#1708
NL
WEEKBLAD HEBDOMADAIRE WEEKLY EEN UITGAVE VAN VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA VZW FLAGEYPLEIN 18 PLACE FLAGEY 1050 ELSENE/IXELLES
FR EN
AFGIFTEKANTOOR ANTWERPEN X
INTERVIEWS
SPECIAL BR US SE L NA CO RO NA
MOETEN WE ANDERS GAAN WONEN?
|
A N A LY S E S
|
HOE GEVEN WE VERPLEEGKUNDIGEN HET RESPECT DAT ZE VERDIENEN?
TIPS
De toekomst van de stad in 15 vragen
Heeft Brussel plaats voor het rusthuis van de toekomst? Wint de lokale winkel het van de shoppingcentra?
Will we still experience concerts the way we used to?
Hoe voorkomen we een nieuwe armoedegolf?
LES SALLES DE CINÉMA SURVIVRONT-ELLES À LA CRISE? Kunnen we alle Brusselaars een dak boven hun hoofd geven?
Gaan we elkaar nog
BEZEN GEVEN
Moeten we elke Brusselaar een stukje groene ruimte geven?
BREEKT DE BURGERPARTICIPATIE ECHT DOOR?
© BART DEWAELE
op z’n Brussels?
Draait de Brusselaar op voor de kosten?
KAN BRUSSEL EEN AUTOLUWE STAD WORDEN?
Zullen we genoeg plaats krijgen om te sporten in de openbare ruimte?
Kruipen we straks allemaal nog in een theaterzaal?
P303153
13 | 5 | 2020
Inhoud | Sommaire | Inside COLOFON BRUZZ
Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65 ABONNEMENTEN
Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80, Gratis in Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België: 25 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393 van Vlaams Brusselse Media vzw Buiten België: 30 euro per jaar. ADVERTEREN?
Marthe Paklons, 02-650 10 61 sales@bruzz.be DISTRIBUTIE
Ute Otten, 02-650.10.63, ute.otten@bruzz.be ALGEMENE DIRECTIE
Dirk De Clippeleir HOOFDREDACTIE
Kristof Pitteurs (algemeen hoofdredacteur), Mathias Declercq CULTUUR & UIT
Gerd Hendrickx
06
REDACTIE
Jean-Marie Binst, Eva Christiaens, Sara De Sloover, Kris Hendrickx, Bettina Hubo, Jasmijn Post, Kurt Snoekx, Sophie Soukias, Roan Van Eyck, Steven Van Garsse, Maarten Verdoodt, Danny Vileyn, Tom Zonderman
Kristiaan Borret opnieuw bouwmeester
“Steden zijn dit soort catastrofes altijd te boven gekomen”
MEDEWERKERS
Nicolas Alsteen, Gilles Bechet, Michaël Bellon, Patrick Jordens, Tom Peeters, Thijs Roelen, Niels Ruëll, Nick Trachet, Tom Van Bogaert, Michel Verlinden EINDREDACTIE
Karen De Becker, Geert Van der Hallen, Sophie Soukias VORMGEVING
Heleen Rodiers, Ruth Plaizier VERTALING
John Arblaster, Martin McGarry, Laura Jones, Frédérique Beuzon FOTOGRAFIE & ILLUSTRATIE
Bart Dewaele, Kim, Wauter Mannaert, Noémie Marsily, Steve Michiels, Ivan Put, Saskia Vanderstichele, Wide Vercnocke Voer uw evenement in op Encodez votre événement sur Enter your event on www.agenda.brussels VERANTWOORDELIJKE UITGEVER
Kristof Pitteurs Flageyplein 18, 1050 Elsene. Bruzz is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw, wordt gedrukt op de persen van Eco Print Center (De Persgroep) en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
12
18
Rhythm and resilience
Natuur voor iedereen
“We moeten waar het kan groene ruimtes creeëren”
“Our primary focus is to support the music sector” Brussels concert promoters are facing enormous difficulties, but they are determined to cast off the shackles of corona
Serge Kempeneers, de voorzitter van de Brusselse milieuraad, wil dat we niet langer overal gewoon bijbouwen
SCHOOLREIS Meld nieuws
Hebt u nieuws uit Brussel, dan kunt u ons dat melden via het WhatsApp-nummer 0489-988.988 Persberichten kunnen via
nieuws@bruzz.be
2
I
13 MEI 2020
NOG MEER
Niet op schoolreis dit jaar? Dat is zonder BRUZZ Ket gerekend! Je kan er naar Bokrijk, dat is ook meteen een beetje reizen in de tijd. Naar het jaar 1913! Maar we gaan ook op bosklassen en zelfs naar Walibi! Surf snel naar BRUZZket.be © SHUTTERSTOCK
Edito 0 4 Brussel autoluwe stad ‘Dit is een buitenkans’ 10
Verplegend personeel ‘Geef ons inspraak’
16
De overheid betaalt ‘Investeringen zijn nodig’
22
Dakloosheid ‘Zo kan het niet verder’
24
Theater aan zet ‘We laten artiesten meedenken’
3 0 Armoede ‘Ik heb 10 euro per dag’ 33
Solosporten
34
Het nieuwe rusthuis ‘Weg met die fabrieken’
36
Salles de cinéma ‘Si nécessaire sans pop-corn’
4 0 Burgers aan de macht ‘De digitale democratie moet vorm krijgen’ 42
Lokaal winkelen ‘De buurtwinkel heeft zijn nut bewezen’
4 6 Bijgedachte
BLIK VOORUIT
Nu we stilaan de teugels een beetje mogen vieren en we met zijn allen kunnen gaan aanschuiven voor de grote magazijnen - want dat hebben we gemist blijkbaar - wil BRUZZ vooruitkijken naar de toekomst van deze stad. Ook al is het nog lang niet duidelijk of onze toekomst er één wordt NA of MET corona; dat die anders zal zijn, staat wel vast. De uitdagingen die op ons afkomen zijn niet te tellen. Deze crisis heeft - mochten we ze nog niet hebben gekend - de pijnpunten van deze stad extra in de verf gezet. Met mobiliteit als koploper, maar ook het gebrek aan groene ruimte en de manier waarop we met onze ouderen omgaan, verdienen onze aandacht. Uiteindelijk selecteerden we vijftien vragen over de toekomst van Brussel die we hebben voorgelegd aan specialisten. Uit hun antwoorden blijkt alvast één ding: de noodoplossingen van de afgelopen weken kunnen een eerste aanzet zijn voor blijvende oplossingen. Want, zo zeggen alle experts, om uit deze coronacrisis te raken, moeten we vooral voortgaan op de ingeslagen weg en ons blijven voor de geest halen hoe deze stad er binnen tien jaar moet uitzien. Of hoe ook zij ervan dromen dat we allemaal iets beter uit deze crisis komen.
REGARD VERS L’AVENIR
28
Geen kus of handdruk meer?
“Het kan zijn dat we voortaan achteruitdeinzen als iemand ons innig wil begroeten” Sociaal psycholoog Frank Van Overwalle voorspelt het voorlopige einde van de Brusselse ‘bees’
BRUSSELSE 100 Heb je op 1 mei onze Brusselse 100 gemist? Herbeluister de crème van de Brusselse muziekscène op spotify of youtube. Goed voor meer dan zes uur #ikluisterbrussels.
Maintenant que nous pouvons un peu relâcher les rênes et faire la file devant les grands magasins - parce qu’ils nous ont manqué apparemment - BRUZZ se tourne vers l’avenir de cette ville. Même si on ignore encore si notre futur sera un monde post ou avec Covid ; il sera différent, c’est certain. Les défis auxquels nous allons être confrontés sont innombrables. Cette crise a mis en évidence les points sensibles de cette ville, si on ne les avait pas encore identifiés. Avec la mobilité au premier plan, mais aussi le manque d’espaces verts et la façon dont nous traitons nos personnes âgées qui méritent notre attention. Nous avons donc sélectionné 15 questions sur l’avenir de Bruxelles que nous avons soumises à des spécialistes. Leurs réponses révèlent déjà une chose : les solutions d’urgence de ces dernières semaines peuvent être un premier pas vers une solution durable. Parce que, comme le disent tous les experts, pour sortir de cette crise du coronavirus, il faut surtout continuer sur la voie dans laquelle nous nous sommes engagés et imaginer à quoi cette ville ressemblera dans dix ans. Ou, en d’autres termes, comment eux rêvent aussi que nous fassions quelque chose de mieux après cette crise.
LOOKING AHEAD
Now that we are gradually being given slightly more free rein and we are all allowed to go and queue up at the big stores - because that is apparently what we were all missing – BRUZZ wants to look ahead at the future of this city. Even though it is far from clear whether that will be a future AFTER corona or WITH corona, one thing is clear: it will be different. There are innumerable challenges facing us. And if we were not already aware of them, this crisis has cast the problems of this city into sharp relief. First among them is mobility, but the lack of green space and the way in which we treat the elderly also deserve our attention. We ultimately decided to select fifteen questions about the future of Brussels, and we presented them to specialists in the field. One thing is clear from their answers: the emergency measures that were introduced over the past few weeks can be the beginning of permanent solutions. Because all the experts agree that to move beyond the corona crisis, we have to continue down the road we are on and continue to envision what this city should look like in ten years. Or in other words, how they all dream that we can come out of the crisis as a better city.
KRISTOF PITTEURS, hoofdredacteur 13 MEI 2020
I 3
BRUSSEL NA CORONA
BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
Kan Brussel een autoluwe stad worden?
‘Dit is een echte buitenkans’ Is de coronacrisis de shock die we nodig hadden om een autoluwe stad te realiseren? Of stromen de Brusselse straten straks net voller dan ooit met smetvrije personenwagens? Veel zal van het beleid afhangen, denken experts. “Die tijdelijke fietspaden moeten permanent worden.” — KRIS HENDRICKX
E
en eenvoudige wijkwandeling volstaat vandaag al om het te beseffen: de coronacrisis heeft tot een radicale verandering geleid in de manier waarop we ons bewegen in de stad. Terwijl het openbaar vervoer grotendeels leeg blijft, is ook het autoverkeer als een pudding ingezakt. Het is een van de redenen waarom voetgangers dezer dagen wel vaker midden op de rijweg lopen, een plek waar ook steeds meer gefietst wordt.
4
I
13 MEI 2020
Het Brusselse beleid reageerde al met verregaande maatregelen. Zo komt er veertig kilometer fietspad bij, waaronder het veelbesproken exemplaar op de Wetstraat. Daarvoor sneuvelt een rijstrook blijvend. En tal van gemeenten volgen de oproep van het Gewest om tijdelijke woonerven in te voeren. Vooral met de eerste maatregel zit Brussel in het kielzog van tal van wereldsteden die vandaag meer plaats geven aan de fietser, op een moment dat het
openbaar vervoer in het verdomhoekje zit. Maar wat mogen we straks verwachten, als de economie weer aantrekt? Lopen de Brusselse straten dan vol met automobilisten met smetvrees? Of boomt de fiets juist? Het zijn die vragen die Espaces-Mobilités aan ruim drieduizend mensen stelde, van wie ongeveer de helft in Brussel woont. Wat blijkt? Een derde van de respondenten zegt dat ze na de lockdown meer de fiets zullen gebruiken, terwijl een even grote groep zegt dat ze minder het openbaar vervoer wil nemen. Het meest verrassend zijn de antwoorden over de auto: die willen de deelnemers aan de enquête niet meer gaan gebruiken dan vandaag.
Intenties in een enquête zeggen natuurlijk niet alles. Toch sluiten de resultaten aan bij wat tal van experts verwachten, zeker als het beleid blijft inzetten op zachte mobiliteit. “De huidige situatie heeft echt het potentieel om een grote stap vooruit te zetten in onze mobiliteit,” zegt Matthew Baldwin, die coördinator is voor verkeersveiligheid en duurzame mobiliteit binnen de Europese Commissie.
VOORBEELDSTEDEN Baldwin toont zich in dat verband een vurige voorstander van het Brusselse mobiliteitsbeleid in tijden van corona. Zowel de extra fietspaden – “Ik hoop echt dat ze permanent worden” – als de woonerven kunnen daarbij op applaus rekenen. “Al is het natuurlijk aan Brussel en zijn bewoners om dat te beslissen.”
LESSEN UIT HET VERLEDEN
Het veelbesproken fietspad op de Wetstraat, de Brusselse regering maakte er snel werk van tijdens de quarantaine. © PHOTONEWS
“De fietspaden zie je nu in veel steden in de wereld en zijn een uitstekend idee. Maar wat Brussel met die woonerven doet in de hele Vijfhoek is echt nieuw voor de stad en een erg intelligente maatregel. Het is dat soort ingrepen dat het aangezicht van een stad echt kan veranderen. Mensen verwijzen vandaag vaak naar voorbeeldsteden als Kopenhagen en Amsterdam alsof die altijd al fietsvriendelijk waren. Maar tot de jaren 1970 heerste daar ook de auto. Het is pas onder druk van bewoners dat het beleid er het geweer van schouder heeft veranderd.” Baldwin twijfelt er niet aan dat de nieuwe fietsinfrastructuur ook gebruikt zal worden. “Er is daar zelfs een vaste uitdrukking voor onder mobiliteitsexperts: If you build it, they will come.”
Het is in dat verband overigens boeiend om Baldwins uitdrukking even om te draaien. Wat gebeurt er als je bij een fietsboom de armen kruist als beleidsmaker? Het antwoord ligt niet toevallig in diezelfde jaren 1970 van daarnet. In zijn boek Bike Boom beschrijft de bekroonde journalist Carlton Reid de ongeziene boom in de fietsverkoop in de VS in de vroege jaren 1970, de jaren van de oliecrisis. Het beleid verzuimde toen echter om de nodige infrastructuur aan te leggen en de hype zakte in als een lekke band. Moraal van het verhaal: If you don’t build it, they won’t stay. Ook VUB-professor Bas de Geus, die onder meer onderzoek verricht naar fietsen en stappen, ziet een groot potentieel voor de fiets. “Na de aanslagen zag je al een recordsprong vooruit voor de fiets, omdat mensen bang waren om de metro te nemen. Het mooie is dat die stijging het jaar erna geen daling is geworden, er was een blijvend effect. Dat potentieel is vandaag nog groter, want het zal zeker nog tot een stuk in 2021 duren tot er een vaccin is. Uit onderzoek weten we dat mensen drie maanden nodig hebben om hun gedrag permanent te veranderen. Die tijd is er dus. Veel van de huidige vrijetijdsfietsers zullen volgens mij binnenkort ook naar het werk fietsen.” Net als Baldwin wijst De Geus op het belang van een daadkrachtig beleid om die nieuwe fietsers plaats te geven. “Om de nieuwe groei vast
ogenschijnlijk smetvrije ruimtes, die op geheel natuurlijke wijze een afstand van 1,5 meter afdwingen? Verschillende deskundigen geven toe dat de interesse voor autoverplaatsingen wellicht zal toenemen. Maar of dat ook tot meer autoverkeer dan voor de coronacrisis zal leiden, is lang niet zeker. “Niet alleen willen veel burgers en de politiek dat niet,” legt professor mobiliteit en ruimtelijke planning Kobe Boussauw (VUB) uit. “Er is vooral geen plaats voor meer auto’s in de stad.”
FIETSPENDELEN VAN GENT NAAR BRUSSEL De coronacrisis heeft dus een groot potentieel om de verplaatsingsgewoontes van stadsbewoners om te gooien. Voor de honderdduizenden pendelaars die dagelijks naar Brussel afzakken met het openbaar vervoer liggen de zaken echter anders. “Je kan niet plots van iedereen verwachten dat hij van Gent naar Brussel pendelt met de fiets,” vat De Geus het dilemma samen. En meer telewerken kan niet alle activiteiten vervangen die pendelaars normaal in Brussel uitoefenen. Het ziet er dan ook naar uit dat het openbaar vervoer, dat vandaag in het verdomhoekje zit, cruciaal zal blijven in de mobiliteit naar en in de stad. Het neemt niet weg dat het aantal pendelaars naar Brussel – of het nu voor werk, opleiding, sport of cultuur is – nog een hele tijd zal afnemen, verwacht Boussauw. “Recreatief shoppen zal veel minder
“Veel van de huidige vrijetijdsfietsers zullen volgens mij binnenkort ook naar het werk fietsen” BAS DE GEUS VUB-professor
te houden, kunnen we niet anders dan keihard werken aan de heraanleg van de Brusselse straten. De Wetstraat is in dat opzicht een prachtig voorbeeld.” Een toekomst met flink meer fietsers dus. Maar wat met de auto’s,
populair worden, er zal ook minder cultuur- en ander aanbod zijn in de stad. Qua mobiliteit wordt de stad misschien leefbaarder door deze crisis, maar voor de stedelijke economie wordt het wellicht een harde klap.”
BRUXELLES, VILLE DÉSENGORGÉE ? La crise du coronavirus estelle le choc dont nous avions besoin pour donner corps à une ville moins encombrée ? Ou bien les voitures individuelles antivirus vont-elles envahir de plus belle les rues de Bruxelles ? Une enquête d’Espaces-Mobilités suggère que le vélo, en particulier, fera un grand bond en avant dans les mois et les années qui suivront la pandémie. C’est une perspective sur laquelle s’accordent plusieurs experts. Ils soulignent l’importance des mesures actuelles prises par la Région et plusieurs communes en matière de mobilité: 40 kilomètres de pistes cyclables supplémentaires et davantage de zones résidentielles. Ce qui est plus difficile à prévoir, c’est si le trafic automobile va réellement diminuer. Une forte augmentation semble exclue : les rues de Bruxelles ne peuvent guère en accueillir davantage. Les transports publics vont encore être pris en grippe pendant un certain temps et le nombre de navetteurs va nettement diminuer, estiment les experts. L’économie urbaine va encore avoir du fil à retordre. FR
BRUSSELS, A LOW-TRAFFIC CITY? Is the corona crisis the shock that we needed to create a low-traffic city? Or will we soon be seeing the streets of Brussels packed more than ever with disinfected cars? A survey by Espaces-Mobilités suggests that the bicycle will gain far greater popularity in the months and years after the pandemic. This is a prospect that is celebrated by a range of different experts. They emphasize the importance of the current mobility measures that were taken by the Region and by the various municipalities: 40 kilometres of additional cycle paths and larger areas that are designated as residential zones. Whether motorized traffic will genuinely reduce is less clear. But a significant increase seems unlikely: indeed, Brussels’s streets could hardly cope with more. Experts think that public transport will be in our bad books for some time and that the number of commuters who use various forms of public transport to travel to the capital will decrease significantly. And that will be a tough nut to crack for the urban economy. EN
13 MEI 2020
I 5
BRUSSEL NA CORONA
Moeten we anders gaan wonen?
‘We moeten geen steden bouwen met een ramp in gedachten’
6
I
13 MEI 2020
Kristiaan Borret mag voluit aan zijn tweede termijn beginnen als Brusselse bouwmeester. Dat gebeurt op een moment dat de stad in het vizier wordt genomen. Door een rücksichtslos virus, maar ook door de idee dat de stad misschien niet de ideale plek is in tijden van pandemie. “Maar dat gaat voorbij. We moeten op koers blijven. De grote projecten aanpassen om de stad klimaatrobuuster te maken: woningen minder dicht bijeen en voldoende groen.” — SARA DE SLOOVER EN STEVEN VAN GARSSE,
W
Hoe hebt u zelf de ‘lockdown’ beleefd? KRISTIAAN BORRET: Zoals veel mensen, denk ik. De eerste weken waren chaotisch, je weet niet wat er komt. Het is best spannend. Een groot verschil met nu. Er komt sleur. Er is geen tijd meer over. Je werkt lange dagen voor een
computer, je begint het fysieke contact te missen. Zeker in mijn baan, waarin veel vergaderd en overlegd wordt, heb je tijdens meetings soms aan een half woord genoeg om te weten wat de andere wil. In het begin dachten we nog wel: die onlinevergaderingen zijn een stap vooruit, we moeten niet meer pendelen, maar we zullen op termijn toch moeten besluiten dat een lockdown ook flink wat efficiëntieverlies oplevert.
Had het beleid ergens rekening gehouden met de uitbraak van een pandemie? BORRET: Nee, toch niet in de architectuur. Er
bestaan wel theorieën in de stedenbouw over hoe steden aangepast moeten worden met het oog op meer hygiëne, om ziektes te vermijden. De Haussmann-architectuur met de brede boulevards in Parijs, de overkapping van de Zenne, de riolen die onder de grond worden gestopt. In de negentiende eeuw was het erg nodig om de stad veiliger en gezonder te maken. Dat thema is in de stedenbouw helemaal weg. Het gaat nu over levenskwaliteit, over stedelijke gezondheid, over propere lucht. Maar nooit vanuit de dreiging van een pandemie. Wat we nu meemaken is een ramp, maar we moeten steden niet bouwen voor rampen. Net zoals we ze ook niet moeten bedenken voor oorlogen. We moeten de steden robuuster en veerkrachtiger maken, maar niet met een pandemie in ons achterhoofd. Steden zijn dit soort catastrofes ook altijd te boven gekomen. Kijk naar Londen, dat in de zeventiende eeuw kort na elkaar een pestepidemie én een verwoestende brand meemaakte. ▼
e spreken af aan de Bar Du Matin in Vorst. De altijd levendige plek in de schaduw van de Alberttoren ligt er nu verlaten bij, ondanks het schitterende weer. Wat later zullen we ons in het park neervlijen voor het interview. Maar eerst wijst Borret ons nog op het nieuwe gebouw aan de overkant van de Alberttoren. Een witte kubusvormige sporthal en buurcentrum, gebouwd door B-architecten. “Dat was mijn eerste project waar ik in Brussel in de jury zat,” zegt Borret. “Na de heraanleg van het metrostation lag de plek braak, als een litteken. Nu is ze teruggegeven aan de buurt.” Borret heeft zes ietwat slopende maanden achter de rug. In november kwam hij als eerste uit de selectie voor een nieuw mandaat als bouwmeester, maar door een procedureslag van zijn tegenkandidaat kon de benoeming pas vorige week officieel worden bekrachtigd. Veel wil Borret er niet meer over kwijt, hij wil nu vooral zijn plannen realiseren. Zijn kernboodschap: van 10.000 naar 2. Van demografie naar temperatuur. Woningen bouwen voor 10.000 extra inwoners per jaar was het kerngetal in zijn vorige mandaat, nu is dat de klimaatopwarming onder de 2 graden houden.
BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
FOTO’S SASKIA VANDERSTICHELE
13 MEI 2020
I 7
▼
MOETEN WE ANDERS GAAN WONEN?
Kunnen we desondanks lessen trekken uit de crisis? BORRET: Ik wil een pleidooi houden om vooral het
roer niet om te gooien, maar de verandering door BORRET: In de beginweken van de pandemie was te zetten, meer dan ooit. Alle maatregelen die we het voor mij deel van de ontreddering. Ik was al kennen om de stad klimaatrobuuster te onthutst in mijn wereldbeeld. De stedelijke maken, blijken ook in deze crisis van pas te waarden die je in suburbia niet kent, werden plots komen. Ik denk aan meer groene ruimte, maar in vraag gesteld. De nabijheid, de vermenging: alle ook aan nabijheid. Met voordelen van de stad winkels, scholen, bedrijfjes en waren plots een de huisarts op buurtniveau. vervelend nadeel Dat is goed voor het klimaat, geworden. maar is ook handig in Er was veel politieke crisistijd. We komen uit een aandacht voor de tijd van schaalvergroting, verkaveling, en bovenglobalisering en centralisatie. dien trokken de mensen Daar willen we van weg. De die er wonen zich ook stad moet bewandelbaar zijn, beter uit de slag. Je zag zoals Brussels burgemeester in de media kinderen Philippe Close (PS) dat noemt. spelen in grote tuinen. Een ander voorbeeld is de Je zag hoe de tuincentra KRISTIAAN BORRET woonkwaliteit. We hebben in snel open mochten. Hoe Brussels bouwmeester Brussel al even een debat over je weer mocht gaan de stedenbouwkundige kajakken, en tennissen verordening. Die legt de ... Je kreeg plots veel basiskwaliteit vast voor woningen. In een ongelijkheid tussen stad en suburbia. Maar ook aantal steden is een buitenruimte, terras of binnen de stad. Tussen mensen met een tuin, en tuin, verplicht voor elke woning. In Brussel is mensen zonder tuin. die verplichting er niet. In pre-coronatijden zagen we zo’n verplicht terras als het verhogen De stadsbewoner was op de sociale media plots de van het woongenot. De crisis leert ons meer pineut. dan vroeger dat het een essentiële woonkwaliBORRET: Klopt. Zo van: ‘Jullie spellen ons altijd de teit is. les en kijk nu maar eens.’ Maar zeven weken later Let op: ik vind niet dat we de stad coronaproof zie je dat dat voorbijgaat. Steden blijven hun moeten maken - deze crisis gaat voorbij - maar de aantrekkingskracht behouden. Er waren ook die doelstellingen voor goed duurzaam wonen applausmomenten om 20 uur. Dan dacht ik: wij worden nu wél pregnanter. En het wordt makkezitten misschien op elkaars lip, maar daardoor lijker om aan mensen uit te leggen waarom ze van hebben we tenminste een collectief gevoel van belang zijn. solidariteit.
BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
“De grote stedelijke projecten moeten we aanpassen. Met opener bebouwing en voldoende groen”
Brussel is historisch een pendelstad. Vandaag worden overal fietsstraten en woonerven aangelegd en parken autovrij gemaakt. Goed idee?
Wat zijn de speerpunten van uw tweede mandaat als bouwmeester?
BORRET: Zeker. Maar alweer: los van corona. We
geconcentreerd op het opvangen van de bevolkingsgroei. We verwachten dat die zal dalen, al is er nog een groot tekort aan goede woningen, vooral voor mensen met een laag inkomen. Nu wil ik de focus verleggen op het klimaat. Verdichting van de stad blijft daar een plaats in hebben, maar we moeten wel terugkeren naar de origine: op bepáálde plekken veel bouwen, om op andere plekken dan juist open ruimte te krijgen. We hebben daar in het verleden niet altijd voldoende aandacht voor gehad. De maatregelen liggen voor de hand: buitenruimte voor elke woning, voor elk bouwproject minstens een portie volle doorlaatbare grond met een echte boom, circulair bouwen, et cetera. Dat wordt de focus voor de komende jaren. Ik zit als bouwmeester aan de juiste knoppen om te zorgen dat dat ook gerealiseerd wordt, zodat het niet bij woorden blijft. Dat wil niet zeggen dat er geen nieuwe woningen meer nodig zijn.
moeten dat doen omwille van een klimaatgerichte stedenbouw. Zo niet zouden we kunnen beslissen om de fietspaden weer af te breken als de crisis achter de rug is. En dat kan toch niet de bedoeling zijn.
In Vilnius zullen de openbare pleinen ter beschikking worden gesteld van restaurants en cafés, die door corona zwaar getroffen zijn. Ook in BrusselStad wordt dat nu overwogen. Een goed idee? BORRET: We zitten dan op het terrein van tactical
urbanism. Dat is zeker goed. Quick wins zijn altijd goed. Waarom niet van alle 814 doodlopende straten in Brussel woonerven maken? Dat hebben we eerder al voorgesteld. Wat ook zou kunnen, is bijvoorbeeld een app die private tuinen enkele uren beschikbaar maakt voor mensen die geen tuin hebben. Maar ik zie mijn taak als bouwmeester wel meer op de lange termijn. 8
De stad is de toekomst, horen we sociologen al jaren verkondigen. Maar met deze crisis lonkte het platteland. Minder volk, meer open ruimte ...
I
13 MEI 2020
BORRET: We hebben ons de voorbije decennia
Blaast u nu niet koud en warm tegelijk? Uiteindelijk is de ruimte in ons gewest beperkt en moet er op een bepaald moment gekozen worden. Bijvoorbeeld tussen een park en een woonwijk. BORRET: Het is fout om plots te doen alsof er geen
woningen meer nodig zijn. Stedenbouw is evolutief. We kunnen niet stoppen met bouwen of massaal onteigenen om in binnengebieden parken te maken.
Uit onderzoek van satellietbeelden bleek onlangs dat Brussel tussen 2003 en 2015 vijftien procent van zijn groene ruimte verloren is. Hebben die resultaten u verrast? BORRET: Vooral de omvang van het verlies heeft
me verrast. Dat moet natuurlijk gecounterd worden. Niet door één groot park – dat zal het verschil niet maken – maar door een diffuus, fijnkorrelig beleid. Neem nu een binnengebied waar een oude fabriekshangar van 1.000 vierkante meter staat. Een ontwikkelaar zal daar opnieuw 1.000 vierkante meter willen volbouwen. Dat kan niet, vind ik. Het gaat om een andere functie, het moet minder, en het is een opportuniteit om in een binnengebied zonder bomen wel groen te creëren. Dat zijn correcties die we kunnen doen die voor de afkoeling van de stad van belang zijn. Om de heat stress te verminderen, hebben we overal een beetje groen nodig.
KRISTIAAN BORRET • geboren in Gent, 1966. • burgerlijk Ingenieur-Architect (1990) en Filosofie (1993) aan de KU Leuven en Politieke Wetenschappen aan de UCL (1991) • master in Stedenbouw aan de Universiteit van Catalonië (1995) • verbonden aan de vakgroep Architectuur en Stedenbouw van de Universiteit Gent (1996) • hoofd Ruimtelijke Planning bij Technum (2002-2006) • stadsbouwmeester Antwerpen (2006-2014) • tweejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Architectuur en Vormgeving (2013) • decaan van de faculteit Ontwerpwetenschappen van de Universiteit Antwerpen (2014) • woont in Vorst • wordt Brussels bouwmeester in 2015, is net begonnen aan een tweede termijn
Dat is misschien niet revolutionair, maar als je dat tien jaar lang doet, trek je de verhouding groen weer op. Om het met een slogan te zeggen: The next big thing will be a lot of small things.
vaak gebieden die goed ontsloten zijn. Alleen woont daar een bevolking, en zijn er politieke besturen, die er altijd heel erg in geslaagd zijn om de boot af te houden.
Een heet hangijzer is de bebouwing van de Josaphatsite, een verwilderd spoorwegterrein van 33 hectare aan het station van Evere. De plannen zijn nog niet definitief, maar midden in coronatijd kwamen de bulldozers al aangereden.
Een van de speerpunten van uw betoog is dat we ons moeten voorbereiden op een maatschappij zonder groei. U wil de stad “regenereren in periode van ‘degrowth’”, schreef u in uw projectvoorstel voor een tweede termijn. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?
BORRET: Sinds ik bouwmeester ben heb ik, zowel
BORRET: Toch straf hoe visionair dat was (lacht).
bij het Mediapark aan Reyers als bij Josaphat, gezegd: het is te dichtbebouwd. In beide projecten is er ook al pakweg tien procent bouwvolume weggehaald. Ik ga ervan uit dat we daar nog verder in kunnen gaan. Het is ook niet fout om de plannen bij te sturen. Tien jaar geleden waren we nog niet zo klimaatbewust. De urgentie is groter geworden. Dus moeten we de grote projecten aanpassen. Met opener bebouwing en voldoende groen. Maar moet de Josaphatsite een groot park worden? Daar zeg ik: neen. Vooral in het sociale segment zijn er nog veel woningen nodig. Wat ik wel vind, is dat we voor extra woningen verder moeten durven te kijken dan het kanaal, het centrum en de negentiende-eeuwse gordel. Ook in de meer perifere gemeenten als Woluwe, Jette of aan de Mutsaard kunnen we verdichten. Het zijn
Mijn tekst dateert van een jaar geleden, en komt nu gelegen. De coronacrisis zal ons de vraag doen stellen of we wel terug moeten naar pre-corona. Of het opnieuw business as usual wordt. We zijn als stedenbouwkundigen altijd bezig met groei, meer mensen, expansie, bijkomende winkels. Het heet ook niet voor niets stadsontwikkeling. We zien nu dat daar limieten aan zijn. Kijk naar Neo of naar de Louizalaan. De retailsector zal niet blijven groeien, al was het maar door de onlineverkoop. We komen misschien terecht in een ander soort economie, die minder expansief is. Dat is de kans om de stad te regenereren. Wat we moeten doen, is wat bestaat op een slimme manier opnieuw inzetten en de stad zo een nieuwe adem geven.
CONSTRUIRE UNE VILLE SOUCIEUSE DU CLIMAT Kristiaan Borret va entamer son deuxième mandat de maître architecte de Bruxelles. Et cela dans un contexte où la ville est dans la ligne de mire. À cause d’un virus sans pitié et avec l’idée que la ville ne serait pas l’endroit idéal en temps de pandémie. « Nous ne devons pas construire des villes pour les catastrophes. » Construire des logements pour 10 000 habitants supplémentaires par an était l’objectif de son précédent mandat, maintenant c’est le réchauffement climatique qui doit être maintenu en dessous de 2 degrés. « Cela signifie avoir des maisons moins proches les unes des autres et suffisamment de verdure. » La densification de la ville est toujours importante, souligne Borret, « mais il faut revenir à l’idée de départ : construire beaucoup à certains endroits, pour avoir de l’espace libre ailleurs. On pourra ainsi compenser la réduction des zones vertes observée au cours des dernières décennies, ce qui permettra de rafraîchir la ville. FR
BUILDING THE CLIMATE-PROOF CITY Kristiaan Borret is starting his second term as the master builder of Brussels. This is happening at a time when the city is faced with profound threats and challenges. From a ruthless virus, but also from the idea that the city is perhaps not the ideal place during a pandemic. “My worldview was also shaken. But we shouldn’t build cities for the sake of disasters. We have to stay on course.” The goal of his previous mandate was to build enough homes for ten thousand extra inhabitants per year, but now global warming has to be kept below two degrees. “We have to change the major building projects so that we can make the city more climate robust. This means providing space for more greenery.” The densification of the city continues to have its place, “but we must return to the original idea: building a lot in certain areas in order to create more open space elsewhere. This is the only way to counteract the gradual loss of green space over the past decade.” EN
Kristiaan Borret: “In de crisis leken de voordelen van de stad, de nabijheid en vermenging, alleen nog maar nadelen te zijn.”
13 MEI 2020
I 9
BRUSSEL NA CORONA
Hoe geven we verpleegkundigen het respect dat ze verdienen?
‘Verpleegkundigen moeten inspraak krijgen in beleid’ BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
Verpleegkundigen draaien lange dagen tijdens deze gezondheidscrisis. Maar ook daarvoor moest één verpleegkundige zich al om een pak meer patiënten bekommeren dan een collega-verpleegkundige in andere landen. Tijd voor verandering? En hoe dan? “Verpleegkundigen weten zelf het best wat ze nodig hebben.” — JASMIJN POST
I
edere dag wordt er geapplaudisseerd voor de zorg, maar wat verpleegkundigen écht zou helpen, is een herziening van de norm voor financiering van het ziekenhuispersoneel die in 1987 voor het laatst werd aangepast. Dat zegt Sabine Van de Pol, zorgcoördinator in de kliniek Sint-Jan in Brussel. De internationaal aanvaarde norm voor veilige zorg gaat uit van één verpleegkundige per 8 patiënten. In België zorgt een verpleegkundige gemiddeld voor 9,5 patiënten. Dat publiceerden het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) en de KU Leuven begin dit jaar nog. “Vooral ‘s nachts is het moeilijk,” zegt Van de Pol. “Vaak gaat het om één verpleegkundige voor twintig tot dertig patiënten. Nochtans is de zorg acuter en complexer is geworden, omdat de ligduur in de ziekenhuizen steeds korter wordt. Het risico op overlijden is groter als verpleegkundigen voor meer patiënten moeten zorgen,” zegt ze. Ze bevestigt daarmee
versoepeld, is de werklast voor die mensen nog lang niet voorbij. Het coronavirus legt de pijnpunten bloot van een sector die eerder ook al schreeuwde om een uitweg uit de hoge werklast.
VERPLEEGKUNDIGE NAAST DE ARTS Maar hoe kunnen beleidsmakers ervoor zorgen dat verpleegkundigen hun werk veiliger kunnen doen? “De tijd van Florence Nightingale is voorbij,” begint Daniel Schuermans, ondervoorzitter van de Algemene Unie van Verpleegkundigen van België en hoofd biomedisch onderzoek bij de longafdeling van het UZ Brussel. “Tot in de jaren 1980 was het nog niet zo gebruikelijk dat een verpleegkundige een gezin had. Ze stond volledig ten dienste van de dokter en de patiënt.” Inmiddels is die functie geëvolueerd. Een verpleegkundige is iemand die naast de arts staat, en vaak de coördinator is in het geheel aan zorgverlening rondom de patiënt.
“Investeren in personeel is het belangrijkst, de rest vloeit eruit voort” SABINE VAN DE POL Zorgcoördinator Sint-Jansziekenhuis
de getuigenis van verpleegkundige Denis Huart (zie portret hiernaast). Maar die zware werklast geldt niet alleen voor verpleegkundigen in de ziekenhuizen. “Er wordt veel verwacht van eerstelijnswerkers, zowel in de geestelijke gezondheidszorg, de woonzorgcentra als de thuiszorg,” zegt Van de Pol. Hoewel de lockdownregels worden 10
I
13 MEI 2020
Toch resulteren die nieuwe verantwoordelijkheden nog onvoldoende in inspraak in het beleid. Daardoor krijgen verpleegkundigen soms te maken met nieuwe richtlijnen die het werk zwaarder maken, in plaats van lichter. “Niet de ingenieurs, beleidsmakers of wetenschappers weten wat verpleegkundigen echt nodig hebben. Alleen zijzelf weten dat,” zegt Anouk Verhellen.
Ze werkte eerder als spoedverpleegkundige en doet nu onderzoek naar technologische innovaties in de zorg bij het onderzoeksinstituut SMIT van de VUB. “Digitale technologieën en innovaties kunnen een belangrijke rol spelen om de werkdruk voor verpleegkundigen te verlichten, op voorwaarde dat zij op hun maat worden ontworpen. Ik denk bijvoorbeeld aan het elektronische patiëntendossier,” zegt Verhellen. “Vroeger moesten verpleegkundigen maar één vakje aankruisen. Nu moeten ze door verschillende tabbladen navigeren en vijf keer klikken. Dat is, zeker voor een spoedverpleegkundige, heel veel extra werk.” “Daarom is het belangrijk om verpleegkundigen al vroeg in het ontwikkelingsproces van nieuwe, digitale technologieën te betrekken. Onderzoekers moeten ook gaan kijken hoe verpleegkundigen denken en handelen en de technologie daarop afstemmen,” zegt Verhellen. Ook tijdens deze crisis werd pijnlijk duidelijk hoe een gebrek aan raadpleging van verpleegkundigen tot misverstanden leidde. “We werden pas achteraf geconfronteerd met de beslissingen van de federale regering,” zegt Schuermans. “De Veiligheidsraad maakte bijvoorbeeld materiaal
‘Eerste betere werkvoorwaarden’
‘
© SASKIA VANDERSTICHELE
Meer inspraak, maar ook meer verpleegkundigen aanwerven, zijn belangrijke punten om de werkdruk te verlagen. © IVAN PUT
verplicht dat verpleegkundigen op dat moment nog niet tot hun beschikking hadden. Mocht er een verpleegkundige in het overleg hebben gezeten, dan had die dat alvast kunnen inbrengen.”
GRATIS NAAR PSYCHOLOOG Om de werkdruk omlaag te brengen is niet alleen meer inspraak belangrijk, maar moeten ook meer verpleegkundigen worden aangeworven. Maar dan moeten genoeg mensen wel kiezen voor de studie. Flora Billiouw, oprichtster van het Brusselse thuiszorgbedrijf Wheel of Care, ziet op dit moment niet veel reden om dat te doen. “Als je hoort welke uren ik draai, en welke rugklachten ik heb ... Je moet zot zijn om het te willen doen. Het zijn enkel de gepassioneerde mensen die blijven.” Verpleegkundige Ans Dierick in het UZ Brussel staat haar bij. “De druk is soms zodanig hoog, dat we beginnen te twijfelen of we het anderen nog willen aanbevelen. We werken veel met studenten en zien dat het voor hen soms moeilijk vol te houden is. Maar het is wel nodig om mensen aan te trekken die voor verpleegkunde willen gaan. In ons ziekenhuis zijn er
bijvoorbeeld 29 niet-ingevulde vacatures voor verpleegkundigen.” Een idee volgens Billiouw zou zijn om de extralegale voorwaarden voor verpleegkundigen te verbeteren. Ze herinnert zich nog wat ze in Nederland in een vacature zag staan. “Gratis sessie met een psycholoog, gratis massage, gratis compressiekousen (die normaal 100 euro per stuk kosten), een ziekteverzekering voor het hele gezin, bonnen om te gaan eten in restaurants.” Ook het takenpakket voor verpleegkundigen kan aantrekkelijker worden gemaakt, zegt Van de Pol. “We vinden het in de Sint-Janskliniek belangrijk dat als verpleegkundigen hoogopgeleid zijn, ze ook de tijd krijgen om te doen waar ze voor hebben gestudeerd. Ze zouden dan bijvoorbeeld geen transport van linnen hoeven te doen, of maaltijden uitdelen. Die verschuiving is al lang gevraagd en eind 2019 werd daarom een budget van 400 miljoen voorgesteld. Maar voorlopig is nog niet afgestemd hoe dat verdeeld zal worden. Het belangrijkste is dat dit budget niet eenmalig is, maar structureel verankerd wordt. Investeren in personeel is het belangrijkst, de rest vloeit eruit voort.”
Denis Huart werkt nu tien jaar als verpleegkundige in een groot Brussels ziekenhuis, op de afdeling cardiologie In 2019 werd hij lid van ‘La Santé en Lutte’, een actiegroep die pleit voor een herfinanciering van de hele zorgsector. Ze streven naar een gezondheidsstelsel dat gebaseerd is op mensen en niet op financiële rentabiliteit
“Tijdens de tien jaar dat ik werk als verpleegkundige, is er meerdere keren iemand gestorven omdat de werkdruk te hoog was. Ik herinner me nog hoe ikzelf een keer werd opgebiept. Ik ging niet kijken, want er was al de hele nacht gebiept en ik kon niet meer. Toen ik later wel ging, was de patiënt overleden.” “Wat zeggen we dan tegen de familie? De artsen zullen zeggen dat het een onverwachte complicatie was. Maar wij verpleegkundigen willen dat niet meer verbergen. Het is niet de schuld van de zorgprofessionals, het is de werklast. We hebben niet de middelen om het beter te doen.” “Het is hartverscheurend als je geen tijd hebt om met een patiënt te praten die depressief op haar kamer zit. Of als je geen tijd hebt om aan een patiënt uit te leggen dat het belangrijk is om een goed gesprek te hebben met de familie omdat hij een operatie ondergaat waarbij hij kans loopt te overlijden.” “Veel problemen komen voort uit het feit dat ziekenhuizen worden betaald voor de taken die wij uitvoeren. Die taken moeten we daarom allemaal rapporteren. We hebben er de laatste tien jaar veel meer administratief werk bij gekregen.” “Verpleegkundigen moeten daarnaast ook steeds meer andere taken doen. ‘s Middags haal ik dienbladen op en maak ik de vuilnisbakken leeg, en dat elke dag. Leidinggevenden zeggen soms dat ze geen verpleegkundigen vinden. Maar de voorwaarden moeten eerst verbeteren. Op deze manier willen mensen dit beroep niet doen.” 13 MEI 2020
I 11
BRUSSELS AFTER CORONA
Will we still experience concerts the way we used to?
BRUZZ | BRUSSELS AFTER CORONA
Will the future bring music to our ears?
12
EN
I
The music sector became so severely infected by the coronavirus that it will be convalescing until at least the end of the summer. The question is whether it will have recovered sufficiently to be able to make something of the autumn, and whether we will ever be able to cast off the shackles of corona and go back to concerts. Fortunately, there is tremendous resilience. “The possibilities are endless.” — TOM ZONDERMAN
13 MEI 2020
S
eptember is going to be an extremely busy month,” David Méndez Yépez of the Brussels latino pop band Chicos y Mendez recently told us. His concert at the Ancienne Belgique has been postponed until after the summer, he said with a hopeful but also uncertain look in his eye. While the rest of the country can gradually release itself from the grip of corona, the music sector, which since the collapse of record sales has made the majority of its income from the live circuit, continues to be in a deep coma. And will remain so until at least 31 August, as the National Security Council decided on 15 April. But what about afterwards? Will the innumerable concerts that have been postponed to the autumn be able to take place, and if so, under what conditions? Has corona heralded the extinction of the moshpit? Will local artists be the only ones to get work? And will audiences still want to stand rows deep in Brussels’s concert halls? Or will we have to make do with live stream festivals, drive-in shows, and concerts in games? “The possibilities are endless,” Coralie Berael combatively looks ahead. Berael is the venue manager of Vorst Nationaal/Forest National, which is part of the Sportpaleis Group, the Belgian operator that also runs the Sportpaleis in Antwerp and which has already had to reschedule at least 250 events. “We have to make sure that everything is manageable financially and that it is sustainable, and we have to continue to focus on the experience. But our biggest priority is that everything should be safe, both for the audience as well as for the artists and their entourages.” Active consultations are currently ongoing in the sector to reach a consensus about what is manageable, Berael tells us. Advice is communicated to the GEES, the Belgian expert group that is supposed to lead us out of the lockdown. “Along with input from the government we will have to establish a protocol that is workable for everybody. The government must realize that we cannot simply start up again whenever the ‘go’ comes because organizing big concerts like ours takes time. Artists have to schedule shows in a tour that stops in several countries; it’s a giant puzzle.”
CORONA PASSPORTS Over the past five years, the Sportpaleis Group has invested a lot in more efficient and safer organization, Berael explains. That includes cashless payments, e-tickets, and deals with the MIVB/ STIB and the NMBS/SNCB. These measures may bear even more fruit than before. Concertgoers now also receive an informative email 48 hours in advance about mobility, safety, food and drinks, etc. “That system can be expanded, for example, through declarations that you are not sick and have not been in contact with people infected with corona, like with the GDPR norms. We could also introduce ‘corona passports’ for artists.” These are admirable proposals, but the biggest problem remains the infection rate of corona and
the social distancing required to stifle it. While cinemas, museums, and even theatres hope to reopen very soon with limited visitor capacity, it is much harder for clubs and concerts to conform to our new “one-and-a-half-metre” society. “We organize concerts for 200 to 300 people,” says Tom Bonte, the soon to be departing director of the Beursschouwburg. “If social distancing continues to be enforced in the autumn, we will face an enormous problem. We will only be able to receive a maximum of thirty people, which is nowhere near enough for the experience we aim to provide. And of course, it is completely ruinous for our budget.” Bigger venues do not necessarily have more room for manoeuvre, Marc Vrebos, interim director of the Ancienne Belgique, says. “We quickly realized that we cannot develop a coherent system that allows all our processes to run smoothly. This is related to the particularity of our specific operations, the building, the resulting audience flows, sanitary facilities, access control, cloakroom, etc., and of the capacity that you need to establish a break-even model. There will always be a problem somewhere.” In order to guarantee social distancing, the AB would have to reduce the capacity of its large hall from 2,000 to 140. “From a financial and business perspective, that is not sustainable, especially if you want to keep all your staff aboard,” Vrebos tells us. Other than in the theatre sector, where subsidies are a significant part of the budget, most concert halls have to make the vast majority of their revenue from ticket sales, food and drinks sales, and hall rentals. “The bottom line is that our large hall is the engine of the AB. If that stalls, the whole organization stalls.” Increasing ticket prices is not really an option. “They would have to become very expensive,” Vrebos explains. “It would entail ditching our participative policy. As a result, cultural institutions will become even more like white islands for the upper middle classes.” Reducing the artists’ pay, then? “Over the past few years, musicians have already taken a pay cut due to the collapse of record sales,” Bonte says. “They were able to compensate for that with live shows. But if they go too, they will not have any revenue sources left and they will have to start finding new jobs. It is
▼
“
“We will have to establish a protocol that is workable for everybody” CORALIE BERAEL Forest National
‘ ‘I hope not all will be lost’
Lost Frequencies Producer and DJ Had a mega hit in 2014 with “Are You with Me” In 2017, became the first Belgian with a billion streams Was scheduled to play several (summer) shows across the globe
“Living in the fast lane, time is precious,” we hear in the new single “Love to Go” by Felix De Laet (26), the Brussels-based producer and DJ who flies around the world to perform under the stage name Lost Frequencies. Or rather: flew. Because he has also been grounded due to the coronavirus. “If you had told me a few months ago, that I would be stuck at home now, I would have said you were insane,” says De Laet, for whom taking 200 flights per year is no exception. “Tomorrowland Winter in Alpe d’Huez was coming up, I was scheduled to perform at the Miami Music Week, and I had shows in New York. This summer, I was looking forward to our new set at Tomorrowland.” He is still hoping to be able to perform a few shows in Ibiza at the end of the summer. “In the open-air, and with a smaller audience. Although these kinds of events are all about the energy of all those people together.” He tells us that aftermovies of heaving festival fields or pictures of packed concert halls have become almost frightening. “Especially at events like Tomorrowland, where there are people from all corners of the world. That sense of connection that is so vital and unique may not be the same in the coming years. Perhaps this will be a boost for smaller clubs, which have been struggling in recent years.” De Laet is making the most of his lockdown by being creative. He has a financial buffer, but he’s afraid for upcoming artists who were hoping to break through, as well as for all the people and businesses that depend on the live sector. “Festivals, albums, shows…it is often months or years of work. I hope this will not all be lost.”
13 MEI 2020
I 13
▼
WILL WE STILL EXPERIENCE CONCERTS THE WAY WE USED TO?
up to the music sector to find an answer for that, however difficult it may be.” Vrebos points to the danger of extreme creativity. “In Amsterdam, venues like Melkweg and Paradiso are thinking about introducing age limits because young people are not part of the high-risk group. That is segregation pure and simple. It terrifies me that cultural institutions are starting to think like that. What are venues like De Munt/La Monnaie supposed to do with their primarily older audiences who buy season tickets?”
FORTNITE
BRUZZ | BRUSSELS AFTER CORONA
Berael hopes it will still be possible to organize concerts at Forest National if the hall capacity of 8,000 people is decimated. “We are thinking about ‘clusters’. Groups of people who live under the same roof can sit together without chairs in between. One-way traffic in the foyers, staggered arrival times, etc. are also things to be considered. Perhaps by then we will have developed a savoir-faire that gives us more options.” Marianne Cattoir from the Brussels creative music PR agency Five Oh is also thinking along those lines. Five Oh promotes artists like Angèle, Roméo Elvis, and Juicy, as well as the Listen! Festival, which has likewise been postponed to the autumn. It normally hosts a Fifty Session every month, and the second edition of its showcase festival Fifty Lab is supposed to take place in November. “As soon as we can, we will organize something in the summer. Small scale, and with a focus on Belgian artists. Our primary purpose is to support our sector.” In the Netherlands, up to thirty people will be permitted to congregate from 1 June, and on 1 July it may be up to one hundred. Will smaller players be given a boost? “It is difficult to say,” Cattoir says, “it all depends on regulations that will be imposed. There is a lot of fear among the bigger events, but the smaller-scale venues and events are very eager. We are, at least.” With some new alternatives popping up, do they fear they will lose audiences? “We have often wondered, like after the introduction of streaming, for example, whether people would swap the live experience for something else,” Vrebos says. “But the intensity of a live concert cannot be duplicated.” The American rapper Travis Scott recently
“In Amsterdam, they are thinking about introducing age limits. That is segregation pure and simple” MARC VREBOS Ancienne Belgique
14
I
13 MEI 2020
“You don’t want to eat hamburgers at a drive-in every day, do you? Sometimes you want to go to a good restaurant” TOM BONTE Beursschouwburg
performed in the game Fortnite for 28 million gamers. “This might be a temporary alternative platform, but only for big names. Upcoming talent would not find opportunities in a medium like that. This automatically leads to an impoverishment of the artistic landscape.” Nevertheless, it is not unthinkable that people aren’t champing at the bit to be crammed into a concert hall like sardines in a tin. “After the attack at the Bataclan in Paris, we saw a decrease of twenty percent in our visitor numbers,” Berael says. “After the attack in Brussels, it was ten percent, but after the suicide attack in Manchester at the Ariana Grande concert, there was no drop. People adapt quickly. We are currently conducting a survey from which it is apparent that people are eager to go to concerts again.” Vrebos is also convinced that this is true: “There is so much hunger for culture that people will come back quickly, as soon as it is safe to do so.” Cattoir thinks so, too, “but I don’t see a sold-out AB doing moshpits to a concert by Zwangere Guy.”
CIVIC RESPONSIBILITY The future will bring music to our ears, but will the music sector ever be the same? “One of the biggest difficulties is the total uncertainty in which we now find ourselves, and whether there will be a second peak,” Bonte says. “That might be a fatal blow to many organizations. If we ever go back to normal, it will certainly be with a different feeling. We will probably retain some of the measures. A lot will depend on a sense of civic responsibility. But that is a very abstract concept. Just look at how we take on the climate crisis.” Berael likewise expects a lot from citizens. “As an individual, there was no way to guard yourself against the attacks, but with this virus, concertgoers will have to take their responsibility. Measure your temperature every morning, always carry a mouth mask, keep your distance… these are things we will have to get used to.” If there’s one thing clear, it is that things won’t go back to normal until there is a vaccine. “In the meantime, we will have to make do with a solution that I haven’t found yet,” Bonte says. “Hopefully it will be more attractive than the drive-in festivals that are being organized this summer. That’s a gimmick, not a structural solution. You don’t want to eat hamburgers at a drive-in every day, do you? Sometimes you want to go to a good restaurant.”
ZIT ER MUZIEK IN DE TOEKOMST? De voorbije maanden raakte de muzieksector, en vooral het livecircuit, zwaar besmet door het coronavirus. Zo zwaar dat alle ‘massabijeenkomsten’ tot eind augustus werden afgelast. Maar wat daarna? Zullen de shows die nu massaal verschoven zijn naar het najaar alsnog kunnen doorgaan? Zullen concertzalen zich kunnen schikken naar de anderhalvemetermaatschappij? Betekent corona het onderspit van de moshpit? Is dit een boost voor lokale artiesten en kleinere spelers? Zullen de ticketprijzen stijgen of moeten de gages van de artiesten naar beneden? Zal het publiek sowieso straks nog rijen dik willen staan in de Brusselse concertzalen? Of moeten we ons tevreden stellen met livestreaming, virtuele concerten in games en drive-infestivals? “Zulke dingen kunnen hoogstens een gimmick zijn, geen structurele oplossing,” zegt afscheidnemend directeur van de Beursschouwburg Tom Bonte, die samen met zijn collega’s uit de sector bang maar strijdvaardig naar de toekomst kijkt. “Pas met een vaccin zal alles weer in de plooi vallen.” NL
À QUAND LE PROCHAIN CONCERT? Ces derniers mois, le secteur de la musique, et en particulier le circuit du live, a été gravement touché par la crise sanitaire. À tel point que tous les « rassemblements de masse » ont été annulés jusqu’à fin août. Mais qu’en sera-t-il après ? Les concerts qui sont reportés en masse à l’automne pourront-ils avoir lieu ? Les salles pourront-elles s’adapter à la « société un-mètre-cinquante » ? Le Covid-19 sonne-t-il le glas des fosses ? Est-ce un coup de pouce pour les artistes locaux et les petits organisateurs ? Le prix des places va-t-il augmenter ou les cachets des artistes seront-ils revus à la baisse ? Le public aura-t-il toujours envie de remplir les salles de concert de Bruxelles ? Ou devrions-nous plutôt nous contenter du streaming, de concerts virtuels et de festivals en drive-in ? « Tout cela n’est que gadget, ce n’est pas une solution structurelle », déclare le directeur sortant du Beursschouwburg Tom Bonte, qui, avec ses collègues du secteur, envisage l’avenir avec crainte mais combativité. « Ce n’est qu’avec un vaccin que tout rentrera dans l’ordre. » FR
LAURELLE LAKEN - LAEKEN
Enjoy life in the city and return home to a green oasis.
Spacious living in the capital Do you love the hustle and bustle of Brussels, but also crave peace and relaxation? If so, you’re bound to feel at home in Laurelle. This newbuild project in the residential heart of Laken offers all of life’s great comforts. It combines state-of-the-art aesthetics with comfortable living in an oasis of green. Enjoy Brussels at its best and be king of your own castle.
1bedroom from €176.000 2 bedrooms from €248.000 (excludes purchasing costs)
Want to find out more? 02 654 28 19 | antonissen.com
BRUSSEL NA CORONA
Draait de Brusselaar op voor de kosten?
‘Deze crisis is uitzonderlijk groot, maar ze is tijdelijk’ BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
De Covid-19-crisis betekent ook voor onze openbare financiën een stevige stresstest. Het Brussels Gewest schiet met een bijkomend tekort van 550 miljoen euro diep in het rood. Toch hoeft dat geen onoverkomelijk probleem te zijn, zegt econoom Etienne de Callataÿ. “Brussel moet nu tien jaar vooruitkijken, en in levenskwaliteit en duurzame groei investeren.” — STEVEN VAN GARSSE
W
ie de verslagen van de Brusselse ministerraden doorneemt, ziet de Covid-factuur stevig aantikken. Extra steun voor bedrijven die moeten sluiten, voor de sector voor dienstencheques, voor de taxi’s, een verhoogde kinderbijslag en miljoenen extra voor de OCMW’s. En dan hebben we het nog niet over minder inkomsten, de duizenden extra werklozen, een daling van het aantal reizigers bij de MIVB, de faillissementen. Minister van Begroting Sven Gatz (Open VLD) zet momenteel alles op een rijtje. Minister-president Rudi Vervoort (PS) heeft hem gevraagd deze week met een becijferde Covid-19-begroting te komen. De extra uitgaven worden nu al op 300 miljoen euro geraamd. De minderinkomsten op 150 miljoen euro. Dit alles op een begroting van om en bij de 6 miljard euro. De economie is de komende maanden, zelfs jaren, fors getroffen, wat bijkomend slecht nieuws is voor de overheidsfinanciën. Etienne de Callataÿ is een gewaardeerd econoom. Hij studeerde aan de London School of Economics, verdiende zijn sporen
bij Bank Degroof en is vandaag chief economist bij Orcadia Asset Management. Hij woont en werkt in Brussel. “Het klopt dat we in economisch zwaar weer zitten. Dat blijkt uit alle indicatoren en ook later in het jaar verwachten we slechte cijfers. Maar het was nog erger geweest als de overheden niet tussenbeide waren gekomen. Dankzij de tijdelijke werkloosheid, de overbruggingskredieten voor bedrijven en andere steunmaatregelen kunnen we hopen dat de economie over een jaar weer normaal draait. Groot nadeel zijn natuurlijk de bijkomende schulden.”
SELECTIEVE STEUN De Callataÿ vindt wel dat de overheden selectiever hadden mogen zijn in de steun aan de bedrijven. “Zwaar vervuilende bedrijven bijvoorbeeld hadden geen steun moeten krijgen. Er zijn ook ICT-bedrijven die hun personeel in tijdelijke werkloosheid hebben gezet omdat er, los van corona, geen opdrachten waren. Dat soort risico’s moet niet door de overheden worden genomen. We zitten in een markteconomie. Het kan niet
“Telewerken moet een blijver worden” ETIENNE DE CALLATAŸ © PHOTONEWS
16
I
13 MEI 2020
Econoom
de bedoeling zijn dat de winsten voor de privé zijn, en de verliezen voor de overheid.” Wat de schuldgraad betreft, gelooft De Callataÿ dat België en de deelstaten deze crisis te boven zullen komen. “Ik verwijs naar Brusselse econoom André De Coster (KU Leuven), die net een studie heeft gepubliceerd waaruit blijkt dat deze uitzonderlijke situatie voor de overheidsfinanciën minder erg is dan structurele kwesties. De hervorming van de pensioenen is bijvoorbeeld dringender. Paniek is dus niet nodig. De crisis is uitzonderlijk groot, maar tijdelijk.” De Callataÿ ziet voor Brussel goed en minder goed nieuws. “Het telewerken is zeker een opportuniteit. We ontdekken dat, we worden het gewoon en zien daar ook de voordelen van. Het kan de levenskwaliteit van onze stad behoorlijk verbeteren. De overheid moet er alles aan doen om het telewerken verder te ondersteunen, te zorgen dat het een blijver wordt. Het risico is anders dat de files terugkomen. Het is daarom ook een uitstekend idee om fietspaden aan te leggen. Ook dat heeft de crisis ons geleerd. Met de fiets in Brussel is heel aangenaam en efficiënt. Ik doe het zelf ook.” “Maar Brussel heeft het ook zwaar te verduren,” gaat De Callataÿ verder. “Wie stad zegt, zegt concentratie. Veel mensen die op restaurant gaan, naar cafés of naar theater. Dat is een economische
sector die nu zware klappen krijgt. Wie van het bruisende stadsleven houdt of van het nachtleven, zal nog wel even op de tanden moeten bijten, wellicht tot we een vaccin hebben. Maar zoals we bij de Spaanse griep gezien hebben, zodra de epidemie geweken is, zal alles snel weer op gang komen. De mensen zullen na de crisis snel opnieuw feesten.”
AUTO UIT DE STAD De Callataÿ vindt dat de Brusselse regering, met minister-president Vervoort op kop, nu vooral moet kijken waar we over tien jaar willen staan. “Dat betekent vooral mikken op levenskwaliteit. En dat wil zeggen dat we de auto uit de stad moeten bannen. Met minder parkeerplaatsen, een trager verkeer en meer fietspaden.” Ook moet Brussel oog hebben voor het sociale weefsel. De Callataÿ ziet ook de spanningen tussen jongeren en politie in dichtbevolkte wijken als Kuregem en Sint-Gillis. “Daar zit de lockdown zeker voor iets
Econoom Etienne De Callataÿ: “We moeten met de publieke middelen genereus zijn voor het individu, en selectief voor de bedrijven.” © PHOTONEWS
tussen. Het is makkelijker in een huis met een tuin, dan met een groot gezin in een klein appartementje zonder terras. Ik ben er bijvoorbeeld voorstander van om de parken en de pleinen voor te behouden voor mensen die geen tuin hebben, al valt dat misschien moeilijk af te dwingen.” Hij ziet wel een bijkomend probleem opduiken voor jongeren in die wijken, omdat ze vaak een baan hebben in sectoren die nu zwaar te lijden hebben door de crisis: de detailhandel, de horeca. “Daarom zeg ik in algemene termen: we moeten met de publieke middelen genereus zijn voor het individu, en selectief voor de bedrijven.” Uiteindelijk zal wel iemand de factuur moeten betalen. Ongebreidelde deficit spending wreekt zich op een bepaald moment. De Callataÿ legt uit dat er twee manieren zijn om de overheidsschuld tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen. Via een monetair beleid of met een soberheidsbeleid. “Om met dat
laatste te beginnen. ‘Austeriteit’ betekent ofwel dat we minder uitgeven, ofwel dat we meer inkomsten aanboren.”
NIET BEKNIBBELEN OP GEZONDHEID “Minder uitgeven lijkt me heel moeilijk in tijden van crisis. Kijk maar naar de gezondheid, of de
pensioenen. Daarop beknibbelen is vandaag bijna niet te doen. We kunnen in theorie ook meer inkomsten zoeken. Door meer belastingen te heffen op multinationals of op meerwaarden, of erfenissen of bijvoorbeeld op bedrijven die belastend zijn voor het milieu, iets waar ik een groot voorstander van ben.” “Maar het kan ook zonder austeriteit. Dan komen we bij het monetaire beleid. Het is een piste die mijn voorkeur wegdraagt. We kennen dat vandaag al. Een kwart van de Belgische staatsschuld is in handen van de Europese Centrale Bank. Als de ECB de lidstaten ondersteunt, is dat een vestzakbroekzakoperatie, want het zijn de lidstaten zelf die aandeelhouder zijn. De intresten die we aan de ECB betalen, vloeien terug naar de lidstaten. Het is gratis geld, al zijn er natuurlijk lidstaten die eerder intresten moeten betalen, zoals Italië bijvoorbeeld, en landen die vooral intresten krijgen.” Daarnaast vindt De Callataÿ dat er in Brussel ook extra geïnvesteerd mag worden. “Niet zozeer om de economische crisis te lijf te gaan, daarvoor zijn de effecten pas voelbaar op de lange termijn, maar omdat er grote noden zijn. Bijvoorbeeld in het onderwijs. We vragen vandaag aan de scholen om de gezondheidsregels strikt toe te passen, maar in veel scholen beantwoorden de toiletten nog niet eens aan de hygiënische standaarden! Een ander voorbeeld is de staat van de gevangenissen. Dat is een aanslag op de mensenrechten, en een schande voor een land als België.”
L’EUROPE PAYERA-T-ELLE POUR LA CRISE ? La crise sanitaire coûte cher aux gouvernements. À Bruxelles aussi. De l’argent a été injecté dans l’économie, la santé et les affaires sociales, mais on s’attend également à une perte de revenus. En conséquence, les budgets de la Région de Bruxelles-Capitale et de la Commission communautaire commune vont être dans le rouge. Selon l’économiste Étienne de Callataÿ, ce n’est pas un problème insurmontable parce que temporaire. Les pouvoirs publics devraient pouvoir compter sur le soutien de la Banque centrale européenne. Il préconise toutefois de mener une politique dirigiste et de donner la priorité aux mesures favorables à une économie durable et verte. La Région de Bruxelles-Capitale doit investir dans la qualité de vie en ville, avec moins de circulation automobile. Il pense en outre que Bruxelles redeviendra un lieu de fête. FR
WILL EUROPEAN MONEY PAY FOR THE CRISIS? The health crisis is costing the government fistfuls of money. Money is being pumped into the economy, health, and social services, but a loss of income is expected. As a result, the budgets of the Brussels Region and the municipal community commissions will go into deep debt. According to the economist Etienne de Callataÿ, this is not an insurmountable problem because it is temporary. The governments should be able to rely on support from the European Central Bank. He does argue in favour of targeted action, however, and to prioritize measures that are beneficial to the sustainable and green economy. The Brussels Region must invest in the liveability of the city, with less car traffic. He is also convinced, though, that thanks to its buzzing city life, Brussels will soon be a partying city again. EN
Brussel gaf al 400 miljoen euro uit aan steun Het gaat voor 310 miljoen euro om economische en fiscale maatregelen en voor 117 miljoen euro om sociale maatregelen. Daarbij verwacht het Gewest door de crisis ook nog eens voor 150 miljoen euro minder inkomsten. Eenmalige premie aan bedrijven getroffen door de ‘lockdown’:
209 miljoen euro Waarborgen, leningen en herkapitalisatie Finance Brussels: 72 miljoen euro Expansiesteun aan bedrijven: 7, 2 miljoen euro Vrijstelling van belasting hotelsector: 13,3 miljoen euro OCMW’s: 30 miljoen euro
Premies en vrijstelling van belasting taxisector: 6,2 miljoen euro Parking Brussels: 0,7 miljoen euro Steun voor huurders met bescheiden inkomen: 17,8 miljoen euro Sociale economie, microkredieten,coöperatieve bedrijven:
2,4 miljoen euro Dienstenchequebedrijven: 1 miljoen euro Opvang transitmigranten: 1,4 miljoen euro Aankoop mondmaskers en beschermingsmateriaal: 20,3 miljoen euro Ondersteuning nonprofit: 30 miljoen euro Tracing, extra beschermingsmateriaal: 22,7 miljoen euro
13 MEI 2020
I 17
BRUSSEL NA CORONA
Moeten we elke Brusselaar een stukje groene ruimte geven?
‘Stop met overal gewoon bij te bouwen!’ Voetballende Roma-kinderen, Afghaanse vaders met kroost en Vlaamse moeders met bakfiets: allemaal vinden ze momenteel de weg naar een van de drukstbezochte groene ruimtes van het gewest: de Ninoofsepoort. Het piepjonge park blaast nog maar net één kaarsje uit, maar zit nu al vol met mensen die beseffen dat de stad hier meer van nodig hee . “Thuis wenen de kinderen, hier vinden ze altijd iets.” BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
— KRIS HENDRICKX, FOTO’S BART DEWAELE
18
I
13 MEI 2020
STADSTRIBUNE
Niet zo lang geleden was dit een braakliggend terrein waar je liever niet kwam. Nu is het een ‘evolutief park’, dat in samenspraak met de bewoners wordt ingericht.
De leegte heeft een voordeel: het park is tegelijk een tribune met zicht op de stad waar Arif het al over had. De voormalige Belle-Vue-brouwerij met het MIMA, de Belfiustoren aan Rogier, de Financietoren aan de Kruidtuin of de Hageltoren in de nabijgelegen Zennestraat, je ziet ze allemaal. Zo dicht zijn ze niet
BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
gezaaid, de groene plekken in de stad waar je kilometers ver kunt turen. Dichterbij is er het niet-aflatende gewriemel op de Kleine Ring, die hier sinds de heraanleg tot mensenmaat is herleid: de huidige straat is er maar half zo breed als enkele jaren geleden. De stadsgeluiden zijn hier bovendien gedempt, een beetje zoals klanken aan het strand. “Zicht op de stad?” De Nederlandstalige Tanja (36) lacht schamper als we erover beginnen. Samen met haar vriendin Charlotte slaan de twee moeders hun kinderen gade, die op hun beurt gefascineerd kijken naar het spel van een groepje grotere kinderen. “Straks komen hier die drie torengebouwen vlak aan het park, dat zal al veel minder zijn qua zicht. Nu kan je hier ademen, als die gebouwen er staan, wordt het veel benauwder. Maar op zich bevalt de ruimte me wel. Kinderen kunnen hier ook gewoon lopen, er zijn niet zoveel plekken waar dat kan.” De parkbezoekster doelt op de Besix-driehoek, die meteen naast het park ligt. De bouwput – misschien wel de oudste in het gewest – ligt er nu al een jaar of twintig te wachten op een definitieve bestemming. Het Gewestelijke Richtplan van Aanleg voor de driehoek geeft er toestemming voor torengebouwen tot 90 meter hoogte. Zo geanimeerd als het park vandaag is, zo doods en verwaarloosd was de zone enkele jaren geleden nog: enkele vervallen hangars, een carwash en een verloren lapje gras werden hier toen nog doorkruist door een brede autostraat. “Als je je auto een uurtje liet staan, kon er al ingebroken zijn,” herinnert de Palestijnse Aldou (45) zich, die een garage uitbaat die uitkijkt op het park.
SAMEN INRICHTEN Het park is dan ook meer dan een nieuwe recreatiezone in een buurt waar er amper groen is. Het is ook een nieuwe brug tussen Molenbeek en Brussel-Stad. Daarnet nog no-gozone en stadswoestijn, vandaag groene oase en mensenmagneet: het kan verkeren. De huidige groene zone van 2,5 hectare is daarbij overigens ruim dubbel zo groot als eerst gepland. Onder meer door druk van buurtbewoners gooiden ministers Pascal Smet (SP.A) en Céline Fremault (CDH)
▼
Z
itverbod of niet, Arif (24) en Pakhan (41) liggen wat te lummelen op het gazon in de late namiddag. Het vastenbreken op deze ramadandag is nog vier uur verwijderd; voor de twee Afghanen is dit niet het moment om veel energie te verspillen. Hun drie pagadders – onder wie een tweeling van drie – doen ondertussen hun best om vooral zoveel mogelijk te bewegen. Dertig meter verderop hebben ze net een gat ontdekt in het gazon, wellicht het werk van een ijverige hond. De banale holte blijkt goed voor minutenlang speelplezier: je kan erin klimmen, er opnieuw uit klauteren, erin springen en ga zo maar door. “Thuis is het echt te klein voor hen,” vertelt Arif, die een boogscheut verderop aan de Brunfauttoren woont, in een dichtbevolkte wijk van Oud-Molenbeek. “Ze vervelen zich, beginnen te wenen. Hier vinden ze altijd wel iets. Pakhan en ik kijken ondertussen wat naar de stad.” Er valt dan ook heel wat te zien. Op de voorgrond heb je de parkgebruikers, even bont als de Brusselse bevolking. We spreken met Bulgaarse moeders met kleuters, een Palestijns groepje mannen zonder werk, voetballende Romajongeren en Vlaamse moeders die hun allerkleinsten leren fietsen. Maar we zien ook joggende tienermeisjes en dames op leeftijd. Veel volk in elk geval voor een park dat er nog maar pas ligt en vandaag weinig meer biedt dan een grasvlakte en reliëflagen. De stenen boorden die de cirkelvormige lagen omzomen, zijn erg in trek en blijken veel dingen tegelijk te zijn: nu eens zitbank of rugleuning, dan weer voetbaldoel. De regel dat zitten niet mag in de gewestparken lijkt hier even onbekend als absurd: deze kleine groene vlek is nu eenmaal geen wandelpark. O ja, en dan is er nog het speelpleintje. Afgesloten met hekken vanwege de coronaregels, maar toch volop in gebruik.
13 MEI 2020
I 19
MOETEN WE ELKE BRUSSELAAR EEN STUKJE GROENE RUIMTE GEVEN?
20
de oorspronkelijke plannen van de vorige regering om. Tanja knikt: “Ik heb hier nog gepicknickt.” De Ninoofsepoort is maar een van de parken die de Brusselaars de voorbije maanden massaal herontdekt hebben, een broodnodige injectie in een deel van Brussel dat bijzonder slecht bedeeld is met groen: de dichtbevolkte kanaalzone. “De coronacrisis heeft veel mensen doen inzien hoe belangrijk openbaar groen in de stad is,” weet Serge Kempeneers. De voorzitter van de Brusselse Milieuraad is ook voormalig directeur Groene Ruimten bij gewestadministratie Leefmilieu Brussel. “Dit is een kans voor de politiek om door te zetten. (Luider) We moeten stoppen met gewoon bij te bouwen en overal waar we kunnen groene ruimtes creëren!” Kempeneers wijst er ook op dat het coronavirus mogelijk maar het begin is. Niet alleen omdat de mens steeds vaker doordringt in natuurlijke omgevingen van dieren en daar virussen opdoet. “De klimaatopwarming zorgt voor het smelten van de permafrost in bijvoorbeeld Siberië. Daar komen nu onbekende dingen vrij. En natuurlijk is die klimaatopwarming op zich ook al een erg goede reden om groene ruimtes aan te leggen: met al haar stenen is de stad in de zomer al snel een hitte-eiland, waar elk beetje koelte welkom is.” Het park aan de Ninoofsepoort is ook een voorbeeld van een aanpak die het Gewest de volgende jaren vaker wil hanteren. Als het park vandaag ietwat kaal oogt, is dat geen toeval. Het is net de
▼
BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
Tanja (r.) en Charlotte genieten met hun kinderen van dit nieuwe stukje groen. Maar ze vrezen dat de ruimte rondom snel weer volgebouwd zal worden.
I
13 MEI 2020
“Straks komen hier die drie torengebouwen vlak aan het park, dat zal al veel minder zijn qua zicht” TANJA Buurtbewoner
bedoeling om gaandeweg gestalte te geven aan de groene ruimte. “We noemen het een ‘evolutief park’,” legt Renaud Tondeur uit, die vandaag de afdeling Groene Ruimten bij Leefmilieu Brussel leidt. “Samen met buurtbewoners en lokale organisaties willen we bespreken hoe we het verder inrichten. Moeten er bomen bij komen? Hebben we de juiste speeltuigen? Maken we plaats voor horeca in de geplande kiosk? Dat zijn allemaal zaken die we geleidelijk willen bekijken, ook door te
observeren hoe mensen de ruimte vandaag al gebruiken. Het duurt langer, maar we zijn ervan overtuigd dat het een beter resultaat oplevert.”
OPEN ZENNE De groene lap aan het kanaal is niet het laatste nieuwe park. De volgende jaren volgen nog heel wat groene ruimtes. Zo krijgt het Zennepark – ten noorden van het Gaucheretpark – een nieuwe uitbreiding en komt er een ambitieuze heraanleg voor het versnipperde Maximiliaanpark, waarbij onder meer de Zenne wordt opengelegd. Tondeur verwacht veel van dat laatste project, dat ook een link legt tussen de Vijfhoek en de groene as op Thurn & Taxis. “Ça aura de la gueule.” Verder wordt het park van Thurn & Taxis binnenkort fors verlengd richting Bockstael. En ook de braakliggende site tussen Weststation en Ossegem krijgt een groene ruimte. Terug naar het park aan de Ninoofsepoort. Dat het zijn definitieve vorm nog niet heeft, is daar nog niet bij iedereen doorgedrongen. Toch hebben de Afghaanse vaders en de Vlaamse moeders dezelfde bedenking bij de huidige toestand van de plek. Allebei zijn ze blij dat het park er is, maar ze kijken vooral uit naar meer bomen. Charlotte: “In volle zomerzon zie ik ons hier niet zitten.”
De Afghaanse Brusselaars Arif (l.) en Pakhan met hun kinderen. Ze wachten het breken van de vasten af aan de Ninoofsepoort.
VANAF 9 MEI LAAT BRUZZ PER THEMA EEN WEEK LANG DE TOONAANGEVENDE STEMMEN AAN HET WOORD.
Onze stad staat voor grote uitdagingen op het vlak van mobiliteit, werkgelegenheid, onderwijs, economie, behuizing, groene ruimte, bejaardenzorg,…Welke lessen trekken we uit deze crisis? Welke maatregelen gaan blijven? Wat moet er dringend anders?
OP RADIO, TELEVISIE, SOCIAL MEDIA EN OP BRUZZ.BE
VOLG HET OOK OP BRUZZ RADIO (98.8FM), TELEVISIE, SOCIAL MEDIA EN OP BRUZZ.BE
BRUSSEL NA CORONA
Kunnen we alle Brusselaars een dak boven hun hoofd geven?
‘We moeten iedereen op straat beter kennen’ BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
Om de Brusselse daklozen van de straat te halen, werden in ijltempo hotels geopend en opvangplaatsen gecreëerd. Maar zal Brussel nadat de storm is gaan liggen, blijven inzetten op duurzame vormen van huisvesting, en zo komaf maken met de toenemende dakloosheid? “Het zou me enorm verdrietig maken als de wereld na corona er identiek uitziet als ervoor.” — ELLEN DEBACKERE
22
D
e Brusselse thuislozen kwamen door de coronamaatregelen stevig in het vizier. Op het ogenblik dat iedereen in ‘zijn kot’ moest blijven, bleef een heel aantal mensen noodgedwongen op straat. Daarop vorderde de Brusselse regering, in samenwerking met de gemeenten, een tiental hotels en herbergen op. Tot 30 juni kunnen kwetsbare personen er een dak boven het hoofd vinden. “Voor de periode na de pandemie moeten we aan duurzame oplossingen werken,” vertelt François Bertrand, directeur van Bruss’Help, het gewestelijk coördinatieorgaan voor de bijstand aan daklozen, en de opvolger van La Strada. Hij ziet heel wat maatregelen die de hoofdstad op korte en middellange termijn zou moeten nemen. Zo wil Bertrand dat mensen die nu in een hotel verblijven opnieuw hun rechten verwerven. “Op middellange termijn moeten we ervoor zorgen dat we iedereen op straat beter kennen. We moeten hen een opvangplaats kunnen bieden vooraleer er misschien een tweede golf van de pandemie op ons afkomt.” Maar vooral op lange termijn benadrukt Bertrand dat er een strategie moet worden uitgestippeld over toegang tot huisvesting. Om daaraan tegemoet te komen, wil bevoegd minister Alain Maron (Ecolo) een werkgroep samenstellen met experten en deelnemers uit het werkveld. In die werkgroep moet nagedacht worden over hoe de strijd tegen de Brusselse dakloosheid na de coronacrisis verder kan worden aangepakt. “Het gewestelijke beleid rond dakloosheid is inderdaad zeer ambitieus,” voegt Tom Van Vlier-
I
13 MEI 2020
berghe van het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) Brussel toe. “Maar op het vlak van wonen zullen toch inspanningen moeten worden geleverd.” “In het nieuwe regeerakkoord wordt gefocust op duurzaam wonen, en daar staan we als sector achter. Door de crisis lijken de plannen bovendien in een stroomversnelling te zijn beland. De problemen zijn immers schrijnend zichtbaar geworden. We moeten dit moment daarom als hefboom gebruiken om te zeggen dat het zo niet verder kan.” Volgens Van Vlierberghe zijn er oplossingen mogelijk in tijden van crisis. “Er is nu aandacht voor. Het is het uitgelezen moment om meer sociale woningen te eisen, en om politici te vragen ook de privéwoningmarkt aan te spreken. We zien dat dat al gebeurt via sociale verhuurkantoren, en ook andere projecten tonen aan dat het mogelijk is. Net zoals nu wordt gebruikgemaakt van de
leegstand van hotels, moet dat na de crisis ook kunnen gebeuren met leegstaande privégebouwen.”
MAAKBARE WERELD De directeur van Hobo vzw, een dagcentrum voor thuislozen, ziet de toekomst minder rooskleurig. “Een einde maken aan dakloosheid? Dat zou een primeur zijn,” reageert Daan Vinck. “Ik zie de situatie voor thuislozen op korte termijn niet veranderen. Het is een complexe problematiek die niet één, maar honderden oplossingen nodig heeft. De medische crisis heeft inderdaad de ogen geopend, maar de vraag is of de crisis van de dakloosheid ook zonder de gezondheidscrisis zal worden erkend?” Volgens Vinck is de coronacrisis nochtans een goed moment om een aantal maatregelen te nemen. “De schijnwerpers zijn momenteel
“Dit moment moeten we als hefboom gebruiken om te zeggen dat het zo niet verder kan” TOM VAN VLIERBERGHE CAW Brussel
‘Niemand kan een hele dag rondwandelen’ Een divers en een strategisch beleid, dat heeft de dakloosheidsector nodig, zeggen experts. © PHOTONEWS
gericht op kwetsbare mensen. Het zou bijzonder jammer zijn als ze daarna vergeten worden. Het zou me bovendien enorm verdrietig maken indien de wereld na corona er identiek uitziet als ervoor. Want in principe kan het. De oplossingen zijn er. Ik geloof dat we in een maakbare wereld leven, en dat we wel degelijk iets kunnen veranderen als we de handen uit de mouwen steken.” “Dakloosheid is tenslotte een politieke beslissing, het is een kwestie van middelen. Ik zeg niet dat er meer geld naar de dakloosheidsector moet vloeien, maar er moet wel meer geïnvesteerd worden in uitwegen om die dakloosheid te verlaten. Op structureel niveau moeten de zaken aangepakt worden. Nu werken we als het ware als een ziekenhuis dat enkel beschikt over een spoeddienst.”
AMBITIEUS Mieke Schrooten (Odisee Hogeschool en Universiteit Antwerpen) onderzoekt dak- en thuisloosheid in Brussel, en de netwerken waar mensen in verborgen thuisloosheid een beroep op doen. Zij bestempelt de vraag tot huisvesting voor alle Brusselaars als ambitieus, maar niet onmogelijk. “Het is een ambitieuze doelstelling, maar ik zag tijdens de crisis al veel gebeuren wat ervoor niet mogelijk was. Dus waarom niet?” Om het probleem te verhelpen, pleit Schrooten ervoor om naar alle vormen van
thuisloosheid te kijken, en niet enkel naar de meest zichtbare. “De crisis heeft aan het licht gebracht dat er in Brussel sprake is van veel meer verborgen thuisloosheid dan gedacht. Mensen uit de dakloosheid halen vergt dus andere strategieën naargelang het profiel van mensen.” Van Vlierberghe treedt haar daarin bij. Volgens hem zit daarin het belang van een divers aanbod aan hulpverlening. “Zowel straathoekwerk, begeleid wonen als housing first kunnen een deel van de oplossing zijn. En laten we ook preventie van uithuiszetting niet vergeten.” Schrooten stelt dat er in Brussel al vóór het coronavirus toesloeg, sprake was van een positieve tendens over de aanpak van thuisloosheid. “Door de crisis zijn nu nog meer ogen opengegaan, en zijn ook heel wat informele spelers in het hulpcircuit plots zichtbaar geworden. Het zou ook goed zijn mocht het formele circuit zich daar bewust van zijn, namelijk dat heel wat informele initiatieven mensen bereiken die bij hen tussen de mazen van het net glippen.” “De vraag zal zijn hoe de politiek de thuisloosheid zal opvolgen,” zegt Schrooten. “Het regeerakkoord ziet er goed uit, en ik hoor uit verschillende hoeken dat het werkveld er positief tegenover staat. Maar we moeten afwachten wat er in praktijk mee zal gebeuren.”
Sinds oktober 2015 woon ik begeleid zelfstandig in een appartementje aan het Ninoofseplein in Brussel-stad. Voordien woonde ik iets meer dan een jaar in een onthaalhuis. Vóór de coronacrisis toesloeg, hielp ik nog wekelijks bij het koken in onthaalhuis Albatros. Het verblijf in het onthaalhuis was heel goed voor me, maar het blijft natuurlijk een onthaalhuis. Ik ben nu ontzettend tevreden met mijn woning. Als er problemen zijn, krijg ik meteen hulp, soms zelfs nog de dag zelf. Het principe is dat je begeleiders één keer per week bij je op bezoek komen, maar het kan ook vaker.”
‘
© SASKIA VANDERSTICHELE
Willy Steppe, geboren in 1947 in AppelterreEichem woont een tijdje in de buurt van het Vossenplein, vindt later onderdak in een onthaalhuis van Albatros in de Washuisstraat kan sinds 2015 begeleid wonen in een appartementje aan het Ninoofseplein
“Volgens mij moet er nog veel werk verzet worden voor de Ex-dakloze mensen die op straat wonen. De regering moet eens deftig rond de tafel gaan zitten. Het is geen evidente dépannage, dat weet ik. Maar sinds de coronacrisis toesloeg, mogen mensen zelfs niet meer op een bankje op straat zitten.” “Niemand houdt het vol om een hele dag lang rond te wandelen.” “Ik ken mensen die al acht jaar ingeschreven zijn op een lijst voor sociale woningen, en dat terwijl er zoveel gebouwen leegstaan. Ik hoop dat de crisis een aantal mensen eens goed wakker schudt en dat ze samen aan tafel gaan zitten om een oplossing voor de thuislozen te vinden. Want voor de mensen op straat, en de straathoekwerkers, is het echt niet makkelijk nu. Dat wordt nog te vaak onderschat.”
13 MEI 2020
I 23
BRUSSEL NA CORONA
Kruipen we straks allemaal nog in een theaterzaal?
BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
‘De zindering van een volle zaal is moeilijk te vervangen’
Kruipen we straks nog knus naast elkaar in een theaterzaal? Of zullen we in kleine groepjes, in de openlucht of – godbetert! – online op zoek moeten naar onze portie catharsis? Michael De Cock (KVS), Dries Douibi (Kunstenfestivaldesarts) en Karlien Vanhoonacker (Pianofabriek) kijken vooruit. “De schouwburg wat vaker verlaten, kan ook bevrijdend werken.” — MICHAËL BELLON, FOTO SASKIA VANDERSTICHELE
Michael De Cock (KVS): “Ik word niet altijd blij van regisseurs die in een wei willen spelen terwijl wij zo’n mooie schouwburg hebben, maar dit is het moment.”
24
I
13 MEI 2020
PLATTE PARTERRE Wat te doen? Testen we acteurs voor ze de scène opgaan? Houden we de crews, zoals voetbalclubs, in coronavrije kokers? Douibi: “We lijken allemaal amateurvirologen op zoek naar een overlevingsstrate-
OPENLUCHT EN ONLINE Ook openluchtvoorstellingen moeten bespreekbaar zijn, vindt Michael De Cock. “Ik word niet altijd blij van regisseurs die in een wei in Grimbergen willen spelen terwijl wij zo’n mooie schouwburg hebben, maar dit is het moment. Sceptici beginnen dan over de regen, maar Theater Aan Zee zorgt ook al jaren voor magische
momenten. We zijn dus in gesprek met de stad voor het gebruik van ons achterplein.” Misschien betekent de stap naar buiten meteen ook een opening naar nieuwe publieken en een democratisering van de podiumkunsten? “Sowieso zijn veel jonge makers daar al mee bezig,” aldus Vanhoonacker. “Onze resident Khadija El Kharraz Alami wil naar de publieke ruimte, omdat het publiek dat zij wil bereiken nooit in het theater komt. Maar je moet wel in het achterhoofd houden dat de toegang tot de publieke ruimte beperkter is dan we denken. Als je als vrouw ’s avonds laat de metro neemt, of op een plein met tachtig mannen en drie vrouwen belandt, dan kan je de indruk krijgen dat je op dat uur niet meer wordt verondersteld nog in die publieke ruimte te zijn. Maar hetzelfde geldt voor jongeren die niet in het centrum komen waar onze theaters staan. Je moet er dus ook over waken welke profielen die projecten in de publieke ruimte dan mogen maken, en wie daarop afkomt.” Douibi beaamt: “Het kan bevrijdend zijn om af en toe weg te gaan van de
BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
gie. In Azië wordt nu al theater georganiseerd waarbij iedereen apart tickets afhaalt, en individueel de zaal in gaat met handschoenen en een mondmasker, nadat zijn temperatuur is gemeten en zijn contacten zijn doorgegeven voor het geval contact tracing nodig is. Dat komt apocalyptisch over, maar ik denk dat er ook gewenning zal optreden, omdat de nood aan collectieve ervaringen groot is. Wij houden met het Kunstenfestivaldesarts in ieder geval rekening met het feit dat we volgend jaar nog altijd met social distancing te maken zullen hebben.” Vanhoonacker: “In Wenen moet je 20 vierkante meter per toeschouwer vrijwaren, in Nederland zweert men bij anderhalve meter, bij ons rekent men voorlopig op het gezond verstand. Daarom vragen wij alvast aan onze artiesten om mee te denken over de toeleiding van het publiek en het aanpasbaar maken van hun vorm. We raden hun ook aan om de schouwburgen nu eerder kleine producties voor te stellen.” Wordt het standaard om tussen elke toeschouwer drie lege stoelen te laten? De Cock: “Sommige theaters zullen die piste bewandelen, al is die niet ideaal, omdat je toch de zindering van een volle theaterzaal verliest. Je kan ook met een platte parterre spelen. En toen ik bij de KVS begon, was het al mijn ambitie om overdag en in de vooravond theater te presenteren. Je kan ook je publiek bedienen door korte voorstellingen meerdere keren na elkaar te spelen. Je moet proberen de middelen die je hebt anders aan te wenden.” Vanhoonacker wijst op het denkwerk dat veel artiesten buiten de grote schouwburgen al hebben gedaan op dat vlak. “Dries Verhoeven was voor corona al van plan om zijn succesproject U bevindt zich hier te hernemen, waarvoor 25 kijkers allemaal in een apart kamertje op een bed liggen. Misschien zullen de grote instellingen daar nu sneller in geïnteresseerd zijn, en krijgen kunstenaars die werken met minder rendabele formats, die vooral op festivals of in de marge bestonden, nu misschien een groter forum. Ik hoop dat het niet alleen de grote namen zullen zijn die nu van aanpak veranderen.”
▼
H
et annuleren van al die premières en coproducties, waar kunstenaars soms letterlijk jaren naartoe hadden gewerkt, was heel moeilijk,” blikt Dries Douibi nog even terug op de afgelasting van het Kunstenfestivaldesarts, dat normaal deze maand zou plaatsvinden. Ook Kunstenwerkplaats Pianofabriek (KWP) van artistiek coördinator Karlien Vanhoonacker moest van de ene dag op de andere alle residenties en niet-afgewerkte creaties stopzetten. Met alle gevolgen van dien. “Voor corona lieten drie gewaardeerde artiesten me al weten dat ze hun huur niet konden betalen,” vertelt Vanhoonacker, “en nu hoor ik van sommigen dat ze overwegen tijdelijk in de fruitpluk te gaan werken. Op dat punt zijn we dus aanbeland.” We bereiken met andere woorden beter vandaag dan morgen het licht aan het einde van de tunnel. KWP houdt zich klaar om op te starten zodra dat weer kan. Het Kunstenfestivaldesarts bekijkt of het in november van dit jaar toch nog een aantal creaties van vooral Brusselse kunstenaars kan tonen. En als u de nieuwe seizoensbrochure van de KVS nog niet in de bus hebt gekregen, is dat ook geen toeval. Het drukwerk staat on hold tot het coronavirus meer duidelijkheid verschaft over zijn plannen voor het najaar. KVS-directeur Michael De Cock wil daar evenwel niet op wachten, en zette onlangs met een opiniestuk in De Morgen wat vaart achter het herdenken van de theaterprogramma’s. De Cock: “Met dat stuk wilde ik aangeven dat het denkwerk dringend moest beginnen. Enerzijds gaat men er graag van uit dat alles in september gewoon van start kan gaan, anderzijds hebben zowat alle theaters, kunstencentra en culturele centra hun brochure niet in druk laten gaan, en worden er dus nog geen tickets verkocht. Maar als wij pakweg onze tournee met Dear Winnie, voor het najaar willen plannen en onze makers daarvoor willen vergoeden, zitten we wel met een probleem als de culturele centra straks zeggen dat ze ons toch niet kunnen ontvangen. We moeten dus kunnen schakelen. En formats herdenken móét in overleg met de sector en de artiesten. Want als er iets schuift bij ons, dan ook in Gent, Antwerpen, Luik of Turnhout.”
“Hopelijk krijgen kunstenaars die al langer werken met andere formats nu een groter forum” KARLIEN VANHOONACKER Kunstenwerkplaats Pianofabriek
13 MEI 2020
I 25
BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
▼
KRUIPEN WE STRAKS ALLEMAAL NOG IN EEN THEATERZAAL?
krachtige architectuur van de schouwburgen. Dat doen we met het Kunstenfestivaldesarts ook. Maar de pijnlijke confrontaties tussen politie en stadsbewoners tijdens de crisis hebben ook al duidelijk gemaakt dat privileges en ongelijke representatie ook in de publieke ruimte een rol spelen.” En hoe zit het online, waar de laatste weken al ettelijke gigabytes aan open streamings en WhatsApp-theater zijn versast? “Die vernieuwing moet je verwelkomen,” vindt De Cock. “Mensen ontdekken zo ook zaken, en ik kreeg onlangs nog een mailtje van twee prominente Brusselaars op leeftijd die pleitten voor streamings voor mensen die niet meer in de theaters raken. Maar theater is zoals cinema, voetbal of godsdienst ook een georganiseerde samenscholing waarbij tijd en ruimte buiten de schouwburg even worden opgeheven. Theater is dialoog en ontmoeting.” “Wat het digitale betreft, geloof ik eerder in projecten die daar echt voor bedacht zijn,” zegt Douibi. “Het resultaat van de experimenten kan zijn dat het virtuele als kunstvorm meer au sérieux genomen wordt.” Vanhoonacker: “Misschien gaat er nu meer aandacht naar mensen met een kwetsbare gezondheid, voor wie een apart balkon in het theater, of ook streaming, een oplossing kan zijn.”
ADEMRUIMTE Over de internationale toestand hebben we het dan nog niet gehad. Waarschijnlijk zal het circuit van reisvoorstellingen een tijdlang ernstig verstoord zijn. De Cock: “Je moet nu niet naar Frankrijk of Spanje bellen om te vragen of die coproductie of reisvoorstelling nog doorgaat, want dat weten zij gewoon nog niet. De middelen zullen ook niet toenemen, en alle prospectie ligt stil. Het heen en weer vliegen waar ook de internationale kunstenscene aan lijdt, zal daardoor misschien wel wat afnemen.” Als een van de drie artistiek directeurs van het Kunstenfestivaldesarts blijft Douibi uiteraard het belang van het internationale benadrukken. “Brussel is gelukkig zelf internationaal. Als festival proberen wij met de aanwezigheid van kunstenaars uit de diaspora en hun landen van oorsprong een tegenwicht te bieden tegen de clichématige afbeeldingen van die culturen die circuleren. Dat blijft nodig.” “De herwaardering van het lokale heeft positieve kanten,” weet Vanhoonacker, “maar de huidige toestand doet internationale kunstenaars die hun naasten thuis niet 26
I
13 MEI 2020
Dries Douibi (Kunstenfestivaldesarts): “De nood aan collectieve ervaringen is groot.”
“Als er iets schui bij ons, dan ook in Gent, Antwerpen, Luik of Turnhout” MICHAEL DE COCK KVS
kunnen bijstaan wel nadenken over hun keuze om hier een professioneel leven op te bouwen. Dat zet druk op de internationale scene, en op de kwetsbare regio’s in de wereld die voor een deel steunen op onze internationale samenwerkingen.” Met al die uitdagingen in het achterhoofd pleiten de drie gesprekspartners voor voldoende tijd en financiële ademruimte om te kunnen nadenken en experimenteren. En om uit prestatiedruk, bewijsdrang en creatiedwang niet zomaar weer in de race te stappen en in oude gewoontes te hervallen.
QUAND RETOURNERONS-NOUS AU THÉÂTRE? L’activité des théâtres et du secteur culturel est suspendue jusqu’à ce que le virus définisse plus clairement ses projets pour l’automne. Les choses vont-elles reprendre comme avant dans le domaine des arts du spectacle en septembre ? Sur le plan international, c’est sûr que non : le circuit des spectacles qui tournent sera probablement gravement perturbé pendant un certain temps. En ville, on recherche des formes alternatives de présentation : des spectacles plus petits et plus courts qui seront joués plusieurs fois par jour, des solos dans des salles où les mesures d’hygiène et de distanciation sociale seront respectées, des représentations en plein air et des créations en ligne. La question est de savoir quels artistes et quels publics s’y retrouveront. FR
WHEN WILL WE BE ABLE TO RETURN TO THE THEATRE? All of the printed promotional and programming materials of theatres and art centres are on hold until the virus provides more clarity about its plans for the autumn. Will September mark a return to business as usual for the performing arts? Internationally, it will not: programmes of touring performances will most likely be severely disrupted for a long time. In our own city, we are looking forward to alternative forms of presentation: smaller and shorter productions that are performed several times a day, solos for venues where hygiene and social distancing measures can be respected, open air performances, and creations for online. The question is which artists and which audiences might benefit from these profound changes in the sector. EN
www.agenda.brussels/museumsstrikeback
BRUSSEL NA CORONA
Gaan we elkaar nog bezen geven op z’n Brussels?
Vaarwel kus en handdruk? BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
Al weken geen knuffels meer voor moeder, handdrukken voor zakenpartners of kussen voor de vrienden. Als het van toonaangevende Amerikaanse experts a angt, betekent corona zelfs het einde van de ‘verouderde’ handdruk tout court, omdat die een “biologisch wapen” zou zijn.
28
— SARA DESLOOVER, FOTO’S IVAN PUT
Met de zoenen waarmee veel Brusselaars – ook mannen onderling – elkaar begroeten, moet je bij die Amerikanen waarschijnlijk helemaal niet komen aanzetten. Uit een enquête in 2019 in opdracht van chipsmerk Croky bleek dat 55 procent van de Brusselse mannen elkaar ter begroeting zoenen, tegenover slechts 15 procent van de Vlamingen. Al is dat bezen geven volgens Nick Trachet, het levende geheugen van de BRUZZ-redactie, relatieve nieuwlichterij. “Zo’n dertig jaar geleden werd er ineens gekust, ook onder jongens. Vroeger waren we liever doodgevallen. Ik vermoed dat deze bizarre gewoonte uit Parijs is overgewaaid. Om zich af te zetten tegen de vorige generatie. Of als teken van breeddenkendheid.” Dat de bees in Brussel nu zo ingeburgerd is, illustreert dat begroetingsvormen cultureel bepaald zijn, en door de tijd kunnen veranderen. “De handdruk bestaat al heel lang om een deal te bekrachtigen, maar werd pas eind zeventiende eeuw ingevoerd als begroeting,” zegt sociaal psycholoog Frank Van Overwalle (VUB). “Door het coronavirus gaan we elkaar de komende tijd meer op afstand houden. We worden allemaal een stukje Chinees. Die knikken alleen maar. Als ik mijn Chinese medewerkers met Nieuwjaar vraag of ik hen een gelukkig jaar mag zoenen, zeggen die gedecideerd nee.” (Lacht) “Kussen en handdrukken zijn wel nog een automatisme,” zegt Van Overwalle. “Die moeten we nu onderdrukken, tot er een vaccin is. Maar als dat zoals bij ebola negen jaar duurt, zou het kunnen dat we onze automatismen kwijtspelen. Als een van de twee dan de hand uitsteekt, zou de andere achteruit kunnen deinzen. En dat gaan we accepteren. Als je in de VS één keer iemand probeert te kussen bij een ontmoeting, snap je meteen dat zoiets daar niet gepast is, en pas je je aan.” Voetjes of ellebogen geven vindt Van Overwalle buiten de sportcontext nogal onhandig, maar hij heeft wel een alternatief voor ogen: “Overal ter wereld trekken mensen hun wenkbrauwen omhoog als ze iemand herkennen: misschien kan dat een universeel signaal worden.”
I
13 MEI 2020
ATÉ ( 18 )
“Als het weer veilig is, gaan we allemaal heel veel knuffelen”
“In normale tijden geef ik één kus aan vrienden en familie. Bij de mensen die ik nu nog zie, en dat zijn er niet zoveel, zeg ik gewoon hallo of geef ik een hoofdknikje. Bij het begin van de lockdown heb ik even in een noodopvang gestaan, de kleintjes daar gaven elkaar wel voetjes of ellebogen om elkaar te begroeten. Dat lijkt me toch vooral iets voor kinderen, daar doen mijn vrienden en ik niet aan mee.” “Zolang het moet, houd ik natuurlijk afstand, maar ik hoop dat die maatregelen tegen het coronavirus allemaal niet te lang meer duren. Als het virus eenmaal onder controle is, ga ik zeker weer kussen uitdelen. En dan gaan we, denk ik, ook allemaal heel veel knuffelen – als overcompensatie voor wat we de afgelopen tijd hebben moeten missen.”
MICHAEL ( 28 ) “Aan mijn dagindeling heeft dit virus weinig veranderd. Sinds ik in augustus van Colombia naar Brussel verhuisde, kom ik elke dag in het park van Thurn & Taxis trainen: een mix van capoeira, gym en streetdance. Ik ben circusartiest en zo houd ik mezelf scherp. Vroeger gaf ik mijn vrienden een kus en een omhelzing, en dat doe ik nu eigenlijk nog steeds. (Verontschuldigend) Toch bij de vrienden die ik nog zie. Veel zijn dat er nu niet, want de meesten zijn bang.” “Ik ben gezond en in goede conditie, en voor mijn vrienden geldt hetzelfde. In mijn omgeving ken ik niemand die dit virus heeft opgelopen. Het openbaar vervoer gebruik ik ook niet, want ik doe alles met de fiets. Dus blijf ik mensen op dezelfde manier begroeten als altijd.”
“De vrienden die ik nog zie, groet ik zoals anders”
MARTINE ( 64 ) “Sinds het begin van de afzonderingsperiode kom ik hier elke dag wandelen. Dan kom je steeds dezelfde mensen tegen. Ik herken al veel van hen, we knikken nu naar elkaar of slaan een kort praatje. Dat zijn nieuwe sociale contacten dankzij corona, eigenlijk.” “Ik werk als zelfstandige in het marktonderzoek. Die business ligt nu helemaal stil, maar ik hoop toch snel opnieuw te kunnen opstarten. Normaal geef ik mijn klanten een hand, dat ga ik nog wel een hele tijd achterwege laten. Ik ben heel voorzichtig: zodra ik het park hier verlaat, doe ik mijn handschoenen en mijn mondmasker met Burberry-motief aan. Dat kreeg ik van een vriendin, die het ooit in Azië kocht.” “Ik ga nog lang van iedereen afstand houden. Ik weet echt niet wanneer ik mijn vrienden en familie weer met twee kussen zal begroeten. Ik ben het al gewoon, ik heb mijn dochter al twee maanden niet meer omhelsd. Zij wil ook niet op bezoek komen: ‘Mama, als er jou iets zou overkomen door mij, dan zou ik het mezelf nooit vergeven,’ zegt ze dan. Dat vind ik prima. Meer zelfs, ik zie het als een daad van liefde. Ik ben ook al bijna 65, dus ik zit min of meer in de risicogroep.”
“Ik ga nog lang van iedereen afstand houden”
“Ik mis het echt om mijn vrienden eens stevig te kunnen vastpakken en een smakkerd te geven. Faire la bise zit me in het bloed. Meer dan eens ben ik op het laatste moment al achteruit moeten deinzen, omdat ik iemand spontaan wilde omhelzen, bijna als een automatisme. Op dit moment zie ik alleen mijn lief en twee anderen. Die twee geef ik nu een elleboogstootje om toch iets van lichamelijk contact te hebben. Dit virus gaat niet zomaar weg. De epidemie is een cyclus, en ik vrees dat die zich zal herhalen tot er een vaccin is.” “Na tien jaar in Berlijn is Brussel een tijdelijke tussenstop voor mij – ik ben Française en wilde midden juni eigenlijk terug naar Frankrijk verhuizen. Maar of dat zal kunnen, is nog maar de vraag. Mijn vader zou me komen halen. Maar is dat wel veilig? Want hij is al zestig. Het is allemaal één groot vraagteken. Ik zou normaal een paar weken bij mijn ouders blijven, maar zij hebben in het begin van de confinement mijn grootmoeder in huis gehaald.” “Ik heb er nog niet over nagedacht wanneer ik anderen weer ga omhelzen en kussen uitdelen, maar het is op die manier bijna een morele vraag geworden. Je voelt je toch verantwoordelijk voor de zwakkeren in de samenleving. Als ik mijn vrienden hier knuffel en daarna naar Frankrijk reis, wil ik mijn grootmoeder niet besmetten. Iedereen heeft trouwens zijn eigen reactie op dit virus. Als ik de andere een kus wil geven, en die wil dat niet, dan heb ik niet eens de keuze. Er moet al bijna een sociale consensus zijn.”
BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
SYLVAINE ( 32 )
“Een elleboogstootje om toch iets van fysiek contact te hebben”
13 MEI 2020
I 29
BRUSSEL NA CORONA
Hoe voorkomen we een nieuwe armoedegolf?
‘Het is tijd om te investeren in basiszorg’ BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
Amper twee maanden na de start van de ‘lockdown’ staan al tal van Brusselaars in de rij voor voedselhulp. De risicogroepen dreigen te groeien als de crisis aansleept. Kan #flattenthecurve ook een nieuwe armoedegolf afvlakken? “We verwachten de piek pas de komende zes maanden.” — EVA CHRISTIAENS
S
evan Tugyan opende op Valentijnsdag een nieuwe brunchzaak in Schaarbeek, maar exact een maand later moest hij de deuren al sluiten. De nationale lockdown was begonnen. “We waren goed gestart, maar dit is een ramp voor ons,” zegt de uitbater. De kosten van de Brunch Corner lopen intussen op. Er is de huurprijs van het pand, waarvoor Tugyan voor de maand april gelukkig een korting kreeg van de eigenaar. Er zijn de vaste kosten en een reeks investeringen van het voorbije jaar. En dan wachten er nog nieuwe investeringen wanneer de zaak weer open mag, zoals mondmaskers, handgels en een aangevulde koelkast. “Ik zou ten laatste in juni moeten heropenen om dat te bolwerken,” zegt hij. “Anders moet ik oplossingen zoeken met de eigenaar of voor de energiefacturen.” De eenmalige premie van 4.000 euro, plus het maandelijkse overbruggingsrecht, is niet genoeg om het langer te rekken. Thuis lopen er drie kinderen rond en zijn vrouw is met zwangerschapsverlof. Hij
“Als je wil dat zoveel mogelijk mensen toegang hebben tot sociale bescherming, moet je die diensten zo dicht mogelijk bij de burger zetten” ANGELA VAN DE WIEL Coördinator Samenlevingsopbouw 30
I
13 MEI 2020
moet ook de huur van zijn twee andere zaken blijven afbetalen. Nog geen ernstige problemen, maar het is al “opletten” met de uitgaven. Zoals Tugyan leven er momenteel veel zelfstandige Brusselaars in onzekerheid. Horecazaken, kunstenaars en detailhandelaars vallen terug op een overbruggingsrecht dat met 1.291 euro netto niet veel hoger ligt dan de armoedegrens. Ter vergelijking: voor een alleenstaande bedraagt de armoederisicodrempel 1.187 euro per maand. Heeft diezelfde persoon twee kinderen ten laste, dan loopt die al risico vanaf een maandelijks inkomen van 1.979 euro. Van de meer dan honderdduizend Brusselse zelfstandigen kan nu zowat de helft aanspraak maken op het overbruggingsrecht. Daarnaast zitten nog zowat 98.000 Brusselse werknemers thuis door tijdelijke werkloosheid. Dat blijkt uit de eerste cijfers van statistiekbureau BISA voor de maand maart. Al die mensen ontvangen maar 70 procent van hun normale bruto-inkomen. “Als zij snel weer aan het werk kunnen, zal de klap meevallen. De vraag is wat er gebeurt met de sectoren die gesloten blijven, zoals de horeca, en hoe lang dat zal duren,” zegt armoede-expert Wim Van Lancker (KU Leuven). “Voor mensen die vóór de coronacrisis al op rand zaten, omdat ze geen hoog inkomen of weinig spaargeld hadden, wordt het nu waarschijnlijk te veel.”
INFORMELE JOBS Dat merken ze ook bij de OCMW’s en sociale hulporganisaties, waar de vraag naar materiële hulp groeit bij jonge artiesten en sommige studenten, maar zeker bij wie geen papieren of vast adres heeft, of wie in het zwart werkt. Zij kunnen geen beroep doen op
DRIE VRAGEN AAN VREDERECHTER AVI SCHNEEBALG
1
Volgens alle indicatoren komt er een financiële crisis op ons af die vele malen erger is dan die van 2008. Hoe zal dat de komende maanden zichtbaar worden?
AVI SCHNEEBALG:
Ik vrees voor een ongeziene toeloop in de rechtbanken en, bijgevolg, ook bij de OCMW’s. Mensen die in hun ergste nachtmerries zelfs niet
de hulpstelsels. Zelfstandigen in deelplatformen, zoals Uber-chauffeurs, kunnen dat evenmin. “Het zijn dikwijls mensen die voor de coronacrisis sterk afhankelijk waren van de informele economie of die hun plan trokken door bij vrienden te logeren. Dat gaat nu niet meer,” zegt Angela Van de Wiel, algemeen coördinator bij vzw Samenlevingsopbouw Brussel. “Uit hun verhalen horen we dat het leven plots veel duurder is geworden. De prijzen in de supermarkt liggen hoger, terwijl dienstencentra en sociale restaurants zijn gesloten. Het hele aanbod van
dachten dat ze ooit bij een maatschappelijk werker zouden zitten, zullen zich genoodzaakt zien bij het OCMW aan te kloppen. Kleine zelfstandigen, horecapersoneel, artiesten, en allerlei mensen die geen recht hebben op een werkloosheidsuitkering ... Gelukkig is het Brusselse OCMW betrekkelijk efficiënt. Dat zal ongezien veel nieuwe dossiers moeten opmaken, en waarschijnlijk ook meer mensen aannemen.
Opgepast: ik ben nu aan het speculeren, maar de dominotheorie zal zich hoe dan ook manifesteren: de ene kan de andere niet uitbetalen, en zo begint de ketting van schulden. Er zullen zelfstandigen zijn die drie maanden lang geen cent hebben verdiend daar lig ik wakker van.
met elkaar. Mensen die een rekening niet betalen, doen dat zelden uit kwade wil. Armoede is geen zonde. Het is op zich al een straf. Wanbetalingen gebeuren omdat het geld er
2
Hoe kunnen we die situatie zo menselijk mogelijk houden? SCHNEEBALG: De kern
van mijn betoog is: praat
goedkope manieren om aan eten te raken, is verdwenen.” Op dit moment levert de vzw voedselhulp aan ongeveer 1.300 Brusselaars, maar de vraag ligt al veel hoger. “Mochten we er de middelen voor hebben, zouden we dubbel zoveel mensen kunnen bereiken,” zegt Van de Wiel. Het gaat veelal om mensen die zij voordien nog niet kenden, en vaak zonder papieren. Ook het OCMW van Sint-Gillis ziet sinds april een duidelijke toename in de hulpvragen, maar zij verwachten de echte piek pas de komende maanden. “Vanaf juni tot minstens zes maanden later verwachten we vragen van
3
Schuift u zo de verantwoordelijkheid als vrederechter niet deels van u af? SCHNEEBALG: Het is mij als
rechter vooralsnog verboden om om het even
“Armoede is een straf op zich” AVI SCHNEEBALG VREDERECHTER
kleine zelfstandigen, kleinhandelaars en artiesten,” zegt Faruk Biçici, kabinetschef van OCMW-voorzitter Myriem Amrani van Sint-Gillis.
EERSTE LIJN Bij gebrek aan duidelijk zicht op de nieuwe risicogroepen noemt professor Van Lancker de voedselbedeling een eerste belangrijke indicatie van sluimerende armoede. “Als mensen die nog nooit om voedselhulp hadden gevraagd dat nu wel doen, dan weet je dat er iets aan de hand is,” zegt hij. “Je weet alleen niet of het blijvend is. De hamvraag is in hoeverre onze sociale zekerheid
erin slaagt om die mensen te beschermen.” Maar eigenlijk moet je daar niet op wachten, zegt Van Lancker. “Want dan is het al te laat. We weten op voorhand al wie kwetsbaar is voor inkomensverlies: dat zijn laaggeschoolden, alleenstaande ouders en huurders.” Ook jongeren in een eerste job en mensen zonder vast contract lopen extra risico op ontslagen. Werkloosheidsuitkeringen en ziekteverzekeringen zijn federale materie, maar Brussel kan via de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) wel een rol spelen in de toekenning van leeflonen, samen met de OCMW’s. ▼
Experts verwachten een toename in de hulpvragen aan de verschillende OCMW’s. “Vooral van kleine zelfstandigen, horecapersoneel of artiesten.” © PHOTONEWS
welk contract te veranderen, en ik kan dus ook niet beslissen om een huurcontract aan te passen onder deze uitzonderlijke omstandigheden. Dat wil zeggen dat een zaak erop zou uitdraaien dat alles hoe dan ook betaald moet worden, al probeer ik als vrederechter uithuiszettingen altijd tot elke prijs te vermijden. “De wet is nu eenmaal niet voorzien op crisissituaties als deze. Gerechtelijke procedures zijn zoals ziek worden: je gaat pas naar het ziekenhuis als de situatie onhoudbaar is. Er zijn allerlei stappen mogelijk voor je een persoon dagvaardt: rechtstreekse onderhandelingen, een bemiddeling oproepen, of een (gratis) verzoeningsprocedure bij de vrederechter opstarten.” “Al die procedures zijn trouwens gratis, voor mensen die geloven dat juridische hulp noodzakelijk duur moet zijn. Ook de Brusselse advocaten dragen de komende maanden een belangrijke verantwoordelijkheid. Laat oplossen belangrijker zijn dan winnen, dat is voor mij de definitie van beschaving. Ik heb er goede hoop op dat de nieuwe generatie advocaten toch eerder met die ingesteldheid het vak is ingestapt.” LG
BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
simpelweg niet is. Is het dan nuttig om iemand voor de rechtbank te slepen? Iemand straffen tovert niet plots geld tevoorschijn dat er nooit was. Een leefbare middenweg bestaat bijna altijd. In ieder geval raad ik iedereen aan om een anticipatieve houding aan te nemen: als je weet dat je in de problemen zal komen, breng je huisbaas dan alsjeblieft op tijd op de hoogte. Hetzelfde geldt in omgekeerde richting: vermoed je als huisbaas dat je huurder niet zal kunnen betalen, open dan alvast het gesprek. Huisbazen zijn niet altijd rijke immobonzen of kwaadwillige huisjesmelkers: even vaak is een huisbaas een weduwe die met de huurinkomsten in haar eigen pensioen voorziet.
13 MEI 2020
I 31
▼
HOE VOORKOMEN WE EEN NIEUWE ARMOEDEGOLF?
BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
“Een leefloon moet veel universeler toegepast worden,” vindt Van de Wiel van Samenlevingsopbouw. “Op dit moment hangt een leefloon van zodanig veel voorwaarden af, dat de sociale basisbescherming in het gedrang komt.” Zij vindt dat sommige OCMW’s te streng zijn in het toekennen van leeflonen. Nog zo’n Brusselse kans ligt in het ondersteunen van huurders. Er is al een eenmalige premie van 214 euro toegekend aan huurders met een laag inkomen en verschillende gemeenten hebben nog extra huurpremies voor handelaars ingevoerd. Water- en elektriciteitsfacturen kunnen worden uitgesteld. Of dat voldoende is,
‘
Mark Vandevoorde is 54 en 17 jaar werkloos. Voordien werkte hij in verschillende interimjobs als magazijnier sinds 2018 heeft hij schulden, die hij nog zes jaar lang moet afbetalen woont in een sociale woning van AIS in Molenbeek besteedt meer dan de helft van zijn inkomen aan huur en vaste kosten
door de coronacrisis verliest Mark 184 euro per maand om te leven
32
zal pas blijken zodra de facturen weer worden aangerekend. In afwachting van een duidelijk zicht op de toekomst, noemt Van de Wiel het essentieel dat de eerstelijnswerking in Brussel extra ondersteuning krijgt. “Als je wil dat zoveel mogelijk mensen toegang hebben tot sociale bescherming, moet je die diensten zo dicht mogelijk bij de burger zetten,” zegt zij. “Een sterke buurtwerking kan de basisnoden veel sneller opvangen dan een OCMW, omdat mensen zich er veiliger voelen om hulp te zoeken. Het is tijd om te investeren in die basiszorg.”
I
13 MEI 2020
© SASKIA VANDERSTICHELE
‘Ik leef van 10 euro per dag’ “Ik regel elke zondagochtend het verkeer rond de markt van Jette, zodat de camions er kunnen uitladen. Het is een job met verantwoordelijkheid, want ik moet ook de voetgangers omleiden. Per maand verdien ik daar 184 euro mee, maar dat verlies ik nu de markt dicht is.” “Er is in geen enkele compensatie voorzien voor jobs via een PWA-contract (Plaatselijke Werkgelegenheidsagentschap, red.). Daarmee mag ik elke maand 45 uur werken zonder dat ik mijn uitkering verlies. Ik ben werkloos, omdat ik in 2003 een zwaar ongeluk heb gehad en mijn ribben heb overbelast. Sindsdien heb ik
non-stop pijn en spierkrampen. Ik leef van de ziekenkas en mag alleen beperkt bijverdienen.” “Niet dat mijn uitkering een volwaardig inkomen is. Ik zit in de laagste schaal van zo’n 900 euro per maand. Die wordt integraal naar een schuldbemiddelaar gestort. Zij regelt mijn betalingen sinds ik een paar jaar geleden ben bedot door een internetliefde. Ik krijg 70 euro per week om van te leven.” “Mijn inkomen van de markt was het enige dat ik zelf kon beheren. Met 10 euro per dag moet ik nu altijd keuzes maken. Ofwel koop ik een volkorenbrood van 2 euro, ofwel een brood van 1 euro in de Lidl. Ik ga liever niet naar de supermarkt tijdens de lockdown, dus kies ik voor twee stokbroden en een stuk kaas uit de buurtwinkel. Dat zijn twee maaltijden, en soms een fles cola. Als ontspanning kan ik alleen maar naar drie gratis tv-zenders kijken.” “Ik heb nog geen hulp gevraagd, want daarvoor moet je een aanvraag doen bij het OCMW en moeten zij eerst langskomen. Ik heb niet graag dat ze me thuis komen controleren, want dan ben je afhankelijk van de willekeur van een maatschappelijk werker. Ze kunnen je veel hogere voorwaarden opleggen dan iemand anders in exact dezelfde situatie, want hun interpretatie van de regels wordt door niemand gecontroleerd.”
COMMENT ÉVITER UNE SECONDE VAGUE DE PAUVRETÉ ? Deux mois à peine après le début du confinement, de nombreux Bruxellois font la queue pour obtenir une aide alimentaire. Le nombre de personnes a doublé en cinq semaines, et englobe des gens qui n’avaient jamais demandé d’aide auparavant. Selon les experts, il s’agit là d’un premier indice important de pauvreté latente. Plus de 50 000 travailleurs indépendants reçoivent un droit passerelle mensuel de 1 291 euros nets, et 98 000 employés au chômage temporaire ne gagnent que 70 % de leur revenu normal. Les personnes qui n’ont pas d’emploi ou d’adresse fixe sont déjà en difficulté. « La vraie question est de savoir dans quelle mesure notre système de Sécurité sociale parvient à protéger ces personnes », déclare l’expert en pauvreté Wim Van Lancker (KU Leuven). Afin d’éviter que la pauvreté ne s’étende, le gouvernement peut déjà verser des primes aux locataires, aux parents isolés et aux personnes peu qualifiées. Et investir dans le travail social en première ligne. FR
HOW TO AVOID AN INCREASE IN POVERTY? Only two months after the start of the lockdown, innumerable residents of Brussels are lining up for food aid. Social organizations have seen demand double in five weeks, and particularly of people who have never sought help before. This is the first important indication of latent poverty, experts say. Nobody knows exactly how many people are currently ineligible for support. More than 50,000 self-employed people have been allocated a bridging salary of 1,291 euro net per month, and 98,000 employees on temporarily unemployment are only earning 70% of their normal income. People without a stable job or fixed address are already facing problems. “The key question is the extent to which our social security will manage to protect people,” poverty expert Wim Van Lancker (KU Leuven) says. To avoid an increase in poverty, the government can provide subsidies for tenants, single parents, and the unskilled, and invest in front-line issues. EN
BRUSSEL NA CORONA
Zullen we genoeg plaats krijgen om te sporten in de openbare ruimte?
Journalist Thijs Roelen ziet hoe de Brusselaar tijdens de lockdown massaal aan het sporten slaat, en pleit voor een stad die daarvoor ruimte voorziet.
“Is het normaal dat er door het mooiste park van de stad, het Ter Kamerenbos, een driebaansautoweg loopt?”
Wat was jullie grootste ontdekking van de afgelopen maanden? Dat huis met die kunstige gevel dat al die tijd gewoon in je eigen straat stond? Dat verborgen parkje waar je tot nu toe altijd haastig passeerde? Het café waar je nog nooit binnengeweest bent, maar waar je nu zo snel mogelijk een pint wilt gaan drinken? Of misschien het feit dat je al die plekken al wandelend, joggend of fietsend hebt ontdekt? Allemaal hebben we onze stad opnieuw verkend. Iedereen sloeg aan het sporten. Dat is wat schaarste doet: als veel zaken ons worden afgenomen, dan koesteren we dat wat nog wel mag. En zo herontdekte een stad, of bij uitbreiding een land, het solosporten. Het was slingeren tussen de wandelaars en fietsers op de Tumuliweg door het Zoniënwoud. Het fietspad en trottoir rondom het Jubelpark waren niet breed genoeg voor alle joggers. En het fietspad langs het kanaal in Anderlecht bleek een gewilde boulevard om over te flaneren. We hadden de tijd en ons enige excuus om buiten te komen, was lopen, fietsen of wandelen. Ik heb ze uitgezet, de meldingen van sportapp Strava die aankondigen dat weer een nieuwe contactpersoon zich heeft aangemeld op de app. Mensen die een ketting niet van een buitenband kunnen onderscheiden, vragen me waar ze een goede fiets kunnen aanschaffen. De grootste sporthaters kom ik puffend tegen in het park. Onze eigen radiopresentator Gunnar Cheyns fietste honderd kilometer alsof het niets was. En met de komst van die nieuwelingen op Planeet Sport verhoogden de ervaren sportjunkies op Strava hun inzet. Ik zag op mijn tijdlijn mensen die alle straten binnen de Brusselse Vijfhoek fietsten, mensen die marathons liepen en mensen die elkaar de loef probeerden af te steken met fietstochten van meer dan driehonderd, in één geval zelfs vierhonderd kilometer. Die vierhonderd kilometer en alle straten binnen de Vijfhoek waren een en dezelfde persoon. Want ja, ik was al een solosporter en veel mensen in mijn omgeving ook. Maar, ik heb me tijdens het sporten in eenzaamheid nog nooit zo verbonden gevoeld als de afgelopen
periode. Iedereen die ik tegenkwam was een lotgenoot. Of een soortgenoot. Er heerste een gemeenschapsgevoel. Goed, het verschil tussen voetpad en fietspad mag aan sommige wandelaars misschien nog eens uitgelegd worden. Maar verder had ik het gevoel deel uit te maken van een harmonieuze club solosportende Brusselaars. Niet lang na de oprichting lijkt het einde van die fictieve sportclub echter al in zicht. Want we moeten geleidelijk aan terug naar het normale leven. En om het begrip ‘normaal’ te duiden, wordt doorgaans verwezen naar de situatie voor de crisis. Ik ben verward. Is het dan normaal dat er door het mooiste park van de stad, het Ter Kamerenbos, een driebaansautoweg loopt? Is het normaal dat je als fietser het gevoel hebt constant een oneerlijk gevecht te moeten aangaan met automobilisten? Is het normaal dat onze trottoirs niet breed genoeg zijn om anderhalve meter afstand van elkaar te kunnen houden? Is het normaal om het vliegtuig te nemen voor een citytrip, wanneer er in je eigen stad nog zoveel te ontdekken is? Ja, natuurlijk moeten we er alles aan doen om onze bedrijven zo snel mogelijk weer te laten draaien. Maar kunnen we misschien een paar dingen die ons tijdens de lockdown bevielen, behouden? Kunnen we een klein beetje ons best doen om al die nieuwe en oude sporters actief te houden – ook nu lopen, fietsen of wandelen niet meer het enige excuus is om buiten te komen? Kunnen we voor hen een klein beetje moeite doen door bijvoorbeeld wat infrastructurele aanpassingen te maken, meer sportfaciliteiten in de stad beschikbaar te stellen en werkgevers aan te moedigen om mensen de tijd en ruimte te geven om te blijven sporten? De positieve gevolgen op de lange termijn – luchtkwaliteit, collectieve fysieke en mentale gezondheid, verkeersveiligheid – zijn simpelweg te talrijk om te negeren. Ik hoop dat veel van die aspirant-atleten dat zelf inmiddels ook beseffen. En o ja, mijn grootste ontdekking: je kunt dus de volledige oude hippodroom van Bosvoorde rondlopen of fietsen. Als een jockey in de belle époque.
13 MEI 2020
BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
Het nieuwe normaal mag sportief zijn
I 33
BRUSSEL NA CORONA
Heeft Brussel plaats voor het rusthuis van de toekomst?
‘Weg met die fabrieken’ Het rusthuis van de toekomst gaat niet zozeer om technische snufjes en andersoortige ruimtes, zeggen kenners. “Veel belangrijker zijn de kleinschaligheid en de verwevenheid met de buurt. Ouderen willen blijven deelnemen aan de samenleving.” — BETTINA HUBO
BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
A
34
rchitect Koen Van Synghel moest de voorbije weken constateren dat de architectuur van de rusthuizen tegen haar limieten botste. “Ouderen willen nabijheid, maar moesten tijdens de lockdown afstand houden. Alle ruimte, licht of comfort van het gebouw ten spijt, het familiecontact speelde zich af via het raam of het balkon.” Hij hoopt dat een aantal vastgeroeste ideeën rond ouderenzorg nu in vraag gesteld zullen worden. “Wat is belangrijk? Een rusthuis bestaat uit gangen met kamers, en dat in alle varianten, lange gangen, ronde gangen, doodlopende gangen. Een lange gang is niet ideaal, maar eigenlijk is dat allemaal niet zo belangrijk.” De toekomst van de rusthuizen ligt voor Van Synghel in verkleinen. “De laatste jaren kwamen er steeds meer grote woonzorggroepen bij die functioneren volgens het perfide neoliberale efficiëntiedenken. Een rusthuis moet minimaal die grootte hebben, dat is de redenering. Maar dat is een louter bedrijfsmatig principe. Mensen worden er niet gelukkiger van als ze met meer dan honderd op een hoopje leven. Weg met die fabrieken.” Wat ook beter moet volgens Van Synghel is de interactie met de omgeving. “Rusthuizen moeten minder een instituut, een cocon zijn. Ze moeten verbonden zijn met de buurt, met een kleuterschool bijvoorbeeld. Tegenwoordig wordt er apart gebouwd voor ouderen, voor studenten, voor ouders met of ouders zonder kinderen. Dat moet
I
13 MEI 2020
veel meer in elkaar overlopen. We moeten terug naar de normaliteit van oma op de hoek.” Ook Herwig Teugels, directeur van het Kenniscentrum Welzijn, Wonen en Zorg in Brussel, benadrukt de nood aan kleinschaligheid. “We zijn naar een systeem met steeds meer bedden in steeds grotere instellingen gegaan. Dat heeft ons kwetsbaar gemaakt, zo blijkt uit de huidige crisis. Niet alleen de commerciële, ook de gemeentelijke en vzw-rusthuizen zijn zwaar op de proef gesteld. Als het virus eenmaal binnenzat, kon het rondrazen.”
ABBEYFIELDHUIZEN Anderzijds stelt hij vast dat grote organisaties beter voorbereid waren op een mogelijke crisis. Daarom pleit hij voor kleine units binnen een groter geheel. “Een aantal huizen in een straat bijvoorbeeld, waar dan telkens vijftien man woont.” De Abbeyfieldhuizen vindt hij een mooi voorbeeld. In Brussel vind je deze woonvorm, waar fitte en gezonde ouderen cohousen, in Etterbeek, Watermaal-Bosvoorde en Neder-Over-Heembeek. De praktijk heeft uitgewezen dat als er bij een van de bewoners van zo’n huis kleine gezondheidsproblemen opduiken, hij of zij hulp krijgt van de groep en daardoor minder snel naar een verzorgingstehuis moet. “Het zou goed zijn als er iets gelijkaardigs bestond, maar dan met meer zorg,” zegt Teugels. Meer inspraak voor de bewoners vindt hij ook belangrijk. “Niemand vroeg de afgelopen weken aan de
“Niemand vroeg de afgelopen weken aan de ouderen zelf of ze nu bezoek wilden of niet” HERWIG TEUGELS Directeur Kenniscentrum Welzijn, Wonen en Zorg
ouderen zelf of ze nu bezoek wilden of niet.” Teugels vreest echter dat men nu terug zal willen naar een meer medisch model voor de woonzorgcentra, met nog minder bewonersinspraak. “Terwijl het woonzorgcentrum van de toekomst er een moet zijn waar ouderen oud kunnen worden, echt thuis kunnen zijn. We waren net met die omslag bezig.” Hij droomt van Tubbe-huizen in de stad. “Dat is een Scandinavisch concept waarbij de ouderen zelf het woonzorgcentrum runnen, in samenspraak met het personeel.” Dergelijke rusthuizen bestaan ondertussen in Vlaanderen en Wallonië, maar nog niet in Brussel. Zo’n huiselijk model moet natuurlijk wel voorzien zijn op een
eventuele volgende gezondheidscrisis. “Niet door het medisch uit te rusten, maar wel door een goede relatie uit te bouwen met huisartsen en ziekenhuizen in de buurt. Nu zagen we dat woonzorgcentra hun plan moesten trekken en zelfs geen bewoners mochten doorsturen naar het ziekenhuis.”
MULTICULTURELE HUISELIJKE SFEER De huiselijkheid mag ook niet alleen afgestemd zijn op de Belgische vrouw van tachtigplus, zoals doorgaans gebeurt. “Multiculturaliteit wordt belangrijk, vandaag tellen de woonzorgcentra nauwelijks ouderen met een migratieachtergrond. Er moet dus ook nagedacht worden over wat een Afrikaanse of
‘Chapeau voor de verzorgenden’ In rusthuis Magnolia in Jette kregen de bewoners afgelopen weekend een tuinconcert aangeboden. © IVAN PUT
een Syrische huiselijke sfeer is. Een ander publiek aantrekken zou ook een manier zijn om het probleem van de leegstand te counteren.” Momenteel zijn er gemiddeld vijftien procent lege bedden in de Brusselse rusthuizen. Teugels: “En door de huidige crisis zijn er alleen maar meer bijgekomen. Daarom zullen de woonzorgcentra ook dringend hun imago moeten oppoetsen. Dat was niet positief de afgelopen tijd. De indruk is ontstaan dat de kans op sterven in een woonzorgcentrum groter is dan thuis.” Voor VUB-professor sociale gerontologie Dominique Verté zit de hele sector van de ouderenzorg al veertig jaar in het verdomhoekje. “Al die tijd lag het accent van de gezondheidszorg op de acute speerpuntgeneeskunde. De woonzorgcentra en de thuiszorg werden ondergefinancierd en bleven ook onder de radar bij het zoeken naar vernieuwing. In Scandinavië, Nederland en Duitsland experimenteren ze al jaren met nieuwe woonvormen.” Hij dringt aan op meer personeel voor de rusthuizen. “Nu werken ze met een minimale bezetting. Ook
moeten de schotten weg tussen instelling en de zorg aan huis. Waarom zou er geen personeel uitgewisseld kunnen worden tussen het woonzorgcentrum en de thuiszorg? Dat is een grote systeemfout. Hier werd iets neergezet, daar iets, maar er is geen coherentie. Natuurlijk moet de financiering dan ook een stuk flexibeler.” Ook op Vertés wensenlijstje staat kleinschaligheid. “Vroeger had je, zeker in Brussel, veel kleine familiale rusthuizen, maar die zijn allemaal opgekocht, vaak door grote Franse groepen. Dat is de omgekeerde weg van waar we naartoe moeten.” Voorts wenst Verté voor zijn rusthuis van de toekomst meer autonomie voor de bewoners en goede zorg, indien nodig. “Maar het wonen moet het uitgangspunt zijn, niet de zorg.” Een rustige omgeving, midden in het groen, staat niet op zijn lijstje. “Je moet ouderen vooral niet wegstoppen in het groen, dat willen ze niet. Ze willen nog hun koffietje drinken en hun krantje kopen in de buurt. Ze willen nog deelnemen aan de samenleving.”
“Wij zijn de afgelopen weken nooit ongerust geweest over onze moeder. Ze verkeert in goede gezondheid en is heel tevreden in het rusthuis. Ze heeft een mooie flat, zicht op de tuin. Dat maakte het voor ons makkelijker.” “Het rusthuis heeft het ook schitterend gedaan. We werden goed geïnformeerd en met de middelen die ze hebben – en die zijn niet overvloedig – doen de medewerkers alles om haar gelukkig te maken.” “De beslissing om de rusthuizen begin maart op slot te zetten, was de juiste. Natuurlijk, het personeel moest nog binnen en buiten, maar dat kon moeilijk anders. Chapeau trouwens voor al die verzorgenden.” “Wij hebben elke dag gebeld, het rusthuis organiseerde Zoom-sessies en we konden spulletjes voor haar afgeven via een sas. Zelf klaagt ze niet: ‘Het is zo,’ zegt ze.” “We beseffen wel dat we geluk hebben. In zeer veel andere rusthuizen in Brussel zouden we nu wel ongerust zijn. Toen we drie jaar geleden een woonzorgcentrum zochten, zijn de schellen ons van de ogen gevallen. Veel rotversleten gebouwen met triestige gangen, minimale dienstverlening, onderbezetting en bovendien amper Nederlands. Je wil er meteen weg. Dat de samenleving accepteert dat mensen die onze welvaart gecreëerd hebben zo opgesloten worden. Pas op, het heeft nooit met het personeel te maken, dat zijn idealisten, wel met de middelen die erin gestoken worden.” “Als er iets dringend moet veranderen, is het dat. Om het in voetbaltermen uit te drukken: nu heb je in Brussel niet alleen rusthuizen van eerste en tweede klasse, maar ook van een heleboel lagere klassen, tot derde provinciale toe, die dan natuurlijk goedkoper zijn. Stop bij tweede klasse en zorg dat die voor iedereen financieel haalbaar is.”
‘
Jean-Claude Burgelman is professor sociale wetenschappen aan de VUB geboren en getogen in Brussel heeft moeder in Jetse rusthuis Warlandis
© SASKIA VANDERSTICHELE
13 MEI 2020
I 35
BRUXELLES APRÈS LE CORONAVIRUS
Les salles de cinéma survivront-elles à la crise ?
‘Si nécessaire avec des masques et sans pop-corn’ Les cinémas de la ville mijotent des plans pour proposer à nouveau des films aux Bruxellois, mais une éventuelle réouverture représente plutôt le début que la fin des problèmes. Heureusement qu’ils ont l’esprit combatif. « Donnez-nous une date, et nous pourrons nous y mettre. » — NIELS RUËLL, PHOTOS: IVAN PUT
FR
L
es cinémas n’ont pas de jours de fermeture. 365 jours sur 365, ils accueillent des gens qui cherchent à s’évader via le septième art. C’est impossible depuis des semaines et il n’en sera pas question encore pendant des semaines, voire des mois. Pendant tout ce temps, les cinémas ne font pas de recettes. Bien sûr, cela les met dans une position difficile. « La situation est précaire », déclare Nicolas Gilson, programmateur et directeur par intérim du Palace. « Les factures continuent de tomber et nous n’avons pas de revenus. Le chômage économique pour l’ensemble du personnel nous sauve. » Frédéric Cornet, directeur du cinéma Galeries, ne pense pas que des cinémas vont devoir fermer définitivement. « Mais nous allons
36
I
13 MEI 2020
traverser une période difficile. Nous devons attendre de voir combien de temps durera la crise et quel soutien nous recevrons des autorités, autant que les théâtres et les salles de concert, espérons-le. » Peggy Fol n’envisage en aucun cas de laisser tomber le Vendôme. « C’est une entreprise familiale depuis 69 ans. Depuis 69 ans, nous avons enduré toutes les tempêtes. Je suis prête à rouvrir. Mais si les problèmes s’éternisent pendant un an, je ne sais pas comment je vais pouvoir payer les frais fixes comme le loyer. »
UN SEUL DÉSIR: ROUVRIR Les trois cinémas de la ville mijotent des projets de réouverture, mais pour l’instant, ils se heurtent à de nombreux points d’interrogation. À partir de quand cela sera autorisé ?
Dans quelles conditions ? « On ne peut pas rouvrir du jour au lendemain. Le secteur estime qu’il faudra au moins un mois pour être à nouveau opérationnel. Donnez-nous une date, donnez-nous les conditions et nous pourrons nous y mettre », dit Fol. « Nos vies ont changé. Nous allons devoir faire avec le virus pendant des mois, voire des années. Nous ne pouvons pas rester enfermés tout le temps. Une
vie sans culture, sans musique, sans cinéma n’est pas une vie. Faisons en sorte de préparer la réouverture des cinémas avec vigilance et intelligence. » Les cinémas affirment qu’ils peuvent respecter les règles de distanciation sociale en laissant des sièges vides et en n’utilisant que trente pour cent de la capacité de la salle. Le flux de personnes peut être contrôlé grâce à une entrée et une
« Nous ne pouvons pas rester enfermés tout le temps. Une vie sans culture, sans musique, sans cinéma n’est pas une vie » PEGGY FOL Directrice du Vendôme
sortie séparées et en laissant suffisamment de temps entre les séances. « Nous n’avons qu’un seul désir : rouvrir. Nous ferons tout notre possible pour garantir la sécurité du personnel et des visiteurs. Si nécessaire, les masques buccaux seront obligatoires et je demanderai à chaque visiteur de se désinfecter les mains avant d’entrer dans la salle. Je ne vais pas pleurer si je ne peux pas vendre de boissons et de gourmandises pendant six mois vu que ce n’est pas compatible avec le port du masque. Il s’agit là d’un service et d’un petit extra. Je ne vis pas de cela. Notre métier consiste à montrer des films aux gens, pas à vendre du pop-corn. » Selon les calculs de Cornet, les Galeries « pourraient à peu près arriver » à être rentables avec seulement trente pour cent de leur
capacité. « Nous avons la chance d’avoir deux grandes salles à notre disposition. Pour les opérateurs disposant de salles plus petites comme l’Aventure, le défi est plus grand. » À trente pour cent, les deux grandes salles du Palace sont rentables, les deux petites ne le sont pas. « D’un point de vue économique, une réouverture à trente pour cent n’est donc envisageable que si les grandes salles ont un bon rendement. Mais ce n’est pas garanti », dit Gilson.
LES CINÉPHILES OSERONT-ILS REVENIR ? La principale inquiétude est de savoir si le public répondra tout de suite présent. « En Suède, les cinémas ont pu rester ouverts, mais ils n’ont atteint que dix pour cent de leur chiffre d’affaires habituel. Si
seulement dix pour cent de notre public se présentent, nous aurons vraiment des ennuis. Le secteur se demande actuellement s’il veut vraiment rouvrir rapidement. S’il ne serait pas plus intelligent d’attendre. Nous n’avons pas encore décidé. Nous nous concertons entre nous ainsi qu’avec le cabinet de la ministre de la culture », déclare M. Cornet. Selon M. Gilson, deux scénarios sont envisageables : une réouverture au début de l’été ou au début du mois de septembre. « Je ne veux pas être négatif. J’aimerais rouvrir. Mais il faut savoir que la majorité des cinémas français préfèrent rouvrir en septembre. Non seulement il y a un espoir que nous puissions rouvrir dans de meilleures conditions à ce moment-là. Et ce serait surtout moins risqué sur le plan écono-
B R U Z Z | B R U X E L L E S A P R È S L E C O R O N AV I R U S
UNE VALEUR AJOUTÉE INCONTESTÉE En revanche, la popularité croissante de Netflix et d’autres chaînes de vidéo à la demande ne suscite que relativement peu d’inquiétude. « Pour être honnête, je suis heureux que certains distributeurs aient fait l’expérience d’une sortie en ligne. Cela a donné à la presse la possibilité de continuer à faire des critiques de films. C’est important. C’est ▼
La directrice du Vendôme, Peggy Fol, n’attend qu’une chose: pouvoir rouvrir les portes de son établissement. « Nous ferons tout notre possible pour garantir la sécurité du personnel et des visiteurs.»
mique. L’été est toujours une période difficile pour les cinémas. C’est pourquoi les distributeurs gardent leurs films les plus prometteurs pour après l’été. En mai et en juin, on a les films présentés au Festival de Cannes. Mais le Festival de Cannes n’aura pas lieu. Donc, ça tombe aussi à l’eau. » Des dépenses supplémentaires pour assurer la sécurité, mais avec une capacité de trente pour cent, une période difficile de toute façon, une offre de films plutôt faible et l’incertitude quant au retour du spectateur forcent Gilson à la prudence. « Si ce n’est pas rentable d’ouvrir, alors nous nous dirigeons vers la faillite. Nous et tous les autres. C’est surprenant mais aussi rassurant d’apprendre que les grands complexes cinématographiques sont confrontés au même problème de rentabilité. Nous sommes tous dans le même bateau. Si les distributeurs perdent pied, les cinémas couleront aussi. Si les salles commerciales abandonnent, ce sera aussi à terme la fin des salles d’art et d’essai. Il s’agit d’un grand mouvement. C’est bon pour tout le monde. » Les trois gérants de cinéma soulignent l’importance de titres capables d’attirer les gens hors de leur tanière une fois qu’ils seront autorisés à ouvrir. « Nous appelons cela des locomotives », dit Cornet. « Des films qui donnent envie au public d’aller au cinéma. Ils sont très importants. » Pour ces films, les cinémas dépendent des distributeurs de films. « Mais pour eux, tout est encore flou », poursuit Fol. « Les grands studios américains ont reporté presque tous les grands titres à l’automne ou à 2021. J’espère que les distributeurs locaux ne seront pas trop frileux. »
13 MEI 2020
I 37
LES SALLES DE CINÉMA SURVIVRONT-ELLES À LA CRISE ?
OVERLEVEN DE BIOSCOPEN DIT?
38
▼
B R U Z Z | B R U X E L L E S A P R È S L E C O R O N AV I R U S
Le coronavirus a vidé les salles d’art et d’essai alors en plein essor à Bruxelles. À l’heure du déconfinement progressif, de nombreuses questions entourent encore leur réouverture.
I
comme ça que le cinéma reste présent dans l’esprit des gens », dit Gilson. Avant la crise du Covid-19, toutes ces chaînes de VOD existaient déjà et cela n’a pas empêché les cinémas de la ville de prospérer, comme Bruzz l’avait rapporté fin février. « 2019 a été une année record pour tous. Au début de l’année 2020, le cinéma Galeries a même fait encore mieux. Malgré l’existence de Netflix et compagnie, les gens aiment toujours aller au cinéma », dit Cornet. « Les cinémas d’art et d’essai ont abandonné l’idée qu’il suffit de projeter un film sur grand écran pour attirer les gens. Il faut essayer d’être un lieu de rencontre et de créer une valeur ajoutée. Pour présenter des films, créer des événements, inviter des réalisateurs, organiser des débats. Cela fonctionne très bien. Partout, et pas seulement chez nous. » Le directeur intérimaire du Palace confirme. « Des événements tels que les avant-premières, les présentations et les débats avec les réalisateurs font vivre des cinémas comme le nôtre. Ces événements remplissent les salles et créent une ambiance qui donne envie d’aller au cinéma plus souvent. Mais les salles pleines ne sont pas autorisées. Nous ne pourrons pas non plus compter sur les événements. » Tout comme le Palace, le cinéma Galeries renforce généralement son 13 MEI 2020
offre estivale avec des classiques, des cycles et des films inédits. Le cinéma Galeries élabore son programme d’été sans savoir s’il sera ouvert. « Nous sommes en pourparlers avec la Ville de Bruxelles pour organiser des projections en plein air. Ce sera plus facile de respecter la distance entre les spectateurs. Il me semble que le plus important est que nous offrions du cinéma aux Bruxellois cet été, même si les salles doivent rester fermées. »
UN PUBLIC FIDÈLE Le cinéma Galeries déclare recevoir des réactions très positives à ses bulletins d’information et à ses actions visant à renforcer le lien avec le public, également depuis la fermeture. « Entre autres choses, nous avons tenu notre communauté de cinéphiles informée des initiatives en ligne intéressantes. Le 21 avril,
nous avons mis en ligne un film que nous aurions dû normalement projeter le soir même : Queercore : How to Punk a Revolution. 1340 personnes l’ont regardé ! » De nombreuses manifestations de soutien réchauffent aussi le cœur du Vendôme. « J’avoue qu’au début, j’étais inquiète », dit Fol. « Non pas pour les finances, mais par rapport au retour des spectateurs. Mais de nombreux clients m’ont spontanément fait savoir qu’ils reviendraient ou m’ont exprimé leur soutien. Notre carte de fidélité, qui permet de payer des places que l’on pourra utiliser plus tard, a également connu un grand succès. Ce soutien extraordinaire de la part de notre public habituel m’a donné un énorme coup de boost. Je veux aider tous ces gens à retrouver le chemin des salles obscures. C’est ce qui compte pour moi. »
«Le plus important est que nous offrions du cinéma aux Bruxellois cet été, même si les salles doivent rester fermées » FRÉDÉRIC CORNET Directeur du cinéma Galeries
De stadsbioscopen broeden op plannen om Brussel straks weer cinema aan te bieden, maar een eventuele heropening is eerder het begin dan het einde van hun zorgen. Frédéric Cornet, directeur van Galeries, verwacht niet dat bioscopen definitief de deuren zullen moeten sluiten. “Maar we gaan een moeilijke tijd tegemoet. Het is afwachten hoelang de crisis duurt en welke steun we van de overheden krijgen – hopelijk evenveel als de theater- en concertzalen.” “Geef ons een datum, geef ons de voorwaarden, dan kunnen we ten minste aan de slag,” zegt Peggy Fol van Cinema Vendôme in Elsene. De bioscopen maken zich sterk dat ze aan de regels van social distancing kunnen voldoen door maar 30 procent van de zaalcapaciteit te benutten. De mensenstroom kan geregeld worden met een aparte ingang en uitgang en door voldoende tijd tussen twee vertoningen te laten. Cornet: “Wij hebben het geluk dat we over twee grote zalen beschikken. Voor uitbaters met kleinere zalen is de uitdaging groter.” NL
WILL THE CINEMAS SURVIVE? The city’s cinemas are hatching plans to welcome their audience back to films on the silver screen. But a possible reopening is more the beginning than the end of their worries. Frédéric Cornet, the manager of Galeries, does not expect that any cinemas will have to close permanently. “But we are heading for a difficult period. We will have to wait and see how long the crisis lasts and which support measures the government introduces; we hope to receive as much as the theatres and concert venues do.” “Give us a date and give us regulations so that we can get to work,” says Peggy Fol, whose family have run Cinema Vendôme in Elsene for the past sixty-nine years. The cinemas are confident that they can comply with all the rules of social distancing by keeping seats empty and only using thirty percent of the auditorium capacity. The flow of people can be controlled with a separate entrance and exit and by leaving enough time between each screening. Cornet: “We have the good fortune of having two large auditoriums. The challenge is much greater for smaller cinemas, like Aventure.” EN
BRUSSEL NA CORONA
Breekt de burgerparticipatie echt door?
‘Nu moet de digitale democratie vorm krijgen’ Als deze crisis één ding laat zien, is het dat Brusselaars elkaar graag helpen in tijden van nood. Halverwege maart werden er talloze burgerbewegingen opgericht, die vaak via Facebook of Whatsapp vraag en aanbod bij elkaar brengen. Wat kunnen lokale overheden leren uit het succes van deze online-initiatieven? — JASMIJN POST
D
BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
“
ringende oproep,” schrijft het Jetse gemeenteraadslid Halima Amrani (PS) op 9 april op de Facebookpagina ‘Solidarité Solidariteit Brussels Bruxelles Coronavirus’. “Negentien mensen zijn overleden in het rusthuis van het OCMW in Jette! We hebben maskers en schorten nodig. Wie kan naaien, weet wat hij moet doen om een leven te redden.” Het is slechts één van de paar honderd berichten over medisch materiaal die geplaatst worden in die groep. De groep is een bottom-upinitiatief van negen vrouwen met een achtergrond in de communicatie, politiek, journalistiek of kunsten (zie portret hiernaast). Met veertienduizend leden hebben mensen die een oproep plaatsen een enorm bereik. In veel gevallen worden daardoor vraag en aanbod snel met elkaar verbonden, of het nu om voedselpakketten gaat, medisch materiaal of boodschappen doen voor ouderen. Op diezelfde manier werden halverwege maart talloze andere Facebookgroepen opgericht, zoals Spreading Solidarity, not the Virus - Brussels (ruim vierduizend leden) en Masque tissu Solidarité Coronavirus - Belgique - Création et distribution (elfduizend leden). De paar maskers die we via die laatste groep bestelden, kwamen binnen twee dagen aan met de post. Gemakkelijk en efficiënt, en mijn gemeente had op dat moment nog niets over mondmaskers op haar website staan. “Mensen beginnen een burgerinitiatief omdat er hiaten zijn in het beleid, zeker in tijden van crisis,” reflecteert Trui Steen, hoogleraar Bestuurlijke Organisatie van de Overheid en Coproductie van Publieke Diensten aan de KU Leuven. “Dat is niet per se negatief. Maar de overheid moet vervolgens wel kijken hoe ze kan faciliteren. Ook is het de taak van de overheid om erop toe te zien dat iederéén wordt bediend. Als we puur naar burgerinitiatieven kijken, vallen er misschien bepaalde groepen uit de boot.”
DE STAD ALS PLATFORM Die rol als facilitator zouden lokale overheden ook volgens Smart City Manager Céline Vander40
I
13 MEI 2020
borght moeten aannemen. In een succesvolle smart city - een stad waarbij informatietechnologie gebruikt wordt om de stad te beheren en te besturen - fungeert de stad als een platform. “De overheid verzamelt bottom-upinitiatieven en
In Brussel helpen burgers elkaar waar ze kunnen. Zo begon Regina Mukondola met de bezorging van de voedselpakketten. © REGINA MUKONDOLA
brengt vraag en aanbod samen. Ik denk aan mevrouw X die een masker nodig heeft, en Spullenhulp die ze aanbiedt.” Hier en daar namen overheden die rol al op zich tijdens deze crisis. Zo verdeelt de gemeente Vorst mondmaskers via Irisbox, het elektronische loket van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De gemeente Molenbeek kwam zelf met de Facebookgroep ‘Plateforme Solidarité Molenbeek Solidariteit’ en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) lanceerde met verschillende partners, waaronder BRUZZ, het platform
‘Brussels Helps’, dat eveneens vraag aan aanbod linkt. “Er zijn heel veel initiatieven, maar iedereen doet het op zijn eigen manier,” zegt Aline Muylaert, medeoprichtster van de Brusselse start-up Citizenlab, die onlineburgerparticipatie makkelijker maakt voor overheden. “Gemeenten stemmen hun initiatieven niet voldoende met elkaar af. Dit is een heel goed moment om in debat te gaan over hoe we de digitale democratie vorm moeten geven.” “België krijgt contact tracers?” staat te lezen in de Facebookgroep Corona Updates Vlaanderen. “Terwijl dat in andere landen op een simpele manier gebeurt met een app, gaat België dit fucking old skool doen? Ze gaan de mensen zelf opbellen en dan moet gij nog weten waar dat gij geweest bent? Dat is toch onzin. Ik bedoel een onnozele jogging-app weet al precies waar gij geweest bent.” Als het aan Vanderborght ligt, hadden burgers inspraak gekregen in de keuze voor
verschillende manieren van tracking. “Overheden zouden dan niet alleen moeten vragen of mensen voor of tegen zijn, maar ook moeten uitleggen wat de voor- en nadelen zijn, en welke resultaten de verschillende keuzes met zich meebrengen. Iedereen is erbij gebaat om een goede balans te vinden tussen gezondheid en privacy. Door inspraak kunnen mensen zich het beleid eigen maken en beter begrijpen.”
STRUCTUREEL VERANKEREN De ingrediënten voor digitale burgerparticipatie zijn er. Op dit moment werkt de gemeente Etterbeek bijvoorbeeld al samen met het platform Fluicity. Via die app kunnen burgers die duizend handtekeningen hebben verzameld, een bepaald onderwerp op de gemeenteraad krijgen. In andere gemeenten hapert de digitale participatie nog. Niet elke gemeente neemt met hetzelfde gemak een nieuwe applicatie in gebruik. “Voor sommigen is het echt helemaal nieuw. Je moet de gemeenten activeren en de persoon zien te vinden die de juiste bevoegdheid heeft.” Maar Vanderborght hoopt dat lokale overheden deze crisis aangrijpen om burgerparticipatie structureel te verankeren. Ze noemt de app Fix my Street als voorbeeld.
“Mensen beginnen een burgerinitiatief omdat er hiaten zijn in het beleid, zeker in tijden van crisis” TRUI STEEN, Hoogleraar KU Leuven
Daar kunnen burgers via een app of de website melding maken van sluikstorten of een defect wegdek. De app wordt inmiddels in alle Brusselse gemeenten gebruikt. In 2017 was de app in de het Brussels Gewest nog maar goed voor 3,2 procent van alle meldingen aan de dienst Openbare Netheid. In 2019 groeide dat aantal, met 9.042 meldingen naar 47,6 procent. Een dergelijke toepassing - die vaak in het dagelijks leven van de mensen is geïntegreerd - is ook denkbaar voor andere domeinen. “Het zou ons weerbaarder maken tijdens een volgende crisis.”
‘ © SASKIA VANDERSTICHELE
‘Solidariteit zal nog lang nodig zijn’
Jeanne Delobel studeerde journalistiek medeoprichtster van verschillende onlineburgerinitiatieven Een van de oprichtsters van de Facebookgroep ‘Solidarité Solidariteit Brussels Bruxelles Coronavirus’
Halverwege maart hadden we echt het gevoel dat ons een catastrofe te wachten stond. Overheden brachten nog niet meteen iets in orde, dus hebben wij een Facebookgroep opgericht om vraag en aanbod van de leden samen te brengen. Die eerste tien dagen verzamelden we het grootste gedeelte van de nu meer dan veertienduizend leden.” “In het begin kwamen er meldingen binnen van mensen die medisch materiaal nodig hadden, meldingen van geweld tegen vrouwen of mensen die een kinderoppas zochten. We hebben de groep geordend en zetten de urgente zaken zo lang mogelijk bovenaan. Heel veel werd binnen een paar dagen geregeld.” “Het type vragen dat binnenkomt, verandert elke week. Op dit moment is er bijvoorbeeld geen vraag meer naar onderdak voor verpleegkundigen. We krijgen nu vooral oproepen voor voedselhulp. We hebben het idee dat mensen in overlevingsmodus waren en lang hebben gewacht, maar nu dringend hulp nodig hebben.” “Mensen vinden ons via mond-tot-mondreclame, of omdat ze iemand kennen in het netwerk van een van de beheerders. Of ze typen ‘solidariteit’ in op Facebook en komen zo bij ons. Ik weet niet hoelang de solidariteit rond het coronavirus nog nodig is. Tussen de zes maanden en twee jaar misschien? Het digitale domein zal een belangrijke rol blijven spelen nu fysiek contact is beperkt. Een groot deel van de negen beheerders wil zeker doorgaan met de groep. We hebben veel leden, en vraag en aanbod worden bij ons goed gestructureerd.” 13 MEI 2020
I 41
BRUSSEL NA CORONA
Wint de lokale winkel het van de shoppingcentra?
BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
‘Buurtwinkel heeft zijn nut duidelijk bewezen’ De buurtvoedingswinkels doen dezer dagen goede zaken. Gaan ze die boost ook op langere termijn kunnen vasthouden? En zal het huidige succes van de lokale winkel ten koste gaan van de shoppingcentra in de rand? “Een zaak is zeker, funshopping is er de komende tijd niet bij,” zeggen retailspecialisten. — BETTINA HUBO
A
lleen supermarkten, voedingswinkels en een enkele krantenwinkel mochten de afgelopen weken openblijven. Voor de meeste voedingszaken zijn het qua omzet gouden tijden, zo blijkt. “Buitenshuis eten is niet mogelijk, dus kopen de mensen hun voedingswaren en koken ze veel meer zelf,” zegt Davy Van Raemdonck van GfK, een onderzoeksbureau dat het aankoopgedrag van de Belgische gezinnen analyseert. “Globaal ging de Belgische markt van voeding en kleine huishoudbenodigdheden er in maart met 12,5 procent op vooruit.” Wie daar het meest van profiteert, zijn de buurtwinkels en dan vooral de superettes genre Carrefour Express en Proxy Delhaize. “Hun omzet groeide met 35 procent,” zegt Van Raemdonck. “Ze pikten een stukje van het aandeel van de hypermarkten in.” Maar ook de kleine kruideniers, in Brussel vaak Turkse of Marokkaanse winkeltjes, doen volgens Van Raemdonck hun voordeel met deze situatie. Het huidige succes van de buurtwinkel heeft natuurlijk te maken met de ‘blijf-in-uw-kot’-regel. Iedereen moest zoveel mogelijk in of rond zijn huis blijven. “Daardoor waren er ook weinig woon-werkverplaatsingen,” zegt Anton Van Assche van Unizo. “In normale tijden doen stadsmensen vaak hun boodschappen voor het avondeten op de weg naar of van het werk.” Retailspecialist Gino Van Ossel van de Vlerick Business School noemt nog een andere factor: de
42
I
13 MEI 2020
wachtrijen voor de grote supermarkten als gevolg van de social-distancing-maatregel. “Of je nu voor een stokbrood of een volle kar de supermarkt binnengaat, je moet sowieso in de rij. Bij de buurtsuper moet je amper aanschuiven.” Vraag is of dit succes na het einde van de lockdown zal voortduren? “Ik hoop dat de mensen de waarde van de buurtwinkel herontdekt hebben. Die zaken hebben hun nut en sociale functie nu toch duidelijk bewezen,” zegt Van Assche. “De komende tijd zullen ze door de klanten wel beoordeeld worden op de hygiëne. Dat wordt een verkoopargument. De circulatie van de klanten is doorgaans moeilijker te regelen in een klein winkeltje. Maar als dan nog eens zou blijken dat de uitbater zelf geen mondmasker of handschoenen draagt, zullen consumenten die zaak links laten liggen.”
HOGERE PRIJZEN Zolang de horeca dicht blijft, zullen alle voedingswinkels en supermarkten boomen,” zegt Van Raemdonck. “Maar wellicht zullen de buurtzaken toch iets van hun huidige populariteit verliezen.” De prijzen liggen er volgens hem iets hoger dan in de grote supermarkt. “Veel mensen zaten de afgelopen weken in tijdelijke werkloosheid en er dreigt een economische crisis. Wellicht daalt de koopkracht en zal het voor sommigen lastiger worden om alles in de buurtsupermarkt te kopen.” Voorts denkt hij dat als de ratrace weer
begint en de mensen het opnieuw drukker krijgen, ze mogelijk de voorkeur zullen geven aan één grote winkel waar ze alles kunnen kopen boven verschillende buurtwinkeltjes. Ook Gino Van Ossel verwacht dat het huidige succes op termijn wat zal afkalven. “Maar al bij al zal de buurtwinkel er versterkt uit komen. Dat heeft dan vooral met waardegebonden overwegingen te maken. Door de coronacrisis zetten we ons meer dan ooit af tegen de globalisering, de trend naar verduurzaming is duidelijker aanwezig. We willen meer groen, laten de auto staan en nemen de fiets. Automatisch winkelen we dan dicht bij huis,” zegt hij. “Zeker de biowinkels, die al in de lift zaten, zullen het goed blijven doen. Meer en meer mensen verkiezen lokale producten, de korte keten.” Sinds maandag zijn ook de andere winkels weer open, de kledingzaken, bloemisten, opticiens, elektrozaken en vele andere. Na acht lange weken verplichte sluiting. “Ze konden alleen nog online voortwerken. Wie al een webshop had, was natuurlijk in het voordeel,” zegt Van Assche.
BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
Door de strenge maatregelen moest iedereen meer in eigen buurt winkelen. Experts geloven dat dat nog een tijd positieve gevolgen zal hebben voor de lokale handelaars. © SHUTTERSTOCK
“Door de coronacrisis zetten we ons meer dan ooit af tegen de globalisering”
WINKELSTRATEN Hoe de Brusselse winkels de crisis zullen doorstaan, is voorlopig koffiedik kijken. Wat zeker is, is dat de typische winkelstraat grondig is veranderd. Vaste looprichtingen, wachtzones en ontsmettingszuilen maken voortaan deel uit van het straatbeeld. De winkels zijn dan wel open, maar de klanten mogen maar mondjesmaat binnen. “In de rij staan, afstand houden, alles ontsmetten, dat wordt het nieuwe normaal, funshoppen is er voorlopig niet bij, ” zegt Van Assche. “De vraag is of de consument al die hobbels zal willen nemen.” Gino Van Ossel denkt van niet. “Je kan niet met drie vriendinnen de winkel in om gezellig jurkjes te passen, je kan voorlopig ook nergens
GINO VAN OSSEL Retailspecialist
een koffietje drinken. Een dagje shoppen wordt als een dagje pretpark, wachten aan alle attracties. Men zal dus niet gaan winkelen voor het plezier, maar uit noodzaak. Waarom zou je dan nog naar de Nieuwstraat of een andere leuke shoppingomgeving trekken?” Van Ossel: “Grimbergenaars blijven in Grimbergen. Wie niet in Brussel moet zijn, zal er
niets komen kopen, wat natuurlijk wel slecht nieuws is voor de Brusselse winkels in het centrum.” Bovendien zullen er nog een hele tijd minder pendelaars zijn, zegt Van Ossel. “Ook dat is slecht nieuws voor de Brusselse winkels. Minder mensen zullen tussen de middag snel iets komen kopen.” Wat betekent dat voor de shoppingcentra? Die behouden natuurlijk hun klassieke troeven, zegt Van Assche: ruim aanbod, parkeerplek, je wordt er niet nat als het regent. Toch verwacht hij dat ze het de komende tijd erg moeilijk krijgen. “Ze moeten zich aanpassen aan de nieuwe regels. Als ze voor elke klant tien vierkante meter moeten voorzien, moet het aantal bezoekers beperkt worden. Hun rendabiliteit komt dus onder druk te staan. Daar komt bij dat de horeca nog dicht is. Het hele belevenisaspect, waar ze anders zo op inzetten, is weg.” “Alleen de jongeren zullen er snel weer rondlopen,” zegt Van Ossel. “Anderen zullen aarzelen om terug te keren, niet alleen omdat er
▼
Hoe dan ook hebben deze winkels grote verliezen geleden en zal het nog een tijd duren voor ze hun normale omzet zullen draaien. Ongetwijfeld zullen er zaken failliet gaan. “Een crisis versnelt een aantal evoluties. Een winkel die het al moeilijk had, gaat er mogelijk onderdoor.”
13 MEI 2020
I 43
▼
WINT DE LOKALE WINKEL HET VAN DE SHOPPINGCENTRA?
geen funshopping mogelijk is, maar ook omdat ze een overdekte ruimte als onveiliger aanvoelen dan de openlucht. Dat is misschien niet rationeel, maar zo werkt het.” Die situatie zal duren zolang er geen vaccin is, voorspelt Van Ossel. “Maar in het postvaccintijdperk komt alles terug. De angst voor het samentroepen zal snel slijten. De mens is nu eenmaal een sociaal dier.” De shoppingcentra zullen dus opnieuw draaien, maar wel met een lagere omzet. Dat heeft volgens Van Ossel te maken met de concurrentie van de e-commerce, die door de crisis een enorme boost heeft gekregen. “Wat dat betreft is de wereld veranderd. Docks meldde onlangs dat ze een goed 2019 hadden, met vijf
miljoen bezoekers. Toen ze vier jaar geleden begonnen, mikten ze nog op acht miljoen mensen. Dat aantal zullen ze nooit halen.” Of in deze omstandigheden het Neoshoppingcentrum er nog moet komen op de Heizel? “Neen,” zegt Van Ossel. “De winkels in het centrum krijgen het al zo zwaar te verduren, en dan nog een shoppingmall erbij aan de rand? Nergens in West-Europa vind je een stad van het kaliber van Brussel die een concurrent bouwt voor zijn eigen stadscentrum.” Van Assche beaamt: “Het project is bovendien nog altijd verstrikt in een procedureslag. Misschien zullen de initiatiefnemers na deze crisis toch eens goed nadenken of het wel zo’n slimme investering is.”
BRUZZ | BRUSSEL NA CORONA
‘
Olivier Steylemans is zaakvoerder bij elektrohandel Steylemans in Laken Volgde zijn vader op, die meer dan vijftig jaar geleden met de winkel begon
© SASKIA VANDERSTICHELE
‘Goede dienstverlening wordt belangrijker’ “Wij hebben de winkel op woensdag 18 maart om 12 uur ’s middags gesloten. Na een personeelsvergadering bleek dat slechts vijf van de ruim twintig medewerkers nog langer wilden voortwerken.” “De deuren gingen dicht, maar we zijn niet gestopt met werken. Dat zou het einde van de winkel hebben betekend. We zijn doorgegaan met verkopen, via onze website, maar vooral via de telefoon. Ja, dat lukt, een wasmachine verkopen via de telefoon.” “Wat er zoal de deur uitging? Alles 44
I
13 MEI 2020
eigenlijk: tv’s en microgolfovens, maar door de crisis ook broodbakmachines, keukenrobots, thermometers en diepvriezers. In het begin verkochten we tien tot vijftien diepvriezers per dag. Sinds kort is ook de vraag naar naaimachines gestegen.” “Alles werd gratis aan huis geleverd, zelfs een pakje stofzuigerzakken dat naar Knokke moest. Toch was onze dienstverlening, dé troef van Steylemans, niet perfect. Vanwege corona moesten we alles immers aan de voordeur afzetten. Dat was een groot probleem voor oudere of alleenstaande mensen die tweehoog wonen en die een nieuwe koelkast nodig hadden.” “We kregen ook oproepen van mensen die een defect apparaat hadden. De simpele problemen – een kabel die verkeerd vastzat in de tv – probeerden we via de telefoon te verhelpen. De echte defecten stuurden we door naar onze leveranciers, die gelukkig doorgingen met hun herstellingen.” “Alles samen hebben we zo toch nog een behoorlijk zakencijfer behaald. We hebben verloren, maar niet alles. Ondertussen is de winkel aangepast: we hebben één ingang en uitgang gemaakt en laten één klant per verkoper binnen. Geen idee hoe snel de verkoop weer op het normale niveau zal zitten. Ik geloof wel dat mensen door de crisis meer lokaal zullen kopen en nog meer belang hechten aan een goede dienstverlening.”
LES COMMERCES LOCAUX AURONT-ILS RAISON DES CENTRES COMMERCIAUX? Les supermarchés et les magasins d’alimentation - à peu près les seuls commerces qui étaient autorisés à rester ouverts ces dernières semaines - ont fait de bonnes affaires. La question est de savoir s’ils conserveront cet élan après le confinement. Selon les experts de vente au détail, ils devront renoncer à une partie de leur succès. Néanmoins, ils pourraient ressortir renforcés de la crise parce que la tendance à la durabilité s’est accentuée et que les gens préfèrent faire leurs achats localement. La période s’annonce difficile pour les centres commerciaux, qui misent surtout sur une « expérience » du shopping, impossible en ce moment. Une fois qu’un vaccin sera disponible, les gens reviendront. Mais en raison de l’augmentation du commerce en ligne, leur chiffre d’affaires sera plus faible. Faut-il encore construire Neo ? Non, disent les experts. FR
WILL THE LOCAL SHOP BEAT THE MALL AFTER ALL? Supermarkets and food shops – pretty much the only shops that were permitted to be open over the past few weeks – have done a roaring trade. There was a particular boom in the local convenience stores. The question is whether they will be able to maintain this boost after the lockdown. According to retail experts, they will be forced to concede a degree of their popularity. Nevertheless, they will come out of the crisis stronger because the tendency towards sustainability has increased, as a result of which people prefer to shop locally. Non-food shops were allowed to open again this week, but their customers can only come in a few at a time. Fun shopping trips with friends continued to be prohibited. This is a problem for malls, part of the appeal of which revolves around having an exciting ‘experience’. Once there is a vaccine, shoppers will return. But due to the rise of e-commerce, shops will have a permanently lower turnover. If Neo should even be built at all? No, the experts say. EN
WIE WORDT DE BESTE LERAAR VAN BRUSSEL 2020?
Ook al zijn de scholen momenteel toe, vanuit hun kot blijven onze leerkrachten het beste van zichzelf geven voor hun leerlingen. D E G E N OMI N E E RD E N ZI J N :
KIM HOSTE
(Basisschool de Windroos, Sint-Jans-Molenbeek)
RUBEN MOTTART
(Basisschool Hendrik Conscience, Schaarbeek)
HAMID BOUGHDIR
(Atheneum GO! for Business, Sint-Jans-Molenbeek)
STEM NU op jouw favoriete leerkracht via bruzzket.be/besteleraar
DB620650H9
DB623070I9
Op zoek naar passende kandidaten voor je bedrijf?
Wij staan voor je klaar
hallo@regiotalent.be DB662911D0
TUINWERKEN ALLE DIENSTEN Goede prijs Kortingen Gratis offerte
0486 93 16 86 DB487188C8
Haal alles uit je zondag. Want ’t is pas morgen maandag! DB586826C9
tel. 051 26 67 89
BRUSSEL NA CORONA
Bijgedachte
De wedergeboorte van Brussel
“Het is vaak niet het beleid, maar de Brusselaar die deze stad op sleeptouw neemt” MATHIAS DECLERCQ Redactiechef
46
I
13 MEI 2020
De rugzak der vooroordelen over Brussel zit al jarenlang aardig vol: het is er vuil, niemand spreekt er Nederlands en je autoruiten worden er altijd ingeslagen – als de files tenminste toelaten dat je er effectief raakt. En als alles dan toch even goed lijkt te gaan, breken er wel rellen uit. ‘Zie je wel, er is nog niets veranderd in Brussel,’ zoiets. Brussel zal altijd moeten opboksen tegen dergelijke vastgeroeste indrukken van buitenaf. Dat heeft deze stad in de eerste plaats te danken aan het imago dat ze zelf heeft opgebouwd. Want aan die conclusie kunnen we niet voorbijgaan: deze stad heeft te lang de zaken op hun beloop gelaten. Dat geldt voor de massale instroom van pendelaars met de wagen, voor de kleine criminaliteit, voor het vuil in het straatbeeld, voor de communicatie met de bewoners, voor de ongebreidelde bouwwoede. Tot daar het slechte nieuws. Het goede nieuws is dat deze stad niet alleen op de goede weg is, maar ook dat er vaart zit achter de inhaalbeweging. De openbare ruimte wordt nu behoorlijk ingrijpend heraangelegd, ten voordele van voetgangers en fietsers, en voor meer groen. Luchtkwaliteit is, dankzij de vele burgeracties, een topprioriteit geworden. Zonder dat daarbij de noodzakelijke investeringen voor het autoverkeer helemaal stopgezet worden, of wat had u gedacht van de 463 (!) miljoen euro die naar de renovatie van de Leopold II-tunnel gaat. Binnen de Brusselse regering is het besef ook stilaan doorgesijpeld dat de vele gigantische bouwplannen voor de komende jaren, van shoppingcentra tot congreszalen, vaak niet meer beantwoorden aan de noden van vandaag en van de bewoners. Of zoals bouwmeester Kristiaan Borret het stelt: “Wat we moeten doen, is wat bestaat op een slimme manier opnieuw inzetten en de stad zo een nieuwe adem geven.” Een maatschappij die, na corona, niet inzet op groei, maar op ‘regeneratie’, noemt hij het. Een wedergeboorte van deze stad dus. Nu, u zal de vele profeten die in de coronacrisis vooral een kans op een nieuwe maat-
schappij zien intussen wel beu gehoord zijn. Ik kan u dat allerminst kwalijk nemen, maar toch moet ik hier ook voor Brussel een lans breken. Op veel vlakken leiden we al de dans: qua creatieve scene kan Brussel zich meten met Berlijn, we zijn na Dubai de meest diverse stad ter wereld, onze culinaire scene vormt één ongeziene smaaktrip rond de wereld, en de vele lokale bars, brouwerijen en ontwerpers kruiden die fantastische smaakexplosie af met een unieke Brusselse touch. Op andere vlakken zal er wel nog een serieuze inhaalbeweging moeten volgen. Het beleid moet van het vuil in het straatbeeld een absolute topprioriteit maken – dat een overheidsbedrijf als Net Brussel bovendien wekenlang onze gesorteerde vuilniszakken op één hoop gooide, is ook in volle coronacrisis een schande. Ook de gigantische leegstand is schrijnend, zeker in een stad die getekend is door dakloosheid en waar de wachtlijst voor sociale woningen meer kandidaten telt dan er sociale woningen zijn. En er moet een échte sociale dialoog op gang komen met hele wijken aan Brusselse jongeren die door allerlei redenen de kansen die deze stad hun biedt niet kunnen grijpen en daardoor in een aanslepend conflict belanden met de ordediensten. Als aan die voorwaarden wordt voldaan, heeft deze stad écht het potentieel om een voorbeeldstad te worden in Europa. To lead by example, en dat na decennia van vooral achter de feiten aan te lopen. Als er iets positief is aan deze coronacrisis, is het wel dat ze de uitdagingen ook voor Brussel duidelijk zichtbaar heeft gemaakt. Maar ze heeft ons ook iets anders bevestigd: dat deze stad écht gemaakt wordt door haar inwoners. Het is vaak niet het beleid, maar de Brusselaar die deze stad op sleeptouw neemt. Van de kleine wijkcomités die de groene stukken in deze stad met hand en tand verdedigen, over de creatievelingen die staan te trappelen om de leegstand aan te pakken tot de lokale handelaar die de stad een duurzame smoel wil geven. Het zijn zij die deze stad verder in de goede richting zullen blijven duwen. Al wat zij nodig hebben, is een duwtje in de rug.
regionale-televisiekijkers per dag. Dank je wel! In tijden van social distancing dagelijks 1.500.000 kijkers bij elkaar brengen, daar staan we zelf van te kijken. Alle regiozenders zijn dankbaar voor jullie massale belangstelling van de afgelopen weken. Dag in, dag uit werken we hard om jou je regionieuws te brengen. Recht uit jouw regio, recht uit het hart. Zo creĂŤren we verbondenheid wanneer we elkaar het hardst nodig hebben. En dat zullen we blijven doen voor onze trouwe kijkers.
Blijf kijken. Dank je.
Genoeg geld voor dit appartement in Châtelain?
Check het op kbcbrussels.be/woonproject in 15 minuten of contacteer de experts van KBC Brussels Live op 02 303 31 60 van maandag tot vrijdag van 8u tot 22u en op zaterdag van 9u tot 17u. V.U. : KBC Group NV, Havenlaan 2, 1080 Brussel, BelgiĂŤ. BTW BE 0403.227.515, RPR Brussel.
2019-037-KBC BR-ImmoAnnonce Bruzz_215x290_NL.indd 1
5/05/20 16:44