#1725
NL
WEEKBLAD HEBDOMADAIRE WEEKLY
FR
+BRUZZ SELECT
EN
DEFINITELY THE BEST THINGS TO DO IN BRUSSELS
INTERVIEWS
|
A N A LY S E S
|
EEN UITGAVE VAN VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA VZW FLAGEYPLEIN 18 PLACE FLAGEY 1050 ELSENE/IXELLES AFGIFTEKANTOOR ANTWERPEN X P303153
07 | 10 | 2020
TIPS
TINNE VAN DER STRAETEN
Brusselse schwung in federale regering ’
LES YELLOWSTRAPS SE DÉCONFINENT DE STAAT VAN HET ZONIËNWOUD
Elke boom redt een andere
Le premier album du lockdown bruxellois
Jobkeuze genoeg, voor ieder wat wils! Boeiende projecten, permanente opleiding, loopbaankansen en een aantrekkelijk loon!
Zin om mee te werken aan de mobiliteit van de toekomst? Nog 300 in te vullen vacatures in 2020 om Brussel met ons in vervoering te brengen!
Meer dan 9.500 medewerkers wensen niet liever dan jouw collega te worden!
jobs.mivb.be
Inhoud / Sommaire / Inside
Edito
© PHOTONEWS
STEDELIJKE CONTEXT
De nieuwe federale regering
COVER STORY Minister van Energie Tinne Van der Straeten 10 ANALYSE Wat betekent het akkoord voor Brussel? 8 BIJGEDACHTE 7
INTERVIEW
“Ik ben zeer blij met wat we met P.A.R.T.S. hebben gerealiseerd” Theo Van Rompay 18
REPORTAGE
De Tivoliwijk: een goed project, maar niet perfect “Er zijn kansen gemist” 50 DE WEEK Zoom 4, In beeld 6 BRUZZ SELECT In the mix 24, Film
Cunningham, Corpus Christi, The Trial of the Chicago 7, Relic 30, Expo Nicolas Provost, The Warning 32, Eat & Drink Elbow 34 REPORTAGE De beuken van het Zoniënwoud 14, Peter HolvoetHanssen 36, Deelkippen in Elsene 46 INTERVIEW Yellowstraps 42 BIG CITY Waarom werd het deel van het kanaal tot aan de Vismarkt drooggelegd? 41 COLUMN Nick Trachet 54
NOG MEER BRUZZ Stef Kamil Carlens wordt 50 De veelkleurige multidisciplinaire artiest Stef Kamil Carlens over 50 jaar liefde voor muziek, over zijn nieuwe tournee en over zijn relatie met het Franse chanson. Volgende week BRUZZ magazine
We hebben een nieuwe federale regering. Eén met – afhankelijk van wie er telt – drie, vier of vijf ministers die een band hebben met Brussel. Dat zal een invloed hebben op het beleid en dus ook op uw en ons leven. Al was het maar omdat het een Brusselse minister wordt – Karine Lalieux (PS) – die zal beslissen over de investeringen van Beliris, zo merkt kersvers minister Tinne Van der Straeten in dit magazine terecht op. Tussen haakjes: Beliris moet ook de uitbreiding van het metronet in goede banen leiden. Maar daarnaast kunnen we vooral hopen dat deze regering meer oog heeft voor de specifieke context van een grootstad. En dat dat nodig is, merken we zeker in deze coronacrisis. Brussel kleurt donkerrood op coronakaarten. De ziekenhuizen zien steeds meer besmettingen binnen één en hetzelfde – vaak groot – gezin. Volgens specialisten het gevolg van een gapende communicatiekloof. Zeven maanden na het begin van de gezondheidscrisis is bij een deel van de Brusselse bevolking de meest essentiële informatie nog niet verspreid. Daar ligt uiteraard een taak weggelegd voor de lokale overheid, maar ook voor de federale, die aan het stuur van de Nationale Veiligheidsraad een beleid moet uitstippelen dat vanaf het begin rekening houdt met de stedelijke context. Lees het interview met Tinne Van der Straeten op p10 NL
CONTEXTE URBAIN Nous avons un nouveau gouvernement fédéral. Un gouvernement avec 3, 4 ou 5 ministres– selon celui qui compte – qui ont un lien avec Bruxelles. Cela aura un impact sur la politique et donc sur votre vie et la nôtre. Ne serait-ce que parce qu’une ministre bruxelloise – Karine Lalieux (PS) – va décider des investissements de Beliris, remarque à juste titre la toute nouvelle ministre Tinne Van der Straeten dans ce magazine. Entre parenthèses : Beliris devra également mener à bien l’expansion du réseau de métro. Mais surtout, on peut espérer que ce gouvernement sera plus attentif au contexte spécifique d’une métropole. Cette crise du coronavirus a clairement révélé que c’était une nécessité. Bruxelles est en rouge foncé sur les cartes de la covid. Les hôpitaux voient de plus en plus de contaminations se produire au sein d’une même famille, souvent nombreuse. Selon les spécialistes, c’est le résultat d’un vrai fossé de communication. Sept mois après le début de la crise sanitaire, les informations les plus importantes n’ont pas encore atteint une partie de la population bruxelloise. Cette tâche incombe bien sûr aux autorités locales, mais aussi aux autorités fédérales qui, aux commandes du Conseil national de sécurité, doivent élaborer une politique qui tienne compte dès le départ du contexte urbain. Lisez l’interview avec Tinne Van der Straeten en p10 FR
URBAN CONTEXT We have a new federal government. And depending on how you count them, it has three, four, or five ministers who have connections with Brussels. This will have an impact on government policy and thus also on your and our lives, if only because it will be a minister from Brussels – Karine Lalieux (PS) – who will make decisions about the investments of Beliris, as brand-new minister Tinne Van der Straeten rightly notes in this magazine. Incidentally, it is Beliris that bears the responsibility of ensuring that the metro expansion in the capital runs smoothly. But besides that, we must hope that this government has a stronger focus on the specific context of a metropolis. The need for such a focus is particularly apparent in this corona crisis. Brussels colours dark red on corona maps. The hospitals are seeing increasing numbers of infections within the same – often large – families. According to specialists, this is the result of a gaping communications chasm. Seven months after the beginning of the health crisis, the most essential information has still not been circulated among part of the population of Brussels. Of course the local government bears an important responsibility here, but so does the federal administration, which directs the National Security Council and formulates policies that must from their inception take the urban context into account. Read our interview with Tinne Van der Straeten on p10 EN
KRISTOF PITTEURS, hoofdredacteur
MELD NIEUWS Zelf nieuws gespot? Jouw tip is altijd welkom via bruzz.be/meldnieuws Persberichten kunnen via redactie@bruzz.be 7 OKTOBER 2020
I
3
De week
BRUSSEL WORDT HET CENTRUM VAN DE CORONA-EPIDEMIE
Achter de stijgende besmettingscijfers schuilt informatiekloof Het aantal besme ingen in Brussel was al hoog en stijgt nu ook nog eens. Wat zijn de oorzaken en wie zijn de nieuwe patiënten? “Veel mensen kennen de basisregels niet.” — KRIS HENDRICKX
BRUZZ | DE WEEK
Een blik op de statistieken van Sciensano volstaat om te beseffen dat Brussel vandaag het centrum van de Belgische corona-epidemie is geworden. De top vier van meest getroffen gemeenten kleurt met Molenbeek, Koekelberg, Sint-Joost en Ganshoren volledig Brussels. Maar wie zijn die recente coronapatiënten? Een belronde langs ziekenhuizen en de tracingdienst leert dat nabije vrienden en familie nog steeds besmettingsbron nummer één zijn, naast de scholen als nieuwe belangrijke factor. Opvallend is ook het aantal besmettingen binnen gezinnen die met verschillende generaties onder één dak wonen. “Elke dag krijgen we wel zo’n geval binnen,” zegt Kenneth Coenye, hoofdarts van Sint-Jan. Hij schat bovendien dat circa zeventig
procent van de Covidpatiënten in het ziekenhuis een migratieachtergrond heeft. Ook de Brusselse gezondheidsinspectie en andere ziekenhuizen merken het fenomeen van grote gezinnen op een kleine oppervlakte op. “We zien bijvoorbeeld verschillende leden van één familie op intensieve zorgen,” zegt Marc Noppen, directeur van het UZ Brussel. Verschillende ziekenhuizen wijzen erop dat de besmettingen tijdens en vlak na de zomer vooral de leeftijdsgroepen tussen 20 en 40 troffen, waarbij mensen vaak geen symptomen ontwikkelden. Die besmettingen sijpelen nu gaandeweg door naar de oudere categorieën, waardoor niet alleen het aantal besmettingen stijgt, maar ook het aantal ziekenhuisopnames. Want wie ouder zegt, zegt ook
4
I
7 OKTOBER 2020
VAKANTIE-UITLOPER Verschillende experten zien in de huidige piek dan ook een uitloper van de vakantie en het hernemen van het school- en werkjaar. “Tijdens die vakantie heeft de bevolking zich vermengd en de resultaten zien we nu pas echt,” zegt directeur Philippe Leroy van het Sint-Pietersziekenhuis. Met Molenbeek en Sint-Joost duiken bovenaan de nationale besmettingslijst twee gemeenten op die tot de armste van het Gewest en
28,3% © PHOTONEWS
Nieuw voorstel Mini-Europa De Stad Brussel doet Mini-Europa een nieuw aanbod om de grond waarop het park zich bevindt langer te huren. De bal ligt nu in het kamp van bestuurder Thierry Meeûs. Eind vorig jaar vroeg die al een sloopvergunning aan. Onlangs kondigde hij aan de Heizelvlakte te zullen verlaten. De Stad Brussel en Mini-Europa raakten het niet eens over de verlenging van de huurovereenkomst.
kwetsbaarder. “Opvallend daarbij is dat we heel wat vijftigers hebben die erg ziek worden,” vertelt Coenye. “Onlangs verloren we zo nog een 55-jarige vader van vijf kinderen. Het virus is niet plots dodelijker geworden voor die groep, er moeten gewoon duidelijk meer besmettingen zijn bij vijftigers.”
De coronacrisis heeft de werkloosheid in Brussel doen aanzwellen, intussen al met 2,9 procent op jaarbasis. 10.450 Brusselse jongeren zijn op zoek naar een job, een stijging van 1.188 of 12,8 procent ten opzichte van september vorig jaar. Bij jongeren is de werkloosheidsgraad in Brussel nu 28,3 procent.
ook het hele land behoren. De link met de dichtbevolkte wijken, waar mensen soms op een zakdoek samenwonen, is dan snel gemaakt. Maar behalve die fysieke afstand speelt ook een gebrek aan informatie, zelfs zeven maanden na het begin van de epidemie. “Veel patiënten blijken gewoon slecht op de hoogte van de basisregels,” zegt Marc Noppen. “Ze zitten met zijn tienen in een afgesloten ruimte en beseffen niet dat ze afstand moeten houden of een mondmasker dragen als dat niet lukt. Het lijkt erop dat ze de klassieke communicatiekanalen niet volgen. We zitten met een echte
information gap.” De ziekenhuisdirecteur pleit dan ook voor een meer doelmatige communicatie. “Dat kan misschien via sociale media, burgemeesters of influencers, in elk geval moeten we meer doen om die mensen te bereiken.” De Brusselse gezondheidsinspectie geeft toe dat heel wat inwoners van het gewest de regels niet echt kennen. “Maar die regels zijn dan ook vaak aangepast, het is niet helemaal verwonderlijk dat mensen het noorden kwijtraken,” zegt Inge Neven, hoofd van de Brusselse gezondheidsinspectie. “De gemeenschapswachten zeggen ons dat ze bij wijze van spreken de
Strenger alcoholverbod In een groot deel van het Brusselse stadscentrum is het vanaf maandag de klok rond verboden om in het openbaar alcohol te drinken. De maatregel komt er na klachten van buurtbewoners en zal een jaar gelden. Begin februari werd al een alcoholverbod tussen middernacht en zes uur ‘s ochtends ingesteld in de voetgangerszone.
CARTOON
Het aantal besmettingen binnen gezinnen die met verschillende generaties onder één dak wonen, groeit. “Soms liggen verschillende leden van dezelfde familie op intensive care.”
KIJK OP DE WEEK
© BELGA
straat niet meer op durven. Ze worden geacht mensen op de regels te wijzen, maar begrijpen ze zelf vaak niet. Met een nieuwe campagne willen we aan die regels herinneren.” Voor de directeur van het UZ Brussel mag het ondertussen allemaal wat proactiever. “We wachten vandaag nog te zeer tot er zich een echte cluster opbouwt in een aantal wijken,” oordeelt Noppen. “In plaats daarvan moeten we veel eerder testbussen naar buurten sturen om daar op grote schaal te testen en de verspreiding in de kiem te smoren. Dat kost een beetje geld, maar het rendement zou enorm zijn.”
WAUTER
Nieuwstraat heraangelegd Voor Vlamingen is Brussel bij uitstek de plek waar ze tegelijkertijd lokaal en globaal kunnen zijn DE STANDAARD verhuisde dit weekend naar het nieuwe hoofdkwartier vlak bij het Centraal Station en pakte meteen uit met een knappe weekendbijlage over onze stad. BRUZZ heet hen alvast van harte welkom.
Na twee jaar werken is de heraanleg van de Nieuwstraat eindelijk afgerond. Dat wordt zaterdag feestelijk gevierd door handelaarsvereniging Shopera. “De Nieuwstraat heeft een groot potentieel. Het zal beter gaan dan de laatste jaren,” klinkt het bij de handelaarsvereniging. “De straat is mooier, maar dat verandert niets aan de winkelervaring,” reageren shoppers dan weer.
27 mio RSC Anderlecht gaat zondag kansloos onderuit op het veld van Club Brugge. Paars-wit treedt aan zonder Jérémy Doku, het achttienjarige talent dat na amper een jaar in de A-kern voor véél geld naar het Franse Rennes trekt. Met een geschatte transfersom van 27 miljoen euro wordt Doku de duurste Belgische speler die naar het buitenland trekt. 7 OKTOBER 2020
I 5
In beeld
WISSEL VAN DE MACHT NL/ Jong, divers en
vrouwelijk: dat waren duidelijk de kernwoorden bij de samenstelling van de nieuwe federale regering. En dan kwamen de politieke partijen uit bij deze Brusselaars. Met Zakia Khattabi (Ecolo, 44 jaar), Karine Lalieux (PS, 56 jaar), Sammy Mahdi (CD&V, 32 jaar) en Tinne 6
I
7 OKTOBER 2020
Van der Straeten (Groen, 42 jaar) treden vier ministers met een hart voor de hoofdstad aan in de regering-De Croo. Bij hun eedaflegging bij koning Filip stond voormalig premier Sophie Wilmès – ook al uit de Rand – als kersvers vicepremier goedkeurend toe te kijken.
TRANSFERT DE POUVOIR FR/Jeune, diversifiée et féminine. Ce sont les mots-clés de la formation du nouveau gouvernement fédéral. Les partis politiques ont ensuite sélectionné les Bruxellois.es suivant.e.s pour devenir ministres du gouvernement De Croo: Zakia Khattabi (Ecolo, 44 ans), Karine Lalieux (PS,
56 ans), Sammy Mahdi (CD&V, 32 ans), et Tinne Van der Straeten (Groen, 42 ans). La capitale a une place de choix dans leur cœur. Lors de leur assermentation devant le roi Philippe, l’ex-Première et nouvelle vice-Première ministre Wilmès regarde avec approbation chaque prestation.
TRANSFER OF POWER EN/ Young, diverse, and
female. These were clearly the keywords in the formation of the new federal government. And the political parties then selected the following people from Brussels to become ministers in the De Croo government: Zakia Khattabi (Ecolo, 44 years old), Karine Lalieux (PS, 56
Bijgedachte
REDACTIECHEF MATHIAS DECLERCQ neemt het nieuws op de korrel
© PHOTONEWS
years old), Sammy Mahdi (CD&V, 32 years old), and Tinne Van der Straeten (Groen, 42 years old). The capital has a special place in their hearts. During their swearing in with King Philip, former prime minister Wilmès – also from the region around Brussels – looked on approvingly as a brand-new deputy prime minister.
Ziedaar: een nieuwe federale regering is geboren. Dat die er niet zonder slag of stoot kwam, zal u op minstens een van die bijna vijfhonderd dagen dat we het zonder een volwaardige regering moesten stellen ongetwijfeld ter ore zijn gekomen. We mogen dat tragische schouwspel niet licht vergeten en moeten er vooral eindelijk lessen uit trekken voor de toekomst. Maar evengoed is het ons wel toegestaan om – eindelijk, al is het een sprankeltje – hoop te koesteren voor de toekomst. Want los van de inhoudelijke voorkeur van coalitiepartners of partijen die u of ik koesteren, staat er wel degelijk een coherent project. Een veeleer sociaal project, met extra vaderschapsverlof, verhoogde pensioenen (ook voor zelfstandigen) en uitkeringen die opgetrokken worden richting de armoedegrens. Maar ook een ecologisch project, met extra middelen voor de NMBS, de uitrol van de Europese Green Deal en uitstootvrije bedrijfswagens. Ook veiligheid wordt niet vergeten, met extra investeringen in justitie, de toepassing van het snelrecht en uitgesproken ambities op het vlak van asiel en migratie. Allemaal dingen die ook in Brussel een concrete, tastbare oplossing kunnen bieden voor veel van de grootstedelijke uitdagingen op het vlak van mobiliteit, veiligheid en armoede. Sowieso lijkt dit regeerakkoord veel meer op maat van een grootstedelijke samenleving geschreven dan op het leven rond de Vlaamse of Waalse kerktoren. En dan mag het niet verwonderen dat we, met enige dichterlijke vrijheid, maar liefst vier Brusselse ministers afleveren, en dat de ULB en de VUB hofleverancier zijn van de nieuwe regeringsploeg. Toegegeven: de financiering van al het bovenstaande roept, in tijden van zware budgettaire tijden en een coronacrisis, nog veel vragen op. Deze regering heeft ook gewoon álles nog te bewijzen, heeft de tijd niet aan haar kant én bestaat veelal uit
leden zonder ervaring op het hoogste niveau. Over dat laatste moeten we het trouwens nog eens hebben. De ‘postjes’, waar het allemaal om draait als je de vele discussiefora op sociale media moet geloven. Ook daar kunnen we niet anders dan vaststellen dat zowat álle partijen een ondubbelzinnig en sterk signaal sturen. Een van vernieuwing, expertise boven electoraal gewicht, maar vooral een van diversiteit. Van de ene dag op de andere telt dit land meteen de jongste én vrouwelijkste regering ooit. Hebben we met Petra De Sutter een transgender persoon als vicepremier, maar passeert dat nieuws zo onopgemerkt dat buitenlandse media er ons aan moeten herinneren wat voor een mijlpaal dat is. Tellen we met Sammy Mahdi, Meryame Kitir en Zakia Khattabi plots drie relatief jonge ministers met een migratieachtergrond. Laat dat net nu de eerste stap zijn om opnieuw vertrouwen te winnen bij de bevolking. Zeker in een steeds diversere maatschappij, is het zaak om ook onder de leden van de regering die diversiteit in de breedste zin van het woord te reflecteren. Man-vrouw, blank-gekleurd, jong-oud, rasechte politiekers en nieuwkomers met de juiste dossierkennis. En ja, daar horen ook partijvoorzitters op witte sneakers bij, een premier die refereert aan Michael Jordan, een staatssecretaris voor Asiel en Migratie die op een Lime-step naar de koning gaat, ‘bitches’ op Instagram en zo verder. Love it or hate it: het is de taal en de stijl van de nieuwe generatie, waarbij de politiek zo broodnodig aansluiting moet vinden.
BRUZZ | DE WEEK
De postjes
“Deze regeringsploeg stuurt een ondubbelzinnig en sterk signaal van vernieuwing, van expertise boven electoraal gewicht, maar vooral van diversiteit”
Lees ook de analyse op p8 en het interview met Tinne Van der Straeten op p10 van dit magazine. Voor recent nieuws over de federale regering: bruzz.be/federaleregering. 7 OKTOBER 2020
I 7
ANALYSE
Premier Alexander De Croo, met op de achtergrond de drie Brusselaars die het tot minister schopten: Tinne Van der Straeten (Groen), Zakia Khattabi (Ecolo) en Karine Lalieux (PS).
B R U Z Z | A N A LY S E
© BELGA
Regeerakkoord biedt Brussel perspectieven De nieuwe federale regering gaat voluit voor een samenwerkingsfederalisme. Dat zou de spanningen tussen het federale niveau en het Brussels Gewest tot een minimum moeten herleiden. Toch loeren er voor Brussel een aantal wolfijzers en schietgeweren om de hoek. — STEVEN VAN GARSSE
H
et nieuwe federale regeerakkoord is er duidelijk een van de convergentie en de consensus. Zeven zeer uiteenlopende partijen moesten akkoord gaan over één tekst, en dat levert een bijwijlen kleurloos regeerakkoord op dat vooral voortbouwt op het vroegere beleid en, voorlopig, weinig echte grote structurele hervormingen inhoudt. Misschien hoeft dat ook niet. Er woedt een ongeziene gezondheidscrisis, waar de federale regering mee moet zien af te
8
I
7 OKTOBER 2020
rekenen, en de economische en budgettaire weerslag zal gigantisch zijn. Het zal zaak zijn voor de regering-De Croo om België hier op een slimme manier door te loodsen. De regering-De Croo kiest daarbij duidelijk voor een samenwerkingsfederalisme. Er zal meer met de deelstaten overlegd worden en de interministeriële conferenties zullen worden opgevoerd. Als dat in vertrouwen kan gebeuren, zou dat moeten betekenen dat de spanningen tussen het federale niveau en het
Brussels Gewest eerder beperkt zullen zijn. Daar komt bij dat de samenstelling van de federale regering heel ‘Brussels’ oogt. Met PS-SP.A, Ecolo-Groen en Open VLD loopt die erg gelijk met de Brusselse regering. Als er goeie allianties worden gesmeed, kan dat meteen ook een goed beleid opleveren voor het Brussels Gewest.
GROENER AUTOPARK Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn op het vlak van mobiliteit. Dat is in Brussel én federaal in handen
van een groene minister: Elke Van den Brandt (Groen) in Brussel en Georges Gilkinet (Ecolo) op het federale niveau. De regering-De Croo wil die bevoegdheid alvast proactiever invullen dan onder de vorige regering, waar minister François Bellot (MR) toch een eerder belabberde indruk maakte. De NMBS, die meer geld zal krijgen, zal een belangrijke functie krijgen in de organisatie van het pendelverkeer én van het internationale verkeer. Het Gewestelijk ExpresNet (GEN) wordt versneld uitgevoerd en de plannen voor een extra Noord-Zuidverbinding duiken weer op. De regering wil van Brussel een knooppunt maken voor het internationale reizigersverkeer. Fietsen op de trein? Dat moet allemaal makkelijker. Tegelijk moet het autopark vergroenen. Tegen 2026 moeten de nieuwe bedrijfswagens elektrisch rijden. Ook de deelauto’s en het openbaar vervoer moeten in de toekomst koolstofvrij rijden. Op termijn zouden er zelfs geen
NEOFIET Voor het veiligheidsbeleid, een hoofdstuk in het federaal regeerakkoord dat ook voor Brussel belangrijk is, dreigt de samenwerking moeizamer te verlopen. We krijgen daar dezelfde constellatie als de vorige regering: de CD&V op het federale niveau, en de PS op het Brussels niveau. Het regeerakkoord is ook eerder vaag over de concrete stappen die genomen zullen worden om dat veiligheidsbeleid in Brussel te versterken. Eenheid van commando onder supervisie van de Brusselse minister-president, dat wel, maar dan alleen als de omstandigheden dat vragen. Een fusie van de Brusselse politiezones is hoogst onwaarschijnlijk. De federale regering wil de financiering herbekijken, als hefboom om de zones te vergroten. Maar de Brusselse politiezones zijn al erg groot in vergelijking met de rest van het land. En zolang de Brusselse regering het nut niet inziet van een centraal veiligheidsbeleid en
de burgemeesters alle vrijheid laat, zal er ook niet veel veranderen. Het spreekt in die zin boekdelen dat de PS op het congres voor de goedkeuring van het federale regeerakkoord de niet-fusie van de politiezones als een overwinning presenteerde. Het valt ook nog te bezien hoe CD&V dit heikele dossier zal aanpakken. Met de Antwerpse advocate Annelies Verlinden (CD&V) krijgen we een neofiet op de stoel van Binnenlandse Zaken.
STAATSHERVORMING Waar het ook kan schuren, is in de bevoegdheden van de MR. Die partij zit niet in de Brusselse regering, wel in de federale regering. Ex-premier Sophie Wilmès wordt bevoegd voor de biculturele instellingen, die
eerder vaag over de richting die het wil uitgaan. Het laat wel de mogelijkheid aan de deelstaten om een eigen beleid te voeren, zonder dat daar al echte bevoegdheidsoverdrachten tegenover staan. Het is een idee dat Johan Vande Lanotte (SP.A) eerder al suggereerde om de grendels in de grondwet te omzeilen. De formule is al met succes toegepast in het verleden, met name in onderwijs. Zelfs al was die bevoegdheid nationaal, de jonge ‘deelstaten’, Vlaanderen en de Franse Gemeenschap, mochten er al een eigen invulling aan geven. Er wordt nu onder meer naar gezondheid gekeken. Voor Brussel is dat wel bijzonder, omdat er vandaag drie gemeenschappen actief zijn op het vlak van gezondheid en zorg: de
De samenstelling van de regering oogt heel Brussels. Als er goede allianties worden gesmeed, kan dat een goed beleid opleveren voor het Brussels Gewest ondergefinancierd zijn, maar tegelijk belangrijk zijn voor de uitstraling van Brussel. Ook de Regie der Gebouwen is een portefeuille van de MR. Dat gaat dan zowel over de renovatie van het Justitiepaleis, het Koninklijk Conservatorium of het Amerikaans Theater. Die dossiers belangen ook de Brusselse beleidsmakers aan. De vraag is hier of de MR een politiek spel zal spelen, zoals MR-kopstuk Didier Reynders dat in het verleden weleens deed om de MR-oppositie in de hoofdstad te plezieren, of het belang van de Brusselaar voor ogen zal houden. Het is tot slot ook uitkijken naar de institutionele hervormingen die de regering-De Croo aankondigt. De ministers Verlinden en David Clarinval (MR) zullen de zevende staatshervorming moeten voorbereiden. Deze regering zal alvast de artikelen in de grondwet voor herziening vatbaar verklaren. De volgende federale regering zal dan verdere stappen kunnen doen. Dit federale regeerakkoord is
Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC), de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap. Als er federale bevoegdheden worden overgeheveld, bijvoorbeeld op het vlak van de ziekenhuizen, worden die drie niveaus in de hoofdstad versterkt. Hoe dat tot een coherent territoriaal gezondheidsbeleid moet leiden, is een groot vraagteken. Nu al blijkt in de Covid-19-crisis hoe het UZ Brussel, als enig Vlaams ziekenhuis in Brussel, er een beetje los bijhangt. Het is ook uitkijken naar welke duit de nieuwe minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (SP.A) in het zakje zal doen in dit debat. Vandenbroucke is immers voorstander van een sterk territoriaal – lees Brussels – gezondheidsbeleid. Afwachten hoe dat verder evolueert. Hoe dan ook blijft volgens dit regeerakkoord de federale solidariteit in de gezondheidszorg overeind, en staan we mijlenver van het tweeledig confederalisme waar de N-VA voorstander van is.
BRUXELLES ET L’ACCORD DE GOUVERNEMENT FÉDÉRAL Le nouveau gouvernement De Croo opte clairement pour un fédéralisme de coopération. Les entités fédérées seront davantage consultées et les conférences interministérielles seront renforcées. Si cela peut se faire en toute confiance, cela entraînerait une réduction des tensions entre le niveau fédéral et la Région de Bruxelles-Capitale. De plus, la composition du gouvernement fédéral s’annonce très « bruxelloise », avec une coalition PS-SP.A, Ecolo-Groen et Open-VLD. Si de bonnes alliances sont conclues, cela devrait aboutir à une bonne politique pour la Région bruxelloise. Cela pourrait être le cas, par exemple, dans le domaine de la mobilité. En ce qui concerne la politique de sécurité, la coopération risque d’être plus laborieuse avec le CD&V au niveau fédéral et le PS au niveau bruxellois. En revanche, une fusion des zones de police de Bruxelles paraît très peu probable. On attend également avec impatience les réformes institutionnelles annoncées par le gouvernement et leurs conséquences pour la région. FR
B R U Z Z | A N A LY S E
benzine- of dieselauto’s meer verkocht mogen worden. Als dat lukt, kan de luchtkwaliteit in de hoofdstad, en mogelijk ook de autodruk, er serieus op verbeteren. Dat is ook nodig want de Europese Commissie heeft België in gebreke gesteld voor de slechte luchtkwaliteit. Vraagteken is nog wel de vliegwet. De federale regering wil het luchthavendossier naar zich toetrekken om de spreiding van het vliegverkeer rechtvaardig te laten verlopen. Nu kan het Brussels Gewest met zijn leefmilieubevoegdheid strenge normen opleggen. Het is de vraag hoe Ecolo-minister Gilkenet een akkoord kan vinden waarbij hij de belangen van de Rand en die van Brussel met elkaar verzoent. Gelijklopende belangen zullen er ook zijn met Beliris. Dat is niet langer in handen van Sophie Wilmès (MR), maar van de Brusselse minister Karine Lalieux (PS). Dat kan een en ander zeker vereenvoudigen. In het verleden werd Beliris weleens gebruikt voor politieke spelletjes. Binnenkort moet een nieuwe bijakte worden onderhandeld voor de volgende Beliris-projecten. Lalieux zal daar zeker de Brusselse stem nog meer kunnen laten horen.
BRUSSELS AND THE FEDERAL COALITION AGREEMENT The new De Croo government has made a clear choice for cooperative federalism. There will be more consultation with the regions, and the Inter-ministerial Conferences will be intensified. If this can occur in an atmosphere of trust, it may mean that the tensions between the federal level and the Brussels Capital Region will remain relatively limited. In addition, the composition of the federal government appears to be very ‘Brussels’. With PS-SP.A, Ecolo-Groen, and Open VLD, it largely runs parallel with the Brussels government. If good alliances are forged, we can expect good policies for the Brussels Capital Region, for example with respect to mobility. Cooperation on security policy, a chapter in the federal coalition agreement that is also very important to Brussels, may not run so smoothly, with CD&V on the federal level and PS on the Brussels level, though a fusion of the Brussels police zones appears highly unlikely. We will also have to wait and see how the institutional reforms that the government has announced will affect the Brussels Region. EN
7 OKTOBER 2020
I 9
Spreektijd
TINNE VAN DER STRAETEN ( GROEN ) , KERSVERS MINISTER VAN ENERGIE
‘Een beetje frisse lucht in de politiek kan geen kwaad’
10
I
7 OKTOBER 2020
Met Tinne Van der Straeten zit er weer een Nederlandstalige Brusselaar in de federale regering. Dat was even geleden. Dat de regeringsploeg zo Brussels kleurt is goed nieuws voor het Gewest, daar is de kersverse energieminister van overtuigd. En het werkt ook omgekeerd. “We kunnen de Brusselse schwung voortzetten op federaal niveau.” — STEVEN VAN GARSSE EN KRIS HENDRICKX, FOTO’S SASKIA VANDERSTICHELE
Er is een regering, maar het is niet het regeerakkoord waar de grote ambities van afspatten. TINNE VAN DER STRAETEN: Niet akkoord. De verdienste is in eerste instantie dat zeven partijen, zeg maar gerust drie politieke families plus CD&V, elkaar gevonden hebben, een akkoord konden maken en bereid zijn om samen te werken. Dat is vijftien maanden niet mogelijk gebleken. Is het een kleurloos regeerakkoord? Neen. We staan voor gigantische uitdagingen: economisch, sociaal en op klimaatvlak. Op die drie fronten houden we een heldere ambitie aan: CO2-emissies doen dalen, het minimumpensioen optrekken, en de economische relance. Het zal een regering zijn van goed bestuur en van samenwerking.
Waarbij niet helemaal duidelijk is waar het geld vandaan moet komen. VAN DER STRAETEN: De begroting was een moeilijk debat. Maar we zijn wel geland. Met duidelijke keuzes. We zijn van 12 miljard euro uitgaven voor nieuw beleid naar 3,3 miljard euro gegaan. Met een duidelijke perspectief in 2030 om de begroting weer in evenwicht te krijgen. Is er onduidelijkheid? Op 15 oktober wordt de ontwerpbegroting 2021 ingediend bij de Europese Commissie.
“Wat is onervaren? Ik vertrek voorbij de startlijn. Energie is een domein dat ik door en door ken”
BRUZZ | SPREEKTIJD
V
andaag staan de sterren gealigneerd,” zegt Tinne Van der Straeten. “Ik ben minister in mijn eigen vakdomein, met een regeerakkoord dat ik zelf mee heb onderhandeld én vooral op een cruciaal moment in de geschiedenis. Energie is niet alleen waar mijn expertise ligt, maar ook waar mijn hart ligt. De energietransitie speelt zich nú af. Natuurlijk is het dan fijn om daar een sleutelrol in te kunnen spelen voor ons land.” We zitten in Hotel Bloom aan de Kruidtuin, niet ver van het Ecolo-Groen hoofdkwartier. Straks vindt hier het eerste Groen-partijbestuur plaats na de eedaflegging van de nieuwe federale regering. Het hotel ademt tristesse. Corona is dan ook een ramp voor de horeca. Het licht is gedimd, de lobby is leeg. In schril contrast daarmee: de positiviteit, het voluntarisme van Tinne Van der Straeten, zelfs al toont ze altijd een grote portie nuchterheid en bedachtzaamheid. “Weet je wat ik hoop voor 2024 als de legislatuur ten einde zal lopen? Dat het thema energie in ons land een andere lading krijgt. Vandaag staat het symbool voor technische kommer en kwel. Ik hoop dat het dan gezien wordt als een kans. Ik hoop dat mensen van energie zullen houden.”
TINNE VAN DER STRAETEN Minister van energie
Is dit niet de regering die vooral wordt samengehouden door de dreiging van 2024, wanneer zich een separatistische meerderheid zou kunnen aftekenen in Vlaanderen? Uw partijgenoot en tevens minister Petra De Sutter zei zelfs: “Het is de laatste kans voor een ploeg die nog gelooft in een toekomst van dit land.” VAN DER STRAETEN: Dat is niet de belangrijkste drijfveer. De uitdagingen voor dit land zijn nooit groter geweest. Als we kunnen aantonen dat we met respect voor elkaar aan politiek kunnen doen, dan, en alleen dan, zal het respect bij de bevolking voor de politiek ook terugkomen. Ik begrijp heel goed dat mensen het gehad hebben met de politiek. Het is aan ons om te tonen dat het wel kan zonder ruziemaken en dan heeft dit land een prachtige toekomst. ▼
“
7 OKTOBER 2020
I 11
▼
TINNE VAN DER STRAETEN ( GROEN ) , KERSVERS MINISTER VAN ENERGIE
Je voelt heel duidelijk in de ploeg dat iedereen voor het regeerakkoord staat, en niet voor de eigen partijlijn. Dat is de breuk met de voorbije vijftien maanden, waarbij niemand uit zijn egelstelling is geraakt.
Een heleboel knopen moeten nog worden doorgehakt en de discussies zullen op het scherpst van de snee gevoerd moeten worden. Heel wat ministers zijn nieuw en onervaren. Hoe zal u daar zelf mee omgaan? VAN DER STRAETEN: Wat is onervaren? Ik vertrek voorbij de startlijn. Het domein energie ken ik door en door. Ik heb jarenlang advies gegeven aan energiebedrijven. Datgeldt ook voor Karine Lalieux (PS), die als voorzitter van het grootste OCMW van het land niet onbeslagen op het ijs komt. Annelies Verlinden (CD&V) heeft ervaring als advocaat. Het is een ploeg die veel expertise van buiten de nationale politiek aandraagt. Een goede zaak, want zo vermijd je dat we terugvallen op de geplogenheden van de doorgewinterde politici. Een beetje frisse lucht kan geen kwaad.
BRUZZ | SPREEKTIJD
Wat bedoelt u met die geplogenheden? Het machtsspel? VAN DER STRAETEN: Ja, maar ook de typische reflex: “Maar we doen het al altijd zo.” Dat hebben we ook gemerkt tijdens de onderhandelingen. Het heeft ons niet belet om een heel hoofdstuk in te schrijven rond politieke vernieuwing. Met al die nieuwe gezichten is het ook veel makkelijker om eens goed aan de boom te schudden.
Wat is de impact van deze regering op Brussel? VAN DER STRAETEN: Ik zie drie grote kansen voor Brussel. De regering telt drie Brusselaars, dat is al even geleden. De partijen van de federale regering en van de Brusselse regering lopen grotendeels gelijk, en dan is er Beliris. Dat zit, met Karine Lalieux (PS), bij een Brusselse minister en dat is heel belangrijk. Het gaat over veel geld voor de metro, maar ook over de connectie tussen Brussel en het hinterland. Door de portefeuille bij een Brusselse minister te leggen, vermijd je dat het stiefmoederlijk behandeld wordt, zoals we in het verleden weleens hebben gezien. Het gevolg daarvan waren onderbenutte budgetten. Verder zullen we de schwung die vandaag in de Brusselse regering zit, rond mobiliteit bijvoorbeeld, kunnen doortrekken naar het federale niveau.
Hoe kregen jullie klimaat op de voorgrond? Met de pandemie verdween dat naar de achtergrond. VAN DER STRAETEN: Dat liep heel makkelijk. Omdat het een evidentie is. Iedereen is het erover eens dat we moeten investeren om de economie weer op de rails te krijgen. Investeringen in klimaat zijn dan een win-winsituatie: de economie vaart er wel bij, er komen jobs bij en we kunnen de klimaatuitdagingen aangaan én de energiebevoorrading garanderen.
België schrijft zich hiermee in in het Europese beleid. Maar tegelijk liggen de hefbomen voor 12
I
7 OKTOBER 2020
een echt klimaatbeleid niet bij de federale regering, maar bij de gewesten. Hoe zullen jullie dat aanpakken? VAN DER STRAETEN: De federale regering heeft wel degelijk cruciale bevoegdheden om de gewesten te helpen. Op het vlak van mobiliteit, met de NMBS en de bedrijfswagens, maar ook op het vlak van fiscaliteit. Tegelijk kan de federale regering een hele sprong maken door de overheidsgebouwen energiezuinig te maken. Dat ze niets in de pap te brokkelen heeft, klopt dus niet. De gewesten staan ook niet afkerig van die federale hulp. Neem nu het Vlaamse klimaatplan. Tot zeven keer toe wordt daar naar het federale niveau verwezen. Klimaat is een verhaal van samenwerking om de doelstellingen te kunnen halen. De nieuwe minister van Klimaat Zakia Khattabi (Ecolo), met wie ik in nauw contact sta, denkt er ook hard over na hoe ze dat op een zo goed mogelijke manier kan aanpakken. Zakia is slim en iemand met wie je heel goed kan samenwerken.
De N-VA heeft ongemeen hard campagne gevoerd tegen Khattabi toen ze kandidaat was om rechter te worden bij het Grondwettelijk Hof. Nu moet ze met de regering-Jambon akkoorden sluiten. VAN DER STRAETEN: Daar maar ik mij geen zorgen
over. De campagne tegen Zakia was heel negatief, maar op geen enkele waarheid gebaseerd. Ik ben ervan overtuigd dat haar collega’s klimaatminis-
ters (Zuhal Demir in Vlaanderen, red.) het vizier voldoende zullen openhouden. Vergeet niet dat Zakia Khattabi ook de European Green Deal in haar portefeuille heeft. Vlaanderen zal dus wel tot een overeenkomst moeten komen met de federale regering. Anders schiet het zichzelf in de voet.
Hoe kijkt u naar de Brusselse klimaatambities? Doet de Brusselse regering voldoende? VAN DER STRAETEN: Auto’s en gebouwen zijn de voornaamste hefbomen. Voor de mobiliteit zien we enorme inspanningen met de aanleg van fietspaden bijvoorbeeld. Voor de gebouwen zullen we vanuit de federale regering helpen om isolatie en energiezuinigheid te stimuleren.
De geluidsnormen kunnen opnieuw een federale bevoegdheid worden. Dat kan slecht uitpakken voor het Brussels Gewest, dat vandaag zelf de geluidsoverlast van de vliegtuigen kan bestraffen. VAN DER STRAETEN: Dat geldt net zo goed voor de andere gewesten. De geluidsnormen is nu precies het dossier dat verzandt als iedereen er zich mee moeit. (Met de glimlach) En dus … ga ik daar nu niets over zeggen.
De energietransitie wordt een enorme kluif, met de sluiting van de kerncentrales in 2025 als orgelpunt. Wanneer zult u een tevreden minister zijn? VAN DER STRAETEN: We moeten naar een samenleving die volledig gebaseerd is op hernieuwbare
energie. Die omslag maken is heel belangrijk en creëert duizenden lokale jobs. Als we daarin slagen, zal ik heel tevreden zijn.
De regering geeft zichzelf een jaar om over de bouw van gascentrales te beslissen en de energiezekerheid te onderzoeken. Waarom zo lang wachten?
U hebt niet gezegd: ik zal tevreden zijn als de kerncentrales dicht zullen zijn in 2025.
VAN DER STRAETEN: Dat wordt zo gelezen in het regeerakkoord, maar dat klopt niet. Er zijn nu al ondersteuningsmechanismes voor de bouw van gascentrales.
VAN DER STRAETEN: Dat is een middel. Geen doel op zich. Als ze sluiten is er meer plaats voor hernieuwbare energie, en voor flexibele energieproductie. De kerncentrales produceren veel elektriciteit, maar je kan ze niet zomaar even uitzetten. In de coronacrisis hebben we zelfs gezien dat de windmolens moesten worden stilgelegd, omdat er anders te veel elektriciteit geproduceerd werd.
Iedereen gaat er toch van uit dat we er zonder kerncentrales niet komen. Zeker nu er extra elektriciteit nodig zal zijn voor warmtepompen, de elektrische auto. De vraag zal groter zijn, maar in het aanbod wordt fors geknipt. VAN DER STRAETEN: De netbeheerders hebben alles berekend. Het kan wél. Uiteraard moet er nieuwe capaciteit bijkomen. Bijkomende energiecentrales, batterijen die energie opslaan. Auto’s worden mobiele batterijen die het net zullen helpen op bepaalde pieken. We stappen af van de bevoorrading door een grote energiebron en gaan naar een diverser energielandschap. Wat hebben we daarvoor nodig? Een heel duidelijke visie, gestut door expertise. En dat hebben we met dit regeerakkoord.
Vlaanderen zegt nu al: die krijgen geen vergunning. VAN DER STRAETEN: Ik denk niet dat Zuhal Demir boven de wet staat. Het is niet de meest verstandige uitspraak, wellicht gedaan op een moment dat de emoties de bovenhand namen.
Sommige experten zeggen dat we zullen moeten aanvaarden dat het licht soms uitgaat. VAN DER STRAETEN: Toch niet. En ik steun die uitspraak ook niet. De economische schade zou enorm zijn. Energiezekerheid staat voorop.
Binnen de regering zit Ecolo-Groen niet erg comfortabel in dit dossier. De socialisten zullen erover willen waken dat elektriciteit niet duurder wordt, de liberalen zullen er alles aan doen om de industrie te vrijwaren van stroompannes. VAN DER STRAETEN: En met Ecolo-Groen zullen we diegenen zijn die dit alles samenbrengen. Nee, we hebben de socialisten en liberalen niet nodig om te beseffen wat energiearmoede betekent en hoe belangrijk de energiezekerheid is.
U woont nu twintig jaar in Brussel. Wat apprecieert u vooral aan de stad?
Federaal minister van Energie Tinne Van der Straeten: “Ik denk niet dat ik Brussel ooit nog verlaat. Deze zomer heb ik het Brussel teruggezien waar ik van hou.”
Tinne Van der Straeten Geboren in 1978 in Zoersel, groeit op in Malle Studeert Afrikaanse talen en culturen en rechten Wordt in 2005 ondervoorzitter van Groen onder Vera Dua Zit van 2007 tot 2010 in de Kamer Is sinds 2006 gemeenteraadslid in Koekelberg Richt in advocatenkantoor Blixt op Wordt in 2018 schepen in Koekelberg Is sinds vorige week minister van Energie in regering-De Croo
VAN DER STRAETEN: (Denkt na) Je kan natuurlijk nooit honderd procent zeker zijn, maar ik denk niet dat ik Brussel ooit nog verlaat. Met corona zijn het bijzondere tijden, maar deze zomer heb ik het Brussel teruggezien waar ik van hou. Ik was op VK-Cour in de Manchesterstraat, een fantastische avond op een schitterende plek. In de stad, toffe muziek, mensen die je kent, een pintje drinken. De buurt daar leeft enorm op, met Charleroi Danse, een visrokerij, de nieuwe serie van Adil El Arbi en Bilall Fallah wordt er opgenomen. Het kanaal was lang de vergeten hoek van Brussel, maar toen ik naar huis fietste, zei ik tegen een vriend: ik ben dagelijks met die offshore windmolenparken bezig, maar daar aan het kanaal? Dat is de plek waar het vandaag echt gebeurt. Mensen komen er aanwaaien, hebben een idee en brengen het tot uitvoering, met een prachtig resultaat.
Dat is een mooi verhaal over de stad, maar met corona is het toch niet de plek waar je wil zijn vandaag. Iedereen dicht bij elkaar, veel besmettingen. U was Covid-19-patiënt met een lang herstel. Hoe kijkt u naar de pandemie? VAN DER STRAETEN: Ik ben actief in enkele sociale organisaties en dan zie je dat een aantal mensen volledig van de radar verdwijnt. Dat zijn grote gaten in het sociale weefsel. Ik vrees vooral dat de tweede golf een enorme psychologische weerslag zal hebben. Dat wordt een werk van lange adem voor de Brusselse beleidsmakers, waarbij ook de federale regering niet kan achterblijven, met name door extra inspanningen in de eerstelijnszorg.
UNE FLAMANDE BRUXELLOISE AU GOUVERNEMENT FÉDÉRAL Avec la ministre Tinne Van der Straeten (Groen), le gouvernement fédéral compte à nouveau une Bruxelloise flamande. Ce n’était plus le cas depuis 2013. Son retour dans la vie politique active est un joli concours de circonstances, dans un domaine qui lui tient à cœur. Elle espère transformer l’énergie en un terme branché. Et elle défend l’accord du gouvernement qui, selon elle, a le mérite de réunir sept partis autour d’un projet commun. Elle parle de rupture avec le passé, quand les partis s’opposaient pendant quinze mois. La collaboration est le mot-clé, aussi avec les autres régions. Même si elle n’évoque pas de politique énergétique claire, comme la fermeture des centrales nucléaires. Ce qui compte, c’est d’avoir une vision et de l’expertise. Et c’est cela qu’on retrouve dans le nouvel accord du gouvernement. Elle aime Bruxelles, sa ville, mais se fait du souci par rapport à la pandémie et son impact psychologique. FR
BRUSSELS FLEMING IN THE FEDERAL GOVERNMENT Tinne Van der Straeten (Groen) is the first Fleming from Brussels to be a minster in the federal government since 2013. It was a fine confluence of events that enabled her to return to active politics, in an area that is close to her heart and at a time of great transition in society. She hopes that energy will again become a hip topic that people love. She also defends the coalition agreement, which she says has the great merit of having united seven parties around a common project. She describes this as a break with the past, when the parties spent fifteen months at loggerheads with one another. Cooperation will be the central message, including with the various regions. Concerning concrete energy policy, such as closing the nuclear power plants, she is non-committal. What counts is a vision and expertise. And the new coalition agreement has both. She loves Brussels, where she lives, but she is concerned about the pandemic and especially the psychological impact it may have. It will take a long-term commitment to rebuild the social fabric. EN
7 OKTOBER 2020
I 13
DE STAAT VAN HET ZONIËNWOUD
Als een oude beuk verdwijnt, komt er plaats vrij in het bladerdak, zodat jongere bomen kunnen doorgroeien. 14
I
7 OKTOBER 2020
Hoe gaat het met het Zoniënwoud nu het iconische beukenbos al drie droge zomers te lijden heeft onder de klimaatopwarming en de biodiversiteit wereldwijd sterker daalt dan ooit? Verrassend goed, dank u. “Beuken leken ten dode opgeschreven, maar ze blijken veerkrachtiger dan we dachten,” zegt onderzoeker Kris Vandekerkhove van het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO). — NATHALIE CARPENTIER, FOTO’S IVAN PUT ten bos zelf stellen het tegen alle verwachtingen na drie hete, kurkdroge zomers zelfs behoorlijk goed,” zegt Vandekerkhove. Een gesloten beukenbos vormt een dicht bladerdak, waardoor het er erg schaduwrijk is en tijdens een hittegolf al snel zes tot zeven graden koeler. “Noem het een natuurlijke airco.” Onder de schaduw van beuken groeit weinig, planten hebben zonlicht nodig om via fotosynthese suikers te maken. Maar de beuken zorgen wél voor elkaar en niet alleen door een eigen microklimaat te vormen. Dat heeft alles te maken met wat de Duitse houtvester en bestsellerauteur Peter Wohlleben zo mooi verwoordde als het wood wide web. Het is een eenvoudig, maar goed beeld om uit te leggen hoe ontelbare ondergrondse schimmeldraden beuken onderling verbinden. Via die schimmels wisselen ze water en voedingsstoffen zoals suikers uit. “Door dat netwerk vormen ze een heel robuust systeem. Als er een te groot gat in het bladerdak komt of beuken staan onbeschut aan de rand, beginnen de problemen. Bij hitte droogt het schimmelnetwerk uit, kunnen minder voedingsstoffen ▼
A
an de rand van de vijver staan verschillende beuken er troosteloos bij. Er lijkt een hap genomen uit de kruin, de bovenste takken ogen doods. Voor een leek lijkt het alsof de bliksem er is ingeslagen, in werkelijkheid zien we het rechtstreekse gevolg van de extreme droogte van de afgelopen drie jaar, toont Kris Vandekerkhove ons, senior onderzoeker aan het INBO. “Die bomen hebben hun kroon verlaagd omdat ze onder zware stress stonden door de droogte. Bovenaan stoten ze dan takken af en verliezen er vervroegd blad om niet verder uit te drogen. Onderaan laten ze extra scheuten groeien om zich te beschermen tegen de genadeloze zon. Omdat ze onbeschut staan, vangen ze tijdens de hittegolf de volle zon. Bomen die plots in de volle zon komen te staan, kunnen bovendien last krijgen van zonnebrand, waarbij de groeilaag net onder de schors uitdroogt. Dat kan dodelijk zijn.” Alleen vertekenen die gehavende beuken aan de rand van het bos of op een open plek het totaalbeeld. “Die vallen op, maar de beuken in het geslo-
B R U Z Z | R E P O R TA G E
‘Je mag de beuk niet te snel afschrijven’
7 OKTOBER 2020
I 15
▼
DE STAAT VAN HET ZONIËNWOUD
rondgestuurd worden en staat het microklimaat onder druk.” Dat moet je in je achterhoofd houden als je die kwijnende bomen ziet. “Als je die te snel gaat kappen of oude beuken te snel weghaalt, riskeer je een averechts effect. Dan maak je dat netwerk kapot en riskeer je domino-effect te veroorzaken. Je brengt immers ook overige bomen in de problemen, omdat je ze dan aan zichzelf overlevert. Precies dan is een beuk kwetsbaar.”
PRACHTIGE PISSEBEDDEN
B R U Z Z | R E P O R TA G E
Plots grijpt Vandekerkhove naar zijn verrekijker. Als hij scherp stelt op een voorbijvliegende vogel, wordt zijn glimlach breder. “Ik had gelijk: een visarend! Die zie je maar zelden.” De biodiversiteitsindex die het WWF deze maand publiceerde, schetste geen rooskleurig beeld. Ondanks een algemeen licht stijgende tendens, ging de biodiversiteit onder meer in de bossen sterk achteruit. Vooral enkele bosvogels hadden het er zwaar te verduren. “Enkele soorten, zoals de bonte vliegenvanger, nemen af,” reageert Vandekerkhove. Die trekvogel krijgt het moeilijk nu de seizoenen verschuiven door klimaatopwarming. “Vroeger arriveerden ze perfect op tijd om hier hun nest te maken. De jongen kwamen net uit op het ogenblik dat er ontzettend veel rupsen waren. De bomen staan nu vroeger in blad, maar het trekpatroon van de vogels is hetzelfde gebleven, waardoor de rupsenpiek al voorbij is als ze arriveren. Hun jongen krijgen niet meer voldoende voedsel.” Maar zulke soorten trekken het cijfer onevenredig naar beneden, waarschuwt Vandekerkhove. “Het resultaat hangt sterk af van de soorten die je selecteert. Het WWF heeft naar 280 soorten zoals vogels en vlinders gekeken, terwijl dat maar een fractie is. Eén derde van de biodiversiteit hier hangt samen
met het dode hout in het bos, maar die zie je niet.” Hij wijst naar de tonderzwam die harde banken op de stam van een kwijnende beuk vormt. “In elk vruchtlichaam vind je minstens dertig soorten unieke kevers en vliegen. Volgende week komt een expert hier naar de unieke pissebedden zoeken, zoals de prachtoproller. Helaas zijn zulke soorten net als de erg diverse zwammen minder populair.” Wél sexy zijn zoogdieren zoals de das en de boommarter die na jaren weer gesignaleerd werden in het Zoniënwoud. “Nu hopen we dat ze zich hier ook definitief vestigen.” Ook de everzwijnenpopulatie groeit gestaag. “Die hoort hier thuis.” Van minder welgekomen gasten zoals de letterzetter, een kever die zich door de klimaatopwarming sneller dan ooit vermenigvuldigt en ravages aanricht in Waalse bossen, hebben ze hier gelukkig geen last. “Die tast enkel naaldbomen aan, vooral fijnsparren en die vind je hier amper.” Wel zijn ze beducht voor de komst van de Aziatische boktor. “Die parasiteert ook op beuken, maar die zit hier gelukkig nog niet.”
EUTHANASIEPLOEG We trekken het Zoniënwoud in de dag dat de eerste zware herfststorm Odette is aangekondigd. Hoe groot is het risico op ontwortelde bomen nu frequentere en fellere stormen voorspeld worden? “De beuk staat op de lijst van gevoelige soorten, omdat hij oppervlakkiger wortelt, maar zo groot is het verschil met andere bomen nu ook weer niet. Waar het bos sterk is uitgedund en de wind kan beginnen te wervelen door gaten in het kroondak, is de kans dat ze omvallen groter. Maar in het gesloten bos houden de beuken elkaar recht.” Wat met het risico op brandgevaar, dat volgens een recent rapport over de impact van de klimaatopwarming in België in bossen dreigt te verdrievoudigen?
“In loofbossen zoals het Zoniënwoud is dat gevaar kleiner dan in harshoudende naaldbossen. Hars is erg brandbaar.” We rijden verder naar een van de reservaten waar de natuur al sinds 1983 haar vrije gang mag gaan en het INBO al dertig jaar metingen verricht. Hier mag dood hout blijven liggen en zijn de beuken uitgegroeid tot kaarsrechte reuzen van soms 46 meter hoog en meer dan 1,5 meter dik. “Zelfs de oude bomen zijn ondanks de droogte toch verder gegroeid, dat wijst op hun vitaliteit,” zegt veldonderzoeker Peter Van de Kerckhove. “We moeten onze ideeën over hoe oud beuken kunnen worden bijstellen. Vroeger dachten we dat ze zelden ouder werden dan tweehonderd jaar. Hier hebben we er enkele van driehonderd jaar oud, die nog altijd gezond zijn. Sinds dit stuk niet meer beheerd wordt, is het geëvolueerd naar een bos dat steeds meer de kenmerken vertoont van een oerbos. Dat is alleen maar goed nieuws.” Ze houden halt aan een indrukwekkende beuk. Een enorme beige zwam heeft zich met gracieus uitwaaierende schotels rond de voet gekronkeld. Het ziet er prachtig uit, maar is in werkelijkheid de aankondiging van een nakend overlijden. “Die reuzenzwam noemen wij net als de tonderzwam de euthanasieploeg. Die vruchtlichamen zie je als de beuk aan het eind van zijn Latijn is. De zwam versnelt het stervensproces en helpt alle suikers weg te trekken en terug te geven aan het ecosysteem. Als hij helemaal omcirkeld is, zijn de wortels helemaal opgegeten.” Hoelang heeft de boom nog? “Hij kan elke dag omvallen.”
OPVOLGING “Als die oude reus het loodje legt, is dat voor het bos niet zo erg. Vandaag staat de opvolging klaar.” Veldwerker Stefaan Goessens wijst
“Wil je het unieke karakter van het Zoniënwoud behouden, dan zet je beter in op de veerkracht van de beuk. Die kan veel meer aan dan wij soms denken” KRIS VANDEKERKHOVE Onderzoeker Instituut voor Natuur en Bos 16
I
7 OKTOBER 2020
naar jonge beukenboompjes die overal opschieten tussen de houten reuzen. “Vroeger kon je dwars tussen de stammen doorkijken. Dat veroorzaakte paniek: het bos verjongde niet.” Goessens werd destijds aangeworven om de reden te achterhalen én om het op te lossen. “De zaadjes kiemden wel massaal, maar na twee jaar stierven de zaailingen.” Hij probeerde van alles: netten om de scheuten af te schermen voor bosduiven, kooien rond de zaailingen om ze te beschermen tegen reeën, de grond afgraven en losser woelen, niets hielp. “Uiteindelijk eindigden we mijn onderzoek met het besluit dat beukenverjonging er niet in zat. Tot we enkele jaren later plots overal jonge beuken zagen.” De verklaring is – wederom – wellicht te vinden in het schimmelnetwerk dat beter gedijt sinds de bodem minder verzuurd is. “We wisten al langer dat de schimmel voedingsstoffen uitwisselde met één beuk. Stilaan wordt alsmaar
duidelijker dat oude beuken zo ook voedsel naar jonge beuken sturen. Die groeien lange tijd traag tot een oude beuk sterft. Dan komt er plaats vrij in het bladerdak en schieten ze omhoog.” Dat klinkt allemaal onverwacht positiever dan het doembeeld van de voorbije jaren. In Brussel werd voorgesteld om de iconische beukenkathedralen te vervangen door andere boomsoorten, omdat de beuk ten dode was opgeschreven. “De onderzoekers van het INBO zijn optimistischer dan wij over de beuk,” reageert Frederik Vaes van Leefmilieu Brussel. “Uit een studie bleek dat de beuk tegen 2100 op de drogere plateaus zou verdwijnen. Dat beeld is wat bijgesteld. Meters diep bevinden zich rijke bodemlagen die de beuk met zijn wortels wél zou kunnen bereiken. Dat kan mee verklaren waarom de meeste beuken ondanks de droogte van de voorbije zes maanden geen tekenen van uitdroging vertonen. We hebben hun veerkracht wat onderschat. De
“Oude beuken sturen voedsel naar jonge beuken. Die groeien lange tijd traag tot een oude beuk ster . Dan schieten ze omhoog” STEFAAN GOESSENS Veldwerker Instituut voor Natuur en Bos
beuk zal misschien niet meteen verdwijnen, maar veertig meter hoog zullen ze niet meer worden.” Om het bos weerbaarder te maken tegen zware stormen en de klimaatverandering, bouwt Brussel het aandeel beuken sowieso tegen 2042 wel met tien procent af. “Niet door grote zones te kappen, maar door als er plaats vrijkomt geen beuk meer te planten, maar een wintereik, een linde of een haagbeuk.” Ook Vandekerkhove is voorstander van diversifiëring, maar zeer geleidelijk aan. “Menging is wenselijk, maar wil je het unieke karakter van het Zoniënwoud en de unieke biodiversiteit behouden, dan zet je beter in op de veerkracht van de beuk.” Hij verkiest dat laatste. “Onlangs bezocht ik het Deens eilandje Møn, waar beuken groeien op spectaculaire krijtrotsen aan zee. Na hete maanden zonder een druppel regen stond hun kruin perfect groen. Toen wist ik: de beuk kan veel meer aan dan wij soms denken.”
« LE HÊTRE EST PLUS RÉSISTANT QU’ON NE LE PENSAIT » Comment se porte la Forêt de Soignes alors que l’emblématique hêtraie a subi trois étés secs en raison du réchauffement climatique et que la biodiversité mondiale est plus que jamais en déclin ? Étonnamment bien. « Le hêtre ne va pas disparaître de si tôt », dit le chercheur Kris Vandekerkhove de l’Instituut voor Natuur & Bosonderzoek avec qui nous sommes allés en forêt. Les hêtres qui se dressent à la lisière de la forêt, mornes et morts, effraient les visiteurs, mais offrent une image déformée de la réalité, selon Vandekerkhove. « Si un hêtre est livré à lui-même comme dans une clairière, il est vulnérable. Mais au sein de la forêt, les hêtres prennent soin les uns des autres. » Cela est en grande partie dû au réseau de champignons entre les arbres. Le long de ce réseau, les hêtres échangent des nutriments tels que les sucres. La biodiversité reste également étonnamment riche, même si elle est souvent moins visible. FR
‘THE BEECH IS MORE RESILIENT THAN WE THOUGHT’ How is the Sonian Forest doing now that the iconic beech wood has suffered from three successive dry summers and biodiversity is decreasing worldwide as a result of climate change? Surprisingly well. “Don’t underestimate the beech tree,” researcher Kris Vandekerkhove from the Institute for Nature and Forest told us when we joined him for a walk in the forest. The beeches on the edge of the forest that look rather cheerless and dead shock visitors, but they are not representative of the whole, Vandekerkhove says. “If beeches are left by themselves in open spaces, for example, then they are vulnerable. But in closed woods, beeches take care of each other.” That is primarily thanks to the fungal network between the trees that has generally come to be known as the ‘wood wide web’ after bestselling author Peter Wohlleben. Beeches use this network to exchange nutrients such as sugars. The biodiversity here continues to be surprisingly rich too, though it is often less visible. “There are many different kinds of beetles, wood lice, and fungus here, but they are not so very popular.” EN
Jonge beuken schieten op in het Zoniënwoud, wellicht dankzij een ondergronds schimmelnetwerk.
7 OKTOBER 2020
I 17
ADJUNCT-DIRECTEUR THEO VAN ROMPAY ZWAAIT NA 25 JAAR AF AAN DANSSCHOOL P.A.R.T.S.
‘De solidariteit is enorm op onze school’ P.A.R.T.S., de dansschool van Anne Teresa De Keersmaeker, bestaat 25 jaar. Medeoprichter Theo Van Rompay, al die jaren rechterhand van De Keersmaeker, zwaaide er op 1 september af als adjunct-directeur. Hij kijkt terug op zijn jaren als theaterprogrammator en op een kwarteeuw schaven aan een succesvol pedagogisch project met een internationale reputatie. — MICHAËL BELLON, FOTO’S SASKIA VANDERSTICHELE
V
an 9 oktober tot 11 november is bij dansgezelschap Rosas in Vorst én in Bozar de herneming te zien van Drumming. Een referentievoorstelling uit 1998 van Anne Teresa De Keersmaeker, die toen voor haar oorspronkelijke cast een beroep deed op ex-studenten van de eerste generaties aan de P.A.R.T.S.-dansschool. Zij waren nu 25 jaar geleden, op 4 september 1995, aan hun opleiding begonnen, precies een jaar nadat Theo Van Rompay als adjunct-directeur naast De Keersmaeker de school mee had opgericht. Op 1 september van dit jaar werd Van Rompay in die functie opgevolgd door Charlotte Vandevyver. Hij blijft nog één jaar actief als raadsman. Door corona ook letterlijk vanaf een afstand, ook al is zijn charmante jarendertigappartement op het Hoogte Honderdplein slechts een walk in the park van de school verwijderd. De P.A.R.T.S.-studenten zelf dansen daar momenteel in drie bubbels. Zonder masker en mét aanrakingen, behalve aan het gezicht. Dankzij tests en quarantaines was er tot nu toe geen verspreiding van het virus binnen de school of het gezelschap. Van Rompay, die in zijn carrière al jarenlang getuige is van de kracht van het collectief en de liveperformance, huivert voor een te lang aangehouden periode van annulaties, aarzelende toeschouwers, digitale toverformules, of kandidaat-studenten die door de huidige
18
I
7 OKTOBER 2020
toestand hun dansambities zouden laten varen voor een toekomst als, pakweg, ingenieur.
Nochtans had u als student zelf ook weinig uitstaans met de kunsten. THEO VAN ROMPAY: Als scholier was ik al vanaf
mijn vijftiende politiek actief, in Leuven werd dat dan de studentenbeweging MLB, de Marxistisch-Leninistische Beweging. Ik heb toen niet veel gestudeerd, want de politieke actie was een voltijdse bezigheid. Betogen tegen Franco, de kolonels in Griekenland, apartheid, Pinochet in Chili… De missie was de wereld veranderen. Voor jongeren vandaag is het moeilijk te bevatten, maar al in 1971, tijdens mijn laatste jaar humaniora, hing de muur achteraan in de klas vol affiches met slogans als ‘Abortus vrij!’ of ‘Leve de volksoorlog in Vietnam!’ In een katholieke school! En niemand zou het in zijn hoofd hebben gehaald om die affiches weg te halen. Zelfs het katholieke middenveld was aanspreekbaar voor dat soort radicale activiteit, waar vandaag moord en brand over zou geschreeuwd worden. Mijn afscheid van de maoïstische beweging kwam er met het besef dat wat écht in de Volksrepubliek China gebeurde niet strookte met mijn politieke overtuiging. Dat haalde alle motivatie weg. Daarnaast begon ik me vragen te stellen bij het deterministische wereldbeeld van de allesbepalende kapitalistische productiever-
houdingen. Er was wel degelijk ruimte voor verlicht en autonoom denken. Zo kwam ik bij de kunsten terecht. Toen Guido Minne in 1977 het Stuc (nu STUK) in Leuven oprichtte, was ik er eerst vrijwilliger, tot hij me een jaar later vroeg om in het team te komen. Nog eens een jaar later ging hij zelf weg om met Hugo De Greef in het Kaaitheater te gaan werken. Ik ben er als programmator gebleven tot in 1986.
Tussen 1986 en 1994 belandde u in Brussel. VAN ROMPAY: Ik heb in die periode bij verschillen-
de organisaties gewerkt waar ik mijn draai niet vond of conflicten had. Eerst bij het Kaaitheater, dat toen na vijf festivals nadacht over een permanente seizoenswerking. Daarna een jaar in Amsterdam bij Maatschappij Discordia, dat ik via het Stuc in Vlaanderen had geïntroduceerd. Ook in de Beursschouwburg heb ik twee jaar gewerkt, met vooral één verdienste: de toen geplande verbouwing tot een soort grijs cultureel centrum heb ik kunnen tegenhouden. Mede daardoor ontstonden wel zoveel conflicten dat ik ontslagen ben. Ik was dan ook nogal radicaal. Dat ik twintig voorstellingen met Jan Decorte programmeerde, werd niet gesmaakt. Ook in het Stuc was ik al hyperselectief, maar ‘de Beurs’ was traditioneel een breed presentatieplateau voor de Vlaamse kunsten, terwijl ik alleen maar theater wilde doen, en dan eigenlijk nog alleen het theater waar ik zelf
Theo Van Rompay Werd geboren in 1954 in Lier. Was van 1977 tot 1986 verbonden aan het Leuvense kunstencentrum Stuc (nu STUK), waar hij het Klapstuk-festival oprichtte en vanaf 1979 artistiek leider was. Werkte tussen 1986 en 1994 voor Kaaitheater, Maatschappij Discordia, Beursschouwburg (directeur) en deSingel (programmadirecteur).
Stond in 1994 mee aan de wieg van de Performing Arts Research and Training Studios (P.A.R.T.S.), waar hij tot 31 augustus 2020 adjunctdirecteur was. Het komende seizoen is hij er nog senior adviser.
BRUZZ | INTERVIEW
Was medeoprichter en redacteur van het theatertijdschrift Etcetera, en medeoprichter van het Vlaams Theater Instituut (1988).
19
ADJUNCT-DIRECTEUR THEO VAN ROMPAY ZWAAIT NA 25 JAAR AF AAN DANSSCHOOL P.A.R.T.S.
van overtuigd was. In 1991, nadat Frie Leysen deSingel had verlaten, werd ik daar programmadirecteur. Maar ik voelde me beter thuis in een klein en wroetend huis in plaats van in zo’n grote instelling, dus ook daar werd het geen vriendschappelijk afscheid.
U lijkt niet zoveel spijt te hebben van die eigenzinnigheid. Mankeert die de dag van vandaag al eens? VAN ROMPAY: Dat hangt ervan af. In het Stuc vond
BRUZZ | INTERVIEW
ik dat de juiste aanpak. We spreken ondertussen bijna veertig jaar over de succesvolle ‘Vlaamse golf’ van de podiumkunsten in de jaren 1980. Maar die was natuurlijk wel het resultaat van de aspiraties van jonge artiesten die terrein wilden veroveren. Scherpe keuzes maken hielp die kunstenaars. Ik ben nog altijd fier dat we zoveel De Keersmaeker, Decorte, Fabre, Lauwers, en Discordia programmeerden, maar dat ging ten koste van anderen. Frie Leysen deed hetzelfde. Zij gaf veel mensen kansen, maar zag anderen deSingel liever niet binnenkomen. Tegenwoordig is die selectieve aanpak misschien te sterk ontwikkeld. Een beetje programmator noemt zich vandaag curator, terwijl in het hedendaagse podiumkunstenlandschap meer nood is aan een bescheiden, dienstbare figuur die zijn structuur aanpast aan wat de kunstenaar nodig heeft.
Is de podiumsector vandaag topzwaar door een grote overhead boven de hoofden van kwetsbare kunstenaars? VAN ROMPAY: Ik weet niet of je het zo mag zeggen.
Het is wel een paradox dat bijvoorbeeld tijdens corona de structuren overeind blijven, terwijl de freelancende kunstenaar zijn werk alleen maar kan tonen bij gratie van al die huizen. Voor een stuk hebben vele toneelspelers en dansers ook zelf afstand genomen van het oude model waarin ze langdurige verbintenissen aangingen met de cultuurhuizen. Het freelancersbestaan heeft iets aantrekkelijks, als je vandaag kan acteren bij Ivo van Hove en morgen bij Luk Perceval. Het grootste probleem lijkt mij dat de financiële middelen de onwaarschijnlijke verbreding en verdieping van ons kunstenlandschap de afgelopen decennia niet zijn gevolgd. Er zijn zoveel echt goede kunstenaars, voor wie er ook een publiek is, en die beleidsverantwoordelijken eigenlijk met plezier zouden moeten ondersteunen. We moeten dus niet elkaar bevechten, maar samen proberen de middelen te laten volgen.
Kunstenaars van de Vlaamse golf bezetten nog altijd sleutelposities in de podiumkunsten. Alsof ze immuun zijn tegen een vernieuwingsgolf zoals ze die destijds zelf belichaamden. VAN ROMPAY: Let op: er zijn ook genoeg kunste-
naars van toen die het niet blijvend konden waarmaken. Maar een aantal staat er nog altijd, ook internationaal. Dat zegt wellicht iets over de uitzonderlijkheid van hun talent, dat waarschijnlijk in eender welke periode het verschil zou 20
I
7 OKTOBER 2020
hebben gemaakt. Het is wel fout om ‘vernieuwing’ alleen toe te schrijven aan een jonge generatie. Het is net een kenmerk van meerdere ‘tachtigers’ dat ze altijd zelf zijn blijven zoeken. Anderzijds is het veld vandaag zo gefragmenteerd, divers en horizontaal dat velen zich inderdaad niet meer met de jaren 1980 identificeren. Maar als het veertig jaar geleden om een tegenstelling ging tussen vernieuwers en vergrijsde instellingen, tussen een open blik en provincialisme, dan kunnen we vandaag veeleer spreken over een zeer dynamisch landschap, waar relevante grotere structuren het terrein delen met een veelheid aan projecten. En dat er voor deze laatste véél meer geld moet komen, is evident.
Herinnert u zich nog de eerste keer dat u Anne Teresa De Keersmaeker zag? VAN ROMPAY: Zeker. Dat was in oktober 1980,
toen zij haar eerste werk Asch toonde in de Nieuwe Workshop, waar nu De Markten is. Ik was toen een jonge programmator en wat zij maakte was voor mij du jamais vu. Even later bleek Hugo De Greef met zijn vzw Schaamte haar nieuwe creatie Fase te willen produceren. Vanuit het Stuc werkten we daaraan mee. Sindsdien bleef ik Anne Teresa volgen. Ik behoorde tot de brede kring van mensen die zij soms belde om zaken af te toetsen. De bewondering voor haar werk is
van Rosas besproken hebben. Het project startte van een wit blad papier. Zo’n kans krijg je maar één keer.
Hoe evalueert u het werk na 25 jaar? VAN ROMPAY: Ik ben zeer blij met wat we gereali-
seerd hebben, al hebben we natuurlijk evoluties doorgemaakt. Zo gingen we in het begin toch nog te veel uit van de maakbaarheid van de student. Toen we na enkele jaren de driejarige opleiding hervormden tot een basiscyclus van twee jaar en een voortgezette cyclus van twee jaren ‘dans’ of ‘choreografie’, stelden we vast dat wij, maar ook de studenten zelf, na die twee basisjaren vaak verkeerd inschatten of een student best voor dans of beter voor choreografie kon kiezen. Het duurde even voor we ons realiseerden dat een dansschool in de eerste plaats de plek is waar net dát nog moet kunnen worden uitgezocht. Nu zijn we hopelijk een school waar studenten de mogelijkheid hebben om hun eigen stem te vinden, en tegelijk niet-beoordelende maar kritische feedback krijgen. We hebben die twee aparte richtingen afgeschaft, en na 25 jaar mogen we zeggen dat de opleiding tot grote artistieke diversiteit heeft geleid bij de ex-studenten.
U vreest nooit mensen op te leiden voor een uitdijend maar krap betoelaagd cultureel veld? VAN ROMPAY: Ik heb geen cijfers voor de vergelij-
“Anne Teresa en ik hebben altijd veel aan elkaar gehad. Ook als ze rechtsom ging terwijl ik dacht dat linksom beter was” THEO VAN ROMPAY
altijd gebleven. Anders zou ik trouwens niet zo lang voor P.A.R.T.S. hebben kunnen werken, want daarvoor is de school te persoonlijk. We hebben altijd veel aan elkaar gehad, omdat we altijd konden zeggen wat we wilden zeggen. Ook al ging ze rechtsom terwijl ik dacht dat linksom beter was, dan keek ik toch met belangstelling hoe en waarom ze die beslissing nam. Ik kwam niet uit de dans, dus ik heb ontzettend veel van haar geleerd. Toen ik in de lente van 1994 hoorde dat Anne Teresa en Bernard Foccroulle, toenmalig directeur van De Munt, een dansschool wilden oprichten, om zo de leemte op te vullen die na het verdwijnen van Maurice Béjarts Mudra was ontstaan, heb ik haar meteen laten weten dat ik daar graag aan zou meewerken. Nog meer dan een theater is een school een soort hoeksteen van de samenleving. Ik heb toen een eerste nota geschreven, die we met Anne Teresa, Guy Gypens en Kees Eijrond
king met andere sectoren, maar als ik evalueer hoeveel studenten een beroepsleven uitbouwen in lijn met de opleiding die ze hier genoten hebben – als danser, maker, pedagoog, dramaturg, schooldirecteur – dan scoren we goed. Maar het blijft een strijd. Zeker voor de dans in eigen land heeft P.A.R.T.S. tot een toenemende instroom bijgedragen. Een meerderheid van onze studenten – 75 tot 90 procent – zijn niet-Belgen. Velen vestigen zich blijvend in Brussel. Ik zeg hun steeds dat ze twee benen hebben om op te staan, en dat ze niet alleen in België maar ook in hun land van herkomst hun netwerk moeten uitbouwen, ook naar hun lokale overheid toe. Iets willen teruggeven aan de gemeenschap in het thuisland, verstevigt ook hun positie hier. Het ene versterkt het andere. De groeiende reputatie van de school helpt hen daarbij. Op onze vraag begint Van Rompay aan een lange opsomming van oud-studenten die met succes in het buitenland aan de slag zijn gegaan en er ook scholen en gezelschappen leiden of hebben opgericht. Van elke student weet hij feilloos te zeggen tot welke jaargang die behoorde. Vervolgens doet Van Rompay met evenveel precisie uit de doeken hoe P.A.R.T.S. zich financieel beredderde en van een zijproject van Rosas en De Munt uitgroeide tot een erkende bachelor-masteropleiding. De band met school en studenten was duidelijk erg persoonlijk, getuige ook het warme afscheid dat hij kreeg toen de studenten hem op weg naar zijn ‘laatste schooldag’ al dansend begroetten.
VAN ROMPAY: Voor mij is het ondenkbaar dat ik niet
meteen zou kunnen zeggen tot welke generatie een student behoorde. P.A.R.T.S. is een kleine en zorgvuldige school, waar constant nagedacht wordt over verbeteringen. Kijk naar ons studietraject, dat nu bestaat uit een cyclus van drie jaar plus een cyclus van twee jaar. Omdat er slechts om de drie jaar studenten instromen, treft een nieuwe lichting telkens een lege school aan. Een terrein dat wel beladen is met historiek, maar dat openligt voor hen, zonder de aanwezigheid van een oudere generatie die soms op een licht paternalistische manier mee de gang van zaken zou kunnen bepalen. Dat zorgt voor een enorme groepsdynamiek die van die veertig studenten bijna een onneembare vesting maakt, met heel veel solidariteit. Daar maken we het onszelf als school niet makkelijk mee, want de laatste generaties zijn daardoor ook veel mondiger tegenover de instelling. Maar dat is een goede zaak: in de podiumkunsten, en zeker in de dans, gaat het om samenwerking. Ik ben altijd blij als ik naar voorstellingen van onze ex-studenten kijk, maar nog meer als ik mensen uit het veld – choreografen, theaterdirecteurs, festivalorganisatoren – hoor zeggen dat de mensen die van P.A.R.T.S. komen zo aangenaam zijn om mee samen te werken. Overigens is door onze rekrutering ons pedagogisch project al voor een groot deel
gerealiseerd op de eerste september van het eerste jaar. In 2019 hebben we bijna dertig audities gedaan in een 25-tal landen. We hebben met 1.200 mensen een dag lang gewerkt om tot een groep van veertig te komen. Dat levert altijd een fantastische groep getalenteerde jongeren op. Zij kiezen voor P.A.R.T.S. vanwege onze docenten. En die freelanceleraars willen bij ons lesgeven omwille van die sterke groep studenten. De twee duwen elkaar naar boven, dat is heel fijn om te zien.
Het afscheid valt toch niet té zwaar? VAN ROMPAY: Van thuis uit werken is al wat
aanpassen, maar het belangrijke is dat de school met Charlotte Vandevyver in heel goede handen is. Ik doe dit jaar nog een paar opdrachten voor P.A.R.T.S., vooral op het vlak van fundraising voor studiebeurzen omdat daar onlangs Europees geld is weggevallen. Ik begeleid ook een groot infrastructuurproject, dat vooral voor P.A.R.T.S. en Ictus over enkele jaren een mooie uitbreiding zal betekenen. In 2021 word ik er 67, en ben ik volgens de vorige en de huidige regering dan klaar om met pensioen te gaan, maar ik heb nog veel plannen binnen en buiten Brussel. ROSAS: DRUMMING
9 > 31/10, Rosas Performance Space, www.rosas.be 10 & 11/11, Bozar, www.bozar.be
THEO VAN ROMPAY ET LES 25 ANS DE P.A.R.T.S. P.A.R.T.S., l’école de danse de la chorégraphe Anne Teresa De Keersmaeker, fête son 25e anniversaire. Le cofondateur Theo Van Rompay, le bras droit de De Keersmaeker pendant toutes ces années, a quitté son poste de directeur adjoint le 1er septembre. Il revient sur 25 ans d’élaboration d’un projet pédagogique à réputation internationale. « Pour moi, il est impensable de ne pas savoir dire tout de suite à quelle génération appartient un étudiant. P.A.R.T.S. est une petite école consciencieuse, où l’on cherche constamment à s’améliorer. Je suis toujours content de voir les spectacles de nos anciens élèves, mais encore plus quand j’entends des gens du milieu - chorégraphes, directeurs de théâtre, organisateurs de festival - dire qu’il est si agréable de travailler avec des gens qui viennent de P.A.R.T.S.. Les étudiants choisissent P.A.R.T.S. pour nos professeurs. Et les professeurs veulent enseigner chez nous en raison de ce groupe d’étudiants sans faille. Ils se tirent tous vers le haut, et cela fait chaud au cœur. » FR
THEO VAN ROMPAY ON 25 YEARS OF P.A.R.T.S. P.A.R.T.S., the dance school founded by choreographer Anne Teresa De Keersmaeker, is celebrating its 25th anniversary. Co-founder Theo Van Rompay stepped down as assistant director on 1 September. He looks back on 25 years of honing a successful educational project with an international reputation. “It is unthinkable for me that I would not immediately be able to say to which generation a student belonged. P.A.R.T.S. is a small and caring school that constantly thinks about how to innovate and improve. I am always happy to attend productions by our alumni, but even happier when I hear people in the field – choreographers, theatre directors, festival organizers, etc. – say how much they enjoy working with P.A.R.T.S. graduates. Students choose P.A.R.T.S. because of the teachers. And teachers want to teach at P.A.R.T.S. thanks to the excellent students. The two enhance one another and that is wonderful to see.” EN
Theo Van Rompay: “Voor mij is het ondenkbaar dat ik niet meteen zou kunnen zeggen tot welke generatie een student behoorde. P.A.R.T.S. is een kleine en zorgvuldige school.”
7 OKTOBER 2020
I 21
BRUZZ SELECT
D E F I N I T E LY T H E B E S T T H I N G S T O D O I N B R U S S E L S
7 — 13/10
SPINVIS OVER ZIJN NIEUWE ALBUM ‘7.6.9.6.’
‘Goede liedjes dragen mysterie in zich’
REALITY BITES CLARA THOMINE
REVIEW NICOLAS PROVOST
« Il est de mon devoir de sortir les plus grosses conneries possible »
Between street photography and classical painting
BRUZZ Select
7 — 13/10
IN THE MIX
TR AC
Pittige puree NL/ Hongerige melomanen kunnen de komende maand(en) opnieuw hun buikje rond eten met Stoemp! Die tweemaal per jaar lopende concertreeks van VI.BE, het Vlaamse aanspreekpunt voor artiesten en de muzieksector, bestaat dit najaar uit drie luiken, telkens per maand, afgestemd op de actuele coronasituatie. Oktober werd afgetrapt in GC De Kriekelaar in samenwerking met het erfgoedfestival Alles Es Just, deze week kan je terecht in de Beursschouwburg, waar STUFF.-drummer Lander Gyselinck en Adriaan Van de Velde alias Pomrad hun nieuwe project voorstellen, boudweg Lander & Adriaan. Een week later kan je je in Pilar, het cultuurhuis van de VUB, verwarmen aan de zoete jazz van Rosa Butsi, laureaat van het podium- & kansen-
parcours Sound Track. Uit diezelfde wedstrijd komen Coline & Toitoine (foto), die samen met het Brussels-Rwandese poptalent BRYN hun elektropop door het café Ter Linden laten dwarrelen. Op 28 oktober mag de Hasseltse rapper-producer Ashley Morgan de laatste kwak pittige puree serveren in de Beursschouwburg. Smakelijk! (TZ) > 28/10, www.stoemplive.be
Hoe hard trilt de tenniselleboog van Admiral Freebee? NL/ Vroeger laadde hij steevast zijn eigen busje in
en reed dan met Dinosaur Jr. “op het luidste ooit” uit de boxen knallend naar de volgende show, maar dat ritueel heeft de immer zijn rock-’n-rollperiscoop bijstellende Tom Van Laere alias Admiral Freebee inmiddels achter zich gelaten. “Voor het optreden was ik dan eigenlijk al drie keer over mijn hoogtepunt heen, en dat is toch niet te bedoeling,” lacht de Antwerpse commandant van de rock-’nroll. “Nu probeer ik voor ik op moet vooral zo rustig mogelijk te zijn en al mijn energie ‘binnen’ te houden. Ook tijdens soundchecks, want soms voel ik daar al zoveel liefde voor de muziek dat ik al aan het optreden ben. Maar dan verspeel je toch wat.” Om zijn plankenkoorts te bedwingen slaat Brian Wilson een halfuur voor showtime aan het mediteren, maar zo ver gaat Van Laere niet. “Zenuwachtig zijn is eigenlijk het gevecht met het niet zenuwachtig willen zijn,” filosofeert hij. “Zenuwen zijn moeilijk te controleren. De ene keer heb je ze, de volgende keer weer niet. Een goeie truc om ze te temperen, is meteen toegeven dat je zenuwachtig bent.” Admiral Freebee is verveld tot duo, met toetsenist Senne Guns als tweede partij. “Door corona,” vertelt Van Laere, die in de AB zijn nieuwe ep Don’t follow me, I’m lost boven de doopvont houdt. “Door een tenniselleboog moest ik mijn gitaar aan de kant leggen en ben ik met een drumcomputer en een keyboard aan de slag gegaan. Ik heb intussen geen last meer, maar ik ben zo blijven werken. Ik hou ervan om de handigheid onderdanig te maken: als gitarist ben ik compleet zelfzeker en speel ik op veilig. Die elektronica heeft de angst er weer in gebracht.” (TZ) ADMIRAL FREEBEE 9/10, 20.00, Ancienne Belgique, www.abconcerts.be 24
Quand je suis arrivé à Bruxelles, j’étais encore très incomplet. Tout ce que j’avais fait avant était finalement resté assez hasardeux LE CHANTEUR ET DANDY FRANÇAIS ALAIN CHAMFORT raconte dans Le Vif comment lui et son confrère belge Jacques Duvall ont rompu avec ses collaborations précédentes avec Claude François et Serge Gainsbourg. Le 7 octobre, Chamfort et Duvall reçoivent carte blanche à l’Atelier 210 lors du FESTIVAL FRANCOFAUNE qui court jusqu’au 17 octobre.
Notes d’espoir FR/ Insaisissables, légers et profonds, essentiels et dérisoires, les cinq frères de scène du Raoul Collectif créent des spectacles gigognes où les miniatures du quotidien se conjuguent avec l’utopie politique. Pour Une Cérémonie, leur troisième création, ils ont sorti les instruments de musique et enfilé leurs plus beaux costumes pour nous convier à un rituel qui cherche ses règles et ses formes. Prenant plaisir à mélanger les codes et les rythmes de narration, le collectif nous livre un objet théâtral burlesque, poétique et profondément humain. (GB) 10 > 18/10, Théâtre National, www.theatrenational.be
Fête en eaux troubles
Daem in Den Hemel
Go met de banjo
FR/ Les Nuits Botanique et Francofaune se partagent trois soirées dont l’une consacrée à Badi. Rappeur, entrepreneur et catalyseur d’une époque chamboulée, l’artiste observe le monde depuis Bruxelles. Pour l’heure, il dévoile les morceaux de Trouble-Fête, un nouvel album conçu aux côtés du producteur Boddhi Satva (Bilal, Oumou Sangaré). Pionnier de l’afrohouse, ce dernier façonne une bande-son connectée aux revendications du chanteur. Animé par des convictions XXL, Badi déboulonne les préjugés et encourage la diversité à travers des morceaux engagés. (NAL)
NL/ De Jetse boekenschrij-
EN/ Bozar asked a number of local jazz musicians
ver Frederik Willem Daem wordt de eerste Vlaamse writer in residence in de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Maar eerst speelt FWD nog een thuiswedstrijd. Gemeenschapscentrum De Zeyp vraagt de auteur van Zelfs de vogels vallen en Tekens van leven samen met zijn lezers op de koffie voor een praatje. Terwijl Tekens van leven zich afspeelde in het fictieve café De Kauw, speelt de literaire ontmoeting zich af in het Ganshorense café Den Hemel. Of het bij koffie blijft is dus de vraag. Long Island iced tea, iemand? (MB)
11/10, 19.00, Botanique, www.botanique.be
8/10, 20.00, Den Hemel, www.dezeyp.be
and their colleagues to form an ensemble in the great Henry Le Boeuf Hall. After Fabian Fiorini and Natalie Loriers, it is now Ruben Machtelinckx’ turn. He and Frederik Leroux have formed the duo Poor Isa for a while. Together, they released the album Let’s Drink the Sea and Dance last year. Armed with woodblocks and a banjo, they duel, contrast, and blend them with Niels Van Heertum’s trumpet and euphonium, and Stijn Demeulenaere’s soundscapes at this Bozar Jazz Club. (TP)
E Y E - C ATC H E R
On the ropes EN/ “I love that existential need for a
search, to expose oneself to dangerous situations and at the same time to flourish and really discover yourself and the world,” the Turkish choreographer BAHAR TEMIZ says. “I have a deeply rooted desire to let myself end up in impossible situations.” What this says about the inhospitable stage of the KVS BOX, we don’t know, but the fact is that that is where Temiz is presenting her new solo. Temiz, who studied philosophy at the Sorbonne in Paris and dance at the ArtEZ Dance Academy in the Netherlands, has previously collaborated with Superamas, Ivana Müller, and Marc Vanrunxt, among others. She is based in Paris and her work has been presented in Europe, Lebanon, and Turkey. In ICE, she combines the myth of Sisyphus – the poor but brave man who was condemned to an eternity of pushing a boulder up a steep mountain because he had challenged the gods –, ideas from the essay collection The Faraway Nearby by the American author Rebecca Solnit, and a fascination with the twentieth-century polar explorers on Antarctica to create a unique performance. She confronts her body with a constantly changing, labyrinthine sculpture made of ropes. The circular stage thus becomes a survival dance, reinforced by a fascinating soundscape by Charo Calvo. Behind the abstract
physical language in the completely white ICE universe there is an extended reflection on our vulnerable nature and the question of how our bodies and minds are capable of overcoming the perilous situations in which we find ourselves. (MB) ICE 8 > 10/10, 20.30, KVS BOX, www.kvs.be
13/10, 20.00, Bozar, www.bozar.be
Pythagoras op piano NL/ KVS en VUB brengen tijdens de vierde editie van
Mindblowers wetenschappers als Free De Backer, Ilse Smolders en Laurent de Sutter samen met kunstenaars als Peter de Cupere, Amira Daoudi (foto), Koen Vanmechelen en Yassin Mrabtifi rond het thema schoonheid. Bloemenkunstenaar Thierry Boutemy maakt een tuin van Eden, patissier Jean-Charles Zaquine gebakjes, en Jean Paul Van Bendeghem speelt de stelling van Pythagoras op piano. (MB) 13/10, 18.00, Achterplein BOL, www.kvs.be
Il n’est pas trop tard FR/ Le festival Alimenterre n’est pas là pour vous informer que la Terre se porte mal. Ça, vous le savez déjà. À travers des docus belges et internationaux, ce rendez-vous annuel propose des solutions concrètes aux désordres alimentaires et agricoles qui secouent notre planète et ses habitants. (SOS) 7 > 29/10, divers lieux, www.festivalalimenterre.be 25
BRUZZ Select
7 — 13/10
ONDERTITEL IN THE MIX
RE A LI T Y BI T ES
‘J’annonce la fin du monde pour essayer de l’éviter’ FR
La réalité nous échappe et puis elle revient et nous mord. Les artistes répondent par leur imaginaire. Chaque semaine, nous invitons un(e) artiste qui puise dans la réalité la matière première de son travail. Épisode 4: Clara Thomine qui clôture sa résidence à la MAAC avec son exposition Tout doit disparaître. — KURT SNOEKX Jouer avec la réalité, la réinterpréter, la réinventer. C’est ce que fait la Bruxelloise Clara Thomine depuis des années. Caméra à la main, perruque sur la tête et l’émerveillement au coin des lèvres, elle repense le monde insouciant comme décor, tout en commentant avec enthousiasme ce qui s’y passe. Comme une sorte de sous-titrage décalé de la réalité. Avec Tout doit disparaître, elle tient en équilibre sur la corde raide entre fiction et réalité, vérité et mensonge, même si elle invite aussi le monde réel dans sa fiction : un magasin des Éditions de la fin du monde, où les gens peuvent déjà acheter une relique « précieuse » du présent comme souvenir de l’humanité disparue de demain. Tel un labyrinthe claustrophobique de
26
paradoxes, en expansion grâce à des vidéos projetées çà et là. « Dans ces vidéos, je fais un reportage, comme une journaliste. Mais qui aurait un manque total de respect pour la déontologie », dit Clara Thomine en riant. Tout doit disparaître recadre un monde qui ne se rend pas compte qu’il est piégé. « Et les gens jouent le rôle parfaitement bien (rires). C’est comme ça, par exemple, que j’ai commencé à filmer aux Serres de Laeken. Ces milliers de personnes qui font la file, avec une lueur dans les yeux comme si elles n’avaient jamais vu une fleur auparavant... Eh bien, la fiction que je présente – des rescapés qui se sont réfugiés sous la terre pour y reconstruire leur monde – ne semble alors pas si farfelue. »
« Mais je suis toujours moi-même la plus ridicule. Mon personnage se montre heureux et enthousiasmé par ce qu’il voit, et c’est justement ça qui est gênant. Bien que cette ironie échappe complètement à beaucoup de gens. Alors que je proclame ma ‘vérité’ bête et frontale, des gens se tiennent à l’arrière-plan et font des selfies. C’est ça, la vérité du mensonge. Et je considère qu’il est de mon devoir de la proclamer,
d’ouvrir ma gueule pour sortir les plus grosses conneries possible. »
TÉMOINS INTELLIGENTS « Moi, je ne détiens aucune vérité, je regarde le monde et j’essaie de réfléchir avec les gens. Si c’est ça l’engagement, alors je suis une artiste hyper-engagée ! En même temps, j’ai un propos anticapitaliste et pourtant j’ouvre un magasin. C’est ce paradoxe qui fait tout. Car
Hallo, ik ben Khadija
Peeping Eric
Dansen op de Apocalyps
NL/ De Nederlandse
EN/ If it weren’t for
NL/ “Het water staat ons aan de lippen, en toch
Khadija El Kharraz Alami speelde op de allerlaatste avond voor de lockdown in Brussel haar beklijvende solo Nu ben ik Medea, waarmee ze de KBC Jongtheaterprijs won op Theater Aan Zee. Tijdens de lockdown bereidde ze bij Kunstenwerkplaats Pianofabriek Re-claiming Space voor: elke avond nodigt ze op scène een performer, kunstenaar, acteur, schrijver of danser uit… maar telkens een vrouw. Wij zijn getuige van hun eerste ontmoeting. (MB)
curiosity, humans would still live in caves. In the early 1990s, Eric de Kuyper, author, film director, and the last dandy in Brussels invented four Peeping Boxes: peepshows that combined the paper theatres and optical appliances that preceded them with contemporary video art. The playfully tell you about exhibitionism and eroticism. Curious? Cinematek is exhibiting the restored peepshows and is reprising De Kuyper classics like Naughty Boys. Naughty. (NR)
staan we er op ons dooie gemak naar te kijken,” vertelde Compact Disk Dummies ons bij de release van zijn tweede album Neon fever dream. De Desselgemse broers riposteerden met visioenen over seks met hologrammen, killer drones en een ontsporend klimaat – maar wel op een dancebeat. Wie tijdens Les Nuits eens lekker wil dansen op de Apocalyps, weet waar naartoe. (TZ)
9 & 10/10, 20.30, Kaaitheater, www.kaaitheater.be
10 > 24.10, Cinematek, www.cinematek.be
9/10, 19.00, Botanique, www.botanique.be
Storyboard WIDE VERCNOCKE
« Il est de mon devoir d’ouvrir ma gueule pour sortir les plus grosses conneries possible », dit l’artisteperturbatrice Clara Thomine.
où mène l’engagement artistique ? Au mieux, nous sommes des témoins intelligents du présent, qui révélons quelque chose sur l’avenir. Mais nous ne sommes pas une influence directe. Alors il vaut mieux soulager son engagement dans la vraie vie, ce qui me permet peut-être de pouvoir continuer à faire les choses que je fais. » Indirecte, paradoxale. « J’annonce la fin du monde pour essayer de l’éviter. Ce
faisant, je parle des limites de la planète, de la société de croissance, d’ultralibéralisme et de capitalisme. En regardant la réalité en face, on peut peut-être la changer. Cette confrontation ne peut exister que dans une œuvre artistique. C’est peut-être comme ça que l’art peut faire bouger les choses. » CLARA THOMINE: TOUT DOIT DISPARAÎTRE 9/10 > 7/11, MAAC, www.maac.be
Des femmes et des dieux FR/ Plus de 2000 ans après sa création, le grand poème mythologique d’Ovide est toujours un miroir des questionnements essentiels de nos sociétés contemporaines. Dans son adaptation des Métamorphoses, Luca Giacomoni a choisi des récits où la violence masculine, divine ou humaine, s’exerce aux dépens des femmes. Et quand ils sont l’apanage des divinités, le harcèlement, le viol et la jalousie ne se contentent pas de demi-mesures. Le spectacle rassemble trois comédiennes professionnelles, une chanteuse lyrique et trois femmes
rencontrées lors d’un atelier à la Maison des femmes de Saint-Denis. Métamorphoses actualise le récit antique par des images scéniques saisissantes qui ont enthousiasmé la presse et le public parisien. (GB) 13 & 14/10, Espace Magh, www.espacemagh.be
NL/ Spliffblazer en brede jongen Berry zet deze week met zijn lome,
grootstedelijke raps Pilar in, euh, vuur en vlam.
KRANK, BERRY, ROEDEL 8/10, 19.30, Pilar, pilar.brussels 27
BRUZZ Select
7 — 13/10
FOCUS
Draai dan... 7696 NL
Will Tura deed het met 797204, Spinvis houdt het op 7696. De titel van zijn nieuwe album is niets minder dan de cijfercode tot zijn gevoelswereld. “Ik wil geen handleiding bij wat ik moet denken.” — TOM ZONDERMAN SPINVIS Opgelet: dit concert is om productionele redenen verplaatst van 13/10 naar 25/11, 20.00, Ancienne Belgique, www.abconcerts.be
28
“Een titel geeft een kunstwerk altijd een gevoelswaarde of een betekenis mee,” zegt Erik de Jong alias Spinvis over zijn album 7.6.9.6. “Maar dat wil ik niet. Als luisteraar ben je de eigenaar van wat je hoort, en ik ga je niet vertellen wat je daarbij moet voelen.” Je kan géén titel geven, of een woord verzinnen. Maar ook dat krijgt snel een betekenis, zegt de Nederlandse postsorteerder met de zilveren krullen die twintig jaar geleden kwam aanrijden met een bagagedrager vol herfstige indiepopliedjes. “Dus dacht ik, ik ga voor een cijfercombinatie, heel random. Alleen: random bestaat niet in een mensenhoofd. Er is altijd een onderliggend motief. Nu merk ik dat die cijfers een melodie hebben (neuriet de getallen), dat het een kleurencode is, je bankkaartpin, een postnummer...” (Lacht)
Terwijl je wilt dat we onbevangen naar kunst kijken? ERIK DE JONG: Ja. In Rotterdam, waar
ik ben opgegroeid, liep ik als kind elke dag op weg naar school langs een beeld van de Franse beeldhouwer Ossip Zadkine. Ik vond dat mooi, en ik had er ook gedachten bij. Pas later ontdekte ik dat dat kunstwerk met dat vreemde lijf met gaten erin De verwoeste stad heet, en dat het verwijst naar de bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op dat moment verloor het beeld voor mij heel veel waarde. Er werd opeens wat van mij verwacht. Terwijl: ik wil geen handleiding bij wat ik moet voelen of denken. Het is een misverstand dat vorm oppervlakkig is. Vorm is inhoud. Maar helaas wordt het een beetje een eenzame oorlog als je dat probeert uit te leggen. (Lacht)
Ik dacht dat die cijfers een datum waren en verwezen naar je recente single, ‘De dag dat Richard Krajicek Wimbledon won’. Maar die dag viel een maand later, op 7 juli 1996. DE JONG: Dat merkte ik pas nadat ik
de cijfers voor mijn albumtitel had gekozen. Als het die datum was geweest, dan had ik mij bekeerd tot de rooms-katholieke kerk. (Lacht)
Waarom was die dag zo belangrijk dat je er 24 jaar later een song over wilde schrijven? DE JONG: In je leven heb je misschien
tien scharniermomenten, en die dag was er zo één. Niet omdat Richard Krajicek Wimbledon won, maar om wat er gebeurde met mij. Ik was toen nog gewoon Erik de Jong, en niet Spinvis. Ik speelde in een coverband op feestjes en trouwpartijen. Op die zevende juli in 1996 moesten we aan de bak in Utrecht, maar ik was mijn hihat vergeten – ik was toen drummer. Ik ging achterop op de motor bij mijn vriend Kris om hem te halen. Hij had iets gebruikt,
want hij reed als in een Jason Bourne-film, tegen het verkeer in, over de vluchtstrook. Waanzin. Nu ga ik gewoon dood, dacht ik. Toen ik afstapte, voelde dat als een soort wedergeboorte. Ik wist meteen: ik ga een liedje schrijven met die titel. Uiteindelijk is dat nummer niet op de plaat beland, omdat ik het niet goed in het verhaal ingepast kreeg.
Erik de Jong alias Spinvis verwarmt zich aan een kop koffie: “We moeten ons niet hechten aan dingen, maar aan ideeën.”
Je laat de werkelijkheid niet vaak zo direct in je werk sijpelen. DE JONG: Het wordt steeds dwingen-
der voor artiesten om een reflectie te geven van wat er aan de hand is op maatschappelijk, sociaal of politiek gebied. Ik voel dat ik mij daartegen verzet. Een van de bijzondere kenmerken van kunst is juist dat die zich onttrekt aan welke vorm van nut dan ook. Kunst die inhaakt op de actualiteit vind ik vaak eendimensionaal of kitscherig. Een goed liedje draagt mysterie in zich. Ik krijg dan weleens het verwijt dat ik van de realiteit wegloop, maar dat is helemaal niet waar. Ik voel alles, ik lees alles, maar mijn verantwoordelijkheid als kunstenaar ligt niet daar, die is: zo goed mogelijk kunst maken.
In ‘Dageraadplein’, een nummer uit je vorige album, kaartte je niettemin de vluchtelingencrisis aan. DE JONG: Wanneer ik songs schrijf,
werk ik met wat ik een ‘container’
Toen je in 2002 debuteerde, was je al 41. Vond je het een zegen dat je al zoveel jaren op de teller had?
Om de dingen niet kwijt te raken, zit er een dik knipselboek bij je album.
DE JONG: Ik denk van wel. Ik heb
bij, maar ik kan wel putten uit harde schijven vol mailtjes en albums vol foto’s. Als je dat boek openslaat, zie je woorden, gezichten, plaatsen, mensen die jou niets zeggen. Wat je hopelijk wel voelt, is de gigantische hoeveelheid van onze dagen, en de dingen die je daarin ziet, doet, zegt, leest. Hoe het geheugen dat allemaal tot één groot gevoel maakt, is een mysterieuze aangelegenheid.
altijd muziekgemaakt. In de jaren 1970 zat ik in een punkband, daarna begon ik liedjes voor anderen te schrijven. Ik dacht, ik word een hitmachine! Ik pende een Wham!-achtige song voor een jonge
“KUNST DIE INHAAKT OP DE ACTUALITEIT VIND IK VAAK EENDIMENSIONAAL OF KITSCHERIG” noem, een vorm die je in alle vrijheid kan vullen. Bij dat liedje was dat plein de container, ik kon er iedereen laten opdraven die ik wilde. Dus ook vluchtelingen en illegalen, zonder dat het dwingend werd.
“Ik was niet mooi en niet jong,” zing je in ‘Richard Krajicek’. Wat was je toen wel? DE JONG: “We waren mooi en jong,” wordt altijd gezegd, maar dat was ik totaal niet. (Lacht) Van je zestiende tot diep in de twintig is het een en al feest, van je dertigste tot je veertigste beland je in een moeras vol twijfels over wat je kan en niet kan. Voor mij waren dat de jaren 1990. Ik ben nu veel gelukkiger dan toen.
artiest. Maar natuurlijk werd dat niks, want het was pure imitatie. Een geluk, want dat heeft ervoor gezorgd dat ik mijn eigen stijl heb ontwikkeld en Spinvis ben geworden. Wat ik wel jammer vind, is dat ik minder tijd heb dan ik zou willen.
Volgend jaar word je zestig. Kijk je vaker in de achteruitkijkspiegel? DE JONG: Ik hou niet zo van terugkij-
ken, maar door wat er de voorbije maanden is gebeurd, ben ik dat noodgedwongen wel meer gaan doen. Wat is er allemaal gebeurd in de voorbije twintig jaar? Wat heb ik geleerd? Het is een misverstand dat je alleen maar beter wordt. Je wint dingen, maar je raakt ook wat kwijt.
DE JONG: Ik hou helaas geen dagboek
Wat je niet hebt bewaard, is de cassette van op de hoes van je eerste album: je hebt ze in stukken geknipt! DE JONG: Dat was mijn conceptual-
artmoment. (Lacht) Wat ik zo prachtig vind aan muziek, is hoe er
Cela fait vingt ans que l’auteur-compositeur néerlandais Erik de Jong alias Spinvis écrit des chansons indie pop rêveuses. Il a écrit et composé son nouvel album pendant la pandémie en optant pour la méthode du copier-coller, technique utilisée pour son premier album. Et il a composé un livre plein de photos et textes témoigant « de la quantité énorme des journées qu’on vit, et toutes les choses qu’on y voit, fait, dit et lit. Comment la mémoire transforme tout cela en un seul et grand sentiment demeure un mystère. » FR
telkens weer een nieuw origineel wordt gemaakt wanneer een liedje door de lucht trilt. Terwijl een schilderij ergens in een museum hangt en al de rest reproducties zijn. Die cassette, waar de demo van mijn debuut op stond, was een tijd terug te zien in een expo in Gent. Heel mooi, maar dat was precies wat het níét moest zijn, vond de oude punk in mij. Ik heb de 85 meter tape dan maar symbolisch vernietigd door hem in 750 stukjes te verknippen en die bij de luxe-editie van de plaat te stoppen, zodat ze zich als een soort van DNA over de wereld verspreiden. Sommige mensen zijn daar heel erg boos om – dat moet bewaard worden! Maar we moeten ons niet hechten aan dingen, we moeten ons hechten aan ideeën.
The Dutch singer-songwriter Erik de Jong alias Spinvis has spent the past twenty years weaving dreamlike indie-pop songs. Due to the corona crisis, his new album 7.6.9.6. is something of a throwback to the cut and paste method of his first album, and he has presented a scrapbook full of photos, texts, and emails as a testimony to “the enormous number of our days and all the things that you see, do, and read in them. How the memory turns all this into one great feeling is a very mysterious thing.” EN
29
BRUZZ Select
7 — 13/10
CINEMA
SPOT LI G H T
Director Alla Kovgan managed to convince the last generation of Cunningham’s dance company to perform a number of his choreographies in front of her 3D camera.
Immersion in Merce Cunningham EN
There is news that will be met with hallelujahs in Brussels, the city of dance: Merce Cunningham has resurrected. Or at least his work has. The 3D film Cunningham completely immerses you in the choreographies of the great American dance innovator. — NIELS RUËLL CUNNINGHAM DE, US, dir.: Alla Kovgan
•••
“Do me a favour. Tell your readers that the film is suitable for people of all ages. We have seen twelve-year-olds sit through the whole film enraptured. You really don’t need to know anything about Merce Cunningham or contemporary dance to enjoy it,” director Alla Kovgan claims. This is not mere promo-speak. The dance scenes are indeed quite spectacular. Although it certainly can’t hurt to have a vague idea of the impact
“I USED TO SAY THAT IT WAS IMPOSSIBLE TO FILM HIS CHOREOGRAPHIES” ALLA KOVGAN Director 30
Merce Cunningham (19192009) had. “Merce Cunningham was one of the most legendary American choreographers,” Kovgan says. “He owes his fame to the invention of the Cunningham technique and to his collaboration with leading figures of the post-war avant-garde in New York: Andy Warhol, Jasper Johns, Robert Rauschenberg. He embraced new technologies – from 16mm film to motion capture or computer software to create movements – and is particularly famous for the coincidence method. He discovered it through his partner and collaborator, the world-famous avant-garde composer John Cage. Cunningham never started from emotions, a narrative, or an idea. He was fascinated by the physical and developed
projects around subjects like falling, for example. He would let dice decide which dancer would perform which movement. This resulted in combinations that neither he nor anyone else could ever have conceived before. He was a risktaker who almost always said ‘yes’. A no closes the door, a yes opens it.”
A CAPITAL C The film is diametrically opposed to the many recordings of stage productions that theatres put online during the lockdown but that were not very inspiring. “Yes, I see what you mean,” Kovgan laughs. “I used to say that it was actually impossible to film Merce Cunningham’s choreographies. He would let sixteen dancers go in different directions at the same time. How can you frame that? But then I saw how Wim Wenders cleverly used 3D to do full justice to the work of choreographer Pina Bausch. That provided perspective. 3D articulates space. 3D allows
you to immerse the viewer in dance. That is a very interesting quality.” Kovgan says that the desire to make the film was the result of seeing Cunningham’s work. “I only knew the broad strokes of his biography. The basic intention was to attempt to capture his choreographic ideas in cinema with a capital C.” She managed to convince the last generation of the closed Merce Cunningham Dance Company to perform a number of Cunningham’s most sensational, formalist choreographies at special locations in front of her 3D camera. “I think of cinema as a language. Each phrase of the choreography coincides with one shot. So there are no cuts. 3D does not like cuts. And cinema does not like being shut in between four walls. Cinema thinks in terms of space and place. That is why we reconstructed iconic fragments from the period between 1942 and 1972 in carefully chosen locations, like a forest, for example.”
Le faux bon berger CORPUS CHRISTI PL, dir.: Jan Komasa, act.: Bartosz Bielenia, Aleksandra Konieczna, Eliza Rycembel
••••
Faut-il être un chrétien radical pour ne pas pardonner au jeune Daniel ? Sorti d’un centre de détention, le délinquant croyant doit se réinventer quand tout à coup, il voit se présenter à lui l’occasion de se faire passer pour le remplaçant d’un prêtre qui buvait trop et jugeait trop vite dans un village polonais conservateur. L’imposteur y voit moins l'occasion de tirer profit de la situation que de se démarquer dans la vie. Avec sa ferveur, son charisme, son approche peu orthodoxe et sa volonté de vraiment écouter, le faux prêtre s’en sort bien mieux que son prédécesseur. FR
Et pourquoi aller au séminaire quand on peut apprendre comment confesser sur Google ? L’habit fait le moine, la soutane verte et blanche fait le prêtre. En outre, le village récemment traumatisé a besoin de guérison. Ne vous laissez pas tromper par ce bal costumé. Corpus Christi n’est pas une comédie à la Sister Act mais un film plus polémique que blasphématoire et surtout passionné, qui soulève beaucoup de questions, tout en restant tout à fait captivant. Les Polonais sont allés le voir en nombre, les Américains l’ont nommé aux Oscars. Jan Komasa est le réalisateur
polonais à suivre de près ces prochaines années, mais il doit partager les lauriers avec l’acteur Bartosz Bielenia. Sa prestation électrisante laisse
Amerikaanse gerechtigheid
The demon dementia
THE TRIAL OF THE CHICAGO 7
RELIC
US, dir.: Aaron Sorkin, act.: Eddie Redmayne, Sacha Baron Cohen, Joseph Gordon-Levitt
AU, dir.: Natalie Erika James, act.: Robyn Nevin, Emily Mortimer, Bella Heathcote
Geen scenarist die de Amerikaanse politiek en maatschappij zo onderhoudend én scherp tegen het licht kan houden als Aaron Sorkin (The West Wing, The Social Network). Ondanks het grote enthousiasme en de concrete belangstelling van regisseurs als Steven Spielberg werd zijn idee voor een dramatische reconstructie van een historische rechtszaak uit 1968 jaar na jaar uitgesteld. Een uitstekende zaak, want vandaag is zijn zelf geregisseerde rechtbankdrama brandend actueel. Hier en daar merk je dat Sorkin als scenarist en bedenker van dialogen veel hogere toppen scheert dan als regisseur, maar uiteindelijk valt je mond wel open van zijn voorstel-
This promising film debut by the Australian Natalie Erika James is incontrovertibly a horror film: it features a monster, and everything takes place in the kind of haunted house that once inspired Edgar Allen Poe to write the ingenious Fall of the House of Usher. But cheap scare tactics, however fun they might be, are not welcome. Slowly but surely, a recognizable family drama transforms into a creeping horror film that gets under your skin and takes its subject seriously. And it is a very serious subject: the inevitable farewell of our mothers and grandmothers and the physical and mental decline that sometimes precede it. The disappearance of
•••
présager une brillante carrière. Et si ce n’est pas le cas, il pourra toujours prendre place derrière l’autel. NIELS RUËLL
•••
NL
EN
ling van de feiten. Op aansturen van Richard Nixons justitieminister kwam er in 1968 een beschamend politiek schijnproces tegen zeven leiders van sterk verschillende bewegingen die door de politie verrot waren geslagen tijdens vredesprotesten gedurende de Democratic National Convention in Chicago. Verbijsterend politiek en politioneel machtsmisbruik om protestbewegingen te verdrukken: waar hebben we dat nog gezien? (NR)
grandmother Edna (Robyn Nevin) brings daughter Kay (Emily Mortimer) and granddaughter Sam (Bella Heathcote) to the ancestral home a few hours’ drive from the big city. Edna shows up again after a few days but seems oblivious to any problems. But indications that something is wrong keep stacking up. While bickering about what to do next, the three do not realize that the house is inexplicably becoming sinister and labyrinthine. A brave film. (NR)
HIGH FIVE ••••
••••
TENET
ON THE ROCKS
•••
•••
ROCKS
THE PERSONAL HISTORY OF DAVID COPPERFIELD
Doodziek en dolverliefd. Amoureuse en phase terminale. Terminally ill and madly in love.
Vadertje tijd doet je hoofd tollen. Quand le temps fait tourner la tête. Father Time makes your head spin.
Coppola + Murray = vuurwerk. Coppola + Murray = feux d'artifices. Coppola + Murray = fireworks.
Londense meisjes in topvorm. Jeunes, fortes et londoniennes. London girls bring the house down.
Een kleurenblinde Dickens. Un Dickens daltonien. A colour-blind Dickens.
BABYTEETH
•••
31
BRUZZ Select
7 — 13/10
ONDERTITEL EXHIBITION
In the eye of the storm EN
Nicolas Provost’s photographs of the streets of New York are like the opening scene of an opera announcing imminent catastrophes. The expressions and figures frozen in the shadow of the skyscrapers cause us to reflect on our own uncertainty. — GILLES BECHET NICOLAS PROVOST: THE WARNING > 31.10, The Agprognostic Temple, www.agprognostictemple.com
••••
Above her blue eyes, eyelashes shaped like a comma. Her intense stare seems like a warning. It seems to say, “Everything is crumbling around us, we have to do something. We cannot remain inactive.” Nicolas Provost took this photograph in the New York subway. The young woman was sitting opposite him. When she saw that he was getting ready to photograph her, her stare seemed to intensify, drawing the camera lens in. That image and all the others presented at The Agprognostic Temple are among the countless photographs that the Belgian artist took in the streets of the Big Apple. Known for his
installations, videos, and films, Provost wanted, during what was a difficult period for him, to get in touch with reality by wandering alone with a camera through the streets of his adoptive city. To start from scratch and try to find stories in the faces and figures of passers-by and in the presence of those buildings with their gloomy facades pierced by a few lights.
WEARY DEFIANCE Faced with verticality, he opted for a large vertical format that is reminiscent of portraiture. Placed side by side, his photographs hint at a hidden narrative that challenges the viewer, as if all those individu-
Nicolas Provost’s New York street photographs show a city frozen in time.
32
als, those little islands in the crowd, were predicting an approaching catastrophe. But the images also work on their own, thanks to the strength of the compositions, which are haunted by the ghosts of classical painting. The photograph is always about a moment in time. An instant, the blink of an eyelid, or a footstep: all stretch into eternity. Nicolas Provost’s photographs give you the sense that you are walking through a city in a moment frozen in time, in which all the inhabitants, surprised on the way to work or on their way home, reflect their fatigue, their despair, and their life force.
That is particularly apparent in a photograph of a young woman alone in a crowded subway. Her eyelids drooping, she looks at the photographer with an expression of weary defiance. In the greyness of the crowd swept along by the flow of daily life, her erect figure, dressed in white, is evocative of religious paintings from the Renaissance. The power of this series lies in the fact that it sets the scene in which the characters appear. A skyscraper rising into the night like a dark guard tower, a dog turning to look us in the eyes when its owner has already turned the corner, or a car whose door is shut with a muffled threat. A few photographs from another series are displayed on the walls of the gallery: they are also street photography, but without the heavy intensity of the first series. They are all about movement, the pulse of a city in the daytime, brighter.
May Day A distress call for the future
HIGH FIVE
Magazine and podcast launch event 10 oct. ‘20 Get your magazine in the BOZAR BOOKSHOP and online Listen to the May Day podcast series via Spotify
JUSTINE BOUGEROL
•••••
Graven in het intieme landschap der herinnering. Dans l’intime du paysage de la mémoire. Delving into the intimate landscape of memory. (> 8/11, CENTRALE.lab)
KONRAD LODER
•••••
Materialen en schoonheid vinden een nieuwe vorm. Matériaux et merveilles réinventent la forme. Materials and beauty find a new form. (> 18/10, Eleven Steens)
More information:
CAMIEL VAN BREEDAM
••••
50 collageboeken om vormen te recycleren. 50 livres-collages pour recycler les formes. 50 collage books to recycle shapes. (> 31/1, Bibliotheca Wittockiana)
#BOZARMAYDAYS PALEIS VOOR SCHONE KUNSTEN BRUSSEL PALAIS DES BEAUX-ARTS BRUXELLES
GAUTHIER HUBERT
••••
© Eddie Stok
Verontrustende en ongrijpbare portretten. Troublants et fuyants portraits. Unsettling and elusive portraits. (> 17/10, Irène Laub)
INSPIRE
••••
Elf kunstenaars vertragen de tijd. Onze artistes ralentissent le temps. Eleven artists slow down time. (> 28/11, ISELP)
Win!
NL/ Peter Holvoet-Hanssen is een van onze meest beweeglijke, ongrijpbare en bekroonde dichters. De voormalige Antwerpse stadsdichter en troubadour heeft lak aan verwachtingen en voorschriften, en heeft ook op het podium een stevige reputatie hoog te houden. Voor de voorstelling van zijn nieuwe boek De wolkendragers slaat hij de handen in elkaar met de al even beweeglijke klarinetvirtuoos Joachim Badenhorst. Ons interview kan je al lezen op pagina 36-39. Als dat naar meer smaakt, stuur dan voor 8 oktober om 9.00 uur ‘wolkendrager’ naar win@bruzz.be om kans te maken op een van de vijf duotickets. X 2018
I 33
BRUZZ Select
7 — 13/10 ONDERTITEL E AT & D R I N K
Elbow Lunch Counter vous plonge dans une toile peinte par Edward Hopper.
L’appel du coude FR Nouvellement débarqué dans la rue de la Paix, Elbow déploie
tous les charmes du « so power » américain. La révélation du moment. — MICHEL VERLINDEN, PHOTO: SASKIA VANDERSTICHELE ELBOW LUNCH COUNTER Vredestraat 32 rue de la paix, Elsene/ Ixelles, www. elbowcounter.com, 02-512.13.03, zo/di/Su, ma/lu/Mo & wo/me/We > vr/ ve/Fr 8 > 15.00, za/ sa/Sa 9 > 17.00
•••••
Le décor des diners à l’américaine a colonisé nos imaginaires collectifs. C’est cela le soft power made in US : une manière douce d’orienter nos appétits. On s’est empressé de mettre cet aspect des choses de côté en découvrant Elbow, pour lequel on n’a aucune réserve. Le pitch ? Il bluffe : l’un de ces diners du pays de l’Oncle Sam. Le tout planté de huit tabourets en skaï directement fixés à un comptoir de bois clair surmonté d’une enseigne
lumineuse reprenant les specials of the day, comprendre les suggestions du jour. Il n’en faut pas plus pour avoir l’impression d’être au milieu d’une toile peinte par Edward Hopper. Seulement, COVID oblige, il n’est pas encore possible de rejoindre cet alléchant setting. De manière très opportune, le patron a transformé son counter, par le biais d’une structure en bois temporaire, en adresse essentiellement on
the go, à emporter (même si deux petites tables sont accessibles en terrasse). On se faufile par la petite lucarne pour commander de grands classiques de la street food nord-américaine qui, le détail est important, se paient impérativement cash. C’est-à-dire ? Lors de notre passage, on a testé deux « redoutableries ». La première ? Un pastrami Reuben (16 euros), imposant sandwich emballé dans un pain de seigle au carvi et garni d’une délicieuse choucroute maison marquée par des notes de clou de girofle. Un vrai délice ponctué en outre d’oignons rouges et de fromage fondu. La seconde ? Un cheesesteak (9,50 euros), proposé exacte-
ment comme à Philadelphie, soit une baguette briochée coupée dans le sens de la longueur et farcie d’un morceau de bavette nappé de provolone fondu. Le plus redoutable de tout tient dans la sauce Louisiane, réalisée à partir de piment de Cayenne, qui confère un piquant fumé à l’ensemble. Mortel. On ne quitte pas ce lieu, qui fait converger la curiosité populaire et incite les gens à se parler quelle que soit leur langue ou leur classe sociale, sans avoir dégusté une limonade maison (3 euros), sur le fil du sucre et de l’acidité, et, pour les grands appétits, un cinnamon roll (2,50 euros) brioche à la cannelle ultra-gourmande.
HIGH FIVE
34
LE CONTEUR
KOMO BOWL
••••
••••
BOBBI BAO
MANGIAVINO
••••
••••
••••
Sublieme pasta... en basta. Des pâtes (sublimes) et rien d’autre. Sublime pasta... and basta. (www.nonalife.com)
Vergeet de burger, hier is de bao. Oubliez le burger, voici le bao. Forget the burger, here is the bao. (www.bobbibao.com)
Italiaans zoals in Italië. L’Italie en V.O. Authentic Italy. (Facebook: Mangiavino Ristorante)
Fancy Midden-Oosterse cuisine. Cuisine moyen-orientale « fancy ». Fancy Middle Eastern cuisine. (www.le-conteur.com)
Wegdromen bij een poké bowl. Des poké bowls pour rêver d’Hawaï. Daydreaming over a poké bowl. (www.komobowl.be)
NONA PASTA
humanARTistic 20.21
>FESTIVAL FOR ARTS . SCIENCE . PHILOSOPHY<
P E R F O R M A N C E - I N S TA L L AT I O N DANCE / TRADITIONAL TEXTILES FROM THE MAGHREB / VISUAL ART
ADEMROOD / ROUGE RESPIRANT / RED OXYGEN PÉ VERMEERSCH, PAUL VANDENBROECK & RADICAL HEARTS CIE
11/10-07/11/20
huisvandeMens ens Brussel, Sainctelettesquare 17, 1000 Brussel
INFO & RESERVATIONS > WWW.HUMANARTISTIC.ORG > FACEBOOK
: @HUMANARTISTIC > INSTAGRAM
: @HUMANARTISTICFESTIVAL
MET TROUBADOUR PETER HOLVOET-HANSSEN NAAR ‘DANSER BRUT’
B R U Z Z | R E P O R TA G E
Ten dans, dichter die wolken draagt!
Peter Holvoet-Hanssen voor de dansende Valeska Gert: “Hoe modern de jaren 1920 waren, wat een explosie aan kunst!” 36
I
7 OKTOBER 2020
I
“
k ben er zeker van dat ik ga beginnen te dansen. De hele tijd stil blijven zitten, zie ik mezelf niet doen. Ik heb ‘ADSL’ – of hoe noem je dat?” lacht Peter Holvoet-Hanssen terwijl hij vooruit denkt naar acht oktober, wanneer hij zich met klarinetvirtuoos en “zigzaggende bezweerder” Joachim Badenhorst overgeeft aan een muzikale evocatie van De wolkendragers. De Antwerpse troubadour doelt op ADHD én op het feit dat die diagnose – als ze al gesteld zou zijn – wat weerwerk verdient. Peter Holvoet-Hanssen toont zich al decennia als de ongrijpbaarste ziel in poëzieland. Als een wervelend lichaam dat zich als dichter, troubadour en ontsnappingskunstenaar ontdoet van te enge verwachtingen en voorschriften. Dat zich op een podium voor de leeuwen gooit vanuit de overtuiging dat poëzie ertoe doet, dat poëzie er voor iedereen toe doet, en dat de mens er een vrijer wezen van wordt. Niet voor niets heette zijn eerste bundel Dwangbuis voor Houdini, goed voor de Debuutprijs 1999. Net die vrijheidsdrang staat centraal in Danser brut, de nieuwe tentoonstelling in Bozar die via de moderne dans de brug slaat “tussen de afwijking en de normaliteit, tussen de gemarginaliseerde zieke en de bejubelde artiest, tussen het onzichtbare lijden in de duisternis en het esthetische gebeuren in de schijnwerpers,” zoals psychiater Dirk De Wachter het zo mooi omschreef bij de opening. De kunsten als grensgebied waarin de opgetrokken muren van de burgerlijke normaliteit barsten gaan vertonen. Barsten waarlangs de kwetsbare mens weer aansluiting kan vinden bij de samenleving die hem of haar verstoten heeft. Met Peter Holvoet-Hanssen – die met de tegendraadse wals ‘Don Chisciotte della Danza’ uit De wolkendragers ook de catalogus van Danser brut is binnengedrongen – sleuren we “de waan van de zinnen” en betrekken we de poëzie en de psychiatrie in een bezwerende tarantella. De dans van de dichter in vijf passen, geheel uit de pas.
FARANDOLE, FARANDOLE “Ergens in mijn achterhoofd sluimeren deze beelden rond,” vertelt Peter Holvoet-Hanssen wanneer we het voorgeborchte van Danser brut
betreden, waar Valeska Gerts Tänzerische Pantomimen de bezoeker verwelkomen. De Duitse danseres, die in de jaren 1920 in bioscoopzalen het podium op trok bij het wisselen van de filmrol en daar gewoon stond, niets deed, is hier te zien terwijl ze elke vezel in haar lichaam naar radicale expressiviteit drijft en de dood, een bokswedstrijd, een orgasme verbeeldt en belichaamt. “Eind jaren 1980 werkte ik voor De Beweeging, een Antwerpse vzw die het bewegingstheater wilde promoten, en waar Eric Raeves en Marc Vanrunxt over de vloer kwamen. Ik heb er maar anderhalf jaar gewerkt – het waren mijn wilde jaren toen ik dj was en nog vampierenbals gaf – maar deze beelden zijn me vertrouwd. En ze verouderen niet. Hoe modern de jaren 1920 waren, wat een explosie aan kunst!” De trappen op, in de afdeling ‘Dolgedraaid’, lopen we voorbij de draaimolens en windhanen die Jean Grard vanaf de jaren 1980 met gevonden materialen in elkaar knutselde en opstelde op zijn Bretoense boerderij. De speelse rondedans vloeit uit in een foto van een gymnastieksessie van de Kinderkolonie van het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn in Dongelberg, gruwelijk ondertiteld met “Colonie d’Enfants Débiles”. Hans Op de Beecks Blender, een video uit 1999, toont dan weer een op hol geslagen draaimolen. “Spookachtig,” noemt Peter Holvoet-Hanssen de vervluchtigende paarden. “Dat de draaimolen teruggaat op de middeleeuwse rondedans, was voor mij een openbaring. Ik zit daar zelf graag op, maar ik vind niemand meer die mee wil. (Lacht) Die cirkelbeweging heeft iets verbindends, in de dans gaan kinderen daar bijna automatisch toe over. Wij zijn dat een beetje kwijtgeraakt. Vandaag dansen we niet meer, da’s niet gezond.” “Cirkelbewegingen zijn ook belangrijk in De wolkendragers, een totaalboek waarin behalve poëzie ook proza zit, walsen, halve raps, en een aantal muziekdoosgedichten als rondedansjes, geconstrueerd als een mechaniekje waarbij je op het einde van een gedicht wordt teruggevoerd naar het begin. Mijn poëzie zou je kunnen omschrijven als een draaimolen op toeren. Voor sommigen is het moeilijk er niet af te vliegen,
LET’S TRANCE Het is die diepe bron waar De wolkendragers zich aan laaft. “Jerzy Grotowski, de Poolse theatermaker en -vernieuwer die het moderne theater terug naar het lichaam heeft gebracht, had het ooit over de plaatsen waar de klanken wonen in ons lichaam,” vertelt Peter Holvoet-Hanssen. “Dat vind ik een heel mooi idee. Vandaag zijn we in de poëzie veel met gedachten en gevoelens bezig, maar in De wolkendragers heb ik geprobeerd me bewuster te zijn van die klanken, cadans en ritme via het onderbewuste te horen en voelen. Dat moment met Joachim Badenhorst moet je ook eerder zo zien, als een concert, een muzikale evocatie. Niet zozeer literair, maar in klank, zonder de PowerPoint erbij.” (Lacht) Intussen leidt een fragment uit Georg Wilhelm Pabsts Paracelsus (1943) de afdeling ‘Trance en bezetenheid’ in. Eén danser neemt een bonte stoet aan toeschouwers op sleeptouw in een machtige, hypnotiserende massabeweging – angstaanjagend, als je weet dat de film door Joseph Goebbels werd besteld. Wat verder worden de dansprocessie van epileptici naar Molenbeek en de springprocessie van Echternach verbeeld, terwijl de dansmarathon uit Sydney Pollacks filmklassieker They shoot horses, don’t they? (1969) naar zijn pijnlijke einde strompelt. De trance is niet vrijblijvend. Er is een kost. “Ik ben diep gegaan voor De wolkendragers, maanden heb ik drie uur per nacht geslapen. Maar zoals Paul Valéry zei: een roman gaat van a naar b, poëzie
B R U Z Z | R E P O R TA G E
— KURT SNOEKX, FOTO’S HELEEN RODIERS
maar je staat of valt met de overgave waarmee je leest of luistert. Ik schrijf geen moeilijke dingen. De moeilijkheid zit erin dat ik heel veel spring. Wat ik doe, is niet terug te leiden tot Plato of Aristoteles, mijn werk is gegrond in een soort dionysische oertoestand van roes en trance, waar de gemeenschap inclusief is en waar nog offers aan de rivier worden gebracht in plaats van aan een God die tegennatuurlijk buiten ons zou staan, terwijl hij ons in de gaten houdt.”
▼
Dichter Peter Holvoet-Hanssen stelt in Bozar middels een concert met jazzmuzikant Joachim Badenhorst zijn nieuwe boek De wolkendragers voor: een weelderige strijdtocht van een bont gezelschap poëtische zielen tegen Goleman. Wij gingen met de troubadour de tentoonstelling Danser brut bezoeken, die met ingesnoerde en kronkelende, beheerste en bezeten lichamen in de barstjes in onze ‘normaliteit’ duikt. “Wij dansen niet meer, da’s niet gezond.”
“Mary Wigman weet heel goed waar ze mee bezig is, maar toch stelt ze zich open voor krachtvelden buiten zichzelf. Ze vangt als het ware bliksems op. Zo zie ik de poëzie ook” PETER HOLVOET-HANSSEN
7 OKTOBER 2020
I 37
▼
MET TROUBADOUR PETER HOLVOET-HANSSEN NAAR ‘DANSER BRUT’
danst van a tot z. Je tekent een parcours uit, maar er kan van alles gebeuren. Wat ik kan doen, is mij openstellen, een doorgeefluik worden, van een onzichtbaar lichaam naar een zichtbaar lichaam op papier. En dat knettert, geeft elektriciteit.” Zoals Hexentanz uit 1929, de choreografie waarmee de Duitse Mary Wigman de kiemen legde voor de moderne dans. “Dat vuur is zo inspirerend,” vertelt Peter Holvoet-Hanssen. “Het is het onberekende en het berekende samen. Ze weet heel goed waar ze mee bezig is, maar toch stelt ze zich open voor krachtvelden buiten zichzelf. Ze vangt als het ware bliksems op. Zo zie ik de poëzie ook. De wolkendragers gaat over Goleman, een vernietigende reus die ons allemaal infiltreert en ons begint te regeren, en over een groep poëtische zielen die, alleen gewapend met een gitaar en wat liedjes, goed wetend dat ze ten onder zullen gaan, de reus tegemoet treden. Maar dit, tja… Ik denk dat mijn volgende boek, waarin de confrontatie met de reus volgt, een heel opstandige, baldadige danser zal bevatten. Het gaat mij totaal verteren, maar het moet.” B R U Z Z | R E P O R TA G E
DE RUIMTE SCHEPPENDE GEHEELDEN We wandelen de afdeling ‘Van Charcot tot Chaplin’ in. Jean-Martin Charcot stond vanaf 1870 aan het hoofd van de afdeling in het Parijse Salpêtrière-ziekenhuis, waar hysterische en epileptische vrouwen werden behandeld. In het fotoatelier in dat ziekenhuis legde Albert Londe patiënten op de gevoelige plaat vast. Die beelden
dochter Anna Roza, moeder Anny Hanssen, een oud-SS’er, een hele resem scholieren en enkele psychiatrische patiënten echoën door het boek. “Er staan gedichten in waar ik niet één woord van heb geschreven, waar het de menselijke verbinding is die aan de oppervlakte komt. Ik ben dan wel een soort van poppenmeester die uiteindelijk aan de koordjes trekt, maar de mensen zelf bepalen veel. Er waren er bij die het Nederlands nog niet goed machtig waren, die als het ware ‘spastisch’ bewogen over het papier, maar die net door de intensiteit en urgentie van hun woorden heel noodzakelijk zijn. Ze noemen dat dan outsider art, ik zie hen als gezellen.” “Met enkele psychiatrische patiënten vorm ik sinds anderhalf jaar een poëzieschrijfgroep, ‘de Ruimte Scheppende Geheelden’. Er zit iemand bij die nog nooit poëzie heeft geschreven, en er is een mevrouw die… nu ja, raaskallen is te oneerbiedig, maar niet helemaal helder uit haar woorden raakt, en die we dan maar hebben gebombardeerd tot orakel. (Lacht) In december gaan we met de hele bende optreden, in een kapel in Zoersel. Voor het eerst gaan ze buiten de muren. We moeten stoppen met te spreken over, en meer deel uitmaken van. Wij zijn zelf vervoermiddelen, en die vervoering probeer ik in poëzie op te wekken. Toen ik nog naar scholen ging, las ik soms Jean Genet voor. De leerkracht begreep er niets van: ‘Dat gaan ze nooit snappen!’ Daarom noem ik me troubadour en niet performer, ik voer niets uit, ik ben, wij zijn, deel van. Als in een rondedans.”
“Het is mooi dat Museum Dr Guislain en Bozar deze tentoonstelling opze en, maar van mij mag het nog verder gaan: breek dit open, maak er een circus, een reizend gezelschap van. We blijven te vaak intra muros” PETER HOLVOET-HANSSEN
werden samen met documenten en tekeningen in een iconografie opgenomen, die hier wordt tentoongesteld. “Zeer aangrijpend om te zien,” vindt Peter Holvoet-Hanssen. “Ik heb zelf in de sociale sector gewerkt, onder meer met mensen met een autismespectrumstoornis of een pychosegevoeligheid, dus ik herken die bewegingen. Zoals La Salpêtrière zijn er veel plekken waar mensen worden weggestopt, uit het zicht van de samenleving. Het is mooi dat Museum Dr Guislain en Bozar deze beelden in een tentoonstelling vatten, maar van mij mag het verder gaan: breek dit open, maak er een circus, een reizend gezelschap van. We blijven te vaak intra muros.” Voor De wolkendragers is die uitbraak een fundament. Collega’s als Joke van Leeuwen, Delphine Lecompte, Elvis Peeters en Tonnus Oosterhoff schreven bijdragen; de stemmen van 38
I
7 OKTOBER 2020
De vloeibaarheid die Peter Holvoet-Hanssen al zo lang typeert, contrasteert scherp met Louise Bourgeois’ lichamen in psychose in Triptych for the Red Room uit 1994, en echoot in Charlie Chaplins Modern times uit 1936. “Da’s fantastisch. Hij was zijn tekst kwijt. Hij had die op zijn manchetten geschreven en wanneer hij opkomt vliegen die weg, waardoor hij moet improviseren en een eigen kindertaaltje uitvindt. Mijn grote invloeden zijn komieken: de Marx Brothers, Tommy Cooper… Hoe het falen soms mee in de compositie zit, vind ik fascinerend.”
DWANGBUISOPSTAND “Mijn moeder heeft me altijd aangemoedigd om te schrijven,” vertelt Peter Holvoet-Hanssen terwijl we in de afdeling ‘Een woud van gebaren’ rondstruinen. Tussen werk van Michaël Borre-
Peter Holvoet-Hanssen Word geboren in Antwerpen in 1960. Debuteert als dichter in 1998 met Dwangbuis van Houdini, dat met de Debuutprijs aan de haal gaat. Strombolicchio verschijnt in 1999 en levert hem de Dirk Martensprijs op. In 2004 schrijft hij zijn eerste prozaboek, de antiroman De vliegende monnik. Van 2010 tot 2012 is hij stadsdichter van Antwerpen. Zijn uitdijende oeuvre wordt nog bekroond met de Arkprijs van het Vrije Woord, de driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap 2008, de Paul Snoek Poëzieprijs 2010 en de Louis Paul Boonprijs 2019.
mans, Henri Cartier-Bresson, Michel François en Marcel-Louis Baugniet valt het onooglijke werk van Luciano D’Alessandro meteen op. De foto’s die hij in 1973 maakte in een instelling stellen scherp op handen, alsof ze hun ziel omkluisteren. Van Helen Levitt worden ontroerende filmfragmenten getoond die ze in de jaren 1940 maakte van spelende en dansende kinderen in achtergestelde wijken in New York. “Die onbevangenheid is schitterend. Van kleins af was ik ook altijd heel beweeglijk. Ik koesterde een grote opstandigheid tegen dwangbuizen, en hoe we die voor elkaar maken. Ik zie altijd mogelijkheden, ik ben eerder een ontdekkingsreiziger dan een dichter. Mijn moeder zag dat. Ik wou van alles verkennen, en ging dan ergens aan de slag, maar ik was doodongelukkig. Wat ik allemaal heb moeten uitsteken om daar weg te raken. (Lacht) Maar zij zei: ‘Peter, jij bent een verteller.’ Haar vader schreef sprookjes, en zij herkende dat. Als eerbetoon heb ik haar naam bij de mijne gevoegd. Dat gaf Holvoet-Hanssen, HH, Harry Houdini…” “Op het einde van haar leven, achttien jaar geleden, heb ik een jaar mantelzorg gedaan en zijn we in het ouderlijke huis gaan wonen. Ik heb daar geschreven aan De vliegende monnik. De bedoeling was een rechtlijnige novelle te maken, maar met mijn moeder in huis is het een antiroman geworden. (Lacht) Ze had veel pijn, en was soms met haar hoofd al ver weg. Op den duur
Peter HolvoetHanssen bij de draaimolens en windhanen van Jean Grard en René Guisset: “Mijn poëzie zou je kunnen beschrijven als een draaimolen op toeren.”
heb ik haar een opdracht gegeven om mee te schrijven. Elke dag heeft ze één of twee regels op papier gezet. Die heb ik integraal en onveranderd, in haar taal in De wolkendragers opgenomen. Zo is ze toch nog eens in een boek van mij geglipt.” Het ligt niet buiten ons, wil Peter HolvoetHanssen zeggen. De generositeit die hij tentoonspreidt, grondt op zijn minst in het besef van die deelbaarheid. “Kwetsbaarheid is overal, kan iedereen overvallen. Maar onder druk van zoveel worden hypergevoelige mensen, vaak met een kunstenaarsziel, vergeten in complexen zo groot als industrieparken. Zij hebben verzorging nodig, maar we mogen ze als gemeenschap niet verstoten. Ik heb ooit deelgenomen aan een kunstproject in een ziekenhuisschool, dat is tentoongesteld in het M HKA, waarvoor ik met jongeren van vijftien, zestien werkte die kanker hadden. ’s Morgens vergader je mee met het personeel, en krijg je te horen of die of die ‘een slechte nacht’ hebben gehad. Ik heb op een bepaald moment in een beschermend pak een van die jongeren bezocht, terwijl hij mogelijk zijn laatste woorden neerschreef: ‘Ik ben bezig aan een oneindige weg.’”
DANSEN ROND HET BARSTJE Onze weg doorheen de tentoonstelling eindigt bijna. In de afdeling ‘De dans van het potlood’ begroet Rebecca Hall ons met haar Pencil mask
(1973). In dezelfde ruimte danst Vaslav Nijinski, de sterdanser van de Ballets russes, over het papier, terwijl Adolf Wölfli frivole, onnavolgbare muziekcomposities tekent en Momoko Nakagawa een eeuwige ellips in het papier krast. En krast, en krast. “Hoe de tijd daarin verdwijnt,” vertelt Peter Holvoet-Hanssen, “dat pakt mij altijd. In die obsessieve bezigheid schemert ook altijd een enorm lijden door.” Als het zoeken naar een taal, dat vergeefs in de repetitie van altijd dezelfde beweging terechtkomt. Als een schone paradox, die op het blad tot leven komt. “Vanaf dat je iets schrijft, is dat een spirituele daad. Je weet niet wat het einde van je
blad gaat brengen. Je hebt een titel en een idee, je begint te schrijven, en je potlood begint je te leiden. Zoals hier. Dichten is op verkenning gaan. Dansen ook, tekenen ook. Dit zijn niet zomaar wat kribbeltjes. Wij zijn allemaal zoekers.” Dansers rond het barstje dat verbinding toelaat, dragers van wolken waaruit woorden vallen.
DANSER BRUT
> 10/1, Bozar, www.bozar.be
DE WOLKENDRAGERS
Boek: Polis, 104 p., €20 Voorstelling: 8/10, 19.00, Bozar, www.bozar.be
LA DANSE DU POÈTE
THE POET’S DANCE
Le vertigineux poète Peter Holvoet-Hanssen présente son nouveau livre De Wolkendrager à Bozar au travers d’un concert du fascinant virtuose de la clarinette Joachim Badenhorst : une luxuriante lutte d’une compagnie bigarrée d’âmes poétiques contre Goleman. Nous avons visité l’expo Danser brut avec l’insaisissable troubadour et escapologiste, qui plonge dans les failles de notre « normalité » à l’aide de corps ligotés qui se tortillent, dominés et possédés.
The dizzying poet Peter Holvoet-Hanssen is coming to Bozar for a concert with the brilliant clarinet virtuoso Joachim Badenhorst to present his new book De wolkendragers (“The Cloudbearers”): a luxuriant battle between a colourful collection of poetic souls and Goleman. We joined the elusive troubadour and escape artist for a visit to the exhibition Danser brut, which through constricted and twisting, controlled and possessed bodies delves into the cracks in our “normality”.
FR
EN
7 OKTOBER 2020
I 39
Beste Brusselaars, De Standaard is terug. Na 40 jaar keert de redactie van De Standaard terug naar het centrum van Brussel. We maken voortaan het nieuws vanop de bovenverdieping van het prachtige Shellgebouw, pal naast het Centraal Station. In de jaren zeventig trok De Standaard er weg om mobieler te zijn. Dat was toen vooruitstrevend. Diezelfde verzuchting brengt ons in 2020 terug naar het hart van Brussel. Omringd door de opwinding van de grootstad moeten we nog beter de tijdgeest kunnen vatten. We werken te midden van de hyperdiversiteit. En we zitten ook dichter bij de macht. Hoe digitaler de wereld, hoe nauwer wij nieuwsmedia haar op de huid moeten zitten. Brussel blijft het powerhouse van BelgiĂŤ en er zit meer macht geconcentreerd dan in om het even welke andere Europese hoofdstad. Ons nieuwe stadsleven begint bij een nieuwe mobiliteit. De bedrijfswagens laten we staan en we schakelen over op trein, fiets, metro en deelauto. Onze journalisten zullen weer meer op straat lopen. Overal in Brussel hopen we u te ontmoeten en die verhalen op te tekenen die u aanbelangen.
Lees onze Weekblad-special over Brussel in de nieuwsapp DS Nieuws of op standaard.be/brussel
Big City
STEL ZELF JE VRAAG EN STEM OP BRUZZ.BE
Meer dan drie eeuwen lang eindigde het Kanaal van Willebroek in een binnenhaven rond de huidige Vismarkt. Vanaf midden negentiende eeuw werden de dokken een voor een gedempt. De binnenhaven werd gecreëerd na de aanleg van het Kanaal van Willebroek of Willebroekse Vaart (het huidige Zeekanaal BrusselSchelde) midden zestiende eeuw. Tot die tijd was de Zenne de belangrijkste bevoorradingsroute tussen Antwerpen en Brussel. Maar die rivier was niet zo geschikt voor de scheepvaart. “Er waren heel wat problemen,” zegt stadshistoricus Roel Jacobs. Het was geen krachtige stroom zoals de Maas of de Schelde, maar een grillige rivier met veel meanders en een vaak wisselend debiet. “Bovendien moesten de Brusselse vervoerders in Mechelen tol betalen.” Daarom drongen de Brusselaars er bij hun vorsten op aan om een kunstmatige waterweg te graven die de stad rechtstreeks met de Rupel zou verbinden, zonder passage via Mechelen. De Brusselse burgemeester Jan van Locquenghien gaf de eerste spadesteek in 1550. Elf jaar later, in 1561, was de Willebroekse Vaart klaar. Meteen na de opening werden in het hart van de stad dokken aangelegd. “Het kanaal en de dokken, met hun sluizen en bruggen, waren een soort wereldwonder, een heel knap staaltje
Waarom werd het deel van het kanaal tot aan de Vismarkt drooggelegd? LENNERT UIT ELSENE
bouwkunst voor die tijd. De dokken werden nochtans gewoon gegraven door mannen met een schop en een rieten mand op hun rug,” vertelt Jacobs. De schepen voeren via het Schuitendok (huidige Handelskaai en Schuitenkaai) door naar het Koopliedendok (huidige Vismarkt), waar bakstenen, brandhout, arduin, kalk en andere goederen met laadkranen werden afgeladen. De huidige namen van de kaaien verwijzen nog naar de aangevoerde bouwmaterialen. De binnenhaven eindigde met een dwarsdok, het Katelijnedok. In de daaropvolgende eeuwen kwamen er nog dokken bij en de buurt groeide uit tot een drukke handelswijk. Een kleine drie eeuwen na de opening van het Kanaal van Willebroek werd ook het Kanaal Charleroi-Brussel aangelegd. Koning Willem I, die onze contreien in die tijd bestuurde, gaf in 1826 het startsein voor de graafwerken. Twee jaar na de Belgische onafhankelijkheid was
het kanaal klaar en was er dus een verbinding tussen de haven van Antwerpen en het kolen- en industriebekken van Charleroi. Lastig was wel dat beide kanalen niet mooi op elkaar aansloten. Jacobs: “De Willebroekse Vaart kwam de stad binnen bij de Groendreef, aan IJzer dus. Het kanaal Charleroi-Brussel kwam aan bij Sainctelette. De schepen moesten dus twee keer een bocht van negentig graden maken. Niet te doen.”
DRUKTE EN STANK Om meer en grotere vaartuigen toe te laten werd rond 1830 het Kanaal van Willebroek wat uitgediept en kwam er in de binnenhaven nog het Groot Dok bij. Maar het was niet voldoende voor de steeds groter wordende schepen. Stilaan werd duidelijk dat de toekomst van de Brusselse haven niet in de binnenstad lag, maar buiten de Vijfhoek. Er werden plannen gemaakt voor een echte zeehaven aan Thurn & Taxis en verderop in Laken en Heembeek.
Intussen rees er bij de bevolking steeds meer verzet tegen de drukte, de stank en het gebrek aan hygiëne in de te krap geworden binnenhaven. Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw begon de Brusselse overheid dan ook met het dempen van de dokken, die eigenlijk toch niet meer voldeden. Eerst was het Katelijnedok aan de beurt. Daar verrees vanaf 1853 de huidige Katelijnekerk. Dertig jaar later werd het Koopliedendok, tussen de Brandhout- en de Baksteenkaai, drooggelegd om op die plek een nieuwe vismarkt te maken. Zo ging het door tot in 1911 de laatste dokken waren opgevuld. “Voor de binnenstad was het een vooruitgang,” aldus Jacobs. Pas begin twintigste eeuw werd er echt werk gemaakt van de nieuwe haven buiten de Vijfhoek. Het tracé van de Willebroekse Vaart werd zestig meter verlegd zodat ze mooi recht aansloot op het kanaal naar Charleroi en het Beco- en Vergotedok werden gegraven. De dokken waren klaar voor WO I, maar konden pas na de oorlog in gebruik worden genomen.
BRUZZ | BIG CITY
In de dokken werden bakstenen, brandhout, arduin, kalk en andere goederen afgeladen. Op de foto: de Baksteenkaai.
— BETTINA HUBO
VOLGENDE WEEK Van wie zijn de graffiti-initialen NA, die verspreid zijn over de hele stad? Lees en bekijk de antwoorden op de Big-Cityvragen via bruzz.be/bigcity 7 OKTOBER 2020
I 41
LES YELLOWSTRAPS SORTENT LEUR ALBUM DU LOCKDOWN
‘Le monde ne se souciait pas de nous, c’était libérateur’ FR
« Pendant le confinement, tout le stress a disparu et notre créativité a pris le dessus. » YellowStraps a fait passer la pilule du confinement avec Yellockdown, une mixtape sur laquelle les frères de la neo soul ont travaillé avec pas moins de seize musiciens et producteurs nationaux et internationaux. Ce ne sont donc pas les seuls artistes bruxellois à récolter les fruits de leur productivité en ces temps de corona. — TOM PEETERS
Le fait que les frères Yvan (à droite) et Alban Murenzi n’étaient pas dans la même bulle sociale ne les a pas empêchés de tirer profit de leur temps en confinement. La preuve avec leur nouvel album Yellockdown.
42
I
7 OKTOBER 2020
nous avons vu le duo donner encore un savoureux showcase au C12, où les jeunes se sont volontiers rapprochés de la scène pour ressentir en avant-première le groove soul langoureux de Goldress. Une série de concerts pour la sortie de l’album a suivi en février et début mars, mais à la mi-mars, tout s’est soudainement arrêté. La tournée européenne est tombée à l’eau. « Mais malgré les mesures strictes, nous ne voulions pas rester les bras croisés », explique le chanteur Yvan Murenzi sur Zoom. « Pendant un moment, nous avons pensé que tout notre travail avait été vain, mais nous nous sommes vite repris. Nous avons pensé qu’il serait préférable de continuer à faire et à diffuser de la musique. »
« Les défis artistiques que nous nous sommes imposés avaient pour but de rendre nos journées aussi intéressantes que possible » YVAN MURENZI
Son frère Alban, batteur et guitariste, précise : « Les annulations ont été un coup dur, mais comme tout le monde était dans le même bateau, nous avons su relativiser notre situation. Peu à peu, nous avons également découvert que l’isolement était parfois même un avantage, par exemple lorsqu’on veut joindre des artistes qui seraient trop occupés en temps normal. » Et le fait qu’Yvan et Alban n’étaient pas dans la même bulle sociale ne les a pas non plus empêchés de tirer profit de leur temps en confinement. « Nous ne nous sommes pas vus pendant deux mois », dit Yvan, qui vit seul et qui n’a revu son frère, qui vit avec des colocataires, qu’à la mi-mai. Ayant la vingtaine, ils ont la chance d’être habitués à la communication en ligne. « Nous avons travaillé avec les moyens que nous avions à disposition. Les défis et les limites artistiques supplémentaires que nous nous sommes imposés avaient pour but de rendre nos journées aussi intéressantes que possible. »
LA BULLE DE LA VISIOCONFÉRENCE L’un des défis que les frères ont dû relever avec Yellockdown était de travailler avec le plus grand nombre possible d’artistes dont ils sont euxmêmes fans. Les producteurs, musiciens et chanteurs invités étaient non seulement plus accessibles pendant cette période, mais aussi plus enthousiastes que d’habitude. Yvan parle d’un gros avantage. « Dans la course effrénée d’une sortie d’album, c’est dur de se consacrer à la création de nouvelles musiques», explique-t-il. « On est constamment distrait. Là, il n’y avait que cette musique, rien d’autre. Pas de sorties le soir. Pas d’amis qui vous proposent d’aller boire un verre. Nous avons pu nous concentrer sur de nouveaux morceaux du matin au soir. Quand on a compris qu’on était dans une situation privilégiée, cela a boosté notre créativité. De plus, tout le monde semblait chercher des projets pour donner un sens à ses journées. Comme nous, les quelques artistes qui ont refusé notre offre de travailler ensemble voulaient profiter de ce moment pour se concentrer sur leur propre matériel (rires). Comme il s’agissait d’une pandémie mondiale, il nous a également été plus facile de mettre en place des collaborations internationales. Par exemple, notre collab avec Jae Luna, qui vit à Los Angeles, s’est très bien passée malgré le décalage horaire. Yellockdown est la preuve qu’il y a toujours de l’espoir et que l’on peut continuer à être créatif dans les moments difficiles, même si le secteur culturel est paralysé par le gouvernement. » La mixtape finale, dont neuf titres sont déjà sortis au printemps sur les plateformes en ligne, contient des featurings avec des artistes des États-Unis, d’Angleterre, de France, des Pays-Bas,
7 OKTOBER 2020
▼
P
endant le confinement, certains artistes ont été plus productifs que jamais. Tous leurs engagements étaient annulés. Même un perfectionniste comme le pianiste Kris Defoort, qui continue à travailler normalement jusqu’au jour de l’échéance, a terminé son nouvel opéra pour La Monnaie (qui allait être reporté d’un an) un mois plus tôt que prévu. Alex Koo, lui aussi, a déclaré dans ces colonnes n’avoir jamais été aussi productif. Peu importe le type de musique. Tout le monde était dans le même bateau. Prenez le jeune talent du rap bruxellois Frenetik, qui a terminé son EP Brouillon pendant la période du confinement. Il a dit que c’était la meilleure année qu’il ait jamais connue. Il avait besoin du bouton pause, enclenché par le coronavirus, pour d’abord se remettre en question et ensuite se concentrer sur ce qu’il pensait être vraiment important. Le titre ‘Virus BX-19’ est la conséquence directe de ce regard plus lucide. D’autres ont également exprimé leur peur et leur trouble dans des chansons spéciales corona, qu’ils ont diffusées en ligne, car plus que jamais, Internet était la nouvelle norme sociale. Des petits écrans avec des visages sur l’ordinateur étaient aussi le lot quotidien des frères Murenzi. Après les chansons corona, leur Yellockdown Project est le premier véritable album du lockdown bruxellois. Passer soudainement à la vitesse supérieure – de la déception causée par l’annulation de concerts à une productivité sans précédent – n’a pas été une sinécure. Fin janvier,
I 43
▼
© FRANÇOIS DUBOIS
LES YELLOWSTRAPS SORTENT LEUR ALBUM DU LOCKDOWN
BRUZZ | INTERVIEW
d’Allemagne et d’Islande, ainsi que quelques performances locales. Sur ‘Something’, la collaboration susceptible de devenir un tube avec DVTCH NORRIS et blackwave., la marque de fabrique des deux frères est mise à profit : sans renoncer à leur neo soul langoureuse et mélodique, ils se greffent sans effort sur l’habitat musical de leurs guests. Depuis fin mars déjà, des clips sur YouTube ont magnifiquement illustré le processus de production. Avec le recul, ils sont non seulement un témoignage vivant de la façon dont les chansons ont été créées, généralement à partir d’un rythme sur lequel les protagonistes inventent une mélodie, mais aussi de la façon dont les frères et leurs invités ont vécu leur confinement : dans le respect des distances sociales, en expérimentant et en dansant sur les quelques mètres carrés entre le bureau, le canapé et la chambre. Dans le clip de ‘Closer’, le morceau d’ouverture nostalgique enregistré avec Crayon, qu’Yvan et Alban appellent avec ‘Something’ le « moteur du projet », on peut même entendre les applaudissements de vingt heures pour les soignants. Bref, ce n’est pas sans raison qu’on appelle la musique des frères Murenzi de la R&B de chambre. « Au début, l’atmosphère particulière d’une vraie bulle de studio nous manquait avec ce télétravail, mais grâce à nos appels vidéo, nous avons quand même réussi à retrouver une sorte de proximité dans cette société du un-mètre-cinquante, ne serait-ce que parce que tout le monde était dans la même situation et qu’on était ensemble d’une certaine manière. »
EN FRANÇAIS ET À L’AISE Un autre défi important que les frères se sont fixé était de terminer chacun des 13 nouveaux titres en 24 heures. « Nous voulions travailler rapidement pour ne pas perdre notre concentration »,
Yellowstraps 2000 Les frères Alban et Yvan Murenzi, nés au Rwanda, s’installent définitivement en Belgique, à Braine-l’Alleud. 2013 Après une expérience dans des groupes de reprises en anglais, une collaboration avec un ami d’enfance, Fabien Leclercq alias Le Motel, est le prélude à leur propre formation neo soul : YellowStraps. 2014 Ils sont proclamés « groupe le plus prometteur » aux Elektropedia Awards. 2015 Leur premier EP Whirlwind Romance est suivi de Mellow et Blame et d’une remise en question de la formation du groupe. 2020 Sur Goldress, les frères se présentent à nouveau comme un duo, confirmé par leur récent Yellockdown Project.
Pour les frères Alban (à gauche) et Yvan, la pandémie a favorisé les collaborations internationales avec des artistes des États-Unis, de France, d’Islande, etc.
dit Alban. « Par la suite, il y a eu un peu de mixage, mais les chansons elles-mêmes - les rythmes, les mélodies, les voix - devaient être là en un jour (et une nuit). » Après leur collaboration avec Roméo Elvis, qui a donné une visibilité supplémentaire à la carrière des YellowStraps en 2016, on entend à nouveau Yvan chanter en français à plusieurs reprises. « J’ai effectivement relevé de nouveau ce défi », répond-il. « Ça m’a toujours fait un peu peur, mais maintenant, je le fais sans trop y penser. Si ça avait été pour un
LES RÉSIDENCES DONNENT LE TON DES SORTIES MUSICALES
Sous le label corona Lorsque les mesures de confinement furent assouplies, un certain nombre de lieux ont ouvert leurs portes pour mener à terme le surplus d’activité créatrice en ces temps de corona. Ces résidences donnent lieu, progressivement, à de nouvelles sorties. Les Ateliers Claus ont accueilli à partir du mois de juin des artistes en résidence. En juillet, le combo expérimental Razen 44
I
7 OKTOBER 2020
est venu pour un nouveau projet avec le batteur australien Will Guthrie, et le trio d’electronica Bepotel a également enregistré une
Schroothoop
trentaine de chansons. Le compositeur Ben Bertrand réalise actuellement des enregistrements pour le label maison. Dans un avenir proche, des résidences d’enregistrement suivront avec le trio de « junk jazz » Schroothoop, le duo expérimental lituano-bruxellois Ugne & Maria et le contrebassiste Soet Kempeneer, qui collaborera avec Bert et Stijn Cools. Kempeneer est également l’un des treize musiciens bruxellois à participer à l’album Come Hang II. Willem Malfliet, du groupe indépendant Woolvs,
album ordinaire, je n’aurais sans doute pas voulu le faire, mais sans objectif prédéfini, j’ai osé le faire. Le fait que les enregistrements se déroulent à l’aise est la plus grande différence avec l’avant-corona. Pendant le confinement, tout le stress a disparu et notre créativité a pris le dessus. Personne pour dire : vous devez faire ceci ou cela. Au contraire, le monde s’est arrêté et ne se souciait pas de ce qu’on faisait. C’était libérateur. » Finalement, c’est la production de ‘Si tu
a créé le concept l’année passée lorsqu’il était lui-même artiste en résidence à VOLTA. Cette deuxième édition a accueilli pendant l’été des talents locaux tels que le batteur Samuel Ber, le bassiste Lennart Heyndels et les chanteuses Nina Kortekaas et Justine Bourgeus pour un « hang » créatif. « Comme la spontanéité et la convivialité sont mises à rude épreuve en ce moment, nous voulions surtout créer du lien », explique Malfliet. L’album et le concert de sortie sont prévus pour janvier.
Esinam
Le Botanique a également mis sur pied des résidences d’été, chacune se clôturant par un mini-concert en streaming. Pour le collectif de jazz Yôkaï, cela a été le tremplin vers des enregistrements en studio en vue d’un nouvel album. L’objectif est que les
savais’, morceau sur lequel Yvan est accompagné par la voix du rappeur bruxellois Swing, qui s’est peut-être la mieux passée. « Cela faisait longtemps aussi qu’on voulait faire une chanson avec lui, mais on n’avait jamais eu le temps de concrétiser », dit Alban. Au début, les frères n’ont pas dit à leurs invités qu’ils travaillaient sur un album, juste qu’ils voulaient échanger de la musique et des idées. « L’idée de sortir un album mixtape n’est arrivée que lorsque la plupart des morceaux étaient déjà terminés », dit Yvan. « On s’est rendu compte que ce serait encore plus amusant de garder un souvenir physique de cette période étrange, un souvenir qu’on retrouverait plus tard en se disant : ‘On a quand même fait du bon boulot’ » (rires). Le nom (clin d’œil) Yellockdown était là dès le début. « On sait tout de suite de quoi il s’agit », poursuit Yvan. « Les morceaux en question évoqueront toujours l’atmosphère de cette période particulière, même s’ils n’en parlent pas explicitement. Mes chansons d’amour, en revanche, sont si universelles qu’on peut les appliquer aux relations humaines en général, et donc aussi à la façon dont elles ont été mises sous pression pendant la pandémie. » Après le confinement, les frères ont déjà donné quelques concerts en respectant les mesures anti-corona, et d’autres suivront bientôt. « Mais jouer à distance devant un public masqué est très bizarre. Cela ne change pas tout, mais cela change beaucoup. L’atmosphère est complètement différente. C’est quand même mieux que rien. On s’adapte, mais on espère toujours un retour rapide à la normale. »
YELLOWSTRAPS 20/10, 19.30, Botanique, www.botanique.be (livestream + miniconcert) sortie de l’album Yellockdown Project sur le label Haliblue Records depuis le 2/10
résidences d’automne, dont l’apothéose live pourra être suivie par un public restreint, se concentrent davantage sur de nouveaux matériaux. Curieux de savoir ce que cela donnera pour Blu Samu, Bombataz, Charlène Darling, Esinam, Nicolas Michaux, River Into Lake, SKY H1 et YellowStraps. Werkplaats Walter a orchestré des résidences cet été, en plus des Safe ‘N Sounddays le dimanche. En août, Geoffrey Burton, Jeroen van Herzeele, Alain Deval et le proprio Teun Verbruggen ont enregistré un album qui paraîtra sur le label Walter. À
venir bientôt les sessions d’Antoine Pierre, en solo et avec Next.Ape, Flat Earth Society & David Bovée et le trio a capella Brussels Vocal Project, qui expérimentera la nouvelle musique du batteur et compositeur américain John Hollenbeck. (TP)
Flat Earth Society & David Bovée
YELLOWSTRAPS LAAT BEDROOM R&B ZEGEVIEREN YellowStraps spoelt de ontgoocheling over de confinement door met Yellockdown, een mixtape waarvoor de neosoulbroers Alban en Yvan Murenzi met maar liefst zestien verschillende nationale en internationale muzikanten samenwerkten. “We konden ons plotseling van ’s morgens tot ’s avonds concentreren op nieuwe nummers.” Een van de uitdagingen die de broers aangingen, was samenwerken met zoveel mogelijk artiesten van wie ze zelf fan zijn, zoals de rapper Louis VI of de Britse bassist Rudi Creswick. De gastproducers, -muzikanten en -vocalisten waren in deze periode niet alleen beter bereikbaar, maar ook enthousiaster dan anders. De uiteindelijke mixtape bevat naast featurings met artiesten uit de VS, Groot-Brittannië, Frankrijk, Nederland, Duitsland en IJsland ook enkele lokale hoogvliegers, zoals de rappers Swing en DVTCH NORRIS, en het elektronische popduo blackwave. YouTubeclipjes brachten het productieproces erg fraai in beeld. NL
YELLOWSTRAPS LET BEDROOM R&B TRIUMPH YellowStraps is processing the disappointment of the confinement with Yellockdown, a mixtape for which neo-soul brothers Alban and Yvan Murenzi collaborated with no fewer than sixteen different national and international musicians. “We could suddenly focus on new songs morning, noon, and night.” One of the challenges that the brothers faced was to collaborate with as many artists as possible of whom they are fans, like the rapper Louis VI or the British bassist Rudi Creswick. The guest producers, musicians, and vocalists were not only more available during this period, but were also more enthusiastic than they might otherwise have been. In addition to featuring artists from the US, Great Britain, France, the Netherlands, Germany, and Iceland, the resulting mixtape contains a number of brilliant local stars, such as the rappers Swing and DVTCH NORRIS, and the electronic pop duo blackwave. Videos on YouTube lift the veil on the production process. EN
ANA TORFS
THE MAGICIAN & THE SURGEON
12 MAR. — 01 NOV. ’20
PALAIS DES BEAUX-ARTS BRUXELLES PALEIS VOOR SCHONE KUNSTEN BRUSSEL Rue Ravensteinstraat 23 1000 Brussels +32 2 507 82 00 / bozar.be
Copyright image: Ana Torfs, Sideshow, 2019 © Ana Torfs
23 SEPTEMBER 2020
Ana Torfs_Bruzz_74x290mm.indd 1
I 45
24/09/2020 13:37
KIPPEN VOELEN ZICH THUIS IN ELSENE
Kakelende Zazou verenigt de buren
met wijkgenoten. Mensen die elkaar voorheen niet kenden, werken nu samen in dit project en moeten afspraken maken.” “Het kippenhok moet ook een soort ontmoetingsplaats zijn,” zegt Van Hoef. “Om eerlijk te zijn, ben ik verbaasd over de positieve reacties van mensen die het project niet kennen en in het park passeren.” De gemeente wil dan ook snel een bordje met meer uitleg over de kippenren plaatsen bij het hek. De kippenren in het Viaductpark is de eerste collectieve kippenren in Elsene. Elders in Brussel zijn er wel gelijkaardige initiatieven. Zo haalt Leefmilieu Brussel voorbeelden aan in Watermaal-Bosvoorde (LogisFloréal), Sint-Agatha-Berchem (BLED) en Haren (Solidharen).
Sinds eind augustus wonen er zes kippen in het Viaductpark in Elsene. Enkele buurtbewoners begonnen het project, dat een ecologisch en sociaal doel heeft. Of hoe de eieren van Zazou fungeren als sociaal bindmiddel.
46
E
“
I
en grote dag vandaag,” is de aanhef van de e-mail die Willy Van Hoef op 22 september naar zijn buurtgenoten stuurt. “Zazou heeft haar eerste ei gelegd.” De melding van het voorlopige hoogtepunt van de buurtkippen van het Viaductpark in Elsene gaat gepaard met een uitgebreide omschrijving van de wijze waarop Van Hoef Zazou begeleid heeft in het legproces. De drie rubberen voorbeeldeieren blijken een cruciale rol te hebben vervuld. Zazou is de eerste van de zes kippen in de kippenren aan de rand van het Viaductpark die een ei legt. De bedoeling is uiteraard dat de andere snel volgen. Het gevogelte is sinds eind augustus thuis in het parkje aan het spoor, dat ingesloten ligt tussen de huizen aan de Troonstraat, de Viaductstraat en de Scepterstraat. Het project is opgezet door buurtbewoners en wordt ook volledig beheerd door hen. Behalve Van Hoef (67) zijn Christine Flasschoen (63) en Michaël Delhaye (33) de dragende krachten van de buurtkippenren. Alle drie zijn ze ook actief in het buurtcollectief Re:scept. Van Hoef regelt de meeste praktische zaken en was verantwoordelijk voor de subsidieaanvraag, Flasschoen ontwierp de kippenren en Delhaye 7 OKTOBER 2020
CIRCULARITEIT
organiseert het beurtrolsysteem voor de buurtbewoners om de kippen te voeren en het hok schoon te maken. Alle andere zaken die geregeld moeten worden, verdelen ze onderling.
Want, zoals Delhaye al direct benadrukt: “Een buurtkippenren draait niet alleen om de kippen.” De mensen die betrokken zijn bij het project, zijn minstens even belangrijk. “Het gaat ook om samenleven
“Mensen die elkaar voorheen niet kenden, werken nu samen in dit project en moeten afspraken maken” MICHAËL DELHAYE Mede-initiatiefnemer kippenren in Elsene
Behalve de bevordering van de sociale cohesie in de buurt, hebben de buurtkippen nog andere doelen. De verse scharreleieren die de kippen leggen, zijn uiteraard het meest tastbare product. Op termijn hoopt het comité in Elsene op 36 eieren (zes per week per kip) per week. Maar er is meer. “Circulariteit is een belangrijk thema,” aldus Delhaye. “Refresh, het ecologisch geëngageerde restaurant in de Scepterstraat, gebruikt producten die niet verkocht geraakten op de biomarkt op het Luxemburgplein. Alles wat zij op hun beurt niet kunnen gebruiken, voeren we aan de kippen.” En het gaat nog verder: “De uitwerpselen van de kippen belanden in de compostbakken van een ander burgerproject in het park.
▼
B R U Z Z | R E P O R TA G E
— THIJS ROELEN, FOTO’S BART DEWAELE
Gemeente: ‘Project is een meerwaarde’ De gemeente Elsene ziet de buurtkippenren als een ondersteuning voor de recyclageboodschap die ze graag wil overbrengen, zegt bevoegd schepen Audrey Lhoest (Ecolo). De gemeente kende een subsidie van 3.900 euro van Leefmilieu Brussel toe aan het project om het hok te kunnen bouwen.
Daarnaast waren gemeentemedewerkers verantwoordelijk voor de installatie van de vossen-veilige vloer van de kippenren en de omheining van de kippenhoek in het park. “Mensen moeten zoveel mogelijk recycleren,” zegt Lhoest. “Dat draagt dit project uit. Daarnaast is dit
project goed voor de sociale cohesie in de buurt. Wij zijn er heel blij mee als gemeente.” Aan de subsidie en de lokalisering van het project in een publiek park, waren ook wat eisen van Lhoest verbonden. “Zo’n project vergt wel een commitment van de verantwoordelijken. We hadden al snel door
dat er veel mensen bij betrokken waren: een goed teken. We denken dat dit collectief solide genoeg is en zich voor de lange termijn engageert. Het dossier voldeed aan alle voorwaarden. En als je de kippenren nu bekijkt, is ze prachtig geïntegreerd in het park. Het is echt een meerwaarde.”
B R U Z Z | R E P O R TA G E Initiatiefnemers Willy Van Hoef (achteraan), Christine Flasschoen en Michaël Delhaye: “Het draait niet alleen om kippen.”
7 OKTOBER 2020
I 47
KIPPEN VOELEN ZICH THUIS IN ELSENE
▼
B R U Z Z | R E P O R TA G E
Twee kippen hebben al een naam, voor de andere mogen de kinderen uit de wijk namen bedenken.
Met die compost kunnen we op termijn weer onze eigen nieuwe groenten kweken.” Daarnaast zijn de kippen ook een manier om de lokale jeugd meer vertrouwd met de natuur te maken. “Er zijn al verschillende scholen komen kijken,” meldt Van Hoef trots. “Ik maak er een erezaak van om hen iets bij te brengen over de dieren en de natuur.” De dieren zelf kakelen ondertussen vrolijk voort, zich niet bewust van de functies die zij toebedeeld krijgen van hun voedselvoorzieners. Opvallend: de enige haan in het Viaductpark is van plastic en geeft met zijn snavel de windrichting aan. In de meeste gemeenten is het verboden om hanen te houden vanwege geluidsoverlast, meldt Leefmilieu Brussel op zijn website. “En in andere gevallen moet je een aanvraag doen die toch standaard wordt afgewezen,” weet Flasschoen. Daarom staan er in Elsene twee bruine Garrisons, twee bruin met witte Warrens en twee zwarte 48
I
7 OKTOBER 2020
“Er zijn al verschillende scholen komen kijken. Ik maak er een erezaak van om hen iets bij te brengen over de dieren en de natuur” WILLY VAN HOEF Mede-initiatiefnemer kippenren in Elsene
Harco’s. Alleen Zazou en Dora – vanwege haar exploratieve karakter – hebben voorlopig een naam. De kinderen die meedoen aan het project mogen nog namen bedenken voor de andere kippen. Op termijn is het de bedoeling om naar tien kippen te gaan. “Volgend jaar zullen we er misschien twee bijnemen en een jaar later nog twee,” voorspelt Delhaye. Het ruime kippenhok, de volière en het terrein eromheen zijn daar groot genoeg voor. De kippen hebben een droog en overdekt hok in het midden van de ren, waarin zij ’s nachts slapen en hun eieren
kunnen leggen. Het hok gaat ’s avonds dicht met een automatische deur, zodat de kippen veilig en rustig kunnen slapen. Als het licht wordt, gaat de deur open en kunnen de kippen in de ruime, driehoekige volière die volledig afgemaakt is met gaas. Als er een buurtbewoner aanwezig is, kunnen de dieren hier nog uit om in hun deel van het park vrij rond te lopen. Ook daar staat een hek omheen. De architecte van het prachtige hok, is Flasschoen. Hoewel ze nog nooit een kippenren had gebouwd, hielp haar ervaring als podiumontwerpster. “Door de Covidcrisis hebben we een
versnelling hoger kunnen schakelen,” zegt Van Hoef. “Christine had geen werk en twee timmermannen in dezelfde situatie hebben ons vrijwillig geholpen.”
WEZENS MET SLECHTE INTENTIES “Ik heb me gebaseerd op bestaande vormen,” vertelt Flasschoen over haar ontwerp, dat ook door schepen Audrey Lhoest (Ecolo) enthousiast onthaald werd (zie kader). “De driehoekige volière leek me vooral interessant omdat het eten zo beschermd is voor vogels die dat zouden willen stelen.” Verder was het belangrijk dat het hok waarin de kippen overnachten te allen tijde droog blijft. “Daarom hebben we dat verhoogd,” zegt Flasschoen. “En het eerste stuk volière naast het huisje is daarom overdekt met doorzichtig plastic en niet met gaas.” Ook aan bescherming tegen vossen en andere wezens met slechte intenties is gedacht: de gemeente heeft gaas ingegraven en afgemaakt met stenen boorden.
Alle hekken zijn afgesloten met hangsloten. Het park zelf sluit ’s avonds ook, en wanneer het geopend is, is er altijd een parkwachter aanwezig.
VOORBEELD UIT QUÉBEC En natuurlijk komen de buurtbewoners zelf regelmatig een bezoek aan hun nieuwe buurtgenoten brengen. Het is de bedoeling dat zowel ’s ochtends als ’s avonds iemand eten en drinken komt geven en eventueel eieren verzamelt. Om dat te organiseren, is iedere week een andere groep verantwoordelijk. In totaal zijn er zestien groepen, die bestaan uit twee of meer gezinnen uit de buurt. “De werking met een beurtrolsysteem hebben we afgekeken van een gelijkaardig project in Québec,” zegt Van Hoef. “Wij drie zorgen dat er altijd voldoende eten en schoonmaakspullen beschikbaar zijn, maar verder moeten de groepen alles zelf regelen. Er wordt een dagboek bijgehouden, zodat we kunnen zien hoeveel eieren er gelegd worden. Op zondag worden de sleutels doorgegeven aan de volgende groep.” En de eieren? “Nu het er nog niet zoveel zijn, zal iedere groep ze wel zelf houden,” verwacht Van Hoef. “Maar als de productie echt naar 36 per week gaat, verwachten we dat ze tussen groepen onderling uitgewisseld zullen worden: nemen jullie er deze week zes van ons, dan krijgen wij er volgende week ze terug.” Delhaye: “Dat is precies de sociale cohesie waar ik het over had.” Eieren als sociaal bindmiddel, zo simpel kan het blijkbaar zijn.
UN POULAILLER COLLECTIF Six poules vivent dans le parc du Viaduc à Ixelles depuis la fin du mois d’août. Il s’agit d’une initiative citoyenne dans le cadre de laquelle les habitants se relaient pour s’occuper des animaux pendant une semaine et récupérer leurs œufs. Le nouvel enclos a été conçu par Christine Flasschoen (63 ans), l’une des initiatrices du projet. La commune d’Ixelles a alloué un subside de 3.900 euros de Bruxelles Environnement au projet : « Les gens doivent recycler le plus possible », déclare l’échevine d’Ixelles Audrey Lhoest (Ecolo). « De plus, c’est positif pour la cohésion sociale du quartier. La commune ne peut que s’en réjouir. » Au total, 16 familles du quartier y participent. FR
A COLLECTIVE CHICKEN RUN At the end of August, six chickens took up residence in the Viaduct Park in Elsense. This is a citizens’ initiative whereby local residents take turns looking after the chickens for a week and get to keep their eggs. The municipality of Elsene awarded the project a subsidy of 3900 euro from Building Brussels Environment: “People should recycle as much as possible,” Elsene councillor Audrey Lhoest (Ecolo) says. “The municipality supports the project wholeheartedly.” In total, sixteen families from the area are taking part. Once production has increased (they’re expecting 36 eggs per week), the eggs are expected to function as a social binding agent. EN
IFO,, USA 2017 – © Kevin Jerome Everson ; courtesy the artist ; Trilobite-Arts DAC ; Picture Palace Pictures
De kippenren is een ontwerp van Christine Flasschoen, die ervaring heeft als podiumontwerpster.
#agedor #meetthefilmakers
Kevin Jerome
Everson En collaboration avec ⁄ In samenwerking met Courtisane
01.10 > 08.11 ⁄ CINEMATEK
VERSION RESTAURÉE ⁄ GERESTAUREERDE VERSIE
Chantal Akerman Jeanne Dielman, 23 quai du commerce, 1080 Bruxelles 27.09 > 31.11 ⁄ FLAGEY
www.cinematek.be
BEWONERS TIVOLI MISSEN ONDERSTEUNING VAN CITYDEV
Voorbeeldwijk kan niet alle verwachtingen inlossen
xxxx
50
I
7 OKTOBER 2020
Anderhalf jaar geleden streken vierhonderd gezinnen neer in de nieuwe duurzame wijk Tivoli-GreenCity in Laken. Veel bewoners zijn blij met hun nieuwe stek. Maar van een ecologische en sociale voorbeeldwijk hadden sommigen toch iets meer verwacht. “Er zijn kansen gemist.” — BETTINA HUBO, FOTO’S SASKIA VANDERSTICHELE
I
▼
nitiatiefnemer Citydev legde de lat hoog voor de bouw van deze wijk. Voor het gewestelijke stadsontwikkelingsbedrijf moest Tivoli een voorbeeldwijk worden, een architecturaal aantrekkelijke woonbuurt midden in een verouderd stadsdeel, met gesubsidieerde koopwoningen, maar ook sociale huurappartementen, en met ruimte voor economische bedrijvigheid. Ook op het vlak van ecologie en sociale samenhang reikten de ambities ver. “Tivoli wordt niet alleen ons grootste project, maar ook het meest ambitieuze qua duurzaamheid,” zei Citydev-ceo Benjamin Cadranel destijds. De vijf witte woonblokken die verrezen, zijn een mix van nulenergie- en passiefwoningen. Ze zijn voorzien van zonnepanelen, groendaken en een waterrecuperatiesysteem en zijn aangesloten op een collectief verwarmingsnet. Kers op de taart is de experimentele serre boven op een van de blokken. Om de sociale cohesie te bevorderen werden de gebouwen, althans die met de koopwoningen, uitgerust met gemeenschappelijke waslokalen, binnentuinen en dakmoestuinen. Elke koper moest ook een charter ondertekenen waarin hij zich ertoe engageerde de waarden van de wijk – duurzaamheid,
7 OKTOBER 2020
I 51
▼
BEWONERS TIVOLI MISSEN ONDERSTEUNING VAN CITYDEV
participatie en convivialiteit – te respecteren. Met een groots openingsfeest – zelfs de koning was van de partij – leverde Citydev het nieuwe woonkwartier vorig jaar in april af aan de duizend nieuwe bewoners. Vandaag oogt Tivoli nog steeds fonkelnieuw. Het contrast met de aangrenzende drukbevolkte en rommelige Bockstaelbuurt is groot. Het is een rustig wijkje, met weinig autoverkeer. De nieuw aangelegde wegen worden vooral gebruikt door fietsers en voetgangers.
In de wijk zijn er ondergrondse afvalcontainers.
KINESIST EN KERAMIST
B R U Z Z | R E P O R TA G E
Het was de bedoeling dat de bewoners allerlei faciliteiten binnen handbereik zouden hebben. Er zijn inderdaad verschillende scholen in de omgeving en op de site zelf zijn er twee crèches. Voorts hebben er zich inmiddels een artsenpraktijk, een kinesist, een logopedist, een orthodontist en ook een keramiste gevestigd. Met winkels en cafés lukt het niet zo goed. Het hoekpand dat op de plannen en in het promofilmpje aangeduid stond als gezellig cafeetje met vrolijke rode parasols, raakt maar niet verkocht. De lege horecaruimte kijkt uit op de Tuin der Rechtvaardigen, het plein met de hoge, oude platanen waaromheen de hele wijk gebouwd is. Een man, beladen met twee boodschappentassen, wil er net zijn huurappartement op de gelijkvloerse verdieping binnengaan. Of hij tevreden is met zijn nieuwe woonplek? “Zeker wel,” zegt hij. “Ik huurde voorheen in de Modelwijk in Laken. Dan is dit veel beter.” Aan de overkant van het plein komt een dertiger met zijn jonge zoon achter op de fiets uit de poort van blok 1. “In ons gebouw zijn er toch serieus wat problemen,” steekt hij van wal. “Als het regent, stroomt de parking onder, waardoor de liften defect gaan.” Ook werkt een aantal gemeenschappelijke voorzieningen volgens hem niet naar behoren. “De collectieve dakmoestuin van ons gebouw wordt amper gebruikt. Niet iedereen heeft er toegang toe. Ook staat de fameuze dakserre leeg. En nergens in de wijk functioneert het
“De lege waslokalen zijn illustratief voor wat hier misgelopen is” FINN VAN DINTER Bewoner Tivoliwijk 52
I
7 OKTOBER 2020
waterrecuperatiesysteem. Voor een voorbeeldproject dat met medailles overladen wordt, is dat tamelijk ontgoochelend.” Hij verwijst naar de vele prijzen en awards die het Tivoliproject ondertussen gekregen heeft en die ervoor zorgen dat de wijk zeer regelmatig bezocht wordt door binnenen buitenlandse delegaties van stedenbouwkundigen. Voorts blijkt de buurt te maken te hebben met typische grootstadsproblemen als vandalisme en inbraken. “Vannacht hebben ze nog geprobeerd mijn fietsslot door te zagen.” De elegante ondergrondse afvalcontainers, die de vuilniszakken uit het straatbeeld moeten weren, zijn dan weer het doelwit van sluikstorters. Al bij al dus toch wel wat frustraties. “Maar voor het overige is het hier heel tof. Mijn appartement is mooi en goed geïsoleerd. Op het vlak van prijs-kwaliteit is het onklopbaar.” Ook de buurt vindt hij heel prettig. “Mijn kinderen kunnen voor de deur spelen, om de hoek is een fijne biomarkt in Be-Here (de nieuwe naam van Byrrh, red.), er is sinds kort weer een buslijn naar het centrum en er komt een nieuwe doorgang naar het park van Thurn & Taxis.” Ook Marleen Maldeghem is nog altijd blij dat zij een betaalbaar appartement in deze wijk heeft kunnen kopen. “Je krijgt hier zeker waar voor je geld,” zegt ze. De koopwoningen van Citydev zijn allemaal gesubsidieerd. De kopers betalen zeventig procent van de marktprijs. “Ik stond al tien jaar op de lijst. Toen ik hoorde dat ik in aanmerking kwam voor een appartement in deze ecologische voorbeeldwijk was ik laaiend enthousiast.” Ze woont in het gebouw met de dakserre. Dat die serre leegstaat, betreurt ze. “Tot voor kort zat Skyfarms erin, een bedrijfje dat her en der in de stad collectieve moestuinen opzet en in de serre plantjes kweekte voor de dakmoestuinen en leuke vormingen gaf aan de bewoners.” Als landschapsarchitecte apprecieert ze de waterdoorlatende bestrating in de wijk, de groendaken en de keuze om natuurlijke begroeiing op de trottoirs en langs de gevels toe te laten – “onkruid bestaat niet”. Maar ze vindt het erg jammer dat de waterrecuperatiesystemen niet functioneren. “Toch wel belangrijk in een ecologisch project.” Normaal gesproken zou het regenwater worden opgevangen en gebruikt
worden om de toiletten door te spoelen en de tuinen te besproeien. Ook het licht vervuilde huishoudelijke water zou in een apart circuit gezuiverd en hergebruikt worden. Het is de reden waarom de bewoners voor de afwas en schoonmaak biologisch afbreekbare producten moeten gebruiken. “Vraag is of ze dat zullen blijven doen als het systeem toch niet werkt,” zegt Maldeghem. Ook mist ze een café of een andere polyvalente ruimte voor de hele wijk. “Hier wonen behoorlijk wat singles en alleenstaande ouders. Zo evident is het niet om contacten te leggen.” Bovendien schieten de gezamenlijke wasplaatsen hun doel voorbij. “Toen ik tekende voor deze woning zag ik mijzelf samen met andere bewoners onderbroekjes vouwen in het waslokaal.” Maar na de verhuizing bleek de wasplaats wel te zijn voorzien van water en elektriciteit, maar niet van wasmachines. Die moesten de bewoners zelf nog aankopen. “Maar zoiets is niet in een-twee-drie collectief beslist en geregeld. Ik heb vier maanden gewacht en toen maar zelf in mijn berghok een machine geïnstalleerd.” Ondertussen heeft de raad van mede-eigenaars van haar blok een gemeenschappelijke wasmachine gehuurd. Maar het toestel wordt amper gebruikt. Het kale, met neon verlichte waslokaal dient dan ook hoofdzakelijk voor de maandelijkse apéro van het gebouw.
GEDROPT Ook wat verderop in blok 4 wordt niet collectief gewassen. In de wasruimte is geen machine te bespeuren. “De lege waslokalen zijn illustratief voor wat hier misgelopen is,” zegt bewoner Finn Van Dinter. “Toen wij intekenden op dit sociale en groene project werd het ons gepresenteerd als een participatief proces. We dachten dus dat we de wijk samen zouden vormgeven en op voorhand mee zouden kunnen nadenken over de invulling van de gemeenschappelijke ruimten, zoals de waslokalen, de dakterrassen en de binnentuinen. Maar dat is niet gebeurd. Vierhonderd gezinnen die elkaar niet kenden, werden hier gewoon gedropt.” Van Dinter vindt het een gemiste kans. “Tussen het moment dat we tekenden en het ogenblik dat we hier effectief kwamen wonen, lag een periode van twee jaar. In die tijd hadden er stappen gezet kunnen worden om de sociale cohesie op gang te brengen. Citydev hoefde dat
De experimentele dakserre staat leeg.
niet noodzakelijk zelf te doen, maar had bestaande verenigingen uit de buurt of de toekomstige bewoners zelf kunnen aanspreken. Er zijn genoeg geëngageerde mensen die zich hiervoor hadden willen inzetten. Als er zo’n intensief traject was geweest, dan hadden we bijvoorbeeld ook mee kunnen beslissen over het beheer van de zonnepanelen en de serre. Nu worden de zonnepanelen de eerste tien jaar geëxploiteerd door een externe firma en wordt de energie alleen gebruikt voor de gemene delen. En de serre werd gewoon weggegeven aan Skyfarms zonder dat wij er iets over te zeggen hadden.” “Citydev zag ons als consument, niet als medeontwerper,” besluit Van Dinter. “We zouden hen onze beleving en ervaring heel graag meegeven, zodat een volgende bouwproject wel een vliegende start krijgt.” Volgens Citydev-ceo Cadranel zal er binnenkort een tevredenheidsonderzoek onder de bewoners gebeuren. Hij erkent dat het waterrecuperatiesysteem niet functioneert. “De waterdruk is te laag, zodat er pompen zullen moeten worden geïnstalleerd, een dure grap. Maar de promotor, Parbam, neemt zijn verantwoordelijkheid en wil het euvel oplossen, net als het probleem met de waterinsijpeling in de garage. We willen dat het werkt.” Ook zit Cadranel ermee verveeld dat Skyfarms is weggetrokken. “Ze hadden een contract voor drie jaar, maar hebben dat eenzijdig verbroken omdat ze door de coronacrisis in moeilijkheden waren gekomen. Wij willen nu mee helpen zoeken naar een nieuwe invulling van de serre. Tenminste als de bewoners onze hulp wensen, de serre behoort hen toe.”
Cadranel vindt dat er wel participatie is geweest. “Zeker vooraf, in de vergunningsfase, maar ook later. Er waren informatiesessies voor de bewoners, we hebben een feest georganiseerd waaraan de bewoners konden deelnemen en binnenkort komt er een kunstwerk waarover de bewoners mee mogen beslissen. Je kan dus moeilijk zeggen dat we niets gedaan hebben.”
PATERNALISTISCH Maar hij geeft toe dat Citydev geen stappen heeft gezet om de toekomstige bewoners te verbinden. “We hebben dat ook nooit beloofd, wel hebben we gezegd dat we de wijk zo zouden ontwerpen dat de bewoners elkaar gemakkelijk kunnen ontmoeten. Verder wilden we niet gaan, we vonden dat het niet aan ons was om de sociale cohesie in de wijk te creëren. Dat zou paternalistisch geweest zijn. We wilden Tivoli ook niet isoleren van de rest van de buurt. We zien nu dat de Tivoliens zelf het heft in handen nemen en allerlei zaken organiseren om het samenleven te bevorderen. Daar zijn we heel blij om.” En de ongebruikte wasplaatsen? “Ik besef dat de communicatie over de wasmachines veel beter had gekund. Tivoli is een goed project, maar het is niet perfect. Voor ons is deze wijk ook een soort laboratorium. We testen een aantal zaken uit. De gemeenschappelijke wasplaatsen zijn een experiment waaruit we zullen leren, met de bedoeling het de volgende keer beter te doen. Daarom zou ik graag een universitaire langetermijnstudie willen laten uitvoeren naar dit project: wat werkt wel, wat niet?”
L’HEURE DU BILAN POUR LE QUARTIER TIVOLI Au printemps de l’année dernière, quatre-cents familles se sont installées dans le nouveau quartier Tivoli-GreenCity à Laeken. L’initiateur Citydev avait placé la barre très haut pour ce projet de construction. Tivoli était censé être un quartier durable exemplaire, un quartier vert avec une forte cohésion sociale. Aujourd’hui, un an et demi plus tard, de nombreux habitants sont satisfaits de leur nouveau lieu de vie. Mais certains attendaient un peu plus de ce quartier exemplaire sur le plan écologique et social. Par exemple, les systèmes de récupération d’eau de pluie et des eaux ménagères ne fonctionnent pas, il n’y a pas de machines à laver dans les buanderies collectives et la serre expérimentale sur le toit est vide. « Des occasions manquées. » FR
EVALUATING THE TIVOLI NEIGHBOURHOOD In spring 2019, four hundred families arrived in the new Tivoli-GreenCity neighbourhood in Laken/Laeken. The project coordinator Citydev had set the bar of this construction project high. Tivoli was to be a sustainable model neighbourhood, a green area with a strong social cohesion. Today, a year and a half later, many of the residents are very happy with their new homes. But some had expected more from an ecological and social model housing project. For example, the systems for rainwater and grey water reuse don’t work, there are no washing machines in the collective laundry rooms, and the experimental roof greenhouse is empty again. “Opportunities have been missed.” EN
7 OKTOBER 2020
I 53
COLOFON
Nick Trachet
BRUZZ Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65 ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80 Gratis in Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België: 25 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393 van Vlaams Brusselse Media vzw Buiten België: 30 euro per jaar.
Pladijs
OPLAGE OPLAGE : 62.609 exemplaren. ADVERTEREN? Marthe Paklons, 02-650 10 61 sales@bruzz.be DISTRIBUTIE Ute Otten, 02-650.10.63, ute.otten@bruzz.be ALGEMENE DIRECTIE Dirk De Clippeleir
Nick Trachet Brusselaar die de stad en de wereld culinair ontdekt
BRUZZ | TRACHET
Ik moet het weer hebben over de pladijs. Dat komt omdat de Vlam het beestje alwéér heeft uitverkoren tot vis van het jaar. Ik kan er ook niet aan doen. Nu goed, ik ben een groot liefhebber van pladijs (Pleuronectes platessa). Het is de coryfee onder de Noordzeevissen. Maar ik heb er nu al zo vaak over geschreven, hoe kan ik nog meer de lof van het plat zijn bezingen? Platvissen behoren tot onze cultuur. De tong is al een paar eeuwen geschikt voor tafels van koningen en bankiers, ook al vissen we die net als de pladijs in onze bescheiden ondiepe Noordzee. De plebejische pladijs heeft meer karakter, meer smaak. Waarom hij dan voorbijgestoken werd door de eerste? De tong (Solea solea) heeft steviger vlees en bewaart beter, goed nieuws voor de rijkelui die ver van de zee wonen. Daarbij heeft hij een meer neutrale smaak, een smaak die de saus van de chef niet tegenwerkt. Met een tong doe je wat je wilt. Een pladijs moet je met respect behandelen. Er komen nu allerhande bereidingen van grote chefs op u af op basis van pladijs: meestal ligt de focus dan weer op saus, garnituur of presentatie, maar de eenvoudige pladijs vraagt daar geenszins om. Gedenk het oude Vlaamse gezegde: een vis moet driemaal zwemmen: eerst in de zee, dan in de boter en ten slotte in de wijn. Pladijs en boter lijken wel voor elkander geboren. Die wijn hoort daarna in het glas, niet in de pan. En vooral: een pladijs moet op zijn vel worden bereid. Je kan je niet voorstellen hoe lekker het vel van een ploate is, zeker het zwarte vel! Haal een pladijs per persoon uit de koeling en laat ze in de openlucht op kamertemperatuur komen. Wrijf ze dan droog. Of je ze door de bloem (met kruiden en peper) wentelt, moet je zelf weten: de durvers doen het zonder.
De hele reeks nalezen? bruzz.be/trachet 54
I
7 OKTOBER 2020
Laat nu een flatgebouw boter (we zijn in gedachten toch aan de kust) kissen in een hete pan. Wanneer het schuim verdwijnt, vlij je de vissen in het dampende vet. De vis koelt de boter zodat die niet gaat verbranden. Bak ze eerst op de zwarte kant, die moet extra karamelliseren in de hitte van de boter. Na een paar minuten – je kijkt naar de zijkant, als die begint te kleuren – draai je de visjes om met een spatel. Laat nu garen op de witte kant, de minst interessante. De vis is klaar als een voorzichtige prik je laat zien dat het vlees van de pladijs van de graat glijdt. Schep desnoods nog wat verse boter over de vis, alleen voor de smaak. Werk af met wat gehakte peterselie en hou een part citroen bij de hand. Hier horen frietjes bij en een groen slaatje, maar dat kan ook op een ander moment. Zo’n kunstwerk van een vis mag je met de handen eten. Maar onze voorouders vonden precies voor de platvissen een speciaal alaam uit: het visbestek. Daarmee schep je de filet netjes van de graat. Platvissen hebben trouwen geen kleine venijnige graatjes, dat scheppen geeft je dus een mooi stuk visvlees, plus het sublieme gebakken vel. Sommigen vinden een visbestek nogal belachelijk. Het werd bijna tweehonderd jaar geleden uitgevonden in de Britse bourgeoisie, en de hogere klassen dreven er daarom de spot mee. Maar die dingen werken wel, in het bijzonder voor onze platvissen. Als je er geen bezit, is het ook geen ramp. Mijn moeder kocht ergens in de jaren zestig pladijzen in Oostende en de visvrouw nam haar toen terzijde: “Je moet dat eten met een koffielepeltje.” Inderdaad, het vlees onder het vel is wit en romig. Gewoon oplepelen. Smakelijk.
“Met een tong doe je wat je wilt. Een pladijs moet je met respect behandelen”
HOOFDREDACTIE Kristof Pitteurs (algemeen hoofdredacteur), Mathias Declercq CULTUUR & UIT Gerd Hendrickx REDACTIE Nathalie Carpentier, Eva Christiaens, Sara De Sloover, Kris Hendrickx, Bettina Hubo, Jasmijn Post, Kurt Snoekx, Sophie Soukias, Roan Van Eyck, Steven Van Garsse, Maarten Verdoodt, Tom Zonderman MEDEWERKERS Nicolas Alsteen, Gilles Bechet, Michaël Bellon, Patrick Jordens, Tom Peeters, Thijs Roelen, Niels Ruëll, Nick Trachet, Tom Van Bogaert, Michel Verlinden EINDREDACTIE Karen De Becker, Geert Van der Hallen, Sophie Soukias VORMGEVING Heleen Rodiers, Ruth Plaizier VERTALING John Arblaster, Frédérique Beuzon, Martin McGarry, Laura Jones FOTOGRAFIE & ILLUSTRATIE Bart Dewaele, Kim, Wauter Mannaert, Noémie Marsily, Steve Michiels, Ivan Put, Saskia Vanderstichele, Wide Vercnocke VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Kristof Pitteurs Flageyplein 18, 1050 Elsene. Bruzz is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw, wordt gedrukt op de persen van Eco Print Center (DPG Media) en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
MELD NIEUWS Zelf nieuws gespot? Tips zijn altijd welkom via bruzz.be/meldnieuws Persberichten kunnen via redactie@bruzz.be
VOER UW EVENEMENT IN OP ENCODEZ VOTRE ÉVÉNEMENT SUR ENTER YOUR EVENT ON www.agenda.brussels
WWW.BRUZZ.BE
DB623070I9
www.hotel-belle-epoque.be
HOTEL AANKOOP
Rustig pleintje, strand, station, winkels 250m, warm onthaal, luxe ontbijt, kamer met tv, WiFi, frigo, waterkoker.
nertspels (bontjassen) ■ parels oude merkhorloges ■ oud goud zilveren en gouden munten ■ tin tandgoud ■ allerlei zilver porselein ■ zijden tapijt rode koralen ■ edelstenen schilderijen (16e - 17e - 18e E) merkhandtassen ■ diamanten
050/68 06 80
DB672096G0
Lokaal Bestuur Machelen zoekt enthousiaste collega’s (m/v)
BLANKENBERGE
Deskundige onderwijs B1 - B3 - contractueel - voltijds - onbepaalde duur
Haal alles uit je zondag.
Functie: Je zet mee de krijtlijnen uit van de beleidsdoelstellingen voor het gemeentelijk onderwijs in nauw overleg met de deskundige flankerend onderwijs, met de schooldirecteurs en het schoolbestuur. Je rapporteert aan de teamcoach Welzijn. Profiel: bachelordiploma met minimum 4 jaar relevante ervaring • rijbewijs B
BELL 0489 94 49 72 GRATIS OFFERTE DB666219E0
DB684252I0
Wij bieden: mooie work-life balance • maaltijdcheques 8 euro • hospitalisatieverzekering • fietsvergoeding • gratis abonnement openbaar vervoer woon- en werkverkeer • meerekenbaarheid relevante dienstjaren
VERKOOP UW MOBILEHOME METEEN AAN DE BESTE PRIJS!
Interesse? Solliciteren kan tot uiterlijk 8 oktober 2020 naar personeelsdienst@machelen.be.
machelen.be
DB682993I0
Want ’t is pas morgen maandag! DB586827C9
DB620367H9
Meer info op www.machelen.be/vacatures
Verkoop uw caravan, auto, bestelwagen, terreinwagen,… Wij betalen onmiddellijk de juiste prijs en werken niet met tussenpersonen. Zo bent u zeker van een eerlijke prijs!
.be
Tips en tricks voor je carrière? Lees het op
UW ONLINE LIFESTYLE INSPIRATIE
Bel nu en verkoop meteen 0484 96 18 61 info@autohandeluyttendaelepieter.be www.autohandeluyttendaelepieter.be CB10747
regiotalent.be/carrieretips
DB485330C8
S I N N ER . PR E ACH ER . I M P OSTO R . PERCUTANT
OSCAR
®
LE VIF
NOMINEE
DU CINÉMA AUSSI PUR QUE VIOLENT MOUSTIQUE
BEST INTERNATIONAL
FEATURE FILM
THERE’S A NEW HOT PRIEST IN TOWN ROLLING STONE
( )
AWARDS 47WORLDWIDE
PASSIONNANT LE NOUVEL OBSERVATEUR
INTERPRÉTATION INCROYABLE ET TRÈS CHARISMATIQUE LES FICHES DU CINÉMA
ORIGINAL AND ABSORBING THE HOLLYWOOD REPORTER
AMBITIEUX ET ATTACHANT LIBÉRATION
UN ACTE DE SUBVERSION LE MONDE
REMARKABLE PERFORMANCE BY BARTOSZ BIELENIA BBC
A COMMITTED PERFORMANCE AND ASSURED STORYTELLING SCREEN INTERNATIONAL
PORTÉ PAR UN SUSPENS IMMANENT TÉLÉRAMA
SOMS FILOSOFISCH, SOMS SPANNEND BRUZZ
BARTOSZ BIELENIA
CORPUS CHRISTI LA COMMUNION A FILM BY JAN KOMASA
NOW IN THEATERS Corpus Christi Bruzz 215x290.indd 1
4gth
www.imaginefilm.be
30/09/20 12:06