Skip to main content

BRUZZ - editie 1546

Page 1

van 10 tot 16 november 2016

+ uiT in brusse

l | vos sorTies

à bruxel les

| ouT and

abouT in brusse

UIT IN BRUSSEL SORTIR À BRUXELLES OUT AND ABOUT IN BRUSSELS

ls 11

17 | 11 | 2016

#1546

nl Fr en

Pink screen

s

ooR bRUSSel

x P702124

Tune in to 15 years of queer cinem a

weekblad |

eeN UITGaVe

VaN VlaaMS-bRU

SSelSe MedIa

VZw | FlaGeYPleIN

18 Place FlaGeY,

1050 elSeNe/Ixel

leS | aFGIFTekaNT

N° 1546 WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA VZW, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

derek cianF

1546_01

rance | preoc

cupaTions |

_cover.in

dd 1

local naTives

| vincenT henne

bicq | scoTT

Fagan | kaspe

r bosmans

07-11-16

17:19

Bregje Hofstedes ODE AAN HET

DWALEN p8-9

© IVAN PUT

Is Brussel klaar voor de zelfrijdende auto? p 14

Joris Poschet (CD&V) wil nieuwe Brusselnorm

Schrijver Nir Baram in residentie bij Passa Porta

‘Vlaanderen moet meer doen’

‘Het scheidingsmodel tussen Joden en Palestijnen is achterhaald’

p6-7

p 20 - 21


2 I BRUZZ 1546 I Donderdag 10 november 2016

EDITO Brusselse ziekte

Steven Van Garsse Chef Weekblad “De echte vraag die ertoe doet, is met welke kopstukken de Franstaligen in 2019 naar de Brusselse regionale verkiezingen trekken”

COLOFON BRUZZ

Flageyplein 18, 1050 Brussel 02-650.10.65 ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80, Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393, BIC: BBRU BE BB van Vlaams Brusselse Media vzw. Buiten België 30 euro per jaar. OPLAGE 62.609 exemplaren. ADVERTEREN? Barbara Hartert: sales@bruzz.be ALGEMENE DIRECTIE Jo Mariëns HOOFDREDACTIE Klaus Van Isacker (Nieuws), Jeroen Roppe (Strategie), Robert Esselinckx (Adjunct) WEEKBLAD & MAGAZINE Steven Van Garsse (chef ) EINDREDACTIE Karen De Becker ART DIRECTOR Heleen Rodiers VORMGEVING Ruth Plaizier REDACTIE Jean-Marie Binst, Bettina Hubo, Laurent Vermeersch, Danny Vileyn MEDEWERKERS Hilke Andries, Michaël Bellon, Hanne De Valck, An Devroe, Wauter Mannaert, Tim Schoonjans, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Ivan Put, Saskia Vanderstichele DISTRIBUTIE Ute Otten VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Steven Van Garsse, Flageyplein 18, 1050 Elsene. Bruzz is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw, wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bruzz.be

De MR zit met een probleem en dat heet Armand De Decker. Al enige tijd bevindt de burgemeester van Ukkel zich in woelig water door de affaire Patoch Sjodijev. Die omstreden Belgisch-Kazakse zakenman, verdacht van corruptie, kon in 2011 aan vervolging ontsnappen dankzij een inderhaast door het parlement gejaagde afkoopwet. Armand De Decker, advocaat van Sjodijev, speelde daarin een prominente rol. Afgelopen weekend bleek dat De Decker bij de toenmalige minister van Justitie Stefaan De Clerck gelobbyd heeft om die afkoopwet snel uit te voeren. Daarmee kwam hij tegemoet aan een vraag van de Franse regering. De Decker ving 740.000 euro aan erelonen voor zijn succesvolle tussenkomst. De Decker moet zich nu bij het partijhoofdkwartier verantwoorden. De affaire is geen fait divers. De partijen brengen zo zachtjesaan hun kopstukken in stelling voor de gemeenteraadsverkiezingen. Niet alleen is De Decker burgemeester van een voor de MR belangrijke gemeente. Hij was lange tijd de onbetwiste nummer één van de MR in Brussel. Al heeft hij die rol nooit écht willen spelen. Hij verkoos liever het pluche van de senaat dan zijn borst te willen nat maken als minister-president van de Brusselse regering. Een en ander stelt het probleem scherp van de kwaliteit van het politiek personeel. Er zijn verkiezingen in 2018 en 2019. Zowel

WAUTER MANNAERT

gemeentelijk, regionaal als federaal moeten de juiste mannen en vrouwen op de juiste plaats terechtkomen. Dat wordt geen sinecure. CDH moet beslissen of het in 2018 met Joëlle Milquet naar de verkiezingen trekt. Ze is verdacht van belangenvermenging. PS-boegbeeld Laurette Onkelinx heeft laten weten niet geïnteresseerd te zijn in een kiesstrijd in Schaarbeek. De PS is er hopeloos op zoek naar een boegbeeld. Didier Reynders heeft zijn zinnen gezet op Ukkel, maar ook schepen Boris Dillies wil wat graag de post van Armand De Decker innemen. De echte vraag die ertoe doet, is met welke kopstukken de Franstaligen in 2019 naar de Brusselse regionale verkiezingen trekken. Er zijn dan ook federale verkiezingen. Men kan er gif op innemen dat de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 en de federale verkiezingen een half jaar later het regionaal plebisciet zullen overschaduwen. Het is een Brusselse ziekte. Het Brussels Gewest is belangrijk. Behalve als de regering moet worden samengesteld. De regionale lijsten riskeren ingenomen te worden door politici van het tweede garnituur. Want in tegenstelling tot in Vlaanderen of Wallonië, is de deelstaatregering in de hoofdstad er blijkbaar een van weinig prestige. Hopelijk zal dat in 2019, dertig jaar na het ontstaan van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, anders zijn.

“

De Vlaamse Brusselaars zijn meesters in maatschappelijke innovatie” Journalist VINCENT ROCOUR is in ‘La Libre’ opvallend lovend voor de initiatieven van de Nederlandstalige minderheid in de hoofdstad.

“

Parkeergeld innen op een illegale parking, het is je reinste Magritte” SP.A-fractieleider Jef Van Dam reageert in het Brussels parlement op de intentie van de stad Brussel om parkeermeters te plaatsen op de esplanade van het Jubelpark.


Donderdag 10 november 2016 I BRUZZ 1546 I 3

STEDENBOUW Cheval Marin wordt eindelijk gerestaureerd

TOERISME Eerste vestiging van budgetketen in België

Zeepaardje krijgt nieuw leven

CHEVAL MARIN. Over een jaar moet de renovatie afgerond zijn. BRUSSEL – De Cheval Marin, het monumentale pand in Vlaamse renaissancestijl op de hoek van de Varkensmarkt en de Baksteenkaai, wordt gerestaureerd. De nieuwe eigenaar, vastgoedbedrijf Cofinimmo, maakt beneden horeca en boven appartementen. De bewoners van de Vismarkt zijn opgetogen nu er eindelijk een werfkeet van restauratiefirma Monument gestald werd voor de deur van het bakstenen gebouw. Zeventien jaar lang stond de Cheval Marin, Zeepaardje in het Nederlands, te verkommeren. In 1999 ging het bekende restaurant met dezelfde naam failliet. Het gebouw werd

© SASKIA VANDERSTICHELE

een stadskanker, beklad met graffiti en getooid met uit de ramen groeiende bomen. Omdat de privé-eigenaar geen initiatief nam, probeerde de Stad Brussel de kanker aan te pakken. Zo werd de renovatie van het Zeepaardje opgenomen in het wijkcontract

Op de gelijkvloerse en de eerste verdieping komt een horecazaak

De Kaaien, maar dat plan ging uiteindelijk niet door. De kosten van onteigening en renovatie van het geklasseerde gebouw bleken te hoog. In 2013 vroeg en verkreeg de vorige eigenaar dan toch een bouwvergunning voor horeca beneden en appartementen boven, maar een jaar later stelde hij het pand te koop. Vastgoedbedrijf Cofinimmo, kocht het in december 2015 en nam de bouwvergunning over. Zopas begon Cofinnimo met de restauratie en renovatie, die over een jaar afgerond moeten zijn. “Op de gelijkvloerse en de eerste verdieping wordt een horecazaak ingericht, AB InBev wordt huurder,” zegt Daniëlle Scherens van Cofinimmo. “Op de tweede en derde verdieping komt telkens een groot luxeappartement.” Over het budget van de renovatie wil ze niets kwijt. Het oorspronkelijke gebouw dateert van 1680 en deed dienst als havenkantoor. De Brusselse haven bevond zich toen op die plek. De havenkapitein had er zijn kantoor en mensen konden er kaartjes kopen voor de boot naar Antwerpen. Omdat het een markant gebouw was, besloot de vroegere burgemeester Charles Buls het in 1893 te kopen. Bedoeling was om het te restaureren en er een politiebureau en museum in te maken. Maar tijdens de werkzaamheden werd duidelijk dat de restauratie van het zwaar vervallen gebouw te duur zou uitvallen. Ook toen al. De Stad verkocht het gebouw, met de opdracht voor de koper om het à l’ancien weer op te bouwen. Dat gebeurde eind negentiende eeuw. Daarna werd het een herberg. Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw stond de Cheval Marin bekend als gastronomisch restaurant. In 2003, vier jaar na het faillissement, werd het pand beschermd. Bettina Hubo

Easyhotel aan Chambon open BRUSSEL – Op de Chambonsite, in de Zilverstraat, is het Easyhotel geopend. Het is het eerste hotel van de budgetketen in ons land. Easyhotel is tien jaar geleden bedacht door de Britse serieondernemer Stelios Haji-Iouannou, die in de jaren negentig ook de goedkope luchtvaartmaatschappij Easyjet oprichtte. Ook voor de hotels koos hij voor de formule ‘functioneel maar zonder franjes’. In het nieuwe Brusselse hotel kan je een kamer boeken vanaf 49 euro. Hiervoor krijg je een kleine kamer (14 vierkante meter) midden in het stadscentrum, met fris sanitair, een ‘vijfsterrenmatras’ en wifi. Ter plekke ontbijten kan niet en voor een föhn of een dagelijkse poetsbeurt betaal je extra. In principe moet je digitaal inchecken. “Maar er zit ook altijd iemand aan de receptie,” verzekert marketingverantwoordelijke Anne-Claire Geerlings. Als prijsbreker wordt Easyhotel een concurrent voor hotel Meininger aan het kanaal en Motel One in de Koningsstraat. Het hotel telt 107 - kleine en iets grotere kamers, verspreid over acht verdiepingen. Het werd getekend door architectenbureau Jaspers-Eyers en maakt deel uit van de Chambonsite, het project van promotor Immobel aan de Wolvengracht, dat bestaat uit vier historische en vijf nieuwe gebouwen. Naast het hotel zijn er ook appartementen, studentenkamers en kantoren. In Europa, Afrika en het Midden-Oosten zijn er intussen al meer dan twintig Easyhotels. Het Brusselse etablissement behoort toe aan het Nederlandse Danzep, de franchisehouder van het concept voor de Bettina Hubo Benelux.

IN MEMORIAM Hubert van Herreweghen (1920-2016), poëzie-nestor

Afscheid van VRT-coryfee en dichter SINT-JANS-MOLENBEEK - Zaterdag wordt de Vlaams-Brusselse dichter Hubert van Herreweghen begraven in Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek: ‘Die ‘t langst leven, gaan ‘t eerst dood’. Al woonde hij sinds 1953 in de wijk Paloke, de Franstalige hoofdstad kreeg hij nooit te vriend. Wie filmles krijgt over de kracht van Vlaamse tv-series, kan niet voorbij de pioniersjaren, met ‘Wij, Heren van Zichem’ en ‘Schipper naast Mathilde’. Van de eerste serie was Van Herreweghen producer, bij de tweede was hij al hoofd van de Dienst Drama van de BRT, die het luistertheater en tv-drama als volksverheffing stimuleerde. Eerst was de jonge dichter, die tot de ‘bezettingsgeneratie’ behoort, en sterk getekend werd door de dood om hem heen, nog journalist bij De Standaard en radiocommentator (vanaf 1950). Maar de pen liet hij nooit los, als redacteur van literaire tijdschriften als

Podium (1943-1944) en vanaf 1947 van Dietsche Warande & Belfort. Ook was hij schatbewaker van de Nederlandse poëzie, als samensteller van talloze bloemlezingen van gedichten. Sinds zijn eerste gedichten als soldaat (1942-1943), behekst door de dualiteit liefde en dood, heeft hij zijn herkomst, Pamel, nooit verloochend. ‘Waar paarden gaan en ploegen blinken (...) daar kom ik vandaan’ (uit ‘De bulleman’). Verwondering om de natuur tekende het oeuvre van de taalslijper, tevens behoeder van een alaambak aan oude Vlaamse woorden. Behalve het rijm en de cadans, vormden die voorvaderwoorden het zuurdesem van zijn poëzie. Vorig jaar las Van Herreweghen nog voor uit eigen werk (zie foto) tijdens de presentatie van zijn jongste bundel ‘De bulleman en de vogels’. Hij had toen met erkenningen als de Prijs van het Leger, de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Pöezie, de Sabamprijs en

Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies voor het gezamenlijk oeuvre, al lang zijn tribuut betaald voor de hoofdstad van Vlaanderen. Toevallig had de Pajotter een bouwgrond in Sint-Jans-Molenbeek gekocht, hij dacht dat het op Dilbeek was. Maar op een gemeentelijke viering in het Karreveldskasteel na - “In een soort Nederlands, waardoor het zelfs charmant werd en ik vereerd was” - bleef hij de Franstalige Brusselaar afwijzen. “‘Spreekt u Nederlands?’ vraag ik dan. Ja, ik laat ze het wel voelen. (...) Ik voel me Mozes, die over het Beloofde Land uitkijkt. En denkt: ik zal het nooit zien, Vlaanderen dat dat verschrikkelijk heidense Brussel platloopt. Ik kan het niet, en zal het nooit doen. Maar mijn opvolger, zal het doen.” Met Van Herreweghen sterft het laatste Vlaamse literaire strijdros van de twintigste eeuw. Zijn retabel aan plattelandstaferelen in dichtklanken wordt geschiedschrijving. Jean-Marie Binst

Ik, als ik scherp toeluister, en ik werk een beetje mee, hoor ik ’s nachts te Brussel de zee.


4 I BRUZZ 1546 I Donderdag 10 november 2016

DE WEEK

IN BEELD Op het Gemeenteplein in Molenbeek is een monument ingehuldigd ter nagedachtenis van de slachtoffers van de aanslagen in Parijs en Brussel. Het kunstwerk is gemaakt door Molenbekenaar Moustapha Zoufri en draagt de naam ‘De vlam van de hoop.’

in het NIEUWS Moskee gesloten De Molenbeekse burgemeester Françoise Schepmans (MR) heeft de Loqmanmoskee in de Ransfortstraat laten sluiten voor stedenbouwkundige inbreuken. De moskee heeft mogelijk een rol gespeeld in de radicalisering van sommige terreurverdachten. Het gebedshuis kreeg in het verleden bezoek van Ayoub el-Khazzani, de schutter van de verijdelde aanslag op een Thalys, Mohammed Abrini, de man met het hoedje van de aanslagen op 22 maart en Chakib Akrouh, die net als Abrini betrokken was bij de aanslagen in Parijs.

De Decker op het matje bij MR Ukkels burgemeester Armand De Decker moet verschijnen voor de verzoenings- en

arbitragecommissie van zijn partij, de MR. Aanleiding is nieuwe berichtgeving in Franstalige media over zijn vermeend gelobby rond de zogenaamde afkoopwet. Die geeft verdachten de kans om een proces te vermijden door een bepaalde som te betalen. De Decker zou als advocaat bij toenmalig minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) hebben aangedrongen op een snelle goedkeuring van de wet, ten gunste van zijn cliënt Patoch Sjodijev, een miljardair afkomstig uit Kazachstan.

Financietoren te koop De Financietoren staat te koop voor 1,2 miljard euro. Eigenaar Breevast zou zo een meerwaarde van 600 miloen euro opstrijken. Als zo’n hoge prijs betaald wordt, is omdat het gebouw gegarandeerd ook veel

vlieslaan ging pas open in mei 2015. Dat gebeurde toen onder grote belangstelling. De keten had al een verleden in Brussel, maar sloot zijn vorige winkel veertien jaar geleden in de Nieuwstraat. Volgens de bonden volgt de nieuwe sluiting in mei of juni volgend jaar. 126 mensen dreigen hun baan te verliezen.

geld zal opbrengen. Er is immers nog een langdurig huurcontract met de federale overheid. Die betaalt jaarlijks ruim 54 miljoen euro huurgeld, en dat nog tot 2034.

Marks & Spencer alweer weg De Brits warenhuisketen Marks & Spencer wil een pak winkels sluiten, waaronder ook die in Brussel. De vestiging op de Gulden-

Marc Sleen overleden Stripauteur Marc Sleen is zondag op 93-jarige leeftijd overleden. Sleen is vooral bekend als geestelijke vader van Nero. Hij overleed in het Vlaams-Brabantse Hoeilaart, waar hij woonde sinds 1955. Sleen werkte wel jarenlang in Brussel en de stad dook ook geregeld op als decor in zijn strips. In 2005 werd hij benoemd tot ereburger van de stad Brussel. Sinds 2009

is er ook een museum gewijd aan Sleen. Dat is te vinden in de Zandstraat, tegenover het Stripmuseum. Samengesteld door Laurent Vermeersch

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP


© BELGA

Donderdag 10 november 2016 I BRUZZ 1545 I 5

UITGELICHT Politie van twee kanten onder vuur

Te hardhandig, niet doortastend BRUSSEL - De politie heeft zich in de nasleep van de aanslagen in Parijs en Brussel soms misdragen tegenover burgers van Noord-Afrikaanse afkomst, zegt Human Rights Watch. Tegelijk liggen de politiediensten onder vuur omdat ze niet altijd even succesvol waren in het bestrijden en voorkomen van terreur. In de aanloop naar de eerste verjaardag van de aanslagen in Parijs bracht Human Rights Watch een rapport uit over de Belgische aanpak van het terrorisme. De mensenrechtenorganisatie heeft kritiek op de nieuwe wetten die in het kader van de strijd tegen terreur zijn uitgevaardigd. Concreet roepen bijvoorbeeld de langdurige eenzame opsluiting van terreurverdachten en de langdurige inzet van militairen voor bewakingsopdrachten heel wat vragen op. Het rapport maakt ook melding van 26 aantijgingen van politiegeweld bij arrestaties en huiszoekingen. Op enkele uitzonderingen na zijn het mensen van Noord-Afrikaanse afkomst die getuigen over vernederingen, verbaal geweld (“smerige Arabier” of “vuile terrorist”) en buitensporig fysiek geweld, in sommige gevallen in het bijzijn van vrouw en (zeer jonge) kinderen. De betrokkenen hielden er vaak niet alleen verwondingen, maar ook trauma’s aan over. Enkelen verloren naar eigen zeggen hun baan door de gebeurtenissen, zelfs al werden ze achteraf vrijgelaten zonder vervolging. De overheid catalogeert de getuigenissen als “geïsoleerde incidenten die in geen geval het gevolg zijn van een bewust beleid”. Enkele

incidenten worden onderzocht. Agenten die hun boekje te buiten gingen, kunnen een “toepasselijke sanctie” verwachten. De politievakbonden benadrukken dat de grote meerderheid van interventies wel correct is verlopen. “In het kader van terrorisme zijn er duizenden controles gevoerd,” zegt Rudi Moerman van het Nationaal Syndicaat van het Politie- en Veiligheidspersoneel (NSPV). “Zesentwintig gevallen zijn er nog altijd zesentwintig te veel, maar de vraag is of er voldoende bewijzen zijn.” Human Rights Watch geeft toe dat de organisatie “niet goed geplaatst is om de reikwijdte van het misbruik door de politie te kunnen bepalen. Toch wijzen de vele klachten die we optekenden uit de mond van burgers en inwoners van Noord-Afrikaanse origine (…) erop dat er in de minderheidsgemeenschappen (…) een flink wantrouwen en een onwil heersen om samen te werken met de politie.” De moeilijke relatie tussen politie en minderheden is natuurlijk een oud zeer, dat nu door de context van terrorisme opnieuw scherp is gesteld. Ontsporingen bij de politie zijn ook niet nieuw, en ook hier heeft de terreur de zaken niet vooruitgeholpen.

De politie geldt zelf als een doelwit voor terroristen. Daarnaast liggen de ordediensten onder vuur omdat ze niet altijd kordaat genoeg zouden zijn opgetreden, bijvoorbeeld in de klopjacht op Salah Abdeslam. De toegenomen stress mag nooit een excuus zijn voor een agent die over de rooie gaat. Een groot deel van de problemen zou waarschijnlijk opgelost kunnen worden als

“Zesentwintig gevallen zijn er nog altijd zesentwintig te veel” Rudi Moerman, NSPV

minderheden beter vertegenwoordigd zijn binnen de politie. Dat zou komaf maken met het wij-tegen-zijgevoel. Zo verdwijnt racistisch geïnspireerd wangedrag én wordt het makkelijker om terreurverdachten op te sporen.

Laurent Vermeersch

De spraakmaker Dinsdagavond ging ‘Ne Swarte’ in première. Shakespeares ‘Othello à la Jan Decorte - zijn zoveelste bewerking van een theaterklassieker. Er zijn theatersubsidies te kort in Vlaanderen, en de Brusselse theaterkunstenaar werd daar samen met zijn eega Sigrid Vinks, het meest gereputeerde slachtoffer van. Dat zal het functioneren van dit unieke duo, dat samen al 35 jaar veelbesproken theater maakt, bemoeilijken. Decorte werd in 1950 geboren in Wilrijk als zoon van de acteurs Marc Decorte en Jo Crab (Madame Arabelle in ‘De Collega’s’), schreef op zijn negentiende al een toneeltekst, studeerde af aan het Rits, en gaf een tijdlang les aan het Brussels Conservatorium. Hij debuteerde in

1981 officieel met het spraakmakende ‘Maria Magdalena’ van Friedrich Hebbel, werd artistiek leider van Het Trojaanse Paard, en lag als enfant terrible meteen regelmatig overhoop met critici, overheden, theaters en acteurs. Na enkele artistieke gedaanteverwisselingen verloor hij in 1988 voor het eerst zijn subsidies en de aandacht van de pers. Tot hij in 1989 wekelijks de onmogelijke interviewee mocht spelen in het BRTN-programma ‘Sterrenwacht’ en in 1991 zelfs federaal parlementslid werd. Het BV-schap populariseerde zijn werk niet, maar in die periode kwam wel zijn typische kindlijke theatertaal tot stand. Na de legendarische, inktzwarte Macbeth-bewerking

JAN DECORTE

© DW

‘Bloetwollefduivel’ kwam een depressieve periode, die aansleepte van 1994 tot 1998. Daarop volgde een tweede leven met opnieuw veel

ups en downs, maar ook een stevige stroom nieuwe producties. In 2008 haalde ‘Wintervögelchen’ nog het Theaterfestival, maar in december 2014 schreef theatercriticus Wouter Hillaert in het cultuurtijdschrift ‘Rekto:Verso’ een gemotiveerde open brief aan Decorte met de vriendelijke vraag om ermee te stoppen: “Laat – samen met een paar andere levende lijken uit de glorieuze jaren 1980 – de ruimte aan de levenden. Zij die kunst maken voor deze tijd.” Met de schrapping van de theatersubsidies gaat de sloop van het kleine heilige huisje van Decorte en Vinks verder. Het tweetal bood de afgelopen dagen weerwerk in de kranten. Door de vraag te stellen in welke mate de zoektocht naar een

breed publiek, vijfjarenplannen opstellen, en diversiteit in de artistieke werking nastreven heil zou kunnen brengen. “Ik kan Jan toch niet vervangen door een Turkse transgender?” zei Vinks in De Morgen. Het is inderdaad al erg genoeg dat Vinks op Facebook moet zitten om te netwerken, en dat Decorte nagenoeg gestopt is met roken en drinken. Hij zou zelfs een overstap naar de beeldhouwkunst overwegen. Misschien niet eens zo gek. Als Jan Decorte beeldend kunstenaar was, zou hij net als Panamarenko, Fabre, De Bruyckere of Tuymans tot de internationale top behoren en nu steenrijk zijn. Maar nog altijd Jan Decorte. Michaël Bellon


6 I BRUZZ 1546 I Donderdag 10 november 2016

INTERVIEW Joris Poschet (CD&V), Brusselaar in het Vlaams parlement

‘Een Pavlov-reflex bij Homans, dat maakt me trots’ BRUSSEL - Joris Poschet was in Québec op studiereis toen het Waalse verzet tegen handelsverdrag CETA de internationale media in de ban hield. “Men vergeet Brussel soms gewoon in het Vlaams parlement. Dan ben ik er om hen daarop te wijzen. Ik ben er trots op dat ik bij excellenties als Liesbeth Homans of Philippe Muyters een soort Pavlov-reflex heb gekweekt. ‘Ja, mijnheer Poschet, we gaan het ook over Brussel hebben,’ zeggen ze al, nog voor ik één vraag heb gesteld.”

P

oschet was er op studiereis met de Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand. De Vlaamse delegatie bezocht Montréal en Québec-Stad. “Als Montréal Brussel is, dan is Québec Gent,” zegt parlementslid Poschet. “Montréal is veel groter en gekleurder. De stad ligt op een eiland en is institutioneel gezien ook heel interessant. De 31 gemeenten zijn ooit verplicht gefuseerd, waarna er een 12-tal weer uitgestapt zijn, vooral rijkere Engelstalige gemeenten. Maar de burgemeester van de stad is ook voorzitter van een soort overkoepelend stadsgewest, om toch een aantal grote lijnen van stadsontwikkeling erdoor te kunnen duwen. De losse gemeenten hebben minder inwoners dan de rest, en kunnen dus altijd ‘overruled’ worden.”

Jullie gingen er ook naartoe om de taalsituatie en -regels te bestuderen. JORIS POSCHET: Ik voelde mij als Vlaamse Brus-

selaar of Brusselse Vlaming of Nederlandstalige in Brussel meer verwant met de Engelstaligen in Montréal. Die zijn een minderheid in een Franstalig gebied, in een in meerderheid Engelstalig land. Net zoals ik hier, als Nederlandstalige. Ik heb daarom ook gevraagd hoe de rechten van de Engelstaligen gevrijwaard worden. Er is bijvoorbeeld een regel in Québec die zegt: de Franse tekst moet op affiches of aanwijsbordjes altijd dubbel zo groot staan als de Engelse. Alles wat officieel in het Frans gedeponeerd is als merknaam, moet er ook gebruikt worden. Het is dus geen ‘Starbucks Coffee’ maar ‘Café Starbucks’. Ik begrijp de Franstalige Canadezen wel. Ze zijn met acht miljoen op een continent van driehonderd miljoen Engelstaligen, en hun bevolking krimpt, terwijl de provincie een oppervlakte van vijftig keer België heeft. Zij denken: ‘Als wij geen mensen importeren, verdwijnen onze cultuur en taal. Dus moeten we ons openstellen. Multicultureel, maar met het Frans als verbindende factor.’ Ze dompelen iedereen onder in een bain de francisation. Ze proberen dat niet alleen te doen met de stok, maar ook met de wortel: ze willen nieuwko-

mers ook verleiden met interessante culturele evenementen. Ik denk dat dat het enige is wat wij kunnen leren van hen voor de situatie van het Nederlands in Brussel: dat wij het Nederlands nog meer moeten promoten, in de markt zetten als een taal waar je dingen mee kan, waar je plezier aan kan beleven. Ik zie ook niet in hoe je op een wettelijke manier een verfransingstendens kan keren in het Brussels Gewest.

U omschreef zich net als ‘Vlaamse Brusselaar, Brusselse Vlaming of Nederlandstalige in Brussel’. Waarom? POSCHET: Van het onderscheid tussen Vlaamse

of Nederlandstalige Brusselaar ligt volgens mij geen enkele burger wakker. Dat is voer voor de politique politicienne. ‘Brusselse Vlaming’ voel ik me als ik op mijn strepen moet staan. On-

“Ik voelde mij in Canada als Nederlandstalige in Brussel meer verwant met de Engelstaligen in Montréal” Joris Poschet Vlaams parlementslid

langs ging ik in Jette langs in de winkel van mijn mobiele telefoonoperator. De verkoper vroeg me of ik gewoon geen Frans kende. ‘Ja, maar ik wil in mijn eigen taal bediend worden,’ antwoordde ik.

En wat gebeurde er toen? POSCHET: Toen ging hij verder in het Engels, wat

ik eigenlijk nog erger vind. Daarmee willen ze tonen: ook ik ken nog andere talen, alleen niet uw taal. Terwijl in Jette toch een vierde of misschien zelfs een derde van zijn klanten Nederlandstaligen zijn. Als je als Nederlandstalige even niet op je qui-vive bent, als je denkt dat het allemaal wel zal loslopen, dan kan het tij heel snel keren. Het feit dat het Nederlands nu meer en meer

gesproken wordt door anderstaligen in Brussel, heeft alleen maar met de economische situatie te maken. Als de Vlaamse economie niet sterker was geweest, zou de aandacht voor het Nederlands veel minder zijn.

gespeeld. Wij als doorgewinterde Belgen voelden wel dat het uiteindelijk zou landen, ergens in een nachtelijke vergadering, maar de Canadezen werden ongerust. Uiteindelijk is het verdrag er een stukje beter op gewor-

Uw bezoek aan Canada viel samen met het Waalse verzet tegen CETA. Hoe was de reactie daar? POSCHET: Ze waren blij om eindelijk ook eens

een Vlaamse delegatie over de vloer te krijgen. Hoewel wij daar waren vanuit onze gemeenschapsbevoegdheden, is CETA wel vaak aan bod gekomen. Al was het alleen al als vervanger van het woord cheese om ons bij groepsfoto’s te doen glimlachen. (lacht) De Canadezen begrepen de angst die er heerst voor zo’n handelsakkoord. Vanuit Québec zijn er heel wat telefoontjes richting België gepleegd. Canada heeft, denk ik, handig gebruikgemaakt van zijn Franstalige deel om de Belgische ‘dwarsliggers’ te bewerken. Wij hebben hun ook proberen duidelijk te maken dat dit wellicht een intern politiek spel was. De PS is in de peilingen gezakt, en de PVDA sterk gestegen. Als je je dan op de Europese weekbladcovers kan voordoen als de nieuwe Ché Guevara of Alexis Tsipras, is dat natuurlijk handig meegenomen.

U heeft zelf in Vlaanderen mee een resolutie ingediend om het CETA-verdrag te ratificeren. Waarom bent u pro? POSCHET: Ik heb niet alle 1.400 pagina’s van

het verdrag gelezen, maar wel onder meer de joint interpretative declaration. Toen ik merkte dat thema’s als onderwijs, media, cultuur, gezondheidszorg er allemaal niet onder vallen, zag ik geen bezwaren. De pijlen zijn op CETA gericht in de nasleep van de hetze rond TTIP. Wat Magnette in de wacht heeft gesleept, heeft aan de oorspronkelijke tekst niks veranderd. Er zal alleen een evaluatie komen van het systeem van rechtbanken.

Maar zonder verzet waren het wel zakenadvocaten geweest die over internationale handelsdisputen geoordeeld zouden hebben. POSCHET: Waarschijnlijk wel. Dat heeft Mag-

nette wel binnengehaald. Hij heeft het slim

JORIS POSCHET 33 jaar, geboren in Temse 2001-2006: master Oost-Europese Talen en Cultuur en master Europe & the world 1500-2000 (KU Leuven en Universiteit Warschau) 2006: corporate credit officer KBC 2008-2012: fractiemedewerker CD&V in Brussels parlement 2012-2014: communicatiemedewerker van toenmalig Brussels minister Brigitte Grouwels (CD&V) 2013: voorzitter Jong CD&V Brussel 2014: Vlaams parlementslid, verkozen als eerste opvolger kieskring BrusselHoofdstad 2015: verhuist van Watermaal-Bosvoorde naar Jette


Donderdag 10 november 2016 I BRUZZ 1546 I 7

den, maar ik blijf erbij dat het risico op afspringen van het akkoord erger was dan die kleine verbetering.

U bent een van de zes Vlaamse Brusselaars in het Vlaams parlement die daarom alleen gemeenschaps- en geen gewestbevoegdheden hebben. Hoe zien de anderen jullie? POSCHET: Het is opvallend dat veel van onze col-

lega’s niet weten dat we niet mogen stemmen over gewestmateries. Wat ik persoonlijk wel belangrijk vind, is dat ik een soort Pavlov-reflex gekweekt heb bij een aantal excellenties. Als Liesbeth Homans (N-VA-minister van Binnenlands Bestuur, red.) mij ziet zitten, zegt ze meteen: “Mijnheer Poschet, we zullen Brussel ook bespreken.” Daar ben ik wel trots op. Ook Philippe Muyters (N-VA-minister van Sport, red.) weet dat ik telkens blijf hameren op voldoende investeringen in sportinfrastructuur in Brussel, iets wat hij niet genoeg doet.

Van die zes profileert u zich het sterkst als een Brusselaar. Waarom legt u daar de nadruk op, of kiest u niet voor één beleidsdomein zoals uw SP.A-collega Yamila Idrissi? POSCHET: Ik vind dat wij er zitten om de belangen van de Brusselaars te verdedigen, op alle terreinen. Men vergeet Brussel soms gewoon in het Vlaams parlement. Dat is geen kwade wil, maar vaak wordt er niet over nagedacht hoe iets moet worden toegepast in Brussel. Dan ben ik er om hen daarop te wijzen. Als het gaat over de Brusselnorm, die Vlaanderen hanteert voor zijn investeringen in Brussel,

raak ik soms geërgerd. U weet wel, de norm die ervan uitgaat dat dertig procent van de Brusselaars gebruikmaakt van het Vlaamse aanbod, zoals scholen, gemeenschapscentra, kinderopvang, en dat in totaal vijf procent van de gemeenschapsmiddelen gespendeerd moet worden aan die Brusselaars. Die norm is al lang achterhaald. Als je die vijf procent van de middelen afzet tegen de rest van Vlaanderen, neem je ook de Westhoek of het Pajottenland mee. Maar een aantal problema-

“Er is in Brussel nood aan een partij die verbindt. En mekaar ontmoeten doe je in het midden” Joris Poschet Vlaams parlementslid

tieken is typisch stedelijk, zoals integratie en inburgering. Als je die dertig procent van de Brusselaars, dus zo’n 350.000 man, vergelijkt met andere grote steden in Vlaanderen, zouden wij méér geld moeten krijgen. Eerder vijftien procent.

Dat geldt ook voor armoedebestrijding, of middelen uit het Stedenfonds bijvoorbeeld. Als je daar een derde van Brussel zou bijtellen, wordt dat meteen de tweede stad, groter dan Gent. Dus hebben wij eigenlijk recht op zeventien procent van de middelen van het Stedenfonds. Zelfs als je argumenteert dat de helft van de middelen naar gewestmateries gaat, zouden we nog altijd 8,5 procent moeten krijgen. Dat is lang niet het geval. Ik pleit daarom voor een nieuwe Brusselnorm. Ik vrees dat die er deze legislatuur niet meer zal komen, maar ik wil er wel mijn borst voor natmaken als we ooit nog eens kunnen meedoen aan een meerderheid.

In 2015 verhuisde u van Watermaal-Bosvoorde naar Jette. U was daar nochtans OCMW-raadslid en voorzitter van gemeenschapscentrum WaBo. POSCHET: Ik kende Jette al lang,

omdat ik vier jaar voor Brigitte De Pauw heb gewerkt. Ik kende zelfs ongeveer elke brievenbus in elke straat (lacht). Je krijgt er veel meer waar voor je geld als je een appartement koopt, en daarom besloot ik naar Jette te verhuizen. Er wonen veel meer Nederlandstaligen, en ook sociologisch voelt Jette ‘Vlaamser’ aan. In Bosvoorde heb je een hele grote groep rijke mensen, en dan een groep bohemiens. Jette is wat meer de Vlaamse

middle of the road. Je voelt je er snel thuis, ook door de actieve parochie.

In 2019 zijn er gewestelijke verkiezingen. Zou u dan graag overstappen naar het Brussels parlement? POSCHET: Ik doe mijn werk hier in het Vlaams

parlement graag en zou dat het liefst voortzetten, als dat lukt. De omkadering is beter, de diensten zijn goed georganiseerd. In het Brussels parlement gaat het soms ook over heel lokale kwesties. Anderzijds mis ik soms wel de Franse invloed: het is me hier soms een beetje te afgeborsteld, te afgemeten. In het Brussels parlement komt af en toe dat Latijnse pathos naar boven, die ik wel kan waarderen. Bon, ik ben beschikbaar voor de partij, als het moet Europees (lacht). Er is in Brussel nood aan een partij die verbindt. En mekaar ontmoeten doe je in het midden. Als mensen het gekibbel beu zijn, zullen ze moeten durven te stemmen op een partij die de consensus zoekt en niet vooral wil scoren met tweetable quotes. Als wij niet groeien in 2019, hebben we een levensgroot probleem. In 2009 zaten we in een Vlaamse coalitie met SP.A en N-VA. Schitterend, dacht ik: én Vlaams én sociaal, én het midden erbij. Dat sociale werd tenietgedaan door de N-VA, die steeds meer naar rechts opgeschoven is. Als ik de tweets van sommige N-VA-collega’s lees, dan zijn dat uitspraken die vroeger door Filip Dewinter werden gedaan. Dat passeert nu allemaal maar. Sara De Sloover, Danny Vileyn

©BART DEWAELE

Joris Poschet “Vaak wordt er in het Vlaams parlement niet nagedacht over hoe iets moet worden toegepast in Brussel.”


8 I BRUZZ 1546 I Donderdag 10 NOVEMBER 2016

COVER INTERVIEW Nederlandse schrijfster Bregje Hofstede ontstresst door nergens heen te gaan

‘Dwaal door de stad, over je sociale grenzen heen’ Lukraak zwerven langs onbekende plekken is de eerste stap om je stad te veranderen, betoogt de Amsterdamse schrijfster Bregje Hofstede. In haar nieuwe essaybundel ‘De herontdekking van het lichaam’ tekent ze een hartstochtelijke ode aan de slenterwandeling op. Kuieren als rustbrenger voor de vermoeide stadsmens.

D

e belangrijkste beslissingen in mijn leven nam ik onget wijfeld ter wijl ik door de stad dwaalde, schrijf t Bregje Hofstede in ‘De herontdekking van het lichaam’. Ze vertelt in dat boek openhar tig over haar burn-out. Herstellen deed ze onder meer door veel te wandelen door Amsterdam, om lichaam en geest weer met elkaar te verzoenen. Sindsdien zijn lopen, rennen en slenteren een belangrijk deel van haar denk- en schrijfproces geworden. Voor de Nederlandse is dat hét verweer tegen de burn-out. “Slenteren helpt je om niet te bezwijken, zodat je weer mee kan in de ratrace,” schrijft ze. “Het helpt om creatiever te denken, om deurtjes te openen waardoor je ook even weg kunt glippen uit de kooi in je hoofd, die kooi opgetrokken uit plichtsgevoel en prestatiedrang.” Hofstede legt uit waarom ze dat zo belangrijk acht. “Om af en toe stilte te hebben, of een moment waarop je niet wordt bestookt met berichtjes, e-mails, to-do’s en allerlei verplichtingen, moet je af en toe niets kunnen doen. Dat is erg moeilijk in onze samenleving nu. Er zijn enorm veel prikkels aanwezig. Je hebt altijd die smartphone, en continu beschikbare informatie. Thuis achter je bureau even helemaal nietsdoen, is bijzonder moeilijk. Als je slentert, lijkt het alsof je bezig bent, maar eigenlijk is het een manier om je te kunnen ontspannen. Nietsdoen vermomd als ietsdoen.”

Waar ziet u het verband met creatief denken? BREGJE HOFSTEDE: Bij experts in het denken, schrijvers en filosofen, is het al millennialang een goede truc om te gaan lopen. De filosofische school rond Aristoteles, de peripatetische school, is er zelfs naar genoemd, omdat ze – zo gaat de legende toch - in de zuilengang van de school, de peripatos, altijd rondjes liepen terwijl ze discussieerden en nadachten. Er zijn talloze denkers en schrijvers die hebben gezegd: “Al-

leen als ik loop kan ik echt denken.” Charles Darwin, Charles Dickens, en Jean-Jacques Rousseau bijvoorbeeld. Volgens mij werkt het omdat je uit je normale vaststaande omgeving wegloopt. In de stad is alles wat je ziet erg vluchtig. Je kunt niet echt focussen op één bepaald ding, en dat geeft de hele tijd nieuwe gedachten. Je gedachten zwerven net als jij. Dat levert vaak ongewone vondsten en nieuwe ideeën op.

In een essay voor ‘De Correspondent’ schrijft u dat we onze vaste routes in de stad bewust moeten doorbreken, omdat het een stap kan zijn naar een fijnere wereld. Hoezo? HOFSTEDE: Neem er gerust een stads-

plan van Brussel bij, en je zal merken dat je heel veel dagen van het jaar precies hetzelfde rondje doet, en nooit eens de straat ernaast. De Londense forensen moesten

bij een metrostaking in 2014 twee dagen lang improviseren en andere routes naar hun werk zoeken. Onderzoekers van Cambridge en Oxford ontdekten dat één op de twintig nadien die andere route is blijven volgen. Kennelijk beviel het hen zo goed, maar dat prettigere alternatief ontdekten ze pas toen ze gedwongen werden iets nieuws te zoeken. Bovendien is slenteren een manier om over je sociale grenzen

te stappen. In elke stad heb je arme en heel chique buurten, en er vindt best weinig contact plaats tussen de inwoners van beide. Tegenwoordig gaan wij ook allemaal met een smartphone voor onze neus door de stad. De hele tijd kijk je maar naar dat schermpje en luister je naar je eigen Spotify-playlist en zie je je eigen newsfeed, helemaal aan jouw persoonlijke smaak aangepast. Je hoeft geen contact meer te hebben


Donderdag 10 NOVEMBER 2016 I BRUZZ 1546 I 9

ADVERTENTIE

© XXXX

met de andere mensen, behalve met diegenen voor wie jij kiest om ze te zien. Dat is een heel slechte ontwikkeling. Je bent nu eenmaal deel van deze wereld, en die is niet helemaal van jou. Het is juist goed en gezond om je daar bewust van te zijn, en te zien wie er allemaal om je heen is, ook zij die buiten je directe bubbeltje vallen. Dwalen door buurten die je niet zo goed kent, en wat je daar aan toevallige ontmoetingen kunt hebben, is een goed tegengif.

Is elke slenterwandeling vruchtbaar? HOFSTEDE: Juist omdat je niet op voor-

hand kan weten wat het zal opleveren, moet je het doen. Daarom is het net zo waardevol. Je weet niet wat het je brengt, misschien wel helemaal niets. Het kan je een goed idee opleveren, of een toevallig idee waar je helemaal niet op zat te wachten. Het kan je een soort van afstand geven tot je dagelijkse leven, en daarmee een stuk perspectief. Ik voel me altijd een stuk onafhankelijker als ik wandel. Het is geen truc om zo snel mogelijk bij het juiste idee te komen. Dat toelaten, die onbekende factor, is heel erg belangrijk. We proberen alles zo te controleren, en alles moet direct nuttig zijn. Het is bijna een vorm van maatschappijkritiek om totaal nutteloos te slenteren door

een stad, op plekken waar je niets te zoeken hebt.

Hoe verandert de straatloperij de stad? HOFSTEDE: Moderne stadsplanners

gaan ervan uit dat het de bewoners en gebruikers van de stad zijn die die stad vormgeven. Vlak bij het station

“Slenteren door de stad is een manier om je te ontspannen” Bregje Hofstede, schrijfster

waar ik vaak kom, Amsterdam-Amstel, ligt een fietspad dat een scherpe hoek maakt. Daar was ooit een grasperkje, maar alle fietsers sneden dat hoekje af zodat er een kaal gesleten spoor ontstond. Op een bepaald moment heeft men dat dwaalspoor gewoon deel gemaakt van het fietspad. Op die manier heeft het gebruik van de stad, die stad een heel klein beetje veranderd. Het gaat om kleine tijdelijke ingrepen die je kan doen, zoals mensen die

© WILLEMIEKE KARS

Zwerven Bregje Hofstede: “In de stad is alles wat je ziet erg vluchtig. Je kunt niet echt focussen op één bepaald ding, en dat geeft de hele tijd nieuwe gedachten. Je gedachten zwerven net als jij. Dat levert vaak ongewone vondsten en nieuwe ideeën op.”

>

‘De herontdekking van het lichaam’ Uitgeverij Cossee, 115 blz., 14,99 euro

© ID LIEVEN VAN ASSCHEN

een barbecue organiseren of een tuintje aanleggen op plekken waar het niet mag. Zij willen laten zien wat een beter idee zou zijn, en hopen dat het mag blijven. Voor mij is zwerven door de stad een manier om een andere versie van die stad waar te nemen. Als iedereen dat zou doen, dan stel ik me voor dat de sfeer in de stad een heel klein beetje zou veranderen, dat we meer zouden openstaan voor de ander. Heel idealistisch, maar dat is geen reden om het niet te proberen.

Uw boek draait om vervreemd raken van je lichaam. Moeten stadsmensen daar extra voor uitkijken? HOFSTEDE: Ja. ’t Is best wel makkelijk om als stedeling geen idee te hebben wat voor weer het buiten is, en welk seizoen. Zeker als je continu onder tl-licht achter je scherm zit. Schermwerken en mobiel communiceren zijn machines die tijd en ruimte van elkaar loskoppelen. Je zit vaak niet op hetzelfde moment en niet in dezelfde stad toch met elkaar te praten. Dus wordt het irrelevant dat je lichaam achter een bureau zit. Dat zou echt overal kunnen zijn. Een vreemde situatie waardoor je alleen maar een hoofd bent, en een stem en ogen. De rest van je lijf is niet meer belangrijk. Je weet niet eens meer waar het is. Als je veel van dat soort werk doet, mentaal en digitaal, raakt het fysieke sneller op de achtergrond dan wanneer je op het platteland in de natuur zou zijn.

Om te herstellen van stress, zijn de welzijnstrends geen oplossing, schrijft u. Waarom gelooft u daar niet in?

Ga één jaar lang met drie vrienden naar veertien topevents*

HOFSTEDE: Toen ik een burn-out

had, had ik heel wat lichamelijke klachten. Ik kon niet meer bewegen omdat ik gewoon te moe was. Dat ik beter fysiek voor mezelf moest zorgen, had ik wel door, maar ik pakte het precies verkeerd om aan. Ik ging heel erg gezond eten en letten op mijn slaapritme, op hoeveel stappen ik zette op een dag, zulke dingen. Allemaal van die welzijnstrends, om je eigen gezondheid zo nauwkeurig mogelijk in de gaten te houden, waarvoor je allerlei apps kan installeren. Toch leidde dat niet tot ontspanning, laat staan tot welzijn. Het resultaat was dat ik mezelf oplapte om harder te kunnen werken, in plaats van dat ik mezelf oplapte om beter in mijn vel te zitten en me minder uitgeput te voelen. Je behandelt jezelf als je eigen werknemer. Het blijft gaan over nog meer kunnen presteren. Je ziet het ook bij werkgevers die hun werknemers standaard laten overwerken. Ze merken dat hun werknemers uitvallen met te veel stress, en laten daarom masseurs aanrukken en bieden cursussen in mindfulness aan op de werkvloer. Dat is geen oplossing, maar een lapmiddeltje om op dezelfde slechte weg te blijven doorgaan. Ik vind dat Thomas Verbeke kwalijk.

Doe mee op www.uitinvlaanderen.be /vrienden en win één van de tien superdeluxe inspiratieboxen

* Elke inspiratiebox bevat 56 tickets of vouchers verdeeld over: Gent Smaakt - Bootjes in Mechelen - muziektheater in deSingel Lokerse Feesten - Rapunzel, de Sprookjesmusical - Saint Amour van Behoud de Begeerte - film in Kinepolis - Chaplin, de Musical Spartacus van Ballet Vlaanderen - ZOO Antwerpen/Planckendael concert in Het Depot Leuven - Cursus bij WISPER - Trademarks, Stadstriënnale Hasselt-Genk - Ice Magic Hasselt


10 I BRUZZ 1546 I DONDERDAG 10 NOVEMBER 2016

INTERVIEW Rudi Laermans over niches, targets, formats, content en ander jargon

Newspeak managers op de kapblok BRUSSEL - Drie Brusselaars, drie professoren ook, hebben zich over het jargon gebogen dat managers bezigen. Dat jargon is niet onschuldig, weten zij. Waar ‘ethisch ondernemen’ en ‘functioneringsgesprekken’ volgens de auteurs echt voor staan, wordt haarfijn uitgelegd in ‘Klein lexicon van het managementjargon’.

V

olgens Van Dale, het Groot woordenboek der Nederlandse taal, betekent lexicon: 1. (wetenschappelijk) woordenboek; 2. Encyclopedie; 3. Woordenschat van een taal of van een bepaald schrijver. Het ‘Klein Lexicon van het managementjargon’, zoals de bescheiden titel luidt, geeft niet alleen definities, sommige lemmata zijn beschrijvend, andere daarentegen zijn ironisch en van nog andere is de humor zo scherp dat ze wrang overkomen. Net die meerstemmigheid maakt het boek spannend, bijwijlen zelfs opwindend, een ervaring die niet meteen met woordenboeken of encyclopedieën wordt geassocieerd. En toch. Rudi Laermans, hoogleraar theoretische sociologie en vicedecaan van de Faculteit Sociale Wetenschappen aan de KU Leuven, schreef het boek samen met zijn KU Leuven-collega Lieven De Cauter, die ook lesgeeft aan het Brusselse Rits en met diens Rits-collega Karel Vanhaesebrouck. Laermans: “De kiemen van het boek zijn gelegd aan het Rits, maar toen het project niet van de grond kwam, hebben wij met ons drieën het boek geschreven. Of de scherpste humor wrang overkomt? Dat oordeel hoort de lezer toe.” De newspeak van managers bestaat uit woorden als niches, targets, formats en content. Het zijn termen die zich voordoen als neutraal, maar ideologisch gekleurd zijn. Volgens het boek is content inhoud zonder inhoud. Leest u even mee: “Bij een blik witte bonen in rode saus is de content wat in het doosje zit: witte bonen in rode saus dus. De uitdrukking content is dan onproblematisch en kan eenvoudig worden vertaald als inhoud, maar in een bedrijf of school, tijdens een vergadering of bij een powerpointpresentatie, slaat dat woordje niet op de inhoud, maar op inhoud-ontdaan-van-inhoud. Lege inhoud dus: inhoudsloze inhoud. Content is inhoud als product, niet als proces. Content is inhoud zonder dat er over die inhoud kan of mag worden nagedacht. Content roept geen vragen op, vergt geen verdere analyse en verzet zich daar zelfs tegen.” En nog: “Content is om het even wat, de X moet worden gepackaged, geformatteerd, gemerchandised en gemarketeerd.” De tweede defi nitie bevat alweer vier nieuwe woorden die gefileerd worden.

Laermans licht het kader waarin managementtaal wordt gebruikt toe: “Het managementjargon is het taalgebruik van organisaties die worden gerund zonder erkenning van hun specificiteit. Bedrijven, universiteiten, ziekenhuizen, het zijn allemaal organisaties waarop dezelfde woordenschat en managementprocedures worden losgelaten. Ze creëren een vals universalisme, het taalgebruik van managers is het propaganda-instrument van de neoliberale ideologie. De geesten worden door een nieuwe taal gebrainwasht. De idee er achter is: al-

les wordt efficiënt als het vermarkt wordt, ook kinderdagverblijven en rusthuizen, ook universiteiten en gevangenissen. Bovendien moet iedereen in een harde concurrentiële omgeving zijn capaciteiten maximaliseren.” Hiermee staan we heel ver van het pact dat arbeid en kapitaal gesloten hebben na de Tweede Wereldoorlog en waaraan België zijn overlegmodel te danken heeft. Laermans: “Het neoliberalisme heeft een lange voorgeschiedenis. Het is ontstaan aan de Chicagoschool met economen zoals Milton Friedman, er werd mee ge-

experimenteerd in staten zoals Chili onder Pinochet. Ronald Reagan was de eerste die het neoliberalisme in praktijk bracht in de VS, in Europa was dat Margaret Thatcher.” De grote doorbraak kwam er met de val van de Berlijnse muur. Laermans: “Toen de muur viel in 1989 zaten de sociaaldemocraten in het defensief. Ze wezen het communisme af, maar konden het wel gebruiken als afschrikmiddel in onderhandelingen, zij waren immers geen communisten. Toen het Oostblok het neoliberalisme omarmde en ook China vermarkte,

“Het begint in managerskringen door te dringen dat de neoliberale aanpak niet werkt” Rudi Laermans, hoogleraar theoretische sociologie

RUDI LAERMANS “Het managementjargon is in maatschappelijke sferen binnengedrongen waarin het voordien niet thuishoorde, zoals de overheid, zorginstellingen en onderwijs.”

>

© IVAN PUT

wist de sociaaldemocratie dat de klassieke socialistische recepten niet meer werkten. Vandaar de newspeak van de Britse premier Tony Blair met ‘De Derde weg’, toen is het managementjargon ook in maatschappelijke sferen binnengedrongen waarin het voordien niet thuishoorde, zoals de overheid, zorginstellingen en onderwijs. Het managementdenken is het Vlaams onderwijs binnengedrongen toen Luc Van den Bossche voor de SP minister van Onderwijs was.”

Niet alleen voor managers ‘Mondhygiëne voor managers’ was de eerste titel van het boek, maar uiteindelijk werd gekozen voor ‘Klein lexicon van het managementjargon’, omdat de auteurs niet de indruk wilden wekken dat het boek alleen voor managers bestemd was, al mogen die het uiteraard ook lezen. Een analyse werkt verhelderend, maar wat moeten tegenstanders ondertussen aanvangen met het managersjargon? Laermans: “Eerst en vooral termen zoals ‘assessment’ en ‘systemen van kwaliteitscontrole’ niet meer gebruiken, maar ook afstappen van de praktijken waarnaar de termen verwijzen. Trouwens, als alle werknemers zich permanent zouden gedragen als bikkelharde concurrenten zoals het neoliberalisme aanprijst, dan zou niemand een collega in tijdnood bijstaan of een taak van een zieke collega overnemen. Iedereen zou zich permanent afvragen: ‘Wat zit er in voor mij?’ Geen enkele organisatie zou nog functioneren. De neoliberale ideologie pleit dus tegen zichzelf.” Wat volgens Laermans nodig is, is een herstel van de specificiteit van organisaties en van vertrouwen en engagement. “Het is ondertussen duidelijk dat het neoliberale management niet efficiënt is en veel duurder dan een systeem dat op vertrouwen en professionalisme steunt. In een organisatie die op neoliberale leest geschoeid is, zijn er veel dure managers nodig en veel meer coördinatoren dan in een ‘andere’ organisatie, net omdat er geen vertrouwen is. In neoliberale organisaties is het personeelsverloop veel groter en ook dat kost geld, want nieuwe mensen moeten iedere keer opnieuw opgeleid worden.” “Hier en daar begint het ook in managerskringen voorzichtig door te dringen dat de neoliberale aanpak niet werkt, al zullen we nog een paar generaties managers moeten uitzweten. Ze zijn opgeleid aan universiteiten en businessschools, waar ze gesocialiseerd werden in het neoliberalisme, ze bevrouwen en bemannen vandaag de manaDanny Vileyn gersposten.”

Klein lexicon van het managementjargon. Een kritiek van de nieuwe newspeak, van Rudi Laermans, Lieven De Cauter en Karel Vanhaesebrouck, telt 207 bladzijden, is uitgegeven bij Epo en kost 20 euro.

De auteurs presenteren het Klein lexicon van het managementjargon op woensdag 16 november om 20.30u in het Kaaitheater.


ADVERTENTIE

p a c i d n a h n e e t e m n e s n e m e w n e

Samen help

KNUTSELNAMIDDAG

VOORLEES UURTJES

VINYL & CD BEURS

16/11 GC Den Dam

16/11 Muntpunt 19/11 Bibliotheek Rozenberg 30/11 Bibliotheek Joske

20/11 GC Den Dam

KOFFIEBARCONCERT BLACK BOX REVELATION 26/11 GC De Maalbeek @ Or Jourdan

SLOTCONCERT BRUSSEL HELPT: ZAP MAMA & STIKSTOF 04/12 AB Club

Ontdek alle andere activiteiten met onder andere een boekenverkoop, filmavonden, tentoonstellingen en nog veel meer op brusselhelpt.beÂ


12 I BRUZZ 1546 I Donderdag 10 november 2016

reportage Indivo helpt mensen met een beperking aan een vrijetijdsbesteding

‘Er bestaat geen handleiding BRUSSEL - Gilma Marcela Surmay Barrios (21) en Aurelia Reynaert (6,5) hebben allebei een zware beperking. Zij kunnen niet op eigen benen staan. Hun ouders zochten en vonden bij Indivo de broodnodige ondersteuning voor hun dochter. Twee portretten.

E

en meisje met prachtige, lange pikzwarte krullen schuifelt verlegen, maar veilig aan de handen van haar mama en oma de ruimte binnen. Een jaar of elf ziet ze eruit. Het is even schrikken als haar moeder Mabely haar ware leeftijd onthult: Gilma is een jonge vrouw van 21. “Doe geen moeite, ze kan niet praten,” geeft Mabely bijna meteen aan, als we contact willen maken met Gilma. Het hele gesprek zal ze, rechtopstaand frunnikend aan haar lip, haar moeder geen seconde uit het oog verliezen. Zou ze weten dat we het over haar hebben, vraag ik me ongemakkelijk af. Als Mabely haar een vraag in het Spaans stelt, verschijnt er een brede glimlach op haar gezicht. We krijgen toch enkele woorden te horen. Vijf jaar geleden kwam het gezin van Colombia naar Brussel. “Pas hier in België konden dokters een naam plakken op de aandoening van Gilma. Dat ze een enorme mentale achterstand had, wisten we, maar wat er precies aan de hand was, is vijftien jaar lang een mysterie geweest. Uiteindelijk bleek dat je haar aandoening het best kan vergelijken met een vorm van autisme. Als je als ouder te horen krijgt dat ze nooit zal evolueren zoals leeftijdsgenoten, is dat natuurlijk slikken,” zegt Mabely. Gilma zit er helemaal in zichzelf gekeerd bij, ogen die je amper durven aan te kijken. Het is gissen wat er omgaat onder die krullenbos. In Colombia liep Gilma school binnen inclusief onderwijs, waar kinderen met een beperking worden geïntegreerd in het gewone onderwijs. Hier in Brussel haalt een busje van de daginstelling haar elke dag op. Daar krijgt ze allerlei activiteiten aangeboden, maar veel vorderingen ziet haar moeder niet, omdat ze de personen rond haar, die een nog grotere handicap hebben, imiteert. “Ze kan stappen en zelfstandig eten, maar voor de rest moet je haar altijd in de

BRUSSEL HELPT MENSEN MET EEN HANDICAP Het is een goede gewoonte waar BRUZZ ook dit jaar niet aan wil voorbijgaan. Met Brussel Helpt zetten de Vlaams-Brusselse Media, samen met de gemeenschapscentra en de bibliotheken een goededoelactie op poten. Die begint deze week en loopt tot begin december. De bedoeling is geld in te zamelen. Dat gaat dit jaar naar twee organisaties die zich inzetten voor mensen met een handicap: de Brailleliga en Indivo. De Brailleliga zet zich al sinds 1920 in voor de blinden in onze samenleving. Ze ondersteunt blinde en slechtziende personen om zo hun zelfstandigheid te vergroten en hun integratie in de maatschappij te bevorderen. Daarnaast behartigt de Brailleliga ook de belangen van de blinden en sensibiliseert ze het grote publiek. Ze ondersteunt ook wetenschappelijk onderzoek naar oogheelkunde. Indivo is een jonge Brusselse organisatie die mensen met een handicap een leuke dag of vakantie bezorgt. De vereniging organiseert ontmoetingsmomenten en/of tracht via individuele vrijetijdsbegeleiding de sport of activiteit te vinden die het best bij de andersvalide past. Met de opbrengst van de inzamelactie kan Indivo materiaal aankopen om

te gebruiken bij de activiteiten: een wandel-gps, tenten, plooifietsen,… Van 14 november tot 4 december staan er heel wat acties op het getouw. Je vindt ze allemaal op www.brusselhelpt.be. Wie wil, kan in die periode ook zelf een activiteit organiseren waarbij de opbrengst naar Brussel Helpt gaat. Een korte registratie op de website volstaat. Er zijn ook collectebussen beschikbaar en er kunnen plaatjes worden aangevraagd op het radiokanaal van BRUZZ. Wie wil, kan een bijdrage storten op het rekeningnummer BE77 3631 5668 4342 (met vermelding Brussel Helpt). Zondag 4 december sluit Brussel Helpt de solidariteitsactie af met Zap Mama en Stikstof in de AB Club. Welkom!

>

BRUSSEL HELPT Van 14 november tot 4 december www.brusselhelpt.be

ADVERTENTIE

S OCIALE V ERHUURKANTOREN (SVK) V E R H U U R U W G O E D ZO R G E LO O S Het SVK garandeert : = een stipte huurbetaling = een degelijk verhuurbeheer = het ouderhoud van uw woning = hulp bij renovatie

GILMA

= fiscale voordelen

www.fedsvk.be - 02 412 72 44

“Ik zou zo graag iets vinden waarvan ze, ook al is het nog maar een beetje, gelukkig wordt” Mabely, moeder van de 21-jarige Gilma

gaten houden en moet er rond haar een veilige omgeving gecreëerd worden. In Colombia bestaat er niet zoiets als Indivo. Hier in België zijn er veel meer ondersteunende diensten en organisaties waarbij we terechtkunnen. Als ouder van een kind met speciale noden voel je je hierdoor minder alleen in je zoektocht,” zegt Mabely. Een medewerker van Indivo gaat samen met de ouders en de persoon met een handicap op zoek naar een vrijetijdsbesteding die volledig op zijn of haar lijf geschreven is. Dat gaat niet altijd van een leien dakje. Gilma kan heel onvoorspelbaar uit de hoek komen. “We dachten met zwemmen dé sport gevonden te hebben waar ze helemaal in opging, maar plots wou ze van de ene dag op de andere dag het zwembad niet meer in. Zonder aanwijsbare reden. Nooit weten we op voorhand hoe ze zal reageren. Toen zijn wij zelfs samen met de begeleidster van Indivo alledrie met opgerolde broeken en blote voeten in het water gaan staan om


Donderdag 10 november 2016 I BRUZZ 1546 I 13

voor mijn kind’ haar te prikkelen,” herinnert Mabely zich. Hun zoektocht naar een goed tijdverdrijf voor Gilma, die intussen al jaren aansleept, geven ze niet op. “Ik zou zo graag iets vinden waarvan ze, ook al is het maar een beetje, gelukkig wordt, iets waar ze wekelijks kan naar uitkijken of eventueel nog iets van kan bijleren. Het maakt voor mij niet uit of het iets creatief of eerder sportief is. Niemand is toch gemaakt om zo stil te zitten in zijn vrije tijd (kruist haar armen over elkaar).” “Een rouwproces na het heengaan van een dierbare, daar kan je de situatie een beetje mee vergelijken. In het begin probeerde ik haar aandoening nog te negeren, maar nu de jaren verstrijken, leer ik de situatie te accepteren.” Toch blijft het moeilijk. Na de vraag hoe Mabely de toekomst van haar dochter ziet, valt er een stilte. “Ik weet het oprecht niet, het is niet gemakkelijk,” klinkt het door haar stille tranen heen. Hilke Andries

AURELIA “Met haar is alles altijd buitengewoon anders” Julia Helber, moeder van de 6-jarige Aurelia © SASKIA VANDERSTICHELE

E

en moment waarop ze in alle rust met ons een babbeltje kon doen, dat zocht Julia Helber, de moeder van de zesjarige Aurelia. Als haar dochter na school binnenstormt, is er meteen veel leven in huis en moet ze ook meer dan één paar ogen op haar rug hebben. “Aurelia is, en ik druk me licht uit, een zeer enthousiast, maar vriendelijk en sociaal kind,” vertelt Julia Helber. Voor haar tweede levensjaar was er niets te merken aan deze spring-in‘t-veld. Het waren de medewerkers

van de crèche die een vermoeden hadden dat haar ontwikkeling niet helemaal verliep zoals bij haar leeftijdsgenootjes. “Aanvankelijk wil je dat als ouder niet meteen zien. Elk kind evolueert toch in zijn eigen tempo? Uiteindelijk is gebleken, na heel wat verschillende DNA-onderzoeken, dat ze het syndroom van Angelman heeft. Een neurologische stoornis die voorkomt bij 1 op de 20.000 pasgeborenen,” zegt Julia. Aurelia stapt houterig, heeft het moeilijk met de fijne motoriek en heeft een heel korte aandachtsspanne. Ze begrijpt heel veel, in

© SASKIA VANDERSTICHELE

het Nederlands en ook in het Duits, de taal die haar moeder tegen haar praat, maar zelf praten kan ze niet. Aurelia’s ouders hebben met haar op een minimale manier leren communiceren via smog (spreken met ondersteuning van gebaren). Ook met foto’s van alledaagse dingen kan ze duidelijk maken wat ze wil. Ze zit in een klasje met vijf kinderen zonder veel prikkels in een school voor buitengewoon onderwijs, Spes in Anderlecht. Julia moet wel over een uitmuntend organisatietalent beschikken om een gezin van drie kinderen, onder wie nog een baby van vier maanden, draaiende te houden. “De situatie dwingt je om georganiseerd te worden. Met Aurelia is alles altijd buitengewoon anders. Niets kan nog langer ongepland verlopen. Er bestaat geen handleiding voor de opvoeding en de organisatie bij een kind met een beperking. Je weet als ouder niet waar aan te kloppen. Het is zoeken naar activiteiten voor zulke kinderen. Er zijn er niet genoeg en je komt ze niet zo gemakkelijk te weten. Daarom was de hulp van Indivo met zijn brede netwerk zo welkom voor ons.” Het gezin klopte voor het eerst aan bij Indivo met een specifieke vraag om de twee maanden lange zomervakantie die hulp te krijgen die Aurelia nodig heeft. Als organisatie vraagt zo’n kind met extra noden ook een hele inspanning. “Voor mij, als moeder is het belangrijk je kind te kunnen achterlaten zonder het gevoel te hebben dat ze een ‘last’ is voor de organisatie. De meest ideale situatie voor Aurelia is dat ze één op één begeleiding heeft, maar dat kan niet iedereen aanbieden. Die open attitude tegenover inclusie is voor ons, ouders heel belangrijk. Je wil niet elke keer met een bang hart je kind ophalen om te horen: ‘Ze heeft vandaag vijf kindjes geduwd’,” vertelt Julia. “Het feit dat we na de geboorte en de diagnose van Aurelia nog twee kinderen hebben gekregen, ligt misschien in het verlangen om er toch een beetje bij te horen. Nu ik andere kinderen heb, kan ik zeggen, na Aurelia, is dat peanuts!” lacht Julia haar eindeloos grote moederhart bloot. Hilke Andries


14 I BRUZZ 1546 I Donderdag 10 november 2016

MOBILiTEIT Zelfrijdende auto lijkt eerder vloek dan zegen voor mobiliteit in de stad

Allemaal in de zelfrijdende file BRUSSEL - De files in de stad dreigen nog langer te worden met de komst van de zelfrijdende auto, zo blijkt uit pril onderzoek. Handenvrij sturen zou de auto immers opnieuw veel aantrekkelijker maken. Bovendien is het lang niet zeker dat de rijdende robot om kan met de complexe verkeerssituatie in de binnenstad.

Chaos

In een drukke straat moeten de zelfrijdende auto’s extra traag gaan rijden om te kunnen anticiperen op al wat fout kan gaan.

© SHUTTERSTOCK

G

eef het nog een paar jaar en iedereen kan om het even waar een auto oproepen. Die brengt ons snel en veilig op bestemming, terwijl we onze e-mails checken of een filmpje bekijken, en parkeert daarna zichzelf. Dat is kort geschetst het gangbare, optimistische toekomstbeeld van de zelfsturende auto. Maar stilaan verschijnen de eerste deuken in dat ideaal. Het eerste dodelijke slachtoffer bij een testrit is ondertussen een feit. Ook blijft het onduidelijk hoe de computergestuurde auto zal omgaan met morele dilemma’s. Stel dat het voertuig in een problematische verkeerssituatie terechtkomt, waarbij hij ofwel tegen een boom botst, en dus de inzittenden in gevaar brengt, ofwel overstekende kinderen van de weg rijdt. Over de impact op de mobiliteit in de stad zijn eveneens heel wat vragen te stellen. Zo lijkt het erop dat er niet minder files zullen zijn. Integendeel. “Het feit dat je geen tijd verliest met parkeren en onderweg iets anders kan doen, zal de drempel verlagen om voor de auto te kiezen,” zegt Kobe Boussauw, professor Mobiliteit aan de VUB. Een impactanalyse van de Boston Consulting Group in opdracht van de gemeente Amsterdam geeft inderdaad aan dat een aanzienlijk

aandeel gebruikers van het openbaar vervoer, en een deel van de fietsers, zouden overstappen op zelfrijdende voertuigen. Naast de stijgende vraag, zou het feit dat auto’s ook leeg kunnen rondrijden, het aantal gereden kilometers flink kunnen opdrijven. Los van de files is het nog lang niet duidelijk of de computergestuurde auto wel compatibel

“Als we niets doen, loopt de stad vast” Impactanalyse Boston Consulting Group

zal zijn met de vaak heel complexe verkeerssituaties in de stad. “De technologie staat nog niet zo ver,” zegt Chris Tampère, verkeerskundige aan de KU Leuven. “De testritten die momenteel gebeuren, zijn alleen in sterk vereenvoudigde omgevingen. We zijn nog lang niet toe aan de complexe situaties in de stad.” Het probleem zijn de vele risicofactoren, zoals het moeilijk voorspelbare gedrag van fietsers

en wandelaars. Het kan bijvoorbeeld altijd dat iemand plots de straat wil oversteken en daarbij vergeet te kijken. “Of dat nu goed is of niet, menselijke bestuurders nemen op dat vlak risico’s die maatschappelijk aanvaard zijn, maar van robotten verwachten we een nulrisico,” zegt Tampère. In een drukke straat moeten de zelfrijdende auto’s met andere woorden extra traag gaan rijden om te kunnen anticiperen op al wat fout kan gaan. Zodra mensen weten dat zelfrijdende auto’s automatisch stoppen, dreigen ze ook minder voorzichtig te worden als ze oversteken. In het slechtste geval zal de auto gewoon tilt slaan voor een druk kruispunt, en zo de verkeerschaos nog verergeren. Of hij kiest voor een omweg, waardoor het aantal gereden kilometers alweer de hoogte ingaat.

Manhattanplan “De zelfrijdende auto komt er en als we niets doen, loopt de stad vast,” klinkt het in de analyse van Boston Consulting Group. “Om zelfrijdend vervoer mogelijk te maken zijn stevige interventies nodig om complexiteitsen capaciteitsproblemen op te lossen.” De wegen zouden met andere woorden helemaal herbekeken moeten worden. Parkeerstroken zouden kunnen verdwijnen, ten voordele van extra rijvakken en/of afgescheiden fiets- en voetpaden. Er zou veel strenger moeten wor-

den toegezien op oversteekplaatsen en er zouden meer verkeerslichten nodig zijn. Kortom, als we de stad aanpassen aan de zelfrijdende auto, moeten we afstappen van gemengde ruimtes, en terugkeren naar de scheiding van vervoersmiddelen zoals die gepredikt werd in het naoorlogse modernisme. Een extreem voorbeeld daarvan is het Manhattanplan voor de Noordwijk, waarbij de auto het rijk voor zich alleen kreeg op de begane grond, en voetgangers zich een niveau hoger konden bewegen op esplanades tussen de gebouwen. Zo dreigen we de langzame herverdeling van de publieke ruimte ten voordele van voetgangers en fietsers teniet te doen. “Beleidsmatig is dat niet interessant, want we willen net het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer promoten, omdat die vervoersmiddelen veel minder ruimte innemen en mensen efficiënter kunnen verplaatsen,” zegt Tampère. “Te veel ruimte opofferen aan één vervoersmiddel is geen goed idee.” Als er opnieuw meer auto’s in de stad komen, stelt zich immers meer dan ooit het probleem dat wagens relatief veel van de beperkte en dus kostbare ruimte innemen. Om dat te vermijden, moeten we eerder inzetten op een collectief systeem van zelfrijdende voertuigen, bussen en taxi’s. Het individuele autobezit zou dan vrijwel helemaal moeten verdwijnen in de stad. Dat vergt een mentaliteitsverandering, want voor veel mensen is de auto nog altijd een belangrijk statussymbool en element van hun identiteit. De opkomst van autodelen geeft echter aan dat hier een verschuiving bezig is. Gezien die context verwelkomt Brussels minister van Mobiliteit Pascal Smet (SP.A) de komst van de nieuwe technologie. “Het effect op mobiliteit kan positief zijn, want het kan autobezit verder doen afnemen,” zegt hij. “Vandaag zetten we al op verschillende manieren in op gedeelde mobiliteit. Denk aan free float carsharing, carpoolen en gedeelde taxi’s. Autonome voertuigen zullen die beweging alleen versterken.” “We moeten nadenken over wat kan en wat we willen,” zegt Tampère. “Steden moeten het debat aangaan.” Willen we zelfrijdende voertuigen vrij spel geven in de stad, of beperken we hun actieterrein tot de hoofdassen? Laten we individueel zelfrijdend vervoer toe, of zetten we vooral in op zelfrijdende bussen en taxi’s? Hoe sneller we bepalen welke richting we uit willen, hoe sneller we investeringen in mobiliteit en openbare ruimte kunnen afstellen op de nieuwe technologie, is de boodschap van Boston Consulting. Nadenken over voorlopig nog hypothetische vragen is echter geen prioriteit in Brussel, dat op het vlak van mobiliteit wel dringender katjes te geselen heeft. “Er zijn momenteel nog geen projecten op niveau van het gewest,” zegt Smet, die aangeeft dat de regelgeving vooral van het federale niveau zal moeten komen. “We richten ons inzake infrastructuur en wetgeving immers in eerste instantie op initiatieven die vandaag kunnen bijdragen tot Laurent Vermeersch de mobiliteit.”

>

Symposium De kansen en uitdagingen van de zelfrijdende auto staan op 23 november centraal op een symposium georganiseerd door de KU Leuven. Een van de gastsprekers is Bart van Arem van de Technische Universiteit Delft, een gezaghebbende stem over het onderwerp. Meer info: https://eng.kuleuven.be/ over_ons/evenementen/arenbergsymposium-2016


DonDerDag 10 november 2016 I BRUZZ 1546 I 15

MOBILITEIT Pleidooi voor controle-orgaan boven vervoersmaatschappijen

‘Nieuwe metrolijn is weggegooid geld’ BRUSSEL - De prijs voor de nieuwe metrolijn 3 is veel te hoog voor het geprojecteerde aantal reizigers. Dat stellen Pierre Laconte en Claude van den Hove in een nieuw boek. Ze pleiten voor een nieuwe instantie die de lijnen moet uitzetten voor de mIvb, de nmbS en De Lijn.

I

n het boek ‘Le rail, clé de la mobilité à Bruxelles’, houden Pierre Laconte, jarenlang topman van de UITP, de internationale unie van vervoersmaatschappijen, en Claude van den Hove, voormalige chef bij wat vandaag de FOD Mobiliteit is, een hele reeks Brusselse vervoersprojecten onder de loep. De auteurs komen tot de conclusie dat de gemaakte keuzes niet altijd de juiste zijn. Zo is het project voor de Noord-Zuidmetro volgens hen veel te duur. De ombouw van de bestaande premetro tussen Albert en het Noordstation en de bouw van een nieuwe metrotunnel met zeven stations in Schaarbeek en Evere zal meer dan 1 miljard euro kosten, en

dat bedrag zou nog flink kunnen oplopen als er geologische problemen opduiken. “De verwachte reizigersaantallen rechtvaardigen die investering niet,” zegt Pierre Laconte. “De stations zullen erg diep liggen, waardoor ze reizigers kunnen afschrikken. Het zou beter zijn om de bestaande premetro te verlengen tot het Poggeplein in Schaarbeek, en van daar verder te gaan met een tram in eigen bedding tot Bordet. Dan moeten we ook geen nieuw station bouwen aan de Stalingradlaan.” Om de prioritaire investeringen te bepalen, zou het Brussels Gewest een nieuw orgaan in het leven moeten roepen dat boven de ver-

“Brussel moet werk maken van een betere ontsluiting van het westen van het gewest” Pierre Laconte

schillende vervoersmaatschappijen staat. Zonder dergelijke instantie is de Brusselse regering overgeleverd aan de wil van vervoersmaatschappijen en private ingenieursbureaus. “Die hebben er alle belang bij om de duurste optie te kiezen,” klinkt het. “De MIVB levert goed werk, maar zou niet zelf prioriteiten mogen stellen. Ze zou contractueel moeten uitvoeren wat na overleg werd beslist. Hetzelfde orgaan zou een controlefunctie hebben, met inzicht op de volledige levenscyclus van een project ”.

Metro naar Berchem Het nieuwe orgaan zou ook de andere vervoersmaatschappijen in Brussel moeten aansturen. Het gaat dan om de stedelijke spoorlijnen, belangrijk voor de S-treinen, en de buslijnen van de TEC en De Lijn die in Brussel rijden. “Sinds de oprichting van het Brussels Gewest blijven de MIVB, de Spoorwegen en De Lijn elk op hun positie,” zegt Laconte. “Als er een arbiter bovenstaat, kan die knopen doorhakken en het aanbod beter op elkaar afstemmen. De vele bussen van De Lijn die het Noordstation aandoen, zouden bijvoorbeeld een oplossing kunnen bieden voor de bediening van Thurn & Taxis.” Behalve de bediening van Thurn & Taxis moet Brussel ook werk maken van een betere ontsluiting van het westen van het gewest. Hier zou volwaardige metro wel aangewezen zijn. “De beste optie is een verlenging

ADVERTENTIE

Laurent Vermeersch

>

‘Le rail, clé de la mobilité à Bruxelles’ Pierre Laconte en Claude van den Hove, Foundation for the Urban Environment (ffue.org) 257 blz., 29 euro

ADVERTENTIE

10-->13 NOV 2016

OPEN OPEN OPEN OPEN

GEEST GEEST

GEEST GEEST HART HART HART HART TOEKOMST TOEKOMST TOEKOMST TOEKOMST

I S ES SURPRRCUS CI

THEATR DANCE E

van lijn 1 vanuit Zwarte Vijvers via de Gentsesteenweg tot het station van Sint-Agatha-Berchem,” zegt Laconte. “Zo bied je pendelaars een snelle verbinding met het stadscentrum. Een verlenging vanaf Simonis zou veel minder aantrekkelijk zijn.” Andere prioriteit voor de auteurs is de ontsluiting van de nieuwe wijk die gepland is op de Reyerscampus, samen met de nieuwe zetels voor VRT en RTBF. Hier zou tram 62 verleggen een oplossing kunnen bieden. Die lijn is voorlopig geen hoogvlieger. Volgens de auteurs ligt het huidige tracé in het begin van de Leopold IIIlaan te ver van de belangrijkste woonwijken in de buurt. Het boek werd alvast overgemaakt aan Brussels minister van Mobiliteit Pascal Smet (SP.A) en zijn federale collega François Bellot (MR).

Maria-Boodschaplyceum Maria-Boodschaplyceum Maria-Boodschaplyceum Maria-Boodschaplyceum Opendeurdag Opendeurdag Opendeurdag Opendeurdag Zaterdag Zaterdag1919 november november Zaterdag Zaterdag 1919 november november van van 14.00 14.00 utot18.00 tot 18.00 18.00 van van 14.00 14.00 uutot utot 18.00 uu u

FESTIVAL NEDERLANDS FRANÇAIS ENGLISH

Inschrijvingen Inschrijvingen Inschrijvingen Inschrijvingen Info Info opopop de opendeurdag enen en daarna daarna opop onze onze website website Info Info op dedeopendeurdag de opendeurdag opendeurdag en daarna daarna op op onze onze website website Maria Maria Boodschaplyceum Boodschaplyceum

Maria Maria Boodschaplyceum Boodschaplyceum

Moutstraat Moutstraat 22,22, 1000 1000 Brussel Brussel

Moutstraat Moutstraat 22,22, 1000 1000 Brussel Brussel

WWW.BRONKS.BE

02/508 02/508 8989 20,20, mabo@skynet.be, mabo@skynet.be, www.mabobrussel.be www.mabobrussel.be

02/508 02/508 8989 20,20, mabo@skynet.be, mabo@skynet.be, www.mabobrussel.be www.mabobrussel.be Maria-Boodschaplyceum Maria-Boodschaplyceum

Maria-Boodschaplyceum Maria-Boodschaplyceum


16 I BRUZZ 1546 I Donderdag 10 november 2016

Stel zelf je vraag EN STEM op BRUZZ.BE

JELJER uit ELSENE:

Hoeveel voertuigen rijden met sirene en zwaailicht in Brussel? En worden die altijd terecht gebruikt?

S “De brandweer rukte 12.477 keer uit in het gewest in 2014. Vorig jaar was dat ongeveer even vaak” Pierre Meys Woordvoerder Brandweer en Medische interventies Brussel

i-la, si-la, si-la... het scherpe deuntje klinkt spijtig genoeg niet als muziek in de oren van de - slapende - Brusselaar. Tien jaar terug werd de Nederlandse schrijver-journalist Peter Middendorp door het literatuurhuis Passa Porta een maand te logeren gelegd in de Dansaertstraat. Hij liep er ei zo na weg, en sodemieterde in deze krant: “Je hoort om de vijf minuten een sirene. Zijn Brusselaars dan zo vaak ziek? Of steken ze zoveel huizen in brand?” Er passeert inderdaad wat aan loeiende sirenes van ziekenwagens, brandweer, civiele bescherming, politie, militaire voertuigen, militaire politie, hulpvoertuigen van de NMBS en nog enkele. Wat wil je, er zijn veel ziekenhuizen in het gewest. Veel brandweerkazernes en -voorposten. In alle negentien gemeenten politiebureaus. En Brussel blijkt nu eenmaal de meest bevolkte stad van het land, dat leidt tot meer geluidspollutie. Trouwens is er een alternatief? Uitrukkende, interventievoertuigen hebben de plicht het onding te gebruiken samen met blauwe zwaailichten vooraan. Het geeft herkenbaarheid aan de prioritaire opdracht. De regelgeving stelt dat én sirene én zwaailicht - en stellig samen moeten worden gebruikt bij elke uitvoering van een ‘dringende interventie’. Dringendheid wil zoveel zeggen als dat “elke vertraging een gevaar betekent voor de gezondheid van een persoon in nood”. Al kan natuurlijk vooraf zelden geweten zijn of bij een brand, ook mensen betrokken zullen zijn. Dus loeit de koehoorn alom. Pierre Meys, woordvoerder van de Brandweer en Medische interventies Brussel geeft het antwoord op de telvraag: “In 2014 - en 2015 zal

In een grootstad rukken meer reddingsinterventies uit en dat leidt tot meer geluidspollutie. © FLICKR CREATIVE COMMONS

ongeveer gelijklopend zijn - trok de brandweer 12.477 keer uit in het Brussels Gewest, waarvan 3.070 keer voor vals alarm. En 495 keer voor enkele gemeenten rond Brussel, zoals Drogenbos, Sint-Genesius-Rode of Beersel. Daarnaast reden 69.187 ziekenwagens uit (er is geen sirene als er geen dringende hulpbehoeftige aan boord is, red.).” Christian De Coninck, commissaris en woordvoerder van de Brusselse politie kon de redactie geen cijfers geven over het gebruik van sirenes en zwaailichten bij de politie: “Hangt van dag tot dag af,” luidt het. Hoe luid de alarmtoeter gaat? De jongste ministeriële circulaire (9/7/2013, voor brandweer en ziekenwagens) stelt dat de klassieke pneumatische, roterende sirene en haar modernere variant de elektronische sirene een pak minder luidruchtig mogen zijn dan vroeger. Er zijn twee geluidsniveaus in decibels: eentje voor overdag en eentje voor na middernacht. De norm op 3,5 meter van de voorbumper van het interventievoertuig is minimaal 110 dB voor de dagsirene en 95 dB (± 5dB) voor de nachtsirene. Ter vergelijking: toen het claxonvolume voor het eerst werd gelimiteerd in 1959 was dat 130 dB (op twee meter afstand) voor een tweetonige pneumatische hoorn. Andere vergelijking: in een bomvol café krijg je 70 dB te verduren, 90 dB

bij een grasmaaier, 100 dB bij een kettingzaag, 110 dB bij het optrekken van een motor en 130 dB voor een drilboor. En die geluiden worden niet onderbroken na secondes. Neemt niet weg dat zeven seconden consecutief 121 dB te verduren krijgen - iets wat meteen pijn in het oor veroorzaakt - een gevaar inhoudt voor blijvende auditieve schade. Het maximum op muziekfestivals is 105 dB. Of de sirene - afkomstig trouwens van Homerus‘ sirenes die in zee de schippers verleidden - wel altijd terecht gebruikt wordt, is dan weer een open vraag. In de regel ja, bij elke dringende interventie, dus om mensen in nood bij te staan. Maar op onze redactie zag al menig iemand de Brusselse politie loeiende voorrang opeisen richting frietkraam. En ja, ook met zwaailichten stoppen om sigaretten te kopen, durven andere flikken. Misschien helpen cijfers met gedetailleerde opdrachten? Jean-Marie Binst

VOLGENDE WEEK

Waarom zijn er geen trams meer die Brussel met andere steden verbinden (Vilvoorde, Halle, Leuven)? vraag van Johan uit Anderlecht (17/11)

JOUW MENING

lezersbrieven@bruzz.be

Brussels Airlines De saga waarvan Brussels Airlines het slachtoffer dreigt te worden, toont nog maar eens aan dat je best je eigen boontjes dopt en liefst in eigen land met eigen mensen. Het is ongelooflijk dat een minderheidsaandeelhouder, in casu Lufthansa, bepaalt wat er met een maatschappij moet gebeuren. Hebben onze beleidsmakers dan niets geleerd, van het failliet van Sabena door de aandeelhouder Swissair? Ook al staat het in een contract vermeld, dat bij niet aflossing van schulden, deze minderheid alles kan overnemen. Dan vergeet men te gauw dat juist diezelfde Lufthansamensen in het bestuur, geen aflossing van schulden wilden. Al kon Brussels Airlines dit wel afbetalen. Grove argumentatie of kwade wil met de intentie een gouden overname te doen.

Het is alsof je bank eens zou weigeren dat je de hypotheek van je huis afbetaalt. Om later plotseling een deurwaarder te sturen, onder het motto dat je niet betaalde. De wereld op zijn kop. Hier treft de schuld bij die bank zelf. Net dezelfde argumentatie kan aangevoerd worden tegen Lufthansa. Een weigering van aflossing door de schuldeiser, kan niet de schoenen van de schuldenaar worden geschoven. Eigenlijk zou een weigering van aflossing moeten bekeken worden als een teken van kwijtschelding. Het gaat hier niet alleen om het mogelijke banenverlies van Brussels Airlines, mocht Lufthansa in de toekomst beslissen om zekere activiteiten naar Duitsland over te brengen. Het gaat om bedreiging van tienduizenden banen in de hele regio Brussel en Vlaams-Brabant, voor alle ander maatschappijen die

rond de luchthaven werken. Kijk maar eens naar het rampzalige gevolg op de tewerkstelling in Boedapest, na het verdwijnen van de luchtvaartmaatschappij Malev. Investeringen omlaag, veel minder directe verbindingen met het buitenland, enz. Daarom heren beleidsmakers en politici, want die zitten er ook tussen, toon nu eens gezond boerenverstand. Laat je niet voor de zoveelste maal bullenbakken door brutale en gehaaide buitenlandse zakenlui, die het op jouw bezittingen hebben gemunt. Toon eens dezelfde harde koopmansgeest als zijzelf. Zo zegt men en doet men het ook in Nederland (cfr ING). Nu we eindelijk eens een mooi vlaggenschip hebben met de naam van onze stad erop en we hiermee ook ons land voor de hele wereld op de kaart zetten, doe er wat aan.

Regi Goossens, Sint-Pieters-Woluwe

Generous Ik las het mooie artikel over de glutenvrije Generous-koekjes. Toch verwonderde het mij na het lezen van het hoe en wat van die koekjes dat de biowinkel ‘Sequoia’niet vermeld was. Er werden echter enkel grote biowinkels vermeld, wiens naam ik niet wens te herhalen omdat ze al genoeg in de kijker worden gezet. Ik deed navraag bij mijn vriend en jawel hoor, zij verkopen die koekjes

ook. Dus graag wat reclame voor die mooie winkels met lokale en biologische producten. Ze doen ook voortdurend aan projecten, zoals binnenkort moestuintjes in Ukkel die je op aanvraag kan onderhouden, eigen (eerlijke) koffie en binnenkort hun eigen bier met het sequouia-extract in verwerkt (soort naaldboom). Dit is een lopend project. Alvast erg bedankt om de afzetmarkt van de koekjes te specifiëren.

Nel Coussement

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bruzz.be. Schrijven kan naar BRUZZ-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bruzz.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.


ADVERTENTIE

ADVERTENTIE

info: www.bebrusseleir.be info: info: www.bebrusseleir.be www.bebrusseleir.be – 02/502 ––02/502 55 – 02/502 095555 0955 info: www.bebrusseleir.be 02/502 0909 ADVERTENTIE

with

Chris White and Chris Whitten of Dire Straits

6 World Class Musicians 20.11.2016andLA MADELEINE - BRUSSELS WWW.MBPRESENTS.BE - 070 22 56 00


ADVERTENTIE

Loop warm voor meer dan 1000 goede doelen

Zondag 18 december 2016 in Brussel aan de voet van het Atomium

Schrijf je in via dewarmsteweek.be


STELLING

Donderdag 10 NOVEMBER 2016 I BRUZZ 1546 I 19

Praktijktests voor verhuurders, een goed idee? Gent voert praktijktests tegen discriminatie op de huurmarkt in. In Brussel gebeurt dat nog niet. “Een lapmiddel,” zegt het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars. “Het is hoog tijd voor zulke tests,” oordeelt de Brusselse Bond voor het Recht op Wonen.

door Sara De Sloover

VOOR “Als ze een ’vreemd klinkende’ naam of handicap hebben, wordt huren nog moeilijker” Werner Van Mieghem Coördinator BBROW

B

ij de Brusselse Bond voor het Recht op Wonen (BBROW) krijgen ze geregeld telefoontjes van mensen die niet eens uitgenodigd zijn om een flat te bezichtigen. “Omwille van hun naam of accent, maar ook omdat ze leven van een vervangingsinkomen, of zelfs een laag loon,” zegt coördinator Werner Van Mieghem. “Er is een krapte op de huurmarkt, een immens tekort aan sociale woningen, en die gebruiken eigenaars om nog selectiever te zijn. Ze vragen vaak loonfiches aan kandidaat-huurders. De toekomstige huisbaas van een nieuw aangeworven collega vroeg onlangs een verklaring dat ze hier wel degelijk aan de slag was. Dat heb ik geweigerd.” “In Gent hebben ze al praktijktests gehouden. Daaruit bleek dat een op de vier immokantoren discrimineert. Nadat de nieuwe praktijkstests werden bekendgemaakt, daalde dat cijfer met de helft.” Eind vorig jaar was Van Mieghem op een studiedag georganiseerd door Brussels staatssecretaris voor Gelijke Kansen Bianca Debaets (CD&V) en minister van Huisvesting Céline Fremault (CDH). “Daar werden ook praktijktests besproken. Er werd toen al nagedacht hoe ze dat juridisch zouden kunnen vormgeven, maar ik heb er sindsdien niets meer over gehoord.” “Het is nu al heel moeilijk voor eenoudergezinnen of mensen met een lager inkomen op de Brusselse huisvestingsmarkt. Zij spenderen op dit moment al veertig of vijftig procent van hun inkomen aan huur, en dat verergert nog alle jaren. Als ze een ’vreemd klinkende’ naam of handicap hebben, wordt het nog moeilijker. Daarom is het hoog tijd dat we prakijktests ook in Brussel invoeren.” “Gelijkekansencentrum Unia, dat de prakijktests in Gent zal doen, heeft ook al in Brussel organisaties uitgenodigd om eraan mee te werken, maar van officiële kant heb ik nog niets gehoord. De regering werkt aan een Brusselse huurwet, maar die voorziet niet in directe sancties bij discriminatie. Het blijft wachten op een concreet initiatief van Debaets en Fremault, terwijl we door Gent en Wallonië voorbijgestoken worden.” “Toch zijn praktijktests geen zaligmakende oplossing. Je kunt er eigenaars mee sensibiliseren en eventueel straffen, maar het helpt de huurders niet. Als de woning verhuurd is, blijft ze ook verhuurd.” “Een van de voornaamste redenen waarom eigenaars discrimineren is dat ze – soms terecht – vrezen dat kandidaat-huurders niet zullen kunnen betalen. Daarom vragen wij al lang structurele maatregelen. De Brusselse regering heeft vorige week bijvoorbeeld eindelijk een princiepsakkoord afgesloten over richthuurprijzen, maar die zijn niet dwingend en zullen dus weinig uithalen. Mensen met een laag inkomen zouden daarnaast een huurtoelage moeten krijgen, die eigenaars misschien kan overtuigen aan hen te verhuren.”

xw “xwcdcvd

© FLICKR CREATIVE COMMONS

Te huur Uit eerdere praktijktests in Gent bleek dat een op de vier immokantoren discrimineert.

TEGEN “Praktijktests hebben geen duurzaam effect” Frank Damen Woordvoerder BIV

W

ij zijn geen voorstanders van praktijktests zoals die in Gent, en zitten daarmee op dezelfde golflengte als Vlaams minister van Wonen Liesbeth Homans (N-VA),” zegt Frank Damen van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV), het nationale erkennings- en tuchtorgaan voor de vastgoedsector. “Praktijktests zijn een lapmiddel dat op de korte termijn zijn nut kan bewijzen, maar ze hebben geen duurzaam effect. De meningen veranderen er niet door. En het is toch de bedoeling dat we discriminatie voor altijd uitroeien.” “Voor ons heeft sensibiliseren een veel duurzamer effect. Om een parallel met het verkeer te trekken: flitspalen helpen dan wel op de plaatsen waar ze staan, maar de belangrijkste manier om komaf te maken met ongewenst gedrag zijn de bewustmakingscampagnes.” “Als een eigenaar discrimineert, moet de vastgoedmakelaar reageren. Hem of haar erop wijzen dat dat niet door de beugel kan, en de eigenaar overtuigen van de profielen die hij of zij niet bij voorbaat ziet zitten. De makelaar mag niet discrimineren, maar uiteindelijk is het wel de eigenaar die het laatste woord heeft.” “Het zou zeker geen kwaad kunnen als de makelaar daar een vorming rond zou volgen. In het verleden hebben we samen met het toenmalige Gelijkekansencentrum (nu Unia) nog een brochure voor makelaars opgesteld over discriminatie op de huurmarkt.” “Consumenten kunnen met hun klachten over makelaars die flagrant discrimineren bovendien terecht bij het BIV, dat als beroepsorgaan sancties kan instellen,” zegt Damen. “Discriminatie is een deontologische overtreding. In de afgelopen vijf jaar kregen we veertien zaken, die allemaal met een seponering, vrijspraak of minnelijke schikking werden opgelost. Geen enkele makelaar werd tijdelijk geschorst of definitief geschrapt uit het register. Mensen moeten natuurlijk weten dat ze met hun klachten bij ons terechtkunnen.”


20 I BRUZZ 1546 I Donderdag 10 november 2016

VADROUILLE interview Israëlische schrijver Nir Baram reisde door de bezette gebieden

‘Ik wil een pad naar invloed, hoop en visie’ Met ‘Een land zonder grenzen’ probeert de Israëlische schrijver Nir Baram, nu enkele weken Passa Porta-resident, het ‘eeuwige conflict’ tussen Israël en Palestina, en daarmee ook zijn samenleving, uit de symbolische orde en het starre denken te halen: “Deze spooktijd is misschien gewoon onze tijd. Het zou het enige kunnen zijn wat we kennen.”

K

aart en gebied, theorie en praktijk, droom en daad. Het is vanuit het verschil tussen die polen, en de wil om dat onderscheid scherp te stellen, dat ‘Een land zonder grenzen’, Nir Barams eerste non-fictiewerk, vertrekt. “Het is een boek geboren uit frustratie,” zegt de schrijver, die zijn reputatie als grootste literaire talent van Israël vestigde met romans als ‘Goede mensen’ en ‘Wereldschaduw’, tijdens een gesprek in het appartement op de Oude Graanmarkt dat hij als Passa Porta-resident enkele weken het zijne mag noemen. “Ik sprak veel over de bezetting, ik schreef artikels, nam deel aan demonstraties, maar ik kreeg het gevoel dat wij, én ik, de connectie met de realiteit aan het

“Ik wilde wat ik wist of dacht te weten aan de werkelijkheid toetsen” Nir Baram Schrijver verliezen waren. Dat de posities die ik innam een zeker zombiegehalte gingen vertonen. Daarom heb ik beslist om de reis te maken.” Die reis voerde Nir Baram door de bezette gebieden: van vluchtelingenkamp Balata tot voorpost El Matan, van Ramalla tot kibboets Nirim, van checkpoint Qalandia tot Het Veld in Goesj Etsion. Een jaar lang spreken met kolonisten, ex-ge-

vangenen, soldaten, activisten, politici en mensen die simpelweg een leven proberen op te bouwen onder het wakende oog van de bezetting dan wel buiten het zicht worden gehouden van die verdelende operatie, leidde tot een boek dat de in puzzelstukjes verkruimelde ruimte weer samen probeert te leggen. “Literatuur is voor mij normaal een plaats waar de mogelijkheden eindeloos zijn. Hier drong een begrenzing zich op: ik wilde wat ik wist of dacht te weten aan de werkelijkheid toetsen. Peilen naar andere ideeën over de toekomst, de logica en haalbaarheid ervan. Thuis ben je zeker van alles. Zo’n reis neemt die zekerheden weg: je keert er verwarder, genuanceerder van terug. Mijn politieke zelf was niet meer zo intact als toen ik aan de reis begon.” Al is er die harde kern. Nir Baram leeft vanuit een engagement, een visie op de bezetting – “een verfijnde cipiersonderneming” met twee reusachtige gevangenissen, op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza – en strijdt vanuit die blik voor gelijkheid. “Het scheidingsmodel tussen Joden en Palestijnen is in geografisch, demografisch en politiek opzicht achterhaald,” klinkt het in ‘Een land zonder grenzen’. De huidige modellen, gebaseerd op scheiding, moeten in uw ogen worden vervangen door modellen die uitgaan van dynamisch samenleven. NIR BARAM: Het is moeilijk voor veel Israëli’s om dat te verwerken, maar de Groene Lijn, de grens van de staat Israël, bestaat niet. Ze is geen deel van het dagelijkse leven op de Westelijke Jordaanoever, maar een vreemde entiteit, iets uit de verbeelding. Scheiden is een giftige daad, het creëert een rijk en een arm deel,

en maakt de angst voor de ander onoverkomelijk. Tegen angst ingaan, is iets structureels, iets wat je op dagelijkse basis doet. Als je kijkt naar Jeruzalem, een plaats waar de scheidingspolitiek tot in het extreme wordt doorgedreven, met het checkpoint Qalandia als dagelijks obstakel voor tienduizenden Palestijnen: de stad zou kunnen werken. In West-Jeruzalem hoor je al voortdurend Arabisch. Haal de scheidingsmuur weg en schep een multiculturele stad.

terecht – claimen dat de werkelijkheid aan hun kant staat. Toen David Grossman in 1987 ‘Over de grens’ schreef, verkeerde hij in de veronderstelling dat er iets verschrikkelijks was gebeurd, maar dat we snel zouden terugkeren tot onze echte identiteit en weer de mensen zouden worden die we altijd zijn geweest. Nu, bijna dertig jaar later, blijkt het tegendeel waar: sinds het ontstaan van de staat Israël leven we al langer met de bezetting dan zonder.

Zijn de mensen zo makkelijk samen te brengen? BARAM: Het is lastig: angst is heel dominant in onze maatschappij. De meeste mensen willen die scheidingsmuur. Die existentiële angst is niet irrationeel in Israël. Door de laatste twintig, dertig jaar, en ook door de Holocaust. Je moet die angst met respect benaderen, mensen niet veroordelen omdat ze bang zijn. Je moet hen uitleggen waarom de bezetting verkeerd is, waarom we gelijke rechten nodig hebben. Zeggen dat de muur niet heeft kunnen vermijden wat het laatste jaar is gebeurd. Dat je door Palestijnse getto’s te creëren op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem, door Palestijnen te onderdrukken, hun bewegingsvrijheid in te perken, alleen maar vervreemding teweegbrengt.

Dat is wat u de spooktijd noemt, een fase waar men dacht doorheen te moeten: “We wilden geloven dat deze tijd niets zegt over de mensen die we echt zijn, niets zegt over ons karakter, niet het portret is van de Israëlische samenleving, van onze moraal, van ons leger, maar […] we moeten erkennen: het gezicht van de bezetting is het gezicht van onze samenleving, onze instellingen, ons leger, en ook van ons als burgers.” BARAM: Precies. Dit is wat we zijn en wat we doen. De bezetting is duurzaam gebleken. Netanyahu heeft de afgelopen jaren aangetoond dat de wereld de bezetting heeft aanvaard. Alle politieke omstandigheden buiten ons maken het alleen maar meer mogelijk voor de Israëlische overheid – niet alleen deze, elke – om de bezetting aan te houden. We betalen geen enkele prijs. Deze spooktijd is dus misschien gewoon onze tijd. Het zou het enige kunnen zijn wat we kennen.

Het hele conflict, schrijft u, is deel gaan uitmaken van een symbolische orde, met berusting tot gevolg. De reële toestand is kritiek: voor de Palestijnen is de bezetting niet meer rekbaar. Maar geldt die urgentie ook voor Israël? BARAM: Dat is een belangrijk punt. Het klopt dat de urgentie er alleen is bij mensen die pleiten voor gelijke rechten. De krachten tegen ons zijn heel sterk en ze kunnen – soms

Het morele vraagstuk dat in de Israëlische samenleving zou moeten woeden, is vervangen door een andere discussie, vastgeklonken aan een externe factor: “De wereld zal de bezetting nooit accepteren, wij zullen er een zware prijs voor betalen, dus daarom moet de bezetting stoppen.” BARAM: Links Israël verwachtte al-

NIR BARAM

“Thuis ben je zeker van alles. Zo’n reis neemt die zekerheden weg: je keert er verwarder, genuanceerder van terug.”

tijd dat de wereld ons zou redden en de bezetting een halt zou toeroepen. Dat is niet gebeurd. Ook het geloof in Europa dat een oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict een breder effect zou hebben in het Midden-Oosten is tanende. IS zal daardoor niet wegblijven, beseffen ze. Dit is voor de wereld een klein conflict geworden, met weinig urgentie. Maar je kan de internationale gemeenschap bezwaarlijk de schuld geven voor ons eigen falen. Links heeft de discussie verlegd van wat we verliezen door bezetters te zijn naar wat we winnen door de bezetting te stoppen. Zo valt de morele toetssteen weg en krijg je louter een pragmatische, cynische discussie over winst, over wat goed is voor Israël. Als Netanyahu dan


Donderdag 10 november 2016 I BRUZZ 1546 I 21

© IVAN PUT

toont dat Israël de bezetting kan doen voortduren én internationaal sterk kan blijven staan, dan val je zonder argumenten. Ze hebben zo het meest fundamentele argument vermoord: hoe de bezetting vreet aan onze maatschappij. Daarover schrijft u: “Een overweldigende meerderheid van de Israëlische instellingen is erop ingesteld Joden boven niet-Joden te verkiezen en de bezetting fijn te slijpen. Het zit ingebakken in de operationele software.” Dat keert terug naar het vertrekpunt van het boek: het niet-kennen dat – strategisch? – de hele maatschappij heeft doordrongen. BARAM: De politieke partijen engageren zich niet in een eerlijke, op oplossingen gerichte discussie

over wat we hebben gedaan, doen en willen doen. Er is geen plan. Het bezettingsverhaal verkoopt niet, het is geen deel meer van de Israëlische psyche. Ze hebben het liever over jonge mensen, economie, onderwijs, de huizencrisis. Dat schept onwetendheid. Ik vond het verrassend te zien dat voor heel wat mensen, ook de generatie van mijn vader, die in de jaren 1990 als minister deel uitmaakte van de regering-Rabin, tachtig procent van het boek onbekend was.

huizen, hun land, hun geld, hun positie, niet in 1967. Het Palestijnse trauma daarover is veel dieper geworteld dan ik dacht. Ik heb op mijn reis met vijfhonderd of zeshonderd Palestijnen gesproken en er was er niet één die het er niet over had. Dat besef veranderde hoe ik het probleem analyseerde en hoe ik de oplossing zag. Totdat wij de kwestie van 1948 op tafel leggen en er echt over spreken, helder, zonder schroom, zie ik niet hoe we vooruit kunnen raken.

Zoals?

U maakt zelf deel uit van de Israëlisch-Palestijnse burgerbeweging ‘Eén vaderland, twee staten’, een initiatief dat een confederale tussenoplossing biedt tussen de eenstaatoplossing en de tweestatenstroming.

BARAM: Het meest fundamentele

voorbeeld is het feit dat Israël altijd uitgaat van de oorlog van 1967, terwijl de Palestijnen vasthangen aan 1948: toen zijn ze beroofd, van hun

BARAM: Dit boek kan je zien als deel van een grotere reis, die hier tot een zekere uitputting is gebracht. Het initiatief gaat uit van twee staten in een gemeenschappelijke ruimte, die voor kolonisten in Palestina en Palestijnen in Israël een residentenstatus, bewegingsvrijheid en gelijke rechten biedt. Maar het is moeilijk om de hele tijd te geloven, het blijft bewegen in de marge. Ik kom uit een politiek nest, dus ik wil een pad naar echte invloed, hoop en visie. Terwijl er op dat pad tweehonderd redenen liggen die het kunnen doen mislukken. Louter weerstand bieden, is niet goed genoeg. Als ik geen mogelijkheden zie op reële verandering, word ik nihilistisch. Niet omdat ik niets voel, omdat ik Kurt Snoekx te veel voel.

>

Een land zonder grenzen is verschenen bij De Bezige Bij. (271 p., €19,99)

Read & Meet (over Goede mensen): 15/11, 20u, bij Passa Porta

Meet the Author (met Arnon Grunberg): 16/11, 20u, bij Passa Porta www.passaporta.be


22 I BRUZZ 1546 I Donderdag 10 november 2016

ENFANT TERRIBLE NADINE SERBRUYNS Meubelstoffeerder Mijn eerste meubel was een oud zeteltje dat ik van mijn grootvader had geërfd”

© SASKIA VANDERSTICHELE

Ik was als kind al erg bezig met naaien, breien en haken, dingen waar de meeste van mijn klasgenootjes een hekel aan hadden. Mijn moeder remde het een beetje af, uit schrik dat ik in de richting ‘snit en naad’ zou belanden. Ik studeerde uiteindelijk rechten en werd advocaat. Toen ik begon, moest je als vrouw nog van je af bijten in de voornamelijk mannelijke advocatenwereld. Dat lag me wel, maar na zestien jaar kreeg ik een burn-out. Ik was ook uitgekeken op het vak. Mijn doel, een kantoor uitbouwen, was bereikt, de uitdaging was weg. En er was nog zoveel wat ik wilde doen. Het is toen, in 2000, dat ik begonnen ben met stofferen. Niet dat ik mijn liefde voor handwerk helemaal losgelaten had. Ook als advocate gaf ik workshops naaien voor vriendinnen, bij wijze van uitlaatklep. Mijn eerste meubel was een oud zeteltje dat ik van mijn grootvader had geërfd. Ik vond het te duur om het elders te laten overtrekken en begon er dus zelf maar aan. Het was iets

totaal anders dan naaien. Bij stofferen komt het er vooral op aan de stof zo strak mogelijk op het meubel te spannen. Ik was meteen gefascineerd door de nieuwe materialen en technieken. Ik besloot het vak te gaan leren. Drie jaar lang volgde ik les bij een lerares van het ‘Institut des Arts et Métiers’. Een hele tijd combineerde ik het stofferen met een gewone baan, eerst in de kunstensector en later bij de Orde van Advocaten. In 2013 ben ik gestopt bij de Orde en fulltime meubelstoffeerder geworden. Mijn specialiteit zijn vintagemeubelen en designklassiekers. Soms komen er ook klanten met een meubel dat op zich geen waarde heeft, maar waar ze erg gehecht aan zijn. Eén keer heb ik zelfs een Ikeazetel moeten overtrekken. Elke stoel is een avontuur. Bij de ontmanteling stoot je telkens op nieuwe zaken. Altijd weer moet je nadenken: hoe pak ik het aan? Tot voor kort werkte ik uitsluitend in mijn atelier, de kelder van ons huis in Laken. Daar

“De winkel geeft me een heuse verjongingskuur” staan mijn compressor en nietjespistool en ik kan er de tuin gebruiken. Het verpulverde schuimrubber verwijderen, is soms een vies werkje. Het werd eenzaam, tussen vier muren met alleen de radio als gezelschap. Toen ik voltijds begon in 2013 was ik al eens gaan kijken naar een winkelpandje in het centrum, maar mijn man heeft me toen wijselijk ingetoomd. Inmiddels lopen de zaken goed. Ik heb de afgelopen jaren behoorlijk geïnvesteerd, in stof-

NADINE SERBRUYNS (55) woont in Laken en was lange tijd advocate en juriste. Sinds drie jaar is ze voltijds meubelstoffeerder. Zopas opende ze een atelier-boetiek aan de Vlaamsesteenweg. Ze deelt de winkel met ontwerpster Carine Lauwers. www.unicabrussels.com

fen en stalenboeken bijvoorbeeld, en hoop volgend jaar break-even te zullen draaien. Toen ik van ontwerpster Carine Lauwers hoorde dat ze uit haar winkel moest en ik hier aan de Vlaamsesteenweg dit pandje te huur zag staan, was het vlug beslist. Sinds september delen we onze winkel, Unica. Zij maakt er haar One Dress, een op maat genaaide jurk, ik werk er mijn zetels af, drie halve dagen per week. Ik kijk telkens uit naar die dagen. Het is heerlijk om in contact te zijn met de stad. Het samenzijn in één winkel heeft alleen maar voordelen: we delen niet alleen de passie, creativiteit en ideeën, maar ook de lange werktafel en sommige materialen. Onze klanten ontdekken elkaars werk en als een van ons buitenshuis is, vangt de ander de klanten op. Zo hebben we beiden een grote vrijheid. De winkel geeft me een heuse verjongingskuur. Ik kan het alleen maar aanraden om in één beroepsleven verschillende dingen uit te proberen.


ADVERTENTIE

NAAR DEZELFDE SCHOOL ALS BROER OF ZUS? Ga naar de school tussen 7.11 - 21.11.2016

KLEUTER EN LAGER ONDERWIJS SCHOOLJAAR 2017 - 2018

OOK VOOR ALLE KINDEREN GEBOREN

IN 2015

Heb je al een kind in de kleuter- of lagere school? Dan hebben broers en zussen voorrang in die school. Ga naar de school tussen 7 en 21 november 2016. En schrijf broer of zus in! Ook kinderen van schoolpersoneel hebben dan voorrang. Belangrijk! n Na 21 november 2016 is er geen voorrang meer voor broers, zussen of kinderen van schoolpersoneel. n Schrijf ook broers en zussen in, geboren in 2015. Ook als ze pas naar school gaan vanaf 1 september 2018. n Alle andere kinderen meld je aan op inschrijveninbrussel.be, tussen 9 januari en 3 februari 2017. Vragen? Surf naar inschrijveninbrussel.be.

ADVERTENTIE

Ontdek je talent op de studiekeuzebeurs. Kies je school op de scholenmarkt.


ADVERTENTIE

MIJN PYTHON HEEFT M’N MOBIB-KAART INGESLIKT

Speel de Excuusquiz op excuus.mivb.be


Donderdag 10 NOVEMBER 2016 I BRUZZ 1546 I 25

NICK TRACHET Brussel en de wereld culinair ontdekt Het Pajottenland. U associeert dat met geuze en plattekaas, kopvlees en lelijke villa’s, maar elke keer is er weer wat nieuws. Garnalen bijvoorbeeld? De laatste halve eeuw stijgt het aanbod van vis, schaal- en schelpdieren voor de groeiende wereldbevolking nog altijd gestaag. Dat is al lang niet meer door vissen met netten of plukken van mosselen op de golfbrekers. De stijging komt van de aquacultuur. Al in de oudheid werden vissen gekweekt. De Romeinen waren daar niet slecht in. Napoleon III steunde de wetenschappelijke aanpak vanaf 1860, maar ook in het Verre Oosten werd de aquacultuur aangemoedigd. Zoals het samen houden van ganzen en karpers. De stront van de één zorgt voor algengroei in het water die de ander van voedsel voorziet. Iedereen blij. Vanaf de jaren vijftig van vorige eeuw is het echt alle kanten op gegroeid: de kweek van tilapia, een Afrikaanse vis die onmogelijk robuust is en nu over de hele wereld wordt gekweekt. Hoe duurder het product, hoe groter de inspanning om ze te kweken. Op die manier werd de kweek van zalm vanaf 1980 een enorme business. Ook de tarbot en goudbrasem gingen

die kant op, zelfs de zeebaars wordt gekweekt. De stoppen sloegen door met de winsten in de garnalenkweek. De jongste jaren horen we horrorverhalen over de vernietiging van mangrovegebieden, de slavernij van arbeiders, het leegvissen van de Oceaan om die garnalen van voer te voorzien. Maar dan komt er een man voorbij zoals Eric De Muylder, uit Dilbeek, die voor marien bioloog studeerde. Hij raakte geïnteresseerd in aquacultuur, werkte jarenlang als consulent in de industrie en deed onderzoek, onder meer met het Instituut voor Landbouwen Visserijonderzoek (ILVO) in Oostende. Hij ontwikkelde een nieuwe manier van garnalen kweken die het milieu veel minder belast. Na jaren wikken en wegen pootte hij zijn eigen garnalenkwekerij neer… in Ternat: grote tropische garnalen van dertig gram per stuk groeien er tussen de paarden, koeien en Canadapopulieren. Hoe dat kan? Door zuinig te zijn met water, voer en warmte, het tegendeel van wat er gebeurt in China of Thailand. De installatie in Ternat is een zogenaamd recirculatiesysteem. Het-

Erics Gamba’s

waren ooit klein. Ze komen wel uit tropische zeeën. De belangrijkste garnalenfamilie die ons van feestvoedsel voorziet zijn de Penaeidae met als belangrijkste soorten in de winkel de Penaeus monodon, ofte ‘black Tiger’ en dan de Penaeus vannamei, een veel wittere gamba, die tegenwoordig de meest gekweekte soort is. Er bestaan alles bijeen meer dan honderd soorten gamba’s, maar de andere zult u bij de vissers moeten gaan zoeken, niet bij de kwekers. Sinds december vorig jaar staat zijn winkel er en verkoopt hij garnalen onder de banier van ‘Erics Gamba’s’, eerst nog bescheiden, maar het zouden er gaandeweg wat meer moeten worden. U mag er gaan kopen, elke zaterdag is de winkel open van 10 tot 12. U moet wel het adres Heirbaan 56A in Ternat vinden, wat niet zo eenvoudig is. De grote tent in de wei verklapt waar de kwekerij staat. Die moet trouwens te zien zijn vanaf de trein op de lijn Brussel-Aalst, voor het station van Ternat. U komt beter per fiets, want langs de kleine landweg is er nauwelijks parkeerplaats. Waarom zou u Ternatse gamba’s

“Scampi van deze kwaliteit zijn voor de gewone sterveling niet te krijgen” zelfde water wordt steeds opnieuw gebruikt. Het wordt ter plekke gezuiverd op een unieke manier, een uitvinding van De Muylder zelf, maar als je op de kleintjes let, wordt het op den duur rendabel. Warmte kost veel geld in ons land. Eric De Muylder kweekt gamba’s, dat is een woord dat vaak verkeerd wordt gebruikt. Het is geen kwestie van de kop eraan of niet, gamba’s zijn zeegarnalen, want er bestaan ook zoetwatergarnalen. Meestal zijn gamba’s groot, maar niet noodzakelijk: ook reuzengarnalen

kopen? Wel, scampi van deze kwaliteit zijn voor de gewone sterveling niet te krijgen! Als u een pakje diepvriesgarnalen koopt in de grootdistributie, dan zijn die beestjes al maanden ingevroren. Ook in de kleine vishandel zijn alle gamba’s ontdooid. Bovendien zijn de gamba’s van De Muylder ‘afgezwommen’, wat betekent dat ze een tijdje gevast hebben en hun darmkanaal leeg is. Geen lelijke zwarte draad in de staart die eventueel moet worden weggehaald. De diertjes worden op zaterdagochtend gedood door ze in ijs te leggen. Om elders gamba’s te eten van de versheid van die van Eric, moet u mee met een vissersboot, en vaak zijn die drie maanden weg! Opletten of dit wordt nog een Vlaams streekproduct! Wie zo’n levend verse garnaal eet, merkt onmiddellijk het verschil. Ze kosten 40 euro per kilo. Hoe maakt u ze klaar? Heel even op de grill of in de pan. Vooral niet te lang, half minuutje of zo? Maar u mag ze evengoed rauw eten. Smakelijk.

De hele reeks nalezen? > BRUZZ.be/trachet

ADVERTENTIE

VIERING Nederlandse cabaretier herdacht in Brussel

Honderd jaar Toon Hermans eerste tv-optreden in 1958 onnoemelijk veel succes. Liedjes als Vader gaat op stap, 24 rozen en Dit is een plek om lief te hebben werden evergreens.

BRUSSEL – Niet zo maar een Tango van het blote kontje, maar een avondvullend galaprogramma over Toon Hermans. Dat organiseert cultuurhuis deBuren in de Ambassade van Nederland op 15 november. Het is de enige (gratis) herdenking in Brussel die de honderdste geboortedag van de cabaretier in de rozen zet. Met Wim Sonneveld en Wim Kan was dichter-zanger-cabaretier Toon Hermans (1916-2000) vorige eeuw de grootste onemanshow performer bij onze noorderburen. Hermans mag zich de initiator van het concept van amusante, clowneske kleinkunst noemen: typetjes uitbeelden, een grap en een liefdessong combineren, dichterlijke spielereien draperen én te allen tijde de zaal betrekken met klassiekers als Mien waar is mijn feestneus? Ook in Brussel trad Hermans jaar na jaar op, gedurende lange tijd, in uitverkochte zalen. Zijn conferences kenden vanaf zijn

Xander Stroo van deBuren puzzelde het programma voor de Ambassade van Nederland bij elkaar: “Mensen die hem van dichtbij kenden, gaan in gesprek. Zoals cabaretier Jacques Klöters, die Hermans biograf ie schreef, artiestenmanager Herman Van Hove, zoon Gaby Hermans en Karel Michiels van De Standaard. Ze hebben het over anekdotes en werk van Hermans. Op groot scherm verschijnen sketch- en liedjesmontages en private archiefbeelden. Zangeres Lisa Wade brengt het legendarische Lente Me. Aan het nadoen van sketches wil niemand zich wagen. Dat zit er niet bij.”

DE ENERGIEBESPARINGEN KOMEN GRATIS BIJ U AAN DE DEUR Indien u wenst, komt een expert van het Energiehuis u advies geven om energie te besparen. Hij kan u eveneens 3 gratis ingrepen aanbieden, zoals het tochtvrij maken van uw ramen of

het plaatsen van reflecterende platen achter uw radiatoren. Als u grotere werken wilt uitvoeren, dan begeleiden onze experts u bij elke stap van uw bouwproject.

In Nederland ging honderd jaar Toon Hermans niet ongemerkt voorbij. Nog op 12 december volgt een hommage in het Theater Carré in Amsterdam. In Brussel is de avond gratis, er zijn nog enkele plaatsen vrij. Voor even kleurt onze Koningsdag nog eens Méditerrannée, zo blauw, zo Jean-Marie Binst blauw.

>

Toon Hermans Reservatie: deburen.eu/nl, 02/212.19.30. www.deburen.be

Met de steun van

02 / 563 40 00


26 I BRUZZ 1546 I Donderdag 10 november 2016

TENTOONSTELLING Theaterstuk inspireert tot expo Joodse Humor

Lach eens goed met de Joden SINT-JOOST-TEN-NODE - Met zelfspot relativeert menige Jood de clichés en zwakheden die hem worden aangewreven. Een voorbeeld: een Joodse kmo’er belt naar De Post. “Ik wil een klacht indienen wegens dreigbrieven aan mijn adres.” “Dat is een zwaar misdrijf. Heeft u enig idee wie u die stuurt?” “Ja, de belastingdienst!” Voor wat inzage in die aparte ironie kunt u terecht in de expo ‘Joodse Humor’.

1

2

3

1 Affichebeeld tentoonstelling 2 Gezelschapsspel Oy wey, over moeders toekomstbeeld over haar kinderen

I

n het intimistische Théâtre Le Public is pas de langlopende komedie Pour en finir avec la question juive begonnen. Doorspekt van galgenhumor zet het stuk het reilen en zeilen van twee Joodse buren tegenover elkaar. De productie inspireerde het Joods Museum van België (JMB) tot een reizende tentoonstelling Joodse humor, in primeur uitgestald in het stoffige boudoir van het theater. “Er bestaat veel literatuur over Joodse humor, maar enige toelichting is wel vereist om dit cultuurfenomeen te kunnen vatten,” stelt de kersverse conservator van het JMB, Julie Balériaux, die de expositie uitwerkte. Groot is de expo niet, maar wel pittig, zeker met de bijhorende video’s van comedians als de New Yorkse Marx Brothers. En cabaretiers als de Franse Elie Kakou, bekend van zijn hilarische en meelijwekkende Sefardische personage Madame Sarfati: “Je ne suis pas grosse, je suis dilatée.” De humorles hangt uitgestald op een muur met archiefstukken uit het JMB: fotomateriaal, tekeningen, toneel- en filmaffiches, cartoons en lp-hoezen, zoals Zingans Lach Bom-

ben. Of theatertickets van een Antwerpse Humoristischer Abend mit Buffet uit 1909. De wand zet alle courante lach-thema’s en Witze (moppen) in beeld. Humorthema bij uitstek is de religie, in het bijzonder de interpretaties van de torah, de talmuds en midrah. De Jood lacht schalks met de rabbijn, die het goede wil bereiken via alternatieve oplossin-

3 Stripalbum ‘De avonturen van

Super-Mitsva’, de echte superheld

vrouw op de canapé zien liggen met een vriend.” “Daar moet je meteen wat aan doen,” zegt de andere. Als ze elkaar een week later terugzien, vraagt de rabbijn. “En, je ziet er al beter uit, kon je die kwalijke zaak aanpakken?” “Ja,” zegt de andere,

“ Waarom ik de piano voor een saxofoon liet staan? Het instrument is minder omslachtig in geval van een pogrom”

Stereotypen

Woody Allen

gen en omwegen: de heiligmakende ’persoonlijke aanpak’. Dergelijke stellingen worden verduidelijkt met tekstballonnen met moppen. Zoals: twee rabbijnen ontmoeten elkaar. “Het gaat niet goed met mijn huishouden,” zegt de ene. “Ik heb mijn

“ik heb mijn canapé verkocht.” Ook lachen met zijn eigen ellende, is typisch Joods. Het komt van de slachtofferrol die Joden door de eeuwen heen hebben ondergaan door pogroms en antisemitisme. In de plaats kwam een soort sar-

ADVERTENTIE

“Val niet uit,

Val op”

di. 22|11|16 van 18u tot 21u GC De Markten Oude Graanmarkt 5

Finland als leerschool tegen schooluitval?

DEBATAVOND OVER HET ONDERWIJS IN BRUSSEL JONGEREN JEUGDHUIS CHICAGO DIRK JACOBS (ULB/VUB) LIEVEN BOEVE (KOV) ANN MARTIN (ODISEE) VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS HILDE CREVITS

Inschrijven: valnietuitvalop@gmail.com

casme en zelfspot die die toestand draaglijker maakte. De negentiende-eeuwse Oekraïens-Amerikaanse auteur Cholem Aleikhem schreef het al: “Heer, je hebt ons uitverkoren. Sta ons bij, en kies iemand anders.” Of zoals een archieffoto van een saxofoonblazende Woody Allen verduidelijkt: “Waarom ik de piano voor een saxofoon liet staan? Het instrument is minder omslachtig in geval van een pogrom.” Het maakt duidelijk dat de humor heel scherp en zwart kan zijn, tot delicate grappen over de Shoah zelf.

BRUSSEL

Dat brengt ons bij de meer ‘zonnige’, veralgemeende Sefardische humor, vooral in zwang bij Franse cabaretiers. Een soort humor die met meer kan lachen dan de Asjkenazische (over religie en karaktertrekken). Met de oude jongedochter die hopeloos een man zoekt, de shlimazel (loser) die alle tegenslag moet verduren of de gewiekste handelaar. Ook stereotypen, als gierigheid, haakvingers hebben, en zich zelfs in het kleinste boerengat de heersers van de wereld voelen, worden gretig in grappen verwerkt. Getuige Woody Allen die zegt: “Ik hou erg van mijn uurwerk, mijn opa verkocht het me op zijn sterfbed.” Verder toont een glazen kast parafernalia van het private Centrum voor Joods-Marokkaanse cultuur, waaronder humoristische prentkaarten en een Amerikaanse speeldoos Oy vey!, (Jiddisch voor Oh wee), een gezinsspel om van zonen dokters te maken en van dochters echtgenotes van dokters. Meteen dé klassieke grap over de allesbemoederende Joodse huisvrouw, al geldt

die karaktertrek ook voor la mama italiana. Dat de tentoonstelling een les in cultuurkennis is, bewijst ook het stripalbum ‘On a enlevé rabbi Shlomo’ uit de reeks ‘De avonturen van Super-Mitsva’. Je herkent er de rabbijn die beursgenoteerde aandelen heeft en die ontvoerd wordt, met een afgeleide van de figuur van Spiderman en Batman die hem redt. Spiderman en Batman zijn personages die oorspronkelijk bedacht zijn door veramerikaanste Joden. De heldenpersonages zijn afgeleid van de magische golem die de Joden beschermt. In alle omstandigheden en tegen alles. Zoals tegen koopjesjagers. Want weet je wanneer die hun slag kunnen thuis halen bij de Joodse goudjuwelier? Met “Alleen afslag op sluitingsdag”. Jean-Marie Binst

>

JOODSE HUMOR UITGELICHT - Komedie Pour en finir avec la question juive, van Jean-Claude Grumberg, met Frederik Haừgness en Itsik Elbaz, tot 31/12 (behalve op zondag), 20.30u-21.30u - Debatavonden om 21.45u: auteur Alain Berenboom (25/11), ULB-filoloog Thomas Gergely (3/12), studenten Natania Dan en Nathan Azizollahoff (9/12), conservator JMB Pascale Falek Alhadeff (16/12) - Expo L’Humour Juif tot 31/12 (behalve op zondag), vanaf 18.30u, voor theatergangers ook na de voorstelling Alles in Théâtre Le Public, Braemtstraat 64-74, Sint-Joost-ten-Node, 0800-944.44, www.theatrelepublic.be


ADVERTENTIE

Donderdag 10 november 2016 I BRUZZ 1546 I 27

Laptopia

Kom de ideale investering bewonderen en bezoek het nieuwe modelappartement ter plaatse:

Opendeurdag 20 nov.

Elke week scant Michaël Bellon met zijn laptop een plek in Brussel die tot de verbeelding spreekt, en geeft hij aan wat er eventueel nog aan kan verbeteren.

Zilverstraat 7, 1000 Brussel (13u-17u)

TROONPLEIN Maandag 31 oktober, 22u

Het is tien uur ‘s avonds en ik zit moederziel alleen naast Leopold II - of toch naast het ruiterstandbeeld van de bebaarde hipster. Prompt rijzen een aantal pertinente vragen, waarvan die naar de zin en onzin van standbeelden er één is. Wordt er na de inhuldiging eigenlijk nog wel naar die dingen omgekeken? Moeten standbeelden wat dat betreft niet regelmatig worden geëvalueerd? Is een ontslag voor standbeelden bespreekbaar? Of zouden dergelijke pop-upstandbeelden afbreuk doen aan ons historisch besef? Met deze gebronzeerde baard liggen de zaken natuurlijk nog problematischer. Figuurlijk is de koning-koloniaal, die nog enigszins provocatief in de richting van Matongé kijkt, al lang van zijn voetstuk gehaald. De majesteit van de mensenrechtenschennis kreeg af te rekenen met majesteitsschennis van mensen op zoek naar recht. Verdient zo’n man een permanent statue? Ook de Bruzz-bus die passeert op de kleine ring, en de pizzabesteller die wegketst op de kasseien van de Hertogstraat kunnen de vraag niet naar de achtergrond verdringen. Het standbeeld zelf hinkt op twee gedachten. Er is duidelijk op de vorst zijn kop gescheten, maar het voetstuk is er zeker wel nog. De bescheiden hengst buigt het hoofd en staat tot tweemaal toe met beide benen op de grond, maar moet in toom worden gehouden door de linkerhand van zijn berijder, wiens gespannen rechterhand ook enige zin voor initiatief verraadt. Welke kant wil hij uit? Hij staat daar wat misplaatst aan de achterdeur van het paleis. Alsof zijn beschaamde nabestaanden hem postuum met een kluitje in het riet hebben gestuurd. Volgens de standaard die de Bouwheer der Belgen zelf zette, zou er zich voor zijn neus eigenlijk een enorme laan moeten uitstrekken. In de plaats wordt hij gedwarst en gedwarsboomd door autoverkeer, en staat vlak voor zijn neus een enorme tv.

De gevel van het Marnixgebouw van ING is omgebouwd tot een grote flatscreen waarop reclame voor de tentoonstelling in het ING Art Center geprojecteerd wordt. Onophoudelijk rollen de woorden ‘GUGGENHEIM FULL ABSTRACTION’ voorbij, en Leopold heeft geen idee wat die zouden kunnen betekenen. Laat staan dat hij voeling zou hebben met de abstracte dans van kleuren waarvan de woorden vergezeld gaan. In de psychologische martelgang door deze psychedelische loop zit enige immanente rechtvaardigheid. De koning en zijn tv zouden een kunstenaar misschien kunnen inspireren tot een kritische installatie waarvoor dan beelden van koloniale wantoestanden worden gebruikt. Ik geef het maar mee voor een volgend ‘Kunstenfestivaldesarts’. Zelfs de leeuwen die achter de rug van Leopold heen en weer cirkelen op de zuilen van de paleispoort worden zot van het lichtspel. Ze brullen terug naar de leeuwen in het logo van ING, als betrof het een Holland-België zoals die ook in 1830 op deze plek werd uitgevochten. Misschien is dat het wel: Leopold voelt dat hij belaagd wordt. Die gespannen rechterhand verraadt zijn vertwijfeling. Het grote plantsoen op het Troonplein wordt verdedigd door heel veel paaltjes, en op het standbeeld zelf staat vreemd genoeg geen enkele spot gericht. Het is één van de donkerste plekken van het centrum. Alsof het moedwillig low profile wordt gehouden. Zo pronkzuchtig bouwen en dan toch niet willen gezien worden - dat is typisch iets voor geprivilegieerden die weten dat ze worden geviseerd.

“Hij staat daar wat misplaatst aan de achterdeur van het paleis”

Een openbaring voor investeerders in de hoofdstad van Europa

Michaël Bellon

In het centrum van Brussel, tussen het Muntplein en het Martelarenplein, rijst Orfeo & Tosca op. En daar kunt u de vruchten van plukken. Deze unieke woonplek voor expats is een opportuniteit voor wie nog op zoek is naar echt rendement. • • • • • • •

Uitzonderlijke mix van patrimonium en eigentijdse architectuur Duurzaam project met een hoog niveau van afwerking Rustige binnentuinen midden in een levendige wijk Onderdeel van het gerenommeerde Chambon-project Perfect op maat van veeleisende expats Hogere huurprijzen, hoge rentabiliteit Eigen verhuurdienst gespecialiseerd in verhuur aan expats

Meer info of een bezoek? Neem een kijkje op orfeotosca.thechambon.be of bel 02 201 00 01. Wij geven u graag meer uitleg en details.

Powered by

De hele reeks nalezen? > BRUZZ.be/laptopia


28 I BRUZZ 1546 I Donderdag 10 november 2016

HOCKEY – Alexandre De Paeuw wil nog iets neerzetten met Orée en de Red Lions

‘Ik wil Orée vooruit duwen’ BRUSSEL – Je eerste liefde vergeet je niet. Dat geldt ook voor Alexandre De Paeuw (28), die dit seizoen na acht jaar is teruggekeerd naar ‘zijn’ Orée. Hij is een belangrijke pion in de ambitie van de hockeyclub om op termijn mee te spelen voor de prijzen. Hij beseft dat ze eerst moeten groeien en hun plaats moeten vinden in de eredivisie. “We missen nog maturiteit.”

maar spijtig genoeg als reservespeler. Ik heb heel het tornooi met de ploeg meegemaakt, maar kon alleen in actie komen als iemand zich blesseerde. Dat is niet gebeurd. Een ontgoocheling, ja, maar je neemt dan een andere rol op binnen de ploeg. Ik probeerde bijvoorbeeld een verenigende rol te spelen.”

Gouden generatie

“I

k sloot al op mijn vijfde aan bij Orée,” vertelt De Paeuw. “Jarenlang combineerde ik het onder meer met tennis, maar uiteindelijk is hockey mijn sport geworden. Emoties en vriendschap delen, dat heb je in individuele sporten veel minder. Voor mij was het een goede zaak dat ik verschillende sporten combineerde. Vandaag heb je jonge talenten die stoppen omdat ze hun sport moe zijn en er veel druk op hen wordt gelegd.” Daar had De Paeuw geen last van. Zijn ouders stonden altijd achter hem en oefenden geen druk uit. Hun zoon stak nooit echt boven zijn teammaats uit, hij werd bij de jeugd nooit opgeroepen voor de nationale ploeg, maar rond zijn vijftiende kwam daar stilaan verandering in. “Ik begon te beseffen dat ik kon doorgroeien in hockey. Orée was daar een uitstekende club voor. Het heeft een van de beste jeugdscholen van het land en dankzij zijn structuur kon ik rustig maar goed groeien.“ En groeien deed De Paeuw. Hij werd opgenomen in de nationale beloftenploeg en kreeg daar advies van de bondscoach, Adam Commens, die zijn carrière beïnvloedde. “Om bij de nationale seniorenploeg te geraken, moet je het verschil maken bij je club. Een grote club die voor de titel speelt,” kreeg hij te horen. Daarom besloot hij Orée in 2008 te verlaten voor topper Watducks. “Dat was een logische stap, maar een moeilijke. De Watducks waren toen dé ploeg in België.” “Ik heb me er moeten aanpassen. Ik heb een karaktertje en zei daar als jonge ket wat ik dacht, maar ik stond wel tussen topspelers. Van grote man bij Orée was ik plots de kleine man die zich moest bewijzen. Dat heb ik uiteindelijk gedaan. Bij Watducks ben ik ontploft als speler en heb ik vier titels gewonnen.”

werd. “Net voor de Spelen heb ik de bof gehad, waardoor ik een hele tijd aan mijn bed gekluisterd was en veel kilo’s heb verloren. Ik heb nog geprobeerd om me klaar te stomen, maar ik was te zwak om mijn niveau te halen. Londen missen is de grootste ontgoocheling uit mijn carrière. Het was mijn kinderdroom, maar het mocht niet zijn.” De Paeuw kreeg na de Spelen nog een opdoffer te verwerken. De Nederlander Marc Lammers werd de nieuwe bondscoach en beide heren konden het niet met elkaar vinden. Hij speelde anderhalf jaar niet meer voor de nationale ploeg en besloot even andere oorden op te zoeken. “Ik heb een Spaanse vriendin die hockey speelt, en samen beslisten we in Spanje te gaan spelen. Ik trok naar Egara, in Barcelona, en beleefde er een absolute toptijd. We werden kampioen van Catalonië en verloren nipt de finale voor de Spaanse titel, door een penaltymisser van mij dan nog.” “Toen bondscoach Lammers werd opgevolgd door zijn assistent Jeroen Delmee, werd ik opnieuw opgeroe-

pen voor de Red Lions. Dat was het begin van een zeer drukke periode. Van maandag tot woensdag trainde ik in België met de nationale ploeg, en dan vloog ik naar Spanje. Elke week herhaalde zich dat, vliegen werd zoals de bus nemen. Het deerde me niet. Ik had in Spanje het leukste jaar in mijn hockeycarrière.” Waarom De Paeuw dan terugkeerde naar België? Simpel: de bondscoach wou dat alle spelers het jaar voor de Olympische Spelen van Rio in België speelden. Dat was ook nodig om de vele trainingen van de Red Lions te kunnen volgen. Hij besloot terug te keren naar de Watducks, omdat hij het huis kent en er weinig aanpassing nodig was. “Ik haalde de selectie voor Rio,

De Olympische Spelen hadden ook een speciale betekenis voor De Paeuw. Zijn overleden vader had hem in 2008, toen ze een wedstrijd van de Red Lions op de Olympische Spelen in Peking bijwoonden, verteld dat ook hij er ooit zou staan. “Sindsdien waren de Spelen een doel voor mij geworden. Uiteraard heb ik aan dat moment gedacht in Rio en waren er emotionele momenten. Maar ik was in Rio omdat ik daar wou zijn, niet voor die herinnering.” In Rio wist De Paeuw al dat hij de Watducks zou verlaten voor Orée.

Hij had altijd gezegd dat hij er ooit zou terugkeren en vond dit het geschikte moment. De mannenploeg promoveerde vorig seizoen naar de eredivisie en de club heeft de ambitie om er een vaste waarde van te maken. “Ik was op zoek naar een nieuwe uitdaging en wou mijn kleuren weer verdedigen. Dankzij Orée heb ik een mooie carrière. Nu wil ik de club vooruit duwen en de ploeg mee opbouwen. Ik heb een contract voor drie jaar en het zou mooi zijn om daarin te groeien tot een ploeg die meedoet voor de ereplaatsen.” “Ons seizoenbegin is best oké, tegen onze directe concurrenten pakken we punten. Tegen de toppers missen we nog maturiteit. We hebben goede jonge spelers, maar zij moeten nog aan ervaring winnen. Het potentieel dat onze groep heeft, moet er nog beter uitkomen.” De transfer naar Orée is dus allesbehalve een stap achteruit. De Paeuw wil er zijn schouders onder zetten, samen met de club groeien en zo in aanmerking blijven komen voor de nationale ploeg. “Ik wil nog naar Tokio gaan, in 2020, ik ben zeker geen fin de carrière. We hebben een gouden generatie en ik heb er nog veel zin in. Ik wil mee blijven schrijven aan de geschiedenis van Tim Schoonjans de Red Lions.”

Alexandre De Paeuw “Londen 2012 missen is de grootste ontgoocheling uit mijn carrière. Het was mijn kinderdroom, maar het mocht niet zijn.”

“Ik wil nog naar Tokio gaan, in 2020. Ik wil mee blijven schrijven aan de geschiedenis van de Red Lions” Alexandre De Paeuw Hockeyspeler Orée

De bof Zijn uitstekende prestaties leidden er ook toe dat De Paeuw na de Olympische Spelen van Peking een vaste speler werd bij de Red Lions. Het leek een uitgemaakte zaak dat hij aan de Spelen van Londen zou deelnemen, tot hij ziek

© MARC LEQUINT


Donderdag 10 november 2016 I BRUZZ 1546 I 29

SPORTagenda

ESTAFETTE Ken lambeets

Onlangs interviewde ik Ariane Bazan, hoogleraar in de Klinische Psychologie aan de ULB. Op het einde van ons gesprek over moederboeken in de literatuur praatte ze erg liefdevol over haar oom, de inmiddels zestien jaar geleden overleden schrijver, journalist en criticus Johan Anthierens. “Toen het even beter ging met zijn ziekte, zat hij alweer vol boekenplannen. Het is zo jammer dat hij ze niet heeft kunnen uitvoeren.” Het verzameld werk van Anthierens kreeg ik op mijn achttiende cadeau van mijn ouders, toen duidelijk werd dat ik journalistieke aspiraties had. De stukken van Anthierens, zijn leven lang een soort kwajongen, ontstonden vaak uit ergernis. Als criticus spaarde hij niets of niemand, maar rancuneus werd hij zelden. Het belangrijkst aan zijn werk is de taal. Jongens, wat een taal. Hugo Claus beschouwde Anthierens niet voor niets als “een veel groter schrijver dan het gros van de mensen die bij de Bezige Bij hun romans afleveren”. ‘Niemands meester, niemands knecht’, het verzameld werk, bevat een veertigtal pagina’s over sport. In zijn stukken over voetbal blijkt Anthierens, die nochtans zijn hele leven in en vooral rond Brussel woonde, een koele minnaar van Anderlecht. In een stuk uit 1975 foetert hij op het feit dat het verzamelde journaille paars-wit niet kritisch durft te bejegenen. “Dankzij zijn Gueuze-relaties weet de Belgische kampioen zich met pennenlikkers en preferees te omringen, maar tegen dit grote schandaal moet nu maar eens opgetreden worden.” In 1975 volgt Anthierens de Tour de France voor Knack. Op een cover van het weekblad prijkt hij naast Eddy Merckx. Maar verwacht in zijn stukken geen romantische wielerlyriek of scorebordjournalistiek; wel schetst hij hoe hij in de etappe van Sint-Jans-Molenbeek (!) naar Roubaix in de afdaling van de Muur van Geraardsbergen door een fout van de politie met de volgwagen midden in het peloton terechtkomt. Een andere dag gaat het over Armand Bertrand, de Brusselse motorrijder die fotografen in het hart en in de buik van het gebeuren loodst met een onfeilbaar instinct voor het koersverloop. Hilarisch is het relaas over de verzamelde Belgische sportjournalisten die in de Giro van 1977 teleurgesteld naar huis trekken nadat leider Freddy Maertens door een val de wedstrijd heeft moeten verlaten. Anthierens sluit

zich bij het wegtrekkende journaille aan en belt naar de redactie van Knack om zijn terugkomst aan te kondigen. “Nee,” zegt de redactie, “aangezien in jouw Giro-verhalen amper coureurs voorkomen, zien wij niet in waarom jij terug zou komen.” Toch zijn de sportstukjes slechts een voetnoot in het werk van Anthierens, belangrijker zijn de pamflettistische stukken over het verloederde taalgebruik van de Vlaming, de toenemende commercialisering van radio en televisie en de macht van instituten zoals de kerk en het koningshuis. Ook op televisie stond Anthierens zijn mannetje. Op cobra.be staan nog enkele mooie filmpjes van zijn verbale bokswedstrijden met vader Abraham of Paula Semer – als ik niet kan slapen, kijk ik er graag naar. Mijn favoriete filmpje is een interview met sportverslaggever Jan Wauters. Na een kort steekspel vertelt Wauters over zijn liefde voor taal en het belang van concentratie voor de sportjournalist – ‘Ik mag mijzelf niet dribbelen met woorden.” Het allermooist zijn Anthierens’ stukken over door hem bewonderde kunstenaars zoals Willem Elsschot en Jacques Brel. In die laatste bewondert Anthierens zijn consequente individualisme en zijn radicale keuze voor het kunstenaarschap. “Ik verkies dat boven iemand die in een rolstoel eindigt.” De biografie van Anthierens over Jacques Brel behoort tot het mooiste wat ik de laatste jaren gelezen heb. Uit de eerste pagina: “In de negenenveertig jaar van zijn bestaan onderneemt hoogvlieger Jacques Brel alles wat een oppassend man nalaat te doen, en oogst met dat tegendraadse gedrag onsterfelijke roem.” In de reportages over de zoektocht naar ‘Marieke’ en de reis van Anthierens naar Hiva Oa, waar Brel kort voor zijn dood woonde, is geen gramschap te vinden. Tussen de regels klinkt enkel stille bewondering voor de hemelbestormer-chansonnier. “Woorden zijn gereedschap. Ik ben een taalsmid, ik hamer dat de vonken ervan afvliegen,” zei Jacques Brel ooit in een interview. In diezelfde smidse hamerde Johan Anthierens van bij zijn geboorte in 1937 tot aan zijn dood in 2000. Het blijft een groot plezier om hem te lezen en te herlezen, met of zonder Brel op de achtergrond.

In de taalsmidse van Brel en Anthierens

Freelancejournalist Ken Lambeets houdt van literatuur en van echte sporten

Donderdag 10 november Ultimate frisbee voor studenten Ultimate frisbee wint steeds meer zieltjes in Brussel en is sinds vorige week ook op de Vrije Universiteit Brussel (VUB) geland. Het plezier van het spel, het gemak waarmee men de basis aanleert, de fairplay, mannen en vrouwen die samen spelen: de sport heeft heel wat troeven. Studenten met een UAB-sportkaart kunnen elke donderdag (van 18 tot 19u) terecht aan het sportcomplex van de VUB om de discipline uit te proberen.

Vrijdag 11 november Jogging van de Vrede Al voor de 26ste keer vindt de ‘Jogging van de Vrede’ plaats in Sint-Agatha Berchem. Volwassenen (start om 14.30u) kunnen kiezen uit drie afstanden: 4,3 kilometer, 8,6 kilometer of 12,9 kilometer. Voor de kinderen (start om 14u) zijn er parcours van vijfhonderd meter en één kilometer uitgestippeld. Inschrijven kan ter plaatse vanaf 11u en kost twee euro voor de kinderen en drie euro voor volwassenen. Het inschrijvingsgeld wordt overgemaakt aan 11.11.11. Voor de loopwedstrijd vindt er ook een tafeltennistornooi plaats (start om 13u). Het sportcomplex aan de Lusthuizenstraat is de start- een aankomstplaats.

Lopen voor het klimaat Naar aanleiding van de Klimaatconferentie eind dit jaar in Marokko, wordt vrijdag al een symbolische loopwedstrijd van tien kilometer georganiseerd. Om 10u wordt in het Fallonstadion (Sint-Lambrechts-Woluwe) gestart, waarna de deelnemers via de Groene Wandeling tot het Beaulieugebouw lopen. Daar is de hoofdzetel van ‘De Klimaatactie’ van de Europese Commissie gevestigd. Informatie vindt u op www.zatopekmagazine.com.

Karatestage JKA Vlaanderen organiseert naar jaarlijkse gewoonte zijn driedaagse stage in Brussel. Aan het sportcomplex van de VUB in Elsene geeft een resem geroemde lesgevers de yakubaraïstage, onder wie enkele speciaal uit Japan overgekomen karateka’s. Na twee en een halve dage stage vindt zondag vanaf halfeen het kyu-examen plaats. Alle details vindt u op www.jka-vlaanderen.be.

Elfjeswandeling

LOPEN EN WANDELEN Met een kompas het Zoniënwoud in

Oriëntatielopen en -wandelen voor iedereen BRUSSEL – De Driedaagse van het Zoniënwoud van ASUB Orientation is uitgegroeid tot een vaste afspraak in de wereld van het oriëntatielopen en -wandelen. Zowel ervaren rotten als beginnelingen zijn welkom. Bij oriëntatielopen en -wandelen leggen de deelnemers al lopend of wandelend een parcours af, met een kompas en een gedetailleerde kaart in de hand. ASUB Orientation begon daar vijftig jaar geleden mee, als eerste Belgische club. Sindsdien is het uitgegroeid tot een vaste waarde, en dat geldt

net zo goed voor de competitie ‘Driedaagse van het Zoniënwoud’, die ASUB Orientation sinds 1994 organiseert. Jaarlijks komt er een trouw publiek op af. Dit jaar verwachten de organisatoren een tweehonderdtal deelnemers. Van vrijdag 11 tot en met zondag 13 november is iedereen welkom om via deze competitie oriëntatielopen en -wandelen te ontdekken. Elke dag staat er een etappe op het programma voor deelnemers van alle niveaus. Van een gemakkelijk parcours dat nog geen twee kilometer lang is, tot een zeer technisch parcours van om en bij de acht ki-

lometer. Ook wie nooit aan oriëntatielopen en -wandelen heeft gedaan, kan zich inschrijven: sportief of niet, jong of niet meer zo jong, of hele families. Een voordeel is dat het niet verplicht is aan de drie etappes deel te nemen. De keuze voor een of meer etappes ligt bij de deelnemer. Kijk wel uit: na elf uur mag niemand nog aan een etappe beginnen. Op de website vindt u alle informatie over de parcours en inschrijvingen. Tim Schoonjans

>

www.asub-orientation.org

Sport moet niet altijd gelijk staan aan zweet en tot het uiterste gaan. Een flinke wandeling valt daar zeker ook onder. Dat kunt u zelf ervaren tijdens de Elfjeswandeling die gemeenschapscentrum Wabo vrijdag organiseert. U kunt kiezen uit parcours van vijf of tien kilometer, die de deelnemers door het mooie Zoniënwoud leiden. Daarvoor betaalt u vijf euro. De wandeling is ten voordele van 11.11.11. Achteraf kunt u genieten van een welverdiende pannenkoek.

Zondag 13 november Hockeyderby Het wordt stilaan een gewoonte: Brusselse hockeyclubs die in de eredivisie een derby uitvechten. Dit weekend ontvangen de mannen van Wellington Alexandre de Paeuw en zijn ploegmaats van Orée. De match gaat om 15u van start. Tim Schoonjans


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook