Skip to main content

Ai-Soevereiniteit & Data Science

Page 1


AI-SOEVEREINITEIT & DATA SCIENCE

Zelfs de beste AI-tool levert niets op zonder opleiding

AI-tools zoals Microsoft Copilot, ChatGPT en Claude beloven een directe sprong in productiviteit, maar technologie is vaak slechts de helft van de oplossing. De werkelijke uitdaging ligt in de kloof tussen techniek en vaardigheden. Een organisatie kiest vaak een tool, maar leidt mensen vervolgens onvoldoende op of neemt ze niet mee in het proces. Het rendement is dan beperkt.

De paradox van deze digitale transitie is dat AI-tools zich zo snel ontwikkelen dat het niet langer draait om hoe één specifieke tool werkt, maar om hoe je samenwerkt met AI: waar de grenzen liggen, waar een model goed in is, en hoe je de juiste interactie krijgt voor het beste resultaat. Dat vraagt een fundamenteel andere aanpak. Computrain biedt opleidingen voor IT- en digitale vaardigheden en is gespecialiseerd in AI-adoptie.

Toegankelijker, niet makkelijker

“Waar AI voorheen vooral een onderwerp was voor IT-specialisten, is het nu een technologie die beschikbaar is voor

computrain.nl

iedereen die goed met natuurlijke taal overweg kan”, stelt Sjon Post, manager portfolio en onderwijs bij Computrain. De drempel is verlaagd: AI-tools zijn toegankelijker en voeren eenvoudige taken al heel goed uit. Maar wil je er in de praktijk echt rendement uit halen, complexere taken uitbesteden en dat niet alleen effectief maar ook veilig doen, dan heb je kennis nodig die verder gaat dan het bedienen van een tool.

Die toegankelijkheid brengt namelijk ook nieuwe risico’s met zich mee, zoals te veel vertrouwen in de uitkomst van AI. Er ontstaat een precaire situatie, namelijk ‘shadow AI’, waarbij medewerkers op eigen houtje tools gebruiken zonder beleid, waardoor de kans toeneemt dat een organisatie niet voldoet aan de EU AI Act. “Niet alleen het werken met AI is belangrijk, maar ook weten wat er wel en niet mag. Een medewerker die Copilot gebruikt om klantdata samen te vatten, moet niet alleen weten hoe je een prompt schrijft, maar ook welke gegevens wel en niet gebruikt mogen worden, hoe je output controleert en wanneer menselijke beoordeling noodzakelijk blijft. Dat nemen we mee als integraal onderdeel van onze trainingen, zodat compliance geen bijzaak achteraf is”, aldus Post.

AI-adoptie begint niet bij de tool

Om dit te doorbreken, werkt Computrain met een aanpak die de hele organisatie omvat en zowel de technische als menselijke kant integreert. In het tienstappenplan van Computrain komt toolselectie daarom pas op stap vijf. Eerst moeten ethiek, governance, compliance, adoptie en de benodigde AI-skills per functie duidelijk zijn. Daarna volgen de technische rand-

voorwaarden, zoals toolselectie en toegang tot kwalitatieve data. Vervolgens worden medewerkers getraind volgens gerichte leerlijnen, afgestemd op hun rol en niveau, waarna organisaties met pilots en continue verbetering de stap maken naar duurzame AI-adoptie.

Compliance moet geen bijzaak zijn

Het doel is daarbij niet het aanleren van ‘knoppenkennis’, aldus Post. Waar het bij eerdere tools zoals Office, Outlook en Teams vooral ging om weten welke knop waar zat, ligt dat bij AI anders: “Het gaat veel meer om het principe: hoe werken we samen met een model dat zich steeds verder ontwikkelt? En wat voor soort werk kun je daadwerkelijk hieraan uitbesteden?”

Verschillende rollen

Deze transitie vraagt om verschillende rollen binnen een bedrijf. Naast het opleiden van de medewerkers die er dagelijks mee werken, heb je een AI-engineer en een AI-businesslead nodig die AI inbedden in de werkprocessen. Om de verandering te begeleiden, zet Computrain daarnaast AI-adoptiecoaches in. Daarbij heeft iedereen een ander perspectief op AI: van enthousiaste pioniers tot kritische verkenners die eerst bewijs willen zien.

“Alleen maar mensen die vooroplopen werkt niet, en alleen maar mensen die kri-

tisch zijn ook niet. Je moet de balans vinden om de hele organisatie mee te krijgen.” Die balans zoekt Computrain door niet alleen naar de techniek te kijken, maar de hele markt in context te plaatsen. “We kijken naar wat mensen binnen Nederland nodig hebben. We werken hierbij veel samen met de top-500-bedrijven, het mkb en de Rijksoverheid.”

Destilleren van leerpaden

Om mensen gericht op te leiden, hanteert Computrain een methodiek die verder gaat dan het aanleren van een tool. Het draait om het destilleren van leerpaden op basis van een drieluik: hard skills, soft skills en algemene kennis. “Wat moet een medewerker kunnen, en welke kennis heeft het team nodig?”, zegt Post. “Dat wil je vervolgens finetunen, zodat je mensen heel gericht kunt opleiden.” Door naast de technische kennis ook de communicatieve en kritische vaardigheden te versterken, ontstaat de basis voor een duurzame transformatie.

Welke kennis heeft het team nodig?

Het kantelpunt ligt volgens Post in de overgang van experimenteren naar schalen. “Als je de mindset meekrijgt, kunnen organisaties echt groeien.” De technologie is er. De vraag is of organisaties hun mensen op tijd meenemen. Wie daar nu in investeert, houdt de regie zelf in handen.

Sjon Post, Manager portfolio en onderwijs, Computrain

Waar algoritmen de fysieke realiteit ontmoeten

De belofte van kunstmatige intelligentie richt zich vaak op code en cloudcomputing, maar in de hightechindustrie blijft er een kloof bestaan tussen een slim algoritme en een werkende machine. Bedrijven worstelen met de integratie van datagestuurde intelligentie in complexe mechatronica, vaak door tekorten aan data of hardwarebeperkingen. De oplossing ligt niet enkel in software, maar in een integraal systeemontwerp.

Barend Vermeulen, Managing director van Demcon high-tech systems

Demcon slaat precies deze brug, want het is een groep gespecialiseerde technologiebedrijven die hoogwaardige systemen en innovatieve producten ontwikkelt, produceert en levert. Door deze opzet van meerdere kleinere entiteiten kan de organisatie de collectieve kennis van 1200 collega’s benutten, zonder de wendbaarheid en snelheid te verliezen die een grote onderneming vaak in de weg staat.

De reikwijdte van hun expertise varieert van hightech en AI & data tot life sciences & health, quantum, fotonica, maritiem en energie. De kracht van Demcon zit daarbij vooral in de multidisciplinaire aanpak, waarbij disciplines zoals mechatronica, mechanica, software, elektronica en fysica samenkomen in één integraal systeemontwerp. Barend Vermeulen, managing director van Demcon hightech systems, en David Rijlaarsdam, managing director van Demcon data driven solutions, bieden een blik op deze synergie.

We versnellen het AIontwikkelproces, juist waar data ontbreekt

Integraal onderdeel

Voor Demcon is AI geen losse technologie, maar een integraal onderdeel van het hele ontwikkelingsproces. Vermeulen benadrukt dat de uitdaging bij mechatronica vaak ligt in de noodzaak voor razendsnelle feedbackloops. “Om steeds sneller te kunnen werken, krijg je steeds een grotere bandbreedte en dataoverdracht.”

Juist die groeiende datastromen vormen steeds vaker een beperkende factor. AI kan

helpen om eerder in het proces data te selecteren of te reduceren, zodat systemen sneller en nauwkeuriger kunnen blijven functioneren. Afhankelijk van de toepassing kan een algoritme via edge-computing deze data lokaal en in realtime analyseren tot direct bruikbare inzichten.

Los van AI speelt ook systeemontwerp een steeds grotere rol. Moderne mechatronische systemen zijn zo geavanceerd dat de samenhang tussen alle interacties en parameters steeds moeilijker te overzien is. Vermeulen: “Hoe zorg je ervoor dat al die relaties en interacties beheersbaar blijven?” De uitdaging ligt daarbij vooral in het beheersen van die complexiteit gedurende het hele ontwikkelproces en het inzichtelijk houden van de gevolgen van veranderingen binnen een systeem.

AI is een integraal onderdeel van het ontwikkelproces

Data als vertrekpunt

Voor veel organisaties begint AI bij een algoritme, maar volgens Rijlaarsdam ligt de grootste uitdaging vaak eerder in de data. “Voordat je überhaupt aan een algoritme begint, is het vraagstuk vooral: hebben we wel voldoende bruikbare data om dat te ontwikkelen?” Demcon ondersteunt klanten daarom in de volledige datacyclus: van het verkrijgen, begrijpen en verrijken van data tot de integratie ervan in systeemontwerp, softwareontwikkeling, implementatie op de machine en lifecyclemanagement van het systeem.

Rijlaarsdam ziet dat de realiteit van AI daarbij vaak gecompliceerd is. Hij maakt een essentieel onderscheid tussen algemene AI en het specialistische machine learning waar Demcon zich op richt. Wanneer gegevens ontbreken, niet gebruikt mogen worden vanwege privacywetgeving of onvoldoende dekking bieden voor bepaalde usecases, bieden synthetische data uitkomst. “Wij maken die data ook zelf, wat het project echt kan versnellen.”

Van model naar machine

Deze integrale aanpak voorkomt ‘silovorming’, waarbij software en hardware

niet op elkaar aansluiten. Vermeulen ziet digitale modellen vooral als middel om de ontwikkeling te versnellen: software en algoritmen kunnen al worden ontwikkeld en getest voordat fysieke hardware beschikbaar is. Naarmate het systeem vorm krijgt, worden deze modellen aangevuld of vervangen door echte componenten, waardoor verschillende ontwikkelstappen parallel kunnen verlopen.

premise doen, waardoor de veiligheid en soevereiniteit afhankelijk van de klantvraag heel hoog kan zijn.”

Kennisoverdracht

De ontwikkelde technologie komt volledig bij de klant terecht

Bovendien is de implementatie van AI geen puur technisch verhaal: in streng gereguleerde sectoren is de markttoegang vaak afhankelijk van compliance. “Dat gaat niet alleen over de technische, maar ook de regulatoire as”, zegt Rijlaarsdam. Demcon denkt daarom al in een vroege fase mee over regelgeving en compliance, waardoor technische innovaties ook daadwerkelijk toepasbaar zijn in de beoogde markt. In een geopolitiek instabiele wereld speelt soevereiniteit daarnaast een groeiende rol. Bedrijven willen volledige controle over hun intellectueel eigendom en data. Vermeulen: “We kunnen dat allemaal on-

Gezien de hoge mate van vertrouwelijkheid in de projecten vormen kennis en intellectueel eigendom altijd een belangrijk onderwerp in de gesprekken met de klant. “Wij werken met een samenwerkingsmodel”, legt Vermeulen uit. Dergelijke partnerschappen betekenen een langdurige relatie, waarbij de ontwikkelde technologie uiteindelijk volledig bij de klant terechtkomt, terwijl de opgebouwde ervaring en kennis binnen Demcon behouden blijven. “Succesvol samenwerken bij dergelijke complexe projecten kan niet zonder vertrouwen.”

David Rijlaarsdam, Managing director van Demcon data driven solutions

Hoe Noord-Nederland bouwt aan autonome industrie

De Nederlandse industrie staat voor een dubbele uitdaging: personeelstekorten nemen toe terwijl de internationale concurrentiedruk groeit. Bedrijven zoeken naar manieren om productiever en flexibeler te werken, maar de kennis om autonome systemen en AI effectief in te zetten is schaars. Zeker voor het midden- en kleinbedrijf, dat de ruggengraat vormt van de Nederlandse maakindustrie.

icdrachten.nl

aanwezigheid van bedrijven als Exosens, Waters en Philips. De fabriek van Philips in Drachten is na de sluiting van VDL Born de meest gerobotiseerde productielocatie van Nederland. Daarnaast heeft zich de afgelopen jaren een groeiend ecosysteem van hightech-mkb, kennisinstellingen en samenwerkingsverbanden gevormd.

Het ICD (Innovatiecluster Drachten), een samenwerkingsverband van 23 hightech bedrijven in Noord-Nederland, speelt daarin een stuwende rol. “We hebben in de regio veel original equipment manufacturers (OEM’s), internationale bedrijven die hun eigen productportfolio ontwikkelen”, zegt Joost Krebbekx, programmamanager bij ICD. “Dat is ons DNA, en onderscheidt

ons van Brainport, waar het model meer draait om enkele grote OEM’s met een keten van toeleveranciers.”

Van automatisering naar autonomie De stap van traditionele automatisering naar echte autonome systemen is groter dan zij lijkt. “Automatisering betekent één keer programmeren”, zegt Bayu Jayawardhana, hoogleraar mechatronica en directeur van het Groningen Engineering Center van de Rijksuniversiteit Groningen. “Maar zodra er een nieuw product komt, moet alles opnieuw worden ingesteld en getest.” AI kan die drempel verlagen door machines zichzelf te laten aanpassen op basis van door de jaren heen opgebouwde data.

Jayawardhana wijst op Mind Robotics in de Verenigde Staten, een startup die robotica en AI combineert, en miljardenwaarderingen bereikt via samenwerking met autofabrikant Rivian. “Als je die analogie doortrekt naar Philips Drachten,

IT Recycling – Partner Content

Digitale groei, maar veel verborgen reststromen

Talloze organisaties digitaliseren razendsnel en AI vraagt steeds meer rekenkracht, maar hierbij groeit ook een minder zichtbaar vraagstuk: wat gebeurt er met de afgeschreven hardware en achtergebleven data? Daar liggen risico’s én kansen voor bedrijven die duurzaam willen transformeren.

De digitale economie draait op voortdurende vernieuwing. Servers worden vervangen, laptops afgeschreven en datacenters uitgebreid. Maar wat vandaag state-of-the-art is, kan morgen al verouderd zijn. Daardoor groeit de stroom elektronisch afval in hoog tempo.

Jeroen Stabel, managing director van IT Recycling, verwijst naar onderzoek waaruit blijkt dat de gemiddelde Nederlander aanzienlijk meer e-waste heeft dan de gemiddelde Europeaan.

Voor Stabel is dat een signaal dat organisaties anders moeten kijken naar afgeschreven IT-middelen. “Wij geloven in vooruitgang, maar wel eentje die niet ten koste gaat van de wereld die we doorgeven.” Vanuit die gedachte positioneert IT Recycling zich als specialist in datavernietiging, hergebruik en recycling van IT-hardware.

Gevoelige informatie

Ruim dertig jaar geleden opgericht als eerste IT-recyclingdienst in Nederland, houdt het bedrijf zich bezig met een onderschat probleem. Veel organisaties

zie je hoe groot de waardepropositie van de toekomstige Philips spin-off op het gebied van autonome systemen kan zijn.”

Kennis verankeren in de regio

Om die kennis structureel te borgen, ontwikkelden ICD en de Rijksuniversiteit Groningen samen een tweejarige Engineering Doctorate-opleiding in Autonomous Systems, binnen het 4TU+.SAI-verband van het Stan Ackermans Institute. Wetenschappelijk directeur Paris Avgeriou omschrijft het als wederzijds voordelig: “Bedrijven bieden concrete problemen uit de praktijk. Wij brengen kennis in die zij zelf niet hebben.” Het eindproduct is geen proefschrift, maar een innovatief resultaat voor het betrokken bedrijf, inclusief mogelijke patenten.

Eerste resultaten en nieuwe branding

Dit najaar studeren de eerste twee kandidaten af. Een tastbaar resultaat: algoritmes voor autonome scheepsrobotica die mogelijk in aanmerking komen voor een patent. Krebbekx: “Het programma is beschikbaar voor alle bedrijven in Nederland. De kosten zijn laag vergeleken met het zelf opbouwen van die kennis.” Om die gezamenlijke ambitie zichtbaar te maken, presenteert de regio zich voortaan onder de naam Infinitech.

besteden aandacht aan cybersecurity tijdens de gebruiksfase van apparatuur, maar ze vergeten de eindfase. “Mensen beseffen niet waar ze allemaal data op achterlaten”, zegt Stabel. “Iedereen denkt aan laptops en servers, maar ook netwerkapparatuur of telefoons kunnen gevoelige informatie bevatten.”

Om die reden staat dataveiligheid centraal in hun dienstverlening. Onder de noemer ‘data security’ en ‘resource recovery’ kijkt IT Recycling eerst naar veilige en gecertificeerde vernietiging van data. Daarna volgt de vraag of apparatuur nog een tweede of zelfs derde leven kan krijgen. Pas wanneer hergebruik niet meer mogelijk is, worden materialen teruggebracht naar grondstoffen.

Leave No Trace-methode

Het bedrijf heeft hiervoor een eigen methodiek bedacht: de Leave No Tracemethode. Daarin worden dataveiligheid, hergebruik, recycling en compliance samengebracht in één gecontroleerde keten. “Wij behandelen afgeschreven IT niet als een wegwerpproduct, maar als een bron van waarde.”

Vanuit Veghel bedienen ze landelijk uiteenlopende klanten, van lokale ondernemingen tot multinationals,

overheidsinstanties en datacenters. Als voorbeeld noemt Stabel een project waarbij complete serverracks uit een Amsterdams datacenter werden ontmanteld. Harde schijven werden ter plekke vernietigd met een mobiele shredder, waarna de klant direct certificaten ontving als bewijs van datavernietiging. De overgebleven hardware werd vervolgens beoordeeld op hergebruik of recycling.

Alle certificeringen

Dat sluit ook aan bij de steeds strengere ESG- en CSRD-verplichtingen. Dankzij certificeringen als ISO 9001-14001-27001, WEEELABEX en een Platinum-status van EcoVadis helpt het bedrijf organisaties aantoonbaar invulling te geven aan duurzaamheidsdoelstellingen.

Ook in de eigen bedrijfsvoering wordt duurzaam geïnvesteerd. Later dit jaar neemt IT Recycling zijn eerste elektrische vrachtwagen in gebruik voor landelijke inzamelroutes. Voor Stabel past dat in dezelfde filosofie: technologie moet vooruitgang brengen, maar zonder onnodige verspilling. “Als we data veiligstellen, materialen behouden en waarde terugbrengen in de keten, dan zorgen we dat digitale groei niet leidt tot schade, maar behoud van waarde.”

Jeroen Stabel, Managing director, IT Recycling
Joost Krebbekx, Programmamanager, ICD

Studenten brengen AI naar het mkb

Veel mkb-bedrijven zien de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie, maar weten niet hoe ze moeten beginnen. Juist een praktische aanpak, waarbij kennis uit het onderwijs en bedrijfsleven samenkomt, blijkt AI sneller toepasbaar te maken. Onderzoek toont bovendien dat bedrijven uit uiteenlopende sectoren uiteindelijk verrassend vergelijkbare AI-oplossingen ontwikkelen.

Joost Reimert, Projectmanager,

Waar veel organisaties verwachten dat AI vooral een technologische uitdaging is, blijkt de grootste opgave vaak het organiseren van kennis, samenwerking en experimenten. Dat is precies het uitgangspunt van ‘AI in je Bedrijf’, een programma waarin mkb-bedrijven samenwerken met studenten, docenten en AI-experts om concrete AI-vraagstukken op te lossen. De eerste resultaten laten zien dat deze aanpak niet alleen leerzaam is, maar ook leidt tot tastbare implementaties.

Veelzijdig initiatief

AI in je Bedrijf is een initiatief van Preneurz in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam (UvA), de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en partners als Rabobank, Gemeente Amsterdam, het Ministerie van Economische Zaken, de Goldschmeding Foundation, Katapult, Amsterdam Economic Board en Metropoolregio Amsterdam (MRA). Het brengt ondernemers en hun werknemers twintig weken lang samen met studententeams van

de UvA en HvA. Studenten van AI- en IT-opleidingen werken hierbij tijdens hun reguliere onderwijs aan echte praktijkcases, begeleid door docenten én AI-experts die zowel inhoudelijke kennis als ervaring met implementatie meebrengen. Daardoor profiteren ondernemers en werknemers van actuele AI-kennis en doen studenten tegelijkertijd praktische ervaring op.

Volgens projectmanager Joost Reimert van Preneurz is dat hard nodig. “Voor veel kleine ondernemers ontbreekt het simpelweg aan een netwerk, kennis en mensen om zelf met dit soort ontwikkelingen aan de slag te gaan.”

Door studenten als onderdeel van hun curriculum mee te laten werken, ontstaat volgens hem een laagdrempelige manier om AI in de praktijk te verkennen. “Als je een paar maanden met studententeams samenwerkt, krijg je als ondernemer een goed gevoel bij wat AI voor je kan betekenen. Je bent dan nog niet klaar, maar je weet wel veel beter wat de volgende stap is.”

Omgekeerde kennisstroom

Opvallend is dat de kennisstroom daarbij deels omdraait: waar bedrijven traditioneel hun expertise delen met studenten, kijken ondernemers bij AI juist nadrukkelijk naar jongeren. “Ze kijken bij dit onderwerp echt naar de jonge generatie. Daar zit gewoon de kennis van dit vakgebied”, zegt Reimert.

Universitair hoofddocent Inez Zwetsloot van de UvA begeleidt naast het onderwijs ook het onderzoek binnen het programma. Juist die combinatie maakt het project volgens haar bijzonder: “Wat

echt leuk is aan dit project, is dat we ook de onderzoekslaag hebben gebouwd. Daardoor kunnen we bedrijven volgen in wat ze daadwerkelijk doen tijdens hun AItransformatie. En we bouwen structurele wetenschappelijke kennis op, die we vertalen naar praktische lessen.”

Ondernemers kijken echt naar de jonge generatie

Die onderzoeksresultaten leveren bovendien verrassende inzichten op. Hoewel diverse sectoren deelnemen, blijken de verschillen kleiner dan vaak wordt gedacht. “Organisaties kijken anders naar AI, maar ze doen er eigenlijk weinig anders mee”, zegt Zwetsloot. De toepassingen richten zich hierdoor vrijwel overal op dezelfde bedrijfsprocessen, waaronder marketing, sales, klantenservice en management. AI wordt hier onder andere ingezet om informatie sneller te verwerken en betere beslissingen te nemen.

Bemoedigende resultaten

De eerste resultaten stemmen positief: direct na afloop van het programma geeft 70% van de bedrijven aan verder te willen met de ontwikkeling. Daarnaast heeft zo’n 20% van de deelnemende bedrijven al een werkende AI-oplossing geïmplementeerd. Nog eens ongeveer de helft bevindt zich in de overgang van prototype naar daadwerkelijke implementatie. “Voor een eerste pilot is dat uitzonderlijk hoog, dat zien we meestal echt niet”, stelt Zwetsloot.

De kracht zit volgens beiden niet alleen in een goede samenwerking tussen ondernemers, werknemers en studenten, maar ook in de combinatie van onderwijs, praktijk, begeleiding en onderzoek. Ondernemers en werknemers volgen

allebei masterclasses en worden bij de samenwerking met studenten ondersteund door AI-experts. Zwetsloot: “Die weten hoe het is om AI daadwerkelijk te implementeren en zijn eigenlijk de olie in de machine.”

Voorlopig richt het programma zich vooral op bedrijven uit de zakelijke dienstverlening, bouw, zorg, horeca en retail, maar die afbakening wordt losgelaten. Het onderzoek laat immers zien dat vrijwel alle mkb-bedrijven aan vergelijkbare AI-vraagstukken werken.

Andere regio’s

Na een succesvolle pilot in NoordHolland staat daarnaast uitbreiding naar Utrecht en West-Brabant op de planning, met als doel het programma uiteindelijk landelijk beschikbaar te maken. Voor Reimert ligt de grootste ambitie niet alleen bij AI, maar vooral bij de verbinding tussen onderwijs en ondernemerschap. “Het zou voor ondernemers heel normaal moeten worden om ieder jaar met studenten samen te werken. Daar zitten ontzettend veel frisse ideeën en kennis.”

Zwetsloot kijkt vanuit het onderwijs nog verder vooruit. Ze hoopt dat deze manier van samenwerken uiteindelijk vanzelfsprekend wordt. “Challenge-based onderwijs wordt nu nog als innovatief gezien, maar het moet eigenlijk gewoon standaard worden in elk curriculum.”

Inez Zwetsloot, Universitair hoofddocent, UvA

Volgende fase van bezorging met AI is al gestart

De wereld van e-commerce en logistiek verandert sneller dan ooit. Consumenten verwachten niet langer alleen dat hun pakketje op tijd wordt bezorgd. Ze willen realtime inzicht, direct antwoord op hun vragen en een ervaring die via elk kanaal hetzelfde voelt. Dat vraagt om meer dan een sterk logistiek netwerk en een organisatie die net zo slim met data en AI omgaat als met pakketten.

PostNL ziet die omslag niet als een technologische vernieuwing, maar als een fundamentele transformatie van de hele organisatie. Het bedrijf is al ruim 225 jaar het fundament van de dagelijkse logistiek in Nederland. Maar hierachter schuilt inmiddels een digitale e-commercemotor die zich razendsnel ontwikkelt. Dit is volgens Mustapha Abbach, verantwoordelijk voor de AItransformatie bij PostNL, een strategische noodzaak: “AI is voor ons het startpunt bij elk nieuw initiatief.”

Integraal onderdeel

Waar AI al een aantal jaar werd ingezet voor specifieke optimalisaties zoals routeplanning voor bezorging, is het nu een integraal onderdeel van de bedrijfsstrategie. Het draait niet enkel om betere algoritmes,

maar om een volledige herziening van de organisatie. “AI is een veel grotere transformatie dan architectuur en IT alleen; het gaat over mensen, verandering en ook over privacy”, verklaart Abbach. De ambitie van PostNL is dan ook om ‘AI-first’ te werken.

Impact is drieledig

Hij legt uit dat de impact van deze technologie drieledig is. Ten eerste verandert het de manier waarop consumenten kopen via AI-assistenten. Hierdoor ontstaat ‘AI-commerce’, waarbij logistieke betrouwbaarheid direct invloed heeft op de ranking van een webshop. Dit effect werkt als een vliegwiel voor groei en creëert een nieuwe standaard in de sector. “Als je pakketten te laat bezorgt, word je bijvoorbeeld lager gerankt in de AIsystemen van de consument”, zegt Abbach. Dit biedt PostNL een strategisch voordeel: een hogere conversie voor klanten die simpelweg kiezen voor een betrouwbare vervoerder.

Ten tweede verandert de communicatie.

De tijd dat klanten voor elke vraag naar een klantenservice belden, is voorbij. Klantvragen komen steeds vaker binnen via externe AI-assistenten. “Je hoeft niet te concurreren met een app die alles kan, zoals ChatGPT of Gemini”, stelt Abbach. PostNL kiest er daarom voor om

die kanalen zo goed mogelijk te voeden met informatie. Niet alleen wanneer consumenten daarom vragen, maar door dit ook doorlopend te doen. Het doel is dat klanten altijd kunnen rekenen op goede service, ongeacht het kanaal dat ze kiezen om hun vraag te stellen. Daarnaast transformeert AI de manier van werken binnen de organisatie: van het verhogen van individuele productiviteit met AIassistenten tot het opnieuw ontwerpen van end-to-end processen die zowel klantvriendelijker als efficiënter zijn.

Herontwerpen

Een goed voorbeeld van zo’n herontwerp vond plaats in België. Waar het onboarden van kleine klanten voorheen acht dagen duurde via handmatige formulieren, is dat proces nu volledig ‘conversationeel’ gemaakt. “Door het proces naar een chatbot te verplaatsen, gingen we naar slechts één dag”, vertelt Abbach. Ook bij accountmanagement wordt dit toegepast: AI selecteert de meest veelbelovende leads, waardoor accountmanagers beter voorbereid aan tafel zitten met webshops.

Het vraagt om een nieuw type talent: de traditionele scheiding tussen de technicus en de procesexpert vervaagt, en de toekomst behoort aan de professional die beide werelden begrijpt. “Het droomprofiel is iemand die de techniek voldoende beheerst, maar ook processen goed genoeg kent om te weten waar diezelfde techniek effectief toegepast kan worden.”

Niet alleen digitaal

Ook de fysieke logistiek staat op een

kruispunt: het AI-programma van PostNL werkt met een multidisciplinaire groep waarin IT, maar ook HR, legal en privacy direct samenwerken. Deze wendbaarheid is belangrijk om de razendsnelle technologische ontwikkelingen te kunnen bijbenen. Tegelijkertijd wordt de blik gericht op de hardware van morgen, waarbij AI als het intelligente ‘brein’ wordt gekoppeld aan geavanceerde robotica en autonome voertuigen om de fysieke uitvoering te optimaliseren.

De enorme schaal van PostNL geeft een grote verantwoordelijkheid. Met een veelheid aan data moet de balans tussen innovatie en veiligheid gewaarborgd blijven. PostNL hanteert hierbij een strikt beleid: alle systemen worden gehost binnen de EU om te voldoen aan de strengste weten regelgeving. “Als een nieuwe techniek geen EU-processing biedt, dan is dat voor ons een directe no-go”, benadrukt Abbach. “Dat is echt een fundamentele voorwaarde voor onze activiteiten.”

De transformatie is pas net begonnen. Terwijl de wereld nog debatteert over de grenzen van generatieve AI, is PostNL al bezig met het leggen van een wendbaar fundament. De focus ligt niet op het najagen van elke hype, maar op het bouwen van een organisatie die kan meebewegen met de snelheid van de techniek. “We willen vooral wendbaar zijn om relevant te blijven voor de toekomst”, legt Abbach uit. “Maar met onze AI-first aanpak geven we ook de volgende fase van de Nederlandse e-commercesector vorm.”

Mustapha Abbach, AI Transformation Lead, PostNL

Nanotechnologie als ruggengraat van de digitale economie

Kunstmatige intelligentie staat bovenaan de agenda van elk bedrijf, elke overheid en elke onderzoeksinstelling. De discussie gaat bijna altijd over software, modellen en data. Wat daarbij onderbelicht blijft, is de hardwarekant: de chips en materialen die al die intelligentie mogelijk maken. Zonder fundamentele doorbraken op dat vlak stuit de AI-revolutie op een muur van energieverbruik en schaarse grondstoffen.

Hans Hilgenkamp is wetenschappelijk directeur bij MESA+ NanoLab van de Universiteit Twente en voorzitter van het nationale samenwerkingsverband NanoLab NL. Hij ziet dagelijks wat er nodig is om AI structureel te laten functioneren. “Als je wereldwijd net zoveel gebruik wil maken van die nieuwe technologie als wij nu in Europa of in Amerika doen, dan loop je tegen allerlei grenzen aan”, zegt Hilgenkamp.

Het energieprobleem is daarvoor het meest urgente en zichtbare voorbeeld. Datacenters verbruiken enorme hoeveelheden stroom, en dat groeit alleen maar naarmate AI-toepassingen verder worden uitgerold en in steeds meer sectoren doordringen.

Nanotechnologie biedt concrete aanknopingspunten voor oplossingen: de

integratie van fotonica in chips, neuromorphic computing dat zich laat inspireren door de werking van de menselijke hersenen, en kwantumtechnologieën voor veilig datatransport. “De combinatie van fundamenteel onderzoek aan nieuwe materialen, nieuwe deviceconcepten en het doortrekken daarvan naar echte technologieën is heel erg nodig”, aldus Hilgenkamp.

Gedeelde infrastructuur als vliegwiel

Een van de krachtigste instrumenten voor innovatie is gedeelde toegang tot geavanceerde faciliteiten. Hilgenkamp legt uit waarom dat zo effectief is. Een veelbelovend onderzoeksresultaat omzetten naar een product vereist infrastructuur die geen enkel startend bedrijf zelfstandig kan financieren.

Door die faciliteiten te delen, ontstaat bovendien een kruisbestuiving die verder gaat dan apparatuur alleen. “Studenten zien hoe het bedrijfsleven eruitziet, wat ze doen, hoe dat werkt. Omgekeerd hebben bedrijven er belang bij om die studenten in beeld te hebben.”

Concrete voorbeelden zijn er genoeg. Micronit groeide voort uit microfluidicaonderzoek in Twente. In Delft worden kwantumtechnologiebedrijven, zoals bijv. Quantware, inmiddels groot genoeg om eigen faciliteiten te ontwikkelen. Bronckhorst, een bedrijf uit de Achterhoek dat flowmeters bouwt op basis van

microsystemen, combineert eigen productie met structurele samenwerking met het nanolab voor productontwikkeling en probleemoplossing.

“Het is geen stapfunctie”, zegt Hilgenkamp. Bedrijven groeien niet simpelweg weg van de labs, ze blijven ze opzoeken voor nieuwe vragen en uitdagingen die in de dagelijkse praktijk ontstaan. Dat geldt ook voor grote namen. NanoLab NL werkt nauw samen met ASML, en juist die combinatie van hoogwaardige onderzoeksinfrastructuur en industriële verankering bepaalt mede het verdienvermogen van Nederland.

Nederland als coherent systeem Wat NanoLab NL onderscheidt van vergelijkbare initiatieven elders in Europa, is de mate van coördinatie. De labs in Twente, Delft, Eindhoven, Amsterdam en Groningen opereren als een netwerk met een gezamenlijke roadmap, gedeelde administratieve systemen en wederzijdse ondersteuning bij uitval of experimenten die specifieke apparatuur vragen. “We zijn niet elkaars concurrenten, maar elkaars support”, zegt Hilgenkamp.

Dat levert ook voordelen op in Europese programma’s. In consortia als PiXEurope en de EU Quantum Pilot Actions werken Twente, Delft en Eindhoven samen aan de aansluiting op de Europese halfgeleiderstrategie. “We schakelen snel in Nederland, dus we kunnen een wat groter pakket aan de tafel zetten in Europa.”

Tegelijkertijd wijst Hilgenkamp op structurele belemmeringen. Regelgeving rondom staatssteun beperkt het percentage capaciteit dat commercieel beschikbaar mag worden gesteld. Een lab dat twintig procent van zijn capaciteit mag verhuren,

moet bij het zestiende bedrijf de deur sluiten, ook als dat een vergelijkbaar klein bedrijfje is als de vijftien anderen. “Zo werkt dat toch een beetje voor je gevoel de innovatie tegen.”

Kijken naar 2035

Op de langere termijn verwacht Hilgenkamp dat de grenzen tussen universiteit en industrie verder vervagen. Nanolabs worden niet alleen plekken voor onderzoek en prototyping, maar ook voor training, onderwijs en outreach.

Europa investeert stevig in pilotlines, waarbij academisch onderzoek en industriële productiemethoden dichter bij elkaar komen. Apparatuur die typisch in fabrieken thuishoort, doet zo ook in de labs zijn intrede, zonder dat het fundamentele onderzoek daarvoor wijkt.

Op technologisch vlak ziet Hilgenkamp veel potentie in energie-efficiëntie, thermisch management en medische toepassingen. Organs-on-a-chip, waarbij met behulp van stamceltechnologie menselijk weefsel op een chip wordt nagebootst, kunnen dierproeven vervangen en gepersonaliseerde behandelingen mogelijk maken. Hilgenkamps eigen droom gaat nog verder: nanotechnologie in te zetten om zenuwschade te overbruggen en zo verlammingen te verhelpen.

Zijn advies aan bedrijven die aarzelen om die samenwerking te zoeken, is helder: “Neem vooral contact op. We kunnen heel veel bieden, we willen graag dingen doen die relevant zijn voor bedrijven en we willen ons ook laten voeden door vragen uit de praktijk.” Dat is geen verkooppraatje, maar een oprechte uitnodiging: kennis en infrastructuur creëren pas waarde als ze worden gebruikt.

Hans Hilgenkamp, Voorzitter NanoLab NL

BUSINESS CONTINUITY

CLOUD

AI GOVERNANCE

CYBER

Confidence

is built on deep tech expertise.

With AI reshaping every organization, success demands more than just technology. It demands deep expertise across AI, cloud, cybersecurity, data, governance and digital sovereignty.

The Digital Neighborhood is home to some of Northern Europe’s leading Microsoft, AI and cloud specialists. One partner. A whole Neighborhood of expertise, ready for whatever comes next.

Partner with one of us. Call on all of us.

Gedeelde AI-stack moet Nederland slagvaardig en soeverein maken

SAMENWERKING

Honderd jaar geleden bouwden provincies en gemeenten hun eigen wegen, zonder gedeelde standaarden of nummering. Pas toen de Rijksoverheid de regie nam en één samenhangend wegennet ontwierp, kon Nederland echt opschalen. Die vergelijking gebruikt

Joris Krüse, lead digitale overheid bij AI Coalitie voor Nederland (AIC4NL), om uit te leggen voor welke opgave de overheid nu staat met kunstmatige intelligentie.

AIC4NL is het samenwerkingsverband waarin overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen gezamenlijk AI-innovatie willen versnellen. Het vertrekpunt: niet langer losse pilots optuigen, maar samen met de markt een gedeelde ‘stack’ bouwen, een fundament waarop iedereen kan voortbouwen.

Van applicatiedenker naar stackregisseur

Lang zat de overheid als consument in kant-en-klare applicaties, de bovenste laag van een digitale stack. Die aanpak volstaat niet meer. Vanwege digitale soevereiniteit en kostenbeheersing moet de overheid nu

de gehele stack doorgronden en regisseren: standaarden, regels, bouwblokken én de samenwerking met de markt. Binnen dat afsprakenstelsel kunnen publieke en private partijen vervolgens applicaties en verantwoorde AI-bouwstenen ontwikkelen.

Een instrument daarvoor zijn buyer groups: thematisch georganiseerde samenwerkingsverbanden die de ‘fuzzy front end’ van vraagarticulatie vertalen naar concrete opschalingsopdrachten. Een sprekend voorbeeld is de bezwaar- en beroepsketen, waar bezwaarschriften zich opstapelen, deels door onderbezetting, deels omdat burgers zelf AI inzetten om bezwaren te genereren. Een duidelijke paradox. “Welk probleem willen we oplossen?”, zou centraal moeten staan.

Concrete voorbeelden zijn er al: de AI-fabriek in Groningen, gefinancierd door overheid en de EU, en GPT-NL, het Nederlandse taalmodel dat wordt getest in gemeentelijke chatbots, met de overheid als launching customer.

Kleine spelers, grote kansen Een veelgehoorde zorg is dat zo’n aanpak alleen grote technologiebedrijven

bevoordeelt. Krüse ziet het tegenovergestelde: een open, modulaire stack met gedeelde standaarden maakt het juist makkelijker voor kleinere, innovatieve bedrijven om aan te haken, zonder dat zij een compleet platform hoeven te bouwen. Diversificatie voorkomt bovendien ongewenste afhankelijkheid van één partij.

Tegenover de VS en China, waar honderden miljarden in AI vloeien, kiest

Nederland bewust een andere koers. “Een asynchrone strategie”, noemt Krüse dat: focus op kleinere modellen, edgecomputing en verantwoorde AI. Op Europees niveau sluit dat aan bij het Tech Sovereignty Package en de Europese AIfabrieken. “Je eigen koers varen, in plaats van te concurreren met andere blokken”, zo beschrijft Krüse.

Het einddoel is helder. “Aantoonbaar betere dienstverlening voor burgers, en echt eigenaarschap en zeggenschap over de AI die we gebruiken”. Dat vereist een bewuste keuze voor eigen technologische regie. “Zodat we straks weer zelf aan het roer zitten”, vat Krüse samen.

Tekst: Fred Pals

Waarom AI-pilots de werkvloer niet bereiken

Ondanks de enorme kapitaalinjecties in kunstmatige intelligentie blijft het tastbare rendement vaak uit. Niet omdat de technologie tekortschiet, maar door een gebrek aan fundament. Gebrekkige data-architectuur, stroperige processen en een gebrek aan regie zorgen ervoor dat veel AI-initiatieven steken laten vallen voordat ze waarde toevoegen.

“Wat ik momenteel het meest zie, is een enorm FOMO-gevoel”, zegt Rutger Roffel, Head of AI bij New Nexus. Organisaties gooien er hierdoor snel wat tools tegenaan, maar ze vergeten een bepaald probleem te definiëren. “Dan heb je een oplossing die nog geen probleem heeft.” Roffel adviseert

dagelijks organisaties, van provinciale directies tot ambitieuze start-ups, over de praktische inzet van AI. Zijn conclusie is steeds dezelfde: de urgentie is er, maar de concrete vertaalslag naar de werkvloer ontbreekt.

Data is de brandstof AI werkt alleen als de onderliggende data op orde is. “AI is een krachtige motor, maar die draait op één soort brandstof: jouw data”, stelt Roffel. “Als de input niet klopt, klopt de uitkomst ook niet. Dat is precies waarom veel pilots stranden.”

Een datagedreven organisatie verzamelt niet lukraak cijfers, maar gebruikt data als kompas voor strategische beslissingen. Daar is veel meer voor nodig dan technologie alleen: domeinkennis en menselijke nuance blijven onmisbaar. De professional die de

uitkomst beoordeelt, moet data kunnen lezen én begrijpen wat die betekent voor de dagelijkse organisatie.

New Nexus hanteert voor nieuwe klanten een AI-quickscan: een grondige analyse van AI-geletterdheid, datakwaliteit en werkprocessen. Daarbij zoekt het bewust de werkvloer op. “Daar zitten de echte kennishouders van domeinspecifieke processen. Als je hen eigenaarschap geeft over de vraagstukken die ze zelf indienen, krijg je oplossingen waar je daadwerkelijk wat aan hebt.”

Soevereiniteit en ethiek

Datasoevereiniteit staat hoog op de agenda. Roffel wijst dan ook op de risico’s van afhankelijkheid van Amerikaanse of Chinese platformen. De oplossing zit vooral in dataportabiliteit: open standaarden,

hybride infrastructuren en slimme classificatie van data naar gevoeligheid. Gevoelige gegevens horen achter eigen muren en minder kritische data kan veilig in de publieke cloud.

Verantwoorde AI begint volgens Roffel bij het eerste schetsje op het whiteboard. “Wij accepteren nooit een black box. Als een model een beslissing neemt met impact op mensen, moeten we altijd kunnen uitleggen hoe die tot stand is gekomen.” Het levert aantoonbare resultaten op, van energiebesparing in utiliteitsgebouwen via slimme algoritmes tot soevereine AI-projecten ter ondersteuning van zorgprofessionals en AI-geletterdheid bij gemeenten.

Geen tegenpolen

Vaak worden innovatie en controle gezien als tegenpolen. Maar een raceauto heeft juist een krachtige rem nodig om niet uit de bocht te vliegen. Roffel: “Controle is juist de absolute voorwaarde voor innovatie. In de praktijk doe je dit door een basisprincipe om te draaien: stuur jouw data niet naar een extern AImodel, maar haal het model naar jóúw data. In deze afgeschermde omgevingen kunnen medewerkers volop pionieren en experimenteren met AI, zonder dat er ooit bedrijfsdata weglekt naar de buitenwereld.”

New Nexus – Partner Content
Rutger Roffel, Head of AI, New Nexus

Wie houdt het digitale verkeer tussen organisaties veilig?

Bestuurders praten dezer dagen veel over AI. Toch speelt zich een laag dieper een fundamentelere verschuiving af: steeds meer economische waarde ontstaat niet langer uitsluitend binnen afzonderlijke organisaties, maar tussen organisaties die gezamenlijk maatschappelijke en economische processen uitvoeren.

Die verschuiving maakt de digitale infrastructuur waarop die uitwisseling draait strategischer dan de applicaties die organisaties zelf gebruiken. Erik Nieuwenburg, managing director van Datarotonde, ziet dat dagelijks. Zijn bedrijf organiseert de veilige digitale samenwerking tussen duizenden organisaties in de vastgoedsector, de bouw en bijvoorbeeld gemeenten.

Drie fasen van digitalisering Volgens Nieuwenburg doorloopt digitalisering drie fasen: eerst digitaliseerden organisaties hun interne processen, daarna werden applicaties en ketens aan elkaar gekoppeld. “Nu breekt een derde fase aan, waarin organisaties steeds minder zelfstandig opereren en steeds meer als onderdeel van een ecosysteem”, aldus Nieuwenburg.

In die derde fase wordt het succes van een organisatie niet langer bepaald door haar eigen systemen, maar door de kwaliteit van haar samenwerking met anderen. AI versterkt die ontwikkeling, zegt Nieuwenburg: “AI laat vooral zien hoe afhankelijk we inmiddels al zijn van de digitale infrastructuren waarop onze economie draait.” Hij vergelijkt het met het elektriciteitsnet: zolang het functioneert, staat niemand erbij stil, maar zodra de infrastructuur onder druk komt, wordt de afhankelijkheid zichtbaar.

Van databroker naar Trusted Digital Exchange Platform

Datarotonde werd lang aangeduid als databroker, een term waarvan

Nieuwenburg afstand neemt: “Databroker roept de associatie op van een partij die data verzamelt, bezit of verhandelt. Dat is nadrukkelijk niet wat wij doen.” Het bedrijf bezit geen data en bepaalt niet hoe organisaties hun processen inrichten. In plaats daarvan spreekt hij over een Trusted Digital Exchange Platform, of TDX: een onafhankelijke infrastructuurlaag die de veilige en bestuurbare uitwisseling van gegevens, berichten en transacties organiseert.

Het onderhoudsproces in de vastgoedsector laat zien hoe dat werkt. Wanneer een woningcorporatie een onderhoudsopdracht verstrekt, zijn naast de eigenaar, de huurder en de onderhoudspartij ook aannemers en toeleveranciers betrokken, elk vanuit hun eigen systemen. Eén opdracht bestaat daardoor vaak uit meer dan tien samenhangende digitale stappen, van melding tot factuur. Datarotonde zegt op die manier jaarlijks meer dan twee miljard digitale dossiers te verwerken, kernprocessen te ondersteunen voor meer dan 1,5 miljoen huurwoningen en ruim 2.000 organisaties te verbinden.

Waarom onafhankelijkheid de kern is De vergelijking met een haven verduidelijkt het onderscheid tussen TDX-platformen en softwareleveranciers. De waarde van een haven wordt niet bepaald door de schepen die er liggen, maar door de infrastructuur die ervoor zorgt dat iedereen volgens dezelfde regels samenwerkt; schepen komen en gaan, de haven blijft. Zo werkt het ook met digitale

infrastructuur: applicaties en leveranciers wisselen, maar de laag die zorgt voor veilige uitwisseling en onderling vertrouwen blijft de stabiele basis. Een Trusted Digital Exchange Platform mag daarom geen belang hebben bij de inhoud van gegevens en geen voorkeur voor één leverancier, anders verliest het de neutrale positie die nodig is om samenwerking tussen, soms concurrerende, partijen te organiseren. Voor Datarotonde, onderdeel van de Info Support Groep, is die onafhankelijkheid een bewuste keuze: vastgoedbezitters, onderhoudsbedrijven, aannemers en leveranciers werken via het platform samen zonder hun identiteit of commerciële positie te verliezen.

samenwerken en morgen vrij blijft om nieuwe keuzes te maken. Bestuurders die digitalisering nog vooral als IT-vraagstuk zien, lopen het risico die opgave te missen.

Dat zo’n infrastructuur niet vanzelf uit de markt ontstaat, verklaart Nieuwenburg vanuit een marktimperfectie: investeringen liggen bij individuele partijen, terwijl de waarde voor het hele ecosysteem ontstaat. Als door marktwerking meerdere concurrerende digitale infrastructuren binnen hetzelfde domein ontstaan, versnippert ook de netwerkwaarde. Dat leidt tot hogere kosten, minder interoperabiliteit en uiteindelijk een lagere economische waarde voor alle deelnemers. Datarotonde investeert daarom al sinds haar oprichting in gezamenlijke afsprakenstelsels en sluit vanuit dezelfde overtuiging aan bij ontwikkelingen als digiGo en DSGO.

We moeten kunnen vertrouwen op de digitale infrastructuren van onze economie

Strategische keuzevrijheid als nieuwe opgave

Agentic AI maakt deze vraagstukken urgenter, omdat AI-systemen niet alleen informatie verwerken maar ook zelfstandig berichten uitwisselen en transacties uitvoeren. Dat kan alleen verantwoord wanneer de onderliggende gegevens betrouwbaar zijn en de uitwisseling tussen organisaties goed is georganiseerd. “Agentic AI creëert die kwetsbaarheden niet, het legt vooral bloot hoe robuust de digitale infrastructuur al dan niet is.”

Digitale autonomie betekent voor Nieuwenburg niet dat een organisatie alles zelf doet, maar haar afhankelijkheden bewust organiseert, zodat zij vandaag kan

De belangrijkste strategische keuze is met wie en in welke ecosystemen de organisatie waarde creëert. Dat vraagt lef en een sterk samenwerkingsgerichte mindset om nu al te investeren in de digitale infrastructuur waarop toekomstige samenwerking en innovatie rusten. Zonder een betrouwbaar digitaal fundament onder die samenwerking blijft technologische vernieuwing beperkt in haar opbrengst.

Afscheid van Big Tech? Of ruilen we alleen van afhankelijkheid?

AUTONOMIE

Jarenlang heeft Europa data, infrastructuur en AI-capaciteiten vrijwel kritiekloos ondergebracht bij een handvol Amerikaanse techbedrijven.

Onder druk van geopolitiek, privacy en strategische autonomie klinkt nu de roep om Europese alternatieven. Maar als we de Amerikaanse platforms vervangen door Europese varianten, worden we dan werkelijk soeverein?

De discussie over AI en datasoevereiniteit wordt steeds vaker gereduceerd tot een herkomstvraag. Amerika of Europa. Maar dat is te simpel. Als we dan toch versimpelen, is de cloud uiteindelijk ook maar iemands computer. Digitale soevereiniteit zit niet in de vlag op het datacenter, maar in eigenaarschap: wie beheert de infrastructuur, bepaalt de voorwaarden, kan toegang intrekken en kan de spelregels wijzigen?

Toch zien we dat beleid en publieke opinie zich nu vastbijten in Europese wetgeving of de U.S. Cloud Act. Alsof regulering automatisch gelijkstaat aan onafhankelijkheid. Maar wetgeving

verandert niets aan de fundamentele afhankelijkheidsrelatie als de onderliggende technologie en infrastructuur extern blijven.

Ondertussen verschijnen er nieuwe spelers in het Europese cloudlandschap. Zelfs partijen buiten de traditionele IT-sector, zoals retailconcerns als Lidl, positioneren zich als cloudprovider voor overheden en kritieke sectoren. Meer keuze is goed, maar het roept ook een ongemakkelijke vraag op: begrijpen we nog wel wat we uitbesteden, of ruilen we vooral de ene afhankelijkheid in voor de andere?

Daartegenover staat een duidelijke beweging richting on-premise en lokale AI-omgevingen, geboren uit een besef dat niet alles in de cloud thuishoort. Zeker niet gevoelige data, kritieke processen en intellectueel eigendom. Cloud blijft waardevol voor schaalbaarheid, maar niet als standaardantwoord op alles. Ook al is het reflexmatige argument dat eigen infrastructuur duur en complex is, dat is te makkelijk. Want wie controle wil, moet verantwoordelijkheid nemen.

We verwachten in digitale infrastructuur vaak dat volledige afhankelijkheid van

derden geen prijs heeft. In diezelfde context zien we een politiek debat dat soms meer wordt gedreven door verontwaardiging dan door inhoudelijke kennis. Dit zegt vooral iets over de afstand tussen politieke framing en de realiteit van complexe infrastructuurkeuzes.

Op papier geeft de Europese beweging meer controle, maar dat is niet altijd de praktijk. Internationaal waarschuwt onder meer de Cybersecurity and Infrastructure Security Agency al langer voor de risico’s van concentratie van digitale infrastructuur bij een beperkt aantal leveranciers. Niet

omdat cloud per definitie onveilig is, maar omdat afhankelijkheid een strategisch risico vormt.

Wat in Nederland vaak ontbreekt in deze discussie is een zekere nuchtere trots. We zijn een technisch en economisch sterk land, maar gedragen ons in digitale infrastructuur soms alsof we die rol niet zelf kunnen pakken. Alsof soevereiniteit iets is dat je inkoopt in plaats van opbouwt. Amerika inruilen voor Europese varianten maakt ons niet automatisch onafhankelijker. Het verandert vooral de leverancier, niet de structuur.

Daarom zou de discussie niet alleen over Europa moeten gaan, maar ook over Nederland zelf. Waarom zouden wij niet zelf de regie kunnen nemen over kritieke digitale infrastructuur? Waarom accepteren we afhankelijkheid als default, terwijl eigenaarschap een keuze is?

Advertorial

AI werkt alleen als de infrastructuur klopt

Iedere organisatie draait op een mix van eigen datacenters, public cloud en SaaS. Die hybride werkelijkheid is volgens Taimen Boumans, CEO van IT-infrastructuurspecialist co-one, niet het probleem. “Het probleem is dat de meeste infrastructuren zo zijn gegroeid, niet zo zijn ontworpen. Nu AI-workloads erbij komen, wordt elke eerdere keuze zichtbaar. In connectiviteit, in veerkracht, in compliance en in de rekening.”

AI is geen applicatie die je erbij zet. Het is een workload die eisen stelt aan elke laag van je infrastructuur tegelijk. Aan je netwerk, want latency en bandbreedte bepalen of AI-verwerking razendsnel is of frustreert. Aan je platform, want data en modellen horen dichtbij elkaar. Aan je beveiliging, want de gegevens waarmee je modellen voedt zijn je meest gevoelige bezit. Aan je observability, want je wilt weten wat AI-workloads werkelijk doen. En aan je governance, want “we gebruiken AI verantwoord” moet aantoonbaar zijn, niet alleen beweerbaar. “Wie die lagen los van elkaar beheert, loopt vast.”

co-one ontwerpt en beheert die lagen als één samenhangende digitale infrastructuur: van connectivity fabric tot AI governance. Boumans: “Wij werken voor omgevingen waar uitval geen optie is. Van zorgkritische platformen tot enterprise multi-locatie netwerken. Alle onderdelen moeten kloppen, tegelijk. Een zwakke schakel in connectiviteit raakt je AI-performance. Een gat in je observability maakt governance onmogelijk. Dat kun je niet los van elkaar zien.”

Workloadplacement is daarin de eerste strategische keuze. Gevoelige data en de modellen die erop draaien horen dichtbij, onder eigen regie. Workloads met sterk wisselende vraag profiteren juist van publieke

schaalbaarheid. co-one richt dat in als één beheerd geheel, zodat verplaatsen een bewuste beslissing is en geen ingrijpend migratieproject. Dataresidentie, latency, kosten en compliance bepalen waar iets draait, niet de standaardinstelling van een leverancier. “Geen lock-in, maar keuzevrijheid.”

AI voegt een nieuwe laag toe aan je infrastructuur. Wie die laag serieus neemt, ontdekt dat het fundament ook scherper moet staan

Starten met AI op publieke platformen gaat snel. Maar zodra experimenten productie worden, tikken de tokenkosten aan, groeit de afhankelijkheid en wordt databeheersing urgent. co-one bouwt hybride AIfundamenten waarbij modellen dicht bij de data draaien, onder eigen AI-governance, met voorspelbare kosten. Nutanix vormt de technologiebasis onder eigen regie. Publieke modellen waar het kan, eigen capaciteit op locatie of aan de edge waar het moet. “Zo wordt AI een gewone

enterprise workload die ons team beheert. Productieklaar in dagen, aantoonbaar compliant, zonder dat je zelf een gespecialiseerd AI-infrastructuurteam hoeft op te bouwen.”

Daar zit het verschil tussen leverancier en partner, besluit Boumans. “Een leverancier levert een oplossing voor één laag. Wij begrijpen jouw wereld, ontwerpen de passende infrastructuur en ontwikkelen die samen door. AI of soevereiniteit zijn daarin het resultaat van elke keuze die we samen maken. Daarom kiezen organisaties voor co-one. Zodat jij aan het stuur zit. Vandaag, en bij elke keuze die nog komt.”

Klaar om AI productieklaar te draaien op een infrastructuur die écht klopt? co-one bouwt het fundament. Ontdek hoe op co-one.com.

AI-transformatie is een nieuwe discipline, geen project

Organisaties investeren massaal in kunstmatige intelligentie. Budgetten worden vrijgemaakt, consultants ingehuurd, roadmaps opgesteld. Toch blijft de beloofde bedrijfswaarde in veel gevallen uit. Niet omdat de technologie tekortschiet, maar omdat de aanpak fundamenteel verkeerd is. De kloof tussen ambitieuze AI-strategie en werkelijke implementatie blijkt voor de meeste bedrijven onoverbrugbaar.

Rewire, een Europese dienstverlener die organisaties begeleidt bij dataen AI-transformatie, ziet dagelijks waar het misgaat. CEO Wouter Huygen en partner Laura Brandwacht werken samen met grote Nederlandse ondernemingen aan AI-implementaties die daadwerkelijk waarde opleveren.

Huygen schetst een patroon dat hij keer op keer tegenkomt. “Bedrijven laten een AI-strategie maken. Er komen mooie plaatjes uit met value pools, opportunities en use cases. Dat wordt een presentatie voor de board. Dan besluiten ze te implementeren.” Het probleem is dat die abstracte strategieën niet direct te vertalen zijn naar operationeel niveau. “Zo’n value pool kan weliswaar een besparing van honderd miljoen beloven. Tegen de tijd dat je iets in productie hebt, is daar misschien twee miljoen van over.”

De kern van het probleem is de lineaire benadering. Veel organisaties behandelen onbewust AI-transformatie zoals een ERPimplementatie: strategie bepalen, mandaat geven, uitvoeren, klaar. Maar AI werkt anders: het is een combinatie van plannen en gaandeweg uitvinden. Inzichten die tijdens implementatie ontstaan, moeten direct terugvloeien naar de strategie. Waar ligt bijvoorbeeld echt de grens voor wat AI kan en de mens moet doen? Wie dat niet doet, eindigt met marginale puntoplossingen in plaats van structurele waardecreatie.

De AI-native organisatie als stip op de horizon

Rewire hanteert een vergaande visie op waar organisaties naartoe moeten. Huygen

introduceert het concept van de AI-native organisatie, een bedrijf dat fundamenteel anders is ingericht dan de huidige vorm. “Een organisatie is nu ontworpen rondom de beperkingen van menselijk denken. Daarom hebben we silo’s en handovers, al die systemen die bestaan omdat een organisatie grotendeels uit mensen bestaat.”

Die logica kantelt zodra cognitief werk geautomatiseerd wordt. Grote delen van wat nu kenniswerk heet, zijn in de kern patroonherkenning en patroontoepassing. Een hypotheekaanvraag beoordelen, een verzekeringsclaim afhandelen: het zijn informatieverwerkingsprocessen met een vaste structuur. Zodra die gecodificeerd zijn, kan AI het zware werk overnemen.

De mens verschuift daarmee naar de rand van het proces, maar niet in de zin van minder belangrijk. Beoordelingsvermogen, verantwoordelijkheid, creativiteit en het bewaken van de uitkomst blijven menselijke taken. Vroeger deden mensen het denken én het uitvoeren, terwijl standaardstappen werden geautomatiseerd. Nu worden juist steeds vaker denken én uitvoeren geautomatiseerd, terwijl de mens verschuift naar uitzonderingen, oordeel, verantwoordelijkheid en eigenaarschap.

Leiderschap als kritische factor Brandwacht benadrukt dat technologie slechts een deel van de opgave is. Leiderschap is minstens zo bepalend.

“Leiderschap wordt enorm onderschat. De meeste C-level bestuurders in Nederland zijn niet opgeleid als AI-expert. Maar daar ligt ook een enorme kans.”

Wat ontbreekt bij veel organisaties is de verbinding tussen visie en executie. Teams die ver van de boardroom opereren, vervallen in het automatiseren van bestaande processen in plaats van ze fundamenteel te herontwerpen. “Als je dat doet, kom je nooit bij die echte nieuwe wereld”, aldus Brandwacht. “De potentie die AI heeft, ga je dan niet ontginnen.”

De leiders die digitale transformaties wél tot een succes maken, combineren strategisch denkvermogen met inhoudelijke diepgang. Ze zijn bereid bestaande structuren ter discussie te stellen en durven keuzes te maken in onzekere omstandigheden. Brandwacht: “De bedrijven die wij succesvol zien, durven te zeggen: op dit topic gaan we vol in. Terwijl je ook niet helemaal zeker weet of het gaat lukken.”

Strategie en engineering niet opeenvolgend, maar als geïntegreerd geheel

Rewire positioneert zich bewust op het snijvlak van strategie en implementatie.

“De klassieke scheiding tussen strategie en implementatie past steeds minder bij AI. Bedrijven hebben behoefte aan partners die beide disciplines in één geïntegreerde aanpak combineren.”

In de praktijk betekent dit dat Rewire nauw samenwerkt met grote enterpriseklanten als Rabobank, KPN en ASML. Brandwacht licht toe hoe dat eruitziet. “We werken echt samen met hun teams om het uiteindelijk te implementeren. En een heel belangrijk onderdeel van ons werk is het bouwen van capabilities, zodat de mensen bij de klant het uiteindelijk zelf kunnen.”

Elke use case die wordt ontwikkeld, draagt bij aan het fundament van de organisatie. Niet als losstaand project, maar als bouwsteen voor wat daarna komt. Het vliegwieleffect dat zo ontstaat, zorgt ervoor dat elke volgende stap iets eenvoudiger is. Dat vereist geduld en doorzettingsvermogen, maar ook eerlijkheid over wat AI wel en niet kan oplossen. Structurele organisatieproblemen verdwijnen niet door technologie. AI legt ze juist bloot. “De winnaars van morgen zijn de bedrijven die het snelst leren, en zichzelf het snelst opnieuw uitvinden.”

Laura Brandwacht, Partner, Rewire
Wouter Huygen, CEO, Rewire

Hybrid Cloud Cloud Native

Digital Workspace Private AI

Datacontrole gaat niet over locatie, maar keuzes

“Staan onze data in Europa?” Het is bijna altijd de eerste vraag die bestuurders stellen als digitale soevereiniteit op tafel komt. En het is bijna altijd de verkeerde. Want de locatie van je data zegt weinig over wie er werkelijk de regie heeft.

Jeffrey Kusters, CTO bij ITQ, ziet organisaties zich geruststellen door een Europese datacenterlocatie, terwijl de echte vraag onbeantwoord blijft: van welke leveranciers, technologieën en jurisdicties zijn we eigenlijk afhankelijk, en wat gebeurt er als daar iets verschuift? “Weinig organisaties voelen zich echt in control. De oorzaak: ze zijn het zicht kwijt op waar ze van afhankelijk zijn. Wat je niet ziet, kun je niet sturen.”

Hij verwijst naar de Franse Senaat, waar een vertegenwoordiger van Microsoft werd gevraagd of hij kon garanderen dat data in een Europese tenant nooit in Amerikaanse handen zou komen. Het antwoord was nee. “Zodra er een Amerikaanse aandeelhouder boven een bedrijf zit, valt het onder de Amerikaanse Cloud Act. Je kunt van alles regelen in Europa, maar het restrisico is

nooit nul. Dat is wel een reden om het bewust te kennen en te managen.”

Soevereiniteit is een afweging, geen vinkje

Volgens Kusters bestaat soevereiniteit uit drie lagen die je apart moet wegen: waar je data staan, inclusief back-ups en logs; wie er operationeel aan de knoppen zit; en hoe afhankelijk de technologie zelf is. “De som van die drie bepaalt of je in controle bent. Het is geen ja of nee, het is een schaal. De kunst is bepalen welk niveau van controle je voor welke toepassing écht nodig hebt, en daar bewust naar handelen.”

Hij waarschuwt nadrukkelijk voor het andere uiterste: alles weghalen bij Amerikaanse clouds en zelf gaan draaien. “Dat is een ideologische reflex, geen strategie. Blijf rationeel: wat is, gegeven jouw eisen, de verstandigste keuze voor deze toepassing?”

AI maakt de inzet groter

De opkomst van AI brengt het vraagstuk in een stroomversnelling, en op twee manieren. “AI heeft data nodig, dus elke AI-toepassing vergroot het raakvlak tussen je bedrijfsdata en externe systemen. Tegelijk groeit de afhankelijkheid van AI in je kernprocessen razendsnel, vaak sneller dan de governance eromheen.”

Wat dat betekent, maakt hij concreet met de Anthropic-casus van 12 juni 2026:

de Amerikaanse overheid droeg Anthropic op om toegang tot twee modellen, Fable 5 en Mythos 5, voor buitenlanders stop te zetten, zowel binnen als buiten de Verenigde Staten. Anthropic stelde dat het gevolg van die maatregel was dat het beide modellen abrupt voor alle klanten moest uitschakelen om compliant te blijven. Andere Anthropic-modellen bleven beschikbaar.

Het gaat niet om de betrouwbaarheid van een provider, want Anthropic was het zelf oneens met de maatregel. Het punt is dat een provider onder juridische en geopolitieke verplichtingen kan vallen die de toegang tot een model van de ene op de andere dag kunnen wegnemen.

De platformlaag als basis voor keuzevrijheid

Hier ligt voor ITQ de kern van de oplossing. “We standaardiseren op de platformlaag”, zegt Kusters. “Daardoor kan dezelfde applicatie draaien in je eigen datacenter, in een door ons beheerde omgeving of in een publieke cloud, zonder dat je telkens hoeft te herbouwen. Je kiest per applicatie en per dataset waar het thuishoort, en je kunt later weer schuiven.”

Die verplaatsbaarheid is volgens hem niet alleen technisch handig, maar ook bestuurlijk noodzakelijk geworden. “De NIS2-wetgeving, de Europese cybersecuritywet, vraagt dat je kunt aantonen dat je niet structureel vastzit

aan één partij. Een werkende exitstrategie is geen papieren oefening meer, het is een eis. Een consistente platformlaag maakt die onafhankelijkheid concreet en controleerbaar.”

Om soevereiniteit bespreekbaar en toetsbaar te maken, gebruikt ITQ het Cloud Sovereignty Framework van de Europese Commissie als praktische lens. “Het framework is nog jong en deels een kwestie van interpretatie, dus we presenteren het als beoordeling, niet als keurmerk. Maar het maakt in één gesprek zichtbaar waar de grootste gaten in je digitale autonomie zitten.”

Dit hoort aan de bestuurstafel Digitale soevereiniteit is geen ITonderwerp meer, benadrukt Kusters. “In kleinere organisaties ligt het bij de directie, in grotere bij Risk of de CFO. Onder NIS2 is de bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor dit risico. Je komt er niet meer mee weg dat een andere afdeling dit had moeten regelen.”

Zijn advies aan bestuurders die nu hun cloud- en AI-strategie herzien, is direct: begin met inzicht. “Breng de hele keten van afhankelijkheden in kaart, niet alleen het zichtbare stukje. Bepaal daarna rationeel welke risico’s je niet accepteert, en zet daar gerichte keuzes tegenover. Niet alles tegelijk, wel bewust.”

En ITQ zelf? Kusters houdt het kort. “Dit is voor ons geen nieuwe sprong, we ontwerpen en beheren al dagelijks cloud- en VMware-omgevingen. Wat we toevoegen is de mogelijkheid om dat ook op een door ons beheerde, Europese omgeving te draaien, te beginnen in Nederland, onder één contract. De klant kiest bewust wat waar draait, en wij nemen het beheer en de afhankelijkheden uit handen. De komende maanden vertellen we daar meer over.”

Jeffrey Kusters, CTO, ITQ

Soevereiniteit verkoop je niet met angst

Het bedrijf Digital Survival Company groeide in twee jaar uit tot een serieus alternatief voor de gevestigde Managed Service Providers (MSP’s) van de overheid. CEO Steven Klompenhouwer en CCO Maximilian Ebenhoch gaan in dit artikel dieper in op soevereiniteit zonder angst en AI met een open blik.

Digitale soevereiniteit is in korte tijd het gesprek van de dag geworden in overheidsland. Europese wetgeving die bedrijven verplicht veiliger om te gaan met digitale systemen, data en AI – zoals NIS2, de Data Act en de AI Act – zetten bestuurders aan het denken, en de afhankelijkheid van Amerikaanse cloudleveranciers voelt opeens minder vanzelfsprekend. Volgens Steven Klompenhouwer, CEO van Digital Survival Company, schiet de discussie alleen te vaak door. “Er wordt nu veel verkocht met angst.”

Moderne MSP

Digital Survival Company specialiseert zich als de moderne MSP voor enterprisegrade organisaties. Met 300 collega’s

focust het bedrijf zich op de high-end IT essentials waar zulke organisaties op draaien: cloud, werkplek, security, applicatiebeheer en een servicedesk met support die 24x7 bereikbaar is. Waar de grote, gevestigde IT-partijen alles voor iedereen willen zijn, kiest het bedrijf voor diepgang in die kern. Tot twee jaar geleden was het vooral bekend in de commerciële markt, maar inmiddels schuift het aan tafel bij gemeenten, vitale infrastructuur, uitvoeringsorganisaties en publieke instellingen. “Tot een paar jaar terug had een gemeente in de praktijk weinig te kiezen”, zegt CCO Maximilian Ebenhoch. “Dat beeld kantelt. Bestuurders willen een moderne partij die cloud-native denkt, de soevereiniteitsvraag scherp kan beantwoorden en bij elke nieuwe richtlijn niet meteen teruggrijpt op verouderde techniek.”

Die laatste reflex is volgens beiden het echte probleem. Klompenhouwer: “Volledige soevereiniteit bestaat niet en je hebt het lang niet overal nodig. Wij brengen per ICT-domein in kaart welk risico je loopt en welk SEAL (Sovereignty Effectiveness Assurance Level)-niveau daarbij hoort. Een bestuurder kiest zo bewust op basis van zijn doelgroep en het specifieke risicoprofiel.”

Risico als startpunt

Digital Survival Company leunt daarbij op het EU Cloud Sovereignty Framework dat de Europese Commissie vorig jaar publiceerde, met acht doelstellingen en vijf niveaus. Het startpunt is daarbij het risico, niet de afvinklijst van een wet. “Compliance is het resultaat, niet de vraag”, vat Ebenhoch samen. “We kijken per domein wat er misgaat als je de regie

kwijtraakt, en welk niveau dat risico acceptabel maakt.”

In de praktijk lopen drie routes naast elkaar en combineert het bedrijf die tot de best mogelijke oplossing voor een publieke organisatie: de varianten van Microsoft (waaronder Azure en M365) en AWS, volwaardige Europese aanbieders als OVHcloud, Scaleway en STACKIT, en standaardisatie via kaders zoals Haven. Het bedrijf levert alles wat nodig is om soevereiniteit in een cloud-native oplossing te garanderen: van een Europese cloudoplossing tot een soevereine back-up op Europese opslag.

Juist rond AI ontstaat een ongemakkelijke spanning: de beste AI van dit moment draait grotendeels op niet-Europese platformen. Wie soevereiniteit tot het uiterste doorvoert, doet de deur dicht voor die innovatie. “Copilot, Claude, Gemini, Cursor en ook Mistral voor steeds meer Europese workloads leveren enorme productiviteitswinst”, zegt Ebenhoch. “De kunst zit in de afweging per toepassing: welke data mag waar terechtkomen en welk risico accepteer je daarbij.”

Risico’s niet wegwuiven Dat betekent niet dat risico’s worden weggewuifd. Voor het scenario dat het geopolitiek echt misgaat, bouwt Digital Survival Company standaard een uitweg in. “Als de wereld op slot gaat, moet een organisatie kunnen schakelen zonder compleet stil te vallen”, legt Klompenhouwer uit. “Dat is iets heel anders dan vandaag al je systemen terugtrekken in een eigen datacenter. Alles op een Europese plek zetten en denken dat je dan veilig bent, is een illusie. Je

bereidt je voor op het slechtste scenario en bouwt ondertussen vooruit met moderne technologie.”

De aanpak vertaalt zich in opdrachten. De afgelopen twee jaar kozen onder meer Bloemendaal, Heemstede, Huizen, de Regio Gooi en Vechtstreek en recent Alphen aan den Rijn voor Digital Survival Company, naast drinkwaterbedrijf Evides en zorgverzekeraar Salland. Ook in de zakelijke sector slaat de aanpak aan: Vidomes, Woonstad Rotterdam en Stadlander tekenden voor een meerjarige samenwerking. Stuk voor stuk maatschappijkritische organisaties met gevoelige data en een lage tolerantie voor uitval. Ebenhoch: “Organisaties die vroeger automatisch bij de usual suspects aanklopten, kiezen nu bewust voor een moderne high-end specialist met korte lijnen.”

“Onze kracht zit in de combinatie. Diepgaande cloud-native expertise en het vermogen om de soevereiniteits- en AI-vraag eerlijk te beantwoorden”, vult Klompenhouwer aan.

Het tweetal ziet de markt nog jaren in beweging. In die drukte wil Digital Survival Company het verschil maken met kwaliteit en nuchterheid. “Er zijn nog volop organisaties op zoek naar de juiste balans. Wij staan klaar om ze daarbij te helpen en onze klanten zijn het bewijs dat we dat uitstekend kunnen.”

Maximilian Ebenhoch, CCO, Digital Survival Company
Steven Klompenhouwer, CEO, Digital Survival Company

Veiliger op straat door weer naar elkaar om te kijken

Op straat ontstaat gevaar vaak sneller dan professionele hulp kan arriveren. Bellen, uitleg geven en wachten op een centralist kost tijd, juist wanneer iemand schrikt, vlucht of bevriest. Tegelijk zijn er vaak mensen in de buurt: achter ramen, op straat of onderweg. De vraag is hoe je die nabijheid kunt omzetten in hulp, aandacht en verantwoordelijkheid voor elkaar.

Die gedachte ligt aan de basis van een nieuw Nederlands veiligheidsnetwerk: wie zich bedreigd voelt, moet direct mensen in de buurt kunnen alarmeren. De technologie is niet het doel, maar het middel om The Safety Network op te bouwen: een maatschappelijke beweging van burgers, bedrijven en organisaties die weer naar elkaar omkijken.

Het initiatief komt van ondernemer Geeta Girdhari, oprichter van de stichting It’s Me How About You. Haar oorspronkelijke boodschap draaide om jezelf kunnen zijn. Die kreeg vorig jaar een dringender lading toen haar 24-jarige zoon, die gay is, thuiskwam met de mededeling dat hij zich onveilig voelde. “Ik dacht: hoe kan dat nou midden in Rotterdam? Die nacht bleef één beeld terugkomen: wat als er overal deuren opengaan zodra iemand hulp nodig heeft? Vanaf dat moment wist ik dat dit groter moest worden dan ons eigen verhaal.”

mishandeling, ongeluk, iemand die valt of vastloopt. De ambitie is niet om politie te vervangen, maar om tijd te winnen.

Volgens Girdhari is veiligheid geïnstitutionaliseerd, terwijl incidenten zich afspelen tussen toevallige omstanders. “De politie kan niet overal zijn. Wij hebben als burgers ook een plicht. We moeten weer op elkaar gaan letten.” Daarmee schuift de stichting omstandersgedrag naar voren. Mensen zien vaak wel iets, maar twijfelen of kijken weg. Niet altijd uit onverschilligheid; soms uit angst of handelingsverlegenheid. Wie een melding krijgt, hoeft niet zelf in te grijpen. Bellen, kijken of de politie al onderweg is, filmen, een deur openen of iemand opvangen kan al verschil maken.

Commitment

Wie de app downloadt, betaalt een jaarabonnement van € 20. Dat bedrag ziet Girdhari niet alleen als financiering, maar ook als commitment. Gebruikers kopen geen individueel alarmsysteem; zij sluiten zich aan bij een netwerk. “Als je de app neemt, zeg je eigenlijk dat je mee wilt doen. Je hoeft niet de held uit te hangen. Maar je kunt wel alert zijn, 112 bellen of even kijken wat er aan de hand is. Soms is het genoeg dat iemand merkt dat hij niet alleen staat.”

De app is zo ingericht dat gebruikers in een kwetsbaar moment hulp kunnen vragen zonder zichzelf bekend te maken. Wie een alert verstuurt, blijft anoniem: omstanders zien alleen dat er iemand in de buurt hulp nodig heeft. De gedeelde locatie is bedoeld als veiligheidsmiddel: daarmee kunnen mensen in de omgeving in actie komen.

De doelgroep is breder dan het persoonlijke verhaal waarmee het begon. Vrouwen, queer personen en jongeren komen snel in beeld bij straatonveiligheid, maar Girdhari wil geen app bouwen voor één groep. Onveiligheid kan ook een valpartij door ijzel zijn, een lekke band in het donker of een ongeluk op een verlaten weg.

beperkt. Voor een veiligheidsnetwerk geldt: hoe meer mensen én organisaties meedoen, hoe groter de kans dat er altijd iemand in de buurt is die kan helpen. Daarom wil Girdhari meer partijen aan The Safety Network verbinden: media die het onderwerp zichtbaar maken, bedrijven die de campagne helpen financieren en partners die willen bijdragen aan een veiliger Nederland.

De stichting heeft een ANBI-status, die het maatschappelijke karakter onderstreept. Om de campagne landelijk uit te rollen, zijn sponsors en donateurs nodig. Voor bedrijven en organisaties zijn er sponsorpakketten op verschillende niveaus, zodat zij zichtbaar bijdragen aan een samenleving waarin mensen sneller voor elkaar in beweging komen.

Bij de lancering merkte Girdhari hoe breed het onderwerp leeft. De bijeenkomst was bedoeld als energieke introductie, maar aan de tafels kwamen ook persoonlijke ervaringen met onveiligheid naar boven. “Ik dacht dat we een middag met muziek en energie zouden hebben. Het werd ook mooi, maar er vloeiden tranen. Aan iedere tafel zat iemand die wist hoe het is om zich onveilig te voelen.”

De app downloaden of als bedrijf, organisatie, sponsor of donateur bijdragen aan The Safety Network kan via: https://howaboutyou.app/

Geeta Girdhari, Oprichter, stichting It’s Me How About You

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook