Skip to main content

BRUZZ editie 1968 (25-02-2026)

Page 1


‘Ik woon al jaren in Brussel en spreek geen woord Frans’

Schrijfster Joke van Leeuwen over haar jeugd in Brussel

Amerikaanse ambassadeur

BILL WHITE

‘Ik reken erop dat de koning naar ons feest komt’

VROUWXNLENTE PRINTEMPS DES FXMMES

MAART I MARS 2026

I THEATER I CONCERT

WORKSHOPS

Vier Vrouwxnlente in de gemeenschapscentra. Ontdek alle activiteiten op vrouwxnlente.brussels.

Célébrez Printemps des Fxmmes dans les centres socio-culturels. Découvrez toutes les activités sur vrouwxnlente.brussels.

Vrouwxnlente Printemps des fxmmes vrouwxnlente.brussels

Opvangcrisis Nood aan een nieuwe Brusselse deal over de asielopvang

Zit Brussel opnieuw met een dijk van een opvangcrisis? Daar lijkt het steeds meer op. Er staan momenteel wel vijftig tentjes aan de Humanitaire Hub van Thurn & Taxis, tientallen in de straten rondom het Zuidstation, mensen wonen in parken en op braakliggende terreinen.

Vorige week dienden studentes die in de Brasserie de la Senne werken een klacht in omdat ze herhaaldelijk werden lastiggevallen door dakloze asielzoekers van de Humanitaire Hub. De Vlaamse overheid heeft intussen een hek geplaatst rond het Hendrik Consiencegebouw, omdat de veiligheid niet meer te garanderen viel, en de overlast niet meer te harden bleek.

Het zijn grootstedelijke problemen die ook in de rest van Europa bestaan, maar ze nemen in Brussel een verontrustende omvang aan, en worden versterkt door een drugsepidemie, een huisvestingscrisis zonder weerga en een algemene stijging van de armoede. Een samenleving kan daar onmogelijk blind voor blijven. Zo’n duizend mensen leven vandaag op straat in Brussel. Afgelopen weekend regende het pijpenstelen: nat weer is voor een dakloze naast de kou, een van de grootste beproevingen.

“De regeringDe Wever kan de gevolgen van haar asielbeleid niet blijven afschuiven op het Brussels Gewest”

De oorzaak van het stijgende aantal tentjes is bekend. De federale regering heeft in augustus vorig jaar de regels van de asielopvang aangescherpt. Asielzoekers die in een ander Europees land een asielprocedure hebben opgestart, krijgen geen opvang meer, en dus belanden die mensen op straat.

Die strengere regeling vormt een van de vele maatregelen van de Arizona-regering om de asielstroom een halt toe te roepen. Op termijn wil die federale regering nog twintig procent van de huidige opvangcapaciteit overhouden. Minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA) klopt zich op de borst dat de eerste resultaten al zichtbaar zijn: het aantal asielaan-

vragen daalde vorig jaar met dertien procent, net als de druk op de asielopvang. Voor de straatslapers heeft Van Bossuyt maar één antwoord: ze moeten naar de opvang in het land waar ze hun asielaanvraag deden. Voor de rest, zegt ze, gaat het om een daklozenprobleem, waar de federale regering niet voor bevoegd is, maar wel de Brusselse regering. Dat de federale regering, ook internationaal, ettelijke keren veroordeeld werd wegens de deficiënte opvang van asielzoekers, zal Van Bossuyt worst wezen. Dat soort cynisme kan politiek misschien renderen, maar is maatschappelijk eigenlijk onaanvaardbaar. Een democratie moet je ook afmeten aan de mate van haar respect voor de menselijke waardigheid. Bovendien straalt de opvangcrisis negatief af op België. Brussel is hét Europese machtscentrum. Als de onveiligheid en de overlast stijgen, wordt dat op de duur ook voor premier Bart De Wever (N-VA) een probleem. Nu er een Brusselse regering is, is het hoog tijd dat de koppen bij elkaar worden gestoken. De Arizona-regering kan de gevolgen van haar asielbeleid niet blijven afschuiven op het Brussels Gewest. Zo werkt het niet in een federale staat. De nieuwe Brusselse regering lijkt echter weinig voortvarend in haar beleid. Over dakloosheid, laat staan over de nieuwe asielopvangcrisis, valt haast niets terug te vinden in het regeerakkoord. Welke visie heeft de regeringDilliès hierover? Geen idee.

De vorige staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor (CD&V) en de Brusselse minister-president Rudi Vervoort (PS) hadden een Brussels Deal gesloten, met een gedeelde verantwoordelijkheid voor de asielopvang. De Brusselse regering mag geen weken meer wachten om weer het gesprek aan te gaan met de federale regering. In het belang van de mensen op straat, maar ook in het belang van de Brusselaars, en van Brussel als hoofdstad van België.

Steven Van Garsse Senior politiek analist In het edito fileert de redactie de Brusselse actualiteit.

Lees meer Nieuwe regering: minister van Werk Laurent Hublet (Les Engagés): “Er zijn geen domme jobs” p.20

Inhoud

25 februari 2026

Claire Bringiers – alias Madame Cocker – gaat op uitstap met haar hondenbus

Meer BRUZZ

XL Vliegtuiglawaai

De RNP-07L vliegroute veroorzaakt ophef in het noorden van Brussel. Buurtbewoners doen bij oostenwind geen oog meer dicht en vragen om de route te wijzigen.

Hinder door vliegtuiglawaai, maandag in BRUZZ 24

KetCity

In KetCity gaat BRUZZKet samen met ketjes op zoek naar het antwoord op een Brusselse vraag. Deze keer: stroomt er een rivier onder Brussel?

Ontdek het antwoord op BRUZZKet.be

COLOFON

OP DE COVER

26Interview Bill White, Amerikaans ambassadeur in Brussel

ACTUALITEIT

03Vooraan Nood aan een nieuwe Brusselse deal over de asielopvang

06Essay ’Help, ik woon in Brussel en spreek geen Frans’

12Actueel Burgeronderzoek meet het (on)veiligheidsgevoel

14Opinie ‘Brussel zal verder blijven wegzinken in het moeras’

15Cartoon Kim Duchateau

20Interview Laurent Hublet, minister van Werk: ‘Er bestaan geen domme jobs’

VERHALEN

Brusselaar Jan Hammenecker haalt zijn beste West-Vlaams boven in ‘Dust’

18 Kansspelen Brusselse ouderen gokken meer dan gemiddeld

32 Literatuur Joke van Leeuwen schrijft in ‘Plooi u in tweeën’ over haar jeugd in Brussel

ELKE WEEK

14 Stadsleven Mag het iets meer zijn?

16In beeld

16In het nieuws

25Beestig Brussel Geen woord over dierenwelzijn in het regeerakkoord

30 Column Sluier

44Hang-out Mingus

46Puzzelpagina

CULTUURGIDS

36Shoptips

37Eat & Drink 3 x LGBTQIA+-friendly

38Uittips

39Klein onderhoud Nduduzo Makhathini

40Uittips

43Inzichten Adriaan van Dis

BRUZZ Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65 ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80 Gratis in Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België: 29 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393 van Vlaams Brusselse Media vzw, een abonnement binnen Europa kost 119 euro per jaar, buiten Europa 139 euro per jaar OPLAGE 50.000 exemplaren ADVERTEREN? Angela Mngongo 02-650.10.81 angela.mngongo@brusselmedia.be DISTRIBUTIE Ute Otten, 02-650.10.63, ute.otten@bruzz.be KLACHTEN? klachten@bruzz.be - www.bruzz.be/klachten ALGEMENE DIRECTIE Johan Goossens ALGEMEEN HOOFDREDACTEUR Klaus Van Isacker COÖRDINATOR MAGAZINE Maarten Goethals ART DIRECTOR Heleen Rodiers VORMGEVING Maud Declerck EINDREDACTIE Karen De Becker WERKTEN MEE AAN DIT NUMMER Eva Christiaens, Kris Hendrickx, Bettina Hubo, Steven Van Garsse, Tom Zonderman (redacteurs); Johan Baeten, Michaël Bellon, Jasper Croonen, Andy Furniere, Rieneke Lammens, Michiel Leen, Tom Peeters, Niels Ruëll, Marjon Udo, Matisse Van der Haegen, Duchka Walraet (medewerkers) FOTOGRAFIE & ILLUSTRATIE Bart Dewaele, Tiene Carlier, Kim Duchateau, Delphine Frantzen, Ivan Put, Saskia Vanderstichele, Emiel Viellefont VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Johan Goossens, Flageyplein 18, 1050 Elsene.

en de Vlaamse Gemeenschapscommissie

HELP , ik ben Vlaming, woon

in Brussel

en spreek geen Frans

Kersvers minister-president Boris Dilliès kon de pers niet in het Nederlands te woord staan. Dat zette het debat rond de positie van het Nederlands in Brussel weer op scherp. Maar zouden een pak Nederlandstalige Brusselaars niet in dezelfde situatie verkeren mochten zij vragen in het Frans voorgeschoteld krijgen? “Het is perfect mogelijk je te wentelen in een eentalige bubbel, ook in een tweetalige stad.”

door Rieneke Lammens

Menig politiek collega drukte dan ook op de sociale media zijn of haar verontwaardiging uit.

Daarop beloofde Dilliès al snel om zijn Nederlands op te krikken: “Ik ben de Brusselaars een goede kennis van het Nederlands verschuldigd. Dat is essentieel, ik pleit schuldig”, zei hij tijdens een interview op een radiozender van RTBF.

Terwijl ik opinie na opinie zag binnenstromen, kon ik me alleen maar afvragen: zou ik – en bij uitbreiding, nog vele andere Nederlandstalige Brusselaars – me niet in dezelfde positie bevinden mochten wij uit ons bureau worden geplukt om een uur later in een Franstalige persconferentie gedropt te worden?

Frans en passant

Mijn achtste jaar is het al dat ik deze stad mijn uitvalsbasis mag noemen, maar ik moet alleszins niet ver graven in mijn geheugen om gênante momenten op te rakelen, waarin ik tevergeefs een gesprek in het Frans probeerde aan te knopen. Toen ik in de Fnac met de beste wil ter wereld niet kon uitleggen aan de winkelmedewerker welke batterij ik nodig had, bijvoorbeeld, en dus batterijloos afdroop. Of bij de telecomwinkel waar ik in paniek belandde toen de

batterij van mijn gsm kapot was. “Mon gsm est cassé, je pense”, was het enige wat ik kon uitbrengen.

Om maar te zeggen: toen ik de arme minister-president zo hulpeloos zag kijken bij de Nederlandstalige vragen die op hem afkwamen, kon ik alleen maar (in het Engels) denken: I feel you. Akkoord, ik ben geen minister-president (voorlopig, althans), maar ook ik ben een inwoner van een tweetalige stad die maar matig een van die twee talen spreekt. En ook ik doe weinig inspanningen om dat te verbeteren, omdat ik mijn leven kan inrichten met Frans en passant.

Een rondvraag bij mijn Nederlandstalige kennissenkring leert me al snel dat mijn ervaring niet op zichzelf staat. “Onlangs was ik aan het joggen in Ter Kamerenbos, maar door een loslopende hond viel ik hard op mijn knie. De baasjes gebaarden van niets, dus ik wilde hen erover aanspreken, tot ik hoorde dat ze Franstalig waren. Dan heb ik het er maar bij gelaten”, vertelt een vriend.

De cijfers uit de Taalbarometer, het onderzoek waarmee de VUB al 25 jaar naar de talenkennis peilt van Brusselaars, lijken die trend te bevestigen. Bij de laatste meting in 2024 gaf 81 procent van de Brusselaars aan goed tot uitstekend Frans te kunnen spreken, een daling met 6 procentpunt

“Het journaal in het Frans volgen is een laagdrempelige oefening: door je achtergrondkennis is het vaak relatief eenvoudig om mee te volgen”

tegenover de peiling in 2018. Ter vergelijking: in 2001 was dat nog 95 procent. “Dat wil zeggen dat een op de vijf Brusselaars onvoldoende Frans beheerst”, zegt Esli Struys, hoogleraar toegepaste taalkunde aan de VUB en gespecialiseerd in meertaligheid. “Daar valt niet meteen uit af te leiden dat het allemaal Nederlandstaligen of ingeweken Vlamingen zijn; ook anderstaligen zullen deel uitmaken van die groep. Toch is het opmerkelijk dat de Franse spreekvaardigheid over de hele Brusselse bevolking jaar na jaar afneemt.”

Onvoldoende contacturen

Die cijfers roepen vooral vragen op als je bedenkt dat elke Vlaamse scholier op zijn minst acht jaar verplicht Franse les kreeg. Toch toonde het peilingsonderzoek in 2018 dat slechts een minderheid op het einde van het basisonderwijs nog de eindtermen voor spreken behaalt. Voor lezen ging het om minder dan de helft.

Daar zijn meerdere oorzaken voor. “Frans is in Vlaanderen pas een verplicht vak vanaf het vijfde leerjaar, terwijl het effectiever zou zijn vanaf het eerste leerjaar of zelfs de derde kleuterklas”, zegt Struys. Niet zozeer omdat je een tweede taal op jonge leeftijd automatisch beter opneemt, wel omdat het aantal uren instructie met de taal van tel is. “Oudere leerlingen hebben als voordeel dat ze een taal efficiënter verwerven, maar ze komen simpelweg te weinig uren in contact met Frans”, vervolgt hij. “Over een hele schoolcarrière heb je nu hooguit 600 of 700 lesuren Frans in Vlaanderen, wat weinig is in vergelijking met andere regio’s waar leerlingen een tweede taal moeten leren. In de Duitstalige Gemeenschap gaat het om minstens het dubbele, in Luxemburg kloppen ze zelfs af op 2.000 uur.” Om goed te zijn, zouden die uren dus verspreid moeten worden over extra schooljaren, of zouden leerlingen een intensiever taalbad moeten

krijgen vanaf het vijfde leerjaar. “Maar het is niet evident om dat in het curriculum te laten passen. Bij welke vakken snoep je dan uren af om ze aan lessen Frans te geven?”

Bovendien wordt er nu beleidsmatig voor gekozen om in de eerste jaren van het basisonderwijs vooral in te zetten op Nederlands, vanuit de vrees dat die tweedetaalverwerving de ontwikkeling van het Nederlands in het gedrang zou brengen. “Dat kunnen we uit onderzoek niet per se bevestigen, maar die bezorgdheid is wel begrijpelijk, zeker in een Brusselse context”, zegt Struys.

Een tweede probleem is de invulling van de les Frans. “Niet alleen de kwantiteit van de instructie is van belang, maar ook de kwaliteit. Er zijn indicaties dat Frans nog steeds vrij traditioneel wordt onderwezen met een sterke focus op woordenschat en grammatica, en minder op spreekvaardigheid”, aldus Struys. “We weten ook dat leerkrachten in het basisonderwijs nog heel weinig Frans spreken in de klas”, vult Elke

“Voer gesprekken met AI en laat die analyseren, zodat je uit je fouten leert”
Esli

Struys Hoogleraar toegepaste taalkunde (VUB)

Peters aan, hoogleraar Toegepaste Taalkunde aan de KU Leuven en gespecialiseerd in taalverwerving. “Dan wordt de blootstelling aan de taal wel erg beperkt, terwijl taalcontact net zo belangrijk is.”

Foreign language anxiety

Volgens haar zijn ook status en motivatie geen onbelangrijke factoren. “Frans heeft intussen een heel andere status dan Engels, dat zeer dominant is in onze leefwereld”, zegt ze. “We komen voortdurend in contact met die taal via popcultuur, media en series, terwijl veel leerlingen buiten de schoolmuren amper nog in contact komen met Frans.

Dat maakt de drempel om het te spreken veel hoger.”

Het is inderdaad een groot contrast, de moeite die het kost om een gesprek te voeren in het Frans en het gemak waarmee conversaties in het Engels vloeien. Het hoeft dan ook weinig te verbazen dat het net die taal is waar velen naar teruggrijpen om zich uit te drukken aan weerszijden van de taalgrens. Zo sprak ik bijvoorbeeld alleen maar Engels met een vriend van een vriend, terwijl ik wist dat hij in feite Franstalig is. Het had een oefenkans kunnen zijn, maar de angst om fouten te maken of me te exposen – of beter: m’exposer – als gebrekkige

© MAARTEN GOETHALS, BEELD GEGENEREERD MET CHATGPT

Franstalige was te groot om de taalkundige drempel te overbruggen.

Een woord dat je ontglipt en de onkunde om in een paar seconden een alternatief te formuleren met dezelfde betekenis, ontaarden immers al snel in een soort halfslachtig Frenglish, maar vooral: stress en schaamte. Dat is een fenomeen dat taalkundigen ook wel foreign language anxiety noemen. “Er zit een heel gevoelsmatige, emotionele component aan spreken in een andere taal”, zegt ook Struys. “Je bent bang om fouten te maken, uit schrik om uitgelachen te worden. Dat geldt zeker in een context met veel native speakers, zoals Brussel.”

Individuele tweetaligheid

Gebeurt minstens even vaak: ik die de moed bij elkaar raap om mijn bestelling in het Frans te plaatsen, waarop de native kelner me meteen ontmaskert als ‘Flamand’ en ostentatief antwoordt in het Engels. Zélfs als ik het ervoor inoefen met mijn vriend, die wel goed Frans spreekt.

Elke keer opnieuw voel ik mijn zelfvertrouwen en de motivatie om het de volgende keer opnieuw te proberen verder wegzakken. Niet onbegrijpelijk, volgens Peters: “Eigenlijk ontneemt iemand je op dat moment een spreekkans om de taal in te oefenen, wat een negatieve invloed heeft op het leerproces”, zegt ze. “Als je niet kunt oefenen, zal je ook niet beter worden in een taal.” Dat creëert een vicieuze cirkel: al snel ga je elke spreekkans en elke mogelijkheid om in contact te komen met de tweede taal uit de weg.

Met weinig Frans in aanraking komen, is zelfs in Brussel mogelijk, ondervond ik proefondervindelijk. Los van de obligatoire “bonjour” en “par carte, s’il vous-plaît” kun je perfect van Nederlandstalige bars zoals Le Coq of Roskam je stamcafé maken, spinninglessen volgen in het Engels en naar een specialist in Vlaanderen blijven gaan om je medische geschiedenis in je moedertaal te kunnen bespreken.

Met andere woorden: het is dus perfect mogelijk om je te wentelen in een eentalige bubbel, ook in een tweetalige stad. Struys maakt daarom het onderscheid tussen maatschappelijke en individuele tweetaligheid in Brussel: “Brussel is tweetalig – niet omdat iedereen twee talen spreekt, maar omdat alle instellingen tweetalig zijn. Elke taalgroep heeft eigen scholen, culturele centra, sportverenigingen en bibliotheken, zodat niemand verplicht Frans of Nederlands moet spreken”, zegt hij. “Paradoxaal genoeg kun je door die maatschappelijke

tweetaligheid als individu eentalig blijven, omdat alles toch binnen handbereik is in de eigen taal. Dat verklaart meteen waarom de eerste minister-president al jaren burgemeester kon zijn zonder Nederlands goed te begrijpen of te spreken.”

Spreekkansen opzoeken

Toch zijn er ook manieren om uit die eentalige bubbel te treden, en dat doe je vooral door het taalcontact met het Frans te vergroten. Met de klassieke avondcursussen kun je veel opfrissen, maar uit onderzoek blijkt dat het al kan helpen om woordgroepen en vaste zinsdelen te herhalen. “Door die weer in te oefenen, automatiseer je bepaalde vaste talige structuren, waardoor je je weer vlotter leert uitdrukken”, weet Peters.

Voorts is het vooral een kwestie van praten, praten, praten. De beste oefenkans is er een met andere gesprekspartners, druip dus niet af zodra je Frans hoort, maar spreek en durf fouten te maken, benadrukken de onderzoekers. “Wees assertief genoeg en vraag hen om niet over te schakelen naar het Engels of Nederlands. Je zult fouten maken, maar dat is geen ramp. Geef vooral niet op, dat is heel belangrijk. Ben je daar toch te onzeker voor, probeer het dan online: je kunt tegenwoordig gesprekken voeren met AI en die vervolgens laten analyseren, zodat je leert uit je fouten”, geeft Peters mee.

Het is dus belangrijk dat we niet afglijden in onze eigen Dansaertbubbel, maar de andere taal ook actief opzoeken.

“Gebeurt vaak: ik die mijn bestelling in het Frans plaats, waarop de kelner me meteen ontmaskert als ‘Flamand’ en ostentatief antwoordt in het Engels”

Rieneke Lammens

Brusselse

“Ook het journaal in het Frans volgen is een laagdrempelige oefening: door je achtergrondkennis is het vaak relatief eenvoudig om mee te volgen.”

Brussel is de ideale plaats voor zo’n immersie, vult Struys aan: “Er zijn ongetwijfeld Franstalige buren met wie je een praatje kunt slaan, of een expo die je in het Frans kunt bezoeken. Sport je graag? Overweeg dan om je aan te sluiten in een Franstalige club. Probeer vooral te vertrekken uit wat je graag doet, want dan is je motivatie groter om de taal op te pikken.”

Dreigen we anders weldra eentalig te worden? “Daar staan we nog ver vanaf, maar inderdaad, het zou toch jammer zijn als we van meertaligheid naar tweetaligheid zouden evolueren”, aldus Struys. “Historisch gezien hebben Vlamingen als troef dat ze zich goed in meerdere talen kunnen uitdrukken. Het zou een groot verlies zijn mocht Frans daar steeds minder deel van uitmaken. Ook al is er aandacht voor de dalende taalvaardigheid, er is toch een andere aanpak vereist om het tij écht te doen keren.”

« AU SECOURS, JE NE PARLE PAS FRANÇAIS »

FR/ Le tollé suscité par Boris Dilliès, qui ne parle pas néerlandais, est pour Rieneke Lammens une raison d’admettre que de nombreux Bruxellois néerlandophones ne maîtrisent pas suffisamment le français. Une étude de la Vrije Universiteit Brussel souligne la baisse du niveau de maîtrise du français et la facilité avec laquelle les habitants peuvent s’organiser dans une bulle monolingue dans une ville officiellement bilingue.

“HELP,

I DON’T SPEAK FRENCH”

EN/ The fuss surrounding Boris Dilliès, who does not speak Dutch, is reason enough for Rieneke Lammens to admit that many Dutch-speaking Brussels residents also have an insufficient command of French. Research by the Vrije Universiteit Brussel points to declining French language skills and the ease with which residents can organize themselves in a monolingual bubble in an officially bilingual city

Nieuwe app meet (on)veiligheidsgevoel op 110 locaties

Onderzoekers van de VUB hebben een app ontwikkeld om het veiligheidsgevoel van mensen in Brusselse straten in real time te meten. Die app, Moment, is nu beschikbaar en zal worden gebruikt voor grootschalig burgeronderzoek.

door Eva Christiaens

Een ongemakkelijke blik. Afval op straat. Gebrekkige straatverlichting, weinig uitwegen of weinig groen. Het kan allemaal bijdragen tot een hoger onveiligheidsgevoel in Brussel, maar dat verband is moeilijk te vatten in klassieke enquêtes of criminaliteitsstatistieken. Dat zeggen sociologische onderzoekers van de VUB, die daarom een app bedachten om wél betere gegevens te verzamelen over hoe veilig mensen zich voelen op straat. Die app heet Moment, naar het exacte moment waarop iemand zich veilig of onveilig voelt op een welbepaalde plek in Brussel. De app is vorig jaar al getest op de VUB-campus in Elsene en initieel alleen bij vrouwen, maar de respons was toen beperkt. Het merendeel van de studenten voelde zich daar bovendien zelden onveilig, tenzij tijdens studentenfuiven. “Dat bevestigt dat tijd bepalend is”, zegt onderzoeker Petrus te Braak van de onderzoeksgroep Brispo aan de VUB.

Maandag lanceerde hij de Moment-app daarom breder, voor alle mensen die regelmatig in Brussel zijn. De enige voorwaarde is dat ze ouder dan achttien jaar zijn. Door hun locatie te delen, krijgen ze in real time korte vragenlijsten doorgestuurd die peilen naar hoe veilig zij zich voelen op dat welbepaalde moment, op die plek en waarom. Vergelijk het met de BeReal-app die je vraagt om een onmiddellijke foto te nemen, maar dan zonder de foto en wel met een onmiddellijke inschatting van je veiligheidsgevoel.

Alledaagse ervaringen

“De app is een wetenschappelijk instrument, maar tegelijk laagdrempelig en gericht op wat mensen écht meemaken in de publieke ruimte”, zegt Petrus te Braak. “Met Moment willen we alledaagse ervaringen zichtbaar maken die moeilijk te vatten zijn in traditionele onderzoeken.”

“Deelnemers hoeven zich hun gevoelens van dagen geleden niet te herinneren”, zegt professor Theun Pieter van Tienoven, die de studie mee begeleidt. “De app stelt korte vragen op het moment dat de ervaring plaatsvindt. Wij zijn ervan overtuigd dat dat veel rijkere gegevens oplevert.”

Die gegevens zal Te Braak de komende

maanden opvolgen en analyseren. “Ik heb liever dat elke gebruiker meerdere locaties invult, dan dat er heel veel verschillende gebruikers één locatie invullen.” Het gaat om een burgeronderzoek of citizen scienceproject, waar iedereen vrij aan kan deelnemen. “Initieel wilden we deelnemers vinden via wijkcomités, maar hun publiek is vaak vluchtig.” Daarom promoot Te Braak zijn app nu via een bredere campagne in de media.

De dataverzameling duurt nog tot de zomer. “We hebben genoeg data nodig om gefundeerde uitspraken te doen. Het is dus belangrijk dat minstens enkele app-gebruikers ook mineure plaatsen bezoeken, die voor sommige mensen best vervelend zijn. In de eerste fase verzamelen we breed data, daarna volgt een diepe analyse en het publieke debat”, zegt Te Braak.

Taxis, het veiligheidsgevoel van andere mensen op de paden beïnvloeden, zegt hij. “Je zou die toestellen perfect honderd meter verder kunnen zetten op een veld waar ze minder dominant aanwezig zijn. Het was de meest genoemde onveilige plek bij jonge vrouwen, sporters en buurtbewoners.”

RSC Anderlecht

Hij benadrukt dat het cruciaal is om te beseffen dat gevoelens van veiligheid en onveiligheid steeds tijdgebonden zijn. “Ik heb quotes van vrouwen uit Anderlecht die zeggen dat de wijk veiliger voelt wanneer RSCA speelt, omdat er dan meer politie is. Ook in de zomer hebben vrouwen meer last van catcalling over hoe zij zich kleden. Ik wil die seizoensgebonden verschillen meenemen.”

“Deelnemers hoeven zich hun gevoelens van dagen geleden niet te herinneren. De app stelt korte vragen op het moment dat de ervaring plaatsvindt”
Theun

Wie zelf deelneemt, hoeft wel maar vier weken mee te werken. Na die periode wordt de app automatisch inactief. Alle antwoorden worden anoniem verwerkt.

In de app zijn nu 110 Brusselse locaties meegeteld, van het Noordstation tot het Flageyplein, de Kunstberg of Dansaertwijk. Ook minder bekende parken zoals het Wilderbos in Sint-Agatha-Berchem en het Albertpark in Molenbeek zijn deel van de selectie. “Die plekken heb ik niet zelf gekozen. We hebben de plekken geselecteerd door input van onderuit te verzamelen. Ik heb op tientallen markten gestaan en met focusgroepen en wijkcoördinatoren gesproken”, vertelt Te Braak.

Uit eerder onderzoek weet Petrus te Braak dat het veiligheidsgevoel van bezoekers op die plaatsen kan verschillen tussen dag en nacht. Hij verwijst ook naar de stedelijke inrichting. Zo kunnen populaire sporttoestellen in parken, zoals aan Thurn &

De verzamelde data moeten uiteindelijk ook gemeenten helpen om het veiligheidsgevoel op de betrokken plaatsen te verhogen. “Ons project wil veiligheidsproblemen zichtbaar maken en concrete handvatten aanreiken, zodat verandering mogelijk wordt”, zegt Te Braak. “Ik zal een guidebook maken voor Brusselse beleidsmakers met de factoren die leiden tot onveiligheidsgevoelens. Die data kun je dan op persoons-, tijds- of locatieniveau analyseren.”

“Als we onze publieke ruimte veiliger willen maken voor iedereen, moeten we beter begrijpen hoe ze daadwerkelijk wordt ervaren”, besluit professor Van Tienoven. “Die ervaringen kunnen verschillen naargelang de persoon, de plaats en het moment. Dit onderzoek helpt om dat verschil in kaart te brengen.”

Moment is gratis beschikbaar in de appstores van Apple en Google Play.

Opinie

‘Dieper verzinken in het Brusselse moeras’

De nieuwe regering-Dilliès zal niets aan de ingewikkelde beleidsstructuur veranderen, waardoor Brussel verder zal blijven wegzinken in het moeras. Dat schrijft opiniemaker Jan Wostyn.

Jan Wostyn Econoom en sinoloog Leraar Engels en economie in Brussel

Schreef samen met Luckas Vander Talen ‘Het Brussels moeras’, een nieuw boek over de Brusselse politiek

Eindelijk kreeg de Brusselaar na 615 dagen waar hij of zij democratisch recht op heeft: een regering met volheid van bevoegdheid. Dat was broodnodig en is op korte termijn een goede zaak. Eindelijk komt er weer beweging in tal van beleidskwesties die niet langer werden aangepakt. Ook de vele organisaties die bijna twee jaar in het ongewisse werden gelaten over de toekenning van subsidies krijgen nu duidelijkheid. Tot slot zou een nieuwe regering met een duidelijk begrotingstraject verdere ratingverlagingen moeten kunnen vermijden.

Toch beseft ook iedereen dat enthousiasme misplaatst zou zijn. Op korte termijn komt er dan wel duidelijkheid, maar op middellange termijn is de toekomst van het Brussels Gewest allerminst rooskleurig. Zelfs indien een begrotingsevenwicht wordt bereikt in 2029, wat verre van zeker lijkt, zal de schuld verder oplopen tot bijna 20 miljard, bijna drie keer zo hoog als de inkomsten.

Het gat van 1,2 miljard euro kan niet zomaar in één keer magisch weggetoverd worden. Daarnaast zal de regering-Dilliès nog tot 1 miljard “participaties” buiten de begroting houden. Het argument dat het om éénmalige steunoperaties gaat, lijkt wankel. Wie durft met zekerheid te stellen dat

betaald worden aan financiële instellingen en dus niet langer beschikbaar zijn om de vele sociale noden te lenigen. De hoofdoorzaak achter de schuldopbouw is onverantwoordelijk politiek beleid van politici die zich visionaire genieën waanden, maar finaal toch te korte beentjes bleken te hebben en op hun financiële adem trapten. Het is ook het gevolg van de manifeste weigering van de Franstalige politieke klasse om de dubbele laag van een gewest met negentien gemeenten in vraag te durven stellen. Die dubbelstructuur is als een te grote mantel voor te dunne schouders. Het ziet er niet uit, het is niet comfortabel en het is gewoon te zwaar om dragen.

De regering-Dilliès zal niets aan die structuur veranderen,

“De Brusselaar zal de rekening betalen voor de politieke onverantwoordelijkheid en de interne inefficiënties”

Vivaqua, Kanal en de gewestelijke huisvestingsmaatschappij na 2029 niet opnieuw vers geld nodig zullen hebben?

De historische schuld van 20 miljard euro hangt als een molensteen rond de nek van het Gewest. Tegen een rente van 3,5 procent kost dit het Gewest elk jaar 700 miljoen euro. Middelen die

waardoor Brussel verder zal blijven wegzinken in het moeras. De gemeenten zullen opnieuw meer geld krijgen, omdat ze de grootstedelijke uitdagingen niet langer kunnen bolwerken. De interne herstructurering van de gewestelijke administratie lijkt op papier een verbetering, maar hoe ze voldoende besparingen zal

Stadsleven

Mag het iets meer zijn?

door Heleen Rodiers

Twaalf uur. Ik hoef geen sirene om me er attent op te maken dat het tijd is voor de schaft. Mijn goed afgestelde biologische klok geeft dat vanzelf aan. Voor ik hangry word, rep ik me naar de nabije

broodjeszaak, waar al snel een rij ontstaat van al even hongerige schafters. Nog twee klanten en het is aan mij. De jongeman voor me rekent af en haast zich de deur uit, maar dat is buiten de

bakker gerekend.

“Monsieur Monsieur”, roept hij zo luid dat de hele straat het mag horen. “Vergeet je toiletpapier niet!” Alle hongerige wolfogen richten zich nu op de onfortuinelijke jongeman als was hij een schaapje. Rood aangelopen ontkent hij stellig dat de zes rollen toiletpapier die zich ter hoogte van de

eclairs bevinden van hem zijn. Van wie dan wel? Een mysterie ontvouwt zich. Wanneer enkele seconden later een andere jongeman binnenstuift, denkt iedereen hetzelfde: de eigenaar van het papier meldt zich. Toch niet: hij was zijn bonnetje vergeten. Als ik betaal, denk ik even dat de bakker mij het papier in mijn

handen zal duwen met een begeleidende ‘Mag het iets meer zijn?’ Maar hij zet het resoluut achter de toog. Wellicht mag de eigenaar zich nog discreet melden.

In Stadsleven vertellen redacteurs en lezers in maximaal 1000 tekens een verrassende anekdote over Brussel. Insturen kan via redactie@bruzz.be

opleveren zonder naakte ontslagen blijft een mysterie. De realiteit is evenzeer dat het Brussels Gewest niet opgewassen is tegen het economisch sterkere Vlaanderen. De voorbije tien jaar verloor het Gewest netto zo’n 7.500 ondernemingen aan Vlaanderen en in mindere mate Wallonië. Die exodus wordt mee aangeblazen door een wildgroei aan lokale Brusselse belastingen, naast een algemene verloedering en problemen op het vlak van mobiliteit en veiligheid. Mede door de concurrentie met de Vlaamse Rand stagneert de Brusselse economie en blijft ze achter met bijna 100.000 werklozen.

12,5 % registratierechten

Maar ook op het vlak van woningfiscaliteit is het contrast groot. In Vlaanderen bedragen de registratierechten intussen slechts

2 procent, in Wallonië 3 procent, terwijl je in Brussel 12,5 procent betaalt, weliswaar met vrijstelling op de eerste 200.000 euro. Hoe overtuig je jonge Vlamingen om in Brussel te kopen wanneer de belastingen een veelvoud zijn van die in Vlaanderen? De woningfiscaliteit tot op hetzelfde niveau laten dalen, kan Brussel budgettair gewoon niet aan.

Finaal zal dus vroeg of laat ook de vraag gesteld moeten worden: dient dit Brussels Gewest nog wel de belangen van de Brusselaars? Iemand betaalt de rekening voor de politieke onverantwoordelijk-

heid en de interne inefficiënties. Maar zelfs indien het Gewest efficiënt gerund zou worden, dan nog is de fiscale basis veel te smal om alle gewestelijke bevoegdheden zelf te dragen. Steden als Antwerpen en Gent kunnen die gewestelijke bevoegdheden overlaten aan het Vlaams Gewest en krijgen bovendien royale sommen uit het Vlaamse gemeentefonds om hun grootstedelijke uitdagingen de baas te kunnen én hen te ondersteunen als groeimotoren van de Vlaamse economie.

Als de prijs van een absolute autonomie structurele verpaupering en verloedering is, is die prijs dan nog wel te verrechtvaardigen? Of moet Brussel vooral nauwere banden aanhalen met zowel Vlaanderen als het federale niveau om samen de uitdagingen aan te pakken, ook als dat leidt tot een partiële inperking van die absolute autonomie? Met de categorieke weigering om zelfs maar met de N-VA in gesprek te gaan, was het antwoord van de PS, Ecolo, PTB én

Défi glashelder: jamais! Op de vraag hoe ze dan op lange termijn dit gewest opnieuw economisch welvarend willen maken om zo ook de sociale uitdagingen aan te kunnen, blijven ze het antwoord helaas schuldig.

Het is finaal de Brusselaar zelf die de prijs zal betalen voor deze onverantwoordelijke politieke koppigheid.

Reageren of zelf een opiniestuk insturen? Mail naar redactie@bruzz.be

Quote

Nederlander en ‘fatbikevorst’

Muis van

La Souris wil ook Brussel veroveren met zijn fietsen

“Brussel is een goeie plek voor fatbikes. Veel allochtonen. Veel arbeiders. Helemaal onze doelgroep”

Knack, 18 februari 2026

Cartoon
Armando

In het nieuws

23/02 | Marc Uyttendaele geeft geen les meer aan de ULB. Marc Uyttendaele, advocaat en professor constitutioneel recht aan de ULB, gaat met pensioen vóór de start van het volgende academiejaar. Voor de rest van dit

academiejaar laat hij zich vervangen. Uyttendaele gaf eind vorige maand gedeeltelijk toe dat hij een ex-stagiaire ongewenst seksueel had benaderd.

22/02 | Loubna Azghoud wordt MR-fractieleider. In

het Brussels parlement zet Clémentine Barzin een stap opzij als fractieleider van MR. Loubna Azghoud volgt Barzin op. Barzin is sinds eind 2023 getrouwd met de nieuwe Brusselse minister-president Boris Dilliès. Sinds de eedaflegging van de nieuwe Brusselse regering stond de rol van Barzin als fractieleider in het

Brussels parlement ter discussie.

21/02 | Openstaande Renolution-premies uitbetaald. De regeringDilliès trekt 56 miljoen euro uit om de achterstallige Renolution-premies uit te betalen. Bijna 2.700 Brusselse huishoudens die op een renovatiepremie zitten te wachten,

zouden dit jaar hun beloofde bedrag gestort krijgen. Het gaat om 2.692 dossiers in totaal. De bedoeling is om de premies op termijn om te vormen tot renteloze leningen, zo staat in het nieuwe regeerakkoord.

21/02 | Klacht over betonblokken Montgomery. Urban.brussels

In de Ratz

Elsene is met Ratz een food market rijker, eentje van drie verdiepingen en met veertien culinaire standjes. De voormalige parking aan de Sint-Bonifaasstraat in Elsene is goed voor 3.000 vierkante meter Midden-Oosterse en Aziatische keuken. Het is daarmee de grootste food market van België volgens initiatiefnemers Thierry Goor en Pascal Van Hamme. Na Wolf en Fox is dit hun derde food market.

Dertien eetstanden, verspreid over meerdere verdiepingen, hebben elk een eigen decor dat past bij hun regio. Denk aan gekleurde papieren lantaarns, neonlichten, lage tafeltjes en posters.

De naam Ratz roept misschien vragen op, maar is weloverwogen. “In Azië is een rat een teken van overvloed, rijkdom en vrijgevigheid, terwijl het dier in het Westen wordt geminacht. Wij willen hiermee een kruispunt zijn tussen oost en west”, klinkt het op sociale media. Op diezelfde media is niet iedereen even enthousiast over de aankleding van de nieuwe food market en wordt de initiatiefnemers racisme aangewreven.

De bovenste verdieping van de markt is gewijd aan cultuur. Je zal er tentoonstellingen, markten, concerten, een comedyclub, filmvertoningen, conferenties en workshops terugvinden. © RATZ EN PHOTONEWS

heeft een proces-verbaal opgesteld tegen Brussel Mobiliteit voor de tijdelijke betonblokken op de Montgomery-rotonde. Volgens de gewestelijke stedenbouwkundige administratie zijn de ingrepen van februari 2022 vandaag niet langer in overeenstemming met de regels. Het dossier is intussen ook overgemaakt

aan het Brusselse parket. “Een slechte Belgische zaak”, reageert Vincent De Wolf (MR), burgemeester van Etterbeek. “Het is eigenaardig dat Brussel Mobiliteit een klacht kreeg van een andere gewestelijke instantie.”

21/02 | Metrohalte Centraal Station ontoegankelijk voor

mensen met beperkte mobiliteit. Het metrostation Centraal Station is momenteel niet toegankelijk voor reizigers met een beperkte mobiliteit. De twee liften, één per perron, zijn buiten gebruik vanwege renovatiewerken. Vervoersmaatschappij MIVB verwacht dat de hinder zal duren tot in september. “Er zou

minstens in een alternatief moeten worden voorzien”, zegt David Seffer, oprichter van Kinumai, een vzw voor mensen met een beperkte mobiliteit.

19/02 | Steeds minder kinderen met de auto naar school. In 2025 ging 32,4 procent van de leerlingen in het basisonderwijs in Brussel met de

auto of carpool naar school – tegenover 35,5 procent in 2023. 45 procent maakte vorig jaar gebruik van actieve vervoermiddelen, zoals de fiets – tegenover 43 procent in 2023. Dat blijkt uit de jongste cijfers van Brussel Mobiliteit. In het secundair onderwijs is de stijging beperkter, maar blijft ze positief.

Brusselse 75-plussers gokken meer dan goed is

In Brussel zijn senioren boven de 75 jaar opvallend verknocht aan kansspelen. Bijna vier op de tien van hen zouden actief deelnemen aan loterijen of weddenschappen. Ze geven daar 51,89 euro per maand aan uit. Dat blijkt uit gegevens van gezondheidsinstituut Sciensano.

door Eva Christiaens

“We weten dat 75-plussers in het algemeen vooral deelnemen aan loterijspelen”, zegt directeur Katleen Peleman van het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs (VAD), dat ook advies verleent over gokken. Het gaat om een kwart van die doelgroep en specifiek in Brussel is dat 30 procent. Dat blijkt uit de laatste gezondheidsenquête van Sciensano uit 2023. Slechts één procent kiest (ook) voor sportweddenschappen of andere gokspelen.

Van alle gewesten heeft Brussel volgens die enquête met stip het hoogste aandeel gokkende 75-plussers: liefst 37,1 procent van hen speelt al eens graag een kansspel, van loterijen tot casino’s of wedkantoren dus. Dat is significant meer dan alle leeftijdscategorieën onder de 55 jaar en tien procentpunten hoger dan in de rest van het land. Het gaat vooral over mannen: ruim de helft van hen speelt minstens één keer per jaar een kansspel. Een klein kwart of 23,9 procent van de Brusselse 75-plussers zou minstens één keer per week buitenshuis gokken. Nog eens 8 procent doet dat (ook) online.

“Oudere leeftijdsgroepen gokken inderdaad vaker op locatie en spelen vaker op de loterij. Bij jongere groepen is er meer diversiteit in het soort spelen en gebeurt dat meer en meer online”, zegt onderzoeker Elise Braekman van Sciensano. En op nationaal niveau zijn het wel degelijk de jongeren over wie bezorgdheid heerst: federaal minister van Consumentenbescherming Rob Beenders (Vooruit) wil de toegelaten

37,1%

van de Brusselse 75-plussers speelt weleens een kansspel. In de rest van het land is dat 27 procent blijven

speeltijden online verder inperken. Hij overweegt verplichte spelidentificatie via Itsme. Er lopen studies naar de (kwalijke) invloed van gokreclame tijdens sportwedstrijden. En de Brusselse regering wil op haar beurt extra taksen heffen op kansspelen en sportweddenschappen. Dat moet 20 miljoen euro per jaar opbrengen vanaf 2028. Alleen blijven de gokkende ouderen zo grotendeels onderbelicht. Wat de vele wedkantoren in het straatbeeld of speelautomaten op café ook doen vermoeden: over het algemeen wordt er mínder gegokt in Brussel dan in de rest van het land. Waar in Vlaanderen en Wallonië meer dan drie op de tien inwoners actief deelnemen aan kansspelen, is dat in Brussel minder dan een kwart of 23,6 procent van alle inwoners. “Een mogelijke verklaring is dat er een grotere moslimpopulatie is in Brussel”, zegt Elise Braekman. Gokken is volgens de islam verboden.

Daartegenover zijn de oudere Brusselaars dus héél actief. Ook hun inzet verschilt. Gemiddeld geven Belgische ouderen elke maand 34,65 euro uit aan gokken, maar in Brussel is dat al snel 51,89 euro. Bij wie doorgaans meer dan 40 euro per maand spendeert aan gokken, loopt dat zelfs op tot gemiddeld 99 euro per maand.

Zorgen om bejaarde ouders

Is een wekelijks lotje in de krantenwinkel dan per definitie riskant? Een spel is pas schadelijk wanneer iemand er verslaafd aan zou raken of er financiële problemen optreden, zegt Katleen Peleman van het VAD. “Bij de beoordeling van de schadelijkheid van een spel speelt snelheid een grote rol. Dat is de tijd tussen de inzet en de winst of verlies. Bij de wekelijkse lottotrekking zijn de risico’s dus laag, maar bij krasloten veel hoger. Onlinekrasloten en -loterijspelletjes zijn wel degelijk hoog-risicovolle kansspelen.”

Volgens Sciensano loopt minder dan drie procent van de bevraagde 75-plussers een “matig risico” op problematisch gokken, al is dat verre van een klinische diagnose. “Veel gokproducten zijn gemaakt om verslavend te zijn. Ze kunnen potentieel dus iedereen

beloningsmechanisme werkt net hetzelfde. Via onlineloterijen kom je bovendien sneller op andere speelsites terecht.”

schade toebrengen”, benadrukt Elise Braekman. Nóg minder mensen zetten zelf de stap naar hulp. “Van alle mensen die zich inschreven voor hulp via ons onlineprogramma, is maar 0,5 procent ouder dan 70 jaar en 0,8 procent tussen 65 en 70 jaar”, zegt coördinator François Mertens van de website joueurs.aide-en-ligne.be. Die is verbonden aan de vzw Le Pélican uit Koekelberg en specifiek bedoeld voor mensen die worstelen met gokproblemen.

“Dat is marginaal, maar weinig verrassend gezien de onlinetoegang van dit hulpprogramma. Dat wil niet zeggen dat het probleem niet bestaat”, benadrukt Mertens, die zelf klinisch psycholoog is bij Le Pélican. Aan Nederlandstalige kant werkt de Druglijn alleen met anonieme oproepen, wat een goed zicht op de doelgroepen verhindert. Wel krijgen zij af en toe vragen van volwassen kinderen die zich zorgen maken over het budgetbeheer van hun bejaarde ouders, zegt coördinator Tom Evenepoel. “Dat gaat om veel aankopen doen, maar ook gokken. Meestal gebeurt dat offline en via loterijproducten.”

In de Brusselse rusthuizen is dat soort problematisch gokken de gewestelijke diensten nog nooit ter ore gekomen, meldt

De Nationale Loterij benadrukt dat zij zowel online als in retailpunten met strikte limieten werkt. “Wij sensibiliseren onze verkopers regelmatig over verantwoord spel. Bij een fysiek verkooppunt is er nog altijd grote sociale controle. Een klant mag daar nooit voor meer dan 200 euro aan trekkingsspelen kopen”, zegt woordvoerster Loes Mispoulier. Online geldt een gelijkaardige limiet van 200 euro per week op de speelrekening, weliswaar te verhogen naar 500 euro als er een week bedenktijd geldt. “En je mag maar 36 spelletjes spelen in 24 uur. Die limieten gelden niet bij privéspelers die kansspelen aanbieden”, benadrukt ze.

de administratie Iriscare. Ook bij vzw Accolage, die eenzaamheid onder ouderen wil tegengaan, zijn geen voorbeelden bekend, maar noemt men het thema “heel belangrijk”. “Vooral zeer gevoelig”, zegt Okra Brussel. Is het probleem dus onbestaand, of eerder onbesproken?

Vriendschap verloren

“De schaamte bij een gokverslaving is veel hoger dan bij andere types verslavingen. Men leert dat heel goed te verstoppen”, weet Dirk De Troy, ervaringsdeskundige en leider van de lotgenotengroep 2Kracht in Dilbeek. Twintig jaar geleden raakte hij verslaafd aan onlinekansspelen na eerdere sportweddenschappen in Anderlecht. Inmiddels is de vijftiger al elf jaar clean, maar zelfs krasloten blijven een trigger. “Ik verloor onlangs een vriendschap omdat ik niet wilde bijleggen voor zulke lotjes als instuifcadeau”, zegt hij. “Mensen leggen de link niet tussen loterijproducten en een gokverslaving, maar het

Van de Brusselse 75-plussers die gebruikmaken van hun onlineaanbod, kiezen vier op de tien voor EuroMillions en net geen drie op de tien voor Lotto. Een vijfde gaat voor onlinekrasloten of -weddenschappen. De rest kiest voor overige trekkingsspelen, zoals Joker+ of EuroDreams. De inzet per spel is niet bekend, maar Mispoulier noemt die “gematigd”. “Oudere spelers zijn in die zin onze meest traditionele spelers. Het draait voor hen al jaren om wekelijks spelplezier”, zegt Mispoulier. Ze benadrukt dat de Nationale Loterij al negentig jaar bestaat. “Daar zit echt niet meer achter dan het spelplezier van dat moment. Men weet dat verlies part of the game is.”

Net dat is voor ervaringsdeskundige Dirk De Troy deel van het probleem. “De lottotrekking is in die leeftijdsgroep nog meer genormaliseerd en we kijken daar met z’n allen te veel van weg”, vindt hij. “Ik gaf al enkele voordrachten over mijn gokverslaving bij Ferm (het voormalige KVLV, red.). Daar zitten heel wat ouderen. Wanneer ik mijn verhaal doe en vraag wie ooit heeft gegokt, steken eerst maar één à twee mensen hun hand op. Maar als je doorvraagt wie krasloten koopt of meedoet met Lotto, zijn het er veel meer”, zegt hij. Een belangrijke risicofactor bij ouderen, zegt hij, is eenzaamheid. “Een krasbiljet kopen, doorbreekt hun routine en leidt tot sociaal contact. Het is een uitstapje.”

De lotgenotengroep 2Kracht staat ook open voor Brusselaars met gokproblemen. Wie op zoek is naar meer informatie over de risico’s van gokken of met een zelftest wil inschatten hoe riskant zijn gokgedrag is, kan terecht op druglijn.be/gokken.

BIO

• geboren in Brussel (1983)

• haalt een master in Finance (Solvay Business School), een master in filosofie (ULB) en een MBA in de VS

• werkt bij Boston Consulting Group

• doceert sinds 2011 Management & Filosofie aan de Solvay Business School, sinds 2021 vicedecaan

• richt in 2027 Be Central op

• lanceert in 2023 IAmBrussels

• wordt in 2025 partner bij consultant Roland Berger

‘Er bestaan geen domme jobs’

‘Werk en economie’ is een van de belangrijkste hoofdstukken in het beknopte regeerakkoord van de regering-Dilliès. Die wil de hoofdstedelijke economie aanzwengelen en de werkzaamheidsgraad naar 70 procent brengen. Een ambitieuze doelstelling, geeft kersvers minister Laurent Hublet (Les Engagés) toe. “Het moet. Er is geen andere weg.”

door Johan Baeten en Steven Van Garsse foto’s Tiene Carlier

Filosofie en ondernemerschap. Ze lopen al lang als twee rode draden door het leven van Laurent Hublet. Hij vertelt hoe hij in het laatste jaar van de humaniora samen met medeleerlingen een minibedrijfje opstartte dat slips op de markt bracht met filosofische spreuken op. “We hebben daar goed aan verdiend. Het gaf me veel zin om ondernemer te worden.”

Nadien combineerde hij zijn studie handelswetenschappen met filosofie. “Ik had een uitstekende leraar filosofie in de humaniora. Ik kon niet kiezen. Dan deed ik maar beide studies tegelijk. Mijn examens economie legde ik in eerste zit af, die van filosofie in tweede”, zegt Hublet die nagenoeg perfect tweetalig is – het gebeurt niet vaak bij een Franstalig politicus, maar dit interview verliep volledig in het Nederlands.

Over de rel in verband met het Nederlands van minister-president Boris Dilliès wil hij niet veel kwijt. “Ik ben in een tweetalig gezin opgegroeid, liep deels school in het Nederlands. Dat maakt het voor mij eenvoudiger. Een taal leren is niet makkelijk, maar in een stad als Brussel is tweetaligheid wel belangrijk. We zijn historisch een tweetalige stad, en vandaag een meertalige stad. Een meerderheid van de bevolking heeft Frans noch Nederlands als moedertaal.”

U werd minder dan 24 uur voor de eedaflegging gebeld door Yvan Verougstraete (Les Engagés) om minister te worden. Had u dat zien aankomen?

LAURENT HUBLET: Totaal niet. Ik kreeg een uur bedenktijd. Onze koffers stonden klaar om met vakantie te vertrekken.

Op zich is het niet zo verrassend dat Les Engagés uitkomt bij iemand uit de civiele samenleving. Eerder werd Yves Coppieters al minister in de Franse gemeenschapsregering.

Waarom zei u ja?

HUBLET: Omdat ik als minister impact kan hebben op de toekomst van Brussel.

Hebt u een politiek voorbeeld?

HUBLET: Mijn grote inspiratie is filosofe Hannah Arendt, en dichter bij huis Caroline Pauwels (de in 2022 overleden rector van de VUB, red.). Ik heb het genoegen gehad om met haar samen te werken. Een fantastisch persoon. Hannah Arendt was trouwens ook een voorbeeld voor Caroline Pauwels.

Wat vindt u terug in Hannah Arendt?

HUBLET: Ze is de filosoof van het engagement. De zin van het leven volgens haar is het deelnemen aan het publieke leven, het handelen in een samenleving, waar je deel van uitmaakt. Ik kan me daar erg in vinden.

Hoe zou Hannah Arendt vandaag naar Brussel kijken?

HUBLET: Als ik zie wat er in de VS gebeurt, zou ze misschien wel van New York naar Brussel verhuizen. Is New York vandaag nog de hoofdstad van de vrije wereld? Misschien is dat wel Brussel. Ze is uit Europa gevlucht voor de Jodenvervolging. Ze werd poetsvrouw in New York, maar met een doctoraat op zak over het idee van de liefde bij Augustinus. De vrijheid daar heeft haar de

kans gegeven om op te klimmen (Arendt werd nadien hoogleraar, red.).

Arendt zegt echter ook: “Er bestaan geen domme jobs.” Ook wie poetst heeft een plek in de maatschappij. Dat is ook in Brussel het geval, met die honderdduizenden vierkante meter aan kantoren, zelfs al zijn die duizenden jobs niet zo zichtbaar.

Toch zitten er bijna honderdduizend mensen vandaag zonder baan in Brussel. Hoe wil u die naar de arbeidsmarkt leiden?

HUBLET: Bij de jongeren is een op de vier op zoek naar een baan. Dat alleen al is voor mij voldoende reden om elke ochtend weer op te staan. Tussen zestien en dertig jaar is een cruciale periode in je carrière. Als het op die leeftijd niet lukt, zijn de gevolgen er voor het hele leven.

Het probleem is natuurlijk niet nieuw. Als het makkelijk zou zijn, was het al opgelost, ik wil hier enige bescheidenheid aan de dag leggen. Er zijn wel recepten, en innovatie kan een sleutel zijn. Met korte opleidingsprogramma’s bijvoorbeeld. Of door korter op de bal te spelen als iemand werkloos wordt. Ik ben een grote fan van stages, waar je werkervaring kunt opdoen en een nieuw netwerk kunt aanboren.

We moeten de toegang tot de arbeidsmarkt zo gradueel mogelijk maken, zeker voor wie een moeilijk schoolparcours achter de rug heeft. Zo zijn er veel in Brussel, zowel in het Franstalige als in het Nederlandstalige onderwijs.

Ik heb veel zulke jongeren gezien in BeCentral (het digitale platform dat Hublet heeft opgericht, met onder meer een codeerschool, red.). Ik ken hen. Ik weet dat er enorm veel talent is. Velen van hen zijn kinderen van mensen die onlangs in België zijn aangekomen. Voor hen is het een droom om te mogen werken.

Hoe wil u dat doen?

HUBLET: Meertaligheid wordt heel belangrijk. Wie in een bar werkt, moet veel talen spreken, en zeker ook Engels. Wie in een ziekenhuis werkt, moet Nederlands spreken.

Want wie naar een ziekenhuis gaat, wil kunnen praten over intieme zaken, zit misschien met angsten. Dan moet die patiënt er in de eigen taal terechtkunnen.

Het is een beetje een dooddoener, maar blijft in Brussel niet toch vooral de mismatch een probleem? De arbeidsmarkt in Brussel is vooral op zoek naar hooggeschoolden, wat niet strookt met het profiel van de werkzoekenden.

HUBLET: We moeten aan de twee kanten werken. Voor de werklozen moeten we naar zeer specifieke opleidingen gaan, die hen sneller naar een job toeleiden.

Maar we moeten ook naar de werkgevers durven te kijken. We kunnen de economie in een bepaalde richting sturen. Het regeerakkoord heeft hierover enkele voorstellen, in de haven en op de Audi-site. Daarnaast is het gewoon zo dat een loodgieter nooit door een AI-robot vervangen zal worden.

De industrie heeft het vandaag heel moeilijk in Europa. Hoe wil u die naar Brussel halen?

HUBLET: Er is een trend naar herindustrialisering in Europa. Er was een belangrijke top in Antwerpen hierover. De Europese Raad

“Wie in een ziekenhuis werkt, moet Nederlands spreken. Wie naar een ziekenhuis gaat, wil kunnen praten over intieme zaken”

komt er binnenkort over samen. Het Draghi-verslag (over het Europees concurrentievermogen, red.) wordt vandaag heel au sérieux genomen. We moeten met Brussel mee op die kar springen.

Er wordt in Europa gekeken naar de defensieindustrie. Ligt daar voor Brussel een kans, bijvoorbeeld op de Audi-site?

HUBLET: Brussel heeft een sterk ecosysteem rond cyberdefensie: Proximus, Euroclear, of de startup Collibra. We staan al vrij sterk op het vlak van cyberdefensie. Reken daar de Navo bij en de Europese instellingen, en dat vormt al een coherent verhaal.

De oorlogen van vandaag zijn ook cyberoorlogen. Brussel moet zijn rol spelen in die tak van de defensie-industrie, samen met Vlaanderen en Wallonië.

Wat de hardware betreft, want daar gaat jullie vraag wellicht over: dat moeten we nog zien, maar met de ontwikkeling van drones, zien we dat soft- en hardware meer en meer naar elkaar toegroeien.

De regering wil werken met ‘stedelijke vrijzones’ in de Haven en op Audi Vorst, met fiscale voordelen. Is dat geen fausse bonne idée? Voorbeelden uit Frankrijk hebben aangetoond dat dat delocalisatie van de economie veroorzaakt.

HUBLET: Ik maak me daar weinig zorgen over. Het is niet de bedoeling dat we bedrijven aantrekken die vijfhonderd meter verderop liggen, maar eerder ondernemingen die vijfhonderd of zelfs vijfduizend kilometer verder liggen.

Als we met de industrie spreken, wat zijn dan de pijnpunten die naar boven komen? Het trage vergunningsbeleid. Daar zetten we

in die stedelijke vrijzones een fast track tegenover. Tweede pijnpunt: personeel met de juiste vaardigheden vinden. Wat doen we? We richten een specifieke cel op binnen Actiris om werkzoekenden naar de arbeidsmarkt toe te leiden met de geschikte competenties. En daarnaast zorgen we voor een fiscale hefbomen om die bedrijven aan te trekken.

U wil de werkzaamheidsgraad in drie jaar optrekken naar 70 procent. Zeer ambitieus.

HUBLET: Ja, maar het moet. Er is geen andere weg.

U weet, zelfs als u dat bereikt, dat mensen met een job ook wel de stad verlaten, waardoor die werkzaamheidsgraad weer onder druk komt. Is het geen straatje zonder eind?

HUBLET: Stadsvlucht zie je overal. Dat is geen probleem. We moeten kijken naar waar het hier aan schort, en dat is de activiteitsgraad bij jongeren. De jongerenwerkloosheid is maatschappelijk niet aanvaardbaar.

Ik verwijs nog eens naar Hannah Arendt: wie geen job heeft, heeft niet dezelfde plaats in de maatschappij als wie wel werkt. Nog los van het feit dat je zonder werk ook op andere vlakken de boot mist, denk maar aan huisvesting.

De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd zette het probleem op scherp in Brussel: veertigduizend werkzoekenden zaten al meer dan twee jaar zonder baan, enkele duizenden zelfs twintig jaar. Is dat geen blamage voor Actiris?

HUBLET: Het verleden is het verleden. Wat voor mij belangrijk is, is dat we die werkzoekenden die hun uitkering verliezen aan boord kunnen houden.

De adjunct-directrice van Actiris, Caroline Mancel, vond een tijd geleden dat je Brusselse werkzoekenden niet kunt verplichten om een baan aan te nemen in Vlaanderen. Wat vindt u van die uitspraak?

HUBLET: Ik geef geen commentaar op die uitspraak, maar in het algemeen is het altijd beter om iemand die werkloos is de goesting te geven om een job te doen, dan om iemand te dwingen. En voor de rest staat in het regeerakkoord de goede samenwerking tussen VDAB (Vlaanderen) en Actiris (Brussel) voorop.

U bent nu politicus. Wat neemt u mee uit de ondernemerswereld?

HUBLET: Ondernemen en politiek is niet hetzelfde. Bij ondernemen is het doel: winst, in de politiek wil je welvaart in de samenleving brengen. Voor iedereen. De twee werelden werken volgens een andere logica.

Was u niet al een beetje politicus toen u in 2023 IAmBrussels oprichtte?

HUBLET: Nee, toch niet. We leven in een democratie en we maken daar allemaal deel van uit. Ik wou als burger via die startup een

debat over de toekomst van de stad, in alle Brusselse gemeenten. Met veel onlineactiviteiten en onderzoek. De conclusies, waar 15.000 mensen bij betrokken waren, hebben we aan alle politieke partijen overgemaakt.

Wat waren die conclusies?

HUBLET: Er is veel angst, en ook wel woede. Probleem nummer één is netheid. In Molenbeek was dat het hoogst van al. Ook veiligheid staat voorop en de vrees geen toegang te krijgen tot zorg. Maar er is tegelijk ook de trots om Brusselaar te zijn.

Veiligheid en netheid staan vooraan in het regeerakkoord. Voor Yvan Verougstraete is dat een pluim op de hoed van Les Engagés. Klopt?

HUBLET: Zeker. Het akkoord is zeer Les Engagés. Het is een centrumakkoord.

Dat ziet misschien niet iedereen. De groene, blauwe en rode winstpunten in het regeerakkoord lijken veel prominenter.

HUBLET: Wij willen Brussel laten winnen. Dat is voor ons van tel. Het is een goed akkoord voor Brussel. En dus is het een goed akkoord voor Les Engagés.

« IL N’Y A PAS DE MÉTIERS STUPIDES »

FR/ « Le travail et l’économie » constituent l’un des chapitres les plus importants du programme gouvernemental succinct du gouvernement Dilliès. Le gouvernement souhaite relancer l’économie de la capitale et porter le taux d’emploi à 70 %. Un objectif ambitieux, comme l’admet également le tout nouveau ministre Laurent Hublet (Les Engagés). « C’est une nécessité. Il n’y a pas d’autre voie possible. »

“THERE ARE NO STUPID JOBS’’

EN/ ‘Work and the economy’ is one of the most important chapters in the concise coalition agreement of the Dilliès government. The government wants to boost the capital’s economy and bring the employment rate to 70 per cent. An ambitious goal, as newly appointed minister Laurent Hublet (Les Engagés) admits. “It has to be done. There is no other way.”

Rappe Rik vindt z’n droomhuis in één klik.

Download rap de Zimmo app

Beestig Brussel

Regeerakkoord Geen woord over dierenwelzijn

Met Elke Van den Brandt heeft Brussel een groene minister van Dierenwelzijn. Nochtans komt het woord dierenwelzijn niet voor in het regeerakkoord, tot grote ergernis van Gaia, dat net een nieuwe campagne startte.

door Karen De Becker

In het vorige regeerakkoord van 2019 kreeg de bevoegdheid Dierenwelzijn exact één pagina in het meer dan honderd bladzijden tellende document. In het nieuwe akkoord – dat maar 28 pagina’s dik is – wordt niet over dieren en hun welzijn gesproken, nochtans een bevoegdheid van het Gewest. “Het is alsof dieren niet bestaan in Brussel.” Ann De Greef van dierenrechtenorganisatie Gaia is zoals verwacht erg scherp voor het regeerakkoord. “Het is beschamend”, zegt ze. “Er wordt een minister van Dierenwelzijn aangeduid, en dat juichen we toe, maar als er geen woord over dieren en dierenwelzijn in het akkoord staat, wat betekent dat dan?”

Sinds korte tijd duikt een nieuwe campagne van Gaia op in het Brusselse straatbeeld. Op de affiche een bont allegaartje van dieren, de slogan “Alle Brusselaars verdienen respect” en de oproep aan politici om de codex Dierenwelzijn goed te keuren. “We hadden die campagne al gepland voor er een regering was”, geeft De Greef toe. “Ook omdat we dachten dat de kans groter was dat het wetboek zou worden goedgekeurd als er geen regering was. Groen en andere Vlaamse partijen, Défi en Les Engagés, ze staan er allemaal achter. Dan was er misschien iets mogelijk zonder de PS.”

onze rechtszaken gelijk in gekregen. Tenzij je ontkent dat de aarde rond is en dat is precies wat de PS doet.”

De organisatie gaat binnenkort op gesprek bij minister Van den Brandt. “Om te weten wat er over dieren is gezegd tijdens de onderhandelingen. Als zij Dierenwelzijn onder haar hoede wou, wat zijn dan haar plannen?”

Die codex stelde de vorige minister van Dierenwelzijn Bernard Clerfayt (Défi) al jaren geleden op. “Alles wat de Brusselse dieren nodig hebben, staat daarin, zoals een verbod op de verkoop van puppy’s en kittens of op het houden van amfibieën.” Het zit De Greef echter vooral hoog dat er in het regeerakkoord met geen woord gerept wordt over een verbod op onverdoofd slachten. Gaia richt daarbij zijn pijlen op de Franstalige socialisten van de PS. “In Vlaanderen en Wallonië is dat er al. Het is geen inbreuk op de godsdienstvrijheid, daar hebben we in al

• Dierenrechtenorganisatie Gaia roept in een campagne op om de Brusselse codex Dierenwelzijn goed te keuren

• Gaia wil, net als de nieuwe Brusselse minister van Dierenwelzijn Elke Van den Brandt, een verbod op onverdoofd slachten

Op het kabinet van Elke Van den Brandt geeft woordvoerster Els Wauters toe dat de groene politica heel graag Dierenwelzijn in haar portefeuille wou. “Als groene partij is dat niet verwonderlijk. Het gaat over respect voor het leven in de stad, over biodiversiteit, van het kleinste wezentje tot grotere gezelschapsdieren. Dat er niets over dieren in het regeerakkoord staat, is omdat we heel snel een akkoord hebben moeten sluiten. Onze partij werd daarbij onder druk gezet.” Wat de minister – een dierenvriend, zegt haar woordvoerster – met haar nieuwe bevoegdheid van plan is, zal nog moeten blijken, maar de bestaande codex wordt niet overboord gegooid. “Een van de heikele punten is natuurlijk het verbod op onverdoofd slachten, en daar is het standpunt van Groen duidelijk: dat verbod moet er komen. Het zal voor het parlement komen, en de parlementsleden zullen zich erover moeten uitspreken.”

Maar er staat wel meer op de agenda van Van den Brandt. Wauters geeft mee dat vandaag al met de MIVB wordt gepraat over het lot van salamanders, die vast komen te zitten in tramsporen. “Daar komen twee bevoegdheden van Elke samen: Mobiliteit en Dierenwelzijn. Mooi is dat.”

Reeks nalezen?

Lees de hele reeks op BRUZZ.be/beestigbrussel

Eigenschappen
© GAIA

Amerikaans ambassadeur Bill White

‘Het

is het perfecte moment voor een feestje’

Net voor de zomer organiseert de Amerikaanse ambassadeur Bill White een grootschalig feest in het Brusselse Jubelpark, vuurwerk en luchtshow incluis. De man die zich de voorbije week in een mum van tijd en tweets opwerkte tot onruststoker in de federale regering, “rekent erop” dat onze premier, koning Filip en Europese leiders aanwezig zijn.

Eva Christiaens en Kris Hendrickx foto’s Bart

Bill White weet dat BRUZZ in eerste instantie over zijn feestplannen voor the fourth of July kwam praten, de nationale feestdag van de Verenigde Staten. Die wil hij groots in de verf zetten in onze hoofdstad op zondag 28 juni. “I love to talk about that”, zegt hij. Dit gesprek lag al enkele weken vast – lang voor White zijn mening uitte over rituele besnijdenissen in de Joodse gemeenschap in België en het gerechtelijk onderzoek ernaar. Het parket van Antwerpen voert meer bepaald een onderzoek naar drie moheels, rituele besnijders, die niet-medische besnijdenissen zouden uitvoeren buiten het wettelijke kader om. De Belgische regering besliste dan weer, los daarvan, om besnijdenissen die

niet medisch noodzakelijk zijn niet langer terug te betalen.

Toen White het parket en de regering vorige week vroeg om daarmee te stoppen, werd hij snel teruggefloten door de Belgische regering. Op zijn beurt eiste White dat die regering een video van Connor Rousseau, de voorzitter van regeringspartij Vooruit, zou veroordelen. Die had op Instagram het huidige beleid van Donald Trump vergeleken met dat van Adolf Hitler. Intussen is ook vicepremier Frank Vandenbroucke (Vooruit) kop van Jut. “Ik heb zes maanden rustig proberen te overleggen over de joodse kwestie, maar het incident met Frank Vandenbroucke is voor mij heel ernstig. Ik kan daar niet over zwijgen.” En dus moet die storm even voorgaan op het feestgedruis.

U twijfelde vorige week niet om zich te mengen in de binnenlandse Belgische politiek en rechtspraak.

BILL WHITE: Ik zie dat niet als bemoeienis. Iedereen in België mengt zich toch ook 24/7 met de Amerikaanse politiek?

Niet iedereen is ambassadeur.

WHITE: Waar het om gaat, is dat wij opkomen voor de Joodse gemeenschap in België. Ik was donderdag nog in de Antwerpse diamantwijk en heb er prachtige Joodse families ontmoet. Dat was emotioneel. Er hingen posters met mijn foto op en mensen kwamen me bedanken. Ik weet dus dat de boodschap daar zeer goed is ontvangen. Ik ben hoopvol dat er iets zal veranderen.

Waar haalt u die hoop vandaan? Wat voor signalen krijgt u uit de politiek?

WHITE: Ik ga niet in op details uit respect voor premier De Wever, die ik erg mag. Ik denk dat de regering momenteel verschillende opties bekijkt. Ik moet wel zeggen dat ik vrijdag zeer verontrust was. Deze zaak escaleert omdat Connor Rousseau en meneer Frank Vandenbroucke er blijkbaar van houden om ruzie te maken met Amerika.

Zij beweren het tegenovergestelde.

WHITE: Neen, het is één ding als Connor Rousseau de president van de Verenigde Staten vergelijkt met iemand die acht miljoen Joden heeft vermoord (tijdens de holocaust stierven in werkelijkheid zes miljoen Joden, red.). Het is iets heel anders als een vicepremier dat zegt, nota bene op televisie.

Frank Vandenbroucke zei hij dat een historicus diezelfde vergelijking maakte.

WHITE: Maar hij herhaalde het. Hij nam er geen afstand van en zei niet dat het vreselijk was om zoiets te zeggen. Dat een lid van uw regering president Trump beschuldigt van nazipraktijken, is absoluut verwerpelijk. Zeker als je weet dat er dit weekend opnieuw een man heeft geprobeerd om president Trump te vermoorden (een gewapende man drong binnen in Trumps privédomein Mar-a-Lago, red.).

Wat heeft Connor Rousseau daarmee te maken?

WHITE: Als je de president van de Verenigde Staten vergelijkt met Hitler, dan reageren verwarde mensen daarop. Daarom moet dit stoppen. Je mag Trump en zijn beleid haten – dat is vrijheid van meningsuiting, maar dit zal niet passeren zonder dat ik erop reageer.

Ik vind dat de regering de analyse van Frank Vandenbroucke moet veroordelen.

Wat als ze dat niet doet?

WHITE: Dan staan ze voor schut in de ogen van de wereld. Dan laten we het daarbij, ik kan weinig doen. Maar, even rustig, dit is verschrikkelijk. En als u niet toegeeft dat dit verschrikkelijk is, dan stoppen we dit interview onmiddellijk.

Dat is niet echt hoe een interview werkt. Wij stellen de vragen.

WHITE: Maar vindt u het gepast? Hij is de vicepremier. Ik vraag het u gewoon: vindt u dat oké? U leidt dit gesprek niet. Dus ik zou graag aan iedereen vertellen dat u niet hebt geantwoord, dat u weigert te antwoorden en dat u het niet oneens bent met deze gruwelijke uitspraak. Ga nu maar door naar de volgende vraag.

Er is niet alleen discussie over de rol van de Amerikaanse ambassadeur in België. In Frankrijk sprak de Amerikaanse ambassadeur Charles Kushner zich zopas uit over de dood van de Franse student Quentin Deranque, opnieuw een interne kwestie. En in de Amerikaanse veiligheidsstrategie staat letterlijk: “Ons doel moet zijn om Europa te helpen zijn huidige koers te corrigeren.”

WHITE: Dat klopt, wij zouden graag zien dat de koers van Europa omhoog in plaats van omlaag gaat wat het bbp betreft. En politiek is vaak de reden dat handel stijgt of daalt. Woorden, ideeën en waarden bepalen hoe zaken worden gedaan. President Trump houdt van Europa, hij heeft me dat zelf gezegd. België heeft bij hem trouwens altijd een speciale plek gehad. Maar ambassadeurs van president Trump zijn anders dan uw ambassadeurs. Zij zijn politiek benoemd door de president. Ik ben dat ook. En als wij iets zien dat van moreel belang is of dat aan de integriteit van Amerikaanse burgers raakt, dan spreken we ons uit. Eén van de moheels (in het Antwerpse dossier, red.) is geboren in New York, dus hij is Amerikaan.

U spreekt zich dus niet uit om onze binnenlandse politiek te verstoren?

WHITE: Ik noem dat niet verstoren. Mensen horen de waarheid soms niet graag, hoe je die ook brengt.

Had u al contact met de nieuwe Brusselse regering?

WHITE: Ah, ik ben zo blij dat er een nieuwe regering is. Na 600 dagen, een record. We hadden tot voor kort niemand om mee te

praten in Brussel, maar we gaan door een enorme economische ontwikkeling. We bouwen hier een nieuwe ambassade. We moeten nu beslissen of we doorgaan met het project in Etterbeek of niet. Dat moeten we herzien, want alle grote uitgaven worden finaal door president Trump goedgekeurd. Hij is de ‘builder-in-chief’, de opperbouwer die ook opperbevelhebber is. Ik noem hem ook de oppervredesbouwer, maar hij is in elk geval de baas van onze vastgoedprojecten.

Nu, we hebben al bijna 300 miljoen dollar geïnvesteerd in dit project zonder dat er één spadesteek in de grond is gezet. De schattingen voor het hele project liepen eind 2024 op tot meer dan 900 miljoen euro. Vandaag is dat al 1,2 miljard euro. Wat zal dat over tien jaar zijn? Het duurt nu eenmaal lang om ambassades te bouwen door interne veiligheidsprocedures. We proberen de bouwtijd zelf in te korten naar zeven à acht jaar, maar willen ook een goede relatie hebben met de Brusselse regering hierover. Ik heb Boris Dilliès al uitgenodigd voor onze nationale feestdag.

Die 4th of July-viering houdt u op 28 juni.

Hoeveel mensen verwacht u?

WHITE: Vijf miljoen (lacht). Nee, we hebben het Jubelpark afgehuurd tussen het Autoworld en het Legermuseum. De capaciteit is daar ongeveer 5.000 mensen, maar we kunnen tot 10.000 gaan. Het feest zal op televisie te zien zijn via het Armed Forces Network voor onze troepen in het buitenland. Uit veiligheidsoverwegingen is het alleen op uitnodiging, maar we plannen een paar leuke dingen zoals een vliegshow van de NAVO.

Hebt u daar toestemming voor van de NAVO?

Dat gebeurt normaal gezien niet.

WHITE: De 250e verjaardag van Amerika is a once in a lifetime thing. Er doen al Amerikaanse, Belgische en Franse toestellen mee. Dat is bevestigd en dat zijn NAVO-landen. Frankrijk stuurt twee jets, het Verenigd Koninkrijk zeker ook iets en ik hoop dat jullie F35’s zullen meevliegen. We hebben alle 32 NAVO-landen uitgenodigd om iets te doen voor de verjaardag van Amerika. Ik

“Ik heb werkelijk nog nooit een bedrijf horen zeggen dat het niet naar de Verenigde Staten zou gaan vanwege ICE, Groenland of wat dan ook”

weet niet hoeveel er uiteindelijk komen, maar we pushen. Vier landen is al geweldig, 32 wordt misschien wat druk in de lucht. We voorzien ook vuurwerk en over het entertainment kan ik nog niet alles zeggen, maar het wordt erg goed.

Hebt u het over zangeres Katy Perry? Er loopt een gerucht dat u haar hebt gevraagd.

WHITE: Zij treedt de avond ervoor op in België (tijdens Werchter Boutique, red.). Haar contractuele verplichtingen verbieden haar om over andere evenementen in België te praten tot dat concert is uitverkocht. Dus misschien komt ze de volgende avond wel, misschien niet.

Mag zij de ex-premier van Canada, Justin Trudeau, in dat geval meebrengen?

WHITE: Natuurlijk, ik hoorde dat zij gaan trouwen, dus hij is welkom.

U wil 4 miljoen dollar inzamelen voor dit evenement. Hoe pakt u dat aan?

“Als u niet toegeeft dat Vandenbrouckes uitspraken verschrikkelijk zijn, stoppen we dit interview onmiddellijk”

WHITE: Ik weet niet of we zoveel nodig zullen hebben. Wellicht is 2 miljoen voldoende en we zitten nu op 1,25 miljoen. Het gaat erg goed. Veel mensen zijn zeer vrijgevig. We krijgen bedragen van 500, 1.000 of 2.000 dollar, maar ook uitschieters van 100.000 of 250.000 dollar.

Wie geeft er 250.000 dollar voor een feestje?

WHITE: Dat wordt later openbaar gemaakt. Het zijn donaties aan het State Department, dus u zult dat op een gegeven moment kunnen inzien.

Welk voordeel halen die bedrijven daaruit?

WHITE: Eigenlijk geen direct voordeel. Ze zijn gewoon erg gul en vinden het een prachtig initiatief. Het gaat om grote Amerikaanse bedrijven die hier zaken doen en Belgische bedrijven die in Amerika actief zijn. AB InBev heeft bijvoorbeeld al bier gedoneerd, maar we hebben ook kleinere schenkers. Brasserie Ommegang, bij de Grote Markt, heeft gedoneerd, gewoon omdat de uitbater van Amerika houdt. Die man vraagt nu zelfs zijn vrienden in de buurt om ook te doneren. Fantastisch.

Anderzijds horen we dat sommige zakenmensen bang zijn dat ze op een zwarte lijst belanden als ze niet zouden doneren.

WHITE: Ik heb geen idee wie dat zegt. Dat moet iemand zijn die niet wil doneren.

BIO

• 59 jaar

• geboren in New York

• gewezen CEO Intrepid Sea, een militair museum

• fondsenwerver voor Barack Obama en Donald Trump

• sinds oktober officieel Amerikaans ambassadeur in België

• woont samen met zijn man Bryan Eure

Iemand die niet kan geven, geeft niet. Zo simpel is het. Soms is het zakelijk gezien een moeilijk jaar, dat begrijp ik. Ik noemde het vuurwerk al, toch?

Bent u niet bang voor negatieve reacties? U organiseert een enorm evenement op een moment dat er in Europa veel discussie is over de rol van de Verenigde Staten en de manier waarop president Trump de dingen aanpakt.

WHITE: Europa helpen, bedoelt u? Ja, dit is juist het perfecte moment voor een feestje.

Maar er is veel discussie. De koning komt wellicht niet eens. Sommige bedrijfsleiders zeggen dat ze niet willen komen. Veel mensen in Europa zien de VS niet langer als een toonbeeld van democratie.

WHITE: Dat heb ik nog van geen enkele zakenman gehoord. Mijn visie is dat we een eeuwenoude vriendschap en partnerschap hebben. Zoals in elk huwelijk zijn er weleens strubbelingen, maar België en Amerika zijn definitief getrouwd. Dat 25.000 van onze jonge mannen hier begraven liggen, die nog nooit een Belg hadden ontmoet voordat ze hier in de Eerste of Tweede Wereldoorlog kwamen vechten, schept een heel speciale band. Ik ben er vrij zeker van dat de koning zal komen (knipoogt).

Hij komt normaal gesproken nooit naar de nationale feestdagen van andere landen.

WHITE: Hij is nog nooit uitgenodigd voor de 250e verjaardag van de Verenigde Staten van Amerika. Ik reken op zijn komst. En de premier heeft zijn aanwezigheid al bevestigd. België is een economisch centrum in Europa. Jullie zijn samen met ons de stichters van de NAVO en Brussel is de hoofdstad van de Europese Unie. Het is het centrum van alles: samen nemen wij de

grote beslissingen voor de wereld. We hebben Ursula von der Leyen uitgenodigd om een grote taart mee te nemen vanwege de EU: ‘Gefeliciteerd Amerika.’

Moet zij de taart meebrengen?

WHITE: Nee, ik maak de taart zelf wel, maar ik reken erop dat ze komt. Het wordt een geweldig netwerkevent.

Hoe kijkt u verder naar Brussel? Uw president noemde het tien jaar geleden nog een ‘hellhole’.

WHITE: Dat deed hij alleen maar op de dag dat het hier echt een hel was. Brussel was opgeblazen. Hij bedoelde het nooit als een algemene uitspraak tegen België of de Brusselaars. Ik vind het vervelend dat mensen die uitspraak blijven oprakelen, want ze vergeten de juiste context. Ik hou van Brussel. Ik kwam hier al twintig jaar geleden. Toen ik voorzitter was van het Intrepid Museum in New York, reisden wij vaak naar buitenlandse troepen of oorlogsmonumenten met sympathisanten van het leger. Dat werd georganiseerd samen met de Amerikaanse NAVO-generaal, dus kwamen we altijd via Brussel. Mijn ervaring van toen tot nu is dat mensen hier ontzettend vriendelijk zijn. Ik vind het eten beter dan in Parijs. En nu ik ambassadeur ben, word ik dikwijls aangesproken op restaurant. Soms met een vraag, soms met een klacht, maar 99 procent van de reacties is zeer positief.

Brussel is een zeer diverse stad met veel nationaliteiten en migranten, ook zonder papieren. In de Verenigde Staten is het beleid rond illegale migratie steeds strenger geworden, denk aan de acties van ICE. Zou u soortgelijke acties in België steunen?

WHITE: Wat in Minneapolis is gebeurd, kwam mede doordat de gouverneur en andere mensen het protest aanmoedigen. Alles is daar intussen aanzienlijk gekalmeerd. Ik heb inderdaad begrepen dat legale en illegale migratie een groot thema is in heel Europa

en dat er criminaliteit aan is gelinkt. Wij hadden onlangs een incident met een dame uit Alabama op de trein vanuit Brussel. De politie vertelde haar na de arrestatie dat de dader hier mogelijk illegaal verbleef. Dat is geen goede reclame voor België of voor de hoofdstad.

Ik weet niet wat de plannen zijn om de criminaliteit hier te verlagen, maar Rudy Giuliani heeft dat in New York heel succesvol aangepakt (via de broken windows theory in de jaren 1990, red.). Ik denk dat de Brusselse regering dat zelf wel weet, maar er is geld nodig. Agenten die goed betaald en gewaardeerd worden, doen hun werk beter.

U wil ten slotte voor 50 miljard dollar aan handelsdeals sluiten tijdens uw mandaat in België. Hebt u investeringen in Brussel op het oog?

WHITE: Onze grootste defensiebedrijven willen naar Brussel komen om met lokale bedrijven te praten over de coproductie van wapensystemen. Lockheed Martin, Raytheon en General Dynamics zoeken allemaal een partner in Europa. We hebben daarover net ontmoetingen vastgelegd met jullie minister van Defensie (Theo Francken van N-VA, red.). Dat gaat om miljarden die naar België kunnen komen.

Men zegt me altijd dat het in Vlaanderen economisch geweldig gaat, maar in Wallonië of Brussel wat minder. Dus als iemand mij vraagt waar ze heen moeten, zeg ik: “Kijk ook naar de regio’s in België waar je de economie echt kunt helpen.” En ik heb werkelijk nog nooit een bedrijf horen zeggen dat het niet naar de Verenigde Staten zou gaan vanwege ICE, Groenland of wat dan ook.

De twee Brusselse universiteiten hebben dat wel al gezegd.

WHITE: Als zij me zouden uitnodigen, kom ik er graag eens praten. Ik heb vroeger al veel gesproken op universiteiten. Het is altijd goed als mensen uit het bedrijfsleven er hun kant van het verhaal komen uitleggen.

« C’EST LE MOMENT IDÉAL POUR FAIRE LA FÊTE »

FR/ L’ambassadeur américain Bill White prévoit d’organiser une grande fête du 4 juillet dans le parc du Cinquantenaire à la fin du mois de juin et espère y accueillir le roi Philippe et le Premier ministre Bart De Wever. Dans le même temps, il provoque une agitation politique en s’immisçant publiquement dans le débat sur les circoncisions rituelles, mais selon lui, c’est « le moment idéal pour faire la fête ».

“IT’S THE PERFECT TIME FOR A PARTY”

EN/ American Ambassador Bill White is planning a grand 4th of July party in the Jubelpark at the end of June and hopes that King Philip and Prime Minister Bart De Wever will attend. At the same time, he is causing political commotion by publicly interfering in the debate on ritual circumcision, but according to him, this is “the perfect time for a party”.

Column Duchka Walraet

Duchka Walraet is een Brusselse auteur en is projectverantwoordelijke voor de bouwsector. In haar tweewekelijkse column beschrijft ze de stad als een zinnelijk organisme.

Sluier

De drang weerstaan om door te dringen tot de binnenkant van een ander. Niets is vaak moeilijker. Maar de stad leert je terughoudend te zijn. Zonder dat voorschrift ooit expliciet te benoemen. Op dezelfde manier waarop het trottoir je een gevoel voor ritme aanleert, leert de stroom onbekenden je anoniem te zijn. Het is een subtiele vaardigheid. Aanwezig zijn zonder aanspraak te maken op de ander. Zonder een blik te claimen. Kijken zonder te ontmaskeren. Bewegen zonder te storen. Samen leven zonder te botsen. Je begrijpt dat een netwerk van minieme relaties, een onzichtbaar, circulair web vormt. Met losse mazen. Op de een of andere manier schragen ze het leven van de stad. En het jouwe daarin. Je begrijpt het fenomeen van de zwakke banden

Ze zijn geen voorziening die je kunt beheren of die politiek mobiliseerbaar is. Maar ze raken je. Zoals wind je haren of zonlicht je schouders. Zwakke banden claimen geen verbinding. Ze eisen geen participatie. Al zeker geen goede bedoelingen. Toch getuigen ze niet van misantropie. Het is een economie van gebaartjes die voorbijgaan en opnieuw verdwijnen. Zonder een ander residu dan bewustzijn.

Je toont visuele hoffelijkheid. Een grijnsje naar de vrouw die op het plein duiven voert. Een knikje naar de man die in de wasserette zijn kleren plooit. En burgerlijke onoplettendheid. Je wendt je blik met pudeur af wanneer iemand hoest. Wanneer je een misvormd gezicht ziet. Wanneer je tranen ziet. Je houdt je mening in beraad wanneer iemand je bruuskeert met een uitspraak, met een krant, met een gebed. Je erkent de ander zonder fixatie. Je vermijdt botsingen. Je opent je gezicht met een glimlach en je gaat verder.

Soms zwelt zo’n micromoment harder op en stijft het even op tot een gebeurtenis. Een voorbijgangster geeft een compliment over de rode satijnen jurk die je draagt. Een jongetje biedt zijn paraplu aan, zodat je droog naar de Delhaize kunt lopen. Een winkelbediende zet ‘Walk on The Wild Side’ iets luider omdat je lekker aan het meewiegen bent. Daarvoor moet je het echter niet doen.

Als je verlangt naar zwakke banden die meer zouden zijn dan hun precaire zelve, dan bega je een grove stijlfout. Buurtfeesten organiseren om alle bewoners van je straat te leren kennen. Dat is grof en dat is dorps. Dat gedrag hoort niet bij de discrete grammatica van de stad. Het primaat van de zwakke banden is niet intimiteit, maar contact met de vergankelijkheid. De fracties van een seconde. De momentane erkenning van de ander. Zonder onderhandeling. Onder een sluier van onwetendheid.

Geen je-m’en-foutisme. Je hebt het hier over een vorm van stoïcisme. En niet vergeten in al je enthousiasme: de hel is geplaveid met goede intenties.

City jobs

’Voor de honden is mijn bus hun huis’

Hondenbezitters die gaan werken, moeten hun viervoeter niet per se alleen thuislaten. Claire Bringiers – alias Madame Cocker – haalt de dieren op in een speciaal ingerichte hondenbus, om er activiteiten mee te doen. “Ik was meteen volgeboekt.”

door Kris Hendrickx foto Ivan Put

In de hondenbus van Madame Cocker klinkt beschaafd geblaf: slechts een van de zes honden in de bus laat van zich horen. “Dat is onze teckel Nesquick, die voelt zich hier zo’n beetje de koning”, vertelt Claire (39) met een glimlach. Dat de rest van de dieren in de bus hoogstens een nieuwsgierige blik werpt, is logisch, legt de hondenliefhebber uit. “Ze kennen elkaar en hebben elk hun plaats in de bus. Dit voertuig beschouwen ze als hun huis. Als iemand onverwacht binnendringt, verdedigen ze dat trouwens ook.”

Na vertrek haalt de bus nog vier andere honden thuis op, die soms al reikhalzend aan de ruit staan te blaffen. Claire heeft de sleutels van de woningen in kwestie en even later gaat het met tien honden naar het park van Woluwe. Daar wacht een grote zone waar de dieren zonder leiband mogen rondlopen.

“Honden hebben altijd een grote rol gespeeld in mijn leven”, vertelt Claire, die in Luik opgroeide, onderweg. “Mijn ouders legden onze hond al bij me in de wieg, en toen ik 12 was, ging ik met mijn grote labrador alleen naar de hondentraining. Ik heb marketing gestudeerd, maar eigenlijk was dat ook maar omdat ik dacht dat ik van honden niet mijn beroep kon maken.”

Introverte dieren

Na een loopbaan in marketing, onder meer als brandmanager bij Pfizer, gooide Claire in 2024 het roer om.

“In oktober ben ik echt gestart, maar daar ging een half jaar voorbereiding aan vooraf: het businessplan opmaken, de bus vinden en inrichten. De banken schoof ik tegen elkaar, zodat de dieren veiliger zitten in hun eigen zone. Ondertussen

volg ik een opleiding tot hondeninstructeur bij Syntra. De Nederlandstalige opleidingen zijn van betere kwaliteit.”

De bus en Claires trui zijn in dezelfde kleur. Wat er eerst was? “De trui, en daarna heb ik de bus zo laten schilderen”, geeft de onderneemster toe. “Tegelijk is het een knipoog naar de Amerikaanse schoolbussen.”

Wie zijn hond aan Claire wil toevertrouwen, koopt een pas voor één, vijf of tien beurten, telkens voor een halve of een hele dag. Een tienbeurtenpas kost bijvoorbeeld 350 euro.

“De meeste mensen laten hun dier minstens twee keer per week meerijden, dan voelen de honden zich ook meer op hun gemak. De samenstelling van de groepen is vaak dezelfde en een beetje volgens karakter. Op maandag en vrijdag heb ik bijvoorbeeld vooral introverte dieren.”

“Op maandag en vrijdag heb ik vooral introverte dieren in de bus”

Claire Eigenaar hondenbus

Een beetje tot haar eigen verbazing vonden de klanten heel snel de weg naar Madame Cocker. “Die eigenaars zijn bijna uitsluitend expats, die het concept vaak al uit het buitenland kennen, waar hun dier ook naar een hondencrèche ging. Via mond-tot-mondreclame komen ze dan bij mij. Helemaal in het begin bood ik ‘s avonds nog catsitting aan, maar het is zo druk met de honden dat ik daarmee gestopt ben.”

Dat haar initiatief snel een schot in de roos was, ligt ook aan de manier waarop ze met de viervoeters omgaat, vermoedt Claire. “Vandaag beschouwen mensen honden als volwaardige leden van het gezin. Daar hou ik rekening mee: ze krijgen hier hun eigen plek, ik spreek ze met ‘mes lapins’ of ‘mes enfants’ aan en ik stuur een update met foto’s na elke activiteit.”

Voor zover ze weet, is Claire de eerste met een mobiele

hondencrèche in België. Inspiratie haalde ze in Alaska, waar filmpjes van een hondenbusje viraal gingen.

Frisbeedag

Net als haar Amerikaanse voorbeeld doet Claire een hele waaier van activiteiten met haar hondenklas. “Meestal kies ik één thema. Dat kan bijvoorbeeld een frisbeedag zijn, of een sniffing day, waarbij ze een stuk kippenvlees moeten opsporen, dat is een activiteit die heel veel energie vergt voor een hond. Of we gaan zwemmen in Zemst, waar er een grote hondenweide met een vijver is. Deze zomer wil ik ook dolgraag op zeeklassen, dat wordt gegarandeerd een succes.”

In City jobs toont BRUZZ de mens achter typische en minder typische stadsjobs

‘Ik heb anders leren denken en kijken dankzij Brussel’

Joke van Leeuwen over haar jeugd in Brussel

Met haar nieuwe boek Plooi u in tweeën neemt schrijfster, dichteres en illustratrice Joke Van Leeuwen de lezer mee naar haar jeugdjaren in het Brussel van de jaren zestig. “Veel Vlamingen lijken een afkeer te hebben van Brussel, maar lijken de stad ook niet zo goed te kennen.”

door Michiel Leen foto’s Emiel Viellefont

Ternauwernood dertien is Joke van Leeuwen wanneer ze, in 1966, met haar ouders, broers en zussen vanuit een klein

Nederlands dorp in Gelderland naar Brussel verhuist, waar haar vader aan het werk gaat als protestants theoloog. Van Leeuwen behoort zo in één klap tot drie minderheden: Nederlander in België, Nederlandstalige in Brussel en protestant in een nog grotendeels katholiek land.

“Dat was een grote cultuurschok”, zegt ze naar aanleiding van Plooi u in tweeën, haar jongste boek over specifiek die periode. “Nederland en België zijn dan wel buurlandjes, maar elk heeft zijn eigenheid. Brussel was toen nog erg dominant Franstalig. Mijn hele klas was tweetalig, maar ik kwam niet veel verder dan ‘papa fume une pipe’.”

“Het is goed voor je schrijverschap om dat op die gevoelige leeftijd mee te maken. Je gaat inzien dat vanzelfsprekendheden niet vanzelfsprekend zijn. Je ontdekt dat er andere perspectieven bestaan. De geschiedenis van 1830 wordt aan de andere kant

van de grens bijvoorbeeld heel anders verteld. Op het moment zelf vind je zoiets verwarrend, maar eigenlijk vind ik dat heel gezond.”

Vond u uw draai in Brussel?

JOKE VAN LEEUWEN: Het was leren om daarmee om te gaan, maar ik vond wel mijn draai. De stad was toen ook al een mengelmoes van mensen. En het was spannender om in een grote stad te wonen dan in een dorp.

Wat voor een stad was Brussel in 1966, toen u er arriveerde?

VAN LEEUWEN: Brussel werd gedomineerd door het FDF (de voorloper van het huidige Défi, red.). Ik herinner me de affiches met Gotische letters waarmee ze de Vlamingen als collaborateurs bestempelden. Er was weinig interesse in de Nederlandse taal, wat je merkte aan al die totaal verkeerd vertaalde opschriften in etalages. De taalgrens was nog maar net vastgelegd, Brussel was officieel tweetalig, maar de Franstaligen

wilden dat niet echt accepteren. Ze riepen in verkeerd vertaald Frans: “Keer naar uw dorp.”

Wat maakte u zelf mee van die taalstrijd als Nederlander?

VAN LEEUWEN: Ik moest vooral snel mijn Frans bijwerken. In winkels stuitte je weleens op personeelsleden die niet de moeite deden om je in het Nederlands te bedienen. Het gebeurde dat ik tijdens het winkelen naar huis moest en in het woordenboek het juiste Franse woord moest opzoeken omdat ze me anders niet begrepen. (Lacht) En ik heb heel veel gezwegen tijdens de Franse les, maar ik spreek nu wel beter Frans dan menig Nederlander.

Viel er wat te beleven in Brussel? Was het een levendige stad om jong in te zijn in de sixties?

VAN LEEUWEN: Ik vond van wel. Als we met het hele gezin een zeldzame keer uit eten gingen, kwamen we bijvoorbeeld naar een choucroute-restaurant. Daar kun je dan zuurkool eten op twintig of dertig verschil-

BIO

• geboren in Den Haag in 1952

• verhuist met haar gezin naar Brussel op haar dertiende, momenteel woont ze in het centrum van Antwerpen

• studeert Grafische Kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen en het Hoger Sint Lucas Instituut in Brussel

• studeert Nieuwste Geschiedenis aan de VUB

• gewezen stadsdichter van Antwerpen

• voorzitter van PEN Vlaanderen van 2014 tot 2018

• schreef en tekende tientallen kinderboeken

• voor de roman ‘Feest van het begin’ kreeg ze de AKO Literatuurprijs

lende manieren. In de Marollen had je La Grande Porte, bekend om zijn uiensoep, met op de achtergrond klassieke muziek. ’s Zondags naar de kerk en daarna soms naar Roy d’Espagne op de Grote Markt. Dat was als gezin even van de grote stad proeven. Ik hield ook van de natuur in de omgeving: het heuvellandschap tussen Brussel en Leuven, het Zoniënwoud.

Je kon rondlopen en dingen ontdekken, bijvoorbeeld het designcenter in de Ravensteingalerij. Er waren jeugdclubs en cafés, ik heb prachtige jazzconcerten gezien in de Botanique, of een onvergetelijk muziekfeest met een groep Congolezen – die heetten toen Zaïrezen – waar mijn vriend en ik de enige blanken waren. Dat was een groot verschil met een dorp.

Had u in de jaren zestig niet liever in het woelige Amsterdam gezeten?

VAN LEEUWEN: Integendeel. Na mijn Brusselse middelbare schooljaren ben ik weleens een kijkje gaan nemen in de Amsterdamse kunstacademie. Daar moest ik toch merken dat ik geen échte Hollander meer was. Het was er te lawaaiig naar mijn zin. Ik was zo beïnvloed door mijn Brusselse jaren dat ik niet meer zo nodig terug hoefde naar Nederland.

Ik hield ook van bepaalde Brusselse parken die de 19e-eeuwse sfeer nog hadden, oude huizen en muren langszij, alles nog niet zo gladgetrokken.

Op dat moment is de ‘verbrusseling’ al bezig. U wijdt er zelfs een hoofdstuk aan in het boek.

VAN LEEUWEN: Een hele samenleving, een hele levendige wijk is weggevaagd om plaats te maken voor die waanzinnige plannen voor een Brussels Manhattan, dat later decennialang braak bleef liggen. De zone lag erbij als een oorlogsgebied. Er moesten autowegen komen, dwars door de stad, die Brussel zouden verbinden met Scandinavië en Spanje, en van de kust naar Oost-Europa. De voetgangers moesten over loopbruggen boven de autowegen wandelen. De auto was wel héél dominant in de jaren zestig.

Opvallend: met Koninginnedag liepen sommige Nederlandse scholieren met een oranje lint op hun kleding. In Nederland, zo schrijft u, zouden ze dat niet in hun hoofd hebben gehaald.

VAN LEEUWEN: Dergelijke omkeringen vond ik belangrijk om in beeld te brengen. Een lerares heeft me weleens toegesnauwd dat ik maar terug moest naar mijn eigen land, omdat ik mijn huiswerk verkeerd begrepen had. In Nederland vind je vandaag heel wat

“Ik heb veel gezwegen tijdens de Franse les, maar ik spreek nu wel beter Frans dan menig Nederlander”

mensen die vinden dat anderen maar eens terug moeten naar hun eigen land, maar wat zou er gebeuren als het tegen henzelf gezegd wordt?

Die oranje linten zijn zo’n voorbeeld. Je hebt je maar aan te passen, zeggen vooral mensen die nooit zelf ervaren hebben wat het is om in een andere cultuur terecht te komen, of om twee culturen in zichzelf te moeten verenigen. Die Nederlandse jongeren in België wilden toch hun eigenheid benadrukken te midden van de Belgen, terwijl ze in Nederland zo’n lintje gênant zouden hebben gevonden. Mijn zus en ik deden er niet aan mee.

Voelde u zichzelf langzaam ver-Belgen?

VAN LEEUWEN: Dat groeit, ja, dat voel je. Sommige dingen waren in België gewoon

beter geregeld. Er waren al veel meer vrouwen aan het werken, bijvoorbeeld. In Nederland werken nog altijd veel meer vrouwen halftijds in vergelijking met België. Je ontdekt de verschillen en de overeenkomsten, de mooie woorden en uitdrukkingen die in Nederland niet gebruikt worden. Als ik een prijs win, zeg ik: “Ik ben fier als een gieter”, en niet “trots als een pauw”.

Een Belgische nummerplaat op de auto was dan weer voldoende om bij een uitstapje naar Nederland uitgelachen te worden.

VAN LEEUWEN: Ze konden natuurlijk niet zien dat er Nederlanders in die auto zaten. (Lacht) Het was een plaag, hoor. De Belgenmoppen, en als reactie daarop de Hollandermoppen, dat was te veel. Grappig vond ik het niet.

Wat stak het meest: Belgenmoppen opgedist krijgen, of Hollandermoppen?

VAN LEEUWEN: Het feit dát het gebeurde, en het gevoel van tussen twee vuren te staan. Klasgenootjes die Hollandermoppen vertelden, en die dan een beetje gegeneerd stonden te gniffelen want ja, ik was er ook een.

Merkte u veel van de demografische verandering in de stad?

VAN LEEUWEN: Dat was volop aan de gang. Dat je op de tram om je heen keek en, puur

afgaand op het uiterlijk, zou kunnen denken “Ik ben hier de enige Belg”. En dat was ik ook al niet. Brussel was toen al een echte mengelmoes. Ik voel me vaker thuis in een gelijkaardige omgeving waar allerlei verschillende mensen door elkaar wonen, dan in een omgeving waar iedereen op elkaar lijkt.

U ontdekt al opgroeiend ook dat u zelf niet in een vakje zult passen: niet op persoonlijk vlak, niet in de liefde, niet qua bezigheid en carrière. Dan lijkt het België van die jaren niet de meest evidente plek om zo buiten de hokjes te gaan denken.

VAN LEEUWEN: Mijn eigen stijl, ook in de manier waarop ik kinderboeken schrijf, heeft te maken met die Brusselse ervaring van niet mee te gaan in vanzelfsprekendheden, maar ze altijd een keertje om te draaien. Ik vind het nog altijd een compliment wanneer volwassenen die als kind mijn kinderboeken lazen me zeggen dat mijn werk hun manier van kijken heeft beïnvloed. Ik heb anders leren denken en kijken, dankzij Brussel.

Maar u bent er niet gebleven.

VAN LEEUWEN: Met mijn gezin heb ik in Elewijt gewoond en later een tijd in Nederland. Na mijn scheiding was Antwerpen praktischer omdat ik zowel in Nederland als

in België werk. In Antwerpen was de lijn naar de stad ook minder complex dan in het intussen erg gecompliceerde Brussel. Antwerpen heeft mij geadopteerd en ik de stad – onder meer als stadsdichter. Maar ik ken nog steeds de weg in Brussel en ik kom er nog vaak. Voor tentoonstellingen, om met kinderen te spreken en ze te enthousiasmeren voor boeken en lezen via de workshops van Tada. Dat zijn momenten waarop je weer even snuffelt aan de stad, aan haar uitdagingen en problemen, maar ook aan haar verrassende vindingrijke kracht.

Is er heimwee als u op bepaalde plekken komt?

VAN LEEUWEN: Ik heb op te veel verschillende plekken in de stad gewoond om heimwee te hebben. Ik voel wel sterk: dit is de stad geweest van mijn vormingsjaren, van mijn jongvolwassenheid. Op die manier voel ik me er ook thuis.

Wat is in uw ogen de grootste verandering ten opzichte van toen?

VAN LEEUWEN: Daar kan ik moeilijk op antwoorden omdat ik maar zo incidenteel in Brussel kom. Ik heb een scherpere kijk op het toenmalige Brussel dan op dat van vandaag. Het lijkt me maar griezelig om veel commentaar te geven.

Hebt u de Brusselse formatie gevolgd?

VAN LEEUWEN: Dat het zo lang heeft geduurd en dan plots, in een paar dagen en nachten onderhandelen, werd opgelost, vind ik problematisch. Maar dergelijke dynamieken zie je ook bij landelijke verkiezingen in Nederland: er wordt te veel gedacht in blokkades, in veto’s, eerder dan in wegen naar samenwerking.

Wat vindt u zelf van de manier waarop de Belgen naar hun hoofdstad kijken?

VAN LEEUWEN: Veel Vlamingen lijken een afkeer te hebben van Brussel, maar lijken de stad ook niet zo goed te kennen. Brussel moet je leren kennen, je moet leren waarde-

ren dat het zo’n gevarieerde stad is. Er is vandaag niet meer één dominante cultuur, zoals de Franstalige dat in mijn jeugd nog wel was. Mensen uit het buitenland vertellen me dat ze dat wel prettig vinden: er is niet één manier van doen waar iedereen zich aan moet aanpassen.

Er hebben wel meer Nederlanders in Brussel gewoond en daarover geschreven: Jeroen Brouwers, Willem Frederik Hermans, Jan Greshoff. Speelt dat mee als u zelf over Brussel gaat schrijven?

VAN LEEUWEN: Nee, want zij kwamen meestal als volwassenen naar Brussel, voor het werk of voor de liefde. Dat is een heel ander gegeven dan een kind dat nog groeit en gevormd wordt in het onderwijs van het land.

Ik wilde niet alleen mijn verhaal vertellen, maar ook de geschiedenis van de stad en het land erbij betrekken. Dan wijd ik even uit over de Brabantse geschiedenis van Brussel, het verhaal van de onafhankelijkheid … Ik heb mezelf als kapstok genomen om al die jassen aan op te hangen. Af en toe hoort er een woordje uitleg bij. In de twee richtingen, trouwens. Als Nederbelg ben je toch het bruggetje tussen de twee culturen.

Was u niet bang om op de clichés te blijven hangen?

VAN LEEUWEN: Ik heb niet de indruk dat ik dat gedaan heb. Ik denk dat ik er net erg alert op ben om ze te vermijden, omdat ik uit ervaring wéét hoe men clichés op jou wilt plakken, of hoe men ze gebruikt om Brussel af te serveren.

Daarom vond ik de respons van de Brusselaars zo geweldig toen Donald Trump de stad een hellhole noemde. Meteen hoorde je in Brussel mensen zeggen: “Welcome to the hellhole.” Die humor, een vleug Brusselse zwanze, dat is de enige juiste reactie op dergelijke waanzin.

Plooi u in tweeën, Een memoir , Joke van Leeuwen, Uitgeverij Querido, 216 blz., 21,99 euro

« JE GARDAIS LE SILENCE PENDANT LES COURS DE FRANÇAIS »

FR/ Avec son nouveau livre l’écrivaine, poétesse et illustratrice Joke van Leeuwen emmène le lecteur dans le Bruxelles des années soixante. Sa famille s’y est installée alors qu’elle avait 13 ans. « J’ai surtout dû améliorer rapidement mon français », raconte-t-elle. Et encore : « Bruxelles, il faut apprendre à la connaître. Beaucoup de Flamands semblent éprouver une certaine aversion pour la ville, mais ils ne la connaissent pas si bien. »

“I KEPT QUIET A LOT DURING FRENCH CLASS”

EN/ With her new book Plooi u in tweeën (“Fold yourself in two”), writer, poet, and illustrator Joke Van Leeuwen takes the reader back to her childhood years in 1960s Brussels. Her family moved to the city when she was 13. “Above all, I had to quickly improve my French”, she says. “You have to get to know Brussels. Many Flemish people seem to have an aversion to Brussels, but they don’t seem to know the city very well.”

Cultuurgids Shop Made in Brussels

Bodytalk

Luchtig, wit en altijd strak afgelijnd. Dat is de jongste lijn body’s van Marouissa Dubois, een Brusselse met ook een eigen verhuurbedrijf van designerkleding. Ze werkt uitsluitend met duurzame reststoffen, Belgische kledingmakers en in beperkte oplages. Haar body’s moeten elegantie en durf uitstralen. Ze noemt haar see through-knipsels vooral geschikt voor “bruisende persoonlijkheden die op elk moment willen stralen”. Voor wie wat zonnestralen mist in comfortabel wit. (EC)

BODY ESTELLE 280 euro via maroussia-dubois.be

Jouw Brussels product op deze pagina? Mail naar shop@bruzz.be

ZACHTE LANDING

Workshops tuften zitten propvol, dus waarom nog moeite doen voor een plekje? Zeker als je al een zachte hoop vol afgewerkte objecten vindt bij de Brusselse textielontwerpster Marie Bertrand. Die tuft onder de merknaam MaryWhite kussenhoezen, tapijten en zelfs hulzen voor spiegels in elkaar. Je vindt haar geregeld met een tapijtenkraam in de stad. En o ja, ook zij organiseert trouwens workshops. (EC)

TAPIJT vanaf 25 euro via @marywhite_13

Broodnodig

Als diëtiste ontdekte Stephanie Petit dat veel van haar patiënten verslingerd waren aan brood, maar van povere kwaliteit. Het inspireerde haar om een gezonde, voedzame variant op de markt te brengen op basis van hazelnoten, cashews, pompoenpitten, chiazaad en haver. Petit Pain is een merk van stevige, handgemaakte broodjes dat inzet op pure ingrediënten, zonder overbodige toevoegingen. (MVDH)

PETIT PAIN 9,5 euro Instagram: @petitpain.brussels

NÖJE

KWALITEIT

AANBOD

AUTHENTICITEIT

INFO

Théodore Rooseveltstraat 66, Schaarbeek Noje.be

Nu de spanningen rond de LGBTQIA+-gemeenschap ook in Europa oplopen, groeit de nood aan veilige plekken. In Brussel spelen eetgelegenheden daarop in.

Met de sluiting van de ‘regenboogenclave’ Belgica aan de Kolenmarkt werd een bladzijde omgeslagen in het Brusselse queer nachtleven. Het verlies is niet alleen symbolisch, er is – gezien de context van toenemende controverse – nood aan veilige plekken. Gelukkig nemen andere eetgelegenheden die rol – veelal overdag – over, met hernieuwde aandacht voor gastvrijheid voor iedereen. Zo toont Nöje in Schaarbeek, met de regenboogvlag in de etalage, hoe veilige plekken een nieuwe invulling krijgen. Hier bestaat en leeft die queer gemeenschap, zonder op zichzelf terug te plooien. Ze gaat op in de sfeer van een plek waar warme dranken – koffie, thee, latte … – worden geserveerd, waar mensen komen voor de kwaliteit van wat er op tafel komt én voor de

vrijheid om er gewoon te zijn, zonder verplichtingen. Niemand moet hier zijn of haar gender tonen, of definiëren.

Die zorgzame sfeer komt terug in de inrichting, die voelt als thuis. De L-vormige ruimte – met twee togen: een met koekjes, cake en ander gebak (van Succulente in Anderlecht), de ander met hartige gerechten zoals bagels, pannenkoeken en bowls – biedt een lichtere, open kant en een intiemere, knussere kant.

Kleine details maken het verschil: een rekje met een wereldbol, of het oude bad in het toilet, dat dienstdoet als commode. Het eten is volledig vegan en Nöje kiest bewust voor minder industriële, ambachtelijke producten, zoals alternatieve meelsoorten. Het heerlijke en huisgemaakte ‘Smorrebrod of the week’ (12 euro) bestaat uit huisgebakken brood – van rogge- en volkorenbloem –rode kool, hummus van rode linzen en komijn, ingelegde uien, en granola op basis van boekweit, pompoenpitten en gember.

Een speciale vermelding voor de seizoensgebonden drankenkaart, met als hoogtepunt de brown butter miso cappuccino (4,80 euro) met umamismaak. Zin om jezelf te verwennen? Ga voor het arrangement ‘Dear Future Me’ (20 euro), met een drankje, een gebakje en een kaartje dat je aan jezelf schrijft en dat Nöje je bij je volgende verjaardag opstuurt.

MICHEL VERLINDEN

Mains

Baskische cheesecake, chocoladebabka, misobrood, stokbrood ... Mains behoort tot de beste bakkers van Brussel. Wat charmeert, is de vrij strikte keuze voor goede ingrediënten, van oude graansoorten tot zuurdesem. Die strikte aanpak geldt alleen voor de producten, want verder is deze zaak, waar je ter plaatse kunt proeven, open en gastvrij voor iedereen, net als het personeel dat er werkt.

Kazernenlaan 61, Etterbeek

Lucifer Lives Coffee

“We welcome all… colors, religions, countries of origin, sexual orientations, genders, sizes, ages, people. Just: don’t be an asshole.” De affiche zet de toon in deze veganistische coffeeshop, in een bijzonder popdecor in jaren ‘80-stijl. Lucifer Lives Coffee combineert speciale koffiesoorten, hartverwarmende lunches en erg nostalgische gebakjes in een veilige omgeving, die even inclusief als drukbezocht is. Hoogstraat 120, Brussel

Pop & Jazz

Viagra Boys

Dat de Zweden kunnen rocken wisten we al sinds The Hives. Minder cartoonesk en nog een stuk absurder zijn hun landgenoten van Viagra Boys. De stijf van de tattoos staande frontman Sebastian Murphy houdt het midden tussen Shane McGowan, een aan lager wal geraakte Timothée Chalamet en de oude Zwangere Guy. Maar wat hij serveert met zijn zootje ongeregeld is beslist geen slappe kost. →3/3, Vorst Nationaal

Laufey

“The world is a sick place, at least for a girl”, zong Laufey op haar recentste album, A matter of time. Met haar smachtende stem en wufte deuntjes leidde de IJslandse-Chinese zangeres een verrassend jong TikTok-publiek naar het soort tijdloze jazz die knipoogde naar Chet Baker, Disneyfilms en Hollywood-diva’s uit de jaren 1950. Maar onder die zoete, pastelkleurige grandeur zit een scherpe blik.

→28/2, ING Arena

High Hi

High Hi kende een paar turbulente jaren, met label- en managerwissels, maar begin dit jaar keerde de band terug met zijn vierde album, Noonday demon. In het rockgeluid van de band zijn wat meer glitters uit de eighties geslopen, synthesizers eisen nu een even grote rol op als de gitaren. “We’re on the verge of something new”, klink het, “No going back, we start anew.” Zo is het maar net.

→28/2, Ancienne Belgique

En ook

Na de ING Arena mag Zwangere Guy zich ook tot koning van Vorst Nationaal kronen (4/3)

Casimir Liberski legt een link tussen Japanse ambient, Morton Feldman en John Cage (4/3, Flagey)

Met zijn project The Poem laat Stef Kamil Carlens zich van zijn meest lyrische kant zien (5/3, KVS Bol)

Klassiek

Fire in my Mouth

Julia Wolfe

Bang on a Can-oprichtster Julia Wolfe staat het hele voorjaar in de kijker in Bozar. De laatste jaren maakt ze vooral naam met spektakelstukken die de Amerikaanse geschiedenis en samenleving fileren – geen beter moment daarvoor. In Fire in my mouth geeft ze een stem aan de 146 werkvrouwen die omkwamen bij een brand in een New Yorkse kledingfabriek. →27/2, Bozar

Collegium Vocale Gent & Daucé

Vorige week was Antwerp Symphony Orchestra met Philippe Herreweghe in Brussel te gast. Nu komt Collegium Vocale Gent zonder zijn grote roerganger hierheen. Op zijn vaste plaats staat namelijk de Franse dirigent Sébastien Daucé, die normaal met het voortreffelijke Ensemble Correspondances het mooie weer maakt. Hoe ver draait deze transfercarrousel nog verder? Ze spelen trouwens Alceste! →28/2, Bozar

Wiener Symphoniker

Eén januari is natuurlijk niet de enige werkdag voor de Wiener Symphoniker. Wie de topmuzikanten van het befaamde Neujahrskonzert dit keer niet met een champagnekater van achter de televisie aan het werk wil zien, kan deze week in Bozar terecht. Ze brengen ook nog eens mooi volk mee: de pianistieke broers Jussen spelen een dubbelconcerto dat Mozart voor zichzelf en z’n zusje schreef.

→5/3, Bozar

En ook

Jean-Pierre Van Hees haalt uit met de barokdoedelzak (28/2, Muziekinstrumentenmuseum)

Eerste zondag van de maand maart, dat betekent Klassiek in de Abdij (1/3, Abdij van Dielegem)

Hotel Astoria nodigt contratenor Sanele Mwelase uit in zijn salon (1/3, Corinthia Brussels)

Eveningside

Gregory Crewdson

De foto’s van de Amerikaan Gregory Crewdson zijn als scènes uit onbestaande films noirs, die hij maakt als een regisseur: met acteurs, decors, storyboards en speciale effecten. Met hun eenzame personages die gevangen zitten in desolate buitenwijken konden het ook Edward Hopper-schilderijen zijn. Eveningside is het laatste deel van een ambitieuze trilogie.

→5/3 > 18/4, Templon

Journey

Thomas Houseago

De Brit Thomas Houseago imponeert met enorme sculpturen, zoals een reusachtige wandelaar, een hommage aan de fervente stapper die Van Gogh was. Op je eigen tocht door de expo ontmoet je ook mysterieuze uilen en mythologische figuren als de Minotaurus. Eindigen kan met een bezinningsmoment in de Cosmic Snail-installatie. →5/3 > 2/5, Xavier Hufkens

Se meurt body

Morgane Griffoul, Chloé Burt & Jeanne Mons

Drie vrouwelijke kunstenaars beelden vrouwelijke lichamen af in de meest fantasievolle gedaantes. Verwacht je aan gemuteerde, soms monsterlijke figuren in symbolische composities met surrealistische en bovennatuurlijke accenten. Met hun onverschrokken aanpak geven ze de gangbare kijk op hun sekse in de kunst de genadeslag.

→5/3 > 19/4, Sterput

En ook

Keramiekartiest Yves Malfliet zingt de lof der zotheid (6/3 > 20/9, Het Erasmushuis & Begijnhof)

Charlotte Vandenbroucke en Loïc Van Zeebroek komen over uit Gent (27/2 > 4/5, Dauwens & Beernaert)

Kunstenaars ontbloten hun gebroken hart in All that was left was the ache (5/3 > 2/4, Pilar)

Film

The history of sound

Regie: Oliver Hermanus, met: Paul Mescal, Josh O’Connor

De verwachtingen – een zachtere, muzikale variant op Brokeback Mountain – worden niet helemaal ingelost. Maar het is mooi gefilmd en Paul Mescal (Aftersun) en Josh O’Connor (Challengers) charmeren als muzikaal begaafde boerenzoon en zelfverzekerde componist die begin 20e eeuw voor elkaar vallen.

→In de bioscoop

The love that remains

Regie: Hlynur Pálmason, met: Saga Garðarsdóttir, Sverrir Guðnason

IJslands beste filmregisseur, Hlynur Pálmason, volgt het ijzingwekkende Godland op met iets helemaal anders: vier seizoenen lang volgt hij een gezin met drie kinderen dat uit balans is door de zachte scheiding van de ouders. De verrassende vignettes en weemoedige beelden blijven hangen.

→In de bioscoop

Peak everything

Regie: Anne Émond, met: Patrick Hivon, Piper Perabo

Een overgevoelige veertiger wordt verlamd door klimaatangst, tot hij een hulplijn belt voor zijn defecte, therapeutische lamp en Tina aan de lijn krijgt. Deze eigengereide romantische komedie komt overgewaaid uit Canada. Of had regisseur Anne Emond eerder een satirische, existentiële, ecologische fabel voor ogen?

→In de bioscoop

En ook

De val van twee West-Vlaamse technologiereuzen in Dust doet denken aan Lernout & Hauspie

Raoul Peck buigt zich in Orwell: 2 + 2 = 5 over de schrijver die waarschuwde voor totalitaire regimes

Bozar krijgt Payal Kapadia over de vloer, de Indiase regisseuse van All we imagine as light (4 > 8/4)

Klein onderhoud Pianist Nduduzo Makhathini

Met de Zuid-Afrikaanse pianist, componist, pedagoog en Zulu-healer Nduduzo Makhathini programmeert Flagey een van de meest empowerende uithangborden van het Afrikaanse continent.

Toen Nduduzo Makhathini (43) op zijn 17e jazz ontdekte en er als een blok voor viel, vroeg hij zich af waarom het zo herkenbaar klonk. Het deed hem denken aan de muziek die gespeeld werd tijdens de rituelen en ceremonies die hij als kind meemaakte. “Wat wil je?” klinkt het vanuit zijn woonplaats Durban. “De pioniers van het genre waren mijn voorvaders, betovergrootmoeders en -ooms, die ooit als slaven met schepen naar de andere kant van de Atlantische Oceaan waren gevoerd. In die voor hen vreemde omgeving zijn ze de herinneringen aan hun thuis jazz beginnen te noemen. Pas toen ik me begon te verdiepen in die geïmporteerde Amerikaanse klanken, besefte ik hoe vertrouwd ik was met hun DNA. Noem het mijn full circle-moment.”

Het is de ‘jazziness’ van het gedeelde ritueel, waaraan Makhathini al lang voor zijn jazzstudie werd blootgesteld, die hij als academicus en muzikant onderzoekt. Het maakte hem een ideaal uithangbord voor Blue Note Africa, het sublabel dat Afrikaanse artiesten wereldwijd promoot. In Flagey brengt hij nummers uit zijn recente release uNomkhubulwane, waarin hij inzoomt op de mythische regengodin Nomkhubulwane, symbool van vruchtbaarheid en overvloed bij de Zulu-gemeenschap, waar Makhathini deel van uitmaakt, en het juni te

verschijnen A myth we choose, waarin hij een tegenverhaal biedt op de westerse blik op Afrika. “Er moet iets gebeurd zijn tijdens het koloniseringsproces dat Afrika reduceerde tot een continent van tekorten, terwijl het voor iedereen toch duidelijk mag zijn dat de hele wereld hier staat aan te schuiven voor onze ruwe mineralen, mode, muziek, filosofie …” Als tegenreactie stopt Makhathini inheemse kennissystemen in een modern kleedje, zodat

“Hoe komt het dat Afrika is gereduceerd tot continent van tekorten?”

ook de generatie van zijn kinderen het echte verhaal te horen krijgen.

Terwijl Makhathini een blik werpt op de huidige staat van de wereld, zowel klimatologisch als politiek, vraagt hij zich af of dit echt is hoe we herinnerd willen worden en of het niet stilaan tijd wordt een nieuwe mythe te ontwerpen waarin we onze toekomst weer in handen nemen. “Als ik reflecteer over de apocalyps heb ik het niet zozeer over fysieke vernietiging, maar over een in elkaar stuikend bewustzijn en het moment waarop mensen stoppen met voelen. In meningen over ras, klasse en gender worden ook voortdurend verschillen benadrukt. Maar laat ons het eens hebben over wat ons verbindt, niet over wat ons scheidt.” TOM PEETERS

Nduduzo Makhathini treedt op 4/3 op in Flagey, flagey.be

In mijn wijk Podium

M.O.L.

M.O.L. (“Maatschappelijke oriëntatie voor locals”) is het sluitstuk van Sara Oklobdzija’s doctoraat in de kunsten. Zes personages willen een voorstelling maken, zoeken een producent, maar hebben moeite om zich zichtbaar te maken. Het stuk is gebaseerd op zo’n honderd interviews met theaterdirecteurs, beleidsmakers, curatoren en programmatoren.

→3&4/3, KVS

Skinfold

Abigail Aleksander & Mar* Szydłowska

Abigail Aleksander werkte als performer met Jan Martens, Anne Teresa De Keersmaeker en Michiel Vandevelde. Mar* Szydłowska beweegt op de grens van performance en beeldende kunst. In hun eerste samenwerking proberen ze de vaste vorm en het vlees van het lichaam ‘vloeibaar’ te maken, geïnspireerd door The lesbian body van Monique Wittig. →27 & 28/2, Beursschouwburg

Portrait de Rita

Bwanga Pilipili & Laurène Marx

In 2023 werd een schooljongen uit de buurt van Charleroi slachtoffer van racistische beledigingen door zijn klasgenoten. Toch drukte een politieagent hém op de grond toen zijn moeder arriveerde. Marx en Pilipili gingen praten met de moeder, een Kameroense zakenvrouw die huishoudhulp werd en leggen mechanismen van systemisch racisme bloot. →3 > 21/3, Théâtre National

The jacket

Regie: Mathijs Poppe

Nohva brengt mensen en culturen samen met een iftar, gevolgd door de vertoning van de film

The jacket. Die film van Mathijs Poppe, een Brusselse filmmaker die naar Libanon trok, vertelt het aangrijpende verhaal van Jamal Hindawi, een Palestijnse man die met zijn familie in ballingschap leeft in het vluchtelingenkamp van Shatila in Beiroet.

→27/2, Nohva, Neder-Over-Heembeek

ER808

Fietsbieb

Ring, ring ring! Wie met beperkt budget een fiets zoekt voor zijn kind, kan in de Fietsbieb goedkoop kinderfietsen lenen, met een aanbod voor kinderen tot 12 jaar. De Fietsbieb is een project van beweging.net en draait vooral op de inzet van vrijwilligers, actief in de lokale uitleenpunten. Net zoals bij elk deelsysteem steunt de Fietsbieb op onderling respect, vertrouwen en solidariteit. →4/3, Kontakt, Sint-Pieters-Woluwe

En ook

ER808 (spreek uit als ‘error’) is een Brussels dj-collectief en platform dat Angolese genres als batida en kuduro binnen de Europese clubscene wil promoten met forward-thinking clubmuziek. Voor de gelegenheid duikt spilfiguur BROWNSUGVR in de booth met FVBRICIA, DJ ADAMM en NEKAZAYU om de erg op percussie, ritme energie gefocuste muziek te vermengen met elektronische klanken. →27/2, De Vaartkapoen, Molenbeek En ook

De Ierse comedian Dara Ó Briain, bekend van Have I got News for you (4/3, Koninklijk Circus)

Kijken naar nieuwe Brusselse podiumtalenten in deel twee van Brussels Bijoux (23/2, Studio Thor)

Nog een nieuwe kans om het documentair theater Rustoord te zien (2/3, Theater 1150)

En ook

Kasper Demeulemeester en Jakob Van den Broucke leren je alles over borduren (28/2, Wolubilis)

Twee keer per maand komt de pizzabuurtoven langs voor een smakelijke maaltijd (28/2, Elzenhof)

Anima on tour toont zes films over het spannende schoolbegin na de vakantie (4/3, Ten Weyngaert, 3+)

Uitgelicht

De spraaktechnologie van Jan Hammenecker

‘Al die

Vlamingen

zijn goed in de zak gezet’

De wereldpremière in Berlijn dampt nog na, en toch duikt Dust al in de bioscopen op. De suspensefilm beschrijft de val van twee West-Vlaamse pioniers in spraaktechnologie die op gesjoemel betrapt zijn. De hoofdrollen gingen – wuk? – naar twee Brusselaars: Arieh Worthalter en Jan Hammenecker. Alleen die laatste had géén Ieperse coach nodig. door Niels Ruëll

Voor het eerst in jaren maakte een Belgische film kans op de Gouden Beer, de hoofdprijs van het Filmfestival van Berlijn.

Dust schetst de ondergang van twee West-Vlaamse ondernemers die in de jaren 1990 geloofden dat ze van de Westhoek het wereldcentrum van spraaktechnologie konden maken. Vreemd genoeg gingen de hoofdrollen naar twee Brusselaars. De rol van de gladde Geert ging naar Arieh Worthalter, die de vader speelde in Girl van Lukas Dhont en een César won met zijn glansrol in Le procès Goldman. Voor programmeur en binnenvetter Luc kwam men bij Jan Hammenecker uit.

Hammeneckers curriculum vitae lees je niet op vijf minuten uit. Omdat hij al een kleine veertig jaar in het Frans en Nederlands meedraait in het theater en de film- en televisiewereld. Maar ook omdat hij als karakteracteur par excellence de bijrollen aaneenrijgt. Het recentste voorbeeld is de Brusseleir die hij voor Frank Van Passel neerzette in Radioman. “Het vaakst, ook in Frankrijk, word ik op mijn rol in Beau séjour aangesproken, de serie van het Brusselse duo Kaat Beels en Nathalie Basteyns.” Het grootste cadeau vond hij de rol van doortastende kabinetschef in De 16, de politieke serie van Willem Wallyn. Om verschillende redenen speelt hij liever hoofdrollen dan bijrollen. “Maar qua métier, qua craft, vind ik bijrollen het moeilijkst.”

In Dust kan hij eindelijk nog eens zwaar uitpakken, in het modderigste West-Vloams “Niet het Brussels, maar het Oostends is mijn dialect. Ik woon al dertig jaar in Brussel, maar ik ben in Oostende opgegroeid”, vertelt Hammenecker. “Ook al is er af en toe een woord dat ik nog niet ken, of dat niet meer gebruikt wordt, dat Oostends komt makkelijk terug naar boven. Terwijl ik in het Nederlands soms last heb van het Jean-Claude Van Damme-syndroom. How do you say it in Dutch? Ik werk veel in Frankrijk, en soms moet ik in mijn eigen moedertaal naar mijn woorden zoeken. Hoe zeg je dit, godverdomme, nu ook alweer in het Nederlands? Dat is soms frustrerend.” Voor zijn medespeler, Arieh Worthalter, was een coach uit Ieper voorzien. “Arieh heeft gigantisch gewerkt om het West-Vlaams onder de knie te krijgen. Hij had mijn hulp niet nodig.”

Alfamannetjes

Voor Hammenecker is de val het hoofdthema van Dust. “De val. Het vallen. Van je voetstuk tuimelen. Tijdens het draaien had ik het beeld voor ogen van iemand die van

zijn fiets valt en alles vertraagd ziet gebeuren. Hij weet dat hij valt en lijkt de tijd te hebben om logisch na te denken. Wat kan ik het beste doen om niet verkeerd te vallen? Uiteraard gaat het ook over het einde van de twintigste eeuw, waarin de alfamannetjes het voor het zeggen hadden. Die probeerden ons te doen geloven dat hun technologie ons een betere wereld zou schenken.”

Het is moeilijk om in Luc en Geert niet Jo Lernout en Pol Hauspie te herkennen. Met

Toch verdiepte de acteur zich niet in Lernout & Hauspie. “Angelo Tijssens (scenarist, red.) en Anke Blondé (regisseuse, red.) hebben ons gevraagd om dat vooral niet te doen. De zaak was een inspiratiebron, maar daar gaat het niet over. Ik zou je zelfs niet kunnen zeggen wie van de twee ik zogezegd speel. Ik heb me laten inspireren door een eigen ervaring. Mijn ouders hebben een faillissement meegemaakt. Ik heb van dichtbij meegemaakt dat je in één dag alles

“Tijdens het draaien had ik het beeld voor ogen van iemand die van zijn fiets valt en alles vertraagd ziet gebeuren”

hun spraaktechnologiebedrijf maakten ze grote sier in de jaren 1990. Tot uitkwam dat ze de boekhouding zwaar hadden gepimpt. Duizenden kleine beleggers zagen hun geld in rook opgaan. “Natuurlijk is die affaire me bijgebleven. Vooral de nasleep: al die mensen – bijna heel Vlaanderen – die hun spaargeld in aandelen gestoken hadden en plots alles kwijt waren. Ze waren zo overtuigd dat ze uit de Vlaamse klei zouden kunnen ploeteren en dat de technologie hen welvaart zou schenken. Maar ze zijn goed in de zak gezet.”

verliest. Dat je in één dag al je vrienden verliest. Niemand kent je nog. Iedereen vlucht van je weg. Je komt in een huis dat helemaal is leeggehaald. Dat staat Luc en Geert te wachten, en ze beseffen het al te goed.”

Binnenvetters

Zijn personage in Dust is bijna het archetype van een West-Vlaming die nooit geleerd heeft zijn emoties te uiten. Ook dat was herkenbaar. “Dat binnenhouden, dat moeilijk kunnen communiceren, dat moeilijk

overweg kunnen met emoties, dat niet kunnen doseren: ik ken dat. Mijn volumeknop werkt soms ook niet goed. Meestal kun je heel goed zien wat ik denk of wat ik voel. Ik heb dat niet in de hand.” Is het dan niet vreemd om van acteren je beroep te maken? “Ik zie het anders. Ten eerste heb je als speler zelden alles onder controle. Je geeft je over aan een flow, je houdt je aan de tekst, je luistert naar de regisseur. Zeker in een film ben je maar een radertje in een groter geheel. Ten tweede ken ik véél acteurs die in het gewone leven verlegen zijn, niet heel sociaal en moeite hebben om zich te uiten. Maar zet hen op een podium of voor de camera en alles vloeit er uit. Het is onze manier om te kunnen functioneren in deze maatschappij. We kanaliseren onze woede op een legale manier en met de bedoeling dat anderen er iets aan hebben.”

Twee weken geleden was Hammenecker nog in het Noord-Franse Béthune voor opvoeringen van Maria Stuart van Friedrich Schiller. Deze weken staan in het teken van een serie van RTBF en HBO over de Brusselse gangster Patrick Haemers. Hij zal vader Achille Haemers voor zijn rekening nemen. “Die kwam uit Kortrijk. In zijn interviews detecteer je een licht WestVlaams accent.”

Hammenecker trok ooit naar Boedapest om voor een Amerikaanse serie in het Engels een Deen te spelen. Knap staaltje spraaktechnologie.

Dust is vanaf deze week in de bioscoop te zien

Inzichten

Wat weet schrijver Adriaan van Dis van het leven?

Welke misvatting bestaat over jou?

Dat ik arrogant zou zijn. Wie mij leert kennen, merkt al snel het tegendeel.

Op welk vooroordeel betrap jij jezelf?

Ik ben ietwat bevreesd voor voetbalhooligans, maar achter die schreeuw en tatoeage zit vaak een brave huisvader.

In welk ander vak zou je ook top zijn?

Toneelspeler.

Als je jezelf een andere naam kon geven, welke zou dat dan zijn?

Titus Twijfelaar.

Typeer Brussel in drie woorden. Brussel is een ui. Pel hem en je vindt telkens een andere stad.

Doe je iets leuks op je verjaardag?

Mijn verjaardag is de dag die ik het minste vier.

Waarop trakteer je jezelf af en toe?

Een kunstwerk.

Wat doe je anderen graag cadeau?

Een versje of een liedje.

Met welke quote pak je graag uit?

“Wat u niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.” Mijn Bijbel is maar één zin dik.

Welk nutteloos feitje ken jij?

Het topje van de Kilimanjaro bevindt zich in Museum Huis Doorn, ooit het onderkomen van de daar in ballingschap levende Duitse keizer Wilhelm II.

De berg ligt nu in Tanzania, voorheen

Duits Oost-Afrika. Het topje gebruikte de keizer als presse-papier.

Welk vreemd voorwerp slingert rond in je huis?

Een kokertje lava van de vulkaan Krakatau die in 1883 tot uitbarsting kwam en tot in Europa voor een tijdelijke duisternis zorgde.

Naar waar zou je willen verhuizen en waarom?

Manhattan. If I can make it there. I’ll make it anywhere. Heerlijke stad. Als je rijk bent. Dus blijft het een fantasie. Wie is de bekendste persoon met wie je ooit sprak?

Nina Simone. In de tijd dat ze in Nederland woonde.

Bij welke historische gebeurtenis was je graag aanwezig geweest?

De val van de muur in Berlijn.

Wat was het beste algemene nieuws van de afgelopen weken?

Een nakende nieuwe wereldorde: een sterker mondiaal Zuiden dat zich verenigt tegen het hebberige Westen.

Wat was er vroeger beter?

De smaak van appels.

• Adriaan van Dis (1946) schreef romans, verhalen, poëzie, essays en toneel. Indische duinen (1994) werd bekroond met de Gouden Uil en Ik kom terug met de Libris Literatuurprijs 2015

• Van Dis was lang gastheer van het literaire praatprogramma Hier is… Adriaan van Dis, later ook van Zomergasten. Nu maakt hij de podcast Van Dis ongefilterd

•Zijn nieuwe roman Alles voor de reis is gebaseerd op zijn decennialange relatie met de recent overleden televisieregisseur en -producer Ellen Jens

Voor welke breed gebezigde uitvinding ben jij bijzonder dankbaar?

Het internet. Nu alleen nog het monster AI zien te temmen.

Wat is kunst?

Een uitnodiging tot beter kijken, luisteren en voelen. Het alledaagse in een ander licht gesteld.

Welke levenswijsheid kreeg je van je ouders?

Wantrouw De Staat. En laat je nooit naar het slachtveld sturen.

Welke zin mag op je doodsprentje?

“Fail. Fail again. Fail better.”

Bestaat er een god?

God is een noodzakelijk verzinsel. Alles van boven komt van beneden.

Welke andere vraag hadden we je beter gesteld?

Wie mis je het meest? Antwoord: mijn grote liefde. MICHAËL BELLON

Adriaan van Dis is te gast op het literaire programma Verschijningen op 4/3 in Passa Porta, passaporta.be

Spelletjes in de bib

Elke week toont een ket zijn favoriete plek in de stad. Deze keer neemt Mingus (10) BRUZZ mee naar de spellenclub in Bib Sophia rond een zelf getekend bordspel.

Welk spel spelen jullie?

Dungeons & Dragons, een bordspel met veel dobbelstenen. Je speelt met fantasiefiguren die de jackpot moeten pakken. Als je 1 gooit, komt er een monster dat je moet aanvallen met een dobbelsteen van 20. Als je hoger gooit dan het monster is die verslagen en krijg je het wapen. Het is heel moeilijk om 20 te gooien, dat is mij nog maar één keer gelukt.

Het spelbord is zelf getekend, heb jij dat gemaakt?

Nee, het spel is van Caspar, hij is de verteller. Je kunt het originele bord pakken, maar dat vindt Caspar niet zo leuk. Hij heeft het zelf getekend, het is een klein doolhofje en elke week is het wel een beetje anders.

Wat maakt het spel zo leuk?

Je moet samenwerken, het is tactisch en er zijn veel leuke mannetjes. Iemand uit de groep heeft thuis een 3D-printer en er voor ons gemaakt. De echte poppetjes kun je op een website kopen. Er zijn er oneindig veel: van elke diersoort en ook nog fantasiebeesten.

Heb je de bib leren kennen via de spellenclub?

Ik kwam hier al, één keer in de twee weken, om boeken te lezen, vooral strips. Ik hou van fantasieverhalen.

Waarom is dit de beste plek?

We hebben het gehad over een andere plek, bijvoorbeeld het huis van Caspar, maar hier is het rustiger, het ligt dichter bij school en we hebben meer plek. Thuis wordt er meer gepraat en ben je eerder afgeleid door wat er rond je is. Voor carnaval ben je verkleed als piloot. Wil je dat later worden?

Nee, ik zou graag uitvinder worden. Ik hou van dingen maken. Ik wil graag robots in elkaar steken, ik programmeer nu al.

Welk probleem wil je oplossen met jouw uitvinding?

Oorlog. En milieuvervuiling. En ik zou ook graag de dino’s laten terugkomen.

MARJON UDO

Wil jij ook je favoriete plek tonen? Stuur een mailtje naar ket@bruzz.be.

Belgian National Orchestra

EXILES

Info & tickets

Ekaterina Levental Harp, mezzo-soprano

A musical odyssey about uprooting and hope Works by Max Richter (Belgian premiere), Caroline Shaw, Jóhann Jóhannsson, Henryk Górecki and more

www.nationalorchestra.be

Fubuki

Vul de cijfers 1 tot en met 9 in het rooster in, zodat het resultaat van de sommen klopt met de cijfers rechts en onderaan de kolommen. Elk getal mag maar één keer voorkomen. Het niveau van de puzzel kan variëren per editie.

Rekenpuzzel

Vul de witte vakjes met positieve gehele getallen zodat elke rij een kloppende som vormt met het doelgetal rechts of onder. Reken van links naar rechts en van boven naar beneden, zonder voorrang van × of ÷ (bij delen moet de uitkomst altijd een geheel getal vormen).

Verborgen Brussel

De hoofdstad kent veel verborgen plekjes, onverwachte panorama-uitzichten, en onbekende maar daarom niet minder intrigerende panden en kantjes, ver weg van Manneken Pis, de Grote Markt en het Atomium. Zoals deze kerk. Waar is deze foto getrokken? Zelf een foto van een onverwacht stukje Brussel insturen? Mailen naar redactie@bruzz.be

Woordzoeker

Zoek alle verborgen woorden in het raster van de speciale woordzoeker van BRUZZ. Streep de begrippen één voor één weg, dit kan in alle richtingen: horizontaal, verticaal, diagonaal, en van links naar rechts en andersom.

▢ Interview

▢ Hond

▢ Meute

▢ Bus

▢ Herinnering

▢ Jeugd

▢ Verslaving

▢ Lotto

▢ Gokken

▢ Begrijpen

▢ Spreken

▢ Frans

Oplossingen

De puzzels in dit magazine zijn intern ontwikkeld of gegenereerd met gebruik van toegestane tools en artificiële intelligentie. Elke gelijkenis met bestaande puzzels is toevallig.

Z H S U B W G F V S D O V W D V C

F J R W Z Z G O K K E N Q I N I C

O N V G N

Pieter & Pauwel kerk Neder-over-Heembeek

WIN TICKETS

Stuur het trefwoord, samen met je adres en telefoonnummer, naar win@bruzz.be Emilie Terlinden, Timelaps

5x2 tickets, Bozar, > 26/04 mail: “timelaps” Fampitaha, fampita, fampitàna

5x2 tickets 5/03, Theatre Varia Mail: “Fampitaha”

5x2 tickets, 13/03, Bronks Mail: “Bronks”

Antwoord

PODCAST ‘IN BRUSSEL’ Luister elke week naar twee verhalen recht uit de stad

met Margot Otten

Deze week

Met de app ‘moment’ voert socioloog Petrus Te Braak (VUB) een onderzoek naar het (on)veiligheidsgevoel in Brussel. Julie Van Garsse nam met vrouwenbeweging ZIJkant al enkele wijken onder de loep.

En fris talent in de podiumkunsten geeft deze week het beste van zichzelf in de wedstrijd Brussels Bijoux

‘In Brussel’, elke woensdag op je favoriete podcast-app en op BRUZZ.be/podcast

GOUD. DÉSLIMMEBELEGGING.

Persoonlijk advies nodig?

We ontvangen u graag in onze kantoren te Brussel, Gent, Kortrijk, Sint-Niklaas en Oostende.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
BRUZZ editie 1968 (25-02-2026) by BRUZZ.be - Issuu