Skip to main content

BRUZZ - editie 1551

Page 1

van 15 tot 21 december 2016

+ UIT IN BRUSSE

L | VOS SORTIES

À BRUXEL LES

| OUT AND

ABOUT IN BRUSSE

UIT IN BRUSSEL SORTIR À BRUXELLES OUT AND ABOUT IN BRUSSELS

LS 16

22 | 12 | 2016

# 1 5 51

NL FR EN

LES | AFGIFTEKANT

OOR BRUSSEL

X P702124

VALENTIJN ENS ALEJANDRADHAEN THEUS HALKA OONA LIBENS NATURE THEAT OF OKLAHOMA ER SÉBASTIEN VAN MALLEGHEM HARING CASSIUS

18 PLACE FLAGEY,

1050 ELSENE/IXEL

N° 1551 WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA VZW, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

VAN VLAAMS-BRU EEN UITGAVE WEEKBLAD |

KIEZEN VOOR DE STRAAT

SSELSE MEDIA

VZW | FLAGEYPLEIN

Take a wa the wild sidlkeon

1551_01

ZITA SWOON G

_cover.in

dd 1

ROUP 12-12-16

18:25

ONDANKS DE WINTEROPVANG p9

© ID BAS BOGAERTS

DE NIEUWE SLAGER

ANNE MORELLI ZOCHT DE REBELSE KANT VAN BRUSSEL

‘Iedereen kan halal op de vitrine zetten’

‘Je houdt pas van de stad wanneer je ze kent’

p6-7

P 22 -23

JOUBERT PIGNON IN RESIDENTIE BIJ PASSA PORTA

‘Mijn boeken zijn zwanger van de dingen die ik verkeerd doe’ p 16 - 17

©SHUTTERSTOCK


2 I BRUZZ 1551 I Donderdag 15 december 2016

EDITO Blazoen

Steven Van Garsse Chef Weekblad

“Vlaanderen is zich gaan afvragen: wat kopen we met die Brusselnorm?”

COLOFON BRUZZ

Flageyplein 18, 1050 Brussel 02-650.10.65 ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80, Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393, BIC: BBRU BE BB van Vlaams Brusselse Media vzw. Buiten België 30 euro per jaar. OPLAGE 62.609 exemplaren. ADVERTEREN? Barbara Hartert: sales@bruzz.be ALGEMENE DIRECTIE Jo Mariëns HOOFDREDACTIE Klaus Van Isacker WEEKBLAD & MAGAZINE Steven Van Garsse (chef ) EINDREDACTIE Karen De Becker ART DIRECTOR Heleen Rodiers VORMGEVING Ruth Plaizier REDACTIE Jean-Marie Binst, Bettina Hubo, Laurent Vermeersch, Danny Vileyn MEDEWERKERS Hilke Andries, Michaël Bellon, Hanne De Valck, An Devroe, Wauter Mannaert, Tim Schoonjans, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Ivan Put, Saskia Vanderstichele DISTRIBUTIE Ute Otten VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Steven Van Garsse, Flageyplein 18, 1050 Elsene. Bruzz is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw, wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bruzz.be

Het marktaandeel van het Nederlandstalige onderwijs in Brussel is tussen 2015 en 2016 significant gedaald. Dat blijkt uit cijfers die Groen opvroeg bij Vlaams onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V). Het is een opmerkelijke vaststelling. Als die tendens zich doorzet, dan moet de Vlaamse gemeenschap zich stevig beraden over hoe ze zich in de toekomst wil positioneren in de hoofdstad. Er zijn vele verklaringen voor die cijfers. Een ervan is dat de Franse gemeenschap meer bouwijver aan de dag legt. Zeker voor het gemeentelijk onderwijs hebben zij het nu eenmaal makkelijker om nieuwe scholen uit de hoed te toveren. Maar de ongemakkelijke waarheid is ook dat er de laatste jaren een paradigmashift heeft plaatsgevonden. De Vlaamse gemeenschap heeft zich in het verleden altijd heel royaal opgesteld in haar eigen hoofdstad. De befaamde dertigprocentnorm is daar het symbool van. Vlaanderen voert een beleid voor één derde van de Brusselse bevolking, taal of afkomst is van geen tel. Dertig procent is meer dan er Vlamingen zijn. De ministers Bert Anciaux (SP.A) en Guy Vanhengel (Open VLD) waren er de laatste jaren de grote promotoren van. Die houding heeft Vlaanderen geen windeieren gelegd. Zeker in de culturele wereld en in het onderwijs kan de Vlaamse gemeenschap op een puike reputatie rekenen, ook

WAUTER MANNAERT

en vooral bij Franstaligen. De tijd van die groothartigheid lijkt tot het verleden te behoren. Anciaux is verdwenen in de coulissen van de politiek. En Vanhengel steunt nog wel de oprichting van nieuwe scholen, maar het enthousiasme van de voorbije jaren lijkt bekoeld. De dertigprocentnorm wordt niet openlijk in vraag gesteld, maar uit de feiten blijkt dat Vlaanderen ze niet kan waarmaken. Dat heeft ongetwijfeld met centen te maken. Maar er is meer. Vlaanderen is zich gaan afvragen: wat kopen we met die Brusselnorm? Buiten een mooi blazoen? Wat levert het op? Natuurlijk is politiek niet louter berekening en neemt de Vlaamse gemeenschap wel degelijk haar maatschappelijke verantwoordelijkheid in Brussel, in zeer ruime mate zelf. Er worden ook elk jaar scholen bijgebouwd en de culturele instellingen zijn florissanter dan ooit. Maar net zo goed is het zo dat de Nederlandstalige scholen eivol zitten en dat het voor jonge Vlamingen die in Brussel komen wonen steeds moeilijker is geworden om een school te vinden in de buurt. Zo schiet de Vlaamse gemeenschap zichzelf in de voet. Minister Crevits heeft een plan klaar om alle kleuters naar school te laten gaan. Goed plan, maar dan moet er ook wel plaats zijn.

“

Mijn kabinet lijkt soms meer op een boksring tussen Infrabel en de NMBS” FRANÇOIS BELLOT, Federaal minister van Mobiliteit (MR) (in ‘Le Soir’).

“

Zijn ze nu helemaal op hun kop gevallen?” ANNEMIE MAES, Gemeenschapssenator (Groen), over de komst van de Formule E naar het Elisabethpark (op ‘Facebook’).


Donderdag 15 december 2016 I BRUZZ 1551 I 3

MOBILITEIT Eerste studieresultaten Observatorium autovrij stadscentrum

mensen met grotere koopkracht buiten het centrum,” zegt geografe Sofie Vermeulen, een van de projectcoördinatoren van het observatorium. “Als de voetgangerszone daarvan wil profiteren, moet ze ook voor die mensen bereikbaar zijn.” Om die koopkracht te lokken, rekende het stadsbestuur echter vooral op de auto. Tekenend was bijvoorbeeld de uitspraak van burgemeester Yvan Mayeur dat Ukkelaars alleen komen als ze dat met de auto kunnen doen.

Openbaar vervoer kan beter

“Anders dan in Parijs wonen in Brussel veel mensen met grotere koopkracht buiten het centrum” Sofie Vermeulen, geografe

Autovrij. Het succes van voetgangerszones hangt onder meer af van de bereikbaarheid met het openbaar vervoer. © ID BAS BOGAERTS

BRUSSEL - 27 procent van de Brusselaars heeft geen vlotte verbinding met het hypercentrum via het openbaar vervoer. Dat is een van de opvallendste resultaten uit een eerste reeks studies over de voetgangerszone. Terwijl, zo blijkt uit buitenlandse voorbeelden, goed openbaar vervoer een van de voorwaarden is voor het succes van een autovrij centrum. Gemiddeld is de bereikbaarheid van het hypercentrum vrij goed, met een reistijd van 23 minuten tijdens de ochtendspits. Maar dat cijfer verbergt extremen. Voor inwoners van

- delen van - Elsene, Ukkel, Watermaal-Bosvoorde, Schaarbeek, Evere of Heembeek kan de reistijd oplopen tot meer dan 40 minuten. Het verschil heeft alles te maken met de beschikbare vervoersmodi: wie geluk heeft, kan een snelle metro of tram in eigen bedding of tunnel nemen naar het centrum. Anderen zijn aangewezen op veel minder performante bussen zoals de beruchte lijn 71. Door de eindhaltes uit elkaar te halen en enkele busbanen te schrappen, zijn de bussen bovendien nog slechter af sinds de invoering van de voetgangerszone. “27 procent van de Brusselaars heeft geen vlotte verbinding met het stadscentrum via

het openbaar vervoer, als we rekening houden met de afstand,” concludeert geograaf Kevin Lebrun in een van de dertien papers uitgebracht in het kader van het Brussels Centre Observatory, de studiegroep rond de voetgangerszone . De vaststelling is niet onbelangrijk als je weet dat een goede ontsluiting met het openbaar vervoer een belangrijke randvoorwaarde is voor het welslagen van een autovrij stadscentrum. Dat blijkt uit een vergelijkend onderzoek van buitenlandse voorbeelden in een van de andere papers. Een betere ontsluiting dringt zich dus op. “Anders dan in Parijs wonen in Brussel veel

Vandaar ook het plan om meer parkeergarages te bouwen in de Vijfhoek. Maar het observatorium verwacht daar geen heil van. Parkings trekken auto’s aan, leiden tot files en beperken de omvang van de voetgangerszone. Op dat vlak zien de onderzoekers het project dan ook als een gemiste kans om komaf te maken met de autostad. Dat het project niet helemaal coherent is, heeft te maken met het politieke compromis binnen de meerderheid, waarbij sommigen de nadruk leggen op leefbaarheid, anderen op economische dynamiek. “Een van de belangrijkste conclusies is dat het project uiteenvalt in vier deelplannen,” zegt Sofie Vermeulen. “Een heraanlegplan, een deel rond mobiliteit, een deel rond handel en een deel rond grondbeleid, telkens onder een andere politieke bevoegdheid.” Hoe dan ook wil het Brussels Centre Observatory, waar veertig onderzoekers van vijf universiteiten aan meewerken, het debat te blijven voeden. Op 27 januari en 3 februari zijn er in de Beursschouwburg sessies over respectievelijk het ontwerp voor de heraanleg, en een analyse van het debat. Meer info op bco.bsi.brussels Laurent Vermeersch

politiek Nieuwe griffier in de VGC-raad

handel Regering verwerpt beroep van eigenaar

Patricia Coppens volgt Daniël Buyle op

Groot winkelpand in Dansaertstraat mag niet

Patricia Coppens wordt de nieuwe griffier van de VGC-raad. Dat is de meerderheid overeengekomen. Vrijdag wordt haar benoeming bekrachtigd. Een grote verrassing is haar aanstelling niet. Ze werkt al sinds jaar en dag voor de wetgevende diensten van de VGCraad en was plaatsvervangend

griffier sinds de vorige griffier, Daniël Buyle, op pensioen is. Er was even wat ophef over de nieuwe functie omdat senator Bert Anciaux genoemd werd als mogelijke opvolger van Buyle, maar de vacature liet uiteindelijk alleen interne kandidaten toe. Daarmee kwam Patricia Coppens meteen in beeld. Ze kwam als de beste uit de examens en het uitgebreid bureau draagt haar nu voor als nieuwe griffier. Vrijdag zal de raad van de VGC haar benoeming bekrachtigen. SVG

BRUSSEL - De Dansaertstraat kan opgelucht ademhalen. De Brusselse regering heeft het beroep van de Société d’investissement commercial afgewezen. De vastgoedgroep van Gérald Hibert mag het vroegere restaurantje Au Fond in de Dansaertstraat niet samenvoegen met de voormalige winkel van feestjurkenontwerpster Johanne Riss aan de Nieuwe Graanmarkt. Begin vorig jaar vatte Hibert het plan op om de muren door te breken en de twee commerciële panden samen te voegen tot één groot handelspand. Dat zou dan verhuurd worden aan de Zweedse keten Cos, het luxueuzere zusje van H&M. Toen het plan ter ore kwam van ontwerperszaak Stijl

en de andere onafhankelijke winkels in de Dansaertbuurt, kwam er een grote anti-Coscampagne op gang. De komst van het commerciëlere Cos zou het karakter van de Dansaertwijk veranderen, zo luidde het. Het Brusselse schepencollege weigerde de stedenbouwkundige vergunning aan Hibert. Die had ondertussen de twee huurders - Au Fond en Riss - buitengezet. Hibert ging tegen de weigering in beroep bij de Brusselse regering, maar dat beroep is nu ongegrond verklaard. Cos heeft ondertussen een nieuwe winkel geopend in Ukkel. Claude, die vroeger het restaurantje La Cigogne uitbaatte in het pand van Au Fond, heeft al gevraagd om de benedenverdieping in de Dansaertstraat opnieuw te mogen huren. Het restaurant heeft een

origineel interieur uit de jaren 1920, waarvoor een beschermingsprocedure loopt. HUB


4 I BRUZZ 1551 I Donderdag 15 december 2016

DE WEEK

IN BEELD Het Europagebouw is plechtig geopend. Zaterdag zelfs voor het grote publiek. Het ontwerp is van architect Philippe Samyn en valt op door de oude raamkozijnen die uit heel Europa komen en gerecycleerd zijn tot een vierkante box. Daarbinnen staat een urnevormig gebouw dat vooral ‘s avonds opvalt als het mooi verlicht is. Het gebouw is vanaf januari de hoofdzetel van de Europese Raad. Die heeft de laatste jaren aan belang gewonnen in de EU, enigszins ten koste van de Europese Commissie die aan de overkant in het Berlaymontgebouw haar vaste stek heeft.

in het NIEUWS Prostitutieregels vernietigd

De Raad van State heeft het nieuwe prostitutiereglement in de Alhambrawijk in Brussel vernietigd, na beroep door de Franstalige mensenrechtenliga, Espace P en een prostituee. In juni stemde de Brusselse gemeenteraad een nieuw reglement, nadat het vorige, drie jaar terug, ook al door

de Raad van State op basis van ‘onregelmatigheden’ was vernietigd. Brussel-Stad wou een boetesysteem voor prostituees en klanten opleggen bij overlast, maar dat recht zou alleen de politierechtbank toekomen en niet de gemeenteambtenaren.

Wolu-Info discrimineert

Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS) zal de gemeentelijke rekeningen 2016 en 2017 van Sint-Lambrechts-Woluwe niet goedkeuren, als de inbreuken op de taalwetgeving aanhouden, stelt hij. In zoveel woorden schaart Vervoort zich achter de aanhoudende kritiek van CD&Vparlementsleden Brigitte Grouwels en Paul Delva op de uitgave van het gemeenteblad Wolu-Info. Het Nederlandstalige infoblad voor de burger is al twee jaar beknopter dan de Franstalige uitgave en verschijnt

later. Een en ander wordt ervaren als een dubbele discriminatie. Burgemeester Olivier Maingain (Défi, ex-FDF) bleef de inbreuk miskennen.

Airbnb valt gewest aan

De internetmultinational Airbnb vecht de regelgeving van de Brusselse regering aan voor verhuur van privé- en bedrijfskamers, bekend als ‘room sharing’ Airbnb. Het aantal verhuurders is dit jaar in Brussel sterk gedaald, nadat deze zomer in navolging van Vlaanderen vergunningsregels werden uitgevaardigd door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Airbnb vindt de Brusselse regels op het vlak van fiscale aangifteverplichting, brandveiligheid, verzekering en dies meer “complex, verwarrend en disproportioneel”. Het verhuurplatform is zelf een petitie gestart. Minister-president

Rudi Vervoort wil de werking van het nieuwe systeem na twee jaar evalueren, en inmiddels inzetten op meer controles.

Sheraton doet boeken toe

Dinsdag werd de vrees bevestigd dat het grootste hotel van België, het Sheraton, aan het Rogierplein failliet is. De managers

verlieten het zinkende schip, terwijl het personeel alleen de dienst bleef uitmaken, bevestigde de christelijke vakbond ACV aan VTM-Nieuws. Tweehonderd personeelsleden dreigen hun werk te verliezen. Er zijn meerdere oorzaken voor het faillissement van het hotel: de hoge renovatiekosten (50 miljoen euro), het negatieve imago van asbest in het gebouw en de neerwaartse spiraal aan hotelgasten sinds de terreuraanslagen. Eigenaar is de Zweedse groep Nordström. De uitbater is Starwood.

Jean-Marie Binst

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP


© IVAN PUT

Donderdag 15 december 2016 I BRUZZ 1551 I 5

UITGELICHT Ghelamco wil vooral munt slaan uit nevenprojecten

Stadion als opstapje BRUSSEL/GRIMBERGEN - Het Eurostadion op Parking C is voor Ghelamco vooral een opstapje naar andere, meer lucratieve projecten. De West-Vlaamse bouwgroep hoopt munt te slaan uit een gigantische parkeergarage, een revalidatiecentrum en kantoorprojecten. Een analyse. Raakt het Eurostadion op tijd klaar voor het Europees kampioenschap voetbal in 2020? En komt er alsnog een bindend akkoord met Anderlecht om het stadion te gebruiken? Het antwoord op beide vragen blijft erg onzeker. Maar zelfs als de uitkomst van beide vragen negatief is, lijkt het stadionproject levensvatbaar. Met dank aan de vele bouwplannen rond de geplande voetbalarena. Die lijken ontwikkelaar Ghelamco zelfs nauwer aan het hart te liggen dan het eigenlijke stadion. Op een informatievergadering met buurtbewoners ging het in elk geval veel meer over die nevenprojecten dan over de tribunes. Over wat gaat het dan? Naast het stadion wil Ghelamco een “innovatiecampus” bouwen. Daar zou plaats zijn voor bedrijven, maar ook voor een privaat revalidatiecentrum en eventueel een hotel. Potentieel allemaal winstgevend, zeker als je weet dat Ghelamco de site in erfpacht kreeg voor een symbolische euro per jaar. Daarnaast is er ook de potentieel lucratieve uitbating van de parkeergarage met maar liefst tienduizend plaatsen. De ontwikkelaar verkreeg dat de bouw ervan wordt betaald door Stad en Gewest. De overheden

verdedigden die beslissing omdat er een potentieel is als pendelparking. Daarvoor moeten enkele tramlijnen verlengd worden. Het mag duidelijk zijn dat Ghelamco zijn zinnen heeft gezet op Brussel. In die zin lijkt het stadion veeleer een opstapje naar andere, meer winstgevende projecten. Zo heeft de groep van Paul Gheysens eerder zijn oog laten vallen op groothandelscentrum Trade Mart, ook al op de Heizel. En de West-Vlaamse bouwfirma duikt ondertussen ook op rond het Monopolybord in het stadscentrum. Zo deed Ghelamco, volgens Gheysens geheel toevallig, een gouden zaak door de erfpacht op een vervallen kantoorgebouw te verkopen aan de Stad Brussel. Die zal het gebouw renoveren tot het nieuwe hoofdcommissariaat van de lokale politie. Ghelamco heeft ook een vergunning op zak om een kantoorgebouw te vervangen ter hoogte van Madou langs de Kleine Ring. Een gelijkaardig scenario voltrok zich overigens in Gent, waar Ghelamco enkele jaren terug het nieuwe stadion mocht bouwen voor de plaatselijke voetbalvereniging. De arena werd enthousiast onthaald en gaf AA Gent sportief en financieel een flinke boost. Maar het stadion kon er alleen

komen omdat de stad, onder meer via de watermaatschappij, flink mee investeerde. Vlakbij ontwikkelt Ghelamco ondertussen ook winkels, kantoren en een hotel. Is de canapépolitiek hiermee terug van nooit echt weggeweest? De plaatselijke overheden zijn er altijd snel bij om duistere deals te ontkennen, en met een leger advocaten in de buurt lijkt het onwaarschijnlijk dat de wet ergens overtreden is. Wel is het zo dat de vele publieke investeringen die zogezegd topsport mogelijk maken of het

Ghelamco duikt nu ook op rond het Monopolybord in het stadscentrum algemeen belang moeten dienen (zie de pendelparking), als puntje bij paaltje komt vooral toch de rode loper lijken uit te rollen voor vastgoedbedrijven met een uitgekiende strategie. Laurent Vermeersch

De spraakmaker Brussels schepen van Handel Marion Lemesre (MR) schiet met scherp op Atrium. In de ogen van de schepen maakte het Gewestelijk agentschap voor de promotie van de Brusselse handelskernen een erg belabberde beurt op een belangrijke commerciële vastgoedbeurs in Cannes. Atrium was aan de Azurenkust om te spreken over de veelbesproken voetgangerszone in het centrum van de stad. “Het was schandalig,” liet Lemesre optekenen in ‘La Dernière Heure’. “De vertegenwoordiger van Atrium daagde op zonder iets. Geen enkel cijfer, geen video of geen powerpoint. Het was onprofessioneel. Het Gewest zou de economische

ont wikkeling van het stadscentrum moeten tonen, maar schetste een erg onflatterend beeld. Ze toonden de huidige voetgangerszone, een werf, in plaats van het project voor 2018.” Pas begin dit jaar tekende de Stad Brussel een overeenkomst met Atrium om samen een handelspolitiek uit te tekenen voor de autovrije binnenstad. Daarvoor speelde Lemesre al cavalier seul door een extern bureau in te schakelen en adviezen van Atrium en voogdijminister Didier Gosuin (Défi) naast zich neer te leggen. Uit-

Marion Lemesre

eindelijk draaide ze wel bij, maar nu ziet ze haar kans om opnieuw een eigen koers te varen, samen met On-

dernemen.Brucity, een eigen vzw van de Stad. Het helpt natuurlijk niet dat de partij van Lemesre niet in de meerderheid zit in het Gewest, en die van Gosuin oppositie voert in de Stad. De minister van Economie durfde zich bovendien al eens te mengen in het verhitte debat over het circulatieplan voor de Vijfhoek. De uitspraken passen kortom bij een zoveelste politieke veldslag tussen Stad en Gewest. “Men zegt vaak dat de Stad zich het Gewest waant, maar we zijn verplicht om het Gewest te vervangen

als dat blijft klooien op het vlak van territoriale ontwikkeling, mobiliteit en handel,” zegt Lemesre daarover. “Ik ben boos op de Gewestregering die de bal misslaat. De Stad moet ondertussen de negatieve gevolgen ondergaan.” De schepen verwijst onder meer naar de versmalling van de rijweg op de Louizarotonde. Ten tijde van de tunnelcrisis beschuldigde ze de opeenvolgende ministers van Mobiliteit overigens al van “talibanisme tegen de auto”. Zeker niet de eerste keer dus dat ze zich ongenuanceerd uitlaat. En de handelaars in het stadscentrum? Die wachten ondertussen nog altijd op een plan.

Laurent Vermeersch


6 I BRUZZ 1551 I Donderdag 15 december 2016

economie Toename halalslagerijen al jaren erg groot in Brussel

Walhalla van de halal

MARC LANDUYT (beenhouwerscorporatie). “Ik kan de speurtocht naar starters niet bijhouden. Als ik weet heb van een nieuwe zaak, klop ik aan.”

BRUSSEL - Een zoveelste halalslagerij duikt op. De authentieke ‘Belgische’ slager-spekslager ziet het met lede ogen aan, en ventileert zijn malaise. Ook Marc Landuyt, provinciaal voorzitter Brussel van de Belgische Landsbond der beenhouwers, slagers en traiteurs, speurt met gemengde gevoelens naar de nieuwkomers. Hoe eentje her en der de stiel begint, lijkt hem niet altijd koosjer.

D

e jongste beenhouwersgeneratie heeft al wat tegenwind gehad in Brussel. Eerst zetten grootwarenhuizen eigen slagers aan het werk, om het toogaanbod te diversifiëren. Dan was het opboksen tegen onveiligheid – de op één na laat-

ste Vlaamse slager van de Vierwindenstraat (Sint-Jans-Molenbeek) trok eind jaren 1990 de deur dicht wegens te veel kassaovervallen en bedreigingen. En - vooral - tussen 2000 en 2005 installeerde zich een opvallend fenomeen: de halalslagerij. Sindsdien is het in sommige gemeenten met de loep zoeken

naar de authentieke, Belgische keurslager. In Brussel-Stad zijn nog vier Nederlandstalige slagers lid, horen we van de Corporatie van Beenhouwers en Slagers. Het probleem voor de sinds lang gevestigde slagerijen, is niet de concurrent om de hoek. Want het aanbod is anders. Voor kipkap en zelf bereide bloedpensen moet je niet echt naar de halalslagerij. Het probleem is eerder de malaise, het ongemak van de ‘laatste der slagersmohikanen’ te midden van een ‘andere’, groeiende massa. In een grote kring rond het Dapperheidsplein, de Wayezstraat en de Bergensesteenweg overleven nog twee autochtone slagerijen. “De eerste dag dat onze vernieuwde winkel openging, stond de inspectie van het Voedselagentschap al binnen,” krijgen we te horen. “Ik vraag me af of ze in die halalslagerijen net zo streng zijn, als bij ons. Ik had ergens een vaatdoek hangen (in plaats van alleen keukenrolpapier, red.):

© BART DEWAELE

een slecht punt en hercontrole. Een lamp hing eens wat te los: een slecht punt en hercontrole. Telkens als de inspectie terug moet komen, kost me dat 250 euro,” stelt Anne Cloetens van D.C. Quality, hartje Anderlecht. “Zo raak ik gefrustreerd. Terwijl ik ze elders op gympies in hun winkel zie staan. Ik ken slagerijen waar de potjes niet eens in de koeltoog staan. Bij mij komt de voedselinspectie tweemaal per jaar langs. En bij hen?”

Gelijke controles Het FAVV (zie kaderstuk) stuurt de Nederlandstalige inspectie naar Nederlandstalige geregistreerden. Dat zijn er voor Brussel een pak minder dan in de tijd van de West-Vlaamse, hoofdstedelijke beenhouwers. De Franstalige inspectie doet ook haar werk, bij Franstaligen en - iets moeilijker - Franskundigen. Ook bij La Moutonnerie, ruim een halve eeuw speciaalzaak in lamsvlees, en drie jaar terug overgenomen door Bruno Bartholomé, voelen


Donderdag 15 december 2016 I BRUZZ 1551 I 7

nieuwe zaak, klop ik aan. Ik moet op mijn we ontmoediging. “Kijk naar de klant. Er zijn knieën vallen om een nieuw lid te maken. steeds minder Anderlechtenaren die geen halal Al verdedigen wij ook niet-leden, het zijn nu eten, de autochtone populatie slinkt. Bovendien eenmaal slagers. Maar ik heb wel twijfels over wil de nieuwe klant de allerlaagste prijs betalen, hoe ze begonnen zijn, en of ze in regel zijn waardoor kwaliteitsverschil van geen tel is. En met alles.” Harde bewijzen kan de erevoorzitja, het is nu eenmaal goedkoper in de halalslagerij. Maar ik weet dat ze daar al eens merguez ter van de Landsbond niet geven. De ondernemingen die hij opverkopen met varken of geeft, vlooien we uit. kip erdoor gedraaid, om De Gewestelijke overgoedkoper te zijn (normaal bevat merguez alheidsdienst Brussel leen lamsvlees, red.).” Economie en Werkgelegenheid bevestigt de Het Voedselagentschap beenhouwer-spekslamaakt an sich geen verschil tussen een halalslagervergunningen van gerij en andere slagerijen. enkele van hen. Al is Voor hygiëne en voedseleentje niet langer accontrole zijn ze gelijk, als tief volgens de Kruispuntbank van Onderalle normen maar gehaald nemingen. Ook het worden. Trouwens waar Marc Landuyt Vo ed sel agent sc h ap staat het label halal voor, Beenhouwerscorporatie doet parallel werk, en op de vitrine van de slager? controleert zodra er Bij de Executief van de weet is van een slagerij die nieuw zou zijn (zie kaderstuk). Lieve Moslims van België (EMB) weten ze meer: “Halal (ritueel geslacht vlees, red.) is geen kwaBusschots van het Voedselagentschap: “Af liteitslabel of prestigelabel voor slagerijen. Alen toe heeft misschien wel iemand - een anleen het begrip halalslachthuis bestaat, niet dere slager of particulier - gelijk dat er iets halalslagerij.” Wat dan met het vitrinegrote schort, maar die moet dan maar een klacht halallabel? “De EMB geeft alleen erkenningen indienen.” aan offeraars,” horen we. “Zij die de religieuze slachting mogen uitoefenen, zijn werkzaam Vlees van bij de kapper Wel zaaien de nieuwe halalslagers zelf de in de halalslachthuizen (zoals bij Isla-Meat in twijfel. Nieuw Badr tegenover de kerk van Roosdaal, de grootste toeleverancier van halalvlees voor Brusselse slagers, red.). Er zijn wel Scheut is zo een nieuwe zaak. De onderneming verwijst naar twee Badr’s, bekend in Lacertificaatorganismes, in Frankrijk en Nederland, en op internet vind je die voor België ook, die halalcertificaten uitreiken aan slagers. Dat staat los van het officiële werk van de EMB. Iedereen kan halal op zijn vitrine zetten, of daar halalvlees verkocht wordt of niet.” De Moslimexecutieve houdt zich dus niet bezig met de slagers. Eigenlijk mag zelfs in de halalslagerij met gemak vlees dat niet halal is, verkocht worden. Al zijn de slagers onderling en naar hun klanten daar wel ‘correct’ in, neemt iedereen ‘officieel’ aan.

“In Brussel-Stad zijn nog drie Nederlandstalige slagers lid van de corporatie”

ken. Toch werd de zaak geopend door een totaal andere vennootschap, wat gerust kan. In de statuten staat de officiële zaaknaam en de eigenaarsnaam, maar de ‘roepnaam’ bijvoorbeeld Halal chez Said kan gerust verschillen. Erger is dat we statuten van ondernemingen zien die over de honderd beroepen mogen uitoefenen: van kapper, speelgoedverhuur, slotenmakerij, juwelen, IT, tuinonderhoud, videotheek, antiek, parfumerie en cybercafé tot groot- en kleinhandel in vlees. Landuyt: “Het begint al met Marokkaanse licenties die niet geschikt zijn voor België. Velen weten de weg om via een circuit van boekhoudkantoren een vestigingsattest te bekomen. Diverse Marokkanen bevestigen me dat er 1.000 tot 2.000 euro gegeven wordt om iemand met een vestigingsattest in te schakelen om een slagerij te kunnen openen. Het probleem komt als die ‘slagersgast’ vertrekt, dan zit de winkel in de nesten. Normaliter moet je drie jaar bij iemand met een slagersdiploma gewerkt hebben om zelf een slagerij te kunnen openen. Europa vindt dat discriminerend, en zou de loopbaantijd voor ervaring tot één jaar willen reduceren. Het lijkt me toch kort om de stiel te leren, en zelfstandig te kunnen beginnen,” luidt het nog. “Of normen strenger geworden zijn, ten goede van het beroep en de consument, hangt van de interpretatie af. In de jaren 1970 ten tijde van ‘Polle Pansj’, roepnaam van ondernemer, Brussels politicus en premier Paul Vanden Boeynants (VDB), mocht een slagerij zelfs geen krab- of vissalade verkopen.”

Iedereen halal Het precieze aantal halalslagerijen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is niet bekend. Voor de federale overheidsdiensten, waaronder het Voedselagentschap (FAVV), horen ze gewoon bij het bestand van slagerijen-spekslagerijen, beenhouwerijen en kleinhandels in vlees. De Moslimexecutieve (EMB) houdt zich niet bezig met slagers, alleen met halalslachthuizen. Niemand kijkt ook na of de halalslagerijen alleen halalvlees verkopen. Ze kunnen perfect elders vlees aankopen, ook buiten halalslachthuizen. Halalslachthuizen kopen ook bij particuliere schapenhouders aan. Alle herkomst van het vlees moet wel traceerbaar zijn (voor de voedselveiligheid).

Jean-Marie Binst

Voedselagentschap waakt

Geen nieuwe bondsleden Marc Landuyt is erevoorzitter (tot voor kort voorzitter) van de Landsbond der beenhouwers, spekslagers en traiteurs van België, provinciaal landsbondvoorzitter van Brussel, Vlaams- en Waals-Brabant én secretaris van de Corporatie van Beenhouwers en Spekslagers van Brussel. Als 76-jarige rijdt hij nog alle slagers af, en zoekt naar nieuwe vestigingen. De Corporatie telt in Brussel en de Rand nog 97 Nederlandstalige leden. In Brussel-Stad zijn er dat nog drie: Rona in de Plattesteen, Olbrechts (Van Thienen) in de Lakensestraat en Kerkhofs in de Bloemenstraat. Half januari 2017 zal daar Dierendonck - voordien Jack O’Shea, in de Katelijnestraat - bijkomen. Als je het bij de ‘autochtone’ beenhouwers wil houden, komen daar nog even weinig Franstaligen bij, zoals boucherie Sovia Frais, Oualit en Le coq d’or. Zij moeten zich schrap zetten tegenover 45 halalslagerijen, die het nieuwe slagersimago in het hart van de eurohoofdstad hoog houden. “De nieuwe slagerijen, halal of niet, worden geen lid meer van de corporatie,” zucht Landuyt. “Ze proberen zich op eigen houtje te vestigen, al geef ik wel alle documentatie.” Niet dat er geen lovenswaardige slagers bij zijn. Karim Hassani van bvba Himi (Etterbeek) bijvoorbeeld, komt van een derde generatie inwijkelingen. Zijn vader leerde de knepen bij delicatessenzaak Rob (Woluwe). En Himi levert nu volop vlees aan het Europees Parlement. Maar er zijn andere Charels in het walhalla van de halal. “Ik kan de speurtocht naar starters niet bijhouden,” stelt Landuyt. “Als ik weet heb van een

De weg naar een feilloze controle gaat via het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV), afgekort het Voedselagentschap. Vermits de slagerijen business to consumer leveren, dus aan de verbruiker, zijn ze onderworpen aan de federale regelgeving. Als slagerijen-groothandels zich vestigen en niet meteen in orde zijn met een vestigingsattest, dan komt het Voedselagentschap dat niet zo maar te weten. Lieve Busschots, communicatiedirecteur van het FAVV, legt uit. Is er een meldingsplicht? LIEVE BUSSCHOTS: Elke operator in de voedselketen, of het nu een boer is, een restaurant, slager of bedrijf dat vissalades maakt, moet zijn activiteiten bij het Voedselagentschap aangeven. Hij krijgt dan een registratie, een toelating of een erkenning, afhankelijk van de uitgeoefende activiteiten. Slagers hebben soms een toelating, soms ook een erkenning in functie van wat ze doen. Vanaf dan vallen ze in ons controleplan, waardoor de onderneming volgens een bepaalde controlefrequentie wordt gecontroleerd. Zolang het bedrijf niet in orde is, blijft het gecontroleerd. Een aantal oudere Belgische slagerijen durven kritiek te uiten op de controle bij de concurrentie, in casu de halalslagerij. BUSSCHOTS: Als die klagers vinden dat de controle niet overal op dezelfde manier wordt uitgevoerd, mogen ze het bewijzen. Iedereen

kan aan het Voedselagentschap signaleren dat er iets misloopt in een slagerij. We hebben een ombudsdienst voor alle externe klachten. En een meldpunt voor de klachten van de consument. Aan elke klacht wordt gevolg gegeven.

“Halal bestaat niet voor ons, wij kennen alleen ‘slagers’” Lieve Busschots Voedselagentschap

Wat is de pakkans bij nalatigheden in een slagerij? BUSSCHOTS: We werken overal met dezelfde checklists voor slagerijen, van Knokke over

Mande-Saint-Étienne tot Brussel. De frequentie van ‘onaangekondigde controles’ is doorgaans tweejaarlijks (maakt 95 procent uit van de werking, JMB). Daarboven zijn er een tiental aangekondigde controleacties per jaar, verspreid over alle provincies. De wetten van het toeval bepalen de gemeenten of stadszones. Bedoeling is om dan in een week tijd zoveel mogelijk voedselbedrijven met het team te controleren. Het draagt ertoe bij dat de voedselveiligheid erop vooruitgaat voor de consument. Wanneer komt u te weten dat er vlees verkocht wordt, als iemand zich niet registreert als slager? BUSSCHOTS: Dan duurt het inderdaad tot wij daarop vallen. Die dag komt hetzij na een klacht van derden, hetzij bij onze aangekondigde acties. Die slagerij krijgt dan een proces-verbaal en een bepaalde tijd om zich in orde te stellen. Anders kunnen we het niet weten, want we zijn met onze database niet gelinkt aan FOD Financiën. Al doen we soms wel gezamenlijke acties. En geldt hetzelfde voor de halalslagerij? BUSSCHOTS: De controles van het Voedselagentschap maken geen onderscheid in type slagerijen. Halal of geen halal, daar houden wij geen rekening mee. Halal is een begrip van de Moslimexecutieve. Net als elke slagerij moet een halalslagerij voldoen aan alle regelgeving over voedselveiligheid.

(JMB)


8 I BRUZZ 1551 I Donderdag 15 december 2016

samenleving Veertien Brusselse kerken overgedragen aan andere kerkgemeenschappen

Leen eens een kerk

BRUSSEL - Als antwoord op de teruglopende bezoekersaantallen leent de katholieke Kerk van Brussel steeds meer gebedshuizen uit aan buitenlandse geloofsgemeenschappen. Iraakse Chaldeeuwse katholieken en Servisch-orthodoxen brengen vaak nieuw leven naar die verlaten kerkbanken. “De Kerk moet zich aanpassen aan veranderende tijden,” zegt hulpbisschop van Brussel Jean Kockerols.

H

et spreekt tot de verbeelding: in onbruik gevallen kerk wordt een hippe discotheek. Zo’n vaart loopt het niet meteen, maar met de leegloop van kerken in Brussel stijgt de vraag naar herbestemming ervan. De kerk wordt gedesacraliseerd, een vindingrijke ondernemer bedenkt plannen om er pakweg een boekenwinkel of zelfs fruit- en groentemarkt in onder te brengen. De kerk lijkt hoe dan ook geen heilig huisje meer. Toch gebeurt dat desacraliseren al met al maar heel weinig. Volgens

cijfers van het aartsbisdom Mechelen-Brussel zijn de voorbije jaren slechts vier van de 110 katholieke kerken in Brussel (gedeeltelijk) gedesacraliseerd en herbestemd. Daarbij laat het aartsbisdom opmerken dat in drie van die vier voormalige kerken nog een gebedsruimte blijft behouden. Liever dan een kerk finaal op te doeken, schenken kerkleiders ze aan andere geloofsgemeenschappen. De voorbije jaren zijn veertien Brusselse godshuizen overgedragen aan andere - al dan niet katholieke maar altijd christelijke - kerkgemeenschappen, waaronder Braziliaanse en Filipijnse katholieken of ook Servisch- en Roemeens-orthodoxen.

Die veertien overgedragen kerken liggen verspreid op de kaart. Vier andere zijn (gedeeltelijk) gedesacraliseerd, zoals de Sint-Vincentiuskerk in de Anderlechtse wijk Scheut: die is overgedragen aan de grootste Nederlandstalige scholengroep Sint-Goedele Brussel, die er een school van maakt. Twee andere ongebruikte kerken wachten op een beslissing. Elk huisje heeft ook zijn kruisje, of beter, zijn verhaal. Eén van de meest levendige kerkgemeenschappen in Brussel is de Chaldeeuwse katholieke congregatie van de Sint-Theresiakerk in Schaarbeek, vijftienhonderd zielen rijk volgens de laatste telling. De Chaldeeërs

zijn af komstig uit Turkije, Irak, Syrië of Iran, en spreken Aramees, de taal die Jezus sprak. De eerste Chaldeeërs kwamen al naar België in de jaren dertig, op de vlucht voor vervolging in het nieuwe Turkije. Bij elk trouw- of doopfeest is de Chaldeeuwse kerk tot de nok gevuld. Voor de zondagsmis verzamelen honderden Chaldeeuwse gezinnen uit Brussel en omstreken. Die bezoekersaantallen staan in schril contrast met onze vaderlandse devotie: volgens cijfers van de KU Leuven uit 2009 zou nog maar vijf procent van de Belgen elke zondag naar de mis gaan. Ook bij de Filipijnse katholieken van Brussel brandt het heilige vuur. Sinds deze zomer hebben ze hun intrek hebben genomen in de Heilige Mariakerk in Vorst. Elke zondagvoormiddag is hun uitbundige gezang tot ver buiten de portiek te horen. Opvallend veel vrouwen in de kerk: driekwart van de Filipijnse arbeidsmigranten zijn immers vrouwen. “De helden van onze economie,” liet Filipijns oud-president Corazon Aquino ooit optekenen.

Monseigneur met een missie Monseigneur Jean Kockerols, hoofd van de Brusselse Katholieke Kerk, weet als geen ander dat de hedendaagse Kerk vooral pragmatisch moet. “Afgelopen zaterdag heb ik nog een kerk toevertrouwd aan een Roemeens-orthodoxe kerkgemeenschap in Ukkel,” zegt hij. Momenteel onderhandelt monseigneur Kockerols met een orthodoxe

kerkgemeenschap over de Sint-Janen Niklaaskerk in de Brabantstraat in Schaarbeek. “U weet vast dat dat geen makkelijke wijk is,” zegt hij, met een knipoog. De kerk vereenzaamt momenteel te midden van de meer populaire Turkse en Marokkaanse restaurants en superettes. En dan is er nog de prostitutie. “Er zijn heel wat vrijwilligers nodig om een kerk gaande te houden, en die zijn hier in de onmiddellijke omgeving niet meer te vinden,” zegt Kockerols. Niet toevallig bevinden veel van de herbestemde kerken zich in Schaarbeek, een gemeente die door de jaren heen veel nieuwkomers heeft aangetrokken. Maar liefst vier kerken zijn er de voorbije tien jaar van eigenaar veranderd (met inbegrip van de kerk in de Brabantstraat). “De verschuiving van kerkgemeenschappen in Brussel loopt inderdaad parallel met migratie,” zegt Kockerols. “Eerst kwamen de Italianen, Spanjaarden en Portugezen, daarna de Vietnamezen en de latino’s in de jaren negentig. Meer recent zagen we Roemenen en Bulgaren. Eerst waren het katholieken, en de voorbije jaren kwamen vooral orthodoxen overgewaaid.” “Er is ongetwijfeld meer animo bij buitenlandse kerkgemeenschappen,” besluit Kockerols. “Kerken uitlenen hoort bij deze tijden. Ik vind dat positief. Als het gebouw nog mag dienen als gebedsplaats, dan ben ik heel tevreden.” Arthur Debruyne

Kerken waarvan de bestemming gewijzigd werden KERKEN OVERGEDRAGEN AAN ANDERE CHRISTELIJKE KERKGEMEENSCHAPPEN

1 2 1

1 OLV van Lourdes in Jette

2

Gedeeld met Oekraïense Grieks-katholieke gemeenschap. 2 Sint Vincentius in Evere

3

Gedeeld met de Syrische gemeenschap.

2

3 Sint-Franciscus van Assisi in Schaarbeek

4

5

Overgedragen aan de Roemeens-Orthodoxen.

6

3

4 Sint-Theresia (Helmet) in Schaarbeek

7

Ter beschikking gesteld aan de Chaldeeuwse katholieken.

8

5- OLV Middelares in Sint-Jans-Molenbeek

1

Overgedragen aan de Servisch-orthodoxen. 10

9

6- Sint Barbara in Sint-Jans-Molenbeek

11

Gedeeld gebruik met Roemeens-orthodoxen.

12

7 Heilig Hart in Brussel

GEDESACRALISEERDE KERKEN 1 Sint Jozef (Dielegem) in Jette

Project om te bestemmen als culturele ontmoetingsplaats. Een cultusplaats wordt behouden. 2 Heilige Familie (Helmet) in Schaarbeek

Gedeeltelijke herbestemming voor huisvesting. Een cultusplaats wordt behouden. 3 - Sint-Vincentius a Paulo (Scheut)

in Anderlecht Overgedragen aan vzw Sint-Goedele voor oprichting van een school. 4 - Sint-Hubertus in Watermaal Bosvoorde

Gedeeltelijke herbestemming voor huisvesting. Een cultusplaats wordt behouden.

Ter beschikking gesteld aan de Slovaakse katholieken.

BESTEMMING WORDT ONDERZOCHT

8 OLV Ter Kapelle in Brussel 14

Ter beschikking gesteld aan de Poolse katholieken. 9- Sint-Grerardus Majella in Anderlecht

13

Ter beschikking gesteld aan de Pools-orthodoxen.

4 BRON: KERKNET

10 Sint-Antonius Van Padua in Vorst

Ter beschikking gesteld aan Braziliaanse katholieken. 11 Jezus Arbeider in Sint-Gillis

Ter beschikking gesteld aan Spaanse katholieken. 12 Heilige Maria, Moeder Gods in Vorst

Ter beschikking gesteld aan Filipijnse katholieken. 13 Sint-Paulus (Stalle) in Ukkel

Gedeeld gebruik met Roemeens-orthodoxen. 1 Sint-Franciscus-Xaverius

in Anderlecht

2 - Sint-Jan en Sint-Niklaas

in Schaarbeek

14 OLV Van Blankedelle in Oudergem

Gedeeld met Engelstalige protestanten.

“Kerken uitlenen hoort bij deze tijden. Ik vind dat positief” Jean Kockerols, hoofd van de Brusselse Katholieke Kerk


Donderdag 15 december 2016 I BRUZZ 1551 I 9

WELZIJN Waarom sommigen de straat verkiezen

Federaal opvangcentrum in Da Vinci Science Park

Winteropvang: niet elke dakloze wil erheen

Voor de winteropvang zijn ondertussen alleen de twee gewestelijke centra open, in de Poincarélaan en de Koningsstraat. In beide gebouwen samen kunnen 650 mensen terecht. Het centrum van de federale overheid is nog niet open. “Wij bieden alleen opvang in de tweede lijn,” zegt Luc Demullier, woordvoerder van staatssecretaris voor Armoedebestrijding Elke Sleurs (N-VA). “Winteropvang is een lokale bevoegdheid. Federaal springt alleen bij als de gewestelijke opvangcentra vol zijn. Maar we staan klaar.” Vorige winter was het federale centrum gevestigd in een seniorie in de Kennisstraat in Schaarbeek. Omdat dat gebouw ondertussen verkocht is, moest een nieuwe locatie voor driehonderd man gezocht worden. Die is gevonden in het Da Vinci Research Park in Haren, op de grens met Evere. Geraken de daklozen daar wel? “Tram 55 stopt voor de deur,” zegt Demullier. “De vervoerskosten zijn in principe voor de dakloze, maar de MIVB zou zich coulant opstellen.”

BRUSSEL - Half november ging de winteropvang voor daklozen van start. Sommige mensen weigeren echter pertinent om de nacht door te brengen in een van de opvangcentra. Slapen in een kamer met wildvreemden, vaak een explosieve mix van mensen, vinden ze te onrustig. Te onveilig ook. Maar er zijn nog andere redenen.

Z

eker in de winter valt het op dat er in Brussel zoveel mensen op straat leven. Hoeveel echte daklozen er zijn - mensen die ook op straat slapen is moeilijk te achterhalen. Steunpunt La Strada schatte hun aantal begin vorig jaar op ruim 2.600. De organisatie is momenteel bezig met een nieuwe telling, waarvan de resultaten in januari bekendgemaakt worden. Naar verwachting zal het cijfer hoger liggen. Opdat de daklozen als het koud is niet op straat zouden moeten slapen, worden er ’s winters extra opvangplekken gecreëerd. Dit jaar zijn het er een kleine 1.300, in drie centra. ‘s Avonds kunnen daklozen er - gratis - terecht voor een bed, een bad en een warme maaltijd. Voorlopig zijn nog maar twee van de drie tehuizen effectief geopend, de gewestelijke centra in de Poincarrélaan en de Koningsstraat. De toestroom van daklozen is nog relatief beperkt. Maandagnacht overnachtten er 436 mensen: 317 mannen, 100 vrouwen en nog enkele families. “De toestroom wordt groter naarmate het kouder wordt,” zegt Marie-Anne Robberecht van Samusocial, de instantie die de winteropvang organiseert. Sommige daklozen weigeren echter naar de opvangcentra te gaan of gaan pas op het allerlaatste nippertje, als het vriest dat het kraakt. “Sommige mensen hebben zodanig veel psychische problemen dat het niet in hen opkomt om naar een opvang te gaan,” zegt Robberecht. “Anderen zijn dermate gedestructureerd geraakt dat ze niet om kunnen of willen met de regels die in een centrum gelden. Geen alcohol of drugs bijvoorbeeld, en niet roken.” Nog een reden: ze hebben te veel spullen en bagage. Of ze hebben een hond. Dieren zijn niet toegelaten in de winteropvang. Alleen de Stichting Prins Laurent organiseert ‘s winters een slaapplek voor daklozen met een hond. Die bevond zich de vorige jaren in de buurt van het Centraal Station. Dit jaar zullen de speciaal uitgeruste containers aan het Klein Kasteeltje staan. De opvang zou in de loop van volgende week opengaan. Sommige daklozen weigeren de winteropvang omdat ze vrezen hun vaste plekje, op straat, in een station of in een kraakpand, kwijt te zijn als ze terugkeren. De meest aangehaalde reden om niet naar een centrum te gaan, is het gebrek aan privacy. De mensen moeten er op een slaapzaal slapen, met andere daklozen van wie sommigen kampen met zware problemen: drugsverslaafden, alcoholisten, psychiatrische patiënten. “Het is er veel te onrustig om te slapen, horen we

© IVAN PUT

daklozen. De meest aangehaalde reden om niet naar een centrum te gaan, is het gebrek aan privacy.

‘Mij zien ze er niet meer’

“Sommige mensen hebben zodanig veel psychische problemen dat het niet in hen opkomt om naar een opvang te gaan” Marie-Anne Robberecht, Samusocial

vaak,” zegt Jan Verellen van daklozenorgansatie Chez Nous-Bij Ons. Ook klagen de daklozen over onveiligheid. Mensen staan op en vinden hun schoenen niet meer terug. Of erger. “We horen regelmatig getuigenissen over diefstal,” zegt Verellen. “Onlangs nog werd een vrouw die net haar uitkering had afgehaald, bestolen in het opvangcentrum.” Voor de mensen die verkiezen om ‘s nachts op straat te blijven, zet Samusocial mobiele teams in. “Elke nacht trekken twee mobiele

teams door de stad, een derde is stand-by,“ zegt Robberecht. “Zo’n team bestaat uit een psycholoog, een verpleegkundige en een opvoeder. Ze geven, indien nodig, dekens, soep en zorg. Ook proberen ze de mensen ervan te overtuigen om toch naar de centra te komen. De meeste daklozen gaan uiteindelijk, als het heel koud wordt, overstag. Slechts een kleine minderheid slaapt buiten als het heel hard vriest.” Bettina Hubo

“Ik ga nooit meer naar de winteropvang,” zegt Christophe, een dakloze die regelmatig langsgaat bij hulporganisatie Doucheflux. “Je moet er in groep slapen, samen met allerlei rare vogels. Zelf heb ik geen problemen, maar veel anderen die er overnachten wel. Ze zijn bijvoorbeeld verslaafd aan drugs, alcohol of medicijnen. Sommigen slagen erin om die binnen te smokkelen.” Christophe deed de enkele keren dat hij er was dan ook geen oog dicht. “Ook al omdat je voortdurend moet opletten om niet bestolen te worden van het weinige dat je hebt. Het is niet veilig in zo’n centrum. Zodra je binnen bent, is er totaal geen controle.” Hij geef toe: op straat is het gevaarlijker. Hij brengt de nacht dus meestal wakend door. Overdag probeert hij ergens een dutje te doen, bijvoorbeeld in het kantoor van Doucheflux. Christophe heeft nog meer klachten. “Ik ben één keer naar het nachtasiel van Pierre d’Angle geweest. Ik vond het er vuil en het rook er onfris. De hygiënische omstandigheden waren niet oké.” En in de centra van Samusocial is het eten volgens hem niet veel soeps. “Vaak conserven en je moet er eten uit plastic borden en met vuil, stoffig bestek.”


10 I BRUZZ 1551 I Donderdag 15 december 2016

INTERVIEW Brusselse smeltkroesband Jaune Toujours bestaat twintig jaar

‘Muzikaal Brussel zit in achterafbars’ LAKEN – De energieke Brusselse fanfareband Jaune Toujours viert zijn twintigste verjaardag. Een fameuze prestatie voor een groep die in deze snel evoluerende wereld ambachtelijke muziek blijft maken die moeilijk in één genre onder te brengen is. “Toen ik begon, had ik nooit kunnen denken dat we na twintig jaar nog zo goed bezig zouden zijn,” zegt frontman en accordeonist Piet Maris.

E

igenlijk bestaat Jaune Toujours al vijfentwintig jaar. Maris (46) begon met de groep tijdens zijn studies Germaanse in Leuven. “Toen waren we een studentenband. Het is pas in 1996, toen ik naar Brussel verhuisde, dat ik ook besloot om er een fulltimebestaan van te maken en een plek te veroveren in het muzikale landschap.”

Wat is de balans, na twintig jaar? PIET MARIS: De droom om de nati-

onale top te halen is niet uitgekomen. Wij zijn toch een beetje een Brusselse band gebleven. Stromae is bekender dan Jaune Toujours, dat moet gezegd. Aan de andere kant had ik destijds nooit kunnen denken dat we internationaal potentieel hadden. Dat is en cours de route gebleken. In het buitenland worden we gevraagd omdat ze in ons een typisch Belgisch geluid horen. We hebben verschillende grote tournees kunnen doen, van Canada tot Benin. In het voorjaar trekken we naar Burkina Faso.

Jaune Toujours wordt vaak omschreven als een ‘smeltkroesband die chanson en levenslied mengt met rock, funk en jazz en een heleboel invloeden uit de Balkan en het zuiden, van reggae, over ska tot latino’. Een hele boterham. Ook na twintig jaar is het nog altijd moeilijk om een etiket op jullie te plakken. MARIS: Klopt, en dat is een voordeel en een nadeel. Een voordeel, omdat we ons altijd kunnen blijven openstellen voor nieuwe stijlen, maar commercieel is het een nadeel als het niet duidelijk is in welke ‘platenbak’ je cd thuishoort. Alhoewel, inmiddels wordt al eens gezegd dat

Jaune Toujours een stijl op zichzelf is. ‘Typisch Jaune Toujours,’ hoor ik dan.

U bent opgegroeid in het OostVlaams plattelandsdorpje Meerbeke bij Ninove. Zou uw muziek anders geklonken hebben als u daar was blijven wonen en niet naar de stad was gekomen? Maris: Heel zeker, de stad is heel

bepalend voor onze muziek. Als ik op het platteland was gebleven, had de muziek wellicht iets rechtlijniger geklonken. Nu blijven de invloeden binnensluipen. In de stad vernieuwt de muziek zich in hoog tempo. Dat is boeiend, maar ook vermoeiend.

“Waarover ik revolteer, daarover schrijf ik” Piet Maris Frontman Jaune Toujours

In uw nummers neemt u het vaak op voor de zwaksten. Moet muziek geëngageerd zijn? MARIS: Het zit in mij om misstanden

aan de kaak te stellen. Dus neem ik als zanger vaak een standpunt in. Waarover ik revolteer, daarover schrijf ik. De vluchtelingen bijvoorbeeld, en het feit dat de tegenstellingen alsmaar groter worden. Tegelijkertijd probeer ik er ook op te letten dat de boodschap het artistieke niet verdrukt.

Koos u twintig jaar geleden bewust voor Brussel? MARIS: Absoluut. Toen ik nog in Leu-

ven woonde, trad ik heel vaak op in Brussel, samen met een zigeunerzanger. Zo belandde ik op een dag in café Union in Sint-Gillis. Daar gingen mijn ogen open. Die mix van mensen had ik nog nooit gezien. Het leek de ideale wereld: multicultureel, levendig, open, positief zonder naïef te zijn. Ik ben in Sint-Gillis gaan wonen en later naar Laken verhuisd.

Bleek dat eerste beeld van de Brusselaar ook te kloppen? MARIS: Ik vind vandaag nog steeds dat de meeste Brusselaars vrij laconiek zijn, veel humor hebben en ook een gezonde kijk op het leven. Toch vind ik wel dat Brussel, qua beleid, beter verdient. Heel veel goedbedoelde initiatieven lopen stuk op de verstarde en versplinterde structuren in Brussel.

donkere, achtergebleven wijken, in het centrum bijvoorbeeld, echt verbeterden. Je voelde dat de stad positief evolueerde. Nu vind ik het moeilijker om die verbeteringen te zien. De aanslagen en het feit dat de nationale politiek zich met Brussel ging bezighouden, hebben de stad het laatste jaar ook niet vooruitgeholpen. Het heeft bijna contraproductief gewerkt. Brussel is een halfjaar bevroren geweest. Voor het sociale weefsel en het artistieke leven is dat nefast.

“Als ik op het platteland was gebleven, was mijn muziek rechtlijniger geweest” Piet Maris Frontman Jaune Toujours

Hoe verkent u Brussel op muzikaal vlak? MARIS: Ik ga zelf niet heel vaak naar

concerten in de grote zalen. Het laboratorium van muzikaal Brussel zit in de cafeetjes, de achteraf bars, de kleine evenementen. Doordat wij daar zelf ook vaak spelen, ontdekken we voortdurend nieuwe muziek en nieuwe mensen, de nieuwkomers bijvoorbeeld. Nadat het Maximiliaanpark was gesloten, hebben wij radio Transit georganiseerd, een wekelijkse jam met nieuwkomers.

MARIS: In de jaren negentig zag je dat

Desondanks zingen jullie het al twintig jaar uit. Hoe slagen jullie erin om stand te houden? MARIS: Soms was het echt overle-

ven, zeker in het begin. Gelukkig geef ik niet makkelijk op. Ik denk dat het ons gelukt is doordat we zelf veel in handen hebben genomen: we hebben ons eigen label en management, doen zelf de publishing en een deel van de boekingen. Dat geeft ons een grote autonomie en zekerheid op continuïteit. Wat ook helpt, is dat we veel verschillende dingen doen. Choux de Bruxelles, het collectief dat we destijds hebben opgericht, bestaat uit verschillende bands. Naast Jaune Toujours speel ik ook in de zigeunerformatie Mec Yec, in een accordeonfanfare en doe ik kindervoorstellingen. Een groot voordeel is ook dat het bij ons vrij geleidelijk gegaan is. We zijn nooit overbevraagd, daardoor zijn we nooit opgebrand geraakt.

Op naar de volgende twintig jaar? MARIS: We zijn er klaar voor. Geluk-

Is de muziekwereld de afgelopen twee decennia harder geworden? MARIS: Ik denk het wel. Voor mij is er

Was het twintig jaar geleden anders?

die, zoals wij, niet makkelijk te plaatsen zijn, kwamen vroeger gemakkelijker aan de bak omdat zowel organisatoren als publiek meer risico’s durfden te nemen. Nu moet er al een flinke buzz rond een band zijn, voor iemand een ticket koopt. En door de hele gratis-cultuur is er ook een devaluatie van de cd en andere dragers. Mensen begrijpen niet meer dat je moet betalen voor muziek.

een devaluatie van de muziek gebeurd. Minder bekende bands, groepen die wat moeilijkere muziek brengen of

kig spelen we een genre waarmee we zonder veel gewetensproblemen oud kunnen worden, net zoals de blues. Ik denk dat we nog lang doorgaan. Bettina Hubo


Donderdag 15 december 2016 I BRUZZ 1551 I 11

>

Jaune Toujours 20sth Box Set. Om zijn twintigste verjaardag de nodige luister bij te zetten heeft Jaune Toujours een gelimiteerde verzamelbox uitgebracht, met daarin alle albums van de groep en een boel extra’s,

PIET MARIS. “Heel veel goedbedoelde initiatieven lopen stuk op de verstarde en versplinterde structuren in Brussel.” © IVAN PUT


12 I BRUZZ 1550 I Donderdag 15 december 2016

Stel zelf je vraag EN STEM op BRUZZ.BE

DOMINIQUE UIT SCHAARBEEK:

Wat is de pakkans voor zwartrijden op het MIVB-net?

I

s het uit sociale bewogenheid dat de lezer hiermee aanklopt? Uit ethische alertheid voor goed bestuur van het openbaar vervoer? Of helpen we met het antwoord de pakkans juister in te schatten, mogelijk zelfs te verkleinen? Het antwoord is niet zo eenvoudig, want het gaat over kansberekening en foutmarges en die zijn een onderdeel van de statistiek. Doorgaans zijn statistische gegevens over populaties en waarnemingen gebaseerd op steekproeven, als niet elk basisgegeven gelijk is. En precies dat is hier het geval. Want wanneer wordt iemand gevat als hij zwartrijdt? Het is iets complexer dan berekenen hoeveel kans je maakt om met de roulette te winnen, tenzij men tevreden is met de meest aannemeijke schatting. Daar bestaan complexe formules voor. Maar ‘pakkans’ op openbaar vervoer is niet simpel, omdat er geen constante is. Alleen wanneer de de MIVB-gebruiker altijd stipt en elke dag dezelfde tram of bus zou nemen, op hetzelfde tijdstip, en als de controleur ook telkens op het vaste tijdstip controles uitoefent en niemand overslaat, dan zou het mogelijk zijn om met het Theorema van Bayes, een complexe formule uit de kansberekening, iets in cijfers uit te drukken. Zo wordt pakkansen hieruit berekenen bijna nattevingerwerk. Daarom vragen we het aan de gedupeerde, het openbaar vervoer. Guy Sablon, woordvoerder van de MIVB: “De pakkans becijferen, is afhankelijk van uiteenlopende factoren, zoals: waar stap je op en af, op welke lijn, om hoe laat, hoe vaak? Om die reden verschilt de pakkans van persoon tot persoon. De MIVB controleert minimaal één reiziger op honderd per jaar. Dat is zo voor-

“Waar veel mensen op- en afstappen doen we meer controles” Guy Sablon

Woordvoerder MIVB

© ID SANDER DEWILDE

De pakkans berekenen is een staaltje van statistiek, met een stukje nattevingerwerk. zien in het beheerscontract. Natuurlijk is dat slechts een gemiddelde. Iemand die veel in de bus, tram of metro zit, heeft meer kans op controle.” Toch even Sablons cijfers: “De MIVB telde in 2015 370,2 miljoen ritten. Als je weet dat de controleurs ‘alle’ haltes en stations moeten controleren, dan spreekt het voor zich dat op plaatsen waar veel mensen passeren meer controles worden uitgeoefend dan waar weinig passagiers op- of afstappen.” Openbaar vervoer door Brussel wordt verder ook door De Lijn vanuit Vlaams-Brabant georganiseerd en - noblesse oblige - zijn pendant TEC richting Waals-Brabant. Ook De Lijn geeft toe dat pakkans, kansberekening is. Woordvoerster Astrid Hulhoven: “Sinds de reizigers alleen via de voordeur de bus op mogen, is de pakkans op zwartrijden bij De Lijn vergroot. Onze chauffeurs zijn getraind op controles bij het opstappen. In 2015 telde De Lijn (in heel Vlaanderen en Brussel) 541 miljoen individuele ritten (is niet

hetzelfde als reizigers, red.). Het aantal gecontroleerde reizigers was 2,1 miljoen. Daarvan had 2,4 procent geen geldig vervoersbewijs bij (dat maakt 50.400 betrapte zwartrijders, red.). Zowel aangekondigde en niet-aangekondigde controles, als instapcontroles door de bestuurder, hebben een effect. En uiteraard zijn er meer controles in Vlaams-Brabant dan in Limburg, omdat grotere knooppunten als Brussel op het traject liggen.” Wie gepakt wordt op zwartrijden, betaalt een boete. En die is niet mals bij de MIVB: 107 euro. En vanaf de tweede inbreuk verdubbelt de boete tot 214 euro. Maar het werkt wel, zo stelden we zelf vast. Anno 1976, het startjaar van de metro, kochten we zelf nooit een ticket. Tot we na een jaar geklist werden. Jean-Marie Binst

VOLGENDE WEEK: Wat is de vuilste straat van Brussel?

JOUW MENING

lezersbrieven@bruzz.be

GADALETA

Onbegrijpelijk dat het boek van Annalisa Gadaleta zoveel stormreacties uitlokt! Naar wat ik gehoord heb van mensen die het boek gelezen hebben, is het helemaal niet choquerend. Het legt blijkbaar vooral de klemtoon op een aantal sociale issues in Molenbeek. Het benoemt enkele reële feiten. Dat ter sprake brengen, ligt blijkbaar heel gevoelig bij velen. Annalisa Gadaleta is een heel aangename, open en lieve vrouw, die graag vooruit wil en een open debat kan aangaan. Zij zal wellicht evengoed kritiek geven op andere gemeenschappen, maar kritiek om daarmee iets opbouwends te kunnen doen. Met platte, laaghartige uitspraken in reacties op het boek, wordt het meeste uit zijn verband gerukt. Dat is meer dan jammer. Waar dit boek, net als andere geschriften, een startpunt kan zijn voor een discussie en bepaalde scheve situaties kan aanpakken,

wordt die mogelijkheid in de kiem gesmoord. Nuances en constructieve commentaren geven in de media is moeilijk.

Kobe Lootens, Molenbeek

GRAFGALERIJEN

‘De restauratie is nog niet helemaal afgerond maar de eerste resultaten zijn wel al te zien.” (Bruzz 17-23 november) Wij trokken naar die unieke grafgalerijen, maar de toegang was afgesloten. Het was tegen sluitingstijd en we negeerden het verbod. Indrukwekkend inderdaad, maar zo te zien is er nog véél werk aan de winkel. Voor een bezoek kan je beter nog even wachten.

Jo Verwimp, Asse

KUNSTENAARS

Momenteel is het zeldzaam geworden dat iemand - die actief is in de culturele sector - nog zo kordaat zijn vertrouwen uitspreekt over de effectieve kans van de uitvoering van een verbouwingsbehoefteplan. Het betreft hier Guy Gypens, al-

gemeen directeur van Kaaitheater (Bruzz 1549). Vrijwel alle betrokken verantwoordelijken van culturele en artistieke instellingen klagen integendeel over de beperkende toelagen die uitsluitend toelaten de werking te kunnen financieren; mogelijke uitvoering van hun wenselijke infrastructuurwerken blijft utopisch. Naar verluidt lijkt het meer op pompen of verzuipen. Klaarblijkelijk is Kaaitheater één van de weinige (Vlaams-Brusselse) uitzonderingen die kunnen blijven genieten van voldoende subsidieondersteuning. Hun aangekondigde renovaties kunnen het - toenemende - publiek en de optredende kunstenaars alleen maar terecht voldoening schenken. Terloops moet worden opgemerkt dat Guy Gypens een overdreven enthousiasme toont over een mogelijke? - ‘joint-venture’ tussen het Centre Pompidou en een nieuw museum moderne kunst in de Citroëngarage. De bewering van Guy

Gypens dat hij “de afwezigheid van politici voelt in de zalen” vertoont gelijkenis met de sector beeldende kunst. Tot daar een vaststelling die grotendeels betrekking heeft op een instelling van de sector podiumkunsten. Het moet echter worden opgemerkt dat er in Brussel niet alleen in deze sector ‘een gigantisch gestegen behoefte’ is ontstaan. De sector beeldende kunst werd in Brussel nooit in dezelfde verhouding gewaardeerd door de subsidiërende overheden. Nochtans is er een enorme behoefte aan voorzieningen met degelijke atelieraccomodaties ten behoeve

van beeldende kunstenaars. Sinds meerdere jaren wordt Brussel door het buitenland opgevoerd als the place to be inzake een toegenomen aantal galerijen die hoofdzakelijk de werken van hedendaagse kunstenaars verhandelen. Hierbij is het maar de vraag waar die toestroom van kunstenaars zich kunnen vestigen. Misschien moeten de bevoegde politici onverwijld ter plaatse poolshoogte gaan nemen over hun ontoereikende werkomstandigheden, en zich realiseren dat het einde 2017 nakend is, en dat grillig-grauwe zolderkamertjes dateren van het interbellum.

Jonas Wille, Oudergem

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bruzz.be. Schrijven kan naar BRUZZ-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bruzz.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.


ADVERTENTIE

Loop warm voor meer dan 1000 goede doelen

Zondag 18 december 2016 in Brussel aan de voet van het Atomium

Schrijf je in via dewarmsteweek.be


12 I BRUZZ 1551 I Donderdag 15 december 2016

Stel zelf je vraag EN STEM op BRUZZ.BE

DOMINIQUE UIT SCHAARBEEK:

Wat is de pakkans voor zwartrijden op het MIVB-net?

I

s het uit sociale bewogenheid dat de lezer hiermee aanklopt? Uit ethische alertheid voor goed bestuur van het openbaar vervoer? Of helpen we met het antwoord de pakkans juister in te schatten, mogelijk zelfs te verkleinen? Het antwoord is niet zo eenvoudig, want het gaat over kansberekening en foutmarges en die zijn een onderdeel van de statistiek. Doorgaans zijn statistische gegevens over populaties en waarnemingen gebaseerd op steekproeven, als niet elk basisgegeven gelijk is. En precies dat is hier het geval. Want wanneer wordt iemand gevat als hij zwartrijdt? Het is iets complexer dan berekenen hoeveel kans je maakt om met de roulette te winnen, tenzij men tevreden is met de meest aannemeijke schatting. Daar bestaan complexe formules voor. Maar ‘pakkans’ op openbaar vervoer is niet simpel, omdat er geen constante is. Alleen wanneer de de MIVB-gebruiker altijd stipt en elke dag dezelfde tram of bus zou nemen, op hetzelfde tijdstip, en als de controleur ook telkens op het vaste tijdstip controles uitoefent en niemand overslaat, dan zou het mogelijk zijn om met het Theorema van Bayes, een complexe formule uit de kansberekening, iets in cijfers uit te drukken. Zo wordt pakkansen hieruit berekenen bijna nattevingerwerk. Daarom vragen we het aan de gedupeerde, het openbaar vervoer. Guy Sablon, woordvoerder van de MIVB: “De pakkans becijferen, is afhankelijk van uiteenlopende factoren, zoals: waar stap je op en af, op welke lijn, om hoe laat, hoe vaak? Om die reden verschilt de pakkans van persoon tot persoon. De MIVB controleert minimaal één reiziger op honderd per jaar. Dat is zo

“Waar veel mensen op- en afstappen doen we meer controles” Guy Sablon

Woordvoerder MIVB

De pakkans berekenen is een staaltje van statistiek, met een stukje nattevingerwerk.

voorzien in het beheerscontract. Natuurlijk is dat slechts een gemiddelde. Iemand die veel in de bus, tram of metro zit, heeft meer kans op controle.” Toch even Sablons cijfers: “De MIVB telde in 2015 370,2 miljoen ritten. Als je weet dat de controleurs ‘alle’ haltes en stations moeten controleren, dan spreekt het voor zich dat op plaatsen waar veel mensen passeren meer controles worden uitgeoefend dan waar weinig passagiers op- of afstappen.” Openbaar vervoer door Brussel wordt verder ook door De Lijn vanuit Vlaams-Brabant georganiseerd en - noblesse oblige - zijn pendant TEC richting Waals-Brabant. Ook De Lijn geeft toe dat pakkans, kansberekening is. Woordvoerster Astrid Hulhoven: “Sinds de reizigers alleen via de voordeur de bus op mogen, is de pakkans op zwartrijden bij De Lijn vergroot. Onze chauffeurs zijn getraind op controles bij het opstappen. In 2015 telde De Lijn (in heel Vlaanderen en Brussel) 541 miljoen individuele ritten (is niet

© ID SANDER DEWILDE

hetzelfde als reizigers, red.). Het aantal gecontroleerde reizigers was 2,1 miljoen. Daarvan had 2,4 procent geen geldig vervoersbewijs bij (dat maakt 50.400 betrapte zwartrijders, red.). Zowel aangekondigde en niet-aangekondigde controles, als instapcontroles door de bestuurder, hebben een effect. En uiteraard zijn er meer controles in Vlaams-Brabant dan in Limburg, omdat grotere knooppunten als Brussel op het traject liggen.” Wie gepakt wordt op zwartrijden, betaalt een boete. En die is niet mals bij de MIVB: 107 euro. En vanaf de tweede inbreuk verdubbelt de boete tot 214 euro. Maar het werkt wel, zo stelden we zelf vast. Anno 1976, het startjaar van de metro, kochten we zelf nooit een ticket. Tot we na een jaar geklist werden. Jean-Marie Binst

VOLGENDE WEEK: Wat is de vuilste straat van Brussel?

JOUW MENING

lezersbrieven@bruzz.be

GADALETA

Onbegrijpelijk dat het boek van Annalisa Gadaleta zoveel stormreacties uitlokt! Naar wat ik gehoord heb van mensen die het boek gelezen hebben, is het helemaal niet choquerend. Het legt blijkbaar vooral de klemtoon op een aantal sociale issues in Molenbeek. Het benoemt enkele reële feiten. Dat ter sprake brengen, ligt blijkbaar heel gevoelig bij velen. Annalisa Gadaleta is een heel aangename, open en lieve vrouw, die graag vooruit wil en een open debat kan aangaan. Zij zal wellicht evengoed kritiek geven op andere gemeenschappen, maar kritiek om daarmee iets opbouwends te kunnen doen. Met platte, laaghartige uitspraken in reacties op het boek, wordt het meeste uit zijn verband gerukt. Dat is meer dan jammer. Waar dit boek, net als andere geschriften, een startpunt kan zijn voor een discussie en bepaalde scheve situaties kan aanpakken,

wordt die mogelijkheid in de kiem gesmoord. Nuances en constructieve commentaren geven in de media is moeilijk.

Kobe Lootens, Molenbeek

GRAFGALERIJEN

‘De restauratie is nog niet helemaal afgerond maar de eerste resultaten zijn wel al te zien.” (Bruzz 17-23 november) Wij trokken naar die unieke grafgalerijen, maar de toegang was afgesloten. Het was tegen sluitingstijd en we negeerden het verbod. Indrukwekkend inderdaad, maar zo te zien is er nog véél werk aan de winkel. Voor een bezoek kan je beter nog even wachten.

Jo Verwimp, Asse

KUNSTENAARS

Momenteel is het zeldzaam geworden dat iemand - die actief is in de culturele sector - nog zo kordaat zijn vertrouwen uitspreekt over de effectieve kans van de uitvoering van een verbouwingsbehoefteplan. Het betreft hier Guy Gypens, al-

gemeen directeur van Kaaitheater (Bruzz 1549). Vrijwel alle betrokken verantwoordelijken van culturele en artistieke instellingen klagen integendeel over de beperkende toelagen die uitsluitend toelaten de werking te kunnen financieren; mogelijke uitvoering van hun wenselijke infrastructuurwerken blijft utopisch. Naar verluidt lijkt het meer op pompen of verzuipen. Klaarblijkelijk is Kaaitheater één van de weinige (Vlaams-Brusselse) uitzonderingen die kunnen blijven genieten van voldoende subsidieondersteuning. Hun aangekondigde renovaties kunnen het - toenemende - publiek en de optredende kunstenaars alleen maar terecht voldoening schenken. Terloops moet worden opgemerkt dat Guy Gypens een overdreven enthousiasme toont over een mogelijke? - ‘joint-venture’ tussen het Centre Pompidou en een nieuw museum moderne kunst in de Citroëngarage. De bewering van Guy

Gypens dat hij “de afwezigheid van politici voelt in de zalen” vertoont gelijkenis met de sector beeldende kunst. Tot daar een vaststelling die grotendeels betrekking heeft op een instelling van de sector podiumkunsten. Het moet echter worden opgemerkt dat er in Brussel niet alleen in deze sector ‘een gigantisch gestegen behoefte’ is ontstaan. De sector beeldende kunst werd in Brussel nooit in dezelfde verhouding gewaardeerd door de subsidiërende overheden. Nochtans is er een enorme behoefte aan voorzieningen met degelijke atelieraccomodaties ten behoeve

van beeldende kunstenaars. Sinds meerdere jaren wordt Brussel door het buitenland opgevoerd als the place to be inzake een toegenomen aantal galerijen die hoofdzakelijk de werken van hedendaagse kunstenaars verhandelen. Hierbij is het maar de vraag waar die toestroom van kunstenaars zich kunnen vestigen. Misschien moeten de bevoegde politici onverwijld ter plaatse poolshoogte gaan nemen over hun ontoereikende werkomstandigheden, en zich realiseren dat het einde 2017 nakend is, en dat grillig-grauwe zolderkamertjes dateren van het interbellum.

Jonas Wille, Oudergem

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bruzz.be. Schrijven kan naar BRUZZ-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bruzz.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.


ADVERTENTIE

Loop warm voor meer dan 1000 goede doelen

Zondag 18 december 2016 in Brussel aan de voet van het Atomium

Schrijf je in via dewarmsteweek.be


16 I BRUZZ 1551 I Donderdag 15 december 2016

VADROUILLE

interview Passa Porta-resident Joubert Pignon houdt het liever kort

‘Ik leef voor een groot deel in mijn hoofd’

JOUBERT PIGNON

© IVAN PUT

“Het lijkt wel alsof iedereen in Brussel halfverloren rondloopt, alsof iedereen hier – al dan niet gedwongen – op een bepaalde manier tegen zijn wil is.”


Donderdag 15 december 2016 I BRUZZ 1551 I 17

Het korte verhaal heeft de vinger aan de jachtige pols. Tijdens Kort Dag, een eigenzinnig lange nacht in de Beursschouwburg, toont Passa Porta-resident Joubert Pignon, samen met Jamal Ouariachi, Michaïl Sjisjkin, Cynan Jones en Annelies Verbeke, waarom lengte er niet toe doet. “De ultieme fantasie is toch het verdwijnen.”

E

en kater, een bed, een zinnetje, een tweede zinnetje, en een bevreemdende, maar stellige frictie tussen beide. Grootser sloeg op een ochtend in 2009 het moment van openbaring Joubert Pignon (1978) niet in het onfrisse gelaat. “Op de duur had ik een raar verhaaltje op papier staan, van een zinnetje of zes, die niet bij elkaar hoorden, maar wel bij elkaar pasten.” Een tweede poging bleek niet tegen te vallen, en goed zeven jaar later heeft de Nederlander, die op dit moment als resident van Passa Porta de Oude Graanmarkt aan flarden observeert en fantaseert, een proper stel boeken – Er gebeurde o.a. niets en Huil maar, ik wens je uitstel toe – bij elkaar geschreven en een podiumreputatie bijeen gegrabbeld. De combinatie van “heel veel ideeën en een redelijk korte aandachtsspanne” bleek het geknipte glijmiddel voor een – nu ja – carrière in het luisterrijke, maar net zo vaak dood genegeerde genre van het korte verhaal. “Die beperking, dat steeds opnieuw kunnen beginnen, daar voel ik me goed bij. Iedere zin moet raak zijn, je kan je te buiten gaan aan spel en experiment. Het is kort dansen op een kleine koord, boven een grote diepte. Ik probeer altijd zo summier mogelijk te schrijven, zo weinig mogelijk informatie te geven. Door louter op de handeling te zitten en psychologie te mijden, kan ik het klein en abstract houden. Juist de korte zinnen maken de vreemdheid aannemelijker. Het staat er allemaal zo stellig dat er geen ruimte is voor twijfel. Zo prikkel je de fantasie van de lezer. En door al die losse verhalen vanuit eenzelfde ik-persoon te schrijven, verkrijg je uiteindelijk ongeveer hetzelfde als wat een roman teweegbrengt. De rode lijn wordt hier weliswaar een rode stippellijn, maar dat is nog steeds een lijn, toch?” Volg de rode stippellijn en je ontwaart de contouren van een in existentiële onwennigheid verzonken man. Een droge observator van en onvrijwillige deelnemer aan “een uitdijend en imploderend universum”. Een roker, drinker, werknemer in een dierenwinkel, schrijver, “niet-ontplofte bom” en “zielloos organisme zonder één neiging, één afkeer, één opinie, één drang”, die zich – in schijnbaar onbewogen, maar beklemmende woorden en handelingen – een weg baggert door de vreemdheid van de wereld die hem omringt en onherroepelijk faalt in het ontsnappen aan zichzelf.

Het is roeren in de hete soep van het leven? JOUBERT PIGNON: Het leven is gewoon een raar fenomeen, met bizarre regels en veel on-

gemak, dat je wordt opgedrongen en waar je maar mee om moet leren te gaan. Ga naar om het even welke supermarkt en je ziet mensen tegen hun zin achter de kassa zitten of in de rij staan. Waarom doen we onszelf dat aan? Waarom moeten we op plekken zijn en dingen doen? Ik heb zelf in een dierenwinkel gewerkt, in een schoenenwinkel, een kampeerwinkel, een lijstenmakerij, een zwembadbar, ik heb als postbode gewerkt, bioscoopzalen schoongemaakt… een eindeloze lijst rotbaantjes. Omdat ik een tijdlang niet wist wat ik wilde. Maar vrijheid is altijd mijn streven geweest. Niet de vrijheid die je op een vliegtuig naar Nicaragua jaagt, maar gewoon de afwezigheid van iemand die zegt wat je moet doen. Wat dat betreft, hang ik het allereerste grondbeginsel van het anarchisme aan: niemands meester, niemands knecht. Schrijven gunt me die vrijheid, en staat me toe de dingen op een rijtje te zetten, een beetje chocola van het leven te maken.

Werkt die biecht verandering of net berusting in de hand? PIGNON: Toch eerder berusting. (Lacht) Therapeutisch is het niet, nee. Het gaat niet beter door neer te schrijven hoeveel ik drink of wat ik verkeerd doe. Het is gewoon een constatering en hup, weer gewoon op de vertrouwde voet verder, eigenlijk. Biedt Brussel wat weerwerk? PIGNON: Het is een stad met een zekere rauwheid, ja. Een heel aparte sfeer. Het lijkt wel alsof iedereen hier halfverloren rondloopt, alsof iedereen hier – al dan niet gedwongen – op een bepaalde manier tegen zijn wil is. Niemand lijkt hier echt thuis te horen. In dat gevoel kan ik me wel vinden. Tegelijk: hier in Brussel, als residentieschrijver, is mijn rol duidelijk: elke dag schrijf ik een verhaaltje. Op een podium, voor tweehonderd mensen, heb je die helderheid ook: een blond, dik mannetje met een papiertje in zijn handen komt een verhaaltje voorlezen. Klaar. Maar stuur me niet uit om boodschappen te gaan doen.

“Het leven is gewoon een raar fenomeen, met bizarre regels en veel ongemak”

Door de realiteit in uw verhalen op te werken tot de ruggengraat van doorgedreven hypothetische versies – van absurd tot licht bevreemdend – van zichzelf? PIGNON: Ik leef voor een groot deel in mijn hoofd en dat is niet per se een saaie plek. Heel veel van mijn verhalen ontstaan doordat ik dingen verkeerd versta of lees en achteraf probeer te reconstrueren wat ik heb ervaren, met mijn hoofd verbindingen probeer te leggen. Een heel kinderlijk proces eigenlijk. Toen ik klein was, werkte mijn vader in een staalfabriek met grote ijzeren pijpen op, waar heel veel rook uit kwam. In mijn hoofd werd dat rare gebouw de plek waar de wolken werden gemaakt. Schrijven helpt om die speelsheid in stand te houden. Maar schrijven is voor mij ook een vorm van secundair leven. Na een eerste wat gelaten reactie, begin ik er vaak pas in de vorm van een verhaaltje over na te denken. Er zit iets heel arrogants of narcistisch in dat herscheppen van de werkelijkheid.

U bent wel al in Molenbeek geweest, las ik. PIGNON: Ja. Ik was heel benieuwd wat ik daar zou aantreffen. Een soort politiestaat? Een volk in angst? Wat ik zag, was een multiculturele wijk met belwinkels, groenteboeren, broodzaken en shoarmatentjes zoals je ook in andere grote steden vindt. Ik had niet het gevoel dat het kwaad er huisde of zo. (Lacht) Wat je wel merkt in de straten is een soort alertheid. Normaal kijken stadsmensen niet eens op bij het horen van sirenes. Hier ervaar je toch een zekere verstijfdheid. Dat is logisch, natuurlijk: er is iets traumatisch in de stad geslopen.

Er komt in ieder geval veel van uzelf bovendrijven. PIGNON: Dat heb ik mezelf opgelegd: er moet altijd een soort bekentenis over mijn eigen zwakheden in zitten. Ik permitteer mezelf nogal veel over anderen te vertellen, en dat mag, maar dan vind ik dat ik mezelf ook niet mag sparen. Mijn boeken zijn zwanger van de dingen die ik verkeerd doe, die ik niet snap. Door ze zo op te schrijven en expliciet te maken, win je aan kwetsbaarheid. Dat is niet altijd makkelijk, en soms maken mensen zich weleens zorgen. Maar dat hoeft in principe niet.

Is de stad al binnengesijpeld in uw werk? PIGNON: Toch wel. Ik moet zeggen dat ik wat aandachtiger observeer vanuit het raam hier. Een televisie heb je hier niet nodig. Het past ook binnen het concept van het duoverhalenboek dat ik met een andere schrijver, die ik voorlopig nog onbenoemd laat, aan het maken ben. Het gaat over twee mannen die na een lange relatie allebei op een plek zijn terechtgekomen die niet hun eerste keuze is en die allebei weer hun plek in het geheel moeten zien te vinden, zichzelf opnieuw uitvinden. Brussel wordt in die verhalen een cocon waar een transformatie zou moeten plaatsvinden.

Joubert Pignon Schrijver

Precies. Ik las dat u Belg wilde worden. PIGNON: Iedereen heeft wel van die vluchtfantasieën: ik laat alles achter en ik vertrek. België is een heel aantrekkelijk alternatief, maar ik woon in Haarlem en dat is een heel mooie, oude stad met een Rembrandt-achtig oranje licht waar na acht uur ’s avonds niemand meer op straat komt, uit vrije wil. Dat laat je niet zomaar achter. (Lacht) Dus de loutering die u schreef te zoeken, moeten we niet al te ernstig nemen? PIGNON: Er zit wel een kern van ernst in, hoor. Elke vlucht draagt de belofte van loutering in zich. Het is wel degelijk een gedachte die door mijn hoofd speelt: alles wat hier misgaat, laat ik achter me en ik denk al mijn sores elders uit om vol wijsheid, op blote voeten en met een grijze baard terug te keren. Net zoals Jezus, Boeddha, Mohammed en Luke Skywalker, om de grote vier bij naam te noemen. Nu, ik ben me er gelijk van bewust dat die loutering niet veel meer dan een interessante gedachte zal blijken te zijn. Dat “alles altijd hetzelfde blijft”, om uit Huil maar, ik wens je uitstel toe te citeren. PIGNON: Het is een strijd hoor. Ik ken die angst voor verandering. Nu is het goed, er zijn geen problemen, laat ik zorgen dat het zo blijft: consolideren, niet in beweging komen, dan kan er ook niks misgaan. Vervolgens is het natuurlijk ook gewoon een menselijke drijfveer om vooruit te willen raken. Maar vervolgens zie je de zwervers hier op straat liggen en besef je dat verandering niet altijd ten goede is. Dan is stilstand misschien wel te verkiezen. Adem inhouden… “… steeds kleiner schrijven en uiteindelijk verdwijnen”, zoals in Huil maar, ik wens je uitstel toe staat te lezen? PIGNON: Wanneer je zo summier mogelijk werk probeert te maken, dan is de ultieme fantasie toch het verdwijnen. Heel lang heb ik een angst gehad om ruimte in te nemen of op te eisen, er simpelweg te zijn. Er niet zijn, dan iets maken wat niets is, wat niet bestaat en waar tegelijk alles in zit, zou het ultieme zijn. Dat je alleen een punt maakt en dat iedereen zich daarin herkent. Dat punt ben ik. Kurt Snoekx

>

Kort Dag 16/12, 20.00, Beursschouwburg,

www.passaporta.be


BRUZZ1551 1547 I I Donderdag DonDerDag1517december november2016 2016 1828I IBRUZZ

VOETBAL – meer dan alleen titelambities met rWDm ERFGOED Jaarkalender 2017 van heemkring Laca blikt bioscoopaffiches in

‘nudebenBrusselse ik Toen cinema’s nogeen metman veel waren op het veld’

LAKEN - Kinepolis en het nieuwere White Cinema (Docks Bruxsel) bezorgen een totaal andere filmbeleving dan de private bioscoopzalen die Laken rijk was tot de jaren 1970. De heemkundige kring LacaSINT-JANS-MOLENBEEK telde de verdwenen zalen en maaktedie een nostalgische jaarkalender met de lokaffi– voetballers ches die toen uithingen zijn in devan stad. ook supporter hun club worden schaarser, maar nicolas maeyens (24) is erpubliekstrekkers nog zo een.passeerden hij maakteDatzijn debuut rote archief baseert zich op divers materiaal ging het wel om 450 verdwenen filmzalen in die tijd in Laken: Un amour van cinema-uitbater De Herdt, op een artikel in heel Brussel, op 249 adressen (gezien de bij comme FC brussels naar van Daniel Van Kriekinge uit naamsveranderingen),” stelt Van der Elst. metkeert Doris nuinterug pas les autres,en Laca-Tijdingen Day. Sénéchal le Magnifique, met en op de Inventaire des salles de cinéma Maar we hadden het over Laken. Ciné ChrisrWDm. een het 1994 hart, maarde Bruxelles ook realisé pour le compte tine massacrevan de Rio van architect Guillaume Du Croix in de Fernandel. Of Le keuze de la région Grande, met Félicia Farr. Ciné Maria-Christinastraat 198, was de allermet titelambities. grootste. Met - vandaag niet meer gezien in Royal, Nova, Kinema Familin,

G

“Natuurlijk is niets in het voetbal zeker, maar het project van RWDM is ideaal voor mij.”

ZAAL rio Ciné Odeon uit 1914 werd Rio en kreeg een fifties-upgrade, tot het in 1975 een supermarkt werd. © MICHEL OOSTERS

de eurohoofdstad - 1.125 plaatsen, verdeeld Astra, Centenaire: elke wijk van over parterre en een balkon van vijftien rijen. Laken had vorige eeuw haar bioter het project en was er vorig jaar al k vind dat alsgalante jonge gast voorlers komen en gaan, maar de basis aire hoorde hoe sommige spelers ging met ups en downs. “Ik herinner scoopzaal. Ookjede uitgaansstraat Magraag bij geweest, maar hij had al al moet spelen, niet op de bank zal blijven, denk ik. Een scenario me mijn eerste wedstrijd nog goed: niet betaald werden, of dat ze thuis ria-Christina. Ze telde niet minder dan drie IJspralines getekend bij Pepingen. “Tijdens de zitten. Daarom heb ik Anderzoals Beerschot is ook hier mogethuis tegen Doornik. We wonnen ineens geen warm water meer hadEen filmavond was er klassiek opgebouwd. grote cinema’s: de Christine, Wagram en Rio eerste match die ik bijwoonde, tegen lecht op mijn veertiende verlalijk. om Deijspralines spelers hebben getekend met 1-0 dankzij een goal van Luden, heeft ook wel een rol gespeeld. Doorgaans draaide eerst een journaal: bij(eerst Odeon genoemd). Ciné Christine (1931tracte (pauze), en andere te verSterrenbeek, dacht ik: ‘Op dat veld Eind ten,” “Ik kwam tula. voor de1975 ambitie van de de laatste club.” film. Ik had het geluk dat voorbeeld VermeerschActualités me samengesteld door kopen. juni draaide 1977) wasvertelt samenMaeyens. met Astra (1931-1967) bij deEen fantastische herinnering. wil ikvolgde staan.’ Spelen voor eenTwee paar jaar Niet bij bioscopen FC Brussels terecht, Je debuut maken in het Edmond project graag had en ik op tijd betaald Nadien Voxwerd Movietone. een montage lateralleen kwamhet er ambitieuze een ondergrondse oudste van Laken.speelde Alleen Panthéon duizend man is veel leuker dan voor er op mijn zestiende al bij de reMachtensstadion is toch wel wat.” van de club spreekt de spelers aan, (lacht).” van komische kortfilms. En dan de pièce de parking met schoenenwinkel. (1921), herdoopt tot Rex (vanaf 1935) en nog vijftig man.” serven en maakte als zeventien“Ik was maar gedurende sommige ook de goedgevulde tribunes. De De tocht van de turnleraar in laWim Van der Elst, Laca résistance: de kaskraker. Bij een anonieme Onderaan de Maria-Christinastraat, op numlater veranderd in Odeon (1946), aan de Ant“Het is overdreven om te zeggen dat jarige mijn debuut in tweede klasse. periodes een titularis. Bij het begin trouwe aanhang van RWDM is een gere divisies begon goed, want na werpsesteenweg 47, zou de nestor der Lakense mer 89 werd Ciné Wagram (1955-1976) geBrusselse verzamelaar van duizenden filmRWDM droombouwd, was. opechte Mijn keuze was de juiste.” mijn derde seizoen kreeg ik van troef,van dat een zullen ze zaterdag twee en een half seizoen bij vond Woluaffiches, Laca tekenen een schatbijom uit te een plukde resten kousenwinkel. cinema’s zijn. Al dus bestond er al een anderevan CineMet die ploeg eerste klasse spelen Hetde is l’Odéon in een ploeg metdieonder an- eenMichel minder speelge- Service de derby Léopoldhad Ukkel we-Zaventem, ploeg de la Région de Bruxelles, Monumentsdwong ma in 1914, eigenlijk grote DedeWolf kende voor de kalender 2017. Zoalsinde affiche De zaal in in acajou triplextegen lambrisering een zou dat wel zijn. Maar het is natuurderen Le Postollec, Lutula en Veselegenheid en ben ik over mijn toeopnieuw bewijzen. “Voor zo’n pupromotie af naar tweede klasse. et Sites, par l’asbl La Rétine de Plateau. Ook uit Vacances à Venise, met Katharine Hepburn theaterzaal was. Zoveel kon Wim Van der Elst, hellend plafond en 376 stoeltjes over twee lijk fantastisch om terug te keren en linovic dat de jonge Maeyens zijn komst beginnen na te denken. Ik bliek moet je alles geven. Onze Zijn contractverlenging lag achteraf dossiers van bouwvergunningen bij het Stads(1907-2003), die in Ciné Christine te zien voorzitter van Laca samen met actieve leden, verdiepingen. Het scherm mat 7 bij 3,8 meter. voor zo’n enthousiast te hadsupporters besliste opnieuw studeren en in eerste stappen bij deafleiden. grote jongens zijn het voorbeeld van klaar, maar door een misverstand archief te werd info gesprokkeld. “Uiteindelijk was. Tussendoor voorzag de zaal in een en-publiek uit archiefmateriaal Buiten architect Roger Lemaire, die ook spelen. Voor die mensen wil je alles zette. Twee seizoenen lang maakte een lagere divisie te spelen, bij Woeen twaalfde man. Het is nog iets ging dat niet door. Uiteindelijk trok kapot spelen. Ik ben supporter van hij deel uit van de eerste ploeg. Dat luwe-Zaventem. Dat ik in de vestianders dan bij FC Brussels. Vroeger hij naar Waterloo. “Daar werd aan de club, ja, maar dat maakt geen kwamen ze naar de ploeg kijken die een mooi project gebouwd, maar het ADVERTENTIE ADVERTENTIE ADVERTENTIE verschil op het veld. Ik geef altijd in hun stadion speelde, nu komen werd een raar seizoen, waar de best alles voor mijn club.” ze naar hun ploeg kijken.” betaalde spelers op het einde geen “De derby blijft toch wel iets cent meer kregen. De voorzitter was bijzonders. De supporters kennogal speciaal, in de stijl van Vernen mensen uit de gemeente meersch.” van de tegenpartij en sommige Vier rode kaarten spelers, zoals ik, kennen heel S OCIALE V ERHUURKANTOREN (SVK) “Vorig seizoen speelde ik voor wat tegenstanders. Bij pakweg Pepingen. Daar had ik een mooi Manage ken ik weinig volk, bij V E R H U U R U W G O E D ZO R G E LO O S contract. Dat stop ik niet weg, maar Ganshoren bijvoorbeeld heel de mentaliteit viel tegen. Ze zijn de ploeg. Een derby is toch aler zeer Vlaamsgezind. Ik ben niet tijd een tikkeltje specialer.” Het SVK garandeert : Nicolas Maeyens, voetballer RWDM perfect tweetalig, maar het lukt me Een zege in de derby moet meer dan behoorlijk. Dat ik dat seiRWDM helpen om de twee= een stipte huurbetaling zoen ook nog eens vier rode kaarten de periodetitel binnen te ha• Keuze uit meer dan 2500 verschillende Maeyens is als middenvelder de link pakte, hielp uiteraard niet. Al bij al len. Zoals Maeyens aanhaalde, is = een degelijk verhuurbeheer machines, gereedschappen, steigers, tussen de verdediging en de aanval. heb ikhoogwerkers er wel een degelijk seizoen de titel dé prioriteit. Hij deelt het en units = het ouderhoud van uw woning Hij staat veel aan de basis van acgespeeld. Daarom vind ik het niet enthousiasme van de tribunes en • Direct beschikbaar • 24-uur servicedienst ties, is belangrijk in balrecuperatie erg om in lagere divisies te spelen. wil hogerop. “Ik heb de afgelopen • Oplossingen opDoor maatveel • Bedrijfsklaar = hulp bij renovatie en heeft geleverd een goede trap. Met die Ik word nog altijd beter. te seizoenen een paar clubs gehad, • Uitgekiende logistiek kwaliteiten is hij een van de troeven spelen, krijg je veel zelfvertrouwen, nu wil ik stabiliteit. Natuurlijk is = fiscale voordelen van een ploeg die niet onder stoelen neem je meer verantwoordelijk en niets in het voetbal zeker, maar het of banken steekt dat ze voor de titel durf je te ondernemen. Bij Brussels project van RWDM is ideaal voor gaat. “We willen kampioen worden, werd me verweten dat ik te lief was mij. Wat de toekomst brengt, weet dat is duidelijk. Daar praten we met op het veld. Wel, nu ben ik een man ik niet. Ik zie mij niet meteen vermekaar over, maar dat betekent niet op het veld.” trekken. Als ik de kans zou krijgen www.fedsvk.be - 02 412 72 44 dat we denken dat we er al zijn. We Maeyens was vorig seizoen een paar om nu te tekenen om met RWDM onderschatten niemand.” keer te zien in het Edmond Machin divisie 1B te spelen binnen zes “Deze ploeg zal een paar seizoenen tensstadion. Niet als speler, maar à acht jaar, zou ik dat met de ogen Tim Schoonjans standhouden. Er zullen wel wat speals supporter. Hij stond meteen achdicht doen.”

I

“Uiteindelijk gaat het om 450 verdwenen filmzalen in heel Brussel”

Bij Boels huurt “Onze supporters zijn u direct het het voorbeeld van gereedschap dat een twaalfde man” u nodig heeft.

BRUSSEL HAVEN Havenlaan 79 Tel.: 02 700 27 80


Donderdag 15 december 2016 I BRUZZ 1551 I 19

>

KALENDER 2017 LACA De kalender is te koop tegen 3 euro - in de Openbare bib en GC Nekkersdal (Bockstaellaan 107) - in GC Heembeek-Mutsaard (Familia, Vekemansstraat 131) - via ericchristiaens@skynet.be en 02-426.55.88.

© E. CHRISTIAENSENS

Cinevox, Piron en Star ontwierp, een zwevende geveluitsteek ontworpen. Die bleef bewaard door de tapijtenwinkel die er in 1977 kwam, en ook door latere handel. Binnen werden de niveaus genivelleerd. Zaal Odeon uit 1914, en verbouwd door Gaston Ide in 1930, op nummer 100-102, was nog zo’n kanjerzaal. Met twee zitbalkons met zij-uitsprongen boven een parterre was de stek goed voor 807 toeschouwers. Het scherm was daarom niet breder, 6 bij 5,5 meter, maar er was wel

een orkestbak. Na de naamsverandering in Rio (1935) en verbouwing in 1954 door François De Bondt, ging het tweede balkon weg. De zaal werd heringericht tot 954 zitplaatsen en een doek van 12 meter. De laatste film draaide er op 26 juni 1975, toen had de zaal maar 700 zitjes meer – televisie deed de wijkzalen de das om. Louis Delhaize vertimmerde de benedenverdieping hetzelfde jaar tot minidiscount (zie foto). “Het filmzaalinterieur boven zou nog bewaard gebleven zijn,” stelt Van der Elst.

ADVERTENTIE

Andere verdwenen parels waren Ciné Panthéon (Antwerpsesteenweg 47) van architect Lagache, die ook de Orient Palace (Nieuwbrugstraat) en Victoria Palace (Kiekenmarkt) bouwde. De zaal in Louis XVI-stijl had 482 plaatsen. Na af braak kwam er een modernere cinema in 1969, Cinema Grec, die alleen ’s weekends draaide. Maar in 1974 ging die al dicht voor een parking. Nog op de Antwerpsesteenweg stonden Ciné Cade en wat verder Cine Royal (1921-1928), later

tot Anvers Palace herdoopt (1930-1944 en heropgebouwd). In 1994 stond hier een parking. Kortom, tussen 1971 en 1976 sloten de meeste zalen. Terwijl cijfers van het NIS nog aangeven dat heel Brussel in 1960 zo’n 19,2 miljoen bioscoopbezoekers telde. In 1973 was dat aantal geslonken tot 7,1 miljoen. Alleen de affiches, en niet zichtbare filmzaal- of gevelrestanten achter andere gevels, blijven over. Een erfgoedzoektocht waard. Jean-Marie Binst


20 I BRUZZ 1551 I Donderdag 15 december 2016

ENFANT TERRIBLE Bieke Buckinx kunstenaar Als je een eeuwige twijfelaar bent, zoals ik, doet het deugd om te kunnen polsen of wat je aan het doen bent geen total waste of time is”

© SASKIA VANDERSTICHELE

Levens in een stad die elkaar kruisen of zelfs even gelijk lopen en daarna weer hun eigen weg inslaan, iedereen die in een stad woont weet wat ik bedoel. Ik noem ze familiar strangers. Voor mij zijn ze een inspiratiebron. Ik raakte in de ban van vier mensen die mijn Brussel kleuren en daarom besloot ik om ze te portretteren. Dat kleine aspect uit mijn leven wou ik uitvergroten. Zo is de portrettenreeks ‘Les Kop Connus’ tot stand gekomen. Het zijn vier personen geworden uit verschillende contexten, die ik tegenkwam op plekken waar ik vaak over de vloer kom. Zoals Ali, de Pakistaanse nachtwinkelverkoper die mij aanspreekt als voisine en al 25 jaar, als een van de eersten, zijn shop heeft op de Varkensmarkt. Brussel en de sfeer die hier hangt, zijn voor mij heel belangrijke inspiratiebronnen. Zijn mensen, gebouwen, kleuren, de veelzijdigheid, ik slorp het allemaal gulzig op. Na één dag rondwandelen, kan ik thuiskomen met wel tien ideeën in mijn hoofd. Rondkijken, écht kijken en je ziet zoveel meer. Omdat ik hooggevoelig

ben, kunnen die prikkels me soms wat overprikkelen. Toen het uit was met mijn lief ben ik in het diepe gesprongen en heb ik mij helemaal op mijn schilderwerk gefocust. Dat voelt heel juist aan. Ik heb er geen idee van wat ik liever zou doen. Ik wil niet leven met spijt dat ik niet voor mijn droom ben gegaan. Als kind was ik altijd aan het tekenen en aan het knutselen. Er zit best wat creatief talent in mijn familie, die me er altijd in heeft gestimuleerd. De neef van mijn oma was Willy Vandersteen, mijn opa was architect en Jan Paternoster van Black Box Revelation is mijn neef. Ik werk nu ook halftijds bij mijn papa in zijn lasatelier. Ik ben graag met mijn handen bezig. Het is echt fijn om een nieuwe ambacht te leren. Ik richtte ‘Stadsgardeville’ op, een kunstenaarscollectief of eerder enkele vrienden die graag hun creatieve ei kwijt wilden. We willen op regelmatige tijdstippen expo’s organiseren. Op ons eerste expoweekend kreeg ik veel posi-

“Rondkijken, écht kijken en je ziet zoveel meer” tieve reacties. Die geven mezelf extra energie om te blijven doen wat ik graag doe. Bevestiging krijgen, is zo belangrijk, zeker omdat schilderen tijdens het werkproces heel eenzaam kan zijn. Als je een eeuwige twijfelaar bent, zoals ik, doet het deugd om te kunnen polsen of wat je aan het doen bent geen total waste of time is. Ik schilder mijn eigen versie van een foto die ik maak. Ik werk met olieverf. Daarmee kan je verder werken zonder dat het te snel uitdroogt. Ik schilder direct, met snelle toetsen. Wanneer ik het minste zin heb om te schilderen en met een je m’en foutistische houding achter mijn doek kruip, is het resultaat meestal

Bieke Buckinx (28) studeerde voor leerkracht plastische opvoeding en cultuureducatie. Werkt nu als lasser en gaat volledig voor haar schilderscarrière. www.biekebuckinx.com en www.stadsgardeville.be

het beste. Mijn werken hebben een afmeting van 1m op 1,50m. Ik zou het vreemd vinden om portretten kleiner dan de werkelijkheid te schilderen. Kleiner vind ik altijd wat prutswerk. Daardoor ben ik vrij lang bezig aan een werk. Ik neem graag wat afstand. Een half uur staren en kijken of ik ergens iets kan retoucheren. Nog een toets zetten en weer een stapje achteruit doen. Ik werk in mijn living, mijn tekentafel is een deel van mijn interieur geworden, en zelfs een deel van mezelf. Ik moet zin hebben om te schilderen, ik moet een soort productiviteit voelen, anders begin ik er beter niet aan. Soms, als ik in die vibe zit, kan ik nachten doorwerken. Op dit moment ben ik in de Academie voor Beeldende Kunsten Anderlecht met kleine werkjes bezig die ik in één keer af wil hebben. Net om me die snelle, directe schildertechniek helemaal eigen te maken. Het totaal wordt dan één grote mozaïek waar ook weer mijn dagelijkse leven centraal staat. Hilke Andries


DonDerDag 15 December 2016 I BRUZZ 1551 I 21

nick TRAcHeT brUSSeL en De WereLD cULInaIr onTDeKT Kerstbomen. Er worden er naar het schijnt steeds meer gekocht en men zet ze steeds vroeger op. Maar hoe komen we erbij om een spar om te hakken en die dan binnen te zetten vol versieringen, terwijl hij opdroogt en al zijn naalden laat vallen? Een kerstboom zetten, is zeker geen oud gebruik in onze lage landen. Het is een Duitse traditie, door Duitsers verspreid. De Britten weten nog wanneer de versierde spar zijn intrede deed bij hen: het was prins Albert, de Duitse echtgenoot van koningin Victoria, die er één voor haar opzette. Op slag ging de upper class in heel het Verenigd Koninkrijk dat imiteren. In Frankrijk wijst men de Elzassers aan, die door de Frans-Duitse oorlog van 1871 westwaarts vluchtten. Bij ons wist mijn grootmoeder te vertellen dat de eerste kerstboom in huis kwam door de Duitse soldaten die ingekwartierd lagen in haar ouderlijk huis in Menen, in ‘14-’18. De fijnspar (Picea abies) is ook geen boom die van nature voorkomt in ons land. Zijn ware biotoop ligt veel meer naar het oosten en het noorden. De oudste boom op aarde zou een fijnspar zijn die in Zweden

staat (meer dan 9.500 jaar oud). Kerstbomen zijn ook helemaal niet christelijk. Ik las ooit dat de boom een middel was om offergaven dichter te brengen bij de god Odin en zijn paard Sleipnir, die in dit seizoen door de lucht reden. Voor het paard was er hooi, en dat werden in de moderne kerstboom de gouden slingers, voor de god waren er de afgehakte hoofden van vijanden, en dat werden de (rode) kerstballen. Ik heb achteraf een kerstboom nooit meer op dezelfde manier bekeken. Mijn grootmoeder vertelde ook dat de katholieke Kerk het gebruik na de oorlog fel heeft bestreden. De pastoors wilden kerststalletjes zien, bomen waren heidens. Dat is de reden waarom mijn grootmoeder elk jaar koppig een boom is blijven zetten. Het was in onze streken wel een oude gewoonte om doorlevend groen in huis te halen: hulst, maretak, jeneverbes... en daarmee het huis te versieren. In het Engels spreekt men van to deck the hall. Dat deden de Antieke Romeinen

Bûche “Banketbakkers kwamen op het idee om eetbare kerststronken te verkopen” ook al tijdens hun winterfeest. Een gebruik ‘van bij ons’ is de kerststronk. Voor het kerstfeest werd een grote boomstam in huis gehaald, die zo lang mogelijk moest blijven branden. Men gebruikte de versierde stam van een fruitboom, die aan één kant in de haard stak en opschoof naarmate hij opbrandde. Toen de armere mensen hier overschakelden op de kolenstoof en open haarden alleen nog iets voor de rijken werden, kon dat gebruik ook niet meer doorgaan. Zo zijn banketbakkers op het

ADVERTENTIE

idee gekomen om eetbare kerststronken te verkopen. Een gebruik dat in heel de francofone wereld is verspreid. Ook wij noemen het nu bûche, want ‘kerststronk’ is zo moeilijk uit te spreken na een paar glazen champagne. Het woord betekent eigenlijk takkenbundel, mutsaard. De klassieke bûche wordt gemaakt van een biscuitdeeg dat wordt opgerold rond smakelijke (koffie) room of kastanjepuree en ingepakt in chocolade en room. Het is minder moeilijk dan je eerst zou denken, en het is iets om samen met creatieve kinderen te maken. Biscuitdeeg bakken in een dunne laag in de oven. Die tussen natte handdoeken laten afkoelen, besmeren met boterroom (of iets anders) en dan oprollen. Wie kunstig is, vormt met een stuk een zijtak en er wordt een schors gemaakt van chocolade (of Nutella!). Maar in mijn schoonfamilie werd een ander recept doorgegeven. Primitiever, simpel, maar o zo authentiek: het heet ook bûche, maar

het is helemaal iets anders. Neem 750 gram gekookte kastanjes. Je kan er uiteraard zelf koken en pellen, maar dat is wel een heel gedoe. Vandaag zijn ze gekookt te krijgen in blik, en dat werkt heel goed. Pureer ze glad. Smelt 125 gram fondant blokchocolade en meng met de kastanjes. Voeg 12 gram boter toe, 125 gram bloemsuiker en een snuifje zout. Alles goed mengen en in een langwerpige (bûche)vorm storten. Laat alles een dag opstijven in de koelkast. Om de massa uit de vorm te halen, zet u die even in warm water. De bûche ziet er donker-houtkleurig uit, maar heeft uiteraard geen ‘jaarringen’ zoals een biscuitbûche. Op de buitenkant kun je nu schorspatronen aanbrengen met een vork, maar het uithalen zelf geeft ook al een schorspatroon. Versieren met slagroom. Het resultaat is bijzonder vullend, er zit immers geen gebak in, het is een dichte massa lekkers. In plakken snijden en genieten maar. Smakelijk.

De hele reeks nalezen? > BRuZZ.be/trachet


22 I BRUZZ 1551 I Donderdag 15 december 2016

BOEK Anne Morelli legt samen met dertig auteurs Brusselse rode draad bloot

‘Wie het hoofd buigt, schrijft geen geschiedenis’ BRUSSEL - Het pas verschenen ‘Le Bruxelles des Révolutionnaires de 1830 à nos jours’ van CFC-Éditions blaast de helden van het Martelarenplein tot de hiphoppers aan het Noordstation nieuw leven in. Anne Morelli verzamelt in het boek de vele ‘zandkorrels in de machinerie’.

E

Marollen Ook de revolutionairen die Brussel zelf kweekte, komen aan bod als het gaat over de vrijmetselaarsloges in Molenbeek of het eerste burgerprotest in de Marollen.

© BELGA

en kaart van Brooklyn uit 1919 in ‘The New York Times’ prikkelde de ULB-historica Anne Morelli, die een dertigtal auteurs rond zich wist te scharen: “De politie had op die kaart Brooklyn ingekleurd volgens vermoedelijke haard van socialisten, communisten of anarchisten, straat na straat, woonblok na woonblok. We vroegen ons af of er ook in Brussel wijken rebelser, subversiever zijn dan andere. Als Roemeense metaalarbeiders of Bretoense landbouwers ontevreden zijn, komen ze naar hier om tegen ‘Brussel’ - Europa - te betogen. Ik denk dat de vele manifestanten verwonderd zouden zijn als ze wisten hoeveel revolutionaire elementen er sedert de negentiende eeuw in Brussel allemaal rondgelopen hebben. Een van de auteurs, José Gotovitch, heeft zich aan zo’n politieke topografie gewaagd door te speuren naar de cafés, partijbureaus, boekhandels of zelfs straten waar communisten samenkwamen. Was dat in het interbellum in het stadscentrum, dan was dat na de Tweede Wereldoorlog, toen ze goed scoorden bij de verkiezingen, ook in de periferie.” Het beeldmateriaal in het boek van bekende plaatsen in andere tijden verschuift onze blik meer dan eens. Eén bouwwerk in Brussel geeft nog op een esthetische manier uitdrukking aan de communistische boodschap. De voorman Joseph Jacquemotte kreeg in Sint-Gillis een grafmonument van Fernand Brunfaut en Dolf Ledel met een enorme ster, de uitspringende sikkel en hamer hebben de tijd niet doorstaan. “Els Witte heeft in het boek op een gelijkaardige manier naar alle Brusselse sporen van onze eigen Belgische revolutie van 1830 gezocht. Wie in de buurt van de Vrijheidsplaats komt, vindt de straatnamen daar waarschijnlijk nogal eigenaardig: de Drukpers-, de Eredienst-, de Verenigings- en de Onderrichtsstraat. Mensen hebben geen idee meer waarvoor die namen staan, maar dat waren de vier vrijheden waarvoor in 1830 gevochten werd.” Het Brussel van Victor Hugo en Karl Marx wordt verkend, maar ook dat van minder bekende figuren als Isabelle Gatti de Gamond die de eerste neutrale school voor meisjes stichtte en dubbelagent Piet de Groof, generaal-ma-

joor bij de Belgische luchtmacht die in de kelders van de Koninklijke Militaire School in het geheim het avant-gardistische poëzietijdschrift ‘Taptoe’ drukte. In Brussel passeerden de communards van Parijs, Marokkaanse opstandelingen tegen het dictatoriale regime van koning Hassan II, Turkse communisten op de vlucht na de militaire staatsgreep en ballingen van de dictaturen van Latijns-Amerika. Ook de revolutionairen die Brussel zelf kweekte, komen aan bod als het gaat over de vrijmetselaarsloges in Molenbeek, het eerste burgerprotest in de Marollen, verschillende generaties graffitikunstenaars of de anarchistische kolonie ‘L’expérience/De Proefneming’ in Bosvoorde. Wat ze allemaal gemeenschappelijk hebben, zegt Morelli, is hun verlangen une autre ville pour une autre vie.

Burgermannetjes Morelli’s Spaanse collega aan de universiteit van Barcelona Pelai Pagès I Blanch heeft haar het meest verrast: “Hij schrijft over de in de jaren twintig in Spanje meest gezochte anarchisten Francisco Ascaso en José Buenaventura Durruti, die nergens in Europa of de Sovjet-Unie welkom waren en van wie Spanje en Argentinië de uitlevering gevraagd hadden. Die anarchistische leiders woonden twee jaar rustig in Brussel, ze moesten dat alleen onder een valse identiteit doen. Ascaso zou zelf zeggen dat dat het meest curieuze was wat hem in zijn leven was overkomen. Twee mannen die in Spanje vergeldingsacties organiseerden op wie het op vakbondsmensen gemunt had, die als een Robin Hood in Latijns-Amerika geleefd hadden en die later al in het eerste jaar van de Spaanse burgeroorlog zouden sneuvelen: in Brussel kuierden ze doodleuk op de Grote Markt of gingen ze met hun vriendin verpozen aan de oevers van de Vijvers van Elsene, als burgermannetjes.” Wanneer Hans Vandevoorde over het revolutionaire gehalte van de negentiende-eeuwse Brusselse kroegen schrijft, met het Café des Mille Colonnes aan de Muntschouwburg in de hoofdrol, zien we de complotten tegen


Donderdag 15 december 2016 I BRUZZ 1551 I 23

ADVERTENTIE

de gevestigde orde voor onze ogen rant bezocht dat De Zwaan nu is, en gesmeed worden. daarom is het zo interessant om de Jean Houssiau zocht naar sporen historische dimensie te krijgen. in het Archief van de Stad Brussel, Jean Puissant schrijft over het want de geschiedenis van revoluvolkse van de Grote Markt in de tionairen is te volgen net door de laagstad toen, met nog veel meer angst die ze veroorzaakten. Naast schouwen dan kerkklokken. Edward De Maesschalck heeft het ook een fiche van ‘Charles Marcx, professeur de philosophie, parle bien over Marx die een agent in plaats l’anglais mais avec l’accent allemand’ van zijn uitwijzingsbevel per ongeluk zijn pamflet met het opruiende is er ook een van de antiburgerlijke ‘Proletariërs aller landen, verenigt en antimilitaristische kunstenaar u’ overhandigt, zeer amusant.” Albert Daenens van wie het huis in de Ukkelse Rittwegerstraat in de gaten werd gehouden. In een verslag van 16 mei 1913 staat letterlijk dat Daenens vrienden ontving die zich als ‘estheten’ kleedden, namelijk met grote vilten hoeden met lange randen. Hoe verdacht is dat! Sommige verhalen leggen Anne Morelli, ULB-historica weer de grondlaag van de geschiedenis bloot, zoals dat over de Congreskolom De bladspiegels in zwart-rood van die je door de 11 novemberherdenCédric Aubrion dragen bij tot het kingen met de Eerste Wereldoorlog leesplezier. Het ‘Sous la direction associeert, maar die oorspronkelijk scientifique de Anne Morelli’ lijkt de helden van 1830 herdacht, en wel getypt op een machine die versierd is met allegorieën van de onder een plankenvloer verstopt grondwettelijke vrijheden. moest worden. Het boek werd Mooi rebels met rode draad gebonden. Zoveel “Je houdt pas van de stad wanneer aandacht voelt als een hommage. je ze kent,” zegt Morelli. “Als je “Degenen die het hoofd buigen, geen idee hebt van wat er achter schrijven geen geschiedenis,” zegt gebouwen of plekken schuilt, ga Morelli, “maar zij die opkwamen je ze veel gemakkelijker vernielen tegen onrechtvaardige systemen, of vervuilen. Zelfs al is Brussel verdienen het om niet vergeten te niet altijd mooi na de verminkinworden. Een beetje zoals Domingo gen in de jaren zestig, de stad kan Huamán Peñaloza, met zijn muurschilderingen in het Klein Kasteeldan toch mooi rebels zijn. Daarom tje, en beeldend kunstenaar Emilio schrijf ik Faute d’être belle, la capitale peut être re-belle. Al zal Marx López-Menchero, met zijn luidspreker op de Stalingradlaan: mensen zijn Manifest van de Communistische Partij wel eerder op zijn adres die niet gehoord worden een stem An Devroe in Elsene geschreven hebben dan geven.” in het café De Zwaan op de Grote Markt, zoals de mythe het wil. Wel brengt hij er tijdens de oudejaarsnacht van 1847-1848 samen met zijn vrienden van der ‘Deutsche Le Bruxelles des Révolutionnaires Arbeiterverein’ een toast op België de 1830 à nos jours, Anne Morelli uit. Toeristen kunnen maar niet begrijpen dat Marx dat chique restauwww.cfc-editions.be

www.atomium.be/sabena

ADVERTENTIE

Ivan De Vadder Karl Meersman Jan De Smet

BANG !

>

14 JANUARI 2017 20u00 VAUDEVILLETHEATER, KONINGINNEGALERIJ 13 1000 BRUSSEL

marokkanen In Brussel passeerden Marokkaanse opstandelingen tegen het dictatoriale regime van koning Hassan II.

karl MArx in brussel Marx zou een agent in plaats van zijn uitwijzingsbevel per ongeluk zijn pamflet met ‘Proletariërs aller landen, verenigt u’ overhandigd hebben.

EIGENZINNIG JAAROVERZICHT 2016

TICKETS €10 TE BESTELLEN VIA WILLEMSFONDS.BRUSSEL@SKYNET.BE OF 02/218.44.88

© KMKG-MRAH

ATOMIUM Atomiumsquare - 1020 Brussel

W W W.DESIGNBYSIGN.COM

“Als je geen idee hebt van wat er achter gebouwen schuilt, ga je de stad veel gemakkelijker vernielen of vervuilen”


24 I BRUZZ 1551 I Donderdag 15 december 2016

heeft het er naar haar zin, maar denkt ook aan een vervolg op haar documentaire. “Als ik de kans krijg, wil ik over de zeven dagen van de week een Brusselse film maken. Zondag heb ik nu gehad. Het format wil ik aanbieden aan tv-zenders, want Brussel staat meer dan ooit op de kaart.” ‘De Kerk in het Midden’ is het verhaal van mensen in en om de Miniemenkerk. Zoals Arlette. Zij heeft in de gevangenis gezeten omdat ze haar gewelddadige man vermoordde en bedelt nu aan de kerk. De dandyeske koster Luigi is een tedere anarchist die in een ver verleden in Italiaanse B-films speelde. De adellijke familie De Merode doet al decennialang aan goede werken.

Ode aan de Marollenpriester

© SASKIA VANDERSTICHELE

MARIE GEUKENS “Brussel is veel meer dan het gevaarlijke hellhole van Donald Trump. Er is niet één Brussel.”

samenleving Marie Geukens toont Brussel van binnenuit

Portret van mensen onder de kerktoren BRUSSEL - Marie Geukens toont in haar documentaire ‘De Kerk in het Midden’ het menselijke gelaat van Brussel aan de hand van getuigenissen in de Marollen. “Als het van mij afhangt, maak ik nog zes documentaires die een week in Brussel in beeld brengen. Ik ben ambitieus, ja.”

Z

e komt uit Millen, een dorpje tussen Tongeren en Maastricht, en kan haar zachte Limburgse accent niet verbergen. Vier jaar geleden verkaste ze met haar man - een Belgische diplomaat - naar de Vrijheidswijk in Brussel. Ze merkte dat de Zennestad bestaat uit parallelle werelden en vond snel aansluiting bij een groep. Tegelijk ontdekte ze ook plekken waar mensen van allerlei slag samenkomen. “Dat kan soms tot fricties leiden, maar er is geen enkele reden om bang te zijn. Als een soort hedendaagse Don Quichote wil ik dat ook aan Vlamingen tonen. Brussel is veel meer dan het gevaarlijke hellhole van Donald Trump. Er is niet één Brussel.” De verhalen liggen voor het oprapen in Brussel. Dat blijkt ook uit haar documentaire, waarin ze inzoomt op de Miniemenkerk in de Marollen. De film gaat over aangespoelde mensen op een kleine plek in het grote Brussel, gekneld tussen de boven- en benedenstad. “In het kleinschalige zie je het grootmenselijke,” zegt Geukens. Maar evengoed behandelt de documentaire universele maatschappelijke thema’s: het

recht op huisvesting, het contrast tussen arm en rijk, ouderdom. Geukens glimlacht: “Ik weet dat het geen sexy onderwerp is, maar ik vraag me ook af welke rol onze kerk vandaag nog in een wijk kan spelen. Kan ze de sociale cohesie bevorderen?”

“ Ik vraag me ook af welke rol onze kerk vandaag nog in een wijk kan spelen. Kan ze de sociale cohesie bevorderen?” Marie Geukens Documentairemaakster

Zondag, misdag Haar rol in de productie van ‘De Kerk in het Midden’ is gegroeid in de twee jaar dat het pro-

ject in beslag nam. Ze sprokkelde het budget bij elkaar bij de Vlaamse overheid, het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek en Stad Brussel. “Geld zoeken, is één ding, maar om de verhaallijn te maken, heb je een team nodig dat op één lijn zit: van journalist over cameraman tot monteur. En vooral een regisseur die een visie heeft.” Uiteindelijk trok ze het scenario en de regie naar zich toe en maakte ze de film die ze in haar hoofd had. “Een leerproces,” zegt ze zelf. Nu is ze superblij als ze hoort dat mensen geraakt zijn door de film. “Zelfs de baas van een heavymetalcafé in Tongeren was ontroerd.” De moeder van drie adolescenten begon aan een tweede carrière nadat ze in 2012-2013 aan de VUB een aanvullende opleiding tv- en radiojournalistiek had gevolgd. Ze werkte keihard aan ‘Het eerste kwartaal’, een reeks over startende ondernemers die op Canvas te zien was. Nu is ze voltijds aan de slag als coördinator en eindredacteur van het maandblad Marie Claire. Ze schrijft er ook over feminisme. Ze

En dan is er nog de bejaarde pastoor Jacques Van der Biest die altijd gevochten heeft voor een open kerk. Hij geeft de verschoppelingen een kans en draagt cultuur hoog in het vaandel. Eenmaal per maand loopt de kerk vol voor de weergaloze Bachcantates. In het koor zitten heel wat ambtenaren van de Europese Commissie. De erfenis van de Marollenpriester komt echter in het gedrang door een bitse strijd met de traditionalistische strekking, die de eucharistieviering in ere wil herstellen en minder belang hecht aan de sociaal-culturele rol van de kerk. De documentaire begint ietwat gezapig met de voorstelling van de gids die ook als vertelstem fungeert: Tijn Sadée, correspondent in Brussel voor NRC, NOS en VPRO. Maar geleidelijk aan krijgen de goed gekozen personages meer kleur en krijgt het verhaal meer vorm. Kleine en grote conflicten worden mooi in beeld gebracht: Arlette en Luigi kunnen elkaar zichtbaar niet luchten en de deken en de pastoor kampen een verbeten geloofsstrijd uit. Van der Biest neemt de woorden van Sadée gretig over: zijn overste is een kleine dictator. Het is duidelijk niet al peis en vree in het huis van God. Voor een komische noot zorgt de jonge prins De Merode door te verdwalen in het ouderlijke paleis. Groter kan het contrast niet zijn met Arlette, die op straat leeft. Luigi vertelt het aandoenlijke verhaal hoe hij in de Miniemenkerk kon beginnen na een wonderlijk telefoontje van zijn moeder. De lucht in de benedenstad is volgens hem beter dan in de bovenstad. De prachtige muziek van Bach tilt de prent naar een hoger niveau. De emotionele climax volgt echter bij het schielijke overlijden van Van der Biest. De man die de mensen in de wijk bij elkaar bracht, is niet meer, maar de film ontpopt zich daardoor tot een ontroerend eerbetoon aan zijn leven en werk. Tom Van Bogaert

>

De kerk in het midden De film, die in De Markten in première ging, wordt ook vertoond - in het Brussels Ouderenplatform, Zaterdagplein 6, 1000 Brussel op woensdag 25 januari om 14u. - in deBuren, Leopoldstraat 6, 1000 Brussel, op vrijdag 24 maart om 12.30u. - De film wordt in de kerstperiode uitgezonden op BRUZZ TV.


Donderdag 15 december 2016 I BRUZZ 1551 I 25

ADVERTENTIE

Laptopia

Investeer in een exclusief project in de Europese wijk, inclusief privépark.

Elke week scant Michaël Bellon met zijn laptop een plek in Brussel die tot de verbeelding spreekt, en geeft hij aan wat er eventueel nog aan kan verbeteren.

Ernest The Park. Exclusieve appartementen tussen de Europese wijk en de Brusselse Louizalaan.

Winterpret maandag 5 december, 21u

noodzakelijke wortelpartij missen, en dat de twinkelende ijskristallen vasthangen aan een elektrisch snoer. Maar de kerst is ook een tijd waarin het allemaal even wat minder zelfkritisch kan, en de kerstmarkt faciliteert de omschakeling naar die voor ons ongewone levenshouding. Neem nu de vingerpopjes, juwelen en lavendelzeep die eveneens te koop worden aangeboden in de houten barakken. Dat mogen dan latere toevoegingen aan de historische kersttraditie zijn, we laten ze toch toe in ons warme midden. Wist je eigenlijk al lang heel zeker dat je niet kon schaatsen, omdat er al decennialang geen natuurijs meer is geweest waarop je zou kunnen hebben oefenen? De ijspiste van Winterpret staat oogluikend toe toch nog eens te doen alsof. Tot je weer triomfantelijk op je Quebec gaat. Want dat is ook mooi: dat we rond deze tijd solidair zijn met al die miserabel koude contreien, zoals de Canadese provincie die dit jaar eregast is. Een kerstmarkt wordt zo een multicultureel feest, maar dan niet van de landen uit het arme zuiden met hun couscous en moslims, maar van landen uit het koude noorden met hun zoetekoek en alcoholici. Te midden van de walmen van tartiflette en tonijnjenever die getuigen van de enorme menselijke oerhonger, zie ik in een nis van de Katelijnekerk de kleine Jezus. Is hij geboren om de boulemische zonden van de wereld weg te nemen? Of uitgevonden om dit hibernale vreetfestijn, dat in wezen doorloopt van Sinterklaas tot carnaval, en dat de inname van voldoende calorieën tegen de kou garandeert, van een christelijk excuus te voorzien? Is Jezus met andere woorden voor of tegen deze kerstmarkt in zijn buurt?

DAG R U E D OPENvan 13u tot 17AuAT 33 TSTR ALBER E PRINS 1050 ELSEN

Niet contractueel beeld

Het was alweer bijna een jaar geleden dat de mensen nog eens met een gewei op hun hoofd het schuim van een speciaalbier rechtstreeks uit het flesje in hun keel konden gieten. Maar nu is Brussel eindelijk weer de stad met de Kerst- in plaats van de Grote Markt. Het trollendorp met de als blokhutten vermomde tuinhuizen heeft net als Trump of de dikke pizzabodem voor- en tegenstanders die zich netjes aan weerszijden van de vijftigprocentgrens groeperen. In de discussie over het bestaansrecht van het kunstmatige winterwonderland gaan wij ons dus niet mengen. De enige manier om dergelijke maatschappelijke kloven te dichten, is proberen te beschrijven en begrijpen wat ons precies splijt. Aan wie er niet een maand lang moet naast wonen, biedt Winterpret exact wat het belooft: pret in de winter. Vrouwen trotseren de kou met aan hun uiteinden buitenproportioneel dikke mutsen, wanten en winterlaarzen. Mannen laten de witte wolkjes rook van hun elektronische sigaret dansen in de koude lucht. Iedereen is beschonken en blij, en de kerstkramers hebben veel te doen. Zelfs op een maandagavond vinden de geurkaarsen, gepersonaliseerde armbandjes en gedroogkuiste rendiervellen gretig aftrek. Ook handelaars in kasjmier, lederwaren en bewerkt hout doen gouden zaken. Want om een of andere reden misschien omdat Jozef een timmerman was die zelfs in hachelijke omstandigheden een soliede kinderkribbe in mekaar kon zetten - wordt Kerstmis geassocieerd met ambachtelijkheid. Zo komt ook de illusie dat de Vismarkt zich momenteel in het barre noorden zou bevinden volledig ambachtelijk tot stand. Alleen wie een beetje beter kijkt, zal misschien merken dat de sneeuw op de daken van watten is gemaakt of uit een spuitbus komt, dat de stemmige O dennenbomen een levens-

AG ZONDMBER CE 18 DE

“De kerst is ook een tijd waarin het allemaal even wat minder zelfkritisch kan” Michaël Bellon

De hele reeks nalezen? > BRUZZ.be/laptopia

• prestigieus project op voormalige Solvay site • op maat van kapitaalkrachtige expats • eigen verhuurdienst gespecialiseerd in verhuur aan expats • moderne architectuur, hoogwaardige afwerking • tussen de Europese wijk en de Louizalaan • meer info op www.ernest-the-park.be of 02/201 00 01

powered by


26 I BRUZZ 1551 I Donderdag 15 dcember 2016

ATLETIEK – Tarik Moukrime laat zware tegenslagen achter zich en kijkt vooruit

‘Ik schrijf een nieuw verhaal’ BRUSSEL – Tarik Moukrime is amper 24, maar het leven heeft hem niet gespaard. Net toen de 1.500-meterloper op Europees niveau doorbrak, viel de diagnose teelbalkanker. Toen hij de ziekte had overwonnen, bleek dat hij te snel te veel wou. Hij doet het rustiger aan, maar de Olympische Spelen blijven zijn doel.

Tarik Moukrime. “Ik ben maar op mijn veertiende met atletiek begonnen.”

ziekte en herbegon in augustus 2015 al met competitie. Dat was snel. Te snel. Dat besef kwam pas achteraf, want na zijn herstel kreeg hij een nieuwe klap te verwerken. “Ik heb spijt van de beslissing om zo snel terug te komen. Ik was zo gemotiveerd, ik wou geen tijd verliezen. Rio was een obsessie. Mijn entourage dacht dat ik zot was geworden, maar ze durfden dat toen niet te zeggen.” “Al tijdens het begin van dit seizoen voelde ik de limieten van mijn lichaam. In Rabat was ik nog maar twee seconden van de minima voor Rio verwijderd, maar de dag erna zag ik zwaar af van de pijn. Er bleken microbarstjes in mijn scheenbeen te zitten. Als ik voortdeed, kon dat leiden tot een barst, zei de dokter. Toch probeerde ik nog, ondanks de pijn. Ik wou maar niet beseffen dat ik niet naar Rio of het Europees kampioenschap kon. Tot het echt niet meer ging. Voor de zomer heb ik dan beslist om even te stoppen.”

Mentaal oplappen

© BELGA

O

p het voetbalveld liep ik vroeger constant van links naar rechts, ik besefte dat ik als loper potentieel had,” vertelt Moukrime. “Toch ben ik maar op mijn veertiende met atletiek begonnen. De 800 en voor-

al de 1.500 meter werden meteen mijn nummers. Crosscountry doe ik minder graag, al behaalde ik er snel mooie resultaten in.” De knappe prestaties van de jonge Moukrime stapelden zich meteen op. Hij werd opgepikt door de federatie en mocht mee op buitenlandse stages. Aan een toekomst als professional dacht hij niet meteen, al deden

NIET ALLE JOURNALISTEN

HEBBEN SUPERKRACHTEN* *

Maar allemaal dragen ze bij tot een meer rechtvaardige wereld. Ze kaarten dagelijks wantoestanden aan. Brengen misstanden aan het licht. Criminaliteit. Fraude. Corruptie. En de eerste stap in het bestrijden van onrecht is het blootleggen ervan. Daarbij hebben ze alle hulp die ze kunnen krijgen meer dan nodig. Het Fonds Pascal Decroos biedt hen die hulp, in de vorm van beurzen, training en ondersteuning. Help ons de journalisten helpen. Steun het Fonds Pascal Decroos. Want goede onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Behalve voor wie superkrachten heeft. En dan nog.

www.fondspascaldecroos.org/steun

lopers als Hicham El Guerrouj hem wel dromen van meer. “Mijn eerste internationale competitie was het Europese Jeugd Olympisch Festival, waar ik tot de favorieten behoorde. Spijtig genoeg kwam ik tijdens de wedstrijd ten val en kon ik de verwachtingen niet waarmaken.” “Ik plaatste me voor een wereldkampioenschap bij de junioren, terwijl niemand geloofde dat het zou lukken. Dat zette me aan het denken over de toekomst. Uiteindelijk ging ik kinesitherapie studeren, maar dankzij mijn topsportstatuut kon ik die studies spreiden.” De combinatie van topsport en hogere studies verliep aanvankelijk vlot. Maar naarmate de sportieve inspanningen opliepen, begon hij het moeilijk te krijgen. Tot hij wakker werd in het ziekenhuis. “Ik ben een perfectionist, ik wou alles zeer goed doen, maar het was gewoon te veel. Daardoor heb ik een burnout gehad. Heel plots. Ik studeerde mijn cursus anatomie, en het volgende moment dat ik me herinner is dat ik wakker werd in het ziekenhuis. Uiteindelijk besliste ik om met mijn studies te stoppen, in samenspraak met mijn familie en entourage. Ik stelde duidelijke doelen en wou absoluut de Olympische Spelen van Rio bereiken.”

Rio-obsessie In 2014 bewees Moukrime dat zijn keuze om voluit voor sport te gaan de juiste was. Hij stelde zijn beste

tijden scherper, sloop de mondiale top vijftig binnen en werd achtste op het Europees kampioenschap in Zürich. Net toen alles goed ging, kreeg hij bijzonder slecht nieuws bij een routinebezoek bij de dokter. “Ik had wat pijntjes. Dan zoek je als topsporter meteen een dokter op. Om er zeker van te zijn dat het niets ergs is. Helaas. De arts stelde vast dat ik teelbalkanker had. Mijn wereld stortte in. Waarom ik? Ik had zoveel opofferingen gedaan.

Moukrime zat diep, maar werd gelukkig goed ondersteund door vrienden en familie. Hij moest zich tijdens de zomer mentaal oplappen. Tijdens de Olympische Spelen ging hij op vakantie, ver van televisie en internet, om zijn hoofd leeg te maken. Hij stelde alles, ook zichzelf, in vraag en besloot om alles volledig om te gooien. “Een nieuwe coach, nieuwe infrastructuur, een nieuwe club, zelfs een nieuw land. Alles gooide ik om. Ik draai geen bladzijde om, maar schrijf een nieuw verhaal. Sinds oktober woon en train ik in Reims. Daar heb ik een professionele structuur en omkadering ter beschikking. Ik word ondersteund door Adeps en kan leven van mijn sport. Ik ben hen zeer dankbaar, want ook tijdens mijn ziekte zijn ze mij blijven steunen.” De ommezwaai van Moukrime hield ook een nieuwe club in. Hij verhuisde van RFC Luik naar Excelsior Brussel en hoopt met ‘The Blue Army’ zijn ambities de komende jaren wel te kunnen vervullen. “Excelsior is de beste ploeg van het land en is een van de weinige clubs in België waar een echte professionele spirit heerst. Ze hebben een sportief project en een groepsgeest die je hier nergens anders vindt. We delen dezelfde waarden. Daarbij apprecieer ik Bruno Schroeven (sportief directeur, red.). Hij doet veel voor de club en de Belgische atletiek.” “Op lange termijn is en blijft het mijn doel om naar de Olympische Spelen te gaan. Rio heb ik gemist, nu mik ik op Tokio. Dat is nog ver weg. Mijn voornaamste doel voor dit seizoen is het wereldkampioenschap in Londen halen en tonen wat ik in mijn mars heb.” Tim Schoonjans

“ Op lange termijn is en blijft het mijn doel om naar de Olympische Spelen te gaan. Rio heb ik gemist, nu mik ik op Tokio” Tarik Moukrime 1.500-meterloper Waarom nu? Ik had nog niet kunnen genieten van mijn prestaties, ik begon maar net te tonen wat ik in mijn mars had.” “Ik ging meteen het gevecht met de ziekte aan. Ik moest en zou terugkomen. Lopen deed ik in die periode nog af en toe, al was ik snel moe, maar ik wou contact houden met de sport en mijn clubmaats. Ik bleef de Olympische Spelen van Rio toen als een doel beschouwen.” De loper won het gevecht met de


Donderdag 15 december 2016 I BRUZZ 1551 I 27

SPORTagenda

ESTAFETTE Patrick versnelde. Plots liepen we met 16 à 17 kilometer per uur door het Ossegempark in Laken. De loper naast me leek in geen enkel opzicht op de man met de wandelstok, de trillende handen en het spastisch schuddend hoofd die ik net het leren kennen. Mijn mond viel open van verbazing. Wacht. Even terugspoelen. Nul goesting had ik erin. Nougatbollen. Geen sikkepit. Wat vreemd is, want normaal moet je het me geen twee keer vragen om te gaan lopen. Collega Peter moet het gezien hebben aan mijn tronie. “Zullen we eerst even koffiekoeken gaan halen, voor we vertrekken?” probeerde hij wat goesting in mijn lijf te masseren. Goed idee, maar ik was nog verre van ontdooid. Op de achterbank stouwde ik een croissant en een chocoladekoek naar binnen. Take-awaykoffietje daarbij. Met elke hap ging de stemming in de auto crescendo. Maar van een volksfeest op de achterbank was geen sprake. Ik was achteraan gaan zitten omwille van de ruimte. Ik moest me nog omkleden. Uit mijn rugzak diepte ik een effen zwart looppakje op. Het was al 9 december, maar ik had toch maar voor een korte broek gekozen.

blijkt een trucje om te starten met lopen. “Ik heb een obstakel nodig om over te stappen. De eerste stap is de moeilijkste, daarna gaat het als vanzelf.” Ik begrijp het nog steeds maar half. “Het heeft te maken met de hersenen en het verschil tussen bewuste en onbewuste bewegingen. Ik moet me bewust zijn van een obstakel, om mijn hersenen in loopmodus te schakelen. Lopen is voor mij eigenlijk gemakkelijker dan stappen. Het gaat automatisch. Vermoeiender, maar gemakkelijker.” Ik volg Patrick al slalommend langs Lakense bomen. Deze relaxte pas lijkt hij uren te kunnen volhouden. Een wandelstok lijkt helemaal overbodig. Hij vertelt honderduit over de hartverwarmende reacties van collega’s en familie op zijn ziekte. Over de pijn die hij dagelijks moet verbijten en de hoop op medicatie. Over hoe inspirerend mensen hem vinden en de torenhoge prijs die hij moet betalen om inspirerend te zijn. En ja, ook over doodgaan. Geen taboes. Patrick heeft het vlaggen. Hij wil per se sprintjes trekken. Mij niet gelaten. “Maar ik ga je niet sparen,” waarschuw ik hem. “Dat je Parkinson hebt, is een flauw excuus.” Ik kan soms zo onbeschoft zijn. Gelukkig is een portie zwarte humor Patrick niet vreemd. En plus, de versnellingen die Patrick uit zijn broekspijpen schudt, zijn zonder meer indrukwekkend. Tijd voor de reality check. Het lopen gaat na een tijdje steeds stroever. “Als je nog een interview wil doen, moet het snel gebeuren. Mijn medicatie begint uit te werken en ik voel de verlamming intreden. Ook praten wordt dan moeilijker.’ We gaan op een bank zitten. Ik stel enkele vragen. De camera loopt. Patrick antwoordt als volleerd redenaar helder en precies op elke vraag die ik op hem afvuur. Tegelijkertijd gaan zijn handen steeds heviger trillen en maakt zijn ziekte zich langzaam weer van hem meester. Waar is die loper van daarnet ineens naartoe?

BRAM VAN DE VELDE

De warmste training van 2016

Collega Maarten belt. “Waar zitten jullie?” “We zien de bollen van het Atomium al,” antwoord ik naar waarheid. “Wij zitten een koffie te drinken in de cafetaria naast de onderste bol. Probeer zo dicht mogelijk te parkeren.” “Doen we.” Nog steeds met een flink pak tegenzin stap ik uit de wagen. Huppelend om de kou te verjagen loop ik naar de cafetaria. Mijn blik vindt meteen een roodharige dame aan een tafeltje. Naast haar mijn collega Maarten. Tegenover haar een man in een trainingspak met bevende handen en wandelstok. Hij zit wat gebogen over zijn koffie, maar recht zijn rug als hij me ziet. Ik stel me voor. Hij doet hetzelfde. Enthousiast pakt hij mijn hand vast en tikt me kameraadschappelijk op mijn schouder. Patrick Demouselle is de naam. Als we samen het tafeltje verlaten om een loopfilmpje te maken, weet ik nog niet welke verpletterende indruk deze man op me zou maken. “Ik ben er nu 52,” steekt hij van wal. We wandelen naar de auto. Door de trillingen in zijn hand zwaait zijn stok eerst alle kanten uit, alvorens op de grond te landen. “Het is allemaal begonnen met pijn in mijn elleboog. ‘Een tenniselleboog,’ zei de dokter toen. Maar ik speel geen tennis en ik ben bovendien rechtshandig terwijl mijn linkerelleboog zeer deed.” Was het maar een tenniselleboog. De juiste diagnose luidde: Parkinson, een degeneratieve en ongeneeslijke ziekte. Patrick was toen net veertig jaar geworden. Maarten nestelt zich met een camera in de kofferbak van de wagen. Patrick en ik moeten achter de wagen aan lopen voor een filmpje. “Je moet me helpen met de eerste stap. Zet je voet eens voor mijn benen.” Ik kijk Patrick als van het Lam Gods geslagen aan. Maar het

Bram Van de Velde is radiopresentator op BRUZZ en actief vrijetijdssporter

atletiek - Nationale toppers leveren strijd in het groen

Prestige in het park van Laken BRUSSEL – De beste veldlopers van het land zakken zondag af naar het park van Laken. De Brusselse manche van de Cross Cup staat bekend als een van de lastigste, maar eveneens een van de mooiste. De afwisselende hellingen en afdalingen maken van de Iris Cross Cup Brussels een wedstrijd waarvoor heel wat lopers beducht zijn. Tegelijkertijd betekent dat dat een overwinning in de hoofdstad net dat tikkeltje meer prestige oplevert. U mag daarom

komende zondag opnieuw een felbevochten strijd verwachten in het mooie groen van het park van Laken. Nationale toppers als Louise Carton, Isaac Kimeli en Jeroen D’Hoedt zullen zich ongetwijfeld (willen) tonen. De vrouwen beginnen er om 13.30u aan en de mannen 35 minuten later, maar kom gerust al eens in de voormiddag langs. Dan komen de ‘Sterren van Morgen’ in actie (benjamins, pupillen en miniemen). In de namiddag volgen de andere leeftijdscategorieën (cadetten, scholieren, seniors en mas-

>

Warmathon De Vlaamse Parkinson Liga en Move for Parkinson vzw zijn twee verenigingen die door de acties tijdens de Warmste Week ondersteund worden. Schrijf je in voor de Warmathon op www.dewarmsteweek.be.

ters). Toeschouwers mogen al dat looptalent gratis komen bekijken. Zaterdag zakt er ook al heel wat jong talent naar het park van Laken af. De lopers die zich tijdens de verschillende scholenveldlopen, georganiseerd tijdens de Vlaamse Veldloopweek, hebben geplaatst bij de top tien van hun leeftijdscategorie, kunnen vanaf 12 uur deelnemen aan het Brussels kampioenschap. In tegenstelling tot de afgelopen jaren vindt er zondag geen Corrida Gaston Roelants plaats, maar met de Warmathon (zie Sport Agenda) is er wel een leuk alternatief. Tim Schoonjans

>

Crosscup Alle informatie over de beginuren van de verschillende categorieën en meer vindt u op www.sport.be/crosscup

Zaterdag 17 december Rusty Indoor Ukkel Sport organiseert heel het weekend een indoorhockeytornooi voor jongens en meisjes die bij de U14 en U16 uitkomen, zowel in regionale als in nationale reeksen. Ze maken daarvoor gebruik van de tijdelijke indoortent die op de club is geïnstalleerd. Zaterdag wordt er van 8.30u tot 22u gespeeld, zondag beginnen ze om 9.30u en het tornooi zal rond 21u gedaan zijn. Alle informatie staat op www.ucclesport.be.

Grote Prijs van Woluwe Vanaf 8.30u zullen judoka’s van de U11 gewogen worden, alvorens ze een uurtje later de tatami betreden. Na hen volgen de U13 en U15, zowel jongens als meisjes. Deze derde editie van de Grote Prijs van Woluwe wordt georganiseerd door Judoclub Poseidon Ryu en vindt plaats in het sportcomplex Poseidon (Dapperenlaan 2 in Sint-Lambrechts-Woluwe). Toeschouwers betalen 5 euro.

Indoor autoracen Door de koude buitentemperaturen zullen sommige sportfanaten liever binnen blijven. Dat geeft de gelegenheid om eens een niet-alledaagse sport te ontdekken. Zoals de activiteiten van de Brussels Scalex Club. Daar wordt geracet met kleine elektrische auto’s op nagebouwde racecircuits. Zaterdag kunt u toeschouwer zijn van een Superfinale autoracen. Alle informatie over de club en de finale vindt u op www.brusselsscalexclub.be.

Zondag 18 december Voetbalderby Een goede drie maanden geleden maakte RWDM in eigen huis duidelijk dat het dit seizoen voluit voor de titel gaat. Het klopte stadsgenoot Ganshoren toen met duidelijke 5-1-cijfers. Zondag staat de terugmatch op het programma. De Molenbekenaren blijven nog altijd meedingen naar de titel, maar de ploeg uit Ganshoren kan ondertussen ook goede papieren voorleggen. De aftrap wordt om 14.30u gegeven.

Warmathon Er wordt zondag niet alleen competitief gelopen in het park van Laken, ook recreatieve lopers met het hart op de juiste plaats zakken af naar de buurt rond het Atomium. Zij kunnen deelnemen aan de Warmathon, die hen onder meer door het Ossegempark zal leiden. Lopen kan van 14 tot 20u, inschrijven kan (tot de dag van de warmathon zelf) via dewarmsteweek.stubru.be en kost 15 euro. Daarmee steunen de lopers de meer dan duizend goede doelen van Music For Life 2016.

Christmas Mega Session Sportclub Friskis & Svettis zet de feesten traditiegetrouw in met een Mega Session. Van 11 tot 14u wordt er niet alleen gesport onder begeleiding van kerstmuziek, er zullen ook heel wat verrassingen zijn voor de deelnemers. De club organiseert bijvoorbeeld een kerstverkledingscompetitie, waarbij allerhande prijzen gewonnen kunnen worden. Alle details over de Christmas Mega Session vindt u op de Facebookpagina van het evenement.

Tim Schoonjans


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
BRUZZ - editie 1551 by BRUZZ.be - Issuu