Skip to main content

Axxon exclusief

Page 1

JUNI 2018

Beroepsvereniging voor kinesitherapeuten

Bijlage aan het tijdschrift Axxon Magazine

Exclusief

SPECIAL

Motorische handicap Het ledenmagazine voor en door kinesitherapeuten

AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 1

17/05/2018 13:09


INHOUD

EXXTRA

EXXTRA

02 04

Vakliteratuur Behandeling lage rugpijn vaak nauwelijks effectief

VAKLITERATUUR Kinesitherapeutisch onderzoek van onderste extremiteiten en lumbale wervelkolom Door Filip Staes , Simon Brumagne , Dieter Van Assche

AXXON IN ACTIE

06

Lopende zaken in de Overeenkomstencommissie

EXXPERT

10 14

Vaginale flatulentie

16

Zijn interventies op de loopband doeltreffend bij kinderen onder 6 jaar met een risico op motorische achterstand ?

KCE lanceert nationale enquête: “Wat is uw perceptie over levenskwaliteit?”

AXXON EXCLUSIEF PUBLICATIE VAN AXXON VZW – JUNI 2018

DRIEMAANDELIJKSE UITGAVE, JAARGANG 10, IMPERIASTRAAT 16 – 1930 ZAVENTEM AFGIFTEKANTOOR: BRUSSEL, ERKENNINGSNUMMER: P910666 VERANTWOORDELIJKE UITGEVER: PETER BRUYNOOGHE, IMPERIASTRAAT 16 – 1930 ZAVENTEM HOOFDREDACTIE: SÉBASTIEN KOSZULAP, REDACTIE@AXXON.BE ALGEMENE COÖRDINATIE: KAREN THIEBAUT COPYWRITING: KAREN THIEBAUT, SÉBASTIEN KOSZULAP VERTALING: EMILY VAN COOLPUT, ERIK VERTRIEST CONCEPT EN VORMGEVING: C3CREATIES DRUKWERK: SYMETA CORRESPONDENTIEADRES AXXON: IMPERIASTRAAT 16 – 1930 ZAVENTEM, TEL: 02 709 70 8, FAX: 02 749 96 89, WWW.AXXON.BE REKENINGNUMMER VOOR LIDMAATSCHAP: BE18 3631 0868 1365 U ontvangt dit tijdschrift op de naam en het adres die zijn opgenomen in ons adressenbestand. In uitvoering van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke leefsfeer hebt u inzage- en correctierecht. De artikels/publiciteit verschijnen onder verantwoordelijkheid van de auteurs/ firma’s. Axxon houdt zich het recht voor om ingestuurde teksten en/of publiciteit die het beroep kunnen schaden te weigeren. © Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotocopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

02

Het domein van de kinesitherapie wordt alsmaar breder. Goed onderlegde kinesitherapeuten met een gezonde kritische ingesteldheid zijn dan ook een must. Dat is dan ook het streefdoel van dit handboek. Hiermee sluit het perfect aan bij de onderwijsvisie van de onderzoeksgroep Musculoskeletale Revalidatie van de KU Leuven. Dit handboek focust op één subdiscipline: het kinesitherapeutisch onderzoek van de onderste lichaamshelft. Door die selectie te maken, kunnen de auteurs dieper ingaan op de gekozen materie en bieden ze de lezer/student op die manier meer gerichte en kwaliteitsvolle informatie. Doordat zowel de extremiteiten als de wervelkolom aan bod komen, is het handboek niet alleen uniek, maar ook al jaren hét basiswerk binnen zijn vakdomein. Dit handboek richt zich primair op studenten van de bacheloropleiding revalidatiewetenschappen en kinesitherapie en fysiotherapie. Het is een samenwerking tussen een groot aantal experts met als eindverantwoordelijken professoren Filip Staes, Dieter Van Assche en Simon Brumagne. Zij zijn alle drie verbonden aan het departement Revalidatiewetenschappen van de KU Leuven.

SPECIALE PRIJS VOOR AXXON-LEDEN

€ 40,05 incl. 6% BTW (Normale prijs € 44,50)

Uitgeverij: ACCO Publicatiedatum: 9 februari 2018 Boek: Softcover Editie: 4 Pagina’s: 200 ISBN: 9789463443562

Interesse in een gratis exemplaar? Stuur dan snel een e-mail naar redactie@axxon.be met vermelding van de titel van het boek, uw naam, adres en lidnummer. Wij kiezen op het einde van de maand 1 gelukkige winnaar!

JUNI 2018

AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 2

17/05/2018 13:09


DIRK VERLEYEN, VOORZITTER AXXON, KWALITEIT IN KINESITHERAPIE

VOORWOORD

“Tijd om de zorg anders te organiseren” … een citaat van minister Jo Vandeurzen. Het startschot om de eerste lijn drastisch te hervormen met als eerste actie de vorming van eerstelijnszones. Participatie is het kernwoord in het veranderingstraject, zowel voor burger als de zorg en welzijns-professional. De eerste lijn is in Vlaanderen tot op vandaag erg gefragmenteerd en onvoldoende voorbereid om goede, geïntegreerde en, zo nodig, multidisciplinaire zorg te kunnen afleveren aan personen met een chronische zorgnood. Het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid is op weg om medio 2018 te starten met 60 eerstelijnszones. De persoon met een zorg en ondersteuningsnood (patiënt) bepaalt in alle keuzevrijheid zijn levens- en zorgdoelen én de samenstelling van zijn zorgteam; dé toegangspoort tot geïntegreerde zorg in Vlaanderen. Het is daarbij belangrijk dat die verschillende zorgactoren, waaronder huisartsen, kinesitherapeuten, verpleegkundigen, … zorg en welzijnswerkers, op gelijke voet samenwerken, met respect voor elkaars expertise en competentie. In het huidige budgettaire kader is efficiëntie in de gezondheidszorg essentieel. Met interdisciplinair samenwerken wordt niet vastgehouden aan het eigen vakgebied

maar worden perspectieven vanuit verschillende disciplines gecombineerd. De kinekringen zijn nu een verplichte partner bij de oprichting van de eerstelijnszones (ELZ), een upgrade t.o.v. de vorige hervormingen waar onze kringen nog optioneel en facultatief waren.

vorming van een eerstelijnszone (75 – 125.000 inwoners) krijgt haar vervolg met in 2018 al de praktische uitrol op het terrein. Maar, … hoe gaan we als kinekring om met dit verplicht mandaat in de ELZ, hoever reikt ons draagvlak? Wat met de eerstelijns-kinesitherapeuten die geen kinekring lid zijn, noch Axxon-lid zijn. Hoe slaagt de Axxonkinekring erin om de democratische stem van alle kinesitherapeuten te dragen? Tegelijk ontstaan er nu de regionale ziekenhuisnetwerken, de chroniccare en mobile-health projecten van de federale overheid. En dit alles binnen een zeer verspreide kinesitherapie-sector, actief in alle soorten nomenclatuur. Match dit maar eens!

De bestaande en nieuwe kringwerkingen aligneren zich nu best op de eerstelijnszone, indien mogelijk tegen eind 2019. De eenop-een relatie tussen de kinekringen en de eerstelijnszone is niet verplicht, maar zal wel vanuit Vlaanderen gestimuleerd worden. De ondertekende engagementsverklaring van de kinekring tot

Wat met inhoudelijke vragen en stellingen bij het verdienmodel van de kinesitherapie? Welke plaats heeft prestatiefinanciering nog in de gezondheidszorg (kinesitherapie) van de toekomst? Hoe belonen we samenwerking en kwaliteit? Zijn er andere mogelijke betalingsmechanismen die de toegankelijkheid van de kinesitherapie in de toekomst kunnen optimaliseren? Veel vragen, heel wat opportuniteiten, maar zeker zoveel obstakels en valkuilen zullen al deze reorganisaties kleuren.

JUNI 2018 AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 3

03 17/05/2018 13:09


EXXTRA

MARC VAN IMPE (BRON: MEDIQUALITY)

Behandeling lage rugpijn vaak nauwelijks effectief Ruim een derde van de patiënten met lage rugpijn krijgt verkeerde zorg. Veel rugklachten worden onjuist behandeld, vaak met niet of weinig effectieve therapieën, die bovendien dikwijls onnodig duur zijn. Dat stelt bewegingswetenschapper en epidemioloog Maurits van Tulder van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Zijn oordeel over de kwaliteit van de lage rugzorg in Nederland is hard, maar prof. dr. Van Tulder zegt zich hierin gesteund te weten door een groep van 35 tot 40 hoogleraren uit zestien landen. In The Lancet verschenen onlangs drie gezamenlijke wetenschappelijke publicaties die zeer kritisch staan tegenover het gevoerde beleid, niet alleen in Europese landen maar ook Canada, Australië en de VS. Bijna iedereen zal op een bepaald moment in zijn leven lage rugpijn hebben en de toenemende invaliditeit als gevolg van rugpijn is sinds 1990 gestegen met meer dan 50%. Zo’n 80 procent van de volwassenen heeft op gezette tijden weleens last van een zeurende of stekende pijn laag in de rug. Eigenaardig genoeg komt lage rugpijn steeds vaker voor in lage-inkomensen middeninkomenslanden (LMIC’s) veel sneller dan in hoge-inkomenslanden. De oorzaak is niet altijd duidelijk, behalve bij mensen met bijvoorbeeld een kwaadaardige ziekte, ruggenmergmisvormingen of ruggenmergletsel.

04

De behandeling varieert sterk over de hele wereld, van bedrust, voornamelijk in LMIC’s, tot chirurgie en het gebruik van gevaarlijke geneesmiddelen zoals opioïden, meestal in landen met een hoog inkomen. Pijn in de onderrug blijkt in elk geval wereldwijd een van de belangrijkste gezondheidsproblemen, stelt ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). In de categorie ‘leven met beperkingen’ staan lage rugklachten zelfs op de eerste plaats. Maar er bestaat nog steeds veel onwetendheid over lage rugklachten – zowel onder patiënten, zorgverleners in de eerste en tweede lijn, als zorgverzekeraars. Mensen met lage rugpijn bezoeken steeds vaker een kinesitherapeut zonder daarvoor eerst de huisarts te bezoeken. In de gezondheidssector leiden lage rugklachten gemiddeld tot 3 à 5 dagen ziekteverzuim per medewerker per jaar. Dat brengt 525 à 875 euro tot 720 à 1.200 euro per werknemer per jaar aan directe kosten met zich mee en 156 à 297 euro per werknemer per jaar aan indirecte kosten. Volgens de Belgian Pain Society is de incidentie van de grootteorde van 9/1000 inwoners en de prevalentie gemiddeld 5%.

JUNI 2018

AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 4

17/05/2018 13:09


In 75% van de gevallen geneest het syndroom spontaan en daalt de pijnscore op een VAS van 70 naar 15 na gemiddeld 13 weken. Maar 25% van de patiënten, overwegend vrouwen, ziet geen verbetering, 40% reageert niet op een tweedelijnstherapie en 25% stopt met werken. Voor 80 procent betreft het volwassenen. Zij klagen over uiteenlopend rug-ongemak, variërend van aanhoudende vermoeidheidssensaties onder in de rug tot en met uitstralende pijn in een been of bil, waarbij vaak onmiddellijk aan een hernia wordt gedacht. Lage rugklachten zijn echter een symptoom en niet een ziekte, stelt professor van Tulder, auteur van het handboek Evidence based handelen bij lage rugpijn. „Niet alleen zijn veel behandelingen niet of weinig effectief, soms maken ze het alleen maar erger omdat ze de pijn uiteindelijk verlengen.” Van Tulder zegt ook dat beeldvormende technieken, zoals MRI- en/of CTscanners er toe leiden dat er operaties plaatsvinden, die uiteindelijk weinig verbetering brengen. „Afwijkingen die gezien worden op MRI en CT komen net zo vaak voor bij mensen met als zonder lage rugklachten.” Van Tulder: „Ons onderzoek toont aan dat actief blijven

en oefeningen doen de beste strategieën zijn om zelf met lage rugklachten om te gaan, zelfs als dat leidt tot tijdelijke pijntoename. Ook is het heel belangrijk om aan het werk te blijven en dagelijkse activiteiten en hobby’s te blijven uitvoeren.” Rugpijn kost onze samenleving elk jaar 3,5 miljard euro, waarvan 2,8 miljard aan werkverzuim en 700 miljoen euro aan zorgkosten. Het KCE schatte de globale kost van lage rugpijn in 2006 tussen de 270 miljoen en 1.6 miljard euro. Het eerste bedrag is gebaseerd op de toenmalige uitgaven voor beeldvorming (36.640.000 €), kinesitherapie (128.750.000 €) , revalidatie (73.200.000 €) , percutane pijnbehandeling (876.000 €), spinal cord stimulation” (3.301.278 e) en chirurgie met artrodese (18.984.000 €) of zonder artrodese (3.816.000 €). Link naar het meest recente rapport en het zorgpad van KCE: https://kce.fgov.be/nl/lage-rugpijn-enradiculaire-pijn-kernelementen-van-een-zorgpad en http://www.lagerugpijn.kce.be/.

JUNI 2018 AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 5

05 17/05/2018 13:09


AXXON IN ACTIE

PETER BRUYNOOGHE

Lopende zaken in de Overeenkomstencommissie De afgelopen maanden heeft Axxon werk gemaakt van een aantal dossiers. We geven u in dit artikel de stand van zaken van de verwezenlijkingen van uw beroepsvereniging. De pseudocodes bij de eerste 9 zittingen in de courante en FAaandoeningen In de Overeenkomstencommissie werd heftig gediscussieerd over de interpretatieregels bij de toeslagen van de eerste 9 zittingen bij een courante aandoening. Eén veldslag heeft Axxon alvast gewonnen: bij maximum 3 pathologische situaties per patiënt in hetzelfde kalenderjaar bij de courante aandoeningen kan de toeslag voor de eerste 9 zittingen geattesteerd worden, met uitzondering van de toeslag van € 6, € 3,57 en € 4,67 voor het opstarten van een uitgebreid kinesitherapiedossier. Een nieuwe reeks van 9 toeslagen voor een nieuwe pathologische situatie kan worden geattesteerd na toestemming van de adviserende arts. Het maximaal aantal toeslagen per kalenderjaar per patiënt bij courante aandoeningen bedraagt 27.

Belangrijke regels: 1. Er zijn maximaal 9 toeslagen mogelijk per behandeling per pathologische situatie. Indien in een behandeling minder dan 9 toeslagen zijn geattesteerd wordt bij een nieuwe pathologische situatie (courante of Faaandoening) het aantal attesteerbare toeslagen niet verhoogd met het aantal eventueel niet-geattesteerde toeslagen van vorige behandelingen.

06

2. In een ziekenhuissetting ambulant aan het bed van de patiënt stelt men zich de vraag hoe men een niet altijd –voldoende- bewust of cognitief alerte patiënt kan bevragen omtrent zowel het aantal als het soort verstrekkingen die er al werden geattesteerd in het lopende kalenderjaar. Als compromis is er uit de bus gekomen dat slechts éénmaal per kalenderjaar de pseudocodes bij de eerste 9 zittingen aan het bed van de patiënt kunnen worden geattesteerd, ongeacht het aantal opnamen van de patiënt. 3. Bij de Fa-aandoeningen wordt het aantal basisverstrekkingen bekeken per “behandeljaar”. Als tijdens dat “behandeljaar” een nieuwe Fa ontstaat kan na een aanvraag, goedgekeurd door de adviserend arts, een nieuwe Fa worden opgestart waarbij de vorige wordt afgesloten. Het aantal toeslagen dat binnen de eerste Fa werd geattesteerd heeft geen invloed op het aantal toeslagen dat binnen de nieuwe Fa mag worden geattesteerd. Bij de Fa-situatie die een uro-, gyneaco-, colo- of proctologische revalidatie vereist kunnen geen toeslagen worden geattesteerd aangezien die behandeling pas wordt opgestart binnen de Fa-aandoening na 18 basisverstrekkingen in de “courante aandoeningen”. Die behandeling wordt dus beschouwd als zijnde gestart binnen de “courante” aandoeningen. Vanuit de Overeenkomstencommissie wordt aan de Technische Raad voor Kinesitherapie gevraagd om een voorstel uit te werken om de toeslagen te verwerken in de nomenclatuur.

JUNI 2018

AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 6

17/05/2018 13:09


Vergoedbare verstrekking bij personen ouder dan 21 jaar met een hersenverlamming Dit symbooldossier i.v.m. de aanpassing van de nomenclatuur voor patiënten met hersenverlamming, werd goedgekeurd door de Conventiecommissie en volgt nu de verdere stappen om uiteindelijk op 1 juli in voege te gaan.

Elektronische registratie van de courante pathologieën Om de schaarse financiële middelen nog beter te kunnen inzetten moeten we een duidelijk zicht krijgen van wat er met € 289.375.585 (uitgaven 2016 bij de courante aandoeningen) gebeurt. Dit behelst immers 42,1% van het totale kinebudget. De toekomstige uitwisseling van gegevens, met o.a. het elektronisch voorschrift tussen de kinesitherapeuten, de voorschrijvers en de verzekeringsinstelling, moet eerst in kaart worden gebracht. In een eerste fase gaan het IMA, de verzekeringsinstellingen en het RIZIV de interne processen binnen de verzekeringsinstellingen definiëren, de verschillende technische oplossingen oplijsten alsook welke gegevens belangrijk zijn om de correcte statistieken te kunnen maken. In een parallelle werkgroep gaat Axxon samen met het RIZIV de lijst van courante pathologieën samenstellen, het businessplan uitschrijven samen met het nodige budget en eveneens een lijst opmaken van welke gegevens belangrijk zijn om correcte statistieken te kunnen maken. De gegevens uit beide werkgroepen worden nadien samengebracht. Het is de bedoeling dat we voor de zomervakantie met dit dossier landen. Alle elementen dienen dan nog in het elektronisch kinesitherapeutisch dossier te worden geïmplementeerd om uiteindelijk in 2019 te kunnen starten met de pathologieregistratie. Voor Axxon staat of valt dit project met een aantal voorwaarden:

• Alle mogelijke registratie-elementen moeten digitaal in het elektronisch kinesitherapeutisch dossier voorhanden zijn • En op een gebruiksvriendelijke manier (kunnen) worden opgelijst. • De datagegevens moeten op een onafhankelijk platform worden verzameld • Om ze daarna ter beschikking te kunnen stellen voor alle stakeholders: het RIZIV, de mutualiteiten en Axxon. • Op vraag van Axxon kan een universiteit deze data verder gaan analyseren.

Het uitrollen van bovenstaande elementen is voor Axxon een conditio sine qua non voor het welslagen van dit project! Stand van zaken bij de conventie M18-M19 In de Conventiecommissie van 10 april heeft Axxon verduidelijking gevraagd bij de cijfers van de quorumbepaling en het aantal gedeconventioneerde kinesitherapeuten bij de M18-M19. Gepensioneerde en overleden collega’s zijn op de RIZIVwebsite nog steeds als geconventioneerd geregistreerd, alhoewel sommigen al jaren geen praktijk meer voeren. Voor Axxon is het meer dan duidelijk dat de RIZIV-lijsten niet helemaal correct zijn. Volgens een belangrijk punt bij Art. 12 van de M18 moet een analyse beschikbaar zijn van de activiteit van de kinesitherapeuten met een RIZIV-profiel. Deze activiteit moet in kaart worden gebracht volgens de plaats van verstrekking, dit ongeacht het statuut van tewerkstelling. Als dit tegen eind 2018 niet beschikbaar is kan Axxon de Overeenkomst M18-M19 opzeggen.

Kortom, voor Axxon is het belangrijk dat we stilaan gaan weten “wie werkt waar, met wie en onder welk statuut?” Perikelen met de ziekenfondsen Verschillende berichten bereikten het Axxon Infopunt omtrent ziekenfondsen die patiënten contacteren om zich te wenden tot geconventioneerde kinesitherapeuten. In de Overeenkomstencommissie heeft Axxon gewaarschuwd dat de vrijheid van keuze van de patiënt ten alle tijden moet worden gerespecteerd. Daarnaast dringt Axxon er nog eens op aan om dat elke kinesitherapeut zijn/haar conventiestatus duidelijk zichtbaar maakt voor de patiënt, dit zowel in de praktijkruimte als op de website. Bovendien moeten toegetreden kinesitherapeuten sinds 1 januari 2018 de wettelijke tarieven strikt naleven! De komende maanden gaat Axxon werk maken van een standaardformulier waarop de vergoedbare en nietvergoedbare verstrekkingen binnen de ziekteverzekering duidelijk vermeld worden. Dit formulier kan als bewijsstuk uitgereikt worden aan de rechthebbende.

JUNI 2018 AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 7

07 17/05/2018 13:09


AXXON IN ACTIE

Technische Raad voor kinesitherapie In de Technische Raad voor kinesitherapie wordt hard gewerkt om de hervormingen binnen de E-pathologie deze maand klaar te krijgen. Er wordt gedacht aan een Fc- of Fe-lijst waarbij een aantal E-pathologiën zijn geïncludeerd. Zodoende kan de patiënt gedurende 3 maanden behandeld worden, zonder dat een E-statuut dient aangevraagd te worden. Een E-kennisgeving aan de adviserend arts zou hier volstaan. De verhoogde terugbetaling voor deze E-patiënt valt dan terug op het niveau van een F-behandeling, waardoor er € 390.000 kan vrijgemaakt worden die we kunnen inzetten op nieuwe initiatieven. Indien nodig kan na 3 maanden, op basis van een aanvraag door de arts-specialist samen met het kinesitherapeutisch verslag en bilan, een E-aanvraag worden opgemaakt waarna de adviserend arts kan beslissen de patiënt een E-statuut toe te kennen. Voor de lopende E-pathologiën en behandelingen verandert er momenteel niets.

Arbeidsrechtbank en Raad van State Nadat er in april 2017 een Verzoekschrift werd neergelegd bij de Arbeidsrechtbank te Brussel, werd op 10 mei 2017 een procedure opgestart voor de Raad van State. In oktober 2017 hebben de juristen van Axxon, in hun memorie van wederantwoord, op de memorie van antwoord van de juristen van het RIZIV getracht al hun elementen te weerleggen. De auditeur bereidt momenteel zijn verslag voor, waarna beide partijen de kans krijgen om hierop een laatste keer een antwoord te formuleren. Met al deze gegevens zal de Raad van State waarschijnlijk in de loop van 2018 haar arrest vellen.

08

Grondwettelijke hof Ondertussen werd in februari 2018 een Verzoekschrift neergelegd bij het Grondwettelijke Hof. Immers op 11 augustus 2017 heeft de Kamer van Volksvertegenwoordigers enkele wijzigingen goedgekeurd van Art. 45, 49 en 51 van de Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994. Deze wijzigingen hadden vooral tot doel om de digitale applicatie bij het niet-toetreden tot een Overeenkomst juridisch te verankeren. Axxon kan de discriminaties binnen deze artikels aanwenden om een aanpassing of zelfs vernietiging van deze artikels te bekomen! Voor Axxon is het belangrijk dat er na 50 jaar een aanpassing komt van Art. 45, 49 en 51. Deze RIZIV-wet is echter niet van toepassingen voor artsen en tandartsen, waardoor er een aantal belangrijke discriminaties ontstaan tussen kinesitherapeuten en artsen/ tandartsen.

• Een patiënt van een gedeconventioneerde arts krijgt een identieke terugbetaling als een geconventioneerde arts.

• Een gedeconventioneerde arts moet het tariefakkoord niet respecteren bij patiënten met een verhoogde tegemoetkoming, wat voor een gedeconventioneerde kinesitherapeut wel van toepassing is. • Een arts kan zich gedeeltelijk conventioneren, waardoor hij het recht behoudt op de sociale voordelen RIZIV. Een kinesitherapeut kan zich niet partieel conventioneren. • Wanneer meer dan 40% van de artsen het tariefakkoord weigeren, treedt het tariefakkoord niet in werking. Zelfs wanneer 100% van de kinesitherapeuten het tariefakkoord weigeren, blijft het van toepassing. Enkel de terugbetaling zal dan voor alle patiënten gelijk zijn en kan de minister bovendien maximumtarieven opleggen. Voor Axxon zijn bovenstaande discriminaties een pure aanfluiting van de artikelen 10 en 11 van de Belgische Grondwet waarin respectievelijk het gelijkheidsbeginsel en het nondiscriminatiebeginsel bepaald worden. Overeenkomstig artikel 10 van de Grondwet zijn de Belgen gelijk voor de wet. Artikel 11 van de Grondwet bepaalt dat het genot van de aan de Belgen toegekende rechten en vrijheden zonder discriminatie moet worden verzekerd.

JUNI 2018

AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 8

17/05/2018 13:09


Het wegwerken van bestaande discriminaties, zowel voor de terugbetaling van patiënten van gedeconventioneerde kinesitherapeuten als tussen kinesitherapeuten, artsen en tandartsen blijft ook in 2018 voor Axxon een belangrijk strijdpunt!

Hoorzitting in de commissie voor de Volksgezondheid, het Leefmilieu en de Maatschappelijke Hernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers. Op 25 april werd Axxon uitgenodigd in de Kamercommissie Volksgezondheid om van gedachten te wisselen over de hervorming van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen. Minister De Block heeft namelijk een wetsontwerp voorbereid inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg. Alvorens de Kamerleden voor het parlementair zomerreces deze wet zullen stemmen, hadden ze graag hieromtrent met de verschillende vertegenwoordigers en stakeholders van de gezondheidszorgberoepen overlegd. Volgende belangrijkste items kwamen aan bod:

• De hervorming van de gezondheidszorgberoepen op zich (de toestand op het terrein ten overstaan van de hervorming, van haar uitdagingen en doelstellingen, zowel in de ziekenhuizen als met betrekking tot de ambulante zorgen); • De samenwerking tussen de zorgverleners, het multidisciplinaire karakter en de continuïteit van de zorgen;

• De bevoegdheden en voorwaarden die vereist zijn om het beroep te kunnen uitoefenen. Belangrijkste aandachtspunten voor Axxon:

• Voor Axxon is het belangrijk dat de kinesitherapeuten in het organigram van de gezondheidszorgberoepen rond de patiënt in een apart “bloemblaadje” zijn ondergebracht en dus een apart verticaal adviesorgaan kunnen behouden, zoals de Federale Raad voor Kinesitherapie nu. De kinesitherapeuten hebben derhalve voeling met verschillende andere gezondheidszorgberoepen dan uitsluitend met revalidatieberoepen om niet enkel onder de revalidatieberoepen te worden ondergebracht. • Axxon vraagt een directe toegang in de kinesitherapie, evenwel voor nietcomplexe situaties, met lichte en matige ICF-gradatie, waarbij de patiënt te allen tijde de mogelijkheid behoudt om vooraf een arts te raadplegen. • Axxon staat open voor een gemeenschappelijke gezondheidsraad, een gemeenschappelijke deontologische kamer en een gemeenschappelijke planningscommissie. • Als laatste punt heeft Axxon de Kamerleden erop gewezen dat wanneer de continuïteit van kwaliteitsvolle kinesitherapeutische zorg moet gegarandeerd blijven, er een aanpassing moet komen van Art. 45, 49 en 51 van de Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. De patiënt die een gedeconventioneerd kinesitherapeut raadpleegt wordt geconfronteerd met een verminderde terugbetaling van 25%, een penalisatie van de patiënt die bij geen enkele onderhandeling betrokken of geraadpleegd is. De patiënt wordt onwetend gegijzeld door de overheid en de kinesitherapeut wordt als de dader aangewezen. Het is immers de minister die de kosten omhoog jaagt voor de patiënt door de terugbetaling met 25% te verminderen!

JUNI 2018 AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 9

09 17/05/2018 13:09


EXXPERT

DR. HEDWIG NEELS • PROF. DR. A. VERMANDEL

Vaginale flatulentie Vaginale flatulentie is een medische term die weinig voorkomt in de literatuur en waar aldus weinig over geweten is. Daarentegen blijkt uit klinische expertise van bekkenfysiotherapeuten en gynaecologen dat vaginale windjes regelmatig voorkomen bij vrouwen van verschillende leeftijden en een frequent besproken klacht vormen tijdens de consultatie of anamnese. Vaginale flatulentie veroorzaakt vaak schaamte en zou een belangrijke impact kunnen hebben op de seksuele functie en beleving van de vrouw, op de levenskwaliteit en kan zelfs leiden tot sociale isolatie. Daarom is het aangewezen om dit probleem verder te onderzoeken met als finale doel de zorg voor de vrouwen met deze klacht te verbeteren. Het voorkomen, het oplossen en het omgaan met deze problematiek kunnen beschreven worden in termen van primaire, secundaire en tertiaire preventie volgens de definitie van de WHO (World Health Organisation) (Figuur 1). Figuur 1. Prevention of vaginal flatulence according to WHO Definitions

PRIMARY PREVENTION

SECONDARY PREVENTION

TERTIARY PREVENTION

10

Primary prevention aims to prevent the initial occurrence of vaginal flatulence in asymptomatic women.

Secondary prevention aims to reduce the impact of vaginal flatulence that has already occurred, through early detection of the symptom and appropriate treatment.

Tertiary prevention aims to soften the impact of the existing problem and its symptoms or to reduce the occurrence of relapses and the establishment of chronic bother.

JUNI 2018

AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 10

17/05/2018 13:10


Figuur 2. Flowchart of the Search Method (PRISMA) Literature search: - Databases: PubMed, Medline, Cochrane (n=32) - Articles found in references (n=1) Correction for duplicates (n=33 > n=18) Articles screened, based on title and abstract

Included (n=11) Articles read Study designs:

Letter to the editor (n=4)

Case report (n=3)

De doelstelling van dit systematische literatuuronderzoek was om gegevens en evidentie te verzamelen over alle verschillende aspecten van vaginale flatulentie. Het selecteren van de juiste “keywords” om een goede zoekstrategie op te stellen was ongetwijfeld een boeiend leerproces. Zo ontdekten de onderzoekers dat deze medische klacht zeer frequent besproken wordt op sociale media en populistische journalistiek. De termen “fanny fart”, “varting”, “queefing” en nog enkele anderen openden deuren op het internet naar vele blogs, forums, YouTube-filmpjes en artikels geschreven over dit probleem, door en voor vrouwen. Om een systematisch literatuur (volgens de PRISMA-richtlijnen) onderzoek op te zetten over de wetenschappelijke evidentie, moesten we natuurlijk onze koers keren en op zoek gaan naar wetenschappelijke keywords. De termen “vaginal flatus”, “vaginal wind”, “vaginal air”, “garrulitas vulvae”, “flatus vaginalis”, “vaginal

Excluded (n=4) - Blowing air into vagina intentionally (n=1) - Air embolism (n=1) - Not in English (n=1) - Not in English and blowing air into vagina intentionally (n=1) - enterovaginal fistulas (n=3)

Qualitatives research (n=1)

Prevalence study (n=3)

noise” en “noisy vagina” werden uiteindelijk opgenomen in de zoekstrategie. De flowchart van de selectie van de artikels (Figuur 2) geeft weer hoe we uiteindelijk eindigden met 11 bruikbare artikels (4 Letters to the editor; 3 case reports, 1 qualitative research article; 3 prevalence studies). Voor de uitgebreide methodologie verwijzen we u graag door naar de fulltext van deze review. De verzamelde data werden onderverdeeld in de volgende categorieën: meetmethoden, definitie, pathofysiologie, symptomatologie, incidentie, prevalentie, risicofactoren, uitlokkende factoren, beschermende factoren, geassocieerde pathologie, impact op levenskwaliteit, voorgestelde behandelingsstrategieën en preventie. Een volledig overzicht van deze data kan eveneens in de review geconsulteerd worden. Maar we vatten graag de belangrijkste data samen in dit huidige artikel.

Vaginale flatulentie komt voor tijdens zowel random bewegingen en activiteiten uit het dagelijkse leven (ADL) als na en tijdens seksuele betrekkingen. Coitus blijkt toch duidelijk een uitlokkende factor te zijn. De prevalentiecijfers variëren naar gelang de onderzoeken van één tot 69%. De pathofysiologie is onduidelijk en de incidentie is ongekend. Erkende risicofactoren zijn vaginale bevalling en het voorkomen van urinaire incontinentie. Uitlokkende factoren zijn coitus, digitale stimulatie van de vrouwelijke geslachtsorganen, cunnilingus (orale stimulatie/bevrediging) en sport. De vrouwelijke seksuele functie vermindert bij het voorkomen van vaginale flatulentie, terwijl deze van de mannelijke partners niet wordt beïnvloed. Over gans de lijn kan vaginale flatulentie zorgen voor een verminderde kwaliteit van leven en kan zelfs sociale isolatie veroorzaken. De voorlopig gekende behandelingsstrategieën richten zich op de oorzaak en zijn weinig succesvol. Fysiotherapie waarbij spierversterkende oefeningen voor de bekenbodemspieren werden uitgetest, bleek voor sommige vrouwen efficiënt te zijn, maar een consensus werd niet bereikt. Het inbrengen van een tampon of pessarium kan preventief werken tijdens sport of ADL en na seksuele betrekkingen. De resultaten van dit systematisch literatuuronderzoek zijn dus zeker interessant maar blijven beperkt. De methodologische kwaliteit van verschillende van de geïncludeerde artikels ligt laag en eigenlijk is er dus erg weinig geweten over het onderliggende mechanisme waardoor het symptoom ontstaat. Ook de mogelijke behandelingsopties die momenteel besproken werden, zijn heel erg beperkt.

JUNI 2018 AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 11

11 17/05/2018 13:10


EXXPERT

Verder onderzoek naar de invloed van intra-abdominale en intra-vaginale drukveranderingen tijdens sport, ADL en seksuele betrekkingen zou verhelderend kunnen werken. Ook de lichaamseigen factoren van de vrouw zoals de sterkte van het bindweefsel, de eventuele laxiteit in de bekkenbodem en het voorkomen van verzakkingen van de pelvische organen of het perineum, zou verder onderzocht moeten worden. Bekkenbodemspieroefeningen kunnen spierversterkend werken, maar ook het effect van een goede proprioceptie en coĂśrdinatie en een efficiĂŤnte relaxatie van deze spiergroep zou onderzocht moeten worden. En ook nieuwe invasieve en/of chirurgische technieken kunnen eventueel ontwikkeld worden om deze klacht beter behandelbaar te maken. De negatieve impact op de levenskwaliteit en seksuele functie van de vrouw zou, naar onze mening, al in belangrijke mate opgevangen kunnen worden door educatie en informatie over dit probleem bij vrouwen met en zonder deze symptomen. Het doorbreken van het taboe dat duidelijk wordt aangegeven op sociale media zou vrouwen met vaginale flatulentie kunnen empoweren in hun zoektocht naar hulp. Want vrouwen van alle leeftijden geven ook duidelijk aan dat ze geĂŻnteresseerd zijn om meer informatie over deze onderwerpen te krijgen.

12

Conclusie We kunnen dus concluderen dat er weinig wetenschappelijke evidentie bestaat over vaginale flatulentie; ondanks de uitgebreide interesse en bekommernis van vrouwen over dit onderwerp, die zichtbaar is op sociale media en het internet. Naar onze mening is er dus nood aan een duidelijke definitie en meetmethode om het probleem vast te stellen. Betrouwbaar en innovatief onderzoek zou zich moeten richten op de onderliggende factoren (fysiopathologie) en nieuwe behandelingsmogelijkheden.

Referenties: Neels H, Mortiers X, de Graaf S, Tjalma WAA, De Wachter S, Vermandel A. Vaginal wind: A literature review. European journal of obstetrics, gynecology, and reproductive biology. 2017;214:97-103.

Correspondentieadres: hedwig.neels@uantwerpen.be

JUNI 2018

AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 12

17/05/2018 13:10


NIELS ELIROY

EXXTRA

Wanneer een torticollis chronisch wordt In haar acute vorm is deze omnidirectionele cervicalgie bijzonder banaal: de nek van de mens is onderhevig aan heel wat bewegingen en spanningen, die een spierspasme kunnen uitlokken. Een torticollis komt vaak voor bij opgroeiende kinderen, maar naargelang de schattingen zou ook 10 tot 20% van de volwassenen er regelmatig last van hebben. De prevalentie zou hoger liggen in ontwikkelde regio’s. Daarmee kan deze cervicalgie op een plaats in de top vijf van de chronische pijn rekenen. Computerwerk wordt aangewezen als een van de mogelijke oorzaken van de toenemende prevalentie van nekpijn en hoofdpijn, en zelfs van torticollis. Maar we kunnen ook de vergrijzing vermelden, met één van de klassieke ouderdomskwalen: artrose. En hoewel de meerderheid van de acute pijnaanvallen herstelt zonder behandeling, zal tot 50% van de getroffen personen een terugkerende of min of meer aanhoudende pijn ondervinden(1), met genetica en verschillende psychosociale factoren als risicofactoren voor chroniciteit. Hierbij valt nog op te merken dat bijna de helft van de personen met chronische nekpijn neuropathische/ nociceptieve symptomen vertoont. Anamnese en klinisch onderzoek dragen belangrijke elementen aan om neuropathische en mechanische oorzaken van elkaar te onderscheiden. Het is belangrijk ziekten zoals myelopathieën, atlasaxis (sub)luxaties of metastasen uit te sluiten De cervicalgie is

omnidirectioneel bij een acute torticollis. Dat geldt vaak ook voor de verminderde mobiliteit, hoewel deze zich ook kan beperken tot één specifieke richting. Een torticollis onderscheidt zich ook door spierspasmen (trapezius of sterno-cleido-mastoïdeus) en de afwezigheid van een brachialgie. De Spurling-test(2) maakt het mogelijk een radiculopathie op te sporen. Deze test bestaat uit een rotatie met een ipsilaterale inclinatie van het hoofd, terwijl de onderzoeker met de handdruk uitoefent op de schedel van de patiënt. Het optreden van pijn betekent een positieve test, die afwezig is bij een torticollis.

Van injectie tot matras De behandeling van een torticollis bestaat uit rust van de nek, het toepassen van warmte en/of ultratonen, ontspannende massage en eventueel manipulatie via voorzichtige tractie. NSAID’s en spierontspanners hebben een zekere werkzaamheid getoond, maar gaan vaak gepaard met bijwerkingen.

Acupunctuur en yoga worden door verschillende auteurs geciteerd. Op lokaal niveau kunnen gefaseerde injecties van actieve producten (eventueel vergezeld van procaïne of lidocaïne) worden uitgevoerd, intramusculair en paravertebraal, op 2 tot 4 cm diepte. In geval van recidief en bij afwezigheid van aanwijzingen voor een ernstige pathologie, kan men voorstellen om te controleren of een ander hoofdkussen geen verlichting biedt. Ook de matras kan de oorzaak zijn: te zacht, te oud, te hard... Een duurzame verlichting vinden voor een torticollis die regelmatig optreedt bij het ontwaken betekent vaak een grondige speurtocht en het inzetten van semi-empirische testen.

BRON  : MEDIQUALITY (1) https://doi.org/10.1016/ j.mayocp.2014.09.008 (2) https://www.youtube.com/ watch?v=h8GxF73P6GQ

JUNI 2018 AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 13

13 17/05/2018 13:10


EXXPERT

KCE lanceert nationale enquête: “Wat is uw perceptie over levenskwaliteit?” Wat bepaalt uw levenskwaliteit (1) ? In welke mate zouden een beperkte mobiliteit, pijn of angstgevoelens of uzelf niet meer zelfstandig kunnen wassen of aankleden hierop een impact hebben? Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) lanceerde begin mei 2018 een grote enquête, waarin deze kwesties aan bod komen. De resultaten van de enquête zullen gebruikt worden om een soort ‘waardenset’ te ontwikkelen, waarmee de percepties van de Belgen over levenskwaliteit zullen worden gemeten. Daarnaast zullen de resultaten een gedeelte van de Gezondheidsenquête van 2018 helpen interpreteren. Deze wordt gelijktijdig met de huidige KCE-enquête georganiseerd door het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (https://his.wiv-isp.be/nl/ SitePages/Introductiepagina.aspx).

Een betere richting geven aan het gezondheidsbeleid Concreet wordt aan de deelnemers gevraagd om aan te geven in welke mate hypothetische gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld pijn, een depressie, een handicap) een impact zouden hebben op hun levenskwaliteit. Deze informatie is nuttig voor het gezondheidsbeleid: als beleidsmakers weten welk soort verlies aan levenskwaliteit de bevolking beschouwt als het zwaarst om te dragen, kunnen ze realistische, voor de bevolking prioritaire doelstellingen vastleggen. Met dezelfde informatie kan ook worden nagegaan welke patiëntengroepen relatief minder goed bedeeld zijn, en kan er worden beoordeeld of er voor hen bijkomende inspanningen nodig zijn.

14

JUNI 2018

AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 14

17/05/2018 13:10


Beter nagaan van de werkzaamheid van de gezondheidszorg

Tienduizend willekeurig geselecteerde personen

Daarnaast kan de enquête worden gebruikt om de werkzaamheid van nieuwe behandelingen beter te evalueren. Eén maateenheid die hiervoor wordt gebruikt is de QALY (Quality-adjusted Life Years). Bij de berekening van QALYs worden niet enkel de gewonnen levensjaren in aanmerking genomen om de werkzaamheid van een interventie te evalueren, maar wordt ook rekening gehouden met de levenskwaliteit tijdens die gewonnen levensjaren. Men spreekt dan van een ‘een levensjaar gecorrigeerd voor levenskwaliteit’. Zo zal een behandeling die de patiënt een bijkomend gezond levensjaar oplevert, een hogere ‘waarde’ krijgen, dan een behandeling die het leven wel met een jaar verlengt, maar in slechte gezondheid (bijvoorbeeld door de nevenwerkingen).

De namen van 10.000 personen werden willekeurig geloot uit het Rijksregister, en vormen samen een representatieve steekproef van de Belgische bevolking. Vanaf vandaag, en tijdens de volgende 6 maanden, zal het onafhankelijke onderzoeksbureau Profacts een aantal van deze personen contacteren om af te spreken voor een interview (thuis of op een locatie naar keuze). Het doel is om tot 1.000 geldige interviews te komen. Zodra dit aantal is bereikt, wordt het onderzoek stopgezet, en wordt de rest van de steekproef niet meer gecontacteerd.

Als men de perceptie kent van de Belgen over de impact van verschillende gezondheidsproblemen op hun levenskwaliteit, kan men de Quality-adjusted Life Years meer nauwkeurig berekenen dan met de huidige waardensets. Deze laatste zijn enkel gebaseerd op de perceptie van de Vlaamse bevolking of van die van andere landen. Voor de eerste keer zullen we nu ook in staat zijn om met Belgische waarden te werken. Ook de verhouding tussen de (meer)kosten en de werkzaamheid (kosteneffectiviteit) wordt met QALYs berekend, en dient als basis voor de beslissing tot terugbetaling door de ziekteverzekering.

Alle antwoorden worden vertrouwelijk en conform de privacywetgeving behandeld. Voor meer informatie, raadpleeg de KCE-website (www.kce.fgov.be/nl/ enquete). (1) Het gaat hier uitsluitend om levenskwaliteit gerelateerd aan gezondheid. Andere aspecten van levenskwaliteit, zoals koopkracht of het belang van een sociaal netwerk, worden in deze enquête niet meegenomen.

BRON: KCE

JUNI 2018 AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 15

15 17/05/2018 13:10


EXXPERT

EMMANUEL SIMONS (1, 2) TRUDY BEKKERING (1)

Zijn interventies op de loopband doeltreffend bij kinderen onder 6 jaar met een risico op motorische achterstand?

Een motorische ontwikkelingsstoornis is een vaak voorkomende aandoening bij kinderen met Downsyndroom, algemene motorische achterstand, hersenverlamming of vroeggeboorte. Door deze stoornis kunnen er ook ontwikkelingsstoornissen optreden op het cognitief- en socio-emotioneel gebied. Uit de literatuur blijkt dat doelgerichte training zoals loopbandtraining het locomotorische apparaat stimuleert. Deze Cochrane-review omvat 7 studies met 175 kinderen met bovenstaande aandoeningen: 104 kinderen vonden we terug in de loopbandgroep en 71 kinderen in de controlegroep. De duur van de loopbandtraining in de verschillende studies varieerde van 6 weken tot verschillende maanden of tot patiënten individueel konden stappen. Door de heterogeniteit

16

van de studies onderling werden 5 studies geïncludeerd in de metaanalyse. In deze 5 studies (117 patiënten) werd loopbandtraining vergeleken met geen loopbandtraining. Loopbandtraining met of zonder steunzolen werd vergeleken bij 22 kinderen met het syndroom van Down. Hoge intensiteit versus lage

intensiteit loopbandtraining werd vergeleken bij 36 kinderen met het syndroom van Down. Volgende resultaten werden geëvalueerd in de meta-analyse: tijd voor zelfstandig te kunnen stappen, algemene grove motoriek, algemene coördinatie bij stappen en rechtstaan en de stapsnelheid.

JUNI 2018

AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 16

17/05/2018 13:10


Resultaten

Opmerkingen

Bij het vergelijken van loopbandinterventies met geen loopbandinterventies wordt vastgesteld dat er geen algemeen effect was op het zelfstandig kunnen stappen (MD -2.08, 95% CI -5.38 tot 1.22) voor de gehele groep kinderen. Indien men subgroepen maakt stelt men vast dat 2 studies (30 kinderen met Downsyndroom) wel een voordeel vertoonden (MD -4.00, 95% CI -6.96 tot -1.04). Er werd geen effect gevonden op de loopafstand in 2 studies die loopbandtraining vergeleken met loopbandtraining met steunzolen bij 17 kinderen (MD 0.10, 95% CI -5.96 tot 6.16). Eveneens werd er geen effect gevonden voor hoge versus lage intensiteitstraining bij kinderen met het syndroom van Down.

De kwaliteit van het bewijs van de studies in deze review varieerde van hoog tot zeer laag. Dit ligt vooral aan het feit dat de methode van veel studies onvoldoende was beschreven en omdat er tussen de studies veel verschil was in effectgrootte. Ook het aantal geïncludeerde patiënten was laag en de randomisatieprocedure werd niet goed beschreven.

Twee studies stelden vast dat loopbandinterventies de algemene grove motoriek niet verbeterden (MD 0.88, 95% CI -4.54 tot 6.30). De algemene statische motoriek in stand werd ook niet verbeterd (MD 5.41, 95% CI -1.64 tot 12.43) en ze stelden een verwaarloosbare verbetering vast op de stapfunctie (MD 4.51, 95% CI 0.29 tot 8.73). De verbetering op de stapfunctie stelden ze enkel vast bij 20 ambulatoire patiënten met een ontwikkelingsstoornis (MD 7.60, 95% CI 0.88 tot 14.32) en bij 12 kinderen met een hersenverlamming (MD 8.00, 95% CI 3.18 tot 12.82). In het algemeen vertoonden loopbandinterventies een kleine verbetering in stapsnelheid wanneer deze vergeleken werden met geen loopbandinterventies (MD 0.23, 95% CI 0.08 tot 0.37). Loopbandinterventies vertoonden ook een lichte verbetering in de stapsnelheid bij patiënten met een ontwikkelingsstoornis (MD 0.25, 95% CI 0.08 tot 0.42) maar niet bij patiënten met een hersenverlamming (MD 0.18, 95% CI -0.09 tot 0.45).

Conclusie Loopbandinterventies hebben een klein effect op de stapsnelheid (hoog niveau van bewijs) maar lijken niet effectief om kinderen sneller zelfstandig te kunnen laten stappen of een betere algemene motoriek (matig niveau van bewijs). Loopbandinterventies kunnen wel effectief zijn voor bepaalde subgroepen kinderen, zoals om kinderen met het syndroom van Down vroeger te doen stappen of de stapfunctie bij kinderen met een hersenverlamming te verbeteren. Geen enkele studie rapporteerde problemen of blessures van de loopbandtraining.

Implicatie voor de praktijk Loopbandinterventies zijn een mogelijke behandeling voor kinderen onder 6 jaar met een risico op motorische achterstand. Gezien de onzekerheid over de doeltreffendheid ervan zou dit niet de enige interventie mogen zijn.

Referentie Valentin-Guidol M, Mattern-Baxter K, Giberant-Farrés M, Bagur-Calafat C, Hadders-Algra M, Angulobarrosso R.M. Treadmill interventions in children under six years of age at risk of neuromotor delay. Cochrane Database Syst Rev. 2017 Jul 29;7:CD009242. doi:10.1002/14651858.CD009242.pub3. 1. Belgian Centre (Cebam) 2. UVC-Brugmann

for

Evidence-Based

Medicine

JUNI 2018 AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 17

17 17/05/2018 13:10


EXXPERT

GREGORY HENIN FISCAAL ADVISEUR

Het Zomerakkoord 2018:

wat moet je weten als zelfstandige?

Het fel besproken Zomerakkoord, dat sinds 1 januari 2018 zijn eerste concrete uitwerkingen kent, heeft belangrijke gevolgen voor zelfstandigen. Een overzicht van de nieuwigheden en hun impact:

Je betaalt minder vennootschapsbelasting

Wanneer van toepassing?

Beginnen doen we met de blikvanger van het akkoord: boekjaren die sinds 1 januari 2018 starten, worden niet meer belast aan de oude vennootschapsbelasting van 33,99% (incl. 3% crisisbijdrage). Vanaf 2018 gelden nieuwe tarieven:

Loopt je boekjaar gelijk met het kalenderjaar, dan profiteer je al sinds de jaarwissel van de nieuwe tarieven. Start je boekjaar pas later, bijvoorbeeld op 1 september 2018, dan betaal je nog tot en met 31 augustus 2018 de voormalige vennootschapsbelasting.

In 2018 en 2019 Vanaf 2020 Nieuw basistarief 29,58% 25%

Nieuw verlaagd tarief

(incl. 2% crisisbijdrage) (0% crisisbijdrage) 20,40% 20% (incl. 2% crisisbijdrage) (0% crisisbijdrage)

Voor wie? Het nieuwe basistarief geldt voor grote, financiÍle, beleggings- en dochtervennootschappen. Enkel kmo’s kunnen van het verlaagde tarief genieten, onder voorwaarden. Zo moet het minimumloon van minstens een van de bedrijfsleiders 45.000 euro bruto per jaar bedragen (vroeger: 36.000 euro). Alleen als de belastbare winst ook lager ligt dan 45.000 euro, mag het minimumloon lager liggen. Bovendien moet dat minimumloon minstens gelijk zijn aan je belastbare winst na loonaftrek.

18

Gevolgen voor de Individuele Pensioentoezegging (IPT) Het nadeel van het optrekken van je bezoldiging naar 45.000 euro is dat de belastingdruk mee stijgt. Pluspunt is dan weer dat je vennootschap een hogere premie in je IPT mag storten (waarop je wel iets minder fiscaal voordeel geniet door de verlaagde tarieven). Desalniettemin blijft deze loonsverhoging een interessante optie om je aanvullend pensioen verder op te bouwen.

Hoger spatarplafond voor klassiek pensioensparen Vanaf 2018 heb je de keuze uit twee formules voor je klassiek pensioensparen: je kan tot maximaal 960 euro sparen aan een belastingvermindering van 30%, of tussen de 961 en 1.230 euro apart zetten aan een verlaagd voordeel van 25%. Je kan dus meer sparen, maar betaalt dan ook meer belastingen.

JUNI 2018

AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 18

17/05/2018 13:10


Nieuwe inkomensdrempels voor vermindering van sociale bijdragen Wenste je als zelfstandige in hoofdberoep een vermindering van je voorlopige sociale bijdragen, dan had je tot eind 2017 de keuze tussen twee drempels: 13.296,25 euro of 26.592,49 euro. Om je voorlopige sociale bijdragen beter af te stemmen op je inkomsten, komen er nu 4 nieuwe inkomensdrempels bij:

Huidige verminderingsdrempels Verminderingsdrempels vanaf 2018 EUR 13.296,25

EUR 13.550,50

EUR 17.072,56

EUR 21.510,08

EUR 26.592,49

EUR 27.101,00

EUR 38.326,61

EUR 54.202,01

Meer fiscale voordelen voor eenmanszaken Ten slotte komen er nog een aantal fiscale voordelen bij voor zelfstandigen met een eenmanszaak: Aftrekbaarheid van autokosten: autokosten voor zelfstandigen met een eenmanszaak zijn voortaan in de personenbelasting aftrekbaar in functie van de CO2-uitstoot. Kostenforfait voor winsten: vanaf aanslagjaar 2019 krijg je als zelfstandige met winsten de keuze tussen werkelijke of forfaitaire beroepskosten. Je zal recht hebben op hetzelfde kostenforfait als bij werknemers: 30% van je bruto-inkomsten (tot maximaal 2.950 euro). Daling van taks op stopzettingsmeerwaarden: vanaf het aanslagjaar 2019 daalt de heffing op meerwaarden bij de stopzetting van een eenmanszaak op een ‘gunstig moment’ (vanaf de leeftijd van 60 jaar, een overlijden, een gedwongen stopzetting …) naar 10%.

JUNI 2018 AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 19

19 17/05/2018 13:10


EXXPERT

NATHALIE PUT SBB ACCOUNTANTS & ADVISEURS, WWW.SBB.BE

Je zaak inschrijven bij het ondernemingsloket: welke gegevens heb je nodig? Je bent pas echt ondernemer als je een ondernemingsnummer op zak hebt. Dit nummer kan je bij een ondernemingsloket verkrijgen. Dat vraagt van jou wel enkele gegevens. Waarom heb je een ondernemingsnummer nodig?

Waarom zijn correcte gegevens zo belangrijk?

Je onderneming krijgt een uniek nummer, zoals jij je rijksregisternummer hebt. Op die manier kunnen verschillende overheidsdiensten gemakkelijk communiceren met je zaak. Alle Belgische ondernemingen staan met adres en eigenaar in een database: de Kruispuntbank van Ondernemingen of kortweg de KBO.

Als je alle gegevens volgens de puntjes aangeeft, vermijd je vervelende misverstanden. Stel dat je voeding verkoopt, maar staat ingeschreven als vastgoedmakelaar, dan hoeft de klant in principe niet te betalen. Ook voor beroepskosten is dit van belang: als kookleraar kan je bijvoorbeeld kookpotten fiscaal aftrekken, maar als opticien is dit uiteraard moeilijker te verantwoorden.

Wanneer en waar moet je je inschrijven?

Hoe pas je je gegevens aan?

Je schrijft je in vóór de start van je zelfstandige activiteit bij een erkend ondernemingsloket. In de praktijk wordt dit eenvoudig geregeld via je boekhouder of accountant. Zo bespaar je jezelf heel wat tijd en ben je zeker dat alle gegevens (zie hieronder) correct geregistreerd zijn. Eventueel kan je ook zelf je inschrijving in orde brengen.

Zodra een van die gegevens verandert, zoals wanneer je verhuist of je je activiteiten uitbreidt, geef je dit door. Via de Private Search van KBO vind je gemakkelijk je bedrijf terug. Met je identiteitskaart kan je een aantal gegevens zelf kosteloos aanpassen.

Wat vraagt het ondernemingsloket van jou? Je rijksregisternummer; de naam van je onderneming en de adressen van alle locaties waar je zal werken; de activiteiten die je zal uitoefenen en de begindatum; het rekeningnummer van je onderneming. Een aparte zakelijke rekening is sowieso een aanrader. Zo behoud je het overzicht en houd je werk en privé gescheiden; voor handels- en ambachtsondernemingen: bewijs bedrijfsbeheer en eventueel beroepskennis. Vanaf 1 september 2018 is het attest bedrijfsbeheer niet meer nodig om een zaak te starten. Sinds 1 januari 2018 is het bewijs van beroepskennis voor de meeste gereglementeerde beroepen weggevallen. Enkel voor activiteiten in de bouwsector moet je de beroepskennis nog kunnen bewijzen; voor vennootschappen is een oprichtingsakte verplicht; de inschrijving kost 87 euro per vestiging, tenzij je een niet-handelsonderneming opricht (zoals (para) medische of andere vrije beroepen).

20

JUNI 2018

AXXON_exclusief_38_JUN18_NL.indd 20

17/05/2018 13:10


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Axxon exclusief by Colruyt Group - Issuu