#32 - oktober 2017
Leve de ancien! WAAROM ERVARING DE DOORSLAG GEEFT
“Belangrijk om knowhow door te geven” JAN HAUTEKIET (VRT, 38 JAAR DIENST)
HIPPE VERGADERRUIMTES VAN ZOMERTERRAS TOT COMBI ORIGINELE VOORDELEN OP KANTOOR CARWASH,VAKMAN OF AFHAALMAALTIJD
5
FOUTE BAZEN VAN DE ZEEMEEUW TOT DE PSYCHOPAAT
VOLG ONS OP @MARK_MAGAZINE OF WWW.MARKMAGAZINE.BE
LIDL GROEIT.
GROEI MEE.
LIESBETH LEERT BIJ. LIDL GROEIT. “DE BELANGRIJKSTE LES DIE IK HIER LEERDE? ALLES IS TEAMWORK, ZONDER UITZONDERINGEN.”
JORN BOUWT. LIDL GROEIT. “WE BOUWEN ELKE DRIE WEKEN EEN NIEUW FILIAAL. COMPLEX, EENVOUDIG ... MAAKT NIET UIT. ZOLANG HET EINDRESULTAAT MAAR PERFECT IS!”
Lidl groeit snel. Elke drie weken een nieuwe winkel, elke drie jaar een nieuw distributiecentrum en elke drie minuten een nieuwe klant, dat doet niemand ons na. Maar die groei is nog maar het begin. Het is onze droom om nog meer harten van klanten te winnen met onze verse groenten en ons lekker brood. Elke dag opnieuw. Het geheim van dat succes? Dat zijn onze 7.800 medewerkers. In onze winkels, distributiecentra en op onze kantoren. Door hun inzet en hun ideeën, maken zij elke dag het verschil en doen zij Lidl groeien. Welke expertise je ook in huis hebt, Lidl biedt jou alle groeimogelijkheden. Zin om mee te groeien?
Ontdek meer op werkenbijlidl.be
www.markmagazine.be
INHOUD Overwerk 4
Over Belgische lonen en België als merk 25 dingen die succesvolle mensen doen
6
Van ‘wees nieuwsgierig’ tot ‘kom op tijd thuis’ Tafel, bed én bedrijf
7
Hoe run je als koppel samen een bedrijf? De toekomst is vrouwelijk
8
Vrouwen worden nog te vaak onderschat Heb jij wat te zeggen?
10
Hoe drie bedrijven inspraak organiseren Opvallende bedrijfsruimtes
14
Van vergadercombi tot zomerterras De vijf foutste bazen
21
Niet op te voeden, wel te overleven Dossier: Lang leve de ancien!
23
Jan Hautekiet:“Wees genereus met je kennis”
24
Van 15 tot 41 jaar: tien anciens aan het woord
32
Wat moeten werkgevers doen voor hun 45-plussers? Flexibele verloning in opmars
34
En wat is jouw voordeel op maat? Zes opvallende voordelen
36
Carwash, vakman of afhaalmaaltijd
MARK
Edito
INTRO
Vijftig is het nieuwe dertig Ik wilde het in deze intro eerst hebben over het personeelsbeleid bij Ryanair. Ik had al enkele cijfers en anekdotes verzameld. Over de 700 à 1.000 piloten (afhankelijk van de bron) die vorig jaar het bedrijf de rug toekeerden. Of over piloten die zelf moeten betalen voor hun flesje water aan boord, maar tegelijk een flinke bonus krijgen om toch maar hun vakantie (met vrouw en kinderen) op te offeren. Of over hun topman die het liefst zonder die lastige piloten zou willen vliegen. Maar toen zag ik in de krant een evolutie die me relevanter leek voor deze editie van MARK Magazine. Voor het eerst zijn er namelijk evenveel vijftigers als dertigers aan het werk. In twintig jaar tijd is het aantal werkende vijftigers ruim verdubbeld. Er zijn nog altijd te weinig vijftigers aan de slag, maar vijftig is het nieuwe dertig. Ook al laten wij in elke MARK jong en oud aan het woord, dit nummer brengt een ode aan ervaring onder de titel: leve de ancien. Al is ancien een breed begrip. De meest ervaren ancien in dit nummer heeft 41 jaar dienst. In sommige bedrijven ben je na acht jaar al een oudgediende. Of hoe we bijna allemaal ancien zijn. Voorts overlopen we in deze MARK enkele originele extralegale voordelen (carwash, foodtruck, afhaalmaaltijden en ander lekkers). We brengen de mooiste vergaderruimtes in beeld (het oog wil ook wat). En we hebben het over foute bazen: niet op te voeden, maar wel te overleven. Veel leesplezier. Het volgende MARK Magazine zit bij De Standaard van 17 november en Het Nieuwsblad van 20 november. William Visterin, hoofdredacteur MARK Magazine @wvisterin
Jouw mening? @mark_magazine
“Slechts weinig medewerkers zijn blij met hun manager” Organisatieadviseur Bart Groothuis op pagina 21
Alles Van A TOt Z MARK Magazine is een realisatie van Content Connections, dat als Content Marketing Divisie van Mediahuis merken en bedrijven de kans geeft om hun ideeën en visie te delen met de community van De Standaard en Het Nieuwsblad. Content Connections draagt de redactionele verantwoordelijkheid voor deze publicatie.
3
MARK
Brussel betaalt het best Het gemiddelde maandelijkse brutoloon dat je in België kunt verdienen, varieert behoorlijk. Met ruim 3.500 euro bruto betaalt Brussel het best, gevolgd door Waals- en Vlaams-Brabant. De loonvoorsprong van Brussel op de rest van het land neemt wel af. Dat blijkt uit de Jobat Loonwijzer 2017. Aan dit onderzoek van Jobat namen ruim 24.000 respondenten deel, verdeeld over heel België. Over heel het land beschouwd, kan een werkende Belg gemiddeld rekenen op een maandelijks brutoloon van 3.181 euro. Dat landelijke loongemiddelde ligt overigens iets lager dan bij het Jobatonderzoek van vorig jaar. 3.181 euro is natuurlijk een gemiddelde. En veelverdieners halen zo’n gemiddelde naar boven. De mediaan ligt in ons land
op 2.875 euro bruto. Concreet betekent dit dat de helft van de ondervraagden minder verdient dan dat bedrag van 2.875 euro en de andere helft meer verdient dan dat bedrag.
Nergens studeren minder meisjes ICT dan in België België trekt veel te weinig meisjes aan die informatica willen studeren. Nergens beginnen in verhouding minder meisjes aan hogere ICT-studies dan in België. Dat blijkt uit een recent rapport van de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Amper 7 procent van de beginnende ICTstudenten in het hoger onderwijs in ons land is een vrouw. Geen enkel land uit het recente OESO-onderzoek – dat 38 landen telt – doet het slechter.
4
Gemiddeld bestaan ICT-studies voor 19 procent uit meisjes. In Turkije worden de hogere ICT-studies bijvoorbeeld in 29 procent van de gevallen door meisjes gevolgd, zo blijkt uit het OESO-onderzoek. Ons land bengelt helemaal onderaan. Dat heeft ook een impact op de ICTafgestudeerden in ons land, zowel jongens als meisjes. Hun aantal ligt lager dan in ieder ander OESO-land. Slechts een op de honderd afgestudeerden in België heeft een ICT-opleiding achter de rug, terwijl het OESO-gemiddelde vier keer hoger ligt.
www.markmagazine.be
OVERWERK
MARK
België zakt als internationaal merk De merkwaarde van ons land bedraagt 548 miljard dollar. Dat blijkt uit onderzoek van merkenspecialist Brand Finance. Met dit bedrag zit België 3 procent hoger dan vorig jaar. Maar omdat andere (vooral Aziatische) landen veel beter scoren, zakken we flink in de internationale ranking (van 20 naar 26). Brand Finance onderzoekt elk jaar de merkwaarde van landen. Elementen zoals bekendheid, investeringsklimaat en toeristische aantrekkingskracht spelen een rol. De ranglijst wordt ook dit jaar aangevoerd door de Verenigde Staten, dat zijn waarde licht tot 21.055 miljard dollar zag toenemen. China staat op de tweede stek met een waarde van 10.209 miljard dollar. Al stijgt dat land maar liefst 44 procent in merkwaarde tegenover het jaar voordien.
Oosterse landen, zoals Zuid-Korea, Indonesië en Taiwan, komen overigens opzetten inzake merkwaarde. Over het algemeen toont de lijst een geleidelijke verschuiving van west naar oost.
Merkwaarde landen
IJSLAND
2. China
Na de Verenigde Staten en China volgen Duitsland (4.021 miljard dollar), Japan (3.439 miljard dollar) en Groot-Brittannië (3.129 miljard dollar). De sterkste groei werd echter opgetekend door IJsland, dat onder meer de wind in de zeilen krijgt dankzij het succes van de televisiereeks Game of Thrones. Het eiland komt de top honderd binnen op plek 88.
1. Verenigde Staten 3. Duitsland 4. Japan 5. Verenigd Koninkrijk 6. Frankrijk 7. Canada 8. India 9. Italië 10. Zuid-Korea ...
Een opvallende terugval is er bij Nederland, dat in merkwaarde met 10 procent daalde tot 1.005 miljard dollar en van een twaalfde naar een vijftiende plaats terugvalt.
15. Nederland 26. België Bron: Brand Finance, oktober 2017
NV Overwerk
5
MARK
SUCCES
SUCCES IN WERK EN LEVEN
25 dingen die succesvolle mensen doen In zijn succesvolle boek 100 dingen die succesvolle mensen doen verzamelt auteur Nigel Cumberland, zoals de titel doet vermoeden, honderd actiepunten om slim te werken en prettig te leven. Een bloemlezing. TEKST:William Visterin De opzet van het diverse boek van Cumberland is om elke vorm van succes te verwezenlijken: van je werk en carrière, je relaties en ouderschap tot je financiën en gezondheid. Hieronder vind je 25 vooraanstaande tips uit het boek, een vierde dus. Doe het tegenovergestelde van wat de meerderheid doet. Vaar je eigen koers. – Maak van je werk je hobby. Dan sta je elke ochtend fluitend op. – Wees nieuwsgierig. En stel de juiste vragen. – Focus op waar je greep op hebt. Al de rest kun je toch niet veranderen. – Volg je dromen. Je zult een veel beter leven leiden als je je passies najaagt. – Kom op tijd thuis. Het ideaalbeeld is dat je alles binnen je normale werktijd afkrijgt. – Vraag om hulp en neem jezelf niet al te serieus. Je weet en kunt niet alles. – Doe wat je zegt, en beloof dus niet te veel. – Neem pauzes in de loop van de dag en zorg dat weekends en vakantie dat ook echt zijn. – Omarm technologie, en dan vooral haar positieve kanten. – Maak deel uit van een stam. Iedereen hoort ergens thuis. Maar kies je groepen (en vrienden) verstandig. – Hecht niet te veel aan bezit. Het bepaalt niet wie je bent en al zeker niet je geluk. 6
Nigel Cumberland, 100 dingen die succesvolle mensen doen - slim werken en prettig leven, Business Contact, 2017, ISBN: 9789047010791, 224 pagina’s
Wees extravert én introvert. Leer jezelf aan om de stijl te gebruiken die het best bij de gegeven situatie past. – Stap uit je comfortzone. Succes komt niet naar je toe, je moet het opzoeken. – Gebruik goede voorbeelden. Door naar succesvolle mensen te kijken, kun je je leerprocessen versnellen. – Onthoud mensen. Als je ze herinnert, zullen mensen zich jou ook herinneren. – Lach wat vaker. Het is gezond en ook nog eens goed voor je populariteit. – Hou het simpel. Eenvoud is voor succesvolle mensen de slimste keuze. – Doe het vandaag. Als je iets wilt laten mislukken, moet je vooral tot morgen uitstellen wat vandaag moet gebeuren. – Streef naar ervaringen, niet naar bezit. Ervaringen zorgen voor blijvend geluk en voldoening. – Denk na voordat je op ‘Verzenden’ klikt. Lees het bericht altijd nog even na. – Neem afscheid van kwaad bloed. Er bestaat geen groter gevaar dan vervuiling door mensen om je heen. – Hou de grote lijnen in de gaten. Vraag je af of het morgen of volgend jaar nog belangrijk is. – Vind jezelf regelmatig opnieuw uit. En doe dat proactief: jij beslist wanneer. – Werk zolang je kunt. Je pensioen kan je dood worden.
www.markmagazine.be
WORK-LIFE BALANCE
MARK
HOE RUN JE ALS KOPPEL SAMEN EEN BEDRIJF?
Tafel, bed én bedrijf
Vijf jaar geleden stapten ze heel toevallig samen bij dezelfde werkgever binnen om aan een nieuwe job te beginnen. Er ontstond meteen een band … Van het een kwam het ander: Tobias Verbruggen en Marlies Vandyck zijn man en vrouw én begonnen samen een nieuwe onderneming. Maar kun je werk en privé helemaal samen laten lopen? Tobias Verbruggen en Ma
rlies Vandyck delen bed
TEKST: Kurt Meers “Het was een speling van het lot die ervoor zorgde dat Marlies en ik ongeveer op dezelfde dag aan de slag gingen bij Voka Kamer van Koophandel Limburg. We kenden elkaar eigenlijk niet, ook al hadden we blijkbaar een jaar in dezelfde aula gezeten tijdens onze studies in Leuven”, aldus Tobias. Op het werk sloeg de vonk wel over. “We zijn bij Voka inderdaad een koppel geworden, maar wisten privé en werk goed te scheiden. Dat ging vrij natuurlijk. Voor een aantal projecten moesten we samenwerken en dat verliep uitstekend. Het is niet zo dat we bijvoorbeeld tijdens de middagpauze elkaars handje gingen vasthouden (lacht). Ik denk niet dat de collega’s onze relatie als storend hebben ervaren.”
solliciteerde Marlies voor een baan bij zusterbedrijf Idearté, waardoor we opnieuw in hetzelfde gebouw gingen werken”, vertelt Tobias. “Er waren tal van projecten die we in teamverband moesten aanpakken. Als coördinator moest Marlies mij aansturen. Zo kreeg ik af en toe instructies om iets aan te passen, maar dat deed ze altijd met zachte hand.” Thuis werd er regelmatig doorgeboomd over het werk. “Wij vinden dat heel normaal. Bij andere koppels is het ook zo dat ze een uitlaatklep nodig hebben en tegen hun partner vertellen over ervaringen op het werk. Dan is het natuurlijk gemakkelijk als de andere weet waar het over gaat. We zien het eerder als een voordeel om elkaar te kunnen steunen en coachen.”
ZACHTE HAND Na vier jaar ging Tobias in op een jobaanbieding bij pr-bureau Influarté in SintTruiden. “Amper enkele maanden later
Afgelopen zomer zijn Marlies en Tobias getrouwd. En ook professioneel werden de banden strakker aangehaald door de oprichting van hun eigen bedrijf: com-
en bureau.
municatiebureau HiPPO communicatie & design, dat zopas van start ging. “We wisten dat we ook zakelijk een perfecte tandem kunnen vormen. Qua competenties en persoonlijkheid vullen we elkaar goed aan.” GEVAREN Tobias en Marlies zijn wel op hun hoede voor de gevaren van de combinatie werk-privé. “We horen vaak van vrienden, zeker als ze kinderen hebben, dat ze momenten moeten plannen om samen als koppel iets te doen. Bij ons is dat omgekeerd. Wij plannen activiteiten afzonderlijk om te zorgen dat we niet altijd op elkaars lip moeten leven. Ik ga zelf een aantal keer per week voetballen, en Marlies doet ook aan sport. Of we gaan apart iets drinken met vrienden. Ik denk niet dat we tegenwoordig twee avonden per week samen in de zetel zitten. Voor ons is dat de ideale formule.” 7
MARK
De toekomst is vrouwelijk Vrouwen spelen een belangrijke rol in onze geschiedenis en zullen dat blijven doen. Helaas worden ze nog te vaak onderschat. Als globale multinational wil Mars aan de basis liggen van verandering. Van vooruitgang en emancipatie voor die vrouwen, van de cacaoplantages in Ivoorkust tot het management in België. TEKST:Thalisa Devos Vrouwen presteren twee derde van alle uren die wereldwijd gewerkt worden. De helft van het voedsel dat van België tot Australië op tafel komt, wordt door vrouwen geproduceerd. Toch verdient die groep vandaag slechts 10 procent van het wereldwijde inkomen en bezitten ze minder dan 1 procent van alle eigendom. Als bedrijf dat zwaar inzet op welzijn en duurzaamheid wil Mars dit veranderen en een pioniersrol vervullen. Zo ontwikkelen ze emanciperende initiatieven voor vrouwen, op de plekken waar het nodig is. Verspreid over de volledige voedselketen, van op de cacaoplantages tot bij de consument. Victoria Mars – lid van de vierde generatie van de familie Mars en voormalig voorzitter van de raad van bestuur – is de eerste om op te komen voor de vrouw: “Alle werknemers verdienen het om gewaardeerd en geapprecieerd te worden, om een betekenisvolle carrière te hebben. Mijn passie gaat uit naar vrouwenemancipatie. Als wij een extra duw aan hun carrière kunnen geven, doen we dat ook.” 8
HOGE FUNCTIE ÉN GEZIN Aurélie Denayer, marketing director chocolate in België, beaamt dat. “Ik ben in enkele jaren tijd opgeklommen tot een managementfunctie bij Mars. In diezelfde periode heb ik twee dochters gekregen. Die zijn vandaag vier en zeven jaar. Om beide perfect te kunnen combineren, is er flexibiliteit nodig. Die krijg ik bij Mars. Wil ik mijn kinderen ’s morgens naar school brengen of is er op vrijdag een schoolvoorstelling die ik wil zien, dan kan dat. Nooit heb ik hier moeten kiezen tussen een hoge functie of een gezin. Zo zie je dat het kan. Ongeveer de helft van mijn collega’s in het Belgische managementteam is een vrouw. Ik zou liegen als ik zeg dat het altijd gemakkelijk is. Er komt veel organisatie bij kijken. Maar door thuis en flexibel te kunnen werken, heb ik het gevoel dat vrouwen even hoog kunnen klimmen als mannen, zonder dat ze daar extra opofferingen voor moeten doen. Ik kan aan alle vrouwen die twijfelen de raad geven om ervoor te gaan. Met het juiste netwerk en een flinke dosis organisatie kom je er wel. En lijkt dat toch niet zo te zijn, durf dan hulp te vragen.”
“Ik ben in enkele jaren tijd opgeklommen tot een managementfunctie bij Mars. In diezelfde periode heb ik twee dochters gekregen” , vertelt Aurélie Denaye r.
VERBAND MET ARMOEDE Hulp is wel degelijk nodig als het over emancipatie gaat. Wereldwijd is er nog ongelofelijk veel werk te verrichten. Het Sustainable in a Generation Plan van Mars, dat focust op klimaatuitdagingen, armoede en vrouwenrechten is een stevig begin. Een deel van het project wil vrouwen in stevigere professionele posities plaatsen en opportuniteiten creeren. Inge Jacobs is genderexpert bij Mars. Ze werkt en woont momenteel in Ivoorkust en volgt daar het zogenaamde vision for change women empowermentprogramma. “Er is een sterk verband tussen armoede, mensenrechten en vrouwenemancipatie. Het programma bevat enkele methodologieën om boeren en hun gezinnen te steunen. In de cacaosector verrichten vrouwen ongeveer 40 procent van het werk. Ze doen heel veel, maar worden niet of heel weinig betaald. Ze worden niet uitgenodigd om trainingen te volgen of om beslissingen te nemen. En alle geldzaken zijn in handen van de mannen. Ervaring toont aan dat als je vrouwen betrekt in de beslissingen en de cashflows, de productiviteit en efficiëntie stijgt en daarmee ook de welvaart voor het gezin omhooggaat. Het is tenslotte ook de vrouw die eten op tafel brengt en de kinderen naar school stuurt.”
www.markmagazine.be
DIVERSITEIT
tot in een korte tijd opgewerkt t Lucie (links op de foto) zich “Door het programma heef foto). de op ts (rech bs Jaco Inge ”, vertelt een leider in de gemeenschap
MICROBANK Hoe verander je dergelijke verankerde tradities? “Het begin is niet gemakkelijk. We spreken over kleine dorpen waar (oudere) mannen vaak de plak zwaaien. Die zien ons niet altijd even graag komen of hebben het over les affaires des femmes. Maar het zijn helemaal geen vrouwenzaken. Het belangt iedereen aan en gelijkheid is een zaak van vrouwen én mannen. Dus organiseren we ook trainingen voor vrouwen. Op uren die te combineren zijn met hun gezinsleven en op plaatsen waar ze zelfstandig geraken.”
gen zaak, om te leren omgaan met geld en om business bespreekbaar te maken tussen mannen en vrouwen. Ook organiseren we praatgroepen waarbij de partners van de groepsleden aanwezig zijn en waarin we de koppels willen sensibiliseren over gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Daarin gaat het over beslissingsrecht of budgetbeheer binnen het gezin.” De resultaten zijn indrukwekkend. “Mannen die in het begin weigerachtig staan tegenover veranderingen waardoor hun vrouwen meer macht krijgen, draaien snel bij als ze zien dat het hele gezin er de vruchten van plukt.” GENDERSENSITIVITEIT
“Daarnaast hebben we een programma waarbij groepjes mannen en vrouwen kleine sommen geld sparen in één gemeenschappelijke pot (Village Savings and Loans Groups, een methodologie ontwikkeld door hulporganisatie CARE International waarmee Mars een partnerschap heeft). Uit die pot kunnen leningen uitgekeerd worden. Na een bepaalde periode wordt het geld terugbetaald naargelang wie wat gespaard of geleend heeft. Omdat er geen formele (of zelfs informele) banksystemen bestaan in de verafgelegen dorpen waar cacao verbouwd wordt, is het voor boeren en hun gezinnen heel moeilijk om aan leningen te komen die nodig zijn voor het gezin of de plantage. De Village Savings and Loans-methodologie is een eenvoudig banksysteem dat hen het vermogen geeft om grotere sommen te investeren in hun ei-
Het zijn deze kleine initiatieven op het veld die het verschil maken, die Inge energie en geloof in de toekomst geven. Zo is er het verhaal van Lucie. “Een moeder van negen kinderen. Mannen zijn in haar omgeving van kindsbeen ingepeperd dat vrouwen minderwaardig zijn. Door het programma heeft ze zich in een korte tijd opgewerkt tot een leider in de gemeenschap. Ze is vicepresident in een van de gendercomités en is er zelfs in geslaagd een eigen stukje land te bemachtigen. Voordien werkten Lucie en haar man op de cacaoplantages, maar hij was de enige die wist hoeveel er geoogst werd en hoeveel het opbracht. Vandaag weet Lucie evengoed hoe de business in elkaar zit, doet zij de papieren en is haar man erg gendersensitief geworden.”
MARK
“In een korte tijd hebben ze een elektriciteitssysteem op zonne-energie, een televisie en verlichting kunnen kopen. Nu kunnen haar kinderen thuis huiswerk maken. Haar kinderen voedt ze ook gendersensitief op. Water halen is in Ivoorkust normaal een vrouwentaak. Haar drie jongens gaan zelf hun water halen, vrouwen moeten dat niet voor hen doen. Lucies zelfvertrouwen heeft een vlucht genomen. Vandaag ziet ze de dingen veranderen. In haar gezin en haar dorp. Mooi toch? Op die manier kunnen we gendertradities over de generaties heen veranderen, de positie van vrouwen versterken en de algemene welvaart boosten.” LEVENS VERANDEREN Er zijn nog uitdagingen, waar de oplossingen niet voor de hand liggen. Zoals ongelijkheid binnen de verschillende etnische groepen en godsdiensten of analfabetisme wegwerken. “De achterstand van vrouwen op mannen in het onderwijs is bijvoorbeeld ook een heikel punt. 95 procent van de vrouwen in onze groepen kan niet lezen of schrijven. Het grootste deel van de mannen heeft wel enkele jaren onderwijs genoten. De Village Savings and Loans-methodologie is ontwikkeld voor mensen die niet kunnen lezen of schrijven en werkt op basis van geheugen en speciale tekens, maar dat kan beter. Door investeringen in onderwijs, voor kinderen maar ook voor volwassenen. Verandering is nu eenmaal een traag proces en hoe sterker de basis, hoe duurzamer de verandering. Vele schouders maken het verschil. Al verander je maar één leven tegelijk, het is zeker de moeite waard om je ervoor in te zetten.”
Inge Jacobs studeerde rechten aan de KU Leuven. Daarnaast behaalde ze een masterdiploma in de mensenrechten en een MSc in de volksgezondheid. Inges werk omvat een brede waaier aan activiteiten, waaronder capaciteitsopbouw en versterking van maatschappelijke organisaties, monitoring en evaluatie, resultaatgericht management en strategische samenwerking met belangrijke stakeholders ten behoeve van de programma’s en projecten die ze leidt. Inge woont nu al drie jaar in Ivoorkust met haar man en drie kinderen.
9
MARK
INSPRAAKVOOR IEDEREEN
Heb jij wat te zeggen op je werk? “Een bedrijf is geen democratie”, zo hoor je weleens. Of ook: “Iemand moet de baas zijn.” Toch is inspraak wenselijk. Medewerkers voelen zich niet alleen meer gewaardeerd, het bedrijf gaat ook simpelweg beter draaien. MARK Magazine klopte aan bij Luc, Ann, Sandra en Boudewijn, die inspraak krijgen én geven. TEKST:William Visterin
Luc houdt een maandelijkse meet & greet “We merkten bij een personeelstevredenheidsenquête dat er toch enige afstand voelbaar was tussen de top en de basis”, erkent Luc De Donder, HR-directeur bij Van Marcke, dat zich specialiseert in badkamers, keukens, verwarming en duurzame energie. “Daarom vonden we het een goed idee om als management op geregelde basis de baan op te gaan. Ook om bepaalde beslissingen te verduidelijken”, vertelt hij. “We doen zo’n meet & greet een keer per maand en dit over het hele land. Tijdens een informele broodjeslunch mogen medewerkers alle vragen stellen, en ze doen dat ook. Mensen zijn vandaag zeker assertief genoeg. Soms kunnen ze zelfs behoorlijk flink uit de hoek komen. Maar als onze CEO erbij is, zeggen ze het wel iets gekuister (lacht).” 10
Als management is zo’n meet & greet een absolute realitycheck, vindt Luc. “Je leert als directie dat de zaken soms anders in mekaar steken dan je denkt. Je bent je ook niet altijd bewust van bepaalde bekommernissen. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de vraag naar een aangepast assortiment in filialen van Van Marcke”, stelt hij. “Soms komen ze bij ons ook terecht omdat wij bepaalde zaken ook echt kunnen veranderen, bijvoorbeeld om in een toonzaal een bepaalde box aan te passen. Of om ervoor te zorgen dat fouten uit adressen worden verbeterd.” Feedback is erg waardevol. “Je merkt hoe constructief en interessant het is als mensen hun zeg doen en je feedback geven. Onze CEO staat ook open voor alle opmerkingen. Ze kan rechtstreeks gemaild en bevraagd worden, en je krijgt als medewerker ook altijd een antwoord.”
www.markmagazine.be
INSPRAAK OP JE WERK
MARK
Ann Goovaerts: “Er wordt zeker geluisterd naar de mensen die de kledij uiteindelijk dagelijks moeten dragen.”
Ann bepaalt mee haar eigen werkkledij Ann Goovaerts werkt als technisch operator bij waterzuiveringsbedrijf Aquafin. Ann bepaalt er mee haar nieuwe werkkledij.“Iedereen die dat wilde, kon zijn zegje doen.” Als technisch operator heeft Ann naar eigen zeggen een heel afwisselende job. Ze staat onder meer in voor analyses en controles van het water dat gezuiverd is. Ze is hiervoor zowel binnen als buiten aan de slag. “Een job tussen de mannen”, zegt ze met een lach. Al staat Ann zeker haar mannetje. WERKGROEPEN Het is in haar job belangrijk dat je herkenbaar bent, benadrukt ze. “Ons uniform, als je het zo wilt noemen, is al jaren hetzelfde.” In totaal dragen minstens 450 operatoren de werkkledij, naast andere profielen bij Aquafin die vaak buitenshuis aan de slag zijn. De kledij van vandaag is best oké. Al zijn ze intussen wel toe aan iets nieuws. En zo ontstond bij Aquafin een werkgroep rond de nieuwe werkkledij, waarin Ann zetelt. “Ze hebben me hiervoor gevraagd en ik zag het best zitten om deel te nemen.” Overigens is deze werkgroep lang niet de enige bij Aquafin. Zo is er nog één rond mobiliteit, die onder meer duurzame mobiliteit aanmoedigt. Of eentje rond kantoorinrichting die mee zorgt voor een aangename omgeving. In de werkgroep van Ann over werkkledij zitten negen personen, onder wie drie operatoren. Daarnaast mensen van de afdelingen
communicatie (voor de huisstijl), aankoop en preventie (voor de veiligheid). “Maar er wordt zeker geluisterd naar de mensen die de kledij uiteindelijk dagelijks moeten dragen. Dat lijkt logisch, maar is niet overal zo”, meent Ann. Overigens beperkt die inspraak zich niet tot Ann en haar twee collega’s van de werkgroep. “Via een voorafgaandelijke enquête en workshop is ook bij andere operatoren op voorhand gepolst. Iedereen die dat wilde, kon zijn zegje doen. Ook al is het moeilijk om voor iedereen even goed te doen”, beseft ze. “ERMEE GAAN WINKELEN” Ann helpt om haar eigen behoeften en die van haar collega’s om te zetten in een concreet prototype, dat dit jaar wordt getest. Je zou overigens opkijken van wat er bij werkkledij allemaal komt kijken. Het gaat niet alleen om het model (“veel zakken is hierbij een nieuwe vereiste, ook om je smartphone in weg te krijgen”) en het materiaal (“duurzaamheid en draagcomfort zijn een must”), maar ook om de kleur (“donker genoeg, maar ook niet te donker voor in de zomer”). In de loop van volgend jaar moet de kledij klaar zijn. In elk geval zal haar outfit iets moderner worden. “Je kunt er na je werk gerust nog even mee naar de winkel”, voorspelt ze. 11
MARK
Boudewijn van den Brand, CEO van Lidl Belux: “We willen een topbedrijf worden om voor te werken.”
“Zestig Lidl-winkels bezocht op vijf maanden” Boudewijn van den Brand is CEO van Lidl in België en Luxemburg. Samen met zijn vijf directieleden startte hij eerder dit jaar het Dico on tour-initiatief. Elk directielid kreeg de vraag om op een vijftal maanden veertig tot zestig supermarkten in ons land te bezoeken. Zelf bezocht Boudewijn er zestig. Het Dico on tour-initiatief past in het kader van de Lidldroom. “Wij willen van Lidl een favoriete winkel maken voor jong en oud, waar ze slim kunnen kopen en bewust bouwen aan een lekkere levensstijl”, zo somt Boudewijn de krijtlijnen op. Een strategie die ervoor al werd toegelicht, onder meer op een groot event met zo’n zeshonderd leidinggevenden. “Maar om zoiets te realiseren, moet je natuurlijk je teams en mensen betrekken.”
Wat viel u op tijdens zo’n bezoek aan al die Lidl-vestigingen? Boudewijn van den Brand: “Ik merkte een erg hoge mate van motivatie en fierheid en dat maakte me best blij. Heel veel filiaalmanagers en hun mensen hadden goede ideeën om ons assortiment optimaal in de verf te zetten en onze klanten te bedienen. Vaak zit dat in kleine details. Zo sprak ik met een team in Malmedy dat elk gesprek met een klant bewust afsluit met de zin: à votre service. Als je een grote strategie wilt realiseren, uit zich dat ook in kleine concrete zaken.”
Kreeg u vaak dezelfde vragen? “Sommige kwamen inderdaad vaak terug. Bijvoorbeeld over het assortiment. Goede ideeën, ook al zijn ze niet alle12
maal haalbaar. In West-Vlaanderen kreeg ik bijvoorbeeld de suggestie om karnemelk op te nemen in ons assortiment, terwijl we niet het gevoel hebben dat alle Belgische klanten daar echt op zitten te wachten. Maar we kregen ook opmerkingen over het gebrek aan efficiëntie. Zo bleek het versturen van overschotten bij non-foodartikelen niet optimaal te werken. Nou, die regeling hebben we gewoon stopgezet in zijn huidige vorm. Dat scheelt uren werk voor de Lidl-medewerkers.”
Lidl heeft de voorbije jaren fel ingezet op winkelcomfort en het vers-aanbod: blijven dit de belangrijke speerpunten? “We willen de nadruk leggen op de hoogste kwaliteit aan de laagste prijs, ook met eigen merken. Al zullen we een aantal elementen accentueren. Een ervan is een stressvrije manier van aankopen. We willen onze klanten overzichtelijk en zorgeloos hun inkopen laten doen. En we willen soms verrassen. Zoals we onlangs hebben gedaan met onze kledinglijnen van Heidi Klum. Misschien nog het belangrijkste is dat we een topwerkgever willen worden in de retailsector. We kunnen alleen succesvol zijn als onze mensen gemotiveerd zijn en het naar hun zin hebben.”
www.markmagazine.be
INSPRAAK OP JE WERK
MARK
Sandra (midden op de foto) en haar team vlak voor een van de recente paradepaardjes: de bakkerij.
Sandra zat aan tafel met de CEO Sandra Howos is storemanager in de winkel van Lidl in Kontich. Zij kreeg er enkele weken geleden Boudewijn van den Brand, de CEO van Lidl België, op bezoek.“Er is de voorbije twee jaar veel veranderd bij Lidl. Dit bezoek was daar een mooi voorbeeld van.” Met een glimlach ontvangt Sandra ons in haar kantoor in de Lidl-winkel, die ze al twee jaar uitbaat met haar team. Met 26 medewerkers lijkt het toch al snel op een kleine kmo. Ervoor had Sandra als zelfstandige haar eigen supermarkt. Waren er vroeger bij Lidl nog filiaalleiders, dan gaat het vandaag om filiaalmanagers (ook storemanagers genoemd). Dat lijkt een klein onderscheid, maar is het niet. “De term benadrukt de nieuwe aanpak bij Lidl. Er is vandaag veel meer ruimte voor ontwikkeling en zelfontplooiing. We proberen de beslissingen zo veel mogelijk vanuit de groep te laten komen”, vertelt Sandra. “Het is als filiaalmanager ook mijn job om te zorgen dat iedereen zich hier goed voelt. Natuurlijk run ik een onderneming, maar ik moet wel terugvallen op een team waarin iedereen zijn plaats heeft.” Op die twee jaar dat Sandra bij Lidl werkt, zijn de winkels en het aanbod erg veranderd. Zo steken al veel Lidl-vestigingen – ook die van haar – in een nieuw jasje. “Voor mij is een propere winkel met een volledig assortiment een dagelijks actiepunt. Voorts zetten we heel erg in op ons vers-assortiment van groenten en fruit. Ook onze nieuwe bakkerij is een extra trekpleister”, vindt Sandra. “Naast onder meer een groot bio-aanbod van onder meer glutenvrije producten.”
BEZOEK VAN BOUDEWIJN Het moeilijkste in haar job? “De focus houden op zowel je team, jezelf als de mensen die boven je staan. En natuurlijk ook de klant.” In functie daarvan kreeg Sandra enkele weken geleden Boudewijn van den Brand, CEO van Lidl, op bezoek. “Een speciaal moment. We waren best wat nerveus”, erkent ze. “Maar ik apprecieer het enorm dat hij luistert en de dialoog met ons aangaat. En dat eventuele problemen of uitdagingen bespreekbaar zijn”, vindt ze. Sandra besprak met Boudewijn haar actie- en verbeterpunten. Een winkel moet immers blijven evolueren. “In je winkel kun je zeker vernieuwen en sommige zaken anders doen. Zo hebben we een ideeënbox waarmee iedereen suggesties kan doen.” Een goed team staat hierbij voorop. “Je moet altijd kijken wie van je medewerkers in welke taken ondersteuning nodig heeft.” Ook klantenbeleving is cruciaal. “Dat gaat dan over de beschikbaarheid van je aanbod of over het vermijden van files aan de kassa. Als klanten informatie vragen over producten, moet je er ook altijd een antwoord op hebben”, klinkt het. Het personeel moet ook de kwaliteit bewaken. “Je moet als medewerker zelf ook opmerken dat bijvoorbeeld de broccoli in de versafdeling er niet meer honderd procent uitziet.” 13
MARK OPVALLENDE BEDRIJFSRUIMTES
Ziet jouw kantoor er ook zo hip uit? Werken of vergaderen is zoveel leuker als het in een mooie of simpelweg toffe omgeving gebeurt.We kregen een inkijk in de leukste kantoor- en meetingruimtes van enkele vooraanstaande werkgevers. “Bezoekers zijn aangenaam verrast als ze dit zien.”
TEKST:William Visterin
De vergader-combi (politie)
1.
De Federale Politie beschikt sinds kort over een vergader-combi. Een wat? Eigenlijk een oude combi die is omgetoverd tot meeting unit. “De combi past in ons project rond ‘Het Nieuwe Werken’ waarbij we de kaart trekken van de functionele bureaus. Met andere woorden: minder vaste bureaus voor de medewerkers, meer flexibele werkruimtes met draadloze internetverbinding en dus ook extra vergaderruimten omdat daar behoefte aan is”, vertelt Géraldine Bomal, directrice van de communicatie bij de Federale Politie (zie foto). “Voorts is deze vergader-combi een creatieve manier om bij de politie om te gaan met het beperkte budget.” De combi deed effectief dienst in de jaren zestig (toen ook in wit-rode tinten), maar kreeg zo een nuttig tweede leven én een wifi-verbinding. Géraldine: “Eigenlijk was deze combi bestemd voor het Forum, zeg maar ons politiemuseum. Het opwaarderen van bepaalde museumstukken door ze nieuw leven in te blazen, maakt deel uit van een langetermijnproject.” Rijden doet deze veteraan nog wel, al is het voorlopig de bedoeling dat hij braaf in de patio op het hoofdkantoor in Elsene blijft staan. 14
www.markmagazine.be
HIPPE KANTOORRUIMTE
MARK
De receptie (UNILIN)
2.
“UNILIN staat voor innovatie en design. Dat zie je ook meteen wanneer je bij ons binnenkomt in Wielsbeke”, stelt communicatiespecialist Kathy Callens. Wandel je verder, dan kom je aan de koffiehoek (foto rechts boven met bovenaanzicht). “Hier kun je, al dan niet met
een lekkere koffie, informeel vergaderen met collega’s.” Ook de vestiging van UNILIN in Desselgem valt al vanaf de receptie op door het strakke en moderne interieur (foto rechts onder). “Elk bureau is volledig omringd met glas en
heeft aan beide zijden grote grijze wandkasten”, vertelt Ann-Sophie Martens, marketingmanager voor België. “In Desselgem vind je ook ons Expert Lab, ons gloednieuw trainingscentrum (foto links). In dit opleidingscentrum ontvangen we wekelijks dakwerkers om hen op te leiden.” 15
MARK
16
www.markmagazine.be
HIPPE KANTOORRUIMTE
MARK
Herman Teirlinck-gebouw
3.
(Vlaamse overheid) Het behoorlijk imposante Herman Teirlinck-gebouw (zie foto hiernaast, bovenaan) aan Tour & Taxis is sinds augustus in gebruik als nieuwe werkplek van de Vlaamse overheid. “Per maand verhuizen we 600 collega’s. Tegen begin volgend jaar zullen 2.500 collega’s ingetrokken zijn”, vertelt Frank Geets, administrateurgeneraal bij het Facilitair Bedrijf van de Vlaamse overheid. Van de zes grote gebouwen die de Vlaamse overheid in Brussel had, vervangt Herman Teirlinck er twee. “De bedoeling is om uiteindelijk drie gebouwen over te houden, waaronder dit.” Dit gebouw is niet alleen het meest duurzame kantoorgebouw van het land, het is ook helemaal ingericht volgens
de principes van ‘Het Nieuwe Werken’. En dat zie je meteen. Denk aan de vele flexibele zitplekken: zogenaamde bubbles om rustig te werken, stabureaus, brede tafels om bijvoorbeeld plannen op te leggen of polyvalente vergaderruimtes (zie foto hiernaast, linksonder). “We hebben geen eigen bureau meer, maar kiezen onze werkplek in functie van onze activiteit. Zo kan er ook aan de koffiebar in de binnenstraat op de gelijkvloerse verdieping gewerkt en vergaderd worden of in een van de binnentuinen (zie foto boven). Iedereen heeft een locker ter beschikking om ’s avonds de spullen op te bergen, ook de kastruimte is beperkt tot drie lopende meter per persoon. Clean desk dus,
waarvoor we heel wat gedigitaliseerd hebben”, merkt Geets op. De eerste reacties op het nieuwe gebouw zijn alvast positief. “Ik hoor van medewerkers dat ze het aangenaam vinden om hier te werken”, stelt Geets. “We hebben wel minder vierkante meter per persoon dan in het vorige gebouw en ook minder bureaus, maar er zijn meer alternatieve en diverse werkplekken waardoor je kunt variëren. Bij de Vlaamse overheid is plaats-onafhankelijk werken goed ingeburgerd. Niet alleen in dit gebouw werd dit principe van bij de bouw meegenomen, maar veel collega’s werken afwisselend hier of vanop afstand”, besluit hij. 17
MARK
De board meeting room with a view (Attentia)
4.
Bezoekers zijn vaak aangenaam verrast als ze deze ruimte zien, beaamt hij. Zeker omdat de zaal ook een aanpalend terras heeft. Attentia beschikt in haar vestiging
in Brussel over een gelijkaardige zaal in dezelfde huisstijl. “Al is de skyline daar misschien wel minder indrukwekkend. Dit is echt a room with a view.”
© Frederik Beyens
“Modern en tegelijk geraffineerd. En met een prachtig zicht op de Ghelamco Arena en de skyline van Gent”, stelt Marc Vandenbroeck, facility manager bij HRen well-being-partner Attentia. Hij heeft het over de stijlvolle boardroom, een grote vergaderruimte op de bovenverdieping van het hoofdkantoor van Attentia in Gent. “Het concept werd drie jaar geleden bedacht en het bijhorende wandmeubel is nu, weliswaar als loungemeubel, de eyecatcher in onze nieuwe kantoren. Alle comfort is beschikbaar: van automatische zonwering, een elektrisch bedienbaar projectiescherm tot dimbare verlichting”, vertelt Marc. “Het strakke meubel in de zaal bestaat uit composiet en eik. De grote vergadertafel (goed voor wel meer dan twintig zitplaatsen) kwam overigens in stukken naar boven via de lift en is ter plaatse gemonteerd. Anders zouden we het nooit in de zaal hebben gekregen.”
Het zomerterras (Aquafin)
5.
“Het zomerterras is een initiatief voor en door onze werknemers”, vertelt Tina Van Grimberge, teamleider contractassistentie & aankoop bij waterzuiveringsbedrijf Aquafin. “Het idee ontstond in onze projectgroep rond kantoorinrichting, met vrijwilligers die er mee hun schouders onder hebben gezet. Ook handige harry’s van Aquafin staken hun handen uit de 18
mouwen om alles in elkaar te knutselen.” Het resultaat is een gezellig buitenterras, gemaakt met recuperatiemateriaal. “Eigenlijk was het alleen bedoeld om af en toe tijdens de zomer een after work party te organiseren. Maar we stelden vast dat mensen soms nood hebben aan frisse lucht, ook in de winter. En dus wordt het terras ook gebruikt voor informele meet-
ings of voor barbecues van teambuildings. Het leeft echt. Het is uitgebreid met een mini-moestuin. En we krijgen vragen om het uit te breiden met een petanqueveld of pingpongtafel. Ik merk dat bij onze geplande vernieuwing van de kantoorgebouwen ook de buitenomgeving meer aandacht krijgt, mede door het succes van ons zomerterras.”
www.markmagazine.be
HIPPE KANTOORRUIMTE
MARK
De lounge (Accent)
6.
“We hebben onze lounge twee jaar geleden opgericht met één duidelijk doel: het sociaal contact tussen medewerkers onderling versterken. We zijn een jong en sociaal bedrijf, en dan probeer je ook te verhinderen dat iedereen tijdens de middag de boterhammen aan het eigen bureau opeet”, stelt Diete Degroote, facility
manager bij uitzendbedrijf Accent. “Al gaat onze ambitie met de lounge verder dan louter een hippe lunchruimte. Het is een plek om te ontspannen. Je kunt er tafeltennissen en darts spelen. Ook is er een aanpalend terras waar we bij goed weer kussens voor de stoelen voorzien. Daarnaast wordt de ruimte ook vaak in-
geschakeld voor after work events en is het intussen ook een populaire vergaderruimte. Ideaal voor een informele maar vaak erg nuttige meeting met collega’s. De andere vergaderzalen op ons kantoor moet je op voorhand inplannen, maar de lounge niet. Daar kun je altijd terecht.” 19
MARK
HIPPE KANTOORRUIMTE
Het distributiecentrum (Lidl)
7.
En wij die dachten dat een distributiecentrum iets was waar het er qua look allemaal niet zo toe deed. Niet bij dit verdeelcentrum van Lidl in Marche-en-Famenne. Dat ziet er in zijn geheel wel erg cool uit voor een plek waar goederen toekomen en vervolgens worden verdeeld naar de winkels. “Dit centrum is het laatste dat is gebouwd in ons land. Sinds april van dit jaar is het in gebruik”, vertelt Koen Fouquart, manager industriebouw bij Lidl en betrokken bij dit project. “Het is een van de vijf distributiecentra van Lidl in ons land, waar telkens onder meer ook afdelingen 20
als verkoop, administratie en expansie zich bevinden, naast de regionale directie.” In die zin doet zo’n centrum ook een beetje dienst als regionaal hoofdkwartier. Bij Lidl vallen ze voor de bouw van zo’n centrum telkens terug op de corporate bouwstandaard. “Elk jaar is er een nieuwe standaard, al kunnen we ook lokale aanpassingen doorvoeren, rekening houdend met bijvoorbeeld vergunningen, wetgeving of de omgeving”, vertelt Fouquart. Uiteraard is de duurzaamheid, waar Lidl voor staat, ook vertegenwoordigd in dit ge-
bouw. “Voor dit project slagen we er in om de op een na hoogste Breeam-standaard te halen. Dat is een ratingsysteem dat de duurzaamheid van gebouwen in kaart brengt en rekening houdt met onder meer licht, geluid, zuinig energieverbruik, ecologie en duurzame materialen”, weet hij. “We maken in Marche onder meer gebruik van vloerverwarming en twee-megawattzonnepanelen. We gebruiken de restwarmte van het koelingssysteem voor onze verwarming.” Hiermee is dit distributiecentrum het duurzaamste tot nu toe gebouwd in België.
www.markmagazine.be
SOORTEN MANAGERS
MARK
NIET OP TEVOEDEN,WEL TE OVERLEVEN
De vijf foutste bazen Weinig medewerkers zijn blij met hun manager, klinkt het in Het is grijs en het schijt op je kop van organisatieadviseur Bart Groothuis. In dit boek somt hij de meest foute managementstijlen op.Wij overlopen de ergste. Sommige zul je zeker herkennen. TEKST:William Visterin “Asociale en contraproductieve bazen zijn niet op te voeden, maar je kunt ze wel overleven”, stelt Groothuis in zijn leuke en interessante boek. Uit de veertig foute managementstijlen die hij opsomt, vonden we deze de ergste of herkenbaarste. 1. DE ZEEMEEUW Uitspraak: “Wat is hier verdomme misgegaan? Ik wil actie. Nu!” De zeemeeuw, het type dat staat voor de titel van het boek, komt onverwachts en met veel kabaal aanvliegen en landt midden in de groep. Iedereen schrikt zich kapot. Hij loopt vervolgens luid schreeuwend rond. Even plots vliegt de zeemeeuw weg, met evenveel geschreeuw. De medewerkers blijven in verwarring én met zijn shit achter. “Dit type is heel erg, maar blijft meestal niet heel lang in een organisatie”, weet Groothuis. 2. DE INQUISITEUR Uitspraak: “Ik wil weten wie dit gedaan heeft en vooral waarom!” De inquisiteur is achterdochtig en wantrouwig van aard. Als er problemen zijn – en die zijn er overal weleens – is hij in de eerste plaats geïnteresseerd in ‘de dader’, pas daarna in ‘de oplossing.’ Een variant is de ‘afrekenmanager’ die geen fouten tolereert. Als ze wel gebeuren, straft hij ze keihard af en nagelt hij mensen aan de schandpaal.
3. DE KRUIDENIER Uitspraak: “Neen, sorry, dat kun je echt niet declareren. Dat is voor je eigen rekening.” De kruidenier let als manager wel heel erg op de kleintjes. Daarbij komt dat hij zich ook strak aan de regels wil houden. Maar hierdoor ontneemt hij ook alle initiatief bij de medewerkers. “Het is een type dat het meestal lang volhoudt in een organisatie”, stelt de auteur. De kruidenier doet denken aan de spreadsheetfetisjist, een ander type, waarbij alles draait om omzet en al het andere (zoals het eigen personeel) van ondergeschikt belang is. 4. DE ETIKETTENPLAKKER Uitspraak: “Gerard? Neen joh, die kan echt helemaal niets!” De etikettenplakker plakt denkbeeldige ‘geschikt en ongeschikt’-etiketten op zijn medewerkers en haalt die nooit meer weg. “Dit type duikt overal op, maar het meest in non-profitorganisaties.” Vaak vanaf zijn aanwerving en op basis van het cv en de opleiding krijgt de medewerker een etiket opgekleefd waarmee hij tot zijn pensioen rondloopt. 5. DE PSYCHOPAAT Uitspraak: “Ik? Nee hoor, helemaal niet. Vergis jij je niet?”
Bart Groothuis, Het is grijs en het schijt op je kop, Haystack, 224 pagina's, ISBN: 9789461262394, september 2017
Het gaat hier niet zozeer om de psychopaat/seriemoordenaar die in thrillers opduikt. Deze manager-psychopaat is er minder erg aan toe, al heeft hij wel stoornissen zoals het gebrek aan angst, schuldbesef, empathie en verantwoordelijkheidsgevoel. Ook een hoge neiging tot impulsief en asociaal gedrag en manipulatie. Kortom: geen fijn mens.
We wensen je ook veel succes met deze tien management-types: 1. De dictator: duldt geen tegenspraak en gaat over lijken 2. De kop-in-het-zandmanager: laat problemen op zijn beloop 3. De analyserende manager: komt niet tot actie 4. De micro-manager: kan niet delegeren 5. De onvoorspelbare manager: draait met de wind 6. De hypocriet: hanteert voor zichzelf andere regels 7. De gluiperd: egoïst en ergere vorm van hypocriet 8. De ongeïnteresseerde manager: behandelt zijn mensen als productiemiddelen 9. De pronken-met-andermansverenmanager: doet alsof het allemaal zijn idee is 10.De iemand-van-buiten-manager: stelt veel meer vertrouwen in (onbekende) mensen van buiten de organisatie
21
MARK
FOLIO
DOSSIER ANCIENS
Lang leve de ancien!
Ooit, op een mooie dag, mogen we elkaar allemaal ‘ancien’ noemen. Een ander woord voor ervaren, ten ijs beslagen of door de wol geverfd. Een eretitel met een hint van welwillend respect voor het bereikte palmares.‘Ancien’ is een stempel die zelfvertrouwen suggereert. Maar hoe zit dat nu echt? Wat doet tien, twintig, dertig of veertig jaar carrière met een mens? MARK Magazine peilde bij elf seniormedewerkers naar hun professionele gevoelsleven. Over ervaring en loyauteit. TEKST:Wieland De Hoon & William Visterin
22
www.markmagazine.be
MARK
© VRT Joost Joosse n
ANCIENS
JAN HAUTEKIET (VRT)
“Wees genereus met je kennis” Radiomaker, muzikant en schrijver Jan Hautekiet (61) is al 38 jaar aan de slag voor de openbare omroep, maar dat weegt nog lang niet door. De veelzijdigheid van zijn job houdt hem fris:“Binnen die stabiele context heb ik zowat alles mogen uitproberen.” “Naast radiostem was ik producer, redacteur, nethoofd, strateeg … Hier vallen veel hoeken en kanten te verkennen. Een echt cadeau, want die loopbaan matchte op een of andere manier altijd wel met mijn leeftijd. Ik bedoel maar: een profvoetballer vraag je niet om op zijn zesenvijftigste nog wedstrijden te spelen. Het is allemaal redelijk vanzelf gegaan. Als ik sessiemuzikant was geworden – dat had gekund – dan was dát het geweest. Ik ben fier dat ik voor de VRT werk. Noem het maar een Anderlecht-gevoel.” BEDRIJFSCULTUUR “Van de collega’s uit die begintijd zijn er nog een of twee over. Paul De Wyngaert, met wie ik Studio Brussel heb opgestart, is er nog. Net als Linda, de secretaresse van Radio 1 die ongeveer gelijk met
mij is begonnen. Maar al die mensen die hier enthousiast rondlopen omdat ze hier mogen werken: daaraan is niks veranderd. De bedrijfscultuur hier op de VRT is nu wel frisser. Je hebt geen bazen meer die zich afzonderen in een gigantisch bureau. Vroeger moest je letterlijk aanbellen voor een gesprek. Iedereen had ook een eigen lokaal waar je maximaal met zijn drieën bij elkaar zat. Nu
“Vroeger moest je letterlijk aanbellen voor een gesprek.” JAN HAUTEKIET Radiomaker, muzikant en schrijver
is er fysiek en mentaal een landschapscultuur, informeler en minder hiërarchisch. Toch ging je vroeger al eens samen een pint drinken. Levens lijken nu voller te zitten, netwerken zijn veel groter geworden.” GROOTVADER VERTELT “Jongere collega’s komen me niet echt om raad vragen, nee. Ik ontkracht het ‘grootvader vertelt’-gevoel door zélf van wal te steken met: ‘grootvader vertelt’. Ik ben niet meteen iemands mentor. Zelf had ik wel het geluk zo’n ‘radiovader’ te hebben: Jan Schoukens. Die vertrouwde en respecteerde mij, en ik hem. Ik heb ontzettend veel van hem geleerd. Hij was streng maar ook genereus. Het stukje geschiedenis van dit huis dat ik meedraag doorgeven, vind ik wel belangrijk. Dit bedrijf ken en voel ik. Daarom moeten we zorgvuldig omgaan met knowhow. Vertrekt er iemand, dan verdwijnt er onherroepelijk een stukje mee. Zelfs al lijkt sommige kennis gedateerd, toch kan ze ontzettend waardevol zijn.” 23
MARK
Luister eens naar een ancien En jij dacht dat anciens oude/uitgebluste/gezapige/ ingedommelde/bezadigde (schrappen wat niet past) medewerkers waren? Think again. De uiteenlopende verhalen van een tiental anciens tonen het tegendeel aan. Er zijn er met een vijftiental jaar dienst, maar ook met 41 jaar op de teller. Al is bezieling overal aanwezig. “Hoe langer ik hier werk, hoe meer vooruitgang ik zie.”
DANIEL DE VLEGELAER (SECUREX)
“Een nationaal netwerk opgebouwd” Mobiel zijn in je job: het moet passen bij je karakter én de mogelijkheden van je werkgever. Service delivery manager Daniel De Vlegelaer (53) werkt bijna dertig jaar voor Securex en maakte volop gebruik van zijn lange traject om intern regelmatig nieuwe horizonten op te zoeken. “Momenteel ben ik vooral bezig met procesoptimalisatie om onze dienstverlening te verbeteren”, zegt Daniel. “Maar tegelijk ook met de uitrol van nieuwe software voor onze client advisors. Eigenlijk is dat bijna een voltijdse bezigheid.” Sinds zijn start in 1988 heeft Daniel de unit sociaal secretariaat zowat binnenste buiten gekeerd. “Ik ben altijd binnen deze unit gebleven. Ik startte in ons kantoor in Antwerpen als client advisor. Na twee jaar werd ik er teamverantwoordelijke voor – op het hoogtepunt – zestien medewerkers. In 2002 zocht ik als HR-consultant de andere kant van de job op: outsourcing, 24
payroll, verzekeringen … Daarna nam ik een nationale functie op binnen het sociaal secretariaat, om er als coördinator de brug te slaan tussen business en IT. Denk daarbij aan nieuwe wetgeving programmeren op de loonmotor of projecten rond automatisatie.” “Uiteindelijk kon ik businesspartnerexpert worden voor grote bedrijven, dankzij de bagage die ik in de loop der jaren heb opgedaan over de werking van het sociaal secretariaat. Eind 2014 kwam er dan een grote verandering in mijn traject: toen werd ik voor het eerst gevraagd voor een job. Dat werd dan
Daniel De Vlegelaer
(Securex): “Routine
is niks voor mij.”
mijn huidige functie. Daarvoor nam ik zelf altijd het initiatief om te switchen van rol. Een enorm voordeel vind ik het grote netwerk dat ik in al die jaren heb kunnen opbouwen. Sinds 2006 vul ik nationale functies in: van pakweg Aarlen tot Koksijde ken ik iedereen. Daar hou ik wel van. Telkens een nieuwe rol opnemen, behoedt me voor vastroesten. Routine is niks voor mij. Trek je naar een ander bedrijf, dan zijn er heel wat meer onzekerheden, maar ik neem telkens mijn netwerk en anciënniteit mee. Dat ligt voor iedereen anders, hoor: ik ken collega’s die al even lang dezelfde job uitvoeren. Ook dat is prima.”
www.markmagazine.be
ANCIENS
MARK
RENAUD DE SAINT MOULIN (MIVB)
“Nieuwe technologie iS mijn stokpaardje”
Renaud de Saint Mo ulin: “Onze bestaansr eden was vroeger om metro’s en bussen te trams, laten rijden. Nu bieden we een dienst aan wa mee je je vlot in Bru arssel verplaatst en je auto aan de kant kun t laten.”
Renaud de Saint Moulin (43) is senior vice president transport systems bij de Brusselse vervoersmaatschappij MIVB. De technische keuzes en de aanbesteding van voertuigen, IT-oplossingen en infrastructuur liggen in zijn handen. Een functie met een stevig technisch luik, waarvoor hij eerst niet voorbestemd leek te zijn. “Ik begon in 1990 als student in het trammuseum in Woluwe, waar ik mee de tramstellen onderhield. Gelukkig had ik er een inspirerende oudere collega, verantwoordelijk voor de technische afdeling van het museum én ploegbaas in de afdeling elektriciteit bij de MIVB. Die spoorde mij aan om burgerlijk ingenieur te worden. Nu moet je weten dat ik LatijnGrieks studeerde en dat een technische opleiding eigenlijk niet aan de orde was. Maar die eerste ervaring met elektromechanica vond ik razend interessant – ik had dan ook véél liever TSO gevolgd.” “Dankzij mijn mentor ben ik dan toch ingenieur geworden. Ik ging aan de slag bij
Philips, waar ik tien jaar gebleven ben. In 2008 werd ik opnieuw aangenomen bij de MIVB, als diensthoofd rollend materieel metro: ze zochten iemand die zich snel kon inwerken. In 2012 werd ik metrodirecteur en sinds 2016 sta ik aan het hoofd van de divisie transport systems.” De cirkel was rond voor Renaud, maar de MIVB was in die twintig jaar fundamenteel veranderd. “Onze bestaansreden was vroeger om trams, metro’s en bussen te laten rijden. Nu bieden we een dienst aan waarmee je je vlot in Brussel verplaatst en je auto aan de kant kunt laten. Mede dankzij alle nieuwe technologie – en dat is natuurlijk mijn stokpaardje. Denk aan alle ICT-gebaseerde informatie-
en reiswegplanners die in onze verkeersstromen zitten. Er rijden nu veel meer metrostellen tegelijk en we kunnen ze nu perfect monitoren.” “We gaan door in dezelfde richting. Infrastructuur en voertuigen worden steeds performanter, denk bijvoorbeeld aan elektrische stadsbussen.” De grootste verandering in vergelijking met de nineties? “We kopen nog altijd hardware aan die tientallen jaren moet meegaan. Tegelijk evolueert de ICT-omgeving nu razendsnel. Daardoor wordt er van MIVB-medewerkers veel meer wendbaarheid verwacht. Die match tot stand brengen, vind ik persoonlijk erg boeiend. Net als alle nieuwe technische en technologische uitdagingen die op me afkomen. Ik vind het voorbeeld van Lee Iacocca, die Chrysler in de jaren tachtig herstructureerde en agile (wendbaar) maakte, heel inspirerend. Zoek maar eens op.” 25
MARK
Christof Vandevoorde: “Er is geen school waar
je leert hoe je laminaat maakt.”
CHRISTOF VANDEVOORDE (UNILIN)
“Kennis opbouwen in de loop van de jaren” Christof (49) werkt al dertig jaar bij UNILIN. Monteren en opstarten van nieuwe laminaatpersen is zijn lange leven. “Tot 2000 was ik productieleider, maar mijn ‘hobby’ was toen al machines optimaliseren, versnellen en verbeteren. Nu werk ik als process engineer en wat ik doe, vormt de link tussen R&D en productie: machines afstellen op maat van nieuwe producten. Ik neem zelf contact op met leveranciers, ik zoek graag alles uit. Ik ben gestart in een tijd waarin een computer nog niet zo ingeburgerd was. Wij zochten op de werkvloer uit hoe het werkt. Daardoor bouwde ik een heel sterke mechanische kennis op. Er is geen school waar je leert hoe je laminaat maakt. Mijn jongere collega’s kunnen beter overweg met computers. We vullen elkaar dus aan.” “Ik heb in de loop van de jaren heel veel knowhow kunnen opbouwen. Ik ben een naslagwerk op het vlak van machinebouw. Dat is het voordeel wanneer je binnen hetzelfde domein blijft werken. Met mijn dertig jaar ervaring ben ik stilaan een uitzondering. Op de job raak ik niet uitgekeken, zolang ik hem nog beter kan doen. Hoe langer ik hier werk hoe meer vooruitgang ik zie, zowel bij mezelf als in mijn omgeving. De komen26
de jaren blijf ik mee machines ontwikkelen, opbouwen en optimaliseren. En in dienst stellen, tot in de Verenigde Staten en Rusland toe. Ik werkte dit jaar al meer
wel dan niet op verplaatsing. Maar laat mij zo maar voortdoen. Op deze manier werk ik met plezier tot mijn vijfenzestigste (lacht).”
“Gelukkig zijn in je job is ook een carrièrepad” Als ervaren medewerker kun je verschillende carrièrepaden inslaan. Bij UNILIN zijn dat er vier: broadening, managing, deepening of sustaining. Bij broadening sta je open voor een ander functioneel domein of een andere divisie. Bij managing groei je hiërarchisch. Bij deepening diep je je expertise verder uit. “Deze drie carrièrepaden zijn vrij gekend. Maar sustaining is dat niet”, stelt Nick Leenaert, talent director bij UNILIN. “Iemand kan bijvoorbeeld ook gewoon verder groeien in zijn of haar rol. Gelukkig zijn in je eigen job is ook een carrièrepad.” Dat betekent niet dat iemand jaren hetzelfde doet. “Want de context van de job verandert regelmatig. Iemand die tien jaar hetzelfde doet, ziet rondom zich veel gebeuren en veranderen.” Sustaining omschrijft Leenaert ook als de zogenaamde veilige haven van de carrière. “Als mensen groeien, neemt hun carrière wel wat wendingen. Dan gaan ze bij wijze van spreken met hun schip op zee”, vergelijkt hij. Via een sustaining-traject komt het schip in de veilige haven. “Telkens je in een nieuw carrièrepad terechtkomt, zit er – zeker na verloop van tijd – een element sustaining bij. Mensen komen zo tot rust. Tot ze iets anders willen. Bij sommigen komt dat snel, anderen kunnen eeuwig en met plezier in dezelfde job blijven functioneren.”
www.markmagazine.be
ANCIENS
MARK
GLENN VAN OLMEN (INFRABEL)
“Kijk altijd voorbij je eigen domein” Glenn Van Olmen is sinds april van dit jaar head of treasury bij Infrabel, de Belgische spoornetwerkbeheerder.“Ik sta in voor het thesauriebeheer: de kasstromen en het schuldenbeheer. De bewaker van de centjes van het spoor, zoals mijn petekind het stelt (lacht).” tijdse cultuur die het beste naar boven haalt in mensen. Toen ik hier begon, lag dat minder voor de hand.” Infrabel is ook een onderneming die ver, héél ver vooruit plant. “Het voordeel is dat de contacten die je hier opbouwt niet gauw
van werkgever veranderen. Daardoor kun je je grondig verdiepen in verschillende domeinen. Zo zie je ook hoe de bedrijfsstrategie in de praktijk wordt omgezet. Voorbij je eigen domein blijven kijken, boost je carrière.”
© Benjamin Brolet
Infrabel onderhoudt, vernieuwt en ontwikkelt de Belgische spoorweginfrastructuur en beheert het nationale en internationale treinverkeer voor reizigers en goederen. Glenn Van Olmen is van opleiding burgerlijk werktuigkundig-elektrotechnisch ingenieur, met een specialisatie in lucht- en ruimtevaart. “Na mijn studies rolde ik de strategische consulting in”, vertelt hij. “Over business, finance en strategy leer je daar snel alle ins en outs. Voor Infrabel bouwden we toen het financiële luik uit. Daardoor kreeg ik in 2005 de kans om er te starten als financial controller. In 2009 werd ik afdelingshoofd van de volledige centrale controllingafdeling. Ik behandelde onder meer aanvragen voor Europese subsidies en volgde grote infrastructuurprojecten zoals het hogesnelheidsnet op. Wat ik nu doe als head of treasury is weer heel anders. Bovendien kon ik doorgroeien tot een van de adjuncten van onze CFO.” Ook al heeft Glenn Van Olmen binnen finance zijn technische ingenieurskennis niet meteen nodig, zijn achtergrond is een troef. “Onze technici realiseren infrastructuur zoals de Liefkenshoekspoorverbinding en Diabolo. Als ingenieur spreek je dezelfde taal als de mensen op het terrein. Ik voel me nog vaak een vertaler tussen financiën en de technisch-operationele diensten.” Dankzij Glenns ervaring kan hij vergelijken met vroeger. “De aanpak is stukken moderner en dynamischer geworden. Iedereen heeft een stem. Alleen zo – én door constructief samen te werken – bereik je resultaten. We zijn een veel flexibeler bedrijf geworden, met een eigen-
Glenn Van Olmen: “De aanpak is stukken moder
ner en dynamischer geworden. Iedereen heeft
een stem.”
27
MARK
LIEVE WULLAERT (LIDL)
“Ik ben geen routinemens” Lieve Wullaert (53) werkt 22 jaar bij Lidl en heeft de food retailer in acht verschillende functies door en door leren kennen. Sinds vorig jaar is ze senior consultant bij de afdeling retail systems.“Ik ben als parttime filiaalbediende gestart in een van de eerste winkels in België. Ik ben dus écht meegegroeid met dit bedrijf.” “Vooral de processen zijn complexer geworden, omdat het aanbod in de winkels zo gegroeid is”, zegt Lieve. “Maar Lidl zorgt ervoor dat iedereen mee blijft. Zelf ben ik eigenlijk altijd op zoek naar manieren om dingen te verbeteren en vereenvoudigen. Om meer en beter aan te bieden. De pioniersmentaliteit zit er op dat vlak nog in. Optimale processen hebben altijd een ICT-basis, maar dat is niet meteen mijn rayon. Dankzij twintig jaar verkoopervaring weet ik wel of iets
werkt in de winkel. Soms werd een project vroeger al eens uitgeprobeerd. Daar kan ik dan mijn inzicht over delen.” “Dat mijn visie gewaardeerd wordt, daaraan merk ik vooral dat ik 22 jaar ervaring heb. Collega’s vragen mijn mening over hun projecten. Mijn grote voordeel? Mijn werk vind ik nooit – maar dan ook nooit – saai. Ik ben geen routinemens. Dat helpt enorm. Ik blijf het leuk vinden om aan nieuwe dingen mee te werken. Daardoor
“Vooral de processen zijn complexer geworden,
28
kan ik over alles meepraten en is het ijs snel gebroken met de jonge veulens die pas aan de start verschijnen. Ik merk wel dat zij het digitale DNA hebben dat mij ontbreekt. Dat is het enige moment waarop ik met mijn leeftijd word geconfronteerd. Toen ik begon, hadden we een computer: dat was het. Over de digitale revolutie blijf ik bijleren, maar die kans krijg je wel bij Lidl. Ik grijp ze telkens met beide handen. Zoals ik al zei: ik hou niet van stilzitten.”
omdat het aanbod in de winkels zo gegroeid
is”, vertelt Lieve Wullaert (links op de foto).
www.markmagazine.be
ANCIENS
MARK
RONALD RAMAEKERS (POLITIE)
“Empathischer dan jongere collega’s” Politie-inspecteur Ronald Ramaekers werkte twintig jaar voor Ford Genk. Bijna een jaar is hij nu aan de slag bij de politie. Dat liep niet van een leien dakje.“De omscholing heeft me véél moeite gekost.” “Ik volgde een vooropleiding voor ik naar de politieschool ging”, vertelt Ronald. “Al die jaren technische en ICT-ervaring bij Ford Genk hielpen niet echt. Wel deed ik veel mensenkennis op in de autofabriek. Ik zat in de technische onderzoeksgroep: software, sturingen, metingen ... Je begrijpt dat de politie een hele omschakeling was. De werkdruk is hoger, met al die onregelmatige shifts. Daar heb ik thuis afspraken over gemaakt. Je slaat ook de deur niet zomaar achter je dicht, deze job neem je altijd een beetje mee naar huis.” Hoe ziet Ronalds dag eruit? “Je vertrekt naar je werk, maar je weet totaal niet
wat er op je afkomt. Familiaal geweld, ongevallen, burenruzies … in die zin is het wel voorspelbaar (lacht). We zijn altijd met z’n tweeën. Jongere collega’s of mensen van mijn leeftijd. Het maakt me niks uit met wie ik werk. Grappig is wel dat jongere collega’s vaak stukken meer ervaring hebben. Maar ik sta mijn mannetje wel. Ik steek veel van hen op over de do’s en don’ts tijdens interventies. Als we dan de dag doorpraten, zeg ik weleens wat ik denk. Zoals toen een vrouw slaag had gekregen van haar ex: ik vond dat mijn jongere collega wat meer empathie had moeten tonen. Dan spreekt mijn mensenkennis en levenservaring
Ronald Ramaekers: “Je vertrekt naar je werk, maar weet totaal niet wat er op je afkomt.”
een woordje mee. Als beginnende inspecteur ben ik nog niet immuun voor dat soort toestanden. Ik hoop dat ik zelf jonge mensen kan motiveren om bij de politie te gaan en zelf een mentorrol mag opnemen. Ik vind het hoe dan ook een mooie job. Volgens mijn collega’s ligt die rol me perfect.”
JEAN-PIERRE VAN NIEUWENBORGH (POLITIE)
“De aanslag op Zaventem heeft veel veranderd” Jean-Pierre Van Nieuwenborgh (64) mocht acht jaar geleden al met pensioen bij de Federale Politie, maar hij wilde liever doorwerken. Deze rechercheur vond op de luchthaven van Zaventem nog te veel uitdagingen om in te ruilen voor pijp en pantoffels. “Ik geraak er niet op uitgekeken”, zegt hij. “Het lijkt toch altijd wat vakantie, al die mensen in de vertrek- en aankomsthall. Ik vond ook dat ik jongere collega’s nog veel kon bijleren. Veel collega’s verklaarden me gek. Maar wie wel met pensioen is, houdt er een bijjob op na.” Een uitzonderingsregime krijgt Jean-Pierre niet. “Ik doe alles mee, nachtshifts incluis. Ik merk wel dat nieuwe onderzoekstechnologie me wat te veel wordt: telefoontapsoftware, gsm’s en computers uitlezen … Ik ben wat
kwaad op mezelf dat ik dat niet meer kan opbrengen. In klassiek recherchewerk maak ik nog altijd het verschil. Op de luchthaven ben ik nu de ancien onder de rechercheurs.” “De cirkel is rond, want als jonge rijkswachter begon ik ooit op de luchthaven. Ook als BOB’er kon ik er aan de slag. Aanvankelijk voor drie jaar, maar ik bleef. Vooral drugsvangsten vond ik boeiend: alle manieren waarop die binnengebracht werden! Nu zit ik in de financiële sectie.
We zoeken vooral cash geld dat niet wordt aangegeven. Jammer dat we niet altijd de capaciteit of de middelen hebben om alle criminaliteit aan te pakken, er moeten nu eenmaal keuzes gemaakt worden. De wettelijke back-up is wel beter dan vroeger. De nieuwe generatie bij het parket is toegankelijker. Gemoedelijk met een onderzoeksrechter of procureur praten, kan nu. Na de aanslagen van maart 2016 kwamen alle veranderingen en nieuwigheden wel sterk op me af. Emotioneel hadden die onschuldige slachtoffers ook een serieuze impact op me. Ik voel wel dat het genoeg geweest is. Mijn fysieke conditie gaat er niet meer op vooruit. Ik wil niet dat dit een gevaar voor mijn collega’s zou vormen als het erop aankomt. Op 1 januari trek ik er een streep onder.” 29
MARK
LINDSAY DEMUYNCK (ACCENT)
“Plots druk je mee je stempel op je bedrijf” Lindsay Demuynck is general manager Vlaanderen voor arbeidersprofielen bij uitzendorganisatie Accent. Ze werkt al achttien jaar voor de organisatie. Ze startte er als uitzendconsulente. Al is Lindsay nog maar 42, toch is ze net als iedereen die meer dan vijf jaar bij Accent werkt een ‘mammoet’. Of zelfs een ‘oermammoet’ – de eretitel voor wie er meer dan acht jaar werkt. “Tja”, relativeert ze. “Er zijn al 270 mammoeten. Veel collega’s voelen zich hier dus prima, ook al is in deze sector het verloop vrij hoog. Misschien moeten we eens een andere naam bedenken (lacht).” Lindsay startte op haar vierentwintigste als consulent, werd regiomanager en werkt nu vanuit Roeselare als general manager.
De bedrijfscultuur heeft ze zien evolueren. “We betrekken meer mensen bij de beslissingen en de doelen. Kennis delen is belangrijker geworden. Maar de fun en de passie van de beginjaren zijn er nog altijd. Voor een jonge medewerker én voor wie al gesetteld is, blijft dit een leuke werkplek. De werkdruk voel ik zelf anders aan, omdat ik van een operationele naar een strategische functie evolueerde. Het gaat nu over beslissingen nemen en keuzes maken. Commerciële bezoeken zijn er veel minder bij. Maar nu kan ik wel
Omdat Lindsay Demuynck al meer dan acht jaar voor Accent werkt, is ze een ‘mammoet’ en eigenlijk zelfs een ‘oermammoet’.
mee mijn stempel drukken op dit bedrijf. Mijn basis vormt een stukje houvast voor collega’s: ik heb zelf het hele traject afgelegd. Ik weet welk bedrijf Accent was en hoe het werd zoals het nu is. Dat vertrouwen vind ik het grootste voordeel van ervaring.”
FRANK DELOOF (VAN MARCKE)
“Ik ben mezelf gebleven” Frank Deloof (61) werkt sinds 1976 voor Van Marcke en dat maakt hem tot de ‘opperancien’ in deze interviewreeks. Frank begon als magazijnbediende, specialiseerde zich in verwarming en later binnen- en buitenverkoop. Hij werd sectormanager, dan regionaal manager voor Oost- en West-Vlaanderen en sinds twee jaar is hij directeur voor Van Marcke Services voor België en Frankrijk. “Intussen ben ik bij de club van medewerkers met de langste staat van dienst in dit bedrijf, maar ik merk dat mijn klantenkennis, aanpak en netwerk relevant blijven. Mensen leren inschatten, is misschien wel het meest waardevolle dat ik overhoud aan die 41 jaar.” “Van mijn begindagen onthoud ik vooral dat mijn toenmalige leidinggevenden me veel meegegeven hebben”, zegt Frank. “Nu vind ik het zelf belangrijk 30
om mijn ervaring te delen. Ook in deze markt is de technologie veel complexer geworden. Onze installateurs en Van Marcke-medewerkers moeten zich permanent bijscholen, maar toen ik begon was dat ook al zo. Je moet telkens weer uit je comfortzone. Dat ik daarbij goed gecoacht werd, heeft zeker geholpen. Je ogen openhouden is nog een voorwaarde voor succes, stelen met je ogen mag. Daardoor zijn er telkens nieuwe kansen mijn kant uit gekomen. In een
familiebedrijf word je persoonlijker benaderd. Een langetermijnvisie is er zeker. Ik ben toe aan de vierde generatie Van Marckes aan het stuur. Ook voor hen ben ik beetje het geheugen van het bedrijf geworden. Het allerbelangrijkste is dat je thuis het evenwicht bewaart en jezelf blijft. Mijn vrouw heeft mij altijd gesteund. Het is nooit een discussiepunt geweest. Ik ben haar wel dankbaar. De juiste balans tussen werk en thuis is heel belangrijk.”
www.markmagazine.be
ANCIENS
Toon Van Dorpe: “Het grappige is dat ik sinds
MARK
een jaar met inhoudelijk totaal nieuwe materie
bezig ben.”
TOON VAN DORPE (AQUAFIN)
“Ik ben maatschappelijk bevlogen” Toon Van Dorpe (47) is leidinggevende binnen assetmanagement bij Aquafin, de Vlaamse rioolwaterzuiveraar. 23 jaar na zijn start is een puur technische job veranderd in een opdracht met maatschappelijke impact. “Ik ben gestart als CAD-ontwerper, daarna werd ik CAD-coördinator en ICTnetwerkbeheerder. Dat heeft me klaargestoomd voor de hiërarchisch leidinggevende job waarin ik nu zit. Het grappige is dat ik sinds een jaar met inhoudelijk totaal nieuwe materie bezig ben. Daardoor ben ik niet langer de ancien. Ik leer elke dag bij van mijn team, een groep van twintigers tot vijftigers: biotechnologen, geografen, bouwkundigen en andere waterbouwkundigen. Ik luister, bied ruimte
en geef mijn visie op basis van mijn eigen achtergrond. Dat waarderen ze.” “Mijn team heet officieel het team ‘CAD, hydraulisch modelleren, opmeten en hemelwaterplan’. Dat klinkt heel technisch, maar maatschappelijk hebben we wel impact. Het hemelwaterplan is bedoeld om wateroverlast op te vangen, maar het gaat ook over wateropslag tijdens droogteperiodes. Landschapsintegratie is ook erg belangrijk: hoe integreer je nieuwe in-
frastructuur in de ruimere omgeving? Een heldere blik op stadsvernieuwing en -herwaardering gaat ver voorbij je computermodel. Er komt design en dus emotie bij kijken. Je moet tot iets komen wat je gebruikers kunnen waarderen. En het gaat zelfs nog verder, want je levert je eigen kleine bijdrage tot een beter leefmilieu en de klimaatdoelstellingen. Ons product is niet dus alleen technologisch. Vroeger zat ik ver van onze klanten, nu zie ik de mens erachter.” 31
MARK
Wat moeten werkgevers doen voor hun 45-plussers? Lang niet elke ancien is ouder dan 45 jaar, maar vaak wel. Goed om te weten is dat zoiets ook voor de baas verplichtingen met zich meebrengt.
Dat we langer zullen moeten werken, is onvermijdelijk. In een poging dit te ondersteunen, heeft de overheid een aantal maatregelen getroffen. “Enerzijds worden eindeloopbaanstelsels, zoals het vroegere brugpensioen, geleidelijk afgebouwd. Anderzijds moeten organisaties HR-maatregelen uitwerken die langer werken mogelijk maken”, stelt Els Slembrouck, consultant corporate vitality bij Attentia. Het werkgelegenheidsplan voor 45-plussers of de zogenaamde cao 104 valt hieronder.
Wat houdt die wetgeving precies in? Els Slembrouck: “Oudere werknemers zijn noodzakelijk op de arbeidsmarkt. Het is dus echt noodzakelijk om hen aan het werk te houden. Concreet moet elke werkgever met meer dan 20 werknemers jaarlijks een werkgelegenheidsplan opstellen of opvolgen. Dit moet 45+-medewerkers flexibel, wendbaar, vitaal én gemotiveerd houden zodat ze langer kunnen en willen doorwerken.”
De verplichting geldt vanaf 20 werknemers, dus ook als die allemaal jonger dan 45 jaar zijn? “Dat klopt. Maar toch is het goed om als werkgever naar de toekomst te kijken. 32
Werknemers worden sowieso ouder en opleiding is voor iedereen van toepassing. Deze maatregel hoeft niet per se een administratieve last te zijn. Bedrijven staan er soms niet bij stil, maar een grote plotse uitstroom van kenniswerkers kan een behoorlijke impact hebben. Ook hoge verzuimcijfers kunnen heel wat onevenwicht en zelfs frustraties veroorzaken. De wet is een opportuniteit om je HR-beleid te optimaliseren én je oudere medewerkers gemotiveerd aan het werk te houden.”
Welke maatregelen moeten werkgevers dan nemen? “De cao 104 biedt een lijst met mogelijke gebieden waarop werkgevers actie kunnen ondernemen. Dit gaat dan onder meer over de selectie en indienstneming van nieuwe medewerkers. Over de ontwikkeling van de competenties van het personeel, zoals toegang tot opleidingen. Over loopbaanontwikkeling en -begeleiding binnen de onderneming. Of onder meer over de aanpassing van de arbeidstijd en de -omstandigheden. De lijst is breed.”
Dus de werkgever mag kiezen wat hij precies doet? “Inderdaad. Hij mag op een of meerdere van deze domeinen inzetten. Of andere
zelf bepalen. De werkgever kan jaarlijks een plan opmaken of hij kan kiezen om een meerjarenplan met jaarlijkse opvolging in te voeren. De procedure tot invoering en evaluatie hangt onder meer af van de grootte van de onderneming en de opgenomen maatregelen.”
Is dat allemaal niet vrijblijvend? “Niet helemaal, want je bent als werkgever wel verplicht om actie te ondernemen om het werk werkbaar te houden. Het is dus goed dat je hiermee aan de slag gaat en deze cao effectief als denkoefening opneemt. Hoe ziet bijvoorbeeld de leeftijdspiramide eruit in mijn organisatie? Kunnen jongere medewerkers de taken van oudere kenniswerkers overnemen? Wat met hun gezondheid? Er is veel om te bekijken en aan te pakken. De mate waarin dit gebeurt, is bij het ene bedrijf inderdaad misschien omvattender dan bij het andere. Bij sommige organisaties wordt er daarom mogelijk eerder minimale aandacht aan geschonken. Maar minimale aandacht is ook nog aandacht.” In het Goldies-programma geven de experten van Attentia advies over hoe je 45-plussers gelukkig en gemotiveerd aan het werk houdt. Meer info op: www.attentia.be/nl/goldies
• • • • •
•
• • • • • •
www.markmagazine.be
ANCIENS
MARK
Els Slembrouck: “Oudere werknemers zijn noodzakelijk op de arbeidsmarkt. Het is dus echt noodzakelijk om hen aan het werk te houden.”
Perceptie en werkelijkheid over 45-plussers
De Belgische leeftijdspiramide
PERCEPTIE OVER 45-PLUSSERS
95 100 90 •
94 89
85
• Denken al aan hun pensioen & minder productief • Musculoskeletale aandoeningen, RSI • Hoge kostprijs • Verminderde cognitieve capaciteit • Aanhoudende stress kan leiden tot aandoeningen (hart- en vaatziekten, verhoogd BMI, ...) • Lager energieniveau
80 - 84
•
75 - 79
• • •
70 - 74 65 -69 60 - 64
•
55 - 59 50 - 54 45 - 49 40 - 44 35 - 39
• • • •
30 - 34
WERKELIJKHEID OVER 45-PLUSSERS
25 - 29 20 - 24 15 - 19
• •
• • • •
10 - 14 5-9 0-4
4%
0%
4%
De Belgische leeftijdspiramide toont aan dat 45-plussers een aanzienlijke groep vormen binnen onze samenleving. “Ze zijn niet alleen sterk vertegenwoordigd in aantal, maar hebben ook heel wat te bieden op het vlak van kennis, ervaring, ambitie en persoonlijke talenten”, zo klinkt het bij Attentia.
Ideale coach van jong talent Jaren ervaring Veel kennis Efficiënte manier van werken opgebouwd • Ontplooid talent • Flexibel in vakantieperiodes (geen jonge kinderen meer om voor te zorgen, ...) Bron: Attentia
33
MARK
FLEXIBELEVERLONING IN OPMARS
En wat is jouw voordeel op maat? De mogelijkheid om je eigen werk-pc samen te stellen, vakantieopvang voor je kinderen, een abonnement op de carwash of een budget om diensten aan huis te bestellen: steeds meer werkgevers gaan vandaag verder dan het klassieke brutoloon met maaltijdcheques, bedrijfswagen en hospitalisatieverzekering.Voor werknemers is deze trend tweemaal voordelig: fiscaal interessant én op maat van hun wensen en behoeften. TEKST:Timothy Vermeir “Steeds meer ondernemingen verlonen hun werknemers flexibel, al dan niet in functie van behaalde doelstellingen. Tegelijk zien we ook dat er veel meer op maat wordt verloond: als werknemer heb je vandaag niet noodzakelijk dezelfde mix van voordelen als je collega naast je”, steekt Yves Labeeu van wal. Hij is als tax & legal consultant bij Attentia voortdurend bezig met loopoptimalisatie, bonusoptimalisatie en flexibel verlonen. “Loonoptimalisatie is er in ons land altijd al geweest”, vervolgt de expert. “Dat heeft uiteraard te maken met de zware lasten op arbeid. Wat er vandaag gebeurt, gaat nog een stap verder: ondernemingen verlonen vaker flexibel.” Je werkgever gaat daarbij – in het ideale geval, zo voegt de expert toe – op zoek naar een balans tussen collectief en individueel belonen, tussen vast salaris en variabele 34
verloning, en tussen de korte en langere termijn. De tijd van one size fits all is stilaan voorbij; gepersonaliseerd verlonen wint aan belang. INSPELEN OP EEN BEHOEFTE Uiteindelijk gaat het ook over waar je als individu nood aan hebt. “Veel van die voordelen spelen in op een behoefte. Vele mensen klagen bijvoorbeeld over tijdsgebrek. Wel, met de juiste voordelen kan je baas daar een rol spelen”, geeft Yves Labeeu aan. “Zo zie je bijvoorbeeld dat sommige bedrijven het mogelijk maken om meer verlof te krijgen in plaats van een cash bonus.” Wanneer je baas je ook nog eens zélf laat kiezen hoe jouw totale loonpakket eruitziet, is het helemaal in orde: de ene heeft graag die grotere wagen omdat hij graag gaat kamperen met de kinderen, terwijl de andere midden in
een verbouwing zit en dus graag wat extra vrije tijd heeft. Is ingaan op zo’n aanbod altijd een goed idee? Je hoort toch verschillende stemmen die waarschuwen dat de socialezekerheidsrechten die je opbouwt afhankelijk zijn van je brutoloon, dus zónder al die aantrekkelijke voordelen? “Het is waar dat je rechten opbouwt op basis van je brutoloon. Dat is zo voor je pensioen, arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidsuitkering. Maar voor die drie is er een plafond: als je brutoloon daarboven ligt, maakt het geen verschil. Belangrijk voor werknemers is dat ze zich correct én volledig laten informeren door hun werkgevers over wat het voordeel precies inhoudt en wat de effecten zijn, zowel nu (vaak onder de vorm van een hoger besteedbaar netto-inkomen of tijdswinst) als in de toekomst.”
www.markmagazine.be
FLEXIBELE VERLONING
MARK
Zes opvallende en originele voordelen 1. Pc op jouw maat
De computer die bij jou past “Bij veel bedrijven krijg je iets in je handen gestopt waarmee je het dan maar moet doen. Wij kunnen ons ICT-materiaal hier naar onze hand zetten. Die vrijheid is erg fijn.” Bart Geets, die bij Aquafin als technisch medewerker instaat voor klein onderhoud en procesopvolging voor rioolinfrastructuur, de pompstations en de waterzuivering, is zeer te spreken over een nieuw initiatief bij zijn werkgever. In plaats van een one size fits all-aanpak, kunnen medewerkers hun werkcomputer zelf samenstellen.
GPRS-modem ingebouwd, zodat ik overal online kan. Voor als ik op kantoor ben, heb ik een scherm, muis, toetsenbord en laptopstand. Dat is handig als ik administratief werk doe, al zijn er collega’s
die geen extra scherm hebben omdat ze verkiezen gewoon op de laptop te werken. Dat is het grote voordeel hier: je werkt met het materiaal dat je zelf kunt samenstellen.”
Hoe dat werkt? Bart kreeg net als zijn collega’s een budget, uitgedrukt in punten. Daarmee kon hij online shoppen. In de catalogus staan zware toestellen voor wie veel met grafische toepassingen werkt, maar ook kleine, lichte laptops voor wie vaak onderweg is. Er zijn schermen en toetsenborden, laptoptassen en muizen. “Je krijgt punten in functie van de job die je doet en de noden die je hebt”, legt Bart uit. “Ik kreeg 600 punten waarmee ik een ICT-oplossing kon samenstellen op mijn maat, en krijg nu elk jaar 200 extra punten. Om de drie jaar zou ik dus alles kunnen vernieuwen. Maar je kunt ook je punten sparen om bijkomende randapparatuur te kopen.” Bart, die erg veel onderweg is naar de verschillende installaties van Aquafin, koos voor een 2-in-1-model dat als laptop of als tablet kan dienen. “We kunnen vanop afstand elke installatie in het oog houden. Daarom heeft de laptop ook een 35
MARK
2. Foodtruck
Dikke tien voor sfeer en gezelligheid Wat eet je ‘s middags wanneer je een hele dag met de collega’s op teambuilding of opleiding bent? Het moet niet te formeel en je wilt ook snel genoeg je maaltijd zodat het namiddagprogramma kan starten. De politie heeft een al even eenvoudige als smakelijke oplossing: een foodtruck. “Wij hebben er vandaag vier, samen met een aantal koelwagens”, zegt Ludwig Van Wesemael van SSD-GPI – waarover zo meteen meer. “Met de foodtruck geven we onze mensen niet alleen te eten, we zorgen ook voor extra samenhorigheid. Met één foodtruck kunnen we tot 150 mensen te eten geven. We zijn ook erg flexibel: willen ze de Lesse afvaren, dan zetten we ons op een parking onderweg. We kunnen frituren, pasta’s serveren en sinds kort hebben we ook een truck met een pizzaoven.” Een dikke tien voor sfeer en gezelligheid, dus. De foodtrucks worden beheerd door de sociale dienst van de geïntegreerde politie – in het politiejargon het SSD-GPI. Die is verantwoordelijke voor de horecadiensten van de federale politie en beheert zeven restaurants waar zo’n 2.000 medewerkers elke dag lekker en goedkoop kunnen eten. Bij de sociale dienst werken ook maatschappelijk assistenten die medewerkers helpen als ze daar nood aan hebben. De commerciële voordelen die de dienst onderhandelt, zijn er dan weer voor alle medewerkers. “We zijn een grote groep, waardoor we onze aankoopkracht kunnen gebruiken om voor onze mensen voordeligere tarieven of iets extra’s te verkrijgen. Vergelijk het met de korting die je krijgt als je elektriciteit aankoopt via een groepsaankoop”, legt Ludwig uit. “En neen, onze mensen krijgen – voor alle duidelijkheid – géén korting op hun parkeerboetes.” 36
www.markmagazine.be
FLEXIBELE VERLONING
MARK
3. Carwash
Gezellig ontbijten is leuker dan de wagen wassen ... Op zondagochtend met emmers en zeemvel op de oprit de auto wassen? Velen willen wel een propere wagen, maar doen in het weekend wel liever wat anders dan de auto zijn wekelijkse beurt geven. Ook Hélène van der Linden, employer brand project manager bij Lidl, heeft dan andere prioriteiten. “Gelukkig voorziet Lidl voor mij – en alle andere collega's met een bedrijfswagen – een wekelijkse wasbeurt in een carwash. We hebben hier in de buurt van ons hoofdkantoor een carwash met verschillende vestigingen in Vlaanderen. We kunnen er eenmaal per week onze
auto laten wassen, met dank aan de collega's die het wagenpark beheren. Wie niet hier op het hoofdkantoor werkt, krijgt een budget van 10 euro per week om zijn bedrijfswagen proper te houden.” Propere wagens komen iedereen ten goede, benadrukt Hélène. De waarde van de wagens blijft hoog omdat ze regelmatig het sop in gaan, en wanneer collega's auto's aan elkaar doorgeven, is het des te fijner voor de ontvanger van de 'tweedehandswagen' dat de auto altijd goed onderhouden is geweest.
En de medewerker zelf? Die gaat gemiddeld een- tot tweemaal per maand naar de carwash met zijn bedrijfswagen, al kan het zijn dat medewerkers in de winkels tijdens drukkere periodes weleens een poetsbeurt overslaan, zegt Hélène. “Maar iedereen rijdt wel graag met een propere wagen. Alle collega's zijn dan ook erg tevreden over de wasbeurten. En zeg nu zelf: het is toch veel leuker om gezellig te ontbijten op zondagochtend dan buiten de auto te wassen.”
Hélène van der Linden (Lidl): “Iedereen rijdt wel
graag met een propere wagen.”
37
MARK
4. Vakman naar keuze
Diensten aan huis schieten te hulp “ResQ is het resultaat van mijn eindwerk aan Vlerick, waar de opdracht was om een oplossing te vinden voor het zwart geld in de maatschappij.” Als Nicolas Mulders het zo zegt, dan zijn we meteen geïnteresseerd in wat zijn jonge onderneming ResQ te bieden heeft. “Wij maken het mogelijk dat werkgevers aan hun werknemers een budget geven waarmee ze diensten aan huis kunnen laten uitvoeren door een vakman naar keuze. Dankzij een ruling met de fiscus en RSZ is dat voordelig voor beide partijen, én we zorgen ervoor dat die diensten niet meer in het zwart gebeuren.” De werking is eenvoudig: werkgevers geven hun werknemers een ResQ-budget via de ResQ-online portal. Via dit platform kunnen werknemers opdrachten
aanvragen voor de toegelaten diensten bij een uitvoerder naar keuze. Zo kun je iemand laten komen om het huis te poetsen of boodschappen te doen, een nanny of studiehulp voor de kinderen of een hovenier die de tuin onderhoudt. Maar net zo goed kun je een chauffeur boeken om je naar de luchthaven te brengen, een kok vragen om lekker te koken voor je gezin, of een klusjesman in huis halen die dat ene werkje opknapt dat al drie jaar blijft liggen. “De werkgever kan individueel budget toewijzen aan zijn medewerkers, zowel qua frequentie als bedrag. De werknemer langs zijn kant spendeert zijn budget zoals hij zelf wil”, zegt Nicolas Mulders. “We zien dat werkgevers op deze manier bonussen van medewerkers optima-
liseren, maar ook dat deze diensten deel gaan uitmaken van het cafetariaplan. Maar denk bijvoorbeeld ook aan de directiesecretaresse die zeven dagen op zeven klaar staat: met zo’n ResQ-budget kan de onderneming haar niet alleen belonen, maar ook veel zorgen wegnemen in compensatie voor haar beschikbaarheid. Win-win voor iedereen.”
5. Afhaalmaaltijden
Het leven is meer dan koken alleen “Ik bestel soep en een hoofdgerecht voor mij en mijn vrouw. Dat is gemakkelijk, vooral omdat mijn kinderen op school een warme maaltijd eten.” Stefan Goossens, binnen de afdeling HVAC van Van Marcke aan de slag als technical advisor gespecialiseerd in warmtenetten, is een grote fan van de mogelijkheid om maaltijden uit het bedrijfsrestaurant mee te nemen naar huis. “Elke week is er een weekmenu, met elke dag een andere dagschotel. Die kun je hier in het restaurant eten, maar je kunt de dagschotel ook bestellen om mee te nemen naar huis. De kostprijs is dezelfde. Ondertussen is Stefan al drie jaar klant bij de afhaaldienst. Wekelijks kijkt hij samen met zijn vrouw het menu na – dat hangt niet alleen op in het bedrijfsrestaurant, 38
maar staat ook op het intranet van Van Marcke – en geeft hij zijn bestelling door. “Dat kan tot de dag voordien, ze zijn hier heel flexibel”, geeft hij aan. Of hij zijn maaltijd bestelt, hangt niet af van wat precies op het menu staat – hier zijn absoluut geen klachten over het eten. Net zoals bij zijn collega’s is het vooral uit praktische overwegingen. Wat hebben de kinderen die dag gegeten? Zijn er nog verplichtingen die avond? En kan hij voor hij naar huis gaat nog langs het restaurant om zijn avondmaal mee te nemen? “Als ik in Antwerpen werk, bijvoorbeeld, is het moeilijk”, klinkt het nog. “Maar als je eens vergeet je bestelling mee te nemen, staat ze de dag nadien nog in de frigo op jou te wachten. Dan eet je het gewoon een dag later.”
www.markmagazine.be
FLEXIBELE VERLONING
MARK
6. Vakantiewerking, auto’s en fietsen
�etstochtjes door Vlaamse velden “We bieden heel wat leuke voordelen aan onze medewerkers”, zegt Lien Vandelanotte, compensation & benefits manager bij UNILIN – het bedrijf dat vooral bekend is van de Quick-Step-laminaat, maar veel meer doet dan dat. “Zo hebben we sinds vorig jaar een Bringme Box naast onze koffiehoek. Dat is een slim kluisje waar je je online bestelde pakketjes kunt laten leveren op het werk. Op die manier komen hier 120 tot 140 leveringen per week toe.” Maar de West-Vlaamse multinational biedt ook een vakantiewerking aan: kinderen van medewerkers kunnen tijdens de schoolvakanties terecht in een schooltje in de buurt van het bedrijf, waar leuke monitoren een hele dag de kinderen laten spelen en plezier maken. “Bovendien zorgt dat voor een communitygevoel”, voegt Lien toe. “Een voordeel moet overigens niet altijd cash, kortingen of materiaal zijn. We bieden ook andere ‘voordelen’. Zoals de koffiehoek als gezellige ontmoetingsplaats met collega’s.” Bij UNILIN zijn er ook interessante voordelen rond vervoer. Daarvoor zorgt haar collega Bert Van Rossen. Hij is als fleetmanager verantwoordelijk voor alle bedrijfswagens, maar ook voor de heftrucks, kranen, wielladers en dergelijke. “Alles met wielen”, zegt hij zelf. Bert is ook de man die onderhandelt met de leveranciers. Daarbij vergeet hij zijn vele collega’s bij UNILIN niet. “Zo hebben we voor onze medewerkers een speciale korting bij een aantal automerken onderhandeld, maar bijvoorbeeld ook op banden. Eén keer per jaar komt er ook een firma langs die de autoruiten van alle wagens – bedrijfswagens, maar ook die van de mensen zelf – op de parking controleert”, geeft hij mee.
Lien Vandelanotte en Bert Van Rossen van UNILIN
.
Een van zijn favoriete voordelen op het werk heeft geen vier, maar twee wielen. “De fietsen in de zomer zijn echt wel een heel tof voordeel”, klinkt het enthou-
siast. “Als medewerker kun je een fiets boeken, zodat je tijdens de middagpauze even een toertje kunt maken hier in de buurt. Geweldig is dat.”
COLOFON: MARK Magazine is een uitgave van Mediahuis, Content Connections / Verantwoordelijke Uitgever: Hans De Loore / Business Manager: Mark Maldeghem Marketing & Advertentie: Dries Verhaegen, Sabrina Pinxten / Hoofdredacteur: William Visterin / Redactie: Wieland De Hoon,Thalisa Devos, Kurt Meers,Timothy Vermeir Eindredactie: Robin Van den Bogaert, Delphine Buyle / Fotografie: Bart Dewaele, Ivan Merville, Carlo Verfaille, William Visterin, Lavinia Wouters, Karel Hemerijckx Vormgeving: Nadruk.be, Jan Van Der Veken / Contact: markmagazine@mediahuis.be - tel: 02/467 48 32
39
“Waar HR en IT samenkomen, vind ik mijn uitdaging” Klaas Lemeire Project Leader / Application Consultant
Ontdek onze jobs voor HR en IT profielen
Uitdagingen succesvol aanpakken, daar gaan we voor. Bij Attentia geloven we dat gelukkige mensen de drijvende kracht zijn achter iedere succesvolle onderneming. Een strategie die onze klanten een breder inzicht geeft voor een kwalitatief HR-beleid dat Well-being centraal stelt. Elke dag opnieuw gaan we met alle collega’s de uitdaging aan om van élk project een succes te maken. Daarom zijn we voortdurend op zoek naar nieuw talent. Met focus op IT- en HR-professionals. En die kunnen voortaan terecht op onze nieuwe jobsite:
www.challengingcareer.be Attentia geeft collega’s de kans om innoverend te werken. Door de nieuwste tools ter beschikking te stellen en ontwikkelingskansen aan te reiken. Bovendien levert elke medewerker een functionele meerwaarde in de service die we bieden. Zo spelen we optimaal in op de vraag van onze klanten en gaan we elke uitdaging met vertrouwen aan.