Skip to main content

Axxon Exclusief maart 2021 NL

Page 1

MAART 2021

Beroepsvereniging voor kinesitherapeuten

Exclusief

SPECIAL

Voeding en kinesitherapie 2 Het ledenmagazine voor en door kinesitherapeuten


INHOUD

EXXTRA

EXXTRA

02

Vakliteratuur

AXXON IN ACTIE

04

6 krachtlijnen in het meerjarenplan voor de kinesitherapie

VAKLITERATUUR Functionele anatomie van de beweging Dankzij de duidelijke schema’s, mooie illustraties en overzichtelijke tabellen is het boek Functionele anatomie van de beweging een ideale hulp bij de studie van de anatomie van het bewegingsstelsel.

EXXPERT

06

Samenwerking tussen kinesitherapeuten en dietisten: de sleutel tot de behandeling van de sarcopeniepatient?

Het boek geeft namelijk een up-todate beschrijving van de functionele anatomie van de beweging:

13 16

Directe en indirecte invloeden van COVID op sarcopenie

spier: de aanhechtingsplaatsen, het verloop, de innervatie en de functie;

18

Sociale bijdragen: zelf storten of je vennootschap laten betalen?

Verminderen van inname van verzadigde vetten en hart en vaataandoeningen

AXXON EXCLUSIEF PUBLICATIE VAN AXXON VZW MAART

2021 DRIEMAANDELIJKSE UITGAVE – JAARGANG 12 – NR. 49 – IMPERIASTRAAT 16 – 1930 ZAVENTEM AFGIFTEKANTOOR: BRUSSEL X ERKENNINGSNUMMER: P910666 – VERANTWOORDELIJKE UITGEVER: PETER BRUYNOOGHE – IMPERIASTRAAT 16 – 1930 ZAVENTEM REDACTIE & COPYWRITING: SÉBASTIEN KOSZULAP & SOPHIE JANS – REDACTIE@AXXON.BE VERTALING: EMILY VAN COOLPUT – ERIK VERTRIEST CONCEPT EN VORMGEVING: C3CREATIES DRUKWERK: SYMETA CORRESPONDENTIEADRES AXXON: IMPERIASTRAAT 16 – 1930 ZAVENTEM – TEL: 02 709 70 80 –

FAX: 02 749 96 89 –

WWW.AXXON.BE

REKENINGNUMMER VOOR LIDMAATSCHAP: BE18 3631 0868 1365

U ontvangt dit tijdschrift op de naam en het adres die zijn opgenomen in ons adressenbestand. In uitvoering van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke leefsfeer hebt u inzage- en correctierecht. De artikels/publiciteit verschijnen onder verantwoordelijkheid van de auteurs/ firma’s. AXXON houdt zich het recht voor om ingestuurde teksten en/of publiciteit die het beroep kunnen schaden te weigeren. © Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

02

MAART 2021

• overzichtelijke tabellen met per

Als student heb je nood aan een duidelijk overzicht van alle spieren, geïllustreerd met figuren. Maar ook als zorgverlener (arts, kinesitherapeut, ergotherapeut, bewegingswetenschapper, …) is een goede basiskennis van de functionele anatomie van essentieel belang.

10% KORTING ALS AXXON-LID

• geïllustreerd met figuren en doorsneden;

• beschrijvingen van de

anatomische structuren in de nomina anatomica;

• omschrijvingen van het belang van elke spier of spiergroep tijdens activiteiten in het dagelijkse leven (ADL);

• de link naar de klinische praktijk.

Uitgeverij: Acco - 2020 Pagina’s: 248 ISBN: 9789463799980

ONLINE BESTELLEN OP WWW.ACCO.BE MET ACTIECODE: AXXON10GZ1501 DEZE KORTING IS GELDIG TOT EN MET 31 JULI 2021. EXCLUSIEF VERZENDKOSTEN (€ 2,45 PER BESTELLING).


DIRK VERLEYEN VOORZITTER AXXON, KWALITEIT IN KINESITHERAPIE

VOORWOORD

2021,

het begin van een nieuwe lente in de kinesitherapie?

2020 stond vooral in het teken van de coronapandemie. Al in februari 2020 wordt voor de eerste maal in België het SARS-CoV-2 virus vastgesteld. In maart roept de WHO deze besmettelijke ziekte uit tot een pandemie en onze regering vaardigt de eerste lockdownmaatregelen uit. Niet-essentiële winkels gaan dicht; sport, cultuur- en andere evenementen worden afgelast en uitgesteld. In de zorg zijn enkel de (levens)noodzakelijke interventies nog toegelaten. Pas op 4 mei en met maximale veiligheidsmaatregelen en beschermingsmiddelen konden we stilaan de kinesitherapeutische zorg hervatten. En zo dacht de kinesitherapie zich ietwat te herstellen. Maar al snel bleek dat de modale burger bang bleef. Het vertrouwen was geschaad en velen blijven tot op vandaag met golven hun zorg uitstellen, en dit ondanks promotiecampagnes van patiëntenverenigingen, beroepsorganisaties en overheden. In het recente monitoringrapport van het RIZIV lezen we dat in 2020 in de ambulante kinesitherapie er 18,2 procent minder uitgaven zijn. Voor de orthopedie is dat bijna 18 procent. Kinekringen schakelden over naar digitale platformen maar het gemis aan fysieke contacten

tijdens deze wetenschappelijke bijeenkomsten blijft. Ook in 2021 zullen de kringactiviteiten deels gehypothekeerd blijven door deze pandemie.

De pas opgerichte eerstelijnszones verzeilden mee in de COVID-ellende van afgelopen jaar. In de eerste golf hebben ze ons ondersteund met beschermingsmateriaal. Kinesitherapeuten en kinekringen werkten overal in het land mee aan het opzetten van test- en triagecentra. In een latere fase werden we betrokken bij het opbouwen en bemannen van de vaccinatiecentra. De vaccinatie van onze kinesitherapeuten en de burger is nu echt ongoing. Het herwinnen van de vrijheid komt hopelijk hierdoor stilaan

in zicht. Ondertussen bewaken we met maximale veiligheids- en beschermingsmiddelen. De volgende jaren volgt de echte uitdaging: geïntegreerde zorg en multidisciplinaire praktijken op de maat van buurtzorgnetwerken komen tot ontplooiing. Andere zorgvormen met een vermenging van professionele zorg, hybride betaalde zorg, mantelzorg en vrijwilligerswerk en met een Vlaanderen dat stilaan opschuift naar een noordelijk gezondheidszorgmodel. De plaats die de kinesitherapie daarin zal verwerven hangt af van ieder van u, een sterke kine-community, maar ook van de mindshift bij het beleid. Een kinesitherapie die evolueert van een dienst jegens de bevolking naar een structureel verworven plaats binnen het gezondheidszorgbeleid. Er is nood aan investering in onze sector ondersteund door innovatie en kwalitatieve, doelmatige zorg op basis van wetenschappelijke evidenties. Kinesitherapie is meer dan ooit een essentiële zorgschakel. Meer perspectief op groei en toegankelijkheid, gebeiteld in een structureel meerjarenplan, moet een nieuwe lente inluiden voor onze sector.

MAART 2021

03


AXXON IN ACTIE

PETER BRUYNOOGHE

6 krachtlijnen in het meerjarenplan voor de kinesitherapie

2021 moet voor de kinesitherapie het jaar van de doorbraak worden. Tijdens de maand december in het moeilijke coronajaar 2020 werd met het RIZIV en de beleidscel van het kabinet-Vandenbroucke hard onderhandeld om tot een nieuwe overeenkomst te komen, nadat AXXON de M20 had opgezegd. Tijdens de onderhandelingen over de M21 werd er ook gehamerd op een langetermijnplan voor de kinesitherapie. Het was er AXXON niet uitsluitend om te doen bijkomend budget voor 2021 los te weken. Het ging er ook om de overheid met de neus op de feiten te drukken, door nogmaals te wijzen op de talrijke problemen waar onze sector al jaren mee kampt. Reeds in 2017 werd een taskforce opgezet binnen het Verzekeringscomité van het RIZIV om de gesignaleerde knelpunten aan te pakken, maar op een aantal domeinen blijven concrete resultaten nog steeds uit, dus ondernam AXXON opnieuw actie. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een veelzeggend voorwoord waar de overheid, bij monde van het Verzekeringscomité, een aantal engagementen zal nemen met perspectieven voor de toekomst van de kinesitherapie. Zo moet tegen 30 juni 2021 een meerjarenplan voor de kinesitherapiesector ter bespreking aan het Verzekeringscomité worden voorgelegd. Voor AXXON bestaat dit meerjarenplan uit 6 belangrijke krachtlijnen, die men de komende maanden in 6 werkgroepen zal uitwerken.

04

MAART 2021


1. Gezien de vergrijzing van de bevolking zich de

komende jaren verder zet, zal de kinesitherapie in de geriatrie ongetwijfeld nog belangrijker worden. Hoe kunnen we de kinesitherapie in de geriatrie als het ware sexyer maken, zowel in de eerste lijn, de woonzorgcentra en de ziekenhuizen? Het functieprofiel, de competenties en de loonbarema’s komen hier zeker aan bod. Ook moet een oplossing gevonden worden voor de honoraria in de ROB’s t.o.v. de forfaitaire financiering van de RVT’s.

2. Het 2de luik sociale voordelen RIZIV moet dringend

worden uitgerold. Heel wat collega’s werkzaam in ziekenhuizen verrichten naast verstrekkingen in de M-nomenclatuur ook heel wat behandelingen onder de K-nomenclatuur. Zo komen ze niet aan de vereiste minimumdrempel van M-waarden en lopen ze hun sociale RIZIV-voordelen mis. Samen met de partners van AXXON, Amonis en Curalia, kan hiervoor een oplossing gevonden worden.

3. Er moet een meerjarig financieel en budgettair

kader komen voor de kinesitherapie. Wat is een kostendekkend ereloon – en dit in de verschillende settings, rekening houdend met verschillende parameters (nieuwe digitale technieken, bijzondere bekwaamheden, de uitgebreide competenties van de kinesitherapeut, … ) – en is het toekomstgericht? Een externe partner kan AXXON in dit kostprijsonderzoek begeleiden. Daarnaast moet het ereloon gealigneerd worden op dat van vergelijkbare gezondheidszorgberoepen. Ook hebben we nood aan een correcte methodologie voor het berekenen van eventuele efficiëntiewinsten binnen het kinesitherapiebudget. En durven we het debat aangaan of alle kinesitherapeutische behandelingen terugbetaald moeten blijven binnen de ziekteverzekering?

De vraag blijft ook hoe we de chronische zorg in de toekomst betaalbaar houden voor de patiënt. Kan hier een forfaitaire vergoeding worden voorzien naast een vergoeding per prestatie voor de acute zorg?

4. Een

hoognodige modernisering van de nomenclatuur dringt zich op. De Taskforce waarvan hoger sprake heeft al in 2017 vastgesteld dat de maatschappelijke context van kinesitherapie danig veranderd is. De Federale Raad voor Kinesitherapie werkte concrete voorstellen uit rond het beroepsprofiel van de kinesitherapeut met o.a. een competentieverbreding. Deze voorstellen kennen echter nog steeds geen aansluiting binnen de regelgeving van de verzekering voor geneeskundige verzorging . De huidige nomenclatuur houdt absoluut geen rekening met die competentieverbreding, en is evenmin aangepast aan innovatieve digitale toepassingen, onbenutte mogelijkheden op het vlak van preventie (coaching), gewenste multidisciplinaire samenwerking tussen zorgverstrekkers (zorgtrajecten), groepssessies voor bepaalde doelgroepen, en – last nut not least – de bijzondere bekwaamheden.

5. In samenwerking met Nederlands- en Franstalige universiteiten o.l.v. Prof. Lotte Janssens (UHasselt) werd een pilootproject ‘low back pain’ uitgewerkt binnen Art. 56 van het RIZIV dat op 1 april 2021 van start gaat.

6. Een belangrijke werf voor 2021 wordt de

digitalisering in de kinesitherapie. Het gaat hier niet alleen over de uitrol van de roadmap voor digitalisering en de uitwerking van het elektronisch kinesitherapeutisch dossier (EKD) dat onder andere de uitwisseling met andere zorgverleners en elektronische facturatie naar de verzekeringsinstellingen mogelijk maakt, maar ook de introductie van nieuwe digitale technieken om de kinesitherapeutische zorg te optimaliseren.

Daarnaast blijft AXXON zich in 2021 verder inzetten om via Art. 85 en 86 van de Kwaliteitswet de Belgische overheid te verplichten om de definitieve afschaffing van de patiëntonvriendelijk wet (de 25% verminderde terugbetaling voor een patiënt van een gedeconventioneerde kinesitherapeut) uit te voeren.

MAART 2021

05


EXXPERT

CHARLOTTE STOFKOOPER ERKEND DIËTIST-NUTRITIONIST, ACTIEF LID VAN DE GROEP VAN SPORTDIËTISTEN (GDSPORT) VAN DE UPDLF

Samenwerking tussen kinesitherapeuten en diëtisten: de sleutel tot de behandeling van de sarcopeniepatiënt? Sarcopenie (of leeftijdsgebonden spierdystrofie) is een aandoening die door de Europese werkgroep voor sarcopenie bij ouderen (EWGSOP) op consensuele wijze wordt gedefinieerd en het resultaat is van: een progressief en verhoogd verlies van de spiermassa het verlies van kracht het verlies van de spierfunctie tijdens het verouderingsproces. Sarcopenie is door de WHO als ziekte erkend op de internationale ICD-indeling (M62,8). De term sarcopenie werd oorspronkelijk gebruikt om te verwijzen naar leeftijdsgebonden spierverlies. De huidige definitie strekt zich uit tot chronische ziekten, situaties van inactiviteit en mobiliteitsstoornissen en ondervoeding. Sarcopenie is dus een complex multifactorieel syndroom met meerdere, onderling gerelateerde oorzaken die bijdragen aan de ontwikkeling en progressie van deze pathologie. Sommige auteurs maken een onderscheid tussen primaire sarcopenie in verband met veroudering en secundaire sarcopenie die in verband kan worden gebracht met fysieke inactiviteit (sedentaire levensstijl,

06

MAART 2021

bedrust en deconditionering), met een pathologie (ontstekingsziekte, kanker, endocrinopathieën) of in verband met voeding (onvoldoende inname, anorexia, malabsorptie, maag- en darmstoornissen...). In de praktijk is het moeilijk om het onderscheid te maken, omdat veroudering meestal gepaard gaat met meerdere aandoeningen die naast elkaar bestaan. Deze verschillende factoren dragen in verschillende mate bij aan het verlies van spiermassa en -kracht: Veranderingen in het eiwitmetabolisme die ertoe leiden dat eiwitten in de voeding niet meer efficiënt worden gebruikt door het lichaam. Voedingsstoffen die onvoldoende zijn voor de behoeften van het lichaam in de loop van de veroudering. Door verminderde eetlust, kauwproblemen, onvoldoende financiële middelen, de keuze voor vlees van slechte kwaliteit... Het effect van anabole hormonen wordt sterk verstoord tijdens het ouder worden: ofwel wordt de concentratie van het circulerende hormoon verminderd, ofwel lijkt de gevoeligheid van de spier voor de werking van bepaalde hormonen, zoals insuline, te verminderen.

Zowel een denervatie als het verlies van de functionaliteit van de motorische eenheden worden waargenomen tijdens het ouder worden en dit zou leiden tot een verminderde opbouw van de spiervezels. Nauw verwant aan cachexie, wat ook een complex multifactorieel syndroom is, maar deze keer gekenmerkt door: Een toestand van hypercatabolisme tijdens een onderliggende ernstige chronische pathologie met een ernstige ontsteking; Gewichtsverlies met inbegrip van een verlies van spieren met vaak een verlies van vetmassa. Metabolische aandoeningen. Anorexie. Deze definitie van cachexie, waarvan het belangrijkste criterium gewichtsverlies is, wordt in verschillende chronische pathologieën zoals reumatoïde artritis (RA), waarbij het verlies van spiermassa gepaard gaat met een stabiliteit of zelfs een toename van de vetmassa die wordt gekenmerkt door de afwezigheid van gewichtsverlies, in vraag gesteld.


EIWITVOORZIENING Soms zien we dit klinische fenotype ook wel “obesitas of sarcopenische adipositas” genoemd, wat een nauw verband impliceert tussen spier en vetweefsel, wat ook de functie en kwaliteit van de spieren verandert.

Vanaf de leeftijd van 30 jaar ondergaat het spierweefsel een progressieve degeneratie in de orde van 3 tot 8% per decennium, met een versnelling vanaf de leeftijd van 50 jaar. Rond de leeftijd van 70 jaar gaat de helft van de spiermassa verloren aan vetweefsel. Verschillende studies schatten dat 25% van de mensen boven de 70 en 40% van de mensen boven de 80 jaar aan sarcopenie lijden. In het ziekenhuis treft sarcopenie 21-44% van de 65-plussers die ondervoed zijn of het risico lopen op ondervoeding.

GEVONDEN GEVALLEN

ZENUWINFLUX

SPIERMASSA SPIERKRACHT FYSIEKE PRESTATIES

FYSIEKE ACTIVITEIT

Het gewicht is dus geen indicator die afzonderlijk moet worden opgevolgd. Het is interessant om te kijken naar de lichaamssamenstelling (mager/gespierd/ beenderig/vet) en de spierfunctie.

ANABOLE HORMONEN

EXTRACTIE INGEWANDEN

SARCOPENIE Bron: http://www.toutsurlasarcopenie.fr/

Aangepaste lichaamsbeweging en een gezonde, evenwichtige voeding zijn twee essentiële voorwaarden om sarcopenie te voorkomen. Het EWGSOP heeft een consensus bereikt om de diagnose van sarcopenie te definiëren op basis van een 4-stappen-beslissingsboom:

SARC-F OF KLINISCH VERMOEDEN

NEGATIEF

GEEN SARCOPENIE

NORMAAL

GEEN SARCOPENIE

POSITIEF EVALUATIE

SPIERKRACHT -GRIJPKRACHT -STOELTEST ZWAK

In de klinische praktijk is dit voldoende om de evaluatie van de oorzaken op gang te brengen en de interventie te starten

WAARSCHIJNLIJK SARCOPENIE

BEVESTIGING

SPIERKWANTITEIT EN -KWALITEIT (DXA; BIA; CT; MRI)

NORMAAL

ZWAK BEVESTIGDE SARCOPENIE

ERNST

FYSIEKE PRESTATIE (GAIT SPEED; SPPB…)

ZWAK

ERNSTIGE SARCOPENIE

MAART 2021

07


EXXPERT

Stap 1: Klinisch onderzoek door de behandelende arts of SARC-F-vragenlijst (acroniem voor Strength-Assistance in walking-Rise from a chair-Climb stairs-Falls): De diagnose bestaat uit het identificeren van patiënten bij wie sarcopenie kan worden vermoed, hetzij door middel van een klinisch onderzoek door de arts, hetzij door middel van de SARC-F-vragenlijst, die gebaseerd is op vijf vragen en die een snelle en eenvoudige diagnose van sarcopenie mogelijk maakt.

Component

Vraag

Score

Kracht

Heeft u problemen om 4,5 kg op te tillen en te transporteren?

Geen = 0 Een beetje = 1 Veel of onmogelijk = 2

Problemen bij het stappen

Heeft u problemen om 4,5 kg om door de kamer te lopen?

Geen = 0 Een beetje = 1 Veel of onmogelijk = 2

Een stoel opheffen

Heeft u problemen om een stoel op te heffen?

Geen = 0 Een beetje = 1 Veel, met hulp of onmogelijk = 2

Trappen oplopen

Heeft u problemen om 10 treden te nemen?

Geen = 0 Een beetje = 1 Veel, met hulp of onmogelijk = 2

Vallen

Hoeveel keer bent u in de laatste 12 maanden gevallen?

Geen = 0 1 tot 3 maal = 1 ≥ = 4 maal = 2

Stap 2: beoordeling van de spierkracht

Stap 3: Bevestiging van de diagnose

Deze evaluatie is gebaseerd op verschillende indicatoren, ofwel de meting van de grijpkracht met behulp van de dynamometer (handgrip), ofwel de stoeltjeslifttest (5 keer opstaan uit de stoel in een tijdsbestek). Wanneer de resultaten laag zijn, d.w.z. een grijpkracht <30 kg bij mannen en 20 kg bij vrouwen en/of wanneer de stoeltest in meer dan 15 seconden wordt uitgevoerd, dient men zich zorgen te maken.

Evaluatie van de kwaliteit en kwantiteit van de spieren door middel van lichaamssamenstellingsmetingen of medische beeldvormingstechnieken zal de aanwezigheid van sarcopenie bevestigen.

Als de spierkracht als zwak wordt gediagnosticeerd, is er waarschijnlijk sprake van sarcopenie. Dit is al voldoende om een behandeling te starten en te zoeken naar de oorzaken van de sarcopenie. Als de spierkracht normaal is, zal het individu nog regelmatig opnieuw moeten worden geëvalueerd.

08

Een score van ≥ 4 zou de aanwezigheid van sarcopenie veronderstellen en zou gevolgd moeten worden door een meer diepgaande diagnose. Bij een score van ≤ 3 wordt de patiënt gediagnosticeerd als “niet sarcopenisch”, maar de tests zullen regelmatig moeten worden herhaald.

MAART 2021

De lichaamssamenstelling kan worden beoordeeld met behulp van bifotonische absorptiemetingen (DEXA) of met behulp van impedantiemetingen. Het doel is het meten van de appendiculaire skeletmassa (ASM), d.w.z. de spiermassa van de onderste en bovenste ledematen of de ASM-index (ASMI): ASM/taille²). De sarcopenie is bevestigd als: ASM is <20 kg (man) en <15 kg (vrouw) of ASMI is <7 kg/m² (man) of <5,5 kg/m² (vrouw).


1. EVENWICHTSTEST Rechtopstaand voeten samen, Gedurende 10 seconden

PUNTEN < 10 S (0 PT)

Naar de test aan stapsnelheid

< 10 S (0 PT)

Naar de test aan stapsnelheid

10 S (+ 1 PT)

Rechtopstaand voeten geschrankt, Gedurende 10 seconden

Stap 4: Ernst van de sarcopenie

Test 1 _____pt Test 2 _____pt Test 3 _____pt

10 S (+ 1 PT)

Deze laatste stap maakt het mogelijk om de ernst van de sarcopenie te beoordelen met behulp van spierfunctietests.

Rechtopstaand voeten achter elkaar, Gedurende 10 seconden 10 S (+ 2 PT) 3-9 (+1 PT) < 3 S (0 PT)

De stapsnelheid waarvan het resultaat laag is bij <0,8 m/s

2. STAPSNELHEIDTEST

_____pt

Meet de tijd die nodig is om 4 meter in een normaal ritme af te leggen (gebruik de beste van de 2 testen).

De ‘get up and go’-test is de eenvoudigste test in de consultatie en een zeer goede betrouwbare evaluatie van de mobiliteit. Een resultaat van >30 seconden wijst op de aanwezigheid van ernstige sarcopenie.

< 4,82 S (4 PT) 6,21 S - 8,70 S (2 PT)

> 8,7 S (1 PT) ONMOGELIJK (0 PT)

3. STOELTEST

PUNTEN

Pre-test: Patiënt kruist de armen en probeert een keer op te staan van stoel

SPPB-test (Short Physical Performance Battery): Een resultaat van >8 wijst op de aanwezigheid van ernstige sarcopenie.

De EWGSOP verdeelt de sarcopenie in verschillende stadia om de behandeling ervan beter te begeleiden.

PUNTEN

ONMOGELIJK STOP (0 PT)

_____pt

5 opstaan uit de stoel Meet de tijd die nodig is om zo snel mogelijk 5 maal uit de stoel op te staan met gekruiste armen < 11,19 S (4 PT) 11,20 - 13,69 S (3 PT) 13,70 S - 16,69 S (2 PT)

Stap

TOTAAL

> 16,7 S (1 PT) > 60 S OF ONMOGELIJK (0 PT)

Spiermassa

_____pt

Spierkracht

Prestatie

Presarcopenie Sarcopenie

of

Ernstige sarcopenie Alfonso J et al., Age and Aging, 2010

Diagnostische criteria van de Europese consensus van de EWGSOP

Criteria

Fysieke prestatie

Spierkracht:

Appendiculaire magere massa (MMA)

Sarcopenie

Stapsnelheid:

of Grijpkracht

MMA/taille2

< 0,8 m/s

Man: < 30 kg Vrouw: <20 kg

Man: ≤ 7,23 kg/m2 Vrouw: ≤ 5,67 kg/m2

Stapsnelheid:

en Grijpkracht

MMA/taille2

< 0,8 m/s

Man: < 30 kg Vrouw: <20 kg

Man: ≤ 7,23 kg/m2 Vrouw: ≤ 5,67 kg/m2

Ernstige sarcopenie


EXXPERT

Wie zijn de actoren bij de behandeling? Zelfs als leeftijdsgebonden spierafbraak iedereen treft, is het essentieel dat artsen, kinesitherapeuten en diëtisten samenwerken om sarcopenie te voorkomen en/of de behandeling ervan te optimaliseren, omdat de spier een echt therapeutisch doelwit is. Het is niet alleen de structuur van de spier die wordt beïnvloed, maar ook de vezelsamenstelling van type I en II. Sarcopenie zou voornamelijk verband houden met atrofie van snel krimpende spiervezels van het type II. De dichtheid van de vezels van type I zou minder worden aangetast en zelfs in relatief grotere mate in de spieren van ouderen. Deze veranderingen resulteren in een vermindering van de spierkracht ondanks een zekere mate van behoud van het uithoudingsvermogen. Wetende dat de grootte, functie en samenstelling van de spier afhankelijk is van de hoeveelheid en de kwaliteit van de samenstellende eiwitten, waarvan de evolutie in wezen verband houdt met variaties in de eiwitsynthese en de katabolische activiteiten binnen dit weefsel, is de dekking van de energie- en eiwitbehoefte een bepalende factor voor het vergroten van de spiermassa door de activering van de eiwitsynthese. De verhoging van de concentratie van aminozuren in het bloed als gevolg van de vertering van eiwitten in de voeding stimuleert de synthese en vermindert de spierafbraak. Een overdosis eiwitten is niet interessant omdat het teveel aan aminozuren in de urine wordt geëlimineerd. Veel ouderen hebben echter een afname van de ingestie die vaak gepaard gaat met een afkeer van eiwitten in verband met een slechte mondhygiëne, polymedicatie, restrictieve diëten (laag zoutgehalte, laag cholesterolgehalte, diëten voor gewichtsverlies) en sociaaleconomische redenen. Deze smaakafkeer van eiwitten kan ook verband houden met een tekort aan zink, dat gemakkelijk kan worden aangevuld met voeding of supplementen. Onvoldoende voedselinname of vasten (zoals nachtelijk vasten) bevordert de glucose-neoglucogenese, waarbij aminozuren uit de spier worden gehaald om glucose te maken.

10

MAART 2021

Het hypercatabolisme van de eiwitten neemt toe en de hoeveelheid eiwitten in de spier daalt. Na een maaltijd worden aminozuren van de eiwitten uit de voeding alleen gebruikt voor de synthese van spiereiwitten als de energie-inname (koolhydraten en vetten uit de maaltijd) voldoende is. Bovendien moet de aanbevolen eiwitinname voor gezonde ouderen tussen 1 en 1,2  g.kg-1 (lichaamsgewicht).dag-1 liggen, vergeleken met 0,8 g. kg-1.dag-1 voor een niet-sportieve persoon onder de 65 jaar. Een verhoging van deze inname zou een manier kunnen zijn om het verlies van spiereiwitten te beperken. Er moet echter aandacht worden besteed aan de hoeveelheid en de kwaliteit van de eiwitten door rekening te houden met de volgende factoren die de activering van de eiwitsynthese kunnen veranderen:

Immobiliteit en sedentaire levenswijze Endocrien tekort (GH en IGF-1) Tekort aan vitamine D Insulineresistentie (type 2-diabetes, zwaarlijvig) Anorexie, malabsorptie, extractie van aminozuren in de ingewanden Ontsteking die de behoefte aan eiwitten verhoogt Biologische veroudering Voedingsstrategieën die specifiek zijn voor de voeding van sporters zullen essentieel zijn in de behandeling van de sarcopeniepatiënt. Net als bij sporters zal de dekking van de voedingsbehoeften gebaseerd zijn op een evenwichtig en gevarieerd dieet. De inname van eiwitcalorieën wordt verhoogd en verdeeld over de dag. De behoeften zullen worden aangepast aan de voedingstoestand van de patiënt (ondervoeding, eiwittekort, verminderde nierfunctie, diabetes...). We zullen ook de timing van de tussendoortjes aanpassen aan het trainingsprogramma om de spiersynthese te optimaliseren. We kiezen voor dierlijke kwaliteitseiwitten vanwege hun gehalte aan essentiële aminozuren (beperken van gemalen vlees dat vaak door ouderen wordt geconsumeerd). De activering van de eiwitsynthese, die wordt gestimuleerd door het mTOR-pad, zal worden bevorderd


met behulp van voedingsmiddelen die natuurlijke bronnen zijn van vertakte keten-aminozuren zoals leucine, isoleucine en valine. Deze worden gegroepeerd onder de term BCAA (Branched Chained Amino Acid) en bevorderen de spiersynthese. Leucine wordt vaak geciteerd voor zijn insulinotrope kracht, dit aminozuur zal de insulineconcentratie verhogen, het mTOR-pad activeren en zo een positieve eiwitbalans bevorderen. De inname van de BCCA bij het herstel gebeurt met wei-eiwitten voor hun uitstekende assimilatiesnelheid. We moeten waakzaam blijven met betrekking tot het gebruik van eiwitpoeders, die niet allemaal veilig en van goede kwaliteit zijn. Om het herstel te optimaliseren, zullen de tussendoortjes daarom een combinatie zijn van koolhydraten en kwaliteitseiwitten. Een tussendoortje

is ook aan te raden in de avond om het nachtelijk vasten tegen te gaan.

spiersynthese, maar ook spierfunctie te activeren.

Sommigen hebben de gelegenheid gehad om over “Gepulste voeding” te horen. Deze voedingsstrategie bestaat uit het leveren van een hoge eiwitinname tijdens de maaltijd (80% van de dagelijkse behoefte). Dit heeft goede resultaten opgeleverd bij het vergroten van de spiermassa bij gehospitaliseerde patiënten. Maar dit blijft moeilijk te realiseren in de praktijk (thuis, rusthuis). Bovendien hebben oudere patiënten vaak een verminderde eetlust, ongeacht het feit dat eiwitten zeer verzadigend zijn.

Fysieke weerstandsoefeningen verbeteren snel de kwaliteit van de spieren en verhogen pas in een later stadium de massa, het is dus essentieel om dagelijks te blijven oefenen.

De twee hefbomen voor het bevorderen van het spier-anabolisme zijn dus aangepaste fysieke activiteit en de voeding. Preventie door middel van lichaamsbeweging is een niet onbelangrijke hefboom om de

de

Talrijke studies tonen aan dat weerstandstraining de spiereiwitsynthese, de spiermassa en de kracht verhoogt. Fysieke uithoudingsactiviteiten verhogen de spiereiwitsynthese, maar dragen weinig bij aan het verhogen van de spierkracht: spierafbraak blijft bestaan, zelfs bij de meest actieve ouderen. Desalniettemin verhogen ze het ademhalingsvermogen en de aanpassing van de spieren en helpen ze het evenwicht, de eetlust en talrijke risicofactoren in verband met de leeftijd te verbeteren.

MAART 2021

11


EXXPERT

Het is daarom raadzaam om zich te omringen met echte professionals op het gebied van voeding en fysieke mobilisatie en niet te vertrouwen op pseudo-coaches om de kwaliteit van de behandeling te garanderen. Sommige geregistreerde diëtisten zijn gespecialiseerd in sportvoeding, na een extra opleiding, gevalideerd na een bachelor in diëtetiek. De Groupe des Diététiciens en Sport (GDSport) groepeert deze diëtisten en maakt deel uit van de Union Professionnel des Diétététiciens diplômé de la langue française (UPDLF). Tot slot zal de diëtist de voedingsstatus van de patiënt corrigeren, zodat hij actief kan deelnemen aan het herstel van de spieren. Om dit te doen, zal hij voor het volgende zorgen: Voorzien in de energie- en eiwitbehoefte die bij ouderen toeneemt (1 tot 1,2 g eiwit/kg gewenst lichaamsgewicht), tot 1,5 g bij acute of chronische pathologie, rekening houdend met glomerulaire filtratie. Keuze van eiwitten die geschikt zijn qua kwaliteit (essentiële aminozuren). Verdeling van de eiwitten over elke maaltijd (inclusief ontbijt) en introductie van eiwittussendoortjes die het spiereiwitanabolisme in de postprandiale fase kunnen stimuleren. Optimalisatie van de mobilisatie van de patiënt door middel van aangepaste oefeningen dankzij de tussenkomst van een kinesitherapeut

Referenties Munro HN. Adaptation of body protein metabolism in adult and aging man. Clin.Nutr. 1982;1:95 108. Tenover JL. Testosterone and the aging male. J. Androl. 1997 avr;18(2):103-6. Boirie Y. Physiopathological mechanism of sarcopenia. J Nutr Health Aging. oct 2009;13(8):717 723. Boirie Y, Gachon P, Beaufrère B. Splanchnic and whole-body leucine kinetics in young and elderly men. Am. J. Clin. Nutr. 1997 févr;65(2):489-95. Cerri AP, Bellelli G, Mazzone A et al., Sarcopenia and malnutrition in acutely ill hospitalized elderly: Prevalence and outcomes. Clinical Nutrition, August 2015;34(4):745–751 Jourdan M, Cynober L, Moinard C, Blanc MC, Neveux N, De Bandt JP et al. Splanchnic sequestration of amino acids in aged rats: in vivo and ex vivo experiments using a model of isolated perfused liver. Am. J. Physiol. Regul. Integr. Comp. Physiol. 2008 mars;294(3):R748-755. Perrini S, Laviola L, Carreira MC, Cignarelli A, Natalicchio A, Giorgino F. The GH/IGF1 axis and signaling pathways in the muscle and bone: mechanisms underlying age-related skeletal muscle wasting and osteoporosis. J. Endocrinol. 2010 juin;205(3):201-10. Guillet C, Boirie Y. Insulin resistance: a contributing factor to age-related muscle mass loss? Diabetes Metab. 2005 déc;31 Spec No 2:5S2025S26. Vandervoort AA. Aging of the human neuromuscular system. Muscle Nerve 2002 janv;25(1):17-25. Mathias et al. Balance in elderly patients: the « get-up and go » test. Arch Phys Med Rehabil. 1986; 67:387-9. Guralnik JM, Ferrucci L, Pieper CF, Leveille SG, Markides KS, Ostir GV, et al. Lower extremity function and subsequent disability: consistency across studies, predictive models, and value of gait speed alone compared with the short physical performance battery. J. Gerontol. A Biol. Sci. Med. Sci. 2000 avr;55(4):M221-231. Alfonso J. Cruz-Jentoft, Jean Pierre Baeyens, Jürgen M. Bauer, Yves Boirie, Tommy Cederholm, Francesco Landi, Finbarr C. Martin, Jean-Pierre Michel, Yves Rolland, Stéphane M. Schneider. Sarcopénie: consensus européen sur la définition et le diagnostic: rapport du groupe de travail européen sur la sarcopénie chez les personnes âgées.Age and Aging, volume 39, numéro 4, juillet 2010, pages 412–423 P L Greenhaff 1, L G Karagounis, N Peirce, E J Simpson, M Hazell, R Layfield, H Wackerhage, K Smith, P Atherton, A Selby, M J Rennie. Disassociation between the effects of amino acids and insulin on signaling, ubiquitin ligases, and protein turnover in human muscle. Am J Physiol Endocrinol Metab. 2008 Sep;295(3): E595-604.

12

MAART 2021


LIONEL REINIS ERKEND DIËTIST-SPORTNUTRITIONIST, ACTIEF LID VAN DE GROEP VAN SPORTDIËTISTEN (GDSPORT) VAN DE UPDLF

EXXPERT

Directe en indirecte invloeden van COVID op sarcopenie Het afgelopen jaar heeft COVID een enorme verandering teweeggebracht in onze manier van leven. De bevolking heeft zich moeten aanpassen op verschillende niveaus. We denken hierbij aan afzondering, inperkingsmaatregelen, beperking van sociale contacten, quarantaine, tijdelijke of permanente sluitingen van bepaalde bedrijven met als gevolg rijen voor de winkels die openbleven, reisverboden of -beperkingen, sluitingen van horecazaken en sportcomplexen. Het eerste gevolg van al deze veranderingen is een enorme toename van de tijd die thuis wordt doorgebracht. Dit heeft geleid tot veranderingen in het gedrag en de voedingsgewoonten en tot een daling van de fysieke activiteit. Deze gevolgen kunnen leiden tot een verlies van spiermassa bij de algemene bevolking en meer in het bijzonder bij ouderen, bij wie de reserve lager is.

Indirecte effecten van COVID op de spiermassa Wijzigingen in de voedingsgewoonten tijdens COVID Uit een Poolse studie (Sidor, 2020) blijkt dat mensen met overgewicht of obesitas (BMI > 25kg/ m²) in deze periode een grotere neiging hebben om aan te komen. Het tegenovergestelde fenomeen kan worden waargenomen bij mensen met “ondergewicht”. (IMC <18,5 kg/m²).

Gewichtstoename

Een toename van de hoeveelheid lichaamsvet kan gepaard gaan met een vermindering van de spiermassa doordat de mogelijkheid vermindert om te bewegen en fysieke activiteiten uit te voeren. Een obese persoon die lijdt aan sarcopenie en een ontoereikend dieet volgt, loopt het risico zijn of haar gewicht te verhogen dankzij

de vetmassa en op die manier magere massa te verliezen. De afname van de eiwitinname kan worden verklaard door het feit dat het in tijden van stress gemakkelijker is om over te schakelen op comfort food (zoute of zoete snacks, gerechten met saus of meer vet) die minder rijk is aan eiwitten. Deze twee factoren samen zullen leiden tot een verandering in de fysieke kracht en een groter te mobiliseren gewicht, wat resulteert in een vermindering van de fysieke activiteit.

Gewichtsverlies

Bij sommige mensen (waaronder de “risicogroepen”) zou de angst om het huis te verlaten de kwaliteit en de kwantiteit van het voedsel dat in hun huis beschikbaar is beïnvloeden. Het is mogelijk dat hun reserves niet langer volstaan om een bevredigende voedingsstatus te behouden. Bovendien zullen ouderen minder snel geneigd zijn om online te bestellen voor leveringen aan huis. Een andere factor is de afname van de hulpverlening, met name bij het winkelen en koken, ongeacht of het gaat om professionele hulp of hulp binnen de familie Dit alles kan vooral bij deze bevolkingsgroep leiden tot gewichtsverlies, inclusief een magere lichaamsmassa

Fysieke activiteiten bij ouderen en COVID In principe zijn oudere mensen die alleen wonen en weinig of geen sociaal contact hebben, meer sedentair dan anderen. COVID resulteert in nog minder fysieke activiteit voor alle ouderen die thuis wonen. Bovendien kunnen andere factoren die hier niet in detail worden beschreven, invloed hebben op het verlies van spiermassa, zoals een slechte slaapkwaliteit, stress, psychologische kwetsbaarheid, dementie, enz.

MAART 2021

13


EXXPERT

Directe effecten van COVID op de spiermassa Sarcopenie en COVID zonder ziekenhuisopname De thuiswonende oudere die positief test op COVID en de ziekte symptomatisch ontwikkelt, maar geen opname in het ziekenhuis nodig heeft, is verplicht om het bed te houden door de vermoeidheid die door de ziekte wordt veroorzaakt. Op deze manier kan zijn spierfunctie gedurende 2 tot 3 weken worden verminderd, wat leidt tot secundaire sarcopenie, die wordt geaccentueerd door het gebrek aan revalidatieoefeningen.

Sarcopenie en COVID met ziekenhuisopname Een van de directe gevolgen van COVID voor de patiënt is het verlies van spiermassa ter hoogte van de skeletspieren. Dit is het resultaat van verschillende factoren, waaronder ontstekingen (die leiden tot anabole resistentie), immobilisatie, onvoldoende eiwit-energie-inname en anti-inflammatoire behandelingen (corticosteroïden). Dit effect wordt geaccentueerd bij patiënten die aan beademingsapparatuur liggen. Ook moet worden opgemerkt dat

14

MAART 2021

bedrust en intubatie tot ernstige sarcopenie kunnen leiden, zelfs na herstel. Op fysiek vlak zou het interessant zijn om in het begin en tijdens de behandeling regelmatig de spierkracht, de fysieke prestaties en de hoeveelheid spieren te kunnen meten om elke verandering en dus het risico op sarcopenie te kunnen identificeren. De dynamometer- of stoeltest kan worden gebruikt als de toestand van de patiënt dat toelaat. Anders kan het meten van de kuitomtrek ook een goede indicator zijn. Het is belangrijk dat patiënten vanaf het begin van hun opname in het ziekenhuis zo actief mogelijk zijn door middel van ademhalingsoefeningen, passieve gewrichtsmobilisatie, stretchen, elektrostimulatie van de spieren, naast het bed staan en stappen. Dit alles is gericht op het verhogen van de levensprognose, het verminderen van de duur van het verblijf, inclusief de revalidatietijd, en het vermijden van verdere complicaties. Op het vlak van dieet worden alle patiënten die ouder zijn dan 75

jaar met COVID volgens de Haute Autorité de Santé (HAS) geacht een minimaal risico op ondervoeding te lopen. COVID veroorzaakt inderdaad een katabole toestand en een anabole weerstand. De behoefte aan voedingsstoffen, met name eiwitten, neemt daardoor toe. Deze voedingsdoelstellingen zijn moeilijk te bereiken gezien het verlies van smaak en geur, wat leidt tot een verlies van eetlust. Dit fenomeen kan tot 2/3 van de patiënten treffen. Bovendien veroorzaakt sarcopenie een verzwakking van de kauwspieren, wat de situatie nog erger maakt. Een aanpassing van de textuur zal daarom noodzakelijk zijn. De rol van de diëtist is om ervoor te zorgen dat de patiënt een aangepast dieet krijgt dat zijn of haar verhoogde voedingsbehoeften dekt. Daarbij wordt rekening gehouden met smaakveranderingen, eventuele kauwproblemen en wordt gebruik gemaakt van orale voedingssupplementen, verrijking van preparaten, het splitsen van maaltijden en in sommige gevallen ook van enterale voeding.


In speciale gevallen wordt de patiënt gevoed met parenterale voeding. Deze voeding zal ook moeten worden aangepast aan zijn toestand en mogelijke complicaties. Voor het ontslag uit het ziekenhuis dienen de oefeningen van verschillende aard te zijn: ademhaling, weerstand, aeroob en evenwicht. Het doel is om de hervatting van de dagelijkse activiteiten te vergemakkelijken. Afhankelijk van de vermoeidheidstoestand van de patiënt kan het zijn dat deze oefeningen over de dag moeten worden gespreid. In de context van sarcopenie zijn weerstandsoefeningen bijzonder doeltreffend bij het verbeteren van de spierfunctie en -kracht en bij de wederopbouw van de spiermassa bij oudere personen. Deze laatsten hebben meer moeite om te herstellen als hun spieren lange tijd inactief zijn geweest. Het is raadzaam om voor het ontslag in het ziekenhuis en 3 maanden daarna de patiënt te beoordelen met de SARC-F-schaal (zie vorig artikel) om zijn nazorg aan te passen.

Denkpistes: Om het risico op sarcopenie in het algemeen en in het bijzonder in perioden van afzondering en isolatie tot een minimum te beperken, is het belangrijk om bepaalde strategieën te implementeren.

Bibliografie: M. Yamada, Y. Kimura, D. Ishiyama, Y. Otobe, M. Suzuki, S. Koyama, T. Kikuchi, H. Kusumi, and H. Arai. Effect of the COVID-19 Epidemic on Physical Activity in Community-Dwelling Older Adults in Japan: A Cross-Sectional Online Survey. J Nutr Health Aging. 2020; 24(9): 948-950

Op het gebied van fysieke activiteit thuis kan een revalidatie onder begeleiding van een kinesitherapeut alleen maar gunstig zijn. Voor risicopersonen kunnen er echter weerstandsoefenprogramma’s (waarvoor weinig of geen apparatuur nodig is) worden opgesteld die alleen thuis worden uitgevoerd. Zo zou men bijvoorbeeld kunnen adviseren om oefeningen te doen met elastiekbanden. Wandelen in de buurt, tuinieren of het huishouden doen zijn dagelijkse activiteiten die moeten worden aangemoedigd. Op gebied van voeding zal het splitsen van de maaltijden noodzakelijk zijn, aangezien de eetlust bij ouderen vaak afneemt, en zal er aandacht worden besteed aan de bronnen en de inname van eiwitten. Hydratatie, die bij ouderen vaak onvoldoende is, moet ook de hele dag door worden gestimuleerd. Het is ook essentieel om te voldoen aan de voedingsaanbevelingen voor bepaalde vitaminen (A, C, D, B6, B9, B12) en mineralen (zink, ijzer, koper, selenium) die actief bijdragen aan het behoud van een goede immuniteit. Een verbetering van de eetgewoonten en een toename van de lichaamsbeweging zouden de risico’s op sarcopenie kunnen beperken, met name in perioden van quarantaine en afzondering.

J. M. D’Andréa Greve, G.C. Brech, M. Quitana, A. L. de Seixas Soares, A. C. Alonso. Impacts of COVID-19 on the immune, neuromuscular, and musculoskeletal systems and rehabilitation. Rev Bras Med Esporte vol.26 no.4 São Paulo Jul./Aug. 2020

A. Bonadias Gadelha, R. M. Lima. COVID-19 Quarantine in Older People: W. Sepúlveda-Loyola, I. RodríguezThe Need to Think About SarcopeniaSánchez, P. Pérez-Rodríguez, F. Ganz, Related Phenotypes. J Frailty Aging. R. Torralba, D. V. Oliveira, and Leocadio 2020 Jun 12: 1–2 Rodríguez-Mañas. Impact of Social Isolation Due to COVID-19 on Health J. E. Morley, K. Kalantar-Zadeh, S. D. in Older People: Mental and Physical Anker. COVID-19: a major cause of Effects and Recommendations. J Nutr cachexia and sarcopenia? The Journal Health Aging. 2020;24(9):938-947 of Cachexia, Sarcopenia and Muscle. Volume11, Issue 4, August 2020: 863J.E. Morley. Covid-19 – The Long road 865 to recovery. J Nutr Health Aging. 2020; 24(9): 917-919 C. Welch, C. Greig, T. Masud, D. Wilson, T.A. Jackson. COVID-19 and Acute Sarcopenia. Aging Dis. 2020 Dec; 11(6): 1345–1351

A. Sidor, P. Rzymski. Dietary Choices and Habits during COVID-19 Lockdown: Experience from Poland. Nutrients. 2020 Jun; 12(6): 1657 R. Kirwan, D. McCullough, T. Butler, F. Perez de Heredia, I. G. Davies, C. Stewart. Sarcopenia during COVID-19 lockdown restrictions: long-term health effects of short-term muscle loss. GeroScience volume 42, pages1547–1578(2020) Haute autorité de santé (HAS). Réponses rapides dans le cadre du COVID -19 – Pathologies chroniques et risques nutritionnels en ambulatoire.2020 Avr S. Galmés, F. Serra, A. Palou. Current State of Evidence: Influence of Nutritional and Nutrigenetic Factors on Immunity in the COVID-19 Pandemic Framework. Nutrients. 2020 Sep 8;12(9):2738.

MAART 2021

15


EXXPERT

TRUDY BEKKERING, PATRIK MULLIE BELGIAN CENTRE FOR EVIDENCE-BASED MEDICINE (CEBAM), COCHRANE BELGIUM

Verminderen van inname van verzadigde vetten en hart en vaataandoeningen Wat is het effect van het minder innemen van verzadigde vetten op cardiovasculaire aandoeningen en overlijden?

16

MAART 2021


Context Algemene voedingsrichtlijnen suggereren dat het gezond is om de hoeveelheid verzadigde, dierlijke vetten in ons eten te verminderen. Het minder innemen van verzadigde vetten verlaagt cholesterol in het bloed maar het effect op klinische uitkomstmaten is onduidelijk. Het is ook niet gekend of het een goede strategie is om verzadigde vetten te vervangen door onverzadigde vetten, koolhydraten of eiwitten.

Selectiecriteria voor studies Deze Cochrane review includeerde gerandomiseerde studies die het effect van langdurige voedingsinterventies (tenminste 24 maanden) evalueerden bij volwassenen met of zonder cardiovasculaire aandoeningen. De interventies omvatten de intentie om inname van verzadigde vetten te reduceren of om het voedingspatroon te veranderen met als doel een reductie van verzadigde vetten. Controle interventies waren een hogere vetinname of een gewoon eetpatroon. De uitkomstmaten

waren mortaliteit, cardiovasculaire morbiditeit en de laatste zoekactie vond plaats in oktober 2019.

Samenvatting resultaten De review includeerde 15 RCTs met 56.675 deelnemers met een variatie aan interventies. In sommige studies ontvingen de deelnemers slechts advies over hoe verzadigde vetten te verminderen, terwijl andere studies deelnemers van alle voeding voorzagen. Het verminderen van verzadigde vetten verlaagt het risico op cardiovasculaire events* met 17% (RR 0.83, 95%CI 0.70 tot 0.98; 12 RCTS, 53.758 deelnemers, matige zekerheid). Er was geen verschil in effect gebaseerd op de duur van de studie, geslacht, baselinerisico op cardiovasculaire events maar de risicoreductie was het hoogste bij diegenen met grotere afnames in verzadigde vetten. Deze gezondheidsvoordelen traden vooral op bij het vervangen van verzadigde vetten met meervoudig onverzadigde vetten of koolhydraten. Het verminderen van verzadigde vetten heeft waarschijnlijk weinig of geen effect op mortaliteit; dit betreft zowel het overlijden door alle oorzaken (RR 0.96 95%CI 0.90 tot 1.03, 12 RCTs, 55.858

deelnemers, matige zekerheid), als het overlijden door hart en vaataandoeningen (RR 0.94, 95%CI 0.78 tot 1.13, 11 studies, 53.421 deelnemers, matige zekerheid). Het verminderen van verzadigde vetten heeft mogelijk weinig of geen effect op het risico op niet-fatale myocardinfarcten (lage zekerheid). Er was geen informatie over schadelijke effecten van het verminderen van verzadigde vetten.

Conclusie Het langdurig verminderen van de inname van verzadigde vetten verlaagt waarschijnlijk het risico op gecombineerde cardiovasculaire events met gemiddeld 17%. Het vervangen van verzadigde vetten door meervoudig onverzadigde vetten of koolhydraten lijken hiervoor nuttige strategieën.

Implicaties voor de praktijk Voor mensen die hun risico op cardiovasculaire events willen verlagen is het nuttig om de inname van verzadigde vetten te verminderen. Dit betekent bijvoorbeeld zuivelproducten met minder vet en het verminderen van andere producten met veel verzadigde vetten zoals koekjes, cake, boter, saus, hartige snacks, harde kazen, chocolade.

* Mensen met cardiovasculair overlijden of morbiditeit (myocardinfarct, angina, beroerte, hartfalen etc.) en niet-geplande cardiovasculaire interventies (bypass of angioplastiek)

Referentie Hooper L, Martin N, Jimoh OF, Kirk C, Foster E, Abdelhamid AS. Reduction in saturated fat intake for cardiovascular disease. Cochrane Database of Systematic Reviews 2020, Issue 8. Art. No.: CD011737. DOI: 10.1002/14651858. CD011737.pub3. Accessed 13 January 2021. Raadpleeg de volledige tekst van deze Cochrane review via de Cebam Digital Library for Health (www.cebam.be/nl/cdlh of www.cebam.be/fr/cdlh). Cochrane Corner In samenwerking met CEBAM, Cochrane Belgium (www.cebam.be)

MAART 2021

17


EXXPERT

G. HENIN

Sociale bijdragen: zelf storten of je vennootschap laten betalen?

Als zelfstandige betaal je elk kwartaal sociale bijdragen, of je nu een eenmanszaak of een vennootschap hebt. In het tweede geval kan je ervoor kiezen om het bedrag zelf te betalen, of het ten laste leggen van je vennootschap. Hoe gaat dat precies in zijn werk? En wanneer is dat een interessante piste? Welke som je moet ophoesten, is afhankelijk van je inkomsten. Concreet bedragen je sociale bijdragen 20,5% van je belastbaar inkomen – het nettoloon dat je overhoudt na aftrek van je beroepskosten. Daarbij komt nog een administratiekost van 3,05 tot 4,25%, afhankelijk van je sociaal verzekeringsfonds.

Zelf betalen of ten laste van je vennootschap? Eerst nog dit. Of je nu zelf je sociale bijdrage betaalt, of dat doet via je vennootschap: in beide gevallen mag je de uitgave inbrengen als beroepskost. Alleen zit de zaak iets complexer in elkaar als je je vennootschap laat betalen. Dan ontvang je namelijk een voordeel alle

aard ter waarde van de betaalde som. Daarop betaal je vervolgens belastingen, waardoor je op termijn bijna hetzelfde bedrag neertelt als je zelf de sociale bijdragen betaalt.

Een rekenvoorbeeld

18

HYPOTHESE 1: je betaalt zelf je sociale bijdragen

HYPOTHESE 2: je laat de vennootschap je sociale bijdragen betalen

Jaarloon = 110.000 euro

Jaarloon = 110.000 euro

Sociale bijdragen op jaarbasis = 16.500 euro

Sociale bijdragen op jaarbasis = 16.500 euro

Forfaitaire beroepskosten = 2.590 euro

Voordeel alle aard = 16.500 euro

Het belastbaar netto-inkomen is dan 90.910 euro (110.000 euro - 16.500 euro - 2.590 euro).

Forfaitaire beroepskosten = 2.590 euro

MAART 2021

Belastbaar netto-inkomen is dan 107.410 euro (110.000 euro + 16.500 euro - 16.500 euro - 2.590 euro).


Je belastbaar nettoloon ligt in dit scenario een pak hoger. Op het eerste gezicht leuk nieuws, maar er is ook een keerzijde aan de medaille. Je betaalt immers meer personenbelastingen. Perfect normaal, aangezien je een belastbaar voordeel geniet van je vennootschap. Na 3 jaar volgt er ook een bijstelling van je sociaal verzekeringsfonds: je bijdragen worden aangepast aan je (hoger of lager) netto-inkomen. In dit cijfervoorbeeld betaal je de maximale sociale bijdragen omdat je nettoloon hoger ligt dan het bijdrageplafond (89.361,89 euro voor 2021). Daarom betaal over 3 jaar geen hogere (voorlopige) sociale bijdragen. Indien je nettoloonlager zou liggen dan het bijdrageplafond, dan zou er 3 jaar later wel een verhoging van de (voorlopige) sociale bijdragen volgen.

Waarom toch je vennootschap laten betalen? Je sociale bijdragen ten laste leggen van de vennootschap is in de eerste plaats interessant voor je cashflow. Je betaalt de bijdragen met de middelen van de vennootschap en hoeft dus niet je privévermogen aan te spreken. Aanvullend verhoogt je bruto-inkomen. Wanneer de vennootschap elk kwartaal je sociale bijdragen betaalt, telt dat immers mee als een regelmatige bezoldiging. Dat kan een positieve impact hebben op de opbouw van je aanvullend pensioen, bijvoorbeeld als je een groepsverzekering of Individuele Pensioentoezegging hebt via je vennootschap.

MAART 2021

19


CEBAM CEBAM DIGITAL LIBRARY DIGITAL LIBRARY FOR HEALTH FOR HEALTH

De CEBAM Digital Library for Health is een elektronische medische bibliotheek die objectieve wetenschappelijke informatie via is een het elektronische internet. De CEBAM Digitalaanbiedt Library for Health Umedische vindt hier verschillende informatiebronnen terug. bibliotheek die objectieve wetenschappelijke informatie aanbiedt via het internet. U vindt hier verschillende informatiebronnen terug.

GRATIS GRATIS VOOR LEDEN VAN VOOR LEDEN VAN AXXON

C O N TA C T E E R C O N TA CTEER HET INFOPUNT HET INFOPUNT OM TOEGANG OM VERKRIJGEN TOEGANG TE

EEN VOORDEEL EENVAN VOORDEEL TER WAARDE € 100 ! TER enWAARDE € 100 ! Nationale internationaleVAN klinische richtlijnen,

systematic reviews, internationale medische tijdschriften, literatuursamenvattingen, besprekingen EBM-handboeken, Nationale en internationale klinische richtlijnen, en een databank vaninternationale zo’n 3.000 medische systematic reviews, medischenaslagwerken. tijdschriften, literatuursamenvattingen, besprekingen EBM-handboeken, en een databank van zo’n 3.000 medische naslagwerken.

info.nl@axxon.be info.nl@axxon.be 02/709.70.80 02/709.70.80 www.cdlh.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Axxon Exclusief maart 2021 NL by Colruyt Group - Issuu