Skip to main content

BRUZZ actua - editie 1568

Page 1

#1568

Rubrieknaam

WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA VZW FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE

NL

AFGIFTEKANTOOR ANTWERPEN X P303153

Draai me om

Rubrieknaa

m

FR 5 – 11 | 5 | 2017

EN

#1568

UIT IN BRUSS

EL | VO S SOR TI

ES À B RUXE

LLES | OUT A ND AB OUT

WEEKBLAD EEN UITGAVE VLAAMS-BR USSELSE MEDIA VAN FLAGEYPLEI VZW N 18 PLACE 1050 ELSENE FLAGEY / IXELLES AFGIFTEKAN TOOR ANTWERPEN X P303153

IN BRU SS

ELS

GLÜ PRIDE FEST IVAL VALENTIN E LAFFITTE FAMILY AFFA IRS DENIS MEY ERS

03 | 05 - 09 | 05 | 2017

L E V E N I N D E S TA D | N I E U W S | AC H T E R G R O N D & O P I N I E

Ku n ste n f e s t iv a l desarts

BORDERS

ARE MADE

FOR CROS

SING

DUURZAME ENERGIE VOOR BRUSSEL

‘Bouw windmolens buiten de stad’

JÜRGEN BAATZSCH (UNION) OVER EUROSTADION

‘Buitenlanders begrijpen niet dat er geen compromis mogelijk is’

U PLACE

De zeepbel spat uit elkaar

© SASKIA VANDERSTICHELE


Bent u 65 of ouder?

HERNIEUW UW ABONNEMENT VAN THUIS UIT OP GOEASY.MIVB.BE, DA’S EASY!


Chou de Bruxelles

BRUZZ | VOORAF

Fotograaf Ivan Put trekt wekelijks door de stad voor een portret

ZOLTAN, BAR BETON

Zoltan (30) is danser. “Brussel is een inspirerende stad met een rijke culturele en kunstscene. Het is een basis waar vrienden naartoe komen, weer weggaan om dan terug te keren naar thuis. Maar de stad is te opgedeeld. En er moet meer aan de armoede gedaan worden.” Nu is hij licht gehavend. Vier shows moest hij afgelasten. Toen hij na repetities met zijn fiets naar huis reed, knalde hij tegen een gevaarlijk en slecht gesignaliseerde stelling. “Veel hechtingen, net boven mijn oog, en veel geluk gehad.”

3


Inhoud

COLOFON FLITS

BRUZZ

Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65

Move it Kanal

07

ABONNEMENTEN

Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80, Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393, BIC: BBRU BE BB van Vlaams Brusselse Media vzw. Buiten België 30 euro per jaar. OPLAGE 62.609 exemplaren.

Jongeren vinden moeilijk aansluiting bij cultuuraanbod

DE VERHALEN

14

ADVERTEREN?

Ineke Le Compte, Ute Otten: sales@bruzz.be, 02-650 10 63

14

Verder dan de waan van de dag

18

Uplace

22

Duurzaam in de stad

26

Union-voorzitter Jürgen Baatzsch

Politiek filosoof Stefan Rummens ontleedt de signalen van de burger

De zwanenzang

Hoe steden een voortrekkersrol kunnen spelen voor groenere energie

ALGEMENE DIRECTIE

Jo Mariens HOOFDREDACTIE

Klaus Van Isacker WEEKBLAD

"Ik droom van eersteklassevoetbal"

BRUZZ | VOORAF

Steven Van Garsse (chef) CONCEPT

Piet De Loof, Pieter Claerhout, Rosalien Eggermont EINDREDACTIE

Karen De Becker ART DIRECTOR

Heleen Rodiers LAY-OUT

Ruth Plaizier KERNREDACTIE

Jean-Marie Binst, Gerd Hendrickx, Bettina Hubo, Kurt Snoekx, Sophie Soukias, Laurent Vermeersch, Danny Vileyn, Tom Zonderman MEDEWERKERS

Hilke Andries, Michaël Bellon, An Devroe, Wauter Mannaert, Tim Schoonjans, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Tom Van Bogaert, Thomas Verbeke, Jurgen Walschot FOTOGRAFEN

Bart Dewaele, Ivan Put, Saskia Vanderstichele DISTRIBUTIE Ute Otten VERANTWOORDELIJKE UITGEVER

Steven Van Garsse, Flageyplein 18, 1050 Elsene. Bruzz is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw, wordt gedrukt op de persen van Eco Print Center (De Persgroep) en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

18

RUBRIEKEN 03

Chou de Bruxelles

05

Edito

10

In beeld

30

Opinie

33

Michaël Bellon

34

Enfant Terrible

36

Nick Trachet

37

Big City


Intro

26

U 22

LOS VAN DE TIJD 32

Een miskende vader

Expo rond vergeten luminist Eugène Verdyen

place loopt op zijn laatste benen. Verstrikt in een slag om de vergunningen en met verontrustende verliescijfers, is de doodsreutel ingezet. De kans dat de megashopping in Machelen er zal komen, wordt met de dag kleiner. Daar zijn, op de burgemeester van Machelen en Bart Verhaeghe zelf na, weinig mensen echt rouwig om. Het project is ingehaald door de tijd. In het midden van de jaren 2000 toonde een marktstudie aan dat er een potentieel was voor een grote shoppingmall in het noorden van Brussel. Neo, Docks en Uplace gingen enkele jaren later manmoedig de strijd aan. Docks is gebouwd, voor Neo liggen de kaarten goed, maar iedereen zag ook wel dat drie shoppingcentra zo dicht bij elkaar van het goede te veel is. Vraag dat vandaag maar aan een verkoper in Docks. Shoppingmalls zetten in op beleving. Ze bouwen eens stad na, met een reuzenparking erlangs. De verstandige consument kiest liever voor de échte stad dan voor de fake gevels met muzak in de achtergrond. En de luie consument koopt steeds meer vanuit de zetel. De opkomst van de e-commerce - zo goed als alles is nu online te koop - is misschien nog de belangrijkste reden waarom Uplace niet meer van deze tijd is. Toch vallen er ook voor de overheid lessen te trekken uit deze historie. Want het is verre van fraai vertoon. Vier enorme

projecten staan (of stonden) binnen een straal van vijf kilometer op stapel met alle vier een enorme impact op mobiliteit en ruimtelijke ordening - ook het geplande Eurostadion bevindt zich in het gebied. Er bestaat geen enkel gecoördineerd planningsdocument dat de vier in rekening brengt en dan keuzes maakt. Dat is nochtans wat we van een goede ruimtelijke ordening kunnen verwachten. De reden voor dit manco is tweevoudig: de Belgische staatsindeling en de collusie tussen politiek en privé, noem het de canapépolitiek. Voor het eerste probleem, de concurrentie tussen de gewesten, is er een oplossing. Een metropolitane gemeenschap kan zowel met problemen van ruimtelijke ordening als met die van mobiliteit aan de slag. Frankrijk, waar de communautés urbaines gemeengoed zijn, bewijst dat al jaren. Alleen zal die Brusselse metropolitane gemeenschap er nooit komen. Die ligt communautair te gevoelig. En om een eind te maken aan de canapépolitiek is maar één recept: transparantie en een sterke onafhankelijke niet-gepolitiseerde administratie. Daar zijn stappen voor gezet, maar het kan nog beter. Intussen zullen we moeten leren leven met het aanmodderen. Maar of onze economie en onze samenleving daar wel bij varen, is nog maar de vraag.

BRUZZ | VOORAF

Aanmodderen

— STEVEN VAN GARSSE

5


Move It Kanal wil brug slaan tussen jongeren en cultuurhuizen

Vier clusters, vier directeuren

Minder klassiek, meer hiphop

Staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Zuhal Demir (N-VA) heeft de aanstelling verlengd van Michel Draguet, de veelbesproken directeur van de Musea voor Schone Kunsten (KMSK), met wie haar voorgangster Elke Sleurs het voortdurend aan de stok had. “Draguet kreeg een ‘uitstekend’ op zijn rapport van de beoordelingscommissie, net als de andere directeuren met een mandaatsfunctie. Dus krijgen ze een verlenging,” zegt Demir. “Ik ben de nieuwe staatssecretaris en hoop goed te kunnen samenwerken met mijnheer Draguet.” Behalve Draguet krijgen dus ook Karel Velle van het Rijksarchief, Ronald Van der Linden van de Sterrenwacht, Camille Pisani van het Instituut voor Natuurwetenschappen en Guido Gryseels van het Museum van Tervuren een nieuw mandaat. Gryseels gaat volgend jaar na de heropening van zijn museum evenwel met pensioen. Net als Patrick Lefèvre, de directeur van de Koninklijke Bibliotheek die deze maand met pensioen ging, zal hij vervangen worden door een interimdirecteur. Ook in de vier federale wetenschappelijke instellingen die nu een algemeen directeur ad interim hebben komt geen vaste directeur. Het gaat om het Jubelparkmuseum, het KMI, het Instituut voor ruimte-aëronomie en het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK). Demir heeft immers plannen om de tien wetenschappelijke instellingen op te delen in vier clusters, de drie Ukkelse instellingen samen, het Jubelparkmuseum, het KMSK en het KIK samen, de Koninklijke Bibliotheek en het Rijksarchief samen en het Instituut voor Natuurwetenschappen en het Midden-Afrikamuseum samen. “Het is niet slim om nieuwe directeuren te benoemen als er clusters op komst zijn,” klinkt het bij Demir. De vier overblijvende vaste directeuren behoren elk tot een cluster. HUB

Cultuurhuizen die meer Brusselse jongeren willen aantrekken, moeten hun aanbod beter afstemmen op de tienerleefwereld en de doelgroep meer betrekken bij hun werking. Het is een van de conclusies uit onderzoek naar cultuurbeleving bij jongeren in de kanaalzone. — LAURENT VERMEERSCH

H

oe een jonger en meer gekleurd publiek aanspreken? Het is een vraag waar heel wat culturele instellingen mee worstelen in het nochtans zo diverse Brussel. Jongeren uit wijken zoals Kuregem of Oud-Molenbeek vinden maar moeilijk hun weg naar het culturele aanbod. Dat blijkt ook uit recent onderzoek van de Erasmushogeschool, opleiding sociaal werk. “De meeste jongeren uit de kanaalzone vinden moeilijk aansluiting bij het geïnstitutionaliseerde cultuuraanbod,” zegt Hanne Stevens, die 55 tieners tussen 12 en 18 jaar ondervroeg over hun cultuurbeleving. “Het gaat dan zowel over deeltijds kunstonderwijs en cursussen, als over theater- en andere cultuurhuizen.” De onderzoekster ziet verschillende verklaringen. “De jongeren zijn niet goed op de hoogte van het aanbod en weten ook niet meteen waar ze zich kunnen informeren. Daarnaast is het aanbod van de cultuurhuizen vaak te klassiek, te hoogdrempelig.” Tegelijk blijkt dat de jongeren best wel cultureel actief zijn, zij het op een “informele” manier. “Ze tekenen of zijn bezig met muziek of dans. Alleen of in informele, interdiscipli-

naire collectieven. Daarbij kunnen ze elkaar ondersteunen: de rappers van een collectief kunnen een clip maken met de dansers en videokunstenaars uit hetzelfde collectief.” In een volgende fase van het project Move It Kanal, waarvoor de Erasmushogeschool samenwerkt met de vzw Lasso, willen de onderzoekers aan de slag gaan met de conclusies om bruggen te bouwen tussen de jongeren en de gevestigde cultuursector. Die kan bijvoorbeeld meer inzetten op hiphop en andere culturele en maatschappelijke fenomenen die de jongeren bezighouden. “Voorstellingen die aansluiten bij hun leefwereld, zoals Djihad van Ismaël Saïdi, zijn wel bekend.” Daarnaast helpt het om de jongeren meer te betrekken, zoals jeugdtheater Bronks doet met de ambassadeurswerking, of de VK via het collectief Freestyle O. Zodra enkele jongeren mee zijn, volgt immers al snel een grotere groep. “Of het nu is via sociale media, of via mond-tot-mondreclame, de jongeren informeren zich vooral via vrienden,” aldus nog Hanne Stevens. Donderdag komen de eerste onderzoeksresultaten aan bod op een studiedag. Meer info op lasso.be

Jongeren zijn bezig met muziek of dans, maar vaak alleen of in informele, interdisciplinaire collectieven.

© ALLÉE DU KAAI

BRUZZ | VOORAAN

Flits

88 %

Het Brussels Gewest steekt Vlaanderen voorbij op het gebied van internettoegang. Het maakt daarmee een forse inhaalbeweging. Dat blijkt uit cijfers van het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse. 88 procent van de Brusselse huishoudens heeft thuis toegang tot het internet. Daarmee doet het gewest het 1,6 procentpunt beter dan Vlaanderen en 7,2 dan Wallonië. IL

7


NIEUW SEIZOEN ONLINE

17

18

BOEK JE TICKETS NU

- 40%

VANAF 6 VOORSTELLINGEN

25.04 > 14.05

©

#WEAREHERE #WHEREAREYOU

Danny Willems

WWW.KVS.BE


Flits

‘Pas de tarieven voor thuiszorg aan’ De Nederlandstalige thuiszorgorganisaties in Brussel hebben het steeds moeilijker om aan de bak te komen. De Vlaamse bejaarden kloppen liever aan bij de (goedkopere) Franstalige thuiszorg. Maar daar zijn wachtlijsten. “Absurd,” zegt VGC-raadslid Hannelore Goeman (SP.A). — STEVEN VAN GARSSE

B

ejaarden zo lang mogelijk thuishouden voor ze naar het rusthuis gaan. Dat is wat de Brusselse regering graag wil. Er moet meer worden ingezet op thuiszorg en de residentiële zorg, zoals rusthuizen, zal moeten krimpen. De wachtlijsten in de thuiszorg in Brussel zijn echter enorm. Ook Vlaanderen heeft een uitgebouwd netwerk aan Nederlandstalige thuiszorgorganisaties in Brussel, zoals Familiehulp of Solidariteit voor het Gezin. Maar die organisaties komen steeds moeilijker aan de bak. VGC-raadslid Hannelore Goeman (SP.A): “Er is aan Vlaamse kant een onderbezetting van het aantal gesubsidieerde uren in de thuiszorg in Brussel, kortom: de thuiszorgorganisaties hebben nog ruimte om mensen te helpen. Aan de andere kant zijn er wachtlijsten. Dat is absurd.” De verklaring is vrij eenvoudig, zegt Goeman: “De uurprijs aan Vlaamse kant ligt twee- tot driemaal hoger dan bij de Franstalige of tweetalige thuiszorgorganisaties. Voor sommige huishoudelijke taakjes ligt de prijs zelfs zeven maal hoger.”

Daarnaast kan de Franstalige en tweetalige gezinszorg op een steviger lokaal netwerk rekenen, onder meer via de OCMW’s. Maar zelfs als de OCMW’s of de Vlaamse dienstencentra naar de Nederlandstalige thuiszorg doorverwijzen, kiezen de Nederlandstalige bejaarden eieren voor hun geld en gaan ze voor de goedkopere Franstalige of tweetalige zorg. “Terwijl ze hierdoor vaak niet in eigen taal verzorgd kunnen worden én er wachtlijsten zijn.” Hannelore Goeman roept Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) en haar VGC-collega Bianca Debaets (CD&V) op om de Vlaamse tarieven in Brussel te herzien. “Brussel kent een specifieke situatie van concurrentie. De tarieven moeten gelijkgetrokken worden. Dat is de enige manier om de wachtlijsten korter te maken, en voor Vlaamse bejaarden Nederlandstalige zorg te kunnen garanderen.” Op de langere termijn pleit Goeman voor een eenvormig prijzenbeleid in heel Brussel. “Cocof, GGC en Vlaanderen moeten hierover rond de tafel gaan zitten. Nu is er shopping en concurrentie. Dat is niet goed voor de zorg in de stad.”

“De uurprijs aan Vlaamse kant ligt twee- tot driemaal hoger dan bij de Franstalige of tweetalige thuiszorgorganisaties,” zegt VGC-raadslid Hannelore Goeman.

© SASKIA VANDERSTICHELE

Raemdonck wordt buurthuis Aanvankelijk wilden de buurtbewoners het verlaten Expopaviljoentje aan de Lakense Sint-Lambertuskerk inrichten als buurthuis. Maar dat plan stuitte op verzet van Brussels schepen Alain Courtois (MR) die van het gebouwtje, eigendom van de stad, opnieuw een seniorenpaviljoen wil maken. De initiatiefnemers hebben nu tijdelijk onderdak gevonden in het leegstaande winkelpand Raemdonck, waar jarenlang deurbeslag verkocht werd. Het pop-upbuurthuis ging maandag open. HUB

Beeld van een boom

BRUZZ | VOORAAN

Hannelore Goeman (SP.A) wil shopping tegengaan

© TIM JANSEN

Het Kerkhof van Laken heeft er een nieuwe sculptuur bij. Geen grafzerk, maar een kunstig bewerkte oude boom. De stijl van het kunstwerk ligt volgens Tim Janssens van vzw Epitaaf niet in de lijn van de rest van de dodenakker. Het neigt naar art brut. Janssens: “Het is op z’n minst een opmerkelijk zicht. Het vers gesculpteerde hout torent zeker vijf meter boven de graven uit en contrasteert fel met het grijs van de arduinen monumenten.” Het zou om een eenmalig initiatief gaan. Janssens: “Het is sympathiek, maar het staat hier wel out of the blue, al past het in een trend. Begraafplaatsen krijgen bij overheden en publiek veel meer aandacht dan dertig jaar geleden.” In het stadhuis klonk het geheimzinnig dat we na 2 mei meer info konden krijgen. DV

9


10


BRUZZ | DE WEEK

In beeld

Fluks douchen Na jaren van voorbereiding werd het daklozencentrum Doucheflux vorige week officieel ingehuldigd. In haar gerenoveerde gebouw in de Anderlechtse Veeartsenijstraat heeft de vzw Doucheflux douches geïnstalleerd, alsook een wassalon en kluisjes. Bij de opening vorige week vertoonde het nieuwe sanitair nog wat kinderziektes, maar het is de bedoeling dat daklozen er zich overdag voor één euro kunnen douchen. Ook kunnen ze er terecht voor informatie en activiteiten. Tweetalige Brusselaar Eric kwam alvast een kijkje nemen. © SASKIA VANDERSTICHELE

11


De week

Terugblik op het nieuws

Vonnis

Fietssnelweg

123

Een Brusselaar wacht gemiddeld drie jaar en negen maanden op een uitspraak na een strafklacht, bijna anderhalf jaar langer dan in Vlaanderen. Persrechter Anouk Devenyns nuanceert: “In 2015 bekwam je voor de Brusselse Nederlandstalige rechtbank in 90 procent van de strafzaken een vonnis binnen de acht maanden na de eerste zitting.”

De bestaande fietspaden langs de Tervurenlaan worden vervangen en verbreed. Zo komt er een ononderbroken fietsroute van bijna negen kilometer tussen de Montgomeryrotonde en de Jazzfontein aan het Koloniënpaleis in Tervuren.

De winteropvang die het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en daklozenorganisatie Samusocial organiseert, is dinsdag afgelopen. Voorlopig is er geen oplossing voor honderden daklozen. Hierdoor dreigen onder anderen 123 kinderen weer op straat te moeten slapen.

BRUZZ | DE WEEK

Hogere inbreng huizenkopers bedreigt fiscale hervorming

Lenen wordt moeilijker Lenen voor een huis of appartement dreigt binnenkort stukken moeilijker te worden. De Nationale Bank van België (NBB) vraagt de leencapaciteit te beperken tot 80 procent van de waarde van het pand. De Brusselaars die net een fiscale hervorming doorgevoerd hebben om kopen aantrekkelijker te maken, voelen zich gepakt. — DANNY VILEYN

E

ven terug in de tijd. Met de zesde staatshervorming werden de gewesten bevoegd voor de woonbonus, een belastingkorting voor de eerste woning gedurende de looptijd van de hypothecaire lening. De Brusselse regering heeft ervoor gekozen om de woonbonus af te schaffen en te vervangen door een hoger abattement, waardoor kopers geen registratierechten van 12,5 procent op de eerste 175.000 euro betalen. Dat is een korting van 21.875 euro. Om daarvan te genieten, mag de prijs van het pand maximaal 500.000 euro bedragen. De Brusselse regering is ervan overtuigd dat de nieuwe regeling het lagere en middeninkomens mogelijk maakt om in de stad te blijven en eigenaar te worden. Het Brussels Gewest hoopt op die manier middenklassers - lees: belastingbetalers - in het gewest te houden. Maar dat was zonder de NBB gerekend. Tot nog toe kunnen kopers zonder eigen spaarpotje of zonder hulp van familie het volledige bedrag lenen, meer zelfs, ze kunnen

12

© ID TIM DIRVEN

boven op de aankoopprijs voor de woning nog lenen voor renovatiewerken. Zo kent het Woningfonds leningen toe tot 110 procent van de waarde van het pand. Maar daar zou binnenkort een einde kunnen aan komen. De NBB vraagt aan de federale regering de leencapaciteit te beperken tot 80 procent van de waarde van het huis of appartement. De achterliggende idee is de schrik voor een vastgoedbubbel met huiseigenaren die hun lening niet meer kunnen afbetalen en een financiële crisis veroorzaken zoals we in 2008 meegemaakt hebben met de Amerikanen. Dat klinkt zeer redelijk, maar de Brusselaars vrezen nu dat de maatregel het jonge Brusselaars nog moeilijker zal maken en het effect van de Brusselse fiscale hervorming - afschaffen woonbonus, hoger abatttement - zal tenietdoen. Parlementslid Julien Uyttendaele (PS) haalde in een vraag aan minister van Financiën Guy Vanhengel (Open VLD) snoeihard uit naar de banken. “Ik heb destijds geleerd dat de banken spaargeld ophaalden om het nadien ter

beschikking te stellen van bedrijven, gezinnen en de overheid,” zei hij. “De banken doen dat al niet meer voor ondernemingen, en nu beginnen gezinnen dezelfde problemen te ondervinden.”

BANKEN VERGELIJKEN Guy Vanhengel erkende in het parlement dat een dergelijke maatregel de fiscale politiek van het Brussels Gewest kan tegenwerken, maar hij onderstreepte dat het een maatregel is die de NBB nodig acht en alleen door de federale regering wordt bekrachtigd. De maatregel treedt eind mei in werking en Vanhengel vraagt zich af hoe de banken zullen reageren. “Banken die de aanbevelingen van de NBB niet volgen, moeten grotere reserves aanleggen. Die reserves hebben een prijs en die prijs wordt verhaald op de klant.” Maar Vanhengel heeft ook een advies aan toekomstige kopers:


Mensenrechten

Lichtgevend zebrapad

In 2016 zijn 13 van de 53 woonzorgcentra in en rond Brussel die gesubsidieerd worden door Vlaanderen op de vingers getikt omdat het personeel onvoldoende Nederlands kent. Uitbaters die geen maatregelen nemen, riskeren een schorsing van hun erkenning.

De gemeenteraad van Sint-Jans-Molenbeek heeft een motie goedgekeurd om de mensenrechten en het internationaal recht te doen respecteren bij openbare aanbestedingen. Het reglement sluit kandidaten of onderaannemers die een ernstige professionele fout maken uit.

Brussel Mobiliteit is aan de Vlaamsepoort gestart met een voor ons land uniek experiment. Aan het zebrapad zijn in de grond lampen aangebracht die rood of groen oplichten. Dat moet de verkeerssituatie veiliger maken voor voetgangers die bezig zijn met hun smartphone.

Fietsers worden steeds meer als menselijke obstakels gebruikt om het autoverkeer te hinderen” UKKELS SCHEPEN VAN MOBILITEIT ERIC SAX (MR) ergert zich aan het Brussels fietsbeleid

BRUZZ | DE WEEK

Woonzorgcentra

Cartoon Wauter Mannaert

Door de vraag om de leencapaciteit te beperken, bestaat de vrees dat jonge Brusselaars het moeilijker zullen hebben om een huis te kopen.

“Banken zijn concurrenten die zich moeten positioneren tegenover de vragen van de markt. Mensen op zoek naar een lening kunnen de tarieven van 39 banken vergelijken.” En Vanhengel voegde er nog aan toe: “Er wordt veel te weinig uitgelegd dat de relatie van een ontlener en een bank een relatie van leverancier tot een klant is. Zelfs na alles wat we hebben meegemaakt met de banken genieten ze nog altijd een zekere autoriteit alsof hun tarieven niet onderhandelbaar zouden zijn. Daarom ook maak ik zoveel mogelijk publiciteit voor de onafhankelijke Immotheker die volgens mij zeer goed werkt.” Vanhengel geeft toe dat dat antwoord de terechte bezorgdheden niet wegneemt. De commissie Financiën buigt zich binnenkort over de vraag hoe Brussel een woning kopen fiscaal aantrekkelijk kan houden.

13


Spreektijd

Verder dan de waan van de dag

‘Kiezers zijn geen dwazen’

STEFAN RUMMENS - geboren in 1975 - hoogleraar filosofie aan de KU Leuven - woont sinds 2001 in Brussel-stad

14

- studeerde natuurkunde en filosofie

- doctoraat in 2004 over de democratietheorie van Jürgen Habermas - gastonderzoeker in New York (New School, 2006) en Frankfurt (2008)


Populisme is aan een opmars bezig en polarisatie lijkt het in het huidige politieke klimaat te halen van consensus. Voor politiek filosoof Stefan Rummens op zich geen slechte zaak: “Dat de extremen weer meer op de voorgrond treden, maakt mij als democraat niet ongelukkig.” — DANNY VILEYN EN FILIP VAN DER ELST, FOTO’S BART DEWAELE

T

seerd in democratietheorieën. Een gesprek over democratie, technocratie en populisme.

De democratie verkeert in crisis. Het establishment siddert en beeft en wijst met beschuldigende vinger naar het populisme, zeg maar naar het domme volk dat de complexiteit van de wereld niet wil vatten. Maar gaat er geen wijsheid uit van de massa? Weet precies de massa niet wat het leven inhoudt, zoals de befaamde Britse publicist Mick Hume onlangs poneerde? STEFAN RUMMENS: Hume heeft zeker een punt,

kiezers zijn geen dwazen. Met zijn keuze voor radicale of extreme partijen geeft de kiezer een signaal dat de traditionele partijen hem nog altijd onvoldoende au sérieux nemen. We hebben dat meegemaakt in de jaren 19801990, toen er niet alleen een cordon sanitaire was rond het Vlaams Blok/Vlaams Belang, maar ook rond de problemen die de gebrekkige integratie met zich meebrachten. En dat laatste was fout. We moeten met andere woorden het signaal van de extreemrechtse kiezer ernstig nemen, maar niet de oplossingen van de extreemrechtse politici. Dat hebben de traditionele partijen ondertussen begrepen, maar nu signaleren populistische partijen twee nieuwe problemen: de toenemende ongelijkheid

▲

oen het Vlaams Blok met de verkiezingen van 1999 vier van de elf Vlaamse zetels in het Brussels Hoofdstedelijk parlement bemachtigde, steeg er een golf van afgrijzen op bij het Brusselse establishment. Om te verhinderen dat het Blok vijf jaar later de tweetalige Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zou blokkeren, waren de traditionele Vlaamse partijen bereid aan macht in te boeten op gewestniveau. In ruil kregen ze wel een gewaarborgde vertegenwoordiging: het aantal parlementsleden werd opgetrokken van 75 naar 89, met daarvan zeventien zetels voor de Vlamingen. Het systeem was gered, maar het ongenoegen over de falende multiculturele samenleving niet. Het Blok steeg weliswaar niet meer spectaculair zoals gevreesd, maar behaalde vijf jaar later toch zes zetels. In Franstalig België raakte extreemrechts nooit van de grond, de radicaallinkse PTB heeft sinds 2014 weliswaar vier verkozenen in het Brussels parlement, maar het is pas sinds de PTB in recente opiniepeilingen hoge toppen scheert in Brussel én Wallonië dat er stemmen opgaan om ook rond de PTB een cordon te trekken, zoals rond het Vlaams Blok. Brusselaar Stefan Rummens, hoogleraar wijsbegeerte aan de KU Leuven, is als politiek filosoof gespeciali-

BRUZZ | DE VERHALEN

Politiek filosoof Stefan Rummens ontleedt de signalen van de burger

15


Verder dan de waan van de dag

▲

en de economische onzekerheid, en de problemen met het Europese niveau dat als een vreemde constructie ervaren wordt, waar mensen geen voeling mee hebben. Het enige antwoord dat de elites verzinnen, luidt: ‘We doen verder zoals we bezig zijn, maar we zullen wel beter uitleggen wat we doen.’ Dat volstaat allerminst. Om het in technische termen uit te drukken: het gaat niet alleen over output-legitimiteit - ‘wat doet Europa’ - maar ook over input-legitimiteit: heeft de burger inspraak over de punten die op de agenda komen? Dat gevoel heeft de burger niet.

Waarom staan die thema’s hoog op de agenda en niet bijvoorbeeld de opwarming van de aarde die ook een urgent probleem is?

BRUZZ | DE VERHALEN

RUMMENS: Omdat de modale man en vrouw in

hun dagelijks bestaan niet bedreigd worden door de opwarming van de aarde, maar wel geconfronteerd worden met economische en culturele onzekerheid die de globalisering met zich meebrengt en die ze associëren met Europa en vrijhandel. Je hoort vaak dat het aantal verliezers van de globalisering al bij al beperkt is, maar daar ben ik het niet mee eens. Die verliezers zijn een substantiële groep en dan heb je de mensen die vandaag nog een baan hebben, maar niet weten of dat morgen nog het geval zal zijn. Ze hebben ook niet meer het gevoel dat de politiek daar iets kan aan doen. Het gaat over een grote groep middenklassers, geen marginale groep. Bpost heeft onlangs zijn IT-afdeling naar India verhuisd. De IT’ers die hun baan kwijt zijn, zijn hoogopgeleide mensen.

Chantal Mouffe, de Belgische filosofe die in Londen doceert, pleit al langer voor een links populisme als tegengif voor de Europese technocratie en extreemrechts. Met de opgang van de radicaallinkse Jean-Luc Mélenchon ging het er in Frankrijk tijdens de eerste ronde voor de presidentsverkiezingen heel Mouffiaans aan toe: Marine Le Pen tegen Mélenchon. RUMMENS: De nieuwe politisering is een goede

zaak, politiek is georganiseerd conflict en dat moet de burger ook kunnen zien. Dat is ook wat ik in mijn boek Wat een theater! betoog. Maar er is een voorbehoud: extreemrechts blijft zich schuldig maken aan polarisering voor of tegen Europa. Radicaallinks doet dat veel minder, Mouffe is bijvoorbeeld pro-Europa. In een geglobaliseerde wereld kunnen we ook niet zonder Europa. De discussie moet gaan over welk Europa we willen.

U bent geen voorstander van populisme. RUMMENS: In mijn boek maak ik een onder-

scheid tussen populisme als ideologie en populisme als stijl. Populisme als ideologie gaat uit van één volk, een homogene massa, en iedereen die er niet in past, is een vijand. Er bestaat radicaallinks dat de oppositie delegiti-

16

identificatie met de democratie, legt nog maar eens de vinger op de wonde van de gebrekkige integratie. Maar ook hier moeten we verder kijken: niet botweg veroordelen, maar nagaan waarvan dat stemgedrag een symptoom is. Het laatste wat we moeten doen is de mensen schofferen, zoals Karel De Gucht destijds met zijn mestkevers over Vlaams Belangers. Het gaat ook om twee verschillende verkiezingen, in Brussel kijken de Turkse Brusselaars wie het best hun sociaal-economische belangen verdedigt en dat blijkt de PS te zijn. In Turkije speelt de identiteitskwestie, met Erdogan zijn ze trots om Turk te zijn. meert en finaal niet langer duldt en dat is een groot probleem. Het regime van Hugo Chavez in Venezuela beantwoordde aan dat ondemocratisch links. Huidig radicaal links in Europa niet, noch Syriza, noch Podemos bezondigt zich hier aan. Ik stoor me er ook heel erg aan dat Le Pen en Mélenchon over één kam geschoren worden, er is een kwalitatief verschil. Vandaag, ook in De Standaard wordt de vraag gesteld: ‘Moet er een cordon rond het Vlaams Belang en rond de PVDA worden getrokken?’ Maar die twee zijn fundamenteel verschillend en dat zeg ik niet omdat ik liever links dan rechts zou hebben. De PVDA is geen fundamenteel populistische partij. Ik ben geen voorstander van een populistische stijl, omdat die het debat simplificeert, maar een populistische stijl is niet ondemocratisch. Dat de extremen weer meer op de voorgrond treden, maakt mij als democraat overigens niet ongelukkig: politisering van sociaal-economische kwesties was hoognodig en daar zorgt radicaallinks net voor. De consensus in het midden heeft hopen problemen, waarmee bepaalde groepen in de samenleving worstelen, onder de mat geveegd. Het is dat ongenoegen dat nu opborrelt.

De Brusselse Turken die met plaatselijke verkiezingen in grote mate op de PS stemmen, hebben massaal voor de conservatieve populist Erdogan gekozen. Brussel wordt een vrij bizarre democratie. RUMMENS: We moeten het problematische

stemgedrag van onze Turkse landgenoten ernstig nemen. Erdogan elimineert de oppositie, hij raakt aan fundamentele rechten en vrijheden. De stem voor Erdogan, de gebrekkige

“Ik ben het niet eens met de stelling dat het aantal verliezers van de globalisering al bij al beperkt is” STEFAN RUMMENS POLITIEK FILOSOOF

In uw boek hebt u het over politics without policies: veel politiek theater, maar geen echte beslissingsmacht. Is Brussel daar geen voorbeeld van? Brussel heeft geen grote bevoegdheden en als ze de bevoegdheden die het wel heeft ondoelmatig inzet, dan is het de schuld van de federale regering of de gemeenten. De discussies in het Brussels parlement illustreren dat maar al te vaak. RUMMENS: De doorgedreven Belgische

bevoegdheidsverdeling leidt inderdaad tot een soort inertie, gelukkig wordt er nu ook gediscussieerd over herfederaliseren van bevoegdheden. Dat speelt zeker voor Brussel dat in het midden van het land ligt. Ik heb er geen blauwdruk voor, maar sommige problemen, zoals de geluidsnormen worden beter op Belgisch niveau beslecht dan intergewestelijk. Brussel is inderdaad complex met die twee gemeenschappen, maar ik ken geen alternatieven. Je kan ervoor pleiten om de twee gemeenschappen op te doeken en het gewest over te houden, maar je zit wel met een historische minderheid - de Vlamingen - die moet beschermd worden. Daarom ben ik ook geen voorstander van tweetalige lijsten. Wat voor mij wel het overwegen waard is, is een dubbele stem: de Vlamingen stemmen op een Nederlandstalige lijst en een tweede keer op een Franstalige, zodat ze ook de Franstaligen ter verantwoording kunnen roepen. En vice versa. Dat beantwoordt aan de politieke ruimte die ik voor Europa bepleit en voor de federale kieskring. Brussel is dan wel complex, maar ik heb niet de indruk dat het ongenoegen er groter is dan in de rest van het land. De nabijheid brengt het gevaar op cliëntelisme met zich mee, maar de aanspreekbaarheid van politici is wel een voordeel.

U pleit voor een herideologisering, maar vervagen de ideologieën toch niet met nieuwe thema’s als holebirechten en dierenrechten? Als het over onverdoofd slachten gaat, zijn Vlaams Belang en Groen het eens, zij het om verschillende redenen. En dezelfde tendens zien we ook internationaal. De Waalse socialist Paul Magnette is net als de Amerikaanse protectionist Trump tegen CETA.


VOLLENBAK VOORUIT RUMMENS: Maar dat is toch niet abnormaal?

Niemand gaat Groen met extreemrechts verwarren omdat ze het over een thema als dierenrechten eens zijn. De nieuwe discussies over vrijhandelsakkoorden verwelkom ik zeer. Aan Vlaamse kant werd Magnette onmiddellijk aan de kant gezet als opportunist en populist. De Vlaamse regeringspartijen weigerden ook maar een begin van discussie en ze hebben ongelijk. Ceta is inderdaad complex, maar onder dat soort vrijhandelsakkoorden schuilen grote maatschappelijke problemen en onrust waar mensen mee bezig zijn. Zoals ik eerder zei, maken de traditionele partijen - hier de Vlaamse - dezelfde fouten als met de multiculturele samenleving in de jaren 1980-1990. Wat Magnette doet, is herpolitiseren. Ik zou graag zien dat andere partijen dat ook doen.

De N-VA leidt vaak de dans omdat de partij duidelijke, afwijkende standpunten inneemt, maar ze verwelkomt wel het neoliberalisme. RUMMENS: Dat klopt en de partij zit hier in een

spagaat, ze stapt mee in het neoliberale verhaal van de globalisering en beweert tegelijk dat ze de Vlaamse grondstroom vertegenwoordigt, terwijl sociologisch onderzoek uitwijst dat Vlaanderen niet neoliberaal is, maar gehecht aan de sociale welvaartsstaat. De vrije markt ondermijnt de soevereiniteit van de kleine gemeenschappen.

Boek

Stefan Rummens, Wat een theater! Politiek in tijden van populisme en technocratie, Pelckmans Pro, 2016, 254p., 22,50 euro.

Bij de oude Grieken pleitte Plato voor een wijze koning-filosoof die geen privébezit had. Die blijft een onhaalbaar ideaal? RUMMENS: In de politiek heeft niemand de

wijsheid in pacht, vandaar mijn afkeer van technocraten en populisten. Technocraten die weten wat het algemeen belang inhoudt, bestaan niet. Het algemeen belang, daar moeten wij met z’n allen over beslissen. De democratie kan niet uitbesteed worden. Het is het volk dat moet beslissen in een conflict dat nooit definitief kan worden beslecht. We zitten echter met een fundamenteel probleem: ook op Europees niveau moeten er instellingen komen STEFAN RUMMENS voor de organisatie van POLITIEK FILOSOOF het meningsverschil. Er moet een echt parlement komen met een meerderheid en oppositie en een regering in plaats van een technocratische Europese commissie. Maar eerst moet er een Europese politieke ruimte komen voor discussie, maar zolang die instellingen er niet zijn, gebeurt dat niet. Het is het verhaal van de kip en het ei.

“We moeten het signaal van de extreemrechtse kiezer ernstig nemen, maar niet de oplossingen van de extreemrechtse politici”

SCHRIJF JE NU IN !

Ontdek onze nieuwe praktijkgerichte opleidingen op syntrabrussel.be


De knoop

BRUZZ ontwart

Het tijdloze belevingscentrum dat door de tijd werd ingehaald

BRUZZ | DE VERHALEN

De zwanenzang van

18

1

Upla

Terugkrabbelende politici

Op 5 juni 2009 ondertekende de uittredende Vlaamse regering het zogeheten Brownfieldconvenant met Uplace en de gemeente Machelen. De deal in het kort: Uplace zou de verontreinigde gronden in Machelen - níet de oude Renaultsite in Vilvoorde, zoals vaak verondersteld - saneren en de desolate regio opnieuw opwaarderen. In ruil zou de Vlaamse regering zich ertoe verbinden om Uplace zijn belevings- en winkelcentrum te laten bouwen en het te helpen bij de juridische stappen die het project moest doorlopen. Opvallend: het was toenmalig minister Patricia Ceysens (Open VLD) die het Uplace-dossier nog net over de streep wist te slepen. Haar woordvoerder Lorin Parys werd later CFO bij Uplace, maar verliet die post ondertussen alweer en ging

bij N-VA aan de slag. Anno 2017 en twee legislaturen later is het draagvlak voor het project volledig afgebrokkeld. SP.A en Groen zijn er tegenwoordig steevast als de kippen bij om te verkondigen dat het project definitief afgevoerd moet worden. Schoorvoetend keerde ook Open VLD haar kar, CD&V en N-VA zijn tot op vandaag de enige partijen die het project niet helemaal met de grond gelijkmaken, uit angst om hun achterban van ondernemers te verloochenen. Maar zich expliciet als voorstander van het project uitspreken, is helemaal not done geworden. Vandaag ligt het dossier op de tafel van Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V). Maar ook nu de Raad van State de milieuvergunning van Uplace opnieuw heeft geschorst, wil

Schauvliege nog geen kleur bekennen. “Zij behandelt het dossier in haar hoedanigheid van administratief rechter en niet op basis van haar persoonlijke voorkeuren,” zegt haar woordvoerder. De vraag van de andere partijen, maar ook van zelfstandigenorganisatie Unizo, om “eindelijk de stekker uit het project te trekken”, is dan ook voorbarig. “In een democratie bemoeit de politiek zich niet met lopende procedures en respecteert men de uitspraken van de rechtscolleges.” Maar toch: gevraagd naar het Brownfieldconvenant, benadrukt Schauvliege dat die geen enkele verplichting inhoudt voor de Vlaamse overheid om vergunningen af te leveren. Dat zou onwettelijk zijn. De Vlaamse regering is een inspanningsverbintenis aangegaan, geen resultaatsverbintenis.

Enkele weken voor de eerste spadesteek werd het Uplaceproject in Machelen door de Raad van State op de valreep opnieuw geschorst. Niemand springt nog in de bres om het winkelcentrum te redden. Vijf grote redenen waarom Uplace er in zijn huidige vorm niet zal komen. — MATHIAS DECLERCQ


Machelen rekende zich rijk met de komst van wat het grootste winkelcentrum van de Benelux moest worden. Dat kon niet anders dan de ogen uitsteken van steden zoals Mechelen, Vilvoorde en Leuven. Burgemeesters Hans Bonte en Louis Tobback gingen meteen de strijd aan met hun partijgenoot en collega-burgemeester Jean-Pierre De Groef (SP.A). “Gelukkig is er maar één dossier binnen onze partij

waar wij als burgemeesters niet in overeenkomen, en dat is het Uplace-dossier,” zegt De Groef. “Maar mijn standpunt zal ik nooit wijzigen. Als Uplace op het grondgebied van Vilvoorde had gelegen, had Hans Bonte zich ook opgeworpen als de grote verdediger van het project. Dat doet hij nu ook met zijn eigen project op de oude Renaultsite.” “Onzin,” reageert Bonte zelf. “Ik begrijp heel goed dat

ce 4

Evoluerende tijdsgeest en het project op de Renaultsite in Vilvoorde. Die vallen volgens hem inderdaad niet te vergelijken. Des te meer kijkt hij naar de strijd tussen Uplace en Neo, het project op de Heizel van de Brusselse regering. “Want wat de ontwikkelaars ook zeggen: dát zijn wel concurrerende projecten qua grootte, publiek en locatie.” En dus ziet Van Ossel maar één project zegevieren: dat dat de eerste spadesteek plaatst. “Beide zijn veelbesproken, maar Neo slaagt er toch in om meer onder de radar te blijven. Bij Neo is het ook minder een kwestie van politieke goedkeuring: het is de speeltuin van de Brusselse PS. Zolang zij incontournable blijven, is Neo dat ook.” De strijd tegen de klok lijkt dus in het voordeel uit te draaien van die laatste.

3

zich niet voordoen op de Renaultsite.” Ook Bonte beseft dat er in de ruimtelijke ordening van de Vlaamse regering gewoon geen plaats is voor beide centra. Het wordt óf Uplace óf de Renaultsite, zoals hij zijn project doopt. Tel daarbij nog eens de eigen projecten waarop Brussel, Leuven en Mechelen broeden en het wordt duidelijk dat Uplace ook economisch van alle kanten wordt belaagd.

Sputterende mobiliteitsvoorwaarden

Uplace staat of valt met drie cruciale mobiliteitsvoorwaarden. Het afrittencomplex dat op de site moet uitgeven, is zowaar in volle uitvoering en wordt grotendeels betaald door de Vlaamse regering. Ook de deal over de buslijn tussen de luchthaven en het station van Vilvoorde die langs Uplace moet passeren, is gesloten met de Vlaamse regering en De Lijn. Maar, de derde voorwaarde is de verplaatsing van de bestaande treinhalte Buda naar de nieuwe halte

Machelen-Kerklaan, op 200 meter van Uplace. En dat dossier met een kostenplaatje van 5,4 miljoen zit nog steeds vast in de federale onderhandelingen over de langverwachte investeringsplannen van de NMBS en Infrabel. Niemand die weet wanneer daar witte rook uit de schouw komt. De nieuwe treinhalte heeft ondertussen al een jaar de nodige vergunning op zak, maar die kan nog maar één jaar verlengd worden voor ook die geschorst wordt als

5

de bouw niet aanvangt. Daarnaast zijn de cijfers over de impactstudies op het verkeer op de Ring constant voer voor discussie. Uplace beweert dat het de extra files die de jaarlijkse acht miljoen bezoekers met zich meebrengen tot een minimum kan beperken, experts hebben dat al meermaals weerlegd. De verzadigde Ring rond Brussel is de munitie bij uitstek voor tegenstanders van het project, die er gretig gebruik van maken.

Logge bureaucratie

De stelling dat Uplace vooral door de tijd is ingehaald, manifesteert zich nergens duidelijker dan in de meest recente uitspraak van de Raad van State in het dossier. Die schorste de milieuvergunning van Uplace omdat de cijfers rond mobiliteit en in het bijzonder over de verkeersdrukte op de Ring verouderd zijn en dus geen juiste weergave meer zijn van de situatie vandaag. Met andere woorden: de Raad van State

schorst de milieuvergunning omdat de procedureslag al te lang aansleept. Waardoor die nog langer wordt gerekt. Ondertussen lopen er, acht jaar na het Brownfieldconvenant, nog procedures tegen de socio-economische en stedenbouwkundige vergunningen van Uplace. Je zou Bart Verhaeghe zijnde – en bij uitbreiding alle ondernemers van dit land – van minder een punthoofd krijgen.

▲

“Als Uplace vandaag zijn eerste stappen zou doen, lijkt de kans mij bijzonder klein dat men het project zo ver had laten komen,” vat Vlerick-professor en retailexpert Gino Van Ossel het samen. “Niet door twijfel over het commerciële succes, want dat staat voor mij buiten kijf. Maar we denken vandaag gewoon anders over dingen zoals verstedelijking en mobiliteit, dat is niet de fout van Uplace. Vergelijk het met lintbebouwing: vroeger liet Vlaanderen dat volop toe, vandaag is het velen een doorn in het oog. Het grote probleem is natuurlijk dat men Uplace beloftes heeft gedaan, en die jaren later moet intrekken.” Van Ossel kijkt overigens niet zozeer naar de mogelijke concurrentie tussen Uplace

De Groef de belangen van zijn stad verdedigt, zoals ik die voor Vilvoorde verdedig, maar het project dat Vilvoorde wil ontwikkelen op de Renaultsite is van een heel andere aard en omvang. Het wordt een combinatie van baanwinkels die de handel in het stadscentrum geen concurrentie aandoen, en sportzalen en ontspanningsruimtes. Maar vooral: het verkeersinfarct dat Uplace zou veroorzaken, zal

BRUZZ | DE VERHALEN

2

Concurrerende steden

19


EXPO

17 24.03.20 7 1 28.05.20

EXPO LEZINGEN CONCERTEN GELEIDE BEZOEKEN KINDERSTAGES KLUISSTRAAT 55 1050 BRUSSEL WWW.CIVA.BRUSSELS


Coververhaal

De zwanenzang van Uplace

xxxxx

Personeelsleegloop en miljoenenverliezen Door de schorsing van de milieuvergunning kan de bouw van Uplace niet beginnen zoals voorzien. Uplace-topman Bart Verhaeghe zag zich naar eigen zeggen genoodzaakt tien personeelsleden te laten gaan en spreekt van 85 miljoen euro die al geïnvesteerd werden in het project. — MATHIAS DECLERCQ, FOTO SASKIA VANDERSTICHELE

vaste ploegen en omgekeerd evenredig veel externen te werken. Voor de achttien huidige ondernemingen van ondernemer Verhaeghe die BRUZZ kon inkijken, werken opgeteld maar 11,6 voltijdse equivalenten.

DE BEVER IN VERHAEGHE De boekhoudkundige structuur achter Uplace is even complex als vindingrijk. De nv Uplace vormt samen met Utower en Ushop de nv UMP. Op zijn beurt gaat dat bedrijf samen met een zeven andere bedrijfjes op in Beaver Lakes. Daarna gebeurt met dat bedrijf nogmaals hetzelfde om uiteindelijk met vijf andere bedrijven tot het overkoepelende Lakesprings uit te komen. De bever is overigens een opvallende rode draad in de benaming van Verhaeghes bedrijfjes. Beaver Lakes, Bever Investments, Hornbeam en Bay Leave (de lievelingskostjes van de bever) en tenslotte Oak: Verhaeghe vereenzelvigt zich graag met de bouwexpert van het dierenrijk. Maar evengoed is het een verwijzing naar het Kasteel van Bever, het riante hoofdkwartier van Bart Verhaeghe en Uplace. Wat dan met die 85 miljoen euro investeringen, waar Verhaeghe het over heeft? Het klopt alleszins dat Uplace in die jarenlange procedureslag al heel wat heeft geïnvesteerd zonder daarvan de vruchten te kunnen plukken. Verhaeghe schermt daarbij graag met het feit dat Uplace in het kader van het Brownfieldconvenant alle vervuilde gronden van de site heeft moeten saneren. Maar de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) laat aan BRUZZ weten dat Uplace maar vier van de negen terreinen moest saneren, voor de overige vijf werd dat niet noodzakelijk bevonden. Bovendien saneerde Uplace er voorlopig nog maar twee van de vier.

OPSTAPELENDE VERLIEZEN De jaarrekeningen van Uplace tonen een verlies van 3,5 miljoen euro in het jaar 2015. Over de jaren heen wordt dat een gecumuleerd verlies van 25,3 miljoen euro en een negatief eigen vermogen van 7,5 miljoen euro. En ook in 2016 heeft het hele project amper iets opgebracht en alleen nog maar middelen gekost. De vraag is hoe lang de verliezen zich nog kunnen blijven opstapelen voor een onderneming het faillissement moet aanvragen. Het antwoord ligt waarschijnlijk verscholen in de verwevenheid met de overkoepelende moederholding Lakesprings. Die kan bogen op een eigen vermogen van 228 miljoen euro, maar maakte in 2015 toch ook 5 miljoen euro verlies. Ook Verhaeghe zelf heeft met een geschat persoonlijk vermogen van 416 miljoen euro natuurlijk heel diepe zakken, maar een project met een totale kostprijs van zo’n 600 miljoen euro moet op een bepaald moment toch beginnen te renderen. Indien de Raad van State de milieuvergunning van Uplace ook daadwerkelijk vernietigt, moet de hele carrousel van effectenrapporten en vergunningen opnieuw van nul beginnen. En dan betekent uitstel in dit geval wel bijna zeker afstel. Bart Verhaeghe wenste op maandag 1 mei “zijn vrije dag” - niet te reageren.

BRUZZ | DE VERHALEN

C

lub Brugge-voorzitter en bekend ondernemer Bart Verhaeghe is de grote man achter het Uplace-project. Het was dan ook Verhaeghe zelf die vorige week persoonlijk zijn noodkreet bij zowat alle Nederlandstalige redacties van dit land kwam slaken. Bij BRUZZ sprak Verhaeghe over tien personeelsleden die hij moest ontslaan omdat de geplande bouw niet kon aanvangen. “Er waren al concrete grondwerken gepland. De eerste spadesteek was normaal voorzien voor 21 april, maar door de schorsing van de milieuvergunning moeten wij die werken nu uitstellen. Je kunt in de tussentijd niet met je vingers staan draaien. Als ondernemer moeten wij de tering naar de nering zetten,” klonk het. Een blik op de Uplace-website leert dat er vijftien vaste (onder wie ook externe) werknemers aan de slag zijn of waren bij Uplace, inclusief voorzitter Verhaeghe, CEO Jan Van Lancker en bestuurder Kristof Lemahieu. Als er daadwerkelijk tien ontslagen zijn, betekent dat dat het trio samen met nog amper twee vaste personeelsleden het project voortzet. Mogelijk drijft Verhaeghe de zaken politiek wat op de spits met zijn uitspraken of zijn het vooral externe leveranciers en partners die de laan werden uitgestuurd. Vast staat wel dat de drie mensen die voor de communicatie instonden alle drie ontslagen zijn. Maar de jaarrekeningen achter Uplace schetsen een heel ander beeld: de leegloop bij de nv Uplace is al langer aan de gang. Waar in 2006 officieel nog twaalf voltijdse equivalenten voor Uplace werkten, bleef er daar in 2011 maar één van over. Dat jaar was overigens het jaar dat de deputatie van Vlaams-Brabant zowel de milieuvergunning als de bouwvergunning voor het project weigerde. Vandaag telt Uplace officieel welgeteld nul voltijdse equivalenten. Maar uiteraard werkt Uplace voornamelijk met externen, die niet in de jaarrekeningen vervat zitten. Het lijkt overigens de vaste formule van Bart Verhaeghe te zijn om met bijzonder kleine

21


ENERGIE

Duurzaam in de stad

BRUZZ | DE VERHALEN

Hoe steden een voortrekkersrol kunnen spelen in energietransitie

22

De windmolens in Mollem, gezien vanuit Sint-Agatha-Berchem. “Investeren in windmolens in de omgeving is voor Brussel zeker een optie,� oordeelt professor Ronnie Belmans.


‘Duurzaamheid moet prettig worden’ BRUZZ | DE VERHALEN

Hoe moet een grote stad als Brussel de overstap naar groene energie aanpakken? Professor Ronnie Belmans, CEO van het onderzoeksinstituut EnergyVille geeft tips. “Niets houdt Brussel tegen om te investeren in windmolenparken in de omgeving.” — THOMAS VERBEKE, FOTO’S BART DEWAELE

D

hebben. Mee-evolueren is de boodschap. Neem ook die huurmarkt op één of andere manier mee, want dat kan problematisch zijn in de stad. Als een eigenaar in zijn eigen huis een warmtepomp en zonnepanelen installeert, dan is dat fijn, maar waarom zou die dat doen voor een huis dat hij verhuurt? Dan stijgt de huurprijs, terwijl die van een ander huis met een aardgasketel lager ligt. Het huis raakt niet verhuurd en dat goedkopere van die andere eigenaar wel. Hoe ga je daarmee om als overheid? Dat is een essentiële vraag, zeker voor steden waar velen huren.” “Ook in de kantoorbouw moet de vraag worden gesteld hoe de groene keuzes zo veel mogelijk gestimuleerd kunnen worden. Hoe wil je als overheid de juiste signalen geven? Niet alleen door energienormen op te leggen, want die komen te laat. Die lopen vaak jaren achter op de technische realiteit. Nu worden ze nogal rigide

“Duurzaamheid die verlies van comfort inhoudt, is gedoemd om te mislukken” RONNIE BELMANS CEO ENERGYVILLE

vastgelegd en moeten ze voor de volgende dertig jaar meegaan, terwijl die moeten evolueren met de technologie. Enkele jaren geleden werden kantorenbouwers gedwongen om te investeren in hoog efficiënte gasontladingslampen, maar drie jaar later was er al iets beters: ledverlichting. Blokkeer die voorwaarden dus niet voor te lange tijd.”

Hoe kan de overheid die snelle evoluties incalculeren? RONNIE BELMANS: Door een kader te bieden.

Een kantoorgebouw moet voldoen aan de normen van vandaag, maar om de vijf jaar moet er een controle komen om na te gaan of het energiegebruik tien procent gedaald is. Geef niet alleen een lijn mee, maar check regelmatig of ze gevolgd wordt. Taxeer of beboet als dat niet zo is, maar dwing de mensen niet tot investeringen die achteraf door de technologie ingehaald worden.

Het Brussels Gewest wil zelf zonnepanelen leggen op een tweehonderdtal daken van publieke gebouwen. Het gewest betaalt dat, en Sibelga organiseert de hele operatie, vanaf de installatie en gedurende de hele levensduur van de zonnepanelen. Is dat een goed idee? BELMANS: Ja, de voortrekkersrol van de overheid is essentieel. Leading by example blijft

▲

e toekomst is aan de hernieuwbare energie, en de transitie van onze steden, grote energieslokoppen, is daarbij cruciaal. EnergyVille wil met de nodige kennis steden bijstaan op weg naar die duurzame energievoorziening. Ronnie Belmans (KU Leuven) is er de CEO, en sinds kort ook voorzitter van de Vlaamse energiewaakhond (Vreg). “In de steden moet het besef groeien dat duurzame energievoorziening één duidelijk kenmerk heeft: er is plaats voor nodig,” zegt hij. “Heb je voldoende plaats in Brussel om alle groene energie te oogsten die je nodig hebt? Neen. Daar ontbreekt het een compacte stad als Brussel aan. Groene energie aanvoeren van elders naar de stad zal altijd nodig zijn. Dat is voor Luik of Mechelen niet anders. Toch is het belangrijk om in de eerste plaats te kijken naar wat lokaal mogelijk is. Dat nieuwe woningen aan hoge energiestandaarden moeten voldoen, en dat kantoren niet zomaar meer quick and dirty gebouwd kunnen worden, zijn cruciale aspecten. Niet zoals vandaag, waar kantoren vooral tegen de laagst mogelijke prijs worden gebouwd.” “Bij renovaties moeten oudere woningen zo snel mogelijk energie-efficiënt worden, maar met een blik op de toekomst en zonder zich blind te staren op de technologie die we vandaag al

23


Duurzaam in de stad

BRUZZ | DE VERHALEN

▲

de beste methode, maar daar moet dan wel een volledige systeemstudie van die publieke gebouwen aan verbonden zijn. Je legt geen zonnepanelen op een dak dat niet geïsoleerd is, bijvoorbeeld. De vraag is of de regulator ermee akkoord zal gaan dat de Brusselse netbeheerder Sibelga dat doet, want in principe mag een netbeheerder niet zelf produceren. Misschien is een apart bedrijf noodzakelijk. Daarover zal de Europese Commissie oordelen. Toch mag het geen fetisj zijn dat hernieuwbare energie geproduceerd moet worden binnen de stadsregio Brussel. Om de groene energie binnen te halen, zijn netwerken nodig. Niets houdt Brussel tegen om te investeren in windmolenparken in de omgeving. Alles kan helpen om mee te zijn met de evolutie naar honderd procent gebruik van groene energie. Make or buy is de eerste vraag. Dat geldt niet alleen voor Brussel, maar ook voor België. Nederland heeft een langere kust, en dus veel meer offshore-mogelijkheden voor groene energie. Goede verbindingen met hen, of nog beter met Duitsland, zijn een mogelijkheid. In Duitsland zijn nog heel wat vlaktes, waar niemand woont en waar heel veel windmolens kunnen komen. En hoe breder het oogstgebied wordt, hoe goedkoper geoogst kan worden. De overheid moet aan de burgers laten zien dat ze inzet op die energie-efficiëntie, maar mag het comfort van de mensen niet uit het oog verliezen. Duurzaamheid die verlies van comfort inhoudt, is gedoemd om te mislukken.

“Energienormen lopen vaak jaren achter op de technische realiteit” RONNIE BELMANS CEO ENERGYVILLE

Dat blijkt ook uit onze studies: stijgt het comfort voor de mensen, dan krijg je ze mee. Stoor je hen in hun dagelijkse leven, dan haken ze af. Wie bijvoorbeeld te veel isoleert, krijgt vochtproblemen. Zoiets aanvaarden mensen niet. Forceren helpt niet. Het is belangrijker er een positief verhaal van te maken. Op het vlak van transport bijvoorbeeld: elektrische auto’s delen, geeft meer comfort: je moet geen parking zoeken en het is duurzamer. Het gebouw van EnergyVille is erg energie-efficiënt gebouwd, maar het heeft grote ramen. Onze medewerkers zitten nooit verder dan vijf meter van een raam om te werken. Ook dat is comfort. Dat is fundamenteel, een heel belangrijke boodschap voor een stad: maak duurzaamheid prettig. Je hebt natuurlijk first movers nodig, die kan je eventueel een financieel duwtje geven. Zij kunnen de anderen meetrekken.

Welke voorbeeldsteden moet Brussel op het vlak van groene energie volgen? BELMANS: De Duitse stad Mannheim onder meer. De aanpak is er heel geïntegreerd: alle energievectoren - warmtedistributie, elektriciteitsverdeling en transport – zijn samen

genomen. Daarvan is een geheel gebrouwen. Dat is één van de uitdagingen: de netwerken zo goed mogelijk op elkaar afstemmen. Ook Hamburg is een mooi voorbeeld: tegen 2020 zullen alle bussen er elektrisch zijn. Om aan de stijgende vraag naar elektriciteit te voldoen, is er een hoogspanningsnet gelegd naar zeven plaatsen in Hamburg-stad, zodat die bussen tijdens de koffiepauze van de chauffeurs kunnen opladen. In Amsterdam zijn de laadpalen in de straatverlichting verwerkt: ook een voorbeeld van integratie, want die lantaarnpalen staan er al en laadpalen nemen plaats in. Overal waar netbeheerders zich openstellen voor het geheel, werkt het goed. Niet alleen leuk om te zien, maar vooral noodzakelijk. De beste voorbeelden zijn die waar de verleners van verschillende diensten bij elkaar worden gebracht. De grootste winst is te behalen door de systemen op elkaar te laten inspelen.

Bent u voorstander van burgerparticipatie bij het stadsenergiebedrijf? BELMANS: Ja, dat vind ik enorm positief. Wie de burgers wil meekrijgen met de energietransitie, moet burgerparticipatie organiseren. Burgers moeten er een goed gevoel aan overhouden én er iets aan kunnen verdienen. Dan kan het werken. Laat hen mee-investeren in een windmolenpark bijvoorbeeld, via een coöperatieve. Dat vergroot ook de zichtbaarheid. Nu is Sibelga bijna een last, waar je alleen mee in contact komt als de stoep openligt of als de meter niet werkt. Als je burgerparticipatie invoert, dan worden burgers echte stakeholders, met wie het bedrijf moet bezig zijn. Zo groeit de interesse en wordt alles transparanter.

Hoe ver staan we met energieopslag? BELMANS: Op sommige vlakken staan we daar al vrij ver mee, maar niet ver genoeg. Voor batterijen is het nog: vanmiddag energie opslaan en die vanavond gebruiken. In de zomer energie opwekken, die een tijd opslaan en pas in de winter gebruiken, gaat niet. Warmteopslag biedt mogelijkheden, want die valt te recupereren met een warmtepomp. In het midden van een groep gebouwen kan een warmtepomp komen, die in de winter wordt gebruikt. Waarom niet collectief in de tuin van een appartementsgebouw? Dan blijft natuurlijk de vraag wie die investeringen moet dragen. Daar een kader voor scheppen, is een belangrijke taak voor de overheid.

In een dichtbevolkte stad zal er veel gedeeld moeten worden.

Ronnie Belmans: “Burgerparticipatie voor de overgang naar groene energie is essentieel. Burgers moeten er een goed gevoel aan overhouden én er iets aan kunnen verdienen. “

24

BELMANS: Vroeger hadden we centrale verwarming in appartementsgebouwen, nu steeds meer individuele keteltjes, maar met de nieuwe mogelijkheden zijn collectieve oplossingen nodig. Ook daar heeft de overheid een significante rol te spelen.


sterke

ONDERNEEMSTERS

Femmes

ENTREPRENEURES FORTES

a BXL

Gratis netwerkmomenten en inspirerende mentortrajecten voor Brusselse onderneemsters. Événements de réseautage gratuits et parcours de tutorat exaltants pour entrepreneuses bruxelloises.

www.sterkeonderneemsters.be

SOIBXL-advert-BRUZZ-105x142.indd 1

Sterke Onderneemsters in BXL is een initiatief van Markant vzw, i.s.m Artemis Brussel, KBC Brussels, UNIZO Vlaams-Brabant & Brussel en Evolvero, met steun van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en 1819.

in BXL

21/03/17 15:54


SPORT

BRUZZ | DE VERHALEN

Een voorzitter zonder blad voor de mond

Jürgen Baatzsch koestert hoge ambities met Union

26


Jürgen Baatzsch neemt nooit een blad voor de mond, al behoedt de excentrieke voorzitter van Union zich meer en meer voor straffe uitspraken. “Pas als we het potentieel bereiken van een club als Antwerp, kunnen we een verhuizing overwegen.” — GODFRIED ROELANT, FOTO’S IVAN PUT

‘T

verleden van de Brusselaars leek nooit meer te zullen terugkomen. Tot er op een namiddag een onbekende Duitse zakenman op uitnodiging van een vriend naar een wedstrijd kwam kijken en wel iets zag in de traditieclub. Drie jaar later spelen de Unionisten de pannen van het dak in Play-off 2 en komt er in 2018

een gerenoveerde versie van het stadion in het Dudenpark dat plaats biedt aan achtduizend toeschouwers. Van een overname van het Astridpark bij een vertrek van grote broer Anderlecht naar het Eurostadion is geen sprake meer. Ook andere zotte verhuisplannen blijven voorlopig in de kast steken. De voorzitter zweert bij Home sweet home, al weet je met Jürgen Baatzsch natuurlijk nooit.

Bij gebrek aan een volwaardig stadion werkt Union momenteel zijn thuiswedstrijden af in het Koning Boudewijnstadion. Begrijpt u dat dat de supporters van Union, die erg gehecht zijn aan het Joseph Marienstadion, frustreert? JÜRGEN BAATZSCH: Ik begrijp dat volledig, maar

we hebben geen andere keuze. Het Joseph Marienstadion voldoet niet aan de voorwaarden van de KBVB (Koninklijke Belgische Voetbal-

▲

kan verkeren, zo luidde de lijfspreuk van de Nederlandse schrijver en dichter Bredero. En gelijk had hij. In 2013 speelde Union nog in derde klasse en was de financiële situatie van de club uit Sint-Gillis - met een understatement - allesbehalve gezond te noemen. Het glorieuze

BRUZZ | DE VERHALEN

‘Ik droom van Europees voetbal en eerste klasse’

27


Een voorzitter zonder blad voor de mond

“Union hoort thuis in het Dudenpark” ▲

bond, red.) voor een ploeg die meestrijdt in Play-off 2. Zelfs voor eerste klasse B zijn de eisen te hoog. Het is een spijtige zaak, maar als de licenties worden uitgedeeld, wordt geen rekening gehouden met emotionele argumenten. Zonder het Koning Boudewijnstadion zijn er geen wedstrijden en zonder wedstrijden is er geen club.

Jullie mogen dus van geluk spreken met een locatie als het Koning Boudewijnstadion?

JÜRGEN BAATZSCH VOORZITTER UNION

landen te springen om de openingswedstrijd van een groot tornooi te mogen organiseren. Het zou zonde zijn mocht het toch mislopen. Ik kom vaak in het buitenland en daar begrijpen ze het probleem niet. Het kan toch niet zijn dat een welvarend land als België er niet in slaagt tot een aanvaardbaar compromis te komen voor alle betrokken partijen?

BRUZZ | DE VERHALEN

BAATZSCH: Persoonlijk vind ik van wel. Wij

beschikken in de verste verte niet over een kern die een stadion met zoveel zitplaatsen kan vullen. Al zaten er voor de wedstrijd tegen Standard toch maar mooi tienduizend mensen in de tribune. Er zijn bovendien ook niet zoveel andere mogelijkheden in Brussel. Het Edmond Machtensstadion in Molenbeek wordt al gebruikt door zowel White Star als RWDM en bij Anderlecht staan ze ook niet te springen om ons te ontvangen (vorig jaar weigerde Anderlecht nog een verzoek van Union om een match tegen Antwerp te mogen afwerken in het Constant Vanden Stockstadion, red.).

U lijkt het wel naar uw zin te hebben op de Heizel. Zou u met Union ooit in zo’n stadion willen voetballen? BAATZSCH: Pas als we het potentieel bereiken

van een club als Antwerp, kunnen we een verhuizing overwegen. Momenteel heeft het geen zin om daarover na te denken. Vergeet niet dat we in de reguliere competitie slechts nipt op de vierde plaats eindigden. In Play-off 2 verloopt alles meer dan naar wens tegen - laten we eerlijk zijn - hoofdzakelijk gedemotiveerde tegenstanders. Daarom moeten we nog niet beginnen te zweven. Eén zwaluw maakt de lente nog niet. Union hoort thuis in het Dudenpark en daar zal het ook nog lang blijven. Elke andere piste is vooralsnog uitgesloten.

Een verhuizing naar pakweg het Eurostadion is dus niet voor morgen? BAATZSCH: (lacht) Het Eurostadion vind ik een

fantastisch project, zeker omdat de houdbaarheidsdatum van het Koning Boudewijnstadion al lang verstreken is. In heel Europa staan

Toch kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat u droomt van een dergelijk stadion? BAATZSCH: Ik droom vooral van Europees voetbal en eerste klasse. Daar maak ik ook geen geheim van, maar dat is voorlopig niet aan de orde. Volgend jaar willen we ons nog eens kwalificeren voor Play-off 2, dat is het hoofddoel. Als de versterkingen van komende zomer meevallen, kunnen we misschien zelfs tot in de finale geraken. Stijgen naar eerste klasse is dus niet het objectief, net zomin als een ticket voor Europa, maar als het zover komt, zullen we dat zeker niet laten liggen.

Hoopt u dat de goede prestaties ook het aantal supporters zal doen stijgen? BAATZSCH: Jazeker, nu zitten we ongeveer aan een gemiddelde van drieduizend toeschouwers per wedstrijd. In de toekomst hoop ik toch vijfduizend kijklustigen te mogen verwelkomen in het vernieuwde Joseph Marienstadion. Het lage supportersaantal is ook de reden waarom ik er de voorkeur aan geef om het huidige stadion te renoveren. Het heeft geen zin om op een andere plaats een gigantische arena uit de grond te stampen als je er de supporters niet voor hebt.

Wanneer wordt er opnieuw gescoord in het Joseph Marienstadion? BAATZSCH: Normaal gezien zouden de werkzaamheden al lang begonnen moeten zijn, maar verder dan wat bomen verwijderen, zijn we nog niet geraakt. Na het seizoen moet alles in een stroomversnelling komen. Ik schat dat we voor het eerst een thuiswedstrijd in het vernieuwde stadion spelen binnen zes à negen maanden.

“Vandaag beschikt de club over een budget in evenwicht,” zegt Union-voorzitter Baatzsch.

Tot dan zullen we ploegen moeten ontvangen op de grasmat van het Koning Boudewijnstadion, ook al omdat het niet toegelaten is om in het midden van een seizoen van stadion te veranderen. Dan beginnen andere ploegen te klagen dat de omstandigheden niet meer dezelfde zijn en kom je in de problemen.

Voor niets gaat de zon op. Een project van dergelijke omvang is een serieuze investering. In hoeverre is Union nog afhankelijk van het geld van zijn voorzitter? BAATZSCH: Je zal het misschien niet geloven, maar vandaag beschikt de club over een budget in evenwicht. Bij mijn overname heb ik een smak geld in Union gepompt, een boost die op dat moment absoluut nodig was om te kunnen groeien. Je moet nu eenmaal kapitaalkrachtig zijn om betere spelers te kunnen kopen en licentieproblemen te vermijden. In het begin bleven de inkomsten achterwege en zag ik persoonlijk weinig terug van mijn investeringen, maar dat is nu anders. Onder meer dankzij steun van de gemeente, goed budgetbeheer en stijgende inkomsten van tv-rechten en ticketverkoop, is de club nu financieel onafhankelijk. Uitgaande transfers zijn vandaag niet meer noodzakelijk om te kunnen overleven, maar zien we als een bonus.

Met de transfervrije komst van Roman Ferber, ex-spits van eersteklasser Charleroi, zit de aanval gebeiteld voor volgend seizoen. Zien we binnenkort nog opvallende namen voetballen in het shirt van Union? BAATZSCH: Echte grote voetbalnamen moet je bij ons niet verwachten. We willen vooral proberen om buitenlandse clubs te overtuigen om jonge, talentvolle spelers bij ons te laten rijpen, al dan niet op huurbasis. Hiervoor is er al interesse van een paar clubs uit Frankrijk, al mik ik als Duitser natuurlijk ook op de Bundesliga. Momenteel zijn er gesprekken aan de gang met een club uit de top zes, maar daar kan ik voorlopig niets meer over zeggen.

Tot slot: dit jaar viert Union zijn 120ste verjaardag. Wat mogen we allemaal verwachten? BAATZSCH: We hebben al een boek uitgebracht dat de verhalen vertelt achter de zestig belangrijkste overwinningen van de club, maar dat is natuurlijk niet alles. In de zomer hopen we een galamatch te kunnen spelen tegen een Europese topclub van het kaliber Juventus of AC Milan. Die eerste is ook opgericht in 1897, wat een leuke bijkomstigheid is. Met een tegenstander als Birmingham City zouden we natuurlijk ook meer dan tevreden zijn. In 1960 verloren we tegen de Engelsen in de halve finales van de Jaarbeursstedenbeker (de voorloper van de UEFA Cup, de huidige Europa League, red.). Op die manier zouden we de grandeur van weleer voor even kunnen terugbrengen.


E . R / V. U . : S . I . B . P - R u e d e l a C h a p e l l e 1 7 K a p e l l e s t r a a t - B r u x e l l e s 1 0 0 0 B r u s s e l


Opinie

Forum & lezersbrieven

Het aanhoudende protest tegen de voetgangerszone legt de heraanleg wellicht lam tot aan de gemeenteraadsverkiezingen.

BRUZZ | DEBAT

© IVAN PUT

Pioniers van Gentse voetgangerszone pleiten voor meer dialoog

‘Procedureslag is schot in eigen voet’

Bijna twee jaar heeft Brussel een voetgangerszone die er eigenlijk geen is. En de echte heraanleg lijkt nog veraf. De tegenstanders kondigen nieuwe procedures aan tegen de bouwvergunning. De Gentse pioniers van de voetgangerszone daar vinden dat de tegenstanders zo in eigen voet schieten. — KRIS HENDRICKX

T

wintig jaar geleden voerde Gent een voetgangerszone en circulatieplan in die de stad tot een van de meest leefbare in Europa maakten. Frank Beke (SP.A) was toen burgemeester, Sas Van Rouveroij (Open VLD) schepen van Mobiliteit. De twee politici slaan het gebeuren in Brussel vandaag vanop afstand gade. Hoofdschuddend, want de procedureslag in de hoofdstad vinden ze een gevaarlijke situatie. “Voor je het weet, zit je in een soort stellingenoorlog,” zegt Beke. “Dat is nooit goed,

30

want dan wil niemand nog uit de loopgraven komen.” Beke ziet ook een soort selffulfilling prophecy in het discours van protesterende handelaars. “Zoals Vlerickprofessor Gino Van Ossel vorige week nog zei: ‘Wie ‘bloedbad’ roept, krijgt ook een bloedbad.’” Handelaars moeten met andere woorden opletten dat ze niet zelf een dramatisch beeld verspreiden bij hun eigen klanten. Beke raadt de tegenstanders vooral aan om in te zetten op positieve invloed op het bestuur.

Dat kan natuurlijk alleen als er een vorm van dialoog is. En dat is net de belangrijkste kritiek in Brussel aan het adres van burgemeester Yvan Mayeur (PS). Beke citeert daarover graag zijn Amsterdamse collega Job Cohen: “Als burgemeester moet je ‘de boel samenhouden’, en dat slaat echt op veel meer dan op verschillende bevolkingsgroepen.” Handelaars handelen volgens Beke vaak uit angst. “Er zullen verschuivingen zijn, maar die zijn er ook zonder circulatieplan. Je krijgt een soort funshopping in de binnenstad. De


“Voor je het weet, zit je in een soort stellingenoorlog” FRANK BEKE OUD-BURGEMEESTER GENT

die situatie tekenend voor de juridisering van de samenleving anno 2017. “Twintig jaar geleden had ik natuurlijk ook mijn tegenstanders in Gent. Ik werd met de dood bedreigd en liep weken met een kogelvrij vest rond. Maar zulke procedureslagen waren er niet bij. Vandaag zie je overal wel dat elk groot project verdrinkt in een moeras van inspraak, tegenspraak en rechtspraak.” De Open VLD’er maant de tegenstanders aan om de verandering te omarmen. “Er zijn nu eenmaal evoluties in steden die je niet tegenhoudt.” Een ding wil Van Rouveroij nog kwijt. “De handelaar die mij met de dood bedreigde, deed dat zogezegd omdat zijn omzet instortte. Uit het gerechtelijk onderzoek bleek later dat die omzet net was gestégen in die periode. De man was gewoon onwaarschijnlijk gefrustreerd door de manier van werken. Vandaag begrijp ik dat wel. Als ik achterom kijk zou ik het anders aanpakken: blijven luisteren en met veel meer flankerende maatregelen.”

lezersbrieven@bruzz.be Zuhal Demir

Niet dat ik nog schrik van de onzin die N-VA-staatssecretaris Zuhal Demir uitkraamt via de media, maar ik moest toch weer heel even slikken toen ik de de titel in BRUZZ 1567 las: “Zuhal Demir goes Brussels - Ik ga mij moeien!“ Nu ook al in Brussel? Als gewezen Genkenaar mochten wij haar daar in maart 2015 verwelkomen. Ze verhuisde van Antwerpen naar Genk naar eigen zeggen om voor haar zwaar zieke moeder te zorgen. Ook toen al vroeg ik me af hoe een zo’n druk bezet iemand dat kon. Mocht ik niet beter weten, ik zou bewondering voor haar krijgen, maar ik weet gelukkig wel beter. Mevrouw Demir is het prototype van de ambrasmaker. In Genk had ze het heel snel verkorven in de mijnwerkerscités en bij migranten van Turkse afkomst. Ze schrok er niet voor terug om zich discriminerend uit te laten over de mensen die in die wijken wonen. Haar ouders waren daar heel snel weggetrokken om haar betere kansen te geven. In de wijken woont enkel uitschot! Maar ze heeft gelijk, want zij woont nu in een veel te grote knappe villa in één van de zoniet de duurste buurt van Genk. Zij heeft het gemaakt. En zo iemand zou Brussel kennen, omdat ze een vriendin heeft met wie ze rond de vijvers van Elsene ging joggen en iets ging drinken in café Belga. Vreemd voor een uitgesproken Vlaams nationaliste om zich te gaan amuseren tussen de Franstaligen? Nee hoor mevrouw Demir, onze burgemeesters - ook die van PS-strekking - zullen Brussel wel besturen. Wij hebben uw hulp, maar vooral uw visie en bemoeizucht niet nodig. Doe wat u moet doen: zorg dragen voor uw zwaar zieke

moeder, maar blijf met uw handen van ons warme Brussel! Wij verwelkomen iedereen en iedereen die in Brussel is, is van hier. Wij Brusselaars gunnen ook de vluchteling en uitgeprocedeerde een warm bed. Eric Catsberg, Brussel

Vaartkapoen

Geboren Oostendenaar ben ik als negentienjarige aangespoeld in Brussel en heb daar in enkele gemeenten rondgezwommen: Brussel, Schaarbeek en ongeveer veertig jaar in Sint-Jans-Molenbeek. Nu ben ik in Sint-Gillis gestrand. Uw artikel over de Vaartkapoen (BRUZZ 1566) heeft me werkelijk deugd gedaan! Eindelijk gebeurt er daar iets nieuws! Ik was oud-voorzitter van de Sociaal-Kulturele Raad van Sint-Jans-Molenbeek en ondervoorzitter van het Trefcentrum De Vaartkapoen. Met mijn amateurtheatervereniging ‘Kunst en Liefde’ hebben we daar in een prachtige zaal met zeer goede akoestiek meerdere theaterstukken gebracht voor een talrijk publiek. Ik was ook de voorzitter van deze vereniging. De nieuwe Vaartkapoen ziet er goed uit. Misschien mag er nog een vuurtoren bij om nog meer licht uit te stralen! Georges Hallumiez, Sint-Gillis

BRUZZ | DEBAT

e-markt zet zich ook steeds meer door. Je moet je stad daarom aangenamer maken met minder auto’s, anders kunnen mensen evengoed thuis blijven zitten achter hun computer.” Het aanhoudende protest legt de heraanleg wellicht lam tot aan de gemeenteraadsverkiezingen. De oud-burgemeester waarschuwt tegenstanders die op een afschaffing van de voetgangerszone zouden hopen. “Vergevorderde plannen gaan zelden volledig de prullenmand in. Een stadsbestuur dat dat toch doet, mag trouwens op heel veel tegenstand van de andere zijde rekenen.” Ook zijn voormalig wapenbroeder Van Rouveroij betreurt de procedureslag. Hij vindt

Nederlands

Bij de koninklijke serres van Laken reed ik met de fiets en kon niet door omdat een nadarhek de weg afsloot. Ik zei aan de agent dat dat niet kon, ik schoof het hek opzij, de man liet mij door. Hij zag het door de vingers omdat hij geen woord Nederlands verstond. Michiel Plaizier, Laken

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bruzz.be. Schrijven kan naar BRUZZ-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als

FRANK BEKE

SAS VAN ROUVEROIJ

OUD-BURGEMEESTER

OUD-SCHEPEN

tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven

GENT

GENT

(max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@

anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500

bruzz.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, - manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.

31


KUNST

Expo over vergeten luminist Eugène Verdyen

Een miskende vader private stichting De Vrienden van Eugène Verdyen. De werken in privébezit zien slechts zeer uitzonderlijk het publieke licht, de expo in Charlier is dus een unieke gelegenheid om uitgebreid met Verdyen kennis te maken in een door en door Brusselse omgeving. Verdyen mag dan in Luik geboren zijn en zijn landschappen buiten Brussel geschilderd hebben, als leerling van Jean Portaels is hij een door en door Brusselse figuur. Hij zocht een tijdje soelaas in het oriëntalisme, maar schilderde ook veel mondaine vrouwenfiguren in de trant van Alfred Stevens.

ZOEKEND KUNSTENAAR

B R U Z Z | LO S VA N D E T I J D

Het maatschappijkritische schilderij ‘De Maskerwinkel’ van Verdyen is te zien op de expo in het Charliermuseum.

© PRIVATE STICHTING VRIENDEN VAN EUGÈNE VERDYEN

Het Charliermuseum en kunsthistoricus Kristof Reulens slaan de handen in elkaar voor een eerbetoon aan de miskende vader van de luministen, Eugène Verdyen. Een huzarenstuk. — DANNY VILEYN

H

et is James Ensor (1860-1949) die Verdyen (1836-1903) de titel van ‘miskende vader van onze luministen’ toekende. Meer dan honderd jaar na diens overlijden is hij nog altijd miskend, maar daar wil kunsthistoricus Reulens verandering in brengen. De monografie die hij schreef met het weinige materiaal dat voor handen is, moet daar, samen met de expo, verandering in

32

brengen. Het was overigens niet alleen collega-kunstenaar Ensor die vond dat Verdyen beter verdiende, ook kunstpaus Octave Maus was die mening toegedaan. “Een impressionist die tijdens zijn leven niet de bekendheid kon verwerven die hij verdiende,” zei Maus over hem. Maar waarom kreeg Verdyen die waardering niet? Tijdgenoten, zo zegt Reulens, halen zijn eigenwijze aard, zijn teruggetrokken leven en zijn zelfstandigheid aan. Maar vooral was en is Verdyen niet voor één gat te vangen: hij was genreschilder, portretschilder, landschapsschilder en illustrator. Hij putte ook uit een hele gamma technieken, hij schilderde met olieverf op hout en op doek, maar hij gebruikte ook waterverf en gouache, potlood, houtskool en Chinese inkt. Maar impressionist en luminist werd Verdyen pas later in zijn carrière, ook dat speelt allicht mee. Van die grote diversiteit is weinig te merken in de publieke collecties, het Camille Lemonniermuseum uitgezonderd. Verdyen en Lemonnier waren neven die in hun jeugd dik bevriend waren. De grootste verzameling is in privéhanden, waarvan het leeuwendeel, een zestigtal werken, toebehoort aan de

Maar Verdyen bleek vooral een zoekend kunstenaar en dat konden critici niet altijd appreciëren. Over een reeks met eenzelfde model schrijft de journalist van L’Indépendance belge in 1883 smalend: “Hij heeft de reproducties met dit motief verveelvoudigd: een dame in de branding van de zee, zich beperkend tot een vernieuwing ervan door middel van de variatie: de dame ligt op haar rug; ze ligt op haar buik; ze staat recht op het strand bij rustig weer, bij een windstoot, ‘s ochtends, ‘s avonds. Laat ons daarbij vlug vermelden dat de dame elke keer van toilet verandert, en dat zijn kokette aanpassingen behendig uitgevoerd worden.” De titels, zo merkt Reulens op, verwijzen niet naar de vrouwenfiguur, ze luiden Le soir, Marine en Crépuscule. Lemonnier noemde Verdyen naar aanleiding van deze reeks semilandschapsschilder en portretschilder. Het lijkt een voorafname op zijn roeping van landschapsschilder, een roeping die de kunstwereld pas door had na zijn overlijden in 1903. Verdyen was niet alleen een schilder van mondaine figuren en landschappen, hij is in Sint-Joost gemeenteraadslid voor de liberale partij geweest - hij woonde er in de Warmoesstraat en de Waterkrachtstraat - en penseelde ook een aantal doeken met maatschappijkritische blik zoals De maskerwinkel (zie illustratie). De kleurrijke etalage stelt in een meesterlijk spel van licht en kleur een fantasiewereld voor. De twee figuren rechts, allicht dronkenlappen blijven in de schaduw. Naast een vuilniskrat, mosselschelpen ernaast, kijkt een armoedige vrouw de maskerwinkel binnen. Heeft James Ensor inspiratie opgedaan bij Verdyen? Chronologisch kan dat, zegt Kristof Reulens. Het Charliermuseum laat 33 olieverfschilderijen, tien aquarellen en een rits documenten en illustraties zien.

EXPO EUGÈNE VERDYEN Van 5 mei tot 27 juli in het Charliermuseum Kunstlaan 16, 1210 Sint-Joost-ten-Node. Open van maandag tot donderdag van 12 tot 17 uur, vrijdag van 10 tot 13 uur. Ook open op zondagen 14 mei, 11 juni en 9 juli. Op 14 mei om 14 uur geeft Kristof Reulens een wandelvoordracht.


Michaël Bellon

Onze columnist trekt elke week naar een plek die tot de verbeelding spreekt

woensdag 26 april, 11.10u

“Van Paul Auster hangt er een poster omdat dat min of meer rijmt”

De hele reeks nalezen? » BRUZZ.be/laptopia

Voor wie de deur van Dansaertstraat 46 binnenloopt, zijn er boeken aan het eind van de tunnel. Ze worden bewaakt door het manshoge Gruffalomonster, dat binnen ook in een kleinere, pluchen uitvoering verkrijgbaar is. Op nog wat postkaarten met de onmiskenbare mombakkesen van Rimbaud, Kafka en Nietzsche na, is dat zowat de enige merchandising. Van Paul Auster hangt er ook nog een poster omdat dat min of meer rijmt, maar voor de rest verdragen boeken geen bijzaken. Zowel harde als zachte kaften willen maximale schapruimte, die desnoods door Ikea mag worden geleverd. Dat de innerlijke mens een solitair wezen is, zie je aan het feit dat boekenwinkels vooral door individuen worden gefrequenteerd. Dat heeft als bijkomend voordeel dat er weinig wordt gesproken, en dus niet te veel woorden meer worden toegevoegd aan de wat dat betreft al zwaar overladen ruimte. Sowieso zakt de Passa Porta Bookshop door het gewicht van die woorden al elk jaar 1,6 centimeter dieper de aarde in, waardoor de tunnel ernaartoe alleen maar langer wordt. Eenmaal binnen gaan de kopjes van de bezoekers ook meteen naar beneden. Blikken worden terneergeslagen op de tafels waar de nieuwe waar is uitgesteld, of licht naar rechts gekanteld in de geconcentreerde houding waarmee de ruggen in de rekken zich laten lezen. Hoeveel mensen zouden zo weten hoe het Passa Porta-plafond eruitziet dat zoveel licht binnenlaat? Ik heb in het algemeen belang even gekeken, en gezien dat het gaat om een puike piramidale koepel waar verder niets op aan te merken valt. In één moeite door ben ik nog eens nagegaan of Benoîts boekensculptuur nog altijd boven op de linkse boekenkast staat, en ook dat is het geval. De Brugse vitalistische schrijver Raoul Lambert heeft er nog steeds zijn plaatsje tussen de andere schrijvers die met het kunstwerkje worden geëerd. Aan al wie alleen op zo’n manier kan worden overtuigd, laten boeken schaamteloos hun cover zien. Wie al min of meer weet wat hij wil, keren zij

met een geraffineerder verleidingstechniek de rug toe. Daar komt een onuitputtelijk trukenarsenaal van typografie en titelverzinkunde aan te pas. En ronde stickertjes die duiden op kortingen en behaalde literaire prijzen, maar het overaanbod daarmee niet inkrimpen. Ook zonder sticker wekken heel wat boeken de stellige indruk dat je ze gelezen zou moeten hebben. Het trapje op kom je bij de kinderboeken, die door de boekenband genomen wat groter en kleuriger zijn, en allemaal over dieren lijken te gaan. Alsof je volwassen wordt door eerst Vos, Haas, Eekhoorn en Mier te ontgroeien, om dan de mens in de ogen te kunnen kijken. Bij de volwassenen tref je hier en daar nog wel een Penguin of een Bezige Bij aan, maar bij de kinderen kan een boek nog ongenuanceerd Alles is inktvis heten. Dat moet natuurlijk een sprookje zijn, want niet alles is inktvis. Sommige dingen zijn ook hasjiesj of syfilis. In die mate zelfs dat er voor volwassenen monografieën over zijn geschreven. Daarvoor moet je dan wel afdalen naar de non-fictie - ondanks haar verdiensten en recente herwaardering toch een tweederangsgenre dat in de kelder thuishoort. Non-fictie is wel zo welwillend om te doen alsof het zich in categorieën laat ordenen in plaats van volgens alfabet. Wat trouwens de vraag oproept of er misschien ook ergens een krankzinnige boekenwinkel bestaat waar de fictie naar inhoud wordt geklasseerd, en Het Smelt van Lize Spit naast Anna Karenina van Dostojevski staat omdat er ijs en geteisterde jonge vrouwen in voorkomen. Maar ook non-fictie laat zich niet echt in hokjes plaatsen. Het is de hele wereld, maar dan in boekvorm, en die parallelle wereld bestaat dan ook nog eens in verschillende talen. Als afsluiter raden we iedereen trouwens een bezoek aan de Franstalige afdeling aan. De Franse uitgevers drukken hun titels in een andere leesrichting op de ruggen. Daardoor kan je je hoofd nog even naar de andere kant doen overhellen, zodat je min of meer in oorspronkelijke staat hersteld aan de kassa passeert.

B R U Z Z | LO S VA N D E T I J D

Passa Porta Bookshop

33


Enfant Terrible Bijzondere mensen in een bijzondere stad

Nooit gedacht dat hard werken mij zou liggen B R U Z Z | LO S VA N D E T I J D

Daan Desmet, bioboer Ik ben opgegroeid in Dworp, maar ondertussen woon ik al zeventien jaar in Brussel. Op een bepaald ogenblik zat ik aan mijn computer op het werk letterlijk te verstijven. En besefte ik dat ik niet mijn hele leven op een bureaustoel wou slijten. Ik ging als seizoenarbeider aan de slag. Mijn roots liggen in het boerenleven en toen mijn oom, die een boerderij had, plots overleed, keek heel de familie in mijn richting. Ik heb mij over de familievelden ontfermd. In het begin dachten ze: ‘We laten die hippie zijn gang gaan.’ Maar beetje bij beetje breidde ik mijn veld uit tot drie hectare en werd ik mijn eigen baas. Zelfs als het slecht weer is, hou ik ervan om buiten te zijn. En de drive van een hardwerkende zelfstandige is helemaal in mijn lijf gekropen. Het idee dat ik vanaf het voorjaar voor een achttal maanden echt alles van mezelf moet geven - soms werk ik 14 tot 15 uur per dag - dat schrikt me niet af. Hard zwoegen, groenten zien groeien en dan mooie producten kunnen oogsten, dàt is pas voldoening voelen. Daarvoor doe ik het allemaal. En zeggen dat ik als jonge ket eigenlijk niet graag in den hof van onze vader werkte (hilariteit). Tja, het leven kan andere wendingen nemen. Ik wil de productie weer in eigen handen te nemen, niet de slaaf zijn van grote producenten, dat is mijn ideologie. Werken aan een korte productieketen en zelf beschikkend zijn. Ik verbouw zo’n dertig verschillende soorten groenten: kolen, sla, bladgewassen. Mijn groenten vind je in Brussel voornamelijk op de biomarkt van Molenbeek, bij Efarmz en overdekte markt Les Tanneurs in de Marollen. In de tijd ben ik de dorpsmentaliteit misschien een beetje ontvlucht. Maar op termijn sluit ik niets uit, al kan ik het mij niet zo goed voorstellen wat ik daar in de Rand zou doen als ik niet op mijn veld sta. Ik heb

Daan Desmet (39)

de hectiek van de stad nodig om te functioneren. Net de afwisseling maakt het zo fijn. De landbouwgrond van de familie was voor mij een handige springplank om mij te lanceren als boer. Ik zou er nooit aan begonnen zijn als ik die niet had gehad. Van nul moeten beginnen, dat is bijna niet te doen. Tijdens mijn zeven jaar als seizoenarbeider deed ik heel wat ervaring op. De solidariteit binnen de sector is buitengewoon. De vraag is zo groot dat je al je producten verkocht krijgt, want de consument vandaag wil lokaal en bio. Die golf is mooi meegenomen als je je wil lanceren. Als Brussel het ‘good-foodidee’ - waarbij de stad heeft berekend hoeveel voedsel er moet geproduceerd worden om Brussel van goed eten te voorzien - een beetje wil waarmaken, dan moeten er meer initiatieven komen, zodat de producenten zich volledig op het produceren kunnen storten. De hulp zal uit de randgemeenten van Brussel moeten komen, waar nog wat groen te vinden is, maar waar het nu op het vlak van lokale landbouw een beetje triestig gesteld is. Wallonië heeft Vlaanderen op het gebied van biolandbouw flink voorbijgestoken. De soepelere regelgeving zal daar ook wel voor iets tussen zitten. We zitten met ons land ver onder het Europese gemiddelde. Met zo’n twee hectare land kan je ongeveer driehonderd monden voeden. Ik heb lang in Molenbeek gewoond en je ziet dat mensen hier veel belang hechten aan eten, maar dat de kwaliteit vaak ronduit slecht is. Toen kwamen we op het idee om een biomarkt op te richten, waar je elke woensdagavond terechtkan. Ik vrees dat de kosten een moeilijke drempel blijven voor de meerderheid van de mensen en al zeker in gemeenten zoals Molenbeek. Een kilo aardbeien voor één euro, dat is niet realistisch. Nu nog de mensen overtuigen. — HILKE ANDRIES

groeide op in Dworp bij Brussel, bleef na zijn studies sociaal werk in Brussel wonen. Hij pendelt nu tussen de stad en het Pajottenland waar hij biogroenten verbouwt.

34


© SASKIA VANDERSTICHELE


Nick Trachet

B R U Z Z | LO S VA N D E T I J D

Brussel en de wereld culinair ontdekt

36

“Witte tonijn is een exclusieve blikvis die je opdient voor hen die het verschil appreciëren”

Witte tonijn Met een klein blikje in de supermarkt is weer een grens vervaagd binnen Europa. Witte tonijn/thon blanc werd door uw columnist voor het eerst waargenomen op Brussels grondgebied. O, ik heb er misschien al die jaren wel naast gekeken, maar erg zichtbaar zijn ze hier nooit geweest. Outre Quiévrain, zoals dat in de Franstalige pers heet, vind je ze in elke supermarkt, en de blikjes zijn behoorlijk duurder dan die met ‘gewone’ tonijn. Witte tonijn is een handelsbenaming voor een welbepaalde tonijnsoort, de langvintonijn Thunnus alalunga. Het is de tonijnsoort waarmee het in Frankrijk allemaal begon. De grote, roodvlezige ‘blauwe’ tonijn (Thunnus thynnus) is een traditie van de Middellandse Zee. Voor de mode van de sashimi van tonijn, die slechts vijftig jaar geleden op gang kwam, werd rood vlees van vissen niet gegeerd. In Europa hoorde vis wit te zijn, net zoals het vlees op de tafel van de rijken. Het kalf ging naar de bourgeoisie, de versleten melkkoe was voor de werkman (zo nu en dan). Voor de kusten van Bretagne wordt er al eeuwen op langvintonijn gevist. Dat doen ze nog steeds met sleeplijnen. De vissersboot stoomt rustig over de Atlantische Oceaan en trekt tonijn aan met kunstaas aan heel lange hengels. Die tonijn heet in het Frans le germon. Hij is onmiddellijk herkenbaar aan zijn lange borstvinnen (alalunga betekent lange vleugel). Het vlees is witter dan dat van alle andere tonijnsoorten. In Bretagne staat de wieg van de sardienen in blik en er was dus ook niet veel inspiratie nodig om ook die vis in blikjes te steriliseren. Later volgden pas de geelvintonijn en de skipjack, tropische soorten, die nu het allergrootste deel van de blikjes vullen. Blauwvintonijn wordt niet (meer) ingeblikt, daarvoor is hij vandaag te duur.

De meeste tonijn in blik wordt gegeten door de Amerikanen. Ook daar begon het verhaal van de canned tuna met langvintonijn. Door een spraakverwarring kreeg het beest er de naam albacore. Dat is vervelend, want de Fransen duiden met die naam juist de geelvintonijn aan. Zo gaat het wel vaker in de visserij. Op de blikjes staat er wel exclusief ‘white meat’. Voor andere tonijnsoorten is dat verboden. De langvintonijn komt overal ter wereld voor, behalve rond de polen. Hij wordt behoorlijk bevist, zoals alle tonijnen, en wereldwijd wordt die soort als overbevist beschouwd, maar de Europese visserij vist sinds 2009 op duurzame wijze, zo lijkt het. Het gaat vooruit. Belgen zijn niet echt tonijneters. Vis in blik is bij ons eerder Amerikaanse zalm. Daarom zijn wij ook niet vertrouwd met de Amerikaanse categorieën rond dit product. Wie kijkt er naar de soort tonijn die erin zit? Men is hier meer geïnteresseerd in de opgiet: olijf- of sojaolie, ‘bronwater’ of ‘eigen nat’. Maar er is ook een indeling volgens de grootte van de stukken in het blik. Solid Pack, betekent dat er één stuk vis in het blik zit (entier), chuncks wijst op grotere stukken (tronçons). En dan zijn er nog de kleine stukjes, shredded (miettes). Die laatste zijn goed voor een saus voor de spaghetti al tonno of vitello tonnato. Of als broodbeleg in een tonijnsla. Bij een salade niçoise gebruik je grotere stukken. Witte tonijn is er voor de kenners, het is een exclusieve blikvis die je opdient voor hen die het verschil appreciëren. Witte tonijn gebruiken in een saus lijkt me gek. Dit blikje, dat duidelijk voor de Belgische markt is bestemd, droeg geen informatie van buiten. Er bleken drie stukken vis in te zitten. Smakelijk. De hele reeks nalezen? » BRUZZ.be/trachet


Big City

Stel zelf je vraag en stem op BRUZZ.Bbe

Was er protest tegen de vernietiging van de binnenstad tijdens de overwelving van de Zenne?

Door de overwelving van de Zenne verdween de wirwar van straatjes en steegjes.

JELLE UIT SINT-GILLIS

APPARTEMENTEN TE KOOP

VERMEERSCH CONSTRUCT

eerste helft van de 19de eeuw”. De middeleeuwse stad barstte uit haar voegen door de toestroom van plattelandsbewoners op zoek naar werk in de industrie. De leefomstandigheden waren er beneden alle peil. Het jaar voor het begin van de werkzaamheden was er nog een uitbraak van cholera die in enkele weken bijna 3.500 mensenlevens eiste. Hygiëne en wooncomfort gingen er ontegensprekelijk op vooruit met de vernieuwingsoperatie, maar duizenden mensen moesten wel andere oorden opzoeken, omdat in totaal 1.100 huizen werden onteigend en afgebroken. Daar lagen de elites echter minder van wakker. “Er waren projecten voor sociale woningen, maar die zijn maar ten dele gerealiseerd,” zegt Demey. “De arbeidersbevolking trok weg naar andere wijken, zoals de Marollen, of verder naar buitenwijken zoals Sint-Job in Ukkel.” Van grootschalig protest tegen de uitzettingen is in de geschiedenisboeken weinig terug te vinden. De arbeidersbevolking had daar waarschijnlijk niet de tijd of de middelen voor. Hoe dan ook hielden

LAAG ENERGIE APPARTEMENT Zaventem, Kerkstraat 38, nieuwb., kleinsch. proj., best. uit 2 appt. en gelijkvl. met 3 park., fietsb. & individ. keld., in centr. Zaventem, nabij kerkpl., woonopp. 75 m2, hall, woonruimte met geïnstall. keuken, wc, 1 grote slaapk. & 1 badk., groot terr., E-peil tss. 20 & 30. Rechtstr. van aannemer. Te bespr. op afspraak. Info : 02/582.75.09, GSM : 0475/45.63.50, E-mail : secr@vermeerschconstruct.be

bestuurslui weinig rekening met armelui daar zij de stadskas weinig opbrachten en nog geen stemrecht hadden. Wel controversieel in die tijd was de manier waarop burgemeester Jules Anspach de werf heeft aangepakt. Om de werken te financieren, ging het stadsbestuur in zee met een Britse privéfirma. Er waren beschuldigingen van belangenvermenging en verduistering van subsidies. “Er heerste een heuse schandaalsfeer,” aldus nog Demey. “Het was - zeg maar - de Publifin van die tijd. De linkse pers was heel bijtend en verweet Anspach en zijn medestanders dat ze de stad uitverkochten aan de privésector.” Overigens zou de privépartner zich tijdens de werkzaamheden uit het project terugtrekken. Daarna zette het stadsbestuur de werf op eigen houtje verder.

— LAURENT VERMEERSCH

VOLGENDE WEEK De beelden op de daken van de Grote Markt vertellen een verhaal. De bisschop was de ontknoping van een mop. Waarom is dat beeld verdwenen?

MULTIFUNCTIONELE WONING TE KOOP

VERMEERSCH CONSTRUCT

MULTIFUNCTIONELE WONING St.-St.-Woluwe, nieuwb., halfopen beb., kortbij centrum, grond 2a59, voll. zuidg., woonopp. 168m2, best. uit : polyv. ruimte (of garage), woonruimte, keuken, hall, wc (GV), 1ste V. : 3 slpk., badk., 2de V. : 40 m2 flat met badk. & woonruimte of 2 slpk. met badk., 2 buitenterrassen GV & 1ste V., E-peil tussen 20 & 30. Kan ook voor kangoeroewoning of meergezinswoning. Te bespr. op afspraak. Info : 02/582.75.09, GSM : 0475/45.63.50, E-mail : secr@vermeerschconstruct.be

B R U Z Z | LO S VA N D E T I J D

T

ijdens de overwelving van de Zenne (1867-1871) werd een groot deel van de benedenstad met de grond gelijk gemaakt. De vroegere wirwar van straatjes, steegjes en kronkelende rivierarmen maakte in de jaren nadien plaats voor rechte lanen en pleinen. De werkzaamheden waren geïnspireerd op wat baron Haussmann deed in Parijs. De ‘modernisering’ sloot aan bij de visie van de burgerij, die toen de maatschappij domineerde. Voorafgaand aan de werf, was er jarenlang debat over de zin en onzin van de overwelving, maar protest tegen de afbraak van zoveel woningen was er nauwelijks. “Destijds werden alleen belangrijke openbare en religieuze gebouwen als erfgoed beschouwd,” vertelt Thierry Demey, auteur van heel wat boeken over de Brusselse stadsontwikkeling. In eerste instantie werd bijvoorbeeld de Augustijnenkerk ontzien. De Zennekoker werd eromheen gelegd. Maar enkele jaren later zou de kerk toch worden ontmanteld om plaats maken voor het De Brouckèreplein. De stadsvernieuwing was een vastgoedoperatie die een deel van de kolossale kosten van de overwelving moest terugwinnen. Maar het was vooral ook een manier om de benedenstad “te saneren en opnieuw aantrekkelijk te maken na de anarchistische stadsontwikkeling in de


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
BRUZZ actua - editie 1568 by BRUZZ.be - Issuu