Skip to main content

AXXON_exclusief_juni19_NL

Page 1

JUNI 2019

Beroepsvereniging voor kinesitherapeuten

Exclusief

SPECIAL

Sportkinesitherapie Het ledenmagazine voor en door kinesitherapeuten


INHOUD

EXXTRA

AXXON IN ACTIE

04

Stand van zaken bij de juridische werven van Axxon

VAKLITERATUUR Eerste hulp

Wegwijzer voor zorgberoepen rampen en seksueel geweld komen aan bod.

EXXPERT

08

Sportkinesitherapie: een domein gebaseerd op 6 competentiedomeinen

16

Chirurgische versus conservatieve behandeling voor een voorste kruisbandletsel

18

Het nieuwe vennootschapsrecht: wat zijn de gevolgen voor uw zaak?

Deze digitaal verrijkte uitgave ondersteunt je met concrete leerdoelen en tal van voorbeelden, stappenplannen, casussen, video’s, interactieve vragen, handige links en een discussieforum. Zo ben je grondig voorbereid om de beste eerste hulp te bieden. Uitgeverij: ACCO Auteurs: Nathalie Charlier, Stefaan Nijs en Marc Sabbe Publicatiedatum: 2019

AXXON EXCLUSIEF PUBLICATIE VAN AXXON VZW – JUNI 2019 DRIEMAANDELIJKSE UITGAVE, JAARGANG 11, IMPERIASTRAAT 16 – 1930 ZAVENTEM AFGIFTEKANTOOR: BRUSSEL X ERKENNINGSNUMMER: P910666 VERANTWOORDELIJKE UITGEVER: PETER BRUYNOOGHE, IMPERIASTRAAT 16 – 1930 ZAVENTEM HOOFDREDACTIE: FABIENNE VAN DOOREN , REDACTIE@AXXON.BE ALGEMENE COÖRDINATIE: KAREN THIEBAUT COPYWRITING: DAVID VAN TURNHOUT, SÉBASTIEN KOSZULAP VERTALING: EMILY VAN COOLPUT, ERIK VERTRIEST CONCEPT EN VORMGEVING: C3CREATIES DRUKWERK: SYMETA CORRESPONDENTIEADRES AXXON: IMPERIASTRAAT 16 – 1930 ZAVENTEM, TEL: 02 709 70 8, FAX: 02 749 96 89, WWW.AXXON.BE REKENINGNUMMER VOOR LIDMAATSCHAP: BE18 3631 0868 1365 U ontvangt dit tijdschrift op de naam en het adres die zijn opgenomen in ons adressenbestand. In uitvoering van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke leefsfeer hebt u inzage- en correctierecht. De artikels/publiciteit verschijnen onder verantwoordelijkheid van de auteurs/ firma’s. Axxon houdt zich het recht voor om ingestuurde teksten en/of publiciteit die het beroep kunnen schaden te weigeren. © Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotocopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

02

JUNI 2019

Ook als kinesitherapeut beland je soms in een situatie waarin je eerste hulp moet verlenen en als zorgverlener wil je ook op dat moment de best mogelijke hulp verlenen. De juiste reactie maakt immers vaak het verschil tussen leven en dood. Daarom wil je er zeker van zijn dat je acties berusten op evidentie, de best practices volgen en ondersteund zijn door de laatste technologische ontwikkelingen. Eerste hulp. Wegwijzer voor zorgberoepen neemt je mee op weg in de dringende geneeskundige hulpverlening, evaluatie van noodsituaties, verzorging van wonden, letsels en fracturen, evacuatietechnieken en houdingen. Ook eerste hulp bij kinderen, zwangere vrouwen, ouderen, mensen van andere culturen,

ISBN: 9789463791427 Aantal pagina’s: 200

VOORDEELPRIJS VOOR AXXON-LEDEN BTW

6% € in 37,8 begrepen

Normale prijs € 42,00 Online bestellen met actiecode AXXON10GZ0419 via www.acco.be/eerstehulp Deze korting is geldig tot en met 31 augustus 2019.

ALS LID VAN AXXON KUN JE AL JE VAKLITERATUUR BESTELLEN MET EEN KORTING VAN 10% OP WWW.AXXON.BE – VOORDELEN – VAKLITERATUUR.


DIRK VERLEYEN VOORZITTER AXXON KWALITEIT IN KINESITHERAPIE

VOORWOORD

De teerling is geworpen! De stemmen zijn geteld en de resultaten bekend. Welke partijen bereiken een akkoord over de taalgrenzen heen, en welke punten uit hun programma wensen ze samen als coalitie te realiseren? Ter voorbereiding van de verkiezingen ondersteunden we met de Vlaamse Vleugel voluit het 14-punten memorandum van Axxon voor een verankering van de kinesitherapie binnen een duurzame gezondheidszorg. Samen met u kijken we nu welke van onze thema’s meegenomen worden in het toekomstige regeerakkoord. Het voorjaar 2019 bracht ons de terugkeer naar meer redelijkheid. Een substantiële verhoging van het kiné-budget, de gunstige uitspraak van de Raad van State ten voordele van de patiënt, en de politieke ommekeer met goedkeuring van amendementen bij de “kwaliteitswet” waren een eerste stap in een lange strijd. Het is nu aan de komende regering om uitvoering te geven aan deze laatste besluiten en een datum van inwerkingtreding vast te leggen. De wet op de “rechten van de patiënt” (2002) schrijft voor dat elke burger recht heeft op kwaliteitsvolle zorg. Met deze nieuwe wet over kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg – kortweg de

‘kwaliteitswet’ – wil minister De Block dit recht nu concreet vertalen naar de zorgpraktijk. Zo zullen zorgverleners aan minimale kwaliteitscriteria moeten voldoen ongeacht de locatie waar ze werken, in het ziekenhuis, een privépraktijk of bij de patiënt thuis. De analyse brengt enkele nieuwigheden aan het licht. Zo zullen alle zorgverleners moeten kunnen aantonen dat ze

daadwerkelijk bekwaam zijn voor de zorg die ze verrichten. De patiënt moet te allen tijde kunnen rekenen op continuïteit van zorg, inclusief een permanentiesysteem. Er komt een centraal register waarin staat wie welke zorg aanbiedt, en

met welke andere zorgverleners hij of zij samenwerkt, toegankelijk voor zowel patiënten als zorgverleners. Er komt een aanvulling op het visum, zoals een dynamisch portfolio. Daarmee zullen zorgverleners kunnen aantonen dat ze zich continu bijscholen. Een aantal voorwaarden en criteria voor het patiëntendossier wordt vastgelegd. Indien bepaalde kwaliteitsvereisten niet worden nageleefd kan een verbeterplan worden voorgelegd. Bij schending van de kwaliteitsvereisten kan het visum worden geschorst of ingetrokken. In de reorganisatie van de eerstelijn zet Vlaanderen door: eind maart keurde de Vlaamse Regering de afbakening goed van de regionale zorgzones. Iedere gemeente en eerstelijnszone kwam in één regionale zorgzone terecht. In totaal telt Vlaanderen voortaan 14 regionale zorgzones. Ondertussen is er ook de principiële goedkeuring over de uitvoeringsbesluiten van de zorgraden en groeit er een consensus over de visie op zorgcoördinatie en casemanagement. We wensen alle gemandateerden uit de kinekringen veel succes bij hun engagement binnen de zorgraad, de zorgcluster en het veranderforum.

JUNI 2019

03


AXXON IN ACTIE

PETER BRUYNOOGHE

Stand van zaken bij de juridische werven van Axxon

De afgelopen maanden heeft Axxon verschillende juridische slagen thuisgehaald. Hierbij vindt u een overzicht van de laatste acties, die met succes ondernomen werden door de beroepsvereniging. Arrest van de Raad van State Op 1 mei 2017, na de opgelegde Overeenkomst M17 door het Verzekeringscomité, trok Axxon naar de Raad van State. In het neergelegde verzoekschrift ging het vooral om de vormfouten en de juridische onjuistheden in de Overeenkomst M17 en de begeleidende omzendbrief. De toegepaste terugbetalingsregels schenden de artikelen 10 en 11 van de Belgische Grondwet waarin respectievelijk het gelijkheidsbeginsel en het non-discriminatie-beginsel bepaald worden. Overeenkomstig artikel 10 van de Grondwet zijn alle Belgen gelijk voor de wet. Artikel 11 van de Grondwet bepaalt dat het genot van de aan de Belgen toegekende rechten en vrijheden zonder discriminatie moet worden verzekerd. In zijn Arrest van 7 februari 2019 verstomt de Raad van State vriend en vijand: het vernietigt de artikelen 11 en 12 van de “Overeenkomst voorgesteld door het Verzekeringscomité voor de kinesitherapeuten [de M17]”, en de punten 2.1 tot 2.3 van de omzendbrief 2017/01 van het RIZIV aan de kinesitherapeuten van 10 maart 2017. Bovenstaande artikelen gaan over de wijze van toetreden tot het tariefakkoord voor 2017 (de Overeenkomst M17) en de vaststellingen van het quorum van 60 % met de eraan gekoppelde gevolgen. Volgens de Raad van State kon de overeenkomst uit 2015 NIET stilzwijgend verlengd worden in 2016. Dit

04

JUNI 2019

heeft tot gevolg dat de bepalingen van het quorum en de eraan gekoppelde verminderde terugbetaling van 25 % aan patiënten van gedeconventioneerde collegae in 2016 onterecht was. Hetzelfde geldt voor de Overeenkomst M17. De nietigverklaring van de artikelen 11 en 12 van deze overeenkomst en de punten 2.1 tot 2.3 van de Omzendbrief van 10 maart 2017 heeft eveneens tot gevolg dat patiënten van gedeconventioneerde collega’s onterecht 25 % minder werden terugbetaald tegenover patiënten van geconventioneerde kinesitherapeuten. Deze onwettigheid vloeit voor uit de Art. 45, 49 en 51 van de GVU-wet. Voor Axxon was een stilzwijgende verlenging van het tariefakkoord van 2015 in 2016 een duidelijke foutieve interpretatie van de overheid. Door de discriminatie in terugbetaling hebben gedeconventioneerde kinesitherapeuten patiënten misgelopen wat inkomstenderving tot gevolg had. Bovendien kunnen de patiënten van gedeconventioneerde kinesitherapeuten voor de jaren 2016 en 2017 hun tekort aan 25 % terugbetaling terugvorderen van de overheid! In het Verzekeringscomité van 25 februari 2019 werden de gevolgen van het arrest van de Raad van State besproken. In een nota die ter zitting werd uitgedeeld, werden door de juristen van het RIZIV twee opties naar voor geschoven, een minimalistische en een maximalistische.


De leden van het Verzekeringscomité werden verzocht kennis te nemen van de nota en een standpunt in te nemen inzake de te nemen maatregelen ten gevolge van het arrest. • In de minimalistische optie gaat men ervan uit dat de artikels 11 en 12 van de overeenkomst M17 zijn vernietigd, wat volgens Axxon duidelijk de intentie was van de Raad van State. Hierdoor komen de toetredingsvoorwaarden tot de overeenkomst te vervallen, waardoor de -25 % regel niet mocht toegepast worden voor 2017. De terugbetaling van deze 25 % door de ziekenfondsen aan de betrokken rechthebbenden heeft een budgettaire impact van 9,401 miljoen euro. • In hun maximalistische optie gaan de juristen van het RIZIV ervan uit dat de overeenkomst M17 in haar totaliteit is vernietigd. Ook bij deze optie dient men de betrokken verzekerden correct terug te betalen, maar daarnaast zou het RIZIV de uitgekeerde bedragen terugvorderen bij toegetreden kinesitherapeuten voor 2017! Het betreft de sociale voordelen (25,153 miljoen euro), de telematicapremie (6,908 miljoen euro) en de kwaliteitspremie (2,635 miljoen euro),voor een totaal bedrag van 34,696 miljoen euro.

Axxon vertegenwoordiger Luk Dieleman heeft er in zijn reactie eerst op gewezen dat de hele heisa rond de M 17 is ontstaan nadat minister De Block het nodig achtte in februari 2017 –  een beslissing genomen met 2/3e meerderheid van het Verzekeringscomité  – te vernietigen om vervolgens een eigen ontwerp van overeenkomst voor te leggen aan de individuele kinesitherapeut, met als argument dat men de mogelijkheid moest bieden aan de individuele verstrekker aanspraak te kunnen maken op de sociale RIZIV-voordelen en de telematicapremie. De maximalistische optie die ter zitting door het RIZIV werd gepresenteerd staat daar haaks op en is onaanvaardbaar voor Axxon. Ze strookt trouwens niet met de interpretatie die de juristen die voor Axxon optreden geven aan het betrokken arrest. Vanzelfsprekend dient de terugbetaling van de 25 % aan de betrokken rechthebbenden te worden uitgevoerd want ze is het rechtstreekse gevolg van de vernietiging van artikel 11 en 12 van de overeenkomst. Daarnaast hebben de gedeconventioneerde kinesitherapeuten in 2017 ook schade geleden die vergoed dient te worden. Tijdens het debat dat een uur in beslag nam kreeg Axxon de steun van de andere zorgverstrekkers. De ziekenfondsen daarentegen waren van oordeel dat de maximalistische optie van toepassing is.

Uiteindelijk nam het Verzekeringscomité geen standpunt in en werd besloten dat beide partijen (Axxon en het RIZIV) vergezeld van hun respectievelijke raadslieden op korte termijn in overleg zullen gaan om een correcte regeling uit te werken inzake de te nemen maatregelen ten gevolge van het arrest. Dat voorstel zal worden voorgelegd aan het Verzekeringscomité. Op 25 maart 2019 vond de ontmoeting plaats tussen de vertegenwoordigers van Axxon en het RIZIV. Als eerste brachten de juristen van Axxon hun interpretaties op het arrest, samen met de mogelijke budgettaire impact. De juristen van het RIZIV beschikten over weinig elementen om de interpretaties van de Axxon-juristen te weerleggen. Een eensgezind standpunt werd na anderhalf uur harde discussie niet gevonden. Het blijft nu afwachten met welk voorstel Dhr J. De Cock, Administrateur-generaal van het RIZIV, voor de dag zal komen! De overheid (het RIZIV) moet het arrest wel openbaar maken, samen met de vernietigende artikels samengevat in de besluiten. Bovendien is het RIZIV veroordeeld tot het betalen van de gerechtskosten van 400 euro en moet ze de winnende partijen 700 euro betalen! Wordt vervolgd!

JUNI 2019

05


AXXON IN ACTIE

2 amendementen bij de kwaliteitswet: een eerste stap in het wegwerken van de discriminatie in terugbetaling voor de patiënten Tijdens de plenaire vergadering van de Kamer van Volksvertegenwoordigers op donderdag 28 maart 2019 werd de wet op de Kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg (in de volksmond de “sokkelwet”), samen met zijn amendementen aangenomen. De partijen van de vroegere coalitie, inclusief de N-VA, stemden met 79 stemmen voor, 69 kamerleden onthielden zich, waaronder sp.a, PS, Groen en Ecolo. Geen enkel parlementslid stemde tegen. Voor Axxon gaat het bij deze wet vooral over 2 amendementen, ingediend door parlementsleden Catherine Fonck (cdH) en Yoleen Van Camp (N-VA). Eén amendement is gelijklopend met het wetsvoorstel van kamerlid Nathalie Muylle (CD&V), dat eerder in 2018 werd ingediend, maar onder druk van Minister De Block werd afgevoerd. De 2 amendementen zijn terug te vinden onder de artikelen 85 en 86 in de laatste versie van de Kwaliteitswet, en zullen de bepalingen schrappen uit de GVU-wet (Art. 49 §5 ) met betrekking tot een hoger remgeld wanneer de patiënt een beroep doet op gedeconventioneerde kinesitherapeuten, vroedvrouwen, zelfstandige verpleegkundigen, logopedisten .... Tijdens eerdere besprekingen van de Kwaliteitswet in de Kamercommissie Volksgezondheid verzette Minister De Block zich nog heftig tegen deze amendementen, omdat volgens de Minister de afschaffing van de discriminatie hogere uitgaven zal teweegbrengen voor het RIZIVbudget met daarnaast het gevolg dat waarschijnlijk meer kinesitherapeuten zullen deconventioneren. Dat zou leiden tot minder tariefzekerheid voor de patiënt.

06

JUNI 2019

Blijkbaar heeft de uitspraak van de Raad van State van 7 februari 2019, de Minister en haar partij, Open Vld, tot andere gedachten gebracht. Niettegenstaande de Minister tijdens de plenaire vergadering hetzelfde pleidooi bracht, stemde ze samen met haar partijgenoten voor! De parlementsleden van de CD&V en cdH werden door hun aanleunende mutualiteiten onder druk gezet om eveneens deze artikelen niet aan te nemen! Ook voor deze parlementsleden was de opheffing van de discriminatoire patiëntonvriendelijke wet de doorslag om de artikelen 85 en 86 aan te nemen. Voor Anne Dedry en de groene fractie (Groen en Ecolo) waren deze artikelen juist de reden om zich te onthouden tijdens het stemmen van de Kwaliteitswet. Onder schriftelijke druk van het Nationaal Intermutualistisch College, bij monde van Jean Hermesse, waren eveneens de socialistische partijen erg gekant tegen de schrapping van deze discriminatie bij een gedeconventioneerde zorgverstrekker. Vooral linkse partijen zien in die schrapping een aanmoediging voor de zorgverleners om niet tot het tariefakkoord toe te treden. Parlementslid Fonck wees erop dat het nu wel de patiënt is, die niet aanwezig is bij het tot stand komen van een tariefakkoord, en voor de niet-toetreding gestraft wordt. Bij dit laatste kan men zich de vraag stellen of de mutualiteiten in deze wel degelijk de belangen van de patiënten verdedigen.


Gezien een regering in lopende zaken geen uitgaven kan doen met budgettaire implicaties, is het wachten op een volgende regering om artikel 85 ten uitvoering te brengen. Daarom werd artikel 86 toegevoegd waarin een nieuw samengestelde Ministerraad de Koning de opdracht zal geven om artikel 85 in werking te doen treden. We kunnen dus enkel hopen dat na 26 mei snel een nieuwe federale regering op de been wordt gebracht.

Een patiënt van een gedeconventioneerde arts krijgt een identieke terugbetaling als een geconventioneerde arts. Via de amendementen bij de ‘Kwaliteitswet’ wordt deze discriminatie hopelijk in de toekomst weggewerkt.

Voor Axxon betekent het aannemen van de Artikelen 85 en 86 binnen de Kwaliteitswet een eerste belangrijke stap in een lange strijd voor de afschaffing van de discriminatie! Dit is een volgende overwinning voor Axxon, na de uitspraak door de Raad van State, in het voordeel van onze patiënten.

• Een arts kan zich gedeeltelijk conventioneren, waardoor hij het recht behoudt op de sociale voordelen RIZIV. Een kinesitherapeut kan zich niet partieel conventioneren.

Procedure bij het Grondwettelijke hof Op 11 augustus 2017 heeft de Kamer van Volksvertegenwoordigers enkele wijzigingen goedgekeurd van Art. 45, 49 en 51 van de Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994. Deze wijzigingen hadden vooral tot doel om de digitale applicatie bij het niet-toetreden tot een Overeenkomst juridisch te verankeren. Gezien elke Belgische burger binnen de 6 maanden na publicatie van een nieuwe wet de mogelijkheid heeft om deze nieuw wet aan te vechten bij het Grondwettelijke hof heeft Axxon dan ook deze opportuniteit gegrepen om in februari 2018 een Verzoekschrift in te dienen. Art. 45, 49 en 51 van de RIZIV-wet is echter niet van toepassingen voor artsen en tandartsen, waardoor er een aantal belangrijke discriminaties ontstaan tussen kinesitherapeuten en artsen/tandartsen.

• Een gedeconventioneerde arts moet het tariefakkoord niet respecteren bij patiënten met een verhoogde tegemoetkoming, wat voor een gedeconventioneerde kinesitherapeut wel van toepassing is.

• Wanneer meer dan 40 % van de artsen het tariefakkoord weigeren, treedt het tariefakkoord niet in werking. Zelfs wanneer 100 % van de kinesitherapeuten het tariefakkoord weigeren, blijft het van toepassing. Enkel de terugbetaling zal dan voor alle patiënten gelijk zijn en kan daarnaast de minister bovendien maximumtarieven opleggen. In de loop van december 2018 werd de memorie van wederantwoord opgemaakt door de juristen van Axxon. Op 6 februari 2019 werd de zaak in beraad genomen door het Grondwettelijk Hof waardoor het in de loop van de maand juni een arrest zal vellen!

Soortgelijke juridische acties, samen met sterk uitgebouwde inhoudelijke dossiers zullen in de toekomst belangrijk blijven in de strijd voor de verdere ontvoogding van de kinesitherapie. En daarvoor heeft Axxon de steun nodig van alle kinesitherapeuten!

JUNI 2019

07


EXXPERT

SÉBASTIEN KOSZULAP

Sportkinesitherapie: een domein gebaseerd op 6 competentiepijlers Gezondheidspromotie en sportieve fairplay, rehabilitatie, preventie, multidisciplinaire samenwerking, management en naleving van patient centered care, en wetenschappelijk onderzoek: die competentiedomeinen maken deel uit van de bagage die sportkinesitherapeuten verwerven tijdens hun opleiding. Of hun patiënten nu amateur- of beroepssporters zijn, gespecialiseerde sportkinesitherapeuten evalueren hun behoeften en capaciteiten, om hen een aangepaste behandeling te geven en ervoor te zorgen dat elke patiënt zijn functionaliteit herwint en vervolgens zo snel mogelijk al zijn activiteiten kan hervatten. Competent als ze zijn voor de acute behandeling van tal van soorten blessures (verzwikkingen, scheuren, fracturen, luxaties, tendinopathieën…), besteden ze bijzondere aandacht aan de preventie van sommige

08

JUNI 2019

van die letsels, wat een belangrijke meerwaarde biedt op het vlak van volksgezondheid. Hieronder vindt u de abstracts van 5 studies die verschenen in internationale wetenschappelijke tijdschriften en thema’s behandelen die te maken hebben met diverse competentiepijlers van sportkinesitherapie. De volledige versie vindt u terug op de website van Axxon, zodat u kennis kunt nemen van alle informatie in deze kwaliteitspublicaties.


Voorste kniekruisband: Hoe niet-professionele sporters aan te zetten tot een betere revalidatie, tot ze voldoen aan de criteria om opnieuw te gaan sporten, en het risico op een nieuwe scheur van de knieplastiek te helpen verminderen? 1

S. ABELLANEDA (A,B) B. BAILLON (C,D) P-Y. DESCAMPS (C,B) D. FLORENTZ (A,B,D) O. GAILLY (C,B) M. VANCABEKE (E,D) Na chirurgische reconstructie van de voorste kniekruisband wacht er de patiënt een lange revalidatie. Vaak stoppen niet-professionele sporters echter met hun revalidatie nog voor ze voldoen aan de in de wetenschappelijke literatuur aanbevolen criteria om opnieuw te gaan sporten, in de veronderstelling dat ze voldoende gerecupereerd en weer functioneel zijn. We stellen voor om de impact van regelmatige functionele evaluaties te meten om de spierrecuperatie na te gaan en de therapietrouw van de patiënten bij hun revalidatie, tot ze aan die criteria voldoen. De twee patiëntcohorten ondergingen isokinetische tests 3 en 6 maanden na de ligamentplastiek (ligamentoplastie), maar alleen de patiënten uit tweede cohort kregen ook regelmatige functionele evaluaties. 6 maanden na de ligamentplastiek hadden alleen die laatste hun revalidatie voortgezet tot hun spierrecuperatie voldeed aan de criteria in de literatuur. De resultaten tonen aan dat een revalidatieproces met regelmatige functionele evaluaties de spierrecuperatie en de bereidheid van de patiënten om hun lange revalidatie te blijven volgen, gunstig beïnvloedt. We gaan ervan uit dat deze resultaten het risico op een nieuwe scheur van de plastiek helpen te verminderen.

Sleutelwoorden • • • • •

Voorste kruisband Ligamentoplastie Revalidatie Compliance Isokinetische test

Studieontwerp Het gaat om een retrospectieve studie met twee patiëntcohorten. Het evidentieniveau is III. • S. Abellaneda, PhD, Docteur en Sciences de la Motricité, Kinesitherapeute - Diensthoofd • B. Baillon, Orthopedisch chirurg - Diensthoofd • P-Y. Descamps, Orthopedisch chirurg - Diensthoofd • D. Florentz, Kinesitherapeut • O. Gailly, Orthopedisch chirurg • M. Vancabeke, Orthopedisch chirurg • (a). Service de Kinésithérapie et Revalidation Fonctionnelle, Centre Hospitalier de la Haute-Senne, Chaussée de Braine-49, Soignies • (b). Clinique du sport et Pôle de l’Appareil Locomoteur, Process Spécifique du Ligament Croisé Antérieur du genou, Centre Hospitalier de la Haute-Senne, Chaussée de Braine-49, Soignies • (c). Service de Chirurgie Orthopédique, Centre Hospitalier Joseph Bracops, Hôpitaux Iris Sud, Rue Docteur Huet-79, 1070 Anderlecht (Brussel) • (d). Centre Pluridisciplinaire MedinSport, Boulevard Sylvain Dupuis-229, 1070 Anderlecht • (e). Service de Chirurgie Orthopédique, Centre Hospitalier CHIREC, Hôpital Delta, Boulevard du Triomphe-201, 1160 Oudergem


EXXPERT

2

Scapulaire dyskinesie bij sporters

B FORTHOMME, C TOOTH, JL CROISIER, JF KAUX, C SCHWARTZ DEPARTEMENT MOTORISCHE WETENSCHAPPEN, UNIVERSITEIT LUIK De scapula (schouderblad) blijkt een fundamentele rol te spelen bij het richten-werpen of het gooien van een projectiel; het gaat daarbij om de juiste plaatsing en mobilisatie, om de functionaliteit van de schouder te vergemakkelijken. Omgekeerd zou een verkeerde positie of mobilisatie van de scapula bij deze handeling het prestatievermogen kunnen beperken of een bestaand letsel kunnen verergeren [1]. We spreken van “scapulaire dyskinesie” bij de nietjuiste stand van de scapula in rust of bij bewegingen van de arm. Deze scapulo-thoracale dysfunctie doet zich voor bij atleten met een pathologie, ongeacht de oorzaak, maar ook bij de schouders van sporters zonder symptomen. Het is bewezen dat de gerapporteerde prevalentie van scapulaire significant hoger (51 %) ligt bij richt- en werpsporten (overhead) dan bij “nonoverhead athletes” (33 %) [2]. De klinische evaluatie van dyskinesie is een essentieel onderdeel van het klinisch schouderonderzoek [3]. De klinische aanpak om dyskinesie op te sporen, is gebaseerd op: • visuele observatie met de armen in rust en in beweging, • het effect van manuele correctie op de dyskinesie (Scapular Assistant’s Test of Scapular repositionnal Test), • indentificatie van de anatomische structuren (meestal de stijfheid van de kleine borstspier en de achterste schouderkap) of spierstructuren (meestal de verstoring van de contractiliteit of een zwakte van de middelste en onderste monnikskapspier en de voorste zaagspier) die tot dyskinesie kunnen leiden.

10

JUNI 2019

Bij een vermoeden van perifere neurologische schade blijken er bijkomende onderzoeken noodzakelijk te zijn, zoals een elektromyografie (EMG). Na de gespecialiseerde klinische balans legt de therapeut zijn behandelingsdoelstellingen vast. Bij de aanpak van dyskinesie van een pathologische schouder moeten de bij de balans vastgestelde factoren stijfheid of zwakte en gebrek aan neuromusculaire coördinatie aangepakt worden bij de conservatieve behandeling [1]. Ook een preventieve behandeling is noodzakelijk, aangezien prospectieve studies een verband hebben aangetoond tussen dyskinesie en het ontstaan van letsels [4]. Bovendien is het nut van preventie bewezen bij de longitudinale follow-up van sporters die een preventieprogramma volgden, in vergelijking met de controlegroep [5].

Referenties [1] Forthomme B et al. Sports Med 2008; 28(5):369-86. [2] Burn MB et al. Orthop J Sports Med 2016; 4(2):2325967115627608. doi: 10.1177/2325967115627608. [3] Forthomme B et al. J Traumatol Sport 2018 ; 35:158-162. [4] Hickey D et al. Br J Sports Med 2018 ; 52(2):102-10. [5] Andersson SH et al. Br J Sports Med 2017 ; 51:1073-80.


3

Sportblessures en preventiestrategieën

FRANÇOIS DELVAUX KINESITHERAPEUT, DEPARTEMENT MOTORISCHE WETENSCHAPPEN, UNIVERSITEIT EN CHU VAN LUIK JEAN-FRANÇOIS KAUX, BÉNÉDICTE FORTHOMME, JEAN-LOUIS CROISIER Het onderzoek naar letselpreventie is er de voorbije jaren aanzienlijk op vooruitgegaan. De aanbevelingen aan de zorgverleners zijn gebaseerd op wetenschappelijke bewijzen die weliswaar niet waterdicht zijn, maar vandaag wel als stevig kunnen worden bestempeld. Om de doeltreffendheid van preventiemaatregelen maximaal te verhogen, blijkt het essentieel om zich te baseren op een specifiek theoretisch model voor blessurepreventie. Bij die modellen citeren we onder meer het “Operational framework for individualizing injury riskmanagement in sport” [1] en “Team-sport Injury Prevention” [2]. De “Sequence of Prevention” van W. van Mechelen [3] is ongetwijfeld het meest bekende en verspreide model ter wereld. Dit model bestaat uit vier fasen. De eerste fase brengt de epidemiologische gegevens in kaart, zoals de incidentie en de ernst van de blessures binnen een bepaalde doelpopulatie. De tweede fase identificeert de risicofactoren en de letselmechanismen van de pathologie in kwestie; de derde fase omvat de effectieve toepassing van de preventiemaatregelen, terwijl de vierde fase een meting vereist van de doeltreffendheid van de opgestarte preventiemaatregelen, door fase 1 te herhalen. Naast de toepassing van een theoretisch model zouden verschillende sleutelelementen idealiter deel moeten uitmaken van elk preventieprogramma [4]:

Tot slot kan de preventieve actie gegroepeerd worden (standaardisering van de preventiemaatregelen, zoals de programma’s FIFA 11+ of Prevent Injury and Enhance Performance), of veeleer geïndividualiseerd op basis van screening tests (krachttests, neuromusculaire controletests…). Op basis daarvan kunnen sporters geïdentificeerd worden met een eventueel risicoprofiel, en kan er op die manier aan doelgerichte preventie worden gedaan. Wel moet er rekening mee gehouden worden dat het nauwkeurig voorspellen van sportblessures wellicht even utopisch is als het betrouwbaar voorspellen van het weer (5). Een sporter identificeren met een hoog blessurerisico betekent niet automatisch dat hij zich daadwerkelijk zal blesseren, net zoals een sporter met een laag letselrisico altijd een blessure kan oplopen.

• Een gecoördineerde actie rond verschillende letselrisicofactoren: de multifactoriële oorzaak van een blessure vereist dat er in overleg gewerkt wordt aan een geheel van risicofactoren; • Een medisch-sportieve balans vóór de start van het seizoen; • Een maximale samenwerking en optimale communicatie tussen de verschillende betrokkenen: atleten, sportieve en medische staf…; • Een kwantificering en een strikt beheer van de werklast.

Referenties [1] Roe M, et al. A six stage operational framework for individualising injury riskmanagement in sport. Inj Epidemiol. 2017;4(1):26. [2] Pruna R, et al. Muscle injury guide : Prevention and Return to Play from Muscle Injuries. 2018. Ed. Barça Innovation Hub. [3] van Mechelen W, et al. Incidence, severity, aetiology and prevention of sports injuries. A review of concepts. Sports Med. 1992 ;14(2) : 82 99. [4] Delvaux F, et al. La prévention des blessures sportives: modèles théoriques et éléments-clés d’une stratégie efficace. Journal de Traumatologie du Sport. 2018 ; 35(3) :152-7. [5] van Dyk N, Clarsen B. Prevention forecast: cloudy with a chance of injury. Br J Sports Med. 2017 ; 51(23) : 1646 7.

JUNI 2019

11


EXXPERT

Return to sportcriteria na laterale enkelverzwikking: een systematische review en narratieve synthese. 4

BRUNO TASSIGNON VRIJE UNIVERSITEIT BRUSSEL, BELGIË JO VERSCHUEREN VRIJE UNIVERSITEIT BRUSSEL, BELGIË EAMONN DELAHUNT UNIVERSITY COLLEGE DUBLIN, IERLAND MICHELLE SMITH THE UNIVERSITY OF QUEENSLAND, ST LUCIA, QUEENSLAND, AUSTRALIË BILL VICENZINO THE UNIVERSITY OF QUEENSLAND, ST LUCIA, QUEENSLAND, AUSTRALIË EVERT VERHAGEN RIJE UNIVERSITEIT AMSTERDAM, NEDERLAND ROMAIN MEEUSENVRIJE UNIVERSITEIT BRUSSEL, BELGIË

12

Introductie

Methoden

Resultaten

Een laterale enkelverzwikking is een van de meest voorkomende sportblessures en vertoont bovendien hoge recidiefcijfers bij sporters. Men veronderstelt dat dit hoge aantal recidieven voornamelijk veroorzaakt wordt ten gevolge van de aanhoudende sensorimotorische beperkingen die ontstaan na een eerdere laterale enkelverzwikking, in combinatie met een te snelle terugkeer naar sport. Om deze reden is het aangewezen om evidencebased criteria ter ondersteuning van de “Return to sport”-beslissingen bij sporters met een laterale enkelverzwikking te ontwikkelen en toe te passen. Het doel van deze systematische review was om prospectieve studies te identificeren die gebruik maakten van criteria om deze “Return to sport”-beslissing te onderbouwen bij sporters met een laterale enkelverzwikking.

De PubMed (MEDLINE), Web of Science, PEDro, Cochrane Library, SPORTDiscus (EBSCO), ScienceDirect en Scopus databanken werden doorzocht tot en met 23 november 2018. Studies werden geïncludeerd als ze prospectief een op criteria gebaseerd “Return to sport”-besluitvormingsproces bij patiënten met een laterale enkelverzwikking toepasten. Studies werden geëxcludeerd als ze alleen uitkomstmaten op het “Return to sport”-tijdspunt registreerden. Studies werden ook uitgesloten als patiënten herstellende waren van een enkelfractuur, hoge enkelverstuiking, mediale enkelverstuiking, chronische enkelinstabiliteit of andere complexe enkelblessures.

Er werden geen studies geïdentificeerd die gebruik maakten van prospectieve criteria om hun “Return to sport”beslissing bij sporters met laterale enkelverzwikking te onderbouwen. Hierdoor waren we niet in staat om een kwantitatieve synthese of metaanalyse uit te voeren. Wel werden er 47 relevante vragenlijsten, evenals 45 klinische en functionele testen geïdentificeerd tijdens het totale systematische zoekproces. Op deze basis werd een narratieve synthese uitgeschreven die de complexiteit van deze beslissing in kaart brengt en aanbevelingen geeft voor de onderbouwing van de “Return to sport” beslissing bij sporters.

JUNI 2019


Conclusie

Toekomstig onderzoek dient zicht te richten op het bereiken van een (internationale) consensus betreffende deze variabelen en deze toe te passen op daadwerkelijke “Return to sport”-beslissingen binnen prospectieve studieopzetten. Ten slotte suggereren we dat complexe systeemtheorie en het “Return to sport”-continuüm gebruikt kunnen worden om de ontwikkeling van

een besluitvormingsparadigma voor sporters na LAS te ondersteunen. De volledige studie en referentielijst is gepubliceerd in «Sports Medicine»

Referenties Tassignon B, Verschueren J, Delahunt E, Smith M, Vicenzino B, Verhagen E & Meeusen R. (2019) CriteriaBased Return to Sport DecisionMaking Following Lateral Ankle Sprain Injury: a Systematic Review and Narrative Synthesis. Sports Med. 2019;49(4):601-619.

Duidelijk klaar om RTS Duidelijk NIET klaar om RTPf

Maximale RTPa cut-off

Minimale RTPa cut-off

Duidelijk klaar om RTPf

Maximale RTS cut-off

Minimale RTS cut-off

Prestatie <–> Revalidatie/Preventie

Duidelijk NIET klaar om RTPa

Maximale RTPf cut-off

die gebruikt zouden kunnen worden om een op criteria gebaseerd “Return to sport”-beslissingsproces te ontwikkelen:

Minimale RTPf cut-off

Ondanks de grote hoeveelheid vragenlijsten, klinische en functionele testen, zijn er momenteel geen prospectief gevalideerde, evidence-based criteria om “Return to sport”-beslissingen bij sporters met een laterale enkelverzwikking te onderbouwen. Het lijkt erop dat huidige “Return to Sport”-beslissingen na een enkelverzwikking in het algemeen nog steeds zeer tijdsafhankelijk zijn, met tijd vaak als enige overweging. Recente inzichten tonen echter aan dat deze beslissing veel complexer is. Daarom stellen we de volgende variabelen voor

Duidelijk klaar om RTPa Duidelijk NIET klaar om RTS

Tijd - Blessure: begin van de weg naar herstel: revalidatie + klinisch onderzoek (verzamelen van informatie betreffende de beginstaat van het systeem) - Vooruitgang van de patiënt: geen lineaire verbetering. Er bestaat een zekere dag-tot-dag variabiliteit binnen het RTPf-proces van de patiënt. - Shared decision-Making: atleet, medische staff, coaching staff

Figuur – Weg naar herstel volgens het RTS continuüm. De x-as beeldt ‘Tijd’ af., en de y-as het constante spanningsveld tussen revalidatie/preventie en prestatie. RTPf is een non-lineair proces; de bovenstaande figuur beeldt een min of meer ideaal scenario af. De progressiecurve ontstaat door middel van het dynamisch RTS profiel. Een mogelijke interpretatie van de minimale en maximale cut-offs voor RTS-beslissingen zou kunnen zijn: atleten met een lager hervalrisico, maar die minder ver gevorderd zijn in hun revalidatie kunnen mogelijks al doorstromen naar de volgende fase; terwijl atleten met een hoger hervalrisico mogelijks voordeel kunnen

- Dynamisch RTS profiel - Fase-overgang zone; aanzienlijke onzekerheid ontstaat waneer het team moet beslissen of de atleet al dan niet klaar is voor de volgende fase - Prestatieniveau voor de blessure

halen door verder vooruitgang te blijven maken in hun revalidatie vooraleer naar de volgende fase te gaan. Verder kan het voordelig zijn voor (professionele) atleten om gebruik te maken van load monitoring data van voor de blessure, aangezien dit informatie bevat over de staat van het systeem (niveau van de atleet). Dit kan ook helpen in het bepalen van doelstellingen voor revalidatie, preventie en prestatie. RTPa = Return to participation; RTS = Return to sport; RTPf = Return to performance.

JUNI 2019

13


EXXPERT

Hamstring injury in professional soccer players: Return-To-Play criteria actually used by clinicians 5

JEAN-LOUIS CROISIER DEPARTMENT OF SPORT AND REHABILITATION SCIENCES, UNIVERSITY AND CHU OF LIEGE, BELGIUM FRANÇOIS DELVAUX DEPARTMENT OF SPORT AND REHABILITATION SCIENCES, UNIVERSITY AND CHU OF LIEGE, BELGIUM JEAN-FRANÇOIS KAUX In professional soccer, the high rate of recurrence after a hamstring injury forces therapists to reflect about the most appropriate interventions in order to prevent subsequent occurrence of the same injury. In this context, the returnto-play (RTP) decision represents a key point. The aim of this study was to analyze how clinicians decide, in their daily practice, when a hamstring injured professional soccer player is fully able to get back to competitive activities. 37 sports medicine physicians from French (League 1 and 2) and Belgian (1st division) male professional soccer clubs filled in a questionnaire. Physicians were asked to rank a list of RTP criteria after Hamstring Strain (HS) according to their actual daily medical practice and, for some criteria, to answer to detailed questions. We observed that nearly 80% of the questioned physicians used at least seven criteria to assess player’s ability to return to full sport. A complete pain relief was considered as the most important criterion, presumably because pain would indicate incomplete healing. Muscle strength performance assessment was also considered as an essential RTP criterion. This result is not surprising, as it is proven that a muscle strength abnormality increases HS recurrence. However, the way to highlight a muscular abnormality appears sometimes very different among professional soccer clubs physicians (assessment device, parameters to be analyzed). The subjective feeling reported by the player seemed important for the questioned physicians. Indeed, apprehension, fear and anxiety are associated with a higher risk of re-injury in addition to negative effects on performance. Hamstring muscle flexibility represented the fourth most important RTP criterion. Even if the relationship between a lack of flexibility and an increased risk of muscle injury remains unclear, some recent studies tended to establish a positive correlation between these two parameters. By contrast, medical imaging was not considered as an essential RTP Criterion.

14

JUNI 2019

In conclusion, even if the scientific evidence about this topic is not sufficient at the moment, some lines of thinking have been proposed. Their implementations are possible with the goal of lowering re-injury rate.

Ranking

Return-to-play criteria

1

Complete pain relief

2

Muscle strength performance

3

Subjective feeling reported by the player

4

Muscle flexibility

5

Specific soccer test performance

6

Respect of a theoretical period of competition break

7

Running analysis

8

Physical fitness

9

Balance control assessment

10

Medical imaging

11

Dynamic functional testing performance

12

Correction of potential sacroiliac or lumbar joint dysfunction

References • Croisier, Sports Med, 2004. • Croisier et al., Am J Sports Med, 2008. • Delvaux et al., J Sports Sci Med, 2014.


JUNI 2019

15


EXXPERT

EMMANUEL SIMONS (1, 2) MARTINE GOOSSENS (1) TRUDY BEKKERING (1)

Chirurgische versus conservatieve behandeling voor een voorste kruisbandletsel Moeten patiënten met een voorste kruisband letsel chirurgisch of conservatief behandeld worden? Context: Voorste kruisbandletsels (ACL of VKB) komen voornamelijk voor bij lichamelijk actieve jongeren en volwassenen. Patiënten met een ACL-letsel vertonen voornamelijk een instabiliteit van het kniegewricht en dit vermindert hun levenskwaliteit. Voorste kruisbandletsels worden vaak geassocieerd met secundaire osteoartritis van de knie. De literatuur geeft tegenstrijdige antwoorden voor de chirurgische of conservatieve behandeling van dit letsel. Deze Cochrane review vond slechts 1 studie waarin 141 jonge patiënten met een ACL-letsel gerandomiseerd werden in 2 groepen; een chirurgische groep met nadien een specifieke revalidatie (N= 62) en een conservatieve groep met enkel een specifieke revalidatie (N=59).

Resultaten: Deze studie vond geen significant verschil in de subjectieve kniescore (schaal gaande van 0, extreme symptomen tot 100, geen symptomen) tussen de chirurgische behandeling en de conservatieve

16

JUNI 2019

behandeling op 2 jaar na de interventie (MD - 0.20, 95% betrouwbaarheidsinterval (BI) - 6.78 tot 6.38; N = 121) en op 5 jaar na de interventie (MD - 2.0, 95% BI - 8.27 tot 4.27; N = 120). Ook werd geen verschil gevonden in levenskwaliteit (fysieke domein). Complicaties die optraden in beide groepen werden niet duidelijk gerapporteerd. Belangrijke complicaties in de chirurgische groep waren 3 patiënten met een ruptuur van de geopereerde kruisband en in de conservatieve groep knieinstabiliteit bij verschillende patiënten. In de eerste 2 jaar werden 23/59 (39%) patiënten van de conservatieve groep toch nog geopereerd voor een ACL-reconstructie en na 5 jaar waren dit 30/59 patiënten (51%). Geopereerde patiënten hadden vaker osteoartritis van de knie dan patiënten in de conservatieve groep (19/58 (35%) versus 10/55 (18%)). Patiënten die geopereerd waren, keerden binnen 2 jaren iets vaker terug naar hun dagelijkse activiteiten of sportniveau (RR 1,22;

95%CI 0,78 tot 1,91) maar het effect was niet significant en het betrouwbaarheidsinterval was breed.

Opmerkingen: Deze Cochrane review gebruikt data van slechts 1 studie. Bovendien vertoonde deze studie een hoog risico op bias voornamelijk omdat patiënten en therapeuten niet geblindeerd waren. De kwaliteit van het bewijs is daarom laag (voor de kniescore, levenskwaliteit en terugkeer naar activiteiten) en zeer laag (voor risico op osteoartritis) en toekomstig onderzoek kan onze gevonden conclusie veranderen.


Conclusie:

Referentie

Chirurgische behandeling, vergeleken met een conservatieve behandeling, van een acuut voorste kruisbandletsel heeft waarschijnlijk geen effect op de kniefunctie en levenskwaliteit. Een operatie kan de kans op terugkeer naar dagelijkse activiteiten en sportniveau verhogen. Bij de interpretatie van dit resultaat moeten we wel rekening houden dat veel patiënten symptomatisch bleven; circa de helft van de patiënten met een conservatieve behandeling opteerden binnen 5 jaren toch om zich chirurgisch te laten behandelen.

Monk AP, Davies LJ, Hopewell S, Harris K, Beard DJ, Price AJ. Surgical versus conservative interventions for treating anterior cruciate ligament injuries. Cochrane Database Syst Rev. 2016 Apr 3;4:CD011166. doi: 10.1002/14651858.CD011166.pub2. Review. PMID: 27039329

Implicatie voor de praktijk: Het is onzeker of chirurgie voor een acute voorste kruisbandletsel betere resultaten heeft dan conservatieve behandeling. De keuze voor een behandeling wordt daarom gebaseerd op de voorkeur van een patiënt.

1. Belgian Centre for Evidence-Based Medicine (Cebam) 2. UVC-Brugmann

Bekijk de volledige tekst van deze review via de Cebam Digital Library for Health (www.cebam.be/nl/cdlh)

JUNI 2019

17


EXXPERT

JOHANNA WAELKENS SBB ACCOUNTANTS EN ADVISEURS

Het nieuwe vennootschapsrecht: wat zijn de gevolgen voor uw zaak? Het Belgische vennootschapsrecht werd grondig hervormd. En dat is vooral goed nieuws, want de nieuwe wetgeving is een pak moderner, eenvoudiger en flexibeler. De opvallendste wijziging is zonder meer de reductie van het aantal vennootschapsvormen: die worden van 17 naar 4 herleid. Welke gevolgen dat met zich meebrengt, en hoe u zich hier nu al op voorbereidt, leest u in deze wegwijzer. 1. Welke vennootschapsvormen blijven overeind? De meest opvallende wijziging in de nieuwe vennootschapswet is de drastische knip in het aantal vennootschapsvormen. Zo gaan we van 17 naar deze 4 vennootschapsvormen: • de maatschap: de standaard personenvennootschap met als voornaamste subcategorieën de Commanditaire Vennootschap (CommV) en de Vennootschap Onder Firma (VOF). • de Besloten Vennootschap of BV: de standaardvennootschap, die interessant is voor zowel starters als grotere bedrijven. • de Coöperatieve Vennootschap of CV: geschikt voor minstens 3 aandeelhouders die beperkt aansprakelijk zijn en ondernemen vanuit een authentieke coöperatieve gedachte. • de Naamloze Vennootschap of NV: de kapitaalvennootschap bij uitstek voor grotere en beursgenoteerde bedrijven.

2. De BV wint aan flexibiliteit

2. Hoe zien de nieuwe vennootschapsvormen eruit?

3. ‘Back to basics’ met de CV

Het aantal vennootschapsvormen vermindert niet alleen, ook de wetgeving per vennootschapsvorm kreeg een grondige revisie. Een overzicht van de belangrijkste wijzigingen:

1. De maatschap overleeft als de eenvoudigste vennootschapsvorm De maatschap wordt de enige vennootschapsvorm zonder rechtspersoonlijkheid. Binnen de maatschap zijn er verschillende subcategorieën aan te wijzen, elk met specifieke kenmerken. Zo is het mogelijk de maatschap

18

(onvolkomen) rechtspersoonlijkheid te verlenen. Op die manier ontstaat de Vennootschap Onder Firma (VOF), met onbeperkt aansprakelijke vennoten of de Commanditaire Vennootschap (CommV), met minstens één stille vennoot, die niet deelneemt aan het beheer van de vennootschap en beperkt aansprakelijk is.

JUNI 2019

De BV is de opvolger van de huidige BVBA. Opvallend is dat u voor de BV geen minimum startkapitaal meer moet voorzien, doch louter een ‘toereikend aanvangsvermogen’, een vermogen dat volstaat om de voorgenomen bedrijvigheid te voeren. De lat voor uw financieel plan, waarin het bedrag van dit aanvangsvermogen wordt verantwoord, komt wel hoger te liggen. Verder is deze BV ook op andere vlakken flexibeler dan de BVBA: in de BV kunnen aandeelhouders makkelijker in- en uittreden, kunnen aandelen gemakkelijker worden overgedragen en kan u ook diverse soorten van aandelen creëren (denk aan verschillend stemrecht of ongelijke winstrechten). In de nieuwe wetgeving wint de CV haar oorspronkelijke karakter terug. Ze is enkel nog bestemd voor organisaties die handelen vanuit een ‘coöperatieve gedachte’. Lees: met gemeenschappelijke economische en sociale doelstellingen en gedeeld eigenaars- en zeggenschap. U kan een CV ook laten erkennen als sociale onderneming en zo genieten van een belastingvoordeel. Voor het overige zijn de regels van toepassing op de BV ook van toepassing op de CV. Hierop bestaan slechts een paar uitzonderingen.


4. Versoepeld bestuur in de NV De wijzigingen aan de NV zijn minder ingrijpend dan aan de BVBA. De NV blijft de kapitaalvennootschap bij uitstek, voor grote en beursgenoteerde ondernemingen met veel aandeelhouders. Nochtans kan een NV voortaan worden opgericht door één vennoot, net zoals een BV overigens. Nieuw is ook dat er kan worden afgeweken van de regel die bepaalt dat bestuurders op elk moment, zonder vergoeding of opzegtermijn, kunnen worden ontslagen. Ook laat de NV nu 3 bestuursmodellen toe: een raad van bestuur, één bestuurder (rechtspersoon of natuurlijke persoon), of een duaal stelsel, dat bestaat uit een directieraad voor de operationele leiding en een raad van toezicht, die de strategie van de vennootschap uitzet.

3. Wat gebeurt er met uw huidige vennootschap? Uw huidige vennootschapsvorm verdwijnt? Dit overzicht geeft u een idee van de omvorming:

U hebt een …

Dan wordt dat een ...

Tijdelijke Vennootschap of Stille Vennootschap

Tijdelijke of Stille maatschap

Vennootschap Onder Firma

Vennootschap Onder Firma

Gewone Commanditaire Vennootschap

Commanditaire Vennootschap

Coöperatieve Vennootschap met Onbeperkte Aansprakelijkheid

Vennootschap Onder Firma

Coöperatieve Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid

Coöperatieve Vennootschap (als er een coöperatieve gedachte is) of Besloten Vennootschap

Besloten Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid, Eénpersoons-BVBA en StartersBVBA

Besloten Vennootschap

Commanditaire Vennootschap op Aandelen

Naamloze Vennootschap

Economisch Samenwerkingsverband

Vennootschap Onder Firma of Coöperatieve Vennootschap, afhankelijk van de concrete omstandigheden

Landbouwvennootschap

Vennootschap Onder Firma, Commanditaire Vennootschap, Besloten Vennootschap of Coöperatieve Vennootschap, telkens erkend als Landbouwonderneming

4. Wanneer treden de wijzigingen in werking? Dat hangt voornamelijk af van uw situatie.

U start met een vennootschap? Sinds 1 mei 2019 kunt u een vennootschap enkel nog oprichten volgens de nieuwe regels.

U hebt al een vennootschap? Voor uw bestaande vennootschap gelden de regels pas vanaf 1 januari 2020, tenzij u deze al eerder toepasselijk verklaart in uw statuten. Daarna krijgt u nog 4 jaar de tijd – tot 1 januari 2024 – om uw statuten aan te passen.

Deadline gemist? Als uw statuten na 1 januari 2024 nog niet in lijn liggen met de nieuwe wetgeving, dan wordt uw vennootschap automatisch omgevormd. Opgelet: uw bestuur kan dan persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de eventuele schade als gevolg van de laattijdige omzetting.

Aan de slag? Zoals u merkt zijn er belangrijke veranderingen doorgevoerd. Benieuwd naar de impact en opportuniteiten van deze hervorming voor uw zaak? Neem contact op met uw persoonlijke SBB-adviseur: hij of zij helpt u graag op weg.

JUNI 2019

19


DermaPlast ACTIVE

®

- 20 %

Vraag uw gratis staal

bij uw 1ste bestelling enkel voor de Axxon leden

“Lifestyle meets Competence“ Actief bewegen is levensbelangrijk en de trend ‘sporten is gezond’ beïnvloedt vandaag meer dan ooit onze levensstijl. Letsels proberen we echter te voorkomen en we willen snel opnieuw in topvorm zijn. De Dermaplast® ACTIVE reeks beantwoordt volledig aan de specifieke behoeften van de sporters dankzij de medische deskundigheid en de hoge kwalitatieve eisen van de HARTMANN producten : • Dermaplast® ACTIVE is een professioneel, gebruiksvriendelijk assortiment dat zorgt voor een snelle en effectieve behandeling van typische sportblessures, het voorkomen van klachten, en het optimaal benutten van fysieke capaciteiten. Graag bieden wij u, als gezondheidspartner, de gelegenheid om kennis te maken met de Dermaplast® ACTIVE producten, die u zelf in uw praktijk kan gebruiken of aan uw cliënten kan voorstellen. Vraag nu uw GRATIS staal Kinesiotape of Sport tape (naar keuze) aan via: christelle.monnier@hartmann.info. U wilt bestellen ? Gelieve daarvoor een mail te sturen naar besteldienst@hartmann.info met de gewenste producten. De order zal via de groothandel van uw keuze worden geleverd, gelieve uw voorkeur groothandel mee te geven bij de bestelling. U wilt eerst meer informatie over HARTMANN of over onze producten? Bezoek onze website www.dermaplastactive.be.

Ice spray

Hot/cold pack

Instant Ice pack

Cool gel

Cool roll-on

CoolFix verband

Kinesiotape

Warm cream

Sport tape


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
AXXON_exclusief_juni19_NL by Colruyt Group - Issuu