Elke Van den Brandt (Groen) over 100 dagen regering: ‘Ik moet knokken’

Boekenruilkastjes kampen met vandalisme en afval: ‘Charme gaat verloren’
Kooivechten
![]()
Elke Van den Brandt (Groen) over 100 dagen regering: ‘Ik moet knokken’

Boekenruilkastjes kampen met vandalisme en afval: ‘Charme gaat verloren’
Kooivechten

Een historische stap”, zo noemt minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) de eenmaking van de zes Brusselse politiezones tot één korps, afgelopen woensdag met een brede meerderheid aangenomen in het federaal parlement. Daarmee is de fusie, een van de taaiste discussies van de laatste twintig jaar, een voldongen feit. De minister wil de nieuwe wet zo snel mogelijk in werking laten treden en mikt op 1 januari 2028. Een strakke deadline.
Met de fusie wordt een belangrijke Vlaamse eis ingewilligd. De Nederlandstaligen in Brussel pleiten al jaren voor een meer centraal aangestuurde politie, naar buitenlands model. De versplintering van middelen en manschappen heeft immers in het verleden te veel voorbeelden opgeleverd van slecht en ondermaats politiewerk.
Met de jaren verdween ook de urgentie van de tegenargumenten, vooral opgepookt door de Brusselse burgemeesters, de vurigste tegenstanders. Het toegenomen drugsgeweld dat niet braafjes stopt aan de grens van een gemeente, een verdeling van manschappen die niet klopt in vergelijking met de noden van sommige zones, een collectief imagoprobleem, een veel te ‘witte’ rekruteringspolitiek: in al die dossiers hebben de feiten de positie van critici gaandeweg verzwakt. Meer nog: mogelijk heeft het lange talmen sommige zaken verergerd.
neel optreden. Onder welk commando die opereert, maakt dan minder uit.
Zal het meteen allemaal perfect lopen? Natuurlijk niet. Het gaat tenslotte om een organisatie van ongeveer 7.700 werknemers, administratieve ondersteuning inbegrepen. Die tanker keren kost tijd, zowel in de hoofden van de mensen, als in de praktische uitvoering. En toegegeven: overheden genieten niet de beste reputatie qua snelle verandertrajecten, ITintegraties of de aansturing van dure consultants. Toch zit volgens experts de belangrijkste winst op dat niveau: in het samenvoegen van de backoffice, de overhead en de infrastructuur. Belangrijker voor het welslagen zijn de burgemeesters en het model van politieke sturing. De traditionele politieraden, die het beleid kritisch tegen het licht hielden, worden afgeschaft en de bestaande politiecolleges worden samengevoegd.
“Met de eenmaking wordt een belangrijke Vlaamse eis ingewilligd”
Zelfs het sterkste argument tegen de fusie – nabijheid van de politie – maakt geen indruk. Ook in een grote structuur blijft het mogelijk dat burgers in nauw contact staan met hun wijkagent. Dat is een kwestie van prioriteiten, en staat los van de interne hiërarchie. Bovendien komen de meeste Brusselaars, in normale omstandigheden, nauwelijks in contact met de politie. En als dat toch gebeurt, moet een agent vooral snel aanwezig zijn, zich correct in de twee landstalen kunnen behelpen en professio
Opvallend: onder meer de grootte van de gemeente bepaalt het aantal stemmen in de aangepaste structuur. Zo zullen Brussel-Stad of Anderlecht bij beslissingen zwaarder kunnen doorwegen dan pakweg Sint-Joostten-Node of SintAgatha-Berchem.
Dat kan de deur openen naar wanorde, een dominant PSblok, frustraties bij de kleintjes, bizarre coalities, en het risico op een beleid dat meer electoraal strategisch denkt dan operationeel. Een potentieel gebrek aan politieke eensgezindheid en een duidelijke eindverantwoordelijke kan bijgevolg een slagkrachtige ordedienst verlammen of vertragen. Ook het wegvallen van de rechtstreekse controle door Nederlandstalige gemeenteraadsleden in de politieraad valt te betreuren.
De nieuwe wet is daarom niet het einde van een lang proces, maar het begin van een nieuw verhaal met een aantal serieuze struikelstenen en valkuilen onderweg. Hopelijk wordt ‘historisch’ later niet gebruikt in de context van ‘historisch gemiste kans’.

Maarten Goethals Coördinator magazine. In het edito fileert de redactie de Brusselse actualiteit.

Minister van Binnenlandse
Zaken Bernard Quintin wil dat de eengemaakte politiezone tegen 1 januari 2028 een feit is
Meer BRUZZ
XL 100 jaar Comme Chez Soi
Comme Chez Soi viert binnenkort zijn honderdste verjaardag. Het iconische Brusselse sterrenrestaurant, dat opende in 1926, is al jaar en dag een vaste waarde in de internationale gastronomie.
De geschiedenis van 100 jaar Comme Chez Soi, maandag in BRUZZ 24
Sporting BRUZZ
In de podcast Sporting BRUZZ zijn de centrale gasten deze week Laura Deloose en Laura De Neve, speelsters van eersteklasser RSC Anderlecht Women.
Herbeluister de podcast op BRUZZ.be/podcast

41
Jazzbelofte Orson Claeys wijdt het Brussels Jazz Weekend in: ‘Ik ben het puntje op het uitroepteken’
06 Sport Kooivechten wordt populair in Brussel: ‘Het is net als schaken ook een mentale sport’
03 Vooraan Fusie politiezones: het echte werk begint nu
14 Opinie ‘Ook dit is een mens: waarom ik een bedelaar een broodje van de Panos gaf’
15 Cartoon Kim Duchateau
18 Regering Minister Elke Van den Brandt: ‘Groen geïsoleerd in de regering? Ik vind dat prima’
22 Samenleving Weggeefkastjes zijn vaak het voorwerp van vandalisme
26 Koningshuis Vijf plekken in Brussel die het leven van koning Boudewijn tekenden
32 AI en kunst ’Artificiële intelligentie toont het wroeten van de kunstenaar niet’
14 Stadsleven Sollicitatiegesprek
16 In beeld
16 In het nieuws
25 Botanisch Brussel Amandelboom: aantrekkelijk met roze bloesems
30 Column Ongedierte
30 City Jobs Béatrice is nagelstyliste
44 Hang-out Miriam
46 Puzzelpagina
36 Shoptips
37 Eat & Drink 3 x eten in hotels
38 Uittips
39 Klein onderhoud Salomé Dewaels
40 Uittips
43 Inzichten Tijl Nuyts
BRUZZ Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65 ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80 Gratis in Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België: 29 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393 van Vlaams Brusselse Media vzw, een abonnement binnen Europa kost 119 euro per jaar, buiten Europa 139 euro per jaar OPLAGE 50.000 exemplaren ADVERTEREN? Angela Mngongo 02-650.10.81 angela.mngongo@brusselmedia.be DISTRIBUTIE Ute Otten, 02-650.10.63, ute.otten@bruzz.be KLACHTEN? klachten@bruzz.be - www.bruzz.be/klachten ALGEMENE DIRECTIE Johan Goossens ALGEMEEN HOOFDREDACTEUR Klaus Van Isacker COÖRDINATOR MAGAZINE Maarten Goethals ART DIRECTOR EN VORMGEVING Heleen Rodiers VORMGEVING Maud Declerck EINDREDACTIE Karen De Becker WERKTEN MEE AAN DIT NUMMER Eva Christiaens, Kris Hendrickx, Steven Van Garsse, Tom Zonderman (redacteurs); Johan Baeten,Michaël Bellon, Jasper Croonen, Andy Furniere, Rieneke Lammens, Michiel Leen, Niels Ruëll, Marjon Udo, Matisse Van der Haegen, Bram Van Renterghem, Michel Verlinden, Duchka Walraet (medewerkers); Inne Krokaert, Minne Uyttersprot (stagiaires) FOTOGRAFIE & ILLUSTRATIE Bart Dewaele, Tiene Carlier, Kim Duchateau, Delphine Frantzen, Ivan Put, Saskia Vanderstichele, Wide Vercnocke, Emiel Viellefont VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Johan Goossens, Flageyplein 18, 1050 Elsene. BRUZZ is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw


Op 23 mei strijkt de Amerikaanse Professional Fighters League (PFL) neer in de ING Arena voor een broeierig spektakel waarbij moderne gladiatoren elkaar in een kooi te lijf gaan en waarbij ongeveer alles gepermitteerd is. Mixed martial arts (MMA) lijkt aan een onstopbare opmars bezig. “We zijn meer dan een hoop zottekes in een kooi.”
door Matisse Van der Haegen foto’s Ivan Put
Het debuut van Boris ‘Modern Gladiator’ Atangana in de PFL, de op een na grootste bond in de MMA, was er een zonder franjes. Afgelopen juli pinde de 26-jarige kooivechter van het Brusselse Team Sendo in luttele seconden de Portugees Bruno Santos tegen de grond. Wat volgde was een masterclass ground and pound: een strategie waarbij een vechter de tegenstander tegen de mat drukt en het vuisten laat regenen als hamers op een aambeeld.
Na minder dan een minuut moest de scheidsrechter tussenbeide komen: Atangana’s arm ging triomfantelijk de lucht in en een tot de nok gevulde ING arena aan de Heizel ontplofte van vreugde. Duizenden Brusselaars, aangestoken door het geweld in de kooi, brulden op zijn aanzet mee: “Waar is dat feestje?” Atangana genoot met volle
teugen van de overwinningsroes: “My town, my crown”, klonk het. “Hier kan ik niet verliezen.”
Op zaterdag 23 mei krijgt hij de kans om dat opnieuw te bewijzen. De PFL komt dan voor de tweede keer naar Brussel voor een reeks gevechten in een bijna uitverkochte ING Arena. In een van de kampen neemt Atangana het op tegen de Amerikaan Jared Gooden, een voormalig UFC-vechter met meer dan dertig gevechten op de teller. Daarvan won hij er elf met een knock-out. BRUZZ spreekt Atangana kort voor zijn kamp. In de Emancipower-zaal in Kuregem, met zijn zwarte rubbervloeren en gifgroene muren, werkt hij een reeks stoten af op de handschoenen van zijn coach. De doffe klappen echoën ritmisch door de ruimte.
De kooivechter gromt als hij uithaalt en zijn gevlochten haar beweegt op en neer.
Zijn hele lichaam is bedekt met tattoos en in het midden van zijn breed gespierde torso prijkt een gekroonde tijger. Hij heeft de bouw van een kloeke Amerikaanse koelkast, maar beweegt tegelijk met een opvallende souplesse. Spijkerharde stoten en supersnelle schijnbewegingen vloeien in elkaar over als een geoliede machine. Duidelijk niet iemand om mee te sollen.
Na een korte stretchoefening gebaart Atangana, die geboren werd in Kameroen, naar een tafeltje voor het gesprek. Dat verloopt in het Nederlands trouwens. “Ik woon in Aalst, maar ik train in Brussel”, verklaart hij. Atangana spreekt vlot vier talen. Voor zijn MMA-carrière werkte hij in Brussel als buitenwipper, waardoor hij de stad goed kent, maar ook jarenlang als chef-kok in de keuken van de Aalsterse brasserie Blomme.

“Dat mis ik soms nog. Koken is nog steeds mijn favoriete ontspanning. Zeker in drukke periodes, wanneer ik zeven dagen per week train.”
Stress voor zijn komende wedstrijd kent de kooiboy – met een palmares van acht zeges en nul nederlagen – naar eigen zeggen niet. Heel overtuigd zegt hij: “Ik ga hem toch verslaan. Daar ben ik geen honderd, maar duizend procent zeker van.” Die attitude noemt hij een vereiste. “MMA is ook een psychologische en een mentale sport. Mensen onderschatten dat aspect: het is net als schaken.”
Dat zijn discipline steeds meer ingeburgerd raakt en aandacht krijgt in België en Brussel, doet Atangana plezier. “Ik wil graag een voorbeeld zijn voor jongeren”, vertelt hij. Een blik op Instagram toont dat dat aardig lukt: een post van de PFL waarin hij getagd werd, ontving onlangs 43.000 likes. Het
“Koken is mijn favoriete ontspanning. Zeker in drukke periodes, als ik zeven dagen per week train”
Boris ‘Modern Gladiator’ Atangana MMA-vechter
aantal vlammetjes – als kleine vurige aanmoedigingen – in de reacties valt niet te tellen. Zijn bereik zal waarschijnlijk in het najaar nog groeien wanneer op Netflix het tweede seizoen van de fictiereeks La Cage verschijnt, waarin hij een rolletje speelt. La Cage vertelt het verhaal van een jonge MMA-vechter die profsporter wil worden, maar zijn talent wordt niet door iedereen erkend.
Sumoworstelaar onderuit
Mixed martial arts is een mix van verschillende vechtsporten zoals karate, kickboksen, worstelen en de Japanse discipline jiujitsu. De wedstrijden duren drie of vijf rondes van telkens een paar minuten en worden beslist
door een knock-out, tap-out (opgave) of een jurybeslissing op basis van punten. Hoewel er tegenover andere contactsporten heel wat meer technieken zijn toegestaan – van stoten tot trappen en worpen – zijn de regels strikt afgebakend. Gevaarlijke acties zoals onder meer bijten, kopstoten, prikken in de ogen of een aanval op de geslachtsdelen zijn uit den boze.
De discipline ontstond in de jaren negentig van de vorige eeuw vanuit de Ultimate Fighting Championship (UFC), een sportevenement in de VS dat wilde uitzoeken wat de beste vechtstijl ter wereld was. Het opzet was even marginaal als geniaal: laat vechters van acht verschillende disciplines (van sumo tot jiujitsu en boksen) met een minimum aan regels het tegen elkaar opnemen, en kijk wat er gebeurt. De McNichols-arena in Colorado werd speciaal uitgekozen, omdat die staat geen sportcom-
missie had en er dus geen toestemming nodig was voor kampen met blote vuisten.
Het resultaat was een reeks chaotische gevechten, waarbij het bloed tegen de plinten klotste. In het eerste gevecht, bijvoorbeeld, struikelde de tweehonderd kilogram wegende sumoworstelaar Teila Tuli waarna hij, te traag en te log om meteen rechtop te raken, een trap in het gezicht kreeg van savate-bokser Gerard Gordeau. Twee van Tuli’s tanden bleven in Gordeaus voet steken, een derde belandde in het publiek.
Het spektakel bleek voor het grote publiek lange tijd net iets té bruut en té bloederig om door te breken. Pas toen de Amerikaanse casino-broers Lorenzo en Frank Fertitta het zwalpende bedrijf overkochten in 2001, kon de UFC aan zijn opmars beginnen en ontwikkelde MMA zich tot een echte sport, ook mondiaal.

“Wij halen jongeren van de straat en leren hen respect en discipline”
Tommy Depret MMA-federatie BMMAF
De aanstelling van Dana White als topman bleek daarbij een meesterzet. Hij zette zich in om de sport – ooit door een Amerikaanse senator omschreven als een “menselijk hanengevecht” – een professioneler imago te geven en opnieuw legaal te maken in grote delen van de VS. Er kwam strakke regelgeving, medische begeleiding en een opdeling in gewichtsklassen: vlieggewicht (minder dan 57 kg), bantamgewicht (minder dan 61 kg) ... tot en met superzwaargewicht (geen limiet).
White begreep als geen ander dat de sport – behalve aan spektakel – nood had aan herkenbare figuren en rivaliteiten waar het publiek zich achter kon scharen. Hij maakte slim gebruik van reality-tv, streaming en sociale media om de vechters ook buiten de kooi een gezicht te geven. The Economist omschreef hem ooit als “a master of unscripted drama”.

Boris Atangana veegt de vloer aan met Portugees Bruno Santos.
Het was echter de Ierse kooivechter Conor McGregor die MMA pas echt wereldwijd over de tongen liet gaan. Meer nog dan zijn talenten in de octagon – zoals de achthoekige arena in MMA heet – maakten zijn onversneden branie en vlijmscherpe trashtalk hem tot een internationaal fenomeen.
‘Goden herkennen goden’
Op een persconferentie voorafgaand aan een wedstrijd kreeg hij ooit kritiek van de diepgelovige Braziliaan Rafael dos Anjos, omdat hij verklaarde “zelfs met Jezus de vloer aan te vegen”. Hij repliceerde meteen. “Me and Jesus are cool”, grijnsde McGregor. “Goden herkennen goden.”
McGregors bliksemsnelle opmars van loodgieter tot wereldberoemde vechtjas dwong bewondering af. Tegelijk roept een man die zichzelf The Notorious noemt automatisch ook weerstand op: talloze mensen wilden niets liever dan hem tegen het canvas zien gaan, liefst helemaal bont en blauw geslagen. Niettemin, de McGregorcontroverses deden wonderen voor de sport en leverden ongeziene kijkcijfers op. Zijn gevecht in 2017 tegen de Amerikaanse bokser Floyd ‘Money’ Mayweather genereerde meer dan 5,3 miljoen pay-per-views, het tweede hoogste ooit. Deze maand kondigde de Ier, na een afwezigheid van vijf jaar, zijn comeback aan met een gevecht in juli in Las Vegas.
Intussen groeide de UFC uit tot de grootste MMA-organisatie ter wereld en tot een geldmachine die vorig jaar een omzet draaide van 1,5 miljard dollar – zo’n 1,3 miljard euro. “Het maakt me niet uit welke kleur je hebt, uit welk land je komt of welke taal je spreekt: vechten zit in ons DNA”, verklaarde voorzitter Dana White. “We snappen het en we vinden het geweldig.”
Tarek Bensaidane is het met die opvatting volmondig eens. Hij is behalve coach in het nationale team de trainer van Atangana bij het Brusselse Team Sendo. Ook Patrick ‘The Belgian Bomber’ Habirora komt uit zijn stal. Hij is voormalig wereldkampioen bij de amateurs en zijn kamp tegen de Amerikaan Benson Henderson vormt zaterdag in de ING arena de hoofdact.
Bensaidane is een man met laserfocus. Zowel om zijn vechters bij Team Sendo naar de top te brengen – onder het motto l’or ou la mort – als om zijn sport in België op de kaart te zetten. Sinds jaren betaalt hij verplaatsingen voor wedstrijden uit eigen zak. “Het is een passie en een investering.” Gevraagd naar de stijgende populariteit van zijn sport, beginnen zijn donkere ogen te fonkelen.
“Het is een rage, en dat komt omdat MMA als geen andere competitie inhaakt op de menselijke natuur”, aldus Bensaidane. “Ken jij bijvoorbeeld de regels van cricket of American football? Nee. Dat zijn ingewikkelde sporten die geliefd zijn binnen welbepaalde culturen. In het geval van MMA maakt het echter niet uit wie er kijkt: je begrijpt meteen wat er gebeurt. Twee mannen die de confrontatie aangaan om te tonen wie de beste en de sterkste is: dat concept bestaat al sinds mensenheugenis.”
‘Minder gevaarlijk dan Formule 1’ Volgens Bensaidane zit die drang diep ingebakken in de mens. “Daarom stopt iedereen op straat wanneer er een gevecht uitbreekt: je wil weten wie wint en wie het onderspit moet delven.”
Dat de sport brutaal of gevaarlijk zou zijn, vindt hij trouwens nonsens. “In werkelijkheid gaat het maar om klappen en we spreken hier over hypergetrainde vechters die tegen een stootje kunnen. Formule 1 of schansspringen: dat is pas écht gevaarlijk.”
Net als anderen ziet Bensaidane de interesse voor zijn sport toenemen. Op de vraag of MMA ooit populairder kan worden dan – pakweg – voetbal volgt een brede grijns. “Zeg eens eerlijk. Als jij in een
“Twee mannen die de confrontatie aangaan om te tonen wie de beste is: dat bestaat al sinds mensenheugenis”
Tarek Bensaidane Trainer Team Sendo
voetbalstadion naar een wedstrijd kijkt en er breekt links van je een gevecht uit: waar kijk je dan naar? Dat zegt genoeg over het potentieel van mixed martial arts.”
De trainer stipt bovendien aan dat MMA nog een erg jonge sport is. “Ooit zal het voetbal inhalen. Ik hoop dat ik er nog ben wanneer dat gebeurt.”
Intussen blijkt de sport in Brussel niet alleen steeds meer ingeburgerd op tv, YouTube en andere socialemediakanalen die vaak korte flitsen van gevechten tonen,

Boris Atangana: “Ik wil graag een voorbeeld zijn voor jongeren.”
maar wint ze ook aan populariteit als hobby. Dat blijkt bijvoorbeeld bij Bruut Team in Elsene. “De club ging in twee jaar tijd van honderd naar ongeveer honderdtwintig leden”, vertelt coach Brian Bouland. “Lokale sterren oefenen een aantrekkingskracht uit, maar de legalisering van de sport in Frankrijk vijf jaar geleden had een grotere invloed.”
Ook in de Molenbeekse zaal Shocx, vlak bij metrohalte Beekkant, blijken MMA en vechtsport populaire ontspanningsactiviteiten.
Het pand van maar liefst vierduizend vierkante meter is op een doordeweekse dinsdagavond afgeladen vol. Voor een reeks spiegels staat een twintigtal mannen luchtstoten uit te delen, terwijl wat verderop een gemengde groep worstelgrepen oefent. In paren cirkelen ze rond en proberen ze elkaar uit evenwicht te trekken.
In een van de verhoogde octagon-arena’s zit een groepje tieners gebiologeerd te kijken naar een klasgenootje dat zich tevergeefs uit een penibele situatie probeert te bevrijden. “Draai je heupen, breng je gewicht naar boven”, roept een coach hem toe.
Vanaf 3 jaar
“Dat is de jongste groep”, vertelt uitbater Kosta Ziniatis, een potige dertiger. “We hebben hier van alles: van competitievechters tot kinderen. Je kunt beginnen vanaf 3 jaar met judo en vanaf 6 jaar kunnen daar thaiboksen en jiujitsu bijkomen. Als je die onder de knie hebt, kun je aan MMA beginnen op 15 jaar.”
“Drie jaar geleden nam ik de zaal met twee vrienden over. Intussen verdubbelde het aantal leden tot 1.000 (dat zijn niet allemaal MMA-fighters, red.).”
Brussel telt inmiddels een tiental MMA-clubs, maar de sport zit in heel het land in de lift. “Er zijn vandaag ongeveer 1.100 verzekerde leden in de aangesloten clubs”, vertelt Tommy Depret met een smeuïg Antwerps accent. Hij is een voormalig professioneel vechter, hoofdtrainer van het nationale team en vicevoorzitter van de Belgische federatie BMMAF.
“Het imago van de sport is hard veranderd. Vroeger dacht iedereen dat MMAvechters een hoop zottekes waren in een kooi, maar het is een streng gereglementeerde sport, die bovendien een belangrijke maatschappelijke rol kan spelen.”
Hij vertelt hoe in zijn eigen club tal van nationaliteiten en geloofsovertuigingen samen komen trainen. “Vroeger verweten mensen ons dat we straatschoffies nog wat

Bensaidane.
beter leerden vechten, maar dat is niet zo. Wij halen ze juist van de straat en leren jongeren omgaan met hun emoties. We leren ze respect, doorzettingsvermogen en discipline.”
Ook VUB-professor Sportwetenschappen Marc Theeboom, gespecialiseerd in de sociale en maatschappelijke rol van vechtsporten, is overtuigd van die positieve effecten. “Jongeren zijn aangetrokken door de authenticiteit van MMA: het is een echt gevecht. Via een dergelijke activiteit kan een goede trainer met jongeren aan de slag om hen ook op persoonlijk vlak inzichten bij te leren.”
Weinig vrouwen
Daarom vindt de professor, die vorig jaar op de universiteit een vechtsportcentrum heeft geopend, het jammer dat MMA vooralsnog geen erkende sport is in ons land. “Dat heeft te maken met onduidelijkheid rond wat mixed martial arts juist is. Er bestaan nog veel vooroordelen rond, en ook hier geldt: onbekend maakt onbemind.”
Volgens Theeboom zou een erkenning niet alleen tot betere ondersteuning en eventueel subsidies kunnen leiden, maar clubs ook makkelijker toegang kunnen geven tot overheidsinfrastructuur. “Op dit moment is er nog een gedoogbeleid (al is de
sport niet illegaal, red.), maar via een erkenning zou de overheid net kwaliteitsgaranties kunnen afdwingen. Daar is totaal geen zicht op momenteel.”
Een andere remmende factor voor de groei van MMA is de magere interesse onder meisjes en vrouwen. Kosta Ziniatis van de Molenbeekse club Shocx ziet hoe jiujitsu een stuk populairder blijft. “De sport kan nogal bruut lijken. Misschien zijn vrouwen er daarom minder tot aangetrokken? Ik denk dat het sowieso meer iets mannelijks is om je te willen meten met een ander.”
Ook de Elsense club van Brian Bouland telt amper twee procent vrouwen, wat hij zelf oprecht betreurt. “Het is natuurlijk een
gewichtssport, waardoor het voor vrouwen al snel moeilijk wordt om met mannen te trainen. Vrouwen vinden daarom vaak geen sparringpartner.” Volgens de coach spelen ook de klappen mee. “Dat is voor niemand fijn, maar het oogt ook anders. Als ik met mijn blauw oog naast een vrouw loop, kijkt niemand op, maar omgekeerd hebben mensen wel meteen een idee.”
Het zijn hordes waar MMA nog over zal moeten, wil het ooit echt het voetbal overstijgen. Binnen het wereldje bestaat daar echter weinig twijfel over. Om het in de woorden van Conor ‘The Notorious’ McGregor te zeggen: “We’re not here to take part, we’re here to take over.”
FR/ Le 23 mai, la Professional Fighters League américaine s’installera à l’ING Arena du Heysel, où des milliers de spectateurs assisteront à des affrontements de gladiateurs modernes dans une cage. Le MMA connaît une croissance fulgurante à Bruxelles et attire de plus en plus de jeunes. Pour des combattants bruxellois comme Boris Atangana, ce sport ne se résume toutefois pas à la force brute. « Le MMA est aussi un sport mental, comme les échecs », explique-t-il.
EN/ On May 23, the American Professional Fighters League will land at the ING Arena at Heysel, where thousands of fans will watch modern-day gladiators battle inside a cage. MMA is rapidly growing in Brussels and attracting more and more young people. For Brussels fighters like Boris Atangana, however, the sport is about far more than brute force alone. “MMA is also a mental sport, like chess”, he says.
Minister van Binnenlandse
Zaken Bernard Quintin (MR) wil vaart maken met de fusie van de zes politiezones tot één korps, nu het federaal parlement zijn plannen heeft goedgekeurd. “De wet is de wet.”
door Bram Van Renterghem
Afgelopen woensdag keurde de Kamer de fusie van de zes Brusselse politiezones goed, tot tevredenheid van minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin. In de plaats van die verschillende zones komt één groot korps, met een centrale aansturing.
Behalve van de eigen federale meerderheid kregen de plannen steun van Groen en Ecolo (minus één onthouding) en Anders. De PS, met een groot aantal burgemeesters in Brussel, stemde tegen, net zoals PVDA en Défi. Vlaams Belang onthield zich.
Wat vooreerst opvalt, is de scherpe deadline: op 1 januari 2028 moet de fusie van kracht worden. Quintin vindt dat haalbaar, laat hij weten in een gesprek met BRUZZ daags na de stemming.
“Eerst en vooral: de wet is de wet”, zegt hij stellig. “Die stelt dat de eengemaakte zone binnen de twaalf maanden een feit moet zijn, met een uitstel van nog eens zes maanden indien nodig. De grote politiehervorming van 2001 (met samensmelting van rijkswacht en politie, red.) is ook in twee jaar
tijd gebeurd. Dat was een echte revolutie, nu is het een hervorming.”
Toch starten de politiediensten niet met een wit blad. “Het echte werk is al begonnen. Burgemeesters en korpschefs zijn al zes maanden bezig in werkgroepen om de eigenlijke fusie voor te bereiden.”
Hoelang het effectief zal duren eer alles in zijn plooi valt, kan Quintin niet voorspellen. Volgens Jelle Janssens, criminoloog aan de UGent, kan een dergelijke oefening makkelijk vijf jaar in beslag nemen. “Brussel is immers geen kleine landelijke zone”, zei hij eerder al eens over het onderwerp in BRUZZ.
Voor de hervorming wordt concreet 65 miljoen euro uitgetrokken, die dient als dotatie “voor het change management, het veranderingsproces, de eigenlijke fusie dus”, aldus de minister. “Borrelnootjes noemden sommige parlementsleden dat, des cacahuètes. Maar noten van 65 miljoen euro zijn toch al best groot.”
Behalve een structurele samenwerking tussen de hondenbrigades, de cellen radicalisering en bijvoorbeeld de communicatiediensten, komt er concreet één commandostructuur voor de hele Brusselse politie. Iets wat in de feiten soms al voorkomt, bijvoorbeeld bij oudjaar en bij de aanpak van mogelijke rellen. Of ook na een schietpartij kunnen burgemeesters al overschakelen op eenheid van commando, waarbij het telkens wel om een “tijdelijk scenario” gaat.
Om de nabijheid van de politie te garanderen – de grootste vrees bij veel van de tegenstanders van de fusie – moet er wel


minstens één wijkagent zijn per tweeduizend inwoners. In februari, bij zijn aanstelling als nieuwe korpschef van politiezone West, liet Xavier Legrand in een interview met deze redactie al verstaan dat “een grote zone niet per se betekent dat de nabijheid voor de burger verdwijnt. Dat is een kwestie van organisatie”, liet hij toen weten.
Ook VUB-criminoloog Sofie De Kimpe is er niet van overtuigd dat één grote zone de voeling met de wijken ondergraaft. Eerder zei ze: “Denk je dan dat alle problemen in die verschillende wijken zo verschillend zijn? Of het nu gaat over Zwarte Vijvers of Clemenceau, het is altijd dezelfde fond: armoede, geen cohesie en een gebrek aan sociaal weefsel. Dat is de verantwoordelijkheid van de burgemeesters en de sociale partners. De politie moet vooral aanwezig zijn en dat verschilt niet per buurt.”
“Verandering is altijd moeilijk”, erkent Quintin. “De grootste bezorgdheid van de burgemeesters is de nabijheid van de politie, maar die gaat helemaal niet op de schop. Integendeel. Met een grotere zone kunnen we de interventiekracht én de nabijheid verhogen. Kijk maar naar New York. Daar is de situatie in de Bronx, Manhattan of Staten Island ook telkens helemaal anders. Toch is er maar één politiekorps. Trouwens: ook bij ons heb je al die differentiatie in het korps. Of denkt u dat de politiezone BrusselHoofstad/Elsene de zaken in het Ter Kamerenbos op exact dezelfde manier aanpakt als in Haren of in het centrum?”
Spelletjes spelen
In de nieuwe structuur krijgen de gemeenten inspraak via het politiecollege, waarin de burgemeesters zitting hebben. Het oorspronkelijke plan was dat één burgemeester één stem kreeg, maar dat principe raakte niet door de onderhandelingen.
In plaats daarvan wordt via een verdeelsleutel een bepaald gewicht toegekend aan elke gemeente. Die is gebaseerd op de KUL-norm, waarmee de federale financiering van alle politiezones wordt bepaald (60 procent), het belastbaar inkomen (20 procent) en het kadastraal inkomen (20 procent) van de gemeenten.
Christian Lamouline (Les Engagés) zegt dat hij als burgemeester van Sint-AgathaBerchem in de eengemaakte zone bijvoorbeeld maar 1,4 procent van de stemmen zal hebben. De Stad Brussel zal voor 30 procent wegen op de beslissingen. Anderlecht (6,8), Elsene (7,1) en Schaarbeek (8) volgen op ruime afstand.
Of dat betekent dat sommige burgemeesters meervoudig stemrecht zullen hebben,
en Philippe Close (PS), burgemeester van Brussel-Stad, bijvoorbeeld tien keer meer stemmen zal kunnen inzetten dan Sophie de Vos (Défi) van Oudergem, moet nog uitgeklaard worden.
Of Quintin de frustratie begrijpt van ‘de kleintjes’? “Ja. Maar Sint-Agatha-Berchem is nu ook maar een van de vijf gemeenten in de politiezone West. En in de zone Noord telt Evere maar voor 20 procent. We kunnen geen perfect systeem bouwen, dat bestaat niet.”
Quintin wijst wel op het bestaan van een zogenoemde alarmbelprocedure, waardoor elke burgemeester bij de gouverneur een schorsing kan vragen van bepaalde beslis-
“Met een grotere zone kunnen we de interventiekracht én de nabijheid verhogen”
Bernard Quintin
Minister van Binnenlandse Zaken
singen. “Is die perfect? Ik veronderstel van niet”, geeft Quintin toe. “Ik heb niet honderd procent gekregen van wat ik gevraagd heb, maar in een coalitie is dat nooit zo. Nu maakt men daarvan dat ik beloftes niet nakom. Dat klopt niet. Wel heb ik in de voorbereidende gesprekken heel wat kaarten op tafel gelegd – voorstellen die jammer genoeg niet in overweging genomen zijn. Dat men dat voorstelt als beloftes is een politiek spelletje.”
Het Vlaams Belang wijst op het verdwijnen van de politieraden, waarin Nederlandstalige gekozenen zaten. Die gegarandeerde vertegenwoordiging gaat op de schop. Hebben Nederlandstaligen door de fusie macht verloren? “Dit is geen kwestie van macht, maar van veiligheid. Ik zie het niet gebeuren dat een politiecollege (de burgemeesters, red.) maatregelen neemt om Franstaligen beter te beschermen dan Nederlandstaligen”, reageert Quintin. “Bovendien zijn er ook Nederlandstaligen in de gemeenteraden en kunnen ook de burgemeesters Nederlandstalig zijn. Stop met die spelletjes en laat ons werken.”
‘Ook dit is een mens: waarom
gaf’
“Kunnen we achter de problemen en de uitdagingen nog steeds de mens blijven zien?” Na een confrontatie met twee agenten van een privébewakingsfirma en een bedelaar kroop Brusselaar Patrick Vanhoucke in de pen.

Afgelopen zaterdag ben ik kwaad geworden. Op een mens. Die waarschijnlijk gewoon deed wat van hem werd verwacht. Maar eigenlijk op het systeem dat blijkbaar verwacht dat die mens deed wat die deed.
Woont in Sint-Jans-Molenbeek
Ambtenaar
Schrijft deze opinie op persoonlijke titel
Zoals wel vaker word ik in het treinstation van Brussel-Zuid aangesproken door mensen die om geld vragen, of om iets te eten of te drinken. Soms habitués, soms mensen die je voor het eerst en daarna nooit meer ziet. Vandaag was het een habitué. Een man van onbestemde origine, die geen Nederlands of Engels spreekt, en maar amper Frans. Hij kan zich net voldoende verstaanbaar maken om een koek met pecannoten, een flesje water, of soms een belegd broodje te vragen. Koffie drinkt hij niet. Slecht voor de maag, gebaart hij steeds. Ik kwam hem tegen ter hoogte van de Panos. Hij vroeg of ik een panini ham-kaas voor hem kon kopen. We schoven samen aan. Ik
Stadsleven Sollicitatiegesprek door Minne Uyttersprot
Ik kijk verward achter me, maar hij is al weg. Ik raak mijn gezicht aan en voel iets vies – iets slijmerig, iets schuimends. Een tuf?
Werkelijk? Ik snap er niets van, maar ik heb de tijd niet om na te denken. Ik ben onderweg naar een sollicitatiegesprek en ik ben gestresseerd. Het is pas achteraf dat ik het allemaal nog eens in mijn hoofd naspeel. Ik
vraag altijd of we samen kunnen aanschuiven en of de persoon ook zelf het gevraagde in ontvangst wil nemen nadat ik heb afgerekend. Voor sommige van deze mensen is het een drempel, maar ik doe het zo om hun een stukje zelfstandigheid en waardigheid terug te geven. Ik weet niet of dat
mondig is in de taal van Molière, of in eender welke andere officiële taal van ons land, doe ik het woord. Ik zeg op kalme, maar besliste toon dat we staan aan te schuiven voor een broodje dat ik voor meneer zal kopen. “Niks mee te maken”, reageert de bewakingsagent weer. Zijn compagnon houdt de lippen op elkaar. “On connaît ce monsieur!” “O”, zeg ik, “maar ik ken meneer ook, en we staan hier enkel maar aan te schuiven voor een broodje.” Ik herhaal wat ik eerder al zei, maar de hele situatie begint op mijn zenuwen te werken en ik verhef mijn stem. “Ho, ho, ne me parlez pas sur ce ton impressif”, verheft de agent nu zelf zijn stem, alsof hij het slachtoffer is. Mijn hart bonst in mijn keel. “Wie maakt hier een autoritaire indruk en straalt met zijn uniform macht uit?” wil ik zeggen, maar ik
“Bedelen is niet strafbaar, maar een mensenrecht als overlevingsstrategie”
een goede aanpak is, maar het is hoe ik het aanvoel.
We staan dus samen aan te schuiven voor een panini. Plots staan er twee agenten van een privébewakingsfirma naast ons. Ze spreken onze habitué aan. Dat het verboden is om te bedelen in het station. “Interdit!” Zulke conversaties verlopen in Brussel standaard in het Frans. Omdat ik weet dat ‘onze habitué’ niet zo
stap de metro in, ik neem plaats. Tegenover mij zit een man met wie ik iets te vaak oogcontact maak. Hij blijft staren. Ik probeer niet te veel op hem te letten, maar focus op de beschrijving van mezelf die ik wil geven aan mijn potentieel toekomstige werkgever. Ik denk vooral waarom ik wél de meest
slik mijn woorden in om het gesprek niet verder te laten escaleren. Ik herhaal dat we hier enkel staan aan te schuiven voor een broodje en probeer duidelijk te maken dat het gesprek wat mij betreft voorbij is. Een wat oudere Franstalige mevrouw die voor ons op haar bestelling staat te wachten schudt meewarig het hoofd. Ik hoor haar iets mompelen als “Wat voor herrie maken die
geschikte kandidaat ben. Dan stap ik af, zonder de man nog een blik te gunnen. Waarom zou ik? Maar hij tikt me nog snel aan. Een tuf? Werkelijk? Het is pas achteraf dat ik het allemaal nog eens mijn hoofd naspeel: “Je bent jammer genoeg niet de kandidaat die we zoeken. Veel succes nog met je zoektocht.” Alsof ik een tweede keer vernederd word.
In Stadsleven vertellen redacteurs en lezers in maximaal 1000 tekens een verrassende anekdote over Brussel. Insturen kan via redactie@bruzz.be
twee eigenlijk?” duidelijk doelend op de bewakingsagenten. Het duo vertrekt en de man kan eindelijk zijn panini ham-kaas bestellen. Al die tijd heeft hij gezwegen. We gaan naar de kassa en ik betaal.
‘Merci chef’
Samen lopen we naar het stalletje van The Java Coffee House waar ik vaak een americano drink. Zichtbaar opgelucht dat ik het daarnet voor hem opnam, maar ook onder de indruk, begint hij weer wat te praten. Met de weinige woorden die hij heeft maakt hij me duidelijk dat ik het goed heb gedaan. Ik wuif het compliment weg en zeg hem dat hij zich geen zorgen moet maken: “Ne vous inquiétez pas.” Ik bestel mijn koffie en koop voor hem nog een flesje water. Hij schudt me de hand en met een “Merci, chef” neemt hij afscheid.
Ik kan het gebeurde niet zomaar uit mijn hoofd zetten. Terwijl ik mijn koffie drink, besluit ik dat ik hierover moet getuigen, en begin ik dit stukje te schrijven. Ik woon en werk vijfentwintig jaar in Brussel en weet dat in onze hoofdstad niet alles rozengeur en maneschijn is. De problemen en uitdagingen die Brussel kent zijn dezelfde als in alle grote (wereld) steden. Helaas kent ons land slechts één echte metropool, waardoor Brussel voortdurend als ‘hellhole’ wordt afgeschilderd en onder een vergrootglas wordt gelegd. Dat Brussel een ‘omgekeerd stadsgewest’ is – waar de
kansengroepen in het centrum wonen en niet in de periferie, zoals in steden als Parijs of Stockholm – maakt die problemen en uitdagingen net heel zichtbaar voor wie in het centrum werkt of leeft. Zo kunnen we als burgers die in het centrum bedrijvig zijn tenminste niet “Wij hebben het niet geweten” zeggen.
Kunnen we, zonder van de problemen en uitdagingen weg te kijken, de dingen een beetje in perspectief plaatsen en niet alles op een hoop gooien? Kunnen we achter de problemen en uitdagingen de mens blijven zien? De mens die aandacht verdient, ook als die door eigen foute beslissingen of door de omstandigheden van het lot niet helemaal ‘het rechte pad’ bewandelt? Daklozen, mensen in armoede en met een verslavingsproblematiek moeten worden begeleid naar een hopelijk betere toekomst. Dat is een humanistische houding, die de autonomie en waardigheid van de mens centraal stelt en waar we allemaal baat bij hebben. En bedelen is niet strafbaar of “interdit!”, maar een mensenrecht als overlevingsstrategie.
Rechtzetting: in het opiniestuk van vorige week stond verkeerdelijk dat een pint op het festival van Horst 4,5 euro kost, dat moest 3,7 euro zijn. De organisatie heeft dit jaar ook ‘low-income tickets’ geïntroduceerd.
Reageren of zelf een opiniestuk insturen? Mail naar redactie@bruzz.be
Quote
Ex-senatrice en schrijver Maud Vanwalleghem vlak langs ‘de strook’, de druk bevlogen RNP-07l-route, en vindt de geluidsoverlast niet te harden Cartoon
“Waar het echt om draait, is vernedering”
De Standaard, 12 mei 2026


Union vierde afgelopen donderdag een nieuwe bekertriomf na de clash tegen Anderlecht. De bekerzege werd overschaduwd door het verlies in de play-offs tegen Club Brugge zondag.


18/05 | Recordaantal aanmeldingen voor Brusselse secundaire scholen: honderden op wachtlijst. Een recordaantal kinderen meldde zich aan voor een Brusselse middelbare school. In totaal ging het om 3.642 kinderen voor de
3.027 beschikbare plaatsen in de A-stroom. Dat is een record in vergelijking met vorig jaar, toen ging het om 3.404 aanmeldingen. Wel belandden opnieuw honderden kinderen op de wachtlijst. In het buitengewoon onderwijs kregen
zelfs zes op de tien kinderen geen plaats toegewezen. Dat meldde het Lokaal Overlegplatform voor het Brussels secundair onderwijs (LOP) maandag.
17/05 | Slagerij Dierendonck wil restaurant openen in Brussel. Naast de twee slagerijen in de hoofdstad wil kwaliteits-
slager Dierendonck nu ook een restaurant openen in Brussel. Dat schrijft De Tijd. Daarnaast zou er in of rond het Brusselse nog een slagerij openen.
17/05 | Drie Pride-artiesten aangevallen op straat na optreden. Drie artiesten die hebben opgetreden tijdens de Brussels Pride, zijn het
slachtoffer geworden van homofoob geweld. De groep zou na hun optreden aangevallen zijn door een twintigtal jongeren die hen sloegen en uitscholden. De organisatie van de Brussels Pride steunt de drie. “Niemand zou ooit moeten vrezen voor zijn veiligheid omwille van wie men is”, klinkt het. “Dit is
Van indrukwekkende kunstinstallaties en architecturale interventies tot uitverkochte sets en duizenden bezoekers: Horst 2026 bracht opnieuw kunst en muziek samen in Vilvoorde.


De organisatie telde 216.000 mensen die zaterdag hebben deelgenomen aan de dertigste editie. “De Pride is een krachtig signaal om aan te tonen hoe belangrijk het blijft om LGBTQIA+-rechten te verdedigen.”
waarom de Pride nog steeds nodig is.”
17/05 | Familie overleden Fabian ‘verontwaardigd’ over kinderdag van politie in Koekelberg. Er komt veel kritiek op een politie-evenement voor kinderen zondagmiddag in het Victoriapark in Koekelberg. Familie en sympathisanten van de
overleden Fabian, de jongen die vorig jaar overleed na een aanrijding met een politiewagen in het Elisabethpark, vinden het “respectloos dat dit evenement plaatsvindt” en kwamen samen uit protest.
16/05 | Begraafplaats van Dieweg na werken beter beschermd tegen erosie.
De begraafplaats van Dieweg in Ukkel is officieel ingehuldigd na werkzaamheden. Die moesten de site, die zowel historisch erfgoed als een natuurgebied met een rijke biodiversiteit is, beter beschermen tegen erosie en overstromingen. De werkzaamheden, die in september 2025 van start gingen om de erosie tegen
te gaan die de paden en bepaalde graven aantastte, zijn vroeger dan gepland voltooid, laat de gemeente weten.
16/05 | Cipier aangehouden die drugs en telefoons in Haren binnensmokkelde. Een Brusselse onderzoeksrechter heeft een cipier van de gevangenis van
Haren aangehouden in een onderzoek naar het bezit en de verkoop van verdovende middelen en ambtelijke corruptie. Volgens het parket wordt de man ervan verdacht mobiele telefoons te hebben binnengesmokkeld in de gevangenis en drugs te hebben gebruikt in het bijzijn van gedetineerden.
Elke Van den Brandt na honderd dagen regering-Dilliès
De Brusselse regering is stilaan honderd dagen bezig, maar je kunt nu al spreken van een kibbelkabinet. Daarbij lijkt vooral Elke Van den Brandt (Groen) de kop van Jut. Ze blijft er hoogst onverstoorbaar bij. “Ik maak me
geen illusies: het zal nog vaak schuren met de MR.”
door Johan Baeten en Steven Van Garsse foto’s Ivan Put
Groen-minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid Elke Van den Brandt is de nummer twee van de regering-Dilliès, die op 14 februari 2026 uit de startblokken schoot. Op 25 mei is de ploeg honderd dagen bezig, maar de politica moet het vandaag zonder Ecolo doen en met drie partijen die, zo lijkt het wel, er een waar genoegen in scheppen om groene mobiliteitsprojecten onderuit te halen. Denk aan de Louizalaan of de heraanleg van het Van Meenenplein.
Van den Brandt toont zich echter strijdvaardig. “Ik wist dat ik in de regering zou moeten knokken voor de zaken waarin ik geloof”, zegt ze in café Kosto aan de Suzan Danielbrug, waar de minister uitkijkt op een toekomstige tramlijn 15 naar Thurn & Taxis en een gloednieuw park aan het Becodok, waar Alain Maron (Ecolo) zijn schouders destijds onder zette.
Toch nog eerst een vraag over de formatiecrisis, die 613 dagen heeft geduurd. Hoe komt het dat die schijnbaar hopeloze formatie plots werd omgebogen in een nieuwe regering?
ELKE VAN DEN BRANDT: Het is de vraag van één miljoen: waarom is na twee jaar gelukt wat na twee maanden niet kon? Die periode zal altijd een schandvlek blijven.
Dat het toch lukte, is een samenloop van omstandigheden. Eén: de abominabele financiële toestand. Twee: een regering in lopende zaken die echt op was en dan ten slotte de liberalen en socialisten die elkaar gevonden hebben, vooral dan PS en Anders, een alliantie die in Brussel ouder lijkt dan de Meiboomtraditie (Lacht).
PS, Anders en MR maakten al een voorakkoord, voor ze de andere partners erbij namen. Voelde u toen geen nattigheid: dit wordt een moeilijke regering?
VAN DEN BRANDT: Wat ik vooral onthou, is dat
het Brussels Gewest wél kan werken. Dat een regeerakkoord wél mogelijk is, ondanks de complexiteit. Er was de juiste attitude: we willen een akkoord, we stappen over onze schaduw en gaan niet saboteren. Ik wist natuurlijk al langer dat het nooit makkelijk zou zijn. We hebben gewonnen met Groen, ik heb mijn persoonlijke score verdubbeld, maar ik stond in de verkiezingen tegenover partijen die volstrekt het tegenovergestelde verkondigden. Ik wist dat ik in een regering zou moeten knokken voor de zaken waarin ik geloof.
Intussen is Groen zowat de boksbal van deze regering.
VAN DEN BRANDT: Het is vandaag bon ton om te zeggen dat Groen geïsoleerd staat. Wel: ik vind dat prima. Voor mij betekent dat dat ik het verschil kan maken. Het is als een boom die veel weerstand ondervindt, die in de storm moet staan. Die wordt alleen maar

sterker, terwijl de hoge bomen errond intussen omvallen.
En verder: dit is nog maar het begin. Ik weet dat ik allianties kan sluiten, met Vooruit, met Les Engagés, en zelfs met de MR. Vandaag heb ik bijvoorbeeld een akkoord met staatssecretaris (voor Stedenbouw, Ruimtelijke Ordening en Openbare Netheid, red.) Audrey Henry van de MR over de autoluwe Broustinlaan in Jette. Op die vergunning was het drie jaar wachten. Dat nieuws zal de voorpagina’s niet halen, maar zo gaan we wel vooruit.
De MR wil dat elk mobiliteitsproject opnieuw op de regeringstafel komt, zelfs dossiers van de vorige regering. Hebt u nog de vrijheid om zelf beslissingen te nemen?
VAN DEN BRANDT: Ik ben blij dat ministerpresident Dilliès zijn rol opneemt. Hij moet waken over het regeerakkoord. Ik reken erop dat hij dat trouw zal zijn. Af en toe schemert daar die MR-lijn door. Dat is begrijpelijk. De MR zit twintig jaar in de oppositie en wil het verschil maken.
Het zal nog schuren tussen Groen en MR. Ik maak me daar geen illusies over. Niks zal gemakkelijk zijn, maar de doelstellingen van veiliger verkeer, meer plek voor voetgangers, fietspaden, een leefbare stad? Daar is niemand tegen. Het staat ook in het regeerakkoord.
Het riskeert een kibbelkabinet te blijven tot 2029?
VAN DEN BRANDT: De regering is zich aan het ‘zetten’. We zijn blij dat ze er is. Er zijn zeven partijen, qua coherentie gaat dat heel breed. Hoe dat verloopt, zal de komende maanden duidelijk moeten worden. Maar op een gegeven moment moet deze regering tonen dat ze ervoor gaat, voor Brussel, voor de Brusselaar. Dat is ze aan de kiezer verplicht.
Wat u niet doet, is uithalen. Men zou nochtans kunnen denken dat u het op uw heupen krijgt van de permanente oekazes van de MR. VAN DEN BRANDT: Ik roep weleens in mijn keuken en mijn man krijgt het soms hard te verduren. Dus neen, ik ben niet altijd zen (Lacht), maar we hebben twee jaar stilstand gehad, terwijl de wereld verder draaide. Ik

zen.”
weet dat ik, als ik vooruit wil, in overleg moet gaan.
Je kunt inderdaad gaan symboliseren, zoals MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez. Hij beledigt mensen en polariseert. Het klopt dat hij een goede score haalt, maar als ik dát doe, gaat er niets vooruit. Daarom zoek ik het opbod niet op.
Het is misschien niet de moderne stijl van aan politiek te doen, maar het is wel hoe ik in Brussel de afgelopen jaren stappen vooruit heb gezet.
U riskeert in 2029 met lege handen naar de kiezer te gaan.
VAN DEN BRANDT: (Stellig) Daar maak ik me geen zorgen over. Kijk naar de fietspaden op Lambermontlaan, de heraanleg van Sainctelette, de Bareel in Sint-Gillis, de fietsbrug aan de A12, tram 15, Meiser …
Brussels parlementslid Lotte Stoops van Groen kondigt een tweede autoloze zondag aan volgend jaar en minder dan 24 uur later schiet Bouchez het idee al af.
VAN DEN BRANDT: Dat is Bouchez. Als hij een show wil maken in Mons, dan doet dat hij dat maar. Boris Dilliès heeft zelf gezegd dat die tweede autoloze zondag er komt. Is dat
“De tweede autoloze zondag komt er. Is dat op Moederkesdag, of een week vroeger, daar ga ik niet moeilijk over doen”
op Moederkesdag, of een week vroeger, daar ga ik niet moeilijk over doen.
Wat zit er in de pipeline voor Good Move?
VAN DEN BRANDT: Er is aan de ene kant het mobiliteitsplan Good Move. Dat blijft van kracht tot 2030. Er moet een opvolger komen, nog voor te bereiden deze legislatuur. En dan zijn er de circulatieplannen, waarbij we doorgaand verkeer uit de woonwijken halen. Die doelstelling is niet in twijfel getrokken, maar de manier van invoeren zal anders verlopen. We zullen de oppervlakte kleiner maken en meer rond scholen werken. Dat moet het draagvlak vergroten. Dat is naar het Parijse voorbeeld: embellir les quartiers, waar ze ook met kleinere wijken werken, en waar de dynamiek positief is.
Geeft dat niet dezelfde polarisatie, maar dan op kleinere schaal?
VAN DEN BRANDT: Als je in 2021 aan mensen vroeg: “Voeren we de zone dertig in in heel Brussel?” dan klonk het: “Te radicaal.” Als je vandaag dezelfde vraag stelt: “Wat wilt u in uw straat?” Dan zijn eigenlijk veel mensen vragende partij voor autoluwe wijken. Het is die dialoog die je moet aangaan.
Handelaars staan om die maatregel zelden te springen …
VAN DEN BRANDT: Nochtans vaart de handel er wel bij. Kijk naar het Spiegelplein in Jette of de voetgangerszone. Vaak schatten handelaars fout in hoe hun klanten zich verplaatsen. Handelaars zien wel vaak af tijdens een werf, goede begeleiding is nodig.
De regering gaat de langeemissiezone (LEZ) versoepelen, met lagere boetes en een jaarpas. Riskeert dat het hele systeem niet uit te hollen, met een verminderd effect op de luchtkwaliteit?
VAN DEN BRANDT: Het gaat over onze longen. Een kinderarts merkte onlangs terecht op dat kinderen in buggy’s op de hoogte zitten van de uitlaatgassen. De doelstelling om de luchtkwaliteit te verbeteren blijft. De fases houden we aan.
Als het debat echter de hele tijd gaat over die kleine groep mensen, die hun auto echt nodig heeft en het geld niet heeft om die te vernieuwen, riskeer je op de duur dat de hele LEZ op de schop gaat. Daarom behouden we de LEZ en doen we aanpassingen, zoals de boetes verlagen en een jaarpas invoeren.
Maar is de incentive groot genoeg? Een automobilist zal misschien zijn wagen niet vervangen als hij ervan afkomt met een jaarpas van 350 euro?
VAN DEN BRANDT: Dat moeten we evalueren. We hebben niet de indruk dat in Antwerpen en Gent mensen massaal een jaarpas kopen en dat de lage-emissiezone in die steden implodeert.
De PS wil mensen met een verhoogde tegemoetkoming vrijstellen van een jaarpas. Daar is Groen geen voorstander van?
VAN DEN BRANDT: We moeten nu vooral de juiste beslissing nemen, zodat de Brusselaars weten waar ze aan toe zijn. De kakofonie mag stoppen. Er zijn zoveel beloftes geweest, wetten die dan door het Grondwettelijk Hof zijn teruggefloten, dat creëert verwarring bij de bevolking. Laat ons vooral binnen de regering een akkoord maken en dat dan eensgezind uitdragen.
De subsidies voor Bral en Inter-Environnement staan nog altijd on hold. Krijgt u dat nog voor elkaar?
VAN DEN BRANDT: Ik zal niet over dit specifieke dossier spreken, dat is voor binnen de regering. Ik ben wel voorstander van een sterk en mondig middenveld in de samenleving. Dat is een rijkdom in de democratie en een tegenmacht die we moeten koesteren.
We hebben decennia geleden afgesproken wat onze gemeenschappelijke waarden zijn. Die staan in de grondwet. Als justitie, middenveld of de pers ons, politici, daaraan herinnert, dan kan ik dat alleen maar toejuichen. Het is een ecosysteem waar we niet slordig mee mogen omgaan.
Groen blijft het moeilijk hebben in de peilingen. Kan de nieuwe voorzitter Aimen Horch het tij keren?
VAN DEN BRANDT: Ik geloof heel sterk in Aimen. Hij is een jongere voor de toekomst. Maar het klopt: alle groene partijen in Europa hebben het moeilijk. Het is een strijd om mensen opnieuw te doen geloven dat je voor hen vecht. Dat is makkelijker in een stad dan op landelijk niveau.
Als ik de krant opensla, moet ik naar adem happen. Daar is zoveel zwaarte. In een rotvaart worden democratieën aangevallen en mensenrechten teruggeschroefd. Als ik Aimen hoor, dan geloof ik dat hij daar hoop tegenover kan stellen.
Hij zegt zelf dat u de echte voorzitter bent …
VAN DEN BRANDT: Dat was met een knipoog. Groen scoort traditioneel goed bij de jongeren. Bij de jongste verkiezingen niet. Dan gaan de alarmbellen af. We zijn een generatie aan het verliezen. Daarom hebben we iemand nodig die voeling heeft met de jongeren.
Is het niet uw missie om Groen op een bepaald moment te redden?
VAN DEN BRANDT: Vandaag is het mijn missie om mijn stad beter te maken. Ik zie mijn partij graag en ik geloof in groene partijen. Die zijn niet etatistisch, nemen tegelijk de vrijheid en het emanciperen van mensen au sérieux, en zijn met de toekomst bezig, zoals het klimaat.
Hoe opnieuw een formatiecrisis vermijden in 2029?
VAN DEN BRANDT: Dat heeft met attitude te maken. We hebben een complex systeem, en het moet hervormd worden, maar dat is niet waarom het is vastgelopen. Dat had met ego’s en veto’s te maken. Die hebben ons maanden gedomineerd. Het gaat erom dat je weer Brussel op de eerste plaats zet, en pas dan je eigen partij, of persoon. Als je dat doet, is het wel mogelijk om samen een meerderheid te vormen.
BRANDT: « LES ÉCOLOGISTES ISOLÉS AU SEIN DU GOUVERNEMENT, CELA ME CONVIENT »
FR/ La ministre écologiste Elke Van den Brandt (Groen) affirme que son parti se retrouve souvent isolé au sein du gouvernement bruxellois, mais que cela ne lui pose pas de problème. Elle s’attend à de fortes tensions avec le partenaire de coalition MR, tout en continuant à se concentrer sur des projets concrets de mobilité.
ELKE VAN DEN BRANDT: ‘GREENS ISOLATED IN GOVERNMENT, I THINK THAT’S FINE’
EN/ Minister Elke Van den Brandt (Groen) says her party often stands alone in the Brussels government, but sees no issue with that. She expects strong tensions with coalition partner MR, but continues to focus on concrete mobility projects.

Het lijkt erop dat meer en meer houders van ruilkasten in Brussel ermee ophouden, omdat het te veel werk is om ze te herstellen. Er is veel vandalisme of er wordt afval achtergelaten, waardoor de insteek van het concept verloren gaat.
door Minne Uyttersprot
Wie eenmaal een boekenruilkast of givebox heeft opgemerkt, ziet ze ineens overal: op een plein, tegen een gevel, in een voortuin. Soms zitten ze vol romans en kinderboeken, soms liggen er borden, speelgoed of kledij in. Boekenruilkasten en giveboxen zijn eenvoudige initiatieven, maar ze vertellen veel over hoe Brussel werkt: warm, creatief en solidair … maar soms ook rommelig.
Een givebox is een weggeefkast waar iedereen spullen mag achterlaten en meenemen. Boekenruilkasten werken volgens hetzelfde principe, maar dan voor boeken. Het idee is simpel. Spullen krijgen een tweede leven en buren helpen elkaar, zonder administratie of geld. Net omdat het zo laagdrempelig is, hangt het succes volledig af van respect, zeggen de initiatiefnemers. Dat blijkt niet altijd vanzelfsprekend te zijn. Sommige kastjes worden beschadigd of verdwijnen, andere veranderen in een plek waar mensen afval dumpen.
In de Limbourglaan in Anderlecht stond lange tijd een ruilkastje in de voortuin van K (uitgesproken als “Kej”). Zes jaar lang konden buurtbewoners en passanten er spullen achterlaten en meenemen. Het werd een vaste waarde in de straat.
Enkele weken geleden kwam aan het project een einde. K en haar huisgenoten hingen een kartonnen bord aan het kastje met een duidelijke boodschap: de buurt stopt met het project. De reden? Te veel afval.
“In de jaren van uitwisseling en delen kwamen er vaak momenten dat deze plek een stortplaats werd en we geen energie meer hadden om ermee om te gaan. Onze voortuin leek soms wel een containerpark. Het is jammer dat we ermee moeten stoppen, maar de oorspronkelijke insteek was volledig verloren gegaan. Ondertussen ontvingen we brieven waarin omstaanders toonden dat ze het erg spijtig vinden, maar dat ze de beslissing ook begrijpen. Dat toont dan weer hoe het project mensen verbond, wat exact de reden was waarom onze buurt ermee begon. We hopen om het in de toekomst eventueel weer op te starten.”
Minibibliotheek
Boekenruilkasten zijn de bekendste vorm van deelkastjes. Je laat er een boek achter en neemt er gratis een ander mee. Volgens iedereenleest.be gaat het idee terug op Lutie Stearns, die tussen 1895 en 1914 met paard en kar door Wisconsin trok. Ze liet boeken achter in kleine dorpen, die ze later weer kwam ophalen. Zo kregen mensen die anders nauwelijks toegang hadden tot boeken toch leesmateriaal.
In 2009 gaf Todd Bol het concept een moderne vorm in Hudson, ook al in Wisconsin. Hij bouwde een kastje in de vorm van een schooltje, als eerbetoon aan zijn moeder, een gepassioneerde leerkracht en lezeres. Hij plaatste het in zijn voortuin en vulde het met boeken. De buurt was enthousiast.
Sociaal ondernemer Rick Brooks zag in de kastjes van Bol nog meer mogelijkheden: onder meer een middel om buren dichter bij elkaar te brengen en sociaal contact te stimuleren. De ruilboeken konden immers als uitgangspunt voor een gesprek dienen. Samen bedachten Bol en Brooks de naam Little Free Library en richtten ze in 2010 de gelijknamige organisatie op. Sindsdien verspreidde het concept zich wereldwijd.
Volgens de gegevens van Noreen Van de Sompele, die sinds 2016 een onlinekaart bijhoudt met alle geregistreerde boekenruilkasten in België, telt het Brussels gewest ongeveer 148 kastjes. Helemaal zeker is ze niet van dat aantal, omdat ze van de

Brusselse kastjes niet vaak updates krijgt. “Het kan dat het aantal afneemt, al heb ik niet het gevoel dat de interesse vermindert. Sinds begin vorige zomer heb ik maar twee kastjes van de kaart moeten halen”, vertelt Van de Sompele.
De reden waarom kastjes verdwijnen is volgens Van de Sompele meestal dezelfde: vandalisme. Om bezoekers toch meer duidelijkheid te geven, vermeldt ze wanneer een kastje voor het laatst geverifieerd werd. Zo kunnen liefhebbers meteen zien of het nog actief is.
Hoe charmant het idee ook is, in de praktijk gaat het er soms anders aan toe. Van de Sompele ondervond dat zelf met haar eigen kastje in Tervuren. Ooit vond ze verbrande boeken in haar voortuin, vermoedelijk achtergelaten door jongeren.
Een ander probleem is afval. Meestal blijft het bij een blikje of een verloren handschoen, maar soms gaat het verder. Of
Het boekenkastje op het Flageyplein in Elsene hangt er rommelig en beklad bij.


sommige mooie kunstwerken bewust staan – en er is iemand beschikbaar om de ruiten te vervangen.”
Elpees en cassettes
Het kastje is bovendien geëvolueerd. Waar in het begin alleen boeken toegelaten waren, mogen er vandaag ook langspeelplaten en cassettes blijven liggen. In de sinterklaasperiode duikt er zelfs speelgoed op.
misbruikt. Als de box er rommelig bijligt, zijn er genoeg buurtbewoners die het even netjes zetten wanneer ze passeren. De buurt heeft zich het project echt toegeëigend.”
Het oudste Brusselse boekenruilkastje staat op het Rouppeplein. Al zeven jaar wordt het onderhouden door Monique Verstrepen. Zij zag het kastje door de jaren heen achteruitgaan. Zo moest ze al zeven keer de ruiten vervangen, op eigen kosten.
mensen dumpen grote hoeveelheden oude boeken, waar niemand op zit te wachten.
“Ze bedoelen het goed”, zegt Van de Sompele, “maar ze gooien een hele zolder vol vergeelde encyclopedieën in zo’n kastje. Dat werkt averechts. Een kast die uitpuilt van boeken waar niemand interesse in heeft, nodigt niet uit om nog te ruilen.” Ook diefstal komt voor. “Mooie boeken verdwijnen soms, vermoedelijk om door te verkopen.”
In de Sint-Jacobswijk in het centrum staat er sinds 2021 een ruilkast. Pascale De Jonckheere, voorzitster van de Sint-Jacobswijk vzw, is een van de beheerders van het kastje en vertelt dat het een erg geslaagd concept is, ook omdat de hele buurt er mee zorg voor draagt.
Ook zij krijgen te maken met vandalisme: ruiten worden ingeslagen, kaften beschadigd, maar De Jonckheere zegt dat er altijd snel wordt ingegrepen. “Schade wordt hersteld, tags worden verwijderd – al blijven
Volgens De Jonckheere is de rotatie enorm. Boeken verdwijnen snel en soms raakt het kastje dubbel gevuld. Dat succes verklaart ze door de locatie. “Het staat op een drukke plek met cafés en een bankje. Er is altijd volk, overdag én ’s avonds. Daardoor is er veel sociale controle. Mensen spreken elkaar aan wanneer iemand het kastje
“Afval, rommel en zelfs drugs, ik vind het allemaal in het kastje”
Monique Verstrepen
Onderhoudt een ruilkastje op het Rouppeplein
“Afval, rommel en zelfs drugs, ik vind het allemaal in het kastje”, zegt ze. Toch blijft Verstrepen volharden. Elke dag zet ze de kast op orde en vult ze ze aan. Ze verzamelt boeken als vrijwilliger en legt er dagelijks ongeveer 35 in het kastje.
“Iedereen kent mij als de vrouw van de boekenkast”, vertelt ze. “Ik ken alle titels van buiten. De interesse is nog altijd groot. Soms is de kast leeg en moet ik bijvullen, soms is ze overvol en moet ik boeken weghalen.”
“Het is veel werk en vaak frustrerend om het kastje in erbarmelijke staat aan te treffen”, geeft Verstrepen toe. “Ik snap dat sommigen ermee stoppen, maar voor mij is het een passie.” Haar voornaamste reden om ermee door te gaan blijft de gemeenschap. “Zelfs dakloze mensen uit de buurt helpen soms mee. Als er te veel boeken zijn, brengen ze die naar mijn huis.” Voor Verstrepen is het duidelijk: “Dit kastje blijft staan zolang ik leef.”

De ecologische organisatie Velt roept Brusselaars op om hen te laten weten op welke openbare plekken in de stad je walnoten, kastanjes, hazelnoten of amandelen kunt rapen. Met de info van burgers wil ze tegen de herfst een onlineoverzicht van Brusselse notenbomen creëren.
door Andy Furniere
We eten met zijn allen te weinig noten, die nochtans een uitstekende bron van plantaar dige eiwitten vormen. Om daar iets aan te doen, zal Velt dit najaar in de gemeenschapscentra Nekkersdal en Nohva – in Laken en Neder-OverHeembeek – verschillende kookworkshops geven om mensen aan te zetten vaker met noten aan de slag te gaan in de keuken.
“Je kunt ze gebruiken om notenspreads te maken, bijvoorbeeld hazelnootpasta, maar ook verwerken in hartige gerechten als stoofpotjes en notenburgers”, zegt Catheline Pieters, medewerker fruit bij Velt. “Zo raak je gemakkelijker aan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid noten, namelijk een handje vol (zo’n 30 gram, red.).” Velt zal dit najaar via een brochure en onlinekanalen ook recepten, informatie over de gezondheidseffecten en inspirerende verhalen delen.

De ecologische organisatie zal ook nagaan of de notenbomen niet op een historisch vervuilde bodem staan, waar bijvoorbeeld voordien een fabriek stond. “In dat geval is het niet aan te raden om de vruchten te eten, die bomen zullen we eruit filteren.” Over luchtvervuiling maakt Pieters zich minder ongerust. “Uit onderzoek blijkt dat die vervuiling in noten maar een uiterst miniem risico met zich meebrengt.”
Idealiter staan de notenbomen uiteraard in de natuur, dan hoef je je helemaal geen zorgen te maken. In het Zoniënwoud vind je bijvoorbeeld heel wat hazelaars, die zich thuis voelen in de struiklaag onder de grotere bomen. “En in het Ossegempark staan een dertigtal kastanjebomen, die nu al bijzonder populair zijn bij plukkers.”
Je hoeft je noten niet per se allemaal in de winkel te kopen, je kunt ze vanaf september zomaar van de grond oprapen. Brusselaars die geen notenboom in de tuin hebben staan, moeten dan wel op een bepaalde manier te weten komen waar ze bijvoorbeeld hazelaars, okkernotenbomen, kastanjelaars of amandelbomen kunnen vinden. Om dat te vergemakkelijken, wil Velt tegen de herfst een onlinekaart lanceren met daarop de notenhotspots in Brussel.
“We rekenen daarvoor op de kennis van lokale inwoners en roepen hen bij dezen op om ons te laten weten waar ze in de openbare ruimte notenbomen weten staan”, zegt Pieters. “Ook burgers die de oogst van de notenbomen in hun tuin willen delen en daarom op de kaart willen, mogen ons contacteren.” Op dit moment focust Velt op plekken in Brussel-Stad, omdat dat een partner is in het project.
Eigenschappen
•De amandelboom is een bladverliezende loofboom uit de rozenfamilie
•Voorjaarsbloeier waarvan in maart en april de witroze bloemen ontspruiten
•Krijgt in de herfst steenvruchten met zoete aromatische noten die bijzonder geschikt zijn als voedsel
Ook in boomgaarden in het Begijnenbosdal in Neder-Over-Heembeek zijn de noten erg in trek, zo merkt Pieters. “De walnoten worden er soms al afgetrokken voordat ze rijp zijn, omdat ze dan ideaal zijn om notenporto mee te maken”, zegt ze. “Helaas doen sommigen dat nogal hardhandig, wat slecht is voor de bomen.”
Dit najaar plant Velt ook zelf een vijftiental notenbomen in Neder-Over-Heembeek en Laken. Welke soorten staat nog niet vast, maar Pieters hoopt dat er ook amandelbomen bij zitten. “Die soort gedijt hier de laatste tijd beter doordat we door de klimaatopwarming zachtere lentes krijgen. Die noten zijn niet alleen lekker, maar hebben ook een hoog eiwitgehalte. En visueel zijn de bomen erg aantrekkelijk, met hun mooie roze bloesems.”
Deelnemen kan door te mailen naar catheline@velt.nu
Lees de hele reeks op BRUZZ.be/dossier/botanisch-brussel
biografie van koning Boudewijn
Met Boudewijn. De biografie schreef de Brusselse
historicus Vincent Dujardin een klepper over het leven van een van de meest enigmatische koningen van België. Levert het werk speciale details op over zijn band met Brussel? “Boudewijn ontmoette Fabiola voor het eerst in de Zwitserlandstraat, in Sint-Gillis.”
door Michiel Leen
De nieuwe biografie van koning
Boudewijn die historicus Vincent Dujardin op de wereld loslaat, is voer voor history buffs, want met negenhonderd bladzijden, rijkelijk gestoffeerd met citaten uit eerder onaangeroerde archieven, is het voor de casual geïnteresseerde misschien wat te veel van het goede. Het beeld van een koning die zijn rol met een haast mystiek plichtsbesef invulde, blijft evenwel grotendeels intact. En ook zijn onlosmakelijke band met Brussel komt mooi uit de verf. BRUZZ licht

er vijf plekken uit die in het leven van le roi triste een rol hebben gespeeld.
Het koninklijk paleis in Laken is Boudewijns uitvalsbasis. Hij brengt er zijn vooroorlogse jeugdjaren door met zijn vader Leopold III, zus Josephine-Charlotte en jongere broer Albert. Zijn moeder, koningin Astrid, is al in 1935 overleden bij een autoongeval in Zwitserland. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog ontvoeren de nazi’s het gezin
(nu aangevuld met Leopolds tweede echtgenote Lilian Baels) naar Duitsland en Oostenrijk. Na de oorlog verblijft de familie in ballingschap in Zwitserland. In België is immers de koningscrisis losgebarsten: de vraag of Leopold III nog kan terugkeren als vorst brengt het land op de rand van de burgeroorlog. Een troonsoverdracht in 1950 brengt de nog net minderjarige Boudewijn op de troon als ‘koninklijke prins’. Pas een jaar later, op 17 juli 1951, legt Boudewijn de eed af als koning der Belgen. Leopold en Lilian blijven na de troons

overdracht nog tien jaar in Laken rondhangen. In de eerste jaren van zijn koningschap staat Boudewijn nog erg onder de invloed van zijn vader en wil hij te pas en te onpas het “onrecht” dat Leopold is aangedaan rechtzetten. Leopold en Lilian nemen pas in 1960, na het huwelijk van Boudewijn en Fabiola de wijk naar het kasteel Argenteuil, dik tegen hun zin en met de nodige familieruzies tot gevolg. De verhouding tussen Boudewijn en Fabiola enerzijds, en Leopold en Lilian anderzijds, krijgt de allures van een groteske soap. Zo weet Dujardin op basis van
archiefstukken te reconstrueren dat beide kampen tot diep in de jaren zeventig ruziën over het meubilair dat het exkoningspaar uit Laken meetroonde naar hun nieuwe onderkomen.
Het colloque singulier is Boudewijns belangrijkste wapen. Hij beheerst de kunst van het luisteren en houdt van zijn conversaties met ministers en andere prominenten gedetailleerde notities bij, die voor een
historicus als Dujardin een goudmijn zijn. De verhouding tussen Boudewijn en de ingezetenen van ‘de overkant’ (van het Brusselse Warandepark) is niet altijd even rimpelloos. Dat begint al met het fameuze incident tijdens zijn eedaflegging in de Kamer, waar vanuit communistische hoek een luid “Vive la République” weerklinkt –jarenlang vermoedelijk ten onrechte toegeschreven aan de later vermoorde Julien Lahaut.
Boudewijn van zijn kant aarzelt niet om eigengereid uit de hoek te komen, ook als dat
tot politieke hoofdbrekens leidt. Tijdens zijn regeerperiode ziet Boudewijn de verhouding tussen regering en koningshuis veranderen. Regeringen ontslaan kan hij niet (meer). Maar wanneer hij begin 1981 het malgoverno in de Belgische politiek niet meer kan aanzien, aarzelt hij niet om partijvoorzitters, vakbondsleiders en andere captains of industry samen te roepen en op hun verantwoordelijkheid te wijzen. In strikte zin heeft Boudewijn als koning zich niet te bemoeien, maar zijn morele gezag is op dat ogenblik zo groot dat de episode wordt gezien als een kantelpunt op weg naar meer politieke stabiliteit na jaren van crisis.
In 1990 knutselt de ministerraad een grondwettelijke oplossing in elkaar om de abortuswet goed te keuren zonder dat de diepgelovige Boudewijn zijn handtekening eronder moet zetten: 36 uur lang heet het dat hij “in de onmogelijkheid verkeert om te regeren”. In juli krijgt het Sint-Michielsakkoord zijn beslag. Enkele weken voor zijn dood maakt Boudewijn nog mee hoe België definitief in een federale plooi wordt gelegd.
Een vrijgezelle koning kan zich in het midden van de twintigste eeuw niet zomaar op de datingscene begeven en de even plichtsgetrouwe als diepgelovige vijfde koning der Belgen al helemaal niet. In de aanloop naar zijn dertigste verjaardag begint Boudewijn aan een huwelijk te denken. Met als tussenpersoon kardinaal Leo Suenens en diens vertrouwelinge, de Ierse lekenzuster Veronica O’Brien, wordt de adellijke Spaanse Fabiola de Mora y Aragon ‘geheadhunt’ als kandidate. Boudewijn en Fabiola zullen elkaar voor het eerst ontmoeten in O’Briens Brusselse onderkomen aan de Zwitserlandstraat. De hele operatie moet in het diepste geheim gebeuren. Er is een hele correspondentie voorafgegaan met codenamen: “Meneer Louis” voor Boudewijn, “Avila” (naar de heilige Theresa van Avila) voor Fabiola. Het is Hemelvaartsdag 1960, zes uur ’s ochtends, Boudewijn is incognito, Fabiola nog zo slaapdronken dat ze één oorbel vergeet aan te doen. Boudewijn doet haar in eerste instantie denken aan “een vlijtige seminarist”. Niettemin is het liefde op het eerste gezicht. Boudewijn en Fabiola denken later vaak terug aan die eerste ontmoeting in ‘Zwitserland’.
Nauwelijks enkele dagen voor de officiële aankondiging van de verloving lanceert een krant nog de canard dat Boudewijn zou intreden bij de trappisten. De flater wordt snel weerlegd door de feiten, maar het zegt
wel iets over Boudewijns imago dat het als aannemelijk wordt gepresenteerd dat hij in het klooster zou gaan.
Naarmate de jaren vorderen, werpen Boudewijn en Fabiola zich steeds meer op als troosters der verdrukten, een houding die ongetwijfeld wordt aangewakkerd door het katholicisme dat beiden vurig belijden. De zorg voor de allerarmsten is een kwestie die Boudewijn al van bij het begin van zijn koningschap bezighoudt. In 1952 bezoekt hij voor het eerst, incognito, de Marollen. De Brusselse volkswijk is op dat moment in de greep van armoede en verkrotting. In 1993
afzakt om de overleden vorst een laatste eer te betuigen. In de smoorhete augustusdagen gaat zoiets niet van een leien dakje: mensen staan uren aan te schuiven, velen worden onwel. “Als tien miljoen Belgen willen komen (…), wat wilt u dan dat we nog meer doen?” reageert toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Louis Tobback. Siegfried Bracke, dan nog VRTjournalist, heeft het over een “nieuw politiek feit”. Voor veel Belgen is Boudewijn de enige Belgische koning die ze tot dan toe hebben meegemaakt. Het besef is groot dat niet alleen een vorst, maar ook een bewogen halve eeuw Belgische geschiedenis ten grave wordt gedragen. Met Albert II krijgt het koningschap wat meer ambiance, maar boet het
Als meneer Louis en Avila ontmoeten Boudewijn en Fabiola elkaar voor het eerst op Hemelvaartsdag
brengt hij opnieuw een bezoek aan de wijk, deze keer in het openbaar. Boudewijns luisterend oor voor de verzuchting van de bewoners en zijn nederige houding blijven de getuigen van toen bij.
Hoewel Boudewijn in de laatste jaren van zijn leven te kampen heeft met gezondheidsproblemen, waaronder een zware hartoperatie in 1992, komt zijn overlijden op 31 juli 1993 toch onverwacht. Spontaan komt een ongezien publiek rouwbetoon op gang. Het lijkt wel alsof heel België naar Brussel
ook in aan onverstoorbaar moreel gezag. Diens opvolger Filip, in zijn jeugd flink onder de vleugels genomen door oom Boudewijn, lijkt iets meer van diens morele rechtlijnigheid te hebben geërfd.

Boudewijn, de biografie, Vincent Dujardin, uitgegeven bij Lannoo, 912 blz.
FR/ L’historien bruxellois Vincent Dujardin dresse dans sa nouvelle biographie un portrait détaillé du roi Baudouin et de ses liens étroits avec Bruxelles. À travers des lieux comme Laeken, les Marolles et la rue de Suisse, l’ouvrage montre comment Baudouin a vécu son rôle de roi, entre devoir, foi et influence politique. La biographie éclaire aussi sa relation avec la cour et les tensions au sein de la famille royale.
EN/ The historian Vincent Dujardin presents in his new biography a detailed portrait of King Baudouin and his close ties to Brussels. Through places such as Laken, the Marolles and ‘Zwitserlandstraat’, the book shows how Baudouin experienced his role as king, between duty, faith and political influence. The biography also sheds new light on his relationship with the court and the tensions within the royal household.

BRUZZ viert tien jaar scherpe blik op Brussel. Sinds 2016 staat BRUZZ voor onafhankelijke journalistiek uit de hoofdstad. We brengen de actualiteit helder in beeld, volgen de culturele hartslag en geven een stem aan de stad in al haar complexiteit. Kritisch, eigenzinnig en dichtbij.


Column Duchka Walraet
Duchka Walraet is een Brusselse auteur en is projectverantwoordelijke voor de bouwsector. In haar tweewekelijkse column beschrijft ze de stad als een zinnelijk organisme.
De stad is niet alleen een repetitief weefsel van menselijke motiefjes. Van lijnen, hoeken, roosters, webben. Ze bestaat ook uit verschijningen. Barstjes in het membraan. Zoals de vos. Zijn fysieke magerte vloekt met zijn reputatie van sluwheid. Je verbaast je over zijn schuchtere gangetje. Vlucht in voorbereiding, klaar om opnieuw te verdwijnen. Alleen zijn wiegende pluimstaart, een subliem penseel, introduceert hem met swagger in het nachtelijke decor.
Zijn verschijning is het gevolg van een geleidelijke verschuiving. Tot voor kort was de vos veroordeeld tot het platteland, want verjaagd uit de stad tijdens de 19e eeuw. Nu keert hij terug. In de stad is er meer voedsel dan op het land, waar hekken, autosnelwegen en pesticiden zijn bewegingsvrijheid inperken. Merkwaardige paradox. Het wilde dier zoekt zijn toevlucht in de stad, terwijl de stedeling droomt van een neoruraal, idyllisch offgrid-leven. Zijn aanwezigheid is geen gebeurtenis an sich, het moment waarop je hem opmerkt wel. Dan breekt een symbolische grens. De zekerheid dat de stad een afgebakende wereld is, barst open. Andere levensvormen circuleren, wonen en gedijen er. De wilde wereld slaat terug.
Zijn aanwezigheid is geen teken van wanorde, maar van een geslaagde aanpassing. Dat maakt hem verdacht. Alsof hij verraad pleegt aan zijn waarachtige aard die we associëren met een verre, geïdealiseerde natuur. Hij is geperverteerd, geen echt wild dier meer, maar ambigu. Een ontkenning van zijn ware natuur. Ongedierte.
Hij beweegt vooral ’s nachts wanneer de stad vertraagt. In de instabiele intervallen van de duisternis. Het versterkt het gevoel van ontregeling wanneer je hem tegenkomt. Hij wordt geproblematiseerd zodra hij sporen nalaat: een geur, een gat in het gazon, een omvergegooide vuilnisbak. Af en toe, een kadaver. Zo toont hij op het nippertje toch zijn verdorven natuur. Vervolgens ontstaat een dovemansgesprek, zelden op basis van objectieve feiten. Intrieste passie. De beschermde diersoort wordt dan een agent provocateur, het ecosysteem een potentieel plaats delict. De wet spreekt over dierenbescherming, de bewoner over verlies van controle.
Rose de la Haye is kunstenares. Ze heeft her en der in de stad vossen geschilderd. Op elektriciteitskasten, blinde muren, verwaarloosde uithoeken. Vossen die neusje-neusje doen. Een volwassen vos op wandel met een jong, staarten verstrengeld in een beschermende boog. De antropomorfe boodschap bij deze tekeningen luidt: “Je ne suis pas un nuisible.” Ik ben geen ongedierte.
Ze herinnert eraan dat de stad niet uitsluitend menselijk is en dat ongedierte geen biologische, maar een menselijke categorie is.
City jobs
‘Goedkope
De laatste jaren groeide het aantal nagelsalons fors, al gaan niet al die zaken even legaal te werk. Béatrice koos resoluut voor een model waarbij zowel nagelspecialistes als klanten zich goed voelen. “Op zaterdag aperitieven we soms met de klanten.”
door Kris Hendrickx foto Ivan Put
Wie ooit de Galerie du Centre tussen Beurs en Muntplein is binnengestapt, weet het: nagelsalons kunnen een penetrante geur van oplossingsmiddelen verspreiden. Behalve de stijlvolle inrichting is het dan ook het eerste dat opvalt in The Nail Club in hoog Sint-Gillis: geen sprake van zo’n indringende geur. “Die wijst op goedkope harsproducten, die erg toxisch zijn”, zegt Béatrice Farkas (46), oprichtster van het salon. “Daar doen wij niet aan mee.”
De sfeer in haar nagelclub is ontspannen. Er speelt muziek en op de achtergrond is de schaterlach van een collega van Béatrice, die met een klant bezig is, duidelijk te horen. “Ik ben de oprichtster van het nagelsalon, en alle anderen werken als zelfstandige. Dat heeft, geloof ik, wel invloed op de manier waarop je met elkaar omgaat. Er is geen baas-werknemerrelatie, eigenlijk zijn we allemaal vriendinnen.”
Diezelfde filosofie hanteert Béatrice in het contact met de klanten. ”Manicure is niet gewoon aan je nagels laten werken, het is zorg dragen voor jezelf en gaandeweg groeit er een band tussen de styliste en de klant. Ik heb een klant die al achttien jaar komt. We vertellen elkaar veel: hoe de vakanties waren, maar ook dingen die minder gaan. Elke maand pikken we de draad weer op waar we de vorige keer gestopt zijn. Ik heb haar dochter zo horen opgroeien.”
Gegeneerde mannen
Béatrice is afkomstig uit Roemenië en kwam dertig jaar geleden als tiener naar Brussel. Ze deed een opleiding schoonheidsspecialiste en specialiseerde zich later in nagels. “Ik liet ze eerst door iemand doen, maar

was nooit helemaal tevreden. Uiteindelijk volgde ik een korte opleiding en ging veel oefenen. Heel mijn familie heb ik onder handen genomen, zelfs mijn man heeft valse nagels gekregen. Geef eens uw hand, dan toon ik wat volgens mij de trend van de zomer wordt: de cat eye, een lak waar je met een magneetje een schakering aan geeft.”
Mannen die hun nagels laten doen: ze zijn de uitzondering, maar Béatrice krijgt ze wel over de vloer. “Ik heb een vaste klant, die maandelijks zijn teennagels laat kleuren. Een tijdlang kwam er een flamencogitarist langs, die aan één hand lange nagels nodig had om ritmisch op de klankkast te kloppen. Ik herinner me ook een gegeneerde man die een mondmasker had opgezet en vroeg om helemaal achteraan in het salon te mogen zitten, waar hij zijn mondmas-
“Een tijdlang kwam er een flamencogitarist langs, die aan één hand lange nagels nodig had”
Béatrice Farkas
Nagelstyliste
ker plots niet meer nodig had.”
Dat het aantal nagelsalons de voorbije decennia een steile klim kende, blijkt uit cijfers die BRUZZ opvroeg. De voorbije tien jaar verdrievoudigde het aantal tot 122. Dat viel ook Béatrice op. “Vroeger raakte je moeilijker aan een opleiding, vandaag vind je alles op het internet. Aangezien je geen diploma moet hebben, kan iedereen als nagelstylist beginnen. Tegelijk lijkt de vraag naar nagelzorg te groeien. Met de nieuwe technieken is het makkelijker om nagels te verlengen of te kleuren.”
Dat je zonder diploma kunt starten, houdt risico’s in, merkte de schoonheidsspecialiste. “Soms krijgen we mensen over de vloer met nagels die in een catastrofale toestand zijn, waarbij de natuurlijke nagel helemaal verdwenen is. Goedkoop je nagels laten doen kan je heel duur te staan komen.”
Een deel van de groei zit ook bij nagelsalons waar de werkomstandigheden erg slecht zijn. Met name in de Galerie du Centre trof de politie de voorbije jaren verschillende keren tal van
mensen aan die illegaal tewerkgesteld waren, vaak met de Vietnamese nationaliteit. De geur van producten was ooit zelfs zo sterk in de galerij dat zelfs passanten er onwel werden.
“Een klant die het dossier kent, wist dat die mensen soms maar 20 euro per dag verdienen”, vertelt Béatrice. “Dat is echt een andere wereld. Om voor een klant te kunnen zorgen, moet ik me zelf goed voelen. Ik doe ook hooguit vier tot vijf klanten per dag, in sessies van circa anderhalf uur. Soms drinken we een koffie en op zaterdag komt daar al eens een aperitief bij. En of er een Eurocommissaris of een andere klant langskomt, iedereen krijgt dezelfde behandeling.”
In City jobs toont BRUZZ de mens achter typische en minder typische stadsjobs


Artificiële intelligentie dwingt illustratoren en stripmakers tot een nieuw evenwicht
Betekent de komst van AI de doodsteek voor striptekenaars? Rond die prangende vraag organiseert het Stripmuseum deze week een masterclass. Ook andere Brusselse illustratoren kunnen niet rond de kwestie heen. “Alles wat ik belangrijk vind aan mijn werk – ruimte voor het imperfecte, voor onvolmaaktheid – heeft AI geperverteerd.”
door Rieneke Lammens illustraties Wide Vercnocke
In 2023 opende ChatGPT de deuren naar een tot dan toe onbekend concept voor het brede publiek: generatieve artificiële intelligentie. In drie jaar tijd drong het in ijltempo door in ons dagelijks leven: AI is vandaag onze therapeut, onze boodschappenlijstopsteller die wortelpuree op het weekmenu zet en de vertaler die een werkmail probleemloos van het Nederlands naar het Frans vertaalt.
Ook op de culturele sector drukte AI haar stempel. Zo was de ‘Studio Ghibli-challenge’, waarbij gebruikers zichzelf lieten omtoveren in een animatiefiguurtje in de stijl van Japanse filmstudio Studio Ghibbli, vorig jaar immens populair op sociale media. Een AI-versie van Stromaes single ‘Papaoutai’
veroverde afgelopen januari de hitlijsten en onlangs ontdekte de stemacteur Nicolas Cherlet dat zijn stem gekloond werd voor een reclamespot.
Volgens Leticia Sere – oprichtster van Grafik, een galerie gespecialiseerd in illustratie – blijft het enthousiasme voor AI binnen de kunst- en illustratiesector voorlopig beperkt. “Er is vandaag meer weerstand tegen AI dan dat er kunstenaars zijn die het actief integreren in hun werk”, zegt ze. “Dat hangt sterk samen met het verlies aan jobs. Vooral graphic designers verdwijnen steeds vaker uit communicatiebureaus en ook freelance-illustratoren merken een sterke daling in een bepaald type opdrachten. Dat verklaart de terughou-
dendheid, al denk ik tegelijk dat het belangrijk is om illustratoren mee te betrekken in hoe die technologie evolueert, eerder dan dat ze er volledig blijven buiten staan.”
Repetitief machinewerk
Striptekenaar Wide Vercnocke, die ook voor BRUZZ illustraties maakt, had vóór oktober vorig jaar nog nooit gebruikgemaakt van AI. Halsstarrig hield hij vast aan analoog tekenen, tot Stripgids hem opbelde met de vraag of hij voor hen de confrontatie met AI wilde aangaan. Bijgestaan door AI-onderzoeker Joeri De Houwer (Thomas More Hogeschool) stapte hij in het traject ‘Kortsluiting Strips & AI’ dat meerdere maanden zou beslaan. Het resultaat van zijn proces wordt op 27 mei in de Thomas More Hogeschool in Mechelen voorgesteld.
“Mijn houding tegenover AI was eerder negatief, maar als docent beeldverhaal aan Luca School of Arts voel ik een grote verantwoordelijkheid om studenten kritisch op te leiden. Daarom vroeg ik me steeds meer af: ‘Kan ik me er wel ongeletterd van blijven afkeren of ga ik op zoek naar wat het te bieden heeft, zodat ik er een onderbouwde
het maakproces zit, is het tijdverlies om je storyboards opnieuw te moeten tekenen. Heb je die derde lezer echt nodig, dan kan het handig zijn om AI te gebruiken als vertaler van vaagheid.”
Ook Yannick Jacquet, mediakunstenaar, artdirector en decorontwerper, koestert niet uitsluitend rancunes tegenover AI. Hij ziet vooral kansen in de administratieve last die AI hem ontneemt: “Wie denkt aan een kunstenaar, stelt zich vooral ons creatieve werk voor. Maar we hebben ook veel administratief en papierwerk, bijvoorbeeld voor een beursaanvraag. Dat neemt veel tijd in beslag en omdat ik minder goed ben in schrijven, heeft AI op dat vlak echt mijn leven veranderd. Ik kan nu effectief meer tijd besteden aan mijn creatieve proces.”
Sparringpartner of stealer?
Hij wijst ook op de verschillen binnen AI: “Er bestaan handige tools die bijvoorbeeld het formaat van een strip kunnen wijzigen naar smartphoneformaat, maar dat is nog iets anders dan de modellen zoals ChatGPT en Nano Banana die beelden genereren op basis van gestolen beelden”, vervolgt hij.
Samen met stripauteur en cartoonist
“Ik gebruik AI voor administratief en papierwerk, bijvoorbeeld voor een beursaanvraag”
Yannick Jacquet
Mediakunstenaar
houding tegenover kan aannemen?’” Eerder dan AI dus louter als clandestiene machine te zien, besloot hij daarom in te gaan op het voorstel.
“Joeri had wel dertig, veertig ideeën over hoe we AI zouden kunnen gebruiken om mijn workflow efficiënter te maken. Daarop gaf ik hem een paar storyboards van mijn nieuwe boek, die hij op zijn beurt voedde met AI. Niet evident om dat toe te laten, maar ik wist: als ik hieraan meedoe, moet ik er met een open blik instappen. Het was zeker indrukwekkend om te zien wat daaruit kwam.”
Dat begon al bij zijn storyboards zelf, die naar eigen zeggen onleesbaar zijn voor anderen, maar niet voor AI. “Als je volop in
Anne-Lise Combeaud geeft hij op 21 mei een masterclass in AI en strips in het Stripmuseum. Zij wijst erop dat AI tig voorstellen en alternatieve versies van één tekening kan uitspuwen en zo in zekere zin als sparringpartner kan fungeren. “Met AI kun je alles uittesten: achtergronden, paginacompositie, storyboards … Dat is meteen ook een valkuil: als je te veel test, geeft het je uiteindelijk een overload aan verschillende versies waar je jezelf in kunt verliezen.”
Voor praktische, repetitieve taken kan AI dus in het creatieve landschap op bijval rekenen, maar zodra het over creatie gaat, haken velen af. “Ik erken zeker de efficiëntie van AI voor je workflow: het is bijna een antagonist, iemand die je kan wijzen op
bepaalde hiaten in je storyboard. Maar over de input die ik terugkreeg, werd ik minder enthousiast en zelfs kwaad”, zegt Vercnocke. Zo vroeg hij AI om inspiratie voor zijn onafgewerkte strip. “Wat daaruit kwam, was typische AI-slop: gepolijste tekeningen, een zielloos amalgaam van middelmatigheid. Ik had wel een afgewerkte scène, maar de ziel was volledig verdwenen. Alles wat ik zo belangrijk vind aan mijn werk – ruimte voor het imperfecte, voor onvolmaaktheid – had AI geperverteerd.”
“Ik ben bang dat mensen diepgravende kunst niet meer zullen ontdekken, omdat ze genoegen nemen met zo’n AI-slop-kunst die hen getoond wordt op sociale media”, vervolgt hij. “Maar het gaat me ook over het

Speciaal voor BRUZZ maakte Wide Vercnocke de illustraties bij dit artikel over AI.
vruchtgebruik: alle modellen om mijn eigen beelden te genereren zijn gevoed met gestolen werk. Joeri De Houwer was daar zeer nuchter in: ‘The big steal is al gebeurd’, zei hij. Dat boezemt me angst in.”
Auteurschap
Die angst komt grotendeels voort uit consternatie over eigenaarschap en auteursrechten. Momenteel is de regelgeving rond AI en het uitbetalen van auteurs immers nog onbekend terrein, wat in schril contrast staat met de muziekindustrie.
Volgens Sere is de bescherming van auteursrechten veel sterker uitgebouwd in de muziekindustrie dan in de illustratiewereld. “Wanneer muziek zonder toestemming wordt gebruikt, wordt dat online vaak automatisch gedetecteerd en verwijderd. De regulering in dat domein is veel strenger”, zegt ze. “Bij fenomenen als de ‘Studio Ghibli-challenge’ zou het logisch zijn dat de oorspronkelijke kunstenaars automatisch vergoed worden. Tegelijk vindt een groot deel van de sector dat compensatie alleen niet volstaat, en dat toestemming centraal moet staan in hoe AI-systemen met bestaand werk omgaan.”

Als lid van de Fédération professionnelle des Auteurices de la Bande Dessinée et de l’Illustration (ABDIL) weet Combeaud dat het gebrek aan een adequaat inkomen veel leden kopzorgen bezorgt. “Wie al veel ervaring heeft en een zeker niveau van bekendheid heeft verworven, zal de middelen hebben om met AI om te gaan en er eigenlijk weinig hinder van ondervinden. Maar veel illustratoren die lid zijn van ABDIL rekenen ook op werk buiten de stripwereld, zoals occasionele opdrachten voor de pers of particuliere klanten en zij vrezen dat AI dat deel van hun werk zal overnemen.”
“Het auteursrecht beschermt een werk in concrete vorm, geen idee of concept. Bij een stripverhaal gaat het dus specifiek over de concrete tekeningen en de letterlijke tekst. Die beelden en tekst gebruiken zonder toestemming van de auteur mag niet, behalve in bepaalde uitzonderingen die door de wet beschreven zijn”, verklaart Gil Bosmans, beeldend kunstenaar en beheerder van Letterkundige & Grafische werken bij deAuteurs, dat de auteursrechten voor Nederlandstalige auteurs beheert. Laat de meeste populaire AI-modellen nu net Amerikaans zijn. “Auteursrecht bestaat niet in de Verenigde Staten, daar geldt copyright. Amerikaanse bedrijven argumenteren daarom dat AI-training onder de zogenoemde fair-use policy valt.”
“Het belangrijkste aan wat ik maak, is het analoge, het prutsen, de strijd die ik met mezelf voer”
Wide Vercnocke Illustrator
Het auteursrecht beschermt dus alleen een werk in concrete vorm. De specifieke en unieke stijl van een kunstenaar valt daarbuiten, zegt hij. “Ook al kunnen we zo de Ghibli-stijl uit een AI-beeld van de ‘Studio Ghibli-challenge’ halen, die wordt niet door het auteursrecht beschermd. Het moet nagenoeg een een-op-een kopie zijn voordat bedrijven in de problemen zullen komen.”
Onbruikbaar voor AI-training
Toch lijkt er iets te verschuiven, zegt Bosmans. “Er wordt gezocht naar oplossingen, zoals een jaarlijkse licentie voor bedrijven die auteursrechtelijk beschermde werken gebruiken voor AI-training. Hetzelfde principe wordt nu al gehanteerd via de wettelijke licenties, waarbij auteurs en kunstenaars een vergoeding krijgen voor onder meer reprografie, leenrecht of thuiskopie. En uiteraard moet er voor makers ook een ‘opt-out’-optie bestaan.”
“In Silicon Valley experimenteren illustratoren en IT’ers al met manieren om beelden technisch te beschermen, bijvoorbeeld door bestanden zo te programmeren dat ze onbruikbaar zijn voor AI-training of zelfs geen resultaten opleveren in zoekopdrachten”, weet ook Sere. Dat ondervond Yannick Jacquet al, die een test uitvoerde met OpenAI. “We hebben ChatGPT en Gemini gevraagd om beelden in de stijl van iemand te creëren. Soms werkte het, maar soms ook niet. Ik vermoed dat het wat zal evolueren zoals muziek en film: in de jaren 2000
werden die overal gedeeld en gedownload op illegale websites, nu staan ze op platformen waar mensen voor betalen. Maar het is heel moeilijk om dingen te voorspellen, want het verandert voortdurend.”
In de tussentijd is er een tegenbeweging bezig, zegt Sere. “Het creatieve proces zelf, de manier waarop iets gemaakt wordt, krijgt opnieuw meer waarde. Illustratoren grijpen vaker terug naar analoge technieken en texturen, net omdat AI daar moeilijker mee omgaat. Zo is er een herwaardering van bijvoorbeeld het menselijke in een zichtbare penseelstreek.”
Ook Vercnocke zette na afloop van het traject zijn schouders onder analoge toepassingen. “Normaal kleur ik mijn strips digitaal in via Photoshop, maar ik overweeg om dat voor mijn volgende strip niet te doen, juist om dat tegengewicht te bieden”, zegt hij. “Door mee te werken aan het AI-traject ben ik immers veel bewuster gaan stilstaan bij wat het makerschap voor mij juist betekent. Het belangrijkste aan wat ik maak, is het analoge, het prutsen. De strijd die ik met mezelf voer om een tekening van abstractie in mijn hoofd te transformeren naar de realiteit. Dat is zo oermenselijk en als dat wordt vervangen, verdwijnt voor mij ook de kracht van het maken.”
De Masterclass AI en Strips vindt plaats op 21/5, in het Stripmuseum, stripmuseum.be; het event Kortsluiting Strips & AI vindt plaats op 27/5 in de Thomas More Hogeschool, Mechelen
FR/ L’IA transforme rapidement le secteur culturel et divise les illustrateurs et auteurs de BD. Certains y voient un outil pratique, tandis que d’autres craignent des pertes d’emplois et des problèmes liés aux droits d’auteur. En réaction, les techniques analogiques retrouvent en popularité.
EN/ AI is rapidly transforming the cultural sector and dividing illustrators and comic artists. Some see it as a useful tool, while others fear job losses and copyright issues. In response, analogue techniques are gaining popularity again.

“Na zes jaar in Europa besefte ik dat een écht pittige chiliolie vinden iets was zoals zon in november: zeldzaam of teleurstellend.” De Nepalese Pooja Khati nam het heft in eigen handen met haar merk Piro Siro (‘pikant’ in het Nepalees) op basis van zonnebloemolie, rode pepers, knoflook en zout. Khati’s ‘chili-kanonskogels’ worden in kleine hoeveelheden in Brussel geproduceerd, persoonlijk aan huis geleverd en zijn veganistisch, glutenvrij en zonder noten of soja. (MVDH)
PIRO SIRO 11 euro voor potje van 165 gram, instagram.com/piro.siro

Van flexijobs was nog geen sprake toen juriste en RTBF-columniste
Yasmine Lamisse met haar side project als juwelenmaker begon, maar een echte duizendpoot vindt wel een weg. Intussen is Belle Callie een volwaardig merk: uitgetekend in Brussel en geproduceerd in Portugal. Lamisse wil alleen sieraden maken die je een lach op het gezicht bezorgen. Ideaal voor een zonnige zomerstart – en bovendien stroomt een deel van de winst naar goede doelen voor meisjes wereldwijd. (EC)
MAXI LIRIA HOOP oorringen, 135 euro via bellecallie.com

De staking bij Bpost zit erop, net op tijd voor de zomerse postkaarten. Illustratrice Marie Annaert heeft een nieuwe set klaar om uw kleurrijke groeten over te maken aan het thuisfront. In haar webshop vind je ook leuke posters met vakantietaferelen of echte carnets de voyage. Uit de Provence, maar net zo goed uit de Paul Dechanellaan in Schaarbeek. Haar werk verkoopt ze geregeld op markten in de stad. (EC) SET VAN 4 POSTKAARTEN 15 euro via rimannaert.com
KWALITEIT

AUTHENTICITEIT
INFO
Koningsstraat 103, Brussel
In tegenstelling tot andere hoofdsteden, zoals Londen of Parijs, heeft Brussel een vrij moeizame relatie met zijn hotels. Drie adressen die het ijs kunnen breken.
De band tussen Brussel en zijn hotels is sinds lange tijd veeleer functioneel dan emotioneel. Als administratieve hoofdstad van de Europese Unie zag de stad, vooral vanaf de jaren 1990, een toename van hotels die voornamelijk gericht waren op zakentoerisme en internationale instellingen. Zakelijke overnachtingen vormen volgens Visit.brussels nog altijd het grootste deel van de hotelovernachtingen.
Die vaststelling staat in contrast staat met Parijs of Londen, waar de grote hotels van oudsher dienden als sociale, gastronomische en culturele uithangborden, ook voor de inwoners. In de stad van Manneken Pis blijven de Brusselaars zelf weg uit de hotels. Sinds enkele jaren proberen verschillende hotels dat beeld te veranderen door hun
restaurants, bars en terrassen ook open te stellen voor een lokaal publiek. Tegelijkertijd besteden ze meer aandacht aan architectuur, design en beleving.
Het Corinthia Brussels – het Grand Hotel Astoria – biedt met Palm Court een echte ontmoetingsruimte voor de geïnteresseerden. Onder een imposant glazen dak van vijftien meter lang, is Palm Court als het ware een marmeren oase met acht palmbomen en een Steinwaypiano.
Eerlijk, je kunt de erg dure Astoria Tea Time (90 euro per persoon, inclusief een glas Ruinart) beter links laten liggen en in plaats daarvan genieten van het seizoensgebak van patissier Thomas Delabie, die een winkel heeft in Bergen. Reserveren is niet nodig.
Voor 16 euro kun je een van de vier desserts kiezen, die in een elegante koelvitrine worden uitgestald. Bij het bezoek van BRUZZ waren er een Paris-Brest met hazelnootcrème bestrooid met kokos; pavlova met aardbei, verbena en vanille (geproefd en goedgekeurd); een chocoladeframbozentaart die doet denken aan een brownie; en een taartje met aardbeien, citroen en basilicum. De latte macchiato erbij (8 euro) viel wat tegen door een erg dunne textuur. Dat detail is echter heel snel vergeten: voor minder dan 25 euro krijg je een heel toegankelijke luxeervaring voorgeschoteld in een prachtig decor. MICHEL VERLINDEN
Achter de deuren van hotel Amigo trekt Bar Magritte volop de kaart van het Brusselse surrealisme, met veel gevoel voor stijl: donkere houtaccenten, duidelijke verwijzingen naar René Magritte en tot in de puntjes verzorgde cocktails. Er hangt een zekere hotel-theatraliteit, maar tegelijk behoudt de bar voldoende elegantie en rust om met een ‘eenvoudig’ drankje even aan het stadsritme te ontsnappen.
Vruntstraat 1-3, Brussel
Op een steenworp van de Grote Markt probeert Rotisse het klassieke hotelrestaurant weer aantrekkelijk te maken voor Brusselaars. Achter de Angelsaksische naam schuilt een zaak met onder meer gegrild vlees en vleesplanken van Dierendonck op het menu. De zondagse brunch van 22 euro is ideaal voor wie een hotelervaring zoekt zonder er een financiële kater aan over te houden.
Paul Devauxstraat 4, Brussel

Sergeant
‘Shopping for an avant-garde identity in the bazaar of life’: Sergeant, de groep rond theatermaker en muzikant Ferre Marnef, zweert ook op zijn tweede album trouw aan halve romans als songtitels. Ze zaaien verwarring en genereren onbehagen, net zoals de dromerige, tussen hypnotiserende krautrock, dubby prog en pastorale folk kamperende muziek die er de soundtrack bij vormt. Geef acht!
→ 23/5, Botanique
Voormalig Sonic Youth-opperhoofd en goeroe van de experimentele (gitaar)muziek Thurston Moore zette vorig jaar een Belgisch album bovenaan zijn lijstje met zijn favoriete platen van dat jaar: Fundus van harpiste Laura De Jongh. De Antwerpse vult dit weekend met haar ingetogen, ergens tussen jazz en klassiek bungelende composities de zondagse elfurenmis in het AB Salon.
→ 24/5, Ancienne Belgique
Tijdens het Brussels Jazz Weekend tonen jazzmuzikanten zowel hun nieuwe waar als hun respect voor de goden. Mingus Minga Mingum, een collectief onder leiding van pianist Clément Cerovecki, brengt hulde aan de Amerikaanse contrabassist en pianist Charles Mingus, gigant van de jazz die bij zijn overlijden in 1979 een waanzinnig oeuvre naliet gevuld met swing, bebop, blues, gospel en freejazz.
→ 22/5, Roskam
From Athens to Brussels with Love stuurt voor de 25e keer Griekse liefde naar Brussel (23/5, Recyclart)
Tricky mag tonen waarom hij de enige echte overlever is van de triphop (24/5, Ancienne Belgique)
Mura Masa en Danny L Harle komen een potje nachtbraken op Les Nuits (22/5, Bota)


Franck Scurti
Voor zijn studies piano raakte Mantovani –effectief afkomstig uit het Italiaanse Mantova – in Brussel verzeild. Aan het conservatorium noemde zijn leraar Jan Michiels hem zonder verpinken “een van de meest getalenteerde muzikanten die ik de voorbije tien jaar in mijn klas had”. Geen grote verrassing dus dat Flagey hem dit jaar naar voren schuift als een van hun Jonge Wolven!
→ 22/5, Flagey
Laat Antonín Dvorák in zijn bekende Negende symfonie de ‘nieuwe wereld’ van over de Atlantische oceaan klinken, dan staat in zijn Achtste symfonie zijn Boheemse thuis centraal. De componist schreef het werk namelijk als bedankje, omdat hij in zijn vaderlandse Academie van de Wetenschap, Literatuur en Kunsten was opgenomen. Ne schone cadeau, zoals ze zeggen.
→ 23 & 24/5, Flagey
Toen waren ze nog met twaalf! De finalisten van het celloconcours worden deze week vrijgelaten uit de Muziekkapel in Waterloo, waar ze zeven dagen lang zonder telefoon en internet konden blokken op het ongeziene plichtwerk. Dat stuk en hun concerto met orkest zullen bepalen wie er zaterdagavond deze editie van de wedstrijd op haar of zijn palmares schrijft.
→ 25 > 30/5, Bozar
Ora Mystica laat Gregoriaanse mystiek en moderne droneklanken elkaar raken (23/5, Palazzo)
Koor Florilège tackelt de Petite messe solennelle van Rossini (23/5, Kapel van het Heilig Hart van Linthout)
Kakelverse klanken: Ensemble Musiques Nouvelles heeft een nieuwe lading creaties klaar (25/5, Flagey)
De Franse kunstenaar Franck Scurti geeft met subtiele ingrepen alledaagse materialen en vormen, die hij “reeds gesocialiseerde elementen” noemt, een bijkomende betekenis. In deze expo blaast hij met kleurrijke materie nieuw leven in afgedankte rasters, die voor hem symbool staan voor de manier waarop vervuilend kapitalisme is gestructureerd.
→ 22/5 > 4/7, Meessen
Toetanchamon – de immersieve expo
Het is al meer dan een eeuw geleden dat de Britse archeoloog Howard Carter het graf van Toetanchamon ontdekte, maar de vondst en de mythes rond de farao blijven fascineren. Dankzij augmented en virtual reality treed je in deze expo zelf binnen in de grafkamer en word je ondergedompeld in het Dodenboek, de ‘reisgids’ voor de tocht door het hiernamaals.
→ 23/5 > 31/12, Brussels Expo (Paleis 1)
Voor de Venezolaans-Brusselse kunstenaar Carlín Díaz zijn menselijke wezens, natuurlijke organismen en hemellichamen in essentie allemaal vaten vol energie. Die innerlijke vitaliteit maakt hij in zijn schilderijen zicht- en voelbaar aan de hand van uitzonderlijke kleuren, die je meenemen op een buitenaardse trip in psychedelische landschappen.
→ 28/5 > 11/7, Sorry We’re Closed
Phil Van Duynen mengt het verleden en heden van de Ommegang (25/5 > 25/6, Rubea Vallis)
Een ode aan striptekenaar Maurice Tillieux, bekend van Guus Slim (Huberty & Breyne, 22/5 > 18/7)
Kaftanorama toont dat de kaftan zoveel meer is dan een kledingstuk (21/5 > 29/11, MoMuse)

2026 lacht Salomé Dewaels toe. In maart won de Brusselse filmactrice een René du Cinema met haar aangrijpende bijrol in Nino. Nu torst ze bijna alleen een ruig kostuumdrama over extreme misogynie.
L’île de la demoiselle van de Brusselse filmregisseur Micha Wald dramatiseert het waargebeurde verhaal van Marguerite de La Rocque. “Zij is een jonge vrouw van adel uit de zestiende eeuw. Haar oom De Roberval wil met haar trouwen in een nieuwe kolonie in Canada. Vlak voor de afvaart wordt ze verkracht door een van zijn soldaten. Ze blijkt zwanger en De Roberval laat haar met haar gezelschapsdame én haar verkrachter op het eiland L’île des Démons”, vertelt Dewaels. Ze aanvaardde de rol vooral om werk te hebben. “Ik ben een jonge actrice die haar plaats nog moet verdienen. Ik heb de projecten niet voor het kiezen. Nu is L’île de la demoiselle bepaald geen project om nee tegen te zeggen. Het was een hoofdrol en dat is nieuw voor me. Het beloofde een menselijk avontuur te worden. Dan is er nog het pure plezier van een historische film. Mijn werk heeft sowieso iets kinderlijks. Spion of papa en mama spelen, dat is mijn vak. Maar als er kostuums bij komen kijken, ben ik nog enthousiaster dan anders.”
Voor de opnames werd er gekampeerd op het Bretoense Ouessant. “Een eiland dat je moet verdienen. We waren volledig afhankelijk van het weer, de wind, de getijden en het licht. De filmploeg moest het materiaal te voet
naar moeilijk bereikbare locaties sleuren en ’s avonds het zand uit de apparaten borstelen. In een jurk die wel zeven kilo woog moest ik een klif afdalen. Het was fysiek erg zwaar, maar dat kwam de film ten goede. Hoe paradoxaal het ook klinkt: het was zwaar, maar plezant.”
“Ik had me enorm voorbereid op de verkrachtingsscène. Alles was doorgesproken met een intimiteitscoördinator en met mijn tegenspeler, de erg lieve Louis Peres. De impact van
“In een jurk die wel zeven kilo woog moest ik een klif afdalen”
al het andere geweld dat mijn personage te verduren krijgt, had ik echter niet voorzien. Niet alleen fysiek, ook emotioneel en psychologisch geweld. Al wist mijn hoofd dat het maar een spel is, mijn lichaam onderging het. Soms werd het me te veel, maar de filmploeg ving me geweldig op.”
Het frustreert Dewaels dat ze vaak in Frankrijk filmt en weinig in België. “Ik vind dat érg jammer.” Maar een verhuizing naar Parijs is niet aan de orde. “Parijs is mijn werk, Brussel mijn ankerpunt. Hier vind ik mijn evenwicht, mijn vrienden, mijn familie. Hier is mijn echte leven.” NIELS RUËLL
Lîle de la mademoiselle draait nu in de bioscoop


PODCAST ‘IN BRUSSEL’
met Margot Otten
Deze week
In november opent Kanal-Centre Pompidou: haalt het die deadline?
De magie van de Zinneke Parade


Achttien voorstellingen van poppentheatergezelschappen uit tien verschillende landen: dat is het straffe aanbod dat Théâtre Royal du Peruchet deze week doet tijdens het jaarlijks International Puppet Festival. In het voetlicht staan verschillende soorten poppen, tijdens voorstellingen voor een eenmanspubliek, een volle zaal of in de openlucht.
→ 22 > 31/5, Théâtre Royal du Peruchet
Elke dinsdag zetten Vital Baeken en zijn divers gezelschap zaal Paroza in het Antwerpse Berchem op stelten. Soms speelt Don Vitalski nachtburgemeester van Vorst en vervoegen Brusselse kwieten zijn Legendarische Dinsdagclub, zij het op een vrijdag. Met onder meer Jan Ducheyne, Didi De Paris, Soetkin Elbers, Geert Simonis en Knuffel de Panda.
→ 22/5, Ten Weyngaert
Op de laatste zondag van mei is het Kardinaal Mercierplein in Jette het decor voor het straatkunstenfestival Voenk. Acrobaten en circusartiesten van 15 feet 6, Bert & Fred, Tripotes la compagnie en ADM tonen van 14 tot 18 uur hun kunsten. Verwacht menselijke kanonskogels, menselijke piramides en menselijke ontmoetingen met verbazingwekkende machines.
→ 24/5, Kardinaal Mercierplein
‘In Brussel’, elke woensdag op je favoriete podcast-app en op BRUZZ.be/podcast
Dichter Steven Grauwmans stelt zijn nieuwe bundel Niets is wat voor (22/5, Bibliotheek Sophia) Het Kunstenfestivaldesarts loopt bijna goed af (> 30/5, verschillende locaties)
In Bron van kabinet k staat een multigenerationele cast op de scene (28 & 29/5, Les Brigittines)
Star wars: The Mandalorian and Grogu
Regie: Jon Favreau, met: Pedro Pascal, Sigourney Weaver
Na drie seizoenen van The Mandalorian op streamingdienst Disney+ promoveren de schattige Baby Yoda (Grogu) en zijn adoptievader Din Djarin (Pedro Pascal met een helm op) naar de blockbusterliga. Verwacht weinig intergalactische verwikkelingen, maar lekker veel, gevarieerde, Star wars-waardige actiescènes.
→ In de bioscoop
The beloved
Regie: Rodrigo Sorogoyen, met: Javier Bardem, Victoria Luengo, Marina Foïs
Na het succes van de plattelandsthriller As bestas mag regisseur Rodrigo Sorogoyen een gooi doen naar de Gouden Palm. Javier Bardem speelt een gelauwerde, maar opvliegende topregisseur die terugkeert naar Spanje. Hij wil de opnames van een prestigefilm combineren met de verzoening met een dochter die hij in de steek liet.
→ In de bioscoop
Regie: Pedro Almodóvar, met: Bárbara Lennie, Leonardo Sbaraglia
Een cultregisseur bestrijdt zijn creatieve crisis door zich te laten inspireren door het drama dat een van zijn medewerkster treft. Het risico op autobiografische zelfbevlekking en metageneuzel is beperkt. Pedro Almodóvar verveelt zelden. Al was het maar omdat zijn personages zo kleurrijk zijn.
→ In de bioscoop
Tot eind september pakt Galeries uit met de vele Japanse animatieparels van Mamoru Hosoda Trauma’s van Congolese vrouwen in Métisses: cinq femmes contre un crime d’état
Double indemnity is een film noir die je minstens twee keer moet gezien hebben (26/5, Cinematek)
Uitgelicht
Jazzbelofte Orson Claeys wijdt het Brussels Jazz Weekend in

Hij is vernoemd naar een legendarische filmmaker, bekwaamde zich als jonge skater in kickflips en boardslides, vond zichzelf terug in de boksring, maar ging uiteindelijk voor een three sixty als jazzpianist. Tijdens het Lotto Brussels Jazz Weekend laat Orson Claeys horen waar al die omwegen uiteindelijk samenkomen.
door Tom Zonderman
Orson Dwight Othello Claeys heet de jonge Gentenaar voluit. Met zo’n naam kun je niet anders dan een artistieke carrière ambiëren, toch? “Dat hoeft niet per se, maar ik ben wel blij met die naam”, glimlacht de pianist die zich dit weekend mag tonen op het Brussels Jazz Weekend, de hoofdstedelijke hoogmis van de jazz.
Claeys’ ouders waren duidelijk geïnspireerd. Orson verwijst naar Orson Welles, regisseur van de all-time filmklassieker Citizen Kane. Dwight is een knipoog naar de Amerikaanse president Eisenhower, en Othello komt van het gelijknamige toneelstuk van Shakespeare. Zijn broer Aimé, die als acteur al indruk maakte in de series 1985 en Knokke off, heeft Aimé Atticus Salim Claeys op zijn paspoort staan.
“Mijn vader en moeder zijn geen kunstenaars, ze zijn gewoon gefascineerd door die figuren”, zegt Claeys. “Ze hebben ons nooit een richting willen opsturen. ’Maakt niet uit wat je doet, als je het maar met passie doet’, was hun filosofie. We zijn niet allemaal artistiek bezig. Mijn andere broer is dakwerker, en mijn halfzus zit in de IT.”
De trip van Kendrick Claeys begon als tienjarige aan een klassieke pianoopleiding nadat hij voor het eerst de aantrekkingskracht van dat instrument had ontdekt bij een lagereschoolvriendje. Maar eerst wilde hij skater zijn, als tiener droomde hij zelfs van een carrière als pro. “Ik stond ermee op en ging ermee slapen”, vertelt hij. “Ik was best goed, werd ook gesponsord door een skatewinkel in Gent.”
Op het einde van de kunsthumaniora verloor hij zijn hart dan weer aan boksen. “De overgang van tiener naar twintiger vond ik heftig, ik had een uitlaatklep nodig. Boksen heeft me enorm veel bijgebracht. Je leert er discipline kweken, maar ook omgaan met stress. Als je in de ring stapt, moet je rustig blijven. Het is als een spelletje schaak. Hoe kalmer je bent, hoe beter je kunt presteren. In de muziek is dat ook zo.”
Na de middelbare school twijfelde Claeys of hij zou stoppen met muziek, of doorgaan. In het zog van enkele vrienden belandde hij op het conservatorium in Brussel. Boksen liet hij vallen om zijn vingers te sparen.
“Plots besefte ik: als je die studies wilt doen, moet je er driehonderd procent voor gaan.”
Die driehonderd procent resulteerde intussen in een bekroning als Twintiger van Klara, en de Brussels Jazz Vanguard Award, de gloednieuwe jazzprijs die hij als eerste binnenrijfde en als beloning op het Brussels Jazz Weekend belandde.

“Boksen heeft me enorm veel bijgebracht. Je leert er discipline kweken, maar ook omgaan met stress”
Claeys ziet zichzelf nochtans niet als een jazzmuzikant pur sang. “Jazz is zo’n grote term, daar kan bijna alles onder vallen, zolang er improvisatie in zit. Maar momenteel sluit jazz wel het dichtst aan bij wat ik doe. Het is de puurste, meest vrije en oprechte vorm van muziek die er bestaat.”
Als hij niet naar jazz luistert, doet hij zich te goed aan hiphop, afrobeat, amapiano en soul. Een gamechanger in zijn muzikale vorming was het album To pimp a butterfly van de Amerikaanse rapper Kendrick Lamar. “Ik was een jaar of zestien toen het uitkwam. Met mijn vrienden heb ik die songs urenlang gepompt, elke keer ontdekte ik er iets nieuws in. Nu nog steeds. Die plaat is echt een trip.”
Net als veel andere Belgische jazzmuzikanten van zijn generatie heeft Claeys een open vizier. “Klopt. Jazz is sowieso voortdurend geëvolueerd. Zeker in Brussel is de scene heel elektronisch en beatgericht geworden, soms is het bijna techno. Maar in de seventies werd er ook al veel met elektronica en rock geëxperimenteerd.”
De piano is natuurlijk al uitvoerig verkend in de jazz, van Duke Ellington over Keith Jarrett tot Brad Mehldau. Is het niet verlammend om daar als jonge muzikant nog iets aan te willen toevoegen? “Zo wil ik niet denken, want dan zou ik meteen stoppen”, zegt Claeys. “Je probeert gewoon je eigen taal te ontwikkelen. ‘As soon as you
realize that you’re not the exclamation mark, but rather the dot on the exclamation mark, then the whole world opens up for you’, heb ik Pharrell Williams ooit eens horen zeggen. Dat verklankte precies hoe ik het zie.”
De kracht van het nu
Uit Claeys’ toewijding vloeiden de voorbije vier jaar ook twee ep’s: Conversations en Odyssey to self. Op die eerste toonde hij zijn interesse voor fusion, waarbij zijn pianospel werd geflankeerd door wild solerende gitaren. Op de tweede toonde hij een weemoedigere kant van zichzelf, met een opvallende rol voor de oed, de Arabische luit.
“Mijn vader legde thuis vaak muziek van Anouar Brahem en Dhafer Youssef op, dat is blijven hangen. Ik kan het moeilijk uitleggen, maar er is iets aan die instrumenten en die klanken uit die regio’s dat mij diep raakt. Voor mijn eindrecital aan het conservatorium heb ik onderzocht hoe je Midden-Oosterse thema’s kunt mengen met westerse jazz. Zo ben ik bij Akram Ben Romdhane terechtgekomen, een Tunesische oedspeler die zich in Brussel heeft gevestigd.”
Odyssey to self maakte Claeys nadat zijn moeder te horen kreeg dat ze terminale longkanker had. “Je blik op het leven verandert opeens volledig”, zegt de pianist. “Je denkt dat tijd eindeloos is, en plots word je geconfronteerd met eindigheid. Ik ben niet zo’n goeie prater, dus zette ik mijn gevoelens om in muziek. Vandaar ook de grote rol voor de oed, dat instrument benaderde op dat moment het dichtst wat ik voelde.”
Bij de ep maakte Claeys samen met regisseur Lisa Coenen een kortfilm, waarin zijn broer Aimé terugkeert naar zijn ouderlijk huis nadat hij vernomen heeft dat zijn moeder overleden is. “Die film verklankte het verhaal van de plaat: blijf je vluchten van je emoties, of draai je je om en ga je ze aan, head on?” Het verhaal is fictie, zegt Claeys. “Mijn moeder heeft de kanker overwonnen, het gaat gelukkig goed met haar.”
Die periode van wanhoop deed Claeys vooral nog meer geloven in the power of now, volgens de filosofie van Eckhart Tolle. En dat hij zoals hij zei driehonderd procent voor muziek moest gaan. Op het Brussels Jazz Weekend toont hij een glimp van zijn debuutalbum, dat hij dit najaar uitbrengt en waarop hij al zijn levens laat samenkomen in het nu. “Het wordt een mix van de steunpilaren in mijn leven: de discipline van het boksen, de vrijheid van skateboarden, de openheid van jazz en de puls van hiphop.”
Orson Claeys treedt op 22/5 op op het Brussels Jazz Weekend, lottobrusselsjazzweekend.be
In welk ander vak zou je ook top zijn?
Als kind wilde ik ijscoman of ontwerper van pretparkattracties worden, maar ik betwijfel nu toch of ik daar de nodige aanleg en skills voor heb. Als je jezelf een andere naam kon geven, welke zou dat dan zijn?
Bebek Vermie. Die naam kreeg ik al eens, per ongeluk, bij mijn geboorte. In een ziekenhuis in Istanbul. Op mijn bloedgroepkaart en op het bandje dat ik als baby rond mijn arm kreeg, noteerde een verpleegkundige de voornaam ‘Bebek’ – Turks voor ‘baby’ – en de familienaam ‘Vermie’ – een verbastering van ‘Vermeire’, de familienaam van mijn moeder. Ik hoop die mysterieuze Bebek Vermie ooit te ontmoeten.
Waarop trakteer je jezelf af en toe?
Luieren in mijn hangmat in de mooie Chazalstreek, met haar glooiende weilanden en doorgaand verkeer in de pittoreske gemeente Carbeek. Ook bekend als het terrasje van mijn appartement gelegen in de Schaarbeekse Chazallaan.
Met welke quote pak je graag uit?
“Ook dit is Brussel, hé mannen!” Die woorden vuurde de stagebegeleider voortdurend af wanneer hij ons groepje aspirantleerkrachten die stage liepen in Brusselse scholen, rondgidste. Of hij het had over de glimlach van de slager, een stapel zwerfvuil op het voetpad, de gekleurde molentjes langs het kanaal of de ornamenten op de gevel van een negentiendeeeuws herenhuis. Ik gebruik ze nu ook te pas en te onpas.
Welk nutteloos feitje ken jij?
Elk glas water dat je drinkt bevat moleculen die ooit door een dinosaurus zijn uitgeplast.
Welk vreemd voorwerp slingert rond in je huis?
Een herfstig portret van koning Filip en koningin Mathilde, zittend op een bankje, met aan hun voeten hun twee hondjes, staat ingekaderd op het toilet. Allebei kijken ze vriendelijk en begripvol naar boven, alsof ze de gebruikers van het kleinste kamertje discreet maar liefdevol aanmoedigen. Wie verdient het écht om ‘heilig’ verklaard te worden?
Rosalía. Het Vaticaan sprak al zijn waardering uit voor haar laatste album, Lux. Een heiligverklaring is dan toch niet zoveel meer gevraagd? Komaan, Leo, je kunt het.

• Tijl Nuyts (1993) werd geboren in Istanbul, groeide op in Kortrijk en woont in Schaarbeek
• Studeerde Taal- en Letterkunde: Engels-Spaans
• Debuteerde in 2017 als dichter met Anagrammen van een blote keizer, genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Met zijn tweede bundel, Vervoersbewijzen (2021), won hij de Herman de Coninckprijs
• In zijn debuutroman Grondwerk ondergraaft een naakte molrat het Vaderlandsplein zoals de mens zijn leefwereld ondergraaft. Nuyts werd ervoor bekroond met de Boon Literatuurprijs
Voor welke breed gebezigde uitvinding ben jij bijzonder dankbaar?
De deur. Wonderlijk, zo’n vlak dat je kunt openzwaaien om door een muur te wandelen en dan weer achter je te sluiten, alsof er niets is gebeurd.
Welke wet zou je meteen invoeren?
Het zou al mooi zijn als de bestaande wetten zouden worden gehandhaafd. Denk maar aan de ministers en staatssecretarissen van Migratie die veroordelingen oplopen omdat ze de rechten van asielzoekers niet respecteren. Onze rechtsstaat zou zich ietsje weerbaarder mogen opstellen. Welke app ontbreekt in je leven?
Duolingo. Nadat het groene uiltje me iets te veel passiefagressieve mails had gestuurd, zijn we helaas uit elkaar gegaan. MICHAËL BELLON
Tijl Nuyts is een van de gasten op Brussels City of Traces: Storytelling Festival dat op 23/5 plaatsvindt in Muntpunt en Passa Porta, passaporta.be

Elke week toont een Brusselse tiener zijn favoriete plek in de stad. Deze keer neemt Miriam (15) BRUZZ mee naar het Jubelpark waar ze ooit leerde fietsen en nu met vrienden afspreekt om van de zon te genieten.
Waarom is deze plek belangrijk?
Vroeger kwam ik hier na school met mijn babysitter, het is dicht bij mijn huis. Nu kom ik om mijn vrienden te zien, soms spelen we volleybal. Je bent half Italiaans, wat is voor jou typisch Italiaans?
Italianen zijn heel vriendelijk en ze praten veel, dat is de cultuur. Mijn moeder praat met iedereen op straat, ook als ze niet Italiaans zijn. Op school is dat niet goed, we praten te veel, de hele klas is Italiaans.
Volg je de politiek in Italië?
(Zucht heel diep) We houden zoveel van Italië, maar de politiek maakt dat moeilijk.
Kijk je ernaar uit om te mogen stemmen als je achttien bent?
Iedereen moet stemmen, het heeft invloed op ons dagelijks leven. Je moet je goed informeren. Als je niks weet, stem je beter niet. Misschien zie je het nu niet, maar later kun je denken dat je misschien anders had moeten stemmen als je meer informatie had gehad. Is fake news een onderwerp op school?
Ja, we zagen er zelfs een toneelstuk over. We hebben het ook over het internet. Mijn moeder zegt altijd dat als je iets online schrijft het daar blijft. Als je iets zegt, zullen mensen dat misschien vergeten.
Hoe kijk je naar je toekomst?
Ik ben nog jong, ik ben nog aan het zien wat ik wil doen en wie ik wil zijn. Ik denk niet dat ik in Brussel blijf. Er zijn goede mogelijkheden hier, maar ik woon er te lang. Ik wil de wereld zien, een uitwisseling doen met de universiteit. In Italië moeten jongeren van mijn leeftijd al kiezen wat ze willen doen, ik weet niet hoe ze dat doen, want ik heb nog geen idee. MARJON UDO
Wil jij ook je favoriete plek tonen? Stuur een mailtje naar ket@bruzz.be.

Vul de cijfers 1 tot en met 9 in het rooster in, zodat het resultaat van de sommen klopt met de cijfers rechts en onderaan de kolommen. Elk getal mag maar één keer voorkomen. Het niveau van de puzzel kan variëren per editie.
Vul de witte vakjes met positieve gehele getallen zodat elke rij een kloppende som vormt met het doelgetal rechts of onder. Reken van links naar rechts en van boven naar beneden, zonder voorrang van × of ÷ (bij delen moet de uitkomst altijd een geheel getal vormen).

De hoofdstad kent veel verborgen plekjes, onverwachte panorama-uitzichten, en onbekende maar daarom niet minder intrigerende panden en kantjes, ver weg van Manneken Pis, de Grote Markt en het Atomium. Zoals deze adelaar. Waar is deze foto genomen? Zelf een foto van een onverwacht stukje Brussel insturen? Mailen naar redactie@bruzz.be
Zoek alle verborgen woorden in het raster van de speciale woordzoeker van BRUZZ. Streep de begrippen één voor één weg, dit kan in alle richtingen: horizontaal, verticaal, diagonaal, en van links naar rechts en andersom.
L D T V M Z R Y R D M T T J E Q J
N S E S L D G A L S T S I U V S Y W E G X C K Z C H N
De puzzels in dit magazine zijn intern ontwikkeld of gegenereerd met gebruik van toegestane tools en artificiële intelligentie. Elke gelijkenis met bestaande puzzels is toevallig.
▢ Overwinning
▢ Trofee
▢ Scheidsrechter
▢ Tegenstander
▢ Overgave
▢ Vuistslag
▢ Bakkes
▢ Kniestoot
▢ Kooi
▢ Muilpeer
▢ Houdgreep
▢ Vechten

28 MEI | 19U Trammuseum
SCHRIJF JE IN lasource-woluwe.be







Toplocatie vlak bij Montgomery, Stockel en het Park van Woluwe
Appartementen en penthouses met 1, 2, 3 en 4 slaapkamers
Geniet van uitzonderlijke lanceercondities en geen BTW






























Belgium’s biggest jazz festival – free access 3 main stages Grand Place – Place de La Bourse – Place Sainte-Catherine open air & indoor
C-RHYMS • Ciao Kennedy • Orson Claeys
Laurent Doumont Sextet • Jeremy Dumont • Furah
Flat Earth Society • FO KOP.UNPLUGGD
Glass Museum • I’m Not Done Cooking
Kunde • Pauline Leblond Double Quartet invites Lucid Lucia Ft. DJ Courtasock • Gaidaa
Kaito Winse • SLR5 • Steiger • Manou Gallo
Marco Mezquida Trio • Shakara United Rêve d’Eléphant Orchestra • Wet Enough
Abigail Johnson • Nathan Surquin Quartet re#encounter • Woolvs Large Ensemble & many more …