e
P ijpendraaier
Ledenblad van het Cornelis Vreeswijk Genootschap Jaargang 1 - 15-05-2009 – Nummer2
INHOUD pagina 1: · van de redactie
Van de redactie Geachte mensgenoten,
pagina 2: Welkom bij de tweede aflevering van de Pijpendraaier, ledenblad van het Cornelis · van de voorzitter Vreeswijk Genootschap. Tijdens de leerschool van het eerste nummer hebben we om mee te · in memoriam Peter Schilling
beginnen ontdekt dat acht pagina’s niet genoeg is voor wat er zoal te vertellen valt over het CVG, Cornelis Vreeswijk en het lied in het algemeen. Vanaf dit nummer komen er daarom pagina 3: · verslag ledenmiddag 29 maart geen acht maar twaalf pagina’s in uw mailbox. pagina 4: · artikel ‘serenade en satire’ pagina 5: · vervolg ‘serenade en satire’ pagina 6: · vervolg ‘serenade en satire’ pagina 7 · CD bespreking pagina 8: · Vreeswijk in Vardø pagina 9 · vervolg Vreeswijk in Vardø · top 2000 a go go pagina 10: · interview van Jan Guillou deel 2 pagina 11: · interview van Jan Guillou vervolg · Cornelis vertaald pagina 12 · billboard
De afgelopen ledendag in Utrecht wordt uiteraard besproken en in het woord van de voorzitter kunt u iets lezen over de plannen die inmiddels in uitvoering zijn. Piter Wilkens, één van onze vaste troubadours, vertelt meeslepend over een meezingsessie op een zacht gezegd onwaarschijnlijke locatie. Op een ernstiger noot herdenken wij Peter Schilling, trouw CVG-lid en oude vriend van Cornelis, die in januari van dit jaar is overleden. Het hoofdartikel bestaat deze keer uit een “zijspoor” van onze artikelserie over Vreeswijk in de Zweedse liedtraditie, met een presentatie van de dichter Birger Sjöberg. Verder een bespreking van een CD die onze recensent niet echt kon bekoren, plus een verslag van de aandacht die Hilversum laatst aan Cornelis besteedde in verband met de Top 2000. Het Cornelisarchief gaat verder met het tweede deel van het interview door Jan Guillou. Ondanks het grotere aantal pagina’s hebben we één gepland artikel wegens ruimtegebrek moeten bewaren voor de volgende keer. U houdt van ons nog een interview tegoed met Sido Martens, dichter, zanger en hardloper, die zal vertellen over het zingen van poëzie en de troost van vermoeide spieren. Wie alvast iets van Sido wil meemaken, kan op 7 juni terecht bij de Letterenloop, een initiatief waarbij sport en literatuur elkaar voor een goed doel ontmoeten. Inlichtingen op www.letterenloop.nl. Tot zover de inhoud. Daarnaast wil de redactie de gelegenheid gebruiken om een paar nieuwtjes uit Zweden te melden, waar onze zusterorganisatie Cornelissällskapet een periode van nieuwe bloei meemaakt. Niet alleen blijkt het ledenbestand, zelfs na een flinke opruiming in de kaartenbak, aardig gegroeid te zijn, er is ook een nieuwe lokale afdeling van Sällskapet opgericht. Dit keer in Gävle, waarmee het aantal Zweedse verenigingen nu op vier komt te staan. Naast de hoofdafdeling in Stockholm waren er al afdelingen in Sundsvall en in Uddevalla.
Ook het melden waard is dat het Stockholmse productiebedrijf Chamdin & Stöhr bezig is om een film over leven en werk van Cornelis Vreeswijk van de grond te krijgen. Het project bevindt zich nog in het voorbereidend stadium, naarmate de werkzaamheden vorderen “De Pijpendraaier” wordt samengesteld zullen wij u op de hoogte blijven houden. De film zal geregisseerd worden door Amir voor verspreiding onder de leden van het Cornelis Vreeswijk Genootschap (CVG). Chamdin, die behalve gerenommeerd filmmaker ook zanger is in een hiphopband. Het luisterlied blijkt in alle hoeken een plek te hebben. Omdat delen van de inhoud Disclaimer:
auteursrechtelijk beschermd kunnen zijn, is het uitdrukkelijk niet de opzet van de CVG dat deze inhoud buiten de kring en de bijeenkomsten van het Genootschap verspreid of gebruikt zal worden. Het CVG neemt geen verantwoordelijkheid voor zulke verspreiding, door leden of door derden.
Rest ons om u een poosje prettig lezen te wensen en tot de volgende keer. De Redactie
van de voorzitter Beste liefhebbers van Cornelis Vreeswijk, Het spits is eraf. De herstart is begonnen. Op 29 maart hebben we de eerste bijeenkomst gehad van het Cornelis Vreeswijk Genootschap met een nieuw bestuur en een aangekondigde nieuwe koers. En het viel zeker niet tegen, zoals jullie verderop in de Pijpendraaier kunnen lezen. Het spetterende muziekfestijn werd dus voorafgegaan door een inspirerende jaarvergadering. Het bestuur had zich terdege voorbereid en was zelfs bereid spitsroeden te lopen. Maar dat hoefde helemaal niet. De aanwezige leden waren uiterst welwillend en tot iedere medewerking bereid. De nieuwe koers werd door het bestuur uiteengezet. Het Genootschap wil zich verbreden tot een podium voor troubadours die het betere Nederlandse luisterlied vertolken in de geest van Cornelis Vreeswijk. Ook moeten er vertalingen komen van nog niet vertaalde Zweedse liederen van Cornelis en van zijn voorgangers, zoals Bellman en Taube. Sommige Nederlandse liederen van Cornelis dienen te worden hervertaald. Nog op band staande door Cornelis gezongen nummers moeten op cd komen. Enkele leden van het Genootschap maken zich hard voor het uitbrengen van een nieuwe cd waarop diverse muzikanten vertaald werk van Cornelis (en eventueel zijn voorgangers) vertolken. Er gaat een werkgroep worden ingesteld om dit idee te realiseren.
Ook voor deze werkgroep hebben zich al leden aangemeld. Jan Deurloo gaat dit alles coördineren. Hans Westin heeft plannen voor een lezing over de Zweedse visa-traditie waarin Cornelis zo mooi past. Die lezing, gelardeerd met levende muziek door Wendela Sterker en Karin Kalmér, zou bij diverse instellingen gehouden kunnen worden. Hans bereidt ook een boek voor, waarin zijn in de Nieuwsbrief en de Pijpendraaier gepubliceerde artikelserie over de Zweedse visatraditie gebundeld en tot een geheel gemaakt zal worden. Dit jaar zullen er nog twee bijeenkomsten zijn. De eerste zal plaatsvinden op zondag 30 augustus en wordt voor de tweede keer gehouden in het kader van het Havenfestival IJmuiden. Over de invulling wordt nog onderhandeld, tijd en plaats kunt u terugvinden op de Billboard achterop deze Pijpendraaier. Op de tweede bijeenkomst, die in de tweede helft van november is gepland kan de lezing van Hans Westin proefdraaien. In het septembernummer kunt u daar meer over lezen. Ook zou er weer eens een reis van het CVG naar Stockholm moeten worden georganiseerd. De vraag is of die reis naar één van de fameuze Cornelisbijeenkomsten in augustus of november zou moeten plaatsvinden en ook in welk jaar. Augustus dit jaar is wel erg kort dag, maar ook een reis in november moet lang van tevoren worden gepland en in die maand is het weer in Zweden niet zo aantrekkelijk. Bekeken zal worden of het komend jaar mogelijk is. Kortom, er is al veel moois gebeurd en er staat nog veel meer moois te gebeuren!
Een krasse bard. In memoriam Peter Schilling Een markant figuur. Als Peter Schilling omschreven moet worden, is dat toch wel het eerste dat boven komt borrelen. Een man ook, die stond voor zijn principes. Een kleine, tengere man, die in de laatste wereldoorlog toonde over leeuwenmoed te beschikken, door afstand te nemen van het nazisme, en te deserteren uit de Wehrmacht. Wat voor hem, als geboren Duitser, een zekere dood had kunnen betekenen: gearresteerde deserteurs kregen zondermeer de kogel. Omdat hij het naoorlogse Duitsland wilde mijden, streek Peter, na vele omzwervingen, neer in Nederland. In dit land voelde hij zich thuis, en hier heeft hij uiteindelijk een gezin gesticht en zijn leven verder opgebouwd. En bepaald niet onverdienstelijk. Peter hield van kleinkunst, muziek en dichten. In zijn woonplaats Almere stond hij bekend als Peter d’Almere, dichter en poëet en zanger. Ook was hij de initiatiefnemer van het Literair Rariteitenkabinet in Almere, opgericht in 1997. De liefde voor het afwijkende zat er dus eigenlijk altijd al in bij de ondernemende Peter, en het is dan ook haast onvermijdelijk dat hij op een gegeven moment in aanraking kwam met “rariteit” Cornelis Vreeswijk. Dat was in 1973 en het begin van een goede vriendschap. Hoe Peter Cornelis heeft leren kennen, kunt u nalezen in Nieuwsbrief nummer 2 van 2006.
De laatste jaren waren, qua gezondheid, geen gezegende jaren voor Peter. Drie jaar al kampte hij met zieke longen. In het Marlies Philippa najaar van 2008 brak hij, tot overmaat van ramp, bij een val zijn heup. Colofon Uiteindelijk werd Peter steeds zwakker, en De Pijpendraaier is het ledenblad van het Cornelis Vreeswijk Genootschap (CVG). op de leeftijd van 85 jaar, is Peter op 20 Het CVG stelt zich ten doel om: januari van dit jaar overleden. * de herinnering aan Cornelis Vreeswijk in Nederland levend te houden Ooit omschreef Peter zijn vriend Cornelis * het vertolken van de liederen van Cornelis Vreeswijk in het Nederlands te stimuleren Vreeswijk als een markant figuur. Maar * in Nederland het bestaan en de ontwikkeling van een troubadourstraditie te bevorderen één ding mag duidelijk zijn: Peter Het CVG doet dit door: Schilling was dat zelf absoluut ook. * informatie beschikbaar te stellen * dit ledenblad te publiceren * muziekbijeenkomsten te organiseren * het vertalen van het werk van Cornelis Vreeswijk uit het Zweeds te stimuleren De Pijpendraaier verschijnt jaarlijks op februari, mei, september en december. De kopijsluiting per nummer is op de eerste van de maand waarin het nummer verschijnt.
Marcel Noorlander
een zinderend Cornelis-samenzijn Spannend was het op die 29 maart van dit jaar. Een nieuwe start voor het Cornelis Vreeswijk Genootschap. Hoe zou het lopen? Hoeveel mensen zouden er komen? Zouden de leden de nieuwe koers wel kunnen waarderen? En zou het muzikale gedeelte wel inspirerend zijn? Het verliep boven alle verwachtingen. Ruim twintig leden traden aan in het Zimihc Theater in Utrecht, wat gezien het momenteel vrij bescheiden ledenaantal respectabel mag heten. Meer dan in het recente verleden. Bovendien was het een gezelschap dat openstond voor nieuwe ideeën en bereid was mee te denken, mee te praten en mee te doen. Er heerste een beetje een opgewonden sfeer als bij een sinterklaasfeest. Intiem, in dat kleine blauwe theaterzaaltje. Iedereen was alert. De jaarvergadering had vaart, terwijl wie dat wilde zijn zegje kon doen. Voor de cd-werkgroep was belangstelling en het lukte om in een mum van tijd een kascommissie te formeren. Snelheid bij de vergadering was wel nodig, want er hadden zich heel wat muzikanten aangemeld. De vergadering zou eigenlijk tot drie uur duren, maar omdat de zaal maar tot vijf uur open was zouden er dan slechts twee uur overblijven voor de grote pret, de zang en de muziek, en dat kon toch niet. Dus heeft het bestuur ernaar toegewerkt om de vergadering al om half drie af te ronden, wat dankzij de no-nonsense werksfeer goed lukte. Het muziekprogramma werd met verve geleid door Jan Deurloo. Het begon met Huldra in de persoon van Wendela Sterker. A capella zong ze een aantal liederen in prachtige vertalingen. Loepzuiver, raak en ontroerend. Vervolgens was de beurt aan Marlies Philippa met gitaarbegeleiding van Bas van Geel. In het Zweeds zong zij een lied van Bellman en één van Evert Taube, de beide grote voorgangers van Cornelis, en ten slotte het Lentelied van Gustaf Fröding met het Nederlandse commentaar van Vreeswijk daarop: Een mens blijft een mens. Als derde in de rij vertolkte Bas van Geel heel subtiel enkele door Cornelis vertaalde liederen van Bellman. Daarna kwam Thijs Hanrath, een van onze nieuwe leden, met geheel eigen schitterende versies van enkele Cornelisliederen. Hij had zijn accordeon meegebracht en dat maakte dat hij er uitsprong tussen alle nummers met gitaar. Als laatste voor de
pauze was Henk van Kuijk gepland, inmiddels een goede bekende bij het Genootschap. Helaas moest hij op het laatste moment afzeggen vanwege zijn werk en dus kwam er een plek vrij in het programma. En als een deus ex machina verscheen daar Jurjen Oostenveld, alweer een nieuw lid, die nog een gitaar achter in zijn auto had liggen en ook wel wat wilde zingen. Een rauwe, rockende kijk op Cornelis. In de pauze was Ibo Bakker nog steeds niet gearriveerd. Telefonisch contact wees uit dat hij Zandvoort niet uit had kunnen komen. Alles was er afgezet. Autoraces of zo. Maar hij was onderweg. Na de pauze trad Karin Kalmér op, een nieuw Zweeds lid. Onder begeleiding van Bas van Geel zong zij Nederlandse vertalingen van Cornelis en eigen composities in het Zweeds. Melodieus en verfrissend. Jan Deurloo moest daarna even uit zijn rol van opperstalmeester stappen. Het liederencircus kan tenslotte niet zonder hem als zanger. Zijn optreden was geweldig als vanouds. Gelukkig had hij meer tijd dan voorzien, omdat het er op leek dat Ibo er niet voor vijven zou kunnen zijn. Die ruimere tijd gold ook voor Piter Wilkens met zijn mooie Friese Vreeswijk-vertalingen. en zijn fenomenale performance waarmee hij steeds iedereen aan het zingen weet te brengen. Hij was de ideale persoon om het voortouw te nemen bij de allsång, het meezingrepertoire, met deze keer Veronica en Het mannetje in mijn gitaar. En toen was het vijf uur. We moesten de zaal uit. We konden nog wat drinken in de kantine en Ibo was dus niet gekomen. Dachten we. Opnieuw was er telefonisch contact: “Blijf, want ik ben vlakbij!”. En daar arriveerde de meester. Nam plaats en wilde wat drinken:”Water, maar wel met alcohol, geel of rood”. De finale van het feest begon. Eerst alleen met Ibo en zijn gitaar en zijn aanstekelijke, zoetgevooisde zang. Vreeswijk en Bellman. Inmiddels had Bas zijn gitaar gegrepen, Piter volgde en Jurjen moest opnieuw naar zijn auto. Steeds meer snaren speelden mee. Thijs zette in met zijn accordeon. Het ene na het andere lied werd gespeeld. En iedereen zong mee. Er werd gezongen en gedronken en geklonken. Tot we bijkans het gebouw werden uitgezet. Marlies Philippa
Serenade en satire In het vorige nummer hebt u de slotaflevering kunnen lezen van onze artikelserie over Cornelis in de Zweedse liedtraditie, de serie die nu verwerkt gaat worden tot één lopend verhaal om als boek uit te geven. Om een completer beeld te geven zal dat boek minstens één hoofdstuk bevatten dat niet eerder in dit blad is verschenen. Daarom deze keer als hoofdartikel een sneak preview: Serenade en satire, het verhaal over Birger Sjöberg. In de jaren twintig van de vorige eeuw waren de good old days nog heel recent. Niet in grootmoeders tijd, niet eens in die van moeder; de tijd om naar terug te verlangen was nog maar tien, vijftien jaar geleden, toen degene die het verlangen koesterde zelf nog in de weer was geweest met paren en nestje bouwen. De tijd die achteraf zo'n romantische, Franse naam heeft meegekregen, ondanks de armoe, de massa-emigratie en de horige arbeidersklasse. La belle epóque, de goede oude tijd. Toen de begeerde in een witte jurk met dito parasol over een houten boogbrug flaneerde. Toen haar vrijer twee rode anjers kocht: één voor in het knoopsgat van zijn witte pak en één om de schone in een onbewaakt moment bij het muziekprieel in het promenadepark aan te bieden. Strohoed tegen de borst geklemd, snor keurig in de was en rijgschoenen glimmend onder de gabardinebroek. Een strijkje op de achtergrond of anders een koperkapel, bij voorkeur met blinkende uniformknopen en pickelhauben.
Ik zag jou voor het eerst op een mooie dag in mei De zon scheen helder en de lucht was klaar En alle bloemen zagen ons aan vanuit de wei Wel honderd soorten buigend paar aan paar Na 1918 kon dit natuurlijk niet langer, niet sinds de Europeaan de illusie van onschuld kwijt was. Niet na Ieper en Verdun. En alsof dat niet genoeg was kwam daar Henry Ford met zijn lopende band en het T-model, waarmee een kapitalisme werd ontketend dat
qua ongebreidelde overmoed onze eigen tijd nog naar de kroon stak. Helmkapsels en de Charleston, snelle wagens en nog sneller stijgende koersen, je zou denken dat de mens andere dingen aan het hoofd had dan theevisites op de glasveranda of serenades bij de regenton. Maar in feite is het natuurlijk andersom: de goede oude tijd was toen niet afgelopen, dit was de tijd waarin ze werd uitgevonden. Met de onbegrensde mogelijkheden kwam ook onbegrensde onzekerheid en daarmee het verlangen naar een wereld die niet steeds veranderde, waarin je ’s ochtends wist waar je ’s avonds aan toe was. En daar in het nabije verleden was een tijd die nog rook naar zadelzeep en makassarolie, naar visafslag en houtpek, zoals het altijd was geweest en voorgoed had mogen blijven. We zijn op zachte winden naar de waterkant getogen Waar golven als een streling langs de schelp in ’t zand bewogen Ik zag jou voor het eerst op een mooie dag in mei In zonlicht zag ik voor het eerst jouw ogen Dergelijke nostalgie zal in Zweden in dezelfde bulkhoeveelheden zijn geproduceerd als aan de Tin Pan Alley of bij de talloze filmstudio’s waarmee de westerse wereld toen nog bezaaid was. Achteraf lijkt het echter alsof er maar één stem klonk: die van Birger Sjöberg (1885 - 1929). Deze winkelierszoon uit het provinciale Vänersborg wist het toen populaire genre van mierzoete romantiek van een bodem te voorzien die zijn liederen in een klasse apart plaatst. “Eigenlijk deugde hij nergens voor behalve schrijven”, heeft zijn broer eens gezegd en dat zal een vrij mild oordeel zijn geweest. Als middenstands kind krijgt hij een degelijke opleiding, wat in zijn geval volstrekt verspilde moeite blijkt te zijn. Deze tekortkoming wordt bij hem ook niet gecompenseerd door waarneembare praktische vaardigheden, als ijzerwinkelbediende schijnt hij te onhandig te zijn geweest om veilig spijkers te laten afwegen. Dichten kan hij wel en hij begint al op vijftienjarige leeftijd te publiceren, terwijl hij verder zijn best doet om van zijn eigen jongelingsjaren een ware Belle Epóque te maken. Vanaf 1902 schrijft hij gedichten, satires en volksportretten voor een tijdschrift waarin onder andere de boven geciteerde eerste ontmoeting met zijn muze Frida voor het eerst verschijnt. Tot hij in 1907 juffrouw Karin Justine, het levend model voor zijn nimf, ten huwelijk vraagt en genadeloos de bons krijgt. Dat doet de deur dicht, voor het gedroomde boenwasgeluk en naar het lijkt voor alle verdere
poëzie. Hij gaat zich als journalist vestigen, eerst in Stockholm en later in Helsingborg, en schrijft zich met professionele verbetenheid met columns en dagnotities de oorlogsjaren door. Het keerpunt komt in 1918, wanneer hij naar een idyllisch dorp onder Helsingborg verhuist: Ramlösa, het Spa van Zweden. Daar, bij de kuurbron met zijn echo’s van de tijd die elders is gesneuveld, neemt hij de poëzie weer ter hand en verzamelt hij alsnog zijn verzen over Frida. De liedbundel Fridas Bok waarmee hij in 1922 debuteert komt als geroepen. Het boek bevat alle elementen waar de tijdgeest naar verlangt: de onschuld en de romantiek en vooral de betrouwbare erkenbaarheid van een wereld die in de herinnering steeds meer op een landschap van Monet begint te lijken. Frida! “Ja!” Frida! “Jaha!” Zie hoe de stad de vlag uithangt, de zomerwind trekt aan Golven blauw slaan om de schouw die zachtjes schommelt waar zij ligt met zaaghout voor de bouw Die stad die uit de nevel rijst gelijk een schoon juweel die doet mij denken aan Parijs dan zeg ik niet teveel Ons klein Parijs Ons klein Parijs Verkoeld door zomerwinden rust ons veilig paradijs Zo ver zo goed. Maar dergelijke verzen verklaren niet de klassieke status van deze liederen; voor culturele houdbaarheid moet een dichter meer doen dan de heersende drang naar veiligheid bevredigen. Wat hem eruit doet springen en aan zijn hemelse taferelen een bevredigende geur van aarde meegeeft, is dat er door zijn landschappen ook donkerder kleuren schemeren, alsof Van Gogh ongemerkt een paar van zijn eigen nuances op het palet van vriend Monet heeft gelegd. De capriolen
tussen de seringenstruiken worden inmiddels beschreven door iemand van achter in de dertig die genoeg van de wereld heeft gezien, van profiteurs en speculanten in een Zweedse havenstad tijdens de Eerste Wereldoorlog, om de verstilde taferelen van een verontrustende grondlaag te voorzien. Zijn Lilla Paris, een impressionistisch portret van het vooroorlogse Vänersborg, mag een geïdealiseerde idylle zijn; het wordt met voldoende ironie getekend om voor de goede luisteraar naar satire te neigen, getemperd door afstand en mededogen. Zo kan hij meedrijven op de waan van de dag om nog één keer achterom te kijken en daarmee zijn stem als dichter te vinden. Onverstoord schemert daar voort het plaatselijke Armenhuis met vijver voor de poort Luifels voor het Spaarbankkantoor schudden met hun kleuren en de wilde wind waait door Gesloten de Fabriek vandaag geen rook en geen kabaal En achter gindse groene haag de Volksverheffingszaal Ons klein Parijs Ons klein Parijs Verkoeld door zomerwinden rust ons veilig paradijs Een poging om het succes van het boek op te volgen met een carrière als zanger zal stranden. Ten eerste blijkt deze onhandige kluns zwaar aan podiumvrees te lijden; tijdens de staande ovaties zit hij badend in het koude zweet in de kleedkamer bij te komen. Ten tweede twijfelt hij te zeer aan de waarde van zijn liederen, die hij veel lager inschat dan het nageslacht,
om de hem toegezwaaide lof te durven vertrouwen. “Eer wordt met leugen gegeven”, is zijn ondankbare reactie op een enthousiast publiek. Hij zal Frida en de bühne niet missen, hij is al met andere dingen bezig. In 1924 verschijnt zijn eerste en enige roman, twee jaar later de gedichtencyclus die hij als zijn hoofdwerk zal
beschouwen.De roman wordt met open armen ontvangen. Kvartetten som sprängdes (ongeveer: “het kwartet dat zich opblies”), een schelmenroman over een amateur-strijkkwartet dat zich in aandelenspeculaties verliest, slaat onmiddelijk aan en zal een popu laire klassieker blijven, herhaaldelijk verfilmd en gedramatiseerd. Maar het is nog niet wat Sjöberg bedoelt. Zijn vizier staat hoger gericht, hij wil de Zweedse taal een facelift geven zoals de kubisten en de uitgeweken Russen dat in deze dagen met de beeldtaal doen. Het resultaat is Kriser och kransar, een ontoegankelijke bundel waarin de taal in fragmenten wordt gebroken om een inktzwart mens- en wereldbeeld kracht bij te zetten. De bundel wordt door de kritiek neergesabeld en door de lezers verbijsterd opzij gelegd. Niet alleen de consumenten van geruststellende nostalgie keren hem de rug toe, ook het publiek dat juist de ernstiger kanten van zijn werk wist te waarderen haakt bij deze uitbarsting af. De afwijzing wordt hem te veel. Hoewel hij sommige van zijn grootste gedichten nog moet schrijven, zal hij nooit meer publiceren. Hij sterft drieënveertig jaar oud aan longontsteking, net op tijd om niet meer te kunnen vernemen dat hij een belangrijke literaire prijs heeft gewonnen. Na zijn dood zal dit bescheiden oeuvre blijven groeien, zowel in omvang als qua invloed. Behalve dat zijn nalatenschap voldoende stof bevat voor een tweede en zelfs derde boek over Frida, blijkt de laatste bundel het beginpunt te zijn van een donkere, krachtige fase in zijn werk. Het boek wordt tegenwoordig tot de hoofdwerken van de twintigste eeuw gerekend, al blijft het vooral poëzie voor collega-dichters; verknoopte verkenningen in de onderbuik van de taal. Zijn blijvende plek in het Zweedse volkshart dankt hij uiteindelijk aan zijn onbereikbare nimf in haar tijdloze Klein Parijs. In feite had hij, als hij om zijn kernpoëzie herinnerd had willen worden, niet in het Zweeds moeten dichten en zeker niet zulke mooie liederen. De Zweden willen hun dichters nu eenmaal liever zingen dan lezen. Diepgravende taalverkenningen zijn nuttig en helpen het ambacht vooruit, terwijl liederen die worden gezongen het ambacht datgene laten doen waarvoor het bestaat: met het publiek communiceren. En Sjöberg bewijst als geen ander dat de vorm van de romantische ballade alle elementen kan bevatten die je van grote poëzie mag verwachten.
Ook het water had ik graag beschreven als ik het maar goed had bestudeerd Soms met grijze draad door ’t blauw geweven soms met sterglans in het zicht gekeerd Als met zwarte korrels soms bestrooid Soms in wervels door de wind geplooid Dan ineens weer donker voor de steven waar het riet als zonnestralen scheert Ook het water had ik graag beschreven nadat ik het diep had bestudeerd Onsterflijk als deze liederen zijn, worden zij in Zweden vandaag minder vaak gezongen dan die van pakweg Bellman of Evert Taube. Dit zal verschillende redenen hebben. Om mee te beginnen stelt hun lyrische en muzikale structuur hoge eisen aan de uitvoerder; om ze recht te doen moet deze bij voorkeur zowel een geschoolde zanger zijn als over enig acteertalent beschikken. De melodieën zijn complex, de inhoud is dubbelzinnig en vergt een subtiele voordracht. Anders dan bij Taube, die als componist zeker zo geraffineerd was, missen de liederen de toegankelijke volksheid waardoor het lijkt alsof iedereen ze kan zingen, ondanks de verraderlijke harmonieën. En anders dan Bellman komt hij daardoor nauwelijks op het repertoire voor van het muziekonderwijs op school. Er is echter ook een nogal prozaïsche reden voor aan te wijzen: Sjöberg is nooit door Cornelis Vreeswijk vertolkt. Deze had wel plannen in die richting; samen met Bellman-gitarist Ulf G. Åhslund wilde hij zowel Sjöberg op de plaat zetten als Nils Ferlin, een andere dichter die om dezelfde reden buiten deze artikelserie is gebleven. Helaas is dit niet haalbaar gebleken. Er waren problemen met zowel auteursrechten als met Vreeswijk zelf, die na zijn tweede Bellman-plaat in de neerwaartse spiraal terechtkwam die hem in de jaren tachtig min of meer uit beeld deed verdwijnen. Onsterflijk jammer. Een vertolking door Vreeswijk had deze liederen waarschijnlijk van hun belegen reputatie kunnen bevrijden en op de lippen van de doorsnee Zweed laten belanden, een plek die ze absoluut hadden verdiend. Het liep echter anders en om nu nog de historische ontmoeting te kunnen beleven tussen Heer Frederik en de schone Frida, zullen we helaas bij onze verbeelding te rade moeten gaan. Hans Westin
Cornelis Revisited waarvoor? Behalve als liedmeester geldt Cornelis Vreeswijk in Zweden ook als een groot vertolker. Zijn onverwoestbare plek in het Zweedse geheugen dankt hij voor een deel aan de manier waarop hij lieddichters uit eerdere generaties naar zijn eigen tijd wist te vertalen. Daarom is het des te interessanter om te horen hoe de generaties die na hem komen het oeuvre van Vreeswijk naar hun respectieve tijden doorvertalen. Vlak na zijn dood was er “Den Flygande Holländaren”, waarop de rockelite van de jaren tachtig zijn werk onder handen nam; twintig jaar later komt “Poem, Ballader och lite Blues – Återbesöket” (“het Weder-bezoek”), waarmee de volgende generatie artiesten hun visie op Cornelis geven. “De Bluesplaat” – de dubbel-LP met de treffende naam uit 1970 – is door vooraanstaande kenners, waaronder Vreeswijk zelf, zijn beste ooit genoemd. Hierop komt alles bij elkaar: de grapjas, de romanticus en de sociale commentator; de dichter, de blueszanger en de balladetroubadour. Het album ontstond grotendeels al improviserend in zes dagen studiotijd, wat duidelijk hoorbaar is aan het creatieve plezier dat van de sporen spat. Een perfect product om als meesterproef te dienen voor jonge artiesten die zichzelf in de grote traditie van het Zweedse lied willen plaatsen. Misschien hadden ze minder hoog moeten grijpen. Wat er na beluistering vooral overblijft is een verhoogde waardering voor Vreeswijk als vertolker: aan deze plaat is te horen hoe moeilijk het is om bestaande liederen in een nieuwe muzikale context te plaatsen zonder dat ze daarin ten onder gaan. Misschien komt het door het bonte gezelschap aan uitvoerders
– “zangers, schrijvers, acteurs, standuppers en musici” volgens het CD-boekje – dat het geheel maar geen geheel wil worden, maar ook nauwelijks contrasten laat horen. Anders dan de Vliegende Hollander, waarop iedereen Cornelis in zijn eigen stijl probeerde te proppen, klinkt
deze plaat alsof de producer een stoet zeer verschillende artiesten een gezamenlijke stijl wil opleggen en met de grootste gemene deler blijft zitten. Deze is op zich lekker jazzy en eigentijds, vooral in de vele nieuw gecomponeerde, instrumentale intermezzo’s die tussen de oorspronkelijke nummers zijn geplaatst, maar de zangers komen niet uit de verf. En juist daarin gaat de geest van Cornelis ten onder: niet in te veel maar in te weinig inbreng door de vertolker. Waar de oorspronkelijke plaat een staalkaart bood van alles waartoe Vreeswijk op het toppunt van zijn roem in staat was, trekken hier de nummers samen in een kabbelende middengroef. De beste nummers zijn dan ook onder de uitschieters te vinden, bij de artiesten die er wat anders van maken. Zoals Ebbot Lundberg & Timbuktu, een Normaal-achtige feestband die het bluesnummer Huvudlösen om
aftonen met een dosis eigenheid en enthousiasme brengen waardoor je wordt meegenomen alsof het live is. Het andere uiterste is een straffe voordracht van het gedicht Jag door Zinath Pirzadeh, een vrouw die getuige haar naam en het hoekig accent waarmee zij voordraagt het volle recht heeft om de oorlogsherinneringen op te halen waaruit het gedicht bestaat. Nog een hoogtepunt is Ett gammalt bergtroll van Gustaf Fröding, uitgevoerd door folkzangeres Sofia Karlsson; ook zo’n vreemde eend in deze bijt van jazz-rockers, drum-nbassers en zangers die denken dat je gevoelig bent als je de noten laat kreunen in plaats van klinken. De slechtste nummers zijn van de artiesten die de stijl van de producer het best beheersen. In de instrumentale stukken is deze swingend en bij vlagen overtuigend, losgelaten op de liederen van Vreeswijk blijft er van stijl noch lied veel over. Dieptepunten zijn de formatie Moneybrother met een hyperactieve Morbror Frans en zangeres Jaqee met En viss sorts samba, een lied dat veelbelovend begint met ploppend Dixielandkoper, maar dan gillend wordt gemangeld door een artiest die het zingen zo te horen van Yoko Ono heeft geleerd. Kopen? Ik wel. Als cultuurdocument mag deze dappere poging niet ontbreken in een serieuze Vreeswijkverzameling. Draaien? Niet vaak. Of je moet het bezoek beu zijn. Hans Westin Poem, Ballader och lite Blues – Återbesöket; Diverse artiesten; P & C 2007, Amigo Musik, AMCD921; Dubbel-CD
Vreeswijk in Vardø
Hier volgt een verhaal uit de praktijk van één van onze vaste troubadours, Piter Wilkens. Als één van de vooraanstaande troubadours van Friesland wordt hij soms gevraagd om het Heitelân in den vreemde te vertegenwoordigen. Waaronder een keer in de allerverste uithoek van Noorwegen. Vardø is een eiland in de Barentszzee, ten oosten van de Noordkaap. Het is het meest noordoostelijke haventje van Noorwegen en een van de oudste vestingen aldaar. Strategisch gelegen, ooit een redelijk welvarende stad door handel en visvangst. Nu trekken de bewoners, vooral de jeugd, weg om in Oslo te gaan studeren of in het zuiden van Noorwegen werk te zoeken. Met o.a. het Willem Barentsz festival probeert het stadje contact te houden met de rest van de wereld. Ook voor Noren is het een uithoek. Van Schiphol naar Oslo is anderhalf uur vliegen. Van Oslo naar Kirkenes nog eens 2 uren en het scheelt zomaar 20 graden. Om in Vardø te komen moet je dan nog een middag in een bus zitten, maar die busreis is wel de moeite waard. Je doorkruist de arctische klimaatzone en komt in een heel andere wereld terecht. Het einde van het Europese vasteland. Zo voelt het ook.
Het Willem Barentsz festival is voor hen die hun geboortegrond ooit de rug toekeerden een reden om weer even thuis te komen. Het is een soort dorpsfeest met plechtige momenten. Willem Barentsz is hier, maar ook in bijvoorbeeld Moermansk, nog steeds een held die voortleeft, terwijl de
meeste Nederlanders niet eens meer weten wie hij is.
In de zomer van 2008 zou er een beeld van Willem Barentsz onthuld worden en delegaties uit Noorwegen, Rusland en Nederland waren gevraagd dat bij te wonen. Barentsz was een Terschellinger en dus werd het officiële bestuur van die gemeente, maar ook van de Provincie Friesland en een zakelijke afvaardiging van onze drie noordelijke provincies uitgenodigd. Dat Groningers, Friezen en Terschellingers zich vaak voordoen als totaal verschillende etnische groepen, en dus geen eenheid vormen, vonden de meeste Noren maar vreemd. Voor hen waren we allen Nederlanders.
De burgemeester van Terschelling, een op en top Fries, wilde mij mee hebben voor de muzikale noot. Zo kwam het dat de enige artiest uit Nederland een Friese troubadour was, die niet in het Nederlands maar in het Fries zong.
Een immens groot land dat Noorwegen. Alleen de provincie Finnmark, waar Vardø onder valt, is al groter dan Nederland en er wonen slechts 73.000 mensen. Als je opgroeit, woont en werkt in zo’n uitgestrekt, open gebied, moet dat je doen en laten wel beïnvloeden. Als mens ben je nietig in zo’n overweldigend landschap. Je buurman is je beste vriend. Je hebtelkaar nodig. Je leeft een met de natuur. Noren denken heel anders over walvisvangst, de opwarming van de aarde, Russen etc. Logisch. We werden zeer gastvrij ontvangen en kregen goed te eten en drinken. We bezochten natuurreservaten, maakten trips over zee en bezochten monumenten en musea. ’s Avonds zaten we na te praten in een kroeg genaamd ‘De Nordpol’. We namen steeds maar weer een biertje, ook al waren die bijna drie keer zo duur dan in Nederland. In de zomer wordt het hier niet donker. Een aparte gewaarwording: middernachtzon. Het Noors leek soms nog meer op het Fries dan het Zweeds. Hoe later het werd, des te beter de Noren en de Friezen elkaar konden verstaan. En het werd laat, erg laat. Alles was hier anders, maar wat was het hier mooi. Alle speeches werden aanvankelijk in het Noors, Engels, Russisch en Nederlands gehouden en door tolken weer vertaald. Dan duurt het lang. De Noren en Nederlanders maakten kenbaar dat alleen Engels wel volstond, maar de Russische afvaardiging scheen geen andere taal te kennen en was dol op de eigen speeches waar maar geen eind aan kwam. Ze grepen elke gelegenheid aan om maar weer een speech te houden. De laatste avond hadden we nog een informeel samenzijn in de oude vesting. Een gepensioneerde Noorse hoofdofficier, een geboren komiek, was onze gastheer. Mede door zijn optreden en de zeer goede wijn werd de sfeer wat losser en ineens bleken de Russen ook Engels te kunnen.
Er werden Noorse, Russische en Friese liedjes gezongen. Een Russisch kwartet stal de show. Eerder had ik op de officiële gelegenheden enkel eigen werk gespeeld. Voornamelijk liedjes met een link naar de zeevaart. Met het beetje Zweeds dat ik kende probeerde ik indruk te maken op de Noren. Ze begrepen me wel, maar lieten weten dat het toch echt Zweeds was en geen Noors. Ze vroegen waar ik dat geleerd had. Of ik ooit in Zweden was geweest. “Nee” zei ik “Ik heb het opgestoken van de liedjes van Cornelis Vreeswijk”. “Cornelis Vreeswijk? Speel jij liedjes van Cornelis Vreeswijk? Nou, laat horen man!” Ook in Vardø, aan het einde van de wereld, bleek Cornelis nog springlevend. De aan het begin van de week wat zakelijke Noren smolten nu volledig bij mijn poging om de liedjes van een Zweedse troubadour zo goed mogelijk te vertolken. De ‘Nozem en de non’ kenden ze niet en dat Cornelis Vreeswijk, net als Willem Barentsz, een Nederlander was geloofden ze niet, maar Somliga går med trasiga skor, En fattig trubadur, Cecilia Lind, Veronica en ga zo maar door, zongen ze allemaal vol overgave mee. Ik kwam natuurlijk niet verder dan de Friese versies en werd op het laatst overschreeuwd door hun Noors, of eigenlijk Zweeds met een Noorse uitspraak. Weer werd het laat. Als broeders gingen we uit elkaar.
Het was een geweldige ervaring en ik hoop er ooit nog eens terug te komen, maar eerst wil ik wel een keer naar Zweden. Het land van mijn held. Piter Wilkens
Top 2000: Hilversum zoekt het in Stockholm
Het voorjaarszonnetje schijnt en we verheugen ons al op de zomervakantie, maar we gaan hier even terug naar de periode tussen kerst en Nieuwjaar, waarin velen de radio hadden afgestemd op de Top 2000, die zijn tiende editie vierde met een lijst die was samengesteld op basis van de scores in voorgaande jaren. Wie niet genoeg had aan de dagelijkse radio-uitzending kon ’s avonds bij de televisie terecht voor de Top 2000 á gogo. Hier werden de verhalen achter de nummers verteld door muzikanten, fans, oog- en oorgetuigen en wat dies meer zij. In iedere uitzending werden twee korte filmpjes uitgezonden met achtergrondinformatie over een bepaalde plaat. Onze Cornelis staat (terecht) in de verzamel Top 2000, en wel met Veronica op plaats 1235. In de uitzending van 30 december was een filmpje aan dit nummer gewijd, én aan de grote waardering die de Zweden nog steeds hebben voor Cornelis Vreeswijk. Het was de bedoeling dat onze oprichter, oud-voorzitter en erelid Lourdes Boasman live in de studio een toelichting zou geven, maar zij was helaas wegens ziekte verhinderd. Maar ook zonder Lourdes’ deskundige commentaar was het item over Cornelis de moeite waard. Hoewel gericht op een breed publiek, viel er ook voor de liefhebber veel te genieten. Een NPS ploeg was afgereisd naar Stockholm, waar eerst werd halt gemaakt bij het Cornelis museum, waar directeur Silas Bäckström de kijker wat vertelde over de vrouwen in de liedjes van Cornelis: Saskia, Veronica, Cecilia Lind. Daarna ging de reis naar het Cornelisplantsoen, waar zoon Jack Vreeswijk over zijn vader sprak:
Jack “Cornelis was een rustige vader, hij was ongelofelijk lief. Maar de dag daarna, als hij wat gedronken had, dan was het een heel andere story. Ik heb zelf drie kinderen, iets wat ik van Cornelis heb geleerd is om meer thuis te zijn met de kinderen. Rustig aan doen, niet drinken, geen drugs.” Het interview werd geïllustreerd met archiefbeelden van de jonge Jack met zijn vader en zo werd de uitzending, meer dan een filmpje over een liedje van lang geleden, vooral een ontroerend portret over de bijzondere band tussen vader en zoon. Jack speelt de laatste tijd steeds meer liedjes van zijn vader, we zagen en hoorden een stukje van zijn uitvoering van Veronica, die hij door het aangepaste arrangement iets heel eigens meegaf. De laatste beelden waren voor Cornelis zelf, opgenomen toen zijn ziekte al duidelijk zichtbaar had toegeslagen. Hij knikte ons bemoedigend toe alsof hij leek te berusten in z’n naderende einde . Al met al een mooie uitzending die recht deed aan Cornelis Vreeswijk als troubadour, vader en bohemién. Wim Boswinkel
Interview door Jan Guillou deel 2 We gaan verder met het interview dat Jan Guillou in 1979 met Cornelis Vreeswijk hield. In dit tweede deel worden een aantal “Bekende Zweden” genoemd. Regisseur Ingmar Bergman zal ook voor de Nederlander bekend zijn, evenals de sociaal-democratische premier Olof Palme, die later immers wereldberoemd werd door vermoord te worden. Sara Lidman is een schrijver van literaire streekromans die met name in de jaren vijftig en zestig als vernieuwend gold. Jan Myrdal is publicist en links intellectueel, iemand die nog altijd stof doet opwaaien door zijn volslagen weigering om te erkennen dat de toenmalige intellectuele steun aan totalitaire linkse regimes een vergissing was. Verder laten wij het woord aan Cornelis en Guillou, die begint door een uitspraak van Vreeswijk uit het eerste deel terug te halen. “Ze zeggen wel eens dat mijn versvoeten slordig zijn...?” - Er zullen mensen zijn die vinden dat ik hoog van de toren blaas... nou, ik ben zeer taalbewust. Ik kwam hier als twaalfjarige en in tegenstelling tot de ingeboren Zweden heb ik me de taal bewust eigen gemaakt. En omdat ik een ambitieuze leerling was heb ik besloten om verdomme de beste te worden. Het is daarom dat ik me nu tussen de uitersten kan bewegen. Het ene uiterste is in dat geval het Stockholmse slang van Polaren Per. Die taal is mag men aannemen sociale reportage. Maar met welk doel presteer je het in een lied als “Aan een nimf” (1977) om woorden te gebruiken als: octaaf, atonaal, palaver, madrigaal, catatonisch en cadence? De meeste mensen begrijpen zulke woorden immers niet. - Ja, dat is denk ik het andere uiterste waardoor mensen gaan denken dat je ze voor de gek probeert te houden. Maar in dit geval gaat het erover dat je geconfronteerd wordt met een schone dame die een leeghoofd is, ook al lijkt ze op en nimf. Dat is een discrepantie die je niet kunt hanteren, het enige wat je kunt doen is proberen te illustreren hoe moeilijk het is om het eens te worden, hoe groot de afstand is. Het meest recht voor de raap en duidelijkst qua taal zijn denk ik de ansichtkaarten (I stället för vykort”, 1973). Nou, als we er dan een paar gedichten bijhalen uit de bundel “ansichten” die je zelf noemt. Van de kaarten over Sara Lidman en Jan Myrdal begrijp ik eerlijk gezegd geen hol. Neem deze strofe: “In een betoverde marmeren stal / schittert een roestvrije waterval / Het paard kan er niet van drinken / dan zou de motor zinken / Ivoren paard met gesloten systeem / heeft geen darmen en geen probleem...” Dat is misschien een beetje onoverzichtelijk, daar kan
ik het mee eens zijn. Maar laten we zeggen dat het een gecomprimeerd beeld is dat de werkelijkheidsbeleving van de burgerklasse probeert weer te geven, hoe vind je die? Oké, je spreekt tot mijn fantasie en niet tot mijn verstand. Maar neem de volgende strofe, wat heeft dit in Godsnaam met Myrdal te maken: “In een betoverd theaterdecor / danst er een dame van ivoor / De dame heeft lichte zeden / De dame is gauw tevreden / Gedrild door een demonisch persoon / Spreek eens met hem en dan wordt je net zo. - Ja maar dat is natuurlijk een Bergmanactrice. Mogelijk met een bepaald voorbehoud voor de lichte zeden, waar ik niets van afweet. En de demoon is Ingmar Bergman? - Jazeker. Dit is een briefkaart aan Jan Myrdal, niet over hem. Ik heb alle anderen die met dit bezwaar kwamen afgescheept met dat als ze geen poëzie begrijpen kunnen ze de pot op. Dat is toch niks bijzonders. Als je in hetzelfde gedicht twee strofes verderop kijkt: "Van een betoverde sprekersstoel / schiet er een man met een klapperpistool." Dat hoor je toch van mijlen ver dat het Palme is? Ik ken Myrdal niet, al heb ik alles van hem gelezen en al heb ik me tot waanzin geërgerd aan sommige dingen bij hem, maar hij is bijvoorbeeld wel een kei als het over China gaat. Noem dit gedicht aan hem een hommage... nee, dat is het ook niet. Het is gewoon een groet, zo van "hallo, zo staan de zaken voor mij vandaag, hoe heb je het zelf?” Zo’n briefkaart kun je toch sturen? Hoe veel liedjes heb je geschreven? - Het zal in de buurt zijn van twee-, driehonderd. Wat betekent dat aan verkoop? - Ik denk dat er vijftien gouden platen zijn en twee diamant. Dat wordt ongeveer een half miljoen verkochte platen. Dat wil zeggen 17 tot 18 miljoen kronen aan bruto verkoop. Zelf krijg ik 8 procent, wat neerkomt op rond de 2,20 per plaat. Zijn de gouden platen van goud? - Haha. Die vraag is me zowaar één keer eerder gesteld. Dat was iemand van de belasting die bij mij kwam kijken en dacht dat hij daarmee de grote buit binnen kon halen. Hij checkte zelfs met de platenmaatschappij in de hoop om ze achterover te kunnen drukken. Maar die kreeg nul op het rekest. Die keer dan. Maar hoe zit het verder met de fiscus? - Niet onaardig. Momenteel is het zo'n 180-200.000 waar we het over oneens zijn. Maar ik heb een keer zo laag als 1500 kronen gezeten. Maar belastingsproblemen, daar moet je mee leren leven. Had je door dat je eerste plaat al een succes zou worden? Nee, ik nam het niet bepaald serieus. Ik zou journalist
worden en die plaat was een schnabbeltje tussendoor dacht ik. Zelf stelde ik voor dat ze de plaat “Ballades en Schunnigheden” zouden noemen, want je had natuurlijk al een kleine maar nog niet zo goed ontwikkelde neus voor commercie. Maar dat vond de producent te heftig worden en toen is het maar Ballades en Brutaliteiten geworden. Toen ging ik met vrouw en kind op vakantie naar Nederland. Zonder te beseffen dat er net een ster was geboren? - Inderdaad. Toen we weer terug kwamen zijn we naar huis gaan wandelen vanaf het station. Het was in juli, mooi weer. En daar op Sveavägen bleven we ineens staan bij wat nu de boekhandel de Cirkel is. Want daar in het raam hing mijn foto van de platenhoes met ernaast en geschreven bordje dat zei dat de nieuwe persing van de uitverkochte plaat pas dan en dan leverbaar zou zijn vanwege de vakantie. Ik geloofde mijn ogen niet. Dus toen we thuis kwamen hing de platenmaatschappij natuurlijk aan de deur. En wij die in een afbraakpand woonden konden een nieuwe flat kopen en de platenmaatschappij begon over een tournee te zeuren. Tja, en vlak erna ontstond toevallig de “Brief uit het Zomerkamp”. Dus weer een enorm succes. Maar de muziek kwam uit en Italiaanse opera en de tekst was Amerikaans? - Jazeker. Ik maakte immers vertalingen voor de platenbaas. Kreeg 200 kronen per vertaling, die ik in de kelder van de Sociale Academie zat te maken. Maar dat lied heb in een halfuurtje op papier gemept. En daarmee was de zaak beslist? - Nu was landgenoot Vreeswijk troubadour en niet langer sociaal werker en dat was niet moeilijk kiezen? Nee dat was niet moeilijk kiezen. Het ging immers verdomd goed om bewust en doelbewust en commercieel te schrijven en tegelijk met behoud van zelfrespect.
~
Cornelis vertaald “Humor is de plek waar de vreugde en de droefenis elkaar ontmoeten.” Die uitspraak mag bewezen heten met deze aflevering van het Luisterlied: de “sociaalpolitieke schelmenballade” in de geest van Bellman die Vreeswijk op Grimascher och Telegram uit 1966 samen met Ann-Louise Hansson zingt. De hoofdpersoon is een zelfportret, de inhoud een verslag van wat Vreeswijk overkwam toen hij twee jaar eerder plotseling beroemd was geworden. Het lot van Trienke van der Veen (Medborgarinnan Agda Gustavssons lott – Cornelis Vreeswijk) Vertaling Huldra Zie onze mensgenote Trienke van der Veen die vette tante die werkt bij ’t café Voor Bacchi broeders schonk zij steeds de glazen bij nu heeft zij winst in de loterij Vreugd aan u allen, wel honderdduizend ballen heeft Trienke in haar beurs En dat maakt haar o zo gul en amoureus Zie oude Trienke, vrolijk als een krolse kat gaat met dat flinke bedrag op pad Laten wij volgen, op gepaste afstand dan dat zij zich nergens verschuilen kan Volgt ons nu allen, wel honderdduizend ballen is Trienkes kapitaal Nu gaat zij trakteren bij het proeflokaal Zie Trienke stralen met elke ons van drillend vlees ik zal betalen, als jij het maar weet! Hier zijn dukaten, meer dan u verteren kan kom op, kameraden, en neem het ervan Welkom u allen, wel honderdduizend ballen heb ik op z’n minst Wilt u helpen bij ’t besteden van mijn winst? Niet langer zwoegen met volle kratten langs de kant ik zie de kroegen nu eens als klant Obers die buigen overal waar ik wil gaan kom op u tuig! sleep champagne aan! Proost jullie allen, laat de kurken knallen grijpt toch uw kans Laat een walsje spelen en vraag mij ten dans Op stevige benen draait zij rondjes in de wals edele stenen rond geplooide hals Jurkje van zijde laat de halve boezem zien die in vroeger tijden zo mooi was, misschien Walst u nu allen, de nachten blijven vallen Oud en alleen, midden in de dans, blijft Trienke van der Veen Mensgenote Trienke van der Veen loopt in het wild zij is vermogend en zeer gewild Een waarlijk fortuin viel zo op haar eenvoudig lot nu zijn alle mannen op haar verzot Verzamelt u allen, wel honderdduizend ballen raken op dit jaar Maar tot dan blijft iedereen verliefd op haar
BillBoard
UITDAGING
VisFestivalen Västervik
Maak een video opname met een eigen vertolking van Cornelis Vreeswijk.
9, 10 en 11 juli 2009
Op YouTube heeft het CVG een eigen kanaal waar al deze video’s worden verzameld. http://www.youtube.com/cvgenootschap upload je video en meld deze aan.
Een volksfeest in de geest van Cornelis bij Mosebacke Etablissement, Stockholm
Zondag 2 augustus 14.00 - 22.00 uur
Donderdag 9 juli Grus i Dojjan James Hollingworth & Jojje Wadenius Åsa Jinder Cai Carlsson Jack Vreeswijk Mikael Wiehe Vrijdag 10 juli Pernilla Andersson Marie Bergman Stefan Demert & Jejja Sundström Emil Jensen Björn Kjellman, Jalle Lorensson & Michael Saxell Carl Johan Wallgren Zaterdag 11 juli Jan Hammarlund Lalla Hansson Staffan Hellstrand Christina Kjellson Peter Lundblad Perssons Pack Pär Sörman Verdere inlichtingen op visfestivalen.se
Presentatie: Sid Janson Verdere inlichtingen op www.cornelisvreeswijk.se Speellijst: Rebell Robban Peter Carlsson Peps Persson Janne Åström & Medborgarna Marie Bergman & Lasse Englund Lars Demian Lennie Norman
Nina Ramsby DE söderVISA Torgny Björk Stefan Sundström Dan Viktor Jenny Almsenius Helena Erikssom
ZONDAG 7 JUNI 2009
Zondag 30 Augustus 2009 Voor de tweede keer zal het CVG een bijdrage leveren aan het jaarlijkse Havenfestival in IJmuiden. Wat het programma precies zal worden staat nog niet vast, alleen dat het festivalthema “wind” een prominente rol zal spelen. Met de gemeente Velsen wordt onderhandeld over een te starten traditie, waarbij het CVG in de toekomst elk jaar een liedprogramma aanbiedt in aansluiting op het thema van het jaar. De plaats van handeling is wederom het prachtige pakhuis van IJmuiden Stores aan de oude haven van IJmuiden en het programma begint om 14.00 uur. Om 16.00 uur trekt het hele gezelschap even verderop om op het grote podium van het festival een half uur van het hoofdprogramma in te vullen. Daarbij heeft het CVG nog een verrassing in petto, die we nog even spannend willen houden. Meer gegevens over het festival zijn te vinden op www.havenfestivalijmuiden.nl