JUNI 2020
Beroepsvereniging voor kinesitherapeuten
Exclusief
SPECIAL
Oncologie
Het ledenmagazine voor en door kinesitherapeuten
INHOUD
EXXTRA
EXXTRA
04
Krijg je kanker van veel stilzitten?
AXXON IN ACTIE
06
AXXON in de strijd tegen COVID-19: van economische impact tot teleconsult
EXXPERT
10 16
Kanker in beweging. Kanker? In beweging!
18
Ook als vrije beroeper kun je de bescherming van de handelshuurwet inroepen
Het effect van lichamelijke training na resectie van de long na longkanker
AXXON EXCLUSIEF PUBLICATIE VAN AXXON VZW JUNI 2020 DRIEMAANDELIJKSE UITGAVE – JAARGANG 12 – NR. 46 – IMPERIASTRAAT 16 – 1930 ZAVENTEM AFGIFTEKANTOOR: BRUSSEL X ERKENNINGSNUMMER: P910666 – VERANTWOORDELIJKE UITGEVER: PETER BRUYNOOGHE – IMPERIASTRAAT 16 – 1930 ZAVENTEM REDACTIE & COPYWRITING: SÉBASTIEN KOSZULAP & SOPHIE JANS – REDACTIE@AXXON.BE VERTALING: EMILY VAN COOLPUT – ERIK VERTRIEST CONCEPT EN VORMGEVING: C3CREATIES DRUKWERK: SYMETA CORRESPONDENTIEADRES AXXON: IMPERIASTRAAT 16 – 1930 ZAVENTEM – TEL: 02 709 70 80 –
FAX: 02 749 96 89 –
WWW.AXXON.BE
REKENINGNUMMER VOOR LIDMAATSCHAP: BE18 3631 0868
VAKLITERATUUR
90 vragen over palliatieve zorg en het levenseinde Een gids voor patiënten, mantelzorgers, familieleden en zorgprofessionals
10% KORTING ALS AXXON-LID Dit boek geeft een helder antwoord op 90 concrete vragen rond goede zorg bij ongeneeslijke ziekte, palliatieve zorg, voorafgaande zorgplanning en beslissingen aan het levenseinde. De antwoorden zijn geput uit 20 jaar onderzoeksresultaten van de VUB-UGent Onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde. Daarnaast komen ook de onderzoekers zelf aan het woord: wat betekent voor hen goede zorg, nu en in de toekomst? Werd jij al geconfronteerd met een ongeneeslijke ziekte? Als familielid, als zorgverlener of als patiënt? Dan weet je dat bij palliatieve zorg communicatie, begrip en openheid zeer belangrijk zijn. En dit zowel voor patiënten, mantelzorgers, familieleden als voor de professionele zorgverleners. Bovendien is dit noodzakelijk binnen alle zorgcontexten: thuis, het ziekenhuis, het palliatief dagcentrum of het woonzorgcentrum.
Dit boek geeft je inzicht in de palliatieve zorg en levenseindezorg in de praktijk, zowel in België als daarbuiten. Wat zeggen de cijfers? Wat zegt het onderzoek? Wat doen we al goed? En waarin zouden we beter moeten presteren? Verder is er veel aandacht voor onderzoek rond attitudes, wensen en voorkeuren, zowel van patiënten, familieleden als zorgprofessionals. Uitgeverij: ACCO Publicatiedatum: 2020 ISBN: 9789463797030 PRIJS: € 24,99
1365
U ontvangt dit tijdschrift op de naam en het adres die zijn opgenomen in ons adressenbestand. In uitvoering van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke leefsfeer hebt u inzage- en correctierecht. De artikels/publiciteit verschijnen onder verantwoordelijkheid van de auteurs/ firma’s. AXXON houdt zich het recht voor om ingestuurde teksten en/of publiciteit die het beroep kunnen schaden te weigeren. © Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
02
JUNI 2020
ONLINE BESTELLEN MET ACTIECODE AXXON10MZ2154 DEZE KORTING IS GELDIG TOT EN MET 1 AUGUSTUS. EXCLUSIEF VERZENDKOSTEN (€ 2,45 PER BESTELLING).
DIRK VERLEYEN VOORZITTER AXXON, KWALITEIT IN KINESITHERAPIE
VOORWOORD
Hoe een ‘onschuldig’ griepje de wereld op zijn kop zette Heel wat corona-maatregelen zullen we helaas nog een tijdje moeten blijven nemen om de verdere verspreiding of nieuwe opflakkeringen van het virus zoveel mogelijk te beheersen. Er is een leven vóór corona en nu is er een leven met corona. Als kinesitherapeut werden we voor grote dilemma’s geplaatst. We moesten er mee voor zorgen dat het virus zich niet verspreidde en tegelijk onze maatschappelijke verantwoordelijkheid als zorgverstrekker opnemen door urgente en noodzakelijke behandelingen uit te voeren. Dit laatste om het risico op onomkeerbare of onaanvaardbare degradatie van de gezondheidstoestand van sommige patiënten te vermijden. Veel niet-dringende behandelingen werden uitgesteld en praktijken werden tijdelijk on-hold gezet. Iedere kinesitherapeut had zo zijn eigen redenen: eigen gezondheidsof familiale toestand, het massaal afbellen van patiënten, het ontbreken van urgente patiënten, de onmogelijkheid om patiënten
op een veilige één-op-één sessie te behandelen (hands-on en social distancing, groepspraktijken met gezamenlijke oefenzaal, ontbreken van persoonlijke beschermingsmiddelen, …). Laten we in deze gezondheidscrisis respect hebben voor elkeen zijn eigen situatie en reden. Meestal was het immers een zoektocht naar evenwicht tussen zorg en zelfzorg.
meer visibiliteit en waardering aan onze kinesector. De triage, de schakelzorgcentra, de cohortzorg, de vrijwilligers, de samenwerking van kinekringen met de zorgraden en inzet binnen de ELZ’s zijn niet onopgemerkt voorbij gegaan. Ook opportuniteiten en innovaties zoals tele-en videoconsulten zijn versneld operatief geworden. De duurzaamheid en verdere digitalisering zijn nu onafwendbaar in onze sector. Door deze crisis wordt het voor iedereen in de samenleving duidelijk hoeveel engagement er wel leeft in de zorgsector. Onderschat de psychosociale component niet van de kinesitherapie. Laat voelen dat angst een normale emotie is … en luister. Minimaliseer niet, maar valideer. Observeer, wees getuige en bevestig de waardigheid.
Ieder nadeel heeft zo zijn voordeel. Een crisis biedt ook kansen en soms groeit er iets positiefs. Een hechtere samenwerking, over disciplines en geledingen heen, geeft steeds
“De betekenis van je leven ligt in het verschil dat je maakt in het leven van anderen”, dixit Manu Keirse. #SamenSterkTegenCorona
JUNI 2020
03
EXXTRA
CEBAM GEZONDHEID IN DE MEDIA
Krijg je kanker De Vlaming zit gemiddeld 9 uur per dag op een stoel. Een niet zo onschuldig gegeven, want wie een hele dag lang stilzit, loopt meer risico op hartziekten, darmkanker, diabetes, depressie en voortijdige dood. Het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie (VIGeZ, nu het Vlaams Instituut Gezond Leven) heeft een aanbevelingsrapport over onze zitcultuur opgesteld(1). Iemand die dagelijks een half uurtje gaat wandelen of fietsen, maar voor de rest van de dag stilzit, is ‘minder gezond bezig’ dan iemand die gedurende de dag ook het stilzitten afwisselt met rechtstaan en kleine beetjes bewegen, klinkt het. De auteurs raden aan om lange periodes van stilzitten te beperken en na 20 tot 30 minuten even recht te staan en de benen te strekken. Of om staand in plaats van zittend te telefoneren. Het zou bij volwassenen de kans op kanker, diabetes of overgewicht ‘aanzienlijk’ verminderen. De auteurs van het rapport hebben een grondige en methodologisch sterke analyse gemaakt van het wetenschappelijk werk dat over sedentair gedrag gepubliceerd is. Sedentair gedrag betekent voor hen niet noodzakelijk te weinig lichaamsbeweging, maar verwijst
04
JUNI 2020
naar lang onafgebroken zitten of liggen met laag energieverbruik als dagelijkse leefstijl. Voor communicatie naar het algemeen publiek spreken ze van ‘lang stilzitten’. Het rapport formuleert aanbevelingen per leeftijdscategorie: peuters en kleuters, kinderen, jongeren en volwassenen.
Hoe moeten we dit nieuws interpreteren? Dat we voldoende moeten bewegen door bijvoorbeeld een half uur per dag stevig te wandelen, is voor de meeste mensen geen geheim meer. Het voorliggend rapport bekijkt of lang stilzitten schadelijk is voor de gezondheid. Omdat het persbericht gewag maakt van een ‘aanzienlijke’ vermindering op het risico op kanker bij volwassenen, zochten we hierover naar precieze cijfers in het rapport. Het blijkt dat volwassenen met een meer sedentair gedrag meer darmkanker, baarmoederkanker en longkanker hebben. Voor andere kankers zoals aan maag of slokdarm, teelbalkanker of nierkanker is geen
verband aangetoond, terwijl een verband voor enkele andere kankers zoals prostaatkanker en borstkanker onduidelijk is. Het is jammer dat het rapport geen concrete cijfers geeft over hoe groot het verband is tussen een courante aandoening als bijvoorbeeld damkanker en sedentair gedrag. In één van de studies die in het rapport geciteerd worden ligt het risico op dikkedarmkanker bij sedentaire mensen 30% hoger dan bij anderen. Voor kanker van de endeldarm vond de studie geen duidelijk verschil (2). In een ander literatuuroverzicht bleek dat het verhoogd risico vooral uitgesproken was bij mensen die tevens minder andere en intensere lichaamsactiviteiten ontplooiden (3). De voornaamste beperking van dit soort studies is dat ze louter ‘observationeel’ zijn. De onderzoekers meten niet hoeveel uren per dag iemand zittend doorbrengt, maar ze vragen ernaar, hopend dat de persoon zich goed kan herinneren hoe zijn sedentair gedrag de
van veel stilzitten? afgelopen (tientallen) jaren was. Dan kijkt men of er een verband is met de ontwikkeling van bijvoorbeeld kanker. Indien men dit met een experimentele studie zou willen onderzoeken, dan zou aan de proefpersonen op basis van lottrekking opgelegd worden hoeveel uren per dag ze zittend moeten doorbrengen, en dit dan gedurende meerdere jaren. Indien er op het einde van de studie een verschil in het optreden van kanker zou blijken, dan zou men kunnen besluiten dat het sedentair gedrag de oorzaak is van de kanker. Een dergelijke studie is echter onmogelijk uit te voeren. Tussen mensen met sedentair gedrag en zij die niet sedentair zijn, bestaan er nog andere verschillen dan het dagelijks aantal zituren. Indien sedentaire mensen meer longkanker hebben dan anderen, dan houdt dit hoogstwaarschijnlijk meer verband met het feit of ze roken, dan wel of ze sedentair zijn.
Conclusie Wetenschappelijke studies suggereren dat sedentair gedrag schadelijk is, ook bij mensen die daarnaast lichamelijk actief zijn. Duidelijke cijfers over de grootte van de vermoede schade vinden we in dit (overigens zeer degelijke) rapport niet en zijn ook moeilijk aan te tonen.
Referenties
1 VIGeZ, Van Acker R. & De Meester F. Langdurig
zitten: dĂŠ uitdaging van de 21ste eeuw. Syntheserapport als actuele onderbouw voor de factsheet sedentair gedrag. Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie.
2 Cong YJ et al. Association of sedentary behaviour with colon and rectal cancer: a meta-analysis of observational studies. Br J Cancer. 2014 Feb 4;110(3):817-26.
3 Biswas A et al. Sedentary time and its association with risk for disease incidence, mortality, and hospitalization in adults: a systematic review and meta-analysis. Ann Intern Med. 2015 Jan 20;162(2):123-32.
De auteurs maken correct melding van de beperkingen die dit soort observationeel onderzoek onvermijdelijk heeft. In het persbericht en de krantencommentaren komen deze beperkingen en onzekerheden evenwel niet meer aan bod.
JUNI 2020
05
AXXON IN ACTIE
PETER BRUYNOOGHE
AXXON in de strijd tegen COVID-19: zorgreserve, economische impact en teleconsult Een warme zorgreserve van kinesitherapeuten Hartverwarmend was het om te vernemen dat meer dan 3.164 kinesitherapeuten uit heel België (2.276 uit Vlaanderen, 723 uit Wallonië en 165 uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) zich vrijwillig als zorgreserve hebben klaar gehouden om ingezet te worden ter ondersteuning van de sectoren die in de frontlinie de crisis bestrijden. Meer dan 2 op de 3 (71 procent) van deze zorgreserve was bereid om aan de slag te gaan in de ziekenhuizen, met zelfs 65 procent in een logistieke functie. Bijna de helft (47 procent) was bereid om bij te springen in de woonzorgcentra, waarvan 41 procent in een logistieke functie. 63 procent van de kinevrijwilligers stonden paraat om mee te helpen met de triages van mogelijke besmette COVID-patiënten in de triagezones. Ondertussen werden een aantal kinesitherapeuten uit de regio Tienen wel degelijk ingezet in een triagezone. Meerdere kinesitherapeuten werkten als kinesitherapeut in de schakelzorgcentra in de provincies OostVlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant.
06
JUNI 2020
Economische impact op de praktijken Uit diezelfde AXXON-enquête bij de aanvang van de coronacrisis bleek dat meer dan 6 op de 10 praktijken in België (61 procent) hun praktijk volledig hadden gesloten. Van de 36,26 procent in Vlaanderen die enkel de dringende noodzakelijke zorg uitvoerden, bleek 63 procent 1 tot 3 patiënten per dag te hebben behandeld, 19 procent 4 tot 5 patiënten per dag, 11 procent 6 tot 8 patiënten en 5 procent meer dan 9 patiënten per dag. Van de 41 procent in Wallonië die enkel de dringende noodzakelijke zorg uitvoerden, bleek 63 procent 1 tot 3 patiënten per dag te hebben behandeld,17 procent 4 tot 5 patiënten per dag, 12 procent 6 tot 8 patiënten en 6 procent meer dan 9 patiënten per dag. Tussen beide landsgedeelten zijn hier weinig verschillen op te merken. Tot een gelijkaardige analyse kwam de Vrije Universiteit Brussel in samenwerking met AXXON omtrent de
economische impact van de maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad op de omzet van de praktijken van de kinesitherapeuten in België.
• 55,6 procent van de kinesitherapeuten
In de periode van 14 tot en met 18 maart 2020 heeft 46 procent van de kinesitherapeuten de praktijk volledig stopgezet of is overgegaan tot uitsluitend dringend noodzakelijke zorg.
voerde maximum nog 5 prestaties per dag uit
Eens de verstrengde maatregelen van kracht werden (in de periode van 19 tot 31 maart), namen de kinesitherapeuten die nog twijfelden zeer snel een beslissing, wat het aandeel kinesitherapeuten die hun praktijk volledig sloot of enkel nog de continuïteit verzekerde voor dringend noodzakelijke zorg op 85 procent bracht. Aan de hand van de gegevens uit die bevraging van het werkveld tijdens de periode van 6 t.e.m. 17 april, kunnen bovendien volgende gegevens gehaald worden omtrent de omzet van de eerstelijnspraktijken van kinesitherapeuten:
legde zijn activiteit volledig stil met onmiddellijke ingang, dus geen enkele activiteit
op welk tijdstip de normale kinesitherapeutische zorg terug werd opgenomen door de patiënten.
Telefonische en
• 30,5 procent van de kinesitherapeuten videoconsultaties
• 7,8 procent van de kinesitherapeuten
voerde maximum nog 10 prestaties per dag uit
• 2,3 procent van de kinesitherapeuten voerde nog meer dan 10 prestaties per dag uit
• De overige 3,8 procent heeft aangegeven nog aan het werk te zijn in een andere functie
De Vrije Universiteit Brussel heeft in samenwerking met AXXON halfweg mei 2020 een tweede bevraging uitgestuurd om de economische impact van de coronacrisis op de Belgische kinepraktijken te blijven monitoren. Het is de bedoeling om gedurende 2020 de activiteiten in de kinepraktijken te blijven bewaken om te kunnen achterhalen
Het was aangewezen om tijdens deze crisisperiode maatregelen te nemen om de continuïteit van de zorg te garanderen. Wat voor de coronacrisis onbespreekbaar was (het gebruik van digitale applicaties ter ondersteuning van de kinepraktijk) kwam plots in een stroomversnelling terecht. AXXON was en is reeds geruime tijd bezig met een verdere digitalisering van de sector (zie AXXON Exclusief maart 2020 p. 8 - 9). Naast de digitalisering van het administratieve luik was het voor AXXON al lang duidelijk dat telerevalidatie en het gebruik van mobile health-toepassingen een belangrijk hulpmiddel kan worden in de kinepraktijk. Deze technologieën zullen de kinesitherapeut niet vervangen, maar hem ondersteunen in zijn dagelijkse praktijk.
JUNI 2020
07
AXXON IN ACTIE
AXXON werkt momenteel aan een gebruiksvriendelijk en eenvoudig e-platform dat intuïtief zal kunnen communiceren met telecoaching- en datamonitoringapplicaties, met de kinesitherapiemanagementsoftware, maar ook met de software die door andere zorgverstrekkers gebruikt wordt.
en Hasselt sloegen de handen in elkaar om samen met AXXON en de WVVK een uitgebreide bevraging op te zetten bij patiënten en kinesitherapeuten omtrent ‘kinesitherapie op afstand’ in de eerste lijn voor, tijdens en na de coronacrisis. De resultaten van deze studie kunnen de overheid overtuigen dat het ook na de coronacrisis mogelijk moet blijven om, naast de handson behandeling, de patiënt op afstand digitaal te begeleiden en te coachen.
Na meerdere moeizame videoconferenties met het RIZIV werd uiteindelijk, net zoals bij andere zorgverstrekkers, een forfaitaire vergoeding voorzien voor kinesitherapeutische verzorging ondersteund door video- of telefonisch consult, samen met de opmaak van een individueel oefenprogramma. Vanuit AXXON werd een lijst opgemaakt van applicaties ter ondersteuning van de therapeut en patiënt voor tele- en videoconsult. Met de bedrijven Skill-Up en Physitrack werden voordelige tarieven voor de AXXON-leden bedongen.
De VUB heeft in samenwerking met AXXON in zijn bevraging eveneens gepeild naar het gebruik van teleen videoconsult in de kinepraktijk gedurende de periode van 14 maart tot 17 april 2020. Van de 4.502 respondenten was 83,3 procent werkzaam in de eerstelijnspraktijken, 6,8 procent in een praktijk in een ziekenhuis, 3,9 procent in een woonzorgcentrum, 2,4 procent in de praktijkkamer van een kinesitherapeut gelegen in een georganiseerde medische dienst buiten een ziekenhuis, 2,2 procent in een revalidatiecentrum met overeenkomst en 1,1 procent in een tijdelijke of definitieve gemeenschappelijke woonof verblijfplaats van mindervaliden.
In februari 2020 had AXXON de intentie om samen met de Universiteit Antwerpen een bevraging op te zetten die peilde naar de interesse en het gebruik van mobiele toepassingen in de kinepraktijk, maar we werden door COVID-19 in snelheid gepakt. Elk nadeel heeft evenwel zijn voordeel: de universiteiten van Antwerpen, Leuven
er
Me da lt
t
sul
nsu
oco
ide
t
sul
con
eo
vid
t
lt
nsu
con
eo
vid
oco
ide
kv
ee
/w
ek
we
ek
we
n/
ten
ën
ati
nte
tië
n/
nte
lt
sul
con
eo
t
sul
lt
nsu
eco
tel
vid
kv
ee
/w
en
ek
nsu
con
ele
kt
ee
we
Ge
n/
ten
nte
ën
tië
pa
pa
ati
5p
15
10
n1
tot
ot
5p
tië
ten
praktijkkamer van een kinesitherapeut, gelegen buiten een ziekenhuis of een georganiseerde medische dienst
3752
82,4%
14,6%
2,9%
62,8%
27,2%
5,9%
2,2%
2,2%
praktijkkamer van een kinesitherapeut, gelegen in een ziekenhuis
311
93,6%
4,9%
1,5%
81,1%
12,5%
2,8%
1,8%
1,8%
praktijkkamer van een kinesitherapeut, gelegen in een georganiseerde medische dienst buiten een ziekenhuis
110
71,8%
23,6%
3,6%
39,1%
26,4%
15,5%
8,2%
8,2%
tijdelijke of definitieve gemeenschappelijke woon- of verblijfplaats van mindervaliden of voor rechthebbende die er verblijven
54
94,4%
5,6%
0,0%
75,9%
24,1%
0,0%
0,0%
0,0%
psychiatrisch verzorgingstehuis
4
75,0%
0,0%
25,0%
75,0%
25,0%
0,0%
0,0%
0,0%
revalidatiecentrum met een overeenkomst
93
79,6%
16,1%
4,3%
73,1%
20,4%
6,5%
0,0%
0,0%
tijdelijke of definitieve gemeenschappelijke woon- of verblijfplaats voor bejaarden
176
100,0%
0,0%
0,0%
96,6%
2,3%
0,6%
0,6%
0,6%
2
100,0%
0,0%
0,0%
50,0%
0,0%
50,0%
0,0%
0,0%
dagziekenhuis
Data aangeleverd en geanalyseerd door Eli Schaillé (Vrije Universiteit Brussel)
08
11
6t
ot
pa
eco
tel
en
nd
spo
en
l re
Ge
/w
ten
ën
ati
5p
n5
ot
da
1t
er
Me 1t nta
Aa
Setting
JUNI 2020
Uit de bovenstaande tabel blijkt duidelijk dat het beroepsveld nog niet klaar is of was voor tele- en videoconsult. Over alle praktijksettings heen heeft gemiddeld slechts 13,5 procent 1 tot 5 patiënten tweemaal per week telefonisch begeleid (83,8 procent liet deze mogelijkheid volledig links liggen, 2,7 procent belde meer dan 5 patiënten per week). Gemiddeld heeft 25 procent over alle praktijksettings heen 1 tot 5 patiënten tweemaal per week begeleid met video, naast het aanleveren van een oefenprogramma. 5,6 procent coachte 6 tot 10 patiënten per week en 2,2 procent deed zelfs consulten bij 15 patiënten tot meer per week. Ook hier heeft 65,3 procent geen gebruik gemaakt van het videoconsult. Wanneer we wat dieper inzoomen op de eerstelijnspraktijken heeft 82,4 procent geen gebruik gemaakt van het teleconsult (slechts 14,6 procent maakte bij 1 tot 5 patiënten gebruik van het teleconsult, 2,9 procent telefoneerde meer dan 5 patiënten tweemaal per week). Daarnaast maakte slechts 27,2 procent gebruik van een video om 1 tot 5 patiënten per week op afstand in de eerstelijnspraktijk te coachen en begeleiden (62,8 procent maakte geen gebruik van het videoconsult). 5,9 procent van de praktijken gaat 6 tot 10 patiënten tweemaal per week begeleiden en 2,2 procent gaat zelfs meer dan 15 patiënten tweemaal per week coachen en begeleiden.
Samenwerking tussen de academische wereld en AXXON In de eerste weken van de coronacrisis werkte AXXON samen met de academici in het bureau van de Federale Raad voor de Kinesitherapie (FRK) om een antwoord te formuleren op een vraag van de pas opgerichte wetenschappelijke vereniging Société Scientifique
Francophone de Kinésithérapie (SSFK): wat is de definitie van noodzakelijke en dringende kinesitherapeutische behandelingen in het kader van de coronapandemie? In zijn antwoord vermelde de Federale Raad dat er beroep moet worden gedaan op een diepgaand deontologisch en maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef t.a.v. de coronacrisis enerzijds, en een correcte professionele inschatting van de urgentie van de therapie anderzijds. Multi- en interdisciplinair overleg , o.m. tussen arts en kinesitherapeut en tussen kinesitherapeuten onderling kunnen er toe bijdragen om geschikte oplossingen te realiseren. In de tweede helft van april werd het bureau van de Federale Raad voor de Kinesitherapie gevraagd om tijdens het weekend, in minder dan 48 uur, een ontwerp van advies uit te schrijven voor een exitstrategie uit de lockdown-light bij COVID-19. Dankzij de volharding van de bureauleden en in het bijzonder van zijn voorzitter prof. Peter Van Roy werd tijdig dit advies afgeleverd. In de laatste week van april werd nog hard gewerkt aan een verfijning van het advies, zodat tegen 4 mei 2020 de federale overheid over een concreet document beschikte om de kinesitherapiepraktijken te adviseren. Zo kon op veilige manier doorgestart worden om, naast de noodzakelijke en dringende zorg, eveneens de nietdringende ambulante zorg op te nemen. In dit advies werd eveneens rekening gehouden met de opmerkingen en aanvullingen vanuit het Vlaams Patiëntenplatform. Verder is het te betreuren dat bij het opmaken van dit advies het bureau van de FRK op weinig goodwill en medewerking kon rekenen vanuit de administratie van de FOD Volksgezondheid. Tenslotte werd begin mei in samenwerking met de KU Leuven en het UZ Gasthuisberg een gesmaakte webinar georganiseerd voor meer dan 500 AXXON-leden over de post-COVID respiratoire revalidatie.
JUNI 2020
09
EXXPERT
NELE ADRIAENSSENS
Kanker in beweging. Kanker? In beweging! Elk jaar worden er in België zo’n 68.000 mensen gediagnosticeerd met kanker. Gelukkig nemen de overlevingskansen van kankerpatiënten de laatste decennia gestaag toe.1 Dat maakt dat de groep kankeroverlevers alsmaar groter wordt en een behoorlijke extra belasting legt op de gezondheidszorg, aangezien velen van hen kampen met de negatieve gevolgen van kanker en de behandeling ervan. Ondertussen zijn de oncologische behandelingen zelfs zodanig geëvolueerd dat het merendeel van de kankeroverlevers overlijdt ten gevolge van bijvoorbeeld cardiovasculaire complicaties van de kankerbehandeling, eerder dan van de kanker aan zich.2 Fysieke activiteit is dé ultieme multi-target behandeling hiervoor. Aangezien de pulmonaire functie vaak niet de limiterende factor is bij deze doelgroep, zet men voornamelijk in op verbetering van de cardiale, arteriële (endothele) en musculaire functies, die op hun beurt een invloed hebben op de levenskwaliteit en kankergerelateerde vermoeidheid. Cardiovasculaire complicaties en events vermijden is zeker een hoofdprioriteit.3 Daarom is het belangrijk om kankerpatiënten zo vroeg mogelijk in hun behandeltraject in beweging te krijgen. Ondanks de belangrijke rol van beweging in het oncologisch zorgpad, hebben we moeten wachten tot 1989 op de eerste belangrijke studie over ‘exercise in oncology’4 die dit aantoonde, maar ondertussen zijn er reeds talloze positieve effecten gekend van fysieke activiteit bij kankerpatiënten en -overlevers (figuur 1).
1921
Positief verband tussen fysieke activiteit en kanker
1. Preventie van kanker door middel van fysieke activiteit De onderliggende mechanismen van de beschermende directe effecten van fysieke activiteit op het ontwikkelen van kanker, zijn grondig onderbouwd (figuur 2). Zo werd er bijvoorbeeld aangetoond dat er een sterke correlatie bestaat tussen het gebrek aan fysieke activiteit en de ontwikkeling van borstkanker5, 6 en longkanker7. Gekende indirecte beschermende effecten van fysieke activiteit om kanker te voorkomen zijn het aanwakkeren van anti-oxidante verdedigingsmechanismen, reductie van lichaamsgewicht / adipositeit, veranderingen in de energie balans, vermindering in reproductieve hormoonniveaus, gewijzigd groeifactor milieu, verbeterde anti-tumor immuniteit en reductie van inflammatie.8
Figuur 1: opmars van het aantal wetenschappelijke publicaties over fysieke activiteit en kanker (search: (cancer OR oncolog*) AND (rehabilitation OR physical therapy OR physiotherapy OR physical activity OR exercise) op 25 april 2020, Bron: PubMed.gov)
10
JUNI 2020
2020
NORMAL
genetic/epigenetic alterations
Anti-promotion/progression strategies • scavenge reactive oxygen species • decrease inflammation • suppress profileration/enhance apoptosis • enhance immunity • discourage angiogenesis
INITIATED increased cell proliferation Anti-initiation strategies • alter carcinogen metabolism • enhance carcinogen detoxification • scavenge electrophiles/ reactive oxygen species • enhance DNA repair
PRENEOPLASTIC additional genetic/epigenetic alterations
NEOPLASTIC
Figuur 2: Directe beschermende effecten van fysieke activiteit om kanker te voorkomen.8
Zo werd ook aangetoond dat patiënten met een betere fysieke conditie, minder complicaties van de behandeling ondervinden, een beter herstel van de behandeling kennen en langer leven. Er werd geconcludeerd dat fysieke activiteit een onafhankelijke predictor voor overleving is.9-12
2. Positieve effecten van fysieke activiteit bij kankerpatiënten en -overlevers In 2013 concludeerden Jones en Alfano uit 82 gerandomiseerde klinische studies dat er nog onvoldoende sterke evidentie was voor de effectiviteit van oncologische revalidatie (op basis van teveel zwakke uitkomstmaten). Daarnaast was er een gebrek aan consensus in methodologie en interventie bij de studies, geïncludeerd in hun review. De meeste studies werden ook uitgevoerd binnen de borstkankerpopulatie en slechts weinig onderzoek gebeurde bij andere kankerpopulaties.13
Echter, in 2016 waren er al meer dan 120 studies aangaande de positieve effecten van fysieke activiteit bij kankerpatiënten na de diagnose. Daarenboven publiceerde Dennett et al. (2016) dat matige aerobe fysieke activiteit bij kankeroverlevers veilig is, vermoeidheid doet afnemen en uithouding (submaximale fysieke conditie) verbetert. Oefentherapie verbetert ook kankergerelateerde levenskwaliteit en kracht in de onderste ledematen.14,15 Voor de borstkankerpopulatie specifiek, zowel tijdens als na de kankerbehandeling, werd aangetoond dat fysieke activiteit een positieve invloed heeft op zowel fysische (fysieke fitheid, vermoeidheid en cognitieve functie)16-19 als psychosociale factoren zoals levenskwaliteit en zelfzorg.17-19 Daarnaast verschenen ondertussen meer en meer studies die ook het positieve effect op de outcome van de behandeling (herval, (all-cause kankergerelateerde) mortaliteit,
kanker events) aantonen.20-24 Gelijkaardige positieve resultaten werden gevonden voor de long- en colorectale kankerpopulatie.25, 26 Ondertussen staat het als een paal boven water dat een bewegingsprogramma tijdens en na een behandeling voor kanker gunstige effecten heeft op de mortaliteit bij ten minste borst-, darm- en prostaatkanker27,28 en op volgende bio-psychosociale parameters29:
• fysiek functioneren • kankergerelateerde vermoeidheid • lymfoedeem • botmassa • levenskwaliteit • slaapkwaliteit • angst en depressie JUNI 2020
11
EXXPERT
Fysieke activiteit in het zorgpad van kankerpatiënten Desondanks maakt fysieke activiteit nog steeds geen deel uit van de standaard kankerbehandeling en/of het zorgpad van kankerpatiënten in België. Er is ook geen terugbetaling (specifieke nomenclatuur) voorzien voor kinesitherapeutische interventies tijdens en/of na de kankerbehandeling. Het is dan ook niet verrassend dat meer dan de helft van de oncologische patiënten en overlevers onvoldoende beweegt, hoewel 80% wel geïnteresseerd is in beweegadvies.30 In opdracht van het Verzekeringscomité van de Dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV werd er in januari 2014 een nationale multicentrische studie (N=15) ‘Levenskwaliteitverbetering en re-integratie van adjuvant behandelde vrouwen met borstkanker door middel van fysieke training en levensstijlbegeleiding’ opgestart. Eén van de doelen was de socio-economische impact van dergelijke revalidatieprogramma’s te onderzoeken. Slechts enkele maanden na aanvang van de ambtstermijn van minister De Block werd de studie echter vroegtijdig stopgezet. Tot op heden werden er nog geen resultaten bekend gemaakt. Ondertussen, 5 jaar later, start Artevelde Hogeschool met het project ‘Moving Cancer Care’, in samenwerking met Stichting tegen Kanker, om good practices in kaart te brengen en hiermee te lobbyen bij de overheden voor meer structurele financiering. Er werden ook andere initiatieven genomen die het belang van de rol van fysieke activiteit - en dus ook de kinesitherapeuten binnen de zorg voor kankerpatiënten onderstreept, zoals de opleiding Kinecoach® Oncologie, de ABCIG Oncologische Kinesitherapie en de Werkgroep Oncologische Revalidatie in Vlaanderen en Brussel,
12
JUNI 2020
bestaande uit interprofessionele clinici van een tiental instellingen die het aanbod in het zorglandschap willen stroomlijnen en de kwaliteit verbeteren. Daarnaast kiest Gezond Sporten Vlaanderen dit jaar ook voor het thema ‘Sport en Kanker’ en zullen zij dankzij hun interprofessioneel congres (uitgesteld naar 20 maart 2021) en brochures, meehelpen om fysieke activiteit bij kanker in de picture te zetten. Ook de industrie is vragende partij om samen met de experten initiatieven te ontwikkelen die de patiënten en overlevers aanzetten tot meer beweging, een positieve evolutie. Momenteel blijft het doorverwijsen voorschrijfgedrag in België (en daarbuiten)30 echter ondermaats. Dit kan te maken hebben met onwetendheid over de positieve effecten van fysieke activiteit bij deze populatie, over de bestaande programma’s en indicaties en/ of onzekerheid over de veiligheid ervan. Nochtans verscheen in 2006 reeds de eerste bevestigende studie dat fysieke activiteit tijdens en na een kankerbehandeling veilig en uitvoerbaar is, waarna er nog vele volgden in verschillende kankerpopulaties.31-35 Recent riep het American College of Sports Medicine (ACSM) dan ook op om het initiatief ‘Exercise is Medicine’ uit 2007 te laten heropbloeien om onderzoek, advies en verwijzing voor lichaamsbeweging standaard op te nemen in de preventie en behandeling van chronische aandoeningen zoals kanker.30 Het beweegaanbod voor kankerpatiënten en -overlevers buiten de ziekenhuissetting is ook beperkt in België. Het ontbreekt vooral aan gekwalificeerde professionals (specialisten, kinesitherapeuten en het reguliere sportaanbod) die interprofessioneel en gestructureerd samenwerken in een regionaal netwerk. Er moet een vlotte doorstroom gerealiseerd worden voor overlevers die geen
therapeutische doelstelling meer hebben of de doelstelling kunnen realiseren in een niet-medische context. Binnen de ziekenhuissetting is er de laatste jaren veel in beweging gekomen, onder andere naar aanleiding van de call van Stichting tegen Kanker in 2018 om hun initiatief REKANTO (Nederlandstalig)/ RAVIVA (Franstalig) verder te zetten. Algemeen is er een stijgende instroom van patiënten in de oncologische revalidatieprogramma’s na de behandeling en er zijn enkele mooie sportieve uitdagingen die daarop volgen, zoals bijvoorbeeld het TriaGO!-project van het UZ Antwerpen (deelname aan de Zwintriatlon) voor kankeroverlevers.36 Beweging voor en tijdens de behandeling daarentegen is eerder onontgonnen terrein in de klinische praktijk. Vandaag is enkel een programma voor blaaskankerpatiënten tijdens de behandeling in het UZ Gent (in studieverband) breed bekend. Prehabilitatie is nochtans wereldwijd in opmars bij de behandeling van verschillende pathologieën en zoals hogerop reeds aangehaald, werd aangetoond dat patiënten met een betere fysieke conditie bij aanvang van de therapie, minder complicaties ondervinden, een beter herstel kennen en langer leven.9-12 We kunnen dus verschillende fasen onderscheiden voor fysieke activiteit bij kankerpatiënten en -overlevers, namelijk 1) de prehabilitatie, 2) bewegen tijdens de behandeling, 3) oncologische revalidatie na het actief behandeltraject en 4) het verder ‘optrainen’ van kankeroverlevers. Al deze fasen hebben verschillende doelstellingen en vertrekken vanuit een andere psychosociale beleving van de patiënt en overlever. De praktische invulling van de fysieke activiteit in deze fasen zal dus ook anders zijn.
Daarnaast kunnen patiënten met dezelfde vorm van kanker uiteenlopende klachten vertonen en zich in een andere status van fysieke en mentale fitheid bevinden. Beweegprogramma’s moeten dan ook op maat van elke patiënt gemaakt worden. Toch wordt er geprobeerd om klinische richtlijnen op te stellen om inactiviteit bij (ex-) kankerpatiënten te vermijden.
Daarnaast is er de richtlijn ‘Behandelprogramma medisch specialistische revalidatie bij oncologie’ van het integraal kankercentrum Nederland (2018). Een omvattend document dat net geen 170 pagina’s telt, waarin volgende fasen praktisch uitgewerkt worden:
Klinische richtlijnen
• revalidatie na kankerbehandeling;
In 2003 verscheen de eerste richtlijn voor fysieke activiteit binnen de kankerpopulatie, namelijk 9 à 14,5 MET-uren per week of ≥ 150 minuten matig intensieve fysieke activiteit per week.37
• revalidatie tijdens palliatieve behandeling.
Algemeen
Recent werden de aanbevelingen van het ACSM uit 2010 aangevuld met nieuwe evidentie uit de recente wetenschappelijke literatuur (Tabel 1).29 Hieruit blijkt dat volgende combinatie optimaal is voor (ex-) kankerpatiënten om hun gezondheid en levenskwaliteit te bevorderen: drie keer per week een half uur matigintensieve aërobe training in combinatie met twee keer per week spierversterkende oefeningen gedurende acht tot twaalf weken. De relatie tussen de dosis fysieke activiteit per week is recht evenredig (tot op zekere hoogte) met de daling in kankermortaliteit.38
Er worden verschillende modules behandeld zoals oppuntstelling, evaluatie, informatie geven, fysieke training, psychosociale begeleiding, voeding en diëet, coaching en energieverdeling en arbeidsre-integratie.
Inhoud Er zijn 4 belangrijke pijlers (figuur 3) waarin het revalidatieprogramma moet voorzien39:
• het programma moet geïndividualiseerd zijn, afgestemd op de baseline conditie van de patiënt;
• er moet een progressieve opbouw zijn van het programma; • voldoende aandacht voor recuperatie om fysiologische aanpassingsprocessen te laten plaatsgrijpen;
CARDIOVASCULAIR
SPIERVERSTERKEND
frequentie minimum
3x/week
2x/week
intensiteit
matig (60-80% van HRmax)
8-15 herhalingen/reeks, 2 reeksen (60% van 1RM)
sessie duur minimum
30 minuten
1 à 2 minuten rust tussen de reeksen van dezelfde herhalingen
recuperatietijd tussen sessies
24-48 uren
48-72 uren
• specifieke trainingsdoelen moeten opgesteld worden met de correcte behandelmiddelen.
IND
IVI
DU
AL
IZA TIO
N
> Tabel 1: optimaal trainingsschema voor (ex-)kankerpatiënten29 (HRmax= heart rate maximum; RM = repetition maximum)
IVE SS RE AD OG LO PR VER O
Prescription is individualized to the patient based on baseline cardiorespiratory fitness and/or muscular strength status
• revalidatie tijdens in opzet curatieve behandeling;
Exercise sessions are progressively increased in intensity and duration hence training stress is increased across the intervention
Y
CIT
RE
IFI
EC
SP
Prescription is specifically designed to induce improvements in the primary outcome
CO VE RY
EXERCISE PRESCRIPTION Appropriate rest & recovery sessions/ days are incorporated between training sessions to optimize physiological adaptation
Figuur 3: 4 belangrijke pijlers waaraan een fysiek revalidatieprogramma voor kankerpatiënten moet voldoen.39
JUNI 2020
13
EXXPERT
Met betrekking tot de progressieve opbouw van het programma, is men geëvolueerd van basistrainingsprincipes (figuur 4) naar ‘graded activity’ (figuur 5). Met ‘graded activity’ beoogt men met de trainingsprincipes om zich optimaal te kunnen aanpassen aan de trainingsstimulus. De intensiteit is afgestemd op een voorafgaandelijke cardiopulmonaire testing (inspanningsproef) en opgebouwd om tot een specifiek eindpunt te komen. Er is een afwisseling tussen lage (lichtrode bars), matige (rode bars) en hoge intensiteit (donkere bars) om verschillende fysiologische systemen binnen de cardiopulmonaire respons aan te spreken. De intensiteit van de sessie is omgekeerd evenredig met de duur van de sessie.39 Daarnaast werd aangetoond dat patiënten de meeste vooruitgang boeken als ze het programma volgen onder supervisie van een professional met specifieke expertise binnen het domein en dat een uitgebreide medische keuring voorafgaand niet voor alle patiënten noodzakelijk is.29
Specifiek De meest voorkomende complicaties van de behandeling waarvoor patiënten doorverwezen worden naar de revalidatie zijn vermoeidheid, kortademigheid en spierzwakte, maar ook pijn, lymfoedemen en gewichtstoename/-afname ten gevolge van de kanker en de therapie. Dit kunnen in de eerste fasen (voor en tijdens de behandeling) belangrijke hinderpalen zijn voor het opstarten van fysieke activiteit, maar in de revalidatiefase zijn dit net aanknopingspunten waarop de behandeldoelen moeten afgestemd worden. Enkele voorbeelden:
• voor patiënten met polyneuropathie ten gevolge van de chemotherapie kunnen evenwichtsoefeningen toegevoegd worden aan het behandelplan;
• er moet extra aandacht besteed worden aan stretching bij gewrichtsstijfheid ten gevolge van antihormoon therapie;
Time (mins): 20-30 30-35 35-40 35-45
~45
Precent of Age-Predicted Maximum Workload
100 80 60 40 20 0 Wk 1
Wk 2
Wk 3
Wk 4
Wk 5
Wk 6
Wk 7
Wk 8
Wk 9
Wk 10
Wk 11
Wk 12
Wk 7
Wk 8
Wk 9
Wk 10
Wk 11
Wk 12
Figuur 4: basisprincipes opbouw trainingsschema39
Precent of Workload
100 80 60 40 20 0 Wk 1
Wk 2
Wk 3
Figuur 5: graded activity principe39
14
JUNI 2020
Wk 4
Wk 5
Wk 6
• voor patiënten met sarcopenie zijn
spierversterkende (onderhoudende, maar ook opbouwende) oefeningen cruciaal zo vroeg mogelijk in het traject. Spiervolume en -kwaliteit zijn namelijk medebepalend voor de dosis limiterende toxiciteit tijdens chemotherapie. Minder toxiciteiten tijdens de chemotherapie, betekent minder onderbreking of uitstel van de behandeling, met grotere overlevingskansen tot gevolg.40
Naast verbetering in fysiologische parameters, draagt een beweegprogramma (en voornamelijk in groep) ook bij aan het behoud en de opbouw van psychosociale (her) integratie: sociale contacten, contact met lotgenoten en het brengen van structuur. De mentale fitheid van de
Prof. Dr. Nele Adriaenssens is deeltijds docent aan de Vrije Universiteit Brussel en deeltijds coördinator van de oncologische revalidatie binnen het UZ Brussel. Daarnaast is ze vice-voorzitter van de Belgische Vereniging voor Lymfologie en voorzitter van de ABCIG Oncologische Kinesitherapie. Op internationaal vlak is ze Belgisch vertegenwoordiger binnen de WCPT-subgroep IPT-HOPE (International Physical Therapists for HIV/AIDS, Oncology, Hospice and Palliative Care).
• specifieke oefeningen zijn aangewezen
voor patiënten met (een verhoogd risico op) kankergerelateerd lymfoedeem. Oefentherapie heeft een preventief effect op de ontwikkeling van borstkanker gerelateerd lymfoedeem41 en kan de status van het oedeem zelfs verbeteren.42-44 Er is geen hard bewijs dat tijdens deze training het dragen van een compressiemouw de effectiviteit kan verhogen, hoewel het door veel auteurs wordt aangeraden.29
Referenties 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22
Belgian Cancer Registry Patnaik et al., Breast Cancer Res., 2011 Master class dr. L. Jones, Memorial Sloan Kettering Cancer Center, NY, USA Winningham et al., Oncol Nurs Forum, 1989 Lahart et al., Acta Oncologica, 2015 Pizot et al., European Journal of Cancer, 2016 Darren et al., Lung Cancer, 2016 Rogers et al., Sports Med, 2008 Koelwyn J Clin Oncol, 2012 West et al., Br J Anaesth, 2014 Loewen et al., J Thor Oncol, 2007 Jones et al., Cancer, 2010 Jones and Alfano, Acta Oncologica, 2013 Dennett et al., J Physiotherapy, 2016 Bourke et al., European Urology, 2016 Segal et al., J Clin Oncol, 2001 Jones et al., Cancer Prev Res, 2013 Furmaniak et al., Cochrane Review, 2016 Courneya et al., J Clin Oncol, 2003 Holmes et al., JAMA, 2005 Ibrahim et al., Med Oncol, 2011 Lahart et al., Acta Oncol, 2015
patiënt speelt een belangrijke rol in elke fase. Kinesitherapeutische inventies die gericht zijn op motivatie en gedragsverandering bij de patiënt en overlever maken dan ook integraal deel uit van het programma in elke fase.
23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44
Jones et al., Cancer Res, 2016 Courneya et al., Med Sci Sports Exerc, 2014 Jones et al., Cancer, 2008 Rodriguez et al., Am J Prev Med, 2015 McTiernan et al., Med Sci Sports Exerc, 2019 Patel et al., Med Sci Sports Exerc, 2019 Campbell et al., Med Sci Sports Exerc, 2019 Schmitz et al., CA: A Cancer Journal for Clinicians, 2019 McNeeley et al., CMAJ, 2006 Courneya et al., JCO, 2007 Speck et al., J Cancer Surviv, 2010 Courneya et al., JNCI, 2013 Van Waart et al., JCO, 2015 Frankinouille et al., JRM-CC, 2020 Brown et al., CA Cancer J Clin, 2003 Li T et al., Br J Sports Med, 2016 Sasso et al., JCSM, 2014 Bland et al., Crit Rev Oncol Hematol, 2019 Schmitz et al, JAMA, 2010 Baumann et al., Breast Care, 2018 Nelson, J Strength Cond Res, 2016 Wanchai and Armer, Int J of Nurs Sciences, 2019
JUNI 2020
15
EXXPERT
TRUDY BEKKERING1 MARTINE GOOSSENS1 SIMONS EMMANUEL1,2
Het effect van lichamelijke training na resectie van de long na longkanker Wat is het effect van lichamelijke training bij mensen binnen 12 maanden na een resectie van de long (met of zonder chemotherapie) voor niet-kleincellige longkanker? En zijn er risico’s? Context Resectie van longen voor nietkleincellige longkanker vermindert het uithoudingsvermogen en levenskwaliteit van patiënten. We weten dat lichamelijke training deze uitkomsten bij patiënten met chronische longaandoeningen of met borst- of prostaatkanker kan verbeteren. In een eerdere versie van deze review konden we aantonen dat lichamelijke training fitheid (wandelafstand op de 6 minuten wandeltest) bij mensen na longresectie voor niet-kleincellige longkanker verbetert. Vanwege een beperkt aantal studies was het effect op levenskwaliteit en andere uitkomsten nog onzeker.
Selectiecriteria voor studies De Cochrane review includeerde RCTs die patiënten met een resectie van de long door nietkleincellige longkanker toewezen
16
JUNI 2020
aan lichamelijk training of geen training. De training omvatte aerobe training, weerstandstraining of een combinatie van beide. De belangrijkste uitkomstmaten waren het uithoudingsvermogen en neveneffecten. Daarnaast bekeek de review ook gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit, spierkracht van perifere en ademhalingsspieren, benauwdheid, vermoeidheid, gevoelens van angst en depressie, longfunctie en mortaliteit. De datum van de laatste zoekactie was februari 2019.
Samenvatting resultaten De review bevat acht studies met in totaal 450 deelnemers (40% vrouwelijk), gemiddelde leeftijd was tussen de 63 en 71 jaar. De duur van de training was minimaal 4 en maximaal 20 weken met een frequentie van 2 tot 5 maal per week.
Lichamelijke training heeft een positief effect op het uithoudingsvermogen. Deelnemers aan lichamelijk training wandelden gemiddeld 57 meter meer tijdens de 6 minuten wandeltest (95%CI 34 meter tot 88 meter meer) vergeleken met de deelnemers in de controlegroep (5 studies, 182 deelnemers, bewijs van hoge zekerheid). De VO2max tijdens een fietstest verbeterde gemiddeld met 2.97 mL/kg/min (95%CI 1.93 meer tot 4.02 meer; 4 RCTs, 135 deelnemers, bewijs van matige zekerheid). Vier studies (202 deelnemers) evalueerden neveneffecten; 1 heupfractuur vond plaats in de trainingsgroep tijdens een balanstraining, tegenover geen in de controlegroep (bewijs van matige zekerheid). Het effect op andere uitkomstmaten was als volgt: een toename van de spierkracht van perifere spieren (bewijs
van matige zekerheid) en een hogere levenskwaliteit op het gebied van het lichamelijk functioneren (bewijs van lage zekerheid). Men vond geen duidelijk verschil op de mentale component van levenskwaliteit (bewijs van lage zekerheid). Er was zeer lage zekerheid dat mensen in de trainingsgroep minder benauwdheid waren. Men vond geen duidelijk verschil op handknijpkracht, vermoeidheid, longfunctie, kracht van de ademhalingsspieren en gevoelens van angst en depressie.
Conclusie Lichamelijke training verbetert de wandelafstand en waarschijnlijk ook de zuurstofopname tijdens een fietstest van patiĂŤnten die een longresectie hebben gehad vanwege niet-kleincellige longkanker. Er werd 1 neveneffect, een heupfractuur, gerapporteerd door deze training. Lichamelijk training verbetert waarschijnlijk de spierkracht van perifere spieren en kan de lichamelijke levenskwaliteit verbeteren. De effecten op de andere uitkomstmaten waren minder duidelijk en/of van zeer lage zekerheid.
Referentie Cavalheri V, Burtin C, Formico VR, Nonoyama ML, Jenkins S, Spruit MA, Hill K. Exercise training undertaken by people within 12 months of lung resection for non-small cell lung cancer. Cochrane Database of Systematic Reviews 2019, Issue 6. Art. No.: CD009955. DOI: 10.1002/14651858.CD009955.pub3. Raadpleeg de volledige tekst van deze Cochrane review via de Cebam Digital Library for Health (www.cebam.be/nl/cdlh)
Implicaties voor de praktijk Lichamelijke training is nuttig voor patiĂŤnten met een resectie van de long vanwege kanker.
JUNI 2020
17
EXXPERT
SBB ACCOUNTANTS & ADVISEURS
Ook als vrije beroeper kun je de bescherming van de handelshuurwet inroepen Een strikte lezing van de handelshuurwet leert dat de bescherming van de handshuurwet maar van toepassing zou zijn voor de huurder die het gehuurde onroerend goed in hoofdzaak gebruikt voor het uitoefenen van een kleinhandel of voor het bedrijf van een ambachtsman. Voorwaarde hierbij is dat men in rechtstreeks contact staat met het publiek. Deze definitie van het toepassingsgebied werd echter verder verfijnd in de rechtspraak. Zij stelt dat de Handelshuurwet eveneens van toepassing kan zijn wanneer de huurder een activiteit uitoefent die bestaat uit het leveren van diensten ĂŠn de huurder in hoofdzaak zijn diensten in het klein verstrekt aan het publiek in het gehuurde pand. De vraag of de huurder diensten verstrekt aan het publiek moet beoordeeld worden aan de hand van een economisch analyse van zijn activiteit, het belang
18
JUNI 2020
van het contact met het publiek in het gehuurde goed en dus de ligging van de handelszaak. Dit is een feitelijke beoordeling en moet geval per geval bekeken worden. Ook jij als vrije beroeper zou hierdoor de bescherming van de handelshuurwet kunnen inroepen indien je aan bovenstaande voorwaarden voldoet. Maar wat houdt een handelshuur nu precies in?
De handelshuur is van dwingend recht Als de relatie tussen huurder en verhuurder onder het toepassingsgebied van de handelshuurwet valt, is de wet automatisch van toepassing. Zelfs indien de verhuurder of de huurder een andere naam geven aan de huur (bv. gemene huur) zal de rechtbank toch alle geschillen oplossen conform de dwingende bepalingen van de handelshuurwet.
Dit wil echter niet zeggen dat er geen contractsvrijheid meer is. Handelshuurovereenkomsten bestaan in alle maten en gewichten. De handelshuurwet bepaalt slechts een beperkt aantal aspecten (waarvan niet afgeweken kan worden) zodat ook een groot aantal afspraken door partijen zelf kunnen worden overeengekomen onder meer inzake:
• de huurprijs en de al dan niet indexering van de huurprijs • huurwaarborg • belastingen, nutsvoorzieningen, lasten onroerende voorheffing • onderhoud & herstellingen • het lot van uitgevoerde werken
De dwingende bepalingen van de handelshuurwet De dwingende bepalingen van de handelshuur hebben betrekking op de duur, de mogelijkheden tot opzeg, de werken die je kunt uitvoeren in het pand, de mogelijkheid tot overdracht van huur of onderhuur, de regels bij verkoop van het pand en de huurhernieuwing. Hierover kun je dus niet vrij onderhandelen en ben je gebonden door de bepalingen van de wet.
Belang van een goede handelshuurovereenkomst Zowel huurder als verhuurder hebben alle belang bij een goede handelshuurovereenkomst. Het geeft zekerheid en vermijdt discussies achteraf. Onderteken niet zomaar een handelshuurovereenkomst maar stem dit af met een juridisch adviseur. SBB kan je hierin bijstaan.
• … JUNI 2020
19
AXXON-leden genieten van een voordeeltarief bij LUKOIL! LUKOIL biedt een minimale korting van € 0,15/L (incl. btw) t.o.v. de officiële maximum dagprijs. Indien de lokale pompkortingen nog hoger liggen, dan wordt de voordeligste van de 2 prijzen aangerekend. In tankstations van partners Octa+ , Maes , Gabriels en Power genieten ook alle leden in bezit van een LUKOIL-kaart van een vaste korting van € 0,11/L (incl. btw). Dit exclusieve voordeel is alleen geldig zolang u lid bent bij AXXON en zolang de overeenkomst tussen AXXON en LUKOIL loopt.
PRAKTISCH
Tweemaal per maand wordt er gefactureerd. Na ongeveer 7 werkdagen wordt de betaling geïnd via domiciliëring.
INTERESSE?
Surft naar de AXXON-website en ga naar de rubriek “Leden > Mijn voordelen”. Vul het formulier “Aanvraag tankkaart LUKOIL” in en stuur het per e-mail naar karine.lacroix@axxon.be.