Skip to main content

BRUZZ - editie 1710

Page 1

#1710

NL

WEEKBLAD HEBDOMADAIRE WEEKLY EEN UITGAVE VAN VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA VZW FLAGEYPLEIN 18 PLACE FLAGEY 1050 ELSENE/IXELLES

FR EN

AFGIFTEKANTOOR ANTWERPEN X P303153

INTERVIEWS

|

A N A LY S E S

|

27 | 5 | 2020

TIPS

MUSEA GOOIEN DEUREN WEER OPEN

‘Twee maanden zonder kunst: horror’

PLATENZAKEN DRAAIEN WEER

‘Vinylfreaks zijn een trouw publiek, die komen terug’

LA DOYENNE DU MINIMALISME À BOZAR

À 92 ans, Jacqueline Mesmaeker fait l’objet d’une rétrospective


Inhoud | Sommaire | Inside COLOFON BRUZZ

Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65 ABONNEMENTEN

Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80, Gratis in Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België: 25 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393 van Vlaams Brusselse Media vzw Buiten België: 30 euro per jaar. ADVERTEREN?

Marthe Paklons, 02-650 10 61 sales@bruzz.be DISTRIBUTIE

14

Ute Otten, 02-650.10.63, ute.otten@bruzz.be

Kunstenaar Benoît van Innis

ALGEMENE DIRECTIE

“De figuur op mijn quarantainetekeningen werkt nooit, maar hij is wel bezig met dingen die ik heel belangrijk vind”

Dirk De Clippeleir HOOFDREDACTIE

Kristof Pitteurs (algemeen hoofdredacteur), Mathias Declercq CULTUUR & UIT

Gerd Hendrickx REDACTIE

Jean-Marie Binst, Eva Christiaens, Sara De Sloover, Kris Hendrickx, Bettina Hubo, Jasmijn Post, Kurt Snoekx, Sophie Soukias, Roan Van Eyck, Steven Van Garsse, Maarten Verdoodt, Danny Vileyn, Tom Zonderman MEDEWERKERS

Nicolas Alsteen, Gilles Bechet, Michaël Bellon, Patrick Jordens, Tom Peeters, Niels Ruëll, Nick Trachet, Tom Van Bogaert, Michel Verlinden EINDREDACTIE

Karen De Becker, Geert Van der Hallen, Sophie Soukias VORMGEVING

Heleen Rodiers, Ruth Plaizier VERTALING

John Arblaster, Frédérique Beuzon, Martin McGarry, Laura Jones FOTOGRAFIE & ILLUSTRATIE

Bart Dewaele, Kim, Wauter Mannaert, Noémie Marsily, Steve Michiels, Ivan Put, Saskia Vanderstichele, Wide Vercnocke Voer uw evenement in op Encodez votre événement sur Enter your event on www.agenda.brussels VERANTWOORDELIJKE UITGEVER

Kristof Pitteurs Flageyplein 18, 1050 Elsene. Bruzz is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw, wordt gedrukt op de persen van Eco Print Center (De Persgroep) en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

22

30

Eat & drink

Reportage

I scream, you scream, we all scream for ice cream Four Brussels establishments that will leave you hungry for more

“Bij de Colruyt vind je ook platen, maar muziekfans zoeken echte passie” Brusselse vinylverkopers hebben vertrouwen in de toekomst

BRUZZ IN JE BOX Meld nieuws

Hebt u nieuws uit Brussel, dan kunt u ons dat melden via het WhatsApp-nummer 0489-988.988 Persberichten kunnen via

nieuws@bruzz.be

2

I

27 MEI 2020

NOG MEER

Wist je dat meer dan 10.000 lezers elke week de gratis BRUZZ nieuwsbrief ontvangen in hun mailbox, met de hoogtepunten uit Brussel van de afgelopen week? De nieuwsbrief is ideaal voor wie niet de tijd heeft om dagelijks de actualiteit te volgen op de site. Schrijf je in op www.bruzz.be/nieuwsbrief


Edito 0 5 Economie Meer leegstandstaks opgelegd 06

Coverstory Groot weerzien in kleine musea

10

Stadsleven Naar de pop-upstad Brussel

12

In Beeld De straat is van de Brusselaar

19

Tips CultureAtHome

23

Rencontre Jacqueline Mesmaeker

26

Samenleving Kenza Isnasni, 18 jaar na de moord op haar ouders

33

Column Jean-Marie Binst De zeven deugden van Brussel: Naastenliefde

3 6 Nick Trachet Crumble

34

Reportage

“Dat ecologie en duurzaamheid aan belang winnen, is een positief gevolg van deze crisis” Marie Vanden Berghe van Marcel Bike Café verliest de moed niet, al draait haar zaak maar op halve kracht

THUIS IN TAAL In Brussel vind je de hele wereld terug: meer dan 180 nationaliteiten, meer dan 100 talen. Dankzij het Huis van het Nederlands Brussel ontmoeten we Brusselaars uit alle windstreken. Deze week maken we kennis met Riina uit Finland, die zich in Brussel vestigde voor haar dansopleiding. Thuis in Taal, elke dinsdag op BRUZZ tv

HOOPVOL

Gisteren moesten we nog IN ons kot blijven. Vandaag moeten we UIT ons kot komen. Dat buitenkomen blijft nog wel een vreemde ervaring, nu de monddoek de gewoonste zaak ter wereld lijkt. Je moet zelfs nadenken bij alles wat vroeger een automatisme was. Als je even wegdroomt, ligt je hand al op de deurklink van je favoriete café, nog voor je beseft dat alle cafés nog altijd gesloten zijn. Maar buitenkomen moeten we: naar de musea die vorige week opnieuw de deuren openden bijvoorbeeld of naar de sport- en speelpleintjes die vanaf vandaag eindelijk weer worden opengesteld. Hoe meer we buitenkomen binnen de door de Veiligheidsraad vastgestelde grenzen, hoe meer ook de vraag groeit: is Brussel klaar voor een zomer in eigen stad? Nog lang niet, zo blijkt. Maar achter de schermen wordt er toch hard nagedacht over de pop-upstad: een stad met parkjes en speelpleinen die tijdelijk de braakliggende terreinen innemen. Hoopvol en het geeft alvast kleur aan een zomer waarover we nog lang zullen spreken. Dat het kan bewees Brussel al op bescheiden schaal. Alleen moeten we er nu al over waken dat ook die pop-upstad er één is op maat van alle bewoners en niet alleen op maat van de betere middenklasse. Die fout hebben we al gemaakt door een quarantaine op haar maat in te voeren.

PLEIN D’ESPOIR

Hier, on devait rester chez soi. Aujourd’hui, on doit sortir de chez soi. Sortir reste une expérience étrange maintenant que le masque buccal semble être la chose la plus normale au monde. Il faut penser à tout ce qui était un automatisme auparavant. Si vous rêvassez, vous allez vous retrouver la main sur la poignée de la porte de votre café préféré, avant de vous rendre compte que tous les cafés sont encore fermés. Mais nous devons sortir : dans les musées qui ont rouvert la semaine passée, par exemple, ou sur les terrains de sport et les plaines de jeux qui vont enfin rouvrir aujourd’hui. Plus nous sortons dans le cadre des limites fixées par le Conseil de sécurité, plus la question se pose : Bruxelles est-elle prête à passer un été dans sa propre ville ? Il s’avère que c’est loin d’être le cas. Mais dans les coulisses, on réfléchit beaucoup à la ville pop-up : une ville avec des parcs et des plaines de jeux qui occuperaient temporairement les terrains vagues. Cela remplit d’espoir et cela donne déjà de la couleur à un été dont on va encore parler longtemps. Bruxelles a déjà prouvé qu’elle pouvait le faire à une échelle modeste. Cependant, il faut s’assurer que cette ville pop-up soit également une ville où tous les habitants s’y retrouvent et pas seulement la classe moyenne aisée. On a déjà fait cette erreur en imposant une quarantaine qui convenait davantage à cette dernière.

HOPEFUL

Yesterday we still had to stay at home. Today we have to LEAVE the house. Going outside is still a strange experience now that mouth masks have become the new normal. You even have to think about everything that used to be normal and spontaneous. When you daydream for a moment, your hand is already on the door handle of your favourite café, until you realize that all the cafés are still closed. But go out we must: to the museums that reopened last week, for example, or to the sports fields and playgrounds that will finally be reopened today. The more we go out within the limits imposed by the security council, the more pressing the question becomes: is Brussels ready for a summer at home? It turns out: not at all. But behind the scenes plans are being made for a pop-up city: a city with parks and play areas that temporarily occupy the waste land. This is hopeful and it will bring colour to a summer that we will be talking about for a long time. Brussels has already proved that it is not impossible on a modest scale. Now we only have to ensure that this pop-up city is one tailored to the whole city and not just the upper middle classes. We have already made that mistake by introducing a quarantine that was only suited to them.

KRISTOF PITTEURS, hoofdredacteur 27 MEI 2020

I 3


Neem nu een abonnement op BRUZZ magazine en ontvang het elke week gratis* bij je thuis. *VOOR WIE IN HET BRUSSELS GEWEST WOONT, IS BRUZZ MAGAZINE GRATIS. IN DE REST VAN BELGIË BETAAL JE 25 EURO PER JAAR, BUITEN BELGIË IS DAT 30 EURO.

GA NAAR : BRUZZ.be/ABONNEMENT

BRUZZ houdt je op de hoogte van alles wat er gebeurt in Brussel.

BRUZZ is een website, een radiozender (FM 98.8), een televisiestation en een magazine. Je vindt ons ook op sociale media.


Economie

AANMOEDIGENDE MAATREGELEN BLIJKEN WEINIG SUCCESVOL

Dubbel zo vaak leegstandstaks opgelegd in Brussel-Stad De Stad Brussel heeft vorig jaar ruim twee keer zo vaak een leegstandstaks opgelegd. In totaal werden 340 panden belast. Dat blijkt uit een rapport dat voorgesteld werd op de gemeenteraad. Toch groeide het aantal leegstaande woningen in het register van de Stad.

S

chepen van Huisvesting Khalid Zian (PS) stelde op de gemeenteraad het beleid rond leegstaande woningen voor. Uit zijn verslag blijkt onder meer dat de Stad veel vaker gebruikmaakte van de leegstandstaks in 2019. Het aantal panden waarvoor het instrument werd gebruikt, steeg van 128 in 2018 naar 340 vorig jaar, een stijging met 165 procent. Het bedrag van zo’n leegstandstaks kan al snel aantikken. De Stad eist 500 euro per meter voorgevel, vermenigvuldigd met het aantal verdiepingen. Een leegstaand pand van zeven meter breed met vier verdiepingen betekent zo een gepeperde jaarlijkse boete van 14.000 euro. De doortastendere houding van de Stad kon niet verhinderen dat het aantal getelde panden dat volledig leegstaat licht steeg. Terwijl dat er in 2018 nog 415 waren, stonden vorig jaar al 441 woningen leeg. Dat cijfer houdt geen rekening met woningen die te koop staan, waarin gewerkt wordt of waar een bouwvergunning voor is aangevraagd of toegekend. “Ik denk dat dit jaar nog een scharnierjaar is,” verklaart schepen Khalid Zian de stijging van het aantal lege panden. “Het is pas sinds deze legislatuur dat we echt inzetten op de strijd tegen leegstand. Ik verwacht dat het aantal volledig lege panden de volgende jaren nog

zal afnemen.” Zian wijst er ook op dat de cijfers het resultaat zijn van tellingen op het terrein. “In werkelijkheid zijn er wellicht nog gebouwen die aan onze aandacht ontsnappen.” De stad houdt ook bij hoeveel huizen wel een handelszaak hebben op de benedenverdieping, maar verder met leegstand kampen op de bovenverdiepingen. De Stad heeft weet van 313 dergelijke gebouwen. Dat zijn er heel wat, maar wel beduidend minder dan in 2015 toen er 487 panden waren met leegstaande verdiepingen boven winkels. “In het algemeen situeert de leegstand zich vooral in de Vijfhoek,” legt Zian uit. “Dat heeft onder meer te maken met het grote aantal leegstaande verdiepingen boven handelszaken.”

EXTRA INGANG Het stadsbestuur probeert de leegstand te bestrijden met een hele batterij van maatregelen. Sommige daarvan hebben een aanmoedigend karakter, zoals de premies om een extra ingang te creëren die toegang geeft tot de verdiepingen boven handelszaken. Veel eigenaars van dergelijke gebouwen willen immers niet investeren in zo’n ingang. Een aparte toegang betekent niet alleen meer kosten, de eigenaars vrezen vaak ook dat ze zo een deel van de

In veel winkelstraten, zoals de Nieuwstraat, is er een handelszaak op de benedenverdieping, maar leegstand op de bovenverdiepingen. © PHOTONEWS

© PHOTONEWS

“Dit is een scharnierjaar. Ik verwacht dat het aantal volledig lege panden de volgende jaren nog zal afnemen” KHALID ZIAN Schepen van Huisvesting

BRUZZ | ECONOMIE

— KRIS HENDRICKX

lucratieve commerciële voorgevel moeten opgeven. De premie voor een extra ingang boven handelszaken ontketende vorig jaar alvast geen stormloop: de Stad telde maar drie aanvragen. Er zijn niet alleen aanmoedigende maatregelen, er is ook een beleid dat leegstand afstraft. Daartoe behoort behalve de eerder vermelde leegstandstaks ook de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij het gerecht voor inbreuk op de Brusselse wooncode. De Stad deed dat vorig jaar 45 keer. Als een eigenaar een beschermd gebouw laat verkommeren kan de Stad eveneens naar de rechter stappen om te eisen dat de eigenaar het opnieuw opknapt. Het stadsbestuur deed dat zestien keer in 2019. In het ergste geval kan de Stad een verwaarloosd gebouw laten onteigenen. Dat gebeurde vorig jaar slechts één keer. “De volgende jaren willen we vaker naar dat soort maatregelen grijpen,” zegt schepen Zian. 27 MEI 2020

I 5


Getuigenissen

KUNSTLIEFHEBBERS STAAN TE POPELEN AAN DE MUSEUMPOORT

Groot weerzien in kleine musea Koning Filip en koningin Mathilde vereerden vorige week de grote heropening van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten met een bezoek. Premier Sophie Wilmès deed hetzelfde voor Bozar. Maar Brussel herbergt meer musea die een plek in de zon verdienen. Onzekerheid over de opkomst bleek niet nodig: gemaskerd maar goedgemutst klopten de eerste bezoekers vrijwel onmiddellijk aan. “O, wat heb ik dit gemist.” — NIELS RUËLL, FOTO’S SASKIA VANDERSTICHELE

6

I

27 MEI 2020


PATRICK DE CLERCQ

eerste bezoeker in Villa Empain

‘De mondmaskers zijn een domper op de feestvreugde’ “Na acht weken opsluiting is het een verademing om weer te genieten van de culturele rijkdom,” zegt Patrick De Clercq. In november zwaaide hij af als directeur van het Koninklijk Atheneum in Etterbeek. “Ik had gelezen dat Villa Empain als een van de weinige musea onmiddellijk open was. Het leek me een goed moment om de neiging om naar de musea in het centrum te trekken, te negeren en eens wat verder te trekken. Ik kocht vanmorgen online een ticket en kon hier zo binnenwandelen.” Hij kent het verhaal van de familie Empain en noemt de art-decotempel “samen met het Stocletpaleis een van de iconische monumenten van Brussel.” “Zoals wel meer mensen ken ik het gebouw en het interieur omdat ze zo vaak worden afgebeeld, maar eigenlijk was ik hier nog nooit geweest. Ik moet zeggen dat ik het hier echt mooi vind, zeer Brussels ook. Ik hou van de strakke lijnen en het imposante siersmeedwerk.” Nog tot 4 oktober loopt hier Mappa mundi, een piekfijne tentoonstelling van hedendaagse kunstwerken rond het thema cartografie en landkaarten. “Het zegt wellicht meer over mij dan over de expo dat Marcel Broodthaers en Wim Delvoye de enige kunstenaars zijn die ik bij naam kende. Maar ik heb meerdere leuke werken gezien, en de evolutie van wereldkaart tot Google Earth is

behoorlijk spectaculair.” Voor de foto trekken we naar het door een pergola omgeven, immense, blauwe art-decozwembad, dat net als de villa werd ontworpen door de Zwitserse architect Michel Polak. Zelfs met een mondmasker mag er niet in worden gezwommen. De voormalige schooldirecteur heeft een mondkapje van de VUB op zak,

“HET LEEK ME EEN GOED IDEE OM EENS NIET NAAR DE GROTE HUIZEN IN HET CENTRUM TE TREKKEN” maar draagt het liever niet als het niet moet. “Ik moet er nog aan wennen. Enerzijds heeft deze dag alles van een vakantie. Ik ben hierheen gewandeld, de zon schijnt, en je wordt hier omringd door geschiedenis en schoonheid. Anderzijds klopt het plaatje niet helemaal. Mondkapjes, afstand bewaren … Het is een domper op de feestvreugde.” Villa Empain (Elsene), www.villaempain.com, tickets vooraf te bestellen

Een bezoek aan het René Magritte Museum, Villa Empain, Museum Van Buuren en Bibliotheca Wittockiana leert dat bussen alcoholgel voortaan tot de standaarduitrusting van een museum behoren. Mondmaskers zijn aanbevolen of verplicht (Van Buuren). Tickets worden best op voorhand gekocht als u een teleurstelling wilt vermijden. Eenrichtingsroutes beperken waar nodig de vrije wandel, maar daar staat dan weer tegenover dat het zalig rustig is omdat er maar een beperkt aantal mensen per ruimte wordt toegelaten. Villa Empain houdt zich aan een maximum van 25 bezoekers per uur en 100 per dag. Het garanderen van een veilig bezoek vergde wat denkwerk, opofferingen en aanpassingen, maar bleek wel doenbaar. Het René Magritte Museum in Jette prijst zich gelukkig dat het vorig jaar kon uitbreiden met het museum voor abstracte kunst. Vooraf ingeschreven bezoekers komen binnen langs Esseghemstraat 137 om het museum te verlaten langs het appartement van René Magritte op nummer 135. Nergens hebben ze lang moeten wachten op de eerste bezoekers. De Bibliotheca Wittockiana beperkt het aantal openingsdagen voorlopig wel tot drie. Ondanks de praktische besognes was de heropening ook voor de musea opwindend en het weerzien met het publiek vreugdevol. Caroline Schuermans van Villa Empain verwoordt het mooi: “We zijn heel content om weer volk te zien. Villa Empain is een spookachtige plek met vreemde objecten als er niemand in rondloopt.” Zonder publiek is een museum maar een sterfhuis voor kunst.

27 MEI 2020

BRUZZ | GETUIGENISSEN

ALLES VOOR DE VEILIGHEID

I 7


KUNSTLIEFHEBBERS STAAN TE POPELEN AAN DE MUSEUMPOORT

DOMINIQUE SONET & NANCY SEULEN

eerste bezoekers in Bibliotheca Wittockiana

‘Twee maanden zonder cultuur: een gruwel’

BRUZZ | GETUIGENISSEN

Verstopt in een anonieme straat in Sint-Pieters-Woluwe moet Bibliotheca Wittockiana het niet hebben van toevallige voorbijgangers en verdwaalde toeristen. Het is een van de enige musea ter wereld die hoofdzakelijk gewijd zijn aan de boekbindkunst. Tot de collectie, die industrieel en bibliofiel Michel Wittock startte, behoren een eerste druk van Il principe van Machiavelli en de fameuze Encyclopédie van Diderot en d’Alembert. De boekbanden bestuderen kan voorlopig niet, want de bibliotheek blijft tot nader order dicht. Alleen de tijdelijke tentoonstelling op de begane grond van het beschermde gebouw is toegankelijk. Dominique Sonet en Nancy Seulen hadden daar ruim genoeg aan. Seulen is een kunstschilder en docente plastische kunst uit Bosvoorde. Sonet, die in Schaarbeek van haar pensioen geniet na een

loopbaan in de verzekeringen, stelt zich voor als een leerlinge van Seulen, maar de twee blijken elkaar al 18 jaar te kennen. Allebei kennen ze ook Kikie Crêvecoeur, de Brusselse artieste met een tentoonstelling in Bibliotheca Wittockiana. Ze misten de vernissage in maart en zijn erg blij met de kans om alsnog te genieten van de etsen, linosnedes en grafische ontwerpen van de door teksten en boeken gepassioneerde kunstenares. “Haar toewijding, creativiteit en humor bevallen me zeer,” zegt Seulen. “Ze vulde de expo ook aan

“ALS EEN MASKER HET OFFER IS OM WEER NAAR EXPO’S TE KUNNEN, ZET IK ER WEL EEN OP”

met een quarantainereisverslag: een humoristische, assemblage van zinnen uit bijvoorbeeld kranten.” Ook voor de scenografie van de tentoonstelling heeft Seulen niets dan lof, en sowieso is Bibliotheca Wittockiana een plek “waar ik erg veel van houd.” Haar vriendin Sonet foetert op de mondmaskers die worden aanbevolen. “Die vervloekte maskers hangen mij de keel uit. Maar als dat het offer is om weer naar tentoonstellingen te kunnen gaan, dan zet ik er wel een op. Ik vond het gruwelijk om twee

JOAN CURSACH

eerste bezoeker in het René Magritte Museum

‘Mijn manier om het leven weer wat normaler te maken’ Het René Magritte Museum in Jette is nog geen vijf minuten open of kunstschilder Joan Cursach komt binnengewaaid. “Ik kom hier graag en vaak, alleen of voor educatieve projecten. Ik dacht: laat ik mijn vrienden van het museum goeiedag zeggen. Ook bij wijze van steun, want het is vast niet zo gemakkelijk om zich aan de nieuwe situatie aan te passen,” lacht de Jetse kunstenaar

8

I

27 MEI 2020

met Spaanse roots. “Dit is mijn manier om het leven weer wat normaler te maken. Het doet me enorm plezier dat de musea na twee maanden weer open zijn. Moet je trouwens een reden hebben om een museum te bezoeken? Dat is toch altijd en voor iedereen interessant?” Als zijn broekzak kent Cursach het tot museum omgebouwde huis in de Esseghemstraat, waar de wereldbe-

maanden verstoken te zijn van tentoonstellingen en culturele spektakels. Het viel ook ineens allemáál weg. Ik zing in twee koren, maar ook dat kon niet langer doorgaan. Zalig dat tenminste een museumbezoek weer mogelijk is.”

Bibliotheca Wittockiana (Sint-Pieters-Woluwe), www.wittockiana.org, beperkt open op woensdag, zaterdag en zondag, vooraf inschrijven via info@wittockiana.org

roemde surrealist tussen 1930 en 1954 meesterwerken als L’empire des lumières en La condition humaine uit zijn bolhoed toverde. “Er is niets mis met de grote musea of de grote exposities van bekende kunstenaars, maar ik heb een zwak voor kleine musea met een bescheiden collectie zoals hier. Een collectie die je tussen haakjes evenveel leert over de kunstenaar René Magritte als over de verzamelaar.” Met aanstekelijk enthousiasme neemt de man ons op sleeptouw. “Ik ontdek hier altijd wel iets nieuws. Ik raad mijn vrienden en leerlingen steevast aan om niet alleen op de pronkstukken te letten. Je vindt hier een schat aan foto’s, kleine schetsen, aquarellen of


VALÉRIE WYNS & NICOLAS LIPSIN

eerste bezoekers in Museum Van Buuren

‘We hebben de culturele uitstappen erg gemist’

“MOET JE EEN REDEN HEBBEN OM EEN MUSEUM TE BEZOEKEN?”

kribbels in de rand van een brief die je soms meer bijleren over Magritte dan zijn bekende meesterwerken. In het huis waar hij jarenlang woonde en de werken schilderde waarmee hij doorbrak, kan je het proces zien dat eraan voorafging. Er is een zakagenda waarin hij al zijn ideeën neerkrabbelde die hij heel misschien op een dag kon gebruiken. Ik doe

dat zelf ook. Er is een blad waarop Magritte drie keer varieert op hetzelfde idee: om het te perfectioneren of al zoekend naar de beste compositie. Magritte had een eerder strenge techniek, maar in die kleine, leuke schetsen ontdek je de spontaniteit van het eerste idee. Mij boeit dat mateloos. Het wordt vaak vergeten als je in de grootste musea een Magritte bewondert, maar uiteraard moest ook hij wérken: zoeken, schaven, uitproberen, herbeginnen.” René Magritte Museum (Jette), www.magrittemuseum.be, vooraf inschrijven is aangewezen en kan via telefoon (02-428.26.26) of e-mail (info@magrittemuseum.be)

Museum Van Buuren in Ukkel beschikt over een James Ensor, een Constant Permeke en een Gustave van de Woestyne. Maar woensdag 20 mei waren het voor een keer niet de schilderijen die verrukten, noch de art-decopracht in de villa waar David en Alice Van Buuren honderd jaar geleden gelukkig waren. Die dag stond er geen prijs op de gelukzaligheid die de bezoekers van het museum, het merendeel koppels, uitstraalden. In het museum zelf herinnert de eenrichtingsroute en de verplichting om een mondmasker en papieren sloffen te dragen aan de coronacrisis en de maandenlange afzondering. Maar in de rozentuin van Jules Buyssens, het Labyrint en de geheime Tuin van het Hart van de befaamde tuinarchitect René Péchère is het belachelijk romantisch slenteren en zonnen. We botsen er op Valérie Wyns, een kunstminnende leerkracht uit Laken, die er heeft afgesproken met Nicolas Lipsin uit Eigenbrakel. “Eigenlijk wilden we naar het Wiertz Museum in Elsene, maar dat is nog niet open,” zegt Lipsin. “Ik vond het niet gemakkelijk om te achterhalen welke musea onmiddellijk de deuren openden en welke nog even wachten. Uiteindelijk heb ik naar het toerismebureau gebeld en een lijst gekregen. We kozen bewust voor een klein museum waar niet te veel volk rondloopt. Ik kende Museum Van Buuren als art-decotempel, maar was hier nog nooit geweest. De keuze was dus snel gemaakt.” De tuinen steken de ogen uit, maar ook binnen deed het duo naar eigen zeggen heel wat ontdekkingen. “De werken van de bekende schilders zijn maar een van de vele troeven,” vertelt Valérie Wyns. “Ik stond

versteld van het design en de mooie inrichting. Ronduit indrukwekkend waren de glasramen en de luster (een kleurrijke, 700 kilogram zware, vuurtorenvormige luster ontworpen door Jan Eisenloeffel, nr) die van de villa een totaalkunstwerk maken. Ik onthou ook de portretten van Alice en David Van Buuren. Hij was een zakenman, maar hun liefde voor kunst was erg groot.”

“HET WAS NIET MAKKELIJK TE ACHTER HALEN WELKE PLEKKEN NU OPEN ZIJN, EN WELKE NOG NIET”

Het museum houdt de toeschouwersstroom onder controle door enkel bezoekers toe te laten die zich vooraf inschrijven. Door het uitblijven van reactie op hun mail hadden Lipsin en Wyns al een alternatief plan uitgewerkt om er een mooie dag van te maken: een artistieke wandeling door Brussel. “We hebben vanmorgen pas bevestiging gekregen dat we welkom waren,” zegt Lipsin, die de tijdelijke sluiting van de musea niet wil dramatiseren. Wyns denkt er anders over. “Uiteraard moet je alles in het juiste perspectief zien en waren er andere prioriteiten. Maar ik heb de culturele uitstappen hard gemist. Ik ben dus erg blij dat we hier alvast weer welkom zijn.” Museum Van Buuren (Ukkel), www.museumvanbuuren.be, verplicht inschrijven via telefoon (02-343.48.51) of e-mail (info@museumvanbuuren.be)

27 MEI 2020

I 9


Stadsleven

BRUSSEL ALS ZOMERSE POP-UPSTAD

© PHOTONEWS

B R U Z Z | S TA D S L E V E N

Walking Madou aan de Leuvensesteenweg, een project van bureau Suède 36, was een tijdelijke installatie in het voorjaar van 2012, en een pop-upstraat avant la lettre.

‘Een gezonde stad is prioritair’ Het wordt geen vakantie als andere jaren. Brussel zal de schaarse ruimte zo goed mogelijk moeten inzetten om iedereen te laten wandelen, fietsen, sporten en genieten. ‘Placemaking’ en tijdelijk gebruik kunnen een antwoord zijn. — STEVEN VAN GARSSE

S

teden in de hele wereld reageren in razend tempo op de coronacrisis. Nog meer dan ervoor is duidelijk dat de openbare ruimte een schaars goed is, en dat die maar het best zo goed kan worden ingevuld. In het belang van alle stadsbewoners. Vandaag heeft Brussel met een woonerf in de Vijfhoek en in een handvol autoluwe zones al een belangrijke stap gezet om het fietsen, wandelen en stappen aangenamer te maken. Maar zal het volstaan met een zomer die we wellicht grotendeels in eigen stad zullen doorbrengen? Wat als de Brusselaar in groten getale van

10

I

27 MEI 2020

de stad gebruik zal willen maken? De Brusselse regering wil ook graag Brussel als citytrip promoten bij de Vlamingen en Walen. De Brusselse regering denkt daarom momenteel na over hoe de openbare ruimte verder kan worden vrijgemaakt om die vakantie voor iedereen zo aangenaam mogelijk te maken. Minister van Openbare Werken Elke Van den Brandt (Groen) bekijkt welke publieke ruimtes ze nog extra kan vrijmaken en zal de lokale besturen mee ondersteunen in de organisatie van speelstraten. Samen met haar collega bevoegd voor de groene ruimtes, Alain Maron (Ecolo),

“De steden hebben het met de coronacrisis moeilijk gekregen, ze worden bekeken als broeihaarden” JENS AERTS Stedenbouwkundige bij BUUR

zal bekeken worden hoe de parken veilig kunnen worden gemaakt, en of er straten autovrij kunnen worden gemaakt om plaats te maken voor terrassen voor de horeca, al is het afwachten wat de Nationale Veiligheidsraad beslist over de opening van restaurants en cafés.

POP-UPSTRATEN Jens Aerts is stedenbouwkundige bij BUUR en werkt als consultant voor Unicef. Hij is aangenaam verrast door de nieuwe ontwikkelingen in Brussel. “Het houdt steek,” zegt hij vanuit New York, waar hij woont. “We moeten nu een verhaal bouwen waarbij de gezondheid in de stad voorop staat.” “De steden hebben het met de coronacrisis moeilijk gekregen, omdat ze bekeken worden als broeihaarden. Hier in New York is dat heel schrijnend. Wie het geld heeft, trekt vanuit de stad naar de een huisje upstate. Daarom moeten we van de gezonde stad een prioriteit maken. Dat is ook wat veel steden begrepen hebben. Een gezonde stad is een stad waar je vrij kan bewegen en waar de luchtkwaliteit goed is.” Aerts is een groot pleitbezorger van placemaking. “Het woord is bewust zo gekozen. Het is geen spacemaking. Het gaat vooral om het herwinnen van bestaande publieke


ruimte, waar mensen zich thuis kunnen voelen.” De stad wordt autoluw gemaakt, de vrijgekomen openbare ruimte moet dan slim worden ingericht. “De interesse in zulke pop-upstraten zien we in de hele wereld groeien,” zegt Aerts. “Verschillende visies komen er namelijk samen: de strijd om het aantal verkeersslachtoffers te verlagen, de stad klimaatneutraal maken en een beleid waarbij kinderen centraal staan. De gezinnen willen van hun stad kunnen houden, de kinderen willen er kunnen spelen, en veilig naar school gaan. De hele Covid-19-crisis versterkt nog eens het gezondheidsaspect. Door de pop-upstraten kan de stress van de drukke straten verlaagd worden, kan er gespeeld en bewogen worden en is de lucht properder.”

Volgens Aerts moeten die ingrepen niet per se veel geld kosten. Ze kunnen op een duurzame en toch goedkope manier worden ingericht. Dat is mooi meegenomen nu de overheid in deze crisistijden aankijkt tegen een enorme schuldenberg. Vraag is: wie neemt het initiatief ? Brussel moet zeker niet onderdoen als het gaat over het benutten van ongebruikte ruimtes. Zowel bij Toestand (creatieve werkplekken), Le Début des Haricots (moestuinen), als bij Pool is Cool (zwemmen) is heel wat expertise aanwezig. Maar er zijn ook buurtcomités en creatieve collectieven die staan te popelen om de openbare ruimte onder handen te nemen. Zo willen de mensen van Green Connections graag een buurttuin maken op de middenberm van de Kleine Ring. Aerts zegt dat het dan zeker geen

top-downverhaal mag zijn, waarbij de overheid haar wil oplegt aan de bewoners. “De overheid reorganiseert de mobiliteit, maar de placemaking kan het best door de bewoners en lokale comités worden gestuurd. De overheid kan dan ondersteunen door technische knowhow te leveren en vergunningen te faciliteren.”

THEATER OP STRAAT Aerts benadrukt tot slot ook het economische aspect van placemaking. De horeca beleeft barre tijden. Met streateries, grote terrassen in die vrijgekomen openbare ruimte, kunnen restaurants en cafés weer hun voordeel doen. En het kan ook de artistieke sector opnieuw zuurstof geven door de podia van de theateren de concertzalen naar de straat te brengen.

Plekken om plaats te maken Een autoluwe stad betekent niet alleen minder lawaai en minder luchtvervuiling, maar ook extra plaats die op een creatieve manier kan worden ingevuld. Denk aan een badmintonveld, speeltuigen, banken, een grasveld. Zo worden de grijze asfaltvlaktes in een mum van tijd heuse straattuinen en leefstraten. Als de buurt zich mee buigt over de herinrichting versterkt dat ook de sociale cohesie. In coronatijden met de verplichte social distancing zijn ofwel veel van dat soort plekken nodig, ofwel grote terreinen. Dit zijn vijf plekken die (tijdelijk) een andere invulling verdienen:

hoofdkwartier bouwen. Vlaanderen en Brussel onderzoeken de mogelijkheid voor de herinrichting van het terrein, met onder meer een groot metropolitaan park.

worden ingericht, in afwachting van de bouw van de nieuwe wijk.

Gerijstraat in Vorst. Eigenaar: Sibelga. Potentieel: een park tussen de sporen en de Zenne. De herinrichting van de site is al in onderzoek.

Oude terreinen van de Navo. Eigenaar: Defensie (federale overheid). Potentieel: 90 ha zijn vrijgekomen na de verhuizing van de Navo naar het nieuwe gebouw aan de overkant. Defensie zal er een compacter

Het oude rangeerstation van Josaphat. Eigenaar: Brussels Gewest. Potentieel: een terrein van 25 ha dat voor een klein deel al wordt gebruikt voor volkstuintjes, maar dat makkelijk en snel als tijdelijk park kan

Comme dans beaucoup d’autres villes du monde, on libère rapidement de l’espace public pour les habitants. À l’approche des vacances, la Région de Bruxelles-Capitale veut passer à la vitesse supérieure. Selon l’urbaniste Jens Aerts, cette forme de « placemaking » est une bonne stratégie pour garantir la santé en ville. Surtout au moment où la ville est accusée de tous les maux avec la crise du coronavirus, et considérée comme un terrain propice aux infections. Ce placemaking permet d’améliorer la sécurité routière, d’offrir un air plus sain et une ville mieux adaptée aux familles avec enfant(s). Il s’agit maintenant d’utiliser l’espace vacant de manière créative. Les associations de quartier sont les mieux placées pour réfléchir à cela. L’économie peut également en bénéficier. En installant ce qu’on appelle des « streateries » dans l’espace ainsi créé, les établissements du secteur horeca, qui ont dû fermer pendant le confinement, pourront prendre un nouveau départ. FR

THE POP-UP CITY Just like in many of the cities around the world, public space in Brussels is being freed up for city residents at a rapid pace. With the holidays approaching, the Brussels Region wants to accelerate this process even more. According to urbanist Jens Aerts, this form of placemaking is a good strategy for safeguarding people’s health in the city. Specially at a time when cities as such are being vilified due to the corona crisis and perceived as extremely dangerous hotbeds of infection. Placemaking enhances traffic safety in the city, improves air quality, and is far better for families with children. The challenge now is fill up the free space in a creative way. The neighbourhood associations are best placed to collaborate on this. It may also be a boon to the economy. Thanks to the installation of so-called streateries in the newly freed-up space, the catering and service industry can make a new start after being closed during the lockdown. EN

een guinguette of twee, strandstoeltjes en wat wimpels een aangename plek aan the waterfront kan worden. Tussen Justitiepaleis en Marollen. Eigenaar: Stad Brussel. Potentieel: slecht benutte ruimte van ongeveer 1 hectare met het mooiste panorama van Brussel.

Heembeekkaai. Eigenaar: Haven van Brussel. Potentieel: naast de jachthaven van Brussel en vlak aan een drukke fietsas ligt een groot ongebruikt parkeerterrein dat met

LA VILLE POP-UP

© PERSPECTIVE

27 MEI 2020

I 11


In beeld

BART DEWAELE

12

I

27 MEI 2020


DE STRAAT IS VAN DE BRUSSELAAR NL/ Er waren ooit paaltjes gezet om

LA RUE APPARTIENT AU BRUXELLOIS FR/ Des poteaux avaient été installés pour délimiter une piste cyclable, mais ils ont mystérieusement disparu l’année dernière. La chaussée de Gand est réputée être le cauchemar absolu des cyclistes bruxellois. Mais dans l’état d’esprit actuel d’un « Bruxelles zone résidentielle », la voiture n’était plus la reine de l’artère en fin de semaine dernière. Le week-end prolongé de l’Ascension et la fin du Ramadan y sont probablement pour quelque chose. Les Bruxellois ont pu faire des allers-retours à pied et à vélo sans avoir à craindre pour leur sécurité. Ils l’ont fait massivement et le temps maussade n’a en rien gâché leur plaisir.

BRUZZ I IN BEELD

een fietspad te markeren, maar die verdwenen vorig jaar op mysterieuze wijze. De Gentsesteenweg staat te boek als absolute nachtmerrie voor Brusselse fietsers. Maar in de huidige geest van ‘woonerf Brussel’ was de auto eind vorige week even geen koning op de verkeersader. Allicht hadden het verlengde hemelvaartweekend en het einde van de ramadan daar iets mee te maken. Brusselaars konden te voet en met de fiets heen en weer zonder zich zorgen te maken over hun veiligheid. En dat deden ze ook massaal. Dat het weer af en toe wat tegenzat, kon de pret niet drukken.

THE STREET BELONGS TO THE LOCALS EN/ Bollards were once installed to

mark out a bicycle lane, but they disappeared mysteriously last year. The Gentsesteenweg is well-known as an absolute nightmare for cyclists in Brussels. But in the current spirit of “residential Brussels”, at the end of last week, the car was not king on this main road into the city. The long Ascension weekend and the end of Ramadan probably had something to do with that. Brussels locals could walk and cycle to and fro without worrying about their safety. And they did so in droves. Changeable weather could not dampen the mood.

27 MEI 2020

I 13


Spreektijd

KUNSTENAAR EN CLUB-SUPPORTER BENOÎT WORDT ZESTIG IN QUARANTAINE

‘Niets doen is ook iets doen’ BRUZZ | SPREEKTIJD

Tijdens de lockdown maakte Brugse Brusselaar Benoît dagelijks tekeningen die druk gedeeld werden op sociale media en waarvan uitgeverij Plaizier nu een selectie op postkaartformaat uitbrengt. Een mooie traktatie voor zijn zestigste verjaardag.

14

— MICHAËL BELLON, FOTO’S SASKIA VANDERSTICHELE

B

ij Benoît hoeven we geen tekeningetje meer te maken. U kent hem vast van zijn ‘koppen’ op de perrons van metrostation Maalbeek, of van zijn werk voor De Standaard, Paris Match of The New Yorker. Voor zover de huidige toestand het mogelijk maakt, werkt tekenaar en schilder Benoît van Innis mee aan de definitieve transformatie van de oude Citroëngarage tot KANAL. Binnenkort duikt hij ook weer regelmatig op in de vernieuwde Standaard der Letteren, en ondertussen circuleren zijn geïnspireerde quarantainetekeningen - viltstift op A4 - de jongste weken vrij en vrolijk via sociale media. Omdat Benoît afgelopen maandag ook nog eens verjaarde, belde BRUZZ aan bij zijn atelier in de voormalige drukkerij te 1070 Brussel, waar hij stijlvol samenhokt met zijn vrienden van noAarchitecten. Met hetzelfde leeggemaakte en ontvankelijke hoofd als dat van de centrale figuur op Benoîts tekeningen slalommen we tussen de boeken en de doeken die de in- en output vormen van zijn hoogstpersoonlijke werk. Om plaats te nemen in de lommerrijke patio achterin,

I

27 MEI 2020

die de telewerkende noAarchitecten nu node moeten missen. “Die quarantainetekeningen zijn begonnen met een tekening voor mijn buren van noAarchitecten op de eerste dag van de lockdown. De dag nadien maakte ik er nog een, en dat is niet meer gestopt. Mensen naar wie ik ze opstuurde, zijn die dan beginnen door te sturen via Facebook en Instagram, en ondertussen krijg ik er honderden reacties op. Blijkbaar hebben veel mensen er iets aan, en blijven mijn ideeën komen. Ik heb een klein voorraadje waar ik elke dag de meest geschikte uit kies. Half juli komt het geheel ook uit als dagboek bij Posture Editions uit Gent.”

Hebt u een vaste routine? BENOÎT: Nee, de tekeningen ontstaan

op totaal verschillende tijdstippen. Eigenlijk heb ik nooit eerder per dag gewerkt, en daardoor ervaar ik toch een soort plankenkoorts. Soms zit het meteen juist. Soms maak ik op het laatst nog een totaal andere tekening. Soms maak ik tien verschillende versies van één idee, omdat ik voel dat er iets ontbreekt. Want het ziet er natuurlijk altijd eenvoudiger uit dan het is. Als ik zo

rond twaalf uur nog iets drink of iets lees voor ik ga slapen, begin ik al te piekeren welke tekening ik ’s ochtends zal publiceren, en of ze wel goed genoeg is.

Wat moet dan vooral juist zitten? BENOÎT: De sfeer - soms teken ik

bijvoorbeeld te veel interieur of te weinig - maar vooral de houding van de centrale figuur: die man die alleen thuis zit en waarin je een soort zelfportret kan zien. Zijn houding en uitdrukking zijn heel belangrijk. Maar dat is moeilijk uit te leggen.

Hoe zou u zijn karakter schetsen? Hij lijkt een beetje perplex door de ongewone situatie, maar maakt er het beste van door zich een omgeving te dromen, een universum met de vaste waarden waar hij aan houdt. BENOÎT: Zo is het altijd al wel een

beetje geweest bij mij. Mijn personages zijn geen bourgeois, maar mensen die een beetje buiten de maatschappij staan. De figuur op de quarantainetekeningen werkt nooit, maar hij is wel bezig met dingen die ik heel belangrijk vind. Hij droomt over Velázquez in het Prado, over auteur Georges Perec, of


belen In de Herfst’, ‘Bravo, Bravo!’ en ‘Mijn Oom Gilbert’

creëert muurtekeningen, interieurs en publieke ruimten voor de UCL, Deinze, het Jan Breydelstadion, restaurant De Refter in Brugge, het Wezenberg-zwembad in Antwerpen, metrostation Maalbeek en advocatenkantoor Liedekerke in Brussel

BRUZZ | SPREEKTIJD

over Club Brugge. Hij valt in slaap, hij kijkt naar de vogels … De tekening ‘A day as another’ had ik al een tijdje geleden gemaakt, maar gisteren realiseerde ik me dat ze paste bij Hemelvaart. In Brugge, waar ik vandaan kom, betekent Hemelvaart met de Heilig Bloedprocessie normaal heel wat, maar in deze omstandigheden is het een dag als een andere. Ons ritme is helemaal veranderd. Normaal zit het atelier van BENOÎT noAarchitecten hier vol VAN INNIS en drinken we ’s morgens geboren in 1960 in Brugge samen koffie, of eten we als jongste van acht kinderen hier ’s middags soms met veel volk. Die energie krijgt via zijn grootvader de erfelijke titel van jonkheer tussen het bureau en mezelf is er nu niet meer studeert schilderkunst aan Sint-Lucas in Gent, waar hij in en dat voelen we allebei. 1984 met grote onderscheiDaarom is het meer een ding afstudeert periode om van thuis uit tot zijn voorbeelden rekent hij op papier te werken. Met onder meer René Magritte, de koelkast in de buurt Saul Steinberg, Glen Baxter voel ik me al minder en Jean-Jacques Sempé geïsoleerd (ook de foto’s publiceert in De Standaard, Paris Match, Vrij Nederland, bij dit interview werden Esquire en The New Yorker bij Benoît thuis genomen, red.). auteur van boeken als ‘Scrab-

Hoe zit dat eigenlijk tussen u en de architectuur? U werkte ondertussen al mee aan verschillende architecturale en stedenbouwkundige projecten. BENOÎT: In de richting

Latijn-wiskunde aan het Onze-Lieve-Vrouwecollege in Brugge had ik goede punten, maar de sfeer en de mentaliteit staken me er enorm tegen en ik was daar absoluut niet gelukkig. Tekenen zat altijd al in mij, en voor de kerstexamens in het voorlaatste jaar heb ik mijn ouders voor een voldongen feit gesteld door naar Sint-Lucas in Gent te trekken. Die artistieke humaniora was eigenlijk een voorbereiding op architectuurstudies. Met mijn leraar Gilbert Decouvreur reisden we in 1978 al naar Berlijn, en gingen we naar Finland voor het werk van ▼

betrokken bij de creatie van KANAL-Centre Pompidou

27 MEI 2020

I 15


▼

KUNSTENAAR BENOÎT VAN INNIS

BRUZZ | SPREEKTIJD

Alvar Aalto. Toch voelde ik dat ik geen architect was, en Decouvreur wist dat ook. “Ik zie in alles wat hij doet dat hij een schilder is,” zei hij tegen mijn vader, die zelf juridisch adviseur was, en wiens andere zonen toen al jonge zakenmannen waren. Dat Decouvreur daarbij een mooi pak en een plastron droeg, en geen lang haar en een vuile baard had zoals mijn vader had verwacht, hielp om hem te overtuigen. Uiteindelijk werkte ik in 2001 dan toch een eerste keer samen met architecten voor de renovatie van Maalbeek. Dat was met Henk De Smet en Paul Vermeulen, die ik nog kende van het college. Maalbeek was geslaagd – ook al omdat we het echt in overleg mochten ontwerpen, en zo zijn ook samenwerkingen met Paul Robbrecht of noA gevolgd, en met noA klikte het onmiddellijk. Als kunstenaar ben je wel vrij om te schilderen of te tekenen wat je wil, terwijl je in de architectuur een antwoord moet bieden op een specifieke vraag, wat ook een verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Slechte architectuur is dan ook crimineel, omdat ze mensen ongelukkig kan maken.

Benoît van Innis met enkele van zijn quarantainetekeningen: “Ik heb nooit eerder per dag gewerkt en daardoor ervaar ik toch een soort van plankenkoorts.”

zelfportret. Anders dan uw broers die CEO of advocaat zijn, gaan bij u ook dagen voorbij zonder artistieke output. BENOÎT: Maar ook als ik niet werk,

Momenteel werkt noA aan de uitvoering van KANAL. BENOÎT: Ik zat mee in de denktank

die honderden vragen heeft opgeworpen om van die site echt een platform voor Brussel te maken. Behalve een museum moet het ook een draaischijf worden tussen het centrum, het kanaal, Laken, Molenbeek en de rest van Brussel. Concreter zal ik ook een kleurstudie doen voor die onwaarschijnlijke metaalstructuur in de gebouwen, of bijvoorbeeld mee nadenken over hoe we het sanitair op een aantrekkelijke manier kunnen vormgeven.

Werk genoeg dus. Toch ziet u de figuur die op uw tekeningen de leegte bestrijdt als een soort

werk ik nog. Ik sta ermee op en ga ermee slapen. Mijn broers hebben allemaal rechten of economie gestudeerd, als jongste van acht was ik meer een observator in een wereld vol volwassenen. Toen ik acht jaar was, zaten mijn broers al op de universiteit. Ik ben ook pas normaal beginnen te groeien toen ik zeventien was. Op mijn zestiende dachten mensen dat ik elf of twaalf was en niets begreep van de gesprekken aan tafel. ‘Benoîtje’ klonk het altijd. Maar ik begreep wel alles en ik observeerde voortdurend. Ik keek ook al vroeg heel aandachtig naar tekeningen. Op mijn zevende lag ik in mijn bed te bestuderen hoe Jean-Jacques Sempé Le Petit Nicolas getekend had.

“Mijn personages staan een beetje buiten de maatschappij. Ze dromen van Velázquez, Perec of Club Brugge” BENOÎT VAN INNIS Kunstenaar 16

I

27 MEI 2020

Ondertussen bent u zestig. BENOÎT: Ik ben daar niet zo gevoelig

voor. Ik zou in ieder geval geen veertig meer willen zijn. Ik voel de laatste tijd dat veel dingen samenkomen, waardoor ik beter begrijp waarmee ik bezig ben. Ik ontdek dat veel van mijn grote voorliefdes – Sempé, Cézanne, Matisse, Rilke, Thomas Mann, Tarkovski, Buñuel, Buster Keaton … – ook onderling naar elkaar verwezen. En een constante – bijvoorbeeld bij Tarkovski en Buñuel, maar ook bij Mann – is dat hun personages weinig of geen evolutie doormaken. De verzegelde tijd, Cet obscur objet du désir, maar ook de personages in het sanatorium van De toverberg, of Oblomov van Gontsjarov: op het einde van de roman of de film staan ze nog op hetzelfde punt als in het begin.

Alsof ze in quarantaine zitten. En alsof de stilstand, het onbegrip, de perplexiteit en twijfel van die toestand bij de menselijke staat horen. Is nietsdoen decadent of dapper? BENOÎT: Er zijn mensen die Oblomov

niet kunnen uitstaan omdat hij nooit doet wat hij zegt te zullen doen. Maar ik heb enorm veel sympathie voor hem. Niets doen is ook iets doen. En onbegrip hoort

inderdaad bij het leven en bij de kunst. Van veel kunstenaars van wie ik hou begreep ik eerst helemaal niets. Hoe kan ik de genialiteit van Velázquez of de kapel van Matisse in Vence uitleggen? Het is veel makkelijker om uit te leggen waarom iets slecht is dan waarom iets geniaal is.

Los van dat alles: hoe zoet is het leven van een Club Brugge-supporter hier in Anderlecht? BENOÎT: Ik zeg nooit dat ik in

Anderlecht werk. Mijn atelier is in 1070 Brussel. Zo staat het van bij het begin op al mijn administratieve papieren. Het woord Anderlecht komt niet over mijn lippen (grijnst).

Op uw tekening van Hemelvaartsdag vraagt uw personage zich af of hij voor de twaalfde keer naar The Godfather zou kijken of voor de vijftiende keer naar de Bekerfinale van 1977, waarin Club Anderlecht klopte met 3-4. BENOÎT: Nadat we 3-1 hadden

achtergestaan! Veel van die wedstrijden ken ik uit het hoofd en ik bekijk veel opnieuw op internet. Club-Dortmund onlangs nog: daar 3-0 verloren en thuis 5-0 winnen. Of de grandioze overwinning onder trainer Ernst Happel tegen Ipswich


BENOÎT EN QUARANTAINE Vous connaissez l’artiste Benoît van Innis, auteur des visages sur les murs de la station de métro Maelbeek. Ce Bruxellois originaire de Bruges, qui vient de souffler ses 60 bougies, a dessiné pour des journaux comme De Standaard, et des magazines comme Paris Match et The New Yorker. Le dessinateur et peintre va bientôt collaborer à la transformation définitive de l’ancien garage Citroën devenu KANALCentre Pompidou. Pendant le confinement, Benoît van Innis a réalisé quotidiennement des dessins sur la vie en quarantaine, qui ont été largement diffusés sur les réseaux sociaux. Les éditions Plaizier ont édité dix de ces dessins au format carte postale. FR

BENOÎT AND THE LOCKDOWN You know the artist Benoît van Innis from his “heads” in the Maalbeek metro station. Bruges-born but Brussels-based, it was his 60th birthday on Monday, and over his long career he has worked for newspapers and magazines like De Standaard, Paris Match, and The New Yorker. The illustrator and painter will soon be collaborating on the definitive transformation of the old Citroën garage into KANAL-Centre Pompidou. During the lockdown, Benoît made inspired quarantine drawings every day, which were a big hit on social media. The publisher Plaizier is now printing ten of these drawings as postcards. EN

Town. Toen René Vandereycken de 4-0 scoorde, werd ik als veertienjarige tussen de rondvliegende brillen en sacochen drie rijen verder in de armen van een onbekende vrouw gekatapulteerd. Club Brugge heeft mijn leven en zeker mijn jeugd bepaald. Zonder Happel of Raoul Lambert zou ik het tijdens mijn ongelukkige periode in de humaniora nog veel moeilijker hebben gehad. David Steegen, de persattaché van Anderlecht, kijkt op exact dezelfde manier naar voetbal als ik. Samen gaan we een boek schrijven over onze jeugdherinneringen aan Club en Anderlecht, en daar zal ik

ook tekeningen bij maken. Veel draait vandaag natuurlijk om geld, maar het huidige bestuur onder Bart Verhaeghe heeft toch iets van de ziel en de aparte sfeer van de volksclub kunnen bewaren. Je mag niet vergeten dat Brugge het grootste aantal supporters heeft, terwijl het toch maar een provinciestad van 150.000 inwoners is. Vergelijk dat eens met Anderlecht. De komst van Marc Coucke heeft de ziel van Anderlecht echt geen goed gedaan.

Doet het u iets dat het Jan Breydelstadion, waarop één van uw werken

te bewonderen is, binnenkort tegen de grond gaat voor een nieuw stadion? BENOÎT: Nee, want ook aan het

nieuwe stadion kan je zien dat Verhaeghe geen dommerik is. Ze bouwen gelukkig geen arena. Een voetbalstadion moet bestaan uit vier tribunes, waaronder een eretribune aan de zijkant en een grote tribune achter de goal voor de spionkop. En de nieuwe plannen zijn ook zo. Ik zou alleen nog iets verder gaan en geen dak voorzien boven de tribune van de bezoekers, vooral als Anderlecht komt.

WIN Benoît, 10 quarantainetekeningen op postkaartformaat, Uitgeverij Plaizier, 12,50 euro. BRUZZ mag vijf pakketjes weggeven, stuur ten laatste op vrijdag 29 mei, 17 uur een mail naar win@bruzz.be, met als onderwerp ‘Benoît’

27 MEI 2020

I 17


WIE WORDT DE BESTE LERAAR VAN BRUSSEL 2020?

Ook al zijn de scholen momenteel toe, vanuit hun kot blijven onze leerkrachten het beste van zichzelf geven voor hun leerlingen. D E G E N OMI N E E RD E N ZI JN :

KIM HOSTE

(Basisschool de Windroos, Sint-Jans-Molenbeek)

RUBEN MOTTART

(Basisschool Hendrik Conscience, Schaarbeek)

HAMID BOUGHDIR

(Atheneum GO! for Business, Sint-Jans-Molenbeek)

STEM NU op jouw favoriete leerkracht via bruzzket.be/besteleraar

DB623070I9

TUINWERKEN ALLE DIENSTEN Goede prijs Kortingen Gratis offerte

AANKOOP nertspels (bontjassen) • parels oude merkhorloges • oud goud zilveren en gouden munten • tin tandgoud • allerlei zilver • porselein zijden tapijt • rode koralen • edelstenen schilderijen (16e-17e-18e E) • porselein merkhandtassen • diamanten

0486 93 16 86 DB487188C8

BEL 0489 94 49 72 GRATIS OFFERTE

Haal alles uit je zondag.

DB634786J9

Aankoop huizen, oude herenhuizen, appartementen, gronden, garages, villa’s Enkel privé. Vrijblijvende schatting. Snelle verkoop

Want ’t is pas morgen maandag! DB586827C9

DB663762E0

DB620227H9

DB665656E0

A&G Stone Diesterstraat 27b2 • 3800 Sint-Truiden • 0471 03 68 62 agstone144@yahoo.com

Verdien jij genoeg? Informeer je op

regiotalent.be/blog


BELGISCHE JAZZEVENEMENTEN BUNDELEN DE KRACHTEN IN FLAGEY

Superjazzfestival op je scherm Om de lokale jazzscene een hart onder de riem te steken, bundelen de grote Belgische jazzfestivals hun krachten. Met meerdere podia, overlappende concerten, een combiticket en een chatbox wil het eerste onlinejazzfestival ook zonder livepubliek de sfeer van een echt festival oproepen. — TOM PEETERS “Nee, pintjes leveren we voorlopig niet aan huis,” zegt Maarten Van Rousselt. De productiemanager en jazzcoördinator van Flagey is een van de drijvende krachten achter Bel Jazz Fest, dat in het weekend waarin de Brusselse pleinen en bars normaal zouden vollopen voor een nieuwe editie van het Brussels Jazz Weekend, alsnog een fijne staalkaart van de boomende landelijke jazzscene tot in je huiskamer streamt. “Die pintjes bleken op korte termijn niet haalbaar, maar online pendelen tussen bands op hoofd- en zijpodia en virtueel afspreken met vrienden kan dus wel.” Het initiatief voor dit productionele huzarenstuk ging uit van Leuven Jazz, het eerste jazzfestival dat geannuleerd werd vanwege de crisis. Zij mobiliseerden nog tien andere festivals, waaronder Jazz Middelheim, Jazz à Liège en de Brusselse festivals Brosella, Brussels Jazz Weekend en Brussels Jazz Festival. Omdat het praktischer was om alles op één plek te organiseren, kwam men al vrij snel uit bij Flagey. “Als we, zoals de meeste lockdownfestivals, alles vanuit ons kot zouden doen, zou er een te groot verschil in beeld- en geluidskwaliteit zijn. Hier huizen meerdere zalen onder één dak en is zowel de infrastructuur als de akoestiek tiptop.” Onder het motto ‘United we jazz’ selecteerden de deelnemende festivals elk twee of drie acts, zowel kleine ensembles als soloartiesten, mooi gespreid qua gender en geografie. Samen maakt dat een dozijn optredens (van 30 of 45

© HELEEN RODIERS

#CultureAtHome

NL

Drummer Antoine Pierre popelt om opnieuw op het podium te staan.

minuten) per avond. “Haast alle muzikanten die we aanspraken, waren meteen enthousiast om opnieuw te kunnen spelen, ook al zou het voor een virtueel publiek zijn. Alleen drummer Lander Gyselinck konden we niet overtuigen. Hij zou de interactie met het publiek te hard missen. Ik voel ook veel dankbaarheid, want we zijn overeengekomen dat elk festival zijn bands met een normale gage honoreert. Door het festival betalend te maken, willen we muziekliefhebbers de gelegenheid geven om de sector te steunen die ons de voorbije twee maanden ook verwend heeft met veel gratis content op sociale media.”

STRAKKE TIMINGS Zelf koos Flagey voor de Brusselse muzikanten Casimir Liberski, weer thuis na een lange passage in New York, en Antoine Pierre, die de tournee van zijn Urbex Electric-

project uitgesteld zag en popelt om opnieuw op het podium te staan. “Als bonus vroegen we Bert Cools, wiens muzikale benadering altijd al om een aparte setting vroeg, een soloconcert op ons dak te spelen.” Van Rousselt benadrukt dat de coronamaatregelen serieus genomen worden. “Er is een plan opgesteld met een vast traject door het gebouw. De timings zijn vastgelegd, zodat groepen elkaar niet kruisen. Om ons daaraan te kunnen houden, gaan alleen concerten in Studio 1 en Studio 4 rechtstreeks. Die op de zijpodia worden vooraf opgenomen. Mondmaskers zijn verplicht, behalve voor de muzikanten tijdens het spelen, en na elke passage wordt alles ontsmet. Er is een charter verdeeld onder onze partners en muzikanten, waarin staat wie welk materiaal mag aanraken, en in elke zaal ziet een coronacoördinator erop toe dat alle maatregelen gerespecteerd worden.”

BEL JAZZ FEST met onder meer De Beren Gieren, An Pierlé Quartet, Nordmann, Jean-Paul Estiévenart Quartet, Bram De Looze, The Brums, Karen Willems, Glass Museum en DJ AliA. 29 & 30/5, 18.00, €15 (combiticket voor de twee dagen), www.jazz.be 27 MEI 2020 I

19


BLIJF IN UW KOT! HOE BELEEFT LEO TIMMERS HET CORONA-ISOLEMENT?

‘Akelig, die parallellen tussen werk en wereld’ Een geluk bij een ongeluk: net voor de coronacrisis had de Jetse meester-prentenboekenmaker Leo Timmers nog papier, verf en borstels ingeslagen. Om zijn nieuwe scenario, over een olifant die in z’n uppie op een eiland zit, in visueel vernu te va en. — KURT SNOEKX

NL

“We zijn hier tot de vaststelling gekomen dat we het allemaal wel gewoon zijn om op onszelf te zijn. En we zijn best wel hecht, het is niet dat ik nu pas mijn kinderen leer kennen,” lacht Leo Timmers. “Elk van ons zit op zijn verdieping, heeft zijn eigen terugtrekplek. Boven zit mijn jongste dochter voortdurend naar rapmuziek te luisteren, en beneden bereidt er eentje haar ingangsexamen piano voor het conservatorium voor. En ik zit daartussen, in dat totale contrast. Ik zet dan ook maar iets op, om een bubbel in de bubbel te creëren.” In het bijzonder teisteren prikkelende podcasts van scherpe tongen over cultuur, samenleving, toekomst en cinema – heel veel cinema – de nieuwsgierige oren van Leo Timmers. “Als ik echt aan het creëren ben, als ik schrijf of met ideeën jongleer, kan ik niets verdragen. Alles is dan afleiding. Maar nu, in de fase van uitwerking, kan ik wel wat hebben. Ik voel me soms een beetje Hitchcock op zijn

20

I

draaidag: het boek is af, ik moet het alleen nog maken.” (Lacht) Als alles goed gaat, verschijnt in november die nieuwe Leo Timmers. En dat is een evenement. De schepper van precieuze prentenboeken als Een huis voor Harry, Meneer René en onlangs nog Waar is de draak? wordt tot ver voorbij de landsgrenzen, van Zweden tot China, geroemd, bekroond en gekoesterd voor het meesterschap waarmee hij zijn werk met noodzakelijke details, dierlijke herkenbaarheid en diepmenselijke warmte opglanst. In tijden waarin de boekensector haast op apegapen ligt, heeft uitgeverij Querido er alle vertrouwen in. “Da’s fijn om te horen, maar ik hou mijn hart toch vast.”

JAGEN EN VERTRAGEN Het kan verkeren natuurlijk, maar het zou ons verbazen als het vooralsnog titelloze boek niet het najaar op stelten zou zetten. “Het gaat over een olifant die helemaal

alleen op een eiland zit. (Lacht) Akelig soms, die parallellen tussen werk en wereld. Deze week, na tien maanden, zal mijn laatste prent af zijn. Met dank aan de focus die ik cadeau kreeg. Voor de crisis twijfelde ik nog of ik de publicatie niet zou uitstellen, maar plots kwam er zoveel tijd vrij, dat ik me voor de volle 100 procent op het boek heb kunnen storten.” “Ik heb de voorbije jaren sowieso al meer vertraging toegelaten in mijn werk, en ik merk dat dat het creatieproces alleen maar versterkt. Daarom sta ik er zo van te kijken dat mensen, na een paar maanden thuis, toch weer gejaagd door de wereld razen. Ik besef dat ik eigenlijk niet terug wil naar dat normaal. De pauzeknop heeft hoop gebracht, om gebruik te maken van de situatie en dingen ten goede te veranderen. Maar ik voel nu al de teleurstelling hangen. En dat is jammer, want deze crisis zal voorbijgaan, zegt Noam Chomsky (een van de scherpe tongen in Timmers’ oren, ks), maar wat ons nog te wachten staat, is andere koek.” “Je merkt ook dat we het na decennia neoliberalisme verleerd zijn om als samenleving, voorbij het individu, te denken en handelen. Pas op, ik ben van nature een optimist, hoor. (Lacht hard) Ondanks alles maak ik nog een kinderboek. En met die olifant komt alles goed.”

Dites-le avec un dessin

C12 seeks your support!

Steun Cinematek!

FR/S’il est impossible à ce jour de prendre votre voisin dans les bras, il existe d’autres façons de lui témoigner votre soutien. Par exemple, en affichant sur vos fenêtres les dessins débordants d’amour de jeunes artistes (Wide Vercnocke, Hélène Jacobs, Wauter Mannaert,...) chargés de répandre de leur trait passionné l’affection nécessaire à surmonter le (dé)confinement. 1030 Love est un projet schaerbeekois (affiches A3 disponibles en points de collecte), extensible à toute la ville (illustrations à télécharger et imprimer). (SOS)

EN/ The “quarantine” is

NL/ Ook voor Cinematek

starting to look more and more like a wedge of cheese full of holes, but you still have to organize parties in your own bubble. To survive its enforced closure, C12 – one of the beacons of Brussels’s nightlife – has launched a crowdfunding campaign. The club located in the catacombs of Brussels Central Station hopes to raise 50,000 euro. Everyone who donates will be rewarded, including with a photo book, art prints, and workshops. A wake-up call for the precarious status of Brussels’s nightlife more generally. (TZ)

zijn het sombere tijden: alle vertoningen zijn tot eind juni verboden en ook tijdens de zomer is de kans daarop bijzonder klein. Maar communiceren met het publiek blijft belangrijk en dus transformeert Cinematek zijn driemaandelijkse programmabrochure tot een magazine met bijdragen over hun onlinefilmvertoningen, verhalen achter de schermen en een hommage aan Chantal Akerman. Dit unieke magazine is samen met de drie volgende programma’s verkrijgbaar via een steunabonnement van 25 euro. (GH)

www.1030love.com

c12space.com

www.cinematek.be

27 MEI 2020


© LUNA TIMMERS

Quarantoon STEVE MICHIELS ILLUSTRATES IN ISOLATION

Leo Timmers: “De pauzeknop heeft hoop gebracht, maar je voelt nu al de teleurstelling hangen.”

Le bal masqué FR/ Alors que Bruxelles se

déconfine timidement, la nouvelle pièce de street art d’Anthea Missy, réalisée pendant la quarantaine, se fait la trace poétique d’une époque que l’on voudrait révolue. Dans The Mascarade Ball, deux amoureux au masque coloré s’embrassent langoureusement sous le regard malicieux d’un funeste virus. Collée sur un panneau de bois de la place du Châtelain, l’œuvre éphémère a fait le tour des réseaux sociaux avant d’être mise en vente sous la forme d’impressions d’art dont 40% des recettes seront reversées au Fonds pour des Soins Solidaires de la Fondation Roi Baudoin. (SOS) Instagram : @antheamissy, le making-of de la fresque est visible sur YouTube 27 MEI 2020

I 21


I SCREAM, YOU SCREAM, WE ALL SCREAM FOR ICE CREAM

What a scoop! EN

Were the members of Kool & the Gang thinking about a vanilla and strawberry ice cream cone when they sang, “she’s fresh, fresh”? Who knows? But one thing’s for sure: when the weather is good, decent ice cream is a must. — MICHEL VERLINDEN

Frederic Blondeel The chocolatier Frederic Blondeel set up his establishment in a forgotten corner of the capital. Aside from ganaches (truffles) and “mini bars”, this peaceful joint also offers the opportunity to enjoy quality artisanal ice cream that’s made on site. It is a great success, judging by the queue that forms there every time the weather is good. We love the friendly atmosphere generated by the clientele. We would describe Blondeel’s style as traditional, since he makes his ice creams with crème anglaise. The flavours are also quite traditional. It will come as no surprise, of course, that the artisan’s talent really shines through when it comes to the chocolate ice cream, which is made using cocoa beans. We must also mention the excellent ginger sorbet, a breath of fresh air. A cone with one scoop costs €2.50. rue de Ganshorenstraat 39, Koekelberg, 0468-31.50.80, www.frederic-blondeel.be, ma/lu/Mo > do/je/Th 9.30 > 19.00, vr/ve/Fr & za/sa/Sa 9.30 > 20.30, zo/di/Su 13 > 18.00

22

I

27 MEI 2020

Bargello Not a big fan of ice cream made the French way (using, paradoxically, crème anglaise as a base)? Your best option is to check out Bargello, a place that is faithful to the Florentine tradition. The result is 100% creamy and full of flavour thanks to a jealously guarded trade secret (first introduced long ago by Catherine de’ Medici). That is especially true of some flavours, their combination of organic primary ingredients and Italian produce really hitting the mark; the hazelnuts from Piedmont, the pistachios from Bronte, and the bitter almonds from Sicily. The setting is perfect, with charming decor that combines bare wood, a white counter, and high tables. When it’s possible once more to eat on the spot, you must try the espresso, freshly made to the highest Italian standards. Vrijheidsplein 5 place de la Liberté, Brussel/Bruxelles, 02-345.39.26, www.bargello.eu, ma/lu/Mo > za/sa/Sa 12.30 > 20.00

Saint Octave

Le Framboisier Doré

A specialist establishment where you can find the best cheeses and cured meats, Saint Octave does not seem, at first glance, like the place to go to find a decent ice cream. Nonetheless, having scoured the most dairy-focused parts of Belgium, Octave Laloux and Tom Flon hit upon an exceptional product: Denis Kairet’s frosted treats. This artisan’s place in Anthée, Les Lutins, practices an approach with a strong emphasis on locally sourced products. He was awarded the title of best ice cream maker in Belgium (2017). The good news is that these beautifully creamy products are available in Brussels in two areas (Sint-Gillis/Saint-Gilles and the city centre) and in two sizes: 1 litre (from €16) and 125 ml (€3).

Yves Deblaere does not go for the hard sell so don’t expect him to sing his ice creams’ praises to you. This modest man has, however, been working in the profession since 1989. He is said to have invented speculoos ice cream. There is no common base product; each flavour has its own recipe. No flavour enhancers, colourings, gelatine, powders of any kind, or texturisers are used. The result will exceed your wildest expectations. How delicate the vanilla, how perfect the consistency of the chocolate, and how subtle the pistachio, far from the fluorescent green we usually find in these parts. Some of the ice cream and sorbet flavours are a dream come true, such as pine nut, basil, elderberry, cardamom, and tarragon. In total, nearly 230 flavours (€2.40 a scoop) when the place is at full capacity.

Alsembergsesteenweg 54 chaussée d’Alsemberg, Sint-Gillis/Saint-Gilles, 02-268.57.13, di/ma/Tu > vr/ve/Fr 10 > 18.30, za/sa/Sa 10 > 18.00 & Hoogstraat 254 rue Haute, Brussel/ Bruxelles, do/je/Th > za/sa/Sa 10 > 18.30, zo/di/Su 11 > 17.00, www.saintoctave.be

Baljuwstraat 35 rue du Bailli, Elsene/Ixelles, 02-647.51.44, www.leframboisierdoré.be, ma/lu/Mo > zo/di/Su 13 > 20.00


Rencontre

BRUZZ | RENCONTRE

JACQUELINE MESMAEKER INAUGURE LA RÉOUVERTURE DE BOZAR

‘Je suis minimaliste de cœur et de religion’ 27 MEI 2020

I 23


JACQUELINE MESMAEKER INAUGURE LA RÉOUVERTURE DE BOZAR

À 92 ans, Jacqueline Mesmaeker a pour la première fois les honneurs d’une rétrospective à la hauteur de son œuvre qui unit rigueur conceptuelle et intimité domestique. Arrivée tard sur la scène des arts plastiques, cette artiste visuelle bruxelloise a longtemps travaillé dans l’ombre. Son talent éclate au grand jour en même temps que Bozar se déconfine.

FR

— MICHEL VERLINDEN, PHOTOS: HELEEN RODIERS

Q BRUZZ | RENCONTRE

ue Ah, quelle aventure !, la grande exposition consacrée par Bozar à l’artiste visuelle Jacqueline Mesmaeker (1929, Bruxelles), s’offre au public en cette étrange période de déconfinement n’est finalement pas si malvenu. Il est même possible d’y voir un signe de la providence pour cette plasticienne qui n’a eu de cesse d’agencer microcosme et macrocosme, intériorité et extériorité. Le tout avec une grande rigueur qui n’est pas sans rappeler les coupes à la serpe opérées par l’art américain au début des années soixante, en particulier celles d’un Barnett Newman. « Je suis minimaliste de cœur et de religion », confesse-t-elle d’emblée quand on la questionne sur le sujet. Il reste que la rétrospective présentée au Palais des Beaux-Arts a pour le moins été chahutée, entre plusieurs séjours à l’hôpital et la période du confinement endurée en clinique « en se posant mille questions ». « Même si le parcours et les œuvres ont été décidés avant la pandémie, on a pu continuer après ma sortie de l’hôpital grâce à des échanges par mails mais aussi par visioconfé-

rence. Le montage s’est surtout accompli par échange d’images. Heureusement, la veille de l’ouverture, j’ai pu venir sur place, en prenant toutes les précautions possibles, bien sûr. Ça m’a permis de régler les derniers détails et de faire quelques modifications », explique l’intéressée. En résulte une scénographie très épurée épousant le credo minimaliste de l’artiste. Soit un savant équilibre des différents médiums chers à la plasticienne, entre livres, interventions sur les murs, dispositifs, installations et vidéos.

IL FAUT BIEN VIVRE L’épisode du montage un rien rocambolesque est à l’image d’un parcours tarabiscoté de 50 ans (Jacqueline Mesmaeker a repris des études à La Cambre à l’âge de 45 ans après avoir évolué dans l’architecture, le design et le stylisme) qui est celui d’une femme qui, époque oblige, fut avant tout circonscrite dans les sphères de la domesticité « il fallait que je m’occupe des enfants » et de l’enseignement car « il faut bien vivre ». Il est à noter qu’aussi prégnantes qu’elles furent, ces

« Même si le parcours et les œuvres ont été décidés avant la pandémie, on a pu continuer après ma sortie de l’hôpital grâce à des échanges par mails mais aussi par visioconférence » JACQUELINE MESMAEKER

24

I

27 MEI 2020

obligations n’ont pas réussi à la faire dévier d’un pouce d’une production artistique vécue comme nécessaire. Il existe chez elle une certaine clandestinité de sa pratique, raison pour laquelle elle s’est longtemps refusée à exposer en galerie préférant limiter ses interventions à l’espace d’ouvrages littéraires déjà publiés. L’exposition à Bozar porte trace de cette pratique bibliophilique. Ainsi de A Childhood, une œuvre donnant à voir les pages dessinées au crayon par l’intéressée à la faveur d’une intervention dans le livre éponyme de Francesca Allinson ou encore Lire et Écrire composé de deux pages effacées extraites de La Cathédrale de brume de l’écrivain anversois Paul Willems. La meilleure preuve du caractère profond et vécu de son œuvre, c’est son appartement d’Ixelles qui le donne. Depuis la moitié des années septante, c’est au sixième étage d’un immeuble s’élevant sur huit niveaux que la Bruxelloise déploie le territoire qui est le sien. La majesté du bâtiment donne le vertige. Les abords impressionnent, notamment l’entrée qui découvre d’imposants pilastres rangés sous une corniche finement cintrée. La réalisation est un fleuron d’inspiration Art Déco dessiné en 1929 par l’architecte Henri Jacobs. Paradoxalement, à aucun moment celui-ci ne laisse présumer sa fonction : il s’agit en réalité d’un logement à vocation sociale.

UN ESPACE À SOI Dans le cas de la plasticienne, la béquille immobilière va au-delà de la question économique. C’est à partir du moment où elle peut s’établir dans un logement à elle que Jacqueline Mesmaeker se met à

imaginer des œuvres conceptuelles et inspirées par la littérature, notamment Stéphane Mallarmé et Lewis Carroll. Mallarmé est celui qui lui révèle l’importance du langage et sa démiurgie. Ainsi quand en 1981, elle expose une œuvre intitulée Versailles avant sa construction, consistant en une photographie noir et blanc d’une plaine sans relief particulier, elle invite le lecteur à exhumer par l’imagination des symétries et des axes glorieux d’un paysage somme toute assez morne qui se présente à lui. « En emménageant ici, une nouvelle disponibilité s’est offerte… sans compter que le rapport à l’architecture, qui est très important pour moi, s’est intensifié », résume celle qui reconnaît « la résolution des problèmes visuels » pour vocation. On rappellera ici, de manière adéquate, A Room of One’s Own, la célèbre nouvelle de Virginia Wolf, pour faire comprendre la nécessité émancipatrice d’un « espace à soi » qui a permis à la plasticienne de « déclencher son œuvre ». Au cœur de sa pratique, il faut également pointer l’humour. Quand on le lui rappelle, l’artiste convoque ses jouissives Cascades, des sortes de poèmes verticaux composés de vocables apposés au mur sous forme de colonnes lexicales. « Je les ponctue de mots que j’ai plaisir à dire, des termes que je peux savourer en bouche. Je pense à ‘bigoudis’ et puis ‘ronfler’, ‘patatras’ aussi… », lance-t-elle avec l’œil malicieux d’une adolescente.

PORTRAIT VIVANT Tout aussi facétieux, on pense à La Chasse au Snark de Carroll, est sa propension à signer des pièces minuscules, à la discrétion totale. Ainsi des Introductions Roses, de fins morceaux de tissu rose qu’elle utilise pour combler les plus petits interstices, une plinthe ou l’encadrement d’une porte de son logement. Transposés à Bozar, ceux-ci nécessitent la pleine attention du spectateur qui aura vite fait de passer à côté des neuf salles qui accueillent l’événement. Si, comme le pense William Kentridge, l’atelier est le portrait vivant de l’artiste, une sorte de « cerveau en plus grand », celui de la nonagénaire s’apparente à un sas de décompression au cœur duquel la


ITINÉRAIRE • Jacqueline Mesmaeker est née à Uccle en 1929. • Styliste de 1962 à 1972. • Diplômée en 1967 de l’Académie des Beaux-Arts de Bruxelles, où elle fréquente l’atelier de Georges De Vlaminck, et de l’École Nationale Supérieure des Arts Visuels de la Cambre (maîtrise en 1981). • Professeure à La Cambre entre 1979 et 1984 et à l’ISLAP-ERG (École de recherche graphique) à Bruxelles (1982-1994) • Au milieu des années septante, elle s’engage dans la voie d’une pratique visuelle conceptuelle sous l’influence de la littérature, notamment Stéphane Mallarmé, Valéry Larbaud et Lewis Carroll.

• Fait l’objet en 2020 d’une rétrospective à Bozar: Ah, quelle aventure !

BRUZZ | RENCONTRE

• Conférencière à l’Académie des Beaux-Arts de Mons (1981-1986).

LAATBLOEIER WORDT HOOGVLIEGER Jacqueline Mesmaeker (92) heeft voor de eerste keer een retrospectieve beet die haar oeuvre, dat conceptuele standvastigheid en huiselijke intimiteit verbindt, geheel tot zijn recht laat komen. Ze was een laatbloeier in de beeldende kunst en heeft lange tijd in de luwte gewerkt. Het is dus hoog tijd dat haar talent een breder publiek bereikt. Daar wil Bozar nu een handje bij helpen. NL

C’est dans les années septante, lorsque Jacqueline Mesmaeker s’installe dans un «espace à soi » (au sixième étage d’un immeuble ixellois) que son œuvre se déclenche.

vie dépose ses armes aux pieds de l’art. La pièce qu’elle utilise pour travailler affiche des contours familiers subtilement détournés. Ainsi de cette entaille faite dans le papier peint qui se profile derrière la chevelure blanche de celle qui fut diplômée en 1967 de l’Académie des Beaux-Arts de Bruxelles (où elle fréquenta l’atelier de Georges De Vlaminck) avant de devenir professeure à La Cambre. « Cette découpe a été pratiquée par les propriétaires qui voulaient voir s’il y

avait de l’humidité. » Laissée telle quelle et reproduite à la faveur d’un tirage, visible à Bozar, l’étrange faille est désormais une pièce à part entière métaphoriquement chargée. On peut y lire l’introspection, le temps qui passe ou pourquoi pas la sexualité. Il en va de même du papier peint d’une petite chambre d’enfant annexe. Mis à jour et conservé par fragments, il dit la fragilité des destins individuels ainsi que la dimension psychologique cruciale

de l’espace. Sans oublier tous ces objets, chinés ou hérités de l’histoire familiale – tableau hollandais, buste tourné vers la cheminée, fauteuil en forme de conque – qui sont une épiphanie artistique. Celle-ci révèle une double évidence, celle d’un appartement comme une œuvre d’art et d’un don… qui veut que tout ce que Jacqueline Mesmaeker touche, elle le consacre. À l’exception notable de la récente quarantaine qui n’a pas inspiré de pistes mais bien « des inquiétudes ».

LATE-BLOOMER BECOMES HIGHFLYER Jacqueline Mesmaeker (92) finally has a retrospective exhibition that does full justice to her oeuvre, which combines conceptual constancy and domestic intimacy. She was a late-bloomer in visual art and it took a long time before she made her breakthrough. In other words, it is high time that her talent reaches a broader audience, and Bozar is now contributing to making that happen. EN

27 MEI 2020

I 25


Samenleving

KENZA ISNASNI ACHTTIEN JAAR NA DE MOORD OP HAAR OUDERS

‘Nee, het racisme is niet weg’ Achttien jaar na de racistische moord op het echtpaar Ahmed en Habiba Isnasni in de Vanderlindenstraat in Schaarbeek, dreigt de collectieve herinnering te vervagen. “We mogen niet vergeten wat de Marokkaanse gemeenschap voor de stad en het land heeft betekend,” zegt dochter Kenza Isnasni.— STEVEN VAN GARSSE BRUZZ I SAMENLEVING

H

et waren de loden jaren van Schaarbeek. Eerst met Roger Nols (FDF), later met ex-commissaris Johan Demol (Vlaams Blok). Racisme en xenofobie bleken electoraal goud. In de spraakmakende RTBF-reportage Au Nom de la Loi zien we hoe oudere Brusselaars eind jaren 1990 in een achterafzaaltje hun gal spuwen over de migranten. Ze worden omringd door kopstukken van het toenmalige Brusselse Vlaams Blok Erik Arckens, Frédéric Erens, Patrick Sessler en Johan Demol. Ook Hendrik Vyt neemt het woord. De zeventiger komt op voor het patriottisme. Voor de Belgen die gevochten hebben voor het land. Hij laakt de migranten die ons dat allemaal zullen ontnemen. We zien Johan Demol instemmend knikken. Het zijn zijn kiezers. Het is een politiek discours dat aanslaat en in Brussel electoraal zal lonen.

Drie jaar na die reportage komt Hendrik Vyt opnieuw in beeld. Op 7 mei 2002 dringt de man om 4 uur ‘s ochtends met een wapen het appartement van zijn onderburen binnen. Hij schiet. Ahmed Isnasni, 47 jaar, en Habiba El Hajji, 45, komen om. Vyt steekt het huis in brand en zal zelf omkomen, bevangen door de rook. De twee zoontjes van het koppel, Yassine en Walid, zijn levensgevaarlijk gewond, maar overleven het drama. Ook dochter Kenza, 18, kan aan de dood ontsnappen. De moord veroorzaakte veel ophef in de buurt. Vyt bleek gewelddadig. De politie was meermaals tussenbeide moeten komen tijdens incidenten met de buren, maar had niet kunnen verhinderen dat hij een Marokkaans gezin koelbloedig vermoordde. Elk jaar worden aan het huis in de Vanderlindenstraat nog bloemen

“De natuur geneest. Maar ik geloof ook in de mens, liever dan te blijven hangen in mijn verdriet of haat” KENZA ISNASNI Verloor haar ouders bij een racistische moord 26

I

27 MEI 2020

gelegd door familie en nabestaanden. “Maar dat konden we dit jaar niet,” zegt Kenza Isnasni. “Door de lockdown.” Isnasni zit zelf vast in Marokko. Ze verdeelt haar tijd tussen Laken en Marrakesh, waar ze met haar man in de heuvels van de Atlas een bioboerderij uitbaat en waar yogacursussen worden gegeven. Ze heeft nu een stichting opgericht om de racistische moord op haar ouders te herdenken. “Het idee leefde al langer,” zegt Isnasni. “Er is een hele generatie, waar mijn ouders deel van uitmaakten, die naar België is geëmigreerd om het land mee op te bouwen. Het is een deel van de geschiedenis van ons land dat we niet mogen vergeten. Jammer genoeg is het voor mijn ouders slecht afgelopen. De dodelijke schietpartij was een drama dat Schaarbeek hard heeft getroffen. Maar we zien intussen ook dat we snel vergeten. Tegelijkertijd is het racisme in onze samenleving niet weg. We zijn vijftig jaar na het begin van de Marokkaanse migratie - er is een vierde generatie, maar ook die ontsnapt niet aan xenofobie en discriminatie.”

Is het racisme nog zo sterk aanwezig in Brussel? Er lijkt meer vermenging, meer contacten tussen de verschillende gemeenschappen. Het is ook moeilijk om vandaag xenofoob te zijn in een kosmopolitisch Brussel. KENZA ISNASNI: Racisme heeft vele

gezichten. Er is het primaire racisme. Dat van: ‘Ik moet je niet, want je hebt een andere huidskleur.’ Het is het racisme waar mijn ouders slachtoffer van zijn geworden. Misschien is dat naar de achtergrond gedreven. Maar er is ook het institutionele racisme: het uitsluiten van bepaalde bevolkingsgroepen, op de arbeidsmarkt bijvoorbeeld, of op de woonmarkt. En er is ook het heel politieke racisme. Extreemrechts neemt veel plaats in in het Belgisch parlement. Een incident volstaat om het racistische verhaal gretig verder te verspreiden. Neem nu wat Adil is overkomen in Anderlecht. Hij komt om bij een aanrijding met een politiewagen. Ik heb de Facebookpagina van het Vlaams Belang gezien. De commentaren die je daar leest, zijn beangstigend. Heel openlijk ook, zonder gêne. Nee, het racisme is niet weg.


Kenza Isnasni: “Er was op de dag van de begrafenisplechtigheid een enorme solidariteit die me later geholpen heeft om rechtop te blijven staan.” © PHOTONEWS

Kenza Isnasni nam het woord op de begrafenisplechtigheid voor haar vermoorde ouders. © PHOTONEWS

Dus ja, het is goed samenleven in Brussel vandaag, maar er is niet veel nodig om alle vooroordelen weer aan de oppervlakte te krijgen. En dan zwijg ik nog over de internationale context met leiders die de xenofobie niet onder stoelen of banken steken.

Wat kan je er tegen doen? ISNASNI: We moeten het racisme aan de kaak stellen. Altijd opnieuw. We mogen het niet laten gebeuren. Er is een heel juridisch arsenaal om racisme en discriminatie aan te pakken, maar we zien nauwelijks veroordelingen. We zien ook dat politici niet meer reageren op het xenofobe discours. Daarnaast is er een hele pedagogie nodig, over het samenleven, over het respect voor elkaar. Niet vanuit een romantisch idee van ‘laten we samen in vrede leven’, maar vanuit het idee dat we samen aan de maatschappij moeten bouwen, zoals mijn ouders en een hele generatie dat gedaan hebben door naar België te immigreren.

De Brusselse overheid spreekt al lang van een volwaardig migratie-

museum. Er is een gesmaakt initiatief van Foyer, maar misschien mag het nog wat meer zijn? ISNASNI: Alles is goed om de migratiegeschiedenis levend te houden. Enkele burgers hebben er ook voor geijverd om een deel van de Vanderlindenstraat te veranderen in de Habiba-Ahmedstraat. Maar dat project zit nu in de koelkast.

Wat is er gebeurd? ISNASNI: Burgemeester Bernard

Clerfayt was heel enthousiast. Hij heeft het drama van dichtbij meegemaakt, hij was toen burgemeester. Onder waarnemend burgemeester Cécile Jodogne (sinds juli 2019, red.) is een buurtonderzoek gestart naar de naamsverandering, met, tot onze grote verrassing, een negatief resultaat. Wat wij aanklagen is de manier waarop dat onderzoek is gebeurd. Natuurlijk moet je niet achttien jaar na de feiten aan de bewoners vragen wat ze hiervan vinden. Ze weten niet wat er gebeurd is. Zoiets moet je met een echt participatieproject doen, waar ook wij bij betrokken zijn. We zullen nu zien of we het weer op de agenda kunnen krijgen.

U was achttien toen u in het Josaphatpark op de begrafenisplechtigheid van uw ouders het woord nam voor vijfduizend gelovigen, in het bijzijn van talloze hoogwaardigheidsbekleders. Hoe kijkt u daar vandaag naar? ISNASNI: Dat moment zal ik nooit vergeten. Ik had maar één boodschap: dit mag nooit meer gebeuren. Er waren trouwens niet alleen moslims. Ik herinner me een man die de hele tijd tussen de moslims aan het bidden was, op zijn manier. Dat greep me naar de keel. Er was die dag een enorme solidariteit die me later veel geholpen heeft om rechtop te blijven staan. Vergeet niet dat ik plots alleen overbleef met mijn twee broertjes, die hun ouders hard nodig hadden.

U hebt uw verdriet kunnen ombuigen tot een positief maatschappelijk project. Hier in België met uw stichting, en in Marokko met een ecologisch project. Waar haalde u die kracht vandaan? ISNASNI: Ik ben gelovig. Dat heeft me zeker geholpen. Ik hou ook erg van de natuur, die een soort van refuge is voor mij, waar ik kan mediteren. De natuur geneest. Maar ik geloof ook in de mens, liever dan te blijven hangen in mijn verdriet of haat. Maar het verdriet is niet weg. Ik krijg nog altijd berichten van mensen die de moord op mijn ouders niet kunnen begrijpen. Die zich afvragen: hoe kan je iemand zo haten wegens zijn afkomst? Het houdt mensen duidelijk bezig. En dan trek ik me op aan de gedachte dat mijn ouders misschien niet voor niets gestorven zijn.

EN SOUVENIR D’AHMED ET HABIBA Dix-huit ans après le meurtre d’Ahmed Isnasni et Habiba El Hajji rue Vanderlinden à Schaerbeek, leur fille Kenza Isnasni crée une fondation. Elle souhaite ainsi soulever le problème du racisme, toujours très présent dans notre société. Il s’agit également d’un moyen de commémorer durablement la première génération de migrants qui ont participé à la construction de la Belgique. Elle raconte comment elle s’est adressée, quand elle était encore jeune fille, aux fidèles présents aux funérailles de ses parents et où elle a trouvé la force aujourd’hui de transformer l’immense tristesse que représente le décès de ses parents en un projet social positif, entre autres à Marrakech où elle vit la moitié du temps. FR

IN MEMORY OF AHMED AND HABIBA Eighteen years after the murder of Ahmed Isnasni and Habiba El Hajji on Vanderlindenstraat in Schaarbeek, daughter Kenza Isnasni has launched a foundation. It is intended not only to counter the racism that continues to be very prevalent in our society, but also serves as a permanent commemoration of the first generation of migrants that came to Belgium and helped build this country. She tells us about what it was like to address the congregation at her parents’ funeral and where she found the strength to turn the terrible grief over her parents’ murder into a positive social project, among others in Marrakesh where she lives part-time. EN

27 MEI 2020

I 27


Reportage

VREET CORONA AAN HET VINYLVIRUS?

‘Enkel de atoombom ontbreekt nog’ B R U Z Z | R E P O R TA G E

— TOM ZONDERMAN, FOTO’S HELEEN RODIERS

30

P

“

I

lease wash your hands before diggin’ the crates,” draagt een bordje op wanneer je Dust Dealers binnenwandelt. Wie met zijn vingers door het vinyl van de shop in Sint-Gillis wil gaan, moet het flesje alcoholgel gebruiken. “Sommige mensen dragen handschoenen,” zegt Joël Parmentier alias DJ ReeDoo, die de winkel runt samen met Julien Delannoy alias Oldy Clap. Dust Dealers, al vier jaar een haven voor soul, funk en jazz, ging twee weken geleden weer open na twee maanden verplichte sluiting. De hinderpremie van 4.000 euro bracht soelaas tijdens de lockdown, maar Parmentier ging ook opnieuw aan de slag als dakwerker, iets wat hij al 25 jaar niet meer had gedaan. “Ik verdien anders niets, aangezien ik ook als dj niet aan de bak kom. En ik wil voorbereid zijn wanneer die tweede golf eraan komt, ik ben geen wetenschapper, ik weet niet hoe de toekomst er gaat uitzien.” Om ook de periode na corona door te komen, zette het duo via het platform KissKissBankBank een crowdfunding op, die 12.000 euro opleverde. “Twintig procent meer dan we hoopten,” glundert Parmentier. “Het toont vooral dat mensen niet willen dat we opgeven. Buurtwinkels als de onze zijn belangrijk voor het sociale weefsel van de wijk. Wij zijn meer cultuur dan commercie. Tegenwoordig vind je ook vinyl in de Colruyt, maar daar heb je die binding niet.” Om te voldoen aan de regels van social distancing mogen er maar drie mensen tegelijk in de shop, een overrompeling zit er dus niet in. “Dat verwachten we ook niet. Een platenwinkel is niet meer hetzelfde als dertig jaar geleden, hè. Maar ik heb er goede hoop op dat de mensen zullen terugkomen. Ik heb thuis ook Netflix, maar op een bepaald moment ben je die digitale wereld beu. Dan wil je naar een echte filmzaal, of iets tastbaars in handen hebben, zoals een vinylplaat.” 27 MEI 2020

Vinylfreaks zijn een ras apart, dat weet iedereen sinds de film High fidelity. Hun liefde voor het zwarte goud is onvoorwaardelijk. Terwijl het rijk van de cd vanaf 2000 afkalfde, begon vinyl het voorbije decennium aan een onverwachte heropleving. In 2019 steeg de verkoop van vinyl in België met 8 procent, goed voor een aandeel van 7,5 procent van de totale muziekomzet. Door het nog verder wegzakken van de cd daalde de fysieke verkoop in totaal wel opnieuw met 14 procent, terwijl de digitale consumptie met 31 procent toenam. Die heeft nu een marktaandeel van 68 procent, als je de downloads erbij rekent. “Door streaming is de totale muziekconsumptie in 2019 zelfs met 8 procent gestegen,” zegt Pieter Swaelens van de Belgian Entertainment Association. “Tijdens corona zijn de mensen nog veel meer gaan streamen, terwijl de fysieke verkoop in de eerste vier maanden van het jaar met 44 procent is gedaald. Dat zal nu wel weer aantrekken, maar de trend is overduidelijk.” Terwijl steeds meer mensen minder belang hechten aan eigenaar zijn van muziek, blijven labels en artiesten vasthouden aan fysieke

“Platenwinkels zijn belangrijk voor het sociale weefsel van de wijk” JOËL PARMENTIER uitbater Dust Dealers

dragers, niet het minst omdat streaming voor de artiesten weinig soelaas brengt – een stream op Spotify brengt ongeveer 0,003 euro op – zeker nu corona hen heeft beroofd van hun voornaamste inkomstenbron, het livecircuit. Aan het begin van de lockdown probeerde de sector te sensibiliseren met de hashtag #playlocal, ondertussen is er het initiatief Love Record Stores, dat platenzaken onder de aandacht moet brengen. Op 20 juni culmineert dat in een amuse-bouche van Record Store Day, dat verplaatst is naar het najaar. Het is afwachten of corona de fysieke verkoop nog meer zal doen kelderen, en of vinyl zijn onwaarschijnlijke groei uiteindelijk toch gestuit ziet. “Zo’n vaart zal het niet lopen, want mensen die platen kopen, zijn een trouw publiek,” zegt Swaelens. “We hebben nog geen stormloop gezien de voorbije twee weken, maar mensen die naar een winkel gaan, doen dat wel om te kopen.”

BEDUIMELD “Dat is tegelijk de sterkte en de zwakte van iets niche als vinyl,” vertelt Matthieu Marchal van Balades Sonores van achter zijn bezwete mondmasker. “Het publiek dat je ermee bereikt, is niet gigantisch. Maar de mensen die ertoe bekeerd zijn, blijven terugkomen.” Balades Sonores, wiens grote broer in Parijs woont, opende drieënhalf jaar geleden zijn deuren tegenover de Botanique. Een tijdelijk pand, heel erg onderkomen maar met tonnen charme. “We betaalden amper huur, maar het was een bouwval. In de winter was het er ijskoud,” verduidelijkt Marchal. Net voor de lockdown kregen ze te horen van de eigenaar – de projectontwikkelaar die plannen heeft met de site rond de Gésukerk – dat ze er binnen de maand uit moesten. “Dat was schrikken, maar eigenlijk een geluk bij een ongeluk. Door de verplichte sluiting hadden we tijd om iets anders te zoeken.” Met succes. Twee weken geleden opende Balades Sonores zijn nieuwe shop in de Marollen. “We betalen nu meer huur, en met Victor hebben we er ook iemand extra bij,” wijst Marchal naar zijn achter een face shield verscholen compagnon. “Maar dat risico nemen we. Aan de Bota hadden we totale vrijheid, maar nu zijn we tenminste zeker dat we kunnen blijven.” En ze hebben meer ruimte om hun collectie, meer dan 15.000 stuks met onder meer een unieke selectie jazz, wereldmuziek, psych en library music, uit te stallen. ▼

Corona deed ook platenwinkels twee maanden sluiten, maar tegen het vinylvirus is gelukkig nog geen vaccin gevonden. “Dat we een nichemarkt aanboren, is tegelijk onze zwakte en onze sterkte.”


#LOVERECORDSTORES Lie ebbers van het zwarte goud komen in Brussel goed aan hun trekken. Dit zijn de interessantste platenzaken van de hoofdstad: ARLEQUIN Een stevige selectie (tweedehands) vinyl, met een voorliefde voor vintage, wereldmuziek en reggae Eikstraat 7, Brussel + Andennestraat 90, Sint-Gillis www.arlequin.net

BALADES SONORES Een hoogst eigenzinnig aanbod van indierock, global sounds, ambient, (Japanse) jazz en psychedelica, nieuw en tweedehands Sint-Gisleinstraat 55, Brussel www.baladessonores.com Pim Thomas van Crevette Records neemt de handschoen(en) op: “Je komt hier niet binnen en je denkt, die plaat van The Beatles ken ik, die koop ik. Je wilt diggen en ontdekken. Die spirit is nu getemperd, en dat is lastig.”

CAROLINE MUSIC & B-SIDES Bij de nestor onder de platenzaken veel rock, maar ook urban, hiphop en jazz, nieuw en tweedehands Anspachlaan 101, Brussel www.carolinemusic-bxl.be

CREVETTE RECORDS Techno, house, breakbeat, disco, acid, leftfield, minimal, industrial, tropical: Crevette heeft het allemaal in huis, nieuw en tweedehands Blaesstraat 146, Brussel www.crevetterecords.be

DOCTOR VINYL Wie zich niet goed voelt, vindt bij de dokter het juiste medicijn in de vorm van de betere beat Groot Eiland 1, Brussel www.doctorvinylrecords.be

DUST DEALERS Dé plek voor soul, funk, jazz, afro, latin, nieuw en tweedehands Vanderschrickstraat 22, Sint-Gillis www.dustdealers.com

SEYMOUR KASSEL Het walhalla voor wie duiten wil dokken voor originele pressings Vlaamsesteenweg 93, Brussel seymourkassel.com

VEALS & GEEKS Sixtiespunk, Belgische pysch, jazz en vintage rock: veel tweedehands en ook re-issues bij deze freaks Lievevrouwbroersstraat 8A, Brussel vealsandgeeksrecords.bandcamp.com

27 MEI 2020

I 31


VREET CORONA AAN HET VINYLVIRUS?

Balades Sonores is net open op zijn nieuwe locatie in de Marollen, en met nieuwe regels.

xxx

hanteren en verplichten we hen om handschoenen te dragen. Ik zie het volledig goed komen.” Ook nu blijkt dat de fysieke verkoop een duik neemt en zal blijven dalen? “Wij verkopen vinyl omdat we daar voeling mee hebben,” zegt Thomas. “Daar normaal van kunnen leven, is voor ons meer dan genoeg. Als cd’s nu plots weer heel populair zouden worden, ga ik niet omschakelen.”

OH, CAROLINE NO

B R U Z Z | R E P O R TA G E

De lockdown heeft Balades Sonores overbrugd met steunmaatregelen van de overheid, maar ook door creatief te zijn. “Mensen bleven bestellen via de site. Ze kochten cadeaubonnen. En ze konden vooruitbetalen, een soort van krediet dat ze later kunnen omzetten in de shop. Dat heeft allemaal geholpen om de storm te doorstaan.” Gaan diezelfde lui nog wel terugkeren om met hun vingers door de beduimelde (tweedehands) platen te gaan? “Die vraag heb ik me nog niet gesteld,” lacht Marchal. “Misschien moet je die lp’s dan veertien dagen in quarantaine houden voor je ze beluistert. Er zullen zeker mensen bang zijn, en ze zullen ook minder centen hebben. Maar ik ben ervan overtuigd dat het weer goed komt.”

SURFEN OP ONLINEVERKOOP Een straathoek verder ligt Crevette Records, al bijna vier jaar dé referentie voor de liefhebber van de betere beats. Voor hen is het dubbel pijnlijk, want veel dj’s komen hier hun platen kopen. “Op festivals hosten we ook podia, maar dat zal net zo goed niets worden,” zegt uitbater Pim Thomas, zelf dj. “We worden een beetje langs alle kanten geraakt, maar ik blijf positief.” Ook Crevette toonde zich creatief. “Met Kiosk Radio en C12 ontwierpen we een T-shirt met de slogan ‘Support Your Local Scene’. We verkochten cadeaubonnen, en mensen konden vooruitbetalen: voor 100 euro kreeg je 125 euro krediet terug.” Crevette kon ook rekenen op de hinderpremie. “Voor de periode tot 5 april. In Vlaanderen kregen handelszaken daarna ook nog eens 160 euro per verplichte sluitingsdag. Dat was voor ons als kleine zelfstandige ook welkom geweest. Ik kan mij voorstellen dat een winkel in een boerengat met die premies de omzet van het jaar draait.” Anders dan de andere vinylshops, zette Crevette tijdens de lockdown ook meer in op online. “We hebben van de luwte geprofiteerd om onze webshop te updaten,” zegt Thomas. “Dat blijft een fractie van onze verkoop, maar hopelijk blijven mensen daar nu ook meer naartoe surfen, ook wanneer de winkel weer normaal draait.” Nog belangrijker is dat de hechte community rond Crevette snel weer draait. “Wij doen vaak instores. En op vrijdagavond hangt hier weleens 32

I

27 MEI 2020

“We gaan nog een tijdje afzien. Ons jaar is sowieso om zeep” ANDRÉ ‘DÉDÉ’ TART uitbater Caroline

veel volk rond. Maar met één persoon per tien vierkante meter zal dat voorlopig niet lukken. Je mag ook maar een halfuur in de shop blijven. Voor corona zaten mensen hier soms de hele dag, tot we ze ’s avonds buiten moesten shotten. Dat komt ook omdat dat we ons op de niche richten. Je komt hier niet binnen en je denkt, die plaat van The Beatles ken ik, die koop ik. Je wilt diggen en ontdekken. Die spirit is getemperd, dat is lastig.” Twintig procent van zijn klanten zijn toevallige passanten, of platenverzamelaars die op citytrip zijn in Brussel, zegt Thomas. Ook de rommelmarkt vlakbij genereert normaal veel trafiek. “Gelukkig lijken onze vaste klanten allemaal terug te komen, ook al moeten ze nu andere regels

“Dit zijn mijn eerste vinylplaten ooit,” grinnikt Alexandre, een gemondmaskerde twintiger uit Charleroi die de quarantaine uitzit bij zijn Brusselse vriendin. Hij zwaait met twee albums van Ella Fitzgerald die hij uit de tweedehandskratten van platenzaak Caroline heeft opgeduikeld. “Net voor de lockdown zaten we in New York, en daar hoorden we Fitzgeralds versie van ‘Summertime’ op de radio. Ik heb een platendraaier besteld, die is vanmorgen aangekomen. Ik wil mijn lief hiermee verrassen.” Het is een verhaal om aan je op te trekken, glimlacht ancien André ‘Dédé’ Tart, die Caroline in 1977 leven inblies. “Dat is de reden waarom mensen zullen blijven komen. Een boek kopen op Amazon is ook niet hetzelfde als in een boekenwinkel gaan neuzen. Mensen hunkeren naar die fysieke interactie, de tips, de praatjes.” Corona heeft ook Caroline pijn gedaan. Nu is de shop weer open, maar toeristen, die goed zijn voor 30 procent van de klanten, zijn er niet. De AB aan de overkant is nog gesloten, en de drukte van de cafés om de hoek aan Sint-Goriks ontbreekt. “We gaan nog een tijdje pijn lijden,” zucht Dédé. “Ons jaar is sowieso om zeep.” Toch is ook hij hoopvol. Caroline, een baken in het Brusselse muzieklandschap, heeft dan ook veel stormen doorstaan. In 2013 moest Dédé nog noodgedwongen de boeken neerleggen door de sluiting van de Sint-Honorédoorgang, zijn vorige locatie. Na de onverhoopte doorstart op de Anspachlaan volgden de aanslagen en de werken aan de piétonnier. Er kan alsnog een glimlach af. “Enkel de atoombom ontbreekt nog.”

LE VIRUS AURA-T-IL RAISON DU VINYLE ? En 2019, alors que les ventes physiques d’albums diminuaient globalement, les ventes de vinyle augmentaient de 8 %. Avec la fermeture des magasins de disques, les entreprises de pressage de vinyles qui ne tournent plus et les sorties d’albums reportées à cause du Covid-19, la question est de savoir si cette croissance va se maintenir. Un petit tour dans plusieurs magasins de disques bruxellois nous apprend que la résilience est de mise. « Les gens ont peur, et ils ont moins d’argent, mais tout va rentrer dans l’ordre. » FR

IS CORONA ATTACKING THE VINYL BUG? In 2019, turnover in the music industry increased by 8 percent, thanks to the popularity of streaming platforms. But while physical sales generally decreased, the sale of vinyl increased by 8 percent. Now that corona has forced record shops to close, record presses to shut down, and artists to postpone releases, the question is what impact this will have on that growth. A tour of record shops has shown us that there is great resilience in the sector. “People are afraid, they have less money, but we think everything will turn out alright.” EN


De zeven deugden van Brussel SENIOR WRITER JEAN-MARIE BINST NEEMT AFSCHEID MET ZEVEN COLUMNS

Brussel heeft zijn burgers lief, ongeacht hun identiteit, sociale status of origine. Is dat geen eerbare deugd? In de meeste religies die er nog worden beleefd heet dat naastenliefde. Buiten die godsdienstcontext heet dat verantwoordelijkheid nemen voor het welzijn van de medeburger. Het ‘morele’ dossier rond het verbod op onverdoofd slachten van schapen is in Brussel nog niet beslecht, maar een jongere generatie moslims wist zich al bedachtzaam aan te passen. Hun heil en soelaas vonden ze in hun geloofsovertuiging: genereus zijn voor de behoeftige medemens. Een letterlijke duit in het zakje van de armere medemens doen, werd de nieuwe norm als alternatief voor het te verdelen slachtlam. Medeleven valt ook in euro’s te regelen. Mooi in Brussel is de historische zorg voor de zwakkeren in de samenleving, die vanuit de lokale overheden via de uitbouw van OCMW’s het meest opvalt. Een sociale kleinhandel, een extra crèche voor moeders met een minimuminkomen, een ontmoetingsplek in de vorm van een kaarterszaaltje, een gemeenschappelijke broodbakkersoven of wijkmoestuin: attent blijven voor de minstbedeelden is hier een gave. En al bewijst de uitzondering de regel, net die afwijking maakt dat iedereen alert blijft voor de grote dienstbaarheid die naastenliefde is. Neem nu de affaire-Samusocial, mocht u die voor de verkiezingsmaanden gemist hebben. Het gaat om een burgemeester en oud-voorzitster van het OCMW, die de ziel van het werk van barmhartigheid van de instelling voor noodhulp aan daklozen, die ze mee bestuurden, niet begrepen. Alsof naastenliefde niet onvoorwaardelijk is, en geen geste die onbaatzuchtig uit het hart komt. Ze snapten het niet, en vonden een mandaatsvergoeding om hun geestelijke bijdrage bij vzw Samusocial ruim evident. Schaars geld van de behoeftige daklozen afhouden, betekent dat zoveel als een gebrek aan empathie? Aan normbesef ? Wat het ook was, ze kregen geen gelijk. Niet van de politiek, nog minder van de medeburgers. Naastenliefde en medeleven zijn de amoretti die de Tragedies van Racine een gezicht geven. Medeleven tonen met wat iemand meemaakt hoort bij responsabiliseren. Actief opkomen voor de andere, zelfs al kent men die niet. In die zorg voor de andere, is de Brusselaar goed. Een paternoster aan instellingen waakt over dat groot hart: nergens in een Europese stad wordt meer soep bedeeld dan in Brussel, van thuislozencentra Poverello en De Samaritanen tot de bedeling in trein- en metrostations of gratis in elke school van

de Stad Brussel. Caritas onderstreept de waardigheid van iedere medemens. Een dagje vrijwilligerswerk bij de Zusters van Moeder Teresa (de Missionarissen van Naastenliefde) in Sint-Gillis, gaf me ooit een dubbel geluksgevoel: een prachtige reportage over het naar binnen lepelen van middageten zonder mes en een reactie van drie thuislozen op straat, een uur na de afwas in het klooster: ‘Meneer, bedankt, u was zeer vriendelijk tegen ons. Komt u morgen terug?’ De zorg voor de zwakkeren of zij die lijden onder wat de stad hen aandoet, heeft veel burgerinitiatieven een bestaansreden gegeven. Een samenleving zou zielloos zijn, mocht geen zorg geschonken worden aan anderen. Die zichtbare dienstbaarheid onderstreept de waardigheid van de Brusselaar, continu. Geconfronteerd met de coronacrisis hebben velen zich aangesproken gevoeld om iets te doen voor de geïsoleerde stedeling: van muziek maken in een open venster tot boodschappen ronddragen en volop mondmaskers stikken voor wie er nood aan had. Alle werken van barmhartigheid – van zieken verzorgen tot doden waardig begraven – springen in de stad meer dan elders in het oog. In de vertraging van het stadsleven leken ze plots op te vallen, en toch zijn ze altijd omnipresent geweest. Ook acties zoals van het burgercollectief 1030/0 in Schaarbeek, gevolgd in andere gemeenten, horen in het rijtje van onbaatzuchtigheid en liefde. Ze ijveren voor veiligheid op straat, minder verkeersagressie jegens fietsers en willen komaf maken met de dodelijke verkeersslachtoffers in het gewest. De Brusselse samenleving is niet anoniem en zielloos, ze schenkt opvallend veel zorg aan de noden van medeburgers. Om die waardigheid te onderstrepen, luiden van alle kanten constant nieuwe oproepen. Plots duikt het Repair Café op, om andere stedelingen gratis te helpen bij herstelwerk aan computers, fietsen, lampen – elementaire zorg. Of de Give Box (2013), nabij Wiels in Vorst of in de Kerkstraat in Sint-Agatha-Berchem. Mensen deponeren er overbodig speelgoed, te klein geworden sandalen, romans, gordijnen … Wie iets meeneemt, laat iets in de plaats. Anonieme naastenliefde. En of de overheden er oog voor hebben? Het kan al eens lang duren, maar op een dag … Tot Brussel plots solidair kiest om nog meer verzuchtingen van zijn ‘noodlijdende burgers’ te ledigen: ja, het is tijd voor een gezondere, veiligere autoluwe stad, wordt plotsklaps beslist. Bruist daar geen liefde uit op?

Voorzichtigheid, Naastenliefde, Zelfbeheersing, Rechtvaardigheid, Geloof, Sterkte & Hoop: of het nu de traditionele Griekse of de goddelijke deugden zijn, hun verwevenheid met Brussel is als de parels die een kroon haar glans geven.

B R U Z Z | D E Z E V E N D E U G D E N VA N B R U S S E L

Naastenliefde

© SASKIA VANDERSTICHELE

“Een samenleving zou zielloos zijn, mocht geen zorg geschonken worden aan anderen”

27 MEI 2020

I 33


Reportage

MARCEL BIKE CAFÉ DRAAIT VOLOP, AL IS HET OP HALVE KRACHT

B R U Z Z | R E P O R TA G E

‘Menselijke warmte, dat is onze missie’ “Soms lijkt het wel alsof elke Brusselaar zijn fiets na jaren heeft opgevist uit de kelder,” vertelt Marie Vanden Berghe (35) lachend. Ze is de drijvende kracht achter Marcel Bike Café, een ontmoetingsplek/atelier voor en door vrienden van de fiets. Maar sinds het virus ons leven zowat heeft overgenomen, is er van ontmoeting nauwelijks sprake. Hoewel … — PATRICK JORDENS,

FOTO’S SASKIA VANDERSTICHELE

V

anden Berghe opende haar velofriendly pand aan de Albertplaats in Vorst eind december 2019. Marcel Bike Café is een uniek concept, een combi van atelier voor fietsherstellingen en gezellige horecazaak. Terwijl een bijdehante technieker zich ontfermt over je stalen ros, kan je er een lokaal pintje drinken of van een zelfgemaakte soep proeven. Of een kaartje leggen met andere fietsliefhebbers. “Enfin, zo was het dus tot die bewuste vrijdag 13 maart, het moment waarop we zoals velen in lockdown moesten,” vertelt Vanden Berghe. “En laat het duidelijk zijn: we zijn - sorry, waren - er voor iedereen, niet enkel voor de fietsende diehards (lacht). Zo kwam er tijdens die twee maanden dat we open waren vaak een dame over de

34

Marie Vanden Berghe van Marcel Bike Café: “Per week kunnen we ongeveer 25 fietsen aan, we zijn al volgeboekt tot 1 juni.”

I

27 MEI 2020

vloer die in de buurt woont en Marcel als een verlengstuk beschouwde van haar salon, gewoon voor de sfeer. Ook dat is één van de missies van ons project. Menselijke warmte.” En die warmte laat zich nog gevoelen door de inrichting: de hoge plafonds, het lijstwerk, de parketvloer, de gerecycleerde meubels … We babbelen op veilige afstand

aan de toog, die in het midden van trois pièces en enfilade staat. Het is samen met het assortiment lokale bieren ongeveer het enige wat erop wijst dat hier tot voor kort een cafébedrijvigheid heerste. Zowat de hele ruimte van Marcel is nu bezaaid met tweewielers die liggen te wachten op een opknapbeurt. “Sinds 14 april zijn we onze hersteldienst weer langzaam opgestart, maar alleen voor essentiële reparaties, en zonder de klanten in het atelier binnen te laten. Sinds 11 mei, de officiële heropening van de winkels, kunnen klanten nu wel weer een volledig onderhoud reserveren, via de website van En Selle Simone, onze hersteldienst. Per week kunnen we ongeveer 25 fietsen aan, we zijn intussen volgeboekt tot minstens 1 juni. Er is nu meer vraag dan

“Het belangrijkste voor mij nu is aan de gang te blijven, en nog altijd plezier te beleven aan dit avontuur” MARIE VANDEN BERGHE Marcel Bike Café

aanbod. Soms lijkt het alsof de Brusselaar en masse de fiets weer vanonder het stof heeft gehaald. Allicht omdat er meer tijd is voor fietsuitstapjes, maar ook omdat de mensen zich bewuster worden van het belang van ecologie en duurzaamheid, en zich meer met de fiets verplaatsen. Een positief gevolg van deze crisis,” zegt Vanden Berghe.

TIJD VOOR ZACHTE MOBILITEIT Iets wat klant Jan Szczodrowski alleen maar kan beamen. Hij is langsgekomen bij Marcel om zijn versnellingen te laten nakijken. “Een tijdje geleden hebben we onze gezinswagen verkocht en in de plaats vier tweewielers aangeschaft. Met de fiets gaan is nu eigenlijk de enige logische keuze om je door Brussel te verplaatsen, denk maar aan de luchtvervuiling en de waanzinnige fileproblemen. Ik was heel blij dat Marcel vanaf half april weer operationeel was, ze bleken één van de weinige in Brussel. En hun prijzen zijn zeer redelijk,” vertelt de Poolse expat vanaf het trottoir, door het hoge raam aan de straatkant. Dat is een mooi voordeel van dit pand,” zegt Vanden Berghe. “Het atelier bevindt zich aan de straatzij-


PARCOURS MET HINDERNISSEN Elk nadeel heb z’n voordeel, zo sprak stervoetballer Johan Cruijff destijds, en je zou bijna gaan geloven dat de coronacrisis voor Vanden Berghe en haar trawanten in hun voordeel uitdraait door die opmerkelijke toename van cyclisten. Maar dat is te kort door de bocht. Het verlies aan inkomsten is groot: er moet elke maand huur worden betaald, er zijn de vaste kosten, de facturen van de leveranciers … Vanden Berghe: “We zijn natuurlijk blij met de premie van overheidswege van 4.000 euro, maar het zal niet volstaan om de put te dichten. Bovendien hebben we – mijn vennoot en ikzelf - erg veel geïnvesteerd in dit pand, we hebben

er maandenlang in gewerkt om het zijn huidige cachet te geven. Ik weet niet hoe het zal eindigen, en natuurlijk maak ik me soms zorgen, maar we moeten positief blijven. En we krijgen heel veel steunbetuigingen. Het belangrijkste voor mij nu is om op één of andere manier aan de gang te blijven, en nog altijd plezier te kunnen beleven aan dit … avontuur.” (glimlacht) Vanden Berghe heeft dan ook behoorlijk lang getimmerd aan ‘haar droomproject’. Biologe van opleiding besliste ze drie jaar geleden een volledig andere koers te varen, en koos ze resoluut voor het sociaal ondernemerschap. “De idee van Marcel is geleidelijk gegroeid: ik was zelf natuurlijk een fervent fietser, stond mee aan de wieg van Molenbike, en werkte soms als vrijwilliger in het herstelatelier van Papa Douala in Sint-Gillis. Mensen stonden daar vaak op straat wat rond te hangen tot hun fiets weer in orde was, en ze voelden zich daar onwennig bij. Dat zette me aan het denken. Tijdens een sabbatical heb ik met mijn vriend een lange tocht op de tandem door Europa gemaakt. In verschillende steden, vooral in Frankrijk, ontdekten we die mooie symbiose tussen

herstelatelier en praatcafé. En zo kwamen de dingen samen: Brussel verdiende ook zo’n plek! Maar het is een ware lijdensweg geweest om een geschikte locatie te vinden: ongelukkige ligging, administratieve rompslomp voor de noodzakelijke toestemmingen, te hoge huurprijzen, extra kosten omdat de vorige eigenaar er zijn investeringen wil uithalen. Gedurende een jaar konden we gelukkig terecht in een leegstaand gebouw in de Noordwijk, dankzij de vzw Up 4 North, die ons wilde helpen en zo ook de buurt nieuw leven in wilde blazen. Dat was een interessante testfase. En in juli vorig jaar stootte ik dan per toeval op dit vroegere Griekse restaurant aan de Albertplaats. Perfect gelegen, en we zagen snel het potentieel van het pand, maar de werken – die we zelf hebben gedaan – hebben zo’n vijf maanden geduurd. En dan, net op het moment dat je denkt: ‘Oké, nu zijn we vertrokken,’ breekt er een pandemie uit.”

GOEDLACHSE BRETOEN Over de toekomst durft Vanden Berghe zich nauwelijks uit te spreken. Het café zal niet meteen zijn deuren weer kunnen openzwaai-

en. Als bij een eventuele heropening nog altijd de afstandsregel van anderhalve meter geldt, kunnen ze door de architectuur van de eerder smalle ruimtes amper vier tafels kwijt. Dat zou pas echt verlieslatend zijn. “En een van de voornaamste redenen voor mij om hiermee te beginnen was net de sociale dimensie, het contact met gelijkgezinden, la convivialité. Trouwens, heb jij zin om op restaurant in een soort glazen bubbel te zitten eten?” vraagt ze met een bedenkelijke grijns. En toch, de sfeer in Marcel Bike Café is ook zonder de zo gemiste cafégangers en het geruststellende geluid van een koffiemachine best gemoedelijk. De Bretoense ex-student economie en handige harry Maulde Galles, in dienst bij Marcel als technicus, verliest er nooit de glimlach bij. En hoewel er talloze tweewielers op zijn behendige vingers liggen te wachten, neemt hij zijn tijd voor een praatje met elke klant, door het open venster. En zo is het met een tikje verbeelding voor iedereen meteen duidelijk wat Vanden Berghe en co voor ogen hadden toen ze aan dit bijzondere project begonnen.

B R U Z Z | R E P O R TA G E

de. We kunnen de veilige afstand voor de klanten goed garanderen omdat zij meestal buiten blijven en ze via het grote venster communiceren met onze mecanicien Maulde Galles, die binnen werkt. Tussen de vele grondige opknapbeurten door, maken we graag tijd voor snelle instantingrepen. Geloof me, een platte band vervangen is nog altijd razend populair,” lacht Vanden Berghe.

Het atelier bevindt zich aan de straatzijde. Hersteller Maulde Galles neemt zijn tijd, ook voor een praatje met elke klant, door het open raam.

www.marcelbikecafe.be en www.ensellesimone.be

27 MEI 2020

I 35


Nick Trachet

BRUSSELAAR DIE DE STAD EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT

Crumble

BRUZZ | NICK TRACHET

Vijfenzeventig jaar geleden werd het vrede. Hebben wij in de keuken iets onthouden van de oorlog? Is er iets uit de oorlog dat onze manier van koken blijvend heeft veranderd? Behalve die weerkerende vermaning van mijn ouders wanneer ik mijn bord niet leeg at: “Ge hadt de oorlog moeten meemaken!” Ik wou u daar eens over bevragen. Het moet niet altijd over corona gaan. Een konijn stapt binnen bij de bakker. “Verkoopt u worteltaart?” “Neen, dat hebben wij niet,” antwoordt de bakkersvrouw. De volgende dag staat het konijn er weer. “Hebt u worteltaart?” De bakker ontkent. Zo gaat dat een paar dagen door, tot de vrouw van de bakker zegt: “Zou je voor dat konijn niet een keertje een worteltaart bakken?” Zo gezegd, zo gedaan, en de volgende dag, wanneer de kleine lagomorf weer de bakkerij binnenstapt, kan de vrouw van de bakker triomfantelijk antwoorden: “Ja hoor, vandaag hebben we worteltaart.” Waarop het konijn uitroept: “Vies, hè?” en weer buitenstapt. Iets zegt mij dat deze mop dateert van de Tweede Wereldoorlog. Mijn moeder sprak over de worteltaart die haar moeder bakte, om te illustreren hoe zeldzaam en gegeerd wortelen wel waren tijdens de oorlog. Worteltaart was memorabel. Mijn moeder sprak ook over knollen als rutabaga en topinamboer, die toen werden gepromoot, maar na de bevrijding zo snel mogelijk weer werden vergeten. Na de oorlog heeft

men nooit meer zo’n worteltaart gebakken. Tot nu. Wortelcake lijkt wel hip? Ook het inmaken in glazen potten is toen gepopulariseerd. Maar met de opkomst van de diepvries is die discipline ook weer verdwenen. Een blijvend succes is de spaghetti carbonara uit Rome. Niemand had ooit van dit recept gehoord voor de bevrijding van de stad door de Amerikanen in juni 1944. De uitgehongerde Romeinen ontvingen dankbaar legervoor-

raden van de GI’s: bacon en eierpoeder. Daarmee maakten ze hun eerste vullende maaltijden, samen met de bewaarbare dingen die ze wél nog in huis hadden: droge pasta en oude schapenkaas (pecorino, die vaak vol peperbolletjes zit). Dat eten deelden ze natuurlijk met hun bevrijders. Het recept zou even snel weer verdwenen zijn als de rutabaga’s hier, waren die oud-strijders vijftien jaar later niet teruggekeerd als toerist. “Wat was die lekkere bereiding ook weer die jullie aten?” Een ‘traditioneel’ recept was geboren. Elk toeristenrestaurant in Rome heeft het vandaag op de kaart. Is er iets Britser dan crumble? Ergens in een

“Weinig mensen beseffen dat de crumble is ontstaan tijdens de oorlog”

theehuisje een cuppa drinken met een apple of plum crumble erbij. Ik at er voor het eerst bij een bezoek aan Kew, de Britse Nationale Plantentuin. Thee en gebak zijn in dat land een manier om wetenschap te financieren. Weinig mensen beseffen echter dat de crumble is ontstaan tijdens de oorlog. Bloem was schaars. In plaats van een hele taart te bakken en die met lokaal fruit te beleggen, deed men eerst het fruit in de taartvorm en bestrooide dat met fijne klompjes deeg. Dat zag er gorgeous uit, maar bevatte vooral veel minder bloem. Het recept werd verspreid door de kranten. Ik heb een oorlogskookboekje van de Daily Telegraph en ja hoor, er staat een plum crumble in. Ontpit een halve kilo pruimen. Meng met twee eetlepels suiker. Doe in een ovenschotel. Strooi in een kom een theekop zelfrijzende bloem, wat margarine ter grootte van een ei (neem vandaag toch maar boter!) en nog enkele lepels suiker. Wrijf het deeg tussen de handen tot kruimelige korrels en strooi een laag over de pruimen. Steek in een matige oven (180°C) gedurende 30 minuten. Crumble werd een blijvend succes. Zouden ze in Engeland weten dat dit idee uit Duitsland kwam? Smakelijk!

De hele reeks nalezen? BRUZZ.be/trachet 36

I

27 MEI 2020


DB623068I9

De Brusselse Maatschappij voor Waterbeheer (BMWB) is een overheidsonderneming die belast is met het verzamelen en zuiveren van afvalwater evenals de bestrijding van overstromingen met het oog op verbetering van het leefmilieu en de levenskwaliteit van de burgers in het Brussels gewest. In het kader van de uitbating van het zuiveringsstation in het Zuiden van Brussel (Anderlecht/Vorst) is onze maatschappij momenteel op zoek naar een (M/V):

Productieagent Behandeling van afvalwater RIOOLWATERZUIVERINGSSTATION Brussel Zuid Werk in ploegen (ochtend en namiddag) – werkplaats: Vorst OPDRACHT Op basis van de richtlijnen van een teamleader en – naargelang van de omstandigheden – een ingenieur, verzekert u de goede werking van de zuivering van afvalwater en de behandeling van slib.Concreet zijn uw dagelijkse verantwoordelijkheden de volgende: • Visuele en operationele controles van het zuiveringsstation doen, waarbij alle gebruiksparameters in het oog worden gehouden en indien nodig worden aangepast. • De oorzaken van technische pannes en/of anomalien zoeken (pompen, kleppen, centrifuges, filters of andere elektromechanische uitrustingen). • Depannage- en herstellingswerken in eerste lijn verzekeren in afwachting van de interventie van de maintenance-eenheid. • Invullen en opvolgen van de CMMS-fiches. • De behandeling van het slib verzekeren (dehydratatie). • Het standaard opvolgingsdocument vervolledigen (opvolging filterpers, centrifuge, checklist …). • Toezien op netheid, reiniging en onderhoud van de installaties. • De nodige monsters nemen voor analyses voor de controle van de waterkwaliteit. • Volgen en toepassen van de op de site gedefinieerde veiligheidsprocedures.

WIL JIJ OOK WERKEN VOOR DE GEMEENTE TERNAT? SURF NAAR TERNAT.BE VOOR AL ONZE VACATURES.

PROFIEL • HSO-niveau (of technicus A2) in elektromechanica of waterbehandeling. • Professionele ervaring van MINIMUM 2 jaar in de behandeling van water of in het onderhoud van elektromechanische installaties. • Bereid in ploegen te werken (ochtend: 6.00 u.14.00 u./namiddag: 13.00 u.-21.00 u.). • Kennis van water- en slibbehandeling (of bereid zijn deze kennis te verwerven). • Operationele kennis van Word, Excel, Outlook en Internet. • Indien mogelijk, VCAdiploma (of gelijkwaardig), heftruckcertificaat. • Nauwgezet, dynamisch, analytisch aangelegd, teamgeest, sociaalvaardig, stressbestendig. • “Oplossings- en resultaatgericht”. • Snel beschikbaar.

DESKUNDIGE INFORMATICA/ICT (B1-B3) Je houdt van het oplossen van dagdagelijkse informaticaproblemen en het ondersteunen/begeleiden van de gebruikers. Je staat vaak in contact met alle personeelsleden van gemeente en OCMW en je komt tussen bij technische problemen. JOUW TROEVEN? > Je gaat geen uitdagingen uit de weg en bent resultaatgericht; > Je bent klantgericht; > Je hebt een hands-onmentaliteit; > Je bent leergierig; WIJ BIEDEN JOU! > Een boeiende en afwisselende functie in een organisatie in beweging met een gemotiveerd en enthousiast team; > Verloning volgens barema B1-B3 met overname van relevante anciënniteit (privésector of als zelfstandige), tot maximum 10 jaar; > Extralegale voordelen: - Maaltijdcheques; - Hospitalisatieverzekering; - Fietsvergoeding; - Sociale voordelen kaart; - Tweede pensioenpijler; - Eindejaarspremie; > Een mooie balans tussen werk en privé; - 30 vakantiedagen; - Een glijdend uurrooster; > De mogelijkheid om deel te nemen aan opleidingen en vormingen; > Geslaagde kandidaten worden opgenomen in een wervingsreserve van 2 jaar.

WIJ BIEDEN Een contract van onbepaalde duur [38 uur/week] met variabele shiften [6-14 u. en 13-21 u.] met wachtprestaties op afroep in de week en in het weekend [ongeveer 5 weken per jaar]. Een loonpakket [volgens barema, rekening houdend met uw niveau van opleiding en beroepservaring], aangevuld met verschillende extralegale voordelen [kosteloze groepsverzekering en hospitalisatieverzekering, maaltijdcheques, mogelijkheden om aanvullende opleidingen te volgen ...].

INTERESSE? o Solliciteren kan tot 07/06/2020 via sollicitatie@ternat.be o Een volledig sollicitatiedossier bestaat uit een motivatiebrief, cv, kopie van je diploma en een uittreksel van het strafregister o Meer informatie over de functie kan je nalezen in het functie- en competentieprofiel of via sollicitatie@ternat.be DB665665E0

DB619800H9

DB665359E0

Interesse om in een regionaal bedrijf in volle ontwikkeling te werken waarvan de waarden “welzijn, veiligheid, dienstverlening en duurzaamheid” zijn? Stuur dan direct uw motivatiebrief en uw cv naar rekrutering@bmwb.be met referentie EXPL/03 EXT t.a.v. van onze HR Business Partner. Meer informatie op www.bmwb.be.

WAARAAN MOET JE VOLDOEN OM TE MOGEN DEELNEMEN AAN DE SELECTIE? o Een bachelordiploma in een informaticarichting op zak hebben, of gelijkwaardig door ervaring; o Laatstejaarsstudenten worden toegelaten tot de selectieprocedure als ze een studiebewijs kunnen voorleggen en een verklaring van de onderwijsinstelling dat ze binnen een termijn van maximum 3 maanden hun einddiploma kunnen behalen; o Een recent uittreksel van het strafregister kunnen voorleggen;

Vind een leuke job in jouw buurt. regiotalent.be


DB665319E0


Un lieu unique qui fédère les habitants et associations

du quartier Jardin aux Fleurs via l’accueil d’évènements et d’activités artistiques, éducatives, sportives et citoyennes.

Een unieke plek die de bewoners en verenigingen

© Georges de Kinder

van de Bloemenhofwijk samenbrengt via artistieke, educatieve en sportieve activiteiten en burgerprojecten.

CENTRE CULTUREL ET SPORTIF TOUR À PLOMB HAGELTOREN - SPORT- EN CULTUREEL CENTRUM © Georges de Kinder

samenvergroenen.brussel.be

vegetalisons.bruxelles.be

ENVIE DE FLEURIR UN PIED D’ARBRE, D’INSTALLER UNE PLANTE GRIMPANTE OU UN BAC À POTAGER ? WIL JE BLOEMEN ROND DE BOMEN IN JOUW STRAAT? OF LIEVER EEN GEVELPLANT OF EEN MOESTUINBAK?

La Ville de Bruxelles soutient gratuitement vos projets de végétalisation. Inscrivez-vous sur végétalisons.bruxelles.be De la nature au cœur de la Ville pour nous reconnecter. De Stad Brussel ondersteunt gratis jouw vergroeningsprojecten. Schrijf je in op samenvergroenen.brussel.be Natuur in de stad om ons weer met elkaar te verbinden.


regionale-televisiekijkers per dag. Dank je wel! In tijden van social distancing dagelijks 1.500.000 kijkers bij elkaar brengen, daar staan we zelf van te kijken. Alle regiozenders zijn dankbaar voor jullie massale belangstelling van de afgelopen weken. Dag in, dag uit werken we hard om jou je regionieuws te brengen. Recht uit jouw regio, recht uit het hart. Zo creĂŤren we verbondenheid wanneer we elkaar het hardst nodig hebben. En dat zullen we blijven doen voor onze trouwe kijkers.

Blijf kijken. Dank je.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
BRUZZ - editie 1710 by BRUZZ.be - Issuu