van 2 tot 8 maart 2017
N° 1560 WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA VZW, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153
+ UIT IN BRUSSE
L | VOS SORTIES
À BRUXEL LES
| OUT AND
ABOUT IN BRUSSE
LS
UIT IN BRUSSEL SORTIR À BRUXELLES OUT AND ABOUT IN BRUSSELS 3
9 | 3 | 2017
#1560
NL FR EN
WEEKBLAD |
EEN UITGAVE
VAN VLAAMS-BRU
SSELSE MEDIA
VZW | FLAGEYPLEIN
18 PLACE FLAGEY,
1050 ELSENE/IXEL
LES | AFGIFTEKANT
OOR BRUSSEL
X P702124
HYPOCHRIST MUTREEFUZZ FREAKY AGE L’ENFANT SAUVA HORS PISTES GE GUSTAV MESM ER HENRY ANDERSEN ROBERT MITCHUM
1560_01
OFFSCREEN
_cover.in
TEN YEARS OF MOVIE MADNESS
dd 1
27-02-17
p5
18:18
DE SLAG OM DE TOERIST TOERISME VLAANDEREN LAAT BRUSSEL NIET LOS (MAAR SLUIT WEL LOKET) p 3, 6 - 7
© SASKIA VANDERSTICHELE
Christophe Coppens maakt opera
‘Vrouwen zijn superieure wezens’ p 18 - 19
BRUZZ undercover bij UberEats
‘Uitbetaling van de koeriers is illegaal’ p 8 - 9
Wel en wee van het tunnelrijden
Remmen op de roetsjbaan is voor niemand leuk p 21
2 I BRUZZ 1560 I Donderdag 2 maart 2017
EDITO Verwarring
Steven Van Garsse Chef Weekblad “Feit is dat die nieuwsoortige bedrijven moeilijk in te passen zijn in de klassieke sociaaleconomische schema’s”
COLOFON BRUZZ
Flageyplein 18, 1050 Brussel 02-650.10.65 ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80, Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393, BIC: BBRU BE BB van Vlaams Brusselse Media vzw. Buiten België 30 euro per jaar. OPLAGE 62.609 exemplaren. ADVERTEREN? Ineke Le Compte, Ute Otten: sales@bruzz.be 02-650 10 63 ALGEMENE DIRECTIE Jo Mariëns HOOFDREDACTIE Klaus Van Isacker WEEKBLAD & MAGAZINE Steven Van Garsse (chef ) EINDREDACTIE Karen De Becker ART DIRECTOR Heleen Rodiers VORMGEVING Ruth Plaizier REDACTIE Jean-Marie Binst, Bettina Hubo, Laurent Vermeersch, Danny Vileyn MEDEWERKERS Hilke Andries, Michaël Bellon, Hanne De Valck, An Devroe, Wauter Mannaert, Tim Schoonjans, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Ivan Put, Saskia Vanderstichele DISTRIBUTIE Ute Otten VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Steven Van Garsse, Flageyplein 18, 1050 Elsene. Bruzz is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw, wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bruzz.be
We gingen met Bruzz vier maanden undercover bij koeriersbedrijf UberEats. Wat we vermoedden, werd bewaarheid. Het bedrijf is niet in orde met de sociale wetgeving. Kort door de bocht: UberEats is illegaal bezig. Het Amerikaanse bedrijf heeft er een patent op. Ook met de taxidienst UberPop trok het zich van de regelgeving geen bal aan. Bruuskeren helpt om de media te halen. De overheid jennen, waarom niet? Het geeft het bedrijf een aura van macht. Het is intussen ook duidelijk dat na de botsing, de kentering komt. Dat was ook al zo bij AirBnb. De overheid komt met nieuwe wetgeving, het bedrijf gaat daar, meestal, in mee. Wat Uber, AirBnb en tutti quanti écht betekenen voor de stedelijke economie kan alleen de toekomst uitwijzen. Is het disruptief en schadelijk of geeft het nieuwe kansen? Optimisten en pessimisten zullen hierover grondig van mening verschillen. Feit is dat die nieuwsoortige bedrijven moeilijk in te passen zijn in de klassieke sociaal-economische schema’s. Dat leidt tot verwarring. Zelfs wie strijd voert voor het voortbestaan van onze na de Tweede Wereldoorlog verkregen sociale verworvenheden kan er moeilijk omheen dat de app-bedrijven voor klanten, maar ook voor werknemers een slim en aantrekkelijk alternatief vormen. Het model zit zo simpel in elkaar dat kritiek al snel irrelevant
WAUTER MANNAERT
wordt. Zoals onze eigen Bruzz-reporter mocht ervaren is de instapdrempel heel laag. In tijden waarin jongeren nauwelijks aan een baan raken, is dat mooi meegenomen. Het is werkervaring, en een (bescheiden) inkomen. Wie erg zuinig is, kan er zelfs van leven. Er is inderdaad de flexibiliteit, een vloekwoord voor vakbonden, maar die is er aan twee kanten: als de werknemer het beu is, kan hij er dadelijk mee kappen. Het zijn geen duurzame jobs, maar wie er geen heeft, maalt daar niet om. De federale regering heeft voor koerierbedrijven als UberEats en Deliveroo een wet op maat gemaakt. Als die bedrijven zich in regel stellen, en waarom zouden ze dat niet doen, kunnen ze ook uit de illegaliteit treden. Voor een deel van links blijven de app-bedrijven het toonbeeld van kapitalisme en uit de VS geïmporteerd neoliberalisme. Dat kan waar zijn, maar dan moet dat worden aangetoond, met meer dan enkele dooddoeners. Uiteindelijk zal over een tijdje de evaluatie moeten worden gemaakt. Dat zijn we verplicht aan onze welvaartsmaatschappij. Als de nieuwe app-economie tot uitbuiting leidt en tot meer ongelijkheid op de arbeidsmarkt, voor haves en have-nots, moet ze op de schop, maar zo niet, laat duizend bloemen bloeien.
“
De N-VA is antiBrussels en besmet in haar kielzog de andere Vlaamse partijen” Minister GUY VANHENGEL (Open VLD), op ‘BX1’
“
Moslims moeten leren dat ze de Koran niet letterlijk moeten nemen” SALAH ECHALLAOUI voorzitter van de Moslimexecutieve in ‘De Morgen’
Donderdag 2 maart 2017 I BRUZZ 1560 I 3
STAD Nieuwe wijk op zoek naar culturele trekpleister AANVAL. Het is niet duidelijk of het om een illegale taxi ging of niet.
Cinemaproject afgevoerd ANDERLECHT - Het plan om een bio scoopcomplex te bouwen in de industriezone van Anderlecht gaat niet door. De gemeente hoopt nu op een culturele trekpleister aan het Biestebroekdok.
© ID DIETER TELEMANS
CRIMINALITEIT Incident na avondje stappen in Vorst
Jongeman aangerand en aangevallen door taxichauffeur BRUSSEL - Een jongeman is na een nacht in de Wild Gallery in Vorst aangerand en aangevallen door zijn taxichauffeur, vermoedelijk vanwege zijn geaardheid. De jongeman, T.C., probeerde daarna een klacht in te dienen bij het politiekantoor van Brussel-Stad en Molenbeek, maar werd twee keer wandelen gestuurd. Beide politiezones zeggen echter geen weet te hebben van het voorval. De feiten speelden zich af in de nacht van zaterdag 18 op zondag 19 februari, na het “Catclub”-feestje in de Wild Gallery in Vorst. T.C. nam een taxi die voor de deur stond om naar huis in Molenbeek terug te keren. “De chauffeur begon me meteen uit te vragen over het feestje waar ik net vandaan kwam. Hij stelde eerst voor om naar het Noordstation te gaan, wat ik weigerde. Daarna begon hij me te vertellen dat hij al seksuele betrekkingen had gehad met klanten, tegen betaling, en vroeg hij me of ik niet hetzelfde wou doen,” vertelt T.C. aan Bruzz. Toen T.C. uiteindelijk wou uitstappen, greep de taxichauffeur hem bij de riem en verkocht hij hem enkele klappen, tegen de slaap en de kaak van het slachtoffer. T.C. wist zich te bevrijden en uit de wagen te stappen, waarna de taxi wegscheurde. Het slachtoffer kon wel een deel van de nummerplaat opschrijven. “Eerst wou ik de zaak zo snel mogelijk vergeten, maar ik ben toch op aanraden van mijn vrienden naar de politie gestapt om te voorkomen dat de taxichauffeur nog slachtoffers zou maken.” Bij het politiekantoor van Brussel-Hoofdstad aan de Kolenmarkt kreeg T.C. te horen dat hij eerst zijn verwondingen moet laten vaststellen vooraleer hij een klacht kan indienen. “Die maandag ben ik naar het Sint-Pietersziekenhuis en naar de tandarts gegaan,” toont T.C. zijn doktersattesten die zijn kneuzingen aan de
kaak, neus en een gebroken tand bewijzen. Maandag trok T.C. opnieuw naar het politiekantoor, ditmaal in zijn thuisgemeente Molenbeek. “Ook daar ben ik weggestuurd, met de boodschap dat het geen zin heeft om een klacht in te dienen als ik de identiteit van de chauffeur niet ken. Ook niet voor de statistieken,” zegt T.C. Hem wordt aangeraden om zelf Brussel Mobiliteit te contacteren, om de nummerplaat te laten onderzoeken. “Ik heb dat gedaan, maar daar krijg ik het antwoord dat ze niet de exacte nummerplaat kunnen checken aan de hand van het deel dat ik onthouden heb. Het zou ook om een illegale taxi
“De taxichauffeur stelde me voor om seks te hebben” kunnen gaan, hoewel dat op het eerste gezicht niet zo leek.” Gevraagd naar een reactie, zegt woordvoerster van de politiezone Brussel-Hoofdstad Ilse Van der Keere dat een voorafgaand medisch attest niet nodig is om een klacht in te dienen en dat ze dus niet weet waarom het slachtoffer weggestuurd zou zijn. Ook in Molenbeek duikt de naam van het slachtoffer niet op in de meldingsformulieren. “Nochtans heeft een politieagente daar wél mijn identiteitskaart gekregen en ingevoerd,” reageert T.C. Minister van Mobiliteit Pascal Smet liet het slachtoffer al weten de zaak ernstig te nemen en het verhaal te onderzoeken.
Debaets filmen is verboden BRUSSEL – Het zat er vrijdag bovenhands op in de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie tussen collegelid Bianca Debaets (CD&V) en parlementslid Arnaud Verstraete (Groen) toen die laatste zijn gsm bovenhaalde om haar
te filmen. De Groen-fractie legde vorige week in de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie een motie voor ter ondersteuning van het Steunpunt Cultuursensitieve Zorg. Debaets zette de subsidies van het steunpunt eind november
Mathias Declercq
Laurent Vermeersch
toerisme Toerisme Vlaanderen bouwt bezoekersloket om tot conceptstore
Geen toeristeninfo meer op de Grasmarkt BRUSSEL – Het bureau van Toerisme Vlaanderen op de Grasmarkt zal niet langer fungeren als infokantoor voor toeristen.
Slachtoffer T.C.
VGC Ruzie tussen Groen en CD&V
In 2013 diende cinemagroep Euroscoop een bouwaanvraag in voor een nieuwe bioscoop in de Anderlechtste industriezone. Het complex zou elf zalen tellen, goed voor 2.500 zitjes. Het plan omvatte ook een parking van 700 plaatsen. De investeerder mikte vooral op klanten die met de wagen uit de Rand komen. De gemeente toonde zich in eerste instantie voorzichtig positief over het project, maar gaandeweg groeiden de bezwaren, ook bij bouwmeester Kristiaan Borret en het gewest, dat uiteindelijk beslist over de vergunning. “Het complex was te veel opgevat als een cinema buiten de stad, met een grote parking,” zegt Anderlechts schepen van Stedenbouw Gaëtan Van Goidsenhoven (MR). “De aanvrager zag het niet
zitten om het project bij te sturen en beter te laten aansluiten bij de stedelijke ontwikkeling. De bioscoop komt er dus niet.” De industriebuurt tussen Kuregem en het Biestebroekdok is momenteel in volle ontwikkeling. Verschillende vastgoedprojecten zouden de komende jaren ruim 10.000 nieuwe bewoners moeten aantrekken. Daarnaast zijn ook nieuwe bedrijfsruimtes gepland, net als voorzieningen zoals een rusthuis en scholen en investeringen in de openbare ruimte. Tegelijk blijft de ambitie om ook een culturele bestemming in de wijk te hebben. Volgens de schepen is vooral het terrein tussen het Biestebroekdok en de spoorweg daarvoor geschikt. “Daar zou een nieuwe trekpleister kunnen ontstaan met uitzicht op het kanaal, op het kruispunt van de nieuwe buurt en de bestaande wijken in Kuregem en langs de Wayezstraat,” aldus nog Van Goidsenhoven. “We hebben de promotor die dat terrein gekocht heeft gevraagd om met een voorstel te komen.”
Nog heel even kunnen toeristen in het Visitor Information Centre van Toerisme Vlaanderen terecht voor informatie over Brussel en Vlaanderen. De info over Brussel is weliswaar beperkt. Wie meer wil, wordt doorverwezen naar het vlakbij gelegen toerismebureau van VisitBrussels op de Grote Markt. “De bedoeling van het infocentrum was om mensen inspiratie te geven voor hun bezoek aan Brussel en Vlaanderen,” zegt Peter De Wilde, topman van Toerisme Vlaanderen. “Maar dit is geen kernopdracht voor ons, wij zijn geen infokantoor over Brussel en we stoppen er dan ook mee. We hebben ook geen infokantoor in Antwerpen of Brugge. Dat is de verantwoordelijkheid van de steden zelf.” Besparingen liggen aan de oorsprong van de beslissing. “Ik kan er geen eigen per-
vorig jaar stop. Volgens Verstraete zonder enig overleg. Debaets bleef tijdens de discussie over de motie weg. Na de bespreking van de motie, die werd weggestemd, ging Debaets in de gang in felle discussie met de betrokkenen van het afgeschafte Steunpunt Cultuursensitieve Zorg. Zij waren in de raad aanwezig als toeschouwer. Arnaud Verstraete zag het: “Ik heb eerst een foto genomen, ik dacht: dit kan toch niet. Toen Debaets
soneel meer op inzetten, want ik heb dat niet,” zegt De Wilde. De hele gelijkvloerse verdieping wordt over enkele weken omgebouwd tot een Flanders Experience Store. Die wordt uitbesteed aan een privébedrijf. Ook nu reeds omvat de ruimte, die in 2014 volledig gerenoveerd werd, een hip winkelgedeelte met onder meer boeken, enkele designvoorwerpen en wat Serax-porselein, allemaal made in Flanders. De Wilde: “Dit is nog te beperkt van opzet. We willen een hele grote conceptstore, waar mensen allerlei producten kunnen uitproberen of kopen die met Vlaanderen of Brussel te maken hebben: catalogi van lopende tentoonstellingen, cd’s van de Filharmonie of textiel van een Vlaamse ontwerpers, met hun verhaal erbij. Je zal hier nog wel een plannetje van Brussel kunnen kopen, maar voor toeristische informatie word je doorverwezen.” Bettina Hubo
> Zie interview p 6 -7
zich totaal zonder respect uitliet tegen de aanwezigen besliste ik te filmen. Debaets vroeg me om te stoppen met filmen, en daar heb ik onmiddellijk gevolg aan gegeven. Ik dacht dat de kous daarmee af was.” Dat was buiten Debaets gerekend die in de raad tussenbeide kwam met een uitzonderlijk statement. “Ik vind het werkelijk beneden peil,” zei ze “dat wanneer ik of andere collega’s in de gang met de betrokkenen in gesprek zijn, alles
op een bijzonder geniepige manier - sneaky zoals men in het Engels zegt - gefilmd wordt zonder daarvoor toestemming te vragen.” Fractievoorzitter Bruno De Lille (Groen) bijt terug: “U doet niets anders dan met het vingertje zwaaien en mensen denigreren. Dat is een collegelid onwaardig. Wij zijn in het parlement om het college te controleren. Bovendien is er niets sluiks aan je gsm al filmend voor je houden.”
Danny Vileyn
4 I BRUZZ 1560 I Donderdag 2 maart 2017
DE WEEK
IN BEELD Wissel van de wacht in de Noordwijk. Elke Sleurs (N-VA) is niet langer staatssecretaris voor onder meer Armoedebestrijding, Gelijke Kansen en Wetenschapsbeleid. Ze geeft hier de fakkel door aan haar partijgenote Zuhal Demir (links op de foto) om zich toe te leggen op het lijsttrekkerschap in Gent.
in het NIEUWS Metrovuilbakken problematisch Sinds de lockdown door de terreurdreiging in 2015 zijn de metalen vuilnisbakken in de metrostations afgesloten. Ter compensatie kwamen transparante plastic zakken in losstaande houders. Vorige week werd begonnen om alle originele vuilnisbakken te verwijderen, omdat mensen er soms nog vuil bovenop deponeerden. Op termijn volgt een beter systeem dan de zwerfhouders voor zakken.
en een infomoment voorzien om van vennootschapsstructuur te veranderen. Daar wordt een tolerantie- en aanpassingsperiode tot 31 maart voor ingelast. 48 verenigingen waren op het infomoment, een vijftal heeft zich naar de regels geschikt, een tiental gebaart van krommenaas.
Plafond aan roltrappen stort in
Matongé te zwart bezig
Elsene heeft genoeg van de illegale handelszaken in de wijk Matongé. Veel handelaars schrijven hun winkel daar in als vereniging zonder winstoogmerk, om goedkoper te kunnen werken dan vennootschappen. Schepen van Handel Viviane Teitelbaum (MR) heeft actie ondernomen,
duen of families uit de politiezone Brussel West (Ganshoren, Jette, Koekelberg, Sint-Agatha-Berchem en Molenbeek). Zo raakte maandag bekend via ‘La Dernière Heure’. Vooral veranderingsgedrag onder jongeren, is een heet hangijzer. De cel van vier man vraagt meer armslag.
Cijfers deradicaliseringscel
De deradicaliseringscel van Molenbeek volgt sinds 2015 een zestigtal dossiers (op intensieve of regelmatige basis) van indivi-
Delen van het plafond boven de (rol) trappen in Brussel-Zuid zijn naar beneden gekomen. De toegang aan de Fonsnylaan tot metrolijnen 2 en 6 en tramlijnen 3 en 4 is daardoor versperd. De NMBS sloot die ingang uit veiligheidsoverwegingen voor MIVB-gebruikers af. Gebruikers van het openbaar vervoer moeten nu via de Engelandstraat en het Victor Hortaplein. De herstellingswerkzaamheden duren tot eind maart.
Marollenmoordenaar weer vrij
Bijna tien jaar na de moord op zijn ouders en zus is Léopold Storme (veroordeeld tot 26 jaar in 2010) onder voorwaarden op vrije voet. Dat besliste de Strafuitvoeringsrechtbank vorige vrijdag. Het Openbaar Ministerie kon cassatieberoep aantekenen, maar deed dat niet.
Beschermde hoeve besmeurd In 2009 kocht de stad Brussel de zeventiende-eeuwse hoeve Den Bels in
Neder-Over-Heembeek. Het jaar nadien werd ze samen met het terrein beschermd. Werkzaamheden aan een aanpalend terrein zorgden ervoor dat de aannemer alle bouwafval rond de geklasseerde hoeve stortte. De gemeente zal ingrijpen. Oud schepen Christian Ceux (CDH) vraagt via sociale media om de gemeente te interpelleren.
Jean-Marie Binst
MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP
© ID WOUTER VAN VOOREN
Donderdag 2 maart 2017 I BRUZZ 1560 I 5
MILIEU 85.000 vierkante meter zonnepanelen erbij tegen 2020
Gewest investeert zelf in groene stroom BRUSSEL - De Brusselse regering installeert zonnepanelen op de daken van minstens 150 publieke gebouwen. Netbeheerder Sibelga krijgt 20 miljoen euro om de projecten in vier jaar tijd uit te voeren. 85.000 vierkante meter aan zonnepanelen moet er bijkomen in Brussel tegen 2020, door overheidsinvesteringen in openbare gebouwen. Brussels minister van Energie Céline Fremault (CDH) haalt 20 miljoen euro uit het Klimaatfonds om de zonnepanelen aan te leggen op de daken van bijvoorbeeld crèches, scholen, zwembaden of gebouwen van de administratie. Die kunnen eigendom zijn van zowel de Brusselse gemeenten als het gewest. Philippe Massart, de directeur communicatie van netbeheerder Sibelga, zegt dat ze in vier jaar tijd zo’n 150 à 200 overheidsgebouwen voorzien van fotovoltaïsche zonnepanelen. “Het gewest betaalt dat, en Sibelga organiseert de hele operatie, vanaf de installatie en gedurende de hele levensduur van de zonnepanelen. De gemeente hoeft alleen haar dak uit te lenen, en in ruil kan ze alle opgewekte elektriciteit gebruiken. We selecteren daarvoor publieke gebouwen die het hele jaar door een groot en constant energieverbruik hebben, en ook de opgewekte groene stroom zouden kunnen gebruiken. Een zwembad zou kunnen, maar een grote opslagplaats van de gemeente is bijvoorbeeld minder interessant, omdat daar weinig energie verbruikt wordt.” “De keuze van de gebouwen die zonnepanelen krijgen, maken we in april of mei 2017. De wer-
ken worden uitgevoerd vanaf oktober 2017 tot eind 2020.” Dit project, dat de regering Solarclick doopte, moet helpen om de Brusselse klimaatdoelstellingen te halen, die onder meer beloven om de hernieuwbare energieproductie in het gewest tegen 2020 te verdubbelen tot vier procent (tegenover twee procent in 2013). Brussels parlementslid Annemie Maes van oppositiepartij Groen vindt het investeringsplan een goede zaak, en stipt aan dat haar thuisgemeente Jette, waar ze met Ecolo/Groen in de meerderheid zit, drie jaar geleden ook al zonnepanelen liet leggen op vijf gemeentegebouwen, betaald door het bedrijf Blue Tree en de burgercoöperatieve Energiris. “In vier jaar tijd hebben we zo de energiefactuur van de gemeente drastisch kunnen verlagen,” zegt Maes. “Veel Brusselse gemeenten hebben niet het budget om op grote schaal te investeren in zonnepanelen. Daarom investeert de gewestregering zelf. Een heel goede zaak, tenminste als het samengaat met het beter isoleren van de gebouwen en met energie-efficiëntie. Daar heb ik in de commissie Energie op aangedrongen.” Fremault trekt daarom nog zeven miljoen euro uit om de gebouwen meteen energiezuiniger te maken en hen een systeem te geven om hun verbruik te volgen en te beheren.
Ook Annemie Maes gelooft dat het plan van de regering realistisch is, en dat de aanleg van de zonnepanelen door het gewest inderdaad vrij snel kan gebeuren. Oppositiepartij PVDA wil ook meer overheidsinvesteringen in propere, groene energie. In het weekblad ‘Knack’ pleitte Tom De Meester, de energiespecialist van de PVDA, er vorige week voor om stadsbedrijven
“De gemeente hoeft alleen haar dak uit te lenen, en in ruil kan ze alle opgewekte elektriciteit gebruiken” Philippe Massart Directeur Communicatie Sibelga
op te richten die zonnepanelen op de privédaken leggen bij mensen die de investering niet zelf kunnen betalen.
Thomas Verbeke
De spraakmaker De Internationale Hockey Federatie heeft John-John Dohmen uitgeroepen tot beste mannelijke speler van het jaar. De 29-jarige kapitein van de Red Lions mocht de prijs afgelopen donderdag als eerste Belg ooit in ontvangst nemen. Dat zowel de spelers van alle landenteams als het publiek hiervoor konden stemmen, toont aan hoe belangrijk deze prijs wel is. Met Laurine Delforge komt ook de beste vrouwelijke scheidsrechter van het jaar uit Brussel. Het is voor insiders van de hockeywereld geen grote verrassing dat Dohmen de andere genomineerden, twee Argentijnen en twee Duitsers, klopte. De middenvelder draait namelijk al lang mee op het hoogste
niveau. Hij is het voorbeeld van een hardwerkende speler, iemand die in het belang van de ploeg speelt en het geheel beter doet draaien. Dohmen is een complete speler die niet altijd opvalt, maar wel zijn stempel weet te drukken op een ploeg. Dat bewees hij al van jongs af in onze competitie. De middenvelder werd opgeleid bij Royal Léopold Club en brak echt door toen hij in 2008 bij de Waterloo Ducks tekende. Met de Ducks werd hij ondertussen al vier keer Belgisch kampioen en hij verdedigde hun kleuren al verschillende malen
JOHN-JOHN DOHMEN
in de Euro Hockey League, vergelijkbaar met de Champions League in het voetbal.
Maar het is vooral met onze nationale ploeg dat Dohmen naam maakte op de internationale scène. Hij was een belangrijke pion in de teams die België ondertussen al meer dan tien jaar geleden op de hockeykaart zijn beginnen te zetten, zowel bij de jeugd als bij de senioren. De afgelopen drie Olympische Spelen reisde onze nummer zeven uiteraard ook mee naar Peking, Londen en Rio de Janeiro. Vorige zomer was hij een van de sterkhouders die de Belgen naar de finale loodsten. De verantwoordelijkheid die kapi-
tein Dohmen met zoveel naturel op het veld neemt, neemt hij ook daarbuiten. Zo kwam hij in 2014 op voor CDH, waarvoor hij op de Waals-Brabantse lijst voor de regionale verkiezingen stond. Momenteel staat zijn politieke carrière on hold omdat hij een te druk programma heeft. Dohmen is masterstudent osteopathie aan de Université Libre de Bruxelles en is in september vorig jaar ook nog eens begonnen met Cap10, een eigen merk van petten met teamemblemen. Hij neemt daarvoor alles in handen, van het ontwerpen van de petten tot de distributie. Dat allemaal combineren met een topsportcarrière, daar nemen we ons petje Tim Schoonjans voor af.
6 I BRUZZ 1560 I Donderdag 2 maart 2017
PETER DE WILDE (47) - romanist en mediëvist - docent UAntwerpen - 2003-2006: hoofd cultuur provincie Antwerpen - 2007-2009: kabinetschef van schepen van Cultuur en Toerisme Philip Heylen (CD&V), stad Antwerpen - 2009-heden: administrateur-generaal Toerisme Vlaanderen
“Als overal negatief over je wordt gesproken, dan moet je niet gaan toeteren hoe mooi en goed het hier is”
UITSTRALING. “Waarom zetten we niet alles op alles om Palais Stoclet te deblokkeren en daar iets te doen rond art nouveau? Dat zou Brussel een enorme uitstraling geven.”
© SASKIA VANDERSTICHELE
Donderdag 2 maart 2017 I BRUZZ 1560 I 7
INTERVIEW Topman Toerisme Vlaanderen over moeizame samenwerking met VisitBrussels
‘Het is alsof Brussel per se zijn eigen speelgoed wil’ BRUSSEL – Sinds de zesde staatshervorming is zowel Brussel als Vlaanderen bevoegd voor de toeristische promotie van de hoofdstad. Maar volgens Peter De Wilde, topman van Toerisme Vlaanderen, verloopt de samenwerking met VisitBrussels bijzonder stroef. “Zij vinden dat wij van Brussel af moeten blijven.”
D
e Wilde, sinds 2009 administrateur-generaal van het Vlaamse toerisme-agentschap op de Grasmarkt, neemt de tekst van de zesde staatshervorming erbij. “Het Brussels Gewest wordt ten volle bevoegd voor toerisme,” leest hij. “Daar stopt het voor onze Brusselse collega’s, maar de tekst gaat verder: onverminderd het behoud van de bevoegdheden van de gemeenschappen inzake de promotie van Brussel op nationaal en internationaal niveau. De gemeenschappen kunnen subsidies voor toeristische infrastructuur blijven toekennen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Er zullen over deze aangelegenheden samenwerkingsakkoorden worden gesloten tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de andere betrokken deelstaten.” Voor De Wilde is er geen twijfel mogelijk: de Vlaamse bevoegdheden zijn onaangeroerd. “Wij blijven Brussel internationaal promoten en gaan door met investeren in Brussel als toeristische bestemming.”
Maar er moet wel een samenwerkingsakkoord worden gesloten. PETER DE WILDE: Ja, en daarvoor doe
ik al anderhalf jaar voorstellen aan VisitBrussels. Tevergeefs. Er zijn heel veel uitgestoken handen van onze kant, but it takes two to tango.
Waarover moeten er afspraken gemaakt worden? DE WILDE: Over wie wat doet. Toeris-
me Vlaanderen nodigt bijvoorbeeld jaarlijks enkele honderden journalisten uit naar Vlaanderen en Brussel. De deal is dat wij hun reis regelen en de reiskosten betalen en dat de stad die het bezoek organiseert, de verblijfskosten draagt. Dat lukt in alle steden, behalve hier. Sinds de zesde staatshervorming wenst Brussel daar niet meer aan mee te werken.
Decennialang werd Brussel in het buitenland vertegenwoordigd door de kantoren van Toerisme Vlaanderen en Wallonie-Bruxelles. Wat zal er veranderen? DE WILDE: Wallonië en Vlaanderen hebben dat inderdaad jarenlang samen gedaan. Wij maakten afspraken, over de persreizen bijvoorbeeld. Nu wil Brussel dat zelf gaan doen. Wallonië is daarin mee gegaan. De kantoren heten nu niet langer Wallonie-Bruxelles Tourisme, maar Wallonie-Belgique Tourisme. Vlaanderen heeft dat niet gedaan. Wij willen Brussel niet loslaten.
Is het niet logisch dat Brussel die rol opeist en het zelf wil doen? DE WILDE: Maar er zijn al twee kan-
toornetwerken in het buitenland. En dan zou er nog eentje bijkomen dat hetzelfde gaat doen. Ik heb het gevoel dat Brussel per se zijn eigen speelgoed wil. De oplossing zou zijn dat we elkaar als grote mensen vinden en een akkoord maken voor gezamenlijke acties. Op de meeste markten hebben we dezelfde doelstellingen en wij hebben vijftig jaar ervaring. Met Nederland hebben we ook zo’n akkoord.
Is Brussel niet gewoon bang om door Toerisme Vlaanderen te beperkend te worden voorgesteld, als een Vlaamse kunststad bijvoorbeeld? DE WILDE: Dat klopt niet. Wij pro-
moten Brussel in al zijn facetten, bijvoorbeeld ook als stad van verenigingen, lobbyisten en drukkingsgroepen. Wij zetten heel sterk in op congrestoerisme. En wat de kunststeden betreft, tegenwoordig gaat het veel meer om de beleving dan om de bestemming. Hét grote programma voor de komende jaren zijn de Vlaamse Meesters. Daar heeft Brussel natuurlijk een rol in te spelen. Maar daarom zetten we niet het label ‘kunststad’ op Brussel. Ik denk dat Brussel vooral bang is om te veel aan te leunen bij Vlaanderen.
Jullie zitten ook niet meer in de raad van bestuur van VisitBrussels? DE WILDE: Neen, vroeger zaten we
daar met raadgevende stem. Sinds VisitBrussels een gewestelijke entiteit geworden is, is de raad van bestuur puur politiek samengesteld door de kabinetten. Wij zijn ook een overheidsorganisatie. Mijn raad van bestuur is het Vlaams parlement, maar er is een enorme delegatie naar de ambtenaren. Wij runnen Toerisme Vlaanderen zoals een bedrijf.
Ik vind dat zo jammer. Het Jubelparkmuseum heeft een fantastische art-nouveau- en art-decocollectie, maar behalve een nieuwe museumzaal, gebeurt er niets mee. We hebben ook geweldig bouwkundig erfgoed uit die periode. Waarom zetten we niet alles op alles om Palais Stoclet, nog zo’n dossier van jaren, gedeblokkeerd te krijgen en daar iets te doen rond art nouveau. Dat zou ons internationaal een gigantische uitstraling geven. Maar neen, wat doen ze hier in Brussel? We hebben nog ergens een Citroëngarage en de cultuurhegemonie in Parijs heeft de ambitie om op te schuiven naar het noorden. Een Frans project dus dat in Brussel met vlag en wimpel wordt binnengehaald.
“Brussel heeft een enorm potentieel, maar het komt er onvoldoende uit” Is Brussel makkelijk te promoten? DE WILDE: Neen, maar geen van onze
Vlaamse steden is makkelijk te promoten, want geen van onze steden is een ijzersterk merk dat wereldwijd bekend is.
Ondertussen wordt in Antwerpen het Museum voor Schone Kunsten gerenoveerd en kreeg die stad eerst het MAS en daarna het nieuwe Havengebouw van Zaha Hadid erbij, twee opmerkelijke architecturale projecten.
Brussel toch wel?
DE WILDE: Klopt, dat is echt iets waar-
DE WILDE: Neen, Brussel is een sterke
voor je de handen in elkaar zou kunnen slaan. Alleen krijgen wij daarin geen rol toebedeeld van VisitBrussels. We investeren dan maar zelf, bijvoorbeeld in de nieuwe galerij van de Koninklijke Bibliotheek. Brussel heeft een enorm potentieel, maar het komt er onvoldoende uit. Daar is Brussel niet alleen voor verantwoordelijk. Het Brusselse Museum voor Schone Kunsten en het Jubelpark zijn federale instellingen. De hele nv België zou zich moeten bezinnen: waarheen willen we?
trekker, maar de stad speelt niet in de categorie van Londen, Parijs of Berlijn. Bovendien wordt Brussel in een land als het Verenigd Koninkrijk vooral geassocieerd met de Europese administratie en dat is niet meteen een positieve associatie.
Wat zijn de grootste trekpleisters? DE WILDE: Bovenaan staat het Atomi-
um met meer dan 600.000 bezoekers, op een flinke afstand gevolgd door Mini-Europa, het Parlementarium, het Magritte Museum en het Museum voor Natuurwetenschappen. Dan komen het stripmuseum en Bozar met 200.000 à 250.000 bezoekers. De musea Fin de Siècle, Old Masters en Jubelpark zitten daar nog een flink stuk achter.
Brussel heeft wel de chocolade en het bier. DE WILDE: Ja, maar wat niet kwali-
tatief ontwikkeld is, promoten we niet. Als je rondbazuint dat iets fantastisch is en men ziet ter plek-
ke dat het nergens naar lijkt, heb je imagoschade. Stel dat wij zouden zeggen: in Brussel heb je een geweldige chocoladebeleving. Hoe ga ik dat hard maken?
Er is toch veel chocolade in Brussel? DE WILDE: Ja, maar in Wenen ook. En ook Brugge pretendeert de chocoladehoofdstad van België zijn. Wat is er in Brussel zo anders dan? Idem met het bier: er zijn de cafés, maar de biertempel aan de Beurs is er nog niet. En zolang het er niet is, kan je het niet promoten.
Over het effect van de terreur en de aanslagen hebben we het nog niet gehad, hoe groot is de schade? DE WILDE: Heel groot. Parijs heeft 2016 afgesloten op min acht procent, Brussel op min veertien à vijftien procent. Alleen Turkije deed slechter. Vlak na 22 maart heb ik de hele Belgische toeristische sector naar de Grasmarkt uitgenodigd om te bespreken hoe we het samen konden aanpakken. Bij alle partners was toen een enorme bereidwilligheid, een sense of urgency. Maar we kwamen niet tot een consensus en al vlug ging iedereen opnieuw zijn eigen weg.
Wat wilde Toerisme Vlaanderen? DE WILDE: Ik denk dat je zoiets
structureel moet aanpakken. Met een eenmalige communicatiecampagne of een praatpaal op het Gemeenteplein van Molenbeek kom je dit niet te boven. Wij hebben goed geluisterd naar de Britse crisisexpert die Londen destijds geadviseerd heeft na de metroaanslag. Als er in heel de wereld negatief over je wordt gesproken, dan moet je niet met grote internationale publiekscampagnes gaan toeteren hoe mooi en goed het hier is. Want dat klopt niet. Meteen als je uit het Centraal Station komt, zie je tanks en militairen staan. Wie geschoren wordt, moet stilzitten, luidt het spreekwoord. Wij werden geschoren en dan zit je best stil. Het heeft tijd nodig. Ondertussen investeer je in je product en beraad je je over hoe je het structureel aanpakt. De Vlaamse regering heeft drie maatregelen genomen. Eén: we gaan proactiever werken op internationale correspondenten en andere influencers die bepalend zijn voor de reputatie van de stad. Twee: we gaan deelnemen aan economische missies en staatsbezoeken. Drie: er komt een nieuwe cel Event Flanders die internationale biddings op grote evenementen kan organiseren. Een wereldtentoonstelling of groot kampioenschap naar hier halen, levert een enorme economische en reputationele return op.
Brussel houdt vast aan imagocampagnes. Begin dit jaar maakte de regering vier miljoen euro vrij voor een grote internationale campagne door een communicatiebureau. DE WILDE: Ze doen maar. Ik zeg: in plaats van die vier miljoen weg te smijten, pomp dat geld in die biertempel, zodat het vooruitgaat. Bettina Hubo
8 I BRUZZ 1560 I Donderdag 2 maart 2017
reportage Het leven van een UberEats-koerier: Bruzz ging undercover
UberEats: veel vrijheid, BRUZZ undercover - Bruzz-reporter Saïd El Haddad reed van 28 oktober 2016 tot en met 23 februari 2017. - Hij heeft 24 ritten gereden, verspreid over 9 dagen. - Hij was 31 uur ‘in dienst’ - Voor de ritten in 2016 kreeg hij 153,75 euro. - Na afhouden van de UberEats-taks blijft daar 111,65 euro van over. - De ritten in 2017 werden nog niet betaald.
UberEats, de maaltijdleverdienst van taxibedrijf Uber, landde op 20 oktober 2016 in Brussel. Honderden Brusselse jongeren werken intussen als koerier voor die dienst. Onze reporter Saïd Al-Haddad ging vanaf de eerste dag vier maanden lang ‘undercover’ de baan op. Uit zijn ervaring blijkt dat UberEats, als exponent van de nieuwe deeleconomie, het niet al te nauw neemt met de Belgische wetgeving. Onbestaande aanwervingsprocedures, variërende en lage vergoedingen, een gebrek aan een arbeidsovereenkomst of enige vorm van werkzekerheid én een fiscaal systeem dat op dit ogenblik nog geen wettelijke basis heeft: het platform begeeft zich op bijzonder glad ijs.
Wat als... je baas een app is? W ie een heuse motivatiebrief had ingestudeerd om bij de lancering van UberEats in Brussel te solliciteren, deed vergeefse moeite. We worden ontvangen in een kale loods in de Vandenbrandenstraat 1, uitgerekend de lokalen waar die andere maaltijdleverdienst, Take Eat Easy, net de spreekwoordelijke boeken had neergelegd. Aan de elkaar genagelde houten paletten zijn twee computers aangesloten op stroomvoorzieningen die aan het plafond bengelen. Daarachter: twee verveeld ogende rekruteerders die één voor één de massaal opgedaagde Brusselse jongeren inschrijven. Niet meer dan zeven minuten duurt het, voor we onszelf UberEats-koerier mogen noemen. Net tijd genoeg om het inschrijvingsbewijs en de verzekeringspapieren van onze scooter en onze identiteitskaart te laten kopiëren. Van een sollicitatiegesprek of andere formaliteiten is alvast geen sprake. Tegen valavond zijn we, samen met vierhonderd andere koeriers, klaar om de baan op te gaan.
Van Zavel naar Thieffry voor een donut De volgende dagen staan we paraat om de Brusselse straten op te trekken als maaltijdleverancier. Sommigen doen dat met de fiets, wij kiezen voor de scooter. Hoe dan ook volstaat het om in te loggen op de app van UberEats. De heilige app, die ons voortaan zal oproepen, sturen, begeleiden én betalen. De patron, de manager, de CEO: alles zit vervat in dat vier-
kante pictogrammetje op onze smartphone. Aanvankelijk loopt alles gesmeerd. UberEats hanteert gedurende de eerste weken na de lancering geen minimumtarief voor klanten en probeert zo meteen die andere maaltijdleverdienst, Deliveroo, het vuur aan de schenen te leggen. Zo gebeurt het dat we in de eerste weken zelfs voor één enkele donut van de Zavel naar een afleveradres aan metrostation Thieffry worden gestuurd. Nu, ons niet gelaten, je verdient er namelijk niet minder mee dan wanneer je vijf driegangenmenu’s meezeult. De f lexibiliteit en het haast overweldigende vrijheidsgevoel die bij dit werk horen, zijn ongezien. Maar ook het laagdrempelige karakter van het werk is een verklaring voor het grote succes onder Brusselse jongeren. Hier geen discriminatie op basis van naam, diploma of kleur. Een bewijs van goede zeden zal UberEats je evenmin vragen. Het ratingsysteem, waarbij klanten de snelheid en correctheid van de levering en de leverancier beoordelen via de app, zorgt voor de nodige checks and balances. Wie snel, stressvrij en op eigen houtje van punt
A naar punt B geraakt, is uit het juiste hout gesneden om koerier te worden. Maar, na de wittebroodsweken verandert het systeem. Waar UberEats naar het voorbeeld van concurrent Deliveroo zijn koeriers aanvankelijk een vaste verloning van ongeveer 13 euro per uur betaalt, bouwt het dat systeem al snel af. Eerst worden we via sms – het geliefkoosde communicatiemiddel van UberEats, zou al snel blijken - geïnformeerd dat er voortaan alleen een vast uurloon is voor diegenen die zich op tijd weten te registreren voor bepaalde shifts. Na enkele weken van vruchteloze pogingen om binnen te geraken, volgt een ander sms’je van UberEats. “We hebben vandaag een nieuw systeem getest, zonder gegarandeerd uurloon. En dat was een enorm succes! Vanaf nu worden jullie dus betaald per levering,” zegt dat.
Het laagdrempelige karakter van het werk is een verklaring voor het grote succes onder Brusselse jongeren
Wat verdient dat nu? Maar wat verdienen we dan nog met onze ritten? Een vaste ratio valt moeilijk te berekenen, aangezien het uiteindelijke bedrag
(niet meer) af hangt van het aantal uren dat we stand-by staan, wel van het aantal leveringen. Zo staan we op een dinsdag tweeënhalf uur klaar om maaltijden rond te brengen, waarbinnen we twee maaltijden oppikken en afleveren bij de klant. Dat levert ons welgeteld 9,17 euro op. Even later maken vijf uur vrij op een zaterdag en voltooien we zeven ritten. Zo komen we aan 48,17 euro. Daar moeten we zelf nog de kosten van de brandstof, ons mobiel internet en eventuele onderhoudskosten van aftrekken. De daaropvolgende maandag verdienen we 16,50 euro met twee leveringen, maar houdt UberEats meteen 6,85 euro van dat bedrag in. Eerst is het niet duidelijk wat de reden daarvoor is, tot we plots een sms’je ontvangen: alle koeriers die nog voor UberEats willen rijden, moeten kiezen uit twee statuten: ofwel rij je als zelfstandige, waarbij je zelf btw en sociale lasten moet betalen, ofwel als ‘P2P’. In dat laatste geval houdt UberEats via een gunstig fiscaal statuut alleen een persoonlijke taks in van 10 procent, dat het stort aan de staat. Klein detail: die vraag komt er pas twee maanden na onze eerste werkdag. Alle voorgaande betalingen kregen we integraal op onze rekening gestort. Als bezorgde werknemer proberen we na de sms contact op te nemen met onze baas, maar dat blijkt een behoorlijke klus. UberEats
‘UberEats neemt zich voor de wetgever’ Twee maanden na de start van UberEats, rond half december, vroeg het platform zijn koeriers om een keuze te maken tussen twee sociale statuten: zelfstandige of P2P. Dat laatste statuut werd gecreëerd aan de hand van de wet-De Croo van 1 juli 2016 en voorziet in een gunstig fiscaal regime voor mensen die willen bijverdienen in de deeleconomie. Er moeten geen btw of sociale bijdragen betaald worden, alleen
een persoonlijke taks van tien procent. UberEats geeft aan die zelf te innen en die door te storten aan de staat. De Bruzz-reporter heeft geen statuut als zelfstandige en kiest voor P2P. UberEats houdt vanaf dat moment – weliswaar op zeer onregelmatige basis – een bedrag in, de koerier moet verder niets doen, klinkt het. In oktober liet het kabinet van minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) dat het
koninklijk besluit rond de nieuwe regeling over P2P op zich liet wachten, omdat er nog een wettelijke basis moest gecreëerd worden voor de communicatie van het platform met de fiscus. Dat KB is ondertussen gepubliceerd en van kracht, maar platformen die van het gunstig regime wensen gebruik te maken, “moeten ook aan bepaalde voorwaarden voldoen”. Met andere woorden: platformen
die met het regime willen werken, moeten erkend worden door de FOD Financiën. En die is formeel. “Tot op vandaag is er nog geen enkel platform erkend. Vier platformen deden wel een aanvraag, maar de wet treedt pas in voege op 1 maart 2017,” zegt Francis Adyns, woordvoerder van de FOD Financiën. Welke platforms al een aanvraag indienden, mag hij niet zeggen, maar Adyns is wel opnieuw zeer formeel: “Wie nu
al van de regeling gebruikmaakt, neemt zich voor de wetgever.” Ook het kabinet van Van Overtveldt bevestigt dat. Over eventuele sancties wil het kabinet zich nog niet uitspreken, maar het is allerminst goed nieuws voor UberEats en eventuele andere platformen die al werken met het P2P-statuut. Maar ook voor wie onder het zelfstandigenstatuut voor platformen zoals UberEats werkt, is de situ-
atie problematisch. Dé vraag die Uber wereldwijd parten speelt, is namelijk of mensen die voor zulke platformen professionele diensten uitvoeren, wel als zelfstandige mogen worden beschouwd. Stefan Nerinckx, advocaat gespecialiseerd in arbeidsrecht en docent aan de Hogeschool Odisee en KU Leuven, verdiept zich al een tijdje in de flexibelere arbeidsvormen of de uberization van de economie. “De cruciale
Donderdag 2 maart 2017 I BRUZZ 1560 I 9
weinig legaliteit
© IVAN PUT
Onze reporter SAÎd bij UBEREATS. is dan wel bereikbaar op een telefoonnummer, maar daar mag enkel en alleen een beroep op worden gedaan bij problemen met een levering, verzekeren ze ons aan de lijn. Dan maar naar de app of de website, waar we inloggen op onze account. Daar zien we dan wel onze voorbije leveringen en de betaalde vergoedingen, maar de pagina’s zoals ‘fiscaal overzicht’ vertonen geen enkel teken van leven. Ook de mails over ons sociaal statuut, verzekering en vergoedin-
vraag is of platformen zoals Uber en Airbnb méér zijn dan een louter technologisch instrument dat klanten en dienstverrichters, vraag en aanbod, met elkaar verbindt.” Uber, bijvoorbeeld, claimt niet meer te zijn dan een online technologisch platform, terwijl tegenstanders zeggen dat het een transportbedrijf is. “Dat onderscheid heeft grote gevolgen voor het statuut van de mensen die professionele activiteiten
gen leveren geen duidelijke antwoorden op. Toegegeven: de vrijheid om te werken wanneer we willen, buiten te zijn en op een eenvoudige manier een centje bij te verdienen, vormen een bijzonder aantrekkelijke formule. Maar of het uiteindelijke loon, het gebrek aan communicatie en de algemene onzekerheid op wettelijk en fiscaal vlak daartegen opweegt, is een andere vraag. Opgetekend door Mathias Declercq
uitoefenen voor een dergelijk platform,” zegt Nerinckx. Met andere woorden: als Uber (en dus ook UberEats) een transportbedrijf is en niet louter een technologisch platform, dan bestaat de mogelijkheid dat de chauffeurs te beschouwen zijn als werknemers. “In de VS is bijvoorbeeld beslist dat er wel degelijk sprake is van een werknemersrelatie, op basis van een band van ondergeschikt-
heid en de mate van controle door Uber over zijn chauffeurs,” zegt Nerinckx. “Uber is tegen die beslissing in beroep gegaan. In Groot-Brittannië besliste een rechtbank dan weer dat Uberchauffeurs workers zijn, een statuut dat een grotere bescherming biedt dan het statuut van een zelfstandige, maar minder dan dat van een werknemer. Telkens tekende Uber beroep aan.” Volgens Nerinckx is er nog werk
“Het duurde niet meer dan zeven minuten voor ik me UberEats-koerier mocht noemen.”
aan de winkel, als we die nieuwe initiatieven een duidelijke plaats willen geven in de wetgeving. “De wetgever dient zijn werk te doen en een duidelijk kader te scheppen voor wie werkt met of voor een platform. Dat zal zowel de opdrachtgever, in de vorm van meer rechtszekerheid, als de dienstverrichter, die meer sociale bescherming geniet, alleen maar ten goede komen.”
Mathias Declercq
‘Geen kwade wil’, zegt UberEats In een reactie op onze bevindingen erkent UberEats dat het fiscale systeem een gat vertoont, maar ontkent het dat er kwade wil in het spel is. “Volgens onze kennis ging de wet rond het P2P-systeem van start in juli 2016. Daarom hebben we ook die optie aangeboden aan onze koeriers. We hebben nu kennis genomen van het koninklijk besluit dat in januari 2017 gepubliceerd werd en waarin sprake is van een registratieprocedure en de startdatum van 1 maart,” laat het platform weten. “We hebben binnenkort een vergadering gepland met de bevoegde autoriteiten om de zaken uit te klaren.” UberEats laat ook weten dat het meteen een aanvraag heeft ingediend om erkend te worden. “We geloven dat België een voortrekkersrol speelt met dit fiscale systeem en kunnen niet wachten om er deel van uit te maken.” Wat er met het ingehouden geld moet gebeuren, kan het nog niet kwijt. - UberEats telt 600 koeriers in Brussel en werkt samen met 450 restaurants. - 40.000 Belgen hebben de applicatie UberEats gedownload.
10 I BRUZZ 1560 I Donderdag 2 maart 2017
HERDENKING Vijftig jaar na de brand van A L’Innovation in de Nieuwstraat
‘Ramp wakkerde de aandacht voor brandveiligheid aan’ BRUSSEL - Trauma’s als de onfortuinlijke brand van A l’Innovation in 1967 staan gegrift in het collectieve geheugen. Oud-brandweerbevelhebber van het Brussels Gewest Hugo Van Gompel waarschuwt echter voor het makkelijk vergeten van veiligheidsregels. “Wanneer er minder incidenten plaatsvinden wordt de burger laks.” Gelukkig blijft de brandweer alert.
B
randweerkolonel-op-rust Hugo Van Gompel (83) tekende mee de strengere brandveiligheidsnormen uit na de grote Innovation-brand van 22 mei 1967, een prestigewinkel in glas en staal, van de hand van Victor Horta (1903). Van Gompel herinnert zich de dag nog helder. “De ochtend van de brand liep ik nog in het gebouw. Mijn dochter was pas geboren, en ik had in de Innovation doopkaartjes laten drukken. Die ging ik afhalen. Ik verloor er mijn weg, en vroeg me nog af: ‘Hoe raakt men hier toch uit?’ Achteraf besefte ik maar al te goed hoeveel mensen er verloren moeten gelopen zijn, in de rook op zoek naar de uitgang (het precieze aantal slachtoffers blijft tot nu toe onbekend, red.). In die tijd was ik in de Militaire School, maar vanaf 1968 bij de brandweer, en toen hoorde ik vaak over het drama vertellen door heel wat betrokken brandweerlui.”
Kende u brandweercollega’s die getraumatiseerd waren? HUGO VAN GOMPEL: In die tijd - en eigenlijk is dat nog zo onder brandweermannen - waren het allemaal taaie kerels, die veel gewoon zijn. Zij klopten toen 72 tot 73 uur per week, met bijgevolg heel veel noodinterventies. De brandweer vandaag voert, sinds de 36-urige werkweek, minder tussenkomsten uit. In 1967 was de brandweer meer getraind om dramatische toestanden te zien. Al is elke brand verschillend, qua gebouw, situaties, mensen die je tegenkomt: hoe meer ervaring, hoe meer je ertegen bestand bent.
Wat maakte de Inno-brand anders dan andere branden? VAN GOMPEL: In de eerste plaats de afwezigheid
van sprinklers. De automatische blusmethode is pas nadien verplicht geworden in dergelijke gebouwen. Ten tweede bestond er geen enkele controle op de ventilatie. Vermits het pand een grote open ruimte was, konden het vuur, de hitte en de rook zich in alle verbindingszones verspreiden. Na het Innovation-drama zijn de brandveiligheidsregels strenger geworden en verbeterd. Nadien werd de compartimentering
“Als er geen slachtoffers bij een brand zijn, alleen gebouwen, vervaagt de herinnering snel” Hugo Van Gompel
van zones verplicht, met branddeuren die bij brand dicht kunnen. De enorme vuurzee op die dag bleek ongezien. Bovendien raakten heel wat versterkingen van de publieke bescherming niet bij de brand, door de onoverzichtelijke parkeerstraat die de Nieuwstraat was.
Parlement en regering hebben achteraf wel het debat aangewakkerd om de wetgeving aan te pakken.
Atrium inno. De art-nouveaustijl met vides tot het glasdak wakkerde het vuur en de verstikkende en donkere rook aan om overal tegelijk tekeer te gaan. Gevolg: de staalconstructie smolt en stortte neer over de mensenzee.
VAN GOMPEL: Het fameuze artikel 52 van het
© BART DEWAELE
Wie is Hugo Van Gompel Hugo Van Gompel (83 jaar) was van 1973 tot 1999 hoofd van de korpsen van de toenmalige agglomeratie Brussel (nu Brussels Hoofdstedelijk Gewest). Hij woonde in Schaarbeek. “Ik ben begonnen als brandweercommandant van Schaarbeek, onder burgemeester Roger Nols (1922-2004), maar als gevolg van de brand van de Inno zijn de zes Brusselse korpsen gefusioneerd. Ik mocht dat plannen, uitvoeren en uiteindelijk de gefusioneerde korpsen leiden. Daar is na de Inno-brand vijf jaar over gegaan. Nols heeft me als eerste bevelhebber voorgedragen, want ondanks zijn partij (achtereenvolgens van FDF, PRL, FNB) bekende hij: ‘Eigenlijk mochten er meer Vlamingen in leidinggevende functies zitten, ‘t zou hier allemaal beter gaan.’” JMB
Algemeen Reglement voor Arbeidsbescherming is toen gepubliceerd (en achteraf nog met nieuwe KB’s verfijnd, red.). Voordien stonden daar drie regeltjes in, zo van: ‘De werkgever neemt alle maatregelen ter bescherming van het personeel tegen brand,...’. Plots werd het een echt boekdeel, waarin alles werd gedetailleerd op het vlak van brandpreventie. In grote mate lag die regelgeving al wel klaar, maar die raakte voor 1967 niet gestemd. Reden: het werkgeversverbond schermde met: ‘Als de werkgever dat allemaal moet betalen.’ Zo bleef het dossier liggen. Al bij al is dankzij de brand van de Innovation de regelgeving inzake brandveiligheid bespoedigd.
Wat vermindert het risico op een dergelijke vuurzee? VAN GOMPEL: Er is veel verbeterd door meer detectie, scheidingsmuren en rookafzuiging, waardoor mensen veiliger buiten geraken. Bedoeling is dat de brandweer een brand beperkt kan houden tot één compartiment, zodat minstens een half uur beschikbare tijd vrijkomt om de andere compartimenten gemakkelijk te evacueren.
Sindsdien heeft Brussel geen dergelijk catastrofaal brandincident meer gehad. VAN GOMPEL: Niet met zoveel dodelijke slacht-
offers, dat is zeker. Maar vergeet de brand van de Guldenvliesgalerijen niet, met enorme vernielingen. En veel geluk dat er geen doden vielen. Ook de grote brand van een doe-hetzelfzaak vergeet ik niet. Maar ja, als er geen slachtoffers zijn en alleen ‘vervangbare’ gebouwen en materialen, vervaagt de herinnering in het publieke geheugen.
Is ook de burger meer getraind in alertheid en evacuatie bij brand, dan vroeger? VAN GOMPEL: Daar durf ik me niet over uit te
spreken. Het schommelt nogal. Mensen vergeten snel, net zoals bij de verkeersveiligheid. Men vecht tegen de overdreven snelheid. Dat lukt een tijdje, zeker als de straffen worden verhoogd of er maatregelen worden getroffen. Maar zodra bekendgemaakt wordt dat
Donderdag 2 maart 2017 I BRUZZ 1560 I 11
BOEK - INFERNO
Een eerste boek met het relaas en de naweeën van de brand in de Innovation, vijftig jaar later, en vooral gespekt door getuigenissen van overlevenden, nabestaanden en hulpverleners, is Inferno van Geert De Vriese en Frank Van Laeken, gewiekste onderzoeksjournalisten. Ieder gezin heeft wel zijn verhaal over de vuurzee en zwarte wolk die in het echt of op de toenmalige zwart-wittelevisie gezien werd, moeten ze gedacht hebben. Mijn moeder - by the way vond me niet toen we na schooltijd hadden afgesproken bij de hoofdingang van de Innovation, in het gsm-loze tijdperk. Het viel voor ons allebei goed mee: in de chaos van redders en passanten, konden we snel uit de buurt. Voor de minutieuze reconstructie van dergelijke feiten - breed opengetrokken naar onder meer wat de pers ermee deed - slepen de auteurs de lezer door een verhalenzee van overlevenden, getuigenissen van toen en researchwerk aan documenten. De Innovation had in 1967 vijf etages op één hectare tussen Nieuwstraat, Blekerij-, Dambord- en Koolstraat. En zat geprakt tussen geparkeerde auto’s en doorgaand verkeer toen de brand uitsloeg in een klein depot van kinderkleding.
Hoeveel doden?
©BELGA
er minder incidenten voorkomen, denken de mensen dat het allemaal wel meevalt. En ze worden weer laks. Gelukkig is er op het vlak van brandveiligheid veel verbeterd.
Zijn er genoeg brandweerkorpsen om elke brand tijdig de baas te kunnen? VAN GOMPEL: De verhoging van de effectieven
bij de brandweer is nooit gebeurd uit hoofde
van de noden door groter gevaar. Ze zijn altijd gebeurd ten gevolge van de vermindering van arbeidsuren, omdat het (inter)nationale richtlijnen zijn. Het werkurenrooster heeft een limiet bereikt, maar vergeet de impact niet. Vergelijk het met het doktersberoep: je moet bepaalde zaken regelmatig eens kunnen doen, om als het uitzonderlijk eens dringend en zwaar wordt, alles goed in de vingers te heb-
ben. Ik heb de jongste jaren regelmatig gepleit voor het verschuiven van de recuperatie van vrije uren naar het einde van de loopbaan. Zodat de actieve brandweerman continu scherp zou staan en kan oefenen. Dat viel meer dan eens niet in goede aarde. Als nadeel wordt dan geopperd dat brandweerlui dan minder nachten zondagsuren zouden betaald krijgen. Jean-Marie Binst
Nog steeds blijft de queeste of de brand spontaan uitbrak dan wel gesticht werd. Of hij gelijktijdig op meerdere plekken in het gebouw begon? Of de onevenwichtige pyromanen, van branden in de weken nadien (in hartje stad en in Gent) iets hebben verborgen? Of was er een complot? Een ufo in het spel? Wel staat vast dat de art-nouveaustijl van die aard was dat ze de rookverspreiding versnelde, door de grote open ruimtes en de centrale atriumvide tot het glasdak. De stalen draagbalken smolten, het plafondglas stortte in, de wirwar aan parcoursen tussen de rekken belemmerde een snelle vlucht,... Kortom het vuur en de verstikkende rook kregen vrij spel in alle richtingen. Over het dodenaantal en de overlevende slachtoffers blijven verscheidene getallen de ronde doen. Officieel, zo herneemt Inferno, staan 253 klanten en personeelsleden als ‘dood door brand’ geregistreerd. Maar een groter cijfer van 323 doden en vermisten spookt nog na. De verzachtende pil van schadeclaims wordt en passant ook meegegeven in het boek: 50 miljoen euro voor de eigenaar van het gebouw, tegenover gemiddeld 12.500 euro voor families van overleden Inno-klanten. Na ruim 200 pagina’s getuigenissen, en verduidelijking van de omstandigheden, volgt het interessantste (korte) deel: Welk effect had de Inno-brand op onze samenleving achteraf? Het amalgaam aan gebouwtjes, zoals dat onlangs nog in de Leuvensestraat bij Dod te zien was, blijft een moeilijk gegeven voor wie vluchten moet in nood. Ook een resumé van een masterproef over de politieke gevolgen is interessant: de brandpreventiewetgeving werd strenger. Blijft tot slot de nobele verdienste van de auteurs: de medemens alert houden voor alle risico’s inzake brand. De foto’s spreken voor zich. JMB
>
‘INFERNO. DE BRAND IN DE INNOVATION’ Geert Devriese & Frank Van Laeken, Uitgeverij Houtekiet, 250 blz., waarvan 16 blz. illustraties, 21,99 euro
12 I BRUZZ 1560 I Donderdag 2 maart 2017
INDUSTRIE Laatste emaillerie lonkt naar Brussel-centrum
ÉMAILLERIE BELGE: kleur- en slijtvast MOLENBEEK - De laatste emaillerie van de Benelux verhuist voor het eind van het jaar van Molenbeek naar Brussel-centrum: “Émaillerie Belge is een Brussels bedrijf en dat willen we zo houden.” De ambachtelijke productie van geëmailleerde reclame- en signalisatieborden blijft, maar om te groeien wordt er gefocust op design, kunst en architectuur.
I
n Café La Rue – met zijn lampenkappen in groene email – stelde emailkenner Jan De Plus vorige maand met zijn lezing voor Etwie en Brusselfabriek de tweevoudige vraag: ‘Het geëmailleerde reclamebord en de Brusselse emailindustrie: het einde in zicht?’ Het antwoord daarop is dus twee keer neen. “Toen Tanguy Van Quickenborne het bedrijf vorig jaar in juni overnam, waren de gebouwen - met een oppervlakte van meer dan vierduizend vierkante meter - aan de Verheydenstraat en de Ninoofsesteenweg al verkocht aan vastgoedontwikkelaar Belgian Land,” zegt zaakvoerder Vincent Vanden Borre. “De sluiting van de emaillerie, al van 1923 een nv, zat eraan te komen. De neergang van de Belgische emailindustrie versnelde
in de jaren vijftig toen het aantal reclameborden bij wet beperkt werd. Ook Émaillerie Belge heeft nog gelakte borden en zeefdrukken van pvc geproduceerd om zo het hoofd boven water te houden. De vorige eigenaar, Benoît D’Ydewalle, had zich sinds 1992 wel weer op de corebusiness email gericht. De fabriek is echter veel te groot en bovendien inefficiënt en verouderd. Je kan alles bij het oude houden, maar dan kom je erachter dat straatnaamborden ook door lagelonenlanden in Oost-Europa worden gemaakt.” “Het contract is bijna rond voor een site van 1.500 vierkante meter voor de productie en 400 vierkante meter voor kantoren en museum (voorlopig wordt de nieuwe locatie nog niet bekendgemaakt, red.). We profiteren van de verhuizing om het productieproces te optimaliseren
en te investeren in nieuwe ovens en droogkasten. De charme en finesse van zowel het bedrijf als van alles wat we realiseren wordt behouden. Signalisatie en bierreclame blijft de basis, maar om te groeien, bespelen we ook de markten van design, kunst en architectuur.” Boekhoudster Laurence De Roy ziet het met de “twee nieuwe, jonge vaders van het bedrijf” zitten: “We zijn geen dinosauriërs. Het wordt tijd dat ontwerpers email herontdekken als een hedendaags materiaal.” Momenteel zijn er opdrachten voor de straatnaamborden van Drogenbos, de signalisatie in de metro van Algiers, reclameborden voor La Trappe-bier, maar ook de bekleding van de Brusselse tunnels en samenwerkingen met designers Muller Van Severen en Damien O’Sullivan en architect Glenn Sestig. In Knok-
Reclameborden. De geëmailleerde reclameborden en stripplaten die nu kriskras in de fabriek ophangen, zullen op de nieuwe stek in een publieke ruimte tot hun recht komen. © AN DEVROE
ke staat de naam van het bedrijf op de straatnaamborden. “Émaillerie Belge is een kwaliteitsmerk,” zegt Vanden Borre: “Email is weer- en krasbestendig en onderhoudsvriendelijk - graffiti was je eraf. Het is bovendien het enige materiaal dat volledig UV-bestendig is. Email kan temperaturen aan tot -60°C en +450°C, wat het interessant maakt voor fornuizen en barbecues. Poederlak heeft misschien dezelfde look, maar niet dezelfde feel.”
Het rood van Coca-Cola
“De neergang van de Belgische emailindustrie versnelde in de jaren vijftig toen het aantal reclameborden bij wet beperkt werd” Vincent Vanden Borre Zaakvoerder
© ÉMAILLERIE BELGE
“Bij email wordt kleurlaag na kleurlaag aangebracht en gebakken, en dat kan je voelen, het heeft iets sensueels,” zegt Jan De Plus. “Als je nog een stuk industriële archeologie wil zien, rep je dan naar de Verheydenstraat.” Het hart van de productie, de oven, oranje zien gloeien, met die trillende lucht, het voelt als een herinnering aan het Manchester van België zoals Molenbeek ooit werd genoemd. De meer dan veertig jaar oude ovens moeten acht tot twaalf uur voorverwarmd worden om tot een temperatuur van 810 à 830 °C te komen, af hankelijk van de te bakken kleur. In een andere afdeling komt het schuim hoog uit boven een aantal borrelende bakken. Hierin worden de stalen platen, nog
op maat gesneden en geplooid in de tôlerie, ontvet en gebeitst vooraleer ze geëmailleerd worden. We zien Anne, een van de medewerksters, de vloeibare email gelijkmatig op een plaat spuiten. Behalve ervaring moet je hiervoor feeling
Emaillerie nr. De geëmailleerde reclameborden en stripplaten die nu kriskras in de fabriek ophangen, zullen op de nieuwe stek in een publieke ruimte tot hun recht komen. In de jaren twintig waren er zoveel emaillerieën in België dat Émaillerie Belge maar het toelatingsnummer 359 meekreeg. Een metershoog reclamebord voor Gevaert Ciné-Film is nog van de Émailleries de Koekelberg. Uniek voor België en een must voor verzamelaars is dat het toelatingsnummer en het productiejaar op de borden zelf vermeld staan. Jan De Plus is verzamelaar van geëmailleerde reclameborden en
Donderdag 2 maart 2017 I BRUZZ 1560 I 13
KLEURLAAG. Bij email wordt keurlaag na kleurlaag aangebracht en gebakken.
© FOTO JAN DE PLUS
KLEURRIJK. De emaillerie kan tot 770 kleuren zelf maken, onder meer het typische rood van Coca-Cola.
hebben. Het beste resultaat verkrijg je naar het schijnt nog altijd manueel. Email bestaat uit mineraalkristallen (de zogenaamde emailfrit) die samen met pigment, bindmiddel en water door middel van keramische balletjes tot een vloeibare pasta
worden gemalen. Dat gebeurt in molens waarvan er enkele zullen gerecupereerd worden. Émaillerie Belge koopt nog zelf alle grondstoffen aan, waardoor ze tot 770 kleuren kan maken - het rood van Coca-Cola en andere bedrijfsgeheimen - tien
keer meer dan de meeste emaillerieën. Vanden Borre: “De prijs wordt verklaard door het arbeidsintensieve proces: het is niet zomaar een tekening in een kopieermachine steken en wachten tot de emailplaat An Devroe eruit komt.”
359 schreef er boeken over (Bier van 800° (Weyrich, Neufchâteau) is nog verkrijgbaar in het Nederlands). Vorig jaar was hij curator van de expo Amai Email! in het MIAT: “Voor plastic zijn intrede deed als materiaal, was email alomtegenwoordig. Potten en pannen, kachels en fornuizen, baden, bierschotels, asbakken en inhalatoren. Brussel kende heel wat lokale emaillerieën: Busath (Schaarbeek), Delplanque, Howoco en het pas in 1995 gestopte Van Durme-Michiels (Anderlecht), Forémail (Vorst), Bruxelloise (Sint-Agatha-Berchem), en zo verder. Langs het kanaal
ADVERTENTIE
S OCIALE V ERHUURKANTOREN (SVK) was een populaire locatie omwille van de bevoorrading met staal vanuit Charleroi. Door de massaproductie werd reclame belangrijk, wat in het interbellum tot een enorme groei in de emaillerieën leidde. Émaillerie Belge gaf een garantie van dertig jaar, maar in de vluchtige fifties en sixties was dat niet langer een troef.” In zijn boek Émaillerie Belge. Van 1920 tot 2012 (Weyrich) doet De Plus het verhaal van het Brusselse bedrijf vanaf de eerste advertentie uit 1921 voor Émaillerie Belge op de Ninoofsesteenweg 160, gespecialiseerd in geëmail-
leerde letters en consulaaten ambassadeplaten. De eigenaars passeren de revue, maar ook de brosseuses (vrouwen), de ovenbedieners en tekenaars (mannen). Ooit had het bedrijf bijna 140 mensen in dienst, nu zijn ze nog met acht, “een familie”, volgens de boekhoudster. Émaillerie Belge heeft ook een eigen reclamebureau gehad, Emailgraph in de Dansaertstraat. Tot de verbeelding sprekende eigenaars zijn Albert Van Cotthem, officieel piloot van de Koninklijke Familie, met ervaring in het familiebedrijfje in Gosselies, dat aan de wieg stond van
de Belgische emaillerieën, en Maurice Costermans, van de kunstsmederij aan de Ninoofsesteenweg 170, die het bedrijf leidde van 1925 tot 1958. Hij was het die Émaillerie Belge uitbreidde naar de Verheydenstraat. Een fijn zinnetje uit de statuten van 1923 luidt dat de nv behalve de fabricatie ook de studie en het experiment van emailprocessen tot doel heeft. Anno 2017 zegt Vanden Borre met veel ondernemingszin: “We zoeken samen met kunstenaar Michaël Borremans uit hoe we in 3D kunnen emailleren.” An Devroe
V E R H U U R U W G O E D ZO R G E LO O S Het SVK garandeert : = een stipte huurbetaling = een degelijk verhuurbeheer = het ouderhoud van uw woning = hulp bij renovatie = fiscale voordelen
www.fedsvk.be - 02 412 72 44
14 I BRUZZ 1560 I Donderdag 2 maart 2017
Stel zelf je vraag EN STEM op BRUZZ.BE
THOMAS uit ANDERLECHT:
Waar was het voormalige ministerie van Koloniën precies gevestigd? “In de achtertuin van de koning werd een Noorse chalet gebouwd om het ministerie te herbergen”
O
h, die goeie ouwe tijd van bompapa, denkt de vraagsteller wellicht. Het antwoord geven we met graagte, alhoewel met gemengde gevoelens. De koloniale periode van België is een breed begrip. Koning Leopold I pronkte al met de nederzettingen die hij verkreeg in Verapaz (Santo Tomas de Castillo in Guatemala), Hawaï (1843), Noord-Argentinië, Santa Catarina (Brazilië) en Mexico, waarover zijn dochter Charlotte als keizerin Carlota van Mexico (vanaf 1864) met haar Oostenrijkse man mocht gouverneren. Maar vooral het autonoom bezit van Kongo-Vrijstaat (1885-1908) en het mandaat op Ruanda-Urundi van koning Leopold II zelf tekent de voorgeschiedenis van het ministerie van Koloniën. Het was nog bij leven, van Leopold II (18351909), na de zware internationale protestacties sinds 1904 tegen het uitbuitingsbeleid onder zijn bestuur, dat de Belgische Staat het gebied in eigen beheer overnam als Belgisch Kongo. “Het Comité d’étude du Haut-Congo, gevolgd door de Association internationale Africaine en andere instellingen huisden tot dan in de voormalige Militaire School, op nummer 10 van de Naamsestraat,” zegt Maarten Couttenier van het Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. “In 1909 verhuisden de diverse diensten, die geen verantwoording tegenover de regering dienden af te leggen, naar één gecentraliseerd adres: het ministerie van Koloniën. Ze namen hun intrek in de Noorse chalet (Brederodestraat), die Leopold I hiertoe speciaal had gebouwd in 1906.
Maarten Couttenier,
Museum voor Midden-Afrika
KONINGSPLEIN. In 1925 kwam het ministerie van Koloniën terecht op het Koningsplein, links naast de kerk, waar vandaag het Grondwettelijk Hof huist.
Pas toen de administratie nog groter werd met diensten die ook de landbouw, rechtszaken en economie bestierden, werd in 1925 uitgekeken naar een nog groter administratief gebouw. Het werd nummer 7 van het Koningsplein, links naast de kerk, waar vandaag het Grondwettelijk Hof huist.” “Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het belangrijkste deel van het archief in veiligheid gebracht in Bordeaux, om de Duitsers niet extra te informeren over de aanzienlijke natuurlijke rijkdommen van Kongo.” De administratie bleef daar gecentraliseerd van 1925 tot 1962, bij de onaf hankelijkheid van Rwanda en Burundi. Al werd in 1960 (Onafhankelijkheid van Kongo) een naamsverandering doorgevoerd: ministerie van Afrikaanse Zaken. Het ruiterbeeld van Leopold II op het Troonplein, tussen Koninklijk Paleis en Regentlaan, blijft wat wrang herinneren aan de koloniale exploitatie. Een gruwelsculptuur door de Staat
aan de Stad Brussel gegeven, als Nègres marrons surpris par des chiens (1869-1895) van beeldhouwer Louis Samain, waarin honden Afrikanen verbijten, blijft voor Brussel-Stad grandeur geven aan de riante Louizalaan. Een erfenis, die tot het nationaal kunstpatrimonium hoort, stellen sommigen. Maar wat met de hommages aan het kolonietijdperk, die na 1960-1962 bleven aanhouden? In 1976 om precies te zijn, vonden de MIVB en de toenmalige minister van Verkeerswezen, minister van staat Jos Chabert (CVP) het nodig om het kolonietijdperk te gedenken met de naamgeving van een nieuw metrostation: Pétillon. De laatste gouverneur-generaal van de kolonie Belgisch-Kongo, Leo Pétillon (1903-1996), werd hiermee (toen nog bij leven) gehonoreerd. Jean-Marie Binst VOLGENDE WEEK Hoeveel boeren zijn er nog in Brussel? Wat telen ze dan en waar?
JOUW MENING
lezersbrieven@bruzz.be
BRUSSEL BASHING
Uw Edito van 16 februari 2017 bulkt van het wij-zij-denken en -handelen. De auteur laat zich blijkbaar mentaal opsluiten binnen zijn gewestelijke grensjes en structuurtjes. Alleen over het hekje leren kijken en overleggen met de buren kan helpen, zowel voor onze luchthaven als voor parking C. En dan nog in een slachtofferrol kruipen en schrijven over “Brusselbashing”? Zelf ben ik in 1948 in 1180 Brussel geboren, heb er enkele jaren gewoond, heb er steeds schoolgelopen en gewerkt. Nu werk ik er nog altijd als vrijwilliger en kom ik er meerdere keren per week met het openbaar vervoer. Waarom is Brussel voor 9 uur tijdens het weekeinde zo moeilijk te bereiken met De Lijn en waarom is er aan de Noord-Westrand van Brussel bij de Ring nog altijd geen overstapparking? Parking C
aan de Romeinsesteenweg ligt er afgesloten bij. Roeland Van der Stighelen, Londerzeel
LUCHTHAVEN (1)
Het invoeren van een nultolerantie voor het geluid van vliegtuigen boven de agglomeratie is slechts de jongste aanslag van de Brusselse regering op de Vlaamse economie. (Bruzz 1558). Ik zeg dit als geboren en getogen Brusselaar. De wijk van Jette waar wij wonen ligt onder een drukke vliegroute en, afhangend van de wind, lijken de vliegtuigen soms laag boven de huizen te scheren. Wij horen dat nauwelijks, behalve in de tuin. Minder althans dan de harde muziek van autobestuurders die door onze smalle straat gieren. De meeste huizen zijn oud, hebben nog dikke muren en veel inwoners lieten jaren geleden dubbel glas plaatsen op hun vensters. Indien
het de regering echt menens was met de gezondheid van de burgers dan zou zij bij voorrang werk maken van de bestrijding van het fijn stof dat in Brussel jaarlijks tientallen dodelijke slachtoffers maakt (zie hetzelfde nummer van Bruzz). André Monteyne, Jette
BIBLIOTHECA
Bibliotheca Wittockiana geëvoceerd door Michaël Bellon (Bruzz 1558) heeft de kracht van een poëtisch essay, een lang essayistisch gedicht. Het is een trefzeker geschreven parel. De woorden die uit zijn pen vloeien - in weerwil van de overlappende titel Laptopia - beroeren hart en geest. Zelfs voor iemand die nooit in het bewuste bibliotheekgebouw getoefd heeft, is het aanbevelenswaardig om Bellons zinnig, fijnzinnig artikel te omarmen en te bewaren. Ik zou kunnen ingaan op prachtige tentoonstellingen die in de Biblio
theca hebben plaatsgevonden, onder meer gewijd aan Henry van de Velde of Armand Rassenfosse, maar de aandacht moet bij Bellons zinnenstrelende bijdrage blijven. Herlees, knip uit, koester. En herlees. De formuleringen zijn bevlogen en bijzonder uitgekiend. Rody Vanrijkel, Kortenberg
LUCHTHAVEN (2)
U besteedde tijd en geld aan het originele, zoniet buitenissige voorstel van de Brusselse minister van Financiën, maar u
vergat - en hij ook wellicht - het prijskaartje te berekenen van een verhuizing en verlenging van onze luchthaven. In dezelfde orde van gedachte, stel ik zijne excellentie voor om Brussel meer naar het westen te verschuiven. Het is hem wellicht niet ontgaan dat Brussel zich voornamelijk naar het zuiden en het oosten toe ontwikkelde. Anderlecht is nog gedeeltelijk landelijk, Pede is een boerengehucht dat staat te trappelen om een verdere verstedelijking. Jean-Claude Ahn, Nossegem
SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bruzz.be. Schrijven kan naar BRUZZ-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bruzz.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.
ADVERTENTIE
REGIE: HAN COUCKE
Vraag informatie en advies bij Home-Info. Met de steun van de VGC en de GGC.
VU: Peter Rogiers I een productie van BroedBloeders VZW - Biezenstuk 91- 9000 Gent I Ontwerp: Pieter De Poortere
U zoekt een rusthuis of een andere woonvorm voor ouderen?
11/03/17 I 20U30 I ‘T VONDEL I HALLE ADVERTENTIE
BRUZZ AFTERWORK
9 M a rc h a t Grand Ce ntral
BRUZZ welcomes you at café Grand Central for a fantastic afterwork party on Thursday 9 march. Come and enjoy our BRUZZ DJ’s, drinks and good vibes. Happy hour starts at 6 pm. Café Grand Central - rue Belliardstraat 190 - Etterbeek
©Disney
ADVERTENTIE
DOWNLOAD SHAZAM EN VIND DE 6 DISNEY-FIGUREN IN DE METROSTATIONS VAN DE MIVB. VERBLIJVEN IN DISNEYLAND® PARIS TE WINNEN! Meer info op disneyland.mivb.be
© ID IVAN PUT
MIJN GEDACHT
Donderdag 2 maart 2017 I BRUZZ 1560 I 17
GHELAMCO duidt met groenwitte linten de buurtweg op Parking C van de Heizel aan.
‘Geen EK zonder Brussel’
G
aststad willen zijn voor het EK is geen ‘folie’ van stadsbesturen en projectontwikkelaars,” zegt Kurt Deswert, auteur van het boek ‘Afspraak in Brussel’ en Open VLD-voorzitter in Woluwe. “De link tussen Brussel en het internationale voetbal heeft erg diepe wortels. Veel dieper dan buurtwegen die drie meter onder de grond liggen…” “Henri ‘Rie’ Meert (1920-2006) was een uitzonderlijke doelman, maar wat de Anderlechtportier op 24 februari 1952 presteerde zou hij zelf altijd als zijn grootste prestatie beschouwen. In het café dat hij na zijn carrière uitbaatte, recht tegenover het Anderlechtstadion, zou jarenlang een foto hangen van de interland op de Heizel die de Belgen verrassend en met Meert als grote uitblinker met 2-0 wonnen van grote favoriet Italië.” “De wedstrijd zou nog om een andere reden in de annalen van het voetbal terechtkomen. Wat er zich afspeelde in de Heizelcatacomben na de match zou immers het hele mondiale voetbalbestel definitief veranderen. De Waalse leerkracht Nederlands José Crahay, secretaris-generaal van de Belgische voetbalbond en Ottorino Barassi, president van de Italiaanse voetbalbond, kwamen daar overeen om eindelijk werk te maken van een Europese voetbalbond. Dat was hoognodig. Niet alleen waren de Europese ploegen afgegaan op het laatste WK - grote favoriet Engeland had zelfs verloren van een stelletje amateurs uit de Verenigde Staten (dat nota bene een Belg in de achterhoede opgesteld had) - maar bovenal hadden de Zuid-Amerikaanse bonden zich al sinds 1916 verenigd in de Zuid-Amerikaanse federatie Conmebol. Ze vormden een dusdanig sterk blok binnen de FIFA, dat elke vraag voor hervorming vanuit Europa daar voortdurend afgeblokt werd.” “Het zou nog even duren vooraleer die Europese voetbalbond er daadwerkelijk zou komen. De oprichting ervan vond officieel plaats op 15 juni 1954 tijdens het WK in Zwitserland, in een hotel in Basel.” “De UEFA was aanvankelijk dus vooral een ‘politiek’ vehikel. Het wou zich helemaal niet bezighouden met het organiseren van competities. De FIFA, onder leiding van Brusselaar Rodolf Seeldrayers (1876-1955), moest de jonge federatie bijna de arm omdraaien om haar ervan te overtuigen een voorstel van
Kurt Deswert auteur van het boek ‘Afspraak in Brussel’ Open VLD-voorzitter in Woluwe.
“Is het niet logisch dat de hoofdstad van Vlaanderen, België en Europa, een prominente rol zou spelen bij het eerste EK dat verspreid wordt over heel Europa?”
de Franse sportkrant ‘L’Équipe’ ter harte te nemen voor een continentale clubcompetitie. De Beker voor Landskampioenen zou er iets later komen, in een formule die onder meer door Eugène Steppé (1918-2002), secretaris-generaal van Anderlecht, mee uitgewerkt werd. Op het EK voor Landenteams was het even langer wachten. Pas in 1960 kwam die er, in een erg minimalistische versie.” “Ook de FIFA zelf was in 1904 al na een interland in Brussel tot stand gekomen. In Ukkel, of all places, werd er na een België-Frankrijk zodanig verbroederd dat de al enige tijd bestaande plannen om een wereldvoetbalbond op te richten drie weken later in Parijs eindelijk hun beslag zouden vinden. ‘Trekker’ van dienst was de intussen vrijwel geheel vergeten Brusselse employé Louis Muhlinghaus (1870-1915), die ook de eerste secretaris-generaal van de FIFA zou worden en de organisatie bestierde vanuit zijn thuisadres, in de (vandaag verdwenen) Schaarbeekstraat in Brussel. Het eerste, nooit gerealiseerde project voor een internationale landencompetitie, heel erg gelijkend op hoe het EK 1960 eruit zou zien, kwam uit zijn koker. In 1930 zou het concept verder uitgewerkt worden door Enrique Buero (1891-1975), de Uruguayaanse ambassadeur in België, die vanop zijn standplaats in Brussel het eerste Wereldkampioenschap voetbal in zijn thuisland op poten zette.” “Aan de economische, sociale, mobiliteitsen andere argumenten pro en contra de bouw van het Eurostadion, mag men gerust wat historische argumenten toevoegen. Er hoeft zelfs niet zo heel ver doorgeredeneerd te worden om te stellen dat er zonder Brussel vandaag geen sprake zou zijn van een WK- of EK-voetbal. Iets wat de KBVB best wel wat explicieter in de verf mag zetten! Is het dan niet logisch dat de hoofdstad van Vlaanderen, België en Europa, ook een prominente rol zou spelen bij het eerste EK dat verspreid wordt over heel Europa? Misschien is dat voor sommigen slechts een loos argument. Daar kan ik begrip voor opbrengen. Maar anderzijds: is het zo veel lozer dan de vandaag gebruikte annexatie retoriek of buurtwegen die drie meter onder de grond liggen?”
18 I BRUZZ 1560 I Donderdag 2 maart 2017
VADROUILLE CHRISTOPHE COPPENS.
“Dit gaat ook over wat ouder worden betekent, mij stilaan niet onbekend.”
© SASKIA VANDERSTICHELE
Donderdag 2 maart 2017 I BRUZZ 1560 I 19
OPERA
Foxie! (Het sluwe Vosje) in regie van Christophe Coppens
Foxie’s coming out
tussen de Thurn&Taxis-vossen Dieren worden jongeren in ‘Foxie!’, de roepnaam die regisseur, kostuum- en decorontwerper Christophe Coppens heeft gegeven aan Janáčeks komische opera ‘Het sluwe Vosje’. Het meisje Foxie wordt er verliefd op een ander meisje. Iets wat Coppens in de verf zet als “vrij met je seksualiteit omgaan”. “Dat is tekenend voor de generatie Z die van de issues waarmee wij destijds worstelden - als gender, seksualiteit en religie – geen kwestie meer maakt.”
I
s this a fairytale or is it all true?’, zo eindigt deze opera, die op de toepasselijke site vol vossen van Thurn&Taxis start. Christophe Coppens (°1969) gaf de essentie van zijn operaversie nog niet helemaal bloot, maar een week voor de première laat hij toch weten hoe hij het 95 jaar oude dierenrijksprookje omgezet heeft naar zijn ontwerpershand. De oud-Bruggeling, -Brusselaar, -Zemstenaar, nu L.A.-er die iedere dag het zwembad induikt, maakt er een operaversie van met verschillende begripslagen. Tegelijk actueel en herkenbaar. Zodat duidelijk blijkt dat de muziek vol folkroots van het Tsjechische genie Leoš Janáček (18541928) veel levenscycli wist te overleven. De zilvervos himself kwam in zes maanden tot de operaversie 2017. En ja, voor Coppens mogen er gerust wat vliegtuigen over de Munttent vliegen. “Dat zou de setting van jongeren in de gedateerde loods helemaal eigentijds maken.” Deed de levenscirkel waar dit werk over gaat, uzelf ook aan uw jonge jaren denken? Christophe Coppens: Ja, de cirkel is nu rond. Toen ik, als student in het Conservatorium van Brussel (onder Senne Rouffaer, red.), merkte dat ik niet zo een goede acteur was, vergeleken met generatiegenoten zoals Paula Bangels, Mathias Sercu en Ianka Fleerackers, ben ik de mode ingerold. ‘s Avonds maakten we voorstellingen. Decor en kostuums waren daarbij steevast mijn ding.
Toen ik ooit accessoires nodig had, maakte ik ze zelf. Drie maanden later zat ik met die accessoires in Parijs. Zo is het modeverhaal begonnen. Het hield 21 jaar stand. Met uw kunstwerken nadien, net als met de mode, zet u een verhaal in beeld. Is het dat wat u naar het muziektheater trok? Coppens: Mijn rode draad is altijd story telling. De story telling is de ruimte waarin de opera getoond wordt – in dit geval een polyvalente zaal, zoals elk dorp van Vlaanderen tot Engeland en Finland er wel een heeft. Met een lelijke cafetaria erbij. Een zaal waar alles plaatsvindt, van de stock van foodtrucks en de praalwagens van een optocht over de natuur (begin en einde, red.) tot het bal van de burgemeester, het sportevenement, het jongerenfeest. De omgeving, de sfeer, het geluid en het licht zijn voor het verhaal even belangrijk. Wat me tot deze totaalopdracht van decor, kostumering en regie bracht, was dat ik altijd voor ‘anderen’ kostuums en objecten heb gemaakt. Er bleef dan een wrang gevoel van afstanddoen hangen, een frustratie. Met mijn creaties werd niet gedaan wat allemaal mogelijk was. ‘Loop eens anders, gebruik ander licht, laat het meer tot zijn recht komen’, knarste ik dan. De Munt gaf wel de vrijheid om uw ding compleet te sturen? Coppens: Toen directeur Peter de Caluwe na To be Sung (Coppens maakte vier kostuums voor deze productie van 2016, red.) voorstelde om nog
iets te doen, dacht ik aan kostuums én decor. Maar zijn vraag ging ook om regie. Daar heb ik een nachtje over geslapen en toen was het volmondig ja. Het blijkt het juiste moment na 25 jaar. Ik ben op het punt gekomen waarop ik de hele bagage van wat ik gedaan heb kan samenzetten in alle rust. Mijn voorwaarde was wel dat ik het mocht realiseren zonder andere debutanten rond mij, voor licht, choreografie, ambachtelijk werk,... De grote luxe van dit huis is dat ik voor elk probleem direct drie oplossingen aangereikt krijg van de vaklui die De Munt en de cast rijk zijn. Het werk staat vertrouwd als Aards Paradijs vol dieren. Coppens: Ik wou geen opera met huppelende kikkers, fladderende vlinders en lieveheerbeestjes. Door het bos en de dieren te vergeten, zette louter de muziek aan tot inspiratie. Aan het verhaal, dat vrij simpel gebaseerd is op een krantencartoon, hoefde niet gesleuteld. Het gaat om de terugkerende circle of life, de ouder wordende mens, versus de natuur, die ik verving door de jeugd. Ik neem geen positie in, over voorkeur voor jeugd of ouderdom (de boswachter werd een security guard, red.). Als je Foxie uit haar dierenrol haalt, blijft het verhaal over van de coming of age – het meisje dat vrouw wordt. Voor mij gaat het over female empowerment: het meisje dat nooit slachtoffer is, maar altijd mee haar pad (ver)effent. Een meisje dat keuzes maakt. Kiest om in te gaan op avontuur, in de traditie van Blauwbaard en Alice in Wonderland.
“Zoals in het echte leven geloof ik sterk dat vrouwen superieure wezens zijn ” Christoph Coppens Regisseur Foxie!
>
FOXIE! (Het sluwe vosje)
17, 21, 25, 28, 30 & 31 maart om 20u., 19 maart en 2 april om 15u. in het Muntpaleis, Thurn&Taxis, Havenlaan 10 tot 129 euro ca. 1u30 zonder pauze www.demunt.be, 02/229.12.00.
De dramatiek maakt toch deel uit van dit vossenverhaal, net als de humor. Coppens: Voor Foxie ontrolt zich het ene na het andere evenement, waar zij weleens ja op zegt, alhoewel niet altijd met evenveel zin. Het is de weg die de ‘vrouw in haar’ moedig aflegt, waardoor het zelfvertrouwen groeit. Ik hou het soms wat abstract, soms surrealistisch, soms meer direct – zodat er lagen in betekenis en herkenning ontstaan. De muziek heeft die gelaagdheid in zich. Wat de humor betreft, is die natuurlijk niet die meer van de jaren twintig. Door de dierenballetten weg te halen en ze te vervangen door jongeren (35 figuranten), continu actief op de scène, kwam er tijd vrij voor meer karakteruitdieping van de personages, zodat ze doorleefder en herkenbaar worden. Zoals de vrouw van de café-uitbater, die slechts drie zinnen zingt, maar in mijn versie veel meer te doen krijgt. Wat maakt het stuk eigentijds? Coppens: Een kunstenaar wil altijd een maatschappijkritische spiegel tonen: wat vandaag in een dorp gebeurt, wat een vrouw tegenkomt, welke dingen ons het voorbije jaar overkomen zijn. De duisternis in de muziek, is pure thriller- en horrorfilmmuziek. De louche praktijken van de priester, het verleden van de schoolmeester,... ik suggereer het allemaal. En dit gaat ook over wat ouder worden betekent, mij stilaan niet onbekend. De figurantenjongeren zijn gekozen om hun spontane ik-zijn. Ze houden de volwassenen een spiegel voor, werken hen soms tegen en zijn de morele steun van Foxie in het hele verhaal. En het vossenteefje dat gedood wordt, is voor u het tienermeisje Foxie. Hoe sterk maakt u haar? Coppens: Ik maak het fragiele per-
sonage aantrekkelijk omdat het geen slachtoffer meer is. Zoals in het echte leven geloof ik sterk dat vrouwen superieure wezens zijn (blijft ernstig, red.). Zo toon ik Foxie en andere vrouwen als die van de barkeeper en veiligheidsagent. Al heeft Foxie niet de tijd om helemaal matuur te worden, gezien de korte levenscyclus in dit verhaal. Daarom heb ik haar ontwakende liefde niet begrensd: ze wordt verliefd op een ander meisje, al kon zijzelf gerust ook een jongen zijn. Ze is iemand die met haar seksualiteit heel vrij omgaat, wat zeer goed is, en wat ik in de verf wil zetten. We worden telkens ontroerd tijdens de repetities als Lenneke Ruiten de liefdesaria zingt (wanneer de wijfjesvossen elkaar ontmoeten, red.). Het is de puurste Jean-Marie Binst vorm van kunst.
20 I BRUZZ 1560 I Donderdag 2 maart 2017
ENFANT TERRIBLE ANN Bellemans Journaliste Ik dacht dat ik een vrijgevochten journaliste was”
© SASKIA VANDERSTICHELE
Toen ik opgroeide in Wemmel was het heel evident om in Brussel naar school te gaan. Met mijn zonen was ik vanuit Grimbergen een uitzondering. De meeste mensen sturen hun kinderen naar scholen verder van de stad, maar ik vond die meertaligheid en mix van mensen een troef. Na jaren van journalistiek werk voor VRT en VTM was ik vorig jaar plots uitgerangeerd. In plaats van thuis te zitten, ben ik naar het Jorezplein in Kuregem getrokken samen met mijn zoon Arnaud. Hij wilde me beschermen voor eventueel gevaar, maar de conclusie was dat je gewoon met die mensen kan praten als je de tijd neemt. Nu werken we samen aan een documentaire en dat is interessant omdat verschillende generaties anders kijken naar de dingen. Hij is op school al meer geconfronteerd met mensen van uiteenlopende afkomst. Op het plein kan er soms een leuke groepssfeer zijn, maar het kan ook vermoeiend zijn. Soms roept iemand Sors de notre quartier! Dan
zeg ik: “Manneke, ik kon je moeder zijn.” Je moet daar doorkijken. Een blaffende hond is vaak gewoon bang, en wil eigenlijk geaaid worden. Sinds we hier komen, heb ik al veel geleerd over de wijk, maar ook over mijzelf. Het is een les in nederigheid. Ik dacht dat ik een vrijgevochten journaliste was, die veel weet, maar dat klopt niet. Ik ben alleenstaande moeder geweest, maar verdiende goed mijn brood, en had alles om het goed te doen. Veel moeders hier hebben het veel moeilijker. Je kan hen verwijten dat ze geen taalles volgen, of hun kinderen niet kunnen volgen op school, maar wij staan niet in hun schoenen. Vaak kunnen ze niet lezen of schrijven. Dat is de achterliggende werkelijkheid. Ik denk wel dat het langzaam beter gaat met de wijk. Dertig jaar geleden heb ik hier een reportage gedraaid voor het tv-programma ‘nv De Wereld’. Toen voelde je echt een desinteresse in de wijk. Men bouwde liever hekken
“Een veroordeelde drugs dealer ziet zijn mama even graag als u of ik” dan de problemen op te lossen. Vandaag zijn er tal van vzw’s en initiatieven die dingen in beweging proberen te zetten. Ook gemotiveerde burgers die dingen organiseren voor de wijk en mensen van verschillende origine samenbrengen. Toch zijn er altijd jongeren die hun weg niet vinden. Ze raken gefrustreerd en gedemotiveerd. Dat is soms moeilijk te verklaren. Ligt dat aan de opvoeding? Discriminatie? Faalt het onderwijs? Sommige scholen slagen er beter in, met lessen burgerzin bijvoorbeeld,
ANN BELLEMANS (58) is een journaliste gespecialiseerd in humaninteresttelevisiereportages. Sinds bijna een jaar praat ze regelmatig met jongeren op een pleintje in Kuregem. Samen met haar zoon Arnaud werkt ze aan een documentaire over de wijk.
maar er is iets dat ons ontgaat. Sommige gasten zetten zich buiten het systeem en proberen snel geld te verdienen met drugs bijvoorbeeld. Momenteel brengen we de wijk in kaart, en we hopen in de zomer beginnen te filmen. Met de documentaire willen we vooral tonen wat ons verbindt. Dan kom je uit bij universele thema’s: geboorte, dood, liefde, verdriet. Een veroordeelde drugsdealer ziet zijn mama even graag als u of ik. We zullen uiteenlopende mensen hun verhaal laten doen, en ook zelf laten filmen. Want wie zijn wij om te oordelen over de wijk? Soms vraag ik me af waar ik mee bezig ben. Maar als ik zie hoe de wereld evolueert - kijk naar Trump en de angst voor vluchtelingen wil ik doorgaan. Het is zoals in het boek Alleen in Berlijn van Hans Fallada, over een koppel dat zich verzet tegen het nazisme. Ik wil iets doen, iets proberen, en niet achteraf moeten zeggen: ik wist Laurent Vermeersch het niet.
Donderdag 2 maart 2017 I BRUZZ 1560 I 21
NICK TRACHET Brussel en de wereld culinair ontdekt
Schweineohren
Tijdens uitstapjes in het buitenland staat een bezoek aan een supermarkt of twee altijd bovenaan mijn lijstje. Andere landen, andere schappen, andere producten. Enige tijd geleden kwam ik zo in de Eiffel terecht en ging er rondneuzen in een Rewe, een winkelketen waar men, zo verzekerde men mij in het hotel, niet alleen de meest goedkope dingen vindt. Slenterend tussen de casselerribben en de bokwursten kwam ik zo voorbij een zak met gedroogde varkensoren. Wacht even? Gedroogde varkensoren? Voor menselijke consumptie? Er is maar één manier om erachter te komen of dat waar is: op naar de afdeling dierenvoedsel en ja hoor: dezelfde gedroogde varkensoren hingen daar ook, maar dan van een ander merk in een andere verpakking, een meer diervriendelijke, zeg maar. De verpakking voor varkensoren in de mensenafdeling was veel bescheidener, met weinig kleurtjes of patronen: alleen een vermelding van Schweineohren, met het aantal stuks (vier) en de prijs (3,49 euro). Ik heb ze naast die voor de hond gelegd: de oren zagen er zo gelijkend uit, dat ze best uit dezelfde fabriek konden komen. Bij ons heb ik ook al wel gedroogde oren gezien, maar dan alleen bij de kramen voor huisdieren op de
markt, en dan nog tweemaal zo duur ook. Op het net lees je overigens de ene waarschuwing na de andere tegen het geven van varkensoren aan de hond. Op zoek naar Duitse mensenrecepten voor Schweineohren, vond ik alleen maar die voor koekjes die wij hier palmiers noemen. Dat de Chinezen ze eten, daar had ik geen twijfel bij. Ik heb trouwens zelf al eens sneetjes varkensoor gegeten bij één van de avontuurlijkere Chinezen in Brussel. Dat ging van gelatineus over in krak-krak-kraakbeen. De Kantonese keuken is er één van texturen, van mondgevoel. Wie verder zoekt, vindt dat ook de Spanjaarden (orejas de cerdo) hun oortjes wel lusten. Maar mijn ogen gingen pas open toen ik met mijn oren in de wereld van de Deep-South van de Verenigde Staten belandde. Pig ears on corn bread is er comfort food waarvoor de African-American een treinreis over heeft. Alle recepten die ik vond, van
gerookte look. Altijd indrukwekkend als er visite komt. Neem een snelkookpan, dat is hier aangewezen, want anders mag je misschien wel twee dagen koken! Doe de natte varkensoren erin met voldoende water om onder te staan en voeg er kruiden aan toe. Ik had nog twee jalapeño’s, enkele gehakte ajuinen, vele tenen look, selder, zwarte peper, een snuif zout, witte wijn, piment, wat je maar in huis hebt. Het kan ook in Chinese stijl: Chinese wijn, gember, steranijs en lichte sojasaus. Klem het deksel op de pot en laat onder druk koken gedurende twee uur. Ik had wat weinig water gebruikt. Het resultaat had een uitgesproken bruine maillard-smaak. Misschien beter eerst de oren gekruid opzetten met water, zout en specerijen en pas na een uur de verse kruiden en groente toevoegen? In ieder geval was het resultaat verrukkelijk. Het kraakbeen was zijn krak helemaal kwijtgeraakt en opgelost
“Slenterend tussen de casselerribben en de bokwursten kwam ik zo voorbij een zak met gedroogde varkensoren” welk continent ook, werkten met verse oren, niet met gedroogde. Niet getreurd. Mijn oren ondergedompeld in helder koud water en een nacht op het aanrecht laten staan. Droog wogen ze 197 gram. Na die nacht waren ze gezwollen tot 360 gram, ze kostten dus finaal 9,69 euro per kilo, niet echt goedkoop voor slachtafval. Maar daar staat natuurlijk tegenover dat je ze – droog - lang kunt bewaren buiten de koelkast, hangend aan een koordje in de keuken tussen de piment d’espelette en de vlecht
FILM Pianist Hughes Maréchal begeleidt al bijna dertig jaar stille films
‘Improviseren is mijn toverwoord’ © MARIANNE GRIMONT
BRUSSEL - De Plateau-zaal in de Cinematek blijft een unieke zaal: enkele keren per week worden er stille films vertoond mét pianobegeleiding. Een van de personen die dat soort vertoningen op het klavier in goede banen leiden, is muzikant, multi-instrumentalist, componist, chansonnier en uiteraard pianist Hughes Maréchal. “Het mooiste compliment dat je een pianist van een stille film kan geven, is zeggen dat je vergeten bent dat hij er was.”
Tot mei worden in Cinematek uw favoriete stille films vertoond, een selectie van 26 films. Waarom juist deze films en geen andere? HUGHES MARÉCHAL: Ik ben van mijn herinneringen vertrokken, van mijn gevoelens toen ik die films voor het eerst gezien heb. Wat heeft me echt geraakt? Welke film heeft een sterke indruk op me gemaakt toen ik ernaar keek? Dat was mijn leidraad. Toen ik Sunrise van Murnau voor het eerst zag, was ik er onmiddellijk van in de ban. Of neem The Unknown van Tod Browning waarin iemand uit liefde zijn eigen armen afkapt. Dat is pure waanzin. Merry-go-round van Erich Von Stroheim is ook
zo een wrede amour fou die me fel ontroert telkens als ik hem zie. L’Hirondelle et la Mésange van André Antoine is dan weer opmerkelijk door zijn bijna documentaire kijk op het leven op aken op de Vlaamse kanalen. De beelden zijn onvergetelijk mooi. Toen ik mijn lijstje af had, werd ik me ervan bewust dat datgene wat me echt raakt in een film heel het spel van mise-en-scène rond het verlangen is. Vandaar dat ik mijn selectie de ‘mise-en-scène van het verlangen’ heb genoemd. Het is ongetwijfeld een beetje het beest in ons als mens. De mechaniek die ertoe leidt dat we de meest waanzinnige dingen doen, is die van het verlangen. Altijd en overal. Cinema raakt me alleen als er ingezet wordt op het verlangen, anders is een film niet interessant.
in het kooknat. De jalapeño’s gaven een beetje pit op de achtergrond, de selder en ajuin vulden de smaak aan. En alles zwom in een cola-achtige gelatine. Een oor op een boterham, heerlijk. Een andere auteur gaat de oren, eenmaal koud geworden, nog eens door het paneermeel halen en aanfruiten in de olie, zodat ze krokant worden van buiten. Dan opdienen als warm voorgerecht! Niet geprobeerd. Wat u ook kunt doen is de oren - nog warm - neervlijen, de één boven de ander, in een terrine en dan overgieten met de hete gelatine. Misschien enkele dunne schijfjes citroen bovenop leggen. Een passend plankje op de terrine plaatsen, daar dan een gewicht bovenop (enkele grote blikken, bijvoorbeeld) en dan een hele nacht laten opstijven in de koelkast. U hebt nu een terrine die op kopvlees lijkt, maar dan bestaande uit rechte, schattige laagjes. Ren snel naar de hondenwinkel. Droge varkensoren zijn beter voor ons dan voor Blacky. Maar ook op de markt van het slachthuis verkopen ze varkensoren, verse in dat geval. Smakelijk.
De hele reeks nalezen? > BRUZZ.be/trachet
enige wat achteraf overblijft, is de herinnering voor de kijker. Dat is alles (lacht).
Welk dwaalbegrip over de stille film moet er dringend uit de wereld worden geholpen? MARÉCHAL: Dat de stille film geen onovertroffen kunst op zich is. Men vergeet weleens dat de stille film, zeker de magische periode van 1920 tot 1930, het toppunt van de cinematografische kunst is. Op de volgende meesterwerken is het jaren wachten. Zelfs als je kijkt naar de hedendaagse film, je hebt ongelooflijke computergestuurde beelden, 3D en surroundgeluid, maar hoeveel films zijn er die erin slagen om die mechaniek van het verlangen op een interessante manier in beelden te vertalen? De stille film blijft vaak onovertroffen in zijn expressiviteit. Je hebt wat tijd nodig om aan de esthetiek te Wat is er zo fijn aan wennen. Maar toon aan kinpiano spelen bij stille deren een goede Chaplin of films? Keaton en ze lachen zich nog MARÉCHAL: Ik improaltijd een breuk. Dat is toch viseer altijd en het is prachtig. Hetzelfde geldt voor Hughes Maréchal, Pianist buitengewoon om iets volwassenen. Die kunnen ook te doen dat vergankenog altijd in de ban raken van lijk is, dat slechts één keer bestaat. Elke uitde buitengewone poëzie van stille films. We voering of filmbegeleiding is een uniek moluisteren nog altijd naar Mozart. We lezen nog ment. Ook omdat je bij elke pianist een nieuwe altijd Balzac. We kijken nog altijd naar een en andere lectuur van de film krijgt, al of niet surrealistisch doek uit 1920. Een stille film Luc Joris afhankelijk van zijn humeur. Dat vind ik magheeft dezelfde waarde. nifiek. We kunnen tegenwoordig een film bekijken op onze computer, op tv of in de bioscoop, maar een stillefilmervaring is volledig uniek. Eigenlijk krijg je twee spektakels voor De mise-en-scène van het verlangen, de prijs van een. Enerzijds heb je de filmvertoning, anderzijds is er iemand die een muziekstille films gekozen door pianist Hughes instrument tot leven laat komen, waardoor je Maréchal. Van 2/3 tot 31/5 in CINEMATEK een dubbele emotionele beleving krijgt. En het www.cinematek.be
“We kunnen een film overal bekijken, maar een stillefilm ervaring is uniek”
>
22 I BRUZZ 1560 I Donderdag 2 maart 2017
boek Lucas Catherine over Kongo, Leopold II, Stanley, Albert Thys en Maurice Calmeyn
Kongo’s geschiedenis in verhalen
BRUSSEL - Lucas Catherine voert in zijn jongste boek ‘Kongo’ een zekere Maurice Calmeyn op. Een (vergeten) geradicaliseerde bourgeois die een van de eerste heftige critici van Kongo-Vrijstaat werd. Net zoals in zijn vorige boeken hangt Catherine zijn visie op de geschiedenis op aan anekdotes. “Dat wordt mij wel eens verweten, maar geschiedenis is toch verhalen vertellen?” Maar bovenal wil Catherine de koloniale geschiedenis herschrijven.
HOLLANDSE KOOPLIEDEN. Op dit prentje uit 1668 - dat afgedrukt is in het boek - is te zien hoe Hollandse kooplieden moeten knielen voor de edelen van het Kongolese hof die gekleed zijn zoals de Europese adel in die tijd.
K
ongo werd vanuit Brussel bestuurd, maar stellen dat we na lectuur van Kongo beter over Brussels Kongo zouden spreken dan over Belgisch Kongo is dan weer overdreven, zegt Lucas Catherine. Ook de haven van Antwerpen heeft geprofiteerd van Kongo. De eerste twee grote bedrijven die Leopold II volgden, waren van havenbazen. Eén van de twee heette Anversoise. De eerste Wereldtentoonstellingen waar Kongolezen te zien waren, vonden in Antwerpen plaats met de bedoeling om kapitaal te mobiliseren, de Kongolezen op de Brusselse expo moesten Kongo populariseren. Maar de sporen zijn natuurlijk het duidelijkst in Brussel en Oostende. Catherine: “En ik heb onlangs nog gebouwen ontdekt die met Kongo te maken hebben. Vlak bij de Congreskolom is het Levergebouw, ooit gebouwd door Lord Lever, de man van de Huileries du Congo en de Sunlight-zeep, de man die aan de basis ligt van Unilever. Tegenwoordig huist er een ingenieursschool van de Franse Gemeenschap in. Wel, als je het gebouw binnenstapt, is het precies alsof je in het Afrikamuseum in Tervuren binnenstapt met dezelfde marmeren vloer en marmeren muren. In het Levergebouw zijn de bronzen beelden van figuren allemaal mensen die met de palmnoten bezig waren.”
Wat trekt u aan en wat stoot u af in figuren als Karel Buls? LUCAS CATHERINE: Burgemeester Karel Buls is bekend voor zijn Esthétique des Villes en de restauratie van de Grote Markt, maar die man heeft heel veel gereisd, hij is ook naar Kongo geweest. Vijftien jaar geleden was er in Gent een tentoonstelling over Buls - dezelfde die vorig jaar in het Archief en Museum voor het Vlaams Leven te Brussel te zien was - en daar lag dus ook Buls’ Croquis Congolais, niet erg opvallend, een beetje aan de kant geschoven. Er werd verder ook niet over geschreven. Wel, als je dat boekje leest, begrijp je waarom het niet opvallend werd uitgestald. Het is een verdediging van de Kongopolitiek van Leopold II. Het besluit komt eigenlijk hier op neer: vrijheid en broederlijkheid allemaal goed en wel, maar niet voor die Kongolezen hier. Buls was ook de eerste fototoerist en reisjournalist in bijberoep, hij is naar Kongo gegaan voor de inhuldiging van de spoorlijn Matadi-Stanley-Pool (Kinshasa, red.), maar hij heeft nadien nog een hele reis gemaakt en vele foto’s genomen. Een andere bekende Brusselaar is Joseph Conrad, de auteur van ‘Heart of Darkness’. CATHERINE: Uit de dagboeken van Karel Buls, die terug te vinden zijn in het Liberaal Archief in Gent, blijkt dat hij smoorverliefd was op Mar-
guerite Gachet, een aangetrouwde tante van Joseph Conrad, op wie ook Conrad verliefd was. Ik vond het een intrigerende vraag waarom een Pool die in het Engels schrijft en bij de Engelse vloot diende en dus naar Afrika kan reizen, hier in Brussel rondhangt. Die tante, die in Brussel geboren was, maar met een Pool ge-
hij ofwel gesticht had of waar hij medebeheerder van was. Die man heeft een enorm fortuin opgebouwd, maar dat is vergeten omdat hij tijdens de Eerste Wereldoorlog gestorven is en al zijn ondernemingen zijn opgegaan in de Société Générale. Thys is zo belangrijk, omdat hij de spoorlijn gelegd heeft tussen Kinshasa en Matadi. Dat maakte veel verschil, want tussen die twee steden konden de stoomboten niet tegen de stroomversnellingen op. De boten moesten uit elkaar gehaald worden. Iedere drager moest een maand lang stukken van dertig kilo zeulen en dan werden de boten weer ineengestoken. De Bakongo, de leden van de stam die moesten dragen, werden door het zware werk gedecimeerd. Dankzij de stoomtrein kon er veel vlotter rubber en ivoor vervoerd worden, de bedienden van de firma’s moesten geen maand met hun vingers draaien en dus kon Thys dezelfde prijs aanrekenen. Thys was een exponent van een kapitalisme dat nog dynamisch was. Nu gebeuren innovaties door kmo’s en buitenstaanders, grote bedrijven zijn alleen nog bezig met overnames en fusies. De tweede lijn in uw boek is het racisme dat er aanvankelijk niet was. CATHERINE: Thys keek naar het Afrikaans werkvolk zoals hij naar Waalse arbeiders keek, dat is te lezen in brieven die hij naar zijn vrouw schreef. Omdat de Bakongo allemaal dragers waren, moest hij voor de aanleg van de spoorlijn arbeiders uit West-Afrika laten aanrukken. Hij schrijft letterlijk dat mensen die zeggen dat je met Afrikanen niets kan aanvangen, dom zijn. Hij scheldt wel Waalse arbeiders uit voor stomme Waal, dat is niet fraai, dat is echter neerkijken op lager volk, zoals bourgeois dat doen, maar nog geen racisme. Ook Pieter van den Broecke, de suikerbakker uit Antwerpen die in 1608 in Kongo arriveerde, was niet racistisch. Op een prentje uit 1668 - dat afgedrukt is in het boek - zien we hoe Hollandse kooplieden moeten knielen voor de edelen van het Kongolese hof die gekleed zijn zoals de Europese adel in die tijd. Dat zijn niet de naakte wilden en de Hollanders doen weleens iets om iets bij te verdienen. Ik probeer op een andere manier aan geschiedschrijving te doen, de koloniale geschiedenis is geschreven onder Albert I, niet onder Leopold II. Hij heeft van Leopold en Stanley helden gemaakt. Nu moeten we verder kijken. Stanley was niet de grote ontdekker, hij was een journalist die graag grote verhalen bracht en door Leopold gebruikt werd, maar overal waar hij kwam, was hem al iemand voor geweest. Leopold was een smeerlap. Iedereen gaat ermee akkoord dat hij politiek-moreel verantwoordelijk is voor de dood van miljoenen Kongolezen, maar hij is het natuurlijk niet die handen heeft afgehakt, dat waren de agenten van de Antwerp-
“Leopold II was gewetenloos, het interesseerde hem allemaal niet heel erg” Lucas Catherine, Auteur
trouwd was, was een vriendin van de echtgenote van Albert Thys, de man naar wie Thysville genoemd was en die de eerste spoorweg tussen Matadi en Leopoldville heeft aangelegd. Gachet en Thys woonden op een steenworp van elkaar, de ene in de Veydtstraat, de andere aan de Charleroisesteenweg. Ook Thys is onderschat, er is weliswaar een monument voor hem aan het Jubelpark. Meestal wordt hij afgedaan als een knechtje van Leopold II, maar dat klopt niet. De man had 33 koloniale ondernemingen die
se bedrijven Abir en Anversoise. En ook de Belgische staat is medeplichtig, de staat heeft meer geïnvesteerd in Kongo dan Leopold II en al zijn financiers samen. Leopold was gewetenloos, het interesseerde hem allemaal niet heel erg, als hij geld had om in Brussel en Oostende te investeren, een villa te kopen aan de Azurenkust en in Parijs grote sier te maken met zijn maîtresse. Hij greep alleen in als de schandalen in de buitenlandse pers breed uitgesmeerd werden. En dan voert u de vergeten Maurice Calmeyn op. CATHERINE: Ik ben toevallig op Maurice Calmeyn gestoten, omdat ik tijdens acties rond de piétonnier op Frederick Calmeyn gestoten ben, die tot dezelfde familie als Maurice Calmeyn behoort, de Calmeyns van Drogenbos. Hij liet me een boek van Calmeyn over olifantenjacht lezen, maar het boek gaat over meer dan over olifantenjacht. Calmeyn is trouwens als een echte bourgeois naar Kongo vertrokken - zijn moeder was een Orban - samen met zijn vriend en diens vrouw van de familie Solvay. Hij was een landbouwingenieur en zag rond de rubberplantages verbijsterende zaken. Na de olifantenjacht is hij samen met zijn hondje een tweede keer vertrokken voor acht maanden. Hij trok rond samen met twee Kongolese personeelsleden, voor de dragers moest hij een beroep doen op de plaatselijke sultans. Calmeyns ogen gingen open. Hij leverde forse kritiek op de handafhakkingen, maar ook op de missies die meer bezig waren met religieuze propaganda dan met onderwijs. Uiteindelijk ging hij ook tekeer tegen Leopold II over wie hij schreef dat hij de politiek en de journalistiek corrumpeerde. Zijn boek werd besproken in Engeland, maar niet hier, waar de censuur toesloeg en Calmeyn uiteindelijk geboycot werd. Daardoor heeft hij Brussel verlaten en is hij naar De Panne getrokken waar zijn vader grootgrondbezitter was. In De Panne is hij wel nog bekend door het Calmeynbos, dat deel uitmaakt van een groot natuurgebied. Hij is zijn volwassen leven begonnen als liberale bourgeois en geëindigd als communist. Eén opmerkelijke stelling van Calmeyn wil ik toch nog meegeven: ‘Het gaat er niet om of onze normen superieur zijn aan die van de Kongolezen, het gaat er om of de Kongolezen beter worden van onze normen.’ Prachtig toch in een periode dat niemand antikoloniaal Danny Vileyn was?
>
Kongo, Een voorgeschiedenis van Lucas Catherine, is uitgegeven bij Epo, telt 241 pagina’s, is rijk geïllustreerd en kost 19,90 euro.
Donderdag 2 maart 2017 I BRUZZ 1560 I 23
tentoonstelling Mooie retrospectieve van werk Boël in het Museum van Elsene
Delphine Boël geeft nooit op
Laptopia Elke week scant Michaël Bellon met zijn laptop een plek in Brussel die tot de verbeelding spreekt, en geeft hij aan wat er eventueel nog aan kan verbeteren.
Brusselse tunnels Never Give Up Niet opgeven, hoe lastig het ook moge zijn. Het gedicht tilt de persoonlijke strijd van Boël naar een hoger niveau.
>
Delphine Boël Never give up en Jean Boghossian In het Museum van Elsene Jean Van Volsemstraat 71, 1050 Brussel tot en met 14 mei 2017. Open van dinsdag tot zondag van 9.30u tot 17u. Gesloten op maandagen en feestdagen. museumvanelsene.be © DELPHINE BOËL, FOTO JIM O’HARE
ELSENE - Delphine Boël staat dezer dagen volop in de belangstelling als dochter van koning Albert, maar bovenal is er een mooie retrospectieve van haar werk in het Museum van Elsene. Het Museum van Elsene heeft de gewoonte om in de marge van de grote tentoonstellingen - tijdens dit voorjaar Pierre & Gilles - twee kleinere expo’s te plannen. Behalve Delphine Boël is er ook Jean Boghossian, de man van de gelijknamige stichting die de Villa Empain heeft laten restaureren. Twee expo’s, die elk op hun eigen manier, schril afsteken tegen de exuberante, bijwijlen kitscherige portretkunst van Pierre & Gilles. Een week na de opening van Boëls Never give up koppen de dagbladen dat koning Albert niet verschenen is voor de rechtbank. Delphine, zijn natuurlijke dochter, vecht al achttien jaar tegen het koningshuis: ze wil dat koning Albert erkent dat hij haar vader is. Blikvanger van de tentoonstelling en testament is het gedicht Never give up dat verwijst naar die strijd: Never Give Up when life sucks, Never Give Up when the future looks fucked,... Never Give up Try to reconstruct. Niet opgeven, hoe lastig het ook moge zijn, maar het gedicht tilt die persoonlijke strijd ook naar een hoger niveau. In de werken van Boël, of het nu schilderijen, spiegels of kunstwerken zijn duiken heel de tijd woorden op als Hypocrite, Blabla, Fuck Gossip en als hoogste waarheid: You can’t Change the Truth But The Truth can Change you.
Boëls schilderijen refereren ongegeneerd aan de popart van de sixties, zoveel is duidelijk. Haar werk is soms wrang, soms cynisch, maar humor is er (bijna) altijd en er is het onophoudelijk verlangen naar Peace & Love. Het advies dat ermee samenhangt: ‘Geef nooit iemand op, mirakels gebeuren iedere dag.’
Boghossian
Maandag 20 februari, 21.30u
Als de leeggelopen wildwaterbaan van een verwaarloosd indoorpretpark. Zo liggen de Brusselse tunnels er ongeveer bij. Dus waarom dan klagen? Een enthousiaste Nederlandse schrijver die hier jaren geleden woonde - maar het uiteindelijk toch ook opgaf - vergeleek de bewegingen die je maakt als je met de auto ondergronds de vijfhoek rondtrekt, met de subversieve duikjes en speelse sprongetjes van een dolfijn. Als je even abstractie maakt van de ongerepte oceaan die je bij die metafoor voor ogen komt, lukt het je nog wel om je daar iets bij voorstellen. Het is in ieder geval te gemakkelijk om het uitgeklede en zwartgeblakerde binnenwerk van onze tunnels een middeleeuwse bouwval noemen. Je kan er evengoed een uit imitatierots van polyester geërodeerd grottencomplex in zien. Wie weleens de immersieve autorit tussen Terkamerenbos en Basiliek onderneemt, zal ook moeten toegeven dat het voortdurende open-neer een licht euforisch gevoel kan veroorzaken. Jezelf bommetjesgewijs naar beneden storten in een ondergelopen tunnel, om dan een beetje verder weer even naar adem happend boven te komen, is inderdaad onze versie van het Nederlandse luctor et emergo. Dat had die schrijver goed gezien. Het is ook die hoge amusementswaarde van het Brusselse tunnelcomplex die aanleiding geeft tot de overdreven snelheid waarop het gros van de gebruikers van de tunnels zich laat betrappen. Snelheidsbeperkingen mogen over het algemeen worden toegejuicht. Maar die alweer erg strenge Brusselse norm van vijftig kilometer per uur overschrijd je meestal al wanneer je je gewoon laat meedeinen op het grillige reliëf. En moeten remmen op de roetsjbaan is voor niemand leuk. Zeker wanneer je
voor een keer eens niet met verkeerslichten, voorrangsregels of voetgangers wordt geconfronteerd, en kan bukken voor bovengrondse ongelukken. Als er geen file staat in de tunnels - en dat gebeurt ook al eens - dan herbeleeft de automobilist even dat verloren gewaande gevoel tijdswinst te boeken. Toegegeven - onder het filmische neon van dit eeuwige Brussels by night zie je ook wel wat schoonheidsfoutjes. Plassen en kalkaanslag van de alomtegenwoordige lekken, blootliggende kabels, verroeste ventilators als de schroeven van een lang geleden gezonken schip, en hele rijen tegels, opgewipt en uit de hengsels gelicht als de toetsen van een mismeesterde piano in een oude Disneyfilm. Op de pechstrook staan bouwmachines klaar om wegversperringen veroorzaakt door nieuwe lawines weer te verwijderen. Plakkaten met icoontjes van ouderwetse telefoons en in paniek naar de nooduitgang wegrennende mannetjes lijken te suggereren dat je hier zo snel mogelijk weg moet zien te komen. Dat ondermijnt natuurlijk elke al te optimistische tunnelvisie. In de jaren tachtig werd het viaduct op de Leopold II-laan door de gelijknamige tunnel vervangen en weggeschonken aan het Thaise Bangkok. Misschien moeten we nu opnieuw een schenking overwegen. In een wereld waar in sneltempo muren worden gebouwd, zal immers ook de vraag naar tunnels om onder die muren door te geraken stijgen. Het zou toch mooi zijn als pakweg uitrit Munthof de Mexicanen alsnog toegang tot Trumpland zou kunnen verschaffen, of Sainctelette de codenaam wordt voor een druk gebezigde Palestijnse smokkelroute.
“Als er geen file staat in de tunnels, dan herbeleeft de automobilist even dat verloren gewaande gevoel tijdswinst te boeken” Michaël Bellon
© JEAN BOGHOSSIAN, SANS TITRE
Vuur richt niet alleen schade aan, vuur kan ook vreemde effecten creëren. Jean Boghossian hanteert vuur als een penseel. Op het eerste gezicht lijken de kleurschakeringen (gelukkig) toeval, tot de bezoeker doorheeft dat het de hand van de kunstenaar is die het vuur leidt. Papier blijkt de meest geschikte drager om gevoelige sporen na te laten. De tentoongestelde papieren werken die doorkruist zijn met verticale lijnen lijken door en door uitgepuurd. De zaal waarin de paar werken van Boghossian hangen, baadt in Danny Vileyn een etherische sfeer.
De hele reeks nalezen? > BRUZZ.be/laptopia
24 I BRUZZ 1560 I Donderdag 2 maart2017
boven op het tactische, en dat vroeg wel de nodige aanpassing. “Je moet goed luisteren, talent volstaat niet. Als je jong bent durf je dat weleens te denken, maar in het opleidingscentrum heb ik begrepen hoe belangrijk werkkracht is.” Benzouien is ondertussen een vaste waarde bij de Belgische jeugdploegen. Hij verdedigt dit seizoen eveneens de kleuren van Royal IV, een club die inzet op Brusselse spelers en vorig seizoen promoveerde naar de tweede klasse. Het is opnieuw een stapje hoger, in een omgeving die hij kent, want hij vindt er zowel het Zuidpaleis als heel wat vrienden van vroeger terug. Ook zijn broer speelde nog voor de club. “Hosni is zeventien en speelt bij de jeugd van Charleroi. Hij speelt een belangrijke rol in mijn sportieve carrière. Als bron van motivatie, ik wil slagen voor hem en voor mij. Ooit zou ik graag met hem samen spelen.”
BASKETBAL – Rochdi Benzouien zet bij Royal IV volgende stap in ontwikkeling
‘Hier kom ik thuis’ BRUSSEL – Het jonge Brusselse basketgeweld zoekt en vindt zijn eigen weg en dat belooft heel wat goeds voor de toekomst. Rochdi Benzouien (20) is daar een mooi voorbeeld van. Dankzij zijn dubbele aansluiting bij Okapi Aalstar en Royal IV kan hij matchritme opdoen in tweede klasse en af en toe wat minuten krijgen in de hoogste divisie. Hij moet nog hard werken, dat beseft hij, maar zijn buitenlandse droom is zeker bereikbaar.
M
ijn vader was mijn eerste grote voorbeeld, nog voor ik al die grote basketbalsterren leerde kennen,” vertelt de jonge Brusselaar. “Hij speelde bij Excelsior, dat toen nog in lagere divisies uitkwam, en heeft me de sport leren kennen. Mijn pa was een
goede point-guard, maar had niet het talent of de zin om er zijn werk van te maken. Velen zeggen dat ik op hem lijk en dat zie ik als een compliment. We zijn het soort van speler die voor de ploeg speelt, zonder fantasietjes, en die het collectief op de eerste plaats zet.” Benzouien was als jonge ket al regelmatig aan de rand van het basketbalveld te vinden met zijn bal, terwijl zijn vader een wedstrijd speelde. Het duurde niet lang voor hij werd
ROCHDI BENZOUIEN. “Je moet goed luisteren, talent volstaat niet. Als je jong bent durf je dat weleens te denken, maar in het opleidingscentrum heb ik begrepen hoe belangrijk werkkracht is.”
Bankzitten
ingeschreven bij Atomia Brussels. Hij bleef er tien jaar, tot zijn zestiende, en kreeg er een goede opleiding. Hij werd niet meteen gezien als hét grote talent, maar een selectie voor de nationale U16 toonde aan dat zijn harde werk werd opgemerkt. “Die selectie heeft me geholpen om tot het opleidingscentrum van de Association Wallonie-Bruxelles de Basketball toe te treden, in Jambes. Daar besefte ik stilaan dat ik verder kon gaan in het basketbal.” “Ik zat er op internaat, weg van mijn cocon thuis, en heb er zelfvertrouwen opgebouwd. Ook in mijn spel ben ik er volwassener geworden en mijn fysiek is veel beter geworden. Mijn keuze voor het opleidingscentrum was de juiste. Ik ben daar open gebloeid.” Aangezien Benzouien tijdens zijn periode in Jambes voor de ploeg van het Rochdi Benzouien opleidingscentrum Basketballer speelde, moest hij op zijn achttiende op zoek naar een nieuwe club. Hij besloot zijn coach van de nationale U18 te volgen en trok naar Aalstar. En dat was niet de enige nieuwe uitdaging die hij aanging. “Ik begon ook meteen met mijn studies tandheelkunde aan de Université Libre de Bruxelles. Dankzij mijn topsportstatuut kon ik er onder meer lessen verplaatsen en de fitnesszaal gebruiken.” “Bij Aalstar behoorde ik natuurlijk niet meteen tot de A-kern. Ik trainde wel regelmatig met hen, maar tijdens mijn eerste twee seizoenen speelde ik bij de derdeklasseploeg van de club. Dat is een normale evolutie. Je moet stap per stap groeien, geen etappes overslaan. Het is uitzonderlijk dat een achttienjarige al in de hoogste divisie speelt. Ik wist dat ik nog werk had.” De Brusselaar paste zich probleemloos aan in Aalst. Hij beschikt over een goede mentaliteit en ook de taal is geen probleem, omdat hij sinds zijn zeven jaar extra lessen Nederlands kreeg. Op het veld kwam het fysieke aspect
“Hier kom ik huis. We hebben een goede groep met veel talent. Het begin was wat moeilijk, maar ondertussen pakt de mayonaise. Ik zie de club een stabiele tweedeklasser worden, ja. Mijn ambitie is een goede point-guard te worden in tweede klasse en zo verder te groeien in mijn positie.” Die evolutie wordt ondersteund door de trainingen die hij dagelijks afwerkt met de A-kern van Aalstar. Hij zit ook regelmatig op de bank tijdens wedstrijden en mocht al wat speelminuten verzamelen. Het statuut van bankzitter vraagt wel een zekere aanpassing. “Het is wat raar, ja, om bijna heel het seizoen op de bank te zitten als je alle jaren ervoor zowat altijd op het veld hebt gestaan. Maar het is misschien iets waar je door moet om een gevestigde waarde te worden. Ik kijk veel naar andere spelers, hoe ze spelen en hoe ze een match beheren. Binnen de ploeg krijg ik heel wat tips van Olivier Troisfontaines, die op dezelfde positie speelt als ik.” “Mijn spelinzicht is mijn grote kracht, en dat probeer ik te verbeteren. Ik moet betere beslissingen nemen, sommige details verbeteren. Mijn grootste werkpunten zijn mijn shot na de dribbel en mijn fysiek. Ik train elke dag hard om daar iets aan te doen.” Benzouien volgt behalve zijn basketbaltrainingen ook privélessen om voeling te houden met zijn studies. Het is zwaar, dat geeft hij toe, maar hij is zeer gemotiveerd. “Mijn vader en andere mensen rond mij zeggen dat je hard moet werken om achteraf geen spijt te hebben,” zegt hij daarover. Wat ook zijn toekomst wordt, hij zal het verdiend hebben. “Ik zie wel wat er op mij afkomt. Basketballen zal ik blijven doen, of het nu in de hoogste divisie is of op een pleintje. De kansen die ik krijg, zal ik grijpen.” “Mijn ambitie is Euroleague te spelen met een Spaanse, Franse of Italiaanse ploeg. Dat is mogelijk, ja. Alles is mogelijk. Waar ik volgend jaar speel, weet ik nog niet. Daar moet nog over gepraat worden. Maar wat zeker is, is dat ik mijn toekomst op een basketbalveld zie.”
“Ooit zou ik graag met mijn broer samen spelen”
Bio - Geboren op 10 maart 1996 - Opgeleid bij Atomia Brussels - Heeft een dubbele affiliatie bij Okapi Aalstar en Royal IV - Is een vaste waarde bij de nationale jeugdploegen
Tim Schoonjans
Donderdag 2 maart 2017 I BRUZZ 1560 I 25
SPORTagenda
ESTAFETTE
Boulef verliest
FILIP VAN DER ELST
“Er stond er ene tegen mijn deur te pissen. En toen ik vroeg waarom ie dat deed, begon-ie op m’n gezicht te kloppen. En niet willen stoppen hé.” De enorme buil op de tronie van mijn buurman loog er niet om. Hij bleek een carnavalsslachtoffer te zijn. De stoet passeerde zijn huis. Een carnavalsvierder met jeukende vuisten en een overvolle blaas incluis. “Kwestie van op het verkeerde moment op de verkeerde plaats te zijn, kan dat tellen,” antwoordde ik ‘m. Op dat moment rolde er nog een prachtexemplaar de wachtzaal binnen, geflankeerd door - schat ik - haar moeder en haar vriend. Hij in een soort van harlekijnspakje gehesen, zij verkleed als poging-tot-prinses. Beslist een carnavalskoppel. Beide pakjes waren uit hetzelfde donkergroen fluweel gesneden. Duidelijk verschil tussen de twee: prinsesje was vers van de camion gevallen. Dat verraadden haar grimas en de scheuren in haar netkousen. Op veel medelijden konden mijn wachtkamergenoten niet rekenen. Ik ben nooit fan geweest van carnaval. Maar ook op de spoed ontsnapt een mens niet aan het volksfeest. Mijn oog dwaalde af naar een ouderpaar met een dochtertje van nog geen twee jaar dat tegenover me zat. Schattig kind, maar met een zichtbaar zieke blik in haar ogen. Schuin achter me een man van in de vijftig, vergezeld van een jonge dame, die ijsberend pendelde tussen zijn stoel en het secretariaat van de verpleegsters. Telkens als de deur openzwaaide, stokte ieder gesprek, blikken keken op van de smartphones. Ook nu. “Meneer Van de Velde?” “Zeg maar Bram hoor.” “Van de trap gevallen, begrijp ik.” “Kijk eens aan, de roddel doet goed de ronde.” “Zoals u kunt zien bent u niet de enige klant vandaag. Er komt zo snel mogelijk een dokter bij u. Maar het
kan even duren.” Jep jep. Uw dienaar zit op de spoeddienst van het Mariaziekenhuis in de Noord-Limburgse parel Overpelt. Oorzaak van het bezoek is een mislukt huwelijk tussen mijn versleten pantoffels en de vers geboende trap van mijn ouders. Een man die - zoals ik - al eens letterlijk door het leven dartelt, betaalt daar al eens een prijs voor. Daags voordien mocht ik nochtans al langs de kassa passeren. Een mountainbikerit doorheen de Noorderkempen werd abrupt ingekort. Na welgeteld 27 minuten laveren langs bochtige singletracks verloor mijn rijtuig zijn drijfriem. Hoogstwaarschijnlijk had het iets te maken met de oerkracht die mijn dijen kunnen ontwikkelen. Ik klikte niet snel genoeg uit mijn pedaal en werd zodoende slachtoffer van de zwaartekracht. Mijn compagnon overschouwde het slagveld. “Uw derailleur is naar de filistijnen,” sprak hij. Effectief, mijn versnellingsapparaat bengelde tussen mijn spaken. Ik belde mijn vader om mijn fiets af te voeren naar de ziekenboeg, niet wetend dat het 24 uur later mijn beurt zou zijn. Zoals mijn derailleur van mijn kader was afgebroken, zo vertoont mijn voet volgens de röntgenfoto’s ook een breukje. Of beter: een oplichtend lijntje ter hoogte van mijn rechter os naviculare, één van 26 botten in mijn voet. Mijn fiets hangt ondertussen aan de haak in de garage van mecanicien Rudy. Voor iets meer dan honderd euro maakt hij mijn ros weer strijdklaar. Helaas, mijn mankepoot heelt dan wel voor de prijs waarvoor ‘s morgens de zon opkomt, maar ik heb met plezier een paar eurootjes over voor een fonkelnieuw os naviculare, en dan liefst eentje uit gegalvaniseerd staal. En dan morgen weer de fiets op. ‘t Is per slot van rekening carnavalsverlof.
Brokkenpiloot
Bram Van de Velde is radiopresentator op BRUZZ en actief vrijetijdssporter
Mohamed Boulef heeft het gevecht om de wereldtitel kickboksen bij de ISKA-federatie verloren van de Japanner Kouzi. Beide vechters namen het tegen elkaar op tijdens de ISKA Japan Show Dawn en maakten er een mooi spektakel van. De Brusselaar verloor uiteindelijk op punten.
Zaterdag 4 maart Basketbalderby De Simonetzaal in Anderlecht is zaterdag het decor van de derby in de tweede basketbalklasse tussen RPC Anderlecht en Royal IV. De thuisploeg bengelt onderaan in het klassement en kan de punten goed gebruiken. De bezoekers zitten in de middenmoot. De wedstrijd begint om 20.45u.
Zondag 5 maart Tennistornooi TC Wijmenier De Nederlandstalige tennisclub Wijmenier organiseert in de gemeentelijke sporthal van Sint-Agatha-Berchem (Lusthuizenstraat 1) een klein maar fijn tennistornooi. Van 9u tot de middag is het aan de jeugd, van 14u tot 18u komen de volwassenen aan de bak. Meer informatie kunt u via info@wijmenier.be verkrijgen.
Rugbybeker De mannenploeg van Boitsfort Rugby Club is de trotse leider in de tweede rugbydivisie en is ook in de IP Nexia Cup aan een sterke reeks bezig. Het probeert vanaf 15u voor dé verrassing te zorgen door Dendermonde in de kwartfinales uit het tornooi te kegelen. Kituro Schaarbeek reist op datzelfde moment naar Luik voor een plaats in de halve finales. BUC uit Sint-Joost-ten-Node speelt zondag om 15u ook thuis, tegen ASUB.
Maandag 6 maart Initiatie petanque Gemeenschapscentrum Den Dam (Oudergem) leert al wie het wil de basisprincipes aan van petanque. U krijgt er onder meer de verschillende technieken aangeleerd en leert de juiste regels. Plaats van afspraak is de indoorpiste in Oudergem, vanaf 14u. De initiatie is volledig gratis.
Woensdag 8 maart Kleutersport
FRISBEE Twaalfde editie van jaarlijks tornooi in Ukkel
De maan als ultieme doel UKKEL – Ultimate-frisbeeclub The Mooncatchers verzamelt dit weekend spelers uit binnen- en buitenland voor zijn jaarlijks tornooi. Objectif Moon is voor sportfans een leuke gelegenheid om deze sport te leren kennen. “We moeten ondertussen aan de twaalfde editie zitten,” vertelt Olivier Cassart, medeoprichter van The Mooncatchers. “Er zullen zowel Belgen, Nederlanders, Fransen als
Duitsers komen spelen. We hebben meer dan vijftien aanvragen ontvangen en hebben daar acht clubs uit geselecteerd. Die interesse komt door de goede reputatie die we met dit tornooi hebben opgebouwd.” De goede organisatie, de mooie zaal in sportcentrum Neerstalle (Zwartebeekstraat 23 in Ukkel) en de feestelijke randactiviteiten zijn de voornaamste redenen waarom die reputatie zo goed is. Het niveau dat gehaald zal worden, is naar Belgische normen zeer goed, waardoor het zowel voor frisbeefans als voor
leken interessant is om eens binnen te springen. “We spelen zaterdag en zondag van 10 tot 17u, maar ik zou vooral de zondagnamiddag aanraden omdat dan de finales worden gespeeld.” “Iedereen is welkom om een glas te komen drinken en naar de wedstrijden te kijken. Het zal er serieus aan toegaan op het veld, daarnaast zal er plaats zijn voor plezier. Wie dat wil, kan meer informatie inwinnen over onze club en over ultimate frisbee. Heel wat mensen zijn bijvoorbeeld verbaasd dat er zonder scheidsrechter wordt gespeeld. De spelers wijzen elkaar op fouten, en dat werkt.” Wie meteen verkocht is en zelf met ultimate frisbee wil beginnen, kan ter plaatse frisbees van goede kwaliteit kopen. Tim Schoonjans
Gemeenschapscentrum Op-Weule (Sint-Lambrechts-Woluwe) biedt kinderen van 2,5 tot 3 jaar (van 13u tot 14u) en van 4 tot 5 jaar (van 14 tot 15u) de kans om zich wekelijks (tot 28 juni) op een sportieve manier uit te leven, met ritme en expressie. Kleutersport vindt plaats in de turnzaal van basisschool Floralia en kost 25 euro. In het park van Jette kunnen kinderen van 5 tot 11 jaar vanaf woensdag ook aan kindersport doen. De focus ligt op atletiek. Ouders kunnen, van 18 tot 19u, aan Loop Je Fit deelnemen (zie hieronder).
Lopen voor iedereen Wilt u leren wandelen, vijf kilometer aan een stuk leren lopen of meer dan vijf kilometer aan een stuk leren lopen? Dan moet u bij gemeenschapscentrum Essegem (Jette) zijn. Daar begint een cursus Start to Walk (wekelijks van 18 tot 19u), Loop Je Fit (op woensdag en vrijdag van 18 tot 19u) en Lopen Voor Gevorderden (op woensdag en vrijdag van 18 tot 19u). Informatie over inschrijvingen vindt u op www.essegem.be.
Tim Schoonjans