De.GROEN f i n e . a r t.c o l l e c t i o n S H O W. 1 8 OPER A R ICA R D O VA N E Y K 2 7. N O V E M B E r . 2 0 2 1 – 2 0 . F E B R U A R I . 2 0 2 2
2
RICARDO VAN EYK
27 november 2021 – 20 februari 2022 Het atelier van Ricardo van Eyk ligt op een klein industrieterrein in Utrecht. Het maakt onderdeel uit van een groot gebouw met meerdere bedrijven en ateliers. Het atelier heeft een grote garagedeur. In de voorruimte heeft Van Eyk zijn werktafel en een koffiezetapparaat. In de ruimte daarachter bevindt zich de plek waar het werk gemaakt wordt. In die ruimte hangt een groot werk aan de muur dat bestaat uit acht panelen. Op een andere muur hangen merkwaardige kastjes. Op de vloer liggen wat pallets met daarnaast betonnen afgietsels van -naar later blijkt- grote rabarberbladeren. Verder is de ruimte gevuld met objecten en materialen die als een soort halffabricaat in een proces zitten op weg naar een eindproduct, naar kunst dus. Een smaller gedeelte van zijn werkplek is ingericht als
opslagplaats. Hout, aluminium profielen, verf, schroeven en veel gereedschap. Is Ricardo wel een schilder? Want zijn werkplek oogt meer als een werkplaats met apparatuur om hout en ook metaal te bewerken. Toch noemt hij de panelen aan de muur schilderijen. “Ik noem mijn werk schilderijen uit gemak”, zegt hij. Want die panelen aan de muur zijn niet geschilderd met kwast, paletmes en olieverf. Het is een proces van noeste arbeid. Tape, verf, schuurpapier, schuurmachine. Opnieuw lagen aanbrengen met verf en andere materialen en dan weer plamuren, afschuren en polijsten. Details bekijken, mogen ze blijven of moeten ze weg? Hij weet waar het naartoe moet maar hij heeft zeker geen voorop gezet plan. Soms ligt zo’n werk een paar maanden stil voordat hij besluit dat er toch nog iets moet gebeuren. Van Eyk: “Twijfel en zekerheid kunnen niet zonder elkaar”. Het lijkt erop dat het werk pas echt af is wanneer het gezien wordt, wanneer het hangt of staat op een tentoonstelling. Pas dan is het definitief. Zo is het ook met de kastjes die aan de muren hangen. Ze zijn onopvallend. Misschien willen ze niet gezien worden. Sommige zijn gemaakt uit gebruikt hout maar er zijn er ook een paar van groen betonplex. Door de gaten in de voorzijde heb ik de associatie met te groot uitgevallen vogelhuisjes of vleermuizenkasten. Ricardo vertelt dat hij “het nog niet precies weet” met deze kasten. Zo’n opmerking is tekenend voor de intuïtie die Van Eyk –bewust of onbewustinzet bij het denken en maken. Wanneer ik een tijdje rondkijk in zijn atelier 3
4
Atelier situatie
roept dat vragen op. De cirkels op de panelen, de rabarberbladeren, de kastjes. Waar haalt Van Eyk zijn beelden/beeldtaal op en zijn inspiratie vandaan? Ik stel hem die vraag. “De connectie met de werkelijkheid, de buitenwereld moet voelbaar zijn in wat ik maak. De manier waarop ik werk, wanneer ik zo terugkijk, heeft te maken met waar ik vandaan kom. Ik woonde vroeger in een nieuwbouwwijk. Een zeventiger/tachtiger jaren wijk. Allemaal super modernistisch, kaal en uniform. Je kon overal veilig fietsen. Hoe ik daar naar gekeken heb, die manier van denken over stedelijke planning, dat is misschien wel een soort opleiding geweest. Ik heb dat echt zo ervaren. De manier waarop ik kijk naar dingen is mede bepaald door die plek waar ik opgegroeid ben.” Hoe is hij uiteindelijk vanuit die nieuwbouwwijk op de kunstacademie, de HKU in Utrecht terecht gekomen? “Ik tekende vroeger wel, urban tekeningen, comics, de beeldcultuur rond de hiphop. Na het VWO heb ik een jaar gewerkt en ik ben toen toegelaten op de HKU. Ik ging daar naartoe met het idee om iets met illustratie of iets dergelijks te gaan doen. Pas op de academie is er een wereld voor mij opengegaan. Niet in één keer maar geleidelijk. Musea bezoeken, excursies, kijken en denken.” Hij vertelt dat hij op de academie zijn weg heeft gevonden. Die begon traditioneel met tekenen en schilderen. Het traditionele schilderen op linnen bleek voor hem uiteindelijk niet de uitdaging. Hij zocht naar andere middelen en materialen. In die ontwikkeling werd hij gesteund door zijn docenten. Vooral de nuchterheid –zoals hij dat noemt- van de docenten. Hoe zij naar het werk kijken.
“Ga aan de slag, zonder groot gedoe, zoek je eigen sensitiviteit daarin met materiaal en beeld, die nuchterheid is me bijgebleven.” Die nuchterheid is misschien wel het motto in zijn werk, samen met het idee dat zijn werk altijd een connectie met de buitenwereld moet hebben. Die connectie zoekt Van Eyk niet zozeer in de natuur maar juist in dat wat door de mensen gemaakt is. Het stedelijke, het beton, de wegen, de gebouwen. Zowel in het grote als in het kleine. Een ranzige weggegooide magnetron kan net zo goed aanleiding zijn tot het maken van een werk als een bushalte met de stoep, de borden en het bushokje. Vanaf het tweede jaar op de academie maakt hij -bijna dagelijks- foto’s die hij post op Instagram. Het zijn dingen die ik niet direct zie maar waar zijn oog op getraind is om te zien. Spiegelingen, hekken, constructies in beton of staal, in onbruik geraakte uithangborden enzovoort. Een voortschrijdend en uitdijend archief van beelden. Hij kijkt daarbij niet alleen naar vorm maar ook naar structuur en textuur. Waarschijnlijk met de gedachte dat het later wel eens van pas kan komen in zijn werk. Nadat hij de HKU heeft afgerond kiest hij ervoor om naar de Ateliers (postacademische opleiding) te gaan. Hij wordt toegelaten. Een opleiding waarvan hij zelf zegt dat hij daar zijn werk heeft kunnen verdiepen en een opleiding waarin je als kunstenaar voortdurend op de proef gesteld wordt. Inmiddels heeft Van Eyk al een aantal jaren een kunstenaarspraktijk. Op verschillende locaties heeft hij met zijn solopresentaties de ruimte ter plekke aangepakt en naar zijn 5
hand gezet. Met de solo show OPERA doet hij dat nu bij DE.GROEN. “OPERA is een titel die niet veel verklapt” zegt hij. (OPERA, Latijn, meervoud voor werken) “Het is een vijfletterwoord. Eigenlijk hebben al mijn solo’s vijfletterige titels.” Voordat Van Eyk zijn plan maakt voor deze solo, heeft hij eerst de ruimte in zich opgenomen. Plattegronden, de hoogte van de ruimte, hoe zijn de wanden, de vloeren enzovoort. Allemaal informatie die hij nodig heeft. Uiteindelijk bestaat zijn show uit een samenspel van autonome werken en werken die ingrijpen in de ruimte. Dat zijn de werken die de ruimte een ander aanzien geven. Soms schurken deze ingrepen tegen de architectuur aan echter zonder architectuur te worden. Van Eyk legt bijvoorbeeld vloeren die zowel logisch als onlogisch zijn. In de grote ruimte hangt het eerder genoemde werk dat bestaat uit acht panelen. Dit werk is een opvallend voorbeeld van hoe Van Eyk de buitenwereld naar binnen haalt. Wie uit het raam kijkt vanuit de grote ruimte ziet buiten het grote hek met de ronde cirkels (een werk van Alphons ter Avest) Binnen zie je -als een soort afdruk of spiegeling- het monumentale werk van Ricardo. En toch staat dit werk met een structuur van cirkels en lijnen helemaal op zichzelf. Wanneer ik kijk naar het grote witgrijze beeld met zijn cirkels, lijnen, structuren, glanzende en matte vlakken dan zie ik hoe Van Eyk de rauwheid en esthetiek in één beeld weet te vangen. Tenminste, zo voelt het voor mij. Er gebeurt van alles op deze acht panelen. Zeker wanneer je van dichtbij kijkt, dan 6
spat het maakproces ervan af. Het lijkt erop dat de panelen op zich ook weer samengesteld zijn uit verschillende houten platen. Onder het onregelmatige maar deels opgeschuurde oppervalk zie je hier en daar minieme meniekleurige fragmenten opdoemen. Je ziet verdikkingen in de lijnen, bobbels in het hout en ga zo maar door. In alles onderwerpt Van Eyk dit werk aan zijn ideeën en ogen, hoe hij ernaar kijkt. Dit grote werk is kenmerkend voor zijn werkwijze en het gedachtegoed. In het atelier zegt Ricardo van Eyk hoe hij gevormd is door de plekken in zijn jeugd en hoe hij de connectie met de buitenwereld zoekt. Het zit in al zijn werk, hij destilleert een eigen wereld aan beelden uit de gemaakte wereld van nieuwbouwwijken, wegen, gebouwen, vuilcontainers, stortplaatsen, hangplekken, skateparken, hekken, omheiningen, wachtruimtes, schotelantennes enzovoort. Hij is geen romanticus maar een realist. Een intuïtieve denker en maker. Hij maakt dingen niet mooier maar wel anders. Hij maakt de dingen zo dat ze ergens op lijken maar je weet niet direct waarop. Hij dwingt je niet maar hij vraagt je wel om goed te kijken. Dat geldt zowel voor de autonome werken als voor de ingrepen in de ruimte. Voor de vloeren die hij gelegd heeft, de schotels in het atrium, de kasten, de kas enzovoort. Als toeschouwer dwaal je door het werk van Ricardo van Eyk. Je kunt groot kijken van een afstand maar je kunt ook inzoomen. Er is veel te zien en veel te herkennen. In de show van Ricardo van Eyk moet je de ruimte afzoeken.”
Atelier situatie
7
8
IRON LADY, PRIVATE DANCER, 2021
9
10
LASSO V, 2021 met gespiegeld PINBALL I -V, 2021 en MUSK, 2021
LASSO V, 2021
11
12
VILLA, 2021
13
14
LASSO IV, 2021
15
16
Ricardo van Eyk werd in 1993 geboren in Utrecht (NL). Hij studeerde in 2016 af aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, HKU. In 2017 en 2018 was hij resident bij de Ateliers in Amsterdam. Van Eyk werd genomineerd voor de Koninklijke Prijs voor vrije Schilderkunst (o.a. in 2021), werd genomineerd voor de VG Award (2020) en won in 2018 de Buning Brongers Prijs. Solotentoonstellingen 2021 Collectie De Groen, Arnhem Park, Tilburg tegenboschvanvreden, Amsterdam 2020 tegenboschvanvreden, Amsterdam 2018 P///// AKT, Amsterdam Groepsentoonstellingen 2021 Omstand, Arnhem tegenboschvanvreden, Amsterdam 2020 Museum Het Valkhof, Nijmegen 38CC, Delft Projectruimte On the Inside, Amsterdam The Pool, SB34, Brussel tegenboschvanvreden, Amsterdam GEM, Den Haag 2018 Dordrechts Museum, Dordrecht Billytown, Den Haag Nest, Den Haag tegenboschvanvreden, Art Rotterdam
17
COLOFON Deze publicatie verschijnt bij de tentoonstelling OPERA, georganiseerd door Collectie DE.GROEN van 27 november 2021 tot en met 20 februari 2022. Tekst : Peter Jordaan Basis layout en typografie : Sinds 1416 Vormgeving : Oscar Lourens Druk : Drukwerkdeal, Deventer Collectie DE.GROEN bedankt de Gemeente Arnhem en Provincie Gelderland voor hun financiële ondersteuning. Alle werken courtesy tegenboschvanvreden, Amsterdam
Arnhem, november 2021 Collectie DE.GROEN Weverstraat 40 6811 EM Arnhem www.collectiedegroen.nl
18
19