#1567
Rubrieknaam
WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA VZW FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE
Draai me om NL
m 28 | 4 – 4 | 5 | 2 017
EN
#1567
UIT IN BRUSS
AFGIFTEKANTOOR ANTWERPEN X P303153
26 | 04 - 02 | 05 | 2017
Rubrieknaa
FR
L E V E N I N D E S TA D | N I E U W S | AC H T E R G R O N D & O P I N I E
EL | VO S SOR TI
ES À B RUXE
LLES | OUT A ND AB OUT
WEEKBLAD EEN UITGAVE VLAAMS-BR USSELSE MEDIA VAN FLAGEYPLEI VZW N 18 PLACE 1050 ELSENE FLAGEY / IXELLES AFGIFTEKAN TOOR ANTWERPEN X P303153
IN BRU SS
ELS
Brussels Film FestShort ival
ABEL & GOR DON | WIM MAAIKE NEU WILLAERT | NABIL BEN VILLE | MA TTHIEU DON YADIR CK | NIC OLAS GUIOT DAG VAN DE DANS CHOKRI BEN JOHAN SIMOCHIKHA NS OTON BOZAR NIGH T VINCENT SOLH EID
‘Ik ga mij moeien’ ZUHAL DEMIR GOES BRUSSELS
DE HOOGBOUW VAN DE CENTRALE LANEN Dwalen langs de steenpuisten van de stad
© SASKIA VANDERSTICHELE
LUCKAS VANDER TAELEN in het spoor van Mohamed Abrini
Bent u 65 of ouder?
HERNIEUW UW ABONNEMENT VAN THUIS UIT OP GOEASY.MIVB.BE, DA’S EASY!
Chou de Bruxelles
BRUZZ | VOORAF
Fotograaf Ivan Put trekt wekelijks door de stad voor een portret
JUSTINE, PARK VAN THURN & TAXIS
De Luxemburgse Justine (24) volgt een opleiding tot lesgever aan de circusschool. De zon scheen en voor de cursus Clown trokken ze naar het park van Thurn & Taxis. Als ze klaar is met haar opleiding wil ze terug naar Luxemburg om daar haar eigen circusschool te beginnen. Niet alleen voor kinderen, maar ook om ouderen op een leuke manier te laten bewegen.
3
Inhoud
COLOFON BRUZZ
Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65
FLITS
ABONNEMENTEN
Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80, Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393, BIC: BBRU BE BB van Vlaams Brusselse Media vzw. Buiten België 30 euro per jaar. OPLAGE 62.609 exemplaren.
KVS
07
16
Bezoekersrecord voor ploeg van Michael De Cock
DE VERHALEN 12
Zuhal Demir goes Brussels
16
De steenpuisten van het centrum
20
Luckas Vander Taelen
"Ik wil hier de moeial uithangen"
Parking 58, het Muntcentrum en de Brouckère Tower
ADVERTEREN?
Ineke Le Compte, Ute Otten: sales@bruzz.be, 02-650 10 63
"Het komt niet meer goed tussen Groen en Ecolo"
ALGEMENE DIRECTIE
Jo Mariens HOOFDREDACTIE
Klaus Van Isacker WEEKBLAD
BRUZZ | VOORAF
Steven Van Garsse (chef) CONCEPT
Piet De Loof, Pieter Claerhout, Rosalien Eggermont EINDREDACTIE
Karen De Becker ART DIRECTOR
Heleen Rodiers LAY-OUT
Ruth Plaizier KERNREDACTIE
Jean-Marie Binst, Gerd Hendrickx, Bettina Hubo, Kurt Snoekx, Sophie Soukias, Laurent Vermeersch, Danny Vileyn, Tom Zonderman MEDEWERKERS
Hilke Andries, Michaël Bellon, An Devroe, Wauter Mannaert, Tim Schoonjans, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Tom Van Bogaert, Thomas Verbeke, Jurgen Walschot FOTOGRAFEN
Bart Dewaele, Ivan Put, Saskia Vanderstichele DISTRIBUTIE Ute Otten VERANTWOORDELIJKE UITGEVER
Steven Van Garsse, Flageyplein 18, 1050 Elsene. Bruzz is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw, wordt gedrukt op de persen van Eco Print Center (De Persgroep) en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
12 RUBRIEKEN 03
Chou de Bruxelles
05
Edito
08
In beeld
24
Opinie
29
Michaël Bellon
33
Nick Trachet
34
Enfant Terrible
36
Big City
Edito
20
LOS VAN DE TIJD 26
Citroën-projectleider Yves Goldstein
"Cultuur kan jongeren respect voor anderen bijbrengen"
30
Mondialité in Villa Empain
32
Ondernemen
Pleidooi voor de tussenweg
Vegetarische slagerijen
26
E
r is een akkoord over de verkaveling van het Engelandplateau, een enorme lap groen in Ukkel. Vijftien jaar juridisch gehakketak gaat eraan vooraf. Dat twee grote bouwpromotoren er honderden woningen zullen bouwen en dat de buurt dat met lede ogen aanziet, is symptomatisch voor de dag van vandaag. Groen verdwijnt, woningen komen in de plaats. Het gaat in een rotvaart de laatste jaren in Brussel. Heembeek, Haren, Oudergem, de Vijfhoek, de negentiende-eeuwse gemeenten errond. Elke lege wat onbestemde plek - of het nu groengebied is, een ongebruikt kantoorgebouw, een spoorterrein of een industrieel pand - lijkt in een ijltempo een nieuwe invulling te krijgen als wooncomplex. Dat is voor nieuwkomers een fortuinlijke zaak: eindelijk kunnen ze (betaalbaar) in de stad wonen en hoeven ze geen uren meer in de file te staan naar het werk. Voor de buurtbewoners is het minder fijn. Een explosieve toename van het aantal bewoners leidt tot druk op de beschikbare openbare ruimte. Wie weet ontstaan er nu wel files in de eigen buurt. Het is een paradox waar weinig tegen in te brengen valt. Tenzij dit: steden met hoge bevolkingsdichtheid zijn ook steden die het best functioneren. Tenminste als alles goed vooraf bedacht is. En daar schort het soms in Brussel. Het gloednieuwe Gewestelijk Plan voor de Duurzame Ontwikkeling van Vervoort II zet
volop in op inbreiding. Nog meer densifiëren. Hoger bouwen. Kleiner wonen. Dat is een logische stap om de spectaculaire Brusselse bevolkingstoename op te vangen. Voor het welslagen van dat plan zijn drie randvoorwaarden cruciaal: de mobiliteit moet met gelijke tred meegaan. Dat wil zeggen meer openbaar vervoer, meer fietspaden en meer free floating. Om al die extra mensen snel en aangenaam van A naar B te vervoeren. Daarnaast moet er in gelijke mate groene ruimte bijkomen. Want elke studie naar het menselijk geluk zal het beamen: groen doet glimlachen. Groen geeft rust. Het is de stadslucht in de parken die pas écht vrijmaakt. Zeker voor wie klein woont. Er zijn verdienstelijke projecten die dat met de schaarse beperkte ruimte proberen: het Zennepark, het Koning Boudewijnpark of het Thurn en Taxispark zijn geslaagde voorbeelden. Hier en daar een pocketpark kan al veel doen. Maar het mag gerust wat meer zijn. En ten derde moet er een écht preventieen veiligheidsbeleid zijn. Want ook dat is waar: drukke en slecht georganiseerde steden geven aanleiding tot een verhoogde onveiligheid. Als Brussel verder aangroeit à rato van 100.000 elke zeven jaar zal de overheid op die randvoorwaarden moeten inzetten. Best nu, voor het te laat is.
BRUZZ | VOORAAN
Stadslucht
— STEVEN VAN GARSSE
5
Flits
Kleine Ring wordt hertekend voor Citroën
‘Plaza tussen IJzer en Sainctelette’
D
BRUZZ | VOORAAN
e ombouw van de Citroëngarage tot cultuurpool moet gepaard gaan met een hertekening van de publieke ruimte, inclusief autovrije Akenkaai en een heus plein op de Kleine Ring tussen IJzer en Sainctelette. Binnenkort lanceert het gewest niet alleen een prestigieuze architectuurwedstrijd voor de Citroëngarage, maar ook een ontwerpwedstrijd voor het stukje Kleine Ring dat ervoor ligt. “Ik bekijk met Brussel Mobiliteit en de stad Brussel of we de rijvakken aan één kant kunnen concentreren,” zegt projectleider Yves
“De bestaande middenberm wordt door niemand gebruikt, tenzij misschien honden” YVES GOLDSTEIN PROJECTLEIDER CITROËN
Goldstein. “Zo kunnen we een plaza, een groot plein, maken voor het museum dat ook de bestaande middenberm omvat. Die wordt vandaag door niemand gebruikt, tenzij misschien honden.” Ook de verbinding met metrostation IJzer moet beter. Openbaar vervoer is immers essentieel omdat het museum, als het van Goldstein afhangt, geen bezoekersparking zal hebben. Om de metro-ingang beter zichtbaar te maken, wordt overwogen om de stadsboerderij in het Maximiliaanpark een beetje op te schuiven. Tot slot zou ook de Akenkaai helemaal autovrij worden. “Behalve de toegang in de huidige showroom, komt er een tweede opening die uitgeeft op het kanaal,” aldus nog Goldstein. “Dat is belangrijk om te tonen dat we ons ook naar het westen van de stad richten.” Langs de Willebroekkaai zou een logistieke ingang komen voor zowel het nieuwe museum als het Kaaitheater. LV
© SASKIA VANDERSTICHELE
LEES ONS INTERVIEW met Yves Goldstein p 26-29
Door de bestaande rijvakken te concentreren aan één kant van de Kleine Ring komt voor het Citroëngebouw plaats voor een echt plein.
AB-directeur Dirk De Clippeleir wordt voorzitter
Darna van start in september Darna trekt als het ware in bij de AB.
© SASKIA VANDERSTICHELE
6
De vzw Darna, de opvolger van het opgedoekte Vlaams-Marokkaans huis Daarkom, gaat van start in september. De vzw heeft ondertussen een locatie, een raad van bestuur en werft binnenkort een coördinator aan. AB-directeur Dirk De Clippeleir is aangeduid als voorzitter. Niet onlogisch, want Darna trekt als het ware in bij de AB. De vzw heeft onderdak gekregen in de lokalen in Steenstraat, waar de AB vroeger haar ticketshop had. Andere bestuursleden zijn onder meer Peter Van Rompaey van Muziekpublique, stand-upcomedian Kamal Kharmach, advocaat Emmanuel Verraes en de Antwerpse kinderboekenschrijfster en De Roma-medewerkster Asma Ould Aissa. De vzw is momenteel op zoek naar een coördinator. In de lokalen in de Steenstraat kunnen wel kleine activiteiten georganiseerd worden, maar Darna zal vooral op verplaatsing - in Brussel én Vlaanderen - programmeren, bij voorkeur coproducties. De focus ligt op jongeren. Darna heeft een budget van 500.000 euro. De ene helft komt van de Vlaamse overheid, de andere van de Marokkaanse. HUB
School verbiedt trainingsbroek
KVS boekt bezoekersrecord De nieuwe KVS-ploeg kan met vertrouwen het volgende seizoen tegemoet zien. Tijdens het eerste seizoen onder de nieuwe artistieke directeur Michael De Cock haalde de schouwburg een recordaantal toeschouwers naar zijn voorstellingen. — MICHAËL BELLON
I
n totaal 46.868 bezoekers kwamen kijken naar één van de voorstellingen (eigen producties en gastproducties) die tijdens de jaargang 2016-2017 speelden in de grote en de kleine zaal van KVS. Dat zijn ongeveer tweeduizend verkochte tickets meer dan de seizoenen voordien. Bovendien blijken de tickets mooi verdeeld over de doelpublieken. 56 procent van de bezoekers waren Brusselaars, de rest kwam uit Vlaanderen en 3 procent uit Waals-Brabant. Vooral wat de leeftijd betreft is de gelijkmatige spreiding frappant, met telkens 13 procent in de categorieën tussen 26 en 30 en tussen 60 tot 70, en telkens 21 procent in de categorieën tussen 30 en 40, 40 en 50 en 50 en 60. De mooie opkomst heeft wellicht te maken met de nieuwsgierigheid van media en publiek naar het nieuwe project, maar ook met verschillende positieve recensies. Niet alleen voor evidente publiekstrekkers zoals Cold Blood van Jaco Van Dormael en Para van de ploeg van Missie, maar ook minder voor de hand liggende projecten als Malcolm X en de Odysseus-marathon. Daarnaast deden ook nieuwe namen zoals Sachli Gholamalizad en Valentijn Dhaenens het goed. 2017-2018 wordt dus het jaar van de bevesti-
ging. Daarin nieuwe producties als Onbezongen van Valentijn Dhaenens over politieke machtsdrang, de adaptatie - door de ploeg van Malcolm X - van Fikry El Azzouzi’s roman Drarrie in de nacht en Do you wanna play with, een stuk over jongeren en de (beeld)taal van de virtuele wereld van de Bergense belofte Sylvie Landuyt. Verder ook het stadsproject op locatie Mapping Brussels en het eerste stuk van choreograaf en Ultima Vez-danser Yassin Mrabtifi From Molenbeek with Love. Aan de makerskern van KVS worden behalve Landuyt ook de Britse Sukina Douglas, Pitcho Womba Konga, Yassin Mrabtifi, en streetartcollectief Farm Prod toegevoegd. De VUB wordt bij de werking betrokken, en tien jaar na de dood van Hugo Claus is er de herneming van Het leven en de werken van Leopold II en de première van Dernier lit, een Franstalige Clausbewerking van de Zwitsers-Belgische regisseur Christophe Sermet. Bij de vertrouwde namen onder meer Jaco Van Dormael, Peeping Tom en Lisbeth Gruwez. KVS viert trouwens ook zijn 130ste verjaardag, wat aanleiding geeft tot heel wat kortingen op de kaartjes die te koop zijn vanaf 25 april.
Het KAK, het atheneum van Koekelberg, stelt vast dat de leerlingen steeds vaker in trainingspak op school verschijnen. Dat vindt de directie niet kunnen en dus verbiedt ze alle trainingsbroeken, -pakken en -jasjes (en ook leggings en aanstootgevende kledij). In mei is er extra controle en wie er niet netjes bij loopt, wordt naar huis gestuurd. Met de maatregel wil de directie de leerlingen voorbereiden op de latere arbeidsmarkt. “Verzorgd op je werk verschijnen, is een basisvoorwaarde voor de meeste werkgevers,” zo luidt het. HUB
Intendant bestudeert viaduct BRUZZ | VOORAAN
Eerste seizoen onder Michael De Cock
Alexander D’Hooghe, in Vlaanderen bekend als overkappingsintendant voor de Antwerpse Ring, zal zich over de toekomst van het Herrmann-Debrouxviaduct buigen. Zijn bureau Organisation for Permanent Modernity is uitverkoren om het richtschema voor de invalsweg uit te werken. D’Hooghe begeleidde Antwerpse actiegroepen en bestuurders onlangs tot een historisch compromis in het Oosterweel-dossier. Zijn in Brussel en Boston gebaseerde bureau werkte eerder ook al het masterplan uit voor de slachthuissite in Anderlecht, met de Foodmet als eerste concrete realisatie. LV
Cos: stad zegt nee Voor artistiek directeur Michael De Cock wordt het seizoen 2017-2018 het jaar van de bevestiging.
© IVAN PUT
Het schepencollege van de stad Brussel houdt zijn poot stijf. De twee panden in de Dansaertstraat en op Nieuwe Graanmarkt mogen niet samengevoegd worden. De eigenaar had hiervoor opnieuw een bouwvergunning gevraagd, want hij wil verhuren aan winkelketen Cos. “Het merk Cos mag komen, maar dan in de bestaande ruimten,” zegt Brussels schepen Els Ampe (Open VLD). “We willen niet dat het DNA van de Dansaertwijk, met zijn kleine winkeltjes, wijzigt. Voor grote handelspanden is elders plaats, op de centrale lanen bijvoorbeeld of in de Nieuwstraat. HUB
7
8
BRUZZ | DE WEEK
In beeld
Kunstbeurs
© IVAN PUT
Dit weekend bezochten meer dan 25.000 bezoekers de 35ste editie van ‘Art Brussels’ in het Thurn & Taxis–gebouw. De beurs die in 1968 ontstond, is één van de oudste hedendaagse kunstbeurzen in Europa. De ontdekkingsbeurs heeft een duidelijke onderverdeling in de secties Discovery, Prime en Rediscovery. Die bieden een evenwichtig aanbod tussen aankomend talent, ondergewaardeerde artiesten en gevestigde waarden. Volgens Anne Vierstraete, directrice van Art Brussels, vormt de beurs een platform voor de verdere carrière van jonge opkomende talenten die nog geen internationale bekendheid genieten.
9
De week
Terugblik op het nieuws
March for Science
Strengere controles
Brussel kandideert
Zo’n 250 mensen nemen deel aan de Brusselse versie van de March for Science. De bijeenkomst moet duidelijk maken dat vanuit de onderbuik geformuleerde meningen het nooit halen van op wetenschappen gebaseerd onderzoek.
Mensen die in Molenbeek wonen of werken, moeten strengere veiligheidscontroles ondergaan als ze naar de VS reizen. Dat ondervond een medewerker van de jeugddienst onlangs aan den lijve. Burgemeester Schepmans bevestigt dat het geen alleenstaand geval is.
Brussel en Milaan zijn de topkandidaten om het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) te huisvesten. Aangezien het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie stapt, wordt er gezocht naar een nieuwe locatie. Zowel Vlaanderen als Brussel en Wallonië zijn kandidaat.
Langverwacht taxiplan belooft tabula rasa
BRUZZ | DE WEEK
‘Klant én chauffeur centraal’ Het nieuwe taxiplan rolt niet de rode loper uit voor Uber, maar belooft een grondige hervorming ten voordele van klanten en chauffeurs. Er volgt nog overleg met de sector over de concrete uitwerking van de voorstellen. — LAURENT VERMEERSCH
P
ascal Smet (SP.A) heeft zijn langverwachte taxiplan voorgesteld. De minister van Mobiliteit wil een nieuw, gelijk speelveld creëren voor de klassieke taxisector, de onlinebestelplatformen zoals Uber en de limousinediensten. Dezelfde regels dus voor iedereen die ritten aanbiedt. Meest opvallende verandering is dat de vergunning in de toekomst persoonlijk wordt, verbonden aan één chauffeur. Gedaan dus met het verhandelen van licenties. Het moet de sector een stuk transparanter en klantvriendelijker maken. Toen onlangs een koppel klappen kreeg van een taxibestuurder bleek het bijvoorbeeld moeilijk te achterhalen wie bij die rit aan het stuur zat. Dat Uber niet bij voorbaat wordt verboden, schiet bij een deel van de taxisector opnieuw in het verkeerde keelgat. Naar schatting honderd chauffeurs maakten ook hun ongenoegen kenbaar in het Brussels parlement. Maar het geroep over Uber is waarschijnlijk niet veel
10
De taxivergunning wordt in de toekomst persoonlijk, verbonden aan één chauffeur.
“Ik kan me inbeelden dat Uber minder blij is dan de taxisector” WIM FABER TAXI-EXPERT
meer dan een bliksemafleider. De broodnodige hervorming van de taxisector is immers ook voor de komst van het omstreden bestelplatform verschillende keren mislukt. Het probleem lijkt eerder dat enkele grotere exploitanten niet willen raken aan het bestaande licentiesysteem. Smet maakt zich sterk dat een stille meerderheid van de naar schatting drieduizend
© JAN VAN DER VEIRE
In het schooljaar 2015-2016 stuurden Nederlandstalige scholen in Brussel 233 leerlingen van school. Dat is meer dan een verdubbeling vergeleken met het jaar daarvoor. Brussel is hiermee koploper in Vlaanderen.
taxichauffeurs wel voor zijn plan te vinden is. De hervorming moet immers ook de positie van de chauffeur ten opzichte van taxibedrijven en telefooncentrales versterken. “Chauffeurs moeten de vrucht van hun arbeid kunnen plukken,” zegt Smet. “Het revolteert me dat chauffeurs tot 60 uur per week moeten werken en slechts 1.200 euro overhouden omdat ze heel wat moeten afdragen voor hun wagen en aan de telefooncentrale. In het nieuwe systeem kunnen chauffeurs zelf kiezen voor wie ze rijden en onder welk statuut. Ze kunnen ook voor verschillende platformen werken.” Overigens toonde ook Uber zich teleurgesteld in het plan. Het bestelplatform krijgt immers evenzeer een strikt kader opgelegd, inclusief een minimumtarief. Het plafond op het aantal chauffeurs wordt bovendien slechts een beetje verhoogd. Smet geeft toe dat het aantal toegelaten taxi’s ver onder het Europees gemiddelde blijft, maar wil de sector behoeden voor een al te grote schok. Niemand echt tevreden, dan is het misschien een goed plan? Taxi-expert Wim Faber is alvast voorzichtig positief. “Het plan is goed uitgebalanceerd,” klinkt het. “Ik kan me inbeelden dat Uber minder blij is dan de taxisector.” Het taxiplan is nog niet definitief. Smet wil de komende weken verder overleggen met de sector om eind mei met een uitgewerkt ordonnantievoorstel te komen. Belangrijk is alvast dat regeringspartij PS, die in het verleden vaak de traditionele taxisector verdedigde, een voorzichtig positief signaal gaf in het parlement. Marc-Jean Ghyssels verdedigde de principes van het plan tegen de kritiek van vooral de PVDA. Een van de belangrijkste aandachtspunten voor de socialisten is het bedrag dat het gewest zou betalen voor de verlopen licenties in de overgang naar het nieuwe systeem. Veel chauffeurs en exploitanten hebben meerdere tienduizenden euro’s betaald voor hun licentie(s). De overheid zou dat verlies nu voor een stuk moeten compenseren. Hoe en met welk geld dat zal gefinancierd worden, is nog niet helemaal duidelijk. Volgens Smet worden nog verschillende mechanismen bestudeerd en liet de regering zich adviseren door verschillende experts onder wie professor Philippe Van Parijs.
Meer bezoekers AB
300 Ukkelse woningen
De Ancienne Belgique (AB) ziet het aantal betalende bezoekers met 9 procent stijgen in 2016, ondanks de aanslagen in maart. Er kwamen een kwart miljoen betalende bezoekers over de vloer, verspreid over 300 events.
“Les Promenades d’Uccle”, zo zal de nieuwe woonwijk heten op het Engelandplateau in Ukkel. Na veertien jaar aan procedureslagen en heel wat vertraging, halen de ontwikkelaars nu toch hun slag thuis door onder meer grote groene zones terug te geven aan het gewest en de gemeente.
We zijn weeskinderen die nergens bij horen SAID BATARAY van de nieuwswebsite De Jonge Turken na het Erdogan-referendum. Hij pleit voor “acceptatie in plaats van integratie” van de allochtone gemeenschap in ons land. (deredactie.be)
BRUZZ | DE WEEK
233
Cartoon Wauter Mannaert
11
Spreektijd
Zuhal Demir goes Brussels
Kersvers staatssecretaris wil doortastender aanpak in de hoofdstad
12
‘Ik ga hier toch de moeial spelen’
BRUZZ | DE VERHALEN
“Je hebt in deze stad een doortastender aanpak nodig, politici die de koe bij de horens vatten. Ik hou van Brussel en wil niet dat hier een verloren generatie ontstaat. Daarom ga ik toch de moeial spelen.” Een gesprek met N-VA-staatssecretaris Zuhal Demir. — BETTINA HUBO, FOTO’S SASKIA VANDERSTICHELE
I
▲
ntens. Zo omschrijft de flamboyante Demir de eerste twee maanden van haar job als federaal staatssecretaris. Nu het tumult rond haar uitspraken over coalitiegenoot CD&V is weggeëbd, wil ze zich op haar inhoudelijke takenpakket storten. Demir is bevoegd voor armoedebestrijding en gelijke kansen, maar ook voor wetenschapsbeleid. Momenteel maakt ze een rondje langs de tien federale wetenschappelijke instellingen (FWI) die ze onder haar vleugels heeft. Zo trok ze afgelopen vrijdag naar het Museum voor Midden-Afrika in Tervuren, de enige FWI buiten Brussel, om de terugkeer bij te wonen van de opgezette olifant en giraf. De dieren waren drie jaar lang elders ondergebracht vanwege de grootscheepse renovatie van het museum. Voor andere FWI’s, het Jubelparkmuseum bijvoorbeeld of het Museum voor Schone Kunsten (KMSK), is zo’n totaalrenovatie nog altijd toekomstmuziek. De musea verkeren in een bedroevende staat, na jaren stiefmoederlijk
13
Zuhal Demir goes Brussels
Zuhal Demir ▲
te zijn behandeld. “Ik ben het met u eens. Soms is het om zich te schamen,” zegt Demir. “Maar ik kijk naar de toekomst. Er is een project om eerst alle daken te herstellen en vervolgens de musea volledig te renoveren. Hiervoor moeten masterplannen worden opgesteld. Als alles volgens schema verloopt, zullen de herstellingswerken aan de daken dit najaar beginnen. Dan zal ook de aanbesteding voor de masterplannen gegund kunnen worden. Ik weet het, ik heb niet veel tijd, maar ik hoop wel de staatssecretaris te zijn die het startschot geeft van de grondige renovatie.”
Uw voorgangster, Elke Sleurs, had een plan om de tien wetenschappelijke instellingen te verzelfstandigen door ze op te delen in twee nv’s van publiek recht, eentje voor de drie ruimte-instellingen in Ukkel, een voor de andere zeven. Dit plan botste op flinke kritiek van de instellingen. Hoe pakt u het aan? BRUZZ | DE VERHALEN
ZUHAL DEMIR: We willen van tien instellingen
naar vier entiteiten gaan. Hiervoor lijkt er wel een draagvlak te zijn. De drie Ukkelse instellingen samen, het Jubelparkmuseum, het KMSK en het Instituut voor het Kunstpatrimonium samen, de Koninklijke Bibliotheek en het Rijksarchief samen en tenslotte het Instituut voor Natuurwetenschappen en het Midden-Afrikamuseum samen. Ieder zal zijn identiteit behouden, maar synergieën zijn nodig. Het heeft geen zin om allemaal een eigen boekhouder te hebben.
Mevrouw Sleurs weigerde om de collectie moderne kunst van het KMSK af te staan aan het nieuwe museum dat het Brusselse gewest wil maken in de Citroëngarage. Het resultaat is dat die Belgische collectie opgeborgen blijft in de kelders, terwijl een Franse instelling, Pompidou, hier haar restverzameling kan valoriseren. Is dat goed bestuur? DEMIR: Ten eerste, ik wil wel stukken uitlenen,
maar een federale collectie zo maar opdelen, is een probleem. Dan komen straks ook Vlaanderen en Wallonië af. Bovendien is het een historische en moderne verzameling waar eenheid in zit, ze is vooral op België gericht en moet intact blijven. Dat het nieuwe museum nu in zee gaat met het Franse Pompidou is een beslissing van de Brusselse regering. In elk geval, zodra het Museum voor Schone Kunsten helemaal gerenoveerd is, zal de federale collectie moderne kunst daar getoond worden. En dat zal eerder zijn dan dat die Citroëngarage klaar is. Want dat is nog een autowerkplaats. Ze moeten van nul af beginnen.
U bent Limburgse, hebt lang in Antwerpen gewoond, maar hoe goed kent u Brussel? DEMIR: Ik denk wel dat ik Brussel ken. Na onze
studie kwam mijn allerbeste vriendin hier wonen, ik ging naar Antwerpen. Maar we
14
- geboren in 1980 - studeert rechten - advocate in Antwerpen - kamerlid voor N-VA vanaf 2010 - staatssecretaris sinds februari 2017
hadden een deal: het ene weekend gingen we op stap in Brussel, het andere in Antwerpen. We bezochten niet alleen cafés en restaurants, we deden ook culturele activiteiten of gingen op zoek naar originele winkeltjes. Nu ga ik nog regelmatig bij haar in Elsene langs, aperitieven in café Belga, joggen rond de vijvers, eten op het Sint-Bonifaasplein. Tegenwoordig heb ik wel wat minder tijd voor al die toffe dingen in Brussel.
Brussel is ook niet alleen maar tof. Er zijn heel wat problemen. Het groeiende aantal daklozen bijvoorbeeld. DEMIR: We leven in een welvaartsstaat met een
goed sociaal model. Elke dakloze, iemand dus die op straat moet slapen, is er een te veel. Maar de opvang van daklozen is in de eerste plaats een lokale en regionale aangelegenheid. Voor de winteropvang bieden wij wel tweedelijnshulp. Als de regionale centra vol zitten, springen wij bij. Hiervoor geven wij elk jaar ruim een miljoen euro aan Samusocial, die de opvang organiseert. Maar ik heb vastgesteld dat er deze winter vooral transmigranten in de centra zaten, mensen die al het bevel kregen om het grondgebied te verlaten. Het kan niet zijn dat de overheid opvang bekostigt voor mensen die hier niet horen te zijn, zij moeten uitgewezen worden. Daarom ga ik in gesprek met de regionale overheid. De winteropvang in Brussel moet beter georganiseerd worden. Als je het beperkt tot de echte doelgroep, zou je misschien ook meer kunnen doen dan loutere opvang.
De daklozen zijn het topje van de ijsberg. De armoede in Brussel is groot. Als staatssecretaris
“De complete renovatie van het KMSK zal eerder af zijn dan de verbouwing van de Citroëngarage. Dat is nu nog een autowerkplaats” ZUHAL DEMIR STAATSSECRETARIS
voor Armoedebestrijding hebt u een klein budget en vooral een coördinerende taak. Wat kunt u doen? DEMIR: In Brussel leeft een op de drie in
armoede. En het klopt, ik kan niet veel doen. Armoedebestrijding moet vooral gebeuren door gewest en gemeenten. Als burgemeester zit je er heel dicht op. Je ziet wat er gebeurt in je gemeente. Sint-Joost-ten-Node is de armste gemeente van heel België. Als net die gemeente beslist om zijn ambtenaren vier vijfde te laten werken voor een volledig loon, vind ik dat vreemd. Er zijn daar toch wel andere noden. Je hebt in Brussel een doortastender aanpak nodig, politici die de koe bij de horens vatten. En het is vijf voor twaalf. Ik hou van Brussel en wil niet dat hier een verloren generatie ontstaat. Daarom ga ik toch de moeial spelen, mijn bijnaam is nu eenmaal Zuhal Moeial. Ik wil in gesprek met de regio’s en de lokale bestuurders, en hen wijzen op goede voorbeelden elders.
Er bestaan natuurlijk verschillende politieke visies op armoedebestrijding. DEMIR: Inderdaad, volgens mij moet de focus in
Brussel liggen op werk en het versterken van het individu. In het parlement botste ik vaak op PS’ers die alleen maar aandrongen op een snellere verhoging van het leefloon. Ik wil de mensen zelfredzaam maken zodat ze geen leefloon nodig hebben. Natuurlijk heeft iedereen in zijn leven weleens pech en daarvoor is sociale bescherming nodig. Maar niet zoals het er vandaag de dag in sommige Brusselse gemeentes aan toe gaat. Dat is schrijnend.
Denkt u dat de burgemeesters hierover met u in gesprek willen? DEMIR: Ik zal het sowieso proberen. Er is ook de
verklaring van burgemeesters tegen kinderarmoede, die twee jaar geleden werd getekend, ook door Sint-Joost. Ik wil weten wat daarmee gebeurd is. Voorts zal ik proefprojecten lanceren, ook in Brussel, een brugfiguur in de scholen bijvoorbeeld, die meteen situaties van kansarmoede detecteert.
De armoede piekt vooral bij de migrantengezinnen. Voor mensen met een migratieachtergrond is het nog altijd moeilijker om een plek op de arbeidsmarkt en in de maatschappij te veroveren, ook vanwege discriminatie. DEMIR: Discriminatie maakt heel veel kapot. In
Molenbeek voelen veel jongeren zich niet verbonden, omdat ze toch altijd als vreemdeling bekeken worden. Ik vind dat heel hard. Je bent tweede of derde generatie, je bent hier geboren, en toch kleeft het etiket vreemdeling aan je. Daar wil ik van af. Het zijn ónze jongeren. Die boodschap wil ik als staatssecretaris geven. Jongeren hebben daar nood aan. Ik vond het als zestienjarig ook vervelend als mensen me aldoor vroegen: waar kom jij vandaan?
U hebt Turks-Koerdische roots. Hebt u nog steeds de Turkse nationaliteit? DEMIR: Ja, je raakt er ook bijna niet van af. Ik
heb een raadsman in de arm genomen om hiervoor het nodige te doen. Intussen doe ik alles als Belg en zou ik willen dat men mij en anderen van de tweede of derde generatie bekijkt als iemand van hier.
ZUHAL DEMIR STAATSSECRETARIS
Dat is natuurlijk lastiger als mensen zich met de politiek van hun land van oorsprong inlaten. Een heleboel Belgische Turken nam deel aan het Turkse referendum en steunde Erdogan.
DEMIR: Dat baart me grote zorgen. In het verleden hebben we toch een aantal steken laten vallen. Als je Amerikaans staatsburger wilt worden, gaat daar een heel proces aan vooraf. Je moet echt de waarden en normen overnemen. De dag zelf is er een ceremonie. Dan ben je een van hen. Hier is er lange tijd een houding geweest van: we laten ze doen. Door die fout van het verleden zitten we nu met een wij-zij-samenleving. Iedereen heeft de mond vol van multiculturaliteit, ook in de culturele sector. Maar als ik naar een museum ga, zie ik heel weinig mensen met een andere kleur. We leven steeds meer in gescheiden werelden.
Komaan, inwoners van Jette, Ganshoren en Sint-Agatha-Berchem Tonen jullie Vlaanderen dat jullie geen kasplantjes zijn?
Zin om samen met de rest van Vlaanderen een vuist te maken tegen kanker? Verkoop dan mee azalea's tijdens het Plantjesweekend voor Kom op tegen Kanker op 15, 16 & 17 september 2017. Meld je aan op plantjesweekend.be Alvast bedankt! plantjesweekend.be #plantjesweekend
Trouwe partners
BRUZZ | DE VERHALEN
“Je bent tweede of derde generatie, hier geboren en toch blijf je vreemdeling. Dat is hard”
Reportage
Dwalen langs drie torens uit de jaren zestig
BRUZZ | DE VERHALEN
De steenpuisten van het centrum Parking 58, het Muntcentrum en de Brouckère Tower. Drie radicale ingrepen in het centrum, die tot vandaag de geesten splijten. Wij dwaalden door de buurt, klommen op de daken en groeven in het verleden. — KRIS HENDRICKX, FOTO’S BART DEWAELE
MUNTCENTRUM Afgewerkt 1971 Hoogte 63 meter Verdiepingen 15
V
orige maand bleek dat de Brouckère Tower aan het gelijknamige plein een grondige renovatie krijgt. Op de Bruzz-redactie ontbrandde meteen een kleine meningsoorlog over de twee kantoorkolossen aan De Brouckère. Eén collega foeterde dat ze “die steenpuisten van Brussel moesten afbreken”. Een andere redacteur keek hem daarbij verbijsterd aan. Er volgden opinieartikels voor en tegen afbraak. De leescijfers op de site piekten. Om maar te zeggen: een halve eeuw na de bouw blijven de twee mastodonten aan het De Brouckèreplein de gemoederen beroeren. Reden genoeg om ter plaatse te kijken naar wat die drie bouwsels – we nemen er Parking 58 ook bij – nu eigenlijk doen met de stad.
UNE FILLE SÉRIEUSE Onze reis begint op het trottoir voor Parking 58, met uitzicht op de gitzwarte U van de Brouckère Tower, die veel mensen nog kennen als de Philipstoren. We ontmoeten er Pierre (*). De man - baseballpetje, buikje en plastic boodschappentas - is werknemer van Interparking, de Brusselse parkinggigant die onder meer Parking 58 uitbaat. Pierre heeft een wat aparte relatie met die Brouckère Tower, blijkt. “Mijn vader ontmoette mijn Spaanse moeder
16
voor het eerst in een bar die op die plek stond, zo’n typisch Brussels café waar ook werd gedanst. Hij zag er hoe iemand zijn hand op haar derrière legde en vervolgens een formidabele klap kreeg. Dat trok hem wel aan. Enfin une fille sérieuse. En dan dat Spaanse accent nog. Van het een kwam het ander (wijst breed grijnzend naar zichzelf). Die eerste ontmoeting moet in 1966 geweest zijn, nét voor de sloop van de oude huizenblokken. Hadden ze die toren een jaar eerder gebouwd, ik stond hier niet.” De tortelduifjes van toen vertelden Pierre later ook over het protest tegen de afbraak. Over actievoerders die voor de bulldozers gingen liggen om de sloop te verhinderen. Tevergeefs. Voor de Brouckère Tower gingen twee intacte huizenblokken tegen de grond, voor het Muntcentrum nog eens een. Ook huizen die architectuurprijzen wonnen bij de aanleg van de lanen gingen onverbiddelijk voor de bijl. In de plaats verrezen twee kantoortorens die helemaal pasten in de geest van jaren 1960: massief, 63 meter hoog en met een forse sokkel die 13 meter boven de Anspachlaan reikt. Op die hoogte moest ooit een voetgangersesplanade komen die de twee zwarte tweelingbroers verbond. Drie niveaus onder de grond én het gelijkvloers zouden als parking dienen. De
Architecten Groupe Structures/Jacques Cuisinier/André & Jean Polak Toekomstproject de hele sokkel wordt op dit moment vernieuwd, met 20 nieuwe winkelruimten en alle winkelingangen aan de buitenzijde.
ruimte tussen de twee gevels, die was voor het autoverkeer op een soort stadssnelweg. De oude plannen die we vonden tonen een Anspachlaan met drie rijstroken in elke richting. De twee gebouwen zijn daarmee een echo van het Manhattanplan in de Noordwijk, waar liefst vijftig hectare stadswijken moest wijken voor kantoortorens en gescheiden verkeersstromen. “Tussen die Noordwijk en De Brouckère moesten trouwens gelijkaardige gebouwen
PARKING 58 Afgewerkt 1957, uitgebreid 1964 Hoogte circa 30 meter Verdiepingen 10 Architect Pierre D’Haveloose
Toekomstproject het huidige gebouw wordt gesloopt. In de plaats komt een kantoorgebouw van gelijkaardige omvang met 850 parkeerplaatsen (250 meer dan vandaag). De stad Brussel centraliseert er haar administratie. Het dak zou op een of andere manier publiek toegankelijk worden. De doorgang wordt semiprivé en gaat ’s avonds dicht.
Drie bouwsels tekenen het beeld van Brussel
BROUCKÈRE TOWER Afgewerkt 1969 Hoogte 63 meter Verdiepingen 18 Architect Groupe Structures Toekomstproject zware renovatie met winkels in de sokkel, een lichte gevel en een toegankelijk sokkel- én bovendak. De straatruimte achter de toren wordt hertekend tot stadsplein.
National gebeurde dat wél en dus heb je paradoxaal genoeg geen oude huizen meer aan die zijde.” Die befaamde voetgangersesplanades kwamen er nooit. Niet in de Noordwijk en al helemaal niet aan De Brouckère. Te duur in tijden van oliecrisis. De modernistische link tussen de Noordwijk en het centrum kwam er evenmin. En dus staan de twee mastodonten daar wat potsierlijk groot te wezen, op een boogscheut van de Grote Markt.
▲
komen, langs een stadssnelweg die tot De Brouckère liep,” zegt Joris Sleebus, oprichter van en gids bij Brukselbinnenstebuiten. “Op de huidige Jacqmainlaan heb je daar nog sporen van: aan de westzijde zijn er nog veel oude huizen bewaard. Het klinkt vreemd, maar dat komt doordat die zijde mogelijk onder de sloophamer moest voor een snelweg op een bredere Jacqmainlaan. Er werd daar niet geïnvesteerd in schaalvergroting, afbraak en nieuwbouw. Aan de zijde van het Théâtre
17
Dwalen langs drie torens uit de jaren zestig
▲
BRUZZ | DE VERHALEN
Wie er vandaag voor staat, vraagt zich weleens af hoe iemand ooit kon beslissen om zulke volumes in het centrum van de stad neer te ploffen en er wijken voor op te offeren. Sleebus ziet het zo: “De beslissers uit de jaren zestig zijn opgegroeid in de oorlog en de crisisjaren daarvoor. Met het verleden associeerden ze vooral rampspoed en dat gold dus ook voor de oude stad. Hun blik was naar voren gericht. Al het goede moest uit de vooruitgang voortkomen.” Toch bestonden ook voor die oorlog al plannen voor radicale ingrepen. Architect Stanislas Jasinski droomde al in 1929 van centrale lanen met kantoortoren met dertig verdiepingen (zie kader), bijna dubbel zo hoog als onze steenpuistjes. De ingreep in de oude stad moest in Jasinski’s woorden “het levend [stads] organisme ontlasten van zijn afval”. Afval, jawel.
“Een lelijke toren ja, maar ik ben eraan gewend geraakt. Mijn vrouw zou dat ook over mij kunnen zeggen” PIERRE WERKNEMER VAN INTERPARKING
Lakensestraat. Het is hier dat je de impact van het gebouw op de stad misschien nog het best voelt. Samen met de eindeloos lange Parking 58 vormt de kantoortoren hier een echte muur. Gezellig kan je de straat hier niet noemen. Aan die achterzijde van onze toren bevindt zich zonnecentrum ‘Exotic Sun’. Voor de vitrine zijn enkele gebruinde daklozen in de weer met dekens, karton en een fles. Het overhangende dak van de torensokkel en de relatieve rust van
HET MYSTERIE VAN DE VOETGANGERSTUNNEL Het voetgangersniveau tussen de Brouckère Tower en het Muntcentrum mag dan nooit afgewerkt zijn, toch blijkt er een verbinding te bestaan tussen de twee torens. Weinigen weten het, maar er ligt een nooit gebruikte voetgangerstunnel tussen de tweelinggebouwen. Dat horen we van Christian (63), de receptionist die al zeventien jaar op post is aan de balie van de Brouckère Tower. Het kantoorgebouw kent hij als zijn broekzak. Of we die tunnel eens kunnen zien? Dat kan. Gewapend met een zaklamp en een sleutel gidst Christian ons naar niveau -3 van de parking onder het gebouw. Achter een hardnekkig klemmende deur – “De vorige keer was vier jaar geleden,” verontschuldigt Christian zich - ligt een stoffige gang, die daadwerkelijk naar een tunnel leidt. Geen kleine noodverbinding, maar een royale doorgang van een viertal meter breed. Onafgewerkt en met een laagje water op de bodem. We bevinden ons dan ook op het diepst van de Zennevallei. Ooit stroomde de rivier pal door het huidige perceel van de Brouckère Tower. Boven onze hoofden horen en voelen we de trams op de premetrolijn. De bestemming van de tunnel, die aan de zijde van het Muntgebouw dichtgemetseld is, blijft vandaag onzeker. Was het de alternatieve route toen bleek dat de luchtverbinding er nooit zou komen? Mogelijk, zeggen de experts. Oude plannen die we inzagen vermelden eerder een verbinding met het postcomplex en de metrotunnels.
EXOTIC SUN Weer buiten trekken we naar de achterkant van de Brouckère Tower, aan de zijde van de
18
xxxxxx
de achterkant trekken hier al jaren een publiek van sans-abris aan. Uitbaatster Nadine geeft ze soms koffie, als ze sympathiek zijn tenminste. “Een vriendelijke Joegoslaaf hebben we zelfs aan een woning geholpen.” Over haar huidige gasten is ze minder te spreken. “Te veel drank.” De toren werpt hier letterlijk een schaduw op de stad. De Lakensestraat ligt er op deze plek murw geslagen bij, met onderkomen cafés, grauwe huizen en een erg rommelige straatinrichting: hier een keerlus voor de bus, daar een parkinguitgang, daarachter een idyllisch maar lachwekkend klein tuintje, dat in het niets verdwijnt bij de kantoortoren. Die muur in de stad is een probleem, vindt Brussels bouwmeester Kristiaan Borret. Hij wil de openbare ruimte achter het gebouw omvormen tot een plein. Dat moet een natuurlijke link leggen tussen twee wijken. Aan de ene zijde de hippe buurt rond Sint-Katelijne
Jasinski-project uit 1929-1930
De centrale hallen, voorloper van Parking 58, met de doorgang ter hoogte van de Melsensstraat.
Concierge Christian voor de tunnel van de Anspachlaan.
Boqueria voor Brussel, naar Parijs model, en verbond wél twee wijken. Niet via een pietepeuterig doorsteekje, maar met een monumentale doorgang. In de loop van haar bestaan was de constructie naast markthal ook spektakelzaal voor 2.000 toeschouwers, mondaine ijspiste en zelfs hondenrenbaan. Tot in de jaren 1950 de sloophamer kwam.
POEDELNAAKT Toch is het niet al kommer en kwel aan Parking 58. Wie de naam vandaag gebruikt, spreekt vaker over het dak dan over de gevel van het gebouw. Het dakniveau van de parking staat al jaren bekend als alternatief uitkijkplatform over de stad. Tegelijk is het een plek waar je de radicale sloopzucht uit de jaren 1960 aan den lijve beleeft. Parking 58 is Brussel. In principe zal ook het dak van de opvolger toegankelijk zijn voor het publiek. Hoe openbaar die toegang tot het dak in de toekomst zal worden, valt nog te bezien, zegt architect Marcel Rijdams, die het dossier op de voet volgt. “Dat argument van die toeganke-
lijkheid wordt nu een beetje gebruikt om het nieuwe project erdoor te krijgen.” Als Parking 58 vandaag zo’n uitstraling heeft, is het ook omdat de toegang vandaag tamelijk onbeperkt is. Het maakt van de plek onder meer een geliefde locatie voor feestjes en afspraakjes. Pierre van Interparking, die toezicht houdt op het gebouw, kan daarover meespreken. “Zoals die keer dat één van die auto’s vanzelf leek te bewegen. In de wagen ging een poedelnaakt koppel ongestoord zijn gang. Op klaarlichte dag en met best wel wat mensen op het dak! Ze woonden allebei bij hun ouders en daar kon het niet, zei de man. En dat 2 euro voor een parkeerticket goedkoper was dan een kamer, zei die vlegel er nog bij.” Een uitgesproken mening over de steenpuisten van het centrum heeft Pierre vandaag nog altijd niet. Hij werpt nog eens een blik op de Brouckère Tower. “Hij is lelijk ja, maar ik ben eraan gewend geraakt. Mijn vrouw zou dat ook over mij kunnen zeggen.” (*) Pierre is een schuilnaam.
BRUZZ | DE VERHALEN
die goed boert. Aan de andere zijde de voetgangerszone, die er nog lang niet uit lijkt welk soort wijk ze wil zijn. De torensokkel krijgt daarbij een winkelinvulling. Of een beetje heraanleg zal volstaan, is nog maar de vraag. Want buur- en muurgebouw Parking 58 mag dan tegen de grond gaan, het gebouw dat in de plaats komt, zal de stad nog meer dan nu doormidden snijden. Op de plaats van de doorgang door het gebouw komt nu een privépassage, overdag toegankelijk en ’s avonds dicht. De aanblik van Parking 58 op straatniveau moet een van de meest trieste stadsgezichten zijn die Brussel te bieden heeft. Alsof dat nog niet volstaat, bestaan er ook beelden van het gebouw dat moest wijken voor het parkeer- en kantoorcomplex: de centrale hallen. De sierlijke smeedijzeren constructie werd in de 19de eeuw gebouwd als markthal. Het was een soort
De kolossen van de Anspachlaan kwamen niet helemaal uit het niets. In 1929 droomde architect Stanislas Jasinski al van 30 verdiepingen tellende kantoortorens langs de Anspachlaan. De mosterd haalde hij bij Le Corbusier. Let op het Beursgebouw helemaal links in beeld. De gebouwen moesten de Belgische ministeries centraliseren. De afbraak van oude wijken zou “het levend [stads]organisme ontlasten van zijn afval”.
Interview
Luckas Vandertaelen brengt monoloog over de aanslagen
Ex-politicus wil geen rechts etiket
BRUZZ | DE VERHALEN
‘Het komt niet meer goed tussen Groen en Ecolo’ Luckas Vander Taelen kiest voor het podium, met Lavvi Ebbel in het RITCS-café, en in Aalst kruipt hij in de huid van ‘de man met het hoedje’. — FILIP VAN DER ELST EN DANNY VILEYN, FOTO’S BART DEWAELE
20
LAVVI EBBEL 3/5, 21 uur, benefietconcert in het RITCS-café, Dansaertstraat 70, Brussel.
De voorstelling is in het Aalsters. Aujgentlek est ammo zu eirg ni! is de titel en dat is gewoon de Aalsterse versie van ‘Eigenlijk is het nog zo erg niet’. Vanwaar komt uw passie voor dat dialect? Luckas Vander Taelen: Ik heb al wel vaker in het
Aalsters opgetreden, Aalst is immers de stad waar ik opgegroeid ben, en het Aalsters dialect ben ik altijd blijven spreken. Aalst wordt voornamelijk geassocieerd met carnaval, en ik moet zowat de enige zijn die iets anders doet met het Aalsters.
Je krijgt de man wel uit Aalst, maar Aalst niet uit de man? Vander Taelen: Zoiets ja. Ik blijf een echte
Aalstenaar: op mijn achttiende moest ik er een paar jaar weg, want het werd me er te klein, in Brussel met zijn nachtleven voelde ik me als een vis in het water, maar sinds mijn dertigste kom ik er weer vaker. Ik spreek het dialect nog altijd vrij goed, en tijdens het repeteren zijn er zelfs uitdrukkingen naar boven gekomen die ik al vergeten was.
Een voorstelling over zo’n gevoelig thema als de aanslagen van 22 maart door een scherp iemand als Luckas Vander Taelen – er zijn er die hun adem inhouden. Vander Taelen: Dat zal wel meevallen. De
Waar was u op 22 maart? Vander Taelen: Ik had pas heel laat door wat er
gebeurde. Ik zat die ochtend bij de kapper: daar stond de tv wel op, maar de klank stond zachtjes en ik had mijn bril moeten afzetten. Mijn kapper zei wel: ‘Tiens, il se passe quelque chose à Zaventem’, maar er ging geen belletje rinkelen. Ik moest die dag lesgeven. Toen ik in het leslokaal aankwam, zaten mijn studenten naar de televisie te staren, en pas toen begreep ik wat er gebeurd was. Ook dat zeer persoonlijke verwerk ik, met een beetje fantasie doorspekt, in de voorstelling.
Is het niet moeilijk om zo te balanceren op de slappe koord tussen fictie en realiteit? Vander Taelen: Zeker, maar ik vind het net heel
plezierig om daarmee te spelen, om er plots elementen in te steken die je niet verwacht. Die drie mannen zijn hun koffers aan het klaarmaken, bereiden zich mentaal voor op de aanslag die ze willen plegen, en plots komt er een vogeltje naar Abrini toegevlogen. ‘Abrini, wakker worden,’ roept het vogeltje. Totaal absurd natuurlijk, maar ik hou wel van dat dubbele niveau. Belangrijke dingen moet je heel serieus vertellen, maar ik kan dat niet zonder er een laagje humor in te steken.
Luckas Vander Taelen, de ex-politicus die weleens scherp uit de hoek komt over de islam, komt spreken over de aanslagen van 22 maart. Er zullen vast mensen in de zaal zitten die een beenharde kritiek op de islam verwachten. Worden zij ontgoocheld ? Vander Taelen: Ja, ik erger
me er soms aan dat je zo snel geframed wordt. Men geeft mij nu het label ‘islamcriticus’, maar zo raken we niet vooruit. Met deze voorstelling zal men me opnieuw in een hokje duwen. Ik val gewoon uit tegen de stupiditeit in de godsdiensten. In de
“Die linkse obsessie waarbij het proletariaat vervangen is door de allochtone medemens, ik heb dat nooit goed begrepen” LUCKAS VANDER TAELEN COLUMNIST
▲
monoloog focust vooral op de figuur van Mohamed Abrini, ‘de man met het hoedje’. Ik heb veel over hem gelezen, en ben me beginnen af te vragen waarom hij zich niet heeft opgeblazen. Hij stond met een koffer vol bommen op Zaventem, maar is naar buiten gegaan, heeft heel de Leuvensesteenweg afgewandeld, zijn jas weggegooid en zijn hoedje verkocht. Waarom heeft hij het niet gedaan? Dat is de vraag die ik tijdens de monoloog stel. Een deel van de verklaring ligt bij zijn ex-vriendin, die hij heeft laten zitten toen hij radicaliseerde. Na de aanslagen heeft hij haar opgebeld en hebben ze kort met elkaar gesproken, maar zij wou hem niet zien, ze vond dat hij zich moest aangeven bij de politie. Abrini is iemand die verscheurd wordt door zijn radicalisme aan de ene kant, en zijn verliefdheid aan de andere kant. Voor alle duidelijkheid: ik idealiseer hem niet. Het is natuurlijk een erg gevoelige voorstelling:
ik ken de namen van alle zestien slachtoffers op Brussels Airport uit mijn hoofd. Ik zie hun gezichten voor mij en ik citeer hun namen in de voorstelling. Dat is enorm confronterend, ik kan dat niet zonder emotie brengen. Aanvankelijk had de voorstelling min of meer een happy end. Hij vond zijn liefde weliswaar niet terug, maar maakte toch een soort loutering door. Maar dat was niet passend: ik ben ontzettend kwaad op Abrini, ik vind hem een volslagen idioot, hij is tenslotte mede verantwoordelijk voor die zestien mensen die de dood ingejaagd zijn. Een dergelijk iemand verdient geen einde waarbij het toch nog goed komt.
BRUZZ | DE VERHALEN
A
ls voormalig Groen-politicus staat filmdocent, columnist en filmmaker Luckas Vander Taelen ook bekend als luis in de pels van groene partijen. Maar tegenwoordig is hij teruggekeerd naar zijn eerste liefde: het podium. Met de newwavegroep Lavvi Ebbel en met een monoloog waarin hij de twijfelaar Mohamed Abrini ten tonele voert, de man met het hoedje die naar Zaventem trok om zichzelf op te blazen, maar onverrichter zake de luchthaven verliet. Of hoe de actualiteit Vander Taelen nooit helemaal lijkt los te laten.
21
Luckas Vander Taelen brengt monoloog over de aanslagen
BRUZZ | DE VERHALEN
▲
voorstelling vergelijk ik de Koran trouwens met wat ik mijn ‘heilig boek’ noem: de strip De dolle musketiers van Suske & Wiske. Uiteindelijk is het Jerommeke die Abrini in mijn voorstelling arresteert. Dat rechtse etiket bevalt me niet. Ik heb het er ook helemaal niet moeilijk mee dat mensen een ander geloof aanhangen. Ik heb niets tegen moslims, ik heb niets tegen multiculturaliteit, ik heb alleen een probleem met de uitwassen van de godsdienst. In de jaren zeventig heb ik de ontkerkelijking van Vlaanderen meegemaakt, ik weet wat de Kerk heeft uitgestoken, en ik zie niet veel positiefs aan het instituut ‘Kerk’. Geloof is voor mij een pure privéaangelegenheid. En nu zie ik dat het geloof zich meer en meer mengt in het maatschappelijk debat, wetten naast zich neerlegt en verregaande normen probeert op te dringen. Maar dat maakt mij helemaal geen islamofoob of racist. Die linkse obsessie waarbij het proletariaat vervangen is door de allochtone medemens, ik heb dat nooit goed begrepen. Men wil die mensen voorstellen als één homogene groep, en ik vind dat zeer gevaarlijk. Niet alle Vlamingen zijn katholiek, niet alle Turken zijn aanhangers van Erdogan.
Is er sinds uw beruchte column in De Standaard in 2009, waarin u sprak over ‘de getto’s van Brussel’, veel veranderd in de politiek? Vander Taelen: Wel, ik vind dat mijn voormalige
partij Groen zich goed heeft opgesteld in de commotie rond het boek van Annalisa Gadaleta (schepen in Molenbeek die bakken kritiek kreeg na een boek over Molenbeek, red.). Groen heeft daar toch wel maturiteit getoond, en staat veel verder dan Ecolo. De partij heeft Gadaleta echt gesteund, omdat men wel weet dat Annalisa een zeer gedreven vrouw is die het goed meent.
“Franstaligen hebben een zeer ongenuanceerd beeld over Vlamingen” LUCKAS VANDER TAELEN COLUMNIST
Vooral sinds Meyrem Almaci voorzitter is van Groen gaat het beter met de partij: zij luistert als Antwerpse ook goed naar de Brusselaars. Ecolo daarentegen, reageert maar al te vaak vrij hysterisch. Kijk maar naar wat er gebeurd is met Marie Nagy (die de functie als fractieleidster voor Ecolo in Brussel-Stad moest afgeven nadat ze zich kritisch had uitgelaten over de ‘terugkeer van religie’ binnen haar partij, red.). Dat vind ik echt onwaarschijnlijk. Nagy heeft gewoon gezegd wat ze meende, vanuit een laïeke overtuiging. Wat haar partijgenote Zoubida Jellab had gezegd, ging dan ook zeer ver: dat neutraliteit gebruikt werd als middel om moslims te discrimineren. Pardon? Maar binnen Ecolo kon daar zelfs geen debat over plaatsvinden. Ze zijn Nagy nu aan het diaboliseren, en dat doet wel een belletje rinkelen: bij mij is het ook zo gebeurd. Hier in Vorst heeft Ecolo me quasi buitengeschopt.
Ook toen werd u meteen gebrandmerkt als racist. Vander Taelen: Je moet weten, ik ken de Fransta-
lige wereld al zeer lang, mijn vrouw is Franstalig, mijn schoonfamilie is Franstalig. Het beeld dat Franstaligen hebben over Vlamingen is nog altijd zeer ongenuanceerd. Er is wel een zekere bewondering, dat zie je bijvoorbeeld aan het succes van het Nederlandstalige onderwijs,
Luckas Vander Taelen: “Ik heb niets tegen multiculturaliteit, ik heb alleen een probleem met de uitwassen van de godsdienst.”..””
maar toch: zo wordt de N-VA nog altijd voorgesteld als een extreemrechtse partij. Veel Franstaligen stellen die partij gelijk met het Vlaams Belang. Ik ben zeker geen N-VA’er, maar de werkelijkheid is toch iets genuanceerder.
Komt dat misschien omdat er gewoon geen rechtse pendant is in Franstalig België? Er is geen Waalse N-VA, en al helemaal geen Waals Belang. Vander Taelen: Dat blijft zeer merkwaardig.
Volgens mij komt het omdat de PS het Waalse politieke landschap in enorme mate heeft gedomineerd, en zelfs een beetje platgelegd. Ze hebben alles zo gestructureerd, onder meer via de intercommunales, dat iedereen bediend werd. Dankzij dat cliëntelisme, dat in Vlaanderen niet mogelijk was, had niemand te klagen. De PS is een etatistische partij, veel meer dan gelijk welke partij in Vlaanderen. Lage werkloosheid en hoge uitkeringen leiden tot veel minder onvrede, maar nu is die onvrede er wel, en die manifesteert zich bij de PTB, die de PS voorbijsteekt. Al die Walen zijn niet plots extreemlinks geworden, dat is gewoon een proteststem.
Terug naar Groen en Ecolo. Kunnen die twee partijen volgens u nog samen naar de kiezer in Molenbeek? Vander Taelen: Ik heb er sterke twijfels bij. Het
heeft bij de zaak-Gadaleta al niet veel gescheeld om tot een breuk te komen. Ik zie niet hoe Gadaleta en Sarah Turine (Ecolo in Molenbeek, red.) nog samen op één lijst kunnen staan. Turine heeft vreselijke dingen gezegd over Annalisa. Mede omdat ze opgejaagd wordt door de PS en de PTB, terwijl ze aanvankelijk trouwens positief stond tegenover dat boek. Dat bewijst dat ze zelf geen echte overtuiging heeft. Ze heeft zich laten overtuigen door de Zoë Genots van deze wereld, die zo radicaal zijn dat ze beter bij de PTB zouden zitten. Volgens mij komt het misschien niet meer goed, en ik vind dat zelfs niet zo erg. Je kunt toch niet blijven doen alsof er geen meningsverschillen zijn? Na de discussie rond Gadaleta heb ik met een paar mensen binnen de partij gesproken, en die vertelden me toch dat het hen zeer hoog zat.
Hebt u nog contacten binnen Groen? Vander Taelen: Nauwelijks. Eenmaal je uit een
partij stapt, vind ik dat je je er buiten moet houden. Je hebt mensen die kunnen uitpakken met een goed gevuld telefoonboekje, maar ik ben niet zo iemand. Ik heb die periode wel afgesloten. Ik heb lang een politiek mandaat gehad, maar ik weet nog altijd niet of me dat nu echt ligt. Wat kan je doen met zo’n mandaat? Ik ambieer het alleszins niet meer. Ik heb vijf jaar in het Vlaams parlement gezeten, en ik heb me vaak afgevraagd wat ik er zat te doen. Er zijn te
22
sterke
ONDERNEEMSTERS
in BXL
veel parlementsleden, er is niet genoeg werk voor iedereen. En vooral: als oppositielid was dat enorm frustrerend. Ik mocht voorstellen wat ik wou, het werd toch weggestemd. Elke keer opnieuw. Er bestaat in België geen cultuur van een onafhankelijk parlement. De meerderheid luistert nooit naar de oppositie.
Vander Taelen: Ik stelde ooit aan toenmalig
minister van Mobiliteit Hilde Crevits (CD&V) voor om op alternatieve fietsroutes langs Lennik betere bewegwijzering naar Brussel aan te brengen. Moeilijk was dat niet, en het kostte bijna niets. Bovendien was het goed voor de verkeersveiligheid, want langs de Ninoofsesteenweg vielen zeer vaak dodelijke ongevallen. Dat was nu eens iets heel concreets, maar dan zegt men gewoon: ‘Zeer interessant, mijnheer Vander Taelen’, en er gebeurt niet mee. Aan de andere kant was ik ook schepen in Vorst, weliswaar met zeer weinig bevoegdheden, zoals Nederlandstalige Aangelegenheden. Maar daar heb ik wél een en ander kunnen verwezenlijken. Ik heb de bibliotheek kunnen verhuizen, en ik heb een Nederlandstalige school gesplitst, zodat er twee waren. Dat is misschien niet zoveel, maar ik kon er tenminste iets doen.
Terug naar de muziek: het optreden van Lavvi Ebbel in het RITCS café is het eerste concert in lange tijd in Brussel. Een speciaal moment? Vander Taelen: Eigenlijk is dat optreden een
benefietconcert. Ik geef les aan het RITCS, en de auto van mijn assistent is onlangs gestolen toen hij hem uitgeleend had aan een student. Die auto was niet verzekerd tegen diefstal, en uit schuldgevoel is die student een crowdfunding begonnen. En dus treed ik nu op met mijn groep, zodat mijn assistent zijn auto terugkrijgt (lacht). LUCKAS VANDER TAELEN Toen we opnieuw COLUMNIST samenkwamen, hadden we elkaar letterlijk dertig jaar niet meer gezien. Dat was een heel speciaal moment. We zijn meteen beginnen te repeteren, moesten naar onze eigen opnames luisteren om te horen hoe een bepaalde partij nu weer moest klinken. En sindsdien hebben we een paar dingen opgenomen, en doen we regelmatig optredens. Veel te weinig naar mijn goesting, want het is geweldig plezant. We zijn intussen al vijftigers en zestigers, maar leeftijd heeft volgens mij geen vat op rock-‘n-roll. Toen we twintigers waren, moesten we kiezen tussen de muziek en een serieuze job, maar nu hebben we dat probleem niet echt meer.
“Niet alle Vlamingen zijn katholiek, niet alle Turken zijn Erdogan-aanhangers”
Femmes
ENTREPRENEURES FORTES
a BXL
Gratis netwerkmomenten en inspirerende mentortrajecten voor Brusselse onderneemsters. Événements de réseautage gratuits et parcours de tutorat exaltants pour entrepreneuses bruxelloises.
www.sterkeonderneemsters.be
SOIBXL-advert-BRUZZ-105x142.indd 1
Sterke Onderneemsters in BXL is een initiatief van Markant vzw, i.s.m Artemis Brussel, KBC Brussels, UNIZO Vlaams-Brabant & Brussel en Evolvero, met steun van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en 1819.
Hebt u dan nooit iets kunnen verwezenlijken?
21/03/17 15:54
Opinie
Forum & lezersbrieven
BRUZZ | DEBAT
“Het Klein Kasteeltje is in zekere zin het hart van de Belgische asielopvang gebleven, zelfs al is het de jongste jaren wat verwaarloosd,” zegt Bob Pleysier.
SASKIA VANDERSTICHELE
Asielcentrum verhuist wellicht naar militair ziekenhuis
‘Klein Kasteeltje is massief
blok met drie blinde muren’
Het asielcentrum in het Klein Kasteeltje, het eerste en grootste van het land, verhuist meer dan waarschijnlijk. Voormalig directeur Bob Pleysier pinkt een traan weg bij de verhuizing, maar ziet ook kansen. Voor de buurt én voor een voorbeeldproject op de nieuwe locatie. — KRIS HENDRICKX
R BOB PLEYSIER VOORMALIG DIRECTEUR KLEIN KASTEELTJE
24
uim tien jaar stond Pleysier aan het hoofd van het Klein Kasteeltje, dat hij mee hielp oprichten als asielcentrum. Het nakende vertrek van ‘zijn’ centrum – wellicht naar het militair ziekenhuis in Neder-Over-Heembeek – laat hem dan ook niet onberoerd. “Mijn hart bloedt als ik van de verhuisplannen hoor. Ik heb daar elf jaar van mijn leven bijzonder plezierig en gelukkig gewerkt. Het is in zekere zin het hart van de Belgische
asielopvang gebleven, zelfs al is het de jongste jaren wat verwaarloosd. Ik pleit er daarom voor om op die plek toch minstens een aanwezigheid van asielzoekers te behouden. Je zou bijvoorbeeld in een nieuw stadsproject een aantal studio’s voor asielzoekers kunnen inrichten na het vertrek van het grote centrum. Dit is tenslotte een historische plek voor vluchtelingen geweest.” Tegelijk begrijpt Pleysier dat de wijk baat kan hebben bij een vertrek van het huidige
“Klein Kasteeltje kan breuk tussen Molenbeek en Dansaertwijk verzachten” BOB PLEYSIER VOORMALIG DIRECTEUR KLEIN KASTEELTJE
de breuk van het kanaal en de oververzadigde Ring verzachten.” Maar ook voor de asielopvang biedt het vertrek van het centrum kansen, vindt de ex-topman. “De manier waarop het Klein Kasteeltje georganiseerd is, is niet meer van deze tijd. Al die grootschalige collectieve infrastructuur is niet bevorderlijk voor het welbevinden van de bewoners. Zelfs lunchpakketten worden nu centraal uitgedeeld. Een goede opvang is veel kleinschaliger. Die zorgt voor kleine wooneenheden, waar mensen zelf kunnen boterhammen smeren en koken, nadat ze hun eigen boodschappen hebben gedaan. Wat zie je anders? Moeders die na drie dagen niet meer uit hun bed komen, omdat ze niet inzien waarom.” Het kleinschalige model dat Pleysier voor ogen heeft, speelt in op drie basisbehoeften van mensen in opvang: veiligheid, autonomie en privacy. Dat het toekomstige centrum die kleinschalige aanpak kiest, is nog lang niet zeker. Er is immers ook een trend in de politiek om het de asielzoekers vooral niet te comfortabel te maken. “Het welbevinden van asielzoekers is niet de eerste zorg van Theo Francken,” meent Pleysier. “Dat lees je in al zijn beleidsnota’s. Ik vind dat fout. Als je mensen wil afwijzen, dan doe je dat in de asielprocedure, niet door een gebrekkige opvang.”
lezersbrieven@bruzz.be Jan Mulder (1) In de rubriek Spreektijd in Bruzz 1566 laat Jan Mulder zich meewarig uit over de volgens hem “absurde claim” van de Vlamingen om van Brussel een tweetalige stad te willen maken. Hierin verschilt hij niet van de misprijzende en zich superieur wanende expat die hier zijn brood ruim komt verdienen. Is het bij hem misschien niet eens opgekomen dat het feit dat hij hier in het Nederlands bijschnabbelt in autonome Vlaamse media enkel mogelijk is gemaakt door de stugge houding van de Vlamingen in het verleden? Zijn houding is die van de toerist of de consument die een ander land aandoet voor zijn persoonlijk plezier en daarom geen zin heeft in beschouwingen die dat plezier in de weg staan. Wij zijn echter burgers van dit land en burgerzin veronderstelt rechten en plichten, onder andere de plicht om verder te kijken dan onze neus lang is. Willem Magerman, Anderlecht
Jan Mulder (2)
Na het lezen van dit artikel bedacht ik meteen: ”Een Hollandse belgicist? Noù breekt m’n klomp.” Ook hier is zijn ‘analyse’ over Brussel net als over voetbal op tv: volstrekt waardeloos. Als mijnheer Mulder graag met het Frans koketteert: “Va ton couroir Jean, maar hou je verder vèr van de Belgische politiek.” Trouwens wiè vraagt er nog ‘volstrekte tweetaligheid van alle Brusselaars’? Volgens mij ook N-VA niet. Je naïviteit is stuitend. Bruno Floré, Wetteren
BRUZZ | DEBAT
centrum. “Ik ken die wijk goed en ben er nog altijd graag. Mijn dochter woont achter het Klein Kasteeltje. Voor de wijk blijft het huidige gebouw een massief blok in de wijk, met drie blinde muren. Als het centrum, en wellicht ook het gebouw, verdwijnt, kan er plaats komen voor andere functies, die beter met de wijk communiceren. Cafés, winkels, misschien ook een museum voor migratie.” Pleysier wijst erop dat het complex op een snijpunt in de stad ligt, tussen de trendy wijken van de Dansaertstraat en de Vismarkt enerzijds en Oud-Molenbeek aan de andere zijde van het kanaal. Het centrum ligt al aan een brug en ooit komt daar de voetgangersbrug bij aan de Locquenghienstraat. “Het toekomstproject voor deze plek zou al die verschillende dynamieken moeten kunnen integreren, misschien met cultuur. Je kan er
Aanvulling
In het stuk Vaartkapoen geeft Sint-Jozef groen (Bruzz 1566) is een stuk van de tekst weggevallen. Dit moest er staan: “De grootste hap komt van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC). 2,2 miljoen komt er van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), waarvan 1,1 miljoen euro van Europa en 1,1 miljoen euro van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.”
SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bruzz.be. Schrijven kan naar BRUZZ-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bruzz.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, - manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.
25
Cultuur
Een icoon aan het IJzerplein
Yves Goldstein, projectleider Citroënmuseum
‘Dit kan het gezicht
van Brussel veranderen’
B R U Z Z | LO S VA N D E T I J D
De iconische Citroëngarage aan het IJzerplein moet een cultuurpool van formaat worden. De plannen roepen echter heel wat vragen op, zeker in de cultuursector. Hoog tijd voor een gesprek met de bezieler van het project. — LAURENT VERMEERSCH, FOTO’S BART DEWAELE
Wie is Yves Goldstein? Verdiende zijn sporen als medewerker van Laurette Onkelinx (PS), onder meer toen zij federaal bevoegd was voor Beliris. Van 2013 tot 2016 kabinetschef van minister-president Rudi Vervoort (PS). Ondertussen heeft hij de politiek vaarwel gezegd en concentreert hij zich op de realisatie van het Citroënmuseum.
26
Niet onbelangrijk voor een investering van 160 miljoen. Is de financiering al rond? YVES GOLDSTEIN: Het gewest heeft zich
geëngageerd om dat geld vinden. Daarna zal ook een jaarlijkse subsidie nodig zijn voor het werkingsbudget, maar hoeveel kunnen we nog niet zeggen. Jaarlijks zal er een bijdrage aan het Centre Pompidou betaald worden voor het gebruik van hun collectie en knowhow, maar er zullen ook inkomsten zijn van de ticketverkoop, horeca en de verhuur van ruimtes bijvoorbeeld. Ik werk nu aan een eerste businessplan, maar dat zal nog evolueren in functie van het project dat we zullen kiezen uit de architectuurwedstrijd.
Waarom zoveel investeren in een nieuwe cultuurpool, terwijl veel bestaande instellingen in moeilijkheden verkeren? GOLDSTEIN: (sarcastisch) Dat is de schoonheid
van Brussel en België. Het maakt me elke keer weer ziek, maar we kunnen daar niets aan doen. De bestaande instellingen hangen nu eenmaal af van de gemeenschappen of de federale overheid. Wij zijn vertrokken van de vaststelling dat er iets ontbreekt in Brussel en dat er niets zal gebeuren als we het zelf niet in handen nemen. Tot voor kort kon het gewest niets doen, maar sinds de zesde staatshervorming hebben we de mogelijkheid om projecten van gewestelijke culturele ambitie te lanceren. Niet voor één taalgroep, YVES GOLDSTEIN maar voor alle PROJECTLEIDER CITROËNMUSEUM Brusselaars, zelfs voor de hele wereld. In 2013 hebben we met de regering beslist om een museum in te richten langs het kanaal. Niet veel later hoorden we dat Citroën een koper zocht en zo is het project verder gegroeid.
“Als je een ticket moet kopen om binnen te gaan, valt een groot deel van het publiek al af”
Vanwaar de samenwerking met het Centre Pompidou?
Brussel heeft al een grote culturele en artistieke dynamiek. Velen voelen zich gepasseerd… GOLDSTEIN: Het wordt zeker geen bijhuis van Pompidou zoals in Metz, of een pop-up zoals in Malaga. Een deel van de tentoonstellingen zal tot stand komen in samenwerking met Parijs, maar we gaan zeker ook de plaatselijke cultuurhuizen erbij betrekken. Zij zullen mee bepalen welk verhaal we hier brengen. Ik heb het project ondertussen voorgesteld aan de sector en blijf in overleg. Daarnaast gaan we ook ruimtes en kantoren aanbieden waar bijvoorbeeld De Munt of de Botanique iets kunnen organiseren, of waar nomadische organisaties zoals het Brussels Kunstenoverleg of de Museumraad een plek kunnen vinden. Zo worden we een gewestelijke kunstenhub, die overleg en ontmoeting stimuleert. Het kan dat het federale niveau zich niets aantrekt van de Brusselse realiteit of dat de gemeenschappen een beperkt zicht hebben op wat er leeft, maar het gewest heeft meer dan elk ander niveau voeling met het Brusselse culturele weefsel. We zouden wel gek zijn om iets op te richten dat het bestaande compleet negeert.
Moet het museum vooral toeristen lokken of is het er in de eerste plaats voor de Brusselaar? GOLDSTEIN: We willen een liefhebber van moderne kunst uit Miami aanspreken, maar even goed scholieren uit pakweg Koekelberg, of die nu Sarah, Julien of Mohamed heten. Voor mij is er geen tegenstelling daartussen. Toeristen brengen geld op, en creëren werkgelegenheid. Met name in de horeca, en dat is de sector waarin het hoogste percentage Brusselaars aan het werk is. Het museum kan een economische hefboom zijn. Daarnaast moet het ook een open plek worden, met binnenstraten die vrij toegankelijk zijn. Als je een ticket moet kopen om binnen te gaan, valt een groot deel van het publiek al af. Een van de belangrijkste uitdagingen is om die interne openbare ruimte te laten leven met evenementen, food trucks, zithoeken en noem maar op. Het is mijn grote droom dat we minstens evenveel mensen kunnen binnenbrengen die niet naar het museum gaan. Het moet echt een ontmoetingsplaats worden voor alle Brusselaars.
▲
GOLDSTEIN: Van de federale regering kregen we het deksel op de neus voor de collectie moderne kunst. Het helpt dus om een partner te hebben met een grote collectie. Daarnaast
stelden we vast dat we bij het gewest niet de knowhow hebben om een dergelijke ambitieuze cultuurpool uit de grond te stampen. Daarom gingen we op zoek naar een internationale partner van formaat. De keuze viel op het Centre Pompidou omdat hun filosofie het meest aansluit bij wat we willen: een brede en open instelling die veel meer is dan een museum. Een plek die iets kan betekenen voor de toekomst van de stad en het samenleven van alle Brusselaars, ongeacht hun afkomst of inkomen.
B R U Z Z | LO S VA N D E T I J D
M
et 35.000 vierkante meter wordt de cultuurpool in de Citroëngarage de grootste nieuwkomer in het Brusselse artistieke landschap sinds de 19de eeuw. De eerste bovendien die helemaal afhangt van het gewest. “We begeven ons op onbekend terrein, en dat geeft een zekere vrijheid,” vertelt projectleider Yves Goldstein. “We zijn niet gebonden aan regels, the sky is the limit. De enige beperking is het geld (lacht).”
27
Een icoon aan het IJzerplein
▲
Citroën ligt alvast strategisch aan het kanaal, maar hoe gaat u jongeren uit Molenbeek naar het museum lokken? GOLDSTEIN: Ik heb geen mirakelrecept, maar we
zullen proberen om alle Brusselse jongeren erbij te betrekken. Door plaats te bieden aan straatspektakel of breakdance, bijvoorbeeld. Met de gemeenten kunnen we afspreken om alle leerlingen van de lagere scholen een keer per jaar naar de Citroën te laten komen. Voor veel jongeren is cultuur een barrière en misschien ben ik naïef, maar ik denk dat een eerste contact veel kan betekenen. Het kan hun visie op de wereld en het leven veranderen. Respect voor anderen bijbrengen, en hun horizon verbreden.
Hebt u zelf een bijzondere band met het gebouw of het merk Citroën?
B R U Z Z | LO S VA N D E T I J D
GOLDSTEIN: Mijn grootouders woonden hier een
beetje verder op de Kruidtuinlaan. Zij hebben nooit een Citroën gehad, en ik ook niet, maar ik heb het gebouw vaak gezien. Maar dat geldt natuurlijk voor veel Brusselaars. Zoals iedereen kende ik echter vooral de showroom, maar de achterliggende ateliers, een heuse industriële kathedraal van glas en metaal, is minstens even interessant. In september willen we graag al
Er komt ook een architectuurmuseum. Daar horen we weinig over. GOLDSTEIN: Het museum van moderne kunst was een soort monster van Loch Ness waar al dertig jaar over gesproken wordt, maar rond de verhuizing van het architectuurcentrum CIVA is weinig discussie. Nochtans wordt dat een belangrijke poot, met bijna 10.000 vierkante meter. De bundeling van verschillende vzw’s, met ook het Sint-Lukasarchief, geeft een rijk patrimonium waarmee we mensen kunnen laten nadenken over de stad, de gebouwen en de publieke ruimte. Het architectuurmuseum was in het begin niet gepland, maar het idee is
“Cultuur kan jongeren respect voor anderen bijbrengen” YVES GOLDSTEIN PROJECTLEIDER CITROËNMUSEUM
Tussenvloer op viaducthoogte De Citroëngarage dateert uit de jaren 1930, maar onderging intern heel wat veranderingen. Zo kwamen er heel wat tussenvloeren bij, ook in de showroom. “Dat was oorspronkelijk één grote hal,” zegt Goldstein. “Maar na de bouw van het viaduct naar Koekelberg stelde men vast dat de uitgestalde auto’s niet meer zichtbaar waren vanaf het viaduct.”
28
een opendeurweekend organiseren, zodat Brusselaars het gebouw kunnen ontdekken en het potentieel zien. Tegen volgende zomer zouden de eerste culturele evenementen kunnen plaatsvinden. De werken moeten beginnen in het najaar van 2019.
gegroeid door de hervorming van het CIVA. Het paste in de visie om het hele gebouw aan cultuur te wijden. Dat scenario kwam naar voren uit de programmastudie. Logisch dat we een architectuurcentrum onderbrengen in een architecturaal belangrijk gebouw. Het zal veel zichtbaarder zijn en meer mensen lokken dan de huidige locatie in Elsene.
Wat als volgende Brusselse regering de geldkraan dichtdraait? GOLDSTEIN: Het is mijn job om ervoor te zorgen dat het project niet meer kan worden teruggedraaid, maar eerlijk gezegd zie ik weinig fundamentele kritiek bij de oppositie. Vragen over de financiering, dat wel, maar het is niet zoals met het stadion. Wie kan er ook tegen zijn dat we een cultuurpool van 35.000 vierkante meter oprichten langs het kanaal? We moeten de zaken in perspectief zien: 160 miljoen euro verspreid over vier of vijf jaar, dat is één procent van het totale budget van het gewest. Dat moeten we toch kunnen vinden voor een project dat het gezicht van Brussel kan veranderen? Voor de renovatie van de Leopold II-tunnel is 400 miljoen nodig, gewoon voor het opknappen van een bestaande tunnel.
Michaël Bellon
Onze columnist trekt elke week naar een plek die tot de verbeelding spreekt
Modelwijk “Het overleden winkelkarretje van Colruyt in het perk heeft zelfs iets poëtisch”
De hele reeks nalezen? » BRUZZ.be/laptopia
Dat de Modelwijk een echte modelwijk zou zijn, was een grap om te huilen die u al kende. Gelukkig is dit nogal voortvarend neergepote stukje hoogbouw eerder een uitzondering in onze contreien. Zeker in vergelijking met sommige andere internationale grootsteden, waar de visionaire voorhoede banlieuebouwers meer onheil konden aanrichten. Dankzij allerlei wetten van remmende voorsprong en voortschrijdend inzicht leidt de Brusselse lethargie er soms ook toe dat hier minder vaak dezelfde fout wordt gemaakt dan elders. En zelfs in deze zestig jaar oude Cité Modèle is het niet alleen maar huilen met de pet op. Tussen de woonkazernes is er ruimte voor groen, stilte, speelpleinen en al bij al nog sympathieke parkeerplaatsen. Het buurthuis, de bibliotheek, de speelterreinen, de metroverbinding en de glascontainer illustreren het idee van de zelfbedruipende stad-in-de-stad. Bovendien stellen de talloze bewoners op hun eentje het personeel van de aanpalende Pizza Hut, Quick, Colruyt, Delhaize en aangekondigde Albert Heijn tewerk. Dat leidde dan weer tot de aanwezigheid van loslopende kuddes wilde winkelkarretjes in de wijk. Ze grazen her en der in het landschap alsof ze daar al stonden voor de bebouwing. Het uitzicht op een overleden karretje van Colruyt dat op zijn zij ligt in een perk, heeft zelfs iets poëtisch. De even poëtische confetti die de bloesemde bomen hebben rondgestrooid, suggereren echter een feest dat hier vermoedelijk niet heeft plaatsgevonden. Dit is namelijk een stadje waarvan de bewoners zich zelden tonen. Al die plantsoenen blijven onderbenut. Zelfs de vetgemeste duiven vervelen zich. De dictatuur van de architectuur toont zich in pijlers en leggers, in de betonnen mastodonten waarvan het grondplan
terugkeert in de gesculpteerde bloembakken. Niemand klaagt dat de sinds 1958 nogal hoog opgeschoten bomen nu het zicht op de Brusselse skyline benemen. De Modelwijk is haar eigen skyline. Ver daaronder, op het maaiveld, gaat een stadsbeambte de eeuwige graspartijen te lijf met een minuscule grasmaaier, en heeft een postbode met een knullige caddy het immense blok 6 aan zijn been. Wat gebeurt er met een mens boven wie dagelijks zo wordt uitgetorend? Wat is het verschil tussen een bewoner die zichzelf de ontwerper van zijn vrijstaande villa mag noemen, en iemand die zich samen met honderden anderen moet warmen aan dezelfde Lakense haard? Geeft die laatste bij voorbaat het idee op dat er voor hem ergens een rol van betekenis is weggelegd, of rust hij niet voor hij die gevonden heeft? In welke mate werkt uniformiteit emanciperend? Is er binnen de Modelwijk misschien toch sprake van een geraffineerd soort sociale stratificatie? Kijken die van de oude blokken neer op die van de nieuwe blokken? Staan die van blok 5 bij de rest bekend als de saaie nette mensen? Welke coalities gaat de jeugd hier aan? De vensterramen geven daarover weinig prijs, al gebruiken de krapbehuisden hun vensterbank als stapelplaats voor droogrekken, harde schijven, terraria en huisdieren zonder hoogtevrees. De Modelwijk is niet geheel aantrekkelijk, maar ook niet onaantrekkelijk. Ze is afstandelijk, maar ook intrigerend. Ze is anoniem, maar heeft identiteit. Slordig geparkeerde auto’s en winkelkarretjes counteren de uitgetekende orde met zachte wanorde, omdat een mens ook niet te veel geometrie kan verdragen. Zo blijft met de blokken van de Modelwijk een vreemdsoortig evenwicht overeind.
B R U Z Z | LO S VA N D E T I J D
woensdag 19 april, 12u
29
Kunst
Wereldvermaard curator maakt expo in Villa Empain
Pleidooi voor de tussenweg Met Mondialité stelt de Boghossianstichting de actuele problematiek van globalisering centraal. De expo onderzoekt hoe we wereldwijd in dialoog kunnen gaan met elkaar, met behoud van de lokale culturen én onze eigenheid. — ELIEN HAENTJENS
E
B R U Z Z | LO S VA N D E T I J D
en dik jaar na de aanstelling van Asad Raza als artistiek directeur pakt de Boghossianstichting uit met Mondialité, een expo waarvoor Raza zijn wereldvermaarde collega Hans Ulrich Obrist - die de Londense Serpentine Galleries als hotspot voor hedendaagse kunst op de kaart zette - uitnodigde. Voor Mondialité werkte het duo rond de ideeën van de Frans-Antilliaanse schrijver Edouard Glissant (1928-2011) die in de twintigste eeuw betrokken was in de internationale debatten rond kosmopolitisme. “Terwijl we het afgelopen jaar aan deze expo hebben gewerkt, werd de thematiek alleen maar relevanter. Want het is niet de eerste keer dat we met globalisatie te maken krijgen – ook ten tijde van het Romeinse Rijk was dat al het geval, maar het is wel de meest extreme en meest gewelddadige keer. Daarom heeft onze maatschappij de ideeën van Glissant broodnodig,” zegt Hans Ulrich Obrist. “Enerzijds biedt Glissant een uitweg voor de globalisering, en de homogeniserende werking die ze heeft op onze samenleving. Want die
De grote hal van de Villa Empain, projectie van interviews van Edouard Glissant.
Hoe (veilig) samenleven in Brussel? GESPREKSAVOND
30
MONDIALITÉ EXPO tot 27 augustus in de Villa Empain, Franklin Rooseveltlaan 67, 1050 Brussel. Open van dinsdag tot zondag, van 11 tot 18 uur. www.villaempain.com
ZOALS OP EEN EILANDENGROEP Een metafoor die Glissant graag hanteert om zijn idee te staven is die van de archipel versus het continent. “Terwijl op het continent ideeën over het ontstaan van onze cultuur en traditie vastgeroest en monolithisch zijn, biedt de archipel een veel opener en interessanter samenlevingsmodel. Want elk eiland beschikt over zijn eigen gewoontes en soms zelfs taal, maar tegelijk staan de eilanden in onderlinge relatie tot elkaar én tot bepaalde andere naties waarmee ze een historische band hebben. Daardoor kunnen de collectieve en persoonlijke identiteit er elkaar op een positieve manier beïnvloeden, zonder dat iemand bang moet zijn om de eigen persoonlijkheid te verliezen,” vertelt Asad Raza. Om dat doel te bereiken schoof Glissant verschillende methodes naar voren. Zo is er het idee van de pensée du tremblement, waarbij Glissant stelt dat we – om een antwoord te kunnen bieden op deze chaotische wereld – twijfel, onzekerheid en ambiguïteit moeten toelaten in onze gedachten. Want in deze chaotische wereld werken de zekerheden van het rationalisme niet meer. “Naar analogie met die gedachte mengen we in de expo verschillende kunstvormen, én laten we verschillende stemmen horen. Daarvoor ontwikkelden we samen met dramaturge Ranjana Leyendecker geluidsfragmenten waarin wij onze mening over de concepten geven, of Glissant aan het woord laten. Als bezoekers een ruimte binnenkomen, activeren ze automatisch de geluidsband,” vertelt Raza.
APPARTEMENTEN TE KOOP
VERMEERSCH CONSTRUCT
HANS ULRICH OBRIST CURATOR
Een andere centrale idee in de geschriften van Glissant is die van de créolisation. “Créolisation betekent dat er geen gecentraliseerde cultuur is, maar net een mix van culturen. Brussel is hier eigenlijk een mooi voorbeeld van. Misschien moeten we hier starten met deze nieuwe tussenweg,” lacht Obrist. “Bovendien was Glissant resoluut gekant tegen eentalige omgevingen, hij was een absolute voorstander van een multilinguïstische omgeving. Dus ook op dat vlak is Brussel perfect. Daarnaast staat Brussel symbool voor Europa, een nu meer dan ooit essentiële structuur. We mogen onze angst niet laten winnen, maar moeten zowel onze samenhang als onze individualiteit behouden. De wereld heeft een liefdevolle, gemeenschappelijke toekomst nodig.”
museum, dat er uiteindelijk nooit kwam,” vertelt Obrist. “Maar ook een jonge generatie kunstenaars is geboeid door de theorieën van Glissant. Zo verbeeldt de Amerikaanse kunstenaar Walter Price de ideale, multiculturele samenleving van zijn dromen in zijn schilderijen.” Met Mondialité brengt de Boghossianstichting dus niet alleen een expo die perfect in de tijdsgeest past, maar ook een die perfect aansluit bij haar eigen doelstelling: bruggen bouwen tussen culturen. Zo wil ze een alternatief bieden voor het gevaar in neolokalisme en neonationalisme te vervallen. Mondialité biedt geen finaal antwoord, maar helpt de bezoeker via kunst, literatuur en poëzie wel nieuwe gedachten te vormen.
Voor schrijver Edouard Glissant hingen kunst en literatuur nauw samen.
BRUGGEN BOUWEN Beginnen doet de expo met enkele boeken uit de persoonlijke collectie van Hans Ulrich Obrist waarin Glissant onder meer zijn archipel tekende, maar ook boeken die hij in samenwerking met andere kunstenaars maakte. “Voor Glissant hingen kunst en literatuur nauw samen. Zo had hij veel kunstenaars-vrienden, rond wier werk hij een museum plande. Hij beschouwde een archief als laboratorium voor nieuwe ideeën. Met werken van onder meer Wifredo Lam en Valerio Adame reconstrueerden we op de eerste verdieping een deel van dat
LAAG ENERGIE APPARTEMENT Zaventem, Kerkstraat 38, nieuwb., kleinsch. proj., best. uit 2 appt. en gelijkvl. met 3 park., fietsb. & individ. keld., in centr. Zaventem, nabij kerkpl., woonopp. 75 m2, hall, woonruimte met geïnstall. keuken, wc, 1 grote slaapk. & 1 badk., groot terr., E-peil tss. 20 & 30. Rechtstr. van aannemer. Te bespr. op afspraak. Info : 02/582.75.09, GSM : 0475/45.63.50, E-mail : secr@vermeerschconstruct.be
MULTIFUNCTIONELE WONING TE KOOP
VERMEERSCH CONSTRUCT
MULTIFUNCTIONELE WONING St.-St.-Woluwe, nieuwb., halfopen beb., kortbij centrum, grond 2a59, voll. zuidg., woonopp. 168m2, best. uit : polyv. ruimte (of garage), woonruimte, keuken, hall, wc (GV), 1ste V. : 3 slpk., badk., 2de V. : 40 m2 flat met badk. & woonruimte of 2 slpk. met badk., 2 buitenterrassen GV & 1ste V., E-peil tussen 20 & 30. Kan ook voor kangoeroewoning of meergezinswoning. Te bespr. op afspraak. Info : 02/582.75.09, GSM : 0475/45.63.50, E-mail : secr@vermeerschconstruct.be
B R U Z Z | LO S VA N D E T I J D
uniformiteit resulteert altijd in platitudes. Anderzijds roept de globalisering vaak tegenreacties op, waardoor een gebrek aan tolerantie, isolatie en racisme de kop opsteken. Met de populariteit van figuren als Trump of Erdogan als resultaat. Daarom pleitte Glissant voor een derde tussenweg, waarvoor hij de term mondialité gebruikte,” vertelt Obrist.
“We mogen onze angst niet laten winnen, maar moeten zowel onze samenhang als onze individualiteit behouden”
Ondernemen
Brusselse alternatieven voor wie bewuster wil eten
Slagerijen zonder vlees
BOUCHE B www.bouche-b.be
B R U Z Z | LO S VA N D E T I J D
BOUCHE B
YUMM’EAT www.yumm-eat.com
SASKIA VANDERSTICHELE
Wie ook na de Dagen zonder Vlees meer plantaardig wil eten, kan kiezen voor Brusselse alternatieven. Yumm’eat en Bouche B zijn twee jonge start-ups die gespecialiseerd zijn in vleesvervangers. — TOM VAN BOGAERT
Y
umm’eat is het project van Marie Laurent haar vennote Yasmine Al-Zuhbi. De basis is een familierecept van Al-Zuhbi: “We zijn allebei dol op eten. Vorig jaar besloten we samen iets met onze passie te doen. We brengen een Syrisch geïnspireerde veggieburger op de markt, op basis van kikkererwten, witte bonen, uien, koriander en een geheime kruidenmix.” Laurent is vegetariër, Al-Zuhbi eet weinig vlees. De twee vriendinnen kregen veel lovende reacties toen ze vorige zomer met een kraam op Couleur Café en het Ronquières-festival stonden, ook van fervente vleeseters. “Onze burger is rijk aan eiwitten en ijzer. Je hebt er echt mee gegeten. Tegelijk is hij gezond en verrassend van smaak.” Nu leveren ze hun producten aan restaurants,
32
procent natuurlijk en bevat geen additieven of bewaarmiddelen. Bovendien gebruiken we zoveel mogelijke lokale en biologische ingrediënten.” Het biolabel draagt Yumm’eat niet, omdat de aanvraagprocedure complex is en biologische witte bonen sowieso moeilijk te krijgen zijn. De producten zijn geschikt voor wie gluten- en lactosevrij door het leven gaat. Al-Zuhbi en Laurent staan nu vaak in de keuken, hoewel ze respectievelijk een financiële en marketingopleiding genoten. Ze maken gebruik van het goed uitgeruste coworkingatelier van Co-oking in Anderlecht. “Het is een praktische oplossing voor ons. We hebben niet de middelen om meteen te investeren in een keuken die voldoet aan de normen van het Federaal Voedselagentschap.” De twee vrouwen uit Ukkel willen hun aanbod uitbreiden met nieuwe smaken. Mexicaans en Thais staan hoog op het verlanglijstje. Ze hebben al klanten in Namen en Luik, maar willen ook graag in veggievriendelijke Vlaamse steden als Gent en Antwerpen potten breken.
hotels, bedrijven en scholen. In Brussel behoren de cafés Walvis en Brewdog, casino Viage en het vegetarische restaurant Mary Pop-in tot de klanten. Het personeel van Engie mocht al proeven in het bedrijfsrestaurant. De burgers worden diepgevroren en voorgebakken geleverd, zodat ze langer houdbaar zijn. Alleen in Belgomarkt, de winkel met lokale producten, kan de consument de burgers rechtstreeks kopen tegen 5 euro voor twee stuks. “Die winkel deelt onze filosofie. Bij de restaurateurs geven we extra uitleg over de bereidingswijze. Het beste resultaat krijg je als je de burger in olie bakt in een frietketel.” Het verschil met de gemiddelde veggieburger in de supermarkt is voor de 30-jarige onderneemster zonneklaar: “Ons product is honderd
Ook Sen-Rei Wu (34) mikt met haar vegetarische varianten van merguezworsten, vleesbrood, rillettes en terrine op consumenten die bewuster willen eten en iets nieuws willen uitproberen. Gezond, biologisch en lokaal draagt ze hoog in het vaandel. Ze huurt de gedeelde keuken van Co-oking en haar producten liggen bij Belgomarkt. Ze eet zelf sinds haar zeventiende geen vlees meer. En toch droomt ze van een slagerij, maar dan wel een plantaardige. ”Ik wil het concept een nieuwe invulling geven met eigen bereidingen en creaties. Smaak, textuur en uitzicht moeten overtuigen. Aan de ontwikkeling van het vleesbrood heb ik drie à vier maanden gewerkt. Ik ga steeds uit van het originele recept en experimenteer met plantaardige eiwitten zoals sojabonen, tempeh en quinoa, granen, groenten en kruiden. Ook hou ik rekening met de seizoenen.” De naam Bouche B verwijst naar de uitdrukking bouche bée (perplex staan), maar ook naar mond, plan B en ‘bio, bon, belge’. Momenteel verkoopt Wu haar producten vooral via haar webshop, waar klanten wekelijks een bestelling kunnen plaatsen. De levering gebeurt per fiets bij uitgekozen partners zoals de vegetarische winkel Vegasme in Elsene en de biomarkt van L’heureux nouveau in Sint-Gillis. Daarnaast verzorgt ze ook geregeld de catering van evenementen. Haar Taiwanese ouders hadden een restaurant in Ukkel, maar zij studeerde politieke wetenschappen, werkte in de banksector en stortte zich daarna op microfinanciering. Tijdens een stage in Nicaragua, waar ze samenwerkte met een coöperatie van handelaars in rode bonen, groeide het idee voor Bouche B. In de komende jaren wil ze vanuit Sint-Gillis haar boodschap rond duurzame voeding blijven uitdragen, het liefst via een fysieke winkel.
Nick Trachet
Brussel en de wereld culinair ontdekt
“Ook de dode vis is nog voer voor vogels en zeedieren van aller aard”
De hele reeks nalezen? » BRUZZ.be/trachet
Wanneer u dit leest is de “Seafood Expo” op de Heizel in volle gang. Het evenement is aan zijn 25ste editie toe. Dit is de grootste professionele beurs ter wereld voor vis, schaal- en schelpdieren. Zoals ik al vaker schreef: het evenement heeft de wereldhandel in visproducten grondig veranderd, maar ook de stad zelf is erdoor veranderd. Er strijken gedurende een kleine week 1.800 bedrijven neer uit 79 landen, en al die mensen (ze worden op 25.000 geschat) logeren ter plekke en moeten nog eten en uitgaan ook. De hotelsector en de taxibedrijven weten het wel! Hoe is het met de visserij gesteld? In Europa gaat het helemaal goed. De Europese landen hebben, na decennia van “Ja, maar...” samen de beslissing genomen om zich alleen nog te baseren op de wetenschappelijke gegevens om vangstquota vast te leggen. Dat is uitstekend: geen politiek meer, maar feiten als basis van het beleid. Het gaat nu al jaren de goede kant uit: er zit meer pladijs in de Noordzee dan ooit eerder waargenomen. De haring kent recordvangsten, de kabeljauw is terug, iedereen blij. Ook de vervuiling daalt jaar na jaar. Maar dan gebeuren er rare dingen. Ik was vorige maand In Zeeland voor de opening van het kreeftenseizoen. Wij journalisten werden er toegesproken door vissers die ons kwamen informeren over een nieuw probleem, de aanlandingsplicht (discard ban). Vissers moeten nu alle vis aanlanden die ze hebben gevangen, er mag niets meer overboord worden gegooid. Het idee was nobel en komt van de Britten. Sterrenkok Hugh Fearnley-Whittingstall deed een oproep om geen goede vis meer weg te gooien. Minder bekende vissoorten moeten ook hun plek in de keuken vinden. En verder zijn vissers vaak verplicht om vis overboord te zetten wanneer hun quotum (de hoeveelheid van een bepaalde soort die hun boot mag vangen) overschreden is.
Dat is inderdaad verspilling. Ook bij ons is er nu een beweging om met ‘mindere’ vissoorten te werken. Maar het is niet waar dat er goede vis wordt weggegooid. Alle vissoorten zijn tegenwoordig marktwaardig. In de visaflagen wordt er gekocht voor klanten tot in Barcelona en Milaan. En die lusten alles. Maar Fearnleys nobele ideeën werden in Europese richtlijnen omgezet die zinloos, zelfs ridicuul zijn. Sinds begin dit jaar moet nu alle (alle) vis aan land gebracht worden, ook piepkleine, waardeloze en springlevende. Alleen beschermde soorten, zoals bepaalde haaien en roggen moeten worden teruggegooid, ook al zijn ze dood. Dat raakt kant noch wal. Dat was ook de bedoeiling niet. Met de dood in het hart voeren de vissers al die ondermaatse vis aan, die vervolgens in beslag wordt genomen en vernietigd. De Europese politici hebben een mormel van een regel gecreëerd, waarvan de eerste bedoeling lijkt te zijn om de vissers te tergen. Vissers, die de laatste jaren al behoorlijk duurzaam waren gaan werken. Vissers, en mensen zoals ik die regelmatig op een vissersboot staan, weten dat die teruggegooide vissen daarom niet zijn verloren. Heel wat dieren, vooral platvissen, leven nog vrolijk wanneer ze over boord worden gezet. Door ze te landen in de haven dienen ze noch de mens, noch de natuur. Ook de dode vis is nog voer voor vogels en zeedieren van aller aard. Onze Noordzeebodem is eeuwenlang ‘bemest’ met dode vis, dat heeft het huidige biotoop bepaald. De nieuwe regel verstoort dat evenwicht. “Het is erger dan een misdaad”, zei ooit Joseph Fouché, Frans minister van Politie, “het is een fout.” We wachten nu allemaal tot andere politici deze waanzin doen stoppen. Ondertussen kunt u de vissers helpen door ook kleine vis te kopen. Droog ze goed af, haal ze door de bloem en frituur ze. Best lekker hoor. Smakelijk.
B R U Z Z | LO S VA N D E T I J D
Seafood
33
Enfant Terrible Bijzondere mensen in een bijzondere stad
Vanuit het groen kan ik van Brussel houden B R U Z Z | LO S VA N D E T I J D
Gudrun De Geyter, Klara-redacteur
34
Het wonder van radio is dat de verbeelding zo sterk
bezig kon zijn. Cultuur doet je nadenken over de
kan werken op basis van een stem die je hoort. Maar
werkelijkheid. Je wordt op meer nuances gewezen.
radio maken is niet meer louter wat je hoort. Er is het
Waarom zet iemand de radio aan? Met de radio komt
digitale platform, het beeld, er zijn de sociale media,…
de wereld binnen. Anders zit je in een lege kamer, met
Radio zit in de slipstream van media die moeten
vier muren. Voor cultuur werken is een groot privilege.
bijspijkeren, omdat de techniek almaar verandert. Het
Al moet de definitie van cultuur dringend uitgebreid
vraagt om een andere concentratie. Telkens een
worden. Ik heb het gevoel dat er steeds minder kan,
nieuwe, andere vertaling maken voor andere media.
omdat de media te snel veranderen. Ik betrap me erop
Dat valt moeilijker te overzien. De ultieme mogelijkhe-
dat als de radio niet aanstaat ik aan mijn pc zit, waar ik
den van één medium kunnen minder uitgediept
kan kiezen: nieuws, beeld, klank,… Als redacteur en
worden. Nochtans, hoe beter je de wetten van één taal
ook in het leven moet je vergelijkingspunten hebben,
kent, hoe meer die taal in je vingers zit.
anders kan je er niet over meespreken. Ik ben opge-
In elk groot bedrijf, zoals de VRT, is alles vervangbaar,
groeid als vierde kind tussen vijf broers. Ik weet niet
maar niet meer met dezelfde kwaliteit. Al geruime tijd
wat een zus is, en kan dus onmogelijk spreken over
wilde ik graag uit ons archief stemopnames bundelen
een gemis. Ik weet wel wat dieren zijn, want mijn
van een van de grootste Nederlandstalige dichters,
ouders hadden een boerderij. Eerst een gemengd
Leonard Nolens (70), die nog vertaler is geweest bij de
bedrijf, later een veeteeltbedrijf. Die blinkende vachten
VRT. Nolens leest zijn gedichten erg goed. Vandaar de
van de koeien, gewoon heerlijk. Als je ze in de lentewei
cd die ik samenstelde bij de uitgave van zijn verzamel-
ziet staan, zoals in mijn geboortedorp Zegelsem
de oeuvre. Hij was me erkentelijk voor het gedane werk
(Brakel), ‘Dan goa gij mij verstoan.’ Lach niet met
en stond me daarom een interview toe.
Zegelsem. Herman Teirlinck verbleef vaak bij zijn
Maar Nolens had zijn vast idee van wat een radio-in-
grootouders in Zegelsem. Vanuit het groen gezien is
terview is - of eerder, was. Hij wou een micro op statief
ook Brussel indrukwekkend, zo kan ik ervan houden.
op een tafel tussen ons beide. Zo werken we vandaag
Ik wandel na een Bozar-concert te voet door de
niet meer. Ik vond gelukkig nog een statiefje van een
Warande: wat een luxegevoel ’s nachts. Sinds kort kijk
oud fototoestel van me, en het lukte. Radio is er om
ik uit op de De Meeûsplantsoenen. De helft is een
mensen verhalen te laten vertellen. Die moet je zo uit
verkommerend parkje met vuil en nadars in plaats van
hen weten te halen dat ze de verbeelding van de
afsluitingen, en met studenten die er het beest
toehoorders vorm geven. Bij Nolens pakte dat
uithangen – het behoort Elsene toe. De andere helft
wonderwel, omdat hij vrijer spel kreeg met die micro
wordt deftig onderhouden, door de stad Brussel.
tussenin. Ik prijs me gelukkig dat ik altijd met cultuur
Begrijpe wie begrijpen wil. — JEAN-MARIE BINST
Gudrun De Geyter (54)
studeerde psychologie en filosofie in Gent en Leuven. Eerst gids in musea. Al 27 jaar redacteur bij de VRT. Woont in de beschermde toren Leopold (architect Eggericx), De Meeûssquare. Voor de 70ste verjaardag van dichter Leonard Nolens, stelde zij de cd samen bij de verzamelbox uitgegeven bij Querido (www.singeluitgeverijen.nl).
© SASKIA VANDERSTICHELE
© Danny Willems
NIEUW SEIZOEN ONLINE
17
18
BOEK JE TICKETS NU
- 40%
VANAF 6 VOORSTELLINGEN
25.04 > 14.05
©
#WEAREHERE #WHEREAREYOU
Ingrid Otto
WWW.KVS.BE
Big City
Stel zelf je vraag en stem op BRUZZ.Bbe
Wat is er aan de hand met de fonteinen in Brussel? Velen doen het al jaren niet meer.
De Pol Bury-fontein op de Boudewijnlaan werkt het hele jaar door, maar ongeveer de helft van de fonteinen werkt niet meer, sommige al tientallen jaren.
GABRI EL UIT TI ELT
© NAP
werking zijn, de fontein op het Montgomeryplein bijvoorbeeld, die op het Stefaniaplein en de Pol Bury-fontein op de Boudewijnlaan. “Dat is een ander systeem, met een permanente waterstroom,” legt Paemen uit. Volgens haar zijn alle gewestelijke fonteinen in orde en in goed staat. Binnenkort komen er trouwens twee nieuwe bij: de ene op het heraangelegde Rogierplein, de andere op het vernieuwde Simonisplein. De fonteinen van de stad Brussel dan. Dat zijn er maar liefst 67, waarvan vijf eenvoudige drinkkraantjes. Volgens Aline Glaudot, woordvoerster van MR-schepen van Stedenbouw Geoffroy Coomans de Brachène, gaan ze ‘s winters allemaal uit. “Door de frisse weersomstandigheden deze maand zijn er momenteel nog flink wat in winterslaap. Maar er zijn er ook die niet meer aangezet worden, omdat ze
verplaatst zullen worden. Voorts zijn er een heleboel defect, dat klopt. Brussel heeft magnifieke, oude fonteinen, maar ongeveer de helft werkt niet meer, sommige al tientallen jaren.” Daarom heeft schepen Coomans vorig jaar een ambitieus fonteinplan opgesteld, een langetermijnplan weliswaar waarvoor anderhalf miljoen euro nodig is. Glaudot: “Alle fonteinen worden gerepertorieerd en beschreven. De bedoeling van de schepen is om zoveel mogelijk fonteinen weer aan de praat te krijgen. Zo is de fontein op het Voorplein van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Laken hersteld. Die spoot al vijfendertig jaar niet meer. Op 14 mei wordt ze weer aangezet.” — BETTINA HUBO VOLGENDE WEEK Was er protest tegen de vernietiging van de binnenstad tijdens de overwelving van de Zenne?
B R U Z Z | LO S VA N D E T I J D
D
eze vraag over de Brusselse fonteinen verdient enige nuance. Want zoals wel vaker het geval is in deze contreien gaat het hier deels over een gemeentelijke, deels over een gewestelijke kwestie. Met andere woorden: er zijn gemeentelijke en gewestelijke fonteinen. Dat op dit moment van het jaar niet alle fonteinen spuiten, heeft ook te maken met de winter. Tussen oktober en eind maart-half april worden de meeste fonteinen stilgelegd om vorstschade te vermijden. Zo zet het Brussels Gewest zestien van zijn 23 fonteinen af, vertelt Inge Paemen, woordvoerster van Mobiel Brussel. “De pomp wordt telkens verwijderd en in de fabriek gecontroleerd. Vanaf eind maart worden de fonteinen dan weer in gang gezet. Dat kost twee dagen per fontein. Voor dit jaar zijn we bijna rond. Op het Flageyplein bijvoorbeeld zijn de sproeiertjes weer vrolijk aan het spuiten, tenminste tussen acht uur ‘s ochtends en middernacht. Daarna gaan ze uit.” Het gewest heeft ook zeven fonteinen die het hele jaar door, dag en nacht, in
E.R/V.U.:S.I.B.P - Rue de la Chapelle 17 Kapellestraat - Bruxelles 1000 Brussel