Skip to main content

BRUZZ editie 1997 (28-10-2026)

Page 1

028 0 oktober M A A N D 2026 2024

David Leisterh (MR) na het trauma van de formatie ‘Misschien verhuis ik naar Engeland’ ‘ACAB: All cops are bastards’ Waarom jongeren de politie wantrouwen

TWIJFELEN OF JE KINDEREN WILT Groeiende groep Brusselaars in dubio over ouderschap

W E E K B L A D # 1 9 9 7, E E N U I TG AV E VA N V L A A M S - B R U S S E L S E M E D I A V Z W, F L AG E Y P L E I N 1 8 - 1 0 5 0 E L S E N E - A FG I F T E K A N TO O R A N T W E R P E N X P 3 0 3 1 5 3


Nice!

Ook de Brusselse jongeren vinden de weg naar ons magazine.

Merci. Elke week heeft BRUZZ magazine 125.000 trouwe lezers. Dat zegt de CIM Persstudie 2026. Een derde van die lezers is jonger dan 34, 15% is zelfs jonger dan 25. Hartelijk dank voor jullie interesse in de Brusselse actualiteit, en het vertrouwen in onze journalistiek.

A festival dedicated to the modern forms of roots, americana, garage & rock’n roll music In Brussels

21/11/26 david eugene edwards

early james • the courettes MUNLY & THE LUPERCALIANS fervents • c.o.f.f.i.n • L.A. sagne tuesday violence • Elephant Stone Gipsy Rufina • France de Griessen Penny & The Pits • Slovenians

botanique — brussels

CONCERTS BRUSSELS

08/11 Lido Pimienta + Mas Aya 10/11 Infinity Song + Uwase 11/11 Kelsey Lu 13/11 NeS + Basement 18/11 Maria Arnal + Bulie Jordeaux 21/11 Tough Enough Festival 23/11 Dizzy Dros 25/11 Judith Kiddo + Melissa Weikart 02/12 Frenetik 08/12 TÄRA + aminabonthebeat (dj) 09/12 Sofie Royer + Margitte 10/12 Kalika and many more on

BOTANIQUE.BE


Vooraan

Brusselse drugscommissaris Aartsmoeilijke opdracht, onduidelijke strategie

E

en nieuwe fase in de strijd tegen drugs? Of gewoon een extra beleidsniveau, zonder veel slagkracht? Met Miran Scheers krijgt Brussel zijn eigen drugscommissaris, een functie in het leven geroepen door de regering van minister-­ president Boris Dilliès (MR). Ze krijgt een team van drie personen en zal zich naar eigen zeggen “ten volle inzetten” voor de uitdagingen die haar wachten. Scheers wacht een boeiende, maar aartsmoeilijke opdracht. Enerzijds staan de verwachtingen hooggespannen, zeker omdat het drugsgeweld in omvang lijkt toe te nemen en voor een groot stuk de beleving van de stad bepaalt. Mensen snakken naar een kentering. Anderzijds betreedt Scheers grotendeels onontgonnen terrein. Haar opdracht ligt op papier vast, maar hoe ze haar plaats tussen de bestaande veiligheidsdiensten moet opeisen, blijft voorlopig onduidelijk. Scheers komt bovendien uit Leuven, waar ze jarenlang directeur veiligheid en preventie van de Stad Leuven was. Allicht ook een uitdagende job, maar Brussel speelt in een andere categorie qua criminaliteit en geweld. Geen dronken studenten of gehannes over hondenpoep, maar zwaarbewapende drugsbendes, die opereren volgens een piramide­systeem met loopjongens en commandanten. En met immense financiële belangen op het spel. Die complexe realiteit vergt een zekere kennis van zaken en dat lijkt meteen haar grootste handicap: haar gebrek aan ervaring met Brussel – Brussel als narcohoofdstad, maar Brussel ook als institutioneel en maatschappelijk kluwen. Zal die achterstand tot nog meer vertraging leiden? Of zal haar positie van buitenstaander net een frisse blik werpen op vastgeroeste ideeën en praktijken, in het zoeken naar een samenwerking tussen de verschillende instanties? Ter harer verdediging: haar collega’s uit Leuven noemen Scheers “een bruggenbouwer”,

zo blijkt uit een portret dat te lezen valt op de website van BRUZZ. Het is iemand die “geïntegreerd denkt” en “streng en kordaat” kan overkomen, met ervaring rond drugsbeleid en drugspreventie. In de hoogste gerechtelijke kringen kon haar aanstelling alvast niet op hetzelfde enthousiasme rekenen. Niet dat hij Scheers persoonlijk aanviel, maar de procureur-generaal van Brussel, Frédéric Van Leeuw, omschreef de nieuwe functie als “lachwekkend”. Hij noemde – op de Franstalige televisiezender BX1 – de positie een verspilling van schaarse middelen, en vreest een overlapping met de huidige federale drugscommissaris Ine Van Wymersch. Zijn kritiek raakt de kern van de zaak: wat voegt een nieuwe coördinator toe als bestaande diensten vandaag al moeite hebben om hun opdracht uit te voeren? Haar ietwat bleke beschrijving in de media zal die scepsis niet meteen counteren. Toch zit mogelijk daarin haar sterkte: in haar onopvallende profiel, haar verbindende aanpak en haar relatieve politieke onafhankelijkheid. Ze moet immers haar plaats zien te vinden tussen een rist zwaar­ gewichten, elk met eigen bevoegdheden, prioriteiten en ego’s. Gold Commander Michel Goovaerts coördineert de politieaanpak tegen het drugsgeweld en bereidt ondertussen de fusie van de zes politiezones voor. Procureur Julien Moinil wil de georganiseerde criminaliteit harder aanpakken. En Dilliès, haar politieke opdrachtgever, wil zich bewijzen als minister-­ president. Scheers kan de lijm tussen die verschillende spelers worden en een alliantie aan elkaar smeden. Het BRUZZ-portret onthulde nog een ander veelzeggend detail: van Scheers bestaan amper foto’s. Zij lijkt de anonimiteit te prefereren boven publieke (h)erkenning. Dat hoeft geen bezwaar te zijn. Brussel heeft niet nog een veiligheidsfiguur nodig die vooral zichzelf in de kijker zet. Niet de drugscommissaris moet zichtbaar zijn, wel de resultaten van haar werk.

“De criminaliteit in Brussel valt in niets te vergelijken met die in Leuven”

Maarten Goethals

Coördinator magazine. In het edito fileert de redactie de Brusselse actualiteit.

Lees meer Lees het portret van Miran Scheers op BRUZZ.be/scheers

28 oktober 2026 |

3


Inhoud

28 oktober 2026 OP DE COVER 06

03

32

Halloweentips Haal je verkleedkleren maar uit de kast, want het is bijna Halloween. BRUZZKet verzamelde de leukste tips om lekker te griezelen in Brussel. Je vindt ze op BRUZZKet.be

Gaan met Gunnar Ga met Gunnar naar Botanique Weekender, luister elke dag en maak kans op tickets. Gaan met Gunnar, elke weekdag vanaf 16u op BRUZZ radio

41

Van de Spaanse burgeroorlog tot de seventies van Brussel: vijf films die je niet mag missen op het jarige queer filmfestival Pink Screens

COLOFON

Vooraan Brusselse drugscommissaris: aartsmoeilijke opdracht, onduidelijke strategie Actueel Discussie over bomen­ beleid na kaalslag Agoraplein

14

Opinie Groot deel van de jongeren wantrouwt de politie

15

Cartoon Delphine Frantzen

18

Politiek David Leisterh, een jaar na zijn formateurschap: ‘Ik was niet de persoon die Brussel nodig had’

22

Fraude Erik De Ryk, topman van Ecofin: ‘Er zijn steeds meer professionele witwassers actief’

14

Meer BRUZZ

ACTUALITEIT

12

26

Jean Marchetti knipt zich al vijftig jaar een weg door de kunstwereld: zijn kapsalon fungeert tegelijk als galerie

Kinderwens Groeiende groep Brusselaars twijfelt over ouderschap: ’Als het kind er is, kun je niet meer terug’

VERHALEN Wonen Ode aan de rijwoning

ELKE WEEK

Stadsleven Clignotants

16

In beeld

16

In het nieuws

25

Beestig Brussel Eindelijk weer Brusselse opvang voor ganzen, eenden en kippen

30

De gevel Saliou kijkt uit op een tekening van Tiny

31

Column Samen naar de winter

44

Hang-out Anna en Tess

46

Puzzelpagina

36

CULTUURGIDS Shoptips

37

Eat & Drink 3 x Vietnamese koffie

38

Uittips

39

Klein onderhoud Amaea Rae

40

Uittips

43

Inzichten Elmer

BRUZZ Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65 ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80 Gratis in Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België: 29 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393 van Vlaams Brusselse Media vzw, een abonnement binnen Europa kost 119 euro per jaar, buiten Europa 139 euro per jaar OPLAGE 50.000 exemplaren ADVERTEREN? Jasmine Moortgat 02-650.10.81 jasmine.moortgat@brusselmedia.be DISTRIBUTIE Ute Otten, 02-650.10.63, ute.otten@bruzz.be KLACHTEN? klachten@bruzz.be - www.bruzz.be/klachten ALGEMENE DIRECTIE Johan Goossens ALGEMEEN HOOFDREDACTEUR Klaus Van Isacker COÖRDINATOR MAGAZINE Maarten Goethals ART DIRECTOR EN VORMGEVING Heleen Rodiers VORMGEVING Maud Declerck EINDREDACTIE Karen De Becker WERKTEN MEE AAN DIT NUMMER Eva Christiaens, Kris Hendrickx, Bettina Hubo, Sophie Moffat, Sophie Soukias, Steven Van Garsse, Tom Zonderman (redacteurs); Johan Baeten, Michaël Bellon, Jasper Croonen, Andy Furniere, Patricia Kargbo, Julie Mabilde, Niels Ruëll, Maria Saldi, Matisse Van der Haegen, Michel Verlinden (medewerkers) FOTOGRAFIE & ILLUSTRATIE Bart Dewaele, Tiene Carlier, Kim Duchateau, Delphine Frantzen, Ivan Put, Saskia Vanderstichele, Emiel Viellefont VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Klaus Van Isacker, Flageyplein 18, 1050 Elsene. BRUZZ is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw wordt gedrukt bij Printing Partners Paal-Beringen en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie


Kinderwens

6


‘Je kunt niet meer terug als er een kind is’ Groeiende groep Brusselaars twijfelt over ouderschap

Terwijl het geboortecijfer in Brussel jaar na jaar daalt, wint ook een ander fenomeen aan belang: de twijfel over het ouderschap. Steeds meer Brusselaars weten echt niet of ze wel of geen kinderen willen. Dat verscheurende dilemma weegt zwaar en zet relaties onder druk. Ook de weg naar professionele hulp wordt vaker gevonden. “Ik besef dat ik er niet helemaal zelf ga uitraken.” door Sophie Soukias illustratie Wide Vercnocke

M

arie De Wilde uit Sint-Gillis is 34 en twijfelt of ze moeder wil worden. Een uitgesproken kinderwens of moederinstinct heeft ze niet, maar de gedachte aan een leven zonder kinderen laat haar evenmin los. “Ik zit enorm met dat vraagstuk in mijn hoofd.” Drie jaar geleden werd ze single. Intussen ziet ze steeds meer vrienden aan het ouderschap beginnen. “Ga ik uiteindelijk als enige in mijn vriendenkring zonder kinderen achterblijven?” De biologische klok tikt, maar haar gevoel geeft geen uitsluitsel. “Vorige week dacht ik nog: ik ga mijn eicellen laten invriezen. En deze week denk ik: nee, ik ga het toch niet doen.” Bovendien voelt

haar leven nog te chaotisch om een kind de nodige houvast te bieden. “Ik ben heel erg bang: hoe ga ik ooit een kind opvoeden? Om het niet te verpesten voor dat kind.” Als vroedvrouw kent De Wilde de mooie en zware kanten van het ouderschap. “Ik zie hoe vermoeidheid de roze wolk doet verdwijnen. Toch ben ik benieuwd hoe het voelt om zo’n onvoorwaardelijke liefde te ervaren.” Tegelijk vreest ze dat het moederschap haar eigenheid en vrijheid op proef zal stellen. Haar sociale leven is belangrijk, maar als introvert heeft ze ook nood aan tijd alleen. “Ga ik mezelf dan verliezen?” Zolang ze niet helemaal zeker is, begint ze er liever niet aan. “Je kunt niet meer terug als dat kind er is.” Ook de toestand van de

wereld speelt mee in haar twijfel. “Met de klimaatopwarming en de geopolitieke situatie vraag ik me af in wat voor wereld ik dat kind zou zetten.” Nu de onzekerheid steeds zwaarder weegt, overweegt ze met een therapeut te praten. “Ik besef dat ik er misschien niet helemaal zelf zal uitraken. Ik denk dat er een heel grote groep mensen is zoals ik.” In een stad als Brussel, waar jongvolwassenen hun carrière uitbouwen, nieuwe mensen leren kennen en alle mogelijkheden openliggen, lijkt ook twijfel over het moederschap steeds opener besproken te worden. Voor Kelly (32) uit Molenbeek, die haar familienaam liever niet vermeld ziet, is het dilemma erg herkenbaar. “Ik vind het heel 28 oktober 2026 |

7


Kinderwens

moeilijk.” Ze heeft een relatie, maar weet dat ze de beslissing niet eindeloos kan uitstellen. “Ik geef mezelf nog een jaar om de knoop door te hakken. Ik wil de tijd van mijn partner niet verspillen, mocht blijken dat hij andere wensen heeft dan ik.”

Van week tot week

Kinderen krijgen lijkt haar een verrijking, “een ervaring die liefde en betekenis aan het leven kan geven”. Tegelijk beseft ze hoeveel er verandert: “Een kind komt op de eerste plaats, waardoor ik misschien andere dingen niet meer zal kunnen doen.” Haar twijfel schommelt van week tot week. Schattige babyfilmpjes op Instagram of haar vriend met zijn petekindjes doen haar dromen van een gezin, maar na een drukke zomer denkt ze evengoed: “Ik zie het echt niet zitten om naast mijn job, hobby’s en vrienden ook nog een kind te hebben.” Als milieuwetenschapper kijkt Kelly ook bezorgd naar de toekomst. “We weten niet goed wat de klimaatopwarming, het verlies aan biodiversiteit, de politiek en de opkomst van AI over tien, twintig of dertig jaar zullen betekenen.” Een partner die de zorg volwaardig wil delen, is voor haar een voorwaarde. Haar vriend ziet het zitten om als vader halftijds te werken. Kiezen ze voor kinderen, dan zouden ze bovendien Brussel verlaten. “Ik woon graag in Molenbeek, al staan er bijvoorbeeld ook drugsdealers op de hoek van de straat.” Om haar twijfels een plek te geven, praat ze met haar therapeut en zoekt ze herkenning op fora als Reddit. “Ik lees er zowel verhalen van vrouwen die blij zijn dat ze ondanks hun twijfels moeder zijn geworden, als getuigenissen over traumatische bevallingen.” Ook Instagram lijkt haar dilemma te hebben opgepikt: “Mijn algoritme toont altijd vaker berichten over moederschap”. Daarnaast helpen podcasts, zoals het Nederlandse De Eierwekker, haar om haar twijfels verder te verkennen.

“Het gaat niet om de vraag of vrouwen het moederschap wel aankunnen, maar om wat ze nodig hebben om erin te geloven dat ze het aankunnen” Charlotte Schelfhout

Counselor bij gezondheidscentrum Plek

In Nederland is er geen gebrek aan podcasts en boeken over die ambivalente kinderwens, zoals Soms wil ik een kind van Jantine Jongebloed en Twijfelmoeder van Patricia de Ryck. Die laatste richtte ook de gelijknamige Facebookgroep op, waar vrouwen elkaar kunnen steunen. Wie lid wil worden, krijgt van De Ryck een privébericht met haar aanbod, waaronder persoonlijke coaching voor 54 euro per gesprek. Haar onlinecliënteel bestaat naar eigen zeggen voor twee derde uit Nederlandse en voor een derde uit Vlaamse vrouwen.

De schuld van de boomers

Charlotte Schelfhout werkt bij gezondheidscentrum Plek in Brussel en noemt zichzelf liever counselor dan coach. Een persoonlijke ervaring met een milde postpartumdepressie bracht haar op een nieuw professioneel spoor: ze volgde een postgraduaat in perinatale coaching. “Ik merkte hoe weinig ruimte er is voor de veelzijdige en soms paradoxale kanten van het moederschap”. Ze begeleidt mensen bij existentiële twijfels en grote levenskeuzes. Vandaag worstelt zo’n 80 procent van haar klanten met de vraag of ze kinderen willen. Volgens Schelfhout spelen verschillende factoren mee in de beslissing om kinderen te krijgen: van financiële onzekerheid en klimaatstress tot opvoedingsvragen en de angst om daarover niet op dezelfde golfleng-

“Als de twijfel lang aanhoudt en je geen knoop kunt doorhakken, kan de keuze zo overweldigend worden dat je erin vastloopt” Pauline Verhelst

Psychologe en onderzoekster aan de UGent

8

te te zitten als je partner. Maar ook de persoonlijke levens en identiteitsverandering, en de impact op de relatie wegen zwaar door. Wie levert in op carrièrevlak en wie draagt de mentale last thuis? “Vrouwen vragen zich af: als ik straks aan al die dingen moet denken, zal mijn partner mij dan nog wel zien?” Ook de angst om het mentaal niet aan te kunnen, weegt door. Sommige vrouwen overwegen om bewust alleenstaande moeder te worden: wachten op een partner of alleen aan kinderen beginnen? Opvallend is dat vooral vrouwen met die twijfels in therapie belanden, bang dat ze als moeder niet goed genoeg zullen zijn. Volgens Schelfhout moet de vraag anders worden gesteld. “Het gaat niet om de vraag of vrouwen het moederschap wel aankunnen, maar om wat ze nodig hebben om erin te geloven dat ze het aankunnen.” Vrouwen dragen vaak het grootste deel van de zorg in de eerste levensjaren van een kind. “Het is belangrijk dat hun partner ziet hoeveel ze doen, hen daarin erkent en mee de verantwoordelijkheid draagt.” Dat het ouderschap vandaag zo’n beladen keuze is, heeft volgens Schelfhout ook te maken met wat generaties lang onbesproken bleef. “Onze ouders, de boomergeneratie, hebben veel in stilte doorstaan.” Daardoor bleven de minder fraaie kanten van het moederschap vaak buiten beeld. Tegelijk is ook de vanzelfsprekende steun van vroeger grotendeels verdwenen. “Vroeger was er meer een gemeenschapsgevoel. Als je in een dorp woonde en hulp nodig had, kon je bij mensen aankloppen.” Ze verwijst naar een Albanese ex-medestudente, die vertelde dat in haar cultuur vrouwen de moeder na de bevalling een maand lang komen voeden en verzorgen. In de stad is die steun minder vanzelfsprekend. “We leggen zoveel verantwoordelijkheid bij het individu dat het moeilijk wordt om te zien hoe je weer een netwerk kunt opbouwen. Vertrouwen moet je ook opnieuw opbouwen.” Ook Pauline Verhelst, psychologe en onderzoekster aan de Universiteit Gent, ziet


Verhelst zegt ook dat twijfelen gezond is. “Als de twijfel maandenlang aanhoudt en de keuze zo overweldigend wordt dat je erin vastloopt, kan het zinvol zijn om professionele begeleiding te zoeken.” Ze raadt eerder een psychotherapeut dan een coach aan. “Wie voor een coach kiest, doet er goed aan de opleiding, ervaring en ethische werkwijze na te gaan.” Verhelst ziet hoe twijfel de relatie onder druk kan zetten. “Ik vind het mooi dat koppels samen hulp zoeken.” Vaak wil de ene partner kinderen, terwijl de andere twijfelt. “Door de stress komen partners vaak tegenover elkaar te staan, en wordt het moeilijker om naar elkaars angsten en onzekerheden te luisteren. Therapie helpt om beide perspectieven te begrijpen en samen te zoeken naar een weg vooruit.” Verhelst benadrukt dat een hulpverlener die keuze niet voor het koppel kan maken, maar wel kan helpen om onderliggende angsten en behoeften te verhelderen: wil ik zelf kinderen, of voel ik vooral druk van mijn omgeving? “Twijfel toont vaak dat er veel waarden in je leven zijn die belangrijk voor je zijn. Therapie helpt om die met elkaar te verzoenen en elk een plaats te geven.” Ze wijst er ook op dat twijfels niet zomaar verdwijnen na de geboorte: “Onderzoek toont aan dat ambivalentie kan blijven bestaan, ook al zijn er kinderen. Geen enkele ouder is elke dag 100 procent graag mama of papa. Goede en slechte dagen horen er nu eenmaal bij”.

Angstige generatie

de twijfel over het ouderschap toenemen in haar consultaties. Belgische cijfers zijn er niet, maar buitenlands onderzoek wijst op een verschuiving. “Rond 2010 stond naar schatting 20 tot 25 procent van de mensen tussen 18 en 35 jaar eerder ambivalent tegenover het ouderschap. Vandaag gaat het veeleer om 30 tot 40 procent”, zegt Verhelst. “Vooral bij vrouwen lijkt die twijfel sterker op de voorgrond te staan dan vroeger.” Volgens haar komt die evolutie doordat

jongvolwassenen meer tijd krijgen om verder te studeren, te reizen en zichzelf te ontdekken, voordat ze een gezin stichten. “Zo kunnen ze beter bepalen wie ze zijn en welke keuzes bij hun leven en dromen passen. Pas daarna beginnen mensen zich bewuster af te vragen: passen kinderen in het leven dat ik heb vormgegeven? Daardoor lijkt de keuze om een gezin te beginnen veel minder vanzelfsprekend dan vroeger.”

Dat de twijfel over het ouderschap zo sterk leeft, is volgens ULB-psychiater Charles Kornreich geen toeval. Millennials en Gen Z zien hun toekomstperspectief slinken, “terwijl de mentale gezondheid in onze samenleving almaar verder achteruitgaat”, zegt hij. De klimaatcrisis voedt het beeld van “een apocalyptische toekomst, zonder veel voorgaande voorbeelden”. Tegelijk staan de overheidsbudgetten onder druk en blijft betaalbare huisvesting voor velen buiten bereik. “Maar ook de hogere eisen die we aan ons leven stellen, spelen een rol.” “Vrouwen streven naar meer gelijkheid binnen hun relatie en hechten belang aan een goede opleiding en financiële zekerheid”, zegt hij. Een partner vinden die aan die verwachtingen voldoet, is niet vanzelfspre28 oktober 2026 |

9


Kinderwens

“Ik zie het echt niet zitten om naast mijn job, hobby’s en vrienden ook nog een kind te hebben” Kelly

Milieuwetenschapper

goede zaak dat de nieuwe generaties daar bewuster mee omgaan. Tegelijk ziet hij een paradox: “We worden de hele tijd aangemoedigd om onszelf centraal te stellen, terwijl betekenisvolle relaties met anderen en voor anderen zorgen, bijvoorbeeld voor een kind, bewezen positieve effecten kunnen hebben op onze mentale gezondheid.” “De neoliberale samenleving houdt ons voor dat we met de juiste keuzes een uitzonderlijk leven kunnen opbouwen.” Zo lijkt ons geluk volledig in eigen handen te liggen. “Dat is een verpletterende verantwoordelijkheid. We proberen het onbekende en onvoorspelbare uit te bannen, maar dat is een illusie. Wie kinderen krijgt, moet leren omgaan met die onzekerheid en met alles wat het leven brengt: het mooie én het minder mooie.”

Geen grijstinten

kend, zeker nu, zo zegt hij, zes op de tien universitair afgestudeerden vrouwen zijn. “De twijfel gaat daardoor niet langer alleen over de kinderwens, maar ook over de vraag of je überhaupt een relatie wilt aangaan.” Ook sociale media maken de keuze er niet eenvoudiger op. “Ze vervreemden ons van echte sociale relaties, waarin we onvermijdelijk op de ander botsen en geconfronteerd worden met verschillen. Tegelijk tonen ze een eindeloze reeks mogelijke levenspaden, terwijl die vroeger veel meer beperkt bleven tot onze eigen omgeving.” Al die alternatieve scenario’s maken het moeilijker om keuzes te maken, ook over het ouderschap. Daar komt bij dat we in een individualistische samenleving leven, waarin persoonlijke groei en zelfontplooiing centraal staan. “We moeten voortdurend ons geluk nastreven en over ons welzijn waken”, zegt Kornreich. Als psychiater vindt hij het een 10

Véronique Wenderickx, al bijna veertig jaar psychotherapeut en hoofd van het Brusselse opleidingscentrum voor gezinstherapie La Forestière, deelt die analyse. Ze vindt het een vooruitgang dat mensen openlijk over hun kinderwens kunnen twijfelen, maar ziet ook een keerzijde: “Alsof kinderen krijgen je onvermijdelijk óf spijt en een ongelukkig leven oplevert, óf puur geluk. Voor grijstinten lijkt er geen plaats meer.” Wenderickx ziet achter die zwart-wit­ benadering de prestatiedruk van een samenleving waar we overal in moeten

slagen, ook als ouder. “Het ideaalbeeld is nauwelijks haalbaar: ouders die alles perfect doen en kinderen die zich optimaal ontplooien. Die jacht op perfectie put mensen uit en kan ook de twijfels versterken bij wie overweegt aan het ouderschap te beginnen.” Ook de stortvloed aan informatie in de media en op sociale netwerken speelt een rol. Wenderickx vindt het positief dat er opener over moederschap wordt gesproken, maar waarschuwt: “Goed geïnformeerd zijn helpt, maar kan ook extra angst aanwakkeren.” Zo kunnen verhalen over complicaties, postnatale depressie en de mentale last van het moederschap sommigen helpen een weloverwogen keuze te maken, “terwijl ze voor anderen juist een drempel vormen”. In therapie komt het erop aan de verschillende angsten uit elkaar te halen, legt Wenderickx uit. Komen de twijfels voort uit maatschappelijke druk, de schrik dat het ouderschap de persoonlijke ontplooiing zal beperken, klimaatangst ...? Of liggen ze dieper verankerd in iemands persoonlijke geschiedenis? “Het gezin waar je opgroeit, en soms zelfs familiegeheimen, kunnen je beeld van het moederschap sterk kleuren. Je denkt dat je vrij kiest, terwijl je soms vastzit aan iets wat zich al lang voor je eigen leven heeft afgespeeld.” Wenderickx benadrukt nog dat twijfel niet betekent dat je vastzit. “Het feit dat je al lange tijd twijfelt of je kinderen wilt, betekent niet dat je er uiteindelijk niet uit kunt komen.”

AVOIR UN ENFANT, OU PAS : LE DILEMME D’UNE GÉNÉRATION

FR/ Alors que la natalité recule d’année en année à Bruxelles, le doute autour du désir d’enfant gagne du terrain. De plus en plus de Bruxellois.es peinent à savoir s’ils souhaitent devenir parents. Un dilemme intime, parfois déchirant, qui pèse sur les individus, met les couples à l’épreuve et conduit certains à chercher une aide professionnelle. « Je me rends compte que je ne parviendrai pas à sortir seule de ces doutes. »

TO HAVE A CHILD OR NOT: A GENERATION’S DILEMMA

EN/ As birth rates continue to fall, more and more people in Brussels are struggling to figure out whether they want to become parents. It is an intensely personal, sometimes heartbreaking dilemma that weighs on individuals, puts relationships to the test and leads some to seek professional help. “I’m realising that I won’t be able to work through these doubts on my own.”


21.11.2026 24 Hours

PODCAST ‘IN BRUSSEL’

Luister elke week naar twee verhalen recht uit de stad met Margot Otten Deze week Steeds meer jonge vrouwen lijken te twijfelen over kinderen. Wat zit daar achter en hoe ga je daarmee om? Pink Screens zet queer cinema op de voorgrond, en dat al voor de 25e keer! ‘In Brussel’, elke woensdag op je favoriete podcast-app en op BRUZZ.be/podcast

Brussels Belgium

A Brussels-wide celebration of music


Actueel

‘Stad Brussel ging in elk scenario in de fout’ Discussie over bomen-beleid na kaalslag Agoraplein

Vrijdag liet de Stad alle bomen op het Agoraplein aan de Grasmarkt rooien. De maatregel herinnert aan de drastische ingrepen op de Anspachlaan minder dan een jaar geleden. Voorzichtig beleid of paniekvoetbal? “Het beleid holt vaak nog achter de feiten aan.” door Kris Hendrickx

Vrijdag 23 oktober. Terwijl het buiten stormt, hebben enkele klanten plaatsgenomen op het terras van Brasserie Ommegang aan het Agoraplein, onder de beschutting van een luifel. Die bescherming blijkt relatief: een van de bomen op het plein stort neer op het terras en verwondt drie gasten. De reactie van het stadsbestuur laat niet op zich wachten: diezelfde dag nog worden alle resterende bomen op het plein omgezaagd. De drastische ingreep roept herinnerin­ gen op aan de ingreep op de Anspachlaan, minder dan een jaar geleden. Dezelfde schepen van Groene Ruimten Florence Frelinx (MR) liet er toen plots heel wat bomen afzagen. Het groen zou het zicht belemmeren voor de politie. Deze keer argumenteert de Stad dat de veiligheid van de passanten in het gedrang kwam. “Ook bij andere bomen op het plein waren er door de storm al tekenen van ontworteling”, laat schepen Frelinx weten. “Gezien dit gevaar moest de veiligheid van de mensen vooropstaan. (…) Er zullen zo snel mogelijk nieuwe bomen worden aange­ plant.” Veel stadsbewoners vragen zich af of zo’n drastisch optreden wel nodig is. “In elk 12

denkbaar scenario gaat de Stad in de fout”, analyseert Anne Bonew van POWER4trees, een organisatie die voor het behoud van stadsbomen ijvert. “Ofwel waren die bomen echt doodziek, maar dan had de Stad dat al eerder moeten opmerken en ernaar hande­ len. Ofwel was dat niet zo en dan is er sprake van paniekvoetbal, misschien ook omdat er gewonden zijn gevallen.” De snelheid waarmee alles bedisseld is, roept in elk geval vragen op, vindt Bonew. “Men had het plein kunnen afsluiten en daarna een zorgvuldige analyse uitvoeren. Dat was een heel ander signaal geweest over de rol van bomen in de stad. Het gaat immers om vitale infrastructuur en niet om inwisselbaar stadsmeubilair.”

Rechtstaan uit gewoonte

De term paniekvoetbal komt wel vaker terug bij experts die BRUZZ belt. “Van buitenaf krijg je toch die indruk”, vindt lector boombeheer Wim Peeters (Odisee). “Ik zie ook niet goed hoe je een grondige analyse kunt uitvoeren midden in een storm. Een trekproef, die toont of de boom

“Ofwel waren al die bomen echt doodziek, maar dan had de Stad dat al eerder moeten opmerken en ernaar handelen. Ofwel was dat niet zo en dan is er sprake van paniekvoetbal” Anne Bonew POWER4trees

nog stabiel staat, kun je dan bijvoorbeeld al niet doen.” Zo’n proef voor de storm had bij de omgevallen boom in elk geval een alarmbel doen afgaan, weet Peeters. “Die boom had amper nog wortels en stond meer recht uit gewoonte.” Tegenover de snelheid van de beslissing, staan de langdurige gevolgen van de kap, benadrukt Peeters. “De economische impact zal bijvoorbeeld groot zijn. Tijdens een hittegolf maken bomen een wereld van verschil. Uit onderzoek blijkt ook dat klanten bereid zijn om 9 procent meer uit te geven in openbare ruimte met goed onderhouden groen.” De gang van zaken op het Agoraplein werpt een bredere vraag op: pakt Brussel, met zijn 21 verschillende instanties die verantwoordelijk zijn voor stadsbomen, zijn boombeheer eigenlijk wel optimaal aan? Want behalve Leefmilieu Brussel (geweste­ lijke parken) en Brussel Mobiliteit (laan­ bomen langs gewestwegen) is elke gemeen­ te verantwoordelijk voor het eigen bomenbestand.

Sensoren aan de bomen

“Het beleid is nog vaak reactief, het holt achter de feiten aan”, merkt alvast geograaf


Boomexpert Robbe Neyns waarschuwt voor voorbarige conclusies over de situatie aan het Agoraplein. “Uit analyses die we eerder hebben gedaan, blijkt dat bomen in die zone het heel hard te verduren krijgen, door verharding, hitte en een gebrek aan wortelruimte. Stadsbomen hebben het sowieso al niet onder de markt en de recente droogtejaren verscherpen dat probleem.” Leefmilieu Brussel kiest vandaag al voor een systematische opvolging van zijn bomenbestand in de gewestelijke parken. “We hebben een bomendatabank voor onze 55.000 exemplaren”, legt bioloog Olivier Beck uit. “Elke boom heeft zijn fiche met essentië­ le gegevens, waaronder hoe goed de conditie van de boom is. We maken die inschatting vooral op basis van een Visual Tree Assess­ ment, een inschatting op zicht.”

Centenkwestie

en boomexpert Robbe Neyns (VUB). “Er wordt pas ingegrepen als er een overduide­ lijk probleem is. Aan de VUB deden we onderzoek naar proactieve alternatieven. Je kunt bijvoorbeeld sensoren aan de bomen plaatsen, een methode waar natuurlijk een prijskaartje aan vasthangt. Maar het kan ook via ‘remote sensing’, een regelmatige analyse op basis van satellietbeelden.”

Ook politiek beweegt er ondertussen wel iets. Het Gewest werkt aan een gemeen­ schappelijke bomendatabank en zestien gemeenten toonden zich al bereid om mee te werken, bleek vorige week nog uit een antwoord van Brussels staatssecretaris van Leef­milieu en Klimaat, Ans Persoons (Vooruit) op een vraag van Lotte Stoops (Groen).

De aanpak heeft weliswaar zijn beperkingen: bomen op cruciale plaatsen zoals paden, worden elke drie jaar geïnspecteerd, voor verder afgelegen exemplaren is dat elke vijf of zes jaar. “Boombeheer is nu eenmaal altijd een kwestie van de budgetten die je bereid bent om erin te stoppen”, legt een kenner van het Brusselse bomenbestand uit. “Vaak hangt dat dan weer af van recente gebeurte­ nissen. Straatsburg is in Noord-Frankrijk bijvoorbeeld dé voorbeeldstad als het over het beheer van stadsbomen gaat. Maar daar is jaren geleden dan ook een dodelijk ongeval gebeurd.” Olivier Beck van zijn kant waarschuwt alvast voor overhaaste kapacties. “Over­ heden hebben een voorbeeldfunctie. Als elke burger voor het minste de bomen in zijn tuin gaat kappen, hebben we straks geen bomen meer in de stad.”

Icons

20 Years Designer of the Year 01.10.2026 — 12.12.2026 MAD Brussels www.mad.brussels An exhibition showcasing all past winners of The Designer of the Year Award.

© Linde Freya Tangelder of studio destroyers/builders, Reworked Bench represented by Uppercut Gallery. Photography by Eline Willaert.

28 oktober 2026 |

13


Opinie

‘Groot deel van de jongeren wantrouwt de politie’ Tijdens de jongerenbetogingen in Brussel dragen opvallend veel jongeren een pancarte met het opschrift ACAB op – all cops are bastards. Vanwaar komt dat ongenoegen? “Van de politie mogen we verwachten dat ze zorgvuldig omgaat met haar macht, hoe moeilijk de omstandigheden ook zijn.” Dat schrijft kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens.

Caroline Vrijens

Vlaams kinderrechtencommissaris

Brussel nam afscheid van inspecteur Nordine El Talbi, die tijdens een interventie werd doodgeschoten. Zijn dood raakt velen diep. Tegelijk staat de relatie tussen jongeren en politie onder druk. Dat bleek ook uit de ‘ACAB’-­ bordjes die sommige jongeren tijdens betogingen droegen. Een slogan die alle agenten over één kam scheert, is onrechtvaardig. Veel politiemensen zetten zich elke dag in om mensen te beschermen En lang niet alle jongeren wijzen de politie af. Toch leeft bij een deel van hen een diep wantrouwen. Die slogan veroordelen is makkelijk. Begrijpen waarom jongeren hem gebruiken is moeilijker, maar broodnodig. Dat is geen nieuw probleem. Begin 2021 bevroeg de VGC-jeugdraad 1.968 Brusselse jongeren over hun relatie met de politie. Drie op de vier respondenten voelden zich niet veilig bij contact met de politie en bijna de helft associeerde de politie met boosheid. De bevraging was niet representatief voor alle Brusselse jongeren, maar

Stadsleven Clignotants door Kris Hendrickx In het Brusselse verkeer, dat vertel ik mezelf toch, ben ik een minzaam persoon. Een glimlachje naar een voetganger voor wie ik rem, een handje naar een autobestuurder die me doorlaat. Brussel, een gevaarlijke fietsstad? 14

Als je wat alert en zelfbewust rijdt, valt het wel mee, denk ik vaak. Toch is er één scenario waarbij mijn bloed gaat koken, mijn ogen bliksemen en mijn mondhoeken naar beneden vallen: als er

toch: 93 procent van de deelnemers vond dat de relatie met de politie moest verbeteren. Opvallend: ook jongeren die nog nooit contact hadden met de politie, gaven vaak angst en boosheid aan. Wantrouwen wordt dus ook doorgegeven, via de verhalen van vrienden, familie en buurtgenoten.

den. Onderzoek toont dat de manier waarop mensen behandeld worden, bepalend is voor hun vertrouwen in de politie. Ook de jongeren die bij of na een politie-interventie om het leven kwamen, spelen mee. Namen als Adil, Mehdi, Ibrahima en Fabian kennen veel Brusselse jongeren. Elk dossier is anders, maar telkens gaat het om dezelfde vragen: wat is er precies gebeurd, werd er correct opgetreden en wie legt daarover verantwoording af? Sociale media versterken dat wantrouwen. Een filmpje van een hardhandige interventie bereikt in enkele uren duizenden jongeren, vaak zonder dat duidelijk is wat eraan voorafging. Beelden van jongeren die agenten aanvallen, gaan net zo snel rond. Zo verscherpen beide soorten beelden de

“Sociale media versterken het wantrouwen. Een filmpje van een hardhandige interventie bereikt in enkele uren duizenden jongeren” Eigen ervaringen wegen zwaar: een identiteitscontrole zonder uitleg, een fouille op straat terwijl vrienden toekijken, het gevoel telkens opnieuw tegengehouden te worden om je uiterlijk of afkomst. Ook het Kinderrechtencommissariaat krijgt zulke signalen, van jongeren zelf en van wie met hen werkt: controles die als vernederend worden ervaren, het gevoel niet ernstig genomen te worden, hardhandig politieoptre-

weer eens zo’n onverlaat van een autobestuurder afbuigt ZONDER ZIJN RICHTINGAANWIJZERS TE GEBRUIKEN. Vuilniswagens, taxi’s, roestige Clio’s of dikke SUV’s, ze doen het allemaal en veel te vaak naar mijn smaak. Niet ‘pinken’ is hemeltergend omdat het levensgevaarlijk is, maar lijkt ook in een bredere trend te

tegenstellingen. Dat maakt snelle en eerlijke communicatie na een incident des te belangrijker. Er zijn stappen gezet de laatste jaren. De wet stelt strengere voorwaarden aan handboeien en naaktfouilles bij minderjarigen, en een recente omzendbrief vraagt de politie expliciet om een minderjarigenreflex bij elke interventie. Een kind is geen kleine volwassene. Die regels moeten merkbaar zijn, en jongeren moeten ergens

passen: mensen die luid filmpjes bekijken in de tram of hun telefoon op luidspreker zetten in de trein, allemaal lijken ze het besef kwijt dat ze een ruimte delen met anderen. In het geval van de richtingaanwijzers, probeer ik zo’n auto dan in te halen voor een pedagogisch maneuver: een knipperlichtteken met

de hand en – bij open autoraam – de mondelinge toevoeging: ‘Clignotants’! De licht geforceerde maar minzame glimlach, die krijgen ze er gratis bij. In Stadsleven vertellen redacteurs en lezers in maximaal 1000 tekens een verrassende anekdote over Brussel. Insturen kan via redactie@bruzz.be


Cartoon door Delphine Frantzen

terechtkunnen als ze vinden dat hun rechten geschonden zijn. Een groot deel van de jongeren die op straat kwamen, protesteerde voor hun onderwijs. We mogen hen niet op één hoop gooien met wie betogingen aangrijpt om te vernielen of agenten aan te vallen. Wie geweld pleegt, moet daarvoor verantwoordelijkheid opnemen. Toch moeten we ons ook afvragen waarom sommige jongeren zo weinig perspectief zien dat geweld een uitlaatklep wordt. Straffen alleen lost dat niet op. De overheid zelf geeft jongeren soms redenen tot wantrouwen. In verschillende steden legden burgemeesters jongeren tijdens oudejaarsnacht preventief huisarrest op. In Anderlecht gold zelfs een avondklok voor jongeren onder zestien jaar in een bepaalde wijk. Waarom grijpen we bij jongeren zo snel naar preventieve vrijheidsbeperkingen? Of neem jongeren die na een delict in een gemeenschapsinstelling verblijven. Het jeugddelinquentierecht gaat uit van maatregelen die begrensd zijn in de tijd. Toch blijven heel wat jongeren nadat hun straf is afgelopen opgesloten, omdat er geen plaats is in de jeugdhulp. Kinderrechten betekenen geen straffeloosheid. Ze vragen wel een reactie die rekening houdt met de leeftijd van de jongere en in verhouding staat tot de feiten. Van de politie mogen we verwachten dat ze zorgvuldig omgaat met haar macht, hoe moeilijk de omstandigheden ook zijn. Want

ook jongeren hebben de politie nodig: een kind dat thuis geweld meemaakt, moet zonder angst bij de politie kunnen aankloppen. Net de meest kwetsbare kinderen hebben een politie nodig die ze vertrouwen.

Ruimte en kansen

De politie moet continu opgeleid worden om rekening te houden met de leeftijd en de rechten van jongeren, om te de-escaleren en klachten moeten ernstig genomen en onafhankelijk onderzocht worden. Ga met jongeren in gesprek, in hun buurt en op hun school, op gewone dagen en niet pas als het misloopt. En investeer in wie de afstand tussen jongeren en overheid overbrugt. Uiteindelijk gaat het ook over de toekomst die we jongeren bieden. Wie weinig kansen krijgt, zich voortdurend gewantrouwd voelt en nergens gehoor vindt, zal zelf moeilijk vertrouwen opbouwen. Daar is meer voor nodig dan politie: goed onderwijs, toegankelijke jeugdhulp, sterk jeugdwerk en letterlijk ruimte en kansen voor jongeren. En een overheid die jongeren ernstig neemt. We verwachten van jongeren dat ze de politie respecteren, en dat is terecht. Dat respect groeit als zij merken dat ook hun rechten gerespecteerd worden en dat de politie er is om hen te beschermen. Wantrouwen is aangeleerd. Maar ook vertrouwen kun je leren. Reageren of zelf een opiniestuk insturen? Mail naar redactie@bruzz.be

Quote Journalist Ivan De Vadder (VRT) schreef een nieuw boek over ‘De coulissen van de Wetstraat’

“We behandelen Wallonië en Brussel vaak als het buitenland. We trekken ernaartoe als er een ramp gebeurt of voor toeristische uitstapjes” ‘t Pallieterke, 20 oktober 2026

28 oktober 2026 |

15


In beeld

In het nieuws 26/10 | Datacenter goed voor zeker 3 procent van Brussels stroomverbruik. Het nieuwe datacenter van KevlinX in Neder-­ Over-Heembeek zal in zijn eerste fase naar schatting 140 gigawattuur elektriciteit per jaar verbruiken, 16

goed voor ongeveer drie procent van het totale Brusselse elektriciteitsverbruik. Vanaf 2028 komt daar nog eens dezelfde capaciteit bij.

De Amerikaanse miljardair Bill Gates bezocht vorige week Brussel. Hij ontmoette er onder anderen de voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen. Ook trok hij even tijd uit om het Brusselse Atomium te bezoeken.

25/10 | Bill Gates bezoekt het Atomium.

25/10 | Veel schade door stormen Austen en

Boelo. Vrijdag moest de brandweer 121 interventies uitvoeren door storm Austen. Vier personen raakten gewond. Zaterdag voerde de brandweer 64 interventies uit als gevolg van storm Boelo en ook zondag kwamen er nog tientallen interventies bij. Het ging over overstromingen, afgebroken takken of omgevallen

bomen, en voorwerpen die waren afgerukt of weggewaaid door de wind. 24/10 | Negen aanhoudingen na betoging. Na de betoging in het stadscentrum heeft de Brusselse politie zaterdag vijf betogers bestuurlijk aangehouden wegens verstoring van de openbare orde. Daarnaast


Spaanplaat Heel wat winkeliers in het stadscentrum en in Elsene timmerden afgelopen week de etalages van hun winkel dicht uit angst voor mogelijke rellen zaterdag. Ze vreesden plunderingen en vernielingen, zoals bij eerdere betogingen. “Ik vind het triestig dat ik dit moet doen”, liet een handelaar uit de Nieuwstraat in het centrum optekenen. “De planken maken het niet aantrekkelijk om binnen te komen, dus dat zal invloed hebben op onze omzet. Maar we moeten onszelf beschermen.” Uiteindelijk daagden vierhonderd manifestanten op, het waterkanon werd ingezet. De Brusselse politie hield negen betogers aan. De sfeer was grimmig, maar rellen bleven uit. © BELGA / PHOTONEWS

vonden vier gerechtelijke vrijheidsberovingen plaats. Die hielden verband met het bezit van verboden wapens en het aanzetten tot oproer. 23/10 | Blauwe kubus op het De Brouckèreplein had geen vergunning. Prodigy 12, de blauwe kubus die 48 dagen op het De Brouckèreplein stond,

had daar helemaal geen vergunning voor. Dat gaf bevoegd staatssecretaris Audrey Henry (MR) aan in het Brussels parlement. “De Stad permitteert zich veel”, vindt gemeenteraads- en parlementslid Lotte Stoops (Groen). 23/10 | Van Achter en Persoons vangen Vlaamse besparing op

bibliotheken deels op. De Vlaamse regering verklaarde eerder deze maand 793.000 euro te besparen op Nederlandstalige bibliotheken. Vlaams minister van Brussel Cieltje Van Achter (N-VA) en VGC-collegelid Ans Persoons (Vooruit) vangen die klap nu deels op en maken samen 600.000 euro vrij voor de

Nederlandstalige gemeentelijke biblio­ theken. 22/10 | Isabelle Grippa nieuwe directeur-generaal Actiris. De Brusselse regering is het vorige week eens geraakt over de benoeming van de Actiris-directie: Isabelle Grippa wordt directeur-generaal en Kristof Devuyst

adjunct-directeur. Daarmee haalt PS-baas en minister Ahmed Laaouej zijn slag thuis. Eric Mercenier, ex-kabinetschef van voormalig minister-­ president Rudi Vervoort (PS), was als eerste uit de selectie gekomen, maar Laaouej wou absoluut dat Grippa, tweede in de selectie, directeur-generaal werd. 28 oktober 2026 |

17


Politiek

David Leisterh (MR) stopte een jaar geleden als formateur

‘Ik was niet de persoon die Brussel nodig had’ In Watermaal-Bosvoorde probeert burgemeester David Leisterh (MR) zich te bevrijden van het formatietrauma, waarover hij een boek neerpent. Tussen het enthousiasme voor de gemeente door lijkt Leisterh al afscheid te hebben genomen van de politiek. “Toen ik vader werd, besefte ik dat ik afwezig was. Ook als ik bij mijn dochtertje was.” door Johan Baeten foto’s Ivan Put

18


Politiek

M

ocht zijn vrouw er geen stokje voor gestoken hebben, dan was David Leisterh (MR) nu Guinness-­ pinten aan het tappen in een pub in het zuiden van Engeland. “Ik heb mijn hart verloren aan Kent, mijn gezin en ik komen er bijna elke maand. Ooit gaan we er wonen, dat staat vast. Maar mijn vrouw vond het wat te vroeg. Mijn gezin en mijn gemeente houden mij hier.” Het kan verkeren. Exact een jaar geleden ontwaakte de aimabele Leisterh nog als de onverzettelijke formateur die de helse opdracht om een Brusselse regering te vormen dag en nacht met zich meezeulde. Tot het niet meer ging. Een zoveelste poging was op een dood spoor beland. Leisterh trok zich op 28 oktober 2025 terug uit de Brusselse gewestpolitiek en knoopte zijn burgemeesterssjerp in het gemeentehuis van Watermaal-Bosvoorde wat strakker. “Ik volg de regionale Brusselse politiek niet meer. Af en toe word ik natuurlijk met de neus op de feiten gedrukt, want ik kom als burgemeester vaak in contact met het Gewest”, vertelt Leisterh, in het Nederlands. “Dat is niet altijd even comfortabel. Ik kan de breuk met het Gewest niet volledig maken.”

Jackie

Hij omschrijft de formatie als een trauma. “Ik heb bijna twintig jaar gewerkt aan twee doelen: van de Brusselse MR de grootste partij maken en dan eventueel minister-­ president worden. Dat tweede is niet gelukt. Dat is oké. Ik ben niet verbitterd. Ik voel me ontspannen.” “Ik heb tijd voor mijn dochtertje Jackie (die in mei 2025 geboren werd, red.) en ik merk dat de regering wel draait, maar dat het allesbehalve evident is. Dat ligt niet aan de personen, dat ligt aan het Brusselse systeem. Er zitten te veel partijen in die regering. Persoonlijke wrok koester ik niet. Ik ben bijvoorbeeld nog iets gaan eten met Ahmed Laaouej (PS). Straks ga ik lunchen met Boris Dilliès (MR).” Drie maanden na de exit van Leisterh kwam de formatie plots in een stroom­ versnelling, met Dilliès als verrassende minister-president. “Ik wist dat mijn vertrek een katalysator zou zijn. Waarom? Dat zal ik later wel uitleggen.” De liberaal, die twee decennia geleden als vertaler afstudeerde, werkt immers aan een boek. “Het gaat over mijn leven, maar de focus ligt op de laatste twee jaar. Het moeilijkste hoofdstuk komt aan het einde: de laatste zes maanden van mijn formateur20

“Net nadat ik was gestopt als formateur, is mijn moeder overleden. Ze zag dat ze kon vertrekken omdat ik van die stress verlost was”


schap. In die periode lukte niets. Ik ben bezig aan een eerste revisie van mijn boek en ik ben nu al bang voor dat laatste hoofdstuk. Ik moet bepaalde situaties her­beleven die ik eigenlijk begraven had.” Zijn ex-collega’s krijgen in het boek wel een pseudoniem. “Ik wil niemand kwetsen.” Het is typerend voor Leisterh, die tijdens de regeringsvorming ook vaak te horen kreeg dat hij te soft is. “Ik heb nooit ruzie gemaakt.” Zijn stijl staat in schril contrast met die van MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez, die na het ontslag van Leisterh de formatie overnam. “Georges-Louis en ik hebben veel minder contact, gewoon omdat we niet meer samenwerken. Hij blijft familie voor mij. Ik ben peter van zijn kindje, hij van Jackie. We deelden dezelfde passie voor de politiek, maar nu niet meer. Het is zoals twee vrienden die elk weekend naar hun favoriete voetbalclub gaan kijken, tot de ene plots niet meer meegaat. Het is anders, maar we blijven vrienden.”

Marathon

In de afgelopen twaalf maanden werd het leven van Leisterh grondig door elkaar geschud – ook op privévlak. “Mijn leven draaide rond politiek. Toen ik vader werd, besefte ik dat ik afwezig was. Ook als ik bij mijn dochtertje was. Dat is ook de belangrijkste reden waarom ik nee heb gezegd tegen Bouchez toen hij vroeg of ik toch nog minister-president wou worden.” Het telefoontje kwam in de nacht van donderdag 12 op vrijdag 13 februari 2026. De meerderheidspartijen hadden eindelijk een akkoord bereikt. Bouchez schotelde zijn voormalige formateur alsnog het minister-­ presidentschap voor. Leisterh weigerde. “Brussel had iemand nodig die voor 200 procent met Brussel bezig is. Ik was niet die persoon. Het is zoals iemand die nog ziek is en weer de marathon wil lopen. Dat lukt niet.” Kort na zijn vertrek als formateur verloor Leisterh zijn moeder. “Ik heb haar laatste maanden niet van dichtbij meegemaakt. Net nadat ik de handdoek in de ring had gegooid als formateur, is ze overleden. Misschien omdat ik meer ontspannen was. Ze zag dat ze kon vertrekken omdat ik van die stress verlost was.” Aan terugkeren denkt hij niet. “Van mijn vrienden mag ik dat niet zeggen, maar er zijn genoeg Brusselse leiders binnen de MR.” Over de regering-Dilliès wil hij niets kwijt. “Ze doen hun best in een ploeg waarin de meerderheid de liberale drang om hervormingen door te voeren niet deelt. Ik blijf hen steunen, maar ze hebben mij niet nodig.”

Ondertussen runt Leisterh in een coalitie met liberalen en groenen én met een flinke portie enthousiasme “de schoonste gemeente ter wereld”. “Ook hier kampen we met de moeilijke begrotingscontext. Ik benijd het tijdperk van twintig jaar geleden, waarin er de ene week een zwembad en de andere week een cultureel centrum van de grond kwam. Ik draag vandaag de gevolgen van die dolle jaren: vorig jaar heb ik een school moeten sluiten omdat er onvoldoende leerlingen waren.”

Bioscoop

Toch loopt Leisterh over van de plannen. Het gemeentehuis wordt binnenkort in een nieuw jasje gestoken en als het van de liberaal afhangt, transformeert een pand aan de Vorstlaan straks in een cinema. “Dat is mijn droom, een wijkbioscoop. Twee zaaltjes met honderd zetels. Zoals aan Stockel in

Het gaat in gezwinde pas de Delleurlaan op, richting de Hippodroom. “Het is Kent-achtig, hè”, lacht hij tussen het groen. Hij houdt halt aan de leegstaande Sint-­ Hubertuskerk, die binnenkort plaats moet bieden aan een dertigtal appartementen. “Mijn doel is een croissant fertile, een groeisikkel in het zuiden van Brussel”, legt Leisterh uit. “Met plaats voor groen. Bij het station van Bosvoorde zijn we bezig aan een nieuw park. Normaal gezien gaan de werken volgend jaar van start. Ik ben er elke week mee bezig, bijvoorbeeld met de keuze van de soort bomen. We gaan er een nieuw ecosysteem creëren, er komt een guinguette, een speeltuin en het station zelf wordt ook opgefrist. Het wordt majestueus.” Ook in het ronde Glaverbel-gebouw is er van alles op til, weet Leisterh. “Naast de kantoren komen er bijvoorbeeld meer en

“Of ik mezelf in 2030 wil opvolgen als burgemeester? Ik weet het niet” Sint-Pieters-Woluwe. Dat creëert een gemeenschapsgevoel in een wijk als deze, waar er toch vooral horeca is”, zegt Leisterh aan het Antoine Gilsonplein, terwijl hij de ene na de andere voorbijganger met bonjour begroet vlak voor het gemeentehuis. “Burgemeester zijn, het is elke dag geconfronteerd worden met kleine problemen. Deze ochtend kreeg ik om zes uur al telefoon van mensen die hoorden dat er een boom gekapt zou worden in een nabijgelegen park. Een uur later belde een handelaar me over een geblokkeerde parking door werken van distributienetbeheerder Sibelga . De traagheid van het systeem maakt het altijd heel moeilijk.”

meer sportactiviteiten. De gemeente leeft. Ik heb twee prioriteiten deze legislatuur: een nog properdere gemeente en Watermaal-­ Bosvoorde dynamischer maken. Het mag niet enkel een gemeente zijn waar mensen komen slapen”, knipoogt de burgemeester naar het populaire Mix-hotel in het voormalige Royale Belge-gebouw. Aan plannen geen gebrek. Maar of Leisterh ook na 2030 aan het roer van de gemeente blijft staan, is een open vraag. “Ik weet niet wat mijn toekomst in de politiek is. Of ik mezelf in 2030 wil opvolgen als burgemeester? Ik weet het niet. Dan is het politieke hoofdstuk in mijn leven voorbij, denk ik.”

« JE N’ÉTAIS PAS CELUI DONT BRUXELLES AVAIT BESOIN »

FR/ David Leisterh (MR) revient sur le traumatisme des négociations qui l’a poussé à renoncer au rôle de formateur bruxellois et au poste de ministre-président. « Bruxelles avait besoin de quelqu’un qui s’y consacre à 200 %. Je n’étais pas cette personne. » Désormais tourné vers sa famille et son mandat de bourgmestre de Watermael-Boitsfort, il n’exclut pas de quitter la vie politique après 2030.

‘I WASN’T THE PERSON BRUSSELS NEEDED’

EN/ David Leisterh (MR) reflects on the failed government talks that led him to step down as formateur and turn down the role of minister-president. “Brussels needed someone who could devote 200 percent of their time and energy to the city. I wasn’t that person.” He is now focusing on his family and his role as mayor of Watermael-Boitsfort. He probably does not see himself returning to politics after 2030. 28 oktober 2026 |

21


Fraude

‘Steeds meer professionele witwassers actief’ Politieman Erik De Ryk pakt bij Ecofin financiële criminaliteit aan

Geld is de motor van de drugshandel. Achter het brute geweld en de steeds frequentere schietpartijen schuilen financiële netwerken die miljoenen euro’s per jaar witwassen. Politieman Erik De Ryk, hoofd van de Brusselse Ecofin-afdeling, wil dat verdienmodel breken. “Naar schatting 2 procent van de drugswinsten wordt gepakt.” door Matisse Van der Haegen foto Bart Dewaele

De term ‘witwassen’ wordt toegeschreven aan de beruchte maffiabaas Al Capone. Tijdens de Amerikaanse drooglegging in de jaren 1920 verdiende hij miljoenen aan illegale drankverkoop. Om de herkomst van zijn geld te verdoezelen, kocht hij wasserettes waar hij zijn dirty money camoufleerde tussen legale inkomsten. Vandaag bestaan er veel gesofisticeerdere methodes om crimineel geld in een legaal jasje te stoppen of naar het buitenland te versluizen: van ondergronds bankieren tot netwerken van stromannen en spookbedrijven. De miljoenen euro’s die op die manier de ronde doen, vormen de ruggengraat van de almaar brutalere drugsoorlog in Brussel. In haar laatste jaarverslag noemt de federale politie dat verdienmodel breken een prioriteit. De Ecofin-afdelingen, die strijden tegen financiële criminaliteit, spelen daarin een hoofdrol. “Het drugsgeld verdringt de legale economie”, zegt Erik De Ryk, hoofd van de Brusselse Ecofin-afdeling, in een zeldzaam interview. 22

Zijn kleine handelszaken waar veel cash passeert nog steeds dé manier om drugsgeld wit te wassen?

ERIK DE RYK: Dat is een manier. Daarbij wordt gesjoemeld met factuurbedragen om zwart geld binnen te sluizen. Met cash is dat lastig te controleren. Intussen heb je zelfs hele netwerken van professionele witwassers die alleen maar valse facturen maken.

Hoe werkt dat?

DE RYK: België telt heel wat kleine bouw- en renovatiebedrijfjes die op zoek zijn naar zwart geld. De sociale lasten zijn hoog: in het zwart is een werknemer twee tot drie keer goedkoper en ook voor werkkrachten is het voordeliger, omdat ze er geen belasting op betalen. Tegelijk heb je criminele organisaties die op een berg zwart geld zitten waar ze niet vanaf kunnen. Een professionele witwasser linkt de twee aan elkaar. Die richt bijvoorbeeld een vennootschap op en factureert 10.000 euro aan een bouwbedrijf. Dat bouwbedrijf betaalt die som aan de tussenfiguur, maar daar staat geen echte prestatie tegenover. Het bedrag van 10.000 euro wordt opnieuw vermomd als factuur en gaat vervolgens – min een commissie voor de witwasser – naar een criminele organisatie. Die criminele organisatie beschikt nu op papier over ‘wit geld’. Omgekeerd krijgt het bouwbedrijf zwart geld terug van dezelfde criminelen om zijn werknemers te betalen. In essentie wisselen ze gewoon geld uit en winnen ze er beide aan. Ook bij die laatste actie krijgt de witwasser een percentage

Wordt zo’n professionele witwasser dan nooit gepakt? DE RYK: Jawel. Dat zijn vaak het type

vennootschappen die alarmbellen doen afgaan bij de Cel voor Financiële Informatieverwerking. Banken, verzekeraars en advocaten zijn verplicht om bij die instantie verdachte transacties aan te geven. Dan beginnen onze speurders te graven. Het blijkt vaak een buitenlander te zijn die geen enkele landstaal spreekt, maar wel een bedrijf kon opzetten dat 10 miljoen euro omzet draait in een half jaar. Een stroman, die 2.000 euro krijgt om zijn naam als zaakvoerder op de papieren te zetten, maar niet weet waar hij in verwikkeld is.

Is dat een nieuw fenomeen?

DE RYK: Toen ik voor Ecofin in Antwerpen werkte (tot 2020, red.) zag ik die professionele witwassers veel minder. De laatste jaren is dat sterk toegenomen en erg in Brussel geconcentreerd, omdat de hoofdstad een diensteneconomie is met weinig maakindustrie. Bij diensten is het veel makkelijker om met facturen te prutsen. Een reinigingsbedrijf bijvoorbeeld: wat is er makkelijker om zogezegd diensten mee te leveren of mensen mee in het zwart te betalen?

Zijn er nog methoden die veel voorkomen in Brussel?

DE RYK: Ja, er is de hawala-techniek, waar criminele netwerken gebruik van maken om geld te versluizen naar het buitenland. Het


parket voor 175 miljoen euro. Het ging om een onderzoek naar onder meer illegale bankactiviteiten, illegaal uitoefenen van verzekeringen en illegaal verstrekken van kredieten. Verder werd in juni ook 8 miljoen euro in beslag genomen in een zaak waarbij uit Frankrijk drugsgeld naar Brussel werd getransporteerd per auto.

Hoe zit het met de ‘Didier Reynders-methode’? De oud-minister wordt ervan verdacht stapels geld te hebben witgewassen via krasloten.

DE RYK: Geld witwassen via gokspelen is een oude strategie. Vroeger kwamen criminelen aan gokkantoren winnende wedtickets of reçuutjes kopen om dan te kunnen zeggen dat ze dat geld met gokken hadden verdiend. Dat zie ik bijna niet meer.

Hoe is de werkdruk bij Ecofin?

is een systeem – ook ‘ondergronds bankieren’ genoemd – dat puur gebaseerd is op vertrouwen en waarbij geld wordt doorgestuurd zonder dat het via banken passeert. Het systeem vereist twee dealers die bijvoorbeeld uitbaters zijn van kleine nachtwinkeltjes, kappers of horecazaken. Wie een betaling wil uitvoeren of inkomsten wil wegsluizen, geeft die dealer geld – en een commissie – en ontvangt in ruil een wachtwoord. De hawala-dealer neemt contact op met zijn collega in het buitenland en geeft hem de opdracht diezelfde som te betalen aan wie er met dat wachtwoord om komt vragen. Vooral in Aziatische en Arabische milieus blijkt dat soms een bijverdienste naast een legale handel: in die nachtwinkels valt ook gewoon cola te kopen.

Dus die tientallen barbershops en stoffige nachtwinkels waar je nooit iemand binnen ziet, zijn effectief niet zuiver op de graat?

DE RYK: Het is best mogelijk dat in dat soort zaken witwaspraktijken plaatsvinden. Je kent de huurprijzen in Brussel: als je haar knipt voor 12 euro ... Reken maar uit hoeveel je dan moet knippen zonder ‘bijverdienste’.

Hoeveel geld gaat er rond in die bedrijfjes?

DE RYK: Dat varieert. Er wordt momenteel een zaak in de rechtbank behandeld waar Ecofin drie jaar aan werkte. Professionele witwas-

sers en hawala-netwerken zouden ongeveer 54 miljoen euro versluisd hebben in drie jaar tijd. Ze stuurden chauffeurs naar Frankrijk, Nederland en Duitsland om cashgeld, tot wel 100.000 euro per keer, naar Brussel te brengen. Hier werd het in het legale circuit gebracht via handelszaken in de schoonmaak-, transport- en renovatiesector.

Hoeveel geld nemen jullie jaarlijks in beslag?

DE RYK: Dat varieert, maar 2026 is al een erg goed jaar. We werkten mee aan een recente zaak met twee Marokkaanse banken die een minnelijke schikking sloten met het federaal

“Voor sommige nachtwinkels en kapperszaken is geld doorsluizen gewoon een bijverdienste naast hun legale handeltje” Erik De Ryk

Afdelingshoofd Ecofin

DE RYK: Vandaag hebben wij zo’n 250 dossiers lopen. Dat is fel gestegen met de komst van procureur Julien Moinil: in 2022 waren dat er zo’n 150. Ecofin levert goed werk, maar het blijft dweilen met de kraan open. Als je ziet dat er elke maand in Brussel zo’n 1.500 nieuwe vennootschappen worden opgericht ... Een percentage daarvan zal zich zeker met illegale zaken bezighouden.

Het is onmogelijk die allemaal te controleren?

DE RYK: Nee, daarvoor ontbreekt de mankracht. Wij krijgen soms tips van informanten of buitenlandse diensten, maar kunnen er door de drukte niet mee aan de slag. Om een crimineel netwerk bloot te leggen, moet je soms jarenlang verdachten schaduwen en afluisteren. Pragmatisme dringt zich op: we sluiten bijvoorbeeld een handelszaak zonder verder te gaan graven naar de linken errond. Er werken ongeveer 90 mensen bij Ecofin, maar ik zou makkelijk 130 speurders kunnen tewerkstellen. Europol (het EU-politieagentschap, red.) schat dat de Europese ordediensten 2 procent van de criminele opbrengsten in beslag kunnen nemen. Dat cijfer zal in Brussel niet veel anders zijn.

Het topje van de ijsberg dus. Dat moet steken?

DE RYK: Dat is frustrerend, ja. Veel geld vertrekt naar het buitenland: Turkije, Marokko, de Verenigde Arabische Emiraten en Albanië. Heel dat systeem met werknemers betalen in het zwart verdringt onze legale economie, want bonafide bedrijven kunnen daar niet mee concurreren. Toch moeten we blijven voortdoen. Wij maken ons geen illusies dat we criminaliteit ooit zullen stoppen, maar het is vooral zaak de geldstromen in te dammen en te zorgen dat het onze maatschappij niet ontwricht. 28 oktober 2026 |

23


VAARTKAPOEN MUSIC

NOVEMBER 2026

07.11/ Disco Arabesquo 07.11/ Jam | Dans Le Salon 12.11/ Wamen + Furah

Bravo !

Vous êtes nombreux à lire BRUZZ Magazine.

13.11/ Angel Bat Dawid + tyroneisaacstuart 14.11/ Jam | Live from the Living Room 17.11/ ZELO 18.11/ VK Unplugged 013 | Patches, BREEO 19.11/ Gallowstreet + Gustave Brass Band 21.11/ Festival De Junio 28.11/ Belgian Beatbox Championship 2026

VAARTKAPOEN MOLENBEEK & MAATSCHAPPIJ

NOVEMBER 2026

31.10/ Girls Rights Charity Dinner 03.11/ Speelweek Herfstvakantie I Multisport 13.11/ Let’s Talk I Theaterforum 17.11/ Velt I Plantaardig 1, 2, 3 soja en seitan 21.11/ Masterclass Izran Revisited

Et merci.

Elke week heeft BRUZZ Magazine 125.000 trouwe lezers. Dat zegt de CIM Persstudie 2026. Bijna één derde van die lezers is Franstalig en gebruikt onze berichtgeving als oefenkans Nederlands. Hartelijk dank voor jullie interesse in de Brusselse actualiteit, en het vertrouwen in onze journalistiek.

24.11/ Koken met de buurt 26.11/ Winterse mocktails I Allez NL 01.12/ Expo Couture Culture

Info & tickets www.vaartkapoen.be


Beestig Brussel

Haan Eindelijk weer Brusselse opvang voor ganzen, eenden en kippen Na drie jaar kunnen ganzen, eenden en kippen die in de problemen zitten weer in Brussel opgevangen worden, in een nieuwe ruimte van dierenasiel Veeweyde. Geen dag te vroeg, want de organisatie vreest binnenkort een influx van hanen. door Andy Furniere

In het voorjaar kreeg dierenasiel Veeweyde in Anderlecht te horen, via een thuisloze persoon, dat een gans in moeilijkheden verkeerde in het Vijverpark aan Marius Renard – ook in Anderlecht. Ze was er verstoten door haar soortgenoten en kon zelfstan­ dig geen voedsel vinden. Omdat Brusselse opvang­ mogelijkheden ontbraken, moest het dier naar een Veeweyde-centrum in de provincie Namen gebracht worden. “Wij konden die dieren toen al zo’n acht jaar niet meer helpen in Brussel, en ook de Liga voor de Vogelbescher­ ming was daar in 2024 mee gestopt hier, zodat er bijna drie jaar lang geen lokale opvang was voor hen”, legt Ludivine Nolf van Veeweyde uit. Aan dat hiaat kwam onlangs een eind met de opening van een opvang­ ruimte voor kippen, eenden en ganzen bij het Anderlechtse asiel. Die bestaat uit meer dan 2.000 vierkante meter buitenruimte met een kippenhok, volière, groenzones en een vijver. Op dit moment verblijven er twee boerenganzen (wit met oranje snavel en poten), twee muskuseenden (met wratterige rode snavel), een naakthalzige zijdehoen (met donzige veren) en één haan. Die eerste bewoners komen uit Wallonië, maar mogelijk komen er snel lokale dieren bij. In totaal kunnen er dertig dieren terecht in de ruimte. Volgens Nolf is er een aanzienlijke kans dat er binnenkort Brusselse hanen binnen­ gebracht zullen worden in Anderlecht. “Heel wat mensen kopen een schattig kuikentje, om later te merken dat het om een haan gaat”, zegt ze. “Verschillende gemeenten hanteren bovendien regels rond nacht­ lawaai, met alle gevolgen van dien. En wanneer meerdere hanen samen leven zonder voldoende kippen, durven ze ook te vechten.”

© SS

Eigenschappen • Een haan is groter dan een hen en heeft een glanzender, kleurrijker verenkleed • Vanaf de leeftijd van ongeveer 14 tot 20 weken begint een haan te kraaien om zijn territorium af te bakenen en indringers te waarschuwen • Als meerdere hanen samen leven zonder voldoende kippen, bestaat de kans dat ze vechten

Ook eenden, en zeker ganzen houden in een stad is niet evident, geeft Nolf aan. “Ze hebben voldoende ruimte nodig, een propere leefomgeving, toegang tot een vijver, gezelschap van soortgenoten, en ganzen maken ook best veel lawaai. Dan zijn kippen gemakkelijker te houden, in een voldoende grote en goed ingerichte tuin, en die vormen bovendien een goede oplos­ sing voor veel keukenafval.” Ook Leefmilieu Brussel stelt dat “de teelt van kippen in de stad heel wat voordelen biedt voor stadsbewoners”. Behalve om organisch afval te verwerken, denkt de overheidsdienst daarbij aan “de band met de natuur, productie van verse, lokale eieren, het plezier om voor een dier te zorgen en de gelegen­ heid om tips uit te wisselen met buren”. Leefmilieu Brussel ziet er ook geen graten in om ganzen en eenden te houden in de stad, “zolang het gebeurt met respect voor het welzijn van de dieren”. In het algemeen moeten mensen nog voor ze ze aanschaffen beseffen dat eenden, ganzen en kippen sociale diersoorten zijn, maar dat het “niet raadzaam is om verschillende soorten pluimvee samen te houden”. “Pluimvee vereist veel (schaduwrijke én zonnige) ruimte en voldoende beschutting. Ze zijn vaak luidruchtig, produceren veel uitwerpselen en hebben nood aan voldoen­ de hygiëne”, klinkt het nog. Hoeveel Brusselaars dergelijke dieren houden, is niet duidelijk, aangezien registra­ tie niet verplicht is. Als je er minstens dertig hebt, heb je wel een milieuvergunning nodig.

Reeks nalezen? Lees de hele reeks op BRUZZ.be/beestigbrussel

28 oktober 2026 |

25


Wonen

Ode aan de rijwoning Julie Mabilde, de projectverantwoordelijke bij de Vlaamse Bouwmeester en Jettenaar, publiceerde een Ode aan de rijwoning, sinds deze week te koop in de boekhandel. Voor BRUZZ schreef ze een essay over haar fascinatie voor dat type woning. “In Brussel zijn de woningprijzen dermate hoog dat het aantal rijwoningen wellicht nog verder achteruit zal gaan.” door Julie Mabilde foto’s Saskia Vanderstichele

26


“

xxx


Wonen

E

en aantal jaren geleden kochten mijn man en ik een rijwoning in Jette, door sommige inwoners nog als dorp omschreven. Het huis ligt achter het station, langs een eenrichtingsstraat met uit de kluiten gewassen kastanjebomen die ons in de zomermaanden beschutten tegen de hitte. Onze gevel past in een rijtje van vier bijna identieke bescheiden huizen, gebouwd aan het eind van de negentiende eeuw: rode baksteen met witstenen boorden rond de ramen, een smeedijzeren balkonbalustrade op de eerste verdieping, en onder de dakgoot een fries in keramiektegels en leeuwenkoppen waarachter de gaten van de bouwsteigers verborgen zitten. Drie treden leiden naar de inkomdeur: vanuit de leefruimte aan de straatzijde hebben we, over de hoofden van voorbijgangers en auto’s heen, zicht op de perrons en de aankomende en vertrekkende treinen. Aan de achterkant ligt een klein, voorlopig nog betegeld tuintje, dat uitkijkt op een park, en dat van de buurtuinen is afgescheiden door lage muurtjes. Op dit lapje grond van amper vijf op twintig meter passen ons huis én onze tuin. Het verhuizen naar deze plek heeft mijn fascinatie voor de eeuwenoude, bijna banale typologie van de rijwoning, decennialang en

De oorspronkelijke versie van Arm Brussel dateert uit 1992, een tijd waarin veel van die huizen in de historische wijken plaatsmaakten voor nieuwe kantoortorens: Arm Brussel is ook een lange aanklacht tegen de vernielzuchtige afbraakdrift van die jaren.

Particuliere bouwheren

De particuliere rijwoning of burgerwoning hangt heel erg samen met de vorm van onze historische Belgische steden. Parijs associëren we met Haussmanniaanse appartementen, Berlijn met de Mietskasernen. In België daarentegen domineren kleinschalige rijwoningen, in kleinschalige bouwblokken, de stadscentra en negentiende­-eeuwse uitbreidingen, zowel in de grote als in de kleinere steden. Rijwoningen verschenen aan de randen van gesloten bouwblokken, op smalle en langgerekte percelen van gemiddeld zes meter breed, meestal op initiatief van particuliere bouwheren. De grote diversiteit in ons stadsbeeld hebben we te danken aan het typisch Belgische fenomeen om steden uit te breiden door kavels te verkopen aan particulieren, waarop zij zelf hun eigen woning mochten bouwen. Wanneer men in de negentiende eeuw in Brussel toch experimenteert met andere

“Van alle rijwoningen die er vandaag in Brussel nog staan, dateert driekwart van voor 1945” door meerdere generaties bewoond en naar hun hand gezet, aangewakkerd, en maakte me nieuwsgierig naar wat de toekomst en het lot van de rijwoning is, in Brussel en daarbuiten. Want in oorsprong is Brussel een stad van rijwoningen. In Arm Brussel schetst Geert Van Istendael bijvoorbeeld een beeld van de Brusselse woonbuurten, met de “rijen en rijen onopvallende, wat morsige, vaak bouwvallige, nederige huizen. Al sinds de middeleeuwen is Brussel een stad van smalle, hoge huizen, vaak met achtertuinen en zelfs boomgaarden. Er zijn nog achter­ tuinen, de boomgaarden zijn dichtgebouwd. […] Het vijf tot zeven meter brede perceel, een deur met daarnaast een of twee ramen, beheerst al eeuwen de woonstraten van de stad, zover we kunnen teruggaan in de tijd.” 28

types gebouwen, zoals de Haussmanniaanse blokken op de Anspachlaan, dan clashen die vaak met de kleinschaligere woningen aan de andere zijde van het te kleine bouwblok. Tegenwoordig hebben heel wat rijhuizen plaats moeten ruimen voor appartementsgebouwen of voor de door Van Istendael zo verfoeide kantoortorens. Van de rijwoningen die er vandaag wel nog staan, in Brussel en andere Belgische steden, dateren vele uit de negentiende of begin twintigste eeuw, de bloeiperiode van de Belgische rijwoning. Het is dan ook vooral die negentiende-eeuwse rijwoning die zich het makkelijkst weet te plooien naar steeds veranderende woonwensen. Dat heeft ze te danken aan haar basisplattegrond: tussen de gemene muren liggen twee of drie achter elkaar gelegen

ruimtes op elke verdieping netjes boven elkaar gestapeld, met daarlangs een gang en traphal. Dankzij dat circulatieprincipe met van elkaar gescheiden kamers, de eenvoudige draagconstructie en de overmaat aan ruimte – hoge plafonds, bruikbare kelder- en zolderruimtes – bezit de rijwoning de flexibiliteit om zich te vormen naar veranderende gezinssituaties en nieuwe woonculturen. Je kunt de kamers naar wens gescheiden houden of openbreken tot grotere open leefruimtes; woningen zijn makkelijk op te delen – bijvoorbeeld voor een aparte praktijkruimte of een studentenkamer – en weer samen te voegen. Rijwoningen zijn ook doorzonwoningen, met licht en zicht langs twee zijden, iets waar veel nieuwe woonvormen vandaag niet over beschikken.

Anonieme inkomhallen

De rijwoning heeft niet enkel troeven voor de woning zelf, maar ook voor de stad en de publieke ruimte. Ze draagt bij tot dat kleinschalige stadslandschap waar het veel leuker is om door te wandelen dan door straten met blinde gevels, anonieme inkomhallen, of langs garagepoorten. Ik wandel vaak door Brusselse wijken, op ontdekking in eigen stad zonder vooraf bepaalde bestemming, zonder routeplanner. Elke straathoek stelt je voor een nieuwe keuze, welke weg in te slaan. Het zijn de straten met een gevarieerd straatbeeld, de straten met hun diversiteit aan rijwoningen, die me op dat moment het meest kunnen bekoren. De detaillering van gevels en


Julie Mabilde woont in een rijwoning aan het station van Jette. “Die eeuwenoude woonvorm heeft nog een mooie toekomst in de stad”, schrijft ze in haar ‘Ode aan de rijwoning’.

Brussel heeft historisch gezien, als stads­ gewest, ook een veel groter aandeel rijwoningen, gaande van kleine arbeiderswoningen tot heuse burger- en herenwoningen. Maar ook in Brussel gaat het aandeel rijwoningen, zij het minder uitgesproken dan in Vlaanderen, erop achteruit, en ruimen ze plaats voor appartementen. Een gezonde stad heeft een mix aan inkomens- en huishoudensgroepen, en hiervoor is ook een diversiteit aan woningtypes nodig. De rijwoning spreekt gezinnen met kinderen aan en kan een motivatie zijn om in de stad te blijven. Als Gent bijvoorbeeld zo aantrekkelijk is voor gezinnen met kinderen, is dat ook te danken aan het grote aanbod aan rijwoningen. En ik maak me geen illusies: in Brussel zijn de woningprijzen dermate hoog dat het aantal rijwoningen wellicht nog verder achteruit zal gaan.

Jonge gezinnen baksteenpatronen, uitkragende balkons, luifeltjes, inspringende inkomportalen of winkelpuien: het zijn dat soort details die het straatbeeld diepte en ritme geven, met meer gradatie en afwisseling dan in een vlakke straatwand, die stadswandelingen boeiend maken, en die bijdragen tot een interessanter buurt- en straatleven. In onze eigen straat zie ik hoe die interactie tussen woning en straat, tussen binnen en buiten werkt. Elk huis heeft zijn eigen voordeur, waardoor je je dat stukje stoep voor de deur ook een beetje toe-eigent, en er zorg voor draagt. Tegen onze gevel groeit, wortelend in een paar uitgebroken stoeptegels, een druivelaar, op de vensterbank staan bloembakken, en veel van de huizen in onze straat hebben een gevelbankje, waarop mensen bij zonnig weer buiten zitten. Of je kunt ook gewoon op het trapje naar de voordeur zitten, je koffie drinken in de ochtendzon, bijpraten met de buren. Omdat onze leefruimte aan de straatzijde ligt, een paar treden hoger dan de straat, zorgt die voor een levendige gelijkvloerse verdieping. Ik zie vaak mensen naar binnen kijken, door dat kleine niveauverschil kunnen ze niet alles zien, enkel onze boeken en onze planten: je krijgt een idee van wie daar woont. Die blik naar binnen is moeilijk te weerstaan. Het werkt ook omgekeerd: door die bewoonde benedenverdieping is er ook sociale controle op straat: publiciste Jane Jacobs spreekt over “eyes on the street”. De achterkant van de rijwoning is veel privater en intiemer, daar zijn de verschillende tuinen van elkaar gescheiden door

tuinmuren. In onze tuin zijn die niet veel hoger dan een balustrade, laag genoeg om even hallo te zeggen tegen de directe buren, hoog genoeg om van het tuintje een ruimte voor jou alleen te maken. Het is een ongeschreven regel dat je elkaar aan die achterzijde wat meer met rust laat, daar bevind je je in privaat gebied. Het toont dat aan de rijwoning ook een aantal afspraken vasthangen, rond het delen van gemene muren bijvoorbeeld, die zorgen dat dat samenwonen in de stad goed verloopt, want je woont natuurlijk nog steeds dicht bij elkaar.

Stijgend aandeel appartementen

Mijn ode schrijf ik niet enkel wegens de vele kwaliteiten van dit woningtype, maar ook vanuit de constatering dat dit woningtype erop achteruitgaat, in Vlaanderen, Brussel én Wallonië. De cijfers van de woningevolutie in België, van 1995 tot 2026, laten zien dat het aantal appartementen erg gestegen is, net zoals de vrijstaande woningen en halfopen bebouwingen. Die groei gaat ten koste van de rijwoning. Het stijgend aandeel appartementen heeft te maken met het kleiner worden van gezinnen, die ook geen tijd of zin meer hebben om zelf te verbouwen, en met de betaalbaarheid van wonen. Maar het is wel opvallend dat het vooral de rijwoningen zijn die plaatsmaken voor appartementen, en niet de meer ruimteverslindende woningtypes. Brussel is in die Belgische context natuurlijk een bijzonder geval. De stad moet haar demografische groei zien op te vangen binnen de beperking van de gewestgrenzen.

Een ode aan de rijwoning lijkt een anomalie in tijden waar gestapeld wonen en collectiviteit in architectuurmiddens bovenaan de agenda staan, en het is ook niet mijn opzet om de rijwoning als enig mogelijke of ‘beste’ woontypologie naar voren te schuiven: er is nood aan diversiteit. Het gaat erom dat we kunnen leren uit wat goed werkt in die rijwoningen: de connectie met de straat, de details die ze toevoegen aan het straatbeeld, de kwaliteiten van doorzonwoningen en zicht aan twee zijden, de aanpasbaarheid. Mijn ode is vooral een pleidooi om met een andere blik naar dat oude patrimonium te kijken. Van alle rijwoningen die er vandaag in Brussel nog staan, dateert driekwart van voor 1945. Alle nieuwe woonvormen ten spijt zijn het vaak die oudere panden, die er al zo lang staan, die door hun degelijke bouwwijze en met dank aan de overmaat in de plannen, en door de beeldwaarde die ze toevoegen aan onze stad, het meest versatiel blijken te zijn, en die telkens nieuwe generaties bewoners tot de hunne willen maken. Dat heel wat jonge gezinnen in Brussel vandaag het initiatief nemen om samen een (te) grote burgerwoning te kopen, en om te bouwen tot twee kleinere, maar volwaardige gezinswoningen, toont net hoe robuust die woningen zijn. Die eeuwenoude woonvorm heeft nog een mooie toekomst in de stad, als we hem weten te koesteren. Het boek ‘Ode aan de rijwoning’ is een uitgave van Public Space, en is verkrijgbaar bij Passaporta Bookshop en Standaard Boekhandel 28 oktober 2026 |

29


De gevel

‘Dankzij Tiny vinden vrienden makkelijk de weg’ Toen Saliou Diallo tien jaar geleden uit Guinee naar Brussel verhuisde, kende hij het stripfiguurtje Tiny niet. Nu komt hij elke dag thuis achter een gevel met haar beeltenis, en die van haar huisdier Poeffie. “Het brengt mijn dochter op ideeën. Ze wil nu ook een hondje.” door Maria Saldi foto Ivan Put De 38-jarige Saliou komt al bellend uit zijn deurgat piepen als BRUZZ aanbelt op de Koninginnelaan in Laken. Het is koud, maar hij gaat naar buiten en toont graag de stripmuur die zijn volledige zijgevel inpalmt. Tiny en haar hondje Poeffie zien er een pak bleker uit dan tweeëntwintig jaar geleden. Toen schilderde vzw Art Mural het eerbetoon aan de Belgische makers van de iconische kinderboeken, Gilbert Delahaye en Marcel Marlier. De muurschildering maakt deel uit van een stripparcours. “Omdat ik zoveel toeristen foto’s zag nemen, ben ik me beetje bij beetje ook beginnen te interesseren in de muur”, zegt Saliou, die drie jaar geleden met zijn gezin in de woning achter de muur introk. Toen hij het huis kwam bezoeken, schonk hij er niet veel aandacht aan. “Mijn vrouw en ik hadden net een dochter gekregen en we zochten een ruimer appartement. Het aantal kamers en de locatie vond ik belangrijker dan de muurschildering”, lacht hij. “Het is wel gemakkelijk voor vrienden die de weg zoeken: ze moeten maar opkijken en ze weten waar ik woon.” Tien jaar geleden, op zijn 28e, kwam Saliou uit Guinee naar België als politiek vluchteling. Zijn nonkel zat in het verzet 30

tegen het regime en daardoor liep ook Saliou gevaar om vervolgd te worden. Zijn job als geoloog moest hij vaarwelzeggen. “Ik deed onderzoek naar bauxiet, een aluminiumerts waar Guinee veel reserves van heeft. De mijnen worden geleid door buitenlandse bedrijven. De staat plukt er wel vruchten van, maar de lokale bevolking blijft in de kou staan. Zo gaat het jammer genoeg altijd.” In België schoolde hij zich om tot IT’er, en nu werkt hij bij een bedrijf in Laken. “Dat ik op vijftien minuten van mijn werk woon, is een reden te meer om in deze gemeente te blijven. Maar ook de rust van Laken trekt me

“Toen ik het huis bezocht, vond ik het aantal kamers en de locatie belangrijker dan de muurschildering” Saliou Diallo


Column

Samen naar de winter aan.” Toch zoekt hij binnenkort een nieuwe woning. “Vier maanden geleden is mijn tweede dochter geboren. Het wordt te druk in ons appartement.” In tegenstelling tot Saliou kende zijn vrouw wel de verhalen van Tiny. Zij komt ook uit Guinee, maar verhuisde op haar zevende al naar België. “We hebben elkaar leren kennen op een bijeenkomst van de Guinese gemeenschap in Brussel. Na de goedkeuring van haar ouders zijn we getrouwd. Het klopte meteen.”

Meerdere muurschilderingen

Hun oudste dochter is vier en dol op de muurschildering. Als Saliou haar van de sportles ophaalt, is de gevel haar herkenningspunt om te weten dat ze bijna thuis zijn. “Ze vraagt me altijd om foto’s van haar voor de muur te nemen, superschattig. Het heeft haar ook op ideeën gebracht. Elke keer als ze de schildering ziet, vraagt ze of ze een hond mag.” Tiny is niet de enige die de gevels van de buurt kleurt. Om de hoek, in de Hubert Stiernetstraat, prijkt de yeti van graphic novel De vliegenkoning. Saliou kijkt vanuit zijn huis op een muurschildering van een buurtbewoonster en haar zoon die haar leven redde met een stamceldonatie. De tekening is deel van een campagne van het Rode Kruis. “Volgens mijn dochter lijkt de vrouw op haar moeder, en de zoon op haar nonkel.” “Ik weet niet waarom hier zoveel muurschilderingen zijn, maar het geeft een leuk karakter aan de buurt”, vindt Saliou. Iets minder leuk zijn volgens hem de vuilniszakken op het dieperliggende pleintje naast zijn woning. “Het bordje tegen sluikstorten haalt niets uit, het is een regelrechte catastrofe.” Naast het pleintje, onder de spoorwegbrug, hangen wat tieners rond. “In het begin was ik bang dat hier overlast zou zijn. Soms slapen er wel dakloze mensen of komen jongeren er sigaretten roken, maar dat maakt me niet zo veel uit. Ik heb nog geen gewelddadige of gedrogeerde mensen gezien.” Zijn dochter heeft nog geen strip van Tiny, maar daar wil Saliou verandering in brengen. “Ik zag onlangs op TikTok dat je gepersonaliseerde kinderboekjes kunt laten maken. Ik zou er graag een maken voor haar, en daar komt zeker een tekening van Tiny in.” In De gevel toont BRUZZ de mensen die achter de opvallendste façades van de stad wonen

Sinds kort ben ik weer aan het repeteren voor een nieuwe voorstelling die binnen een kleine maand in première gaat. De eerste weken waren een soort speeltuin vol euforie. We leerden elkaar kennen op de theatervloer en begonnen samen te bouwen aan een leuke, kleurrijke voorstelling voor kinderen. Een ode aan de verbeelding dus, waar heel veel spielerei aan te pas komt. Daarbovenop waren de temperaturen in oktober mild

“De herfst: als je zin hebt in stoemp met een worst, dan kan dat gewoon” en kon je nog genieten van de zon op een terras. Nu het nieuwe er wat af is, de high van het begin is gaan liggen en de temperaturen gedaald zijn, moet ik terugdenken aan wat ik in de eerste repetitieweek zei. Vol enthou­ siasme: “Wat leuk, we gaan samen naar de winter toe.” Eigenaardig hoe ik iedere zomer vergeet hoe die koude, korte dagen alweer aanvoelen. Tot de temperatuur plots zakt en de herfst echt begint. Zomertijd wordt wintertijd. De bladeren verkleuren geleidelijk en vallen dan van de bomen. Onderweg naar het station word je natgeregend door miezerige motregen en krijg je rillingen van de bijtende wind. De volgende dag blijkt het warmer dan verwacht en kom je bezweet aan bij het station omdat je te veel lagen hebt aangedaan. Ik stel het zo lang mogelijk uit, maar haal toch stilaan mijn handschoenen boven. Je probeert de koude en de herfstblues nog even buiten

te houden. Maar zodra de eerste tijdens de repetities ziek wordt, valt er aan het gesnotter en gehoest niet meer te ontsnappen. Je kunt niet anders dan accepteren dat we weer even door die seizoensverandering moeten ploeteren. Die brengt ook mooie dingen met zich mee. Zo zei een vriend: “Ik ben ook wel gewoon blij dat ik me na een oversociale zomer zonder enig schuld­ gevoel kan terugtrekken.” Even niet het gevoel dat er van alles moet. Of in slaap vallen met een kersenpitkussentje onder een warme dons. En als je zin hebt in stoemp met een worst, dan kan dat gewoon. Binnenkort is het Halloween, met best wat goeie feesten om jezelf warm te dansen. Ook werken in een donkere studio voelt plots minder onaantrekkelijk. Zoveel zonlicht missen we niet. Tot de première bouwen we verder, met een groep heerlijke mensen, aan iets waar hopelijk veel anderen van zullen meegenieten. “We gaan samen naar de winter toe”, zei ik tijdens die eerste repetitieweek. Toen dacht ik vooral aan de gezelligheid. Intussen horen daar ook natte sokken, koude handen en gesnotter bij. Maar dat ‘samen’ – daar ben ik nog altijd even enthousiast over.

Patricia Kargbo woont in Brussel

en is actrice (‘Chantal’) en theatermaakster. In haar tweewekelijkse column onderzoekt ze de rollen die ze aanneemt in de grootstad.

28 oktober 2026 |

31


Kunst

Jean Marchetti knipt zich al vijftig jaar een weg door de kunstwereld

‘Ik wilde een oase creëren in een culturele woestijn’


Bij Jean Marchetti gaan kunst en knippen al vijftig jaar hand in hand. In zijn kapsalon in Sint-Gillis vinden haarlokken, schilderijen en eigenzinnige ideeën elkaar, ver weg van de klassieke kunstwereld. “Ik heb altijd mijn zin gedaan.” door Tom Zonderman foto’s Tiene Carlier

E

en gescalpeerd mannenhoofd waarbij een kam de blootliggende hersenen netjes in twee helften verdeelt: een van de meest bevreemdende uithangborden van een Brussels handelspand hangt tegen de gevel van het nummer 81 in de Munthofstraat in Sint-Gillis, op een steenworp van het Sint-Gillisvoorplein. Het in sober zwart-wit getekende beeld komt uit de koker van Roland Topor, een van de grondleggers van de kunstbeweging Panique. Een en ander wordt begrijpelijker wanneer je de kleine letters links onderaan op de vitrine leest: “Le Salon d’Art et de Coiffure.” Op deze plek vermengt Brusselaar Jean Marchetti al vijf decennia de kunst van het haarknippen met die van papier en doek: zijn kapsalon fungeert tegelijk als galerie (en sinds 1982 ook als uitgeverij). Zijn jubileumjaar sluit hij straks af met een expo van Pierre Alechinsky. “Het is al de zevende keer dat ik werk van hem tentoonstel”, vertelt Jean Marchetti net voor hij zijn eerste klant van de dag in de enige kappersstoel van zijn salon ontvangt. Hun vriendschap gaat terug tot eind jaren 1970. “Bij elke mijlpaal wil ik hem erbij, dus ook nu.” Alechinsky, een van de drijvende krachten achter de Cobra-beweging, werd eerder deze maand 99, maar verkeert volgens Marchetti in goede gezondheid. “Ik ben hem onlangs nog gaan opzoeken in Parijs. Het gaat prima met hem, zowel fysiek als mentaal. Hij doet het rustig aan, maar werkt intussen aan enkele tentoonstellingen ter gelegenheid van zijn honderdste verjaardag. In de Serpentine Galleries in Londen onder meer, zijn eerste officiële expo in het VK.”

Maar eerst is hij dus nog bij jou te zien. Waarom koester je zijn werk zo hard?

JEAN MARCHETTI: Pierre Alechinsky heeft een heel eigen écriture, en dat vind ik altijd interessant bij een kunstenaar. Toen hij zeventig werd, bleek geen van de Brusselse musea nog in hem geïnteresseerd. Roland Topor was toen net overleden, en Alechinsky kwam naar mij met de vraag of ik geen expo wilde opzetten. Natuurlijk, antwoordde ik x hem, tu es chez toi, chez moi!

De tentoonstelling was een succes en toen ze afgelopen was, zei ik tegen hem met de arrogantie van een jonge man: ”Zeg, over vijf jaar doen we het opnieuw. Maar je moet wel zo vriendelijk zijn om tot dan in leven te blijven.” Ik ben 25 jaar jonger, hij had mijn vader kunnen zijn. En zo hebben we elke vijf jaar een expo opgezet. Intussen ben ik degene die wordt gevraagd om te blijven leven. Dit jaar ben ik al drie keer aan mijn hart geopereerd.

Herken je iets van Alechinsky’s stijl in jouw manier van haarknippen?

MARCHETTI: Absoluut. Hij is iemand die net als ik op zoek gaat naar een soort vrijheid. Hij kent de schilderkunst goed en heeft iets gecreëerd dat voordien niet bestond. In de kunst is het moeilijk om een eigen identiteit te vormen zonder op het terrein van iemand

op zoek naar punt Z. Op de dag dat hij dat punt bereikt, is het voorbij. Wat ik doe, is vergankelijk. Zodra het haar geknipt is, groeit het weer aan. Ik denk dat haarknippen vooral de kunst van het luisteren is. Tegenwoordig weten mensen niet meer wat ze willen. “U bent de vakman, kiest u maar”, zeggen ze dan. Maar de klant is degene die ermee moet leven. Ik vraag nu meestal wat ze niet willen, waarna ik meteen een antwoord krijg. Ik moet gewoon het tegenovergestelde doen van wat ze me vertellen, en dan weet ik dat ik goed zit. (Lacht) Het komt er voor mij op aan te begrijpen wat bij iemand past. Mijn ego hoeft niet te schitteren op iemands hoofd.

Je ontvangt telkens maar één klant per keer in je kapsalon. Is die intimiteit noodzakelijk? MARCHETTI: Ja. Daarom werk ik ook uitslui-

“Het zal de zevende keer zijn dat ik werk van Pierre Alechinsky toon. Onze vriendschap gaat ver terug. Bij elke mijlpaal wil ik hem erbij, dus ook nu” Jean Marchetti

Kapper, galeriehouder en uitgever

anders te komen. Van de kunstenaars die ik tentoonstel verwacht ik dat hun werk ook andere kunstenaars aanspreekt en hen ertoe aanzet om verder te gaan. De schilderkunst evolueert immers doordat kunstenaars voortbouwen op de stappen van hun voorgangers. Dat heeft hij gedaan.

Ben je als kapper ook een soort kunstenaar?

MARCHETTI: Ik beschouw mezelf als een ambachtsman. Het verschil tussen een kunstenaar en een ambachtsman is dat een ambachtsman vertrekt vanuit punt A en naar punt Z werkt. Hij weet van tevoren waar hij wil uitkomen. Ook een kunstenaar vertrekt bij punt A, maar blijft zijn hele leven

tend op afspraak. Ik hou ervan om een persoonlijke band op te bouwen met mijn klanten. De meesten ken ik alleen bij hun voornaam. Ik wil me volledig op hen kunnen richten en hen even uit hun eigen tijd halen, om ze mee te nemen in de mijne en daarna weer los te laten in de wereld. Het is veel meer dan haarknippen: het gaat om menselijk contact en iemand helpen om beter tot zijn recht te komen. Ik help mensen als het ware hun zelfbeeld te herstellen.

Ambassadeur met een schaar

Jean Marchetti kwam op vijfjarige leeftijd naar Brussel als zoon en kleinzoon van Italiaanse mijnwerkers die in Henegouwen 28 oktober 2026 |

33


Kunst

naar het zwarte goud kwamen delven. Zijn moeder liet hem als driejarige uk in de steek, omdat ze mishandeld werd door zijn vader en niet meer voor hem kon zorgen. “Eerst zat ik in een klooster, maar op mijn vijfde belandde ik in Molenbeek, in de Cité Joyeuse, een instelling voor oorlogswezen. Zo begon mijn leven in Brussel.” Als jonge gast liep hij school in Elsene. Op een dag zag hij meisjes over de speelplaats lopen. Ze volgden een kappersopleiding en hadden een eigen lokaal waar ze konden oefenen. “Na een stommiteit van mijn broer moest ik van school veranderen. Tot dan was ik altijd de eerste van de klas, maar daarna verloor ik mijn motivatie. Uiteindelijk moest ik een beroep kiezen. Ik dacht: ik wil bij de meisjes zijn, dus word ik kapper. Het was een vorm van verzet, want meisjes waren voor ons verboden terrein.”

Hoe slaagde je erin om op je 21e je eigen kapperszaak te beginnen?

MARCHETTI: In 1971 sloot mijn baas zijn zaak, en moest ik op zoek naar een andere job. Ik werkte even op bouwwerven, en was graag gezien. Ik dacht altijd vooruit en zag zelf wat er moest gebeuren. Maar uiteindelijk keerde ik terug naar het kappersvak. Een voormalige schoolvriend vertelde me dat een kapsalon een medewerker zocht. Ik stelde voor om tegen een lager dagloon te werken, op voorwaarde dat ik mijn eigen klanten mocht aanspreken. Ik vervijfvoudigde de omzet in drie maanden tijd. Toen mijn

“In het begin ben ik veel klanten verloren. Ze vonden het maar niks dat er mensen naar kunst kwamen kijken terwijl ze in de kappersstoel zaten” Jean Marchetti

Kapper, galeriehouder en uitgever

patron zijn zaak aan mij wilde overlaten, heb ik niet geaarzeld. En zo baatte ik in 1973 plots mijn eigen kapsalon uit.

Drie jaar later werd je kapperszaak ook een galerie. Vanwaar die transformatie?

MARCHETTI: Er kwamen kunstenaars over de vloer in mijn kapperszaak en ik stelde hun allerlei vragen. Ze vertelden aan anderen: “Er is een kapper die me aan het praten krijgt.” Op een dag nodigde een van hen me uit voor een vernissage, maar ik ging er niet naartoe. Kunst stond toen voor mij op een onbereikbare piëdestal. Toen ze me achteraf vertelden dat ze op me hadden gewacht, besloot ik toch eens te gaan kijken. Op een beurs in Keulen vroeg Jean-Pierre Van Tieghem, kunstcriticus bij de RTBF, me wat ik mooi vond. Hij dacht eerst dat ik hem voor de gek hield, omdat ik precies de kunstenaars opnoemde die hij belangrijk vond. Maar ik keek niet naar de namen: ik keek naar de kunstwerken zelf. Toen is mijn kijk op kunst veranderd.

Hoe is je interesse in moderne kunst vervolgens gegroeid?

MARCHETTI: Ik begon er met mijn klanten over te praten. Wanneer ik hun vroeg wat ze mooi vonden, verwezen ze altijd naar oude kunst. Tegelijk vroeg ik me af waarom kunstenaars als Van Gogh en Modigliani tijdens hun leven vaak niet van hun kunst konden leven, terwijl hun werken later voor enorme bedragen werden verkocht. Op een dag besefte ik dat wij daar zelf verantwoordelijk voor waren: tijdens hun leven hadden we hen niet naar waarde geschat. Dat zette mij ertoe aan om zelf werk te beginnen tonen, en wel van levende kunstenaars. Het werk van overleden kunstenaars wordt al gauw handelswaar, denk ik. Ik vind het fantastisch als ik mensen voor het eerst in contact kan brengen met kunst. Ik zie mezelf dan ook vooral als een doorgeefluik, een ambassadeur. De kunstenaars zijn hier niet zelf aanwezig, dus moet ik hun werk verdedigen.

Welke betekenis krijgt kunst wanneer ze niet in de steriele omgeving van een galerie hangt, maar deel uitmaakt van het dagelijkse leven?

MARCHETTI: Het is hier geen white cube, maar toch heeft deze plek een heel eigen sfeer. Ik heb klanten die me al jarenlang trouw zijn, omdat ze hier iets vinden wat ze nergens anders aantreffen. Pas op, in het begin ben ik veel klanten verloren. Ze vonden het maar niks dat er mensen naar kunst kwamen kijken terwijl ze in de kappersstoel zaten. Ze voelden zichzelf bekeken. Intussen is dat veranderd. Kunst is toegankelijker geworden, mensen staan er meer voor open. Ik heb jonge klanten die van overal naar hier komen precies omdat het ook een galerie is.

Tussen coupe en coup de coeur

In zijn kapsalon ontvangt Jean Marchetti telkens één klant per keer: “Haarknippen is bovenal de kunst van het luisteren.”

34

In die vijftig jaar waarin Jean Marchetti haarlokken en canvassen met elkaar verstrengelde, heeft hij niet alleen haarmodes maar ook de buurt zien veranderen. “Sint-Gillis is erg bobo geworden. Wat me hier aanvankelijk aantrok, was dat er helemaal niets gebeurde. Precies in die


Je hebt de kapsels zien veranderen, maar ook de kunstwereld. Heeft Brussel op artistiek vlak nog veel te bieden?

MARCHETTI: Jazeker. Het bijzondere aan Brusselaars is hun tegendraadse geest. De zwanze, de typisch Brusselse spot en humor, komt voort uit het feit dat de stad altijd door anderen is overheerst – de Nederlanders, de Spanjaarden, de Duitsers. De manier waarop de mensen zich staande hielden, was door de draak te steken met de situatie, door er zelfspot van te maken. Ook de nieuwsgierigheid naar nieuwe ontwikkelingen, in de kunst en daarbuiten, kent volgens mij geen grenzen. Bovendien hebben veel mensen die vandaag in de kunstwereld actief zijn, ook galeriehouders, in het buitenland gewerkt. Daardoor zijn heel wat barrières gesneuveld en is de kunstwereld minder star geworden.

Binnenkort opent er een museum voor moderne kunst aan het kanaal. Wat vind je daarvan? Het bevreemdende uithangbord van Le Salon d’Art, een tekening van de Franse kunstenaar Roland Topor, brengt in één beeld de twee passies van uitbater Jean Marchetti samen: die voor het kappersvak en die voor moderne kunst.

culturele woestijn wilde ik een oase creëren.” Die oase kreeg er in 1982 een nieuwe dimensie bij, toen Marchetti zijn eigen uitgeverij oprichtte: La Pierre d’Alun. Pierre Alechinsky ontwierp het logo. Met zijn uitgeverij bracht Marchetti op zijn onnavolgbare, ietwat eigenzinnige manier drie passies samen: de liefde voor papier, die hij van zijn grootvader, een amateurtekenaar, erfde; zijn voorliefde voor surrealistische, soms dadaïstische beeldende kunst; en zijn bewondering voor het schrijftalent van anderen, dat hij zelf naar eigen zeggen ontbeerde. “Ik werk nooit met een plan of een schema, ik volg gewoon mijn instinct”, zegt hij, “de kunstenaars die ik onder de aandacht breng zijn altijd coups de coeur.”

Je hebt altijd je eigen weg gevolgd, buiten de klassieke kunstcircuits. Heeft die vrijheid je veel opgeleverd of heeft ze ook dingen belet? MARCHETTI: Belet? Niets. Ik doe altijd wat ik

wil, niets verplicht me ergens toe. Ik had ooit een klant die inmiddels overleden is. Hij was de baas van bakkerij Au Vatel, bekend van zijn kleine broodjes en baguettes. Naast kunst was zijn grote plezier tennissen – iets wat hij enkele keren per week deed. Op een dag zei ik tegen hem: “Ik denk dat ik rijker ben dan jij.” Hij keek me verbaasd aan en vroeg: “Hoezo?” Ik antwoordde: “Omdat ik het héle jaar door kan doen waar ik van houd.”

MARCHETTI: Dat is een goede zaak, al is het geen museum met een eigen collectie, maar eerder een tentoonstellingsruimte. Voorstanders hopen op een Guggenheim-effect, maar het Guggenheim behoudt zijn eigen identiteit, waar het ook gevestigd is. Het hoeft geen compromissen te sluiten over welke Belgische of andere kunstenaars het moet tonen. Kanal daarentegen is een geïmporteerd concept, geïnspireerd door het Franse Centre Pompidou. En je mag niet vergeten dat het natuurlijk ook een prestigeproject is van Rudi Vervoort. Er schuilt vastgoed- en grondspeculatie achter, waardoor hele wijken van karakter zullen veranderen.

Wat brengt de toekomst voor jou?

MARCHETTI: Ik blijf gewoon doorgaan. Ik zit in een trein zonder te weten waar die me naartoe brengt. Ooit zal hij wel stoppen.

De tentoonstelling Sur papiers d’il y a longtemps van Pierre Alechinsky loopt van 3/11 tot 19/12 in Le Salon d’Art, lesalondart.be. Bij de expo verschijnt ook het boek Brèves de pinceau

JEAN MARCHETTI, L’ART AU BOUT DES CISEAUX

FR/ Depuis cinquante ans, chez Jean Marchetti, l’art et la coiffure vont de pair. Dans son salon de SaintGilles, les mèches de cheveux côtoient les tableaux et les idées singulières, loin des codes du monde de l’art traditionnel. « J’ai toujours fait comme bon me semblait. »

JEAN MARCHETT CUTS HIS WAY THROUGH THE ART WORLD

EN/ For fifty years, art and hairdressing have gone hand in hand for Jean Marchetti. In his hair salon in Saint-Gilles, strands of hair, paintings and unconventional ideas come together, far removed from the traditional art world. “I’ve always done things my own way.” 28 oktober 2026 |

35


Cultuurgids

30/10 → 5/11

Shop

Made in Brussels GRIEZELBOEK Uitgeverij Tiptoe uit Vorst brengt verrassende prentenboeken uit andere landen naar een Nederlands publiek. Helemaal in het Halloween-­ thema kwam deze maand Onder op de markt, een boek over monsters onder het bed, het bad of het tapijt. Zou het niet leuker zijn als die grappige wezens écht bestonden? De Britse tekenaar verzon er een humoristisch verhaal over, Vlaams jeugdboekenauteur Bart Moeyaert deed de vertaling. Voor kinderen vanaf drie jaar. (EC) ‘ONDER’ van Dylan Hewitt en Bart Moeyaert, 19,90 euro via tiptoeprint.eu

I don’t give a phoque Deze phoque of zeehond kan het geen moer schelen, wat je ‘s ochtends in je mok giet om een ochtendhumeur te bestrijden: een shot cafeïne of een scheutje onverschilligheid. De speelse koffiekop van Porcepolis zet je boodschap alleszins wat kracht bij. Het is een ontwerp van keramiste Eve Vaucheret, die in 2011 een porseleinstudio in Sint-Gillis oprichtte. Ze verkoopt er ondertussen niet alleen eigen werk, je kunt er ook cursussen en stages volgen. (SM) PORSELEINEN KOFFIEKOP 14 euro via porcepolis.be

Dodentaartje Al enkele jaren kleurt Brussel behoorlijk Mexicaans eind oktober, ter ere van de feestdag Día de los Muertos daar. Dit jaar doen ook de bakkers mee. In Sint-Gillis vind je bij Pépite by Pierre de Almeida een flantaartje in de vorm van een Mexicaanse goudbloem, hét symbool van het dodenfeest. Met maïs, pepers, anijs, koriander is het een pittige crème brulée geworden, volledig vegan. Ter plekke kun je er een gekruide chocoladedrank bij consumeren. Troostvoer met een tropisch randje. (EC) TAARTJE CHICA 7,50 euro via pepitepatisserie.com

Jouw Brussels product op deze pagina? Mail naar shop@bruzz.be

36


Restaurant

© SASKIA VANDERSTICHELE

3 x Vietnamese koffie

Drip Cà Phê KWALITEIT AANBOD AUTHENTICITEIT

••••• ••••• •••••

INFO

Visverkopersstraat 13, Brussel

Vietnamese koffie wint aan populariteit in Brussel. Drie adressen om de vele gezichten ervan te ontdekken. Bij Drip Cà Phê bestel je via een QR-code en haal je je plateau op wanneer een schelle buzzer afgaat. Een beetje jammer toch voor een zaak die Vietnamese koffie in de kijker zet, waarbij de phin – een kleine metalen filter die op een kopje wordt geplaatst – het water druppel voor druppel laat doorsijpelen. Franse missionarissen introduceerden koffie in de negentiende eeuw in Vietnam, maar de drank kreeg er een heel eigen karakter. Robusta werd de dominante koffieboon. Ook gezoete gecondenseerde melk raakte ingeburgerd, omdat die gemakkelijker te bewaren is dan verse melk. In Hanoi bedacht een barman van hotel Métropole in 1946 koffie met eieren omdat er toen een tekort aan melk was. Drip brengt dat erfgoed op overtuigende wijze tot leven met robustakoffie uit de provincie Dak Lak, gebrand in Brussel door

Meteo Koffie. Naast de cà phê sữa met gecondenseerde melk, warm of koud (5 euro), is er de bạc xỉu, met extra veel melk (5,20 euro), eierkoffie (5,90 euro), koffie met gezouten room (6 euro), met kokos (6,30 euro) of pandan (5,90 euro). Voor espresso’s en cappuccino’s gebruikt de zaak Braziliaanse arabica, gebrand door Wide Awake. Op de kaart staan ook matcha en enkele gebakjes. Het interieur heeft veel marineblauw, neonverlichting boven de toonbank, bijpassende zitbanken en enkele groene planten. Wie alleen is, kan aan hoge tafeltjes met krukken zitten. De nogal functionele tafels weten minder te overtuigen. Een hongertje? De sandwich bánh mì is er in vier varianten, waaraan je extra’s kunt toevoegen zoals ingelegde groenten, extra vlees of gemarineerd ei. Als beleg is er kip met citroengras (8,50 euro), varkensvlees met paté en Vietnamese mortadella (9 euro), gemarineerde eieren (8 euro) of gemarineerd rundvlees in plakjes met ui (9,50 euro). Die laatste is bijzonder smaakvol. Het stokbrood is licht, lekker knapperig en toch sappig door de vleesjus. Een vleugje kaneel geeft het rundvlees extra pit. De rauwkost, in grove stukken gesneden, behoudt een aangename beet. Komkommer, wortel, daikon en koriander komen goed tot hun recht. Een aangename vaststelling dat de groenten meer zijn dan louter garnering. MICHEL VERLINDEN

Ôngbà

Bij Ôngbà komen streetfoodklassiekers in overvloed op tafel, om te delen Gefrituurde spiering, loempia’s met varkensvlees, gele curry met kip en gestoofd rundvlees staan samen op een menu voor twee van 76 euro. De bediening is uitzonderlijk hartelijk. Na de maaltijd zindert de ijskoffie (6 euro), bereid met een phin en gezoete gecondenseerde melk, lang na. Karameltoetsen verzachten de krachtige smaak. Lesbroussartstraat 52, Elsene

Viet Nam

Viet Nam, onderdeel van de Hanoi Station-familie, is eerder een volwaardig restaurant dan een koffiebar. De vegetarische loempia’s zijn erg geslaagd, net als de kip met gember. ‘s Avonds staan er specialiteiten op grote schotels op tafel om te delen. Koffieliefhebbers kunnen kiezen uit klassieke Vietnamese koffie (3,80 euro), een gezouten versie (6,50 euro) of koffie met kokos (6,50 euro). Atrebatenstraat 13, Etterbeek

28 oktober 2026 |

37


Klassiek

Expo

Les Nuits Weekender

Brussels Cello Festival

The Americans: deel III

Les Nuits Weekender, het najaarsbroertje van het lentefestival Les Nuits, vult voor de derde keer op rij een avontuurlijke affiche waarop namen als The Avalanches, IAMDDB, Antony Szmierek en Chanel Beads met de meeste aandacht gaan lopen. Voor de durvers zijn er ook minder bekende treats als de Japans-­ Amerikaanse drumster Momoko Gill, en de Brusselaars Camille Keller en Lindy Versyck.

Organisator Han Bin Yoon trekt voor de hoogmis van de cello weer een blik fantastische strijkers open. Camille Thomas speelt muziek van op haar nieuwste Philip Glass-­ album, verschillende Elisabethwedstrijdlaureaten zakken opnieuw af naar Brussel, en als klap op de vuurpijl staan maar liefst acht cellisten samen op het podium voor een programma dat de boog maakt tussen film en opera.

De Roemeens-Amerikaanse kunstenaar Saul Steinberg hield op Expo 58 de VS een spiegel voor met een collage met acht thematische panelen, The Americans, die in het Amerikaans paviljoen de achtergrond vormde van modeshows. In het derde deel van een presentatiecyclus zijn nu de panelen The road – South and West en Farmers – Middle West te zien.

→ 30/10 > 1/11, Botanique

→ 30/10 > 1/11, Flagey

→ 3/11 > 9/5, KMSKB

Mike D 5D

Camerata Salzburg & Vox Luminis

Kuzviramba Mamuri

Toen Adam ‘MCA’ Yauch in 2012 geveld werd door kanker, betekende dat meteen ook het einde van The Beastie Boys. Michael Diamond, alias Mike D, die samen met Yauch en Adam ‘Ad-Rock’ Horovitz het New Yorkse hiphop­ triumviraat vormde, kwam deze zomer eindelijk boven water met zijn eerste solo-album, Thank you. Dank ook aan zijn zonen, die mee bouwen aan zijn liveproject Mike D 5D.

Nu er een nieuwe Amadeus de ronde doet op de streamingdiensten, is het geen slecht idee om in de concertzaal naar de bron terug te keren. Het beruchte Requiem – dat in de film van Miloš Forman een muzikale hoofdrol speelt – staat op de pupiter bij de zangers van Lionel Meunier. De toppers van bij ons worden daarvoor vervoegd door het fantastische ensemble uit Mozarts geboortestad.

De Zimbabwaanse Portia Zvavahera begon als kind al haar dromen te ontleden en ze een plaats te geven in het bewuste leven. Zodra ze volwassen was, zette ze die onaardse taferelen om in grote schilderijen vol spookachtige figuren. Haar recente keramiekwerk is een eerbetoon aan haar grootmoeder, die haar inwijdde in de kunst van het ‘droom-vertellen’.

→ 5/11, Ancienne Belgique

→ 30/10, Bozar

→ 31/10 > 7/3, Wiels

New Jazz Underground

Amelio Trio

Le piccole cose

Op 31 oktober zou Dumile Daniel Thompson, beter bekend als MF Doom, 55 geworden zijn. De gemaskerde Brits-Amerikaanse rapper gaf hiphop aan het begin van deze eeuw een nieuwe, jazzy cool, tot hij zes jaar geleden onverwacht overleed. Het New Yorkse jazztrio New Jazz Underground brengt een muzikaal eerbetoon, met eigen werk én een MF Doom Jazz Suite.

In 2012, amper dertien jaar oud, nemen de leden van het Amelio Trio voor het eerst samen deel aan een muziekwedstrijd. Veertien jaar later zijn ze nog steeds twintigers, maar wel al doorgewinterde muzikanten. Die voorsprong op veel van hun generatiegenoten hoor je in hun samenspel, hun maturiteit en de vanzelfsprekendheid waarmee ze muziek maken. Rijzende sterren, met recht en reden.

De Italiaanse kunstenaar Alessandro Teoldi, wonend in de VS, maakt werken met tal van materialen – van vliegtuigdekens en keramiek tot cement en klassieke schilderdoeken. Daarop beeldt hij vaak intieme en huiselijke scènes af in vereenvoudigde vormen, om zijn eigenzinnige visie te geven op thema’s als menselijke verbinding en geborgenheid.

→ 30/10, Sounds Jazz Club

→ 1/11, Bozar

→ 5/11 > 19/12, Sorry We’re Closed

En ook

En ook

En ook

De Brusselse jazzfuturisten van Echt! eren funkkoningen The Meters (31/10, Toots Jazz Club)

Zijn beeld op het Spanjeplein luistert mee naar deze Bartók-hommage (5/11, Hungarian House Brussels)

Voel de kracht van kunst als verzetsvorm in Queer resistance (30/10 > 7/11, Cinema Galeries)

Zomer in de herfst: Jungle vermengt seventiessoul met zonnige beats (31/10, Vorst Nationaal)

Sofie Vanden Eynde speelt stille luitmuziek van John Dowland (1/11, Abdij van Dielegem)

Reis door landschappen in The shape of elsewhere (5/11 > 19/12, Rodolphe Janssen)

Liesa Van der Aa sloopt de grenzen tussen pop en avant-garde (5/11, Beursschouwburg)

Elegia Brasilis: barokdroefenis van componisten aan de Amazone (2/11, OLV-ter-Zavelkerk)

Tien kunstenaars onderzoeken in Sous influence wat ons maakt tot wie we zijn (6/11 > 13/12, VITRINE)

Cultuurtips

Pop & Jazz

38

Saul Steinberg

Portia Zvavahera

Alessandro Teoldi


Film

Van Marion Le Coroller, met Mara Taquin, Karin Viard

De Brusselse actrice Mara Taquin, straks ook te zien in Le Faux Soir, speelt de hoofdrol in de bloederige bodyhorrorfilm Sanguine. Als stagiaire op een overbelaste spoeddienst krijgt ze af te rekenen met leeftijdsgenoten met onrustbarende symptomen. Ook haar eigen lichaam begint vreemde kuren te vertonen. → in de bioscoop

La gradiva

Van Marine Atlan, met Antonia Buresi, Colas Quignard, Suzanne Gerin

Debutante Marine Atlan schetst met een sterk gevoel voor cinema het portret van een groep Franse scholieren op eindejaarsreis naar de Vesuvius. Terwijl ze dansen, wisselen vreugde, onrust, verlangens en verzwegen angsten elkaar af. Hun bruisende energie contrasteert met eeuwenoude standbeelden. Bezwerend. → in de bioscoop

Hope

Van Na Hong-jin, met Hwang Jung-min, Hoyeon, Zo In-sung

Voor de strafste, meest opwindende en originele actiescènes van het jaar moet je naar Hope van Na Hong-jin. In dit knettergekke spektakelstuk krijgt een afgelegen havenstad ongewenst bezoek. De eerste helft is superieur aan de soms potsierlijke tweede helft, maar dat de bederft de pret amper. → in de bioscoop

En ook In Dao verbindt Alain Gomis een huwelijk in Frankrijk met een herdenking in Guinee-Bissau Saul-regisseur László Nemes vertelt in Moulin over de gemartelde Franse verzetsheld Jean Moulin John Turturro speelt een zakkenroller van de oude stempel in The only living pickpocket in New York

Zangeres Amaea Rae

© DARIA MIASOEDOVA.

Sanguine

Klein onderhoud

Wie de kleine letters op de soundtrack van Putain heeft gelezen, heeft daar vast ook Amaea Rae ontdekt. Op eigen werk is het nog even wachten, maar op Stoemp! serveert de Antwerpse wel al een voorsmaakje. Amaea Rae, niet te verwarren met de Ghanees-Amerikaanse zangeres Amaarae van het hitje ‘Sad girlz luv money’, is de nom de plume van Rahmat Emonds. De voorbije jaren zong ze onder meer bij de XL-versie van Vermin Twins, het electronoise­ project rond Micha Volders, en bij verscheidene projecten van Stef Kamil Carlens. Ook bij It never shhht van Miet Warlop staat Emonds op het podium. De soundtrack van Putain was haar eerste release onder haar alias. “Gorik (van Oudheusden, alias Zwangere Guy, red.) was aan de soundtrack aan het sleutelen, onder meer met de bassist Mirko Banovic, en hij zocht nog een zangeres. Mirko speelt in mijn band en werkt ook met Stef Kamil. Hij heeft aan Gorik een demo van mij laten horen.” Ze mocht een track komen inzingen. “Ik vond het geweldig om even de creatieve bubbel van Zwangere Guy van dichtbij te voelen”, zegt Emonds. De song ‘Someday’ groeide uiteindelijk uit tot een heel andere track, waarin elektronica de hoofdrol speelt. In haar eigen werk leunt ze meer aan bij r&b, indie en afrobeat. “Eigenlijk beperk ik me niet tot één genre, voor mij primeert niet de ratio maar het gevoel wanneer ik muziek maak.” Die muziek bundelt Emonds momenteel op een ep die volgend voorjaar zal uitkomen, eind november

brengt ze een eerste single uit. Ondertussen hoopt ze zo ver mogelijk te raken in Humo’s Rock Rally, waar ze het al tot de halve finale schopte. Dat rockconcours tackelt ze tot nog toe solo, maar voor haar Stoemp!-sessie brengt ze drummer Sam Gysel mee. Zelf alle aandacht opeisen was voor Emonds een groeiproces. Na haar middelbaar trok ze naar het BIMM Music Institute in Londen om er een zangopleiding te volgen. “Ik ben heel

“Ik vond het geweldig om in de creatieve bubbel van Zwangere Guy te duiken” erg verlegen, maar daar moest ik elke week opnieuw het podium op. Ik heb er ook enorm veel mensenkennis opgedaan dankzij mijn medestudenten, die van over de hele wereld kwamen.” Een belangrijke ommekeer kwam er vier jaar geleden. Voor haar bachelorproef aan de PXL-hogeschool trok ze naar Ghana, om er de connectie tussen lichaam, geest en stem te verkennen. “Zodra ik de luchthaven uit wandel, voel ik mezelf één worden met mijn lijf. Ik sta er anders in het leven. Ik probeer er nog vaak terug te keren, want ik ben er nog niet klaar met mijn zoektocht. Veel zaadjes die in mijn muziek zitten, zijn daar geplant.” TOM ZONDERMAN Amaea Rae speelt op 5/11 in De Markten in het kader van Stoemp!, stoemplive.be


do Zenne op Toer 22.10

The Gospel + Ursula VI ‘T SMISKE (ASSE)

di 27.10

Echo Mesh + 4nouki

do 29.10

senna JMB (ep release)

do 05.11

METTEKO

CONTINENTAL

Saving Nico + Amaea Rae GC DE MARKTEN

wo 18.11

Marjolein Makes Stoemp!

Justees + TWEEDEDAG FLAMINGO

do 19.11

Mixed Waste + Gender Reveal Atomic Bomb CHEVAL MARIN

za 21.11

di 24.11

Curated by

Solid’air & Saintklet BRASSERIE DE LA MULE

Alice George Perez + Zachary Bloemperk HET GOUDBLOMMEKE IN PAPIER

za Foteini Makes Stoemp! 28.11 Rebetiko Trio +

King Kovaci

Podium

In mijn wijk

Ceci n’est pas noire: act II

Frankenweenie

Choreograaf, performer en regisseur Alesandra Seutin werkt met tekst, muziek en beweging. Wie Mimi’s Shebeen zag, weet tot welke immersieve creaties zij in staat is. In Ceci n’est pas noire: act II keert Seutin terug naar haar gelijknamige creatie uit 2013 en kijkt ze naar zichzelf als persoon van zowel witte Europese als zwarte Zuid-Afrikaanse afkomst.

Geen herfstvakantie die niet in het teken van Halloween staat. Overal wordt er getrickt en getreat dat het een aard heeft, zijn er griezeloptochten en knutselateliers. Maar je kunt ook lekker griezelen met een film, zoals met Frankenweenie van de Amerikaanse regisseur Tim Burton, waarin Victor zijn overleden hondje Sparky weer tot leven wekt.

→ 5 > 7/11, KVS

→ 30/10, Op-Weule, Sint-Lambrechts-Woluwe, 6 > 12 jaar

BEGIN / The mirror

Buurtkeuken: harira

Drie artiesten die thuis zijn in de Brusselse dans en performance, verdiepen zich in de geschiedenis van de middeleeuwse begijnen: de religieuze lekenvrouwen die vanaf de 12e eeuw samenleefden in stedelijke gemeenschappen. Het boek De spiegel der eenvoudige zielen van begijn Margareta Porete (ca. 1250–1310), is een van de uitgangspunten.

Harira is een traditionele Marokkaanse soep, rijk aan smaak en kruiden. Ze wordt vaak gegeten tijdens de ramadan om het vasten te verbreken, maar ook gewoon als voorgerecht of maaltijd. In de Kriekelaar kun je ‘s ochtends meehelpen in de keuken, om 10.30 uur mag je je smijten in de karaoke, waarna je ‘s middags je buikje rond kunt eten met heerlijke harira, een filodeeghapje en een eitje.

→ 30 & 31/10, Beursschouwburg

→ 30/10, De Kriekelaar, Schaarbeek

Brigitte en Novembre

Joan Arki Langevin

Les Brigittines pakt voortaan tijdens het jaar uit met een aantal festivalformules. In de maand november zijn er vijf voorstellingen (eigen coproducties) van jonge en ervaren artiesten op het snijvlak van dans, danstheater, fysiek theater en performance: Ahmed Ayed, Oumar Diallo, Delphine Friquet, Astero Styliani Lamprinou en Benjamin Kahn.

De Brusselse singer-songwriter Joan Arki Langevin debuteerde zopas met de ep PEAUAIME. Daarop toont Langevin zich bijzonder veelzijdig, met songs die weifelen tussen experiment, folk en chanson. Hun gemende deler is weemoed, die soms gedragen wordt door intiem gitaargetokkel, dan weer door pulserende elektronica.

→ 4 > 28/11, Les Brigittines

→ 30/10, Pianofabriek, Sint-Gillis

En ook

En ook

Simon Van Schuylenbergh en ANAL Pompidou wenden de achtersteven naar La Vallee (31/10)

Jo Rwaka stelt in het Huis van Lilo zijn project BEAR WITH ME voor (31/10, Pianofabriek)

Kinderen van 3 tot 12 knutselen en spelen poppenkast op de Día de los Muertos (Muntpunt, 2/11)

The voice of Hind Rajab toont andermaal de gruwel die zich voltrekt in Gaza (30/10, De Zeyp)

Fabrice Murgia maakte na een ontmoeting met een man Je suis un voleur (3 > 14/11, Théâtre National)

Niets beter om de herfstkilte te verdrijven dan wat lekkers uit de Pizza Buurtoven (31/10, Elzenhof)

Alesandra Seutin/KVS

Bryana Fritz, Stefa Govaart, Chloe Chignell

Tim Burton

YASSOU

ratis! e—g b . e liv mp stoe

stoemplive.be — gratis!


Uitgelicht

Queer filmfestival Pink Screens is 25 en nog altijd niet braaf

Van de Spaanse burgeroorlog tot de seventies van Brussel: Pink Screens in vijf films

Pink Screens maakt zich op voor zijn 25e editie. Bij brave filmfestivals is dat het moment om achteruit te blikken, maar als het queer filmfestival één ding niet is, dan is het braaf. Dus vergeet die blik in de achteruitkijkspiegel: vijf films die de verjaardagseditie feller zullen laten glitteren dan een discobal in Studio 54. door Niels Ruëll

28 oktober 2026 |

41


Club kid

Je mag zo stoer zijn als een zachtaardige veertienjarige die de oproerpolitie op het Albertinaplein met een humoristische pancarte wijst op haar onwaardige gedrag, de kans dat je tijdens Club kid geen traantje wegpinkt is klein. Twee traantjes zelfs. Eentje van ontroering en eentje van het lachen. De openingsfilm van Pink Screens is bedacht en geregisseerd door Jordan Firstman. Tijdens de lockdown brak deze Amerikaan door met hilarische video’s op sociale media vol zelfspot, provocaties en venijn. In zijn debuutfilm speelt hij zelf een niet meer piepjonge protagonist uit het queer nachtleven van New York. Tijdens zelf georganiseerde feesten snuift, slikt, zuipt, dealt, danst en sekst hij alsof morgen niet bestaat. Dat bestaan kantelt wanneer hij halsoverkop zorg moet dragen voor een tienjarige Britse zoon van wiens bestaan hij nooit heeft geweten. Charlie Chaplin maakte iets gelijkaardigs mee in The kid. Firstman combineert vlotjes scherpe oneliners en humor met een aangrijpend verhaal en een schets van een kleurrijk milieu. Misschien nog het beste nieuws: de chaotische, geestige en soms confronterende crowdpleaser is ook visueel en muzikaal een voltreffer. Club kid heeft alles om uit te groeien tot een van de arthousefilmhits van het najaar.

La bola negra

La nola negra is op weg om een van de sensaties van het jaar te worden. Sinds de wereldpremière op het Festival van Cannes zet de Spaanse inzending voor de Oscars het ene filmfestival na het andere in lichterlaaie. Met veel enthousiasme en opmerkelijke bijrollen voor Glenn Close en Penélope Cruz verweven regisseurs Javier Calvo en Javier Ambrossi de verhalen van drie queer personages uit drie verschillende tijdperken. In 2017 komt een jonge schrijver via een testament een verborgen familietragedie op het spoor. In 1932 wordt een jongeman omwille van zijn geaardheid keer op keer geweigerd door een eliteclub met een grote 42

La Bola Negra

traditie. Tijdens de Spaanse burgeroorlog ontstaat er een intieme band tussen een soldaat van de fascisten en een gewonde gevangene. De ambitieuze, wervelende mix van melodrama en historisch drama is een groots eerbetoon aan Federico García Lorca, de homoseksuele dichter en toneelschrijver die tijdens de burgeroorlog werd vermoord. Tegelijk is de film een opzwepende ode aan de kracht van kleine, persoonlijke verzetsdaden.

werkschema’s maken een relatie bijna onmogelijk. Passie kan helpen om het systeem even te slim af te zijn, maar uiteindelijk moeten ze toch weer de baan op, elk in hun eigen richting. Sterk werk.

Mouse

Du fioul dans les artères

Zonder vrachtwagenchauffeurs functioneert onze maatschappij niet, daar was de lockdown het bewijs van. Maar de kilometervreters met mazout in hun aderen betalen een zware prijs voor het beoefenen van hun essentiële beroep. Ze zijn nooit thuis, nooit beschikbaar voor hun geliefde. Het gegeven speelt een belangrijke rol in Du fioul dans les artères, de in de smaak vallende, dynamische debuutfilm van de jonge Pierre Le Gall. Met een verbluffend begin maakt hij meteen duidelijk dat door zijn aderen filmbloed stroomt. Een ondoorgrondelijke, charismatische vrachtwagenchauffeur uit Frankrijk en een veel zachtere vrachtwagenchauffeur uit Polen genieten van een nachtelijke vrijpartij op een anonieme rustplaats langs de snelweg. Naar ontlading waren ze op zoek, maar ze krijgen meer dan gevraagd. Ze krijgen elkaar niet meer uit hun hoofd. Dat is lastig, want ze spreken elkaars taal niet en hun werk en

North Little Rock, Arkansas, zomer 2002. De verlegen, onzekere Minnie en de zelfverzekerde, populaire Callie maken zich op voor hun laatste jaar middelbaar. Ze kunnen niet meer van elkaar verschillen en toch zijn ze beste vrienden. Groot is de ontreddering wanneer Callie een ongeval niet overleeft. Minnie lijkt meer steun te hebben aan Callie’s moeder dan aan haar moeder. Er ontstaat in elk geval een complexe, bijzondere band. Tegelijkertijd ontdekt ze haar seksualiteit en valt voor een meisje dat in een videotheek werkt. Rouw volgt geen vast patroon. Verdriet en vreugde liggen dicht bij elkaar in de derde speelfilm van Kelly O’Sullivan en Alex Thompson. Met humor en warmte vertellen ze een subtiel en emotioneel verhaal over verlies, vriendschap en de


Inzichten

Wat weet zangeres Elmer van het leven?

zoektocht naar identiteit en seksualiteit. Het siert hen dat ze afzien van de grote ontbolstering en de film laten wortelen in realisme en herkenbaarheid. Dat maakt het pas echt moeilijk om niet mee te leven met de muis die lang niet zo grijs is als ze zelf denkt.

Les tueurs fous

Het zou maar gek zijn om een 25e verjaardag volledig te negeren. Pink Screens gooit er twee tentoonstellingen tegenaan: Radical pillow talk en Queer resistance. Cinematek heeft het mooiste geschenk voor de jarige en grasduint een hele maand lang in de bloeiperiode van de queer cinema. In de jaren 1970 rukten tal van films zich los van taboes en schoven eindelijk bevrijde queer personages naar voren. Op het programma staan illustere titels als Laberinto de pasiones van Pedro Almodóvar, Pink flamingos van John Waters of Daughters of darkness van Harry Kümel. Wie – in de geest van Pink Screens – de platgetreden paden liever verlaat, kan Les tueurs fous uitproberen. In die macabere thriller bestrijden een gigolo en zijn jonge vriend hun verveling met losbandigheid en het vermoorden van willekeurige voorbijgangers. Een reis in de tijd wordt het hoe dan ook: regisseur Boris Szulzinger filmde in de straten van het Brussel van de vroege jaren 1970. Pink Screens loopt van 28/10 tot 7/11, pinkscreens.org, bij Cinematek loopt van 2 tot 30/11 het programma Pink Screens 25 Years, cinematek.be

Welke misvatting bestaat over jou? Dat mijn werk voornamelijk ironisch is. Heb je een tic of hardnekkige gewoonte? Ik heb helaas al mijn hele leven last van tics. De voornaamste tics van de afgelopen jaren: mijn ogen hard dichtknijpen en zo ver mogelijk naar boven kijken (ja, dit doet pijn) en mijn neus naar beneden duwen tegen mijn bovenlip aan. Welke poster hing er op in je kamer? Op mijn puberkamer hingen drie posters: van Gorillaz, Gnarls Barkley en Edward Cullen. Waar ben je trots op? Dat ik niet bang ben om lelijk te zijn. Welk vreemd voorwerp slingert rond in je huis? Een plastic broodje dat nooit weg­ gegooid mag worden, omdat ik zweer bij het feit dat je een aantal belachelijk stomme dingen in huis moet hebben. Wat ligt er op je nachtkastje? Een stripboek. Een kleine radio om klassieke muziek mee te luisteren in bed ‘s ochtends. Oortjes, omdat ik niet kan slapen zonder podcast. Oordoppen. Een hele grote knuffel van een hond. Waar kijk je naar uit de komende maanden? Heel! Veel! Optreden! Wie is je favoriete fictieve personage? Murdoc van Gorillaz, Kim Kitsuragi uit Disco Elysium, Little My van de Moomins, Viktor Vaughn. Welke zin mag op je doodsprentje? "Volgende keer beter." Dat heb ik liefdevol gejat van (de overleden Nederlandse toneelregisseur, red.) Pieter Bouwman. Met welke kunstenaar wil je op café? Striptekenaar Chris Ware. Tip eens een fijne, maar minder bekende plek in Brussel. Het is geen plek, maar elke Brusselaar die Het amusement van Brecht Evens nog niet gelezen heeft, moet daar nu meteen mee beginnen. Welk typisch zinnetje zeiden je ouders altijd tegen jou als kind? “Niet geschoten altijd mis.” Dat is nog steeds mijn levensmotto. Waar ben je vaste klant? Het Italiaanse koffiezaakje bij mij om de hoek. Welk nutteloos feitje kun jij vertellen?

• Elmer is de artiestennaam van de Nederlandse rapper, kunstenaar en actrice Merel Pauw (Amsterdam, 1995), die graag optreedt in pak en af en toe zelfs met plaksnor

• Ze debuteerde met de successingle ‘Je vader’ en heeft met Platland en Man, oh man (over mannelijkheid in al haar vormen) inmiddels twee albums op haar naam

• Na optredens op Lowlands, Pukkelpop en in het voorprogramma van Merol, staat Elmer in de AB met haar producer en muzikant Keenan Mundane in het voorprogramma

Alleen mensen en armadillo’s kunnen lepra krijgen. Naar waar zou je willen verhuizen en waarom? Gent, omdat iedereen er enorm aantrekkelijk en verward uitziet. Wie verdient het écht om ‘heilig’ verklaard te worden? Loes, met wie ik mijn hond Freddie deel. Loes is wie ik wil zijn. We zouden allemaal meer moeten zijn zoals Loes. Wat doen jongeren beter dan de oudere generaties? Ze zijn beter in dingen bekijken vanuit meerdere perspectieven en identiteiten. Welke kooktruc moet iedereen kennen? Heel goed leren afwassen en een man aan de haak slaan die goed kan koken. MICHAËL BELLON

Elmer treedt op 30/10 op in de Ancienne Belgique, abconcerts.be 28 oktober 2026 |

43


The hang-out

Afspreken aan de tramhalte Elke week toont een Brusselse tiener zijn favoriete plek in de stad. Deze keer nemen Anna (14) en Tess (13) BRUZZ mee naar de tramhalte Sint-Maria in Schaarbeek.

Wie had het idee om mee te doen met The Hang-Out?

TESS: Mijn zus had het op Instagram gezien. Daarna had ik dat naar Anna gestuurd en gevraagd of we misschien zouden meedoen.

Zou je alleen hebben deelgenomen? TEGELIJKERTIJD: Nee! ANNA: Ik hou wel van een beetje

aandacht, maar ik hoef nu ook weer niet zo veel aandacht te hebben. Het is leuker om met twee te doen. Nu is het iets gemeenschappelijks.

Waarom is deze plek belangrijk voor jullie?

ANNA: We spreken hier elke ochtend af. Tess neemt ‘s morgens heel lang de 92 en ik heel lang de 93. Het is jammer om heel de weg alleen naar school te gaan, dus doen we nog een paar haltes samen.

Blijven jullie hier na school soms hangen?

TESS: Nee. Soms blijf ik wel langer op de tram van Anna, dan neem ik een andere weg naar huis. ANNA: Dan kunnen we langer praten.

Zien jullie elkaar buiten de school?

ANNA: Soms gaan we samen lopen. TESS: We doen allebei theater bij

BRONKS. En we gingen ooit samen naar ons appartement aan zee.

Hoe denk je dat jullie vriendschap zal ontwikkelen na het middelbaar?

© SASKIA VANDERSTICHELE

ANNA: Ik denk dat dat in het begin nog wel zal meevallen, als we nog niet zoveel andere vrienden hebben gemaakt. Ik denk dat het moeilijker zal zijn als we werk hebben. TESS: Mijn ouders hebben nog vrienden van hun middelbare school, ze zien die niet zo vaak. Ik ben wel bevriend met hun kinderen. ANNA: Ik hoop dat onze kinderen ook bevriend gaan worden. TESS: Dan kunnen we samen op vakantie gaan. ANNA: Naar Japan! MARJON UDO

44

Wil jij ook je favoriete plek tonen? Stuur een mailtje naar ket@bruzz.be.


Fubuki

Rekenpuzzel

Vul de cijfers 1 tot en met 9 in het rooster in, zodat het resultaat van de sommen klopt met de cijfers rechts en onderaan de kolommen. Elk getal mag maar één keer voorkomen. Het niveau van de puzzel kan variëren per editie.

Vul de witte vakjes met positieve gehele getallen zodat elke rij een kloppende som vormt met het doelgetal rechts of onder. Reken van links naar rechts en van boven naar beneden, zonder voorrang van × of ÷ (bij delen moet de uitkomst altijd een geheel getal vormen).

7

21

2

16

4

8

14

x

15

-

-

6

6 I U H R

M G N F A O B M Z P G T

A

E S M O E U D N N O

I

P

R J Q G C

K H C Q

Z

E A B D K M T

E U G X I

P Y A

I

L Y

P G X H X H E W

A V X B R N A O R R

L V G D S E G E R

E V R J

L U G A V

L D G O U O B D A M D H F X

Zelf een foto van een onverwacht stukje Brussel insturen? Mailen naar redactie@bruzz.be

2

C

I

Z

De hoofdstad kent veel verborgen plekjes, onverwachte panorama-uitzichten, en onbekende maar daarom niet minder intrigerende panden en kantjes, ver weg van Manneken Pis, de Grote Markt en het Atomium. Zoals deze gevel. Waar is deze foto genomen?

C X L C G N

V

I

M A

J H U T A L

T U R A Y K

Z

J

WIN TICKETS Stuur het trefwoord, samen met je adres en telefoonnummer, naar win@bruzz.be

V

H P Z V O D E A B U G V X N R D

E

B V E T E O T M R I

Q I

Y Y

E O

I U L X R W W L U E R

E T

F X

V H

S

R X D U

I

J R

S R

T B

P

T O N J

S D B N E C

S M X F

S N

G

F B F C A E X Q

I D A T

P K N J

P

G E Y B L Q T T B P N K

E P U M

Meet the Writer: Asmaa Azaize

K

L P A H C S R E D U O I

S R K R

Q

D B S C H

K S

Mail ‘Writer’

I

J

X M

5x2 tickets, Bozar, 4/10

Jiaxin Min

5x2 tickets, Flagey, 5/10 Antwoord Koning Albert II Laan, Sint-Joost-ten-Node

L D E R

6

8 9

7

I

E R N E

1

I

3

4 2 5

8 16 21

6

.

+ 6

— .

.

- 8

x

-

— . 2

x

x

2

4

6

5 +

. 9 — . 1

15 72

46

+

I

+

E

3

De puzzels in dit magazine zijn intern ontwikkeld of gegenereerd met gebruik van toegestane tools en artificiële intelligentie. Elke gelijkenis met bestaande puzzels is toevallig.

.

Verborgen Brussel

72

— .

9

+

Oplossingen

11

9

▢ Figuratief ▢ Schilderij ▢ Kunstverzamelaar ▢ Barbier ▢ Verhuizing ▢ Burgemeester ▢ Levendig ▢ Ouderschap ▢ Twijfel ▢ Kinderloos ▢ Vader ▢ Moeder

2

+

7

Zoek alle verborgen woorden in het raster van de speciale woordzoeker van BRUZZ. Streep de begrippen één voor één weg, dit kan in alle richtingen: horizontaal, verticaal, diagonaal, en van links naar rechts en andersom.

.

.

— .

x

— .

11

Woordzoeker

-

14

20

x

20

© HELEEN RODIERS

Puzzel & wedstrijd

Mail ‘compnist’


ROULARTA

Schrijf je

gratis in Alternatieve weekendkrant in je mailbox met bijdrages van:


ADVERTENTIE

17.09.2026 ▶ 07.03.2027

www.expo-mcescher.brussels

M.C. Escher, Hand with Reflecting Sphere, 1935, lithograph. © 2026 The M.C. Escher Company, The Netherlands. All rights reserved. www.mcescher.com

BEYOND

Tour & Taxis ▬ BRUSSEL

INFINITY


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
BRUZZ editie 1997 (28-10-2026) by BRUZZ.be - Issuu