#1716
NL
WEEKBLAD HEBDOMADAIRE WEEKLY EEN UITGAVE VAN VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA VZW FLAGEYPLEIN 18 PLACE FLAGEY 1050 ELSENE/IXELLES
FR EN
AFGIFTEKANTOOR ANTWERPEN X P303153
INTERVIEWS
|
A N A LY S E S
|
8 | 7 | 2020
TIPS
LEFTO AAN DE VOORAVOND VAN DE VLAAMSE FEESTDAG
‘Zonder de Vlamingen zou onze stad toch anders zijn’ VLAAMS MINISTER BENJAMIN DALLE
‘Ik heb op tafel geklopt voor Brussel’
MOVIE LOVERS UNITE!
Our film reviews are back
48H
Zomeractie 44 musea voor slechts € 20! brusselscard.be
Pub BRUSSELSCARDS BRUZZ.indd 1
23/06/20 12:58
COLOFON BRUZZ
Inhoud | Sommaire | Inside
Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65 ABONNEMENTEN
Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80, Gratis in Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België: 25 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393 van Vlaams Brusselse Media vzw Buiten België: 30 euro per jaar. OPLAGE : 62.609 exemplaren. ADVERTEREN?
Marthe Paklons, 02-650 10 61 sales@bruzz.be DISTRIBUTIE
Ute Otten, 02-650.10.63, ute.otten@bruzz.be ALGEMENE DIRECTIE
Dirk De Clippeleir HOOFDREDACTIE
Kristof Pitteurs (algemeen hoofdredacteur), Mathias Declercq CULTUUR & UIT
16
Gerd Hendrickx REDACTIE
Spreektijd
Eva Christiaens, Sara De Sloover, Kris Hendrickx, Bettina Hubo, Jasmijn Post, Kurt Snoekx, Sophie Soukias, Roan Van Eyck, Steven Van Garsse, Maarten Verdoodt, Danny Vileyn, Tom Zonderman
“Zorgpersoneel vraagt niet alleen een beter loon. Meer handen rond het bed, dat is cruciaal”
MEDEWERKERS
Nicolas Alsteen, Gilles Bechet, Michaël Bellon, Patrick Jordens, Tom Peeters, Niels Ruëll, Nick Trachet, Tom Van Bogaert, Michel Verlinden
Marc Noppen, CEO UZ Brussel
EINDREDACTIE
Karen De Becker, Geert Van der Hallen, Sophie Soukias VORMGEVING
Heleen Rodiers, Ruth Plaizier VERTALING
John Arblaster, Frédérique Beuzon, Martin McGarry, Laura Jones FOTOGRAFIE & ILLUSTRATIE
Bart Dewaele, Kim, Wauter Mannaert, Noémie Marsily, Steve Michiels, Ivan Put, Saskia Vanderstichele, Wide Vercnocke Voer uw evenement in op Encodez votre événement sur Enter your event on www.agenda.brussels VERANTWOORDELIJKE UITGEVER
Kristof Pitteurs Flageyplein 18, 1050 Elsene.
12
37
Bruzz is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw, wordt gedrukt op de persen van Eco Print Center (De Persgroep) en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
Vlaamse Feestdag
Zomerreeks Costa Terrassa
“Ja, Vlaanderen nam het voortouw in de crisis. Daar ben ik best trots op” Vlaams minister van Brussel Benjamin Dalle
“Overdag is het hier volle zon, ik ga hier niet meer weg” Negen vierkante meter is het terras van Quirina Huet, maar het is hun paradijs
VLAANDEREN FEEST Meld nieuws
Hebt u nieuws uit Brussel, dan kunt u ons dat melden via het WhatsApp-nummer 0489-988.988 Persberichten kunnen via
nieuws@bruzz.be
4
I
8 JULI 2020
Beleef de Vlaamse feestdag LIVE met een hele namiddag lang interviews, reportages en sfeer vanuit de hoofdstad.
Volg vanaf 12.30 uur Toon Hendrikx en stem zeker af voor de live-update met Margot Otten om 18 uur.
Edito De week Nieuwsoverzicht 08 In beeld Hijabis Fight Back 10 Vlaamse feestdag Nederlands aan het loket 20 Vileyne gedachten Wat we zelf doen 21 Eye-catcher L’Enfant Sauvage 2 2 Masks off Meyy 2 4 Film reviews Pinocchio, Öndög, Oleg 2 6 Expo Figures on a Ground 2 8 Eat & Drink Labneh 3 0 Vlaamse feestdag In gesprek met Lefto 3 4 Vlaamse feestdag Flamands de service 3 8 Zomerreeks Fietsen in stilte 4 3 Zomerreeks Fotografisch geheugen 4 4 Nick Trachet Service 4 5 Big City Parking Panorama 06
40
Interview
“The first smell of curry in the streets, that’s history” London poet Jay Bernard, now in residency at Passa Porta, creates poetry that really matters
Zaterdag 11 juli Live bij BRUZZ TV en op bruzz.be
11 JULI
Elf juli is een moment voor Vlaanderen om zich te tonen in onze hoofdstad, zegt minister Dalle in dit magazine. Dit jaar zal dat zonder de traditionele toespraken en recepties zijn en daarom nemen de overheden hun toevlucht tot videoboodschappen om de bevolking te bereiken. In die van de Vlaamse Gemeenschapscommissie duikt de Brusselse dj Lefto op. “Zonder de Vlaamse Brusselaars zou Brussel er helemaal anders uitzien,” zegt hij. En dat klopt. Alleen worstelen veel Brusselse gemeenten en OCMW’s nog altijd met het Nederlands van die Vlaamse Brusselaars. Dat blijkt bijvoorbeeld uit taalfouten op een herdenkingsbord in Elsene of uit het niet beantwoorden van in het Nederlands gestelde vragen in de gemeenteraad van Ganshoren. Maar dat blijkt ook én vooral uit het taalrapport van de Brusselse vicegouverneur. Van alle aanwervingsdossiers die het afgelopen jaar werden opgesteld door de Brusselse gemeenten en OCMW’s was maar twintig procent in orde met die taalwetgeving. BRUZZ nam de proef op de som. We belden in het Nederlands naar de dienst bevolking van alle negentien gemeenten. In zeventien gemeenten wou men ons telefonisch te woord staan en in dertien van die zeventien lukte dat ook in het Nederlands, al was dat lang niet altijd perfect. Slecht in negen van die gemeenten werden we niet doorverwezen naar een collega. Mogen we dat in 2020 nog altijd een mager resultaat vinden?
11 JUILLET
Le 11 juillet est le moment pour la Flandre de se manifester dans notre capitale, déclare le ministre Dalle dans ce magazine. Cette année, il n’y aura ni les réceptions et discours traditionnels – corona oblige – et c’est pourquoi les autorités ont recours à des messages vidéo pour atteindre la population. Dans celle de la Commission communautaire flamande, le DJ bruxellois Lefto fait une apparition. « Sans les Flamands de Bruxelles, Bruxelles serait complètement différente », dit-il. Et c’est vrai. Cependant, de nombreuses communes et CPAS bruxellois se débattent encore avec le néerlandais des Bruxellois flamands. C’est ce qui ressort, par exemple, des erreurs de langue sur une plaque commémorative à Ixelles ou de l’absence de réponse aux questions posées en néerlandais au conseil communal de Ganshoren. Mais cela ressort également, et surtout, du rapport linguistique du vice-gouverneur de Bruxelles. Sur l’ensemble des dossiers de recrutement établis l’année dernière par les communes et les CPAS de Bruxelles, seuls 20% étaient conformes à la législation linguistique. BRUZZ a voulu faire le test. Nous avons téléphoné en néerlandais au service de la population des dix-neuf communes. Dans 17 communes, on a bien voulu nous répondre au téléphone, et dans 13 de ces 17 communes, on l’a fait en néerlandais, même si ce n’était pas toujours parfait. Dans 9 de ces communes seulement, on n’a pas eu besoin de nous passer un collègue. Est-il permis de considérer qu’un tel résultat est plutôt médiocre en 2020 ?
11 JULY
11 July is a day for Flanders to show itself in the capital, Minister Benjamin Dalle says in this magazine. There will be no traditional speeches and receptions this year – corona, remember? – and that is why the governments are resorting to video messages to reach the populace. Those presented by the Flemish Community Commission will feature the Brussels-based DJ Lefto. “Brussels would look completely different with its Flemish locals,” he says. And he’s right. The only problem is that many of Brussels municipalities and social service providers are still wrestling with the Dutch spoken by these Flemish locals. This is evident, among other things, from language mistakes on a commemorative plaque in Elsene or not responding to questions asked in Dutch in the municipal council in Ganshoren. But this is also and especially true of the language report commissioned by the vice-governor of Brussels. Of all the employment files that were drawn up by the municipalities and social providers in Brussels over the past year, only 20% actually complied with language legislation. BRUZZ put this to the test. We called the civil registry office of all nineteen municipalities and only spoke Dutch. In 17 municipalities, we got someone on the phone and in 13 of those 17, our conversations were indeed conducted in Dutch, though it was often far from flawless. In only 9 of those municipalities, we were not referred to a Dutch-speaking colleague. Would it be fair to say that this is still quite a meagre result given that it’s 2020? KRISTOF PITTEURS, hoofdredacteur 8 JULI 2020
I 5
De week
OPPOSITIE VERKOOS ECHTE ONDERZOEKSCOMMISSIE
Bijzondere commissie moet beheer coronacrisis doorlichten Er komt een bijzondere commissie in het Brussels parlement om het beheer van de coronacrisis door de Brusselse regering en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) tegen het licht te houden. Al had de oppositie liever een echte onderzoekscommissie die kon focussen op het tekort aan medisch materiaal en de hoge sterftecijfers in de rusthuizen. — JASMIJN POST
BRUZZ | DE WEEK
“Het was oorlog, maar we hadden geen munitie.” Françoise De Smedt, fractieleidster van de PTB/ PVDA in het Brusselse parlement, citeerde met die quote het zorgpersoneel tijdens de coronacrisis. Ze gaf als voorbeeld het rusthuis Christalain in Jette: daar ging een verpleger kamers van besmette personen in en uit met alleen een gewoon chirurgisch masker en handschoenen aan. Er was geen ander materiaal aanwezig. Hij raakte besmet. Een grondig onderzoek naar het hoe en waarom van het tekort aan materiaal is nodig, zegt De Smedt daarom. “Dat doen via een onderzoekscommissie heeft
een aantal grote voordelen,” treedt haar collega Jan Busselen haar bij. “Mensen die komen spreken staan onder eed. Wie gevraagd wordt om te komen spreken, moet komen. Een speciale commissie zou door het personeel in de rusthuizen niet worden begrepen. Sommige zijn de helft van hun bewoners kwijtgeraakt, dat willen we nooit meer meemaken. Er is een drang om te willen weten wat gebeurd is.” Ook oppositiepartij CDH was voorstander van een onderzoekscommissie: “Niemand – geen enkele regering, geen enkele politieke leider – kon de omvang voorzien van de pandemie die in het voorjaar
Fietspad Lambermontlaan Op de Lambermontlaan in Schaarbeek zijn de werkzaamheden gestart voor de aanleg van een nieuw fietspad. Staduitwaarts verdwijnt daarvoor een autorijstrook. Schaarbeeks burgemeester Cécile Jodogne (Défi) was eerst tegen het initiatief gekant, maar schaart zich nu toch achter het plan. Het Gewest koos voor een tijdelijk fietspad omdat het niet mogelijk was om zo snel de nodige vergunningen te bekomen voor een definitieve verkeerswijziging. 6
I
8 JULI 2020
van 2020 is uitgebroken. Toch moeten we vaststellen dat er tussen de beslissingen van 11 maart en eind april sprake was van meer dan een ‘gewone’ vertraging met de levering van het materiaal. De reactie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) was te traag, vooral wat de rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen betreft. Minister Alain Maron (Ecolo) heeft meerdere verklaringen afgelegd waarin hij zijn falen toegeeft.”
ONNODIG LOG De MR pleitte dan weer voor een bijzondere interparlementaire commissie, “die rekening houdt met de
11000 Om tegen 2035 11.000 nieuwe elektrische laadpalen in Brussel te hebben, rekenen de Brusselse ministers van Leefmilieu Alain Maron (Ecolo) en Mobiliteit Elke Van den Brandt (Groen) vooral op de privésector. Vandaag telt Brussel nog maar 400 laadpalen voor elektrische voertuigen.
Minister Alain Maron (Ecolo) heeft volgens oppositiepartij CDH “zijn falen al toegegeven”. Een bijzondere commissie moet duidelijkheid brengen. © PHOTONEWS
complexiteit van het Belgische systeem”, maar uiteindelijk stemde de meerderheid dus voor een bijzondere commissie. “We stellen geen onderzoekscommissie voor omdat die onnodig log, zwaar en duur is,” zegt Brussels parlementslid Arnaud Verstraete (Groen). In het verleden zorgde Verstraete samen met huidig minister Alain Maron (Ecolo) nog voor de eerste onderzoekscommissie rond het
Samusocial-schandaal, omdat de betrokken weigerden te antwoorden op vragen van het parlement. “Dit is vandaag in de coronacrisis helemaal niet aan de orde. Alle ministers hebben zich systematisch en zonder uitzondering ter beschikking gehouden van het parlement en uitgebreid op alle vragen geantwoord, ook in volle crisisperiode.” Een speciale commissie is sneller en flexibeler, gaat Verstraete verder. “Mocht
Dode bij schietpartij In de Brusselse gemeente Vorst valt zondagnacht een dodelijk slachtoffer bij een schietpartij in de omgeving van het Orbanplein en de Merodestraat. Het slachtoffer is een jongeman van 23. Twee anderen raakten gewond, maar zij zijn niet in levensgevaar. Een van hen is nog minderjarig. Volgens een bron nabij het dossier gaat het mogelijk om een afrekening in het drugsmilieu. Volgens is het parket is dat inderdaad een mogelijke piste in het onderzoek.
later blijken dat die niet volstaat of dat er toch problemen zijn, dan is het nog altijd mogelijk om het statuut te veranderen van de speciale commissie naar bijzondere onderzoekscommissie.”
WEINIG CONCREET N-VA reageert teleurgesteld. Fractievoorzitster Cieltje Van Achter vindt de tekst van de meerderheid nog te weinig concreet. Haar partij had
CARTOON
voorgesteld om een groot aantal domeinen te onderzoeken, waaronder de gezondheidssector en de economie. “We dienen amendementen in, we dienen teksten in, maar de meerderheid staat niet open voor discussie, alles wordt weggestemd. Zelf dient de meerderheid een fluttekst in. We hebben nu voor een bijzondere commissie gestemd, maar weten niet eens wat die gaat doen,” zegt Van Achter. Ze vreest dat de door de meerderheid voorgestelde onderzoekstermijn van drie maanden veel te kort is, zeker als het onderwerp nog moet worden vastgelegd. Ook de MR reageert teleurgesteld. Volgens David Leisterh (MR) moest er tenminste een zin over de rusthuizen in de tekst van de meerderheid worden opgenomen. MR, CDH en N-VA onthielden zich uiteindelijk bij de stemming. Negen leden van meerderheidspartijen stemden voor de bijzondere onderzoekscommissie, PTB stemde tegen. Volgende week vrijdag wordt de commissie voorgesteld tijdens de plenaire vergadering van het Brussels parlement.
In de Nationale Veiligheidsraad zit bijna geen enkele Franstalige”
Brussels minister-president RUDI VERVOORT (PS) vindt het staatsapparaat ‘Vlaamser dan ooit’ en een eventuele regering met N-VA ‘een hel’ (in ‘L’Echo’)
KIJK OP DE WEEK
WAUTER
Zuidfoor Van 1 tot en met 30 augustus vindt de Zuidfoor plaats, langs de Zuidlaan en de Slachthuislaan. De forains reageren opgelucht. De stad neemt dezelfde maatregelen als bij de heropening van de markten: een circulatieplan, stewards bij elke in- en uitgang van de kermis, de bezoekers tellen en dranghekken om de drukte in goede banen te leiden. Elke attractie zal na elk gebruik ook worden ontsmet en alle foorkramers zullen een mondmasker dragen.
45 In 2019 waren er 45 meldingen van agressie tegen parkeeragenten van het agentschap parking.brussels, waarvan er 22 in Anderlecht plaatsvonden. Molenbeek (14 meldingen) en Evere (3 meldingen) vervolledigen de top drie. In de eerste drie maanden van dit jaar waren er al acht meldingen van agressie, waarvan zeven in Anderlecht. 8 JULI 2020
I 7
In beeld
IVAN PUT
DES ÉTUDIANTES SUR LES BARRICADES
STUDENTS ON THE BARRICADES
NL/ Afgelopen zondag lieten op
FR/ Dimanche passé, environ 1 200 étudiantes voilées se sont fait entendre au Mont des Arts. La raison de leur mécontentement ? La décision de la Cour constitutionnelle de suivre l’interdiction du voile instaurée par l’école supérieure bruxelloise Francisco Ferrer. Les étudiantes trouvent qu’il s’agit d’une limitation grave de leur droit à l’autodétermination. Elles demandent que le voile soit considéré comme neutre et que la complexité de leur communauté soit reconnue. Pour respecter les mesures contre le coronavirus, le cortège s’est divisé en trois groupes de 400 manifestant(e)s. Le gel désinfectant et les masques buccaux étaient également au rendez-vous.
EN/ Last Sunday, about 1200
de Kunstberg ongeveer 1.200 studentes met hoofddoek hun stem horen. De reden voor hun protest? Het Grondwettelijk Hof schaart zich achter het hoofddoekenverbod dat de Brusselse hogeschool Francisco Ferrer heeft ingevoerd. De studentes stellen dat hun recht op zelfbeschikking ernstig wordt ingeperkt. Ze vragen dat hun hoofddoek als neutraal kan worden beschouwd en dat de complexiteit van hun gemeenschap kan worden erkend. Om de coronamaatregelen te respecteren, splitste de groep zich op in drie groepen van 400 betogers, die allen handgel bij zich hadden en een mondmasker droegen.
BRUZZ | IN BEELD 8
STUDENTEN OP DE BARRICADEN
I
8 JULI 2020
students in headscarves raised their voices on the Kunstberg. The reason for their protest? The Constitutional Court has upheld the headscarf ban that had been introduced by the Brussels university college Francisco Ferrer. The female students claim that their right to self-determination has been seriously curtailed. They demand that they headscarf should be considered neutral and that the complexity of their community should be recognized. In order to respect the Corona measures, the group was divided into three smaller groups of 400 protesters, who all wore mouth masks and brought hand sanitizer with them.
8 JULI 2020
I 9
Vlaamse feestdag
HOEVEEL LOKALE BESTUREN BEANTWOORDEN TELEFOONTJES IN HET NEDERLANDS?
'Meer mensen combineren talen aan het loket' BRUZZ | VLAAMSE FEESTDAG
Volgens het meest recente taalrapport van de Brusselse vicegouverneur was slechts 20 procent van de aanwervingsdossiers van gemeenten en OCMW’s in 2019 in orde met de taalwetgeving. Is het dan zo slecht gesteld met het Nederlands bij de lokale besturen? BRUZZ nam de proef op de som en contacteerde tijdens de week van 1 juli de bevolkingsdiensten van de negentien Brusselse gemeenten. — ELLEN DEBACKERE
I
n slechts 20 procent van de 3.123 aanwervingsdossiers van gemeenten en OCMW’s die in 2019 op het bureau van Brussels vicegouverneur Jozef Ostyn belandden, werd de taalwetgeving gerespecteerd, zo blijkt nu. Van alle aanwervingsdossiers betroffen er maar 268, of zo’n 8,6 procent, een Nederlandstalige. Als een gemeente of OCMW een personeelslid in dienst neemt dat aan de tweetaligheidsvereiste moet voldoen, moet ter goedkeuring een dossier naar die vicegouverneur gestuurd worden. BRUZZ telefoneerde tijdens de week van 1 juli naar de bevolkingsdiensten van de negentien Brusselse gemeenten met een vraag rond adreswijzigingen, in het Nederlands. Via het algemene nummer dat op de gemeentelijke websites te vinden is, sprak de redactie niet enkel met de receptionist(e) – of in sommige gevallen het keuzemenu – maar ook met de specialist van dienst.
10
I
8 JULI 2020
Het resultaat van die momentopname: in dertien van de zeventien gevallen waarbij de dienst bereikt kon worden, werden we min of meer vlot in het Nederlands geholpen. Al moest daarbij soms wel de hulp van één of meerdere collega’s ingeroepen worden (zie tabel). “Het verschil tussen jullie test en mijn taalrapport is natuurlijk dat het taalrapport kijkt naar de aanwerving van personeelsleden, en in welke mate ze het juiste
20% In slechts 20 procent van de 3.123 aanwervingsdossiers van gemeenten en OCMW’s werd in 2019 de taalwetgeving gerespecteerd, zo blijkt uit het taalrapport.
taalattest hebben,” vertelt vicegouverneur Jozef Ostyn. “Er bestaan gemeenten die een aantal van hun mensen later alsnog aanmoedigen om een taalattest te verwerven. Bovendien zullen de meeste gemeenten natuurlijk hun best doen om de diensten die het vaakst met mensen in contact komen – zoals de bevolkingsdiensten – te bemannen met hun personeelsleden die het sterkst tweetalig zijn. Dat is natuurlijk niet overal zo, maar ik heb het toch al vaker ondervonden.” Ostyn wijst er daarenboven op dat stricto sensu elk personeelslid van de lokale besturen volgens de bestuurstaalwet tweetalig zou moeten zijn, uitgezonderd vak- en werkliedenpersoneel, en personeelsleden die uitsluitend werken op diensten die zich op slechts één taalgroep richten, zoals bijvoorbeeld de Nederlandstalige cultuurdienst. “Elke persoon van jullie test zou bijgevolg zelf in staat moeten zijn geweest om jullie in het
Nederlands verder te helpen, zonder daarbij door te verwijzen naar een collega.”
GEMENGD TAALGEBRUIK Indien we de gemeenten waarin we doorverwezen werden naar een collega die het Nederlands machtig was, in mindering brengen – zoals de bestuurstaalwet het voorschrijft – dan komen we op een totaal van negen gemeenten die ons meteen in het Nederlands konden helpen – op de zeventien gemeenten die bereikbaar waren. Dat is bijna 53 procent. Is tweetaligheid aan het loket aan een toename bezig? “Uit de laatste BRIO-taalbarometer uit 2018 bleek al dat het gebruik van het Nederlands in combinatie met andere talen stijgt,” zegt taalsocioloog Rudi Janssens (VUB). “Ook bij Franstaligen zien we dat ze steeds meer talen combineren. Vooral jongeren zitten er steeds minder mee in om over te schakelen naar een andere taal. Gesprekken waarin daarentegen enkel nog Nederlands gesproken wordt,
“Vooral jongeren zitten er steeds minder mee in om over te schakelen naar een andere taal”
waren volgens de barometer van 2018 bezig aan een daling.” Volgens Janssens is het moeilijk om het verschil tussen de gemeenten te verklaren. “Twintig jaar geleden stond het noordwesten van het Brussels gewest erom bekend veel Nederlandstaligen te huisvesten. Maar het is niet duidelijk wat daarvan overgebleven is. Vandaag komen vooral jonge Nederlandstaligen zich eerder in het centrum vestigen. Het effect op het taalgebruik in de gemeentediensten daarvan is niet bekend, maar wel is het zo dat die jonge mensen vaker aangetrokken worden door de diversiteit van de stad. Ze zullen dus sneller overschakelen naar andere talen.”
RUDI JANSSENS Taalsocioloog VUB
GEWESTELIJKE DIENSTEN
© SHUTTERSTOCK
Nederlands aan het loket Gemeente
Anderlecht Brussel-Stad Elsene Etterbeek Evere Ganshoren Jette Koekelberg Oudergem Schaarbeek Sint-Agatha-Berchem Sint-Gillis Sint-Jans-Molenbeek Sint-Joost-ten-Node Sint-Lambrechts-Woluwe Sint-Pieters-Woluwe Ukkel Vorst Watermaal-Bosvoorde
Konden we louter in het Nederlands geholpen worden?*
Aantal doorschakelingen**
✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✗ ✗ ✓*** Niet bereikbaar ✓ ✓ Niet bereikbaar ✓ ✗ ✓ ✗ ✓
1 0 1 0 0 0 0 0 0 0 Niet bereikbaar 1 1 Niet bereikbaar 0 0 0 2 0
* Met ‘in het Nederlands’ bedoelen we dat de persoon aan de lijn in staat was een ‘normaal’ gesprek te voeren in het Nederlands. Volgens vicegouverneur Ostyn wordt immers niet van iedereen verwacht dat hij/zij hetzelfde niveau van Nederlands behaalt. Met ‘louter’ bedoelen we dat we in het hele proces geen enkele andere taal dan het Nederlands nodig hadden om de benodigde informatie te verkrijgen. ** Het aantal keren dat iemand – of dat nu de receptionist(e) of de specialist(e) op de bevolkingsdienst was – ons tijdens het gesprek doorverwees naar een collega omwille van een taalprobleem. *** In Schaarbeek liet de telefonist van dienst weten dat vragen aan de bevolkingsdienst per e-mail moesten worden verstuurd. Binnen de 24 uur kregen we een antwoordje in correct Nederlands.
De redactie telefoneerde ook naar vijf gewestelijke overheidsdiensten met een vraag (Leefmilieu Brussel, MIVB, Net Brussel, visit.brussels en Actiris). In vier van de vijf gevallen werden we – na een keuzemenu waarin we de taal konden selecteren – meteen in het Nederlands geholpen. In één geval werd het gesprek een combinatie van Nederlands, Frans en Engels. “Op gewestelijk niveau geldt een ander wettelijk systeem,” aldus Ostyn. “In tegenstelling tot de gemeenten waar iedereen in principe tweetalig moet zijn, geldt op gewestelijk niveau dat niet elk individu tweetalig moet zijn, maar de dienst wel. Met uitzondering van een klein kader zijn met andere woorden de meeste mensen niet verplicht tweetalig te zijn. De diensten moeten zich natuurlijk wel zo kunnen organiseren dat ze je in beide talen verder kunnen helpen.” Volgens Janssens is het wellicht makkelijker om een tweetalige dienst te organiseren, dan van iedereen op een dienst te vragen tweetalig te zijn. “Bovendien kan iemands talenkennis mogelijk in verband gebracht worden met de materie die hij of zij moet beheersen.” Ostyn: “Ik weet dat zo’n tien jaar geleden al een significant percentage van de personeelsleden op gewestelijk niveau een tweetaligheidsattest had. Bovendien vind je in de gewestelijke administraties een hoger percentage aan relatief hooggeschoolde ambtenaren. Ook dat speelt mee.”
LE NÉERLANDAIS AU GUICHET Selon le rapport linguistique le plus récent du vice-gouverneur de Bruxelles, seuls 20 pourcents des dossiers de recrutement des communes et du CPAS de 2019 respectaient la loi linguistique. Le niveau de néerlandais est-il réellement si mauvais dans les administrations communales ? BRUZZ a fait le test et a contacté les services de la population des 19 communes bruxelloises dans la semaine du 1er juillet. Résultat du test : dans treize des dix-sept communes où nous avons réussi à joindre le service, quelqu’un a pu nous aider en néerlandais de façon plus ou moins fluide. Même si dans certains cas, plusieurs collègues du service ont dû être mobilisés. Selon le sociologue linguistique Rudi Janssens (VUB), l’utilisation du néerlandais, et des autres langues, est en hausse à Bruxelles. « Chez les francophones aussi, on voit qu’il y a de plus en plus de combinaisons de langues. Les jeunes, surtout, éprouvent moins de difficultés à passer d’une langue à une autre. Les conversations où l’on ne parle plus que le néerlandais sont toutefois en baisse. » FR
SPEAKING DUTCH AT CITY HALL According to the latest language report by the vice-governor of Brussels, only 20 percent of the recruitment files of the municipalities and social services departments complied with language legislation in 2019. Is the problem with Dutch in the local administrations really so acute? BRUZZ decided to put it to the test and contacted the registry offices of the nineteen municipalities in Brussels during the week of 1 July. The result of this snapshot: in thirteen of the seventeen cases in which we managed to get someone on the telephone, we were helped relatively efficiently in Dutch. In some cases, help from one or more colleagues was required. According to language sociologist Rudi Janssens (VUB), the use of Dutch is increasing in combination with other languages. “We see that Francophones now also combine more languages. Young people especially worry less about switching between different languages. Conversations that take place exclusively in Dutch are currently decreasing.” EN
8 JULI 2020
I 11
Vlaamse feestdag
VLAAMS MINISTER VAN BRUSSEL, JEUGD EN MEDIA BENJAMIN DALLE
‘Ik klop op tafel voor Brussel’
Elf juli in Brussel zal dit jaar op kleinere schaal gevierd worden, maar voor Vlaams minister Benjamin Dalle (CD&V) is de boodschap die hij wil geven er niet minder krachtig op. “Vlaanderen investeert in Brussel, ook in coronatijden. Ik hoop dat de oppositie dat nu eindelijk inziet.” — KRIS HENDRICKX EN STEVEN VAN GARSSE, FOTO’S BART DEWAELE 12
I
8 JULI 2020
B
enjamin Dalle (37) is nog maar negen maanden minister in de Vlaamse regering, maar kreeg al enkele explosieve dossiers op zijn bord. Vooral dan als minister van Media. De CEO van de VRT werd aan de deur gezet na een crisis in het management. En er was het Hitler-incident bij De Ideale Wereld. Opnieuw moest Dalle op eieren lopen, want het leek op politieke inmenging door de raad van
Was het frustrerend dat jullie als Vlaamse regering rekening moesten houden met dat hogere niveau? DALLE: (onverstoorbaar) Franstaligen waren voorzichtiger, terwijl we met Vlaanderen vooruit wilden. Dat was zo voor de heropening van de scholen, maar ook voor het jeugdwerk. Wat niet wil zeggen dat de samenwerking met de Franstalige collega’s moeilijk liep.
“Als het gaat over investeringen in armoede of jeugd, komt Brussel bij mijn Vlaamse collega’s niet altijd op de eerste plaats” BENJAMIN DALLE Vlaams minister van Brussel, Jeugd en Media
bestuur. Maar het lijkt Dalles koude kleren niet te raken. Hij oogt ontspannen op de plek van het interview: een koffiebar in de schaduw van de VRT-gebouwen aan de Reyerslaan, waar hij zopas een radio-interview heeft gegeven.
Welke les trekt u uit de coronacrisis? BENJAMIN DALLE: Met zo’n crisis is
het alle hens aan dek. We hebben meteen een taskforce Kwetsbare Kinderen en Jongeren opgericht.
Verder hebben we er ook op aangedrongen dat de speeltuinen, de basketbalveldjes en skateparken weer open konden. Het viel me wel op dat dat in Vlaanderen vlotter ging dan in Brussel. In Vlaanderen was dat top of mind, maar in Brussel waren er de dag dat ze weer open mochten zelfs nog geen richtlijnen. Veel speelpleintjes in Brussel bleven ook de dagen erna nog dicht. Dat is jammer. Nét in Brussel is het voor die jongeren extra moeilijk geweest. In een dichtbevolkte wijk is de lockdown lastiger dan in groene villawijk. Dat is zeker een les die we moeten trekken: kinderen en jongeren moeten in een sanitaire crisis als deze centraal staan.
Een verschil tussen Brussel en Vlaanderen in de aanpak van de coronacrisis lijkt ook wel dat Brussel zich loyaal achter de Nationale Veiligheidsraad schaarde, terwijl Vlaanderen vooral het voortouw wou nemen. DALLE: De beslissingen worden genomen in de Nationale Veilig-
Hebt u vanuit uw Brusselbevoegdheid iets voor de relance in de hoofdstad kunnen betekenen? DALLE: Zeker. Ook Brussel heeft van de Actieplannen Veerkracht en Kwetsbare Kinderen en Jongeren kunnen genieten. Verder hebben we de Vlaamse gemeenschap in Brussel met 11 miljoen euro extra ondersteund, een bedrag dat nog kan oplopen. 5 miljoen van dat bedrag vloeit naar de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC). Ook zijn er laptops gekocht en de buitenschoolse opvang in de paasvakantie was gratis dankzij Vlaams budget. Voor die extra middelen heb ik, als enige Brusselaar in de regering, op tafel moeten kloppen. Als het over investeringen gaat in armoede of jeugdbeleid, dan komt Brussel bij mijn Vlaamse collega’s niet altijd op de eerste plaats.
Zaterdag is het 11 juli. De Vlaamse regering geeft 180 euro voor wie een elfjulifeestje organiseert. Maar in Brussel geldt die cheque niet. Een vergetelheid? DALLE: De cheque geldt ook in Brussel, maar Vlaanderen organi-
seert 11 juli in Brussel vooral via Muntpunt. Dat is mijn bevoegdheid. We hadden kunnen beslissen om met de coronacrisis géén feest te organiseren. Dat konden we dat geld voor iets anders gebruiken. Daarvoor hebben we niet geopteerd. Op 11 juli zijn er stadswandelingen, pop-upoptredens, een uitzending van Radio 2 vanuit het stadhuis en dan is er plan B de hele zomer lang.
Gaat u speechen? DALLE: Neen, ik ga niet speechen.
Hebt u een boodschap voor de Brusselaar vanuit Vlaamse regering? DALLE: Elf juli is een moment voor Vlaanderen om zich te tonen in de hoofdstad. En dat zullen we ook dit jaar doen. Verder is het belangrijk om te herhalen dat we blijven investeren in de hoofdstad. Dat blijkt nu ook met de coronacrisis. Dat is toch een ander verhaal dan wat we van de oppositie te horen krijgen: namelijk dat we alleen maar op Brussel besparen. De cijfers zijn duidelijk. Vlaanderen investeert jaarlijks 1 miljard euro in Brussel. Zet dat tegenover de 5 miljard die de Brusselse regering jaarlijks uitgeeft, dan kan je bezwaarlijk zeggen dat Vlaanderen een kleine speler is in de hoofdstad.
BRUZZ | VLAAMSE FEESTDAG
heidsraad en in het Overlegcomité. Daar moet elke deelstaat rekening mee houden. Maar ik ben er wel trots op dat we als Vlaamse regering het voortouw hebben genomen, met name in de heropening van het land voor kinderen en jongeren.
We hebben wel degelijk een grote besparingsronde achter de rug. Mag de oppositie daar dan geen kritiek op geven? DALLE: (windt zich op) Aan de oppositie zeg ik heel duidelijk: als er voortdurend kritiek is op de Vlaamse regering, is het moeilijk voor mij als Brusselaar in die Vlaamse regering om voor extra investeringen in Brussel te pleiten. Vergeet ook niet dat die oppositiepartijen die kritiek geven (Groen en SP.A, red.) deel uitmaken van de VGC, waarmee we als Vlaamse regering heel goed samenwerken. Ik begrijp die voortdurende kritiek eigenlijk niet zo goed.
N-VA heeft een duidelijk plan met Brussel in haar confederaal model. Hoe staat u daar tegenover? DALLE: CD&V is voor een sterk stadsgewest, waarbij de twee gemeenschappen blijven investeren in de hoofdstad. Het gaat dan over onderwijs, crèches, cultuur, welzijn, jeugd, maar ook over sport bijvoor-
▼
Daaruit is het Actieplan Generatie Veerkracht ontstaan met een budget van 4,5 miljoen euro. Kinderen en jongeren waren in het begin van de crisis geen prioriteit. De sense of urgency kwam later. Gelukkig, want het is een doelgroep die het erg moeilijk heeft gehad in deze crisis. We hebben ook aangedrongen op een snelle opening van de scholen. Je moet natuurlijk rekening houden met de kennis van het moment. De pandemie is ongezien. Het is pas later duidelijk geworden dat kinderen minder vaak ziek worden en geen groot risico vormen in de verspreiding van het virus.
8 JULI 2020
I 13
▼
BENJAMIN DALLE
beeld. Ik ben deze week nog naar een training van de Molenbeek Rebels gaan kijken. Dat is meisjesbasket met Vlaams geld gefinancierd en waar het Nederlands de voertaal is. Dat zijn prachtige initiatieven waar we niet op willen afdingen.
Staat dat binair model van twee gemeenschappen niet haaks op de realiteit? Brussel is een stad met heel véél gemeenschappen.
BRUZZ | VLAAMSE FEESTDAG
DALLE: Brussel is een minority-majority-city. De meerderheid is een groep van minderheden. Dat is de vaststelling. Sommige zeggen: we moeten die diverse stad centraal besturen. Wij zeggen: de Vlaamse en Franse gemeenschappen moeten hier hun rol kunnen spelen, want het is hún hoofdstad. Je kan niet zeggen: Vlaanderen investeert een miljard in Brussel, maar mag er dan niets over te zeggen hebben. Weet u, ik was hier vijf jaar geleden veel pessimistischer over. Toen groeide de pensée unique dat de gemeenschappen in Brussel geen rol mochten spelen en dat de Brusselse identiteit en gemeenschap voorrang moesten krijgen. Dat idee werd ook door sommige Vlaamse partijen
BENJAMIN DALLE 37 jaar, geboren in Damme getrouwd met VRT-journaliste Maité Piessen, drie kinderen, woont in Molenbeek studeert rechten in Gent, buitenlandse studieverblijven in Parijs en New York advocaat in Brussel assistent rechten aan de KULeuven kabinetsmedewerker voor verschillende CD&V-ministers hoofd van de CD&V-studiedienst Ceder 20162019 Vlaams minister van Jeugd, Media en Brussel in de regering Jambon
14
I
8 JULI 2020
verkondigd. Dat mainstream-idee van toen is toch een beetje weg. Zelfs in mijn eigen commissie in het Vlaams Parlement vinden die vroegere ‘Brusselse’ partijen (SP.A en Groen, red.) dat Vlaanderen wel degelijk moet investeren in welzijn in Brussel. Dat verheugt mij.
Heeft de coronacrisis niet juist aangetoond dat er rond gezondheid een sterk regionaal, territoriaal beleid moet zijn? Je kan je toch geen tracing voorstellen in Brussel georganiseerd door de twee gemeenschappen, volgens de taalrol van de besmette persoon? DALLE: De coronacrisis toont vooral aan dat samenwerking heel belangrijk is. Rond gezondheidspreventie bestaat die samenwerking er vandaag ook al, bijvoorbeeld voor de screening van darmkanker. Verder denk ik dat het heel goed is dat we met het UZ Brussel een Nederlandstalig universitair ziekenhuis hebben in Brussel, zodat de Nederlandstaligen hier geneeskundige zorgen in hun taal kunnen krijgen. Over die plaats van het Nederlands in Brussel wil ik nog iets zeggen. Waar men die vroeger, in de
tijd van de francofonie, als een bedreiging zag, wordt de kennis van het Nederlands vandaag als een kans gezien. Ik hoor het als ik door Molenbeek fiets: il faut apprendre le néerlandais. We zien het ook aan de cijfers van het Huis van het Nederlands. Dus meertaligheid is belangrijk, maar we moeten er ook voor zorgen dat de Brusselaars voldoende Nederlands spreken. Minder dan tien procent van de afgestudeerden in het Franstalig onderwijs zegt het Nederlands machtig te zijn. Dat is weinig.
Dat is een merkwaardige tegenstelling tussen de bescheiden hype rond het Nederlands en de realiteit op het terrein. DALLE: Daar heeft u een punt. Maar het wil ook zeggen dat het taalonderwijs vandaag ontoereikend is. Daarom ijver ik ook voor de uitwisseling van de taalleerkrachten tussen het Franstalig en Nederlandstalig onderwijs.
Kan immersie-onderwijs geen soelaas brengen? DALLE: Daar zijn we zeker niet tegen. Iets anders is tweetalig onderwijs met de Brusselse overheid als inrichtende macht. Daar ben ik geen voorstander van. Wie zijn de meertalige jongeren vandaag? Het zijn anderstaligen die in het Nederlandstalig onderwijs school hebben gelopen. Dat is op zich een zeer meertalig model. Het biedt kwaliteit en staat garant voor de goede kennis van het Nederlands.
Enkele weken geleden kwam de onafhankelijkheid van de VRT in het vizier nadat was gebleken dat ‘De Ideale Wereld’ een fragment had geschrapt waarbij het Vlaams Belang met de Hitlergroet werd geassocieerd. Dat ruikt naar politieke inmenging. Staat u wel genoeg garant voor de onafhankelijkheid van de VRT? DALLE: Ongeveer elke week zeg ik in het Vlaams Parlement hoe belangrijk de onafhankelijkheid van de VRT is, zowel voor de nieuwsredacties als de programma’s. De raad van bestuur heeft hier ook niets over te zeggen. Ik heb aan de VRT-directie gevraagd of er druk is geweest vanuit de raad van bestuur. Het antwoord is néén.
UN CŒUR FLAMAND POUR BRUXELLES Benjamin Dalle (CD&V) est ministre flamand de Bruxelles, de la Jeunesse et des Médias depuis neuf mois. La crise sanitaire lui a appris que les enfants et les jeunes doivent davantage être pris en compte à l’avenir. « Ce sont les jeunes qui galèrent le plus, et surtout à Bruxelles. Dans un quartier dense, le confinement est plus difficile à vivre que dans un quartier résidentiel vert. Mais je suis fier que nous avons pris les devants avec le gouvernement flamand lors de la réouverture du pays aux enfants et aux jeunes », dit-il. Et il veut plus d’attention pour Bruxelles, car selon lui, « lorsqu’il s’agit d’investissements pour lutter contre la pauvreté ou pour les jeunes, mes collègues flamands ne mettent pas toujours Bruxelles à la première place. Le CD&V souhaite une région forte, où les deux communautés continuent à investir dans la capitale, » Pour Dalle, la fête flamande du 11 juillet est l’occasion idéale pour la Flandre de montrer sa présence dans la capitale. FR
A FLEMISH HEART FOR BRUSSELS He has been Flemish Minister for Brussels, Youth, and Media for the past nine months: Benjamin Dalle (CD&V). He has learned from the corona crisis that children and young people should be a stronger central focus during health crises. “This crisis was especially hard on children and young people in Brussels. In a densely populated neighbourhood, the lockdown is more difficult than in exclusive, green residential areas. But I am proud that as the Flemish government, we were able to take the lead, especially with respect to reopening the country for children and young people,” he emphasizes. And he seeks to be an advocate for Brussels because, he says, “when it comes to investments in poverty or youth policy, Brussels is not always a top priority for my Flemish colleagues. The CD&V supports a strong urban region in which the two communities continue to invest in the capital. And particularly with respect to education, crèches, culture, health, youth, but also sports, for example.” Dalle therefore also thinks of the Day of the Flemish Community on 11 July as the perfect occasion for Flanders to show itself in the capital. EN
VERKEN DE STAD MET EEN GIDS LEESSTRAAT FEESTSTRAAT VOOR KINDEREN CENTRUM BRUSSEL INFO & INSCHRIJVINGEN: WWW.BRUSSELDANST.BE
DE BENE BENE 100 (RADIO 2) LIVE VANUIT HET STADHUIS
Spreektijd
BRUZZ | SPREEKTIJD
MARC NOPPEN, CEO VAN UZ BRUSSEL
16
I
8 JULI 2020
De ziekenhuizen hebben vandaag hun handen vol met een tweede golf. Niet van coronapatiënten, maar van mensen die drie maanden zorg uitstelden en er nu vaak veel erger aan toe zijn. Het is maar een van de vaststellingen die UZ Brussel-CEO Marc Noppen maakt, nu de Covidcrisis op waakvlam brandt. “We leven in een maatschappij die gebaseerd is op wantrouwen.”
BRUZZ | SPREEKTIJD
‘Geef het zorgpersoneel toch eindelijk vertrouwen’
— KRIS HENDRICKX, FOTO’S SASKIA VANDERSTICHELE
Wat is u persoonlijk het meest bijgebleven van de voorbije Covidperiode? MARC NOPPEN: De intensiteit. De
crisis vergde van veel mensen heel
veel inspanningen. De paradox was dat tegelijk een grote groep van het ziekenhuispersoneel net veel minder werk had, omdat de reguliere zorgverlening zo goed als weggevallen was.
Viel het dat personeel aan de zijlijn zwaar? NOPPEN: We hebben die mensen zoveel mogelijk ingeschakeld en velen hebben zich ook vrijwillig aangeboden. In het naaiatelier hebben uiteindelijk meer dan honderd mensen bijna 15.000 mondmaskers gemaakt, naast schorten en mutsen. Het deed wat denken aan een Cubaanse sigarenfabriek, maar dan zonder mollige dame die de krant voorleest voor de compañeros. Daarnaast hadden we ook een babysitservice, een ▼
M
arc Noppen woont in de week in de Vijfhoek, dicht bij het kanaal. Toen hij de voorbije maanden van het centrum naar zijn werk in Jette fietste, viel hem niet enkel de rust op – “Amper vliegtuigen!” – maar ook hoe de crisis mensen dichter bij elkaar bracht. “Je voelde meer tolerantie, meer bezorgdheid voor elkaar, bijvoorbeeld onder buren. Een beetje zoals we dat ook onder het ziekenhuispersoneel zagen, ja. Sommigen zijn zelfs uit pensioen teruggekeerd voor deze crisis.”
8 JULI 2020
I 17
▼
MARC NOPPEN, CEO UZ BRUSSEL
winkelservice, een pakjesdraagservice om zaken bij de patiënten te brengen. Personeel van de fertiliteitskliniek, die gesloten was, is ingeschakeld op intensieve zorg, waar ze een ongelofelijk tof initiatief genomen hebben: aangezien bezoek op die afdeling onmogelijk was hebben ze een communicatiedienst ingericht, die drie keer per dag zelf de familieleden opbelde. Die naasten keken daar echt naar uit.
Tijdens de crisis had je de indruk dat als iemand naar intensieve zorg verhuisde, dat een grote stap in het ongewisse was. De kans dat die mensen het niet overleefden was reëel en bovendien waren ze vaak helemaal afgesneden van sociaal contact.
BRUZZ | SPREEKTIJD
NOPPEN: Dat klopt. We hebben dan ook heel veel inspanningen gedaan om die stap zolang mogelijk uit te stellen en een soort medium care in te richten. Het ging er ons daarbij om om te vermijden dat mensen aan een respirator hangen. Want als dat gebeurt, is het erg moeilijk om er weer af te raken. Patiënten krijgen dan al snel allerlei complicaties. Dat was al duidelijk sinds Italië. De communicatie met de Italiaanse collega’s was belangrijk. We kennen elkaar – ik ben zelf ook longarts – en zijn soms zelfs bevriend. Onze cijfers zijn dan ook zeer goed. Van de 114 mensen die we op intensieve zorgen hadden is nog geen 16 procent overleden.
Brussel was erg zwaar getroffen. Hoe komt dat? NOPPEN: Een echte verklaring zal pas
voor later zijn. Maar er zijn een aantal elementen. Brussel is hier de dichtstbevolkte omgeving, mensen zitten er dicht op elkaar. Dat zie je ook in New York, Stockholm, Milaan ... Daarnaast hebben we ook wijken waar er met minder afstand tot elkaar wordt geleefd, met minder maskers ook. We hebben dan ook duidelijk clusters uit bepaalde buurten gezien.
Welke buurten? NOPPEN: Ik ken die niet van buiten, maar een patiënt kwam bij wijze van spreken nooit alleen.
U had het daarnet over de uitzonderlijke intensiteit. Merkt u dan ook een terugslag bij het personeel? 18
I
8 JULI 2020
“In Brussel-Stad leef je statistisch acht jaar minder lang dan in Sint-Martens-Latem” MARC NOPPEN CEO UZ Brussel
midden op de dag boenk in slaap gevallen, dat is me nog nooit overkomen.
Het medisch personeel en de bonden vragen een betere verloning en arbeidsvoorwaarden. Kunt u zich daarin vinden? NOPPEN: Ja, maar het is belangrijk
NOPPEN: Daar hebben we de tijd niet
voor gehad, want nu steken de niet-Covid-pathologieën de kop op. Ziektes die we drie maanden lang niet gezien hebben, maar die nu in een erger stadium opduiken. Vooral cardiovasculair lijden. Heel veel mensen hebben dagen en weken met een gevorderd infarct rondgelopen. Ook personeelsleden trouwens: “Och, het zal wel niks zijn.” Die mensen zullen de rest van hun leven hartpatiënt zijn, met hartfalen, pacemakers ... We zagen op een bepaald moment ook vijftig procent minder kankerpatiënten. Nu zijn er plots wel en voor sommigen is het nu wellicht al te laat. Diabetes is nog zo’n aandoening. Vorige week bezocht ik de afdeling en die lag stampvol. De hoofdverpleegkundige vertelde me dat er bovendien veel pathologieën waren die ze al twintig jaar niet meer gezien hebben: mensen met gedecomposeerde suikerziekte, met hallucinant hoge bloedsuikerwaarden ... Mensen gingen niet meer naar hun huisarts, laat staan naar een ziekenhuis. Vandaag merken we nog steeds dat afspraken vaker afgebeld worden dan voor de crisis. Dat is de echte tweede piek op dit moment: niet corona, maar een tweede pathologiepiek.
En de impact op het personeel? NOPPEN: Het zijn dezelfde mensen die ook die tweede piek moeten aanpakken, zonder echte adempauze. De grootste piek van alles na de Covidcrisis is dan ook de psychologische impact, zowel bij de medewerkers als in de bevolking. We deden zelf enquêtes: de toxische stress, die gepaard gaat met lichamelijke klachten, is tijdens de Covidcrisis gestegen, terwijl de veerkracht is gedaald. Wat ook heel erg opviel: tijdens de acute crisis was het ziekteverzuim lager dan normaal, mensen wilden hun collega’s niet in de steek laten. We hebben collega’s die uit pensioen zijn teruggekeerd en
anderen die hun pensioen hebben uitgesteld tot na de piek. We hebben geprobeerd om die stress zo goed mogelijk te omkaderen. Zo hebben we een mini-Delhaize ingericht in het ziekenhuis, met pakken wc-papier (lacht). Dat wc-papier blijft merkwaardig, het was nochtans geen virus dat in de eerste plaats diarree veroorzaakte.
Was het voor u persoonlijk ook zo slopend? NOPPEN: Nu gaat het weer beter, maar de eerste vijf-zes weken was ik hier ook in het weekend. Ik herinner me nog het eerste weekend dat ik niet ben gekomen: ik ben toen
MARC NOPPEN 60 jaar groeide op in Tongeren, woont in de week in het centrum van Brussel longarts professor gezondheidsmanagement aan de VUB gastprofessor gezondheidsstrategie Vlerick Business School CEO UZ Brussel sinds 2006
dat het niet alleen over loon gaat. Meer handen aan bed, dat is cruciaal. Mensen vragen niet om meer geld, maar willen hun werk beter kunnen doen. Sinds 2010 legt de federale overheid ons elk jaar besparingen op. Als je dan weet dat 60 procent van ons budget naar personeel gaat, dan begrijp je dat personeelskosten eraf ‘pitsen’ vrijwel de enige manoeuvreerruimte is. Intussen veroudert de bevolking juist. Mensen worden zorgkundige om mensen te helpen. En als dat dan beknot wordt door alsmaar stijgende werkdruk, dan krijg je echte frustratie. Bovendien is dat nefast voor de patiënt, want het is bewezen dat meer handen aan bed de mortaliteit echt verlagen.
U schreef onlangs dat veranderingen tijdens de Covidcrisis plots opmerkelijk vlotter slagen dan in gewone tijden. Wat leert u daaruit? NOPPEN: Dat we veel te rigide bezig
waren. We hebben de voorbije drie maanden de ene onwettigheid na de andere begaan, met eenzijdige veranderingen van functies en opdrachten. Dat gebeurde zonder protest, mensen vonden het zelfs fantastisch. “Yes, eens iets anders!” Of neem teleconsultatie (slaat ritmisch op tafel). Dat stond in het tienpuntenprogramma van Maggie De Block van 15 april 2014. We zijn vijf jaar verder en het kon niet, het ging niet, het mocht niet. Toen kwam Covid en binnen de 48 uur was het geregeld en wordt het zelfs terugbetaald. We waren daar al vijf jaar over aan het zeveren met veel te veel stakeholders, zodat altijd wel iemand tegen was.
Waarom lukte het dan vroeger niet? NOPPEN: Omdat we het veel te ingewikkeld maakten. Het sleutelwoord in deze discussie is vertrouwen. De laatste decennia hebben we een maatschappij gemaakt rond gestructureerd wantrouwen, met allerlei controlemechanismen, want er zou altijd weleens iemand kunnen foefelen. Volgens mij werkt dat niet zo en heb je die foefelaars altijd. Maar het resultaat van al die grendels is dat je die 98 procent van de mensen die te goeder trouw zijn pest. Als ziekenhuis zit je daardoor al snel vast. Terwijl ik nu de vrijdagavond in de auto kon beslissen om tien extra intensivecarebedden in te richten met tien respiratoren. Dat gaat over veel geld, maar ik had het vertrouwen van de raad van bestuur en ik gaf het vertrouwen aan de specialisten, die weten wat ze nodig hebben.
Denkt u dat het buiten een crisis ook zo goed zou werken zonder controle? Is het niet eigen aan zo’n urgente situatie dat alle neuzen dan in een richting gaan, ook die van de foefelaars? NOPPEN: Misschien. Maar er is ook zoiets als sociale controle. Het ergste dat je kan hebben, is dat je vies bekeken wordt door je collega’s. Dat heeft veel meer impact dan een politie die erboven staat, ook in positieve zin. Positieve peer pressure duwt iedereen omhoog.
Hoe ziet u onze maatschappij het volgende jaar en zelfs langer veranderen door Covid? NOPPEN: Het is nog te vroeg voor echte conclusies. Het is nu een veel geniepigere vijand geworden. Wij hebben maar twee patiënten meer, maar je ziet wel belangrijke uitbraken in onder meer Duitsland. We zullen nog maanden in een schemerzone zitten. Wellicht tot er een vaccin is of tot het virus in kracht afneemt, want dat doen virussen in de regel. Het is darwinisme: virussen die de gastheer te snel doden, sterven ook zelf uit omdat ze geen tijd hebben om anderen te besmetten. Daarom is ebola nooit een wereldwijde pandemie geworden.
Welke lessen trekt u voor uw ziekenhuis uit deze crisis? NOPPEN: (zonder nadenken)
Dat wij een goed ziekenhuis zijn! Onze mortaliteitscijfers zijn van de laagste van het land. Maar ik ben ook erg onder de indruk van de manier waarop onze ziekenhuis-
communicatie nodig hebt. Daar is zelfs de grootste regionalist het mee eens. Een tweede les is dat we een gouden kans verspeeld hebben om Europa draagvlak te geven. Von der Leyen en Michel hadden dit moeten aanpakken, maar in de plaats gingen de grenzen dicht. Niet alleen voor mensen, maar ook voor goederen en diensten. Onze grootste leverancier van mondmaskers mocht de Duitse grens niet over!
U hebt het nu over crisismaatregelen. Maar wat erna? NOPPEN: De hervorming van de gezondheidszorg moeten we niet noodzakelijk koppelen aan Covid. Al heeft de kakofonie van de mondmaskers en de negen ministers van Volksgezondheid wel getoond hoe absurd de huidige situatie is. De vraag is op welk niveau je gezondheidszorg brengt als je vereenvoudigt. Het kan federaal, op het niveau van gewesten of gemeenschappen,
“We hebben een gouden kans verspeeld om Europa draagvlak te geven” MARC NOPPEN CEO UZ Brussel
gemeenschap dit heeft aangepakt, hoe iedereen aan hetzelfde zeel trok. Dit was de allerbeste teambuilding ooit. Alleen is het er een wel een zonder ontlading, zonder feest- of rouwmoment.
Over feesten gesproken. Het Flageyplein liep onlangs vol met duizend feestende jongeren. Kan je zulke strenge regels wel volhouden als het gevaar niet tastbaar is, zoals voor die feestneuzen? NOPPEN: Twintigjarigen gaan inderdaad niet dood aan corona, op uitzonderingen na. Tja … hoe krijg je dat uitgelegd? Ik heb daar geen goed antwoord op. Gelukkig was het in de openlucht.
Wat is de belangrijkste politieke conclusie uit deze crisis? NOPPEN: Dat je in crisistijd een eenheid van commando en
bij de provincies ... Laat experts zich daarover buigen, naast het politieke slagveld. Die kunnen becijferde scenario’s uitwerken waarover de politiek dan later kan oordelen. Weet u trouwens wat de belangrijkste determinant voor uw levensduur is?
Mijn leeftijd? NOPPEN: (Lacht) Tautologisch is dat juist. Maar afgezien daarvan is het uw postcode. In Brussel-Stad leef je statistisch acht jaar minder lang dan in Sint-Martens-Latem. De woonplaats zegt veel over sociale contacten, eetgewoonten, lucht- en lawaaivervuiling ... Daarom is de indeling van gezondheidszorg op basis van geografie zo link. Als je weet dat het aantal 85-plussers veel hoger is in Vlaanderen dan in Brussel, zou ik niet zo staan te springen om de gezondheidszorg te regionaliseren.
CORONA ET CIE Qu’a retenu le PDG du plus grand hôpital néerlandophone de Bruxelles de la première vague du coronavirus ? « L’intensité. La crise a demandé beaucoup d’efforts du personnel. » Et cette intensité reste présente à l’UZ Jette, tant que le coronavirus est présent. « Car la deuxième vague est en route et il ne s’agit pas de corona cette fois-ci », explique Noppen. « On revoit toutes sortes de maladies qu’on n’a pas vues pendant trois mois mais qui refont surface à un stade plus avancé. » Il s’agit avant tout de problèmes cardiaques, de diabète et de cancer. Cela signifie aussi que le personnel soignant ne peut pas se reposer, alors qu’ils le méritent. « Ce sont les mêmes gens qui doivent gérer le deuxième pic, sans vraiment pouvoir souffler. » Mais le PDG a aussi retenu beaucoup de choses positives de la crise. « Je suis vraiment impressionné de la façon dont nos hôpitaux ont géré la situation. C’était le meilleur team building imaginable. Mais malheureusement, il n’y a pas eu de temps pour le déchargement, la fête ou le deuil. » FR
CORONA & OTHER DISEASES What is the main thing that the CEO of the biggest Dutchspeaking hospital in Brussels remembers from the first corona wave? “The intensity. The crisis required enormous efforts from a great many people.” That intensity is what is keeping the warning flame of corona alight at the University Hospital in Jette. “Because the second wave has started and it is not corona,” Noppen says. “We are seeing diseases that we have not seen for three months but which are now returning in a worse stage.” The primary conditions are cardiac failure, diabetes, and cancers. This also implies that the nursing staff are not yet able to take a well-deserved rest. “The same people now have to tackle the second peak, without having had any time to recover from the first.” Nevertheless, the CEO also had many positive experiences during the corona crisis. “I am very impressed by the way in which our hospital community dealt with this crisis, how everybody rallied together. This was the best team building experience I have ever witnessed. The only difference is that there has been no release, there has been no moment of celebration or mourning.” EN
8 JULI 2020
I 19
Vileyne gedachten
TERUGBLIK OP DERTIG JAAR BRUSSELSE JOURNALISTIEK
“Vlaanderen heeft de voorbije decennia economisch goed geboerd, maar ouderenzorg behoorde duidelijk niet tot de prioriteiten”
▲
© BART DEWAELE
BRUZZ | VILEYNE GEDACHTEN
Wat we zelf doen
20
I
bruzz.be/vileyn
8 JULI 2020
Viert België over tien jaar zijn tweehonderdste verjaardag? Als het van Walen en Brusselaars afhangt wel, als het van de rechts-nationalistische politieke en economische klasse in Vlaanderen afhangt allicht niet. Daarenboven heeft het anti-Belgisch ressentiment zich ook onder opiniemakers verspreid. Nogal wat politieke journalisten hopen stiekem dat Vlaanderen en Wallonië scheiden, zegt politiek journalist voor RTL Christophe Deborsu. Hij doet de opmerkelijke uitspraak in het jongste nummer van De journalist, het blad van de Vlaamse Vereniging van Journalisten. De vaststelling van Deborsu heeft een lange voorgeschiedenis. Historici hebben in het lang en het breed de geschiedenis van België en Vlaanderen, al dan niet in een Belgisch kader, beschreven. Laten we beginnen bij de regionalisering van de jaren 1980 en de eerste voorzitter van de Vlaamse Executieve. Later zou de titel pompeus omgevormd worden tot minister-president van de Vlaamse regering. Het was de CVP’er Gaston Geens die de eer te beurt viel, hij was de man die Vlaanderen met de Derde Industriële Revolutie (DIRV) en Flanders Technology op de kaart zette. Maar hij was ook de man die de Franstaligen jende met de uitspraak dat België een land van twee snelheden was, en met de uitspraak ‘wat we zelf doen, doen we beter’, al wordt die laatste betwist en zou hij gezegd hebben: ‘wat we zelf doen, moeten we beter doen’. Maar welke van de twee ook historisch juist is, de Covid-19crisis in de Vlaamse woonzorgcentra heeft aangetoond dat we wat ‘we’ zelf doen niet beter doen. Vlaanderen heeft de voorbije decennia economisch goed geboerd, maar (ouderen)zorg behoorde duidelijk niet tot de prioriteiten. En dat is een pijnlijke vaststelling. Ik schrijf dit met enige emotie omdat mijn hoogbejaarde vader in een rusthuis in West-Vlaanderen verblijft, een vzw – geen commercieel bedrijf – waar geen enkele coronadode noch zieke te betreuren valt en waar het personeel dat zich uit de naad
gewerkt heeft alle lof verdient. Maar de schrijnende verhalen die de Vlaamse ombudsdienst optekende in door corona getroffen rusthuizen blijven me wel door het hoofd spoken. Vlaamse liberalen en socialisten pleiten alvast voor een herfederaliseren van stukken van de gezondheidszorg. Dat zou een belangrijk keerpunt kunnen zijn. Dertig jaar Brusselse journalistiek heeft me alvast geleerd dat politieke discussies tussen Franstaligen en Nederlandstaligen over onderwerpen die niet communautair geladen zijn een zegen zijn voor het democratische debat en dat het niet altijd de ‘Franstalige’ kijk op de zaken is die doorweegt. Het zijn bijvoorbeeld de Nederlandstalige Brusselaars die jaren geleden al de discussies over een andere mobiliteit op de agenda gezet hebben. Met succes. Betekent dit dat Brussel het paradijs is? Zeker niet, daarvoor zijn de uitdagingen te groot en bovendien is het paradijs er alleen voor die mensen die in een leven na de dood geloven, maar de onderstroom in Brussel is anders dan in Vlaanderen. In Vlaanderen is de onderstroom rechts-nationalistisch – wat voor alle duidelijkheid niet wil zeggen dat er geen linkse Vlamingen of vrijheidslievende Vlamingen zijn. In Brussel is de onderstroom liberaal-socialistisch, een combinatie van individuele vrijheid en solidariteit. En die komt voort uit een lange traditie die al in de negentiende eeuw begon. En dat maakt, nu de communautaire strijd niet meer bovenaan de politieke agenda staat, het aangenaam leven in deze stad, zegt ook professor-emeritus en ererector van de VUB Els Witte in een gesprek, dat u zaterdag online kunt lezen. NU ZATERDAG ONLINE De geschiedenis van België in vogelvlucht. Met Brussel als centrum en progressieve stad. Professor Els Witte heeft het woord. Dat leest u zaterdag op de website via bruzz.be/vileyn. Eerder verschenen: Brussel kosmopolitische stad, Katholiek Brussel, Vrijzinnig Brussel, Prostitutie in Brussel, Misdaad in Brussel, Migratiestad Brussel, Meertalig Brussel, De heropleving van de Vijfhoek
Bxl in the mix
UNE GALERIE POUR LES PHOTOGRAPHES SAUVAGES
Les songes hallucinés de Margaret Lansink (à gauche) et de Christopher de Béthune (à droite) inaugurent L’Enfant Sauvage.
Les loups sortent du bois FR
La nouvelle génération de photographes à fleur de peau et indomptés vient de trouver un repère à son image: L’Enfant Sauvage. Une galerie internationale nichée au cœur de Bruxelles. —SOPHIE SOUKIAS
Héritiers d’une photographie tremblante et indisciplinée (Robert Frank, la revue japonaise Provoke, Michael Ackerman, Anders Petersen et tant d’autres), une nouvelle génération de photographes intensément introspectifs a, depuis une dizaine d’années, marqué son territoire sur la scène de la photographie contemporaine. La meute compte désormais une tanière à Bruxelles. Située au cœur de la ville, L’Enfant Sauvage affirme son identité indomptée en prenant le contre-pied d’une galerie classique. «On peut y voir une petite rébellion. Je voulais une galerie qui soit un espace de création et de rencontres où se produirait un véritable échange avec un public large et diversifié », dit la photographe Pauline Caplet, seule aux commandes du nouvel espace dont la programmation alterne expositions (avec un espace dédié aux jeunes talents), talks, workshops et ateliers autour des pratiques argentiques et numériques.
DESCENTE EN VILLE « L’Enfant Sauvage sort de sa forêt pour créer un univers alternatif bien à lui dans la ville. J’aime l’idée que les photographes attachés à la galerie forment une tribu »,
dit Caplet. Si L’Enfant Sauvage se veut « une vitrine sur rue » d’artistes belges et internationaux, la galerie espère également apporter à son échelle une solution au manque de visibilité dans la capitale de la scène bouillonnante de la photographie bruxelloise. « Il y a énormément d’artistes très talentueux et une énorme demande d’un public qui a soif de culture », dit Pauline Caplet. « Cependant, il reste très difficile pour les Bruxellois(es) d’exposer dans des lieux prisés comme Bozar, le Wiels, etc. » Jusqu’au récent départ de Vincen Beeckman, c’est essentiellement le Recyclart qui assurait une visibilité alternative à la scène via des événements tels que les Extra Fort, le Fusée de la Motographie et autres expositions sauvages. « Vincen a fait un travail incroyable au Recyclart qui restera gravé dans les mémoires. L’Enfant Sauvage n’a pas la prétention de remplacer son travail. Ce sera au public d’en juger. » C’est aux photographes Christopher de Béthune et Margaret Lansink que revient l’honneur d’inaugurer le nouvel espace. Le Bruxellois présente sa série cosmique et granuleuse Orion, le souvenir en noir et blanc d’une relation fantôme, quelque part entre ombre et lumière. La Néerlandaise se confie, toujours en noir et blanc, sur ses émotions en transition dans Borders of Nothingness, une série entamée à la suite de la décision de sa fille de rompre le contact avec elle. L’exposition, ainsi que celles qui suivront, donnera lieu à un livre autoédité en étroite collaboration avec le Tipi Bookshop et les Éditions Le Mulet. « Il est primordial que le milieu alternatif de la photographie bruxellois se serre les coudes.»
MARGARET LANSINK & CHRISTOPHER DE BÉTHUNE 11/7 > 12/9, L’Enfant Sauvage, www.enfantsauvagebxl.com 8 JULI 2020
I 21
Maskers af
ZANGERES MEYY ONTSLUIERT HAAR KIJK OP CORONA
‘Het had iets apocalyptisch’ Elke week peilen we bij Brusselse artiesten naar welke nieuwe waarheden er zich achter hun mondmasker hebben gevormd. Neosoulzangeres Meyy (19) hoopt dat we zijn wakker geschud, maar ziet ook nieuwe kansen.
NL
— TOM ZONDERMAN, FOTO SASKIA VANDERSTICHELE
Kan je aarden in de anderhalvemetermaatschappij? Dat weet ik nog niet goed. De voorbije weken en maanden ben ik veel met mijn studies en mijn muziek bezig geweest, ik kwam niet buiten. Ik ben nogal een hypochonder, tijdens de lockdown deden mijn ouders vaak de boodschappen. Toen ik na een tijd een keer meeging, was dat heel raar. De handschoenen, de mondmaskers, het had iets apocalyptisch. Ondertussen vind ik dat je er nog maar weinig van merkt dat er een pandemie rondgaat.
Hoe heb je de lockdown beleefd? Ik had net mijn neus aan het venster gestoken als artieste, maar ik was ook nog altijd aan het studeren. Net voor de lockdown was alles heel druk en chaotisch. Ik rende van les naar studio naar show naar meeting naar fotoshoot. Een week later zat ik gewoon thuis op het terras een boek te lezen en wat gitaar te spelen. Na twee weken zei ik tijdens het theezetten tegen mijn moeder dat ik me raar voelde. Ze antwoordde dat ik tot rust was gekomen. (Lacht) Veel mensen hadden bewust of onbewust nood aan die rust.
activiteit. Het overbodige valt weg, enkel de basis blijft. Je leeft ‘aardser’.
Heeft corona iets veranderd? Ik denk dat we met te veel zijn om echt iets wezenlijks te veranderen. Het is een zegen en tegelijk een vloek dat we zo snel evolueren. De mens permitteert zich almaar meer, hij voelt zich superieur aan alle andere dingen op deze planeet. We moeten plaatsmaken voor de natuur zodat die rustig haar ding kan doen, zonder dat wij haar willen controleren. Ik hoop dat corona ons daarin heeft wakker geschud.
BIO • Wordt geboren als Charlotte Meyntjens in 2001 • Wil als kind ballerina worden • Studeert burgerlijk ingenieur aan de University of Technology in Delft • Debuteert in januari van dit jaar met de ep Spectrum • Mikt op een nieuwe release in september • Doet op 9 juli een Fifty Summer Session met Rare Akuma
Draag je een mondmasker? Als dat nodig is, ja. Mijn achtergrond is wetenschappelijk, ik lees veel artikels over het nut ervan. Ze zijn zeker zinvol om de verspreiding van het virus af te remmen, maar dat percentage is klein. Vooral omdat we ze niet consequent gebruiken. Veel mensen die ik ken, doen al een maand hetzelfde mondmasker aan. Of je ziet obers ze dragen in een restaurant met gesloten ramen, maar de gasten niet.
22
I
Kijk je met een andere blik naar buiten?
Hoe kijk je naar de toekomst?
Vooral mijn kijk op tijd is veranderd. Ik heb heel mijn leven al het idee dat ik geen tijd wil verspillen. Elke seconde van de dag wil ik iets nuttigs doen. Dat kon plots niet meer, en daar werd ik triest van. Dit is een van de spannendste periodes van mijn leven, waarin heel veel dingen gebeuren. Ineens wordt iedereen opgesloten. Dingen die normaal niks voorstellen, worden een
Ik ben optimistisch. Normaal zou ik op Dour hebben gestaan, dat was mijn ultieme droom. Maar nu denk ik: ik was er misschien niet klaar voor. Tijdens de lockdown ben ik beginnen te experimenteren met andere muziek. Ik wil blijven groeien, en daarvoor moet je dingen durven om te gooien en falen. Ik heb weer zin in het leven, zeg maar. Ik ben blij dat het opnieuw kan.
La traversée du désert
That’s the spirit!
FR/ Chaque dimanche soir de juillet et d’août, Flagey organise, avec Musiq3 et Klara, Flagey On Air, des émissions de radio depuis le Studio 4 avec des concerts d’artistes belges et étrangers. Ces représentations peuvent également être suivies par un public limité. Par exemple, le 12 juillet, vous pourrez aller écouter Claire Désert, la pianiste française friande de Robert Schumann. Pour étancher votre soif, elle jouera également quelques morceaux de Beethoven et de Widmann. (TZ)
EN/ During the lockdown, the breweries Brussels Beer
> 30/8, Flagey, www.flagey.be
9/7, various locations
8 JULI 2020
Project, En Stoemelings, La Source, and No Science created Smells Like Brussels Spirit in beer barrels that would otherwise have been lost. This 37.5° “eau de bière” is an aromatic blend between peket and gin, infused with “Brussels” Iris flowers, among other things. A string of bars (such as Barbeton, Kfk Hope, and Moeder Lambic Fontainas) have created a cocktail with it, which you can go and taste on the spot. Want to have your own bottle? A limited edition of 1,000 bottles are on sale at all four breweries. (GVDH)
Klassiek in het klein
NL/ Liefhebbers van klassieke muziek kunnen opgelucht
ademhalen: het festival Midis-Minimes gaat deze zomer door, zij het in een gehalveerde vorm. Dit jaar komen alleen Belgische musici in een intieme setting aan bod, zoals pianist Liebrecht Vanbeckevoort, zijn collega Stephane Ginsburgh (foto), Trio Aries en Quatuor Alfama. (GVDH) > 27/8, Conservatorium van Brussel, www.midis-minimes.be
Soundtrack for the summer
Nu concerten weer kunnen (voor een beperkt publiek), greep jazzdrummer TEUN VERBRUGGEN zijn kans: in juli en augustus organiseert hij in zijn haven voor experimentele muziek Werkplaats Walter negen Safe ‘N Sounddays, concerten voor 25 mensen met frisse gelegenheidsduo’s. Maar eerst tunet hij je oren met zijn soundtrack voor de zomer.
1. ‘Your signs’
6. ‘Peckeredwood’
Deze Duitse punkband ging op een gegeven moment in zee met de laptopman van Björk en maakte prachtige gelaagde muziek. Dit is een nummer met een van de mooiste saxsolo’s in de hedendaagse popmuziek, door de Duitse jazzsaxofonist Johannes Enders.
Een nummer van het trio rond Joey Baron, de drummer van John Zorn. Hij is een van de meest frisse drummers van de laatste vijftig jaar. Deze compositie is één grote drumfeature. Prachtig expressief slagwerk, een fijne joodse melodie en groove.
The Notwist
John Zorn
7. ‘Pharaoh’s dance’
2. ‘Suede’
Miles Davis
Knxwledge feat. Anderson .Paak
Een van de interessantste beatmakers van het moment samen met de gouden stem én soul van de eeuw.
3. ‘The enlightener’
Bobo Stenson, Anders Jormin, Jon Christensen
Dit is heel fraaie muziek van het trio rond de Zweedse jazzpianist Bobo Stenson. Jon Christensen, een legendarische Noorse drummer, is een paar maanden geleden overleden.
4. ‘Vordhosbn’
Un cinéma à soi
Aphex Twin
Disposer d’une salle de cinéma rien que pour soi, entouré de ses amis et de la musique live d’un pianiste jouant rien que pour vous ? Cet été, le rêve devient réalité grâce aux 50 films à la carte de la Cinematek. Le pitch ? Une projection privée pour votre bulle sociale (max. 15 personnes) parmi une sélection de films brassant tous les genres, de Mon Oncle à L'Âge d'Or, en passant par Cry Baby ou E.T., l'extra-terrestre. Comptez un supplément pour les films muets avec pianiste. (SOS) 20.00, Cinematek, www.cinematek. be (sur réservation)
Aphex Twin behoeft eigenlijk geen uitleg. Hij is de meest spraakmakende elektronica-artiest van de laatste twintig jaar. Zijn album Drukqs staat vol prachtige elektronica en miniatuurtjes met prepared piano. Heel fris.
5. ‘Bleed’
Uit Bitches brew, waarop Miles Davis met elektrische instrumenten en freejazz begon te experimenteren. Een legendarisch album dat de fusion inleidde.
8. ‘Work’
Paul Motian and the Electric Bebopband
De Amerikaanse drummer Paul Motian brengt standards en bebopcomposities in een heel onorthodoxe bezetting, met twee gitaren, twee saxen, drums en elektrische bas. De Electric bebopband was een van zijn meer bekende samenwerkingen met onder meer Kurt Rosenwinkel, Jakob Bro, Tony Malaby en Anders Kristensen.
9. ‘Aka moves’ Aka Moon
Een van dé Belgische cultjazzbands. Een compositie uit hun eerste plaat.
10. ‘My ass is on fire’
Meshuggah
Meshuggah is voor mij de beste metalband sinds jaren. Ongelooflijke muzikanten en dito muziek.
Mr Bungle
Mike Patton, in een ander leven zanger bij Faith No More, op zijn best. (TZ)
Listen on spotify Open
Search
Scan 8 JULI 2020
I 23
Film reviews
Kindacteur Federico Ielapi ziet er werkelijk uit als een levend wezen van hout.
Uit donker hout gesneden Niet gelogen: met het pi ige Pinocchio zet Ma eo Garrone de vele steriele hervertellingen van Pinokkio te kijk. — NIELS RUËLL
NL
PINOCCHIO IT, dir.: Matteo Garrone, act.: Roberto Benigni, Federico Ielapi, Marine Vacth
•••
24
I
8 JULI 2020
Pinokkio is al 140 jaar populair. De tachtig jaar oude animatiefilm van Walt Disney Pictures krijgt kinderen nog steeds stil. Er wordt altijd wel ergens een musicalversie opgevoerd met de avonturen van de levende marionet die de vaderlijke raad van houtsnijder Geppetto in de wind slaat en liever de wijde wereld verkent en plezier maakt dan naar school te gaan. Zowel Guillermo del Toro, die Oscars won met The shape of water, als Robert Zemeckis, die Oscars won met Forrest Gump, werken aan nieuwe verfilmingen van de fantastische avonturen van de levende houtpop. De Italiaan Matteo Garrone is hen te snel af met een versie die Italië innig in de armen sloot. De regisseur dankt zijn faam aan films als Gomorra, Reality en Dogman, bijtende drama’s die het palmares van filmfestival van Cannes haalden. Maar deze keer kiest hij voluit voor fantasy met exuberante kostuums, theatrale
vertolkingen, kleurrijke decors en wonderlijke personages. In zijn live-actionsprookje ziet kindacteur Federico Ielapi er na drie uur make-up en de tovenarij van prosthetic make-up designer Mark Coulier werkelijk uit als een levend wezen van hout. Dat is even wennen.
NAAR DE BRON Vergeleken met de overbekende Pinokkio van Disney is Pinocchio een stuk pittiger, grilliger, grotesker en donkerder. Het is eng wanneer Pinokkio’s houten benen vuur vatten of wanneer hij in het holst van de nacht aan de takken van een boom bengelt met zijn hoofd in een strop. Garrone gaat er wellicht terecht vanuit dat kinderen die donkerte kunnen plaatsen in de overrompelende veelheid aan indrukken en emoties die Pinokkio tijdens zijn doldrieste verkenning van de wereld en het leven opdoet. Hij vindt die cocktail van stichtende levenslessen, heerlijke fantasie, dolle pret en grimmigere werkelijkheden als armoede, niet uit. Hij laaft zich aan de bron: het in 1883 in boekvorm uitgebrachte, merkwaardige kinderfeuilleton van Carlo Collodi. Slim gezien. Goed gedaan.
Pinocchio est populaire depuis 140 ans. Les réalisateurs Guillermo del Toro et Robert Zemeckis préparent tous deux une adaptation des aventures du pantin en bois qui préfère ignorer les conseils de son père Geppetto et aller explorer le vaste monde. Matteo Garrone (Gomorra, Dogman) leur a damé le pion. Il embrasse la fantaisie avec des costumes exubérants, des interprétations théâtrales, des décors colorés et des personnages merveilleux. Pinocchio est beaucoup plus fantasque, grotesque et sombre que le film de Disney. FR
Pinocchio has been popular for 140 years. Both Guillermo del Toro and Robert Zemeckis are working on adaptations of the living wooden puppet who ignores the fatherly advice of the carpenter Geppetto and prefers to explore the wide world than go to school. Matteo Garrone (Gomorra, Dogman) has beaten them to it. He has unambiguously opted for fantasy, with lavish costuming, theatrical performances, colourful sets, and wondrous characters. Pinocchio is much darker, more fantastical and grotesque than the famous Disney film. EN
Le conte de l’œuf et du chameau
Modern slavery in Europe’s capital
ÖNDÖG
OLEG
CN, MN, dir.: Wang Quan’an, act.: Dulamjav Enkhtaivan, Aorigeletu, Norovsambuu Batmunkh
BE, dir.: Juris Kursietis, act.: Valentin Novopolskij, Dawid Ogrodnik
•••
••••
Si vous ne pouvez pas aller en Mongolie, c’est la Mongolie qui viendra à vous. Grâce au réalisateur chinois Wang Quan’an, qui remportait l’Ours d’Or en 2007 avec Le Mariage de Tuya. Dans la glaciale et dangereuse steppe mongole où un œuf de dinosaure a été retrouvé, un policier inexpérimenté doit veiller sur le cadavre d’une femme. Il est accompagné d’une bergère libre et maline avec un chameau qui sait garder les loups à distance, qui a un trop-plein d’amour et qui sait chasser le froid grâce au sexe. FR
C’est surtout un personnage de film inoubliable. Öndög, qui signifie « œuf » en mongol, offre une vision différente de la vie, de la mort, du temps et de l’amour sans effusion de paroles. Ce film lent et apaisant, qui a remporté le Grand Prix du meilleur film au festival de Gand, laisse les images parler d’elles-mêmes. Des images de personnes et d’animaux. Des images d’un paysage enchanteur, mystique et dangereux où l’on peut se promener grâce au miracle du cinéma, sans quitter Bruxelles et sans avoir froid. (NR)
Slavery, here in our capital, is the challenging subject of this anxious and oppressive social-realist tragedy that was very successful on the festival circuit. The Latvian director Juris Kursietis combines his background in journalism with a vision of cinema in which visual language is not a negligible detail and the director of photography plays a pivotal role. The young Latvian Oleg hoped to build a better future for himself by migrating to Belgium. But his situation is much lonelier and more precarious than he realizes. EN
After losing his job in an industrial meat-processing plant, he is first helped but then mercilessly exploited by Andrzej, a charismatic but psychopathic Polish hustler and criminal. Oleg’s downfall, which is depicted in agonizing detail, is the consequence of a succession of well-intentioned but bad decisions and deep debts, but it is also brought about by a predator with free rein to abuse Eastern-European migrants in the capital of Europe. In short, the extremely discomforting film Oleg leaves you with pressing political questions. (NR)
In de ijskoude Mongoolse steppe, waar al eens een dinosaurusei wordt gevonden, moet een onervaren politieman het lijk van een vrouw bewaken. Hij krijgt het gezelschap van een lepe, vrijgevochten herderin die weet hoe je wolven op afstand houdt, liefde te veel heeft en de kou met seks uit je botten krijgt. Öndög, Mongools voor ei, wijst een andere visie op het leven, de dood, de tijd en de liefde aan zonder woordenbrij. De trage, verzachtende film die de hoofdprijs van het Filmfestival van Gent won, laat de beelden voor zich spreken.
Slavernij, hier in onze stad, is het confronterende onderwerp van deze nerveuze sociaal-realistische tragedie van de Letse regisseur Juris Kursietis. De jonge Let Oleg hoopte zichzelf een betere toekomst te gunnen door naar België te migreren. Na verlies van zijn job wordt hij eerst geholpen maar daarna volledig uitgebuit door een Poolse ritselaar en crimineel. Olegs ondergang wordt genadeloos in beeld gebracht, en de ongemakkelijk makende film zadelt je ook op met prangende politieke vragen.
In the ice-cold Mongolian steppe, where dinosaur eggs are sometimes found, an inexperienced policeman has to guard the corpse of a woman. He is accompanied by a shrewd, liberated shepherdess who knows how to ward off wolves, has an excess of love, and keeps you warm by having lots of sex. Öndög, Mongolian for egg, illustrates an alternate vision of life, death, time, and love, and does so without wasting words. The slow, softening film that won the main prize at the Ghent Film Festival lets its visuals speak for themselves.
L’esclavage dans notre propre ville est le sujet conflictuel de cette tragédie socio-réaliste nerveuse du réalisateur letton Juris Kursietis. Le jeune Let Oleg espérait un meilleur avenir en émigrant en Belgique. Après la perte de son emploi, il se fait d’abord aider et ensuite totalement exploiter par un arnaqueur et criminel polonais. La chute d’Oleg est filmée sans pitié, et ce film dérangeant met en avant des questions politiques poignantes.
NL
EN
NL
FR
HIGH FIVE •••••
••••
MONOS
ONWARD
••••
•••
•••
Koreanen veroveren de Oscars. Les Coréens à l’assaut des Oscars. Koreans conquer the Oscars.
Een koortsdroom in de jungle. Délire fiévreux dans la jungle. A fever dream in the jungle.
Elfenbroers op zoek naar papa. Frères elfes à la recherche de papa. Elf brothers looking for daddy.
Het verhaal achter de liefdesliedjes. L’histoire derrière les chansons. The story behind the love songs.
Sami Bouajila in goede vorm. Sami Bouajila en grande forme. Sami Bouajila in good form.
PARASITE
MARIANNE & LEONARD
UN FILS
8 JULI 2020
I 25
Expo review
© FONDATION CAB, PHOTOGRAPHY LOLA PERTSOWSKY
In the mirror of the minimal In an extensive exhibition that brings together woman artists of different generations, the Fondation CAB dismantles some reductive ideas about minimalist art. Open to nature, to spirituality, and to the body, the pieces do not only speak of themselves, but resonate with everything around them. — GILLES BECHET
EN
FIGURES ON A GROUND > 12.12, Fondation CAB, www. fondationcab.com
••••
26
I
8 JULI 2020
Minimalist art is thought to be all about structure and precision. A dialogue of forms, surfaces, and colours to be interpreted as a whole, without outside references. Agnes Martin’s painting is best viewed from up close. As you approach the square divided into bands of pastel colours, the delicacy and sensitivity of its execution become clear. Subtle variations in the material suggest the trembling of the artist’s hand. The artist compares the sense of serenity that emanates from it to the way you might feel when you open a curtain to view nature. Martin, who has been painting since the beginning of the nineteen-six-
ties, has taken part in exhibitions alongside the pioneers of minimalism. And she is far from the only woman associated with the movement. Your first impression on arriving in the large space of the Fondation CAB is one of abundance and multiplicity. Claudia Comte’s fresco converses with Charlotte Posenenske’s sculptures made of recycled cardboard and the painted sculptures in wood by Julia Mangold, pieces that you have to move around in order to get a real sense of their size and their relationship with the space. “We wanted to add some chaos to the order to the broaden the concept of minimalist art and diversify its profile,”
says Eléonore de Sadeleer, co-curator of the exhibition. The pieces on display demolish the notion of the supposed neutrality of a self-referential and rational type of art unencumbered by feelings. The “feminine touch”, if there is one, is perhaps that ability to be open to nature, to spirituality, and to exploring the relationship with the body. The cracked texture covering the work of Jessica Sanders is the result of drying bees’ wax on the linen canvas. The texture, which is similar to wrinkles on skin, occurs by chance rather than resulting from a predefined structure. There is more logic in the work of the young artist Tauba Auerbach, who weaves thin strips of canvas. The result is reminiscent of both Pop Art textiles and the structure of a circuit board. Her work is based on the dissonance between the details and the whole, as with static on a screen. Mary Obering’s minimalism involves the
Quarantoon STEVE MICHIELS
ALSO ON SHOW? KEITH HARING
•••••
Your last chance to visit the Keith Haring retrospective at Bozar and get a taste of the New York icon’s lust for life, bundless energy, graphic ingenuity, wild style, and generosity. (> 21/7, Bozar) PANOS
••••
At a time when paper towels have become more popular than ever, Sterput defies all sanitary measures and focuses on old-school handkerchiefs, designed by boys (and girls) who don’t cry. (> 16/8, Sterput) WOLFGANG TILLMANS
••••
The first large-scale solo show in Belgium of one of the most influential artists of his eneration, presenting both new and old works that pushed the limits of photography and image-making. (> 16/8, Wiels)
repetition of simple forms and warm colours. Fascinated by Renaissance painting, she has borrowed techniques from it, such as gold leaf and tempera, which she applies directly to gesso panels to create vast depths beneath an opulent surface. Sonia Kacem, a young artist who was offered a residency at the Fondation CAB at the beginning of the year, explores the sculptural potential of unconventional materials. In an intriguing diptych, she explores forms with heavy coloured awning fabrics, alternating between horizontal and vertical. Although the minimalist movement has never united behind a single manifesto, its major artists have defined the principles that govern their work in various interviews in the artistic press. Ariane Loze presented some of those tenets in her video Minimal Art, made during a residency at the Fondation CAB. In it, the Belgian artist performs in the locations, assuming different silhouettes and characters to present minimalist thought by playfully mirroring it with architecture. “Your limits are your reality ” she tells us.
In een copieuze tentoonstelling van vrouwelijke kunstenaars van verschillende generaties ontkracht de Fondation CAB een reeks vooroordelen over minimalistische kunst. Die stroming wordt vaak gezien als extreem gestructureerd en rationeel, zonder verwijzingen naar buiten. Niets blijkt hier minder waar. De tentoongestelde werken openbaren zich als open voor de natuur, voor spiritualiteit en voor het lichaam. Ze vertellen niet zozeer over zichzelf, maar resoneren met al wat hen omringt. NL
Dans une copieuse exposition rassemblant des femmes artistes de générations différentes, la Fondation CAB démonte quelques idées réductrices sur l’art minimaliste. Ce mouvement est souvent considéré comme extrêmement structuré et rationnel, sans références à l’extérieur. Rien n’est moins vrai ici. Ouvertes à la nature, à la spiritualité et au corps, ces œuvres ne parlent pas que d’elles-mêmes mais résonnent avec tout ce qui les entoure. FR
8 JULI 2020
I 27
Eat & drink
Le vent du Levant De Londres à Paris, une vague moyen-orientale déferle sur la restauration. Le LABNEH, un produit laitier crémeux plus proche du yaourt que du fromage, en est l’emblème. — MICHEL VERLINDEN PHOTO: SASKIA VANDERSTICHELE
Londres, Paris, Bruxelles, même scénario. Ces trois capitales assistent depuis quelque temps à la multiplication des enseignes moyen-orientales… pour notre plus grand plaisir. Généreuse et associée au partage, cette cuisine, inspirée par des pays comme le Liban, Israël ou la Syrie, vaut amplement le détour. On aime la diversité des saveurs, l’usage des épices, les textures multiples et aussi la belle fraîcheur qui en émanent. à ce propos, une préparation résume parfaitement cet esprit du Levant qui affole les palais : le labneh (que l’on écrit également « labne »). On en trouve trace dès le 14e siècle dans les livres de recettes islamiques qui font mention d’un « lait persan ». Tout l’intérêt du labneh tient à son caractère onctueux situé entre le yaourt et le fromage. Le principe est celui d’un yaourt obtenu à partir de lait de vache, de chèvre ou de brebis, généralement entier, qu’on laisse égoutter entre 4 et 24h (un processus d’un jour permet de façonner de petites boules que l’on garde dans l’huile d’olive). Très facile à réaliser soi-même, ce produit laitier typique se déguste tant au petit-déjeuner qu’au
D’AUTRES REPÈRES DU LABNEH ? POIS CHICHE
Où déguster à Bruxelles un labneh digne de ce nom ? Sans hésiter : au Conteur.
Brussel/Bruxelles, www.poischiche.be
moment de l’apéritif (en mezzé). Question : où déguster à Bruxelles un labneh digne de ce nom ? Sans hésiter dans une enseigne ouverte en décembre 2019 : Le Conteur. Joliment mise en scène et sérieusement ambiancée (musique orientalisante au volume intense pas toujours heureuse), l’adresse évoque l’un de ces fancy restaurants tel qu’ils sont prisés à Londres. La bonne nouvelle, c’est que malgré ce goût du spectacle, l’endroit défend une
néo-gastronomie israélienne (on pense à Yotam Ottolenghi) qui tient la route. Derrière les fourneaux, deux frères venus de Tel Aviv, Roi et Roni Zini. Le duo signe une pure version (3,50 euros) de la préparation crémeuse, c’est-à-dire avec de l’huile d’olive, du jus de citron et surtout un excellent zaatar – classiquement, il s’agit d’un mélange de thym moulu, de graines de sésame grillées et de graines de sumac, mais il existe des variantes avec de l’origan et de la sauge.
LE CONTEUR Kiekenmarkt 32 rue Marché aux poulets, Brussel/Bruxelles, 02-347.02.91, www.le-conteur.com, di/ma/Tu > vr/ve/Fr 18 > 22.30, za/sa/Sa 12 > 16.00 & 18 > 22.30, zo/di/Su 12 > 17.00 28
I
8 JULI 2020
Petit snack bien balancé de la place de la Chapelle. La version proposée (8 €) est ici intéressante en ce que la base est un yaourt réalisé à partir de lait de vache belge et accommodé à l’orientale.
ORIENTALIA Traiteur consacré de la chaussée de Charleroi où le labneh est aussi proposé en version ail et menthe séchée (7 € pour 300g). Sint-Gillis/Saint-Gilles, www.orientalia.be
GREAT MARKET Un supermarché ouvert près de la place Meiser qui fait place à un comptoir traiteur bon et démocratique (13,50€ le kilo). Schaarbeek/Schaerbeek, www.greatmarket.be
DIT IS DE PAGINA WAAR NORMAAL EEN REVIEW VAN DE DRIE AB CONCERTEN VAN ZWANGERE GUY ZOU STAAN. Maar er is een Plan B. Want op 10 juli staat Zwangere Guy tòch in de AB. Alleen. Live te volgen via BRUZZ en planbrussel.be
Check wat er nog allemaal gebeurt deze zomer op planbrussel.be en trek uw Plan B.
Een initiatief van UiTinBrussel, Muntpunt en de Vlaamse Overheid.
PLAN B advertentie ZG + Algemeen.indd 1
22/06/2020 11:52
Interview
DE VLAAMSE FEESTDAG VOLGENS DJ EN RADIOMAKER LEFTO
‘Identiteit moet je rijker maken, niet opsluiten’
N
u onze anderhalvemetermaatschappij nog steeds niet tuk is op grote volkstoelopen, gooit ook de Vlaamse Gemeenschapscommissie haar 11 juliviering over een andere boeg. Voorzitter van de VGCraad Fouad Ahidar houdt zijn speech virtueel, gevolgd door een handvol videoboodschappen van Vlaamstalige Brusselaars die zich onderscheiden in de sport, de cultuur, de zorg, het onderwijs, de wetenschap enzovoort. Geen politieke pamfletten, de gemeenschappelijke deler is dat ze hun stad een warm hart toedragen voor de kansen die ze er kregen. Onder de blijde boodschappers bevindt zich Stéphane Lallemand. Doet geen belletje rinkelen? U kent hem vast wel als Lefto, de alias waaronder hij zich in Brussel (en ver daarbuiten) de voorbije decennia manifesteerde als dj, radiohost, hiphopkenner, vinylfreak, jazzaficionado, documentairemaker, foodie, smaakmaker, globetrotter, producer en wat nog meer. Volgens BBC-icoon en gelijkgestemde ziel Gilles Peterson is de 43-jarige Brusselaar vijf personen in één, maar we verwedden er een FFP3-mondmasker op dat het er een pak meer zijn. Lefto is vooral ook een vrije vogel, die zich aan niets of niemand verbindt. Waarom engageert hij zich dan nu voor de VGC? “Om mensen bewust te maken dat de Vlaamse Gemeenschapscommissie heel veel doet voor Brussel,” zegt hij, terwijl hij op een van de
30
I
8 JULI 2020
boomstammetjes aan Radio Kiosk gaat zitten. De houten hut onder het groene gebladerte van het Warandepark is sinds zondag zijn nieuwe uitlaatklep, nadat hij een week eerder, na twintig jaar (!), de deur bij Studio Brussel zomaar achter zich heeft dichtgetrokken. “Het coole is dat de VGC zich inzet voor alle gemeenschappen,” gaat hij verder. “Iedereen weet, ook Franstalige Brusselaars en daarbuiten, dat Vlaamse cultuurhuizen garant staan voor kwaliteit en creativiteit. Ze doen de stad vooruitgaan.” Als hij naar de AB of de Beursschouwburg gaat, ziet hij niet alleen Vlamingen. “Dat zijn Vlaamse huizen, maar ze maken geen onderscheid tussen iemand die Nederlands of Frans of Portugees of wat dan ook spreekt.” Ook Franstalige organisaties als de Botanique en C12 zijn uiteraard katalysatoren voor een betere stad, maar Vlamingen mogen zich best wel manifesteren, zegt Lefto. “Veel mensen vinden dat Vlamingen hier niets te zoeken hebben, maar Brussel is toch ook de hoofdstad van Vlaanderen? We mogen blij zijn dat Vlamingen al die initiatieven nemen. Zonder de Vlaamse Brusselaars zou de stad anders zijn.” Daar staat natuurlijk geld tegenover, beseft hij. “De culturele sector brengt ook veel geld op, hè. Ik vind het gek dat daar zo weinig over gesproken is de voorbije maanden. Maar ook al maak je verlies, dan nog moet je dingen promoten die anders niet onder de aandacht zouden komen
omdat ze niet mainstream genoeg zijn.” Hij verwijst naar Democrazy in Gent, een organisatie “met ballen” zoals er gelukkig ook genoeg in Brussel zitten. “Je moet durven dingen te programmeren die niet evident of niet bekend zijn. Zonder die mentaliteit had Nirvana nooit opgetreden voor 100 man in de Democrazy toen nog geen kat van hen had gehoord.” Met cultuur maak je je stad gezonder, vindt Lefto. En de buitenwereld pikt je op. “Kijk naar Amsterdam, dat broeit en bruist. Mensen weten dat. Van Brussel weten ze dat niet per se. Ik vond dat we voor corona net supergoed bezig waren. De clubs draaiden, er gingen nieuwe vinylshops open. Je voelde dat de spirit goed zat. Die is nu weer even weg, hopelijk komt hij snel terug.”
OUT OF THE KIOSK “Hé, Lefto, all good?” De dj krijgt een welgemeende ellebooggroet van Nicolas Bucci, artistiek directeur bij het Listen! Festival, en een van de drie oprichters van Kiosk Radio. “Support your local scene”, leest de slogan op zijn shirt. Dat vat het goed samen. De webradio nam drie jaar geleden zijn intrek in de voormalige ijskraam, sindsdien heeft hij zich almaar dieper in het stadsweefsel verankerd. Een vrijbuiter als Lefto wordt er met open armen ontvangen. Hij zal zijn luisteraars op zondagavond tussen zes en acht verwennen met Think outside the kiosk,
▼
BRUZZ | VLAAMSE FEESTDAG
In een videoboodschap van de Vlaamse Gemeenschapscommissie prijst kloppend hart van de Brusselse indiescene Lefto de Vlaamse culturele initiatieven in onze hoofdstad. Ze doen de stad vooruitgaan, vindt hij. Maar van een strijd over territoria, rechten en plichten houdt hij zich ver weg. “Ik voel mij als Vlaamse Brusselaar thuis in alle gemeenschappen.” — TOM ZONDERMAN, FOTO’S HELEEN RODIERS
LEFTO • Geboren in 1976, groeit op in Anderlecht, Molenbeek en Ternat • Zijn vader leent midden jaren 1990 geld bij de bank om twee draaitafels voor zijn zoon te kopen • Begint in 1999 als radiohost bij Studio Brussel • Runt eind jaren 1990 vanuit Gent het hiphoplabel B9000 • Reist van metropool naar metropool als dj • Remixt in 2005 een album voor het jazzlabel Blue Note • Maakt in 2017 de docureeks Lefto in transit voor Canvas • Richt in 2019 het label Royale Records op • Ruilt in 2020 StuBru in voor Radio Kiosk, maar blijft ook nog te horen bij Rinse FR en Worldwide FM • Woont met zijn vrouw en zoontje in Schaarbeek • Brengt deze week de ep En nu uit met de Gentse rapper Spreej
Lefto klimt op het kapblok: “Iedereen weet dat Vlaamse cultuurhuizen garant staan voor kwaliteit en creativiteit. Ze doen de stad vooruitgaan.”
8 JULI 2020
I 31
DE VLAAMSE FEESTDAG VOLGENS DJ EN RADIOMAKER LEFTO
“Ik hou van pasta en lasagne. Is dat omdat dat in mijn genen zit, of gewoon omdat dat lekker is?” LEFTO Radiohost en dj
DISNEYLAND
▼
BRUZZ | VLAAMSE FEESTDAG
een programma waarin hij volgens zijn intussen gekende goeddunken put uit hiphop, jazz, house en global sounds. Zijn keuze is zijn zilvermerk. “Ik moet het voelen,” zegt hij over het criterium van zijn selectie. “Als ik het niet voel, is het te oppervlakkig. Radio wil vandaag vooral niemand bruuskeren. Maar als je muziek maakt, wil je toch net niet op safe spelen? Je wilt dat de emotie ervan afspat, dat er hart in zit.” Dat hart was hij al een tijdje verloren bij Studio Brussel, de zender waar hij sinds 1999 zijn eigen programma had. Dat heette eerst De hop, daarna gewoon Lefto. De laatste vijf jaar deed hij dat op de plek waar Duyster zat, het cultprogramma voor kampvuurgeknetter dat in september zijn comeback maakt: zondagavond van tien tot twaalf. “Dat uur heeft me veel luisteraars gekost,” zegt hij. “Op den duur volgde de internationale gemeenschap mij meer via mijn telefoon dan de luisteraars via de bandbreedte van StuBru.” Hij had graag wat meer steun gehad van zijn zender, vooral op sociale media. Livesessies verdwenen jammer genoeg ook. Een kwestie van budget, maar ook van prioriteiten. “En die liggen bij StuBru nu ergens anders,” maakt hij duidelijk. Maar vooral de interactie met de muziekminnende luisteraar miste Lefto. “Kijk naar de mensen hier in het park. Ze chillen, ze drinken iets. Dat contact is heel direct. Twee weken geleden had ik hier een show met Zwangere Guy, er zat tweehonderd man buiten. De politie kwam voortdurend kijken of alles wel correct verliep.” Ongeveer 20.000 mensen luisterden mee van op afstand. Vreest hij toch niet minder exposure? Kiosk Radio is een webradio, dus heeft hij wereldwijd sowieso veel luisteraars, zegt hij. “En die luisteren ook echt. Via de chatroom komen voortdurend boodschappen binnen, daar kan ik on air op inspelen. Dat is heel belangrijk. Mainstreamkanalen zijn dat verloren.” Er is nog iets wat Lefto aantrekt bij Radio Kiosk: zijn engagement. “Het is een van de taken van de radio om zijn luisteraars aan te spreken en dialoog te voeren. De komende twee maanden zet Kiosk telkens een andere Brusselse venue in de kijker die nu gesloten moet blijven, door er live te gaan uitzenden. Samen met de VK organiseren ze een debat rond vrouwen en activisme. De LGTBQ-gemeenschap wordt aangesproken. Er zit hier véél in dat kot.” Alles wat dieper gaat, trekt doorgaans minder kijkers of luisteraars aan dan iets oppervlakkigs, vindt hij. “Mensen willen niet te veel nadenken. Dat zie je ook aan wat er op tv wordt getoond.” Terwijl iedereen weet dat de kant van de weg
32
I
8 JULI 2020
jazz, hiphop en reggae, tot sommige elektronica, techno en house. In tijden van Black Lives Matter is het belangrijk dat je dat niet vergeet.”
vaak interessanter is dan het midden. “Precies. Zo krijg je eigenheid. Dat is belangrijk voor een zender, net als voor een dj. Als je alleen maar alle hits na elkaar speelt, creëer je geen smoel. Je moet mensen exclusieve dingen bieden. Kijk naar de Amerikaanse zender NPR, hun Tiny Desk Sessions gaan de wereld rond. En je hebt er niet eens een groot budget voor nodig.” Lefto doet zijn luisteraars wél graag nadenken, ook over de muziekgeschiedenis. “95 procent van de genres die je op de radio hoort, komen van black music. Van blues over rock tot
Lefto voelt zich in zijn nopjes bij zijn nieuwe uitvalsbasis, Radio Kiosk: “Er zit hier véél in dat kot.”
Lefto wuift naar Rokia Bamba, de Brusselse dj met wie hij straks gaat draaien op Manchester Plage, waar Recyclart zijn Holidays uitrolt. “Mensen als zij vertegenwoordigen de sound of Brussels,” vertelt hij. “Ook al is dat alleen Afrikaanse muziek.” Terwijl de Congolese rumba uit de boxen spat, neemt hij een slok van zijn flesje Club-Mate, een cafeïnerijke frisdrank “waar ze zot van zijn in de Duitse clubscene”. Op zijn ontblote scheenbenen – onder zijn hagelwitte hoodie draagt hij een sportieve short – staan de woorden ‘early’ en ‘bird’ getatoeëerd. Ze verwijzen naar zijn alias, een verbastering van ‘lève-tôt’. Ondanks zijn nachtelijke escapades – als jonge skater en graffitikunstenaar was hij altijd en vadrouille – was hij een vroege vogel. Lefto groeide met zijn Franstalige vader op in
Anderlecht, maar verkaste wat later naar Molenbeek. Daarna ging het even naar Ternat. “We moesten weg uit Molenbeek, het was er te moeilijk. Vandaag is het er Disneyland tegenover toen.” In Ternat leefde hij zich uit op een industrieterrein. “Voor mij was dat één groot skatepark.” Hiphop leerde hij kennen in het Sint-Pieterscollege in Jette, onder meer door enkele mc’s van de ontluikende Luiks-Brusselse hiphopcrew Starflam. Thuis slingerden er cassettes en vinyl rond, zijn vader luisterde naar “alles tussen jazz en France Gall”. “Mijn eerste plaat? Hit connection 1984. Ik geloof dat mijn pa die voor mij heeft gekocht. Daar stonden dingen op als Jermaine Jackson en Pia Zadora, Wham! en Duran Duran.” Eind jaren 1980 droeg hij wijde zwarte broeken en witte shirts met acidpins. “Ik ging naar de New Top Trente in het centrum om er new beat-platen te kopen. Op RTL keek ik naar 10 qu’on aime. Daar ontdekte ik Benny B, de pionier van de Brusselse hiphop. Dat scratchen
DNA-test. “Daaruit bleek dat ik zelfs wortels heb in Afghanistan. Ik ben voorzichtig met dat soort dingen, maar elke Belg zou zo’n test moeten doen. Dat zou voor veel mensen een gamechanger zijn.” Identiteit vindt hij belangrijk, maar het moet iets zijn wat je rijker maakt, niet iets wat je opsluit. “Identiteit is wat je uniek maakt. Je kan er fier op zijn, maar dan liefst zonder superioriteitsgevoel.” Hij weet dat hij veel te danken heeft aan Vlaanderen, maar voelt zich als Vlaamse Brusselaar vooral thuis bij alle taalgemeenschappen. “Als het vliegtuig een bocht neemt boven Aalst, net voor de landing in Zaventem, zie je Vlaanderen in één oogopslag liggen, zo klein is het. Als het zich afsplitst, wat betekent het dan nog? In tijden van globalisering kiezen miniregio’s voor onafhankelijkheid, om competitief te zijn met de rest van de wereld. Alsof ze daar rijker van zouden worden, maar zo werkt het niet. En wat als de zeespiegel stijgt, gaan al die Vlamingen dan allemaal naar hier komen?” (Lacht)
“En wat als de zeespiegel stijgt, gaan al die Vlamingen dan allemaal naar hier komen?” LEFTO Radiohost en dj
en breakdancen maakte indruk op mij.” Hij stroopt zijn mouw op: “1 mei 2003”, leest een tatoeage, dit keer op zijn pols. “Mijn vader is al zeventien jaar weg. Hartfalen. Hij vertelde een mop en lachte zo hard dat hij erin bleef. Typisch mijn pa. Altijd lollen maken. Maar zijn grootste lol kon hij niet aan. Ik had een diepe band met hem. Gelukkig heb ik altijd congé op zijn sterfdag.” (Lacht) Lefto woonde toen in Gent, met veel vrienden in één huis. “Dat heeft me geholpen. Om niet te veel in te zakken, heb ik me op de muziek gestort.” Lefto’s vader werkte voor een reisbureau, hij zette hem op weg in de muziek, maar gaf hem ook de reismicrobe mee. “Hij heeft me één keer meegenomen, op mijn veertiende, naar New York. Ik was bang om te vliegen, maar voor New York wilde ik alles doen.” Wanneer Lefto nu naar Seoul, LA of São Paulo afzakt om er te dj’en, duikt hij steevast in de onderbuik van de stad. Muziek geeft hem daartoe de sleutel. “De Lefto’s van ginds tonen me de weg. Je moet met locals praten, rondwandelen, eten, anders blijf je aan de oppervlakte.” Over zijn moeder is hij karig. “Ik heb haar niet echt gekend. Ik had veel moeders: de vriendinnen van mijn vader. De ene Congolees, de andere Pools. Mijn belangrijkste moeder was Portugees, zij bracht me in de puberteit discipline bij.” Hij heeft zelf roots in Wallonië, Luxemburg en Italië. “Ik hou van pasta en lasagne. Is dat omdat dat in mijn genen zit, of gewoon omdat dat lekker is?” lacht hij. Een paar jaar geleden deed hij een
Er is nog een reden waarom hij wegging bij de VRT: hij voelde zich niet lekker bij de raad van bestuur, waarin behoorlijk wat rechtse stemmen zitten. “In Brussel stemmen ze rood en groen, in Vlaanderen geel en zwart. Veel Vlamingen voelen zich nog altijd maltraité, omdat de Fransen hen ooit onderdrukten en ze moesten vechten voor hun taal en rechten. Sommige politici denken nog steeds dat het payback time is.”
STEM VAN EEN COMMUNITY Corona gaf hem veel tijd om over dat soort dingen na te denken, vertelt hij. “Ik ben veel beginnen in te zien. Welke mensen zijn dat boven ons, en wat doen ze eigenlijk? En hebben ze enige voeling met ons, laat staan de hele maatschappij? Elke beslissing van de regering leek genomen zonder eerst met de mensen zelf te gaan praten. Zo maak je niemand blij.” Die periode van reflectie zorgde er ook voor dat hij de knoop genaamd StuBru na een paar jaar tobben doorhakte. Net nu hij veertig à vijftig shows mist door corona! “Financieel maakt dat niet veel uit. (Lacht) Vroeger zou ik dat niet gedurfd hebben. Ik ging in het weekend draaien en vloog met de eerste vlucht ’s ochtends terug om te kunnen blijven werken in Music Mania. Ik was bang om die zekerheid te verliezen.” Dat hij die sprong nu waagt, heeft met levenservaring en zelfvertrouwen te maken. “Ik voel mij dj, maar het liefst van al maak ik radio. Ik wil een stem voor mijn community zijn. Dat kon niet met de wapens die StuBru mij gaf.”
LEFTO À LA FÊTE DE LA COMMUNAUTÉ FLAMANDE Comme les grands rassemblements sont interdits, la Commission communautaire flamande a adapté la fête du 11 juillet. Le président Fouad Ahidar fera un discours virtuel, suivi par une poignée de messages vidéo de la part de Bruxellois flamands qui se distinguent dans le domaine de la culture, des soins, de la science etc. Pas de pamphlets politiques, mais une passion partagée pour leur ville et les opportunités qu’elle leur a offertes. Parmi les joyeux messagers, Stéphane Lallemand, aka Lefto, connu à Bruxelles et au-delà en tant que DJ, présentateur radio, spécialiste du hip-hop, réalisateur de documentaires, propriétaire de label et globe-trotteur. « Je veux que les gens se rendent compte que la Commission communautaire flamande fait beaucoup de choses pour Bruxelles, au-delà des communautés », explique-t-il à l’ombre de Radio Kiosk, sa nouvelle soupape depuis dimanche. Car après vingt ans de carrière à Studio Brussel, il a décidé de quitter l’aventure. FR
LEFTO AT THE DAY OF THE FLEMISH COMMUNITY The Flemish Community Commission has decided to do something completely different for its 11 July celebration. Chairperson Fouad Ahidar will deliver his speech virtually, followed by a handful of video messages from Dutchspeaking residents who have excelled in the fields of culture, healthcare, science, etc. There will be no political pamphleteering because the common denominator is that Brussels has a special place in their hearts thanks to the opportunities they were given here. The eulogists include Stéphane Lallemand, better known as Lefto, the alias under which he has appeared over the past few decades in Brussels (and much further afield) as a DJ, radio host, hiphop specialist, documentary filmmaker, label owner, and globetrotter. “I would like to raise awareness of the fact that the Flemish Community Commission does a lot for Brussels, and across the different communities,” he says in the shadow of Radio Kiosk, the wooden hut under the green canopy of the Warandepark that has been his new outlet since Sunday, when he left Studio Brussel behind after twenty years. EN
8 JULI 2020
I 33
Vlaamse feestdag
NEDERLANDS IN EEN FRANSTALIGE WERKOMGEVING
Op zoek naar ‘le juste milieu’ Hoe vergaat het Nederlandstalige werknemers in een overwegend Franstalige werkomgeving? Bestaan ze nog, die ‘Flamands de service’ die het buitenbeentje van hun dienst zijn en moeten opdraven zodra er een woord Nederlands wordt gesignaleerd? — MICHAËL BELLON
T
BRUZZ | VLAAMSE FEESTDAG
im Devriese werkte tot aan de coronacrisis op de communicatiedienst van Beci – de Kamer van Koophandel en het Verbond van ondernemingen te Brussel. Zijn bazen en zijn directe overste waren tweetalig, maar voor het overige was hij op zijn niveau de op één na enige Nederlandstalige. “De kennis van het Nederlands bij Beci was zeker oké, maar veel collega’s kenden het Nederlands enkel passief. Daardoor was ik inderdaad vaak de spellingscorrector van dienst. Als er vragen waren over een e-mail of eender wat, kwamen ze naar mij en dan herschreef ik meestal een en ander.” Op een communicatiedienst is taal sowieso belangrijk, maar Devriese stelde vast dat de visie op communicatie anders is in beide taalrollen. “Nederlandstaligen en Franstaligen communiceren soms op een heel andere manier om hun publiek te bereiken, maar dat besef was er ook binnen de organisatie. Ik mocht veel meer doen dan alleen letterlijk vertalen. Ik stond in voor de Nederlandstalige communicatie, en niet voor het vertalen van Franstalige communicatie naar het Nederlands.”
Wat niet wegneemt dat de bedrijfscultuur anders was dan in een Nederlandstalige werkomgeving. “En dat gaat dan verder dan het feit dat iedereen elkaar spontaan een ‘bisou’ geeft. Op een dag zei een coördinator over mij dat ik weinig van zeg was, maar wel efficiënt, en daar moest iedereen mee lachen. Het was een omgeving waarin discours en aankleding nogal belangrijk zijn, en zelf ben ik van nature vrij rechttoe rechtaan. Dat ik weinig woorden gebruikte en direct communiceerde vond men vreemd.” Toch wil Devriese het cliché nuanceren dat Franstaligen gemiddeld meer woorden verbruiken dan Nederlandstaligen. “Wat ik wel interessant vond, is dat er ook een aantal Fransen in dienst waren. En dan zie je toch een verschil met de Belgen. Franstalige Brusselaars en Walen hebben een beetje dezelfde houding tegenover de Fransen als wij tegenover de Nederlanders: ze vinden dat die het veel beter kunnen uitleggen, en met vlotte argumenten to the point komen. Dan blijkt dat Vlamingen en Franstalige Belgen allebei nogal indirect en voorzichtig zijn. Als er na een teamvergadering
tijd is voor vragen of opmerkingen, zegt niemand iets. Het debat begint pas bij de koffiemachine.” Was er ook interesse voor elkaars taal? Devriese: “Ik volgde Franse les en zij volgden Nederlands. Omdat ik ook talen gestudeerd heb ik, vroeg ik buiten die lessen ook veel over de finesses van het Frans. Omgekeerd gebeurde dat minder. Collega’s vroegen wel vaak om Nederlands te praten met hen, maar als de communicatie zo fel belemmerd wordt dat het niet vooruitgaat, moet je wel verder in het Frans. Ik denk dat daardoor ook wel schroom ontstaat om door te zetten met het Nederlands. Ook het feit dat Franstaligen als meerderheid minder incentive hebben om zich aan een anderstalige aan te passen dan Nederlandstaligen, die dat in Brussel gewoon zijn, speelt een rol.”
NIEUW VERHAAL Karel Mosselmans werkt al negentien jaar bij de MIVB.
34
I
8 JULI 2020
Dorien Robben is adjunct-directeur-generaal van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij BGHM, die 160 werknemers telt, van wie bij benadering 80 procent Franstaligen. Directeurgeneraal Yves Lemmens is net als Robben tweetalig, en ook in het volledige directiecomité haalt BGHM de wettelijke pariteit van 50 procent
Nederlandstaligen en 50 procent Franstaligen. Ieder spreekt daar zijn eigen taal. Door dat goede voorbeeld aan de top, voelt ook de werkvloer zich veel comfortabeler in taalkwesties, daar is Robben van overtuigd. “Uiteraard wordt er veel Frans gesproken. Als je één Nederlandstalige hebt naast vijf Franstaligen, en ieder spreekt zijn eigen moedertaal, dan zal de Nederlandstalige vaak overschakelen op het Frans, ook al willen de Franstaligen dat soms liever niet. Ook bij mezelf merk ik dat je hersenen zich toch aanpassen aan dat Frans, waardoor je het ook zelf gaat praten. Toch maken wij er een point d’honneur van om alle interne communicatie te vertalen.” Toch pleit Robben ervoor om er niet te snel van uit te gaan dat Franstaligen het Nederlands niet begrijpen. “Wat dat betreft wordt er in Brussel momenteel een heel nieuw verhaal geschreven. Ik zie heel vaak vooral jonge Franstaligen die net in het Nederlands school hebben gelopen en die perfect tweetalig zijn. Veel tweetaligen zijn trouwens ook meertaligen. Bijvoorbeeld Italianen die zowel Nederlands als Frans spreken.” Nederlandstaligen zijn bij de BGHM dus geen buitenbeentje meer omdat ze de twee talen beheersen,
Dorien Robben (op de zitbal): “Ik zie heel vaak vooral jonge Franstaligen die perfect tweetalig zijn.” © IVAN PUT
waardoor meertaligheid er niet meteen extra voordelen oplevert doordat je bijvoorbeeld meer bij bepaalde dossiers betrokken wordt. “Voor de relaties met architecten of aannemers die vaak Nederlandstalig zijn, ken je best Nederlands.” Robben: “Wij doen elk jaar een peiling of mensen zich gediscrimineerd voelen op basis van taal, geslacht, ras, enzovoort, en die cijfers liggen bij ons heel laag. Het is niet zo dat Franstaligen en Nederlandstaligen samenklitten. Heel veel Franstaligen volgen de Nederlandstalige lessen die we aanbieden en vragen om tijdens de vakantie intensieve lessen te volgen. De taalpremie die je krijgt als je een attest van Selor haalt, is een motivatie, maar Franstaligen zien het ook zo als een verrijking. Wat je wel ziet is dat sommige Franstaligen niet durven door te zetten. Soms zijn we verrast door hun niveau, maar zijn zij het die nog te veel twijfelen aan zichzelf. We moeten hen helpen om die schroom te overwinnen.”
HANDIG NAVIGEREN Dat de Flamand de service zeker in grotere dienstverbanden stilaan verleden tijd is, bevestigt ook Karel Mosselmans. Hij werkt al negentien jaar bij de MIVB. Hij is Nederlands-
talig, maar werd in Brussel gaandeweg tweetalig. Op het werk spreekt hij het grootste deel van de tijd Frans. Af en toe komen collega’s nog bij hem terecht voor een vertaling, maar dat gebeurt steeds minder. Het aandeel Nederlandskundigen groeit. Zijn naaste medewerkers zijn verplicht tweetalig, omdat zij in staat moeten zijn een noodoproep te behandelen in de beide landstalen. Mosselmans merkt bij de collega’s veel bereidheid om Nederlands te leren. “Frans is vaak de voor de hand liggende optie, en het klopt ook wel dat het voor sommige Franstaligen moeilijk kan zijn om het Nederlands lang aan te houden. Maar ik heb bijvoorbeeld twee collega’s die daar een uitzon-
dering op zijn. Wij hebben zelfs de stilzwijgende afspraak dat ik Frans tegen hen praat, terwijl zij Nederlands tegen mij praten. Uit respect voor elkaar.” Er wordt zelfs gespeeld met taal. “Ik maak er soms een spelletje van om Nederlandse uitdrukkingen letterlijk naar het Frans te vertalen. De klassieker is natuurlijk ‘groen lachen’, dat in het Frans rire jaune is. Maar als ik dan le singe sort de la manche zeg dan kijken ze eens, en daarna zoeken we naar de juiste Franstalige variant.” Ook qua bedrijfscultuur en aanpak van het werk ziet Mosselmans convergentie. “Er zijn verschillen, maar dat heeft het voordeel dat je zaken op verschillende manieren gaat bekijken en op zoek gaat naar complementariteit. Waar wij als Vlaming soms vrij snel beslissingen nemen, is het soms handig om wat meer tijd te nemen en eerst verder te denken voor je die beslissing neemt. Ook los van zaken die met het werk te maken hebben, vullen we elkaar aan. Als je ’s middags samen aan tafel praat over wat er in de kranten staat, dan ontdek je dat de Vlaamse en de Franstalige pers zaken soms op een heel andere manier benadert, en zo vind je makkelijker ‘le juste milieu’.” De MIVB overstijgt natuurlijk ook de klassieke tweedeling FranstaligNederlandstalig. “Dit is een multiculturele omgeving. Er werken hier mensen met mediterrane roots die in Antwerpen wonen, Nederlands spreken en Frans moeten leren. Het is dus een mengelmoes. Je leert zo van collega’s ook over bepaalde gevoeligheden, wat het mogelijk maakt om met een kleine aanpassing ook zaken te realiseren die je misschien niet had kunnen realiseren. Hoe meer je kan navigeren in talen en culturen, hoe makkelijker je werk hier wordt.”
Tim Devriese werkte bij Beci als een van de weinige Nederlandstaligen. © TIM DEVRIESE
PROFESSION : FLAMAND DE SERVICE Y a-t-il encore des « Flamands de service », ces exceptions d’un service appelés à la rescousse dès qu’un mot de néerlandais est prononcé ? Trois néerlandophones travaillant dans des organisations bruxelloises remarquent que les temps changent et que les groupes linguistiques se rapprochent progressivement. « On est en train d’écrire une nouvelle histoire à Bruxelles. Je vois souvent des jeunes francophones qui sont allés à l’école en néerlandais et qui sont parfaitement bilingues. » Mais les néerlandophones passent encore souvent au français. Alors que ce n’est pas nécessaire. « Certains francophones n’osent pas encore parler néerlandais. On est parfois surpris par leur niveau, mais ils doutent encore trop souvent de leurs capacités. On doit les aider à combattre leur timidité. » « Plus vous pouvez naviguer entre les langues et les cultures, plus votre travail sera facile », explique Karel Mosselmans, travaillant à la STIB. FR
PROFESSION: FLAMAND DE SERVICE Do “Flamands de service”, the odd ducks in organizations who only have to make an appearance when a word of Dutch is uttered, still exist? Three Dutch-speakers who work for organizations in Brussels have seen that different times have finally arrived and that the language groups are growing closer together. “Brussels is writing a new chapter at the moment. I often see mainly young Frenchspeakers who went to school in Dutch and who are perfectly bilingual.” Dutch-speakers do often still switch into French, though. And that is not necessary. “Some French-speakers don’t dare to persist. We are sometimes surprised by their proficiency, but they are the ones who doubt themselves the most. We must help them to overcome their fear.” “The more you can navigate different languages and cultures, the easier your work here becomes,” concludes Karel Mosselmans who works at the MIVB/STIB. EN
8 JULI 2020
I 35
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK
Renovatie Leopold II-tunnel
GEWEST
MUSEUM SOIREE gaat door zoals gepland
Zaterdag 19 september Museum voor Natuurwetenschappen Gratis bezoek met bijzondere gidsen
CHECK DE ALTERNATIEVEN ALS U BRUSSEL IN WIL, WANT DE TUNNEL BLIJFT TOT EIND AUGUSTUS GESLOTEN.
Reserveer je plaats via www.willemsfondsbrussel.be
Ook deze zomer wordt verder gewerkt aan een veiligere tunnel. Daarom blijft hij tot 30 augustus dag en nacht afgesloten. Wilt u naar Brussel, doe dan zoals ik en kies voor de fiets of de step. Auto toch nodig? Kies dan zeker een alternatieve route. Hieronder mijn tips om files te vermijden.
• Stippel je route uit via https://bike.brussels • Plan je reis bij voorkeur buiten de piekuren • Mondmasker verplicht! • Vanuit het noorden: via de A12 • Vanuit het zuiden: via de Industrielaan
WIJ HELPEN U Algemene vragen:
Specifieke vragen:
0800 94 001
0497 58 22 57
(ombudsman)
Op de hoogte blijven: mobiliteit@gob.brussels
www.leopold2tunnel.be
Zomerserie
COSTA TERRASSA Ze liggen verborgen tussen de huizen of hoog boven de grond, maar redacteur Jasmijn Post weet ze te vinden: knusse, zomerse terrassen die het stadsleven net dat tikje meer geven. bruzz.be/terras
B R U Z Z | C O S TA T E R R A S S A
Quirina Huet droomt van nog meer paradijs op haar terras: “Een extra zitstoel, hangplanten, een bananenplant.”
Een zwembad, een zandbak, een pizzaoven en een gezellige eettafel. Nee, we hebben het niet over een riante tuin op het Vlaamse platteland. Dit gaat gewoon over Brussel. Neem een kijkje op het dakterras van Quirina Huet. “We zijn hier in 2010 komen wonen. Als het terras er niet was geweest, hadden we het niet gekocht,” zegt Quirina Huet. We, dat zijn dochter Estée (1), zoontje Julius (4), echtgenoot Pieter-Jan en Huet zelf. “Een heel gewoon gezin,” lacht Huet. Zij werkt voor het departement Omgeving van de Vlaamse overheid. Hij werkt voor een advocatenkantoor waar hij de ICT coördineert. Alles wat ertoe doet is op wandelafstand: hun werk, de school van de kinderen, het Rouppeplein met het fijne terras van de Kaffabar, de Louizabuurt en de Zavel. Maar eigenlijk hoef je helemaal niet naar buiten. Het zijaanzicht op de fenomenale orthodoxe
‘De vele treinen zijn een attractie voor de kinderen’ — JASMIJN POST, FOTO SASKIA VANDERSTICHELE
Kathedraal van de Heilige Aartsengelen Michael en Gabriel in de Stalingradlaan verveelt nooit. Verderop op het terras kun je net een stukje van het Justitiepaleis zien. Dit terras ligt vlak naast het belangrijkste knooppunt voor treinen van het land. Toch vindt Huet dat niet vervelend. “Ze maken veel lawaai, maar ze zijn ook een attractie voor de kinderen.” Tijdens de lockdown is het gezin de stad ontvlucht – waar heb je anders een chalet in de Ardennen voor? – maar bij terugkeer heeft Huet het terras
zomerklaar gemaakt: zwembadje erbij, nieuwe parasol … Het terras op het zuiden staat in volle zon overdag. “Toen we terugkwamen was het heel warm, dus de kinderen waren superblij met de verfrissing van het zwembad,” zegt Huet. De pizzaoven staat momenteel opgeslagen boven de zandbak. “Die heeft Julius vorig jaar gekregen voor zijn verjaardag. De kinderen spelen er veel in. De pizzaoven was dan weer een cadeau van mij aan Pieter-Jan voor ons vijfjarig huwelijk,” zegt Huet.
De mooie herinneringen aan het terras rijgen zich aaneen als parels aan een ketting. De keren dat de vrienden over de vloer kwamen als de kinderen in bed lagen. De rustige avonden met z’n tweeën toen de kinderen pas geboren waren. Of die ene mooie avond toen ze er net woonden, het feest was, en alle vrienden er waren. Nee, Huet gaat hier niet meer weg. Integendeel. Ze heeft heel wat plannen om het terras nóg meer een paradijs op aarde te maken. “Een extra zitstoel, extra hangplanten en tropische dingen zoals een bananenplant,” mijmert ze. Hakuna matata!
HET TERRAS Gelegen in Brussel-stad Negen vierkante meter groot Gericht op het zuiden Aanwezig: zwembad, zandbak en pizzaoven
8 JULI 2020
I 37
Zomerserie
STEVEN OP TWEE WIELEN DOOR DE ACHTERTUIN VAN BRUSSEL
Luchthavendorpjes geven in stilte hun geheimen prijs Humelgem, Wambeek of Lemmeken. Het zijn maar enkele gehuchtjes rond de luchthaven van Zaventem die een pittoreske tour de moeite waard maken. En voor een keer grommen de vliegtuigen niet. Corona oblige. — STEVEN VAN GARSSE, FOTO SASKIA VANDERSTICHELE
D
BRUZZ | ZOMERSERIE
rie vliegtuigen zagen we opstijgen in drie uur tijd, één ervan was een militair vliegtuig. Het is ongetwijfeld anders in volle zomervakantie, buiten coronatijd. De relatieve stilte maakt de fietstocht ook meteen heel aangenaam. En toch. We fietsen veertig kilometer rond de luchthaven en kregen er maar een glimp van te zien. De dorpjes waar we langs fietsen zijn mooi in het landschap verzonken. We zagen dorpskernen in zandsteen, Romaanse kerkjes en onvermoede bossen en velden. Starten doen we aan het station van Schaarbeek met als doel knooppunt 91 in Machelen. En dat levert al meteen een opzienbarend stukje Brussel op. We fietsen langs het Walckierspark en het Moeraske. Dat zijn natuurreservaten, maar zo zien ze er helemaal niet uit, zo klein en midden in de stad. Ze hebben veeleer iets van een stuk opgeschoten natuur, maar, zo weten we, ze zijn daarom niet minder rijk aan fauna en flora. Onze weg gaat verder noordwaarts langs het lommerrijke Sint-Vincentiuspark, het Moervospad en dan de Verdunstraat. Dat moet één van de langste straten zijn van Brussel-Stad. Ondertussen passeren we nog de Tweedekkersstraat die ons herinnert aan het roemrijke luchtvaartverleden van Haren, waar zich de eerste luchthaven van België bevond. De Verdunstraat leidt ons perfect door de wirwar van sporenbundels en verkeersknooppunten tot in Machelen.
38
I
8 JULI 2020
We steken de Woluwelaan over en bereiken even later knooppunt 91. De kilometers die we nu trappen zijn niet geweldig, langs een drukke baan, maar dat verandert wanneer we in het Floordambos belanden. Een mooi stuk groen van 65 hectare, met veel bossen, poeltjes en velden. Het is een goeie plek voor een rustpauze in de koelte ver van de drukke stad. Kijk wel uit: de hele fietstocht lang zijn er weinig winkels, en zelfs weinig cafeetjes of eetgelegenheden. Goed plannen is dus de boodschap.
RIBAUCOURT Onze tocht voert ons verder langs de Sint-Martinuskerk en het Ursulinenklooster in Melsbroek richting Perk. We passeren een villawijkje met keurige tuintjes om dan in het centrum van Perk een oude bekende tegen te komen: de graaf van Ribaucourt. Het oude adellijke Belgische geslacht vervulde in de negentiende eeuw een belangrijke politieke en diplomatieke rol in België en had ook in Molenbeek eigendommen. En zo gaf Ribaucourt zijn naam aan een Brusselse straat en metrostation. Maar in Perk staat het enige echte kasteel van Ribaucourt. Het heeft mooie spitse torens, een omwalde tuin en erlangs staat een heuse kasteelboerderij. Het ligt net buiten het dorp. Jammer genoeg is het privéterrein en niet te bezichtigen. Je hebt op die plek wel een mooi zicht op het dorp, met in de voorgrond de koolzaadvelden en kwetterende boerenzwaluwen. Concertgangers kennen de plek
misschien wel van het jaarlijkse Paradise City Festival. We fietsen nu verder door velden, waar we onder meer kieviten zien opvliegen en komen aan in Steenokkerzeel. De fietstocht gaat langs de De Croix d’Heuchinlaan, maar wie wil kan even inslaan in de Decoutereaulaan om het kasteel van Ham te bewonderen, een imposante waterburcht met slotgracht uit de zestiende eeuw, jammer genoeg alleen open voor feesten en evenementen. Niet veel verder komen we in Humelgem aan, een goed bewaarde dorpskom met boerderijen en huizen opgetrokken in plaatselijke zandsteen. Daar staat ook het negentiende-eeuws kasteel van de familie De Kerckhove d’Exaerde. Eromheen is een park met speeltui-
TOTALE RIT
gen voor kinderen. De beschermde Sint-Catharinakerk gaat terug tot de tiende eeuw en aan de processieweg is in de stenen muur een sympathiek Mariakapelletje gebouwd. Daarmee zitten meeste ‘bezienswaardigheden’ van deze fietstocht erop. Wie wil kan in het station van Kortenberg de trein nemen naar Brussel, maar wij willen al lang eens de F3 uittesten: de fietssnelweg van Leuven naar Brussel.
EEN WAAR FEEST En dat is een waar feest: goed bewegwijzerd en veilig, en vooral: je
kan hier wat snelheid halen. De fietssnelweg gaat langs velden en dorpskernen en volgt grotendeels de hst-lijn waar je geregeld met bruggetjes over gaat. De lawaaierige snelle treinen moet je er dus wel bij nemen. We hadden een manke aansluiting verwacht aan het eind van de fietssnelweg in Brussel. Omdat de fietssnelwegen toch vooral een Vlaamse stempel dragen en we gehoord hadden dat de F3 nogal abrupt stopt. Maar dat valt reuze mee. Aan het kerkhof van Evere en Brussel takken we al snel op een van de gewestelijke fietsroutes van het Brussels Gewest.
We beslissen om naar het station van Schaarbeek te rijden via het zwembad Triton en het gemeentehuis van Evere, zodat we uiteindelijk, over Helmet, aan ons vertrekpunt kunnen uitkomen langs de riante Huart Hamoirlaan: royaal zoals het een stedeling betaamt. Met 45 kilometer in de benen vleien we ons neer op het terras van een van de stationscafés voor een frisse pint.
LE SILENCE QUI ENTOURE L’AÉROPORT
THE SILENCE AROUND BRUSSELS AIRPORT
L’aéroport tourne au ralenti en cette période de pandémie. C’est le moment idéal pour une escapade à vélo dans la région. Cette balade d’environ 45 kilomètres commence et se termine à la gare de Schaerbeek. Nous découvrons un paysage vert surprenant avec des villages pittoresques qui respirent l’histoire et nous testons l’autoroute cyclable Louvain-Bruxelles.
The airport is operating at half capacity and is quieter than normal in these corona times. So it is the perfect time for a bicycle tour around the region. Our departure and arrival point is Schaarbeek Station for a bike tour of about 45 kilometres. We discover a surprisingly green landscape with picturesque villages that exude history and we test the Leuven-Brussels bike highway.
FR
VOLGENDE WEEK DE RIT VAN SARA: Langs het water naar Mechelen
EN
Route via Evere en de Verdunstraat in Haren naar knooppunt 91 in Machelen. Vervolgens de knooppunten 47, 48, 56, 12 en 34. Daar de fietssnelweg naar Brussel tot in Evere. Een gedetailleerd plan www.bruzz.be/fietsen ▼
▼
vindt u online
De fietstocht rond de luchthaven leidt langs mooie dorpjes, zoals Perk.
8 JULI 2020
I 39
Interview
LONDON WRITER JAY BERNARD BUILDS A POETIC BODY TO CHALLENGE THE PAST
‘I am haunted by this history but I also haunt it back’
“
40
I
W
hat’s a conclusion? Who comes to conclusions?” It is with a smile that London poet Jay Bernard reacts to the question of whether their (Jay Bernard uses the non-binary pronouns “they”, “them”, and “their”) six-week residency at Passa Porta is leading them to any insights into the questions about what it means to be a writer, but the questions we received in return are more than just jesting dismissals. There is a burning core in that unwillingness to place a full stop. That core has many names. Fluidity. Layeredness. And “mutability”, as Jay Bernard describes the promise that poetry held for them. The capacity for change. “Poetry is a technical, challenging thing to do. It’s cerebral, it’s a lot of artifice, and at the same time it comes out of feeling. I like that, and I like that poetry is without home, that it is a makeshift, vagabond kind of thing. I love the way that it makes you think about subjectivity, positionality, the way that it allows me to be so 8 JULI 2020
many things and take on so many voices.” These voices displace something. At seventeen, they were named a Foyle Young Poet of the year, at nineteen they published their first poetry pamphlet, Your Sign Is Cuckoo, Girl, and in 2016 their The Red and Yellow Nothing was shortlisted for the Ted Hughes Award. That “techno-medieval misadventure”, featuring Sir Morien, the black son of a knight of the Round Table, threw a Middle Dutch poem (part of which is kept at the Royal Library of Brussels), various Arthurian tales, 15th century Scottish poet William Dunbar, and American rapper Kendrick Lamar into an exuberant, exhilarating mix, ardently questioning issues of race, gender, and identity.
UNFINISHED AND ONGOING In the meantime, Jay Bernard has won that Ted Hughes Award, for their 2017 performance piece Surge: Side A, which last year “culminated” in Surge, their first real collection of poetry, for
which they were immediately nominated for the TS Eliot Prize, the Costa Poetry Award, the Dylan Thomas Prize, and the RSL Ondaatje Prize. The collection grew out of the archives of the New Cross Massacre – when on 18 January 1981, thirteen black teenagers attending Yvonne Ruddock’s 16th birthday party were killed in a house fire – a movable body with multiple identities that doesn’t know, remembers, learns, belongs, detaches from, transforms into, and attaches to. A body (of work) in which black womanhood and queerness, objectivity and experience, history and memory, community and identity, taught and potential knowledge, speech and music, and dead and living enter into a dialogue. A dialogue that is critical, painful, heart-warming, sensual, radical, enraged, fissured, tactile, and fleeting. Like a balled paradox that ploughs through historical earth and thus becomes a vision of the future, of a kind of poetry that risks itself in all its fragmentariness
EN
With their first poetry collection Surge, Jay Bernard caught the attention of the the TS Eliot Prize and the Costa Poetry Award. It was well-deserved because Passa Porta’s writer in residence delved into a turbulent event in black history and returned with poetry for the future. Many-voiced, radically open, and ready to re-imagine society. — KURT SNOEKX, FOTO’S IVAN PUT JAY BERNARD • Was born in 1988 • At 17 they are named a Foyle Young Poet of the year • At 19 they publish their first pamphlet • The Red and Yellow Nothing (2016) is nominated for the Ted Hughes Award • Wins the Ted Hughes Award for the multimedia performance Surge: Side A • Is elected as a Fellow of the Royal Society of Literature • Publishes their first collection of poetry, Surge Jay Bernard, writer in residence in Brussels: “The smell of curry in the streets, that’s history.”
WHERE TO PUT THE BURNING HOUSE? For Surge, that re-imagining started at the George Padmore Institute, “an archive, library, and
research centre dedicated to radical black history in Britain”, where Jay Bernard did a residency and opened the boxes relating to the New Cross Massacre. That tragic event, which was met with near silence from the government and the press, indifference and hostility from the police, and gave rise on 2 March to the “Black People’s Day of Action”, the largest political gathering of black people in British history, jolted Jay Bernard’s consciousness. “My first reaction was: ‘How could I have managed to go all of my life without knowing this?’ I grew up in South London, which is where the New Cross Fire happened, I walked these streets and probably passed some of these kids’ relatives, and yet I could not be cognisant of this history. There is this disturbing gap between your experience, your education, and what was possible for you to know, and you start to question why those two things didn’t marry up. Why is this history not part of my curriculum and my everyday life?”
The fact that Jay Bernard’s residency began just after the Brexit vote, and that, while working at the George Padmore Institute, the Grenfell Tower fire happened, leaving 72 people dead due to “institutional indifference to working-class lives”, created an echo that could not be ignored. “You know, I didn’t go in with any intention, I didn’t know that archives would become so important in my work. They just became a kind of way of seeing that is challenging enough that you can keep returning to the same question and still be getting more questions.” Questions like: “where to put the burning house, the child made ash, the brick in the back of the neck, the shit in the letter box and piss up the side of it?” we read in Surge. The answer: “I file it under fire, corpus, body, house.” Did they find something in the archives that they were searching for in poetry as well? “That’s a really good way of putting it. Exactly. Because why write? That to me is the fundamental ▼
and liveliness, and turns the world upside down. In other words, poetry that matters. That is so alive that it sometimes literally hurts. It is no surprise that Jay Bernard won the Ted Hughes Award. But that they won it for a performance, “something unfinished and ongoing”, was quite exceptional. “It was kind of a funny one because what exactly was being awarded here? And it’s still not finished, there is more to come. (Laughs) To me, that’s very 2020. You know, I wrote a show in October called My Name Is My Own, for six actors. I think there is only going to be more of this in the future. This moving between stage and page, the poet’s voice being fragmented, coming out of different bodies. I think that is going to be really necessary if what we’re trying to do is re-imagine society.”
8 JULI 2020
I 41
▼
LONDON WRITER JAY BERNARD BUILDS A POETIC BODY TO CHALLENGE THE PAST
question. Why do it? The archives make you question your own subjectivity as a writer because you are faced with other subjectivities, positionalities, identities. So who am I in relation to this history? What responsibility do I have to it? And then there’s the bigger idea of poetry, as a nation-building enterprise. So then you get the question of documentation: are you recording something? Why and for whom? How do you want this to be retrieved, accessed, remembered?”
OPTIMISM OF THE WILL
BRUZZ | INTERVIEW
The echoes still resound to this day. On several fronts. Following the death of George Floyd, statues are crumbling and people are raising their voices in the streets, and the Black Lives Matter movement has succeeded in creating momentum. “I’m happy to see that people have organized and are going out into the streets. But am I hopeful, coming out of Surge and seeing history repeat itself ? Let’s say I come with optimism of the will, pessimism in the intellect.” (Laughs) “The problem is that we’re not taught the history, we’re not taught the motors behind a lot of this stuff, and that to me is the unsettling gap that we need to traverse. Tearing down these statues is not straightforward. We should really dig into the decisions that needed to be made in order for them to be erected in the first place. The statue as a kind of signification but also the materialization of a particular set of ideas that can be rematerialized.” That (re)materialization, that palpability, is vital, including for Surge. “There is a very material impact. People have written loads of stuff about the New Cross Fire, but in poetry I hadn’t come across a book that engaged with it. So I thought that it would be amazing if some 16-year-old can take a book off the shelf that addresses this history, even if it is flawed. The importance of that material thing cannot be overestimated. It is only then that you can bring these things into conversation with each other.”
BREADFRUIT AND CURRY “It is the discourse, the dialectics, the dialogue that mean that something can become knowledge,” says Jay Bernard. “There is this old film from the BBC, from ages ago, where Derek Walcott talks about the fear he felt back in the 1950s of writing the word ‘breadfruit’, because it didn’t exist in poetry. In writing that word, he traversed that gap between what was taught and what was known. And thus created new knowledge, made things possible. And physical.” It is precisely that physicality that stirs itself in Surge. Incontestable history is challenged through a body that manifests itself in various forms. “Through ambivalence, ambiguity, and juxtaposition. It is only when you push things up against each other that you are able to think about things anew,” Jay Bernard says. “I’m inhabiting lots of different positions and perspectives. Then again, there are poems about growing up as a queer kid, about going back to Jamaica on holiday and 42
I
8 JULI 2020
swimming naked in a pool and my relationship with my mother… All of these things that seemingly have nothing to do with the New Cross Fire. But that’s only a problem if you believe history is a series of neutral facts. It isn’t. There are vested interests in how the story is told. I wanted to come at this as a flawed, contradictory being in the 21st century. I don’t write to have the last word. I write in the vain hope that someone will reply.” So Surge features the voices from children in the early 1980s, voices from officers, voices toasting over almost audible music, voices that travel through time, voices from beyond the grave… “Embodiment. As another perspective on
much about language that is musical and there’s so much about the history of the New Cross Fire that is about music. Like the sound system that was late that night. My father also had a sound system, I grew up around them. Then you had this concept of toasting, speaking over the mic whilst music is happening, and several of the boys who died were toasters. Sir Collins, the father of one of the kids who died, Steve Collins, did an album where he had his son speaking over the mic in this absolutely gorgeous track. And then there are dub poet Linton Kwesi Johnson’s ‘New Crass Massahkah’, a big influence, and King Tubby, an electrician who came up with the dubplate and who invented the remix… In
“I don’t write to have the last word. I write in the vain hope that someone will reply” JAY BERNARD Poet, writer, film programmer, and activist
objectivity.” Poetry as a performative act, another way of knowing... “Exactly. One of my favourite long poems is ‘V’, in which Tony Harrison talks about the cultural shifts in Britain. Like the first time he smelt curry in his hometown. The myriad of feelings and histories, resentment and curiosity that brought up, that’s history. If you leave that out, you miss a crucial part of what knowledge is.”
SONIC PLAYFULNESS That is why music also sweeps through Surge. Like a melody that clutches onto your soul and you remember at 92, even though you have forgotten everything else. “The song elements in Surge were inescapable to me, because there is so
creating that echo and that sonic playfulness, he became part of my history and life. There is a deep material history here, a sonic sort of passing down of ideas and concepts and traditions. And all these layers coming with it.” That way, Jay Bernard shifts the perspective on what history is or should be: a moving and living thing. As they put it in Surge: “I am haunted by this history but I also haunt it back.” “Exactly. To me, haunting is never about terror, it’s always about the persistence of a question, it’s about something unfinished, something that cannot be finished. You put something on the line because you want it to be interrogated. To be questionable, not to give an answer.” Or reach a conclusion.
TOEKOMSTPOËZIE UIT DE ARCHIEVEN Met hun eerste echte poëziebundel Surge wist Jay Bernard de Ted Hughes Award, de TS Eliot Prize, de Dylan Thomas Prize, de RSL Ondaatje Prize en de Costa Poetry Award lofbetuigingen te ontlokken. Terecht, want Passa Porta’s writer in residence voor zes weken komt uit een woelig stuk black history – de ‘New Cross Massacre’, toen op 18 januari 1981 dertien zwarte tieners in een woningbrand bleven – met een soort poëzie voor de toekomst voor de dag. Meerstemmig, lichamelijk, radicaal open, en klaar om de samenleving opnieuw te verbeelden. NL
LA POÉSIE DU FUTUR SORTIE DES ARCHIVES Leur premier véritable recueil de poésie, Surge, a valu à Jay Bernard d’être sélectionnés pour le Ted Hughes Award, le prix T.S. Eliot, le Dylan Thomas Prize, le prix Ondaatje et le prix Costa. À juste titre, car l’auteurice en résidence pendant six semaines à Passa Porta offre au monde une sorte de poésie de l’avenir à partir d’un épisode tragique de l’histoire noire : le Massacre de New Cross, un incendie qui a coûté la vie à treize adolescents noirs le 18 janvier 1981. Poème polyphonique, incarné, radicalement ouvert et prêt à réimaginer la société. FR
Zomerserie
HET FOTOGRAFISCH GEHEUGEN Redacteur Michaël Bellon haalt met IVAN DE VADDER, Oda Van Neygen en Kristien Hemmerechts drie weken lang oude foto’s van onder het stof. Ontdek de reeks via bruzz.be/vakantiefoto
Tijdens de zomer bladeren we door oude albums van bekende mensen, op zoek naar een fotografische herinnering aan het Brussel van hun jeugd. Vandaag treffen we VRT-journalist Ivan De Vadder met zijn driewieler aan in Ukkel. Gevraagd naar een foto uit zijn Brusselse jeugd komt Ivan De Vadder meteen met dit zonnige beeld aanzetten van hemzelf en zijn oudere zus op de trappen van een huis in de De Frélaan in Ukkel. “Dat huis bestaat nog en is op dit ogenblik een vluchthuis voor vrouwen. Maar toen was het de voormalige directeurswoning van de Sint-Elisabethkliniek. In die kliniek ben ik ook geboren, het dak dat je rechts op de foto ziet, is van de wasserij van de kliniek. Dat het dak er nog ligt, betekent dat de foto van voor juni 1967 dateert en dat ik toen dus nog net geen drie jaar was. Want in het boek INferNO van Geert De Vrieze en Frank Van Laeken over de brand in de Innovation las ik tot mijn grote verbazing dat de brand in de Sint-Elisabethkliniek, die ik heb meegemaakt en die in de wasserij ontstond, één van de mysterieuze branden was die Brussel in juni 1967
‘We hoorden elke dag de sirenes loeien’ teisterden in de nasleep van de brand in de Innovation. Over de brand in de Innovation heb ik als kind natuurlijk ook wel gehoord, maar de koppeling met de brand vlak naast ons had ik nooit gemaakt.” Toen De Vadder in de jaren zestig en zeventig met zijn zus en zijn ouders in het huis woonde, behoorde het nog tot de campus van het ziekenhuis. “Mijn vader mocht daar als elektricien van de kliniek in wonen. Als kind had ik dus heel veel ruimte ter beschikking om rond te zwerven, want er hoorden ook nog veel tuinen en een boomgaard van het zusterklooster tot het domein. Het was een heel groene plek in het midden van de stad, waar ik in mijn jeugd echt van genoten heb. Binnen de muren van de campus had je ook een beschermd gevoel. Alleen met sire-
nes moest je leren leven. Die zijn ook een stuk van mijn jeugd. Ik heb er geen trauma aan overgehouden, maar als je op tweehonderd meter van de spoedafdeling van een ziekenhuis woont, dan hoor je die wel constant.” Qua groen was ook het Ter Kamerenbos vlakbij. “Voor de zomerwandeling ’s avonds of op zondag hadden we twee klassiekers. De eerste ging richting Ter Kamerenbos naar Chalet Robinson, met een veerpont die je zelf kon bedienen. De tweede liep naar ijssalon Zizi in de Vanderkinderestraat (dat nu nog bestaat, red.).” Gaandeweg werden de banden met de rest van de stad intenser, tot De Vadder Brussel definitief verruilde voor Gent. “De middelbare school volgde ik in het Sint-Jorisinstituut in de
Cellebroerstraat. Daarvoor nam ik een half uurtje de bus van de Buurtspoorwegen die tussen Waterloo en het Rouppeplein reed. Zo heb ik ook de binnenstad vrij goed leren kennen. Ik baskette ook in het ‘Klein sportpaleis’ in Vorst bij de Black Devils, en ik ging heel mijn jeugd naar de KSA in het Ukkelse Sint-Job, waar je toen nog die kern van Nederlandstaligen aantrof die in de jaren zestig in Brussel nering kwamen doen. Bakkers, beenhouwers en andere zelfstandigen van de generatie van mijn moeder die uit West-Vlaanderen kwam en mijn vader die uit het Leuvense afkomstig was. Ondertussen zijn de meeste van die mensen in de Vlaamse Rand gaan wonen. Op mijn achttiende ging ik zelf in Leuven studeren, waarna ik vrij snel bij de VRT terechtkwam. Ik heb nog in Schaarbeek en in de buurt van het Fontainasplein gewoond, maar op mijn 27ste heb ik Brussel definitief verlaten. Maar ik kom er nog elke dag en heb er een haat-liefdeverhouding mee. Gent is een stuk kleiner, maar ook toegankelijker en leefbaarder, terwijl Brussel wat dat betreft pas aan een inhaalbeweging is begonnen.” 8 JULI 2020
BRUZZ | HET FOTOGRAFISCH GEHEUGEN
Ivan De Vadder met zijn zus in de De Frélaan in Ukkel.
I 43
Nick Trachet
BRUSSELAAR DIE DE STAD EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT
Service! BRUZZ | NICK TRACHET
De cafés zijn weer open. Er zijn tal van nieuwe afspraken en ‘nieuwe’ regels die moeten ingang vinden. Zoals niet aan de toog hangen. Het stond in een Franstalige krant, een dikke maand geleden bij het heropenen van de cafés: exit le traditionnel service au comptoir. Tiens, is bediening aan de toog dan zo ‘traditioneel’ in Brussel? Het artikel schrijft hoe een succescafé als de Belga op Flagey het personeel heeft moeten briefen: “We moesten onze nieuwe manier van werken uitleggen. We hebben hen de bediening in zaal geleerd en op het terras, want dat deden we vroeger niet.” Kunt u zich het, beste lezer, inbeelden? Een zeer druk en succesvol café werkt met diensters en garçons die in hun leven nog nooit iemand hebben bediend aan een tafel? De service in de Brusselse cafés was ‘traditioneel’ volledig gericht op de consumptie aan tafel: je komt binnen en gaat zitten, liefst met je rug tegen de muur. Dat is om de conservatie door heel het café mogelijk te maken. Als je met drie of vier bent, zit een deel met zijn rug naar het midden, maar dat is te vermijden. De serveuse of garçon komt naar je toe zo gauw je je jas of mantel hebt opgehangen (in veel moderne etablissementen is er zelfs geen kleerhaak meer, alsof het hier nooit regent, natte kledingstukken hangen dus om de stoel of op grond. Nooit begrepen wat daar de marketingstrategie achter is).
44
I
8 JULI 2020
Aan de toog (de ‘bar’) was indertijd geen plaats. De toog was net groot genoeg voor de bedieners om een plateau vol drank te laden. Als je daar vertoefde als klant, stond je in de weg. Ik herinner me dat ik ooit toch aan de toog stond (krukken waren er niet), omdat het zo druk was dat er geen tafels meer vrij waren. Wanneer ik dan wou afrekenen zei de man achter
de bar: “Dat moet je aan de serveuse vragen.” Een barman nam geen geld aan. Lange bars, waar de ‘barman’ een centrale rol speelt en iedereen daar rond zit, zijn er maar gekomen met de Amerikaanse films. De Ancienne Belgique liet een ‘bar américain’ installeren, en dat was toen iets heel bijzonders! En toen kwam een grote Britse brouwerij naar Brussel en huurde in 1967 de hele Vijfhoek af voor een British Week. Tot de verbazing van oudere generaties werd de vloer niet meer bestrooid met zand of zaagmeel, maar lag er
“Als je vroeger als klant aan de bar vertoefde, stond je in de weg”
voltapijt. Er kwamen lange U-vormige bars en het licht werd gedempt. Vroeger zorgden talrijke spiegels juist voor extra licht en ruimte. Britse ‘Pubs’ werden de regel en ja, in Britse pubs bestel je aan de bar. Er zijn in Engeland geen serveuses. Er waren in de echte pubs in Engeland ook geen tafels en stoelen, pints werden er staande gedronken. Soms had je een tweede lokaal met zetels, maar dat heette dan de ‘club’ en de prijzen waren er ook hoger. Zo erg was het nog niet in Brussel. Maar de echte opmars van de service au comptoir begon wat mij betreft in de Dolle Mol. Als je daar neerzeeg aan een tafeltje en het aandurfde om vanaf je zitplaats naar de bar duidelijk te maken wat je wou, kreeg je een lading verwensingen over je heen en dat men niet aan tafel bediende en je maar beleefd zelf naar de bar moest komen. Goed, op den duur werd dat bijna een reden waarom mensen die kroeg bezochten. De spin-off van de Mol deinde uit naar Kafka en Roskam en Dada en met de zwaar gesponsorde komst van de Ierse pubs werd bestellen aan de bar helemaal de regel. Dat is uiteraard véél goedkoper voor de baas. Je hoeft minder personeel. Maar zeggen dat tooghangen traditie was in Brussel? Neen. De traditie van de Brusselse cafés verdween daar net mee. Maar er zijn er ook nog andere hoor. Smakelijk. De hele reeks nalezen? BRUZZ.be/trachet
Big City
STEL ZELF JE VRAAG EN STEM OP BRUZZ.BE
De rotonde van Parking Panorama, met een omtrek van 120 meter, spreekt tot de verbeelding.
Voor wie nog eens parkeerplaats zoekt in het centrum, is het misschien de moeite om eens naar Parking Panorama op de Lemonnierlaan te rijden, vlak bij het Fontainasplein. De gevel doet allesbehalve vermoeden dat het gebouw een parkeergarage is. Als je langs de poort van het herenhuis naar binnen rijdt, raden we je aan om te parkeren op de bovenste verdieping. Daar is een gigantische rotonde met een grote ijzeren constructie onder het dak. De rotonde heeft een omtrek van 120 meter. Dat de parking de naam Parking Panorama kreeg, is geen toeval. De ruimte is immers geen architecturaal probeersel van de architect, maar had wel degelijk een functie. Het werd op deze manier gebouwd in 1879 om panoramische schilderijen te bewonderen. Panoramische schilderijen zijn kunstwerken die op een gigantisch doek worden geschilderd en in een ronde met een cilindervormig
Wat is het verhaal achter het gebouw van Parking Panorama op de Lemonnierlaan? Rob uit Brussel-stad
dak worden tentoongesteld. De toeschouwer staat dan in het midden van het schilderij, zodat het lijkt alsof de beleving van het schilderij op hem of haar afkomt. Er wordt gespeeld met perspectief om het schilderij nog waarheidsgetrouwer te laten overkomen. Soms werd er zelfs gebruikgemaakt van achtergrondgeluiden of decoratieonderdelen om de beleving nog kracht bij te zetten. Aangezien panoramaschilderijen erg populair waren in de negen-
tiende eeuw, werden er op verschillende plekken in Europa gebouwen speciaal ontworpen om ze tentoon te stellen. Zo ook het gebouw op de Lemonnierlaan dat toen Rotonde Castellani heette. Charles Castellani was de eerste kunstenaar die een schilderij ontwierp voor dit gebouw, waarop de Slag bij Waterloo afgebeeld stond. Veldslagen waren een populair thema voor panoramische schilderijen. Een ander schilderij dat er later tentoon-
gesteld werd, was er eentje van Alfred Bastien, die de Slag bij de IJzer schilderde. Dit werk trok zo’n 750.000 bezoekers in een paar jaar tijd.
BRUZZ | BIG CITY
© SASKIA VANDRSTICHELE
PARKEERGARAGE Het werk van Alfred Bastien was het laatste dat er hing. In 1924 ging de tentoonstellingsruimte failliet en werd het geheel opgekocht door een firma die er een parkeergarage van maakte. Ze installeerden er onder andere een ijzeren autolift die je nu nog steeds kan bewonderen. De lift verplaatst auto’s vandaag helaas niet meer tot de laatste verdieping. Bestuurders rijden nu zelf naar boven, langs de opening waar vroeger de toeschouwers een veldslag van 120 meter omtrek voor even konden betreden.
— LUANA DIFFICILE
VOLGENDE WEEK Was Hoog-Vorst ooit een kasteelwijk? 17 JUNI 2020
I 45
TUINWERKEN ALLE DIENSTEN Goede prijs Kortingen Gratis offerte
AANKOOP
0486 93 16 86 Lokaal Bestuur Machelen zoekt enthousiaste collega’s (m/v)
DB487188C8
www.hotel-belle-epoque.be
Functie: Als arbeider rapporteer je aan de meewerkende verantwoordelijke van het team rein & wegen. Je zal instaan voor onderhoudsen herstellingswerken aan wegen, voet- en fietspaden. Profiel: minstens een diploma lager secundair onderwijs • 4 jaar aantoonbare ervaring in bestrating / aanleggen van terrassen, opritten • rijbewijs B Wij bieden: mooie work-life balance • maaltijdcheques 7,50 euro • hospitalisatieverzekering • fietsvergoeding • gratis abonnement openbaar vervoer woon- en werkverkeer • meerekenbaarheid relevante dienstjaren
Rustig pleintje, strand, station, winkels 250m, warm onthaal, luxe ontbijt, kamer met tv, WiFi, frigo, waterkoker. 050/68 06 80
DB672096G0
D1-D3 - contractueel - voltijds - onbepaalde duur
BLANKENBERGE
Zoek discreet, toch DRINGEND te investeren in blok appartementen, of eventueel ander gunstig voorstel.
n.e.b@telenet.be 0475 268 915
BELL 0489 94 49 72 GRATIS OFFERTE DB666219E0
Aankoop huizen, gronden, villa’s, oude herenhuizen, garages,... Enkel privé - Vrijblijvende schatting - Snelle verkoop
DB672009G0
Arbeider rein & wegen
HOTEL
nertspels (bontjassen) ■ parels oude merkhorloges ■ oud goud zilveren en gouden munten ■ tin tandgoud ■ allerlei zilver porselein ■ zijden tapijt rode koralen ■ edelstenen schilderijen (16e - 17e - 18e E) merkhandtassen ■ diamanten
Diesterstraat 27b2 • Sint-Truiden 0471 03 68 62 • agstone144@yahoo.com
DB666218E0
A&G Stone
Interesse? Solliciteren kan tot uiterlijk 16 juli 2020 naar personeelsdienst@machelen.be. Meer info op www.machelen.be/vacatures
machelen.be DB619783H9
DB671126F0
Vind een leuke job in jouw buurt.
regiotalent.be
DB620047H9
DB623070I9
“Ver gaan voor mijn job? Ik ga liever ver in mijn job.” regiotalent.be
WIJ ZOEKEN:
Op zoek naar een job met pit?
TECHNISCH MEDEWERKER DIENST GEBOUWEN/ KLUSJESMAN OF –VROUW VOLTIJDS, CONTRACT ONBEPAALDE DUUR, D1-D3
TECHNISCH MEDEWERKER DIENST LOGISTIEK EN SIGNALISATIE VOLTIJDS, CONTRACT, ONBEPAALDE DUUR, D1-D3
Wij zoeken voor het gemeentelijk zwembad “het Begijntjesbad”:
WAT BIEDEN WE? > Een boeiende en afwisselende functie in een organisatie in beweging met ruime (persoonlijke) ontwikkelingsmogelijkheden; > Een aantrekkelijk loon op niveau D1-D3 o Minimum bruto € 1.929,61/maand - maximum bruto: € 2.517,20/maand o Relevante beroepservaring in de privésector of als zelfstandige wordt voor een maximum van 10 jaar in aanmerking genomen. > Extralegale voordelen: o Maaltijdcheques; o Hospitalisatieverzekering; > Fietsvergoeding; o Socialevoordelenkaart; o Tweede pensioenpijler; o Eindejaarspremie; > Een mooie balans tussen werk en privé; o Een glijdend uurrooster; > De mogelijkheid om deel te nemen aan opleidingen en vormingen; INTERESSE? o Meer info via sollicitatie@ternat.be o Solliciteren kan via sollicitatie@ternat.be tot en met 31 juli 2020: bezorg ons je cv, motivatiebrief en een recent uittreksel uit het strafregister.
Begijntjesbad chloorarm zijn.
• een zwembadmanager
Zo zijn er nog niet veel in
Je organiseert en coördineert de werking van het zwembad en geeft leiding aan de zwembadmedewerkers.
België. Geen prikkende ogen meer in het water. Ook de klimatisering en de akoestiek zullen verbeteren. Hierdoor zullen we in een gezondere omgeving kunnen
• teamcoaches
werken.”
Je geeft leiding aan jouw team en bent medeverantwoordelijk voor de dagelijkse werking van het zwembad.
DB670220F0
“Na de renovatie zal het
KAREN VAN DEN BROECK, REDDER BEGIJNTJESBAD
• redders (in opleiding) Je waakt over de veiligheid van de zwemmers, onderhoudt het zwembad en verzorgt het onthaal.
Op zoek naar een job met pit? een verantwoordelijke Facilitair Beheer • Je staat in voor het beheer van de gebouwen op de zorgsites.
Vragen? Contacteer de Personeelsdienst op 02 785 33 44 of via personeelsdienst@overijse.be.
“We onderhouden de serviceflats en het woonzorgcentrum Mariëndal. Snel problemen kunnen oplossen hoort er ook bij, maar dat geeft een kick. Het geeft voldoening om te zorgen voor een aangename woonomgeving voor onze bewoners.”
Redder worden, maar niet het juiste diploma? Wij zorgen gratis voor je opleiding.
MANUEL SAMYN WERFLEIDER BEHEER EN ONDERHOUD GEBOUWEN
• Je volgt kleine en middelgrote renovatie- en onderhoudsprojecten op.
Meer info? Kijk voor de volledige job- en profielbeschrijving, de voorwaarden en de selectieprocedure op www.overijse.be/jobs. Solliciteren kan tot en met 3 augustus 2020.
• Je coacht en begeleidt je team.
Vragen? Contacteer de Personeelsdienst op 02 785 33 44 of via personeelsdienst@overijse.be.
DB620094H9
Meer jobs op jouw maat? Laad je CV op! regiotalent.be
Bent u
gepensioneerd of bent u op zoek naar een bijverdienste als toiletdame/heer?
Dan mag u ons steeds contacteren op het nummer 052 505 598. Van maandag tot vrijdag tussen 10u. en 18u.
DB669041F0
www.overijse.be/jobs
www.overijse.be/jobs
DB672321G0
Meer info? Kijk voor de volledige job- en profielbeschrijving, de voorwaarden en de selectieprocedure op www.overijse.be/jobs. Solliciteren kan tot en met 20 juli 2020.
DB672251G0
Wij zoeken:
I. A cadavre exquis is a collaborative drawing consisting of three parts (head-torso-legs), each drawn by someone else. Gabriela González Rondón started this cadavre exquis, can you finish it?
II.
Anna Rispoli Anne Teresa De Keersmaeker/Rosas Anoek Nuyens & Rebekka de Wit/Frascati buren Citylab Charleroi Danse David Weber-Krebs & Jeroen Peeters de KOE Diederik Peeters Einat Tuchman Enkidu Khaled Eszter Salamon Etienne Guilloteau & Ictus Femke Gyselinck For All Queens! Francesca Grilli Globe Aroma & Ahilan Ratnamohan
Guy Cassiers/Toneelhuis Gérald Kurdian Het TheaterFestival Ingrid Berger Myhre Ivana Müller Kate McIntosh Kristien De Proost & Bwanga Pilipili Kuno Bakker & Mokhallad Rasem/Toneelhuis Kunstenfestivaldesarts Kyoko Scholiers Lara Staal/NTGent Maatschappij Discordia Madeleine Fournier Maria Acaso Maria Jerez & Edurne Rubio Marion Siéfert Markus Öhrn
Meg Stuart/Damaged Goods & Philippe Quesne Mestizo Arts Platform Mette Edvardsen Michiel Vandevelde Mohamed El Khatib Mothers&Daughters Moussem Nomadic Arts Center Myriam Van Imschoot & HYOID Radouan Mriziga Simon Allemeersch tg STAN The Mouvement Tibaldus Tine van Aerschot Vera Tussing Volmir Cordeiro workspacebrussels
III.
KAAITHEATER IS WORKING ON THE 2020–2021 SEASON, TOGETHER WITH MANY ARTISTS & PARTNERS.
2 0 2 0 – 2 0 2 1
HOW EAGER ARE YOU TO RETURN TO THE THEATRE? GET TO KNOW THE FIRST AUTUMN 2020 DATES AND SHOWS AT > KAAITHEATER.BE
ILLUSTRATION: GABRIELA GONZÁLEZ RONDÓN | DESIGN: PAUL BOUDENS
KaaiAd_Bruzz_200701.indd 1
20/06/2020 15:23