Bovenloopkraan
Fot
Collé Safety & Training: Sittard
Revisiedatum : 27-08-2019
Indentificatiecode: S&T VTAS-T-BLK JVO
Blz.2
1 Voorwoord De overheid stelt eisen aan alles en iedereen. Dit is om te voorkomen dat er chaos en optreedt. Als men bedenkt hoeveel ongelukken in het verkeer zouden optreden als er geen verkeersregels waren en iedereen 'maar wat doet' is het meer dan duidelijk dat er regels, wetten en normen nodig zijn voor bijna alle hedendaagse dingen Collé Safety & Training Collé Safety & Training is de juiste keuze voor elke professional in de bouw, industrie en/of petrochemie. Of het nu gaat om producttrainingen, veiligheidstrainingen of herhalingstrainingen, met onze trainingen werken uw medewerkers veiliger en efficiënter. Het werken met materieel is niet zonder risico’s! Een groot gedeelte van de ongevallen met materieel wordt veroorzaakt door een bedieningsfouten, onachtzaamheid of een gebrek aan kennis. Start daarom vandaag nog met veilig werken en neem direct contact op met onze opleidingsspecialisten voor een trainingsadvies op maat: 046-4574108 of training@colle.eu Collé bestaat meer dan 120 jaar, wat een duidelijk voordeel oplevert in de hoeveelheid ervaring die het bedrijf heeft. Collé vindt het delen van deze kennis een absolute noodzaak om de arbeidsveiligheid van werknemers en de bijbehorende werkomgeving te kunnen waarborgen. Daarom bieden wij u kwalitatief hoogwaardige product- & veiligheidstrainingen tegen gunstige tarieven! Onze opleidingsspecialisten adviseren u graag via 046-4574108. Bekijk het volledige trainingsaanbod op www.colle.eu
Namens Collé Safety & Training wensen we u plezier en succes met onze veiligheidstraining!!
Collé Safety & Training B.V. Nusterweg 100 - 102 NL 6136 KV Sittard Postbus 5123 NL 6130 PC Sittard Tel. +31 (0)46 - 45 74 108 Fax. +31 (0)46 - 45 21 120 training@colle.eu
Collé Safety & Training: Sittard
Revisiedatum : 27-08-2019
Indentificatiecode: S&T VTAS-T-BLK JVO
Blz.3
Inhoudsopgave: 1 Voorwoord.............................................................................................................................................3 2 Inleiding .................................................................................................................................................5 3 De bovenloopkraan-bestuurder ............................................................................................................6 4 De bovenloopkraan ...............................................................................................................................6 4.1
Nazicht en controle van de bovenloopkraan .......................................................................... 7
4.2 Bij een tekortkoming ..................................................................................................................... 8 5 Veiligheidsvoorschriften en aanbevelingen ..........................................................................................8 5.1
In gebruik nemen..................................................................................................................... 9
5.2
Werken met de bovenloopkraan ............................................................................................ 9
5.3
Defecten en brand ................................................................................................................. 12
5.4
Onderhoudswerkzaamheden ................................................................................................ 12
6 Genormaliseerde gebaren .................................................................................................................. 13 7.1
De last zelf ............................................................................................................................. 14
7.2
Hijsen ..................................................................................................................................... 14
7.3
Begin van de verplaatsing...................................................................................................... 15
7.4
Tijdens de verplaatsing .......................................................................................................... 15
7.5
Einde van de verplaatsing...................................................................................................... 15
7.6
Stoppen van de slinger .......................................................................................................... 16
7.7
Het schranken van een bovenloopkraan............................................................................... 17
Collé Safety & Training: Sittard
Revisiedatum : 27-08-2019
Indentificatiecode: S&T VTAS-T-BLK JVO
Blz.4
2 Inleiding Het doel van deze cursus is, naast het meegeven van elementaire technische kennis, een verzameling van voorschriften, richtlijnen, dagelijks onderhoud en controle te geven i.v.m. het dagelijkse werk met de bovenloopkraan. Ondeskundig gebruik, onzekere bewegingen door onervarenheid, verkeerd inschatten van gewichten en afstanden, vallende lasten, aanrijden van goederen en machines, slecht of verkeerd aanslagmateriaal, fout aanslaan van de lasten. Al deze situaties kunnen ongevallen en aanzienlijke schade veroorzaken. Door de bovenloopkraan bestuurders een relevante prakrijk en theorie training te voorzien zal de kans op ongevallen en schades aanzienlijk verkleinen.
Collé Safety & Training: Sittard
Revisiedatum : 27-08-2019
Indentificatiecode: S&T VTAS-T-BLK JVO
Blz.5
3 De bovenloopkraan-bestuurder De bestuurder is iemand die: een goed inzicht heeft over zijn werk zijn mogelijkheden en grenzen kent zijn verantwoordelijkheden opneemt en de richtlijnen in acht neemt goed en voorzichtig kan rijden voldoende inzicht heeft op de stabiliteit op een lading voldoende kennis heeft van de werking van de bovenloopkraan. De gebruiker van een bovenloopkraan bestuurt een gemotoriseerd transportwerktuig en voert bijgevolg een veiligheidsfunctie uit. De voorwaarden om een veiligheidsfunctie te kunnen uitoefenen zijn: minimum 18 jaar oud relevante opleiding gevolgd medisch geschikt zijn stressbestendig zijn De uitvoerder van een veiligheidsfunctie heeft een aantal verantwoordelijkheden met betrekking op: zichzelf derden machine goederen omgeving rendement
4 De bovenloopkraan De bovenloopkraan is een hijs- en transporttoestel dat geschikt is voor horizontaal en verticaal transport van opgehangen lasten. De rolbrug kan de last driedimensionaal bewegen en kan eventueel de last laten draaien. Hijsinstallatie Het hijsen en zakken van het mantelblok heeft gewoonlijk twee snelheden, om de brug niet te zwaar te belasten bij het aanzetten of stoppen van een beweging. De hijsinstallatie is op de katwagen gemonteerd, en bestaat uit: De aandrijfmotor De tandwielkast De hijstrommel De rem De hijskabel met haak De katwagen De katwagen verplaatst de hijsinstallatie dwars of loodrecht op de kraanbeweging. De wagen wordt aangedreven door een motor met reductie en heeft een sleeprem. De wagen kan verplaatst worden over rails met aangedreven loopwielen.
Collé Safety & Training: Sittard
Revisiedatum : 27-08-2019
Indentificatiecode: S&T VTAS-T-BLK JVO
Blz.6
De kraanwagen Deze constructie verplaatst de kraanwagen en de hijsinstallatie over rails in de lengterichting van de hal. De kraanwagen wordt aangedreven door (een) motor(en) met vertragingskast en heeft een sleeprem. De bewegende onderdelen van een bovenloopkraan zijn uitgerust met de volgende veiligheidsvoorzieningen: Remmen: de hijsinstallatie heeft een elektrorem. De wagens zijn voorzien van een instelbare sleeprem. Eindloopbegrenzers: alle bewegingen van een bovenloopkraan kunnen beperkt worden. Dit gebeurt door de verplaatsing automatisch te onderbreken of een rem in werking te stellen. Lastbeperker: alle bovenloopkraan zijn uitgerust met een toestel dat automatisch de hefbeweging stopt zodra de opgeheven last met meer dan 10% de maximum toegelaten last overschrijdt. Noodstopknop: iedere bovenloopkraan moet in noodgeval onmiddellijk gestopt kunnen worden. Deze drukknop moet steeds binnen handbereik zijn. De besturing van een bovenloopkraan kan op verschillende manieren gebeuren:
Cabine besturing Grond besturing : - peerbesturing - radiobesturing - infrarood besturing
4.1 Nazicht en controle van de bovenloopkraan De bovenloopkraan moet minstens jaarlijks door een erkend organisme op veiligheid worden gecontroleerd. De bovenloopkraanbestuurder moet bij aanvang van zijn werk de bovenloopkraan controleren. Hij heeft een verantwoordelijkheid voor zichzelf en voor anderen. Misschien werken ook andere mensen met deze machine. Men weet nooit wat er met een brug voordien gebeurd is. Het dagelijks nazicht is ook preventief, men ontdekt al in een vroeg stadium defekten en de herstelling kan dan gepland worden uitgevoerd. Onverwacht uitvallen tijdens het werk kan zware gevolgen hebben. Zoals een ongeval of productiestop). Kleine incidenten zijn dikwijls de oorzaak van ongevallen. Een slecht onderhouden machine slijt vroegtijdig en is onbetrouwbaar. Doe het nazicht aan de hand van een controlelijst of een logboek. EEN GOEDE BOVENLOOPKRAANBESTUURDER EIST EEN MACHINE IN GOEDE STAAT.
Collé Safety & Training: Sittard
Revisiedatum : 27-08-2019
Indentificatiecode: S&T VTAS-T-BLK JVO
Blz.7
4.2 Bij een tekortkoming Kleine tekortkomingen kunnen eventueel door de bestuurder zelf worden verholpen (oliepeil, reinigen enz.). Grote tekortkomingen: MELDINGSPLICHT. De tekortkomingen melden aan de betreffende verantwoordelijke, liefst schriftelijk. Bij tekortkomingen die de veiligheid van de bestuurder en anderen in gevaar kunnen brengen, DE MACHINE NIET MEER GEBRUIKEN.
5 Veiligheidsvoorschriften en aanbevelingen
Collé Safety & Training: Sittard
Revisiedatum : 27-08-2019
Indentificatiecode: S&T VTAS-T-BLK JVO
Blz.8
5.1 In gebruik nemen Draag altijd de voorgeschreven veiligheidskleding. Kijk na of er geen enkele hindernis op de sporen voorkomt. Ga na of de brug niet buiten dienst is gesteld. Controleer de bovenloopkraan met de controlelijst. Beproef de noodstopinstallatie. Verwittig onmiddellijk de verantwoordelijke in geval van onregelmatigheden. 5.2 Werken met de bovenloopkraan Let op vreemde geluiden die op defecten of storingen duiden. Vervoer geen personen met de bovenloopkraan (is alleen toegelaten in een veiligheidskooi).
Transporteren van personen tezamen met de hijslast of de lastopneeminrichting is verboden. De machinist gaat steeds vooruit en volgt de last. Bij onvoldoende zicht op de last of de lasthaak moet de bestuurder zich laten begeleiden door een bevoegd collega. De communicatie tussen de bestuurder en de begeleider, kan mondeling of door gesproken gebaren of seinen. Ze moeten elkaar wel kunnen zien. Bij het zelf aanhaken van de last door de bovenloopkraanbestuurder mag deze de schakelaar niet gelijktijdig gebruiken.
Collé Safety & Training: Sittard
Revisiedatum : 27-08-2019
Indentificatiecode: S&T VTAS-T-BLK JVO
Blz.9
Zolang de last in de haak hangt, dient de bestuurder de schakelaar binnen handbereik te hebben. Bij werken met een collega (rigger, vastmaker, seingever) mogen de met de hand bevestigde lasten past verplaatst worden na teken of sein van de collega. De last mag niet over personen heen verplaatst worden. De last mag niet gesleept of getrokken worden.
De bovenloopkraan mag geen voertuigen trekken. Wanneer de werkgebieden van meerdere bovenloopkraan elkaar overlappen dient een systeem tegen aanrijdingen te worden voorzien en tevens in dienst te zijn. Wanneer een last door meerdere bovenloopkraan tegelijkertijd wordt gehesen zal een verantwoordelijke de coördinatie tussen de verschillende bruggen leiden. De last mag niet rechtstreeks aan de hijskabel of hijsketting bevestigd worden. Het lostrekken van vastzittende lasten is alleen toegestaan met bovenloopkraan die uitgerust zijn met een hijslastbegrenzer. De bovenloopkraanbestuurder moet zijn werkomgeving inschatten of eventueel bij delicate manoeuvres afbakenen.
Collé Safety & Training: Sittard
Revisiedatum : 27-08-2019
Indentificatiecode: S&T VTAS-T-BLK JVO
Blz.10
De bestuurder mag zelf niet onder de last lopen en moet er op letten dat hij bij het verplaatsen van de last zichzelf niet klemt of gevaarlijk opstelt. Zet lasten nooit op schuine of losse stapelingen. Beveilig de last tegen verschuiven of draaien tijdens het vervoer. Bepaal alvorens een last te hijsen het lastzwaartepunt en breng de hijshaak boven dit punt. Vermijdt het slingeren en pendelen van de last, tracht deze steeds te dempen. Slapkoord kan grote defecten en breuk van de hijskabel veroorzaken. Laat nooit een last in de haak onbeheerd achter.
Hef de last altijd op de voorgeschreven manier. Gebruik de eindeloopschakelaar nooit als stoptoestel.
Nooit bruusk starten en/of stilleggen. Laat de last nooit slingeren om ze buiten het bereik van de bovenloopkraan te kunnen neerzetten. Stop reeds de slingerbeweging alvorens de last neer te zetten.
Collé Safety & Training: Sittard
Revisiedatum : 27-08-2019
Indentificatiecode: S&T VTAS-T-BLK JVO
Blz.11
5.3 Defecten en brand Bij een stroomstoring verwittig onmiddellijk de verantwoordelijke. Defect in de werking: -
Brand:
-
zet de last neer en haak hem af breng de brug naar haar uitgangspunt als ze nog verplaatsbaar is breng de verantwoordelijke op de hoogte informeer het onderhoudspersoneel zet zo vlug mogelijk de last neer, indien mogelijk zet de spanning af sla onmiddellijk alarm tracht de brand te blussen
5.4 Onderhoudswerkzaamheden Onderhoud aan een bovenloopkraan mag alleen als deze uitgeschakeld en beveiligd is. Werkzaamheden die niet vanaf de grond kunnen worden uitgevoerd, mogen alleen op steigervloeren of met een hoogwerker worden uitgevoerd. Nooit vanaf een ladder. Bij gevaar voor neerstortende voorwerpen dient een gevarenzone onder de bovenloopkraan te worden afgezet of door uitkijkposten te worden beveiligd. De bovenloopkraan dient door middel van railvergrendelingen of uitkijkposten zodanig te worden beveiligd, dat deze niet met andere bruggen in botsing kan komen. Bestuurders van bovenloopkraan die dezelfde rijbanen gebruiken dienen duidelijk geïnformeerd te worden over de werkzaamheden en de duur ervan. Bovenloopkraan mogen na beëindiging van de werken alleen in bedrijf gesteld worden wanneer een verantwoordelijke of een aangestelde vrijgave gegeven heeft. Vrijgave kan alleen wanneer:
Einde van het werk:
Collé Safety & Training: Sittard
- de werkzaamheden definitief beëindigd zijn - de bovenloopkraan weer bedrijfsveilig is - alle bij de werken betrokken personen de brug verlaten hebben. - leg de brug nooit stil met een aangeslagen last - breng de lasthaak omhoog in zijn ruststand - rij de brug naar haar uitgangspunt - zet de spanning af of druk de noodstop in - vul eventueel het logboek in
Revisiedatum : 27-08-2019
Indentificatiecode: S&T VTAS-T-BLK JVO
Blz.12
6 Genormaliseerde gebaren
Collé Safety & Training: Sittard
Revisiedatum : 27-08-2019
Indentificatiecode: S&T VTAS-T-BLK JVO
Blz.13
7.
Verplaatsen van lasten
Bij het verplaatsen van lasten moet men steeds rekening houden met: het soort last de massa het aanslaan van de last de omstandigheden 7.1 De last zelf Het gewicht van de last bepalen: het gewicht is aangegeven wegen informeren berekenen schatten De vorm van de last: waar ligt het zwaartepunt? zijn er aan de last beschadigingen of gevoelige delen? zal de vorm moeilijkheden geven bij vervoer? Is er plaats genoeg voor het verplaatsen? Methode van aanslaan: zijn er beschermingsmiddelen nodig? zijn er hijspunten? zijn er speciale hulpmiddelen nodig? moet men stroppen gebruiken? De verplaatsingsweg: kan men de kortste weg gebruiken? moet de last op een speciale hoogte vervoerd worden? zijn alle doorgangen te gebruiken? Bestemmingsplaats: moet er ruimte vrijgemaakt worden? in welke stand moet de last geplaatst worden? wat zijn de omstandigheden voor het plaatsen van de last? zijn er opvullingen nodig? 7.2
Hijsen breng de hijshaak boven het zwaartepunt van de last lasten altijd vertikaal heffen, nooit schuin eerst kabels spannen, dan lichtjes heffen last niet in evenwicht of slecht aangepikt? neerzetten en opnieuw aanpikken. abnormale weerstand bij het heffen: niet aandringen en onderzoeken nooit einde-loopschakelaars uitschakelen of overbruggen wanneer de lasthaak op max. hoogte is: zeer langzaam en aandachtig werken
Collé Safety & Training: Sittard
Revisiedatum : 27-08-2019
Indentificatiecode: S&T VTAS-T-BLK JVO
Blz.14
7.3
7.4 7.5
Begin van de verplaatsing aanzetten in laagste stand de last op de goede hoogte brengen om hindernissen te vermijden gebruik indien mogelijk een vrijgemaakte verplaatsingsweg en vermijdt om boven personen te rijden. Eis dat de aanpikker voor de lading uitloopt en deze begeleidt.
Tijdens de verplaatsing gebruik de claxon of roep bij gevaarlijke plaatsen en wanneer zich personen onder de last willen begeven wanneer een andere bovenloopkraan zich op dezelfde rails bevindt, nooit duwen maar op ongeveer 4 meter afstand stoppen en doorgang vragen. gebruik indien mogelijk de kortste weg tracht de slinger tijdens het rijden onder controle te houden. Einde van de verplaatsing de last met lage snelheid neerzetten laat de last dalen of net boven de grond wanneer gewacht moet worden de last pas neerzetten wanneer deze slingervrij is plaats de last zo dat de hijsgereedschappen vrijkomen en gemakkelijk verwijderd kunnen worden
Collé Safety & Training: Sittard
Revisiedatum : 27-08-2019
Indentificatiecode: S&T VTAS-T-BLK JVO
Blz.15
na het neerzetten, de hijsgereedschappen een beetje ontspannen om zeker te zijn van de stabiliteit van de last
7.6 Stoppen van de slinger Een probleem waar veel bovenloopkraanbestuurders moeite mee hebben, is het stoppen van de lastslinger. Bij het einde van een verplaatsing zal de last slingeren door de traagheid van de last. Deze slinger is ontstaan bij de start van de bovenloopkraanbeweging en blijft aanwezig tijdens het rijden en dus ook na het stoppen van de bovenloopkraan. Omdat een slinger niet alleen hindert, maar ook gevaarlijk is, moet men deze kunnen controleren en dempen.
De tekening stelt een slingerbeweging voor van een last bij stilstand van de bovenloopkraan. Techniek om de slingerbeweging te verkleinen en geheel weg te werken:
we starten met de katwagen en gaan deze naar rechts verplaatsen de beweging van de katwagen moet in dezelfde richting bewegen als de slingerbeweging we starten de katwagen op het moment dat de last verticaal onder de bovenloopkraan hangt (punt A). we stoppen de begeleidingsbeweging wanneer de last van richting gaat veranderen. de last moet niet na één poging stil hangen, als de slingerbeweging maar vermindert.
De bekwaamheid om slingerende lasten te dempen toont de beroepskennis van de bovenloopkraanbestuurder.
Collé Safety & Training: Sittard
Revisiedatum : 27-08-2019
Indentificatiecode: S&T VTAS-T-BLK JVO
Blz.16
In de praktijk zal men de beweging van de bovenloopkraan een beetje voor de afzetplaats stoppen, even begeleiden als de last verticaal hangt in de zin van de beweging. Dit dempt zeer sterk de slingerbeweging of schakelt deze zelfs volledig uit. 7.7 Het schranken van een bovenloopkraan Met het schranken van de bovenloopkraan wordt bedoeld dat de kraanwagen scheef over de rails loopt. De meest voorkomende oorzaken zijn:
ongelijke wieldiameters van de aangedreven wielen, door bijvoorbeeld slijtage olie of vet op de rails vocht op een van de railbanen oneffenheid in de railbaan door een las bvb ongelijke belasting van de kraanwagen flenscontact: de opstaande kanten van de loopwielen schuren tegen de zijkanten van de rails. Dit komt voor bij kromme rails door warmteuitzetting of breuken.
Collé Safety & Training: Sittard
Revisiedatum : 27-08-2019
Indentificatiecode: S&T VTAS-T-BLK JVO
Blz.17
Collé Safety & Training: Sittard
Revisiedatum : 27-08-2019
Indentificatiecode: S&T VTAS-T-BLK JVO
Blz.18