Skip to main content

BRUZZ editie 1975 (15-04-2026)

Page 1


Welzijnsbarometer: ‘Wie arm is in Brussel, leeft korter’

Gauwdieven spotten met de chef pickpockets bij de spoorwegpolitie

ARNE QUINZE

‘De stad tot leven brengen met kunst’

Zwerfvuil op de Poincarélaan De prijs van versnippering

Een spontane verkoop van bouwmaterialen met bijhorende afvalhoop. Een verharde vlakte met hobbelige stenen. Mannen die elkaar met tegels bekogelen. Overal zwerfvuil. Een dakloze die een vuurtje stookt om zijn kleren te drogen. Honderden wagens die ongereglementeerd parkeren. Op de middenberm van de Poincarélaan, op het stukje kleine Ring tussen het Zuidstation en de Ninoofsepoort, valt het allemaal te zien. Niet even door omstandigheden en niet alleen de voorbije maanden, maar al decennialang.

De aanhoudende chaos brengt bewoners op de barricaden. “Onze woonwijk is een niemandsland geworden”, oordeelt bijvoorbeeld schrijfster Lize Spit, “waar niemand de verantwoordelijkheid neemt.”

Het aanhoudende protest van de bewoners lijkt de Stad Brussel wat wakker te schudden, al is het nog afwachten of er op het terrein echt beterschap komt.

Dat het zover kon komen op de Poincarélaan is niet gewoon een vergetelheid of de schuld van stadsbewoners en -gebruikers zonder burgerzin. Het is ook de zichtbare zijde van een fenomeen dat op verschillende plaatsen in het gewest voorkomt: gemeenten hebben de neiging om zich in de eerste plaats om hun eigen centrum te bekommeren en veel minder om de gebieden aan de rand van hun grondgebied, waar ze maar deels controle over hebben. De Poincarélaan mag dan in het hart van het gewest liggen, het is tegelijk de grens van de gemeente Brussel. De trottoirs aan de buitenkant van de kleine Ring zijn er grondgebied Anderlecht (en zelfs een stukje Sint-Gillis). De rijbaan is bovendien een gewestweg, terwijl de Stad Brussel de middenberm beheert.

zoeken. De hele omgeving van het Zuidstation met zijn zwerfvuil en urinegeur is niet enkel een voorbeeld van verwaarlozing, maar ook van ondoordachte stedenbouw en de laatste jaren net zo goed stilstand. Alsof de ligging op drie gemeenten (Sint-Gillis, Anderlecht en vlakbij ook de Stad Brussel) de zaak nog niet complex genoeg maakt, speelt ook grootgrondbezitter NMBS er een verlammende rol. Van de nieuwe hoofdzetel is de laatste tijd nog maar weinig vernomen, net als van een opening van de quadrilatères, de magnifieke ruimtes onder de sporen. Toen BRUZZ jaren geleden een reportage over de urinegeur rond het station maakte, duurde het even voor de gemeente Sint-Gillis en het Gewest konden vertellen wie verantwoordelijk is voor toiletten in de stationsomgeving - het bleek uiteindelijk het Gewest.

“Hoe maak je van een niemandsland een ‘iedersland’?”

Nog meer? Ten noorden van de Poincarélaan is er het pijnpunt Ninoofsepoort (Molenbeek en BrusselStad) en elders in het gewest zijn de buurt van het Noordstation (Schaarbeek en SintJoost), de Europese wijk (Etterbeek, Brussel-Stad en Elsene) voorbeelden van plekken waar het ontbreekt aan één bestuurlijke hand die met liefde en daadkracht richting geeft aan de wijk.

Hoe maak je van een niemandsland een ‘iedersland’? Hoe stop je de versnippering die bijdraagt tot het middenbermstort op de Poincarélaan? Het is een netelige kwestie, die al snel een loopgravendebat oplevert: “Fuseer de gemeenten” versus “Raak er niet aan”.

Kris Hendrickx Redacteur In het edito fileert de redactie de Brusselse actualiteit.

Voor meer voorbeelden is het niet ver

Toch is het een vraag waar we ons ooit eens zullen moeten over buigen. Misschien kan het helpen als we daarbij vertrekken van de vele plekken waar Brussel en zijn bewoners beter verdienen, in plaats van van de eigen dogma’s.

Lees meer Gezondheid ‘Wie arm is in Brussel, leeft korter’ p.6

De ochtend van BRUZZ met Lilith

Brusselse actua en de laatste nieuwtjes uit binnen- en buitenland

ma-vrij van 7u-10u op BRUZZ radio en bruzz.be

Plan je route langs

meer dan 1700 kunstenaarsateliers in Vlaanderen en Brussel

Inhoud

15april 2026

Heel wat Brusselse moskeeën willen uitbreiden: ‘Mensen moeten soms buiten bidden’

Doe-tips

ElkemaandzoektBRUZZKetnaar deleukstedoe-tips.Ookinde tweedehelft van april valt erveel te beleveninBrussel:ondermeer het VOLT-festivalinBronksen het HOPLA!-circusfestival.

Lees er alles over op BRUZZKet.be

10jaarBRUZZ

BRUZZbestaat10jaar.Vanaf maandag20aprilbliktderedactie eenheleweeklangnaBRUZZ 24 terug met debeste,grappigsteen opmerkelijkstereportages.

Elke dag na BRUZZ 24

COLOFON

18

Steeds meer gezinnen in Brussel verkiezen één kind boven twee of meer. ‘Al die vragen erover zijn kwetsend’

OPDECOVER

41 Uitgelicht KunstenaarArneQuinze kan het ookopkleineschaal

ACTUALITEIT

03Vooraan ZwerfvuilopdePoincarélaan: deprijs van versnippering

06Gezondheid ‘Wiearmisin Brussel,leeftkorter’

12Actueel Barsteninburgerfronttegen Good Move

14Opinie ‘Wieslooptdegrenzenin Brussel?’

15Cartoon DelphineFrantzen

VERHALEN

26 Interview Jean-PhilippeSchreiber: ‘Antisemitismeiseendodehoekin het antiracisme’

32 Cultuur LanderenFemkeGyselinck zoekenin‘Figures of speech’de spanningtussencontroleen improvisatie

ELKEWEEK

14 Stadsleven Vandaagisrood 16Inbeeld

16In het nieuws

25BeestigBrussel DeAmerikaanse rivierkreeft,eeninvasieve exoot

30 Column Kruispunt

31CityJobs CarloCerchijaagtop zakkenrollers

44Hang-out Robel

46Puzzelpagina

CULTUURGIDS

36Shoptips

37 Eat &Drink 3xnoculturalappropriation

38Uittips

39Kleinonderhoud STIJN

40Uittips

43Inzichten SarahVanhee

BRUZZ Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65 ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80 Gratis in Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België: 29 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393 van Vlaams Brusselse Media vzw, een abonnement binnen Europa kost 119 euro per jaar, buiten Europa 139 euro per jaar OPLAGE 50.000 exemplaren ADVERTEREN? Angela Mngongo 02-650.10.81 angela.mngongo@brusselmedia.be DISTRIBUTIE Ute Otten, 02-650.10.63, ute.otten@bruzz.be KLACHTEN? klachten@bruzz.be - www.bruzz.be/klachten ALGEMENE DIRECTIE Johan Goossens ALGEMEEN HOOFDREDACTEUR Klaus Van Isacker COÖRDINATOR MAGAZINE Maarten Goethals ART DIRECTOR EN VORMGEVING Heleen Rodiers VORMGEVING Johanna Collier, Maud Declerck EINDREDACTIE Karen De Becker WERKTEN MEE AAN DIT NUMMER Eva Christiaens, Kris Hendrickx, Sophie Soukias, Steven Van Garsse, Tom Zonderman (redacteurs); Michaël Bellon, Jasper Croonen, Andy Furniere, Niels Ruëll, Maya Toebat, Jasper Van Belle, Emmanuel Vanbrussel, Matisse Van der Haegen, Sarah Vandoorne, Lies Van Overschée (medewerkers); Inne Krokaert, Minne Uyttersprot (stagiaires) FOTOGRAFIE & ILLUSTRATIE Bart Dewaele, Tiene Carlier, Kim Duchateau, Delphine Frantzen, Ivan Put, Saskia Vanderstichele, Emiel Viellefont VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Johan Goossens, Flageyplein 18, 1050 Elsene.

Meer BRUZZ

‘Wie arm is in Brussel, leeft korter’

Nieuwe Welzijnsbarometer legt ongelijkheid in Brussel bloot

Brussel verarmt en de hoge woonkosten doen de ongelijkheid in de hoofdstad alleen maar aanzwellen. Dat blijkt uit de nieuwste Welzijnsbarometer van het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn. “De levensverwachting in Molenbeek is vijf jaar korter dan in Sint-Pieters-Woluwe.”

door Eva Christiaens

Wonen

kost armste Brusselaars het meest

Is een dak boven je hoofd in Brussel stilaan een luxegoed? In elk geval betalen de armste Brusselaars er naar verhouding een pak meer voor dan rijkere stadsbewoners. Voor de twintig procent laagste inkomensgroepen in Brussel kost huisvesting, inclusief alle toebehoren zoals energie en water, zowat de helft van hun maandelijks inkomen. Daarentegen besteden de twintig procent rijkste Brusselaars maar zo’n tien procent van hun

inkomen aan wonen. Dat vergroot de ongelijkheid binnen Brussel, maar ook ten opzichte van de rest van het land.

“Wonen is hier duurder dan elders. Er zijn dus niet alleen meer Brusselaars met een laag inkomen, maar de woonlasten wegen ook zwaarder, waardoor er nog minder geld overblijft”, zegt onderzoekster Marion Englert van Vivalis, de Brusselse overheidsinstelling die bevoegd is voor gezondheid, welzijn en sociale bijstand.

De armste Brusselaars hebben na aftrek van hun woonkosten gemiddeld nog maar dertien euro per persoon per dag ter beschikking voor alle andere uitgaven, weet Vivalis.

Liefst dertien procent van de Brusselse gezinnen ondervindt energiedeprivatie, wat wil zeggen dat ze hun woning niet kunnen verwarmen of hun elektriciteits- of gasfacturen niet kunnen betalen.

Een kwart van de Brusselaars woont in een woning met ernstige gebreken, zoals vocht of te weinig licht, en dertig procent van de Brusselaars in een woning die overbezet is, of liever: te klein voor de gezinssamenstelling.

“Dat soort indicatoren wordt niet meegeteld in de officiële berekening van het armoederisicocijfer”, zegt Englert, een risico dat volgens nationale enquêtes lichtjes daalt

in de voorbije vijf jaar. Een kwart van de Brusselaars leeft nu nog met een inkomen onder die armoederisicogrens. Alleen: dat risicocijfer houdt enkel rekening met inkomsten, en niet met iemands reële levenskosten. Een alleenstaande loopt in België risico op armoede bij minder dan 1.565 euro aan inkomsten per maand, een koppel met twee kinderen bij minder dan 3.286 euro. “Maar het aantal Brusselaars dat zich geen onverwachte uitgave kan veroorloven of niet elke twee dagen proteïnen kan eten, neemt intussen wel toe”, zegt Englert.

Mensen zonder papieren, daklozen en bewoners van rusthuizen zitten trouwens

niet in die indicatoren vervat, benadrukt ze. Zowat de helft van alle sans-papiers in België verblijft in Brussel, naar schatting meer dan 50.000 personen.

Verhoudingsgewijs zouden in Sint-Gillis en Brussel-Stad zelfs al meer dan één op de veertien inwoners geen geldige verblijfspapieren hebben. “In het algemeen groeit de precariteit dus zeker wél, wat we ook zien aan het groeiende aantal gezinnen op de wachtlijst voor sociale woningen (een stijging met 80 procent in vijftien jaar tijd, red.) en het aantal dakloze personen (net geen tienduizend mensen in 2024, red.)”, zegt Englert.

De levenskosten in de hoofdstad liggen dus hoog en vooral de woonkosten zijn moeilijk te drukken voor wie minder verdient. “Een deel van hen verhuist daarom naar verdere steden, zoals Charleroi of La Louvière”, zegt Marion Englert. “We weten dat er in het algemeen veel verhuismobiliteit is. Dat betekent dat een deel van de mensen in armoede nieuw is. Alleen weten we nog niet of Brussel die mensen effectief kansen biedt op opwaartse sociale mobiliteit.”

Dat vraagt bijkomend onderzoek, net als de verhuisbewegingen van armere Brusselaars.

Leeflonen

zullen werkloosheidsuitkeringen inhalen

Een extra uitdaging voor ditzelfde jaar is de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen. Sinds 1 april is een grote groep Brusselaars die uitkering kwijt, na een eerste golf in januari en tweede golf in maart. Na de laatste golf in juli volgend jaar zullen samen 37.751 Brusselaars hun uitkering zijn verloren, volgens de jongste cijfers van de RVA. Een deel kan wel aankloppen bij het OCMW voor een leefloon. Naar verwachting een derde tot de helft van die groep zal dat ook doen of is er al mee bezig.

“Dat zal een sterke groei van het aantal personen bij het OCMW met zich meebrengen, terwijl die groei al aan de gang was”, zegt Marion Englert, bijvoorbeeld door hervormingen van de inschakelingsuitkeringen voor jongeren. Tussen 2013 en 2025 steeg het aantal leefloongerechtigden in Brussel met liefst 66 procent, terwijl het aantal personen met een werkloosheidsuitkering met 35 procent daalde. Bij jongeren tussen 18 en 24 jaar oud verdubbelde het aantal leeflonen zelfs in diezelfde periode, tegenover een felle daling van 75 procent in het aantal werkloosheidsuitkeringen.

Vorig jaar ontving al vijftien procent van de Brusselse jongeren in die leeftijdsgroep een leefloon, ofwel een equivalent leefloon in het geval van asielzoekers. Dat wil zeggen dat bijna één op de zes Brusselse jongeren leeft van zo’n vervangingsinkomen. Bij Brusselse 65-plussers geniet trouwens net zo goed veertien procent van een inkomensgarantie (IGO). De stijging gaat bij beide groepen sneller dan in de rest van ons land.

“Eén op de zes is een enorm cijfer voor onze jeugd, en in het algemeen staan de OCMW’s al onder grote druk”, zegt Englert. “Het aantal mensen met een leefloon of andere hulp van het OCMW zal onvermijdelijk toenemen. We zullen pas over een jaar weten in welke mate precies, maar het is al zeker dat het aantal leeflonen in Brussel het aantal RVA-uitkeringen zal overtreffen.”

Vorig jaar ontvingen in Brussel nog iets meer dan 50.000 mensen zo’n werkloosheidsuitkering van de RVA, maar ook al meer dan 47.000 mensen een leefloon. Die verdeling zal dit jaar omkeren en wellicht verder spreiden. “Het is duidelijk dat de armste gemeenten de hoogste financieringsnoden zullen hebben”, besluit Englert. In Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Node, Anderlecht en Schaarbeek ontvangt grofweg

15 %

van de Brusselse jongeren tussen 18 en 24 krijgt een leefloon

één op de tien volwassen inwoners nu al een leefloon, ten opzichte van maar 1,9 procent van diezelfde leeftijdsgroep (18-64 jaar) in Sint-Pieters-Woluwe. Die uitkeringen liggen telkens onder de armoederisicogrens. In datzelfde Molenbeek, Anderlecht en Sint-Joost zal naar verwachting nog eens 6 à 7 procent van de inwoners (in diezelfde leeftijdscategorie) hun RVA-uitkering verliezen.

Kinderen

dragen armoede lang mee

Het spreekt voor zich dat ook de jongste Brusselaars die armoede mee ondervinden. Lage gezinsinkomens veroorzaken een algemeen armoederisicocijfer van 32 procent onder de Brusselse jeugd. Dat is hoger dan het armoederisicocijfer voor de Brusselaars in het algemeen en gaat vaak gepaard met slechte leefomstandigheden in krappe of ongezonde woningen.

Ruim zes op de tien kinderen in heel Brussel hebben recht op een sociale toeslag in de kinderbijslag – een systeem dat sinds 2020 in voege is voor gezinnen met een

bescheiden jaarinkomen. Het gaat om een toeslag boven op het basisbedrag. Alleen is ook die sterk verschillend per gemeente: in Molenbeek en Sint-Joost heeft bijna tachtig procent van de kinderen recht op zo’n toeslag, ten opzichte van minder dan dertig procent in Sint-Pieters-Woluwe.

De effecten van eventuele kinderarmoede zijn niet eenduidig te bepalen, maar Vivalis toont wél een zichtbaar verband met schooluitval en -achterstand. Die percentages liggen opnieuw beduidend hoger in armere gemeenten en vooral in het beroepsonderwijs. In Sint-Joost-ten-Node zou tot een kwart van de jongeren in het middelbaar onderwijs minstens twee jaar achterstand oplopen. In Molenbeek, Schaarbeek, Sint-Gillis en Brussel-Stad is dat telkens ongeveer een vijfde, tegenover ‘maar’ een tiende van de jongeren in de zuidoostelijke gemeenten van het gewest. Nieuwkomers in onthaalklassen zijn hier nog niet in meegerekend.

“In een gezin waar de ouders werkloos zijn of een onzekere job hebben, waar de woning ongezond of overbezet is, ondervindt iedereen gevolgen voor de fysieke en mentale gezondheid, ook de kinderen”, zegt Marion Englert. “De leefomstandigheden hebben een invloed op de schoolloopbaan,

“De armste Brusselaars hebben na aftrek van hun woonkosten maar dertien euro per persoon per dag over voor hun uitgaven”
Marion Englert Onderzoekster bij Vivalis

© PHOTONEWS

en schooluitval heeft op zijn beurt natuurlijk een impact op de latere jobkansen. Het is een vicieuze cirkel.”

Precies het schoolverzuim groeit trouwens sinds de coronajaren, mogelijk door een algemene terugval in mentale gezondheid bij jongeren, maar wel vooral in Brussel.

Eenzaamheid

blijft hoog

Die dip in mentale gezondheid zit dan ook breder dan de jongeren alleen. “Bij alle leeftijdsgroepen zie je dat de niveaus van angststoornissen en depressies nog niet gedaald zijn naar hun oude niveau”, zegt Marion Englert. Bijna een vijfde van alle Brusselaars zou symptomen van angst of depressie vertonen, leerde de laatste gezondheidsenquête van Sciensano daarover. Die mentale gezondheidsklachten vormen in toenemende mate een reden of aanleiding tot invaliditeit op het werk, vooral bij vrouwen en vooral bij arbeiders.

Daarnaast sukkelen veel Brusselaars met aanhoudende eenzaamheid en isolement. Tot zes procent zou op maandbasis geen enkele vriend of familielid zien buiten het eigen huishouden. Dat is dubbel zoveel als in de rest van het land en het uit zich in negatieve gevoelens: acht procent van de Brusselaars zegt zich de voorbije maand eenzaam te hebben gevoeld. Het gaat wel om cijfers uit diezelfde coronaperiode (via Statbel in 2022), maar de link met sociale factoren zoals inkomen blijft overeind.

“Er is evengoed een grote groep Brusselaars die helemaal niet aan eenzaamheid lijdt”, benadrukt Marion Englert, “maar net dat maakt het zo gepolariseerd. Als je werkloos of inactief bent, loop je meer risico op eenzaamheid. Alleenstaanden of eenoudergezinnen lopen meer kans op isolatie dan koppels met of zonder kinderen. En zij komen in Brussel nu eenmaal vaker voor.”

Een laatste, enigszins afwijkende risicogroep zijn de internationale expats, die hier vaak ver van hun familie wonen.

60 %

van de kinderen in heel Brussel heeft recht op een sociale toeslag in de kinderbijslag

Gezondheid

volgt ongelijkheid

Hoe kan de Brusselse regering en vooral de gezondheidspreventie hier dan op inspelen? De levensomstandigheden van veel Brusselaars hebben in elk geval een duidelijk effect op hun gezondheid: in de armste gemeenten ligt de levensverwachting maar liefst vijf jaar lager dan in de rijkste hoeken van Brussel.

38 procent van de armste Brusselaars heeft dan ook al zorg moeten uitstellen, tegenover minder dan vier procent van de rijkere inwoners van de stad. Als het gaat om preventieve screenings, bijvoorbeeld rond borstkanker, ligt de deelname bij lagere inkomensgroepen fors lager dan bij rijkere Brusselaars. En zeer concreet komen bepaalde ziekten, zoals diabetes, veel vaker voor bij wie het minder breed heeft: in Brussel lijdt dertig procent van de armste 65-plussers aan diabetes, drie keer zoveel als hun rijkste leeftijdsgenoten. Vivalis heeft die ziektecijfers nu voor het eerst per inkomenscategorie samengevat.

Die ongelijkheid en vooral de geografische spreiding ervan in Brussel is trouwens niet nieuw, maar al decennia stabiel. Wel is het goed mogelijk dat de schrapping van heel wat werkloosheidsuitkeringen de verschillen nog verder zal uitdiepen,

30 %

van de armste 65-plussers in Brussel lijdt aan diabetes, drie keer zoveel als hun rijkste leeftijdsgenoten

waarschuwt Englert. “Op de korte en middellange termijn is het waarschijnlijk dat de armoede zal toenemen onder gezinnen die een direct inkomensverlies lijden”, zegt ze, als dat verlies niet wordt opgevangen door een leefloon of andere uitkering. Het rapport spreekt zelfs over een risico op ‘blijvende effecten van de federale maatregel’. Is de politieke verantwoordelijkheid voor die inkomensval louter federaal? “Betaalbare en sociale woningen, maar ook goede zorg en gezondheidspreventie op wijkniveau, blijven Brusselse aangelegenheden”, zegt ze.

Hoe zwaar weegt wonen op jouw budget? Vergelijk jezelf met jouw inkomensgroep via de BRUZZ-simulator op BRUZZ.be/ woonlasten

QUI EST PAUVRE À BRUXELLES VIT MOINS LONGTEMPS

FR/ La pauvreté augmente à Bruxelles, surtout en raison des coûts élevés du logement qui aggravent les inégalités. Les habitants les plus vulnérables vivent plus souvent dans de mauvaises conditions et disposent de moins de revenus pour leurs besoins essentiels. Cela se traduit par un écart de santé net, avec une espérance de vie jusqu’à cinq ans plus courte dans les quartiers pauvres.

THOSE WHO ARE POOR IN BRUSSELS LIVE SHORTER LIVES

EN/ Poverty is increasing in Brussels, mainly due to high housing costs that deepen inequality. The most vulnerable residents more often live in poor conditions and have less income left for basic needs. This leads to a clear health gap, with life expectancy up to five years lower in poorer neighbourhoods.

© PHOTONEWS

THEATER, DANS, PERFORMANCE EN BEELDENDE KUNST met Apichatpong Weerasethakul, Bouchra Ouizguen & Dançando com a Diferença, Alice Diop, Davi Pontes & Wallace Ferreira, Germaine Kruip, Ewa Dziarnowska, Dana Michel, Lagartijas Tiradas al Sol, Emmanuel Van der Auwera, Orian Barki & Meriem Bennani, Laura Huertas Millán, Decoratelier Jozef Wouters, Marlene Monteiro Freitas, Michael Disanka, Alberto Cortés, Maria Hassabi, Cedric Mizero, Ali Asghar Dashti & Nasim Ahmadpour, Leu Wijee & Mio Ishida, Romeo Castellucci, Janaina Leite, Boris Charmatz / Terrain, Basel Abbas & Ruanne Abou-Rahme, Angélica Liddell, Thanapol Virulhakul, Salim Djaferi, Chien-Han Hung & Wei-Yao Hung & Ray Tseng, MEXA, Carolina Bianchi, Habib Ben Tanfous, Industria Indipendente

FREE SCHOOL — A SOFT SCHOOL: ON MALLEABILITY met McKenzie Wark, Faye Driscoll, Bart Seng Wen Long & Kaisa Saarinen, Ali Cherri, Doruntina Kastrati Nightlife en meer

Meer info en tickets: www.kfda.be

V.U./E.R. Frederik Verrote, Kunstenfestivaldesarts, Handelskaai 18 Quai du Commerce, 1000 Brussel /Bruxelles
Designed by La Villa Hermosa

Barsten in burgerfront tegen Good Move

Politieke recuperatie leidt tot spanningen

Bij de burgercomités die zich tegen het gewestelijke mobiliteitsplan Good Move verzetten, heerst onenigheid. Sommigen vinden dat de beweging te dicht bij de MR en autoclub Mauto Défense aanleunt.

Het eerste comité Non au plan Good Move ontstond in 2022 uit protest tegen het circulatieplan in de Anderlechtse wijk Kuregem en kreeg navolging in verschillende Brusselse gemeenten. Fouad El Abbouti, een van de initiatiefnemers van het eerste uur in Anderlecht, probeerde de activiteiten te centraliseren door in mei 2024 de overkoepelende – en uitsluitend Franstalige – website Badmove.be te lanceren.

Intern borrelt nu de kritiek op dat de burgerbeweging haar politiek neutrale roots aan het verliezen is en te gefixeerd is op Ecolo en Groen bashen. “We zijn te veel een spreekbuis geworden van de MR en de pro-autolobby”, zegt een insider die liever anoniem blijft. “Velen lijken vergeten te zijn dat de oorspronkelijke bedoeling een moratorium op Good Move was, zodat er ruimte kon ontstaan voor aanpassingen. Het was een beweging die niet links en niet rechts was.”

Filosoof Martin Vander Elst (UCLouvain), mede-initiatiefnemer en voormalig woordvoerder van het comité in Kuregem, heeft de beweging al enige tijd geleden verlaten en wil

er niets meer over zeggen. Ook andere sympathisanten van het eerste uur zouden zich vragen stellen over hun toekomstige rol.

Wat verderop in Brussel klinkt een ander verhaal. Bij Non au plan Good Move in Jette is er eensgezindheid en is er geen sprake van politisering, vindt Annemie De Winter. Zij ijvert voor de heropening van de Broustinlaan, een idee dat onlangs de steun kreeg van burgemeester Claire Vandevivere (Les Engagés).

“We zijn een burgerbeweging, los van politieke strekkingen. Good Move is een heel slecht project, waarbij de werking van wijken ontwricht wordt en sommige straten een voorkeursbehandeling krijgen. Wat ons als actievoerders verbindt, is een nuchtere kijk op Brussel”, zegt De Winter.

Politieke recuperatie

Er zijn online al minstens twee pogingen tot politieke recuperatie van het project geweest. Het Vlaams Belang zette in september 2022 de website Nogoodmove.be op. En afgelopen september lanceerde Brussels MR-parlementslid Geoffroy Coomans de website Badmove.brussels, met een bijhorende petitie.

El Abbouti beklemtoonde toen in een reactie dat Badmove.brussels niets met Badmove.be te maken heeft en dat de comités Non au plan Good Move apolitiek zijn en uitsluitend door vrijwillige burgers bemand worden. Toch krijgt ook hijzelf van sommigen het verwijt te veel aan politieke stemmingmakerij te doen.

Voor anti-Good Move-activisten die doorgaans links stemmen, is het soms een moeilijke spagaat: ze zijn het grotendeels eens met de mobiliteitsstandpunten van

de MR, maar vinden de positie van de Franstalige liberalen over de beperking van de werkloosheidsuitkering of over de Palestijnse kwestie dan weer onverteerbaar.

Mauto Défense

Sommigen in Anderlecht vrezen een machtsgreep door Mauto Défense, de vzw die zegt de belangen van auto’s en moto’s in het verkeer te behartigen. Er wordt zelfs gespeculeerd over een fusie op middellange termijn tussen Mauto Défense en Non au plan Good Move. De bewegingen kennen elkaar goed. Actievoerders van Mauto Défense zijn sinds jaar en dag zichtbaar aanwezig bij lokale protestacties van Non au plan Good Move.

“Het is vanzelfsprekend dat we met elkaar spreken en dat eendracht macht maakt. Maar in dit stadium valt er niets anders te melden”, zegt Lucien Beckers, de oprichter van Mauto Défense, over een mogelijke toenadering. “We hebben regelmatig contacten over een gedeeld doel, zoals in het verleden, maar er is niets concreets”, zegt El Abbouti.

Mauto Défense werd in 2020 opgericht door Ukkelaar Beckers, met costichters uit gemeenten als Sint-Pieters-Woluwe, Kraainem of Waterloo. De actiegroep beschouwt minister van Mobiliteit Elke Van den Brandt (Groen), net als Good Movebedenker Pascal Smet (Vooruit), als de gezworen vijand. Van den Brandt diende enkele jaren geleden nog een klacht in tegen Beckers wegens doodsbedreigingen aan haar adres die in zijn Facebookgroep opdoken, maar die klacht werd geseponeerd.

Petities

Nog een splijtzwam is de vraag of de hele Non au plan Good Move-beweging zich ook

met andere mobiliteitsacties moet bemoeien die niet rechtstreeks onder het mobiliteitsplan vallen. De taxifederatie FeBeT herlanceerde bijvoorbeeld onlangs haar petitie om het ontslag van Van den Brandt te eisen, omdat ze de sector zou dwarsbomen. De petitie haalt intussen ruim 18.500 handtekeningen.

Wat nog meer tractie heeft, is een gelijkaardige petitie van de handelaars van Elsene tegen de gewestelijke dienst Parking. brussels, die een onredelijk boetebeleid verweten wordt. Die petitie is al goed voor 24.500 handtekeningen. Volgens sommige handelaars in Elsene is het verzet tegen Good Move en tegen Parking.brussels één en

“Wat ons als actievoerders verbindt, is een nuchtere kijk op Brussel”

Annemie De Winter Non au plan Good Move Jette

dezelfde strijd die gezamenlijk gevoerd moet worden, maar niet iedereen binnen de burgerbeweging staat voor zo’n vermenging te springen. “Dat zijn twee verschillende dossiers”, wordt geargumenteerd.

Kortom: terwijl de Brusselse regering aan een afgezwakte opvolger voor Good Move sleutelt, moet ook de revolterende burgerbeweging zich heruitvinden. Daarbij is de vraag of lokaal en projectgericht burgerprotest te rijmen valt met een bijna politieke pro-autolobbybeweging op gewestelijk niveau. Dat debat wordt bemoeilijkt door het gebrek aan juridische structuren. De comités zijn feitelijke verenigingen zonder een raad van bestuur of andere strategische organen.

Aernoudt Jacobs, Africa is/in the Future, Alexis Degrenier, Augustė Vickunaitė, dj sniff, Dubmorphology (Trevor Mathison &Gary Stewart), Jasmine Guffond, Jennifer Walshe, Ka Baird, Laryssa Kim, Limpe Fuchs & Mark Fell, Madison Greenstone, Mariam Rezaei, Marie Thompson, MSHR, NikNak, Papilloneer Orchestra, Rhodri Davies, Sholto Dobie & Alanas Gurinas, Tom Mudd, Vica Pacheco & Loto Retina a sound art and music festival by Q-O2 and more

© SASKIA VANDERSTICHELE

Opinie

‘Wie sloopt de grenzen in Brussel?’

“Kunnen hervormingen een volgende Brusselse formatiemarathon voorkomen?” Die vraag hoopt programmator Karl van den Broeck beantwoord te zien op de eerste editie van City Talk in Bozar.

Karl Van den Broeck

Hoofdredacteur Apache en programmator Bozar

Werkt aan een boek over de Belgische revolutie

Verhuisde in december 2024 van Turnhout naar Brussel

Een stad is een palimpsest: een perkament waarvan de inkt wordt afgeschraapt om er een nieuw verhaal op te schrijven. Wie goed kijkt, ziet nog wat er vroeger stond: een straatnaam die verwijst naar een lang vergeten held (zelden een heldin), het Square Patrice Lumumba naast het standbeeld van Leopold II. Het verhaal dat Brusselaars vandaag schrijven is complexer dan vroeger. Vlamingen en Franstaligen trokken toen grenzen in hun hoofden. Checkpoints waar die grenzen werden geopend, waren er amper.

De verhalen van vandaag tellen veel meer personages en nog meer grenzen. Van de immer lucide stadsdenker Eric Corijn heb ik geleerd dat ongeveer 40 procent van de Brusselaars geen Belg is. Wie dat wel is, heeft vaak een migratieachtergrond. 50.000 mensen werken voor internationale organisaties. Brussel is een “stad zonder meerderheid”. Elke dag ontvangt ze 400.000 pendelaars

Stadsleven Vandaag is rood door Inne Krokaert

In het café met de rode deur, waar elke Dansaertvlaming zijn weg al naartoe vond, lees ik de menukaart. Die typische lijst met frisdranken, warme dranken, bier van de tap, kaas en droge

worst. Een gezellig geroezemoes van toogklap en stoelgeschuifel sluipt het ene oor in, het andere nooit meer uit. Ik weet al wat ik wil. Het is geen bier, want die

die elke avond terug naar huis gaan en intussen allemaal foeteren op Brussel.

Maar de helft van de Brusselaars gaat stemmen. Apathie en minachting voor politici overheersen. De macht wordt verdeeld volgens de oude communautaire grenzen die geen recht doen aan de superdiversiteit van Brussel.

Door die gemeenschappen loopt een andere grens: die van de ongelijkheid. De door de federale overheid veroorzaakte ‘opvangcrisis’ leidde tot een explosieve stijging van het aantal daklozen. De criminele economie floreert. Op de Louizalaan schieten drugsdealers op elkaar.

Voeg daarbij de wooncrisis, de desastreuze budgettaire situatie,

“Franstaligen en Nederlandstaligen lezen elkaars kranten niet”

bubbeltjes zijn vervelend. Het is ook geen wijn, want eigenlijk ben ik al een beetje zat. Ik lees de kaart om interessant te doen, en straks maak ik misschien nog een toren van bierviltjes. Om te bestellen is het aan de toog te doen. Zo’n mooie toog waarbij elke boomer met een haarlijn

de druk op de OCMW’s, de polarisatie rond Good Move en het ufo-project Kanal, en je begrijpt waarom Brussel 613 dagen nodig had om een regering te vormen. Of ging het toch vooral om de machtsstrijd tussen MR en PS?

Het veto tegen de N-VA deed alvast denken aan de tijd van ‘Walen buiten!’ en ‘sale flamin!’ Politieke folklore als afleidingsmanoeuvre.

Fusie gemeenten

Kunnen hervormingen een volgende formatiemarathon voorkomen? Een nieuwe kieswet? Fusie van de gemeenten? Federale voogdij? Er zal meer nodig zijn. Politici kunnen niet in hun eentje het verhaal van Brussel schrijven – en dat is maar goed ook. Tijdens de aanslepende regeringsonderhandelingen dwongen de Brusselse burgerbewegingen de politici om, uit eerlijke schaamte, een regering te vormen. Maar dat volstaat niet. Welk verhaal schrijven zij op de nieuwe

die stilletjes achteruitgaat spontaan begint te vertellen over zijn liefde voor een échte bruine staminee. Ik begrijp het wel, want dit is ook mijn lievelingscafé. Onderweg naar de bar passeer ik een groepje schakers en de dakloze mevrouw die hier steeds haar dutje mag doen.

Het wordt tomatensap. Een beetje pikant, perfect passend bij de rode deur. Ik vrees dat ik zelf een Dansaertboomer ben.

In Stadsleven vertellen redacteurs en lezers in maximaal 1000 tekens een verrassende anekdote over Brussel. Insturen kan via redactie@bruzz.be

palimpsest? Welke checkpoints installeren zij tussen de gemeenschappen? Brusselaars delen weinig verleden, maar wel veel toekomst. Corijn zegt terecht dat steden een gemeenschappelijke bestemming nodig hebben om hun bevolking te verenigen.

Of je nu een traditionele Vlaamse Brusselaar bent of een Congolese Belg in Matonge, een Marokkaan in Molenbeek, een eurocraat in Elsene of een redactrice bij Le Soir uit Spy, we moeten samen stad maken.

Dat is moeilijk, omdat er in Brussel (en bij uitbreiding in België) nauwelijks een gedeelde publieke ruimte is. Franstaligen en Nederlandstaligen lezen elkaars kranten niet. Brusselaars kijken en luisteren niet naar dezelfde zenders. Velen halen hun nieuws uit media uit hun land van herkomst. Jongeren zitten op TikTok. God (of Allah) weet wat ze daar leren. Alleen in de metro of bij mooi weer in het park, zitten

de Brusselaars nog samen – kleine mirakels.

De Standaard nam een lovenswaardig initiatief met De Standaard en français Le Soir introduceert al vele jaren Vlaamse stemmen bij Franstaligen. BRUZZ blijft onmisbaar. Maar media die alle gemeenschappen bereiken én verbinden, zijn schaars. De VRT schrapte vorige week het anderstalige onlineaanbod en de nieuwssite DaarDaar is moedig, maar klein.

Ook in Bozar, waar ik werk, gebeuren soms kleine mirakels. Mensen uit verschillende gemeenschappen discussiëren vurig met elkaar na lezingen van Ocean Vuong, Timothy Snyder, Chimamanda Ngozi Adichie of Thomas Piketty. Daarna keert iedereen terug naar zijn eigen bubbel.

Daarom wil Bozar experimenteren met een actua-programma dat die ‘bubbels’ doorprikt. Checkpoint Brussel wil vanaf volgend seizoen Franstalige, Nederlandstalige en anderstalige stemmen samenbrengen, uit Brussel en daarbuiten, rond de actualiteit. Hopelijk groeit daaruit nieuwsgierigheid. Dat zou al een begin zijn. Deze woensdag doen we in Bozar een voorafname. In een City Talk brengen we leden van de Brusselse meerderheid en oppositie samen. We praten met academici en woordvoerders van de burgerbewegingen. Béatrice Delvaux modereert in twee talen. Iedereen spreekt zijn eigen taal. Comme il faut.

Reageren of zelf een opiniestuk insturen? Mail naar redactie@bruzz.be

Quote

Activist en schrijver Dyab Abou Jahjah maakt met zijn Hind Rajab Foundation, die via rechtbanken op Israëlische oorlogsmisdadigers jaagt, weinig vrienden

“Als de Mossad mij wil doden, zullen ze dat doen. Ik kan dat toch niet

De Morgen, 6 april 2026

In het nieuws

13/04 | Hoornaarsnest melden via FixMyStreet. De app FixMyStreet, waarmee Brusselaars problemen in de openbare ruimte kunnen signaleren, heeft een update gekregen. Volgens Inge Paemen van Brussel Mobiliteit moet die vooral

het gebruik eenvoudiger maken en dubbele meldingen vermijden. Nieuw zijn extra categorieën, zoals nesten van hoornaars, bijen of wespen melden, een functie die vooral in de lente en zomer relevant wordt.

13/04 | Studenten geneeskunde dreigen te stoppen met wachtdiensten. Meer dan negentig procent van de geneeskundestudenten overweegt te stoppen met het draaien van onbetaalde wachtdiensten bij het Hôpital Universitaire de Bruxelles (HUB), dat verbonden is aan de ULB. Dat melden verschillende

studentenorganisaties. De aanleiding is de aankondiging van het ziekenhuis dat de onkostenvergoedingen worden stopgezet. “Eisen dat ze dat gratis doen, is onrechtvaardig, een duidelijk gebrek aan respect en een blijk van minachting voor het werk van deze toekomstige artsen”, staat in het persbericht.

13/04 | Multiconfessionele begraafplaats in juni volzet. In juni bereikt de multiconfessionele begraafplaats in Schaarbeek haar maximumcapaciteit. “Er is in mei een vergadering gepland en verschillende gemeenten en de Intercommunale hebben hun aanwezigheid al bevestigd”, laat het kabinet van minister

Eerste hulp

Informaticastudent Ilias Remchani is gebrevetteerd ambulancier, een functie die hij als vrijwilliger en jobstudent uitoefent naast zijn studies. “Moeilijk zijn de situaties waarbij het sociale belangrijker is dan het medische”, zegt Remchani. “Soms moet je dan grote broer spelen. In Brussel komt daar het multiculturele nog

bij, maar ik spreek behalve Frans ook Nederlands, Engels, Arabisch en Spaans. Ik probeer zoveel mogelijk te helpen.” Remchani rijdt niet alleen met de ziekenwagen, maar brengt het werk van ambulanciers ook in beeld met de Instagram-pagina ‘BrusselsEmergency112’. Die foto’s zijn nu te bezichtigen op 18 en 19 april in de Moskoustraat 24 in Sint Gillis.

Ahmed Laaouej (PS) weten. “Momenteel kunnen we nog niets zeggen over concrete oplossingen, maar er wordt aan gewerkt. We zoeken zowel naar extra percelen op het grondgebied van de multiconfessionele begraafplaats in Schaarbeek als op het grondgebied van de andere gemeenten.”

11/04 | Nachtelijke

MRI-scans in Brugmann-ziekenhuis. Het Brugmann-ziekenhuis heeft ‘s nachts extra tijdvakken voor MRIonderzoeken ingevoerd, waardoor er per nacht zestien tot achttien extra patiënten kunnen worden geholpen.Het initiatief biedt een oplossing voor het probleem dat

sommige patiënten zes tot zeven maanden moesten wachten op een afspraak. De maatregel is financieel interessant voor het ziekenhuis, omdat zeer dure apparatuur zo beter wordt benut. Er waren al privéklinieken die het deden, maar Brugmann is het eerste publieke Brusselse ziekenhuis dat dit invoert.

11/04 | Chalet in park van Vorst opent als nieuwe horecazaak. Het park van Vorst heeft er een eigen, volwaardige horecazaak bij. ‘Villa’ ligt in de gerestaureerde chalet in het midden van het park, pal tegenover de bekende guinguette die daar vorig jaar al opende. Geen concurrentie, want de uitbaters zijn dezelfde.

11/04 | Tweehonderd mensen houden stille mars voor vermoorde Gloria. In Schaarbeek hebben zaterdag tweehonderd personen een stille mars gehouden voor Gloria Odia, die vorige maand om het leven werd gebracht in haar appartement, vermoedelijk door haar ex-partner. Gloria Odia was pas 24 jaar.

‘Mensen ervaren één kind als iets onnatuurlijks’

De norm van twee kinderen staat onder druk in Brussel

Steeds meer gezinnen in Brussel verkiezen één kind boven twee of meer. Toch ligt de maatschappelijke norm op twee. Klinisch psycholoog Evi Van Mierlo schreef een boek om ‘eenkindouders’ een hart onder de riem te steken.

door Sarah Vandoorne foto’s Tiene Carlier

“

Als je geen kinderen hebt, krijg je regelmatig opmerkingen wanneer je eraan zal beginnen. Nu ons kindje geboren is, dacht ik dat achter de rug te hebben. Toch niet blijkbaar.” Ellen De Vos (35) moet er eigenlijk wel om lachen. In april vorig jaar werden zij en haar partner trotse ouders van een dochter, en daar zal het bij blijven. De oprechte interesse van haar omgeving in een eventuele uitbreiding van het gezin, kwetst of stoort haar niet zozeer. “Het is een heel menselijke reactie”, zegt De Vos aan de lijn vanuit Jette. “Toch krijg ik het gevoel dat we onze keuze moeten verdedigen. Ik ben redelijk snel beginnen te verkondigen dat we geen tweede meer willen, juist omdat ik zulke opmerkingen wil vermijden.”

“Ik moet me zo vaak verantwoorden dat ik het grondig beu ben”, reageert alleenstaande moeder Véronique* (42), ook uit Jette. “Mensen ervaren één kind als iets onnatuurlijks, alsof er iets mis met je moet zijn. Er hangt een stigma rond. Dat zie ik bij elke generatie: bij leeftijdsgenoten en bij

oudere mensen, die me al vlakaf egoïstisch genoemd hebben. Dat is onbeschoft en absurd.”

Podcastmaker Gail Rego (38) besliste om geen kinderen te krijgen. Vragen daarover ervaart ze als een vorm van microagressie. “Heb je kinderen? Waarom niet? Die twee vragen krijg ik altijd, en dat ben ik zat.” Rego is Indiase en groeide op in een conservatieve omgeving in Dubai. “Lang heb ik gedacht dat een gezin stichten de enige sleutel was tot geluk. Tot ik in Brussel belandde en in de dansles aan de praat raakte met een vijftiger zonder kroost, maar met een heleboel hobby’s. Zo kan het dus ook.”

“Heb je geen kinderen, dan vraagt iedereen waarom. Heb je er één, dan polsen ze naar een tweede. Eigenlijk kan je nooit goed doen”, vertelt de Canadese Sonia Menon (54), die zes jaar geleden met haar partner en intussen elfjarige dochter naar Oudergem verhuisde. Haar kind kreeg ze weliswaar niet in Brussel, maar in een andere grootstad, Montréal. “Voordien woonden we in Parijs, nadien in Atlanta. Overal krijg je

er opmerkingen over, van de meest random mensen. Mensen bemoeien zich graag, ze spellen je de les. Dat kwetst me niet, maar het is wel bijzonder irritant.”

Volgens klinisch psycholoog Evi Van Mierlo begint het al met uitdrukkingen als ‘kinderen krijgen’ of schijnbaar onschuldige vragen zoals: “Hoeveel kinderen heb jij?” “Dat impliceert dat het er meer dan eentje moet zijn. Doorgaans begin je als ouder nochtans met één kind.” Ook Van Mierlo is een ‘eenkindouder’, zoals ze het voor zichzelf benoemd heeft. Zelf leed ze wel onder de opmerkingen die ze daarover kreeg. Ze dook in de wetenschappelijke literatuur en kwam te weten dat enige kinderen helemaal niet zo verwend of eenzaam zijn als velen denken: ze blijken juist zelfstandig en sociaal. Die kennis bundelde ze in het boek Maar eentje?, dat deze week uitkomt. “We zijn in onze maatschappij steeds gericht op het volgende”, schrijft ze daarin. “Onbekenden gaan ervan uit dat je kinderen hebt, en zodra je een eerste krijgt, hoort er een tweede te volgen, het liefst kort nadien.”

“

De demografische realiteit van Brussel spreekt die maatschappelijke norm tegen. In Vlaanderen telt een gezin gemiddeld 1,8 kinderen, in Brussel zijn dat 1,9 kinderen. “De vruchtbaarheidscijfers (het gemiddeld aantal kinderen dat een vrouw krijgt gedurende haar vruchtbare leven, red.) liggen niet zo ver uit elkaar”, zegt JeanMichel Decroly, demograaf aan de ULB: Vlaamse vrouwen krijgen gemiddeld 1,48 kinderen, in Brussel ligt het vruchtbaarheidscijfer op 1,34. Toch worden in de hoofdstad hoe dan ook minder kinderen geboren. Daar hebben zowel professor Decroly als psycholoog Van Mierlo verschillende verklaringen voor.

Brussel kennisstad

Brussel is een kennisstad, steekt Van Mierlo van wal. “In Nederland zijn steden met een hoog kindertal per vrouw gereformeerde steden. In kennissteden zoals Amsterdam, Leiden en vermoedelijk ook Brussel zien we veel lagere cijfers, omdat daar de vrouwenemancipatie hoger ligt.” Vrouwen krijgen kinderen op steeds latere leeftijd. Ook hier verschilt Brussel van Vlaanderen en Wallonië. Decroly: “De gemiddelde leeftijd waarop Brusselse vrouwen aan kinderen beginnen is 32,4 jaar: anderhalf jaar later dan de rest van het land.” Dat verklaart Decroly niet enkel door te wijzen op emancipatie, maar ook de leefomstandigheden van Brussel spelen een rol.

“Adequate huisvesting vinden is geen evidentie: een grootstad is meer aangepast aan het leven van jongvolwassenen.

Kinderen vragen om stabiliteit, ook financieel, professioneel en relationeel. Mensen komen steeds later hun levenspartner tegen en beginnen daardoor later aan kinderen. Zodra ze kinderen hebben of van plan zijn om kinderen te krijgen, beslissen veel koppels om de stad te verlaten. Alleen al een crèche vinden is een hele opgave. Wie niet in Brussel geboren is, heeft vaak een beperkt opvangnetwerk in de stad.”

Brussel is niet gericht op kinderen, reageert Els Gillisjans (42) uit Elsene. “In mijn buurt zijn er niet genoeg parken, op café zijn er maar weinig verzorgingskussens. Onlangs was ik in Stockholm en verbaasde ik me over de hoeveelheid speeltuintjes.

Daar is veel meer over kinderen nagedacht.” Gillisjans en haar vriend delen een klein appartement met hun vierjarige zoon.

Hadden ze een tweede gewild, dan zou het gezin moeten verhuizen. Al is dat niet aan de orde, benadrukt Gillisjans. “Ik kwam pas toen ik al eind de dertig was de juiste partner tegen en was al gewend aan het idee

“Heb je geen kinderen, dan vraagt iedereen waarom. Heb je er één, dan polsen ze naar een tweede”

dat er misschien geen kinderen van zouden komen. Toen het toch zover was, wist ik dat het bij een zou blijven. In theorie zou het nog gekund hebben, maar in de praktijk vind ik het heftig om een kind op te voeden.”

Sonia Menon getuigt dat ze als dertiger

weinig geluk had op de arbeidsmarkt. Financieel was het geen evidentie om de stap naar het ouderschap te zetten. Uiteindelijk raakte ze per ongeluk zwanger op haar toen ze 42 was. Voor haar lag de kwestie van een tweede nooit op tafel.

Ellen De Vos dacht oorspronkelijk wel dat ze voor een tweede zou gaan. “Maar mijn zwangerschap was erg lastig. Ik heb last van migraine. Nu vangt mijn partner ons kindje op als ik een aanval heb, hoe zou zoiets lukken met twee? Onze ouders wonen niet bij de deur: de mijne zijn van Gent, mijn vriend is van Italië. Ook ons huis zou snel te klein zijn. We hebben drie slaapkamers, maar een daarvan gebruiken we als bureau. En we wonen hier zo graag, verhuizen zou jammer zijn.”

Intussen ziet De Vos steeds meer de voordelen in van één kind. “In Brussel is zoveel te doen. Mijn vriend en ik hebben veel hobby’s, van zeilen tot dansen. Onlangs

niet, maar het is wel bijzonder irritant.”

Sonia Menon heeft één dochter: “Mensen bemoeien zich graag, ze spellen je de les. Dat kwetst me

ben ik lid geworden van een percussiegroep, vorige maand gaf ik voor het eerst een optreden. Zalig vond ik het. Ik heb afgelopen jaar veel gelukkige momenten gehad, maar altijd met mijn dochter erbij. Dit was een blij moment, helemaal van mij alleen.”

In haar boek somt Evi Van Mierlo nog meer voordelen op. Zelf had de psycholoog nochtans gehoopt op een tweede. Medisch was dat een risico: na complicaties tijdens haar bevalling bracht ze de kraamtijd door in een rolstoel. “Intussen ben ik blij dat het bij één gebleven is. Ik hoef mijn aandacht niet over meerdere kinderen te verdelen. Het idee dat enige kinderen daarom per definitie verwend zijn, klopt niet.”

Twee katten als broers

Menon geeft grif toe dat ze haar dochter vaak iets extra’s geeft. “Natuurlijk is ze verwend. Ik heb enorm de neiging om haar te vertroetelen. Mijn man en ik hebben het druk met onze carrière, soms voelen we ons daar schuldig om. En ja, dan koop ik haar weleens wat.” Gillisjans is zich bewust van dat cliché en probeert daarop in te spelen. “Zelf heb ik acht jaar ervaren wat het is om enig kind te zijn, tot ik een adoptiezus kreeg. Zodra zij er was, leerde ik veel sneller bij in interactie met haar. Ik vond het niet zo fijn om alleen op te groeien. Daar ben ik wel wat bezorgd om. Gaat mijn zoon zo’n typisch enig kind zijn?”

Véronique zorgt ervoor dat haar zesjarige

dochter amper alleen is. “Ze is heel sociaal en spreekt makkelijk mensen aan. Onlangs vroeg ze mij waarom ik niet voor een tweede ben gegaan. ‘Omdat ik al mijn liefde aan jou wou geven’, zeg ik dan. Dat vindt ze een goed antwoord. Tussen broers en zussen is er vaak ruzie, heeft ze al gemerkt. En ze heeft twee katten, die ziet ze als haar broertjes.” Véronique en haar partner gingen uit elkaar, maar vonden wel een goede regeling qua co-ouderschap. Dat lijkt haar evidenter met één kind dan met meerdere. In Brussel wonen vindt ze een enorme meerwaarde, zeker nu ze alleenstaande is. “Hier wonen mensen op een steenworp van elkaar. We springen veel meer voor elkaar in.”

De stad biedt net zozeer soelaas voor wie beslist om geen kind te krijgen. “In Brussel vraagt iedereen naar je verhaal en doet afkomst er niet toe”, zegt Gail Rego. “De meeste van mijn Brusselse vrienden zijn

queer en hebben geen kinderen, of maximaal eentje. Vanuit de ruimere vriendenkring, vooral van buiten Brussel, valt er om de zoveel tijd een geboortekaartje in de bus. Dat is toch een heel rare culturele gewoonte? We hebben een kind gemaakt, stuur ons wat geld op”, lacht de podcastmaker.

“Brussel geeft je het gevoel dat je welkom bent”, vult de Italiaanse Gaia Manco (43) tot slot aan. Ze werkt voor de EU en heeft geen kinderwens. “Het is hier gewoon heel divers. Er wonen grote families, er wonen gezinnen zonder kinderen, er wonen hetero’s en queers. Al die levens komen samen in één stad. Ik voel me echt gelukkig dat ik daar deel van uitmaak.”

* Véronique wilde enkel onder haar voornaam getuigen.

‘Maar eentje?’, Evi Van Mierlo, Uitgeverij Lannoo, 24,99 euro

ENFANT UNIQUE : LE NOUVEAU NORMAL À BRUXELLES ?

FR/ De plus en plus de familles bruxelloises choisissent d’avoir un seul enfant, malgré la norme sociale d’en avoir plusieurs. Selon Evi Van Mierlo, psychologue, des facteurs comme la parentalité tardive et la vie urbaine jouent un rôle. Elle souligne aussi que les enfants uniques sont tout aussi sociables et autonomes, malgré les

ONLY CHILD: THE NEW NORMAL IN BRUSSELS?

EN/ More and more families in Brussels are choosing to have only one child, despite social expectations to have more. According to psychologist Evi Van Mierlo, factors such as later parenthood and urban life play a role. She also emphasizes that only children are just as sociable and independent, despite persistent stereotypes.

clichés..
Ellen De Vos werd een jaar geleden moeder van een dochter: “Ik ben redelijk snel beginnen te verkondigen dat we geen tweede meer willen, omdat ik vragen en opmerkingen wil vermijden.”

‘Mensen moeten soms buiten bidden’

Heel wat moskeeën willen uitbreiden

Van een extra verdieping bijbouwen tot een volledig gebouwenblok opkopen: zeker een veertiental moskeeën in Brussel wil binnenkort uitbreiden. Donaties van gelovigen en gebrek aan ruimte vormen de motor van die expansie. “Ik vraag om vroeg te komen voor het gebed, want vol is vol.”

door Matisse Van der Haegen

“Salam aleikum broeders en zusters”, klonk het in februari op de Facebookpagina van de Al Firdaws-moskee in Schaarbeek. “Het project voor de nieuwe moskee vordert zeer goed, Alhamdulillah! De nieuwe locatie zal ons, als God het wil, in staat stellen om geschikte gebedsruimtes voor mannen en vrouwen, en een ruimte voor het onderwijzen van de Koran en Arabisch aan onze kinderen te bieden.”

Al Firdaws is niet het enige gebedshuis dat geld inzamelt voor expansieplannen. Op basis van aankondigingen op sociale media telde BRUZZ zeker een veertiental geplande aankopen, lopende verbouwingen of zelfs nagelnieuwe complexen.

Zo liet de El Chatibi-moskee in Laken begin maart weten al 1 miljoen euro te hebben opgehaald met donaties voor de geplande aankoop van een aangrenzend complex van maar liefst 1.400 vierkante meter. Het gaat om een loods die – in een

filmpje van een jaar geleden – nog vol auto-onderdelen stond en omringd is door stadstuintjes. De aankoop, waarvoor nog 270.000 euro nodig is, moet meer plaats bieden voor de erediensten. Tegelijk zou een deel ervan verhuurd worden, wat blijvende inkomsten moet garanderen.

In Brussel-Stad mikt Al-Jadid in de Lemonnierlaan dan weer op 1,1 miljoen euro voor de acquisitie van een aanliggend gebouw, terwijl Centre El Hikma in Vorst 400.000 euro wil ophalen om een extra verdieping op het bestaande patrimonium op te trekken. “Om onze educatieve, spirituele en sociale activiteiten verder te ontwikkelen”, klinkt het.

Het Centre Malik Ibn Anas in Ganshoren droomt intussen luidop van “de eerste moskee van Ganshoren” en in de Esseghemstraat in Jette is het islamitische gebedshuis van de vzw Averroes in volle aanbouw. In 2019 botste dat project nog op een ‘njet’ van de overlegcommissie, onder meer uit vrees voor mobiliteitsperikelen en geluidsoverlast, maar begin vorig jaar kreeg het dan toch groen licht.

Midden februari stond de teller voor het project al op 1 miljoen euro, maar het doel blijft 2,5 miljoen. Het gebouw van vier verdiepingen – dat volgens de tender van de architect zeer modern aandoet – moet behalve in een gebedsruimte ook voorzien in leslokalen, een conferentiezaal, een ontspanningsruimte met cafetaria en zelfs een fitnesszaal.

Tot de nok gevuld

Plaatsgebrek is de meest voorkomende verklaring voor de uitbreidingsplannen. “Op vrijdagen en tijdens de feestdagen zit de gebedsruimte echt vol”, vertelt Karim Abbas

van de Assouna-moskee in Anderlecht. Vrijdag is traditioneel de belangrijkste gebedsdag voor moslims, waarbij het in principe verplicht is om naar de moskee te komen.

“Meestal is er dan een capaciteitstekort van tien procent, maar op de grote feestdagen, zoals bij het Offerfeest en aan het einde van de ramadan, loopt dat op tot zeker 25 procent. Vier- tot vijfhonderd gelovigen vinden dan geen plaats. Als oplossing moet het bestuur aan de gemeente vragen om in de straat te mogen bidden.” De moskee zette onlangs een inzamelactie op poten om 500.000 euro op te halen en een aangrenzend gebouw te kopen.

Ook Al-Azhar in Sint-Joost begon een tijd terug een inzamelactie, om precies dezelfde reden. “Bij ons kunnen vandaag driehonderd mensen binnen”, vertelt vertegenwoordiger Hassan Lamarti. “Op vrijdagen en tijdens de ramadan zou dat echter het dubbele moeten zijn.”

Lamarti zegt de grotere ruimte ook te willen gebruiken voor humanitair werk. “Bijvoorbeeld om maaltijden te bereiden voor mensen die het nodig hebben. Of voor

© AVERROÈS

begrafenissen. Veel ouderen die overlijden wonen in een klein huis, waardoor er te weinig plaats is voor mensen om te komen rouwen. Dat zou dan voortaan in de nieuwe ruimte kunnen plaatsvinden.”

Plaats voor vrouwen en jongeren

Omdat het in België verboden is om de religie van mensen te registreren, bestaan er geen exacte cijfers over de evolutie van het aantal moslims. Schattingen variëren meestal rond de 25 procent van de Brusselse bevolking. Zeker is wel dat hun aantal de voorbije jaren is toegenomen onder invloed van migratie en het aantal geboortes.

“De gebedshuizen zullen zeker niet iedere dag goed gevuld zijn”, vertelt Corinne Torrekens, islamdeskundige aan de Franstalige Brusselse universiteit ULB.

“Feit is wel dat veel moskeeën dertig of veertig jaar geleden vaak ontstonden in kleine huisjes. Er was dus vanaf het begin niet erg veel ruimte ter beschikking.”

Ze ziet tegelijk enkele tendensen die de druk op gebedsruimtes kunnen verhogen.

“Er worden nu minder overledenen gerepatrieerd, zoals bij migranten van de eerste

“Jongeren hebben plaats nodig in de moskee. Ze moeten hun tijd nuttig gebruiken in plaats van buiten rond te hangen”
Mohamed El Farhaoui Al Ansar-moskee in Schaarbeek

generatie de gewoonte was. Die ceremonies vinden tegenwoordig vaak plaats in een moskee.”

Daarnaast nemen vrouwen almaar meer plaats in in de islam. “Terwijl de bidruimtes voor vrouwen op de meeste plaatsen nu nogal geïmproviseerd zijn. Het zijn vaak kleinere ruimtes aan de zijkant, waar ze soms de imam bijna niet kunnen zien of horen.”

Mohamed El Farhaoui, actief binnen de Al Ansar-moskee in Schaarbeek en de Brusselse federatie van moskeeën, schat het Brusselse capaciteitstekort op 15 procent. “We vragen mensen om zeker vroeg genoeg te komen, want vol is vol. Parkeerplaats is daarbij een belangrijk knelpunt: ik spoor gelovigen altijd aan om het openbaar vervoer te nemen.”

Ook El Farhaoui wijst erop dat vooral vrouwen en jongeren meer plaats nodig hebben. “De moskee moet een plaats kunnen innemen in het leven van de jongeren. Wij proberen jongeren immers te beschermen. Ze moeten hun tijd nuttig gebruiken in plaats van buiten rond te hangen. Dat zijn taken die van ons verwacht worden, maar dat kan allemaal niet gratis.”

Giften

Opvallend is dat moskeeën voor grote investeringen bijna volledig afhangen van donaties. Voor ULB-professor Torrekens komt dat echter niet als een verrassing. “Alle moskeeën in Europa draaien volledig op giften. De zakat (‘reiniging’ in de vorm van aalmoezen, red.) is een pijler van de islam.”

Dat bevestigt Karim Abbas van Assouna. “De gelovigen betalen alles. Zonder giften was er zelfs geen water, wat nochtans echt nodig is voor de reinigingsrituelen. Noch de gemeente, noch de federale regering, noch instanties in het buitenland komen met geld over de brug: alles is mogelijk dankzij de vrijgevigheid van onze gelovigen.”

Om het project in Jette bijvoorbeeld te financieren, sprak de imam al meerdere malen expliciet uit niet afhankelijk te willen zijn van fondsen uit Saudi-Arabië.

Om aanspraak te maken op overheidssteun moet een moskee erkend zijn, maar die procedure neemt makkelijk jaren in beslag. Brussel telt een 25-tal erkende moskeeën, maar daarnaast nog tientallen niet-erkende. “Wij wachten al tien jaar”, vertelt Abbas.

Volgens Mohamed El Farhaoui zou de staat van die erkenning nochtans een prioriteit moeten maken. “Dat zou moskeeën financieel en administratief helpen, zodat ze goed geïntegreerd raken in de samenleving.”

Bozar

Exhibitions † Performances Films † DJ sets † Concerts † Talks & Debates

Nocturne

30 Apr.’26 - 18:00 - 00:00

One ticket, full experience £

Beestig Brussel

Amerikaanse rivierkreeft Vijver in Oudergem zit vol met invasieve exoten

Wandelaars spotten langs de oevers van de vijver in het Ten Reukenpark steeds vaker Amerikaanse rivierkreeften in vallen. Speciaal om te ontdekken, een ramp voor de biodiversiteit.

door Minne Uyttersprot

Begin april maakte Alexandre Lefebvre een wandeling in het Ten Reukenpark in Oudergem. Tot hij plots een opvallend dier zag spartelen in een val: een rode Amerikaanse rivierkreeft. Verrast nam Lefebvre een foto en deelde die in de Facebookgroep van de Brusselse gemeente, met de vraag: wat moet je doen als je zo’n exotische soort tegenkomt?

De rode Amerikaanse rivierkreeft ( barus clarkii) is sinds ongeveer 2000 aanwezig in Vlaanderen, maar duikt de laatste jaren steeds vaker op in Brusselse wateren. Tot nu toe werd de soort enkel vastgesteld in vijvers in het Woluwedal. Onderzoekers volgen de verspreiding nauwgezet op, want de aanwezigheid van die invasieve soort betekent geen goed nieuws.

De rode Amerikaanse rivierkreeft is niet de enige invasieve soort. Zo zitten hier ook de Turkse rivierkreeft (Pontastacus leptodactylus) en de gevlekte Amerikaanse rivierkreeft (Faxonius limosus). Het gaat om soorten die van nature niet voorkomen en die een bedreiging vormen voor lokale ecosystemen en biodiversiteit. Ze verspreiden zich snel, hebben weinig natuurlijke vijanden en eten onder andere eieren, planten en algen.

Xavier Vermeersch, onderzoeker bij Leefmilieu Brussel, vertelt dat de rode Amerikaanse rivierkreeft de meest problematische soort is. “Het beestje is bijzonder invasief. Hij plant zich snel voort, is weinig kieskeurig qua leefomgeving en eet zowat alles. Op het menu staan waterinsecten, slakken, vissen en eieren, maar ook amfibieën en waterplanten. Daarnaast graaft de rivierkreeft gangen in oevers. Die holen kunnen tot bijna twee meter diep gaan. Als dat op grote schaal gebeurt, stijgt het risico op verzakkingen en instabiliteit rond vijvers en waterlopen.”

Ook de waterkwaliteit lijdt eronder. Door het graafwerk raken planten beschadigd en wordt het water troebeler.

Eigenschappen

• Een rode Amerikaanse rivierkreeft kan een lengte van 15 cm bereiken, exclusief de scharen. Ze zijn opvallend rood gekleurd en hun rostrum is spits toelopend

• Kan in vrijwel alle wateren voorkomen, met lichte voorkeur voor ondiep water

• Kan ook over land lopen, zeker wanneer het heeft geregend en het wat vochtiger is

Wat de rode Amerikaanse rivierkreeft extra moeilijk te bestrijden maakt, is dat hij zich ook op het land kan verplaatsen. Bij vochtig weer, bijvoorbeeld na regen, kan hij uit het water kruipen en ’s nachts op zoek gaan naar een nieuwe plek. Zo kan hij van vijver naar vijver trekken, wat zijn territorium vergroot. De bestrijding lukt het best als een vijver geïsoleerd ligt. Bij afzonderlijke vijvertjes wordt het water vaak volledig weggepompt, zodat de rivierkreeften kunnen worden gevangen en verwijderd. Soms blijven vijvers één of zelfs twee winters droogstaan, waardoor de dieren vanzelf sterven.

“In de vijver van het Ten Reukenpark is dat moeilijk”, zegt Vermeersch. “Die staat in verbinding met een groter wateroppervlak, waardoor er altijd water blijft doorstromen. Daarom plaatsen we vallen om de populatie onder druk te zetten. Gevangen kreeften worden vervolgens geëuthanaseerd.”

De rode Amerikaanse rivierkreeft is trouwens eetbaar. “Zo zijn ze hier vroeger terechtgekomen: als voedsel voor de mens. Maar de interesse is afgenomen, waardoor dieren soms gewoon worden gedumpt”, legt Vermeersch uit. Ook de aquarium- en vijverhandel speelt een rol. “Rivierkreeften zijn populair bij aquariumliefhebbers. Ze worden ingevoerd uit andere landen, maar na verloop van tijd soms bewust uitgezet. Zodra ze in het wild zitten, kunnen ze zich snel vestigen en verder verspreiden.”

Wanneer wandelaars een exotische rivierkreeft tegenkomen, raadt Vermeersch aan om er een foto van te nemen en het te melden op waarnemingen.be.

Reeks nalezen?

Lees de hele reeks op BRUZZ.be/beestigbrussel

‘Antisemitisme

is een dode hoek in het antiracisme’

Jean-Philippe Schreiber, voorzitter van de Brusselse Raad voor de uitbanning van racisme

“Werken aan inclusie is misschien moeilijker in Brussel dan in andere steden.” Dat zegt de kersverse voorzitter van Brusselse Raad voor de uitbanning van racisme, professor Jean-Philippe Schreiber, nét door het hyperdiverse karakter van Brussel.

door Jasper Van Belle foto’s Bart Dewaele

Als academicus heb ik veel rond racisme, antisemitisme en culturele diversiteit gewerkt”, zegt professor Jean-Philippe Schreiber (64). Hij is historicus en religiespecialist, verbonden aan de ULB. Op 26 februari werd hij tot voorzitter van de Brusselse Raad voor de uitbanning van racisme verkozen, vorige week zette de Brusselse regering officieel het licht op groen voor zijn aanstelling. Vandaag geeft hij zijn eerste interview als voorzitter.

Niet alleen zijn academische werk prikkelde zijn interesse in het antiracisme, vertelt hij aan zijn keukentafel in Ukkel. Dat is eerder een voortzetting van zijn antiracistische engagement als jongvolwassene. “Als ‘burger’ heb ik mij lang geleden … (twijfelt) als activist, als militant ingezet in de strijd tegen racisme en discriminatie bij MRAX, ofwel Mouvement contre le racisme, l’antisémitisme en la xénophobie.”

De raad ging van start in 2024 – u was er toen ook al lid van – maar veel lijkt die nog niet verwezenlijkt te hebben.

JEAN-PHILIPPE SCHREIBER: Lange tijd was er geen nieuw beleid van de regering, waardoor we veel op eigen initiatief moesten werken (Net voor de verkiezingen ging de raad van start, en daarna moest hij 612 dagen wachten op een nieuwe regering, red.). We zijn inderdaad een vrij jonge raad.

In het begin moesten we ons nog wat structuren. Al de verschillende organisaties en personen moesten elkaars gevoeligheden leren kennen, want antiracisme is niet eenduidig. Het is een pluralistische beweging.

Toch zat er in 2024 geen organisatie tegen islamofobie in de raad, terwijl er wel een organisatie lid was die zich inzette tegen antisemitisme.

SCHREIBER: Wij hadden geen keuze. De verschillende organisaties die strijden tegen racisme, werden gekozen door de voormalige Brusselse regering. Misschien is dat onevenwichtig, dan kan gezegd worden.

Ik vind het belangrijker dat er meerdere organisaties aan tafel zitten die in het algemeen streven tegen racisme. Vandaag komen de verschillende vormen van racisme aan bod in raad, dat verzeker ik u.

prioriteit aan moet geven en een aantal voorstellen aan de nieuwe regering.

Zoals?

SCHREIBER: We hebben vijf prioriteiten naar voren geschoven. Het eerste is discriminatie op de arbeidsmarkt. Het is geweten dat het voor sommige werknemers met een vreemde origine moeilijker is om een job te vinden in Brussel, omdat bepaalde werkgevers stereotypen tegenover hen koesteren. Die moeten we wegwerken, zodat iedereen een eerlijke kans krijgt op de arbeidsmarkt.

Jullie raden de regering dan bijvoorbeeld aan om praktijktesten te doen?

SCHREIBER: Inderdaad. Dat zijn op zich geen nieuwe zaken. We willen de regering er alleen nog maar eens vriendelijk aan herinneren, want er is niet echt beterschap. Ook op de werkplaats zelf is er nog discriminatie,

“Helaas moet ik vaststellen dat de woorden racisme en discriminatie in het regeerakkoord niet veel aan bod komen”

moeten slachtoffers helpen om een klacht in te dienen, en de regering moet die klachten goed monitoren.

Wat staat er nog op dat prioriteitenlijstje?

SCHREIBER: Discriminatie op de woningmarkt blijft een oud zeer. Dat is onze vierde prioriteit. Als laatste prioriteit is er de veiligheid in de openbare ruimte. Er is nog te veel racisme in de openbare ruimte, te veel racistisch geweld. Denk bijvoorbeeld aan het racistische geweld door Club Bruggehooligans op de dag van de bekerfinale vorig jaar in de straten van Molenbeek en Jette. Zoiets kan en mag nooit meer gebeuren.

Even terug naar wat u zonet zei. “Wij moeten leren leven in een samenleving die heel erg divers is. Dat is een kans voor Brussel, maar leidt ook tot problemen.” Wat bedoelt u daarmee?

SCHREIBER: Brussel is een kosmopolitische stad. Er bestaan verschillende vormen van racisme, dat hoeft niet altijd noodzakelijk van de meerderheid naar de minderheid te gaan. Het bestaat ook tussen minderheden onderling.

Verschillen de uitingen van racisme dan van die in de rest van het land?

Wat zijn uw ambities als voorzitter?

SCHREIBER: Die vallen samen met de ambities van de raad. We hebben een duidelijk taak: advies geven aan de verschillende instellingen in Brussel, en dan voornamelijk aan de Brusselse regering, op eigen initiatief of op aanvraag. Of die dan uiteindelijk gevolgd worden, is iets anders. Onze voornaamste ambitie is om gehoord te worden.

Wat brengen de komende jaren?

SCHREIBER: Wij verwachten dat de regering ons om advies vraagt, want helaas is er nog heel veel racisme in België, zeker ook in Brussel. Wij moeten leren leven in een samenleving die heel erg divers is. Dat is een kans voor Brussel, maar leidt ook tot problemen.

Nu is het werkelijk au boulot. Al is het niet zo dat we de afgelopen jaren stil hebben gezeten. We hebben een aantal rapporten geproduceerd. Na de verkiezingen hebben we een memorandum geschreven, dat moet dienen als een agenda voor antiracisme in Brussel, met een aantal zaken waar men

tussen de verschillende werknemers onderling.

Ook bij de sociale- en gezondheidsdiensten is er werk voor de boeg, dat is een tweede prioriteit. Men moet met het personeel werken aan (inter)culturele vaardigheden, of dat minstens toch promoten. Een derde zaak is de politie. Ook daar zijn problemen, zoals bijvoorbeeld etnische profilering van jongeren met diverse origines.

Zelfs agenten met een migratieachtergrond botsen op vormen van discriminatie op de werkvloer, zo blijkt uit onderzoek van de ULB en de VUB. Wat valt daaraan te doen?

SCHREIBER: Ik onderscheid daar twee verschillende ritmes. Op lange termijn is er altijd het belang van opvoeding en onderwijs. Het is natuurlijk belangrijk dat men de eerste jaren op school strijdt tegen racisme, stereotypen en discriminatie.

Wat de korte termijn betreft: er lopen te weinig disciplinaire of wettelijke procedures op het gebied van racisme en discriminatie. De wet moet meer afgedwongen worden. We

SCHREIBER: Het karakter van de stad Brussel is erg specifiek. Ik wil niet zeggen dat er in Brussel meer racisme is dan elders, dat is zeker niet het geval. Maar omdat het kosmopolitische karakter van Brussel zo groot is, bestaat de kans dat er racisme of xenofobie aanwezig is. Dat is het specifieke aan Brussel. Werken aan inclusie is misschien moeilijker in Brussel dan in andere steden.

Het is dus niet zo dat, omdat Brussel een heel divers gewest is, dat er per se minder racisme is?

SCHREIBER: Dat zou ik niet zeggen, omdat racisme uiteraard ook bestaat tussen minderheden onderling. Natuurlijk is het in het algemeen vooral een attitude vanuit de meerderheid tegenover minderheden. Het feit dat er zoveel diverse origines zijn, is een kans, maar kan ook leiden tot vormen van racisme of competitie tussen minderheden.

Even over antisemitisme. Helaas zit dat opnieuw in de lift.

SCHREIBER: Antisemitisme is nooit echt verdwenen, maar aan een opmars bezig sinds 7 oktober 2023. Het bestaat en groeit in Brussel ook, dat zeggen verschillende vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap hier.

Jean-Philippe Schreiber: “Omdat het kosmopolitische karakter van Brussel zo groot is, bestaat de kans dat er racisme of xenofobie aanwezig is.”

Hoe hard is moeilijk om zeggen, omdat er geen zekere cijfers zijn. Natuurlijk zijn er een aantal opiniepeilingen, maar daar moet men voorzichtig mee zijn. Soms halen die peilingen antisemitisme en antizionisme door elkaar, terwijl we die twee zaken wel duidelijk moeten onderscheiden.

Hebben we er genoeg aandacht voor?

SCHREIBER: De laatste tijd komt het regelmatig aan bod in de actualiteit, maar het blijft een dode hoek of blinde vlek van het antiracisme. Vaak wordt er gesproken over islamofobie of andere vormen van racisme, maar onze raad beschouwt antisemitisme wel degelijk als een belangrijke vorm van racisme die evenveel aan bod moet komen, net als racisme gericht tegen zigeuners, dat ook nog altijd bestaat. Ook dat is een dode hoek.

Iedereen weet natuurlijk wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog gebeurd is met de Joden, maar dat zigeuners hetzelfde lot ondergingen is minder geweten. De definitie van racisme is uiteraard duidelijk, maar er bestaan vanzelfsprekend verschil-

lende vormen. Met de raad moeten wij die verschillende vormen aan bod laten komen.

Hebt u met de Brusselse minister van Gelijke Kansen, Ahmed Laaouej (PS), al gesproken over die blinde vlekken?

SCHREIBER: Ik heb met hem gesproken, maar hij is nog niet lang minister en ik wil hem wat tijd geven, net als de rest van de regering, om de dingen aan te pakken en rond racisme te werken. Als voorzitter van de raad zal ik het, indien nodig, meerdere keren herhalen, zodat het op de agenda staat.

Wanneer bent u een tevreden voorzitter?

SCHREIBER: Dat heb ik zelf niet in de hand. Wij geven advies en aanbevelingen, maar de uitvoering daarvan komt niet aan de raad toe. We zijn maar toeschouwers van de regering en de politiek die ze voert.

Ik heb het regeerakkoord gelezen. Helaas moet ik vaststellen dat de woorden racisme en discriminatie daar niet veel in aan bod komen. Uiteraard is zo’n akkoord de vrucht van een compromis met verschillende partijen, maar ik hoop dat er toch aan gewerkt zal worden. Strijden tegen racisme en discriminatie is absoluut noodzakelijk om de sociale cohesie te bevorderen.

U klinkt niet echt als een tevreden man. Bent u niet bang dat de strijd tegen racisme onderaan de prioriteitenlijst van deze regering hangt?

SCHREIBER: Ik wil voorzichtig blijven. We zullen zien. Het is nog maar de start van de nieuwe regering. Als raad zullen we het beleid van de regering nauwkeurig volgen, zodat we zeker weten dat de regering eraan werkt, alhoewel het programma niet zeer positief is op dat vlak.

Het frustreert u niet?

SCHREIBER: Niet echt. Met de raad werken we aan een betere samenleving, en dat is een eeuwige taak, dat gaat verder dan één regeerperiode. Het enige wat me frustreert, is dat racisme nog niet helemaal verdwenen is.

« L’ANTISÉMITISME EST UN ANGLE MORT DU COMBAT ANTIRACISTE »

FR/ Jean-Philippe Schreiber, président de la Commission bruxelloise contre le racisme, estime que l’antisémitisme reste un angle mort. Dans une ville hyperdiversifiée, l’inclusion est complexe et le racisme peut aussi exister entre minorités. La commission veut conseiller le gouvernement sur les discriminations persistantes.

“ANTISEMITISM IS A BLIND

SPOT

IN THE FIGHT AGAINST RACISM”

EN/ Jean-Philippe Schreiber, chair of the Brussels anti-racism council, says antisemitism remains a blind spot. In a hyper-diverse city, inclusion is complex and racism can also occur between minority groups. The council aims to advise the government on persistent discrimination.

Column Lies Van Overschée

Lies Van Overschée is centrumverantwoordelijke van De Platoo. In haar column onderzoekt ze de spanning tussen Brussel als publieke ruimte en het leven achter gesloten gordijnen.

Kruispunt

Op het kruispunt van de Ribaucourtstraat en de drukke stadssnelweg ligt een winkeltje. Elke dag open, van ontieglijk vroeg in de ochtend tot ver na zonsondergang. Er werkt een klein team van mensen dat je na een week al vraagt hoe het met je gaat. Eerst denk je dat het is omdat je zelf makkelijk een praatje slaat, later merk je dat dat (uiteraard) onzin is: iedereen krijgt dezelfde glimlach, dezelfde vriendelijke vragen. “On est comme une famille ici, tu sais.” Frans met ieder zijn eigen tongval als lingua franca van de grootstad.

De gerant van de winkel is er, lijkt het wel, altijd. Pendelt al jaren vele kilometers en brengt in de vakantie zijn kinderen mee. Niet blind voor de informele handel en wandel op straat, maar zelden kwaad. Ontzegt niemand ooit écht de toegang tot zijn winkel. Humor is zijn gevaarlijkste wapen. Bracht een jaar of wat geleden een koffiezetapparaat mee: een paar minuten warmte in een kartonnen bekertje. Eén euro en als je die niet bij je hebt, dan kan het voor een keer wel op de poef. Gerant van de winkel? Van de hele buurt, zal je bedoelen. Verkoopt dan wel industrieel verpakt brood, maar gééft aandacht. Dat de vermoeidheid hem soms als een deken over de schouders ligt, lacht hij weg. “Geen tijd om moe te zijn, madame Lise, et je veux donner le bon exemple à mes enfants.”.

Zijn bijnaam? Monsieur le Bourgmestre. Omdat hij vrijwel iedereen bij naam kent, ook als die naam niet op wettige papieren staat. Omdat hij er altijd is, hij kan het zich als ‘simpele winkelgerant’ maar moeilijk veroorloven afwezig te zijn. Omdat hij zelf graag bijnamen verzint en smakelijk lacht als hij de zijne hoort. “Je ne suis pas un politicien, tu sais. La politique, c’est pour des gens sérieux.”

In glanzende magazines lees ik weleens over de nieuwe buurtwinkel. Ik lees dan over nostalgie, over hoe oud- en nieuwerwets er in perfecte symbiose samenkomen. Ik lees dat ik er enkel met een kaart kan betalen, het liefst nog in het Engels. En dat iedereen er over de vloer komt, van poetsman tot minister. Ik lees niet dat je er zelf twee klontjes suiker bij de koffie mag nemen en dat het tangetje om die suiker uit de bokaal te vissen nagenoeg altijd zoek is. Zou de man die ik net nog een paar muntstukken gaf er dan niet terechtkunnen, zonder betaalkaart? Of zou de minister dat dan even voorschieten, bedenk ik me, een beetje naïef.

Die nieuwe buurtwinkeltjes zijn een aanwinst, laten we dat vooral niet in vraag stellen. Maar zullen we het kruispuntwinkeltje op die grijze doorgangsplek ook maar roemen en benoemen? Misschien komt niet iedereen er over de vloer, en misschien is het er soms stoffig, maar de gerant is (ook) daar vriendelijk. Dat die van het winkeltje bij mij om de hoek maar nooit echt burgemeester wordt. Hij zou meteen verkozen raken, maar we hebben hem hard nodig. Hij mag niet te lang afwezig zijn.

‘Iedereen

kan slachtoffer worden van zakkenrollers’

Een raamklopper, een Zidane of een rug-aan-rug. Er is geen gauwdieventechniek of Carlo Cerchi (37) kent ze wel. Vijftien jaar al jaagt hij met de cel pickpockets van de spoorwegpolitie op bagagedieven en zakkenrollers. “Dieven slikken tegenwoordig pilletjes om meer lef te hebben.”

door Kris Hendrickx foto Ivan Put City jobs

Of we even willen rechtstaan voor een demonstratie? Carlo Cerchi vraagt me hoe laat het is en bedankt me vervolgens nadrukkelijk met een handdruk. Zijn tweede hand komt daarbij terecht op de plek waar mijn ingebeelde horloge zit. Terwijl hij me nog altijd hartelijk de hand schudt, trek hij me mee in een soort vreugdedansje, waarbij hij voortdurend tegen mijn benen tikt.

Carlo Cerchi is hoofdinspecteur en teamchef van de cel pickpockets bij de Brusselse spoorwegpolitie. Met zijn team bekampen ze gauw- en bagagediefstallen in de Brusselse stations, een titanenwerk, waarbij de cel ook realtime hulp krijgt van de dienst camerabewaking. Het voorbeeld met de Zidane-techniek is niet toevallig gekozen. De methode bevat een basiselement dat in tal van dieventruken terugkomt: de aandacht afleiden of verdelen, waardoor de eigenlijke diefstal niet wordt opgemerkt. “Iedereen kan zo slachtoffer worden.”

“Je ziet dat ook bij bagagedieven op de trein, bijvoorbeeld bij de raamklopper. Die tikt van op het perron op het raam. Terwijl de passagier even afgeleid is, neemt een kompaan

“Dat is wat we een Zidane noemen. Je spreekt je slachtoffer aan met een smoes zoals de tijd vragen of je stuurt een voetbal in zijn of haar richting, vervolgens geef je een hand –weinig mensen weigeren een uitgestoken hand – en dan ga je de aandacht afleiden met een dansje en bewegingen tegen de benen. Ondertussen is dat horloge, die telefoon of portemonnee weg. Het is een vrij gesofisticeerde techniek. We zien soms hoe gauwdieven die op elkaar oefenen.”

de buit mee of verwisselt hij twee tassen. Op internationale treinen hebben mensen vaak meer waardevolle spullen mee en zijn mensen sowieso al met verschillende zaken tegelijk bezig: hun zitplaats vinden, afscheid nemen … Daarbij komt nog dat de trein een vals gevoel van veiligheid kan geven: je hebt je ticket betaald, het is al gecontroleerd.”

Roltrap stilleggen

Een echte zakkenroller heeft flink wat techniek nodig. “Wie een portemonnee of telefoon uit een achterbroekzak wil stelen, zal dat vaak op een trap doen. Terwijl iemand naar boven loopt, is er telkens een fase dat de broek opspant omdat het been in kwestie omhooggaat en een fase van ontspanning omdat het been gestrekt is. Dát is het moment waarop de zakkenroller toeslaat. Zo’n diefstal tijdens

“Dieven klissen is toch hoe kinderen zich de job van agent voorstellen. Ik mag dat doen, hoe mooi is dat?”

Carlo Cerchi

Teamchef cel pickpockets bij de Brusselse spoorwegpolitie

een beweging valt minder op dan wanneer iemand stilstaat. Gauwdieven aarzelen trouwens niet om een roltrap stil te leggen, zodat hun beoogde prooi wel naar boven moet stappen.”

Dé typische Brusselse gauwdief bestaat niet. “We vatten oude en jonge daders, zo’n 150 per jaar. De jongste was 11 en de oudste 69. Je hebt een kern van gauwdieven die hier al lang opereren en dan zijn er steeds weer nieuwe daders of groepen. Als het wat te moeilijk wordt in een

bepaalde stad of land, veranderen velen van hen van plek. De meesten zijn trouwens niet ingeschreven in België. Dat betekent niet dat we etnisch profileren. We kijken vooral naar afwijkend gedrag. Wie bijvoorbeeld aan een infobord niet naar de info, maar naar medereizigers kijkt, volgen we.”

Die dieven hebben de laatste jaren steeds vaker kalmeer pillen op zak zoals Rivotril of Lyrica, merkt de cel pickpockets. “Ze gebruiken die op twee manieren: om meer lef te hebben voor een diefstal,

maar ook als we hen klissen. Door dan snel een pil in te slikken bemoeilijken ze de hele afhandeling van hun zaak: er moet dan een medische check komen en ga zo maar door.” Het moeilijkste aan Carlo’s job blijven de onregelmatige uren. “Ik heb al vaak een foto gekregen van het avondmaal dat ik mis.” Het boeiendste vindt de hoofdinspecteur de samenwerking met collega’s, ook van andere diensten. “Dieven klissen is uiteindelijk toch hoe kinderen zich de job van agent voorstellen. En ik mag dat doen, hoe mooi is dat?”

Die microbe blijkt ook aanstekelijk. “Als ik eens met de kinderen in Brussel ben, vragen ze me voortdurend: ‘Kijk papa, is dat er één?’ De opvolging is nu al verzekerd.”

In City jobs toont BRUZZ de mens achter typische en minder typische stadsjobs

‘Pure herhaling voelt snel dood aan’

Lander en Femke Gyselinck zoeken in Figures of speech de spanning tussen

controle en improvisatie

Acht jaar na Flamer staan broer en zus Lander en Femke Gyselinck

opnieuw samen op de scène. Met Figures of speech verruilen ze het duet voor een groep van elf performers, en zoeken ze de spanning op tussen controle en improvisatie, ritme en beweging.

door Maya Toebat

Tijdens het videobellen wandelt Lander Gyselinck door Oostende, terwijl zus Femke Gyselinck zich voorbereidt in een hotelkamer in Brugge. In Concertgebouw Brugge gaat diezelfde avond Figures of speech in première. Het is hun eerste gezamenlijke voorstelling sinds Flamer (2018), een intuïtief duet waarin de rollen toen omgedraaid waren: Femke aan de drums, Lander dansend. Dat groeit nu uit tot een grootschalige ontmoeting tussen dans en muziek, waarin ze opnieuw in hun eigen discipline werken, samen met negen performers.

De samenwerking vertrok met een duidelijk doel voor ogen. “Het is niet zo dat we gewoon nog eens iets samen wilden doen en wel zouden zien wat en hoe”, lacht Lander. “Zo zijn we niet. Dat is voor mij ook niet de juiste manier om te werken. Je moet vertrekken vanuit een concept.” Dat groeide de voorbije jaren. Tijdens zijn doctoraat aan KASK & Conservatorium Gent onderzocht Lander hoe hij met akoestische drums de taal van clubmuziek kan vertalen. Dat

resulteerde onder meer in twee albums met zijn soloproject Hihats In Trees. “Tijdens mijn doctoraatsverdediging vroeg Femke of ik dat studioproject niet live wilde brengen”, vertelt hij. “Ergens is toen al het idee ontstaan om er beweging aan toe te voegen.”

Zo groeide langzaam het concept van Figures of speech, dat volledig vanuit ritme is opgebouwd. Geluid en stilte, herhaling en variatie: het zijn patronen die niet alleen muziek dragen, maar ook beweging mogelijk maken. Voor Femke was dat geen evident uitgangspunt. “Het heeft jaren geduurd voor we effectief beslist hebben om dit te maken”, zegt ze. “Ik heb ooit tegen Lander gezegd: ‘Beats, ritme, herhaling – daar krijg ik geen inspiratie van.’ Ik had net een project gedaan met iemand die met beats werkte en dat voelde voor mij afgesloten.” Lander denkt na. “Femkes sterkte als choreograaf ligt in het werken met melodie”, zegt hij. “Zij kan die heel direct vertalen naar beweging. Ritme is abstracter, maar in wezen is het ook een melodie – alleen moet je die zelf meer opsporen. Het is niet zoals bij een

piano, waar je met toonhoogtes werkt. Bij drums gaat het sneller, repetitiever, volgens andere regels.”

Voor Figures of speech componeerde Lander volledig nieuwe muziek. “Ik wilde eerst de muziek van Hihats In Trees herdenken voor een ensemble van percussionisten en drummers”, vertelt hij. “Maar toen kwam het idee om er dans bij te betrekken en heb ik beslist om nieuw materiaal te schrijven. Ik vertrok vanuit de vraag: wat gebeurt er als je vier drummers samenbrengt?” Met drie andere drummers speelde hij vorig jaar al enkele concerten. Uit die muziek selecteerde Femke stukken voor deze voorstelling. “Sowieso vertrek ik voor mijn choreografieën altijd van muziek”, zegt ze. “Ik heb Landers muziek obsessief beluisterd en proberen te ontcijferen.”

Lander, jij deed een doctoraat, maar ook Femke zat niet stil. Hoe zijn jullie de afgelopen jaren als makers veranderd?

LANDER GYSELINCK: Ik heb in een korte periode veel verschillende dingen gemaakt. Vroeger

was ik in de eerste plaats een jazzdrummer die startte vanuit de klassieke drumkit, maar ik voelde al langer de ambitie om breder te gaan. Mijn doctoraat heeft daar zeker een rol in gespeeld, vooral door als muzikant echt onderzoek te doen naar je instrument. En de vraag: hoe kan je clubmuziek aanleren op een drumstel? Dat heeft mijn visie en de manier waarop ik creëer sterk veranderd.

FEMKE GYSELINCK: Voor mij is het verschil met Flamer heel groot. Lander was sinds zijn afstuderen al bezig met zijn eigen stem als auteur te ontwikkelen. Ik zat toen nog in een andere positie: ik freelancete op verschillende plekken en had een vast contract bij Anne Teresa De Keersmaeker, maar ik zag mezelf niet als choreograaf. Flamer was in die zin een kantelpunt. Het gaf me zin om zelf werk te maken. Dat was wel spannend: ik was pas moeder en ben vrij snel uit een vaste job gestapt om te beginnen als freelancer. Ondertussen ben ik ook coartistiek leider van dansorganisatie GRIP. En met Figures of speech leid ik voor het eerst zo’n grote groep dansers. Dat is weer een andere verantwoordelijkheid. Het voelt als een logisch vervolg.

Is Figures of speech een voortzetting van dat eerste duet of is het eerder een breuk?

FEMKE: Flamer was ontstaan omdat we samen iets wilden proberen, niet als een voorstelling die we echt moesten verkopen.

“Als je gelaagdheid in ritmes wil creëren, heb je meerdere muzikanten nodig”
Lander

“Ik heb Landers muziek obsessief beluisterd en proberen te ontcijferen”

LANDER: Het kwam tot stand in zo’n korte tijd, binnen een week. En er was onvermijdelijk de broer-zusrelatie omdat je samen op een podium staat, of je dat nu wil of niet. Bij deze voorstelling komen we daar meer los van omdat we met een grotere groep werken.

FEMKE: We hadden met Figures of speech een try-out in De Brakke Grond in Amsterdam. De eerste avond hebben we een duet van ons in de voorstelling gebracht, maar we hebben besloten om dat te laten vallen. Het is niet de kaart die we willen trekken.

Jullie gaan van een intiem duet naar elf performers. Waarom vroeg deze voorstelling om die schaal?

LANDER: Voor de muziek was dat het vertrekpunt. Als je gelaagdheid in ritmes wil creëren, heb je meerdere muzikanten nodig. Eerst dacht ik aan drie drummers, maar vier voelde beter. Ik heb de muzikanten meer gekozen op basis van hun persoonlijkheid, dan puur op hun technische skills. Ik wilde hen eerst ontmoeten en voelen of er een klik was. Met Wouter Van Asselbergh werkte ik al samen aan de opnames van Hihats In Trees. Mien Heyvaert en Hui-Chi Li spelen allebei ook melodische instrumenten – marimba en vibrafoon – wat ik nodig had. En ze zijn allemaal heel leergierig, wat voor mij het allerbelangrijkste is.

FEMKE: Doordat drums zo’n impact hebben, wist ik dat we met meer dansers moesten zijn. Mijn bewegingstaal is namelijk erg klein, met details en subtiele verschuivingen. Zes dansers zou te veel symmetrie opleveren en daar hou ik niet zo van. Dus zijn we met zeven, met mij erbij. Daarnaast werk ik bewust met verschillende types dansers: mensen met wie ik afstudeerde aan P.A.R.T.S., maar ook nieuwe, jonge stemmen. En bijvoorbeeld iemand die heel expressief danst tegenover iemand die meer lyrisch beweegt. We zijn een supervoetbalelftal. Dat merk je ook in de pauzes.

Hoe verandert de samenwerking tussen jullie wanneer er andere stemmen bijkomen?

LANDER: De broer-zusdialoog blijft en die is fascinerend voor anderen om te zien. De andere performers zijn soms voorzichtig om tussen ons te komen, omdat onze communicatie heel direct is.

FEMKE: Een groep leiden verandert mijn houding wel. Als ik alleen met Lander werk, maak ik meer grapjes. Nu voel ik meer verantwoordelijkheid om ieders tijd goed te benutten. De dansers hebben mijn mopjes ook minder snel door dan Lander, dus ik edit mezelf wat in de groep. Ik ben iets

Ritme, herhaling en beweging: in ‘Figures of speech’ staan elf performers op de scène.
© ROBBRECHT DESMET

serieuzer, terwijl ik tussendoor tegen Lander nog weleens iets kan mompelen. Tegelijk kan ik artistiek heel koppig zijn, net door met Lander samen te werken. Omdat hij mijn broer is, durf ik sneller te zeggen dat ik niet akkoord ga, want er is veel vertrouwen. Met anderen ben ik voorzichtiger en laat ik meer ruimte. Dat vind ik interessant om op te merken.

Wat ligt vast en wat ontstaat elke avond opnieuw?

LANDER: De muziek is volledig uitgeschreven, maar ik kom uit een jazzachtergrond, dus ik zoek graag de marge op. Pure herhaling voelt snel dood aan. Je kunt al spanning creëren, bijvoorbeeld door met volume te spelen. Verder is deze muziek echt moeilijk, vind ik zelf. We’re on a tightrope. Maar dat is ook een fundament: dat het risicovol genoeg is en je niet te veel op je gemak bent, maar dat dingen wel nog kunnen bewegen.

FEMKE: Lander en ik delen een liefde voor improvisatie. Maar net die staat hier onder druk. Hihats In Treesis een studioproject. Als Lander dat live wil brengen met meerdere drummers, moet hij zichzelf ontdubbelen en de muziek repliceren. In jazz is dat bijna een taboe, dat je tegen iemand zegt: “Speel dit exact zoals ik.” Net dat spanningsveld vind ik interessant. Als iets oncomfortabel voelt, is er een uitdaging. In de dans is er wat meer ruimte. Bijvoorbeeld in de drumcanon, waar de muzikanten heel strak moeten spelen, zit er binnen de beweging juist meer vrijheid en zelfs improvisatie. Het interesseert mij minder dat een beweging exact op de juiste tel gebeurt. Dat maakt het spannend.

De titel Figures of speech verwijst naar beeldspraak. Hoe vertalen jullie dat naar beweging en klank?

FEMKE: Ik wilde een titel die het onderscheid tussen muzikanten en dansers wegneemt. We zijn allemaal figures. Ik heb lang met dat woord gespeeld om de groep te verbinden. Bij dans wordt er ook vaak gevraagd: “Waar gaat dit over?” Er is een sterke drang om het in taal te vatten. Bij muziek wordt dat minder verwacht, de titel is een knipoog daarnaar.

LANDER: De paradox is dat we dat soms net wél heel letterlijk vertaalden. Dat een structuur of woord op de partituur vrij direct wordt omgezet in beweging.

Lander en Femke Gyselinck werkten samen aan ‘Figures of speech’, een grootschalige ontmoeting tussen dans en muziek.

Femke en Lander Gyselinck brengen Figures of speech tot leven op 28/4 in de Ancienne Belgique, abconcerts.be

RYTHME ENTRE FRÈRE ET SŒUR

FR/ Lander et Femke Gyselinck collaborent à nouveau dans Figures of Speech, une création de groupe avec onze interprètes. À partir du rythme, ils explorent la tension entre contrôle et improvisation en musique et en danse. Lander a composé la musique, Femke a construit la chorégraphie à partir de celle-ci. Leur dialogue frère-sœur reste perceptible au sein d’un ensemble plus large.

RHYTHM BETWEEN BROTHER AND SISTER

EN/ Lander and Femke Gyselinck reunite in Figures of Speech, a group performance with eleven performers. Starting from rhythm, they explore the tension between control and improvisation in music and dance. Lander composed the music, while Femke built the choreography from it. Their brother-sister dialogue remains present within a larger ensemble.

Cultuurgids Shop Made in Brussels

ADOPTEER

EENS EEN HOND

Noëmie Béchu is eigenlijk illustratrice, maar waarom een tekening niet eens omvormen tot 3D-formaat? Met een reeks kleien dieren maakt Béchu nu vrolijke keramiek voor in huis, goed voor wat beweging naast haar posters of postkaarten, en altijd uniek en handbeschilderd. De illustratrice levert zelfs adoptiecertificaten bij elk exemplaar. Béchu werkt vanuit Vorst en opent haar deuren geregeld voor de buurt. (EC)

ANIMAL À ADOPTER vanaf 25 euro, via noemiebechu.com

Expattocht door België

Vlierbloesemverfrissing

De Amerikaanse lifestylejournaliste Angela Dansby zou maar een jaar in Brussel blijven. Meer dan tien jaar later is de expat er nog altijd. Ze werd verliefd op tv-maker Rob Vanoudenhoven, maar vooral op Brussel en haar nieuwe thuisland. Haar inzichten en leukste adressen deelt ze nu in een compacte reisgids langs 32 Belgische steden in alle provincies. Eind april belooft ze bubbels tijdens haar boekvoorstelling bij Waterstones. (EC) BEST OF BELGIUM 22,50 euro via Borgerhoff & Lamberigts, borgerhoff-lamberigts.be

Jouw Brussels product op deze pagina? Mail naar shop@bruzz.be

Daar is de lente, daar is de limonade. Wat is er op een zonnige dag immers zaliger dan een kanariegeel glas vol klingelende ijsblokjes?

Brouwerij L’Annexe in Sint-Gillis ontwierp een variant met een vleugje vlierbloesem erbij: ideaal voor de naderende zonnedagen. Toch niet helemaal jouw smaak? Probeer dan eens de varianten met framboos-munt, bosbes of gember. Het charmante logo met de guitige ganzen krijg je er gratis bij. (MVDH)

L’ANNEXE 2,6 euro voor een flesje, lannexe.brussels

Viet Nam

KWALITEIT

Restaurant

3 x no cultural appropriation

chef-kok komt uit Vietnam en kookt al twee jaar met veel toewijding.

INFO

Atrebatenstraat 13, Etterbeek hanoistation.be

De nieuwe Brusselse foodmarkt Ratz in Elsene kwam kort na de opening in februari onder vuur te liggen: het regende kritiek wegens culturele toe-eigening en racisme. In deze drie eetgelegenheden is daar zeker geen sprake van.

Culturele toe-eigening, de term bestaat al langer en heeft nu ook zijn intrede gedaan in het culinaire debat. Sociale wetenschappers omschrijven cultural appropriation als een dominante cultuur die zich de codes toe-eigent van een andere, vaak kwetsbare cultuur. In de horeca gaat het niet zomaar over recepten die worden overgenomen, maar over de manier waarop ze worden gebruikt, gepresenteerd en te gelde gemaakt. Tegen die achtergrond zijn er in Brussel veel restaurants die meer dan trouw blijven aan hun culturele achtergrond. Dat is zeker het geval bij Viet Nam, een restaurant van Honghai Dao, die 29 jaar in Hanoi woonde voor ze naar België verhuisde. Ook de

’s Middags zetten de vegetarische nems (5,5 euro) de toon, een bewijs dat de kaart niet beperkt is tot klassieke vleesgerechten, maar ook doordachte vegetarische alternatieven biedt. Voor de liefhebbers is er kip met gember (21,50 euro), met een verfijnde sesamsaus – gegrild, met braadjus en nuoc-mâm vissaus – die romig en vloeiend is.

’s Avonds komt dit restaurant helemaal tot leven. De formule ‘Mâm Com Nhà’ (29,50 euro per persoon, minimaal twee personen) voelt als een ceremonie. De gerechten worden na elkaar geserveerd, vullen elkaar aan en maken van de maaltijd een gezamenlijke ervaring. Vietnamese worst, rundvlees gewikkeld in wilde peperbladeren, scampi met peper: goed voor een evenwichtige ervaring, waarin elk gerecht zijn eigen plek heeft.

À la carte variëren de gerechten tussen 20,50 en 24,50 euro, met verschillende tofu-opties voor 20,50 euro. De bijgerechten blijven betaalbaar (witte rijst, rauwkost of pinda’s voor 4 euro). En de dranken? Op de kaart staan erg klassieke wijnen (Jaboulet, Drouhin …), naast interessante, maar dure (sauvignon Dagueneau voor 120 euro). Dan liever een simpel, maar onweerstaanbaar Saigon-biertje voor 5 euro. MICHEL VERLINDEN

Nyyo

In restaurant Nyyo vaart ‘Nam’ Lam een duidelijke koers. Hij komt uit Luik, werkte in New York en serveert in Elsene een Vietnamese keuken die de clichés overstijgt. Hier geen noedelsoep (pho) of loempia’s. Op tafel komen gerechten om te delen: pittige tan chanh met rundvlees, ceviche met kokosmelk, noedels met boter en oesterzwammen. Een goed bedacht, toegankelijk, verfijnd en vernieuwend concept. Baljuwstraat 38, Elsene nyyorestaurant.com

Nnadoz

Bij Nnadoz in Molenbeek, dat druk wordt bezocht door de Nigeriaanse diaspora en ons werd getipt door slager Bjorn Boonen, staat een compromisloze keuken centraal in een eenvoudige setting. De efo riro, een stoofpotje met rivierkreeftjes en orgaanvlees eet je met foufou; bij de pittige rundvleesspies suya horen bakbananen; de edikaikong is een stevige, hartige schotel met slakken, vlees en koeienhuid. Heyvaertstraat 49, Molenbeek

Klassiek Pop & Jazz

Sophia Stel

Vorig jaar liep Sophia Stel mee tijdens een modeshow van Ann Demeulemeester in Parijs, maar de jonge Canadese viel de voorbije maanden vooral op met haar songs. De dromerige mix van shoegaze, pop en elektronica die ze tot nog toe over twee albums spreidde, komt Stel deze week voorstellen in de Witloof Bar van de Botanique, dé ontdekkingsplek voor de grote sterren van morgen.

→18/4, Botanique

Mary Lattimore & Juliana Barwick

De voorbije jaren togen opvallend veel popmuzikanten naar de kerk om hun muzikale hosties te delen met hun fans. Sommige klanklandschappen lijken speciaal voor dat soort verheven locaties gemaakt, zoals de even etherische als gracieuze composities die de Amerikaanse harpiste Mary Lattimore en haar landgenote, de ambientmuzikante Julianne Barwick, samen uit hun kazuifels schudden. →17/4, Kerk van Laken

Ragini Trio

Ragini Trio is zuinig met zijn output, dus moeten we hun nieuwe, derde album des te harder koesteren. Het drietal bestaande uit de Brusselaars Lander Gyselinck (drums) en Nathan Daems (blazers), en de Italiaanse contrabassist Marco Bardoscia brengt nog beter dan voorheen westerse klankkleuren aan op oosterse raga’s en Afrikaanse ritmes, wat resulteert in bezwerende, spirituele jazz.

→22/4, Ancienne Belgique

En ook

In een wereld die toe is aan een portie verzet is Peaches absoluut onmisbaar (21/4, Les Halles)

Tempel voor experiment Les Ateliers Claus wordt ten grave dragen door Eugene Chadbourne (17/4)

Mammal Hands bedenkt met jazz, postrock en folk akoestische trance (18/4, Flagey)

Belgian National Orchestra, Schønwandt & Gens

Buiten is het nog aprils grillig, maar het BNO doet al uitkijken naar zoele zomernachten met muziek van Hector Berlioz. Zijn Nuits d’été is misschien wel de ultieme cyclus orkestliederen: delicate zang, begeleid door een symfonieorkest in zinderende tinten. Zeker wanneer de Franse sopraan Véronique Gens instaat voor die mélodies wordt het chaud!

→17/4, Bozar

Czech Philharmonic, Bychkov & Gabetta

Dankzij de film Tár doet het Celloconcerto van Edward Elgar niet alleen meer bij muziekliefhebbers een belletje rinkelen. Maar bij Sol Gabetta staat het werk al wel wat langer dan die bioscooprelease op de pupiter. “Een van haar sleutelstukken”, noemt ze die compositie zelf. En voor de Tsjechische filharmonie is de muziek van Dvořák even essentieel.

→20/4, Bozar

Alexandre

Tharaud & Jean-Guihen Queyras

Al dertig jaar delen de pianist en cellist de planken. Het Franse duo vierde zijn drie decennia samen onlangs nog met een indrukwekkend album, bijna tweeënhalf uur muziek. In Flagey komen ze daar een flard van voorstellen: van de barok van Marais over Bach, Brahms en Britten tot Debussy. Op een drafje door de (maar vooral hun) muziekgeschiedenis.

→21/4, Flagey

En ook

Valère Burnon, de beste Belgische Elisabethwedstrijd-pianist ooit, en petit comité (17/4, Le Baixu)

Voormalig Munt-directeur Bernard Foccroulle nestelt zich achter het orgel (19/4, Sint-Markuskerk)

Mezzosopraan Cécile Lastchenko ontwerpt een recital op maat van het Design Museum (20/4)

Expo

Art Brussels

Art Brussels vindt zichzelf opnieuw uit met een meer compacte beurs, met 139 galerieën uit 26 landen, voor een nog betere bezoekerservaring. Ook nieuw is de Horizons-sectie, een ruimte om op adem te komen in een scenografie opgebouwd rond zeven monumentale werken. De installatie Not everything is for sale etaleert persoonlijke schatten van grote galeristen.

→23 > 26/4, Brussels Expo

Flyways

Sheida Soleimani

Een helaas erg actuele expo van de Iraans-Amerikaanse kunstenaar Sheida Soleimani. Haar dromerige werk bouwt deels voort op de migratiegeschiedenis van haar ouders, die Iran ontvluchtten na de revolutie van 1979. Die verhalen verweeft Soleimani, die in de VS een vogelkliniek runt, met reflecties over de overlevingsstrijd van gewonde dieren. →18/4 > 27/6, Harlan Levey Projects

Various corpus

Amina Zoubir

De Frans-Algerijnse Amina Zoubir staat bekend voor haar analyses van de beeldvorming van vrouwelijke lichamen in de Noord-Afrikaanse publieke ruimte. Met haar poëtische kunst legt ze sociopolitieke normen en culturele codes bloot en verstoort ze ook. Hier bevraagt ze de koloniale stempel op 19e-eeuwse afbeeldingen van lichamen in Noord-Afrika.

→17/4 > 3/5, n0dine

En ook

Joan Semmel geeft zich op gezegende leeftijd nog steeds bloot (22/4 > 27/6, Xavier Hufkens/Rivoli)

Postkoloniaal? linkt koloniaal verleden en heden (18/4 > 14/3/27, Huis van de Europese Geschiedenis)

Er zit een duidelijke lijn in het abstracte werk van Haleh Redjaian (18/4 > 23/5, Whitehouse Gallery)

Dead man’s wire

Regie: Gus Van Sant, met: Bill Skarsgård, Dacre Montgomery, Al Pacino

In het Indianapolis van 1977 gijzelt Kiritsis de zoon van een magnaat. De belangrijkste eis: een openbare verontschuldiging voor diens achterbakse manier van zakendoen. Gus Van Sant (Good Will Hunting, Elephant) buigt true crime om in een kwalitatieve thriller met kritiek op de Amerikaanse maatschappij. →In de bioscoop

Cap Farewell

Regie: Vanja D’Alcantara, met: Noée Abita, Matteo Simoni, Olivier Gourmet

Matteo Simoni demonstreert zijn Frans in een langspeelfilm van de Brusselse regisseuse Vanja D’Alcantara over toxische relaties, familietrauma’s en re-integratie. Hij speelt het vriendje van een jonge moeder die voorwaardelijke vrij is. Toni (een sterke Noée Abita) moet opletten dat ze niet opnieuw in de criminaliteit belandt. →In de bioscoop

James

Cameron

Wat is het jammer dat James Cameron de voorbije dertig jaar bijna al zijn tijd in de Avatar-franchise investeerde. In de vorige eeuw regisseerde hij uiteenlopende spektakelstukken die onderdeel werden van de popcultuur én nog steeds overweldigen. Denk aan Titanic, Aliens en de eerste twee Terminator-films. Uitstekend idee van Cinematek om alles nog eens op een rijtje te zetten. → 20/4 > 27/5, Cinematek

En ook

In het Deense Beginnings doorkruist een hersenberoerte de plannen van een scheidend koppel Het CentreVidéo de Bruxelles viert zijn vijftigste verjaardag (20/4, SKA)

Hopelijk is Lee Cronin’s The mummy even eng en inventief als Evil dead rise

Klein onderhoud

Muzikant en Prince-fan STIJN

Tien jaar na zijn dood is Prince nog niet vergeten. Zeker niet door zijn Brusselse neefje STIJN, die hem in de AB eert met een even hartverwarmend als eigenzinnig tribute.

“Ik vier geen verjaardagen, ik vier alleen de dag dat ik sterf”, zei Prince ooit in een interview met Spice Girl Mel B. Die sterfdag, op 21 april in het vermaledijde popjaar 2016, blaast die jaar zelf tien kaarsen uit, een ‘jubileum’ dat door vele Prince-fanaten wereldwijd luister zal bijgezet worden.

Ook door Stijn Vandeputte, kortweg STIJN, de Brusselse muzikant die The Purple One van kinds af zijn muzikale brein liet kleuren. In het verleden bracht hij al een paar keer hulde aan zijn betreurde held, en dat doet hij nu opnieuw in de Ancienne Belgique.

“Ik heb me bij die tributes altijd meer gefocust op onbekende parels dan op zijn grootste hits, maar nu ga ik er misschien wel wat meer bekende nummers in steken”, geeft hij aan. “Ik ben geen gitarist, dus sowieso laat ik zijn songs waarin dat instrument domineert wel links liggen.”

Het is vooral de Prince van de jaren 1980 die tot de verbeelding blijft spreken, ook bij Vandeputte. “Hij was toen heel gefocust met muziek bezig, daagde zichzelf voortdurend uit, verlegde muzikale grenzen”, beaamt de zanger. “Prince schreef ook veel hitmateriaal voor anderen en streed om ownership bij de grote labels. Dat was allemaal redelijk ongezien.”

Imitatie is big business vandaag, elke week speelt wel ergens een Bowie- of Queen-kopie, maar

personificatie is niet aan Vandeputte besteed. “Ik probeer dat zelfs niet, ik vind het veel leuker om er een STIJN-draai aan te geven. Dat is ook wat veel mensen die van Prince houden verbindt: dat je je eigen ding kunt doen, en dat het oké is als je een beetje raar bent.”

“Ik vind het leuk om een STIJN-draai aan de nummers van Prince te geven”

Vandeputte zag His Royal Badness ruw geschat 65 keer live, hij was er ook bij bij zijn legendarische aftershows in de Botanique en Viage. “Zijn bassist, Larry Graham, die ook bij Sly and the Family Stone speelde, heeft me een keer uitgenodigd op het podium toen hij zelf het voorprogramma speelde in Arras. Ik stond op een meter van Prince te kijken naar Grahams concert.”

Deze week brengt Vandeputte Prince ook weer een stukje dichter tot bij ons. “Als tiener vond ik het gek dat mensen dweepten met Elvis, nu adoreer ik zelf een icoon uit het verleden. (Lacht) Ik vind het fijn om jonge mensen die Prince enkel kennen uit Stranger things te tonen dat hij meer is dan dat. En ik kijk ernaar uit om Prince-fans terug te zien met wie ik vroeger bij shows zelf stond aan te schuiven.” TOM ZONDERMAN

STIJN brengt op 21/4 hulde aan Prince in de Ancienne Belgique, abconcerts.be

Podium

Marshmallow BBQ

Lobke Leirens & Maxim Storms

Lobke Leirens en Maxim Storms zijn geïntrigeerd door de paradoxale aantrekkingskracht van angst. Goed voor ons, want daardoor heeft het droogkomische tweetal zich op de stijl, conventies en esthetiek van de horrorfilm gestort. Dat kamperen rond een smeulend vuurtje blijft dus niet gezellig, en zou wel eens bloederig kunnen eindigen. Of toch niet?

→22/4, Theater1150

Wasted land

Ntando Cele & Vidy Lausanne

De Zuid-Afrikaanse kunstenaar Ntando Cele zocht voor haar humoristische maar vurige musical-performance inspiratie in T.S. Eliots The waste land uit 1923. Deze apocalyptisch-ecologische creatie met koor en video gaat over de relatie van de mens en zijn afval, in een wereld waarin fast fashion en duurzaamheidslabels om onze aandacht strijden.

→22 & 23/4, KVS Box

It would be alright if he changed my name

Maxime Jean-Baptiste

De Brusselse filmmaker Maxime Jean-Baptiste analyseert de impact van de slavernij vroeger op de levens van zwarten vandaag. Hij komt daarvoor terug op zijn ervaringen als figurant in de BBC-adaptatie van Victor Hugo’s Les misérables, waarin hij een slaaf op een slavenschip speelde, tot hij de productie moest verlaten.

→17/4, Beursschouwburg

En ook

BRONKS, Kopergietery en Hetpaleis presenteren het bomvolle theaterfestival VOLT (18 > 26/4, BRONKS)

Muntpunt plant een poëtische avond rond De ongezouten mening van een mossel (18/4)

In Vorst Nationaal is er nog eens een Zwanenmeer met ballet en orkest (17/4)

In mijn wijk

Buitenspeeldag

Buiten ravotten mag je op elk moment van het jaar doen, maar toch nog een beetje harder op de eerste woensdagnamiddag na de paasvakantie. Dan schrappen televisiezenders traditiegetrouw hun kinderprogramma’s en zetten gemeenten alles op alles om je met allerhande fijne activiteiten naar buiten te lokken, de frisse lucht in, ver weg van andere verlokkingen.

→22/4, verschillende locaties

V-Kurated #16

Met zijn V-Kurated-avonden geeft De Vaartkapoen een podium aan jong (lokaal) talent. Soulfolkzangeres Emma Hessels kan met haar lichthese stem diep ontroeren én warme troost brengen. Ola houdt het nog wat intimistischer, met broze, als grootstedelijke gedichten vermomde folkliedjes. Wie tuk is op uitdagende avant-pop, moet zijn gordel vastklikken in de bolide van senna JMB. →23/4, De Vaartkapoen, Molenbeek

Brussels Comedy Night

Na zijn meertalige editie in december, trekt Brussels Comedy Night opnieuw de Nederlandstalige kaart. De grootste naam op de affiche is Dena Vahdani, maar ook het absurde comedyduo Water bij de Wijn, debutante Marlies Verschueren en winnaar van de Lunatic Comedy Award 2025 Robbe Boons werken op de lachspieren. Laurien Vereecken (Sex and the shitty) presenteert.

→23/4, De Markten, Brussel

En ook

Kom mee de serre van de Tuinen van Drootbeek poetsen, met een gezellige lunch als beloning (18/4) Lucie Joy en Nadjad leiden de eerst Escape Slam in goede banen (23/4, Pianofabriek)

In Sauvages redt Kéria een orang-oetanbaby uit de hel van de ontbossing (22/4, Burgercafé Conscience)

Uitgelicht

Kunstenaar Arne Quinze kan het ook op kleine(re) schaal

‘Kunst is een bloem die door het asfalt groeit’

Arne Quinze vecht al zijn hele leven tegen het grijs. Eerst met monumentale ingrepen in de stad, nu ook tussen de vier muren van de Brusselse galerie Maruani Mercier, waar hij, aangevuurd door zijn verbondenheid met de natuur, bonte sculpturen en schilderijen toont waarin hij materialen laat harmoniëren en kleuren vibreren.

door Tom Zonderman

Het is bijna vuurwerk”, zegt Arne Quinze over de planten en bloemen die door het zachte lenteweer wakkergeschud worden in zijn weelderige tuin in Sint-Martens-Latem, waar hij sinds geruime tijd woont. “Elk seizoen is een herontdekking, maar de lente voelt altijd weer als een nieuw begin. De ene verwondering volgt de andere op.”

Die verwondering over de natuur is al zijn hele leven een drijvende kracht in zijn kunst. Quinze brak twintig jaar geleden door bij het grote publiek met monumentale ingrepen in stedelijke omgevingen, om die grijze betonnen jungle “kleur te geven”. Onder meer in Brussel, tussen Naamsepoort en Louiza en in de schaduw van het Vlaams Parlement, plaatste hij reusachtige houten staketsels die het midden hielden tussen een nest van een pterosauriër en mikado voor de goden.

Quinze werd geboren in Gent, woonde als uk een tijdje in de landelijke, voormalige West-Vlaamse fusiegemeente Driekappellen, waar zijn tuin overging in de velden. Voor de kleine Arne was de wereld oneindig groot. Tot hij als tiener met zijn ouders naar Brussel verhuisde. “Dat was de grootste shock van mijn leven. Zeker in de jaren 1980 was Brussel een grauwe stad.”

Van de weeromstuit ging hij het beton te lijf met graffiti. “Ik miste de kleuren van de natuur, de vrolijkheid.” Stedelijke omgevingen vindt hij nog steeds te grijs. “Laat iemand als (landschapsarchitect) Bas Smets op Brussel los, en de economie zal tien keer beter draaien. Mensen zouden gezonder leven en kinderen zouden opgroeien in een menselijkere omgeving.”

Kunst brengt mensen samen in de openbare ruimte, wat Quinze motiveert om in steden overal ter wereld in dialoog te gaan. “Je kunt met kunst een stuk van de stad weer tot leven brengen. Je ziet buurten heropleven, de dynamiek verandert, het worden ontmoetingsplekken, er is interactie met je publiek. Dat is fijn, want we kruipen zo snel achter onze internetfaçade.”

Meeliften met een meteoriet

Zijn werk kleurt inmiddels het straatbeeld van Washington tot Sjanghai. In Beiroet plaatste hij jaren geleden The visitor, een oranje, stalen constructie die ondanks de meedogenloze Israëlische bommenregen van de voorbije weken nog intact is. “Ook de explosie in de haven zes jaar geleden heeft ze overleefd”, zegt hij niet zonder trots. Vandaag boetseert Quinze met glas, keramiek, hout en aluminium veelvormige, kleurrijke beelden die eruitzien als

“De meeste mensen willen bij het aanleggen van hun tuin elke haag en grasspriet trimmen. Ik doe net het tegenovergestelde”

vreemdsoortige, verwrongen obelisken en uit de kluiten gewassen stampers. Daarnaast vertaalt hij de bloemenpracht van zijn tuin naar vibrerende schilderijen. De kleurenpracht spat er vanaf.

Kunstwerken die vanaf deze week te zien zijn bij de Brusselse galerie Maruani Mercier onder de ietwat bombastische banier In the crossfire: brutal harmony and the fragility of hope. “Ik breng graag brutaliteit en fragiliteit samen. Voor glas en keramiek heb je temperaturen nodig tot 1.200 graden. Die hitte voel je door je lichaam gaan als je aan het werk bent, dat is iets heel lijfelijks.”

Quinze zoekt bewust het spanningsveld tussen die materialen op. Er zit harmonie in, maar ook wildheid. “In mijn werk zoek ik altijd het scherpst van de snee. Ik hou van de ongeremdheid van de natuur. De meeste mensen willen bij de aanleg van hun tuin alles controleren, elke haag en grasspriet trimmen. Ik doe net het tegenovergestelde.”

Voor Quinze gaat die fascinatie voor de natuur over iets groters. Als mens staan we diametraal tegenover haar schoonheid.

Daarom is het meer dan ooit zijn missie om dat te counteren. “Wat ik oppik uit de natuur is diversiteit. En die staat vandaag onder gigantische druk. Politieke leiders overal ter wereld willen diversiteit zoveel mogelijk elimineren. Als kunstenaars moeten wij daar keihard tegen vechten.”

Die vragen naar onze plaats in de natuur duiken vaker op in zijn werk. Twee jaar geleden toonde Quinze voor het eerst glas en keramiek op de biënnale van Venetië. In zijn werk Are we the aliens? stelde hij een fundamentele vraag over onze aanwezigheid in de kosmos, en hoe ons DNA op de aardkloot terecht zou kunnen zijn gekomen, stoemelings meeliftend met een meteoriet. “Beeld je een planeet in in perfecte harmonie, en dan slaat plots die meteoriet in.”

Watching Big Brother

De afbakening van de white cube is een uitdaging voor iemand die altijd onbegrensdheid heeft nagestreefd. De voorbije jaren klopten musea aan, sculptuurparken, en nu ook galerieën. “Dat is een zoektocht geweest,

maar ik werk net zo graag op kleinere schaal”, zegt Quinze. Veel kunstenaars hebben de natuur, met name bloemen, in hun werk proberen te vertalen, van Monet tot Jeff Koons. “Ook voor mij is dat een kwestie van non-stop experimenteren.”

Die spanning tussen vrijheid en begrenzing reikt voor Quinze verder dan de kunstpraktijk alleen. “Wij zijn als mens verslaafd aan de religie van de vier muren. Het eerste wat we zien als we geboren worden, zijn de steriele muren van een hospitaal. We zitten in de klas tussen vier muren, net als op ons werk. En als we sterven, verdwijnen we tussen vier wanden onder de grond. Voor mij gaat kunst in een museum of galerie daartegenin: het is een bloem die door het asfalt groeit.”

Quinze wil hoop brengen waar die in verdrukking staat. “Zeker vandaag. Mijn werk is niet én zeer politiek tegelijkertijd. Als je de diversiteit beschermt, heb je heel snel een politiek discours. En tegelijk wil ik daar ver van weg blijven, omdat ik door schoonheid mijn stempel wil drukken.”

Als hij nog eens te gast is op de biënnale van Venetië, zou hij het anders aanpakken: “Ik zou een installatie maken, een glazen kubus met verlichte despoten als Trump, Erdoğan, Orbán en Poetin, die we als een soort Big Brother-show 24/7 kunnen bekijken. Eens zien hoe ze het zonder hun grote machtsvertoon zouden rooien.”

In the crossfire: brutal harmony and the fragility of hope is van 22/4 tot 23/5 te zien bij Maruani Mercier, maruanimercier.com

Inzichten

Wat weet kunstenaar Sarah Vanhee van het leven?

Wat kun jij dat de meeste anderen niet kunnen?

Rustig en koelbloedig blijven bij grote catastrofes. Hoe erger het is, hoe rustiger ik word.

In welk ander vak zou je ook top zijn? Mensenrechtenadvocaat, sportcommentator en handlezer.

Wanneer verbaasde Brussel jou?

Als ik terugkom van een ander land of een andere stad, vind ik vaak dat de mensen hier meer relaxed, vriendelijker en cooler in de omgang zijn.

Waarop trakteer je jezelf af en toe?

Een warme choco bij chocolatier

Blondeel. Ik drink normaal geen warme chocolademelk, maar daar drink je echt vloeibare chocolade.

Wat doe je de anderen graag cadeau?

Woorden, in wat voor vorm dan ook. Of ik schrijf iets, of ik zeg iets, of ik geef een boek, of een poëziebundel.

Wat had jij pas op erg late leeftijd door dat iedereen al lang wist?

Dat het soms ook oké is om niet te antwoorden. Als je geen zin hebt, of vindt dat de vraag niet pertinent is of niet juist voelt.

Welke lifehack verbeterde je leven?

Ooit heb ik besloten dat ik iemand ben voor wie een aantal dingen gemakkelijk moeten zijn. Een activiteit, een hobby of engagement moet dicht bij huis zijn, anders ga ik niet. Als ik mij meer dan tien minuten moet verplaatsen om aan sport te doen, dan ga ik niet.

Welk vreemd voorwerp slingert rond in je huis?

Een kleine plastic kaka die zich kan voortbewegen als je hem opwindt. Tarotkaarten waaruit ik altijd de slechte kaarten trek. Stokken in rare vormen die ik meeneem uit de bossen. Heel veel stenen. Een gebreid knuffeldier dat het midden houdt tussen een haan en een zeepaardje. Dat wat de woonkamer betreft.

Waar kijk je naar uit de komende tijd?

Ik ben aan iets beginnen te schrijven waar ik graag de tijd voor wil vinden. En zwemmen in een meer in de zomer. Wie verdient het om ‘heilig’ verklaard te worden?

De vrouwen achter de Brusselse organisatie Amour et Sagesse, die met oudere mensen werkt.

Bij welke historische gebeurtenis was je graag aanwezig geweest? De allereerste zonsopgang.

• Sarah Vanhee is kunstenaar, performer en auteur

• Haar interdisciplinaire werk maakt en presenteert ze zowel in de publieke ruimte als in internationale kunsthuizen. Recente werken zijn Bodies of knowledge, Dienst Woorden en Mémé

•Op het festival Volt van de jeugdtheaters Hetpaleis, de Kopergietery en BRONKS presenteert ze The beach, op basis van schrijfsessies, improvisaties en gesprekken met jongeren over seks

Welke wet zou jij meteen invoeren?

Ik denk dat de wereld er beter van zou worden als niemand ter wereld meer dan 10 miljoen euro mag bezitten. Voor welke breed gebezigde uitvinding ben jij bijzonder dankbaar?

Sokken.

Welke app ontbreekt in je leven?

Een die mij zou helpen om namen en gezichten te onthouden. Ik ben in allebei gênant slecht.

Wat is kunst?

Kunst is wat je doet met je folie – een mooier woord dan gekheid – om andere realiteiten werkelijk te maken, en de wereld zo een beetje leefbaarder.

Welke zin mag op je doodsprentje?

Ze hield zo ontzettend van het leven dat ze er niet genoeg van kon krijgen en dus zeker nog eens terugkomt.

MICHAËL BELLON

De voorstelling The beach is op 21/4 te zien in BRONKS, het Volt FESTIVAL loopt van 18 tot 26/4, voltfestival.be

FOTO’S: © COURTESY MARUANI MERCIER, BELGIUM

Afspreken aan de blokken

Elke week toont een Brusselse ket zijn of haar favoriete plek in Brussel. Robel (11) neemt BRUZZ mee naar de Tuin van de Rechtvaardigen in Laken, in de buurt bekend als ‘de blokken’.

Hoe zou je deze plek omschrijven?

Er zijn veel blokken. Het is niet echt zo’n pleintje met natuur of zo. Maar je kunt hier wel veel dingen doen. Er is een heel klein parkje.

Wat kun je hier doen?

Vroeger speelde ik in de zomer vaak in de fonteinen. Je kunt hier ook een beetje voetballen of basketten. En op zondag rond twee uur spreken we af met een grotere vriendengroep.

Je bent met je fiets gekomen. Gebruik je die vaak?

Stappen is tijdverspilling. Voor verre afstanden heb ik liever de auto. Maar twee of drie kilometer vind ik wel oké. We hebben op vakantie eens honderd kilometer gefietst in twee dagen tijd.

Je gaat volgend seizoen weer basketballen. Wil je later basketter worden?

Ja, dat is een kinderdroom. Elk kind met een hobby wil in de NBA of een nationaal elftal of zo raken. Als dat niet lukt, dan wil ik industrieel ingenieur worden.

Waarom?

Ik hou wel van dingen ontwerpen. Toen ik zeven of acht was, heb ik een theorie bedacht. Ik dacht, waarom al die dieselauto’s? Waarom kun je niet twee magneten aan elke kant van een band zetten? Wanneer je op het pedaal drukt, dan activeer je de voorste magneet en begint de band te draaien. En zo kun je rijden. Waar word je minder blij van?

Jongeren op een elektrische step. Ik werd onlangs aangereden door twee jongens. Zij gingen veel te snel op het voetpad. Ze raakten me en zeiden dat ik moest uitkijken, terwijl zij in fout waren. Dat vind ik niet oké. Hoe ouder je bent, hoe meer macht je hebt. Ik had gelukkig niet veel pijn. ASTRID VAN PEER

Wil jij ook je favoriete plek tonen? Stuur een mailtje naar ket@bruzz.be.

ABCONCERTS.BE

ARTIESTENPARCOURS D’ARTISTES - JETTE

49lieux / plaatsen

150artistes / artiesten

ARTIESTEN 18/19 04 26

Sam-Dim / ZAT-ZON - 11.00>17.00 www.APAjette.brussels @jette1090 - #apajette

200 rencontres artistiques / kunstbelevingen

Gratuit et ouvert à tous !

D’ARTISTES

Gratis en toegankelijk voor iedereen!

Plan je route langs meer dan 1700 kunstenaarsateliers in Vlaanderen en Brussel

Fubuki

Vul de cijfers 1 tot en met 9 in het rooster in, zodat het resultaat van de sommen klopt met de cijfers rechts en onderaan de kolommen. Elk getal mag maar één keer voorkomen. Het niveau van de puzzel kan variëren per editie.

Rekenpuzzel

Vul de witte vakjes met positieve gehele getallen zodat elke rij een kloppende som vormt met het doelgetal rechts of onder. Reken van links naar rechts en van boven naar beneden, zonder voorrang van × of ÷ (bij delen moet de uitkomst altijd een geheel getal vormen).

Verborgen Brussel

De hoofdstad kent veel verborgen plekjes, onverwachte panorama-uitzichten, en onbekende maar daarom niet minder intrigerende panden en kantjes, ver weg van Manneken Pis, de Grote Markt en het Atomium. Zoals dit panorama. Waar is deze foto getrokken? Zelf een foto van een onverwacht stukje Brussel insturen? Mailen naar redactie@bruzz.be

Woordzoeker

Zoek alle verborgen woorden in het raster van de speciale woordzoeker van BRUZZ.

Streep de begrippen één voor één weg, dit kan in alle richtingen: horizontaal, verticaal, diagonaal, en van links naar rechts en andersom.

▢ Islam

▢ Moskee

▢ Schilderij

▢ Barometer

▢ Dansen

▢ Trommel

▢ Drum

▢ Eenzaamheid

▢ Gezondheid

▢ Welzijn

▢ Racisme

▢ Rivierkreeft

Oplossingen

De puzzels in dit magazine zijn intern ontwikkeld of gegenereerd met gebruik van toegestane tools en artificiële intelligentie. Elke gelijkenis met bestaande puzzels is toevallig.

WIN TICKETS

Stuur het trefwoord, samen met je adres en telefoonnummer, naar win@bruzz.be

Picture Perfect

5x2 tickets, > 16/08, Bozar Mail: ‘Perfect’

Out of hands

5x2 tickets, 14/04, Bronks Mail: ‘Hands’

Swiping right

5x2 tickets, 29/04, KVS Mail: ‘Swiping’

SUPPLY CHAIN

Supply Chain propose un voyage poétique combinant lumière en mouvement, reflets et sons.

Supply Chain biedt een poëtische reis waarbij bewegend licht, reflecties en geluid worden gecombineerd.

ATOMIUM.BE

Zien we jou op de infodagen in Brussel?

Infodag 25 april

Bedrijfswetenschappen

Talen Rechten

Ontdek meer

Infodag 29 april Architectuur

Interieurarchitectuur

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook