende ondertoon van


zwaarmoedigheid of eigenlijk wanhoop. Er was in de sfeer van de gedichten iets dat ik herkende en eerst niet thuis kon brengen. Wat mij ten slotte hielp het te achterhalen was de muziek: het geluid van een waldhoorn. Hier is waaraan het mij herinnerde: Hoor ik op Sempre een waldhoorn, Of ook wel een Turksche trom, Dan moet ik zoo bitter weenen; En – ik weet zelf niet waarom. Kortom, de gedichten van Piet Paaltjens. De overeenkomst van toon is soms zo opvallend dat je denkt dat het geen toeval kan zijn, dat zij tijdgenoten moeten zijn geweest; maar Haverschmidt (1835-1894) leefde bijna precies een eeuw later dan Bellman (1740-1795). Toch is er die zelfde „slechts half door levenslust getemperde weemoed‟, die permanente verliefdheid, de melancholie, de grappen over de vergankelijkheid en de dood. Bellmans gedichten werden pas tegen het eind van zijn leven gepubliceerd, met de muziek, in twee delen: Fredmans Epistler, 82 „brieven‟ met muziek, en Fredmans Sånger, 65 liederen (1790). Alleen al de introducties tot die gedichten leiden mij het tranendal binnen: „Een onverwacht afscheid, aangekondigd bij Ulla Winblads ontbijt tussen het groen, op een zomerochtend‟ – „Bij het vallen van de nacht, wensend dat hij koning was‟ (hij, dat is dan steeds de „Fredman‟ van de Sånger, een aan de drank geraakte klokkenmaker, de denkbeeldige auteur) – „Elegie op het gevecht in de kroeg van Gröna Lund (Speel, Vader Berg, in tranen)‟ – „Epistel, achtergelaten bij Cajsa-Lisa‟s bed, laat op een avond‟ – „Waarin wordt beschreven hoe Ulla Winblad, na een nacht buitenshuis, terugkomt met een boot uit Hessingen, in het Mälarenmeer, op een zomermorgen, 1769.‟ Zulke omschrijvingen zijn voor mij onweerstaanbaar. Die zomermorgen in 1769, waar Bellman in verschillende gedichten op zinspeelt: wat voor paradijselijks heeft zich toen voorgedaan? Een evocatie als: „Onze Ulla op een morgen, slapend, met een hand onder haar oor.‟ Of de aanhef: „Aldrig en Iris på dessa bleka fält…‟ (Nooit heeft een Iris op

dit bleke veld…) bij de onvergetelijke rouwklacht „bij het graf van Korporaal Boman op het St. Cathrinakerkhof‟ (Epistel 54). Het is een grafrede, gericht aan vrienden en bekenden van wijlen korporaal Boman, waarin tot besluit van het afscheid zijn weduwe de raad krijgt om maar gauw een nieuwe korporaal toe te laten in haar bed. Bij mij heeft dat nog een extra dimensie: het roept namelijk bovendien visioenen op van de militaire begraafplaatsen in Nederlands-Indië, zoals er zoveel waren. Kapitein Jas onder de tjempaka‟s, met in de verte, ach God, de blauwe zee, het ruisen van de branding. Maar afgezien daarvan is wat mij zo aanspreekt de vrolijke schaamteloosheid, de alle Gristelijke voorschriften aan zijn laars lappende schuld- en zedeloosheid die uit de Bellman-gedichten spreekt: „here Bacchus is bidden/ here love‟s not forbidden,‟ in Austins vertaling. Want ook het achttiende-eeuwse Zweden had zijn zedenmeesters, waarmee Bellman het meermalen aan de stok heeft gehad (over een van deze fatsoensrakkers: „God weet waar hij de kracht vandaan haalt om zo met de duivel te worstelen. Neem toch even rust, Satan loopt heus niet weg‟).

Carl Michael Bellman

Een van de liederen waar het nodige over te doen is geweest is Bellmans jammerklacht dat de vrouw van Potifar niet hem in plaats van Jozef in haar bed nodigde: hij zou geen nee hebben gezegd! Dat kon bij de Zweedse gelovigen uiteraard niet door de beugel.

-7-

Zelfs bij Maarten ‟t Hart zouden Bellmans odes aan de drank en aan notoire dronkenlappen, en zijn vele schulden, zijn gulheid met geleend geld geen genade hebben gevonden, zomin als met betrekking tot Multatuli, maar misschien is Maarten jegens Bellman wat milder te stemmen, die had namelijk iets wat Multatuli niet had, namelijk muzikaliteit. Volgens getuigenissen uit zijn tijd kon Bellman fabelachtig improviseren (de opgetekende liederen zouden hier maar een bleke afschaduwing van zijn), en had hij het merkwaardige vermogen allerlei muziekinstrumenten na te bootsen met zijn stem. A. Bolckmans, de auteur van Scandinavische letterkunde (Aula, 1984), zegt daarover: „Bellman was vooral een geniaal muzikaal uitvoerder, die over een enorm imitatietalent voor instrumenten en stemmen beschikte, hetgeen essentieel was voor wat in die tijd “parodie” heette.‟ Bolckmans wijst er ook op dat dit een merkwaardig interpretatieprobleem oplevert: voor ons is het parodistische verdwenen, omdat wij (net als bij Alice in Wonderland) de originelen niet meer kennen, en „wat voor een tijdgenoot levende, populaire muziek was, zelfs gebruikskunst, heeft voor ons artistieke allure gekregen‟. Hadden wij maar een dergelijke muzikale erfenis! Ware het dat een poëzie van die allure bij ons gebruikskunst was! Het treurige is dat de ondergrond voor zoiets ook bij ons bestaan heeft, zoals o.a. blijkt uit het Antwerps Liedboek van 1544, een unieke bloemlezing van wereldlijke gedichten die oorspronkelijk allemaal gezongen konden worden. De bijbehorende muziek ontbreekt: de melodieën waren kennelijk zo algemeen bekend dat een titelaanduiding voldoende was. Het is de onschatbare verdienste van de recente heruitgave van het Liedboek (door D.E. van der Poel, Delta, 2004) dat van veel gedichten de melodie is teruggevonden, dankzij het speurwerk van een muziekhistoricus genaamd Louis Peter Grijp. Het is denkbaar dat een voortzetting van dezelfde traditie in Zweden het fenomeen Bellman heeft opgeleverd. Wordt vervolgd


De film Cornelis

Het zal niemand zijn ontgaan dat het leven van Cornelis Vreeswijk inmiddels ook is verfilmd, door regisseur Amir Chamdin en met in de hoofdrol de Noor Hans-Erik Dyvik Husby (Hank von Hell, zie ook de voorkant van deze Pijpendraaier). In het volgende nummer zal de redactie met haar eigen oordeel over het resultaat komen, en hopelijk kunnen we dan ook meer vertellen over een eventuele Nederlandse uitgave van de film. Deze keer willen we u alvast trakteren op twee artikelen uit de Zweedse pers: een filmrecensie uit Svenska Dagbladet en uit Dagens Nyheter een interview met de regisseur. Het woord is eerst aan Astrid Söderbergh Widding, cultuurrecesent bij Svenska Dagbladet.

Daar en toen met Cornelis Cornelis – die Vreeswijk toch! Naar zijn gelijke zal men lang moeten zoeken – de Nederlander die de Zweedse taal beheerste met een virtuositeit die weinigen gegund is, die aanhoudend en onverdroten bleef dichten over hoog en over laag en daarmee tot één van onze meest geliefde troubadours uitgroeide, die beminde en in onmin leefde, die zoop en vocht en voortijdig zijn dagen eindigde, vlak na zijn vijftigste verjaardag. Wie van ons draagt niet minstens één lied van Cornelis in zijn hart? De biografie van Klas Gustafson, Ett bluesliv, werd in 2006 gepubliceerd, een jaar later had Cornelis zeventig zullen worden. Eigenlijk is het merkwaardig dat het zo lang heeft moeten duren voordat zijn leven ook werd verfilmd – maar het mag passend heten dat de

film op de jaardag van zijn overlijden in première gaat. Voor het draaiboek tekent Antonia Pyk, iemand die goed vertrouwd is met het biografisch materiaal.

in de straatbeelden als bij de interieurs. De acteurs lijken opvallend goed op hun rolpersonages, al zal geen enkele Hank von Hell de ware Cornelis kunnen vervangen.

De film begint in Nederland tijdens de bezetting. Cornelis wordt bij zijn familie weggehaald voor een behandeling wegens tuberculose. Alles is in gedempte grijstinten opgenomen. En dan is hij plotseling in Zweden, volwassen, in de jaren zestig. Wat is er daartussen eigenlijk gebeurd? Wie het antwoord op dergelijke vragen zoekt zal het boek van Gustafson moeten raadplegen. Maar de inleiding geeft een aanzet tot het antwoord op de cruciale vraag achter het in veel opzichten tragische verhaal van Cornelis: hier wordt het trauma getoond dat bepalend moet zijn geweest voor zijn verdere leven.

Maar bovenal speelt de muziek een geheel eigen rol in de film. De originele, melancholieke muziek van zoon Jack Vreeswijk vormt een belangrijke basis. Daarnaast is de muziek van Cornelis zelf met minutieuze nauwkeurigheid herschapen. De filmploeg heeft oude opnametapes uit de studio van Metronome tevoorschijn gehaald, en de oude spoelenrecorders hebben zich nog een keer mogen bewijzen.

Maar daarna breekt de hel los: alcohol en drugs, in en uit de gevangenis. En tegelijk: een razende, bijna beangstigende productiviteit, tot op het allerlaatst.

Films over musici die zelfvernietigende levens leiden zijn de laatste jaren bijna een eigen genre gaan vormen, met Walk the Line over Johnny Cash als een van de vele voorbeelden. Men zou de Cornelisfilm van Chamdin als het Zweedse antwoord op dit genre kunnen beschouwen. De film vertelt misschien niet meer, maar ook niet minder over het onderwerp dan men kon verwachten. En hopelijk wekt hij bij de kijker het verlangen om zelf Cornelis opnieuw te ontdekken, als dichter, als troubadour en als persoon.

Het ontdekken van voorheen onuitgebracht materiaal, samen met een reeks alternatieve opnamen, moet bij de absolute hoogtepunten van de verfilming hebben gehoord. Vervolgens Eenmaal in Zweden stapt de film over is het materiaal technisch bewerkt, op heldere kleuren. Cornelis wordt deels om met zachte hand de zangstem ontdekt als muzikaal natuurtalent. Hij van Cornelis te vervangen door die van krijgt een gitaar met de opdracht: Hank von Hell, deels door het spelen – en het spel mag er zijn! Hij toepassen van de Surround 5.1gaat op tournee langs volle zalen en techniek om het gevoel te scheppen dat zijn platen raken per omgaande we ons ter plekke bevinden, daar en uitverkocht. De Rolling Stones laat hij toen, terwijl het gebeurde. Daarnaast onmiddelijk achter zich – alleen Help blijft de muziek regelmatig doorklinken in de volgende scène, als Cornelis de van de Beatles staat nog hoger op de studio verlaat om iets anders te doen. hitlijst...

Aan het einde van de film zien we een paar verzoenende scènes, wanneer Cornelis in zijn laatste levensjaar bij het Roskildefestival speelt en de liefde wint van een nieuw, jong publiek, en als hij in hetzelfde jaar zijn volwassen zoon en zijn eerste kleinkind ontmoet. Maar voor het grootste deel is het toch en verhaal in mineur. De film is doorgaans met grote aandacht voor details gemaakt. Stockholm wordt afgebeeld in een sfeer die de tijd goed weergeeft, zowel -8-

Vervolgens komt op de volgende pagina een gesprek dat Georg Cederskog van Dagens Nyheter vlak voor de première met regisseur Amir Chamdin voerde:


Cornelis – geliefd, geniaal en eenzaam De mise-en-scène is verbazingwekkend: Jaren zestig. Bleke pastelkleuren. Een rode bus, lijn 42, rijdt langzaam over de Fleminggatan. Langs een geparkeerde Kever. Dan steekt een man de zebra over, keurig in hoed en overjas – en daar komt ineens Cornelis Vreeswijk! Springlevend in een leren colbert en met de gitaarkoffer in zijn hand – maar met het imposante postuur van Hans-Erik Dyvik Husby. Dit tafereel uit de nieuwe film “Cornelis” van Amir Chamdin vangt de onbekende psychiatrieverpleger Vreeswijk op weg naar zijn transformatie tot de bejubelde bard Cornelis. De kroegloper. De lieveling van de roddelpagina‟s. De gesel van de overheid. De spreker van de waarheid. - Die scène is in feite een 35 mm archieffilm van het Spoorwegmuseum waarin we Hans-Erik hebben gemonteerd, met green-screen trucage. Om een illusie te scheppen ben ik nu eenmaal tot alles bereid, lacht de regisseur.

moest spelen, zegt hij en vertelt hoe hij jarenlang als Nieuwjaarsritueel naar liedjes van Cornelis heeft geluisterd. Vooral een hoestekst op de debuutplaat “Ballades en brutaliteiten” uit 1964 had zijn nieuwsgierigheid naar Vreeswijk gewekt.

muziek en zoveel teksten te maken als je vooral een zuiplap bent, en dus geen werkdiscipline hebt. Mijn indruk is dat zijn leven in veel verschillende fases verliep.

Aanvankelijk hadden Chamdin, Stöhr en manuscriptauteur Antonia Pyk het idee om een film te maken over de laatste jaren van de zanger. Maar het drong al gauw tot hen door dat ze eigenlijk een film over zijn hele leven wilden zien.

- Dat is een lastige vraag... Ik denk dat hij bang was dat het morgen allemaal voorbij zou zijn. Hij was bijna 30 toen hij een platencontract kreeg, niet de jongste meer, en hij stortte zich op de drank. Maar zijn carrière ging door, terwijl hij bleef leven alsof zijn populariteit geen stand zou houden. En ondertussen raakte hij eraan gewend dat hij precies kon doen waar hij zin in had. Bovendien denk ik dat hij extreem onzeker van zichzelf was, als zoveel artiesten, en voortdurend naar bevestiging zocht.

- Het filmidee werd steeds groter: waarom was hij geliefd? Waarom werd hij verafschuwd? Waar kwam zijn destructiviteit vandaan? Vandaag weet ik veel meer over hem, maar hij blijft tegenstrijdig – nooit zwart-wit – ik weet nog steeds niet wie Cornelis was.

Het feit dat Vreeswijk als kind langdurig alleen in een sanatorium verbleef, en hoe hij en zijn zuster Ida later op jonge leeftijd in Zweden achterbleven toen hun ouders in 1961 naar Nederland terugkeerden, zal volgens Chamdin zijn levenshouding hebben getekend. De toenemende zwartheid van zijn liedteksten wijzen erop dat Vreeswijk nooit zijn demonen wist kwijt te raken.

Wij hebben op de Skeppsholmen afgesproken, met uitzicht over het Södermalm waar Cornelis nu begraven ligt. Met de première van “Cornelis” op 12 november heeft vijf jaar aan filmwerk de eindstreep gehaald. Na soms flinke tegenwind. De productiemaatschappij van Chamdin en producent Martina Stöhr is van bescheiden formaat, evenals het filmbudget van 22 miljoen kronen (ruim 2 miljoen euro). Bovendien heeft in de loop van het project een reeks zelfbenoemde Cornelisdeskundigen de onmogelijkheid verkondigd van zelfs een poging tot het beschrijven van de wolharige liedzanger en zijn veelzijdige leven in één enkele speelfilm. Het besluit om desondanks het lot van Cornelis aan te pakken vergelijkt de regisseur met een hevige verliefdheid. - Waarom word je verliefd op een vrouw? Waarom word je verliefd op een idee? (lacht) Zoiets is lang niet altijd doordacht, toen we begonnen wisten we niet eens wie de hoofdrol

Waarom denk je dat hij zo‟n hard en roekeloos leven leidde?

Het stereotiepe beeld van Cornelis als een troubadour met een golf in zijn haar en een daverende lach in zijn borst, pinten heffend met de makkers bij de Gyldene Freden, was moeilijk te ontlopen. Maar dat was niet het beeld waaraan Chamdin zijn film wilde wijden. Alcohol dronk hij weliswaar zonder mate, en amfetamine slikte hij ook, maar Cornelis Vreeswijk was ook een liedschrijver, dichter, auteur en zanger die in ruim twintig jaar achtendertig albums opnam en duizend pagina‟s tekst achterliet. Het is volstrekt onmogelijk om zoveel -9-

- Je ziet algauw een aantal duidelijke, terugkerende thema‟s in alles wat hij schreef; God, de dood, hemel en hel – en de vrouw. Toen ik bijvoorbeeld aandachtig ging luisteren naar het lied “Toeristenleed”, dat ik van kinds af aan kende, drong het tot me door wat een donkere zomerhit het eigenlijk is: “wrijf je in met netels en je krijgt het weer heet...” Het opstellen van het draaiboek, samen met Antonia Pyk, werd voorafgegaan door uitgebreide research. Zij lazen de biografieën. Beluisterden de liederen van binnenuit. Verdiepten zich in de teksten. Spraken met de vriendenkring. Ze haalden zelfs mastertapes van de opnames uit de archieven om te luisteren naar de gesprekken die Vreeswijk tussendoor met zijn producent Anders Burman van Metronome voerde. Deze gesprekken werden het “vlees van het draaiboek”.


Chamdin ziet Vreeswijks besluit om aan het begin van de jaren ‟70 de samenwerking met Burman te staken en de scheiding van zijn eerste vrouw, met wie hij de zoon Jack kreeg, als twee sterk bepalende momenten.

Lezersvragen

We vermoeden dus dat het antwoord “nee” moet zijn, maar als een lezer dat kan tegenspreken houden we ons graag aanbevolen. Het was anders wel een Het bestuur krijgt regelmatig vragen binnen passende koppeling geweest: het van onze leden en andere bezoekers van de vermogen van Annie om in het website. Sommige daarvan komen ook Nederlands lyriek te schrijven die klinkt regelmatig terug, het leek ons aardig om een - Ik denk dat zijn leven er zonder deze zoals je de taal ook gewoon spreekt, is paar daarvan met de lezers van de gebeurtenissen heel anders had hooguit ooit geëvenaard door het Pijpendraaier te delen. uitgezien. Dat werd voor mij een van de Zweedse werk van Cornelis. Geen kernvragen: hoe kon zo'n grote en door wonder dus dat hij door dit lied van haar Welk strijdlied? het volk geliefde artiest zo eenzaam de inspiratie kreeg voor een vertaling, in Een vraag die we niet minder dan vijf worden, terwijl hij getrouwd was en een keer kregen, begon binnen te druppelen 1970 op een singel opgenomen met op kind had. Maar de muziek woog bij hem toen de documentaire van Hans Polak de andere kant Hajar‟u de‟ då, Jack (zie zwaarder dan al het andere. Hij nam de door de VARA was herhaald: welk lied ook de CD-bespreking op de volgende hele tijd platen op en dat maakte hem is dat toch waarbij de bezoekers van het pagina). nog eenzamer. Ik denk niet dat er herdenkingsconcert allemaal gaan staan iemand was die hem ooit wist te Welke Zweedse platen? om mee te zingen? bereiken. Nu en dan krijgen we een vraag waar Antwoord: I natt jag drömde (Ik droomde vannacht). Dit is een vertaling eigenlijk geen antwoord op bestaat: "Ik Toen de ideeën vorm begonnen te wil een begin maken met het verzamelen die Cornelis maakte van het antikrijgen maakte men contact met Jack van Vreeswijk in het Zweeds. Waar moet oorlogslied Last night I had the strangest Vreeswijk, die het manuscript las.Daarna dream door de Amerikaanse folkzanger ik beginnen? Oftewel: Welke van zijn kwam er een scherpere gerichtheid op de Ed McCurdy (1919-2000). Het werd Zweedse platen is de beste?” relatie tussen vader en zoon. Dat is, Antwoord: Help! Door de veelzijdigheid reeds in 1950 geschreven, maar was naast de eenzaamheid van Cornelis, de vooral in de jaren '60 immens populair en voortdurende ontwikkeling van zijn tweede rode draad van de film. Zweedse werk zal elk antwoord op deze als strijdlied bij vredesdemonstraties. vraag de plank misslaan. Iedereen heeft Het is door tal van artiesten - Om eerlijk te zijn is mijn belangstelling opgenomen en werd o.a. ook in 1989 zijn eigen smaak en alle zogenaamde vooral uitgegaan naar alles wat er naast gezongen door de inwoners van Berlijn kenners roepen telkens een andere plaat de muziek gebeurde. Ik bezocht uit tot de allerbeste. Maar vooruit. Onder terwijl ze de Muur aan het afbreken bijvoorbeeld de AA van Solna, waar hij voorbehoud volgt hier onze top drie in waren. Cornelis maakte zijn vertaling na de periode in Kopenhagen een tijd aan het begin van zijn loopbaan en zong omgekeerde volgorde.. heeft gewoond. Door de mensen daar het samen met Fred Åkerström en Ann- 3. Getinghonung uit 1974. Met deze plaat begon ik zijn jaren ‟80 beter te begrijpen. Louise Hansson tijdens hun kwam Vreeswijk, die vanwege zijn Hij woonde in een kamer zonder ramen, legendarische tournee in het najaar van Nederlandse avontuur een paar jaar op om gevrijwaard te zijn van glurende het continent had gewoond, overtuigend 1964, terug te vinden op de CD “Visor blikken. Die ruimte wordt nu voor in Zweden terug. Het materiaal is och Oförskämdheter”. In het Nederlands opslag gebruikt. veelzijdig en vormt tegelijk een organisch is het lied vertaald door Tonny geheel. Vreeswijk en afgedrukt in het Wat voor een verhaal vertelt de film 2. Tio vackra visor och Personliga Person uit stripalbum “Cornelis getekend”. “Cornelis”? 1968. Dit was de plaat waarmee Cornelis uit Brazilië thuiskwam. Het is niet alleen Annie M.G. Schmidt? - In laatste instantie gaat de film over het album waarop hij zich de samba als Op de Zweedse verzamel-CD “Guldeenzaamheid. Over een extreem eenzame korn” was een lezer een bekend lied muziekstijl eigen maakt, maar markeert man, ook al was hij dat in de ogen van ook het moment waarop hij voor een tegengekomen: Första vackra dan i maj, anderen helemaal niet. Dat heeft me breder Zweeds publiek zijn imago van voor de oplettende luisteraar diep ontroerd en ik wilde hem niet herkenbaar als een vertaling van Op een “protestzanger” kwijtraakte en erkend mooier afschilderen dan hij was. Ik voel werd als serieus lieddichter. mooie pinksterdag door de onvolprezen me aangetrokken tot mensen die alleen 1. Poem, Ballader och lite Blues uit 1970. Annie M.G. Schmidt. Naar aanleiding tegenover de wereld staan. Mensen met Met deze keus zijn we in goed gezelschap. daarvan vroeg hij zich af of er wellicht roeping, zoals Cornelis. Hij was een van contact was geweest tussen Cornelis en Bij een TV-optreden werd de bard zelf de weinigen die direct uit zijn hart kon eens gevraagd om uit een platenbak zijn Annie. scheppen. Antwoord: De redactie heeft diepgaand eigen beste LP te kiezen. Na flink wat heen- en weerbladeren heeft hij deze gezocht op Internet en in biografieën vertaling plaat uit de bak gehaald. Voor een van beide artiesten, maar hebben Hans Westin beschrijving kunt u verder lezen in de nergens iets kunnen vinden over een CD-bespreking op de volgende pagina. ontmoeting tussen de twee. - 10 -


CD-Bespreking

aan het veroveren was met zijn eigenzinnige fusie van jazzrock met het verschijnsel dat later “wereldmuziek” zou gaan heten.

Poem, Ballader & lite Blues

“Geen paniek,” was het typerende antwoord van de zanger op de bezorgde blikken van de verzamelde muzikanten. “Met deze jongens kunnen we altijd wel iets in elkaar draaien. En bovendien is mijn dichtbundel ook net uit, als Björn daar wat aan begeleiding bij improviseert wou ik wel een paar gedichten voordragen. Zo krijgen we de plaat wel vol."

In de film "Cornelis" is er een prachtige scène waarin Vreeswijk, die onlangs uit Stockholm naar het platteland van Skåne is verhuisd, bezoek krijgt van een verslaggeefster van de plaatselijke streekkrant. Cornelis heeft duidelijk geen zin, op elke vraag van de steeds wanhopiger reporter geeft hij liever een antwoord van één lettergreep dan dat hij met twee woorden spreekt. "Waar haal je toch die prachtige titels vandaan,” vraagt zij op een gegeven moment, “zoals van je laatste plaat, Poem, ballader och lite blues?” “Nou...” aarzelt hij, “dat leek me een redelijke beschrijving van wat het is: gedichten, ballades en een beetje blues.”

Dat bleek een understatement te zijn. De musici, van wie bassist Georg Wadenius met zowel Miles Davis als Jimi Hendrix had gespeeld en drummer Tommy Borgudd bij de Mothers of Invention was ingevallen toen Frank Zappa een keer in Stockholm zonder slagwerker was komen te zitten, bleken niet alleen tegen zoveel vrijheid opgewassen, ze bloeiden ervan op. Na zeven dagen jammen, improviseren en elkaar uitdagen hadden de heren geen LP, maar een dubbelalbum weten te vullen: tweeënzestig minuten aan muziek en poëzie.

Dat mag een aardig staaltje van zelfonderschatting heten. Jawel, de plaat bevat zowel gedichten als ballades als de blues, en niet zo‟n beetje ook, maar daarmee is de lading nog lang niet gedekt. Op dit album, zijn laatste bij het label Metronome, is de bard op het absolute hoogtepunt van zijn kunnen. Na de sambaplaat “10 vackra visor” (1968) en zijn volksbreed bejubelde vertolkingen van Evert Taube (1969), waren de verwachtingen hoog gespannen toen Vreeswijk in het najaar van 1970 met een stapel teksten bij de studio aankwam. Het bleek een dunne stapel te zijn, er was nauwelijks materiaal om een plaat mee te vullen. En dat terwijl producent Anders Burman voor deze gelegenheid niet alleen als begeleiding Made in Sweden had weten te strikken, de op dat moment heetste rockband van Zweden, maar bovendien als arrangeur Björn J:son Lindh had aangetrokken, aankomend jazzfluitist die het land

bergtroll”, waarover straks meer, of een slepende, rokerige nachtclubblues in “Cool Water på den Gyldene Freden”. En alsof dat niet genoeg is bevat het album ook een rasechte samba, een vrolijk country & westernlied en een paar doodgewone popnummers, waaronder de radiohit “Hajar‟u de‟då, Jack?” (Snap je‟t wel, Jack?), gewijd aan de kindertekeningen van zijn zoon.

En dan hebben we het nog niet eens over de gedichten gehad. “Nee, Cornelis, hou het bij de gitaar!” verzuchtte een Zweedse cultuurjournalist toen de dichtbundel “Een handvol gras” verscheen, waarvan enkele gedichten de weg vonden naar de dubbel-LP. Laat de recensent van de Pijpendraaier het daar nu hartsgrondig mee oneens zijn. De gedichten sluiten juist perfect aan bij de veelzijdigheid van het muziekmateriaal en geven een Ballades en blues, dat klinkt als twee ongekende diepte aan het beeld van de muziekstijlen. Maar de schijn artiest achter de liederen: een belezen, bedriegt: de ballades op deze plaat nadenkend persoon die evenzeer spannen van het openingsnummer gevormd is door zijn jeugdjaren in “Rosenblad, Rosenblad”, waarop bezet Nederland als door het lezen van Cornelis zich als een rasechte crooner de wereldklassieken. De muzikale laat horen, via de volksmuziek van omlijstingen door Björn J:son Lindh “Ågren” en het puur romantische weten de toon en de inhoud van de “Elisabeth” tot de overtuigende poëzie steeds goed te vangen, of dat nu Bellman-pastiche “Transkription till science-fictionklanken zijn in het d‟Artagnan”. En wat de blues betreft futuristische “Etta” (“zoals een blijkt Vreeswijk volkomen thuis te zijn zwaardvis terugvalt in de zee / vallen in de traditionele twaalf-maten-driewij naar Copernicus”), of een akkoorden-blues à la Josh White en afgedraaid straatorgel in de Leadbelly in “Hopplös Blues”, die in de jeugdherinnering “Jag” (“op een dag Zweedse versie heel wat rauwer klinkt speelde een jongen met een vuur en dan later in het Nederlands, en in drie handgranaten / maar toen werd “Huvudlösen för aftonen”, waar hij in hij bang, en piste erop / ik ben het een onsterflijke dichtregel de meeuw vergeten"). op het dak laat klinken “als John Coltrane in een In een pauze tussen de opnames zit vernietigingsmachine”. Maar hij draait bassist Wadenius met een bluesrif te zijn hand ook niet om voor een vette spelen, waarmee hij het oor van bluesrock in “Ett gammalt Cornelis vangt. “Vette muziek, jammer - 11 -


dat ik daar geen tekst bij heb.” Dezelfde avond leest Vreeswijk thuis een van zijn favoriete Zweedse dichters: de romanticus Gustaf Fröding (1860-1911), waarbij zijn blik valt op het overbekende en stukgelezen gedicht “Ett gammalt bergtroll”. Het kwartje valt. “Perfect! Die ouwe Fröding had het al in zesachtste maat geschreven en de inhoud was pure blues.” De volgende dag in de studio worden gedicht en bluesrif samengevoegd en na één keer doornemen rolt het hoogtepunt van het album uit de speakers. De musici improviseren dat het een lust is en Cornelis draagt geen gedicht voor: hij is die oude bergtrol.

Ill: John Bauer 1904

Tenslotte is dit ook de plaat waarop Vreeswijk voor het eerst zijn stem aan Bellman leent. Het lied is uiteraard Epistel 81, Mauritz, ach Mauritz, waarnaar hij nog vaak zal terugkeren. Hij maakt er een pure blues van, waarmee hij méér doet om Bellman voorgoed uit het getto van de herencultuur te halen dan alle andere zangers van zijn generatie bij elkaar. Een historische opname. Kortom: als u in het Nederlands alles van Vreeswijk al hebt en u wilt wel eens iets van zijn Zweedse werk horen, is dit het album om mee te beginnen

Interview door Beppe Wolgers – deel 3

In dit extra dikke nummer van de Pijpendraaier hoort ook een dubbeldikke aflevering van het interview door Beppe Wolgers uit 1982, waarmee het interview ook meteen is afgesloten. Volgende keer willen we iets gaan doen met het interview door Ulf Thorén dat Marlies Philippa al noemde in haar stuk over trompettist Eddie Bruhner. In deze aflevering voert Cornelis ons langs zijn vroege invloeden. Dit was vanaf het begin al een bonte stoet aan schrijvers en zangers, van de Romeinse dichter Catullus (eerste eeuw vóór Christus) via de Franse filosoof Albert Camus en de Amerikaanse cultuurprovocateur Norman Mailer, tot aan de beide kopstukken die in de jaren vijftig de blues voor een breder (blank) publiek toegankelijk maakte: Leadbelly en Josh White. De naam Georges Brassens zal ook niet verbazen, hij was het immers die met het Franse chanson hetzelfde deed als wat Vreeswijk tien jaar later met de Zweedse visa zou doen. Gröna Lund is het lunapark van Stockholm, een plek waar de jonge Cornelis vaak te vinden was omdat daar ook Nalen staat, het belangrijkste jazz- en later ook rockpodium van Zweden. Dat was ook de plek waar Vreeswijk zijn idool Josh White opzocht, eerst als puistige autograafjager en later als vriend en collega. White, die graag in Stockholm optrad, liet zich regelmatig na afloop van zijn concerten meelokken naar nachtelijke jamsessies met de merkwaardige Zweed uit Holland, waarbij de bewondering op den duur uitgroeide tot volstrekt wederzijds. De “Garry” waar de heren het over hebben is Garry Davis, een Amerikaanse enthousiast die in de vijftiger jaren de natiestaat dood verklaarde en de Wereldburgerbeweging oprichtte. Dagens Nyheter is een van de beide grote Zweedse dagbladen; de afkorting BLM staat voor Bonniers Litterära Magasin, het meest vooraanstaande culturele tijdschrift van Zweden. De Volksparken zijn een oer-Zweeds verschijnsel: een netwerk van openluchtpodia dat zich uitstrekt tot in de kleinste provincieplaatsen, bij uitstek het medium waarmee Zweedse artiesten hun publiek live kunnen ontmoeten. Ulf Lundell, tenslotte, is een Zweedse schrijver en rockzanger. In het interview noemt Cornelis hem als de man die het gras voor zijn voeten als prozaschrijver wegmaaide, later heeft hij echter ook een zeer positieve rol gespeeld in de loopbaan van Vreeswijk. In de Nieuwjaarsnacht van 1985/86 was Lundell gastheer van een rockfestival bij (jawel) Nalen, waarbij Cornelis als “geheime gast” het rockpubliek wist te betoveren met Bellmans Epistel 81. Dat moment wordt algemeen gezien als beginpunt van de comeback van Vreeswijk. Na deze wat lang uitgevallen inleiding geven we nu het woord aan Beppe Wolgers, die inhaakt op de uitspraak waarmee Vreeswijk de vorige aflevering van deze serie afsloot: “Toen ik thuiskwam van zee, toen was ik klaarwakker.” Waar was je toen achtergekomen? - Nou, deels dat ik geen zin had om op zee te blijven. En deels dat ik... iets wou doen in de richting van... kijk, ik had toen dus een gitaar aangeschaft – die had ik bij me.

Die gitaar had je bij je op reis? - Jazeker. En je speelde? Was aan het leren? Aan het delen? - Ik zat in de bemanningsmess te spelen.

Had je die in het buitenland gekocht? - Nee, die had ik in Zweden gekocht.

Hans Westin Waarom? - Weet ik niet, ik denk dat het kwam omdat ik Georges Brassens op Radio Luxemburg had gehoord, met een lied dat “Le petit cheval blanc” heette – dat vond ik toen helemaal te heftig klinken! Dat swingde op een of andere manier... hij kwam wat mij betreft nog vóór Elvis en al dat gedoe – - 12 -

Liederen van anderen? Waren het zeemansliedjes? Nederlandse liedjes? Zweedse? - Nee, dat was Josh White, waar men destijds naar luisterde... Josh White en Leadbelly – die platen ... Brassens, Big


Bill Broonzy. Deels kocht ik die platen zelf, toen ik genoeg begon te verdienen – en daarnaast waren we met een ploeg van bluesliefhebbers. Weet je nog de eerste blues die je leerde, het eerste nummer dat je instudeerde? - Dat was “Black Girl”, van Leadbelly. Huddie Leadbetter. Kun je die nog neuriën? - Ja, ik denk dat ik hem nog steeds uit mijn hoofd ken: Black girl, black girl, don‟t lie to me, Tell me, where have you been last night? In the pine, in the pine, where the sun never shine And I‟ve been shivering the whole night through.

Je komt klaarwakker thuis, je bent je onschuld kwijt, je hebt inmiddels wat meer ervaring en plotseling lijk je daar te beseffen:nu ga ik een artistiek beroep uitoefenen, acteur of schrijver of ik ga zingen en spelen - hoe kwam je op dat idee? - Laat me even iets aanstippen wat ik misschien niet duidelijk maakte toen we het hierover hadden: toen ik thuiskwam en klaarwakker was, toen heb ik mezelf de rol toebedeeld van de outsider. En nu weet ik niet wat er het eerst kwam – Colin Wilson met The Outsider, een boek waarvan ik me heel goed kan herinneren dat ik het las – en dan luisterde je natuurlijk ook naar Charlie Parker, en de Westcoast Jazz, toen Charlie Parker dood was – en Norman Mailer, The Hipster, weet je wel – en moderne literatuur, die zich sowieso veel bezighield met... Camus, hemeltje: Sisyphus. Het outsidersyndroom, ik weet heel goed hoe ik me dat heb toegeëigend. Ik had het al toen ik op school zat. Maar toen was het een beetje vaag, had ik het mezelf nog niet duidelijk gemaakt.

thuis. Ik schreef gedichten en verhalen en novelles, ik was steeds aan het schrijven, moet je weten.

Je zat daar, thuisgekomen, op je gitaar te spelen, klaarwakker zeg je – en toen besloot je van: Nu! ga ik... - Een artistieke bezigheid, in welke vorm dan ook, vrij-literair, of – tja, acteur, iets in die richting. En zo arm als een kerkrat, natuurlijk...

En liedjes, maar dat was meer voor de kennissenkring. Dat waren liedjes die gingen over... Ik weet nog dat ik min of meer verloofd was met een uitermate charmante dame. Ik zal de naam niet noemen. Mijn allereerste plaat heb ik zowaar voor haar gemaakt, bij Gröna Lund. Daar hadden ze zo‟n studio waar je een opname kon maken. Voor – ik meen dat het zes kronen kostte – kon je Toen heb je ontdekt dat je een outsider was? daar naar binnen lopen, een lakplaatje opnemen. En daar stond een lied op dat - Dat wilde ik zijn. ik me nog herinner, op de ene kant: “Het parkietje van Zusje is dood” – dat Je wilde dat zijn? weet ik nog, want dat snapte zij niet, - Ja, ik liep er zelfs een beetje mee te maar dat was een toespeling op pronken, weet je – zo‟n indruk heb ik Catullus: “Musje, lieveling van mijn nu. meisje”. Dat heb ik nooit aan haar Hoe heb je toen die rol gespeeld? uitgelegd. Dat stuk was immers, - Tja, ik moet zeggen dat het zich zogezegd, niet echt in zwang in de jaren vooral op het literaire vlak afspeelde, in vijftig, zestig. Maar op de andere kant, zoverre dat je boeken las die je moeilijk daar stond een nummer dat begon met: vond, en dan kon je denken van dat “Van de zoete liefde wordt met trillende heeft die boerenpummel tenminste stem gekoerd. / Hier zingt nu een duif niet gelezen. Hè, hè, weet je wel? De met een ontstoken keel.” Dat was een wereldburgerbeweging, kun je je die vreselijk lied. Maar dat hele herinneren? Hoe heette hij alweer – liedjesgebeuren was vooral voor de “kicks”. Garry – - Garry, inderdaad. Die toen in Berlijn En wat je verder schreef, was dat voor je zat, bij Checkpoint Charlie, in zijn vrienden of schreef je ook de bladen aan? tentje – hij kwam immers ook in - Ik schreef en stuurde dat op naar de Zweden, ik ben toen gaan luisteren. kranten. Mijn debuut was in '62, in de Heb zelfs nog zo‟n paspoort gekregen, zondagsbijlage van Dagens Nyheter. dat heb ik nog steeds. Daarna kwam een periode waarin ik

Ergens tussen die mistige puberteit en je erotische dromen en je dagen bij de bibliotheek en dat je wordt geweigerd als vliegenier en gaat varen, schijn je ergens vóór je te hebben gezien wat je zou worden.

Je wilde je dus als een kosmopolitische outsider voelen, iemand die meer bij de wereld hoorde dan bij een bepaald land? - Neu – jaa – nou, wereldburger in Zweden. Want in Zweden hoorde ik

My husband was a railroad man, Killed a mile and half from here. His head was found in the driver‟s wheel And his body hasn‟t ever been found.

Black girl, black girl, where will you go? I am going where the cold wind blow. You caused me to weep and you caused me to moan, You caused me to leave my happy home. Dat was de eerste blues die ik leerde. Dacht je toen ook aan de teksten, aan wat er verteld werd? - Jaa, noou, misschien wel. Het was een tragische tekst, dat maakte wel een behoorlijke indruk op me.

- 13 -

enorme geldzorgen had en brandwacht liep en dat soort klusjes, geen woning had – en toen heb ik een baan gekregen als broeder bij een ziekenhuis, daar heb ik een jaar gewerkt. Daar had je bovendien onderdak en alles geregeld.


En tijdens dat jaar kwam ik mijn vrouw tegen. En toen besloot ik om een compromis te sluiten, ik ging bijleren om bepaalde bevoegdheden te halen, om aan de Sociale Academie te kunnen studeren. En ik schreef. Was ambitieus. En trouwlustig. En toen werden we zwanger. Ja, en dan – kwam dus eerst die zondagsbijlage, en daarna werd ik opgenomen in BLM: “Negen Debutanten.” Dus toen vond ik mezelf inmiddels... ik begon zelfs een tijdje een stropdas te dragen, dat werk. Werd toegelaten bij de Sociale Academie. En daar zong ik liedjes in de kantine. En toen waren daar plotseling de Volksparken. Zo ging dat ongeveer – nou, niet helemaal, maar... Wanneer ben je in de Volksparken begonnen? Welk jaar? - ‟64, nee pardon: ‟65. In ‟64 kwam de plaat uit. Wat waren toen je ideeën over je toekomst? Hoe zag je die voor je? - Nou, ik kan je vertellen dat het allemaal vreselijk snel gebeurde. Van dat ik thuis had gezeten – dat wil zeggen: aan de studie, thuis aan het leren en met een deeltijdbaan als sociaal werker, en we hadden dus een uk van een half jaar, Ingalill en ik – en dan plotseling draaide je mee met het kroeggebeuren en veile dames en drank, en ook wel bepaalde andere preparaten. Hoe dan ook volgden er een paar jaren die ik me uitermate vaag kan herinneren. Je moet je zoiets voorstellen als de vliegende kanonnenman: de Levende Kanonskogel – dat ging gewoon van whooof! En weg was je. Het huwelijk ging naar de knoppen... Ik ben toen in één jaar tijd iets van vijfendertig kilo aangekomen. Zuipen en rotzooien en zingen en uitgaan. Het was gewoon één grote puinhoop bij elkaar. Hoelang heeft je eerste tocht als kanonskogel geduurd? - Nou, tot ‟69. Toen kreeg ik een cultuurwoning van de gemeente Stockholm. Daar heb ik me toen gevestigd, daarna begon het allemaal wat rustiger te worden. En kwam daar nog een tweede kanonskogel achteraan? - Nee, daarna was het meer als een, laten we zeggen, als een Elfstedentocht zonder

routebeschrijving, heen en weer en af en aan. Zonder op het gebazel van de weekbladen in te gaan – ik bedoel, het is oké als je trouwt en weer scheidt et cetera, dat kun je in dit verband als niet relevant beschouwen, dat is het trouwens ook. Wat ik deed, dat was teruggaan naar Nederland, in ‟72, via de platenmaatschappij. Ik werd gevraagd om een plaat in het Nederlands op te nemen, wat ik ook deed, en die sloeg behoorlijk aan. Er werden – nou, zo‟n 70.000 exemplaren verkocht. Dat was een hoop in die tijd, 1972. En ik werd door de Nederlandse moedermaatschappij overgenomen. Toen ben ik een paar jaar uit Zweden weggeweest. Ik heb toen in België gewoond, ik heb in Frankrijk gewoond, ik woonde in Nederland, ik woonde in Kopenhagen – daarvoor had ik in Skåne gewoond. En in ‟75 ben ik in Stockholm teruggekomen. En dan wou je laten zien dat je nuchter was en je wist te gedragen, dat je geen boeman was en dat je hard kon werken. En ik had al sinds 1959 de droom om romans te schrijven: De Roman, weet je wel. En die droom wou ik verwezenlijken – maar dan komt er zo‟n ventje aan die Ulf Lundell heet en die doet dat met vlag en wimpel, en toen is die droom gebarsten. En Lundell heeft de jaren zeventig voor zijn rekening genomen, en terecht ook.

Maar ik was er ook nog steeds, weet je. En eigenwijs als je bent, dus rock‟n‟roll, neuh... Dat waren toen een paar lastige jaren. Om daar nou mee rond te lopen – most je dan naar Nederland gaan om dat te doen? Nog een keer teruggaan en nog een plaat opnemen en een boek in het Nederlands schrijven, nee verdomme, zo gaat dat niet! En toen – ben ik naar de visa teruggekeerd. - 14 -

Je spreekt over jezelf alsof je – alsof je met andermans ogen naar jezelf kijkt – met de ogen van de media of van de geruchten, doe je dat soms? - Ja. Kun je dan vertellen wie je echt bent? Je zegt: je wou laten zien dat je geen boeman was, et cetera. Waarom zeg je dat? - Nou, omdat ik toch wel een behoorlijk beperkt privéleven heb gehad. Als ik niet op tournee was, dan heb ik geprobeerd om... tja, ik weet het niet, ik lijd misschien een beetje aan een beroepsdeformatie. Want een fatsoenlijk privéleven heb ik niet. Dat heb ik gewoon niet. Maar dan ga ik toch liever in plaats van – ach, hoe moet ik het zeggen... Je vervalt toch vrij gauw in paranoia... Voel je je achtervolgd, opgejaagd? Hoe bedoel je, paranoia? - Nee, ik bedoel paranoia in de zin van dat ik mijn hersens uitsluitend gebruikt voor, zeg maar, mijn carrière. En waar bestaat die carrière uit, zoals jij het wilt? Zoals jij het wilt? Carrière, is dat het juiste woord? - Jaa. Ik kan niet, ik zou liegen als ik niet zou zeggen dat ik... Omdat ik geen gezin heb om – mijn aandacht op te richten, dan is mijn carrière, mijn werk dus, het belangrijkste wat er bestaat. En hoe zie je die carrière voor je, vanaf nu en verder? - Nou, als ik nog een jaar of tien mag meegaan, misschien vind ik dan wel de tijd om al mijn liedjes... om erin te gaan schiften, aanvullen en een paar serieuze liedbundels te maken in plaats van die – tja, wat ik tot nu toe heb gemaakt. Orde brengen in mijn liederen. En misschien ook de methodiek formuleren die ik me eigen heb gemaakt, op het gebied van het schrijven ervan en het brengen voor een publiek. Verder dan dat gaan mijn carrièrewensen eigenlijk niet, maar ik durf wel te stellen dat ik het grootste deel van mijn wakkere leven daaraan besteed. Aan het realiseren van dat ene ding, dat ene stuk, zoals men dat tegenwoordig uitdrukt... vertaling Hans Westin


UITNODIGING

voor de Jaarlijkse Ledenvergadering van het Cornelis Vreeswijk Genootschap TIJD Zondag 20 maart 2011 van 13:00 tot 17:30 uur. Op deze dag kunt u op vertoon van het Boekenweekgeschenk gratis met de NS reizen. PLAATS Theater ZIMIHC, Bouwstraat 55, Utrecht De agenda en andere relevante stukken zullen in de week vóór de vergadering naar de leden worden opgestuurd. Het vergadergedeelte duurt tot ca. 14:30 uur. Na afloop kan het CVG u dit jaar twee acts aanbieden die allebei vanuit het Genootschap zijn ontstaan, maar die zich met hun werkzaamheden ook zeker naar buiten richten: KOOR-nelis, bekend van het havenfestival in IJmuiden, en De Cornelis Band, een nieuw initiatief van Jurjen Oostenveld en Jan Deurloo. Na deze optredens verhuizen we naar de kantine voor de traditionele “ALLSÅNG” en wat er verder zoal spontaan zal ontstaan. Het in-, toe- en anderszins stemmen tijdens de vergadering is aan onze leden voorbehouden, maar verder is iedereen welkom om van de optredens mee te genieten. Wij heten u allen van harte welkom! Het CVG-bestuur

JAARAFREKENING 2010

Inkomsten

Uitgaven

Contributie:

€

1.028,00

Subsidies/donaties:

€

1.000,00

Vergoedingen:

€

560,45

Batig saldo

Havenfest. IJmuiden '10: Chinese vertaling:

€

948,00

€

368,90

Bestuurskosten:

€

201,02

Onkosten lezing:

€

150,00

Webhosting:

€

149,75

Jaarvergadering 2010:

€

85,00

Bankkosten:

€

60,75

------------ +

------------ +

€

2.588,45

€

€

625,03

1.963,42

In de tabel hierboven staat het financiële resultaat over 2010. Aan de inkomstenkant valt op dat het bedrag aan binnengekomen contributie ongeveer even groot is als dat uit sponsoring. We ontvingen bijdragen van Marina Seaport IJmuiden en van de Rotary Velsen. Het bedrag is lager dan dat van vorig jaar, toen er ook een subsidie van de gemeente Velsen is ontvangen. In 2010 heeft de gemeente ons subsidieverzoek afgewezen, maar dat heeft ons er niet van weerhouden om voor 2011 een nieuw verzoek in te dienen, dus hopelijk dit jaar beter. Incidentele posten aan de uitgavenkant zijn die voor de Chinese vertaling van liedteksten van Cornelis ten behoeve van het Chinabezoek door burgemeester Franc Weerwind van Velsen en onkosten voor de lezingen die Hans Westin heeft gehouden. Deze kosten zijn vergoed door de gemeente Velsen en de gastgevers van Hans’ lezing (zie linkerkolom). We hebben afgelopen jaar geld overgehouden, dat kwam onder andere doordat het muziekprogramma in december in Soest vanwege de weersomstandigheden moest worden uitgesteld naar dit jaar. Wim Boswinkel Penningmeester - 15 -


billboard

●

●

●

VREESWIJK EN HET ZWEEDSE LIED

20 MAART

Muzikale lezing door Hans Westin en Wendela Sterker

CVG jaarvergadering

Voor informatie en boekingen: bestuur@cornelisvreeswijk.nl

13-17 uur ZIMIHC Bouwstraat 55 Utrecht muziek KOORnelis Cornelis Vreeswijk Band ALLSÅNG ●

●

●

PITER WILKENS DE FLEANENDE HOLLANNER THEATERTOUR

11 maart Beauforthuis Austerlitz samen met Jeroen Zijlstra 25 maart 2011 Posthuistheater Heerenveen 26 maart 2011 Kruithuis Groningen (uitverkocht) 27 maart 2011 Kruithuis Groningen 16 april 2011 De Skans Gorredijk

DVD release: 16-03-2011 www.CDON.com www.koornelis.nl

Disclaimer: De Pijpendraaier wordt samengesteld voor verspreiding onder de leden van het Cornelis Vreeswijk Genootschap (CVG). Omdat delen van de inhoud auteursrechtelijk beschermd kunnen zijn, is het uitdrukkelijk niet de opzet van de CVG dat deze inhoud buiten de kring en de bijeenkomsten van het Genootschap verspreid of gebruikt zal worden. Het CVG neemt geen verantwoordelijkheid voor zulke verspreiding, door leden of door derden.

- 16 -


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Pd2011 01 by Cornelis Vreeswijk Genootschap - Issuu