Skip to main content

BRUZZ - editie 1714

Page 1

#1714

NL

WEEKBLAD HEBDOMADAIRE WEEKLY EEN UITGAVE VAN VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA VZW FLAGEYPLEIN 18 PLACE FLAGEY 1050 ELSENE/IXELLES AFGIFTEKANTOOR ANTWERPEN X P303153

FR EN

24 | 6 | 2020

INTERVIEWS

|

A N A LY S E S

|

TIPS

60 JAAR CONGOLESE ONAFHANKELIJKHEID

‘Congo Congo is België over de zee, en omgekeerd’

DE MINISTER-PRESIDENT SPREEKT

‘Ik ben Elio Di Rupo niet: ik wil niet in de geschiedenisboeken’

60 ANS D’INDÉPENDANCE DU CONGO

‘Le combat décolonial n’est pas terminé’


Inhoud | Sommaire | Inside COLOFON BRUZZ

Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65 ABONNEMENTEN

Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80, Gratis in Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België: 25 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393 van Vlaams Brusselse Media vzw Buiten België: 30 euro per jaar. ADVERTEREN?

Marthe Paklons, 02-650 10 61 sales@bruzz.be DISTRIBUTIE

Ute Otten, 02-650.10.63, ute.otten@bruzz.be ALGEMENE DIRECTIE

Dirk De Clippeleir HOOFDREDACTIE

Kristof Pitteurs (algemeen hoofdredacteur), Mathias Declercq CULTUUR & UIT

Gerd Hendrickx REDACTIE

Jean-Marie Binst, Eva Christiaens, Sara De Sloover, Kris Hendrickx, Bettina Hubo, Jasmijn Post, Kurt Snoekx, Sophie Soukias, Roan Van Eyck, Steven Van Garsse, Maarten Verdoodt, Danny Vileyn, Tom Zonderman

10

Spreektijd, minister-president Rudi Vervoort

“Iedereen heeft in de coronacrisis gedaan wat hij kon”

MEDEWERKERS

Nicolas Alsteen, Gilles Bechet, Michaël Bellon, Patrick Jordens, Tom Peeters, Niels Ruëll, Nick Trachet, Tom Van Bogaert, Michel Verlinden EINDREDACTIE

Karen De Becker, Geert Van der Hallen, Sophie Soukias VORMGEVING

Heleen Rodiers, Ruth Plaizier VERTALING

John Arblaster, Frédérique Beuzon, Martin McGarry, Laura Jones FOTOGRAFIE & ILLUSTRATIE

Bart Dewaele, Kim, Wauter Mannaert, Noémie Marsily, Steve Michiels, Ivan Put, Saskia Vanderstichele, Wide Vercnocke Voer uw evenement in op Encodez votre événement sur Enter your event on www.agenda.brussels VERANTWOORDELIJKE UITGEVER

Kristof Pitteurs Flageyplein 18, 1050 Elsene. Bruzz is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw, wordt gedrukt op de persen van Eco Print Center (De Persgroep) en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

28

32

Interview

Interview

« Pour l’adolescent que j’étais, l’indépendance signifiait la fin des coups de fouet » Dizzy Mandjeku et Mwezé Ngangura se souviennent de la fin du Congo belge

“Als ik met racisme zou worden geconfronteerd, bleef ik niet op het veld” ‘Pitbull’ Kassandra Missipo vervoegt de rangen van RSCA Women

WIN Meld nieuws

Hebt u nieuws uit Brussel, dan kunt u ons dat melden via het WhatsApp-nummer 0489-988.988 Persberichten kunnen via

nieuws@bruzz.be

2

I

15 APRIL 2020

NOG MEER

Raad deze vrijdagnamiddag tijdens Wake up Brussels ‘het geluid’ bij Gunnar en win de hoofdprijs: een pakket ter waarde van 200 euro met een bloemen-, een boeken- en twee restaurantcheques. Wake up Brussels vanuit Sint-Pieters-Woluwe tussen 13u en 19u op BRUZZ Radio (FM 98.8).


Edito 0 4 De week Nieuwsoverzicht 06

In Beeld Geen reden tot feesten

08

Mobiliteit ‘Meeste woonerven zijn lege doos’

14

Congo, zestig jaar onafhankelijk Henry en Claire Bukasa

18

Congo, zestig jaar onafhankelijk Nicole Nketo Bomele en Kalvin Soiresse Njall

23

Tips CultureAtHome

34

Interview Niels Van Tomme, Argos

37

Column Jean-Marie Binst over sterkte

38

Interview Sami Bouajila ‘Niet zo bekend zijn heeft zijn voordelen

44

Nick Trachet Boekweit

45

Big City Waarom telt het Brussels Gewest negentien gemeenten?

40

Reportage

“Om goed samen te spelen, moeten muzikanten eigenlijk net dicht bij elkaar zitten” Grote orkesten en operaproducties zitten met de handen in het haar, maar ze geven niet op

STREETART Onze jongerenwebsite BRUZZket heeft de leukste coronatips voor binnen en nu ook voor buiten. Nu we weer uit ons kot mogen, sturen ze ons naar de strip- en streetartkunstwerken van Brussel. Ontdek kleurig Brussel via BRUZZket.be/streetart

RECHTZETTING In het vorige nummer meldde de titel van het interview met Robin Vander Elstraeten dat hij gaat werken rond middelen tegen Covid-19. Dat klopt niet. Vander Elstraeten gaat werken als farmaceutisch consultant, maar niet rond het coronavirus

BEELDENSTORM VAN DE NUANCE

“We moeten een antwoord bieden waar iedereen zich kan in vinden.” Het klinkt als het zoveelste vage politieke cliché. Maar als het gaat over de plaats van koloniale (stand)beelden in onze stad, is dat zowel de belangrijkste als de moeilijkste opdracht waar we voor staan. Het is ook veel meer dan een symboolstrijd: vraag dat maar aan de Congolese Brusselaars die, zelfs na zestig jaar en nota bene in ‘hun’ wijk Matonge, nog elke dag geconfronteerd worden met een gigantische Leopold II die boven hen uittorent. Als dit magazine iets bijdraagt aan het debat, dan is het een pleidooi voor de nodige nuance en wederzijds begrip. De jonge parlementsleden met professionele expertise willen het koloniale erfgoed voorzien van de nodige tekst en uitleg, en pleiten dus niet voor een beeldenstorm. De eerste Congolese Brusselaars voelen zich hier op en top thuis en houden van deze stad zoals u en ik. De jongere generatie beseft dan weer dat een correcte geschiedschrijving op de schoolbanken begint. “Kennis is het begin van alles,” zegt de dochter van een van de eerste Congolese studenten die naar Brussel kwamen, nu zestig jaar geleden. Meer kennis, van en door de mensen die het kunnen weten: wie kan daar tegen zijn?

UN ICONOCLASME NUANCÉ

« Nous devons fournir une réponse qui puisse satisfaire tout le monde. » Cela ressemble à un énième cliché de langue de bois politique. Mais quand il s’agit de la place des images et des statues coloniales dans notre ville, c’est à la fois la tâche la plus importante et la plus difficile à laquelle nous sommes confrontés. C’est bien plus qu’une lutte symbolique : demandez aux Bruxellois congolais qui, même 60 ans après et pourtant dans « leur » quartier de Matonge, doivent encore faire face tous les jours à un gigantesque Léopold II qui les domine. Si ce magazine peut apporter quelque chose au débat, c’est un plaidoyer pour la nuance nécessaire et la compréhension mutuelle. Les jeunes parlementaires ayant une expertise professionnelle veulent apporter à l’héritage colonial un contexte et les explications nécessaires, et ils ne plaident donc pas en faveur du déboulonnement des statues. Les premiers habitants congolais de Bruxelles se sentent très bien ici et aiment cette ville comme vous et moi. La jeune génération, en revanche, se rend compte qu’une historiographie correcte commence à l’école. « Le savoir est le début de tout », dit la fille d’un des premiers étudiants congolais, venu à Bruxelles il y a soixante ans. Plus de savoirs de la part de ceux qui savent: qui pourrait être contre cela ?

ICONOCLASM OF NUANCE

“We must find an answer with which everyone can more or less agree.” It sounds like just another vague political cliché. But when it comes to the place of colonial statues and images in our city, it is both the most important and the most difficult task facing us. It is also much more than a symbolic struggle: just ask the Congolese Brussels locals who even after 60 years and in ‘their’ own neighbourhood Matonge, are still confronted with a gigantic Leopold II towering above them every day. If this magazine contributes anything to the debate, then it is an appeal for the requisite nuance and mutual understanding. The young parliamentarians with professional expertise want to add much-needed explanations and contextualization to the colonial heritage, and thus argue against an iconoclasm. The first Congolese locals feel completely at home here and love this city just as much as you and I. On the other hand, the younger generation realizes that correct historiography begins at school. “Knowledge is the basis of everything”, says the daughter of one of the first Congolese students who came to Brussels sixty years ago. More knowledge from the people who know what they are talking about: who could be against that?

MATHIAS DECLERCQ, redactiechef

15 APRIL 2020

I 3


De week

PHILIPPE CLOSE LAAT PLAN VAREN

Geen standbeeld voor Lumumba Philippe Close (PS), de burgemeester van Brussel-Stad, heeft zich bedacht. Op het piepkleine Lumumbapleintje aan de Naamsepoort komt er toch geen standbeeld van Patrice Lumumba. Intussen wil de gemeente Elsene nu ook op haar grondgebied een Lumumbaplein. — BETTINA HUBO

J BRUZZ | DE WEEK

arenlang eisten Congoactivisten een plek in het Brusselse straatbeeld op voor Patrice Lumumba, de eerste premier van het onafhankelijke Congo, die in 1961 vermoord werd. Een van de eerste initiatieven in die zin kwam van Philip Buyck, bezieler van de Lumumbabibliotheek in Matonge en van vele andere projecten rond de voormalige Congolese premier. Op 21 juli 2005, nationale feestdag, stapte hij samen met een Congolese vriend door de stad met een spandoek met de vraag: Une place Lumumba, pourquoi pas? Een aantal verenigingen uit de Afrikaanse diaspora sloot zich bij de eis aan.

Enkele jaren later vond Buyck ook de ideale plek voor een Lumumbaplein. Bij de restauratie van de Elsense Sint-Bonifaaskerk was er aan de achterzijde een sympathiek pleintje gecreëerd dat vooralsnog zonder naam was. Buyck hing er een alvast een blauw straatnaambordje op. “Dat werd vervolgens weggehaald door iemand van de gemeente waarna ik het telkens weer terughing,” vertelt hij. De kwestie belandde op de tafel van het Elsense schepencollege. PS was voor, maar MR hield het tegen. MR-burgemeester Dominique Dufourny liet in 2016 deze gevleugelde woorden optekenen: “Zolang ik burgemeester

Vossenplein Zondagochtend opent de rommelmarkt op het Vossenplein in de Marollen weer, tot grote opluchting van de vaste marktkramers. De markt moet wel voldoen aan een aantal voorwaarden: zo telt het maar half zoveel kramen als voordien en wordt het aantal bezoekers beperkt. De markt mag voorlopig vier dagen per week plaatsvinden. Het is van 1873 geleden dat de markt zo lang onderbroken werd. 4

I

24 JUNI 2020

ben van Elsene, komt er geen Lumumbaplein.” Uiteindelijk, in 2018, besloot Philippe Close (PS), burgemeester van BrusselStad, om de actievoerders ter wille te zijn. Hij liet een klein stukje van de Bolwerksquare, het gedeelte achter de taxilaan dat nog net op Brussels grondgebied ligt, omvormen tot Lumumbasquare en liet er een gedenkplaat installeren. Hij beloofde zelfs meer: er zou ook een standbeeld komen. Buyck: “Er was 100.000 euro beschikbaar en er waren geen taboes, zei hij. Maar korte tijd later hoorden we dat een beeltenis van Lumumba niet mocht, het moest abstract zijn.”Twee jaar later heeft niemand nog iets vernomen

340 Het aantal pv’s dat werd uitgeschreven aan voetgangers die een rood stoplicht negeren in ons land, lag vorig jaar met 1.449 ruim 7 procent hoger dan in 2018. Dat blijkt uit cijfers van minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem. In Brussel-Hoofdstad werden 340 voetgangers op de bon gezwierd.

Burgemeester Philippe Close, samen met Roland Lumumba (zoon van), tijdens de inhuldiging van de Lumumbasquare op 30 juni 2018.

van het plan. “Er komt geen standbeeld,” laat de woordvoerster van Close desgevraagd weten. “Er was daarover geen afspraak. Het was een piste. We houden het op een plein met een gedenkplaat.”

STUNT Volgens Geoffroy Coomans de Brachène (MR), gemeenteraadslid en schepen van Stedenbouw in het vorige Brusselse college, was de aankondiging van Close een

pure verkiezingsstunt. “Hij deed die belofte in eigen naam, achter mijn rug om.” MR was overigens een koele minnaar van het plan. Ondertussen is er in Elsene, waar de MR na de verkiezingen van 2018 in de oppositie belandde, een geheel nieuwe aanpak van de kwestie. De Congoactivisten vragen een groter en mooier Lumumbaplein. Daarom wil de gemeente het – veel grotere – Elsense deel van de Bolwerksquare

Carnaval sauvage De Marollen zijn zaterdag het decor van ‘carnaval sauvage’. Zo’n driehonderd mensen komen er samen om in knotsgekke outfits carnaval te vieren. Later verzamelen op een braakliggend terrein in Anderlecht, vlak bij het kanaal, zo’n vijfhonderd feestvierders om na afloop van het carnaval de gebruikte kostuums op een groot vuur te verbranden. Dat staat symbool voor ‘het verbranden van de bureaucratie’.


© PHOTONEWS

nu ook omdopen, zegt Ecolo-burgemeester Christos Doulkeridis. “Het college is vast van plan om meer plaats in de publieke ruimte te maken voor de gezamenlijke, BelgischCongolese geschiedenis en voor het contextualiseren van die geschiedenis. We kunnen het verleden niet veranderen, maar we kunnen wel erkennen en uitspreken dat we er nu een andere kijk op hebben.”

Doulkeridis wil vooruitgaan, maar ook de regels respecteren. Zo loopt op dit moment de procedure bij de toponymiecommissie. “Mocht het toch niet lukken op de Bolwerksquare, dan maken we elders een Lumumbaplein, waarom niet achter de Sint-Bonifaaskerk?” Voor het mooier maken van de Bolwerksquare rekent hij op de architecten van de Bastion Tower, die binnenkort de sokkel van de toren onder handen nemen en bij die gelegenheid het plein aangenamer zullen maken en vergroenen. Elsene is voorts in overleg met de MIVB om een bus of metrohalte de naam Matonge te geven. Ook is er een plan om her en der in de gemeente plakkaten te hangen die context bieden aan het kolonialisme. Doulkeridis: “We hadden gehoopt dat we op 30 juni, de zestigste verjaardag van de onafhankelijkheid, al een en ander konden presenteren maar door Covid-19 heeft alles vertraging.” Een standbeeld van Lumumba in Elsene ziet Doulkeridis niet meteen zitten. “Ik denk dat de tijd van persoonsgebonden standbeelden voorbij is.”

Hoe langer mensen uitgaan en hoe meer ze drinken, hoe meer ze lijken te zondigen PROFESSOR ERIKA VLIEGHE, voorzitter van de expertengroep, over de feestvierders op het Flageyplein, in De Ochtend op ‘Radio 1’

CARTOON

KIJK OP DE WEEK

WAUTER

Kinderen besmet met corona In de Nederlandstalige gemeenteschool Paviljoen in Schaarbeek zijn twee kinderen besmet met het coronavirus. Het schoolgebouw gaat twee dagen dicht voor ontsmetting. Daardoor kunnen ook de kinderen van basisschool De Kriek, die de site met Paviljoen deelt, twee dagen niet naar school. Voor de kinderen van de tweede kleuterklas en het eerste leerjaar zit het schooljaar erop.

300 Op het Brusselse Luxemburgplein voeren zaterdag zo’n driehonderd mensen actie naar aanleiding van Wereldvluchtelingendag. De manifestanten scanderen slogans tegen politiegeweld en vragen om de regularisatie van mensen zonder papieren. 24 JUNI 2020

I 5


In beeld

BART DEWAELE

PAS DE QUOI SE RÉJOUIR

NO CAUSE FOR CELEBRATION

NL/ Vanuit de BRUZZ-redac-

FR/ Les bureaux de la rédaction de BRUZZ donnent sur la place Flagey et la place Sainte-Croix. Vendredi soir vers minuit, de nombreuses personnes s’y sont réunies pour faire la fête. À une heure du matin, la police a fait évacuer les lieux. Dans le même temps, l’Organisation mondiale de la santé avertit que le nombre de cas d’infection par jour dans le monde entier atteint des records. Sur Twitter, le virologue Marc Van Ranst est également mécontent du « mode vacances d’été » de ces dernières semaines.

EN/ The BRUZZ editorial

tie hebben we een goed zicht over het Flageyplein en het Heilig-Kruisplein. Vrijdagavond rond middernacht stroomde daar een massa volk samen om een feestje te bouwen op straat. Om 1 uur ontruimde de politie het plein. Intussen waarschuwt de Wereldgezondheidsorganisatie dat het aantal dagelijkse besmettingen wereldwijd naar een record klimt. Ook viroloog Marc Van Ranst is op Twitter niet te spreken over “de zomervakantiemodus” van de afgelopen weken.

BRUZZ | IN BEELD 6

GEEN REDEN TOT FEESTEN

I

24 JUNI 2020

office has a good view across both the place Flageyplein and the Heilig-Kruisplein/ place Sainte-Croix. On Friday evening around midnight, a crowd of people amassed there to have a party. At 1 AM, the police cleared the square. In the meantime, the World Health Organization has warned that the daily infection rate around the world is increasing to record numbers. On Twitter, virologist Marc Van Ranst is also highly critical of the “holiday mode” that we have seen over the past few weeks.


24 JUNI 2020

I 7


Mobiliteit

SNELLE AANPASSINGEN NIET ALTIJD GOED OVERLEGD

‘Meeste woonerven blijven lege doos’ Veertig kilometer extra fietspaden en honderd kilometer woonerven. Gewest en gemeenten voerden de voorbije maanden in turbotempo mobiliteitsmaatregelen in. Dat de fietspaden nodig zijn, trekt amper iemand in twijfel. Maar het gebrek aan overleg veroorzakt wél wrevel. En de woonerven? Die blijken vooralsnog een lege doos. — KRIS HENDRICKX EN JASMIJN POST

D BRUZZ | MMOBILITEIT

e bewoners van de wijken rond de Sylvain Dupuislaan in Anderlecht werden tien dagen geleden wakker in een andere wereld. De viervaksbaan aan het Westland Shopping Center bleek plots nog maar één rijstrook in elke richting te tellen. De gesneuvelde strook had plaatsgemaakt voor een bus- en fietsbaan, terwijl er naast de rijweg al een fietspad lag. De gevolgen van de ingreep waren niet min. De anders zo vlot rijdende gewestweg bleek plots een grote verkeersknoop, met files die al begonnen op de nabijgelegen Ring. Bewoners raakten door de opstoppingen de woonwijken amper uit en het was speuren naar een verdwaalde fietser op de nieuwe fiets- en busstrook. De aanpassingen kwamen niet enkel voor de bewoners als een verrassing. Zelfs de burgemeester van Anderlecht hoorde pas laat over de maatregel. “Minister Elke Van den Brandt belde me de dag ervoor,” vertelt Fabrice Cumps (PS). “Maar noch de gemeente, noch de politie is vooraf om een advies gevraagd.” Cumps, die bedolven werd onder reacties van buurtbewoners, riep de minister dan maar via zijn Facebookpagina op tot spoedoverleg. Dat overleg kwam er ondertussen, net als enkele aanpassingen aan de verkeerslichten. Een bezoek ter plaatse en een regelmatige blik op verkeerssites leert dat de filedruk er intussen weer fors daalde. Alleen blijft de episode wel op de maag liggen van de buurt. “Zonder aankondiging iets aanpassen om dan later fouten te moeten repareren, dat is toch

8

I

24 JUNI 2020

jammer,” horen we van een voorbijganger ter plaatse.

TER KAMERENBOS De Dupuislaan is geen alleenstaand geval. De sluiting van het Ter Kamerenbos voor auto’s – deze keer door de Stad Brussel – leidde tot luid gegrom, onder automobilisten in de file én onder bewoners van de Ukkelse woonwijken rond het bos. De heropening van het noordelijke deel van het bos bracht maar gedeeltelijk soelaas. In Schaarbeek rees dan weer protest toen bleek dat een rijstrook op de gewestelijke Lambermontlaan zou sneuvelen. Dat die maatregel op de stadssnelweg nodig is, daar is iedereen het al een tijdje over eens. Zelfs het Défi van burgemeester Cécile Jodogne – deze dagen door fietsactivisten afgebeeld in een T-shirt ‘I love Carbeek’ – is mee. Maar dat het Gewest de eigen plannen gewoon wou doorduwen

Brussel ligt. Minister Elke Van den Brandt (Groen) profileerde zich het afgelopen jaar vooral als een politica die eerst overlegt en dan pas handelt. Maar die aanpak werd grotendeels losgelaten voor de veertig kilometer extra fietspaden. “De minister heeft snel geschakeld, maar de urgentie was er dan ook,” zegt professor mobiliteit Cathy Macharis (VUB), tevens voorzitster van de gewestelijke mobiliteitscommissie. “Binnen de commissie was er terecht wat ongenoegen omdat de leden niet waren gehoord over de plannen, maar de minister is dan toch de plannen verder komen uitleggen in de eerstvolgende vergadering.” Inhoudelijk staat Macharis overigens wel achter de plannen. “Dit moest gebeuren.” Ook Erik Caelen, verkeersdeskundige bij Brulocalis, de vereniging van Brusselse gemeenten, ziet hoe

“Wie twijfelde om de auto te nemen, moest nu een duidelijk signaal krijgen” ELKE VAN DEN BRANDT Minister van Mobiliteit

zonder de gemeente, schoot in het verkeerde keelgat. Ook hier gingen Gewest en gemeente in allerijl samenzitten en lijkt een aangepast plan in de maak. De commotie in Anderlecht, Ukkel en Schaarbeek toont hoe moeilijk krachtdadig maar eenzijdig mobiliteitsbeleid in

de besluiten zonder veel overleg Van den Brandt in een oncomfortabele situatie brengen. Maar net als Macharis staat hij pal achter de veertig kilometer nieuwe fietspaden. “Het was nu of nooit. Dit soort maatregelen moet je niet nemen als het verkeer weer volop op gang is gekomen. ”

Het is een analyse die Van den Brandt zelf volmondig onderschrijft. “Het moest nu eenmaal snel. We wilden een bomvol openbaar vervoer vermijden én het autoverkeer ook meteen ontmoedigen én extra files voorkomen. Wie twijfelde of hij de auto zou nemen, moest nu een duidelijk signaal krijgen. En als het verkeer in september weer groeit, moeten er zoveel mogelijk alternatieven beschikbaar zijn.” De fietspaden mogen dan op instemming rekenen, voor de woonerven is dat een heel ander verhaal. Van den Brandt riep de gemeenten op om zulke zones, waar maximaal twintig mag gereden worden en voetgangers voorrang genieten, in te richten op hun grondgebied. Liefst 16 van de 19 gemeenten deden dat ook, “goed voor ruim 100 kilometer woonerf,” aldus de minister, het grootste deel daarvan in de Vijfhoek, die helemaal woonerf werd. Een groot succes? Niet meteen. Op het terrein veranderen de meeste van die woonstraten helemaal niets aan de verkeerssituatie. In de


LA MOBILITÉ CONTINUE D’ÊTRE LA PATATE CHAUDE Ces derniers mois, la Région a annoncé des mesures de mobilité drastiques, dont 40 kilomètres de nouvelles pistes cyclables. Leur nécessité, personne n’en doute, mais le manque de concertation crée des tensions : à Anderlecht au Westland Shopping, à Schaerbeek au boulevard Lambermont et à Uccle au Bois de la Cambre. L’émoi montre une fois de plus que mener une politique de mobilité à Bruxelles est loin d’être une évidence. L’instauration des zones résidentielles ou « de rencontre » dans la Région sont une autre histoire. L’aménagement des 100 kilomètres de zones de rencontre par les communes se limite en général au placement d’un panneau de signalisation. Les voitures continuent à y rouler à la même vitesse, ou roulent même plus vite car il y a moins de circulation. Les experts en mobilité rappellent qu’il faut adapter l’espace public à la nouvelle fonction. « À l’heure actuelle, les zones de rencontre ne fonctionnent pas », selon l’expert Eric Caelen (Brulocalis). FR

Minister van Mobiliteit Elke Van den Brandt bij de lancering van de woonerven. “Ze zijn niet allemaal optimaal ingericht,” geeft ze toe. © PHOTONEWS

meeste gevallen beperkten de gemeenten zich tot het plaatsen van het karakteristieke verkeersbord met een spelend kind. In de Vijfhoek werd de strateninrichting bijna nergens gewijzigd om de snelheid te verlagen. Het gevolg: auto’s rijden meestal precies even snel of traag dan ze eerder al deden. Een eigen steekproef op verschillende plekken in de Vijfhoek wees uit dat zo goed als geen enkele bestuurder zich aan de snelheidslimiet van 20 kilometer per uur houdt. Kinderen die de bal bovenhalen zoals het verkeersbord suggereert, spelen er gauw ook met het eigen leven.

BLOEMBAKKEN “Ik moet toegeven dat ik stevig gefronst heb, toen ik die oproep zag voor de woonerven,” vertelt verkeerskundige Caelen. “Je kan geen woonerf afkondigen als je de straatinrichting niet verandert. Je moet bijvoorbeeld bloembakken zetten om het verkeer te vertragen. De parkeerplaatsen moeten er eigenlijk verdwijnen, het zijn uitzonderingen in een woonerf. Een

woonerf waarbij aan de straatzijde nog geparkeerd wordt, is desastreus, het wegbeeld verandert dan helemaal niet en dus geldt hetzelfde voor het rijgedrag van automobilisten. Op de meeste plaatsen is het daardoor een lege doos.” De expert heeft zich ook geërgerd aan de communicatie van een aantal gemeenten, die stelden dat voetgangers en fietsers voorrang hebben in een woonerf. “Dat is niet juist, die voorrang geldt énkel voor voetgangers en niet voor fietsers.” Cathy Macharis zit op dezelfde golflengte. “Bij een woonerf horen infrastructuuraanpassingen en die ontbreken nu te vaak. Daarnaast heb je ook controles nodig om er de snelheid te handhaven. Met een bord alleen lukt het niet. Op dit moment dreigen auto’s er zelfs sneller te rijden dan vroeger, want een lege straat nodigt daartoe uit.” Van den Brandt geeft grif toe dat de meeste nieuwe woonerven niet optimaal zijn ingericht. “Er zijn gemeenten die hun straatinrichting hebben aangepast, in Anderlecht en Vorst bijvoorbeeld. Maar het klopt

dat dat veel vaker moet gebeuren. Een goed woonerf betekent communicatie, inrichting, controle en dat specifieke bord. Dezelfde logica eigenlijk als bij de zone 30 die we volgend jaar invoeren.” De minister van Mobiliteit en Verkeersveiligheid maakt zich sterk dat er de volgende weken en maanden nog heel wat zal ingehaald worden op het vlak van inrichting. “Als Gewest willen we daarbij helpen. Maar voorlopig hebben we geroeid met de riemen die we hadden. Er moest snel een antwoord komen op het gebrek aan ruimte voor voetgangers, terwijl er amper mensen en materiaal ter beschikking waren om de inrichting te doen.” De Stad Brussel is ondertussen van plan om haar grote woonerfzone aan te passen. “We bestuderen nu welke assen we uit dat zone 20-gebied willen lichten, geeft mobiliteitsschepen Bart Dhondt (Groen) toe. “We hebben altijd gezegd dat het concept zou evolueren. Een van de volgende weken maken we die wijzigingen bekend.”

MOBILITY CONTINUES TO BE A HOT POTATO Over the past few months, the Region has announced far-reaching mobility measures, including 40 kilometres of extra bicycle paths. Almost nobody doubts that they are necessary. But the lack of consultation is causing a certain resentment: in Anderlecht at the Westland shopping centre, in Schaarbeek/ Schaerbeek on Lambermontlaan and in Ukkel/Uccle near Ter Kamerenbos/Bois de la Cambre. The commotion yet again demonstrates how difficult Brussels’ effectual but one-sided mobility policy really is. The residential areas that the Region called for are another story. The 100 kilometres of residential zone that the municipalities are ‘designating’ are in practice often limited to a traffic sign. Cars continue to drive just as fast or sometimes even faster now that there is no traffic. Traffic experts emphasize that public space must be adapted to new functions. “Residential zones are currently too often simply dead letters,” says expert Eric Caelen (Brulocalis). EN

24 JUNI 2020

I 9


Spreektijd

MINISTER-PRESIDENT RUDI VERVOORT ( PS )

‘Ik hoef niet in de geschiedenisboeken’ BRUZZ | SPREEKTIJD

Waar zit Rudi Vervoort (PS) tijdens deze coronacrisis? En waarom slaagt Brussel er maar niet in om een eigen veiligheidsbeleid te voeren? De kritiek op de Brusselse minister-president is niet mals. Maar Vervoort verlegt de discussie liever naar de thema’s die er voor hem écht toe doen: de armoede, de werkloosheid en het woonbeleid. “Soms is het goed om uit de bubbel van de sociale media te stappen.” — STEVEN VAN GARSSE EN KRIS HENDRICKX, FOTO’S BART DEWAELE

M

inister-president Rudi Vervoort is niet de man van het hoge woord. Hij blijft liever in de schaduw. Typerend was de Nationale Veiligheidsraad van 24 april. Elke regeringsleider nam het woord. Maar Vervoort zweeg. Toch is er niemand binnen de regering die hem afvalt. Het is zijn stijl, zo klinkt het bij zijn collega’s. Hij analyseert meer dan dat hij zich positioneert. Hij werkt hard, is consensueel en loyaal aan de meerderheid. Een kopstuk van de PS noemde Vervoorts karakter ooit ‘oecumenisch’. Het is diezelfde milde Vervoort die we interviewen op het terras van de Merlot aan de Vismarkt. Een minister-president die van monkelen zijn handelsmerk heeft gemaakt ook. De regeringsleider tuit dan de lippen en er verschijnen pretlichtjes in zijn ogen. “Ik ben Elio Di Rupo niet, ik wil niet in de geschiedenisboeken.”

psychisch. We zijn ook maar mensen. Ik denk dat we allemaal aan rust toe zijn.

zullen hier een oplossing voor moeten vinden, bijvoorbeeld op het openbaar vervoer.

Waar hebt u op gewogen in de Veiligheidsraad?

Heeft de federale regering het achteraf gezien goed gedaan?

VERVOORT: Ik heb er mee voor gezorgd dat die lockdown niet té streng is, zoals in Frankrijk. We konden toch moeilijk de bewoners van het dichtbevolkte Sint-Joost vragen om binnen een straal van een kilometer van hun huis te blijven? Dat er zo geen perimeter kwam, daar heb ik op gewogen. Er waren ook oeverloze discussies binnen de Veiligheidsraad of je nu met de wagen naar een park mocht rijden. Ik heb er echt voor gepleit dat de lockdown ook rekening hield met de ouderen, de jonge kinderen en hun ouders, en mensen met een handicap.

VERVOORT: Iedereen heeft gedaan wat ie kon. Ik denk niet dat het vandaag een moment is om hierover te polemiseren. Natuurlijk kon het beter, maar niemand had gedacht dat we in een dergelijke crisis terecht zouden komen. We zijn vandaag in een andere wereld, hé.

Over mensen met een handicap ging het over het algemeen weinig in de media. VERVOORT: Nochtans is het voor hen

Hoe beleefde u de coronacrisis? RUDI VERVOORT: Iedereen binnen de

regering heeft die op zijn manier beleefd, maar er treedt vandaag toch een soort vermoeidheid op. Het was heftig. Zowel fysiek als 10

I

24 JUNI 2020

een enorm moeilijke periode. Neem alleen maar het mondkapje. Een verplichting ligt voor sommige mensen met een handicap heel moeilijk, omdat ze het niet begrijpen of het gewoon niet verdragen. We

Maar in de communicatie liep het toch geregeld mis? VERVOORT: Wat altijd zal blijven

hangen, is het verhaal van de maskers. Ik denk dat we er ook vandaag nog niet helemaal uit zijn. De gemeenten hebben het over het algemeen dan weer wél goed gedaan. Het is dan ook makkelijker om 20.000 maskers te bestellen dan 20 miljoen.

inwoner het meest van alle regeringen aan maatregelen om de crisis te bezweren. Dus zeggen dat de Brusselse regering aan de kant is blijven staan, klopt niet.

We doelen meer op het leiderschap als minister-president. VERVOORT: (onverstoorbaar) Wij zitten in een federale fase waarbij de beslissingen op dát niveau worden genomen. Daarnaast hebben we economische en sociale maatregelen genomen. Net zoals de andere gewesten.

Het verwijt is dat u te weinig het Brussels Gewest belichaamt en niet op het voorplan komt. Toen we deze week aan de Brusselse ontbijttafel vroegen wie Rudi Vervoort is, kon niemand antwoorden. VERVOORT: (laconiek) Dat betekent vooral dat u uw professionele zaken niet mee naar huis neemt, niet?

Daar hebt u een punt. Elke crisis is een opportuniteit. Sommigen vinden dat u sterker uit de hoek had moeten komen als minister-president. Net als tijdens de aanslagen dook de vraag geregeld op: waar is Vervoort? VERVOORT: Brussel besteedt per

VERVOORT: Maar ik ken het verwijt. Tijdens die ene bewuste Nationale Veiligheidsraad heb ik als enige regeringsleider het woord niet genomen. Hoe is dat gegaan? Iedereen mag zijn zeg doen vanuit zijn eigen bevoegdheden. Het enige


RUDI VERVOORT geboren in 1958 in SintAgatha-Berchem, zoon van Nederlandstalige vader en Franstalige moeder studeert rechten aan de ULB is schepen in Evere tussen 1993 en 1998 sinds 1998 burgemeester van Evere Brussels parlementslid sinds 1999 is voorzitter Brusselse PS 2012-2013 BRUZZ | SPREEKTIJD

sinds 2013 minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Rudi Vervoort over de kritiek op zijn corona-aanpak: “Zeggen dat de Brusselse regering aan de kant is blijven staan, klopt niet.”

Laat staan dat ik aan de kinderachtige discussies wou meedoen, zoals we gezien hebben tussen Jan Jambon (N-VA) en Pierre-Yves Jeholet (MR) over de opening van de scholen. Toen dacht ik écht: kan de speeltijd nu ophouden?

U hebt drie maanden geregeerd met volmachten. Dat is uniek

in het Brussels Gewest. Was dat comfortabel? VERVOORT: Eerder integendeel. De ministers moesten tegen een nog hogere tijdsdruk werken, en tegelijk in het parlement uitleg komen geven. De volmachten waren vooral nodig, vanuit praktisch oogpunt. Maar we zijn nooit buiten de contouren van de democratie getreden.

U ligt onder vuur omdat het regionale veiligheidsbeleid niet van de grond komt, wat ook weer bleek tijdens de coronacrisis. In sommige gemeenten waren mondmaskers verplicht, in andere niet. VERVOORT: Het hangt samen met de kritiek over mijn leiderschap. En het komt vooral van de Vlaamse partijen. Men kijkt altijd naar Brussel, maar in heel België hebben

▼

wat ik kon zeggen was al door Elio Di Rupo (Waals minister-president, red.) gezegd. Waarom zou ik dat herhalen? Dat had ik ook vooraf met hem afgesproken. Ik weet dat Elio graag het hoge woord voert. Neen, ik heb niet dezelfde ambities als Elio. Je ne vise pas à entrer dans la postérité, moi. Ik ben er niet op uit om in de geschiedenisboeken te komen.

24 JUNI 2020

I 11


▼

MINISTER-PRESIDENT RUDI VERVOORT ( PS )

de burgemeesters tal van verordeningen van openbare orde uitgevaardigd. Ze hebben daar ook het recht toe. Als we naar de cijfers kijken, blijkt dat in Wallonië 162 burgemeesters een verbodsbepaling hebben uitgevaardigd. In Brussel waren er drie dergelijke beslissingen (verplichte mondmaskers in winkelstraten van Woluwe en in de winkels van Sint-Joost, red.). En ze hebben de bevolking niet meteen gechoqueerd. Ik ben zelf ook gaan kijken (tuit geamuseerd de lippen). We kunnen niet zeggen dat de maatregel overal even strikt is opgevolgd. Ze hadden meer een sensibiliserende werking.

BRUZZ | SPREEKTIJD

Het gaat ook over het algemene veiligheidsbeleid. Het crisiscentrum van Veiligheid en Preventie aan Congres is bijvoorbeeld nog altijd niet klaar. VERVOORT: De inhuldiging is voor

binnenkort. We zullen van daaruit alle grote crisissen en evenementen kunnen opvolgen, samen met de brandweer, de politiezones. De protocollen hierover zijn klaar. Er zal eenheid van commando zijn.

Maar er is nog maar één zone bereid om mee te werken. VERVOORT: Dat gaat over het delen van de camerabeelden. Daar is inderdaad nog werk aan de winkel. We zullen de zones nog moeten overtuigen. De burgemeesters vrezen dat het een eerste stap is in de fusie van de politiezones. Wat, vergeet dat niet, kan doorgevoerd worden met een gewone meerderheid in het federaal parlement. Wat is de taak van het Gewest? Zorgen dat de krachten gebundeld worden. Samenwerken. Dat is het beste antwoord op de persistente vraag vanuit Vlaanderen om de zes politiezones te fuseren.

Waar komt die vrees bij de politiezones om te fuseren vandaan? Wij hoorden dat de vijf zones vrezen dat ze slechts een aanhangsel zullen worden van de grootste politiezone: Brussel-Elsene. VERVOORT: Dat speelt mee. Hoe zou je zelf zijn? Je bent korpschef en zou plots de tweede viool moeten spelen. Natuurlijk wil je niet in dat verhaal meestappen. 12

I

24 JUNI 2020

Dat alles wekt toch de indruk dat een gewestelijk veiligheidsbeleid niet van de grond komt? VERVOORT: Ik kan de burgemeesters ook niet verplichten. Daar komt nog bij dat de preventie en veiligheidsaspecten van de zesde staatshervorming niet door iedereen op dezelfde manier worden begrepen. Nederlandstalige partijen zeggen me dat ik dit en dat moet doen, maar dat staat helemaal niet in de wet.

Hoe ziet dat regionaal veiligheidsbeleid er dan ideaal uit? VERVOORT: We moeten over het hele grondgebied Brussel, dat niet homogeen is, de gemeenschappelijke prioriteiten kunnen vastleggen op het vlak van preventie en veiligheid. Een transversaal beleid met andere woorden, waarin we de krachten bundelen en door bijvoorbeeld één aankoopcentrale voor alle politiezones de kosten kunnen drukken. Veel verder kunnen we niet gaan. We

moeten ook de scheiding der machten respecteren. Als ministerpresident kan ik het parket geen orders geven.

De burgemeesters vrezen ook dat een fusie van de politiezones zal leiden tot een fusie van de gemeenten. U bent van dat laatste geen voorstander. VERVOORT: De gemeenten behoren tot het DNA van dit land. Ik heb ook niet het gevoel dat de bevolking wakker ligt van een fusie van de gemeenten.

Is dit de burgemeester die spreekt of de minister-president? VERVOORT: Beiden.

Tijdens de coronacrisis kwamen de groene bevoegdheden sterk naar voren: de fietspaden, de parken. Stoort u dat niet als socialist? VERVOORT: De echte mobiliteitsdiscussie komt er in september. Ik

denk dat het goed is om meer openbare ruimte vrij te maken tijdens de vakantie. Maar als de epidemie neerwaarts blijft evolueren en het verkeer weer op gang komt, komt onvermijdelijk de vraag of de sluiting van het Ter Kamerenbos en de nieuwe fietsassen nog realistisch zijn.

U stelt ze dus ter discussie? VERVOORT: Er moet vooral een overleg komen. Het is niet omdat maatregelen goed zijn, dat ze niet overlegd moeten worden. Niet iedereen beleeft de exit op dezelfde manier en niet iedereen is zomaar bereid om zijn mobiliteitsgedrag te veranderen. Er is een draagvlak nodig. Ook dat is democratie. De stad maak je niet alleen door fietspaden aan te leggen en aan stadslandbouw te doen. Er is meer nodig. Wie met vijf in een appartementje van vijftig vierkante meter woont, heeft wel andere zaken aan


“Als de epidemie blijft afnemen en het verkeer weer op gang komt, komt de vraag of de sluiting van het Ter Kamerenbos en de nieuwe fietsassen nog realistisch zijn” RUDI VERVOORT Minister-president

zijn hoofd. Dat zijn ook de mensen die minder toegang hebben tot de media, niet aanwezig zijn op de sociale media, minder invloedrijk zijn. Hen mogen we niet vergeten.

niet de mensen die zeggen: ik neem mijn elektrische fiets en we kunnen weer verder. De coronacrisis heeft die kloof tussen rijk en arm nog eens versterkt.

Waar is de vergeten groep dan wél mee bezig?

Die spanning merk je ook in de discussies over de Richtplannen van Aanleg (RPA’s). Bijvoorbeeld als het over de Josaphatsite gaat, waar buurtbewoners meer groene ruimte vragen, en minder woningen. Terwijl de woningnood hoog is.

VERVOORT: Of er brood op de plank

is, of ze wel op vakantie kunnen gaan, hoe ze kunnen zorgen dat hun kinderen niet afhaken op school, of ze nog werk zullen hebben. Het zijn

VERVOORT: Klopt. Er wordt nu gevraagd om een deel van de woningen op te offeren in het belang van de biodiversiteit. Maar over die groene ruimte bestaan verschillende lezingen. Natuurbeschermers vinden dat die ruimte niet toegankelijk mag zijn voor het publiek. Anderen vinden dan weer dat er juist meer park moet bijkomen. Er is nu in 45 procent betaalbare woningen voorzien op Josaphat. Ook die zijn belangrijk.

Zijn er geen grenzen aan het bouwen? Vandaag worden de laatste open ruimtes volgebouwd. Tegelijk blijkt uit een studie dat er elk jaar een procent groen verdwijnt. VERVOORT: We hebben andere cijfers. Ik betwist ook dat Brussel geen groene stad is. Het volstaat om vanuit de hoogste verdieping van de Madoutoren naar Sint-Joost te kijken. Er is heel veel groen in de binnenblokken.

De forse bevolkingsstijging van de laatste decennia vertraagt intussen. VERVOORT: Maar er is wel een stijging. Dus moeten we woningen blijven bouwen, al was het maar om de kwaliteit van de woningen te verbeteren. Daarnaast is er het debat van de ontdichting. In buurten met een te hoge bevolkingsdichtheid zal er in de toekomst minder gebouwd

worden. Buurten met een lage dichtheid kunnen wel woningen bij krijgen. Zo kunnen we de bevolkingsdichtheid beter spreiden. En waar de overheden eigenaar zijn van het terrein kunnen er ook betaalbare woningen bijkomen. Daar hebben wij de sleutel in handen. Tot slot zullen we misschien ook merken dat door corona de leegstand in de kantoorsector stijgt. Ook daar is een kans om extra woningen te creëren, al is die reconversie moeilijker dan het lijkt.

Over de federale formatie horen we dat vooral de Brussels PS-afdeling gekant is tegen een regering met de N-VA. Waarom? VERVOORT: Dat klopt niet. Ook in Wallonië is er tegenstand. Het probleem wat mij betreft is dat de N-VA zich niet echt Brusselfriendly opstelt. Het hele verhaal van het confederalisme is niet aan ons besteed. Vergeet niet dat een coalitie PS/N-VA ook door de partijafdelingen moet worden goedgekeurd. Ik ben niet zeker dat dat in Brussel zal lukken. Voor Ecolo geldt trouwens hetzelfde.

U bent zeven jaar minister-president. Waar bent u het meest trots op? VERVOORT: Als burgemeester kan je echt iets op het terrein veranderen. Dat is als minister-president moeilijker, al hebben we wel stenen verlegd met de wijkcontracten en mogen we ook best trots zijn op de daling van de jeugdwerkloosheid. Maar waar ik het meest trots op ben, is misschien nog Kanal. Toen ik begon in 2013 stond een Museum voor Moderne Kunst in mijn plannen en het zal nu ook gerealiseerd worden. We hebben allemaal nood aan cultuur. Cultuur is iets blijvends en zeker op die plek, tussen twee heel verschillende oevers is het een mooi project. Dus ja, Kanal ligt me nauw aan het hart.

En waar hebt u het meest spijt van? VERVOORT: (richt zich tot zijn twee woordvoersters) Wat moet ik daarop antwoorden? Dat het zo enorm lang duurt voor je hier een nieuwe wijk kan opstarten. Neem de Josaphatsite, die kochten we in 2000 en 20 jaar later zitten we nog in de planfase.

VERVOORT SE DÉFEND Où était Rudi Vervoort pendant la crise du coronavirus ? La critique fut maintes fois formulée. Le ministre-président de Bruxelles aurait été trop absent dans les moments cruciaux et n’aurait pas pris assez à cœur la gestion de la sécurité régionale. Vervoort dément cela. Il a défendu des mesures pour la ville auprès du Conseil national de sécurité et il a attiré l’attention sur les enfants et leurs parents, les personnes âgées et les handicapés pendant le confinement. En ce qui concerne la crise sanitaire, nous sommes dans une phase fédérale. La Région de Bruxelles-Capitale n’intervient donc qu’en deuxième lieu. Et Bruxelles l’a fait pleinement. En apportant un soutien économique et social. En matière de politique de sécurité, il préconise une approche coordonnée plutôt que strictement hiérarchique. Enfin, il demande l’adhésion aux mesures de mobilité en cette sortie de pandémie. Il n’est pas contre les axes pour vélo et les zones sans voitures, mais ils doivent être le fruit de consultations et être soumis à l’épreuve de la réalité. Septembre sera un mois crucial à cet égard. FR

VERVOORT DEFENDS HIMSELF Where was Rudi Vervoort during the corona crisis? We have heard this question from critics repeatedly over the past few months. The accusation is that the minister-president of Brussels was apparently absent at crucial moments and is not paying sufficient attention to regional security policies. Vervoort denies this. He advocated urban measures in the National Security Council and demanded attention for children and their parents, the elderly, and the handicapped during the lockdown. As far as the sanitary crisis is concerned, we are in a federal stage, so the Brussels Region can only act secondarily. And Brussels did so to the greatest extent possible. With economic and social support. With respect to security policy, he supports a coordinated approach rather than a strictly hierarchical one. Finally, he is seeking broad social support for the mobility measures during the exit from corona. He is not against cycling arteries and reduced-traffic zones, but they must be agreed on carefully and must stand the test of reality. September will be a crucial month in this regard. EN

24 JUNI 2020

I 13


Getuigenissen

TWEE GENERATIES AAN HET WOORD

‘Wat voor de Joden is gedaan, moet ook voor Congo gebeuren’ Zijn België en Congo ooit echt van elkaar losgekomen? De 82-jarige Henry Bukasa groeide op in Congo onder Belgisch koloniaal bewind, kwam naar Brussel om er te studeren en bleef hier. Volgens hem zijn herstelbetalingen nodig om de fouten uit het verleden recht te zetten. Zijn dochter Claire woonde het grootste deel van haar leven in Brussel en denkt dat vooral de héle geschiedenis op school moet worden onderwezen om zo het koloniale verleden te erkennen. — JASMIJN POST, FOTO’S SASKIA VANDERSTICHELE

14

I

24 JUNI 2020


60 JAAR ONAFHANKELIJK

CONGO

tijd van zijn leven. “Het was de eerste keer dat ik mijn ouders verliet en met andere mensen in contact kwam.” Al was het in het begin wel even wennen. “‘Jeune frère,’ zei een medeleerling. ‘Ik kan zien dat je nog nooit ergens anders hebt geleefd.’ Maar ik heb me heel snel aangepast.” Er heerste een strikt militair regime in het katholieke internaat. De leerlingen stonden ‘s ochtends in stilte op, gingen daarna naar de mis en werkten de rest van de ochtend buiten. “We hebben ons college zelf gebouwd,” herinnert Bukasa zich. “Het was werken tot het middagmaal: we aten heel goed. Boontjes en zelfgekweekte vruchten. Na de lunch was het tijd voor schoolwerk: huiswerk maken of les volgen. Ik vond alles even leuk, ik heb een enorme honger naar kennis (lacht).”

NEDERLANDS ACCENT Bukasa herinnert zich die tijd heel scherp. “Onze wiskundeleerkracht uit Antwerpen, François Berinkx, bracht ons bij dat je eerst moest luisteren, en dan pas vragen stellen. Nederlandse les kregen we van een leerkracht uit Tilburg, Leo Stapels. Ze wilden hem naar Vlaanderen halen, want hij was te goed. De Vlaamse leerkracht die na hem kwam, heeft tevergeefs geprobeerd om ons ons Nederlandse accent af te leren (schaterlacht).” Ook de Belgische taalstrijd werd in Congo gevoeld. “Een leerling zei dat een leerkracht ‘sale’ Frans sprak. Daar kwam gedoe van (lacht opnieuw).” Later studeerde Bukasa verder aan het Lovanium, de katholieke ▼

D

e 82-jarige Henry Bukasa is gepensioneerd, maar ziet er in zijn nette pak uit alsof hij zo zijn werk als advocaat weer op kan pakken. Voor hij gaat zitten op het terras van De Markten, legt hij Le Vif en zijn smartphone op tafel. Om over Congo te praten mag je hem ‘s nachts wakker maken, zegt hij. Zijn levensverhaal en dat van Congo zijn nauw met elkaar verweven. Bukasa wordt als Baluba geboren, een volk dat gedeeltelijk in Kasaï woont, een centraal-zuidelijke provincie. Zijn vader werkte voor de Belgische ‘Forminière’, voluit La Société internationale forestière et minière du Congo. De Belgische industriëlen Jean Jadot en Hubert Droogmans richtten dat bedrijf in 1906 op, in opdracht van Leopold II. Het bedrijf exploiteerde goud en zilvermijnen, en gewassen als katoen, palm, cacao en rubber. Bukasa’s vader werkte met diamanten. Tshikapa, de plek waar Bukasa zijn jeugd doorbracht, werd in die tijd een belangrijke stad voor de exploitatie van diamant. Hoewel de stad opbloeide, bleef er van de winst die de grondstoffen opbrachten niets over voor de Congolezen. Die kwam bijna volledig in handen van de koloniale overheid. Toen Bukasa zes was, verhuisde hij naar Tshimbulu, waar hij opgroeide in een gezin dat deel uitmaakte van de autochtone middenklasse. Zijn vader was gemeenteraadslid en werkte als rechter. Op zijn twaalfde ging hij er naar het Sint-Jan Berchmanscollege. Die tijd noemt Bukasa de mooiste

BRUZZ | SPREEKTIJD

Brusselaars vertellen

Henry Bukasa afgestudeerd Sint-Jan Berchmans in 1959 volgt in 1953 in Leopoldstad pre-universitair jaar studeert eerst geneeskunde in Luik, later talen in Duitsland en in 1968 rechten aan de ULB werkt van 1984 tot 1988 als advocaat in Brussel

administratief en financieel directeur Depot Centrale Medicaux Pharmaceutiques in Congo van 1988 tot 1990 in 1992 raadgever ministerie van Financiën (Mobutu) vanaf 2004 advocaat in Brussel gepensioneerd sinds 2017

24 JUNI 2020

I 15


▼

TWEE GENERATIES AAN HET WOORD OVER BELGIË EN CONGO

BRUZZ | GETUIGENISSEN

universiteit in Leopoldstad - vandaag Kinshasa. Hij was bij de gelukkigen. “België wilde niet te veel gediplomeerden, die zouden hun plek kunnen innemen. Alleen de beste leerlingen stroomden door.” Toen brak de onafhankelijkheid aan. “We waren de eerste generatie die gevormd was door de Belgen, om ons eigen land samen te beheren. Er waren heel veel capabele mensen. Toch zagen we hoe goed opgeleide mensen niet voor de politiek kozen. Daarvoor was de concurrentie met België te groot. Ze kozen er liever voor om in België voort te studeren.” Ook Bukasa kwam naar ons land. In het toenmalige Leopoldstad was de spanning na de onafhankelijkheid om te snijden. De stad was verdeeld in militaire kampen, en witte en zwarte mensen werden strikt gescheiden. In België was daar geen sprake van. En met zijn reis naar België deed Bukasa ook wat natuurlijk aanvoelde. “Ik ben een Belg, geboren in Congo,” zegt hij. “Dat veronderstelt dat je dezelfde rechten hebt, maar dat is niet zo. Die zijn voor de witte Belgen gereserveerd. Congo is België over de zee, en andersom. Ik ben de grondstoffen achterna gegaan. We zijn hier thuis, we hebben voor dit land betaald.”

AANKOMST IN BELGIË Zijn aankomst in België herinnert Bukasa zich nog als de dag van gisteren. “Het was 15 december 1960 toen ik van het vliegveld stapte, het was mijn eerste bezoek aan Europa. Ik werd fantastisch onthaald. We werden naar het Maison Africaine gebracht. Ik ontmoette er een meisje uit Congo met wie ik tot 6 uur ‘s ochtends heb gedanst. De volgende dag belde ik mijn Belgische peter, de directeur van een bedrijf in de diamantsector, Diamant Boart. Hij onthaalde me als een zoon.” Bukasa studeerde rechten aan de ULB. Tijdens zijn carrrière als advocaat raakte hij gespecialiseerd in ondernemingsrecht en onderhandelde hij in zaken tussen Congo en België. In Congo komt hij nog af en toe, het Maison Africaine bezoekt hij niet vaak meer. “Ik had mijn eigen vrienden van de ULB. Veel later ben ik er met mijn kinderen nog eens geweest. Toen we thuiskwamen, 16

I

24 JUNI 2020

DOCHTER CLAIRE BUKASA

‘Alles begint met kennis’ Claire Bukasa (55) is geboren in Leopoldstad, toen haar ouders daar tijdelijk woonden, maar daarna is ze nooit meer in Congo geweest. In tegenstelling tot haar vader, denkt ze niet dat herstelbetalingen de oplossing zijn om de relatie tussen Congo en België te verbeteren. Het zit hem vooral in het onderwijs. “In 1997 ben ik Belg geworden. Dat maakte een aantal zaken wel makkelijker. Reizen door Europa bijvoorbeeld. Nu hoef ik geen visum aan het vragen. Corona geeft Europese burgers misschien een beetje een idee hoe het was om te reizen met een Congolees paspoort. Je moet veel meer moeite doen om de papieren in orde te krijgen.” “Met racisme heb ik in mijn jeugd niet te maken gekregen. Ik heb heel goede herinneringen aan mijn school,

hadden ze koorts. Ze zeiden dat dat kwam doordat ze te veel zwarte mensen bij elkaar hadden gezien. Ik was geschokt! (lacht dan). Vandaag gaan ze naar de manifestaties.” Zijn kinderen – twee meisjes, drie jongens en ook vier kleinkinderen – zijn uiteindelijk de belangrijkste reden dat Bukasa in België is gebleven. Hier konden ze van het onderwijs genieten, dat in Congo volgens Bukasa kapot is gemaakt. Inmiddels zijn ze volwassenen en uitgezwermd naar Afrika en de Verenigde Staten. Hij bleef in Brussel. Grote uitspraken over de

waar we een gigantische volière en een aquarium hadden. De kinderen waren van alle origines. Ja, er was een jongetje dat zijn tong een keer had uitgestoken. Maar kwam dat omdat ik zwart ben, of gewoon omdat ik een beetje verlegen was als kind? Ik weet het niet.” “Op 7 juni heb ik voor

door toedoen van de politie. De meeste mensen hadden maskers op. Er waren families die getuigden. Er was een vader die vertelde dat zijn overleden zoon al twee jaar in een mortuarium ligt, omdat het onderzoek niet vlot. Het was zo pijnlijk.” “De volgende dag las ik

“België moet de geschiedenis onderwijzen zoals het echt gebeurd is” CLAIRE BUKASA

het eerst in mijn leven meegedaan aan een betoging (Black Lives Matter, red.). Ik vond het te belangrijk om er niet bij te zijn. Ik was daar met een familie uit Anderlecht die in 2015 haar zoon heeft verloren

in de Franstalige pers dat er tienduizend mensen waren, en er rellen waren uitgebroken. Iemand die in pakweg Durbuy de krant leest, weet totaal niet waar het eigenlijk om ging. Gedeeltelijk

stad doet hij niet. Alleen kan hij de gedachte niet onderdrukken dat veel van de Brusselse grandeur – gebouwen als het Justitiepaleis of de hele Leopoldswijk – zijn gebouwd dankzij de winst uit Congo. “Samen een land beheren is geen slecht idee, maar het is slecht uitgevoerd door de kolonialen. Alle rijkdommen zijn weggehaald.” Maar Bukasa neemt de Belgische staat niet alleen kwalijk dat de winst uit Congo werd weggetrokken, ook moet er een soort van herstel komen voor de velen miljoenen doden die vielen in de periode van de koloniale

overheersing. Tot op de dag van vandaag zijn er gewelddadige conflicten in Congo die hun oorsprong vinden in de aanwezigheid van de Belgen. “Onze zoektocht naar vrede moet daarover gaan, nu het niet te laat is,” zegt Bukasa dan ook. “Wat voor de Joden is gedaan na de Tweede Wereldoorlog, moet ook gebeuren voor de Congolezen. Alle dossiers liggen klaar.” Gia Abrassart (Café Congo) en Georgine Dibua (vwz Bakushinta) werkten mee aan de research voor dit artikel.


60 JAAR ONAFHANKELIJK

CONGO Brusselaars vertellen

Claire Bukasa is wel in Congo geboren, maar ging er sindsdien niet meer terug.

komt dat door de persberichten van Belga, die overgenomen worden door de kranten en onvoldoende de nadruk legden op de inhoud van de betoging. Een week later heb ik in De Standaard wel een mooi artikel gelezen dat ging over de overleden jongeren.” “Je moet geen jaren gestudeerd te hebben om in te zien dat er een probleem is. Het is een kwestie van je in de schoenen van de ander te plaatsen. Het doet iets met een mens als anderen altijd denken dat iemand, bijvoorbeeld, lui is. Jongeren worden gestigmatiseerd en de politie provoceert hen. Al vinden er in omgekeerde richting ook provocaties plaats. Maar de wet is voor iedereen gemaakt, we zijn Belgen met dezelfde rechten. Toch laten de gevallen van politiegeweld zien dat dat niet altijd geldt.” “Ik weet niet of herstelbetalingen de oplossing zijn. Het zijn niet alleen de Belgen geweest die Congo

financiële schade hebben berokkend. Ook de Congolese overheid zelf heeft de winst van de grondstoffen in eigen zak gestoken. Maar zeker is dat België moet terugkijken op het koloniale verleden. Het is nu al zoveel jaar later en nog steeds lukt dat niet. Terwijl alles begint bij kennis. België moet de geschiedenis onderwijzen zoals het echt gebeurd is.” “Ik denk er nog steeds over na om op reis te gaan naar Congo. Maar de politieke situatie moet het toelaten. Op dit moment zou ik bijvoorbeeld niet naar Kivu willen (daar woedt sinds 2004 een gewapend conflict, red.). Ik zou na mijn reis ook terugkeren naar België. Ik ben altijd blij om naar huis te komen als ik in het buitenland ben. Op reis in Mozambique vroeg iemand me waar ik vandaan kwam. Ik antwoordde tot zijn verbazing ‘België’. Mijn vrienden wonen in Brussel. Ik voel me hier als een vis in het water.” — JP

Congolezen in België, voor en na de onafhankelijkheid Vanaf de onafhankelijkheid op 30 juni 1960 komen er jaarlijks ongeveer duizend Congolezen naar België, als diplomaat, handelaar, maar vooral als student. In 1961 woonden er 2.585 Congolezen in België, zo blijkt uit een demografisch studie. We mogen niet vergeten dat de Congolese aanwezigheid al langer teruggaat, zegt Georgine Dibua, coördinatrice van de Brusselse vzw Bakushinta. Vorig jaar liet ze met de

expositie ‘Présence Congolaise en Belgique, plus de Cent Ans’ zien dat er ook voor de onafhankelijkheid Congolezen in België waren. Zo vochten in beide wereldoorlogen Congolezen mee. Thomas Kanza studeerde in 1952 economie aan de KU Leuven. Hij haalde als eerste Congolees een diploma in een ander gebied dan theologie. Na de onafhankelijkheid kwam de migratie naar België in een stroomversnelling.

De eerste generatie studenten kwam over het algemeen slechts tijdelijk. Henry Bukasa (zie interview) is een uitzondering. Veel andere studenten keerden terug naar Congo om er voor de overheid te werken. In de jaren 1980 en 1990 kwam een ander soort migratie op gang. Toen trokken Congolezen naar België omdat ze een uitweg zochten uit het repressieve beleid van president Mobutu Sese Seko. JP

LA BELGIQUE APPARTIENT AUSSI AUX CONGOLAIS Henry Bukasa naît dans le sud du centre du Congo. Son père travaille pour la Société internationale forestière et minière du Congo, une entreprise belge qui exploite les ressources congolaises, dont le diamant. Tshikapa, où Bukasa passe sa jeunesse, devient une ville importante pour le commerce du diamant. Mais l’argent généré par les pierres précieuses ne rapporte rien aux Congolais mêmes. Après l’indépendance, Henry Bukasa décide d’étudier le Droit à l’ULB. Depuis ses douze ans, il a suivi des cours au sein de l’enseignement du colonisateur belge. « Je suis un Belge, né au Congo », dit-il. « Me rendre en Belgique était ce qui me semblait juste. J’ai suivi les ressources. Nous sommes chez nous ici, nous avons payé pour ce pays. » Bukasa est resté en Belgique et y a fondé une famille. Même s’il trouve que des réparations financières au Congo sont nécessaires, sa fille Claire, qui habite aussi à Bruxelles, voit plutôt la solution dans l’enseignement. Selon elle, il est nécessaire de raconter toute l’histoire du passé colonial. FR

BELGIUM ALSO BELONGS TO THE CONGOLESE Henry Bukasa was born in central-southern Congo. His father worked in ‘La Société internationale forestière et minière du Congo’. That Belgian company exploited natural resources. Tshikapa, the town where Bukasa spent his youth, became an important city in the diamond trade. But although the city flourished, none of the profits were given to the Congolese. After independence, Henry Bukasa decided to study law at the ULB. Since he was twelve years old, he was taught in the education system of the Belgian colonial ruler. “I am a Belgian, born in Congo,” he says. Moving to Belgium felt like the right thing to do. “I followed all those natural resources. We are at home here; we paid for this country.” Many Congolese students returned to Congo after graduating, to take up positions in government, but Bukasa stayed and started a family here. Although he thinks that reparations to Congo are necessary, his daughter Claire, who also lives in Brussels, thinks education is more important. She says that the whole story about the colonial past needs to be told. EN

24 JUNI 2020

I 17


Interview

NICOLE NKETO BOMELE EN KALVIN SOIRESSE NJALL BIJ ZESTIG JAAR CONGOLESE ONAFHANKELIJKHEID

‘Kunstenaars kunnen koloniaal erfgoed een context geven’

— HELEEN DEBEUCKELAERE EN SARA DE SLOOVER, FOTO'S IVAN PUT

BRUZZ | INTERVIEW

“

L

umumba fait attendre les femmes,” merkt ex-diplomate en tv-presentatrice Nicole Nketo Bomele (53), van Congolese afkomst, lachend op wanneer Kalvin Soiresse Njall (37), al jarenlang actief in het collectief Mémoire Coloniale, te laat de bar binnenkomt. Die maakt er, ondanks zijn Togolese afkomst, geen geheim van dat zijn brilmontuur en haarsnit geïnspireerd werden door de vermoorde eerste Congolese premier. Soiresse Njall en Nketo Bomele kennen elkaar intussen, dus een grapje kan wel en de sfeer is zo meteen gezet.

Had u verwacht dat de Black Lives Matter-beweging uit de VS zoveel zou losmaken in Brussel? NICOLE NKETO BOMELE: Ik was

verbaasd dat het niet eerder gebeurde. KALVIN SOIRESSE NJALL: De omvang van het protest heeft me verrast, moet ik bekennen. Ik voelde het borrelen, zeker bij de jongeren, maar ik had niet gedacht dat de aanleiding uit de VS zou komen. Plots was racisme opnieuw actueel, dit is een van die momenten in de geschiedenis waarop de zaken vooruitgaan.

Door de betogingen tegen politiegeweld en Black Lives Matter kwam ons koloniale erfgoed opnieuw ter discussie te staan. Had u verwacht dat mensen die link zouden leggen? SOIRESSE NJALL: Helemaal niet. NKETO BOMELE: Nee. Ik ben wel heel

blij dat er nu eindelijk een echt debat over op gang komt. Zelfs bij de 18

I

24 JUNI 2020

Congolezen is de geschiedenis van kolonialisatie en onafhankelijkheid niet altijd bekend. SOIRESSE NJALL: Maar het is een historische evolutie, dit moest gebeuren. De invloed van Afro-Amerikaanse sterren is enorm groot bij de jeugd. Jongeren hier trekken een parallel tussen de slavernij in de VS en de koloniale geschiedenis in West-Europa. Als we praten over disproportioneel politiegeweld tegenover minderheden, leggen zij het verband met de racistische mentaliteit die daarin zijn oorsprong vond. NKETO BOMELE: Er is ook een verband met de Covid 19-pandemie. In de VS zijn veel arme zwarten bezweken aan de ziekte. Ook in Europa zijn buitensporig veel zwarten gestorven, omdat ze oververtegenwoordigd zijn in eerstelijnsberoepen. Mensen waren al kwaad, en het politiegeweld waardoor George Floyd omkwam, was de druppel die de emmer deed overlopen.

In Brussel staan er vier standbeelden en bustes van Leopold II op straat, al zijn twee ervan intussen opgeborgen

na vandalisme. Er zijn nog tal van andere koloniale gebouwen, straatnamen en standbeelden. Kan Brussel een voortrekkersrol spelen in hoe we daar moeten mee omgaan? NKETO BOMELE: Ja, een grote rol. Jammer genoeg is er geen consensus over de aanwezigheid van Leopold II in de publieke ruimte. Voor sommige Belgo-Belgen heeft Leopold II de beschaving naar de Afrikanen gebracht. Afro-descendanten zien juist die beelden als een kaakslag, een uitbeelding van het koloniale geweld. Het zijn twee heel verschillende visies. Daarom zal het weghalen van standbeelden en straatnamen in overleg moeten gebeuren. Wij willen koloniaal erfgoed contextualiseren, en een memoriaal voor de slachtoffers. Het is ook het moment om de publieke ruimte te vervrouwelijken. Al die voorstellen maken deel uit van de resolutie die wij beiden, samen met leden van andere meerderheidspartijen, in het parlement hebben ingediend, en waarover in juli in de plenaire vergadering zal worden gedebatteerd. Zo willen we ook Belgo-Belgen meekrijgen die vinden dat hun

“Mensen waren al kwaad, en het politiegeweld waardoor George Floyd omkwam, was de druppel die de emmer deed overlopen” NICOLE NKETO BOMELE Brussels parlementslid Défi

grootvaders door het slijk worden gehaald. SOIRESSE NJALL: We kunnen sowieso niet alle standbeelden weghalen. En hoe ga je het Jubelpark doen verdwijnen bijvoorbeeld? Maar kunstenaars, beeldhouwers, poëten kunnen de stad mooier maken en tegelijk het koloniale erfgoed een context geven. Er moet een veelheid van gedenktekens in het straatbeeld zijn, ook voor de verzetslieden tegen het koloniale bewind, zowel zwart als wit. NKETO BOMELE: Daarnaast moet je kijken waarom jongeren die beelden uit het straatbeeld willen. Zij begrijpen dat structureel racisme zijn oorsprong vindt in het kolonialisme. We hebben het afgelopen woensdag nog in de gelijkekansencommissie gezegd: België is het land waar het meest gediscrimineerd wordt in Europa. Terwijl Brussel een kosmopolitische stad is, bestaat er discriminatie op de woning- en arbeidsmarkt, en racisme. We kunnen de koloniale overblijfselen weghalen, of excuses vragen, maar als er geen oplossing komt voor de structurele discriminatie, dan hebben we niets gedaan. SOIRESSE NJALL: We moeten inderdaad niet alleen de publieke ruimte aanpakken. Brussel is een zeer gemengde stad waarin het lijkt alsof verschillende bevolkingsgroepen met elkaar mixen. Maar ze bouwen niet samen aan de samenleving. Een concreet voorbeeld: drie jaar geleden bleek uit een enquête dat twee derde van de witte mensen in Brussel er categoriek tegen is dat hun kinderen met zwarte of Maghrebijnse jongeren zouden trouwen. Ongelooflijk, toch? Elke keer als ik op de sociale media iets post over racisme, krijg ik reacties dat ik “moet terugkeren naar mijn land”. Er was zelfs iemand die schreef: “Doordat je land van oorsprong Togo door de Duitsers gekoloniseerd is, ben je zelf een beetje nazi.” (Schaterlach bij beiden)

▼

Te midden van een groot maatschappelijk debat over kolonialisme en racisme wordt op 30 juni de zestigste verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid van België herdacht. Nicole Nketo Bomele (Défi) en Kalvin Soiresse Njall (Ecolo), allebei sinds vorig jaar in het Brussels parlement, dienden samen met anderen een voorstel in over hoe Brussel om zou moeten gaan met het alomtegenwoordige en gecontesteerde koloniale erfgoed in de stad. “We moeten een antwoord bieden waar iedereen zich kan in vinden.”


60 JAAR ONAFHANKELIJK

CONGO Brusselaars vertellen

Kalvin Soiresse Njall geboren in 1982 in Togo verhuist in 2004 naar Brussel tijdens zijn studie rechten wegens onlusten aan de Universiteit van Lomé studeert rechten in internationale betrekkingen in Brussel werkt van 2007 tot 2016 als (sport)journalist voor radiozenders BBC Afrique, Sport FM Togo, en Radio Campus ULB 2010-2012 juridisch verantwoordelijke en projectleider bij de Beweging tegen Racisme, Antisemitisme en Xenofobie (MRAX) richt in 2012 het antikolonialistische collectief Mémoire Coloniale op is van 2013 tot 2019 leraar sociale wetenschappen wordt in 2018 verkozen tot Ecolo-gemeenteraadslid in Ganshoren nu Brussels parlementslid voor Ecolo, ook lid van het Franse Gemeenschapsparlement

Nicole Nketo Bomele geboren in 1967 in Kinshasa verhuist op jonge leeftijd naar New York en Genève vanwege haar vaders werk als VN-diplomaat gaat in 1976 op kostschool in België studeert internationale relaties aan de UCL werkt eerst als diplomate in Madrid, later in Kinshasa en Congo-Brazzaville is van 1996 tot 1999 tv-journaliste in Kinshasa van 2006 tot 2018 gemeenteraadslid in Anderlecht voor PS voorzitster van festival ‘Anderlecht en couleurs’ gemeenteraadslid in Anderlecht voor Défi in 2018 nu Brussels parlementslid voor Défi

24 JUNI 2020

I 19


ZESTIG JAAR CONGOLESE ONAFHANKELIJKHEID

60 JAAR ONAFHANKELIJK

CONGO Brusselaars vertellen

▼

De opdeling in verschillende hokjes begint al op de eerste schooldag, door de schoolkeuze van ouders. En er leven stereotypen bij leerkrachten, waardoor ze zwarte of Maghrebijnse jongeren sneller naar het beroepsonderwijs of het bijzonder onderwijs sturen. Verder zijn praktijktesten extreem belangrijk. Wij vragen dat de gewestelijke huisvestingsinspectie voldoende geld krijgt, zodat ze de testen zelf kan opzetten.

Drie jaar geleden bracht de Koning Boudewijnstichting een studie uit over de Congolese, Rwandese en Burundese diaspora in België, die aantoonde dat zij vier keer vaker werkloos zijn dan blanke Belgen, hoewel ze gemiddeld hoger geschoold zijn. Heeft die studie volgens u politieke gevolgen gehad?

BRUZZ | INTERVIEW

NKETO BOMELE: Ik ken dat probleem heel goed, ik heb het zelf meegemaakt toen ik naar België kwam. Onze gemeenschap heeft het hoogste opleidingsniveau, maar ondervindt veel discriminatie. Minister Gosuin (Défi) heeft tijdens de vorige legislatuur praktijktesten op de werkvloer ingevoerd in Brussel, en er is de antidiscriminatiewetgeving. Maar in de praktijk verandert er niet veel omdat mensen geen klacht durven in te dienen. En als ze het toch doen, wordt die vaak niet juridisch opgevolgd. Ik ben lid van de parlementaire commissie Gelijke Kansen en Vrouwenrechten, waar ik staatssecretaris Nawal Ben Hamou (PS) net heb geïnterpelleerd over het interfederale actieplan ter bestrijding van racisme en discriminatie. Zij gaat dat herlanceren. Het bestaat al negentien jaar, maar is nooit van de grond gekomen. Daarnaast staat er in het huidige regeerakkoord ook een gewestelijk plan, Ben Hamou heeft beloofd dat dat in maart 2021 af zal zijn.

Waarom zijn jullie zelf in politiek gegaan? NKETO BOMELE: Ik ben opgegroeid in een politieke familie. Mijn grootvader nam deel aan de Ronde Tafel, de Congolezen die de onafhankelijkheid hebben gevraagd. In mijn familie praten we altijd over politiek. Ik ben steeds betrokken geweest bij het verenigingsleven, en zo ben ik in de politiek gerold. 20

I

24 JUNI 2020

Ik ben eerst gemeenteraadslid geworden in Anderlecht in 2006, maar toen voor de PS. Drie jaar geleden ben ik overgestapt naar Défi. Omdat het een progressieve partij is, die goed naar de basis luistert. SOIRESSE NJALL: In mijn geval is het een lange intellectuele weg geweest. Ik zag de problemen van dichtbij, toen ik aan het collectief Mémoire Coloniale werkte, en daarvoor bij MRAX. Ik wou ook een rolmodel zijn. Toen ik nog leraar was, kwam een zwarte leerling, de enige in zijn klas, me eens opzoeken. Hij vroeg me twee dingen: “Hoe bent u leraar geworden?” Hij had nog nooit een zwarte leerkracht gehad. “En hoe bent u op de tv geraakt?” Rolmodellen zijn heel belangrijk. Als jongeren zelfvertrouwen kunnen kweken, raken ze verder. En op bepaalde vlakken heb ik meer impact vanuit de politiek. Wij parlementariërs zijn rolmodellen. Zolang zwarte mensen niet talrijk aanwezig zijn in verantwoordelijke functies in alle domeinen, zal het niet lukken.

Is de zwarte diaspora al genoeg vertegenwoordigd in Brussel en België?

SOIRESSE NJALL: Federaal is het erger

gesteld (gelach bij beiden). NKETO BOMELE: We zijn nog niet

genoeg vertegenwoordigd, ook niet in Brussel. Veel partijen hebben wel Afrikaanse Belgen op de lijst, maar niet op verkiesbare plaatsen. Op gemeentelijk vlak bijvoorbeeld zijn er maar een handvol gekozenen. En als ze er al in slagen om een zichtbare plaats te krijgen, dan moeten ze vaak een half mandaat aanvaarden. Dat is zo ook bij onze broer Pierre Kompany (CDH-burgemeester Ganshoren, red.). SOIRESSE NJALL: De politieke vertegenwoordiging moet uiteraard de Brusselse diversiteit reflecteren. Maar kijk gewoon maar eens naar de hoeveelheid ‘kinderen van’ binnen de Belgische partijen. Een Europese studie heeft aangetoond dat België het land is met het meeste nepotisme. Zo’n systeem gaat niet van de ene dag op de andere veranderen. Bij Ecolo is de dertigjarige Rajae Maouane uit Molenbeek nu partijleidster, en dat komt omdat Zakia Khattabi haar voor is gegaan. Zij heeft van diversiteit een prioriteit gemaakt. Maar het is een proces. Net als in de VS moeten we in België bondgenoten vinden om de zaken te veranderen.

TRAITER DIFFÉREMMENT L'HÉRITAGE COLONIAL Les nouveaux députés bruxellois Nicole Nketo Bomele (Défi) et Kalvin Soiresse Njall (Ecolo) insistent depuis un moment sur l’importance d’un travail sur la mémoire coloniale à Bruxelles. Ils ont contribué à une résolution sur le rôle de l’héritage colonial dans la capitale. Toutefois, l’ampleur du mouvement Black Lives Matter en Belgique les a surpris, notamment le lien qui a été fait avec le passé colonial de la Belgique. Selon eux, Bruxelles peut jouer un rôle moteur dans le débat sur la manière de traiter l’héritage colonial, et il n’est pas nécessaire de déboulonner toutes les statues. Tous deux considèrent que la contextualisation du patrimoine est une solution, avec l’aide d’artistes locaux pour apporter une contrepartie. Mais cela ne s’arrête pas là : « Nous pouvons supprimer les vestiges coloniaux, ou demander des excuses, mais s’il n’y a pas de solution à la discrimination structurelle, alors nous n’avons rien fait. » Des tests de situation donc, et une plus grande représentation de la diaspora africaine dans la politique. FR

TOWARDS A NEW APPROACH TO COLONIAL HERITAGE The new members of the Brussels parliament Nicole Nketo Bomele (Défi) and Kalvin Soiresse Njall (Ecolo) have been stressing the importance of Brussels’ colonial past that has never been dealt with. They co-wrote a resolution about the role of colonial heritage in the capital. They were nevertheless surprised by the size of the Black Lives Matter protest in Belgium, and especially the association that was made with colonial history. According to them, Brussels could play a pioneering role in the debate around the approach to colonial heritage, and it is not necessary that every statue be removed. They both also think that there is a place for contextualizing that heritage. But it doesn’t stop there: “We can remove the colonial remains or demand apologies, but if there is no solution for structural discrimination, we will have achieved nothing.” In other words, we need field tests and more representation of the African diaspora in Belgian politics. EN

Kalvin Soiresse Njall (Ecolo): "Brussel is een zeer gemengde stad waarin het lijkt alsof bevolkingsgroepen met elkaar mixen. Maar ze bouwen niet samen aan de samenleving."


WERKEN VOOR FOD FINANCIEN?

GRAAG, MAAR IK ZIT WEL MET ENKELE VRAGEN.

Werken voor FOD Financiën? Uiteraard! Want dat is niet alleen je carrière uitbouwen ten dienste van de burger, maar ook ten dienste van jezelf. Met onze talrijke opleidingen en flexibiliteit, zal je nooit blijven stilstaan. Klaar voor een nieuwe, toffe uitdaging, maar wil je graag meer weten? Volg op 30/06 onze Facebook Live en stel ons al je vragen. Tot dan!

VOLG ONZE LIVE SESSIE 30/06 15u00


DIT IS DE PAGINA WAAR NORMAAL EEN REVIEW VAN DE DRIE AB CONCERTEN VAN ZWANGERE GUY ZOU STAAN. Maar er is een Plan B. Want op 10 juli staat Zwangere Guy tòch in de AB. Alleen. Live te volgen via BRUZZ en planbrussel.be

Check wat er nog allemaal gebeurt deze zomer op planbrussel.be en trek uw Plan B.

Een initiatief van UiTinBrussel, Muntpunt en de Vlaamse Overheid.

PLAN B advertentie ZG + Algemeen.indd 1

22/06/2020 11:52


SCHROOTHOOP GEEFT ROMMEL EEN MUZIKAAL TWEEDE LEVEN

Creatief met (z)werfafval NL

Fluiten, klarine en en tuba’s gemaakt van pvc, een drumstel van bidons, blik en oud ijzer, en een bas van een werfemmer en wasdraad: het instrumentale trio Schroothoop speelt ten dans met gerecupereerd materiaal uit de Brusselse straten.

Bxl in the mix

— TOM PEETERS

Het aanstekelijke resultaat is te horen op de ep Klein gevaarlijk afval en klinkt als een smeltkroes van de muziekstijlen die saxofonist en multi-instrumentalist Rik Staelens hoort als hij zijn raam openzet. Als begeleider van muziekworkshops voor kinderen en jongeren bij JES Stadslabo had hij al heel wat ervaring met het nabootsen van instrumenten met materialen die gewoonlijk op de vuilnisbelt belanden. “Vaak maakt men op zo’n workshops een shaker uit blik met wat steentjes in. Ik heb het altijd een uitdaging gevonden om uit te vissen hoe je met eenvoudige materialen ook complexere blaasinstrumenten of bijvoorbeeld een contrabas kan fabriceren.� Die passie heeft hij nu geperfectioneerd. Samen met percussioniste Margo Maex en bassist-klarinettist Timo Vantyghem vormt hij sinds een dik halfjaar Schroothoop. De groepsnaam was snel gevonden, na een brainstormsessie op de avond voor het eerste concert – op Laken on Stage – dat meteen aansloeg. “Sindsdien speur ik haast maniakaal de Brusselse straten af naar objecten waar ik op kan kloppen,� lacht Maex enthousiast. “Mijn snaredrum is een oude bakvorm met het deksel van een conservenblik op geplakt.� Met haar jazzcombo Sea Shark Minor was ze ter voorbereiding van een akoestische set ooit een “stiller� drumstel beginnen te bouwen met emmers en kartonnen dozen. Haar set-up bij Schroothoop is er de volwassen variant van. “Ik was de enige van de drie die nooit zelf een

Schroothoop is wel prettig gestoord, maar maakt geen pure pretmuziek. “Wij hoeven ons niet aan de regels te houden.�

instrument in elkaar had geknutseld,� bekent Vantyghem, die indiepop speelt bij Sea (Peoples) en fanfaremuziek bij Borokov en La Clinik Du Dr. Poembak.

ZINK, ZEE EN PVC Het is bij dat laatste stadsorkest dat de muzikanten elkaar leerden kennen. “Het coole aan Schroothoop is dat we ergens op de grens tussen fanfare- en popmuziek zitten,� vervolgt Vantyghem. “Omdat het geen pure pretmuziek is, kunnen we creatiever en experimenteler zijn.� Voor Staelens was het vooral belangrijk dat de muziek de stad waarin hij woont weerspiegelde. “Al de stijlen die we brengen, hoor je in Brussel. Als ik hier in Jette op mijn terras zit of naar mijn werk in Molenbeek wandel, dan krijg ik zowel Turkse en West-Afrikaanse muziek te horen, als rai, cumbia en geluiden uit de Balkan.� Het verschil

met een fanfare is volgens Maex dat als je daar een cumbia- of een balkannummer speelt iedereen cumbia- of balkanmuziek speelt, “terwijl wij alles in ĂŠĂŠn nummer durven te mengen. Wij hoeven ons niet aan de regels te houden.â€? Kijk zeker naar de stop motion-clip bij het oosters klinkende ‘Obsolescence programmĂŠe’, de opener van de debuut-ep. “Daarin komen op een braakliggend terrein in plaats van slangen al onze zelfgemaakte instrumenten uit hun hol gekropen om een feestje te bouwen,â€? vertelt Maex. Het typeert de exotische en artisanale sfeer, die ze op tracks als ‘Magnetron’ en ‘Mammoettanker’ met zinken platen, pvc- en elektriciteitsbuizen, respectievelijk een microgolf, scheepshoorns en andere zeegeluiden evoceren, terwijl ze elders met roestvrije chaabi-ritmes de hoofdstedelijke meltingpot in een roes brengen.

Klein gevaarlÄłk afval is een corelease van Rebel Up! Records en Stadskanker. 24 JUNI 2020

I 23


MASKS OFF BRUSSELS ARTIST CLARA-LANE LENS REVEALS HER TAKE ON THE CORONA CRISIS

‘There is great power in showing vulnerability’ EN

What new truths have developed behind our mouth masks? Painter Clara-Lane Lens (22) is currently nourishing the revolutionary spirit in the group show “New Saints” at Waldburger Wouters and envisions a new consciousness arising in the future. — KURT SNOEKX, PHOTO: PATRICE BRYLLA How did you experience the lockdown? I have spent a lot of time in Berlin since the end of last year; I share a studio there with three other painters. But I stayed in Brussels during the lockdown. Initially, I had the impression that my life was on pause, that I was missing things. Until I realized that in fact the entire world had been brought to a halt. And that that was not necessarily a bad thing. It made me realize what kind of a rush and routine we live in, and that my work is genuinely what I want to spend my time doing.

Has this moment of crisis also changed your work? Yes, it has actually. My impression is that the paintings I made in quarantine are less hasty, precisely because I could take my time to work on the details. The lack of social interaction also led to far more frequent conversations with myself, while in the past I would more often seek out the perspective of other painters. That made the whole experience scarier because there was less grip, but introspection is certainly

not a bad thing. You come out stronger on the other side.

You also seem to have come face to face with yourself in your paintings. I often make self-portraits, but now, in isolation, looking at myself took on a different dimension. I always make my paintings based on photos and look for a certain essence or intimacy. The moment that a person changes slightly because he or she forgets the camera. That change is often in a person’s eyes or expression. I also took a photo of myself just after a big quarantine fight. (Laughs) At moments like that you forget your role, your gender, everything that you have no control over, and you become really yourself. It brings a certain fragility to the surface that is very bold at the same time. There is great power in showing vulnerability.

Has this period also unmasked or exposed anything? The way we were totally unprepared for a crisis like this. We always think we have the answer to everything, but now

Alors, on danse ? FR/ Qui a dit qu’il fallait une excuse pour danser ? L’initiative Just Dance in the Streets investit ce samedi midi la place De Brouckère et vous invite à en faire autant. Comment ? En dansant librement au milieu de la place (dans le respect des règles de distanciation sociale). Pourquoi ? Parce que ça fait du bien. Parce que danser dans la rue, c’est se réapproprier la rue. C’est faire l’expérience corporelle d’une nouvelle relation à l’espace et aux autres, danseurs et passants. C’est s’exprimer. Tout simplement. Alors allez-y, lâchez-vous ! (SOS) 27/6, 12:00, place De Brouckère, Facebook: Just DANCE in the streets 24

I

X 4 2 J0U 2 1 8N I 2 0 2 0

it has become clear that that is not the case. At the same time, this extreme situation also led people to do unexpected things. A lot happened on social media, perhaps too much. But there is also Black Lives Matter. I think the impact of that was so major precisely because of the lockdown and the long period of restraint. I demonstrated on Alexanderplatz with 15,000 others. It was very intense but also beautiful and loving.

How do you see the future? What will you take with you from this period? Self-reflection. Because I have realized that it is possible and that I can handle it. I think that 2020 will turn out to be the year of consciousness. Things are coming to the surface now that have been repressed for years. It is often said that everything will quickly return to the status quo, but I’m not so sure… I think this moment has genuinely changed something, though we are not yet seeing the full effects of it. Many people now feel like change is possible, and that it lies in our own hands.

To live or not to live

Visa pour le monde

pain of the cancelled summer festivals, the Botanique is launching a series of summer residencies. Between 21 June and 21 September, seventeen local acts, including Glauque, Jawhar, Glass Museum, S O R O R (photo), and BRNS are being given the chance to work on their new live shows in optimal conditions for three days each, while artists like Benjamin Installé and Yoel Pytowski are preparing their new exhibitions nearby. Each residency will end with a livestreamed concert. (TZ)

FR/ Depuis cinquante ans, le Français Alain Keler s’invite avec son appareil photo dans les moments les plus conflictuels de l’histoire mondiale. Du Liban au Salvador, en passant par la Tchétchénie, l’Iran ou encore les camps de Roms en Europe. Bien plus qu’un photojournaliste, ses images intensément empathiques reflètent un rapport introspectif à la photographie. Ainsi Alain Keler nous dit autant sur ces inconnus qu’il fige dans le temps et dans l’espace que sur ses propres tourments. Après une rétrospective au festival Visa pour l’Image, une exposition lui est consacrée à Bruxelles. (SOS)

www.botanique.be

> 13/9, Géopolis, www.geopolis.brussels

EN/ To soften the


Quarantoon WIDE VERCNOCKE

CLARA-LANE LENS • Born on 16 May 1997 • Has a solo show, “Genderless”, at Le Lac in 2018 • Graduates in painting at LUCA Ghent in 2019 • Moves to Berlin in September 2019 • Takes part in the group show “New Saints” at Waldburger Wouters • Is preparing a solo show at 254 Forest (January 2021)

Ge zijt zelf ne vetzak! NL/ Al die praat over

te grabben pussies, op te kuisen vluchtelingen en andere bagger moest ooit eens de negende kunst bereiken. Enter het trans-Atlantische verbond tussen de Schaarbeekse tekenaar Bram Algoed en scenarist Micah Stahl uit Los Angeles. Met Assholes dropt het duo twee met nogal wat -ismen bedeelde televisiepresentatoren in golfclub De Koninklijke Maraboe. Achttien holes lang wordt vanachter gebleachte tanden een overvloed aan foute drek over het gekortwiekte gras uitgestort. U lacht? Fijn, maar u mag twee keer raden wie dat mag opkuisen. (KS) Publicatie: 24/6 (Blloan) & boekpresentatie: 1/7, 19.00, Grafik, www.grafik.brussels

24 JUNI 2020

I 25


COMME UNE ENVIE DE PETITES PORTIONS

Cafés à croquer FR

En espagnol, l’expression « ir de tapas » invite les fêtards à passer d’une adresse à l’autre. L’idée est d’autant meilleure qu’elle se transpose sans difficultés sous des latitudes bruxelloises. — MICHEL VERLINDEN

Chez Musette

Pepete et Ronron

Le Mangeoire

Kumiko

On reproche parfois à Uccle ses adresses hautaines et formatées. Chez Musette prend le contre-pied de cette approche par le biais d’une enseigne conviviale à l’esprit décontracté. Raison pour laquelle on la choisit sans hésiter pour un pré-apéritif. C’est que Caroline Case, la patronne, a réussi un endroit qui lui ressemble, parfait pour se mettre en condition. L’intérieur ? Il est bourré d’objets chinés qu’il est possible d’acheter à son tour. La terrasse ? Habillée de canisses, elle évoque une plage oubliée par la mer, un lieu de villégiature en pleine ville. Mention pour les petites portions proposées qui sont drôlement bien senties : viandes et charcuteries de chez Hoeve Cuvry (Dworp), saucisson d’Auvergne (11 euros), houmous (8 euros) ou encore samoussas fourrés à la viande (7 euros pour 5 pièces). Comme une bonne nouvelle n’arrive jamais seule, il faut signaler une carte des bières plus qu’éclairée avec des bouteilles venues des Brasserie Dupont (Moinette, 4,60 euros) et Lupulus (Hopera, 4,60 euros).

L’apéro à proprement parler, c’est ici. Logique : Pepete & Ronron fait valoir un châssis comme on les aime. Soit, un beau décor de bodega urbaine rythmé par des tabourets rouges rappelant l’élégance brute et industrielle du mobilier Tolix. Au sol, un joli carrelage garantit la fraîcheur tout autant qu’il entretient l’illusion du Sud - idéal pour tous ceux qui ne partiront pas cette année. Cela dit, la vraie sensation du lieu se déniche en extérieur. Direction la magnifique terrasse étendue où l’on fait le plein de soleil. Le spot est idéal pour observer la place Jourdan grisée par le retour à la vie. Ce spectacle réjouissant s’accompagne de grignotages ramenés dans leurs valises par deux patrons aux origines espagnoles : tortilla (8 euros), pain catalan à la tomate (5 euros), chorizitas grillés (6 euros) et autres croquettes de chipiron (8 euros)… Pour peu, on s’y croirait. Côté boissons, pas de prise de tête, Pepete & Ronron mise sur les cocktails du moment, du gin tonic au moscow mule, et déroule des vins faciles à boire.

Direction la rue du Congrès, entre la célèbre colonne et la place Madou. Arrêt obligatoire au Mangeoire. On doit cette enseigne modeste et géniale à un couple de Parisiens éclairés, Camille et Jérémy. À deux, ils signent une cantine-épicerie à géométrie variable qui fait tout à la fois : petit-déjeuner, déjeuner, goûter, épicerie, bar à vins… les amateurs savent que du mardi au jeudi, l’adresse est idéale pour y laisser mariner la fin de journée dans le vin nature et les bières d’artisans. Une jolie terrasse prolonge l’établissement. C’est l’occasion de faire un peu plus que boire et un peu moins qu’un repas classique par le biais d’un grignotage inspiré. Mention pour le petit pâté basque (12 euros), la planche de charcuteries (9,50 euros) dégotées notamment auprès de producteurs italiens qui ravissent. On ne rate pas non plus les assiettes plus travaillées : la burrata des Pouilles au lait cru (15,90 euros), le boudin basque de Christian Parra (17,90 euros), le camembert entier rôti au four (9 euros).

C’est du côté du canal que l’on achèvera la soirée. Inspiré des izakayas, ces bars festifs qui améliorent le quotidien des Tokyoïtes, Kumiko dépayse le grignotage bruxellois. Plutôt que copier la formule, les patrons ont superposé les influences : chaises glanées dans un vieux café hongrois, larges tables inspirées par des modèles repérés à Marfa, le fief minimaliste de Donald Judd... La terrasse s’apparente à une place de village. On profite de celle-ci pour déguster une nourriture assez fidèle à l’esprit du Pays du Soleil Levant : de bons donburi (8 à 15 euros), des bols de riz garnis, voire une grosse assiette d’edamame (12 euros), ces fèves vertes de soja arrosées de sel, ou encore de gyozas (5 à 17 euros), les ravioles que l’on ne présente plus, saisis comme il se doit. On aime également les cocktails disponibles en carafe – Umeshitini, par exemple, qui pour 20 euros mélange alcool de prune et tonic – ainsi que la programmation musicale taillée sur mesure pour cet endroit joyeux.

Congresstraat 34 rue du Congrès, Brussel/Bruxelles, 02-223.00.02, ma/lu/Mo & vr/ve/Fr 7 > 15.00, di/ma/Tu > do/je/Thu 7 > 22.00

Aalststraat 7 rue d’Alost, Brussel/ Bruxelles, 0476-84.12.86, www.kumiko.be, ma/lu/Mo > zo/di/Su 11.30 > 1.00

rue Edith Cavellstraat 100, Ukkel/ Uccle, 02-372.28.41, www.chezmusette.be, di/ma/Tu > zo/di/Su 12 > 0.30

26

I

24 JUNI 2020

rue Froissartstraat 1, Etterbeek, 02-215.15.22, ma/lu/Mo > za/sa/Sa 17 > 1.00, zo/di/Su 12 > 19.00


W e up Wake Wak up B russels es Brussels

BRUZZ MAAKT LIVE RADIO EN TV VANUIT DE ONTWAKENDE STAD Nu vrijdag vanaf 13u. Op BRUZZ radio, BRUZZ tv en BRUZZ.be


Interview

SOIXANTE ANS APRÈS L’INDÉPENDANCE DU CONGO, DIZZY MANDJEKU ET MWEZÉ NGANGURA RACONTENT

‘On chantait qu’un jour la Terre allait tourner et que le Congo serait libre’

Dizzy Mandjeku et Mwezé Ngangura étaient «très contents de se revoir après de longues années ». Les retrouvailles se sont déroulées au Café Fiesta dont Dizzy Mandjeku a fait son «bureau».

28

I

24 JUNI 2020


Le 30 juin 1960, le Congo arrachait son indépendance à la Belgique. À l’époque, la légende vivante de la rumba congolaise Dizzy Mandjeku avait quatorze ans. Le réalisateur Mwezé Ngangura en avait neuf. Alors que la Belgique est secouée par une nouvelle vague décoloniale, les deux artistes bruxellois se souviennent de ce moment historique dont ils furent témoins. « Il faut absolument enseigner cette histoire. » SOPHIE SOUKIAS, PHOTOS: HELEEN RODIERS

ienvenue dans mon bureau », sourit Dizzy Mandjeku, 74 ans, qui a depuis longtemps fait du Café Fiesta de la rue de Quatrecht son quartier général. « C’est ici que je fais toutes mes interviews et que je signe mes contrats », dit la star mondiale de la rumba congolaise en brandissant depuis son smartphone une photo de lui et Stromae dans le même bistrot zébré, officialisant leur collaboration sur le tube mythique Papaoutai. Le guitariste virtuose derrière le récent album De Palenque à Matonge, produit de sa rencontre avec le groupe afro-colombien Alé Kumá, se réjouit de revoir Mwezé Ngangura, 69 ans, qu’il n’a plus croisé « depuis de longues années. » Lorsque la figure incontournable du cinéma africain, (re)découverte par les Bruxellois en 2019 via une carte blanche de la Cinematek, fait irruption dans le café du quartier de la gare du Nord, l’enthousiasme est réciproque. « Nous avons beaucoup d’estime mutuelle. Nous étions contents de nous revoir », confiera plus tard Mwezé Ngangura. Si les deux artistes bruxellois sont réunis en cette après-midi pluvieuse du mois de juin, c’est pour remonter le temps. Il y a soixante ans, le pays qui les a vus naître et grandir célébrait son indépendance vis-à-vis du Royaume de Belgique. Le 30 juin 1960, jour de la cérémonie officielle à Léopoldville (aujourd’hui Kinshasa), Patrice Lumumba, premier Premier ministre du Congo, s’adressait en ces termes à son peuple : « Congolais et Congolaises, combattants de l’indépendance aujourd’hui victorieux.» Si l’enthousiasme et les espoirs qu’avait fait naître une telle déclaration s’envolèrent six mois plus tard avec l’assassinat de Lumumba, l’épisode devait marquer à jamais l’histoire des indépendances africaines. À l’époque, Dizzy Mandjeku était âgé de 14 ans et vivait avec sa famille à Coquilhatville, une ville de la province de l’Équateur appelée aujourd’hui Mbandaka. Mwezé Ngangura avait 9 ans et habitait à Costermansville, aujourd’hui Bukavu, située sur la rive sud-ouest du lac Kivu. Les événements de juin 1960 sont restés gravés dans la mémoire des deux artistes. Aujourd’hui, alors que les luttes décoloniales et antiracistes semblent connaître un nouvel élan historique, ils convoquent volontiers le passé.

BRUZZ | INTERVIEW

B

«

▼

FR

24 JUNI 2020

I 29


▼

SOIXANTE ANS APRÈS L’INDÉPENDANCE DU CONGO, DIZZY MANDJEKU ET MWEZÉ NGANGURA RACONTENT

Quels souvenirs conservez-vous du 30 juin 1960, date de la déclaration d’indépendance du Congo ?

BRUZZ | INTERVIEW

DIZZY MANDJEKU : C’était un jour spécial, c’était un jour de liesse populaire mais à quatorze ans, je n’avais pas tout à fait conscience de ce qui se passait. Avant la déclaration d’indépendance, des bruits couraient. Je me souviens qu’à côté de chez moi une église kimbanguiste (Église indépendante africaine chrétienne fondée en 1921 par Simon Kimbangu, NDLR) entonnait une chanson révolutionnaire qui disait qu’un jour la Terre allait tourner et que le Congo serait libre. MWEZÉ NGANGURA : Je devais être en quatrième primaire et à la sortie de l’école, mes amis commençaient à écrire partout à la craie sur le bitume « indépendance », c’était l’équivalent des tags aujourd’hui. Je leur demandais : c’est quoi cette histoire d’indépendance ? Et ils me répondaient : tous les blancs vont rentrer chez eux. MANDJEKU : Il y avait beaucoup de brimades et de coups de fouets de la part des Belges. Si nous arrivions en retard à l’école, on nous donnait des coups de liane sur les fesses qui nous empêchaient de s’asseoir pendant deux ou trois jours. Les Congolais vivaient dans des cités-dortoirs et quand on se rendait là où habitaient les Européens, on nous disait : « Le blanc dort, interdiction de parler ! ». Les interdictions étaient nombreuses alors dans la tête d’un adolescent, l’annonce de l’indépendance signifiait qu’on allait enfin être libéré de tout cela. NGANGURA : Le 30 juin 1960, le jour de la déclaration d’indépendance, je n’étais pas à Bukavu mais chez mes grands-parents au village où j’avais l’habitude de passer les grandes vacances. À la rentrée scolaire, j’étais étonné de voir un soldat congolais debout dans une jeep militaire. On m’a répondu que c’était normal, que les noirs étaient désormais des officiers.

Que représentait pour vous Patrice Lumumba, premier Premier ministre du Congo indépendant, figure de la décolonisation ? MANDJEKU : J’ai vécu son avènement. Je suis allé

l’applaudir pendant sa tournée de province. Il symbolisait la libération du pays et la cessation des coups de fouet. NGANGURA : Je suis allé voir Lumumba en cachette lors d’un meeting sur l’indépendance au milieu de la place commerciale de la commune où je vivais. Tout un mythe s’était créé autour de lui, on lui attribuait des pouvoirs mystiques. MANDJEKU : On entendait beaucoup parler de Lumumba mais aussi d’autres grands leaders africains, du Mouvement des non-alignés (une alliance tiers-mondiste commencée en 1961 face aux blocs occidental et communiste, NDLR), de la guerre d’Algérie, si bien que nous avons nousmême commencé à nous rebeller à notre façon (sourire). Nous étions toute une bande et pendant le couvre-feu, nous tendions une corde aux gendarmes qui patrouillaient à vélo la nuit et ils tombaient comme des quilles (rires). Ce qui est certain, c’est que Lumumba, lui, voulait vraiment le bien du Congo et qu’il a été coupé dans son 30

I

24 JUNI 2020

élan. S’en est suivi un total imbroglio. NGANGURA : Lors de la mort de Lumumba, je me souviens que tout le monde devait se promener avec une petite feuille sur la tête pour signifier qu’on était en deuil. Ceux qui ne se pliaient pas à cette injonction pouvaient se faire arrêter ou tabasser. Je pense que cette arrogance de la part des militaires congolais ne faisait que refléter le côté trop autoritaire des colons. Nous avons payé beaucoup d’erreurs de la colonisation et peut-être que nous continuons à payer .

Parliez-vous beaucoup de politique à la maison ? NGANGURA : Peu. Ce n’est que durant les mois

précédant l’indépendance que la politique s’est invitée dans les conversations des adultes. Pour la plupart des gens, la colonisation était l’ordre établi. Pour avoir les mêmes droits qu’un blanc, un noir devait obtenir un diplôme spécial. Chaque année, un émissaire de l’administrateur colonial venait voir si vous plantiez des fleurs devant chez vous, mangiez avec des couverts ou si les enfants dormaient dans des draps. C’est par ce genre de critères qu’on arrivait au statut d’« évolué ». Vous aviez alors le droit d’être appelé Monsieur. Mon père, qui était commerçant, n’était pas un évolué mais beaucoup de ses amis l’étaient. MANDJEKU : En tant qu’évolué, mon père avait le droit de sortir après 22 heures et de boire ce qu’on appelait des spiritueux mais le commun des mortels ne pouvait pas sortir. Avec les copains, on voulait sortir s’amuser mais c’était impossible. NGANGURA: Le terme d’évolué était extrêmement méprisant vis-à-vis des autres. C’était une grande brimade pour les Congolais d’être contrôlés par des gens venant d’un autre continent qui, au nom de la supériorité de la race blanche, vous disaient que vos croyances ancestrales ne valent plus rien, que la culture héritée de votre grand-père n’a pas de valeur. Ces réflexions sont arrivées pour moi beaucoup plus tard. Quand j’étais un gamin, je pensais que c’était la réalité de la vie et du monde. Nous vivions le système colonial comme la normalité.

Quand la prise de conscience s’est-elle opérée ? NGANGURA : Après mes études secondaires au

Congo, j’ai obtenu une bourse pour faire des études de cinéma à l’IAD, ici en Belgique. C’est là

Dizzy Mandjeku (à gauche) et Mwezé Ngangura avaient respectivement 14 et 9 ans lorsque le Congo fut déclaré indépendant.

que j’ai pris conscience que je ne pouvais pas prétendre au même degré d’humanité que mes amis blancs et que j’étais un personnage exotique. MANDJEKU : En venant en Belgique, nous étions confrontés à une nouvelle forme de racisme. Les copines de bureau de ma première copine belge lui disaient de mettre des draps blancs sur le lit pour voir si ma peau n’allait pas déteindre ou de passer sa main sur mon derrière pour voir s’il n’y avait pas un reste de queue. C’est pour vous dire les préjugés racistes ! NGANGURA : Je pense que c’était le choc de cette vie en Europe qui m’a fait prendre conscience de ce que la culture coloniale avait mis en moi.

Aujourd’hui, la lutte antiraciste et décoloniale semble écrire une nouvelle page de son histoire à la suite de l’indignation causée par le meurtre de George Floyd aux États-Unis. Les espoirs soulevés ces dernières semaines sont-ils comparables aux espérances formulées au temps des mouvements d’indépendance de l’Afrique ? NGANGURA : On dirait que la jeunesse actuelle

« Dans la tête d’un adolescent de quatorze ans, l’indépendance signifiait la fin des coups de fouet » DIZZY MANDJEKU

européenne a pris conscience que le racisme existe et j’aime que les mouvements contre le racisme ne soient plus seulement portés par des noirs mais aussi par des blancs. Si je suis blanc et que je lutte contre le racisme, je ne dois pas le faire pour faire plaisir à mes amis noirs, je dois le faire au nom de la raison et au nom de ma propre humanité. MANDJEKU : Les racistes primaires ne se trouvent pas seulement aux États-Unis. En ce moment, une vidéo circule sur les réseaux sociaux d’une femme noire enceinte se faisant tabasser par la police dans le métro parisien. J’ai envie de croire que les choses sont en train de changer mais on en est


GETUIGEN VAN DE CONGOLESE ONAFHANKELIJKHEID Op 30 juni 1960 riep Congo zijn onafhankelijkheid van België uit. De levende legende van de Congolese rumba, Dizzy Mandjeku, was toen veertien jaar, de regisseur Mwezé Ngangura was er negen. “Het was een dag van collectieve uitbundigheid,” herinnert Dizzy Mandjeku zich. “Er waren veel pesterijen aan Belgische kant. Dus in het hoofd van een jongeling betekende de onafhankelijkheid het einde daarvan.” Mwezé Ngangura, op zijn beurt, besefte pas ten volle hoe de koloniale cultuur hem bepaalde toen hij film kwam studeren in België. “Ik had niet het recht op hetzelfde niveau van menselijkheid als mijn witte vrienden.” Nu België op zijn grondvesten davert bij een nieuwe dekoloniale golf, roepen de twee Brusselse kunstenaars op om “de strijd voort te zetten.” “De geschiedenis van de band tussen Europeanen en Afrikanen is gestoeld op slechte fundamenten,” zegt Ngangura in een verwijzing naar de polemiek rond de ontmanteling van de standbeelden van Leopold II. “We moeten de moed hebben om de waarheid onder ogen te zien.” NL

DIZZY MANDJEKU

MUEZÉ NGANGURA

• naît à Léopoldville (Kinshasa) en 1946

• naît à Bukavu en1950

• intègre à Kinshasa Le TP OK Jazz. Avec une partie du groupe, forme à Bruxelles en 1989 les futurs Odemba OK Jazz All Stars • collabore avec Zap Mama, Stromae, Baloji, Milow,... • sort en 2019 l’album De Palenque à Matonge réalisé avec Alé Kumá

« C’est le choc de ce e vie en Europe qui m’a fait prendre conscience de ce que la culture coloniale avait mis en moi » MUEZÉ NGANGURA

loin. Le racisme est un virus. NGANGURA : Les noirs vivent le racisme dans leur sang, tous les noirs savent ce que c’est. Quand vous êtes dans un espace public, vous vous demandez si on vous parle à vous en tant qu’être humain ou en tant que personne noire. L’éducation et la culture dans lesquelles on a baigné procèdent de ce système qui a institué le racisme. On a vite fait de qualifier l’autre de sauvage. Je pense que l’Europe est en train de comprendre qu’elle n’est pas la garante de l’humanité.

• 1970-75 : étudie le cinéma à l’IAD • réalise en 1985 avec Benoît Lamy La Vie est Belle • réalise en 1994 Lettre à Makura: Les derniers Bruxellois • réalise en 1999 le film primé Pièces d’Identité

publiques est vécu comme une réelle provocation. NGANGURA : L’histoire de notre relation entre

Européens et Africains s’est fondée sur de mauvaises bases et il faut changer ces bases au nom de cette histoire commune. C’est normal de vouloir revoir l’histoire mais, pour moi, ça ne veut pas dire spécialement démanteler les statues. La responsabilité du roi Léopold II doit surtout être revue par des intellectuels et chercheurs belges. Comme dans toute science, il faut avoir le courage de la vérité. Il y a ensuite une responsabilité au niveau de l’enseignement. L’histoire de la colonisation n’a pas été enseignée et c’est comme cela que même Lumumba, qui est un nom connu dans le monde entier parmi les pères des indépendances africaines, n’est pas du tout connu dans les écoles en Belgique. On ne peut pas ne pas connaître. (C’est alors que Dizzy Mandjeku sort son smartphone pour faire défiler des dizaines de photos d’avenues et rues baptisées Lumumba dans des villes des quatre coins du monde).

Vous avez respectivement 69 et 74 ans. Au regard de votre parcours, quel message aimeriez-vous adresser aux jeunes générations ? MANDJEKU : Le combat n’est pas terminé. Le

Les pétitions et les actions physiques appelant à retirer les statues de Leopold II de l’espace public belge n’ont jamais été aussi insistantes. Quel sort faut-il réserver à ces vestiges coloniaux selon vous ? MANDJEKU : La place de ces statues n’est pas dans

l’espace public mais dans les musées. Avec toute la misère que la colonisation a apportée, voir des statues du roi esclavagiste dans les places

colonialisme se poursuit sous la forme du néocolonialisme. J’encourage les jeunes à se battre comme l’ont fait leurs ancêtres Patrice Lumumba, Kwame Nkrumah et Amílcar Cabral. Je les encourage à combattre pacifiquement mais fermement, à l’instar de la petite Greta Thumberg. NGANGURA : Si je devais avoir un message pour les jeunes, ce serait de s’informer. Il faut avoir le courage de chercher ce qui est vrai.

WITNESSES TO CONGOLESE INDEPENDENCE On 30 June 1960, Congo declared its independence from Belgium. The living legend of Congolese rumba, Dizzy Mandjeku, was fourteen years old at the time, the director Mwezé Ngangura was nine. “It was a day of collective exuberance,” Dizzy Mandjeku remembers. “There was a lot of badgering on the Belgian side. So in the head of a child independence was like the end of all that.” Mwezé Ngangura, in turn, only fully realized the extent to which he was conditioned by colonial culture when he came to study cinema in Belgium. “I had no right to the same level of humanity as my white friends did.” Now that Belgium’s foundations are again being rocked by a new decolonial wave, the two Brussels-based artists are calling to “continue the fight.” “The history of the relationship between Europeans and Africans is built on terrible foundations,” Ngangura says in reference to the polemics around the dismantling of the statues of Leopold II. “We have to have the courage to face the truth.” EN

24 JUNI 2020

I 31


Interview

‘PITBULL’ KASSANDRA MISSIPO VERVOEGT DE RANGEN VAN RSCA WOMEN

‘Hard zijn in duels, dat leerde ik van de jongens’ Afgelopen seizoen ze e RSCA Women alleen maar sterke prestaties neer. Ze stevenden met grote voorsprong op de titel af, stoo en door tot de finale van de Beker van België, en ze en een mooie reeks neer in de Champions League. Wat wordt dat volgend seizoen, nu Red Flame Kassandra Missipo de rangen komt versterken? — MICHAËL BELLON, FOTO IVAN PUT

M

BRUZZ |INTERVIEW

et haar transfer naar de vrouwenploeg van RSC Anderlecht keert Kassandra ‘Kassie’ Missipo terug naar eigen streek. Missipo is afkomstig uit Asse, maar combineerde de afgelopen jaren het voetbal bij KAA Gent Ladies met een studie communicatiemanagement aan de Arteveldehogeschool. Met de fel opzittende middenvelder heeft Anderlecht er naast Justien Odeurs, Laura Deloose, Laura De Neve, Charlotte Tison, Tine De Caigny, Elke Van Gorp en Sarah Wijnants nog een Red Flame bij. Eentje met ongebreidelde energie op en naast het veld. Op het moment dat we Missipo spreken, heeft de nieuwkomer net haar eerste drie weken voorbereiding op Neerpede achter de rug, en is ze op weg van een laatste les naar een training van de nationale ploeg. Op 25 juni hoopt ze te horen te krijgen dat ze haar studies succesvol heeft afgerond, en op 6 juli herneemt ze de trainingen in de aanloop naar de competitie, die eind augustus van start gaat.

Omdat u uw studie moest afronden, kon het misschien niet zoveel kwaad dat de competitie werd stilgelegd. KASSANDRA MISSIPO: Je wil natuurlijk

altijd graag voetballen. Maar het was ook zo dat we met Gent geen prijzen meer konden winnen. En ook voor de beker waren we uitgeschakeld. Zes trainingen per week combineren met een studie laat je weinig tijd om te recupereren. Daarom was het wel goed om even op die studies te kunnen focussen.

KAA Gent Ladies is met Standard Luik en Racing Genk altijd een uitdager gebleven van Anderlecht. Hoe verrassend is uw overstap? MISSIPO: Ik werd al van jongs af

aangetrokken tot Anderlecht. Ik heb er eens getest rond mijn elfde en dat was een toffe ervaring, maar toen heb ik toch besloten om bij TK Meldert tussen de jongens te blijven spelen. Mijn eerste vrouwenploeg was KAA Gent, maar ik heb de deur naar Anderlecht nooit gesloten en mijn moeder heeft ook altijd gezegd dat ik hier ooit zou belanden. Uiteindelijk is het er nu al van

“Het is mijn ambitie om ooit naar het buitenland te gaan, maar momenteel is Anderlecht de beste optie” KASSANDRA ‘KASSIE’ MISSIPO Voetbalster

32

I

24 JUNI 2020

gekomen. Het volgende EK (dat wegens het uitstel van het mannentoernooi is verplaatst van 2021 naar 2022, red.) speelde ook een rol in die beslissing. Het blijft mijn ambitie om ooit naar het buitenland te gaan, maar daar kan je ook op de bank belanden. Anderlecht leek me op dit moment in mijn loopbaan de beste optie.

Meestal speelt u op de ‘zes’ als verdedigende middenvelder. U omschrijft uzelf als een ‘pitbull’. Welke rol denkt u dat hier voor u is weggelegd? MISSIPO: Ik ben inderdaad iemand

die meteen de tegenstander opzoekt als die de bal heeft, en dan niet meer loslaat. Anderlecht had al een sterk middenveld, maar ik denk dat ze die touch nog wilden toevoegen. We zullen zien waar ik het best tot mijn recht zal komen. Ik ben redelijk verdedigend ingesteld, maar ik heb er geen probleem mee om meer aan te vallen. Op training werk ik ook aan het aanvallende aspect en de afwerking.

De Academy van Anderlecht ligt maar op een paar kilometer van Asse-Terheide, waar het voor u allemaal begon. MISSIPO: Ja, ik keek vanuit mijn kamer uit op het voetbalveld, dus ik ben daar begonnen voor we naar Aalst verhuisden en ik bij TK Meldert ging spelen. Ik raad elk jong meisje trouwens aan om met jongens te voetballen. Van hen heb ik geleerd harder te zijn

in de duels, en zij zagen bij mij de pure passie en het doorzettingsvermogen dat je toch nodig hebt in het vrouwenvoetbal.

U werd vorig jaar uitgeroepen tot beste speelster van de Belgische competitie. Wat is tot nu toe uw persoonlijke hoogtepunt op voetbalgebied? MISSIPO: Nationaal is dat de eerste

bekerwinst met Gent, internationaal de wedstrijd met de Flames in de VS.

Toen jullie een droge 6-0 om de oren kregen!


MISSIPO: Ik hoop inderdaad dat het

nu niet meer stilvalt. Ik denk wel dat bij een aantal mensen de ogen zijn opengegaan, maar er is nog werk aan de winkel.

Hebt u al eens met teamgenoten besproken wat u zou doen als u tijdens een wedstrijd racistisch bejegend zou worden? MISSIPO: Eigenlijk nog niet, omdat

het in het vrouwenvoetbal eerlijk gezegd minder voorkomt. Maar ik weet wel van mezelf dat ik niet op het veld zou blijven, en hoop dat mijn teamgenoten mij daarin zouden steunen.

Ook seksuele geaardheid is in het vrouwenvoetbal veel minder een kwestie. MISSIPO: Van buitenaf wordt er vaak

gezegd dat er wel veel lesbische meisjes in zo’n ploeg zullen zitten. Wat heeft dat voor belang? Aan een nieuwe speelster binnen een team wordt gevraagd van welke club ze komt en wat haar capaciteiten zijn. De rest is bijkomstig.

Equal pay voor vrouwelijke en mannelijke spelers is wel een heikel thema. MISSIPO: En een gevoelig! Omdat het

Kassandra Missipo: “Ik wil een breder draagvlak uitbouwen voor het vrouwenvoetbal.”

MISSIPO: Dat zijn situaties waarin je

met je hoofd tegen de muur loopt, maar leert op welke vlakken je nog kan groeien als team. En de 22.000 toeschouwers in het nieuwe stadion van LA leverden daarvoor ook extra motivatie.

het vrouwenvoetbal vooruit kunnen stuwen.

U lijkt daarin zelf ook een voortrekkersrol te willen spelen. U geeft geëngageerde interviews en liep al stage bij de voetbalbond. MISSIPO: Bij de bond werkte ik mee

Volgt dat enthousiasme ook in België? MISSIPO: Ik geloof van wel. Mis-

schien niet morgen of volgend jaar, maar als je ziet wat het EK in Nederland en het WK in Frankrijk hebben teweeggebracht, dan kan België volgen als de juiste mensen

aan het inclusieve Football For All-project, en ik geef graag mijn mening als die een meerwaarde kan betekenen. Zo geef ik ook vaak interviews rond racisme omdat dat zelfs in een heel gemengde omgeving als het voetbal nog veel voorkomt.

vrouwenvoetbal commercieel nog zwakker staat. Toen we daar in mei met een aantal speelsters van de Super League een open brief over schreven, kwamen er toch nog reacties van onbegrip. Ik wil de discussie voeren. Equal Pay betekent voor mij dat we gelijk worden betaald in functie van de energie die we in ons vak steken.

Misschien toch eens een koffie gaan drinken met Vincent Kompany. MISSIPO: Dat zie ik zeker zitten. Door

corona wordt het contact tussen de teams zoveel mogelijk vermeden, maar ik heb hem al gezien en hij is zeer vriendelijk. Hij lijkt me ook iemand met wie je kan discussiëren en die dingen begrijpt. Ik hoef niet zomaar gelijk te krijgen. Ik wil een breder draagvlak uitbouwen voor het vrouwenvoetbal.”

Au cours de la dernière saison, l’équipe féminine d’Anderlecht n’a réalisé que de bonnes performances. Les RSCA Women ont pris une grande avance sur le titre, se sont qualifiées pour la finale de la Coupe de Belgique et ont assuré une belle série en Ligue des champions. Qu’en sera-t-il la saison prochaine avec la Red Flame Kassandra Missipo qui vient renforcer les rangs ? Avec ce transfert, « Kassie » est de retour dans sa région. Missipo est originaire d’Asse, mais ces dernières années, elle a combiné le football au KAA Gent Ladies avec des études en gestion de la communication à l’Arteveldehogeschool. Avec cette féroce milieu de terrain, Anderlecht ajoute une Red Flame aux côtés de Justien Odeurs, Laura Deloose, Laura De Neve, Charlotte Tison, Tine De Caigny, Elke Van Gorp et Sarah Wijnants. Une femme à l’énergie débordante sur le terrain et en dehors. FR

BRUZZ | INTERVIEW

Wat racisme betreft, beleefden we ook buiten het voetbal weer droevige weken. Of is het bemoedigend dat de tegenstemmen breder en luider klinken?

UN NOUVEAU PIT-BULL POUR ANDERLECHT

A NEW PITBULL FOR ANDERLECHT Anderlecht’s women’s team played a series of great games last season. RSCA Women made a beeline for the title, made it to the final of the Belgian Cup, and played brilliantly in the Champions League. What will next season be like now that the Red Flame Kassandra Missipo is coming to join their ranks? With this transfer, “Kassie” is returning to familiar surroundings. Missipo was born in Asse, but has spent the past few years combining football at KAA Gent Ladies with studying communications management at the Arteveldehogeschool. With this fierce midfielder, Anderlecht has another new Red Flame joining Justien Odeurs, Laura Deloose, Laura De Neve, Charlotte Tison, Tine De Caigny, Elke Van Gorp, and Sarah Wijnants. One with unbridled energy both on and off the field. EN

24 JUNI 2020

I 33


Interview

NIELS VAN TOMME VAN HET CENTRUM VOOR AUDIOVISUELE KUNSTEN ARGOS

NIELS VAN TOMME geboren in 1977 studeert aan het Ritcs curator onder meer in de Akademie der Künste (Berlin), The Kitchen (New York), Contemporary Arts Center (New Orleans), Gallery 400 (Chicago), Tallinn Art Hall (Tallinn), P! (New York) en de Bucharest Biennale 7 schrijft voor The Wire, Art in America en Art Papers en publiceerde verschillende boeken, waaronder Where Do We Migrate To? (2011) en Aesthetic Justice (2015) gaf les aan Parsons (New York) University of Maryland (Washington DC), Vassar College (New York), School of Visual Arts (New York), Queen Mary University (London), Jan Van Eyck Academy (Maastricht) en de School of the Art Institute (Chicago) wordt in 2016 directeur van De Appel in Amsterdam sinds december 2018 directeur van Argos

34

I

24 JUNI 2020


‘Antiracisme kan niet bij woorden blijven’

W

e zijn in een volledig leeg en doods Argos. In het centrum voor audiovisuele kunsten had de Tony Cokes-expo moeten plaatsvinden. Cokes, een zwarte Amerikaan, is met zijn kunst voorvechter van gelijke rechten en kaartte in het verleden raciaal geweld in de Verenigde Staten aan. Met wat er nu gebeurt zat de expo pal in de actualiteit, maar ze is naar september verplaatst. “Ze zal nog even actueel zijn, aangezien de antiracistische strijd relevant blijft,” zegt directeur Niels Van Tomme. Niels Van Tomme groeide op in Vlaams-Brabant, en woonde al een tijd in Brussel, van 1999 tot 2005, toen hij naar de VS vertrok. Nu is hij, na een tussenstap in Amsterdam, terug in de hoofdstad

waar hij in december 2018 directeur werd van Argos.

U studeerde film, maar het draaide anders uit. U werd curator. NIELS VAN TOMME: Om filmmaker te worden moet je geïnteresseerd zijn in literatuur, filosofie, psychologie, sociologie, muziek, performance … Het is een kunst die alle kunsten hybridiseert en er iets nieuws van maakt. Je moet veel interesses cultiveren, maar op een bepaald moment moet je wel met iets komen: de filmmaker-persoon. Dat is bij mij mislukt. Als filmmaker faalde ik, maar mijn interesses zijn gebleven. Mijn docenten waren mensen als Lieven De Cauter, Dieter Lesage en Dirk Lauwaert. Cultuurfilosofen dus. Zo ben ik meer in de theorie geïnteresseerd

“Kunst mag niet louter pamflettair zijn. Er moet een bepaalde zeggingskracht van uitgaan” NIELS VAN TOMME Directeur Argos

BRUZZ | INTERVIEW

— STEVEN VAN GARSSE, FOTO’S SASKIA VANDERSTICHELE

geraakt en in de maatschappelijke en politieke functie van film en beeldende kunst. Je zou kunnen zeggen dat zij het voor mij dus als filmmaker een beetje verpest hebben (lachje).

Na een eerste expo in Genk trok u naar de VS om het als curator te gaan maken. Lukte dat? VAN TOMME: Ik zag te weinig

groeikansen in Europa. In 2006 ben ik naar Washington DC verhuisd. Dat was een avontuurlijke en uitdagende stap. Ik moest me zichtbaar maken in de culturele scene. Tegelijk keek ik er enorm naar uit. In mijn tentoonstellingen speelt de maatschappelijke context een grote rol. Washington DC belichaamt het politieke wereldtoneel. Ik verwachtte een kunstscene die geëngageerd en heel uitgesproken was, maar ik ondervond het tegenovergestelde, en een eerder kleine, lokale scene. Er zijn daar wel grote instituten als The Smithsonian, dat fantastisch werk levert, maar toen nooit echt op het scherp van de snee. Ik heb toen, samen met een professor van de American University, een klein festival georganiseerd, met nul euro. Maar het werkte. The Washington Post en andere kranten schreven over ons. Ik kon aan de slag bij de galerij die het festival ondersteun-

▼

Een cultuurhuis moet betrokken zijn bij wat er in de maatschappij leeft. Anders maakt het zichzelf overbodig. En dus postte Argos, het centrum voor audiovisuele kunsten, een zwart scherm op de website om de actie voor George Floyd mee te steunen. “Zwarte mensen in de kunsten krijgen nog altijd weinig toegang,” reageert directeur Niels Van Tomme.

24 JUNI 2020

I 35


▼

NIELS VAN TOMME VAN HET CENTRUM VOOR AUDIOVISUELE KUNSTEN ARGOS

de. Zo heb ik me een eigen weg gebaand als onafhankelijk curator. Later ging ik in New York wonen.

U vindt maatschappelijke betrokkenheid belangrijk. Waarom? VAN TOMME: Kunst is altijd ingebed

in een sociale context. De zogenaamde autonomie van de kunst heeft me nooit aangesproken. Wat mij echt interesseert, is wat kunst teweeg kan brengen. Welke discussies eruit kunnen ontstaan en wat het kan activeren.

Meer dan het esthetische gevoel dat het opwekt bij de bezoeker? VAN TOMME: Ik zal de ervaring van

BRUZZ | INTERVIEW

schoonheid of vervreemding die kunst kan veroorzaken zeker niet minimaliseren. Ook al werk ik graag met meer politiek en sociaal geëngageerde kunstenaars of collectieven, dan nog is de poëtische of conceptuele dimensie van hun werk even belangrijk. Kunst mag niet louter pamflettair zijn. Er moet een bepaalde zeggingskracht van uitgaan.

Wat betekent een expo voor u? VAN TOMME: Een manier om ergens

bij stil te staan. Dat kan niet altijd in het dagelijkse leven, iets waarvoor je niet altijd de tijd krijgt. Kijk maar als je als individu in een discussie terechtkomt. Er is dan vaak meteen een soort van defensieve reflex. Terwijl het veeleer zou moeten gaan over luisteren en je openstellen voor de ander. De dialoog moet ook het uitgangspunt zijn voor de artistieke praktijk. Dat is een moeilijk, traag en dwars proces, maar wel heel vruchtbaar. Een tentoonstelling in Argos is natuurlijk beperkt – we programmeren geen blockbusters zoals Bozar, maar we werken wel heel toegankelijk: met audiovisuele kunsten. We zijn allemaal bezig met het audiovisuele. We zitten voortdurend op onze schermpjes te kijken.

Toch krijg je soms het gevoel dat Argos in de marge werkt. Dat audiovisuele kunst ‘niche’ is. VAN TOMME: Niet akkoord. Neem nu

iemand als Sven Augustijnen: zijn Spectres-film werd zelfs op de VRT vertoond. Of een event als de biënnale van Venetië, dat miljoenen bezoekers trekt, en waar veel uitdagende audiovisuele kunst te zien is. 36

I

24 JUNI 2020

U hebt hier Rachida Aziz uitgenodigd, die een punt heeft gezet achter LeSpace. Wat hebt u daaruit geleerd?

politieke beslissingen die genomen zijn, zijn natuurlijk heel jammer.

VAN TOMME: Ik leerde daaruit dat er

KANAL-Pompidou kan toch een ankerpunt zijn in deze buurt, waarrond van alles ontstaat?

in Brussel een heel precair kunstenlandschap is. Plekken als LeSpace en GlobeAroma ontwikkelen hun eigen scene, parallel aan de officiële instituten. Ze bereiken op een heel organische manier een superhybride publiek dat de grote kunsthuizen niet bereiken. Tegelijk zijn ze heel kwetsbaar. Kijk naar LeSpace, dat is moeten sluiten. Er ontstaat een scene vanwaaruit sommige kunstenaars dan uiteindelijk in de grote kunsthuizen terechtkomen, maar waarbij de echte laboratoria in de kou blijven staan. De oefening die ik met Argos wil maken is hoe we die kunstscenes hier wel een plek kunnen geven.

Brussel is een kunstenaarsstad. Wat is haar aantrekkingskracht?

VAN TOMME: Of het kan het omge-

keerde zijn. Dat het alles opslorpt. KANAL is er gekomen vanuit een urban developmentplan. De gentrificatie loert om de hoek. Anderzijds zie ik de kracht van Brussel: kleine initiatieven laten zich niet knechten.

U hebt kritiek op de grote instituten als KANAL, maar u bent ook directeur van een instituut met naam en faam. Is dat geen blok aan het been? Als curator heb je meer vrijheid. VAN TOMME: Ik zie hierin een kans

om Argos opnieuw te positioneren. Natuurlijk is onze collectie heel waardevol, maar Argos wil meer zijn dan een collectie. We kunnen met mensen uit de buurt gaan werken.

VAN TOMME: Toen ik in 2018 naar

Brussel terugkwam, kreeg ik een goed gevoel. Ik vond hier een energie die ik in Amsterdam minder vond, en die ik ook niet kende van mijn vorige periode in Brussel. Hier heerst productieve chaos.

Verwacht u veel van KANAL-Pompidou? Het ligt hier om de hoek. VAN TOMME: Het kan iets teweeg-

brengen, maar de gebeurtenissen rond het ontstaan ervan, en de

Hoe kijkt u naar New York vandaag? De VS staan in brand. VAN TOMME: Racisme zal niet

verdwijnen zolang de maatschappelijke structuren racistisch zijn. Dat geldt niet alleen voor de VS, maar evenzeer hier. Zeggen dat je als witte persoon niet racistisch bent, is niet voldoende. Je moet actief antiracistisch zijn. Zoals bij de eerste golf van BlackLivesMatter-protesten wordt er langzamerhand een kantelpunt

“De standbeelden van Leopold II moeten weg. Ze zijn storend,” zegt Argos-directeur Niels Van Tomme.

zichtbaar. Waaruit misschien iets nieuws kan ontstaan. Dat is mijn optimistische kijk op de zaak. Als ik het met een donkere bril bekijk, dan vraag ik me af of er iets fundamenteels kan veranderen zolang we niet bereid zijn om onze eigen posities in vraag te stellen en onze verantwoordelijkheid te nemen. Ook corona had een kantelpunt kunnen zijn in onze samenleving. Ik heb het gevoel dat we, nu de epidemie verzwakt, in de oude gewoontes vervallen. We zitten weer in het vorige stramien.

Wat bedoelt u daarmee? VAN TOMME: Ik ben onlangs naar een

aantal grotere expo’s geweest in Brussel en had het gevoel me in een warenhuis te bevinden. Wachten in de rij. Kijken naar de kunst. En te veel volk in te kleine ruimtes. Wij zitten als culturele huizen allemaal in een verhaal dat we tegen wil en dank moeten proberen zoveel mogelijk bezoekers aan te trekken, meer tickets te verkopen, altijd maar meer inkomsten te genereren. Maar intussen denken we te weinig na over wat we écht willen.

En, wat willen jullie écht? VAN TOMME: De vraag is: hoe kunnen

we de visibiliteit van zwarte kunstenaars en organisaties verhogen met de tools die Argos heeft? Onze website ging drie dagen dicht in solidariteit met BlackLivesMatter. Maar we willen verder gaan. Zo zullen we systematisch antiracistische strategieën implementeren bij Argos. We willen ons huis openzetten. Zwarte mensen in de kunsten krijgen nog altijd weinig toegang.

Wat vindt u van het voorstel om de Leopold II-standbeelden weg te halen uit de stad? VAN TOMME: Ze moeten weg. Ze zijn

storend. Ook stoort het mij dat dit gesprek tussen witte mensen wordt gevoerd zonder te luisteren naar zwarte stemmen. We hebben goeie musea waar die standbeelden een plaats kunnen krijgen. Nog iets. Ik woon op de Generaal Jacqueslaan. Hij is een generaal uit de kolonie die onaanvaardbaar wreed tekeer is gegaan. Moeten we die straatnaam houden? Het is beter om een positief en constructief straatbeeld te bouwen, waarin alle Belgen en Brusselaars zich thuis kunnen voelen.


De zeven deugden van Brussel SENIOR WRITER JEAN-MARIE BINST NEEMT AFSCHEID MET ZEVEN COLUMNS

Herken de sterkte. Hoog boven het stadhuis van Brussel draait de iconische beeltenis van aartsengel Michaël, beschermheilige van de stad. Dat hij de duivel uit de hemel verjoeg, is dapper. Dat hij het Franse bombardement van 1695 op de Grote Markt overleefde, al even sterk. Maar de gilden, van brouwers tot boogschieters en vetsmelters, die de Grote Markt in luttele tijd mooier dan een feniks deden herrijzen, zij toonden nog eens een staaltje van Brusselse bravoure, vlijt, moed en ijzeren volharding. Kortom, deze Brusselaars symboliseren ‘en stoemelings’ de deugd fortitudo van de bovenste plank. Zo ook toont het Brussels Gewest, de benjamin van het institutionele staatslandschap, zich sterk. Vaak als een Hercules – een combinatie van kracht en slimheid – weliswaar, maar toch deugdzaam. Neem nu zijn aanpak via de administratie Leefmilieu Brussel. Als eerste overheid heeft ze het gebruik van pesticiden en herbiciden, zelfs biologische, verboden. De buxusmot moet met vangnetjes bestreden worden om de haagjes in de parken groen te houden. Gedaan met gul bleekwater te gieten voor de deur van een gemeentehuis, om het onkruid te bestrijden, met een brandertje gaat dat nu. Sinds 2018 zijn de vuilste dieselauto’s niet meer welkom. Er zit weer vis op het kanaal. In sommige natuurgebieden, van de Mellaertsvijvers tot ’t Moeraske, zijn bloemen, paddenstoelen, insecten en dieren te vinden die zeldzaam zijn in stedelijke milieus. Ik beken dat er op het Avijlplateau nog gifballen tegen vossen gegooid worden, door gestoorde kiekenfretters. Maar de wolf komt (ooit) naar Brussel, zoveel bekent de wetenschap. Brussel straalt van unieke menselijke kracht ook. Een eerste fietsmanager, sinds vijftien jaar inmiddels. Een eerste streektaalcoördinator voor het Brussels Vloms. Een eerste vrouwelijke rabbijn van België. En RWDM dat in tweede klasse speelt. Allemaal staaltjes van sterkte uit onverwachte hoek. Nobelprijswinnaar José Saramago, die we in een verkiezingsjaar voor dit blad interviewden over het ‘deficit van Europa’, zou er voer genoeg aan overgehouden hebben, voor een vervolg op De stad der zienden. Ook Bleri Lleshi, politiek filosoof en jongerenwerker in Brussel, is die sterkte opgevallen. In zijn nieuwe boek Wat na corona? Brief aan Vlaanderen schetst hij de kracht van de MIVB tegenover de zwakte van De Lijn. De MIVB als een ‘hype’, met een praktische app, alsmaar meer personeel en bussen, trams en metro’s die behoorlijk op tijd rijden. Dat komt omdat vijf miljard euro per jaar

geïnvesteerd wordt in de MIVB, terwijl De Lijn moet besparen, stelt Lleshi. Eigenlijk komt dat door vasthoudendheid, mano dura en volhoudingsvermogen, menen wij. Samen met geduld zijn zij de sporen die naar succes voeren. “Niet opgeven, dat is pas sterkte,” zei acteur en gouverneur Schwarzenegger, en met zijn getrainde body had hij het bewijs bij zich. Ik beken, het halsstarrig proberen levert niet altijd de verwachte verdiensten. De infrastructuur aan zwembaden blijft pover en ontoereikend. Een kanaalzwembad zoals aan de rivieroever in Basel, wintersauna incluis, blijft een droom. Badhuizen, zoals dat povere in de Molenbeekse Ransfortstraat dat na de terreuraanslagen dichtging, blijven beschamend negentiende-eeuws. En de actievoerders van Pool is Cool constateerden dat veel zwemvijvers hygiënisch ontoereikend zijn om Brusselaars in de zomer te doen genieten. Och gottekes toch, het zijn de worstelingen die de sterktepunten overwinnen. De sterkte van de ketting wordt bepaald door de zwakste schakel. Niet alles, mobiliteit en jongerenwerkgelegenheid bijvoorbeeld, staat al sterk voorop in Brussel. Maar gedeelde kwetsbaarheid verenigt ons als burgers. Ze leidt met geduld tot grootsheid en vlijt, edele deugden. Nooit was mijn vooroordeel zo groot als toen ik met pen, papier en opnamebandje zestien oude sub-Saharische vrouwen van de Anderlechtse zelfhulpgroep De Mangoboom in Bloei opwachtte bij de Senior Games van 2012. Met wiegende heupen en windelrokken, ja zonder sportkledij, vertegenwoordigden ze heel Brussel tussen duizenden Vlaamse sporters aan zee. Op het eind van de dag echter, herinnerde elke aanwezige zich hun bijdrage. Niet in sporttalent, maar in sportspirit scoorden les Bruxelloises hoog: met volharding, moed, lijden zelfs, bewezen ze dat forza als deugd vanuit het hart komt. De vraag was niet of moed hen blij maakte. ‘Only vegetables are happy’ schreef Nobelprijswinnaar William Faulkner. Nee, moed genereert directe actie: doen. Zeker, het vraagt zo’n krachtenspel op elk moment en van iedereen. Maar is de Rwandese taxichauffeur niet de redding van de sector geweest? Wie vroeg het hem? De Congolese hulp in Valida, het grootste revalidatieziekenhuis van Brussel, niet het zingende zonnetje van menig ouderling in geïsoleerd herstel? Wie vroeg het haar? De Poolse stukadoor en Braziliaanse schilder niet de betaalbaarheid van de bouwsector al een kwarteeuw lang? Brussel en dapperheid herkennen, het heeft niet opgehouden sinds de heropbouw van de Grote Markt na 1695.

Voorzichtigheid, Naastenliefde, Zelfbeheersing, Rechtvaardigheid, Geloof, Sterkte & Hoop: of het nu de traditionele Griekse of de goddelijke deugden zijn, hun verwevenheid met Brussel is als de parels die een kroon haar glans geven. De hele reeks nalezen? www.bruzz.be/deugden

B R U Z Z | D E Z E V E N D E U G D E N VA N B R U S S E L

Sterkte

© SASKIA VANDERSTICHELE

“Brussel straalt van unieke menselijke kracht. Een eerste fietsmanager, een eerste vrouwelijke rabbijn van België”

24 JUNI 2020

I 37


Interview

BRUZZ | INTERVIEW

ONTDEK KLASBAK SAMI BOUAJILA IN DE TUNESISCHE ARTHOUSETHRILLER ‘UN FILS’

‘Niet zo bekend zijn heeft zijn voordelen’ “Het meest ondergewaardeerde acteertalent van Europa,” schreef The Hollywood Reporter over Sami Bouajila na het zien van de Tunesische arthousethriller Un fils. De klasbak uit de Franse Alpen woont stilletjes onder ons. “Parijzenaars begrijpen niets van mijn keuze voor Brussel.” — NIELS RUËLL

A

ftellen naar de heropening van de bioscopen kan al op twee handen. Een van de betere films waar de stadsbioscopen op rekenen voor een geslaagde relance, is Un fils van de Tunesiër Mehdi M. Barsaoui. In dit intense familiedrama wordt een welgesteld, modern gezin van drie zwaar beproefd. Tijdens een

38

I

24 JUNI 2020

noodsituatie vallen de patriarchale maskers af. Het filmfestival van Venetië bekroonde Sami Bouajila voor zijn vertolking van de spartelende vader-echtgenoot-grootverdiener. De in Brussel neergestreken Tunesisch-Franse vakman is al twintig jaar een oerdegelijke acteur, maar geen kei in zelfpromotie. Met

films als La faute à Voltaire, Drôle de Félix, Indigènes, Les témoins, Omar m’a tuer en Good luck Algeria op zijn palmares zou hij veel bekender moeten zijn dan hij nu is.

Is Un fils meer dan een intens relatiedrama? Het kan geen toeval zijn dat het verhaal zich afspeelt in 2011, het jaar dat volgde op de

Jasmijnrevolutie die Tunesië verloste van dictator Ben Ali. SAMI BOUAJILA: Natuurlijk niet. Un fils is een radiografie van een koppel maar tegelijk ook een radiografie van het schizofrene Tunesië. Het schrandere scenario en de uitwerking verraden dat Mehdi M. Barsaoui een filmauteur met talent is. Het kan overal voorvallen dat een onaangekondigde huwelijkscrisis tot een flukse identiteitscrisis leidt, maar door de sociaal-culturele context zal de weerslag in Tunesië anders zijn dan in Frankrijk, Amerika, Nigeria of Korea. De regisseur behoort tot de jonge generatie die de Tunesische revolutie in gang zette, maar achteraf meemaakte hoe de revolutie haar werd afgepakt. Bewust of onbewust zal dat blijven doorwerken in de films, de muziek en de kunst van die generatie. In de Verenigde Staten is er een voor en na 11 september


• 54 jaar • Geboren en getogen nabij Grenoble als kind van Tunesische migranten • Brak in 1995 door met de hoofdrol in Bye-bye van Karim Dridi • Werd in 2006 in Cannes bekroond tot beste acteur voor zijn rol in Indigènes • Kreeg voor Les témoins van André Téchiné de César voor beste bijrol • Andere notoire films: La faute à Voltaire van Abdellatif Kechiche en Omar m’a tuer van Roschdy Zem

Sami Bouajila en Najla Ben Abdallah in Un fils.

2001, in Tunesië en omgeving een voor en na de revolutie.

Waarom noemt u Tunesië schizofreen? BOUAJILA: Tunesië is een schizo-

freen land, waar culturen botsen. Enerzijds is het een lekenstaat die in 1956 al verraste met sociale emancipatie en bescherming van de onafhankelijkheid van vrouwen. Habib Bourguiba (Tunesisch president van 1957 tot 1987, red.)

The Hollywood Reporter noemt u het meest ondergewaardeerde acteertalent van Europa. Is dat wel een compliment? BOUAJILA: Bedoel je dat het ook een

onbedoeld verwijt kan zijn? Ik heb me bevrijd van complexen. Menig acteur met wie ik begonnen ben, heeft het – toch in Frankrijk – tot ster geschopt; sommigen slechts tijdelijk, anderen breken nog steeds potten. Des te beter voor hen. Voor mij geldt dat niet. Ik ervaarde dat een tijdje als uitsluiting en discriminatie en klopte daar zelfs bij een psycholoog voor aan. Ik wou niet kwaad en verbitterd worden. Die weg leidt naar zelfdestructie. Vandaag ben ik tevreden over mijn situatie. Ik sta niet aan de top, niet onder aan de ladder, en dat geeft me veel bewegingsruimte. Ik mag sterk verschillende personages spelen in heel uiteenlopende films. Ik kan risico’s nemen. Een artiest moet zichzelf in gevaar durven te brengen. Het is niet goed voor een artiest als het te comfortabel wordt. Daar word je conformistisch van.

Geniet je lang van een acteerprijs (Venetië) of journalistieke bewieroking? BOUAJILA: Erkenning is belangrijk,

daar hoef ik niet vals bescheiden over te doen. Zo’n prijs is een referentiepunt in je leven. Het had een grote symbolische waarde toen ik voor Indigènes samen met Jamel

“Tunesië is een schizofreen land, waar de lekenstaat botst met de oude moslimtraditie” SAMI BOUAJILA Acteur

Debbouze, Samy Naceri, Roschdy Zem en Bernard Blancan in Cannes tot beste acteur werd bekroond. Eindelijk werden we artistiek voor vol aanzien. Maar het is niet goed om op je lauweren te rusten. Een prijs is leuk, maar daarna moet je verder. Als ik mijn bescheidenheid heel even beteugelen mag: ik sta voor een zeker vakmanschap.

Is acteren ook meer dan een vak en een broodwinning? BOUAJILA: Zeker. Ik heb me met hart

en ziel aan dit beroep gewijd. Acteren bepaalt mijn identiteit. Ik speel, dus ik leer wie ik ben. Mijn keuze werd destijds sociaal afgekeurd, maar ik vond mijn plaats in het theater en de cinema.

Hoe belandt een vaste waarde uit de Franse film, opgegroeid in de Alpen, in Brussel? BOUAJILA: Parijzenaars aan wie ik de

keuze voor Brussel probeer uit te leggen, begrijpen er geen snars van. Parijs zelf heb ik zeventien jaar geleden al verlaten. In Parijs wonen heeft me geleerd hoe provinciaal ik ben. Ik onderging die stad. Voor de geboorte van mijn kinderen zei ik tegen mijn toenmalige vrouw: we moeten voor levenskwaliteit kiezen en Parijs verlaten. Maar ze wou niet. Het compromis werd het platteland net buiten Parijs. Dat werkte niet. Mettertijd kon ik haar overtuigen om in de bergen te gaan leven, in Chaîne de Belledonne, een massief nabij Grenoble. Voor geen goud ter wereld wou ze dat nog inruilen voor Parijs. Voor het werk moet ik bijna altijd in Parijs zijn. Vanuit de bergen is dat vier uur reizen. Vanuit Brussel sta ik in een dik uur tijd in Parijs. Ik ben zeer gehecht aan de eenvoud van het leven hier. Ik ben hier aan een nieuw hoofdstuk in mijn leven begonnen samen met mijn achttienjarige zoon. Hij is toegelaten tot Saint-Luc, afdeling plastische kunsten. Ik hoop dat hij het leven ontdekt zoals ik het ontdekte: via het prisma van een passie. Ik hoop dat hij hier van zijn grote passie zijn beroep kan maken. Dat staat je toe om op een heel mooie manier door het leven te gaan. Un fils loopt in de bioscopen vanaf 1/7.

SAMI BOUAJILA, UN ACTEUR SOUS-ESTIMÉ On peut désormais compter sur les doigts d’une main les jours qui nous séparent de la réouverture des cinémas. L’un des meilleurs films sur lesquels les salles de la ville comptent pour une reprise réussie est le thriller d’art et d’essai Un fils du Tunisien Mehdi M. Barsaoui. Dans ce drame familial intense, une famille aisée et moderne est mise à rude épreuve. Les masques du patriarcat tombent dans les situations de crise. Le Festival du film de Venise a récompensé Sami Bouajila pour son interprétation du père, mari et chef de ménage en difficultés. Venu des Alpes, l’acteur basé à Bruxelles a la carrière solide depuis vingt ans, mais n’est pas un as de l’autopromotion. Avec des films tels que La faute à Voltaire, Drôle de Félix, Indigènes, Les témoins, Omar m’a tuer et Good Luck Algeria à son actif, il devrait être bien plus connu qu’il ne l’est. « L’acteur au talent de comédien le plus sous-estimé d’Europe », a écrit le Hollywood Reporter à propos de Sami Bouajila après avoir vu Un fils. L’Isérois coule des jours tranquilles à Bruxelles. « Les Parisiens ne comprennent pas mon choix pour cette ville. » FR

SAMI BOUAJILA, UNDERESTIMATED ACTING TALENT

BRUZZ | INTERVIEW

SAMI BOUAJILA

heeft begin jaren 1960 gezinsplanning gelanceerd toen dat in Frankrijk nog niet bestond. Anderzijds kan je niet zomaar de oude moslimtraditie opzijschuiven. Voeg daar nog eens de politieke islam aan toe die in de jaren 1980 opdook en almaar machtiger is geworden. Die schizofrenie maakt het de jeugd en de Tunesische vrouwen soms erg moeilijk.

It is less than ten days until the reopening of the cinemas. One of the better films that the city cinemas are counting on for a successful revival is the arthouse thriller Un fils by the Tunisian director Mehdi M. Barsaoui. In this intense family drama, an affluent modern family of three faces extreme challenges. In an emergency, the patriarchal masks are stripped away. The Venice Film Festival awarded Sami Bouajila the prize for best actor for his performance. The Brusselsbased craftsman who is originally from the French Alps has been a superlative actor for twenty years, but he is not great at self-promotion. Having made films like La faute à Voltaire, Indigènes, Les témoins, and Omar m’a tuer, he ought to be far better known than he is at the moment. “The most underestimated acting talent in Europe”, The Hollywood Reporter wrote about Sami Bouajila in its review of Un fils. He lives a quiet life in Brussels. “Parisians just can’t understand why I chose to live in this city.” EN

24 JUNI 2020

I 39


Reportage

HOE ORKESTEN EN KOREN CORONA COUNTEREN

B R U Z Z | R E P O R TA G E

‘Wij spelen in een delicate porseleinkast’ Muzikanten mogen weer samen het repetitiehok in, mét inachtneming van de coronamaatregelen, vanaf 1 juli kunnen ze voor een (beperkt) publiek optreden. Maar voor grote ensembles is het vooral omzichtig omgaan met bloed, zweet en tranen. “De goesting om opnieuw samen te spelen, is gelukkig ontzettend groot.” — TOM ZONDERMAN, FOTO’S SASKIA VANDERSTICHELE

I

s this the end? luidt de titel van de opera waarmee De Munt moedig zijn nieuwe seizoen opent in september, een driedelig ‘poprequiem’ van de Belgische componist Jean-Luc Fafchamps. Een vraag over het hiernamaals, “die onbekende tijdruimte op en voorbij de drempel van de dood,” in de woorden van regisseur Ingrid von Wantoch Rekowski. Maar de symboliek is duidelijk: de vraag kan net zo goed over de (klassieke) muzieksector gaan, nu die zich moet weren tegen een gemeen virus. Dat de cultuurwereld hard getroffen is door corona, hoeven we niet nog eens te benadrukken. Binnen de cultuur is de muzieksector zowat de grootste dupe. En

40

I

24 JUNI 2020

binnen de muziek zitten de grote klassieke ensembles en koren het hardst in de tang. Sinds kort is het voor muzikanten weer toegestaan om samen te repeteren, rekening houdend met de coronamaatregelen. Maar voor pakweg een vierkoppige rockband of een jazztrio is dat net iets makkelijker dan voor een symfonisch orkest met 120 strijkers, blazers en slagwerkers. “Is this the end? was een schot voor open doel,” beaamt Peter de Caluwe, directeur-intendant van De Munt. “De wereldpremière van The time of our singing, de nieuwe opera van Kris Defoort, hebben we moeten uitstellen. Jammer, want dat stuk sluit perfect aan bij de discussie rond racisme die nu heel actueel is.

Maar daardoor kwam er wel ruimte vrij, en Is this the end? bleek daar perfect in te passen. Het thema van de near-death experience, van sterven en geen afscheid kunnen nemen, weerspiegelt de emoties die we de afgelopen maanden beleefden.”

SUPERVERSPREIDERS Dead little girl heet het eerste deel van het drieluik, een live gefilmde opera waarbij De Munt de verzwakking door corona ombuigt in sterkte. “We laten mensen door het lege theater, de gangen en de kelders dolen, niet wetend of ze dood zijn of levend. Zonder dat ze op de plek komen waar het verhaal eigenlijk zou moeten worden verteld: de scène. De musici spelen mee van op

afstand, het koor zingt mee, alleen het publiek blijft nog onzichtbaar.” De Caluwe toont zich, net als zijn collega’s, strijdvaardig en creatief. Corona heeft hen gedwongen zichzelf te herdenken binnen de marges van de protocollen die er opgesteld zijn op basis van het advies van overheden en experten. Vooral social distancing drukt zijn stempel: tussen de strijkers moet anderhalve meter afstand gegarandeerd zijn, maar een studie van het Berlijnse Charité-ziekenhuis heeft aangetoond dat blazers minstens twee meter uit elkaars buurt moeten blijven. Voor koorzang is de geadviseerde afstand nog groter. Plexiglas, alcoholgel en mondmaskers moeten de veiligheid vergroten.


“Omdat wij hoofdzakelijk uit blazers bestaan, wil dat zeggen dat wij twintig meter nodig hebben tussen de uiterste punten van het orkest,” reageert Frank Vaganée, artistiek directeur van het zestienkoppige Brussels Jazz Orchestra, dat in maart zijn laatste concert speelde in Bozar samen met Wynton Marsalis en het Jazz at Lincoln Center Orchestra. “Dat is heel ver. Wij werken bovendien nooit met een dirigent, de muzikanten kunnen zich niet naar één punt richten. Dat bemoeilijkt de essentie van een orkest dat zoals wij in se akoestisch speelt: het vinden van een blend. Om als één ‘stem’ te worden, moet elke muzikant met zijn oren dicht bij zijn buurman of -vrouw zitten.”

Werkplaats Walter, waar het ensemble van Vaganée repeteert, biedt te weinig ruimte om nu al te kunnen repeteren. “Maar zelfs al hadden we plek genoeg, dan zouden we die broodnodige connectie niet kunnen vinden. Plexiglas kan een oplossing zijn, maar dan zit je eigenlijk nog meer op een eiland.” Blazers en vooral koorzangers krijgen het stempel van potentiële superverspreiders. “Het is waar dat blazers fel projecteren,” verduidelijkt Gunther Broucke, intendant bij Brussels Philharmonic, dat vanaf begin juli weer samen muziek wil maken. “Maar er is een groot verschil tussen een ongeoefende blazer en een professional. Die laatste is zijn hele leven bezig met

“Om één ‘stem’ te worden, moet elke muzikant dicht bij de andere zi en” FRANK VAGANÉE Artistiek directeur Brussels Jazz Orchestra

zo economisch mogelijk te ademen. Onderzoek heeft aangetoond dat de uitstoot van speekselpartikels door een pro veel minder is dan eerst gedacht. Een hoornblazer stoot bijvoorbeeld zijn adem door zes meter buis. Wat er na de condensatie in het instrument nog uit komt, is puur trillende lucht. Het grootste gevaar vormt restspeeksel, maar dat wordt afgelaten via een ventieltje en afgekuist met ontsmettende doekjes die dan meteen weggeworpen worden.” Brussels Philharmonic heeft geïnvesteerd in plexiglas, ook al voor de coronacrisis. “Om het gehoor van mensen te beschermen die vlak voor het zware koper zitten. Maar nu komt dat extra van pas. We hebben 24 JUNI 2020

▼

Het Belgian National Orchestra troepte afgelopen week voor het eerst weer samen in Bozar, mét de nodige afstand, en waar nodig plexiglas.

I 41


▼

HOE ORKESTEN EN KOREN CORONA COUNTEREN

B R U Z Z | R E P O R TA G E

zelfs uitrolbare banners in plexiglas aangekocht, die moeten absolute bescherming bieden. Maar het zal inderdaad wennen zijn. Ook bij een symfonisch orkest is er één woord heilig: samen.” Broucke is ook intendant van het Vlaams Radiokoor. Daar ligt samenwerken in één ruimte zo mogelijk nog moeilijker. Er is dat bekende verhaal over een koor in Mount Vernon, Washington waarin één zieke zanger 52 van zijn 60 collega’s besmette. Twee van hen overleefden het niet. “Je moet twee meter afstand houden en met een mondmasker zingen. Ik zie niet hoe dat kan werken. Er zijn sympathieke filmpjes verschenen op het internet, een koor dat het Agnus dei van Samuel Barber brengt in een kapel, met mondmaskers op, maar dat zijn gimmicks om wat troost te brengen.” Ook bij zangers maken pro’s een verschil, vindt Peter De Caluwe. “De meeste ongevallen zijn gebeurd bij amateurkoren. Desalniettemin blijft het gevaarlijk, en zullen we oplossingen moeten vinden. Bijvoorbeeld dat zangers enkel voor zich uit mogen zingen en niet met elkaar ‘communiceren’. Mondmaskers kunnen helpen. Bij repetities, maar niet bij uitvoeringen.” Bij De Munt zijn de ateliers intussen opnieuw in bedrijf, terwijl de administratie sinds het begin van de crisis bleef doorwerken. Kamermuziekformaties worden uitgetest en de concertino’s zijn geherlanceerd, vertelt De Caluwe. Maar het echte werk, opera’s en symfonieën, moet tot na de zomer wachten. Alleen al door de beperkte ruimte in de orkestbak, is het opvoeren van die grote werken vrijwel onmogelijk. Nog een groot probleem, zeker bij opera, is de backstage. “Een opera is altijd groots, daar zijn veel mensen bij betrokken,” legt De Caluwe uit. “Dus heb je plaats nodig, maar die is niet oneindig.” Het Brussels Jazz Orchestra ziet repetities nog niet zitten, maar probeert nu vooral in de hoofden van fans en publiek aanwezig te blijven met onder meer talks, Facebook Lives en participatieve projecten. In het najaar wordt er niet getourd, maar wel een album opgenomen. “De studio heeft het voordeel dat je geconnecteerd met koptelefoons kan musiceren. Op die manier kunnen we én nieuw repertoire instuderen én opnemen,

42

I

24 JUNI 2020

om dan klaar te zijn tegen dat we weer voluit kunnen gaan op een normale manier. Reculer pour mieux sauter, zeg maar.” Downsizen vindt Vaganée geen optie. “Natuurlijk hebben we dat in overweging genomen, maar dan concurreren we met kleinere groepen, die net zo goed in de problemen zitten. Dat zou niet collegiaal zijn.”

VERLUCHTINGSSYSTEEM Wie sinds vorige week wel aan de slag ging, is het Belgian National Orchestra. Intendant Hans Waege verduidelijkt: “Onze filosofie is altijd geweest om snel bij te sturen. Zodra wij weer mochten repeteren en concerteren zonder publiek, zijn wij van start gegaan. Als nationaal orkest hebben wij ook een voorbeeldfunctie.” Het orkest, in een bezetting van 44 muzikanten, repeteerde in de Henri Le Boeufzaal van Bozar, en speelde daar vorige zondag in het kader van Fête de la Musique zelfs een concert, zonder publiek. De Vierde Symfonie van Beethoven, Die Hebriden van Mendelssohn en het Piano concerto n°23 van Mozart door de pianist Liebrecht Vanbeckevoort werden rechtstreeks uitgezonden op de nationale mediakanalen. “We hebben wel een andere dirigent moeten zoeken, want die kwam normaal uit Rusland. Maar in David Reiland hebben we een geweldige vervanger gevonden. Die heeft hard moeten werken, want bij Mozart en Beethoven hoor je alles. Om de juiste intonatie te vinden moet je bijzonder snel en alert reageren. Het was ook zoeken naar de juiste muzikale densiteit, omdat de muzikanten verder van elkaar zitten, genereert dat een ander klankbeeld.” En dan waren er nog regels voor het opkomen en afgaan, en hoe muzikanten zich moeten gedragen op het podium. “We hebben zelfs het verluchtingssysteem gecheckt, om te meten hoeveel

Hans Waege van het Belgian National Orchestra: “Het was een emotioneel moment om Die Hebriden van Mendelssohn opnieuw live te horen.”

verse lucht kan worden aangevoerd. Allemaal dingen waarvan je begin dit jaar niet kon vermoeden dat je er ooit mee bezig zou zijn.” (Lacht) Ook het concert op 21 juli, de nationale feestdag, zou moeten kunnen doorgaan, weliswaar voor een publiek van 200 mensen. Dat aantal is een hinderpaal om toekomstige grote producties op te zetten,

“De meeste ongevallen zijn gebeurd bij amateurkoren” PETER DE CALUWE Directeur-intendant De Munt

omdat je ticketinkomsten nodig hebt om ze te financieren. “Voor een opera is dat aantal alvast niet werkbaar,” legt De Caluwe uit. “Je hebt minimaal zestig mensen nodig voor het orkest, een twintigtal solisten, een koor, een veertigtal technici... Om daar een economisch haalbaar verhaal van te maken, hebben we toch minstens een zaalbezetting van 500 à 600 mensen nodig.” Die hopen de klassiekemuziektenoren dit najaar wel te mogen verwelkomen, al is het maar om een perspectief te hebben. “We zullen ons moeten aanpassen aan de realiteit, wat die ook is,” zegt De Caluwe. “Eind oktober voeren we normaal Die tote Stadt op, een opera van Erich Wolfgang Korngold die


“Deze crisis is een moment om onszelf in vraag te stellen, om frisser aan de start te staan zodra het doek weer opengaat” GUNTHER BROUCKE Intendant Brussels Philharmonic

in het plonsbadje. (Lacht) Zodanig dat de cohesie en het vertrouwen van de groepen na drie maanden opnieuw versterkt kunnen worden. En dat we na de zomer klaar zijn om effectief met het symfonische repertoire te beginnen.”

WORSTENFABRIEK

zijn honderdste verjaardag viert. Maar daarvoor moeten er 90 mensen in de orkestbak, en dat lukt nu niet. Daarom bestelden we een herorkestratie voor 57 musici, wat nog veel is. Er is nog veel onduidelijk, maar zonder een grote ramp zullen we dat stuk wel kunnen uitvoeren, op de een of andere manier. Hetzelfde geldt voor de november- en decemberproducties.” Het Brussels Philharmonic repeteert vanaf 2 juli weer in Flagey. Op 9 juli zijn er ook publieke evenementen gepland, in een soort van wandelparcours. “We werken met deelensembles,” legt Gunther Broucke uit. “Enkel de strijkers, dan het koper, de houten, het slagwerk, het koor enzovoort. Een beetje zoals het kindje dat leert zwemmen, eerst

In oktober zou het Brussels Philharmonic de Derde Symfonie van Mahler uitvoeren, maar dan moet er 140 man op het podium. “Dat zal niet mogelijk zijn,” beseft ook Broucke. “Dat doet pijn, want je moet alles wat je zorgvuldig hebt opgebouwd, weer afbreken. Maar waar mogelijk proberen we ons te herdenken, zonder de geest van het Brussels Philharmonic te verliezen.” In september is er traditiegetrouw het filmconcert. Na Jaws en E.T. was dit jaar Singin’ in the rain aan de beurt. “Maar die film duurt lang, en de score vergt te veel muzikanten. Dus kiezen we nu voor korter werk, een stille film van Charlie Chaplin. Die kunnen we dan meerdere keren opvoeren in één weekend. Zo blijft het DNA, het begeleiden van film met livemuziek, behouden.” Broucke haalde het Brussels Philharmonic uit het diepe dal waar het in de jaren 1990 in was gesukkeld. Een lange weg die vorig jaar bekroond werd met een concert in Carnegie Hall. “En nu moeten we ons afvragen: wat is onze volgende move? Dat is niet makkelijk, want zoals iedereen plannen wij vaak twee jaar op voorhand. Dan merk je, als je grondige veranderingstrajecten wilt implementeren, dat je je gedraagt als een hond die achter zijn eigen staart loopt. Eigenlijk zijn wij allemaal een beetje worstenfabrieken die elk jaar op elkaar gelijkende programma’s realiseren. (Lacht) Deze crisis is een moment om dat in vraag te stellen. Om ervoor te zorgen dat er een frissere organisatie naar boven komt, zodra het doek weer helemaal opengaat.” De vraag is ook of mensen

opnieuw zullen komen kijken. Het publiek dat zich aan symfonische orkesten en opera’s waagt, is doorgaans iets ouder, en loopt dus een groter risico. Toch zijn de cijfers bemoedigend. “Wij zitten voorlopig net boven de 80 procent abonnementsvernieuwingen,” zegt De Caluwe. “Dat is gezien de situatie heel mooi. In september zetten we daar nog meer op in, wanneer we onze nieuwe series hebben aangeboden. Dan hopen we tussen de 90 en 100 procent te eindigen. Dat zou een gigantische score zijn. Het geeft aan dat het publiek ons niet alleen steunt, maar ook zin heeft om terug te komen.” De goesting om weer applaus in ontvangst te mogen nemen, is alleszins groot. “Iedereen probeert zich thuis warm te houden,” zegt Vaganée. “Maar op een gegeven moment heb je toch die concerten nodig, de focus om ergens naartoe te kunnen werken. Eigenlijk kan je alleen maar hopen dat er snel een vaccin komt. Ik stel wel voor dat ze dat eerst uittesten op muzikanten. (Lacht) Dan kunnen wij meteen verder.” Is this nu the end? Hoegenaamd niet. “Het vergt meer energie om geconcentreerd samen te spelen,” weet Hans Waege nu al uit de praktijkervaring van afgelopen week. “Maar dat is ook een uitdaging, en een uitdaging moet je aangaan. Wat ik de voorbije maanden vooral heb geleerd, is dat iedereen daartoe bereid is.” De ouverture van Mendelssohns Die Hebriden voor het eerst weer horen in orkestbezetting, was vorige week een emotioneel moment. “Alles wat we als een zekerheid beschouwden, werd de voorbije maanden in vraag gesteld. We beseffen hoe precair alles is. Daarom moeten we gradueel opbouwen, zodat we snel kunnen terugschakelen indien nodig. De veiligheid van iedereen staat voorop. Het voelt aan alsof we spelen in een delicate porseleinkast.”

COMME UN ORCHESTRE DANS UN MAGASIN DE PORCELAINE Depuis peu, les musiciens peuvent à nouveau répéter ensemble, dans le respect des mesures de sécurité, et à partir du 1er juillet, ils pourront donner des concerts pour un public (limité). Mais dans la pratique, c’est bien plus facile pour un groupe de rock de quatre membres ou un trio de jazz que pour un ensemble d’opéra ou un chœur de trente personnes. Pour que tout le monde ait sa place sur scène tout en gardant la distance de sécurité, il faudrait une scène de la taille d’un terrain de foot. Mais les orchestres comme le Belgian National Orchestra, le Brussels Philharmonic, le Brussels Jazz Orchestra et La Monnaie ne jettent pas l’éponge pour autant. « C’est un peu comme si nous travaillions dans un magasin de porcelaine », nous explique Hans Waege, chef d’orchestre du Belgian National Orchestra. « Heureusement, cette crise a surtout mis en avant la capacité de rebondir des musiciens et leur volonté de rejouer ensemble. » FR

THE ORCHESTRA IN THE CHINA SHOP Musicians have been given permission to rehearse together again, on the condition that they comply with the necessary safety measures. From 1 July, concerts can be performed for (limited) audiences. But for a four-member rock band or jazz trio, playing together is much easier now than for a symphonic orchestra with 120 members, an extensive opera ensemble, or a choir with thirty singers. To get everyone on a stage with the required social distancing, let alone in an orchestra pit, you would need a football pitch. Nevertheless, ensembles like the Belgian National Orchestra, Brussels Philharmonic, Brussels Jazz Orchestra, and De Munt/La Monnaie are irrepressible. “If feels as though we are working in a delicate china shop,” Hans Waege, the manager of the Belgian National Orchestra says. “But fortunately, this crisis has shown the resilience of musicians and how eager they are to be allowed to play together again.” EN

24 JUNI 2020

I 43


Nick Trachet

BRUSSELAAR DIE DE STAD EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT

Boekweit BRUZZ | NICK TRACHET

Als je op vakantie bent in Bretagne, zijn er van die dingen die moeilijk te vermijden zijn. Muscadetwijn is een voorbeeld. Vroeger deden de Bretoenen niet aan wijnbouw (dat begint nu), dus drinken ze wat er via de Loire naar beneden spoelt. De voorraad muscadet Sèvre-et-Maine lijkt wel volledig te worden geledigd in het meest westelijke deel van continentaal Frankrijk. Vraag op restaurant wat je moet drinken en ze stellen het automatisch voor. Meer toeristisch is het gebruik van cider, meestal in de versie ‘brut’. Een prettige manier om het gehemelte te bevochtigen. De laatste jaren proberen ze er ook bier te brouwen. De resultaten zijn pover. Dan maar beter cider. Die echt smakelijk kan zijn. Of natuurlijk muscadet. Dan heb je de andouille (liefst de Guémené). Deze vrucht van de varkensteelt is voor de charcuterie wat de matroesjkapop is voor de houtbewerking: het is een varkensdarm door een tweede varkensdarm getrokken en dan nog door een darm en zo verder en verder tot hij verpakt wordt in … een darm. Dat wordt dan gekookt en gerookt. Andouille vind je in Bretagne op alles. Salades met andouille, stoofschotels met andouille, gratin van andouille, andouille op appeltaart ... Waar blijven ze de varkensdarmen halen? In Saint-Malo kreeg ik op restaurant ten slotte ook bouchotmosselen met andouille. “Les moules, ça se mange avec tout,” zei de bazin toen ik mij daarover verbaasde. Met andouille dus ook. Maar de kroon wordt gespannen door de pannenkoeken, de hartige galettes gemaakt van boekweitmeel en hartig belegd (crêpes zijn van tarwemeel, met zoet beleg). In elke winkelstraat zijn er wel drie crêperies. ’s Ochtends, ’s middags en ’s avonds eet men er boekweitpannenkoeken met kaas, met spek, met zeevruchten en

44

I

24 JUNI 2020

uiteraard met andouille. Doorspoelen met cider of … je weet wel. In Frankrijk wil men graag geloven dat boekweitmeel enkel in Bretagne wordt geteeld. Verre van. Er is niet genoeg boekweit in de streek om alleen al de toeristen te spijzen. De grootste producent binnen Europa is Polen, waar dit pseudograan zoals rijst wordt gekookt of in pap bereid: grutten. Fagopyrum esculentum stamt uit China en bereikte ons via de zijderou-

“ ’s Ochtends, ’s middags en ’s avonds eet men in Bretagne boekweitpannenkoeken met kaas, met spek, met zeevruchten”

te. Vandaar dat het gewas in het Frans sarasin heet: graan van de Saracenen. De Bretoenen spreken liever van blé noir, zwart graan. Dat maakt het gewas wat minder exotisch: een ‘culturele appropriatie’, als het ware. Het is verder geen graan! Ik heb nu enkele pakken boekweitmeel in de kast. Je vindt er hier in de betere supermarkten, tegen een verbazend hoge prijs voor iets wat eigenlijk ‘armemenseneten’ is! Maar wat kan je ermee, wanneer je géén pannenkoeken wil bakken? Is er nog iets anders van boekweit? In oude recepten ging het door de ‘balkenbrij’, als vulmiddel, dus in een bloed- en vleesbereiding. Maar omdat boekweit helemaal geen gluten bevat, kan je het niet doen rijzen tot brood, kleeft het niet met andere ingrediënten. Platte pap. De Japanners maken er noedels van: soba. Dat is vrij bewerkelijk en meestal gaat er toch tarwemeel door (zelf als het voor pannenkoeken is, zie je in de meeste recepten extra échte bloem om het recept te doen werken). Je kan er ook soep van koken: laat enkele lepels bloem in een droge pan toasten. Je moet erbij blijven en regelmatig omscheppen, want het bruin kleuren van het meel gaat steeds sneller en voor je het weet, heb je aangebrande, bittere boekweit. Leng aan met bouillon of melk en doe er verder wat gestoofde groentjes in. De boekweit zorgt voor een nootachtig parfum. Dien op met andouille. Smakelijk.

De hele reeks nalezen? BRUZZ.be/trachet


Big City

STEL ZELF JE VRAAG EN STEM OP BRUZZ.BE

OLIVIER UIT ETTERBEEK

Jules Anspach bracht zijn collega-burgemeesters rond de tafel om samenwerking te bespreken. © FC

de Vijfhoek ook beetje bij beetje uitgebreid. “Bepaalde wijken die economisch belangrijk waren werden deel van 1000 Brussel. Dat waren bijvoorbeeld buurten waar de bourgeoisie woonde, zoals een deel van de Louizalaan. Maar ook de Kanaalzone, omwille

van haar belangrijke economische activiteit, en de Solbosch-wijk in Elsene, omdat daar een deel van de Wereldtentoonstelling van 1910 plaatsvond,” illustreert Vaesen. “Maar de grootste expansie van Brussel-Stad is er in 1921 wanneer Laken,

Neder-Over-Heembeek en Haren gefuseerd worden met de Stad Brussel.”

VOLKSTELLING Sinds de negentiende eeuw vindt er ongeveer om de tien jaar in België een volkstelling plaats om na te gaan welke taal waar en door hoeveel inwoners gesproken wordt. “In 1921 wordt er beslist om het taalstatuut van een gemeente te laten afhangen van de resultaten van de taaltelling,” zegt Vaesen. Aan de hand van het percentage Frans- en Nederlandssprekenden wordt er bepaald of de gemeente tot de Brusselse Agglomeratie behoort of niet. “Zo vinden er door de jaren heen verschuivingen plaats aan de hand van de cijfers van de taaltellingen. In de jaren 1920 telt de Agglomeratie achttien gemeenten. Het resultaat van de telling in 1930 verschilt echter sterk, en Ganshoren en Sint-Stevens-Woluwe worden uit de Brusselse Agglomeratie gehaald. Zo verandert het aantal gemeenten regelmatig, naargelang de telling. In 1954 komt de teller definitief op negentien gemeenten te staan op basis van de uitslag van de laatste tellingen. Die uitbreiding gaat gepaard met heel wat politieke weerstand. In 1963 wordt in het Hertoginnedal een politiek akkoord afgesloten dat de territoriale omvang van Brussel beperkt tot de negentien gemeenten die vandaag nog altijd dezelfde zijn.”

BRUZZ | BIG CITY

Om te vertellen hoe Brussel-Stad is kunnen bloeien tot een iris, oftewel een Brussels-Gewest met zichzelf als kern en daarrond achttien blaadjes, moeten we even terug in de tijd. Van de dertiende tot de achttiende eeuw, onder het wisselde bewind van de Bourgondiërs, de Spanjaarden en de Oostenrijkers, werd het grondgebied van Brussel en de omliggende gemeenten ‘De Kuip van Brussel’ genoemd. Onder meer Laken, Schaarbeek, SintJoost, Vorst, Anderlecht en Sint-Gillis werkten samen met Brussel-Stad op economisch, politiek en juridisch vlak. “Toen de Fransen het in de negentiende eeuw voor het zeggen kregen, verbraken ze die samenwerking,” vertelt Joost Vaesen, professor Hedendaagse Geschiedenis aan de VUB. “Maar het idee om de gemeenten rond Brussel te betrekken bij het bestuur van de stad, blijft verankerd tot de Belgische Onafhankelijkheid. Van 1830 tot de Eerste Wereldoorlog worden er verschillende pogingen ondernomen om de randgemeenten bij de werking van Brussel-Stad te betrekken. Zo wordt in 1874 de Conferentie van Brusselse Burgemeesters opgericht. Het is Jules Anspach die collega-burgemeesters rond de tafel krijgt om praktische zaken over de grenzen heen te bespreken. Door de taalwetgeving wordt die samenwerking in 1878 nog versterkt. Op dat moment bestaat de Brusselse Agglomeratie uit negen gemeenten: Brussel-Stad, Anderlecht, Etterbeek, Sint-Gillis, Elsene, Sint-Joost-ten-Node, Laken, Sint-Jans-Molenbeek, Schaarbeek.” Daarnaast wordt

Hoe werd er bepaald dat het Gewest negentien gemeenten heeft?

— LUANA DIFFICILE

VOLGENDE WEEK Waar komt de benaming Îlot Sacré voor het historische centrum van Brussel vandaan? 24 JUNI 2020

I 45


DB623070I9

contractuele administratief medewerkers • (C1-C3) • 1 halftijds (50%) onbepaalde duur • 1 deeltijds (80%, mogelijkheid tot uitbreiding naar 100%) onbepaalde duur

Wij zijn op zoek naar 2 medewerkers!

Wij zoeken een polyvalente medewerker met sterke administratieve en communicatieve capaciteiten. ✓ Kan jij zorgen voor een professionele en klantvriendelijke verwelkoming? ✓ Ben je snel en flexibel inzetbaar? ✓ Weet je van aanpakken en kan je een toegewezen project PDCA-gewijs opvolgen? ✓ De Officetoepassingen hebben voor jou geen geheimen. ✓ Bezit je grafisch talent, schrijf je helder en foutloos? Publicaties als nieuwsbrieven, folders en affiches zijn dus je dada? ✓ Kan je pro-actief instaan voor de operationele ondersteuning van het departement welzijn? ✓ Ben je enthousiast van nature en is samenwerken je handelsmerk? Wil jij onze collega worden? Beantwoord dan al onze vragen in een sollicitatiebrief met cv.

DB669939F0

DB620143H9

Aanbod: - Halftijds contractuele tewerkstelling (50%) in een contract van onbepaalde duur in het kader van de maatregelen inzake sociale maribel - Deeltijds contractuele tewerkstelling (80%, met mogelijkheid tot uitbreiding naar 100%) in een contract van onbepaalde duur (tot aanwerving examen) - Geïndexeerd minimum bruto maandloon: 982,94 euro (50%) en 1.572,70 euro (80%) - Aanleg wervingsreserve voor 2 jaar - Voordelen: o Verlofregeling: 35 dagen + 14 feestdagen o Maaltijdcheques: 8 euro o Fietsvergoeding en terugbetaling openbaar vervoer van en naar het werk o Hospitalisatieverzekering

Bent u

gepensioneerd of bent u op zoek naar een bijverdienste als toiletdame/heer?

Van maandag tot vrijdag tussen 10u. en 18u.

Op eenvoudige vraag bezorgen we jou een loonsimulatie met geïndexeerd maandsalaris en functiebeschrijving.

DB669041F0

Dan mag u ons steeds contacteren op het nummer 052 505 598.

Aanwervingsvoorwaarden: - Slagen voor de selectieprocedure; - Je hebt een diploma secundair onderwijs of een daarmee gelijkgesteld diploma.

Do’s & don’ts voor je CV? Lees het op regiotalent.be/solliciteren

Ver gaan voor mijn job? Ik ga liever ver in mijn job.

Interesse? Stel jezelf kandidaat door een sollicitatiebrief met cv te bezorgen via de post, persoonlijke overhandiging (via het OCMW-onthaal) of mail en dit tegen ten laatste woensdag 1 juli 2020 om 12u. OCMW Kampenhout, t.a.v. personeelsdienst, Dorpsstraat 9, 1910 Kampenhout e-mail: personeel@ocmw-kampenhout.be

www.regiotalent.be DB620889H9

DB669246F0

TUINWERKEN ALLE DIENSTEN Goede prijs Kortingen Gratis offerte

0486 93 16 86 DB487188C8

Aankoop huizen, gronden, villa’s, oude herenhuizen, garages,...

AANKOOP nertspels (bontjassen) ■ parels oude merkhorloges ■ oud goud zilveren en gouden munten ■ tin tandgoud ■ allerlei zilver porselein ■ zijden tapijt rode koralen ■ edelstenen schilderijen (16e - 17e - 18e E) merkhandtassen ■ diamanten

Enkel privé - Vrijblijvende schatting - Snelle verkoop Diesterstraat 27b2 • Sint-Truiden 0471 03 68 62 • agstone144@yahoo.com

DB666218E0

A&G Stone

BELL 0489 94 49 72 GRATIS OFFERTE DB666219E0


Renovatie Leopold II-tunnel

CHECK DE ALTERNATIEVEN ALS U BRUSSEL IN WIL, WANT DE TUNNEL BLIJFT TOT EIND AUGUSTUS GESLOTEN. Ook deze zomer wordt verder gewerkt aan een veiligere tunnel. Daarom blijft hij tot 30 augustus dag en nacht afgesloten. Wilt u naar Brussel, doe dan zoals ik en kies voor de fiets of de step. Auto toch nodig? Kies dan zeker een alternatieve route. Hieronder mijn tips om files te vermijden.

• Stippel je route uit via https://bike.brussels • Plan je reis bij voorkeur buiten de piekuren • Mondmasker verplicht! • Vanuit het noorden: via de A12 • Vanuit het zuiden: via de Industrielaan

WIJ HELPEN U Algemene vragen:

Specifieke vragen:

0800 94 001

0497 58 22 57

(ombudsman)

Op de hoogte blijven: mobiliteit@gob.brussels

www.leopold2tunnel.be


I. A cadavre exquis is a collaborative drawing consisting of three parts (head-torso-legs), each drawn by someone else. Gabriela González Rondón started this cadavre exquis, can you finish it?

II.

HOW EAGER ARE YOU TO RETURN TO KAAITHEATER? You will be in safe hands. SEPTEMBER-DECEMBER 2020 Het TheaterFestival Femke Gyselinck Radouan Mriziga Myriam Van Imschoot & HYOID Ivana Müller Globe Aroma & Ahilan Ratnamohan Tibaldus Anne Teresa De Keersmaeker/Rosas buren Ecopolis 2020 Kyoko Scholiers Anoek Nuyens & Rebekka de Wit/Frascati Gérald Kurdian w/ kunstenfestivaldesarts

III.

KAAITHEATER IS WORKING ON THE 2020-2021 SEASON, TOGETHER WITH MANY MORE ARTISTS & PARTNERS. READ ALL ABOUT THEM AT KAAITHEATER.BE

ILLUSTRATIE: GABRIELA GONZÁLEZ RONDÓN | ONTWERP: PAUL BOUDENS

KaaiSeizoensAdBruzz2020-2021.indd 1

17/06/2020 15:21


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
BRUZZ - editie 1714 by BRUZZ.be - Issuu