Skip to main content

BRUZZ editie 1987 (08-07-2026)

Page 1


De zomer van

8 juli 2026

Zomer in de stad Tijd voor verkoeling en vertraging

Het huidige magazine is het laatste voor de zomerpauze, op woensdag 26 augustus verschijnt de eerstvolgende editie. Het werd een extra dik nummer met onder meer een blik op de Vlaamse gemeenschap – 11 juli oblige – door de bril van zes bevoorrechte getuigen: lieven van Brusselse Vlamingen. Want zeg nu zelf: wie kent de kwaliteiten en onhebbelijkheden van de eigen partner en bij uitbreiding zijn gemeenschap beter dan de eigen tafel- en bedgenoot?

Is de leeshonger naar inzichten in de stad en haar bewoners nog niet gestild? Geen nood. Ga door naar de artikels over hoe volwassenen het buiten spelen herontdekken. Of hoe gen Z, de generatie geboren

Anderlechtse Scheut is daar één van. Grote muzieknamen? Met Bad Bunny, Tiësto en A$AP Rocky tekenen die present – en lees zeker ook het dubbelgesprek met Uwase en Osayuki, twee jonge Brusselse talenten die op Pukkelpop staan. Maar ook liefhebbers van technobeats onder de snelweg of klassieke muziek in de stad komen aan hun trekken, terwijl er met het Brigittines Summer Festival zelfs podiumkunsten in de zomer zijn. En wie aan nostalgie naar de jaren 1990 lijdt, kan zich in Autoworld vergapen aan gemotoriseerde twee- en vierwielers van toen.

“Aan de beleidsmakers: denk eens na over hoe we deze stad hittebestendig maken”

Kortom, zomermaanden moeten niet automatisch het startschot zijn om die reiskoffer te pakken. Ze kunnen ook de perfecte gelegenheid vormen om Brussel te herontdekken. De redactie wenst iedereen daarbij gezond zomerweer, met zwoele zomeravonden, maar verfrissende nachten. De voorbije weken herinnerden eraan dat die niet vanzelfsprekend zijn.

tussen 1996 en 2010, de openbare ruimte inneemt in Brussel. Waarom moeten die twintigers in godsnaam per se op de grond zitten, zelfs als er een vrije bank naast staat? Enkele pagina’s verderop lonkt het antwoord.

Een lange en wellicht warme zomerpauze vraagt ook om tips. Ons filmadvies krijgt u misschien nog eens in een bioscoopzaal, een plek waar het bij de volgende hittegolf alvast goed toeven is. En filmfans met een hart voor de stad stuurt de redactie maar wat graag naar PleinOPENair. Het geëngageerde openluchtfilmfestival strijkt dit jaar neer op vijf plekken in de stad waarvan de toekomst nog geschreven moet worden. Het nu al twintig jaar verwaarloosde en afgesloten Verdonckstadion in het

Zomer, dat is ook het moment waarop de stad en haar bewoners vertragen en er meer tijd is om even na te denken. In dat verband hebben we nog een zomertip voor onze beleidsmakers: denk de volgende maanden eens na over hoe we deze stad veel sneller hittebestendig maken dan we vandaag doen. België telde liefst 1.222 extra doden tijdens de afgelopen hittegolf. Velen van hen zullen in Brussel gevallen zijn.

De recepten voor zo’n leefbaardere stad zijn nochtans bekend: veel meer bomen planten, beton vermijden, water in de stad brengen, het woningbestand aanpassen en een koeltenetwerk aanleggen waar stadsbewoners kunnen schuilen. Maak daar alstublieft haast mee, zodat we ook in de toekomst nog onze zomer in de stad willen en kunnen doorbrengen.

Kris Hendrickx Redacteur

In het edito fileert de redactie de Brusselse actualiteit.

BRUZZ magazine neemt vakantie. Het volgende nummer komt uit op woensdag 26 augustus. Fijne zomer.

Inhoud zomer 2026

COLOFON

BRUZZ Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65 ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80 Gratis in Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België: 29 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393 van Vlaams Brusselse Media vzw, een abonnement binnen Europa kost 119 euro per jaar, buiten Europa 139 euro per jaar OPLAGE 50.000 exemplaren ADVERTEREN? Angela Mngongo 02-650.10.81 angela. mngongo@brusselmedia.be DISTRIBUTIE Ute Otten, 02-650.10.63, ute.otten@bruzz.be KLACHTEN? klachten@bruzz.be - www.bruzz.be/klachten ALGEMENE DIRECTIE Johan Goossens ALGEMEEN HOOFDREDACTEUR Klaus Van Isacker COÖRDINATOR MAGAZINE Maarten Goethals ART DIRECTOR EN VORMGEVING Heleen Rodiers EINDREDACTIE Karen De Becker WERKTEN MEE AAN DIT NUMMER Eva Christiaens, Eleanor Denneman, Kris Hendrickx, Bettina Hubo, Sofie Moffat, Steven Van Garsse (redacteurs); Michaël Bellon, Jasper Croonen, Emilia De Feyter, Sofie Despeer, Andy Furniere, Rieneke Lammens, Tom Peeters, Niels Ruëll, Lies Van Overschée, Astrid Van Peer, Duchka Walraet (medewerkers); Inne Krokaert en Minne Uyttersprot (stagiaires) FOTOGRAFIE & ILLUSTRATIE Bart Dewaele, Tiene Carlier, Kim Duchateau, Delphine Frantzen, Ivan Put, Saskia Vanderstichele, Emiel Viellefont VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Johan Goossens, Flageyplein 18, 1050 Elsene.

BRUZZ is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw wordt gedrukt bij Printing Partners Paal-Beringen en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie

ZOMERINTERVIEWS

06 Pierre Boeraeve ‘In de boksclub ben ik ook maar gewoon Pierre’

26 Uwase en Osayuki ‘Ik moest artiest worden om respect voor mijn naam te krijgen’

32 Zindzi Tillot Owusu ‘Mijn chaotische hoofd maakt me tot wie ik ben’

40 Ferre Van den Broeck ‘In Brussel kan ik in mijn ondergoed naar de nachtwinkel’

ZOMER IN DE STAD

03 Vooraan Tijd voor verkoeling en vertraging

12 De jeugd van tegenwoordig Gen Z verovert de publieke ruimte op haar manier

20 Vrije tijd ‘Buiten spelen heeft ook voor volwassenen veel voordelen’

24 BRUZZKet De favoriete tips van zes ketjes om de zomer te overleven

36 De grote kuis Opruimen in de zomer: het ideale moment om te ontspullen

11 JULI

16 Vlaamse feestdag ‘Met een compliment weet mijn Vlaams lief echt geen weg’

COLUMNS

15 Duchka Walraet September komt

35 Lies Van Overscheé Voorzichtigheid

ZOMERPAUZE

44 Murdoku Los de puzzel op en ontdek waar Zinneke zich verborgen heeft

52 Verborgen Brussel Herken jij deze geheime Brusselse plekjes?

CULTUURGIDS

46 Tips voor een verrukkelijke cultuurzomer

‘In de boksclub ben ik ook maar gewoon Pierre’

Achter het fornuis. Op een zeilboot. In het Brussel van de Tweede Wereldoorlog. Wie Pierre Boeraeve wil vinden, moet momenteel niet ver zoeken. De Brusselaar lijkt niet van het televisiescherm weg te slaan, en maakt furore als de Bekende Belg met zijn parler-vrai. Maar het liefst geeft hij les in zijn boksclub in de buurt van Bockstael. “Er is al vaker op mijn neus geklopt. Ik ben niet snel meer onder de indruk.”

door Sofie Despeer foto’s Bram De Jaegher

Voormalig spoedverpleger en boksleraar Pierre Boeraeve was voor een select publiek al een bekend en graag geziene figuur in Brussel. Sinds hij ‘Yves goe gerief’ vertolkte in Putain, een tiendelige dramareeks van Zwangere Guy en schrijver Frederik Daem over de donkere wereld van Brusselse jongeren, is zijn bekendheid snel gegroeid en verschijnt de man wel vaker op het kleine en grote scherm. Afgelopen seizoen deed hij mee aan Masterchef, waarin bekende mensen in onderlinge kookduels strijden om de titel. Vlaanderen viel als een baksteen voor zijn eerlijkheid en parler-vrai En in het najaar valt hij te spotten op een zeilboot in het populaire televisieprogramma Over de Oceaan. In Le Faux Soir, de nieuwe film van Michaël R. Roskam over het verzet in de Tweede Wereldoorlog, komt hij ook even om de hoek piepen. Om maar te zeggen: wat een boerenjaar voor Boeraeve, die onbevreesd en onverschillig lijkt, en door het leven lijkt te surfen zonder zorgen.

Sinds 2024 ben je een stuk bekender geworden. Merk je dat?

PIERRE BOERAEVE: Niet echt. In Vlaanderen ben ik al een paar keer herkend. Aan de kust waren er twee gamins die een foto wilden nemen met mij en een oude man die me luidop aansprak met “Pierre?” Toen dacht ik: “Vreemd, zo familiair. Heeft die nu net mijn naam gezegd?” Hij kwam voorbij met zijn rollator, ik heb vriendelijk dag terug gezegd.

In Brussel laten de mensen je eerder met rust?

BOERAEVE: Op café is het wel al gebeurd dat jonge gasten me aanspraken omdat ze me herkenden van Masterchef. Ze hebben me een pintje getrakteerd, meteen mijn eerste gratis pintje door bekendheid.

Je baat je eigen boksclub uit, Studio Boksstal. Merk je daar iets van die bekendheid?

BOERAEVE: Na Masterchef heb ik de indruk dat er een nieuwe influx is, maar ik kan niet met zekerheid zeggen dat het door televisie komt. In de club ben ik ook maar gewoon Pierre. Hier gaat het om boksen.

Je personage ‘Yves goe gerief’ uit Putain werd snel een cultfiguur. Had je dat verwacht?

BOERAEVE: Goh, toen ik de rol aan het spelen was, dacht ik wel al snel: “Dit kan er boenk op zitten.” Het personage was goed neergezet, met goede oneliners. Die rol was mij op het lijf geschreven.

Omdat je de schrijvers al goed kende?

BOERAEVE: Daar begon het mee. Dat script

was al geschreven voor ik de rol kreeg, maar ik heb veel vrijheid gekregen in het vertolken van mijn personage. Soms hoorde ik de regisseur, Deben Van Dam, lachen achter zijn monitor. Dan wist ik dat het goed zat.

Een deel van de humor in ‘Yves goe gerief’ is ook gewoon Pierre.

BOERAEVE: Ja, ik denk dat ik goed begreep waar Deben naartoe wou met zijn personage. Yves is onbedoeld grappig en ik herkende mezelf daarin.

Vind je van jezelf dat je een acteur bent?

BOERAEVE: Dat wil ik zeker niet claimen. Dat blijft een beroep waar je echt metier voor nodig hebt. Ik sta regelmatig naast echte acteurs en dat blijft toch anders. Die denken na over een scene. Ik doe maar wat. Ik weet meestal wat regisseurs van mij verwachten en ik denk dat regisseurs goed weten wat ze wel of niet uit mij kunnen halen.

Ook de nieuwe film van Dominique Van Malder was intens om aan mee te werken. Ik stond aan de zijde van Thibaud Dooms, bekend van Skunk, en dat vond ik heel impressionant. Hij maakt in die film een psychose mee en vertolkte dat zo goed

dat ik buiten een filmset onmiddellijk een ambulance gebeld zou hebben als iemand zoiets zou meemaken. Dat moet je mij niet vragen om te spelen. Zeg nooit nooit, maar dan merk ik wel: “There are levels to this game.”

Wat weinig mensen weten is dat de achternaam van ‘Yves goe Gerief ‘ Zijlmans is. Diezelfde zeil-mans – als de woordspeling gepermitteerd is – valt in november 2026 te zien in Over de oceaan. Hoe was die ervaring?

BOERAEVE: Dat was alles wat ik er mij bij had voorgesteld: confronterend, prachtig met momenten, soms saai ook.

Confronterend voor jezelf?

BOERAEVE: Jazeker. Op een boot valt niet veel te doen, dus dat was wennen. Zeker voor een ADHD’er.

Je zat daar tussen BV’s …

BOERAEVE: Echte BV’s!

… voel jij je een Bekende Vlaming ondertussen?

BOERAEVE: Nee. (Lacht) Het begint al bij het feit dat ik geen Vlaming ben.

“De basiliek van Koekelberg is mijn Brusselse versie van een kerktoren”

Wat was de trigger om mee te gaan?

BOERAEVE: Ik ben verzot op de oceaan. Ik surf heel graag, dat is echt mijn ding. Ik heb altijd willen zeilen. Dat was een jongensdroom en als je dan gevraagd wordt, dan ga je mee. Ik heb dat wel eerst overlegd met mijn vrouw Fien. Ik wist wel al wat het antwoord zou zijn.

Je bent immers verschillende weken van huis weg.

BOERAEVE: Ja, vier weken, zonder enig contact. Ik voelde me vooral schuldig tegenover haar. Zij heeft een winkel, maar ze moest dan ook alleen Boksstal runnen. Ik wist dat het geen cadeau zou zijn voor haar, maar ze gunde het mij.

Je wou graag op een boot reizen, je vrouw is afkomstig van de zee, je vertoeft graag in en rond water …

BOERAEVE: Mijn naam is ook afkomstig van de kust, Boeraeve.

Echt?

BOERAEVE: Ja, die gaat terug tot 1140, genoemd naar een plek tussen Oostende en Duinkerke.

Komt je connectie met de zee daarvandaan?

BOERAEVE: Misschien. Ik heb altijd iets met water gehad. Ik ben waterman. Niet dat ik daarin geloof.

Je werd verpleger na een lange ziekenhuisopname, acteur omdat een regisseur in jou zijn personage herkende … Je valt al dan niet per toeval van het ene metier in de andere.

BOERAEVE: Merchverkoper ook en ruitenwasser.

Ah, bij wie poetste je de ruiten?

BOERAEVE: Toen ik verpleger was, deed ik dat naast mijn uren met een collega die me alles heeft geleerd. Ik vond dat wel leuk. Het is iets volledig anders dan in een ziekenhuis rondlopen. Je ziet onmiddellijk resultaat van je werk. In plaats van te zagen dat ik niet genoeg geld had, deed ik er iets aan.

Zag je op de spoed dan niet onmiddellijk resultaat?

BOERAEVE: Dat niet per se, maar een spoedafdeling kent een raar sfeertje. De mensen zijn daar niet voor hun plezier, dus de patiënten zien je niet graag komen.

BIO

• 40 jaar

• studeert eerst lichamelijke opvoeding en later verpleegkunde

• werkt jaren op de spoedafdeling van UZ Brussel

• heeft met zijn vrouw Studio Boksstal, een boksclub in Laken

• acteur in de reeks Putain van Zwangere Guy en in Le Faux Soir, de nieuwe film van Michaël R. Roskam, die in het najaar uitkomt

• wordt derde in het zevende seizoen van Masterchef

Pierre Boeraeve: “Als ik een moeilijke dag of een moeilijk moment heb, dan denk ik bij mezelf dat ik ook een zware shift in het ziekenhuis zou kunnen draaien.”

Hoe ben je daar terechtgekomen?

BOERAEVE: Ik studeerde licentiaat LO toen ik mijn scheenbeen heb gebroken, en om het nog erger te maken: ik deed een ziekenhuisbacterie op, die lang heeft aangesleept. Daarna heb ik opnieuw mijn scheenbeen gebroken. Toen waren we drie jaar verder. Ik vond het tijd – ik was intussen 24, en gestopt met LO – om een diploma te halen. Verpleging zat altijd al in mijn achterhoofd, maar als achttienjarige had ik daar het lef niet voor. Het blijft wel iets confronterends. De eerste keer dat je een lul moet wassen, vergeet je niet snel. Dat hoort nu eenmaal bij het beroep en ik voelde me daar niet te goed voor. Ik had wel al snel door dat op een reguliere dienst werken niet voor mij was.

Je had meer adrenaline nodig?

BOERAEVE: Exact. Er moest wat schwung in zitten. Ik kan meestal rustig blijven in stressvolle omstandigheden. Ik was jong, kickbokser, skater, ik hield van een uitdaging. Dan waren spoed of intensieve zorgen een logische keuze.

Je lijkt inderdaad iemand die kalm blijft onder druk.

BOERAEVE: Dat stamt uit mijn opvoeding. Ik kickboks sinds ik tien jaar oud ben. Daar leer je onder druk te presteren en rustig te blijven, terwijl iemand op je gezicht timmert. Als jonge gast en skater in Brussel kom je wel in situaties terecht waar je snel een uitweg moet zoeken. (Lacht) Ook op spoed moet je snel een inschatting kunnen maken.

En jij zag daarin een uitdaging?

BOERAEVE: Ja, ik ben niet snel onder de indruk van iemands fysiek. Sommige patiënten weten hoe ze mensen angst kunnen aanjagen en krijgen zo snel de bovenhand, maar zodra ze doorhadden dat er op mijn neus al vaker geklopt werd (lacht), was het al wat minder. Soms helpt het om de juiste dingen te zeggen om iemand rustiger te maken.

In welke situatie ervaar je wel nog stress?

BOERAEVE: Bij het boksen heb ik dat nog altijd, zeker als ik tegenover iemand sta die ik niet ken. Ik doe dat al dertig jaar, maar die stress blijft noodzakelijk om het goed te doen. Ook Masterchef was een van de meest stresserende zaken die ik in mijn leven heb gedaan.

Waarom?

BOERAEVE: Door het totaalplaatje: de camera’s, mijn eerste keer in een tv­studio, de eerste

keer zoveel interviews geven … Je bent je heel bewust van wat je allemaal aan het zeggen bent. Op een bepaald punt heb ik mijn filter uitgezet. Het feit dat je bezig bent met iets waar je weinig kennis van hebt, is indrukwekkend. Ik kan koken, maar haute cuisine of producten waar ik nog nooit mee had gewerkt waren nieuw en stresserend.

Kook je uitgebreid thuis?

BOERAEVE: Dat hangt er wat vanaf. Het is nu BBQ­seizoen en we nodigen graag mensen uit, maar we hebben weinig plaats om iedereen te laten zitten. Dan maken we een hele namiddag hapjes, mensen eten uit het vuistje, met een bord op hun schoot. Uitgebreid koken vind ik zelf niet zo leuk. Ik ben onlangs bij Comme Chez Soi geweest en dat was een fantastische ervaring, maar je zal me thuis geen zeven gangen zien maken.

Even terug naar je carrière. Je hebt de zorg achter je gelaten om een eigen boksschool uit de grond te stampen. Waarom?

BOERAEVE: Er zat nog een fase tussen. Ik hielp soms mee achter de schermen bij Zwangere Guy, door bijvoorbeeld mee op tour te gaan. Dat waren veel shows, wat mij de ruimte gaf om intussen in mijn vrije tijd – privé – bokslessen te geven. Tijdens de coronaperiode, was het even pittig zonder inkomen. Fien heeft toen de financiële last overgenomen. Na covid kwamen er meer bokslessen en dan zijn we op zoek gegaan naar een zaal voor de club. Toen ik die vond, ben ik eerst toestemming gaan vragen aan mijn bokscoach. Ik wou zijn fiat.

Toestemming vragen? Waarom?

BOERAEVE: Als een vorm van respect. Hij was trots op mij. Hij geeft zelf al dertig jaar les. Hij heeft me alles geleerd. Mijn eerste logo was zelfs een eerbetoon aan dat van hem, als een soort opvolger. Hij vond dat een groot compliment.

Wat Zwangere Guy betreft, en bij uitbreiding Jazz Brak en Stikstof: de gemiddelde bezoeker van hun concerten kent jou allicht als de koning van de Moshpit.

BOERAEVE: (Lacht) Ik hou wel van het ruwere werk. Ik hou ook van muziek die me zin geeft om die kant te laten zien. Ik kan het niet laten om van achter de merch­stand te komen als ik ‘Guttergang’ van Zwangere Guy hoor of ‘Frontal’ van Stikstof.

Voor mensen die het nog nooit van dichtbij hebben meegemaakt: het publiek splitst in twee delen zoals de zee voor Mozes. Jij staat dan in het midden en iedereen stormt op je af.

BOERAEVE: Dat is zo gegroeid. Die mannen vonden dat geweldig. Ze zien dan één dwaas in het midden staan, ze herkennen die. Het brengt een extra level aan een concert. Als ik in vorm ben of als ik voel dat de mensen in vorm zijn, dan ga ik ze wat opjutten.

Je baat de merch-stand niet meer uit, maar je gaat wel nog naar de concerten van Gorik & co. Beland je dan nog in de moshpit?

BOERAEVE: Ik zeg op voorhand altijd van niet, maar voor ik het goed en wel besef sta ik in het midden van de massa mijn pijp te roken.

“Ik ben nooit naar Elsene geflaneerd, dat is voor de Parisiens”

Je bent geboren en getogen in Brussel. Welke wijk is je thuisbasis?

BOERAEVE: Ik kom uit Jette. Ik woon niet veel verder dan waar ik ben opgegroeid. Ik ben altijd in Brussel gebleven en aan één bepaalde zijde rond Ganshoren, Koekelberg.

Nooit naar Elsene geflaneerd?

BOERAEVE: Nee, dat is voor de Parisiens.

Zijn er plaatsen in Brussel die bijzonder zijn voor jou?

BOERAEVE: De basiliek van Koekelberg. Dat was onze plaats van afspraak om te skaten vroeger. Dat was de plaats waar we onze eerste pintjes hebben gedronken, waar we ook de eerste keer op ons gezicht kregen. Voor mij is dat mijn Brusselse versie van een kerktoren.

Voel je je betrokken bij wat er in Brussel gebeurt?

BOERAEVE: Op politiek of sociaal niveau zo min mogelijk. Ik ben op de hoogte, maar ik trek me alles veel te hard aan, dus ik probeer het te vermijden.

Pierre Boeraeve is ook een verzameld kunstwerk aan tattoos.

BOERAEVE: Die zijn nog vrij recent. Vroeger wou ik er geen. Souris (juwelenmaker, red.) en Gorik hebben op een bepaald moment het idee opgevat om een tattoo te zetten van ‘Guttergang’, elk op een eigen plaats, in een eigen stijl. Dat kon ik niet laten passeren, dus heb ik er ook één gezet. Zodra je begint, ben je vertrokken. Al mijn tattoos hebben een betekenis: mijn hond, mijn vrouw, mijn vrienden, de octopus met pijp die staat voor de man met acht carrières, mijn wapenschild van de familie …

Wapenschild?

BOERAEVE: Ja, van de Boeraeves, met raven, maar ik heb er kraaien van gemaakt omdat mijn bijnaam als bokser ‘the crow’ was.

Met de zomerse temperaturen rijst ook de vraag hoe de zomer er voor jou zal uitzien?

BOERAEVE: In de grote vakantie sluiten wij drie weken om naar zee te gaan. Het is daar rustig, ik ben graag bij mijn schoonvader. Geen ideale periode om te gaan surfen wel: te veel volk en te weinig golven. We zitten dan aan een strandcabine op ons gemak.

Ben jij een gelukkig man?

BOERAEVE: Ja, en als ik een moeilijke dag of een moeilijk moment heb, dan denk ik bij mezelf dat ik ook een zware shift in het ziekenhuis zou kunnen draaien. Dan is alles snel gerelativeerd. Ik heb genoeg ervaring om te weten dat tijd vliegt en dat alles voorbijgaat. Je moet plannen maken, maar ook flexibel genoeg zijn om mee te gaan in het moment. Zoals Peter Goossens zei: “Als er iets misloopt, moet je kunnen schakelen.” Schakelen! Al rij ik nu wel automatic

« AU CLUB DE BOXE, JE NE SUIS QUE PIERRE »

FR/ « J’ai déjà reçu bien des coups sur le nez. Il m’en faut beaucoup pour être impressionné. » Malgré son succès à la télévision et au cinéma, Pierre Boeraeve reste profondément attaché à sa vie de professeur de boxe à Bruxelles. Son parcours, des urgences hospitalières aux plateaux de tournage, est marqué par la résilience, la sincérité et une grande capacité d’adaptation.

“AT THE BOXING CLUB, I’M JUST PIERRE”

EN/ “I’ve been punched in the nose plenty of times. It takes a lot to impress me.” Despite his growing success in television and film, Pierre Boeraeve remains deeply rooted in his life as a boxing coach in Brussels. His journey from emergency nurse to actor is defined by resilience, honesty, and an ability to adapt.

KLEINE, GROOTSE AVONTUREN VOOR JONG EN OUD

Het is zomervakantie, en de ketten zijn chaud om op ontdekking te gaan. Ook ouders willen graag actief op pad, maar zonder gedoe of lange verplaatsingen. Net buiten Brussel vind je kleine grootse avonturen, van speelse parken tot sportieve fietsroutes en wandelingen. Ontdek hier drie kindvriendelijke uitstappen.

FOTOZOEKTOCHTEN

IN PARKEN EN TUINEN

Ooit vochten ridders aan de poorten van burchten en flaneerden jonkvrouwen door statige lanen en zorgvuldig aangelegde tuinen. Vandaag zijn kinderen er koning, met een opdrachtenblad in de hand en de smartphone aan de kant. In verschillende parken en historische tuinen rond Brussel verandert een gewone wandeling in een speelse ontdekkingstocht. Denk aan fotozoektochten, maar ook aan puzzels, minigolf, waterfietsen, speeltuinen en zelfs een rotstuin met een echt bergbeekje.

Insider tip In het Provinciedomein Huizingen en in Lennik kom je de indrukwekkende Brabantse trekpaarden tegen. Ondanks hun grootte staan ze bekend om hun rustige karakter. Je mag ze dus zelfs even aaien.

KLEINE KANNIBAALROUTES

Zeg je ‘Remco’? Dan zeg je Evenepoel! De grote namen uit het peloton maken indruk, maar de volgende generatie wielrenners staat al klaar. De Kleine Kannibaalroutes geven jonge fietsers de kans om zelf koersavonturen te beleven, over veilige wegen en met genoeg stops om energie bij te tanken. Want elke kampioen weet: een goede bevoorrading maakt het verschil. Zeker als die komt in de vorm van een hoorntje met bolletjes...

Insider tip Kleine flandriens in spe wagen zich aan de Hagelandse heuvels en starten aan het Sven Nys Cycling Center. Wie onderweg goed kijkt, ontdekt verrassende street art.

OP EXPEDITIE

MET DE BENENWAGEN

Zeg niet ‘wandelen’ tegen ‘op expeditie gaan’. In Vlaams-Brabant draait het om meer dan alleen stappen zetten. Hier vind je bossen waar je kan klimmen en ravotten, paden langs water waar

altijd iets te beleven valt en open plekken die uitnodigen tot spelen of picknicken. Onderweg zorgen natuurlijke speelelementen en verrassende plekjes ervoor dat je aandacht nooit verslapt.

Insider tip Maak er een weekendje van, en boek een overnachting (of twee). Er zijn verschillende logeerplekken in de buurt, van een tiny house tot kindvriendelijke hotels.

Welkom in Vlaams-Brabant

Alle insider tips in dit artikel komen van VISIT Vlaams-Brabant, de inspiratiebron voor alles wat toeristisch leeft in de provincie.Van talrijke wandelroutes en fietstochten tot de nieuwste must-try bistro’s B&B’s en bars: zij weten perfect waar je moet zijn.

Zin gekregen om zelf op ontdekking te gaan? Surf dan naar: visitvlaamsbrabant.be.

Gen Z verovert de publieke ruimte op haar manier

Vijf nieuwe gewoontes waarmee jongeren hun stempel op de stad drukken

Zie je deze zomer een groepje jongeren op de grond in een kring zitten of foto’s maken van hun outfit? Grote kans dat het gen Z’ers zijn die hun plek in de openbare ruimte zonder schaamte opeisen. “In een kring zitten dateert van de coronacrisis, een vormende periode voor die jongeren.”

door Inne Krokaert en Minne Uyttersprot illustratie Delphine Frantzen

Iedereen die geboren werd tussen 1995 en 2009 hoort bij gen Z. En zoals het bij elke nieuwe generatie past, roept ze nogal uiteenlopende reacties op. De ene noemt die cohorte aan jongeren lui, verwend of gsm-verslaafd, een andere roemt generatie Z net om haar mondigheid, haar digitale vaardigheden en haar sterke maatschappelijke bewustzijn. BRUZZ stuurde twee gen Z’ers die stage liepen op de redactie naar buiten om de opvattingen en nieuwe gebruiken van hun leeftijdsgenoten over de publieke ruimte te spotten tijdens de zomer in Brussel.

1Grondzitters

Picknicken gebeurt tegenwoordig niet alleen meer op het gras in een park, maar ook midden op een plein, zelfs wanneer dat omringd is door zitbanken. Gen Z’ers spot je vaak in kringetjes op de stadstegels, zonder dat ze zich druk maken over het feit dat zoiets vies of ongezellig zou kunnen zijn. Hou deze zomer dus zeker de pleinen en trottoirs in de gaten: generatie Z haal je er meteen tussenuit.

“Stadsbanken zijn fijn als je met twee bent, maar in een grotere groep is het logischer om op de grond te zitten. De cirkel die zo ontstaat, is perfect om gesprekken te voeren, omdat je elkaar allemaal kunt zien”, zegt Noor (21), die sociaal werk studeert aan de Erasmushogeschool.

Die jongerenkringen op pleinen zouden weleens hun oorsprong kunnen vinden in de coronaperiode. Van op café gaan was toen geen sprake, maar je eigen drankjes meenemen en samen op de grond zitten kon wel. “De maatschappelijke uitdagingen die je tijdens je opgroeifase tegenkomt, spelen een grote rol”, legt Caroline Baert uit. Zij werkt bij GenZLab, een project van het West-Vlaamse Howest, en doet onderzoek naar die generatie. “De jongeren van vandaag hebben de coronapandemie van heel dichtbij meegemaakt. Dat heeft gen Z gevormd en een invloed gehad op hun gedrag, waarden en normen.”

Nieuw is dat niet, ook de generaties vóór en na generatie Z worden beïnvloed door gebeurtenissen die hun jeugd kleuren. “Ik was jong toen de aanslagen op de Twin Towers plaatsvonden. Dat heeft ook een grote impact gehad”, zegt Baert. “Jongeren vandaag worden dan weer geconfronteerd met fenomenen zoals spiking (stiekem en zonder toestemming drugs, medicatie of alcohol aan een persoon toedienen, red.), wat eveneens mee bepalend zal zijn voor hun gedrag.”

manier intenser beleven. Dat betekent niet dat we minder plezier hebben.”

Volgens Baert kan die andere houding te maken hebben met de manier waarop gen Z naar een dj kijkt. “Voor veel jongeren is een dj niet langer iemand die op de achtergrond muziek draait, maar een volwaardige artiest die een performance neerzet. Net zoals je bij een concert naar het podium kijkt, richten zij hun aandacht op de dj. Dat kan een vorm van respect zijn, maar ook een manier om de beleving te versterken.”

3Vloggen in het openbaar

“Jongeren trekken zich minder aan wat traditionele autoriteiten, zoals politici, ouderen of de Kerk, van hen vinden”
Caroline Baert
Onderzoeker GenZLab

2Dj als volwaardige artiest

Wie deze zomer een open air bezoekt, merkt een opvallend verschil tussen generaties op de dansvloer. Gen Z’ers gebruiken niet de hele area en verzamelen zich vaker dicht bij de dj-booth, met hun gezicht naar de dj gericht. Festivalgangers met wat meer jaren op de teller bewegen zich daarentegen vaker over de hele dansvloer en gebruiken de volledige ruimte om te dansen.

Volgens de 40-jarige Leonie, die werkt in het buitengewoon onderwijs, is dat verschil duidelijk zichtbaar. “Jullie dansen niet meer. Jullie kijken gewoon naar de dj of naar elkaar. Wij gebruikten ons hele lichaam en de hele ruimte.”

Studente psychologie Amelie (19) herkent zich niet in die kritiek. “Wij dansen wel, maar op een andere manier. We staan dichter bij de dj omdat we de muziek op die

#Fitcheck #outfitoftheday #Getreadywithme #Dayinthelife, het zijn hashtags die gen Z’ers gebruiken onder video’s waarin creators hun outfit van de dag tonen, zich klaarmaken of hun hele dag filmen. Vaak spelen die video’s zich af in de openbare ruimte: op straat, in de trein of in de bus.

“Ik gebruik soms mijn gsm als spiegel om mijn make-up te doen in de trein of in de bus, en ik heb al eens een TikTok op straat gemaakt”, vertelt de 21-jarige Joyce, die een bachelor sociaal werk volgt. “Naar mijn gevoel is daar niets vreemds aan. Sociale media staan vol met fitchecks en dagvlogs. Als je veel van zulke filmpjes ziet passeren, raak je geïnspireerd en wil je dat ook doen. Onder mijn vriendenkring is dat genormaliseerd ondertussen.”

Niet onlogisch, zo schetst Baert, want jongeren zijn opgegroeid met smartphones en sociale media als vanzelfsprekend onderdeel van hun leven. Ze zijn gewend om momenten vast te leggen en online te delen. Hoewel vandaag bijna iedereen een smartphone op zak heeft, zie je 40-plussers zelden een fitcheck opnemen in het openbaar. “Ik zou er me onwennig bij voelen”, vertelt 46-jarige Kim, “dat anderen me kunnen zien wanneer ik mezelf film. Ik zou mezelf überhaupt nooit filmen.”

4 Jassen zijn passé Snikheet of ijskoud, het lijkt gen Z weinig uit te maken. Een jas hoort er niet langer bij. Pas wanneer het echt vriest, halen ze die uit de kast. En zelfs dan blijft die vaak demonstratief open. Een dichtgeritste jas? Die verbergt de zorgvuldig samengestelde outfit die enkele minuten eerder nog in een TikTok-fitcheck werd geshowd.

“Voor mij primeert de outfit. Ik heb het liever koud en een mooie outfit aan dan warm en een lelijke outfit. ‘Wie mooi wil zijn, moet pijn lijden’, zei mijn tante altijd. Onder die ‘pijn’ valt dus ook kou”, vertelt een jonge collega.

Mode lijkt voor veel jongeren belangrijker dan comfort. Toch is dat volgens Baert geen nieuw fenomeen. “Ik denk dat dat iets van alle tijden is. Jongeren zijn nu eenmaal meer bezig met hun uiterlijk.” En opmerkingen als: “Amai, heb je het niet koud? Doe je jas toch dicht”, deren hen niet.

Het verschil is dat sociale media de druk om er goed uit te zien vandaag nog versterken. Waar jongeren vroeger indruk wilden maken op hun vrienden op school of tijdens het uitgaan, kan een outfit nu ook online bekeken en beoordeeld worden. Een jas die de look verbergt, past dan minder goed in het plaatje.

5Gillen en roepen

Zelfs met je ogen dicht herken je generatie Z moeiteloos in de stad. “Lisa is zwanger”, zegt de ene. “WAT? OH MY GOD! DAT KAN NIET! AL LANG?” gilt de andere. Gen Z’ers zijn luid, ook in het openbaar. Subtiel is het niet, onopvallend evenmin, maar daar lijken de jongeren niet wakker van te liggen.

Enthousiasme, verbazing, angst of geluk: hun emoties laten ze graag luid en duidelijk horen. Ook spontaan een liedje zingen of vrienden van op afstand met “hallo” begroeten, gebeurt vaak op een opvallend geluidsniveau.

“In onderzoek zien we duidelijk dat jongeren zich minder aantrekken wat traditionele autoriteiten, zoals politici, ouderen of de Kerk, van hen vinden”, verklaart Baert. “Wat voor hen wél belangrijk is, is alles wat er online gebeurt.”

Dat wil niet zeggen dat generatie Z luidruchtig, onbeleefd of onoplettend is. Het wijst er eerder op dat ze haar emoties openlijk en expressief uit. Elke generatie heeft haar eigen manier van communiceren en haar eigen kenmerken die leeftijdsgenoten met elkaar verbinden. Net die verschillen tussen generaties wil GenZLab helpen te overbruggen. “We geven regelmatig workshops waarin verschillende generaties samenkomen, bijvoorbeeld binnen dezelfde organisatie”, vertelt Baert. “Wanneer iedereen zijn eigen wereldbeeld, attitudes en waarden deelt, ontstaat er meer wederzijds begrip. Samenwerken verloopt dan vaak een stuk vlotter.”

‘Geniet, nu de ramen nog open staan. September komt altijd sneller dan je denkt’

Duchka Walraet is een Brusselse auteur en is projectverantwoordelijke voor de bouwsector. Met deze column neemt ze afscheid als columniste voor BRUZZ.

Steden zijn zelden goed of slecht. Ze ademen, zetten uit en krimpen samen. Wat ze bezitten is geen moraliteit, maar ritme. Brussel vormt daarop geen uitzondering. Met mijn stukjes in BRUZZ wilde ik het afgelopen seizoen niet per se de eerbaarheid van de stad verdedigen. Nog minder lag ik wakker van de vraag of Brussel goed bestuurd wordt. Dat zegt zo weinig over wat een stad werkelijk is. Voor mij, als schrijver, is de stad een eindeloze verzameling kleine handelingen en ogenschijnlijk onbeduidende taferelen die vaak onderling tegenstrijdig zijn. Juist die tegenstellingen houden haar in de beste presocratische traditie bijeen. Dat besef is mijn literaire grondstof geweest. De hittegolf heeft me op dat vlak de afgelopen dagen verwend. Ik kwam een vrouw tegen die doodgemoedereerd een roze handventilator in haar decolleté had geklemd. Daklozen languit op stoeptegels, armen en benen van zich af, in volle splooting, als katten. Een gezin had in de koelte van zijn garage een hut gebouwd om theekransje te spelen. Lichamen leken terug te keren naar een primordiale versie van zichzelf. Nieuwkomers grepen terug naar

luchtigere, traditionele kledij. Autochtone Belgen verschenen dan weer in een haast neokoloniaal zomeruniform. Pet, beige bermuda, sandalen en rosé huid. Kwezels bleven zich zorgvuldig inpakken. Exhibitionisten toonden zonder gêne littekens, rondingen, tatoeages en andere sporen van het geleefde leven. Het is een cliché, maar iedereen was lekker zijn verrukkelijke zelve. Henri Cartier-Bresson zei ooit dat je voor een café maar een kwartier hoeft te wachten voor zich een beslissend fotografisch moment aandient. Met steden is het niet anders. Misschien is dat wel mijn enige stadsfilosofie. Kijken. Wachten. En vertrouwen dat de stad zichzelf uiteindelijk altijd meer prijsgeeft dan gedacht.

Het is begin juli. De onweersbui van het weekend heeft alle drukte schoongewassen. De zoete geur van lindebloesem hangt tussen de huizen en drijft mee naar de terrassen die weer vollopen. De vakantie ligt nog helemaal voor ons. Er is nog niets verbruikt van de tijd die plotseling beschikbaar is geworden. Langzaam geeft de stad de warmte terug die in haar stenen opgeslagen zat. Ramen staan open, boomkruinen ruisen. Het is precies in dit hartje van de zomer, dat de stad ons herinnert dat ze ondanks al haar baksteen en beton nog altijd ook deel uitmaakt van de aarde. Breder zelfs: van de kosmos. Geniet, nu de ramen nog open staan. September komt altijd sneller dan je denkt.

Lees alle columns via BRUZZ.be/columns

‘Met een compliment weet mijn Vlaams

lief echt geen weg’

Zes partners over ‘hun’ Brusselse Vlaming

11 juli is het feest van de Vlaamse Gemeenschap, ook in Brussel. Maar wie is nu eigenlijk die Vlaamse Brusselaar? Zes ‘lieven van’ werpen een blik op de Vlaming in hun partner én op de bredere gemeenschap. “Vlamingen zeuren graag tegen elkaar. Maar ook dat is een vorm van verbinding.”

Tom (*) woonde als kind in de VS, maar groeide vooral op in Tielen, een dorp naast Turnhout. Het is een universum dat hij zelf wat als een nachtmerrie vol villa’s heeft ervaren: kiezelvoortuinen met schaarse bomen of planten die streng gesnoeid worden. Buren die zijn vaders groet na vele jaren nog steeds niet beantwoorden omdat hij er niet is geboren. Naar Brussel komen was een erg bewuste keuze voor het volledige tegendeel. Zelfs Gent, waar hij met zijn vroegere vriendin woonde, was hem uiteindelijk te claustrofobisch.”

Aan het woord is historica Sophie Feyder (42), die zelf Peruviaanse en Luxemburgse roots heeft. Haar vriend, die liever onherkenbaar blijft, werkt als filmprogrammator. “Brussel was voor ons allebei net een open stad, waar je mensen van allerlei origines en soorten kunt ontmoeten”, vervolgt Sophie. “Ik heb de indruk dat dat voor veel Vlamingen geldt die naar Brussel komen wonen: ze zoeken hier iets dat ze elders missen, een oase van progressieve opvattingen bijvoorbeeld.”

Die drang om naar Brussel te trekken is daarom niet anti-Vlaams, benadrukt Sophie. “Tom is evengoed gehecht aan Vlaamse dialecten en hij kan erg geïrriteerd raken als iemand de Vlaamse identiteit reduceert tot een bekrompen extreemrechtse karikatuur. Sommige stadsbewoners herkennen hem gewoon als Vlaams. Op zijn fiets werd hij bijvoorbeeld voor ‘Sale Flamand’ uitgescholden.”

Het verhaal van Sophie komt terug bij andere ‘partners van’ die BRUZZ spreekt: een deel van de Vlaamse Brusselaars kiest voor dit gewest omdat ze er een kosmopolitische wereld vinden die elders in Vlaanderen ontbreekt. “Het is geen keuze tegen Vlaanderen”, benadrukt ook kunstschilder en geboren Brusselaar Nicolas (50) wanneer hij over zijn vriendin en filmproducer Ellen spreekt. “Het betekent gewoon dat ze nood hebben aan iets dat je enkel in Brussel vindt. Ik herken dat trouwens ook bij

leerkrachten van onze kinderen die in Brussel komen werken. Die komen soms helemaal uit Blankenberge. Brussel geeft ze zuurstof, zeggen ze.”

Boterham met charcuterie

Dé Brusselse Vlaming, die bestaat natuurlijk niet. Veeleer is er een hybride gemeenschap waarin je een resem subgroepen kunt onderscheiden: de meest zichtbare groep vormen wellicht nog de Vlamingen die voor hun studies of job naar Brussel zijn getrokken, daarbij vaak de lokroep volgend van de kleine wereldstad en haar unieke troeven. Doorgaans zijn ze hoogopgeleid, en zoals Tom en Ellen werken ze onder meer in de creatieve sector. Een heel ander profiel heeft de grote groep leerlingen die naar het Nederlandstalige onderwijs gaan, maar thuis een andere taal spreken en bij verschillende taalgemeenschappen horen. En er zijn de oude Brusselaars die nog het Brusselse Vlaams spreken.

“In Brussel is een gelaagde identiteit vanzelfsprekend”, zegt de Senegalese Omar Ba (52), intercultureel consulent en partner van de Vlaamse antropologe Faouzia (*). “Je kunt je tegelijk met Vlaanderen, Brussel, Sint-Gillis en je voorouders in Marokko identificeren. Die lagen spreken elkaar niet tegen, maar vervolledigen elkaar.”

Feit is dat de Vlaamse gemeenschap in Brussel groeit. Een van de indicaties daarvoor is dat het aantal Brusselaars met een Nederlandstalige identiteitskaart nu al enkele jaren in de lift zit. Het is een trend die in veel gemeenten geldt, maar nog het meest voelbaar is in trendy gemeenten als Sint-Gillis, Elsene en vooral Vorst. “Toen we onze kinderen in De Bron in Sint-Gillis inschreven rond 2010, waren er misschien twee andere kinderen in de hele school die thuis Nederlands spraken”, herinnert Vorstenaar Nicolas zich. “Sindsdien is dat aantal pijlsnel gegroeid.”

Ook de Franse Angèle Liaigre (30) woont in Vorst, samen met haar vriend Jorn die in

De Franse Angèle Liaigre en haar Vlaamse vriend Jorn. Ze stelden vast dat vooral hun eetgewoonten erg verschillen.

Dilbeek opgroeide. “Ik hoor steeds meer Nederlands op straat”, bevestigt Angèle, die voor een Nederlandse stedenvertegenwoordiging werkt. Haar vriend is dan weer aan de slag bij Proximus. “Ik ontmoette hem via een Nederlandse datingapp waar ik al eens een andere Vlaming leerde kennen. De ontmoeting met die man was om 19 uur. Gelukkig vroeg ik nog net op tijd of hij al gegeten had. Dat bleek het geval, voor 19 uur al. Voor een Française is dat ondenkbaar.” Eetgewoonten blijven sowieso de meest zichtbare cultuurverschillen bij het paar. “Jorn zou elke middag een boterham met charcuterie kunnen eten, ik heb een echte maaltijd nodig.”

Als typisch Vlaams ervaart Angèle de vaste vrienden- en familiekringen. “In Frankrijk verhuis je na je studies vaak naar een plek waar werk is en die bevindt zich dikwijls verder van huis, waar je een nieuwe sociale kring opbouwt. In Vlaanderen voelt het alsof mensen net niet te ver van het ouderlijke huis willen wonen, wat natuurlijk ook voordelen biedt. Het verklaart misschien wel waarom ik het niet zo makkelijk vind om Belgische en zeker Vlaamse vrienden te maken: ik vermoed dat die vooral relaties met oude vrienden onderhouden.”

Voor Sophie Feyder voelt ook de grotere Vlaamse gemeenschap nog steeds als een kleine hechte groep aan. “Ik hoor dat dat een nachtmerrie kan zijn bij het daten. Een bevriend koppel ondervond dat toen ze hun relatie wilden openstellen en op datingapps gingen. Ze bleven daar voortdurend op mensen stoten die ze al kenden en het

“Zonder

Vlamingen

heb je geen Brusselse identiteit”

samen met de Vlaamse Ellen

leverde de ene gênante situatie na de andere op. Op feestjes van vrienden ontmoetten ze mensen die ze al van de app kenden. En het werd pas echt vervelend toen de man werd geswipet door de vrouwelijke baas van zijn vriendin.”

Zeuren als bindmiddel

Een Vlaamse eigenschap die verschillende partners opvalt, is bescheidenheid. “Vincent is de liefste Vlaming van heel Brussel, maar hij zou zichzelf wat meer op de eerste rij mogen zetten”, zegt de Nederlandse Jyoti Vennix (59). “Als Nederlandse heb ik daar minder last van.”

Ook de Spaanse Nadia Casabella (57) blijft zich verwonderen over de Vlaamse bescheidenheid. “Ik ontmoette Bert in Rotterdam, waar we allebei beginnend architect waren”, vertelt de Spaanse. “Nederland was voor mij een openbaring, een plek waar alles kon als je maar talent had, een maatschappij waar maakbaarheid een belangrijk begrip was. Bert bracht daar een heel andere energie

binnen, een Vlaams underdoggevoel dat me aan mijn geboortestreek Galicië herinnerde. Een soort fatalisme ook, dat ik onder meer opmerk in het frequente gebruik van het woord ‘sowieso’. Het was een beetje alsof iemand me een spiegel voorzette.”

“Ik zie dat ook bij mijn zoon. Zijn Armeense lief ziet er altijd fantastisch en sexy uit, maar zelf draagt hij liefst grijs of zwart: ‘Kijk niet naar mij’, lijkt de boodschap.” Iets gelijkaardigs merkt Nadia als ze Franstalige en Vlaamse architectuurjury’s waarin ze zit, vergelijkt. “Bij Vlaamse jury’s proberen zowel studenten als juryleden niet te veel op te vallen, zowel qua kleren als qua optreden. Bij de Franstaligen weet je vooraf: er zullen weer pauwen bij zijn die een echte show opvoeren.”

Via Bert leerde Nadia ook een praktijk kennen die ze als erg Vlaams ervaart: zeuren. “Als Nederlanders samenkomen, dan is ‘gezelligheid’ en feestvreugde naar mijn gevoel vaak het bindmiddel. Maar zet een hoop Vlamingen samen en ze gaan al snel klagen, merkte ik onder meer toen ik aan de VUB werkte: over de job, hun partner, de hoge huur, het onderzoek … Het duurde een tijdje voor ik besefte dat al dat zeuren ook een manier was om verbinding op te bouwen met anderen. In werkelijkheid was het leven van die mensen helemaal niet zo miserabel. Als iemand tegen me begint te klagen, weet ik ondertussen dat die contact zoekt (lacht).”

Al dat gezeur en bescheiden doen, belet niet dat Vlamingen vooroplopen in een

Nadia Casabella (met haar Vlaams lief Bert): “Er is een soort Vlaams underdoggevoel, een soort fatalisme ook, dat ik onder meer opmerk in het frequente gebruik van het woord ‘sowieso’.”

aantal sectoren, merkt Nadia. “Vlaamse Brusselaars zijn ondernemend en leiders in de creatieve sector. In de architectuur merk je bijvoorbeeld dat ze meer de vinger aan de pols hebben en hun netwerk beter is. Het is geen toeval dat we nu al twee keer na elkaar een Nederlandstalige bouwmeester hebben in Brussel. Franstalige Brusselaars tonen doorgaans dan weer meer sociaal bewustzijn.”

Die innoverende rol van de Vlaamse gemeenschap merkt kunstschilder Nicolas ook in de bredere culturele sector. “Het theater is bijvoorbeeld onvergelijkbaar veel interessanter dan aan Franstalige zijde: experimenteler, meer verbonden met actuele kwesties. Franstalig theater draait veel meer rond de bevestiging van gevestigde namen in het wereldje.”

Over de Vlaamse gemeenschap van Brussel kan Nicolas naar eigen zeggen niet lovend genoeg zijn. “Zonder Vlamingen heb je geen Brusselse identiteit. Brussel is een samensmelting van de Latijnse en de Germaanse wereld. Wat maakt tenslotte dat we hier geen Fransen zijn? Dat er hier een eigen manier van doen is, een eigen soort relativerende humor? De Vlaamse invloed toch?”

Dat veel Vlaamse Brusselaars hier voor studies of werk komen, heeft zo zijn

gevolgen, merkt Omar Ba op. “De meesten zijn hoogopgeleid, waardoor de materiële zorgen in die Vlaamse gemeenschap eerder zeldzaam zijn.”

Luchtkwaliteit en mobiliteit

Dat profiel maakt dat ze andere standaarden hebben als het over zaken als luchtkwaliteit of mobiliteit gaat, twee domeinen waarin Vlaamse Brusselaars erg actief zijn, observeert Ba. “Wie geen huur kan betalen, piekert niet over luchtkwaliteit. En wie een auto nodig heeft voor zijn werk, ziet ook minder waarom die auto plaats zou moeten afgeven voor meer zachte mobiliteit. Rond Good Move riskeer je zo de beeldvorming dat Vlamingen hun wil willen opleggen aan

andere Brusselaars, terwijl het toch meer een verhaal van klasse is. Dat conflict dreigt des te meer omdat die bemiddelde Vlamingen zich ook vaak in de armere volkswijken vestigen.”

En de Vlaming in zijn eigen partner, ziet hij die? “Oh ja, Faouzia is veel rechter voor de raap dan Franstalige collega’s, die vaak een heel discours nodig hebben om een punt te maken. En dan die bescheidenheid. Hoewel ze een internationale topacademica is in haar vakgebied, zal ze zowat alles doen om dat te verbergen. En met een compliment weet ze echt geen weg, dan weet ze niet waar kijken. Op en top Vlaams.”

(*) Tom en Faouzia zijn schuilnamen

« MON PARTENAIRE FLAMAND NE SAIT VRAIMENT PAS QUOI

FAIRE AVEC UN COMPLIMENT »

FR/ Le 11 juillet est la fête de la Communauté flamande, y compris à Bruxelles. Mais qui est en réalité le Bruxellois flamand ? Six « partenaires de » portent un regard sur la dimension flamande de leur partenaire et sur la communauté plus large. « Les Flamands aiment se plaindre entre eux. Mais c’est aussi une forme de lien. »

«MY FLEMISH PARTNER CAN’T HANDLE COMPLIMENTS”

EN/ July 11 is the holiday of the Flemish Community, including in Brussels. But who exactly is the Flemish Brussels resident? Six “partners of” take a look at the Flemish side of their partner and at the wider community. “Flemish people like to complain to each other. But that too is a form of connection.”

Sophie Feyder heeft een Vlaamse vriend: “Hij kan erg geïrriteerd raken als iemand de Vlaamse identiteit reduceert tot een bekrompen extreemrechtse karikatuur.”
‘Buiten

spelen heeft

ook voor volwassenen veel voordelen’

1, 2, 3 piano met uw vrienden in het park: waarom ook niet?

© SHUTTERSTOCK

Buiten spelen lijkt iets alleen voor kinderen, maar steeds meer volwassenen willen weer spel en plezier beleven in de buitenlucht. Brussel lijkt rijp voor die nieuwe tendens, tot groot genoegen van gezondheidswetenschappers. “Het kan hart- en vaatziekten temperen.”

Het is even over tien, je hebt net je koek of stuk fruit op en staat samen met je vriendjes achter een lijn, klaar om te rennen naar de tegenpartij, die met zijn rug naar jullie toe van één tot drie telt. Als die “Piano!” uitroept, blijf je stokstijf staan – of niet, en in dat geval lig je uit het spel. (Buiten)spelen. Ooit een vaste afspraak op het schoolplein, met spelregels die we beter kenden dan de lesinhoud. Tot daar abrupt een einde aan komt in het middelbaar onderwijs, waar je niet alleen het ontstaan van vierkantswortelvraagstukken ontdekt, maar ook dat een speeltijd niet meer spelenderwijs, maar al pratend verstrijkt. Het is een breuk die de rest van je interacties met vrienden of familie kleurt: we besteden de tijd met elkaar doorgaans al pratend.

Spelen is dus iets waar we nostalgisch op terugblikken, niet iets wat we spontaan weer zouden oppikken op een vrije zaterdagmiddag. “Buiten spelen is zo verankerd in onze kindertijd omdat we er in die periode veel door bijleren, maar op latere leeftijd verliezen we zulke spelvormen doorgaans uit het oog”, zegt Mark Van Achter (KU Leuven), die als econoom gespecialiseerd is in speltheorie.

Hoewel spelen dus exclusief weggelegd lijkt voor kinderen, kunnen spelvormen langzaamaan meer en meer op bijval van volwassenen rekenen. “De druk in onze maatschappij is op veel vlakken aanzienlijk toegenomen. Het nieuws komt bijvoorbeeld sneller dan ooit tevoren bij ons, wat zeer overweldigend kan zijn. Daardoor is er nood aan manieren om zich vrij te kunnen uitleven.” Spelen is dan de ideale uitlaatklep:

“Je organiseert en speelt samen iets dat compleet losstaat van de dagelijkse realiteit. Het is een denkbeeldige wereld waarin je je voor even kunt onderdompelen.”

Meer onnozelheid

Het aanbod georganiseerde spelvormen is momenteel mondjesmaat aan het uitbreiden. Zo toverde Beton-T een ongebruikt gebied in Utrecht om tot een plek waar cultuur, ontspanning en beweging centraal staan. In de zomermaanden wordt de betonsite zo een site vol spel, met rollerdisco, salsa of gethematiseerde buitenspeelavonden voor volwassenen op de agenda.

Deelnemers aan de meest recente buitenspeelavond in mei werden aangemoedigd om zich te verkleden in hun favoriete boerderijdier, waarna ze een paar uur lang konden knikkeren, Just Dance-pasjes inoefenen en trefbal van onder het stof halen. “De Buitenspeelavond is bedoeld voor iedereen die weer even kind wil zijn, maar dan met de vrijheid van nu”, schrijft de organisatie op haar website.

Dichter bij huis, in Gent, organiseert ook de coöperatieve Stadsmakers spelnamiddagen voor volwassenen. De Stadshaven wordt daarbij omgebouwd tot een groot pretparadijs, met “een beetje van alles” op het programma, gaande van nostalgische spelvormen als Twister of Vier op een rij tot rolschaatsbanen en vreemde sporten. Het idee ontstond organisch, met festivals als inspiratiebron, zegt Aster Francois, medeoprichter van Stadsmakers. “Festivalweides creëren zo’n aparte, unieke wereld, waar minder seriositeit hangt. Meer ruimte voor onnozelheid, dat is ook het doel van onze buitenspeelnamiddagen.”

Buiten spelen voor volwassenen kan veel vormen aannemen, van salsa over trefbal tot rolschaatsbanen of Twister in de openlucht.

In april vond nog maar de tweede editie plaats, maar die werd meteen met veel enthousiasme onthaald: waar er nog vijftig tot honderd mensen deelnamen aan de eerste editie, telde de volgende er al driehonderd. “Nostalgie speelt natuurlijk een rol, maar dat is niet de enige reden waarom er zoveel volk op afkomt. We horen vooral dat de humor die buiten spelen teweegbrengt mensen aanspreekt, en ook de verbinding, de connectie die ze met anderen maken.”

Brussel heeft tot op heden nog geen organisatie die gelijkaardige initiatieven neemt. Een gemiste kans, want volgens Francois kunnen volwassenen dankzij georganiseerde evenementen minder schroom voelen om (buiten) te spelen.

Bewegings- en sportwetenschapper Greet Cardon (UGent) treedt hem bij: “Kinderen spelen al sneller uit zichzelf op straat of in de speeltuin, waar ze andere kinderen tegenkomen en spontaan samen beginnen te spelen. Voor volwassenen en ouderen ligt dat toch wat moeilijker”, zegt ze. “Als meer organisaties of lokale dienstencentra inzetten op zo’n spelaanbod, zou dat de drempel verlagen om eraan deel te nemen.”

Meer dan plezier

Spelen levert niet alleen plezier op, maar brengt ook talloze voordelen voor de fysieke, mentale en sociale gezondheid met zich mee. In hun 2025 Position Statement on Active Outdoor Play stellen gezondheidswetenschappers en -onderzoekers dat outdoor play niet alleen waardevol is voor kinderen, maar gedurende de hele levensloop belangrijk blijft. “De Position Statement toont duidelijk aan dat de voordelen van spelen, zoals creatief nadenken en fysieke activiteit, ook voor volwassenen nuttig zijn”, kadert Jan Seghers, professor in de bewegingswetenschappen aan KU Leuven. Om de beweegnorm voor volwassenen te behalen, moet je 150 minuten per week matig intensief bewegen. “Als je die norm haalt, zal dat allerlei fysieke, mentale en sociale gezondheidsvoordelen met zich meebrengen”, vervolgt hij. “Een spelvorm als escaperooms is zeer populair onder volwassenen, maar doordat de fysieke inspanning daarbij vrij laag is, lokken die onvoldoende gezondheidsvoordelen uit. Spelvormen als een stadsspel – dat cognitie en fysieke uitdaging combineert – of spikeball zijn wel manieren om die beweegnorm te helpen behalen, wat hart- en vaatziekten kan temperen en ook stress en angst doet afnemen.”

De stress die door ons hoofd en in ons lijf speelt, kan dus al spelenderwijs milderen, en dat komt voor een stuk ook door de connectie met de natuur. “Buiten spelen gebeurt vaak in het groen. Uit Scandinavisch onderzoek weten we dat blootstelling aan natuur, je in een groene omgeving bewegen, een stressreducerende functie heeft.”

“Mensen ervaren tegenwoordig ook veel stress rond AI, en hoe die hun leven zal beïnvloeden. Spelvormen kunnen helpen om daarmee om te gaan”, weet Mark Van Achter. “Om ons te blijven onderscheiden van AI zullen we moeten terugplooien op onze intermenselijke eigenschappen: communicatie, veerkracht, leiderschap, teamwork, een situatie kritisch evalueren. Die persoonlijke en sociale vaardigheden

kader van gezond verouderen, verklaart ook Cardon. “Zeker omdat het, in tegenstelling tot bijvoorbeeld joggen in de buitenlucht, cognitieve functies activeert, zoals samen beslissingen leren te nemen.”

Een spel heeft dus een connecterende functie, wat in tijden van sociale media en een eenzaamheidscrisis als geroepen komt. Zo merkt Van Achter hoe mensen uit alle lagen van de bevolking een spelcafé bezoeken en meteen met elkaar in verbinding gaan: “Op open spelavonden waar mensen vrij kunnen aansluiten, beginnen mensen spontaan elkaar de regels uit te leggen en samen te werken.”

Ook initiatiefmaker Aster Francois merkt hoe verbinding niet geforceerd, maar spontaan ontstaat op de spelnamiddagen.

“Spelen is een denkbeeldige wereld waarin je je voor even kunt onderdompelen

Mark Van Achter Econoom

zullen steeds belangrijker worden, ook op de werkvloer.”

Spelomgevingen bieden dan de mogelijkheid om die skillset onder de knie te krijgen of verder te leren ontwikkelen, zegt hij. “Spelen is vrijheid: je leert jezelf en elkaar goed kennen, zonder de repercussies die in een werkomgeving kunnen volgen. Samen spelen is dus veel sterker en krachtiger dan we initieel zouden denken.”

Connectie met jezelf en elkaar

Behalve fysieke en mentale voordelen is samenkomen in de buitenlucht, samenzijn en spelplezier beleven zeer belangrijk in het

JOUER N’A PAS D’ÂGE

Eenzaamheid bestrijden is een persoonlijk doel voor hem, en hij hoopt dat de spelnamiddagen al een steentje verleggen. “Op onze speldagen merk je hoe mensen wel ongedwongen met elkaar beginnen te praten.”

Heb je straks afgesproken met je vrienden, waarom dan geen trendsetters worden in onze hoofdstad? Laat het café links liggen en ga ongegeneerd oldschool Twisteren of 1, 2, 3, Piano spelen in het park. Rare blikken incasseer je wel, de herinneringen en de verbinding die het je oplevert, zijn goud waard. Je bent tenslotte nooit te oud om weer kinds te zijn.

FR/ Les jeux en plein air ne sont plus réservés aux enfants. De plus en plus d’adultes redécouvrent le plaisir de jouer, grâce à des initiatives qui remettent les jeux au cœur de l’espace public. Selon les chercheurs, jouer ensemble réduit le stress, favorise les liens sociaux et stimule l’activité physique, avec des effets positifs sur la santé tout au long de la vie.

PLAY HAS NO AGE LIMIT

EN/ Outdoor play is no longer just for children. More and more adults are rediscovering the joy of playing through initiatives that bring games back into public spaces. Researchers say playing together reduces stress, strengthens social connections, and encourages physical activity, benefiting both physical and mental health throughout life.

N-VA BRUSSEL WENST JE EEN FIJNE VLAAMSE FEESTDAG!

ZATERDAG 11 JULI

VANAF 12 UUR

CAFÉ ESTAMINET SINT-NICOLAAS

KORTE BOTERSTRAAT 8

(OP 50 METER VAN DE GROTE MARKT)

| Betaald door N-VA

ONBEGRENSD

De favoriete tips van zes ketjes om de zomer te overleven

Zes Brusselse jongeren, die afgelopen seizoen in de BRUZZ-rubriek

The Hang-out verschenen, blikken vooruit op de vakantie, en hoe die zeeën van tijd op een leuke manier in te vullen. “Als ik mij verveel, ga ik naar de Sint-Hubertusgalerijen, dan voel ik me in Italië.”

door Livia Vande Walle en Astrid Van Peer foto’s Saskia Vanderstichele

Miriam (15)

Welke gewoonte uit een ander land zou je in Brussel willen invoeren? Normaal ben ik tijdens de zomer in Italië, waar veel gratis openluchtzwembaden zijn. Die worden gebruikt om af te koelen tijdens het warme weer.

Sanya (13)

Welke plek in Brussel doet je denken aan een plek in het buitenland en waarom?

Ik vind dat Les Galeries Royales Saint-Hubert mij het gevoel geven van Italië of Parijs, met die architectuur en elegante galerijen.

Thierno (11)

Wat is een leuke (gratis) activiteit in Brussel?

De sportzaal van de VUB, daar kun je basketballen.

Charlotte (11)

Wat is voor jou het lekkerste ijsje van Brussel?

De lekkerste ijsjes vind je bij Giotto en ook bij het ijskraam op de woensdagmarkt aan het station van Jette, want daar krijg je gratis mini-marshmallows bij je ijsje.

Simon (10)

Wat doe je als je je heel erg verveelt?

Gaan voetballen in de voetbalkooi vlak bij de guinguette Fabiola.

Salmane (10)

Hoe hou je jezelf koel als het snikheet is buiten?

Ik neem heel veel water mee en fruit. Ik probeer ook uit de zon te blijven.

het Theater Festival

ALKIBIADES Zuidpool

AMAI SPECIAAL CHAPEAU

DE MAAN & 4Hoog

Badke(remix) Amir Sabra & Ata Khatab / laGeste & Stereo48 BONJOUR

MADEMOISELLEKE

Lukas Glowacki / DE MAAN

Chapters of Celebration

Benjamin Abel Meirhaeghe, Wouter Deltour & Muziektheater Transparant

Copyriot Krapp / KVS

Dansen met mijn ex / Bailando con mi ex Neal Leemput & De Studio F*ck Lolita

Het Zuidelijk Toneel Frames Not Standing / Alexander Vantournhout

FRANK Cherish Menzo / GRIP & Theater Utrecht

i.s.m. Dance On Ensemble Hugs & handshakes THERE THERE Company Ki no nagare Collectif Malunés / Arne Sabbe La Noche de Aparicion Désirée0100 / Lulu Muñoz Magec/the desert

Radouan Mriziga / A7LA5 Plum Road Tea Dream

Samuel Baidoo Shoe/farma family business Buren

The Moon in your Mouth

Samah Hijawi / KWP

The truthful Lieselot Siddiki / CAMPO

The mustsee of the performing arts season

2–12 sept ’26

Muzikanten Uwase en Osayuki

‘Ik moest artiest worden om respect voor mijn naam te krijgen’

Uwase krijgt dit festivalseizoen haar

Pukkelpop-vuurdoop, Osayuki kent er zowel de front- als de backstage, maar staat er het voor het eerst onder zijn eigen naam. Terwijl de aftrap van de festivalzomer gegeven is, leggen deze twee Brusselse producers en muzikanten de laatste hand aan hun debuutplaat.

door Sophie Moffat foto’s Bram De Jaegher

“

Muzikanten Uwase en Osayuki

Noem een Brusselse of Belgische hiphopsound van de afgelopen jaren en de kans dat Osayuki Asemota er voor iets tussen zit, is groot. De geboren Lokerenaar en geadopteerde Brusselaar heeft intussen een cv vol klinkende samenwerkingen op zijn naam: van DIKKE en Woodie Smalls tot Roméo Elvis, en zelfs hiphopkoning Kanye West. Onder zijn alias Chuki Beats groeide hij uit van een ster van het beatplatform Beatstars tot producer en beatmaker van Zwangere Guy. Met zijn soloproject Osayuki wisselt hij het geweer van schouder en ruilt hij beats in voor rauwe gitaren. Hij loste al

“Ik vind het zalig om mijn moeder backstage te kunnen meenemen”

Osayuki Producer en muzikant

enkele singles en ep’s, en broedt verder op zijn debuutalbum dat in november het levenslicht moet zien.

Ook voor Uwase worden het spannende maanden. De Brusselse Uwase Rutayisire liep vorig jaar al warm tijdens haar eerste festivalzomer, dit jaar speelt ze voor het eerst voor het Pukkelpop-publiek. Haar gitaar is melancholisch afgestemd en produceert vooral een bitterzoet en verfrissend indiepopgeluid. Ze wist daarmee in 2025 De Nieuwe Lichting-jury te overtuigen en streek dat jaar ook een MIA-nominatie voor Doorbraak op. Op haar debuut-ep ANGELO keert ze haar liefdesverdriet binnenstebuiten, het vervolg – de langverwachte debuutplaat van de popbelofte –maakt zijn opwachting in 2027.

Jullie werken allebei aan een debuutalbum en bereiden een festivalshow voor. Hoe verloopt die laatste rechte lijn?

UWASE: Eigenlijk denk ik tijdens het begin van het maakproces van nieuwe muziek al na over hoe die live zal klinken. Ik sta op het podium met een liveband: een drummer, bassist en ikzelf op gitaar. Nu het album af is, ligt de basis van de show vast: van de set en de sound, tot het visuele. De kleuren die ik vandaag draag, passen in dat palet. (Lacht) We repeteren wekelijks met de liveband. Eind juli trekken we op residentie om alles af te werken.

OSAYUKI: Dat stelt me gerust, want ik dacht dat ik laat was. (Lacht) Bij mij ligt de focus nu nog op het afwerken van het album. Dat is elke dag op de repeat: opstaan, de studio in, even pauzeren met een voetbalgame en dan weer de studio in. Eind juli beginnen we intensief te repeteren met de band.

Jullie treden allebei op onder jullie eigen voornaam. Dat lijkt een detail, maar die keuze was enkele jaren geleden misschien niet evident.

OSAYUKI: Met mijn soloproject claim ik mijn eigen naam terug. Vandaag vind ik mijn naam cool, maar als kind vond ik die kut. Ik groeide op in Lokeren en leerkrachten konden er mijn naam niet uitspreken of hadden er opmerkingen over. Van Osayuki maakte ik Chuki, dat werd daarna Chuki Beats. Door Osayuki als artiestennaam te nemen, heb ik die negatieve connotatie die ik er zelf mee had kunnen omkeren. Ik moest 30 worden om dat te leren.

UWASE: Het is echt een mooie naam. Maar dat gevoel vind ik heel herkenbaar. Mijn artiestennaam is ook mijn geboortenaam en als kind noemde iedereen mij bij mijn middelnaam omdat die gemakkelijker is. Het

is helend vandaag de naam waar ik als kind mee uitgelachen werd, nu overal te zien. En nu moeten ze het tenminste goed uitspreken (lees: U-wa-sé). Als je artiest bent, krijg je plots wél de vraag: “Hoe spreek ik je naam correct uit?” Het is gek dat ik artiest moest worden om dat respect te krijgen.

Was de nieuwe artiestennaam voor jou nodig om te breken met je hiphoptijden, Osayuki?

Wat is het verschil tussen je alter ego’s?

OSAYUKI: Osayuki is een veel authentieker personage. Bij een hiphopshow hoort vaak veel performance: je bent constant bezig met het publiek te hypen, te roepen om de mensen te laten meespringen en -zingen. Dat hoort allemaal bij het spektakel, maar als persoon ben ik zo niet. Voor mijn solomuziek is er minder nood aan die opzwepende energie om het publiek constant te entertainen. Het publiek kan gewoon luisteren en de muziek in zich opnemen. Bij een hiphopshow is het vaak bijna ongemakkelijk als iedereen stilstaat.

Ik heb besloten om bij deze shows zo min mogelijk te moeten acteren of mezelf in een bepaalde rol te dwingen. Het personage ligt dichter bij mezelf. Een grote inspiratie daarvoor was Gala Dragot. Zij is tijdens haar optredens zo hard zichzelf, dat is echt geniaal.

UWASE: Ik zag haar nog op Fête de La Musique en het was geweldig, geen enkele liveshow van haar is dezelfde.

Osayuki, jij stond vorig jaar op Pukkelpop op de mainstage naast Zwangere Guy. Dit jaar sta je op de affiche met je eigen project. Met welk gevoel keer je terug?

OSAYUKI: Toen ik er met ZG speelde, was ik in de eerste plaats supertrots op mijn maat, maar ergens dacht ik ook: “Ik wil hier zelf staan.” Dus hoewel deze Pukkelpop-show al geweldig is, kan ik eigenlijk niet wachten tot ik op die mainstage sta.

Is dat vandaag nog steeds het summum als Belgische muzikant: mainstage-act in Kiewit of Werchter?

OSAYUKI: Als je in België opgroeit en muziek maakt, is dat een van de strafste dingen die je kunt bereiken, dus ja, het is sowieso een doel. Ik weet nu zelfs nog niet op welk podium ik sta deze zomer, het is sowieso geen gigantisch podium. Ik denk dat ik nog meer onder de indruk was toen ik voor Zwangere Guy mocht openen in Vorst Nationaal in maart. Dat was mijn derde liveshow ooit of zo. Maar het blijft hoe dan ook Pukkelpop, het is de festivaltop.

Heeft je tijd in the City of Angels en samenwerken met hiphopiconen als Kanye West je blik op de Belgische livescene veranderd?

OSAYUKI: Door in L.A. te werken heb ik net nog harder beseft dat de Belgische festivals bij de beste van de wereld zijn. We hebben hier steengoede muzikanten en techniekers, en het publiek respecteert dat. In België kun je het niet ver schoppen als je niet focust op kwaliteit. De lat ligt hoog.

Jij speelde vorig jaar je eerste festivalzomer, Uwase, met onder meer een passage op Dour. Je zou kunnen denken dat je plek op Pukkelpop al verzilverd was na het winnen van De Nieuwe Lichting?

UWASE: Het livecircuit en het publiek toonden vorig jaar al veel enthousiasme, maar het is een zoektocht naar het juiste team. Het moeilijke aan de muziekindustrie is ook: je wordt geprezen omdat je authen-

tiek bent, maar tegelijkertijd word je in een keurslijf geduwd. Daarom heb je mensen nodig die vanaf het prille begin in jouw verhaal geloven en je artistieke vrijheid geven.

Je zei al dat mensen soms verbaasd reageren dat jij als zwarte artieste indiepop maakt. Osayuki, jij verrast een hiphop-fanbase dan weer met gitaar. Hoe gaan jullie om met die verwachtingen?

OSAYUKI: Ik zie er vooral de ultieme opportuniteit in om die verwachtingen te doorbreken. Voor mezelf en mijn vrienden uit Lokeren is mijn liefde voor gitaar niet verrassend, ik was vroeger altijd op het BMX- en skatepark te vinden en organiseerde metalshows. Voor mij is deze wending natuurlijk, maar door mijn hiphoptraject komt het voor het grote publiek wel onverwachts.

Osayuki: “Ik weet zelf niet eens wat ik exact maak. Het is beïnvloed door punk, metal, hardcore, hiphop én indie, maar je wordt snel gecategoriseerd.”

Krijg je je fans mee met die switch?

OSAYUKI: Ik merk wel dat je snel in hokjes terechtkomt. Als je dan muziek maakt die af en toe wat harder gaat, word je meteen in een hokje geduwd van: “Osayuki maakt shoegaze voor millennials.” Dan denk ik: “Ja, maar ik maak niet alleen shoegaze. Ik weet zelf niet eens wat ik exact maak.” Het is beïnvloed door punk, metal, hardcore, hiphop én indie, maar je wordt snel gecategoriseerd.

UWASE: Dat ervaar ik ook. Ik maak muziek met elektrische gitaar, drum en bas, dus in se vrij klassiek, maar mensen lijken bij zwarte artiesten andere muziek te verwachten. De artiesten die ik als kind indie zag maken, waren geen zwarte vrouwen.

En het vreemde is: mensen geven me het gevoel dat ik ‘de eerste ben’ in België, maar dat is niet zo. Ik denk dat er in België meer indieartiesten zijn zoals ik, maar zij krijgen niet het podium en de kansen die ik kreeg. Ik val in herhaling, want ik heb het gevoel dat ik dit in elk interview zeg, maar: het is nog steeds moeilijk als zwarte artiest in België.

Ook het concept dat vrouwen kunnen producen, is precies nog moeilijk te geloven voor veel mensen.

Je nam medeproducer Jasper Segers in de arm, die ook met Balthazar en Sylvie Kreusch werkt. Is er in je entourage veel veranderd?

UWASE: Toch wel. Ik heb nu voor het eerst een manager en een tourmanager, wat een enorm verschil maakt. Vroeger deed ik letterlijk alles zelf. Ik coproduceer de muziek nu met Jasper, hij is supergetalenteerd.

Er is ook een switch in de bandleden, al blijf je uitsluitend met vrouwelijke muzikanten op het podium staan.

UWASE: Oorspronkelijk wilde ik gewoon samen met mijn nichten op het podium staan. Ik ben beïnvloed door Beyoncé, die in 2011 met een all-female band van kleur op Glastonbury stond. Dat vond ik toen ontzettend cool. Pas toen ik mijn eerste shows gaf, merkte ik hoe hard die vrouwelijke groep resoneerde bij het publiek. Mensen reageerden echt van: “Wauw, een volledig vrouwelijke band, vrouwen die gitaar spelen.” Dat was verrassend, maar ook heel bemoedigend. Sinds die reacties ben ik me er veel bewuster van dat het een wezenlijk verschil maakt als je als jong meisje vrouwen achter de drums en aan de gitaar ziet staan op grote podia.

Jullie debuutplaten zijn voor het najaar. Krijgt het festivalpubliek deze zomer al een voorsmaakje?

UWASE: Ja, Pukkelpop wordt de eerste keer dat ik die nieuwe muziek live zal spelen en snel daarna volgt er een eerste single. Ik neem bewust de tijd om het album de ruimte te geven die het verdient. Ik heb er mijn hele ziel ingestoken en ben er ontzettend trots op. Ik kan niet wachten om het met de wereld te delen.

OSAYUKI: Ik kijk er echt naar uit om nieuwe muziek te delen en de liveshows te spelen. Ik denk dat Suikerrock ook heel vet wordt omdat we daar met de hele bende (Zwangere Guy en UM!, red.) samen spelen op dezelfde dag.

UWASE: Ik weet het niet. Vorig jaar heb ik veel live-ervaring opgedaan op andere festivals. Ik focuste toen niet echt op de druk van buitenaf, maar meer op wat er achter de schermen gebeurde. Vandaag ben ik me meer bewust van het feit dat ik daar sta en wat dat betekent. Ik ben vooral excited voor de komende shows en de albumrelease. OSAYUKI: Bij mij houden liveshows me vooral scherp. Ik begon aan dit soloproject met het idee: “Ik maak gewoon de dingen die ik niet kwijt kan in mijn werk als producer.” Liveshows maken dat plots dwingender, je moét er staan.

“Mensen lijken bij zwarte artiesten andere muziek te verwachten dan indierock”

Uwase Producer en muzikant

Ook de Lokerse Feesten worden geweldig: ik heb daar nog gerapt als Chuki, daarna show gegeven als Chuki Beats en nu sta ik er als Osayuki. Ik ben er jaren samen met mijn mama vrijwilliger geweest en heb er zelfs de wc’s gekuist. Ik vind het zalig om mijn mama nu backstage mee te nemen.

Veroorzaken de komende shows extra druk of geven ze jullie net het vertrouwen om dat album los te laten op het publiek?

«

MON NOM, MA VOIX »

Met Osayuki kan ik het anders aanpakken dan in hiphop: omdat ik mijn nummers live perform, kan ik songs spelen die nog niet helemaal af zijn. Maar omdat ik na het festivalseizoen echt een afgewerkt product wil hebben, voel ik nu de gezonde druk om dingen concreet te maken en af te werken.

Op Pukkelpop delen jullie de affiche met andere Brusselaars zoals Camille Yembe. Pikken jullie zelf ook enkele shows mee?

UWASE: Sowieso. Mijn dag op Pukkelpop wordt echt waanzinnig. Ik heb gehoord dat Camille waarschijnlijk op hetzelfde moment speelt als ik, dus haar zal ik helaas moeten missen. Ik heb haar gelukkig al vaker live gezien, maar ik ben heel blij dat ik haar backstage zal tegenkomen. Als ik tijd heb, ga ik zeker naar andere acts kijken. Mijn broer is een enorme fan van Earl Sweatshirt en Geese, en mijn vrienden zijn grote fans van Audrey Harbard. Ik probeer hen dus allemaal mee te nemen.

OSAYUKI: Als de timing het toelaat, wil ook ik Camille Yembe checken, ik heb haar nog nooit live gezien. En na de show volgt sowieso eerst een debriefing met verbeterpunten, daarna is er tijd om te chillen en te genieten van de backstage, (Tot Uwase) die is heel goed op Pukkelpop. (Lacht)

Uwase en Osayuki staan op 21 augustus op Pukkelpop.

FR/ Uwase et Osayuki préparent un été de festivals tout en finalisant leurs premiers albums. Tous deux suivent une voie musicale personnelle, loin des genres, des attentes et des stéréotypes. Leur musique célèbre la liberté artistique, l’évolution personnelle et l’envie de surprendre le public.

“MY NAME, MY VOICE”

EN/ Uwase and Osayuki are preparing for a landmark festival summer while putting the finishing touches on their highly anticipated debut albums. Both are committed to forging their own musical path, refusing to be confined by genres, expectations, or stereotypes. Their music is driven by artistic freedom, personal growth, and a desire to surprise audiences.

‘Mijn chaotische hoofd maakt me tot wie ik ben’

“Ik kan mij niet inbeelden hoe een appel of de zee eruitzien. Ik krijg alleen een vibe van groen of blauw.” De Brusselse dichter en schrijver Zindzi Tillot Owusu getuigde onlangs over afantasie, haar onvermogen om mentale beelden op te roepen. Ze laat er zich niet door afremmen. Deze zomer staat ze op Theater aan Zee met haar vrije vertaling van een Friese avantgardistische dichtbundel. door Bettina Hubo foto’s Saskia Vanderstichele

Ze is als eerste op de plek van afspraak, een oud café vlak bij de Beurs, en heeft zich geïnstalleerd aan een tafeltje achterin. Naast haar op de bank ligt Corpus Britney, het debuut van de jonge Gentse Dominique De Groen dat in de pers omschreven wordt als “compleet van de pot gerukt maar briljant”.

“Supersterk werk”, vindt ook Tillot Owusu. “Ik ben sowieso fan van de experimentelere literatuur. Malina van Ingeborg Bachmann is mijn favoriete boek. Ik vind het leuk om te kijken hoever je kunt gaan met taal en lees dan ook graag auteurs van wie ik denk: ‘Oh my god, die doen dat gewoon.’”

Zindzi Tillot Owusu groeide op in Antwerpen. “In twee gezinnen”, vertelt ze. Tot haar dertiende woonde ze bij haar biologische, Vlaamse moeder, Linda Tillot. Die overleed aan kanker. Haar Ghanese vader verbleef in die tijd in Londen. “Ik wilde niet verhuizen, ik zat net op een nieuwe school. Gelukkig boden de ouders van een vriendje aan om bij hen te komen wonen. Dat is tot op de dag van vandaag mijn gezin. Kerst en alle feesten vier ik daar.”

Zoals wel vaker bij schrijvers en dichters was het een leraar Nederlands die het zaadje plantte. In het geval van Tillot Owusu was dat mijnheer D’Haveloose. “Hij gaf Nederlands in het vijfde en zesde middelbaar, een heel fijne docent die tot mijn verbazing zei dat ik voeling had met literatuur. Door hem ging ik heel veel lezen, Madame Bovary, Lolita en De Toverberg. Ook omdat ik graag indruk op hem wilde maken, De Toverberg was zijn lievelingsboek. Béétje gênant, ja. Maar de liefde voor taal en voor het Nederlands is onmiskenbaar bij hem begonnen.”

Na de middelbare school probeerde ze een jaar filosofie en daarna nog drie jaar Japanologie. “Het was een woelige tijd, ik was erg op zoek, in de war, down. Die

gevoelens begon ik uit te tikken op mijn telefoon. Een paar dichtregels, zoals in de klassieke Japanse poëzie die me fascineerde. Uiteindelijk had ik vierhonderd gedichten. Op aanraden van vrienden ben ik toen woordkunst gaan studeren”.

Inmiddels publiceert ze in literaire tijdschriften, treedt ze op als performer, is ze hoofdredacteur van het literaire beginnerstijdschrift Kluger Hans en lid van het schrijverscollectief Hyster-X, werkt ze voor theater en doet ze af en toe ook een uitstapje naar de video- en audiokunst. “Maar schrijven is het medium waarin ik mij het meest op mijn gemak voel.”

Welke thema’s wil jij in je werk onderzoeken?

ZINDZI TILLOT OWUSU: Ik schrijf over internetcultuur, maar denk ook heel veel na over de wereld, over de rechten van vrouwen die steeds meer afgeschaafd worden, over feminicide, over de genocide in Gaza. Hier in Brussel kun je niet wegkijken van het enorme aantal daklozen. In Antwerpen en Gent, waar ik eerder woonde, word je daar veel minder mee geconfronteerd. Gent heeft een paar daklozen die iedereen kent, de Zakman bijvoorbeeld. Het was een schok toen ik hierheen verhuisde. In mijn vorige straat sliep een Romafamilie in een inham, terwijl om hen heen op de terrassen mensen aan het drinken waren.

Mijn werk gaat vaak over een soort van wereldpijn die ik voel. Die leg ik dan naast mijn eigen pijn, die natuurlijk moeilijk vergelijkbaar is.

Wat is jouw pijn?

TILLOT OWUSU: Ik schrijf veel over rouw en verdriet, want ik heb veel gerouwd in mijn leven, om mijn moeder, mijn vorige partner.

Ook mentale kwetsbaarheid is een onderwerp. Zelf heb ik daar als tiener en begin twintiger veel last van gehad. Door het

overlijden van mijn partner, drie jaar geleden, ga ik er wel anders mee om. Hij probeerde me altijd te tonen hoe fijn het leven kan zijn. Vroeger zei ik: “Omdat ik mentaal kwetsbaar ben, kan ik niet hetzelfde doen als andere mensen.” Nu denk ik: “Omdat ik mentaal kwetsbaar ben, ga ik extra voor mezelf zorgen, want ik wil gelukkig zijn.”

Hij heeft mij in de mooie trein gezet naar het saaie leven, vroeg in bed kruipen, theedrinken, niet op café blijven hangen.

En werkt het?

TILLOT OWUSU: (Lacht) Soms is het wel frustrerend. Ik doe al die dingen om gezond te blijven en dan nog is mijn hoofd een chaos. Het is alsof er iets afgespeeld wordt op drie sporen tegelijkertijd. Maar ik voel mij geen slachtoffer. Ik vind mijn hoofd soms echt vervelend, maar het maakt mij tot wie ik ben. Ik heb niet de wens om neurotypisch te worden.

Wordt er van jou ook verwacht dat je schrijft over een vrouw van kleur zijn?

TILLOT OWUSU: Ja, maar ik doe het niet. Of heel zelden. In het conservatorium van Antwerpen werd ik heel vaak gevraagd om daarnaar te graven. Steek het in uw rugzakske, speel ermee. Nu voel ik daar heel veel weerstand tegen. Ik heb er ook niet veel over te zeggen. Natuurlijk maak ik dingen mee en is het ongetwijfeld in mijn werk aanwezig, maar ik heb niet het gevoel dat ik iets toe te voegen heb aan de discussie, iets wat niet al gezegd is door iemand anders.

Hoe moeilijk is het om authentiek te zijn in een wereld die overspoeld wordt door woord en beeld, en waar imitatie hoogtij viert?

TILLOT OWUSU: Ik geloof dat authenticiteit iets is wat oprecht uit jezelf komt. Dat betekent niet dat het origineel is. Origineel zijn is heel

BIO

• 29 jaar

• groeit op in Antwerpen

• woont vandaag in Molenbeek

• studeert Writing for Performance aan LUCA School of Arts

• publiceert poëzie en kortverhalen in literaire tijdschriften als De Revisor, Deus ex Machina en nY

• hoofdredacteur van literair

tijdschrift Kluger Hans

• lid van het feministisch schrijverscollectief Hyster-X

moeilijk, er is zoveel gedaan. Maar als je iets wat iemand anders al gezegd heeft op jouw manier zegt, is het relevant. Ik denk dus dat originaliteit overrated is en dat authenticiteit in ieders vermogen ligt.

Als hoofdredacteur van Kluger Hans krijg ik soms een tekst opgestuurd waarvan de auteur denkt dat ik die wil lezen omdat het volgens de heersende literaire mode is. Die doet dan eigenlijk iemand na. Terwijl we een beginnersmagazine zijn. Ik wil juist de meest kooky ideeën zien. Niet iets aangepasts.

Dit voorjaar getuigde je op Radio 1 over je afantasie. Je moet het doen zonder visuele verbeelding. Wat betekent dat voor je schrijverschap?

TILLOT OWUSU: Ik kan mij inderdaad niet inbeelden hoe een appel of de zee eruitzien. Ik krijg alleen een vibe van groen of blauw.

In het begin had ik er last van omdat ik nooit begreep hoe een schrijver als Flaubert of Thomas Mann tot zulke mooie beschrijvingen kon komen. Ik kon het niet. Hoe ziet het hout van een tafel eruit?

Daarom dacht ik lang dat ik geen proza kon schrijven en bleef ik hangen in poëzie of poëtisch proza. Omdat ik de verbeelding

miste. Ik zat altijd in gedachtestromen en dialogen.

Maar ik leer het om dingen te beschrijven, al moet ik daarvoor veel lenen. Ik maak voortdurend foto’s en schrijf veel op van wat ik om me heen zie of van videobeelden.

Lukt het nu wel om proza te schrijven?

TILLOT OWUSU: Langzaamaan slaag ik erin om wat langere verhalen op te zetten. Ik denk dat ik de laatste twee jaar echt gegroeid ben als prozaschrijver. Momenteel ben ik zelfs met een uitgever aan het praten over een romandebuut. Misschien verschijnt er iets.

Ben je intussen professioneel schrijver en dichter? Of heb je er een baantje naast?

TILLOT OWUSU: (Bulderlach) Waar ik van leef? Ik heb van mijn mama een erfenisje gekregen. Het is een basis die me toelaat om naast mijn freelancejobs als schrijver af en toe onbetaalde opdrachten aan te nemen.

“Ik heb een diepe liefde voor stadsduiven en die is alleen maar groter geworden sinds ik in Brussel woon”

Ik denk niet dat ik zou staan waar ik nu sta in mijn carrière als ik niet zoveel gratis dingen had kunnen doen. Zo leer je mensen kennen. Het is een soort toegangsticket dat je moet betalen. Heel veel mensen kunnen dat niet. Ik zit in een luxepositie, besef ik.

Wat zijn je zomerplannen?

TILLOT OWUSU: Eerst naar Frankrijk, dan chillen in Brussel. En begin augustus sta ik op Theater aan Zee met een voorstelling rond mijn vertaling van een dichtbundel van de avantgardistische Friese dichteres Ella Wassenaer. Leuke dingen dus.

Was het meteen grote liefde toen je vijf jaar geleden in Brussel kwam wonen?

TILLOT OWUSU: Absoluut, hoewel ik daarvoor een heel slechte relatie met Brussel had. Ik had hier een studentenjob en vond het een heel heftige stad, ik werd ook vaak lastiggevallen.

Dan ben ik in Brussel komen wonen, bij mijn geliefde, en heb nooit meer omgekeken. Ik kan mij niet voorstellen dat ik hier ooit wegga. Dit is mijn stad en hoewel ik niet blind ben voor de problemen voel ik het bijna als mijn persoonlijke verantwoordelijkheid om de reputatie van Brussel te corrigeren.

Veel mensen, ook mijn familie, denken dat Brussel vooral gevaarlijk is, dat je

voortdurend op je hoede moet zijn. Ik vind Brussel megachill. Ik heb me als persoon van kleur in geen enkele andere stad zo mezelf gevoeld. Hier ben ik gewoon Zindzi, geen zwart persoon. Ik meng met het straatbeeld.

Ten slotte, op Instagram noem je jezelf ook ‘Pigeon Advocate’. Je komt op voor de stadsduif, waar velen zo de pest aan hebben?

TILLOT OWUSU: Ik heb een diepe liefde voor duiven en die is alleen nog maar groter geworden sinds ik in Brussel woon. Vaak sta ik stil om naar een duif te kijken, zo ontroerend.

En ja, ik wil hun advocaat zijn. Je kunt duiven zien als een probleem dat uitgeroeid moet worden of je kunt zeggen: “Dat zijn onze medebewoners en we geven hen plaats in de stad.”

In sommige steden maken ze duiventillen of inhammetjes voor duiven om in te nesten. Het is trouwens gebleken dat de overlast van duiven vermindert als je hen ruimte geeft en een duifwaardig bestaan laat leiden.

Ik herinner mensen er graag aan dat duiven door de jaren heen veel voor de mens hebben gedaan. In de oorlog waren ze een belangrijk communicatiemiddel. Nu we hen niet meer nodig hebben, laten we hen aan hun lot over in de stad.

‘Misschien is voorzichtigheid wel het mooiste wat we elkaar in een stad kunnen geven’

Lies Van Overschée is centrumverantwoordelijke van gemeenschapscentrum De Platoo.. Met deze column neemt ze afscheid als columniste voor BRUZZ.

Het is midzomer, de gierzwaluwen krijsen zich een weg door de warme lucht en de rolluiken hangen vermoeid voor het raam. Terwijl de melancholie, eigen aan oranje nazomers, me al voortijdig in de nek hijgt, denk ik terug aan een voorjaar vol rondwandelen, aan (weg)kijken, aan hoe de stad altijd weer verandert simpelweg door wie haar leest. Is dat zo?

De voorbije maanden kreeg ik best wat vragen. Of ik hard van leer zou trekken, of ik de politiek er eens stevig van langs zou geven. Ik kreeg de raad om kritisch te zijn, zodat ik de plaats die me toebedeeld werd niet verloren zou laten gaan. Oei. Had ik niet net voor verhaaltjes gekozen? Voor de spanning tussen wat zich toont en wat zich hardnekkig aan elke blik onttrekt. De momenten waarop een stad zich niet zomaar laat vatten.

Ik nodigde uit tot binnenkijken, ik daagde mezelf uit over mijn eigen veronderstellingen heen te stappen. Dat lukte matig. Niet omdat de stad onleesbaar was, misschien wel omdat ik er zelf altijd tussen geklemd zat. Simpel gesteld: elke wandeling begon met dezelfde ogen.

Misschien blijf ik ook daarom steeds vaker haperen aan een oude filosofische gedachte: het is ‘de Ander’ die mij uit mijn vanzelfsprekendheid haalt. Het is pas door ontmoeting dat ik werkelijk tot verantwoordelijkheid kom. En hoeveel gulheid er ook uit die gedachte spreekt, er schuilt iets ongemakkelijks in: dat ‘de Ander’ verschijnt in ‘mijn’ verhaal. Dat die voor mij pas iets of iemand wordt doordat ìk die ontmoet. Alsof mijn blik een toegangspoort is en niet gewoon één blik tussen de vele. Nu ja, dat automatisme kennen we allemaal. We oefenen ons in het beschrijven van de wereld, en denken dan dat we die meteen ook begrijpen. Kijken wordt dan eigenlijk ook een vorm van ons iets toe-eigenen.

Misschien heb ik daarom geprobeerd om zo onbevangen mogelijk rond te kijken. Brussel heeft geen behoefte aan nog een mening, hoe goedbedoeld ook. De stad is al lang bezig zonder mijn woorden, zonder mijn nieuwsgierigheid, zonder mijn goede raad. Ze laat zich lezen, zeker. Maar ze leest evengoed terug. Als de verhaaltjes dus al ergens toe hebben uitgenodigd, dan hoop ik dat het dit was: om af en toe te proberen voorbij de eigen blik te kijken. Want alleen al wéten dat je vanuit jezelf vertrekt, maakt een verschil. Dat besef maakt een blik niet objectiever, wel voorzichtiger. En misschien is voorzichtigheid wel het mooiste wat we elkaar in een stad kunnen geven.

Lees alle columns via BRUZZ.be/ columns

Festivalgadgets? Hou ze buiten, zeggen opruimcoaches, die de zomer een ideaal moment noemen om alle huiselijke rommel eens kalm en stapsgewijs te sorteren. Na het succes van tv-programma’s als Alles in orde en Détox ta maison rukken deze in te huren toverfeeën ook op in Brussel. Vijf tips voor een opgeruimd huis tegen september. door Eva Christiaens foto Saskia Vanderstichele

Start zonder emotie

Opruimen in de zomer: het ideale moment om te ontspullen 1

Een zolder vol erfstukken, oude nieuwjaarsbrieven, foto’s of reissouvenirs. Wie aan het opruimen wil slaan, start best niet met de meest geladen hoeken van het huis. “Begin niet met spullen waar je erg gehecht aan bent, begin klein. Bijvoorbeeld met de apothekersdoos. Daarna kun je opschalen naar grotere kasten”, zegt opruimcoach Ella de Mathelin uit Ukkel. Zij begon vorig jaar als zelfstandige ‘Power Rangeuse’ en helpt klanten bij het opruimen en praktisch inrichten van hun woning. “Ik ben geen maniak, maar haal een grote voldoening uit het wegwerken van chaos”, lacht ze.

In Elsene helpt De Mathelin bijvoorbeeld de tachtiger Anne Vander Elst. Die was jarenlang meubelrestaurateur en heeft nog

tientallen schroevendraaiers, verfborstels en potten houtlak uit haar oude atelier opgestapeld in haar bureauruimte thuis. De Mathelin helpt de dame sorteren en doet het grootste fysieke werk, want Vander Elst is slecht ter been. “Ik kom met heel veel energie en verzamel alles per soort: gommen, penselen, inpakpapier. Daarna kiezen we samen wat we bijhouden en wat niet.”

Net dat keuzeproces maakt opruimen vaak zo overweldigend, weet ook coach Lieve Coorevits uit Jette. “Rommel is altijd een uitgestelde keuze. Het blijft zich opstapelen, maar ooit moet je iets wegdoen. En keuzes maken is moeilijk, zeker wanneer mensen moe zijn van hun drukke leven.”

De populariteit van opruimcoaches – die in tegenstelling tot een vide-grenier niet alle spullen in één keer weghalen, maar elk stuk

apart met de klant bespreken – heeft volgens haar te maken met hun praktische én emotionele steun.

“Bij klanten in rouw merk je dat onze aanwezigheid alleen al helpt om eraan te beginnen, want in familieverband brengt zo’n opruim vaak méér verhalen en emoties met zich mee”, zegt Coorevits, die als gezinswetenschapper twee jaar geleden de carrièreswitch maakte tot opruimcoach.

“Soms denken mensen al bij een eerste aanblik op hun dozen dat alles erin emotioneel zal zijn, waardoor ze er niet aan beginnen. Meestal kan toch veel weg en blijven enkele stukken over die een mooi plekje kunnen krijgen of, beter nog, gebruikt kunnen worden, zoals de potten en pannen van een oma in je keuken. De overige kun je een nieuw leven gunnen in de kringwinkel.”

2Gebruik de zomerrust

én je reiskoffer

Opruimen geeft dus keuzestress, en die kun je beter de baas in een rustige periode, zeggen de coaches. “De zomer is een uitstekend moment om je rommel te sorteren en recycleren, want je leeft in een kalmer tempo en kunt met een frisse blik naar je spullen kijken”, zegt Ella de Mathelin. “Je kunt er ook de tijd voor nemen. Gooi niet alles in één keer buiten, maar voorzie een doos met spullen waarvan je het nog niet weet. Plak er een datum op en beslis bijvoorbeeld twee dagen later wat je eruit weggooit.”

Nog een voordeel van de zomer, zegt De Mathelin, is dat Brusselaars met een tuin van het mooie weer kunnen profiteren. “Je kunt al je spullen buiten sorteren, maar ook

zonder tuin kun je pauzes inlassen voor reflectie. Wat heeft dit jaar goed gewerkt voor mij? Wat stoorde mij in huis of in mijn dagelijks leven? Zo kom je tot kleine dingen die je kunnen helpen om in september goed georganiseerd te starten.”

Volgens De Mathelin biedt een vakantie buitenshuis tenslotte een goede kans tot sorteren. “Bij het inpakken van bagage vind je dikwijls heel wat spullen om weg te gooien, zoals oude medicatie, verzorgingsproducten of zwemgerief dat je al twee jaar niet meer draagt”, zegt ze.

Al hebben de coaches zélf wel minder klanten tijdens de zomermaanden, geven ze toe. “De hulpvragen vallen stil zodra mensen op reis vertrekken”, zegt Lieve Coorevits. Ze helpt evenwel nog altijd klanten met een kwetsbaar profiel, zoals personen met een

handicap of depressie, en een opvallende derde groep. “Expats die naar Brussel verhuizen schakelen mij in om hun dozen uit te pakken en hun spullen een logisch plekje te geven”, vertelt de coach. “September is een drukke maand. Hoe sneller hun huis op orde is, hoe sneller ze Brussel kunnen ontdekken en zich er thuis voelen.”

3Ga voor de Tetrismethode

Heb je de rust, een fris hoofd en voldoende moed verzameld, hoe begin je er dan aan? YouTube­video’s of de bekende Netflix­reeksen van Marie Kondo zijn volgens de coaches niet essentieel. Marie Kondo werkt met allerhande vouwtechnie­

Ella de Mathelin helpt oud-meubelrestaurateur Anne met orde scheppen in de voorraad uit haar oude atelier.

ken voor haar kleding, bijvoorbeeld, maar koos later zélf voor een mildere aanpak. “De KonMari­methode ziet er mooi uit, maar is niet zo pragmatisch”, vindt Lieve Coorevits daarover. Klanten houden al dat oprollen doorgaans niet vol, ziet ook Ella de Mathelin. “Als één mand voor al je onderbroeken werkt, is dat even goed.”

De ‘Power Rangeuse’ kiest liever voor de Tetris­methode. “Ik neem een verzameling van grote en kleine dozen mee, sorteer alle spullen per categorie in een eigen doos, en laat de klanten kiezen wat ze eruit bijhouden, maar ook waar ze die dozen of manden nadien zetten”, zegt ze. Als interieurarchitecte raadt De Mathelin appartementsbewoners nog aan om zoveel mogelijk in de hoogte te werken, met hoge wandplanken of haken aan de deuren, en geeft ze tips om extra lades te creëren in kasten. “Je kunt ook een afgebakende zone creëren, zoals een schuif of plank, waar je wél rommel mag laten liggen.” Bij haar klant Anne Vander Elst is dat voorlopig de hele linkerwand van haar bureau: de rechterkant is nu volledig opgeruimd als bibliotheek.

En heb je geen zin om nieuwe dozen te kopen, dan is dat zeker niet erg, zegt Lieve Coorevits. “Een simpele mand die je al hebt, is prima. Vaak worden opbergboxen met allerhande compartimenten of speciale haken op termijn zelf rommel”, weet ze. Zij raadt aan om in categorieën te werken. “Kies bij de start een logische plek waar het zwemgerief of speelgoed moet liggen, kleef daar een sticker en verzamel alle spullen van die categorie op die plek.”

4Let op de ins en outs

Wat je weggooit, kan naar het containerpark, de kringwinkel of de brocante. “Veel Brusselaars worstelen daarmee. Ze hebben geen garage, parkeerplaats of eigen auto om spullen te stockeren of weg te brengen”, zegt Coorevits. Zij raadt hen de mobiele recyparken aan, die gemeenten periodiek organiseren per wijk, maar ook kringwinkels. “Die nemen véél aan, van kapot elektro tot speelgoed en oude kleding. Het voordeel is dat je er alles in één keer kwijt bent. Na een rommelmarkt neem je een deel van je rommel weer naar huis.”

Minder rommel in huis, dat begint al aan de voordeur, benadrukt Coorevits. “Koop minder en wees je bewust van wat er binnenkomt”, zegt ze. “Cadeautjes van op school of verjaardagsfeestjes, goedkope verkleedkleding, maar ook gadgets van op zomerfestivals: er komt heel veel binnen”,

“Kijk naar wat blijft, in plaats van met spijt naar wat weg moet”

Lieve Coorevits

zegt ze. “Dat is normaal omdat er veel goedkope winkels bestaan, maar je kunt er wel op letten. Geef zelf tijd of iets lekkers in plaats van cadeaus.” Je welzijn kan er maar wel bij varen, zegt ze. “Sommige mensen hebben graag veel spullen rond zich: herinneringen of inspirerende objecten, maar bij de meeste mensen gaat het om rommel die vooral onrust veroorzaakt. Ontspullen zorgt letterlijk voor lucht.”

Dat merkt ook meubelrestaurateur Anne Vander Elst, die dankzij haar opruimcoach zelf geen zware werken hoeft te doen, en zichtbaar tevreden is met de hulp. Al hoeft weggooien zeker niet onbezonnen of koste wat het kost, benadrukt De Mathelin. “Ik promoot geen minimalisme pur sang. Een klant van mij had eens een grote verzameling kommen. Ze wilde die bijhouden, want ze organiseerde dikwijls pita­avonden voor vrienden en familie. We hebben samen berekend hoeveel kommen zij maximaal nodig had voor één pita­avond. Die kon ze bijhouden, de andere waren optioneel.”

5Wees mild voor jezelf

En net als voor zo’n pitaslag zijn er wel meer milde oplossingen te bedenken, die pragmatisme in huis

vooropzetten. Dat zelfs opruimgoeroe Marie Kondo haar strakke methoden heeft opgeborgen als gevolg van het moederschap, toont dat rommel deel van het leven is. Marie Kondo pleit nu liever voor mindfulness, dankbaarheid en hergebruik van oude spullen. Ze schreef daarover zopas een nieuw boek, Brief uit Japan

“Ik vind het mooi dat ze focust op dankbaarheid voor wat je zo lang hebt kunnen gebruiken. Kijk naar wat blijft, in plaats van met spijt naar wat weg moet”, zegt Lieve Coorevits. Hoe het resultaat er dan uitziet, is minder van tel, vindt zij. “We hoeven geen perfect, instagrammable huis te hebben. Sommige klanten schamen zich voor hun rommel, zowel in grote villa’s als kleine appartementen, maar het is net heel normaal. Jobs zijn drukker en de opvoeding vraagt meer dan vroeger. Het voordeel van tv­programma’s zoals Alles in orde (VRT 1, red.) is dat mensen zien dat ze niet alleen zijn. Dat neemt de persoonlijke schuld en druk weg.”

Een druk die nog altijd, zo benadrukken beide coaches, vooral op moeders ligt. Hun doelgroep is dan ook helder. “Het zijn vooral actieve vrouwen, dertigers tot vijftigers, die een job en gezin combineren en geen tijd meer hebben om op te ruimen”, zegt Ella de Mathelin. “Zelfs bij koppels is het vooral de vrouw die belt. Mannen zijn tijdens zo’n eerste bezoek vaak sceptisch, alsof ze geen hulp nodig hebben, maar nadien toch tevreden”, zegt ze.

In het geval van Anne Vander Elst was het haar dochter die de ‘Power Rangeuse’ opbelde en zelfs betaalde. “Zij had aan twee sessies genoeg. We hebben een reeks schroevendraaiers en ander materiaal klaargelegd voor een vroegere stagiair van haar, die er binnenkort uit komt kiezen”, zegt De Mathelin. Mottainai, zou Marie Kondo dat noemen: het zou zonde zijn om alles weg te gooien.

L’ÉTÉ, LE MOMENT IDÉAL POUR DÉSENCOMBRE

FR/ Gadgets de festival ? Laissez-les dehors, conseillent les coachs en désencombrement, qui voient dans l’été le moment idéal pour trier, calmement et étape par étape, tout le désordre de la maison. Après le succès d’émissions comme Alles in orde et Détox ta maison, ces bonnes fées que l’on peut engager gagnent aussi du terrain à Bruxelles.

SUMMER IS THE PERFECT TIME TO DECLUTTER

EN/ Festival gadgets? Keep them out, say professional decluttering coaches, who call summer the perfect time to sort through your household clutter calmly and step by step. After the success of TV shows such as Alles in orde and Détox ta maison, these hired fairy godmothers are gaining ground in Brussels too.

NOTRE-DAME DES VICTOIRES AU SABLON

ONZE-LIEVE-VROUW TER ZEGE OP DE ZAVEL

CERCLE ROYAL GAULOIS

BOZAR SALLE M

BOZAR ZAAL M

Scherzi Musicali, Vox Luminis, Young Belgian Strings, Les Muffatti, Trio Zadig, Les Kapsber’girls, Ricercar Consort, Quatuor Caliente, Claire-Marie Le Guay, Emmanuelle Bertrand, Reinoud Van Mechelen, Valère Burnon, Marc Sabbah, Xavier Locus…

midis-minimes.be

11 JULI GROTE MARKT

FLORIS FRANCIS ARTHUR BAND ELLA RAY

Op zaterdag 11 juli 2026 verandert Brussel opnieuw in één groot openluchtpodium. Van Grote Markt over het Muntplein tot het Brussels Parlement gonst het van live muziek, uitbundige optredens, inspirerende expo’s en verrassende doe-activiteiten. Volledig gratis en voor iedereen: jong, minder jong, enthousiaste meezingers, subtiele heupwiegers en alles daartussenin. Kom, ontmoet en omarm elkaar.

Acteur Ferre Van den Broeck

‘In Brussel kan ik in mijn ondergoed naar de nachtwinkel’

De liefde vinden en er Brussel bovenop krijgen. Het viel Ferre Van den Broeck ten deel. Nu het vijfde en laatste seizoen van de taboeloze jongerenreeks 2dezit is gelanceerd, breekt voor die een nieuw hoofdstuk aan. “Die reeks heeft veel deuren voor me geopend, ik ben benieuwd wat er daarbuiten mogelijk is.”

door Niels Ruëll foto’s Tiene Carlier

Seks zonder orgasme kan toch even goed zijn?” “Werkt dat echt, coke?”

“U totaal overgeven aan eender wie, dat is fucking geil!” “Heb je nog nooit van het concept consent gehoord?” Ook in het vijfde en laatste seizoen van de Streamz-reeks 2dezit verkennen samenwonende studenten liefde, lust, pijn, knaldrang, vriendschap, seksualiteit, identiteit en roesmiddelen cum laude.

Acteur Ferre Van den Broeck zwaait de naar Vlaamse normen expliciete en soms donkere jongerenreeks uit en kijkt vol spanning uit naar de nieuwe hoofdstukken in diens zwaar verbrusselde leven.

“Vijf seizoenen, dat had niemand verwacht. De cast ging ervan uit dat het bij één zou blijven. Maar de kijkcijfers bleven maar stijgen. Onderwerpen die je niet zo vaak tegenkomt in Vlaamse reeksen en de taboes die we doorbreken, trokken de aandacht. Bij elk personage passen andere kijkers en fans”, vertelt Van den Broeck. “Ik ben trots dat we zoveel seizoenen hebben kunnen maken. Als acteurs zijn we collectief gegroeid. We werden beste vrienden. Het is eng om dat nu achter te laten. Daar situeert zich het grootste verdriet en de nostalgie. Maar ik voel ook een beetje opluchting. Het is goed geweest. En net zoals tijdens leuke feestjes of caféavonden: als je aan het pieken bent, moet je afronden.”

Alcoholisme, gokverslaving en seks & drugs in alle kleuren van de regenboog, waren al thema’s. Het vijfde seizoen smijt er nog

racisme en werkverslaving bovenop. Welke onderwerpen vond jij het interessantst?

FERRE VAN DEN BROECK: Een heel mooie vond ik Amy die ontdekt dat ze autisme heeft en daar vervolgens in groeit. Ik geloof dat de mens zichzelf continu aan het zoeken is en dat je het eigenlijk nodig hebt om jezelf soms eens tegen te komen.

De grootste taboes waren uiteraard de vele drugs en het fysieke, de seks. Dat zie je ook in sommige andere reeksen. Het verschil was dat wij er net géén taboe van maakten. We waren niet continu aan het zeggen dat drugs slecht waren.

Onderwerpen aankaarten zonder met de vinger te zwaaien, zou het helpen?

VAN DEN BROECK: Als je een kind niet geeft wat het wil, vindt het wel een andere manier om eraan te raken. Dat lost niets op. 2dezit zit op een andere lijn: je moet dingen meemaken om zelf te wéten of ze goed of slecht voor je zijn. Hormonen gieren door een student of puber. Er is zoveel te ontdekken en je impulsiviteit piekt. De grootste les van 2dezit? Of je nu verliefd wordt op de foute personen of experimenteert met drugs of je hart een paar keer liet breken: if you don’t try, you don’t know.

Voortgaand op 2dezit: qua drank, drugs en seks doet deze generatie niet onder voor haar voorgangers. Een verschil is dat er veel opener over wordt gepraat. Ervaar jij het ook zo?

VAN DEN BROECK: Mijn generatie communiceert daar makkelijk over. Ik ben opgegroeid

met vriendengroepen die daar heel open over waren. Er is ruimte voor humor –lachen met seks – maar ook voor diepe gesprekken en totale eerlijkheid. Dat is iets goeds, want seksualiteit is superfragiel. Iedereen heeft daar een andere kijk op, andere ervaringen, andere evoluties. Je kunt eigenlijk alleen maar van elkaar leren. Ik denk dat jouw generatie daar verkrampter over is en daardoor ook een ander beeld heeft van seks. Op het obligate gesprek over de bloempjes en de bijtjes na zou ik met mijn mama geen gesprek over seks kunnen voeren.

Herken jij jezelf nog in de Ferre Van den Broeck die vier jaar geleden aan 2dezit begon?

VAN DEN BROECK: Het is raar om te zeggen maar ik weet niet of ik op een positieve manier ben veranderd. De wereld en de sector hebben me kwetsbaarder gemaakt. Vroeger was ik heel impulsief. Van niks bang. Fars en fel. Ik merk dat ik de afgelopen jaren onzekerder ben geworden en dat mijn persoonlijkheid daardoor wat is veranderd. Verre van ideaal. Ik ben graag zelfverzekerd. Het is in mijn job ook belangrijk om sterk in je schoenen te staan. En je moet bijna hard bezig zijn met hoe mensen naar je kijken en hoe je overkomt. Ik ben me daarop beginnen te fixeren en dat is uiteraard niet positief.

Je hebt een jetlag van een verre reis. Bracht die klaarheid voor wat je voortaan wil doen?

VAN DEN BROECK: Voor het eerst heb ik geen vooruitzicht op een nieuw seizoen. Dat

veroorzaakt veel spanning. Tegelijk ben ik blij met de herwonnen vrijheid. 2dezit heeft veel deuren voor me geopend, maar je bouwt er je jaar rond en je zit wel in een soort niche. Ik ben benieuwd wat er daarbuiten mogelijk is. Door de reis heb ik nog meer zin om op ontdekking te gaan én om zelf te creëren. Ik schrijf al enige tijd erg graag, voornamelijk poëzie. Maar ik wil graag een verhaal brengen, over iets in mij, iets dat ik heb meegemaakt. Maar ik aarzel. Is dat wat mensen willen horen? Zullen ze daar willen naar luisteren? Ik heb een beetje faalangst. Ik hoor dat iedereen op dit moment een neen krijgt. De sector ligt op zijn gat. Maar ik moet het gewoon proberen. Allereerst moet ik mijn zelfverzekerdheid terugvinden en de motivatie en de kracht waarmee ik me vijf jaar geleden smeet. Die ben ik een beetje verloren geraakt.

Vrijheid is magnifiek, maar de huur moet betaald, een brood kost geld, een chai latte nog meer.

VAN DEN BROECK: Dat is zeker een realiteit. Eerlijk: het is best eng. De sector ligt redelijk stil. Er is heel weinig geld. Er wordt heel weinig gemaakt. En ik heb het gevoel dat de dingen die wel nog gemaakt worden voor een doelpubliek zijn dat niet geeft om een acteur als ik. Het voornaamste doelpubliek lijkt opnieuw uit oudere witte mannen van middelbare leeftijd te bestaan. Dat zijn geen mensen die per se naar een personage als Niko (de rol die die speelt in 2dezit, red.) willen kijken. Niet dat ik opnieuw een Niko wil spelen, maar je snapt wat ik bedoel. Het meer alternatieve type. Ik hoop dat er snel weer verandering in komt en dat de Vlaamse televisie diversiteit opnieuw omarmt.

Niko was een van de eerste non-binaire personages in Vlaamse fictie. Je daar op blindstaren is niet slim, het negeren is ook maar raar. Hoe zie jij dat?

VAN DEN BROECK: Die vraag stellen is, denk ik, het belangrijkste. Voor mij is het in elk interview moeilijk om te spreken over het non-binaire gegeven, maar omdat ook Niko non-binair is, blijft het altijd wel een onderwerp. Voor mij is het een soort tweestrijd. Wil ik daarover blijven praten? Is het aan mij om de spokesperson te zijn? Aan de andere kant is het wel belangrijk om dat voorbeeld toch te zijn. Om toch te schreeuwen dat ik er ben en duidelijkheid te scheppen waar er blijkbaar geen is. Maar – hier komt dé clichézin – ik ben meer dan dat. Zoals ook Niko veel meer is dan dat.

Er zijn interviews geweest waarin ik vlakaf zeg dat ik er liever niet over praat. Het

BIO

• Acteertalent (24) uit een Antwerps gezin met zes kinderen

• Speelt de scherpe, non-binaire Niko in vijf seizoenen van de taboeloze jongerenreeks 2dezit

• Speelt verteller & dochter Nora in Billie vs Benjamin en een agente in Patsers

• Verliefd op Brussel sinds die hier de liefde tegenkwam

Ferre Van den Broeck: “Vroeger was ik heel impulsief. Van niks bang. Fars en fel. Ik merk dat ik de afgelopen jaren onzekerder ben geworden.”

hangt van dag tot dag af. Soms moet ik er weken niet over praten, niet met mijn vrienden, niet met andere mensen. Soms lijk ik mezelf elke dag te moeten verantwoorden of toch verplicht te zijn om bepaalde dingen uit te leggen. Er is inderdaad een grens.

Geef ze maar aan.

VAN DEN BROECK: Dat er in 2dezit een nonbinair personage zat, was al heel groot. Niko is het eerste non-binaire personage ooit in een Vlaamse reeks. Maar de schrijvers hebben er ook bewust voor gekozen om dat zo klein mogelijk te houden. Om daar niet de

“Ik neem nooit trams of metro’s in Brussel. Ik wandel of step om zoveel mogelijk rariteiten te voorkomen”

hele tijd een ding van te maken.

Ik heb vaak met de schrijvers en met de productie samengezeten om dat te bespreken. Uiteindelijk weten ook zij daar weinig over. Het grootste voorbeeld: in de scenario’s verbeterde Niko meermaals verkeerd gebruik van voornaamwoorden. “Het is wel die.” We hebben dat er bewust zoveel mogelijk weer uitgehaald, want dat is net wat mensen vervelend vinden aan mensen die zich niet identificeren met een man of vrouw. Mensen worden niet graag op hun plaats gezet. Of ze begrijpen het niet. Of ze begrijpen het wel, maar weigeren om mee te doen.

Het goeie is dat voornaamwoorden voor bijna iedereen in de reeks vanzelfsprekend zijn. Dat maakt het voor de kijkers gemakkelijk om bij te leren. En voor de mensen die non-binair zijn, is het vanzelfsprekend.

Hoe ben je in Brussel verzeild geraakt?

VAN DEN BROECK: Ik kwam wel vaker in Brussel, ik had hier vrienden. Maar de avond dat ik verliefd werd op mijn lief, is de avond dat ik verliefd ben geworden op Brussel.

Ik ben in Antwerpen opgegroeid. Daar woont mijn familie, daar zaten al mijn vrienden. Ik ken die stad als mijn broekzak. Ik

werd echter de routine beu, de sleur van altijd dezelfde soort mensen tegen te komen. Ga wandelen en in een mum van tijd hebben vijftig mensen hallo gezegd, zoals in een dorp. Ik werd herkend van de serie en fixeerde mij daarop. Hier kan ik bij wijze van spreken in mijn ondergoed naar de nachtwinkel en niemand draait zijn hoofd om. Dat moest ik in Antwerpen niet proberen. De seconde dat ik naar Brussel verhuisde, vond ik rust.

Wie echt van Brussel houdt, benoemt ook de werkpunten.

VAN DEN BROECK: Die kom je dagelijks tegen. Je kunt hier niet op café zitten zonder dat een dakloze om geld komt vragen. Soms slaapt er een dakloze bij mij in de kelder. Dan stel je je allerlei morele vragen. Moet ik bang voor zo iemand zijn? Moet ik daartegen ingaan? Moet ik dat toelaten? In de kerstperiode terwijl het buiten koud is? Het heeft me niet verhard. Ik denk dat ik dat altijd even triestig zal vinden.

Er zijn veel vraagstukken, kwesties die de regering hoogdringend zou moeten aanpakken. Maar moet je daarom minder van Brussel houden of wegtrekken? Is het ook niet belangrijk om de lelijkere kanten af en toe in de ogen te kijken?

Brussel is helaas niet altijd zo veilig. Wie uitgaat, moet op zijn hoede zijn.

VAN DEN BROECK: Onze vriendengroep gaat om die reden minder en minder uit. We gaan nog wel op café, maar zodra het donker en onveilig wordt op straat, doen we vaker huisfeestjes dan wat anders. Van de club naar huis gaan, is gewoon gevaarlijk. Te veel mensen in onze omgeving hebben al te maken gehad met gaybashing. De verhalen

zijn erger dan je je kunt voorstellen. Vrienden zijn na de Pride door een stuk of twintig jongeren aangevallen. Waarom was daar geen politie te bespeuren, terwijl ze zo talrijk aanwezig is bij betogingen? Onze community verdient meer beveiliging als je weet hoe fragiel we zijn en met het besef dat meer dan de helft van België nog anders naar ons kijkt.

Ik woon in een straat waar er veel gebeurt ’s nachts. Ik ben meestal met mijn lief als we ’s nachts naar huis gaan. Ik zou niet aanraden om in Brussel ’s nachts alleen rond te wandelen. Ook al is het maar voor enkele honderden meters, ik neem een Uber naar huis als ik ’s avonds laat in BrusselZuid of Brussel-Noord aankom. Safety first. Ik heb weinig zelf meegemaakt omdat ik zo voorzichtig ben. Ik neem nooit trams of metro’s. Ik wandel of step om zoveel mogelijk rariteiten te voorkomen.

Heeft Brussel je veranderd?

VAN DEN BROECK: Ik heb hier veel nieuwe mensen leren kennen en dat heeft mij zeker veranderd. Nog meer dan vroeger heb ik een queer vriendengroep. Ik heb hier twee heteroseksuele vrienden, voor de rest is

iedereen queer. Ik leef dus in een soort bubbel. Ik vind dat soms positief, soms negatief. In je bubbel besef je soms niet meer dat andere mensen een heel andere kijk hebben.

Is dat zo erg? Bijna iedereen leeft in een bubbel, bijna niemand stelt zich daar veel kritische vragen bij.

VAN DEN BROECK: Dat is waar. Maar als je queer bent, dan kun je niet anders dan je veel vragen stellen. In Indonesië ontmoette ik mensen die in een totaal andere bubbel leven en bijvoorbeeld helemaal niet openstaan voor andere relatievormen of daar veel vragen bij hebben. Een gay best friend hebben, vinden ze al raar. Dan schrik je toch even. Zoveel mensen kennen er de wereld van queers niet. Zelfs het concept dragqueen begrijpen ze niet eens. Voor mij is dat absurd omdat ik in een wereld leef waar dat continu wel ter sprake komt en je constant botst op de schoonheid van de gemeenschap.

Deel 1 van het vijfde en laatste seizoen van 2dezit is beschikbaar op Streamz. Deel 2 volgt op 1 oktober

« ICI, JE PEUX ALLER À L’ÉPICERIE EN SOUS-VÊTEMENTS »

FR/ Après cinq saisons de 2dezit, Ferre Van den Broeck tourne la page et se prépare à de nouveaux défis artistiques. « Quand on est au sommet, il faut savoir s’arrêter », confie Ferre en revenant sur une série qui a marqué son parcours personnel et artistique. Bruxelles apporte à Ferre calme et anonymat, tout en restant conscient des défis de la ville.

“HERE, I CAN WALK TO THE NIGHT SHOP IN MY UNDERWEAR”

EN/ After five seasons of 2dezit, Ferre Van den Broeck is ready to move on to new artistic challenges. “When you’re at your peak, it’s time to wrap things up,” they say, reflecting on a series that helped them grow both as an actor and as a person. Brussels has given them peace and anonymity, while keeping them aware of the city’s challenges.

Waar zit Zinneke verstopt?

Help, Zinneke is ontsnapt tijdens een uitlaatronde bij het Sint-Katelijneplein. Zoek uit waar de hond zich verstopt en welke dogsitter hem is kwijtgeraakt.

door Eleanor Denneman

Hoe los je deze puzzel op?

Er zijn negen personages. Gebruik de aanwijzingen bij elke naam om te achterhalen waar iemand staat op het raster. Alle personages bevinden zich in verschillende rijen (r) en kolommen (k). In elke rij en kolom staat dus maar één personage. Ze mogen wel schuin ten opzichte van elkaar staan.

Er zijn zes zones: kanaal, park, metro, dok, kerk en straat. Let op: kanaalzwemmen is voor iedereen verboden.

Meerdere personages mogen in dezelfde zone staan. Eén zone blijft leeg.

Sommige objecten kunnen wel bezet worden, anderen niet.

De dogsitter bevindt zich als enige in dezelfde zone als Zinneke.

Lina is in de bovenste rij een ijsje aan het eten

Wolf staat op een frietzak (als enige), een even aantal rijen boven de rij van Rocco

Saida steekt over op de voetgangersbrug

Rocco zoekt bezinning in de kerk Milee is aan het tekenen, twee rijen onder een struik (dezelfde kolom)

Tip: Weet je waar een personage moet staan? Zet dan kruisjes in de rest van de rij en kolom.

Barbara leest op een bankje in het park Tibert hangt uit in een van de vier hoeken van het raster Zinneke is zoek!

Elif dwaalt rond in de eerste of derde kolom Zit je vast? Bekijk de hint boven het raster.

Deze objecten mogen wel bezet worden:

vuilnisbak brug kano bankjes
Hint: metro = lege zone

Zoek koelte in de cinemazaal

L’heure d’été

Cultuurgids Film

Cinema Galeries laat zich voor het zomerprogramma (mét enkele gratis openluchtvertoningen) traditioneel inspireren door een wereldstad. Het Taiwanese Taipei is niet alleen een uit futuristische wolkenkrabbers, eeuwenoude tempels en neonlicht opgetrokken metropool. Het is ook een roemrijke filmstad dankzij onvolprezen grootmeesters als Hou Hsiao-hsien, Edward Yang, Tsai Ming-liang en Ang Lee. Cinefielen zullen niet weten waar eerst naar te kijken. Yangs prachtige Yi Yi of toch maar Ang Lees The Wedding Banquet (foto)? Smullen is het sowieso.

→ 30/6 > 11/8 en 13/8 > 3/9, Cinema Galeries

De man met de camera

Tonen gaat fotografen doorgaans beter af dan zelf bekeken worden. Maar als je zo goed bent als de legendarische straatfotograaf Bill Cunningham en de kleurrijke ironiemeester Martin Parr, dan is het maar normaal dat je zelf in films vereeuwigd wordt. Bozar programmeert zowel het delicate, humoristische Bill Cunningham New York (foto) als het intieme I am Martin Parr en maakt zijn zomer zo Picture Perfect. Beide films zijn trouwens vakanties op zich, de ene naar New York, de andere naar Engeland.

→ 4/7 > 26/8, Bozar

Sun Screens

In de zomer pimpt Cinema Palace zijn aanbod met gerestaureerde klassiekers, premières, hernemingen en speciale evenementen. Er zijn meesterwerken van Ingmar Bergman zoals Het Zevende Zegel La Boum (foto) bevredigt nostalgie naar de fuiven van de jaren 1980, Sirat is het cinematografische equivalent van een rave die ontspoort in een louterende bad trip. En de Orwell-verfilmingen 1984 en Animal Farm smeren je in tegen totalitaire regimes.

→ 1/7 > 23/8, Palace

The Odyssey

Het paard van Troje? Odysseus was een genie in het bedenken van listen om een uitzichtloze oorlog te beslissen. Thuis raken ging de grote Griekse held veel minder goed af. Het wereldberoemde epos van Homeros inspireerde Christopher Nolan tot een peplum waar enorm veel van verwacht wordt. Niet omdat Matt Damon, Zendaya, Tom Holland, Robert Pattinson en Charlize Theron hun mooiste sandalen aantrokken, maar omdat Nolan na eerder spektakelstukken als Oppenheimer, Interstellar en The Dark Knight aan het uitgroeien is tot de Homeros van de cinema.

→ in de zalen vanaf 15/7

The Christophers

Een befaamde, stervende schilder neemt op advies van zijn op geld beluste kinderen een assistente in dienst. Hij weet niet dat zij de opdracht kreeg om een serie werken stiekem te voltooien. Steven Soderbergh weet na Ocean’s Eleven, Magic Mike en Erin Brockovich echt wel hoe je de kijker entertaint. Bijvoorbeeld door veel ruimte te geven aan begenadigde acteurs zoals de 87-jarige Ian McKellen. 25 jaar na zijn eerste optreden als tovenaar Gandalf mag hij op het scherp van de snee duelleren met Michaela Coel die imponeerde met de serie I May Destroy You

→ in de zalen vanaf 29/7

Spider-Man: Brand New Day

De zwakke opkomst voor Supergirl en andere recente superheldenfilms lijkt te bevestigen dat het genre over zijn hoogtepunt is. Maar de razend populaire Spider-Man is altijd een geval apart geweest. Kersverse dertiger Tom Holland wurmde zich in blauwrode spandex voor een vierde solofilm als de jonge misdaadbestrijder uit New York. Simuleren van verliefdheid op MJ zal weinig inspanning vergen. Zijn vrouw Zendaya speelt MJ. De vorige drie solo’s van Spider-Man haalden 3,9 miljard dollar op. U leest het goed.

→ in de zalen vanaf 29/7

Teenage Sex and Death at Camp Miasma

Een jonge queer regisseur (Hannah Einbinder) mag een decenniaoude slasher-franchise reanimeren. Ze raakt geobsedeerd door de final girl uit de originele film, inmiddels een in afzondering levende diva (Gillian Anderson). Laat je zeker niet afschrikken door de intellectuele metahorror. Net als Titane en The Substance was Teenage Sex and Death at Camp Miasma volkomen terecht een sensatie op het Filmfestival van Cannes. De film van de Amerikaanse Jane Schoenbrun laat zich in geen enkel vakje opsluiten. Soms spuit het bloed meters ver, soms de zelfspot. En het gaat meer over seks en orgasmes dan over misogynie en homofobie in eighties-slashers.

→ in de zalen vanaf 19/8

Muziek Laat de zomer klinken

Tiësto

Het is alweer bijna 25 jaar geleden dat de Nederlandse superster-dj door DJ Mag voor het eerst werd uitgeroepen tot ’s werelds beste dj en bijna twintig jaar dat hij nog eens een soloshow in de hoofdstad speelde. Nu Tijs ‘Tiësto’ Verwest de focus verlegde naar Amerika (en daarom ook ontbreekt op de affiche van Tomorrowland) kunnen de fans hem in Europa enkel aan het werk zien op geselecteerde Europese locaties. Collectief Hangar stelde hem het Atomium voor. Er is plaats voor maximaal 15.000 fans. Die mogen zowel zijn tranceklassiekers als recentere hits verwachten.

→ 31/7, Atomium

Bad Bunny

Als kind werd Benito Antonio Martínez Ocasio ooit onder druk gezet om zich te verkleden als konijn. Het trauma werd een geuzennaam. Toen El Conejo Malo (‘het slechte konijn’) tien jaar geleden ontdekt werd, was hij nog aan de slag als supermarktmedewerker. Nu is de Puerto Ricaan de meest gestreamde artiest ter wereld. Op zijn DeBÍ TiRAR MáS FOToS (‘Ik had meer foto’s moeten maken’) World Tour stelt hij het begin dit jaar verschenen nieuwe album voor, een eerbetoon aan zijn roots vol reggaetón, dembow en traditionele Afro-Caraïbische invloeden.

→ 22/7, Koning Boudewijnstadion

Recyclart holidays

Op zoek naar wat gezelligheid die in geen enkele folder staat? Ga gewoon bij de buren op reis. Johan Verminnen bezong het genot van vakantie nemen in eigen straat jaren geleden al. Het zijn alweer de laatste dagen van Recyclart Holidays, de hedendaagse variant van zijn zon in een liter wijn. Onder de noemer Recycatch kun je vrijdag worstelen op de tonen van het Luikse TarmaK Abra dat musiceert op het snijvlak van garage grunge, punk en metal. Zaterdag brengen ojoo, Rojin Shafari, Mayss en Intibint de avontuurlijkste sounds uit Marokko, Iran, Jordanië en Jemen.

→ 10 & 11/7, Recyclart

A$AP Rocky

Aan het begin van de zomervakantie bracht Skepta op Couleur Café nog een verschroeiende versie van ‘Praise The Lord (Da Shine)’, zijn collab met A$AP Rocky, die zelf aan het eind van de zomervakantie naar Brussel afzakt. Meer zelfs, hij trapt er dan zijn nieuwe Europese tournee af. Het onderonsje met de Londense grimekoning stond acht jaar geleden op zijn vorige album. Voor de begin dit jaar verschenen opvolger Don’t Be Dumb werkte hij samen met een nieuwe reeks kleppers, van will.i.am en Gorillaz over Doechii en Tokischa tot Danny Elfman en Tim Burton.

→ 25/8, ING Arena

Black Coffee

Nkosinathi Innocent Maphumulo, zoals de Zuid-Afrikaanse dj Black Coffee echt heet, wordt beschouwd als de grondlegger van de afro-house en won in 2022 met Subconsciously als eerste Afrikaanse artiest een Grammy in de categorie dance/elektronisch album. In 2024 noemde DJ Mag hem de beste dj van de wereld. Zijn carrière is des te opmerkelijker omdat hij na een zwaar verkeersongeluk in 1990 alleen zijn rechterarm kan gebruiken om muziek te maken/draaien. Na zijn uitverkochte set in Gare Maritime vorige herfst speelt hij ten dans op Royal Palace Open Air.

→ 16/8, Paleizenplein

XRDS

Als beton en bladerdek verstrengelen, krijgt het geroezemoes van de stad een andere toon. Dat zet ook de lustrumeditie van het openluchtfestival van Fuse in de verf. Het terrein wordt uitgebreid met een chill-outruimte waar je de leftfield house, techno en drum-’n-bass van de dj’s even kan laten bezinken. Uit het 40-tal acts tipt BRUZZ de livesets van de Turks-Brusselse dj Altinbas en van DJ Dax, die ooit muziek begon te maken op zijn PlayStation. Zijn rauwe, post-industriële techno is spot on voor de locatie. Na 1 uur gaat het feestje gewoon verder op de afterparty in de Fuse.

→ 14 & 15/8, Vijverspark

Cameristica Festival

Een hele vakantie lang klinkt er elke weekdag klassiek in de hoofdstad dankzij Midis Minimes. Tijdens het Cameristica Festival strijkt nog een extra dosis muzikanten neer in Brussel. Die zesdaagse dient in de eerste plaats als zomerschool voor jonge talenten, maar ook het brede publiek kan profiteren van de aanwezigheid van het kransje topproffen. Elisabethwedstrijdlaureaat Sergej Redkin kruipt achter de piano, cellist Pierre Fontenelle maakt deel uit van het lerarenkorps, en natuurlijk laat ook de jonge garde van zich horen – meestal gratis.

→ 11 > 19/7, Koninklijk Conservatorium Brussel

Podium

Beleef de zomer live

Brigittines Summer Festival

Het Brigittines International Festival heet voortaan Brigittines Summer Festival, maar is nog altijd zowat het enige podiumkunstenfestival waar je in de zomervakantie terechtkan. Op het programma tien verschillende creaties uit binnen- en buitenland, waaronder twee (en één concert) in de openlucht. Onder meer werk van Filipe Lourenço – die zowel de Arabisch-Andalusische cultuur als de Amazigh eert – zelfspot in lycra van Andrea Costanzo Martini, en interessant groepswerk van Theater Malpertuis.

→ 14 > 29/8, Les Brigittines

Kevin Bridges

Schotse comedians hebben het makkelijk. Ze hoeven maar hun mond open te doen voor een hilarische parodie op het Engels, en moppen waar iedereen om lacht, omdat niemand wil toegeven dat er niets van te begrijpen. Toch verklaart dat maar a wee bit de populariteit van Kevin Bridges bij de Britse diaspora, met twee miljoen fans wereldwijd. Zijn sympathieke schooljongensgegrinnik past wonderwel bij de Schotse zelfspot. Bijvoorbeeld over de voorspelbare vroegtijdige uitschakeling van de Tartan Army op de wereldbeker.

→ 13/7, Koninklijk Circus

Outdoor

Profiteer buiten van de lange dagen

Bozar Rooftop

Er zijn tegenwoordig zoveel rooftops dat er beneden haast niemand meer rondloopt. Maar niet elke rooftop dient alleen om te consumeren. De vierde editie van Bozar Rooftop wordt gecureerd door het Brusselse Pali Pali, vormgegeven door het Brusselse Bento Architecture en bezet door collectieven als Rise & Shine, WAGWAN, Etiket, El Cielo, What Women Want, Etiket Social, CASA VILLANI. Van woensdag tot zondag, van 16 tot 23 uur, zijn er concerten, dj-sets, theaterimprovisaties, sociale markten, eten van de Lekker Lekker Klub, en bieren van Brussels Beer Project.

→ > 20/9

11 juli

Bal National

Detours

De hele zomer door, zelfs tot in oktober, krijgen hiphop en urban performances weer een resem indoor- en outdoorperfomance plekken toegewezen in verschil lende wijken, tijdens het internationale Detours Festival. Zwaartepunt blijven de Cyphers elke woensdag in het centrum, maar er zijn ook avonden met work-in-progress en met voorstellingen, en workshops in de quartiers. De Urban Dance Caravan door het stadscentrum, en de Big Final in Théâtre National zijn voor het najaar. → detoursfestival.be

Op de nationale feestdag zijn de Marollen even het centrum van de hoofdstad’. Eigenlijk al de avond voordien, wanneer iedereen er gratis de beentjes kan strekken op het Bal National. Met op het programma dans voor de ketjes onder leiding van Upside Down, a capella van Just Vox, de zomerse stem van Belle Perez, muziekspektakel Alec Mansion & Thom Dewatt, deejay Crazy Sir-G en coverband FC Bokken. Op 21 juli schuif je dan ’s avonds aan voor mosselen met friet.

→ 20/7, Vossenplein

Brussel Danst is de noemer waaronder Brussel de Vlaamse feestdag viert. Muntpunt is organisator, samen met enkele partners die de formule aanscherpen. De locaties van de feestelijkheden worden beperkt. Met de creatieve en interactieve Carroussel BXL en een concertpodium op het Muntplein, verhalen en muziek in het Brussels parlement, en op de Grote Markt concerten van onder meer Ella Ray, Yannish, Tourist LeMC, Cookies And Cream, Floris Francis Arthur, en Kobe Ilsen en dj Kenny Raes van Jukebox Heroes (foto). Ook de Waterbus vaart uit.

→ 11/7, verschillende locaties

Expo Ga op ontdekking in musea

What’s Your Style?

MAD Brussels richt de schijnwerpers op een beroep in de modesector dat al te vaak in de schaduw staat: dat van de stylist. De expo dompelt je onder in de universums van elf Belgische stylisten aan de hand van samengestelde silhouetten, zodat je kunt zien hoe ze esthetische verhalen

– soms subtiel, soms uitgesproken experimenteel – vertellen door te selecteren, combineren en context te creëren. Ontdek het werk van bekende namen als Tom Eerebout en opkomende talenten als de Brusselse LOUDMILLA.

> 5/9, MAD Brussels

Innerlijke Gebieden

De tuinen van het Van Buuren Museum zijn ideale plekken om tot rust te komen, maar binnenshuis heeft ook de kunst van Gustave van de Woestyne (foto) en Anto Carte een kalmerend effect. De twee Belgen hadden andere artistieke visies – Van de Woestyne was eerder een symbolist, Carte stond dichter bij het expressionisme – maar dezelfde voeling met innerlijkheid en met de natuur. Hun werken beelden het begrip ‘tuin’ enerzijds af als een concreet landschap en anderzijds als een inwendige schuilplaats.

→ > 27/9, Museum en tuinen van Buuren

Side By Side

Tien kunstenaars, die allemaal in de voorbije jaren een prijs ontvingen van de Centrale for Contemporary Art, staan zij aan zij in een expo die fotografie, video, tekenkunst, schilderkunst en installaties combineert. De meesten zijn Brusselaars, zoals Kemy Obafemi, die met verschillende technieken collages maakt over de betekenis van huiselijke omgevingen. Oorspronkelijk ontworpen voor het kunstencentrum van de Stad Brussel, moest de expo door de sluiting op zoek naar een andere tijdelijke thuis.

→ > 16/8, Botanique

Icons of the nineties

Motorheads kunnen zich in Autoworld de hele zomer lang uitleven op een ‘Back to the 90s’-feestje op hun maat. Het museum zet een groot aantal iconische auto’s en motorfietsen in de kijker die het gevoel van vrijheid en vernieuwing in dat decennium weer oproepen. Denk aan speelse stadswagens als de Renault Twingo, roadsters als de Mazda MX-5 Miata, hot hatches als de Peugeot 205 GTI, supercars als de Dodge Viper en allerhande brommers die een stoer statussymbool vormden aan de schoolpoort.

→ 8/7 > 6/9, Autoworld

Verborgen Brussel

De hoofdstad kent veel verborgen plekjes, onverwachte panorama-uitzichten en onbekende, maar daarom niet minder intrigerende panden en kantjes, ver weg van Manneken Pis, de Grote Markt en het Atomium. Ook op deze acht foto’s is een onbekende kant van Brussel te zien. Waar zijn ze genomen?

Zelf een foto van een onverwacht stukje Brussel insturen?

Mailen naar redactie@bruzz.be

Oplossingen

Er zijn negen personages, kolommen en rijen, dus er komt een personage in elke rij en kolom. Sommige stappen kunnen in een andere volgorde uitgevoerd worden. T kan niet op r1k1, r9k1 of r1k9 (kanaalzwemmen is verboden en L zit al in de bovenste rij). T moet dus op r9k9. Daardoor moet R sowieso in r8. Gezien kanaalzwemmen verboden is en er iemand in elke rij moet, zal er sowieso iemand in de kano zitten en landt S op r7k2. Gezien W een even aantal rijen boven R zit, moet W op r6k7. Daardoor komt B op r2k8 (L zit in bovenste rij) en M op r3k6 (geen andere opties). Nu wordt het ingewikkelder. Er moet iemand in elke kolom: R moet op r8k5 want het enige andere lege vakje in die kolom (r4k5) is in dezelfde rij als het laatste plaatsje op de kano. Er zijn nog vijf vakjes en drie personages over: L, E en Z. L kan niet op r1k3, want dan moet E in de eerste kolom (op r4k1) en komt Z terecht op r5k4. Maar Zinneke moet in dezelfde zone zijn als een dogsitter dus hij mag niet alleen zijn. Dus L moet op r1k4, zodat E op r5k3 staat, en Z op r4k1 op de kano. Het enige personage in dezelfde zone als Zinneke is Saida, dus Saida is de dogsitter.

Vond je dit leuk? Deze puzzel is geïnspireerd op Murdoku van Manuel Garand.

Antwoord Rooftop van Lila29, Noordwijk.

Astridpark, Anderlecht

Antwoord Brug in het

domein, Jette

Vrouw van -Lourdes

Antwoord Onze-Lieve-

Geeststraat, Brussel

Antwoord Heilige

Antwoord Van Maerlandstraat, Etterbeek.

Antwoord Goede Herderpark, Evere

Antwoord Hertogwsegel, Evere

Antwoord
Withuis in Jette

WORD JIJ ONZE NIEUWE COLLEGA?

Marketing coördinator (m/v/x)

Zet jij graag creatieve ideeën om in sterke campagnes? Krijg jij energie van het opstarten van nieuwe projecten?

Eindredacteur televisie (m/v/x)

Hou jij het hoofd koel wanneer de deadline nadert en wil je mee het Brusselse nieuwsverhaal vormgeven?

Lees zeker verder op BRUZZ.be/jobs

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
BRUZZ editie 1987 (08-07-2026) by BRUZZ.be - Issuu