Bouwbedrijf
maandblad van en voor de aannemer • uitgave van de Confederatie Bouw • Lombardstraat 34 - 42 • 1000 Brussel
FEBRUARI 2020 AFGIFTEKANTOOR GENT X – €6
ATTESTEN
Uw kwaliteit bevestigd
KWARTSSTOF
Strengere regels
BOUWRADAR
Nog enkele plaatsen voor aannemers
DOSSIER
Economische terugblik
Sterke prestatie bouw in 2010-2019 /confederatie.bouw @Confedbouw
www .confederatiebouw.be
Confederatie Bouw - Confédération Construction
GEBRUIK DEZE CODE VOOR GRATIS REGISTRATIE OP WWW.TECHNI-MAT.EU
BBD2020
KORTRIJK XPO 25 & 26 MAART 2020 InfraTech en Matexpo, twee toonaangevende vakbeurzen in Nederland en België op het gebied van bouw en infrastructuur, organiseren op 25 & 26 maart 2020 de nieuwe vakbeurs Techni-Mat. Techni-Mat richt zich op alle spelers binnen infra & ruwbouw. De beurs is het verzamelpunt van knowhow voor de sector en focust op technieken en materialen.
www.techni-mat.eu
Techni-Mat
@technimat
@TechniMatBE
EDITO
Voor de Green Deal zijn de bestaande woningen een prioriteit
K
ort vóór het einde van 2019 lanceerde Ursula von der Leyen, de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, de Green Deal. Het gaat om een ambitieuze verzameling beleidsvoorstellen. De Commissie wil dat EU tegen 2050 een competitieve economie is die efficiënt met grondstoffen omspringt en die netto geen broeikasgassen meer uitstoot. De Belgische bouwsector heeft al grote stappen in die richting gezet. Onze aannemers trekken gebouwen op met energieprestaties die nauwelijks tien jaar geleden onbereikbaar leken te zijn. Onder impuls van de Confederatie en de gewestconfederaties zijn initiatieven ontwikkeld zoals Walterre in Wallonië en Tracimat in Vlaanderen.
Maatregelen om energetische renovaties te bevorderen moeten doelgericht en voldoende stimulerend zijn.
We staan dus volledig achter de Green Deal. Maar dan moet een groot probleem grondig aangepakt worden: de energieprestaties van onze bestaande woningen. De cijfers illustreren dat. Meer dan 90 % voldoet niet aan de doelstellingen van de Green Deal. Om hen voldoende energiezuinig te maken tegen 2050, moet het ritme van de grondige renovaties verdrievoudigd worden. De regeringen van dit land moeten dus snel maatregelen treffen die tegelijk doelgericht en voldoende stimulerend zijn. Een klimaatbeleid dat niet sociaal is, is geen goed beleid. De renovatie van het woningenbestand zal alleen slagen wanneer de gezinnen ertoe in staat zijn en er de financiële middelen voor hebben. Maatregelen moeten dus zoveel mogelijk gezinnen de kans te geven hun woning energiezuinig te maken. Anders zullen de ambities dode letter blijven. Bovendien moeten deze maatregelen gericht zijn. Gezinnen die een bestaande woning verwerven, houden op dit moment vaak niet genoeg geld over voor de nodige renovatie. De Confederatie vraagt dus dat stimulansen gaan naar werken die de energetische kwaliteit effectief verbeteren. Merk trouwens op dat sommige woningen in dusdanig slechte staat zijn dat een grondige renovatie noch economisch noch ecologisch rendeert. Daarom moet ook vervangbouw gestimuleerd worden. Dit noodzaakt een veralgemening tot heel het grondgebied van de verlaagde btw van 6 % voor afbraak gevolgd door heropbouw tot woning. Bovendien moet de verlaagde btw ook gelden wanneer deze vernieuwbouw leidt tot koopwoningen. Alleen een geïntegreerde aanpak die rekening houdt met al deze aspecten, zal van de Green Deal het verwachte succes maken
Robert de Mûelenaere Gedelegeerd bestuurder februari 2020 • Bouwbedrijf 3
INHOUD
19 Bouw hield zich sterk in 2010-2019
Nu een nieuw decennium begonnen is, blikken we terug op het vorige. Het begon in moeilijke economische omstandigheden, maar de bouw vertoonde een opmerkelijk dynamisme.
12 Strengere regels kwartsstof
Sommige preventiemaatregelen zijn tegenwoordig altijd verplicht wanneer kwartsstof vrijkomt bij de bewerking van materialen. En vergis u niet: dat vrijkomen gebeurt meer dan u denkt. 4 Bouwbedrijf โ ข februari 2020
32 BouwRadar: nog enkele plaatsen vrij!
Alleen wie zich haast, kan nog deelnemen aan BouwRadar, het project dat bouwkmo's helpt om hun bedrijfsbeheer te verbeteren. Coรถrdinator Freija Jongbloet analyseert wat het project haar geleerd heeft.
44 Betonherstel in de Leopold II-tunnel
De renovatie van Brusselse Leopold II-tunnel is een enorm project, met een enorme hoeveelheid betonherstel. Hoe dat laatste wordt aangepakt, werd uitgelegd tijdens een exclusief werfbezoek voor aannemers.
Bouwbedrijf
maandblad van en voor de aannemer • uitgave van de Confederatie Bouw • Lombardstraat 34 - 42 • 1000 Brussel
BOUWBELANGEN
FEBRUARI 2020 AFGIFTEKANTOOR GENT X – €6
10 Ongevallen De bouw boekt vooruitgang maar is er nog niet. 12 Kwartsstof Strengere regels, en waarom ze nodig waren. 14 Gratis attest voor u Bewijs uw ernst en vakbekwaamheid. 16 Ontslagreserve U kunt beginnen op te bouwen.
ATTESTEN
Uw kwaliteit bevestigd
KWARTSSTOF
Strengere regels
BOUWRADAR
Nog enkele plaatsen voor aannemers
DOSSIER
Economische terugblik
Sterke prestatie bouw in 2010-2019 /confederatie.bouw @Confedbouw
www .confederatiebouw.be
Confederatie Bouw - Confédération Construction
3 Edito Robert de Mûelenaere over de prioriteiten van de Europese Green Deal. 9 Regionaal standpunt Het Vlaamse regeerakkoord creëert samenwerkingsmogelijkheden met de sector, aldus Marc Dillen. 9 Prikbord Batibouw ingekort – Congres over de rol van erfgoed
CONTACTEN Bouwbedrijf is het maandblad van de vzw Confederatie Bouw, Lombardstraat 34-42, 1000 Brussel Verantwoordelijke uitgever: Filip Coveliers, Lombardstraat 34-42, 1000 Brussel Afgiftekantoor: Gent X Redactie: Peter Graller, Marc Guéret, tel. 02 545 57 30 – fax 02 545 59 02 peter.graller@confederatiebouw.be Vormgeving: Nikka Cuypers nikka.cuypers@confederatiebouw.be Abder-Razzaaq Boujdaini abder-razzaaq.boujdaini@cnc.be Franstalige uitgave: Construction Druk: Graphius
DOSSIER
19 Inleiding Terugblik op 2010-2019. 20 Context In welk klimaat werkten de aannemers? 22 Economie Niet ongunstig voor de bouw in 2010-2019. 24 Bouwproductie steeg Meer groei dan in de hele economie. 25 Vastgoedprijzen Vrij hoog, maar geen zeepbel gevormd. 27 Bouwkosten Geen ontsporing in het voorbije decennium. 28 Nieuwbouw Hij hield stand.
Reacties - vragen: communicatie@confederatiebouw.be Met de medewerking van: • de studiediensten van de Confederatie Bouw Morgane Halleux, tel.02 545 56 33 - fax 02 545 59 09 morgane.halleux@confederatiebouw.be • Vlaamse Confederatie Bouw Johan Walewijns, tel. 02 545 57 49 - fax 02 545 59 07 johan.walewijns@confederatiebouw.be • Confederatie Bouw Brussel-Hoofdstad Morgane Cendoya, tel. 02 545 58 29 - fax 02 545 59 06 morgane.cendoya@confederatiebouw.be • Confédération Construction Wallonne Catherine Houtart tel. 02 545 56 68 - fax 02 545 59 05 catherine.houtart@confederatiebouw.be
SECTOR & BEROEPEN
31 Verviers werd 100 Feest bij de lokale confederatie. 32 BouwRadar Nog enkele plaatsen vrij. 34 Ondernemen in het buitenland
De pragmatische aanpak van Tectum.
36 Bouw is goede werkplek Al kunnen de arbeidsomstandigheden beter. 38 BIM-visie overheid Vlaanderen werkt eraan. 40 WTCB • ‘Betonconstructies’ en ‘Geotechniek’ op het programma van de WTCB-wintercursussen. • WTCB-wintercursus ‘Stookplaatsen en schoorstenen.’
PROJECTEN & BEDRIJVEN
44 Betonherstel onder de grond De Leopold II-tunnel in Brussel. 46 Ledenvoordeel Profiteer van uw lidmaatschap. 49 Bouwmarkt • Techni-Mat • Renson • Deceuninck 50 Markant Willemen viel in de prijzen.
Economische groei
De verwachtingen 2019-2022.
Abonnementen: Claude Bernaerts, tel. 02 545 56 88 - fax 02 545 59 00 claude.bernaerts@confederatiebouw.be Reclame: Kristel Dekempeneer, tel. 02 545 56 99 - fax 02 545 59 08, kristel.dekempeneer@confederatiebouw.be of kde@confederatiebouw.be. Prijs jaarabonnement Leden van de Confederatie Bouw: begrepen in het lidgeld Niet-leden: € 137,80 (incl. BTW en portkosten) / buitenland: € 300 (incl. BTW en portkosten)
Lid van de Unie van de Uitgevers van de Periodieke Pers De vzw Confederatie Bouw wil met deze publicatie gepaste, betrouwbare, volledige en exacte informatie brengen. Ze kan echter niet aansprakelijk worden gesteld indien ze hierin tekortschiet. Alle elementen van deze publicatie zijn beschermd door het auteursrecht van de vzw Confederatie Bouw. Overname van artikelen, geheel of gedeeltelijk, is slechts toegelaten mits voorafgaande toestemming en uitdrukkelijke vermelding van de bron.
Vanaf nu wordt B ouwbedrijf gedrukt op papier geproduceerd met hout uit duurzaam beheerde bossen. Deduurzaamheid wordt gegarandeerd door de internationale organisatie Forest Stewardship Council (FSC), die niet alleen het bos controleert maar de hele handelsketen tot aan de drukker.
5 februari 2020 • Bouwbedrijf bouwbedrijf - februari 2016 5 www.confederatiebouw.be
BATIBOUW VAN 29/02 TOT 08/03
Kortere beurs, andere openingsuren De 61ste uitgave van Batibouw werd midden december voorgesteld. Opvallendste verandering: de beurs begint niet meer op donderdag, maar op zaterdag. De twee dagen voor de bouwprofessionals vallen weg. De wereld staat niet stil en Batibouw bijgevolg ook niet. Maar de mens blijft centraal staan, benadrukte Philippe Lhomme (baas van organisator Deficom) tijdens de voorstelling van Batibouw 2020. Philippe Lhomme: "De digitalisering dringt overal door, maar menselijk contact blijft nodig. Ondanks alle digitale diensten blijft Batibouw dus een absolute noodzaak." Veranderingen
De beurs moet mee evolueren met de bouwsector, zei beursdirecteur Frédéric François. Dat heeft geleid tot verschillende aanpassingen. Op vraag van de exposanten zal Batibouw twee dagen korter zijn. De organisatoren schrapten de twee professionele dagen waarmee Batibouw traditioneel begon. De beurs loopt nu van zaterdag 29 februari tot zondag 8 maart.
BOUWFORUM OP 5 MAART De inkorting van Batibouw heeft ook voor uw beroepsorganisatie gevolgen. Op de eerste dag gaven we altijd het startschot met ons BouwForum. Dat wordt nu verplaatst naar donderdag 5 maart. Het speelt zich ook niet meer in de voormiddag af, maar begint om 15.00 u. Het BouwForum 2020 zal gewijd zijn aan de bouwberoepen van de toekomst, en kreeg als slogan Take the future into your hands.
INFO: www.bouwforum.be Openingsuren
Ook de openingsuren zijn veranderd. Van maandag tot vrijdag gaan de deuren pas open om 12.00 u. Zo worden de filegevoelige ochtenduren op de Brusselse Ring vermeden, aldus Frédéric François. Het sluitingsuur is dan 20.30 u. Mensen die na 16.00 u. komen, kunnen een gratis toegangskaart krijgen als ze zich vooraf inschrijven. Op 5 maart is er een Batibouw-avond. In de weekends ten slotte kun je de beurs bezoeken van 10.00 tot 18.30 u.
Thema
Sommige dingen zijn niet veranderd. Net zoals in de voorbije jaren zijn er drie hoofdthema's. Green Building legt de link met kringloopbouwen, alternatieve woonvormen en de verkleining van onze ecologische voetafdruk. Smart Heating & Cooling gaat onder meer over ventilatie en verwarming. Het internet of things en connected woningen kunnen de elektriciteits- en energiefactuur doen dalen. En dan is er nog het derde thema, Small is Beautiful Frédéric François: "Er bestaat een trend naar kleinere woningen, met kleinere slaap- en badkamers. Producenten bieden intussen kleinere, smallere dingen aan." De halls van Brussels Expo zullen bovendien anders ingericht zijn. Maar bezoekers hoeven niet bang te zijn dat ze verloren zullen lopen. Batibouw heeft een nieuwe app ontwikkeld. Wie hem downloadt, vindt moeiteloos de weg. 257 000 bezoekers
Vorig jaar kwamen er een kleine 257 000 bezoekers naar Batibouw, waarbij 58 000 professionals. 62 % van hen kwam uit Vlaanderen, 26 % uit Wallonië en 9 % uit Brussel. De resterende 3 % kwam uit het buitenland. Op zich mooie cijfers, maar het totale bezoekersaantal daalde wel met 10 % vergeleken met 2018. INFO: www.batibouw.be
•
6 Bouwbedrijf • februari 2020
19 MAART 2020
Het Open Monumentencongres van Herita
Op 19 maart organiseert Herita zijn Open Monumentencongres. Herita nodigt de aannemers uit om mee te debatteren over de rol van actuele vraagstukken in de erfgoedsector. Herita noemt het Open Monumentencongres "hét inspiratie- en ontmoetingsmoment" voor iedereen die op de ene of de andere manier betrokken is bij erfgoed. Niet alleen aannemers, architecten en projectontwikkelaars zijn dus welkom, maar ook de erfgoedprofessionals, beleidsmensen en beslissingsnemers op alle bestuursniveaus. De deelnemers kunnen er in dialoog gaan over de plaats van erfgoed in zaken als duurzaamheid en welzijn. Maar tegelijk is dit congres een netwerkmoment waar erfgoedaannemers waardevolle contacten kunnen leggen, kennis delen en – wie weet? – zelfs samenwerkingen opzetten. VCB in panel
Marc Dillen van de Vlaamse Confederatie Bouw vertegenwoordigt de sector in het afsluitende slotdebat. Samen met panelleden zoals Nicolas Bearelle (CEO van Revive) zal hij invalshoeken en denkpistes formuleren voor het nieuwe beleid. Greep uit het programma
Eén van de sprekers tijdens het congres is Duncan Laird, hoofd van de afdeling Urban Places van de National Trust in het Verenigd Koninkrijk. Hij is gespecialiseerd in stedelijke planning, mobiliteit en strategie- en businessontwikkeling. Op het Open Monumentencongres gaat hij dieper in op het Places that make us, een vaak geciteerd rapport binnen de erfgoedstudies. Hij past de inzichten uit dit onderzoek systematisch toe in stadsontwikkelingsprogramma’s. De National
Trust stelt vanuit het publieke belang de erfgoedontwikkeling in een stedelijke context voorop. Binnenkort zullen Gentenaars in de leegstaande SintAnnakerk hun boodschappen kunnen doen. Welke argumenten overtuigden de jury om in zee te gaan met het Consortium Markthal (Delhaize)? PMV, Bressers Architecten en Rik de Vooght Architecten brengen elk hun visie en vertellen meer over deze opmerkelijke herbestemming. Gebruik is de beste garantie op behoud, maar hoe blaas je een gebouw nieuw leven in wanneer de oorspronkelijke functie verdwenen is? Een interessante case is Hal 5 op de voormalige centrale werkplaatsen van de spoorwegen in Leuven. Vanuit deze case licht Michiel Van Balen een alternatief ontwikkelings- en financieringsmodel voor herbestemmingen toe. Miss Miyagi onderzocht hoe Hal 5 een nieuwe bestemming kreeg mét behoud van erfgoedwaarde en zonder een volledige financiering door de overheid. VDD Project Development geeft de deelnemers aan het congres een inkijk in het herbestemmingsproces van de Weylerkazerne, een voormalige kazerne in het historische hart van Brugge.
•
INFO: Het Open Monumentencongres vindt plaats op 19 maart in Les Ateliers des Tanneurs in Brussel. Deelnemen kost € 100 en inschrijven kan tot 12 maart. Het volledige programma en verdere informatie staan op www.openmonumentencongres.be. februari 2020 • Bouwbedrijf 7
Veilig bouwen: eerst denken, en dan doen!
Doe mee op safetymypriority.be Uw engagement is belangrijk. Doe mee en signeer het charter op safetymypriority.be
fb-safety-adv-A4 .indd 1
29/01/19 11:00
REGIONAAL STANDPUNT
Extra jobs door publiek-private samenwerking en innovatie
O
p 10 februari vindt de eerste ontmoeting plaats van de bouwsector met de nieuwe Vlaamse regering tijdens het VBOC (Vlaams Bouwoverlegcomité). Deze regering heeft duidelijk aangegeven een investeringsregering te willen zijn. De bouwsector wil haar vanuit zijn rol als technologie-integrator daartoe als partner de hand reiken. Het regeerakkoord creëert heel wat samenwerkingsmogelijkheden tussen overheid en bouw, op punten als sociale woningen, een gedragen verdichting, de opleiding van werkzoekenden en de uitrol van duale leertrajecten, niet alleen in het secundair maar ook in het hoger onderwijs.
“Het Vlaams regeerakkoord creëert heel wat samenwerkingsmogelijkheden tussen de overheid en de sector.”
De prioriteiten van de minister-president, namelijk 120 000 vacatures invullen en de vergunningsprocedures versnellen, zijn ook prioriteiten voor de VCB. Een belangrijke factor daarbij is het investeringsperspectief op de lange termijn voor bouwbedrijven. Daarover zal onze eerste vraag op het VBOC gaan. Gemeentebesturen krijgen van de Vlaamse overheid 3,5 % extra middelen per jaar. Voor de VCB moeten dergelijke bijkomende middelen gaan naar investeringen die maatschappelijke behoeften invullen. Ze maakt zich vooral zorgen over waterzuivering en waterbescherming. Het regeerakkoord zegt hierover weinig, hoewel Vlaanderen al tegen 2027 de doelstellingen van de Europese kaderrichtlijn Water moet halen. Over welke investeringsmiddelen beschikt de Vlaamse regering hiervoor? Voor een betere invulling van de vacatures wil de bouw meewerken aan innovatieve opleidingen voor jongeren en werkzoekenden. Maar tegelijk zullen we op het VBOC onze bezorgdheid uiten over de teruggang van het Vlaams Opleidingsverlof vanwege de administratieve complexiteit van het systeem. Ook op het vlak van energiebesparingen in woningen zal de VCB het belang van innovatie en digitalisering beklemtonen. Zij zal enerzijds aandringen op de toepassing van energieprestatiecontracten bij energetische renovaties en op de creatie van lokale energiegemeenschappen. Anderzijds zal zij zich verzetten tegen een verdere verstrenging van de bouwschilpeil S. Ook de versnelling van de vergunningsprocedures is een belangrijk aandachtspunt. We zullen pleiten voor uniforme afwegingskaders voor projecten, waarmee een aanvrager op voorhand rekening kan houden. Voor de bronbemaling zou de opdrachtgever al bij de aanvraag van de omgevingsvergunning meer onderzoekswerk moeten verrichten. Dan kunnen de werken nadien sneller van start gaan. Verder zal de VCB blijven ijveren voor een realistische en betaalbare toepassing van het instrumentendecreet.
Marc Dillen Directeur-generaal Vlaamse Confederatie Bouw februari 2020 • Bouwbedrijf 9
SAFETY MY PRIORITY
Arbeidsongevallen in de bouw in 2018 Onze sector was in 2018 iets veiliger dan in 2017. Dat blijkt uit de officiële cijfers. Maar er valt nog veel te verbeteren. Een reden te meer om actief mee te doen aan Safety my Priority, de veiligheidscampagne van de Confederatie.
D
e ongevalscijfers van 2018 werden pas eind oktober van vorig jaar bekendgemaakt door Fedris, het Federaal Agentschap voor de Beroepsrisico's. 2018 was toen al lang voorbij, maar het vraagt tijd om betrouwbare data te verzamelen.
10 Bouwbedrijf • februari 2020
14 600
In 2018 gebeurden er in de bouw in totaal 14 600 ongevallen met minstens een dag arbeidsongeschiktheid. Dat is iets minder dan 10 % van het totale aantal ongevallen in de hele Belgische privésector. Dat is relatief veel, want
bouwbedrijven creëren ongeveer 5 % van de werkgelegenheid in de privésector. Maar er was beterschap. De frequentiegraad (zie kader) is een maat voor het risico op een ongeval. Hij daalde in de sector van 34,1 in 2017 naar 32,5 in
2018. Het was al de derde daling op rij in de bouw. In de privésector in zijn geheel bleef de frequentiegraad al drie jaar gelijk. Maar dat wil niet zeggen dat we het beter doen dan de andere sectoren. Ondanks de gestage daling blijft onze frequentiegraad namelijk dubbel zo hoog als het gemiddelde in de privésector. In geen enkele andere sector is het risico op een ongeval groter dan in de bouw.
Hetzelfde verhaal
Ook onze werkelijke ernstgraad, die iets zegt over de ernst van ongevallen, vertoont beterschap. Hij daalde van 1,09 in 2017 naar 1,06 in 2018. In 2016 bedroeg hij nog 1,19. Hij lag toen dus 12 % hoger dan in 2018. Maar opnieuw bleef de werkelijke ernstgraad in de bouw de hoogste van alle sectoren. Het gemiddelde in de privésector was 0,44. Ongeveer hetzelfde verhaal wordt verteld door de globale ernstgraad. Status quo in 2018, na een opvallende
FREQUENTIEGRAAD EN ERNSTGRAAD Er worden drie verschillende maatstaven gebruikt om de arbeidsongevallen te beschrijven. De frequentiegraad. In de bouw bedroeg deze 32,5 in 2018. Dat wil zeggen dat er 32,5 ongevallen gebeurden per miljoen gewerkte uren. Alleen ongevallen die leiden tot minstens een dag arbeidsongeschiktheid worden meegeteld. Het zwakke punt van de frequentiegraad is dat hij alleen het aantal ongevallen beschrijft. Hij zegt niets over de ernst. Daarom bestaat er een tweede maatstaf. De werkelijke ernstgraad. Deze houdt rekening met de duur van de arbeidsongeschiktheid en op die manier met de ernst van een ongeval. In onze sector was de werkelijke ernstgraad gelijk aan 1,06 in 2018. Dit wil zeggen dat er per 1000 gewerkte uren 1,06 werkdagen verloren gingen door een ongeval. Ook de werkelijke ernstgraad heeft een nadeel: hij houdt er geen rekening mee dat een tijdelijke ongeschiktheid permanent kan worden of zelfs kan leiden tot een overlijden. De globale ernstgraad, doet dit wel. Op de website van Fedris staat hoe hij berekend wordt.
daling in 2017. In geen enkele andere sector ligt de globale ernstgraad hoger. Het percentage dodelijke ongevallen lag in 2018 ongeveer dubbel zo hoog als in de privésector in zijn geheel.
Uw engagement is nodig
Kort samengevat: we boeken vooruitgang, maar we hebben nog een lange weg af te leggen. De ongevallen zijn slecht voor bedrijven, die te maken krij-
gen met allerlei kosten. Ze zijn slecht voor ons imago, wat het aantrekken van veelbelovende arbeidskrachten bemoeilijkt. Maar bovenal: ze zijn onaanvaardbaar vanuit menselijk standpunt. Daarom is de Confederatie begonnen met een veiligheidscampagne, Safety my Priority. De beroepsorganisatie wil dat we zo snel mogelijk aansluiting vinden bij Nederland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Dat is de top 4 van landen met de veiligste bouwsector in de Europese Unie.
Signeer het charter!
We nodigen u uit om het charter van Safety my Priority te ondertekenen. Wanneer we dit schrijven, gingen al 1800 leden van de Confederatie u voor. Sinds kort is er ook een charter voor de andere bouwpartners, want we willen de actie uitbreiden naar de opdrachtgevers, de veiligheidscoördinatoren, de architecten en de studiebureaus. Maar het blijft niet bij dat charter. We gaan ook de contacten versterken met de scholen, hogescholen en universiteiten die bouwrichtingen aanbieden. Op de machinebeurs Matexpo organiseerden we in september 2019 een veiligheidsseminarie in samenwerking met Samurai. Dit krijgt een vervolg in de vorm van workshops in de lokale confederaties. Daarnaast was veiligheid een belangrijk thema tijdens de vakbeurzen Install Day, Roof Day en de Dag van de Afwerking. Veroorzaakt Safety my Priority een trendbreuk? Dat kunnen we (nog) niet zeggen. De campagne ging van start op het BouwForum begin 2019. En voor dat jaar hebben we nog geen betrouwbare statistieken. De eerste data suggereren een merkbare daling van het aantal ongevallen, maar de onzekerheid is zo groot dat we daaruit geen conclusies kunnen trekken.
•
INFO: www.safetymypriority.be. Op deze website kunt u het charter van onze veiligheidscampagne ondertekenen.
februari 2020 • Bouwbedrijf 11
CODEX OVER HET WELZIJN OP HET WERK
Strengere regels bij blootstelling aan kwartsstof Sinds 17 januari van dit jaar zijn bepaalde beschermingsmaatregelen altijd verplicht wanneer kwartsstof vrijkomt bij de bewerking van materialen. De nadruk ligt hier op het woord "altijd". Vroeger moest de werkgever maatregelen treffen op basis van een risicoanalyse.
D
it houdt in dat de toestellen voor de bewerking van deze materialen uitgerust moeten zijn met stofafzuiging of met een systeem dat het stof doet neerslaan met
12 Bouwbedrijf • februari 2020
water. Als dat niet kan, dan moeten de blootgestelde werknemers een masker dragen met de hoogste beschermingsgraad, dus een FFP3-wegwerpmasker of een masker uitgerust met een
Check bij de fabrikant van een toestel welke stofzuiger het beste geschikt is.
Zeer fijne stofdeeltjes kunnen het longweefsel onherstelbaar beschadigen
P3-stoffilter. Belangrijk: het gaat hier om alle blootgestelde werknemers, niet alleen de personen die de machines bedienen maar iedereen die zich in dezelfde ruimte of in de omgeving bevindt.
Codex gewijzigd
De nieuwe situatie is het gevolg van een ogenschijnlijk kleine wijziging aan de codex over het welzijn op het werk. Het gaat over boek VI van de codex, dat gewijd is aan "chemische, kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische agentia" (reprotoxische stoffen zijn stoffen die leiden tot verminderde vruchtbaarheid, of tot afwijkingen van embryo's of foetussen). Vroeger stond kristallijn siliciumdioxide in bijlage 3 bij boek VI, titel 2. Het concrete gevolg was dat de werkgever een risicoanalyse moest maken van de blootstelling aan kwartsstof. Op basis daarvan moest hij de gepaste preventiemaatregelen nemen. Maar een koninklijk besluit heeft kristallijn inadembaar siliciumdioxide nu verplaatst naar bijlage 2 van boek VI, titel 2. Dit betekent dat vanaf 17 januari 2020 alle arbeidsmiddelen die gebruikt worden voor het slijpen, boren of bewerken van materialen die kwartsstof bevatten, uitgerust moeten zijn met een stofafzuiging of een systeem van watertoevoeging waardoor het stof
neerslaat. Indien het niet mogelijk is om de arbeidsmiddelen met dergelijke systemen uit te rusten, dienen de blootgestelde werknemers een masker met een P3-stoffilter te dragen, of een FFP3wegwerpmasker.
Hoe voldoen aan de regels?
In het voorgaande slaat "alle arbeidsmiddelen" onder meer op alle boor-, slijp- en freesmachines die gebruikt worden voor het bewerken van steenachtige materialen. Wanneer stofafzuiging gehanteerd wordt, moet de stofzuiger uitgerust zijn met een M- of een H-filter. Het is aangewezen om contact op te nemen met de fabrikant of verdeler van de gebruikte toestellen om na te gaan welk type stofzuiger het meest geschikt is voor het arbeidsmiddel in kwestie.
(Bijna) overal kwartsstof
Bij bouwwerken wordt veel vaker kwartsstof verspreid dan de meeste mensen beseffen. Siliciumdioxide is zowat de meest verspreide stof op aarde. We vinden ze terug in nagenoeg alle steenachtige materialen. Het zijn echter vooral de zeer fijne stofdeeltjes die vrijkomen bij het slijpen of boren in dit soort harde materialen,
die problemen veroorzaken. De partikels kunnen doordringen tot diep in de longen en zich daar vastzetten. Hierdoor wordt het longweefsel minder elastisch, met in een eerste fase kortademigheid tot gevolg. Het slechte nieuws is dat de beschadiging van het longweefsel blijft doorgaan. Ook als de blootstelling aan kwartsstof stopt. Uiteindelijk wordt de patiënt een silicoselijder.
Heropflakkering
In de voorbije twintig jaar is in ons land het aantal aangiften voor silicose als beroepsziekte gelukkig drastisch gedaald. Maar momenteel zien we in verscheidene landen helaas een heropflakkering. Dat is onder meer in de Alpijnse landen het geval, waarbij vaak verwezen wordt naar de vele tunnelboringen. Ook nieuwe materialen zoals composietsteen dragen bij tot een nieuwe opstoot. Composietsteen wordt momenteel zeer veel gebruikt bij de fabricage van werkbladen voor keukens, badkamermeubels en douchewanden. Een aanpassing van de Europese richtlijn met betrekking tot blootstelling aan inadembaar kristallijn siliciumdioxide wilde hier paal en perk aan stellen. De strengere EU-regelgeving is intussen omgezet in het eerder vermelde KB dat op 17 januari 2020 in werking trad.
Vermijd sancties
We kregen signalen dat de inspectie extra aandacht zal besteden aan het naleven van de nieuwe regels.
Nog dit: u kunt zich best op tijd voorbereiden. Stel dus de nodige collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking van uw werknemers. De Confederatie heeft vernomen dat de Inspecteurs van Toezicht Welzijn op het Werk (TWW) in de komende maanden extra aandacht zullen besteden aan de correcte naleving van de nieuwe regelgeving. Deze heeft immers tot doel de gezondheidsrisico’s bij blootstelling aan kwartsstof tot het absolute minimum te beperken.
•
INFO: marc.dewilde@confederatiebouw.be. februari 2020 • Bouwbedrijf 13
KOSTELOZE ATTESTEN
CreĂŤer vertrouwen met de attesten van de Confederatie Vlaanderen heeft de vestigingswet afgeschaft. Ongeveer iedereen kan dus tegenwoordig beweren dat hij een aannemer is. Dat is niet goed voor de bonafide aannemers. Hoe kunnen zij zichzelf en de consument beschermen tegen de cowboys? Hoe kunnen ze het vertrouwen van hun klanten winnen? De gratis attesten van de Confederatie zijn een oplossing.
U
w beroepsfederatie heeft drie attesten ontwikkeld, die uw vakmanschap en uw ernst als aannemer bevestigen: een attest van lidmaatschap; een erkenningsattest; en een attest met uw activiteiten en de beroepsbekwaamheid. In toekomst kunnen er daar nog bijkomen. Deze drie attesten zijn gratis voor de leden van de Confederatie en ze zijn er voor alle ondernemingen, ongeacht hun grootte. Erkenning Op dit attest staat over welke erkenningen u beschikt die van belang zijn voor overheidsopdrachten. Het vermeldt de activiteiten en de klasse. Lidmaatschap Dit attest bevestigt dat u lid bent van de Confederatie en van uw beroepsfederatie. Activiteit en bekwaamheid Op dit document staan de bouwactiviteiten en de informatie over de beroepsbekwaamheid die opgenomen 14 Bouwbedrijf • februari 2020
Een attest aanmaken is niet moeilijk. Ga naar het ledengedeelte van www.confederatiebouw.be en klik op de button Attesten/Charters (de roodomrande button). Op de site, in het algemeen toegankelijk gedeelte, staat een handleiding die u door de procedure gidst.
zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO). Het is dus belangrijk dat de gegevens in de KBO correct en up-to-date zijn. Wilt u deze controleren of wijzigen, aarzel dat niet om contact op te nemen
met Formalis, het ondernemingsloket van de bouw. Ondernemingen kunnen hun beroepsbekwaamheid vrijwillig vermelden in de KBO, ook wanneer dat wettelijk gezien niet hoeft. Sommige bedrijven hebben acti-
eel de downloads van uw browser. U krijgt maar één pdf. Vraagt u de attesten van erkenning en van lidmaatschap, dan zitten die na elkaar in hetzelfde bestand. 5) U kunt de attesten nu afdrukken, versturen per e-mail enzovoort.
Zo ziet het deel "erkenning" van het attest eruit.
viteiten buiten de bouw, met NACEcodes die niet onder 41, 42 of 43 vallen. Deze staan niet op het attest van de Confederatie. Bovendien verwijst het alleen naar de beroepsbekwaamheid bepaald in het koninklijk besluit van 2007. Het is dus mogelijk dat het attest geen melding maakt van vaardigheden die eerder bewezen werden.
Een attest maken
Surf naar www.confederatiebouw. be en klik op Attesten/Charters. Deze button staat in het ledengedeelte, want de attesten zijn alleen gratis voor de leden. U kunt vervolgens een attest op maat maken. U kunt bijvoorbeeld de rubrieken kiezen: alleen de data van de KBO, zowel de KBO als de erkenningen enzovoort. Naargelang de onderneming en de keuze kan een attest verschillende bladzijden beslaan. Een attest aanmaken op onze website gebeurt in vijf eenvoudige stappen: 1) kies de taal; 2) kies de gewenste attesten; 3) Kies de activiteiten, de federaties
en de erkenningscategorieën die op de attesten moeten staan. De twee buttons Allemaal en Geen maken de selectie gemakkelijk; 4) Klik op Attesten aanmaken. U krijgt deze in pdf-formaat. Uw browser doet de download. Check eventu-
Te omslachtig? U kunt vanzelfsprekend uw attest aan uw lokale confederatie vragen. Zij zal u graag helpen. Een stappenplan dat u door de eenvoudige procedure helpt, staat ook op de homepage van www.confederatiebouw.be. Opgelet: u moet daarvoor uitloggen, want wanneer we dit schrijven staat deze informatie in het algemeen toegankelijke gedeelte en niet in het ledengedeelte. Bovenaan klikken op NIEUWS en dan op Geef vertrouwen met de nieuwe attesten van de Confederatie Bouw.
•
INFO: www.confederatiebouw.be. U vindt daar ook de adressen van de lokale confederaties. Formalis, het ondernemingsloket van de bouw, helpt u met het controleren en aanpassen van uw gegevens in de KBO. Zie www.formalis.be.
ONGUNSTIG VOOR AANNEMERS EN CONSUMENTEN De Confederatie heeft zich jarenlang verzet tegen de afschaffing van de vestigingswet voor bouwaannemers. Maar de Vlaamse regering heeft niet willen luisteren. Daardoor is een ongunstige situatie ontstaan. Op de eerste plaats voor de consument. Mensen die zichzelf aannemer noemen, hoeven niet meer te voldoen aan minimumeisen. Het risico dat de modale Vlaming te maken krijgt met een klungelaar, is dus toegenomen. De onzichtbare hand van de markt zal de klungelaars er wel uit wieden, inderdaad. Maar hun slachtoffers zullen de prijs betalen. Ook voor aannemers is de afschaffing geen voordeel. Meer bouwondernemers zullen over de kop gaan bij gebrek aan ondernemersvaardigheden. Starten wordt gemakkelijker, inderdaad, maar falen ook. Het imago van de bouw is niet gebaat bij een groot aantal faillissementen en mislukkingen.
februari 2020 • Bouwbedrijf 15
SOCIAAL PASSIEF EENHEIDSSTATUUT
Vrijstelling compenseert kosten ontslag Het eenheidsstatuut maakt het duurder om arbeiders te ontslaan. Maar als compensatie wordt een deel van de ondernemingswinst vrijgesteld van belastingen. U kunt dit sociaal passief ingevolge het eenheidsstatuut intussen beginnen op te bouwen.
H
et sociaal passief ingevolge het eenheidsstatuut komt samengevat hierop neer: een werkgever mag elk jaar en per werknemer een deel van de belastbare winst in de aangifte opnemen als vrijgesteld van belastingen. Daardoor betaalt hij minder belastingen, wat in zekere zin overeenkomt met een individuele reserve per werknemer die jaar na jaar wordt opgebouwd. De vrijstelling voor een specifieke werknemer wordt opgeheven in het belastbare tijdperk waarin hij ontslagen wordt, ontslag neemt of op pensioen gaat. Het volledige bedrag dat in al die jaren voor hem vrijgesteld was, wordt dan aan de belastbare winst toegevoegd. De belastingvrijstelling geldt voor alle werkgevers, dus niet alleen voor vennootschappen maar ook voor zelfstandigen. Ze geldt bovendien voor alle werknemers, ongeacht hun functie, statuut, loon of aanwervingsdatum.
Wanneer van toepassing?
Men kan alleen een beroep doen op de vrijstelling voor werknemers die minstens vijf dienstjaren hebben sinds 1 januari 2014, de datum dat het eenheidsstatuut van kracht werd. Anders gezegd: zodra een of meer werknemers vijf dienstjaren in het eenheidsstatuut gepresteerd hebben, kan de werkgever deze vrijstelling genieten. De werknemer mag in dienst getreden 16 Bouwbedrijf • februari 2020
• 100 % van het bruto maandloon als dat € 1500 of minder bedraagt; • ligt het brutoloon tussen € 1500 en € 2600 dan is de vrijstelling gelijk aan € 1500 plus 30 % van het bedrag dat daarboven ligt; • het brutoloon boven de € 2600 leidt niet meer tot een bijkomende vrijstelling.
zijn vóór of na 1 janauri 2014. Het maakt niet uit of de werkgever een normaal of een gebroken boekjaar hanteert. Gezien die vijf dienstjaren, zal de vrijstelling doorgaans voor het eerst toegepast worden vanaf aanslagjaar 2020, dus voor boekjaren die afsluiten vanaf 31 december 2019.
Grootte vrijstelling
Het systeem werkt met een maximale of volledige vrijstelling die pas na vijf jaar bereikt wordt (zie hierna). Voor werknemers met een anciënniteit tussen de vijf en de twintig jaar komt deze volledige vrijstelling overeen met drie weken loon per jaar. Vanaf twintig jaar anciënniteit wordt dat één week loon per jaar. Maar pas op: het loon waarover we het hier hebben is niet altijd het reële loon. Voor de berekening van de vrijstelling wordt het loon als volgt bepaald:
Deze bedragen moeten dan nog herleid worden tot drie weken. In de praktijk kan de jaarlijkse vrijstelling voor een werknemer niet hoger liggen dan € 1267.
Spreiding
Oorspronkelijk was het idee dat de werkgever vanaf het eerste jaar de volledige vrijstelling kon genieten. Maar de maatregel werd minder aantrekkelijk gemaakt door de opbouw van het volledige voordeel te spreiden over vijf belastbare tijdperken. In het eerste jaar zal de werkgever slechts 20 % van het volledige bedrag kunnen vrijstellen voor een specifieke werknemer. In het tweede jaar wordt dat 40 % enzovoort. Pas in het vijfde jaar wordt het de volle 100 %. In het eerste jaar dat de werkgever het sociaal passief begint aan te leggen, bedraagt de vrijstelling voor een specifieke werknemer dus nooit meer 20 % van € 1267 = € 253,4.
•
INFO: marleen.porre@confederatiebouw.be.
uw springplank naar zorgeloos ondernemen
U start of heeft een bedrijf? Vertrouw dan op Formalis: • bij de afhandeling van al uw administratieve formaliteiten; • voor de inschrijving en wijzigingen in de Kruispuntbank van Ondernemingen; • voor onze expertise en kennis van het ondernemerschap.
Meer info via formalis.be
in samenwerking met
PUBLIREPORTAGE
Eenvoud in uw verzekeringen? Build-Safe is er voor u!
Korting
-10%
*
“De bouw”… die is volop in beweging, en dat voelt u alle dagen. De sector groeit, de orderboekjes staan vol. Goed nieuws! Maar er zijn ook andere zaken om mee rekening te houden: nieuwe bouwtechnieken, de digitalisering, veranderende wetgeving, heel wat administratie, … Genoeg in elk geval om u niet nog eens met uw verzekeringen bezig te houden. Daarom ontwikkelde Federale Verzekering Build-Safe, het verzekeringspakket op maat van bouwbedrijven tot 5 werknemers. Zo hebt u uw handen vrij om in alle gerustheid te bouwen aan uw bedrijf en aan het huis van uw klant!
Wat is Build-Safe?
Wat zijn de voordelen voor u?
Met Build-Safe kiest u zelf à la carte uw verzekeringen die u in uw Build-Safe-pakket wil opnemen. Op deze manier geniet u van een bescherming op maat van uw bedrijf. Bovenop onze concurrentiële premies, geniet u zo van een bijkomende pakketkorting van 10%*!
Met Build-Safe geniet u dus niet enkel van een verlaagd tarief van -10%, maar krijgt u ook een flexibel verzekeringspakket. U kiest enkel die verzekeringen die samen uw bedrijf optimaal verzekeren. U breidt uit of legt zich toe op een andere activiteit? Dan kunt u uw Build-Safe eenvoudig laten aanpassen… en dit zonder uw korting te verliezen!
Uit welke verzekeringen kunt u kiezen? Onze verzekering B.A. Bouwwerken en/of de verzekering Arbeidsongevallen vormen de hoeksteen van het pakket, één van deze verzekering moet onderschreven worden. Verder kunt u kiezen uit B.A. Motorrijtuigen, Machinebreuk, Construct-10 – Abonnementspolis, de verzekering Alle Bouwplaats Risico’s – Abonnementspolis, de brandverzekering Multirisk Handel/KMO of Woning, Ongevallenverzekering 24u/24. In totaal moet u aan minstens 3 verschillende verzekeringen komen om te kunnen genieten van het Build-Safe voordeel.
Vraag nu uw kortingsbon aan. Zo kunt u genieten van uw Build-Safe-korting! Ga naar go.federale.be/build-safe-confed Daar bovenop zorgen wij voor administratieve eenvoud. U krijgt de nodige tools in handen om het overzicht op uw verzekeringen te bewaren, schadegevallen op te volgen, … en dit zowel met de Build-Safe verzekeringsmap als met het online Build-Safe dossier op My FEDERALE. En u kunt te allen tijde beroep
doen op 1 centraal aanspreekpunt, onze regionale verzekeringsadviseur die u ter plaatse bijstaat en advies verleent. U kunt bijkomend altijd terecht bij ons Info Center. Wij kennen ook de risico’s die u – als bouwondernemer – loopt. U kunt dus gerust rekenen op de meer dan 100 jaar ervaring van Federale Verzekering in het verzekeren van bouwrisico’s. En last but not least kunt u meegenieten van onze restorno’s**. Want wij zijn een coöperatieve en onderlinge verzekeraar, en hebben dus geen externe aandeelhouders. Onze klanten delen dus mee in onze winst! In 2019 verdeelden wij zo meer dan e 13 miljoen onder onze klanten. Redactie: Federale Verzekering Als lid van de Confederatie Bouw, krijgt u – bovenop de Build-Safe-korting – een werfradio cadeau*!
go.federale.be/build-safe-confed *Actievoorwaarden op go.federale.be/build-safe-confed **De restorno’s evolueren in de tijd afhankelijk van de resultaten en de toekomstvooruitzichten van de verzekeringsmaatschappij, van haar rendabiliteit, van de economische conjunctuur en van de toestand van de financiële markten ten opzichte van de verbintenissen van de ondernemingen die deel uitmaken van de Groep Federale Verzekering, zoals omschreven op www.federale.be. De toekenning van restorno’s in de toekomst is niet gewaarborgd. De restorno’s variëren per categorie en per type producten. De regels met betrekking tot hun toekenning worden bepaald in de statuten van de ondernemingen die deel uitmaken van de Groep Federale Verzekering. De statuten kunnen geraadpleegd worden op www.federale.be.
DOSSIER
Economische terugblik
Sterke prestatie bouw in 2010-2019 We zijn begonnen aan een nieuw decennium, tijd voor een terugblik op 2010-2019. Het voorbije decennium begon onder een donkere hemel. In 2007-2008 was immers een wereldwijde financieeleconomische crisis uitgebroken. Maar toch zette de sector in de afgelopen tien jaar een opmerkelijk goede prestatie neer voor een hele reeks economische factoren. Er waren vanzelfsprekend problemen. Zo heeft de werkgelegenheid op een bepaald moment zwaar onder druk gestaan. Maar onze aannemers staken de handen uit de mouwen en in 2020 staat de sector op een solide basis. Dit is een dossier vol cijfertjes. Maar is het vooral een dossier dat illustreert hoe dynamisch onze sector is.
februari 2020 • Bouwbedrijf 19
2010-2019
De factoren die het bouwklimaat bepaalden In voorbije decennium vroegen wijzingen aan de regelgeving en een hele reeks economische en sociale factoren een groot aanpassingsvermogen van de aannemers. We schetsen de context waarin ze moesten werken. Crisis
De periode 2010-2019 is het decennium waarin het puin van een enorme financieel-economisch crisis geruimd moest worden. In de aanloop naar deze crisis werden in de Verenigde Staten op grote schaal rommelhypotheken verstrekt. De kredietverstrekkers wisten via handige financiële instrumenten de risico's af te wentelen op vaak nietsvermoedende investeerders. Maar in de zomer van 2007 zakte dit financiële kaartenhuis plots in elkaar. Hoe dit een wereldwijde crisis ver-
oorzaakte, is een complexe zaak. Maar uiteindelijk kwamen de financiële markten in heel de wereld in de problemen. Dit had dramatische gevolgen voor een aantal Europese landen. Zeker in Ierland ontplofte de zeepbel op de vastgoedmarkt met een zeer luide knal. In België trof de crisis op de eerste plaats de banken. Onder meer Fortis en Dexia moesten door de staat gered worden; en uiteindelijk werd Fortis grotendeels overgenomen door het Franse BNP Paribas. Gelukkig was de vastgoedmarkt hier relatief gezond, zonder grote overwaarderingen. Maar in de afgelopen jaren heeft de Nationale Bank toch verschillende keren aangedrongen op een restrictiever beleid voor hypothecaire leningen.
Arbeiders/bedienden
De sociale onderhandelingen in dit land zijn jarenlang vergiftigd door het verschil tussen de statuten van arbeiders en bedienden. De sociale partners hebben verschillende keren geprobeerd om een oplossing te vinden, maar er is nooit een compromis bereikt dat in werkelijkheid omgezet werd. Maar nadat het Grondwettelijk Hof een ultimatum stelde, werkte de regering in 2013 dan toch een dergelijk compromis uit. Vanaf 1 januari 2014 werd de carens-dag voor arbeiders afgeschaft, net als de proefperiode. De opzegter20 Bouwbedrijf • februari 2020
mijnen werden gelijkgeschakeld. Ontslagen moesten vanaf dan gemotiveerd worden. De harmonisering van de opzegtermijnen maakt het ontslag van een arbeider veel duurder voor aannemers, en in het algemeen voor de sectoren die traditioneel een korte opzegtermijn hanteerden. Om die schok te milderen, werd een overgangsperiode van vier jaar ingesteld. Maar de bouwsector vreesde bovendien dat de harmonisering een negatieve impact zou hebben op de werkgelegenheid. Dankzij het lobbywerk van de Confederatie creëerde de regering een structureel – en dus niet tijdelijk - stelsel met kortere opzegtermijn voor bouwvakarbeiders die werken op "tijdelijke en mobiele werkplaatsen". Jammer genoeg annuleerde het Grondwettelijk Hof dat structurele stelsel. Daarom gelden in bouwbedrijven nu dezelfde opzegtermijnen voor arbeiders en bedienden. Voor arbeiders en bedienden die al in dienst waren vóór 1 januari 2014 bestaat de termijn uit twee delen. Het eerste is de opzegtermijn verdiend vóór 1 januari 2014 in het oude systeem. Het tweede de termijn verdiend vanaf 1 januari 2014, berekend volgens het geharmoniseerde systeem. Arbeiders hebben bovendien het recht op een compensatievergoeding voor het ontslag.
Woonbonus afgeschaft
De woonbonus, het fiscale voordeel voor de eerste en eigen woning, werd door de zesde staatshervorming een gewestelijke bevoegdheid. Vlaanderen, Brussel en Wallonië moesten vanaf 1 juli 2014 het systeem dus zelf financieren. Wallonië hervormde als eerste de woonbonus. Voor woonkredieten afgesloten vanaf 1 januari 2016 bestaat daar nu een cheque habitat. De grootte hangt af van het inkomen en het aantal kinderen ten laste. Brussel ging een stap verder en schafte de woonbonus af op 1 januari 2017. In de plaats betalen kopers geen registratierechten meer op de eerste € 175 000 wanneer de prijs van de woning onder de € 500 000 blijft. In Vlaanderen bleef de woonbonus het langst bestaan, al werden de bedragen vanaf 2015 niet meer geïndexeerd. In 2016 werd hij omgevormd tot een geïntegreerde woonbonus, die zowel gold voor enige als niet-enige woningen. Maar vanaf 2020 is hij ook in Vlaanderen afgeschaft. Ter compensatie gaat de registratiebelasting van 7 naar 6 %. Wanneer de koper een bestaande woning energiezuinig maakt, wordt dat 5 %.
Energieprestatienormen
Europa keurde in 2002 een richtlijn over de energieprestaties van gebouwen goed. Hij verplichtte de lidstaten om minimumeisen op te leggen tegen begin 2006, en om een energieprestatiecertificaat in te voeren voor bestaande woningen. Op 1 januari 2006 werd in Vlaanderen de EPB-regelgeving van kracht. E100 werd het maximale E-peil voor nieuwe woongebouwen, kantoren en scholen. In de loop der jaren werden de eisen steeds strenger. In Vlaanderen moet tegenwoordig bij nieuwbouw bijvoorbeeld een minimumaandeel hernieuwbare energie opgewekt worden. Vanaf 2021 moeten nieuwe woningen bijna energieneutraal zijn. In Vlaanderen houdt dit onder meer in dat E30 het maximale E-peil is. Wallonië introduceerde de verplichting om een E-peil te bepalen op 1 mei 2010. In Brussel is sinds 1 januari 2015 een lokale en op de grootstad afgestemde passiefnorm verplicht. Intussen wil Europa ook de bestaande gebouwen zuiniger maken. Tegen
2050 zouden ook zij aan specifieke minimumeisen moeten voldoen.
Lage rente
De hypotheekrente is al meer dan tien jaar aan het dalen. Wanneer we dit schrijven, heeft hij een historisch laag peil bereikt. De Nationale Bank bekeek de hypothecaire leningen waarvan de rente tien of meer jaar vastligt. In 2008 bedroeg deze voor nieuwe leningen nog ongeveer 5 %. In 2018 was hij gedaald tot iets meer dan 2 %. Vooral de snelle daling tussen 2014 en 2016 van iets meer dan 3,5 % naar 2 % valt op. In 2019 ging de daling verder. Het advieskantoor Immotheker, dat de rentestand bij zestien banken opvolgt, verklaarde in juli van dat jaar dat de gemiddelde vaste hypotheekrente met een looptijd van 10 jaar slechts 1,22 % bedroeg. Het gevolg is dat gezinnen relatief veel konden lenen voor de aankoop of de bouw van een woning, zonder dat de maandelijkse afbetaling te hoog opliep. Dit was een van de argumenten die de Vlaamse regering aanhaalde toen ze de woonbonus afschafte.
Pensioenen en landingsbanen
De bevolking vergrijst. Dat is ook zichtbaar aan de leeftijdspiramide in de bouw. Ze is merkbaar opgeschoven naar hogere leeftijden. Maar wat wellicht ook meespeelt, is dat het nu moeilijker is geworden om vroegtijdig de arbeidsmarkt te verlaten. De voorwaarden voor brugpensioenen en landingsbanen waren in 2019 minder genereus dan in 2010. Zo kon een bouwvakker in 2010 in bepaalde gevallen op zijn 50ste in een landingsbaan stappen. Nu moet hij minstens 55 zijn, en zelfs 57 als het een halftijdse landingsbaan is. In 2010 kon een bouwvakker op brugpensioen gaan als hij 58 was en een loopbaan van minstens 37 jaar achter de rug had. Zelfs een brugpensioen op 56 was mogelijk, wanneer hij op die leeftijd een loopbaan van 40 jaar had, of een attest van ongeschiktheid van de arbeidsgeneesheer kon voorleggen. Voor een brugpensioen op 60 moest je slechts een loopbaan van 30 jaar hebben. In 2012 werd de term brugpensioen vervangen door "stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag" of SWT. In
2019 kon dit "brugpensioen nieuwe stijl" pas op 62 jaar, op voorwaarde dat de persoon op dat moment een loopbaan van 40 jaar had. Voor bouwvakarbeiders bestaat een afwijkend systeem waarin iemand met een loopbaan van 40 jaar op zijn 59ste op SWT kan. SWT op 59 kan ook met een attest van de arbeidsgeneesheer.
Vennootschapsbelasting
Laat in het decennium gearriveerd, maar we vermelden het toch: de herziening van de vennootschapsbelasting. Het normale tarief daalde van 33 naar 29 % voor aanslagjaar 2019 (dus voor alle boekjaren die vanaf 31 december 2018 afgesloten werden). Voor kmo’s werd het tarief nog verder verminderd. Op de eerste € 100 000 van hun fiscale resultaat betalen zij 20 % vanaf aanslagjaar 2019. Op alles wat daarboven ligt betalen ze het normale tarief. Het systeem met een opklimmend tarief voor kmo’s is dus verdwenen. In deze context werd ook het begrip "kmo" anders gedefinieerd, waardoor meer bedrijven kunnen profiteren van het kmo-tarief. Maar ze kunnen dit enkel wanneer ze de bedrijfsleider minstens een bepaald minimumloon betalen, en dat minimumloon werd opgetrokken.
Loonlastenverlaging
In het voorbije decennium werd steeds duidelijker dat het systeem van de detachering onze bouwbedrijven confronteerde met de unfaire concurrentie vanuit EU-lidstaten waar lagere sociale bijdragen betaald moeten worden. Daarbovenop kwamen de talrijke illegale praktijken die onder mom van legale detachering gepleegd werden. Daarom heeft de Confederatie jarenlang aangedrongen op een verlaging van de loonkosten in de bouwsector. Met succes: in 2017 keurde de regering een lastenverlaging goed voor ploegenarbeid, dus voor twee of meer personen die samen op een werf een werk uitvoeren. Deze is van toepassing sinds 2018, hoewel ze slechts in 2019 retroactief verkrijgbaar werd. De werkgever houdt de bedrijfsvoorheffing in volgens de normale barema’s maar hoeft een deel daarvan niet door te storten. De vrijstelling is een percentage van de belastbare bezoldiging, het ››› februari 2020 • Bouwbedrijf 21
››› brutoloon na aftrek van de persoon-
2010-2019
lijke sociale-zekerheidsbijdragen. Sinds dit jaar bedraagt dat percentage 18 %.
Overheidsinvesteringen
Overheidsinvesteringen
5,0%
•
4,5% 4,0% (in percentage van het BBP)
Ten slotte was er in de periode 2010-2019 globaal bekeken een licht positieve trend in de overheidsinvesteringen als aandeel van het bbp. Dit was goed nieuws, want de Belgische overheidsinvesteringen zijn al decennia te laag, en dat bedreigt onze competitiviteit. Maar overdreven enthousiast mogen we nu niet worden. De investeringen blijven laag vergeleken met het Europese gemiddelde en onze buurlanden, met uitzondering van Duitsland. Het zal niet eenvoudig zijn om de opgelopen achterstand in te halen, en de Confederatie zal ook in de komende jaren blijven hameren op dit punt.
3,5% 3,0% 2,5% 2,0% 1,5%
België
Duitsland
Frankrijk
Nederland
1,0% 0,5% 0,0%
Bron: AMECO (Europese Commissie)
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
De respons van de economie na de crisis De bouw kan vanzelfsprekend niet los gezien worden van de algemene economische context. Ondanks de crisis van 20072008 was die in ons land over het hele decennium bekeken niet ongunstig voor de bouwsector. Er was groei, en de werkloosheid daalde.
22 Bouwbedrijf • februari 2020
Economie groeide met 13,5 %
Een analyse van de bouw in het voorbije decennium, moet vertrekken van de vraag hoe de Belgische economie in haar geheel reageerde op de crisis. Het antwoord is: alles bij elkaar vrij goed. In 2008, het eerste jaar na het uitbreken van de crisis, kende België een
zwakke groei van 0,4 %. Dat is ongeveer even goed of slecht als Frankrijk met zijn 0,3 %. Maar Duitsland en zeker Nederland hielden beter stand, met respectievelijk 1 % en 2,2 %. Maar in 2009, toen het effect van de crisis het meeste voelbaar was, kromp ons bbp slechts met 2 %. Dat is een pijnlijk cijfer, maar gezien de bredere context schrijven we toch "slechts 2 %". Het Duitse bbp verloor 5,7 %, het Nederlandse 3,7 % en het Franse 2,9 %. De eurozone in zijn geheel incasseerde een klap van 4,5 %. We vielen dus niet zo diep. Bijgevolg klommen we ook niet zoveel toen de Europese economie herstelde van de crisis. In 2010 haalden onze groei 2,9 %, maar in Duitsland was dat 4,2 %. Het is een vaststelling die regelmatig terugkomt in dit dossier: België was in het voorbije decennium economisch gezien een opvallend stabiel land. De groei van ons bbp vertoonde schommelingen in de periode 2007-2018, maar deze zijn over het algemeen vrij gematigd. We doen het nooit uitzonderlijk goed vergeleken met de buurlanden maar ook nooit uitzonderlijk slecht. Dat wordt ook geïllustreerd door de periode 2012-2013. Europa was toen in de greep van een staatsschuldencrisis. Griekenland kon alleen gered worden door internationaal ingrijpen. In het hele eurogebied kromp de economie met 0,9 % in 2012 en met 0,2 % in 2013. In België daarentegen was de groei wel zwak, maar bleef hij positief (respectievelijk 0,7 % en 0,5 %). Dat zijn geen excellente cijfers, maar we groeiden toch meer dan Duitsland. De Nederlandse economie kromp. Als we over de hele periode 20072018 kijken, dan kenden we een economische groei van 13,5 %. Dat is net iets minder dan de leidende Europese economie, Duitsland, waar het bbp groeide met 14,9 %. We deden het beter dan Frankrijk (10 %) en Nederland (11,8 %). Dit zijn vanzelfsprekend niet de cijfers van de jaren 1960, maar ondanks de crisis waarmee het afgelopen decennium begon, was de economische con-
Groei van het Belgische bbp 4,0%
3,0%
2,0%
1,0%
0,0%
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-1,0%
-2,0%
-3,0%
Bron: Eurostat
text voor de Belgische bouw relatief gezien vrij gunstig.
Werkloosheid daalde met 3 procentpunten
Ook wat de werkloosheid betreft, is België een land zonder sterke schommelingen. Ze lag in het afgelopen decennium elk jaar onder het gemiddelde van de eurozone. Wat overigens niet wil zeggen dat ons land opvallend sterk presteerde. We deden het beter dan Frankrijk. Maar tegelijk lag de werkloosheid bij ons in de periode 2010-2018 hoger dan in Duitsland en Nederland. In Duitsland was er negen jaar aan een stuk een daling, en volgens de statistieken van Eurostat zat slechts 3,4 % van de beroepsbevolking daar zonder werk in 2018. In de praktijk is onze hogere werkloosheid vooral het gevolg van de situatie in Wallonië en het Brussels gewest. In 2010 was in Vlaanderen 5,2 % van de beroepsbevolking werkloos. Wallonië was dat 11,4 % en in Brussel zelfs 17,4 %, met als globale resultaat 8,3 %. Wanneer we dit schrijven, bestaan er nog geen volledige statistieken voor 2019. Maar er was duidelijk sprake van een positieve tendens in de tweede helft van het decennium. Kijken we naar 2018, dan zien we dat nog 6 % van de Belgische beroepsbevolking werkloos was. Er waren in het derde kwartaal van 2019 nog altijd grote verschillen tus-
sen Vlaanderen (3,4 %), Wallonië (7 %) en Brussel (12,8 %). Maar in alle gewesten daalde de werkloosheid, en in het derde kwartaal van 2019 bedroeg de Belgische werkloosheid 5,4 %, het laagste niveau sinds de jaren 1980. Overigens was in heel het eurogebied sprake van een daling, die voor de meeste landen begon rond 2015. De lage werkloosheidscijfers moeten enigszins genuanceerd worden. Een werkloosheid van 5,4 % betekent niet dat 94,6 % van de bevolking aan de slag is. De werkgelegenheidsgraad, die nagaat welk deel van de bevolking tussen 20 en 64 jaar effectief een baan heeft, bedroeg 70,7 % in het derde kwartaal van 2019. In Vlaanderen bedroeg deze 76 %, in Wallonië 64,2 % en in Brussel 61,8 %. Ook de werkgelegenheidsgraad vertoonde naar het einde van het decennium toe een stijgende trend. In het derde kwartaal van 2019 lag hij 0,8 % hoger dan in het derde kwartaal van 2018. Maar ondanks deze stijging halen we niet het niveau van de best presterende landen in de EU. Toch mag de conclusie zijn dat ook op dit punt de Belgische economie in de tweede helft van het afgelopen decennium een dynamiek kende die gunstig was voor de bouwsector. Als mensen een baan hebben, gaat normaal gezien hun beschikbare inkomen omhoog en zullen ze eerder geneigd zijn om te investeren in bouwprojecten.
•
februari 2020 • Bouwbedrijf 23
2010-2019
Bouwproductie steeg Een sterke prestatie. Zo mogen we de evolutie van de Belgische bouwsector beschrijven in het voorbije decennium. We deden het sinds de crisis van 2007-2008 beter dan de Belgische economie in haar geheel. Het aantal werkgevers in de sector bleef vrij stabiel, en ondanks een dip in 2016 bleven we veel banen scheppen, met een opmerkelijke shift richting bedienden. Bouwproductie 10% 8% 6%
Jaarlijkse verandering
4% 2% 0%
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
-2% -4% -6% -8% België
-10% -12%
Frankrijk
Duitsland
Nederland
Bron: Euroconstruct
Z
oals te verwachten valt, was de Belgische bouwsector niet ongevoelig voor de algemene economische toestand. Dat blijkt uit de cijfers van Euroconstruct. In 2009, kort na de financieel-economische crisis, ging onze bouwproductie met 2,1 % achteruit. Dat is iets beter dan in Duitsland (min 2,3 %), en opnieuw moeten we vaststellen dat verschillende buurlanden harder getroffen werden. De Franse bouw verloor 7,2 % en de Nederlandse 5,8 %. Een jaar later, in 2010 was er meteen weer groei in België (0,4 %) en in Duitsland (2,5 %). In onze andere buurlanden duurde de bouwcrisis langer. De bouwproductie zakte in 2010 nog eens met 5,6 % in Frankrijk en met maar liefst 9,7 % in Nederland. Vanaf 2010 tot 2018 was er ononderbroken groei in de Belgische bouw, 24 Bouwbedrijf • februari 2020
met als enige uitzondering 2013 – het jaar van de Europese staatsschuldencrisis - toen de productie met 0,9 % daalde. Vergelijken we 2007 met 2018, dan blijkt onze bouweconomie een vooruitgang van 16,1 % gemaakt te hebben, iets meer dan de Duitse (plus 15,2 %). Van de landen in de EU doen alleen Polen (plus 60,8 %) en Zweden (plus 24,1 %) het beter. De Nederlandse bouweconomie stagneerde (plus 1,4 % in die periode) en de Franse kreeg een zware klap waarvan ze nog altijd niet hersteld is (min 13,5 %). Opvallend: de Belgische bouw was een trekker en niet louter een volger van de algemene economische trend. Onze bouwproductie groeide in de periode 2007-2018 immers meer dan de Belgische economie in haar geheel. Dat contrasteert met onze buurlanden. In Duitsland hield de bouw ongeveer
gelijke tred met de economie, maar in Nederland niet en in Frankrijk zeker niet. Als we niet alleen naar onze buurlanden kijken maar naar de grotere lidstaten van de EU wordt het contrast nog opvallender. De Spaanse en de Italiaanse bouwproductie zitten nog altijd niet op het peil van 2007, ondanks het feit dat ook daar sprake is van verbetering. De Belgische bouwproductie kende in de gegeven omstandigheden dus een opmerkelijk sterke dynamiek in het afgelopen decennium.
Aantal bedrijven
Ondanks de groei van onze bouweconomie bleef het aantal werkgevers in onze sector globaal bekeken stabiel. In het eerste jaar van het decennium waren het er 27 733 en tien jaar later 27 648. Het hoogste aantal werd bereikt in 2012, met 28 407 bouwwerkgevers. Maar dan volgende drie magere jaren. Het dieptepunt werd bereikt in 2015, toen 26 788 bouwbedrijven banen creëerden. Daarna volgde herstel, om in de periode van 2017 tot het tweede kwartaal van 2019 op een stabiel peil te blijven. Er was wel zeer opmerkelijk toename van het aantal zelfstandigen in onze sector: van 65 401 in 2010 naar 79 669 in 2018, het laatste jaar met volledige statistieken. Dat is een stijging met 21,8 %. Er bestaat geen duidelijke correlatie met het aantal bouwwerkgevers: het aantal zelfstandigen nam toe ongeacht de dalingen en stijgingen bij de werkgevers. Dat heeft wellicht te maken met de grotere vraag
naar flexibiliteit in de sector, die beter inspeelt op de variaties in het werkvolume en die daardoor ook kostenbesparend kan zijn.
Werkgelegenheid bouw 250.000
200.000
Shift naar bedienden
In het aflopen decennium bleef onze sector veel banen creëren, al nam de totale werkgelegenheid voor loontrekkenden globaal bekeken licht af. In het eerste kwartaal van 2010 waren er 211 000 loontrekkenden, in het tweede kwartaal van 2019 nog 206 500, een vermindering van ongeveer 2 % (verschillende bronnen geven licht verschillende cijfers, maar dit zijn betrouwbare grootteorden). De piek in de totale werkgelegenheid voor loontrekkenden werd eind 2011, begin 2012 bereikt met meer dan 216 000 werknemers. Dan begon een daling, die afvlakte in het begin van 2016 met 200 000 werknemers. Sindsdien stijgt het aantal loontrekkenden in de bouw weer. Maar 2010-2019 was ook het decennium dat er een structurele shift plaatsvond van arbeiders naar bedienden. Begin 2011 was de verhouding bij de loontrekkenden nog 83/17, eind 2018 was dat 76/24 geworden. Dit
150.000
100.000
50.000
0 Bron: RSZ
2008
2009
2010
2011
2012
2013
Arbeiders
hangt samen met het feit dat bouwen complexer werd en nieuwe digitale technologieën hun intrede deden. De statistieken samengesteld door Constructiv laten daarnaast een grote stijging zien van het aantal uitzendkrachten in de bouw, van 2 110 in het tweede kwartaal van 2014 tot bijna 4 000 in het tweede kwartaal van 2019. Interessant is de evolutie van de werkenden die vanuit het buitenland naar onze bouwplaatsen gedetacheerd
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Bedienden
werden. Volgens de schattingen van Constructiv steeg hun aantal van 36 500 in het tweede kwartaal van 2014 naar bijna 50 000 in het derde kwartaal van 2017, een toename van 37 %. Dan begon een daling, en in het tweede kwartaal van 2019 waren er nog 35 600, ongeveer het niveau van 2014. Waarom deze daling? Merk op dat de regering in de zomer van 2017 de loonlastenverlaging in de bouw goedkeurde waarvoor de Confederatie Bouw jaren gestreden heeft.
•
Verkoop en prijzen van woningen Het aantal bestaande huizen dat van eigenaar veranderde, kende schommelingen in het afgelopen decennium maar bleef op de langere termijn bekeken vrij stabiel. Bij de bestaande appartementen was er wel een daling. Een zeepbel lijkt op die markt niet ontstaan te zijn, hoewel de prijzen aan de hoge kant liggen.
I
n de jaren vóór het begin van het voorbije decennium was er een sterke daling van het aantal woningtransacties. In 2007 werden er 68 171 bestaande huizen verkocht. In 2009 waren het er nog 61 689, een daling met 9,5 %. Bij de appartementen was er een daling van 40 357 naar 37 258 (min 7,7 %). Het aantal villa's ging van 17 188 naar 16 120. Het is aannemelijk om deze daling toe te schrijven aan de crisis en de
financieel-economische situatie. Maar de gegevens van de periode 2010-2019 suggereren dat niet alleen globale economische factoren een rol spelen bij de vastgoedtransacties. In 2015 incasseerde de huizenverkoop een enorme klap van 22,4 %, gevolgd door een even opmerkelijke stijging met 18,7 % in 2016. In beide jaren was er een gezonde groei in de Belgische economie en steeg de werkloosheid niet.
De verklaring is vrijwel zeker dat niet alleen de economische factoren bepalen of huizen gekocht worden. In de net vermelde periode werd de woonbonus overgeheveld van het federale niveau naar de gewesten. Het is enige tijd onduidelijk geweest of die de bestaande woonbonus zouden behouden, en dat heeft een aantal kopers wellicht aangezet tot een afwachtende houding in 2015, waardoor de verkoop van huizen afnam. Toen de ››› februari 2020 • Bouwbedrijf 25
2010-2019
Vastgoedprijzen
400.000 350.000
Gemiddelde prijs
300.000 250.000 200.000 150.000 100.000 50.000 0
2007
2008
2009
2010
2011
Gewone woonhuizen
2012 Villa's
2013
2014
2015
2016
2017
2018*
Appartementen
Bron: FOD Economie (op basis van de aard op het kadastrale plan) *2017 K3 - 2018 K2
››› gewesten meer duidelijkheid creëer-
den, namen de transacties weer toe. Merk trouwens op dat er ook in 2014 – het jaar vóór de overheveling van de woonbonus – een sterke stijging was. Er veranderden toen 9,8 % meer huizen van eigenaar dan een jaar eerder. Het ging hier wellicht om kopers die nog snel wilden profiteren van de woonbonus. De consument anticipeert. Dit zien we ook heel duidelijk in Vlaanderen. In een jaar vóór een verstrenging van de EPB-eisen, is er altijd een opvallende stijging van de vergunningsaanvragen voor nieuwe huizen. Op de langere termijn wordt het effect van deze anticiperende houding uitgewist. Ondanks de schommelingen is het aantal huizen dat eigenaar veranderd relatief weinig veranderd. In 2018 waren het er 3,6 % meer dan in 2010. De verkoop van appartementen bevond zich op een hoog plateau van 2010 tot 2014 maar begon dan te dalen. Het verschil tussen 2010 en 2018 is min 13,5 %. Twee opmerkingen hierbij. De cijfers voor het volledige jaar 2018 waren nog niet bekend toen we dit schreven. We hebben dus de cijfers van het derde kwartaal van 2017 tot het twee kwartaal van 2018 genomen.
26 Bouwbedrijf • februari februari2020 2020
Prijzen: geen grote overwaardering
Ondanks de crisis van 2007 was er in 2008 en 2009 geen significante daling van de woningprijzen in ons land. Voor een bestaand huis werd in 2007 gemiddeld € 164 155 betaald; in 2009 was dat € 172 277. Een gelijkaardige stijging zien we bij de appartementen. De uitzondering zijn de villa's, die 2,5 % goedkoper werden, maar kijken we naar alle woningtypes samen, dan lag de stijging van de prijzen tussen 2007 en 2009 geheel in de lijn van de stijging die opgetekend werd in de jaren daarna, toen de effecten van de financieel economische crisis afzwakten. In het algemeen stegen de woningprijzen sterker dan de index van de consumptieprijzen. Wil dit zeggen dat de woningmarkt overgewaardeerd is? Het antwoord op die vraag veronderstelt dat we de "evenwichtsprijs" van een woning kennen, maar in de praktijk valt die niet gemakkelijk te bepalen. De Nationale Bank hanteert een model dat rekening houdt met een aantal vraagfactoren zoals het beschikbaar inkomen van de huishoudens, de hypothecaire rentes, de demografische
ontwikkelingen en de voornaamste wijzigingen van de belastingen op vastgoed. Volgens dit model waren de prijzen in het recente verleden iets hoger dan het theoretische evenwichtsniveau. In 2015 bedroeg de afwijking van de evenwichtswaarde 11 %. Maar in 2016 daalde de overwaardering tot 7,8 %. In 2017 en 2018 zouden de woningprijzen ongeveer 6,5 % hoger gelegen hebben dan de evenwichtswaarde. De conclusie lijkt te zijn dat er geen sprake is van significante overwaardering: de prijzen zijn hoger dan de evenwichtswaarde maar liggen er niet ver van. Waakzaamheid is altijd geboden, maar er zijn geen aanwijzingen dat de Belgische vastgoedmarkt een zeepbel is die op het punt staat om uit elkaar te spatten. De Nationale Bank verklaart dit door de vertraagde groei van de vastgoedprijzen, maar ook door de uitbreiding van het woningbestand. Tussen 2010 en 2016 nam het aantal woningen immers met 5,5 % toe, terwijl er 3,7 % huishoudens bijkwamen. Dat lijkt erop te wijzen dat het aanbod en de demografische evolutie beter op elkaar afgestemd zijn (Macropudentieel verslag 2018). Volgens de recentste gegevens zouden de prijzen van bestaande woningen in Vlaanderen in 2019 tot vier keer sneller gestegen zijn dan de inflatie. Dit kan te maken hebben met de aankondiging van de afschaffing van de woonbonus vanaf 2020. Dit kan de Vlaamse gezinnen hebben aangezet tot kopen tijdens de laatste maanden van het jaar, wat de markt omhooggestuwd zou hebben. Wanneer we dit schrijven is nog niet duidelijk of deze prijsstijging (in die mate) door de officiële cijfers bevestigd zal worden. En mocht deze evolutie bevestigd worden, blijft het nog afwachten of deze een tijdelijk fenomeen is (zoals vermoed kan worden) dan wel een structurele evolutie.
•
Bouwkosten niet ontspoord Een vergelijking van de index van de consumptieprijzen met de indices van bouwkosten en de lonen in de sector, toont aan dat de bouwkosten niet ontspoorden in het voorbije decennium.
G
emiddeld steeg de index van de consumptieprijzen met iets minder dan 2 % per jaar tussen 2007 en 2018, zonder grote pieken of dalen. De S-waarde, een maat voor de lonen in de bouwnij-
verheid, heeft deze evolutie van zeer dichtbij gevolgd tot 2015 omdat er nauwelijks marge was voor loonsverhogingen in die periode. Vanaf 2015 is er sprake van een tijdelijke stabilisering van de loonkosten en een afname
Bouwkosten (lonen en materialen) in verhouding tot de consumptieprijsindex 130 125
115 110 105 100
I-waarde (Index bouwmaterialen)
95
S-waarde (index loonkost)
90
Consumptieprijsindex Abex index
85
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
2011
2010
2009
Bronnen: FOD Economie, Confederatie Bouw en ABEX
2008
80
2007
Index (2007=100)
120
van de groei. De verklaring is de indexsprong waarmee de regering de competitiviteit van de Belgische bedrijven wilde verbeteren. De nasleep van de financieel-economische crisis van 2007 en de staatsschuldencrisis van 2012-2013 zijn zichtbaar in de grafiek van de S-waarde als periodes van lage groei. Maar van pieken en dalen is geen sprake. De Belgische economie heeft veel automatische stabilisatoren zoals de uitgebouwde ontslagbescherming, de sociale zekerheid en de uitkeringen bij werkloosheid. Daardoor volgen de lonen minder de evolutie van de internationale conjunctuur. Dit werkt trouwens in twee richtingen: gaat het slecht, dan is de daling hier meestal kleiner dan in de buurlanden; maar een Belgische werknemer ziet een stijging van zijn productiviteit ook minder aan zijn loonbriefje. De I-waarde, een maat voor de prijs van de bouwmaterialen, vertoonde een ››› februari 2020 • Bouwbedrijf 27
2010-2019 ››› dergelijke stabiliteit niet in het voorbije
decennium. Er was een forse daling in 2009, gevolgd door een snelle stijging in de daaropvolgende jaren. In 2012 begon dan een nieuwe daling, die pas in 2016 omgezet werd in een stijging. Gezien de timing van deze tijdstippen, mag aangenomen worden dat de internationale conjunctuur een drijvende factor was: de vraag naar bouwmaterialen daalde in de Europa eerst door de crisis van 2007-2008 en daarna door de staatsschuldencrisis, wat een gunstig effect had op de prijs. De scherpe daling in 2009 had er ook mee te maken dat de prijzen van bouwmaterialen in die periode kwamen van een historisch gezien hoge piek. In de periode 2012-2015 zijn er bovendien momenten geweest dat de grondstofprijzen relatief laag waren. Welke gevolgen had dit voor nieuw-
bouw? De ABEX-index geeft hierover een indicatie. Hij wordt samengesteld door een nationale commissie, op basis van de bouwprijzen voor schadevergoedingen. De stijging van de ABEX ligt een beetje onder die van de index, maar loopt voor de rest nagenoeg parallel. De evolutie van de prijzen van bouwmaterialen is beperkt zichtbaar in de grafiek. Dat is logisch, aangezien de bouw ook in het voorbije decennium nog een arbeidsintensieve sector was en de loonkosten dus zwaarder doorwegen. Twee opmerkingen hierbij. Het gaat hier wel degelijk om de bouwprijs, niet om de prijs die een koper betaalt. Daarin zitten ook aspecten als de grondprijs, eventueel de winstmarge van de projectontwikkelaar enzovoort. Met name de stijgende prijzen van bouwgrond zijn mee verantwoordelijk
voor het verschil tussen de bouwprijs en de betaalde prijs. Merk ook op dat de strengere EPBregelgeving weinig sporen nalaat in de ABEX. Dit heeft wellicht te te maken met het feit dat de ABEX hoofdzakelijk iets zegt over de bouwkosten van gelijkwaardige woningen. Om het eenvoudig te zeggen: hij geeft aan wat het in 2019 zou kosten om een woning van 2010 te bouwen. Dit is logisch: wanneer men de evolutie van prijzen onderzoekt, moet men appelen met appelen vergelijken. Intussen worden bijkomende EPBeisen gesteld aan nieuwbouw, die een prijsverhogend effect hebben. Maar dat effect heeft niets te maken met een bouwsector die zijn bouwkosten niet onder controle zou hebben.
•
Kleiner wonen, veel appartementen Vergeleken met 2000–2009 was er in het voorbije decennium geen sprake van een val van de bouwvergunningen. Wel opvallend is de opmars van de appartementen, en in Vlaanderen de dalende grootte van woningen.
D
e evolutie van het aantal bouwvergunningen voor nieuwe woningen was in het afgelopen decennium opvallend onregelmatig. De oorzaak waren de EPB-regelgeving in Vlaanderen en de anticiperende consument. In de jaren vóór een verstrenging van de Vlaamse EPB-eisen, was er in Vlaanderen een 28 Bouwbedrijf • februari februari2020 2020
Vergunde nieuwe woningen 70.000 60.000 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000 0
2007
Bron: FOD Economie
2008
2009
2010
2011
2012
Eengezinswoningen
opvallende stijging van de vergunningsaanvragen. Op die manier probeerden particulieren de verwachte hogere bouwkosten te vermijden. In het daaropvolgende jaar was er doorgaans een opvallende daling van de aanvragen.
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Appartementen
De Vlaamse vergunningsaanvragen wegen sterk door in het Belgische totaal, en dus waren de Vlaamse schommelingen ook nationaal zichtbaar. Globaal bekeken waren er in ons land gemiddeld 50 600 vergunningsaanvragen voor nieuwe woningen per jaar in de periode 2010-2018. Het gaat hier om huizen en appartementen, aangevuld een beperkt aantal bijzondere gevallen zoals kloosters en studentenkamers. In 2000-2009 lag dat gemiddelde op 49 600. Er was een opmars van de appartementen. Deze trend begon al in het decennium daarvoor, maar bleef enigszins afgezwakt bestaan in de periode 2010-2018. Wat hier wellicht meegespeeld heeft is de stijging van de bouwgrondprijzen (de bouwgronden moeten dan beter benut worden, met een hogere woondensiteit) alsook demografische en culturele factoren (terugkeer naar de stad). Zeker in Wallonië wordt stijging van het relatieve aandeel appartementen ook verklaard door een daling van het aantal aanvragen voor huizen. Een tweede opvallende trend was de daling van gemiddelde opper-
vlakte van woningen in Vlaanderen. De gemiddelde bewoonbare oppervlakte van een huis ging van 134,6 vierkante meter in 2010 naar 124 vierkante meter in 2016, een daling met 8 %. Opnieuw werd deze beweging al ingezet in het decennium daarvoor. Een gelijkaardige daling zien we bij de Vlaamse appartementen. In Wallonië speelt dit fenomeen minder en veranderden de gemiddelde bewoonbare oppervlakten weinig in de afgelopen tien jaar.
Niet-woongebouwen
Om dit dossier te eindigen, kijken we even naar de niet-woongebouwen. In 2010 werd nog 43 miljoen kubieke meter vergund. Het laagtepunt was 2016, met 34 miljoen kubieke meter. In 2017 haalden we weer het niveau van 2010. Maar in 2018 volgde dan een plotse daling tot 38 miljoen kubieke meter. De relatie met de bouwproductie is niet meteen te maken, omdat verschillende types niet-woongebouwen een verschillende hoeveelheid werk genereren. Een kantoorgebouw kan gunstiger zijn voor de sector dan een grotere, maar eenvoudiger te bouwen fabriekshal.
•
februari 2020 • Bouwbedrijf 29
-10%* OP UW VERZEKERINGSPAKKET
VOOR EEN BESCHERMING OP MAAT Nu exclusief CADEAU voor u, als lid van de Confederatie Bouw: een werfradio!** Met Build-Safe geniet u van een flexibel verzekeringspakket op maat! En -10% op uw polissen! En als lid van de Confederatie Bouw krijgt u daar nu een exclusief cadeau bovenop: een stevige werfradio!** Ontdek Build-Safe en uw voordeel op go.federale.be/build-safe-confed
* Actievoorwaarden op go.federale.be/build-safe-confed. ** Aanbod geldig t.e.m. 31/03/2020 of zolang de voorraad strekt
Federale Verzekering – Stoofstraat 12 – 1000 Brussel. www.federale.be. Coöperatieve Vennootschap voor Verzekering tegen Ongevallen, Brand, Burgerlijke Aansprakelijkheid en Diverse Risico’s CVBA. Financieel rekeningnummer: BIC: BBRUBEBB IBAN: BE31 3100 0723 3155 - RPR Brussel. BTW BE 0403.257.506 - Gemeenschappelijke Kas voor Verzekering tegen Arbeidsongevallen. Financieel rekeningnummer: BIC: BBRUBEBB IBAN: BE19 3100 7685 5412 - RPR Brussel. BTW BE 0407.963.786
VERJAARDAG
De Confederatie Bouw van Verviers is honderd jaar geworden Onze beroepsorganisatie heeft een eerbiedwaardige geschiedenis. Dat bleek eind vorig jaar weer, want onze kamer in Verviers vierde haar eeuwfeest.
D
e verjaardag van de Confédération Construction de l'Arrondissement de Verviers - Konföderation Baufach des Bezirkes Verviers werd op 22 november gevierd in aanwezigheid van 550 gasten in Malmedy. Op het feest gaf uittredend voorzitter Frank Ganser de fakkel door aan zijn opvolger Michel Thérer.
Geschiedenis
De bouw heeft altijd een sterke traditie van zelforganisatie gehad, en Verviers is daarvan een mooi bewijs. De regio was een van de eerste plaatsen waar op het Europese continent de industriële revolutie plaatsvond. Aan het einde van de negentiende eeuw had ze een wolnijverheid van grensoverschrijdend belang. Er was welvaart, en de bouw profiteerde daarvan. Verschillende beroepen zoals de lokale metsers en schilders begonnen zich in die periode te organiseren. Maar snel zagen ze in dat sterkere structuren nodig waren in een samenleving die steeds complexer werd. Op 16 april 1919 richtte een groep aannemers dus een Chambre Patronale op om hun belangen te verdedigen op talrijke vlakken: verzekering, de relatie met de werknemers, werktijden, lonen, vakanties, opleidingen en scholing, op politiek vlak, bij instellingen … In de loop der jaren werden ook de Oostkantons, die na de Eerste Wereldoorlog bij België gevoegd werden, in
Van links naar rechts: Frank Ganser (de uittredende voorzitter van Verviers), Michel Thérer (de nieuwe voorzitter), Paul Depreter (voorzitter Confederatie) en ten slotte Paul-Philippe Hick (directeur Verviers).
de structuur opgenomen – vandaar de officiële, tweetalige naam van de kamer.
Missie
De maatschappij mag dan veranderd zijn de afgelopen honderd jaar, de kerntaken zijn hetzelfde gebleven, zei Frank Ganser. Frank Ganser: "We zijn er nog altijd om de aannemers ondersteuning te geven, zodat ze zich op hun werk kunnen concentreren." Directeur Paul-Philippe Hick vatte de opdracht van de lokale confederatie als volgt samen: raadgeven, informatieverstrekking en vertegenwoordiging. Paul-Philippe Hick: "Dankzij ons uitgebreide netwerk kunnen we een beroep doen op verschillende raadgevers-specialisten. De leden krijgen de
informatie in hun taal."
Voorloper De Confédération - Konföderation is op sommige vlakken een voorbeeld. Zoals voorzitter Paul Depreter opmerkte in zijn toespraak, is het in deze regio dat het duaal leren de grootste opgang maakte. Tweetalig, Vlaanderen op twintig kilometer van Verviers en Nederland op vijfentwintig kilometer, een grote buur als Duitsland … De Confédération - Konföderation is een microkosmos van ons land. Het verbaast niet dat ze altijd een actief en constructief lid van onze nationale beroepsorganisatie is geweest. Op naar de volgende honderd jaar!
•
februari 2020 • Bouwbedrijf 31
BOUWRADAR
Freija Jongbloet over drie jaar intensieve begeleiding van bouwkmo's BouwRadar en zijn voorganger BouwFin hebben intussen een kleine 1200 bouwbedrijven begeleid. Beide projecten werden opgezet door de Vlaamse Confederatie Bouw om aannemers bij te staan die hun bedrijfsbeheer willen verbeteren. Binnenkort loopt ook BouwRadar af. Tijd dus voor een evaluatie met coördinator Freija Jongbloet van de VCB.
Freija Jongbloet: "Ik heb vastgesteld dat er bij veel aannemers een zekere weerstand bestaat tegen het inwinnen van extern advies. Toch is een dergelijk advies bruikbaar en geeft het richting. Het doet je nadenken over je onderneming, eraan werken in plaats van voortdurend brandjes te blussen. Door na te denken stel je de processen in vraag en kun je voorkomen dat brandjes ontstaan."
Verdere begeleiding
Freija Jongbloet: "BouwRadar heeft veel bouwbedrijven kunnen bereiken, en één van de redenen was wellicht dat deelname gratis was. Tijdens die kosteloze sessies kwamen vaak problemen aan het licht waarvoor BouwRadar wel oplossingen kon suggereren, maar die ook verdere begeleiding vereisten. Ik zag dan de vooruitgang al te vaak stilvallen, omdat dergelijke meer doorgedreven begeleiding meestal niet gratis is." "Mijn boodschap aan de aannemers: vergeet niet dat voortdurend brandjes blussen ook een kostprijs heeft. Aarzel dus niet om betalend advies in te winnen. De kmo-portefeuille van de Vlaamse overheid geeft financiële steun die de kosten deels dekt. Te veel aannemers wachten tot ze een paar keer tegen de muur gelopen zijn."
Input van medewerkers
Freija Jongbloet: "Andere tip voor aannemers: onderschat de input van medewerkers niet. Vraag hen wat vandaag beter kan dan gisteren, en neem de tijd om de antwoorden te analyseren. Misschien zitten er quick wins in. Als de antwoorden leiden tot concrete aanpassingen, vertel dat dan aan de medewerkers. Dat verhoogt hun motivatie en hun betrokkenheid bij de innovatie. Wellicht hebben ze nog ideeën." 32 Bouwbedrijf • februari 2020
"Kun je niks met de antwoorden, zeg dat dat ook. Het zal hen prikkelen om creatiever te zijn, en ook dat verhoogt de betrokkenheid. Dat is niet onbelangrijk, nu iedere aannemer smeekt om goede werkkrachten."
Beter aanwerven
Freija Jongbloet: "Opvallend is dat aannemers hun vacatures veel te weinig delen op de sociale media. En dat terwijl ruim 45 % van de vacatures wordt ingevuld via het netwerk van de bestaande medewerkers. Die hebben dikwijls een vriendenkring van toen ze nog studeerden, stage liepen of elders werkten. Buit dat uit, en vermeld in vacatures waarom mensen graag bij jou werken. Een aannemer zou zelfs nog een stap verder kunnen gaan, en overwegen onder bepaalde voorwaarden een bonus te geven aan medewerkers die een waardevolle nieuwe kracht aanbrengen. Een voorwaarde kan bijvoorbeeld zijn dat de nieuwe werknemer minstens acht maanden in dienst blijft."
Zoek de winst
Freija Jongbloet: "Tijdens de gesprekken met BouwRadar komt regelmatig aan het licht dat een aannemer heel hard werkt, maar aan het einde van het jaar weinig winst overhoudt. Veel bouwbedrijven weten niet welke projecten effectief geld opbrengen. Een correcte voor- en nacalculatie kan dat duidelijk maken, maar aannemers maken daarvoor dikwijls geen of te weinig tijd vrij. Ze weten ook niet dat ze een beroep kunnen doen op het WTCB, dat voor hen een sterke partner is op dit gebied." "Als je weet welk type projecten opbrengt, kun je gericht op zoek gaan en gericht communiceren, waardoor je de juiste offerte-aanvragen krijgt. Het loont om hoofdzakelijk tijd te
besteden aan die offertes. Bekijk dus de verhouding offertes/goedgekeurde offertes, onderzoek welk publiek je bereikt en welke projecten opbrachten. Opvallend is dat een kwart van de bedrijven in grote mate afhankelijk is van één of een beperkt aantal grote klanten. Maar verdienen ze daar ook goed aan? Dat is een andere zaak."
Freija Jongbloet (coördinator BouwRadar) met John Raeman (Deloitte) tegenover Geert Hoogstoel (zaakvoerder Chauffage Coussement) tijdens een begeleiding.
Zet strategie op papier
Freija Jongbloet: "Veel aannemers hebben een strategisch plan in hun hoofd, maar zetten het niet op papier. Daardoor wordt niet concreet hoe, wanneer en met wie ze dit plan willen uitvoeren. Het blijft wishfull thinking en de doelstellingen worden veel later of zelfs niet bereikt. Met een duidelijke strategie kun je de kansen op de markt grijpen en bedreigingen omzeilen." “Een externe adviseur kan een belangrijke rol spelen bij heet uitrollen van die strategie. Hij kan per kwartaal komen bekijken hoe ver je staat, hindernissen bespreken en de motivatie levend houden. Het uitgeschreven strategisch plan is daarbij de leidraad."
Meten is weten
Freija Jongbloet: "Velen vertrouwen op het buikgevoel. Daarmee is niets mis. Maar dat buikgevoel af en toe toetsen aan de harde cijfers geeft gemoedsrust. Als je meetpunten hebt, kun je in de loop van het jaar bijsturen en beter inschatten hoeveel winst je mag verwachten. Maar daarbij hoort een budget, en iets minder dan de helft van de BouwRadar-deelnemers maakt geen budget op. Ze horen pas een half jaar na het afsluiten van het boekjaar of het een succesvol jaar was." "Niet alleen het budget is trouwens belangrijk in de financiële bedrijfsprocessen. Er zijn ook nog de contacten met de bank, de cashplanning, de openstaande vorderingen, de behoefte aan bedrijfskapitaal, de financiering, de waarborgen,
Grijp uw kans! BouwRadar, het project dat uw bedrijfsbeheer efficiënter helpt maken, loopt ten einde. Er zijn nog slechts een beperkt aantal plaatsen beschikbaar.
de overheidsondersteuning, de investeringen enzovoort."
•
INFO: Wilt u ook kosteloos gepersonaliseerd advies voor uw onderneming? Schrijf dan in op www.BouwRadar-vcb.be/aanmelding. U vindt naast informatie over de werkwijze ook getuigenissen van deelnemers. Hoe sneller u de gevraagde gegevens levert, hoe groter de kans dat u nog gratis een beroep kunt doen op BouwRadar.
februari 2020 • Bouwbedrijf 33
TECTUM GROUP IN HET BUITENLAND
"Naar daar rijden en de auto uitladen. Dat hebben wij gedaan" "Je moet de kansen grijpen wanneer ze zich voordoen," antwoordt Yves Biesmans (afgevaardigd bestuurder Tectum Group) wanneer we hem vragen waarom hij in het buitenland actief is. Een pragmatische aanpak die werkt en voor groei zorgt. Dat het niet altijd lukt, is geen ramp.
T
ectum Group is ontstaan uit het bedrijf VHB, opgericht door Jean Biesmans en zijn echtgenote Lydie Schols. Na een boeiend parcours met onder meer de overname van Dekkers nv en de oprichting van CPE nv, is een groep ontstaan die een breed gamma van diensten aanbiedt. De omzet is evenwichtig verdeeld tussen aannemings- en distributieactiviteiten voor dak en gevel. Yves Biesmans is intussen afgevaardigd bestuurder van de groep. De vestigingen liggen in heel België, maar Tectum Group heeft zich ook buiten de landsgrenzen gewaagd. Yves Biesmans: "Onze tak distributie concentreert zich op de Benelux. Voor onze aannemingsactiviteiten hebben we nu in drie landen een permanente infrastructuur: Polen, Nederland en natuurlijk België. In Nederland gaat het om een participatie in Hollanddak Groep B.V. uit Waalwijk, één van de grootste dakwerkersbedrijven van het land. In Polen heeft Tectum Group via Tectum Dekkers zijn eerste internationale vestiging opgericht in 2004. Nu hebben we daar twee vestigingen, in Warschau en Wroclaw, met samen 34 Bouwbedrijf • februari 2020
een vijftigtal mensen die in deze regio expansief op zoek zijn naar opdrachten."
In het spoor van de klanten
In het begin van deze eeuw ontstond bij Belgische bedrijven veel interesse voor Polen. Initiatieven zoals de prinselijke missie van 2003 openden de poort. Enkele grote Belgische ondernemingen gingen er aan de slag en Tectum Group sloot zich aan bij deze ambitie. Yves Biesmans: "We volgden onze klanten naar de meest uiteenlopende landen: Nigeria, Marokko, Hongarije, Frankrijk, Zweden, Duitsland … Onze strategie vertrekt van hun behoeften. Maar je moet de kansen ook grijpen wanneer ze zich voordoen. Door in Polen voor Belgische bedrijven te werken, werd onze interesse gewekt. Als we er een bedrijf zouden oprichten, konden we voor de lokale markt werken. Bovendien was het een manier om de groei van onze activiteit te bestendigen."
Zekerheid
Een ijzeren wet in het bedrijfsleven zegt dat je iets te bieden moet hebben.
Dat is in het buitenland niet anders. In het geval van Tectum Group telde niet alleen het goede eindresultaat maar ook zaken als een tienjarige waarborg en een goede BA-verzekering, iets wat toen onbekend was bij lokale Poolse bedrijven. Yves Biesmans: "Bovendien deden we de zaken op een correcte manier. Polen maakte de overgang van communisme naar kapitalisme en werd lid van de EU. Zakendoen in een dergelijke transitie-economie was in 2003, 2004 een behoorlijke uitdaging. Grote internationale bedrijven die in Polen aan de slag waren, wilden de zaken op een West-Europese leest geschoeid hebben, dat gaf ons natuurlijk de wind in de zeilen."
Ondernemen is soms ook falen
Yves Biesmans: "Zoals overal is de grote uitdaging het vinden van mensen met een passie voor het bedrijf. Eerst zijn we zelf naar Polen gegaan. Daar hebben we dan onderaannemers ingeschakeld, en op die manier hebben we een ambitieuze projectleider gevonden die uiteindelijk de manager geworden is. We hebben het ook geprobeerd in
Roemenië maar dat is uiteindelijk niet gelukt. Ook in Nigeria is het niet doorgegaan. Dat moet je erbij nemen." "Er bestaan cultuurverschillen. Nederland, dat is what you see is what you get – recht op de man af. Polen zijn nogal eigenzinnig, volhardend in hun standpunt, wat dan weer het voordeel heeft dat ze niet snel opgeven. Ik kan daarmee overweg. Je mag het ook niet overdrijven. We zijn allemaal Europeanen, de maatschappelijke structuren en de manier van met elkaar omgaan, zijn vergelijkbaar me de onze."
DE VCB GEEFT ONDERSTEUNING Ondernemen in Polen komt met eigen uitdagingen. Zo ontdekte Tectum Group dat de toegang tot kapitaal er erg complex is. Maar omdat het bedrijf goede contacten heeft met de grote spelers, heeft het een korte lijn met investeerders in België. Yves Biesmans: "Uiteindelijk is het in Polen eenvoudiger om een nieuwe onderneming op te richten dan in België. Maar de administratieve verplichtingen verschillen. België, Duitsland, Franrijk, Polen … landen proberen hun bouwmarkt af te schermen, iedereen doet het. Op dat punt hebben we gelukkig een partner aan de Vlaamse Confederatie Bouw. Joeri Van Meenen heeft ons al goed geholpen."
Decentraal
Yves Biesmans (afgevaardigd bestuurder Tectum Group)
Voor de bedrijfsleiding geeft Tectum Group de voorkeur aan een gemengde aanpak: verregaande decentralisatie op het werkveld, gecombineerd met opvolging vanuit België. Yves Biesmans: "We komen elke maand samen met onze Poolse en Nederlandse collega’s. Onze Poolse vestigingen zitten volledig in de structuur van Tectum Group en hebben dezelfde ICT-infrastructuur als wij, zodat onze afdeling Finance alles kan volgen. We ondersteunen vanuit België ook het
The Warsaw Hub, een project van Ghelamco in de Poolse hoofdstad waaraan Tectum Group mee bouwt.
personeelsbeheer, de aankoop en het algemeen management. Ze kunnen altijd een beroep doen op ons, maar voor de rest is de leiding zeer decentraal - het zijn de lokale mensen die het doen. In Nederland ondernemen we zowel voor distributie als voor aannemingen samen met de groep MSQ. Dat is een gelijkaardig bedrijf waarmee we het DNA van dakwerken en familiaal gedreven ondernemerschap delen." Overigens is het niet allemaal eenrichtingsverkeer. Tectum Group steekt ook heel wat op van zijn buitenlandse vestigingen. Yves Biesmans: "Niet alleen uitvoeringstechnisch. Je kunt ook nieuwe businessinzichten opdoen, ontdekken dat je op een andere manier naar zaken kunt kijken, bijvoorbeeld bij de benadering van een klant of een onderaannemer."
Recepten bestaan niet
Yves Biesmans: "Wat ik eruit geleerd heb? Een recept voor buitenlandse avonturen bestaat niet. Het enige wat je kunt doen is naar daar rijden en de auto uitladen! Het groeit organisch en vraagt veel ad hoc oplossingen. Maar sinds een jaar of twee, drie is onze buitenlandse activiteit een belangrijk element in onze groei. We zijn rijper en groter dan in 2004, en het buitenland is nu een onderdeel van onze strategische doelstellingen. We willen nu ook een structuur in een vierde land, bij voorkeur een buurland. Maar strategie of niet, wat de klant nodig heeft, dat is ons vertrekpunt, niet wijzelf."
•
INFO: www.tectumgroup.be.
februari 2020 • Bouwbedrijf 35
STICHTING INNOVATIE EN ARBEID
Onze werknemers vinden de sector beter werkbaar dan gemiddeld Op het vlak van werkbaarheid doet de Vlaamse bouw het beter dan andere sectoren op heel wat punten. De VCB hoopt dat deze positieve cijfers jongeren ertoe aanzetten om een opleiding of een baan in onze sector te kiezen.
D
e resultaten komen uit de recentste werkbaarheidsmonitor van de Stichting Innovatie en Arbeid. Hij is gebaseerd op een enquête waaraan ongeveer 12 500 werknemers deelnamen. Ongeveer 500 van hen kwamen uit de bouw, genoeg om representatieve conclusies te trekken.
Pluspunten
In het algemeen ligt de werkbaarheidsgraad in de bouw 3 % hoger dan gemiddeld in de Vlaamse bedrijven en organisaties. Ook als we de cijfers meer in detail bekijken op de verschillende bevraagde deelaspecten van werkbaarheid, blijkt dat het resultaat voor de bouwsector positiever is dan voor het Vlaamse bedrijfsleven in het algemeen. De voornaamste pluspunten voor de bouw zijn overduidelijk de lagere emotionele belasting, de grotere variatie in het takenpakket, de lagere werkdruk, de talrijkere leermogelijkheden en de hogere mate aan autonomie. Bovendien bestaan in de bouw minder werkbaarheidsknelpunten en zijn er minder problemen met psychische vermoeidheid. Wat betreft de ondersteuning door de leidinggevenden en de werkprivé balans liggen de scores ongeveer 36 Bouwbedrijf • februari 2020
Vlaams gemiddelde 2019
Vlaamse bouw 2019
Verschil Vlaamse bouw vs. Vlaams gemiddelde
49,6
52,6
+3 %
63,2
66,2
+3 %
78,9
77,8
-1,1 %
83,4
88,2
+4,8 %
87,2
87,5
+0,3 %
62,4
67,8
+5,4 %
belasting
75,1
89,5
+14,4 %
% niet problematische taakvariatie
77,0
83,1
+6,1 %
% niet problematische autonomie
81,5
85,0
+3,5 %
85,6
86,3
+0,7 %
84,7
67,2
-17,5%
Tabel: Voor nagenoeg alle aspecten ervaren onze werknemers minder problemen dan gemiddeld in Vlaanderen.
% werkbaar werk % niet problematische psychische vermoeidheid % niet problematisch welbevinden op het werk % niet problematische leermogelijkheden op het werk % niet-problematische werk-privé balans % niet problematische werkdruk % niet problematische emotionele
% niet problematische ondersteuning door de leiding % niet problematische arbeidsomstandigheden
even hoog als het Vlaamse gemiddelde (zie de tabel voor meer details).
Minpunt
De enige factor waarin de bouw in vergelijking met het Vlaamse gemiddelde duidelijk negatief scoort, zijn de arbeidsomstandigheden. Daarbij gaat het om de mate waarin werknemers blootgesteld worden aan fysieke ongemakken in de werkomgeving en de lichamelijke belasting. Daarvoor ligt de score voor de bouw 17,5 % lager dan voor het Vlaamse gemiddelde. Maar net op dit punt heeft de sector veel mogelijkheden om het beter te doen. In de voorbije twee decennia hebben heel wat evoluties de arbeid in de bouwsector fysiek minder belastend gemaakt. Zo werd in de bouw-cao al in 2001 beslist dat voorverpakte bouw-
materialen, zoals cement en zand, nog maximaal 25 kilogram per eenheid mochten wegen. Daarnaast zijn de technische hulpmiddelen die de bouwvakker ter beschikking heeft, er fors op vooruitgegaan. Machines die vroeger veel minder actieradius hadden of zelfs helemaal niet bestonden, maken het werk nu lichter en veiliger. Denken we maar aan allerlei types van hijskranen, hoogtewerkers, verreikers, schaar- en ladderliften en rolstellingen. Of aan de toegenomen kracht en precisie van de bouwplaatsmachines bij grond- en wegenwerken: van minigravers, over dumpers en bulldozers tot het hele gamma van bandenen rupskranen. Ook de collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen die de Codex Welzijn op het Werk voorschrijft, gaan
er ieder jaar op vooruit. Het aanbod wordt steeds breder en gevarieerder, en de kwaliteit, de beschermingsgraad en het gebruikscomfort gaan in stijgende lijn. Onze campagne Safety My Priority heeft ook tot doel om het gebruik van deze middelen te stimuleren en volkomen vanzelfsprekend te maken. Tenslotte raken hightechtoepassingen, zoals BIM, 3D-printing, lean management en de inzet van drones, steeds meer ingeburgerd in de Belgische bouwwereld. Ook die toepassingen zullen de arbeidsomstandigheden op de bouwplaatsen verbeteren.
•
INFO: www.serv.be. De Stichting Arbeid en Innovatie maakt deel uit van de SERV, de SociaalEconomische Raad van Vlaanderen.
februari 2020 • Bouwbedrijf 37
RAPPORT VERHELDERT
Vlaanderen werkt aan zijn BIM-strategie De Vlaamse overheid wil een leiderschapsrol opnemen op het vlak van BIM. Voor infrastructuurprojecten zijn al significante stappen gezet, maar voor gebouwen moet nog een lange weg afgelegd worden. Het Agentschap Wegen en Verkeer is verreweg het meeste BIMrijp. Dat blijkt uit Vlaamse visie op BIM, een rapport van de Vlaamse overheid.
G
ezien het potentieel van BIM voor overheidsopdrachten, had de Vlaamse Confederatie Bouw in 2017 al aangedrongen dat Vlaanderen een BIMvisie zou uitwerken. Toenmalig minister-president Geert Bourgeois ging de uitdaging aan en liet een werkgroep oprichten, met daarin ook de VCB en het WTCB. Het rapport, dat eind november 2019 in het hoofdkwartier van de VCB werd voorgesteld, is daarvan het rechtstreekse resultaat.
BIM als oplossing
Voor alle duidelijkheid: Vlaamse visie op BIM is een nietbindend voorstel en dus niet de officiële visie van de Vlaamse overheid. Maar toch is het een interessante stand van zaken. Het document erkent de uitdagingen waarmee de gebouwen- en infrastructuursector heeft te kampen: klimaatverandering, stijgende populatie, verouderende infrastructuur en een steeds stijgende druk op begrotingen. Het stipt ook aan dat in deze sector de productiviteit in de voorbije jaren niet meer gestegen is. Conclusie: "Net zoals in andere sectoren, kan een 'digitale revolutie' met onder meer het gebruik van BIM, een deel van de oplossing zijn voor deze uitdagingen." Maar tegelijk wordt vastgesteld dat Vlaanderen minder BIM-rijp is dan Scandinavië, Finland, het Verenigd Koninkrijk en Nederland. We lopen achter op die landen, ondanks de aanbevelingen van de BIM Task Group van de Europese Unie.
Positieve attitude
Positief is dat alle entiteiten van de Vlaamse overheid de voordelen van BIM inzien. Volgens de aanbestedende entiteiten het Agentschap Wegen en Verkeer en het Facilitair Bedrijf maakt BIM verbeteringen mogelijk wat betreft ontwerp, bouwprocessen, overeenkomst met de regelgeving en ten slotte beheer en exploitatie. 38 Bouwbedrijf • februari 2020
De subsidiërende entiteiten zoals VLAIO, AGION, VIPA en de VMSW zien als voordeel vooral een betere communicatie en daarnaast het feit dat BIM kan aantonen dat werkingsmiddelen efficiënt ingezet worden. BIM kan het ook gemakkelijker maken om subsidiecriteria te controleren. Ook de beleidsvoorbereidende en faciliterende entiteiten zoals het Vlaams Energieagentschap, de OVAM en het departement Omgeving (OMG) zien kansen. BIM maakt in theorie een automatische energieprestatieberekening mogelijk en staat toe om de milieu-impact van projecten accurater te bepalen. Bovendien kan men BIM gebruiken bij de aanvragen van bouw- en milieuvergunningen.
OVERHEID WIL MODERNE PARTNER ZIJN
Variabele rijpheid
Er werd ook onderzocht hoe BIM-rijp de entiteiten van de Vlaamse overheid zijn. Het document definieert vier maturiteitsniveaus. Niveau 0. Geen BIM-gebruik, geen standaarden voor het uitwisselen van informatie. Niveau 1. Software dient niet alleen om plannen te tekenen, maar ondersteunt het ontwerpproces. Er zijn standaarden voor digitale informatie-uitwisseling. Digitale bestanden bevatten meer informatie dan louter pdf's of papieren documenten. Niveau 2. De principes van BIM worden gebruikt, met internationale standaarden voor de informatie-uitwisseling. Niveau 3. Dit het niveau van Integrated BIM. Alle betrokkenen werken samen op een gemeenschappelijk model in een gemeenschappelijke omgeving. Volgens het document zitten alle betrokken entiteiten van de Vlaamse overheid op dit moment nog op niveau 0. Dit
Welke rol ziet de Vlaamse overheid voor zichzelf? We citeren uit het document: "De Vlaamse Overheid wenst een moderne partner te zijn voor al haar stakeholders. (…) Ze zal actief innovatie ondersteunen en digitalisatie zal één van de hefbomen zijn om dit te verwezenlijken." "De Vlaamse Overheid wenst een leiderschapsrol op te nemen op het vlak van BIM. Dit houdt in dat ze alle belangrijke stakeholders die rechtstreeks en onrechtstreeks in contact komen met het bouwproces wenst te informeren over de mogelijkheden van BIM, en waar dit opportuun het gebruik ook te stimuleren, om zo tevens de adoptiegraad in de markt te vergroten." Daarnaast wil de Vlaamse Overheid maximaal in te zetten op open standaarden. Ze wil geen marktpartijen zoals softwareleveranciers bevoordelen of uitsluiten.
stekken 250, 260 en 270. Dit is een oplossing voor de ontbrekende open standaarden in deze sector.
Ambities en engagementen
AVW heeft ambitie om in de nabije toekomst naar niveau 2 te gaan en uiteindelijk naar niveau 3, al zal dat laatste niet voor meteen zijn. Het Facilitair Bedrijf heeft gelijkaardige ambities. De andere entiteiten willen niveau 1 halen – al is de timing nog onduidelijk – en naar niveau 2 gaan in de verdere toekomst. Het is duidelijk dat MOW een voortrekkersrol zal spelen in de Vlaamse overheid. Deze entiteit, en ook het Facilitair Bedrijf, zijn het meeste bereid om engagementen aan te gaan. AWV heeft de ambitie om op lange termijn al zijn nieuwbouwprojecten en grote renovaties uit te voeren via BIM. Ze zullen dit ook opleggen als een vereiste voor hun partners, via hun nieuwe standaardbestekken. Daarnaast wensen ze ook om BIM in te zetten voor het beheer van hun infrastructuur. Ze hebben echter niet de ambitie om de gehele infrastructuur retroactief in BIM te modelleren.
Overleg
wil niet zeggen dat er in de afgelopen jaren niets gebeurd is. Het Facilitair Bedrijf heeft bijvoorbeeld een proefproject op niveau 1. Maar de meest BIM-rijpe entiteit is zonder twijfel het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) dat proefprojecten heeft op niveau 1 en 2. Uit het document blijkt dat AWV al veel voorbereidend werk gedaan heeft. Het heeft een BIM-visie en BIM-implementatieplan, dat uitgerold zal worden in het volledige beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken (MOW). Daarnaast heeft AWV werk verricht op het vlak van standaardisering. Er is een objecttypenbibliotheek (OTL) uitgewerkt voor het ontwerp van BIM-modellen voor de standaardbe-
Dit document toont aan dat de Vlaamse overheid vooruitgang heeft geboekt voor infrastructuurprojecten, maar nog een lange weg af te leggen heeft als het gaat om gebouwen. Positief is zeker dat overleg beschouwd wordt als een belangrijke hefboom. Het document suggereert om de bouwsector te betrekken bij de BIM-evolutie van de overheid. Voor AWV heeft het overleg trouwens al concrete vormen aangenomen. Het document beklemtoont ook het belang van het Vlaams Bouwoverlegcomité (VBOC). Om de betrokkenheid te vergroten en innovatie te stimuleren is ook overleg mogelijk met de Vlaamse Confederatie en andere externe stakeholders uit de privésector. Andere samenwerkingsmogelijkheden zijn te vinden bij de universiteiten, het WTCB en het OCW. Ten slotte zou er ook samengewerkt moeten worden met opleidingsinstellingen.
•
INFO: Geïnteresseerd in de BIM-visie van de Vlaamse overheid? Stuur een e-mail naar benedikt.declercq@vcb.be.
februari 2020 • Bouwbedrijf 39
WTCB
‘Betonconstructies’ en ‘Geotechniek’ op het programma van de WTCB-wintercursussen
Studieavond over betonconstructies
T
ijdens deze wintercursus zal Bram Dooms, ingenieur bij het WTCB, dieper ingaan op de betontechnologie (cement, water, granulaten, watercementfactor, hulpstoffen ...) en de uitvoering (valhoogte, trilling, nabehandeling ...). Vervolgens zal de evolutie van de normen met betrekking tot beton besproken worden aan de hand van de nieuwe Technische Voorlichting (TV) over de uitvoering van betonconstructies die het WTCB binnenkort zal publiceren en die in sterke mate gebaseerd is op de nieuwe normen over de specificatie van beton (NBN EN 206 en NBN B 15-001) en over de uitvoering van betonconstructies (NBN EN 13670 en NBN B 15-400). 40 Bouwbedrijf • februari 2020
Een geschikte specificatie van het beton bij de bestelling is niet alleen essentieel voor het verkrijgen van de verhoopte sterkte, maar ook voor de duurzaamheid en de verwerking van het beton. Een goede beheersing van de uitvoering is evenzeer noodzakelijk om een kwalitatief bouwwerk te verkrijgen. In dit hoofdstuk van de cursus zal er gekeken worden naar de sterkteklassen, de consistentieklassen, de omgevingsklassen, de maximale diameter van de granulaten en de bijkomende eisen, bijvoorbeeld ter preventie van de alkalisilicareactie of met betrekking tot de wateropslorping. Er zal ook aandacht besteed worden aan de levering, met een opsomming van de punten die
gecontroleerd moeten worden op de leveringsbon en de toevoegingen die toegestaan zijn op de werf. Daarna zullen de bekistingen, hun dichtheid en zuiverheid ter sprake komen. De aanbevelingen uit de nieuwe normen met betrekking tot de ontkis-
tingstermijn, de toleranties en de maatregelen ter bescherming van het beton tegen verdamping (nabehandelingsduur), regen, koude, vorst en scheurvorming van thermische oorsprong zullen evenzeer overlopen worden. Tot slot zal het belang van deze aanbevelingen geïllustreerd worden aan de hand van een aantal voorbeelden van schadegevallen.
•
(© foto: WTCB)
Het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB) heeft tot taak om de kennis die verworven werd tijdens zijn onderzoeksactiviteiten te verspreiden. Daarom worden er elk jaar opnieuw cursussen en studieavonden over het hele land georganiseerd. Bouwaannemers zijn echter niet de enige doelgroep. Ook architecten, onderwijzers uit het technisch onderwijs en alle andere professionelen die betrokken zijn bij de bouw kunnen eraan deelnemen. Voor de wintercursussen van dit jaar organiseert het WTCB twee cycli, een eerste over ruwbouw (met een avond over ‘betonconstructies’ en een avond over ‘geotechniek’) en een tweede over stookplaatsen en schoorstenen (zie de volgende pagina’s). Per cyclus vinden er in elke regio twee studieavonden plaats.
KALENDER
VAN DE WINTERCURSUSSEN ‘RUWBOUW’ VAN HET WTCB De wintercursussen vinden plaats in: DIEPENBEEK: op 13 februari ('Betonconstructies') en 20 februari ('Geotechniek')
•
•
(© foto: WTCB)
•
Studieavond over funderingen: ‘Van grondmechanica tot geotechniek’
T
ijdens deze tweede studieavond, die gegeven zal worden door Noël Huybrechts, ingenieur bij het WTCB, zullen de fundamentele principes van de grondmechanica besproken worden en geïllustreerd worden aan de hand van enkele praktijkgevallen. In deze context zullen de belangrijkste thema’s uit de geotechniek aan bod komen: bodemonderzoek, funderingstechnieken, uitgravingen, versterking van bestaande funderingen en beschoeiingen. Er zal ook bijzondere aandacht uitgaan naar de
grondbewegingen (zwelling, krimp, zettingen ...). Bepaalde bodems, zoals klei, zijn plastisch van aard: dat wil zeggen dat ze naargelang van hun watergehalte, dat op zijn beurt afhankelijk is van de aard van de bodem, het seizoen of de aanwezigheid van bomen in de buurt, kunnen opzwellen of krimpen. Wanneer deze volumeveranderingen optreden in de lagen die zich onder de funderingsaanzet bevinden, kunnen ze leiden tot aanzienlijke differentiële zettingen van het gebouw, met scheurvorming tot gevolg.
Gelet op de omvang van dit onderwerp heeft deze cursus niet als oogmerk om in te gaan op de details van de theorie, noch op de geotechnische dimensionering. Het is veeleer de bedoeling om de aspecten waarop men dient te letten bij de uitvoering van een bouwwerk in de schijnwerpers te zetten en om de deelnemers een aantal praktische tools en informatiebronnen aan te reiken die hen in staat moeten stellen om hun geotechnische projecten met een maximum aan hulpmiddelen te kunnen aanvangen.
•
ZWIJNAARDE: op 5 maart ('Betonconstructies') en 12 maart ('Geotechniek') MECHELEN: op 19 maart ('Betonconstructies') en 26 maart ('Geotechniek')
INSCHRIJVEN gebeurt bij voorkeur via de rubriek Agenda op de website www.wtcb.be. U kan hiervoor eveneens contact opnemen met de Dienst Vorming van het WTCB: tel.: 02/655.77.11 fax: 02/653.07.29 e-mail: info@bbri.be.
• • •
REFERENTIES Deze tekst is deels gebaseerd op de WTCB-Dossiers 2019/4.1 ‘Nieuwe maatregelen ter preventie van de alkali-silicareactie’, de WTCB-Dossiers 2019/2.1 ‘Doorstempelen van betonnen vloerplaten: aandacht voor de lastenverdeling’ en de WTCBDossiers 2018/3.2 ‘Scheurvorming in gebouwen door het krimpen of zwellen van plastische gronden’. Enkel deze originele artikels gelden als referentie.
februari 2020 • Bouwbedrijf 41
WTCB
WTCB-wintercursus ‘Stookplaatsen en schoorstenen’ Naast ruwbouw (zie vorige pagina’s) heeft het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB) als tweede thema voor zijn wintercursussen 2020 geopteerd voor ‘stookplaatsen en schoorstenen’. Dit onderwerp zal in twee studieavonden besproken worden door de WTCB-ingenieurs Paul Van den Bossche en Bart Bleys. Of u nu een aannemer, verwarmingsinstallateur, architect en/of specialist terzake bent, aarzel niet om u in te schrijven, want de brandveiligheidseisen voor rookkanalen maken het voorwerp uit van vele vragen. Dit onderwerp zal daarom vanuit een zeer praktische en concrete invalshoek behandeld worden.
W
anneer men een rookkanaal plaatst in een technische koker die een brandwerend compartiment vormt, moet men ervoor zorgen dat de brandwerendheid van de koker behouden blijft als er een warmtegenerator aangesloten wordt op dit rookkanaal. In de WTCB-Dossiers 2019/4.12 wordt dit essentiële principe, dat erin bestaat om de ruimten van elkaar te scheiden door vuurvaste of toch goed brandwerende bouwelementen, duidelijk uit de doeken gedaan. Dit principe wordt aangeduid als compartimentering. Om dit doel te bereiken, zowel bij nieuwbouw als bij renovatie, moeten een aantal goede praktijken in acht genomen worden, die tijdens de avondcursussen van deze winter aan bod zullen komen.
Verluchting bij brand
In collectieve gebouwen zoals appartementsgebouwen worden rookkanalen in technische kokers met brandwerende wanden geplaatst. Er zijn verschillende configuraties voor technische kokers mogelijk, maar we beperken ons hier tot het beschrijven van de meest voorkomende. 42 Bouwbedrijf • februari 2020
De technische koker loopt door over de volledige hoogte van het gebouw en de verticale wanden bakenen de brandwerende compartimenten af. De technische koker is bovenaan uitgerust met een verluchtingsopening (zie schema van afbeelding 2) met een doorsnede van minstens 10 % van de doorsnede van de koker (met een minimum van 400 cm²). Deze opening laat toe om in
Afb. 1 Collectief kanaal in een technische koker waarvan één wand nog gemetst moet worden. Het horizontale kanaal, dat de doorgang van de toekomstige wand en de verbinding met de warmtegenerator verzekert, is reeds aanwezig.
geval van brand de rook af te voeren. Ze kan permanent zijn of bediend worden door een gemotoriseerde klep. De brandweerstandswaarden REI 60 en (R)EI 60 zijn respectievelijk gebrui-
Afb. 2 Eisen met betrekking tot de ventilatie van een technische koker met één of meer rookkanalen.
Afb. 3 Voorbeeld van een brandwerend toegangsluik.
KALENDER
VAN DE WINTERCURSUSSEN ‘STOOKPLAATSEN EN SCHOORSTENEN’ De wintercursussen over stookplaatsen en schoorstenen zullen gegeven worden in: MECHELEN: op 11 februari en 18 februari
•
• •
KORTRIJK: op 2 maart en 9 maart DIEPENBEEK: op 11 maart en 18 maart.
INSCHRIJVEN gebeurt bij voorkeur via de rubriek Agenda op de website www.wtcb.be. U kan hiervoor eveneens contact opnemen met de Dienst Vorming van het WTCB: tel.: 02/655.77.11 fax: 02/653.07.29 e-mail: info@bbri.be).
• • •
kelijk voor de horizontale en verticale wanden van de technische koker in een laag of middelhoog gebouw. Voor hoge gebouwen gelden er strengere eisen (zie het Koninklijk Besluit van 7 juli 1994).
De ventilatie van de technische koker gebeurt door middel van twee openingen van minstens 50 cm², indien mogelijk aan de uiteinden van de koker, om de luchtverversing te bevorderen (zie het schema van afbeelding 2A). Indien de opening voor de rookafvoer in geval van brand permanent geopend is, kan deze ook dienen als ventilatieopening bovenaan. Indien men kiest voor natuurlijke ventilatie moeten de twee openingen de koker verbinden met de buitenkant van het gebouw. Indien de ventilatie via mechanische afvoer verloopt, kan de luchttoevoeropening van de koker uitmonden in het gebouw, aangezien het gebruik van een ventilator het risico op terugslag van vervuilde lucht in de technische koker door de luchttoevoer beperkt. Wanneer er een doorvoering voor de ventilatie aangebracht wordt in een technische koker, dient men erover te waken dat de brandwerendheid van de doorboorde wand gewaarborgd blijft.
Toegang tot de technische koker
Een technische koker moet toegankelijk zijn met het oog op de inspectie en het onderhoud. Men dient dus toegangsluiken te voorzien waarvan de brandwerendheid compatibel is met deze van de wand waarin ze aangebracht worden.
Scheiding van de kanalen in de koker
Een technische koker met brandwerende wanden die minstens één rookkanaal bevat (of het nu gaat om een rookafvoerkanaal dan wel om een verbrandingsluchttoevoerkanaal), moet voldoen aan één van de volgende vereisten: • ofwel is de technische koker uitsluitend bestemd voor rookkanalen • ofwel is/zijn het rookkanaal/de rookkanalen van de andere elementen gescheiden door een brandwerende wand EI 30 • ofwel heeft/hebben het rookkanaal/ de rookkanalen zelf een brandwerendheid EI 30. Deze vereisten zijn zonder uitzonde ring van toepassing op alle kanaaltypes (bv. enkelvoudige wanden, dubbele geïsoleerde wanden, dubbele concentrische wanden) en op alle materiaaltypes (bv. metaal, beton, kunststof, baksteen).
•
REFERENTIES Deze tekst is deels gebaseerd op de WTCBDossiers 2019/4.12 ‘Brandveiligheidseisen van rookkanalen in technische kokers’. Enkel het originele artikel geldt als referentie.
februari 2020 • Bouwbedrijf 43
LEOPOLD II-TUNNEL IN BRUSSEL
24 000 vierkante meter betonherstel onder de grond Over minder dan een jaar moeten de betonherstellingen aan de Leopold II-tunnel in Brussel klaar zijn. Een kleine groep aannemers kreeg onlangs de kans om het betonherstel van dichtbij te onderzoeken. Op dat punt gaat het om de grootste werf van het land, met duurzaamheid als een hoofdcriterium.
D
e Leopold II-tunnel werd in 1986 gebouwd. Hij is meer dan 2,5 kilometer lang en daarmee de langste tunnel in het land. Maar rond 2010 werd al duidelijk dat hij aan herstelling toe was. In 2014 werden dan de eerste vallende brokstukken gesignaleerd.
Enorme opdracht
Opdrachtgever Brussel Mobiliteit vertrouwde de werken toe aan het consortium Circul 2020, bestaande uit BESIX, Jan De Nul Group en Fabricom. BESIX en Jan De Nul Group voeren de civiele en Fabricom Engie de elektromechanische werken uit. Denys versterkt het consortium voor de betonherstellingen. Projectleider voor de betonrenovatie Simon Scharlaken (Denys) schetste de enorme omvang van het project. De dakplaat heeft een oppervlakte van 70 000 vierkante meter. Hiervan moet 5000 vierkante meter lokaal hersteld worden, en in totaal wordt ook 23 460 vierkante meter kathodische bescher44 Bouwbedrijf • februari 2020
ming geplaatst. Daarnaast moeten 9 ventilatiekanalen, 2 pomplokalen en 13 nooduitgangen gerenoveerd worden. Bovendien moeten er 17 nieuwe nooduitgangen bijgebouwd worden, in lijn met de Europese veiligheidsvoorschriften. Tot slot wordt ook het volledige wegdek vernieuwd en worden wandbekleding en een brandwerend plafond geplaatst. Dat laatste biedt vier uur bescherming.
DBM op 25 jaar
Interessant aan deze opdracht is dat het gaat om een DBM (Design-Build-Maintain). De renovatie is in het contract gekoppeld aan een onderhoudstermijn van 25 jaar. De kosten voor de bouw en het onderhoud tijdens de werken bedragen € 230 miljoen. Het totale contract is goed voor € 426 miljoen. De DBM-formule heeft grote gevolgen voor het betonherstel. De opdrachtnemers hebben een resultaatverbintenis. Bovendien blijven ze een kwarteeuw verantwoordelijk voor
De herstelling moet zo duurzaam mogelijk zijn, want de opdrachtnemers staan 25 jaar in voor het goede functioneren van de tunnel.
5000 vierkante meter dakplaat moet lokaal hersteld worden. Het nieuwe brandwerende plafond biedt minstens vier uur bescherming bij brand.
Kathodische bescherming
het goede functioneren van de tunnel. Ze stonden dus voor de moeilijke taak om duurzaamheid te combineren met kostenefficiëntie op de lange termijn. Dat maakte de keuze van de juiste technieken voor het betonherstel zeer belangrijk. Een hogere initiële kostprijs is gerechtvaardigd wanneer er later minder vaak onverwachte reparaties uitgevoerd moeten worden.
Diagnose
Het betononderzoek waarop de aannemers zich baseerden, werd uitgevoerd door de bvba Sanacon. Zaakvoerder Matthias Maes beklemtoonde dat zonder een zeer grondige diagnose een goede keuze voor het betonherstel onmogelijk is. Er werden verschillende problemen vastgesteld: scheuren, delaminatie (stukken beton die loskomen) en ook corrosie van de wapening, vaak veroorzaakt door carbonatatie (zie verder). Maar niet alleen de schade moet bepaald worden, men moet ook onderzoeken welk fenomeen aan de basis ligt. In de Leopold II-tunnel was er bijvoorbeeld op veel plaatsen insijpelend vocht. Dan is het belangrijk om te achterhalen wat die fenomenen veroorzaakt. Duurzaam herstel zal altijd eerst de oorzaak van het fenomeen proberen weg te nemen. In de Leopold II-tunnel was dit niet altijd mogelijk. De trillingen van de nabijgelegen metrolijn konden niet geëlimineerd worden. Op bepaalde plaatsen liggen parkings boven de tunnel, van waaruit in de winter water gemengd met strooizout naar beneden sijpelt.
Carbonatatie
Strooizout is in essentie natriumchloride, en chloriden waren een belangrijk oorzaak van schade. Daarnaast was er ook sprake van carbonatatie. Kalk in beton reageert met het CO2 in de lucht, wat calciumcarbonaat doet ontstaan. Wanneer dit de wapening bereikt, tast het de passivatielaag rond het metaal aan. Dat is een beschermend laagje dat spontaan rond de wapening ontstaat. De bescherming vermindert en roest krijgt een kans.
Sanacon maakte voor de verschillende zones verschillende renovatie-scenario’s op. Op basis daarvan werd dan een voorstel aan Brussel Mobiliteit gedaan. Om de levensduur te bepalen werd berekend welke faalkans een herstelling heeft. De twee belangrijkste renovatietechnieken zijn klassiek betonherstel en kathodische bescherming. Er bestaat in gewapend beton een elektrochemisch potentiaalverschil dat in de aanwezigheid van water en zuurstof tot corrosie leidt. Kathodische bescherming vermindert dat potentiaalverschil. In de Leopold II-tunnel worden daarvoor 75 000 meter titaniumstrips aangebracht, die onder spanning gezet worden. Een automatische spuitrobot bedekt deze met 2 centimeter beton.
Tegen de klok
Tijdens het bezoek aan de tunnel stipte Simon Scharlaken nog een bijkomende uitdaging aan: de werkomstandigheden. De oorspronkelijke constructie werd door verschillende bedrijven gebouwd. Voor zover nu bekend bestaan er geen volledige plannen van de hele tunnel. Daarom werd eerst een complete 3D-scan uitgevoerd. Nu bestaat een volledig BIMmodel van de tunnel, dat ook in de onderhoudsfase nuttig is. Maar daarnaast is de Leopold II-tunnel vanzelfsprekend een verkeersas van bovenlokaal belang. Een permanente sluiting gedurende lange tijd was onhaalbaar. Er is wel een zomersluiting, zodat de aannemers drie maanden lang 24 uur op 24 kunnen werken. Maar van september tot juni is het werk geconcentreerd in een nachtelijk periode van 22.00 tot 06.00 u. De rest van de dag rijdt er verkeer door de tunnel en moet dus voldaan zijn aan bepaalde minimale functionele eisen op het vlak van ventilatie, verlichting, camera's enzovoort. De eigenlijke bouwwerken begonnen in 2018 met het asbestveilig maken van de tunnel. Normaal gezien zal de gehele tunnel gebruiksklaar zijn in februari 2022.
•
INFO : Dit exclusieve bezoek was een van de bouwplaatsbezoeken georganiseerd door de Vlaamse Confederatie Bouw voor Duurzaam Betonherstel. Dit project stimuleert de toepassing van duurzame en innovatieve technieken voor diagnose, materiaalkeuze en uitvoering. Het is een initiatief van de VCB, NAV, het WTCB en de federatie van de betonherstellers FEREB. Het krijgt de steun van VLAIO. Geïnteresseerd? Stuur een e-mail naar tim.vanhelden@confederatiebouw.be. februari 2020 • Bouwbedrijf 45
LEDENVOORDELEN FEBRUARI
PERMANENTE
-10%
KORTING OP KANTOORBENODIGDHEDEN
OTTO Office biedt ondernemingen een uitgebreid aanbod van kantoorartikelen, kantooruitrusting en –inrichting via een uitgebreide catalogus en online op www.otto-office.be.
s e n s At i o n e l e p r i j z e n ! Bezoekersstoelen
uitgave 1/2016
Prijzen geldig tot 23/08/2016
Wij wensen U een succesvol 2016!
Bureaustoel »High Sit Up«
Voor wachtkamers en vergaderruimtes
Na de éénmalige • Ergonomische holle zitting • Geïntegreerde hoofdsteun van leer • Kantelmechanisme, individueel instelbaar volgens uw lichaamsgewicht, te blokkeren • Rugleuninghoogte: 70 cm • Zitting-breedte/-diepte: 48/46 cm • Traploos in de hoogte verstelbaar van 44-53 cm • Ademende netbekleding • Stalen voetkruis verchroomd
Onderstel naar keuze in chroom of zwart • Stabiel, zwart stalen frame • Zitbreedte/-diepte: 47,5/41,5 cm • Rugleuning (B/H): 47,5/35 cm • Zithoogte: 45 cm • Bekleding: 100% polyacryl (slijtvast) • Armleuningen (optioneel) • Verbindingsstuk (optioneel)
• Incl. lastgevoelige dubbele remwielen voor zachte vloeren Isoleerkan • Capaciteit: 1,5 liter • Eenhand bediening • Materiaal: roestvrijstaal en kunststof • Kleur: blauw / roestvrijstaalkleur
www.otto-office.be
registratie wordt uw
www.otto-office.be/lmiv De aanbieDingen zijn voor inDustrie, hanDel, ambacht en nijverheiD. alle Prijzen worDen
Aanbevolen voor
1
32%
GRATIS
Voor elke bestelling vanaf 75€ excl. BTW
vermelD exclusief btw
GEEN beperking
antraciet
voor meer informatie zie pagina 3
korting automatisch 1
verrekend bij elke 57% blauw
ordner »no. 1«
Bureaustoel
Multifunctioneel papier
▶ 25% besparen
▶ 50% besparen
tot
▶ 37% besparen
bestelling.
Compleet geleverd geen montage nodig!
voor meer informatie zie pagina 6.
oranje
2antraciet
2,69 €
zwart
voor meer informatie zie pagina 2. Vanaf
3,95 €
per stuk in set van 20
per pak in set van 10
postzegels
1incl. vaste armleuningen 2incl. verstelbare armleuningen blauw
2
bordeaux
PRijSvERlAging
SPAARSET
verbindingsstuk
99
per stoel in set van 8 tot
32% besparen
Ref. Omschrijving RAC-1872-* 1 Set: 4 bezoekersstoelen, zwart frame RAC-1880-* 2 Set: 8 bezoekersstoelen, zwart frame 3 Set: 4 bezoekersstoelen, chroom frame RAC-1874-* 4 Set: 8 bezoekersstoelen, chroomen frame RAC-2714-* RAC-96422 Armleuningen (2 armleuningen = 1 pak) RAC-96423 Verbindingsstuk *Kleurcode: blauw = BU, antraciet = AT, bordeaux = BX
€-Prijs 142,00 /set 191,92 /set 150,00 /set 223,92 /set 19,99 /pak 3,99 /stuk
99
tot
Isoleerkan
per set (incl. armleuningen) tot
57%
besparen
Omschrijving 1 Set: »High Sit Up« incl. vaste armleuningen + isoleerkan GRATIS 2 Set: »High Sit Up« incl. verstelbare armleuningen + isoleerkan GRATIS Optie: wielenset voor harde vloeren (5 wielen = 1 pak) *Kleurcode: zwart = SZ, oranje = OE
Ref. RAC-1863-* RAC-1864-* RAC-23624
www.otto-offiCe.Be Telefoon: 070 234 000
▶ 51% besparen
GRATIS
fax: 070 234 010
€-Prijs per set 149,99 169,99 12,99 /pak
RAC.01.KD.VLS
23
149
blauw
SPAARSET
Vanaf
Vanaf
2
35,50
kopieerpapier »CopY«
349,00
voor meer informatie zie pagina 17.
voor meer informatie zie pagina 15
199,-
voor meer informatie en verdere tarieven zie pagina 3.
74,00 € 99,– € 2,45 € Alles voor uw kAntoor per stuk (Inclusief armleuningen)
per pak in set van 20
levering binnen 24 uur zonder exTra kosTen
Telefoon:
●
30 dagen reTourgaranTie
070 234 000
●
fax:
●
per doos
graTis levering vanaf €45 neTTo
070 234 010
VRAAG NU UW REGISTRATIEFORMULIER
Klantendienst OTTO Office 070 234 000 I service@otto-office.be ad-otto-office-leden-confbouw-210x140-NL.indd 1
46 Bouwbedrijf • februari 2020
29/01/16 12:45
Opdracht tot het uitvoeren van Bijwerken De bouwheer geeft u de opdracht om een bijkomend werk uit te voeren op de bouwplaats. Omdat hiervoor vaak een schriftelijke opdracht is vereist geeft de Confederatie een handig reçuboekje uit in NCR papier (doorslagpapier) dat u onmiddellijk kunt invullen met de melding van de verlenging van de uitvoeringstermijn, prijsaanpassing …
Eenmaal ingevuld kunt u direct ter plaatse een kopie bezorgen aan de architect en bouwheer. Dit handig heruitgegeven boekje kost slechts 8 €/stuk (voor de leden van de confederatie Bouw) en 15 €/stuk voor de niet-leden. PROMOTIE (enkel voor de leden): 5 exemplaren = 35 € (prijzen BTW exclusief)
Speciale verkoopprijs enkel voor de maand februari Ledenprijs voor deze publicatie: € 8, (exclusief BTW) Niet-ledenprijs voor deze publicatie: € 15, (exclusief BTW) Deze uitgave kan besteld worden via de website www.confederatiebouw.be, e-shop, publicaties, vakpublicaties, juridisch. Er kan ook gemaild worden naar bestellingen@confederatiebouw.be
februari 2020 • Bouwbedrijf 47
Zorgen uw digitale processen écht voor efficiëntie? Met één survey naar de volgende stap in uw digitale transformatie Als bouwbedrijf kon u niet achterblijven in de digitale transformatie. Met enkele praktische softwareoplossingen zette u al belangrijke stappen richting de ultieme digitale werkplek. Maar bent u er écht van overtuigd dat al uw tools meer efficiëntie opleveren? Bij GMI doen we graag de test. Bedrijfssoftware rendeert pas echt wanneer u resoluut gaat voor een geïntegreerde aanpak. Verschillende tools die naast elkaar opereren, vormen namelijk geen geoliede machine. Daarom gaan we graag voor u na welke meerwaarde u vandaag nog laat liggen. Hoe? We stelden een aantal gerichte vragen op die u in minder dan 5 minuten invult. Met uw antwoorden voeren we een grondige analyse uit, die we vervolgens vertalen naar een concreet advies.
Zet nu de volgende stap richting digitale transformatie Ga hier rechtstreeks naar de survey
Gmigroup.be
Head Office
Gent Office
Brussels Office
info@gmigroup.be
Nijverheidsstraat 13,
Rijvisschestraat 126
Leuvensesteenweg 613
014 57 49 10
2260 Oevel, Belgium
B - 9052 Zwijnaarde
B - 1930 Zaventem
BOUWMARKT
Techni-Mat, de nieuwe vakbeurs georganiseerd door Infratech en Matexpo
Op 25 en 26 maart 2020 vindt in Kortrijk Expo Techni-Mat plaats, een nieuwe vakbeurs opgezet door InfraTech en Matexpo. Ze is gewijd aan technieken en materialen bestemd voor infrastructuurwerken en ruwbouw. In de sector bestond intussen vraag naar
een dergelijke vakbeurs, die zicht richt tot algemene aannemers en wegenbouwers. Het doelpubliek omvat naast technisch leidinggevenden, aankopers, calculators en projectleiders ook de algemene directie van dergelijke bedrijven en hun klanten uit de private en de overheidssector. De
Confederatie is een partner van deze beurs, waar een kleine honderd exposanten u met plezier antwoorden geven op al uw vragen.
www.techni-mat.eu
Deceuninck begint 2020 met nieuw gamma kunststof en aluminium
Fixscreen van Renson viert vijftiende verjaardag De Fixscreen doekzonwering van Renson wordt 15, en de producent vierde dat op Polyclose, samen met alle partners en merk-ambassadeurs die bijdroegen tot het succes. Op het verjaardagsfeest werd teruggekeken naar 2005, toen Renson als een pionier in windvaste zondoekwering Fixscreen op de markt bracht. "Gedaan dus met klapperende en stukgescheurde screendoeken, leve een strakke doekspanning!" om Renson zelf even te citeren. De vijftiende verjaardag was ook een moment om naar de toekomst te kijken. Fixscreen heeft nog heel wat jaren potentieel, voortbouwende op de eigenschappen van weleer maar up-todate gebracht voor de noden van vandaag en morgen. Renson presenteerde Fixscreen Minimal, de volgende etappe in de rijke Fixscreen-geschiedenis. Deze verdere ontwikkeling gaat op zoek naar de limieten op het vlak van minimalistisch design. Ze is een duurzame en kwaliteitsvolle oplossing die ook geschikt is voor vliesgevels en na-installatie op ramen met een minimalistisch design. Kortom: op naar nog eens vijftien jaar Fixscreen ‌
Deceuninck, de bekende producent van kunststof en aluminium profielen, pakt in 2020 uit met een baanbrekend concept: iCOR. iCOR is volgens Deceuninck de allereerste universele bouwblok voor kunststof raam- en deurprofielen. De iCOR-bouwblok kan dankzij het gesofisticeerde concept probleemloos gecombineerd worden met elke vleugelreeks. Elegant, de opvolger van de Zendow- en Zendow#neoreeks, is gebaseerd op dit iCOR-principe en biedt verscheidene moderne stijlen voor kunststof ramen en deuren. De technische prestaties van Elegant zijn opmerkelijk. Deze reeks heeft niet alleen een strak design maar is ook duurzaam en biedt een zeer hoge thermische isolatie. Bovendien zijn lucht-, water- en winddichtheid van het hoogste niveau. Deceuninck presenteerde Elegant en Decalu, een nieuwe aluminium collectie, op Polyclose.
www.renson.eu
www.deceuninck.be februari 2020 • Bouwbedrijf 49
MARKANT
Twee awards voor Willemen Groep op de FIDIC Contracts Awards in Londen In december 2019 werden de FIDIC Contracts Awards voor de eerste keer georganiseerd, en ons lid Willemen viel meteen in de prijzen. De Groep kreeg een award voor het project van het jaar en als hoofdaannemer van het jaar.
FIDIC is de internationale federatie van ingenieurs-consultants. Ze telt leden uit 104 landen en stelt sinds 1957 contracten ter beschikking voor werkgevers in de internationale
bouwsector. De award voor het project van het jaar ging naar APM Terminals MedPort Tangier, één van de meest geavanceerde containerterminals ter wereld.
Hij ligt in Tanger in Marokko, en Willemen leverde de opdracht op in het voorjaar van 2019. Twaalf van op afstand bestuurbare ship-to-shore kranen – de grootste ter wereld – staan er in voor het snel, efficiënt en veilig laden en lossen van schepen met 22 000 en meer containers aan boord. Volgens de jury haalde dit project de hoogste kwaliteitsen veiligheidsnormen, en bovendien werd de terminal opgeleverd binnen de termijnen en binnen het budget. Lovende woorden, maar Willemen mocht nog een
tweede keer op het podium in Londen als hoofdaannemer van het jaar. De jury prees de proactieve en de probleemoplossende aanpak van de Groep in de contacten met klanten en opdrachtgevers. Ook de manier waarop Willemen gebruik maakt van FIDIC-contracten en het belang dat de onderneming hecht aan de FIDIC-principes van samenwerking vielen in de smaak. In Londen werden zeven awards uitgereikt. Maar Willemen was de enige onderneming die twee prijzen in ontvangst mocht nemen.
Volgens het economisch tijdschrift van de Nationale Bank hield de Belgische economie in 2019 goed stand, met een groei van 1,3 %. Voor 2020 rekent de Nationale Bank op 1,2 % om in 2022 dan te arriveren bij 1 %. In 2019 werd de groei ondersteund door de particuliere consumptie, onder meer dankzij de toename van de koopkracht. Tussen 2019 en 2022 zouden de beschikbare gezinsinkomens gecumuleerd met 6,8 % toenemen. Het gaat hier om een reële toename, gecorrigeerd voor inflatie. Verantwoordelijk daarvoor zijn de gunstige arbeidsmarkt en de groei van de werkgelegenheid, maar ook de taxshift die in 2019 werd doorgevoerd. De bedrijfsinvesteringen daarentegen zullen de groei minder ondersteunen omdat een matiging in de gebruikelijke investeringscyclus verwacht wordt.
50 Bouwbedrijf • februari 2020
Zondag 17 mei 2020
een initiatief van
SCHRIJF IN Bedrijven én w erven vóór
20 maart 202 0 o p e nw e r ve n d a g. b e
BOUWFORUM
Take the future into your hands DO 5 MAART 2020 Auditorium 2000 • Heizel • Brussel Van 15u00 tot 18u30
In samenwerking met
www.bouwforumconstruction.be Met dank aan onze sponsors
fuel card smart & easy