NIEUWSBRIEF jaargang 7, nummer 3, 11 november 2006
Van de voorzitter Het is alweer enige tijd geleden sinds de laatste Nieuwsbrief is verschenen. Maar het wachten op de volgende Nieuwsbrief was de moeite waard, want hij zit weer boordevol nieuwe verhalen. De geplande reis naar Stockholm, voor de herdenkingsviering in de Katarina Kyrka waar diverse leden aan zouden deelnemen, is uitgesteld. De deelnemers zijn inmiddels geïnformeerd. De reden van het uitstel, is gelegen in het feit, dat onze Zweedse zustervereniging, Sälsskapet, het plan heeft opgevat om de viering van 2007 groots aan te pakken, en extra luister bij te zetten. 2007 is immers het jaar waarin Cornelis 70 jaar zou zijn geworden. Tevens is het dan 20 jaar geleden dat hij is overleden. Om een speciaal tintje aan de herdenkingsviering (tekenaar onbekend) te geven, zullen artiesten uit zowel Nederland als Denemarken worden uitgenodigd om in Stockholm op te treden. Wij vonden het daardoor, als bestuur van het CVG, interessanter om in 2007 naar Stockholm af te reizen. De leden, die zich voor dit jaar al hadden opgegeven, blijven op de lijst. Ruim van te voren zal weer met hen contact In dit nummer worden opgenomen over de planning en de reismogelijkheden. En uiteraard kunnen andere CVG-leden, die nu wellicht enthousiast aan het worden zijn, Vreeswijk avond te Spijkerboor 2 zich alsnog opgeven voor deelname aan deze trip naar Stockholm. Het wordt Franse scriptie (deel 3) 3 alleszins de moeite waard. Wij houden u op de hoogte. Rondwandeling door Amsterdam 4 (deel 2) Om 2006 feestelijk af te sluiten, is De aanloop en de aanleg 5 besloten om een Cornelis Vreeswijk Troubadoursmiddag in Leeuwarden te Swedish chef 6 organiseren, en wel op zondag 17 december a.s. in Café Alfred Silbermann. Aankondiging Vreeswijkmiddag 6 Het programma begint om 15.00 uur 17 december (zaal open vanaf 14.00 uur) en zal duren tot ca. 18.00 uur. Het programma is nog niet volledig ingevuld, wel is bekend dat Ibo Bakker en Piter Wilkens allebei van de partij zullen zijn. Eveneens aanwezig zijn in ieder geval Tonny Bik-Vreeswijk, Jan Deurloo en Huldra. De toegang is gratis. Piter Wilkens zal ook wat nummers van zijn nieuwe CD (It fûgeltsje yn myn gitar: Piter Wilkens sjongt Cornelis Vreeswijk) zingen.
Cornelis Vreeswijk Genootschap p/a Bas van Geel Ilpenstein 2 1121 GT Landsmeer genootschap@cornelisvreeswijk.nl
Zoals u al aan de titel kunt aflezen, heeft Piter een flink aantal nummers van Cornelis naar het Fries vertaald; de CD zal uiteraard ook in Café Alfred Silbermann verkrijgbaar zijn. Café Alfred Silbermann staat aan de Druifstreek 59 in Leeuwarden, op tien minuten lopen van het station. Er gaan ook meerdere bussen vlak langs. Uitstaphalte aan het Blokhuisplein. Voor wie na afloop nog iets wil eten, is er een eethuis aansluitend aan de zaal. Mocht u dit van plan zijn, dan is het wellicht verstandig om een tafeltje te reserveren in eetcafé Het Leven, 058-2121233. Als u op 20 mei j.l. aanwezig was op de Vreeswijk Muziekmiddag in de Gasterij Sint Jan te Vreeswijk (Nieuwegein) zult u ongetwijfeld hebben opgemerkt, dat er flink werd gefilmd. En niet voor niets. Intussen is van de gemaakte opnamen een DVD gemaakt. Deze DVD kost is verkrijgbaar op Vreeswijkdagen en kost dan € 10.--. Ook is het mogelijk de DVD te bestellen door overmaking van € 11,-(incl. verzendkosten) op girorekening 1999789 t.n.v. E.E. Arrendell onder vermelding van DVD Cornelis Vreeswijk. Soms lijkt het alsof er weinig meer gebeurt rondom Cornelis Vreeswijk, maar achter de schermen wordt er nog steeds, door veel mensen, flink aan de weg getimmerd. Waarbij Cornelis Vreeswijk de rode draad is en blijft. En dat die initiatieven niet altijd uit het CVG zelf komen, moge wel blijken uit het feit, dat ik op 4 oktober j.l. als gast werd uitgenodigd in het Radio 1 programma Café Kooijmans, waar ik Jeanne Kooijmans kon vertellen wat de muziek van Cornelis voor mij betekent. Op mijn verzoek werd het lied Amanda, Cornelis' vertolking van het nummer van Victor Jara, gedraaid. In ieder geval is het een illustratie van het feit, dat de doelstelling van het CVG is bereikt, en om de uitspraak van Kick van der Veer, gedaan op 07 juni 2003 op de muziekavond te IJmuiden, nog maar eens aan te halen: Cornelis is niet dood, Cornelis leeft! Lourdes Boasman
Dit is een uitgave van het Cornelis Vreeswijk Genootschap. Het CVG is een vereniging voor liefhebbers van Cornelis Vreeswijk, en wil de herinnering aan Vreeswijk in Nederland levend houden. Het CVG organiseert daartoe bijeenkomsten, geeft een nieuwsbrief uit, onderhoudt een internetsite en steunt projecten die bijdragen aan de doelstelling van het genootschap.
nieuwsbrief CVG - jaargang 7 - nummer 3 - pagina 2
Verslag van de Vreeswijkavond in Spijkerboor door Hans Westin Wat is dat toch, die middelpuntvliedende kracht van Cornelis Vreeswijk? Niet alleen worden Vreeswijkdagen bij voorkeur in gehuchten gehouden waar je anders nooit zou komen; worden er eindelijk weer eens goede, nieuwe vertalingen van zijn Zweedse werk gemaakt, zijn die niet in het Nederlands maar in streektaal. Zodoende vonden twee toegewijde CVG-genoten zichzelf al wandelend over de Drentse oervlakte, op weg om Cornelis in het Gronings en het Fries te horen. Eerst even een tip: probeer nooit naar Spijkerboor te liften. Kijkend naar vervoersmogelijkheden besloten wij dat de bus naar Annen het beste alternatief was. Wetend dat ook andere CVG-leden de avond zouden bijwonen, konden we vast onderweg door iemand opgepikt worden. Dachten we. Helaas bleek het plakje asfalt tussen de beide dorpen dusdanig te zijn aangelegd dat liften alleen voor zelfmoordenaars was weggelegd. Gelukkig was het een prachtige herfstavond, de wandeling werd een belevenis op zich.
kennelijk ook de door Vreeswijk zelf vertaalde liederen naast het Zweeds gehouden voor zijn Friese versies. Het was prachtig om te horen hoezeer het Fries zich ervoor leent om de oorspronkelijke sfeer op te roepen. Mocht u onverhoopt nog geen Fries verstaan is de Vreeswijkplaat van Wilkens een schitterend begin om het te leren. Ibo Bakker en Kees van Velthoven
Dat hij “Mauritz” prachtig kan zingen wisten wij al, in Spijkerboor heeft hij ons juist op andere Zangen en Epistels vergast. Bijvoorbeeld een "Ulla, mijn Ulla!" waarbij je je bijna kon voorstellen dat de nimf inderdaad op zijn uitnodiging in zou gaan en in de zaal zou verschijnen. Alleen jammer dat het Drentse publiek kennelijk niet zoveel kon met de eigen liedjes van Ibo, nog nooit had ik zo weinig reactie meegemaakt toen hij “Boom” zong.
Duurde wel wat lang. Toen we de gezellig rustieke zaal betraden was het eerste programma al in volle gang,
Jan Deurloo
Henk Bodde en Bas van Geel
op het podium zaten Bas van Geel en een zekere Henk B., die zich voor de gelegenheid als Polaren Per had vermomd. Bas en Polaren brachten op welluidende wijze een aantal bekende Cornelisnummers, afgewisseld met korte verhalen en feiten over wie Vreeswijk alweer was. Dat is wel leuk van die avonden: tot in de kleinste uithoeken blijken mensen te wonen die meer willen weten over Cornelis Vreeswijk en vaker zijn muziek willen horen. De zaal was dan ook goed gevuld, en niet alleen met vijftigplussers die hem nog van Veronica kenden. Het tweede optreden was van Ibo Bakker, die één van zijn alibi’s had meegenomen. Ibo heeft inmiddels zijn vleugels definitief verder uitgeslagen door meer Bellman in zijn repertoire op te nemen.
Na de eerste pauze heeft Jan Deurloo ons eerst warmgedraaid met zijn steeds overtuigender vertolkingen van veelal wat onbekendere liederen van Cornelis, ik heb met name zeer genoten van "Charlie Donovan".
Alex Vissering Misschien moet ik hetzelfde tegen mezelf zeggen over het Gronings. Toen na de tweede pauze Alex Vissering het podium nam heb ik zeker kunnen genieten van het vakmanschap van deze Groningse troubadour, toch viel bij mij niet de vonk in het vat. Of dat nu aan de taal lag, of aan de routineuze voordracht of iets anders, bij Alex voelde ik me niet “op schoot genomen” zoals bij Piter of Ibo. Hoe prachtig de vertaling ook was van “Turistens klagan”, want dat wás die, bleef het lied voor mij op een afstand. Waaraan ik direct moet toevoegen dat ik met die mening waarschijnlijk ver in de minderheid was. Net als Ibo heeft Alex naast Vreeswijk ook uit zijn eigen repertoire gezongen, laat dat een traditie worden op Cornelisavonden. Een grote troubadour moet je immers niet alleen eren door zijn liedjes na te zingen, maar door er iets aan toe te voegen. Alles bij elkaar was het een geweldige avond, na het slotlied “I natt jag drömde” door Polaren en Bas hebben wij voldaan de thuisreis aanvaard. Gelukkig hoefde dat niet lopend... Hans Westin
Piter Wilkens
Daarna was de beurt aan Piter Wilkens en zijn Friese Vreeswijk-vertalingen. Voor mij was dat het hoogtepunt van de avond, Piter heeft een belangrijke aanvulling geleverd op het doorgeven van met name het Zweedse oeuvre. Naast geheel nieuwe vertalingen heeft hij
Foto’s: Marieke Korf
nieuwsbrief CVG - jaargang 7 - nummer 3 - pagina 3
Franse scriptie deel 3 ‘Cornelis Vreeswijk, un troubadour moderne’ (Sorbonne, 2004; auteur Louise Hallström; vertaling Bas van Geel) 1962-1970: een bliksemcarrière Cornelis Vreeswijk is vooral bekend door zijn liederen, maar hij begint zijn carrière op 1 april 1962 met een gedicht, wanneer een belangrijk landelijk weekblad ‘Den förtrollade telefonen’ (de betoverde telefoon) publiceert. Een maand later verschijnen twee andere gedichten. De jonge student en dichter trouwt in 1962 met de verpleegster IngaLill Rehnberg. Twee jaar later wordt hun zoon Jack geboren. In die tijd zingt Cornelis vaak op studentenfeesten, waar ook andere zangers optreden. Een van hen, Fred Åkerström, wordt een van zijn beste vrienden. Fred introduceert Cornelis bij producent Anders Burman, met wie hij in 1963 zijn eerste langspeelplaat opneemt (‘Ballader och Oförskämdheter’; Balladen en onbeschaamdheden). Die plaat heeft onmiddellijk succes; de beoordeling is unaniem positief. Binnen drie maanden worden 10.000 exemplaren verkocht. Dat lijkt tegenwoordig een belachelijk laag aantal, maar voor een beginnende zanger was dat in de jaren 60 in Zweden een bijzonder resultaat. De liederen van Vreeswijk worden uiteindelijk bij veel Zweden niet bepaald positief ontvangen; de woordkeus en de ideologische inhoud wekken verontwaardiging bij een deel van de bevolking. Op zijn eerste grammofoonplaat valt de zanger openlijk de consumptiemaatschappij, de kerk, de verzorgingsstaat en het sociale systeem aan. Naast zijn heftige kritiek op het Zweedse model – door de meeste mensen gezien als volmaakt – komen ook nog de aanprijzingen van Cornelis ten aanzien van vrijdenkerij en een woordkeus die soms vrouwonvriendelijk is. Cornelis Vreeswijk legt zonder valse schaamte bloot hoe het toegaat achter de gladde façade van het sociaaldemocratische land. Hij klaagt de morele schijnheiligheid en het puritanisme van zijn medeburgers aan en onderscheidt zich van zijn voorgangers door te zingen over het leven van hoeren en zwervers. Volgens Anders Burman was het niet gemakkelijk om deze artiest via de radio bekendheid te geven omdat de programmamakers van hun directie de opdracht hadden gekregen enkele van de meest provocerende liederen niet te draaien. Dat is met name het geval met het lied ‘Tältet’ (het baldakijntje) waarin Cornelis de kerken en hun methoden om zieltjes te winnen aanvalt. Verschillende van zijn liederen zijn gebaseerd op schandalen en sociale debatten. Peter Mosskin vat in enkele woorden de terughoudendheid van bepaalde
luisteraars samen: “teveel politiek voor de burgers; teveel hoeren voor links; teveel bar-scenes voor de gevestigde cultuur”.
Deze vorm van protest is echter van korte duur omdat de zanger al snel merkt dat dit ten koste gaat van zijn inkomen. Hij sluit zich weer snel aan bij STIM.. In 1965 verbreedt Cornelis zijn activiteiten Kort na het verschijnen van zijn eerste door een bijrol te accepteren in de film plaat gaat de jonge artiest op tournee ‘Salta Gubbar och sextanter’ Het is een met de zangers Fred Åkerström en Ann- eerste contact met de filmwereld; later Louise Hansson en gitarist Nils zal hij opnieuw verschillende filmrollen Hellmark. Ze maken een moeilijke start spelen. en het publiek heeft weinig Twee jaar na het verschijnen van zijn belangstelling omdat er vrijwel geen eerste langspeelplaat heeft de popureclame gemaakt wordt voor de lariteit van Cornelis ook gevolgen in zijn concerten. Toch zijn bezoekers en geboorteland. Hij wordt uitgenodigd voor journalisten zo enthousiast dat ze in een televisie-uitzending in Nederland. Gotenburg een volle zaal trekken. Na Tijdens die uitzending zingt bij in het een laatst, zeer succesvol concert in Nederlands; ondermeer enkele liederen Stockholm gaat de groep uiteen en die nog niet op de plaat staan. Kort Cornelis Vreeswijk gaat dan op daarop neemt hij de 45-toerenplaat met solotournee in de grote volksparken. ‘De nozem en de non’ op. Met die plaat Vanaf die tijd wordt Cornelis erkend door heeft hij echter niet het succes waar hij zijn collega’s. Andere artiesten op hoopt. De zanger komt tot de (ondermeer Siw Malmkvist, Anna-Lena conclusie dat zijn landgenoten niet erg Löfgren en Monica Zetterlund) doen een ontvankelijk zijn voor zijn muziek en het beroep op hem vanwege zijn kwaliteiten duurt zes jaar voor hij een langspeelplaat als liedjesschrijver en componist. Zo opneemt in Nederland. schrijft hij verschillende teksten op verzoek, waarbij hij tekent met het In de loop van 1966 werkt Cornelis pseudoniem C. Nedan. Nieuwe opnieuw mee aan musicals. In een concerten vinden plaats samen met daarvan komen een aantal personen uit zangeres Siw Malmqvist. Vervolgens zijn liederen voor: Sportiga Marie, Fiffiga wordt Cornelis gevraagd voor een serie (ondeugende) Nanette, Ann-Katrin voorstellingen in Stockholm en Rosenblad, Fredrik Åkare (vrachtrijder) Gotenburg. en Polaren (gabber) Pär. De ont‘Ballader och grimascher’, zijn tweede wikkeling van de jazz in Zweden inspisoloplaat, doet zijn populariteit nog reert Cornelis steeds meer, en in 1967 verder toenemen, maar de Zweedse begint hij een langlopende radio gaat door met het toepassen van samenwerking met enkele van de censuur. De directie raadt de belangrijkste Zweedse jazzmusici. programmamakers opnieuw aan om Professioneel gezien zijn de jaren 60 voorzichtig te zijn met het uitzenden van voor de jonge zanger een periode van bepaalde liederen. Als al sprake is van grote voor-spoed, maar voor Cornelis is uitzenden dan zou dat laat op de avond het een probleem om zijn gezinsleven moeten gebeuren vanwege schokkende met zijn bliksemcarrière te combineren. teksten die een slechte invloed zouden Zijn privé-leven is chaotisch en kunnen hebben op de jeugd. Dit keer tumultueus; de verstandhouding met zijn gaat het vooral om ‘Sportiga Marie’ vrouw en zijn zoon Jack worden (sportieve Marie), ‘Lasse Liten Blues’ moeizaam; hij heeft een flink (Blues voor kleine Lasse) en ‘Jultomten alcoholprobleem en wordt in 1967 är faktisk död’ (de kerstman is feitelijk wegens het rijden onder invloed tot twee dood). Het eerstgenoemde lied zou maanden gevangenisstraf ver-oordeeld. kunnen worden opgevat als een aanIn datzelfde jaar zinkt de boot waarop hij prijzing van prostitutie. Het tweede lied is zich had teruggetrokken om te schrijven. een heftige aanklacht tegen het functio- Daarmee gaan een groot aantal gedichneren van de Zweedse justitie en politie. ten en een voorlopig scenario getiteld ‘Veronicas Papiljotter’ verloren. Omdat hij ook al bij het verschijnen van zijn eerste plaat slachtoffer werd van Enkele weken later vertrekt Cornelis censuur gaat Vreeswijk er toe over om naar Rio de Janeiro voor een rol in de de STIM (vergelijk de Nederlandse film ‘Svarta Palmkronor’ van LarsBUMA/STEMRA) te verlaten. Op die Magnus Lindgren. Het filmen duurt drie manier verhindert hij dat de Zweedse maanden; een cruciale periode voor zijn radio überhaupt werk van hem kan latere werk. Hij ontdekt de Braziliaanse uitzenden. samba en een manier van leven die
nieuwsbrief CVG - jaargang 7 - nummer 3 - pagina 4
Amsterdam deel 2
Franse scriptie
Vertaling door Henk Bodde
vervolg
‘Misschien morgen?’ stelt Ze voor. De grachten van Amsterdam vormen een ring. Het ene kanaal na het andere. Op de kaart ziet het eruit als een labyrint met al zijn kleine steegjes als 11e eeuwse spaken in een veelvoudig wiel. Je hebt de gracht van de Keizer. Dan komt de gracht van de Prinsen en daarna die van de Heren. Vervolgens die van de burgers en zo voorts. In zekere mate. Zelf bevinden we ons nu op de Herengracht, aan de buitenkant van de ring. ‘Kom, dan gaan we een biertje drinken’, zeg ik en ga als eerste naar binnen in een opmerkelijke hoekcafe, helemaal in Delftsblauwe tegeltjes en donkere eiken betimmering. Mijn Dame is er erg van gecharmeerd en moet naar het damestoilet, ‘om te zien hoe het er daar uitziet’. ‘Fantastisch’ zegt zij wanneer ze bij me terugkomt in de bar. ‘Ja’ zeg ik. ‘Het bier is hier eigenlijk ook niet zo slecht’, zeg ik. Hier blijven we een poos zitten. Het bevalt ons hier goed. Misschien is het hart van Amsterdam wel hier? Zou kunnen. Maar in dat geval slaapt het. Stil en rustig. Slaperig. ‘Zeg’, zegt Mijn Dame, ‘we kunnen hier niet blijven zitten en ons volledig in beslag laten nemen door een hoop oude prullen en tegeltjes, toch? We stappen maar eens op, niet?’ Hier direct naast is een markt. Alles kun je er kopen, alles. En wanneer ze om 14.00 uur (plaatselijke verordening) sluiten en afbreken wordt alles stil en rustig en wij lopen verder naar de buitenkant van de ring die de gracht van de Heren wordt genoemd. ‘de Herengracht…’. Hier bouwde men zijn huis aan het eind van de 18e eeuw als men net miljonair was geworden. Midden tussen het gewone volk. Hier aangekomen – stil en verlaten – staat een kerktoren. Een opvallende kerktoren die de ‘Scheierstoren’ wordt genoemd – Huilerstoren. Over die toren zeiden de vrouwen in de 17e en 18e eeuw: ‘Men komt hier als getrouwd en gaat hier als weduwe vandaan’. Dat wil zeggen precies het tegenovergestelde van wat je van een kerk verwacht. Toen Nederland ongeveer 250 jaar geleden de grootste handelsvloot ter wereld had, werden de schipbreukelingen vanuit deze toren bekendgemaakt. En het waren veel schepen die op weg waren naar India en die bij Kaap Hoorn verdwenen. Eén op de drie, heeft men berekend. ‘Wat een droevige plek...’ zegt Mijn Dame. ‘Ja,’ zeg ik. ‘Ontzettend’. ‘Maar ook zo mooi op een bepaalde manier …..’ zegt zij. ‘Vind je ook niet?’
En dan bedenk ik ineens; hier moet het hart van Amsterdam zijn. Precies hier. Zo voelt het plotseling. ‘Maar weet je’, zeg ik tegen haar. ‘Nu gaan we eten. De maag moet ook wat hebben. Is het niet?’. En eten doen we bij een Indonesisch restaurant aan het Leidseplein. Dat heet Bali en is bekend bij alle Amsterdamse toeristen. Meer fantasie dan dat heb ik eigenlijk niet. En het eten is geweldig. Mijn Dame en ik zitten bijna twee uur te eten. 25 gerechen. Scherp gekruid. Rijsttafel heet dat. Wanneer je uit de kroeg Bali komt, medeburgers, ga dan naar links en na 200 meter bevind je je op het Leidseplein, naar Leiden genoemd (Je weet wel, de stad waar Carl von Linné heeft gestudeerd; in die stad staat zelfs een standbeeld van hem) en als er daar geen hart is, komt dat doordat je dat in de showbusiness beter voor jezelf kunt houden. Hier is het uitgaanscentrum van Amsterdam. Hier komen artiesten, schrijvers, journalisten en anderen van dat soort samen onder de bomen met lichtjes, en drinken een glas en laten zich bekijken. Veel plezier gewenst door Uw/jullie Cornelis. P.S. Ik ben niet zo thuis in het uitgaansleven. Maar goed, elders in dit mooie boek staat een overzicht van alle uitgaansetablissementen. Maar omdat jullie daar nu zijn, kunnen jullie naar de Oesterbar gaan. Of naar Reinders, de Nederlandse equivalent van "Den Gyldene Freden" in Stockholm. Kijk maar eens in het gastenboek! Deze twee zaken liggen aan het Leidseplein. En daar omheen wemelt het van de gezellige bars, cafés en nachtclubs. Of je kunt doen zoals Mijn Dame en ik: Naar de bioscoop gaan. Want hier in Amsterdam liggen ze een paar weken voor op Stockholm met nieuwe films. En stel je eens voor hoe leuk het is om terug te komen in de stad en tegen je vrienden te kunnen zeggen: ‘O, die film? Ja, die hebben we vorige maand in Amsterdam gezien. Helemaal niet zo slecht. Die moet je zien!’ We hebben die avond twee films gezien, Mijn Dame en ik.
De vertaling komt uit een boek met reisverslagen van artiesten. Dit is het verslag van Cornelis over Amsterdam. Vertaald voor René Hasper door Henk Bodde deel 1 verscheen in de vorige nieuwsbrief
volkomen verschilt van wat hij in Europa kent. De Zuid-Amerikaanse invloed is vooral aanwezig op de plaat ‘Tio vackra visor och Personliga Person’ (Tien mooie liedjes en Persoonlijke Persoon) die na een jaar wordt uitgebracht. Terug in Zweden staat Cornelis op het toneel in ‘De Kaukasische krijtkring’ van Bertold Brecht. Vervolgens speelt hij in de musical ‘Anatevka’ in Malmö, waar hij in 1969 ook nog in twee andere stukken meespeelt. In datzelfde jaar besluit hij om voor het eerst werk van een andere zanger uit te voeren en neemt hij ‘Cornelis sjunger (zingt) Taube’ op.
De keus om de werk van Taube te zingen en de muzikale arrangementen van Kjell Andersson zijn riskant, maar het publiek en de recensenten zijn lovend. De uitvoering van Vreeswijk wordt ook door Taube zelf gewaardeerd. Dat blijkt wanneer de twee zangers elkaar bij toeval in een Stockholms restaurant ontmoeten. Twee maanden later componeert Cornelis samen met Ulf Björlin de muziek voor de film ‘Ni ljuger’ (U liegt) van Vilgot Sjöman. In 1970 komt de populaire zanger met een eerste gedichtenbundel ‘En handful gräs’. Ondanks welwillende kritiek blijft dit werk vrijwel onopgemerkt bij het grote publiek. Na zijn plotselinge voorliefde voor jazz en de samba begint Cornelis te werken met een nieuwe generatie muzikanten die geïnspireerd wordt door de popmuziek van die tijd. Hij werkt een aantal keren met leden van de groep ‘Made in Sweden’. Deze samenwerking leidt tot de dubbel-LP ‘Poem, ballader och lite blues’ en een serie concerten in de loop van de zomer. In September werkt Cornelis samen met Östen Warnebring en Ernst-Hugo Järegård op de Hamburger Börs in Stockholm. Het werk van dit trio komt uit op de plaat ‘Östen, Ernst-Hugo, Cornelis på Börsen’. Producent van die plaat is Silas Bäckström. In datzelfde jaar gaat Vreeswijk scheiden van Inga-Lill en trouwt hij met de toneelspeelster Bim Warne. Met haar gaat hij in Zuid-Zweden wonen. Wordt vervolgd
nieuwsbrief CVG - jaargang 7 - nummer 3 - pagina 5
De aanloop en de aanleg door Hans Westin Wat Cornelis Vreeswijk was, en nog altijd is, kon hij misschien alleen in Zweden worden, waar het lied een andere plaats inneemt dan in Nederland. In een serie artikelen schetst een van onze Zweedse leden een beeld van een land waar de poëzie wordt gezongen. Vijfde deel: De aanloop en de aanleg. Omdat dit stuk een halve eeuw geleden speelt, wil ik beginnen met een stukje actualiteit: Ik hoorde muziek voor de deur de klank van verloren orkesten Zij speelden een dans van terreur te horen in ’t Oosten en Westen Maar wat geef ik om Oost of West Ik weet het best...
dertig jaar de restricties op de verkoop van alcohol teruggedraaid. Onder andere was het daardoor weer toegestaan om muziekvoorstellingen te geven op plaatsen waar drank werd geschonken. Zo ontstonden tal van kroegpodia die artiesten nodig hadden, en die artiesten wilden met goed materiaal komen. Daarvoor werd vooral naar Frankrijk gekeken, waar het chanson en het politiek cabaret op hun toppunt stonden, verder werd er naar Zweedse gewoonte driftig toonzettingen gemaakt van nieuwe en bestaande poëzie. Met de nieuwe media en podia kwam een nieuwe generatie artiesten, die nog decennia een stempel zou blijven drukken op het cultuuraanbod in Dorp Zweden.
Wat is hier aan de hand? Is hier George W. of Osama B. aan het woord, of andersom? Laten we voor de zekerheid even verder luisteren: ...dat als mensen elkaar maar willen woont eenieder in ’t zelfde land en er zijn niet zo veel verschillen en mijn hand lijkt precies jouw hand ’t Hele land ligt hier voor mijn voeten als ik toekijk van mijn balkon hoe de mensen elkaar ontmoeten Klinkt dat stom? Nou dan ben ik stom!
Beppe Wolgers
Een treffend voorbeeld is de dichter van het lied waarmee we begonnen. Beppe Wolgers (1928-1986) was schrijver, acteur, podiumartiest, programmamaker, had overal een ijzer in het vuur en een vinger in de pap. Het Nederlandse publiek kan hem Actueel? Voor mijn part zou dit lied kennen als de vader van Pippi Langkous dagelijks gehoord mogen worden, zeker in op televisie, en wie de dubbel-CD Cornelis deze tijden. Waarbij ik wel moet bekennen Vreeswijk – Gömda Guldkorn bezit hoort dat de tekst op een paar punten afwijkt van hem op de tweede schijf een radiode oorspronkelijke, Zweedse versie. Zo interview met Cornelis afnemen. Voor een was het orkest eertijds niet “verloren” maar Zweed zal hij altijd de stem blijven van “bevroren”, en de “dans” was “balans” van Baloo in het Jungleboek. terreur. Waarmee we ons dus in de grauwe jaren vijftig bevinden: de tijd van Hij was niet altijd even briljant – zijn Koude Oorlog, spruitjesgeur en schone bedtijdprogramma’s voor de kleintjes schijn. waren inderdaad om zo snel mogelijk bij in slaap te vallen en in het bewuste interview Eigenlijk vreemd, die slechte naam van die met Vreeswijk moet deze hem een paar jaren. Het was immers wél de tijd waarin keer redden uit de fuik waar hij zichzelf Hermans en Reve zich ontplooiden, de tijd heeft ingemompeld – maar als hij van de Vijftigers en van Cobra. Van Jack schitterde was het menens. Begin jaren Kerouac en One flew over the Cuckoo’s zestig was hij één van de aanvoerders van nest. Het lijkt wel of de “culturele revolutie” de “televisiebaarden”, een stel losgeslagen die we meestal gelijkstellen met de jaren creatieven die een serie absurd-satirische zestig, in de kunsten al tien jaar eerder had programma’s maakten waarvan elke ingezet. Voor de muziek kwam daar nog aflevering een andere naam droeg en de revolutie bij van de opkomende steevast eenzelfde publiekstorm uitlokte. platenindustrie. De elektrische Ook als schrijver ging hij alle kanten op: grammofoon begon betaalbaar te worden, van revueteksten op bestelling tot de vinylplaat werd uitgevonden. Binnen dromerige landschapspoëzie, van enkele jaren zou het bezitten en afspelen kinderboeken en een hertaling van de van geluidsdragers de bladmuziek vrijwel Odyssee tot de humanistisch-politieke verdringen als manier om muziek te toonval van het aangehaalde lied. verspreiden. Dat schiep een vraag die voorlopig zou blijven groeien. Dat lied, Mitt Eget Land, schreef hij rond 1956 op muziek van de hoofdpersoon van In Zweden speelde nog een andere factor dit verhaal. mee: halverwege de jaren vijftig werden na
Olle Adolphson (1934-2004) was, zo jong als hij was, een troubadour van het oude stempel. Hij was als tiener al bevriend met Sven-Bertil Taube, zoon en leerling van troubadournestor Evert. Vader Taube nam de jonge dichter onder zijn hoede en zorgde ervoor dat hij al vroeg kon debuteren: op zijn twintigste in de dagbladpers en twee jaar later met zijn eerste bundel. Zelf vond Adolphson ditachteraf te snel geweest; “middelbare schoolpoëzie” noemde hij het, “hoogst vriendelijk gepubliceerd”. Er zouden nog vele, en betere, publicaties volgen, waarin zijn eigen gedichten en liederen vaak gelardeerd zijn met vertalingen en toonzettingen van het werk van anderen. Van vriend en collega Wolgers, maar ook van gevestigde dichters als Nils Ferlin. Huize Taube werd ook de springplank voor zijn muzikale carrière. Af en aan speelde hij als begeleider van Evert Taube, in de studio en voor publiek, wat hem weer de juiste contacten opleverde voor eigen optredens. Met het verdiende geld vertrok hij naar Spanje om zich op de gitaar te bekwamen. In Andalusië bereikte hem een uitnodiging van de Deense zangeres Lulu Ziegler, die naar Stockholm was gehaald om daar het ontluikende cafécabaret te coachen. Zij zocht jong talent voor een voorstelling die zij aan het samenstellen was, en zo werd 1956 het jaar van een driedubbel debuut: naast de dichtbundel ook zijn eerste podiumoptreden in groter verband én de eerste plaatopname. Dat was een EP met twee eigen teksten en drie van Wolgers. Mitt eget land stond daar nog niet op, wel het kinderlied Okända Djur (onbekende dieren), nog steeds een absolute klassieker in de Zweedse kindermuziek. Jaren volgden van rustig stijgende populariteit. Samen met Wolgers verzorgde hij een paar jaar een radioprogramma dat als podium en laboratorium kon dienen voor zijn groeiend oeuvre. Hij was een geziene gast op de podia, nu ook als soloartiest en programmawaard. Het zegt iets over de tijd en het artistieke klimaat dat zijn eerste LP pas in 1962 werd uitgebracht,
nieuwsbrief CVG - jaargang 7 - nummer 3 - pagina 6
De aanloop en de aanleg (vervolg) geen begin maar een terugblik op een repertoire dat al stevig gevestigd was. Hij werd algemeen herkend als de “volgende troubadour”, opvolger van Taube en dóór en door Zweeds. Dat laatste vond hij vreemd. “Mijn gitaarspel komt uit Spanje en mijn liederen zijn chansons en country ballads, wat is daar nou zo Zweeds aan?” Het antwoord is natuurlijk dat het Zweedse lied zichzelf weer opnieuw aan het uitvinden was door nieuwe invloeden, zoals Taube destijds de tango had ingebracht. Jazz-zangeressen als Monica Zetterlund lieten horen dat het Zweeds zich uitstekend leende voor de bigband, en de immens populaire cabaretiér Povel Ramel, later ook door Cornelis vertolkt, maakte een "inspiratiereis" naar de Antillen en kwam met de calypso terug.
De jongeman in kwestie bleek een voor die kringen nogal ongebruikelijke liefhebberij erop na te houden, hij zong liedjes van Bellman. Met een stem om de halve binnenstad mee te vullen. Hij heette Fred Åkerström en wist de jazzprogrammeurs zo gek te krijgen om op dinsdag een avond in te ruimen voor liedzangers. De rest is, om een cliché te gebruiken, geschiedenis. Vispråmen Storken (Liedpraam de Stork), zoals het schip nu ging heten, zou een invloed krijgen die onmogelijk te overschatten valt. Met Lieddag Dinsdag werd een groep artiesten en luisteraars aangeboord die niet zozeer, zoals Adolphson en zijn publiek, hun wortels hadden in het traditionele lied en het chanson, maar eerder in de jazz, de blues en het in die tijd opkomende protestlied. Zo ontstonden er in feite twee verschillende liedtradities naast elkaar, een perfecte setting voor ontwikkeling en vernieuwing.
Swedish Chef
Gräddvåfflor Ingrediënten: 5 eieren 125 gram suiker 150 gram gezeefde bloem 1 theelepel gemalen kardemom of gember 250 ml. zure room 4 eetlepels gesmolten boter
Als muziek die je zacht hoort strijken bij het aanraken van mijn hand En de wereld kent vele rijken maar ze blijven hetzelfde land In dit klimaat van the sky is the limit gebeurde in 1962 heel onopvallend iets dat onbedoeld bepalend zou blijken voor wat erna gebeurde: er werd een jazzclub geopend. Op een schip, een oude vrachtpraam. The Stork Club zou die heten, in navolging van de legendarische club in New York, wat door het nuchtere publiek alras werd vertaald tot de Eiber, Storken in het Zweeds. Schip en club wisten zich beide drijvende te houden, maar de eigenaren bleven zitten met tegenvallende baten door gebrek aan programmering. Met name de dinsdagavond bleef een zorgenkind, tot de vrijwilliger die de garderobe bemande met een onverwacht idee kwam.
Klop de eieren en de suiker samen gedurende 10 minuten met een elektrische mixer in een kom totdat het als een dik lint in de kom terugvalt als je de mixer optilt. Deze creatieve botsing tussen twee rijken Roer er nu met een houten lepel afwisselend de helft van de bloem, de binnen hetzelfde land werd de kardemom of gember en de zure room voedingsbodem waarop een door, en tenslotte de andere helft van de bluesliefhebber uit Holland op de bloem. Klop hier licht de gesmolten boter schouders van reusachtige voorgangers door en zet het mengsel 10 minuten weg. kon klimmen, om het lied een nieuwe Maak een wafelijzer warm zonder het in te richting te geven. vetten, totdat het zo heet is dat een waterdruppel sputtert als die er op valt. Vul Volgende keer: het schip en de vloedgolf het ijzer met de geklopte massa vanuit het midden naar de rand toe. Sluit het ijzer en Voor dit artikel is met name gebruik gemaakt van de website Olle Adolphson – en Minnessida verhit het geheel tot de wafels mooi (goto.glocalnet.net/fransmossbergmusik/OA/Ind goudgeel zijn. ex.htm), waarop uittreksels uit het proefschrift Visans Kontinuum door Frans Mossberg (Lund, 2002). De citaten uit Mitt eget land zijn vertaald door H.W.
Serveren met (wilde)bessen of jam
17 DECEMBER 2006
Cornelis Vreeswijk middag Cafe Silbermann Druifstreek 59 Leeuwarden Met optredens van
Henk Bodde Ibo Bakker en Kees van Velthoven Jan Deurloo
Huldra Tonny Bik Vreeswijk Piter Wilkens
Lidmaatschap: € 11,50 per jaar Familielidmaatschap: € 18,00 per jaar Postbankrekening: 3653447 tnv: Cornelis Vreeswijk Genootschap Veldbies 6 Roden