Dit is een commerciële uitgave van Contentway bij deze krant Campagne Manager: Jeroen van Zonneveld Managing Director: Saïd Laktami Graphic Design: Kiloe van Benthem Redactie: Eltjo Nieuwenhuis en Mecdelawit Ogbamichael Tekst: Fred Pals, Hugo Schrameyer en Jan Koning Gedistribueerd met: Het Financieele Dagblad 2026 Drukkerij: RODI Rotatiedruk. Partner content in deze campagne is tot stand gekomen in samenwerking met onze klanten. Dit zijn commerciële uitingen. Dit is een commerciële uitgave. De FD-redactie heeft geen betrokkenheid bij deze productie.
LIFE SCIENCE & HEALTHCARE
SNELLERE TOEGANG TOT MEDICIJNEN VAN VISIE NAAR UITVOERING LANGER ZELFSTANDING THUIS
04
08
10
Uitgegeven door Contentway Benelux B.V. Keizersgracht 424 NL-1016 GC Amsterdam
Tel: +31 (0)20 241 7763 Web: contentway.nl Email: info@contentway.nl redactie@contentway.nl
september 2026
02
Aangeboden door Gilead Sciences
Van vertraging naar toegang: voor een betere beschikbaarheid van medicijnen in Nederland Nederland draagt bij aan onderzoek van wereldklasse, en toch wachten patiënten hier langer op nieuwe medicijnen dan in de meeste andere Europese landen. Sabine T ews en Anne Sinke van Gilead Sciences Benelux over een paradox die om een oplossing vraagt.
naar praktische oplossingen voor dit dilemma. General manager van Gilead Sciences Benelux Sabine Tews en senior director Medical Affairs Anne Sinke bespreken hier hoe een andere benadering en nauwere samenwerking kunnen bijdragen aan een oplossing voor het toegangsvraagstuk. Tews stuurt de bedrijfsvoering aan en onderhoudt de contacten met overheid, zorgverzekeraars en HTA-instanties; daarnaast is zij bestuurslid van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen en AmCham The Netherlands. Sinke geeft vorm aan de medische en wetenschappelijke strategie achter de innovaties van Gilead.
Een strenger systeem heeft gevolgen voor patiënten en onderzoek Sabine Tews, General manager, Gilead Sciences Benelux
Internationaal staat Nederland al jaren bekend om zijn wetenschap op topniveau, gedragen door een sterk onderzoeksecosysteem van toonaangevende universiteiten en stevige publiek-private samenwerking. Nederlandse onderzoekers worden wereldwijd erkend en klinische studies worden hier volgens de hoogste standaarden uitgevoerd. Toch kennen Nederlandse patiënten, vergeleken met andere Europese landen, een van de langste wachttijden voor innovatieve geneesmiddelen. Volgens de EFPIA W.A.I.T.-indicator liep de gemiddelde tijd tussen Europese goedkeuring en toegang in Nederland in 2025 op tot 493 dagen, tegenover 459 dagen een jaar eerder. Hoe kan een zorgstelsel betaalbaarheid verenigen met snellere toegang tot innovatie? Het antwoord bepaalt zowel de toekomst van de patiëntenzorg in Nederland als de concurrentiepositie van het land als bestemming voor onderzoek van wereldklasse. Gilead Sciences – dat de waarde van zijn medicijnen afmeet aan de impact op patiënten en samenleving – zoekt
De SHINe-studie van Gilead, uitgevoerd met externe experts en IQVIA, laat zien hoe verschillend Europese landen omgaan met toegang tot innovatieve oncologische middelen met aantoonbare, klinisch relevante meerwaarde. In Duitsland is de mediane tijd tot vergoeding van deze behandelingen één maand; in Nederland 20,4 maanden.
Erger nog: 31 procent van de borstkankerbehandelingen met aangetoonde meerwaarde wordt in Nederland in het geheel niet vergoed. Het bedrijf ondervond die dynamiek aan den lijve. Voor een van zijn borstkankerbehandelingen duurde het bijna drie jaar voordat de vergoeding rond was, en een geïndividualiseerde celtherapie van Kite wacht vier jaar na Europese goedkeuring nog altijd op vergoeding. Volgens Sinke begint het knelpunt bij de strengere nationale beoordelingscriteria. “Wat Nederland klinisch relevant vindt, is strenger dan in andere landen – net als wat ons land bereid is te betalen voor innovatie.” Tews, met ervaring in zo’n vijftien Europese markten, deelt die analyse. “Voor oncologische medicijnen stelt Nederland eisen die verder gaan dan de Europese ESMO-richtlijnen. Daarmee ligt de lat hoger voor wat als vergoedbare meerwaarde telt.” Bovendien, voegt zij toe, kunnen de problemen nog eerder beginnen. “Sommige
contentway.nl
Aangeboden door Gilead Sciences rol. In andere Europese landen, zegt Tews, is rechtstreeks contact met het ministerie van Volksgezondheid veel gebruikelijker dan in Nederland. “Het gaat erom dat je je argumenten op tafel legt, het gesprek aangaat en constructief naar een oplossing toewerkt.” Sinke bepleit dat betaalbaarheid en toegankelijkheid geen concurrerende prioriteiten zouden moeten zijn. “Als we ze niet langer als tegenpolen zien en samen op zoek gaan naar de juiste balans, is de kans op een oplossing veel groter.” Die andere invalshoek verschuift het gesprek van uitruil naar gedeelde verantwoordelijkheid. Als nieuwe behandelingen vertraging oplopen of stranden, verliezen patiënten opties, verliezen artsen instrumenten en verliezen onderzoekers de mogelijkheid om vervolgbewijs te genereren. “We hebben een systeem nodig dat uitnodigt tot dialoog in plaats van tot verdediging”, zegt Sinke.
Investeren in plaats van bezuinigen
“Zorg zou gezien moeten worden als een investering, niet louter als een kostenpost”, zegt Tews. Zij wijst erop dat het publieke debat zich op kosten richt, terwijl Nederland tot de landen met de laagste uitgaven aan geneesmiddelen in Europa behoort – zowel als aandeel van het bbp als van het zorgbudget.
goedgekeurde medicijnen, met gerichte maatregelen voor de middelen met de grootste budgetimpact. Met een van de hoogste kankerincidenties van Europa heeft Nederland volgens hem alle reden om naar snellere toegang te streven. “Mijn ideaalbeeld: dat wij het land worden met de snelste toegang, en daardoor als eerste ‘real-world data’ kunnen beoordelen. Met andere woorden: dat we niet alleen bekendstaan om het ontdekken en ontwikkelen van nieuwe medicijnen, maar net zozeer om gelijke toegang voor patiënten.” Voor Tews is de maatstaf voor succes in de toekomst helder: “Nederland hoort dan bij de koplopers van Europa als het gaat om toegang tot innovatie, niet bij de hekkensluiters. Patiënten en hun naasten verdienen tijdige toegang tot de best beschikbare behandelingen. Wij gaan graag het constructieve gesprek aan over hoe we daar komen.” Nederland heeft de kennis en de infrastructuur om de kloof tussen onderzoek van wereldklasse en toegang voor patiënten te dichten. Wat nodig is, is een gedeelde blik op zorg als investering en de bereidheid de industrie als partner te betrekken. Dat helpt vooraanstaand onderzoek aan te trekken, versterkt de Nederlandse concurrentiepositie en – bovenal – komt patiënten ten goede.
Gezondheid zou gezien moeten worden als een investering, niet louter als een kostenpost producten komen de sluisprocedure niet door en bereiken de Nederlandse patiënt dus nooit.” Voor Sinke zijn de gevolgen helder. “Als een behandeling na goedkeuring jarenlang op de plank blijft liggen, schiet het systeem tekort voor patiënten. Nederland heeft een vergoedingsproces nodig dat past bij onze wetenschappelijke kracht.” De internationale context maakt het gesprek nog urgenter. Klinisch onderzoek verschuift steeds vaker naar landen als China, waar studies sneller van start gaan en besluiten over toegang vlotter volgen. “Een trage toegangsketen raakt niet alleen de patiënt van vandaag, maar ook het onderzoek van morgen en de concurrentiekracht van Europa”, zegt Sinke.
Van wantrouwen naar een dynamische dialoog
Gevraagd waar de samenwerking tussen industrie en overheid het meest spaak loopt, is Sinke duidelijk: “Vertrouwen. Ik denk dat het gaat om vertrouwen in elkaar.” Tews plaatst dat in een breder kader. “Bij beleidsmakers leeft het idee dat niet elk product werkelijk innovatief is. We begrijpen dat er kritisch gekeken moet worden. Maar als voorzichtigheid het vertrekpunt is, lopen we vast.” Die terughoudendheid vertaalt zich volgens Tews in een systeem waarin de innovatieve biofarmaceutische industrie zelden aan tafel zit – zelfs niet in een adviserende
Sinke vult aan: “Toegankelijkheid is essentieel, maar we moeten ook blijven investeren in innovatie.” Hij wijst op de langetermijnstrategie van Gilead rond hiv, waarin brede toegang via generieke licenties in regio’s met een hoge ziektelast samengaat met voortdurende investeringen in nieuwe therapieën – het bewijs dat verantwoorde prijsstelling en innovatie elkaar kunnen versterken in plaats van beconcurreren. Tews trekt die redenering door naar de bredere economie. Gilead investeerde de afgelopen jaren fors in de Kite-productiefaciliteit in Hoofddorp, waar CART-celtherapie wordt geproduceerd. De productielocatie bedient meerdere Europese markten en andere regio’s. Volgens Tews geldt: “Landen die zich duidelijk committeren aan medische vooruitgang, zijn doorgaans aantrekkelijker als vestigingsplaats voor toekomstig onderzoek en productie.”
Hoe succes er over vijf jaar uitziet
Kijkend naar de komende vijf jaar stelt Sinke voorkomen boven genezen. “Als Nederland de gezondheid van toekomstige generaties wil verbeteren en de zorg toegankelijk wil houden, moet preventie een centrale plek krijgen in het gezondheidsbeleid.” Hij hoopt dat er tegen die tijd belangrijke aanpassingen zijn gedaan in het Nederlandse proces voor toegang ná registratie – bredere toegang tot door de EMA
Nederland behoort tot de landen in Europa met de laagste uitgaven aan geneesmiddelen - hier als aandeel van het bbp 3
03
Anne Sinke, Senior director, Medical Affairs, Gilead Sciences Benelux
Over Gilead Sciences
Gilead Sciences is een biofarmaceutisch bedrijf dat al bijna veertig jaar medicijnen ontwikkelt voor ernstige ziekten. Wat begon met een focus op hiv, groeide uit tot een wereldwijde onderneming met meer dan 25 geregistreerde therapieën en ruim 17.600 medewerkers. Het onderzoek en de ontwikkeling richten zich op virologie, ontstekingsziekten, oncologie en hematologie, inclusief celtherapie via Kite. In de Benelux is Gilead al ruim twintig jaar actief met ongeveer 1.000 medewerkers in Amsterdam, Brussel en de Kiteproductiefaciliteit voor celtherapie in Hoofddorp, die Europa en andere regio’s bedient.
European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations (EFPIA). Patients W.A.I.T. Indicator 2025 Survey. Gepubliceerd mei 2026. Geraadpleegd op 18 september 2026. 2 Gilead Sciences; IQVIA; Erasmus School of Health Policy and Management; Institute for Medical Technology Assessment; Maastricht UMC+. SHINe Study: Access and Time to Reimbursement for Breast Cancer Treatments in Europe. Gepresenteerd op ESMO Breast Cancer Congress 2026; mei 2026; Madrid, Spanje. 3 OESO (2023), Uitgaven aan geneesmiddelen (indicator). doi: 10.1787/998febf6-en (geraadpleegd op 28 oktober 2025) 1
gilead.nl
04
Snellere toegang tot medicijnen als sleutel tot Nederlands verdienvermogen VOORWOORD
Nederland beschikt over toonaangevende kennisinstellingen, sterke biotechclusters en een uitstekende logistieke infrastructuur. Toch lopen patiënten hier langer te wachten op nieuwe geneesmiddelen dan in veel andere Europese landen. Die vertraging heeft gevolgen die verder reiken dan de zorg alleen: ze raakt direct aan het vermogen van Nederland om internationale investeringen aan te trekken en talent te behouden in een sector die steeds strategischer wordt. vertegenwoordigt 45 internationaal opererende farmaceutische bedrijven die wereldwijd innovatieve geneesmiddelen en vaccins ontwikkelen en op de markt brengen. “Die adviezen zijn heel mooi, maar ze moeten nu wel worden vertaald naar concreet beleid, zodat we dat ook sneller en consistenter kunnen gaan toepassen”, zegt Vos. Carla Vos, Algemeen directeur, VIG
H
et kabinet heeft Life Sciences & Health aangewezen als een van de economische pijlers van Nederland, mede op advies van Mario Draghi en Peter Wennink. Zo’n erkenning is een begin, maar voor Carla Vos, algemeen directeur van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen, is de vraag nu wat er concreet mee wordt gedaan. De vereniging
Economie en zorg als communicerende vaten
Volgens Vos ontbreekt in Nederland een cruciale verbinding. “De overheid maakt geen directe connectie tussen de meerwaarde van innovatieve geneesmiddelen voor de zorg en de meerwaarde ervan voor het economische belang. Die twee domeinen moeten veel meer aan elkaar worden gekoppeld.” De gevolgen zijn merkbaar. Klinisch onderzoek op het gebied van kan-
ker loopt sterk terug in Nederland, harder dan in omliggende landen. Investeringen die eerder voor Europa waren bestemd, gaan nu naar de Verenigde Staten of elders. En geneesmiddelen die in Amerika of China al ruim beschikbaar zijn, komen in Nederland steeds later beschikbaar. Vos wijst op een onderzoek van het gerenommeerde economisch adviesbureau SEO Economisch Onderzoek, waaruit blijkt dat elke euro die in innovatieve geneesmiddelen wordt geïnvesteerd, in Nederland 4,50 euro aan productiviteitswinst oplevert. “We moeten niet alleen kijken naar de prijs van een geneesmiddel, maar naar de bredere waarde die het vertegenwoordigt.”
Drie voorwaarden voor een biotech-koploper
Om Nederland daadwerkelijk naar een leidende positie in Europa te brengen, noemt Vos deze voorwaarden: een sterk innovatieklimaat, meer ruimte voor klinisch onderzoek en snellere toegang tot innovatieve geneesmiddelen voor patiënten, en een betalingsbereidheid van de overheid die beter de waarde van geneesmiddelen weerspiegelt. Daarvoor zijn ook praktische veranderingen nodig, zoals het stroomlijnen
van medisch-ethische toetsingscommissies en het terugdringen van lokale vertragingen bij ziekenhuizen die klinisch onderzoek willen uitvoeren.
We moeten niet alleen naar de prijs kijken, maar naar de bredere waarde van het geneesmiddel “Als wij achterlopen met de introductie van nieuwe geneesmiddelen, zal klinisch onderzoek nooit naar Nederland komen”, aldus Vos. Ze ziet wel beweging bij de overheid. Verschillende ministeries en de premier zelf tonen volgens haar serieuze betrokkenheid. “Maar alleen een end-toend aanpak, van wetenschappelijk onderzoek tot snelle beschikbaarheid voor patiënten, maakt van Nederland een land waar internationale bedrijven structureel willen investeren, onderzoeken én produceren.” Tekst: Fred Pals
KuiperCompagnons – Partner Content
Bouwen voor therapieën die nog niet bestaan Een farmaceutische productiefaciliteit bouwen kost jaren en miljoenen euro’s. Zodra de betonvloer is gestort en de cleanrooms zijn gecertificeerd, kan het productieproces waarvoor ze zijn ontworpen alweer zijn veranderd. Cel- en gentherapieën ontwikkelen zich snel, automatisering verandert logistieke stromen en nieuwe regelgeving vraagt om aanpassingen die niemand vooraf volledig kan voorzien. De vraag is hoe je voorkomt dat een gebouw bij oplevering al verouderd is.
R
ob Kanbier en Betty Aarts, beiden architect bij KuiperCompagnons, houden zich dagelijks bezig met dat vraagstuk. Het Rotterdamse ontwerp- en adviesbureau heeft ruim 30 jaar ervaring met complexe utiliteitsgebouwen voor healthcare en life sciences, van cleanrooms tot faciliteiten voor cel- en gentherapieën.
Flexibiliteit zit in structuur, niet in schuifwanden
“Je ontwerpt nooit uitsluitend voor het proces van vandaag”, zegt Kanbier. “Je ontwerpt voor de bandbreedte van wat een organisatie over tien jaar nodig kan hebben.” Die gedachte vormt de kern van de IGLO-methode. Het bureau
kuipercompagnons.nl
ontwikkelde deze om te komen tot een generieke, modulaire infrastructuur waarbij leidingschachten, laadcapaciteit en klimaatinstallaties zo worden gekozen dat nieuwe apparatuur of gewijzigde werkprocessen kunnen worden ingepast zonder de infrastructuur te slopen. Draagvlak in de organisatie is essentieel, en met een goede procesplanning vooraf kunnen betrokkenen zich vinden in een modulaire oplossing. Organisaties als Sanquin, Kite Pharma en het Erasmus MC passen inmiddels dergelijke flexibele structuren toe. Bij een laboratorium voor Sanquin ontwierp het bureau modules die door twee afdelingen
met verschillende culturen konden worden gedeeld. “We hebben al acht jaar niet hoeven verbouwen”, aldus Kanbier, die erop wijst dat twee modules inmiddels zelfs leegstaan, nadat er eerder nog een ruimtetekort was.
Van CAR-T-therapie tot een gebouw dat bindt
Ook Aarts ontwerpt faciliteiten voor CAR-T-celtherapieën, waarbij patiëntencellen worden bewerkt tot een gepersonaliseerde behandeling. “Bij CAR-T zie je in hoog tempo veranderingen in automatisering en opschaling”, zegt ze. “Een faciliteit die nu voor handmatige productie is ingericht, moet over vijf jaar misschien geavanceerde robotica bevatten. Als je dat niet aan de voorkant meeneemt, betaal je het dubbele later.” Naast het proces speelt ook de werkomgeving een rol: gebouwen moeten geschikt personeel aantrekken en vasthouden. Daglicht in cleanroomgangen en informele ontmoetingsplekken dragen bij aan een
prettige werkomgeving en kunnen zo een merkbaar verschil maken. Voor opdrachtgevers blijft de vraag naar de kosten van extra flexibiliteit reëel. Kanbier draait die vraag liever om. “De vraag is niet wat het aan de voorkant kost. De vraag is wat het kost als je het niet doet en over acht jaar alles opnieuw moet aanleggen.” Voor hem gaat het uiteindelijk om meer dan techniek alleen: gebouwen zijn er voor mensen, en de manier waarop een gebouw zich verbindt met zijn omgeving en bijdraagt aan een groter geheel is bepalend voor wat er werkelijk tot stand komt. “Als je die integratie bewerkstelligt, wordt het een magneet”, zegt hij.
Rob Kanbier en Betty Aarts, Architecten, KuiperCompagnons
contentway.nl
Aangeboden door ICON Nederland
05
Gespecialiseerd geneesmiddelenonderzoek met internationale impact De ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen stelt steeds hogere eisen. Onderzoeksvragen worden specifieker en vragen om inzicht in meer dan alleen de veiligheid en werking van een geneesmiddel. Dat vraagt om gespecialiseerde kennis, medische expertise en infrastructuur die daarop is ingericht.
M
eer dan 40 jaar ervaring, eigen onderzoeksfaciliteiten en gespecialiseerde expertise vormen de basis voor het vroegfaseonderzoek dat ICON uitvoert voor internationale farmaceutische bedrijven. Samenwerkingen met zelfstandige behandelcentra en met ziekenhuizen, zoals het UMCG in Groningen, breiden die mogelijkheden verder uit.
Complexe vragen vereisen gespecialiseerde kennis In de vroege fase van geneesmiddelenonderzoek wordt onder meer onderzocht hoe een geneesmiddel zich in het menselijk lichaam gedraagt en of er eventueel sprake is van bijwerkingen. Vaak zijn gezonde deelnemers de eerste mensen op wie een middel wordt getest.
“De ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen is complex”, stelt Jan Leendert Brouwer, cardioloog en medisch directeur van ICON Nederland. “We hebben de ervaring, de mensen, de infrastructuur, de kennis en het netwerk. Tegelijkertijd blijven we innoveren om onderzoek steeds beter en efficiënter uit te voeren, met veiligheid en kwaliteit als uitgangspunt.”
Vroeg inzicht maakt gerichte keuzes mogelijk De vragen vanuit de farmaceutische wereld worden steeds specifieker. Onderzoekers willen niet alleen weten óf een geneesmiddel werkt, maar ook waar en op welk biologisch niveau het effect ontstaat. Daarvoor zijn specifieke metingen, geavanceerde beeldvorming of onderzoek bij patiënten nodig. “Je wilt zo vroeg mogelijk betrouwbare informatie hebben over de veiligheid, werking en effectiviteit van een middel”, zegt Brouwer. “Is de uitkomst negatief, dan stopt de ontwikkeling. Hoe eerder een opdrachtgever dat weet, hoe efficiënter de verdere ontwikkeling kan verlopen. Zo worden deelnemers niet onnodig blootgesteld aan onderzoeksmedicatie en kunnen tijd en middelen doelmatig worden ingezet.”
Van gezonde deelnemers naar patiëntstudies
Een belangrijke ontwikkeling voor ICON in Nederland is de samenwerking met het UMCG. De Clinical Research Unit van ICON bevindt zich op het terrein van het Groningse ziekenhuis. Die ligging biedt toegang tot aanvullende medische expertise en ziekenhuisfaciliteiten. De unit beschikt over twaalf bedden die uitsluitend voor onderzoek worden gebruikt. Zo kan vroegklinisch onderzoek plaatsvinden in een academische ziekenhuisomgeving, zonder reguliere ziekenhuisbedden te gebruiken. Ook kan onderzoek worden gedaan onder patiënten. “De samenwerking met het UMCG is voor ons een belangrijke stap in kennisontwikkeling”, zegt Brouwer. “We kunnen daardoor niet alleen onderzoek doen onder gezonde deelnemers, maar ook onder patiënten, in een ziekenhuisomgeving.” Lennaert Hoek, physician assistant en onderzoeker bij ICON, ziet dat in de praktijk. “In de Clinical Research Unit kunnen we gebruikmaken van medische en
Jan Leendert Brouwer en Lennaert Hoek, ICON Nederland
wetenschappelijke faciliteiten van het UMCG die we niet in eigen huis hebben. Daarmee kunnen we beter inspelen op de steeds specifiekere eisen die aan vroegfaseonderzoek worden gesteld.”
Technologie als onderdeel van onderzoek
Een voorbeeld is cardiovasculair onderzoek. Bij hart- en vaatziekten is het belangrijk om niet alleen symptomen of bloedwaarden te meten, maar ook te zien wat een geneesmiddel in het lichaam doet. Daarvoor wordt geavanceerde beeldvorming ingezet, zoals PET en MRI. “We werken samen vanuit ieders eigen expertise en verantwoordelijkheid”, zegt Hoek. “Juist dat maakt het tot een krachtig geheel. Het is het beste van twee werelden.”
van onderzoeksmiddelen. Het uitgangspunt blijft: zo vroeg mogelijk betrouwbare antwoorden krijgen, zonder concessies aan zorgvuldigheid, kwaliteit en veiligheid. Nederland biedt daarvoor een sterke onderzoeksomgeving, waarin academische centra, gespecialiseerde onderzoeksorganisaties en internationale bedrijven elkaar kunnen versterken. Zo kunnen onderzoeksvragen uit de internationale farmaceutische industrie vanuit Nederland worden vertaald naar concrete studies.
Van Groningen naar de wereld
Daarmee laat ICON zien dat internationaal geneesmiddelenonderzoek niet voorbehouden is aan de grote, bekende onderzoekscentra. Ook vanuit een gespecialiseerde onderzoeksomgeving in Noord-Nederland kan kennis worden ontwikkeld die wereldwijd relevant is.
Onderzoek wordt sterker waar expertise samenkomt Wetenschap houdt niet op bij de onderzoeksunit
De samenwerking met wetenschappers en kennisinstellingen komt ook tot uiting in internationale publicaties. Een recent voorbeeld is onderzoek naar een nieuw geneesmiddel tegen hartfalen, waarover werd gepubliceerd in The Lancet. Het onderzoek werd uitgevoerd op veertien locaties in vier Europese landen, met onderzoekers van verschillende academische centra en ICON. “ICON staat hier niet alleen als uitvoerder van een studie, maar maakt als commerciële onderzoeksorganisatie deel uit van een internationaal wetenschappelijk onderzoeksteam”, zegt Brouwer.
Kennis, infrastructuur en samenwerking
Juist de combinatie van medische kennis, technologie en gespecialiseerde onderzoeksfaciliteiten maakt complex vroegklinisch onderzoek mogelijk. ICON beschikt daarbij over eigen mogelijkheden voor het bereiden en verwerken
geneesmiddelenonderzoek.nl
06
Aangeboden door Roche
Nederland wacht lang met ingrijpen, terwijl vroege opsporing levens kan redden Vrijwel iedereen krijgt in het leven met kanker te maken, als patiënt of als naaste. Het zorgsysteem is momenteel vooral nog ingericht op het moment dat de ziekte al is vastgesteld, niet op het vroeg opsporen ervan. Die late interventie kost tijd, geld en uiteindelijk ook gezondheidswinst. Diagnostische technologie wordt intussen steeds preciezer, maar de organisatie van de zorg houdt daar geen gelijke tred mee. Wie eerder ziet wat er aan de hand is, kan eerder ingrijpen, en dat scheelt uiteindelijk in het aantal mensen dat een ziekenhuisbed nodig heeft.
concurreren op kosten, heeft weinig belang bij een uitgebreider testpakket, ook al zou dat verderop in het traject geld besparen. Winzenried wijst erop dat minder diagnostische ondersteuning in de praktijk niet minder kosten betekent, maar kosten die pas later zichtbaar worden, wanneer een ziekte die eerder was gemist alsnog behandeld moet worden.
Andrew Plank & Simon Winzenried, Roche Pharma Nederland & Roche Diagnostics Nederland
Dat spanningsveld staat centraal bij Roche, waar Simon Winzenried leiding geeft aan Roche Diagnostics Nederland en Andrew Plank aan Roche Pharma Nederland. Beide takken van het bedrijf werken in de praktijk nauw samen, zoals bijvoorbeeld in de oncologie, waar diagnose en behandeling steeds meer in elkaar overlopen.
Diagnostiek beslist mee, maar wordt anders gefinancierd
Diagnostiek vertegenwoordigt in Nederland ongeveer anderhalf tot twee procent van de zorguitgaven, maar bepaalt volgens Winzenried meer dan 70% van de medische beslissingen. Er zit echter een probleem in de manier waarop investeringen in diagnostiek worden gewaardeerd. Laboratoria worden afgerekend op hun kosten, niet op het grote positieve kosteneffect van een tijdige diagnose op de gehele zorg. “We kijken naar individuele kostencentra in plaats van naar de hele reis van een patiënt”, aldus Winzenried. Hij noemt de ziekte van Alzheimer als voorbeeld. Waar de financiering van een test al snel tegen beperkte budgetten aanloopt, is vroege opsporing technisch en organisatorisch wel gewoon mogelijk, ook via de huisarts. Ook de manier waarop laboratoria worden gefinancierd, speelt Nederland parten. Een laboratorium dat moet
Van gokken naar gericht behandelen
Tijdige, nauwkeurige en doelgerichte diagnostiek voor de juiste patiënt op het juiste moment maakt een betere en tijdige behandeling van patiënten mogelijk. Door vooraf een gerichte diagnostische test uit te voeren, bijvoorbeeld bij borstkanker, kan direct worden bepaald welke geneesmiddelen mogelijk effectief kunnen zijn. Artsen zien dan meteen welke patiënt wel of niet zal reageren, zonder tijd te verspillen aan een behandeling die toch weinig kans van succes heeft voor de specifieke patiënt.
Het gaat niet om kosten, maar om waarde Kunstmatige intelligentie versnelt die precisie verder. Roche nam onlangs PathAI over, een specialist in AI voor kankeronderzoek, om patronen in weefsel te herkennen die met het blote oog moeilijk te zien zijn. Ook nextgeneration sequencing, waarmee de genetische code van een tumor in kaart wordt gebracht, levert steeds meer bruikbare informatie op voor gerichte behandeling. Die ontwikkeling staat volgens Winzenried nog aan het begin. Zo speelt diagnostiek bij de verdere behandeling ook een cruciale rol. Hoe dat er in de praktijk uitziet, laat Winzenried zien aan de hand van borstkanker. Vanaf vijftig jaar kunnen vrouwen in Nederland deelnemen aan het
bevolkingsonderzoek naar borstkanker. Hierbij wordt standaard een mammografie gebruikt. Bij een afwijkende uitslag volgt een biopsie, waarbij weefsel naar een pathologielab gaat. Daar bepalen biomarkers en de blik van een patholoog of cellen gezond zijn of niet. Roche ziet kansen in nieuwe technologieën waarbij wordt gekeken hoeveel tumorcellen er in het bloed circuleren, om daarmee eerder de juiste behandeling voor een patiënt te selecteren. Bij een verdergaande diagnose kan deze waarde herhaaldelijk worden gemeten. Neemt het aantal af, dan werkt de behandeling. Blijft het gelijk of loopt het op, dan is het tijd om een andere route te overwegen.
De prijs van een medicijn is niet de waarde ervan
Bij Roche Pharma ligt de nadruk op hoe de effecten van behandeling worden gemeten. Volgens Plank gaat de discussie in Nederland vaak over de kostenpost van een medicijn, terwijl de opbrengst grotendeels buiten het zorgbudget valt. Minder ziekenhuisopnames en eerder terugkeren naar werk tellen in die berekening vaak maar beperkt mee. Plank onderbouwt dat met een cijfer van het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL): een op de twee Nederlanders krijgt op enig moment in het leven kanker. Bijna niemand blijft er dus geheel buiten schot, als patiënt of als naaste. Die brede maatschappelijke impact is volgens Plank precies de reden waarom investeringen in vroege diagnose en behandeling zich op termijn terugbetalen, ook al zijn ze in eerste instantie duur. “Het gaat niet om kosten, maar om waarde”, aldus Plank. “Slechte gezondheid kost de wereldeconomie naar schatting vijftien procent van het bruto binnenlands product per jaar”, voegt hij toe. Wie alleen naar de lijn in het zorgbudget kijkt, mist volgens hem het grotere plaatje van verloren arbeidsproductiviteit en vermijdbare zorgkosten. Diezelfde afweging speelt bij nieuwe kankermedicijnen. Niet alle middelen die het Europees Geneesmiddelenbureau goedkeurt, worden in Nederland ook vergoed. Plank benadrukt dat het essentieel is dat een middel werkt, maar als de meerwaarde ervan niet wordt erkend, bereikt het patiënten alsnog niet. Critici stellen weleens dat farmaceutische bedrijven de maatschappelijke waarde van hun medicijnen breed
Aangeboden door Roche
uitmeten om hoge prijzen te rechtvaardigen. Plank herkent dat beeld niet. Volgens hem tonen de eigen cijfers van KWF Kankerbestrijding dat uitkomsten zonder goede diagnostiek en behandeling doorgaans slecht zijn, en dat de winst in overlevingskansen juist voortkomt uit betere diagnostiek en betere behandeling. Het systeem staat onder druk, zegt hij, en dat leidt tot uiteenlopende opvattingen over de oplossing, maar dat is volgens hem iets anders dan het overdrijven van waarde.
tiek en behandelingen steeds vaker in immuno-oncologie, waarbij het eigen immuunsysteem van de patiënt wordt ingezet naast of in combinatie met gerichte therapie. Dat is volgens Plank het gebied waar voor patiënten en de maatschappij veel waarde te behalen valt, en het is ook waar diagnostiek en farmacie het dichtst op elkaar aansluiten.
Klinisch onderzoek is in die discussie een graadmeter. Een recent rapport over de Nederlandse biotechnologiesector laat volgens Plank zien dat het klimaat voor klinische studies op onderdelen verslechtert. Het aantal klinische studies is in Nederland tussen 2021 en 2025 met 46% afgenomen. Deze ontwikkeling kan tot gevolg hebben dat innovatie minder snel bij patiënten terechtkomt. Tegelijkertijd ziet Plank ook dat Nederland een uitstekende uitgangspositie heeft op het gebied van klinisch onderzoek.
Een laboratorium dat concurreert op kosten, heeft geen belang bij een breder testpakket dat later in het traject geld bespaart
Roche combineert in klinisch onderzoek zijn diagnos-
Een oplossing verwacht Plank niet van één partij alleen. Roche onderzoekt samen met andere partijen nieuwe toegangsmodellen, waarbij niet de prijs van een medicijn voorop staat maar het aantoonbare effect ervan bij de patiënt. Dat vraagt om een overheid, zorgverzekeraars en
contentway.nl
07
industrie die dezelfde gegevens gebruiken om te bepalen wat een behandeling werkelijk oplevert, in plaats van elk slechts vanuit het eigen budget te redeneren.
Toegang tot nieuwe behandelingen duurt te lang Ook na goedkeuring door het Europees Geneesmiddelenbureau loopt Nederland vertraging op. Plank noemt toegangstijden van vier- tot zeshonderd dagen voordat een goedgekeurd medicijn bij patiënten terechtkomt.
Diezelfde vertraging speelt bij screening. Vrouwen wachten na een bevolkingsonderzoek soms twee weken op uitsluitsel, terwijl sneller testen technisch mogelijk is. Wat ontbreekt, is de bereidheid om over de grenzen van het eigen ziekenhuis of budget heen te kijken. Winzenried noemt oncologie, cardiovasculaire ziekten en dementie als gebieden waar Nederland met gerichte keuzes snel vooruitgang kan boeken. Plank pleit voor bredere samenwerking tussen overheid, zorgverzekeraars en industrie, gebaseerd op gedeelde data over wat behandeling werkelijk oplevert. Winzenried is desondanks optimistisch over de basis waarop Nederland kan voortbouwen. De academische kennis, de laboratoria en de technologie zijn er al, zegt hij, meer dan in veel andere landen. Wat nog moet gebeuren, is een duidelijke beslissing om die middelen anders in te zetten. Wat resteert, is een keuze om diagnostiek en behandeling niet los van elkaar te bekijken, maar als onderdeel van één traject waarin vroeg ingrijpen de norm wordt in plaats van de uitzondering. Voor Winzenried en Plank betekent dat vooral geduld en volharding: geen doorbraak in één jaar, maar stapje voor stapje zorgen dat ziekten eerder worden ontdekt en daardoor beter te behandelen zijn.
roche.nl M-NL-00003072
08
Van visie naar uitvoering in digitale zorg EXPERTS
De Nederlandse zorg staat niet alleen onder druk door personeelsschaarste en een oplopende zorgvraag, maar ook door knelpunten in de manier waarop informatie wordt gedeeld en het werk is georganiseerd.
V
olgens Bianca Rouwenhorst, directeur Informatiebeleid en CIO bij het ministerie van VWS, moet de zorg “van visie naar uitvoering”. De richting is er al: de Nationale Visie en Strategie (NVS) voor het gezondheidsinformatiestelsel. Maar de vrijblijvendheid moet eraf. “We moeten echt gaan samenwerken. Niet meer ieder voor zich.” Databeschikbaarheid is daarbij een voorwaarde om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden.
techniek en beleid; het is een organisatieen veranderopgave. Vertrouwen is essentieel: zonder vertrouwen in data en het verantwoorde gebruik ervan, blijft uitwisseling achter.” Voor patiënten moet dat in de praktijk betekenen dat gegevens beschikbaar zijn voor wie ze nodig heeft, op het moment dat ze nodig zijn, zonder dat zij hun verhaal telkens opnieuw hoeven te doen. “De burger wil dat het werkt: veilig, betrouwbaar en begrijpelijk.”
Die urgentie is zichtbaar op de werkvloer. Zorgverleners besteden te veel tijd aan administratie, terwijl systemen en standaarden versnipperd zijn. “De zorgprofessional wil minder administratie en meer tijd voor de patiënt. Data moeten de zorg ondersteunen, niet andersom. Daarom is het zaak die versnippering tegen te gaan, zonder het wiel opnieuw uit te vinden, en met behoud van wat al werkt.”
Kjeld Aij, business director Erasmus MC, verlegt de discussie over arbeidsmarktkrapte naar een andere bron: verzuim. Niet het tekort zelf, maar het hoge ziekteverzuim is volgens hem het meest onderschatte probleem. Volgens Aij levert een verlaging met enkele procentpunten direct de inzet van tienduizenden medewerkers op. “We praten in percentages, maar de absolute aantallen zijn confronterend.” Technologie kan helpen, al waarschuwt Aij voor overschatting van AI. “Ik geloof in de mens in combinatie met technologie”, zegt hij.
De opgave gaat verder dan ICT alleen. “Het draait niet alleen om
Arbeidsmarktkrapte
Digitale processen kunnen administratieve lasten verlagen en uitval eerder signaleren, maar eerdere digitalisering heeft soms ook het vak uitgehold, bijvoorbeeld door minder direct patiëntcontact. Beide verhalen raken dezelfde kern: de zorg red je niet met losse tools, maar met betere organisatie. Dat geldt ook voor databeschikbaarheid. Initiatieven als Health-RI en Stichting CumuluZ Zorgdata werken aan een landelijke infrastructuur om gezondheidsdata veilig beschikbaar te maken voor zorg, onderzoek en innovatie. Ook de European Health Data Space (EHDS), waarvan
belangrijke verplichtingen vanaf 2029 gefaseerd ingaan, vraagt om verdere standaardisering en opschaling. Tegelijk vraagt dit om duidelijke keuzes van bestuurders en politiek. Investeringen in digitalisering hebben alleen effect wanneer organisaties bereid zijn processen aan te passen en samen te werken over sectoren en domeinen heen. Daarmee komen beide lijnen samen: digitale zorg vraagt niet alleen om technologie, maar ook om andere manieren van organiseren en samenwerken. Tekst: Hugo Schrameyer
ADVERTENTIE
Aangeboden door Deerns
contentway.nl
09
Grijp kostendruk aan als kans voor een slimmer ontwerp
Farmaceutische en biotech-bedrijven staan onder aanhoudende financiële druk. De druk op investeringsbeslissingen neemt toe en de kosten van klinische ontwikkeling blijven stijgen. Aan de strikte regelgeving waaraan een laboratorium of productiefaciliteit moet voldoen, verandert intussen weinig: ‘Good Manufacturing Practice’-, ‘Good Laboratory Practice’- en biosafety-normen laten geen ruimte voor improvisatie. Elke investeringsbeslissing in een life sciences-faciliteit is daardoor een afweging tussen directe kostenbesparing en operationele continuïteit, en die afweging wordt in de praktijk te vaak laat in het ontwerpproces gemaakt. 3. Waar loont flexibiliteit in het ontwerp, zodat een ruimte over een paar jaar een ander proces of een andere gebruiker kan huisvesten zonder ingrijpende verbouwing? 4. Welke duurzaamheidsmaatregelen leveren op termijn operationele besparing op, in plaats van alleen meerkosten bij de start? Organisaties die deze vragen vroeg beantwoorden, komen doorgaans uit op een kleinere en gerichtere faciliteit dan aanvankelijk gepland, met een budget en een doorlooptijd die daar ook op aansluiten. Ester Vlielander, Unit Director Life Sciences bij Deerns
Besparen zonder concessies aan kwaliteit begint bij integraal ontwerp. Dit speelt al in de vroege stadia van een project. Zodra een budget onder druk komt te staan, verdwijnen als eerste de posten die niet direct zichtbaar zijn: een testfase, een stuk flexibiliteit in het ontwerp of een installatie die pas op langere termijn rendement oplevert. Het schrappen van zo’n post scheelt vandaag geld op de begroting. Diezelfde post duikt in de exploitatie van morgen vaak opnieuw op, als vertraging in de validatie, als verbouwing zodra een proces verandert of als nonconformiteit die pas bij een audit aan het licht komt.
Vier vragen richten het budget
Wie deze valkuil wil vermijden, moet vier vragen beantwoorden voordat het ontwerp vaststaat. 1. Aan welke regelgeving moet de faciliteit nu voldoen, en welke ontwikkelingen zijn op middellange termijn te verwachten? 2. Welke ruimtes hebben daadwerkelijk een GMP-, GLPof BSL-classificatie nodig, en welke niet?
Wie integraal ontwerpt, ziet kwaliteit en kostenbeheersing samenkomen Fasering als tussenweg
Tussen realisatie van de volledige faciliteit en volledig uitstel ligt een derde route: essentiële infrastructuur eerst realiseren, met een duidelijk pad voor latere uitbreiding. Door een integrale aanpak in de ontwerpfase is een faciliteit vanaf de opening operationeel en conform de regelgeving. Tegelijkertijd blijft uitbreiding of opschaling mogelijk zodra de vraag zich voordoet, zonder dat een eerder gemaakte keuze die uitbreiding blokkeert. Diezelfde logica geldt voor modulair ontworpen laboratoria: ruimtes die zijn opgezet om mee te bewegen met veranderende onderzoekslijnen, nieuwe huurders of technologische ontwikkelingen, veroorzaken bij een wijziging aanzienlijk minder verstoring en kapitaalverlies dan ruimtes die voor één specifiek doel zijn vastgelegd. Die behoefte aan flexibiliteit wordt urgenter naarmate de sector opschuift richting personalised medicine en advanced therapy medicinal products, waarbij kleinschalige, snel aanpasbare
laboratoriumomgevingen de norm worden in plaats van de uitzondering.
Eén ontwerp, meerdere vakgebieden
Kostenbeheersing en kwaliteitsborging vallen alleen samen wanneer de betrokken vakgebieden dat ook doen. Ontwerp van infrastructuur, installatietechniek, contaminatiebeheersing, duurzaamheid en regelgeving grijpen in een life sciences-faciliteit voortdurend op elkaar in. Een aanpassing in de luchtbehandeling raakt tegelijk de energierekening, de indeling van cleanrooms en de validatiestatus. Worden deze vakgebieden los van elkaar georganiseerd, dan ontstaan precies de gaten in het ontwerp die later als meerwerk terugkomen. Wordt de opgave vanaf de eerste schets integraal aangepakt, dan worden de regels en richtlijnen meteen ingebouwd in plaats van achteraf toegevoegd, wat het risico op vertraging verkleint en de validatie versnelt. Wie integraal ontwerpt, ziet kwaliteit en kostenbeheersing samenkomen. Daar ligt ook de kern van een goed advies aan een opdrachtgever: niet alleen ontwerpen wat gevraagd wordt, maar onderscheid maken tussen wat verplicht is vanuit regelgeving, wat waardevol is voor de lange termijn, en wat beter in een latere fase past. Inkoop en directie kijken doorgaans vanuit een ander perspectief naar zo’n afweging; de eerste redeneert vaak vanuit de investering nu, de tweede vanuit de waarde over de gehele levensduur van het gebouw. Beide perspectieven verdienen een eigen, onderbouwd antwoord, niet één en dezelfde generieke aanbeveling. Voor bestuurders en inkopers in de life sciencessector betekent dit vooral een verschuiving in timing: niet de vraag hoeveel een faciliteit mag kosten, maar de vraag welke beslissingen nu al het budget van morgen bepalen. Wie die vraag op tijd stelt, ontdekt dat besparen en kwaliteit geen tegengestelde belangen zijn, maar voorwaarden voor elkaar.
Deerns.nl
10
Langer zelfstandig thuis: technologie werkt pas als mensen ermee kunnen werken T EC H N O LO G I E
Voor mensen met beginnende dementie kan een vertrouwde dagindeling veel betekenen. Weten wanneer er een afspraak is, contact houden met familie en hulp kunnen vragen: het zijn kleine dingen die helpen om thuis het dagelijks leven voort te zetten. Voor familie en zorgverleners is de vraag hoe zij daarbij betrokken kunnen blijven, ook als ze niet steeds aanwezig zijn. een zorgverlener. Zo helpt de technologie haar bij de dagindeling en kan Sanne op afstand betrokken blijven. “Ik kan eigenlijk geen dag meer zonder”, vertelt zij.
Marie-Christine Vierhout, Implementatiepartner Genus Care
E
en voorbeeld uit de praktijk: Mieke heeft beginnende dementie en woont nog op zichzelf. Haar dochter Sanne woont niet in de buurt. Via Genus Care kan zij haar agenda bijhouden en foto’s delen. Mieke krijgt gesproken herinneringen aan afspraken en kan via het scherm contact leggen met haar familie of
De mogelijkheden van zorgtechnologie zijn breder dan herinneringen en beeldcontact. Modulaire systemen kunnen bijvoorbeeld worden uitgebreid met functies voor monitoring en alarmering. Maar meer functies maken de zorg niet vanzelf beter. Een melding heeft pas waarde als duidelijk is wie die ontvangt, wanneer iemand moet handelen en wat er gebeurt als de eerste contactpersoon niet bereikbaar is. In de praktijk vraagt de inzet van zorgtechnologie daarom meer dan alleen de installatie van een systeem. Tico Care begeleidt zorgorganisaties bij de implementatie en kijkt daarbij onder meer
naar de aansluiting op het leven van de cliënt, de werkwijze van zorg professionals en de opvolging van meldingen. Ook de rol van familie vraagt aandacht. Een dochter als Sanne kan de agenda bijhouden en een vertrouwd gezicht op het scherm zijn. Zorgprofessionals blijven verantwoordelijk voor de zorg die zij verlenen. Wat familie kan en wil doen, verschilt per situatie; goede afspraken
maken die samenwerking helder. Voor zorgorganisaties die meer mensen thuis ondersteunen, ligt daar een belangrijke opgave. Technologie kan helpen om contact te houden en veranderingen eerder op te merken. Of dat in de praktijk werkt, hangt af van de mensen eromheen: van Mieke en Sanne tot de zorg professional die weet wat een melding betekent en wat er vervolgens van haar wordt verwacht.
Aangeboden door Pharmatech Consultancy & Training
Kwaliteit begint waar regels begrijpelijk worden Farmaceutische bedrijven beschikken over omvangrijke kwaliteitssystemen, gevuld met procedures, protocollen en certificaten. Ze vormen de ruggengraat van patiëntveiligheid. Maar wie de sector van dichtbij kent, weet dat papier alleen geen kwaliteit garandeert. Het echte werk gebeurt op de vloer, waar medewerkers moeten begrijpen wat ze doen, waarom dat ertoe doet en welke verantwoordelijkheid zij dragen.
L
oes Homan Bode ziet dat dagelijks. Als managing director, consultant en trainer bij Pharmatech Consultancy & Training werkt zij met organisaties aan GMP-, GDP- en bredere GxP-vraagstukken. De onderneming ondersteunt al meer dan 25 jaar bedrijven bij validatie, implementatie, Annex 1-vraagstukken, verbouwingen en audits. Maar vooral ziet Homan Bode hoe groot de kloof tussen procedure en praktijk kan zijn.
Kwaliteit werkt pas als mensen begrijpen waarom Van regels naar begrip
“Een procedure is een hulpmiddel, geen gedragsverandering”, zegt ze. Veel documenten worden geschreven door specialisten, maar niet altijd gelezen door
specialisten. Medewerkers op de werkvloer denken anders, beslissen anders en hebben andere informatie nodig. “Als het ‘waarom’ ontbreekt, blijft een handeling een kunstje. En een kunstje houdt geen kwaliteit overeind.” Een trainingsvoorbeeld illustreert dat. Apothekersassistenten die al jaren in een ziekenhuis werken, krijgen een doorgesneden spike te zien. Pas dan wordt zichtbaar hoe het hulpmiddel precies werkt en waarom een kleine afwijking in de handeling grote gevolgen kan hebben. “We horen dan vaak: ‘Had ik dit maar jaren eerder geweten.’ Dat is het verschil tussen instructie en echte training.”
onschuldig”, zegt Homan-Bode. “Maar structureel uitstel vergroot het risico op vermijdbare problemen.”
Verantwoordelijkheid kun je niet uitbesteden Digitalisering en AI kunnen ondersteunen, maar zijn geen vervanging voor professioneel oordeel. “Technologie helpt, maar verantwoordelijkheid kun je niet uitbesteden. Medewerkers moeten kritisch blijven en begrijpen wat ze doen.” Die brede blik komt samen in de GMP & GDP Driedaagse van Pharmatech in maart 2027, waar professionals in 39 workshops hun kennis verdiepen en ervaringen uit de praktijk uitwisselen.
Een kwaliteitscultuur
Volgens Homan Bode ligt daar een cruciale rol voor organisaties: medewerkers niet alleen vertellen wat de regel is, maar laten zien hoe die samenhangt met product, proces en patiëntveiligheid. Begrip leidt tot eigenaarschap, en eigenaarschap vormt de basis van een cultuur waarin kwaliteit niet iets is van de kwaliteitsafdeling, maar van iedereen. Leiderschap speelt daarin een sleutelrol. De formele verantwoordelijkheid ligt bij de directie, maar kwaliteit is een keten. “Als één schakel niet aansluit, of dat nu de directie, de kwaliteitsafdeling of de werkvloer is, wordt het lastig om kwaliteit duurzaam te borgen.” Ondertussen neemt de druk op de sector toe. Goed opgeleide medewerkers zijn schaars, de werkdruk stijgt en daardoor komen trainingen, zelfinspecties en het onderhoud van systemen en apparatuur sneller in de verdrukking. “Op korte termijn lijkt uitstel soms
Loes Homan-Bode, Managing director, consultant en trainer, Pharmatech Consultancy & Training
consultancy & training
Pharmatech Consultancy & Training
Aangeboden door smartQare
contentway.nl
11
Drie metingen per dag zijn niet meer genoeg
Een verpleegkundige controleert een patiënt op een gewone verpleegafdeling doorgaans drie keer per dag: onder meer temperatuur, zuurstofsaturatie, hartslag en ademhaling. Tussen die meetmomenten blijft een patiënt urenlang buiten beeld van het zorgteam. Bij een sluipende achteruitgang is dat een probleem, want de eerste signalen ontstaan vaak ruim voordat iemand ze opmerkt. Terwijl het aantal patiënten groeit en het aantal verpleegkundigen niet, wordt die blinde vlek een steeds groter risico. Continue meting van vitale waarden moet dat gat dichten, mits de techniek past in de dagelijkse ziekenhuispraktijk. smartQare, opgericht door twee ondernemers die zelf op zoek waren naar goede zorg op afstand voor een naaste, ontwikkelde hiervoor een oplossing. De wearable viQtor, gedragen op de bovenarm, meet vitale waarden continu in plaats van drie keer per dag. Dat levert 1.440 datapunten per vitale waarde per etmaal op. Dankzij een eigen simkaart blijft de patiënt overal verbonden, in het ziekenhuis, onderweg of thuis, vertelt commercieel directeur Johan Vooren. “Door meer data krijg je een beter beeld van de patiënt”, aldus klinisch directeur Sabine van Zundert. In een onderzoek met het Catharina Ziekenhuis Eindhoven werden 516 patiënten gevolgd. De wearable bleek zes tot acht uur voordat de situatie van een patiënt verslechterde al afwijkende signalen te tonen. Het tweede product is Healthdot: een pleister op de onderste rib die hartslag en ademhaling meet. Deze kan vooral ingezet worden om patiënten na een operatie eerder en veiliger naar huis te laten gaan.
Ziekenhuispraktijk en het bewijs
Chirurg Simon Nienhuijs van het Catharina Ziekenhuis Eindhoven zocht een manier om patiënten na een maagverkleinende operatie dezelfde dag naar huis te laten gaan. Samen met anesthesioloog Arthur Bouwman, die vanuit de TU Eindhoven onderzoek doet naar perioperatieve monitoring, testte hij eerst de Healthdot in de kliniek, waarna het inmiddels bij patiënten thuis wordt ingezet. Van de ruim 800 bariatrische operaties per jaar
verloopt inmiddels de helft in dagbehandeling. Volgens de studie betekent dit dat patiënten gemiddeld een dag eerder naar huis kunnen, goed voor 60 procent minder ziekenhuisdagen voor deze groep. Op de chirurgische afdelingen die zijn overgestapt op continue monitoring met de viQtor wint een verpleegkundige gemiddeld tien minuten per patiënt per dag, tijd die nu naar voorbereiding en patiëntcontact gaat. Patiënten melden zelf een rustigere nacht, en het ziekenhuis ziet ook minder heropnames doordat een dreigende terugval eerder wordt gesignaleerd. Het effect is zo groot dat verpleegkundigen inmiddels liever diensten draaien op afdelingen waar continu gemonitord wordt. “We willen al niet meer zonder”, aldus Nienhuijs.
We willen al niet meer zonder deze manier van monitoren Minder alarmen, meer vertrouwen
De grootste zorg bij continue monitoring is niet de techniek zelf, maar het risico dat verpleegkundigen worden overspoeld met meldingen. Bouwman wijst op de cijfers van het bestaande verpleegkundige oproepsysteem: op sommige afdelingen komen wekelijks duizenden door het ziekenhuissysteem gegenereerde meldingen binnen. “Met monitoring willen we dit juist terugbrengen tot signalen die er echt toe doen. Alarmen toevoegen aan die bestaande stroom is een route naar mislukking”, aldus Bouwman. Het ziekenhuis koos er bewust voor niet elk signaal door te sturen en de afdeling niet te laten aanvoelen als een intensive care. “De drempelwaarde moet je per patiënt goed afstellen, anders dreigt alarmmoeheid. Sterker nog, verpleegkundigen ervaren door de wearables juist meer structuur en rust”, zegt Van Zundert.
een belangrijke rol: smartQare werkt in een consortium samen met de TU Eindhoven, het Catharina Ziekenhuis en Philips, met Demcon en VDL als productiepartners. Internationaal lopen al trajecten met het Karolinskaziekenhuis in Stockholm, de NHS in Engeland en zorgverzekeraar Discovery in Zuid-Afrika. Structurele bekostiging van dit soort innovatie zou breed in Nederland veel kunnen betekenen: minder werkdruk en betere, passende zorg. Ziekenhuizen bouwen nu nog per afdeling een eigen businesscase, maar een vaste vergoedingscode ontbreekt. “Dat blijkt in de Nederlandse context nog erg ingewikkeld”, aldus Vooren, die ook op zorgverzekeraars en de politiek wijst als partijen die dit zouden moeten stimuleren. Hij prijst het Catharina Ziekenhuis, dat laat zien dat de businesscase positief kan uitpakken. Het Catharina Ziekenhuis heeft deze oplossing inmiddels op alle snijdende afdelingen operationeel en werkt aan uitbreiding naar meer afdelingen. Nienhuijs ziet de volgende stap al voor zich: monitoring die al voor de operatie begint en na ontslag doorloopt in het herstel. Vooren schat dat minimaal vijftig procent van de ziekenhuisbedden op termijn baat kan hebben bij een vorm van continue monitoring: “Ik denk dat we het potentieel hiervan nog maar net beginnen te benutten.”
Sabine van Zundert, Chirurg Simon Nienhuijs, anesthesioloog Arthur Bouwman & Johan Vooren
Opschalen vraagt om meer dan bewijs
Landelijk hebben inmiddels meer dan twintig ziekenhuizen de eerste stappen gezet naar deze vorm van continue monitoring, met de ambitie de zorg beter en betaalbaar te houden. De regio Brainport speelt daarbij
Voor meer informatie: smartqare.com
12
Aangeboden door Light Tree Technology
De volgende behandelkamer staat gewoon thuis Personeelstekort, oplopende zorgkosten en een groeiende behoefte aan schaalbare zorg dwingen tot een fundamentele vraag: welke behandelingen moeten echt in een ziekenhuis plaatsvinden, en welke niet? Non-invasieve technologieën als lichttherapie bieden een oplossing. Maar tussen een veelbelovend klinisch protocol en een veilig thuisapparaat gaapt een kloof die groter is dan ze lijkt. “De wetenschap achter licht is in tien jaar volwassen geworden”, zegt Kim Markwat, medeoprichter en CEO van Light Tree Technology. “Licht heeft een biologisch effect, maar de kwestie is hoe je dat effect betrouwbaar en veilig in handen van een gebruiker legt.” Dat is een ingenieursvraagstuk, geen wetenschappelijk vraagstuk. Golflengte, irradiatie, behandelduur en warmteontwikkeling moeten reproduceerbaar zijn, niet één keer in een laboratorium, maar tienduizend keer op een productielijn. Het usability-aspect voegt een extra laag toe. “Als de dokter er niet meer naast staat, moet het apparaat zelf het protocol dragen”, zegt Markwat. “Met bijvoorbeeld een app of de juiste voorinstellingen op een device kan een gebruiker dagelijks door het juiste behandelprotocol worden geleid, zonder de achterliggende medische kennis te beheersen.” Een concreet voorbeeld is geelzucht bij pasgeborenen, die doorgaans in het ziekenhuis met lichttherapie wordt behandeld. Ook bij acne kan lichttherapie worden ingezet. Light Tree Technology heeft apparaten ontwikkeld
waarmee dergelijke behandelingen thuis kunnen plaatsvinden. Zo komt capaciteit in het ziekenhuis vrij.
Regelgeving als drempel
De grootste belemmering voor brede toepassing ligt niet in de technologie. “Regelgeving is de grootste uitdaging”, zegt Markwat. “In Europa is het buitengewoon moeilijk voor bedrijven om een product gecertificeerd op de markt te brengen met de juiste medische claims. Een startup met een goed idee, bijvoorbeeld groen licht tegen migraine, moet honderdduizenden euro’s investeren voordat het één product mag verkopen.”
gehele keten in eigen beheer. Productontwikkeling en certificering vinden plaats in Nederland, productie in eigen fabrieken in China en India. “Als je R&D en productie scheidt, loop je het risico iets te ontwerpen dat niet maakbaar blijkt. Wij zitten aan beide kanten van die tafel.” Dat model werkt direct door in de kosten. “Een klant die eerder in Nederland produceerde, betaalt nu een vijfde per eenheid. Die kostenbesparing komt uiteindelijk ook ten goede aan zorginstellingen.” De komende jaren verschuift een deel van de zorg verder naar huis, te beginnen bij analyse. AI en betere diagnostische technologie stellen mensen in staat aandoeningen eerder zelf te herkennen. De volgende stap is behandeling buiten het ziekenhuis, maar daarvoor moet de infrastructuur wel op orde zijn.
Regelgeving is de grootste uitdaging Onder de EU MDR (Medical Device Regulation) zijn de eisen voor medische hulpmiddelen fors aangescherpt. Tegelijkertijd maken beperkte capaciteit en kennis bij notified bodies het certificeringsproces complex en tijdrovend. Markwat noemt het resultaat paradoxaal: “De lat ligt hoog voor veiligheid, maar dat blokkeert ook innovatie. Veel klanten starten daarom eerst in de Amerikaanse markt, waar de overheid het makkelijker maakt om medische producten te introduceren. Europa loopt achter.” Light Tree Technology kiest een andere aanpak: de
Kim Markwat, Medeoprichter en CEO, Light Tree Technology
lighttreetechnology.com
Aangeboden door Sakura Finetek Europe
Kankerdiagnostiek dreigt vast te lopen op tijd, niet op kennis Uit cijfers van het Zweedse Instituut voor Gezondheidseconomie (IHE) en de WHO blijkt dat het aantal kankerdiagnoses wereldwijd van twintig miljoen per jaar naar bijna vijfendertig miljoen zal groeien in 2050. Tegelijk kampen laboratoria met personeelstekorten. In de EU kostte kankerzorg in 2023 al 120 miljard euro en dat loopt tot 2050 met 59 procent op door vergrijzing. Extra personeel aannemen lost dat niet op: die arbeidsmarkt blijft krap. De vraag is hoe pathologie de groeiende instroom bijhoudt zonder aan kwaliteit in te boeten. Sakura Finetek Europe, met Japanse wortels en Europees hoofdkantoor in Nederland, heeft als ambitie de volledige anatomische pathologie te automatiseren. Vandaag ligt de focus op het automatiseren en verbinden van steeds meer van de pre-analytische workflow, met minder onnodige handmatige handelingen en minder variatie. “De uitdaging is hoe we diagnostische capaciteit vergroten zonder aan kwaliteit in te leveren”, zegt Jaap Stuut, president van het bedrijf.
Minder handmatig werk, meer expertise
Momenteel doorlopen weefselmonsters meerdere stappen met handmatige overdracht, transport en wachttijd. Sakura wil die processen verbinden en standaardiseren. “Het doel is niet om mensen te verwijderen, maar om onnodige handmatige tussenkomst weg te nemen”, aldus Stuut. Medewerkers krijgen zo ruimte voor kwaliteitscontrole, uitzonderingen en specialistisch werk. In een Scandinavisch laboratorium
verbeterden de doorlooptijden aanzienlijk na herinrichting en gedeeltelijke automatisering van de workflow, terwijl het aantal aanvragen toenam. In één specifieke workflow werd zelfs ruim vijfennegentig procent gediagnosticeerd binnen dezelfde dag, al vertaalt dat volgens Stuut niet zomaar naar elk ziekenhuis. De kwaliteit van de fysieke slide blijft fundamenteel nu pathologie steeds digitaler wordt. Variatie bij het verwerken, snijden of kleuren verdwijnt niet in de scanner. Daarom werkt Sakura in een nieuw partnerschap met Hamamatsu Photonics aan een betere verbinding tussen hoogwaardige pre-analyse en digitale pathologie. Stuut: “AI kan alleen zo goed zijn als de kwaliteit van het materiaal en de data die het ontvangt.”
winst van automatisering. “Dat komt omdat je het met elkaar afstemt.” Achter elk weefselmonster wacht een patiënt op een antwoord. Investeren in diagnostiek verdient volgens Stuut evenveel aandacht als investeren in behandeling, zodat patiënten sneller een accurate diagnose krijgen en de winst van nieuwe therapieën hen ook echt bereikt.
Regelgeving als voorwaarde, niet als rem
Sterke regels zijn volgens Stuut essentieel voor vertrouwen, maar moeten voorspelbaar en proportioneel blijven om innovatie niet te vertragen. Innovatie ontstaat bovendien niet in isolement: pathologen en laboratoriumprofessionals brengen klinische expertise en kennis van de praktijk, de industrie vertaalt die behoeften naar betere technologie en workflows. Via het Sakura Pathology Network en de Tissue Diagnostics Summits houdt Sakura die verbinding levend. Die afstemming moet volgens Stuut breder, ook met regelgevers, die per Europees land verschillend zijn ingericht. Per land tot oplossingen komen is daarom misschien de meest haalbare route. “Dat komt niet door die paar minuten die wij sneller kunnen”, zegt hij over de
Jaap Stuut, President, Sakura Finetek Europe
sakura.com
Het Scribe Collectief – Partner Content
contentway.nl
13
Techniek kan zorgdruk verlichten, áls de mens meedoet Behandelaren in de GGZ besteden een aanzienlijk deel van hun werktijd niet aan patiënten, maar aan administratie. Verslaglegging, dossiervorming, brieven en rapportages kosten uren die zorgprofessionals eigenlijk aan hun cliënten willen besteden. Het kabinet wil de administratietijd in de zorg in 2030 terugbrengen tot maximaal twintig procent van de werktijd. AI wordt daarbij expliciet als middel genoemd. Maar technologie alleen lost niets op als niemand ermee werkt.
L
otte Leushuis, commercieel directeur van Het Scribe Collectief, ziet dat dagelijks in de praktijk. “Het personeelstekort in de zorg is ontzettend groot en wordt de komende jaren alleen maar groter. Wij hebben gekeken: wat kunnen we weghalen bij professionals, zodat zij nog meer kunnen doen waar ze voor zijn opgeleid.”
Mens én machine
Het Scribe Collectief begon met een opvallend eenvoudige oplossing: psychologiestudenten die als Scribe administratieve taken overnemen van behandelaren. Intakes voorbereiden, medicatielijsten opvragen, dossiers bijwerken, brieven schrijven. De pool telt inmiddels ruim 400 actieve studenten verspreid over het hele land. Toen AI snel opkwam, stelde het bedrijf zichzelf een
scherpe vraag: concurrent of waardevolle aanvulling?
en zorgverleners die gewoon zorg willen verlenen.”
Het antwoord werd een eigen GGZtool, Robin, die gesprekken omzet in gestructureerde samenvattingen. Maar Leushuis benadrukt dat de techniek zelf niet het onderscheidende is. “Er zijn heel veel tools. Wat je in de praktijk ziet, is dat veel blijft hangen in de pilotfase. Het wordt minimaal of verkeerd gebruikt. Daar zit voor ons de innovatie op de innovatie.”
Verantwoordelijkheid blijft bij de behandelaar
Scribe Collectief meer dan vijftigduizend zorgprofessionals dagelijks ondersteunen. Niet door mensen te vervangen, maar door ruimte te creëren voor waar technologie niet in kan voorzien: menselijke aandacht. “AI kan veel, maar uiteindelijk gaat het erom dat zorgprofessionals meer tijd en aandacht overhouden voor hun cliënten. Pas als dat lukt, is de technologie voor ons écht geslaagd.”
Vanuit haar achtergrond als fysiotherapeut is Leushuis ook helder over de grenzen van de technologie. “Ga eerst ervaring opdoen, zie wat het doet en krijg vertrouwen. Dan groeit ook het vertrouwen om een stap verder te gaan met AI.” De ambitie is helder: in 2034 wil Het
Lotte Leushuis, Commercieel directeur, Het Scribe Collectief
Die innovatie zijn de zogenaamde AdoptieScribes, die behandelaars actief begeleiden bij het gebruik van Robin. Niet als helpdesk, maar als collega op de werkvloer. “De harde techniek doet het wel. Het succes zit hem in het zacht laten landen van die harde techniek, zeker in een zorgomgeving met privacyvraagstukken
Een belangrijk vraagstuk daarbij is de eindverantwoordelijkheid. AI kan fouten maken en een behandelaar die een samenvatting klakkeloos overneemt, neemt een reëel risico. “De human in the loop is essentieel. De behandelaar is verantwoordelijk voor het uiteindelijke verslag in het behandeldossier.”
hetscribecollectief.nl
TFHC – Partner Content
Zo vindt zorginnovatie haar weg naar het buitenland
Nederland behoort tot de koplopers in zorginnovatie. Medische technologie, digitale gezondheidsoplossingen, diagnostiek: Nederlandse bedrijven ontwikkelen producten die internationaal opvallen. Toch stranden veel veelbelovende scale-ups zodra ze de stap naar het buitenland willen zetten. De thuismarkt is klein, maar een grote en complexe markt als de Verenigde Staten binnendringen vergt meer dan een goed product.
H
et verschil tussen een klinisch gevalideerde technologie en een commercieel schaalbaar bedrijf is groter dan veel ondernemers verwachten. Reimbursementregels, inkoopprocedures van ziekenhuizen, regelgeving per staat, toegang tot ervaren investeerders: elk element vraagt om lokale kennis en de juiste contacten.
Van Gujarat naar Texas
Task Force Health Care (TFHC) werkt al dertig jaar aan precies dat vraagstuk. De organisatie ontstond in 1996 vanuit een project in de Indiase staat Gujarat, waar Philips Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen en overheden samenbracht. Binnen twee jaar werden meer dan 25.000 medische producten geleverd aan 65 locaties. Het publiekprivate samenwerkingsmodel dat daar ontstond, vormt nog altijd de basis van
tfhc.nl
TFHC. “We beginnen niet met een Nederlandse oplossing die we proberen te exporteren”, zegt Micha van Lin, directeur van TFHC. “We kijken eerst naar de concrete behoeften van een zorgmarkt en zoeken daar de juiste Nederlandse partijen bij.”
internationale relaties deuren openen die individueel veel moeilijker toegankelijk zijn.
Die aanpak staat ook centraal in een meerjarig publiek-privaat programma van TFHC en RVO voor Nederlandse Life Sciences & Health-bedrijven die willen groeien in de Verenigde Staten, met een focus op Texas en Californië.
Tijdens een missie in april naar Californië kregen Nederlandse bedrijven bij Cedars-Sinai inzicht in pilots, investeringen en reimbursement. Eind september volgt een missie naar Dallas en Houston. Het gaat daarbij verder dan het uitwisselen van visitekaartjes. Uit de langdurige samenwerking met Texas Medical Center ontstond de Netherlands BioBridge. Dit najaar start een eerste cohort van twaalf Nederlandse bedrijven in het acceleratorprogramma van TMC.
Voor een individuele scale-up is het lastig om zelfstandig aan tafel te komen bij grote ziekenhuizen, investeerders of regionale ecosystemen. Door bedrijven als Nederlandse delegatie samen te brengen, kunnen zij via publieke partners en bestaande
“Internationale samenwerking werkt steeds meer twee kanten op”, aldus Van Lin. “Landen als India hebben inmiddels eigen omvangrijke medtechsectoren. Nederland kan ook leren van markten die door hun schaal gedwongen zijn zorg
Toegang tot de juiste deuren
efficiënter en goedkoper te organiseren.” Bij TFHC zijn momenteel meer dan tachtig partners aangesloten en jaarlijks worden wereldwijd ruim vijftig evenementen georganiseerd. Op 23 september 2026 vierde het netwerk zijn dertigjarig bestaan tijdens de World of Health Care in Rotterdam, met meer dan 150 Nederlandse stakeholders en veertig internationale afgevaardigden. Voor scale-ups die internationaal willen groeien, is een goed product het startpunt, maar zijn lokale kennis en het juiste netwerk minstens even belangrijk. Van Lin: “Internationaal groeien begint met begrijpen waar je oplossing werkelijk waarde toevoegt, en met de juiste mensen aan tafel komen.”
14
Beweging 3.0 – Partner Content
De grootste digitale innovatie is niet de technologie zelf De ouderenzorg staat voor een stevige opgave. De zorgvraag groeit, terwijl het aantal professionals niet meegroeit. Digitalisering moet daarom vooral één ding doen: ruimte creëren voor goede zorg en persoonlijk contact. “De toekomst van de ouderenzorg is niet alleen een personeelsvraagstuk. Ook als samenleving hebben we meer capaciteit nodig om elkaar te helpen en te steunen. Daarmee is het ook een sociaal verdeelvraagstuk”, begint Gerben Douma, lid van de raad van bestuur van Beweging 3.0. “Digitalisering speelt daarin een belangrijke rol. Voor ons betekent ‘digitaal als het kan, menselijk waar het telt’ veel meer dan het inzetten van technologie.” Beweging 3.0 werkt samen met partnerorganisaties aan een digitaal netwerk rondom mensen. Daarin werken inwoners, naasten, vrijwilligers en professionals samen. “Technologie is geen doel op zich, maar een hulpmiddel dat ruimte creëert voor contact, nabijheid en het goede gesprek. We bewegen van zorgen vóór mensen naar zorgen dát mensen langer thuis kunnen blijven wonen, eigen keuzes kunnen blijven maken en verbonden zijn met hun omgeving. Daarbij
kijken we niet alleen naar zorg, maar ook naar welzijn en ontmoeting via digitale ontmoetingsplaatsen.”
Anders organiseren
“Over tien jaar vragen we ons niet af of AI en robotisering een rol spelen in de zorg en de samenleving, maar hoe we zonder konden. De echte uitdaging is niet de technologie zelf, maar of we haar durven beschouwen als een essentieel onderdeel van ons vak én van ieders persoonlijke leefomgeving.” Dat betekent volgens Douma dat digitalisering niet alleen gaat over efficiëntie of tijdsbesparing. “Digitalisering helpt vooral om de ondersteuning anders te organiseren. Voor professionals betekent het betere informatievoorziening, minder administratieve lasten en ondersteuning bij dagelijkse werkzaamheden. Tegelijkertijd kunnen we behoeften en ondersteuningsvragen eerder herkennen. Zo kunnen professionals zich
meer richten op goede zorg en welzijn en behouden mensen zelf regie.” “Ook terugkerende werkzaamheden rond informatieverwerking, rapportages en planning lenen zich voor automatisering. Daarnaast worden bijvoorbeeld medicijndispensers, sensoren en hybride incontinentiezorg ingezet. Door data en AI als collega’s in te zetten, kunnen we informatie slimmer samenbrengen, patronen eerder herkennen en ondersteuningsvragen beter voorspellen. Daardoor kunnen we proactiever werken.”
Verbonden netwerk
Daarvoor is een stevig digitaal fundament nodig. Betrouwbare systemen, veilige gegevensuitwisseling en kwalitatieve data zijn belangrijk, net als de digitale vaardigheden van medewerkers. “Digitalisering is niet alleen een technologische opgave, maar vooral een veranderopgave. Alleen wanneer technologie, informatie en mensen samenkomen, kan digitalisering echt waarde toevoegen.” Uiteindelijk reikt die verandering
veel verder dan technologie. Zorg en ondersteuning worden steeds meer georganiseerd met mensen zelf, naasten, vrijwilligers, gemeenten en andere partnerorganisaties. “De digitale transformatie is voor ons geslaagd wanneer zorg en welzijn niet langer vanuit afzonderlijke organisaties worden georganiseerd, maar vanuit één verbonden netwerk rondom mensen. De grootste digitale innovatie is dan niet de technologie zelf, maar een nieuw maatschappelijk samenwerkingsmodel waarin we met behulp van technologie bijdragen aan het gewone leven.”
Gerben Douma, Lid van de raad van bestuur van Beweging 3.0
beweging3.nl
Orthocenter – Partner Content
Wanneer schaalgrootte de zorg niet verdunt maar versterkt
De orthodontische zorg in Nederland staat onder druk. Tarieven dalen, het personeelstekort neemt toe en solopraktijken vinden nauwelijks opvolgers. Tegelijkertijd groeit de zorgvraag. De uitdaging is om onder die omstandigheden kwaliteit te waarborgen en tegelijk te investeren in technologie en mensen.
Quinta Kuin, Financieel en operationeel directeur,
O
rthocenter, met vijftig praktijken de grootste orthodontische keten van Nederland, worstelt dagelijks met die uitdaging. Quinta Kuin is als financieel en operationeel directeur verantwoordelijk voor de aansturing van alle praktijken. Vanuit het hoofdkantoor in Purmerend bewaakt zij de balans
orthocenter.nl
tussen centrale ondersteuning en lokale autonomie. “De orthodontisten zijn bij ons ook de praktijkmanagers”, legt Kuin uit. “Ze sturen de assistenten aan en zijn volledig verantwoordelijk voor de zorgkwaliteit in de praktijk. Hierbij hebben ze veel vrijheid, bijvoorbeeld in de keuze voor bepaalde beugels. Vanuit Purmerend faciliteren we ICT, marketing, finance, kwaliteitszorg en HR. Daarnaast hebben we een centraal afsprakenbureau, zodat ze in de praktijk kunnen focussen op patiënten.”
Schaalgrootte als verdedigingslinie Die taakverdeling is geen toeval. Begin dit jaar daalden de door de overheid vastgestelde tarieven met 11,2 procent. “Een forse klap, die solopraktijken onevenredig hard raakt. Je ziet dat veel collega’s het erg moeilijk hebben”, zegt Kuin. “Door onze schaalgrootte kunnen
we het efficiënt organiseren zonder dat kwaliteit in het geding komt.” Die efficiëntie vertaalt zich in concrete investeringen. Waar kwaliteitsmetingen vroeger handmatig werden uitgevoerd via fysieke begin- en eindmodellen van het gebit, heeft het bedrijf software laten ontwikkelen die dit proces digitaliseert. De zogeheten PAR-scores, een internationale maatstaf voor behandelresultaten, worden nu objectief berekend en centraal vergeleken over alle praktijken. Kuin vertelt dat Orthocenter als eerste in de wereld deze softwareapplicatie toepast voor objectieve kwaliteitsbewaking. Daarnaast werkt de organisatie met ISO-certificering en zowel interne als externe audits.
Opleiden als strategische noodzaak
Het personeelstekort is volgens Kuin de
grootste zorg. “Drie jaar geleden konden we nog voldoende ervaren orthodontie-assistenten vinden, nu bijna niet meer.” De oplossing: zelf opleiden. Orthocenter heeft een intern opleidingsteam opgebouwd dat zij-instromers volledig omschoolt tot orthodontie-assistent. Ook orthodontisten worden steeds vaker uit het buitenland aangetrokken en binnen Orthocenter verder opgeleid. “Want Nederlandse opleidingen leveren al jaren te weinig afgestudeerden.” De volgende stap is verdere digitalisering van orthodontiebehandelingen. Daarmee kunnen we slimmer en efficiënter werken en onze afhankelijkheid van beschikbaar personeel verkleinen. Parallel daaraan heeft de organisatie een eigen digitaal behandelplatform gebouwd, waarbij AI in de toekomst kan bijdragen aan het opstellen van behandelplannen op basis van verzamelde patiëntdata. “Je wilt er ooit naartoe dat AI een concept behandelplan kan maken op basis van alle data die je hebt”, aldus Kuin. “Maar de orthodontist blijft altijd eindverantwoordelijk.” Kuin verwacht dat de orthodontische zorg in Nederland de komende jaren verder consolideert. “Organisaties die nu investeren in technologie, opleiding en schaalbare processen, staan sterker om die transitie te leiden.”
Aangeboden door Deerns
contentway.nl
15
Zorgcontinuïteit in een onzekere wereld: de kracht van weloverwogen beslissingen Ziekenhuizen moeten operationeel blijven, juist wanneer de wereld eromheen het minst voorspelbaar is. Pandemieën, geopolitieke onrust, extreem weer, energie-instabiliteit en cyberdreigingen kunnen stuk voor stuk de systemen raken waarop zorg steunt. Weerbaarheid is daarmee geen bijzaak, maar een fundamentele prestatie-eis.
Peter Bouma, Unit Director Health Care bij Deerns
Weerbaarheid van een ziekenhuis begint bij het doorgronden van risico’s. Kunnen de gebouwen, technische systemen en processen een verstoring opvangen? Blijven kritieke functies overeind, en hoe snel volgt herstel? Een noodplan alleen is niet genoeg: het draait om multidisciplinaire inzichten die kwetsbaarheden vroeg blootleggen en vertalen naar praktische maatregelen.
Waar de kwetsbaarheid zit
Een ziekenhuis telt duizenden technische onderdelen. In dit ecosysteem kan één relatief kleine storing een volledige klinische operatie stilleggen. Een onbereikbare regelmodule, een beschadigd elektrisch verdeelpunt of een defect ventilatiecomponent kan de operatiekamers, de intensive care, sterilisatieafdelingen of diagnostiek raken. Een grondige beoordeling van bestaande systemen brengt dat risico vroeg in kaart, verdeeld over vier categorieën: systeemweerbaarheid, ofwel single points of failure binnen kritieke technische installaties; weerbaarheid van de toeleveringsketen, door afhankelijkheid van merkgebonden of internationaal ingekochte onderdelen; klimaat- en energieweerbaarheid, door blootstelling aan extreem weer of stroomuitval; en cyberweerbaarheid, het risico op verstoring van verbonden systemen of diefstal van gevoelige data. Deze indeling levert een helder risicoprofiel op: ziekenhuizen kunnen daardoor gerichter investeren. Niet elk onderdeel vraagt om een reserve op de plank, en niet elk systeem hoeft redundant te zijn. Belangrijker is te weten welke storingen de grootste gevolgen hebben, hoe snel herstel dan volgt en waar een praktisch alternatief klaarligt.
Continuïteit inbouwen in de infrastructuur
Weerbaarheid raakt architectuur, technische installaties,
medische technologie en de inrichting van het terrein tegelijk. Losse back-upvoorzieningen of noodprocedures schieten dan tekort: het hele ziekenhuis moet als één samenhangend systeem functioneren en geëvalueerd worden. Denk aan noodstroom die is afgestemd op klinische prioriteiten en realistische bedrijfsscenario’s, een overstromingsbestendige plaatsing van technische ruimtes, verdeelstations en kritieke apparatuur, en redundante ventilatie voor operatiekamers, intensive care en steriele omgevingen. Deze maatregelen werken pas goed in combinatie met cyberbestendige gebouwbeheersystemen die de verbonden infrastructuur beschermen. Daarnaast hebben ziekenhuizen baat bij flexibele ruimtes en afdelingen. Deze ruimtes kunnen relatief eenvoudig aangepast worden om wisselende zorgvraag tijdens pandemieën, piekdrukte of andere noodsituaties het hoofd te bieden. Klimaatadaptief terreinontwerp, drainage en waterberging maken faciliteiten bovendien beter bestand tegen hevigere neerslag en hogere temperaturen. Bij nieuwbouw kunnen deze principes vanaf het begin worden meegenomen. Bestaande ziekenhuizen kiezen doorgaans voor een gefaseerde aanpak: niet alles opnieuw bouwen, maar juist de systemen versterken die er het meest toe doen, gekoppeld aan regulier onderhoud en geplande renovaties.
Een ziekenhuis is pas weerbaar wanneer het als één samenhangend systeem wordt ontworpen, niet als een verzameling losstaande systemen Slimmer en duurzamer weerbaar
Weerbaarheid voelt al snel als een extra kostenpost, omdat redundantie, capaciteit en bescherming om investeringen vragen. Een blik die zich beperkt tot de investeringskosten mist echter de bredere waarde op de lange termijn. Wordt weerbaarheid gecombineerd met slim en duurzaam ontwerp, dan verbetert dezelfde ingreep zowel de continuïteit als de efficiëntie. Slimme monitoring en voorspellende analyse ondersteunen daarbij drie zaken: eerdere signalering
van achteruitgaande prestaties en beginnende defecten, preventief onderhoud op basis van de werkelijke conditie van een systeem, en beter beheer van energie, capaciteit en operationele vraag. Slimmere monitoring beperkt onverwachte uitval. Technische teams zetten hun middelen daardoor gerichter in. Open en aanpasbare gebouwbeheersystemen verkleinen bovendien de afhankelijkheid van één leverancier en vergemakkelijken toekomstige upgrades.
Wordt weerbaarheid gecombineerd met slim en duurzaam ontwerp, dan verbetert dezelfde ingreep zowel de continuïteit als de efficiëntie Duurzame systemen versterken de weerbaarheid
De sterkste oplossingen behandelen weerbaarheid, slimme technologie en duurzaamheid dan ook als één samenhangende opgave, niet als aparte programma’s naast elkaar. Efficiënte systemen verlichten de druk op de energie-infrastructuur. Herstelbare en gestandaardiseerde onderdelen verbeteren het onderhoud en beperken verspilling. Flexibele gebouwen vangen veranderende zorgmodellen op, zonder ingrijpende verbouwing. Regionale inkoopopties verkorten bovendien de hersteltijd en verkleinen de CO2-impact van transport. Zorgsystemen kunnen niet elke externe dreiging wegnemen, maar ziekenhuizen kunnen wel weloverwogen beslissingen nemen over hoe ze met verstoring omgaan. Dat begint bij een realistisch beeld van hun infrastructuur, afhankelijkheden en operationele prioriteiten. Zo verandert een abstracte ambitie in een concrete technische strategie, en blijft de continuïteit van zorg overeind voor patiënten, zorgprofessionals en de gemeenschappen die daarvan afhankelijk zijn. Deerns brengt zorgkennis, technische risicobeoordeling, multidisciplinaire engineering en slim en duurzaam ontwerp samen om ziekenhuizen daarbij te helpen: van het in kaart brengen van kwetsbaarheden tot het implementeren van praktische maatregelen.
Deerns.nl
16
MBST Nederland – Partner Content
Wanneer pijnvrij bewegen niet meer vanzelfsprekend is
Artrose, osteoporose en chronische rug- en nekklachten zijn voor miljoenen Nederlanders de dagelijkse realiteit, waarvoor de reguliere geneeskunde weinig structurele oplossingen biedt. Osteoporose is een stille sloper en anders dan artrose doet het geen pijn, tot een botbreuk of wervelinzakking de aandoening plotseling zichtbaar maakt.
Tim van Beers, Fysiotherapeut en manueel therapeut
R
uim een miljoen Nederlanders heeft osteoporose. Pijnstillers dempen klachten, operaties brengen risico’s mee en leefstijladviezen helpen slechts tot op zekere hoogte. Ondertussen groeit de zorgvraag door vergrijzing en een sedentaire levensstijl. Bestaat er een behandeloptie die het gat opvult tussen conservatieve zorg en zware medische ingrepen? MBST Nederland werkt met een technologie die haar oorsprong vindt in een toevallige waarneming uit de begintijd van de MRI. Tim van Beers, fysiotherapeut en manueel therapeut, legt uit dat patiënten die vroeger urenlang in een MRI-scanner lagen, minder
mbst.nl
chronische klachten rapporteerden. Philips koos voor beeldvorming; het Duitse MedTec Medizintechnik ontwikkelde het therapeutische potentieel verder tot MBST®, oftewel Molecular Biophysical Stimulation Therapy.
een uur en bij osteoporose zijn dat tien sessies, waarbij het volledige lichaam wordt behandeld – omdat botontkalking een systeemaandoening is. Maximale resultaten worden verwacht rond zes maanden na behandeling.
Energiefabriekjes in cellen
Stralingsvrij in beeld
“We zeggen eigenlijk dat we de energiefabriekjes in de cellen kunnen aanzetten om de cel weer voldoende energie te geven om te gaan delen”, vertelt Van Beers. Het apparaat combineert een celspecifieke radiofrequentie met een statisch hoofdveld, een parallel gemoduleerd magnetisch veld en een loodrecht daarop staand wisselveld om energie over te dragen aan protonen in weefsel. Anders dan bij een diagnostische MRI hoeven patiënten niet stil te liggen; ze ontspannen een uur op een behandelunit.
Praktische toepassing
MBST Nederland richt zich primair op artrose, osteoporose en chronische rug- en nekklachten. Voor artrose bestaat er buiten gewrichtsvervanging geen structurele behandeling. Voor osteoporose zijn de beschikbare medicijnen effectief, maar ze kunnen gepaard gaan met forse bijwerkingen. MBST positioneert zich als veilige, niet-invasieve aanvulling binnen het behandeltraject. Tijs Schenk, operationeel betrokken bij MBST Nederland, beschrijft de dagelijkse realiteit: “Mensen krijgen feitelijk bijna een stempel, omdat er niks aan te doen is. En als ze een MBST®-behandeling ondergaan en ze zien dat ze de normale dingen van het leven weer kunnen, dan zien ze daar snel de voordelen van in.” Een artrosebehandeling bestaat uit negen sessies van
De mate van osteoporose kan bovendien stralingsvrij in beeld worden gebracht met de EchoLight REMS-scan, een echografietechniek die de botdichtheid en breukkans – de zogeheten Fragility Score – meet. Een consortium van internationale artsen (ESCEO) erkent deze methode als gelijkwaardig alternatief voor de DEXAscan, waarmee ook de behandeleffecten van MBST® worden geëvalueerd. Van Beers wijst op interne data over de afgelopen tien jaar in Nederland: bij artrosepatiënten rapporteert 80 tot 85 procent tevredenheid over het eindresultaat, vergelijkbaar met cijfers uit Duitsland, Engeland en Spanje, waar inmiddels meer dan 450.000 mensen zijn behandeld. Prof. dr. Krpan, verbonden aan osteoporosekliniek Poliklinika K-Center in Kroatië, publiceerde over de positieve effecten van MBST® bij osteoporose.
De bewijsvraag eerlijk bekeken
Een overzichtsstudie uit 2021 van zeven klinische onderzoeken naar magnetische resonantietherapie bij artrose vond positieve effecten, maar concludeerde dat het bewijs nog niet sterk genoeg was voor definitieve conclusies. MedTec erkent zelf dat nog niet voor alle toepassingsgebieden evidence-based studies beschikbaar zijn. Van Beers is daar ook open over: “Ik zou mijn verhaal veel makkelijker
kunnen vertellen als we keihard konden zeggen: we hebben deze onderzoeken gedaan over zoveel duizend mensen en dit is het resultaat. Nu moeten we ook schermen met wat we zien in de dagelijkse praktijk.” MedTec heeft inmiddels een orthopedisch chirurg aangetrokken om internationaal onafhankelijk klinisch onderzoek te begeleiden, met onder meer een lopende pilot met de University of East London (UEL) en de Britse publieke gezondheidsdienst (NHS).
Richting bredere acceptatie
De weg naar brede medische acceptatie kent daarbij obstakels, zoals weerstand vanuit delen van de medische gemeenschap, het ontbreken van een vergoeding door zorgverzekeraars en de behandelkosten, die voor een osteoporosetraject rond de tweeduizend euro liggen. In Duitsland wordt MBST al deels vergoed via zorgverzekeraars en in Kroatië door de nationale ziektekostenverzekering. “We zien in de praktijk dat patiënten aangeven dat een operatie soms vier tot zeven jaar uitgesteld kan worden, en soms zelfs wordt afgeblazen. Maar ten opzichte van langdurig medicijngebruik bij osteoporose of een prothese is het een kostenverlichting. Die discussie is alleen moeilijk te voeren met de politiek en de zorgverzekeraars op dit moment”, aldus Van Beers. MBST Nederland investeert daarom in voorlichting, met tweemaandelijkse informatieavonden voor patiënten en zorgprofessionals. “We hebben patiënten die het een life-changing behandeling noemen. Dat is geen bewijs, maar het is wel waar het uiteindelijk over gaat.”