Skip to main content

BRUZZ - editie 1555

Page 1

van 26 januari tot 1 februari 2017

N° 1555 WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA VZW, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

+ UIT IN BRUSSE

L | VOS SORTIES

À BRUXEL LES

| OUT AND

ABOUT IN BRUSSE

LS

UIT IN BRUSSEL SORTIR À BRUXELLES OUT AND ABOUT IN BRUSSELS 27 | 1

2 | 2 | 2017

#1555

1050 ELSENE/IXEL

LES | AFGIFTEKANT

OOR BRUSSEL

X P702124

NL FR EN

ène

EEN UITGAVE

VAN VLAAMS-BRU

SSELSE MEDIA

VZW | FLAGEYPLEIN

18 PLACE FLAGEY,

MICHAEL DE COCK

WEEKBLAD | 1555_01

THE

Stad op de sc

KLEZMATICS WE ORCHESTRATPROPULSE E HELMUT STALLWORDS AERTS RED SNAPP ELLES TOURN ER WANNES LECOM ENT PTE LA LA LAND

_cover.in

dd 1

23-01-17

18:11

LAWAAI VecHTEN OF VLUCHTEN p6-7

© DELPHINE FRANTZEN

Rüdiger Safranski

“Wie weinig herinneringen heeft, is weerloos overgeleverd aan het nu” p 14 - 15

WOnen STEEDS DUURDER

Sociale woningbouw hinkt achterop p8-9

OPINIE

Een Ringland voor Brussel p 13


2 I BRUZZ 1555 I Donderdag 26 januari 2017

EDITO Hilarisch

Steven Van Garsse Chef Weekblad “De maatregelen van Di Rupo zijn ongeloofwaardig omdat althans de Brusselse regering lustig doorgaat met partijgetrouwen benoemen op hoge posten in de administratie”

COLOFON BRUZZ

Flageyplein 18, 1050 Brussel 02-650.10.65 ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80, Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393, BIC: BBRU BE BB van Vlaams Brusselse Media vzw. Buiten België 30 euro per jaar. OPLAGE 62.609 exemplaren. ADVERTEREN? Ineke Le Compte, Ute Otten: sales@bruzz.be 02-650 10 63 ALGEMENE DIRECTIE Jo Mariëns HOOFDREDACTIE Klaus Van Isacker WEEKBLAD & MAGAZINE Steven Van Garsse (chef ) EINDREDACTIE Karen De Becker ART DIRECTOR Heleen Rodiers VORMGEVING Ruth Plaizier REDACTIE Jean-Marie Binst, Bettina Hubo, Laurent Vermeersch, Danny Vileyn MEDEWERKERS Hilke Andries, Michaël Bellon, Hanne De Valck, An Devroe, Wauter Mannaert, Tim Schoonjans, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Ivan Put, Saskia Vanderstichele DISTRIBUTIE Ute Otten VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Steven Van Garsse, Flageyplein 18, 1050 Elsene. Bruzz is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw, wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bruzz.be

Het partijbureau van de PS heeft twintig maatregelen genomen voor een betere governance en meer transparantie. Als de maatregelen bewaarheid worden, zullen heel wat mandatarissen een stuk minder gaan verdienen. Voorzitter Di Rupo wil ook een decumul invoeren. Hoe doortastend de maatregelen ook lijken, ze maken weinig indruk. Ze vallen onder de categorie ‘paniekvoetbal’ en het valt te betwijfelen of de kiezer hierdoor zijn mening zal herzien. Die weet wel beter. Het kan hard gaan. Enkele maanden geleden werd minister-president Paul Magnette (PS) door de linkerzijde in Vlaanderen en Wallonië nog als held onthaald vanwege zijn strijd tegen het vrijhandelsakkoord CETA. Vorige week titelde een Vlaamse linkse krant “Waalse maffia”. De maatregelen die Di Rupo aankondigt, zijn ongeloofwaardig omdat de PS, zolang de partij aan de macht is en voor haar machtpolitiek onder vuur lag, alle kansen heeft gekregen om iets aan de excessen te doen. In oktober 2010 titelde deze krant dat de Brusselse regering een akkoord had bereikt over de decumul: vanaf 2014 zouden er minder burgemeesters en schepenen zitting hebben in het parlement. Daar is niets van in huis gekomen.

WAUTER MANNAERT

Ondanks de dure eden die door de verschillende partijen zijn gezworen. Daar is zeker niet alleen de PS voor verantwoordelijk. Het waren de Vlaamse partijen in het Brussels parlement die het decumulvoorstel hebben getorpedeerd. Wat de Franstalige partijen royaal de kans gaf om het dossier in de koelkast te stoppen. Minister-president Rudi Vervoort (PS) stelt nu een decumul voor die pas in 2024 zijn beslag zal krijgen. Meer hilarisch kan het niet worden. De maatregelen van Di Rupo zijn ook ongeloofwaardig omdat althans de Brusselse regering lustig doorgaat met partijgetrouwen benoemen op hoge posten in de administratie. Het aantal topambtenaren in de Brusselse administratie en pararegionale met een PS-partijkaart of etiket is duizelingwekkend. De navenante verhalen over de incompetentie van sommige van die topambtenaren zijn stuitend. Het is op zich geen probleem dat iemand met kabinetservaring gaat werken voor een administratie. Het wordt wel een probleem als de postjes vooraf zijn verdeeld onder de politieke partijen. Dan wordt competentie ondergeschikt aan partijkleur. Als de PS in Wallonië en Brussel dit imbroglio te boven wil komen, is er meer nodig, bijvoorbeeld een groot mea culpa, en dan volledige transparantie.

“

In enkele dagen tijd heeft de onthoofdingsmuur meer bekijks gehad dan alle Brusselse musea samen” Alice van den Abeele, MIMA-directeur op ‘bruzz.be’

“

Er zijn 194 burgemeesters, schepenen en OCMW-voorzitters in Brussel. Dat is veel te veel” Emmanuel De Bock, Brussels parlementslid voor Défi in ‘La Libre Belgique’


© SASKIA VANDERSTICH>ELE

Donderdag 26 januari 2017 I BRUZZ 1555 I 3

BYRRH Het gebouw van de vroegere aperitiefproducent wordt verbouwd tot centrum voor verwerking van verse voedseloverschotten.

stedeNbouw Europese Commissie heeft laatste woord

Subsidies Byrrh nog altijd onzeker LAKEN - De renovatiewerkzaamheden aan het Byrrh-gebouw zijn eindelijk begonnen, maar het is nog altijd niet zeker of het OCMW van Brussel-Stad, de initiatiefnemer, de destijds uitgekeerde Europese miljoenensubsidies mag behouden. Het OCMW kocht het industriële, deels beschermde gebouw naast de TIR precies tien jaar geleden, in 2007. Vier jaar later lanceerde toenmalig OCMW-voorzitter Yvan Mayeur (PS) zijn ambitieuze plan om van het voormalige drankdepot een centrum voor stedelijke economie te maken. Kleine ondernemingen uit de logistieke en biosector zouden er onderdak krijgen. Voorts wa-

ren er vergaderzalen gepland, alsook een cafetaria en een grote crèche. Voor de financiering - het project zou 25 miljoen euro gaan kosten - kreeg het OCMW flink wat subsidies, zo onder meer 10,8 miljoen euro van het Efro-programma 2007-2013, een subsidie die fiftyfifty betaald wordt door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Brussels Gewest. Die subsidie was gebonden aan strikte deadlines. De laatste facturen moesten ingediend worden voor 31 december 2015 en het hele project moest operationeel zijn in maart 2017. Anders zouden ze in principe vervallen. Het initiële project ging uiteindelijk niet door, onder meer omdat de Commissie voor

Monumenten en Landschappen bezwaar maakte tegen de geplande ondergrondse parking, bedoeld voor het laden en lossen van de bestelwagens, maar ook omdat het project, toen het eenmaal aanbesteed was, duurder bleek dan geraamd. Eind 2014 blies het OCMW het plan af. Omdat het duidelijk was dat het OCMW het hele bedrag van de Efro-subsidie nooit tijdig - voor 31 december 2015 - zou kunnen spenderen, kende de regering een deel - 3,3 miljoen euro - toe aan een ander Brussels Efro-project. Van de overblijvende 7,4 miljoen euro had het OCMW al twee derde uitgegeven, onder meer voor de aankoop van het Byrrhgebouw. Met de rest, aangevuld met de 4,4 miljoen euro restauratiesubsidie van de Brusselse regering, besloot het OCMW een ‘lichter’ project te realiseren. Volgens huidig OCMW-voorzitster Pascale Peraita (PS) wordt Byrrh een centrum voor de verwerking van verse voedseloverschotten afkomstig van de vroegmarkt en van supermarkten. Voor de verwerking en verkoop zullen leefloners ingezet worden. Ze denkt ook aan een biomarkt in het gebouw, dat nu ingericht wordt als een grote lege ruimte, zonder cafetaria of ander comfort. Het ‘lichtere’ project, waarvan de werkzaamheden zopas begonnen zijn en dat eind 2018, begin 2019 klaar moet zijn, zal 12 miljoen euro kosten, de helft van het vorige dus. Vraag is of het OCMW de Efro-subsidie mag behouden, nu het project ver buiten de tijdslimiet gerealiseerd wordt. “Vestig daar de aandacht maar niet te veel op, we hopen het,” zei Peraita vorige week. De vorige Brusselse minister voor Efro, Evelyne Huytebroeck (Ecolo) was in 2014 akkoord gegaan met een uitstel van twee jaar (operationeel in 2019) en minister-president Rudi Vervoort (PS) heeft dat akkoord intussen bevestigd. Maar de Europese Commissie heeft het laatste woord en die maakt haar beslissing pas in maart Bettina Hubo bekend.

politie Nabijheid moet bereikbaarheid vergroten

Nieuwe politieantenne aan Anspachlaan BRUSSEL - De stad Brussel is van plan om een klein politiekantoor te openen aan de Anspachlaan, niet ver van het De Brouckèreplein. Het is een van de maatregelen om de Brusselse lokale politie om te vormen tot een echte nabijheidspolitie. De plannen blijken uit een positief advies van de overlegcommissie, die boog zich vorige week over de vergunningsaanvraag. De politieantenne komt in het U-vormige wooncomplex Grétry, een gebouw uit de jaren tachtig waar nu de restaurantketen Chi-Chi’s gevestigd is. Doel van de antenne: ervoor zorgen dat de politie permanent aanwezig én zichtbaar is in het centrum. Het moet de politie bereikbaarder maken. De plannen zijn een deel van de Brusselse politiehervorming die in 2014 werd aangekondigd. Die beloofde vier nieuwe politiecommissariaten en verschillende wijkantennes in de hele stad. Er zijn te weinig mensen op het terrein, klonk het oordeel toen. De hervorming moet dat veranderen. Het huidige centrale commissariaat aan de Kolenmarkt wordt ook gedegradeerd, dat zal naar het De Lignegebouw verhuizen,

vlak bij de kathedraal. Het hoofdcommissariaat en de nieuwe antenne zullen nauw samenwerken. Het Grétrygebouw waar de centrumantenne komt, blijft gewoon staan, maar de gelijkvloerse verdieping wordt helemaal omgebouwd. Het afgesloten pleintje vlak aan de Anspachlaan verdwijnt, het gat in de bebouwing wordt opgevuld. Gelijkvloers komt de antenne van zevenhonderd vierkante meter. Er komen ook meer winkels dan vandaag, onder een zwart futuristisch ogend afdak. Dat moeten grote publiek-

strekkers zijn. Voor de bewoners komt er een daktuin. Ook de sokkel van het Muntcentrum aan het De Brouckèreplein wordt op dit moment gerenoveerd. De overlegcommissie was duidelijk positief over het Grétryproject. “Het project past bij het herdynamiseren van de centrale lanen en de stedelijke vernieuwing van het stadscentrum,” klinkt het tevreden in het oordeel. Het gebouw zou in 2018 klaar moeten zijn, mogelijk zal het dus klaar zijn nog voor de centrale lanen heraangelegd Tim Gatzios zijn.

“Het project past bij het herdynamiseren van de centrale lanen en de stedelijke vernieuwing van het stadscentrum” Overlegcommissie

Eurostadion Arnaud Verstraete over Terzake-interview Vanhengel

‘Drie onwaarheden in drie minuten’ BRUSSEL - Minister Guy Vanhengel (Open VLD) blijft een loopje nemen met de waarheid als het over het Eurostadion gaat. Dat zegt parlementslid Arnaud Verstraete (Groen). “Een eenvoudige fact check toont dat aan.” Vanhengel en Verstraete zitten op ramkoers nadat het parlementslid van Groen een klacht heeft ingediend bij de vrederechter. Verstraete wil inzage in contracten die de overheid heeft gesloten voor de bouw van het Eurostadion op Parking C. De kwestie kwam vorige week aan bod in Terzake (Canvas). Vanhengel weigerde een tegensprekelijk debat. Hij wou niet met Verstraete in de studio zitten. Het Groen-parlementslid moest node zijn verhaal op locatie doen. Daardoor kon Verstraete niet reageren op uitspraken van Vanhengel. “Hij vertelde nochtans drie onwaarheden in drie minuten tijd,” zegt Verstraete die een fact check deed. De belangrijkste is misschien nog wel dat Vanhengel beweert dat hij nooit een brief heeft gekregen van de Gewestelijke Commissie voor de Toegang tot Bestuurszaken. Vanhengel zei in Terzake: “Wij konden ze [de documenten] niet geven, want we hadden hun brief niet gekregen. En dat geven ze ook toe.” Verstraete toont zwart op wit aan dat Vanhengel die brief wél heeft gekregen. “Meer nog: Vanhengel heeft er zelfs op geantwoord.” Verder zegt Vanhengel in Terzake dat Verstraete inzage wil in alle mogelijke commerciële deals. “Klopt niet,” zegt Verstraete. “Via de vrederechter wil ik alleen toegang tot de overeenkomst tussen de stad Brussel, het Brussels Gewest, de cvba Neo en de vzw tentoonstellingspaleizen. Dat zijn openbare instellingen.” Tot slot blijft Vanhengel zeggen dat “heel het commerciële risico gedragen wordt door de private investering”. Verstraete: “Dat is niet waar. Het is al veelvuldig aangetoond dat de overheid voor vele miljoenen bijdraagt aan het Eurostadionproject zowel voor de bouw van de parking, via de erfpacht voor de grond, als voor de uitbating.” Onlangs schreef ‘Het Laatste Nieuws’ dat de overheid nog eens 3 miljoen euro per jaar extra moet betalen aan Ghelamco indien er geen voetbalclub gevonden wordt om in het stadion te spelen. Die zou bove op de 4,1 miljoen euro komen die de stad moet betalen voor de uitbating (in ruil voor gratis zitjes). Vanhengel ontkent dat in een reactie aan deze krant: “In de overeenkomst Stad-Ghelamco staat dat wanneer er geen club speelt in het stadion, de Stad nog 3 miljoen in plaats van 4,1 zal betalen. Logisch, want hun gebruik hangt niet alleen af van het gebruik door een thuisclub.” Het bedrag komt dus niet boven op de 4,1 miljoen euro. Vanhengel bevestigt wél dat hij niet met Verstraete in debat wil gaan. “Verstraete is te kwader trouw. De wijze waarop hij de indruk wekt dat IK voor de rechter word gesleept, is daar het bewijs van.” SVG


4 I BRUZZ 1555 I Donderdag 26 JANUARI 2017

DE WEEK

IN BEELD De muurschildering van een dreigende onthoofding die vrijdag plots opdook op een zijgevel aan de Vlaamsepoort zorgt voor een fikse controverse. Wie de auteur is, blijft voorlopig een geheim. Zeker is dat de ‘geveltoerist’ zijn inspiratie haalde bij de grote Caravaggio.

in het NIEUWS Bezoekersrecord voor autosalon

plezier” vast “hoezeer het Belgische publiek gehecht blijft aan de mobiliteitsproducten en -diensten” van de autosector.

Pendelende Brusselaars

Het 95ste autosalon in Brussels Expo klokte af op 435.000 bezoekers, een absoluut record voor het zogenaamde kleine autosalon. Dat is gericht op vrijetijdsvoertuigen, motorfietsen en lichte bedrijfsvoertuigen. Ook de vakbeurs Truck&Transport (35.500) en het salon Dream Cars (48.000) trokken meer bezoekers dan ooit tevoren. Organisator Febiac stelde “met veel

Uit cijfers van het Brussels Observatorium voor Werk blijkt dat bijna 70.000 Brusselaars werken buiten het hoofdstedelijk gewest. Twee derde van hen is tewerkgesteld in Vlaanderen, een derde werkt in Wallonië. Daarmee zijn Brusselse werknemers relatief

gezien ‘mobieler’ dan Waalse of Vlaamse: 15,8 procent van de werkende Brusselaars pendelt naar een ander gewest. In Wallonië is dat 12,2 procent en in Vlaanderen 8,8 procent. In absolute aantallen zijn er wel veel meer Vlamingen en Walen die in Brussel aan de slag zijn. Elke werkdag komen 340.000 Vlamingen en Walen naar Brussel om te werken.

rendabiliteit van het complex. Anderlecht zou jaarlijks 9 miljoen euro betalen om er zijn thuiswedstrijden te spelen. Zonder dat huurgeld dreigt het complex niet rendabel te zijn en komt het hele project op losse schroeven. Ondertussen tikt de tijd verder weg. Het stadion moet er in principe in 2019 staan om op tijd te zijn voor het EK voetbal in 2020.

RSCA (nog) niet naar Eurostadion

Smallere tunnelmonden

Voetbalclub Anderlecht heeft nog geen akkoord met ontwikkelaar Ghelamco over het gebruik van het Eurostadion dat gebouwd zou worden op Parking C in Grimbergen. Volgens bronnen dicht bij het dossier kwam Ghelamco al een klein beetje tegemoet aan eisen van de voetbalclub, maar blijft die met belangrijke vragen zitten over de voetbalbeleving in het stadion en de

Drie van de vier tunnelmonden op de Reyerslaan worden versmald om bovengronds plaats te maken voor onder meer voetgangers en fietsers. Dat besliste de Brusselse regering in het kader van de renovatie van het Reyerscomplex. De werkzaamheden moeten in mei van start gaan. De regering bevestigde ook de versmalling van het stuk E40 tussen Kraai-

nem en Reyers tot 2x4 rijstroken. Wanneer de versmalling van de E40 in testfase gaat, is nog niet bekend. Laurent Vermeersch

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP


© BART DEWAELE

Donderdag 26 januari 2017 I BRUZZ 1555 I 5

STRAATKUNST Getuige van ‘terror art’ over muurschildering aan kanaalzone

‘Kunstenaar werkte met rolkwast van vijf meter’ BRUSSEL - Met het nieuwe jaar zijn muurschilderingen van het type terreurkunst opgedoken. Een ‘onthoofding’ aan de Vlaamsepoort en een ‘gevild lijk’ aan de Brigitinnenstraat. Dat de street art, in navolging van popart, historische referenties hertekent, wekt controverses op onder politici en op sociale media. Bewoonster Sofie D’Hoore is er het hart van in: “Dit is beangstigend.” In Parijs vernemen dat een ‘onthoofding‘ op de buitenmuur van je kantoor prijkt, het overkwam maandag modeontwerpster Sofie D’Hoore. Ze liet al haar tandartsdiploma voor wat het was, omdat ze een mens geen prik wou geven - en nu deze ‘bloedspat’. “We huren maar het halve pand, maar ik voel me verantwoordelijk voor de impact op mijn personeel. Dit is beangstigend. Waarom toch? En net hier, tegenover Molenbeek? Ook al is de schildering niet van slechte kwaliteit, de uitvoerder moet zo snel mogelijk gevonden worden. Het komt zo hard aan.” Op de zijgevel van nummer 11 van de Barthélémylaan (Vlaamsepoort) dook vorig weekend de muurtekening op. Een moderne detailvariant van Het offer van Isaak (1603) van de Italiaanse maniërist Amerighi da Caravaggio (1571-1610). Wie de hand van een graffitimeester herkent, zwijgt als een graf. Wie de overheid vertegen-

woordigt, fulmineert of gedoogt. Wie die nacht zijn artistieke zoon niet thuis zag komen, vreest het ergste aan betrokkenheid. De draaikolk aan namen verkleint inmiddels, afgaand op stijlherkenning: wereldsteden-tatoeëerder Bansky (die een Mona Lisa met een smiley deed glimlachen), de Brusselse legende Bonom (Vincent Glowinsky) of is het een collectief? “De schilder deed het zonder ladders. Hij kon de verfklus klaren met een rolborstel aan een uitschuif bare telescoopsteel,” zegt een anonieme getuige. Zo een ding reikt vlot vijf meter hoog, meer kwam er niet aan te pas. Vertrekkend van een kleine schets op papier zette hij het werk op de muur uit in kleur. In tweeënhalf uur was het af.” Kort nadien sloeg de terreurkunst weer toe. Op sociale media had Remco Sleiderink, campusdecaan van de faculteit Letteren van de KU Leuven in

Brussel, een kluif aan het ‘gevild lijk’ dat hemelshoog de woontoren bekladt naast de Brigitinnenkerk. Het refereert aan een uit-het-leven-gegrepen tafereel toegeschreven aan schilder Jan de Baen en te zien in het Rijksmuseum Amsterdam. ‘Nu is de wraeck na lust voltooyt’ schreef een anonieme dichter in 1672 over de verminkte lichamen van de vermoorde de Wittes, machtige heersers, zeg maar zij die boven de wet stonden. Toen was de relatie tussen kunst en terreur nog geen onderdeel van de ontologie, die de ‘Zijnsleer’ fundeert. De IS-werkelijkheid, bijvoorbeeld.

Privémuur Maar ongevraagd private eigendom beschilderen, ongeacht met spatten of meesterlijke hand, is straf baar. Burgemeester Yvan Mayeur (PS) wil dit soort vandalisme verbaliseren. Vlaams Cultuurminister Sven Gatz spreekt zich positief uit over de waarde van hedendaagse street art. De vraag is echter misplaatst of (s)graffiti geen nobele kunstvorm is, het gaat om de relatie tussen opdrachtgever en eigenaar. En die bestaat bij deze niet. Het werk is aangebracht op een privémuur, het is aan de eigenaar om zijn rechten te laten gelden of situaties te gedogen. Kwaliteitsstraatkunst kan een patrimoniummeerwaarde opleveren, dat heeft de art-nouveauperiode al bewezen.

“Dit komt zo hard aan” Sofie D’Hoore, modeontwerpster

Sofie D’Hoore voelt zich angstig met de terreurkunst op haar huurpand. “Het past gewoon niet in deze gemeente. Misschien heeft het een waarde op een andere plek,” reageert haar medewerker.

Jean-Marie Binst

De spraakmaker Deze week nam Ganshoren afscheid van zijn burgemeester Hervé Gillard (MR), die op 49-jarige leeftijd overleed. Over de doden niets dan goeds, maar het moet gezegd, het publieke optreden van Gillard was geen fraai schouwspel. Gillard, afkomstig uit de Vlaamse noordrand, maar altijd Nederlandsonkundig gebleven, begon zijn carrière op liberale kabinetten. In Ganshoren raakte hij op het eind van de jaren negentig bekend door het krantje over de gemeente dat hij met zijn vzw Ganshoren s’éveille uitgaf. In 2000 werd hij eerste schepen onder PS-burgemeester Michèle Carthé. De samenwerking eindigde in een soort open oorlog. Het ging

zo ver dat de MR in 2006 niet meer welkom was op de Lijst van de Burgemeester (LB) en na de verkiezingen in de oppositie belandde. Daar muntte Gillard uit in theatrale tussenkomsten gericht tegen burgemeester Carthé. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 keerden zijn kansen. De LB had de stembusslag gewonnen, maar Gillard kon op verkiezingsavond een akkoord met Pro Ganshoren en Ecolo-Groen sluiten, waarbij hij zich liet voordragen als burgemeester. De volgende ochtend echter ging hij in zee met de LB van Carthé en wist hij zelfs de burgemeestersjerp

HERVE GILLARD

te behouden. Door alle klachten die op dat slinkse manoeuvre volgden, kon hij pas na drie maanden

benoemd worden. Een groot succes was zijn burgemeesterschap niet. Met eerste schepen Carthé bleef hij op voet van oorlog en oppositiepartijen Pro Ganshoren en Ecolo-Groen konden hem moeilijk vergeven. Dat samen met zijn gebrek aan charisma en zijn zwakke dossierkennis maakten dat de gemeenteraden steevast in een ongezellige, kille sfeer verliepen. Kwam nog bij dat er een gerechtelijk onderzoek wegens misbruik van vertrouwen tegen hem werd geopend. Hij zou een stokoude dame geld hebben afgetroggeld en geld ontvreemd

hebben uit de kas van een lokale vzw voor de derde leeftijd. In december 2016 kon hij de zaak nog in der minne regelen om een rechtszaak te vermijden. De afgelopen drie maanden liet de zieke Gillard zich vervangen, niet door eerste schepen Carthé, maar door Jean-Paul Van Laethem, een van zijn weinige politieke vrienden. Maar of deze populaire ex-FDF’er die als onafhankelijke op de Lijst van de Burgemeester stond, hem ook mag opvolgen, is zeer de vraag. Ook Carthé ziet het burgemeesterschap weer binnen handbereik. En de MR zal na het wegvallen van Gillard ongetwijfeld ook haar deel van de machtskoek willen.

HUB


6 I BRUZZ 1555 I Donderdag 26 januari 2017

REPORTAGE Waarom we beter het geluid van een trein dan van een vliegtuig verdragen

Op zoek naar lawaai Brussel is een luidruchtige stad. Voor velen is dat lawaai een bron van ergernis, anderen vinden het gewoon bij de stad horen. Een effect heeft het op ons allemaal, zelfs al zijn we ons daar niet van bewust. Bruzz ging met geluidsspecialist Dick Botteldooren op vijf plaatsen decibels meten.

A

fspraak met professor Dick Botteldooren ’s morgens aan het Zuidstation. Hij is hoofd van de onderzoeksgroep Akoestiek aan de Universiteit Gent, en specialiseert zich in geluidsoverlast. Hij heeft een decibelmeter mee, al beklemtoont hij dat decibels maar het halve verhaal zijn. Veel meer nog gebruikt hij zijn oren om het Brusselse geluidslandschap in kaart te brengen. Het interview verloopt in eerste instantie wat stroef, want met elke vraag die ik stel, verstoor ik dat landschap. “Er zijn drie soorten geluid,” somt Botteldooren op. “Natuurgeluiden, die door westerlingen altijd als positief worden ervaren, menselijke geluiden zoals stemmen, die we soms positief en soms negatief waarderen – denk aan een overvol terras - en mechanische geluiden, die we altijd als negatief ervaren.”

schouwburg voor het eerst de decibelmeter de trillende lucht in steken. De eerste minuut meten we gemiddeld 60 dB(A), met de A van Adapted, of aangepast aan het menselijke gehoor. “Voor een stedelijke omgeving is dat perfect,” zegt Botteldooren. De tweede keer wijst het schermpje 70 dB(A) aan, tien keer zoveel energie, en door mensen grofweg dubbel zo luid ervaren.

MEETPUNT 1 Beursplein

“Dat is al te veel,” klinkt het. Tegelijk nuanceert hij het cijfer. Ondanks de 70 decibel komt deze straat als relatief stil over - met af en toe een auto, zoals daarnet met piepende riem - die de stilte verstoort. Eerste les: niet het gemiddelde vormt onze indruk, maar het geluid dat continu aanwezig is.

Die mechanische geluiden wachten ons op aan het Beursplein. Twee kranen graven er het wegdek af, en maken een helse herrie. “Misschien toch niet zo representatief”, oordeelt Botteldooren, en we gaan de hoek om, de Ortsstraat in, waar we voor de ingang van de Beurs-

“Eén derde van de bevolking is minder gevoelig voor lawaai, één derde is neutraal en één derde is hypergevoelig” Dirk Avonts Huisarts in Antwerpen

Terug uit de voetgangerzone valt het lawaai van auto’s meteen op. Opvallend: een dieselwagen is maar 1 decibel luider dan een benzinewagen, en dan nog alleen bij snelheden lager dan 60 kilometer per uur. Daarboven zijn het vooral de banden op het wegdek die je hoort. “Maar het is de klank van de auto, dat kloppende geluid van een diesel dat als storender ervaren wordt,” verklaart Botteldooren. Elektrische wagens zijn dan weer zo stil dat beleidsmakers eraan denken een geluidssignaal toe te voegen, zodat je de wagen hoort komen. “Onzin,” vindt Botteldooren. “Het doet me erg denken aan toen auto’s aan het eind van de straat met een vlag werden aangekondigd, uit angst dat mensen de snelheid niet konden inschatten. Mensen passen zich wel aan.”

MEETPUNT 2 Josaphatpark

We komen aan bij het Josaphatpark, in Schaarbeek. “Aha, reliëf!” zegt de professor opgetogen. “Altijd interessant.” En inderdaad is het een vreemde ervaring om, op het geluid lettend, in het park af te dalen. Het is alsof je uit een wolk van lawaai stapt, waardoor je plots heel andere dingen hoort: onze voetstappen op het grind, de fluitende vogels, de gemeentewerkers in de verte of het belletje-bij-vertrek van tram 7. Ook de vliegtuigen,

die vandaag vrij hoog zitten, horen we nu pas. “Weet je wat een stiltegebied is?” vraagt de professor monkelend. “Een gebied waar je de vliegtuigen hoort.” Beneden in het park meten we de eerste minuut gemiddeld 53 dB(A), de tweede keer 50 dB(A). “Niet bijzonder stil voor een park, maar toch tien decibel stiller dan in de stad,” zegt Botteldooren. “Dat komt door de begroeide bodem, die het geluid absorbeert. En doordat de rand van de helling het lager gelegen gedeelte voor een stuk afschermt.” Wil een park rustgevend zijn, dan is stilte onontbeerlijk. Dat zegt ook Dirk Avonts, huisarts in Antwerpen, die ik daags nadien opbel om meer te weten te komen over het effect van lawaai op gezondheid. “De nabijheid van een park heeft een beschermend effect tegen een hartinfarct, te vergelijken met een cholesterolpil,” zegt Avonts. Het auditieve en het visuele van een park hangen daarbij samen, al verschilt dat van persoon tot persoon. “Sommige mensen horen er als het ware ‘naast’, anderen mijden luide parken, zoals het park tussen het parlement en het paleis, dat visueel wel mooi is ingericht, maar door de vele auto’s errond niet de oase van rust is die ze zoeken.” De oplossing zit in een omkering van de inrichting, zegt Botteldooren. In sommige parken in Londen bouwt men de huizen nu tussen de weg en het park. Het park is dan een soort binnentuin, waarbij de gebouwen erg goed tegen het straatlawaai beschermen.


Donderdag 26 januari 2017 I BRUZZ 1555 I 7

“Weet je wat een stiltegebied is? Een gebied waar je de vliegtuigen hoort” Dick Botteldooren Professor gespecialiseerd in geluidsoverlast

© IVAN PUT

Meten Maar Hoeveel lawaai komt er door het raam naar binnen?

© DELPHINE FRANTZEN

MEETPUNT 3 Jean Volderslaan – achterkant

Dat is het geval op het derde meetpunt, de achterkant van mijn appartement in de Jean Volderslaan. De slaapkamer geeft er uit op een binnenplaats, omgeven door hoge huizen. Met het raam open meten we 44 dB(A). “Typisch voor een binnentuin,” zegt Botteldooren. Of dat luid is, hangt af van hoeveel lawaai je zelf maakt. “Daarom is het belangrijk dat het ’s nachts stil is,” zegt dokter Avonts. “Mensen hebben ook nood aan een pauze, om te recuperen van de dag. Slapen is mogelijk bij 44 decibel, maar je slaapt wel degelijk slechter. Het oor is namelijk het enige zintuig dat nog aanstaat, en bij elk geluid, zegt je lichaam: ‘Hé pas op, hé pas op.’ Het is een alertheid in je hersenen die je klaarmaakt om te vechten of te vluchten.” De effecten zijn er dan ook naar. Onvermijdelijk gaan je hartslag en bloeddruk omhoog, en wordt er meer cortisol aangemaakt. Op lange termijn kampen mensen met aandachtsstoornissen en een verhoogde kans op een hartinfarct. Bij aanhoudend lawaai boven de 70 decibel stelt men zelfs cognitieve achteruitgang vast. Om die redenen schuift de Wereldgezondheidsorganistie de nachtelijke norm van maximaal 40 dB(A) naar voren, wat volgens Avonts bijna nergens in Vlaanderen en Brussel gehaald wordt. “Mensen lossen dat op door met hun raam dicht te slapen,” zegt hij. “Maar onderzoek toont aan dat iedereen overal ter wereld ei-

© IVAN PUT

genlijk met het raam open wil slapen. Mijn persoonlijke hypothese is dat je dan onbewust ook kunt horen tot hoe ver het stil is, waardoor je rustiger slaapt.”

MEETPUNT 4 Jean Volderslaan – voorkant

Voor de vierde meting begeven we ons naar de plek waar ik me dagelijks erger aan alle lawaai: mijn woonkamer, gelegen aan de door buslijn 48 bediende Jean Volderslaan. “Een typisch voorbeeld van een diffuse canyon”, zegt Botteldooren. “De huizen kaatsen het geluid terug, maar de balkonnetjes en portieken breken die terugkaatsing.” De professor klapt een paar keer luid in de handen, en we horen inderdaad een galm. “De straat is het luidst op de zesde of zevende verdieping,” zegt hij. “Daarna neemt het weer af.” Met het raam dicht wijst de decibelmeter 36,7 dB(A) aan, de tweede keer is dat 36,4 dB(A), volgens Dirk Avonts stiller dan een auditorium van driehonderd mensen die zich zo stil mogelijk proberen te houden. “En u stoort zich hieraan?” vraagt professor Botteldooren. Ik verzeker hem dat ik het nog nooit zo stil heb geweten. We zetten het raam open en het lawaai rolt de woonkamer binnen. Botteldooren is verrast.

“Goed isolerende ramen,” klinkt het. De eerste minuut meten we 69 dB(A), met een piek van 91 wanneer een ambulance voorbijrijdt. De tweede keer is dat gemiddeld 52 dB(A). “Een niet zo lawaaierige straat,” besluit Botteldooren. Ligt het dan aan mij? “Wellicht,” zegt dokter Avonts. “Eén derde van de bevolking is minder gevoelig voor lawaai, één derde is neutraal en één derde is hypergevoelig. Dat verschil is genetisch, het zit in de familie. Al kun je ook gevoeliger worden na een lange blootstelling aan geluid.” Mensen gaan daar ook verschillend mee om. “Sommigen leren er ‘naast’ te horen. Anderen gaan net op dat lawaai beginnen te letten, wat in de hersenen hezelfde mechanisme is als piekeren. Als je dat doet, geraak je er bijna niet meer uit.” Een en ander heeft ook te maken met de bron van het geluid. Zo verdraagt men overal ter wereld eenzelfde lawaainiveau beter van een trein dan van wagens en dat van wagens beter dan van een vliegtuig. “Dat heeft te maken met de voorspelbaarheid,” zegt Botteldooren. “Het lawaai van een trein is regelmatig, en je weet dat het ook weer over gaat.” Avonts voegt daar nog aan toe dat

bij vliegtuigen het lawaai van overal lijkt te komen, terwijl dat bij treinen en in mindere mate ook auto’s, makkelijker te lokaliseren is. En dat brengt rust.

MEETPUNT5 Waterloose Steenweg

We sluiten onze geluidstour af met een meting in de Waterloose Steenweg, een typische, drukke steenweg. De decibelmeter geeft eerst 65,5, dan 68 dB(A), met een piek van 90 decibel wanneer een bus voorbijrijdt. “Het laagfrequent geluid (het ‘grommen’, red) van een stadbus is een probleem omdat je daartegen weinig kunt isoleren,” zegt Botteldooren. Maar ook de gemiddelde gevelbelasting, in deze straat boven de 65, is niet zo gezond. “De richtlijn van 65 dB(A) overdag, mag voor mij naar beneden,” zegt Avonts. “Dat is voor de gemiddelde mens. Maar de oudere, kwetsbare mensen, of de chronische pijnlijders zijn veel gevoeliger voor de negatieve gevolgen van lawaai, met een verhoogde kans op diabetes of een hartinfarct tot gevolg. Die norm mag gerust omlaag, want wat goed is voor hen, is ook goed voor de gemiddelde mens.” En voor de hypergevoeligen. Bram Van Renterghem


8 I BRUZZ 1555 I Donderdag 26 januari 2017

‘Verplicht een HUISVESTING Publieke woningbouw hinkt achterop

Meer woningen, minder betaalbaar BRUSSEL - Hoewel het aantal vergunde woningen in Brussel door de jaren heen gemiddeld gestegen is, daalt het aandeel van publieke huisvesting. Geen wonder dat het voor steeds meer mensen met een bescheiden of zelfs gemiddeld inkomen moeilijker wordt om een betaalbare woning te vinden.

V

olgens demograf ische prognoses komen er tot 2025 elk jaar 10.000 Brusselaars bij. Het Gewest heeft de ambitie om die bevolkingsgroei op te vangen binnen de eigen grenzen. Meer woningen bouwen is dan ook al enkele jaren een van de credo’s van het beleid. Het pas voorgestelde Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO) legt de lat op 3 à 4.000 nieuwe woningen per jaar. Is dat haalbaar? In het laatste nummer van ‘Brussels Studies’ lezen we dat tussen 2003 en 2008 jaarlijks al gemiddeld 3.400 woningen vergund werden. In de jaren voordien was dat slechts 1.500. Sinds de financiële crisis viel het aantal vergunde woningen wel opnieuw een beetje terug tot iets minder dan 3.000. Een meer prangende vraag is welk type woningen dat moeten zijn. De demografische groei situeert zich vooral in het armere segment van de bevolking, maar het aandeel publieke woningen (sociale huisvesting en woningen voor middeninkomens) ging achteruit van bijna een kwart in de jaren 1990 tot 14 procent in de jaren 2003-2008. Sinds de crisis is het aandeel opnieuw een beetje geklommen tot 17 procent, maar dat is lang niet genoeg om te beantwoorden aan de vraag. De cijfers spreken boekdelen. In tien jaar tijd groeide de wachtlijst voor een sociale woning met bijna een derde tot meer dan 45.000 huishoudens. Dat de bouw van publieke woningen achterophinkt, heeft voor een stuk te maken met het onvermogen van de Brusselse overheden om gemaakte beloftes waar te maken. Van het meer dan tien jaar oude gewestelijk plan om 5.000 woningen te bouwen (waarvan drie vierde sociale) is bijvoorbeeld nog altijd maar een kwart gerealiseerd. Veel projecten blijven steken in administratieve procedures of stuiten op burgerprotest. Het speelt ook mee dat Brussel de laatste jaren aantrekkelijker werd voor investeerders en dat de beschikbare bouwgronden erg beperkt zijn, waardoor de prijzen sterk gestegen zijn. “Dat noopt de overheden ertoe te werken volgens een opportuniteitslogica en niet volgens een strategische visie op de ontwikkeling van de openbare huisvesting,” stelt de Canadese onderzoekster Priscilla Ananian in ‘Brussels Studies’. Gevolg is dat de beste locaties worden aange-

boden op de privémarkt. De overheid moet het steeds vaker doen met minder evidente gronden, die vaak ver liggen van het openbaar vervoer of winkels, scholen en andere elementaire diensten en voorzieningen. Sommigen twijfelen ook aan de intenties van het beleid. Als puntje bij paaltje komt, zouden veel bewindslui meer geïnteresseerd zijn in het aantrekken en vasthouden van hogere inkomens en tweeverdieners. Die groepen zijn immers lucratiever voor de lokale overheden. In het officiële discours is daar echter weinig van

te merken. Het eerder vermelde GPDO erkent dat steeds meer mensen uitgesloten zijn van de vastgoedmarkt. De bouw van sociale woningen is een “sociale verplichting” die de “groeiende kansarmoede” kan indijken, klinkt het. Concreet wil het Gewest 6.500 bijkomende publieke woningen realiseren tegen 2020, waarvan zestig procent sociale en veertig procent voor middeninkomens. Het blijft natuurlijk afwachten of de beloftes deze keer wel worden waargemaakt.

Laurent Vermeersch

Werner Van Mieghem, coördinator van de Brusselse Bond voor Recht op Wonen (BBRoW), stelt voor om een vast percentage publieke woningen te verplichten, ook voor private bouwprojecten. Hij pleit ook voor een huurprijsomkadering. “De wooncrisis treft steeds meer huurders en potentiële eigenaars,” zegt Van Mieghem. “Uit de Welzijnsbarometer 2016 blijkt dat huurders een almaar groter deel van hun inkomen aan de huur moeten besteden. Zelfs mensen met een inkomen boven de 1.500 euro besteden gemakkelijk een derde tot veertig procent van hun inkomen aan huur. Dat was zes tot zeven jaar geleden nog niet het geval. De crisis treft niet alleen de lage inkomens, maar ook almaar meer mensen met een gemiddeld inkomen.”

Wat zijn de structurele oorzaken? WERNER VAN MIEGHEM: De huur-

prijzen blijven stijgen, meer dan de vervangingsinkomens en het leefloon. De kloof tussen het mediaaninkomen en de huurprijs wordt steeds groter. De prijzen op de privéhuurmarkt stijgen te sterk, en er zijn veel te weinig sociale woningen. Dat zijn de twee hoofdredenen. Een oplossing zou de bouw


Donderdag 26 januari 2017 I BRUZZ 1555 I 9

vast percentage publieke woningen’ van publieke woningen kunnen zijn, maar dat gaat absoluut niet vooruit. Er waren er al weinig, en er worden er te weinig bijgebouwd. Vandaar ook die almaar langere wachtlijst. Het grote probleem in Brussel is: waar gaat men die extra sociale woningen bouwen? Als er op hen een beroep wordt gedaan, willen de Brusselse gemeenten en zelfs het Gewest op de terreinen die hun eigendom zijn eigenlijk heel weinig sociale woningen bouwen. Ondanks de grote nood. Ze mikken liever op middeninkomens of gewoon de privémarkt. Dat is het tragische. Er zouden 8.000 publieke woningen gebouwd worden, waarvan meer dan 5.000 sociale. Die plannen zijn tien jaar oud en daarvan zijn er een goeie 1.500 gerealiseerd, de rest niet. De plannen en de financiële middelen zijn er, maar men vindt onvoldoende publieke actoren, en net zo min gemeenten of het Gewest, om die woningen op hun terreinen te bouwen. De vorige minister-president Charles Picqué (PS) wou ook al sleutelen aan de gewestelijke dotatie voor de gemeenten. Gemeenten krijgen een behoorlijke som van het Gewest, en voor zij die wilden meewerken aan de bouw van sociale woningen, wou

Picqué in een nog hogere gewestdotatie voorzien. Dat verhaal hoor ik nu al zes jaar, en er is tot nu toe nog geen akkoord bereikt om dat effectief in te voeren. Binnen dit en vijf jaar krijgt men die geplande woningen niet meer allemaal gebouwd, dat is duidelijk.

Wat is voor u de grootste prioriteit? VAN MIEGHEM: Wij stellen voor om

zodra er woningen worden gebouwd - of het nu op terreinen van de overheid is of privé - een vast percentage publieke woningen te verplichten. Om te vermijden dat

twintig procent, sociale woningen gegarandeerd wordt. Die zijn er niet. Dat is één van onze prioritaire voorstellen.

‘Experimenteer met collectieve woonvormen’ Architecte Nele Aernouts van de VUB-onderzoeksgroep Cosmopolis ziet een oplossing in alternatieve woonvormen zoals cohousing en Community Land Trust.

Bent u er voorstander van om de huurprijzen te blokkeren? VAN MIEGHEM: Blokkeren op zich zal

niets oplossen. Wij pleiten voor het omkaderen van de huurprijzen: dat de huurprijs wordt bepaald in functie van de kwaliteit van de woning. Als de woning in slechte staat is, dan moet de huurprijs verminderen. Als een eigenaar daarentegen inspanningen heeft gedaan om die woning

“Historisch gezien hebben de Belgische en de Brusselse overheid er altijd voor gekozen om individuele woningbouw te stimuleren boven de bouw van sociale huisvesting en die tendens zet zich nog steeds voort,” zegt Aernouts. “Men spreekt nu al verschillende jaren van een wooncrisis, en toch gaat het grootste deel van het woonbudget nog steeds naar het stimuleren van woningeigendom. Bovendien trekt Brussel als ‘hoofdstad’ van de Europese Unie veel kapitaal en mensen aan. Daardoor zijn de grondprijzen sterk gestegen. Voor lage inkomens is het heel moeilijk om nog een fatsoenlijke woning te vinden tegen een betaalbare prijs.”

“De huurprijs moet beter overeenkomen met de kwaliteit” Werner Van Mieghem, BBRoW terreinen die in handen zijn van de overheid naar andere zaken dan sociale huisvesting zou gaan. Wat in een aantal gevallen gebeurt. Zoals de Josaphatsite (oud-rangeerstation waar het Gewest een nieuwe stadswijk plant, red.). Daar heb ik nog altijd geen plannen gezien waar een deel, pakweg

energiezuinig te maken, kan hij wel het recht hebben om die prijs te behouden, of zelfs te verhogen. Er zijn nu al veel te veel slechte huurwoningen die veel te duur worden verhuurd, en dan is blokkeren geen oplossing. Wij willen dat de prijs beter overeenkomt met de kwaliteit. Thomas Verbeke

Groeit het probleem nog? NELE AERNOUTS: Ja. Via plannen

zoals de Alliantie Wonen en het Gewestelijk Huisvestingsplan zijn verschillende beloftes gemaakt om het aantal sociale woningen aanzienlijk te doen stijgen, maar het blijkt moeilijk om dat waar te maken. Men moet allerlei procedures doorlopen om sociale huisvesting te bouwen, en dat vraagt tijd. Bovendien hecht men veel belang aan het aantrekken van middeninkomens in de stad. Zeker de huidige regering stelt openlijk dat ze sterk wil inzetten op de middenklasse en

CLT Het eerste Brussels project volgens het principe van de Community Land Trust - koop een woning zonder de grond opende in 2015 in Molenbeek.

AERNOUTS: Een groot deel van de begroting gaat nu naar deze tweeverdieners via de Citydev-koopwoningen, de woonbonus en de sociale leningen van het Woningfonds. Onderzoek wijst uit dat een aanzienlijk aandeel van het publiek dat hiervan gebruikmaakt die steun eigenlijk niet nodig heeft om eigenaar te worden. Bovendien komen die publieke investeringen bij herverkoop weer op de privémarkt terecht. Dat zijn dus geen duurzame investeringen op lange termijn. Een deel van het gerenoveerde en nieuwe sociale woonpatrimonium wordt nu ook opengesteld voor middeninkomens, zo’n veertig procent. Gezien het grote tekort aan sociale woningen is dat volgens mij

Nele Aernouts, architecte en onderzoekster (VUB) het aantrekken van hogere inkomens via woonbeleid.

Hoe moet Brussel de wooncrisis aanpakken? AERNOUTS: Nog meer inzetten op

© ID BART DEWAELE

Ook voor tweeverdieners lijkt het moeilijker te worden om een betaalbare degelijke woning te vinden in Brussel. Slaagt het Gewest erin die trend te keren?

“ We moeten ons afvragen of we wel willen blijven inzetten op woningbezit”

De demografische groei situeert zich vooral in het armere segment van de bevolking, maar het aandeel publieke woningen ging achteruit

andere optie (waarbij je eigenaar wordt zonder grond, red). Die formule zit natuurlijk nog maar in de beginfase, maar heeft een erg belangrijke voorbeeldfunctie. Niet alleen voor de creatie van betaalbare woningen voor lage inkomens, maar ook op het vlak van sociale inclusie, empowerment, het betrekken van bewoners bij de vormgeving van hun woonomgeving en grondbeheer. Het loskoppelen van de eigendom van de grond en de woning en de sterke restricties op de meerwaarde bij verkoop: dat zijn aspecten die ook door andere woonactoren toegepast kunnen worden.

sociale woningbouw, maar ook tijdelijke bezettingen stimuleren. Op korte termijn kan dat gezinnen in nood onderdak verschaffen. Een andere vorm die zeker nog sterker ondersteund kan worden, is de verhuur van privéwoningen via sociale verhuurkantoren. Men had eigenlijk nooit verwacht dat zij op korte termijn zoveel woningen tegen sociaal tarief zouden kunnen verhuren. Het omkaderen van de huurprijzen op de privémarkt via fiscale maatregelen is een ander cruciaal instrument om de wooncrisis aan te pakken. Community Land Trust is een

geen goede zaak. Wat bedoelt men met middeninkomens? Er is nog een tussencategorie: de bescheiden inkomens. Die hebben het moeilijker dan de tweeverdieners om aan een betaalbare woning te geraken. En we moeten ons ook afvragen of we wel willen blijven inzetten op individueel grond- en woningbezit. Of willen we alternatieven stimuleren zoals vormen van erfpacht, coöperatieve woonprojecten, cohousing en groepstuinen zodat men ook voor de middeninkomens betaalbaar wonen en een duurzaam ruimtegebruik kan organiseren? Sowieso is er een grote nood aan woningen in Brussel, en is de ruimte beperkt. Bij de bestaande grondreserves die nog beschikbaar zijn in Brussel, kan je het echt niet meer maken om de ontwikkeling ervan over te laten aan privébouwpromotoren. Thomas Verbeke


10 I BRUZZ 1555 I Donderdag 26 januari 2017

Passerel

MOBILITEIT Schaarbeekse buurt zet zich schrap voor ingrijpende metrowerken

Metrokuil bij Berenkuil SCHAARBEEK - Eén statig herenhuis en een discountsupermarkt moeten wijken voor de bouw van het nieuwe metrostation Verboekhoven in Schaarbeek. Het wordt een belangrijke halte op metrolijn 3, met overstap op tram 7 en misschien ook het stedelijke spoornet.

D

e komende jaren wordt de premetrotunnel tussen Albert en het Noordstation omgebouwd tot volwaardige metro en verlengd tot het station Bordet. De bouw van de nieuwe metrokoker door Schaarbeek en Evere zou niet veel hinder mogen veroorzaken dankzij het gebruik van een tunnelboormachine. Maar langs het nieuwe metrotraject moeten natuurlijk ook nieuwe stations komen en daarvoor zijn wel (grote) bouwputten nodig. Voor de ruwbouw van elk van de zeven geplande ondergrondse haltes wordt meer dan twee jaar uitgetrokken. De afwerking en inrichting van de stations zou nog eens twee jaar duren. Vooral in die eerste fase zullen die werkzaamheden ongetwijfeld hinder met zich meebrengen voor buurtbewoners. Met name de bouw van het station Verboekhoven zal heel wat voeten in de aarde hebben. Zo zal een herenhuis daterend uit het begin van

de twintigste eeuw onteigend moeten worden om een metrotoegang te bouwen langs de Lambermontlaan. Achterin hetzelfde huizenblok moet een vestiging van discountsupermarkt Lidl plaats ruimen voor de werfput. Nochtans had die winkel renovatie- en zelfs uitbreidingsplannen. “We onderhandelen momenteel met de betrokkenen om een oplossing voor hen te vinden,” zegt Elien De Swaef, woordvoerster van Beliris, het federale Brusselfonds dat de metrowerken financiert. “Het zijn de enige twee volledige onteigeningen die nodig zijn voor de nieuwe lijn. Daarnaast zijn enkele gedeeltelijke onteigeningen nodig, van stukjes tuin bijvoorbeeld.” Een tweede werfput voor het station komt aan de andere kant van de Waelhemstraat. Daarvoor moet het containerpark van Schaarbeek, vroeger publiek toegankelijk, maar nu alleen gebruikt door de diensten van de gemeente, op de schop. Ook hier is nog niet duidelijk waar de activiteit kan worden voortgezet,

De nieuwe treinhalte staat hoog op het verlanglijstje van het Brussels Gewest, maar lijkt geen prioriteit voor de spoorwegen

maar de gemeente werkt aan een oplossing. De onteigeningen blijven dus beperkt, maar ondertussen groeit de ongerustheid bij andere bewoners en eigenaars in de buurt. Her en der klinkt het verwijt dat de communicatie over de metrowerkzaamheden beter kan. De familie Duchenne kocht in 2014 een pand in de Leopold Couroublestraat. “Wij vroegen vervolgens een vergunning voor renovatiewerken en niemand heeft ons iets gezegd over de metrowerken,” vertelt vader Thierry. “In maart 2016 heeft Beliris dan contact gezocht en zijn ze komen kijken naar de staat van onze kelders. Maar ook toen is niets gezegd over een station, alleen over de metrotunnel, die op een diepte van dertig meter zou passeren. Vlak voor Kerstmis kwam dan een brief met de vraag of ze metingen kunnen komen uitvoeren…” Ondertussen is het duidelijk dat net achter het huis van de familie een grote werfput komt. “Wij vrezen dat trillingen ons pas gerenoveerde huis zullen beschadigen.”

Andere omwonenden hebben vragen bij de inplanting van het station. Ondanks de naam Verboekhoeven komt dat niet ter hoogte van het gelijknamige plein (in de volksmond de Berenkuil), maar wel enkele honderden meter verder naar het oosten. Die keuze is ingegeven door de wil om de toekomstige metroreizigers overstapmogelijkheden te bieden met de belangrijke tramlijn 7 (ter hoogte van halte Demolder) en met een toekomstig GEN-station. Of dat er op korte termijn komt, is nog maar de vraag. De nieuwe treinhalte staat hoog op het verlanglijstje van het Brussels Gewest, maar lijkt geen prioriteit voor de spoorwegen. Die moeten immers flink besparen van de federale regering. Bovendien zou een nieuwe stopplaats voor S-treinen in Schaarbeek het IC-verkeer richting Namen en Luxemburg kunnen vertragen. Ook als de treinhalte er (nog) niet zou komen, is het wel de bedoeling om het metrostation via een passerel over de spoorweg toegankelijk te maken vanaf de Voltairelaan. Daarvoor moet een akkoord gesloten worden met een bouwpromotor die daar twee braakterreinen zal bebouwen. Het station Verboekhoven zal daarnaast ook toegangen krijgen vanaf de Waelhemstraat, de Lambermontlaan en de Helmetsesteenweg. Eens de werfellende achter de rug, zal de ruime buurt zo beschikken over een snelle verbinding met het stadscentrum, Evere Laurent Vermeersch en Sint-Gillis.

>

Meer info over het metroproject en de geplande werken op de website metro3.be

Metrolijn 3 OVERSTAP Het metrostation Verboekhoven zou mogelijk ook aansluiten op een nieuwe halte voor S-treinen (simulatiebeeld).

© PETER DHONDT - BELIRIS


Donderdag 26 januari 2017 I BRUZZ 1555 I 11

Stel zelf je vraag EN STEM op BRUZZ.BE

Louise uit Sint-Gillis:

Waarom zit er zoveel kalk in het Brusselse leidingwater?

H

“De waterfactuur zou met vijftien procent stijgen als we een centrale ontharder zouden installeren”

et klopt dat het leidingwater in grote delen van het Brussels Gewest zeer hard is. Op de website van Vivaqua kan je nagaan hoe hard het water in jouw gemeente is. De hardheid, die uitgedrukt wordt in Franse graden, wordt bepaald door de concentratie van calcium en magnesium in het water. In de meeste Brusselse gemeenten schommelt de hardheid tussen de 35 en 40 Franse graden, wat veel is. Dat is omdat het Brusselse drinkwater voor het grootste gedeelte van bronnen in het Zoniënwoud en in Wallonië komt, waar de ondergrond kalkrijk is. Alleen in Ganshoren en Sint-Agatha-Berchem bedraagt de hardheid 20 à 25 Franse graden. Die gemeenten krijgen uitsluitend oppervlaktewater uit de Maas, dat een stuk zachter is. Hard water is schadelijk voor huishoudtoestellen en sanitair. Door de kalkafzetting bij de opwarming van het water wordt het rendement van wasmachines en boilers lager en slibben douchekoppen en espressomachines op den duur zelfs helemaal dicht. Ook stijgt het verbruik van zeep en schoonmaakproducten. Wie het zich kan permitteren, plaatst zelf een waterverzachter. Maar die zijn duur in aankoop en onderhoud. Voor de leek is het ook niet eenvoudig om een keuze te maken tussen de talloze fabrikanten van waterontharders, die elk hun toverformule lijken te hebben. In Vlaanderen lost men het probleem anders op. Om grote delen van de bevolking aan zachter water te helpen, plaatst De Watergroep, het grootste drinkwaterbedrijf van Vlaanderen, sinds enkele jaren centrale onthardingsinstallaties. Op die manier wordt het water al in het productiecentrum verzacht, dat wil zeggen teruggebracht naar 15 Franse graden.

Stefaan Meeus Vivaqua

waterreservoir van Elsene. Het oudste reservoir van de hoofdstad, kan zowat 20 000 m³ drinkwater opslaan.

© ID DIETER TELEMANS

In Brussel weigert de intercommunale Vivaqua te investeren in een centrale ontharder. “De belangrijkste reden waarom we dat niet doen, is de prijs. De factuur zou met vijftien procent stijgen,” zegt Stefaan Meeus van het lab van Vivaqua. “Een onthardingsinstallatie vergt een forse investering. Wij hebben op dit moment andere prioriteiten, de renovatie van de rioleringen bijvoorbeeld.” Maar Vivaqua voert nog andere redenen aan. “We kunnen het water centraal maar ontkalken tot 15 Franse graden. Anders lopen we het risico dat het water agressief wordt en onze betonnen waterreservoirs of de binnenbekleding van de waterleidingen aantast, zodat er roest vrijkomt. Maar met een hardheid van vijftien Franse graden heb je nog altijd kalkafzetting. Veel mensen zullen dan toch nog een privéontharder plaatsen. Dat hebben ze ook bij De Watergroep vastgesteld.” Voorts is hard water gezond. “De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert om voldoende calcium via het water in te nemen,” zegt Meeus. Tot slot: de smaak verandert als er minder mine-

ralen in het water zitten. Niet iedereen vindt het nog lekker. De Brusselaars, althans de meeste, zullen dus moeten leren leven met hard water. Of toch zelf een waterverzachter plaatsen. “Bij veel privéontharders wordt natrium toegevoegd aan het water, het wordt zouter, wat tot een verhoging van de bloeddruk zou kunnen leiden. Maar of het nu echt een gezondheidsrisico inhoudt, staat niet vast.” Meeus geeft nog enkele tips: plaats geen toestel dat te groot is, onderhoud het goed en installeer de verzachter, indien mogelijk, alleen bij die toestellen waar water opgewarmd wordt. “Bij een toilet heeft het geen enkele zin.” Bettina Hubo

VOLGENDE WEEK Waarom moeten tramconducteurs nog zo vaak uitstappen om wissels manueel te veranderen?

JOUW MENING

lezersbrieven@bruzz.be

Vondelingenluik

Heel wat vragen kunnen worden gesteld bij de benoeming tot kinderrechtencommissaris van mensen met standpunten zoals Bruno Van Obbergen en Bernard De Vos die blijkbaar niet beseffen wat het betekent voor een kind om zijn oorsprong niet te kennen. De huidige tendens in Frankrijk om steeds vaker aan de kinderen van anonieme bevallingen inzage te geven in hun dossiers en te helpen bij hun zoekacties, wijst trouwens op groeiende betwisting van hun zienswijzen. Voorstanders van een vondelingenluik, anoniem of discreet bevallen nemen nooit het standpunt in van het kind, dat juridisch er het zwakst voorstaat, want het heeft

geen stem in de wetgevende kamer. Elk jaar krijgt het archief van het voormalige Duitse leger, Deutsche Dienststelle-WASt in Berlijn nog ongeveer vijfhonderd aanvragen van nu zeventigers die op zoek zijn naar hun Wehrmachtsoldaatverwekker. In heel Europa zijn nog altijd duizenden mensen op zoek naar hun geallieerde (uit het oosten of het westen) verwekker. Het gaat meestal om meer trouwens dan om het kennen van de naam: een kind en de volwassene die uit hem/haar groeit, hunkert naar een liefdevolle oorsprong en wenst dus ook iets over de omstandigheden van ontstaan en geboorte te weten. En dat zouden wij vanuit ons volwassen eigenbelang en kortzichtigheid wat zijn toekomst betreft hem/haar

ontzeggen! Wetenschappelijk historisch onderzoek waarbij meer dan 120 zulke oorlogskinderen in enge zin werden geïnterviewd, heeft vorig jaar bewezen hoe belangrijk het is dat familiegeheim te doorbreken en in de toekomst te proberen niet dezelfde fouten opnieuw te maken. Zou een democratie, die naam waardig, niet in de eerste plaats de zwakste, de pasgeboren baby een recht op identiteit moeten garanderen?

Gerlinda Swillen, Dr. geschiedenis, erevoorzitter Masereelfonds, Brussel

Riga

Als inwoner van Sint-Agatha-Berchem heb ik met grote interesse uw interview met oud-schepen Vincent

Riga gelezen. Hij beweert dat er niets van openbaar vervoer is in de buurt van drie nieuwe bouwprojecten, terwijl er op minder dan honderd meter zowel haltes zijn van tram 82 als van bus 87. Beide lijnen hebben een goede frequentie en brengen de reizigers in minder dan tien minuten naar een metrostation. Bovendien klopt het dat dat deel van de Groot-Bijgaardenstraat niet

geschikt is voor constant busverkeer. Zelfs in een ander deel van dezelfde straat zag ik onlangs twee MIVB-bussen geblokkeerd staan toen ze elkaar kruisten. Het heeft bijna een kwartier geduurd om de situatie op te lossen. Tenslotte vind ik zijn persoonlijke aanvallen op de burgemeester betreurenswaardig. Didier Wittesaele, Sint-Agatha-Berchem

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bruzz.be. Schrijven kan naar BRUZZ-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bruzz.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.


ADVERTENTIE

ADVERTENTIE

Nomineer je favoriete leraar voor de verkiezing van

Heb jij een leraar die niet enkel fantastisch lesgeeft, maar Brussel ziet als dĂŠ leerplek bij uitstek? Die nergens anders zou willen lesgeven en alle uitdagingen van onze hoofdstad ziet als kansen?

Een leraar die echt een verschil wil maken en het beste wil halen uit ĂŠlke leerling? Dat is precies de leraar die wij zoeken! Schrijf hem of haar in en zorg dat je leraar kans maakt op een fantastische prijs! Meer info, inschrijvingen en stemmen op:

ADVERTENTIE

KLEUTER EN LAGER ONDERWIJS SCHOOLJAAR 2017 - 2018

OOK VOOR ALLE KINDEREN GEBOREN

IN 2015

Je kind inschrijven in een Nederlandstalige kleuter- of lagere school in Brussel? Meld je kind aan op inschrijveninbrussel.be inschrijveninbrussel.be, tussen 9 januari en 3 februari 2017. Meld ook kinderen aan, geboren in 2015. Ook als ze pas naar school gaan vanaf 1 september 2018. Meer informatie over de procedure? Informatie over het kleuter-, lager en secundair onderwijs? Surf naar inschrijveninbrussel.be inschrijveninbrussel.be.


MIJN GEDACHT

Donderdag 26 januari 2017 I BRUZZ 1555 I 13

OVERKAPPING.

OV ER KA PP IN

G

“Het ontstane plateau wordt een nieuw soort publieke ruimte. Er kan een fietssnelweg komen, en wandelpaden.”

© AGENCE TER / METROPOLITAN LANDSCAPES

‘Overkap Brusselse Ring over anderhalve kilometer’

A

ls de Ring vanaf 2019 verbreed wordt, plant de Vlaamse overheid een smal ecoduct dat het Laarbeekbos moet verbinden met de velden in Zellik aan de overkant van de Ring. Het landschaps- en stedenbouwkundig bureau Agence Ter heeft een veel ambitieuzer plan: overkap de Ring op die plek over een afstand van 1,4 kilometer. “Zowel qua infrastructuur, mobiliteit, ecologie als landschap zijn er redenen om dat te doen,” zegt projectleidster Annelies De Nijs. Voor de studie Metropolitan Landscapes, in opdracht van onder meer de Vlaamse Bouwmeester en de Vlaamse Landmaatschappij, focuste het Franse bureau Agence Ter op de zone die vanaf Thurn & Taxis uitwaaiert tot de groene kouters in het Vlaams-Brabantse Relegem aan de overkant van de Ring. Hoe kunnen we die open ruimte strategisch inzetten voor de stad, was de vraag. “Wij pleiten voor een groot park,” zegt architecte-stedenbouwkundige Annelies De Nijs van Agence Ter. “Dat park zou van aan het kanaal lopen, over een reeks parken als het Laarbeekbos en Boudewijnpark naar de Ganshorense moerassen, door glooiend weidegebied aan beide kanten van de Ring, naar uiteindelijk het landbouwplateau rond Relegem.” De Buitenring, die vanaf 2019 wordt verbreed tot minstens tien vakken, snijdt midden door dat projectgebied. “Het is een serieus obstakel in het landschap. Stadsbewoners uit het noordwesten van Brussel realiseren zich vaak niet hoe er naast de deur een grote open ruimte ligt, gewoon omdat er geen fysieke verbindingen zijn. Dat geldt ook voor de Relegemse landbouwers. Een fysieke verbinding met de stad is voor hen een unieke kans om extra afzetmarkten te creëren.” Ook voor dieren en planten is de Ring een onoverkoombare hinderpaal. “Dat heeft op de langere termijn gevolgen voor de Brusselse biodiversiteit,” zegt De Nijs. Een overkapping van de Ring zou al die problemen in één klap oplossen, en meteen ook continuïteit in het landschap brengen. “Een beetje als het Antwerpse Ringland, al heeft dat project

grootsere ambities. Zij willen een groot deel van de ringweg overwelven, wij mikken op een stuk van bescheidener omvang. Maar het principe infrastructuur onder publieke ruimte steken - is hetzelfde.”

ANNELIES DE NIJS Architecte-stedenbouwkundige

“Zowel qua infrastructuur, mobiliteit, ecologie als landschap zijn er redenen om de Ring te overkappen”

Ring wordt al ‘verdiept’ “We hebben op een overkapping of landschapsbrug gefocust omdat er voor de verbreding van de Ring ook verdiepingswerken zijn gepland,” zegt De Nijs. “Bij het klaverblad Groot-Bijgaarden is de helling te groot voor zwaar transport, en dus maken ze gebruik van de toekomstige bouwwerf om de snelweg er dieper uit te graven. Dat maakt de ‘kloof’ in het landschap er nog dieper. Tegelijk blijft er minder hoogte over om te overwelven.” “Het ecoduct dat de Vlaamse Landmaatschappij vorige week presenteerde, is maar 80 meter breed. In de minimale versie van onze plannen vroegen wij 150 meter overkapping. Maar eigenlijk pleiten we voor veel meer: 1,4 kilometer, van net voorbij het knooppunt in Groot-Bijgaarden tot net voor de afrit Jette. Een middenscenario is 650 meter, van Groot-Bijgaarden tot het midden van het Laarbeekbos.” “Waarom zouden we niet wat moeite doen om voldoende financiering te vinden voor het maximumscenario? Nu hebben we het momentum. Net naast de snelweg is bijvoorbeeld nog een hele strook bouwgrond beschikbaar. Als de Ring overkapt wordt, dan schenken wij publieke ruimte aan wie er net naast gaat wonen. De bouwpromotor zou dat mee kunnen financieren.” “Het ontstane plateau wordt een nieuw soort publieke ruimte. Er kan een fietssnelweg komen, en wandelpaden. Naast de overkapping kan op het hoogste punt een panoramisch terras worden aangelegd met zicht op basiliek, Atomium en omringende velden. De akkers rond het dorpje Relegem zouden fysiek verbonden worden met de stad, en waarom zouden we op de overkapping niet eens een klein festival organiseren?” “Er zijn redenen om de Ring te overkappen: op het vlak van infrastructuur, mobiliteit, ecologie en landschap,” zegt projectleidster Annelies De Nijs. “We voelen dat hier een draagvlak voor Sara De Sloover bestaat.”


14 I BRUZZ 1555 I Donderdag 26 januari 2017

VADROUILLE BOEK Duitse filosoof Rüdiger Safranski opent nieuwe reeks Spreek/tijd in Flagey

‘We reduceren de tijd vaak tot het tikken van de klok’

TIJDLOOSHEID.

“Als ik me aan een thema wijd dat me innerlijk bezighoudt, dan ben ik als in een andere wereld en kan ik plots merken dat de tijd onmerkbaar is verstreken. Een heel bijzondere ervaring: tegelijk in de tijd zijn en de tijd vergeten.”

© PETER ANDREAS HASSIEPEN


Donderdag 26 januari 2017 I BRUZZ 1555 I 15

De wereld is in “moderne versnelling” geschakeld, en de mens… tja, de mens. Flagey biedt onder het curatorschap van Sigrid Bousset weerwerk en haalt in de nieuwe reeks Spreek/ tijd enkele vooraanstaande denkers en doeners uit hun zondagse rust. De eerste gast, de Duitse filosoof Rüdiger Safranski, legt meteen de vinger op de wonde: “Het is belangrijk dat we in de mate van het mogelijke tijd terugwinnen.”

D

it jaar werkt Flagey zich enkele dagen des Heren uit de naad om de rusteloze bewoners van het jachtige heden een moment van rust, beschouwelijkheid en uitwisseling te gunnen en stil te staan bij dat fenomeen dat maar vliegt en verloopt, wonden heelt en raad brengt, wegtikt en weigert stil te staan: de malende tand des tijds. Een gekniptere gast dan Rüdiger Safranski om Spreek/tijd op gang te trappen, was onmogelijk te vinden. De vooraanstaande Duitse filosoof staat bekend om zijn scherpzinnige, literaire biografieën van Nietzsche, Heidegger, Goethe, Schiller en Schopenhauer, en weet met zijn aanstekelijke fascinatie diepgravende gedachten over de Duitse romantici, het kwaad, de vrijheid, en, onlangs nog, de tijd - meteen het onderwerp van de eerste Spreek/tijd-lezing - bijzonder helder te boek te stellen. “Ik schrijf mijn boeken zo dat ik ze zelf kan begrijpen,” reageert Safranski speels aan de andere kant van de lijn in Badenweiler, “een kleine, idyllische plek in het zuiden van Duitsland”, waar hij kan ontsnappen aan zijn tweede leven in het neurotische Berlijn. “Ik voel me schrijver, en daarom komt het voor mij aan op de stijl. Het formuleren moet me esthetische vreugde bezorgen. Misschien is dat ook het plezier dat lezers uit mijn boeken halen.” Wat de lezer uit het afgelopen jaar verschenen Tijd. Hoe tijd en mens elkaar beïnvloeden puurt, is een ontnuchterende, maar rijke ervaring. Safranski ontrafelt de tijd - een medium waarin we ons bewegen en waarvan we tegelijk coproducent zijn - als een veelgelaagd weefsel. Hij verruimt onze blik met een verkenning van de onmetelijke kosmische tijd, én blikt intens naar het begrensde heden en zijn effecten. Met de gesocialiseerde tijd of kloktijd, de mogelijkheid om het menselijke netwerk te organiseren en de globale maatschappij te homogeniseren, en de daaruit voortvloeiende verdichting van het communicatieve netwerk, schrijft de Duitse denker bijvoorbeeld, zijn we verstrikt geraakt in een kunstmatig opgerekte waarnemingshorizon. We raken verlamd door te veel heden, met een razende stilstand, gevoelloosheid en een permanent geagiteerde toestand tot menselijk gevolg. Het moet zowat het gevoel zijn dat wordt vertolkt door het omslagbeeld van de oorspronkelijke, Duitse uitgave van Tijd. Hoe tijd en mens elkaar beïnvloeden, dat een van de meest iconische scènes uit het tijdperk van de stille film toont: het moment in ‘Safety Last!’ waar-

op Harold Lloyd ver boven de stad aan de wijzers van een klok hangt te bungelen. “Ik ken het gevoel, ja,” lacht Safranski. “Ik denk dat we dat allemaal kennen: letterlijk afhangen van de kloktijd. We leven onder de heerschappij van de gesocialiseerde tijd. Dat is niet de hele tijd, maar we reduceren hem vaak tot het tikken van de klok.” Dat is het geluid van de lineaire tijdsorde, die in de verveling, door het teveel aan heden, voor de dimensionale tijdsorde schuift. Kan een groter inzicht in de gelaagdheid van de tijd, ons daaruit halen? RÜDIGER SAFRANSKI: Als we het tijdvenster verder opengooien en onze herinnering laten werken, dan hebben we iets te doen, ja. Dan ervaren we een volheid, zijn we rijk aan herinnering. Daarom is je kunnen herinneren voor een stuk een bevrijding van de druk van de tegenwoordige tijd. Wie weinig herinneringen heeft, is weerloos overgeleverd aan het nu en zijn rumoerige effecten.

“Ik schrijf mijn boeken zo dat ik ze zelf kan begrijpen” Rüdiger Safranski Die effecten zijn hoorbaar in een wereld die door het globale communicatieve netwerk te groot is geworden. We kunnen vandaag gelijktijdig overal zijn. SAFRANSKI: Ja, maar tegelijk is de wereld ook kleiner geworden. De heerschappij van de kloktijd heeft de oude wereld van verschillende tijden weggevaagd. Daarmee is de wereld complexer geworden, maar ook gelijksoortiger, meer uniform.

leiden dat je je zo op een verleden fixeert dat je er niet meer in slaagt je er innerlijk van los te maken. Die fixatie belemmert je de tijd als voortschrijdend te ervaren. Kunnen beginnen is je bewust naar de toekomst keren. De toekomst doordrenkt onze maatschappij ook in haar evolutie naar een samenleving van risico en verzekeringen.

>

SPREEK/TIJD:

SAFRANSKI: Die verzekeringen zijn de erven van het geloof. Door het wegvallen van het geloof in God, onze grootste verzekering, proberen de mensen nu hun eigen toekomst te verzekeren. Zo kijken we naar de toekomst als risicobegrenzers en -beheerders. Dat is een probleem, omdat er een spanning ontstaat tussen vrijheid en zekerheid. Hoe meer zekerheid je wil, hoe meer je aan vrijheid inboet. Daar een balans in vinden, is lastig, en ook de inzet van de politiek vandaag.

Rüdiger Safranski 29/1, 11u, Flagey, www.flagey.be

Heeft de technologie het overgenomen als intelligent design?

Tijd. Hoe tijd en mens elkaar beïnvloeden

SAFRANSKI: In aanzienlijke mate. Sterven doen we sowieso, maar we zijn er wel stilaan aan gewoon geraakt dat we heel veel macht over de natuur kunnen uitoefenen. Van de drie bronnen voor het geloof - de lotsbestemming en de angst voor dood en ziekte, het gevoel van schuld, en de ervaring van zinloosheid - zijn in de moderne tijd de eerste twee, al dan niet terecht, opgedroogd. Bij de derde, het overweldigende gevoel van zinloosheid dat zich ook uit in de verveling, daar hebben we nog steeds heel erg behoefte aan religieuze antwoorden.

Uitgegeven bij Atlas Contact, 224 p., €21,99

We kunnen ook zelf iets doen. U spreekt over de nood aan een nieuwe tijdspolitiek, een revolutie die de eigen tijd bescherming en ontplooiingsmogelijkheden biedt. SAFRANSKI: De tijdsdruk is groot en de economie raast sneller dan wij en onze democratische beslissingsstructuren kunnen volgen. Ik ben nu bijvoorbeeld een boek aan het schrijven dat de uitgeverij nog het liefst dit jaar ziet verschijnen. Dat is de markt die spreekt. Zelf voel ik nu al dat ik voor het thema meer tijd nodig zal hebben en die probeer ik te vrijwaren. Maar ik weet dat het er in de regel helemaal anders toegaat. Niet veel mensen kunnen zelf hun tijdsindeling bepalen. Maar het is belangrijk dat we in de mate van het mogelijke tijd terugwinnen. Er is al het een en ander gebeurd. Denk maar aan het feit dat we voor de zorg om onze kinderen moederschapsverlof en vaderschapsverlof hebben weten te verzekeren. Dat zoeken naar een gezond evenwicht is een politieke strijd, want het gooit een samenlevingsvraag en een persoonlijke in de weegschaal.

Iets wat die uniformiteit kan doorbreken, schrijft u, is een nieuw begin maken. Dat verandert onze perceptie van de tijd.

Tot slot een gooi naar de tijdloosheid. In het laatste hoofdstuk van uw boek spreekt u over de bruggen die we kunnen bouwen tussen de tijd en tijdloosheid. Een van die bruggen is de overgave aan iets of iemand. Wat krijgt van u zo een toegewijde aandacht?

SAFRANSKI: En er schuilt een grote vrijheid in. Wij zijn wezens met een verleden, heden en toekomst. Omdat de tijd altijd voortgaat en een verleden achter zich laat, bezitten wij ook de mogelijkheid om ons van het vervlogene, als het te belastend wordt, te bevrijden en via een nieuw begin de toekomst te boetseren en aan te grijpen. Dat is een groot geluk. Een traumatische ervaring bijvoorbeeld kan ertoe

SAFRANSKI: Ik ben schrijver, dus als de zinnen vloeien en de gedachten stromen, ben ik gelukkig. (Lacht) Als ik me aan een thema wijd dat me innerlijk bezighoudt, dan ben ik als in een andere wereld en kan ik plots merken dat de tijd onmerkbaar is verstreken. Een heel bijzondere ervaring: tegelijk in de tijd zijn en de tijd vergeten. Kurt Snoekx

kloktijd. Het omslagbeeld van de oorspronkelijke, Duitse uitgave van Tijd. Hoe tijd en mens elkaar beïnvloeden, toont een iconische filmscène: het moment in ‘Safety Last!’ waarop Harold Lloyd ver boven de stad aan de wijzers van een klok hangt te bungelen. “Ik ken het gevoel, ja,” zegt Safranski. “Ik denk dat we dat allemaal kennen: letterlijk afhangen van de kloktijd.”


16 i BRUZZ 1555 i DonDerDag 26 januari 2017

DESIGN Nathalie Dewez lanceert eigen verlichtingsmerk

Een licht vleugje magie BRUSSEL - Sinds ze afstudeerde aan La Cambre is de Brusselse ontwerpster nathalie Dewez gepassioneerd door verlichting. De lampen die ze door de jaren heen ontwierp, brengt ze nu samen onder haar eigen, in Brussel geproduceerde label nathalie Dewez Lighting.

T

ijdens haar afstudeerproject aan La Cambre ontwikkelde Nathalie Dewez een voorliefde voor verlichting. “Ik studeerde interieurarchitectuur, maar was altijd gefascineerd door de wisselwerking tussen objecten en de ruimte waarin ze staan. Daarom heb ik als afstudeerproject verlichting ontworpen die de ruimte kon transformeren. Hoewel ik nu meer producten ontwerp, blijft de ruimte erg belangrijk in mijn werk. Een mooi voorbeeld daarvan is Still, een lamp die tegelijk een sculpturale meerwaarde brengt voor de ruimte waarin ze hangt. Verlichting brengt

een kamer tot leven, ze voegt een vleugje magie toe.”

Eigen label In de loop der jaren maakte Dewez ontwerpen voor merken zoals

het intussen opgedoekte Britse Established & Sons, of de bekende woonketen Habitat. “Zulke grote merken vernieuwen hun collectie voortdurend, waardoor een ontwerp slechts een korte levensduur heeft.

“Ik was altijd gefascineerd door de wisselwerking tussen objecten en de ruimte waarin ze staan” Nathalie Dewez Ontwerpster

Terwijl er nog steeds vraag naar is. Daarom breng ik de hanglamp Prism opnieuw uit onder mijn eigen label. Zo heb ik meer controle over de levensloop van mijn ontwerpen,” vertelt Dewez. Voor de productie koos Nathalie Dewez voor BIS Lighting in Jette. “In twintig minuten ben ik in het atelier, waardoor het veel makkelijker is om bepaalde details van het product bij te sturen. Het is gewoon niet haalbaar om elke keer naar pakweg Italië of zelfs China te gaan, waardoor je als designer soms de band met je ontwerp verliest. Bovendien is een lokale productie ecologisch beter, en mogen we best trots zijn op onze kennis. Daarom is de baseline van

het label ‘Belgian design, made in Belgium’.” Een ander Brussels bedrijf waar Nathalie Dewez regelmatig mee

ADVERTENTIE

BRUZZ LIVE met JACLE BOW

Donderdag 26 januari staat Jacle Bow live in de AB in Brussel. Lisa Smolders warmt je op in BRUZZ LIVE. Luister vanaf 19u30.

Present atrice:

Lisa Smolde rs


Donderdag 26 januari 2017 I BRUZZ 1555 I 17

is het een echt plezier om met hen te kunnen werken, want hun technische vakkennis tilt het product naar een veel hoger niveau.”

NATHALIE DEWEZ “Ik zoek een goed evenwicht tussen de technische efficiëntie en de esthetiek. Tegelijk hangen techniek en vorm bij mij altijd nauw samen.”

© SASKIA VANDERSTICHELE

samenwerkt, is Vervloet. “De savoir-faire van de mensen die er werken, is indrukwekkend. Zo is het ongelooflijk hoe ze bijvoorbeeld

het messing met verschillende hamertechnieken kunnen bewerken. Die techniek vormt de basis van mijn verlichtingsobject ‘O Sole Mio’,

een ronde schijf die je aan de wand bevestigt en het licht van een spot reflecteert. Op die manier krijg je zowel direct als indirect licht. Voor mij

Verlichting op maat Naast de industriële producten ontwerpt Nathalie Dewez verlichting op maat van specifieke plekken. “Zo ontwierp ik voor de winkel van Dandoy op het Stefaniaplein twee grote hanglampen, en ben ik op datzelfde plein bezig met het ontwerp van verlichting voor de inkomhal van een appartementsblok. Inspiratie daarvoor haalde ik bij het geometrische werk van kunstenaar Sol Lewitt. Ook voor de inkomhal van een appartementsblok in het voormalige Solvay-gebouw aan de Elsensesteenweg heb ik lampen ontworpen.” “Telkens opnieuw probeer ik ervoor te zorgen dat mijn verlichting ook interessant is als object op zich, als de lamp uit is. Daarnaast ga ik altijd op zoek naar een goed evenwicht tussen de technische efficiëntie en de esthetiek. Tegelijk hangen techniek en vorm bij mij altijd nauw samen. Al maakt die band het werk in de verlichtingswereld van vandaag zeer complex, want door de razendsnelle evolutie van de technologie kan een ontwerp van vijf jaar geleden vandaag achterhaald zijn.”

>

Nathalie Dewez. www.ndlighting.be www.nathaliedewez.com

Elien Haentjens

Eerste dagen van februari baden in het licht

Twee lichtfestivals in een weekend BRUSSEL - Lichtfestivals zijn al enkele jaren erg in trek. Tijdens het eerste weekend van februari ontsnappen we ook in Brussel niet aan de magie van lichtinstallaties, want zowel de gemeente Schaarbeek als het Gewest organiseert een festival.

>

Citizen Lights, 2 > 4 februari, Louis-Bertrandwijk (Schaarbeek), www.citizenlights1030.be

Schaarbeek trapt Citizen Lights op 2 februari op gang met een fakkeltocht door de Louis Bertrandwijk. Tot zaterdagavond 4 februari zullen verschillende lichtinstallaties, met onder meer grote luchters van Anna Rispoli, en lichtperformances de buurt in de kijker zetten. Compagnie Carabosse sluit het fes-

Bright Brussels Festival, 2 > 5 februari, Kanaalzone (Brussel)

Lokale kunstenaars zorgen voor straatanimatie op het festival in Schaarbeek tival af met enkele indrukwekkende vuurkunstwerken. Ook voor lokale kunstenaars is er plaats op het festival, want zij zorgen voor straatanimatie en nemen op geheel eigenwijze manier de openbare ruimte in. Die lokale sa-

menwerking komt eveneens tot uiting dankzij KompleX KapharnaüM, dat uitvergrote portretten van de inwoners op muren zal projecteren. Tegelijkertijd, van 2 tot en met 5 februari, organiseert het Gewest het Bright Brussels Fes-

tival langs het kanaal tussen Sainctelette en het Redersplein. Met tal van lichtinstallaties en -projecties van internationale kunstenaars hopen ze zo een vervolg te breien aan het succesvolle lichtfestival uit 2013 op die plek. Het festival vindt plaats tijdens het slotweek-

end van Bright Brussels Winter. Al sinds begin december lichten twaalf kunstwerken de Kleine Ring op. Onder meer de lichtgevende asters op Sainctelette en de reuzenzaklampen aan de Naamsepoort maken deel uit van dat Len Buggenhout parcours.


18 II BRUZZ 1555 I I DonDerDag Donderdag1726november januari 2017 28 BRUZZ 1547 2016

VOETBAL – meer dan alleen titelambities met rWDm onderzoek Wetenschapster rijft Europese beurs binnen met onderzoek over raderdiertjes

‘nu ‘Ikben wilik de volledige een man puzzel leggen’ op het veld’

“Natuurlijk is niets in het voetbal zeker, maar het project van RWDM is ideaal voor mij.”

BRUSSEL - Evolutionair biologe Karine Van Doninck heeft een prestigieuze beurs in de wacht gesleept. Ze is een van de elf excellente onderzoekers in ons land die gedurende vijf jaar de steun krijgen van SINT-JANS-MOLENBEEK – voetballers die EuropesezijnOnderzoeksraad, elk goed voor een bedrag van ongeveer 2 miljoen euro. Tegelijk is ze het ook de supporter van hun club worden brein achter artistieke bed &(24) breakfast DRUUM in de Hopstraat. “Onderzoek is, net als kunst, een schaarser, maar de nicolas maeyens moet gaan.” is erpassie nog zowaar een. jehijvolledig maakte voor zijn debuut

bij FC brussels en keert nu terug naar rWDm. een keuze van het hart, maar ook met titelambities. wou de kans krijgen om mijn wean de keukentafel in de

AI

ruime loft in het achtergebouw vangast de voorB&B k vind dat je als jonge reageert de in Brussel al moet spelen, niet op de bank zitten. geboren Daarom wetenschapster heb ik Anderopgetogen op het nieuws. lecht op mijn veertiende verla“Eerst dacht ik “Ik dat kwam ik met ten,” vertelt Maeyens. mijn cv geen schijn van bij FC Brussels terecht, speelde kans had. Onderzoekers uit de hele er op mijn zestiende al bij de rewereld kunnen een ‘ERC serven en maakte als Consolidazeventientor Grant’ aanvragen, zolang ze in jarige mijn debuut in tweede klasse. de EUkeuze werken. ik heb me gronMijn wasMaar dus de juiste.” dig voorbereid tijdensmet een onder sabbatical Het is in een ploeg anvan zes maanden en heb proderen Le Postollec, Lutulamijn en Vesejectvoorstel enthousiast verdedigd linovic dat de jonge Maeyens zijn voor een jury van topexperts. Ik eerste stappen bij de grote jongens zette. Twee seizoenen lang maakte hij deel uit van de eerste ploeg. Dat

tenschappelijke ideeën eindelijk te kunnen ging metverwezenlijken.” ups en downs. “Ik herinner Het slaagpercentage bedroeg me mijn eerste wedstrijd noguiteingoed: delijk 13,8 Ze kijkt uit naar thuis tegenprocent. Doornik. We wonnen de vele de goal beurs opent, met 1-0deuren dankzijdie een van LumaarEen beseft dat er eenherinnering. zware vertula. fantastische antwoordelijkheid “Nu Je debuut maken op in haar het rust. Edmond moet ik het bewijzen. Voor mezelf Machtensstadion is toch wel wat.” en mijn topteam, dat “Ik was internationale maar gedurende sommige uit technici, postperiodes eenmasterstudenten, titularis. Bij het begin docsmijn en doctorandi bestaat.” van derde seizoen kreeg ik van Michel De Wolf minder speelgeSeksloos en ben ik over mijn toelegenheid Haar onderzoeksgebied geniet geen komst beginnen na te denken. Ik grote bekendheid, maar intrigeert besliste opnieuw te studeren en in een lagere divisie te spelen, bij Woluwe-Zaventem. Dat ik in de vesti-

ADVERTENTIE ADVERTENTIE

S OCIALE V ERHUURKANTOREN (SVK) V E R H U U R U W G O E D ZO R G E LO O S Het SVK garandeert : = een stipte huurbetaling = een degelijk verhuurbeheer = het ouderhoud van uw woning = hulp bij renovatie = fiscale voordelen

des te meer. Raderdiertjes, ook wel bdelloid rotiferen genoemd, zijn minuscule meercellige dieren van nog aire hoorde hoe sommige spelers geen millimeter groot die overvloeniet betaald werden, of dat ze thuis dig voorkomen in mossen in tuinen ineens geen warm water meer haden korstmossen op een bomen. De soort den, heeft ook wel rol gespeeld. telt alleen vrouwtjes. Van Ik had het aseksuele geluk dat Vermeersch me Doninck, die met haar team het graag had en ik op tijd werd betaald genoom (lacht).” in kaart bracht en daarmee het gerenommeerde tijdschrift De tocht van de turnleraar in la‘Nature’ haalde, weetgoed, waarom: gere divisies begon want“Ze na klonen viaseizoen celdeling. wetwee enzichzelf een half bij In Wolutenschappelijke kringen we-Zaventem, dwong degelden ploeg ze de als evolutionair schandaal, omdat promotie af naar tweede klasse. ze variatie weten te creëren zonder Zijn contractverlenging lag achteraf seksuele voortplanting. Maar hoe? klaar, maar door een misverstand De wel genetisch gingrotiferen dat niet blijken door. Uiteindelijk trok materiaal op te nemen andehij naar Waterloo. “Daarvan werd aan re bacteriën en eenorganismen mooi projectzoals gebouwd, maar het planten.” werd een raar seizoen, waar de best Al minstens zestigop miljoen jaar geen lang betaalde spelers het einde blijken de raderdiertjes te evolueren cent meer kregen. De voorzitter was op onze planeet. taaiheid is nogal speciaal, in Hun de stijl van Veronovertroffen. Ze leven gemiddeld meersch.” dertig dagen, maar ze bezitten een spectaculair herstelvermogen. “Als Vier rode kaarten je ze na tien dagenspeelde uitdroogt in“Vorig seizoen ik ofvoor vriest, kunnen ze jaren later nog Pepingen. Daar had ik een mooi twintig verder leven enmaar zich contract.dagen Dat stop ik niet weg, verder aseksueelviel voortplanten. Ze de mentaliteit tegen. Ze zijn schakelen hun beschadigde cellen er zeer Vlaamsgezind. Ik ben niet niet uit,tweetalig, maar herstellen perfect maar hethun lukt geme noom.” De komende vijf jaren wil meer dan behoorlijk. Dat ik dat seiVan er een biolozoenDoninck ook nog eens viernieuw rode kaarten gisch modelorganisme van maken pakte, hielp uiteraard niet. Al bij al en mechanismen hebde ik moleculaire er wel een degelijk seizoen achter die Daarom extremevind tolerantie gespeeld. ik het ontniet rafelen. vermoedt ook dat de erg om inZelagere divisies te spelen. diertjes veranderd Ik word genetisch nog altijd beter. Doorzijn veelna te het herstelproces. “Wie weet, kun je spelen, krijg je veel zelfvertrouwen, mannetjes doorverantwoordelijk uitdroging vervanneem je meer en gen evolueren (lacht).” durfen je toch te ondernemen. Bij Brussels werd me verweten dat ik te lief was

Levende kanker op het veld. Wel, nu ben ik een man www.fedsvk.be - 02 412 72 44

Haar klopt voor fundamenteel op hethart veld.” onderzoek. “Ik wilseizoen de tijd een hebben Maeyens was vorig paar om alles uit te pluizen en de vollekeer te zien in het Edmond Machdige puzzel te Niet leggen over tensstadion. alszonder speler,almaar het businessaspect na meteen te denken,” als supporter. Hij stond ach-

verklaart ze. Dat belet niet dat ze© MICHEL al OOSTERS Ik zit hier momenteel goed, al voel ik mogelijke toepassingen voor ogen mij in mijn onderzoeksdomein wel heeft. Ze zal samenwerken met het eenzaam.” lesgeven haar. ter het project en was er vorig jaar al lers komen Het en gaan, maarligt de basis Europese Ruimteagentschap ESA. Ze oogst staande ovaties als ze haar graag bij geweest, maar hij had al zal blijven, denk ik. Een scenario “Als astronauten naar “Tijdens de ruimte eerstejaarsstudenten in de getekend bij Pepingen. de zoals Beerschot is ookinwijdt hier mogegaan, soms beschawondere het dierenrijk. eersteraakt matchhun die DNA ik bijwoonde, tegen lijk. De wereld spelersvan hebben getekend digd. In de ruimte meer Sterrenbeek, dacht is ik:er‘Op dat kosveld voor de ambitie van de club.” mische straling en geen Henin & jardin wil ik staan.’ Spelen voor zwaarteeen paar Niet alleen het ambitieuze project kracht. We gaan raderdiertjes met Feit is ze dede beurs in eigen duizend man is veel leuker dan voor van dewel clubdat spreekt spelers aan, kapot DNA meesturen om te zien of naam binnengehaald heeft en met vijftig man.” ook de goedgevulde tribunes. De geen het herstelvermogen haar team vrij zou “Het gravitatie is overdreven om te zeggen dat trouwe aanhang vankunnen RWDMverhuiis een zen. buitenland is echter minbelet.” is er nog de link was. met tekenenEnbijdan RWDM een droom echteHet troef, dat zullen ze zaterdag der evident, ze een dochter kankeronderzoek. “Rotiferen zijn Met die ploeg in eerste klasse spelen in de derby omdat tegen Léopold Ukkel heeft van bewijzen. vijf en ook“Voor zorgtzo’n voorpude een levende kanker cellen zou soort dat wel zijn. Maar hetmet is natuuropnieuw drie kinderen van haar eveneens die de celdood blijken te ontwijken lijk fantastisch om terug te keren en bliek moet je alles geven. Onze hardwerkende Dat vergt en zich ongecontroleerd verder devoor zo’n enthousiast publiek te supporters zijnpartner. het voorbeeld van len.” een organisatie: “We spelen. Voor die mensen wil je alles een hele twaalfde man. Het is verdelen nog iets huishoudelijke kapot spelen. Ik ben supporter van anders dan bij de FC Brussels. Vroeger taken en drie dagen de club, ja, maar dat maakt geen kwamen ze naar de ploeg kijken die per week hebben we verschil op het veld. Ik geef altijd in hun stadion speelde, nu komen een nanny.” Maar ze alles voor mijn club.” ze naar hun ploeg kijken.” voelt zich niet bena“De derby blijft toch wel iets deeld als vrouw in bijzonders. De supporters kende wetenschap. “Ik nen mensen uit de gemeente merk dat compevan de tegenpartij en sommige tente vrouwen mospelers, zoals ik, kennen heel menteel veel kansen wat tegenstanders. Bij pakweg krijgen. Ambitieuze Manage ken ik weinig volk, bij Karine Van Doninck jonge wetenschapGanshoren bijvoorbeeld heel Evolutionair biologe moeten uit hun de ploeg. sters Een derby is toch alkot komen en ervoor tijd een tikkeltje specialer.” in de veeleisenNicolas Maeyens, voetballer RWDM Een zegegaan in de derby moet De tweetalig opgevoede Van Dode, competitieve wereld die weRWDM helpen om de de tweeninck doctoreerde aan de VUB in tenschap is. Voor verplichte quota de periodetitel binnen te ha2003 metisde onderscheiben niet gewonnen.” Maeyens alsgrootste middenvelder de link len.ikZoals Maeyens aanhaalde, is ding, werkt, na en buitenlandVan Doninck stapte in de tussenmaar de verdediging de aanval. de titel dé prioriteit. Hijvoetsporen deelt het se aandeHarvard en acin van haar vader. van Fysicus Walter Van Hijervaringen staat veel aan basis van enthousiasme de tribunes en Montpellier, als professor aan de Doninck doceert VUB, was ties, is belangrijk in balrecuperatie wil hogerop. “Ik aan heb de de afgelopen Universiteit Namen. onderzoeksdirecteur hetgehad, Fonds en heeft eenvan goede trap. Vanwaar Met die seizoenen een paar bij clubs de keuze voor een kleine instelling voor Wetenschappelijk Onderzoek kwaliteiten is hij een van de troeven nu wil ik stabiliteit. Natuurlijk is die jezuïeten? Vlaanderen en vicevoorzitter van opgericht een ploeg is diedoor niet de onder stoelen niets in het voetbal zeker, maar van het “Posities profdat zijnzesowieso de raad van befaamde Europees of bankenals steekt voor de dun titel project van het RWDM is ideaal voor gezaaid. Ikwillen krijg in Namen voldoenCentrum voor Nucleairbrengt, Onderzoek gaat. “We kampioen worden, mij. Wat de toekomst weet de vrijheid en ben aangenaam ver(CERN). Maar van hem mochtverze dat is duidelijk. Daar praten we met ik niet. Ik zie mij niet meteen rast door het open klimaat. Ik treed zelf haar pad kiezen en het had niet mekaar over, maar dat betekent niet trekken. Als ik de kans zou krijgen bijvoorbeeld in dat dialoog de evoveel gescheeld of zeom was tennisster dat we denken we erover al zijn. We om nu te tekenen met RWDM lutie met een fantastische priester. geworden. “Toen ik vijftien onderschatten niemand.” in divisie 1B te spelen binnenwas, zes Nu ik de beurs heb, word draaide mijnzou leven rond Ik “Deze ploeg zalgewonnen een paar seizoenen à acht jaar, ik dat mettennis. de ogen ik nog meer opEreen piëdestal gezet. heb Timverslagen.” Schoonjans standhouden. zullen wel wat spedichtJustine doen.” Henin nog

“In België zou ik nergens anders kunnen wonen “Onze dan insupporters Brussel” zijn het voorbeeld van een twaalfde man”


Donderdag 26 januari 2017 I BRUZZ 1555 I 19

Karine Van Doninck Doctor in de biologie en uitbaatster van de B&B DRUUM in Brussel, hier in de kamer ontworpen door kunstenaar Hidde van Schie.

“Ik merk dat competente vrouwen momenteel veel kansen krijgen” Karine Van Doninck Evolutionair biologe

© SASKIA VANDERSTICHELE

Maar ze keek als kind al naar Le jardin extraordinaire, het natuurprogramma op de RTBF. En toen ze een vriendin verloor aan kanker, groeide haar interesse voor wetenschap.

Boksen Brussel is al veertig jaar lang haar stad en met DRUUM wil ze iets teruggeven: een unieke bed & breakfast in een negentiende-eeuws fabrieksgebouw tussen de Dansaert-

straat en het kanaal, maar ook een creatieve vrijplaats en een artistiek laboratorium. Zes zorgvuldig geselecteerde kunstenaars ontwierpen de originele kamers en krijgen een percentje als er gasten overnachten. De muzikanten van Jacle Bow wonen in en doen de reserveringen en de ontbijten. Gerlando Infuso werkt in de vroegere paardenstallen aan een opvolger van zijn bekroonde stop-motionfilm Les Pêcheresses.

Het hotel is ook een populaire plek voor filmopnames en fotoshootings. Het eerste jaar liep door de nasleep van de terroristische aanslagen erg moeilijk, maar de meeste bezoekers waren laaiend enthousiast. “Als ze tenminste geen hotel met een receptie, kamerbreed tapijt en een tv op de kamer verwacht hadden.” ’s Zondags serveert Van Doninck soms zelf het ontbijt met een keur aan producten met een lokale toets,

zoals brood en gebak van Sirre, koffie van café Velvet, confituur van Circus Zonder Handen en granola van Cultureghem. “De rijkdom van Brussel is de diversiteit,” besluit de onderzoekster. Dat ervaart ze zelf aan den lijve als ze bokst bij de Brussels Boxing Academy. Want sporten is voor haar niet alleen een fysieke uitlaatklep na het vele denkwerk, ze komt er letterlijk in contact met de superdiverse sa-

menleving. “In België zou ik nergens anders kunnen wonen dan in Brussel.” Tom Van Bogaert

>

DRUUM www.druum.be


20 I BRUZZ 1555 I Donderdag 26 januari 2017

ENFANT TERRIBLE Jan ducheyne DICHTER, PERFORMER, MUZIEKSELECTEUR Ik kan zijn wie ik altijd geweest ben, me helemaal wijden aan het schrijven, performen, de muziek”

© SASKIA VANDERSTICHELE

Het is voor de liefde dat ik ruim zes jaar geleden naar Brussel verhuisd ben. Ik ben geboren en getogen in Oostende, Mariakerke om precies te zijn, en heb er bijna veertig jaar gewoond. Ik ging wel vaak naar Brussel of Gent, maar keerde altijd weer terug naar de kust. Als twintiger was ik vooral met muziek bezig. Ik organiseerde concerten, was dj en werkte in een cd-winkel. Toen er plots een kind op komst was, zei mijn toenmalige schoonvader: “Zoek een serieuze job.” Zo werd ik conducteur bij de NMBS, een job die ik op mijn eigen manier invulde: ik gaf alleen boetes als het echt niet anders kon en mijn mededelingen via de intercom weken vaak af van de geijkte formuleringen. Grappig, in het begin werd ik daarvoor op de vingers getikt, later kreeg ik felicitaties. Den dichter, noemden ze mij. Op het einde was ik dat beu. Ik speelde een rolletje. Vorig jaar ben ik ermee gestopt, na zeventien jaar. Het is een enorme bevrijding. Nu kan ik zijn wie ik altijd geweest ben, me helemaal wij-

den aan het schrijven, performen, de muziek. En ik heb tijd voor mijn tweeling van vier. Ik voel wel een soort urgentie. Mijn vierde dichtbundel is net uit, Deze avond hebben we alvast gehaald. Het zijn observaties van situaties, de aanslagen bijvoorbeeld, of de liefde of hoe je moet springen. Voorlopig is het een prototype in vijftig exemplaren. Ik zoek nog een echte uitgever. Eigenlijk heb ik een manager nodig voor de zakelijke kant van mijn creatieve exploten. Die zou ook optredens kunnen regelen voor Noodzakelijk Kwaad, het groepje dat ik met enkele geweldige muzikanten heb opgericht. Mijn poëzie samen met hun muziek. Dit jaar wil ik met een vriend ook De Oplichters op poten zetten. Er lopen zoveel mensen rond met goede ideeën die ze niet van de grond krijgen, een idee voor een tekst, een website of een bijzonder feest. Wij, De Oplichters, willen die ideeën oplichten, er licht in brengen en ze een zetje geven, door onze eigen ervaring in te zetten, maar ook die van onze uitgebreide

“Den dichter, noemden ze mij bij de NMBS” kennissenkring. Zie ons als een soort superhelden. Ook blijf ik, eens per maand, de Sprekende Ezels organiseren. Het is een letterlijk laag podium voor woord, muziek en humor in De Monk, waar mensen dingen kunnen uitproberen. Er komen debutanten, maar ook gevestigde artiesten die een try-out van hun nieuwe werk willen doen. Ik maak de selectie, maar eigenlijk weiger ik bijna nooit iemand. Als een performance een enkele keer tegenvalt, is

dat geen ramp, want elk optreden duurt maar tien minuten. De ene maand treden de Ezels op beneden in het café, de andere in de Séparé, een rustig zaaltje boven. Het café krijg je nooit helemaal stil, maar toch wil ik het niet opgeven. Poëzie of muziek in een café dat intussen vibreert, vind ik fascinerend. Ik zeg ook: als het lukt in De Monk, lukt het overal. Brussel en Oostende hebben een beetje dezelfde mentaliteit, maar Brussel is veel kosmopolitischer. Waar anderen soms zenuwachtig worden van deze stad, maakt ze mij rustig. Ik kan hier met mijn bakfiets een straat inrijden waar ik nooit eerder geweest ben. Daarom woon ik hier heel graag, toch zeker in de winter en het voorjaar, zo tot mei, juni. Dan begint de zee te trekken. Ik heb nog steeds mijn oma’s oude strandcabine, die dit jaar gerestaureerd wordt. Daar ben ik in de zomer vaak te vinden met vrienden. Het zijn de belangrijkste vierkante meters van mijn leven. Bettina Hubo

JAN DUCHEYNE (46) verhuisde ruim zes jaar geleden van Oostende naar Brussel. Elke laatste woensdag van de maand organiseert en presenteert hij het free podium De Sprekende Ezels in de Monk. Zopas verscheen zijn vierde dichtbundel Deze avond hebben we alvast gehaald. Hij is ook muziekselecteur, oftewel dj.


DonDerDag 26 januarI 2017 I BRUZZ 1555 I 21

NICK TRACHET BruSSeL en De WereLD CuLInaIr onTDeKT Er stond een vergeten pakje in de kast van de keuken van een verlaten appartement. “Tapioca” stond erop. Het was verpakt in ons land. Anco was vroeger een vaderlands bedrijf in Turnhout, nu alleen nog een merk van het even nationale Soubry, in Roeselare. Een lokaal product, dan? Tapiocaparels zijn witte bolletjes, die grootmoeder in de soep deed. Daar werden ze doorschijnend en wat groter. Ze heetten de soep te binden, maar dat was nauwelijks waar. Dat was hier zowat de enige toepassing van tapioca. In Angelsaksische landen maakt men er pudding mee. Bij ons thuis werd tapioca nooit gebruikt. Wanneer we dan toch eens een bord soep met tapiocaparels voorgeschoteld kregen, vonden we dat wel grappig: “Kikkerdril!” Anderen gruwden ervan. Tapioca, een vergeten groente? Het woord komt van de Tupi-indianen uit Brazilië. Het heeft te maken met cassave (Manihot esculenta), een plant van de Wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae), zoals de kerstster. Die plant werd door de kolonialen in Afrika ingevoerd en heet daar meestal maniok, van het Braziliaanse mandioca. Cassave is het

basisvoedsel van de indianen in het regenwoud. Het is een snel groeiende plant die grote schorsige wortelknollen levert. Handig en makkelijk genoeg, ware het niet dat die knollen blauwzuur (cyanide, HCN) afgeven wanneer ze worden verwerkt, en dat is een stevig gif. Daarom raspen de gebruikers de wortel fijn, spoelen ze in water uit en persen ze dan in een ingenieuze pers uit plantenvezels. Tijdens dat persen komt er veel zetmeel vrij, en dàt is dan tapioca: wit cassavezetmeel. Zetmeel in de westerse keuken is belangrijk in fijne baksels, maar vooral als bindmiddel. Vanouds werden sausen en soepen gebonden met brood, later met bloem. Maar met de koloniale omwenteling ging men ons exotischere zetmelen opdringen: crème de riz in de landen met Indische kolonies, sago uit Nieuw-Guinea, arrowroot uit de Caraïben. Tenslotte won de maïzena van de Amerikanen het leeuwenaandeel. Ons experimenteren met tapioca durf ik dan ook toe te schrijven aan onze banden met Congo. Tapioca hoort thuis in het

Tapioca

verschillende diktes. De “Belgische” variant is vrij klein, er bestaan er ook ter grootte van erwten. Tapioca moet de juiste tijd gekookt worden: op de verpakking hier staat “10 à 15 minuten koken”. Het water moet op voorhand koken! Dat deed ik in kraantjeswater met een beetje zout, want tapioca zelf, zo weten we, is volledig smaakloos. In vijftien minuten had ik volledig doorzichtige pareltjes, sommige met nog een klein wit kerntje erin. Grappig. Laten afkoelen in het water: ook koud zijn ze bruikbaar. Maar dat moet beter kunnen. Ik heb water met een onbehoorlijke scheut zoute sojasaus opgezet en kreeg... kijk maar naar de foto, het lijkt wel kaviaar. Probeer eens met Aziatische vissaus of ansjovispasta, of zwarte inktvisinkt? Uw volgende zeevruchtenbuffet zal er bijzonder chique van gaan lijken. Daarna greep ik naar tomatensap. Dat ging merkelijk minder vlot. De parels hadden de neiging om te gaan kleven aan elkaar en aan de bodem van de pan. Achteraf door

“Als je alle vooroordelen opzijzet, valt er met deze pareltjes heel wat lol te trappen in de keuken” rijtje naast sansevieria, raffia en sakasaka. Maar je vindt hier haast nooit tapioca als poeder. Het wordt bij Soubry en in andere fabrieken verwerkt tot parels. Waarom? Ik kon geen verklaring vinden. Eigenlijk is dit een soort van pasta, op dezelfde manier verwerkt als vermicelli of elleboogjes, maar dan bolletjes, en niet van tarwe. Als je alle vooroordelen opzijzet, valt er met deze pareltjes heel wat lol te trappen in de keuken. Tapioca wordt rond de wereld gemaakt in

ADVERTENTIE

SECUNDAIR ONDERWIJS SCHOOLJAAR 2017 - 2018

Je kind inschrijven in een Nederlandstalige secundaire school in Brussel? Je vindt alle informatie op inschrijveninbrussel.be inschrijveninbrussel.be.

de zeef gespoeld hadden ze geen kleur opgenomen. Waarom ging dat niet zo goed? Tomaat is zuur... Ik bracht dus azijn aan de kook en probeerde nog een soeplepel vol parels. Dat is de boosdoener: in een zuur milieu smelten de parels tot egale gelei. Waarschijnlijk kan je daar scherven mee plakken en muren behangen. Ziet u de mogelijkheden al voor u? Geleibolletjes gekleurd met bietensap, spinazie, bosbessen, in keukenkleuren in de (pasta)sla, uiteraard in soep, maar ook op gesuikerde dessertjes. Melk is licht alkalisch, daar zullen de pareltjes steviger in blijven. In Taiwan vonden ze zo de bubble tea uit. Het werd een rage in Groot-Brittannië, en ook in onze stad is er hier en daar een bubble-teazaak. Je kiest er uit verschillende theesoorten en verschillende soorten “bubbels”, tapiocaparels, die geparfumeerd zijn. Je hoort de thee koud (warm bestaat ook) op te slurpen door XXL-rietjes. Maar die thee kan je dus thuis ook maken. Smakelijk.

De hele reeks nalezen? > BRUZZ.be/trachet


ADVERTENTIE

Thuis je MOBIB-kaart herladen, da’s easy!

Klik, herlaad en reis dankzij goeasy.mivb.be


DONDERDAG 26 JANUARI 2017 I BRUZZ 1555 I 23

Laptopia Elke week scant Michaël Bellon met zijn laptop een plek in Brussel die tot de verbeelding spreekt, en geeft hij aan wat er eventueel nog aan kan verbeteren.

D

e mijne is 528,5 cm lang. Het staat op de kleine affiche boven het urinoir dat ik preventief bezig, teneinde verderop in de Heizelpaleizen minder aandrang te voelen om de hele boel af te zeiken. Pissijnpubliciteit is duidelijk het werk geworden van gespecialiseerde afdelingen binnen de reclamebureaus. In dit geval prijst de penocentrische toilethumor een uit de kluiten gewassen Fiat Fullback aan - zo’n 4x4 monstertruck die je niet meteen associeert met de Italiaanse automobielindustrie. Een SUV van Fiat is even vanzelfsprekend als een salopette van Armani, een hakbijl van Alessi, of veldrijden met Andrea Pirlo. Maar het is wel zo eerlijk van de constructeurs om zelf te beginnen over de propeller die hun klanten naar het Autosalon drijft. Ik ben hier voor het eerst sinds de autolobby mijn middelbare school kon verleiden tot een educatief bezoek, dat mij toen heel wat folders en posters heeft opgeleverd. Vijfentwintig jaar later stel ik vast dat het gros van de bezoekers die schoolreis uit hun collegetijd elk jaar is blijven herhalen. De groepjes mannen, makkers en maten die welgezind en vol verwachting langs de veiligheidscontrole en kassa stormen, zijn dezelfde die je tussen de braadworstenkramen ziet laveren op weg naar een voetbalmatch. Af en toe zie je een vrouw, maar die draagt dan toch meestal een heel korte rok. Koppels die echt de aankoop van een nieuwe wagen overwegen, lijken me in de minderheid. Aandoenlijk zijn de jonge gasten met baseballpetten en veel wensdromen, maar geen geld, en ook de toegewijde werklui die oprecht op zoek gaan naar de lichte vrachtwagen met het meeste nuttig laadvermogen. Folders en posters hebben sinds de tablet en de smartphone duidelijk aan belang ingeboet. Anderzijds kan ik me niet herinneren dat je destijds al zo familiair mocht omgaan met

Autosalon dinsdag 17 januari, 10.40u

“Auto’s komen natuurlijk veel beter tot hun recht wanneer ze niet in de file staan, maar op vast tapijt”

de toonmodellen. Behalve op de omheinde stand van Porsche wordt er overal gezwind in- en uitgestapt. Auto’s komen natuurlijk veel beter tot hun recht wanneer ze niet in de file staan, maar op vast tapijt te midden van goedgeklede hostessen, strakke bloemstukken, en grote schermen waarop de losgelaten beestjes door verafgelegen landschappen sjezen, die na hun doortocht alweer wat minder ongerept zijn. Het aandeel CO2 dat per honderd kilometer wordt uitgestoten staat wel overal vermeld op de technische fiches, maar eigenlijk worden ecoscores niet echt als verkoopargument uitgespeeld. Ook een Tesla rijdt nog voornamelijk op testosteron. Maar kom, we zouden niet te veel zeiken. Een auto is ook een perfecte assemblage van technologie, design, kracht, vrijheid en status. Als je dat voor ogen houdt, verwondert het al veel minder dat mensen op deze hoogmis en masse rond een vierwieler staan draaien. En dat we nooit de afspraak hebben gemaakt om het gewoon bij een paar automerken en -modellen te houden. Mensen willen de verschillen kunnen zoeken tussen het smoelwerk van de Hyundai Tucson en dat van de Ford Focus RS, en kamp kiezen tussen het Kawasaki-groen en Honda-rood. En luister eens naar het geluid waarmee zo’n autodeur tegenwoordig dichtslaat. Weinig zaken vallen zo mooi in elkaar om zich met zo’n cleane, maar overtuigende, haast erotische klap te sluiten. Misschien iets voor de boys van de reclamebureaus.

Michaël Bellon De hele reeks nalezen? > BRUZZ.be/laptopia ADVERTENTIE

BACK SCHOOL

Waarom druipt er bloed uit de baard van Leopold II? N i e u we re e ks

NOTHING BUT TO FLOWERS

Elke maand bij BRUZZ op TV en op BRUZZ.be

ism:


24 I BRUZZ 1555 I Donderdag 26 januari 2017

altijd vecht om te winnen. Dat is een les die je in het leven ook kan gebruiken, om te slagen moet je vechten.”

Peptalk

© GILLES DEHÉRAND

CHRISTOPHE GÉRARD. “Ik heb geen specifieke carrièredoelen voor ogen. Ik train veel en dat is uiteraard om vooruitgang te boeken.”

TAFELTENNIS Christophe Gérard kijkt met Logis Oudergem Ekaterinburg in de ogen

‘Onze kop kan een rol spelen’ OUDERGEM – Tafeltennisteam Logis Oudergem staat in de kwartfinales van Europabeker ETTU en neemt het daarin op tegen topploeg UMMC Ekaterinburg. Bij de thuisploeg zal Christophe Gérard (26) op de bank zitten. De Brusselaar heeft tafeltennis altijd puur als hobby gezien, maar maakt vandaag wel deel uit van de beste ploeg van het land.

T

afeltennis is nooit mijn doel in het leven geweest,” vertelt de nuchtere Gérard. “Vanaf mijn twaalfde begon ik op vraag van mijn trainers meer te trainen, dat wel. Maar ik wist dat ik zou voortstuderen en daarna carrière wou maken in de professionele wereld. Daarbij, het is zeer moeilijk om in het tafeltennis van je sport te leven. Dat is nooit een optie geweest voor mij.” Gérard begon als achtjarige ket bij Logis Oudergem en zou er nooit meer weggaan. Ook tijdens zijn studies handelsingenieur in Louvain-la-Neuve kwam hij nog af en toe langs op de club om een balletje te slaan, maar toen draaide het voor hem wel op een laag pitje. Na zijn studies ging zijn trainingsritme opnieuw de hoogte in, net als zijn niveau. “Ik was al wat ouder en volwassener, ik volhardde meer in

CHRISTOPHE GÉRARD - Geboren op 6 januari 1991 - Sinds zijn achtste lid van Logis Oudergem - Sinds drie jaar lid van de Superdivisieploeg - Staat met Logis in de kwartfinale van de Europabeker ETTU

mijn trainingen. Omdat ik beter in mijn hoofd was en meer plezier had in het trainen, ging het beter. In tafeltennis is psychologie van groot belang.” “Ik verhoogde mijn trainingsritme niet met bepaalde ambities. Al leidde de beslissing om mijn klassement te verlagen een viertal jaar geleden tot een onverwachte boost. Een commissie beslist daarover en is daarin nogal subjectief. Ik vond de beslissing niet correct en wou hun ongelijk bewijzen. Daarom draaide ik de knop om, ging ik drie à vier keer per week trainen en werd ik beter dan daarvoor.” Vandaag behoort de Brusselaar naar eigen zeggen tot de Belgische top dertig. Dankzij zijn trainingsarbeid, maar ook met dank aan zijn ploegmaats. Gérard is aan zijn derde seizoen bezig als lid van de Superdivisieploeg van Logis Oudergem, dat dit seizoen opnieuw resoluut voor de titel gaat. “Je hebt

drie officiële spelers in een ploeg en ik ben de vierde, de vervanger. Ik speel dus af en toe. Vorig seizoen waren dat bijvoorbeeld een zestal wedstrijden.”

Gérard speelt ook bij de ploeg van Logis die in eerste nationale uitkomt, de divisie onder de Superdivisie. Ook zij staan op kop in het klassement. Individueel werd hij vorig seizoen onder meer derde op het Belgisch kampioenschap in de B-divisie en in de maand augustus van vorig jaar werd hij nog derde op het bekende internationale tornooi van Oostende. Bij de Superdivisieploeg komt hij minder aan de bak, maar hij speelt er wel degelijk een rol. “Ik ben er altijd om met de ploegmaats op te warmen en ook vanop de bank ben ik er voor de ploeg. Ik moedig hen aan, sta achter hen en dat kan op psychologisch vlak zeker helpen. Als bankzitter coach ik ook wat bij, als dat nodig is.” “Dat coachen gebeurt ook bij JeanMi, uiteraard. We begrijpen elkaar goed. Op tactisch en technisch vlak is dat bijna nooit nodig, maar aanmoedigende woorden helpen altijd. Heeft hij een moeilijke dag, zit er iets niet goed, dan kan ik daarop inspelen met peptalk.” Logis zal zondag alle aanmoedigingen kunnen gebruiken. Met Ekaterinburg kijkt het in de kwartfinales van Europabeker ETTU een absolute topploeg in de ogen. Maar de Brusselaars geven zich zeker niet gewonnen. “Ik heb het nog eens nagekeken: ze hebben twee spelers uit de mondiale top 35 en een derde uit de top zestig. Dat zegt veel, het zal zeer moeilijk worden. Maar niets is onmogelijk. Dat is de schoonheid van sport: alles kan. Zeker in tafeltennis. Zijn ze niet goed opgewarmd, zit het mentaal niet goed,… Het kan allemaal. Onze spionkop zal ook zijn rol spelen. Ze zijn luidruchtig en dat kom je niet zoveel tegen in het tafeltennis. Onze tegenstanders zullen dat niet gewoon zijn.” “We moeten vechten, we hebben niets te verliezen. We mogen niet denken dat zij sterker zijn. Ik zal op de bank zitten en mijn ploegmaats coachen. We moeten samen alles doen om de overwinning proberen binnen te halen.” Die topaffiche is voor Gérard uiteraard een leuke ervaring, maar dat verandert niets aan de manier waarop hij naar tafeltennis kijkt. Het blijft een hobby voor hem, zelfs al gaat het er serieuzer aan toe. Plezier blijven maken, dat is het belangrijkste. “Ik heb geen specifieke carrièredoelen voor ogen. Ik train veel en dat is uiteraard om vooruitgang te boeken. Het zou leuk zijn mocht ik een A-speler worden. Dat hangt opnieuw af van de subjectieve beoordeling van een groep mensen. Het is geen absolute droom voor mij, maar ik zou zeer gelukkig zijn mocht ik dat kunnen Tim Schoonjans bereiken.”

“ Van Jean-Michel Saive heb ik opgepikt hoe belangrijk het mentale is” Christophe Gérard Tafeltennisser Logis Oudergem

“Natuurlijk leer ik veel bij door met dergelijke goede spelers te spelen. Van Jean-Michel Saive heb ik bijvoorbeeld opgepikt hoe belangrijk het mentale is. Hij is iemand die


Donderdag 26 januari 2017 I BRUZZ 1555 I 25

SPORTagenda

ESTAFETTE KEN LAMBEETS

Op een online antiquariaat bestel ik Strijd in de wielersport, een boek van Jan Emiel Daele, in 1970 uitgegeven in eigen beheer. De ondertitel, ‘Of een inleiding tot betere kennis over doping en uitbuiting in de westeuropese wielersport na de tweede wereldoorlog’, verklaart meteen de inhoud van het werkstuk. Daar gaat een mens al eens voor zitten. Om langer te kunnen vechten aan het front, krijgen heel wat soldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog amfetamines toegediend. Na de oorlog beginnen wielrenners tijdens de grote rittenwedstrijden te experimenteren met diezelfde drug. Het keerpunt in de geschiedenis noemt Daele de opkomst van de publicitaire extrasportieve wielermerken. De wielersport wordt een middel om de commerce te stimuleren. De belangen van de sponsors en de concurrentie in het peloton vergroten. Tegelijkertijd groeit de invloed van dokters in de sport: zij “stellen alle grote renners medisch en wetenschappelijk op punt”. Het eerste, misschien wel leukste deel van Strijd in de wielersport bevat vijftien openhartige, maar ook anonieme interviews met renners en ex-renners, voornamelijk over de ontwikkeling van doping. De namen van de renners die tijdens de gesprekken genoemd worden, zijn zo gefingeerd dat ze voor alle wielervolgers herkenbaar zijn: Koppi, Stonedbergen, Banketil, enzovoort. Een beetje flauw, maar wellicht vreesde Daele een proces. Het boek hangt dan ook geen fraai beeld op van de wielersport. Terwijl sommige wielrenners zoveel doping slikken als ze willen, weten andere renners niet eens dat ze gedopeerd worden. “Ik kende een sportbestuurder die doping inspoot in de broodjes van zijn renners die ze tijdens de wedstrijd moesten opeten.” En ook: “Tijdens de bevoorrading kunnen de renners fruit ontvangen met pillen, in kleine gaatjes in appels, druiven, citroenen of appelsienen.” Sportbestuurders oefenen zelfs druk uit op hun renners om toch maar doping te nemen. “Vroeger was mijn sportbestuurder dikwijls woedend omdat ik mijn bevoorradingszakje soms niet wou hebben. Je wist gewoon niet wat daar allemaal in zat.” Een renner die een rit wint in de Ronde van Spanje, weet achteraf niet of dat met of zonder de hulp van extralegale middelen gebeurde. “Ik had niets geslikt, maar in bed herinnerde ik me dat ik een half busje drinken had gekregen van een van de Spanjaarden (in de kopgroep, KL). Zou ik zonder dat halve busje ook gewonnen hebben?”

De strijd tussen wielrenners lijkt soms een strijd tussen dokters, die het niet altijd zo nauw nemen met de eed van Hippocrates. Behalve doping zijn centen een belangrijk thema in het boek. Heel wat wielrenners worden in de jaren 1960 uitgebuit door malafide managers en zelfs door hun eigen sportbestuurders. Ook de rol van de sportjournalisten wordt in vraag gesteld. Zij houden volgens Daele de lezers onwetend en dom. Met oppervlakkige en leugenachtige sensatie vergroten ze de omzet van de krant. Via een ietwat vreemde omweg maakt Daele uiteindelijk een marxistische analyse van de wielersport. “Het kleine milieu van de wielersport weerspiegelt op een verbazende en perfecte wijze de wantoestanden uit onze moderne massaconsumptiemaatschappij. Een beperkte minderheidsgroep centraliseert bijna alle macht en gezag. De meerderheid der bevolking geniet van een ogenschijnlijke welvaart, maar wordt in werkelijkheid zowel materieel en financieel als psychologisch en intellectueel gemanipuleerd.” Is doping vandaag uit de wielersport verdwenen? Zelfs met het biologische paspoort en de whereabouts steek ik mijn hand voor niemand in het vuur. Niet zo lang geleden was er nog ophef omdat heel wat renners in de finale van een wedstrijd Tramadol zouden gebruiken, een pijnstiller die de concentratie aantast en waar je gemakkelijk verslaafd aan geraakt, met gevaarlijke valpartijen tot gevolg. Veel renners vonden dat volstrekt normaal. Mijn gevecht, de onlangs verschenen biografie van de Nederlandse ex-renner Thomas Dekker over bloedtransfusies en het bezoek van prostituees tijdens de Tour de France, ontketende een relletje in de wielerwereld. Maar ook na Dekkers bekentenissen bleef het oorverdovend stil in Vlaanderen, een van de laatste plekken waar de omertà in het wielerpeloton standhoudt. Tot slot nog kort iets over de auteur van het verdienstelijke Strijd in de wielersport, Jan Emiel Daele. In 1971 schrijft hij zijn bekendste roman, De achtervolgers, een ietwat slordig egodocument over de liefde. Daeles schrijverscarrière komt niet van de grond, als schrijver en als mens voelt hij zich steeds meer miskend. In 1978 vermoordt hij, 35 jaar oud, uit jaloezie zijn vrouw, daarna slaat hij de hand aan zichzelf. Jeroen Brouwers heeft het allemaal mooi opgeschreven in De laatste deur, zijn essays over zelfmoord in de Nederlandse letteren.

Strijd in de wielersport

Freelancejournalist Ken Lambeets houdt van literatuur en van echte sporten

sportkampen Sporten na school of tijdens de vakanties

Tijd om de ketjes in te schrijven BRUSSEL – Ketjes die zich (nog) niet willen vastpinnen op één sport, moeten goed opletten. De tweede periode van de Sport-Na-Schoolpas gaat binnenkort van start, en het is tijd om in te schrijven voor de sportstages van de VGC. Elke schooldag een gevarieerd aanbod sporten na de schooluren, van aerobic tot muurklimmen, waarvoor je niet op voorhand moet inschrijven… De Sport-Na-Schoolpas is een

zeer aantrekkelijk initiatief van de Stichting Vlaamse Schoolsport (SVS), Sport Vlaanderen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) om jongeren uit het secundair onderwijs aan sport te laten doen. Er zijn maar liefst 65 verschillende activiteiten op achttien locaties in Brussel. Wie de pas wil aanschaffen, kan op www. sportnaschool.be terecht. De pas voor de tweede periode, die van 6 februari tot en met 19 mei loopt, kost 30 euro. Met de Paspartoe-pas kunnen leerlingen sporten tegen

een kansentarief (6 euro voor twaalf weken). Ketjes (van verschillende leeftijden) die tijdens de krokus- en paasvakantie graag aan een sportkamp van de VGC willen deelnemen, kunnen vanaf maandag 30 januari online inschrijven. Op www.sportinbrussel.be kan dat vanaf 17u. Het is aan te raden om vooraf te registreren, zodat alles vlot verloopt. Ook is het mogelijk om op 30 januari tussen 17 en 19u in te schrijven op de twee locaties waar de stages zullen plaatsvinden (de VGCsporthal in Koekelberg en sporthal Emanuel Hiel in Schaarbeek). Ook hier is een kansentarief voor wie een Paspartoe-pas heeft. Kinderen met een beperking zijn welkom tijdens de sportkampen. De organisatie vraagt wel om dat op voorhand te laten weten. Tim Schoonjans

The Wilink Game Basketbalclub Basic-Fit Brussels organiseert voor het tweede jaar op rij The Wilink Game. De wedstrijd vindt plaats in Paleis 12 op 18 maart en ook dit jaar wil de club het toeschouwersrecord breken. De wedstrijd wordt tegen Port of Antwerp Giants gespeeld. Tickets kosten 10 euro en zijn nu te koop. Per aangekocht ticket kunt u een gratis ticket vragen voor een jongere onder de 16 jaar. U leest het allemaal op www.brusselsbasketball.be.

Zaterdag 28 januari Fight like a girl Brussels Brazilian Jiujitsu Academy organiseert gedurende twee dagen een stage voor meisjes van 10 tot 18 jaar (zowel leden als niet-leden). Van zaterdag 9.30u tot en met zondag 17u wordt er niet alleen aan grappling gedaan, maar ook aan boks of zumba. De meisjes koken zelf en blijven slapen in de dojo in Koekelberg. Alle informatie staat op www.bbjja.be.

Tangobal milonga Gemeenschapscentrum De Maalbeek (Etterbeek) wordt zaterdag even ondergedompeld in zwoele sferen. Om 14u gaat een tangoworkshop van start (tot 16u) met Argentijnse maestro’s. Tussen 18 en 20u zijn het Andrés en Nathalie die de tweede workshop voor hun rekening nemen. Dan barst het feest echt los, want vanaf 21 uur is er een dans- en tangodemonstratie van Orquestra Pato Lorente en maakt een dj de dansbenen los. Alle informatie vindt u op www.demaalbeek.be.

Indoor hockey Het indoorhockeyseizoen is bijna aan de cruciale finalefase toe, maar eerst worden nog twee competitiespeeldagen afgewerkt. De voorlaatste speeldag vindt plaats in het Sint-Pieterscollege in Brussel. Zaterdag is het aan de dames, zondag zijn de mannen aan de beurt. Onze Brusselse ploegen doen het goed in de indoorcompetities en kunnen alle aanmoedigingen gebruiken.

Strijdend Bosvoorde Dit weekend probeert zowel de mannen- als de vrouwenploeg van Boitsfort Rugby Club een nieuwe stap te zetten richting titel. De dames staan momenteel tweede en willen leider Dendermonde het vuur aan de schenen blijven leggen. Zij spelen zaterdag om 15u tegen RC Leuven. De mannen, die uitkomen in de tweede divisie, staan aan de leiding en zullen die positie zondag proberen te versterken met een overwinning tegen Rhinos Oudenaarde. Ook zij beginnen om 15u.

Woensdag 1 februari Blijf fit Met de vier sessies van ‘Lichaam in beweging’ helpt de sportdienst van de Vlaamse Gemeenschapscommissie u fit te worden en te blijven. Elke sessie begint met de theorie, gevolgd door oefeningen die u thuis kunt herhalen. Voorkennis is niet vereist. De eerste sessie vindt woensdag plaats en heeft kracht als thema. De volgende sessies vinden op 8 (lenigheid), 15 (rugscholing) en 22 (conditie) februari plaats. Alle sessies beginnen om 20u in de cafetaria van de VGCsportzaal in Koekelberg. Meer informatie vindt u op www.sportinbrussel.be. Tim Schoonjans


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook