Skip to main content

Climaxi magazine Zomer 2026

Page 1

P928079 Afgiftekantoor Herzele

Shamrock Tongeren

Ver. uitg.: Filip De Bodt, Groenlaan 39, 9550 Herzele Seizoensuitgave vzw Climaxi. Verschijnt vier seizoenen, Zomer 2026


In dit nummer

Edito

En avant la zizique… …was de titel van een werk van Boris Vian en van een song van Leo Ferré. Zizique, dat is een ander discours lanceren, een andere toon aanslaan. Dat is wat nu gebeurt in Vlaanderen. De Vlaamse Regering slaat een andere toon aan en het socio-cultureel werk doet dat stilaan ook.

Climaxi analyseert Utexbelvonnis: er is perspectief ! 06 Wat met de petrochemie in de Haven van Antwerpen 12 Huisarts over gezondheid in de Haven 17 Denderwerken van start: Geraardsbergen trekt de kop 20 Tongeren-Borgloon: Climaxi en buurtbewoners leggen klacht neer tegen Shamrock 25 Wie het kleine niet eert, is het grote niet weert 28 Column — Wanneer drinkwater de lat lager legt dan een lozing 32 Ergste klimaatscenario’s geschrapt: gaat het dan beter? 35 Lezers schrijven 39 Waarom Hiroshima rijmt op Fukushima 42

• Redactie: Filip De Bodt, Simon Van Parijs, Tim Lambrechts, Bernd Vandersmissen, JT, Katrin Van den Troost, Freddy Lamote, Tim Deweerdt, Sammy Roelant, Lieve De Kinder, Toon Penen, Tijs Posen • Eindredactie: Thomas Coussens • Cartoons: Arnulf

Vervuiling op het Maleveld in Sint-Kruis (Brugge) 46

• Foto’s: Climaxi, Tijs Posen, Juan Pablo Murillo Molina, Day of Insects, Diederik De Mezel, Rob Meyer

Boeken: Peter Bossu over zijn streek 50

• Vormgeving: info@bijdruk.be

Het Laatste Nieuws 52

• Drukkerij: Polyprint Herzele

Opnieuw bezwaren tegen Oostendse torens 56 Supermarkt versus Eco&Fair 58 2

De Vlaamse Regering wil duidelijk de macht naar zich toe trekken. Sociale bewegingen worden in een hoekje gedrumd: minder procederen, minder kritiek, minder verzet is de boodschap die ons opgedrongen wordt. Die boodschap komt meestal uit Vlaams-nationale hoek, maar men kan bezwaarlijk inbrengen dat daar vanuit de christen- of sociaaldemocraten veel aan gewijzigd wordt. Het orgelpunt van deze redenering was het schaakspel rond de uitreiking van subsidies voor de nieuwe vijfjarige beleidsperiode, die vorig jaar een aanvang nam. De minister negeerde gedeeltelijk de adviezen van de Commissie terzake. Die had veel nationalistische verenigingen zonder geld gezet, dus moest hetzelfde gebeuren aan de linkerzijde, vond N-VA. Zo geschiedde. Climaxi, vzw Vrede, Vredesactie en De Wereld Morgen (Get Basic vzw) kregen minder subsidies. Bij Climaxi gaat het over een daling van 25 %, bij anderen gaat het soms om de helft. LABO vzw en HOTM kregen ondanks een positief advies geen centen. De beslissing werd

bijzonder slecht gemotiveerd. Bij gebrek aan echte redenen werd Code Rood als aap uit de mouw getoverd. Code Rood is een beweging die begon met geweldloos verzet maar af en toe ontspoorde in geweld tegen eigendommen. Niet alleen wij namen afstand toen die strategie veranderde. Daarom trokken wij ook naar de Raad van State. Die uitspraak valt binnenkort. De essentie van onze verdediging: men kan niemand straffen op basis van de huidige wetgeving (radicaliseringsdecreet uit 2025) voor zaken die in het verleden gebeurd zijn. Ondertussen werd het Vlaamse socioculturele veld stilaan wakker. Samen met de geviseerde bewegingen richtten wij De Tegenmacht op. (Kom naar Gent op 25/06!) De Federatie van socio-culturele bewegingen ging pal achter ons staan. De Verenigde Verenigingen namen samen met Bond Beter Leefmilieu (BBL) stelling in. Vakbonden en mutualiteiten worden ook geviseerd en kiezen kant. Dat was meer dan verhoopt: de sociale bewegingen in Vlaanderen zijn nu niet bepaald de meest rebelse van Europa. Toch vallen er hier en daar ook valse akkoorden op te vangen: die eenheid is niet altijd wat ze moet zijn en hier en daar duiken bewegingen op die zich dan toch liever afkeren van vb. Climaxi… “want dat kan gevaarlijk zijn voor onze subsidies.”

De weg is lang

Climaxi kon, dankzij jullie en een extra onverwacht subsidiekanaal, zijn weg verder gaan. Jullie zorgden voor 3


ongeveer 11.000 euro aan extra steun en samen met de BBL haalden we een project binnen rond Gezondheid in de Antwerpse Haven (zie verder in dit nummer). We blijven lokale groepen ondersteunen die het woord nemen om op te komen voor een beter klimaat of leefomgeving. Zo ondersteunen we heel wat PFAS-comités. Daar halen we regelmatig een overwinning mee: Utexbel werd veroordeeld en Indaver kreeg een verbod op verbranding van zwaar PFAS-houdend afval voorgeschoteld, iets waar we jaren op hamerden. Niet niks in de huidige omstandigheden.

Subsidies

Al die aanvallen op sociale bewegingen kaderen in een ideologische strijd tegen subsidies. Radicale neoliberalen willen dat die verdwijnen en vinden daarvoor steun bij een deel van de publieke opinie. Die stelling is evenwel zeer selectief. Men heeft het dan over subsidies voor organisaties die geen economische meerwaarde maar welzijn en samenhang brengen. Enkel diegenen die meerwaarde creëren krijgen nog centen, ook al stoppen ze die in de eigen zak. Waarom wordt er niet gesproken over de talloze tewerkstellingssubsidies (zonder garantie) voor bedrijven? De subsidies om de Europese CO2-uitstoot te compenseren? Heb je een flexi-job, dan word je zwaar gesubsidieerd. Sport: zwaar gesubsidieerd, en met de inzet van massa’s agenten om supporters in bedwang te houden? Subsidies voor warmtepompen? Neen, subsidies zijn

4

van alle tijden en niemand heeft echt het plan om ze af te schaffen. Men wil alleen de subsidies afschaffen van diegenen die anders denken en dat ruikt verdacht veel naar Orban. Filip De Bodt

Wanted, liefst alive Wij willen ons versterken en jij bent misschien de persoon die we zoeken? Heb je zin om in onze Raad van Bestuur te komen zetelen? Iedereen is welkom.

We organiseren 3-4 vergaderingen per jaar en vragen op andere momenten feedback per mail. Wil je vrijwilliger worden?

Stel je kandidaat via info@climaxi.be

5


Climaxi analyseert Utexbelvonnis: er is perspectief! Filip De Bodt Climaxi liet het Utexbel-vonnis even bezinken en wachtte op de definitieve tekst, die ons bezorgd werd. Wij blijven tevreden over de uitslag en zullen in de toekomst verder aandringen op duidelijke normen en onderzoek naar de verspreiding van PFAS via de lucht. Verder denken we dat deze uitspraak gevolgen zal hebben voor de verdere werking van bedrijven met vastgestelde overtredingen. Ook Indaver Stabroek, Shamrock Tongeren en Associated Weavers Ronse hebben allicht een lijstje met PV’s liggen bij het Parket. Een verwittigd mens is er twee waard, zegt een Vlaams spreekwoord. Ongeveer alle door het Parket gesignaleerde overtredingen in Ronse werden vervolgd en bestraft: illegale opslag van gif, verkeerde opslag, lozing in de Molenbeek, overtredingen van de normen o.a. wat PFAS en andere gifstoffen betreft, … Het passeerde allemaal de revue. In het vonnis blijven al deze aantijgingen recht staan. Hier en daar werd er eens wat minder gif opgeslagen of werd de

6

overtreding qua termijn wat ingekort, maar er veranderde weinig. Wat PFAS betreft wordt het gebruik van PFAS an sich niet bestraft, maar wel het terugvinden van hoeveelheden die niet vergund zijn: de overschrijding van PFOA (320 ng/l i.p.v. de norm 100 ng/l), PFPeA (210 ng/l i.p.v. de norm 20 ng/l), PFHxA (220 ng/l i.p.v. de norm 20 ng/l), MePFOSAA (420 ng/l i.p.v. de norm 20 ng/l), MePFBSAA (390 ng/l i.p.v. de norm 50 ng/l), enz. Het gaat hem grotendeels over nieuwe korte keten PFAS, die het verouderde PFOS vervangen. Ze verspreiden zich razendsnel via het water. Dit wijst er allicht op dat het bedrijf nooit met PFAS gestopt is, maar oudere vormen vervangen heeft door meer recente. Niks mis aan dat gebruik, zegt de rechtbank, maar teveel of meer dan in je vergunning aangegeven is, blijft strafbaar. Een logische denkpiste, gezien er in Vlaanderen een gebrek is aan strenge en transparante normen. Dat gebrek belet de rechtbank om verder te gaan. Wij hebben massa’s richtlijnen en waardes, maar geen sluitende wetgeving.

Rechtstreekse dagvaarding

De rechtstreekse dagvaarding van een aantal burgerlijke partijen werd evenwel deels onontvankelijk verklaard (omdat het parket die zaken al aanbracht) of omdat men ze niet bewezen vindt. Negatief daarbij is dat de voorzorgsplicht niet weerhouden werd. Dat strookt met de neiging bij verschillende rechtbanken om dat begrip meer en meer te limiteren: je moet er op voorhand voor zorgen, zeggen wij, dat je geen schade toebrengt. Zo staat het ook in de wet. Al

te dikwijls horen wij momenteel het tegenargument: dan moeten jullie wel bewijzen dat er schade is.

De symbolische euro

De milieubewegingen (Bond Beter Leefmilieu en vzw Climaxi) én de burgerlijke partijen uit Ronse krijgen een symbolische schadevergoeding van 1 €. De rechtbank zegt dat die eis ‘meer dan billijk’ is. En het is mogelijk om bij gezondheidsproblemen schade door te rekenen. Die dient evenwel gelinkt te kunnen zijn met het vonnis. Dat vonnis oordeelt grotendeels

7


impact van in Ronse werken, school lopen of gelopen hebben, heeft de rechtbank inderdaad geen voet om op te staan voor mogelijke veroordelingen. Climaxi wil dat dat in de toekomst snel gebeurt en dat de beloofde onderzoeken rond bodem, lucht, eieren en co degelijk verlopen en snel uitgevoerd worden. over zaken die het gevolg zijn van overstromingen van de Molenbeek en houdt vooralsnog geen rekening met de verspreiding van PFAS via de lucht en aerosolen. Het onderzoek naar luchteffecten staat nog niet ver. Bovendien wil Climaxi er op wijzen dat de in Ronse uitgevoerde onderzoeken van labo’s en overheidsinstellingen als VITO, Provincie Oost-Vlaanderen e.a. in het verleden op hevige kritiek stuitten van wetenschappers omdat men vb. PFAS-neerslag onderzocht terwijl het regende of bij hoogwaterstand op de Molenbeek. Opvallend is dat de schadevergoeding enkel toegekend wordt aan de mensen die in Ronse wonen. Wie wat verderop woont maar kinderen heeft die in Ronse naar school gaan, krijgt die niet. Gezien de tot nu toe gevoerde onderzoeken (in tegenstelling tot andere onderzoeken in Vlaanderen) niets zeggen over de 8

Voor de eerste keer werd in Vlaanderen evenwel een link gelegd tussen PFAS en gezondheidsschade. Dat alleen al is baanbrekend naar de toekomst. De rechtbank zegt: “Dat buurtbewoners van nv UTEXBEL, als verspreider van PFAS, angst hebben dat zij louter door hun nabijheid gezondheidsschade kunnen oplopen komt bewezen voor. De vraag is of deze angst, die vergoedbare schade uitmaakt, in oorzakelijk verband staat met de bewezen misdrijven. Nv UTEXBEL was en is immers vergund om bepaalde hoeveelheden PFAS te verspreiden en de burgerlijke partijen komen ook in aanraking met andere PFASbronnen. Voor de rechtbank is dit oorzakelijk verband echter wel degelijk bewezen. Het feit dat nv UTEXBEL zich niet hield aan de lozingsnormen en lozingsvergunningen en buurtbewoners er aldus niet konden op vertrouwen dat de uitstoot van PFAS zich min of meer beperkte in hun directe nabijheid, zorgde voor een reële angst en schade in oorzakelijk verband.”

Exploitatie

De rechtbank oordeelde ook (terecht) dat ze de exploitatie van het bedrijf niet kan stopzetten, vermits er een vergunning uitgereikt werd, die nog meermaals versoepeld werd, door o.m. Minister van Leefmilieu Brouns. Een rechter kan nu eenmaal niet zelf tegen de wet gaan handelen. Climaxi herhaalt daarbij dat de Vlaamse Overheid dit soort van situaties zelf creëert door geen duidelijke normen vast te leggen. Utexbel krijgt wel een ferme boete van 400.000 €. Patron Gribomont

moet daar persoonlijk, ondans zijn zeer emotionele tussenkomst tijdens de slotzitting in april, nog 80.000 € bijleggen. Directeurs Van Geel en De Keyser werden vrijgesproken. Gribomont liet weinig inspraak toe en nam alle verantwoordelijkheid op zich. Climaxi bleef in de media ook stellen dat men als sociale beweging geen arbeiders op straat wil zetten, maar wel eist dat de geldende milieuwetgeving gerespecteerd wordt. Dit is op de huidige locatie, gezien de staat van gebouwen en machines, quasi onmogelijk.

9


Wat brengt de toekomst?

De veroordeling bezorgt Utexbel een flinke boete en heel wat imagoschade naar de toekomst. De milieubeweging en de omwonenden hebben in het PFAS-debat in Ronse en in Vlaanderen hun punt binnen gehaald: rechters linken PFAS aan gezondheidschade en kijken streng toe op klassieke vervuiling. Tijdens de slotzitting stak de vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie de hand in eigen boezem door te stellen dat hij “eigenlijk al veel langer de vervolging had moeten opstarten.” Dit zijn betekenisvolle zaken voor de toekomst. 10

Op 29 juni moet de gemeenteraad van Ronse oordelen over het Planologisch Attest, een document dat Utexbel de gelegenheid geeft om zonevreemd op dezelfde plaats te blijven produceren, in het midden van de stad. Climaxi plant in elk geval samen met de omwonenden een actie aan de Gemeenteraad. Ook hier zijn tot nog toe ongeziene adviezen aangereikt die een verdere uitbating van de fabriek op de huidige plaats ongeveer onmogelijk maken. Zo zegt de Afdeling Zorg: “ Er zijn op dit moment dus te veel onduidelijkheden (noem het leemtes in de kennis) om in alle

vertrouwen te kunnen aantonen dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn van de ligging van dit bedrijf op huidige locatie, temidden van een woongebied. Een bijkomende grote kanttekening uit het MER is dat er zowel in de discipline lucht als de discipline bodem geen verdere concrete maatregelen worden voorgesteld om een goed beeld te krijgen van de huidige emissie en depositie en vooral de historische aanrijking van de omgeving met diverse PFAS-componenten of andere hZZS (Humane Zeer Zorgwekkende Stoffen). Aanvullend kan tevens geargumenteerd worden dat een dergelijk grootschalig bedrijf met dergelijke activiteiten in huidig tijdsklimaat en met de huidige inzichten wat betreft ruimtelijke ordening niet gunstig is gelegen temidden een woonzone met geen of nauwelijks buffering ten opzichte van de eerste omwonenden.” In de Commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement liet Minister Brouns op 1 juni in elk geval weten dat hij open staat voor een mogelijke verhuis van de fabriek: “Ik heb daarstraks ook al gezegd dat ik ervoor open sta dat we naar een structurele oplossing kijken. Als u mijn persoonlijke mening vandaag vraagt, denk ik dat de meest duurzame oplossing, de beste oplossing voor iedereen, een herlokalisatie is. Maar ik denk dat we het er ook over eens zijn – ik lees het ook bij degenen die, terecht, heel kritisch kijken naar dat bedrijf – dat men het niet van vandaag op morgen wil sluiten, dat men geen exploitatieverbod wil – Climaxi zegt dat zelfs in zijn

communicatie – en tevreden is met de strenge aanpak nu. We kunnen het vandaag niet uit dat centrum oppakken en elders leggen. Ik denk wel dat we moeten durven te zeggen dat een duurzame oplossing op termijn niet in het centrum van Ronse ligt. Ik denk dat we dat moeten durven te zeggen.” De minister zorgt hiermee in elk geval voor een opening in het dossier en doorbreekt de patstelling. Climaxi kan alleen maar hopen en eisen dat het bedrijf op dit aanbod ingaat en dat de Gemeenteraad van Ronse geen Planologisch Attest meer toekent.

...PFAS... monsterlijk!

11


Wat met de petrochemie in de Haven van Antwerpen Tim Lambrechts en Filip De Bodt mei 2026 De toekomst van de petrochemie, één van de zogeheten hoekstenen van onze economie, hangt aan een zijden draadje. In Knack van 25 maart 2026 valt te lezen dat chemiereus BASF vorig jaar 600 banen schrapte in Antwerpen, TotalEnergies aankondigde twee stoomkrakers tegen 2027 stil te leggen, en ook heel wat grote investeringen werden uitgesteld of geschrapt. Veel bedrijven draaien nog maar op 70 procent van hun capaciteit. Naast het grote vraagstuk over hoe een ambitieus en sociaal rechtvaardig klimaatbeleid te voeren in de industrie wordt er dezer dagen ook volop over strategische autonomie gediscussieerd. Voor ons is die gebaseerd op hernieuwbare energie. De bescherming van sociale rechten en verworvenheden van de werknemers is uiteraard ook een absoluut noodzakelijke hefboom bij de noodzakelijke ommeslag.

Hoe we in deze situatie verzeilden 12

De huidige energiecrisis als gevolg van mondiale oorlogen bewijst het nogmaals: de fossiele industrie heeft minder en minder toekomst in Europa. Dit komt door zowel het gevoerde beleid als de onwil van multinationals om de nodige investeringen te doen. De winsten die bedrijven in Antwerpen boeken worden uitgekeerd aan aandeelhouders of buiten Europa geïnvesteerd. Zo haalde bijvoorbeeld de Duitse moedergroep achter BASF tussen 2022 en 2024 zo’n 9,8 miljard euro uit BASF Antwerpen.

van de 20ste eeuw kwam de Belgische steenkoolindustrie zwaar onder druk te staan door de opkomst van aardolie, later kernenergie en de invoer van goedkopere buitenlandse steenkool. De spanningen liepen op, met massale stakingen en zelfs dodelijke incidenten tot gevolg. Ondanks hoge overheidssubsidies stortte de sector in, wat leidde tot grootschalige mijnsluitingen, zware economische schade in Wallonië en Limburg, en de definitieve sluiting van de laatste Belgische mijn in 1992.

Wat zowel de steenkool- als staalindustrie overkwam, lijkt hier zomaar weer te gebeuren. In de tweede helft

Ook de energie-intensieve staalindustrie kreeg harde klappen. Ze werd getroffen door het verdwijnen van de

Belgische scheepsbouw en door de gevolgen van de steenkoolcrisis. De oliecrisissen van 1973 en 1979 hadden een nog veel grotere impact: terwijl de energiekosten explodeerden, was de Belgische staalindustrie verouderd en had ze te weinig geïnvesteerd in modernisering. In de jaren ‘80 pompte de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal tientallen miljarden euro in de sector. De Belgische overheid greep zwaar in, dwong fusies op zoals Cockerill-Sambre en nationaliseerde bedrijven. Honderden miljarden Belgische frank, de zogenaamde staalmiljarden, moesten de sector overeind houden. Toch verloren tienduizenden arbeiders hun job, wat in verschillende regio’s leidde tot langdurige werkloosheid.

Petrochemie

Afgelopen jaar volgden de ontwikkelingen in de Antwerpse petrochemie elkaar in sneltempo op. Bij BASF verdwenen zo’n 600 jobs, TotalEnergies plant om tegen 2027 twee stoomkrakers stil te leggen, en verschillende grote investeringsprojecten gingen de koelkast in of werden volledig geschrapt. In veel fabrieken draaide de productie nog maar op ongeveer 70 procent van de normale capaciteit. Bart De Wever wil net als toen de petrochemie ‘bailen’. Aangestuurd door de lobbygroepen plannen Europa en België gewoonweg geld aan 13


de industrie te geven om de kosten te drukken. Dit gaat mooi samen met het terugschroeven van de klimaatdoelstellingen en het dereguleren van de industrie. De federale regering Arizona (N-VA, CD&V en Vooruit) gaf zo afgelopen jaar een miljard euro aan de energie-intensieve industrie om bij te springen in de energiefactuur, dit terwijl we allemaal de broeksriem moeten aanspannen om het gat in de begroting te dichten. Miljarden verdwijnen uit de haven van Antwerpen naar buitenlandse hoofdkwartieren waar ze op hun beurt uitgedeeld worden aan de aandeelhouders OF daar geherinvesteerd worden. Waar wel in wordt geïnvesteerd in Europa, onder meer in Antwerpen, is lobbyen. Lobbyen voor deregulering, lobbyen voor meer subsidies, lobbyen voor staatsteun. De macht van de lobbygroepen zagen we afgelopen februari mooi in werking wanneer CEFIC, de Europese koepelorganisatie van de chemische industrie, de Europese industrietop hield in de Handelsbeurs in Antwerpen. Staatshoofden en EU-mandatarissen kwamen er braaf luisteren naar wat de lobbygroepen hun voorschotelden, met de gevolgen nadien. Tegelijkertijd schuift Arizona investeringen in hernieuwbare energie op de lange baan. Dit terwijl dit dé methode 14

bij uitstek is om de energiefactuur van zowel industrie als burger te drukken. In Knack van 25/03/’26 zegt econoom Koen Schoors: “Er worden inderdaad soms achterlijke keuzes gemaakt, als ik dat zo mag zeggen. We subsidiëren professionele diesel voor vrachtwagens met honderden miljoenen euro’s, terwijl Volvo Trucks in Gent elektrische vrachtwagens produceert. Wie kan dat nog uitleggen? In plaats van alleen energiesteun aan bedrijven te geven, zouden we er ook voor moeten zorgen dat hier eindelijk meer hernieuwbare energie wordt opgewekt. Een veiling voor de ontwikkeling van extra windenergie aan onze kust is door deze regering op de lange baan geschoven. Op een moment als vandaag is dat volstrekt onbegrijpelijk, terwijl we al zeker vijftien jaar weten wat er had moeten gebeuren.” Dat de petro-industrie het niet redt in Europa is door de energiekosten te verklaren. Al sinds de invasie van Rusland in Oekraine (2022) zitten we met een groter wordend probleem, dat haar kiem kent in de oliecrisis van de jaren 1980. We zijn afhankelijk van dure buitenlandse olie en gas. Olie en gas die met onwettig imperiaal beleid in handen wordt gehouden door imperiale staten. Staten die er alle belang bij hebben dat we bij hen de dure fossiele brandstoffen blijven inkopen.

Wanneer energiekosten het grote probleem zijn en Arizona zich dogmatisch blijft verzetten tegen hernieuwbare energie, lijkt het al wel eens of de regering belangen van een ander verdedigt. Daar komen we dus bij een grote hindernis: energie zal zonder stevig ingrijpen van de overheid in Europa duurder blijven dan in China of de Verenigde Staten. In welke mate kan ‘onze’ petrochemie dan wel concurreren met die in het buitenland? Zoals wat de steenkool en staalindustrie overkwam, lijkt in deze situatie ook weer te gebeuren: geld in een bodemloze put gooien om bepaalde industrietakken open te houden. Dit doen zonder structurele oplossingen is het uitstellen van een pijnlijke realiteit en terwijl een financiële put graven.

Wat moet er dan wel gebeuren? Stop fossiele subsidies, investeer in hernieuwbare energie en ondersteun de industrie van morgen, mits garanties. Wanneer we geld blijven vrijmaken voor de grote multinationals in de petrochemie maar de echte innovatieve bedrijven niet ondersteunen, bezegelen we enkel maar het lot van de haven van Antwerpen. Jim Ratcliffe kreeg zo miljoenen euro steun

voor zijn fossiel project gebaseerd op Amerikaans schaliegas. Terzelfdertijd kondigde in januari 2026 Vioneo, dat plastic ging maken op basis van groene methanol, aan hier de deuren te sluiten en naar China te trekken. We moeten geen enkele cent aan fossiele subsidies en outdated multinationals meer geven. Als we jobs en industrie willen in de toekomst zal dat enkel gaan door nieuwe spelers zoals Vioneo te ondersteunen en door massaal te investeren in hernieuwbare energie. Aandacht voor omgeving en gezondheid ingebed in een democratisering van de industrie Lokaal verankerde industrie, die lokale belangen in acht neemt en beschermt: dat is wat we nodig hebben. Industrie die natuur, mens en omgeving in acht neemt en niet massaal geld doorsluist naar de aandeelhouders. Een democratisering van de industrie dus. Climaxi staat er bij stil dat heel wat petrochemische sectoren ook voor moeilijke gezondheidsproblemen zorgen. Er wordt kwistig geproduceerd met giftige stoffen en er worden stoffen zoals PFAS geproduceerd, die generaties lang voor problemen zorgen. Tijdens een internationaal project gingen wij daar vorig jaar stevig op in.

15


ten kunnen gaan werken. Daarnaast moet er een Klimaatfonds komen dat mee gespijsd wordt door fossiele industriebedrijven zoals Ineos, BASF en Total Energies. Dit fonds wordt dan gebruikt om schokken voor arbeiders en milieu op te vangen.

Hoe wil Climaxi hier aan bijdragen?

De sociale rechten van de huidige werknemers moeten beschermd worden. Voor de sociale rechten en arbeidsvoorwaarden van de huidige werknemers in de petrochemie is decennialang gestreden en onderhandeld. Deze mogen niet op de schop wanneer de werkomgeving verandert. Die worden geregeld via Collectieve ArbeidsOvereenkomsten (CAO). Climaxi is van mening dat arbeiders tegen dezelfde voorwaarden in andere sectoren moe16

Climaxi vindt dat er veel te weinig gediscussieerd wordt over de toekomst van onze haven. De beslissingen worden achter gesloten deuren genomen of staan in ellenlange rapporten die niemand leest. De beslissingen die nu genomen worden gaan in tegen IPCC-rapporten, tegen sociale verworven rechten en beschermen onze natuur niet. Daarom zet Climaxi haar schouders onder discussies tussen en acties met wetenschappers, vakbonden, milieuorganisaties en actiegroepen. We beogen mensen te bereiken op de punten waar klimaaten milieuproblematieken hen treffen en samen te denken over de industrie die ze wél in hun (werk)omgeving wensen. We hopen samen weerwoord te bieden aan naar niets omkijkende multinationals om zo te bouwen aan een gezonderde, propere en meer sociale wereld.

Huisarts over gezondheid in de Haven Tim Lambrechts

Over petrochemie, gezondheid en het belang van voorzorg

We gingen in gesprek met Dirk Avonts over de effecten van petrochemie op gezondheid en milieu. Avonts heeft jarenlang ervaring als huisarts en is hoofdredacteur van ‘Huisarts Nu’, het wetenschappelijk tijdschrift van Domus Medica voor huisartsen in Vlaanderen en Brussel.

Maar tegelijk ontstond een nieuwe evolutie: chemische bestanddelen werden essentieel in de productie van allerlei gebruiksgoederen. De vervuiling verschoof deels van de fabriek naar de consument, want veel van die afgewerkte producten bleken achteraf helemaal niet inert.

Er is veel verbeterd de afgelopen decennia, steekt hij van wal. Het dieptepunt ziet hij in de jaren 1960. Tot aan de Tweede Wereldoorlog dacht men: “je moet gewoon de zaken verdunnen en het komt wel goed”. Steenbakkerijen en bedrijven zoals Umicore verhoogden simpelweg hun schouwen om de directe omgeving minder te belasten. Dat werkte tot op zekere hoogte: de onmiddellijke buurt werd ontlast, maar de vervuiling werd verspreid over een veel groter gebied. “Wanneer je systematisch de intensiteit en productie van de industrie doet toenemen, zit je met een probleem,” zegt Avonts. “Dan geraken zelfs de verste gebieden waar je emissie komt boven die drempel.”

Arbeiders en omwonenden

Vanaf de jaren 1960 kwam er langzaam verbetering door strengere normen en technologische vooruitgang.

Volgens Avonts moeten we vandaag een duidelijk onderscheid maken tussen mensen die in de petrochemische industrie werken en mensen die in de omgeving wonen. De blootstelling is anders, de risico’s zijn anders, en dus ook de gezondheidsproblemen. Arbeiders worden al decennialang opgevolgd via medische controles. Daardoor weten we vrij goed welke aandoeningen vaker voorkomen bij langdurige blootstelling aan hoge concentraties chemische stoffen. “Blaaskanker, maar ook andere kankers als lymfeklierkankers, leukemie… dat zijn aandoeningen waarvan we weten dat langdurige blootstelling aan hoge concentraties aan stoffen een rol speelt,” legt hij uit. “Dat zijn stoffen die je thuis niet hebt.” 17


Het gaat vaak om directe blootstelling: via de huid, via inademing, of via contact met tussenproducten in het productieproces. De ziektebeelden zijn ernstig, maar Avonts benadrukt dat we intussen goed weten hoe we ze kunnen voorkomen. Europese regelgeving biedt sterke bescherming, en waar die correct wordt toegepast, werkt ze ook. Voor omwonenden ligt het anders. Zij worden niet blootgesteld aan dezelfde hoge concentraties chemische stoffen, maar ervaren andere vormen van belasting die vaak onderbelicht blijven: geluid, geur, licht en algemene luchtvervuiling. Avonts vertelt hoe bewoners in Zwijndrecht opgelucht waren toen nieuwe geluidsschermen langs de autostrade werden geplaatst. Tot ze merkten dat ze plots de industrie aan de overkant van de Schelde 18

veel duidelijker hoorden. Het wegverkeer had het industriële geluid jarenlang overstemd; nu kwam het rauw en onverbloemd binnen. En geluid is niet onschuldig. Voor een goede nachtrust mag het geluidsniveau niet boven de 30 decibel uitkomen. “Als we nu stil zijn, dat is 30 decibel. Zo stil moet het zijn. Zo stil als in een bos.” In veel haven- en industriegebieden wordt dat niveau nooit gehaald, met gevolgen voor slaapkwaliteit, stress en algemene gezondheid.

Voorzorgsprincipe

Alles hangt af van concentratie, duur van blootstelling en de aard van de stof. Maar in de praktijk is het nooit één stof. Industriële processen brengen mengelingen voort waarvan de onderlinge effecten nauwelijks gekend zijn. “We weten vrij goed de giftigheid van één stof,” zegt Avonts. “Maar we weten niet goed de giftigheid van twee stoffen samen. Laat staan van drie. En vanaf vier weet je het helemaal niet meer.” Toch komen er voortdurend nieuwe stoffen op de markt. Het huidige systeem werkt

industrie dezelfde logica kunnen volgen. De Europese wetgeving bestaat, is degelijk en waterdicht, maar wordt nauwelijks toegepast. Slechts een fractie van de nieuw ontwikkelde chemische moleculen wordt vooraf getest. Het voorzorgsprincipe is dus geen rem op innovatie, maar een manier om gezondheid en milieu structureel te beschermen. “Eigenlijk kun je hetzelfde principe toepassen voor de chemische industrie,” besluit dokter Avonts. volgens het principe ‘we laten het toe, en als het schadelijk blijkt, halen we het weer weg.’ Maar tegen dan is de schade al gebeurd. In de medische wereld werkt men anders. Nieuwe geneesmiddelen moeten door een reeks strenge testen, en die logica is eenvoudig: eerst bewijzen dat iets veilig is, dan pas gebruiken. Een stof moet aantonen dat ze het genetisch materiaal niet verandert, dat ze geen kanker uitlokt, dat ze de voortplanting niet schaadt en geen organen aantast. En dan is er nog de vraag wat er gebeurt wanneer ze in het milieu terechtkomt: hoe ze wordt afgebroken, welke reststoffen achterblijven, en of die misschien tóch schadelijk zijn. Als één van die testen faalt, wordt het medicijn niet gebruikt. Volgens Avonts zou de chemische

/// Dit is het eerste interview van

een reeks geplande gesprekken met dokters, experten, mensen uit vakbond en mutualiteit, met omwonenden. In de loop van het jaar 2026 komen we met nog verhalen naar buiten, ze passeren ook de revue tijdens onze activiteiten in Zwijndrecht, Stabroek en Antwerpencentrum. Volg hiervoor de agenda op onze website en sociale media. De eerstvolgende activiteit is de boekvoorstelling van ‘Lek – hoe plastiek ons ziek maakt’ van Isabelle Vanhoutte. De schrijfster stelt dit boek voor op woensdag 24 juni vanaf 19u in boekhandel De Groene Waterman in Antwerpen. 19


Simon Van Parijs In het voorjaar van 2024 keurden de Vlaamse Regering en Provincie Oost-Vlaanderen het Strategisch Plan Ruimte voor Water Dendervallei goed. Dat is het eerste waterbeheersingsplan in Vlaanderen en aldus een voorbeeld voor wie volgt (o.m. West-Vlaanderen). Nu start de concrete uitvoering via een reeks lokale projecten. Er komt een mengeling van ruimte voor water, dijkjes en afbraak van woningen. Geraardsbergen is het eerst aan beurt. De grote plannen worden opgesplitst en uitbesteed aan studiebureaus en organisaties. De verantwoordelijkheid ligt bij veel verschillende partijen. Sommige projecten zijn voor De Vlaamse Waterweg nv, andere voor de steden en gemeenten. Het gaat over volgende reeds opgestelde projecten: Geraardsbergen aan boord, Masterplan Unal-site, Quick-wins in de Dendervallei, het Strategisch project Denderknoop, Masterplan De Gavers, Inrichtingsplannen De Nuchten (Geraadsbergen) en Kwaadbroeken-Pollaremeersen (Ninove), GRUP Dwars lint Jan De Coo20

manstraat/Zandbergen (Geraadsbergen), en de masterplannen Beneden-Dender, Rood Kruis en Mallaard.

De Unal-site

De Unal-site in Geraardsbergen is een oud bedrijventerrein langs de Dender, waar vandaag sommige bedrijven geen geldige vergunning hebben. De Raad van State en de Raad voor Vergunningsbetwistingen hebben de afgelopen jaren een aantal vergunningen op de site vernietigd. Een slechte 'watertoets' (het risico op overstromingen werd genegeerd) of het ontbreken van een milieueffectrapport was hier de reden voor. De gebouwen en de infrastructuur liggen er ook al jaren in zeer slechte staat bij. Meer dan vijf jaar geleden pleitte Climaxi ervoor om van de Unal-site een waterbuffer te maken. Zo kan het stadscentrum beter beschermd worden tegen overstromingen. We zijn dus blij dat de overheid hier nu eindelijk werk van maakt. Maar hier moet wel plaats voor gemaakt worden. Hoewel er nog geen concrete plannen bestaan, zijn er sterke geruchten rond

Foto Diederik De Mezel

Denderwerken van start: Geraardsbergen trekt de kop

de verhuis van een aantal bedrijven, zoals vb. Van Israël. Een groot probleem doet zich voor. Onder de betonplaten van de Unalsite ligt een oud stort met zwaar verontreinigde grond. Dit is een erfenis van de vroegere eigenaar: Union Allumetière, in de volksmond bekend als de 'stekskesfabriek'. Ook de bedrijven die er nu zitten hebben bijgedragen aan een verdere vervuiling van de grond. In het Oriënterend Bodemonderzoek (OBO) die Provincie Oost-Vlaanderen ons bezorgde zijn zware metalen, cadmium, asbest, benzo(a)pyreen en andere chemische stoffen gevonden. Het oriënterend bodemonderzoek van de overheid dateert van 2019. Op basis van die oude gegevens kunnen we de huidige vervuiling niet goed inschatten.

Als de Unal-site een waterbuffer wordt (dus gecontroleerd onder water wordt gezet), verspreidt dat gif zich via het water naar de Dender en de woonwijk. De grond uit de bermen en de zone met stortmateriaal mag dus niet vrij elders worden verplaatst en moet worden afgevoerd naar een erkende verwerker of reinigingsinstallatie, wat zal leiden tot hogere projectkosten.

Daarnaast merkten wij ook op dat op het vernieuwde, 'waterrobuuste' bedrijventerrein geen plaats kan zijn voor vervuilende industrie. Het gebied ligt in een overstromingsgevoelig gebied en midden in een woonwijk. Bedrijven die schadelijke stoffen lozen in de Dender of in de lucht horen daar simpelweg niet thuis. Deze zorgen hebben wij dan ook meegedeeld aan de provincie. 21


Onteigenen

maakte daarom een masterplan op: er wordt ruimte voor water gerealiseerd en het terrein wordt hydrologisch en ecologisch geoptimaliseerd. De recreatiefunctie zal worden uitgebreid en in het plan gaat men naar één integraal watersysteem, waarin natuur een prominente rol heeft.

Het plan wil iets meer dan 580 woningen beschermen door dijken te bouwen of kades te verhogen. Het gaat hier over gebouwen op 'toekomstgerichte locaties', bijvoorbeeld dicht bij werkgelegenheid of openbaar vervoer. Op die manier worden de stadscentra van Ninove en Geraardsbergen gevrijwaard. Maar een 90-tal gebouwen krijgt géén bescherming. Volgens de overheid zijn ze te moeilijk te beschermen, of brengt de bescherming ervan andere plekken in gevaar. Kijk bijvoorbeeld naar de Majoor Van Lierdelaan in Geraardsbergen.

Achter deze droge cijfers zitten gezinnen en lokale handelaars. Zij worden vanaf nu geconfronteerd met stress en onzekerheid over hun thuis of hun 22

levenswerk. Gelukkig belooft de provincie een 'traject op maat' en biedt de Vlaamse overheid 'aankoopzekerheid’ aan de eigenaars. Wij zien al dat mensen hierop ingaan en dat de onteigeningen vorderen.

Een publiek recreatiedomein in de natuur moet dienen voor een betaalbare vakantie, maar voor wie wordt de natuur hersteld? De betaalbare jaarplaatsen moeten weg voor het water, maar tegelijk bouwt de provincie er wel “luxe designcabines, liefst met wellness voorzieningen (hottub, sauna, plungepool)”

Nood aan garanties

Al deze plannen en ambities zijn zeer mooi en ambitieus. Veel groen, duurzame recreatie, gezellige terrasjes aan het water, nieuwe wandelbruggen, nieuwe sluizen, nieuwe dijken en vernieuwde jaagpaden. Climaxi is blij dat er na al die jaren eindelijk iets beweegt. Maar tussen mooie toekomsttekeningen en de realiteit gaapt

De Gavers

Het provinciale domein De Gavers wordt herontwikkeld. Op dit moment is dit een zeer populair recreatiedomein, met een half miljoen bezoekers per jaar. Wanneer het waterpeil begint te stijgen, staat een groot stuk van de camping onder water, net zoals de ingang van het zwembad. Dit omdat de Gavers midden in de Dendervallei liggen. Het Provinciebestuur

Foto Rob Meyer

Een ander groot knelpunt is de Kasteelstraat in Denderleeuw op de grens met Liedekerke. Dit is een lange strook van huizen en winkels die dwars door de overstromingsvallei loopt. Net zoals bij de Majoor van Lierdelaan is een dijk bouwen geen oplossing omdat dit zou zorgen voor een 'badkuipeffect', waarbij het regenwater vast blijft zitten aan de verkeerde kant. Sommige van de gebouwen moeten op die plaats op termijn dus verdwijnen.

Camping in Toekomstplan De Gavers

Voor een paar honderd vaste kampeerders bracht dit plan plotseling heel slecht nieuws. De provincie schrapt tegen maart 2029 alle 240 jaarplaatsen voor stacaravans. Door het overstromingsgevaar en de noodzaak om te ontharden moet het terrein in natte seizoenen dienstdoen als waterbuffer. De provincie belooft dan wel de bewoners te helpen in de zoektocht naar een oplossing en antwoorden te geven op hun vragen… voor de vaste bewoners die soms min-

der gefortuneerd zijn, voelt dit heel onrechtvaardig.

23


er een gat: er is amper duidelijkheid over de timing, de prioriteiten en de budgetten. Wij vragen ons dan ook af wat de garanties zijn. De maatregelen tegen overstromingen moeten zo snel mogelijk en maximaal worden uitgevoerd. De klimaatcrisis wacht niet. Als we dit vooruit blijven schuiven, zijn de sociale en ecologische gevolgen voor de inwoners van Geraadsbergen enorm. Om de stadskern te beschermen, wijst Climaxi al jaren naar het vliegveld in Overboelare. Dit terrein ligt er zonevreemd en de dijken rondom zijn illegaal, terwijl de locatie perfect is voor een bufferzone. Volgens goed geïnformeerde bronnen wordt er onderhandeld met de uitbaters van het vliegveld. Daarbij is de inzet dat de dijken verdwijnen in ruil voor een omgevingsvergunning, die er nu niet is. Gemeenteraadslid Jens Rottiers (UP) stelde hier onlangs scherpe vragen over tijdens de gemeenteraad, specifiek over het project ‘Geraardsbergen aan Boord’: “Wat krijgt prioriteit? Wat is financieel haalbaar? Wat is de totale kostprijs? En vooral: merkt de bevolking hier over vier jaar al iets van?” Burgemeester Fernand Van Trimpont (cd&v) wist hier geen duidelijkheid in te brengen. Dit is pas fase één van de drie. Het zal waarschijnlijk doorgeschoven worden naar een volgend meerjarenplan. 24

In de Adviesnota van Ruimte voor Water staat dat het plan een stappenplan omvat op basis van overleg, draagvlak en prioriteiten. Het document noemt ruimte voor water “niet alleen een plan voor actie maar ook een verbintenis van de betrokken overheidsinstanties om de nodige middelen tijdig te alloceren en de geplande maatregelen actief te ondersteunen.” Volgens die planning moet er tegen 2030 al heel wat gebeuren, zoals het aankopen van gronden en het bouwen van lokale dijken om woonwijken te beschermen.

Tongeren-Borgloon: Climaxi en buurtbewoners leggen klacht neer tegen Shamrock Filip De Bodt en Tijs Posen

Wat er vandaag wel al gebeurt, zijn de zogenaamde 'quick-wins'. Onder die noemer worden er al verschillende projecten uitgevoerd. Zo kocht de gemeente Roosdaal 10 hectare privébos om er een ‘sponsbos’ van te maken. De stad Geraardsbergen gebruikte dit project om de oude CM-site in het centrum af te breken. Climaxi merkt op dat dit project echter geen extra wateropslag oplevert. Het biedt de inwoners dus geen enkele garantie tegen toekomstige overstromingen. Ondertussen blijft een echte berekening van de kostprijs onmogelijk volgens de overheid. Prachtige plannen op papier beschermen de mensen niet tegen natte voeten. Er zijn nu harde garanties en echte budgetten nodig.

Na de infoavond van half mei groeperen Climaxi en de buurtbewoners van Mal bij Tongeren-Borgloon zich om klacht neer te leggen tegen het bedrijf Shamrock. Deze dochter van een Amerikaanse multinational recycleert teflon en kwam daarvoor in

het nieuws als verspreider van PFAS in de wijde omgeving. Arbeiders kregen de teflongriep en werden gevat door koortsaanvallen en misselijkheid. Velen zochten na twee of drie van zo een aanvallen ander werk. Ondertussen is allicht ook de buurt vergiftigd 25


en laat de overheid het na tot een krachtdadige oplossing te komen. In 2024 schudde de nieuwswebsite Apache Vlaanderen wakker met een serie over Shamrock of hoe teflonrecyclage mensen ziek maakt. Teflonrecyclage is een ingewikkeld proces waarbij bestaand teflonafval gemalen, verhit en bestraald wordt, om het opnieuw te kunnen gebruiken. Dat laatste, die bestraling met elektroden of gammastraling, doet men om het materiaal extra te verstevigen. Tijdens dit proces ontsnappen giftige stoffen (PFAS): in de fabriek was veelvuldig een laagje wit poeder te vinden en in de schoorsteen werden begin 2023 door VITO (Vlaams Instelling voor Technologisch Onderzoek) alarmerende concentraties PFAS teruggevonden: tot 43 miljoen nanogram per kubieke meter. Voor luchtmetingen en uitstoot via de lucht zijn er tot op heden in Vlaanderen geen normen. Door de mogelijkheid tot neerslag van die stoffen kwam men er vervolgens toe verder onderzoek te verrichten dat ook aantoonde dat bodem en grondwater van Shamrock en acht industriële terreinen besmet waren. Men vond tot 43.000 nanogram per liter terug in grondwater. De toetsingsaarde voor sanering bedraagt 500 nanogram per liter. 26

Demir

Ex-Minister van Leefmilieu Demir plaatste het bedrijf onder verhoogd toezicht. Het verhuisde zijn bakactiviteiten naar de Verenigde Staten. Het afval vertrekt per schip en komt terug, wat bewijst dat er met de recyclage van teflon heel wat geld moet te verdienen zijn. Tussen de Omgevingsinspectie en het bedrijf ontstond een semantische discussie: volgens de directie voerde men geen afval in en uit maar grondstoffen. Zo dacht men te ontsnappen aan de afvalwetgeving. Alle verplaatsingen van afval tussen België en landen buiten de EU moeten voldoen aan de Europese EVOA-verordening (Europese Verordening Overbrenging van Afvalstoffen) en strenge internationale verdragen zoals het Verdrag van Bazel. Dat erkent ook huidig Minister van Leefmilieu Brouns na vragen van de Vlaamse Parlementsleden Schauvliege, De Roo, Burssens en Pieters: “Volgens Shamrock Technologies is de overbrenging van het PTFE-granulaat naar de VS geen overbrenging van afvalstoffen. Het PTFE-granulaat kan zijn status als afvalstof enkel maar verliezen als het materiaal voldoet aan de voorwaarden voor einde-afval in het Materialendecreet. Shamrock Technologies had dit, zoals bepaald in het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA), moeten motiveren via een zelfbeoordeling, maar dit

hebben zij nagelaten. Bijkomend moet een bankgarantie of een verzekering worden afgesloten om de kosten van de verwerking te dekken indien er iets zou misgaan.” De discussie hierrond zit al drie jaar in een impasse. Ondertussen wordt de buurt verder blootgesteld aan risico’s en worden besmette stukken grond op het industrieterrein zelfs verkocht zonder dat er sanering opgelegd wordt, vb. aan de firma SKF. De multinational SKF is een producent van lagers, afdichtingen en smeersystemen. Vanuit de Afdeling Handhaving werd ons bevestigd dat er één procesverbaal (PV) bestaat, rond de grondstoffen-/afvalkwestie. Andere bronnen spreken van drie PV’s, waarvan er dan twee niet terug te vinden zijn. De Afdeling Zorg zegt dat het nabij gelegen woongebied Mal , op nauwe-

lijks 500 meter afstand niet kan getroffen zijn en dat er daardoor ook geen risico is voor de bevolking. Voor Climaxi heeft het lang genoeg geduurd. Na een hoorzitting vanuit o.m. het collectief Burgers Eerst in Tongeren besloten wij mee onze schouders onder deze zaak te zetten. We startten alvast met een beroep tegen de verkoop van de besmette industriële site en stellen ons samen met buurtbewoners burgerlijke partij in een klacht waarin we het Parket vragen een onderzoek op te starten naar alle milieuovertredingen van het bedrijf. Climaxi is daarmee consequent met wat we stelden na de uitspraak van de Correctionele Rechtbank rond Utexbel Ronse: “Er zullen door deze uitspraak nog bedrijven volgen die zich uiteindelijk de jarenloze verwaarlozing van buurt en milieu zullen beklagen.”

27


Wie het kleine niet eert, is het grote niet weert Bernd Vandersmissen Een tijd geleden werd mij gevraagd of ik als vrijwilliger voor Climaxi wou deelnemen aan de 8ste editie van Day of Insects. Lang moest ik hierover niet nadenken. Nog voor ik het hele programma kon inkijken werd ik al enthousiast van het idee: een volledig congres rond het thema insecten meemaken! Mijn job als biologisch landbouwer confronteert mij bijna dagelijks met deze kleine wezentjes. Bij plaagbeheersing, maar nog meer in de verwondering van de essentiële rol die ze verzorgen in evenwichtige ecosystemen en voedselproductie. Misschien overtuigde mij vooral die verwondering die ik al sinds kindsbeen af heb voor deze ongelooflijke rijke en gevarieerde wereld. Kleurrijke, kruipende, vliegende, zwemmende, metamorfoserende, zelfs lichtgevende beestjes die werkelijk uiterst gespecialiseerd gedurende meer dan 350 miljoen jaar evolueerden.

28

Day of insects internationaal en divers!

Op een prachtige, zelfs zomers warme 23 april nam ik op de trein richting KU Leuven het programma van het congres nog eens door. Deze editie, georganiseerd door de Zwitserse organisatie INSECT-RESPECT en mede georganiseerd door de Leuvense Natuur- en Biodiversiteitsraad/werkgroep Transitie met de steun van de Stad Leuven en de Regionale Vereniging Natuur & Landschap (Natuurpunt OostBrabant), beloofde de eerste internationaal georganiseerde Day of Insects te worden. Een belofte die meer dan waar gemaakt werd met een bont gezelschap

van meer dan 300 deelnemers uit binnen- en buitenland, bestaande uit: wetenschappers, burgers, kunstenaars, beleidsmakers, ondernemers, landbouwers, natuurorganisaties, activisten, systeemdenkers en meer! Met internationale sprekers zoals Dave Goulson, Mathis Wackernagel en Harald Welzer, én experten uit eigen land waaronder Hans Van Dyck en Peter Verbiest, zou het thema vanuit diverse wetenschappelijke expertises behandeld worden. Gaande van biologie tot bedrijfmanagement, milieubeleid- beheer, psychologie, transitie en meer. Ook werd ruimte voorzien voor een artistieke invalshoek.

Meer dan insecten alleen!

Bij de opening van het congres benadrukte KU Leuven-rector Séverine Vermeire het belang van insecten en biodiversiteit voor volksgezondheid en het welzijn van de mensen nu én voor die van toekomstige generaties. Een boodschap die meteen het immens grote belang van deze veelal onderbelichte kleine diertjes aanduidde. Zeker aangezien we weten dat ondanks het wonderbaarlijke en fantastische van het insectenrijk, de cijfers en wetenschappelijke inzichten pijnlijk en verontrustend zijn. De inmiddels vaak geciteerde daling van meer dan 75%

van de vliegende insectenbiomassa in amper enkele decennia blijft moeilijk te bevatten. Uit de daaropvolgende voordrachten bleek spoedig dat deze conferentie niet kon gaan over insecten alleen. Er is lang naar ecosysteemherstel gekeken vanuit het kunnen herintroduceren van de toppredatoren: wanneer zij gedijen, kan de hele biodiverse piramide van fauna en flora zich ‘top-down’ herstellen. Het werd duidelijk dat het groeiend besef van biodiversiteitsverlies geen geïsoleerd probleem is. En ook niet op een geisoleerde mannier kan worden aangepakt. Het raakt aan voedsel, gezondheid, economie, sociale cohesie, mentaal welzijn, democratie, ongelijkheid en uiteindelijk aan de vraag wat voor samenleving wij eigenlijk willen zijn.

Bottom-up

Het imense diversiteitsverlies bij onze kleine 6-potige vriendjes legt op pijnlijke wijze bloot hoe we momenteel als mensheid met onze leefomgeving omgaan. Toch wel het meest bijzondere waar deze conferentie toe uitnodigde, was om al deze uitdagingen vanuit insectenperspectief te benaderen. Van beneden, tussen het gras door naar boven. Ondanks het belang van het vergaren en delen van wetenschappelijke kennis over de toestand van onze planeet, 29


de ecologie en onze economie werd gesteld dat we eigenlijk genoeg weten, maar er niet in slagen daarnaar te handelen. Er werd letterlijk gewezen naar de toppredatoren van het kapitalisme, die uit puur eigen gewin top-down alles naar hun hand zetten met een economisch systeem dat voortdurend méér ruimte, méér grondstoffen, méér snelheid en méér consumptie vraagt. Met landbouwsystemen die afhankelijk zijn geworden van pesticiden en schaalvergroting. Met steden die vaak ontworpen zijn voor auto’s en rendement, eerder dan voor leven. Met een samenleving die natuur steeds vaker behandelt als decor of grondstof, in plaats van als iets waar wij zelf deel van uitmaken. Bottom-up, letterlijk en figuurlijk vanuit de ‘grassroots’ politieke en ecologisch actie aan de dag leggen, en onze kennis in praktijk omzetten was de duidelijke maar ook ietwat ongemakkelijke boodschap. Een boodschap die Climaxi niet vreemd is!

Samenwerken in de praktijk en verbinden

Maar de Dag van de Insecten bleef niet steken in analyse of doemdenken. Integendeel. Wat het congres net zo sterk maakte, was de zoektocht naar 30

verbinding en handelingsperspectief. Niet vanuit naïef optimisme, maar vanuit het besef dat echte verandering alleen mogelijk wordt wanneer mensen elkaar opnieuw weten te vinden rond een gedeeld verhaal.

secten, zelfs wanneer dat betekent dat je in je eentje tegen de stroom in zwemt en dat winst of marktaandeel onder druk komen te staan.

Tijdens de workshops konden we binnen diverse thema’s samen werken aan hoe deze acties er zouden kunnen uitzien. Aldus werd samengewerkt en achteraf verbonden rond: ultrabewerkte voeding, een levende bodem op landbouwbedrijven, biodiverse bedrijfsterreinen, lokale overheden, zorginstellingen, onderwijs, regionale samenwerkingen, ethiek & spiritualiteit en internationale actie. Centrale thema’s uit de resultaten waren verbondenheid, gemeenschap, vertragen, verantwoord eigenaarschap, samenwerking, zorg voor plek en landschap. De aanwezigen voelden dat de biodiversiteitscrisis uiteindelijk ook een crisis van relatie is: met de natuur, met elkaar en misschien zelfs met onszelf.

Met die essentiële beleidsverandering is het tegelijk belangrijk om het maatschappelijk draagvlak te versterken, net zoals collectieve verbeelding en gedeeld eigenaarschap. Want uiteindelijk zal de toekomst niet alleen bepaald worden door technologie of regelgeving, maar ook door de verhalen die wij horen en geloven rond vooruitgang, welzijn en succes.

En precies daar ligt de grootste kans. Want hoewel problemen mondiaal zijn, ontstaat verandering vaak lokaal. In de ruimte tussen mensen. In buurten, scholen, organisaties, steden en landschappen. Waar burgers, overheden en middenveld elkaar vinden rond een gezamenlijke ambitie.

Klein maar fijn

Tot slot van de conferentie, en als prachtig voorbeeld uit de praktijk, werden we op amusante wijze meegenomen in het verhaal van INSECTRESPECT: initiatiefnemer van het congres die zijn oorsprong vond in een groot Zwitsers insectenverdelgingsbedrijf, dat op zoek naar een goede promostunt voor de verkoop van zijn producten aan particulieren een kunstenaarsduo contacteerden. Dat duo zou enkel ingaan op de vraag wanneer het bedrijf zijn relatie tot de insecten radicaal zou omkeren. Wat het bedrijf ook heeft gedaan! Deze transitie vraagt ook een ander soort ondernemerschap. Ondernemers die, zoals Dr. Hans-Dietrich Reckhaus van INSECT-RESPECT, de moed hebben om hun visie radicaal te heroriënteren, van het verdelgen naar het redden van in-

Misschien is dat wel de diepere betekenis van de Dag van de Insecten. Dat een congres over kleine dieren onverwacht een gesprek werd over grote vragen. Over hoe wij opnieuw leren samenleven binnen de grenzen van een levende planeet. Over hoe we van destructie naar zorg kunnen bewegen. Van versnippering naar verbinding. Van machteloosheid naar gezamenlijke actie. “Wie het kleine niet eert, is het grote niet wéért.”

31


Column Wanneer drinkwater de lat lager legt dan een lozing Toon Penen Climaxi en Grondrecht gingen naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen tegen de toelating aan 3M om korte keten PFAS te lozen.

32

Natuurlijk zullen technici zeggen dat men drinkwaternormen en lozingsnormen niet zomaar één op één mag vergelijken. Dat klopt. Drinkwaternormen gaan over menselijke consumptie, lozingsnormen over wat via afvalwater in rivieren terechtkomt. Maar precies daarom is de vergelijking zo onthullend. Als het water dat uit onze kraan komt méér TFA mag bevatten dan het afvalwater dat 3M in de Schelde loost, dan moet men zich afvragen of Vlaanderen nog altijd vertrekt vanuit gezondheidsbescherming — of vanuit bestuurlijke aanpassing aan vervuiling.

Toon Penen (Grondrecht) schreef er een column over. Er zit iets fundamenteel scheef in het Vlaamse waterbeleid wanneer een bedrijf als 3M voor TFA in zijn afvalwater een lozingsnorm krijgt van 15.000 ng/l, terwijl de Vlaamse overheid voor drinkwater een voorlopige gezondheidskundige advieswaarde hanteert van 15,6 µg/l — ofwel 15.600 ng/l. Met andere woorden: voor een stof die in verband wordt gebracht met de bredere PFAS-problematiek, ligt de Vlaamse drinkwateradvieswaarde hoger dan de norm die aan een industriële lozing wordt opgelegd. Dat is geen detail. Dat is een alarmsignaal.

Want dat is de kern van ons verzoek tot vernietiging. Wij vechten niet tegen een technische voetnoot in een vergunning. Wij vechten tegen een beleidslogica waarin vervuiling eerst wordt toegelaten, daarna gemeten, vervolgens “beheersbaar” wordt genoemd en uiteindelijk wordt genormaliseerd. Zo wordt milieubeleid geen bescherming meer, maar een boekhouding van wat economisch haalbaar is. TFA is geen gewone verontreiniging. Het is een ultrakorte PFAS: zeer mobiel in water, zeer persistent en bijzonder moeilijk te verwijderen. Eenmaal aanwezig in oppervlaktewater, grondwater of drinkwater, krijg je het er niet zomaar uit. De Vlaamse overheid erkent zelf dat drinkwater-

bedrijven TFA voortaan structureel moeten meten en dat de waarde van 15,6 µg/l voorlopig wordt gehanteerd als voorzorgswaarde. Dat woord — voorlopig — zou nederigheid moeten afdwingen. Geen vergunningen op automatische piloot, maar maximale voorzichtigheid. Toch zien we in het 3M-dossier telkens opnieuw hetzelfde patroon. Grondwatervervuiling wordt opgepompt, behandeld en via de waterzuivering richting Schelde gestuurd. In het verzoekschrift wordt net dat aangeklaagd als een verboden afwenteling: problemen met grondwater mogen niet worden doorgeschoven naar oppervlaktewaterlichamen. Het gaat dus niet alleen over hoeveel nanogram per liter ergens op papier staat. Het gaat over de vraag of Vlaanderen toelaat dat een historische industriële vervuiling verder door het watersysteem wordt geduwd. De Schelde is geen afvoerputje. Ze is een levend watersysteem, verbonden met de Westerschelde, met ecosystemen, drinkwaterbronnen, landbouw, visserij en mensen. Wat in Zwijndrecht wordt geloosd, blijft niet in Zwijndrecht. Nederlandse instanties hebben eerder al gewezen op de onzekerheid rond aanvaardbare lozingsconcentraties voor ultrakorte PFAS. Dat Vlaanderen pas laat TFA is beginnen meten, terwijl Nederland al langer met 33


lagere bepalingsgrenzen werkt, maakt de zaak alleen maar schrijnender. Daarom moet het Vlaamse waterbeleid worden aangepast. Niet cosmetisch, niet met nieuwe tabellen en tijdelijke uitzonderingen, maar fundamenteel. Gezondheid moet het vertrekpunt worden. Niet de vraag: “Wat kan een bedrijf vandaag technisch en economisch aan?” maar: “Wat kan een mens, een rivier en een toekomstige generatie nog dragen?” Dat betekent drie dingen. • Eerst: geen lozingsnormen meer zonder volwaardige beoordeling van de totale impact. PFAS-stoffen mogen niet stof per stof worden behandeld alsof ze losstaande administratieve dossiers zijn. Ze stapelen zich op in het milieu, circuleren door water en voedselketens, en veroorzaken samen een risico dat niet verdwijnt omdat de vergunning het opknipt in parameters.

haaldelijk verwezen naar technische moeilijkheden, hoge kosten en nood aan bijkomende studies. Maar een beleid dat vervuiling toelaat omdat zuiveren duur is, maakt de samenleving tot verzekeraar van industriële schade. Dan betalen burgers drie keer: met hun leefomgeving, met hun gezondheid en later met publiek geld voor sanering.

Sammy Roelant

Ons verzoek tot vernietiging is daarom geen juridische spielerei. Het is een poging om de logica om te keren. Vlaanderen moet niet langer zoeken naar normen die vervuiling vergunbaar maken. Vlaanderen moet normen vastleggen die vervuiling voorkomen. Want als zelfs drinkwaterwaarden worden gebruikt om industriële lozingen verteerbaar te doen lijken, dan is de grens tussen bescherming en capitulatie gevaarlijk dun geworden.

• Ten tweede: geen afwenteling meer. Verontreinigd grondwater moet worden gesaneerd als grondwaterprobleem, niet weggeschreven als bedrijfsafvalwater. Wie vervuilt, moet zuiveren aan de bron. Niet verdunnen in een rivier.

Waterbeleid moet opnieuw doen waarvoor het bedoeld is: water beschermen. Niet vervuiling organiseren. Niet economische belangen indekken. Niet achteraf uitleggen waarom het allemaal “binnen de norm” viel.

• Ten derde: geen economische haalbaarheid als verborgen bovengrens voor gezondheidsbescherming. In het 3M-dossier werd in het verleden her-

De vraag is niet hoeveel TFA Vlaanderen nog kan toestaan. De vraag is hoeveel politieke moed Vlaanderen eindelijk wil tonen.

34

Ergste klimaatscenario’s geschrapt: gaat het dan beter?

Het is als wetenschapper moeilijk bewegen in onze huidige wereld. Nuance en complexiteit dreigen steeds weer het onderspit te delven tegen schreeuwerige koppen, simplificatie, infotainment, extremisme en populisme. Probeer je een mooie, elegante schaakpartij te spelen, dan staat daar altijd wel een horde hansworsten klaar om op het bord te schijten. Recent publiceerde een internationaal klimaatproject, CMIP of Coupled

model Intercomparison Project, onder leiding van Detlef van Vuuren een paper. CMIP ontwikkelt uitstootscenario’s van broeikasgassen die kunnen gebruikt worden als input voor klimaatmodellen. Die papers zullen worden besproken in het volgende IPCC- klimaatpanel. Van Vuuren en zijn onderzoeksgroep hebben de bandbreedte aan scenario’s verkleind. Zowel het hoogste (een scenario waarbij de wereld all out gaat 35


qua CO2- uitstoot) als laagste scenario (1,5° opwarming) worden nu bij hen uitgesloten. Dit eerder technische nieuws leidde meteen tot een uitslaande brand in politiek en media. Vooral klimaatsceptici vonden er munitie in om hun eigen grote gelijk te halen. “Klimaatalarmisten in het ongelijk” zo werd getoeterd, nu “zelfs het IPCC” haar ongelijk moest toegeven. Natuurlijk moest ook Donald Trump ergens tussen een dutje, een scheldtirade en een cognitieve test in hier over tweeten: “the United Nations TOP Climate Committee just admitted that its own projections (RCP 8.5) were WRONG! WRONG! WRONG!”

Oranje framing

De tweet van Trump haalt direct heel wat onjuiste en problematische elementen naar voor die overal in de reacties een rol speelden. Laat ons ze even overlopen. Ten eerste doet het IPCC niet zelf aan onderzoek. Het gaat dus niet over een onderzoek van het IPCC of het ‘United Nations Climate Comittee’ (wat overigens niet bestaat). Zoals gezegd is dit een onderzoek van CMIP. Dat onderzoek zal besproken en verder moeten gebruikt worden om data in te verwerken. Van Vuuren zelf zegt dat het om een ruwe schatting gaat en dat dat uit de onzekerheidsmarge 36

blijkt. Uit verschillende modellen zullen stijgingen komen die hoger zijn dan de 3,5° opwarming die hij zelf in het nieuwe worst case scenario aanhaalt. “Het is zeker geen bovengrens,” zegt hij, “en het betekent ook niet dat het daar stopt.” Kortom zoals goede wetenschap werkt, evolueren de zaken en komen er nieuwe hypothesen en insteken die worden meegenomen in de verdere ontwikkeling. In tegenstelling tot populisme doet wetenschap niet aan makkelijke zekerheden. Ten tweede heeft Trump het over ‘projections’ ofwel voorspellingen. Hier ten lande had Bart Eeckhout het in zijn column (en in de kop daarvan) voortdurend over voorspellingen en mixte hij die term voortdurend met de term ‘scenario’s’. Voorspellingen en scenario’s zijn twee heel verschillende zaken. Scenario’s zijn voorwaardelijk: “als dit en dat gebeurt wat zouden dan kunnen de gevolgen zijn?” Er worden vervolgens verschillende scenario’s gemaakt om mogelijk werelden en hun gevolgen te vergelijken. Het RCP 8.5-scenario was het randscenario waarbij het gebruik van bijvoorbeeld steenkool exponentieel zou groeien. De reden dat er scenario’s gemaakt worden is dat de wereld, anders dan in een gecontroleerde laboratoriumopstelling, niet voorspelbaar is. De wereld is daarvoor te complex. En de dialectische processen daarin, hoe er

gereageerd wordt op de zich ontrollende geschiedenis, zijn niet gedetermineerd. Kortom: naarmate de tijd evolueert worden scenario’s waarschijnlijker of minder waarschijnlijk. Dat gaat zo bij statistische oefeningen: het verstrijken van de tijd doet de kans op extreme scenario’s altijd verkleinen. Zo is het altijd al zeer onwaarschijnlijke RCP 8,5-scenario nu volgens velen niet meer nuttig als scenario. Het is net hetzelfde als dat de kleine kans dat je een ongeluk met je wagen krijgt, kleiner wordt als je halfweg bent tegenover wanneer je startte.

sche dialectiek: wat gebeurt er politiek en maatschappelijk? Wordt de “Drill baby Drill” de nieuwe business as usual? Zorgt de extreemrechtse hegemonie voor fel verminderde klimaatinspanningen? Blijken de zegeningen van de dalende kosten van duurzame energie geabsorbeerd te worden door een stijgende vraag naar energie? Wat is de impact van de groeiende wereldbevolking en de opkomst van nieuwe economieën? Kortom wat we kwijt zijn (het beste scenario) is zeker. Wat we winnen (het slechtste scenario) niet.

De mantra van de economie

Bovendien is het niet zo dat het nieuwe slechtste scenario ons naar lollypopland voert. Zo namen de onderzoekers een scenario met een gemiddelde uitstoot op, dat expliciet bedoeld is om het huidige overheidsbeleid te weerspiegelen. Dat scenario leidt tot ongeveer 2,5 tot 3 graden Celsius opwarming van de aarde tegen 2100, vergeleken met het pre-industriële tijdperk (hou hierbij de opmerkingen i.v.m. foutenmarge in het hoofd). De baanbrekende Belgische klimaatwetenschapper Joeri Rogelj stelde bovendien het volgende: "Het is goed nieuws dat we het scenario met de hoogste uitstoot kunnen laten vallen, maar de keerzijde is dat we er ook achter komen dat de risico's bij lagere niveaus van opwarming vaak erger zijn dan we dachten."

Dat dat de grote boodschap was, en niet het feit dat het meest gunstige scenario verdwenen is, zegt ook veel. Want laat het nu net dat scenario zijn waarop politici zich voortdurend beroepen om terug te keren naar business as usual, om onze concurrentiekracht niet te schaden, of omdat klimaatbeleid ‘te duur’ is. We zitten al in een wereld waarin 1,5 ° niet meer te vermijden is. (Eigenlijk zitten we daar al in, maar we moeten er meerdere jaren in zitten om het volgens de vereiste criteria zo te noemen.) Dat is op zich slecht nieuws. Want vanaf 1,5° begint de miserie. Wat er daarentegen niet verdwijnt met het ergste scenario is de histori-

37


Bijvoorbeeld: bij 2 graden Celsius opwarming zou de wereld de meeste van haar koraalriffen kunnen verliezen, en zouden volgens een recent klimaatrapport van de VN nog eens 410 miljoen mensen in stedelijke gebieden te maken kunnen krijgen met waterschaarste als gevolg van ernstige droogte. Bij 3 graden zou zonder aanpassingen de wereldwijde schade door overstromingen kunnen verdrievoudigen, terwijl meer dan een kwart van de bekende plantenen diersoorten op het land een groot risico op uitsterven loopt. "Het gaat erom hoe alle verschillende terugkoppelingen in het klimaatsysteem, zoals wolken, sneeuw, ijsbedekking en waterdamp in de atmosfeer, reageren op opwarming," zei Dr. Hausfather, een klimaatwetenschapper bij Berkeley Earth. "Als je dat allemaal bij elkaar optelt, krijg je echt een behoorlijk brede reeks aan mogelijke uitkomsten in deze eeuw, zelfs binnen een scenario met een gemiddelde uitstoot." Er is bovendien niet ‘één klimaatverandering’, er zijn er heel veel lokale, waarbij de gemiddelden verbergen dat er lokaal zeer extreme gevolgen gelden. Recent onderzoek suggereert ook dat zelfs scenario's met een gemiddelde

38

uitstoot kunnen leiden tot extreme gevolgen, zoals ernstige droogtes in voedselproducerende regio's, waarvan voorheen werd gedacht dat ze alleen zouden optreden in scenario's met een hoge uitstoot. Daarom verdedigen ook diverse wetenschappers het oude scenario. Als je lokaal dijken wil bouwen om je te verdedigen tegen een stijgende zeespiegel, dan kijk je beter wat de extreme varianten kunnen zijn. Zeker omdat het nog niet vaststaat hoeveel de opwarming effectief zal zijn bij bepaalde emissies. Wat moeten we hiervan nu meenemen? Wel, als we naar de echte wereld kijken daarbuiten en de recente evoluties volgen, is er altijd één boom die we door het bos moeten blijven zien: als de fossiele uitstoot stijgt, stijgt de temperatuur. Dus: zo lang er wordt uitgestoten zal de aarde opwarmen. Na alle beloften, investeringen, akkoorden, groei in groene energie blijft er wel één cijfer onomstotelijk als een paal boven water staan: in 2025 nam de mondiale uitstoot nog met 0,87 procent toe. We verbruiken nog altijd elk jaar steeds meer CO2, niet minder. De aarde warmt dus nog steeds elk jaar sneller op. En elke graad telt. We doen het dus niet goed en dat zal gevolgen hebben. Dat is geen alarmisme. Dat zijn feiten.

Lezers schrijven

Uitkomsten van de scenario’s

Beste,

foto: afvoerbuis Ronse

Proficiat met jullie overwinning tegen Utexbel in Ronse. Ik wil erop wijzen dat er zich in de toekomst nog problemen zullen stellen. In het afvalwater dat door Utexbel geloosd wordt, heeft de omgevingsinspectie een belangrijke overschrijding met factor 3 vastgesteld van de emissiegrenswaarde voor nonylfenol (NF). Nonylfenolen zijn organische stoffen die in de textielproductie als emulgator gebruikt worden om de penetratie van kleurstoffen in synthetische vezels te verbeteren, alsook als bevochtiger of detergent. Nonylfenol (NF) en nonylfenolethoxylaten (NFE) mogen sedert januari 2005 in de Europese Unie niet meer verkocht of gebruikt worden, behalve voor een aantal uitzonderlijke toepassingen waarbij ze in een gesloten systeem circuleren of waarbij ze niet in het afvalwater geloosd worden. België zette de Europese Richtlijn 2003/53/EG om via het Konink39


lijk Besluit van 11 mei 2004. Sinds de inwerkingtreding van REACH is de Europese verordening rechtstreeks van toepassing. De REACH-norm gaat over een lijst van producten die in Europa wel of niet zijn toegelaten. Voor NF en NFE geldt specifiek dat ze niet mogen gebruikt worden in chemicaliën in concentraties ≥ 0,1%, (of een verbod voor concentraties hoger dan 0,95 g/liter). In de omgevingsvergunning van 22/07/2024 verkreeg Utexbel volgende emissiegrenswaarden opgelegd: voor nonylfenol een grenswaarde van 4 µg/l en vanaf 01/07/2024 een grenswaarde van 1,7 µg/l. Dezelfde grenswaarde was opgelegd voor het derivaat nonylfenoletholylaat. In voornoemde omgevingsvergunning wordt ervan uitgegaan dat het probleem aan de bron gereduceerd is voor wat betreft nonylfenol en nonylfenolethoxylaten. Er werden voor de lozing van de RWZI van Ronse geen normen meer nodig geacht voor volgende parameters: AOX, formaldehyde, acenafteen, Benzo(b)fluoranteen + benzo(k)fluoranteen, fluoranteen, benzo(a)pyreen, PFOS, PFAS, bisfenol A, 4 tert-octylfenol, nonylfenol, nonylfenolethoxylaten, cresolen, penta-

40

chloorfenol, 4-chloor- 3.5-dimethylfenol, HCBD, DMPPA, permethrine. In het geval NF en NFE door Utexbel wel gebruikt worden, moeten ze in een gesloten systeem gehouden worden waarbij ze niet in het afvalwater geloosd worden. Als verondersteld wordt dat de indamper van Utexbel het NF uit het afvalwater zou verwijderen, kan niet toegelaten worden dat het geloosd wordt in het afvalwater. Het feit dat de lozingsnorm 1,7 µg/l bij monstername in 2025 met een factor 3 overschreden wordt, betekent een lozing van ca. 5,1 µg/l, dit is zelfs hoger dan de norm van 4 µg/l die geldig was in de periode vóór 01/07/2024. Hieruit zou men kunnen afleiden dat de indamper de NF uit het afvalwater van Utexbel niet efficiënt verwijdert en niet aanzien kan worden als deel uitmakend van een gesloten systeem voor NF. Men kan zich duidelijk vragen stellen bij de stelling dat er geen normen meer zouden nodig zijn voor deze parameter bij de lozing van de RWZI Ronse. Hetzelfde geldt voor de lozing van cresolen, fenolen en PFAS-derivaten, die bij monsternames in 2025 eveneens boven de hen opgelegde normen uitkwamen.

Nonylfenol wordt in een afvalwaterzuiveringsinstallatie slechts beperkt biologisch afgebroken, bindt sterk aan actief slib en kan toxisch zijn voor de microbiële populatie. Hierdoor kan NF zowel in effluent als in slib doorbreken. De waterzuivering is niet ontworpen om NF effectief te verwijderen. Bij lozing komt NF dan vrij in het oppervlaktewater. Nonylfenol is persistent, het verdwijnt niet uit ons lichaam en stapelt zich op. NF en NFE zijn stoffen die als hormoonverstoorder schadelijk kunnen zijn voor de voortplanting en die steriliteit veroorzaakt bij wie ze manipuleert. Bij laboratoriummuizen verhoogt het risico op borstkanker. Nonylfenol is bioaccumuleerbaar en vooral giftig voor in het water levende organismen zoals vissen (17-1.400 μg/l), ongewervelde dieren (20-3.000 μg/) en algen (27-2.500 μg/l). Nonylfenol is tweehonderdmaal giftiger van Nonylfenolethoxylaat (NFE). Men kan zich vragen stellen bij het feit dat Utexbel in 2024 van de Vlaamse Regering nog lozingsnormen gekregen heeft voor NF en NFE, terwijl de lozing ervan sinds 2005 in Europa verboden is.

Er bestaan NF- en NFE‑vrije alternatieven die dezelfde technische functies vervullen, zoals lineaire alcohol‑ethoxylaten (LAE) als bevochtigers en detergenten, alkylpolyglucosiden (APG’s) als biologisch afbreekbare emulgatoren, EO/PO‑blokcopolymeren als dispersiemiddelen in HT‑verven, polycarboxylaten voor stabilisatie van disperse kleurstoffen en bio-gebaseerde oppervlakte‑actieve stoffen voor was‑ en nabehandelingsprocessen. Afhankelijk van de zuiverheidsgraad van het gebruikte product en de bestelde hoeveelheid bedraagt de kostprijs voor NF/NFE rond 1,7 à 2 EUR/kg. De kostprijs voor polycarboxylaten bedraagt ca 2,5-5 EUR/ kg, dus ze zijn tot 80% duurder dan NFE’s, afhankelijk van leverancier en specificatie. Het is opnieuw duidelijk dat de kostprijs voor Utexbel de beperkende factor is. JT Naam en adres gekend bij de redactie

41


van kernwapens als van kernenergie en de sterke link tussen beide. Deze link wordt door de industrie ontkent. Antinucleaire bewegingen legden en leggen die link echter wel. Het verbaasde dat de Franse president Macron onlangs openlijk verklaarde: “Geen kernenergie zonder kernwapens en geen kernwapens zonder kernenergie.”

In de kern zijn ze vredelievend

Waarom Hiroshima rijmt op Fukushima Lieve De Kinder Over de band tussen kernenergie en kernwapens Het boek van Marc Alexander met gelijknamige titel (en ondertitel) als die van dit artikel verscheen begin maart. Het vormt een stevige onderbouwing van het feit dat kernenergie en kernwapens een Siamese tweeling vormen. Alles begon met de eerste kerncentrales die louter militaire installaties waren ten behoeve van de constructie van kernwapens. Daar vonden ook de eerste drie grote nucleaire ongevallen plaats, namelijk in Rocky Flats, Colorado; Mayak, 42

Rusland en Windscale (nu Sellafield) in het Verenigd Koninkrijk. Deze grote ongevallen deden zich voor in een tijdspanne van slechts een dikke maand tijd, in september-oktober 1957. De nucleaire wapenwedloop bracht mee dat overhaast te werk werd gegaan, waardoor veiligheidsmaatregelen toen geen topprioriteit waren. Er heerste ook een sfeer van geheimzinnigheid met ontkenning of minimalisering van de gevolgen. Transparantie en democratische controle zijn overal ter wereld nog steeds schromelijk afwezig, zowel op gebied

Mede door bovengenoemde en andere ongevallen werd vanaf 1960 geleidelijk overgegaan tot het bouwen van ‘vredelievende’ kerncentrales , waarvan de eerste overduidelijk prioritair dienden om nucleaire grondstoffen voor atoombommen te maken. Marc Alexander overloopt in zijn boek de verschillende soorten kerncentrales, en hoe ze elk het materiaal leveren voor een overeenkomstig type atoomwapen. Ik noem als voorbeeld Uranium 235, één van de vormen waarin uranium voorkomt. Dit is aanwezig in uraniumerts, dat grotendeels ontgonnen wordt op grondgebied van inheemse volkeren. Dat veroorzaakt desastreuze gevolgen voor de lokale bewoners en hun leefmilieu. Het ontgonnen uranium wordt verrijkt via centrifuges tot het een concentratie heeft van 3 à 5 % Uranium 235, om gebruikt te kunnen worden in kern-

centrales. Als het verrijkingsproces verdergezet wordt, kan men hogere percentages U. 235 bereiken, tot 90%. Onder die vorm is het bruikbaar in atoomwapens. De atoombom boven Hiroshima was een uraniumbom. De bom boven Nagasaki was een plutoniumbom. Plutonium komt in deze tijden niet voor op aarde. Het is een product dat ontstaat tijdens het functioneren van een kerncentrale die als brandstof uranium heeft. Zoals hierboven reeds gezegd werden en worden vele civiele kerncentrales gebouwd om het plutonium te bekomen voor kernwapens. In het boek staat een duidelijk schema van de nucleaire keten, van mijnbouw tot afval. Daarin zie je ook de ‘opwerking’ of opwaardering waar uit gebruikte brandstof van de kerncentrale onder andere het plutonium geraffineerd wordt voor kernbommen. Het wordt echter ook samen met uranium 235 verwerkt tot MOX (Mixed Oxide Fuels) als een nieuwe brandstof voor kerncentrales. Deze opwerkingsfabrieken hebben de reputatie gevaarlijk te zijn. Door de opwerking blijft het plutonium in omloop. Gevaarlijk als het in het leefmilieu terecht komt, en als het door mensen ingeademd wordt! Bovendien kan ook dat gebruikt worden om atoombommen te maken. 43


Het verarmd uranium, overvloedig aanwezig na verrijking van uranium ten behoeve van kernenergie of kernwapens, wordt gebruikt voor het bepantseren van conventionele wapens. Dit veroorzaakt bij inslag en ontbranding een chemisch-toxische wolk van extreem kleine deeltjes (nanopartikels), met desastreuze gezondheids- en milieuschade.

Lessen voor vredes- en klimaatbeweging

Het boek is een eye-opener voor mensen uit de vredesbeweging. Het helpt hen de illusie te doorzien om kernenergie als vredevol te beschouwen en enkel op te komen tegen kernbewapening. Dat is niet enkel dweilen met de kraan open. Het geeft tegelijk carte blanche aan de brainwashing, de macht en de projecten van de nucleaire lobby. Ook voor mensen uit de klimaatbeweging, beïnvloed door het imago van kernenergie als klimaatneutraal, 44

opent het boek de ogen. Er is de kwetsbaarheid van kerncentrales bij oorlog, sabotage en natuurrampen. Er is de radioactieve straling en besmetting bij een ongeval. Zelfs tijdens het normale functioneren zijn er toegelaten radioactieve lozingen. Hoe meer kerncentrales, hoe groter de kans op een ongeval. Hoe meer kerncentrales en ook hoe meer SMR’s (Small Modular Reactors of kleine modulaire reactoren) er komen, hoe groter ook het proliferatierisico of het risico op het verspreiden van (kern)wapens, via de grotere hoeveelheid nucleair materiaal die in circulatie komt.

is te duur en te gevaarlijk. Doordat ze in vergelijking met hernieuwbare energie te traag is (het duurt lang vooraleer een nieuwe kerncentrale productieklaar is of een oude ‘voldoende’ opgelapt is) zal ondertussen het gebruik van fossiele brandstoffen veel langer verdergaan. Dat is niet wat de klimaatbeweging wenst. Kernenergie promoten is de ontwikkeling van hernieuwbare energie tegenwerken.

den nu ook voor civiel gebruik voorgesteld als lieve kleintjes. Maar ze zijn gevaarlijker dan de grote, omdat de nadelen van de kleine kerncentrales proportioneel groter zijn dan die van de grote. De burgers betalen de kosten voor de ontwikkeling van de civiele en militaire SMR’s. Ook voor medische toepassingen zijn er steeds meer haalbare alternatieven zonder gebruik te maken van kernenergie.

SMR’s zijn al volop in gebruik voor het aandrijven van bijvoorbeeld vliegdekschepen en onderzeeërs. Ze wor-

Het boek van Marc Alexander geeft de kans aan de lezer om dit alles verder uit te diepen.

In het boek wordt een duidelijk beeld gegeven van de gevolgen van nucleaire ongevallen, van het inzetten van kernwapens (Hiroshima en Nagasaki), en van de duizenden testen met kernwapens. Deze testen gebeurden vooral op grondgebied van inheemse volkeren. Bij het daadwerkelijk inzetten van kernwapens mag het risico van een nucleaire winter niet weggewuifd worden. Kernenergie is geen oplossing is voor de klimaatcrisis. Kernenergie 45


Vervuiling op het Maleveld in Sint-Kruis (Brugge) Freddy Lamote In de Brugse deelgemeente SintKruis groeit de bezorgdheid over de toestand van het voormalige stortterrein op het Maleveld. De site, die jarenlang dienstdeed als stortplaats voor huishoudelijk en industrieel afval, blijkt mogelijk een bron van bodem- en grondwatervervuiling. Omwonenden vragen al geruime tijd meer duidelijkheid over de mogelijke risico’s voor hun leefomgeving. Het Maleveld (130 hectare) is een waardevol agrarisch gebied met een belangrijke landschappelijke en historische betekenis. Het gebied maakt deel uit van een erkende ankerplaats, een aanduiding voor zones met een bijzondere erfgoedwaarde en een sterke samenhang tussen landschap, natuur en cultuurhistorie. Daarom wordt het Maleveld beschouwd als een gebied waar landbouw, erfgoed en open ruimte nauw met elkaar verweven zijn — een zeldzame combinatie die in Vlaanderen steeds schaarser wordt.

46

Historiek

Het stortterrein van zes hectare werd tussen 1973 en 1997 gebruikt voor de opslag van huishoudelijk afval, bouwpuin en gevaarlijke stoffen. Dit gebeurde in een periode waarin de milieuwetgeving nog beperkt was. Afval werd vaak rechtstreeks in de bodem gestort, zonder beschermende afdichtingen of systemen om vervuilende stoffen op te vangen. Volgens lokale bronnen zou ook vervuilde grond uit een woonwijk waar kinderen niet mochten spelen, nabij de school Spes Nostra op het terrein terecht zijn gekomen. Betrokkenen geven aan dat in 1980 al werd aangedrongen op de aanstelling van een saneringsdes-

kundige, maar dat de stad daar geen gevolg aan zou hebben gegeven. Milieudeskundigen van hun kant wijzen erop dat oude stortplaatsen nog decennialang schadelijke stoffen kunnen blijven afgeven. Een belangrijk aandachtspunt is het zogenoemde percolaat: vervuild water dat ontstaat wanneer regenwater door afval sijpelt. Dat water kan schadelijke stoffen opnemen, waaronder zware metalen, chemicaliën, pesticiden, olieproducten en giftige organische verbindingen. Bij oude stortplaatsen bestaat het risico dat dergelijke stoffen in de bodem doordringen, het grondwater vervuilen en zich via waterlopen verspreiden naar de omgeving. De ongerustheid kreeg extra aandacht in 2011, toen paarden van een gebruiker van het terrein ziek zouden

zijn geworden nadat ze geruime tijd op de stortsite hadden gegraasd. De man stelde dat grondwaterstalen die hij zelf had genomen verhoogde vervuilingswaarden aantoonden. Volgens hem werd de zaak toen door het stadsbestuur toegedekt en zou hij onder druk zijn gezet om niet met de pers te praten, met de dreiging dat zijn perceel zou worden afgenomen.

Bebossing, recreatie en duurzame landbouw Stad Brugge wilde het voormalige stortterrein van 6 hectare overdragen aan de Vlaamse Gemeenschap met het oog op bebossing. In dat kader liet de Vlaamse Gemeenschap grondstalen nemen om na te gaan of de bodem vrij was van verontreiniging. Uit een oriënterend bodemonderzoek dat OVAM in 2023 uitvoerde op en rond het stortterrein, blijkt dat het grondwater verontreinigd is met verschillende soorten PFAS. Daarnaast werden zware metalen zoals chroom en nikkel aangetroffen, evenals vervuiling met minerale olie.

47


Het beschrijvend bodemonderzoek is voorlopig nog niet afgerond, wat volgens critici vragen oproept over de ernst en de omvang van de vervuiling. Recent werden bijkomende grondwaterstalen genomen op en rond het terrein. Waarom die analyses nodig waren en wat de resultaten precies aantonen, blijft voorlopig onduidelijk. Het Brugse stadsbestuur geeft voorlopig geen verdere toelichting. Omwonenden hopen op duidelijkheid over de stand van het onderzoek en eventuele saneringsplannen. Volgens buurtbewoners blijft de vervuiling zich intussen niet langer beperken tot het stortterrein zelf. Tijdens de wintermaanden, wanneer het waterpeil stijgt, zou er in de waterlopen nabij de stortsite minerale olie zichtbaar zijn. Deze waterlopen staan in verbinding met de hoofdader Malelei.

Een bewogen infoavond in mei Op 11 mei 2026 werd tijdens een infoavond een nieuwe gebiedsvisie voor het Maleveld voorgesteld. Bezoekers konden bij vijf infostanden terecht om vragen te stellen en suggesties te formuleren voor het stadsbestuur.

De stad Brugge beschouwt het gebied als een zone met aanzienlijk ontwikkelingspotentieel.

Die hele infoavond had letterlijk een dubbele, of beter gezegd, een vervuilde bodem.

In dat kader keurde de stad een nieuwe gebiedsvisie goed, met focus op landschapskwaliteit, natuurontwikkeling, recreatie en duurzame landbouw. De uitwerking gebeurt in overleg met de lokale bewoners van Male.

Momenteel liggen er verschillende opties open voor de voormalige stortsite op het Maleveld: namelijk als bos, wastine of kruidenrijk grasland. Het beschrijvende bodemonderzoek is nog aan de gang. De uiteindelijke keuze zal dus sterk afhangen van de resultaten.

De vraag werd gesteld waarom men het afval niet uit de grond haalt. Een medewerker van de Stad Brugge gaf daarop als antwoord: “Wie zal dat betalen?” Een andere inwoner reageerde: “Ik was nog niet eens geboren toen er huisvuil, grofvuil en blikken met chemicaliën enzovoort in die put werden gedumpt. Ben ik een vervuiler?” De factuur zal voor de inwoners van Brugge zijn, want ‘wij’ zijn de vervuilers, zo konden we afleiden. De vraag of de site vandaag een probleem vormt, werd bevestigend beantwoord - niet alleen nu, maar in toenemende mate in de toekomst. Hoe beschamend is het om te zien wat er allemaal in de grond ligt en te doen alsof er niets aan de hand is? Sterker nog, er wordt een pleister op de wonde gelegd door het Maleveld op te waarderen.

Experts wijzen erop dat keuzes uit het verleden vandaag kunnen doorwegen als een zware erfenis. Wat destijds gold als een pragmatische oplossing voor afvalverwerking, blijkt decennia later te zijn uitgegroeid tot een complexe opgave op het vlak van milieu en volksgezondheid. Ondertussen blijft de vraag naar transparante communicatie overeind. Omwonenden vragen meer duidelijkheid over de toestand van het terrein en over mogelijke toekomstige saneringsplannen. Hoewel het stortterrein al geruime tijd gesloten is, blijft de bezorgdheid in Sint-Kruis (Male) onverminderd bestaan. De nieuwe gebiedsvisie met focus op landschapskwaliteit, natuurontwikkeling, recreatie en duurzame landbouw laat die bezorgdheid alleen maar verder toenemen.

Eco & Fair werkt aan een ecologische en rechtvaardige wereld door producten uit coöperaties in Noord en Zuid te verkopen via een zo kort mogelijke keten. Daardoor komt meer winst terecht bij de producent. We gaan voor kwaliteitsproducten die niet via de retailsector beschikbaar zijn en kiezen voor voeding die een ecologische meerwaarde heeft (minder vervoer, bio,…).

Onze winst gaat naar onze partners. Zij voeren vanuit die bezorgdheid actie voor maatschappelijke verandering.

ia bestel v ir.be cofa

www.e 48

49


Boeken: Peter Bossu over zijn streek Filip De Bodt Peter Bossu heeft vele functies vervuld in natuur- en milieugroepen. Zo was hij in Lichtervelde actief in de plaatselijke milieugroep. Vervolgens was hij van 1987 tot 1995 beleidsmedewerker en West-Vlaams coördinator bij vzw Natuurreservaten. Hij was van 1995 tot 1999 medewerker op het Kabinet van verschillende socialistische ministers. Vervolgens zetelde Bossu van juni tot december 1999 in het Europees Parlement voor de fractie van de Partij van de Europese Sociaaldemocraten. Hij nam reeds na zes maanden ontslag uit deze functie omdat hij er niet kon aarden. Als zo een man de pen vastneemt, valt er meestal iets te beleven. Neen, Bossu brengt geen memoires of grote politieke verhalen. Hij bracht twee boeken uit over zijn streek. In ‘De natuurlijke erfenis van morgen’ gaat hij dieper in op de landbouwproblematiek. Die is de laatste maanden, na de droogteproblemen en het Drinkwaterplan van Brouns, niet uit de actualiteit weg te denken. Bossu vraagt zich af tot wat het cumulatief effect van PFAS, hormonen en pesticiden ons gaat brengen. Hij beschrijft helder en duidelijk het functioneren van de 50

2024 het overstromingswater nauwelijks kon afvoeren omdat er anders te veel zilt water binnenkwam. Begin dit jaar bracht Peter een nieuw boekje uit ‘De Handzamevallei, waar water het landschap schrijft’. De Handzamevallei situeert zich tussen Diksmuide en Kortemark en is een van de grootste open ruimtes in West-Vlaanderen. Door rechttrekking, bedijkingen en te lage waterpeilen verloor de vallei haar sponsfunctie. Die moet dringend opnieuw op poten gezet worden, als bijdrage tot het herstel van de Ijzervallei en het vermijden van verdere overstromingen.

natuur, begint met de ‘oude’ vaststellingen van de Club van Rome en eindigt met 16 streefbeelden die van de polders tot de Noordzee reiken. Hij heeft het over de rol van het waterwinningsgebied De Blankaart en pleit voor vernieuwd beleid op alle domeinen. Terecht, ik herinner mij nog hoe men mij tijdens een infoavond in de Westhoek vertelde dat men in

De boeken van Bossu zijn begrijpelijk en rijk geïllustreerd. Men kan zich radicaler of minder radicaal opstellen dan de auteur, maar de grootste verdienste is dat iemand de pen ter hand neemt om zijn streek te analyseren én alternatieven aan te reiken. Dat gebeurt zelden in Vlaanderen en is ook in andere streken dringend nodig: de sociale bewegingen moeten opnieuw aan politiek doen en durven te zeggen hoe zij de toekomst van hun streek zien. Dat is een domein dat we

niet enkel aan verkozen politici mogen overlaten en het geeft ons een visie die er voor zorgt dat we niet altijd de zaken moeten achterna lopen. Nog van dat! peter.bossu@telenet.be

///

De boeken van Peter Bossu zijn gratis te downloaden via onderstaande QR codes! De Natuurlijke Erfenis van Morgen

De Handzamevallei

51


Ons

Laatste Nieuws

· Samen met Grondrecht heeft Climaxi eind mei onze zaak tegen de Vlaamse overheid en chemiebedrijf 3M gepleit. Het onderwerp van discussie bij de Raad voor Vergunnings­betwistingen is nog steeds de lozing van PFAS in de Schelde, vanuit de 3M-site in Zwijndrecht. Een uitspraak volgt normaal binnen de zestig dagen. Concreet vragen we om de vernietiging van een vergunningsbijstelling van begin 2025. Vlaams Minister van Omgeving Jo Brouns (CD&V) nam toen het besluit dat 3M een reeks ultrakorte keten PFAS mag lozen, waaronder ook TFA. TFA werd onlangs nog in veel te grote hoeveelheden aangetroffen in ons drinkwater. Enkele weken geleden verklaarde minister Brouns dan weer dat zijn geduld met 3M bijna op was. Volgens de CD&V-minister "sleept 3M met de voeten" wat de saneringsafspraken betreft. De Vlaamse overheid en 3M hebben in 2022 een saneringsovereenkomst gesloten om de vervuiling in Zwijndrecht aan te pakken - maar er is nog geen schup de grond ingegaan. Al veel eerder, in 2008, beval de Openbare Vlaamse AfvalstoffenMaatschappij (OVAM) 3M om het grondwater in Zwijndrecht te saneren. In 2009 zei de Vlaamse overheid dat 3M moest

52

monitoren op TFA. Maar nu blijkt dat 3M pas in 2025 lozingsnormen voor TFA en 7 andere korte keten PFAS heeft aangevraagd. Dat 3M deze stoffen zomaar loost in de Schelde is wraakroepend. Bovendien heeft de Vlaamse overheid nooit een project MER opgelegd om de effecten van de sanering van het grondwater in kaart te brengen. 3M en de Vlaamse overheid gingen tijdens de pleitzitting in verweer. 3M beweert dat ze nooit TFA geproduceerd hebben en dat de grondwatervergunning geen onderwerp van deze bijstelling is. Wij stellen ons dan ook luidop de vraag wat het effect is van eeuwigdurende vergunningen en het opsplitsen van elke aanpassing van deze vergunning. Als een grondwateronttrekking in het meest vervuilde gebied wereldwijd zonder voorgaand onderzoek naar de effecten op milieu kan gebeuren, dan lijkt het onze plicht om dit aan te vechten. Door de bureaucratische opsplitsing van vergunningen wordt ons dit nu onmogelijk gemaakt. De vraag blijft natuurlijk wie het meeste voordeel haalt uit zo’n opsplitsing van vergunningen. Een bedrijf of het milieu? Gelukkig is er nog het Europees niveau. ECHA (European Chemical Agency) beslist over enkele weken over officiële

grenswaarden voor TFA. Vlaanderen zal zich dan moeten schikken naar de - waarschijnlijk - veel strengere regels van Europa. Nederland en Wallonië hanteren nu al een grens van 50 nanogram per liter voor TFA - dat is 80 keer lager dan de Vlaamse norm. TFA heeft een impact op bijvoorbeeld de vruchtbaarheid. De gemeten concentraties hier zijn de hoogste ooit gemeten in grondwater - wereldwijd. We moeten de vervuiling aan de bron stoppen. Wij eisen een lozingsstop. · Indaver kreeg op 5 mei een verbod opgelegd door Departement Zorg en Departement Omgeving voor het verbranden van hoogwaardig PFAS-afval. Dit gebeurde in de nasleep van een infoavond die we organiseerden met buren, boeren en onze advocate Isabelle Larmuseau in Stabroek op 21 april. Op 15 maart verklaarde OVAM het beschrijvend bodemonderzoek (BBO) conform. Daarin staat te lezen dat in de pluim van Indaver zowel bodem als grondwater de hoogste saneringsplicht hebben. In de pluim ligt vooral landbouwgrond van Stabroekse boeren. De hoogste saneringslicht wil zeggen dat er zo snel mogelijk een bodemsaneringsproject moet

komen om te bekijken hoe bodem en grondwater gesaneerd moeten worden. Het is frappant om de communicatie hieromtrent op een rijtje te zetten. OVAM en de gemeente contacteerde de getroffen boeren. Zij kregen gebruiksadviezen tot er een bodemsaneringsproject is. Dit wordt verwacht tegen april 2027.

53


Ondertussen moeten landbouwers vanuit het principe van autocontrole zelf uitzoeken of hun gewassen niet te veel PFAS bevatten. Het rapport steunt op een advies van FAVV, de federale dienst voor voedselveiligheid: “De analytische vaststelling van verhoogde concentraties in gras en voedermaïs verhindert niet dat deze gewassen nog worden gebruikt als voedergewassen en geeft evenmin aanleiding tot de conclusie van een actueel of potentieel risico voor de PFAS-verontreinigingen (REF.26, REF.27) door atmosferische depositie. Het FAVV raadt in elk geval wel af om besmet voeder te gebruiken aangezien dit geen goede hygiënepraktijk betreft.” Wij vinden dit een onrustwekkende verschuiving van verantwoordelijkheid. Men dwingt op deze manier de boer tot onnodige risico’s. In deze periode moet beslist worden wat er gezaaid wordt. Het is dan aan de boer om testen te laten uitvoeren op de gewassen om te zien of er niet te veel PFAS in zit. Als er te veel PFAS in de gewassen zitten, is er geen enkele financiële buffer die dit opvangt. Je zou bijna heilig moeten zijn om de volksgezondheid te beschermen. Wij eisen dan ook een PFAS-fonds voor boeren voor deze financiële risico’s. Dat fonds wordt dan ook best gespijsd door Indaver en andere PFAS-vervuilers.

54

Minister Jo Brouns pleitte in mei nog in het Vlaams Parlement voor een versnelde uitrol van het PFAS-fonds. “Een billijk en doordacht solidariteitsmechanisme, dat niet terechtkomt op de schouders van onze gezinnen. Daar streven we naar”, besloot minister Brouns. Daarnaast maken buren zich ook zorgen over de vervuiling. Er is vandaag een concreet bodemonderzoek gedaan in de pluim van Indaver maar vervuiling stopt niet aan een grens die op papier is vastgesteld. Climaxi is dan ook vragende partij voor een uitgebreid onderzoek in de dorpskern van Stabroek.

· De vergunning van stortplaats Silvamo in Kortemark werd begin september vorig jaar vernietigd door de raad van vergunningsbetwistingen.

De stortuitbater kreeg een paar maand de tijd om een nieuwe vergunning aan te vragen die dan ook – niet geheel onverwacht – is verleend door de Vlaamse regering. Omdat er fundamenteel nauwelijks iets wijzigde in de nieuwe vergunning, tekende Leefbaar Groot Kortemark beroep aan. Ook het gemeentebestuur van Kortemark gaat in beroep. In grote lijnen is het zo dat ook de nieuwe vergunning het mogelijk maakt om afval met een te hoge concentratie aan PFAS in de gewezen kleiput te dumpen. Dat vormt een risico voor de omgeving, vooral op vlak van vervuiling via het grond- en oppervlaktewater. De laatste maanden was de slechte kwaliteit van het WestVlaamse drinkwater net vaak een hoofdpunt in het nationale nieuws. Dat er op bepaalde plaatsen rond de site van Silvamo vervuiling is, dat weten we intussen zwart op wit na meerdere bodemonderzoeken. Momenteel is er een beschrijvend bodemonderzoek lopende, waarvan we nu al weten dat Silvamo verplicht zal zijn voor een aantal plaatsen een saneringstraject op te starten. De analyses toonden aan dat er op bepaalde plaatsen verontreiniging is die toe te schrijven is aan Silvamo. Waar vroeger Silvamo zich steeds verschuilde achter historische verontreiniging, bleven we dat

met Leefbaar Groot Kortemark in twijfel trekken. Intussen staat zwart op wit dat er sprake is van nieuwe verontreiniging, veroorzaakt door Silvamo. Deze zomer verwachten we dat het bodemonderzoek afgerond zal zijn. Om de impact van verontreiniging op de gezondheid van omwonenden na te gaan, diende Leefbaar Groot Kortemark samen met huisartsen van drie verschillende Kortemarkse praktijken een aanvraag in om cijfers te verkrijgen over de aanwezigheid van en de kans op bepaalde vormen van kanker in de omgeving van het stort. Ook daarover verwachten we gauw meer te weten. Het goede nieuws is dat de afgelopen jaren de inrichting van de site van het stort sterk is verbeterd met veel meer aandacht voor de opvang en verwerking van het regenwater en het percolaat van de stortplaats. Ongeveer twee keer per jaar gaat een opvolgingscommissie door waar verschillende betrokkenen de hete hangijzers aan een afvaardiging van Silvamo voorleggen. Binnen een paar weken weten we hoe dan ook meer. Hopelijk legt de Raad voor Vergunningsbetwistingen de aanvoer van PFAS-houdend afval definitief aan banden.

55


Opnieuw bezwaren tegen Oostendse torens Filip De Bodt In 2024 diende bouwgroep Versluys 2 bouwaanvragen in voor 2 nieuwe woontorens op de Oosteroever, vlak bij Fort Napoleon. De 1e toren "Roof Gardens" zou 32 meter hoog zijn en 9 verdiepingen tellen, de 2e toren "Mistral" zou 56 meter hoog zijn en 17 verdiepingen tellen. Climaxi diende tegen beide projecten bezwaar in. Na de aanvulling met een aantal bijkomende documenten liggen beide aanvragen opnieuw op tafel en loopt de inzageperiode. Ondanks de bijkomende informatie blijft Climaxi bezwaar indienen tegen beide projecten. Climaxi is al jaren actief op de Oosteroever en omgeving vanuit haar bekommernis om visserij en klimaat. De verstedelijking van de wijk duwt vanuit onze visie de mensen buiten die niet in het moderne kader passen (visserij, armere bevolkingsgroepen…) en bovendien wil men in een zone waar behoefte is aan natuur en waterbuffercapaciteit verder gaan verharden. 56

Wij sluiten ons aan bij de opmerkingen van het Erfgoedcentrum VCOE betreffende de schending van een beschermd landschap. Dat Minister Weyts en De Stad de intentie hebben om die bescherming in te krimpen voor delen van het terrein, is geen argument om de huidige aanvragen positief te beoordelen. Bovendien is het in het kader van de goede ruimtelijke ordening aangewezen om de verdere invulling van het terrein uit te werken via een RUP. De aanvrager spant de kar voor het paard en wil vergunningen bekomen voor de bestemming van de terreinen in detail vastliggen. Meer zelfs: een mogelijke goedkeuring van deze aanvragen hypothekeert de verdere invulling op stedenbouwkundig vlak. Het gaat hier om sausiconneren van aanvragen. Door beide dossiers apart te behandelen zijn adviesgevende instanties niet in staat om de cumulatieve effecten helder in ogenschouw te nemen. De aanvrager draait instanties hiermee een rad voor de ogen. Beide dossiers

dienen als 1 geheel ingediend en beoordeeld te worden. Door in de aanvragen regelmatig (voor de Mober en Biodiversiteitsstudie) beide dossiers aan te halen geeft de aanvrager dat in feite toe. Beide aanvragen liggen in de omgeving of aan de rand van overstromingsgebieden vanuit zee. In zijn eerder advies merkte Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust zelfs op dat de kelders regelmatig zouden kunnen overstromen in de toekomst. In het kader van mogelijke klimaatwijzigingen is het onverantwoord om op die plaats woningen van dergelijke omvang te voorzien. De impactberekening stikstof (op een paar honderd meter van Habitat- en VEN-gebied) houdt geen steek omdat men zich baseert op ‘veronderstelde’ toekomstige dalingen van de uitstoot waardoor de eigen inbreng gemarginaliseerd wordt. Impactberekeningen, die moeten voldoen aan de Europese regels, vertrekken van bestaande cijfers in plaats van toekomstige projecties. De doelstellingen van het nabij gelegen habitatgebied zijn tegenstrijdig met het project. De habitatfiche zegt dat men “streeft naar behoud van de huidige oppervlakte en omvorming ten gunste van andere Europese habitattypes en soorten in een ongunstige lokale staat van instandhouding is toegestaan, maar een behoud van de huidige oppervlakte dient op lange termijn nagestreefd te worden door een compenserende lokale uitbreiding van het habitattype op andere locaties via natuurlijke successie toe te laten.” Wij verwezen ook naar de

strikt geregelde Europese reglementering die een verbod inhoudt om de kwaliteit van beschermde natuurgebieden (Natura 2000-sites) significant aantasten of de leefgebieden van beschermde dier- en plantensoorten verder doen verslechteren. De percelen waar de projecten moeten plaats vinden zijn door OVAM bestempeld op de bodemkaart als percelen waar nog een Oriënterend Bodem Onderzoek moet plaats vinden omdat er vrij veel historische vervuilende industrie in de directe omgeving zat. Dit vinden we niet terug in de beschrijving van effecten van bemaling. Vanuit het voorzorgsprincipe dient er eerst een OBO plaats te vinden vooraleer er een omgevingsvergunning uitgereikt wordt en moet tenminste deel uitmaken van het nu voorgelegde dossier. De gerenommeerde Prof. Em. Stedebouw Georges Allaert, steunt ons bezwaar en zegt: “Die bouw is onzin. De toegankelijkheid tot het gebied is een ramp zeker in het kader van de noodzakelijke weken die op de Oosteroever nog moeten van start gaan voor een uitbouw van de haven zeewaarts die in het lange termijnplan staat van de Vlaamse regering en administratie. Duizenden blokken stenen moeten langs daar zeewaarts gebracht worden voor uitbouw van 2 tot 3 km in zee. Die stenen komen vanuit het hinterland met zwaar materiaal. We herinneren ons nog goed de uitbouw van de 2 strekdammen in periode 2008 tot 2012. Er is trouwens nog nooit vanuit de stad met het Vlaamse gewest een lange termijn uitgewerkt voor die invulling 2040 tot 2070 en nadien.” 57


Eco & Fair Simon Van Parijs

Supermarkt versus Eco&Fair Mei stond in het teken van de 'Supermarktvrije Maand', een initiatief van vzw Wervel. Het ideale moment om het contrast tussen de reguliere supermarkt en Eco&Fair eens scherp te stellen.

Fair trade

De kern van onze winkel is eerlijke handel. Wij willen geen producten verkopen waarvoor mensen tegen een hongerloon hebben gewerkt of waarbij seizoensarbeiders zijn uitgebuit. Bij ons krijgt elke producent een eerlijk loon: van de groenteboer in Herzele en de werknemer in de conservencoöperatie in Acerra (Italië), tot de cacaoboer in Ivoorkust of de visser in Cádiz. Dit loon dient niet alleen voor het eigen levensonderhoud, maar ook om te investeren hun omgeving en de lokale gemeenschap, zoals in zorg, cursussen en ecologische landbouw. Door de harde inkooptechnieken en 58

het gebrek aan onderhandelingsruimte bij supermarkten, krijgen producenten vaak slechts een klein deel van de uiteindelijke verkoopprijs. Ondertussen stijgen de eisen: het moet voortdurend goedkoper, uniformer en sneller kunnen geleverd worden.

De technieken achter goedkope olijfolie

Om de technieken achter die spotgoedkope supermarktproducten bloot te leggen, lichten we er één product uit. Neem nu goedkope olijfolie, die vaak voor minder dan 8 euro per liter

over de toonbank gaat onder termen als 'milde' of 'klassieke' olijfolie. Bij Eco&Fair is dat ongeveer de inkoopprijs. Onderzoek van de Keuringsdienst van Waarde (KRO-NCRV) toont aan dat de basis hiervoor vaak bestaat uit rotte, van de grond geraapte olijven. Dit levert 'lampante' olie op, een zure substantie die vroeger in Italië puur als brandstof voor olielampen diende. Om deze massa eetbaar te maken, ondergaat ze een intensief industrieel raffinageproces van ontgomming, neutralisatie, bleken en van geuren ontdoen (deodoriseren). Het eindresultaat is een smaak- en kleurloze vetmassa waar alle gezondheidsvoordelen uit zijn verdwenen. Fabrikanten mengen er vervolgens een minimaal percentage extra vierge olijfolie doorheen om het wettelijk toch als 'olijfolie' te mogen verkopen. Zulke trucs zie je overal: denk maar aan water in kip of tomatensaus, of zand in kruiden.

Gezonde en pure voeding Bij Eco&Fair kiezen we bewust voor pure voeding. In tegenstelling tot de supermarkt bevat ons aanbod geen chemische kleurstoffen of kunstmatige

additieven. We werken samen met boeren en coöperaties die op een ambachtelijke manier produceren. Hierdoor bevatten de producten enkel de noodzakelijke, natuurlijke ingrediënten. Transparantie over de samenstelling en de herkomst van het voedsel moet dan ook centraal staan. De relatie met ons voedsel vervreemdt. We weten steeds minder waar ons eten vandaan komt, wie het produceerde, in welk seizoen het groeit en onder welke omstandigheden het werd gemaakt. Vaak wordt gedaan alsof er geen alternatief voor de supermarkt bestaat, maar dat alternatief is er zeker wel: kom langs in onze winkel of winkel op www.ecofair.be .

Bestellen kan via www.ecofair.be 59


Lid worden van Climaxi

Zin om mee te doen? Dat kan!

Zin om Climaxi te steunen? Vind je dat ons werk nuttig is en wil je de beweging die we uitbouwen steunen?

Neem contact op via info@climaxi. be of via 0496/71.84.72. Of iemand van Climaxi, actief in jouw regio:

Word lid voor 25 euro per jaar (steunend lid voor 50 euro, sociaal tarief aan 10 euro), of een maandelijkse bijdrage op BE13 8940 0184 2539 t.v.v. Climaxi, Groenlaan 39, 9550 Herzele. Met dit lidgeld zetten wij acties op poten, bijten we ons verder vast in dossiers en organiseren we activiteiten. Samen bouwen we de sociale klimaatbeweging uit. Je krijgt onze brochures in je bus en we nodigen je uit voor onze jaarlijkse ledenvergadering. Als je wil kan je aansluiten bij een groep in je regio.

BRUSSEL Simon Van Parijs via 0478/06.00.42 ZUID-OOSTVLAANDEREN

Filip de Bodt via Filip@climaxi.be of 0496/71.84.72 ANTWERPEN

Tim Lambrechts via tim@climaxi.be OOSTENDE

Johan Bultiauw via 0478/71.48.59 en Kries Hoornaert: kriesjex@hotmail.com GENT

Filip De Bodt via 0496/71.84.72 MECHELEN

Piet De Baere: 0496/71.17.98 ZAVENTEM

Jean-Paul Martens 0477/62.41.28 KORTEMARK

Tim Deweerdt 0474/43.28.54

60


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Climaxi magazine Zomer 2026 by Climaxi vzw - Issuu