Brazilian Boulevard: Braziliaanse gemeenschap groeit in Sint-Gillis
Rijst en gefrituurde kip: Brusselse jeugd valt voor fastfoodhype

Openbare ruimte
![]()
Brazilian Boulevard: Braziliaanse gemeenschap groeit in Sint-Gillis
Rijst en gefrituurde kip: Brusselse jeugd valt voor fastfoodhype

Openbare ruimte
DJ iNess LIVE 10-12u

Kom nu zondag naar de BRUZZ bus en supporter mee voor alle lopers van de 20km, samen met DJ iNess en Majoretteketet.
Zondag 31 mei, van 10 tot 12u, Paleizenplein
Federaal minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA) wil schrappen in de financiering van opvangplaatsen voor asielzoekers in Brussel, de zogenoemde Brussels Deal. Die houdt in dat de federale regering geld op tafel legt voor tweeduizend plaatsen voor mensen die recht hebben op opvang, omdat de asielprocedure loopt. Het Gewest houdt die vervolgens vrij in zijn netwerk voor daklozenopvang. De deal kwam er omdat het eigen netwerk van Fedasil verzadigd is. Maar aangezien de doorstroomlijst (met mensen die niet bij Fedasil terechtkunnen) vandaag nog maar duizend personen telt, kan dat ook voor de helft van die 42 miljoen euro, redeneert Van Bossuyt.
Strikt genomen klopt de redenering van de minister. Als je afspreekt om tweeduizend plaatsen te financieren, terwijl er maar duizend nodig zijn, kun je een regeling herbekijken. De asielminister – die ook naar besparingen op haar departement verwijst – en het Gewest overleggen over twee weken over de kwestie. Wie het wat breder bekijkt, ziet echter dat Brussel geen besparingen nodig heeft op opvangplekken, maar net extra ondersteuning. Het Gewest wordt immers niet enkel geconfronteerd met mensen die recht hebben op een opvangplek binnen de strikte definitie van de federale regering. Binnen België blijft de hoofdstad een magneet voor mensen uit de hele wereld die op zoek zijn naar asiel of een beter leven. Een blik op de buurt rond het Noordstation volstaat om te beseffen dat veel van die migranten het vandaag nog steeds zonder dak boven het hoofd moeten doen. Stellen dat het niet om asielzoekers, maar om daklozen (een Brusselse bevoegdheid) gaat, is in dat verband te makkelijk.
“In meerdere dossiers lijkt de huidige federale regering Brussel volledig te vergeten”
concentratie in Brussel menselijk te houden, is dan ook niet meer dan logisch. Als de huidige Brussels Deal dat niet mogelijk maakt, wordt die beter versoepeld dan te snijden in het bedrag. Die besparing zal onvermijdelijk tot meer dwalende migranten in de straten leiden, met alle gevolgen van dien. Parket en politie waarschuwen er bijvoorbeeld voor dat mensen zonder papieren en inkomen een dankbare rekruteringsvijver zijn voor drugscriminelen. Als er een zure smaak zit aan de mogelijke besparing, is dat ook omdat ze in een algemener patroon lijkt te passen: de Brusselse noden lijken vandaag niet meteen top of mind in de federale regering. Kijk naar het geconcentreerde vliegtuiglawaai boven dichtbevolkte wijken. Bevoegd minister Jean-Luc Crucke (Les Engagés) probeert de Brusselse woede dan wel te sussen, uit niets blijkt dat hij naar een snelle oplossing zoekt voor een toestand die vandaag voor tienduizenden Brusselaars onhoudbaar is. Die zijn er nochtans. Beslissingen over minder nachtvluchten, soepelere windnormen, een betere spreiding en minder vluchten boven de gebieden met de meeste inwoners hoeven echt geen anderhalf jaar te duren.
Dat het federale niveau bijspringt om die
Of neem de beperking van de werkloosheid in de tijd. Die maatregel mag dan wel voor het hele land gelden, ze komt in Brussel veel harder aan dan in Vlaanderen. In het hoofdstedelijk gewest verliezen niet enkel meer mensen die uitkering, de maatregel zet ook grote druk op de budgetten van OCMW’s en gemeenten, die hun diensten aan alle burgers dreigen te reduceren. Telkens opnieuw ontstaat de indruk dat de huidige federale regering Brussel vergeet, negeert of als afvoerputje ziet. Nochtans zijn alle Belgen gebaat bij een bloeiende, veilige en leefbare hoofdstad waar ook vluchtelingen en nieuwkomers een dak boven het hoofd hebben.

Kris Hendrickx Redacteur
In het edito fileert de redactie de Brusselse actualiteit.
Lees ook Opinie: ‘In Brussel is duaal leren institutioneel complex’ p.14

Z o rg z aam N eder -Ov er -H eem b ee k &
D e Ov er b r o n s t e ll en voo r

Een hele zomer lang in het Groentheater van WZC De Overbro n



DE ROMEO ’ S
Zaterdag 6 juni
vanaf 14 u
Andrea Croonenberghs, Els Dottermans en muzikanten
Zondag 7 juni u
La Ï s
Zaterdag 4 juli
vanaf 14 u


Willy sommers
Zondag 5 juli
vanaf 14 u
Gunther Neefs



Ben Crabb É , Bert Embrechts, Jean Blaute en Filip Bollaert
Zaterdag 11 juli
vanaf 14 u
Zomerba r & Snac k s Grati s toegan g

Belle Perez
Zondag 6 september vanaf 14u




Fatima Ftaich heeft een koffiebar in Molenbeek en is influencer: ‘Waarom zou een matchabar gelijkstaan aan gentrificatie?’
26 Dekolonisatie Brussel dekoloniseert vooral op papier
03 Vooraan Opvang asielzoekers: maak van Brussel niet het afvoerputje
12 Actueel Met negenhonderd teams wordt de 20 km door Brussel een recordeditie
14 Opinie ‘Is duaal leren in Brussel ontworpen om te mislukken?’
15 Cartoon Delphine Frantzen
06 Samenleving Brazilië boven in SintGillis
22 Fastfood Rijst, gefrituurde kip en influencers: de crousty wint in Brussel aan terrein
14 Stadsleven Talentloze tuinier
16 In beeld
16 In het nieuws
Meer BRUZZ
Brussel-Zuid begon als de poort naar Parijs, maar is vandaag het kloppend hart van Eurostar. BRUZZ krijgt exclusieve toegang achter de schermen van de treinreus.
XL 30 jaar hst, maandag in BRUZZ 24
Kim Gevaert te gast
In de podcast Sporting BRUZZ praten Gunnar Cheyns en Luc Kempen met Kim Gevaert, ex-atlete en meetingdirecteur van de Memorial Van Damme.
Beluister Sporting BRUZZ opBRUZZ.be/podcast

TP Le Green verteert het verdriet om zijn zoon met muziek: ‘Ik heb met mijn songs een nieuw leven gecreëerd’
25 Beestig Brussel De tapijtkever: een mooie, maar vervelende gast
30 Column Vrolijke gezichten
30 City Jobs Nathalie baat het enige kattencafé van Brussel uit
44 Hang-out Sarah
46 Puzzelpagina
36 Shoptips
37 Eat & Drink 3 x hammousse
38 Uittips
39 Klein onderhoud Styliste LOUDMILLA
40 Uittips
41 Uitgelicht Martha Canga Antonio presenteert met ‘Holy’ een muziektheater-performance
43 Inzichten Adam Wiltzie
BRUZZ Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65 ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80 Gratis in Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België: 29 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393 van Vlaams Brusselse Media vzw, een abonnement binnen Europa kost 119 euro per jaar, buiten Europa 139 euro per jaar OPLAGE 50.000 exemplaren ADVERTEREN? Angela Mngongo 02-650.10.81 angela.mngongo@brusselmedia.be DISTRIBUTIE Ute Otten, 02-650.10.63, ute.otten@bruzz.be KLACHTEN? klachten@bruzz.be - www.bruzz.be/klachten ALGEMENE DIRECTIE Johan Goossens ALGEMEEN HOOFDREDACTEUR Klaus Van Isacker COÖRDINATOR MAGAZINE Maarten Goethals ART DIRECTOR EN VORMGEVING Heleen Rodiers VORMGEVING Maud Declerck EINDREDACTIE Karen De Becker WERKTEN MEE AAN DIT NUMMER Eva Christiaens, Kris Hendrickx, Bettina Hubo, Tom Zonderman (redacteurs); Michaël Bellon, Jasper Croonen, Emilia De Feyter, Andy Furniere, Niels Ruëll, Jasper Van Belle, Matisse Van der Haegen, Lies Van Overschée, Michel Verlinden (medewerkers); Inne Krokaert, Minne Uyttersprot (stagiaires) FOTOGRAFIE & ILLUSTRATIE Bart Dewaele, Tiene Carlier, Kim Duchateau, Delphine Frantzen, Ivan Put, Saskia Vanderstichele, Wide Vercnocke, Emiel Viellefont VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Johan Goossens, Flageyplein 18, 1050 Elsene.



Horeca, een bakker, een schoonheidssalon, kerken en een discotheek. Wie van de Bareel van Sint-Gillis naar Albert stapt, waant zich tegenwoordig in Klein Brazilië. De Braziliaanse gemeenschap blijft dan ook groeien in Brussel, blijkt uit cijfers die BRUZZ opvroeg. “Hier kun je tenminste leven van je inkomen.”
door Kris Hendrickx foto’s Saskia Vanderstichele
Ergens in het begin van de Alsembergsesteenweg bevindt zich After Drinks, een Braziliaanse cocktailbar die ook pakketten met barbecuevlees verkoopt. Geen merguez of chipolata, maar forse lappen, versneden volgens de Braziliaanse regels van de kunst. Vooral op vrijdag en zaterdagavond loopt de zaak vol met klanten die een glas komen drinken. “Of die ook dansen? Natuurlijk”, zegt uitbaatster Bruna (28). “Brazilianen hebben daar trouwens geen speciale plek voor nodig, dansen kun je overal.” Haar zoontje van twee en dochter van zes lummelen ondertussen wat rond in de zaak.
Bruna is afkomstig uit de Braziliaanse deelstaat Goiás en kwam in 2019 naar België, een tante achterna. “Brussel is een goede plek om een leven op te bouwen. Waar ik vandaan kom, slaag je er amper in om je levenskosten te betalen. De scholen zijn hier beter, het is veiliger en het openbaar vervoer werkt tenminste. Eerst was de zaak gevestigd in de Sint-Bernardusstraat even verderop, maar toen deze plek vrijkwam, heb ik niet getwijfeld: iedereen zit immers op de Alsembergsesteenweg, dit is the place to be. We zijn nu een maand verhuisd en het draait prima. Brazilianen geven dan ook graag geld uit.” BRUZZ zal het nog een paar keer horen: “Brazilianen zijn goede klanten.”
After Drinks is maar een van de talloze Braziliaanse plekken op het stukje Alsembergsesteenweg tussen de Bareel van Sint-Gillis en Albert. Wie begint te turven, komt uit op minstens vijftien: van snacks, restaurants en cafés over een winkel voor taartaccessoires en een schoonheidssalon tot een bakker, een evangelische kerk en met Via Paris zelfs een discotheek. Twintig jaar geleden dansten op die laatste plek vooral de Polen van Brussel, vandaag heeft de volgende migratiegolf bezit genomen van de dansvloer.
De Portugese connectie
Dat de Braziliaanse gemeenschap blijft groeien, blijkt niet alleen uit het straatbeeld in Sint-Gillis. Cijfers die BRUZZ opvroeg bij Statbel tonen dat het aantal Brusselaars geboren met de Braziliaanse nationaliteit de voorbije tien jaar zowat verdubbelde: van 5.650 naar 10.414 officieel geregistreerde inwoners. En aangezien veel nieuwkomers eerst een tijd zonder papieren verblijven, is de Braziliaanse gemeenschap in werkelijkheid nog een stuk groter.
Brussel is daarmee dé magneet voor de gemeenschap in België. Bijna de helft van alle Brazilianen in het land verblijft in het hoofdstedelijk gewest, vertellen cijfers van het Brusselse Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA). Enkele gemeenten springen
Het gewest telt 10.414 Brusselaars die geboren zijn met de Braziliaanse nationaliteit, het dubbele van tien jaar geleden


er daarbij duidelijk uit: vooral Sint-Gillis blijkt in trek, voor Vorst, Ukkel, Elsene en Anderlecht.
“Dat Sint-Gillis die lijst aanvoert, is logisch”, vindt demograaf Patrick Deboosere. “De Brazilianen die zich in Brussel vestigden, deden dat in de wijken waar ze in het Portugees terechtkonden. En Sint-Gillis en ook wel de buurt rond Flagey zijn dé Portugese wijken. In het begin werkten ze ook vaak voor Portugese aannemers.”
“Met alle Braziliaanse handelszaken en kerken is Sint-Gillis echt een soort Brasil
Braziliaanse flipflops en het onvermijdelijke vlees. Op een klaptafeltje aan de buitengevel prijkt een thermos ‘Café brasileiro – 1 euro’. Binnen zijn de muren opgesmukt met religieuze spreuken op een achtergrond met strand en palmbomen. “De Heer is mijn herder, het zal mij aan niets ontbreken.”
“Mijn man is in 2003 gekomen, ikzelf een jaar later met onze eerste twee dochters”, vertelt uitbaatster Marcelina (47). Ook zij verhuisde uit de deelstaat Goiás, die samen met de aanpalende
“De zaak draait prima. Brazilianen zijn goede klanten, ze geven dan ook graag geld uit”
Bruna Uitbaatster cocktailbar After Drinks
Town”, merkt ook Adenilson Pereira op, vrijwilliger bij de katholieke Braziliaanse parochie (in de Sint-Alenakerk in Sint-Gillis) en jarenlang voorzitter van de Braziliaanse burgerraad, een soort brug tussen de gemeenschap en het consulaat. “Er is net een nieuwe priester uit Brazilië. Ook die was verrast: ‘Mijn God, in sommige straten hoor ik enkel Braziliaans.’ Bij elke misviering vragen we of er mensen zijn die nieuw zijn in Brussel en die zijn er altijd wel, de stroom blijft aanhouden. De gelovigen gaan die mensen vaak begroeten en kunnen helpen met informatie.” Dat zijn landgenoten blijven komen, begrijpt Pereira best. “Met een Belgisch minimumloon, heb je al een Braziliaans inkomen voor de middenklasse.”
Het geel, groen en blauw van de nationale vlag is niet enkel zichtbaar op de Alsembergsesteenweg. Een van dé ankerpunten voor de gemeenschap is Magasin Carvalho in de Théodore Verhaegenstraat, wat lager in Sint-Gillis. De kruidenierszaak – naast een Braziliaanse bakkerij – focust op specialiteiten uit het land van herkomst, van exotische vruchten over kaasbrood (‘het populairste product’) en haarproducten tot de typische
deelstaat Minas Gerais het gros van de Braziliaanse migranten in Brussel levert. “Er was toen een economische crisis en eigenlijk wou mijn man naar de VS. Toen dat te moeilijk bleek, zijn we een vriend gevolgd die hier al woonde. Het plan was om twee jaar te blijven, maar tja …”
Zoals veel landgenoten gingen Marcelina en haar man aanvankelijk aan de slag zonder papieren. “Ik ben toen zelfs op straat aangehouden en gedeporteerd naar Brazilië, terwijl mijn twee kleine dochters een maand lang bij mijn man waren. Zelf heb ik die episode goed verteerd en ik heb zelfs begrip voor een streng migratiebeleid, maar mijn oudste dochter liep een trauma op en krijgt nog altijd psychologische begeleiding. Toen ze onlangs op reis in Brazilië politie op straat zag, bevroor ze.”
Marcelina raakte toch aan papieren. “Als je kunt bewijzen dat je werk hebt, zijn de kansen op papieren vrij goed”, vertelt ze. Dat werk wordt binnen de gemeenschap nog steeds ingevuld volgens een patroon dat wel vaker voorkomt bij migranten zonder hogere studies: mannen werken in de bouw, vrouwen doen dikwijls poetswerk. Ook schoonheidsspecialistes zitten blijkbaar tegenwoordig in de lift.
Uiteindelijk kreeg het echtpaar Carvalho ook de Belgische nationaliteit. “Nogal wat Brazilianen hebben trouwens nog een of andere Europese nationaliteit, omdat een van de voorouders die bezat. Het meisje aan de kassa bijvoorbeeld komt uit Brazilië, maar is ook Italiaanse.”
In de ruim 10.000 officiële Brusselse Brazilianen is het echtpaar Carvalho niet meegeteld. Zodra ze de middelen hadden verhuisden ze van Vorst naar Halle en later
naar Dilbeek. “Ik zie dat bij veel mensen uit mijn generatie, uiteindelijk zoek je wat meer rust op.”
De winkel is veel meer dan een verkooppunt. Rond het klaptafeltje op het trottoir heeft een groepje Braziliaans-Portugees sprekende tienermeisjes verzameld. “We komen elke dag na school een Braziliaanse specialiteit halen en kletsen”, legt een van hen uit. Uitbaatster Marcelina ziet dan weer hoe heel wat nieuwkomers met hun
“Mijn kinderen houden zielsveel van Brazilië, maar enkel als vakantieland”
Marcelo Rodrigues Evangelische priester in Sint-Gillis

Priester Marcelo Rodrigues woont sinds 2005 in Brussel en was ooit zelf sans-papiers.
problemen eerst bij hen aankloppen. “Doorgaans spreken ze geen Frans en dan vragen ze ons bijvoorbeeld om op een huuradvertentie te bellen. Maar ze komen met allerlei zorgen. ‘We zijn niet alleen handelaars, maar ook psycholoog, dokter, alles eigenlijk’, zegt mijn man weleens.”
Voor de vleesminnende Brazilianen staat nog een andere plek centraal in Sint-Gillis: slagerij Costela op de Vorstsesteenweg. De uitbaters mogen dan Belgen van Spaanse origine zijn, gaandeweg specialiseerden ze zich onder meer in Braziliaanse vleesspecialiteiten. Met succes, in die mate dat de klanten op een doorsneezaterdag steevast file veroorzaken op de Vorstsesteenweg.
“Die specialiteiten, de prijs en de kwaliteit geven de doorslag”, vertelt uitbater José Garcia. Dat vlees zo’n status heeft bij de Brusselse Brazilianen, heeft dan weer te maken met hun herkomst, weet werkneemster Ana. “Goiás en Minas Gerais grenzen niet aan de zee, vis eten is er niet ingeburgerd. Bij mij komen ze in elk geval aan hun trekken. Nergens anders in Brussel kan je bijvoorbeeld spontaan vijf kilo kippenharten kopen.”
Het Braziliaanse leven in Sint-Gillis speelt zich niet alleen af in restaurants of winkels, zo blijkt. Op een zondagnamiddag om 17 uur zit de sfeer in de Joseph Claesstraat 48 in laag Sint-Gillis er goed in. Op het met discolampen verlichte podium staat een negenkoppige formatie: twee gitaren, een bas, drum, keyboard en vier zangeressen. Een honderdtal mensen in het publiek wiegt ritmisch mee met de muziek.
Wat op het eerste gezicht een Braziliaans concertje zou kunnen zijn, is in werkelijkheid de wekelijkse avondmis in de Tabernacle Nouvelle Alliancekerk, een evangelische protestantse gemeenschap, ook wel pinksterkerk genoemd. De overwegend Franstalige liederen zijn religieus, de teksten worden karoakegewijs geprojecteerd op twee schermen in het Portugees, Frans en soms ook in het Nederlands. De zangeressen zingen al eens op hun knieën of zelfs ellebogen met een overgave die ook in de teksten terug te vinden is. “Prends ma vie, me voici, je te donne tout”, klinkt het onder meer.
Pas na een half uur verschijnen verschillende pastoors op het podium om te preken, en bijdragen te vragen voor een eigen kerkgebouw en voor een verjaardagscadeau voor Marcelo Rodrigues, die aan het hoofd staat van de gemeenschap. Die sluit de twee

Carvalho in de Théodore Verhaegenstraat is een van de ankerpunten van de Braziliaanse gemeenschap. De kruidenierszaak focust op producten uit Brazilië, van flipflops tot het onvermijdelijke vlees.
uur durende dienst af met een doorleefde speech over de Heilige Geest en hoe je die naar je dagelijkse leven vertaalt. “Wie door de Heilige Geest wordt bewoond, is moedig. Verkrachting mag je bijvoorbeeld niet dulden, dan kom je dat melden en gaat pastoor Marcelo met je naar de politie.” De toon van de pastoor gaat vaak crescendo en hij sluit al eens de ogen. Preken doet hij consequent in het Frans, terwijl een vrouw naast hem als een schaduw met dezelfde intonatie en lichaamstaal naar het Portugees vertaalt.
Kerken als sociale lijm
Ten slotte haalt pastoor Marcelo een tienerjongen op het podium. “Deze jongeman had gisteren drie hartinfarcten en lag op de spoeddienst, maar vandaag is hij in het huis van God. Laat ons bidden dat hij nog vele jaren mag leven!” De tiener verlaat het podium weer, met tranen in de ogen. Op het eind van de dienst worden de volgende activiteiten overlopen: de mannen gaan samen vissen, er is een tombola, een vrouwenwerking … Iedereen is bovendien van harte welkom op de receptie na de mis, met Braziliaanse specialiteiten. De kerk is hier religieus maar werkt evengoed als een sociale lijm binnen de migrantengemeenschap.
Pastoor Marcelo is al sinds 2005 in Brussel. Het veelvoud aan evangelische kerken in Brussel schrijft hij toe aan verschillende factoren. “We reproduceren de fragmentatie die je ook in Brazilië vindt, onder meer omdat evangelische kerken in elk van de 27 deelstaten wel een beetje anders zijn. En verder zijn de evangelische kerken een levende plek. De klassieke katholieke kerkrituelen slaan binnen de Braziliaanse gemeenschap niet echt aan. Ik heb het ooit eens geprobeerd, een uur naar een klassieke mis luisteren, ondraaglijk was dat.”
De evangelische priester was ooit zelf sans-papiers en bouwvakker, het leven van
zijn parochianen kent hij dus maar al te goed. “Twintig jaar geleden was de Braziliaanse gemeenschap vooral bang en liet ze zich ook uitbuiten. Ook ik heb gewerkt zonder betaald te worden. Vandaag zie ik steeds meer mensen die naar school gaan, de taal leren, een eigen zaak starten en hun rechten kennen. Zelf heb ik nu als een van de weinige Braziliaanse priesters trouwens een inkomen van de Belgische staat, net zoals in de katholieke kerk. Wie vandaag naar België komt, beseft veel vaker dat hij of zij zal blijven. Ik heb een zoon van 16 en een dochter van 22. Die houden zielsveel van Brazilië, maar enkel als vakantieland.”
FR/ De plus en plus de Brésiliens s’installent à Bruxelles à la recherche de travail, de sécurité et de meilleures conditions de vie. Grâce à la présence historique de la communauté portugaise et aux réseaux déjà existants, beaucoup s’établissent à Saint-Gilles, où ils commencent souvent dans la construction, le nettoyage ou l’horeca. Autour de la chaussée d’Alsemberg s’est ainsi développée une communauté soudée, avec des commerces, des églises, des cafés et des lieux de rencontre brésiliens.
EN/ More and more Brazilians are moving to Brussels in search of work, safety and better living conditions. Thanks to the historic Portuguese presence and existing community networks, many settle in Saint-Gilles, often starting out in construction, cleaning or hospitality jobs. Around Chaussée d’Alsemberg, a close-knit community of Brazilian shops, churches, cafés and meeting places has emerged
Met vijftigduizend lopers en negenhonderd deelnemende groepen mikt de 20 km door Brussel zondag op een recordeditie. Het nieuw ingestelde quotum, dat de grootte van de lopende teams beperkt, kan echter niet bij iedereen op evenveel begrip rekenen.
door Eleanor Denneman
De organisatie van de 20 km door Brussel verwacht op zondag 31 mei maar liefst vijftigduizend deelnemers. Dat zijn er duizend meer dan bij de vorige editie, goed voor een nieuw record. Vorig jaar waren weliswaar ook meer dan vijftigduizend mensen ingeschreven, maar traditiegetrouw komt tien procent van de deelnemers niet opdagen.
Uniek aan de bijna halve marathon in Brussel is dat twee op de drie deelnemers met een groep meelopen, vaak voor een goed doel of als teambuilding. Bij vergelijkbare loopwedstrijden in Antwerpen en Gent gaat het slechts om één op de acht deelnemers, zo blijkt uit dataonderzoek van de redactie van BRUZZ.
Door de populariteit van het evenement, gold voor de ploegen dit jaar een nieuwe maatregel: elke ploeg mocht slechts tachtig procent van het deelnemersaantal van vorig jaar inschrijven. De organisatie wil zo ook nieuwe ploegen toelaten, luidt de redenering, al veroorzaakt de beperking wel enige teleurstelling.
Laurence Vandenbemden van Famille d’Accueil, een organisatie die inzet op pleegzorg, had nog geluk: de organisatie deed vorig jaar voor het eerst mee en stond meteen met een groot team aan de start. “Ik mikte op zeshonderd deelnemers, omdat zeshonderd kinderen in Wallonië en Brussel toen een pleeggezin zochten.” Ze dacht dat ze amper zestig lopers zou vinden, maar het werden er 819.
Dit jaar had Vandenbemden graag nog meer fans uitgenodigd om haar missie extra zichtbaarheid te geven – ondertussen staat de teller op duizend kinderen – maar met de nieuwe maatregel zal dat niet lukken. Vandenbemden begrijpt het ergens. “Het is goed dat ook nieuwe teams een kans krijgen.” Ook bij Charlotte Santes van de Brailleliga staan er veertig personen op de wachtlijst. “Er komen nog altijd telefoontjes binnen met de vraag of we plek hebben”, zegt Santes, “zelfs van mensen die geen eerdere relatie hadden met onze organisatie.”
Meteen uitverkocht
De vraag naar loopnummers blijkt nog op een andere manier: op de website van de doorverkoopsite Ticketswap hopen intussen meer dan drieduizend mensen alsnog op een plek in de race. Gezien de startnummers bij de individuele inschrijvingen op 1 april in een mum van tijd uitverkocht waren, proberen teleurgestelde aspirant-deelnemers het traditioneel via andere kanalen.
De 20 km door Brussel dankt zijn populariteit deels aan het lage inschrijvingsgeld. Voor een halve marathon in Leuven, Gent of Antwerpen, zijn deelnemers snel minstens 60 euro kwijt. Met 35 euro is een startnummer bij de 20 km door Brussel dus relatief goedkoop. Een principiële keuze,

want voor initiatiefnemer Carine Verstraeten mag “de prijs geen obstakel vormen om deel te nemen”.
Het evenement wordt georganiseerd – zonder subsidies – door de vzw S.I. Brussels Promotion, met vier vaste medewerkers en enkele stagiairs. Voor Verstraeten is het initiatief meer dan een loopwedstrijd: “Ik wil dat mensen la plénitude de la joie ervaren en zich trots voelen op de stad.”
Daarmee plaatst S.I. Brussels Promotion zich tegenover commerciële organisatoren zoals Golazo, de organisatie die achter de eerder genoemde halve marathons zit. “Golazo is een machine, wij hebben een andere filosofie.”
Van 25 naar 35 euro
Hoewel Verstraeten tien jaar geleden aangaf aan BRUZZ niet af te wijken van het lage inschrijfgeld, is de prijs van een startnummer mettertijd toch gestegen. Bijna tien jaar lang stond dat bedrag op 25 euro, maar sinds 2023 is dat gestegen, eerst naar 28 euro, dan naar 30 euro en nu kost een nummer ©

35 euro. Het volgt daarmee een trend die ook plaatsvindt bij andere sportevenementen.
Voor de meeste deelnemende teams is de 20 km door Brussel geen verdienmodel: ze proberen vooral uit de kosten te raken en hun werking zichtbaarder te maken. Daarom rekenen ze vaak een meerprijs boven op de inschrijvingskosten, bijvoorbeeld voor een T-shirt, catering, de huur van een tent op het terrein – elk 2.500 euro – of andere werkingskosten. “Wij nemen bijvoorbeeld ook de kosten van onze blinde en slechtziende lopers voor onze rekening”, zegt de Brailleliga.
Bovendien vragen sommige teams hun deelnemers om geld in te zamelen. “Dit jaar introduceerden we een minimaal fundraisingdoel van 80 euro per loper”, vertelt Hans Moyson van het Wereld Natuur Fonds, dat dit jaar meedoet met 428 deelnemers. “Het is niet bindend, maar blijkbaar wel motiverend, want de teller staat al op 13.000 euro.” Ook de vzw Pink Ribbon vraagt een gift van minstens 100 euro per persoon.
Deelnemers die in teamverband lopen zijn dus vaak meer kwijt dan 35 euro. “Tenzij de chef betaalt”, zegt Verstraeten met een knipoog. Ze begon aanvankelijk samen te werken met teams om meer lopers op de been te brengen. Ondertussen is die samenwerking uitgegroeid tot een vast onderdeel van de formule. “Een win-win”, zegt de organisator, “want we geven elkaar een platform.”
“Dit is meer dan een loopwedstrijd. Ik wil dat mensen zich trots voelen op de stad”
Carine Verstraeten
Organisator 20 km door Brussel
De teams nemen ook een deel van de praktische organisatie op zich, maar volgens Verstraeten is dat niet de reden waarom ze zo belangrijk zijn. “Onze job zou juist makkelijker zijn als we vijftigduizend individuele inschrijvingen via een loting zouden doen”, zegt ze. “Maar dan is de 20 km geen volksfeest meer.”
Nu botst de 20 km op de grenzen van het eigen succes. Volgens Verstraeten is de harde limiet van het deelnemersaantal bereikt en zal het niet meer stijgen. “De ervaring moet kwalitatief blijven.”
Voor de editie van 2030 liggen wel grote ideeën op tafel. Dan viert België zijn tweehonderdste verjaardag en mag de 20 km door Brussel vijftig kaarsjes uitblazen. Een uitbreiding naar een volledige marathon zit er evenwel niet in, ook niet nu de Brussels Airport Marathon van Golazo is afgeblazen. “Mensen die een marathon doen, willen een goede tijd lopen. Dat gaat niet in Brussel, met al die kasseien en heuvels”, lacht Verstraeten. Over de grote ideeën daarrond wil ze later communiceren.
‘Is
Tracé Brussel, een Nederlandstalige organisatie die zich inzet om Brusselse werkzoekenden te begeleiden naar werk of opleiding, wil het systeem van duaal leren hervormen. “De huidige manier van werken laat jongeren in de steek.”

Vincent Verrydt is coördinator Vlaams en Brussels beleid en teamleider Onderwijs en Arbeidsmarkt is.
Dieter Op de Beeck is stafmedewerker duaal leren
Merlijn Gabel is brugfiguur werkplekleren
In navolging van de Duitse Ausbildung stelt de Vlaamse regering in 2016 een nieuwe onderwijsvorm voor: duaal leren. Het uitgangspunt is sterk. Haal gemotiveerde leerlingen die al doende leren grotendeels uit de schoolbanken en zet hen in de praktijk. Daar wordt de jongere op de werkvloer begeleid door een mentor, die krijgt een opleiding om vakkennis door te geven en leerlingen stap voor stap in het beroep te laten groeien. De jongere doet ervaring en zelfvertrouwen op, vindt motivatie en wordt ook betaald. Daarnaast vindt de, ook toen al, krappe arbeidsmarkt opgeleid personeel. Tien jaar later moet geconcludeerd worden dat het systeem te complex is en jongeren in de steek laat.
In Brussel is duaal leren institutioneel complex: onderwijs is een gemeenschapsbevoegdheid, werkgelegenheid een gewestbevoegdheid. Hierdoor kent Brussel vandaag verschillende systemen naast elkaar: het Nederlandstalige duaal leren, de Franstalige CEFA’s
Stadsleven Talentloze tuinier
door Maarten Goethals
In november verhuisde ik naar een gelijkvloers met een grote voortuin in Anderlecht. Ik wilde buiten meteen alles opbreken en herinrichten, naar mijn eigen totalitaire
inzichten. Ik waande me al de hoftuinier van Versailles, die de natuur temde in geometrische modellen en perfecte symmetrieën. Maar iedereen zei: wacht
en de alternerende opleidingen van Syntra/EFP/SFPME. Elk systeem heeft andere regels, voorwaarden, premies en administratieve verplichtingen. Waar een mentor een tweedaagse opleiding moet volgen om een Nederlandstalige leerling te begeleiden, geldt dat niet voor de begeleiding van een Franstalige
Voor werkgevers is het een kluwen. Nederlandstalige en Franstalige trajecten bestaan naast elkaar, elk met eigen regels, formulieren en aanspreekpunten. Alleen al binnen duaal leren moeten werkgevers hun weg vinden tussen verschillende scholen, opleidingsverstrekkers en administraties. Daarbovenop is er een hele waaier aan andere formules om jongeren of werkzoekenden werkervaring te laten opdoen: stages vanuit hogescholen en universiteiten, de Firststage van Actiris, de Individuele Beroepsopleiding (IBO) via VDAB en Actiris, artikel 60 via de OCMW’s, doelgroepmaatregelen, activa.brussels, de Formation Professionnelle Individuelle en Entreprise (FPIE), beroepsinlevingsstages en het ‘program-
“De Brusselse arbeidsmarkt heeft nood aan geschoolde handen, en Brusselse jongeren hebben nood aan perspectief”
leerling. Voor een Nederlandstalige leerling uit de tweede graad betaalt een werkgever 635,10 euro per maand, terwijl een Franstalige leerling, die ongeveer hetzelfde kan, nog geen 372,27 euro per maand kost. Een hogeschool- of universiteitsstagiair mag zelfs helemaal niet vergoed worden. Om nog maar te zwijgen over de administratieve lasten.
eerst een jaar. Doorloop minstens de cyclus van de vier seizoenen en zie wat er allemaal bloeit. Een half jaar verder is dat al een indrukwekkend lijstje: spoorbloem, langlijfje, druifhyacint, pinksterbloem, tuinjudaspenning, bergcentaurie, boshyacint, bosvergeetmij-nietje, kornoelje,
me de transition professionnelle’, noem maar op ... Volgt u nog?
En vooral: blijft een werkgever gemotiveerd om een stagiair of lerende op te leiden? Bijna negen op de tien Brusselse bedrijven tellen minder dan twintig werknemers. Daardoor voelt voor velen duaal leren meer als een administratieve last dan als een investering in de toekomst.
bosaardbei, stinkende lis … Maar blijft de vraag: wat ga ik doen met de tuin? En kan ik het wel allemaal zelf? Niet onbelangrijk, die laatste vraag. Want op een gegeven moment was ik onkruid aan het wieden, dacht ik. Tot de bovenbuurvrouw passeerde en naar mijn hoopje groen afval keek.
“Heb je nu die klimopbremraap uitgetrokken?”
“Uhm?”
“Die is redelijk zeldzaam.”
Versailles was ook niet in één dag gebouwd. Toch?
In Stadsleven vertellen redacteurs en lezers in maximaal 1000 tekens een verrassende anekdote over Brussel. Insturen kan via redactie@bruzz.be
Het is dus niet verwonderlijk dat het aanbod leerwerkplekken zeer beperkt is. Waar in Vlaanderen het aantal leerwerkplekken het aantal leerlingen overstijgt, geldt dat niet in Brussel. Zeker voor bepaalde studierichtingen, zoals lassen, haarzorg, houtbewerking en elektriciteit, zijn er nauwelijks plaatsen, en bij de plaatsen die er zijn, wordt zelden Nederlands gesproken. En dat in sectoren waar de roep om personeel groot is.
Handen in het haar
Veel leerlingen die zich inschrijven in duaal leren, zakken weg in een watervalsysteem en cumuleren teleurstellingen. Ze groeien vaak op in een maatschappelijk kwetsbare situatie waar extra inkomsten geen luxe zijn. Na inschrijving worden ze gescreend op hun arbeidsrijpheid en arbeidsbereidheid. Zijn ze nog niet helemaal klaar om te gaan werken, dan krijgen ze intensieve begeleiding in de aanloopfase. Wordt de arbeidsbereidheid als onvoldoende beoordeeld, of vinden arbeidsrijpe leerlingen binnen dertig dagen geen stageplaats, dan wordt de leerling uitgeschreven. Zo moeten leerlingen die in september nog dachten met hun opleiding geld te verdienen, in november op zoek naar een nieuwe school. Velen van hen verdwijnen van de radar en dat kunnen we ons als maatschappij niet permitteren. Intussen zitten scholen met de
handen in het haar. Enkele zijn gestopt met duaal leren. Andere bouwen studierichtingen af, terwijl de arbeidsmarkt nog schreeuwt om gekwalificeerd personeel. De Brusselse arbeidsmarkt heeft nood aan geschoolde handen. Brusselse jongeren hebben nood aan perspectief, zeker omdat de cijfers schrijnend zijn: één op de vijf leerlingen in het Brussels onderwijs verlaat voortijdig de schoolbanken, een getal dat al jaren stijgt. Duaal leren kan die twee noden samenbrengen. Maar dan moeten we durven te kiezen voor een eenvoudiger, eerlijker en echt Brussels systeem. Die oproep is niet nieuw. De Brusselse Adviesraad van de Nederlandstalige Sociale Partners BANSPA, Instance Bassin EFE en Brupartners formuleerden al een uitgebreid gezamenlijk advies met concrete aanbevelingen voor overheid, onderwijs en werkveld. De analyse ligt op tafel. Nu is er vooral politieke en institutionele moed nodig om er ook naar te handelen. De eerste signalen van ministers Dirk De Smedt (Anders) en Laurent Hublet (Les Engagés) geven perspectief aan duaal leren. Want zolang duaal leren in Brussel afhankelijk blijft van versnipperde regels, losse projecten en werkgevers die zelf hun weg moeten zoeken, laten we kansen liggen. Voor jongeren. Voor ondernemingen. En voor het Gewest zelf.
Reageren of zelf een opiniestuk insturen? Mail naar redactie@bruzz.be
Quote
“Ik ben geen held: ik weet niet of ik het ‘s avonds zou durven. Maar misschien zou ik dat thuis in Schoten ook niet doen”
Humo, 19 mei 2026


Voormalig gitarist van punkband De Brassers Willy Dirkx (1958) wandelt met zijn camera door Brussel op zoek naar het onverwachte en het ongewone. Geen donkere, zwart-witbeelden, maar kleurrijke straatfoto’s verbeelden het Brussel van vandaag. De foto’s zijn nu gebundeld in het boek Brussels Unfiltered, waarvoor hij Brusselse vrienden zoals Zwangere Guy, Mona Mina Leon en Frederik Daem heeft uitgenodigd om enkele foto’s van commentaar te voorzien.

BRUZZ heeft de Belfius Persprijs gewonnen in de categorie Lokale Pers. De jury bekroonde een driedelige journalistieke reeks van Eleanor Denneman, datajournalist bij BRUZZ, over Brusselse babynamen. De redactie analyseerde ruim tweeduizend verschillende namen
van bijna driehonderdduizend Brusselse baby’s over een periode van dertig jaar. In het kader van het project ontwikkelde BRUZZ ook een eigen interactieve Babynamenkiezer, waarmee lezers zelf trends en evoluties in Brusselse voornamen konden ontdekken.
De bekroonde reeks, waarvan het eerste artikel “Brusselse babynamen worden korter en diverser: ouders kiezen minder voor modenamen” was, onderzocht hoe naamgeving in Brussel evolueert onder invloed van diversiteit, sociale trends en veranderende voorkeuren van ouders.
De artikels combineerden datajournalistiek met getuigenissen en maatschappelijke analyse,
en bereikten online een breed publiek. Volgens de jury slaagde BRUZZ erin om met een herkenbaar en ogenschijnlijk licht onderwerp een genuanceerd en veelzeggend portret van Brussel te schetsen. De reeks toont hoe datajournalistiek complexe stedelijke evoluties tastbaar kan maken voor een breed publiek.
“Deze prijs is een erkenning voor de manier waarop onze redactie



lokale verhalen brengt: dicht bij de Brusselaar, maar tegelijk met journalistieke diepgang en relevantie. De reeks over babynamen toont perfect waar BRUZZ sterk in is: maatschappelijke trends zichtbaar maken via originele invalshoeken en sterke datajournalistiek”, zegt Klaus Van Isacker, BRUZZ-hoofdredacteur. Eleanor Denneman, datajournalist bij BRUZZ en auteur van de reeks, benadrukt het belang van lokale
datajournalistiek. “Brussel is een ongelooflijk rijke stad om datajournalistiek op los te laten. Achter cijfers over babynamen schuilen verhalen over identiteit, migratie, generatieverschillen en culturele verandering. Het is fijn dat dit onderzoek en onze aanpak nu door een professionele jury wordt gewaardeerd.”
De Belfius Persprijzen bekronen jaarlijks de beste Belgische journalistieke producties in
verschillende categorieën. In de categorie Lokale Pers worden journalistieke projecten onderscheiden die erin slagen lokale verhalen maatschappelijk relevant en vernieuwend te brengen.
De andere genomineerden in die categorie waren ‘HBVL in de psychiatrie’ (Het Belang van Limburg) en ‘“We lopen erbij voor spek en bonen”: helft West-Vlaamse gemeenteraadsleden vindt dat ze geen impact
hebben op beleid’ (Krant van West-Vlaanderen).
Behalve BRUZZ vielen ook De Standaard, De Tijd, De Morgen, Het Nieuwsblad en VRT in de prijzen.
Aan Franstalige kant waren er prijzen voor L’Echo, Le Soir en RTBF. Ook de Duitstalige omroep BRF werd bekroond.
De winnende reeks over de babynamen herlezen kan via BRUZZ.be/babynamen
Fatima Ftaich groeide uit van sociaal werker tot ondernemer en influencer
Biologisch, halal en goed voor jezelf zorgen: met die ambitie stampte Fatima Ftaich tien jaar geleden de onlinewinkel Vidya uit de grond. Inmiddels leidt ze een fysieke winkel met koffiebar langs het kanaal in Molenbeek, heeft ze een eigen voedingsmerk en meer dan negentigduizend fans op Instagram. door Eva Christiaens foto Tiene Carlier
Langs het kanaal in Molenbeek hoef je vandaag niet meer lang te zoeken naar een koffie. Er was al Le Phare du Kanaal, maar ook Bsaha op de hoek met het Saincteletteplein en Kosto Coffee even verderop. Sinds een achttal maanden kwam daar nog Habebe bij: een ontbijt- en lunchplek uit de koker van Fatima Ftaich (46), zaakvoerster van biowinkel Vidya. Die ligt in het pand waar ooit meubelzaak Lulu huisde.
“Ik zie dat niet als concurrentie, want we hebben onze eigen visie en communicatie. De klanten komen echt voor ons naar hier”, zegt Ftaich. Dat weet ze omdat er steeds vaker toeristen binnenwaaien: de zaakvoerster heeft zich in geen tijd ontpopt tot online-influencer rond biovoeding en
zelfzorg, met ruim negentigduizend volgers via Instagram én een eigen voedingsmerk, Eatya. “Maar dertig procent van onze volgers woont in België of Brussel. De rest vooral in Frankrijk, maar ook Canada of andere landen”, zegt Ftaich.
En zo werd ‘haar’ Habebe al snel een nieuwe bestemming voor wie Brussel vooral via TikTok verkent. “We zijn een destinationzaak voor wie onze producten wil proeven”, zegt Ftaich. Dat gaat van Eatya-matchapoeder tot cacao, olijfolie of himalayazout, allemaal biologisch en bovendien halal. Onder meer koffiebar Brol in Molenbeek, Crème in hartje Brussel en Bisou in Elsene werken al met haar producten, net als bioketen Farm. Het maakt Fatima Ftaich een opvallend grote naam in het Brusselse

Fatima Ftaich, onderneemster en influencer: “Bij vrouwen met een migratieachtergrond ken ik niemand die het op dezelfde manier doet als ik.”

landschap, die opvallend onbekend blijft bij het grote publiek. “Toen we Habebe Coffee pas openden, bleven de klanten van de vorige zaak weg. Werknemers van KBC of Thurn & Taxis misten hier gewone broodjes met vlees, denk ik.”
Welk nieuw publiek spreekt u dan aan?
FATIMA FTAICH: Vaak pendelaars die mij kennen via sociale media. En een hele categorie van actieve vrouwen die hard werken, maar zich niet altijd gehoord voelen. Ze komen uit Brussel, maar ook Waalse en Franse steden, en ze zijn zowel wit als Arabisch. Ik hoor vooral dat ze mijn stijl verfrissend vinden. Ik toon eerlijk en authentiek dat ondernemen niet altijd makkelijk is. Ik doe dat zeker niet altijd Instagrammable. Het leven is soms ploeteren, daar moet je geen mooi plaatje van maken. Ik zie mezelf liever als een grote zus die zegt: “Soms is het leven zwaar, maar het komt uiteindelijk wel goed.” Als community zorgen we nu als grote zussen voor elkaar.
Waarom bent u eigenlijk met ondernemen begonnen?
FTAICH: Dat was een toevalstreffer. Ik werkte vroeger in loondienst. Zo had ik het thuis geleerd. Niemand in mijn familie was bakker, slager of elektricien. Ik moest studeren, een goede job vinden en dan hogerop proberen te raken. Dat heb ik ook gedaan: ik werkte lang in de sociale sector, maar ik miste creativiteit, vrijheid en avontuur. Zo heb ik tien jaar geleden Vidya opgericht, samen met mijn man en een derde vennoot. We zijn gestart als e-commercebedrijf, een proces van vallen en opstaan, en we moesten alles financieren met leningen bij de bank. Ik heb pas gaandeweg ontdekt wat ik echt graag wilde doen: positieve dingen creëren, gezonde producten aanbieden en mijn eigen lifestyle delen met andere mensen. Ik zorg nu voor de visie, mijn man voor het operationele luik. Al voel ik me pas sinds vijf jaar een échte ondernemer, wat natuurlijk nog altijd heel pril is.
U getuigt via sociale media zeer eerlijk over dat vallen en opstaan. Waarom?
FTAICH: Omdat een leven als ondernemer niet altijd makkelijk is. Drie jaar geleden kende ik een periode met enorm veel stress, angst en paniekaanvallen. Ik voelde zware druk, ook financieel, en ik heb nog vier kinderen thuis. Voor vrouwen is zo’n stress dikwijls nog zwaarder door hun hormoonhuishouding en hun cyclus. Ik heb me bijna tweeënhalf jaar
slecht gevoeld en heb er werkelijk alles aan gedaan om me weer beter te voelen. Ik besefte dat ik vast niet de enige was die zoiets doormaakte. Waarom zou ik het dan niet delen? Toen ik het deed, reageerden heel wat mensen dat zij hetzelfde voelden, maar het niet durfden te zeggen uit schaamte. Dat heeft tot verbinding geleid.
Er bestaan wel netwerken voor ondernemersvrouwen en u bent niet de enige die daarover online spreekt, toch?
FTAICH: Uit Molenbeek of bij vrouwen met een migratieachtergrond ken ik alvast niemand die het op dezelfde manier doet als ik. Ik heb zelf een paar jaar bij Entreprendre Bruxelles gezeten, en ik weet dat er zakenclubs bestaan zoals The Nine, maar als vrouw van Marokkaanse afkomst vind ik niet altijd mijn plek in die kringen. De gesprekken voelen daar nogal preppy, alsof we allemaal een kunstgalerij zouden uitbaten. Ik voel mezelf een ondernemer in de echte wereld, met echte problemen en echte schulden. Soms moet ik 15.000 euro vinden en heb ik dat geld niet, soms komen mijn medewerkers niet opdagen en soms moet ik poetsen, terwijl ik ook content moet maken. Dat is de realiteit. Tegelijkertijd mis ik soms voeling met vrouwen met een migratieachtergrond, want zij ondernemen doorgaans in andere projecten dan ik.
Tijd voor een nieuw netwerk?
FTAICH: Daar heb ik geen tijd voor. (Lacht) Ik draag al zoveel petjes en ben een perfectionist. Het zou me te veel druk geven. Ik merk vooral dat veel vrouwelijke ondernemers kleine zelfstandigen zijn, en dat in de hele sector een gebrek aan transparantie heerst. Je ziet soms vrouwen met een prachtig project, mooi vormgegeven op hun socials, en je vraagt je af: “Hoe doen zij dat toch?” Wel, vaak hebben ze geld van hun ouders op zak. Ze zijn een soort nepobaby’s. Dat is oké, maar wij hebben dat niet. Ik probeer ook de rommel van het ondernemen te tonen.
Fatima Ftaich staat met twee voeten in haar zaak, maar ook in de wereld. Ze groeide op in de Anneessenswijk, studeerde sociologie en erkent bewust haar eigen privileges. “Ik heb mezelf in Brussel nooit ondervertegenwoordigd gevoeld. Ik ben zelf moslima, maar ben er wel zeker van dat ik het moeilijker had gehad mocht ik een hoofddoek dragen, of mocht ik een zwarte vrouw zijn”, zegt ze. “Er is een ladder van privileges. De witte man staat bovenaan, maar ik zeker niet helemaal van onderen.”

“Ik creëer een community van grote zussen die zorgen voor elkaar”
Fatima Ftaich Onderneemster en influencer
Dat ze haar bedrijven Vidya, Eatya en Habebe samen met haar echtgenoot Gregory Dahan leidt, noemt Ftaich bijzaak. “Ik noem hem veel liever mijn vennoot, want het is al gebeurd dat investeerders mij aanspraken als ‘de vrouw van Gregory’. Neen, ik ben Fatima”, vertelt ze. Het gezin woont zelf niet in Molenbeek, maar in Anderlecht. Toch is ze hier goed thuis en verankerd.
De eigenaar van dit pand, Jean-Paul Pütz, klaagde twee jaar geleden al over het ondernemersklimaat in Molenbeek. Hij wilde zowel dit pand als het Mima van de hand doen, omdat er volgens hem niets bewoog in de gemeente.
FTAICH: En hij heeft gelijk. De bereikbaarheid van onze winkel is al anderhalf jaar ellendig. Elke dag duikt er wel ergens langs het kanaal een nieuwe blokkade op of verandert de werfinrichting, en er is niemand bij de hele gemeente die ons daarover informeert of antwoordt. We mailen, bellen, maar horen niets.
Dat gaat verder dan de politiek. Toen ik een video op Instagram postte om reclame te maken voor mijn café en die viraal ging, kreeg ik enorm veel negatieve reacties van de bewoners uit Molenbeek. “Nog iemand die het hier gaat gentrificeren”, schrijven ze dan. Maar ik ben sociologe van opleiding, ik weet wat gentrificatie is. Dat is ervoor zorgen dat de vastgoedprijzen zodanig hard stijgen dat lokale bewoners moeten vertrekken. Niet: een café openen.
Voor sommige stadsbewoners staat matcha latte gelijk aan gentrificatie.
FTAICH: Dat vind ik een idiote associatie. Matcha is gewoon groene thee. Mogen mensen uit Molenbeek dat niet drinken? Wie dat zegt, herleidt Molenbeek tot een enkele, vaste essentie. Alsof zijn inwoners alleen van muntthee en donuts mogen houden. Ik vind dat nogal triestig en bovendien klopt het niet. Kijk naar een café als Brol, waar het elke dag vol zit en het niets uitmaakt of je wit of Arabisch bent. Ik hou van complexiteit. Als de kwaliteit goed is, komen de mensen wel.
Wat zijn uw ambities nog met Vidya? Droomt u van een keten?
FTAICH: (Lacht) Tussen dromen en springen zit een groot verschil. Ik krijg wel berichten van mensen die graag een Vidya-winkel in Luik of zelfs Parijs zouden hebben, maar ik ga geen honderdduizenden euro’s investeren omdat iemand me zegt dat dat ‘wel leuk’ zou zijn. Voorlopig wil ik de zaak stabiliseren en externe investeerders aantrekken. Dat kunnen ook sponsors zijn voor mijn job als onlinecontentcreator.
FR/ L’entrepreneuse Fatima Ftaich a développé à Bruxelles une marque à succès autour de l’alimentation bio et halal, avec le café Habebe à Molenbeek comme dernier projet. Sur les réseaux sociaux, elle partage sans filtre son parcours d’entrepreneuse et touche surtout des femmes qui s’y reconnaissent. Selon elle, associer automatiquement un bar à matcha à la gentrification réduit Molenbeek à une caricature.
EN/ Entrepreneur Fatima Ftaich has built a successful Brussels-based brand around organic and halal food, with Habebe café in Molenbeek as her latest project. Through social media, she openly shares the realities of entrepreneurship and connects with women who recognize themselves in her story. She argues that automatically linking a matcha bar to gentrification reduces Molenbeek to a stereotype.































































Africa Is/In The Future, Ahilan Ratnamohan, Alix Eynaudi ≈ Elizabeth Ward, Aurélie Di Marino ≈ Renée Goethijn, Bilal El Had, Chokri Ben Chikha ≈ Action Zoo Humain, Clash Machine



Dorothée Munyaneza, ECOPOLIS, ENCORE, Edurne Rubio, Figures of Fascism and Antifascist Solidarities, Globe Aroma, Hanako Hayakawa, Heine Avdal ≈ Yukiko Shinozaki ≈ fieldworks, Jefta Van Dinther, Khadija El Kharraz Alami






Krishna Istha ≈ Geetha Shankar, Latifa Laâbissi, Lisa Vereertbrugghen, Lucy Wilke ≈ Sahar Rahimi, LOD ≈ Melissa Mabesoone ≈








Louis Vanhaverbeke ≈ Farida Amadou, Marvin M’toumo, Meg Stuart ≈ Doug Weiss (with Mariana Carvalho), Mophradat








Nassim Soleimanpour ≈ Omar Elerian, Needcompany, Noha Ramadan, Pankaj Tiwari, Rébecca Chaillon, Salva Sanchis ≈ Anne Teresa De Keersmaeker ≈ Rosas



Sophia Rodriguez ≈ Teresa Vittucci, Soumaya Phéline Abouda ≈ Zaïneb Hamdi











Tiago Rodrigues ≈ NTGent, het TheaterFestival, The Aunties Collective, Thomas Ryckewaert










Toneelhuis ≈ Benjamin Abel Meirhaeghe ≈ Wouter Delcour ≈ Muziektheater Transparant












Een nieuwe fastfoodhype vond via Franse influencers de weg naar verschillende Brusselse wijken. Onlangs openden twee restaurants hun deuren. Twee keer moest de politie, door de grote volkstoeloop, tussenbeide komen.
door Jasper Van Belle
Molenbeek, de Ninoofsesteenweg, vlak bij het Weststation. Iets na het middaguur en het is er behoorlijk bedrijvig. “Crousty (een schotel met witte rijst, gefrituurde kip én veel saus, red.) is sinds een aantal maanden echt een enorme hype. Iedereen wil het weleens proeven”, zegt een jongen in trainingspak. “Zelf heb ik het nog niet gegeten, maar ik zie het vaak op sociale media.” Zijn naam?
“Schrijf maar Riad.”
Vorige week woensdag opende zo’n zaak – Desy Crousty – haar deuren, aan het Weststation. Om dat te vieren, gaf de fastfoodketen tweehonderd gratis maaltijden weg, wat een stormloop aan gegadigden veroorzaakte. Uiteindelijk moest de politie zelfs ingrijpen. Eerst sloot ze de Ninoofsesteenweg tijdelijk af, daarna werd het hele gebeuren zelfs geannuleerd.
“Jongeren verzamelden op en rond de drukke Ninoofsesteenweg”, verklaarde een woordvoerder van politiezone West. “Dat leidde tot een onveilige situatie.” Toen het evenement geannuleerd werd, ontstond wat rumoer. “Enkele jongeren bekogelden de
politie met stenen. Eén agent raakte lichtgewond en drie mensen werden uiteindelijk gearresteerd.”
In Vorst gebeurde enkele maanden geleden bijna exact hetzelfde: aan de Alsembergsesteenweg opende een nieuwe zaak van Crousty Night, een fastfoodketen met filialen in Elsene en Dilbeek. Ook hier werd de opening gevierd, met een gratis portie crousty voor de eerste honderd klanten. Bovendien maakten klanten kans op een PlayStation 5 of een elektrische step. Net als in Molenbeek trok het gebeuren heel wat geïnteresseerden, in totaal zo’n driehonderd. Uiteindelijk zag de uitbater zich, in samenspraak met de burgemeester en de politie, genoodzaakt de actie af te gelasten.
De crousty-hype komt uit Frankrijk overgewaaid, zo weet Taha Riani. Hij werkt als strateeg gespecialiseerd in multicultuur en woont aan de Naamsepoort, vlak bij een fastfoodrestaurant waar ze die crousty verkopen. “In Frankrijk is het gerecht een succesverhaal. Het speelt in op een bepaald smaakprofiel dat erg aanslaat bij jongeren met een migratieachtergrond.”
Om die jongeren aan te spreken, zetten dergelijke ketens hard in op sociale media. Daardoor kwamen de aanvankelijk op de Franse markt gerichte campagnes met influencers, bij wijze van collateral damage, ook in de TikTok-feed van heel wat Franstalige Brusselaars terecht. Het blijft een boutade, maar als het regent in Parijs, druppelt het ook in Brussel.

“Voor amper tien euro ben je meer dan voldaan: het is heel erg lekker, maar enorm vettig”
Taha Riani
Strateeg en keynotespreker

Ook de prijs kan de populariteit verklaren, meent Riani. “Ik heb zelf al eens crousty gegeten – héél erg lekker, maar enorm vettig. Voor amper tien euro ben je meer dan voldaan, terwijl je in ‘traditionelere’ fastfoodrestaurants toch wat meer geld kwijt bent. Je kunt het misschien vergelijken met de opkomst van de kapsalon: ook dat was een echte hype, vrij goedkoop en was een gat in de markt. De zaak in mijn straat is al een zestal maanden open, en toch staan er bijna dagelijks lange wachtrijen. Dat zegt wel iets over de populariteit.”
Die reclame via sociale media verloopt steeds via een vast stramien, zegt Tim Smits. Hij is professor aan de KU Leuven en onderzoekt onder meer hoe fastfoodrestaurants aan marketing doen.
“Je ziet dat ketens altijd dezelfde ‘trucjes’ gebruiken”, vertelt hij. “Er is de ‘pure’ reclame, bijvoorbeeld via campagnes op sociale media, maar ook influencers zijn uiteraard enorm belangrijk. Zij proberen op een meer verhalende manier, via vlogs bijvoorbeeld, mensen warm te maken om een bezoek te brengen.”
En het is nét dat wat die nieuwe fastfoodketens zo goed in de vingers hebben. “Het zijn vaak jonge mensen die achter zo’n keten zitten”, zegt Wahiba Yachou, oprichtster van etnomarketingagentschap Tissal. “Zij begrijpen uiteraard enorm goed hoe sociale media werken. Scoren op sociale media vergt een bepaalde kunde, en die hebben ze in de vingers. Dat is een enorm voordeel tegenover grote, traditionele ketens zoals McDonald’s of Quick. Ook zijn hun video’s enorm divers, waardoor ze sowieso Brusselse jongeren aanspreken, ook omdat ze vaak werknemers hebben die onderdeel van de buurt en community zijn.”
Door die cocktail krijgen jongeren het gevoel dat iedereen aan de crousty zit. Smits: “Vergelijk het met de start van de zomer. Als je dan op sociale media kijkt, lijkt het wel alsof werkelijk iedereen op vakantie is. Uiteraard is dat niet zo, want het land blijft wel draaien. En als iedereen iets doet, wil je het natuurlijk vaak ook doen.”
Dat heeft schadelijke gevolgen, zegt Smits. “Onderzoek toont aan dat grofweg iedereen beseft dat fastfood niet gezond is, maar als mensen veel anderen iets zien eten, denken ze na verloop van tijd dat het al bij al wel meevalt. Dat valt evolutionair te verklaren: als mensen veel anderen iets zien eten, moet het wel veilig zijn. De schadelijke gezondheidseffecten zijn er vooral op langere termijn. Een hype of niet, dat zulke fastfoodrestaurants opduiken, vaak dicht bij scholen, is een systematisch probleem.”
Onder andere om die reden heeft het gemeentebestuur van Elsene onlangs beslist om een fastfoodtaks in het leven te roepen voor ketens met bestelzuilen. Frituur-, rotisserie- en grillzaken die met bestelzuilen werken, zullen jaarlijks 12.000 euro moeten betalen. Elsene volgt daarmee Anderlecht en Oudergem, die de taks eerder al invoerden.



De Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (www.raadvgc.be) is een Brusselse parlementaire instelling. Die bestaat uit de 17 Nederlandstalige parlementsleden van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. Samen stippelen ze het beleid uit voor onderwijs, cultuur, welzijn en gezondheid.
(statutair-voltijds-m/v/x)
Taken en verantwoordelijkheden
Als stafmedewerker wetgeving werk je in het hart van het parlementaire proces. Je biedt inhoudelijke, organisatorische en reglementaire ondersteuning:
•voorbereiden, begeleiden en opvolgen van parlementaire vergaderingen;
•opstellen van adviezen, nota’s en dossiers;
•redigeren en reviseren van verslagen;
•bewaken van procedures en het Reglement van Orde;
•opvolging, redactie en publicatie van parlementaire documenten en vragen;
•beheer van digitale parlementaire informatie en databanken;
•opvolging van projecten en burgerparticipatie.
Je beschikt over:
•een universitair masterdiploma (of gelijkgesteld);
•een goede kennis van het Nederlands;
• politieke actualiteit;
•vlotte digitale vaardigheden en leerbereidheid.
Aanbod
•Statutaire functie als Attaché (A1) in een kleinschalige organisatie met korte lijnen.
•Vlot bereikbare kantoren in het centrum van Brussel + mogelijkheid tot telewerk.
•Ruime opleidings- en ontwikkelingsmogelijkheden.
•Aantrekkelijke vakantieregeling.
•Extralegale voordelen.
Stuur je cv, motivatiebrief en kopie van je diploma vóór 5 juni 2026 via www.probis.be/vacatures
Meer informatie? Contacteer Probis via jobs@probis.be of 014 58 58 00. Of bekijk de volledige vacature tekst via de QR-code.
Scan hier voor meer info.
Het is de periode van het jaar waarin tapijtkevers geboren worden. Het kleine, gevlekte kevertje oogt dan wel onschuldig, zijn larven kunnen flink schade aanrichten in huis.
door Inne Krokaert
Een BRUZZ-lezer meldde vorige week een onaangename ontdekking in haar appartement: een klein kevertje met bruine, gele en grijze vlekken. Best mooi, eigenlijk. Het bleek om een tapijtkever te gaan, ook wel museum torretje of Anthrenus verbasci genoemd. Hoe onschuldig het diertje eruitziet, zo vervelend kan het binnens huis zijn, want één enkele tapijtkever kan leiden tot een larvenplaag, met schade aan textiel en huidirritaties tot gevolg.
Rond deze periode, tussen lente en zomer, vliegt de tapijtkever graag naar binnen om eitjes te leggen. De rest van het jaar leeft het insect liever buiten. In de woonkamer, slaapkamer of een andere knusse ruimte kunnen uit die eitjes ongestoord harige larven voortkomen en overwinteren. Tegen februari of maart verpoppen ze zich, om in april of mei opnieuw als kever tevoorschijn te komen. Vooral die larven zijn minder prettige huisgenoten.

Een volwassen kever in je woonkamer betekent echter niet automatisch dat je met een plaag zit. Soms vliegt er gewoon eentje binnen, om even later alweer goodbye te zwaaien en het leven voort te zetten in de buitenwereld. “In de natuur zijn tapijtkevers nuttige opruimers: ze helpen organisch materiaal zoals dode insecten en dierlijke resten af te breken”, legt Pieter Pauwels van Ferokill Ongediertebestrijding uit. Om zijn punt te maken, maakt hij deze vergelijking:
“Ik heb liever een rat in het bos dan een paard in de gang.” Met andere woorden: buiten vervullen ze hun rol prima, maar binnenshuis zie je ze liever niet.
In de natuur worden de eitjes vaak gelegd in wespennesten, organisch materiaal of vogelnestjes, waar het buffet van de larven bestaat uit pluimen en ander dierlijk materiaal. In huis verschuift dat menu richting wol, bont, haar, leer en andere lekkernijen uit de kleerkast of het tapijt. Als dank voor al dat lekkers laten de larven kleine gaatjes achter in kleren, lakens en tapijten. Dat kan mogelijk verwarring veroorzaken, want ook huismotten laten zulke sporen na. Alleen blijven bij motten vaak pluisjes achter, terwijl tapijtkevers hun sporen eerder afwerken met nette, scherpe randjes. Dat de kevertjes meer zijn dan een huiselijk ongemak, weten ze ook in musea. Insectencollecties en opgezette dieren blijven er evenmin van gespaard – vandaar ook de bijnaam museumtorretje.
• De tapijtkever is 2 tot 5 mm lang, het zijn de larven – die tot 12 mm lang kunnen worden –die schade veroorzaken
• De larven eten wol, bont, leer en andere dierlijke materialen, waarbij gaatjes achterblijven
• De tapijtkever wordt gevreesd in musea, waar hij opgezette dieren aantast. Dat leverde de bijnaam museumtorretje op
Tapijtkevers breng je niet zomaar mee naar binnen via schoenen of kleren. Ze vliegen woningen zelf binnen wanneer ze op zoek zijn naar een warme, voedzame plek om eitjes te leggen. Zie je zo’n beestje in huis, dan loont het om verder te zoeken naar larven of kleine gaatjes in textiel. Iets gevonden? Probeer dan eerst de bron op te sporen. Een vogelnest vlak bij het raam, een stapel ongebruikte lakens of een vergeten stofhoek kunnen ideale schuilplaatsen vormen.
Door de bron op te sporen, ben je wel al een stap dichter bij de oplossing. Daarnaast helpt het om kieren af te dichten waarin larven zich kunnen verstoppen en grondig te stofzuigen. “Leeg de stofzuigerzak meteen na gebruik”, raadt Pauwels aan, “anders verhuist het probleem gewoon mee.” Aangetaste kleren en stoffen was je best op zestig graden of steek je drie dagen in de diepvries. En wie ondanks alles met een hardnekkige plaag blijft zitten, kan nog altijd een ongediertebestrijder inschakelen.
Lees de hele reeks op BRUZZ.be/beestigbrussel

Politieke aandacht voor thema ebt weg
Zes jaar nadat de Brusselse politiek heeft beloofd de openbare ruimte te dekoloniseren, is daar in het straatbeeld amper iets van te merken. Het ruiterbeeld van Leopold II staat als vanouds te blinken aan Troon. Voor de regering-Dilliès lijkt dekoloniseren geen prioriteit meer. “De conservatieve krachten remmen het proces af.”
door Bettina Hubo foto’s Bart Dewaele
De dood van de Afro-Amerikaan George Floyd en het daaropvolgende wereldwijde Black Lives Matter-protest tegen racisme en politiegeweld leidden in het coronajaar 2020 tot een kantelpunt in het debat over de dekolonisering wereldwijd, maar ook specifiek van de Brusselse openbare ruimte.
Voor die tijd waren het vooral verenigingen uit de Afrikaanse diaspora die aanstoot namen aan de standbeelden, monumenten en straatnamen die het koloniale regime bejubelden. Vooral het eerbetoon aan koning Leopold II, onder wiens bewind honderdduizenden mensen stierven in Congo-Vrijstaat, was een doorn in het oog. Actievoerders bekladden het ruiterstandbeeld van de vorst aan Troon herhaaldelijk met bloedrode verf en zijn buste in het Dudenpark werd op een nacht in 2018 vervangen door een replica gemaakt van vogelzaad.
De BLM-betogingen deden de controverse rond Leopold II en het kolonialisme in alle hevigheid oplaaien. Er kwam een petitie om alle beelden van Leopold II te verwijderen en buurtbewoners op de Louizalaan riepen op om het choquerende beeld Weggelopen zwarte slaven verrast door honden weg te halen.
Ook de politiek, die lang een sussende houding had aangenomen, kwam plots in actie, op federaal, gewestelijk en gemeentelijk niveau. Zo besloot de gemeenteraad van Elsene dat de zandstenen buste van generaal Emile Storms, die begin vorige eeuw een van de grote veroveringsexpedities in Congo had geleid, weg moest van de De Meeûssquare.
In juli 2020 stemden de Brusselse parlementsleden, met uitzondering van MR en N-VA, een resolutie waarin de regering gevraagd werd om werk te maken van de dekolonisering van de Brusselse openbare ruimte, waarna toenmalig staatssecretaris Pascal Smet voor Stedenbouw en Erfgoed (Vooruit) een groep van experts bijeenbracht
om na te denken over de kwestie. Het lijvige verslag met aanbevelingen dat vijftien maanden later op tafel lag, vormde de basis voor het actieplan ‘Naar een dekolonisatie van de openbare ruimte’ dat de Brusselse regering in mei 2023 goedkeurde. Veertien concrete actiepunten, te beginnen met de aanstelling van een tijdelijke coördinator en de benoeming van een begeleidingscomité met daarin mensen van de administratie, de academische wereld en het maatschappelijke middenveld.
Leopold II omsmelten
Waar het expertenverslag nog adviseerde om het ruiterstandbeeld van Leopold II af te voeren naar een stortplaats voor afgedankte beelden of om te smelten tot een monument voor de slachtoffers van de kolonisatie, ging het actieplan lang niet zover, vooral omdat er geen politieke eensgezindheid was. Zo stelde de MR van meet af aan dat de koloniale gedenktekens behouden moeten blijven op hun plek, eventueel met historische duiding. “Het opzet van het actieplan was niet om alle sporen en symbolen van de kolonisatie zomaar te wissen, wel om ze in kaart te brengen en geval per geval te bekijken”, zegt
historicus Romain Landmeters (UCL-SaintLouis), die twintig maanden lang coördinator was.
De inventaris van koloniale monumenten, gebouwen en straatnamen staat ondertussen online. “We hebben een kleine 140 sporen in kaart gebracht”, zegt Landmeters.
Het overzicht moet het voor de ambtenaren van de gewestelijke administratie Urban mogelijk maken om bij de analyse van een bouwaanvraag te onderzoeken of er in de buurt koloniale overblijfselen aanwezig zijn. Daarna kan samen met de gemeente beslist worden wat ermee moet gebeuren: van contextualisering tot verplaatsing of vernietiging.
“Voor mij begint dekolonisatie pas echt als er zichtbare resultaten zijn”
Romain Landmeters
Oud-coördinator actieplan dekolonisatie
Die nieuwe procedure is vooralsnog niet wettelijk verplicht, maar werd de afgelopen jaren wel al een aantal keren toegepast, waarbij het begeleidingscomité telkens om advies gevraagd werd. Bij de heraanleg van de De Meeûssquare bijvoorbeeld. Het vorige Elsense gemeentebestuur haalde de buste van Storms uiteindelijk weg op 30 juni 2022. Dat gebeurde zonder vergunning, niet wettelijk dus. “Bij de recente vergunningsaanvraag voor de heraanleg van de square stipuleerde Urban dat de plek niet zomaar leeg mag blijven”, zegt Landmeters. “De gemeente moet minstens een bord neerzetten met uitleg over welk beeld er stond en waarom het weg is.” Ondertussen overweegt Elsene om er een kunstwerk bij te plaatsen.
Een tweede voorbeeld: bij de heraanleg van de Parklaan in Sint-Gillis kwamen gemeente en Gewest overeen om het borstbeeld van generaal Tombeur te verwijderen. Tijdens WO I versloeg hij het Duitse koloniale leger in Tabora, waarbij duizenden Congolese dragers omkwamen. Ook hier vereist de vergunning dat de gemeente op de vrijgekomen plaats context geeft.
Het begeleidingscomité gaf voorts advies bij de vergunningsaanvraag voor het kunstwerk Les Isolés van Nelson Louis dat de Stad Brussel wil neerzetten op het in 2018 gecreëerde Lumumbapleintje aan de Naamsepoort. Het werk moet tegenwicht bieden aan het omstreden ruiterstandbeeld van Leopold II aan de overkant. Drie hoge masten symboliseren de eerste Congolese premier Patrice Lumumba en zijn twee medewerkers die in januari 1961 werden vermoord. Onderaan zal de speech van Lumumba gegrift worden in beton.
Ook voor dit dekolonisatiemonument vroeg het begeleidingscomité om uitgebreide contextualisering. Behalve een analyse
“Het verontrust mij dat de nieuwe Brusselse meerderheid dekolonisering niet meer als prioritair ziet”
Yasmina Zian Historica (ULB)

van de speech moet er uitleg komen over de drie slachtoffers, over het onderzoek naar de Belgische betrokkenheid bij de moorden, over de strijd voor de erkenning van Lumumba in het Brusselse straatbeeld en over de geschiedenis van de Matongewijk. De info zou allemaal via een QR-code beschikbaar moeten zijn.
In de entourage van de jonge BelgischCongolese artiest vraagt men zich af wie al die info zal verstrekken en hoopt men dat het niet tot extra vertraging leidt. Het kunstwerk had 2,5 jaar geleden ingehuldigd moeten worden, het kabinet van Anaïs Maes mikt intussen op 30 juni 2027.
Dekoloniseren, contextualiseren, het zijn heel trage processen, zo blijkt. “De enige plek in Brussel waar het actieplan intussen tot een zichtbaar resultaat heeft geleid, is het monument voor de Belgische pioniers in Congo in het Jubelpark”, zegt Landmeters. Het monument, dat de ‘beschavingsmissie’ van de eerste kolonisten verheerlijkt, werd in 2024 bij wijze van artistieke interventie een tijdlang omwikkeld met een zilverkleurig gordijn. Ook is er een tekstbord neergezet waarop alle scènes toegelicht worden.
Wat er met het standbeeld van Leopold II aan Troon zal gebeuren, blijft onduidelijk. Het wordt nog steeds om de zoveel tijd beklad met tags of rode verf, maar telkens wordt het keurig opgepoetst. Een officieel bord met historische duiding ontbreekt.
“De focus leggen op de meest emblematische gedenktekens compliceert de zaken”, heeft Landmeters geleerd. “Als je daarover begint, voel je meteen een blokkade. Op alle niveaus is er angst om iets te doen.”
Niet naar Lever House
Volgens het Brusselse actieplan moest de haalbaarheid worden onderzocht van een informatiecentrum over de dekolonisatie, een plek waar ook gedebatteerd kan worden over hoe een gedekoloniseerde samenleving eruit moet zien. Voorts moest worden nagegaan of er een depot kan komen voor ongewenste monumenten en of een gedenkteken voor de slachtoffers van de kolonisatie mogelijk is. De drie kwesties werden ter studie toevertrouwd aan adviesbureau Idea Consult, dat begin dit jaar zijn verslag moest presenteren. Het wordt wellicht pas september.
Ondertussen is wel al duidelijk dat het dekolonisatiecentrum geen onderdak zal krijgen in het Lever House in de Koningsstraat, zoals aanvankelijk was geopperd. Het Lever House was het prestigehuis van waaruit zeepfabrikant Lever begin vorige eeuw promotie voerde voor zijn palmolie-

investeringen in Congo, een zeer symbolische plek dus. Maar het gebouw blijkt in slechte staat en is bovendien eigendom van de Franse Gemeenschap. In de studie wordt nu naar goedkopere opties gezocht, al in het bezit van het Brussels Gewest.
Een ander actiepunt was het financieel ondersteunen van organisaties die werken rond herinneringseducatie en racisme, maar daarvoor bleek er geen geld te zijn. Ook het gevraagde onderzoek naar een officiële herdenkingsdag kwam niet van de grond.
Het actieplan is dus maar ten dele uitgevoerd. “We hebben de voorbereiding kunnen doen, maar voor mij begint dekolonisatie pas als er echt zichtbare resultaten zijn”, zegt Landmeters. Intussen is de financiering van het plan, die gold voor 2024-2025, afgelopen. Landmeters’ contract stopte eind december. Ook het begeleidingscomité is ermee opgehouden, bij gebrek aan een nieuwe, duidelijke opdracht en budget.
Als laatste wapenfeit stuurde het comité in december een memorandum uit om de nieuwe Brusselse regering erop te wijzen dat het dekoloniseringswerk absoluut een vervolg moet krijgen. Bij een voortzetting zou er wel een groter en duidelijker budget beschikbaar moeten komen, aldus het comité. En de werking zou juridisch verankerd moeten worden.
Maar de nieuwe regering, nu met de MR erbij, nam het project dekolonisering niet op
Buurtbewoners op de Louizalaan riepen in 2020 op om het choquerende beeld ‘Weggelopen zwarte slaven verrast door honden’ weg te halen. Dat is nog niet gebeurd.
Links: Het meermaals bekladde standbeeld van generaal Emile Storms op de De Meeûssquare is intussen door de gemeente weggehaald.
in het regeerakkoord en maakte er dus geen budget voor vrij. “Met dezelfde meerderheid als voorheen was er misschien wel een nieuw plan geweest”, zegt Landmeters. Voorlopig ligt alles stil, aldus verschillende betrokkenen.
200e verjaardag van België
“Dit was te verwachten”, zegt Aliou Baldé van het collectief Mémoire Coloniale, die in het dekoloniseringscomité zat. “Wij worden vaker gevraagd in dergelijke commissies. Telkens wordt er een rapport met zinvolle aanbevelingen gemaakt, dat vervolgens niet uitmondt in concrete actie. Hier is zeker interessant werk geleverd, maar we hebben ook moeten vaststellen dat er op politiek vlak nog veel te doen valt. Zo blijven de liberalen hameren op de positieve aspecten van de kolonisatie.” Baldé zegt voort te
zullen werken aan de dekolonisering binnen zijn eigen organisatie.
Ook Emile Luhahi, Brussels parlementslid voor Groen, is van plan om de komende weken samen met enkele middenveldorganisaties een project op te zetten. “Over goed drie jaar viert België zijn tweehonderdste verjaardag en het zou gek zijn als er dan geen aandacht is voor het koloniale verleden van het land.”
Binnen de Brusselse regering hoopt staatssecretaris Ans Persoons (Vooruit), die Pascal Smet opvolgde en het actieplan trok in de vorige bestuursperiode, nog één en ander uit de brand te kunnen redden.
Persoons is deze keer weliswaar niet bevoegd voor Stedenbouw. Die portefeuille ging naar Audrey Henry van MR, die onomwonden laat weten dat het dekolonisatieplan niet tot haar takenpakket behoort.
Ans Persoons heeft wel nog Erfgoed alsook Leefmilieu en Stadsvernieuwing. “Binnen die bevoegdheden willen we toch proberen om vooruitgang te boeken in het dekoloniseringsdebat”, zegt woordvoerder Alessio Papagni. “Het werk moet worden voortgezet.”
Zo wil de staatssecretaris over enige tijd aan de regering voorstellen om signalisatie en uitlegborden te plaatsen bij de koloniale sporen in de stad en wil ze werken aan een herdenkingstuin of monument in een park. Ze hoopt dat de andere regeringsleden geen stokken in de wielen zullen steken.
Het feit dat Persoons betrokken blijft en dat burgerorganisaties en ook gemeenten ermee willen doorgaan, geeft Yasmina Zian, die als historica (ULB) in het begeleidingscomité zat, de hoop dat het dekoloniseringsproces niet zal stilvallen. “Natuurlijk verontrust het mij dat de nieuwe Brusselse meerderheid het niet meer als prioritair ziet. Na de politieke hype van 2020 is er een backlash, de conservatieve krachten remmen het proces af. Maar zelfs al vertraagt het ritme, het belangrijkste is dat de reflectie over het thema doorgaat, dat men erover blijft praten.”
FR/ Six ans après la promesse de décoloniser l’espace public bruxellois, les résultats visibles restent limités. Des études et comités d’avis ont bien été mis en place, mais les mesures concrètes se heurtent aux divisions politiques et au manque de moyens. Alors que le nouveau gouvernement bruxellois ne soutient plus explicitement le dossier, certains craignent un arrêt du processus.
EN/ Six years after Brussels promised to decolonise its public space, visible results remain limited. Studies and advisory committees were set up, but concrete measures have faced political divisions and a lack of funding. Now that the new Brussels government no longer explicitly supports the issue, some fear the process will stall.

Lies Van Overschée is centrumverantwoordelijke van De Platoo. In haar column onderzoekt ze de spanning tussen Brussel als publieke ruimte en het leven achter gesloten gordijnen.
Stel: je woont in Brussel, maar je maakt een uitstapje naar een andere stad. Je wandelt er voorbij een school. Huizenhoge foto’s achter gevelbrede ramen schreeuwen om je aandacht. Jonge mensen als breed glimlachende ambassadeurs van de school, die je trots tonen waar het huis voor staat.
Je bekijkt de vriendelijk ogende beelden met enige verbazing. Is het omdat de gezichten zo sterk op elkaar lijken?
Je ziet weinig verschil, weinig rafelrand of stedelijke chaos. Alsof kennis vergaren nog steeds een eenduidig en herkenbaar gezicht moet hebben, een geruststellend verhaal. Maar herkenbaar voor wie? Geruststellend voor wie? Misschien, nee, beslist draagt elk en ieder van die jonge mensen wel een leven met zich mee dat je onmogelijk van een gevel kunt aflezen. Een mens is altijd meer dan wat zichtbaar wordt in één beeld. Duizend woorden zeggen meer dan een beeld, het spreekwoord mag voor jou wel op de schop.
Je wandelt verder. Onderweg naar het winkelpaleis bots je op nieuwe foto’s. Een bekend sportmerk portretteert allemaal andere mensen: verschillende lichamen, achtergronden, leeftijden. Ergens achter in het beeld staat er iemand die op jou lijkt, ergens voorin iemand op je zoon. Verder lijkt niemand op elkaar. Het voelt als een verademing.
In de trein naar huis lees je een boek. Een Nigeriaanse schrijfster heeft het over ‘the danger of a single story’. Het gevaar schuilt niet (alleen) in wat verteld wordt, maar vooral in wat altijd opnieuw onbenoemd blijft. Hoe vaker dezelfde gezichten verschijnen, hoe natuurlijker ze gaan aanvoelen. Alsof zij vanzelfsprekend thuishoren in bepaalde ruimtes en anderen niet. Is dat omdat we de nood voelen aan snelle herkenbaarheid? Aan categorieën die de wereld overzichtelijk houden. Ergens onderweg vergeten we hoeveel mensen uit beeld verdwijnen zodra één verhaal te luid verteld wordt.
Een zeker cynisme maakt zich van je meester. Is het niet bitter dat net reclame, de logica van het geld, sneller begrijpt wat publieke instellingen soms nog lijken te missen: dat mensen recht hebben op (h)erkenning. Dat ze niet toevallig bestaan aan de rand van een verhaal dat eigenlijk over iemand anders gaat. Ting. We komen aan in Brussel-Zuid.
De stad bestaat uit duizend verhalen die voortdurend langs elkaar bewegen. Verhalen die schuren, botsen, klinken of overlappen. Many stories. Geen perfecte puzzel, wel een levend geheel van verschillen. Een school zou die veelheid zichtbaar moeten maken, denk je dan. Niet als marketingtrucje, maar als maatschappelijke verantwoordelijkheid. Als erkenning dat kennis nooit ontstaat binnen één referentiekader alleen.
Misschien was dat de verbazing die je staande hield, daar aan die ramen: niet de aanwezigheid van die vrolijke gezichten, maar de stilte van alle andere. De verhalen die nergens hingen, maar er evengoed waren.
Acht jaar geleden nam Nathalie (55) het enige kattencafé van Brussel over. De bar in Sint-Gillis is een broodwinning, maar vooral een passie voor de vrouw die letterlijk opstaat en gaat slapen met katten. “Momenteel geef ik ze elke 3 à 4 uur de fles, ook ‘s nachts.”
door Kris Hendrickx foto Ivan Put
“Ah, ik had u een half uur later verwacht.” Nathalie De Witte –tattoos van kattenpoten op de hals – rookt net een sigaret aan de deur van Le New Chattouille. Naast haar, maar achter het raam, staat een cafébewoner ondertussen op zijn achterste poten om de straat te overschouwen. “Als het café op donderdag weer opengaat, kijken ze echt uit naar bezoek van klanten. En tegen zondagavond hebben ze hun dosis mensen vaak wel gehad.”
“Alors mon bébé, tu vas boire?” Tijdens het gesprek haalt Nathalie er de papfles bij. Het is de enige manier om een handvol onlangs gevonden kittens te laten overleven. “Elke drie à vier uur moeten ze drinken, ook ‘s nachts. Misschien was ik daarom even in de war, want dat begint wel te wegen.”
De kittens zijn maar enkele van de liefst 65 katten die
gevonden werden op een terrein in Evere. Behalve cafébazin is Nathalie ook ondervoorzitster van de vereniging Ever’y Cat, die zich de miserie van katten aantrekt en adoptiegezinnen zoekt.
“Het café is een schakel in die werking, een soort adoptievitrine. Alleen al via deze plek hebben driehonderd katten een nieuwe thuis gevonden. Oorspronkelijk had ik het plan om een kattenhotel te openen, maar katten redden past veel beter bij wie ik ben. Voor ik hiermee begon, beheerde ik jarenlang een businessportefeuille bij Base. Ik heb toen ongeveer alles gedaan wat ik kon om me daar te laten ontslaan, zodat ik met dat geld dit café kon beginnen.” (Grijnst). Le New Chattouille biedt een thuis aan tien katten, die ook een directe toegang hebben tot het hele souterrain onder de

caféruimte. “De kat is hier koning”, legt Nathalie uit. De nieuwe bezoeker, die negeren de koninklijke bewoners aanvankelijk straal. Sommige exemplaren concentreren zich op hun siësta, terwijl een broer en zus verwikkeld zijn in een speels gevecht onder een tafeltje.
Cool cats
Na verloop van tijd komen verschillende dieren toch even de schoot van de nieuwkomer testen. “Voor het café kiezen we enkel dieren die zich op hun gemak voelen bij mensen én ook bij andere katten”, legt Nathalie uit. “On prend des cools. Het moet een beetje leuk blijven voor hen.”
Tijdens het interview bellen verschillende klanten aan de voordeur. “Is het al 17 uur?
Neen? Dan moeten ze maar wachten. De openingsuren staan toch op de deur?”
“Ik ga uit liefde voor mijn katten al tien jaar niet meer op vakantie en ik mis dat niet”
Nathalie De Witte
Uitbaatster kattencafé
De klanten in kwestie blijken een bonte groep, met een liefde voor katten als grootste gemene deler. “We hebben toeristen die hun kat missen, mensen die de stress van een dag op kantoor willen verdrijven en gasten die een kat zoeken, of net bezoekers die niet kunnen adopteren en wel de nabijheid van de dieren hebben. Wist u dat er iets bestaat als ‘ronronthérapie’ (spintherapie)? Die kattengeluiden maken mensen rustig. En natuurlijk zijn zij altijd weer het gespreksonderwerp. De kleine ruimte met tafeltjes die dicht
bijeen staan, helpt om aan de praat te raken met de andere gasten.”
Nathalie mag dan genieten van die gesprekken, soms kunnen klanten haar ergeren. “We zijn heel streng als het op adopties aankomt en staan bijvoorbeeld niet toe dat de katten vrij buiten gaan rondlopen. Als je dan een adoptie weigert, kunnen sommigen erg gefrustreerd zijn. Of ze geven je één ster op Google omdat het café dicht was tijdens een grote reddingsactie voor
katten. Veel klanten willen enkel kittens (Rolt met de ogen), maar een kat blijft niet klein en bij een kitten weet je nog niet welk karakter het dier heeft.”
Geef Nathalie maar katten in plaats van mensen. “Zelf heb ik geen kinderen en ik wil ook geen man meer. Thuis in Zellik heb ik wel tien katten. Dat zijn de sukkelaars, die niemand wil adopteren: ze missen een oog, een been, hebben diabetes of erger. Ik ga daardoor al tien jaar niet meer op vakantie en ik mis dat niet. Gewoon een collectieve siësta met mijn katten, oh la la! Dat is al het paradijs.”
In City jobs toont BRUZZ de mens achter typische en minder typische stadsjobs
TP Le Green verteert verdriet om zoon met muziek
In 2021 verloor De Munt-medewerker Tim Beernaert zijn zoontje bij een tragisch ongeval. Muziek werd een levenslijn, de songs die hij schreef
condenseerden in een album dat hij onder meer met de Brusselse bassist
Nicolas Thys inblikte. “Natuurlijk wilde ik die plaat niet maken”, zegt hij over zijn aangrijpende werkstuk dat hij deze week meeneemt naar de KVS.
Vind je het erg als ik een stukje van je croissant steel?” Tim Beernaert kijkt met hongerige blik naar zijn confrater Nicolas Thys. “Zeker, maar de smaak is wel ... intens”, glimlacht die laatste minzaam. Nadat enkele hugs zijn uitgedeeld, vleien de twee muzikanten zich neer in de kamerbrede sofa’s van MOK Studio, de hippe luisterbar die zijn high-end stereo vandaag ten dienste stelt van de jarige Miles Davis. Beernaert woont in Leuven, maar werkt als hoofd public relations bij De Munt. Thys mag Schaarbeek zijn thuis noemen. Dankzij bands als TaxiWars en ontelbare jazztrio’s spreidde het actieterrein van de (contra) bassist zich de voorbije decennia uit over heel België en ver daarbuiten. Rond de eeuwwisseling kampeerde hij een paar jaar in New York, om er de bakermat van de jazz van binnenuit te doorgronden.
De werelden van beide heren liggen ver uit elkaar, maar sinds ze samen in Parijs The extraordinary story of... inblikten, Beernaerts debuutalbum onder zijn alias TP Le Green, vloeiden hun levens samen. “Ik heb Nic drie jaar geleden ontmoet bij een concert van Kris Defoort”, zegt Beernaert. “It was love at first sight.” De bassist knikt. “Bij mij ook.”
Beernaert speelde een leven lang in kleine bandjes in en rond Leuven. Tot vijf jaar geleden het noodlot toesloeg: zijn vierjarige zoon Rinus kwam bij een tragisch ongeval om het leven. Hij ging door de hel, tot hij opnieuw muziek in zijn leven toeliet. Hij sloot zich op met zijn piano en stortte zijn hart uit in een karrenvracht songs.
“Ik maakte die liedjes voor mezelf, en voor mijn kinderen”, vertelt de 47-jarige zanger en pianist terwijl hij van zijn koffie nipt. “In het holst van de nacht kroop ik achter de piano, de muziek galmde door de gangen van ons
herenhuis. Het was mijn manier om mijn gedachten te ordenen, en om met Pini (Rinus’ koosnaampje, red.) te praten. Muziek werd mijn overlevingsmechanisme.”
Het idee dat die nummers een plaat zouden worden, kwam pas later. “Het was een jongensdroom om een album op te nemen, maar natuurlijk niet met deze plaat”, zegt hij. “Tot ik Joost Zweegers tegenkwam. Hij vond dat ik moest stoppen met dat te zeggen, ‘Dit is de plaat die je móést maken!’, zei hij. Hij had een punt.”
Zweegers vond het de beste Belgische popsongs die hij in tien jaar had gehoord, en maakt intussen deel uit van de (live)band van TP Le Green, net als Thys. “Ik bekijk hen niet als muzikanten”, zegt Beernaert, “voor mij zijn dat mijn compagnons de route, met muziek als gemeenschappelijke deler. Ik wilde een groep vormen, en geen singer-songwriter zijn.”

In een interview met De Tijd noemde je Nic de beste bassist van België. Dat is niet min.
NICOLAS THYS: Wel, euh, ja ... (Glimlacht)
TIM BEERNAERT: Zoiets is snel gezegd, maar ik meen dat. Ik ben gezegend dat ik met zulke klasbakken muziek mag maken. Ik ben zelf totaal ongeschoold, ik kan geen noten lezen. Maar ik speel wel al heel lang muziek. Aanvankelijk was ik geïntimideerd door al dat talent, maar nu besef ik in wat voor luxezetel ik zit. Door hen ben ik ook beter piano gaan spelen. Ik speel minder, en genuanceerder.
Wat verlangde jij van Nic en de anderen, Tim?
BEERNAERT: Een open blik, en een open hart. Ze hebben ervaring zat, maar ik wilde de muziek niet kapot repeteren, dus hebben we snel en intuïtief gewerkt. Ik wist waar ik naartoe wilde, maar ik wilde ook veel ruimte openlaten die zij konden invullen. Omdat ik het niet in noten kan uitleggen, spreek ik in beelden als het over muziek gaat. Zij begrepen perfect mijn emoties en hoe ik die wilde verklanken.
THYS: Zijn aanwijzingen deden me denken aan de Amerikaanse producer Rick Rubin. Die heeft met heel veel grote namen gewerkt, van Red Hot Chili Peppers tot Paul McCartney, maar kent niets van muziek. Hij zal niet zeggen: dat moet in mineur en dat in majeur, maar hij weet wel wat hij voelt en wat de artiest voelt. Tim kan dat ook goed overbrengen, je ziet meteen wat hij wil.
BEERNAERT: Nic zei me op een bepaald moment: je bent je eerste plaat aan het opnemen, maar je leidt het alsof je er al tien hebt ingeblikt. Dat vond ik heel mooi.
Merkte je aan Tim dat hij nog nooit een album had opgenomen als professionele artiest?
THYS: Af en toe. Als professionele muzikanten bijvoorbeeld een bridge zoeken om van het refrein naar de laatste strofe van een nummer te kunnen gaan, spelen ze enkel dat laatste deeltje opnieuw. Maar Tim begon elke keer weer helemaal van aan het begin, met een lange gepassioneerde intro, alsof het de eerste take was. (Lacht)
Tim Beernaerts alias TP
Le Green is een eerbetoon aan zijn overleden zoon Rinus: T staat voor Tim, P voor Pini, de koosnaam van zijn zoon, Le is een knipoog naar hun held Le Bron James en Green is buiten de favoriete kleur van Rinus ook een verwijzing naar soulmeester Al Green.

Je goed omringen heeft als voordeel dat je opgevangen wordt als het moeilijk gaat.
THYS: Zeker, ook live. De piano was voor Tim een levenslijn. Telkens hij daar nu aan gaat zitten, krijg je een pavloveffect. Dan zit hij meteen weer diep in die emoties.
BEERNAERT: Omgekeerd ook, soms kropen de anderen zo diep in de muziek dat ze af en toe even alleen moesten zijn.
Wat was jouw rol buiten het muzikale, Nic?
THYS: Ik moest gewoon ... niks zijn. (Lacht) Nee, ik luister aandachtig, en dan doe ik mijn ding. Maar ik moet wel iets voelen.
BEERNAERT: Nic straalt rust uit, dat was voor mij heel belangrijk. Ik noem hem onze ‘Gentle Giant’. In die rust is Nic enorm gefocust. Hij kijkt naar wat de anderen doen, voelt, begint te spelen. Zonder veel te zeggen.
THYS: Een beetje zoals Joost.
BEERNAERT: (Lacht hard) Net het omgekeerde van Joost, dus. Omdat Nic zo goed luistert, vertaalt hij de emoties ook heel juist.
“Ik wil mijn zoon onsterfelijk maken met deze muziek, dus moet ik er het beste in stoppen wat ik erin kán stoppen”
Tim Beernaert, alias TP Le Green Muzikant
“Jazz is a language, a conversation you’re having”, zei Herbie Hancock ooit eens. Zat er veel ‘jazz’ in de opnames?
BEERNAERT: The extraordinary story of... was in de eerste plaats een translation. De songs waar ik me mee opgesloten had, moest ik vertaald krijgen naar de juiste mensen. Mensen die die magie voelen, die goosebumps krijgen van muziek. Het draait niet om de beste solo, of de beste techniek, maar om gevoel. Dat is een zoektocht geweest, ik kwam niet meteen bij Nic en co uit.
THYS: Een tijd geleden las ik een interview met de virtuoze cellist Yo-Yo Ma. “Wat is muziek voor jou?” werd hem gevraagd. Hij antwoordde dat het puur energie is. Dat is het. Je hoeft niet de hele barokgeschiedenis te kennen of te weten waarover David Bowie zingt om muziek te begrijpen.
BEERNAERT: Ik heb genoeg songs geschreven voor een tweede en derde plaat. Daarmee wil ik heel graag wél die conversation aangaan. Niet door een paar dagen te kamperen in een dure studio, maar dat geld gebruiken om naar een afgelegen plek te trekken met de band en daar lang ‘praten’ met elkaar.
Toen ik je in 2018 sprak voor het eerbetoon aan Max Roach dat je voorbereidde, zei je dat je bang was dat wat je zou doen te oppervlakkig zou zijn, Nic. Had je dat gevoel ook bij de superpersoonlijke en fragiele songs van Tim?
THYS: Nee, wellicht omdat ik dichter sta bij Tims verhaal. Ik ben ook een vader, ik weet wat hij doormaakt.
Was je bang om van deze hartverscheurende gebeurtenis iets te maken waarmee je succes zou oogsten, Tim?
BEERNAERT: De beslissing om mijn verhaal in een album te gieten en daarmee te gaan touren is in kleine stapjes gegaan. Mijn kinderen die zeiden dat ik mooie muziek maakte, vrienden die me aanmoedigden, Joost die mijn muziek geweldig vond ... Toen de klik er uiteindelijk kwam, wist ik meteen ook: ik ga mijn zoon onsterfelijk maken met deze muziek, ik ga hem een nieuw leven geven, ik moet er het beste in stoppen wat ik erin kán stoppen. Daarna begint de mallemolen, en moet je ook aan allerlei verplichtingen voldoen. Wat wel bizar is. Daarom kijk ik uit naar het opnemen van die tweede plaat, om opnieuw in die zachtheid te kunnen vallen van dat persoonlijke. Dan kan ik weer dicht bij Pini zijn.
Verschilt rouwen in stilte van rouwen in kunst?
BEERNAERT: Ik rouw nog altijd evenzeer in stilte als in lawaai. Na de release van The extraordinary story of... ben ik overstelpt met berichten, zowel van mensen die de muziek fantastisch vinden als van personen die een dierbare verloren zijn en die zich herkennen in mijn verhaal. Dat doet mij enorm veel. Ik heb die stilte heel hard nodig, maar ik besef dat ik het podium dat ik heb gekregen – en ik denk dat Pini mij daarnaartoe heeft gestuurd – moet gebruiken.
THYS: Veel kunstenaars zijn zeer intense, getormenteerde mensen. Ze kunnen soms de pijn van wat ze meemaken niet delen. Via kunst, muziek, schilderkunst, wat dan ook, kunnen ze de deur naar die emoties wel openzwaaien. Dat is wat Tim heeft gedaan, en daarom spreekt hij zoveel mensen aan.
BEERNAERT: Ik ben na het ongeval van Pini een paar keer tegen de muur geknald, en de voorbije maand ben ik opnieuw zwaar gecrasht. Maar ik heb ook twee nieuwe songs geschreven die het hart van de nieuwe plaat kunnen vormen. Daar zit heel veel pijn in, maar ik ben blij dat ik die zo kan uiten.
Kun je schoonheid nog vertrouwen?
BEERNAERT: Ondanks het verpletterende van die gebeurtenis, had ik schoonheid nodig. Ik heb mij thuis opgesloten, maar het was er nooit donker. Ik haalde zelfs veel kunst in huis. Ik moest er ook zijn voor mijn andere kinderen. (Denkt na) Ofwel verdwijn je, ofwel zet je je recht met 800 kg op je schouders.
Ondanks de zwaarte zit er ook levenslust in de muziek. In de weelderige orkestraties, maar ook in Nics lyrische bas in ‘Does it get better’.
BEERNAERT: Nic is de eerste die zei: “It’s not a
“Therapie is cool, maar niemand wil die een heel optreden lang op zijn bord. Er moet ook lucht in je verhaal zitten”
Nicolas Thys Muzikant
grief record, it’s a love record.” Hij had gelijk. THYS: Therapie is cool, maar niemand wil die een heel optreden lang op zijn bord. Er moet ook lucht in je verhaal zitten. The extraordinary story of... is een transcendente plaat. Ze is geboren in een heel pijnlijk moment. Maar je moet de wereld ook vertellen hoeveel liefde je voor je zoon hebt. Ik kan me voorstellen dat je met een schuldgevoel verder moet, en die muziek is het perfecte tegengif. Toen ik een jaar of 12 was, zag ik op tv een

interview met een Chileense vrouw. Het waren de Pinochet-jaren, haar hele familie was ze kwijtgespeeld, gemarteld, vermoord. Maar ze straalde toch iets positiefs uit. Dat is me altijd bijgebleven. Het leven is unfair, maar je moet verder. Je kunt niet anders.
Je werkt voor De Munt, Tim. Heeft opera jou getoond dat je groots mag zijn in je verdriet?
BEERNAERT: Radio 1 heeft moeite met de theatraliteit van sommige songs. We bouwen vaak op naar iets groots, zoals je in klassieke muziek doet. Je speelt je aria’s en dan kom je tot de grande finale met het koor erbij, en nog meer muzikanten. I fucking love it!
Jullie namen The extraordinary story of... op in de Parijse La Frette Studios, waar Nick Cave The skeleton tree maakte voor zijn overleden zoon Arthur. Wist je dat op voorhand?
BEERNAERT: Dat is een bizar toeval, zoals er wel meer waren in de aanloop naar de plaat. THYS: Dat is synchronicity. Als je goed bezig bent, vallen veel dingen op hun plaats.
Kijken jullie door deze plaat te maken op een andere manier naar muziek?
BEERNAERT: Ik heb er nooit van gedroomd om een bekende muzikant te worden, ik wilde gewoon mooie muziek maken en mensen raken. Maar met dit album heb ik een nieuw leven gecreëerd, misschien is dit het tweede deel van mijn bestaan. En als Nic van het geld een villa in LA kan kopen, ook goed.
THYS: (Lacht minzaam)
TP Le Green speelt op 29/5 in de KVS, kvs.be
FR/ En 2021, Tim Beernaert a perdu son petit garçon Rinus dans un tragique accident. La musique devenait une bouée de sauvetage, et les chansons qu’il a écrites donnaient naissance à l’album The Extraordinary Story of..., qu’il a enregistré notamment avec le bassiste bruxellois Nicolas Thys. « Bien sûr que je ne voulais pas faire cet album », confie le chanteur à propos de cette œuvre bouleversante qu’il présente cette semaine au KVS.
EN/ In 2021, Tim Beernaert lost his young son Rinus in a tragic accident. Music became a lifeline, and the songs he wrote evolved into The Extraordinary Story of..., an album he recorded with, among others, Brussels bassist Nicolas Thys. “Of course I never wanted to make this record”, says the singer about the heartbreaking work he is presenting to the public this week at KVS.


IS IT CAKE?
In Wallonië is patissier Frédéric Meysman een begrip. Zijn zogeheten cakes in disguise vind je er in veertig verkooppunten. Met winkels in Ukkel en Anderlecht stonden zijn tenen ook al even in de hoofdstad. Nu maakt hij de opening van een volwaardige bakkerij bekend: vanaf juni vind je Meysmans trompe-l’oeil-taartjes pal in de Louizawijk. Denk aan appels, mango’s of reuzegrote pindanoten die een zoete verrassing blijken als je ze opensnijdt. (EC)
TROMPE-L’OEIL vanaf 5 euro bij Meysman, vanaf 1 juni in de Guldenvlieslaan 53
Maison Élise staat bekend om handgemaakte ontwerpen die eenvoudige T-shirts transformeren tot pronkstukken, afgewerkt met volumineuze pofmouwen of een geïntegreerde siersjaal. Ontwerpster Élise Viste studeerde af aan La Cambre en deed ervaring op bij gerenommeerde modehuizen zoals Alexander McQueen, Victoria Beckham en Stella McCartney. Via die internationale luxemerken recupereert ze deadstockstoffen, die ze verwerkt in haar exclusieve ontwerpen. (MVDH)
MAISON ÉLISE 90 euro voor het sjaaltopje, via maisonelise.be

Wat meer kleur nodig in uw keuken, toilet of badkamer? Ga aankloppen bij Maxime Mouroux uit Molenbeek. De Fransman maakt er feeërieke tapijten en kleurrijke tegels om een muur, trap of kast te bedekken. Alle designs zijn uniek, belooft hij, en op maat van uw huis. Of laat een reeks tegels als schilderijtje inkaderen, om van uw interieur een echt tafereel te maken. (EC) MUURTEGELS vanaf 35 euro voor zes stuks, via maximemouroux.com

AUTHENTICITEIT
INFO
Joseph Stevensstraat 24, Brussel, pistolet-original.be
Het was Pierre Wynants van Comme chez
Soi die de hammousse in Brussel introduceerde, maar vandaag kun je de lekkernij ook elders eten, op een echte Brusselse pistolet bijvoorbeeld.
Oorspronkelijk hoorde mousse van ham meer thuis op buffetten, bij traiteurs en aan de familietafel dan in de haute cuisine. Dat is precies waar Pierre Wynants verandering in bracht. Hij liep in de jaren 1950 stage bij Le Moulin Hideux in Bouillon en bracht het recept mee naar de hoofdstad. De chef van Comme chez Soi verhief zo dit volksgerecht tot een bekende Belgische specialiteit. Intussen bestaat de Comme chez Soi honderd jaar en is hammousse niet alleen op de gesteven tafelkleden van het sterrenrestaurant te vinden, maar ook op een doordeweekse pistolet.
Toch even terug in de tijd. Wynants mocht het recept uit Le Moulin Hideux
meenemen, op één uitdrukkelijke voorwaarde: hij mocht het nooit onthullen. Sindsdien is het een goedbewaard familiegeheim. De precieze bereidingswijze is onbekend: slechts enkele medewerkers van het huis kennen alle details.
Je kunt de mousse ook proeven bij Pistolet Original. De lekkernij wordt daar niet ter plaatse gemaakt, het is Loïc Rigolet, de vijfde generatie van Comme chez Soi en de zoon van Wynants’ dochter Laurence, die ze bereidt, en elke donderdag in beperkte hoeveelheden levert. Is de voorraad op, dan moet er op een nieuwe lading worden gewacht. Met andere woorden: als je op zondag te laat komt, kan dat betekenen dat je met lege handen en een hongergevoel naar huis gaat.
De pistolet kost 9,60 euro en maakt op die manier een gerecht uit een van de meest prestigieuze restaurants van het land redelijk toegankelijk. De mousse is luchtig en smeuïg, met een uitgesproken ziltigheid en rokerige toetsen. Bieslook zorgt voor frisheid, gerookt paneermeel versterkt de Ardense accenten en de krokante pistolet brengt alles mooi in balans. De creatie is meer dan een ‘signature sandwich’, maar toont hoe Belgische klassiekers zich blijven heruitvinden om de tand des tijds te doorstaan.
MICHEL VERLINDEN
In deze elegante Ukkelse bistro wordt hammousse met respect bereid. Het huis verwijst graag naar de Franse chef-kok Auguste Escoffier, maar vooral de eenvoud overtuigt: een quenelle hammousse met selderijsalade en toast. Twee hamsoorten – een op beukenhout gerookte ham en een Iberische ham – staan garant voor een mooi evenwicht.
Geleytsbeekstraat 2, Ukkel, lepigeonnoir.be
Christophe Vanderkelen maakt al meer dan dertig jaar hammousse. Hij werkt ze af met een fijne rode portgelei die extra aroma geeft. Veel klanten nemen een portie mee naar huis, maar je kunt de mousse ook proeven in l’Annexe, de degustatieruimte naast de winkel, tussen charcuterie, gerijpte kazen en zorgvuldig gekozen wijnen.
Vanderkinderestraat 472, Ukkel, lateliergourmand.be

Zé Ibarra
Als je de hoes van Zé Ibarra’s tweede album monstert, vraag je je af wie die tandenborstel hanteert, maar vooral ook uit welk tijdsgewricht de androgyne Braziliaan met de wuivende haardos komt. Met zijn herinterpretatie van música popular brasileira herinnert hij aan de muzikale hoogconjunctuur van zijn thuisland in de seventies. Geen toeval, dus, dat hij samenwerkte met legende Milton Nascimento.
→ 30/5, Botanique
Het samenvloeien van psychedelische muziek en traditionele folk leverde in de jaren 1970 een knetterende muziekscene op in Turkije, met spilfiguren als Selda en Barış Manço. Turkish Kebap haakt daar met veel zwier op in, maar het Brusselse collectief rond multi-instrumentaliste Dilan Ozsu, die onder meer excelleert op de saz en de darboeka, voegt er ook nog wat elektronica en hedendaagse klanken aan toe.
→ 30/5, La Tricoterie
Nu het CCN-gebouw tegen de vlakte ligt en het Noordstation in zijn volle glorie kan aanschouwd worden, kan ook het plein geherwaardeerd worden. Play Label duikt in de vrijgekomen ruimte met een open air rond het legendarische Ed Banger Records. Het Franse label zette ooit Justice, Mr. Oizo en DJ Mehdi op de kaart, en leent nu zijn decks uit aan onder meer Bibi Seck, Busy P en Cassius.
→ 30/5, Noordplein
Moor Mother rekent voor een nieuwe dosis afrofuturisme op twee zielsgenoten (2/6, Ancienne Belgique)
Folkrocktrio Big Thief mag andermaal aan de haal gaan met je hart (2/6, Vorst Nationaal)
Varaz Trio brengt hulde aan de seventiesfusionfunk van Herbie Hancock (3/6, Sounds Jazz Club)

Vlaams Radiokoor & Orkest van de 18e eeuw Als Mozart gelovig bevlogen componeerde, was dat vaak niet mis. Denk maar aan het Requiem met zijn hartverscheurende ‘Lacrimosa’. Ook zijn onvoltooid gebleven Grosse Messe zit propvol vocaal spektakel, alsof hij het werk voor de schouwburg en niet voor het kerkschip schreef. De befaamde ‘pa-pa-pa-paaam’ van Beethovens Vijfde symfonie krijg je er zomaar bij.
→ 30/5, Flagey
Al 45 seizoenen lang verdiepen deze zangers zich in Bach. Alle tweehonderd sacrale cantates hebben ze op hun repertoire staan. Elke vierde zondag van de maand kiezen ze er daar lukraak een paar uit, en brengen die – zoals in de tijd van toen – in een kerkelijke setting. Eind mei buigt het koor zich over twee vroege werken: nummers 39 en 46 in de befaamde Bach-Werke-Verzeichnis
→ 31/5, Sint-Jacob-op-de-Koudenbergkerk
Deze vier Duitse leeuwenharten zijn goed op weg om de koningen van de klassiekemuziekjungle te worden. Hun keuze voor het Strijkkwartet van Henriëtte Bosmans toont dat ze niet alleen scherpe tanden hebben, maar ook puntige programma’s samenstellen. Het welpenconcert kun je combineren met dat van het Belcea Quartet op dezelfde avond. Zij nemen Tabea Zimmermann op in hun troep.
→ 2/6, Flagey
Cabaret songs van Britten, Weill en Gershwin. Absint niet in de prijs inbegrepen! (29/5, Le Baixu)
Karavan & Lorenzo Gatto zetten een atelier op stelten (29/5, Créations Isabelle de Borchgrave)
Het vocale duo Les Trouveurs duikt nog eens in de middeleeuwen (30/5, Sint-Katelijnekerk)

In de stillevens en portretten van Alexandra Catiere vallen de dimensies van tijd en ruimte weg, zodat enkel de essentie overblijft. Met haar analoge camera maakt ze zwart-witfoto’s waarin subtiele kleurschakeringen doorschemeren. Na veel omzwervingen vestigde de in Wit-Rusland geboren fotografe zich in Frankrijk, waar ze vorige week de prestigieuze Niépce-prijs won.
→ 29/5 > 4/7, Stieglitz 19
Voor het tweede jaar op rij ontvangt viersterrenhotel Mix Brussels in WatermaalBosvoorde een groep bijzondere gasten: een dertigtal galerieën en kunsthandelaars. Die richten hun kamers in als exporuimtes, waar bezoekers kunst en antiekstukken uit alle windstreken en tijden kunnen ontdekken. Dit kan weleens de gezelligste beurs van het jaar worden.
→ 5 > 7/6, Mix Brussels
Je weg vinden tussen alle artistieke opties in het Brusselse stadscentrum is nooit eenvoudiger dan tijdens Downtown Brussels Art. Een zorgvuldig uitgestippeld parcours voert je probleemloos langs een twintigtal galerieën, instellingen, privécollecties en door kunstenaars gerunde initiatieven. Hou zeker even halt bij Marin Kasimir in UNLOCQ53.
→ 30/5, verschillende locaties
Beloftevolle fotografen bestormen de wereld in Haast u langzaam! (4/6 > 28/6, A Stichting)
Voor Walter Swennen bestonden er geen fouten, enkel interessante errata (4/6 > 25/7, Xavier Hufkens)
Samir Mougas maakt kunst met een ruwe rand en blanke pit (28/5 > 18/7, Galerie Eric Mouchet)

L’île de la demoiselle
Regie: Micha Wald, met: Salomé Dewaels, Louis Peres, Candice Bouchet
De zwangere Marguerite de La Rocque werd in 1542 door haar aanstaande achtergelaten op een onherbergzaam duivelseiland, net als haar gezelschapsdame en verkrachter. Dit verhaal vormt de basis van een feministisch kostuumdrama dat overgaat in een survivalfilm. De Brusselse Salomé Dewaels krijgt eindelijk de kans om zich te bewijzen in een hoofdrol. → in de bioscoop
Regie: Hasan Hadi, met: Baneen Ahmed Nayyef, Saja Mohamad Qasem
Een van de vele egomaniakale rotstreken van Saddam Hoessein was de verplichting voor élke school om hem een verjaardagstaart te bakken. Raak als arm weeskind uit een paalhut maar eens aan bloem, eieren en suiker in tijden van voedseltekorten. De pientere Lamia laat zich niet kennen in een sociaal-realistische fabel om duimen en vingers bij af te likken. → in de bioscoop
Regie: Quentin Tarantino, met: Uma Thurman, Lucy Liu, David Carradine
Vreemd dat Kill Bill: volume 1 en Kill Bill: volume 2 nu pas samengevoegd zijn in één film. Tarantino’s spektakelstuk had nooit in twee gesplitst mogen worden. Uma Thurman speelt de rol van haar leven. Tarantino keek niet op een liter bloed meer of minder en de soundtrack is tijdloos. → in de bioscoop
En ook
Deep water leert je hoe je na een vliegtuigongeluk bloeddorstige haaien moet afhouden
Guy Ritchie’s jaarlijkse coole, semigrappige actiefilm heet deze keer In the grey Baadasssss Cinematek trakteert (29/5) op twéé gewelddadige, sexy en funky blaxploitationfilms

Modeliefhebbers die even willen ontsnappen aan de alomtegenwoordige Antwerpse Zes, kunnen zich in de expo What’s your style? laven aan het werk van elf Belgische stylisten. Een van de blikvangers is de jonge Brusselse LOUDMILLA.
LOUDMILLA nipt van haar matcha latte wanneer ze de expotitel als vraag krijgt, waarna ze haar eigen stijl samenvat in drie kenmerken: “Verfijnd, intentioneel en met een hoekje af. Niet excentriek, maar met subtiele verrassingselementen, zoals gebleekte wenkbrauwen. Ik draag veel zwart, maar combineer dat graag met een stuk in kleur, zoals een gele tas.” Haar liefde voor gotische romantiek speelt een grote rol, “al is mijn eigen stijl meer gepolijster.”
De Brusselse is verliefd op geraffineerde stoffen, logisch als gediplomeerd textielontwerper. Voor die studie kwam de 31-jarige naar de hoofdstad, vanuit het Waalse Lessen. Daar woonde ze vanaf haar zevende, na haar eerste levensjaren in de Congolese hoofdstad Kinshasa. “Een stad met een ongelooflijke vrijheid aan kledingstijlen, een eclectische esthetiek die aan freestyle jazz doet denken.”
Na haar afstuderen rolde ze toevallig in een bestaan als styliste en creative director. “Ik was me zelf lang niet bewust van het belang van dit beroep, dat in de schaduw staat van dat van ontwerpers en fotografen. Terwijl ik bij een fotoshoot werk aan het totaalplaatje, van alle kledingstukken en accessoires tot de make-up en de kapsels. Dat is wat me aanspreekt, een coherent concept uitwerken. Op
basis van verschillende invloeden, ook buiten de mode, zoals architectuur, muziek en visuele kunst.”
Wanneer ze kan, draagt LOUDMILLA consistent zwarte vrouwen voor als modellen. “Om een historische onderrepresentatie recht te trekken.” In het algemeen houdt ze een kritische houding aan tegenover de modewereld. “Het gaat erom telkens weer de mainstreamaanpak in vraag te stellen en je waarden niet te verloochenen.
“Ik wil zelf geen al te grote garderobe, maar kies mijn stukken zorgvuldig”
Concreet probeer ik onder meer kleine designmerken, ambachtswerk en kwalitatieve materialen voorop te zetten en werk ik vaak met tweedehandsstukken, soms van een rommelmarkt. Ik wil zelf geen al te grote garderobe, maar kies mijn stukken zorgvuldig en ‘consumeer’ mode liever in musea, galerieën, boeken en films.”
Een toekomstdroom is om in een modehuis te werken, om de zaken van binnenuit te helpen heruitvinden. Ze lonkt ook naar andere grootsteden. “Ik hou van de kosmopolitische energie van New York en ook Londen en Parijs trekken me aan. Maar momenteel voelt Brussel als thuis.” ANDY FURNIERE
De expo What’s your style? loopt van 9/5 > 5/9 in MAD Brussels, mad.brussels


Tiago
De Portugese theatermaker Tiago Rodrigues inspireerde zich voor het tragikomische No yogurt for the dead op het leven van zijn vader, een geëngageerde journalist die eindigde als terminale patiënt in een ziekenhuis. In deze voorstelling met livemuziek nemen leven, herinnering en menselijke waardigheid het op tegen een stille dood.
→ 3/6, KVS
Dit voor het Theaterfestival geselecteerde stuk van BRONKS en figurentheater De Maan behandelt macht op een slimme manier voor kinderen én volwassenen. Vijf performers spelen puppy’s aan de leiband, op zoek naar hun plek in de roedel en afhankelijk van de reusachtige pop Poppy, die de scène domineert. Wie heeft in dit machtsspel de touwtjes in handen?
→ 31/5, BRONKS
Klimaatdichters
De Klimaatdichters presenteren hun nieuwe bundel Tongval van het verdwijnen. Margot Delaet, Sara Eelen, Pieter Van de Walle, Astrid Haerens, Zindzi Tillot Owusu en Pim Cornelussen dragen poëzie voor en praten over schrijven vanuit een meer-dan-menselijk perspectief, waarin ook dier, plant, schimmel en bacterie een stem krijgen.
→ 31/5, Passa Porta Bookshop
Bozar viert de tiende verjaardag van Live Magazine met een best of (2&3/6)
Tijdens de Comedy Club in de Vaartkapoen is het allemaal maar om te lachen (29/5)

Onze hoofdstad beschikt met Brussels Aquatic Synchro Swimming (BRASS) over een club die van zwemmen en watertrappelen een artistieke discipline maakt. Elk jaar presenteren ze een gala waarin tweehonderd artistieke zwemmers, onder wie Belgische kampioenen, hun beste beentje perfect synchroon boven water steken. Een gelegenheid om het wonder van synchroonzwemmen live mee te maken.
→ 30/5, zwembad Neder-over-Heembeek
Bram De Jaegher
Bram De Jaegher is niet alleen huisfotograaf van BRUZZ, tussen de bedrijven door richt hij zijn lens op de (inter)nationale muziekwereld. In de expo Hiphop through my eyes komen zijn liefde voor fotografie en zijn fling met hiphop samen. Of in zijn woorden: “Het is mijn poging om de energie, identiteit en community vast te leggen die deze cultuur zo krachtig maken.”
→ > 23/6, Chez Lutgarde
Het Verhalenfeest van GC Essegem, de Jetse Academie en de bibliotheek is een gratis familiefestival met theater, poëzie en muziek in een tent en in openlucht. Wandel op het gemak van de kamishibai naar de Boekenmarkt, tussen de blazers van de Jetse Academie en de Finalisten van de Grote Poëziewedstrijd, door. Gezelschap Puurlain zorgt voor sprookjes en theater.
→ 3/6, Garcetpark
Carine zingt in het authentieke Brusselse dialect (31/5 GC Elzenhof)
Je kunt naar de animatiefilm Hola Frida over kunstenares Frida Kahlo in GC De Kroon (3/6)

Puurlain trakteert met De sterrenplukker op woordloos poppentheater (3/6, Garcetpark, 4+)
Het Brusselse Ramon van Merkenstein trio geeft een jazzconcert in GC Op Weule (5/6)
Welkom in het heiligdom van Martha Canga Antonio

‘Er is vandaag nood om fysiek samen te komen’
Het ware misschien logischer dat de Brusselse Martha Canga Antonio als haar muzikale alter ego Martha Da’ro in de AB zou staan. Maar ze presenteert er samen met een resem andere multitalenten haar muziek-theater-performance Holy. door Michaël Bellon
De Ancienne Belgique zet door met het programmeren van artiesten die graag met één voet in de muziekscene staan en met de andere in de podiumkunsten. Zo kwamen in een recent verleden choreografe Lisbeth Gruwez en haar muzikale kompaan Maarten Van Cauwenberghe de grote zaal op stelten zetten, en was het onlangs de beurt aan choreografe Femke Gyselinck en haar drummende broer Lander met Figures of speech
Martha Canga Antonio – die dans, muziek en theater in één persoon verenigt – staat er nu met Holy. Martha da Rossa Canga Antonio (1995) mag op dit ogenblik de Marollen haar thuis noemen. Als zangeres Martha Da’ro bracht ze eind 2023 het album Philophobia uit, waarmee ze tot vorig jaar op Europese tournee was. Ze laat alvast weten dat ze aan het werken is aan nieuwe muziek.
Als actrice speelde Canga Antonio onder meer in Lupin (Netflix), Roomies (VRT Max) en The Kollective (Hulu) en natuurlijk in de film Black van Adil El Arbi en Bilall Fallah. Muziek en acteren zijn voor haar onlosmakelijk met elkaar verbonden, zoals Holy ten overvloede duidelijk maakt.
“Meestal zit er een beetje van alles in alles wat ik doe”, bevestigt ze. “Zo wil ik tijdens mijn concerten ook altijd dansen. Concerten zijn voor mij performances die ik van a tot z in elkaar steek, liefst met een verhaallijn erachter.” Zeggen dat Holy een theaterperformance is die neigt naar een concert, is echter te simplistisch, want in de AB zal nog veel meer aan de hand zijn. “Het is opnieuw een mix. Ik breng de codes van verschillende kunstdisciplines samen. Wat ik interessant vind aan concerten, is hoe je als zangeres voor een bepaald liedje in een bepaalde rol stapt. Een paar minuten lang vertel je een zo eerlijk mogelijk verhaal. Als het liedje gedaan is, stap je weer uit die rol en spreek je het publiek aan, om daarna weer aan een nieuw verhaal te beginnen.”
Hoger dan het publiek
Een andere code, die zowel in een klassieke theatervoorstelling als op een concert geldt, gaat over de fysieke verhouding tussen de performer en het publiek. “Het feit dat de performer of de zangeres hoger staat dan het publiek wilde ik met Holy doorbreken. Een performer kan ook naast of achter je staan. In Holy maakt het publiek op die manier automatisch deel uit van de performance.”
De uitgebreide cast performers die Martha naar de AB meeneemt, maakt meteen duidelijk dat ‘multidisciplinair’ geen

gratuite term is voor de creatie die ze samen met Marie Umuhoza, Vivi Focquet en Jozef Wouters bedacht.
Canga Antonio: “Ik heb mensen gekozen die in hun werk op de één of andere manier verbonden zijn met hun lichaam en met beweging. Zo heb ik een groot deel van de muziek geproduceerd samen met Ashley Morgan, die zelf ook rapper en danser is. Dan is er Jazz Sanusi, een ongelooflijke zangeres. Elke keer als ik haar hoor, ben ik zwaar onder de indruk. Jhaya Caupenne is dan weer tegelijk een deejay en een danseres uit de ballroomscene die voguet, maar ook een achtergrond heeft in krumping (een hiphopdans waarbij de dansers zich uitdossen als clowns en schijngevechten met elkaar aangaan, red). Magdelaine Hodebourg is een hedendaagse danseres die
“Als zangeres stap je voor een bepaald liedje in een bepaalde rol”
je bijna in trance brengt. Lazara Rosell Albear is een drummer en performer uit Cuba met een crazy aura, en Rose Samy is een bokser die tegelijk kledingdesigner is.”
Het publiek zal zich een weg zoeken tussen al deze artiesten die hun ding doen. Scenografisch draagt de performance de sporen van de oorspronkelijke versie die tot stand kwam in het Decoratelier van Jozef Wouters.
“Ik wilde een plek om samen te komen en samen iets te beleven. In die eerste versie in Decoratelier zelf konden muren en ramen opengebroken worden en moest het publiek zich van ruimte naar ruimte verplaatsen. Dat kan natuurlijk niet in De Singel of in de AB, in die zin gaat het om een aangepaste versie, die tegelijk wat rauwer aanvoelt, en waarin de lichamen en de bewegingen nog belangrijker zijn geworden.”
Wie een titel als Holy in verband brengt met een ruimte om samen te komen en een ervaring te delen, denkt misschien snel aan een soort alternatieve kerk. Maar er zal zeker niet alleen pais en vree heersen in de AB. Hoe vult Canga Antonio die beladen term ‘holy’ zelf in? “Mij gaat het om het creëren van een holy space, een ruimte waarin heel het spectrum van emoties een plaats kan krijgen. De voorstelling is meer een emotionele vertelling dan een duidelijk interpreteerbaar narratief. Je kunt er verbondenheid ervaren, maar evengoed ga je binnen je eigen

gang en heb je een heel individuele ervaring. Verschillende mensen zullen een totaal verschillend idee hebben van de voorstelling. Het gaat mij meer om gevoelens dan om één of andere waarheid. Holy is een state of mind.”
Nieuwe draai
En wat denkt Canga Antonio voorts? Is het feit dat muziektempel AB ook zulke performances programmeert een teken van de tijd? Een teken dat de tussenschotten tussen de disciplines in de toekomst nog meer op de schop zullen gaan? “Ik denk het wel. Tegenwoordig worden er dj-sets gegeven in koffiebars. En ik merk dat zowel artiesten als publiek steeds creatiever worden in de zoektocht naar manieren om samen te komen. Iedereen is vandaag geconnecteerd met elkaar, maar ik denk dat er vooral heel veel nood is om fysiek samen te komen op een plek, en samen iets te beleven. Zeker met wat er allemaal gebeurt in de wereld. De AB wordt ook voor onszelf heel speciaal. Het stuk is blijven groeien, zit nu in onze vingers en het merendeel van de cast komt uit Brussel. We zullen waarschijnlijk veel mensen zien die we kennen. Het wordt heel spannend om te zien hoe we een nieuwe draai zullen geven aan die concertzaal.”
Holy van Martha Canga Antonio is van 2 tot 4/6 te zien in de Ancienne Belgique, abconcerts.be
Wat was het beste persoonlijke nieuws van de afgelopen weken?
Ik ben opgegroeid in de jaren 1970 en ons werd geleerd dat het onbeleefd is om over jezelf te praten.
Welke misvatting bestaat over jou? Ik sta sowieso wantrouwig tegenover zelfmythologisering. Pieker niet over dingen waarop geen antwoord bestaat. Wat kun jij dat de meeste andere mensen niet kunnen?
Tennissen op een zeer hoog niveau.
In welk ander vak of beroep zou je ook top zijn.
Rhinoplastie, of anders gezegd: neuscorrecties.
Welke fout maak je keer op keer tijdens het creatieve proces?
Laat je niet verlammen door keuzestress, laat het los en begin aan het volgende.
Wat heeft je werk of je publiek je geleerd over het leven of over jezelf?
Het is ongelooflijk gevaarlijk voor kunstenaars om aan de verwachtingen van anderen te voldoen.
Doe je iets speciaals op je verjaardag?
Ik heb een hekel aan mijn verjaardag, ik heb die niet meer gevierd sinds ik 8 jaar werd.
Waarop trakteer je jezelf af en toe? Paardensteak.
Wat geef je graag cadeau aan anderen?
Crémant en tweedehandsplaten.
Wat realiseerde je je op zeer late leeftijd dat iedereen al lang wist?
Jeugd en schoonheid zijn geen prestaties.
Welke lifehack verbeterde je leven?
Check je e-mail niet voor 12 uur ‘s middags.
Met welke quote pak je graag uit?
“Zelfs een blinde eekhoorn vindt af en toe een eikel.”
Welk nutteloos feitje kun je ons vertellen?
Gene Hackman was mijn buurman op de middelbare school.
Waar zou je naartoe willen verhuizen en waarom?
Ik ben nu Belgisch staatsburger en woon op het Vlaamse platteland. Ik ga nergens heen.
Welke wijsheden heb je meegekregen van je ouders?
Als je het geluk had om te slagen en het goed te doen, is het jouw verantwoorde-

• Adam Wiltzie (1969) werd geboren in New York, waar hij aanvankelijk aan een tenniscarrière sleutelde
• Na een knieblessure verhuisde hij naar Brussel, waar hij als muzikant projecten opzette als Stars of the Lid en A Winged Victory for the Sullen
• Met die laatste heeft hij inmiddels vier albums uit en een filmcompositie voor Lion (met Nicole Kidman). Daarnaast schreef hij mee aan scores voor films als The theory of everything en Arrival
lijkheid om de lift terug naar beneden te sturen voor de volgende
Welke zin zou je op je grafsteen willen?
“In praise of melancholy.”
Voor welke veelgebruikte uitvinding ben je bijzonder dankbaar?
Mijn slowjuicer om sapjes te maken. Wat was het beste nieuwsverhaal van de afgelopen weken?
“Brandweer reanimeert kat uit brandend huis in Mechelen.”
Beschrijf Brussel in drie woorden. Excuse the dust.
MICHAËL BELLON
Adam Wiltzie laat A Winged Victory for the Sullen uitvliegen samen met Dustin O’Halloran en drie strijkers op 4 & 5/6 in Bozar, bozar.be

Elke week toont een Brusselse ket zijn of haar favoriete plek. Sarah (18) kiest voor een ondergronds treinstation. Niet per se omdat ze van treinen houdt, wel omdat ze er danst met haar collectief.
Hoe vaak kom je in dit station?
We komen elk weekend samen met onze K-popdanscrew Polaris Crew. De grote glazen ruit werkt als een spiegel, waardoor we kunnen controleren of we synchroon dansen. Bovendien zitten we hier beschut als het koud of slecht weer is.
Hoe werkt jullie groep precies?
We zijn een onafhankelijke crew, geen dansschool. Iedereen leert van elkaar. Soms zijn we met vijf, soms met acht of meer, afhankelijk van het project. We filmen onze choreografieën en posten de video’s op YouTube en TikTok.
Jij danst zelf minder nu?
Ja, ik film tegenwoordig meer dan ik dans. Dat sluit aan bij mijn passie voor fotografie. Tijdens repetities test ik camerahoeken en bewegingen uit. Om goed te filmen moet je de dans en de muziek perfect kennen.
Je doet nog veel andere projecten. Mijn keuzevakken op school zijn kunst en theater, en ik zit in het collectief ‘Je suis la Belgique - Ik ben België’. Via kunst, fotografie en tentoonstellingen proberen we maatschappelijke thema’s bespreekbaar te maken.
Je werd ereburger van Molenbeek. Wat betekent dat voor jou?
Ik ben er echt trots op. In het begin zouden maar enkele mensen van ons collectief die titel krijgen, maar we hebben gezegd: of iedereen, of niemand. Uiteindelijk werd de hele groep ereburger. Dat voelt bijzonder, zeker omdat we ons engageren voor kunst, jongeren en solidariteit.
Wat wil je later doen?
Iets met fotografie of video. Ik droom ervan om creatief werk te combineren met livestreams en straatfotografie. Mensen inspireren zoals mijn voorbeelden dat doen.
EMILIA DE FEYTER
Wil jij ook je favoriete plek tonen? Stuur een mailtje naar ket@bruzz.be.







Vul de cijfers 1 tot en met 9 in het rooster in, zodat het resultaat van de sommen klopt met de cijfers rechts en onderaan de kolommen. Elk getal mag maar één keer voorkomen. Het niveau van de puzzel kan variëren per editie.
Vul de witte vakjes met positieve gehele getallen zodat elke rij een kloppende som vormt met het doelgetal rechts of onder. Reken van links naar rechts en van boven naar beneden, zonder voorrang van × of ÷ (bij delen moet de uitkomst altijd een geheel getal vormen).

De hoofdstad kent veel verborgen plekjes, onverwachte panorama-uitzichten, en onbekende maar daarom niet minder intrigerende panden en kantjes, ver weg van Manneken Pis, de Grote Markt en het Atomium. Zoals deze kelder. Waar is deze foto getrokken? Zelf een foto van een onverwacht stukje Brussel insturen? Mailen naar redactie@bruzz.be
Zoek alle verborgen woorden in het raster van de speciale woordzoeker van BRUZZ. Streep de begrippen één voor één weg, dit kan in alle richtingen: horizontaal, verticaal, diagonaal, en van links naar rechts en andersom.
De puzzels in dit magazine zijn intern ontwikkeld of gegenereerd met gebruik van toegestane tools en artificiële intelligentie. Elke gelijkenis met bestaande puzzels is toevallig.
▢ Onderwijs
▢ Pinksteren
▢ Tapijtkever
▢ Groen
▢ Woord
▢ Poes
▢ Geest
▢ Misviering
▢ Kat
▢ Plaag
▢ Halal
▢ Traumaverwerking





Boek ons wervelend enthousiasme op jouw evenement via https://www majoretteketet be of mail naar majoretteketet@gmail com
Majoretteketet
Majoretteketet



































