Koop eens een villa in Marokko tijdens Brusselse vastgoedbeurs

Eerste interview met minister-president en ‘optimist’ Boris Dilliès

Muziek










![]()
Koop eens een villa in Marokko tijdens Brusselse vastgoedbeurs

Eerste interview met minister-president en ‘optimist’ Boris Dilliès

Muziek
























e r f goeddag.be
Zondag 26
9.30 - 18.00 uur
Meer info: erfgoedcelbrussel.be/erfgoeddag





Laag Sint-Gillis, arm en dichtbevolkt en niet meteen de properste wijk van Brussel. Op een ochtend zie ik er een handwerker bouwen ander grof afval uitladen en naast de vuilnisbak op de hoek van mijn straat plaatsen. De plek is een ware magneet voor zowat alle soorten afval, en dus spreek ik de man aan. Dat er zoiets is als een containerpark. Dat het Gewest grof huisvuil op afspraak afhaalt. Dat hij een boete riskeert ook.
Terwijl mijn gesprekspartner beteuterd luistert, komt de cafébaas aangerend van de Griekse kroeg die op het sluikafval uitkijkt. Nog een bezorgde buur, denk ik. Fout gedacht. Wat ik me wel niet inbeeld, mensen zo lastigvallen! Dat hij hier al vijftig jaar woont en dat het nooit anders was: je plaatst afval op het trottoir en de gemeente haalt het op.
woordelijken voor netheid: negentien gemeenten én het Gewest. Verder in dit magazine houdt ook Jonathan De Jonck van Brussel (Pou)belle een dergelijk pleidooi. Andere steden tonen dat een nette stad geen onbegonnen werk is. Wenen bijvoorbeeld. Als daar een lokaal probleem opduikt, stuurt de netheidsdienst poetsploegen én een ploeg die extra informatie en desnoods boetes geeft. Het Gewest helemaal verantwoordelijk maken voor netheid heeft nog andere voordelen: gemeentebesturen, die erg dicht bij de bevolking staan, zijn soms gewoon bang om boetes uit te schrijven. Dat zeggen verschillende schepenen die BRUZZ sprak.
“Veel Brusselaars lijken niet te beseffen wat de regels rond netheid zijn”
Het voorval – van enkele jaren geleden –legt een aantal pijnpunten bloot in het huidige Brusselse netheidsbeleid. Zo lijken veel bewoners of gebruikers van de stad niet te beseffen wat de regels rond netheid zijn. Belangrijker nog: ze ervaren amper druk om zich die regels eigen te maken. Wie zijn afval lukraak dropt, merkt vooral dat het enkele dagen later wel opgehaald is (en vaak vervangen door een nieuwe stapel). Het risico op een boete, dat lijkt wel onbestaande.
Geïnspireerd op buitenlandse ervaringen, blijkt een belangrijke les voor de Brusselse beleidsmakers dat netheid best bij één beleidsniveau zit, dat vervolgens alle schakels in de netheidsketen overziet: preventie en informatie, ophaling en schoonmaak, én repressie waar nodig. In Brussel zijn er vandaag twintig eindverant-
Het nieuwe Brusselse regeerakkoord besteedt een halve pagina aan netheid. Een opmerkelijk element is dat het Gewest meer ondergrondse afvalcontainers wil. Die hebben echte voordelen: afval verdwijnt uit het straatbeeld en burgers die vaak in kleine appartementen wonen, kunnen er op elk moment van de week hun afval kwijt. Tegelijk is het een illusie om te denken dat een fijnvertakt netwerk van containers Brussel plots proper zal maken. Een stad als Amsterdam telt ruim 14.000 exemplaren, maar kampt met een aanzienlijk probleem van ‘bijzetting’: afval achterlaten naast containers. Het is een fenomeen dat u misschien kent van de ondergrondse glascontainers.
Als een kordate stad als Amsterdam het al moeilijk heeft met bijzetting, wat wordt dat dan in het laksere Brussel? Nochtans kan het wel: door bewoners te betrekken, uitgebreid te informeren, de omgeving vaak te poetsen én sluikstorters nadrukkelijk aan te pakken, kom je al een eind. Alleen wordt dat moeilijk zonder eenheid van commando.

























Redacteur
In het edito fileert de redactie de Brusselse actualiteit.
Lees meer Jonathan De Jonck van Brussel (Pou)Belle: ‘Vuilniszakken op straat, dat is niet meer van deze tijd’ p.26




Het team van Home Info staat dagelijks klaar voor ouderen, hun naasten en zorgprofessionals met vragen over wonen en zorg. Of het nu gaat om extra ondersteuning thuis of een woonzorgvoorziening: de organisatie begeleidt mensen in hun zoektocht en gee t persoonlijk advies. Home Info is de Nederlandstalige werking van de Brusselse vzw Infor-HomeInfo. Aan het begin van het jaar maakt het team de balans op: wat viel op in 2025? Sabine François en Ans Rossy lichten de belangrijkste cijfers en bevindingen toe.
brede invalshoek
Bij Home Info valt meteen de brede expertise van het team op, dat zich dagelijks inzet voor ouderen. Ans, psycho-sociaal medewerker en orthopedagoog, is gespecialiseerd in ‘groene zorg’. “Dat zijn zorgpraktijken die natuur, groen en dieren integreren”, legt ze uit. “Ook bij ouderen met bijvoorbeeld dementie zijn er aantoonbare positieve e ecten. Helaas is die aanpak nog onvoldoende bekend in de Brusselse ouderenzorg.”



haar wensen en noden zijn”, zegt Sabine. “Als het kan, proberen we altijd zélf in gesprek te gaan met de oudere, zodat we oplossingen kunnen zoeken die echt bij hun situatie passen. Daarom is het belangrijk dat ouderen en hun omgeving de weg naar Home Info vinden.”
1 op 3 van de oproepen betre t ouderen jonger dan 70
Nieuw: brochure en infosessies ‘Tijdig nadenken over wonen en zorg voor ouderen’
Sabine, adjunct-directeur en geschoold in sociologie en economie, focust op waardig ouder worden en het levenseinde. “Het leven van Brusselse ouderen zinvol ondersteunen, daar haal ik veel voldoening uit”, zegt ze. “Gelukkig kan ik bij Home Info mijn ei kwijt.”
Home Info kent het Brusselse woonzorglandschap door en door. In het jaarverslag analyseert de organisatie de sector en bundelt ze vaststellingen en inzichten uit haar dagelijkse werking. Aldus informeert ze beleidsmakers over trends en noden in de ouderenzorg. Een blik op enkele opvallende feiten.
De meesten oproepen komen niet van ouderen zelf
Slechts 15% van de oproepen en vragen die Home Info ontvangt, komt rechtstreeks van ouderen zelf; het merendeel (43%) van professionals en de rest van naasten. Vaak lukt het ouderen niet om zelf contact op te nemen door een verslechterde gezondheid. “Toch is het voor ons belangrijk om rechtstreeks van de oudere te horen wat zijn of
De gemiddelde lee tijd in een woonzorgcentrum ligt rond de 85 jaar. Toch krijgt Home Info steeds vaker vragen voor mensen jonger dan 70. Vaak spelen meerdere kwetsbaarheden tegelijk, zoals psychische problemen, een lichte mentale beperking, eenzaamheid, armoede, verslaving of een instabiele woonsituatie. “Deze mensen hebben meer omkadering nodig, maar zijn niet zorgbehoevend genoeg voor een woonzorgcentrum”, zegt Ans. “Bovendien zitten ze in een andere levensfase en zijn ze vaak nog mobiel en actief. Toch ontbreekt het in Brussel aan voldoende (semi-)residentiële opvang voor deze groep.”
Nederlandstalige ouderen vinden steeds moelijker een WZC in hun eigen taal
“De biocommunautaire centra zijn sterk Franstalig, en zelfs in de negen Vlaamse centra is vaak onvoldoende Nederlandstalig personeel aanwezig. Voor kwetsbare ouderen is het extra belangrijk om in hun eigen taal geholpen te worden. Net daar vormt de Nederlandstalige expertise van Home Info een grote meerwaarde.”
De brochure ‘Wonen, mij een zorg!’ en onze infosessies helpen ouderen om gezond en vitaal langer thuis te blijven wonen, met een goed overzicht van alle mogelijkheden en ondersteuning in hun omgeving,” zegt Ans. “Ons team staat klaar voor gratis en maatwerk advies of gewoon een luisterend oor. Elke ouder verdient respect en de juiste zorg en hulp”, besluiten ze.
WAAROM HOME INFO?
“Onze bicommunautaire vzw werkt met een meertalig team”, zegt Sabine. “We begeleiden ouderen die thuis wonen of die een woonzorgcentrum zoeken.”
De vzw onderhoudt nauwe contacten met partners in wonen, welzijn en zorg, bezoekt woonzorgcentra en organiseert infosessies voor ouderen en opleidingen voor professionals. “Zo kunnen we echt maatwerk bieden, afgestemd op de wensen en situatie van elke oudere.”
Meer info?
De brochure ‘Wonen, mij een zorg!’ en het jaarverslag kan je terugvinden op www.inforhomesasbl.be/nl. Voor vragen of advies bel naar 02 511 91 20 of mail naar: info@home-info.be.



Laurent Leclercq verkoopt bloemen en planten op het Flageyplein: ‘In de lente wil iedereen in de tuin werken’
Meer BRUZZ
De Noord-Zuid verbinding
Elke dag rijden er 1.200 treinen op het traject van de Brusselse Noord-Zuidverbinding. Ga in deze reeks mee op ontdekkingsreis, langs plekken waar je normaal nooit mag komen.
Zondag 29 maart op BRUZZ tv
BRUZZKet
Volg BRUZZKet, het jongerenkanaal van BRUZZ, op YouTube of Instagram en mis niets van de verhalen voor en door Brusselse ketten. Je vindt ons via @BRUZZKet
32Muziek Concerttickets worden luxeproducten
03Vooraan Natuurlijk kan Brussel een propere stad worden
06Interview Minister-president Boris Dilliès: ‘Ik kon niet slechter voorbereid zijn’
12Defensie Na vijf jaar opnieuw militaire patrouilles in Brussel
14Opinie ’Avondklok in Noordwijk voelt wrang aan voor sekswerkers’
15Cartoon Kim Duchateau
22Vastgoed Marokkaanse droomhuizen lokken Brusselse kopers

BX.Live biedt een veilige proeftuin voor opkomend Brussels talent
18Literatuur Passa Porta opent winkel voor Engelstalige boeken
26 Leefmilieu Brussel Pou(belle): ‘Vuilniszakken op straat, dat is niet meer van deze tijd’
14 Stadsleven Citroenpers
16In beeld
16In het nieuws
25Beestig Brussel Zeldzaam porseleinhoen gespot in Jette
30 Column Melancholie 29
44Hang-out Remi
46Puzzelpagina
36Shoptips
37Eat & Drink 3 x nieuwe adressen
38Uittips
39Klein onderhoud Mavee
40Uittips
43Inzichten Kevin Van Doorslaer
BRUZZ Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65 ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80 Gratis in Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België: 29 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393 van Vlaams Brusselse Media vzw, een abonnement binnen Europa kost 119 euro per jaar, buiten Europa 139 euro per jaar OPLAGE 50.000 exemplaren ADVERTEREN? Angela Mngongo 02-650.10.81 angela.mngongo@brusselmedia.be DISTRIBUTIE Ute Otten, 02-650.10.63, ute.otten@bruzz.be KLACHTEN? klachten@bruzz.be - www.bruzz.be/klachten ALGEMENE DIRECTIE Johan Goossens ALGEMEEN HOOFDREDACTEUR Klaus Van Isacker COÖRDINATOR MAGAZINE Maarten Goethals ART DIRECTOR EN VORMGEVING Heleen Rodiers EINDREDACTIE Karen De Becker WERKTEN MEE AAN DIT NUMMER Eva Christiaens, Kris Hendrickx, Sophie Moffat, Kevin Van den Panhuyzen, Steven Van Garsse, Tom Zonderman (redacteurs); Johan Baeten, Michaël Bellon, Jasper Croonen, Andy Furniere, Michiel Leen, Tom Peeters, Niels Ruëll, Emmanuel Vanbrussel, Matisse Van der Haegen, Marie Van Loon, Benthe Vermeulen, Duchka Walraet (medewerkers) FOTOGRAFIE & ILLUSTRATIE Bart Dewaele, Tiene Carlier, Kim Duchateau, Delphine Frantzen, Ivan Put, Saskia Vanderstichele, Emiel Viellefont VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Johan Goossens, Flageyplein 18, 1050 Elsene.
door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie



Minister-president Boris Dilliès wil Brussel een beter imago geven

Als een duiveltje uit een doosje verscheen Boris Dilliès (MR) op Valentijnsdag in de coulissen van het Brussels parlement om de eed af te leggen als minister-president. In zijn eerste uitgebreid interview geeft Dilliès een inkijk in zijn gedachtegang. “Ik ben geen nationalist, ik ben een patriot en een monarchist.”
door Johan Baeten foto’s Ivan Put
Eigenlijk stond het in de sterren geschreven dat de formatiesoap met al haar tragische wendingen een verrassende ontknoping moest krijgen. Die surprise van de chef heet Boris Dilliès.
De liberaal wil Brussel vereenvoudigen, het imago van de stad opblinken en ondertussen een mondje Nederlands leren. “Ik ben een optimist”, zegt hij tijdens zijn eerste grote interview aan een Nederlandstalig medium sinds zijn aanstelling, in februari. De zon valt binnen op zijn kabinet aan het Warandepark en Dilliès oogt ontspannen.
Went het nieuwe kostuum al?
BORIS DILLIÈS: Toen ik eind 2017 burgemeester werd, was ik gestrest. Vandaag niet. Ik ben gefocust op mijn missie.
En u bent acht jaar ouder.
DILLIÈS: Dat speelt in mijn voordeel. Het ritme is intenser, maar ik herstel snel.
Gaat u joggen in het Warandepark, zoals premier Bart De Wever?
DILLIÈS: Dat ben ik van plan. In de eerste weken was daar geen tijd voor. Het was alsof je op een trein springt waarbij je geen controle hebt over de snelheid. Die controle begint stilaan te komen. Het helpt dat ik ervaring heb als parlementslid, als kabinetsmedewerker, in de privé. Ik ben niet de perdreau de l’année. (Spreekt in het Nederlands zijn tweetalige woordvoerder aan) Hoe zeg je dat, perdreau de l’année? Het is een Franse uitdrukking die wil zeggen dat iemand geen groentje is.
Kent u al Nederlandstalige uitdrukkingen?
DILLIÈS: “We zullen zien.” (Lacht) Nee, nog niet. Kijk, ik lag in bed toen Georges-Louis Bouchez mij opbelde. Eerlijk gezegd: ik kon niet slechter voorbereid zijn. Ik wou hoffelijk zijn door de Nederlandstalige journalisten in het Nederlands te woord te staan. Achteraf gezien had ik beter enkel Frans gesproken.
Begrijpt u de kritiek op uw Nederlands?
DILLIÈS: Die kritiek is gerechtvaardigd. Ik ga niet doen alsof. Mijn Nederlands is niet goed. Twintig jaar geleden heb ik voor de uitgeverij Wolters Kluwer gewerkt. Toen ik daar vertrok, was mijn Nederlands niet slecht.
Oké, maar het belangrijkste: u was acht jaar lang burgemeester van Ukkel. Dat is nog steeds een tweetalige gemeente.
DILLIÈS: Op papier wel. In 2005 heb ik Wolters Kluwer verlaten om schepen te worden.

Sindsdien heb ik in de praktijk zelden Nederlands gesproken. Ik moest elk jaar gemiddeld één huwelijk voltrekken in het Nederlands. Een taal moet je onderhouden. De realiteit is dat ik dat als schepen en burgemeester nauwelijks heb kunnen doen.
U zegt dat u de kritiek op uw Nederlands begrijpt. Zegt u dan dat uw voorzitter niet de beste keuze heeft gemaakt door u aan te stellen?
DILLIÈS: De MR kan toch niet enkel perfecte tweetaligen aanduiden als minister-president? Ik hoop dat we de kwaliteit van een minister-president niet enkel daarop
beoordelen. Maar: het is wel normaal dat ik aan mijn Nederlands werk.
Hoe doet u dat?
DILLIÈS: Ik volg lessen. En ik ben sowieso een begenadigd radioluisteraar. Als halve Fransman luisterde ik vaak naar podcasts van France Inter. (Haalt zijn gsm boven) Nu ben ik overgeschakeld naar De Zevende Dag, De Afspraak, Eerste hulp bij klassiek, Het kwartier
Blijft er nog tijd over voor uw werk?
DILLIÈS: Mijn Nederlands bijschaven is een plicht, maar ik ga me niet opsluiten in een
timing en beloven dat ik op 1 mei een vlekkeloos interview in het Nederlands zal geven.
Ik ben een optimist en ik zie mijn Nederlands opkrikken als een geweldige kans, niet als een uitdaging. Het gaat over gewoonten en herhaling. In de wagen staat sinds kort de Nederlandstalige radio op. Ik ben geen geweldige tuinier, maar op zondagen snoei ik nu de hortensia’s met Nederlandstalige politieke podcasts in mijn oren.
Volgens uw partijvoorzitter is de Vlaamse vertegenwoordiging in Brussel bovenproportioneel.
DILLIÈS: Na zo’n politieke crisis is het niet onlogisch om na te denken over de evolutie van de Brusselse instellingen.
En in welke richting denkt u daarover na? In het regeerakkoord gaat het er bijna niet over.
DILLIÈS: Maar we gaan wel een visie uittekenen. Het kan komisch klinken uit mijn mond, maar het idee van tweetalige lijsten lijkt me niet dwaas. Voor mij zijn Brusselaars in de eerste plaats Brusselaar, en niet Vlaams of Franstalig.
Tweetalige lijsten, maar een gegarandeerde vertegenwoordiging voor de Nederlandstaligen in het parlement?
DILLIÈS: (Ontwijkend) We weten waarom die gegarandeerde vertegenwoordiging er is (als compensatie voor de oververtegenwoordiging van Franstaligen op het federale niveau, red.). Nadenken over zulke zaken zal dus altijd gelinkt zijn aan het federale niveau. Waar het over gaat, is dat we niet opnieuw zo’n politieke crisis mogen meemaken. Het gaat niet over nadenken tegen de Vlamingen, maar voor Brussel. De realiteit is dat er partijen misbruik maken van het kiessysteem. We hebben een Nederlandstalig parlementslid dat geen Nederlands spreekt (Ilyas El Omari van Team Fouad Ahidar, red.). En de realiteit is ook dat het huidige Brusselse systeem zulke crisissen mogelijk maakt. We moeten wel eerlijk zijn. De komende drie jaren hebben we niet de ruimte om een grote institutionele werf op te starten die niet alleen afhangt van het Brusselse niveau.
Mist u uw burgemeesterspost?
DILLIÈS: Ik zat niet te wachten op het minister-presidentschap, dat klopt. Ik was erg gelukkig als burgemeester van Ukkel. Maar ik zit ook als minister-president goed in mijn vel. Dat is belangrijk voor de Brusselaars.
Toen de PTB even aan de onderhandelingstafel zat, zei u dat u Ukkel aan Vlaanderen zou annexeren als de PTB in de Brusselse regering komt. Vindt u het niet jammer dat de grootste Vlaamse partij niet in uw regering zit?
DILLIÈS: Ik had de N-VA er graag bij gewild. Op sociaaleconomisch vlak zijn er veel raakvlakken tussen mijn visie en die van de N-VA. Alleen: ik ben geen nationalist, ik ben een patriot en een monarchist.
Uw minister, Ahmed Laaouej (PS), noemde de N-VA racistisch.
DILLIÈS: Daar ben ik het niet mee eens, maar ik kan het de PS niet kwalijk nemen dat ze niet met de N-VA wil besturen. Zelf vind ik Bart De Wever een uitstekende premier. Ik heb hem ontmoet tijdens de overlegcommissie. Het was erg aangenaam. Ik zal iets verklappen: ik ga niet beginnen te zeuren
“Ik had de N-VA er graag bij gewild in de Brusselse regering”
over vermeend Brusselbashen vanwege de N-VA of Vlaanderen. Als iemand je niet graag zou zien, moet je je afvragen waarom. Het choqueert mij niet dat het Brussels Gewest niet altijd even verleidelijk was. Brussel moet zelf aan zijn imago werken.
Hoe?
DILLIÈS: Wel, eigenlijk zijn dat mijn favoriete passages in het regeerakkoord: die over het imago. Brussel heeft zoveel troeven in handen, maar weet ze niet uit te spelen. Kijk naar de Europese aanwezigheid in de stad. We moeten dat ons meer toe-eigenen en uitspelen, zoals Straatsburg doet.
Op welke manier?
DILLIÈS: Zonder daar kolossale uitgaven aan te koppelen, denk ik bijvoorbeeld dat we het Irisfeest en de Dag van Europa (beide rond 8/9 mei, red.) niet los van elkaar moeten vieren. We moeten expats als Brusselaars gaan beschouwen.
Geen idee of daar veel Brusselaars van wakker liggen. Die wachten vooral op concrete resultaten van uw regering om het imago en hun levens te verbeteren. Maar uw regering mikt op een begrotingsevenwicht in 2029. Is er marge om beleid te voeren?
DILLIÈS: Laten we niemand blaasjes wijsmaken. De financiële situatie is catastrofaal. Een begrotingstekort van meer dan 1 miljard euro, een schuld van 15 miljard euro. Ik kan daarover zeuren, of de kansen grijpen om er iets aan te doen. Dat doen wij, maar er zijn volgens mij tien jaar nodig om Brussel weer op de rails te krijgen.
De komende drie jaar moet het begrotingstekort al met 1,2 miljard euro afnemen. Wat is de impact op de Brusselaars?
DILLIÈS: We zullen vereenvoudigen. Ik denk aan de stadsinrichting: we willen komaf maken met de wildgroei aan aanbestedingen. Of met allerlei verschillende vuilnisbakken en paaltjes. De stad moet geharmoniseerd worden. We kunnen net beter doen door minder uit te geven.
De administraties staan voor historische fusies. Zal de dienstverlening daar niet onder lijden?
DILLIÈS: Het wordt niet makkelijk en soms niet populair. Maar opnieuw: we zitten met de ene na de andere identieke overheidslaag op elkaar bij sommige diensten qua IT, hr, communicatie ...
Mobiliteit en openbare werken krijgen net zoals sociale woningbouw nog stevige budgetten. En er is ook veel geld uitgetrokken voor Kanal.
DILLIÈS: Kanal is een van de mooiste ideeën in Brussel de afgelopen jaren, als het echt goed afgewerkt is en een referentie kan worden. Dan hebben we het groot lot gewonnen. Niet alleen op toeristisch en economisch vlak, maar ook voor de wijk zelf.
Ondertussen wordt er 60 miljoen euro voor Kanal fijntjes buiten de begroting gehouden.
DILLIÈS: Dat is een risico. Maar: we moeten het werk afmaken en er zal de komende jaren gekeken worden naar partnerschappen met de privéwereld. Dat is nodig, want de middelen voor Kanal zullen in de komende jaren afnemen.
Wat met Good Move?
DILLIÈS: Good Move was geen succes. Er waren mensen die er bij de uitrol van de plannen plezier aan hadden om automobilisten het leven zuur te maken. (Windt zich op) De fietser is geen vijand, maar de
automobilist is dat ook niet. We gaan naar een evenwichtiger kader tegen 2030. Meer overleg, kleinere mailles (perimeters, red.) van de circulatieplannen, en een focus op schoolwijken. En de betonblokken worden verleden tijd.
U wil een stationsplan ontwikkelen om het Zuid- en het Noordstation op te waarderen.
DILLIÈS: Dit gaat opnieuw over het imago van de stad. Maar we zitten ook met verschillende domeinen – netheid, veiligheid, stedenbouw – en meerdere bevoegde niveaus. Die moeten op elkaar afgestemd worden. Dat is het begin.
Dit jaar gaat er slechts 3 miljoen euro naar het stationsplan. Het zwaartepunt zit aan het einde van de legislatuur. We zullen nog niet veel verandering zien.
DILLIÈS: We zullen aan de opwaardering van de stationsomgeving werken. Daar zijn nu al teams mee bezig.
Uw woordvoerder zei dat er geen taboevragen zijn. Wat is uw visie op onverdoofd slachten? Er staat niets over in het regeerakkoord.
DILLIÈS: Inderdaad. En ik ben loyaal aan het regeerakkoord. Ja, ik heb er een duidelijke mening over. Maar die zal ik niet delen.
U bent een man van uw woord?
DILLIÈS: Ik heb gebreken, zoals iedereen. Maar een akkoord is een akkoord. Niemand zal zeggen dat ik terugkom op een gegeven woord.
Als burgemeester had u een aanzienlijk sheriff-gehalte, maar wat is nu uw speelruimte als het aankomt op veiligheid?
DILLIÈS: (Lacht) Ik weet, als gewezen burgemeester, dat er op het lokale en federale niveau meer veiligheidsbevoegdheden liggen. Maar: mijn kabinet gaat na over welke veiligheidshefbomen ik als minister-president exact beschik. Ik zal die ten volle uitoefenen, ook wat preventie en coördinatie betreft. Er is geen levenskwaliteit zonder veiligheid.
U heeft een vrij rechts profiel. Uw politieke voorbeeld is Jacques Chirac.
DILLIÈS: Jacques Chirac was een gepassioneerd politicus die zijn werk heel serieus nam, maar zichzelf niet. Dat vind ik belangrijk. Ik doe precies hetzelfde.
U houdt wel van provoceren. Als burgemeester liet u fietsnietjes wegzagen die Elke Van den Brandt (Groen) had laten plaatsen.
DILLIÈS: Hou ik van provoceren? Dat weet ik
“Ik ben geen geweldige tuinier, maar op zondagen snoei ik nu de hortensia’s met Nederlandstalige politieke podcasts in mijn oren”
niet. Ik weet wel dat ik niet op de man speel, maar dat ik tegelijkertijd niet hou van la langue de bois (omfloerste taal, red.). Ik benoem de zaken.
Een bron in La Libre zei: ‘Boris Dilliès préfère un spaghetti avec des amis que du caviar avec des connards.’
DILLIÈS: Klopt helemaal. Ik zit ook liever thuis met goede vrienden dan in een sterrenrestaurant met mensen die ik nauwelijks ken.
U komt wel uit aristocratische familie. Uw moeder is Belgische, uw vader Frans met Russische roots.
DILLIÈS: Ik heb de eerste tien jaar van mijn leven in de Provence doorgebracht. Zuid-Frankrijk zit in mijn DNA. We gaan vaak naar het vakantiehuis van de familie van parlementslid Joëlle Maison (Défi), een goede vriendin.
Hebt u nog veel familie in Zuid-Frankrijk?
DILLIÈS: Helaas was ik mijn beide ouders al kwijt toen ik twintig jaar was. Ook andere familieleden zijn vroeg gestorven. Ja, die pijn heeft mijn leven getekend, maar ik ben een optimistisch iemand. Ik denk dat ik ook veel
geluk heb gehad: toen mijn ouders er niet meer waren, kon ik terecht bij mijn grootouders. Ook mijn naaste vrienden gaan al decennia mee.
Uw grootvader heeft voor het Koninklijk Paleis gewerkt.
DILLIÈS: Hij heeft mij veel bijgebracht, zeker over politiek, maar ook over het koningshuis. De Belgische koninklijke familie is voor mij het toonbeeld van monarchie.
U bent rechts, maar hoe sociaal voelend bent u?
DILLIÈS: Ik ben in de eerste plaats liberaal. En liberalen zijn niet antisociaal. Net zoals socialisten wil ik het beste voor de mensen. Maar de weg naar dat doel zien wij anders.
Welke raad geeft u de Boris Dilliès die als jonge twintiger aan zijn politieke loopbaan begint?
DILLIÈS: (Neemt zijn tijd) Dat is moeilijk. Het klinkt cliché, maar: doen wat je graag doet. Mijn leven gaat nu in een rotvaart. Maar ik doe het graag. Anders moet ik een andere job zoeken.
Wat wil u in 2029 bereikt hebben?
DILLIÈS: Dat de Brusselaars weer trots zijn op hun stad.
Hoe zal u daarvoor zorgen? Wat verwachten de Brusselaars van u?
DILLIÈS: Dat hun levenskwaliteit erop vooruitgaat. Of je nu op sandalen rondloopt in Anderlecht of in een driedelig pak in Sint-Pieters-Woluwe: je wilt nette straten, veilige wijken en kwaliteitsvolle infrastructuur. Ik zal niet zeggen dat dat morgen geregeld is, dat is bullshit. Maar als we over drie jaar het leven van de Brusselaars verbeterd hebben, wat hun woonplaats, job of huidskleur ook is, ben ik tevreden.
En wil u daarna nog vijf jaar voortdoen?
DILLIÈS: We zullen zien.
«
FR/ Boris Dilliès (MR) est devenu de manière inattendue ministre-président de Bruxelles et admet qu’il « n’aurait pas pu être moins préparé ». Il souhaite simplifier Bruxelles, améliorer l’image de la ville et la gérer plus efficacement malgré la situation financière difficile. En même temps, il souligne sa position politique : « Je ne suis pas nationaliste, je suis patriote et monarchiste. »
“I
EN/ Boris Dilliès (MR) unexpectedly became Minister-President of Brussels and admits that he “couldn’t have been less prepared.” He aims to simplify Brussels, improve the city’s image, and manage it more efficiently despite the difficult financial situation. At the same time, he emphasizes his political stance: “I am not a nationalist, I am a patriot and a monarchist.”































Vijf jaar na de afloop van ‘Operation Vigilant Guardian’ is het leger weer op straat te zien. Een honderdtal soldaten verhoogt sinds maandag de veiligheid rond joodse sites. door Kevin Van den Panhuyzen
Minstens drie maanden lang zal het leger op straat patrouilleren in Brussel, Antwerpen en Luik. Daarover bereikten minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) en minister van Defensie Theo Francken (N-VA) vorige week een akkoord. Zo keert het leger ongeveer vijf jaar na ‘Operation Vigilant Guardian’ (OVG) terug op straat.
Defensie riep de operatie begin 2015 in het leven na de aanslagen op de redactie van Charlie Hebdo in Parijs. Ze liep midden 2021 af, na ruim zes jaar patrouilleren. Deze keer wordt het leger opgeroepen voor de beveiliging van locaties die belangrijk zijn voor de Joodse gemeenschap. Sinds de oorlog met Iran is de dreiging voor die gemeenschap groter geworden, zo bleek ook na de aanslag op een synagoge in Luik begin deze maand.
Wanneer is de opdracht van het leger begonnen en hoelang zal die duren?
Sinds maandag is het leger beginnen te patrouilleren op straat. Hoelang die nieuwe opdracht moet duren, is nog niet helemaal duidelijk, maar in een eerste fase is er sprake van een periode van drie maanden. Als die termijn verlengd wordt, zou het aantal ingezette militairen volgens minister Francken afgebouwd worden.
Hoeveel militairen zal
Defensie inzetten?
Aanvankelijk was er sprake van maximaal
tweehonderd militairen voor het hele land, maar dat zijn er nu een honderdtal geworden, bevestigt zowel Quintin als Francken. Hoeveel er daarvan in Brussel patrouilleren willen de kabinetten van de bevoegde ministers niet kwijt.
Ter vergelijking: ‘Operation Vigilant Guardian’ begon in januari 2015 met ongeveer 150 militairen, maar dat aantal liep al snel op tot enkele honderden. Na de aanslagen van Parijs in november 2015 en de aanslagen van Brussel in maart 2016 werden die aantallen fors opgedreven. Op het hoogtepunt van de operatie namen ruim 1.800 Belgische militairen deel aan de missie.
Waar zullen de soldaten patrouilleren?
In het algemeen moet het leger de veiligheid waarborgen op locaties die van belang zijn voor de Joodse gemeenschap. Zo is er vooral sprake van joodse scholen en synagogen, maar in Brussel zou ook de ambassade van Israël op het grondgebied van Ukkel deel uitmaken van de locaties waar militairen zullen postvatten.
Volgens bronnen zijn er in Brussel zeker zeventien locaties die militaire bewaking krijgen, waaronder twee joodse scholen, al willen ministers Francken en Quintin dat niet bevestigen. “Om evidente redenen worden daarover geen details vrijgegeven”, klinkt het bij hun woordvoerders.
Behalve de ambassade van Israël in Ukkel gaat het vrijwel zeker om de Grote Synagoge in de Regentschapsstraat. Of ook de enkele andere joodse gebedshuizen in Brussel – die zijn er vooral in Vorst en Ukkel – bescherming krijgen is nog niet duidelijk. Hetzelfde geldt voor de joodse scholen in Vorst en in Ukkel.
Daarnaast staat het Joods Museum in de Miniemenstraat op de lijst. In 2014 kostte een terreuraanslag daar het leven aan vier

mensen, maar het museum is al een tijdje dicht voor renovatiewerken.
Wat mag het leger precies doen op straat?
Kort gezegd: niet veel. Net als tijdens ‘Operation Vigilant Guardian’ is er nog geen wettelijk kader dat het leger meer daadkracht moet geven. “In principe mogen ze enkel doen wat ook burgers mogen”, zegt criminologe Sofie De Kimpe (VUB). “Als ze iemand op heterdaad betrappen, mogen ze die staande houden, maar moeten ze onmiddellijk de politie bellen. Schieten mag alleen uit wettelijke zelfverdediging.”
Net daarom is er binnen de legervakbonden veel kritiek op de maatregel. “Stel dat een patrouillerende militair wordt aangevallen en dat die een stoot met zijn geweerkolf uitdeelt met een gebroken neus als gevolg. Wat als die persoon een klacht indient bij de

“In principe mogen die militairen enkel doen wat ook burgers mogen”
Sofie De Kimpe Criminologe (VUB)
politie voor slagen en verwondingen, tot waar reikt de wettelijke zelfverdediging dan? Dan zijn we vertrokken met de juridische discussies”, stelt Natasja Gaytant van ACOD Defensie. “Als mensen met slechte intenties dat doorhebben, wordt het gevaarlijk.”
Volgens zowel Gaytant als De Kimpe biedt de aanwezigheid van soldaten weinig meerwaarde, zelfs niet voor een afschrikeffect. “In Zaventem liepen er op het moment van de aanslagen in 2016 ook militairen rond”, aldus De Kimpe.
“We hebben geen enkel recht om mensen vast te houden of de identiteit te controleren”, zegt Gaytant. “Dan kan je er net zo goed een opgeblazen pop van een militair neerzetten.”
Zijn er dan na ‘Operation Vigilant Guardian’ geen lessen getrokken? “Toch wel, maar die wegen blijkbaar niet
zwaar door bij de ministers”, aldus Gaytant nog. Vooral het ontbreken van een wettelijk kader was toen een pijnpunt. Daar ligt nu wel een tekst voor klaar, waarin wordt vastgelegd wat militairen mogen doen, zoals fouilleren en identiteitscontroles. Volgens minister Francken kan het wel nog enkele maanden duren voor die tekst in werking treedt.
Wat met de inzet van militairen tegen drugscriminaliteit?
Daar is al langer sprake van, als antwoord op het drugsgeweld in Brussel. Vrijdag gaf de federale regering groen licht voor een plan om 45 militairen naar Brussel te sturen voor gemengde patrouilles met de spoorwegpolitie in de metro- en treinstations. Die militairen kunnen ook worden ingezet bij grootschalige acties tegen drugscriminaliteit. Dat zou al mogelijk zijn vanaf april.
Handelszaken in de Brabant- en Noordwijk moeten de deuren sluiten tussen 01.00 uur ‘s nachts en 06.00 uur ‘s ochtends.
Daan Bauwens van Utsopi is niet tevreden met die maatregel.

Daan Bauwens
Directeur van Utsopi, een Belgische beweging voor en door sekswerkers
De veiligheidssituatie in de Noordwijk is zorgwekkend. Dat er een taskforce opgericht is, bestaande uit de lokale politiezone, de gemeenten Schaarbeek en Sint-Joost-ten-Node, Safe.brussels en het parket, betekent dat het probleem eindelijk aandacht krijgt. Na herhaaldelijke alarmsignalen van ons en anderen, staat het op de agenda.
Of de aangekondigde avondklok van één tot zes ‘s nachts voor handelszaken effectief zal leiden tot een verbetering van de veiligheidssituatie, is onzeker. De nieuwe burgemeester van Schaarbeek stelt dat “het hoog tijd was om iets te ondernemen”. Dat is correct. We vragen ons tegelijk af waarom het zover is moeten komen. De situatie was al jaren gekend. Het is vrij hallucinant dat een stad haar eigen no-gozone organiseert als antwoord op geweld.
Echter, de maatregel treft sekswerkers ongemeen hard. Die
Stadsleven Citroenpers
door Michaël Bellon
Zodra je iets ziet, kan je het niet meer ont-zien. Maar het is verwonderlijk hoelang je in de stad iets kunt ontzien voor je het ziet. Ook al staat opmerkzaamheid in je jobomschrijving.
Dat kan te maken hebben met routines. Nader je bijvoorbeeld geregeld de ingang (Modelwijk) van je metrostation (Koning Boudewijn), dan is het logisch dat je ogen in die eindsprint op die ingang
zien een deel van hun inkomsten in rook opgaan, zonder dat zij vooraf werden geraadpleegd of enige compensatie ontvangen. Het doet wrang aan.
De Noordwijk is al een decennium het strijdtoneel van botsende politieke visies op sekswerk. De Brusselse raambuurt wordt doormidden gesneden door een gemeentegrens.
Sint-Joost beschouwt sekswerk als criminogène, een activiteit die wapen-, drugs-, en mensenhandel met zich meebrengt. Dat vertaalt zich in een beleid dat sekswerkers als de verantwoordelijken van het geweld aanwijst. Het geweld, dat veel te lang en te vaak ongemoeid werd gelaten in de wijk, werd

ingezet voor een agressieve en heel dure politiek, waarbij de gemeente prostitutiehuizen aankocht om de sekswerkers eruit te zetten, waarna de voordeur en ramen dicht werden gemetseld. Op de hoek van de Linnéstraat en de Weidestraat staan de dichtgemetselde huizen er jaren na aankoop nog steeds te verkommeren. De term ‘verrottingsstrategie’
“Sint-Joost beschouwt sekswerk als ‘criminogène’, een activiteit die wapen-, drugs-, en mensenhandel met zich meebrengt”
gericht zijn, en niet op de overkant van de straat. Daarom zag ik pas na 24 jaar de naam van de krantenzaak die – aan ontwerp en lettertype van het bord boven de vitrine te oordelen –nochtans al even aan die overkant moet zitten: Citron-Presse Ah, die Brusselse traditie
van zwanzende handelszaken! Geeft deze woordspelige naam uitdrukking aan de verzuchting dat de pers altijd negatief en zuur zou zijn, en hier dus kranten voor citroenen worden verkocht?
Een tweede frisse blik, op het straatnaambord vijf meter naast de winkel, roept een andere nuchtere vraag op. Dat dit de Citroenboomlaan is, had ik dát eigenlijk al ooit echt gezien?
In Stadsleven vertellen redacteurs en lezers in maximaal 1000 tekens een verrassende anekdote over Brussel. Insturen kan via redactie@bruzz.be

kreeg hier een letterlijke invulling. Het geweld is er echter niet om verminderd.
Aan de kant van Schaarbeek zijn opeenvolgende burgemeesters in dialoog gegaan met sekswerkers en de organisaties die hun belangen verdedigen. Er is een doordacht beleid dat als startpunt neemt dat de zichtbaarheid van sekswerk en de beschikbaarheid van degelijke werkplekken de veiligheid van sekswerkers ten goede komen.
In de aangekondigde avondklok tekenen zich de contouren af van de strategie van Sint-Joost: de verplichte sluiting van commer-
ciële activiteiten, waaronder het overgrote deel ramen, doet weer verstaan dat sekswerk aan de oorzaak ligt van het geweld. Terwijl net sekswerkers zelf slachtoffer zijn van het geweld.
Wat de Noordwijk overkomt, met al wie er woont, werkt en er passeert, is het gevolg van een mix van problematieken waar oplossingen voor bestaan. Maar de politieke wil ontbreekt, zoals blijkt uit het uitblijven van de lang verwachte nabijheidspolitie in de wijk. De capaciteitsproblemen stapelen zich ondertussen op bij de lokale politiezone na pas opgelegde besparingen.
Nieuwe ontwikkelingen rukken tegelijkertijd op. De Noordwijk zit gekneld tussen nieuwe glanzende torens in het zuiden en het westen, met rooftopbars die uitkijken op de noodlijdende wijk. Een heraanleg maakt ook deel uit van het nieuwe veiligheidsplan van de taskforce. Dat betekent dat men binnenkort kleur zal moeten bekennen. Gaat men voor radicale stadsvernieuwing die nieuwe, kapitaalkrachtigere bewoners zal aantrekken? Of wil men werken aan een wijk die haar diversiteit en bewoners mag behouden? En waar sekswerk een plek krijgt en veilig georganiseerd wordt naar het voorbeeld van Gent of Antwerpen?
Reageren of zelf een opiniestuk insturen? Mail naar redactie@bruzz.be
Defensie-experte Michelle Haas over de mogelijkheid van een oorlog
“Russische tanks in Brussel? Nee, maar België blijft niet buiten schot”
Het Laatste Nieuws, 21 maart 2026





23/03 | Tuberculose rukt op in Brussel. Hulporganisaties luiden de alarmbel over de opmars van tuberculose in Brussel. Met 22 gevallen per 100.000 inwoners ligt het aantal besmettingen bijna drie keer hoger dan in de rest van België. Dat
melden Belta en Damiaanactie. Beide organisaties, die inzetten op sociale begeleiding, hebben hun tenten opgeslagen aan een woning van ‘Het Huizeke’ aan het Vossenplein, waar de voorbije vijf jaar al meer dan vijftig patiënten
opvang kregen. “Het slaagpercentage in Brussel benadert 85 procent, een stuk beter dan vroeger”, klinkt het in een persbericht. In sommige jaren gaat het zelfs over een genezingsgraad van 100 procent.
23/03 | Zwembad Calypso een maand gesloten door werken.


Het zwembad Calypso in Watermaal-Bosvoorde zal van eind april tot eind mei sluiten door werken. De kleedruimtes, de randen en de ligzones van het zwembad worden gerenoveerd. Die renovaties maken deel uit van de werken om het zwembad energiezuiniger te maken. De geldigheidsduur van de abonnementen wordt
automatisch verlengd met een periode die overeenstemt met de duur van de werken.
21/03 | Hard Rock Café aan Grote Markt dicht. Het Hard Rock Café op de Grote Markt heeft vrijdag onverwacht de deuren gesloten. De hoge huurprijs nekte de wereldberoemde keten die



Afgelopen zaterdag trok Carnaval Sauvage door de Marollenwijk. Op voorhand hadden de organisatoren van de anarchistische stoet opgeroepen om de wijk netjes te houden. Zo werd gevraagd om geen vuur te stoken voor het slotvuur en om geen afval achter te laten. Een deel van
feestvierders gaf daar jammer genoeg geen gehoor aan. Op dezelfde dag ging het er in Schaarbeek gemoedelijker aan toe. Het oudste nog bestaande carnaval – Scharnaval – van Brussel vierde zijn 92e editie. Na enkele jaren van onderbreking keerde het evenement in volle glorie terug met 21 deelnemende folkloristische groepen.
in korte tijd veel vestigingen moest sluiten, onder andere in Parijs, Dublin en Glasgow. Volgens de VRT heeft zich ondertussen al een nieuwe huurder zich aangeboden voor het pand: er zou een nieuw restaurant in komen.
21/03 | Koninklijke Serres vliegensvlug uitverkocht. De tickets voor de
Koninklijke Serres van Laken raakten in een mum van tijd uitverkocht. Vrijdagnamiddag startte de verkoop; de website bezweek tijdelijk onder de grote vraag. Enkel mensen met beperkte mobiliteit kunnen nog een ticket bemachtigen voor de speciaal daarvoor voorziene dag op dinsdag 5 mei.
20/03 | Anderlecht verhoogt politieaanwezigheid. Anderlecht werd de voorbije week opgeschrikt door zes schietpartijen. Een van de slachtoffer raakte levensgevaarlijk gewond door een schotwonde in de buik. Burgemeester Fabrice Cumps (PS) verhoogt daarom de politieaanwezigheid in zijn
gemeente. Hij heeft ook, in een brief aan minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR), gevraagd om steun van de federale politie. Hij vroeg tot slot om de zone Zuid voorlopig vrij te stellen van opdrachten buiten haar grondgebied.
20/03 | Brusselse afdeling MR start
zoektocht naar opvolger van David Leisterh. Een nieuwe voorzitter is nodig na de beslissing van Leisterh om niet langer de functie van voorzitter van de gewestelijke MR-afdeling uit te oefenen. Kandidaten hebben tot 30 maart de tijd om zich aan te melden. De verkiezingen vinden plaats tussen 21 en 24 april.

Ludovic Bekaert van Passa Porta Bookshop opent volgende week een Engelstalige boekenwinkel, Hendrik Tratsaert van het internationale literatuurhuis Passa Porta opent volgend jaar dan weer een afdeling van de Schrijversacademie. “De vrijmoedigheid in Brussel bevalt mij.”
door Michiel Leen foto’s Emiel Viellefont
Timing is alles. In het pand aan de Dansaertstraat 48, naast de Passa Porta Bookshop, wordt momenteel alles in gereedheid gebracht om de deuren te openen op 4 april. De voormalige winkel in luxehandtassen wordt een tweede boekenwinkel, met aangepaste lees- en zithoeken, met een benedenverdieping exclusief gewijd aan fictie en een volledige bovenverdieping voor de betere literaire non-fictie – in totaal 180 vierkante meter Engelse boeken. Een serieuze uitbreiding op het huidige aanbod.
Tijdens het interview met zaakvoerder Ludovic Bekaert, over de verruiming van zijn boekenwinkel, en met Passa Porta-directeur
Hendrik Tratsaert, zijn eerste interview sinds zijn aanstelling anderhalf jaar geleden bij het internationale literatuurhuis, worden de eerste pallets met boeken afgeleverd.
De boekhandel en het internationale literatuurhuis opereren onder dezelfde naam, maar in feite gaat het om twee aparte entiteiten,
waartussen weliswaar een sterke wisselwerking bestaat. Klopt dat?
HENDRIK TRATSAERT: Bij de oprichting van Passa Porta was het opzet: literatuur onder de mensen brengen. Daar hoorde volgens oprichter Paul Buekenhout een boekhandel bij, die Ludovic vanaf 2005 uitbouwde. Strikt genomen zijn het twee aparte entiteiten, een vzw en een vennootschap, maar ze staan allebei ten dienste van schrijvers en lezers. Er is een duidelijke synergie tussen het literatuurhuis en de boekhandel: enkele tientallen Passa Porta-activiteiten per jaar vinden in de boekhandel plaats, het publiek overlapt voor een deel …
En nu breidt de boekhandel fors uit met een Engelse afdeling?
LUDOVIC BEKAERT: Met 180 nieuwe vierkante meters verdubbelt de oppervlakte die we aan Engelse literatuur besteden. Midden vorig jaar kwam plotseling het pand vrij, en op mijn radar. Het idee om uit te breiden leefde al langer, maar een geschikte locatie
vinden was niet simpel. Het is bijvoorbeeld niet opportuun om honderd meter verderop een bijhuis te openen in een klein pand. Maar letterlijk in het huis van de buren? Dan ben ik toch aan het rekenen gegaan.
Waarom krijgt het Engels zoveel extra ruimte?
BEKAERT: De verkoop van Engelstalige boeken zit al jaren in stijgende lijn. Dat heeft voor een groot stuk te maken, zeker in de Brusselse context, met het feit dat ook Franstaligen Engels beginnen te lezen.. Daarnaast zijn er veel Nederlandstaligen die Engels lezen en is er het internationale toerisme dat toeneemt, net als de expatpopulatie. Ons aanbod van Engelse titels groeide van een duizendtal naar zeven- tot achtduizend, en daar voldeed de huidige ruimte gewoon niet meer voor.
Ondanks het feit dat er even verderop een grote Waterstones zit en de onafhankelijke Engelse boekhandel Sterling Books er enkele jaren geleden mee ophield?

BEKAERT: Uiteraard vormt dat een risico, maar een berekend risico. En over Sterling gesproken: Eva Manhaeve, die voor Passa Porta Bookshop de Engelse afdeling zal leiden, heeft twaalf jaar de leiding gehad bij Sterling. Die ervaring zal haar van pas komen. Sterling heeft nooit een echte vervanging gekregen in Brussel, en in de Franstalige boekhandels is nog altijd zeer weinig Engels te vinden. Wellicht heeft dat te maken met een gebrek aan expertise. Waterstones is inderdaad een goede boekhandel, een gevestigde waarde. Maar ons assortiment verschilt grondig van het hunne, veel meer toegespitst op literatuur en de betere (literaire) non-fictie.
Hoe evolueert de interesse voor de andere talen in het commerciële boekenaanbod?
BEKAERT: De verkoop in het Nederlands is stabiel, maar veel concurrentie ondervind ik niet, of het zou de Standaard Boekhandel aan de Anspachlaan moeten zijn. Binnen die kleine Brusselse biotoop is er een goede afwisseling tussen wat wij aanbieden en wat zij in de rekken hebben liggen. Door het vrijkomen van ruimte ga ik het relatief kleine aanbod van Duitse literatuur uitbreiden. Ook het Frans zit in stijgende lijn. Sinds een maand of drie, vier gaat het aantoonbaar beter met Frans. Het feit dat het Engelse aanbod verhuist, zal voor iedereen een verademing zijn. (Lacht)
Een aantal jaar geleden deed u al eens een poging met Passa Porta 2, in de Lepagestraat. Dat bleek geen succes.
BEKAERT: Nee, maar dat ging om een totaal ander concept: een ramsjwinkel. Heel wat factoren werkten in het nadeel. De nasleep van de aanslagen in 2016, toen die winkel net open was. De Lepagestraat die toch niet autovrij werd. En de verkoop van ramsj – nieuwe boeken voor een verlaagde prijs –die overal klappen kreeg. Op een bepaald moment maakte ik de rekening en besefte ik: de stekker moet eruit.
De Dansaertstraat ontsnapt niet aan de onveiligheidsproblematiek van de hoofdstad. Onlangs getuigde een verkoopster over geweld met luchtdrukpistolen door minderjarigen. Merkt u zelf iets van die verhalen?
BEKAERT: Weinig. Een boekhandel moet zich in de eerste plaats wapenen tegen boekendieven en ik heb het gevoel dat het op dat vlak beter gesteld is dan vroeger. Wie dingen wil stelen om ze snel te gelde te maken, komt niet meteen bij boeken uit. Ik heb niet het idee dat het de toeristen afschrikt, ook niet de internationale. Eerder integendeel.
Ludovic Bekaert over de nieuwe Engelstalige boekhandel in de Dansaertstraat: “Met 180 nieuwe vierkante meters verdubbelt de oppervlakte die we aan Engelse literatuur besteden.”

TRATSAERT: Brussel blijft natuurlijk een heel drukke en chaotische stad, maar ik heb niet het gevoel dat mensen zich onveiliger voelen. Ik denk dat er eerder een bepaalde perceptie in Vlaanderen gecultiveerd wordt, een soort koudwatervrees om naar de hoofdstad te komen. Ik merk dat een beetje met de Nederlandstalige programma’s: ik zie minder mensen die van buiten GrootBrussel komen. Jammer.
“Brusselaars beginnen zichzelf als een aparte soort te zien: Vlaming noch Waal”
Hendrik Tratsaert Directeur internationaal literatuurhuis
Ondertussen bent u hier meer dan een jaar directeur bent. Hoe bevalt dat?
TRATSAERT: Heel goed. Ik ben natuurlijk van de provincie zoals dat heet, Oostendenaar van oorsprong. Ik vind Brussel een fascinerende stad, door het multiculturele, het meertalige, het internationale. En ik denk dat zowel het literatuurhuis als de boekenwinkel enorm op die realiteit inspeelt. De diversiteit van de stad weerspiegelt zich ook steeds meer in de superdiverse samenstelling van het publiek. Dat was vijftien, twintig jaar geleden veel witter en een stuk Nederlandstaliger, nu is dat veel meer meertalig. Hetzelfde met de werknemers of de medewerkers: allemaal meertalig.
Bepaalde groepen blijven wel afwezig.
TRATSAERT: Daarom blijf ik inzetten op publiekswerking rond nichedoelgroepen. Jongeren, maar ook via een queer writing workshop bijvoorbeeld. De vereniging Untold Asian Stories had een aparte meet-and-greet met Ocean Vuong (Vietnamees-Amerikaanse schrijver, red.) in Bozar.
We willen nog meer aanwezigheid in de stad. Via publiekswerkingsprogramma’s, maar ook door nieuwe akkoorden te sluiten met Flagey, Bozar, De Munt. En de Passa Porta Bookshop, uiteraard. Dat is dan een soort wederzijds cliëntelisme. In de positieve betekenis. Of een soort erfdienstbaarheid, zo je wil, vermits je hetzelfde gebouw betrekt. Alleszins een samenwerking waar de beide vleugels van Passa Porta elkaar steunen en versterken.
Hebt u het gevoel dat u nieuwe lijnen moest uitzetten?
TRATSAERT: Ik denk dat ik vooral de sterke punten kon versterken. De structuur zit goed. We besteden meer aandacht aan poëzie en non-fictie, want daar gebeurde iets te weinig rond. We werken aan meer impact via de communicatie en de merkbeleving. De publiekswerking zijn we verder aan het uitbouwen. De andere plannen zijn minder zichtbaar voor een groot publiek en spelen zich af op het interne niveau. De financiële kant van de zaak bijvoorbeeld, of de productie. Passa Porta moet eigenlijk een 360 gradenliteratuurhuis zijn.
Wat betekent dat?
TRATSAERT: Dat wij 360 gradenservice leveren. Aan de ene zijde aan schrijvers. Aan de andere zijde aan lezers.
Schrijvers door residentiemogelijkheden te bieden, in Brussel, maar ook internationaal of in de schrijverswoning van Stijn Streuvels, het Lijsternest in Ingooigem. We geven tekstopdrachten, hebben een podcaststudio en ondersteunen podcastmakers via het Klankverbond. En dan heb je natuurlijk, als het over schrijvers gaat, de optredens. In een niet-festivaljaar gaan we tot vijftig optredens. Met een festival erbij, zoals in 2027, worden dat er zeventig meer. Volgend jaar opent hier een Brusselse afdeling van de Schrijversacademie.
De lezers vinden dan weer de weg naar ons programma via de optredens, workshops, leesclubs, meet-and-greets met de auteurs. Door de expliciet internationale dimensie maken we het verschil met veel andere literatuurhuizen.
Dat is een kritiek die Passa Porta wel wat vaker krijgt. Dat u toch vooral die blanke, hoogopgeleide, Dansaertvlaming bedient.
TRATSAERT: Ik zie in de zaal nochtans veel meer diversiteit. Dat heeft ook te maken met niches zoeken en daarop werken. Bijvoorbeeld door twee programma’s rond Arabische literatuur, en ik kan nog heel wat voorbeelden geven. De diversiteit komt er
“Dieven? Wie dingen wil stelen om ze snel te gelde te maken, komt niet meteen bij boeken uit”
Ludovic Bekaert Zaakvoerder Passa Porta Bookshop
ook via onze Franstalige poot. Er is nog iets meer diversiteit in het Franstalige publiek. Dat is mij ook redelijk duidelijk.
Kunt u als Oostendenaar aarden in Brussel?
TRATSAERT: Ik breng mijn ervaring mee als artistiek leider van vzw’s en als hoofdredacteur. Er heerst in Brussel een vrijmoedigheid die mij wel bevalt. Misschien is je-m’en-foutisme te sterk uitgedrukt, maar er is ruimte voor experiment en grassrootsinitiatieven. Niet wachten tot de politiek in actie schiet, maar zelf iets starten. Brusselaars beginnen zichzelf als een aparte soort te zien: Vlaming, noch Waal, noch Nederlandstalige- of Franstalige-in-Brussel, maar een identiteit met een eigen definitie. Vergeet niet: in enkele decennia tijd is de bevolking van Brussel met een kwart gegroeid.
Hebt u veel gemerkt van de politieke crisis in de hoofdstad, die toch ook erg bepaalde waar er nog geld voor was en waarvoor niet?
TRATSAERT: We hebben gelukkig meerjarenovereenkomsten met Brusselse overheden. Blijft de vraag of de nieuwe Brusselse regering zinnens is om de culturele sector te blijven subsidiëren op het niveau waarop ze dat tot dusver deed. De Franse Gemeenschap moet besparen, idem voor het Brussels Gewest en de Stad Brussel. De
Vlaamse minister van Cultuur, Caroline Gennez (Vooruit), heeft net een besparingsronde achter de rug. Een van de grote uitdagingen wordt: beter koken met dezelfde – of minder – middelen. We zullen meer naar de markt moeten kijken, desnoods via donaties of mecenaat.
Hoe realistisch is dat, mecenaat in de letteren? Ondernemers met zin voor kunst lijken toch eerder in beeldende kunst te investeren.
TRATSAERT: Opera en beeldende kunsten vinden het gemakkelijkst geld in het bedrijfsleven, omdat ze het duidelijkst een bepaald kapitaal vertegenwoordigen. Literatuur moet het vooral hebben van symbolisch kapitaal. Je moet witte raven vinden die onze werking belangrijk genoeg vinden om ze te ondersteunen. Verschillende organisaties zijn momenteel op zoek naar geld en het is voor iedereen een even moeizaam verhaal. Daar zit ook de Belgische belastingdruk voor iets tussen.
Ook de plek waar u tevoren werkte, het Vlaams-Nederlandse culturele tijdschrift De Lage Landen, deelde in de klappen. Wat doet dat met u?
TRATSAERT: Ik zag die klappen alleszins niet aankomen, want De Lage Landen kon een goed rapport voorleggen. Een aantal kleinere entiteiten, vooral op het gebied van taal en literatuur, zoals de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren hebben moeten inleveren. Een rationele uitleg voor die beslissing vind ik niet terug.
Kan Literatuurhuis Passa Porta die instellingen op een of andere manier steunen?
TRATSAERT: Geldelijk niet, maar het kan auteurs wel een podium bieden en samenwerkingen in het leven roepen naarmate de middelen het toelaten.
De Passa Porta English Bookshop opent op 4 april de deuren. De feestelijke officiële opening met livemuziek is voorzien op 16 april
FR/ « La vente de livres en anglais est en hausse depuis des années », déclare Ludovic Bekaert, gérant de la librairie Passa Porta, qui ouvre donc une nouvelle section anglophone. Selon Hendrik Tratsaert, directeur général de la maison internationale de littérature Passa Porta, cette expansion s’inscrit dans « un contexte bruxellois de plus en plus diversifié ».
PASSA
EN/ “The sale of English-language books has been rising for years”, says Ludovic Bekaert, manager of Passa Porta Bookshop, who is opening a new English section. According to Hendrik Tratsaert, general director of the international literary house Passa Porta, this expansion fits with “an increasingly diverse” Brussels context. Together, they aim to reach a broader, multilingual audience and strengthen their activities.
De Smapimmo-beurs in Brussels Expo, die deze week haar tiende editie ingaat, trekt jaarlijks duizenden bezoekers met haar aanbod aan Marokkaans vastgoed. “Met het budget voor een appartement aan de rand van Brussel kun je een villa met zwembad in Marokko kopen.”
door Marie Van Loon
Mozaïeken, medina’s, tajines en souks: Marokko staat bekend als een aantrekkelijke vakantiebestemming. Sommige Belgen raken zo verslingerd aan het land dat ze er een permanent verblijf willen kopen. De Smapimmo-beurs in Brussel, dit jaar voor tiende keer – op 27, 28 en 29 maart – in Brussels Expo, presenteert elk jaar een brede waaier aan Marokkaans vastgoed. Bezoekers kuieren er langs standjes die pronken met luxevilla’s in Marrakesh, maar ook evengoed met karaktervolle – en iets bescheidenere – terracottahuizen in minder toeristische bestemmingen als Agadir.
De beurs trekt ieder jaar rond de twintigduizend bezoekers. “Negentig procent van
hen zijn Belgen met Marokkaanse roots”, zegt de organisator, Samir El Chammah. Hij is een ervaren vastgoedmakelaar en organiseert de beurs in verschillende Europese steden. “Voor de Marokkaanse diaspora is het vooral een kwestie van sentiment: ze willen een verblijf in Marokko, het land waar hun familie woont en hun wortels liggen.”
Imaned El Attar Zaryouli, vandaag 31 jaar oud, kocht op 23-jarige leeftijd een grond in Tanger waar ze binnenkort op wil bouwen. Op de Smapimmo-beurs hoopt ze alle mogelijkheden ontdekken. “Ik heb Marokkaanse roots, maar ik ben geboren in Spanje”, zegt Zaryouli. “Ik ben in België beland, omdat de werkomstandigheden beter zijn, maar als ik een mooie opportuniteit krijg, zou ik zeker teruggaan. Mijn roots liggen in dit land en een groot deel van mijn familie woont er. Momenteel ga ik twee keer per jaar op bezoek, maar liefst zou ik er natuurlijk vaker naartoe gaan.”
Ook Zaryouli’s ouders, die nog in Spanje wonen, zouden graag verhuizen naar hun thuisland zodra ze met pensioen gaan.
Benidorm in Marokko
Ook Belgen zonder die roots, die op een andere manier verknocht zijn geraakt aan de Maghreb, hebben interesse in een tweede verblijf. Zij maken acht procent uit van het

aandeel jaarlijkse bezoekers, een percentage dat groeiende is. Sommige van hen zijn investeerders, die hun graantje willen meepikken van de groeiende Marokkaanse vastgoedmarkt. Die is al tien jaar lang stabiel, en zeker toeristische bestemmingen als Marrakech en Tanger blijken hard in trek. Het valt op dat de grootste stijgende groep geïnteresseerden op de beurs zestigplussers zijn, zo zegt El Chammah: Europese gepensioneerden die hun oude dag willen doorbrengen in een land waar de zon driehonderd dagen per jaar schijnt, maar passen voor Benidorm. Volgens El Chammah steeg het aantal geïnteresseerde zestigers met 51 procent in het voorbije jaar.

Vooral de lagere vastgoedprijzen lijken daarbij doorslaggevend te zijn. Een appartement in Marokko start al vanaf 50.000 euro, een prijs waarvoor je in België slechts een tuinhuis bouwt. Voor een instapwoning in Marrakesh kun je rekenen op 120.000 euro. Wie het groot ziet, kan vanaf 300.000 euro een villa met afgesloten terrein kopen.
“Met het budget voor een appartement aan de rand van Brussel kun je een villa met zwembad in Marrakech kopen”, zegt El Chammah. Ook het milde klimaat en de bescheiden vlucht van drie à vier uur die je terug naar België brengt, kunnen sommige senioren overtuigen.
“Marokko trekt steeds meer Europese gepensioneerden aan die van hun oude dag willen genieten onder de zon”
Samir El Chammah Organisator Smapimmo
Vincent Peek, de organisator van Second Home Expo – een grote vastgoedbeurs voor tweede verblijven in het buitenland die plaatsvindt in het najaar– heeft evenwel geen aanbod van Marokkaans vastgoed. “Wij krijgen zo goed als geen aanvragen van Marokkaanse makelaars die op onze beurs willen staan”, zegt Peek. “Het is zeker een afzetmarkt die ons boeit, maar ik krijg het gevoel dat veel Belgische Marokkanen al connecties hebben in het thuisland en dus minder nood hebben aan een Belgische makelaar. Of misschien ligt een beurs waar enkel Marokkaanse makelaars hun aanbod tonen hen beter.”
Volgens het Marokkaanse vastgoedplatform Mubawab staat België desondanks op de derde plaats als het aankomt op aanvragen voor vastgoedprojecten in Marokko. De Verenigde Staten staan op twee, Frankrijk is absolute koploper. Luxewoongebieden aan de kust en de stadsranden kennen het meeste succes.
Marokko worstelt echter ook met zijn imago als vastgoedparadijs. Verhalen van leegstaande panden en sjoemelende vastgoedmakelaars doen de dromerige plaatjes van de immokantoren soms wankelen. Vorige maand nog werden twee mannen veroordeeld voor fraude met vastgoedpanden. Enkele honderden gezinnen kochten bij die makelaars een woning in een wooncomplex in de wijk Sidi Maarouf in de kuststad Casablanca, en wachten al sinds 2010 tevergeefs op de oplevering van hun Marokkaanse droom.
In 2019 berichtte de Nederlandse openbare omroep NOS dat tussen 2012 en 2017 zo’n veertigduizend rechtszaken werden gestart door slachtoffers van fraude. De Marokkaanse overheid ontkende dat de cijfers zo hoog lagen. Het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken blijft op zijn hoede bij het geven van advies. “Landgenoten die overwegen in vastgoed te investeren in Marokko moeten uiterst voorzichtig zijn wegens het grote aantal gevallen van oplichting in het hele land”, zo klinkt het op de website.
El Chammah, organisator van Smapimmo, raadt klanten aan om altijd een Marokkaanse notaris in de arm te nemen. “Lees het contract zorgvuldig door: betalingsschema’s en leveringstermijnen moeten haarscherp vastgelegd zijn. En betaal nooit zonder het contract te laten nakijken door een onafhankelijke partij. Persoonlijke alertheid bij de aankoop van vastgoed blijft de gouden regel.”
Brusselse actua en de laatste nieuwtjes uit binnen- en buitenland

ma-vrij van 7u-10u op BRUZZ radio en bruzz.be



PODCAST ‘IN BRUSSEL’ Luister elke week naar twee verhalen recht uit de stad
met Margot Otten
Deze week
Bedelarij: iedereen kent het. Maar wie zijn de mensen die om geld vragen? Onderzoeker Pascal Debruyne geeft een inzicht in de levens van de mensen die bedelen.
Brosella spring festival strijkt deze week neer in VOLTA, techno uit piano en rinkelende baslijnen.
‘In Brussel’, elke woensdag op je favoriete podcast-app en op BRUZZ.be/podcast
Voor het eerst in vele tientallen jaren is een porseleinhoen, een zeldzame moerasvogel, gespot in een kleine vijver in het Koning Boudewijnpark.
door Andy Furniere
Ooit waren porseleinhoenen courante vogels in het Brussels gewest, toen moerasgebieden nog talrijk waren. Zo schreef een Brusselse waarnemer midden de negentiende eeuw dat ze zelfs vaker voorkwamen dan meerkoeten, de omgekeerde situatie van vandaag. Meer zelfs, de moerasvogel was al vele tientallen jaren niet meer gespot in het gewest, tot ornitholoog Michel Janssens op een doordeweekse ochtendwandeling midden maart zijn verrekijker richtte op een vijver in het Koning Boudewijnpark.
“Ik zocht een andere vogel, een waterral, en was al blij toen ik die in het vizier kreeg. Maar toen dook het porseleinhoen op uit het riet, wat een ongelooflijke verrassing was”, legt de zeventigjarige Jettenaar uit. “Plots stond ik op enkele meters van die uiterst zeldzame vogel, in mijn eigen gemeente nota bene. Hij was bovendien absoluut niet schuw, zodat ik hem mooi kon fotograferen.”

De vondst veroorzaakte veel opwinding onder liefhebbers, zodat de plek in kwestie plots heel wat bezoekers over de vloer kreeg. Niet iedereen hield zich daarbij aan de regels qua afstand houden, zo geeft Janssens aan. “Enkelen liepen tot in het riet om de perfecte foto te kunnen maken, wat not done is, want zo wordt de hele biotoop verstoord. Respect voor de natuur moet boven alles gaan.”
De komst van het porseleinhoen roept vragen op. Het lijkt er enerzijds op dat de vogel, waarschijnlijk een vrouwtje, in het Brusselse park kwam eten en rusten op haar lange trektocht vanuit het zuiden naar het noordoosten van Europa. Porseleinhoenen brengen de koudere periodes van het jaar doorgaans door in Afrika.
Anderzijds is midden maart uitzonderlijk vroeg op het jaar voor de vogels om in deze
Eigenschappen
• Een porseleinhoen is een kleine ral met gele snavel, grijs met wit gevlekte onderdelen, bruin geschubde bovendelen en groene poten
• Sluipt onopvallend door de vegetatie, maar heeft een opvallende zang: een veelvuldig herhaald ‘whuitt’, dat klinkt als een zweepslag
• Leeft in grote riet- en zeggenmoerassen met een gevarieerd reliëf en ondiep water
contreien gespot te worden. “Het Brusselse porseleinhoen was met voorsprong de eerste van zijn soort die in België is gezien dit jaar”, zegt Bastiaan De Ketelaere, vogelexpert bij Natuurpunt. Volgens hem kwam deze vogel mogelijk niet uit het zuiden, maar verbleef ze al de hele winter in de ruime buurt, misschien noodgedwongen door een blessure.
“Op de foto’s lijkt het alsof ze verschillende handpennen (soorten veren, red.) miste in haar vleugels. Het zou kunnen dat ze daardoor de lange tocht naar warmere streken niet kon maken.
Door de klimaatverandering worden de winters zachter, zodat meer vogels hier kunnen overleven, ook de tjiftjaf en zwartkop bijvoorbeeld. Voor het porseleinhoen specifiek maakt de opwarming dat er ’s winters meer insecten, wormen en waterdiertjes te eten vallen.”
De primeur is in ieder geval een nieuwe toevoeging aan een opmerkelijke reeks vondsten in het gewest de voorbije maanden. Midden januari streek een roerdomp neer in het kleine moeras van Wiels, na een afwezigheid van meer dan vijf jaar, en eerder deze winter werden op de VUB-campus in Etterbeek twee zeldzame Siberische vogeltjes gespot – de Pallas’ boszanger en de Humes bladkoning.
“Het is inderdaad een goede winter geweest voor ons”, lacht Michel Janssens. “Misschien komen er meer zeldzame vogels langs of misschien wordt er meer gezocht, je merkt alleszins meer interesse. En het bewijst: je hoeft niet per se naar de kust om bijzondere watervogels te zien.”
Lees de hele reeks op BRUZZ.be/beestigbrussel
Jonathan De Jonck van burgercollectief Brussel (Pou)belle
Het burgercollectief Brussel (Pou)belle zette het thema netheid in sneltempo opnieuw hoog op de agenda. “In 2030 wordt België tweehonderd jaar. Een prima moment om tegen dan een netheidsbeleid te hebben dat in alle Brusselse wijken zichtbaar resultaat oplevert”, zegt initiatiefnemer Jonathan De Jonck.
door Steven Van Garsse foto’s Saskia Vanderstichele
Het is een trieste paradox: werkelijk iedereen wil een properder Brussel, netheid staat al decennia hoog op de politieke agenda – nu ook weer in het regeerakkoord – maar toch blijft het vuil. Meer nog, ondanks die aandacht, lijkt Brussel er alleen maar vuiler op te worden. Enkele burgers waren dat hartsgrondig beu en richtten voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2024 het burgercollectief Brussel (Pou)belle op. Sindsdien lopen ze de deuren plat bij gemeentebesturen en het Gewest om te lobbyen voor hun zaak. Ze stimuleren onderzoek, en sensibiliseren rond netheid. Dat Brussel vies is, is geen fataliteit, vindt Brussel (Pou)belle. Er valt wel degelijk wat aan te doen.
“Cijfers hebben we niet, maar we bengelen vast en zeker ergens onderaan in het klassement van Europese steden”, zegt Jonathan De Jonck van het collectief. “Je kunt het vergelijken met een hotelkamer die spic en span is. Niemand zal zeggen: ‘Wauw, wat is het proper.’ Zo hoort het immers, maar als het bed niet opgemaakt is en in het vuilnisbakje ligt nog afval van de vorige hotelgast, dan zeg je wel dat het niet oké is. Zo is het ook met Brussel.”
“We zijn de boer opgegaan om handtekeningen te verzamelen voor een burgervoorstel voor het Brussels parlement. Het was meteen duidelijk hoe makkelijk het was om hierover een gesprek aan te knopen. Jong en oud, toeristen, Brusselaars, expats ... iedereen had er wat over te zeggen. Van de
honderden mensen die we spraken was er maar één die Brussel best wel proper vond. Dat was dan ook een vreemd gesprek.”
Brussel is een heel diverse stad, maar ook een stad met verschillende snelheden, met rijke en arme wijken. Hoe krijg je zo’n stad dan proper?
JONATHAN DE JONCK: Diversiteit is een grote rijkdom, maar ook een uitdaging die specifieke oplossingen, soms op wijkniveau, vereist. Dat mag echter geen obstakel zijn om de netheid aan te pakken. Ook andere steden slagen daarin, Wenen bijvoorbeeld. Of je nu rijk bent of arm, uit Zuid-Amerika of Azië komt, of uit Vlaanderen of Wallonië, ik geloof heel sterk dat iedereen wil leven in een stad die aangenaam is, voor jezelf, voor je kinderen.

De diversiteit van de stad vertolkt zich dus niet in wat mensen willen, want zij willen allemaal hetzelfde: een nette stad. Dat geldt ook voor het politieke spectrum: van links tot rechts, Frans- of Nederlandstaligen, alle partijen zetten het bovenaan hun prioriteitenlijstje. Het komt er nu op aan van die prioriteit een realiteit te maken.
Dus: hoe pak je het dan aan?
DE JONCK: We schuiven zelf een aantal oplossingen naar voren. Te beginnen met een administratieve vereenvoudiging. De negentien gemeenten, Net Brussel, Leefmilieu Brussel, NMBS, MIVB, Brussel Mobiliteit, allemaal zijn ze bevoegd voor de netheid van een stukje van de stad, maar er is geen eindverantwoordelijke en voor burgers is het zeer onduidelijk wie ze moeten aanspreken. Al te vaak wijzen de verschillende overheden naar elkaar. Daarom is er een reset nodig.
Daarnaast is educatie en sensibilisering belangrijk. Brussel telt veel nieuwkomers, heeft een enorme turn-over. Door de verhuisbewegingen wordt in twintig jaar tijd haast de hele Brusselse populatie vervangen. Dat vraagt een permanente sensibilisering. Coca-Cola stopt ook niet na één marketingcampagne, maar lanceert er voortdurend. Al meer dan honderd jaar.
Een schepen vertelde ons hoe het binnen een Zuid-Amerikaanse gemeenschap in een bepaalde wijk de gewoonte was om het huishoudelijk afval in kleine zakjes buiten te zetten op de hoek van de straat, dat was zonder kwade bedoelingen, ze was gewoon slecht geïnformeerd. Daar moet je dan op sensibiliseren, in verschillende talen.
Het nieuwe regeerakkoord zet repressie voorop, met een lik-op-stukbeleid. Een goed idee?
DE JONCK: Zeker. De regels afdwingen is nodig. Het wettelijke kader is voorhanden.
Door de afvalophaling in Brussel, met vijf verschillende zakken, liggen de straten er vaak vuil bij. De nieuwe regering geeft een aanzet om ondergrondse containers te bouwen. Kunnen die soelaas brengen?
DE JONCK: Vuilniszakken op straat, dat is niet meer van deze tijd. Andere steden kappen ermee en stappen over op containers. Ondergronds waar het kan – dat komt met een stevig prijskaartje, maar het is een investering voor de toekomst – en bovengronds waar het anders niet mogelijk is.
Dat levert niet alleen nettere straten op, maar mensen kunnen 24/7 hun afval kwijt, op het moment dat het voor hen nodig is.

“Een stapeltje boeken buiten zetten, met een bordje ‘A donner’, voor mij is dat sluikstorten”
Mensen wonen vaak klein, je kunt niet verwachten dat ze al die zakken stockeren.
Mooie voorstellen, maar ze kosten handenvol geld. Is het dan wel realistisch?
DE JONCK: Er worden in Brussel jaarlijks honderden miljoenen uitgegeven aan netheid, maar de resultaten zijn er niet. Wij geloven dat het efficiënter kan. Geld kan het probleem niet zijn. Het moet wél beter worden ingezet.
En wat de containers betreft. Om die voor heel Brussel te voorzien is een investering van zo’n 260 miljoen euro nodig. Met de vier miljoen per jaar die nu is uitgetrokken door de regering-Dilliès, zijn we nog decennia
bezig. Het is wel een goed begin, en als het een succes is, kan er opgeschaald worden.
De vorige minister Alain Maron (Ecolo) was er een koele minnaar van: de containers trekken vuil aan.
DE JONCK: Dat klopt. Dat zien we nu al aan glascontainers. Moet dat zo zijn? Ik denk het niet. Met camera’s kun je dat deels oplossen, maar je moet ook werken aan de andere grondoorzaken. Containers alleen zijn niet de silver bullet, ze kunnen enkel succesvol zijn als er ook in parallel gewerkt wordt aan sensibilisering, handhaving, administratieve vereenvoudiging.
Een CD&V-politica zei ooit: “Brussel is niet vuil, de Brusselaars zijn vuil.” Misschien wat kort door bocht, maar is er niet iets van aan?
DE JONCK: De stad is by default niet vuil, het afval komt van mensen. Of dat altijd Brusselaars zijn, valt dan weer te betwijfelen, maar waar het al vuil is, zijn mensen minder geneigd om het proper te houden. Het is die vicieuze cirkel die we moeten doorbreken.
De regering wil met camera’s sluikstorten bestrijden. Voor je het weet, hangt de hele stad vol camera’s.
DE JONCK: Repressie kan ook op een andere manier, bijvoorbeeld door meer lokale

ambtenaren de bevoegdheid te geven om vaststellingen te doen. Of waarom geen jobstudenten inzetten om vuil te signaleren?
En er bestaan intussen ook slimme camera’s die ‘zien’ wanneer er objecten in de openbare ruimte worden geplaatst, en die doelgericht en vaak kortstondig op probleemplaatsen worden ingezet. Het is een investering die zichzelf terugbetaalt en die weinig ingrijpt in de privacy.
Het blijft soms dweilen met de kraan open. Wie van Docks aan Van Praet naar Vilvoorde rijdt, ziet het ene sluikstort na het andere verschijnen. Vooral bouwafval.
DE JONCK: Dat is echte criminaliteit, een misdrijf gepleegd vanuit een commercieel gewin, om de kosten voor het containerpark te ontlopen. Daar heb ik weinig begrip voor. Die daders moeten fors worden aangepakt.
Typisch Brussels is om een kast of een stapeltje boeken buiten te zetten, met een bordje ‘A donner’. Wat vinden jullie daarvan?
DE JONCK: Ik ben daar nogal zwart-wit in. Voor mij is dat sluikstorten. Hergebruik, dat doe ik zelf ook, maar er zijn genoeg andere manieren om die spullen door te geven, via de kringloopwinkel of Brussel Verniet. De ene keer is het immers een stapel boeken, maar de volgende keer een koelkast vol met schimmel of een kapotte zetel.
Een radicaal en misschien contra-intuïtief voorstel is om het aantal openbare vuilnisbakken af te bouwen.
DE JONCK: Als je naar Tokio gaat, een uiterst propere stad, dan zie je inderdaad heel weinig of zelfs geen publieke vuilnisbakken. Voor Brussel lijkt me dit next level. Het is een goed debat, maar het moet dan wel op het juiste moment gevoerd worden. Ik denk niet dat Brussel hier vandaag klaar voor is.
Jullie hebben ook koning Filip warm gemaakt voor het thema. Hij kwam naar Schaarbeek voor een bezoek en rondetafelgesprek. Hoe hebben jullie dat voor elkaar gekregen?
DE JONCK: Het was vooral een initiatief van de koning. Na een productief gesprek met zijn kabinet volgde een bezoek aan Schaarbeek en een rondetafelgesprek. Koning Filip is bekommerd om het thema. Hij is tenslotte ook een inwoner van de stad, netheid is voor hem geen kers op de taart, maar een basisbouwsteen voor een goed functionerende en respectvolle maatschappij.
Binnenkort start een gemengde burgercommissie in het Brussels parlement over netheid, na een burgervoorstel van Brussel (Pou)belle. Wat verwachten jullie daarvan?
DE JONCK: Het is redelijk uniek in de wereld dat parlementsleden en uitgelote burgers samen naar oplossingen zoeken. We geloven dat de burger bij uitstek een expert is in netheid. Iedereen beleeft het vuil in de straten, iedereen moet zijn afval beheren en vuilniszakken buitenzetten. De aanbevelingen van die commissie (verwacht begin juni, red.) zullen zeker nuttig zijn om het beleid van staatssecretaris Audrey Henry (MR) te voeden.
Was u zelf niet graag minister van Netheid geworden?
DE JONCK: Ik had misschien geen neen gezegd (lacht). Laten we zeggen dat we hoopten dat de bevoegdheid zou worden toegekend aan een minister in plaats van een staatssecreta-
“Brussel heeft een echte minister van Netheid nodig”
ris. Maar veeleer nog aan iemand die er zijn of haar volledig politiek kapitaal tegenaan wil smijten. Hopelijk kan mevrouw Henry die verwachting invullen.
Na het interview volgt nog een zoektocht met de fotograaf naar een plekje voor de fotoshoot. Schaarbeek ziet er vandaag mooi opgeruimd uit, maar De Jonck trekt moeiteloos naar twee plekken waar het wél vies is, één aan een olieophaalpunt annex glascontainer én een ander onbestemd hoekje waar geregeld gesluikstort wordt.
Of hij nog zonder ergernis door de stad kan wandelen? “Wel, de frustratie is er toch op verminderd”, zegt hij. “Dankzij ons burgercollectief is de negatieve energie omgezet in hopelijk een positieve impact. We hebben toch al een aantal successen geboekt.”
“Ik vind het niet abnormaal me hiervoor in te zetten. In het algemeen ben ik niet voor passief burgerschap of de logica van ‘burger als consument’: ‘Ik betaal belastingen, ik moet daar als burger een dienst voor terugkrijgen zonder zelf nog de handen uit de mouwen te steken.’ Dat is niet hoe ik de samenleving zie. We behoren als burger zelf tot die samenleving. We zijn een deel van het probleem, én een deel van de oplossing. Ik vind dat als je als Brusselaar niet akkoord gaat, je ook een rol kunt opnemen in het debat, en je ergens voor kunt engageren. Dat is exact wat we doen met Brussel (Pou) belle.”
FR/ Le collectif citoyen Brussel (Pou)belle place encore davantage le débat sur la propreté au premier plan. Selon l’initiateur Jonathan De Jonck, la dispersion des compétences, un manque de contrôle et une sensibilisation insuffisante sont au cœur du problème. D’ici 2030, il veut voir des résultats concrets, visibles dans tous les quartiers bruxellois.
EN/ The citizen collective Brussel (Pou)belle is bringing the debate on cleanliness further to the forefront. According to initiator Jonathan De Jonck, fragmented responsibilities, weak enforcement and insufficient awareness are at the core of the problem. By 2030, he wants to see concrete results visible across all Brussels neighbourhoods.

Column
Duchka Walraet
Duchka Walraet is een Brusselse auteur en is projectverantwoordelijke voor de bouwsector. In haar tweewekelijkse column beschrijft ze de stad als een zinnelijk organisme.
Het plateau aan de Congreskolom. Achter jou, de monumentale stijve waarop de vader van de natie, Leopold I, gemonteerd is. De skyline van de Laagstad verschijnt. Blokken vastgeschroefd als spijkers tussen trottoirs en boulevards.
De torens in de Noordwijk ontstaan onverschillig in een glazen perimeter. Ze verhouden zich niet tot hun context. Niet tot de voedselbedeling van de lokale humanitaire hub. Niet tot de Albanese pizzeria op de hoek, met zijn verbleekte affiches van Robert De Niro. Niet tot het bronzen standbeeld door gemeentearbeiders overgeschilderd in fluorescerend groen om een patina van oxidatie te veinzen. Wolkenkrabbers oriënteren zich niet naar het licht. Ze wenden zich naar het idee van hoogte zelf. (En je weet, het zijn niet de wijzen die ideeën bedenken.) Ze zijn een minerale impuls die lucht wordt. Ja, er is een uitzicht, een rooftop, een ecologisch terras, een restaurant. Men zegt vaak dat de stad van bovenaf adembenemend is. Helemaal waar. Als je stil wordt van maquettes en pointillisme. Een lift brengt je naar omhoog en omlaag. Het is een keurig geregeld selectiemechanisme. Dat scheidt en schift. Toon goed gedrag, dan mag je erin. Je krijgt vervolgens een gestandaardiseerde glimlach en een praatje met losse mazen. In de lobby bestel je twee sazeracs. De barman zegt dat hij absint moet halen op het achtentwintigste. Even geduld. Torens verbruiken massa’s energie. Domotica tot in de nok. Liften, ventilatiesystemen, airco’s, pompen, lichten. Ze consumeren ook landschap en mogelijkheden. En plegen roofbouw op intermenselijke ecosystemen. Boven op de negenentwintigste verdieping wordt alles glad en glossy zoals het lopende eigeel in je tortilla en de witte kabeljauwfilet die je hebt besteld die baadt in een viskeuze sepiasaus. Een zwarte brij die je doet denken aan ruwe aardolie. Er circuleert geconditioneerde tocht waarin geconditioneerde lichamen paraderen. Je had al lang geen rokje meer aangetrokken. Je maakt een cynische grap over de Straat van Hormuz. Humor geneest alles wat ongeneeslijk is.
Hoogbouw ontdoet lucht van haar tonische kwaliteit. Op de negenentwintigste verdieping is ze niet langer dünn und rein Niet die koude lucht die het denken aanscherpt. Niets van. Achter dubbel glas roept niet de verkwikkende afgrond die je zo goed kent van in de bergen. Op het dak is nochtans een terras aangelegd, maar met een hekje op heuphoogte. Vallen is op het negenentwintigste enkel theoretisch mogelijk. Je staart hier niet naar de soort afgrond die een onderonsje voor je zal beleggen tussen je angsten en je vrije wil.
De zwakken zullen hier niet neerstorten. De sterken zullen niet springen. Zoveel verticaliteit. Je vergeet bijna dat je in een stad vooral horizontaal moet leven.
City jobs
‘In
Dertig jaar staat bloemen- en plantenverkoper Laurent Leclercq al in het vak. En dus weet hij: met de eerste lentedagen ontwaakt in de stadsbewoner ook de drang om zijn tuin of balkon op te fleuren. “Mensen geven graag geld uit aan groen.”
door Kris Hendrickx foto Ivan Put
Een tiental jaar al is de groene trailer van Laurent Leclercq (55) een vaste waarde op het Flageyplein. Van tijm en rozemarijn over viooltjes, fruitboompjes of een boeket rozen: fans van groen en bloemen vinden er alles wat hun hart begeert, tegen redelijke prijzen.
Dat Laurent bloemist werd, blijkt eerder een samenloop van omstandigheden dan een roeping, vertelt hij, terwijl hij af en toe een – steevast vrouwelijke – klant bedient. “Mijn moeder had een bloemenwinkel, ik was er wel mee vertrouwd, maar na het secundair onderwijs ben ik in andere jobs gerold.”
“Ik ben nogal hyperactief. Toen ik op een bepaald moment technisch werkloos was in de bouw, solliciteerde ik voor een functie als ‘ervaren bloemist’. De eigenaar was homo en zodra hij me aankeek, wist ik al dat hij
me in dienst zou nemen. Later gaf hij ook toe dat hij me voor mijn mooie ogen heeft aangeworven … Ik ben hetero, maar dertig jaar later zijn we nog altijd vrienden en plagen we elkaar daar nog mee.”
“Lang geleden deed ik aan een radio-uitzending op de RTBF mee rond de vraag of je homo moet zijn om bloemist te worden, met een gay bloemist en mezelf. We hebben toen goed gelachen”, vertelt Laurent.
De werkdag van een bloemist begint vroeg. “Tot de pandemie ging ik twee keer per week naar de Euroveiling in Vilvoorde. Die begint om 5.30 uur, mijn wekker stond om 4.30 uur. Ondertussen doe ik al mijn aankopen met een kop koffie aan mijn computer, dat scheelt wel wat tijd. Voor sommige artikels programmeer ik een automatische aankoop.”
De inkoopprijzen van bloemen durven te variëren.

“Rozen die normaal 50 cent per stuk kosten, zullen me rond Valentijn 1,50 euro kosten. Een echt mooie roos, van ecologische teelt en Belgisch kan dan zelfs 3 euro kosten in plaats van 1,50 euro. Klanten beseffen dat niet altijd.” In de mate van het mogelijke koopt Laurent vooral Belgisch in en geregeld ook Nederlands. “Bloemen uit Afrika, die met het vliegtuig komen, neem ik amper, die gaan eerder naar supermarkten.”
In Frankrijk was er onlangs een spraakmakend dossier. Na jarenlang onderzoek werd er erkend dat de dochter van een bloemiste leukemie had opgelopen door contact met pesticiden tijdens de zwangerschap. Laurent denkt even na. “Dat is de grote vraag, zelf heb ik al die jaren van niemand gehoord die door pesticiden ziek
“Het lijkt passé om bloemen te geven aan medewerkers die verjaren of met pensioen gaan”
Laurent Leclercq
Bloemen- en plantenverkoper
is geworden. Nu heb ik zelf wel beenmergleukemie, maar ik denk niet meteen dat er een verband is. Zoiets bewijzen lijkt me ook niet eenvoudig.”
Terwijl Laurent vertelt, blijft het een hele tijd erg rustig in de bloemenstand. “De dagen die echt lonen zijn de marktdagen op het plein, in het weekend. Dat we hier ook in de week staan, is meer omdat ik op die manier vast personeel in dienst kan houden. Mocht ik maar twee of drie dagen per week werken, dan zou er veel te veel verloop
zijn, want wie maar enkele dagen kan werken, blijft vaak niet lang. Hoeveel ik betaal voor de standhuur? 1.500 euro per maand voor vijf dagen.”
In de loop der jaren zag Laurent, die met L’Arrosoir du Prieuré ook een vaste bloemenzaak en een webwinkel heeft, de koopgewoontes veranderen. “Vooral grote bedrijven kopen amper planten voor op kantoor en het telewerk heeft die trend versterkt. Ook bloemen voor medewerkers die verjaren of met pensioen gaan, lijken passé.”
Wat niet verandert, is de conjunctuur door het jaar. “De lente is het beste seizoen, dan denkt iedereen plots aan zijn tuin of balkon. De zomer is rustig en verder hebben veel maanden door het jaar wel een feestdag die om een bloemetje of plant vraagt: Valentijn en Moederdag op kop, maar je hebt nog de Dag van de Arbeid, Vrouwendag, Allerheiligen, Kerstmis …”
Ook thuis leeft Laurent tussen de bloemen en planten. “Ik neem geregeld de resten mee, thuis is het dus altijd wel fleurig. Net zoals ik met Kerstmis de laatste en lelijkste kerstboom meebreng. Zelfs met mijn hond is dat zo, ik heb het exemplaar meegenomen dat niemand wou.”
In City jobs toont BRUZZ de mens achter typische en minder typische stadsjobs
Bij organisator Live Nation rinkelt de kassa omdat het eerste deel van de komende wereldtournee van K-popsensatie BTS in een mum van tijd uitverkocht raakte. Alle 41 stadions zijn volzet. De ZuidKoreaanse wonderboys spelen onder meer twee keer in het Koning Boudewijnstadion begin juli. De goedkoopste tickets in die verouderde arena, die niet meteen om zijn comfort of goede akoestiek bekendstaat, kostten 81 euro, gevolgd door oplopende reguliere prijzen tot 275 euro.
De vippakketten gingen voor liefst 413 tot 515 euro van de hand. Zo’n pakket stelt trouwens niet veel voor. Het gaat vooral om bijkomende toegang tot de soundcheck, voorafgaand aan het optreden. “Er is op het middenplein geen aparte zone voor de packagehouders. Indien je de early entry
mist, moet je achteraan aansluiten, achter de reguliere ticketkopers”, meldt verkoper Ticketmaster, een dochterbedrijf van Live Nation, droogjes op zijn website.
Ook wie de inmiddels 84-jarige Paul Simon in Brussel aan het werk wil zien, moet stevig in de buidel tasten. De Amerikaanse singer-songwriter speelt eind april drie avonden in Bozar. De concerten zijn vrijwel uitverkocht, met tickets tot 225 euro. De hoge prijzen leiden op sociale media tot discussie. Zelfs al is de New Yorker een levende legende, met wereldhits als ‘Mrs. Robinson’ en ‘Bridge over troubled water’, voor sommige fans liggen die bedragen onaanvaardbaar hoog.
“Zeker als het om de grote sterren gaat, zijn concerttickets luxegoederen geworden, die niet meer voor alle inkomens betaalbaar zijn”, duidt Friso Bostoen, docent mededin-
gingsrecht aan de Universiteit van Tilburg. Hij volgt de combinatie Live Nation-Ticketmaster, die al jaren een te grote machtspositie verweten wordt, op de voet. “Dat wordt in de hand gewerkt door te werken met verschillende prijsklassen bij de ticketverkoop. Ticketverkopers als Ticketmaster stellen vast dat er voor premiumtickets een kapitaalkrachtig publiek bestaat dat bereid is de hoge prijzen te betalen. We evolueren daardoor naar gedifferentieerde prijzen voor hetzelfde concert.”
Klacht ingediend
Test Aankoop heeft vragen bij de soms exorbitante prijzen en diende vorig jaar met andere Europese consumentenkoepels een klacht in bij de Europese Commissie tegen Ticketmaster. Ze klagen de ondoorzichtigheid van de Platinum-tickets aan. Dat zijn


275 euro voor BTS en 285 euro voor Bad Bunny in het Koning Boudewijnstadion, 225 euro voor Paul Simon in Bozar. Wie zijn favoriete artiest live aan het werk wil zien, moet daar almaar vaker een smak geld voor neertellen. Intussen stijgt de vraag naar kansentarieven bij Brusselse concertzalen. “Concerttickets zijn niet meer voor alle inkomens betaalbaar.”
door Emmanuel Vanbrussel









de tickets die via dynamic pricing, veilingen per opbod, verkocht worden. Het marktgedreven systeem werd onder meer gebruikt bij de ticketverkoop voor het concert van megaster Bad Bunny in het Koning Boudewijnstadion op 22 juli 2026. Volgens steekproeven van de consumentorganisaties klommen de prijzen tot bijna zeven keer hun oorspronkelijke waarde.
“Bij de viptickets voor BTS is de benaming tenminste nog duidelijk, want ze heten ‘soundcheck package’. Ja, je mag naar de soundcheck. And that’s about it. Maar er zullen ongetwijfeld mensen zijn die zoveel geld willen betalen om een soundcheck van BTS te zien”, zegt Laura Clays, woordvoerster van Test Aankoop. “Bij de Platinum ligt dat anders. Dat klinkt alsof je ook iets extra’s krijgt, maar dat is dus niet waar. Het is een gewoon toegangsticket, maar waarvan de
“Bij de populairste acts lijkt het wel dat het niet zoveel uitmaakt hoeveel een ticket kost. De fans komen toch”
Emma Hessels Ticketverkoop AB
prijs is onderworpen aan dynamic pricing Misleidend.”
De discussie rond dynamic pricing woedt al enkele jaren. In 2023 gingen de prijzen van het Brusselse concert van Beyoncé tot vier keer hoger door de opbodtechniek.
Clays: “We willen met ons lopende verzet vooral voorkomen dat dynamische prijsbepaling, die bij ons nog relatief weinig voorkomt, een vaste praktijk wordt. Je geeft dan eigenlijk het signaal dat cultuur er alleen is voor mensen die er geld tegenaan kunnen smakken.”
“Dynamic pricing wordt alleen gebruikt bij de concerten van grote artiesten, puur en alleen om de prijzen omhoog te jagen. Zo’n verkoopsysteem kan gunstig zijn voor de consument wanneer er veel concurrentie en veel alternatieven zijn, denk aan hotelkamers of vliegtickets. Maar bij een topar-
tiest heb je schaarste en nauwelijks alternatieven.”
Live Nation en dochterbedrijf Ticketmaster troffen eerder deze maand verrassend een schikking met de autoriteiten in een grote Amerikaanse mededingingszaak. Daarbij zou Live Nation zowel in de concertorganisatie als in de ticketverkoop meer concurrentie toelaten en zou Ticketmaster zijn servicekosten voor sommige concertzalen beperken tot 15 procent van de ticketprijs. Volgens Bostoen zullen met de schikking, die nog niet definitief is en alleen op de Amerikaanse markt slaat, de ticketprijzen van de grote namen slechts beperkt dalen. “De ticketprijzen zullen zeker niet halveren of zo. De servicekosten zijn immers maar een beperkt deel van de totaalprijs. Het grootste deel gaat naar de artiest, zijn management en Live Nation als promotor. Door de schikking gaan de prijzen dus in het beste geval maar met een paar dollars naar omlaag.”
Weinig inkomsten via Spotify
De dieperliggende oorzaak van de forse ticketprijzen ligt zoals bekend bij het gewijzigde verdienmodel sinds de opkomst van streamingdiensten als Spotify. Concerten zijn voor de artiesten en de industrie errond fors belangrijker geworden als inkomstenbron. Waar artiesten vroeger een groot deel van hun inkomsten haalden uit de verkoop van cd’s of vinyl, levert streaming voor het gros van hen maar een habbekrats op. Hooverphonic verdiende met een miljoen streams amper 3.700 euro, zo verklapte Alex Callier in 2023. Af en toe ontstaan er wel boycotacties tegen Spotify, nu eens van boze artiesten en dan weer van bezorgde muziekliefhebbers, maar tot nu toe blijven die beperkt in omvang en impact.
“Hoge ticketprijzen zijn niet alleen een bezorgdheid voor sommige concertgangers, ook bij de artiesten zelf valt soms te horen dat de prijzen te hoog liggen. Iedereen is het er eigenlijk over eens dat er iets mis is met het ontstane economische systeem in de muzieksector, maar een oplossing is moeilijk te vinden”, zegt Bostoen.
Bij de Brusselse cultuurhuizen wordt volop nagedacht over het ticketbeleid en hoe voorstellingen betaalbaar kunnen blijven voor bepaalde doelgroepen. De Beursschouwburg hanteert bijvoorbeeld een reductietarief voor min-26-jarigen, 60-plussers, professionals uit de kunstensector, leerkrachten, werkzoekenden en ook sekswerkers. Studenten mogen er binnen voor de helft van de standaardprijs.
De prijsgevoeligheid van de concertgan-

In juli treedt Bad Bunny op in het Koning Boudewijnstadion. Ondanks de hoge prijzen, is het concert uitverkocht.



“Cultuur lijkt alleen nog voor mensen die er geld tegenaan kunnen smakken”
Laura Clays Woordvoerster Test Aankoop




gers varieert wel sterk naargelang de artiest, stellen ze bij AB vast. Voor de hipste namen van het moment zijn jongeren bereid om zware financiële opofferingen te doen. “Er zijn concerten voor een jonger doelpubliek die dan wel een ticketprijs hebben tussen 40 en 50 euro – wat hoog ligt voor onze maatstaven – en toch nog altijd vlot uitverkopen”, zegt Emma Hessels van de ticketingdienst. “Gewoon omdat de mensen daar heel graag willen bij zijn. Dan lijkt het alsof het niet zoveel uitmaakt hoeveel het kost. De populairste concerten zijn in twee minuten uitverkocht.”
Hoe meer de fans zich identificeren met hun icoon en de community errond, hoe groter dus de bereidheid tot betalen. Bij wereldsterren als Taylor Swift (de Swifties) of BTS (de BTS Army) is die samenhorigheid van de fans het grootst.
Kansentarief
Tezelfdertijd ziet Ancienne Belgique de belangstelling voor allerhande reductietarieven flink stijgen, wat dan weer op een toename van de prijsgevoeligheid kan wijzen. Bij AB bedraagt de studentenkorting 20 procent. “Die korting neemt een deel van de prijsdrempel weg”, zegt Hessels. “We maakten er bij de lancering in september 2023 weinig reclame rond en zijn er pas later voluit over gaan communiceren. We merkten meteen een grote stijging en zitten nu aan ruim 11.000 contacten die zich als student geregistreerd hebben. Het gaat vooral om de leeftijdscategorie 18 tot 24 jaar. In bijna zeven op de tien gevallen gaat het om vrouwen, waarom precies weten we niet goed.”
Net als andere Brusselse concertzalen hanteert AB ook kortingstarieven voor de Vlaamse vrijetijdspas Uitpas en zijn Brusselse VGC-variant Paspartoe. De vouchers voor kansarmen van Article 27, uitgegeven door een Franstalige vzw, worden eveneens aanvaard.
Met de specifieke Paspartoe of Uitpas voor mensen in kansarmoede hoeft de houder slechts 20 procent van de ticketprijs te betalen. “Via dat kansentarief bereiken we heel veel mensen die we anders zeker niet zouden kunnen binnentrekken in onze zaal”, zegt Hessels. Opmerkelijk is dat de verkoop van zulke sociale tickets spectaculair in de lift zit. Met Paspartoe waren er 1.400 tickets tegen het kansentarief verkocht in 2025, tegenover 420 een jaar eerder.
Hoe groot het belang is van kortingstarieven en overheidssteun voor cultuurparticipatie, blijkt uit de cijfers van Kunstenfestivaldesarts (KFDA): slechts 25 procent van de tickets wordt tegen het gewone standaardtarief verkocht. Driekwart van de bezoekers maakt dus gebruik van bijzondere ticketformules, zoals Festival Pass, reducties voor jongeren en ouderen of werkzoekenden en de samenwerkingen met Article 27 en Paspartoe.
Happy few
“We hanteren een democratisch prijzensysteem – ons standaardtarief ligt tussen 6 en 30 euro – in vergelijking met gelijkaardige festivals in het buitenland en we proberen met een aantal initiatieven de drempel zo veel mogelijk te verlagen”, klinkt het. “Kunstenfestivaldesarts is de grootste afnemer van Paspartoe kansentickets (drieduizend stuks in 2025) en zorgt er op die manier voor dat het festival niet enkel voor de happy few bezoekbaar is.”
Zowel AB als KFDA organiseert ook de solidariteit tussen bezoekers onderling. “We nodigen ons reguliere publiek uit om een kleine bijdrage te doen voor ons fonds ‘solidaire tickets’. Daarmee schenken we
tickets aan mensen die een ticket niet kunnen betalen. Vorig jaar ging het om driehonderd tickets. Dat fonds wordt beheerd door de publiekswerking. Zij werken actief samen met sociale verenigingen, voor wie we plaatsen opzijhouden”, legt KFDAwoordvoerder Arash Shahali uit.
Bij AB loopt een gelijkaardig initiatief. Daar gaat het om circa 230 tickets per jaar. “Die zijn volledig gratis en worden verdeeld via partnerorganisaties”, zegt Hessels. “De financiering loopt via de reguliere ticketverkoop, waarbij we de kopers vragen om enkele euro’s bij te dragen aan het solidaire ticketfonds, en we zien dat veel ticketkopers toch bereid zijn om dat te doen. Ook het bekergeld gaat er voor een bepaalde periode naartoe en we krijgen losse donaties binnen. Helaas liggen de inkomsten lager dan de uitgaven. Niet omdat de mensen niet solidair zijn, maar omdat de vraag naar zulke tickets hard is gegroeid. We passen daar dus zelf geld voor bij.”
Nog dit: wie spotgoedkope tickets wil scoren, kan ook terecht bij Visit.brussels. De toerismedienst biedt dagelijks ruim tweehonderd lastminutetickets voor bijna halve prijs aan, voor zowel concerten als andere kunstspektakels.
FR/ Les billets pour les grands concerts deviennent de plus en plus chers, en raison de la popularité des grandes stars et de systèmes comme le dynamic pricing. Selon les experts, le marché évolue vers un produit de luxe, inaccessible pour une partie du public. Dans le même temps, les salles bruxelloises tentent de maintenir l’accessibilité grâce à des réductions et des billets solidaires.
EN/ Tickets for major concerts are becoming increasingly expensive, driven by the popularity of top artists and systems like dynamic pricing. According to experts, the market is evolving into a luxury segment, making tickets unaffordable for many. At the same time, Brussels venues are trying to keep concerts accessible through discounts and solidarity tickets.








“Life is like a box of chocolates, you never know what you’re going to get”, wist Forrest Gump al. Dat geldt zeker als de chocolaatjes van Jérôme Grimonpon komen: de Ukkelse chocolatier mixt ze met onder meer limoen, vijgenmarmelade, earlgreythee en rozemarijnganache. Bij Gault & Millau zijn ze er verzot op, de gele gids riep hem – al voor de tweede keer – uit tot Brusselse Chocolatier van het Jaar. (MVDH)
JÉRÔME GRIMONPON 4 stuks voor 6,40 euro. Instagram: @jerome_grimonpon_chocolatier,
De intrede van de lente brengt licht en kleur, net als de eerste collectie van het Brusselse tassenmerk Fonda. Vier ondernemers-vriendinnen bundelden de krachten en lanceerden een achttal bontgekleurde tassen, ontworpen in Molenbeek en geproduceerd in India. Met de geruite shopper ben je ongetwijfeld de hipste vogel op de zondagsmarkt, in de sportles of op het strand. De imperfecties van het gerecycleerd nylon moet je erbij nemen. (SM)
SHOPPER 68 euro via wearefonda.com
Een katoenen mid-season-vest voor man, vrouw of X: in de Hoogstraat vind je bij tweedehandswinkel Cyclup Mercerie ook dit voorjaar nieuwe uniseks creaties van het merk Ozé Fashion. Ontwerpster Oumou werkt er met traditionele Faso Dan Fani-stoffen, een weeftechniek uit Burkina Faso. Binnenin naait ze een voering van tweedehandszijde, gered van de afvalberg bij grotere huizen, voor een luxueus lentegevoel. (EC)
OZÉ FASHION bij Cyclup Mercerie, Instagram: @oze.fashion


AUTHENTICITEIT
INFO
Savoiestraat 13, Sint-Gillis, munchbxl.be
Drie nieuwe adressen tonen hoe Brussel zich culinair blijft heruitvinden: van vernieuwende ‘fastgood’ geïnspireerd door Zuidoost-Azië, tot een Griekse neo-kantine en een simpele koffiebar.
De Brusselse foodscene zit in een stroomversnelling, aangejaagd door ondernemers van gen Y – millennials – vaak met Aziatische roots. Ze openen nieuwe zaken, doorbreken moeiteloos de klassieke hokjes en komen met hybride concepten. Het resultaat? Smaken die buiten de lijntjes kleuren. Sint-Gillis levert een prima voorbeeld van die nieuwe dynamiek met Munch, een kleine fastgood-zaak met invloeden uit ZuidoostAzië – al blijft het daar niet bij, ook de Chinese keuken krijgt er een plek. Achter het concept staat een duo dat eerder al opviel bij Grabuge, een andere spil in deze beweging: Aurélie Hin-Tieu Ngan en Alaang Wichaiphum. Ze putten uit een rijk culinair erfgoed, geworteld in hun familiegeschiedenissen, van China en
Thailand tot Vietnam en Italië.
Het interieur verrast: een compacte ruimte met centraal een streetfoodkraam, aangekleed met gerecycleerde slingers, getekend Emma Cogné. Verder wisselen krukjes en hoge stoelen elkaar af – ideaal voor een snelle hap in een uitgepuurde setting, met zichtbare isolatiepanelen als decor.
Ook op het bord maakt Munch indruk, met als blikvanger de roujiamo: een Chinese specialiteit die wat weg heeft van een hamburger, maar in de hoofdstad nog zelden opduikt. Het concept? Een plat tarwebrood dat op de plaat wordt gebakken om een krokante korst te krijgen, met binnenin een compacte, licht gelaagde kruim waarin moeiteloos een fijngehakte, gestoofde vulling past: van varkensvlees en paddenstoelen tot rund of eend. Een pure smaakbom.
Daarnaast staan er ook snacks op de kaart – denk aan een cheeseburger met kimchi, dumplings of homok, een Thaise visflan met curry – en volwaardige gerechten zoals gestoofde eend, vegetarische noedels en lo mein met rundvlees. Voor een twintigtal euro eet je hier rijk en smaakvol, ideaal met een biertje, zoals Singha (5 euro) of Saigon (4,5 euro) erbij. Opvallend: op sommige dinsdagen, normaal de sluitingsdag, komt de keuken extra tot leven met Aziatische mama’s die een uniek gerecht, dat niet op de menukaart staat, serveren. MICHEL VERLINDEN
Gevestigd op het Londenplein brengt Yassou een ontspannen Griekse sfeer naar de stad. De zaak is doorlopend open, ideaal voor een spontane mezze of een zoete traktatie. Met grillgerechten, schotels om te delen en een levendige sfeer is het een flexibele plek waar je moeiteloos van namiddag naar avond glijdt. Open tot middernacht van woensdag tot vrijdag.
Londenplein 1, Elsene
De koffiepauze is in de hoofdstad niet meer weg te denken. Fernand, een nieuw café dat zijn intrek heeft genomen op het Fernand Cocqplein, houdt het eenvoudig. In een interieur met art-nouveau-elementen en een eigentijdse inrichting biedt de zaak de juiste basis: goede koffie, een dagschotel, broodjes, koekjes en gebak. Luidt het spreekwoord niet dat er soms maar weinig nodig is om gelukkig te zijn?
Fernand Cocqplein 10, Elsene

‘Prehistorische techno’ noemt Why the Eye zijn muzikale brouwsel. Het Brusselse kwartet, dat sinds zijn eerste aantreden op Carnaval Sauvage in 2013 zijn tronies aan het oog onttrekt met harige maskers, legt onvermoede linken bloot tussen tribale ritmes, noise en beats uit de dance. Het oogmerk van zijn op zelfgemaakte instrumenten geproduceerde klankencarrousel is niet minder dan trance.
→28/3, Les Brigittines
Met zijn naam verwijst het Brusselse Ola Tunji naar de laatste live-opname van John Coltrane, die in 1967 aan kanker bezweek. De muziek van Ola Tunji haakt dan ook in op de spirituele jazz die Coltrane samen met zijn vrouw Alice op het einde van zijn leven de stratosfeer in stuurde. Op Brosella Spring gunt het kwintet rond saxofoniste Ornella Noulet een blik op zijn debuutplaat, die eind dit jaar verschijnt. →28/3, Volta
Met The Slow Must Go On blaast dichter, performer en muzikant Alex Deforce de kunst van het slowdancen nieuw leven in. Noem het een poëtische prom night, een slowpit, een protest tegen de swipe, een wapen tegen de oorlogsdreiging die ons steeds driester in de nek hijgt. Nu het eindeloze scrollen onze breinen in slaapstand sust, vormen lichamen die elkaar vasthouden een daad van verzet.
→1/4, Pilar
Slagwerk trommelt andermaal de hipste dj’s op voor een potje clubben in de Kruidtuin (28/3, Botanique)
In het zicht van zijn vijftigste verjaardag zet Klaas
Delrue even Yevgueni opzij (1/4, Ancienne Belgique)
Producer en dj Le Motel bouwt een avond rond zijn
label Maloca Records (28/3, Beursschouwburg)


Voor de studenten van het conservatorium is het helemaal prachtig dat Gary Hoffman naar Brussel afzakt. Zij mogen aanschuiven voor masterclasses bij de cellovirtuoos. Maar ook wie geen studentenkaart heeft, kan profiteren van zijn aanwezigheid in de hoofdstad. Hoffmans driedaagse miniresidentie trapt hij namelijk af met een avondje Chopin en Rachmaninov.
→27/3, Flagey
Maria João Pires geeft om gezondheidsredenen geen concerten meer. Tja, vind maar eens een waardige vervanger voor zo’n pianolegende. Met Jan Lisiecki hebben ze bij Bozar toch een meer dan gepast alternatief gevonden. De jonge Canadees is misschien wel dé rijzende ster van het moment. Zo wordt dit concert plots een generatiewissel op een bedje van Beethoven.
→28/3, Bozar
Van de Tsjechische hoofdstad naar Edinburgh, dat is een stevige trans-Europese tocht van net geen tweeduizend kilometer. Dirigente Clelia Cafiero slaagt erin om die afstand in een kleine twee uur af te leggen. Ze plaatst bij het Symfonieorkest van De Munt namelijk Mozarts ‘Praagse’ en Mendelssohns ’Schotse’ symfonie samen op de pupiter. Daar kan geen nachttrein tegenop.
→1/4, De Munt
Cinemateks stillefilmbegeleider Noah Vanden Abeele stelt eigen werk voor (27/3, GC De Zeyp)
Twee keer Dixit dominus: zowel van Georg Friedrich Händel als van Marianna von Martines (29/3, Flagey)
De beste strijkers van de muziekkapel aan het werk horen? Bravissimo, Cellisimo! (1/4, Wolubilis)
...sur un fil tendu
Renée Lorie & Erien Withouck
Kunstenaars Renée Lorie en Erien Withouck vroegen solomoeders – en een vader – in de Lakense Modelwijk hoe het voelt om een kind alleen op te voeden. De ouders bedachten woorden die ze op textiel borduurden, waarna alles op een weefgetouw werd geplaatst. Dat leverde een tapijt op van gedeelde momenten met poëzie, borduurwerk en fotografie.
→30/3 > 10/4, Maison de la création
Lutz Bacher
Een halve eeuw lang onderzocht Lutz Bacher op provocatieve wijze politieke en psychische onderstromen van de VS, met gevonden materialen en veel humor. Ze speelde graag met beladen Amerikaanse symbolen, zoals bizons, wapens en presidenten. Een niet te missen expo, zeker nu de wereld in brand staat door de huidige leider van de VS.
→28/3 > 9/8, Wiels
Kindermeubilair is een speeltuin voor ontwerpers die nieuwe materialen en productieprocessen willen uitproberen. Zo komen ze tot nieuwe inzichten die de samenleving en het milieu ten goede komen. Belgische blikvangers zijn Sylvie Ferons kinderkamers uit de jaren 1930 en de Charlie-stoel van het duo ecoBirdy.
→1/4 > 20/9, Design Museum Brussels
Fotograaf Simon Vansteenwinckel vond spiritualiteit bij de Lakota (27/3 > 24/6, L’Enfant Sauvage)
Trek op avontuur met de Deense stripfiguur Pol, een beertje van alle tijden (1/4 > 6/9, Stripmuseum)
Collection meets Spanish Artists paart KMSKB-kunst aan Spaanse vrijbuiters (1/4 > 16/8, KMSKB)

Via meeslepende documentaires de complexiteit van de wereld onderzoeken en onrecht blootleggen: het is de missie van het Millenium Film Festival. Dit jaar dompelt het geëngageerde filmgebeuren je via Dark red forest onder in de jaarlijkse retraite van duizenden Tibetaanse nonnen en leert je via Kabul, betweenprayers een jonge Talibansoldaat kennen. Bon voyage →24/3 > 3/4, Vendôme, UGC De Brouckère …
Regie: Truong Minh Ouy, Nicolas Graux
Zeventig jaar geleden leefden de Rucnog in de grotten van Centraal-Vietnam. Met de opgedrongen verhuizing naar dorpen begon een sluipmoord op hun taal, rituelen en collectieve geheugen. Brusselaar Nicolas Graux en de Vietnamees Truong Minh Quy vangen een glimp van hun cultuur op in een bijzonder warme en fascinerende bioscoopdocumentaire.
→In de bioscoop
Regie: Thierry Frémaux, Louis & Auguste Lumière
Met hun cinématographe speelden de Franse broers Lumière de hoofdrol in het ontstaan van cinema. Het apparaat is te zien tijdens Origins of cinema, een tentoonstelling in cinema Palace. Dat hun allereerste films meteen een grote artistieke waarde hadden, leert Lumière, l’aventure continue, een prachtige compilatiefilm van Cannes-directeur Frémaux. →In de bioscoop
Elever au grain is een intiem portret van een gezin dat worstelt met de evoluties in de landbouw
Met debuutfilm La danse des renards bokst Brusselaar Valéry Carnoy er niet naast
I swear is een feelgoodfilm over een Schot met het syndroom van Gilles de la Tourette

“Een optelsom van momentopnames én van al mijn verschillende kanten”, noemt Mavee haar nieuwe, erg dansbare ep Alter E-go. “Waarom zou ik me nu al vastpinnen?” zegt ze over de mix van pop, r&b en elektronica.
Op elk van de acht nieuwe nummers toont Mavee een andere versie van zichzelf, iets wat ze op de platenhoes extra in de verf zet door voor elk van die versies een andere outfit uit te kiezen. “Daar heb ik me ontzettend mee geamuseerd”, lacht de zangeres uit Meise, die intussen alweer dik vier jaar geleden laureaat werd van Sound Track. “Al was het last minute best nog stressen in de eigen kleerkast, die van mijn vrienden en enkele klerenwinkels, omdat ik echt wilde dat de luisteraar mijn outfits zou kunnen linken aan de songs in kwestie.”
Vanzelfsprekend was dat niet, zeker niet als je, zoals op de nieuwe single ‘Boundary’, een eerder upbeat geluid combineert met een donkere tekst, want wat trek je dan aan?
Alle stemmen heeft ze dit keer zelf ingezongen, al werden ze samen met producer Dejavu gekneed naar het alter ego dat Maureen Vercauteren wilde opvoeren. Onder die naam kun je als tiener trouwens nog steeds bij haar terecht als je hiphop wil komen dansen bij Gym en Dans in Wolvertem. “Voor mijn jongste leerlingen ben ik een superster omdat ze mijn muziek al op de radio gespeeld hebben. Aan de oudsten geef ik soms choreo’s uit mijn liveshows. De nieuwe release en de repetities met mijn liveband vallen trouwens samen met de repetities van
het jaarlijkse spektakel van de dansclub, wat het nog wat hectischer maakt. Megatof, maar ook: Oh my god!”
De Franstalige vibes, die ze op ouder, hiphopgetint werk nog kwijt moest, zijn intussen verdwenen. “In het Engels kan ik dingen makkelijker van me af schrijven. Dat is belangrijk als je eerlijk wil zijn. Het voordeel is dat het minder in your face aanvoelt.” Een en ander leidt tot een zelfzekere r&b-vibe op het Destiny’s Child-achtige ‘Cannot’. “Ik
“Vroeger durfde ik niet eens zingen als anderen het konden horen”
ben een chaoot, maar heb alles meestal onder controle. Trekt men mij of mijn ideeën in twijfel, denk ik: wacht maar. Als ik iets echt wil, zorg ik dat het lukt.”
Andere Mavee-versies doorprikken die stoere houding, zoals op ‘She’, waarop we haar “she got lost inside” en “she would rather hide” horen zingen, over zichzelf. “Ook al ben ik zelfzekerder geworden en weet ik goed wat ik wil, ik ben nog steeds geen roeper en bekijk alles graag vanop de achtergrond. Vroeger durfde ik niet eens zingen als anderen het konden horen. Nu haal ik vocaal al eens uit, zeker live, als ik me geborgen voel door mijn band.” TOM PEETERS
De ep Alter E-go verschijnt op 27/3 en wordt die dag ook voorgesteld in de Botanique, botanique.be







Compagnie Barbarie
Was Première een familievoorstelling die de hele tijd opnieuw begon en ook over beginnen ging, dan wordt Finale een stuk dat voortdurend stopt, en gaat over dingen die gedaan zijn. Finished. Stuk. Kaputt. Dood zelfs. Om nooit meer terug te komen. Toch zal Compagnie Barbarie zich finaal weer van haar grappigste kant tonen.




→ 28/3 > 1/4, BRONKS
Jonas Baeke & Jef Hellemans
Regisseur Jonas Baeke en acteur Jef Hellemans (bekend van Radioman) maken met een interdisciplinaire, Brussels gekeurde cast (Mooni Van Tichel, Rachid Laachir, en muzikante Isolde Van den Bulcke) een woordloze performance waarin lichamen dansen naar de pijpen van glitchende algoritmes, digitale stemcommando’s en fitnessapparaten.
→ 1/4, Theater 1150
Benjamin Vandewalle
In deze dansvoorstelling ontmoeten twee heel verschillende dansers elkaar. Veronique leerde dansen bij Platform K, een dansgezelschap voor mensen met een beperking. Benjamin vormde zijn danslichaam door ballet en hedendaagse dans. Nu dagen ze, los van conventies en hiërarchische structuren, elkaar uit.
→ 1 & 2/4, De Kriekelaar (Kaaitheater)

Choreografe-danseres Bahar Temiz haalt voor haar nieuwe voorstelling inspiratie uit Bēton (1 & 2/4, KVS)
Tristero nodigt weer uit voor een multidisciplinair Gala Gallait#8 (28/3, Gallaitstraat 80)
Tiziano Cruz verweeft in Wayqeycuna textiel uit de Andes met zijn kindertijd (27 & 28/3, De Kriekelaar)
Benefiet voor Palestina
De oorlog tegen Iran heeft de situatie in Gaza misschien wat ondergesneeuwd, maar ondanks het uitroepen van de wapenstilstand is het lijden van de Palestijnse bevolking nog steeds niet voorbij. Gemeenschapscentrum De Maalbeek kijkt niet weg en organiseert een avond die volledig in het teken staat van Palestina, met onder meer een lezing, film, debat, atelier en diner.
→27/3, De Maalbeek, Etterbeek
Herman is een pinguïn met een hevige vliegwens. Niet omdat hij absoluut van de grond wil gaan, maar omdat er paniek heerst op Antarctica: de aarde warmt op en zelfs op de koudste plek op de planeet smelten de ijsbergen. Het is geen veilige plek meer om nog lang te blijven en dus doet Herman verwoede pogingen om te ontsnappen. Na de voorstelling vliegen alvast de paasklokken over.
→28/3, Den Dam, Oudergem, 3 > 8 jaar
De aantrekkingskracht van yoga lijkt alleen maar toe te nemen, wie rolt er tegenwoordig niet zijn matje uit voor een verkwikkende combinatie van fysieke fitness en mentale rust? Gemeenschapscentrum Kontakt organiseert een heel festival rond yoga, met verschillende soorten yoga en shiatsu. Je kunt ook genieten van een bijbehorende vegetarische lunch.
→28/3, Kontakt, Sint-Pieters-Woluwe
Zoek je podiumervaring, wil je freestylen en rappen? Klim de scène op tijdens Pozar #4.5 (27/3, MJ Le Gué) Verslaafd aan ... theater!? probeert je van dat kleine schermpje weg te houden (29/3, De Markten)
NOSTOS NOTOS brengt een hedendaagse versie van de Zuid-Italiaanse tarantella (27/3, WaBo)
BX.Live biedt een veilige proeftuin voor opkomend Brussels talent

Livemuziek, een kunstexpo, een circusvoorstelling en een pop-upkapsalon: op zaterdag 28 maart strijkt het BX.Live Festival voor de vierde keer neer in LaVallée in Molenbeek. Achter het multidisciplinaire festival schuilt een unieke organisatiestructuur waarin Brusselse jongeren de kans krijgen hun eerste stappen te zetten in de evenementenproductie.
door Benthe Vermeulen
Ik zoek vooral jongeren die gemotiveerd zijn en willen ondernemen in de muziekwereld, maar nog geen ervaring hebben”, vertelt Ward Van Gucht, projectcoördinator ondernemingszin bij Entree, de koepelorganisatie achter de Brusselse jeugdhuizen en organisator van het BX.Live Festival. Elk jaar in de zomer stuurt Entree een open call de wereld in, op zoek naar jongeren die hun schouders onder het festival willen zetten: “De geselecteerde jongeren belanden in een voortraject van tien maanden waarin ze de nodige skills leren om een festival te organiseren: van productie en programmatie tot communicatie en line-up.”
Het festival heeft een unieke, laagdrempelige organisatiestructuur: elk jaar krijgt een poule van vijftien onervaren Brusselse jongeren de kans om onder begeleiding van Entree een festival op poten te zetten. “Om jongeren vandaag de dag nog te prikkelen, werkt de insteek via dans en muziek vaak het best”, zegt Van Gucht.
Het voortraject van BX.Live speelt bewust in op een nood binnen de Brusselse evenementensector: “Uit eigen ervaring als dj weet ik hoe moeilijk het is om events te organiseren; als het misgaat, ga je persoonlijk in het rood. Als je jong bent en geen eigen budget hebt, is het moeilijk om ervaring op te doen en door te groeien.”
Daarom wil BX.Live een veilige omgeving zijn voor jongeren die hun eerste stappen zetten: “Dit is een veel grotere leerschool dan de gemiddelde productie. In plaats van de gebruikelijke rush van twee maanden, nemen we hier tien maanden de tijd voor workshops en inhoudelijke verdieping. We werken met oefeningen en deadlines die we stap voor stap evalueren. Zo kunnen de jongeren op een laagdrempelige manier aanvoelen of dit de wereld is waarin ze professioneel verder willen.”
Persoonlijke groei
Een van de jongeren die het traject volgde, is Elinore Willaert (23). Ze stond mee aan de wieg van de allereerste editie in 2023: “Ik ben in contact gekomen met artiesten, heb de Brusselse scene leren kennen en mijn passie ontdekt voor het organiseren van cultuurevenementen.” Het traject bracht Willaert ook op persoonlijk vlak veel bij: “Vroeger was ik erg verlegen, maar door dit traject ben ik opengebloeid. Nu sta ik stevig in mijn schoenen.” Sinds 2023 liep Willaert stage bij de Vaartkapoen in Molenbeek, richtte ze haar eigen jeugdhuis Reb.elle op

“Tussen speelkansen in een café en op Couleur Café staan, gaapt een groot gat. Wij willen die tussenstap zijn die vaak ontbreekt”
Ward Van Gucht
Projectcoördinator ondernemingszin bij Entree
en is ze momenteel stagiair bij de Beursschouwburg: “Dankzij het festival heb ik een netwerk kunnen opbouwen en zo andere opportuniteiten gekregen. In de cultuursector kun je echt doorgroeien dankzij dat netwerk.”
Die doorgroeikansen gelden niet alleen voor de organisatoren, maar ook voor de artiesten, zoals r&b-zanger Joël Francis: “Het was pas de tweede keer dat ik in Brussel optrad. Voor r&b-artiesten is het niet altijd gemakkelijk om speelkansen te vinden, omdat het een nichegenre blijft. Het is dus cruciaal dat initiatieven zoals BX.Live bestaan.” Ook Francis legde waardevolle contacten: “Mijn ep-release vindt deze zomer plaats in LaVallée. Ik wist pas dat die mogelijkheid bestond dankzij mijn optreden op BX.Live.”
Het bieden van kansen aan opkomend Brussels talent is een kernwaarde van het festival: “We programmeren heel doelgericht: enkel Brusselse artiesten tot 30 jaar. Tussen speelkansen in een café en op pakweg Couleur Café of Horst staan, gaapt een groot gat. Wij willen bewust die tussenstap zijn die vaak ontbreekt”, aldus Van Gucht.
Kwetsbare trend
BX.Live is een betekenisvolle leerschool

voor organisatorisch talent en een belangrijk podium voor muzikanten. “Ik heb het gevoel dat de nood aan kansen voor jong Brussels talent echt begint te leven in de stad. BX.Live stond aan het begin van die trend”, zegt Willaert.
Toch is die trend afhankelijk van politieke wil, erkent ook Van Gucht: “Vorig jaar startten we het traject nog voor we wisten of de Vlaamse Polsslag-subsidie was binnengehaald. Dat was een spannend dossier. Zonder die subsidie zou het project falen.” Van Gucht bespaart de jongeren de financiële kopzorgen: “De jongeren krijgen een budget waarmee ze mogen werken; het binnenhalen van dat budget is een stressfactor die ik op mij neem. Ik wil hen vooral een platform bieden waar ze kunnen bijleren en ondernemen.”
Op zaterdag 28 maart is het dan eindelijk weer zover. Dan kunnen de jongeren laten zien waar ze de afgelopen tien maanden aan hebben gewerkt. “Het traject gaat gepaard met wel wat stress. Maar dan breekt die dag aan. Om dan de jonge artiesten te zien stralen die jij een kans hebt gegeven ... dat is het allermooiste”, zegt Willaert.
BX.Live Festival vindt plaats op 28/3 in LaVallée, Instagram: bx.livefestival
Welke misvatting bestaat over jou?
Dat ik een kalme persoon ben. Kalm zijn kost mij enorm veel moeite, want van nature ben ik nogal ongeduldig.
In welk ander beroep zou je top zijn?
Ik ben als forain gestopt toen ik naar Amerika vertrok, maar ik zal altijd forain blijven. De eerste forains waren eigenlijk acteurs en de eerste acteurs waren forains
Welke fout maak je keer op keer tijdens het creatief proces?
Te snel willen gaan. Te snel praten, te snel iets willen afmaken.
Wat doe je op je verjaardag?
Ik ben op dat vlak zeer familiaal geworden. De grote feesten met copains liggen lang achter mij. Nu vier ik het met mijn dochters, mijn zuster, haar kinderen, mijn ouders, mijn grootouders en heel veel taart. Het zijn gesuikerde feesten.
Waarop trakteer je jezelf af en toe?
Ik kan echt genieten van een dag alleen in de stad. Lunchen in de Plattesteen of aan de Parvis van Sint-Gillis. Een keer naar de cinema of naar het museum. Gaan waar mijn instinct mij brengt. Dat doe ik al sinds ik 12, 13 jaar ben.
Wat had jij pas op erg late leeftijd door dat iedereen al lang wist?
Dat alcohol heel slecht kan zijn. Er is een moment dat alcohol plezant is, een moment dat er problemen bij komen kijken, en een moment waarop er alleen problemen overblijven.
Bij welke historische gebeurtenis was je graag aanwezig geweest?
De oorsprong van Manneken Pis. Over dat beeldje bestaan verschillende mythes en theorieën. Ik zou graag weten welke klopt.
Wanneer verbaast Brussel jou?
Als je weer vaststelt dat Brussel ondanks alle chaos functioneert. Welk vreemd voorwerp slingert rond in je huis?
In een woonwagen is er weinig plaats om dingen te verzamelen of brol bij te houden. Maar waar ik niet van af raak is een houten paard van de paardenmolen van mijn grootmoeder. Dat is een symbool van de kermis dat we niet willen wegdoen, maar dat altijd in de weg staat. Ik zet het dan in de caravan van mijn zuster, die het dan bij pa zet, waarna het weer bij mij belandt. Waar kijk je naar uit de komende maanden?
Ik ben tot eind april bezig met het

• Kevin Van Doorslaer is acteur, comedian, regisseur, schrijver en producer. Hij werd geboren in een familie van kermiskramers, maar trok naar de VS om acteur te worden. Zelf richtte hij de Acting Studio Brussels in Zaventem op
• Hij maakte zelf kortfilms als 5 past 12 en Rendez-vous mè Dieu
• In het theater is hij bekend van het Brussels Volkstejoêter en de voetbalmonoloog Armand. Hij schreef het toneelstuk Chez Charlotteke, en de komische, autobiografische onemanshow Kevin le forain
draaien van Hunters, een serie van Adil en Bilall gebaseerd op het boek Terroristenjager. In september herneem ik Kevin le forain in het Brussels dialect. Ondertussen werk ik aan een nieuwe kortfilm. Wie is de bekendste persoon tegen wie je sprak?
In België Lange Jojo, Eddy Merckx en Roger Vanden Stock. In LA was een van mijn jobs tussen de acteursprojecten door, auto’s parkeren aan het Sunset Tower Hotel. Daar kwam iedereen: Stallone, Jennifer Lopez, Bruce Willis, Jack Nicholson, Robin Williams … Ik heb er een sigaret gerookt met Sean Penn en maanreiziger Buzz Aldrin ontmoet. Terwijl we wachtten op zijn auto, was de maan te zien. Mijn copain vond er niet beter op om tegen Aldrin te zeggen: “What a view!” Aldrin draaide zich om en antwoordde: “Je zou het zicht van daaruit eens moeten zien!” MICHAËL BELLON
Kevin Van Doorslaer voert Kevin le forain op op 28/3 in Le Fou Rire, fourire.be

Elke week toont een ket zijn favoriete plek in de stad. Deze keer neemt Remi (11) BRUZZ mee naar ijssalon Gaston in het centrum.
Welke band heb je met deze plek?
Ik kwam elke woensdag met mijn grootmoeder een ijsje eten. Daarna gingen we naar een museum. Nu kom ik minder, omdat ik op woensdag hockeytraining heb in Boom. Waarom niet bij een Brusselse club?
Vroeger speelde ik bij Daring Molenbeek, maar we verloren altijd en ik kan niet zo goed tegen mijn verlies. Dan ben ik naar een andere club gaan zoeken en bij Braxgata gaan spelen. Hoe serieus neem je hockey?
Voor mij staat hockey boven school. Als ik dinsdag een toets heb, dan moet ik alles zondag of zaterdag doen, want maandag heb ik hockeytraining. Mijn papa maakt mijn planning. Mijn ouders doen heel veel voor mij. Daar ben ik heel dankbaar voor, ze doen het ook goed. Ik wil graag iets terugdoen.
Zijn er nog andere dingen die je wel of niet doet om beter te spelen?
Voor een match mag ik van mijn ouders niet op een scherm omdat je moe wordt van het blauwe licht. Van mijn coach moet ik voor mijn wedstrijd niet te veel eten, want dat kan hard op mijn maag liggen en dan moet ik bijvoorbeeld overgeven. Dat is nog niet gebeurd, maar ik wil dat niet meemaken, want ik wil mijn team niet in de steek laten.
Mis je soms activiteiten door training of wedstrijden?
Binnenkort is er schoolfeest en ik vind het jammer dat ik daar niet bij kan zijn, omdat ik dan wedstrijd heb. Het schoolfeest is niet echt een verplichting, een wedstrijd wel. Je laat je ploeg toch niet zitten voor een schoolfeest. Als je een sport doet, moet je altijd je best doen.
Waar droom je van?
Mijn grootste droom bij hockey is dat ik goed samen kan spelen, een leuk team heb en dat ik misschien een olympische medaille ga halen.
MARJON UDO
Wil jij ook je favoriete plek tonen? Stuur een mailtje naar ket@bruzz.be.






Vul de cijfers 1 tot en met 9 in het rooster in, zodat het resultaat van de sommen klopt met de cijfers rechts en onderaan de kolommen. Elk getal mag maar één keer voorkomen. Het niveau van de puzzel kan variëren per editie.
Vul de witte vakjes met positieve gehele getallen zodat elke rij een kloppende som vormt met het doelgetal rechts of onder. Reken van links naar rechts en van boven naar beneden, zonder voorrang van × of ÷ (bij delen moet de uitkomst altijd een geheel getal vormen).

De hoofdstad kent veel verborgen plekjes, onverwachte panorama-uitzichten, en onbekende maar daarom niet minder intrigerende panden en kantjes, ver weg van Manneken Pis, de Grote Markt en het Atomium. Zoals dit kapelletje. Waar is deze foto genomen? Zelf een foto van een onverwacht stukje Brussel insturen? Mailen naar redactie@bruzz.be
Zoek alle verborgen woorden in het raster van de speciale woordzoeker van BRUZZ.
Streep de begrippen één voor één weg, dit kan in alle richtingen: horizontaal, verticaal, diagonaal, en van links naar rechts en andersom.
▢ Vuilnis
▢ Horizontaal
▢ Bloemenwinkel
▢ Superster
▢ Prijs
▢ Ticket
▢ Politiek
▢ Nederlands
▢ Minister
▢ Schrijver
▢ Literatuur
▢ Boekenwinkel
Oplossingen
De puzzels in dit magazine zijn intern ontwikkeld of gegenereerd met gebruik van toegestane tools en artificiële intelligentie. Elke gelijkenis met bestaande puzzels is toevallig.
M G Z C M V H U X O Z J B G E E N W F Z H U A O X E B B E M L X E D
G O N H U T R K

Stuur het trefwoord, samen met je adres en telefoonnummer, naar win@bruzz.be

5x2 tickets, 2/4, De Kriekelaar Mail ‘Vero’

e
5x2 tickets, > 14/6, Bozar Mail ‘Belle’









































