van 22 december 2016 tot 11 januari 2017
N° 1552 WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VLAAMSBRUSSELSE MEDIA VZW, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153
UIT IN BRUSSE
+
L | VOS SORTIES
À BRUXEL LES
| OUT AND
ABOUT IN BRUSSE
LS
UIT IN BRUSSEL SORTIR À BRUXELLES OUT AND ABOUT IN BRUSSELS 23 | 12 | 2016
12 | 1 | 2017
#1552
NL FR EN
1050 ELSENE/IXEL
LES | AFGIFTEKANT
OOR BRUSSEL
X P702124
MARIA CLARA CRISTIAN MUNGVILLA-LOBOS KAPITEIN WINOK IU SAM TOUZANI IO BUSTER KEATO N FCKNYE
VZW | FLAGEYPLEIN
18 PLACE FLAGEY,
© IVAN PUT
EEN UITGAVE
VAN VLAAMS-BRU
SSELSE MEDIA
AHOY 2017!
WEEKBLAD | 1552_01
_cover.in
dd 1
19-12-16
18:28
2 0ZE1VE6N IN
S W E I V R E I NT p 6 - 19
‘De aanslagen waren een alibi om het leger in te zetten’ Lieven De Cauter
INE VAN WYMERSCH
LIEVEN DE CAUTER
LOTTE STOOPS
‘Het is makkelijker om ‘onder ons’ te blijven. Ik noem dat het morele getto’
‘Hoe is het mogelijk dat een burgemeester maar één taal echt spreekt?’
Ismaël Saidi
KRISTINE DE MULDER
ISMAËL SAIDI
ALAIN DENEEF
Carly Wijs
CARLY WIJS
2 I BRUZZ 1552 I Donderdag 22 december 2016
EDITO Walletjes
Steven Van Garsse Chef Weekblad “ Montasser, Kobo, Mahdi, Abou Jahjah, evenveel allochtonen als meningen”
COLOFON BRUZZ
Flageyplein 18, 1050 Brussel 02-650.10.65 ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80, Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393, BIC: BBRU BE BB van Vlaams Brusselse Media vzw. Buiten België 30 euro per jaar. OPLAGE 62.609 exemplaren. ADVERTEREN? Barbara Hartert: sales@bruzz.be ALGEMENE DIRECTIE Jo Mariëns HOOFDREDACTIE Klaus Van Isacker WEEKBLAD & MAGAZINE Steven Van Garsse (chef ) EINDREDACTIE Karen De Becker ART DIRECTOR Heleen Rodiers VORMGEVING Ruth Plaizier REDACTIE Jean-Marie Binst, Bettina Hubo, Laurent Vermeersch, Danny Vileyn MEDEWERKERS Hilke Andries, Michaël Bellon, Hanne De Valck, An Devroe, Wauter Mannaert, Tim Schoonjans, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Ivan Put, Saskia Vanderstichele DISTRIBUTIE Ute Otten VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Steven Van Garsse, Flageyplein 18, 1050 Elsene. Bruzz is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw, wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bruzz.be
We kunnen niet om de vaststelling heen: 2016 was een gitzwart jaar voor Brussel, voor België, voor Europa. De aanslag in Berlijn van maandag drukt ons opnieuw met de neus op de feiten. Aan terreur valt niet te wennen, en iedereen met gezond verstand weet dat de dreiging niet weg is. De onstabiliteit in het Midden-Oosten, de bloederige oorlog in Syrië en Irak wakkeren die alleen maar aan. In de eindejaarsinterviews in deze krant is Molenbeek overal wel ergens aanwezig, of de superdiverse samenleving. Dat is geen bewuste keuze van onze redacteurs. We hadden het misschien zelfs liever anders gehad. Hier en daar wordt er hoop uit geput. Na de schok, het inzicht, en dan weer de kracht om te gaan bouwen. Het meest hoopgevende is misschien nog dat er dit jaar in Brussel allochtone stemmen zijn opgestaan die een substantiële bijdrage leveren tot het maatschappelijke debat. En dat dat geen homogene stem is. Er wordt tegenwoordig stevig wat afgekat onder allochtonen. Montasser, Kobo, Mahdi, Abou Jahjah, evenveel allochtonen als meningen. Wij én zij als twee monolithische blokken? Autochtoon versus allochtoon? Die constructie valt niet
langer meer vol te houden. Hoe hard populisten het ook proberen. Ook dit weekblad toont dat de allochtone stem van vele walletjes eet. We laten twee theatermakers aan het woord met een erg verschillende visie op de samenleving. Sam Touzani haalt in ons cultuurmagazine harder uit naar de islam dan Ismaël Saidi, die in deze krant de islam in al zijn complexiteit omarmt. Een ongelovige en een gelovige, met nochtans beiden dezelfde missie: samenleven in de stad moet mogelijk zijn. Er is geen andere optie. Dit is echter nog maar het begin. Want cultuur bevindt zich in de bovenlaag. Ideeën en idealen sijpelen maar geleidelijk door naar beneden. Touzani en Saidi bereiken niet de grote massa. Daar liggen dus nog heel wat verhalen te rapen: wat leeft er in de migrantrijke wijken van Brussel en hoe beleeft de bevolking daar de kentering, want na 2016 is niets nog hetzelfde in de hoofdstad. Daar willen we met Bruzz in 2017 duiding aan geven. Of hoe een somber jaar hopelijk toch weer klaarheid kan brengen. Op 12 januari zijn we er terug, met een krant en magazine boordevol Brussel. En in de tussentijd: veel leesplezier.
WAUTER MANNAERT
“
Ik zou alle ministers en staatssecretarissen het volgende willen vragen: laat het vogeltje alsjeblieft zijn snavel houden” SAMMY MAHDI, (CD&V) geeft in ‘De Morgen’ twitteradvies.
“
Het project voor een nieuw nationaal voetbalstadion is een verkwisting van minstens 240 miljoen euro belastinggeld” STEFAN KESENNE, Emeritus professor sporteconomie Universiteit Antwerpen en KU Leuven in ‘De Tijd’.
Vakantie De volgende editie van Bruzz verschijnt op donderdag 12 januari 2017.
JANUARI
12
Donderdag 22 december 2016 I BRUZZ 1552 I 3
DEMOGRAFIE Oorlogsvluchtelingen spekken bevolkingscijfers
Explosieve groei aantal Syriërs BRUSSEL - In 2015 nam het aantal Syrische Brusselaars fors toe. De stijging is grotendeels te verklaren door de instroom van oorlogsvluchtelingen.
cijfers. De misdaadcijfers stijgen in Anderlecht meer dan elders in het Brussels Gewest. © ID SANDER DEWILDE
CRIMINALITEIT Walter Vandenbossche haalt uit naar Vervoort
‘Politie kan criminaliteit in Anderlecht niet de baas’ ANDERLECHT - De gemeente Anderlecht was in 2015 goed voor zowat de helft van alle sackjackings in het Brussels Gewest. En dat is niet het enige misdaadcijfer dat Walter Vandenbossche, lid van politieraad voor CD&V, zorgen baart. Criminaliteit is volgens Vandenbossche de voornaamste oorzaak voor de vlucht van de middenklasse naar Vlaams- en Waals-Brabant. Vandenbossche neemt ieder jaar tegen kerst de criminaliteitscijfers van Binnenlandse Zaken door. Hij vergelijkt de trends in het gewest en in de gemeente Anderlecht. Sackjacking uit auto’s is dan wel een uitschieter, met 279 gevallen in Anderlecht en 570 in het gewest, ook de algemene trends zijn verontrustend: waar het cijfer voor heel het gewest stijgt, stijgt het in Anderlecht nog meer en waar het in het gewest daalt, daalt het in Anderlecht minder. Vandenbossche: “Anderlecht staat op het vlak van drugsdelicten in de top vijf van het land. Er werden 529 feiten geregistreerd, dat is weliswaar een lichte daling van 0,03 procent, maar de daling in heel het gewest bedroeg wel 8,5 procent. Wat woninginbraken betreft, zijn de cijfers nog flagranter: in Anderlecht was er een toename van 21,1 procent, in heel Brussel een daling van 5,8 procent.” Volgens Vandenbossche is de onveiligheid de belangrijkste oorzaak van het verval van de gemeente en het vertrek van inwoners, middenstand en bedrijven. “Het maatschappelijke weefsel is aangetast. Gewelddelicten werken diep op de slachtoffers in. Er waren in 2015 936 grijpdiefstallen, dat zijn er veertig procent meer dan het jaar voordien. Ik raad dames aan om geen handtassen, halskettingen of andere tekenen van welvaart te dragen.” De politiezone Zuid is volgens Vandenbossche niet in staat om de dagelijkse veiligheid te garanderen. “De strategie is zoek, het blijft Kurieren am Symptomen, er is een aanpak, maar er komen geen oplossingen. Omdat de politie in de andere zones doeltreffender optreedt, is er sprake van een verschuivingseffect.” Het geboefte uit de ande-
re politiezones zakt volgens Vandenbossche naar Anderlecht met zijn drie belangrijke invalswegen - Bergensesteenweg, Ninoofsesteenweg en Sylvain Dupuislaan - af.” “De oorzaken zijn meervoudig: de politiezone Zuid moet zoveel manschappen inzetten voor het voetbal en vervoer voor gevangenen dat het aantal overuren niet meer te tellen is. En hier bovenop is er dan nog de terrorismedreiging.” Op korte termijn vindt Vandenbossche dat de gemeenten Anderlecht, Sint-Gillis en Vorst meer geld moeten steken in politie. “Veiligheid is een kerntaak.” Structureel moeten de politiezones gefusioneerd worden, dixit Vandenbossche. Hij pleit ook voor functionele decentralisatie, gespecialiseerde politiekorpsen die nu eens hier en nu eens daar ingezet worden volgens de noden. Vandenbossche wil naar eigen zeggen Charles Picqué (PS) en Eric Tomas (PS) niet pakken. “Onze generatie heeft gefaald, ik heb ook macht gehad, er moet een nieuwe generatie politici komen die democratisch
“De Brusselse regering draagt een verpletterende verantwoordelijkheid” Walter Vandenbossche
bestuurt én kordaat optreedt.” Wie wel de volle laag krijgt is minister-president Rudi Vervoort (PS). “De Brusselse regering draagt een verpletterende verantwoordelijkheid. Bijna drie jaar na het aantreden van de regering is er nog altijd geen globaal veiligheidsplan, de invulling van de bevoegdheid veiligheid blijft uit. Dat is ongehoord.” Danny Vileyn
De Syrische burgeroorlog laat zich voelen in de Brusselse bevolkingscijfers. Het aantal Syriërs groeide de laatste jaren exponentieel. In 2015 verdubbelde hun aantal tot ongeveer vierduizend. Over een periode van drie jaar gaat het om een verviervoudiging. De Syriërs droegen bij tot de algemene bevolkingsgroei in Brussel (+1,1 procent in 2015). Voor de uitbarsting van het conflict in 2011 groeide het aantal Syriërs in Brussel maar heel langzaam. Het land was stabiel en kende relatief weinig emigratie. De Syrische gemeenschap in Brussel telde enkele honderden leden, velen van hen christenen. De nieuwe Syriërs hebben meestal het statuut van vluchteling. “Anders dan asielzoekers worden vluchtelingen wel opgenomen in de bevolkingsstatistieken,” klinkt het bij BISA, het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse. De meesten zijn ingeschreven
in aankomstgemeenten zoals Anderlecht, Schaarbeek en Molenbeek. Zoals vaak bij nieuwe migratiebewegingen ligt het aantal mannen (2.300) hoger dan het aantal vrouwen (1.700). Over het profiel van de nieuwkomers is nog niet veel bekend. De beschikbare gegevens zijn nog niet geanalyseerd, klinkt het bij demografische onderzoekers. Volgens verschillende Syriërs gaat het om een diverse groep. “Er zijn gezinnen en alleenstaanden, mensen uit kleine en grote steden, laaggeschoolden en hooggeschoolden,“ vertelt Abdalla Omari, een kunstenaar die in Brussel terechtkwam via Parijs. België ontving relatief weinig Syrische vluchtelingen in vergelijking met bijvoorbeeld Duitsland (600.000) of de buurlanden van Syrië, waar miljoenen oorlogsvluchtelingen leven. In ons land vestigden de meeste Syriërs zich in de grote steden. “Veertig procent van alle Syriërs in België woont in Brussel,” aldus het BISA. Een ongeveer even groot aandeel woont in Vlaanderen, vooral in Antwerpen en Gent.
Laurent Vermeersch
MOBILITEIT Eerste van een reeks langverwachte bruggen krijgt vorm
Verstelbare brug over kanaal
omhoog. Simulatiebeeld van de nieuwe brug in lage en hoge stand. SINT-JANS-MOLENBEEK – In de Heyvaertwijk komt een nieuwe brug voor voetgangers en fietsers over het kanaal. De verstelbare brug vervangt een vaste brug met trappen. De werkzaamheden beginnen in maart 2017. De brug verbindt de Mariemontkaai met de Nijverheidskaai ter hoogte van de Gosseliesstraat en de Prinsesstraat, die uitgeeft op het Hertogin van Brabantplein. De bestaande brug dateert uit 1944, is alleen toegankelijk voor voetgangers en heeft niet de momenteel gewenste hoogte van zeven meter voor schepen. Om de mankementen te verhelpen, bouwt Brussel Mobiliteit een nieuwe brug met verstelbare hoogte. Dat is goed nieuws voor grotere schepen, maar ook voor fietsers en mensen met een rolstoel of kinderwagen. In lage stand ligt de brug immers gelijk met het niveau van de straat. Telkens als er een schip moet passeren, stuwt een mechanisme de brug tot de gewenste hoogte. Ondertussen blijft ze met een systeem van uitschuifbare trappen toegankelijk voor voetgangers.
Hoewel de vergunning al enkele jaren rond is, liet de werf op zich wachten. “De uitvoeringsstudies op het vlak van onder meer elektromechanica en hydromechanica hebben iets langer geduurd dan verwacht,” zegt de woordvoerster van minister Pascal Smet (SP.A). “De werkzaamheden aan de brug beginnen in maart en zullen negen maanden duren.” De werf zou geen noemenswaardig hinder mogen veroorzaken. De Gosseliesbrug is de eerste van een reeks beloofde kanaalbruggen die concrete vorm krijgt. De dossiers slepen vaak al lang aan. Eerder dit jaar kreeg de Picardbrug een vergunning. De bouw daarvan kan beginnen als de laatste bouwbedrijven aan het Becodok verhuisd zijn naar het nieuwe materialendorp dat momenteel in aanbouw is naast het Vergotedok. Daarnaast moeten er ook nieuwe bruggen komen ter hoogte van metrostation Graaf van Vlaanderen en de Ninoofsepoort. Bij het federale Brusselfonds Beliris hopen ze dat de vergunning daarvoor in het voorjaar kan worden ingediend. De werken zouden dan moeten beginnen in de loop van 2018. Laurent Vermeersch
4 I BRUZZ 1552 I Donderdag 22 december 2016
DE WEEK
IN BEELD Over enkele jaren wordt dit gebied tussen het Laarbeekbos en de Ring natuurgebied maar voorlopig mag boer Joost Magnus uit Merchtem het perceel nog bewerken. Hij toverde het deze winter om tot een reusachtig spruitjesveld. De choux de Bruxelles rijpen rustig voort terwijl het verkeer op de Ring langsraast. HUB
in het NIEUWS Wrevel over Dumonplein
Omwonenden en handelaars van het Dumonplein in Sint-Pieters-Woluwe dienen een beroep in bij de Raad van State. Ze vragen om het huidige ontwerp voor de heraanleg van het plein te vernietigen. Ze wantrouwen het gemeentebestuur, dat al diverse versies van plannen, waarin de parkeerzones onduidelijk zijn, bekendmaakte in het gemeenteblad.
Blokkage van White Star
De Molenbeekse voetbalclub White Star werd door de Voetbalbond geschorst voor de niet-uitbetaling van ex-speler Leandro Zorbo. Clubvoorzitter John Bico betwist dat en dreigt ermee om de competitie, zowel van de eerste ploeg als van het jeugdvoetbal, niet te hernemen in januari 2017.
Ontslag Vincent Riga
Vlaams schepen Vincent Riga heeft vorige maandag zijn ontslag ingediend in SintAgatha-Berchem. Tien jaar terug werd de politieke nieuwkomer bij CD&V nog de kroonprins van burgemeester Joël Riguelle (LBG) genoemd. Sinds Riga meer en meer getipt werd als Riguelles opvolger, taande de liefde. Naar Riga’s zeggen zou de burgemeester de hete lucht in de nek voelen voor de volgende burgemeesterverkiezingen. De oud-schepen blijft nog zitting hebben in de gemeenteraad als onafhankelijke. Hij wordt voor zijn schepenfuncties opgevolgd door Agnès Vanden Bremt (CD&V).
Dure kerstverlichting
La Capitale lijstte de uitgaven voor kerstverlichting op van de negentien gemeenten. Brussel-Stad is koploper met 560.000 euro,
gevolgd door Elsene (117.527 euro) en Jette (66.000 euro). Hekkensluiter is Oudergem, dat het met 10.000 euro doet, Alle Brusselse gemeenten samen gaat het om kerstverlichting die 1,6 miljoen euro kost.
en Brussel. Het Duitse parket bevestigt dat het om een vermoedelijke spion gaat.
L’Echo. Sleurs reageert verbolgen, en noemt het “lasterlijke beschuldigingen”.
Strafklacht tegen Elke Sleurs
Agenten intimideren studenten
Michel Draguet, directeur van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, heeft een strafklacht ingediend tegen zijn voogdijstaatssecretaris Elke Sleurs (N-VA), naar aanleiding van een financiële audit en wegens “tegenwerking sinds twee jaar”. Draguet beschuldigt Sleurs van intimidatie en samenspanning, schreven De Tijd en
Turkse spion opgepakt
Het Duitse boulevardblad Bild meldt dat een Turkse verdachte is opgepakt, die de opdracht zou gegeven hebben om hooggeplaatste Koerden te vermoorden in Bremen
Vier agenten van de zone Brussel-Hoofdstad-Elsene zijn voor de rechter verschenen op beschuldiging van geweld tegen twee studenten in het Ter Kamerenbos. De jongeren werden opgepakt na een klacht van een caféportier. De combi reed naar Ter Kamerenbos. Een student moest van de politie zonder jas en broek in de vijver springen. De rechtbank spreekt zich uit op 25 januari. Jean-Marie Binst
MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP © NVA
© SASKIA VANDERSTICHELE
Donderdag 22 december 2016 I BRUZZ 1552 I 5
ANALYSE Brusselse regering worstelt met mobiliteitsbeleid
Zieke Smet schietschijf van MR BRUSSEL - Minister van Mobiliteit Pascal Smet (SP.A) mag dan nog aan het recupereren zijn van een zware longontsteking, de aanvallen op zijn beleid zijn de laatste tijd haast niet meer bij te houden. ‘Minder auto’ werkt nog altijd als een rode lap op een stier. De nieuwe parkeerbesluiten zijn klaar. Die moeten vanaf 1 januari vorm geven aan het gewestelijke parkeerbeleid. Het is een sterk afgezwakt parkeerplan geworden met veel vrijheid voor de lokale besturen. De dag na de publicatie in het Staatsblad verkondigde parlementslid en burgemeester Vincent De Wolf (MR), enigszins zelfingenomen, dat het plan “minder erg is dan gedacht”. Dat klinkt even vriendelijk als denigrerend. De Wolf liet zich in het interview op BX1 nog ontvallen dat de handel en de economie in een wurggreep zitten door het mobiliteitsbeleid van Pascal Smet. Een paar dagen eerder mocht federaal minister Didier Reynders (MR) in de Franstalige pers nog het mobiliteitsbeleid van de Brusselse regering in de pan hakken. In Le Soir noemde hij Smet “een ongeleid projectiel”. In La Dernieure Heure zei hij: “Ik heb niets tegen Pascal Smet, maar wat stelt hij eigenlijk voor in Brussel?” Kritiek vanuit de oppositie hoort bij het politieke spel. Moeilijker wordt het als er geen rugdekking komt vanuit de eigen regering. Wat er twee weken geleden gebeurde, spreekt boekdelen. Nog terwijl Mobiel Brussel met de gemeenten en politiezone aan het vergaderen was over de
evaluatie van de tijdelijke inrichting van de Louizapoort, stuurde minister-president Rudi Vervoort (PS) een communiqué om te zeggen dat hij en minister Guy Vanhengel (Open VLD) “in samenspraak met Pascal Smet” beslist hadden om de versmalling aan de Louizapoort weer op te heffen. Enkele minuten later volgde een communiqué van Pascal Smet waarin die beslissing werd betreurd. Een vreemd schouwspel dat veelzeggend is voor de interne cohesie in de regering. De reeks incidenten heeft zeker te maken met de lange afwezigheid van Pascal Smet door ziekte op de ministerraden, toch een vrij uitzonderlijke omstandigheid. Minister Vanhengel heeft tijdelijk de mobiliteitsportefeuille overgenomen en heeft, zo lijkt het, niet geaarzeld om er een liberale, lees: autovriendelijke, stempel op te drukken. Toch is er meer aan de hand. Smet en het Brussels Gewest hadden in 2004-2009 ook al geen al te best huwelijk. Regeringsleider Charles Picqué (PS) zei in 2010 nog dat minister Smet zoveel verknoeid had dat de regering er alles aan moest doen om het weer recht te trekken. Smet begon er in 2014 met frisse moed opnieuw aan. Hij verlegde zijn tactiek en trok de pragmatische kaart. Minder straffe woorden, meer politiek
als de kunst van het haalbare. Proberen om de PS mee te krijgen, eventueel ook de burgemeesters. Doelstelling: een leefbare stad met minder auto’s. Dat leek even resultaat op te leveren. Smet slaagde erin om het Reyersviaduct te laten afbreken en met steun van de PS kon er een grote voetgangerszone worden ingericht in de vijfhoek. Maar daarna viel het stil. De bouwaanvraag voor de voetgangerszone is nog steeds niet ingediend. Die moet komen van Beliris, een bevoegdheid van... federaal minister Didier Reynders. Meteen een andere verklaring waarom het voor Smet heel moeilijk is om trofeeën binnen te halen. Niet alleen heeft hij het binnen de regering niet onder de markt, Smet is de enige SP.A-minister in het land en heeft op het federale niveau geen politieke medestanders. Reynders weigert bijvoorbeeld ook
“Ik heb niets tegen Pascal Smet, maar wat stelt hij eigenlijk voor in Brussel?” Didier Reynders
het project voor een autoluw Schumanplein te financieren vanuit Beliris. Over enkele maanden zit de Brusselse politiek in verkiezingsmodus. Dan nog resultaat boeken is Steven Van Garsse altijd een huzarenstukje.
De spraakmaker De Brusselse MR-schepen Alain Courtois (65) wist zich de afgelopen week tweemaal in de kijker te werken. Woensdag was een ware hoogdag voor deze vurige pleitbezorger van het geplande Eurostadion. Al is er nog geen enkele steen gelegd en moet nog veel tegenstand worden overwonnen, toch mocht Courtois, als schepen van Sport en voorzitter van het Brusselse organisatiecomité van Euro 2020, mee het logo van het kampioenschap onthullen. Op dezelfde dag bracht de RTBF de ‘handdrukaffaire’ naar buiten. Courtois is namelijk ook schepen van Burgerlijke Stand en voltrekt dus de huwelijken in de Stad Brussel. Blijkt nu dat hij de koppels niet
trouwt als de bruid weigert om hem een hand te geven. Het is één van de regels in het reglement dat Courtois eigenhandig heeft opgesteld nadat hij in 2012 schepen was geworden. “In dat reglement staat onder meer dat de koppels op tijd moeten komen, maar ook dat de schepen hen bij aankomst de hand schudt,” zegt zijn woordvoerder. In principe overhandigt de administratie het reglement aan alle trouwlustigen. Desondanks verschijnt er af en toe een bruidje voor Courtois dat om religieuze redenen weigert hem een hand te geven. Dan meldt de schepen dat hij het huwelijk niet
Alain Courtois
kan sluiten. Sinds zijn aantreden heeft hij zo al acht huwelijken – overwegend van moslimkoppels –
geweigerd. Courtois heeft er zo zijn redenen voor. “Het gaat om elementaire beleefdheid en respect. Ik wil geen religie in het stadhuis, dit is neutraal terrein,” zo liet hij optekenen. Maar overtreedt hij hiermee de wet niet? Zelf denkt hij dat het wel meevalt. “Ik zeg niet dat de koppels niet mogen huwen. Ze mogen altijd in een andere gemeente of bij een andere schepen trouwen.” Bij zijn collega Els Ampe (Open VLD), schepen van Openbare Werken, kunnen ze alvast niet terecht. “Ik zou het huwelijk niet
inzegenen, het komt over als een belediging,” zei ze in De Standaard. Unia, het gelijkekansencentrum, veroordeelt intussen de houding van de Brusselse ‘huwelijksschepen’. Directrice Els Keytsman vindt dat respect op verschillende manieren betuigd kan worden en ook dat de burger niet neutraal hoeft te handelen tegenover de overheid. Huwelijken weigeren kan voor haar niet. Courtois krijgt wel de steun van Vlaams minister van Integratie Liesbeth Homans (N-VA). Om harmonieus te kunnen samenleven gelden gedragsregels die door iedereen gerespecteerd moeten worden, vindt zij. De hand schudden is zo een gedragsregel.
Bettina Hubo
6 I BRUZZ 1552 I Donderdag 22 december 2016
INTERVIEW CARLY WIJS Nederlandse actrice en regisseur
‘Ik heb Molenbeek zien veranderen’ Het was een bewogen jaar voor de Nederlandse actrice en regisseur Carly Wijs (50), die al jaren in Brussel woont. Haar jeugdvoorstelling Wij/Zij werd onverwacht een hit op ‘s werelds grootste theaterfestival in Edinburgh en haar debuutroman kreeg meteen een nominatie. Maar er was ook de terreur. Die beleefde Wijs van op de eerste rij in haar huis in Molenbeek. “Brussel is geraakt en het heelt maar niet.”
N
a de toneelschool in Maastricht begon Wijs afwisselend in België en Nederland te werken. Toen ze een zoon kreeg, koos ze voor Brussel als standplaats en vestigde ze zich in Molenbeek. Haar carrière als actrice en theatermaakster raakte de jongste jaren in een stroomversnelling. In Nederland is Wijs een echte vedette sinds haar rol in de razend populaire tv-serie Divorce. Vier seizoenen lang kroop ze in de huid van de hysterische mantelpakjesvrouw Tamar, die haar ex de duvel aandeed. Intussen timmerde ze ook in Vlaanderen en Brussel aan de weg, maar dan in het - veel minder commerciële - theatercircuit. Wij/Zij, haar hoogst originele Bronksproductie over de dodelijke schoolgijzeling in Beslan, werd afgelopen zomer laaiend enthousiast onthaald op het Edinburgh Fringe Festival. In mei verscheen haar eerste roman, Het Twijfelexperiment, over een meisje dat met een zelfbedacht onderzoek probeert te achterhalen of haar zus wel echt gehandicapt is. Het boek werd genomineerd voor De Bronzen Uil, de prijs voor het beste debuut.
De successen stapelden zich op dit jaar. Wat doet dat met u? CARLY WIJS: Succes is een beetje re-
latief als je vijftig bent. Natuurlijk is het fantastisch als een theaterstuk over een moeilijk onderwerp, waar aanvankelijk maar weinig interesse voor is, plots zoveel aandacht krijgt. We kunnen het nog steeds niet goed vatten. Op 17 januari gaat Us/Them
in première in The National Theatre in Londen, een van de grootste theaters ter wereld. Dat is geweldig, het is ook een beetje thuiskomen, want ik ben half-Britse.
gens met wie ik wat meer contact had, durfde me amper nog te begroeten. Ik voelde de verandering gebeuren. Ik ben ook naar de politie gestapt, maar die had duidelijk geen boodschap aan mijn verhaal: een tuttige vrouw die komt klagen dat die jongeren aan het radicaliseren zijn, we hebben wel andere dingen te doen. Het bleek wel de groep te zijn die achteraf extreem geradicaliseerd is geworden.
Zowel in Wij/Zij als in uw boek gaat het om kinderen die met erg ingrijpende situaties geconfronteerd worden, terrorisme, een gehandicapte zus. WIJS: Wat mij fascineert, is hoe kin-
deren die zaken beleven. Toen ik in 2013 door Bronks gevraagd werd, was er net die terroristische aanslag op een winkelcentrum in Kenia. Mijn zoon, toen acht, zag het op tv en vertelde: “Er lag een jongetje onder het vlees en toen hebben de terroristen op zijn moeder geschoten en toen kreeg hij een reep chocola en mocht ie weg van de terroristen.” Kinderen kunnen emotioneel geen verbinding maken met zo’n drama, daarom maken ze er een clean feitenrelaas van. Die toon wilde ik pakken.
Maar hoe komt u bij die gewelddadige thematiek? WIJS: Ik heb het me ook afgevraagd,
want ik heb zelf niet zo’n gewelddadig leven. Ik denk dat het misschien te maken heeft met de plek waar ik woonde, in Molenbeek, te midden van de Abdeslams en andere jongens die later betrokken zouden raken bij de aanslagen in Parijs en Brussel. Ze woonden allemaal binnen een straal van driehonderd meter van mijn huis. Altijd al hingen er jongens rond in de straat, ze rookten jointjes, maar waren verder oké. Op een bepaald moment, rond 2012, zag ik de boel veranderen. Opeens gingen ze allemaal djellaba’s dragen, lieten ze hun baard staan en liepen ze de hele dag in en uit een winkeltje dat eigenlijk een moskee was. Een van die jon-
Is er sinds de aanslagen veel veranderd in de gemeente? WIJS: (Zucht diep) Ik heb niet het gevoel dat er constructief naar een oplossing wordt gezocht. De enige reactie is repressie. Vorig jaar in december, na de aanslagen in Parijs, ben ik met de burgemeester gaan praten. Ik wilde haar vragen om dringend het contact aan te gaan met de Marokkaanse moeders. Ik kende veel van die vrouwen, via school. Ze staan met één been in de moslimgemeenschap en met het andere in de Vlaamse maatschappij. Salah Abdeslam heeft zich maandenlang schuil kunnen houden in de gemeente. Waarom? Niet omdat die vrouwen het eens zijn met wat hij gedaan heeft, maar omdat ze geen vertrouwen hebben in de politie. Het wantrouwen is enorm. Dat probeerde ik aan mevrouw de burgemeester uit te leggen, eerst in het Frans, maar mijn Frans is beperkt. Dus zei ze dat ik Nederlands mocht praten. Maar na
“Hoe is het mogelijk dat een burgemeester van een gemeente als Molenbeek maar één taal echt spreekt?” Carly Wijs Actrice
vier zinnen bleek dat ze er niets van verstond. Ook in het Engels lukte het niet. En toen werd ik moedeloos. Hoe is het mogelijk dat een burgemeester van een gemeente als Molenbeek maar één taal echt spreekt? Ze had ook totaal geen interesse in een dialoog met die vrouwen. Voor een nieuwe Nederlandse tv-serie deed ik onlangs een politietraining in Amsterdam Oud-West, een wijk met 36.000 inwoners. Ik vroeg hoeveel radicaliseringsambtenaren er waren. Acht, en dat sinds de moord op Theo van Gogh in 2004. In Molenbeek, een gemeente met 120.000 mensen, is er na Parijs ééntje aangesteld.
Zopas ruilde u uw appartement in Molenbeek voor een optrekje vlak over het kanaal in de Dansaertbuurt. Een verademing? WIJS: Ik ben na acht jaar niet weg-
gegaan vanwege de sfeer in Molenbeek, maar vanwege beslommeringen met mijn huis. Maar inderdaad, ik begon een soort hopeloosheid te voelen, een tristesse die moeilijk te verdragen was. Als ik nu in Molenbeek loop, denk ik: het wordt maar niet beter, het heelt maar niet.
U lijkt echt verdrietig door wat er gebeurd is met Brussel. WIJS: Ja, want ik ben erg gehecht ge-
raakt aan deze stad. Ik heb vroeger ook enkele maanden in Antwerpen gewoond, maar daar houden ze niet zo van Hollanders en ik ben nogal extreem Nederlands. In Brussel heb je dat niet: iedereen komt van buitenaf, iedereen is vreemdeling. Hier kom je ook voortdurend de rest van de wereld tegen. Je voelt dat de wereld groter is dan jezelf. De enige buitenlander die je tegenwoordig in Amsterdam kruist, is de toerist met zijn rolkoffertje. Ik zal Brussel nooit de rug terugkeren, hoewel ik de volgende paar jaar wellicht meer in Nederland zal wonen. Maar dat is vooral vanwege mijn oude moeder.
Hier leidt u een vrij anoniem leven. Kunt u in Nederland nog op straat lopen zonder voortdurend aangeklampt te worden? WIJS: Dat valt wel mee. Ik speel in Di-
vorce een nogal heftige vrouw. Misschien zijn mensen toch een beetje voorzichtig als ze mij tegenkomen. Ook herkennen ze me niet zo snel, omdat ik er in het echt veel slonziger uitzie. Bovendien ben ik te oud en is mijn leven te oninteressant om vaak in de boekskes te komen In Brussel ben ik helemaal niet bekend, dat klopt. Hier rijden ze gewoon over me heen als ik in de weg sta (lacht).
Momenteel werkt u bij Bronks aan Show, een nieuwe jeugdvoorstelling. Deze keer geen geweld en agressie? WIJS: Neen, het wordt een vrolijke
productie over seks en goochelen. Veel lichter dus dan Wij/Zij, alhoewel er ook een beetje wanhoop in zit. Geen liefde zonder wanhoop. Bettina Hubo
Donderdag 22 december 2016 I BRUZZ 1552 I 7
2016
HET INZICHT
“Tot dusver omarmde ik altijd tegenwind. Als het me tegenzat, als ik veel wind tegen had, kon ik lekker strak zeilen. Ha, uitdaging! Van wind mee raakte ik altijd een beetje in paniek, omdat het zo goed ging. Dat vond ik beangstigend. Het heeft moeite gekost maar ik heb het wel leren omdraaien. Je moet ook kunnen genieten van wind mee. En bij wind tegen moet je ook een beetje geïrriteerd zijn omdat het zo langzaam vooruitgaat.”
© SASKIA VANDERSTICHELE
8 I BRUZZ 1552 I Donderdag 22 december 2016
INTERVIEW
LIEVEN DE CAUTER Professor Wijsbegeerte en cultuurfilosoof
‘Activisme is een tijdrovende en vermoeiende bezigheid’ Cultuurfilosoof Lieven De Cauter gruwt van steden die herleid worden tot grote shoppingmalls en pretparken voor toeristen, waar hangjongeren, bedelaars en politieke expressie geweerd worden. Maar, erkent hij, er zijn lichtpuntjes: de hangjongeren die erin geslaagd zijn om de privatisering van het Sint-Katelijneplein af te remmen en Parckfarm, dat een baken is voor de toekomst waar multiculturaliteit, ecologie en inpassing in de buurt samenkomen.
L
ieven De Cauter (57) combineert al sinds zijn vijftiende studeren, schrijven en actie voeren. Hij begon op zijn elfde gedichten te schrijven en werd op zijn vijftiende bekroond. Ondertussen voerde hij in het college van het West-Vlaamse Tielt actie tegen het beleid van de Chileense dictator Augusto Pinochet en verkocht hij rode anjers voor de onafhankelijkheid van de Portugese kolonie Angola. Vier decennia later heeft hij heel wat boeken geschreven, was hij betrokken bij de oprichting van BRussels Tribunal en meer recent van Hart boven Hard en verscheidene actiecomités, maar nu hij de zestig nadert, wil hij het wat kalmer aan doen. De Cauter: “Waar ik niet echt nodig ben, trek ik me terug, ik leef graag traag.” De Cauter: “Toen Wouter Hillaert me op 13 of 14 augustus 2013 mailde om Hart boven Hard op te richten tegen de neoliberale besparingspolitiek heb ik onmiddellijk ja gezegd. Ondertussen loopt Hart boven Hard vlot en hebben ze mij niet meer nodig. Activisme is een tijdrovende en vermoeiende bezigheid, er is altijd iemand die de afwas moet doen, petities bijhouden bijvoorbeeld. Waar ik me wel nog voluit voor inzet is BACBI, de academic en cultural boycot of Israël.” De Cauter vindt dat hij met zijn relaties in academische, culturele en activistische kringen het voortouw moest nemen: “Er zijn ondertussen 36 professoren van de KU Leuven die vragen dat de universiteit zich zou terugtrekken uit LAW-TRAIN, een Europees onderzoeksproject waarin met Israëlische universiteiten, politie en veiligheidsdiensten wordt samengewerkt, terwijl de Israëlische politie bekend is om haar gewelddadige ondervragingstechnieken.” De Cauter mag zich dan thuis voelen op betogingen en acties, hij is ook een intellectueel die wijsbe-
geerte doceert aan architecten aan de KU Leuven, Sint-Lucas Gent en Sint-Lucas Brussel. Zijn hoofdopdracht is aan het RITCS in Brussel. Met zijn studenten combineert hij activisme en theorie: “Ik heb bijvoorbeeld studenten die een thesis maken over de bezette gebieden of over stadsactivisme.” In de boekenkast van zijn bureau, dat uitkijkt op de Koninginnelaan vlak bij de kerk van Laken, staan veertien boeken met zijn naam op de cover. Negen eigen werken, vijf als editor of co-editor. De Cauter: “Een lefgozer van een Hollandse studente zei me onlangs, toen ze mijn boeken een voor een in de hand nam: ‘Nou mag u doodvallen.’ Dat was voor alle duidelijkheid als compliment bedoeld.”
“De stad wordt herleid tot consumeren, burgers zijn niet meer dan platte consumenten” Lieven De Cauter Cultuurfilosoof
Essays De Cauter twijfelde lang tussen filosofie en poëzie: “Ik ben nog altijd het een noch het ander, ik ben dichter noch filosoof. Mijn echte ding is essays schrijven, ik ben iemand die hoopt literatuur te schrijven door vanuit zijn ervaring te denken en dat neer te pennen. Die opvatting ligt dicht bij die van Michel de Montaigne, de vader van de essayistiek. Het genre wordt hier in Vlaanderen nog altijd gehaat. Een romancier werkt volgens de recensenten aan een oeuvre, een essayist heeft altijd maar één boek, zijn meest recente, zelfs al is het zijn veertiende.” Een van zijn recente boeken, ‘Metamoderniteit voor beginners’ leverde zeven recensies in Nederland op, onder andere door Hans Achterhuis in NRC, en twee interviews, waaronder een in Vrij Nederland. In Vlaanderen is er nog altijd geen woord over geschreven. De Cauter: “Mijn vrienden zeggen me: je hebt
niet te klagen, je wordt door gereputeerde uitgeverijen in het Nederlands en het Engels uitgegeven. Als ik bekend had willen worden, had ik maar romans moeten schrijven, maar ik heb het geprobeerd en het is niet mijn ding. Stefan Hertmans maakte er onlangs nog een grapje over: ‘Vroeger verkocht ik niet omdat ik een intellectueel was, nu ik verkoop, ben ik geen intellectueel meer.’” Lieven De Cauter komt uit een gehucht dat zelfs in West-Vlaanderen amper gekend is, de Kortekeer in Koolskamp. De plattelandsjongen zoals Marc Reynebeau hem ooit noemde, is sinds hij in 1987 in Brussel kwam wonen een overtuigde Dansaertvlaming geworden. De Cauter: “En ik heb vele uren voor mijn doctoraat gelezen in de veranda van Le Coq. Ik heb het geroezemoes van de stad nodig om te lezen, als ik aan mijn bureau zit, zijn er altijd dringendere zaken te doen.” Zijn eerste appartement bevond zich in de blokken van Hotel Central, recht tegenover De Beursschouwburg, waar het stadsactivisme in de late 20ste eeuw uitgevonden werd door de legendarische bezetting en redding van het tot afbraak veroordeelde bouwblok aan het Beursplein.
Neoliberaal vs neoconservatief Stadsactivisme betekent voor De Cauter samenwerken met de vele gemeenschappen die deze stad rijk is vanuit een ecologisch perspectief. Parckfarm, hoe bescheiden ook, is volgens De Cauter een paradigma voor de toekomst: “Er zijn ook gesluierde vrouwen die tomaten komen planten en er is het ecologische facet. In plaats van appels in te voeren uit Nieuw-Zeeland moeten we ze hier in Brussel kweken. Mensen van verschillende origine die samen groenten kweken en er misschien samen soep van maken, het zijn kleine dingen, maar wel uiterst belangrijke dingen. Je hebt ook de school in Schaarbeek
met een groentetuin waarvan er ‘s middags soep gemaakt wordt en waar ook de buurtwinkels bij betrokken worden.” De Cauter mag dan hoopvolle tekenen zien, hij kijkt met afgrijzen naar de pogingen van de stad Brussel om van de voetgangerszone ‘een grote shoppingmall’ te maken: “Voor schepen Marion Lemesre is de essentie van de stad winkelen. U herinnert zich vast haar affichecampagne, een heus manifest waarin ze in schabouwelijk Nederlands meedeelde: ‘In het hart van de stad voel je ook het jouwe kloppen, vooral in de winkels.’ De stad wordt herleid tot consumeren, burgers zijn niet meer dan platte consumenten. Haar actie om op het Sint-Katelijneplein banken weg te halen en met parasols terrassen te maken werd door jongeren die al jaren afspraak geven op het plein beantwoord met acties: ‘Free 54’. Intussen staan er weer banken en zijn de terrassen onder de bomen geschoven.” “Ook de kerstmarkt past in de verpretparking van de stad, maar toen kwam vorig jaar na de aanslagen in Parijs de lock down, en verschenen de militairen in het straatbeeld. Een botsing tussen de neoliberale stad als shoppingcenter en de neoconservatieve stad, de bezette stad onder gewapend bestuur. En na die vreselijke aanslagen werd het nog erger. Terwijl - Parijs heeft het bewezen - militairen op straat niets uithalen, je kan beter investeren in netwerken van Marokkaanse moeders, winkeliers en jonge intellectuelen van diverse origine. De aanslagen waren voor de regering maar een alibi om het leger in te zetten. In Antwerpen wou De Wever voordien al militairen inzetten tegen foorkramers en vakbonden. Deze zomer wilde hij de noodtoestand in de Grondwet inschrijven. We moeten ons met hand en tand blijven verzetten tegen de inperking van de democratie en de rechtsstaat.” Danny Vileyn
Donderdag 22 december 2016 I BRUZZ 1552 I 9
2016
HET INZICHT
“Betogers worden geweerd op de trappen van de Beurs. Dat past in de neoliberale stad. Er zijn drie mensensoorten die niet gewenst zijn in een shoppingcenter: hangjongeren, daklozen en manifestanten. De meest gepolitiseerde plek van ons land, want dat zijn die trappen, wordt nu in het kader van het consumentisme gedepolitiseerd. Dat is al een paar jaar bezig. Die plek, met het statige gebouw erachter is de meest publieke, politieke plek van België, die niet toevallig na de aanslagen spontaan de herdenkingsplek werd. We moeten de trappen en zelfs het beursgebouw reclaimen.”
© SASKIA VANDERSTICHELE
10 I BRUZZ 1552 I Donderdag 22 december 2016
INTERVIEW
LOTTE STOOPS Drijvende kracht achter Au Bord de l’eau
‘We kunnen onze kleine wereld verbeteren’ Lotte Stoops zette in 2016 haar schouders onder het veelgeprezen buurtproject Au Bord De l’Eau in Laken. Burgers heroverden samen een verloren gewaand parkje langs het kanaal, en maakten er weer een levendige ontmoetingsplek van. “Het is belangrijk dat elke wijk in Brussel zo’n plekje heeft.”
M “Wij burgers verliezen grip op die grote boze wereld, maar aan onze kleine plekjes kunnen we wel iets doen” Lotte Stoops Au Bord de l’eau
ensen maken de stad, ook in Brussel. Als geen ander wist buurtbeweging Au Bord De l’Eau dat aan te tonen afgelopen jaar. De veerkracht van de stad treffend geïllustreerd in dat ene hoekje van Laken. Lotte Stoops, één van de drijvende krachten achter dit succesvolle burgerinitiatief, blikt moe maar tevreden terug op de manier waarop ze haar buurtgemeenschap weer wat geborgenheid kon teruggeven, op een plek waar dat allesbehalve evident is. Vijf jaar geleden streek de documentairemaakster hier neer. Ze trof een wijk vol jonge kinderen, maar zonder een stukje groen om te spelen. “Wandelend langs het kanaal ontdekten wij een parkje met een fantastisch uitzicht over het water. Ooit was dat een speelplek voor de buurt, maar in 1995 - toen burgerparticipatie nog niet bestond - werd die gemeenschappelijke plek hen van de ene dag op de andere afgenomen. Het werd grotendeels omheind, om het beschadigde Monument van de Arbeid in het midden van het parkje te beschermen,” vertelt Stoops. Ze smeedde een burgercollectief om haar medeburgers te tonen hoe ze hun buurt kunnen veranderen. “We dachten gewoon aan de toekomst. Wat moet er gebeuren om hier opnieuw van te genieten? Hoe maak je dit weer leef baar? De basisfilosofie is dat we elkaar weer willen kunnen ontmoeten. De buurt heeft nood aan een ontmoetingsplek die echt voor iedereen is, zowel kansarm als kansrijk.”
Hoe hebben de pioniers de rest van de buurt meegekregen? LOTTE STOOPS: We zijn begonnen met vier gro-
te feesten gericht op kinderen. Kinderen verbinden. Met de kinderen erbij, is iedereen een moeder of een vader, los van hun achtergrond. We kregen zoveel mensen bijeen, ook zij die je niet met folders of Facebook bereikt. Pas dan
begon fase twee van de participatie, waarbij we praatten met de mensen en hen vroegen hoe zij het park wilden inrichten. Met die ideeën zijn we dan aan de slag gegaan. Spontaan begonnen mensen aan te bieden om mee te helpen. We hadden een bar, met gratis water en grenadine, zodat de mensen die het niet breed hebben mee konden feesten. Mensen konden zelf komen barbecueën. Samenkomen rond eten werkt erg verbindend, en dit is de perfecte plaats voor een publieke barbecue. Je zit buiten de bewoning, je zit vlak aan het water. Het is een zeer veilige zone om mensen elkaar te laten ontmoeten. Onze ambitie reikte verder dan die feesten. Je bereikt ook mensen die je normaal niet bereikt, als je hen kunt verzekeren dat er elke zondag iets is. Die regelmaat hebben we deze zomer gebracht. Dat was een hefboom om veel volk aan te trekken. Dankzij ons lobbywerk om een deel van de hekken uit het park te krijgen, zie je daar nu op gewone dinsdagen kinderen voetballen en leren fietsen. Volgend jaar hopen we een extra fietsparcours te maken, en speeltuigen die heel de week kunnen blijven staan. Geen te grootse dingen, want we willen dat die plek helemaal heraangelegd wordt. Ook mentaal hebben wij heel veel mensen bijeengekregen, tot ver buiten de buurt. Veel Brusselaars hebben dat stukje Laken ontdekt, terwijl het een buurt was waar nooit over werd gepraat. Het leek alsof Laken ineens bestaansrecht kreeg. Dat alleen al is heel erg goed.
Blijft Au Bord De l’Eau de komende jaren? STOOPS: Veel buren vragen me nu al wanneer
het weer begint. Het leeft en het kan. We hebben die plek op de kaart gekregen. Het is wel jammer dat je als burgerinitiatief hier en daar financiële steun moet blijven sprokkelen. Wij hebben het participatief budget van de stad Brussel gekregen, en steun van de Koning Boudewijnstichting. Die zoektocht naar geld is tijdrovend en slopend. Structurele steun is er alleen voor verenigingen. Ook voor burgerinitiatieven zou er een soort structurele financiële ondersteuning van een paar jaar aan een stuk moeten kunnen komen, zonder dat wij een vereniging moeten worden. Een participatief proces duurt langer dan een jaar. Burgerinitiatieven kunnen heel veel realiseren, maar het zou goed zijn als de politiek over langere tijd het vertrouwen geeft aan burgers om een budget te beheren. Dat is interessant, omdat burgers dat budget altijd zo economisch mogelijk zullen gebruiken. Zij denken goed na over hoe ze met het budget zoveel mogelijk kunnen doen voor hun gemeenschap. Als bewonersinitiatief krijgen wij veel gemakkelijker andere bewo-
ners mee. Terwijl het formeler is als een vereniging mensen aanspreekt, van wie iedereen weet dat het hun job is om iets te organiseren. Het is een voordeel om een burgerinitiatief te blijven, bewoners onder bewoners, maar gratis kan je dat niet blijven doen. Wij kunnen heel veel, maar dan moet het vertrouwen volgen.
Hoe waren de reacties van de politiek? STOOPS: De politiek vindt alles geweldig, want
wij zijn hun beleidsteksten in realiteit. De buren elkaar laten ontmoeten, sociale cohesie bevorderen: alles wat zij zouden moeten doen, doen wij in hun plaats. Natuurlijk vinden ze dat goed.
Zelfs een openluchtbad bouwen is jullie gelukt, samen met de organisatie Pool is Cool. STOOPS: Zelfs dat. Ik geloof dat minister Pascal
Smet (SP.A) graag een zwembad wil, maar als hij geen medestand kan vinden in het parlement, dan kan hij dat niet doen. Wij wel. Het is flauw om nu te zeggen: “Kijk eens, wij doen wel wat de politiek niet kan.” Het lukt ons omdat we dat logge systeem niet hebben. Wij hoeven niet een jaar op voorhand al met een beleidsplan te komen. Meestal zitten bewonersinitiatieven erg juist qua methode en aanvoelen van de noden. En toch: je mag veel van burgers verwachten, maar niet dat ze gratis taken van de overheid overnemen. Het klopt dat veel bewonersinitiatieven één of twee jaar bloeien en dan in elkaar zakken, omdat de trekkers zoals ik - door de financiële onzekerheid uiteindelijk op zijn. Au Bord de l’Eau had dit jaar het momentum, maar blijft dat heel lang bestaan? Als wij het niet meer kunnen omdat er geen centen zijn, gaat de politiek het effectief overnemen? Ik weet het niet. Ik hoop van wel natuurlijk. Als je ziet dat zoiets werkt, dan zou de politiek zelf voorstellen moeten doen en bekijken hoe ze ons kunnen ondersteunen. Dit is wat we in deze wereld nodig hebben. Mensen die ongeacht hun origine of religie elkaar ontmoeten, omdat ze buren zijn en weten dat ze samen nog een aantal jaar moeten door ploeteren. En omdat ze geloven dat het beter is dat ze elkaar wat kennen. Het is belangrijk dat elke wijk zo zijn plekje heeft. Je zou zo’n plekje het best op iedere kilometer in Brussel kunnen hebben. Burgerinitiatieven komen nu wel sterk op in België, en dat is ook logisch. Wij burgers verliezen grip op die grote boze wereld, maar aan onze kleine plekjes kunnen we wel iets doen. We kunnen onze kleine wereld verbeteren, hopen dat iedereen dat op zijn manier doet, en dat na een tijd de hele wereld weer verbetert. Thomas Verbeke
Donderdag 22 december 2016 I BRUZZ 1552 I 11
2016
HET INZICHT
“Ik moet opletten dat ik niet overdrijf. Het heeft allemaal heel goed gewerkt, maar ik was heel moe aan het eind. Ook het inzicht dat samenleven kan. Dat we te veel schrik hebben voor de kijk van een ander. Mensen staan allemaal vrij open om elkaar te ontmoeten. Heel vaak denken wij voor een ander, wat ze wel of niet zullen willen. Denk dus niet te veel voor een ander, maar ontmoet die ander echt en ontdek dat die ook wel open staat voor jou.”
© SASKIA VANDERSTICHELE
12 I BRUZZ 1552 I Donderdag 22 december 2016
INTERVIEW
ISMAëL SAIDI Schrijver, regisseur en acteur
‘Mijn leerkrachten hebben mijn leven gered’ Ismaël Saidi (40) brak door met de kaskraker Jihad (2014), een theatervoorstelling over drie Schaarbekenaren die naar Syrië trekken. Half januari gaat opvolger Géhenne in première, het tweede luik van zijn trilogie over radicalisering. Hij schreef dit jaar ook zijn eerste roman én een boekje dat de Koran uitlegt aan jongeren. “Onderwijs en cultuur, dat zijn de sleutels. Neem nu de taalkwestie: hoe kunnen we zeggen dat bevolkingsgroepen zich niet mogen afzonderen, als de bestuurders van dit land precies hetzelfde doen?”
A
l 71.000 Franstalige Belgen kwamen kijken naar Jihad, dat Saidi schreef nadat hij op Facebook de foto van een oud-klasgenoot in Syrië had gezien. In Nederland en Frankrijk toeren vaste gezelschappen al anderhalf jaar met de voorstelling en ook in Italië, Canada en Japan staan tournees op stapel. “Opvolger Géhenne - een bijbelse naam voor ‘hel’ - gaat over een terrorist die een aanslag heeft gepleegd en daardoor in de gevangenis belandt,” vertelt de schrijver-regisseur-acteur in zijn kantoor op de Oude Graanmarkt. “Zelf zit hij sindsdien in een rolstoel. Hij weigert te praten met een imam en dus sturen ze een priester op hem af. Mijn vraag was: kun je iemand deradicaliseren of niet?” Saidi schrijft in een razend tempo. Afgelopen oktober kwam zijn eerste roman uit, Rachel et Rosa, over een joodse en een moslima die samen een kamer in een bejaardentehuis moeten delen. “Ik dacht aan een uitspraak van Jacques Brel: ‘We hebben allemaal op dezelfde manier tandpijn.’”
Mentale foltering
“De rode draad in mijn werk is identiteit. De mogelijkheid om heel erg op elkaar te lijken, terwijl we toch heel verschillend zijn. Ik heb mijn identiteit moeten construeren, en ben daar zo lang mee bezig geweest dat ik niet anders kan dan erover schrijven. Ik ben een zoon van immigranten uit Marokko die eind jaren zestig naar België zijn gekomen. Ik ben geboren in een land dat in beginsel niet het mijne was. Ik was de
zoon van moslims die naar een katholieke school ging, een tiener uit het getto die voortdurend door de politie werd gecontroleerd, en later zelf een flik.” “Vanwaar die obsessie met identiteit? Omdat ik nog altijd niet helemaal weet wat ik ben,” zegt Saidi. “Het heeft me een half leven gekost voor ik eruit was. Nu zeg ik dat ik een Belg 1.1 ben, een geüpdatete Belg. Ik wil graag dat mijn kinderen niet dezelfde mentale foltering moeten ondergaan. Maar ik heb de indruk dat het voor hen makkelijker is. Ze hebben vriendjes met allerlei achtergronden, ze maken geen onderscheid.” “Toen ik een jaar of 15 was, was ik verliefd op een vriendinnetje, Gabrielle. Toen ik te weten kwam dat ze joods was, vroeg ik me af of het wel kon. Maar dankzij haar besefte ik dat dat allemaal onzin was. Op haar manier is zij een vaccin gebleken. Ik denk dat dat een groot geluk is geweest. In alles wat ik doe, probeer ik jongeren te bereiken, probeer ik het vaccin dat voor mij werkte, na te bootsen.” Midden februari verschijnt daarom een boekje dat hij samen met de bekende Franse islamoloog Rachid Benzine schreef: Finalement, il y a quoi dans le Coran? “We leggen de Koran uit, maar met veel humor, en aangepast taalgebruik voor jongeren.” Saidi’s vader kwam als gastarbeider naar België, en werd later patron van zijn eigen taxibedrijf. “We waren thuis met vijf kinderen, ik ben de tweede. Buiten sprak iedereen Frans, thuis mochten we alleen Arabisch praten. Ik moest van harde schijf veranderen telkens als ik thuiskwam. De literatuur en de muziek, dat waren mijn toevluchtsoorden. Mijn vader nam me mee in
zijn taxi naar boekhandel Pêle Mêle aan Lemonnier, waar je een boek kon kopen voor 5 Belgische frank en ik urenlang snuisterde. Ik was de enige thuis die ook mijn vaders liefde voor de film deelde, dus nam hij me op woensdagmiddag mee naar Cinema Ambassador aan de Beurs. Hij gaf de ouvreuse – die had je toen nog – 20 frank om achteraf buiten met mij te wachten tot hij me kwam oppikken.”
Twee werelden Secundair onderwijs volgde hij in twee scholen. “Eerst een Schaarbeekse ‘gettoschool’, na drie jaar heeft mijn vader me ingeschreven op het Koninklijk Atheneum in Sint-Lambrecht s-Woluwe. Dat waren twee werelden die niets met elkaar te maken hebben. Eerst was ik omringd door mensen die op me leken, daarna was het net het omgekeerde. Dat was goed om je eigen cultuur onder de loep te nemen en niet alles voor waar aan te nemen.” “Ik heb nog altijd contact met een leerkracht Latijn uit Schaarbeek. Zij zag dat er meer in mij zat. Ze nam me mee naar het theater, nam boeken voor me mee. Toen ik voor het eerst op het podium stond, was dat in een toneelstuk dat zij regisseerde. Die band kun je nooit meer doorknippen. Wat mij het leven heeft gered, waren mijn leerkrachten.” Na het succes van Jihad schreef Saidi in 2015 met islamoloog Michaël
“Ik had een joods vriendinnetje toen ik 15 was, dat is een vaccin geweest” Ismaël Saidi Schrijver, regisseur en acteur
Privot een manifest voor een Belgische islam. Met daarin ‘radicale voorstellen’, zoals een Belgische opleiding voor imams, en een gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de bestuursraden van moskeeën. “We wilden een godsdienst die past bij onze Belgische cultuur. Religie is iets wat je in de privacy van je eigen huis beleeft. Er is een identiteit die vóór de religieuze groep komt, en dat is de Belgische. Ik voel me een islamitische Belg, een moslim-Europeaan, duizend keer meer verwant met jou dan met een Indonesische of Malinese moslim. Maar de reactie was heel negatief.” Een half jaar na dat moslimmanifest ontploften de bommen in Parijs, en later ook in Brussel. “Na de aanslagen veranderde de houding tegenover onze ideeën. Nu hoor ik dat bijna alles waar wij anderhalf jaar geleden voor pleitten ook wordt toegepast in de moskee.”
Getto “Moslims troepten samen toen ze naar België kwamen. Dat is wat ik het getto noem, waar ik ook in opgroeide. De tweede generatie, die hier heeft gestudeerd en van wie de meerderheid middenklasse is, zou gerust ergens anders kunnen wonen. Maar er is ook het ‘morele getto’. Het is makkelijker om ‘onder ons’ te blijven.” “Ik heb drie zonen van 17, 12 en 9. Het belangrijkste wat ik hen meegeef is om niemand te veroordelen, en altijd nieuwsgierig te zijn. Ik ben bijvoorbeeld een praktiserende Belgische moslim, maar dat is mijn keuze en ik verwacht niet dat ze me daar automatisch in volgen. Als mijn zoon atheïst of jood wil worden, is dat prima. Je moet leven in vrijheid, en daarbij anderen blijven respecteren.” Saidi ziet helder wat we kunnen doen om iedereen dat respect aan te leren. “Onderwijs en cultuur, op elk vlak. Neem nu de taalkwestie: ik ben opgegroeid in een tijd waarin er absoluut geen contact was tussen Frans- en Nederlandstaligen in Brussel. Daarmee creëer je twee identiteiten in dezelfde stad. Dat houdt geen steek. Ik heb de Vlamingen ‘ontdekt’ toen ik politieagent werd, omdat de meerderheid van het korps Nederlandstalig was. Tevoren had ik veel vooroordelen.” “Hoe kunnen we de sociale mix tussen bevolkingsgroepen aanmoedigen, en zeggen dat gemeenschappen zich niet mogen afzonderen, als de bestuurders van het land precies hetzelfde doen? Het land is communautair opgesplitst tussen twee gemeenschappen die hier altijd al waren. Waarvan het enige verschil de taal is.” “Wat ik wil aanmoedigen, is dat Vlamingen en Franstaligen meer met elkaar gaan praten, elkaar ontmoeten. Dan krijg je zin elkaars taal te begrijpen. Maar dat gebeurt niet. Niet alleen de school is gescheiden, alles is geregionaliseerd en steeds meer apart.” Sara De Sloover
Donderdag 22 december 2016 I BRUZZ 1552 I 13
2016
HET INZICHT
“Er is geen verschil tussen de aanslagplegers, het zijn allemaal smeerlappen die mensen doden. Maar het verschil tussen de aanslagen in Brussel op 22 maart en die in Parijs was dat het mannen waren die hier woonden, in Schaarbeek. Mijn zoon van 17 nam die ochtend dezelfde metro als de aanslagplegers. Hij is uitgestapt in Schuman, één halte voor de metro in Maalbeek ontplofte. Ze hebben de metro doen exploderen die ze elke dag namen, ze zijn zeker dat ze mensen kenden die ze gedood hebben. De haat is heel ver gekomen. We kunnen niet meer gewoon toekijken en niets doen. Daarom wil ik blijven spelen voor jongeren, alleen via hen kunnen we de dingen veranderen.”
© SASKIA VANDERSTICHELE
14 I BRUZZ 1552 1551 II Donderdag Donderdag22 22december december2016 2016
INTERVIEW
INE VAN WYMERSCH Magistraat bij het Brussels parket
‘Als je niet bevlogen bent in dit werk, stop je beter’ “Het is mee haar verdienste dat het standaardantwoord in de magistratuur niet langer ‘geen commentaar’ is,” oordeelde de jury die openbaar aanklager Ine Van Wymersch uitriep tot Woordvoerster van het Jaar. Als ‘dochter van’ groeide ze op met politiezaken, maar het was haar ervaring als leidster in de jeugdbeweging die haar naar het Brusselse parket leidde. En de bevlogenheid blijft overeind. “Waarom zijn meisjes in Vlaanderen beter beschermd tegen loverboys dan die in Brussel?”
T
oenmalig parketwoordvoerster Wenke Roggen gooide Ine Van Wymersch (36) in de zomer van 2010 voor de leeuwen. Roggen moest als magistraat naar een gijzeling en had tegelijk persdienst. Bij justitie is geen geld voor fulltime woordvoerders. Dus vroeg ze Van Wymersch, toen nog gerechtelijk stagiaire, om de pers te woord te staan. “Ik vond het spannend om te doen, en leuk ook.” Inmiddels is Van Wymersch coördinator van de groep en uitgegroeid tot een begrip voor de Brusselse pers. Ze neemt ongeveer drie dagen op de vijf voor haar rekening, en ook drie weekends op de vijf. “Er zijn wel vrienden die me vroegen: kan jij je telefoon eens niet wegleggen? Intussen weten ze ook al dat ik alleen opneem als het van belang is. Allez, voor mij dan (lacht). Ik wíl ook degene zijn die opneemt. Als ik thuis ben en er gebeurt iets ernstigs, zou ik het erg vinden als ze me niet zouden bellen.”
Ontspannen in de file Openbaar aanklaagster en parketwoordvoerster tegelijk: “Dat is bij momenten ingewikkeld en hectisch, maar ik denk wel dat ik van nature stressbestendig genoeg ben om de prioriteiten juist te leggen. De ritten van en naar huis in Overijse zijn voor mij hét moment om ‘los te koppelen’. Op het werk wil iedereen vanalles, thuis ook. De tijd in de auto is het enige moment dat ik helemaal voor mezelf heb. Ik regel een babysit voor het weekend bijvoorbeeld, bel vrienden op om bij te praten, of luister naar de radio met een koffie. Ik sta wel in de file, maar dat ontspant mij op een bepaalde manier (lacht).”
Het was ook in de wagen, onderweg naar het werk, dat Van Wymersch op de radio hoorde over een explosie in Zaventem. “Ik kan niet zeggen dat ik paniek of angst voelde, op dat moment val je terug op professionele reflexen. Om een voorbeeld te geven: twee dagen na de aanslagen stapte ik spontaan richting metro om naar het crisiscentrum te sporen. Ik wou uitstappen aan KunstWet. Dan kom je bij dat politielint en denk je: ‘Ah ja, juist.’ Dat zegt iets over de kunstmatige afstand die je voor jezelf creëert om staande te blijven.” “Ik hielp mee bij de omkadering van de nabestaanden bij de identificatie van de dodelijke slachtoffers, en dat is geen evidente zaak. Op dat moment had ik wel het gevoel dat we met iets zeer zinvols en concreets bezig waren. Wij konden zorgen dat de mensen die een naaste misten, niet doelloos hoefden rond te dolen, maar in de uren van wachten werden opgevangen in het Militair Hospitaal, met een koffie. Uiteraard hebben ze daarmee de persoon die ze verloren hebben niet terug. Het is een kleinigheid, maar iemand moet het wel organiseren. Ik ben nog altijd heel blij dat ik die taak mócht doen.” Twee maanden later werd Van Wymersch uitgeroepen tot Woordvoerster van het Jaar. “Dat was een lichtpuntje in een zware tijd. Zo absurd: feest, bloemen, een prijs. Wij waren op dat moment nog be-
“Jongeren moeten het gevoel krijgen dat ze ertoe doen, dat iemand hen belangrijk vindt” Ine Van Wymersch Magistraat Brussels parket
zig met het teruggeven van spullen aan nabestaanden, de heropening van metrostation Maalbeek was net achter de rug. In die zin vond ik het heel fijn dat er een eervolle vermelding was voor alle crisiscommunicatoren na de aanslagen. De dagen ervoor hadden we met de federale procureur nog keihard gewerkt aan het voorbereiden van zijn getuigenis voor de parlementaire commissie. Net na de commissie zat ik om zeven uur ‘s avonds alweer op een trein naar Lyon, voor een conferentie over slachtofferidentificatie van Interpol.” “Los daarvan was deze prijs, denk ik, een erkenning voor de weg die we op het Brussels parket de afgelopen jaren hebben afgelegd, met meer nadruk op transparantie en open communicatie met het publiek.”
Beste van twee werelden Haar vader Guido is nog tot eind van dit jaar korpschef in de zone Brussel Hoofdstad–Elsene. “Mijn moeder heeft altijd de communicatie gedaan voor een privébedrijf. Ik denk dat ik in mijn job misschien het beste van die twee werelden kan combineren. Mijn ouders hebben me gestimuleerd om woord, toneel en voordracht te doen, en ik ben de vaste speecher op familiefeesten. Daarnaast wilde ik altijd iets doen wat relevant was. Als je leidster bent in de Chiro en de speelpleinwerking, zie je toestanden waarbij je denkt: ‘Het wiegje van die kinderen stond duidelijk niet op dezelfde fijne plek als het mijne.’ Vanuit dat rechtvaardigheidsgevoel heb ik rechten gekozen.” Vijf jaar lang werkte Van Wymersch op het jeugdparket. Sinds september zit ze op de ‘permanentie’, de eerstelijnsdienst van het parket. Maar de jeugd blijft haar grote liefde. “Enerzijds beschermen we kinderen die in gevaar verkeren. In soms acute crisissituaties moet je beslissen een kind tijdelijk te plaatsen. Ik ben mij altijd zeer goed bewust geweest van de ingrijpende gevolgen, dat de kinderen zich dat vermoedelijk hun hele leven zullen herinneren. Dat ze die dag na school door agenten in burger naar een instelling zijn gebracht. Ik hoop altijd dat ik de juiste beslissing heb genomen, maar het moet soms snel gaan.” “Anderzijds proberen we minderjarigen die feiten plegen, weer op het rechte pad te krijgen. Sommi-
gen noemen dat naïef en dweilen met de kraan open, ik vind dat prioritair. Als we inzetten op de minderjarigen, zullen we automatisch de instroom bij de meerderjarigen kunnen beperken. Minderjarigen die feiten plegen, zitten bijna altijd in een problematische opvoedingssituatie. Maar er zijn absoluut voorbeelden waar het ons lukt de situatie om te draaien. Vaak komt het erop neer dat jongeren het gevoel moeten krijgen dat ze er wél toe doen. Dat ze voelen dat iemand naar hen omkijkt, iemand voor wie het een verschil maakt of ze nu wel of niet een diefstal plegen. En dat gevoel zijn heel veel jongeren kwijt.” (op dreef) “Slachtoffers van ‘loverboys’ kunnen in Vlaanderen opgesloten worden in een gesloten instelling om hen te beschermen, zonder dat ze daarvoor een misdrijf gepleegd moeten hebben. Ben je gedomicilieerd in Brussel, dan moet je eerst al een zwaar misdrijf gepleegd hebben voor we je kunnen plaatsen. Ik vind het fundamenteel onrechtvaardig dat er onderscheid wordt gemaakt in welke zorg we als maatschappij dragen voor die meisjes, op basis van hun domicilie. Uiteindelijk staat in onze Grondwet dat een kind een kind is.” “Ik blijf erop hameren dat er geïnvesteerd moet worden in de bijzondere jeugdzorg. Er is een schrijnend tekort aan middelen om een echt alternatief te bieden voor de straat. (lacht even om haar eigen felheid). Ja, ik ga er elke keer weer in op. Maar als je niet bevlogen bent als magistraat, als je niet overtuigd bent dat het zin heeft, stop je beter. Je kunt niet zeggen tegen jongeren: ‘Sorry, het is halfzes.’ Ik vind dat we daar een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben.” Voor haar eigen kroost – een meisje van 8, een jongen van 6,5 en identieke tweelingjongens van 5 – geldt dat kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit. “Ik heb een man die mij mijn eigen carrière gunt. Hij is zelf gemeentesecretaris in Overijse, maar wel een goed georganiseerde constante factor in ons gezin. Hij begrijpt dat ik er soms niet geraak. Dan springt hij in, maar hij trekt tegelijk ook aan de noodrem als ik te lang niet thuis ben geweest. Dan zegt hij me dat het tijd is om een keer op woensdag een dag vakantie te nemen.” Sara De Sloover
Donderdag 22 december 2016 I BRUZZ 1552 I 15
2016
HET INZICHT
“De kracht van mensen mag niet onderschat worden. Met de aanslagen van 22 maart hebben we gezien hoe vernietigend mensen kunnen te werk gaan, maar heb ik ook ervaren hoe mensen boven zich uit kunnen stijgen. Iedereen die betrokken was bij de nasleep van de aanslagen, heeft de enorme onderlinge solidariteit kunnen ervaren. Politieagenten, hulpverleners, stille anonieme krachten, de sereniteit van nabestaanden en slachtoffers. Ook bij het parket boden mensen die vrij waren spontaan hun hulp aan. Het feit dat we op eigen kracht bergen kunnen verzetten en het verschil maken, stemt mij optimistisch.”
© SASKIA VANDERSTICHELE
16 I BRUZZ 1552 I Donderdag 22 december 2016
INTERVIEW
ALAIN DENEEF Intendant Brussels Metropolitan
‘Molenbeek zal ons nog met verstomming slaan’ De aanslagen hebben Brussel getekend in 2016, maar geven ook voor nieuwe kansen, zegt Alain Deneef van werkgeverscoalitie Brussels Metropolitan. “De negatieve aandacht voor Molenbeek heeft het potentieel van een ongelooflijke reclamecampagne die niemand ooit had kunnen betalen.”
A
lain Deneef (56) verdiende zijn sporen in het bedrijfsleven en is intendant van Brussels Metropolitan, de coalitie van de regionale en federale werkgeversorganisaties. Daarnaast is hij heel actief in tal van verenigingen, waaronder het Fonds Europese Wijk. Met Aula Magna stimuleerde hij het debat over de toekomst en de identiteit van Brussel.
kosmopolitische stad van Europa zijn. Wij zijn tegelijk Marseille én Genève. De aandacht voor Molenbeek is nog vaak negatief, maar heeft het potentieel van een ongelooflijke reclamecampagne die niemand ooit had kunnen betalen. Het komt erop aan dat positief te draaien. Hetzelfde met de wereldfaam die we hebben als centrum van de Europese beslissingsmacht. We moeten duidelijk maken dat de wereld van morgen en het Europa van nu hier tot stand komen.
Hebben de aanslagen het idee van de Brusselse identiteit niet onderuit gehaald?
De Europese instellingen zijn cruciaal voor kosmopolitisch Brussel. Dreigt een Brexit de positie van internationaal Brussel te ondermijnen?
ALAIN DENEEF: Door de angst hebben mensen
zich tijdelijk teruggeplooid op de eigen groep. Maar er is ook iets positiefs. Er is meer begrip van de verschillende realiteiten in onze stad. De Brusselse identiteit bestaat, alleen wordt ze door verschillende groepen anders ervaren. Mensen in Molenbeek voelen zich ongetwijfeld Brusselaar. Veel Europeanen ook, en rijke mensen in Ukkel evenzeer. Maar niet op dezelfde manier. Dat is onze charme en onze rijkdom, maar ook onze moeilijkheid.
Hoe kunnen we de cohesie en het wederzijds begrip versterken? DENEEF: Er is maar één manier: mensen bij
elkaar brengen. Daarvoor moeten we de initiatieven vermenigvuldigen. Jammer dat we daarvoor zoiets extreems hebben moeten meemaken, maar mensen weten nu dat er ernstige sociale en cultuurgebonden problemen zijn in Molenbeek en gelijkaardige wijken. Tegelijk ontdekken meer mensen dat Molenbeek ook een ongelooflijke bron van innovatie is. En dat zal nog groeien, want daar zit de jeugd. Natuurlijk moeten we ervoor zorgen dat die begeleid wordt, zodat de creatie positief is. En uiteraard moeten we ook de problemen aanpakken. Het kan niet dat een gemeente duizenden van haar inwoners niet kent. Maar Molenbeek is naast een probleem ook een opportuniteit. Door de aandacht is het aantal positieve initiatieven niet meer te tellen. Molenbeek zal verrijzen en ons met verstomming slaan.
De naam Molenbeek duikt steeds meer op in het straatbeeld. Het wordt een bron van fierheid. DENEEF: Absoluut en daar moeten we op inspe-
len. Voor het imago van Brussel moeten we uitspelen dat we de meest multiculturele én
DENEEF: We’d better not take anything for gran-
“Met zelfrijdende auto’s hebben we minder wegcapaciteit nodig” Alain Deneef Intendant Brussels Metropolitan
ted. Weinig mensen hadden een jaar geleden hun geld ingezet op een Brexit, of zes maanden geleden op een overwinning van Trump. Europa verkeert in een staat van verwarring. Het is onduidelijk of we naar meer of minder eenheid gaan. We mogen dus niet uitsluiten dat er een grote heronderhandeling van de EU komt. Een van de uitkomsten zou kunnen zijn dat het parlement voltijds naar Straatsburg gaat. Let’s hope for the best, but prepare for the worst.
Met dank ook aan café Grand Central van Frédéric Nicolay. Maar goed ook, want het Huis van de Europese Geschiedenis zal straks een pak mensen naar de buurt brengen. We moeten de publieke ruimte verder animeren. Door dergelijke initiatieven zullen Europeanen zich Brussel toe-eigenen en omgekeerd de Brusselaars Europa.
Ander belangrijk thema van 2016 was de mobiliteit. Met Brussels Metropolitan pleit u voor een kilometerheffing. Waarom? DENEEF: Het is veel intelligenter om het gebruik
van een wagen te belasten dan het bezit. Zo zullen mensen hun verplaatsingen in vraag stellen. Anders gaan we er niet komen. Er is een mental shift nodig, voor we kunnen komen tot een modal shift en een mobility shift. Daarnaast moeten we ons afvragen of we nog zoveel moeten investeren in infrastructuur. Met een kilometerheffing kunnen we het verkeer een beetje verminderen. Bovendien krijgen we binnen 15 tot 20 jaar zelfrijdende en onderling communicerende auto’s. Die kunnen veel dichter op elkaar rijden, dus hebben we minder wegcapaciteit nodig. Is het dan nog zinvol om zoveel miljoenen te investeren in de verbreding van de Ring? Dezelfde vraag kunnen we stellen voor verdere uitbreidingen van de metro. Met minder auto’s kunnen we meer eigen beddingen maken voor bus en tram. De elektrische fiets zal ook een verschil maken in onze heuvelachtige stad. Ondertussen groeit ook de S-trein langzaam maar zeker uit tot een tweede metronet.
Elk gewest voert wel nog altijd een eigen mobiliteitsbeleid. De metropolitane gemeenschap moest een coördinerende rol spelen, maar die komt maar niet van de grond… DENEEF: Het blijft voorlopig een lege doos om-
dat de politiek, vooral aan Vlaamse kant, niet overtuigd is. Het enige wat we kunnen doen, is rond de tafel gaan zitten rond concrete projecten, zodat alle partijen tot de conclusie komen dat er vooruitgang is. Op termijn kunnen we dan evolueren naar een permanent overlegorgaan, en, nog later, een operationele entiteit. Bijvoorbeeld een agentschap om het openbaar vervoer in de hele metropool te beheren. In veel Europese steden bestaat dat al lang. Wij gaan er komen, maar het vergt tijd en inspanningen door onze institutionele complexiteit. Ons federalisme is nog een beetje onvolwassen.
De luchthaven is nog zo’n gevoelig dossier. De Brusselse regering minimaliseerde het belang voor de economie naar aanleiding van het belangenconflict over geluidsboetes.
Wat kan Brussel hieraan doen?
DENEEF: De sluiting van de luchthaven na de
DENEEF: We moeten het idee van Eu-
aanslagen was een ramp voor Brussel. Wie zegt dat Zaventem losstaat van het Brusselse weefsel maakt een foute analyse. De nabijheid van de luchthaven is een troef voor de Europese functie van Brussel, voor onze logistiek en voor het toerisme. Tegelijk is het ook een nadeel, maar de problemen kunnen opgelost worden met goede wil van alle partijen. Laten we ook niet vergeten dat vliegtuigen steeds stiller worden. Het lawaai is veel minder dan tien jaar geleden. We moeten absoluut werk maken van een vliegwet. Voor de bedrijven op de luchthaven is juridische onzekerheid erger dan geluidsboetes. Het klopt dat slechts tien procent van het luchthavenpersoneel uit Brussel komt. Aan het Gewest om ervoor te zorgen dat onze werklozen klaar zijn voor de vacatures. De luchthaven wil het aantal jobs verdubbelen tegen 2040. Daar heeft de Brusselse overheid een kans om het aandeel aanzienlijk op te trekken.
ropa laten leven en bloeien. En waar kan dat beter dan in de Europese hoofdstad? Er zijn proportioneel nergens zoveel Europeanen samen als hier. Vandaag is hun relatie tot de rest van de stad niet optimaal. En dan druk ik mij zacht uit. Ik zie een parallel met de kloof tussen de Europese instellingen en de meerderheid van de Europeanen. Het is mijn diepe overtuiging dat we met een betere relatie tussen Europa en de stad ook het Europese idee opnieuw een plek kunnen geven in de harten van veel mensen.
Hoe ziet u dat concreet? DENEEF: Het sociale leven in de Europese wijk moet beter. Met de vzw Equama proberen we daartoe bij te dragen. Initiatieven zoals European Canteen en European Winter Market brengen mensen van allerlei pluimage bij elkaar. Het Jean Reyplein evolueert van een minerale vlakte naar het epicentrum van de wijk.
Laurent Vermeersch
Donderdag 22 december 2016 I BRUZZ 1552 I 17
2016
HET INZICHT
“De aanslagen en de problemen met de mobiliteit sterken mij in de overtuiging dat zowel de politiek, de bedrijven als het middenveld een tandje moeten bijsteken. We moeten het provincialisme en het parochialisme achter ons laten. De uitdagingen zijn immers groter dan ooit. We moeten worden wat we zijn: een kleine wereldstad. Laten we dus openstaan voor de wereld en kijken naar hoe andere steden problemen oplossen. Wie zegt dat Brussel door de institutionele complexiteit en andere specificiteiten niet te vergelijken is, vertoont eigenlijk een verdoken hoogmoedigheid. Laten we onze bescheidenheid koesteren en leren van anderen.”
© SASKIA VANDERSTICHELE
18 I BRUZZ 1552 I Donderdag 22 december 2016
INTERVIEW
KRISTINE DE MULDER Directeur van Europalia
‘Vaak helpt een lange slapeloze nacht’ Vijftien jaar archeologische research en schrijfwerk voor de vrt, vijftien jaar communicatie in de verzekeringswereld, vijftien jaar Europalia. In drie shiften tot 66 jaar, de carrière van Kristine barones De Mulder. Met Nieuwjaar zet ze er een punt achter. Thuis uitkijken op het parkbeeld La folle chanson van Jef Lambeaux is haar niet genoeg. “Ik ga eerst maanden wandelen om Brussel beter te leren kennen.”
T
En ook een rode draad gevonden in die samenlevingen? DE MULDER: Praten met een Chinees
Waar staat Brussel in de wereld? KRISTINE DE MULDER: In vergelijking
U heeft met zoveel volkeren in de wereld onderhandeld, wat doet dat met een mens? DE MULDER: Het verrijkt jezelf, en
corrigeert je houding tegenover de andere. Ik ben er nederiger door geworden. Of ik nu schitterende brains tegenkwam onder historici, academici, artiesten of politieke zwaargewichten, altijd bleef ik gefascineerd. Het heeft me meer doen relativeren, want overal kom je ook mensen tegen met een ongelooflijke hybris - brutale arrogantie -, die vooral belang hechten aan zichzelf.
Wat is uw aanpak als verzoener in conflicten, bijvoorbeeld bij moeilijke onderhandelingen die Europalia met gastlanden moest voeren? DE MULDER: Ik heb nooit de preten-
ot daar de goede voornemens van de directeur-generaal van Europalia, bijna met pensioen. Geboren en getogen Brusselaar, en wereldreiziger. Volgend jaar zal De Mulder consulting voor het culturele veld aanbieden, iets waarmee ze erg vertrouwd is.
met andere steden van dezelfde omvang, is Brussel enorm aanwezig. Als je in Toronto of in Shanghai een tv aanzet, hoor je altijd het woord Brussel vallen. Vaak omdat de Europese instellingen hier gevestigd zijn. De politieke berichtgeving in de media staat bol van ‘Brussel heeft besloten om…’ Maar Brussel laat zich ook kennen door de sterke artistieke scene. In disproportie tot de grootte van de stad, zitten hier heel veel kunstenaars met grote namen, van de muziek en dans tot de visuele kunsten. Dat dat gewaardeerd wordt, bewijzen de internationale cultuuragenda’s.
kruipen. Vervolgens vraag ik anderen om raad. Wat me ook vaak hielp, was een lange, slapeloze nacht. Tijd brengt raad. Eigenlijk helpt het al veel als je altijd de positieve kant blijft bekijken: zoeken waar het goede ligt.
is anders dan met een Indiër of Braziliaan. Al spreekt iedereen pidgin of huis-tuin-en-keuken-Engels, je mag niet zondigen tegen bepaalde codes van een cultuurgemeenschap. Zoniet doe je deuren slaan. Toch vallen overal gemeenschappelijke waarden op. Het gaat om wat zelfs vierduizend jaar terug al van belang was, van het oude China over Mesopotamië en Griekenland tot Egypte: familie, eenzelfde gevoel van vriendschap, lekker eten en drinken - van een wodka in Rusland tot een caipirinha in Brazilië en de ontroering door schoonheid, of het nu kunst, een landschap of een bloem is. Het zijn die basiswaarden die alle volkeren samenbrengen.
“In het geval van Europalia Turkije hebben we meermaals halt moeten roepen” Kristine De Mulder Directeur Europalia
We mogen ook niet blind zijn voor de conflicten die alsmaar ontstaan. DE MULDER: Ik zie drie constanten
in de aanleiding tot conf licten, waar ook ter wereld. Hoogmoed van mensen die denken dat alles hen toekomt. Het leidt doorgaans tot het tweede: ‘machtswellust’. Daarnaast – spijtig genoeg – ‘religieus extremisme’: onvrijheden van denken en een gebrek aan eerlijke communicatie. Die drie maken dat de wereld wordt vergiftigd. Ik deblokkeer conflictsituaties op mijn manier. Eerst probeer ik de mensen te laten uitspreken, en blijf ik stil. Dan probeer ik even in hun kleren te
tie gehad van een verzoener te zijn, maar ik heb altijd geloofd in multiculturaliteit. Dat heeft te maken met het feit dat ik in Brussel ben geboren, er altijd heb gewoond en mijn kinderen school zag lopen tussen tientallen nationaliteiten in Etterbeek. Het multiculturele zit duidelijk in het DNA van deze stad.
Waar schuilt het gevaar van de diplomatieke aanpak? DE MULDER: Het grote gevaar is dat je
te inschikkelijk wordt. Te veel compromissen gaat sluiten. Je moet ook opletten dat je – in de drie jaar dat Europalia intens met een gastland onderhandelt – niet misleid wordt. Men kan je foute boodschappen meegeven. Zelfs een wetenschapper is nooit volledig objectief. In het geval van Europalia Turkije hebben we meermaals halt moeten roepen. Promotie van de cultuur werd weleens verward met propaganda. Vermits Europalia geen propagandamachine is, waren er discussies. Wij geven het woord aan verschillende artiesten en invalshoeken van de cultuur, maar niet aan een eenzijdige versie van een thematiek.
Europalia verzet man en geld om de buitenlandcultuur in woord en beeld te etaleren. Is die etalage niet achterhaald in een tijd van internet? DE MULDER: Meer dan ooit is een Europaliafestival nodig. Iedereen wordt overspoeld door informatie via het web en de sociale media, maar kennen we de bronnen van die informatie? Meestal is de info die je opzoekt niet gedateerd. Ze kan tien jaar of twee dagen oud zijn. De wereld verandert te snel. En wat Europalia meer en meer doet, is alle informatie in een brede en hedendaagse context plaatsen. Het zet
aan tot een beter begrip voor andermans cultuur. Het doet je wantrouwen kantelen naar begrip en toenadering. Kunst speelt daar een heel belangrijke rol in.
Angst zit in de mens, van het kruipende kind al dat schrikt van het onbekende. DE MULDER: We zijn allemaal altijd
wat bang voor het vreemde en de verandering. Vandaag ben ik wat bang voor morgen, als dat pensioen komt. Het is door te leren begrijpen waar je naartoe gaat in een volgende fase van je leven, dat je die angst kunt gaan relativeren. En leren begrijpen doe je door vragen te stellen, te luisteren je open te stellen voor informatie die de andere geeft. In boeken of bij een goed gesprek.
Reizen doet leren. Zegt u dat ook na vijftien jaar Europaliagastlanden uitgevlooid te hebben? DE MULDER: Zeker. Maar je kan ook perfect thuis blijven en de wereld hier ontdekken. Het is evident dat je in de negentien gemeenten van Brussel de hele wereld aan je ziet voorbijgaan. In de architectuur en artistieke uitingen van deze stad leer je ontzettend veel. Het is altijd mijn droom geweest om negen talen te spreken. Toen ik gedurende drie jaar opgravingen deed in Libanon, sprak ik zelfs een mondje Arabisch. Mijn moeder is van Kaaskerke, dus West-Vlaams spreek ik ook. Een vreemde taal spreken, is een plezier, omdat je hierdoor een volk veel beter begrijpt. Wat ik spijtig vind, is de aftakelende interesse in kunsten door het onderwijs. Als ik de cijfers van schoolbezoeken van Europalia Japan 1989 bekijk en ik leg ze tegen het aantal schoolbezoeken voor Europalia China 2009, dan staat er 1.800 tegenover 180. Hoe is dat zover toch kunnen komen? Vandaag heeft kunst geen plaats meer in het curriculum van het onderwijs. Voor de toekomst is dat een ramp. Kunst leert je kritisch te zijn, naar schoonheid te kijken, naar het vreemde. Als je dat niet meekrijgt tot achttien jaar, dan kan dat later moeilijk bijgebeend worden. Daar wil ik tijdens mijn pensioen misschien nog iets aan doen.
Jean-Marie Binst
Donderdag 22 december 2016 I BRUZZ 1552 I 19
2016
HET INZICHT
“Niets is zeker. Dat is me dit jaar sterk voor ogen gekomen, ook al weet een mens dat wel. Als je altijd al dacht dat Brexit maar gescherm was, en niet kon gebeuren. Als je altijd het gevoel had in een veilige stad te wonen, en die aanslagen treffen ons abrupt. Dan zie je dat van vandaag op morgen alles kan omkeren. Ook de confrontatie met het nakende einde van mijn job, doet plots een onbekende horizon opduiken. Hoe zal dat zijn de eerste dag dat ik opsta, en nergens meer verwacht word? Dus zelfs al was ze aangekondigd, de verandering, als ze er staat, verrast ze nog.”
© SASKIA VANDERSTICHELE
20 I BRUZZ 1552 I Donderdag 22 december 2016
Stel zelf je vraag EN STEM op BRUZZ.BE
RIK uit ELSENE:
Wat is de vuilste straat van Brussel? “Sluikstorters zoeken plekken met minder sociale controle” Geert Pierre
Netheidsdienst Schaarbeek
E
lke Brusselaar kent wel een plek in zijn of haar wijk waar met de regelmaat van de klok een sluikstort opduikt. De Stad Brussel alleen al haalde vorig jaar maar liefst 4.500 ton afval op. De meeste diensten - zowel de gemeenten als Net Brussel ruimen sluikstorten op - houden echter geen cijfers bij per straat. Opvallend is dat het meestal dezelfde plaatsen zijn waar afval gedumpt wordt. “Sluikstorters zoeken plekken met minder sociale controle,” zegt Geert Pierre van de netheidsdienst in Schaarbeek. “Dat kunnen plekken zijn met slechte verlichting, of een blinde muur bijvoorbeeld.” Om dezelfde reden zijn ook parkeerstroken in trek. Ook de nabijheid van markten is een factor. Sommige kramers dumpen hun overschot in de buurt. Glasbollen en kledingcontainers zijn eveneens hotspots. Afval trekt afval aan. Zo snel mogelijk opruimen is de boodschap. Maar dat is een tweesnijdend zwaard. “De keerzijde is dat je mensen krijgt die hun afval net gaan deponeren omdat ze weten dat het toch wordt opgehaald,” zegt Geert Pierre. Het netheidsprobleem stelt zich zo goed als overal, maar de problematiek lijkt het meest prangend in de volkswijken rond het hypercentrum, zoals Oud-Molenbeek, Kuregem of de Marollen. Sommigen zien een cultureel probleem, anderen wijzen op de aanwezige armoede. Veel bewoners hebben andere zorgen of hebben geen auto om naar een containerpark te gaan. Het gaat ook om dichtbevolkte wijken die typische aankomstplekken zijn. Er wonen veel mensen die de stad, inclusief talen en gebruiken, nog niet goed kennen.
STORT. Tijdelijke bewoners dumpen soms hun hele inboedel op straat. Of ze zijn er maar tijdelijk en doen geen moeite. Bij de volgende verhuizing zetten ze hun inboedel gewoon op straat. Hoe dan ook blijft het afval een doorn in het oog van de vele andere buurtbewoners die wel geven om een nette straat. Steeds meer burgers klagen de situatie aan via sociale media, of nemen zelf de bezem op. Na jarenlang wegkijken – een staatssecretaris voor Netheid durfde vuil ooit subjectief te noemen – lijken sinds kort ook de bewindsvoerders wakker geschud. Er kwamen meer straatvegers, meer ophaalrondes en meer vuilnisbakken. Meer
ROUWADVERTENTIE
De Raad van Bestuur en het personeel van ABATTOIR nv melden met diepe droevenis het overlijden van hun Ere-Voorzitter
CARLOS BLANCKE ECHTGENOOT VAN ALICE CROON
Geboren te Elsene op 21 maart 1928 en thuis overleden te Dilbeek op 15 december 2016. Voor ABATTOIR nv is hij de founding father. Hij had het bedrijf in 1983, samen met enkele medestaanders weten te redden van de sluiting. Dankzij zijn overtuigingskracht en het vertrouwen dat hij uitstraalde, wist hij 160 zelfstandigen te overhalen om samen in het avontuur te stappen. De politici wist hij te overtuigen om in de nieuwe start te geloven. Van bij de start kon hij de Raad van Bestuur van ABATTOIR nv overtuigen om de slachthuis-site open te stellen naar de wijk toe, om zo te vermijden dat het op een eiland zou belanden. Zo werd hij in 1994 medeoprichter van EUCLIDES cvba, een bedrijvencentrum van waaruit later nog vele andere initiatieven in de wijk Kuregem zouden ontstaan. Sociaal ondernemerschap was toen nog weinig gekend. We zijn hem dankbaar dat hij ons op weg zette om dit allemaal verder uit te bouwen. Abattoir, Waar Brussel Leeft !
Wij bieden onze oprechte deelneming aan en wensen de familie heel veel sterkte toe. Correspondentie www.abattoir.be/carlos-blancke of www.rouwcentrumbaudewyns.be
controles en hogere boetes ook. Verschillende gemeenten zetten ondertussen ook camera’s in om sluikstorters op heterdaad te betrappen. In de praktijk is (voorlopig) echter nog geen kentering merkbaar. Sommige structurele problemen blijven ook bestaan. Zo blijft het wachten op bijkomende containerparken. Ook de door het gewest beloofde app om sluikstorten te melden, is er nog niet. Laurent Vermeersch De volgende vraag verschijnt op 12 januari 2017
JOUW MENING WAFELS
Graag wilde ik als trouwe lezer van uw krant reageren op een stukje over de kerstmarkt van Evert Van Laer en wel over het friet-, smoutebollen- en wafelkraam Vandongen. Ik heb goed nieuws voor u. De familie Vandongen staat al jaren op de Zuidkermis aan het einde van de Zuidlaan, dicht bij het Rioolmuseum. Ik weet het als Nederlander die jaren met het gezin in België of Brussel vakantie viert erg goed. Alles van deze familie smaakt heerlijk dat klopt. Nu, ik maak meteen van de gelegenheid gebruik om iedereen een zalige kerst en een gelukkig nieuwjaar 2017 te wensen.
Louis van der Vliet, Apeldoorn. Nederland
lezersbrieven@bruzz.be
RACIST
‘n Maandje terug citeerde u een Brusselse ‘allochtone’ politicus die het erover had hoe men in francofoon Brussel zelfs CD&V “un parti raciste” noemt. Wel, in dat verband ken ik een vrij typische anekdote op mijn federale departement in Brussel: in de mannen-wc hangt een bordje met Laver les mains svp, in eentalig Frans. Iemand schreef erbij “En in het Nl?” Een andere persoon trok ’n pijltje naar die tekst en zette erbij: “Raciste.” Met andere woorden: als je gewoon om de Nederlandse vertaling vraagt in onze hoofdstad, ben je een racist in de geest van veel francofonen, zo ver is het al gekomen.
Carlo Pollart, Kortenberg
SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bruzz.be. Schrijven kan
naar BRUZZ-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bruzz.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.
MIJN GEDACHT
Donderdag 22 december 2016 I BRUZZ 1552 I 21
DAKLOOS IN BRUSSEL. “Uitstaande schulden kunnen levens verwoesten en mensen levenslang op straat houden.”
© IVAN PUT
‘Scheld schulden van daklozen kwijt’
S
teeds meer Brusselaars zitten in de schulden, kopte Bruzz vorige week. “De meeste daklozen hebben serieuze schulden. Sommigen zijn door die schulden op straat beland,” zegt Laurent d’Ursel, de voorzitter van Doucheflux, een organisatie die ijvert voor daklozen en in maart voor hen een groot dagcentrum in Anderlecht opent. “Dat ze die schulden nooit kunnen terugbetalen, houdt hen vaak op straat.” “We hebben het een keer van dichtbij meegemaakt. Bij iemand die dankzij ons een woning had gevonden, stond de deurwaarder een week later al op de stoep om alles op te eisen.” Doucheflux is op zijn website een petitie gestart om, net als in Kroatië, de schulden van daklozen en andere heel erg arme mensen kwijt te schelden. “Het gaat hier niet over enorme bedragen, 5.000 euro misschien, maar voor iemand die op straat leeft, is dat een onmogelijke schuldenberg. De kans dat ze ooit effectief betalen, is heel klein. Zou het dan niet beter zijn om die schulden, die puur economisch niet zo veel meer waard zijn – omdat ze waarschijnlijk nooit afgelost zullen worden, en het beheer ervan ook geld kost – kwijt te schelden?” “Uitstaande schulden kunnen levens verwoesten en mensen levenslang op straat houden. Soms kan een schikking met de schuldeisers worden getroffen, maar er zijn ook schulden die nooit opgeheven kunnen worden. De belangrijkste daarvan is de alimentatie.” “Een dakloze met alimentatieschulden kwam vroeger geregeld bij Doucheflux langs. We hebben van anderen gehoord dat hij ondergedoken is, omdat hij besefte dat hij nooit al zijn schulden met vertragingsinteresten zou kunnen betalen. Hij heeft een woning weten te vinden, in onderhuur waarschijnlijk, en heeft zijn leven aangepast om nooit meer
Laurent d’Ursel Voorzitter Doucheflux
“Dat we de schulden van daklozen zouden kwijtschelden, gaat anderen niet aanmoedigen om schulden te maken”
op te vallen, nooit in aanraking te komen met de politie.” “Het is geen toeval dat net alimentatie niet kan worden kwijtgescholden: de wetgever heeft de rechten van het kind willen beschermen. We begrijpen dat dat extreem delicaat is, en we pleiten daarom alleen voor een kwijtschelding van schulden voor mensen die in de allerprecairste omstandigheden leven.” “Net daarom zijn we blij met het voorbeeld van Kroatië. Niet bepaald het rijkste EU-land, en toch heeft het in 2015 de schulden kwijtgescholden van de 60.000 allerarmste inwoners, onder een paar voorwaarden. De grote kwijtscheldingsoperatie kostte Kroatië 0,01 procent van het bruto binnenlands product.” “Het idee van schulden kwijtschelden is niet revolutionair. Een faillissement is een vorm van schuld die nooit terugbetaald wordt. Het gebeurde ook al bij grote banken, via kapitaalsinjecties na de financiële crisis. Waarom kunnen we dat dan niet doen voor de allerzwaksten in onze maatschappij?” “Dat we de schulden van daklozen zouden kwijtschelden, gaat anderen niet aanmoedigen om schulden te maken. Alleen mensen in grote financiële, juridische en soms ook psychologische problemen zouden in aanmerking komen. Mensen zonder inkomen of met een leefloon, dat zoals u weet onder de armoedegrens ligt. Daklozen die geen realistisch perspectief hebben op een baan in een tijd waarin zelfs mensen met een universitair diploma moeilijk werk vinden, zeker als ze niet meer piepjong zijn. “De maatregel zou weinig kosten, omdat daklozen hun schulden toch niet kunnen betalen. En als hun uitstaande schulden zijn uitgewist, kunnen ze weer met een schone lei beginnen.”
Sara De Sloover
22 I BRUZZ 1552 I DONDERDAG 22 DECEMBER 2016
ENFANT TERRIBLE THIERRY DE MÉRODE CIDERBROUWER We spelen met onze cider in op de trend dat consumenten de dag van vandaag gezonde, eerlijke, lokale producten willen”
© SASKIA VANDERSTICHELE
Ik heb een doctoraat behaald in Engeland en daar zijn in de bars heel veel verschillende ciders te vinden. Het is een frisse en fruitige drank. Toen ik terug in België was, bleek dat ik in de meeste bars niet eens een glas cider kon bestellen. Zo is het idee gekomen om er zelf te maken. Mijn broer en ik zijn opgegroeid op het platteland in de Franse Ardennen, tussen Charleville-Mézières en Couvin. Een regio die zwaar werd geteisterd door de twee wereldoorlogen en erg lijdt onder een plattelandsvlucht. Het uitzicht is veranderd: de vele boomgaarden moesten plaats maken voor weidegronden en dennenbossen. We vroegen ons af of we door de boomgaarden te laten herleven, werkgelegenheid zouden kunnen scheppen in de streek en aandacht opwekken voor de rijke biodiversiteit ervan. Wij maken met Wignac een lokale cider op kleine schaal, gemaakt door mensen met een grote savoir-faire. Zo willen we de rust van de boomgaard naar het hart van onze hectische steden brengen.
Cider heeft misschien eerder vrouwelijke aanhangers. Waarom? Champagne is te duur, rosé heeft een te hoog alcoholpercentage en bier kan snel té fruitig zijn. Cider is een product dat het allemaal in zich heeft, de bubbels, de frisheid en een gematigd alcoholgehalte. We spelen in op de trend dat consumenten de dag van vandaag gezonde, eerlijke, lokale producten willen. Als je een product creëert, hoort daar een goede naam bij. Die haalden we bij een grootmoeder van ons, Wignacourt heette ze. Een markiezin, geboren in de belle époque, die als kind huppelde tussen de bomen op de fruitgaard. De familie is ondertussen uitgestorven, maar als afstammelingen willen we hulde brengen aan die dame door de boomgaarden te laten herleven. Het is Wignac geworden. Als logo kozen we voor een tekening van een konijn. Voor champagne het exquise drankje werd in Frankrijk was cider dé elegante drank bij uitstek. De flamboyante dandysfeer van de belle époque, met pluimen en de Moulin Rouge,
“We willen de rust van de boomgaard naar de hectische steden brengen” willen we de mensen met Wignac weer doen proeven. Het is geweldig om als broers te kunnen samenwerken. We zijn verschillend en toch compatibel. Ik heb gedoctoreerd binnen de chemie, waardoor ik het hele productieproces kan opvolgen. Mijn broer is commercieel veel sterker. Vandaag kan je onze cider al vinden in verschillende Brusselse horecazaken. We hopen nu ook in andere - Vlaamse - steden voet aan de grond te krijgen. Iedereen die al eens een cider heeft gedron-
THIERRY DE MÉRODE heeft samen met zijn broer Edouard het eerste Belgische ciderlabel ‘Wignac’ opgericht. www.wignac.com
ken, denkt ongetwijfeld aan de eerder bittere cider uit Normandië. Wij hebben een fruitige, frisse variant gemaakt bestaande uit honderd procent natuurlijk appelsap. De cider wordt verkregen na een rijpingsproces van verschillende soorten appels die met zorg zijn geselecteerd. Het uiteindelijke mengsel wordt gebotteld na een paar maanden rust in vaten van natuurlijk hout. De drank kan gedronken worden als aperitief, maar past ook perfect bij kaas of zelfs bij een stuk taart. We zien het zijn intrede doen op gardenparty’s, brunches en andere feestelijkheden. Ik zie me een jaar geleden nog met mijn broer etiketten kleven, die we via internet besteld hadden, in een muffe garage. Elk flesje is toen door onze handen gegaan. Dat is het mooie aan een start-up. We mogen voorzichtig zeggen dat de zaken goed gaan, we hebben plannen om volgend jaar een rosé op de markt te brengen. We zijn klein begonnen met grote ambities, wetende dat je een ladder sport voor Hilke Andries sport moet beklimmen.
DONDERDAG 22 DECEMBER 2016 I BRUZZ 1552 I 23
NICK TRACHET BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT Het kerstfeest staat nu wel erg dicht voor de deur. Maar wat voor kerstvierder bent u? Een kerstavond-, of een kerstdagvierder? Het meest authentiek is het kerstmaal op kerstdag. Gewone lieden waren vroeger geen avondmensen. Zij gingen misschien naar de laatavondmis, aten dan nog een boterham en kropen onder de serge. Kerstavond was ook de dag waarop het huis werd versierd. In de Angelsaksische wereld is het kerstfeest nog meer op kerstdag. Bij ons is dat verschoven naar de avond, net zoals in Nederland Sinterklaas opschoof naar de dag ervoor. Een Germaans (en Joods) idee dat een dag begint vanaf zonsondergang? Dat heeft een voordeel. Zo kun je twee keer feestvieren. De avond én de dag. Eén om uit te nodigen, één om uitgenodigd te worden. Zowat de gevaarlijkste onderneming met Kerstmis, na het frituren van hele kalkoenen, is mensen uitnodigen. Wie mag komen, wie niet? Hetzelfde gevaar bij uitnodigingen accepteren: bij wie gaan en bij wie niet? Wie doet kerstavond, wie doet kerstdag? Het kan leiden tot familiale vetes, tot het verlies van vrienden, tot sociale isolatie. Hoe zit het met allergenen en voed-
selfobieën van de gasten? Met politieke correctheid en viswijzers, met alcoholcontroles en ijzelvoorspellingen? Je zou voor minder hard weglopen. Heel lang geleden heeft men daar een oplossing voor uitgedacht: de skivakantie! Mijn moeder heeft ooit toegegeven dat één van de belangrijkste redenen waarom wij in de kerstvakantie zijn beginnen te skiën, de kerstfeesten waren. En dan is er ook nog oudjaar, een week later! Wij Belgen zijn gaan skiën, niet omwille van de poëzie op twee latten, tussen sneeuwbeladen dennenbomen, maar omwille van schoonmoeders en oudtantes met lastige kwalen, neven die zich bekeerd hadden tot gekke sektes, of ooms met verdachte opinies. Met de alimentaire buitenissigheden van tegenwoordig is dat er niet op verbeterd. “Sorry oma, we kunnen dit jaar niet komen met Kerstmis, we gaan skiën.” Oef. Feesten kan je ook in de Alpen, je hoeft je niets aan te trekken van de organisatie en de andere gasten zijn allemaal onbekenden die je nog
Strenua
lachwekkend, ook al heb ik ook dat meegemaakt: kerstsfeer in Suriname of Papoea-Nieuw-Guinea, neen, het komt niet in de buurt. In Australië hebben ze daar dus wat op gevonden. Van juni tot augustus ligt er soms sneeuw op Mount Kosciuszko, de hoogste piek aldaar (2.228 meter) en er gaan zelfs skipistes open. De berg ligt niet zo ver van de hoofdstad Canberra. Vanuit Sidney trekken de mensen de Blue Mountains in. Met een beetje geluk ligt er in Katoomba (1.107 m) dan ook wat sneeuw. De Ozzies krijgen dan last van kerstjeuk. In de herbergen schenken ze glühwein, ze steken het haardvuur aan en verwarmen de fondue. Ze hangen de restaurants vol kerstballen. Maar Kerstmis is het uiteraard niet! Dat is het christelijke feest in de zomer. Dus noemen ze dat dan maar Yulefest en dan gaan ze samen zingen rond de piano en sloten Foster’s of FourX binnen gieten (maar dat laatste doen ze de rest van het jaar ook). O, en dan is er tweede kerstdag.
“Wij Belgen zijn gaan skiën, omwille van schoonmoeders en oudtantes met lastige kwalen” nooit iets misdaan hebben. Of met wat geluk vindt u nog een last minute naar Australië. In dat land is het nu putje zomer en zetten ze kerstbomen op het strand. Natuurlijk kunnen ze er daar om lachen - Ozzies lachen met alles - maar het valt toch op dat ze de “kerstsfeer” dan wat missen. De meeste Australiërs zijn niet geboren in dat land, en veel van hen dromen nog van “White Christmases” die ze denken ooit te hebben beleefd in Europa. Nepsneeuw spuiten op de ramen in tropische omstandigheden, dat is nogal
In Engeland is dat erg populair en heet die dag Boxing Day. Je kunt het vertalen als ‘pakjesdag’. Want het was dan dat cadeautjes werden uitgedeeld en drinkgeld werd gegeven aan huispersoneel, schoonmakers, postbodes en de werknemers in het algemeen. Dat ging gepaard met grappen en grollen tegenover de baas en om represailles te vermijden, maakten de bedelende werklui hun gezicht zwart. Zich zwart schminken dient in de eerste plaats de anonimiteit, denk maar aan de Noirauds in Brussel. De oude Romeinen hadden voor nieuwjaarscadeautjes zelfs een heuse godin: Strenua (of Strenia). Als offer voor een goede gezondheid werd geld gegeven aan anderen. Van haar naam komt het Franse woord étrennes. Ik vraag mij af of het personeel van Net Brussel dat weet? In het Italië van vandaag gaf zij ontstaan aan de heks La Befana, die in de nieuwjaarsnacht cadeautjes brengt voor de kinderen. Het jaar zit er bijna op. Geniet er nog van, hou het veilig en... smakelijk.
De hele reeks nalezen? > BRUZZ.be/trachet
ADVERTENTIE
RWDM – UNION SAINT-GILLOISE Op vrijdag 23 december om 20u spelen RWDM en Union Saint-Gilloise hun vriendschappelijke Zwanzederby in het Edmond Machtensstadion in Molenbeek. Volg het volksfeest live bij BRUZZ op TV en op BRUZZ.be. Herbekijken kan zaterdag om 13u.
LIVE
o p TV
ADVERTENTIE
ADVERTENTIE
ADVERTENTIE
Donderdag 22 december 2016 I BRUZZ 1552 I 25
ADVERTENTIE
Laptopia Elke week scant Michaël Bellon met zijn laptop een plek in Brussel die tot de verbeelding spreekt, en geeft hij aan wat er eventueel nog aan kan verbeteren.
Bethlehem
ATOMIUM Atomiumsquare - 1020 Brussel
© KMKG-MRAH
www.atomium.be/sabena
W W W.DESIGNBYSIGN.COM
dinsdag 13 december, 10u
ADVERTENTIE
EL
VE
RS
U IT B
S S RU
e nieuw n e e r l ijnt e rsch htbunde e v 7 c 1 i 0 d In 2 van de alle sel’. editie uit Brus roep aan strep m ‘Vers en een o sel (en o r het s o u u d u r t e B s W er, uit ters ijf het ne jouw ge h c i d r t k h Sc prij ie ken). ie weet nde edit e w g in en in de vol ssel! u t dich rs uit Br e V van
ari febru m. 8 2 o voor ail.c ngen t@hotm de beste i d n nze deswer cteert r je i t e Stuu aar kur mité sel n o 7 c 1 20 ctie reda Een hten. c gedi
Bethlehem is overal. Het is omwille van die generische, allegorische kwaliteiten dat het gehucht werd uitverkoren om die belangrijke rol in de Bijbel te vervullen. Ook Brussel heeft dus zijn Bethlehem. Eén tramlijn heeft er zelfs een vaste halte, voor het geval er ooit nog eens iets van kosmisch belang zou gebeuren. Maar het zou me al bij al toch verwonderen als u hier al eens geweest was, want wie hier niet moet zijn heeft hier niets te zoeken. Bethlehem is een doordeweeks plein met huizen rond. Een plek met potentie die nooit helemaal werd waargemaakt - al deden lokale overheden en omwonenden af en toe wel wat moeite. Sommige pleinen in de stad lopen nu eenmaal snel leeg terwijl andere altijd vol stromen. Zeker in de winter, en zeker in Bethlehem, dat volgens de overlevering in de periferie ligt. Weg uit het middelpunt van de aandacht. Weg van de paleizen waar je eventueel nog zou kunnen verwachten dat een mensenkoning geboren wordt. Hier staat dus geen kerstmarkt en komen geen toeristen. Er is door de gemeentediensten wel een kerstboom neergepoot, maar daar is verder geen kerstbal mee aangevangen. Er hangen lichtjes noch kransen in en hij is nog perfect herkenbaar als boom - wat elders zelden voorkomt. Uit solidariteit met de den groeien de takken van de bomen die het hele jaar door op het plein staan naar beneden. De parasols van de schaarse zomerterrassen zijn ook omgezaagd en opgestapeld naast hun betonnen stronken. De zitbanken zijn natgeregend opdat niemand erop zou gaan zitten. De drinkwaterfontein is afgesloten. Zelfs de duiven zijn niet welkom, want ze mogen niet worden gevoederd. De kinderstemmen op
de speelplaats van het hermetische schoolgebouw klinken te ver weg om te bemoedigen. Op het stadsmeubilair vertellen stickers evenwel dat niemand illegaal is, en dat TTIP en de megagevangenis niet deugen. Dit is blijkbaar toch het type plein dat de kleine man herkent als zijn terrein. Een horecapand met Griekse zuilen staat te koop, de Griekse vlaggen op de resterende restaurants symboliseren een waardige omgang met allerlei vormen van crisis. Het weer is niet dat van de Mediterranée, maar namen als ‘Mykonos’ en ‘Essaouira’ op de gevels suggereren een streek waar wel degelijk godenkinderen kunnen geboren worden. De stadswachten patrouilleren als goede herders. Tussen de duiven zit er één witte die in staat zou moeten zijn een goede boodschap af te leveren. De rest oefent om desgevallend indruk te kunnen maken als engelenschaar. Ik zoek tussen de gebogen en gesluierde vrouwenhoofden naar een onopvallende Maria, zoals Bruegel die zou schilderen, en vind in een bloembak behalve wat plastic narcissen voorwaar levende viooltjes - naar ik toevallig weet een embleem van de nederige Christus. De kiosk op het plein moet dus wel de stal zijn. De graffiti eronder toont de ster van Bethlehem en de woorden Le soleil luit pour tout le monde. De kiosk is nog helemaal leeg, en dat hoort ook zo. De Heilige Familie schiet immers niets op met al die kerststallen die al volzet zijn. Zowel in Snack Bethléem als in Café Bethléem zit nu al best wat volk, dus de kans dat er zaterdag geen plaats meer is in de herberg is niet denkbeeldig.
“Er is door de gemeentediensten wel een kerstboom neergepoot, maar daar is verder geen kerstbal mee aangevangen” Michaël Bellon
De hele reeks nalezen? > BRUZZ.be/laptopia
26 I BRUZZ 1552 I DonDerDag 22 December 2016
VOeTBal – David rimbold heeft een hart voor rWDm én union Saint-gilloise
‘ik zit in het midden op de derby van de Zwanze’ BRUSSEL – David rimbold (39) is een speler naar het hart van de brusselse voetbalsupporter. een man over een groot strijdershart beschikt. Daarom is hij geliefd bij de supporters van zowel rWDm als union Saint-gilloise, de clubs waar hij zijn mooiste momenten beleefde. Vrijdag kijkt hij dan ook met een dubbel gevoel naar de ‘Derby van de Zwanze’.
I
n de twaalf jaar dat de Brusselaar de kleuren van RWDM verdedigde, waarvan zes jaar bij de eerste ploeg, groeide hij uit tot een chouchou van de supporters. De jeugdschool van de club stond toen hoog aangeschreven en hij speelde er samen met mannen als Fred Vanderbiest en Wesley Sonck. “Mocht de club in 2002 niet failliet zijn gegaan, was ik er niet vertrokken. Twee momenten steken er voor mij uit in mijn tijd bij RWDM: de kwalificatie voor de UEFA Cup, zelfs al was ik toen nog een jonge ket en trainde ik vooral met de eerste ploeg. En de promotie naar eerste klasse, na de eindronde, met Patrick Thairet als trainer.” “RWDM had een klein budget en gaf vertrouwen aan de jeugd. Dat was een groot voordeel voor ons, want in die tijd kregen jonge voetballers weinig kansen, en niet zoveel geld als sommige jongeren vandaag krijgen.” Rimbold maakte bij RWDM deel uit van een familie. De nauwe band tussen supporters en spelers typeert de
ploeg, net als Union Saint-Gilloise, en blijft ook na de carrière van de spelers standhouden. “Het zijn geen successupporters, ze doen alles voor hun club.” De Brusselse ket houdt overwegend positieve herinneringen over aan zijn tijd in het Edmond Machtensstadion. Al was zijn vertrek er een met pijnlijke gevolgen. “Dat laatste seizoen was een catastrofe. We zijn toen bijna acht maanden niet betaald. Af en toe kregen we cheques, maar die bleken niets waard te zijn. Ik werd nog eens extra getroffen
“Ik kies voor het stadion van RWDM met de buvette van Union” David Rimbold, oud-voetballer RWDM en Union
ADVERTENTIE
Bij Boels huurt u direct het gereedschap dat u nodig heeft. • Keuze uit meer dan 2500 verschillende machines, gereedschappen, steigers, hoogwerkers en units • Direct beschikbaar • 24-uur servicedienst • Oplossingen op maat • Bedrijfsklaar geleverd • Uitgekiende logistiek
BRUSSEL HAVEN Havenlaan 79 Tel.: 02 700 27 80
dadid riMBold. “Ik denk dat ik het soort speler was voor clubs als RWDM en Union, ja. Een man van het publiek.”
omdat ik achteraf de facturen kreeg gepresenteerd van knieoperaties die ik had ondergaan. De club bleek daar niets van betaald te hebben.”
osmose Via Jean-Marie Pfaff, die voor het faillissement commercieel directeur was bij RWDM, kwam Rimbold terecht in de Duitse vierde klasse, bij Wuppertal. Na anderhalf seizoen besloot hij terug te keren naar België en belandde zo bij Union Saint-Gilloise. “Ik tekende er pas op 31 augustus, na twee maanden zoeken. Ik had gedacht dat ik gemakkelijker een ploeg zou vinden. Het contract was niet goed, daarom had ik aanvankelijk maar voor zes maanden getekend. Wie had toen geloofd dat we kampioen van derde klasse zouden worden?” “Bij Union was ik veel meer een leider, ik had al ervaring en nam mijn verantwoordelijkheid. Als je als jonge ket met mannen als Vandersmissen en Rosez in de kleedkamer van RWDM zit, doe je dat niet.” De groep was zeer hecht en dat ver-
© RONALD DEVAUX
taalde zich zowel op als naast het veld in vriendschappen. Meerdere keren per week gingen ze samen op stap. “Daar waren ook supporters en bestuursleden bij. Het was geweldig. Mede dankzij die geweldige vriendschap, dankzij die osmose, zijn we kampioen geworden. Dat was het mooiste seizoen uit mijn carrière.” “Ik herinner me goed hoe ik dat seizoen in drie wedstrijden tien keer scoorde, net voor mijn contract afliep. Ik kwam met goede argumenten aan de onderhandelingstafel. Ik besloot toen wel om naast het voetbal ook te gaan werken.” Rimbold ondervond dat bij RWDM, en ook bij Union ervoer hij de invloed die geld kan hebben. “Een paar matchen voor het einde van mijn eerste seizoen kregen we de vraag om het wat rustiger aan te doen. Op een moment dat we nog streden voor de titel. De club zei dat indien we zouden opgaan, ze geen versterking konden halen. Wij trokken ons daar niets van aan en zijn vol voor de titel gegaan. Het seizoen erna is er inderdaad geen versterking gekomen, maar we zijn in tweede mooi elfde geëindigd.” Na drie seizoenen Union werd Rimbold weggekaapt door White Star Woluwe, waar hij na zes maanden alweer vertrok. Via Rode Verrewinkel belandde hij opnieuw in het Joseph Mariënstadion. “Ik denk dat ik het soort speler was voor clubs als RWDM en Union, ja. Een man van het publiek. Daardoor ben ik uiteindelijk ook moeten vertrekken bij Union. Ik zat in mijn laatste contractjaar en had mijn ligamenten gescheurd. Voorzitter Michielsen maakte me duidelijk dat ze niet zouden verlengen omdat ik volgens hem te dicht bij de supporters stond. Een vertrek in mineur.” De Brusselaar speelde vervolgens nog bij clubs in lagere divisies en trainde ook ploegen in die regi-
onen. Sinds dit seizoen heeft hij de U21 van RWDM onder zijn hoede. “Ik heb nog heel wat goede contacten bij RWDM, onder meer met trainers, en kreeg van hen de vraag om te komen. Het is een ingewikkeld verhaal door de hele heisa rond de velden. Wij spelen in Molenbeek maar trainen in Zellik, op een slecht veld. Dat kan één seizoen duren, maar ik vrees dat niet iedereen dat een tweede seizoen ziet zitten. Op het vlak van niveau heb je zowel echt goede als mindere spelers. Het is nu zaak om dat allemaal wat gelijk te krijgen. Het zou positief zijn indien we volgend seizoen tot de Iris League toetreden, want de ploegen waar we nu tegen moeten spelen…” Het wordt vrijdagavond een moeilijke keuze voor Rimbold: gaat hij voor de ‘Derby van de Zwanze’ aan de kant van RWDM of die van Union zitten? “Ergens in het midden (lacht). Ik vind het een goede zaak dat dergelijke matchen worden georganiseerd, daarvoor gaan de mensen naar het stadion. Er zullen goede ploegen op het veld staan, de supporters zullen ongetwijfeld voor heel wat ambiance zorgen… Het wordt echte zwanze, hé.” “Als ik moet kiezen tussen het Edmond Machtensstadion en het Joseph Mariënstadion? Het stadion van RWDM met de buvette van Union. Als ik naar Union ga kijken, is het de dag erna altijd moeilijk om uit mijn bed te geraken (lacht).”
>
Tim Schoonjans
Bruzz zendt nu vrijdag de derby tussen rWdM en union saint-Gilloise uit op ons televisiekanaal én online, om 20u. Jeroen Roppe voorziet de match van deskundige commentaar. Zaterdag om 13u wordt de match volledig heruitgezonden.
Donderdag 22 december 2016 I BRUZZ 1552 I 27
SPORTagenda
ESTAFETTE KEN LAMBEETS
Al eens een bezoek gebracht aan Le Grand-Hornu? Sinds enige tijd huisvest het opgeknapte fabrieksgebouw in de Borinage een museum voor hedendaagse kunst, met tal van tijdelijke tentoonstellingen. Eén ervan betreft het werk van Peter Downsbrough. Op bestaande prentbriefkaarten bracht de kunstenaar rechte lijnen en af en toe een letter aan. “Zo verstoort hij onze perceptie, onze herkenningspunten en onze interpretatie van de ruimte,” lees ik op een groot bord aan de ingang van de zaal. Met oprechte interesse kijk ik naar de verschillende ansichtkaarten. Ofwel herken ik de plekken op de foto, ofwel niet, maar om mijn perceptie te verstoren volstaan enkele verticale lijnen duidelijk niet. Het is niet de eerste keer dat hedendaagse kunst me koud laat. Vorig jaar bezocht ik op reis in Bilbao het Guggenheim Museum. Eveneens een prachtig gebouw dat een nieuwe dynamiek aan de stad gaf, maar van de opgeblazen hondjes of de in een vacuüm getrokken aquarium basketballen van Jeff Koons werd ik niet wild. Koons mag dan een van de best betaalde nog levende kunstenaars ter wereld zijn, als zijn kunstwerken al emoties bij me oproepen, dan zijn het woede en verontwaardiging – en dat voor alle duidelijkheid niet om de juiste redenen. Eenzelfde verhouding heb ik met sommige sporten. Als ik op zaterdagochtend ga joggen in het Jubelpark kom ik weleens een groep Indiase cricketspelers tegen. Mijn hartslag gaat altijd de hoogte in wanneer ik hen passeer, uit schrik om het balletje tegen mijn hoofd te krijgen. Alles draait om de persoon die met een stok met een vreemde uitstulping – een misvormde roeispaan, zeg maar – tegen een bal moet slaan, de andere spelers staan maar wat rond te hupsen en te lummelen. Als ze niet oppassen, schieten ze nog eens wortel. Als de slagman het balletje raakt, wat niet eens zo eenvoudig lijkt, krijgt hij minstens schouderklopjes van zijn ploegmaats, soms wordt hij zelfs toegejuicht. De sport, een soort ingewikkelde variant van baseball, heeft me nooit erg aantrekkelijk geleken. Net zoals gezelschapsspelletjes waarvan de uitleg van het reglement langer duurt dan het spel zelf, zijn sporten met een teveel aan regels niet aan mij besteed. Cricket wordt daarenboven gespeeld op een vreemd ovalen veld met een doorsnede van ongeveer 150 meter en bezit een teveel
aan jargon: over, wicketkeeper, bowler, no-ball, enzovoort. Met wat tegenslag kan een wedstrijd tot vijf dagen duren. Toch is cricket na voetbal de populairste sport ter wereld. De sport zou volgens sommige bronnen in de zestiende eeuw in Vlaanderen zijn ontstaan, getuige enkele cricketspelers op schilderijen van Pieter Bruegel. Zelfs ondanks dat mooie sporthistorische argument moet ik niets van cricket hebben. Om even de psychoanalytische toer op te gaan: misschien is mijn aversie wel terug te voeren tot mijn jeugd. In de turnles op school speelden we weleens honkbal. Daar werd ik nooit erg blij van. Het allerleukste aan honkbal is dat je zelf tegen de bal mag slaan. Het stomme is dat je daar telkens tergend lang op moet wachten. In de wachtrij beeld ik me in hoe ik het balletje naar een onbereikbare plaats zal slaan, over de omheining van het belendende braakliggende terrein. Eindelijk is het aan mij. Na twee pogingen heb ik het balletje nog altijd niet geraakt – bij de derde poging is het erop of eronder. Pats! Ditmaal raak ik de bal wel goed, die heel hoog het veld in vliegt. Ik spurt weg en lijk vertrokken voor een homerun. Net voor de bal de grond raakt, wordt hij opgevangen door iemand van de andere ploeg. “Vangbal!”, roepen de spelers van de andere ploeg in koor. “Vangbal” is met voorsprong de idiootste regel van baseball. Als iemand van de tegenpartij de bal kan vangen nog voor die op de grond is gevallen, wisselen de twee ploegen meteen van kant. Ik word met andere woorden niet alleen uitgelachen door de andere ploeg, al mijn ploegmakkers zijn boos op me. En dat na zo een mooie slag. Ik heb lak aan het spel en aan de wereld. Terug naar Le Grand-Hornu. Indrukwekkender dan de tentoonstellingen, is het fabrieksgebouw zelf. Op het voormalige mijnbouwcomplex en in de arbeiderswijk errond is het mooi wandelen. Sinds 2012 staat het op de lijst met Werelderfgoed van Unesco. Helaas ontbreekt er een zaal met uitleg over de geschiedenis van de site. Die zouden ze gerust mogen inruilen voor een van de tijdelijke tentoonstellingen. Tussen het ingenieursgebouw, de machinezaal en de arcades-ateliers ligt een prachtig ovalen grasveld. Ideaal voor een partijtje cricket, als er geen standbeeld van Le-Grand-Hornu-stichter Henri De Gorge in het midden van het plein had gestaan. Dan toch maar niet.
De hedendaagse kunst in cricket en baseball
Freelancejournalist Ken Lambeets houdt van literatuur en van echte sporten
VUB werkt samen met Nederlands Olympisch comité
“Het NOC*NSF huurt mij via de VUB al sinds 2014 in,” vertelt Wylleman. “Zo was ik tijdens de Olympische Spelen van Rio actief als begeleider van de Nederlandse Olympische ploeg. Aangezien ze steeds meer een beroep deden op mijn expertise, is het idee van een bredere samenwerking
met de VUB ontstaan. Dat houdt in dat er nu op meerdere domeinen, zoals de duale sportcarrière en de na-sportcarrière, informatie wordt uitgewisseld. Met mijn expertise rond topsportbegeleiding bied ik ondersteuning aan. Nederlandse experts komen in ruil onder meer voor onze studenten Sportmanagement spreken.” De inspanningen zullen vooral van de VUB uitgaan en kunnen als een erkenning van haar expertise gezien worden. De taak van Wylleman is tweeërlei. “Ik heb een groep van 22 experts samengesteld, die ik aanstuur, en kan inzetten voor de psychologische begeleiding van de topsporters. Daarnaast verschaf ik ook ondersteuning bij de
Op de zevende editie van deze loopwedstrijd kunnen de deelnemers kiezen tussen één of twee lussen van vier kilometer. Het parcours leidt door het centrum van de stad, onder meer langs Manneken Pis, die de kleren zal dragen van de bekende loper Emil Zatopek. De wedstrijd gaat om 20.30u van start en is gelimiteerd tot 2.400 lopers. Op www.zatopekmagazine. com vindt u informatie over overblijvende plaatsen.
Maandag 9 januari Turnen 50+ Een nieuw jaar betekent ook nieuwe sportlessen. Vijftigplussers die graag turnen, kunnen elke maandag terecht in gemeenschapscentrum Essegem (in Jette), waar van 10.30u tot 11.30u gesport zal worden.
Rust en sport Doet u liever op een rustigere manier aan sport, dan is yoga of tai chi een mogelijkheid. In gemeenschapscentrum De Kroon (Sint-Agatha-Berchem) vindt elke maandag van 19.30u tot 21.30u een cursus yoga plaats en in gemeenschapscentrum Kontakt (Sint-Pieters-Woluwe) begint dinsdag een lessenreeks Kundalini Yoga (van 10u tot 11.30u). Voor tai chi moet u in Sint-Lambrechts-Woluwe zijn, waar gemeenschapscentrum Op-Weule er elke maandag een cursus van aanbiedt (tussen 10.30u en 11.30u).
Dinsdag 10 januari Indoorhockey Onze indoorhockeyspelers komen het eerste volledige weekend van januari al in actie en moeten op dinsdag 10 (vrouwen) en woensdag 11 (mannen) januari al opnieuw aan de bak. Voor deze vijfde speeldag van de indoorcompetitie moeten ze naar de tijdelijke indoorzaal van Ukkel Sport.
Aero-BBB-ICS De combinatie van aerobics en BBB (buik, billen, benen) helpt om de nodige calorieën te verbranden en het silhouet te verbeteren. U moet hiervoor in gemeenschapscentrum Den Dam (Oudergem) zijn, elke dinsdag vanaf 18.30u. Vanaf woensdag 11 januari (om 20.10u) kan u ook BBB volgen in gemeenschapscentrum Op-Weule (Sint-Lambrechts-Woluwe).
Burlesque
olympische spelen - Erkenning voor expertise Brusselse universiteit
BRUSSEL – De Vrije Universiteit Brussel (VUB) is een samenwerking aangegaan met het Nederlands Olympisch Comité (NOC*NSF). Professor Sportpsychologie Paul Wylleman biedt daarvoor zijn expertise aan op het vlak van prestatiegedrag bij topsporters.
Maandag 26 december Manneken Pis Corrida
voorbereiding van de Olympische Spelen van 2018 en 2020. Door mijn team goed uit te bouwen, heb ik normaal gezien alle expertise die nodig is om problemen op te lossen. Op vraag van de chef de mission neem ik uitzonderlijk zelf de begeleiding in handen.” In de sportwereld is het perfect normaal dat coaches naar het buitenland trekken en dat geldt ook voor de begeleiding. “Ik heb in het verleden op vraag van het BOIC (Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité) onder meer kunstschaatser Kevin Van der Perren begeleid. Nu heeft het NOC*NSF mij gevraagd. Dit biedt mooie opportuniteiten voor de VUB.” Tim Schoonjans
Brengt u graag wat pit in uw dansprestaties, dan is de cursus burlesque dansen (alleen voor vrouwen) misschien iets voor u. Elke dinsdag (van 19u tot 20.30u) krijgt u niet alleen een workout, maar leert u ook de art of tease. Gemeenschapscentrum OpWeule is hiervoor de place to be.
Woensdag 11 januari Ketjessport Of het nu springen is, hockey of voetbal, tijdens ketjessport krijgen jongeren (van 6 tot 8 jaar) een hele resem sporten voorgeschoteld. De lessen vinden elke woensdag plaats in gemeenschapscentrum Essegem van 14 tot 17u (vanaf 13u en tot 17.30u is er opvang). Dit is maar een greep uit de lessenreeksen die in januari van start gaan. Een volledig overzicht vindt u op www.cultuurcentrumbrussel.be.
Tim Schoonjans