Skip to main content

Visietekst voor Aarschot

Page 1

Aarschot richting 2030. Een duurzame, leeftijdsvriendelijk en gezonde stad met fijne buurten Wanneer in 2019 een nieuw bestuur start, heeft het de kans om een ambitieus meerjarenplan (2020-2025) op poten te zetten, samen met de administratie, het managementteam en de bevolking van Aarschot. De contouren van zo’n meerjarenplan getuigen vanzelfsprekend van een sterke visie, die vooruitkijkt en op de lange termijn denkt. Het baseert zich op volgend klavertje vier: duurzaamheid, leeftijdsvriendelijkheid, gezondheid en buurtwerk. 1. Duurzaamheid Duurzaamheid wordt een eerste horizontale reflex in onze ambitie voor een toekomst als klimaat neutrale stad. Een beleidsplan moet rekening houden met een aantal basisprincipes en elk thema wordt getoetst aan duurzaamheid, zowel voor materialen als voor (menselijke) contacten. Leefmilieu wordt een ondersteunende bevoegdheid voor elke stadsdienst. Hiervoor willen we zowel een schepen mandateren, als een ambtenaar vrij stellen. Volgende strategische acties worden vooropgesteld: -

-

-

Een duurzaam aankoopbeleid, die de impact op het milieu beperkt houdt. Dit gaat over een rationeel energiegebruik, milieuvriendelijke verplaatsingen (waarbij het CBS het voorbeeld geeft), een gebalanceerde aankooporganisatie (minder nodig betekent minder aankopen), duurzame leveranciers en grondige beperking van de afvalproductie; Kansengroepen krijgen meer toegang tot de arbeidsmarkt, zowel voor werkzoekende jongeren als voor de rol van sociale economie; Duurzame innovatie wordt gestimuleerd en onze investeringen (vb.: in wegenwerken) worden hieraan getoetst; Starters, duurzame en innovatieve bedrijven worden extra ondersteund, zonder de bestaande bedrijven uit het oog te verliezen. In ons vergunningenbeleid wordt hier eveneens mee rekening gehouden; We kiezen voor eerlijke handel en garanderen internationale arbeidsnormen; Een sterk bosbeleid en milieubeleid (in de enge zin) is een vanzelfsprekendheid; We zorgen voor een proactieve aanpak van dierenwelzijn, we kijken daarvoor bovenlokaal en we zoeken naar een sociale inslag qua tewerkstelling.

Inzake mobiliteit is het doel: MEER mensen en MINDER auto’s. We hebben aandacht voor aangenaam wonen in het centrum en de deelgemeentes. De economie is op maat van de mensen en de ondernemers, met aandacht voor horeca en detailhandel, maar ook met een autoluw karakter. Veilige schoolomgevingen, een slim openbaar vervoer (onderzoek naar belbus), aandacht voor minder mobiele mensen en een algemeen krachtig fietsprogramma zorgen voor een duurzaam mobiliteitsbeleid, waarbij het STOP-principe de leidraad is. In plaats van koning auto denken we aan “koning fiets”: de term doet eerder vermoeden dat er een sterke boodschap achter schuil gaat, maar mag geenszins afbreuk doen aan andere vervoersmodi. Wat fietsbeleid betreft zoeken we naar een meldpunt voor onderhoud, fietsparkings bij nieuwbouwprojecten, fietsdelen, fietsstraten en verkeersremmende maatregelen die prioriteit geven aan voetgangers en fietsers. Mobiliteit wordt ook bekeken vanuit de deeleconomie (vb.: autodelen). Inzake ruimtelijke ordening kiezen we voor een stedenbouwkundige verordening waarbij alle voorwaarden vastliggen. Zo moet het ook, maar we kiezen voor extra aandachtspunten (al dan niet gekoppeld aan de grootte van de bouw): verdichting (met voorkeur voor inbreiding t.o.v. uitbreiding),


duurzaamheid, energiezuinig, mobiliteit, waterhuishouding, sociale mix, sociale verwevenheid en impact op kernversterking. Concreet willen we bestaande handelspanden optimaliseren (vb.: via verevening, collectieve renovaties, handelspandfondsen,…) of willen we in buitengebieden woningen verkavelen, wanneer er tot voor kort slechts één adres op voorzien was, willen we de publieke ruimte ingroenen en groene ruimte vrijwaren. We optimaliseren onze openbare infrastructuur. Het Vlaamse witboek/monitor stadsplanning is een leidraad (waar investeren we eerst). We zetten eveneens fel in op regulier onderhoud (grachten, bermen, stadspark, erosie,…). De nodige middelen worden voorzien voor rioleringswerken en buitengewoon onderhoud wegenis. De prioriteit ligt op de zwarte punten, zoals ze voorkomen uit de ongevallenstatistieken; in combinatie met andere mobiliteitsaspecten (fietsbeleid + voetgangersbeleid) en we kijken ook naar de spreiding over deelgemeenten. Een buurtgevoel zorgt voor een thuisgevoel, een plaats waar je kan wonen, ontspannen en je goed kan voelen. In onderzoek naar leven in een stadskern komt duidelijk naar voren dat groen in de stad een zéér belangrijke factor is om zich goed te voelen. 2. Leeftijdsvriendelijk Het stadsbestuur heeft in de vorige legislatuur met het traject ‘kindvriendelijkheid’ getracht om tot impulsen te komen, die de diensten aanzetten tot een horizontale reflex doorheen het meerjarenplan. Aarschot is en wil een kindvriendelijke stad zijn. Wat goed is voor kinderen, is goed voor volwassenen en senioren. Aarschot is een scholenstad. Een lezing van het stedelijk net toont aan dat we over voldoende leerlingen beschikken, met uitzondering van SIBA. Een rationalisering van stedelijk secundair onderwijs in een brede eerste graad en daarna met sterke domeinscholen, met zo veel mogelijk 2de en 3de graadrichtingen met een duidelijke focus op specifieke domeinen, wordt voorbereid en uitgevoerd, in samenspraak met de andere scholen en het lerarenkorps. De domeinscholen moeten bovenlokaal worden geprofileerd. Zo kan bijvoorbeeld gekeken worden naar complementariteit met BUSO en andere scholen. We moeten zien dat het programma dat we aanbieden interessant is voor de brede regio, zonder elkaar te overlappen. Een grote investering voor het buitengewoon onderwijs, op de site Elzenhof wordt een prioritaire investering, mits subsidies van de Vlaamse Overheid. De vermarkting van de gebouwen tussen de Amerstraat en de Elisabethlaan wordt hierbij als pasmunt bekeken. Ten slotte willen we ook voor alle andere scholen, vanuit de onderwijsraad en vanuit het flankerend onderwijsbeleid een goede steun zijn als stadsbestuur. We hebben blijvende aandacht voor naschools (kunst)onderwijs, een goed instrument vol ontmoetingskansen. Wanneer kinderen hun tekening van de ideale plek maken, hebben ze aandacht voor hun ouders en hun grootouders. Waarom zouden wij dat niet doen? Daarom kiezen we voor een leeftijdsvriendelijke stad. Nieuwe grote projecten moeten erop gericht zijn om elke bevolkingsgroep mee te laten genieten van de nieuwe mogelijkheden. Deze toetsing zal gebeuren bij de opstart van elk project. De vergrijzing in de stad stelt ons voor uitdagingen, die we ombuigen tot opportuniteiten. Een ouderloket en sociale ondersteuning voor senioren zijn hiervoor noodzakelijke instrumenten. 3. Gezondheid Als je inzet op een duurzame stad, bekijk je dat niet op enge basis. Een duurzame stad is er evenzeer in de sociale relaties, in het welzijn van de mensen en op vlak van primaire gezondheid. Daarom willen we meer mensen op de fiets en meer biodiversiteit in de stad. Maar in deze paragraaf belichten we vooral de sociale context en de inclusieve en op outreachende benadering van ons welzijnsbeleid.


Gelijkwaardigheid is een sterke waarde in onze visie: ook in deze legislatuur proberen we ‘iedereen mee’ te krijgen. Een Aarschottenaar die beweegt zorgt voor zijn eigen gezondheid. We maken er dus een collectieve verantwoordelijkheid van en communiceren er duidelijk over via een nieuwe website. Iedereen moet kunnen sporten: een kwalitatief, uitgebreid en makkelijk bereikbaar sportaanbod voor elke doelgroep past in onze visie. De laaksite wordt een prioritaire investering. Naast een moderne voetbalaccommodatie is er ook ruimte voor specifieke sporten (dans, gevechtssport,…) en voor buitensport (BMX, Finse piste). Onze AGB-structuur, maar ook een mogelijke PPS, kunnen de investeringen vergemakkelijken. Samenwerking tussen sportclubs wordt gestimuleerd via onze subsidiereglementen; inclusie zorgt dan weer voor extra middelen voor sportclubs. Sportclubs hebben ook in de deelgemeenten en in de buurten hun plek: zeker voor kinderen en jongeren moet er dicht bij huis een aanbod zijn. Niet alleen voor de competitieve sporter, maar ook voor de recreatieve sporter is er ruimte in onze stad. We zorgen ook voor een sociale huisvesting, waarbij het sociale objectief richtinggevend is. We consolideren de grotere huisvestingsmaatschappij en bieden een aanbod, dat voldoet aan de behoeften (vb.: éénoudergezinnen). De kwaliteit van de bestaande woningen moet worden aangepakt, zowel qua comfort als qua energie-efficiëntie. Beroep doen op sociale ondersteuning moet vereenvoudigd worden. Extra begeleiding wordt aangezocht om mensen te begeleiden in de hoeveelheid mogelijkheden die er bestaan om ondersteuning te krijgen. Een sterke samenwerking tussen stad en OCMW legt daarvoor de contouren vast. De integratie van de diensten zien we als een opportuniteit. Het publieke karakter van persoonsgebonden zorgactiviteiten die we aanbieden, is gegarandeerd en gevrijwaard voor de toekomst. Al kan het ook zijn dat er een samenwerking komt met de sociale economie en/of met middenveldorganisaties en privé die hun plaats in zorg en welzijn innemen. Zo kan bijvoorbeeld het RUP Nonnenlanden de weg vrij maken voor een zorgcampus met eerstelijnszorg en wijkgezondheidscentra. Aarschot is een financieel gezonde stad, met een performante organisatie. Dat wordt evenzeer een prioritaire opgave. Onder andere het financiële beheer wordt kritisch geëvalueerd, zowel op personeelsvlak als op vlak van processen. Centralisatie van heel wat taken, zoals aankoopbeleid, zouden inhoudelijke diensten verder kunnen verlossen van teveel administratie. De visumplicht wordt vanuit de bepalingen van het decretaal kader bepaald, zonder dat er daar extra – aan de organisatie eigen – bepalingen worden aan toegevoegd. Het meerjarenplan wordt geschreven met de mogelijkheden die de BBC ons bieden. We plannen voor zes jaar, met alleen nog nood aan essentiële bijsturingen. Het geïntegreerd werken, vanuit beheers- en beleidsoogpunt, wordt sterker benut. Aan het meerjarenplan is een goed budget gekoppeld, zonder al te veel versnippering; de lasten zouden netto hetzelfde moeten blijven. Een schuldenlast dat een hypotheek legt op onze autofinancieringsmarge kan niet: we beheren ons budget als een goede huisvader en rentmeester. AGB’s worden bekeken vanuit het werkelijk nut en opbrengst. De transparantie moet hoger, de democratische controle kan beter. We houden het investeringsritme aan op vlak van openbare werken. We doen dit in samenwerking met andere partners. In de vorige legislatuur werd alles op alles gezet om te starten met een nieuwe dienstverlening, een centraal onthaal en efficiënte klantencontacten (o.a. met werken op afspraak). Dit moet de komende jaren op kruissnelheid komen, ook i.f.v. de integratie van OCMW. We onderzoeken de ideale manier om op de meest toegankelijke manier de sociale diensten te bereiken. We stappen af van verkokerd denken, we zetten in op een HR-beleid en we consolideren het denken in processen. Er moet aandacht zijn voor een betere dienstverlening, dichter bij de mensen. Digitalisering maakt het mogelijk om hierin stappen te zetten en meer op buurtniveau te denken.


4. Buurtwerk Het bestuur wenst buurten te versterken. Ze zijn een krachtige motor van verbondenheid. Dit kan gebeuren door een actief en ondersteunend vrije tijdsbeleid en een sterk sociaal verwevenheid. Vele punten die hier voorafgaand werden vermeld, worden op een buurtgerichte manier bereikt met nadruk op inclusie en outreaching. Goede sportinfrastructuur, ontmoetingsruimte in het groen, leuke wandelwegen, avontuurlijke speelterreinen, een kwaliteitsvol cultuuraanbod, een goed onderbouwd en innovatief jeugdcentrum en een ondersteuning van onze socio-culturele verenigingen, draagt bij tot een warm sociaal weefsel. We kijken daarvoor zeker ook naar de deelgemeenten en de wijken. Ook dankzij een onderbouw van het economisch weefsel (zie ook item duurzaamheid), met kernversterking, een duurzame ruimtelijke context voor handelsvestiging en bedrijvigheid, met fijne buurtwinkels, slimme binnenstedelijke belevering, centrummanagement, evenementenbeleid, en zo veel meer, zetten we in op levendige kernen, in Aarschot centrum en in de deelgemeenten en dorpskernen. Prioritaire dossiers op vlak van economie zijn bedrijvig Aarschot, een profilering van ons economisch weefsel (binnen de quadripool Leuven-Aarschot-Diest-Tienen en met blik op de nationale en internationale context) en de blijvende versterking van onze winkelkernen Aarschot en Rillaar (terugdringen van leegstaande winkelpanden). De open ruimte, aangevuld met banken, bomen, gemakkelijk bewandelbare paden en straten, doorweven met woon- en fietsstraten, leidt automatisch tot een warm thuisgevoel. Het delen van ruimten of het polyvalente karakter van zalen en (brede) scholen zorgt voor een goed aanbod voor het verenigingsleven en vergroot de sociale cohesie. Binnen elke deelgemeente willen we een (tijdelijk) fysiek dienstenlokaal ontwikkelen, met ruimte voor participatie, ontmoeting en communicatie. Buurtgesprekken, infomomenten en ontbijtontmoetingen, tussen bewoners en CBS, brengen het bestuur dichter bij de mensen. De ambtenaar wordt eveneens meer mobiel. We voorzien extra straathoekwerk om zo de vinger aan de pols te houden in de verschillende wijken. Dit komt ook de sociale veiligheid ten goede. De kosten spreiden we over de verschillende diensten, omdat straathoekwerk en buurtwerk opnieuw een strategische integrale aanpak is, die ten dienste staat van vele bevoegdheden en beleidsvelden. Onze politie wordt versterkt in capaciteit, maar krijgt met dit buurtgericht en sociaal werk evenzeer een grotere opdracht in de wijken. De wijkagent wordt nog meer een aanspreekpunt. We gaan uit van een politiezone vanuit één gemeente, maar we houden alle pistes open omwille van financiële consequenties. Sterke buurten zijn in se ook veilige buurten, waarbij ook de technologie van de 21ste eeuw niet mag ontbreken. De politie, brandweer en preventiediensten worden meer betrokken bij beleid.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook