Skip to main content

Pd2009 03

Page 1

e

P ijpendraaier

Ledenblad van het Cornelis Vreeswijk Genootschap Jaargang 1 - 15-11-2009 – Nummer3

INHOUD pagina 1: ∙ Van de redactie pagina 2: ∙ Van de voorzitter ∙ Boekentip pagina 3: ∙ Cornelisdag in Stockholm pagina 4 ∙ Wind in de haven pagina 5: ∙ Tekst toespraak burgemeester IJmuiden ∙ Brief uit IJmuiden pagina 6 ∙ Interview Sido Marten pagina 7 ∙ Vervolg Sido Marten ∙ Niets minder dan donker en diep pagina 8: ∙ CD Jack Vreeswijk ∙ Leeuwarden zingt mee pagina 9: ∙ Nieuw beeld Cornelis ∙ Luisterlied pagina 10: ∙ Interview Jan Guillou deel 3 pagina 11 ∙ Vervolg Jan Guillou ∙ Luisterlied pagina 12: ∙ Billboard

Van de redactie Geachte mensgenoten, Tot onze spijt zal de redactie dit derde nummer van de Pijpendraaier moeten openen met een nederig excuus: wat officieel het septembernummer had moeten worden ontvangt u pas begin november, dus ruim een maand te laat. Hiervoor zijn tal van oorzaken aan te voeren, die echter allemaal voor de lezer vrij oninteressant zullen zijn. Laten we dus volstaan met een mea culpa en de belofte dat u het decembernummer zoals gepland, dus dit jaar nog, in uw mailbox kunt verwachten. De lezer mag dan enige reden hebben tot ontevredenheid over de redactie, andersom is dat precies andersom. De redactie heeft met genoegen mogen constateren dat onze lezers zich bijzonder actief opstellen met commentaar en spontane bijdragen. In dit nummer daarom een grote verscheidenheid, zowel aan onderwerpen als aan auteurs. De instroom was zelfs zo groot dat niet alle inzenders hun bijdrage in dit nummer zullen terugvinden, sommige stukken hebben wij moeten bewaren voor een volgend nummer. Maar laat u daardoor vooral niet ontmoedigen, alle bijdragen blijven welkom en kunnen op een plaats in ons blad rekenen. Lezer, wij zijn trots op u! Dankzij jullie zal de Pijpendraaier uitgroeien tot een blad voor en vooral dóór het Cornelis Vreeswijk Genootschap. De beide recente Cornelisdagen komen uiteraard beide aan bod: in Stockholm en in IJmuiden. Uit Stockholm een persoonlijke impressie van een lid, uit IJmuiden maar liefst drie stukjes. Behalve een verslag door onze voorzitter vindt u ook haar toespraak aan de burgemeester, inmiddels ook erelid van het CVG, en het gedicht dat Cornelis ooit als brief uit IJmuiden stuurde en dat in vertaling bij IJmuiden Stores werd voorgedragen. In het meinummer werd al verteld dat er een gesprek had plaatsgevonden met de dichter, loper en troubadour Sido Martens. In dit nummer is een prominente plaats ingeruimd voor zijn gedachten over dichten, zingen en de roes van het rennen. Van onze lezers, uzelf dus, vindt u tips over lees- en luistervoer en een verhaal over hoe het is om je stem samen met tweeduizend anderen te heffen op een stadsplein in Friesland. Een kunstenaarscollectief uit IJmuiden vertelt over de reusachtige Cornelis Vreeswijk die inmiddels het dak van hun clublokaal siert en over het feest dat zij rond de officiële onthulling in petto hebben.

In het Cornelisarchief vindt u deel drie van het interview door Jan Guillou uit 1979 en het Luisterlied is dit keer een vertaling door Carolien van Heuven van het welhaast profetische lied “De valse dame” uit de prille begintijd van Cornelis als zanger. Kortom: een gevarieerde Disclaimer: smörgåsbord voor de liefhebber om een druilerige herfstmiddag mee te verwijlen. Laat het u “De Pijpendraaier” wordt samengesteld goed smaken en blijf vooral met uw eigen bijdragen komen. Daarvoor bij voorbaat onze voor verspreiding onder de leden van het Cornelis Vreeswijk Genootschap (CVG). hartelijke dank. Omdat delen van de inhoud auteursrechtelijk beschermd kunnen zijn, is het uitdrukkelijk niet de opzet van de CVG dat deze inhoud buiten de kring en de bijeenkomsten van het Genootschap verspreid of gebruikt zal worden. Het CVG neemt geen verantwoordelijkheid voor zulke verspreiding, door leden of door derden.

De Redactie


van de voorzitter

Boekentip In zijn lezing zal Hans het natuurlijk hebben over Bellman, die Cornelis zo zeer beïnvloed heeft en wiens liederen Onlangs verscheen “De muzikale hij ook op onovertrefbare wijze heeft Beste liefhebbers van Cornelis verleiding” door Dolf Hell en Frits vertolkt. U heeft dat kunnen horen in Vreeswijk, Jonker, een boek met twee CD’s over de uitzendingen van de Belgische zender reclameplaatjes door Nederlandse radio Klara. Mijn stukje in de vorige Pijpendraaier artiesten. Drie hele uren heeft de onvolprezen besloot ik met: “Er is al veel moois Na een algemene inleiding over het gebeurd en er staat nog veel meer moois radiomaker Jean-Pierre Rondas gewijd fenomeen volgt een top 40. Elk aan Bellman en de liedcultuur in te gebeuren.” Dat hebben we mogen nummer wordt toegelicht met enkele meemaken. De belangrijkste gebeurtenis Zweden op drie achtereenvolgende pagina’s tekst en valt te beluisteren op zondagochtenden, waarvan de eerste op was natuurlijk het Havenfestival in een van de bijgevoegde CD’s. IJmuiden waarop het CVG prominent dezelfde dag viel als onze manifestatie Enkele namen: The Shoes (Esso-mix); op het Havenfestival. In deze aanwezig was. Verderop in deze van Kooten en de Bie (Kodak uitzendingen werd Hans Westin Pijpendraaier leest u er meer over. uitvoerig aan het woord gelaten en was Instamatic); Max Woiski jr. (Albert Heijn Op deze dag (30 augustus) heeft het er ook heel veel ruimte voor Cornelis als oploskoffie); Ramses Shaffy bestuur ook een gesprek gehad met (levensverzekeringen) en Frans Halsema zanger van Bellmanliederen. mevrouw Edzes, de wethouder van (Remmington scheerapparaten). Cultuur van Velsen. Doel van de Onze held Cornelis Vreeswijk staat op De Nederlandse televisie liet zich in bespreking was om te bekijken wat er in nummer 9 met “Varen met de Tor september evenmin onbetuigd wat IJmuiden nog meer gedaan kan worden Line”, indertijd in om Cornelis en zijn werk te promoten. aandacht voor Cornelis betreft. Onze honderdtachtigduizend exemplaren eigen Piter Wilkens, die zulke prachtige Besloten is dat er onder meer een verspreid als flexidisc bij een Friese Cornelisvertalingen heeft wandeling uitgezet kan worden langs de reisbrochure. Op de melodie van “Sloop plekken in IJmuiden die van belang zijn gemaakt en ze ook nog op zo’n geweest voor Cornelis en zijn zoon Jack, fantastische, aanstekelijke manier weet John B.” / “Jag hade en gång en båt” worden de genoegens van een reisje met het geboortehuis, de scholen, plaatsen te zingen – denk maar aan het Havenfestival – heeft op 2 augustus de Tor Line bezongen: “Kijk eens een waar hij en later zijn zoon graag kwamen, etc. De trip kan beginnen bij opgetreden bij de jaarlijkse Cornelisdag fjord, Een smörgåsbord, Hallo bootsman, We in Stockholm. Voorafgaand daaraan gaan naar de noord”. de veerboot naar IJmuiden achter het heeft hij met Omrop Fryslân een Centraal Station in Amsterdam en Al met al een leuk nostalgisch, maar wel eindigen bij het standbeeld van Cornelis weeklang een zoektocht gemaakt naar het hoe en wie en wat van Cornelis in wat prijzig boek over een vergeten vorm bij het strand. In dat tochtje zijn Zweden. Dat leverde ontroerende van reclame maken. waarschijnlijk ook heel wat Zweden gesprekken op met mensen die Cornelis geïnteresseerd, dus moet er een folder hebben gekend en liefgehad en er Dolf Hell en komen in het Zweeds, het Nederlands ontstonden ook schitterende jamsessies, Frits Jonker en het Engels. Ook het IJmuider zee- en zowel met oude kameraden van De muzikale havenmuseum zal in de stadswandeling verleiding – worden opgenomen. Wellicht kan daar Cornelis als met zijn zoon Jack. Op zondag 13 en zondag 20 september Nederlandse in de toekomst een ruimte worden heeft Nederland 2 de reis van Piter en reclame op 45 gereserveerd die als uitgangspunt kan toeren. dienen voor een Cornelismuseum. Het zijn ontmoetingen uitgezonden. Zweedse eilanden en meren, een Nijgh en van Ditmar zou toch wel heel mooi zijn als dat tot stand kan komen. Foto’s en platen zijn zonovergoten Stockholm, het Zweedse ISBN 978 90 388 9286 3 er genoeg, maar we hopen dat sommige Cornelismuseum met natuurlijk Silas en Prijs: € 39,90 heel veel nostalgie, en muziek om wild Wim Boswinkel van de leden ook nog wat speciale van te worden of bij weg te dromen. spullen kunnen doneren of in bruikleen geven. In het vorige nummer van de Marlies Philippa Pijpendraaier is aangekondigd dat ik u Colofon hierbij al iets meer zou kunnen vertellen De Pijpendraaier is het ledenblad van het Cornelis Vreeswijk Genootschap (CVG). Het CVG stelt zich ten doel om: over de volgende bijeenkomst van het * de herinnering aan Cornelis Vreeswijk in Nederland levend te houden CVG. Gepland is dat Hans Westin dan * het vertolken van de liederen van Cornelis Vreeswijk in het Nederlands te stimuleren gaat proefdraaien met een lezing over de * in Nederland het bestaan en de ontwikkeling van een troubadourtraditie te bevorderen Zweedse visa-traditie waarin Cornelis zo Het CVG doet dit door: buitengewoon goed past. Deze * informatie beschikbaar te stellen * dit ledenblad te publiceren bijeenkomst is inmiddels vastgesteld op * muziekbijeenkomsten te organiseren zaterdag 19 december in de bibliotheek * het vertalen van het werk van Cornelis Vreeswijk uit het Zweeds te stimuleren van IJmuiden, op de Billboard kunt u er De Pijpendraaier verschijnt jaarlijks op februari, mei, september en december. meer over lezen. De kopijsluiting per nummer is op de eerste van de maand waarin het nummer verschijnt.


Cornelisdag in Stockholm

Ook dit jaar was er natuurlijk een Cornelisdag in Stockholm. Behalve zanger Piter Wilkens, die er optrad, had een flink aantal CVG-leden de tocht gemaakt om één van de hoogtepunten van het Zweedse muziekjaar mee te maken. Waaronder zanger en gitarist Jurjen Oosterveld, die u ook op het Havenfestival in IJmuiden hebt kunnen meemaken. Hieronder zijn persoonlijk verslag.

En dan.. de Cornelisdag. Aanvang 14:00 uur. Ik dacht dat het vanaf die tijd dan langzamerhand steeds iets drukker zou worden. Mooi niet. Om kwart over twee zit het Mosebacke etablissement eigenlijk al helemaal vol. Met enige moeite zijn er nog enkele zitplaatsen te vinden. Een harde houten bank en het feestje duurt tot 22.00 uur. Dat wordt nog wat.

Lange tijd heb ik niet geweten hoe beroemd Cornelis in Zweden was. En van wat voor een uitzonderlijke kwaliteit zijn Zweedse werk was en is. Gemiste kans. Het is trouwens opmerkelijk dat ik nog wel weet waar ik was toen ik het nieuws hoorde dat hij was overleden. Ik had jaren niet aan hem gedacht maar de mededeling trof me diep. November 1987. Ook raar. Ik was in 1983 en 1985 in Zweden en had destijds altijd mijn gitaar bij me. Ik heb toen geen moment aan Cornelis gedacht. Achteraf realiseer ik me dat hij toen dus nog leefde.

Het publiek is overigens erg gevarieerd. Oud en jong, alleen, samen of met het gezin, je komt alles tegen. De sfeer is heel relaxed. Het blijkt bijvoorbeeld geen probleem te zijn om even weg te gaan om iets te eten. Bij terugkomst is je plekje gewoon nog vrij. En het weer is geweldig. Lekker zonnig.

Op een of andere manier ben ik de laatste jaren weer op het spoor van Cornelis gekomen. Een schoolreünie heeft er uiteindelijk toe geleid dat ik na ruim 30 jaar zijn muziek weer heb omarmd en dat ik me ben gaan verdiepen zijn levensverhaal. Toen er in het voorjaar vakantieplannen gemaakt moesten worden bedacht ik me ineens dat ik wel eens bij de Cornelisdag wilde zijn. De Cornelisdag is een festival dat jaarlijks in Stockholm wordt gehouden. Er treden een middag en avond lang allerlei artiesten op ter nagedachtenis van Cornelis. Dat wilde ik dus wel eens meemaken. De vakantiebestemming werd daarom Zweden. In Stockholm kan je in een paar dagen je Cornelis-hart behoorlijk ophalen. Ik denk dat ik alle Cornelis-plaatsen wel gezien heb: Natuurlijk het museum (erg leuk), het bankje met zijn naam in het Kungliga parken, het Cornelis parken, het graf bij de Katarina kyrka en stamkroeg “Den Gyldene Freden”. En ik kon het niet laten. Schuin tegenover het Cornelismuseum heb ik op straat Nederlandstalige Cornelisliedjes zitten spelen en zingen. Het heeft me 61,80 Zweedse kronen opgeleverd, plus de complimenten van passerende Nederlanders, een tweestemmige samenzang met een vrolijke Zweed en een bijzondere ontmoeting met Sid Jansson. Een mooie opbrengst. Sid is de gangmaker van de Cornelisdag en hij was en goede vriend van Cornelis. De man liep toevallig langs en werd getroffen door mijn vertolking van Cecilia Lind. Ik aanvaard dat als een mooi compliment. Aardige man trouwens, die Sid

En de artiesten? Wisselend. Tot een uur of zeven, acht is het erg leuk. Frisse artiesten, veel Vreeswijk-nummers. Ik begrijp natuurlijk niets van al die Zweedse grapjes tussendoor en van de anekdotes die Sid vertelt, maar het is erg gezellig. Erg leuk om Piter Wilkens en zijn begeleiders te zien en te horen optreden. Geweldig om te horen dat Piter als “echte Hollander” wordt aangekondigd. Maar ja, zelfs een Fries protesteert niet op zo'n moment.... Prima optreden van de mannen trouwens. Later komen er wat meer gerenommeerde Zweeds artiesten die ook meer eigen repertoire brengen. Ik hoor de aardigste optredens van Trio Cornelis (uit Denemarken), Jenny Almsenius, Tommy Körberg en Rikard Wolff. Ook de vrolijke eenvoud van Stefan Olsson & TB 350 is erg de moeite waard. Toch wordt het steeds lastiger om geboeid te blijven luisteren. Het wordt langzaam schemerdonker en je raakt muzikaal wel een beetje verzadigd. Maar uiteindelijk is het natuurlijk geweldig om “I natt jag drömde” te horen zingen door het volledige publiek. Zo'n 1400 (nou ja, er zijn er toch al een heleboel stilletjes weggegaan) mensen die heel vredig het concert al zingend afsluiten. Lekker hoor. Inmiddels is het uiteindelijk ook echt donker geworden. Het feest is over. Mijn jaren zonder Cornelis zijn hiermee behoorlijk goedgemaakt. Ik heb met terugwerkende kracht zijn muziek beleefd en van zijn roem geproefd. Het was erg leuk en ik zou zo weer gaan. Volgend jaar valt de eerste zondag in augustus op 1 augustus. Wie weet... Jurjen Oostenveld


Wind in de haven Verslag van de CVG havendag

Storm en wind hebben het leven van Cornelis getekend. Met recht kan hij dan ook De Vliegende Hollander worden genoemd. Op jonge leeftijd voer hij weg uit IJmuiden. Hij vestigde zich in Zweden, maar bleef steeds trekken, van streek tot streek, van land tot land, gejaagd door de wind. Of om de Zweedse kunstcriticus Alf Thoor in dagblad Expressen te citeren: “Cornelis waait niet met de wind mee. Hij is de wind.” Wind was ook het thema van het Havenfestival in IJmuiden van dit jaar. En dat hebben we geweten ook! Een festival met strakblauwe lucht en zonovergoten, maar o, die wind. Muziek en vertier, eten en drank, festiviteiten en evenementen, het kon niet op. En steeds was er de opwindende wind. “Cornelis als Vliegende Hollander” heette het programma dat het CVG vanaf twee uur verzorgde op zondag 30 augustus. De locatie was dezelfde als die waar het Havenfestival in 2007 een aanzet tot een ode aan Vreeswijk heeft gegeven: het intieme pakhuis van IJmuiden Stores, voor deze gelegenheid omgebouwd tot zangcafé De Frisse Bries. Bonte kleedjes lagen op de tafeltjes, een serveerster deed haar ronde, tekstboekjes werden uitgedeeld en vanaf het kleine podium weerklonk de muziek. Over de noordenwind, de zuidenwind en nog veel meer winden. Liedjes van Cornelis als Lied in de winden, De thuishavensamba en Bootsman Charlie Donovan, maar ook als Oeral thús van Piter Wilkens, Het liedje van de wind van Thijs Hanrath en De vagebond van Ibo Bakker, met zijn neus in de wind. Het was geen strak programma, maar er was volop gelegenheid tot improvisatie en tot meezingen. De artiesten en muzikanten traden afwisselend op: Jan Deurloo, Jurjen Oostenveld, Wendela Sterker, Thijs Hanrath, Karin Kalmér en Ibo Bakker met een Alibi erbij. Er werden spontaan duo’s gevormd van zangers en zangeressen die nog nooit iets samen hadden gedaan. Wendela zong met Thijs en Ibo vertolkte een lied in combinatie met Karin, tweetalig: Nederlands en Zweeds.

Wendela declameerde een uit het Zweeds vertaald gedicht van Cornelis: Brief uit IJmuiden. Je kon het zout van de zee ruiken. Sterzanger Piter mocht het laatste gedeelte verzorgen in De Frisse Bries, maar hij kwam maar niet. Opgehouden door de wind. Toen hij eindelijk arriveerde was het al half vier. Hij had begeleiders meegenomen en er moest nog van alles worden geïnstalleerd, waardoor hij pas om kwart voor vier kon beginnen. En toen moest uw voorzitter het café verlaten om naar het Grote Podium te gaan. Piter mocht gelukkig nog doorzingen tot kwart over vier. Om vier uur begon het CVG-programma op het Grote Podium. Er was gezegd dat de tijd heel krap zou zijn, omdat er tegen half vijf een spectaculaire helikopterdemonstratie en -manifestatie zou plaatsvinden. Helaas voor het Festival, dat spektakel ging niet door. De wind was veel te krachtig. Gelukkig voor ons. Daardoor hadden wij wat meer tijd. Het Havenfestival IJmuiden heeft vertrouwen in het Cornelis Vreeswijk Genootschap. De organisatie heeft met ons afgesproken om in de komende drie jaar Vreeswijks muzikale erfenis tot een terugkerend onderdeel in de culturele programmering te maken. Het festivalpubliek kan zo in opeenvolgende jaren de compléte Vreeswijk leren kennen. Wellicht slagen we er ook in om Vreeswijks in Zweden inmiddels beroemde zoon Jack naar IJmuiden te halen. Op het Grote Podium ging er om vier uur een officieel, plechtig moment plaatsvinden. Om in stijl te zijn had uw voorzitter zich ’s ochtends een soort Beatrixkapsel aangemeten. Maar ach, die wind. Er waren wat dunne, flodderige krulletjes overgebleven, waar de wind wel lekker doorheen kon spelen. De burgemeester van Velsen, mr. Peter Cammaert, kreeg er op 30 augustus een taak bij en hij werd ook nog onderscheiden. Vanaf deze dag is de burgemeester van Velsen structureel beschermheer van het CVG. Structureel, dus dat beschermheerschap is op 16 september overgegaan van Peter Cammaert naar zijn opvolger Franc Weerwind (what’s in a name?). Maar vanwege zijn bijzondere verdiensten voor het genootschap kreeg Peter Cammaert bovendien het erelidmaatschap van het CVG aangeboden. Ten bewijze daarvan mocht hij een oorkonde en een Cornelisboekensteun ontvangen. Hij was ontroerd en het lukte de wind niet zijn dankwoord te laten vervlieden. Ibo stond voor de spetterende afsluiting van deze grootse CVG-dag. En de wind zong met hem mee. Marlies Philippa


Tekst toespraak voor de burgemeester op het havenfestival

Ik ben bijzonder blij om hier samen met de burgemeester van Velsen op het podium te staan. De burgemeester is tenslotte de eerste burger van de gemeente waartoe ook IJmuiden behoort en waaruit de beroemde Cornelis Vreeswijk is voortgesproten.

Hieronder volgt het gedicht dat tijdens het festival werd voorgedragen. Onder de oorspronkelijke titel “Ett brev” werd het door Vreeswijk geschreven tijdens een van zijn vele bezoeken aan het ouderlijk huis in IJmuiden en gepubliceerd in zijn eerste Zweedse dichtbundel, “En handfull gräs” (Een handvol gras) uit 1970. Als u wilt horen hoe Cornelis het zelf voordroeg is het te horen op de dubbel-LP “Poem, ballader och lite blues” (Gedichten, ballades en een beetje blues) die hetzelfde jaar uitkwam.

Velsen is trots op Cornelis. Dat blijkt uit de sponsoring die het CVG heeft gekregen om op deze dag een muzikaal eerbetoon aan Cornelis te kunnen verwezenlijken. We hebben donaties ontvangen van de gemeente, van Marina Seaport IJmuiden en van de Stichting Havenfestival IJmuiden. IJmuiden is trots op Cornelis. Dat blijkt onder meer uit zijn beeld in de duinen dat in 2003 werd onthuld door Ria Post, de moeder van de toen al overleden initiatiefnemer, het Velsense gemeenteraadslid John van Dijk. Velsen zal trots blijven op Cornelis. Dat heeft burgemeester Peter Cammaert mij verzekerd. De gemeente zal nog meer activiteiten ontplooien om Cornelis te verzekeren van een blijvende plaats in IJmuiden. De burgemeester vervult hierin een cruciale rol. Wij zijn daarom heel erg blij dat B en W van de gemeente hebben besloten om aan de burgemeester het beschermheerschap van het Cornelis Vreeswijk Genootschap toe te kennen. Dit beschermheerschap zal overgaan op zijn opvolger. Cornelis zal in IJmuiden blijven leven. Maar juist burgemeester Cammaert heeft bewezen om zich ook op persoonlijke titel in te zetten voor het genootschap. In de korte tijd dat wij hebben samengewerkt is dat ruimschoots gebleken. Hij denkt mee en heeft een veelbelovende toekomstvisie. Hij heeft toegezegd met de samenwerking door te gaan. Dat kan ertoe leiden dat het Genootschap een bloeiperiode gaat doormaken, wat brede perspectieven biedt voor de populariteit van Cornelis, niet alleen in Velsen, maar in heel Nederland. Dit alles heeft ons ertoe gebracht om Peter Cammaert erelid te maken van het Cornelis Vreeswijk Genootschap. De bijbehorende oorkonde wil ik hem hierbij graag overhandigen. We hebben ook nog een Cornelis boekensteun, waartegen boeken en platen van Cornelis zich graag zullen vleien. Marlies Philippa

Brief uit IJmuiden Ik schrijf je toe uit Onderwater Ja – uit een aquarium komt hier de boodschap dat: Zout water in mijn longen barst en de gitaar doet pijn En er zijn elke avond andere sterren boven het pretpark Elke ochtend stortduiken meeuwen naar de open ogen En visschubben worden geofferd onder een lucht van schuim Naast mijn bed, vriend Plautos slaan schoorstenen zoutos Erts wordt vermalen, ijzer gesmolten en soda in het brood De postzegel smaakte naar vrouw, Adieu


Interview

sido martens – Schrijven met de gitaar

De Friese dichter Sido Martens (1949) is al jaren bekend, in de eigen provincie en landelijk, maar dan vooral als zanger. Onder andere was hij lid van de folkgroep Fungus, die in de jaren zeventig hits scoorde en onder andere ook op Pinkpop te zien was. Later trad hij op als soloartiest tot hij in 1984 besloot om zich voorlopig terug te trekken. ”Voorlopig” bleek lang te zijn, het heeft tot 1995 geduurd voordat hij weer van zich liet horen, nu niet alleen als singer-songwriter maar ook als dichter. Daarnaast is Sido vervent hardloper en in het dagelijks leven redacteur van Runner’s World, een maandblad voor hardlopers. Zoals veel Nederlandse lieddichters onderkent hij het belang van Vreeswijk voor het genre; hij was dan ook gauw bereid tot een interview voor de Pijpendraaier. Hij is punctueel, deze hardlopende zanger. Om vier uur hadden wij op het terras van Jonker Sikke in Jellum afgesproken, om twee minuten voor vier zie ik zijn auto de parkeerplaats opdraaien. Uit stapt een kwieke zestigjarige met een jongensachtige oogopslag en nog maar een fractie van de weelderige haardos uit zijn jaren als gevierd popmuzikant. De stap van een atleet, de mondhoeken in een ondeugende plooi. Biertje? Nee, daarvoor is het nog te vroeg, doe mij maar een Spa. En brand maar los. Sido, wat ben je als eerste: zanger, dichter of loper? In eerste instantie ben ik schrijver. Van liederen of van gedichten, daar kan ik geen volgorde in aanbrengen. Behalve puur chronologisch, ik ben eerst begonnen met liedteksten schrijven voor de band. In het begin schreef ik alles in het Engels, dat hoorde in die tijd zo en het was lekker veilig. Toen ik later ben overgestapt op Nederlandstalige nummers vond ik dat eerst moeilijk; in de eigen taal sta je ineens in je blote kont. Dat was wel even wennen. Na mijn eerste Nederlandse plaat werd ik voor het eerst persoonlijk aangesproken op wat er stond. En terecht, in het Engels laat je minder van jezelf los, al is het maar omdat je in een vreemde taal de nuance minder goed beheerst. Overigens kan ik ze alle drie niet los van elkaar zien; van het lopen heb ik geleerd om te vallen, uiterst belangrijk voor een dichter. En ook van mijn poëzie zijn veel teksten heel zingbaar. Zijn je liederen dan getoonzette gedichten? Nee, absoluut niet. Als ik begin met schrijven is het van tevoren al duidelijk of het een gedicht of een lied zal worden. Ik begin ook meteen met ander gereedschap: mijn gedichten schrijf ik met de pen, de liederen met de gitaar. Er is ook een inhoudelijk verschil. In een lied wil ik een afgerond verhaal vertellen, met een kop en een staart, in een gedicht moet er iets te raden overblijven. In poëzie moet je lezen wat er niet staat. Dichten is zoeken naar het juiste woord – en dat dan weglaten. Het is een soort dans om de hete brij. Dat is ook het mooie ervan, mooi dat je jezelf niet

vastpint. Je wilt anoniem blijven: in een lied door een verhaal buiten jezelf te vertellen, in een gedicht door jezelf te laten zien. Zijn er bepaalde thema’s aan te wijzen in je dichtkunst? Ik denk dat ik mijn thematiek kan samenvatten in drie woorden: vergankelijkheid, hunkering en aftakeling. Dat klinkt niet erg vrolijk... Dat moet ook niet. Verdriet is immers de oorsprong van liederen. In ieder geval is dat voor mij zo. Geluk laat zich lastig beschrijven? Ja, zo is het toch? Zonder conflict geen interessant verhaal. Hunkering, een gevoel waar mijn teksten vaak over gaan, is interessanter dan de troost die erop volgt. De troost moet er ook in voorkomen, maar die begint immers bij de hunkering. Anders valt er niets te troosten. In feite probeer ik juist wel geluk te beschrijven, maar op een ongelukkige manier. Geluk krijgt pas vorm door het contrast met ongelukkigheid. Het andere thema, dat van vergankelijkheid en aftakeling, is trouwens niet zo verdrietig als het misschien lijkt. Eeuwig leven is ook niet alles, ik moet er niet aan denken! Hoe was het, in je tijd met Fungus, om landelijke bekendheid te genieten en op hitlijsten te prijken? Wat ik daarbij voelde? Nou, arrogantie. Je gaat jezelf heel wat vinden, wat weer niet bevorderlijk is voor je relaties met anderen. En relaties zijn belangrijk, die zetten je in beweging. Het ontsteekt iets in je, of dat nu een strooibrand is of sluipende hooibroei. Daar gaat mijn poëzie ook over. Maar dan vooral de verdrietige kant ervan? Ik zal je een beroepsgeheim vertellen: het perfecte recept voor liefdesverdriet. Neem 2 tranen, 3 verwijten en 1 flinke scheut whisky. Goed mengen en garneren met een stuk arrogantie. Werkt altijd. Behalve relaties, wat inspireert je nog meer? De natuur is belangrijk. Het voorjaar, als alles groeit en bloeit, is een inspirerende tijd. En het Friese landschap? Nou, nee. Geef mij liever het zuidoosten van het land. Ik was laatst bij Nijmegen in de buurt en voelde de hunkering wakker worden door dat prachtige land met heuvels en rivieren. Het deed me denken aan een Märklin-landschap, met van die Faller-huisjes op de hellingen. Dat is pas een aaibaar landschap, zeer inspirerend. Ook als loper ben je een schrijver. Je redigeert een hardloopblad en je voorlaatste bundel gaat over hardlopen. Wat is voor jou de relatie tussen lopen en dichten? Beide doen ze hetzelfde met me. Ik loop om mijn hoofd


schoon te maken en dat gebeurt ook bij het dichten. Het dichten brengt troost, het lopen ook. Lopen is voor mij een vorm van meditatie, het ordent mijn gedachten en helpt me om de woorden op een rij te krijgen. Naarmate je vaker loopt en beter getraind bent kom je sneller in wat wij lopers de runner’s high noemen, de roes van endorfine. Dan lijkt het alsof lopen makkelijker is dan stilstaan, alsof je eeuwig door kan blijven gaan. Noem het zelfreflectie, noem het bewustzijnsverruiming. En dan ontstaan de gedichten ook? Dat wil ik niet zo direct stellen. Het is iets ongrijpbaars, iets dat je pas naderhand constateert als je het hebt ervaren. Vluchtig maar soms ook beklijvend in – inderdaad – een flard tekst, een bepaald gevoel, een beeld. Pas bij herlezing van wat ik geschreven heb krijg ik dan soms iets van: ja, dat was toen, o. Dat dan de kriebel weer terugkomt. Als controlefreak ben ik altijd bang om mezelf ergens in te verliezen, vandaar wellicht de reserve die ik inbouw. Bovendien zijn er meer dan genoeg andere momenten waarbij ik geïnspireerd raak. Daarnaast bestaat er voor mij een puur zakelijke relatie tussen lopen en schrijven, wanneer ik voor de Runner’s World schrijf. Dan gaat het niet om poëzie maar om verslagen en mededelingen. Daar zitten ook korte notities bij, waarbij je iets in zestig woorden moet vatten. Dat zal voor een dichter toch niet al te moeilijk zijn? Dat had je gedacht! Zestig woorden is een bijnadoodervaring. Op zulke momenten ben ik alleen een broodschrijver, omdat er aan de poëzie geen droog brood te verdienen valt. Poëzie heeft te weinig volgelingen, als dichter moet je van iets anders leven. En toch blijf je gedichten schrijven? Ik zou het niet kunnen laten, het moet van mezelf. Vraag me niet waarom, het is gewoon zo en het houdt ook nooit op. Misschien is dat mijn levenslust wel. Tot slot, dit gesprek is immers voor het ledenblad van het Cornelis Vreeswijk Genootschap: wat is jouw mening over onze troubadour uit IJmuiden? Haha, die Cornelis! Voor mij een eigenzinnige liedjesschrijver met een scherp observatievermogen en een beeldrijk taalgebruik. In combinatie met zijn karakteristieke stemgeluid en dito voordracht één van de beste dichter/zangers of schrijver/componisten die Nederland voortbracht. Navrant is dat ie hier minder gewaardeerd werd dan in Zweden, dat zegt met name iets over de hokjesgeest die hier heerst. Vreeswijk was een soort rebel, een zeerover met een gitaar en dat soort mensen laat zich niet in hokjes of sjablonen drukken. Men wist niet goed raad met de man hier: is het cabaret, kleinkunst, levenslied, chanson of pop? Gooi maar in mijn Zweedse hoge hoed zal Vreeswijk gedacht hebben, ik doe lekker wat ik wil. En gelijk had ie ...

Niets minder dan donker & diep de wind strijkt halmen glad gras vlijt zich tegen de aarde laag licht glimt op elk blad de avond kruipt tegen huizen omhoog straks schimmelt de nacht het licht onder duwt de zon terug achter een schutting van lucht wankele wolken strijden tevergeefs maar de zee zuigt ze omlaag de branding in en zie, daar is het vlekkeloos firmament uitwaaierend in zilverzwart haal adem nu de dag is op slot de jacht voorbij duizend keer verlaten zelden opnieuw gevonden de koesterkoets van dit duister dendert langs met eeuwige slaap op de bok en zwarte blinden voor elk raam heimwee holt zich blaren maar verliest de race laveloos van liefde, lam van lust het hart geplet tussen wraak en wanhoop vol van koudvuur en van koorts kop van jut slaat zich het eelt op de ziel van verlies, verloren en vergeten anders dan het zomerkind dat zoet bemint en vlinderdartelt tot het donker wordt wel duizend keer in al zijn jeugd opnieuw gevonden weer glimt de gouden dageraad een welkom in dit wankel leven Sido Martens uit “Schraaltroost en liefspraak”, 2009


(Nieuwe) CD van Jack Vreeswijk

Dit keer geen CD-bespreking in de gewone zin, maar een spontaan ingezonden stuk van een CVG-lid en lezer van de Pijpendraaier. Jan Jaap Sorber kwam tijdens zijn vakantie één van de meest recente producties tegen waarop Cornelis door een eigentijdse zanger wordt vertolkt. En niet zomaar een zanger, maar één met een achternaam die verplichtingen schept...

Leeuwarden zingt mee!

De Zweedse liedtraditie mag gevoed worden door de onuitroeibare gewoonte om op feestelijke momenten met zijn allen een lied aan te heffen, sinds een paar jaar begint zich een dergelijk verschijnsel als een inktvlek over Nederland uit te breiden. Ooit begonnen in een Antwerps café, is het gebeuren enthousiast uit de hand gelopen. Eerst het plein op, dan naar tal van andere plaatsen in Vlaanderen en tegenwoordig in een jaarlijks groeiend aantal Nederlandse steden. Dit jaar deed Leeuwarden voor het eerst mee, waarvan hieronder een verslag door een meezingend CVG-lid.

Heeft iedereen een krantje? Wuif er dan mee!

Tijdens mijn vakantie in juli j.l. loop ik in Kristinehamn de Maxi ICA binnen en bevind mij al snel op de afdeling CD’s. In de rubriek “Aktuellt” kijk ik meteen tegen het lachende gezicht van Jack Vreeswijk aan. Prominent wordt aandacht gevraagd voor diens CD “JACK VREESWIJK sjunger Vreeswijk” (2009, SEK 149.-). Terug in de auto valt er direct heel wat te genieten. Jack heeft een mooie, donkere stem – ik had hem nog nooit gehoord – en zingt, schitterend begeleid, een twaalftal nummers. Zeven van vader Cornelis (Telegram för Lucidor, Elisabeth, Fåglar, Jag och Bosse Lidén, Getinghonung Provençale, Grimasch om morgonen, Telegram för fullmånen), twee van Evert Taube (Sjuttonde balladen, Morgon efter regn) en drie van Jack zelf (Tidens tand, Gull är död, Morgon). Een absolute aanrader! Zie eventueel www.jackvreeswijk.se en/of www.lionheart-int.com (Overigens nam ik daar ook nog voor een prikje (SEK 49.-) een leuke verzamel-CD mee van Cornelis zelf, getiteld Blandade go’bitar, met 14 nummers erop, uitgebracht in 2007. Klinkt als een klok!) Jan Jaap Sorber, Appeltern

Daar in het kleine café aan de haven. Ik heb stiekem met je gedanst. Iedereen host en springt mee met het bandje dat Nederlandstalige nummers met een Vlaamse tongval zingt. Heerlijk om met een bandje mee te zingen, en met een heleboel mensen, zonder het gevoel te hebben dat je voor gek staat. Voor het podium staat een 75-koppig koor dat ons straks zal laten zien en horen hoe je niet hoeft te kunnen zingen om mee te kunnen doen. Een vrouw heerlijk aan het meezingen en achter haar rollator aan het swingen. Soms moet ze even zitten, maar de armen blijven in de lucht. De plaatselijke zwerver die van de weeromstuit zijn jeneverfles vergeet. Kleine kinderen kijken met hele grote ogen naar het podium, zich afvragend waarom dit zo een blijheid bij pappa veroorzaakt. Ja jongen dat was mijn muziek toen ik zó klein was. Malle Babbe kom eens hier lekker bier van plezier. Jan Klaassen was trompetter in het leger van de prins... Het is heel simpel: Men neme een aantal hits, van een tijdje geleden tot het meezinggenre van nu. Zet dit op papier, maak er een krantje van, geef dit aan 2000 mensen en ga met z’n allen zingen. Het wordt een groot feest. Als je de foto’s bekijkt is iedereen ingesponnen door de muziek . Muziek maakt je vrij en je doet het samen. “Je wordt er een beetje dronken van!” hoorde ik om mij heen zeggen. Mooi dacht ik dat is ook juist de bedoeling. Zingend raak je op een bepaalde manier van de wereld. Alleen raakt je lever er niet van ondersteboven en je hebt het gezellig zoals we dat in Nederland zo graag willen. De Zweden hebben dat al heel lang begrepen met de allsång. Samen de liedjes zingen die iedereen kent, de oudere generatie met een andere tekst dan de jongeren. Of met elkaar intensief luisteren naar wat iemand al zingend te vertellen heeft. De zomerse Cornelisdag of het festival in Västervik. Hier in de lage landen gaat het ook gebeuren. Wat in Antwerpen als meezingavond begon en de kroeg uit ging vanwege te grote opkomst is nu overgelopen in Nederland. Het lijkt net pannetje kook, waarin de moeder de pap niet meer kan stoppen omdat zij niet weet welk commando ze moet geven om de pan uit te zetten. Deze pap van zang en spel mag van mij door blijven koken. Volgend jaar weer, en weer. Wendela Sterker


Nieuw beeld Cornelis

Een kunstenaarscollectief uit IJmuiden heeft een beeld van Cornelis gemaakt dat op het dak van hun clubgebouw zal komen te staan en daar minstens een jaar te zien zal blijven. Op 12 november wordt het beeld feestelijk onthuld. Er zal dan ook een smörgåsbord zijn. De kunstenaars Mattijs Beterwolde en Ulrike Holme Kristensen hebben samen het beeld eerst op de computer ontworpen en het daarna in RC De Ruimte gebouwd. Zij hebben hier een dag of vier gelogeerd en heel hard gewerkt. De muurschildering van de zee van Erik Mattijssen is weg geschilderd (alleen een koeienkop is nog over van Eriks werk) om plaats te maken voor Cornelis Vreeswijk. Op zijn sterfdag op 12 november wordt er in RC De Ruimte een Cornelis Vreeswijk avond gehouden. Zijn zus Tonny komt een aantal liederen van hem zingen, en we gaan een multi media diner organiseren, waarbij iedereen van harte wordt uitgenodigd om aan te schuiven. Laten we een leuke avond maken en hebben in de geest van Cornelis. RC De Ruimte zal een goede sfeer creëren , waarin een Cornelis Vreeswijk feestje gebouwd kan worden, als iedereen daar zin in heeft. RC de Ruimte J.P.Coenstraat 51-55 1972AP IJmuiden T: 0255-527435 E: info@rcderuimte.com W: www.rcderuimte.com

Lezing op het thema Cornelis Vreeswijk in Zweden

een nozem in de wereldliteratuur

Wie de afgelopen jaren de Nieuwsbrief/Pijpendraaier heeft gevolgd, is inmiddels bekend met een culturele traditie die in Nederland grotendeels ontbreekt, maar waarbinnen Cornelis Vreeswijk zich in Zweden tot één der groten ontwikkelde: het liedgenre van de visa, een begrip dat zich het best laat vertalen als “luisterlied”, maar met een bijbetekenis van “gezongen poëzie” of zelfs “literaire popsong”. Over deze traditie, en over de plaats van Vreeswijk daarbinnen, gaat een lezing die is gebaseerd op de artikelenserie die onze redacteur, de Zweeds/Nederlandse dichter en vertaler Hans Westin, voor dit blad schreef. Hierin wordt het spoor gevolgd vanaf Carl Michaël Bellman, de troubadour die in Zweden aan de wieg stond van de moderne literatuur, via de grote volksdichters van de negentiende en vroege twintigste eeuw, tot aan de revolutie in de liedkunst die in de jaren zestig werd ontketend door een groep artiesten waarvan Cornelis de onbetwiste aanvoerder was. Ook zijn invloed op de zangers die na hem kwamen zal aan bod komen. Westin heeft de artikelenserie tot lezingprogramma verwerkt in samenwerking met onze voorzitter, scandinaviste dr. Marlies Philippa, en met advies van prijswinnend vertaalster Bertie van der Meij. Omdat een lezing over een zanger nooit compleet kan zijn zonder muziek, wordt er ruim tijd genomen voor muzikale illustraties bij het verhaal. Deze zullen soms uit een CDspeler komen, maar worden voor het grootste deel live gebracht door Wendela Sterker, een zangeres die u al eerder bij diverse CVG-activiteiten heeft kunnen horen. De liederen worden op een enkel fragment na in het Nederlands gezongen, voor een deel in nieuwe, speciaal voor dit doel gemaakte vertalingen uit het Zweeds. Naast liederen van Vreeswijk zal ook werk van zijn grote voorgangers en navolgers te horen zijn. Het programma, dat ca. twee uur in beslag neemt, wordt door het CVG bij de bibliotheek van IJmuiden aangeboden en is inmiddels ook geboekt door de Scandinavische Vereniging van Friesland. Beide uitvoeringen vinden in december plaats; tijd en locatie kunt u vinden op de Billboard in dit nummer van de Pijpendraaier.


Interview Jan Guillou deel 3

In het derde deel van het interview dat Jan Guillou in 1979 Cornelis Vreeswijk afnam, brengt Guillou het gesprek op de “doodskopstrijd” die Vreeswijk een tijd voerde tegen de richtlijnen die Sveriges Radio, de Zweedse publieke omroep, bij de programmering hanteerde en die Cornelis als grove censuur beschouwde. Eén reden waarom de zanger de zaak zo groot opblies was misschien wel de gewraakte “doodskop” zelf. Deze was een melige grap onder radiomensen: iemand had ooit van een bevriende apotheker een afgedankte gifstempel gekregen, die in het omroepgebouw rondslingerde "om de verboden platen mee te merken". Programmamaker Ulf Thorén, die nooit te beroerd was om een rel te schoppen, zal achteroverleunend hebben genoten van hoe boezemvriend Cornelis reageerde op de dubbele steek van de gelekte memo en het verhaal over de stempel. Sindsdien betekent het woord doodskop in het Zweeds onder andere “sluipcensuur”. De Hep Stars was een Zweeds hitbandje dat spoorloos uit de geschiedenis zou zijn verdwenen, ware het niet voor de piepjonge, tienerharten brekende toetsenist Benny Andersson, later één van de B’s in ABBA en vandaag vermaard platenproducer. De “travestietenaffaire” die erna wordt besproken is ook in Nederland bekend geworden; in dezelfde periode vond ook de genoemde kroegruzie plaats, waarbij Vreeswijk een voorheen bevriende linkse schrijver (de “vpk” is de Zweedse communistische partij) met iets te dwingende argumenten te lijf ging. Het was tijdens die eerste jaren dat je je doodskopstrijd tegen Sveriges Radio begon. - Ja, mijn eerste LP kreeg geen doodskop omdat die bij de sector visa werd ingedeeld en daarmee ongevaarlijk werd geacht. Het lied Tältet was weliswaar gebrandmerkt, maar dat was niet mijn eigen opname maar die van Per Myrberg, die eerder kwam dan de mijne. Maar toen ik plaat nummer twee maakte werd deze met begeleiding gemaakt, waardoor het zou kunnen dat die bij "amusement" werd ondergebracht en daarmee onder andere radiobazen viel. Ik kreeg een fotokopie van een goede vriend bij Sveriges Radio, dat was Ulf Thorén, dat kan ik nu wel vertellen. Daar stond dat 7 van de 13 nummers "met groot onderscheid” moesten worden gedraaid: Jultomten är död, Lasse liten Blues, Sportiga Marie en nog een paar. De radiochef verklaarde tegenover de pers dat het gelogen was dat er zoiets zou bestaan als het schrijven waarvan Thorén mij een kopie had gestuurd. Vreeswijk kan het ons overigens niet beletten om zijn platen in precies de mate te draaien die wij wensen, vond Sveriges Radio, omdat wij immers een contract hebben met STIM [de Zweedse Buma/Stemra]. Toen ben ik uit STIM getreden om ze dwars te zitten. Ik wou de regels voor sluipcensuur in het daglicht brengen zodat wij troubadours zouden weten waar we aan toe waren. En toen werd Vreeswijk een hele tijd niet op de radio gedraaid en ben jij naar het kruis gekropen? - Ik dacht dat anderen wel mee zouden doen met deze actie. Maar het enige tastbare resultaat werd dat de Hep Stars hun opname van mijn nummer I natt jag drömde niet gespeeld

kregen, terwijl ze daarmee vrij lang bovenaan de Zweedstalige toptien stonden. En ik kreeg van die boze briefjes van tienermeiden. Dat was alles. In de krant Stockholmstidningen van 8 mei 1965 zei jij: “Men voelt een voortdurende druk om de popkant op te gaan. Daar kan ik voor een paar procent aan tegemoet komen, maar als ik word gedwongen om volledig afstand van het serieuze te nemen, houd ik er onmiddellijk mee op.” - Ja, dat kun je wel zeggen, dus dat geldt nog steeds. Maar vandaag kun je geen sociale werker meer worden, de weg terug is nu toch wel afgesneden? - Maar het is niet alsof ik niet met de gedachte heb gespeeld. Niet op dit moment, maar ik heb het wel in gedachte gehad, misschien niet in Zweden zo’n baan nemen maar in Denemarken of Noorwegen. Er was een tijd toen alles zo hopeloos was dat ik het serieus heb overwogen. Ermee kappen en jezelf terugtrekken? - Ja, toen ik in 1972 naar Skåne verhuisde en dat verdomde Beverly Hillspand kocht, was het de bedoeling dat ik tegelijk een nieuw leven zou beginnen. Ik zou stil zitten produceren, minder kroeglopen en minder op tournee. Maar nu ging alles naar de knoppen en er kwam een echtscheiding en ik kwam in 1975 naar Stockholm en liep tegen de lamp met die travestietenaffaire, met proces-verbaal en dreigende hechtenis, en ik voelde me alsof ik het liefst gewoon rechtstreeks naar de slijter zou lopen en dan in de mist verdwijnen. Maar toen belde er net een kameraad en die zei ga op zijn minst eerst even zitten en schrijf er een lied over. En dat heb ik gedaan, dat was een verdomd nuttige raad. Maar daarna kon ik een halfjaar lang niets anders meer doen dan pimpelen. Maar het lied – “De ballade van Don Quichote” – die je escapade met de travestieten beschrijft, heeft immers de vorm van een dolkomisch, zelfspottend verhaal. En toch zeg je dat de affaire je bijna heeft gebroken. Wat was erger, de bedrogen en beledigde mannelijkheid of politie en gevang? - Dat was het politie- en rechtbankgebeuren. Dat die figuren bij mij belandden is immers mijn eigen schuld. Ik was weer vrijgezel en woonde al twee maanden zonder avontuur in de stad en op een avond besloot ik de bloemen buiten te zetten en een trendy kroeg op te zoeken. Op weg naar huis vroeg ik de taxichauffeur om bij die meiden te stoppen en ik gaf ze mijn adres en zei dat ze een borrel konden komen halen als ze daar zin in hadden. Toen ging ik naar huis en even later werd er aangebeld en daar waren ze. En daar was ik, aangeschoten en vrolijk en gezellig, en ik weet nog dat ik een van die meiden zo’n donkere, sexy stem vond hebben. En na een poos verdwenen zij dus de slaapkamer in en daar hoorde ik, Cornelis, moet jij niet komen? En toen ben ik in de koffer gedoken tussen die twee in. Maar ik merkte immers al vrij gauw van hier is het niet allemaal zoals het hoort. Eerst tilde ik de ene op, rustig en beleefd, maar toen bleef de andere liggen en wou mijn bed niet uit. Toen kregen we natuurlijk ruzie en ik werd woedend en haalde een keukenmes en joeg ze eruit,


en eentje kreeg een kras in de rug. Binnen tien minuten kwam de smeris aanzetten en ik kreeg een proces-verbaal. Daarna sloeg je de vpk-schrijver Arvid Rundberg op zijn bek bij restaurant Latona. Hij deed ook aangifte bij de politie en eiste 5000 kronen schadevergoeding voor letsel en psychisch leed, en jij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf en om hem te betalen? - Ja, hij kreeg zijn geld. Maar ik ken die gladde salonbolsjewiek vrij goed. Meer dan dat hoef ik denk ik niet te zeggen over Arvid Rundberg. OK. Hier hebben we nu 3 maanden gevangenis bij elkaar wegens mishandeling. Ook als nu anderen dan bekende troubadours voor zoiets geen cel zouden krijgen, kan die geschiedenis het toch niet waard zijn geweest om de liederen ervoor op te geven? En om uitgerekend naar Noorwegen te verhuizen? - Noorwegen niet. Waarschijnlijk was het Denemarken geworden. Maar toen ik de bajes indraaide zei men dat het nu wel gebeurd was met mij. En zo heb ik het ook opgevat. En ik kan toch zacht uitgedrukt stellen dat procureur en politie en gevangenisautoriteiten geen enkele moeite hebben gedaan om mij uit die waan te helpen. Maar de meeste mensen hebben dat toch alleen als een bizarre slapstick opgevat, ongeveer als die kop in Aftonbladet: “BEKENDE ZANGER GING VERKLEDE MANNEN MET MES ACHTERNA”? - Ja maar in dat geval begreep ik dat niet. Er werd immers stevig benadrukt dat het een kwestie was van mishandeling, en dat is een delict dat je als buitenlander niet moet plegen. Normaal gesproken is men natuurlijk geen “buitenlander”, maar als je tegen de lamp loopt krijgt het ineens wel een betekenis. Zo gaat dat immers. Maar ik had het geluk bij een ongeluk dat ik niet als een of andere vechtjas te boek stond. Juist ja, dat was het verhaal van hoe landgenoot Vreeswijk het bijna opgaf? - Ja toen dacht ik van ik geef het op, ik kap ermee en trek me terug. Zingen kan ik als hobby doen. Ik heb het hele jaar 1976 niets geschreven. Ik ben verhuisd en heb me in Kopenhagen laten inschrijven. Ik zette het op een zuipen. De AA hielp mij om zo nu en dan nuchter te raken en later om er helemaal af te blijven. Evert Fagerman, een van de leidende figuren bij de AA hier in Solna, heeft me bij de hand gehouden. Wat gebeurt er nu als je toch een borrel neemt? - Eén borrel is te veel en duizend borrels zijn er te weinig. Sinds ik uit de gevangenis kwam heb ik het bij een paar keer een terugval kunnen houden. Globaal gezien sta ik nu anderhalf jaar droog. Veel van jouw liedjes gaan over de ups en downs van alcohol. Had je hulp van de alcohol bij het schrijven en optreden? - Normaal gesproken kun je alleen werken als je nuchter bent. Maar vroeger heb ik wel het een en ander kunnen schrijven met drank op. Wat ik eerst begon te ontdekken was dat ik geen optreden aankon met drank in het lijf. Het volgende wat je merkt is dat het meeste van wat je aangeschoten schrijft geen moer voorstelt. Dus dan moet je de hele tijd nuchter blijven.

Cornelis Vertaald

Luisterlied

Het Luisterlied van deze keer kan autobiografisch lijken: een dergelijk avontuur wordt immers ook besproken in het interview hiernaast. Dit is echter schijn. Het lied stamt uit Cornelis’ beginperiode, nog vóór zijn debuutLP, en werd later opgenomen op Getinghonung uit 1974, terwijl de “travestietenaffaire” pas in 1975 plaatsvond. Het was niet de enige keer dat een lied van hem door de werkelijkheid werd ingehaald. Zijn Ballade van de gewapende bedelaar werd achteraf gezien als een voorspelling van de moord op de Zweedse premier Olof Palme. “Misschien moet ik ophouden met liedjes schrijven”, heeft de dichter bij die gelegenheid gezegd, “ze hebben immers de neiging om achteraf ook te gebeuren”. D e v al s e d a m e

(Den falska flickan – Cornelis Vreeswijk) Vertaling Carolien van Heuven Lazarus danst in Rotterdam oh een zo vrolijke dans. Lazarus’ boot ligt aan de wal, nu is het tijd voor een wals. Lente op straat en in elk café, bier in het glas en een dame drinkt mee. Maar vals is die dame, hij heeft geen idee. Dat maak je nergens mee. Lazarus danst met z’n schone fee, oh een zo vrolijke dans. Lazarus vraagt: “Ga jij met me mee?” ach wat een heerlijke dans. De dame fluistert: “Kom maar bij mij” Lazarus huivert, geluk is nabij. Maar zo vals als die dame, zijn er geen twee, dat maak je nergens mee. De dame neemt Lazarus mee naar haar huis, diep in een smalle steeg. Lazarus wensen zijn verre van kuis, als hij zijn zin nu maar kreeg! De dame hijgt en zegt: “Voel je maar vrij, al wat je wilt, mag je doen met mij.” Maar valser dan deze dame, oh nee, dat maak je nergens mee. Lazarus vlucht als een pijl uit de boog, zijn ogen die spuiten vuur. Zijn lust en zijn zaligheid stegen niet hoog, eenmaal daar binnen haar muur. Hij vervloekte dat wijf met al haar gevlei; zij was een hij – zij was geen zij! Zo’n desillusie, ach mensen, ach wee, maak je toch nergens mee. Hoort nu hoe Lazarus jankt in z’n kooi. Wat een belazerde wals. Ergens ver weg lacht de zatte zooi. Zo een vernederende wals. Mannen, gaan jullie naar Rotterdam stad, betaal voor een vrouw en zuip je plat. Een dame zo vals en zo dégenerée, maak je heus nergens mee.


BILLBOARD Inbjudan Luciakonsert Scandinavisch Koor

Een Nozem in de Wereldliteratuur Muzikale lezing door Hans Westin en Wendela Sterker (zie ook pagina 9)

Datum: söndagen den 13 december 2009 Plats: Het Witte Kerkje, Kampstraat 8, Baarn Tid: kl 15:30 - 17:00, dörrarna öppnas kl 15:00 Entré: gratis, frivilligt bidrag vid utgången Hjärtligt välkomna!

Vrijdag 11 december 2009 i.s.m. Scandinavische Vereniging Fryslân Zalencentrum Pryas Kalverdijkje 77C Leeuwarden Aanvang: 19:30

Uitnodiging Luciaconcert Scandinavisch Koor

Datum: zondag 13 december 2009 Plaats: Het Witte Kerkje, Kampstraat 8, Baarn Tijd: 15.30 – 17.00 uur, de zaal gaat om 15.00 uur open Kosten: gratis, vrijwillige bijdrage bij de uitgang Hartelijk welkom!

Zaterdag 19 december 2009 i.s.m. Gemeente Velsen Centrale Bibliotheek Dudokplein 16 IJmuiden Aanvang: 14:00

OBS! 23 januari 2010 öppen repetition kl 10-13 – varmt välkomna! NB! 23 januari 2010 open repetitie van 10-13 uur – hartelijk welkom!

www.scandinavischkoor.nl

Donderdag 12 november 2009 Wij gaan op 12 november op zijn sterfdag in RC De Ruimte een Cornelis Vreeswijk avond houden. Zijn zus Tonny komt een aantal liederen van hem zingen, en we gaan een multi media diner organiseren, waarbij we jullie allemaal van harte uitnodigen om aan deel te nemen. Laten we een leuke avond maken en hebben in de geest van Cornelis.

Het jaarlijkse herdenkingsconcert wordt zoals altijd op de sterfdag van Cornelis 12/11 gehouden, dit jaar is dat op een donderdag. De herdenking vindt plaats in de Katarinakerk, Stockholm om 18.00 en 20.00 uur

RC de Ruimte J.P.Coenstraat 51-55 1972AP IJmuiden T: 0255-527435 E: info@rcderuimte.com W: www.rcderuimte.com

Volgens traditie zal het pad tussen de kerk en het graf van Cornelis afgezet zijn met ontelbare tuinkaarsen.

HU

Artiesten: Janne Åström Bengan Jansson Björn Ståbi Caj Carlsson Anita Strandell Anders Bondeman (orgel) Herdenkingsspreker: Lasse Berghagen Veranderingen en aanvullingen voorbehouden Toegangsprijs SEK 275,-/kaart

UH

HU

U

UITDAGING

Maak een video opname met een eigen vertolking van Cornelis Vreeswijk. Op YouTube heeft het CVG een eigen kanaal waar al deze video’s worden verzameld. http://www.youtube.com/cvgenootschap upload je video en meld deze aan. HU

U


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook