Skip to main content

BRUZZ - editie 1542

Page 1

van 13 tot 19 oktober 2016

+ uit in brusse

l | vos sortie

s à bruxel les

| out and

about in brusse

ls

UIT IN BRUSSEL SORTIR À BRUXELLES OUT AND ABOUT IN BRUSSELS 14

20 | 10 | 2016

#1542

nl Fr en

| aFGIFTekaN

TooR bRUSSel

x P702124

toMMigun warhaus MalcolM x parquet cour ts jaMie lidell caldéron boualeM sans al

USSelSe MedIa

VZw | FlaGeYPleI

N 18 Place

FlaGeY, 1050

elSeNe/Ixe lleS

N° 1542 WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA VZW, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

weekblad |

eeN UITGaVe

VaN VlaaMS-bR

Memories of

ERFGOED AAN DE SQUARES

1542_01

_cover.in

dd 1

My atlegriM 10-10-16

17:07

afbraakangst

VOLBOUWEN OF BEWAREN? p. 2, 3, 12 - 13

© BART DEWAELE

ANALYSE

PVDA jaagt PS op de kast p. 10

Kader Abdolah schrijft Salam Europa!

‘Ik heb de donkerte van Brussel gezien” p. 18 - 19

Vic Anciaux

“Ik weet nog altijd niet wat de N-VA met Brussel wil” p. 6 - 8


2 I BRUZZ 1542 I Donderdag 13 oktober 2016

EDITO Slopen of niet

Steven Van Garsse Chef Weekblad “Het is tijd om weer met een ontspannen blik naar het erfgoed te kijken en geval per geval de afweging te maken of behoud goed is voor de stad”

COLOFON BRUZZ

Flageyplein 18, 1050 Brussel 02-650.10.65 ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80, Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393, BIC: BBRU BE BB van Vlaams Brusselse Media vzw. Buiten België 30 euro per jaar. OPLAGE 62.609 exemplaren. ADVERTEREN? Barbara Hartert 0478-84.01.93 ALGEMENE DIRECTIE Jo Mariëns HOOFDREDACTIE Klaus Van Isacker (Nieuws), Jeroen Roppe (Strategie), Robert Esselinckx (Adjunct) WEEKBLAD & MAGAZINE Steven Van Garsse (chef ) EINDREDACTIE Karen De Becker ART DIRECTOR Heleen Rodiers VORMGEVING Ruth Plaizier REDACTIE Jean-Marie Binst, Bettina Hubo, Laurent Vermeersch, Danny Vileyn MEDEWERKERS Hilke Andries, Michaël Bellon, Hanne De Valck, An Devroe, Wauter Mannaert, Tim Schoonjans, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Ivan Put, Saskia Vanderstichele DISTRIBUTIE Ute Otten VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Steven Van Garsse, Flageyplein 18, 1050 Elsene. Bruzz is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw, wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bruzz.be

Vastgoedpromotor Befimmo wil het Boudewijngebouw afbreken in de Noordwijk. Een banaal, om niet te zeggen lelijk, kantoorgebouw dat de Vlaamse Gemeenschap huisvest en dat zijn beste tijd gehad heeft. Zesentwintig jaar om precies te zijn. Dat is kort. Er komt een nieuwe kantoortoren. Hoger, moderner. De architect van het nieuwe gebouw is ironisch genoeg dezelfde als die van toen. Absurd? Ja en neen. De stad evolueert en gebouwen passen zich aan. Dat is overal en altijd zo. En er is de economische logica van het geldgewin. De afbraak van het banale kantoorgebouw, geen haan die ernaar kraait. Maar zodra er oudere gebouwen op het spel staan, komt het protest snel op gang. Brussel likt nog steeds de wonden van de bruxellisation. Vanaf de jaren zestig ging een volledig negentiende-eeuws patrimonium voor de bijl. Massaal veel mooie woningen en andere panden moesten er aan geloven, meestal voor de kille economische logica. Grijze kantoorgebouwen kwamen in de plaats en door een gebrek aan planning werd deze stad in een mum van tijd zowat de lelijkste van alle Europese hoofdsteden. Het lijkt soms of Brussel dat trauma nooit te boven is gekomen. Nochtans is het op het vlak van erfgoed vandaag

WAUTER MANNAERT

stukken beter gesteld. Transparante stedenbouwkundige procedures, een lijst van beschermd erfgoed en mondige burgers maken het promotoren bijna onmogelijk om waardevol patrimonium met de grond gelijk te maken. Ook de Brusselse overheid is gevoeliger geworden voor het erfgoed. Een voorbeeld: de Citroëngarage. De petitie voor het behoud van de winkel en de ateliers van enkele jaren geleden is weliswaar min of meer in de vuilnisbak beland, maar uiteindelijk kiest de Brusselse regering wel voor het behoud van de gebouwen. Veel voorbeelden van afbraakschandalen zijn er in de recente Brusselse geschiedenis niet te vinden. Goed zo, kunnen we zeggen. Maar tegelijk is het ook tijd om weer met een ontspannen blik naar het erfgoed te kijken en geval per geval de afweging te maken of behoud goed is voor de stad. Daar gaat onze cover over, en het bijhorend artikel hiernaast. Moeten de charmante negentiende-eeuwse paardenstallingen op de Ambiorixsquare behouden blijven, of kan die plek beter benut worden door er woningen te bouwen? Het is een vraag die misschien klinkt als een vloek in de kerk maar die een rationeel antwoord verdient, los van emotie en trauma’s. Laat het debat beginnen.

“

Ik betwijfel sterk of veel imams zouden slagen voor de examens van de middelbare school” Montasser AlDe’emeh, Jihadexpert (in zijn nieuw boek ‘De weg naar radicale verzoening’)

“

Een stad heeft water nodig. Het komen en gaan van boten draagt bij tot het welzijn van de stad” Caroline Pauwels, VUB-rector, over de Royal Brussels Yacht Club (in universiteitsmagazine ‘Henri’)


Donderdag 13 oktober 2016 I BRUZZ 1542 I 3

ERFGOED Buurt verzet zich tegen sloop

Promotor viseert vrijstaand huis

© BART DEWAELE

BRUSSEL - Een projectontwikkelaar vraagt toelating om een vrijstaand pand uit 1898 te vervangen door een appartementsgebouw in de Eburonenstraat. Buurtbewoners protesteren.

Het is niet de eerste keer dat de promotor probeert om het pand te vervangen door een appartementsgebouw. De vrijstaande woning met torentje is niet beschermd,

maar staat wel op de lijst van bouwkundig erfgoed van het Gewest. De woning met garage is destijds gebouwd als stal en vormde ooit een geheel met de eenzame rijwoning ernaast en het achterliggende herenhuis dat uitgeeft op de Palmerstonlaan. Het geheel werd in 1898 gebouwd in eclectische stijl in opdracht van het echtpaar Jaeschke-Michiels – getuige de initialen JM op het ijzeren toegangshek.

Het project zou een bijzondere libanonceder onzichtbaar maken

De ontwikkelaar wil het gebouw en de omheining slopen om plaats te maken voor een gebouw met acht appartementen, een praktijk voor vrij beroep en zeven overdekte parkeerplaatsen. Dat is echter niet naar de zin van heel wat buurtbewoners. Ze noemen het een “aanslag op het patrimonium” van de wijk van de Squares. Bovendien zou het project een bijzondere boom onzichtbaar maken. In een achterliggende tuin staat een beschermde libanonceder, een van de weinige in Brussel. Het is lang niet zeker dat het project groen licht krijgt. De bouwaanvraag voor een eerdere versie van het project kreeg na 64 opmerkingen een unaniem negatief advies. De laatste jaren werden ook elders in de stad overgebleven vrijstaande woningen gered van de sloophamer. Toch probeert de promotor het opnieuw, zij het met een aangepast ontwerp. De hoogte van het gebouw en de dakstructuur werden bijvoorbeeld bijgesteld om beter aan te sluiten bij de aanpalende rijwoning. Uit het dossier blijkt bovendien dat er in het verleden al een sloopvergunning werd toegekend, maar die werd nooit geconcretiseerd. Ook zou het gebouw al jaren onbewoond en zijn. Het wordt alleen gebruikt als opslagpaats door een bedrijf. De dienst Stedenbouw had bij het ter perse gaan zeventien opmerkingen ontvangen. Tot vrijdag kan de teller nog oplopen. De verschillende administraties moeten zich dan op 25 oktober uitspreken op de overLaurent Vermeersch legcommissie.

SPORT Vakbond bezorgd

VEILIGHEID Nog dit jaar trajectcontrole in Leopold II-tunnel

Buurtsport naar VGC

Brussel koopt slimme camera’s

De werking van de vzw Buurtsport wordt op 1 januari 2017 grotendeels overgenomen door de sportdienst van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Ook zou het gros van de mensen moeten overgaan. De vakbond is ongerust. De vzw, tot eind dit jaar gesubsidieerd door de VGC, biedt jongeren in kansarme buurten de mogelijkheid om aan sport te doen. In 2015 kende Buurtsport een moeilijk jaar, met financiële perikelen en het ontslag van de hele raad van bestuur. “De vzw vroeg ons om een oplossing,” vertelt Dirk Moors van het kabinet van Pascal Smet (SP.A), binnen de VGC bevoegd voor Sport. De VGC had interesse, omdat de eigen sportdienst zich niet bezighoudt met buurtsport, toch belangrijk in Brussel. Maar de VGC wou niet alle activiteiten overnemen. Buurtsport is namelijk ook een opleidingsproject. Dat stukje - en de mensen - kantelt niet in, maar gaat naar een andere vzw. Afspraak is dat de andere medewerkers van

Buurtsport - acht vaste en zes geco’s - wel aan de slag kunnen bij de VGC-sportdienst. Daarvoor moeten de acht vaste wel een aanwervingsexamen afleggen. “Dat geldt voor iedereen die bij de VGC werkt,” zegt Moors. Ze konden deze zomer deelnemen aan het algemene examen - waarbij twee mensen slaagden - maar er zijn ook nog functiespecifieke examens gepland. “Helemaal op hun maat dus.” De zes geco’s kunnen zonder examen over. De vakbond LBC is bezorgd over de hele overgangsprocedure, onder meer over het ontbreken van ontslagvergoedingen en over het feit dat de mensen hun anciënniteit verliezen. “Ze nemen wel hun geldelijke anciënniteit mee,” zegt Moors. “En de ontslagvergoeding? We hopen dat zoveel mogelijk mensen meedoen aan de examens en overkomen. Dan kunnen ze meteen overstappen. En voor wie niet overkomt, zal de vzw in een ontslagregeling moeten voorzien.” Volgens de vakbond is daar echter geen geld voor. Bettina Hubo

BUURTSPORT De vzw laat kansarme kinderen aan sport doen.

BRUSSEL - Ook het Brussels Gewest gaat investeren in slimme ANPRcamera’s, die nummerplaten herkennen. Ze zijn bedoeld om vanaf 2018 vervuilende wagens te weren, maar de eerste ANPR-camera’s zullen nog dit jaar de snelheid in de Leopold IItunnel controleren. ANPR-camera’s (Automatic Number Plate Recognition) zijn camera’s die niet filmen maar nummerplaten van auto’s scannen. In tegenstelling tot Vlaanderen heeft het Brussels Gewest vandaag nog geen dergelijke slimme camera’s. In april besliste de Brusselse regering om te investeren in een ANPR-netwerk. Vanaf 2018 wordt het gewest immers een lage-emissiezone en de auto’s zullen met ANPR-camera’s gecontroleerd worden. Door de nummerplaten te koppelen aan de gegevens van de Dienst Inschrijving Voertuigen (DIV) wordt meteen duidelijk welke wagens te oud en vervuilend zijn. Die zullen een boete krijgen. De camera’s zullen ook voor andere doeleinden gebruikt worden, zegt Eric Laureys, woordvoerder van Brussels staatssecretaris voor Digitalisering Bianca Debaets (CD&V). “Met deze camera’s kan ook nagegaan worden of een auto wel verzekerd en gekeurd is en of de wagen niet geseind staat. Ook kan de snelheid gecontroleerd worden. Nog dit jaar zullen de eerste ANPR-camera’s in de Leopold II-tunnel gehangen worden zodat er trajectcontrole kan gebeuren.” Opdat het parket zou kun-

nen volgen met de inning van de boetes voor de snelheidsovertreders, wil Debaets ook een automatisch verwerkingscentrum voor de boetes oprichten. Het gewest trekt voor de investering drie miljoen euro uit. Volgens Laureys worden er wellicht zo’n honderdvijftig ANPR-camera’s gekocht, voor 5.000 tot 6.000 euro per stuk. Waar ze overal zullen hangen, staat nog niet vast. Daarover loopt er nog een studie. Ook reserveert het gewest dit en volgend jaar twee miljoen euro voor de oprichting van een videoplatform, waar de slimme camera’s op zullen worden aangesloten. Van dit platform is al een hele tijd sprake. In het gewest hangen momenteel meer dan drieduizend bewakingscamera’s van politie en MIVB. Maar de videobeelden worden voorlopig niet uitgewisseld tussen de politiezones. Met een gewestelijk platform, georganiseerd door Brussel Preventie en Veiligheid, moet dat veranderen. Intussen zijn zowel de MIVB als drie van de zes politiezones bereid hun opnames via het platform te delen. Maar een juridisch obstakel verhindert de daadwerkelijke start van het platform. De Raad van State heeft twijfels over de wettelijke basis. Ondertussen werd ook de Brusselse Controlecommissie geïnstalleerd, de Brusselse tegenhanger van de federale privacycommissie. Die zal toezicht houden op de uitwisseling van de gegevens en andere privacy-aangelegenheden. HUB


4 I BRUZZ 1542 I Donderdag 13 oktober 2016

DE WEEK

IN BEELD Brussel maakt kennis met een nieuw fastfoodfenomeen. In de Paleizenstraat in Schaarbeek is het vaak aanschuiven voor de eerste Belgische vestiging van O’Tacos. Soms is de rij wel dertig meter lang. De keten maakte al naam in Frankrijk met een eigen interpretatie van de Mexicaanse taco, inclusief frieten en halalvlees.

in het NIEUWS van de vrijheid op godsdienstuiting en bemerkingen op de structuur van de instelling. De Raad van State legt de klacht naast zich neer, omdat ze de zaak als ‘te spoedeisend’ bestempelt om behandeld te worden in een beroep.

MILQUET ALS LIJSTTREKKER

CdH-voorzitter Benoît Lutgen wil Joëlle Milquet als lijsttrekker in Brussel-Stad bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Over het feit dat madame non zes maanden geleden nog in verdenking is gesteld van belangenvermenging, kraait Lutgen niet meer.

NIEUWE KARDINAAL

Monseigneur Jozef De Kesel, aartsbisschop van Mechelen-Brussel, wordt op 19 no-

vember in Rome door paus Franciscus tot kardinaal gecreëerd. Het is van kardinaal Godfried Danneels (1983-2010) geleden dat België nog een kardinaal had. De voorganger van De Kesel, aartsbisschop André Leonard, werd die eretitel niet gegund.

AFGEWIMPELDE AANKLACHT

Bij de Raad van State werd door vier islamitische organisaties, waaronder het Turkse Diyanet, een schorsing gevraagd van de erkenning van Executieve van de Moslims. De klacht ging om schending

de gemeenschapscentra en Vlaamse cultuurinstellingen. De elfjuliviering 2016 trok twintig procent minder volk dan in 2015.

MINDER TRAMAANRIJDINGEN

11 JULIVIERING IN DE MAAK

Vlaams minster voor Brussel, Sven Gatz (Open VLD) wil nu al onderzoeken of de klassieke receptie op het Brusselse stadhuis op 11 juli 2017 niet anders kan. Hij wil die laten vervangen door een grote publieksreceptie in samenwerking met

Het aantal tramongevallen met voetgangers of fietsers is vorig jaar met twee eenheden gedaald. Dat lijkt weinig, maar tegelijk reden de trams van de MIVB ook acht procent meer kilometers. Bovendien waren er in 2015 geen dodelijke slachtoffers te betreuren.

MEER STARTERS In 2015 zijn in Brussel 11.533 nieuwe ondernemingen opgericht. Dat is 63 procent meer dan in 2010. De Brusselse Kamer van Koophandel die de cijfers publiceert, verklaart de stijging door een betere conjunctuur en een gunstiger ondernemersklimaat. Tegelijk waarschuwen de werkgevers voor optimisme. Zo blijft de mobiliteit een doorn in het oog van veel bedrijven, en bestaat het risico dat veel starters hun eerste jaar niet overleven.

Samengesteld door Jean-Marie Binst en Laurent Vermeersch

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP


© SASKIA VANDERSTICHELE

Donderdag 13 oktober 2016 I BRUZZ 1542 I 5

UITGELICHT Geen meerderheid in Brussels assemblée voor Vrijhandelsakkoord EU-Canada

Parlement zegt neen tegen Ceta BRUSSEL - Het Brussels en het Waals Gewest zijn niet van plan om het Vrijhandelsakkoord tussen de EU en Canada goed te keuren. Dat zet het belangrijke internationale akkoord op de helling. Er gaan jaren voorbereiding vooraf aan het Comprehensive Economic and Trade Agreement (Ceta), het akkoord dat de handelsbarrières tussen Canada en de Europese Unie laat wegvallen en economische groei en jobs moet opleveren. De Europese Commissie besliste dat alle lidstaten het akkoord moeten goedkeuren. In België betekent dat automatisch dat ook de deelparlementen het akkoord moeten ratificeren. Het is echter no pasaràn voor het Waals en Brussels parlement. Dat is op het eerste gezicht vreemd. Internationale verdragen worden in de deelstaatparlementen meestal met veel minder egards bejegend. Door de mobilisatie van ngo’s en het middenveld tegen het TTIP, het Vrijhandelsakkoord tussen de EU en de VS, dat veel minder ver gevorderd is, kwam ook het kleine broertje Ceta in beeld. Enkele weken geleden vond een grote manifestatie plaats tegen het TTIP, heel wat gemeentebesturen hebben er zich al tegen uitgesproken en de partijen aan de linkerzijde van het politieke spectrum gaan mee in het verzet. Een van de grootste struikelblokken is de arbitrage bij conflicten tussen multinationale ondernemingen en het land waar die onderneming investeringen heeft gedaan. De multi-

national kan het land voor de rechter brengen als die vindt dat zijn investeringen in gevaar komen door wetgeving, bijvoorbeeld milieuwetgeving. De Europese Commissie heeft geprobeerd om tegemoet te komen aan die kritiek, door de arbitrage anders in te vullen, met meer rechten voor de landen, en door in extremis een interpretatieve nota uit te brengen, die de sceptici duidelijkheid moet verschaffen over het Vrijhandelsakkoord, maar voor alle Franstalige partijen, met uitzondering van de MR, en voor SP.A en Groen kan het Ceta nog steeds niet door de beugel. Waals minister-president Paul Magnette (PS) wil sowieso meer tijd. In de Brusselse regering liggen de zaken wat moeilijker omdat coalitiepartijen CD&V en Open VLD het Ceta wél steunen, terwijl PS, FDF, CDH en SP.A tegen zijn. Geen consensus dus. Minister-president Rudi Vervoort (PS) stuurde de hete aardappel door naar het Brussels parlement. Vice-minister Guy Vanhengel (Open VLD) verklaarde vrijdag in het Brussels parlement dat de regering ‘nederig’ zal zijn en alleen het Ceta zal goedkeuren als er daarvoor een meerderheid is in het parlement. Deze week bleek dat die meerderheid er dus niet is. Dat is slecht nieuws voor minister van Buitenlandse zaken Didier Reynders (MR). Deze

week vindt in Brussel de ‘Coreper’ plaats, waar diplomaten de top van volgende week dinsdag in Luxemburg voorbereiden. Reynders moet in Luxemburg, in naam van België, de handtekening zetten om de ratificatie in gang te zetten. Federaal en Vlaanderen hebben dat mandaat gegeven, maar zolang Brussel en Wallonië weigeren, is hij daar niet toe gemachtigd.

Voor alle Franstalige partijen, met uitzondering van de MR, kan het Ceta niet door de beugel Daarmee komt het hele internationale Ceta-akkoord op de helling. Reynders doet er naar eigen zeggen alles aan om Wallonië en Brussel nog over de streep te krijgen, maar de kans dat dat op korte termijn lukt is zeer gering. Lukt het niet dan zal de Europese top met de Canadese premier Justin Trudeau eind deze maand wellicht moeten worden afgeblazen, en zit België met de billen bloot. Steven Van Garsse

De spraakmaker Afgelopen woensdag was Brussel weer even in de ban van de terreurdreiging. Plek van de actie was Schaarbeek, meer bepaald de stoep voor het ziekenhuis New Paul Brien. Twee agenten van de zone Noord kwamen uit het gebouw gewandeld en botsten op de 43-jarige Hicham Diop, een beer van een vent. Die trok plotsklaps een legerzakmes en bracht het tweetal enkele steken toe. Een andere patrouille kwam hen te hulp en schoot Hicham in het been. Maar voor de voormalige bokser en ex-militair zich gewonnen gaf, bezorgde hij een van de toegesnelde agenten nog een neusbreuk. Wat Hicham Diop, getrouwd met een verpleegster en vader van een kroostrijk gezin, bezielde is niet he-

lemaal duidelijk. Gezien zijn Arabische achtergrond, zijn aanval op de politie en het zenuwachtige klimaat waarin ons land zich sinds de aanslagen bevindt, werd meteen aan een terreurdaad gedacht en werd hij doorverwezen naar het federale parket. Bij zijn eerste ondervraging legde hij naar verluidt ook enkele verklaringen af die mogelijk op een terreurdaad wezen. Bovendien stond Diop bij de veiligheidsdiensten bekend om zijn sympathieën voor extremistische moslims. Zo zou hij onder meer contact gehad hebben met de Molenbeekse extremistische sjeik Bassam Ayachi.

HichamDiop

Hicham Diop werd aangehouden op verdenking van poging tot moord in een terroristische context en deelname aan de activiteiten van een

terroristische groep. Ook zijn drie jaar oudere broer Aboubaker werd aangehouden. Zijn advocaten ontkennen dat het om een terroristische daad gaat. Volgens hen heeft de aanval te maken met een ingrijpende gebeurtenis uit zijn persoonlijke leven. Nadat Diop in 2009 het leger had verlaten, probeerde hij het te maken als professionele bokser. In 2011, toen hij voor zijn woning aan de Koninginnelaan in Schaarbeek bij zijn auto stond, werd hij aangereden door een geblindeerd escortevoertuig van de federale politie.

Diop liep flinke verwondingen op aan de rug. De man is ervan overtuigd dat hij met opzet werd aangereden en koestert nog altijd wrok tegen politie en justitie omdat de zaak achteraf geseponeerd werd. Om zijn carrière als bokser weer op de rails te zetten, begon Diop toen ook steroïden en andere middelen te gebruiken. ‘Die hebben hem gek gemaakt,’ aldus de advocaten. De krant DH achterhaalde nog andere tragische gebeurtenissen uit Diops leven: hij verloor een kind en onlangs ook zijn vader. En als zesjarige werd hij, samen met zijn familie, gegijzeld door een gestoorde crimineel. Het onderzoek wordt voortgezet. Bettina Hubo


6 I BRUZZ 1542 I Donderdag 13 oktober 2016

BRUSSEL - Ook op zijn 84ste is Vic Anciaux nog rotsvast overtuigd van de strijd die hij tijdens zijn politieke carrière voerde: die voor een rechtvaardig migrantenbeleid, en voor de rechten van de Vlamingen in Brussel. ‘Heel mijn Vlaamsgezindheid is er gekomen om sociale redenen. Ik verzet me tegen het sociale onrecht dat vanuit een hautaine pretentie gepleegd wordt.’

N

og voor we de eerste vraag kunnen stellen over de interculturele samenleving, komt Anciaux met een nota uit 1978 op de proppen. Hij was toen zelf staatssecretaris in de regering-Tindemans. Die integratienota bestudeert de mogelijke problemen die er kunnen ontstaan met wat toen nog ‘gastarbeiders’ heette. Het zou een profetische nota blijken... “Ik pleitte toen al voor onder meer de creatie van een westerse islam en stelde voor om imams hier op te leiden. Dat zijn discussies die nu opnieuw gevoerd worden. Helaas is de regering niet lang na die nota gevallen en is ze in een de onderste laden beland. Jammer, want ik was begaan met het lot van die mensen. Ik wou niet dat zij op dezelfde manier zouden worden behandeld als de Vlamingen in het verleden. Jaren later ben ik nog gevraagd om Koninklijk Commissaris voor het Migrantenbeleid te worden. Ik heb toen geweigerd omdat ik mijn Kamerzetel moest opgeven. Uiteindelijk is het Paula D’Hondt geworden. Zij mocht wél in de Senaat blijven zitten.”

Als u er nu op terugkijkt, vindt u dan dat het migratiebeleid gefaald heeft? ANCIAUX: Er is alleszins heel wat fout gelopen. Er was te weinig aandacht voor het onderwijs, en net daar begint de vicieuze cirkel: slecht onderwijs betekent slechte tewerkstelling, slechte huisvesting, enzovoort. Het is vooral bij de hangjongeren zonder diploma dat het salafisme succes heeft. Hier en daar zit er weleens een intellectueel bij, maar het zijn toch vooral sukkelaars die radicaliseren en naar Syrië trekken. Inzake onderwijs is men tekortgeschoten. Intussen is de armoede in Brussel nog altijd even groot. Ik denk dat het nog altijd mogelijk is om zich te herpakken. De multiculturele samenleving is onvermijdbaar. We kunnen er iets boeiends van maken, maar eenvoudig zal het nooit zijn.

Behalve op het migrantenbeleid focuste u zich vooral op communautaire thema’s. Hebt u de recente twisten bij de N-VA gevolgd? ANCIAUX: Neen, want de N-VA is helemaal mijn

partij niet. Ik ben een sociaal-progressieve Vlaams-nationalist. De N-VA heeft een rechts maatschappijbeeld dat me niet aanstaat. De grote, zaligmakende voorzitter (Bart De Wever, red.) propageert een beleid dat noodlottig is voor onze maatschappij. Ik heb intussen geen enkele partij meer: de Volksunie bestaat niet meer, Spirit bestaat niet meer, en SP.A is te weinig Vlaams in mijn ogen.

De partijen zijn dan wel helemaal verschillend, maar net als de N-VA kampte ook de Volksunie met interne twisten. De partij is er zelfs aan ten onder gegaan. Roept dat geen enkele herinnering op? ANCIAUX: Op een paar enkelingen na heb ik de indruk dat de meesten bij N-VA wel op dezelfde lijn zitten. Ze kunnen zich allen wel vinden in dat rechtse maatschappijbeeld. De Volksunie is net uit elkaar gevallen, omdat de twee vleugels elkaar bekampten: de progressieve tegen de conservatieve vleugel. Dat probleem heeft de N-VA niet meer. Ik leerde Bart De Wever nog kennen als jonge gast bij de Volksunie. Ik herinner me dat hij zich openlijk en luid verzette tegen de beslissing om aan te sluiten bij het cordon sanitaire tegen bij het Vlaams Blok. En er was uiteraard Geert Bourgeois. Hij was toen al een moeilijke mens. De Wever en Bourgeois vormden al snel een aparte ploeg. Zij waren de drijvende krachten achter de groep die tegen Bert en tegen de sociaal-progressieve stroming was.

“Ik weet intussen nog altijd niet wat de N-VA met Brussel van plan is” Vic Anciaux Oud-politicus

Uw vleugel, de sociaal-progressieve, is eigenlijk helemaal gedecimeerd. Hoe verklaart u dat? ANCIAUX: De strekking was al aan het dood-

bloeden. Spirit was een initiatief van Bert om onze stem nog aan bod te kunnen laten komen. Maar dat bleek al snel niet levensvatbaar. Misschien is Vlaanderen meer conservatief geworden dan vroeger. Als ik door Vlaanderen rijd, zie ik vooral het rijke Vlaanderen. Er is nog altijd armoede, maar dan toch vooral in de stedelijke wijken bij de allochtone gemeenschap. En er is nog wel een hoogstnoodzakelijke progressieve stem bij SP.A en Groen, maar beide partijen zijn niet Vlaamsgezind.

Vlaamsgezinden steeds over en weer lopen tussen N-VA en Vlaams Belang. De aanhang van N-VA is immers veel groter dan enkel de Vlaams-nationalistische stroming. De Wever vindt zijn aanhang bij een grote rechts-conservatieve groep, die niet noodzakelijk Vlaamsgezind is. Met communautaire thema’s kan je niet genoeg kiezers meer mobiliseren: N-VA is groot geworden door zich op andere onderwerpen te richten.

N-VA krijgt nu de kritiek dat ze haar Vlaams-nationalistisch programma niet aan het realiseren is. Ziet u daarin gelijkenissen met de Volksunie? ANCIAUX: Neen, helemaal niet. Wij zouden met de Volksunie nooit in een regering gestapt zijn die geen enkele communautaire stap deed. Deze regering doet gewoon niets op communautair vlak. Dan zeggen ze dat ‘regeren zonder socialisten een staatshervorming op zich is’, maar dat vind ik al te gemakkelijk. Alles wat verkeerd loopt, ligt blijkbaar aan de socialisten. Volgens sommigen realiseerden we met de Volksunie te weinig en ging het te traag. Maar wij hebben tenminste iets bereikt! Mede dankzij de Volksunie heeft dit land een sterke federalisering doorgemaakt. Die is nog niet af, maar we hebben wel een eigen regering en parlement, een hele resem bevoegdheden en eigen financiële middelen: in de jaren zestig was dat nog ondenkbaar. Ik ben eigenlijk onvolmaakt tevreden.

Wat ontbreekt er volgens u dan nog aan? Is dat het confederalisme, waar de N-VA het over heeft? ANCIAUX: Eigenlijk zitten we nu al in een confe-

deraal model: een decreet is gelijk aan een wet en kan niet door een wet verbroken worden. In andere federale landen, zoals Duitsland en de VS, kunnen de wetten van de deelstaten wel verbroken worden door de federatie. Maar er zouden nog meer bevoegdheden overgeheveld moeten worden. Neem nu die onderdelen van de sociale zekerheid, die vervangingsinkomens zijn: Vlaanderen heeft bijvoorbeeld andere inzichten over gezondheidszorg dan de Franse Gemeenschap. Bij ons hebben de huisartsen een centrale plaats, aan de overkant van de taalgrens staan de ziekenhuizen centraal. Maar vervangingsinkomens zoals pensioenen of werkloosheidsuitkering moeten in mijn ogen federaal blijven, in het kader van de solidariteit. Maar daar hoor ik de N-VA dus helemaal niet over. Ook wat Brussel betreft, blijft het muisstil. Ik weet intussen nog altijd niet wat de N-VA met Brussel van plan is. Tenzij aanhechten bij Vlaanderen, maar dat is niet realistisch.

Bekommert N-VA zich niet voldoende over Brussel? ANCIAUX: Nee, de Brusselse fractie is duidelijk

niet de sterkste. Een Johan Van den Driessche is een heel goeie gast. Maar hij behoort zeker niet tot de zwaargewichten. Hier in Brussel mogen ze hun mond wat opendoen, maar voor de rest hoor je daar nooit iets van.

Wat zou u met Brussel doen? ANCIAUX: Brussel moet een hoofdstad wor-

In De Standaard in 2002 zei u nog: “Linkse intellectuelen moeten eens beseffen dat Vlaamsgezindheid niet rechts is.” Is dat nu achterhaald? ANCIAUX: Vlaanderen is nu meer rechts ge-

worden, maar daarom niet meer Vlaamsgezind dan vroeger. De huidige N-VA-ministers gedragen zich als de grootste belgicisten die ik ooit gezien heb. Het is net daarom dat de

de inwoners van de hoofdstad en belet een effectieve bestrijding van de armoede. We stonden in 1988 dicht bij een fusie van de negentien gemeenten: bij de oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Jean-Luc Dehaene (CD&V) was toen minister van Institutionele Hervormingen. Ik pleitte bij hem voor zo’n fusie, maar hij wou er niet van weten: ‘Dat krijgen we er nooit door bij de Franstaligen’ zei hij, ‘maar we kunnen dat

den zoals Parijs. Dat is ook geen afzonderlijk gewest, het is een hoofdstad met districten. Aan die districten geef je lokaal gebonden bevoegdheden. En het geheel geldt dan als hoofdstad van de drie gemeenschappen in dit land: de Vlaamse, de Franse en de Duitstalige Gemeenschap. De negentien gemeenten moeten absoluut gefusioneerd moeten worden. Die structuur belemmert de solidariteit tussen

VIC ANCIAUX °1931 Boechout 1957 Geneeskunde (KU Leuven), huisarts in Machelen en arbeidsgeneesheer 1964-1967 Gemeenteraad Machelen 1971-1988 Gemeenteraad Brussel 1965-1995 Volksvertegenwoordiger Kamer 1977-1979 Staatssecretaris in de Belgische regering 1989-1997 Staatssecretaris in de Brusselse regering 1979-1986 Voorzitter van de Volksunie 1999-2015 Raad van Bestuur UZ Brussel 1998-2007 Voorzitter vzw NT2 voor volwassen anderstaligen 1998-2006 Voorzitter Vlaamse Liga tegen Kanker 1993-2012 Voorzitter Lokaal Overlegplatform voor het non-discriminatiepact in het Nederlandstalig Secundair Onderwijs van Brussel.


Donderdag 13 oktober 2016 I BRUZZ 1542 I 7

achteraf nog bespreken.’ Een tijdje nadien is de bevoegdheid om te fusioneren echter bij de gewestelijke overheden terechtgekomen. De Brusselse Hoofdstedelijke Raad zat toen en nu nog altijd - vol met burgemeesters en schepenen, en zij gingen zichzelf niet wegstemmen.

U hebt in 1997 zelf ontslag genomen uit de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, omdat de

taalkaders bij onder meer de brandweer niet gerespecteerd werden. Hoe kijkt u daarop terug? ANCIAUX: Eén van de ministers, Hervé Hasquin (MR) lachte me gewoon uit. Ik heb geen seconde spijt gehad van die keuze. Dat ontslag was een eindpunt in mijn politieke carrière, maar nadien heb ik veel boeiende dingen buiten de politiek kunnen doen. Ik zie het trouwens nog altijd als mijn grootste politieke ontgoo-

cheling dat ik de taalwetten nooit structureel heb kunnen verankeren. Foute gemeentelijke beslissingen zouden systematisch vernietigd moeten worden, maar dat gebeurde niet, en nog altijd niet. Over heel die taalkwestie heb ik dagen en nachten onderhandeld met mijn collega-ministers, Rufin Grijp (SP) en Jos Chabert (CVP), beiden goede vrienden. Ik heb hen toen voorgesteld om er met zijn drieën uit te stappen:

dat zou de regering helemaal geblokkeerd hebben. Jammer genoeg verbood hun partij hen om ook die stap te doen. Eigenlijk wou ik nog in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement blijven, om daar nog enkele maanden goed mijn gedacht te zeggen. Tot ik besefte dat Sven Gatz, toen mijn opvolger (nu Vlaams minister voor Open VLD, red.), dan zijn plaats in het parlement zou moeten afstaan. En dat wou ik niet.

INTERVIEW Oud-politicus Vic Anciaux (84) voelt zich politiek dakloos

‘Voor linkse flaminganten is nergens nog plaats’

Vic Anciaux “Dankzij de aanwezigheid van anderstaligen in Nederlandstalige scholen in Brussel zullen er over tien jaar veel meer Nederlandskundigen zijn.” © BART DEWAELE


8 I BRUZZ 1542 I Donderdag 13 OKTOBER 2016

men vooral niet naar Brussel wil komen. Dat is voor een stuk te wijten aan de Fransdolheid van de Franstalige Brusselaars en ik begrijp die reactie. Ik snap dat men in Dilbeek bordjes hangt met de boodschap ‘Waar Vlamingen thuis zijn’. Maar ik pleitte al decennia geleden voor meer ‘samenleving’ tussen Brussel en de Rand.

U hebt zichzelf nooit een separatist genoemd. Waarom? ANCIAUX: België is een ontmoetingsplaats tus-

“Ik pleitte in 1978 al voor de creatie van een westerse islam en stelde voor om imams hier op te leiden” Vic Anciaux Oud-politicus

sen de Romaanse en Germaanse culturen. Voor sommige mensen is dat misschien net een argument om te splitsen, maar voor mij niet: die twee oeroude culturen goed laten samenleven, vind ik een nobele doelstelling. Daarnaast geloof ik ook in solidariteit. Met de derde wereld, maar ook tussen Vlaanderen en Wallonië. We moeten die solidariteit behouden. En er is natuurlijk ook Brussel: pleiten voor onaf hankelijkheid betekent de facto Brussel opgeven. Als Vlaanderen onaf hankelijk zou worden, verliezen we Brussel, en dat zou heel wat nadelen voor Vlaanderen inhouden.

Wat ziet u als uw grootste politieke verwezenlijking? ANCIAUX: In 1977 was ik als staatssecretaris

© BART DEWAELE

Waarom waren die taalkaders zo belangrijk? ANCIAUX: De taalwetgeving is een wet van al-

gemene orde: ze moet altijd en correct toegepast worden. Er kan dus niet aan gemorreld worden. Die minachting voor taalwetten in Brussel is er nog altijd. Ik vind het jammer dat de Nederlandstalige fracties in Brussel daar te weinig inspanning voor doen. Ook N-VA niet. De federale regering is mee bevoegd voor die taalwetten, maar er wordt systematisch de andere kant opgekeken als het daarover gaat.

Op welke manier worden de taalrechten van de Nederlandstaligen in Brussel nog geschonden? ANCIAUX: Veel loketbedienden bij de gemeenten spreken nog altijd geen woord Nederlands. Het flagrantst is de situatie in de ziekenhuizen. Dat vind ik vreselijk. Als huisdokter in Machelen kwam ik al een halve eeuw geleden in contact met de Franstaligheid van de ziekenhuizen. Een gewone Vlaming die daar lag, kon het verhaal van zijn ziekte niet vertellen aan de dokter, omdat die het gewoon niet begreep. Een dokter die nota bene vijftien jaar gestudeerd heeft. En dat soort toestanden komt nog altijd voor. Voor mij is dat niet eens een taalkwestie, maar een sociale kwestie. Van thuis uit ben ik geen felle flamingant: heel mijn Vlaamsgezindheid is er gekomen om sociale redenen. Ik

verzet me tegen het sociale onrecht dat vanuit een hautaine pretentie gepleegd wordt. In de OCMW-ziekenhuizen is, door een nieuwe en speciale constructie, tweetaligheid zelfs niet verplicht. Dat is thans een flagrante lacune in de wetgeving.

die minderheid te respecteren, zoals de correcte toepassing van de taalwetten. Hoe kleiner de groep, hoe belangrijker die bescherming is.

Dan hebt u ook niet veel vertrouwen in de invoering van een tweetalige wachtdienst voor huisartsen?

ANCIAUX: Ongetwijfeld. Dankzij de aanwe-

ANCIAUX: Ik vind het niet meer dan logisch dat de Nederlands- en Franstalige huisartsenkringen goed samenwerken. Maar als je naar een eengemaakte huisartsenkring gaat, dan zal er gebeuren wat altijd gebeurt bij de zogenaamde tweetalige initiatieven: dat de Vlamingen opnieuw op het hoekje van de bank terechtkomen. Hetzelfde met het voorstel van minister-president Rudi Vervoort (PS) voor tweetalige lijsten: het klinkt mooi op papier, maar dan komen de Vlamingen opnieuw in een benadeelde situatie. Alles wat zogenaamd tweetalig is in Brussel leidde steeds tot een zwakkere positie voor de Vlamingen en hun rechten.

Begint het probleem niet bij de vaststelling dat er te weinig Nederlandstaligen zijn in Brussel? ANCIAUX: Net dan is het des te belangrijker dat de politiek er alles aan doet om de rechten van

Is het succes van het Nederlandstalig onderwijs de redding voor het Nederlands in Brussel? zigheid van anderstaligen in Nederlandstalige scholen zullen er over tien jaar veel meer Nederlandskundigen zijn. Met anderstaligen bedoel ik overigens niet zozeer Franstaligen, maar eerder allochtone jongeren. Zij zullen Nederlands kunnen spreken, en ze zullen minder of niet meer vijandig staan tegenover het Nederlands. En dat is een reden om optimistisch te zijn. Let wel: dat betekent niet dat ze ook Vlaams zullen worden. Ze zullen het politieke gewicht van de Vlaamse partijen niet verzwaren.

Vindt u dat Vlaanderen Brussel heeft losgelaten? ANCIAUX:: Zeker, en dat is al lang het geval. Al

lang geleden pleitte het gemeentebestuur in Vilvoorde voor de afschaffing van een tram die Vilvoorde met Brussel verbond, omdat de Brusselaars zo tot bij hen zouden kunnen komen. Daarmee belette men ook de inwoners van Vilvoorde om in Brussel te geraken. Ook in de rest van de Rand zie je de mentaliteit dat

bevoegd voor Nederlandstalige Cultuur in Brussel. Toen hadden we de ambitie om de Nederlandstalige cultuur vanuit Brussel te laten uitstralen over heel de wereld. We hebben in die periode de Ancienne Belgique en het G.C. De Markten gekocht, net als het G.C. De Kriekelaar in Schaarbeek, Zinnema in Anderlecht en het G.C. De Kroon in Sint-Agatha-Berchem. Dat ik die ambitie heb kunnen realiseren, daar ben ik echt trots op. Om de AB te kunnen krijgen, hebben we het tactisch moeten spelen. Voor Franse Cultuur was toen François Persoons (FDF) bevoegd. Telkens als wij iets wilden voor Nederlandstalige Cultuur, eiste hij het op voor de Franstaligen. En dus lieten we uitschijnen dat we interesse hadden in de Botanique. Het plan werkte: Persoons mengde zich onmiddellijk en eiste de Botanique op voor de Franse Gemeenschap. En zo kon ik de AB inpalmen (lacht).

Intussen voert Vic Anciaux een heel andere strijd. In mei werd bij u longkanker vastgesteld. ANCIAUX: Ik volg nu een nieuwe vorm van im-

muuntherapie. De sessies zijn bijna halverwege: de tumor is al een beetje gekrompen, en een deel van de uitzaaiingen is ook verdwenen. Ik heb redenen om voorzichtig optimistisch te zijn. Maar ik blijf eveneens en evenzeer een realist. Ik ben er me van bewust dat kanker een kwalijke ziekte is. Als voorzitter van de Vlaamse Liga tegen Kanker bezocht ik regelmatig kankerpatiënten die aan zee met vakantie waren. ‘Je moet die ziekte niet wegsteken. Kanker hebben is geen schande,’ zei ik tegen hen. ‘De zon blijven zien schijnen, ook al zit ze verscholen achter de wolken, dàt moet je doen.’ Nu ik zelf de ziekte heb, besef ik dat ik zelf ook zo moet zijn. Daarom steek ik mijn ziekte nu niet weg. Ik denk dat ik mentaal sterk genoeg ben. Mijn contacten met kankerpatiënten hebben daar veel aan geholpen. Bij mijn bezoeken aan de kankerpatiënten met vakantie heb ik ervaren dat ik weinig groepen mensen ontmoet waar zoveel gelachen wordt als bij hen. In contact met lotgenoten fleuren die mensen op. Daar put ik nu mijn moed uit: het is mogelijk om te overwinnen, en het is mogelijk om nog te genieten van een deel van het leven. Filip Van Der Elst Steven Van Garsse


ADVERTENTIE

DE TRAM HEEFT ALTIJD VOORRANG

safety.mivb.be


10 I BRUZZ 1542 I Donderdag 13 oktober 2016

ANALYSE Drie specialisten ontleden het succes van de PVDA

‘PS is het noorden kwijt’ BRUSSEL - Oppositie voeren ligt de PS niet en ondertussen stijgt de radicaal-linkse PVDA in de peilingen. Waar loopt het mis voor de Franstalige socialisten? De sociaaldemocratie heeft het in heel West-Europa moeilijk, zegt ULB-politoloog Pascal Delwit.

P

S-coryfee Laurette Onkelinx is in paniek: de peilingen zijn in Wallonië niet goed, en in Brussel zelfs barslecht. Vooral het succes van de radicaal-linkse PTB baart haar zorgen, maar introspectie blijkt moeilijk voor de Franstalige socialisten. De Walen en de Brusselaars kiezen volgens Onkelinx voor de PTB uit woede voor het beleid van de federale regering. De PTB maakt in Onkelinx’ ogen beloftes die de partij in een Europese context niet kan waarmaken en streeft naar revolutie. Is dat niet kort door de bocht? Moet Onkelinx niet in eigen boezem kijken? Wij vroegen een politiek filosoof, Thomas Decreus (KU Leuven), en twee politologen, Dave Sinardet (VUB) en Pascal Delwit (ULB) om hun mening. Hoe verklaren zij de spectaculaire stijging van de PTB en is de PVDA-PTB in het diepst van haar gedachten nog altijd even maoïstisch als haar voorganger Alle Macht aan de Arbeiders (Amada)? Voor Thomas Decreus dringt een bredere duiding dan alleen Franstalig België zich op: “De opkomst van de PVDA-PTB is deels een internationaal fenomeen: er komen aan de linkerzijde van de sociaaldemocratische partijen of de voormalige sociaaldemocratische partijen nieuwe linkse partijen. Vanuit die invalshoek past de PVDA-PTB in het rijtje van Podemos in Spanje, Syriza in Griekenland, Jeremy Corbyn in Groot-Brittannië en zelfs Bernie Sanders in de Verenigde Staten. De bestaande sociaaldemocratische partijen zijn kapot geregeerd, ze worden gepercipieerd als establishment en hebben op die manier ruimte gecreëerd voor een nieuwe partij op links.” Uit de contacten die Decreus heeft met de PVDA blijkt niet dat ze nog altijd maoïstisch zou zijn. “Maar”, zo onderstreept Decreus, “ik ken de interne partijwerking en de interne debatten niet. Mij komt die partij over als een traditionele sociaaldemocratische partij uit de jaren 1960-1970. Ik zie in hun opvattingen geen communisme, maar consequent socialisme. Hun standpunten zijn klassieke sociaaldemocratische standpunten. Het zijn bijvoorbeeld ook de opinies van Bernie Sanders.” Decreus vindt het geen slechte evolutie dat er aan de linkerzijde van het politieke spectrum een nieuwe partij komt. “Het verplicht de bestaande sociaaldemocratische partijen tot een kritisch zelfonderzoek: zijn ze niet te veel geëvolueerd in een bepaalde richting? De PTB dwingt de PS om opnieuw meer aan te leunen bij de klassieke socialistische standpunten.” Dat Onkelinx de PTB beschuldigt van valse beloftes of de kiezers waarschuwt voor de revolutie is volgens Decreus onderdeel van het politieke spel: “Alle partijen maken de kiezers bang voor de andere partijen.” In Vlaanderen scoort de PVDA minder dan in Wallonië en Brussel. “Als je op stedelijk

“De opkomst van de PVDA-PTB is deels een internationaal fenomeen” Thomas Decreus Politiek filosoof KU Leuven

“De PS is al sinds oktober 2012 ongerust over de opgang van de PTB”

Pascal DelWit Politoloog ULB

“Zeker in Brussel is de PS niet zichtbaar als bestuurspartij ”

Dave Sinardet Politoloog VUB

niveau kijkt, scoorden ze in Antwerpen en Gent wel goed,” zegt Decreus: “Op dit ogenblik voert PVDA-PTB goed oppositie. De partij heeft ook een goede studiedienst. Dat is bij sociaaldemocratische partijen zoals de SP.A niet langer het geval. Toch acht ik de kans dat de PVDA of de PTB binnen afzienbare tijd meeregeert op Vlaams en federaal niveau gering. Andere partijen zullen dat weigeren. In de grote steden is dat anders, misschien kunnen ze daar wel meebesturen, maar ook dat valt af te wachten.”

Anti-establishment Volgens Dave Sinardet hebben de anti-establishmentpartijen, aan de linker- en de rechterzijde succes bij de verliezers van de globalisering. “De flexibilisering van de arbeidsmarkt is niet per se positief voor laaggeschoolden. Daar speelt de PTB op in. In tegenstelling tot Vlaanderen was het politieke landschap in Franstalig België sinds de jaren 1980 met PS, MR, CDH en Ecolo vrij stabiel. Nu hebben ze met de PTB ook hun uitdager,” zegt Sinardet. “Franstalig België heeft bij wijze van spreken zijn ‘achterstand’ ten opzichte van de rest van Europa ingehaald. Maar er is ook de lokale context: zeker in Brussel is de PS niet zichtbaar als bestuurspartij. Het is

helemaal niet duidelijk waar de PS als grootste regeerpartij voor staat. En natuurlijk helpt de figuur van minister-president Rudi Vervoort hier niet bij, een populaire PS’er aan het hoofd van de regering zou wellicht wat meer verschil maken.” Is de PTB nog altijd een maoïstische partij? De bredere leiding van de PTB komt uit de maoïstische traditie, zegt Sinardet. “Er is geen putsch geweest, maar het programma is breder ingevuld. Natuurlijk mag je de vraag stellen of het pure marketing is, maar intentieprocessen mag je niet maken. Je moet kijken naar de programma’s. De PTB heeft ook geluk met een charismatisch figuur als Raoul Hedebouw. Mocht de partij al eerder een charismatisch figuur gehad hebben, was ze misschien vroeger doorgebroken. Hedebouw mag dan niet opkomen in Brussel, ik kan me voorstellen dat er wel veel Brusselse, linkse kiezers opkijken naar hem als gezicht van de partij.” Volgens Pascal Delwit is de PS al sinds oktober 2012 ongerust over de opgang van de PTB die met de gemeenteraadsverkiezingen zetels veroverde in zes Waalse ‘PS-gemeenten’, net als in twee Brusselse gemeenten: Schaarbeek en Molenbeek. In 2014 heeft de PTB bovendien zetels behaald op federaal en op gewestelijk niveau. Met de laatste peiling overschreed de PTB in Brussel voor de eerste keer de kaap van de tien procent, vandaar allicht de felle reactie van Onkelinx. Delwit: “De PS weet gewoon niet hoe zich te positioneren ten opzichte van de PTB, nu eens kiest de partij ervoor om niet over de PTB te communiceren, de andere keer doet ze dat wel.”

Marxistisch-leninistisch “De PS wordt geconfronteerd met een aantal problemen waar de PTB van profiteert. De PS heeft een kwarteeuw, bijna twee generaties lang, geregeerd. Vervellen tot oppositiepartij is niet evident, zeker niet als voormalig eerste minister Elio Di Rupo oppositie voert als partijvoorzitter en Laurette Onkelinx, die


Donderdag 13 oktober 2016 I BRUZZ 1542 I 11

22 jaar minister geweest is, dat doet als fractievoorzitter in de Kamer. In het Waals Gewest, het Brussels Gewest en de Franse Gemeenschap is de PS wel aan de macht. Daardoor is het zeer moeilijk om een coherent discours te voeren.” Politiek is de PTB geen maoïstische partij meer: “Ze verdedigen de culturele revolutie niet meer die Mao in de jaren 1960 en 1970 predikte. In zeker opzicht zijn ze wel marxistisch-leninistisch. Ze hebben het moeilijk om zich te definiëren. Er zijn nog historische figuren in de leiding en de jongeren zijn vaak de zonen en dochters van. Ze hebben het radicale marxisme-leninisme nog meegemaakt.” Cultureel blijven ze wel maoïsten: “Eén van de grote ideeën van het maoïsme was dat de leiders naar het volk moesten trekken. Ze moesten weten hoe de boeren en de arbeiders leefden en luisteren naar de gewone mensen. Ook de PTB’ers gaan van deur tot deur, trekken naar de sociale woningen en richten met de dokters van Geneeskunde voor het Volk Maisons Médicales op, waar ze met gewone mensen in contact komen.” De vraag rijst of de sociaaldemocratie niet de prijs betaalt voor het omarmen van het neoliberalisme. Delwit: “In de jaren 1990 heeft de sociaaldemocratie ideologisch niet gereageerd op het neoliberalisme, integendeel, de partijen hebben punten van het neoliberalisme in hun programma opgenomen. Het duidelijkste voorbeeld is Groot-Brittannië met Tony Blair, maar het was ook het geval met de leider van de SPD (Gerhard Schröder, DV) in Duitsland. In België was de weerslag door de stemplicht veel minder. De PS is nog altijd de partij van het gewone volk. Zij heeft ideologisch niet tegen het neoliberalisme gevochten, maar de PS is zich met de verdediging van de sociale zekerheid en de index wel blijven inzetten voor het gewone volk.” Danny Vileyn

RAOUL HEDEBOUW VAN DE PVDA-PTB: een charismatisch figuur, zegt politoloog Dave Sinardet.

BIOGAS uit de tuin

Organisch afval, zoals tuinafval en voedselresten, wordt omgezet in biogas en compost.

© SHUTTERSTOCK

Met enkele technische aanpassingen werd de geurhinder van de biogascentrale in Rijsel beperkt.

milieu Brussels Parlement doet in Rijsel ideeën op rond afvalverwerking

‘Bussen op biogas zijn haalbaar’ RIJSEL - Het is technisch perfect mogelijk om een deel van de Brusselse bussen op gas te laten rijden. Dat is de conclusie van enkele parlementsleden, die in Rijsel gingen kijken hoe de Noord-Franse stad met organisch afval omgaat. Groen herhaalt daarom zijn pleidooi voor een biogascentrale in Brussel. De commissie Leefmilieu bracht een bezoek aan Rijsel, om ideeën op te doen rond milieuvriendelijke initiatieven. Vooral de praktische mogelijkheden die het ‘Centre de Valorisation Organique’ (CVO) biedt, zijn blijven hangen. Het CVO zet organisch afval om in biogas en compost. Het compost doet vooral dienst voor landbouwers uit de regio, het gas heeft een speciaal doel. “Een vijftigtal van de vierhonderd bussen in Rijsel, rijdt op gas,” legt Marie-Hélène Delmotte van hry CVO uit. “Er ligt een busdepot net

“Utopisch? Er zijn veel voorbeelden in Europa zoals Rijsel” Annemie Maes Parlementslid Groen

© ID - BRECHT VAN MAELE

STANK

naast onze fabriek. Het gas dat niet gebruikt wordt door de bussen, gaat naar het gewone gasnetwerk.” De MIVB experimenteerde in 2010 al met bussen op gas, maar dat proefproject werd snel stopgezet. “Vooral uit financiële overwegin-

gen, want er waren extra investeringen in infrastructuur nodig,” zegt parlementslid Arnaud Pinxteren (Ecolo). “En eigenlijk vindt men elektrische bussen beter geschikt voor de toekomst. Maar het duurt nog zeker vijftien jaar voor de tijd daar echt rijp voor is. In de tussentijd zouden bussen op gas een goede optie zijn.” Het CVO in Rijsel behandelt per jaar zo’n 51.000 ton organisch afval, zoals tuinafval en voedselresten. In Brussel wordt het proefproject met een aparte ophaling van het organisch afval uitgebreid naar het hele Gewest. Op dit moment wordt het afval nadien overgebracht naar een fabriek in Ieper. Parlementslid Annemie Maes (Groen) pleit ervoor om in Brussel een installatie zoals in Rijsel te bouwen. In de loop van het najaar bespreekt het Brussels Parlement een voorstel tot resolutie van Groen daarover. Veel hoop dat de regering in actie zal schieten, heeft Maes echter niet: “We krijgen geregeld het verwijt dat we utopisten zijn, maar er zijn veel voorbeelden in Europa zoals hier in Rijsel. We willen de regering aanmanen om zelf te gaan kijken hoe het dan wel kan. Jammer genoeg is er vandaag geen enkele vertegenwoordiger van de regering meegereisd,” betreurt Maes.

Eén van de obstakels voor de bouw van een biogascentrale, is de geurhinder. Ook in Rijsel hebben ze daar last van gehad, geeft Delmotte toe. “Pas na enkele technische ingrepen, waaronder een verbetering aan de ventilatie zodat de geur meer binnen blijft, zijn die problemen grotendeels van de baan. We informeren onze buurtbewoners onmiddellijk als er een probleem is, en dat leidt tot een goede band met de omgeving.” De parlementsleden brachten ook een bezoek aan Pocheco, een bedrijf dat enveloppen maakt en wordt gelauwerd vanwege de ecologische inspanningen: de hele fabriek is zo goed als klimaatneutraal, met een CO2-uitstoot van minder dan een procent. Zo wordt de warmte die vrijkomt in de machineruimte (tot 90 graden), gebruikt voor de verwarming. Het papier voor de enveloppen komt van bomen uit Finland, “maar voor elke gekapte boom, worden er drie à vier nieuwe bomen geplant,” verzekert het bedrijf. “Pocheco toont aan dat de transitie van een klassiek bedrijf naar een ecologisch verantwoorde organisatie perfect haalbaar is. Het bedrijf heeft amper nog afval. Zulke bedrijven vind je ook in Brussel, maar nog veel te weinig en niet zo intelligent uitgebouwd,” zegt Maes. Filip Van Der Elst


12 I BRUZZ 1542 I Donderdag 13 oktober 2016

INTERVIEW Bouwmeester Leo Van Broeck wil Vlaming uit zijn villa lokken

‘De stad is veel veiliger dan de verkaveling’ BRUSSEL - We moeten met zijn allen dichter bij elkaar gaan wonen om een efficiënt openbaar vervoer mogelijk te maken en meer ruimte te laten voor groen. Dat is de boodschap van kersvers Vlaams bouwmeester Leo Van Broeck. “Rond de GEN-stations in de Rand rond Brussel moeten we durven te verdichten tot acht, tien of twaalf bouwlagen.”

S

inds september heeft Vlaanderen een nieuwe bouwmeester. Leo Van Broeck, die eerder zijn sporen verdiende als architec t uur professor in Leuven en oprichter-vennoot van het Brusselse architectenbureau Bogdan & Van Broeck, hoopt de tendens van ruimtelijke versnippering in Vlaanderen om te keren.

werkt met goede bedoelingen – was het imago van het ambt van bouwmeester aangetast. Maar de planeet warmt op en België breekt elke maand zijn filerecord. Ik denk dat je de maatschappij niet meer moet overtuigen, het water staat ons aan de lippen. Ik vermoed dat ik kans maakte omdat ik die sterke visie altijd heb gekoppeld aan communicatie. Ik wil een draagvlak creëren. Burgers veranderen niet omdat ze moeten. Bij de Belg gaan dan de achterpoortjes open, of hij neemt een advocaat en stapt naar de Raad van State. De-

Opvallend: u bent na Peter Swinnen de tweede Brusselse architect op rij die Vlaams bouwmeester wordt. Toeval? VAN BROECK: Ik denk het wel. Ik ben

geboren in Antwerpen en heb jaren in Leuven gestudeerd en gewoond. Sinds elf jaar woon ik in Brussel. Ons bureau zit hier ook, maar we zijn actief in heel België en zelfs daarbuiten. Wat is een Brusselaar? Iemand die in Brussel woont. Onze identiteit is heel flexibel en individueel geworden. Ik denk niet dat dat nog zo belangrijk is. Voor mij persoonlijk wel, want ik woon hier heel graag. Het kosmopolitische karakter van de stad is een verademing tegenover meer provinciale visies op identiteit.

Uw aanstelling was een verrassing. De bouwmeesterfunctie stond op een bepaald moment op de helling, maar uiteindelijk kozen ze iemand met een uitgesproken mening over verdichting, geen evident thema. Hoe hebt u de Vlaamse regering kunnen overtuigen? VAN BROECK: Zonder dat er sprake

was van kwaad opzet – iedereen

“Rijwoningen met een tuintje zijn ook een deel van de oplossing” Leo Van Broeck Vlaams bouwmeester

mocratie werkt pas als je de burgers goed informeert. Het is een klassieke boutade: inspraak zonder inzicht leidt tot uitspraken zonder uitzicht. Dan krijg je bijvoorbeeld een Brexit. Je moet de burger dus inzicht geven in de problemen.

Hoe gaat u dat doen? VAN BROECK: Heel veel lezingen

geven, en veel aanwezig zijn in de media. Praten werkt. Mensen moeten weten dat passief bouw op het platteland een hogere ecologische voetafdruk heeft dan een niet-geïsoleerd rijhuis in de stad. Of dat

het aantal verkeersslachtoffers in auto-af hankelijke verkavelingen vier keer hoger ligt dan in de stad of de dorpskern. De stad is dus veel veiliger dan de verkaveling. We moeten het heilige huisje van de Vlaming niet af breken. We tonen hem een ander, beter en leuker heilig huisje. If it’s not fun, it’s not gonna work. De Vlaming is een bourgondiër die graag een trappist drinkt en lekker eet. Mijn boodschap is: het wordt niet minder in de toekomst, ook niet meer, maar wel beter. Kwantitatieve groei kan onze planeet niet meer aan, maar we kunnen er wel voor zorgen dat we allemaal beter leven en minder ecologische schade veroorzaken. We kunnen allemaal vlak bij natuur wonen en op tien minuten van het werk, zodat we meer tijd hebben voor partner en kinderen. Dat is de essentie, ik probeer in te zetten op een positief verhaal.

Hoe zou bijvoorbeeld de Rand rond Brussel moeten evolueren? VAN BROECK: We moeten resoluut

verdichten in goed ontsloten kernen. Als bijvoorbeeld Dilbeek een GEN krijgt, moet je rond de stopplaatsen niet van twee naar vier, maar naar acht, tien of twaalf bouwlagen gaan, aangevuld met rijwoningen met tuin. Zo kan je een multipolair netwerk rond Brussel creëren vanwaar pendelaars met de trein of de metro in tien minuten in het centrum staan. Zo kan de Rand ook opnieuw groen worden. Zoniet wordt het één gigantische verkaveling, een woonsmurrie.

Dat transportnet uitbouwen lukt heel moeizaam…

kant van de zaak? Zijn mensen daar wel voor gemaakt?

VAN BROECK: Je ziet zowel aan Vlaamse als aan Waalse zijde dat veel van die connecties weggestemd worden uit schrik voor de import van bijvoorbeeld anderstaligen, kansarmen of migranten. De Rand wil per se dorp blijven en villa’tjes bouwen, maar zo wordt het een eindeloze verkaveling die op amper tien kilometer van het centrum van Brussel slecht ontsloten is door het openbaar vervoer.

VAN BROECK: Er is argwaan tegen-

Kan die angst voor de stad weggenomen worden? VAN BROECK: Ik denk dat die zal we-

gebben met de generaties. De meeste Vlamingen of Walen hebben niet door dat hun zoon of dochter ondertussen op Erasmus in Spanje een Duits lief opdoet, met hem of haar kinderen krijgt op een booreiland van Jan De Nul in Singapore en die kinderen dan naar het middelbaar onderwijs stuurt in Tokio. We beseffen niet hoe snel het zal gaan met de planetaire blending de komende jaren. We moeten ook leren uit onze fouten. De grote modernistische projecten waarbij we tweeduizend kansarme gezinnen concentreerden in wijken zoals Linkeroever in Antwerpen of Rabot in Gent hebben gefaald. Niet omdat het torens zijn, maar omdat er te veel arme mensen bij elkaar zitten. Doe je dat in een verkaveling, dan krijg je ook problemen. Dus moeten we een goede sociale mix nastreven.

U pleit voor hoogbouw, en daar zijn zeker rationele argumenten voor, maar wat met de psychologische

over torens, maar wie het probeert, zal misschien vaststellen dat het leuker is dan gedacht. Het zal nooit voor iedereen werken. Als ik pleit voor verdichting hoeft dat niet altijd hoogbouw te zijn. Rijwoningen met een tuintje zijn ook een deel van de oplossing. Daarmee kan je vijftig of zestig woningen per hectare bouwen. Het probleem zijn de verkavelingen met vrijstaande woningen. Daar moeten we onmiddellijk mee stoppen.

Moeten we die al die villa’s dan afbreken? VAN BROECK: Na dertig jaar zijn die

versleten en dan kost een sanering evenveel als een nieuwbouw. Voor hetzelfde geld kan je dan elders een goed appartement of rijwoning bouwen. Om dat te kunnen moeten we een grondruilmechanisme op poten zetten, waarbij de burger zijn kapitaal behoudt. Daar is de overheid mee bezig, ook in andere landen. Het is de enige manier om onze overconsumptie van ruimte terug te draaien. We moeten au sérieux nemen wat de Vlaming zoekt in zijn fermette, en dat proberen aan te bieden in de stad of de dorpskern, vlak bij openbaar vervoer, winkels, scholen en cultuur. Zo krijg je het beste van twee werelden. Maak gezinsvriendelijke appartementen met een wintertuin. Of voorzie in collectieve lokalen: een goed geïsoleerde ruimte met een piano waar je per halfuur kan reserveren en niemand stoort, of een plek waar je eens een verjaardagsfeest kan organiseren met dertig man.


Donderdag 13 oktober 2016 I BRUZZ 1542 I 13

LEO VAN BROECK 1958: geboren in Antwerpen 1981: diploma burgerlijk ingenieur-architect, KU Leuven 1986: Start Leo Van Broeck Architects, Leuven 1995: Assistent en later docent architectuur KU Leuven 1997: Oprichter Stichting Stad en Architectuur in Leuven 1998: Start Van Broeck & Meeuwissen ir.architecten, Leuven, later herdoopt in VMBarchitects 2001: Betrokken bij oprichting Vlaams Architectuurinstituut (VAi) 2007: Oprichting Bogdan & Van Broeck in Brussel – realisaties zijn onder meer de U-Residence aan de VUB en het pas ingehuldigde bedrijvencentrum Coop in Anderlecht

Wat doet de Vlaamse bouwmeester? Achter de bouwmeester gaat een heel team van zestien mensen schuil. “Zelfs veel architecten weten dat niet, maar ik ben eigenlijk maar de trainer van de ploeg,” zegt Van Broeck. Het team heeft twee opdrachten. Ten eerste is dat van de vele Vlaamse overheidsinstanties goede bouwheren maken. Dat kan ook in Brussel zijn als de opdrachtgever een Vlaamse instelling is zoals het Kaaitheater of de VRT. In dat geval wordt samengewerkt met Brussels bouwmeester Kristiaan Borret. Het gaat daarbij eerder om goed dan om mooi bouwen. “We moeten projecten voor de toekomst maken en ons afvragen of we ze wel op de juiste plaats bouwen, of we genoeg ruimte laten voor de natuur,...” Een tweede opdracht is een brede visie op architectuur en stedenbouw formuleren. De hele Vlaamse regering, dus over alle beleidsdomeinen heen, kan terugvallen op die knowhow.

Fermette “We moeten au sérieux nemen wat de Vlaming zoekt in zijn fermette, en dat proberen aan te bieden in de stad of de dorpskern, vlak bij openbaar vervoer, winkels, scholen en cultuur.” © SASKIA VANDERSTICHELE

U bent vier jaar bouwmeester en uw vennote Oana Bogdan is tijdelijk benoemd tot staatssecretaris van Cultuur in Roemenië. Is er nog tijd voor projecten bij architectenbureau Bogdan & Van Broeck? VAN BROECK: Dat lukt omdat we en-

kele jaren geleden al beslist hebben om zelfsturende teams te maken binnen ons bureau. Ik ben er nog twee halve dagen per week en daarnaast ben ik ’s avonds beschikbaar voor vergaderingen of voor vragen via e-mail of Skype. Dan geef ik ook nog les. Het bouwmeesterschap consumeert bijna al mijn vrije tijd, maar ik beschouw het als maatschappelijk engagement. Onze ruimte is ziek, we moeten een remedie vinden. Laurent Vermeersch

‘Casino in het Justitiepaleis’ Behalve voor radicale verdichting pleit Leo Van Broeck voor een radicale ommezwaai in ons erfgoedbeleid. “Je mag een gebouw al eens doorzagen of een hedendaagse toevoeging doen,” zegt Van Broeck. “Een monument is zoals elk ander gebouw: het is geen object, maar een proces van permanente verandering. Gebouwen zijn heel hun leven door verbouwd en aangepast. Een gebouw sterft als het stopt met veranderen. Ook beschermde gebouwen moet je dus kunnen aanpassen aan nieuwe functies. Als we te houterig omgaan met het verleden, krijgen we monumenten van bordkarton waar

niets meer mee gebeurt.” Een voorbeeld: het Justitiepaleis aan het Poelaertplein zou een nieuw leven kunnen vinden als cultuur- en ontspanningscentrum, met toeristenlift naar de koepel én een casino. “Veel advocaten willen er niet meer pleiten omdat het niet bepaald een humane en laagdrempelige justitie belichaamt,” zegt Van Broeck. “De grote inkomhal zou ideaal zijn voor een publiek museum, en verder kan je er winkels, restaurants en woningen in onderbrengen. De zigzaghelling richting Marollen is ideaal als skateparcours. De gerechtszalen kunnen een casino worden. Het gebouw

heeft iets van Las Vegas: la folie des grandeurs. Maak er een geldmachine van en geef het terug aan het volk. De site is tenslotte gestolen van de Marollen. Het is de enige manier om het gebouw te redden. Het staat nu te verkommeren en slorpt fortuinen op.” Ook kasseien vinden geen genade bij Van Broeck. “We moeten stoppen met de mensen daarmee te koeioneren: als fietser krijg ik er een zere rug van, het is gevaarlijk bij regenweer, er zijn constant verzakkingen, het maakt auto’s lawaaierig, helpt naaldhakken naar de verdoemenis en is een hel voor mensen in een rolstoel. Dat soort misplaatste

nostalgie is zoals tanden trekken zonder verdoving. Toon dat in een museum, maar verplicht moderne burgers niet om krakkemikkige dingen te gebruiken.”


14 I BRUZZ 1542 I Donderdag 13 oktober 2016

Stel zelf je vraag EN STEM op BRUZZ.BE

Simon steverlinck uit brussel:

Ik woon in de Marcel Grunerstraat in Sint-Jans-Molenbeek. Wie was Marcel Gruner? Hoewel deze rubriek niet bedoeld is om alle straatnamen van Brussel te verklaren, zijn we toch blij met deze vraag van de week. Ze levert immers een nog onbekend, maar spannend verhaal op over een soort Molenbeeks Kuifje dat tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn leven gaf voor het vaderland. Over Marcel Gruner is op het internet of in encyclopedieën nauwelijks iets te vinden. Gelukkig is er Maria Vandenbosch (75), samen met haar man Jean Boterdael zowat het levende geheugen van Molenbeek. De twee gepensioneerde gemeenteambtenaren vormen al jaren de spil van Molenbecca, de Molenbeekse heemkundige kring. In hun appartement op de twaalfde verdieping van een flatgebouw aan de Edmond Machtenslaan hebben ze een indrukwekkend archief aangelegd. Ook Marcel Gruner, wiens naam af en toe ook met umlaut geschreven wordt, komt erin voor. “Hij werd geboren op 17 februari 1922 in Etterbeek,” vertelt Vandenbosch. “Zijn ouders kwamen vanuit de Elzas naar Brussel. Het gezin woonde in de Kortrijkstraat en Marcel ging naar de gemeenteschool en was ook bij de scouts.” Tijdens de oorlog rekruteerde het verzet volop bij de scouts. Ook Gruner ging bij de weerstand. Eerst was hij actief in België, later probeerde hij in Engeland te geraken. Vandenbosch duikelt een brief op van de Federatie van de agenten-valschermspringers, een speciale afdeling van het toenmalige Belgische ministerie van Defensie in Londen. Hierin wordt beschreven wat voor een held de jonge Gruner was. Hij bereikte Engeland pas na een lange, moeizame reis tijdens dewelke hij maandenlang opgesloten zat in het Spaanse kamp Miranda. Eenmaal over het kanaal kreeg hij een opleiding tot parachutist-telegrafist en

“Het was echt iets voor burgemeester Machtens om een straat naar de jonge verzetsheld te vernoemen” Maria Vandenbosch Bezieler Molenbecca

© WIJJNAND

Marcel Grüner seinde tijdens WO II versleutelde berichten naar Londen. begin 1944 werd hij gedropt in België. Volgens de brief was Bib, zoals Gruners codenaam luidde, één van de moedigste en betrouwbaarste telegrafisten. “Elke dag seinde hij versleutelde berichten door naar Londen en legde zo een vaste verbinding tussen het geheime verzetsleger in België en Londen.” Maar de Gestapo zat hem al snel op de hielen, en vond hem. Op 6 augustus 1944 werd hij opgepakt in het huis in het Waals-Brabantse Tilly-Mellery waar hij zich schuilhield. Gruner belandde in de gevangenis van Sint-Gillis. Vanaf daar ontbreekt elk spoor. “Wellicht werd hij standrechtelijke geëxecuteerd door de Gestapo,” aldus de brief. Volgens het Molenbeekse bevolkingsregister overleed hij ergens tussen augustus 1944 en december 1945. Na de oorlog werd Gruner, van wie helaas geen foto bestaat, postuum gelauwerd met allerlei eretekens en ook met een eigen straat. Op 25 mei 1946 doopte de socialistische burgemeester Edmond Machtens de Kelkstraat (rue du

Calice) om tot Marcel Grunerstraat. “Dat was echt iets voor Machtens. Hij had zelf ook in het verzet gezeten en stond erop om eer bewijzen aan alle gevallen verzetsstrijders uit de gemeente,” zegt Vandenbosch, die tijdens haar carrière op het gemeentebestuur bijna twintig jaar onder Machtens werkte. In het archief heeft ze de toespraak die de burgemeester hield bij de inhuldiging van de straat. Daarin niets dan lof voor de jonge Molenbekenaar. “Hij heeft zich op heroïsche wijze opgeofferd, louter uit liefde voor zijn land en uit verlangen naar vrijheid voor ons allen.” Bettina Hubo

VOLGENDE WEEK In oktober maakt Big City extra plaats voor studenten. Ben jij een Big City Student? Zit je met een vraag over Brussel? Laat het ons weten via bruzz.be/bigcitystudent.

JOUW MENING

lezersbrieven@bruzz.be

EEN ALGEMENE TAAL In het interview met Helder De Schutter (BRUZZ 1539), zegt hij: “Tegelijk zullen we allemaal meer en goed Engels moeten spreken om te communiceren met talige anderen: we kunnen de Engelse hegemonie niet stoppen.” Dat laatste is manifest onwaar. We zouden terecht na de Brexit kunnen aandringen op het terugdringen van het Engels als één van de belangrijke “werktalen” in de EU. Het vereist alleen maar de nodige politieke moed. Vanuit de hele wereld zou men kunnen aandringen dat minstens de VN een programma opzet om een universele taal te ontwikkelen, die in de communicatie wereldwijd als tweede taal na de moedertaal zou kunnen worden ge-

bruikt. Er zijn daartoe al pogingen ondernomen; helaas zijn die verdienstelijke inspanningen steeds beperkt geweest tot een aantal min of meer dominante taalgroepen als basis voor hun voorgestelde universele taal. Maar theoretisch moet het mogelijk zijn een algemene taal te ontwikkelen die rekening houdt met al wat er aan taalkundige rijkdom op de wereld leeft: niet alleen de Indo-Europese talen, maar ook die uit het verre en nabije Oosten, de talen van de Indiaanse gemeenschappen op het Amerikaanse vasteland, van de oorspronkelijke bewoners van Nieuw-Zeeland en Australië, van mensen in Poolgebieden en in Centraal-Afrika. Als we gelijkheid onder de mensen nastreven, moeten we utopisch durven te denken. Via de VN een wereldtaal creëren, kan een utopie

lijken, maar wat is het principe van gelijkheid waard als er om “praktische” redenen voortdurend wordt van afgeweken?

Prof. Dr. Joost Rampelberg, Molenbeek

LOEIENDE SIRENES Ik kan Yves Vandenbergh alleen maar bijtreden (‘Stop de Sirenes’ in BRUZZ 1541). Ik woon in de Tentoonstellingslaan in Jette. Sinds de werkzaamheden voor tramlijn 9 begonnen zijn, passeren alle ambulances van en naar het UZ Brussel hier. Zeker tachtig procent doet dat met keihard loeiende sirenes. Zijn al die lawaaierige verplaatsingen “dringend”? Het zijn er soms meer dan zes in een uur tijd. Zelfs rond middernacht en voor zes uur ’s morgens wordt iedereen wakker

“gejankt”. Sommige ambulances hebben verschillende deuntjes, waarvan er één erg irriterend is, en soms zetten ze die deuntjes afwisselend op. Onmogelijk om er niet door gestoord te worden. Sommige ambulances rijden per twee - een reanimatiewagen en een gewone ambulance - en zetten allebei hun sirenes op, liefst elk met een verschillende toon. Een buurvrouw die zonder dringendheid naar het UZ werd vervoerd, vroeg aan de ambulanciers om de sirene niet op te zet-

ten. Hun antwoord: “Wij moeten dat opzetten, dat is verplicht.” Zelf volgde ik ooit een ambulance die met loeiende sirenes naar het UZ reed, om daar vast te stellen dat die terugkwam van een lege rit en doodgewoon parkeerde tussen de andere voertuigen in de brandweerkazerne. Constant last hebben van opdringerig lawaai kan trouwens leiden tot hartaanvallen. Misschien willen die ambulanciers van de hele buurt toekomstige klanten maken?

Jacques Scalais, Jette

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bruzz.be. Schrijven kan naar BRUZZ-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bruzz.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.


ADVERTENTIE

ADVERTENTIE

Geef griep geen kans! Laat je vaccineren. Een griepvaccinatie is aangewezen voor: • • • •

personen met een chronische aandoening ouderen zwangere vrouwen personen werkzaam in de gezondheidssector

De beste periode om zich te laten vaccineren is tussen 15 oktober en 15 november. Vraag een voorschrift aan uw huisarts. Heeft u nog geen huisarts? U kunt er een vinden op Zorgzoeker.be.

Sociale Verhuurkantoren (SVK)

Verhuur uw woning zonder risico en zonder zorgen

a Gegarandeerde huur elke maand a

Verzekerd verhuurbeheer

a Onderhoud van uw woning

a Hulp bij renovatie a Fiscale voordelen

www.fedsvk.be 02 412 72 44 Een initiatief van het Agentschap Zorg en Gezondheid van de Vlaamse Overheid, in samenwerking met het Vlaamse Griepplatform en de Vlaamse Gemeenschapscommissie ADVERTENTIE

Versterk jouw veerkracht!

www.noknok.be (12 - 16 j)

www.fitinjehoofd.be (vanaf 16j)

www.zilverwijzer.be (senioren)

10 oktober werelddag geestelijke gezondheid

ADVERTENTIE

MEGA VINO 2016 www.conceptum.eu

THE BIGGEST WINE EVENT IN THE BENELUX

21 > 24 / 10 / 2016 GASTLAND

www.megavino.be


ADVERTENTIE

r e e s i n O rg a ! e i t c a een

p a c i d n a h n e e t e m n e s n e m e w n e p l e h n Same Doe mee en organiseer een actie! Want samen met jou zamelen we geld in voor de Brailleliga en Indivo. Twee vzw’s die Brussel leefbaar maken voor mensen met een handicap. Surf naar brusselhelpt.be voor meer info


MIJN GEDACHT

Donderdag 13 oktober 2016 I BRUZZ 1542 I 17

BOUDEWIJNGEBOUW “We zien meer en meer succesvolle zakenwijken inzetten op ruimte, groene zones, restaurants. Ontmoetingsplekken zijn cruciaal.”

‘Maak van de Noordwijk eindelijk een aantrekkelijk zakenkwartier’

V

orige week werden twee nieuwe kantorencomplexen in de Noordwijk aangekondigd, goed voor maar liefst zes nieuwe torens die de skyline van Brussel zullen aanvullen. Met de onafgewerkte ‘Silver Tower’, de nieuwe kantoren op Thurn & Taxis en de huidige leegstand van de andere kantoren in gedachte, kunnen de torens alleen gerechtvaardigd worden als er eindelijk een visie komt op de Noordwijk als een écht zakenkwartier, zegt ingenieur-architect en Noordwijk-expert Nicolas Ecrepont. Het Möbius-project zal met twee nieuwe torens verrijzen op de plaats van de uitgeklede TBRtoren. Het Quatuor-project brengt dan weer vier nieuwe torens naar de hoek van de Kleine Ring en de Albert II-laan, waar nu nog de Vlaamse administratie in het Boudewijngebouw huist. Binnenkort verhuist die naar het nieuwe kantoorproject in Thurn & Taxis. Er komt dus heel wat plaats voor nieuwe kantoren, maar slechts één van die zes torens is al zeker van een huurder. Verzekeringsmaatschappij Alliantz trekt weg uit de kantoren aan de Brouckère om zich in één van de twee torens van het Möbius-project te vestigen. Gezien de bestaande leegstand in de kantoren van de Noordwijk, een fenomeen dat ook al het Silver Towerproject behoorlijk wat vertraging opleverde, mag het Gewest niets aan het toeval overlaten, vindt Ecrepont. “Het volstaat niet om kantooroppervlakte creëren om zo een succesvol zakenkwartier te bekomen. Ten eerste is de verbondenheid tussen de verschillende bedrijven en organisaties die er zich vestigen onontbeerlijk. Ook de architecturale en urbanistische thema’s moeten passen binnen een eengemaakte visie op de toekomst van de site. En er moet ook aandacht zijn voor het samenleven van de inwoners van de wijk met de mensen die er dag in dag uit werken. Kortom: het Gewest moet eindelijk weten wat het met de Noordwijk wil doen. Door het gebrek aan visie of aan een langetermijnstrategie willen bedrijven zich op dit moment niet in de Noordwijk vestigen.” Binnen die visie zal het Quatuor-project door zijn strategische ligging een belangrijke rol spelen, en moet er dus veel aandacht besteed worden aan de look van de gebouwen. “De torens komen recht aan de ingang van de wijk en zullen de toekomst van de wijk een gezicht geven. Ik hoop dus dat de promotoren heel ambitieus zijn en dat

Nicolas Ecrepont

“Woningen én kantoren bouwen, dat moet in één plan vervat zitten”

er goed wordt nagedacht over de identiteit van het gebouw. Het moet echt een uitzonderlijk gebouw worden, een unieke landmark.” Daarbij moet er komaf gemaakt worden met de gangbare trefwoorden die bij elk nieuw project opduiken, zoals “modern en technologisch”. “In deze tijd zijn dat evidenties. Er zijn andere noden waar ook rekening mee moet worden gehouden. We zien meer en meer succesvolle zakenwijken inzetten op ruimte, groene zones, restaurants. Ontmoetingsplekken zijn cruciaal. Maar in de Noordwijk vind je vandaag over de hele lengte van de Albert II-laan amper één broodjeszaak. Terwijl de wijk echt zou kunnen leven, in de week en in het weekend, als mee rekening gehouden wordt met de openbare ruimte.” Los van de structurele problemen, moet er volgens Ecrepont vooral vanuit het Gewest een uitgekiende marketingstrategie komen om bedrijven te overtuigen om voor de Noordwijk te kiezen. “Dat gaat dan over een territoriale marketing, waarbij de hele wijk wordt gepromoot. Die moet internationaal in de kijker gezet worden om de ambitie van een internationale zakenwijk te kunnen waarmaken.” Ecrepont pleit er dan ook voor om een voorbeeld te nemen aan de aanpak van steden zoals Amsterdam en Hamburg . “De Zuidas in Amsterdam, de bedrijvenwijk tussen de binnenstad en Schiphol, en de ‘Hafencity’ in Hamburg zijn prachtige voorbeelden van hoe het wél kan lukken. Die zones staan volledig onder leiding van een groep architecten en stadsontwikkelaars met een visie. Niet de verschillende gemeentes, maar één ontwikkelaar neemt de ontwikkeling van de wijk voor zijn rekening. Er zijn vergaderzalen, evenementhallen, maar ook restaurants, open pleinen, scholen, crèches, noem maar op. Wie zich als handelaar daar wil vestigen, heeft één centraal aanspreekpunt. Er is één website, één directeur die alles in goeie banen leidt.” En vooral: de ontwikkeling van de Noordwijk moet in functie staan van één idee: dat je kan wonen en werken in dezelfde wijk. Woningen én kantoren bouwen, dat moet in één plan vervat zitten. Want, vele steden zouden een moord begaan om over een zone zoals de Noordwijk te beschikken, aldus Ecrepont. “Wij hebben dan een oppervlakte met zoveel potentieel, maar we schatten het gewoon niet naar waarde.” Mathias Declercq


18 I BRUZZ 1542 I Donderdag 13 oktober 2016

VADROUILLE Kader Abdolah “Ik ben verhalenverteller, ik wil mijn lezer vooral meenemen op reis. Lezen en genieten. Gaandeweg trek ik de lezer mee naar binnen, naar het hart van Europa.”

D

e scharnieren die de Europese landen bij elkaar houden, zijn roestig. Het spreidingsplan voor de opvang van vluchtelingen zet politici van Hongarije tot Groot-Brittannië onder druk. De Nederlandse schrijver Kader Abdolah kent ook de andere kant van het verhaal. Hij kwam lang geleden als Iraanse vluchteling naar Europa. Nu, vijfentwintig jaar en twintig boeken later, is er in zijn hoofd geen ruimte meer voor het Perzisch waarmee hij opgroeide. Zijn kennis van het Nederlands is echter parater dan ooit. De nieuwsgierigheid naar de herkomst van de cultuur die hij zich eigen heeft gemaakt, leidde tot een nieuw boek. “Als je in een oud huis komt wonen, vraag je je ook af wie er voor jou heeft gewoond,” zegt Abdolah. “Die vraag houdt me constant bezig. Ik kwam in Europa wonen, en ik ben altijd heel nieuwsgierig geweest naar de Europese geschiedenis, naar de grondleggers van het continent zoals wij het kennen. Naar keizer

Otto van Bismarck die Duitsland één maakte, naar de Nederlander Antoni van Leeuwenhoek die de bacterie ontdekte, naar de schilders uit Frankrijk. Naar al die intrigerende personages.”

roman. “Er was één groot probleem,” zegt Abdolah. “De Perzische koningen hebben naar heel veel dingen gekeken zonder ze te zien. Ze konden niet begrijpen wat ze eigenlijk zagen. De ontmoeting in Berlijn tussen de sjah en Werner von Siemens bijvoorbeeld. In het echt gaf hij hem een hand, en dat was het. In mijn verhaal gaat de sjah mee met Siemens, en toont Siemens hem wat verlichting is, en wat telefonie is. Nu, met honderdvijftig jaar afstand, zie ik hoe cruciaal al die ontmoetingen hadden kunnen zijn.”

“Brussel is de wereld in miniatuurvorm. Alles is aanwezig: literatuur, corruptie, politie, achterstandswijken en terroristen” Kader Abdolah Schrijver ‘Salam Europa!’ werd een studie van Europa, in zestig hekajatten, de oudste oosterse vertelvorm. Bronnen over de periode van 1870 tot 1920 zijn er genoeg: verschillende Perzische koningen reisden naar het continent. De reisboeken die ze nalieten, vormden de belangrijkste bron voor het personage van de sjah in deze

Hoe ging u te werk? Hebt u net als de professor in het boek, al die biografieën gelezen, en bent u ook in Brussel geweest? KADER ABDOLAH: Het kan niet an-

ders. Ik heb het over Europa, ik heb het over historische personen, mensen die er echt zijn geweest. Ik kan die niet uit mijn duim zuigen. Er zit wel verbeelding in, maar ik ken Europa. Ik ben heel vaak in Brussel geweest voor lezingen. Ik ken er dichters, schrijvers uit literaire kringen, waar ik lezingen geef. Ik heb er vrienden en contacten, ook in Molenbeek. De vrouw Ak-

ram Ghanoem in het boek is gebaseerd op een vrouw die ik echt ken. Ik heb bij haar geslapen en gegeten. Het is iemand die niet kon aarden in België, maar wel in Molenbeek.

Het boek is enerzijds een verhaal door de geschiedenis, maar anderzijds is het ook heel actueel geworden, met verwijzingen naar de Brexit, Geert Wilders en Salah Abdeslam. Hoe ontstonden die twee verhaallijnen? Abdolah: Terwijl ik bezig was met mijn onderzoek, spoelde de zee die jongen op het strand. En toen dacht ik: ‘Kader, waar ben je mee bezig? Europa is aan het veranderen.’ Ik ben teruggegaan naar het Europa van vroeger. Maar het jongetje dwong me om in het heden te blijven. Om hem op te nemen in het boek. Net als Abdeslam, en de agenten in Brussel. Daardoor is het een parallelle vertelling geworden - met het Europa van nu, en het Europa van toen. Dat maakte dat het nog meer mijn reis werd, want ook ik moest de reis maken die elke immigrant maakt. Met dit verhaal hou ik een spiegel voor aan het continent.

“Vanaf hier gaan we Europa binnen en we zullen laten zien dat we uit een oude beschaving komen. Zij hebben veel dingen die wij niet hebben, wij hebben ook veel dingen die zij niet kunnen hebben,” zegt de sjah. Dat


Donderdag 13 oktober 2016 I BRUZZ 1542 I 19

INTERVIEW Kader Abdolah op reis door het Europa van vroeger en nu

‘Vergeet niet wie je was’ DELFT - ‘Salam Europa!’ moest een roman worden over de geschiedenis van Europa. Een geweldig continent, vond schrijver Kader Abdolah, dat geniale uitvinders, schilders, dichters en denkers voortbracht. Tot in Bodrum een Syrisch jongetje op het strand aanspoelde. “Ik zei tegen mezelf: ‘Kader, waar ben je mee bezig? Europa is aan het veranderen.’”

© NICO TE LAAK

laatste is een geluid dat je in het huidige debat niet vaak hoort. Vluchtelingen némen vooral, in plaats van iets mee te brengen.

doen. We zien dat hij niet met haar slaapt, maar hij raakt haar gezicht en haar borsten en haar billen aan. Hij is nieuwsgierig.

nen, je moet aanwezig zijn. Ik heb de angst meegemaakt, ik heb voor een lang halfuur de donkerte van Brussel gezien.

In België lijkt de sjah zich thuis te voelen bij koning Leopold II, die hem de persvrijheid uitlegt. Leopold zegt: “Dat is het goede van onze democratie, iedereen zegt wat hij of zij wil, maar verder bedoelen ze niets.” Is dat uw verkapte kritiek op de journalistiek?

U vergelijkt in het boek de brute kracht van de politie met het koloniale tijdperk.

>

ABDOLAH: Toen ze in Egypte bezig waren met

de piramiden, bestond er in België nog geen beschaving. In de gebieden waar veel vluchtelingen vandaan komen, zijn er misschien maar heel simpele vormen van democratie en vrijheid. Maar er is één ding enorm aanwezig: de geest van de beschaving. Er zitten stukjes van goud in die mensen.

Met wie identificeert u zich meer: met de sjah of met de professor in het boek die hem onderzoekt? ABDOLAH: Ik heb mij sterk achter de sjah ver-

scholen, kan ik zeggen. Ik heb hem overal naartoe laten gaan waar ik zelf heen wilde. Ik heb heel veel van mijn karakter aan de professor gegeven, maar ik ging op reis met de sjah. De professor kon niet met al die keizers en koningen gaan praten in heel Europa. De sjah kon dat wel.

ABDOLAH: Het is mijn harde kritiek op de jour-

nalistiek. Ik heb me verscholen achter de sjah, maar ook ik vind dat journalisten vaak niet vérder gaan in hun uitspraken. De ene dag maken ze koning Willem Alexander met de grond gelijk, en de volgende dag willen ze een feestje met hem bouwen. De sjah begrijpt koning Leopold wel. Hij begrijpt hem beter dan de Belgen. Want Leopold zegt: ‘Ik ben fout, maar we zijn allemaal samen fout.’

Wat vindt u van Brussel? ABDOLAH: Het is de wereld in miniatuurvorm.

De eerste kennismaking met Europa is voor de sjah, die thuis een harem heeft en veel aanzien geniet, niet altijd gemakkelijk.

Alles is aanwezig: literatuur, corruptie, politie, achterstandswijken en terroristen.

ABDOLAH: Hij staat heel open tegenover Europa, hij wil Europa testen. Hij vraagt zijn bediende om een meisje in de trein. Hij zegt tegen haar: ‘Ik wil je proeven,’ verder wil hij niets met haar

Was u, net als de professor in uw boek, in Brussel toen Abdeslam gezocht werd? ABDOLAH: Ik was er voor een lezing op de uni-

versiteit. Zulke elementen kan je niet verzin-

ABDOLAH: Ja, zo heb ik dat meegemaakt. Ik vreesde voor mijzelf. Niet voor mijn leven, maar voor mijn vrijheid. Ik dacht: dit is Brussel - het was op dat moment een plek waar ik niet hoorde te zijn. Opeens was ik midden in de terreur.

Zat hij in het gebouw waar u ook was toen? ABDOLAH: (Ontwijkend) Ik heb geschreven wat nodig was. Ik ben verhalenverteller, ik wil mijn lezer vooral meenemen op reis. Lezen en genieten. En gaandeweg trek ik hem mee naar binnen, naar het hart van Europa. Met dit boek zeg ik: ‘Vergeet niet wie je was. Herinner je al die grote geesten: denkers, uitvinders, politici, historici. In dit kleine Europa.’ En ik heb het niet over de geschiedenis van duizenden jaren geleden, neen, dit zijn de generatiegenoten van je grootvader en overgrootvader. Ik wil laten zien: kijk wie je was. En kijk wie je nu bent. Maar het is niet mijn taak om te zeggen wie je bent. Dat moet je zelf bedenken. Jasmijn Post

Boekvoorstelling Salam Europa! Met een inleiding door Guy Verhofstadt 18/10, 20u, Bozar bozar.be


20 I BRUZZ 1542 I Donderdag 13 OKTOBER 2016

ENFANT TERRIBLE Mansour Badjoko modeontwerper en ondernemer Voor mij heeft het veel meer zin om een arts of een architect te kleden dan een beroemde zangeres”

© SASKIA VANDERSTICHELE

“Rond mijn twaalfde ontdekte ik de naaimachine van mijn moeder. Zo is mijn liefde voor mode ontstaan. Ik begon te experimenteren met kledij, en ontdekte welke invloed de kleren die je draagt hebben op je identiteit. Zo ontstonden er op school onder meer groepjes skaters en reggaelief hebbers. Dankzij hun kledij konden ze zich van elkaar onderscheiden.” “Half november lanceer ik mijn eigen merk. Daarmee wil ik me niet op een bepaalde groep richten, maar net zoveel mogelijk mensen aanspreken. Inspiratie haal ik uit de maatschappij zelf, en de vragen die ze bij me oproept. Nu ik zelf dertig ben, besef ik beter dat het aan ons is om te beslissen wat we aan onze kinderen nalaten. Ik wil mensen aan het denken zetten.” “Voor mij heeft het veel meer zin om een arts of een architect te kleden dan een beroemde zangeres, omdat hun rol in de maatschappij belangrijker is. Bovendien wil ik niet werken

voor de één procent rijksten van deze wereld. Ik werk liever voor al de rest. Al wordt dat in de modewereld niet altijd op veel begrip onthaald. Nog te vaak wordt van je verwacht dat je superexclusieve ontwerpen maakt, en alleen beroemde artiesten of filmsterren kleedt.” “Er zijn verschillende redenen waarom ik het systeem van de modewereld wil veranderen. Zo zijn de sociale rollen veranderd. Dat een man altijd een kostuum draagt, en een vrouw een jurkje, is een cliché uit vervlogen tijden. De nieuwe generatie heeft nood aan nieuwe regels. Daarom breng ik met Mansour Badjoko sekseneutrale kleren.” “Daarnaast is de financiële logica niet langer realistisch. Daarom wil ik voor een groter publiek werken, en hen inzicht geven in het hele proces. Zowel de productieplaats, de oorsprong van de stoffen als de prijs zullen heel transparant worden uitgelegd op de website. Op die manier wil ik mensen aanzetten om twee keer na te denken voor ze een stuk bij

Mansour badjoko (30)

“Brussel doet niet alsof, het is een echte stad” een grote modeketen kopen. Ik denk dat in dat bewustmakingsproces mijn verantwoordelijkheid als ontwerper ligt.” “Niet tevreden zijn met de huidige situatie, en op zoek gaan naar manieren om ons dagelijkse leven te veranderen, vormt de kern van mijn werk. Ik wil geen revolutie ontketenen, maar wel evolutie stimuleren. In die zin kan je me een rebel noemen. Je dromen realiseren, daar gaat het om. Om die gedeelde filosofie heeft ‘Star Wars’ een belangrijke rol voor me gespeeld. Het was een van de eerste films voor volwassenen die ik als tiener gezien heb. Ook esthetisch hebben die films een klik veroor-

zaakt. Elke keer ik die zie, laat ik me inspireren door andere elementen.” “Hoewel ik lange tijd in Parijs werkte, wilde ik voor de lancering van mijn eigen merk terug naar Brussel komen. In Parijs moet je je voortdurend laten opmerken, hier in Brussel is het perfect mogelijk om te verdwijnen zodat je in alle rust kan creëren. Ik hou van die anonimiteit. Maar evengoed van de multiculturaliteit, en de brutaliteit. Brussel doet niet alsof, het is Elien Haentjens een echte stad.”

>

DS Brussels Fashion Days met onder meer de installatie I’m a Rebel, I Rebel, van 14 tot 16 oktober 2016 in Square, Kunstberg, Brussel. Op 15 oktober om 15 uur neemt Mansour Badjoko deel aan een debat over de invloed van de Star Wars-films op de modewereld. www.brusselsfashiondays.be

studeerde in Brussel aan La Cambre, en nadien in Parijs aan het Institut Français de la Mode. Daarna werkte hij voor beroemde modehuizen als Thom Browne en Balenciaga. Sinds kort is hij terug in Brussel, waar hij half november 2016 zijn eigen modelabel en webwinkel www.mansour-badjoko.com lanceert.


Donderdag 13 OKTOBER 2016 I BRUZZ 1542 I 21

NICK TRACHET Brussel en de wereld culinair ontdekt Mijn trouwe lezers weten dat ik iets heb met ajuin. Ajuin, allium cepa, is een plant uit de leliefamilie met een kwalijk reukje. Althans, dat is de bedoeling. De plant stinkt om zich te beschermen tegen al wie hem wil opeten. En nu is net die stank de grootste troef van de plant gebleken. De mens zocht hem daarvoor op en heeft hem liefdevol geteeld. In de keuken is de ajuin misschien wel de belangrijkste ontdekking van de mens (de belangrijkste uitvinding moet dan de bechamelsaus zijn). Ajuin mag al niet de simpelste groente zijn om te kweken, hij is alles wat een eenvoudig mens nodig heeft om te leven en te genieten. Boordevol smaak en vitamines (jaja, zelfs vitamine C), ontstekingsremmers en bloeddrukverlagers, is de ajuin ook nog goedkoop en bewaart lang wanneer hij goed gekweekt en gedroogd is. In vorige artikels over ajuin noemde ik al eens het dorp Kruiningen in Zuid-Beveland. Als ik er voorbijrijd naar mosselrijke gebieden, valt het mij op hoe in die streek altijd een ajuinparfum hangt. Soms zie je ze ook: hectarengrote velden vol stinkende lelies, wachtend op de oogst. Maar onlangs mocht ik eens van dichterbij een kijkje nemen.

We waren uitgenodigd bij ‘Wiskerke Onions’ en wat ik daar zag, sloeg mij met verstomming. Wiskerke is een familiebedrijf. Wij werden verwelkomd door Chayenne Wiskerke, een Zeeuwse schone van mogelijk nog geen dertig (ja, ik ben nog zo opgevoed dat je een dame niet naar haar leeftijd vraagt). Zij studeerde in Amerika en ambieerde een carrière in de paardensport, maar uiteindelijk kwam ze terug naar het familiebedrijf dat haar grootvader voor de oorlog was begonnen: ajuinenhandel. Chayenne doet nu de verkoop. Dit familiebedrijf verhandelt - houd u vast - jaarlijks 150.000.000 kilogram ajuinen, sjalotten en look. Dat zijn zo’n honderdvijftig trucks per week, elke week van het jaar. Dat lijkt veel en volgens sommige bronnen is Wiskerke de grootste exporteur van ajuin, maar zeker niet de enige. De Nederlandse sector voerde het voorbije jaar voor het eerst meer dan een miljard kilogram uit. Let op, al die ajuinen worden niet noodzakelijk in Nederland

Ajuin

land, maar bijna overal elders eet men meer ajuinen dan hier. In Europa zijn de Spanjaarden en Albanezen het meest enthousiast. Waarom zit zo’n bedrijf dan in Nederland? Uiteraard is er de handelsgeest in dat land, en de nabijheid van internationale havens zoals Rotterdam, Antwerpen en laten we ook Vlissingen niet vergeten, op nauwelijks twintig minuten van Kruiningen. Maar volgens Chayenne Wiskerke is het ook een kwestie van klimaat. Ajuinen gedijen van net onder de poolgebieden tot in de vochtige tropen, maar bewaarajuinen van de beste kwaliteit groeien... hier. Als u in de supermarkt bent, van welke keten dan ook, is de kans groot dat de zakken met ajuin die daar liggen uit Kruiningen komen. Niet alleen hier, maar ook in Dakar of Tegucigalpa, onder biolabel of niet, ze zijn bijna allemaal door de handen van Chayenne Wiskerke gegaan. Ajuinen, geel of rood, moeten hard zijn wanneer u ze koopt. Bewaar ze

“Deze groente is alles wat een eenvoudig mens nodig heeft om te leven en te genieten” gekweekt. Daarvoor is het land te klein. Om goed te zijn, mag je maar om de zes jaar ajuinen kweken op hetzelfde perceel. Als je dat vaker doet, gaat de kwaliteit achteruit. Nederland is ook niet de grootste ajuinenkweker ter wereld. China is de grootste, gevolgd door India en de Verenigde Staten. Maar die eten hun ajuinen allemaal zelf op. Nederlanders niet. Ook België plant behoorlijk wat ajuinen. Wij Europeanen zijn niet zulke grote ajuinenvreters, zelfs de Aalstenaars niet. Het centrum van de ajuingekte ligt in het noorden van Afrika en in Iran, ook in Rus-

op een droge plaats in het donker en u kunt heel lang genieten van deze democratische groente die smaak toevoegt aan alles wat u klaarmaakt. Democratisch zei ik? Eén verhaal dicht de uitvinding van de Franse ajuinsoep toe aan Lodewijk XV (1710-1774), een koning die meer in de keuken dan op zijn troon was te vinden. Maar de soep kan ook aangebracht zijn door zijn schoonvader, koning Stanisław Leszczynski. Nicolas Appert, de uitvinder van het steriliseren in blik, getuigt in zijn boek hoe de verjaagde Poolse koning bij hem in de keuken afdaalde toen hij nog een jonge kokshulp was in Châlons-en-Champagne. De koning moest en zou het recept van zijn ajuinsoep leren. De ajuinsoep werd vervolgens populair in Parijs als een manier om dronkenschap tegen te gaan. Daarom staat die soep er nog altijd op het menu na een nachtje stappen of op het einde van een huwelijksfeest. Ajuin, de groente van koningen en dronkenlappen. Smakelijk.

De hele reeks nalezen? > BRUZZ.be/trachet

ADVERTENTIE

VERKEN DE STAD

Schrijf in voor een WOONTOUR en ontdek de wijken van BRUSSEL. WWW.WONENINBRUSSEL.BE

WAAR WIL JE WONEN? IN BRUSSEL. Op zoek naar een plek in Brussel om te huren of te kopen? Alleen, met z’n tweeën of met je gezin en de hond? Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestaat uit 19 gemeenten en 118 wijken. Van rustige buitenwijken tot het levendige centrum. Ontdek je stad.


22 I BRUZZ 1541 I Donderdag 13 OKTOBER 2016

TENTOONSTELLING ’Den deuvel on aa nek’, tweede editie

Brusselse uitdrukkingen in beeld gezet BRUSSEL - Niets dat zo tot de verbeelding spreekt als Brusselse scheld- en spreekwoorden als ‘schieve architect’ en ‘hij ès in de schâa geboore en in de pispot gewasse’. Na een eerste expositie in 2008 had amateurschilder Jean-Louis Musch nog stof genoeg om die typische uitdrukkingen uit te beelden. De Cercle d’Histoire de Bruxelles stelt het werk tentoon.

H

et gebruik van scheldwoorden, spreekwoorden en allerhande uitdrukkingen in het Vlaams-Brussels dialect kwijnt weg. Het aantal stedelingen dat ze nog gebruikt, begrijpt en (her)kent, sterft uit met de dag. Triestig, maar waar. Da des na echt voe a beste panch van af te kappe. Gelukkig zijn er nog associaties als be.brusseleir (waaronder het Brussels Volkstejoêter), de Manne van de Platou, de Jetse Speegelmanne of een heemkundige kring als de Cercle d’Histoire de Bruxelles, in 1984 begonnen als Les Marolles. Zij bewaken, gebruiken en promoten het dialect in al zijn vormen. In dat kader moet de gezapige, weliswaar streekeigen, expositie Den deuvel on aa nek, gezien worden. Want de Brusselse langosje es abbondant genoeg om er kunstwerken van te maken.

Musch: “Als ik aan mijn kindertijd denk, zie ik mijn grootmoeder. En al het volk dat aan haar deur passeerde: vrienden en kennissen die tussen de Hallepoort, Sint-Gillis en Vorst woonden. De ‘klaain menskes’ van toen spraken maar een beetje Frans en helemaal geen beschaafd Nederlands (nu Algemeen Neder-

lands, JMB). Soit, het waren echte Brusseleirs.” Veel van die dialectuitdrukkingen en scheldwoorden komen Musch nog vaak voor de geest als hij situaties herkent. Musch: “Iets als ‘rotten architect’ of ‘schieven architect’, dat zijn oorsprong vond bij architect Poelaert van het Justitiepaleis, is

weer meer dan ooit van toepassing. Ik hoor het scheldwoord opnieuw gebruiken. Zeker nu het gebouw met stellingen en haken aan elkaar hangt.” Op aanraden van de voorzitter van de Cercle d’Histoire de Bruxelles Marc Van Osta, zoon van Jean d’Osta, alias Jef Kazak (1909-1993), zette Musch veertig scheld- en spreekwoorden in beeld. Meteen een vervolg op de succesrijke gelijknamige tentoonstelling Den Deuvel on aa nek naar aanleiding van een kwarteeuw heemkundige kring in 2008. Licht naïef van stijl, ietwat surrealistisch, en typisch Brussels alleszins. Het is een leuke taaloefening om eerst de prent te bekijken en te bedenken wat de achterliggende uitdrukking is, dan meteen het bijschrift te lezen. Wie een illustratie ziet van Jef, de flèche es af, mag erbij weten dat de sleepbeugel van de oude trams al eens afsprong. Wat zoveel wil zeggen dat er geen energie meer is om iets te doen. Of dat afblaave of traave op verplichte kuisheid voor het huwelijk slaat. Al kon afstappe in Schoerbeek (coïtus interruptus, JMB) natuurlijk wel.

Musch: “Ik zie die zatlappen nog in groep uit café strompelen als ze hun loon hadden ontvangen. Maar de strafste uitdrukkingen heb ik van een glazenmaker geleerd. Hij woonde al van voor 1900 in de Marollen en kwam geregeld langs. Hij heeft de legendarische, kleurrijke figuur Pitje Snot nog gekend. Pitje Snot was een dief die de corrupte commissaris Alexandre Courtois had aangegeven als gouddief van de hertog van Vlaanderen. Terwijl Courtois eigenlijk de weduwe van baron Herry had vermoord. Courtois kreeg levenslang en Pitje Snot werd de held van de Marollen. Op een dag vertelde de glazenmaker dat zijn hond de nieuwe balatum (asfaltkartonnen vloerbedekking, JMB) had opgegeten. Tegen mijn grootmoeder zei hij: ‘Madame, as em da nog iene kier doet, dan kraaigt em ne sleep (een slag, JMB) dat em al schaaitende voesj gaat.’” U ziet al welke sfeer de tentoonstelling brengen zal, want Musch moe ni gezopen hemme oem comik te doen. Jean-Marie Binst

>

L’affaire Courtois Musch schildert ook lokale bijnamen: kuulkappers van Sint-Gillis, ezels van Schaarbeek en speegelmanne van Jette. Scheldwoorden zijn voer voor andere taferelen: nen uup zatte kutten, een zatte processe, kust maain...

Den Deuvel on aa nek Galerie A la clé d’argent, Blaesstraat 150, Brussel 14/10 tot 20/10, 10 tot 18u gratis toegang www.cehibrux.be

1 A eit ‘n stuk in zaain kl....! 2 En a kan er ni oen of a moot op e bankske stoen

3 In de schaa geboore en in de pispot gewasse 4 Dat es poêlingsteel 5 De keekefretters van Brussel 6 Rotten architect of schieven architect 7 Jef! De flèche es af!

“Ik hoor het scheldwoord schieven architect opnieuw gebruiken”

1

2

3

8 Zatte processe - Z’ès mi hui gat in de bouter gevalle - En ce jour d’allégresse, buvons encore une fles - Saleu èn de kost, èn de wind van achter! - Nen uup zattekutte - Afblaave of traave!

Jean-Louis Musch Kunstschilder

- O! Man schuun scholle van de Marolle - E muggepiske

De maker van de schilderingen is Jean-Louis Musch. Een betere leerschool dan uitdrukkingen visueel voorstellen bestaat er niet, moet de autodidact gedacht hebben. Denk maar aan de eerste taalklasjes voor migranten, waarin een kopje, een tas of een jat op het bord getekend staat: meteen duidelijk. In lang vervlogen tijden was Musch lesgever Franse literatuur aan de Academie voor Schone Kunsten van Brussel. Zijn bevlogen belangstelling voor het gezapige Brussels, dateert van nog vroeger.

4

5

6

- Èn de poempbak ès kapot - Lup, lup, lup de gardevil es doê … - Kende ga de dochter van Maree Planchei? - Van veui cigarewinkel èn van achter stamenei - Hirsch-par-terre (Meeke Vison) - Zet on’t veroeize? - Ge meugd op aa kop stoên! …

7

8


ADVERTENTIE

DonDerDag 13 oKToBer 2016 I BRUZZ 1542 I 23

Laptopia Elke week scant Michaël Bellon met zijn laptop een plek in Brussel die tot de verbeelding spreekt, en geeft hij aan wat er eventueel nog aan kan verbeteren.

VRT & RTBF Dinsdag 4 oktober, 21u

In de huiskamers is primetime nog maar net verstreken, maar hier is het al een tijdje hartstikke doods en donker. Het komt misschien als een schok voor de beste kijkers thuis, maar er bestaat hoegenaamd geen verband tussen de felle schijnwereld op hun scherm en de schaarsverlichte site waar die wordt gefabriceerd. Als Dante een Brusselaar was geweest, had hij zijn voorgeborchte aan de Reyerslaan gesitueerd. De buitenste cirkel van het labyrint waarin alleen ingewijden de weg naar camera’s en autocue kunnen vinden, bestaat uit een klein verkeerspark met rode lichten en slagbomen die nog een laatste gelegenheid bieden om rechtsomkeer te maken. Wil je toch langs de wapperende vlaggen met het logo van de treurbuisrepubliek het ministaatje in, dan moet je voorbij de paviljoentjes waar de beveiliging zit. Het gaat om gedateerde modellen die doen denken aan een desolate grensovergang in het oosten van Europa aan het einde van de jaren tachtig. Onvermijdelijk doemen beelden op van Geert van Istendael of Tuur Van Wallendael, die in een lichtgrijs colbertje verslag doen van een of andere mondiale catastrofe. Onvriendelijk is de security niet, maar Safety First zit toch duidelijk op een andere zender, want deze beambten nemen hun taak ernstig. Zonder geldige papieren en toestemming van een onzichtbare hogere hand kom je er niet in. Een groepje oudere dames dat net uit de grote gebouwen is ontsnapt en snel zijn toevlucht neemt tot het busje dat op hen staat te wachten, lijkt eerder opgelucht dan uitgelaten. Op een wegwijzer heeft een bevoegde instantie in 1998 het woord BRT overplakt door VRT. Een aantal bomen slaagt erin zich in de eeuwige schaduw te handhaven. Wellicht hebben ze ooit deelgenomen aan het beruchte toelatingsexamen van de BRT, dat alleen betrouwbare sujetten toegang verleende tot het bastion. Tegen het omroepgebouw zijn koterijen, por-

talen, hokjes aangebouwd. Hier en daar brandt zelfs het licht, en laat het schaduwspel achter de ramen de aanwezigheid vermoeden van oude decorstukken en lang vergeten medewerkers die de naamsverandering van BRT naar VRT zelfs nog niet hebben meegekregen. Tweeduizendvierhonderd mensen werken hier, en het is duidelijk dat die niet allemaal nodig zijn om een achttal zenders draaiende te houden. Er gebeuren hier behalve het verzinnen en het framen van onze omwereld dus nog allerlei andere zaken die wij niet mogen weten. Als Kafka een Brusselaar was geweest, dan heette Het Slot misschien Het Omroepgebouw. Of De Toren natuurlijk. We kennen die versteende atoompaddestoel van de totalitaire informatiestaat van vergezichten, maar het kleinemensenperspectief op het ongenaakbare betonnen icoon is bepaald huiveringwekkend. Afgelijnd door ledverlichting die refereert aan de felle kleuren van het voormalige testbeeld, straalt de ufo behalve signalen ook heel wat gezag uit. Toch is het de vraag of het behoud van de VRT-toren zal kunnen compenseren voor de gevolgen van de geplande afbraak van het Reyerscomplex. Met de monoliet zal ook het monopolie verder afbrokkelen. Tegen het moment dat het hermetische omroepgebouw vervangen zal zijn door een transparant uitzendkantoor, zijn velen misschien al vergeten wat televisie ook al weer was. Dan is het niet meer de minister van Media, maar die van Cultuur die haar zal conserveren met de inkrimpende subsidies voor oude theatervormen zoals opera en poppentheater.

“Als Kafka een Brusselaar was geweest, dan heette Het Slot misschien Het Omroepgebouw” Michaël Bellon

De hele reeks nalezen? > BRUZZ.be/laptopia

GRATIS GRATISE-BOEK E-BOEK

BRUZZEL BRUZZEL in 16inkortverhalen 16 kortverhalen ,

DownloadDownload op op , eboek.brusselsebibliotheken.be eboek.brusselsebibliotheken.be

Uniek aanbod de Brusselse bibliotheken Uniekvan aanbod van de Brusselse bibliotheken > www.brusselsebibliotheken.be > www.brusselsebibliotheken.be

VERANTWOORDELIJKEVERANTWOORDELIJKE UITGEVER: ERIC VERREPT, EMILEERIC JACQMAINLAAN 135,JACQMAINLAAN 1000 BRUSSEL 135, 1000 BRUSSEL UITGEVER: VERREPT, EMILE

ADVERTENTIE

Tiens? Ben je student en zit je met een vraag over Brussel? Laat het weten op BRUZZ.be. En BRUZZ zoekt het voor je uit. Want in oktober maakt Big City plaats voor studenten.


24 I BRUZZ 1542 I Donderdag 13 OKTOBER 2016

VOETBAL Kevin Serville ruilde RWDM in voor reeksgenoot Leopold Ukkel

‘Ik kreeg te weinig erkenning van RWDM’ BRUSSEL – Een trainer die in je gelooft, een topprestatie op het juiste moment: dergelijke ‘details’ kunnen uitmaken of een voetballer al dan niet doorbreekt. Voor Kevin Serville (31) was het altijd net niet. Ondanks goede prestaties kreeg hij nooit zijn kans in eerste klasse. Na zijn passage bij RWDM zoekt hij bij Leopold Ukkel vooral naar spelplezier.

© RONALD DEVAUX

S

erville heeft er een resem clubs op zitten. Het begon met een aanbod van Anderlecht toen hij nog erg jong was. “Anderlecht wou me als prille tiener wegplukken bij RCS Brainois,” vertelt Serville. “Dat liep mis. Omdat hun afgevaardigde niet opdaagde voor een afspraak met mijn vader, was het voor hem uitgesloten dat ik naar Anderlecht zou gaan (lacht). Dat RWDM kwam aankloppen en mijn pa supporter van die club is, zal ook wel een rol gespeeld hebben.” Serville was dertien toen hij naar Molenbeek trok, een hele verandering vergeleken met de buurtploeg waar hij debuteerde, maar hij verteerde de overstap zonder problemen. Hij beleefde drie mooie jaren in het Edmond Machtensstadion, tot de club failliet ging. “Die periode blijft een van mijn mooiste souvenirs. RWDM was een grote familie, met veel talentvolle jongeren. Soms maakten we wel wat mee. Met zeven ploegen op één synthetisch veld trainen omdat de andere velden onder water stonden. Of trainingspakken die na twee maanden kapot waren. Maar we presteerden uitstekend. Elk seizoen klopten we Anderlecht, toen met Kompany in de ploeg.” “Met het faillissement werd de toekomst van de club onduidelijk en ik vertrok naar Anderlecht. Wat een contrast. Ik was zeventien en werd geconfronteerd met harde concurrentie. Regelmatig kregen testspelers de voorkeur op ons, en jongeren

kregen in die tijd niet zoveel kansen. Ik heb er veel bijgeleerd door met toppers te trainen, maar ik besefte na twee jaar dat ik weg moest.” Serville verliet Anderlecht voor Brussels, maar kreeg ook daar geen kans. De ploeg draaide niet en dan wordt niet meteen op een jonge ket gerekend. Derdeklasser White Star Woluwe bood een uitkomst. Serville begon aan een tocht door derde en tweede klasse. “Het liep goed in Woluwe, daarom kwam tweedeklasser OHL me halen. Met ons sterke team speelden we tijdens mijn tweede seizoen zelfs de eindronde, al eindigden we daarin laatste. Ik speelde een zeventigtal wedstrijden voor OHL. Na twee seizoenen kreeg ik echter de boodschap dat andere spelers voorrang zouden krijgen. Ik ging op zoek naar een nieuwe ploeg, maar ik vond er geen naar mijn zin. Dat was erg frustrerend.”

American Dream Uiteindelijk werd het eerst een terugkeer naar White Star, om vervolgens weer in tweede klasse te belanden, bij het Oost-Vlaamse Wetteren. Daar kwam Serville tot het besef dat hij een stap had gemist om in de verhoopte eerste klasse te kunnen spelen. “Je hebt een beetje geluk nodig om door te kunnen breken. Dat geluk heb ik niet gehad. In mijn periode bij OHL heb ik nochtans bewezen dat ik er de kwaliteiten voor heb.” “Na mijn passage bij Wetteren had ik het mentaal moeilijk. Ik zat zonder club en moest mijn ritme onderhouden bij de beloften van Woluwe-Zaventem. Gelukkig haal-

Kevin Serville (31) speelt nu bij Ukkel Leopold: “Als ik nog een paar jaar kan voetballen, ben ik tevreden.”

“Na het seizoen werd duidelijk dat RWDM me alleen met een prestatiegericht contract wilde houden. Dat ontgoochelde me” Kevin Serville Voetballer Ukkel Leopold

de Racing Mechelen me tijdens de winterstop binnen. Ik speelde er anderhalf seizoen en was er zelfs kapitein. Mijn passage daar is een superherinnering.” Helaas staken financiële problemen de kop op en zat Serville opnieuw zonder club. Deze keer waagde hij zich aan een buitenlands avontuur. Via een vriend die hij deelt met Vincent Kompany, belandde hij in Manchester. Hij testte er bij Accrington Stanley, in de Engelse vierde klasse, en had er lang uitzicht op een contract. Een nieuwe geldschieter van de club stak er een stokje voor. “Ik heb dat seizoen nog vier maanden bij Macclesfield Town gespeeld, in de Engelse vijfde klasse, maar door problemen met mijn papieren waren dat alleen vriendenmatchen.” “Op het einde van dat seizoen benaderde een Canadese makelaar me met het voorstel om in de Verenigde Staten te testen. Zonder die man ooit ontmoet te hebben, trok ik naar de Eagles in North Carolina, die in de Amerikaanse derde klasse uitkomen. Wat een verrassing! De infrastructuur was er prachtig, het was geweldig om daar te testen. Lange tijd zag het ernaar uit dat ik er mocht tekenen, maar uiteindelijk zagen ze er toch van af. Dat was een van de grootste ontgoochelingen uit mijn carrière. Ik zag de American Dream al helemaal voor me.”

Ket van Molenbeek De ontgoocheling was zo groot dat Serville er zelfs even aan dacht om te stoppen met voetballen. Tot Thierry Dailly zijn plan voorstelde

om RWDM opnieuw tot leven te wekken. Serville besliste te tekenen bij zijn oude liefde, op een moment dat er nog zeer veel onzekerheden waren rond de club. “Het was fantastisch om als ket van Molenbeek terug te komen bij de club van mijn hart en opnieuw een volle tribune te zien in het Edmond Machtensstadion,” zegt Serville. “Jammer genoeg heb ik door veel blessureleed maar de helft van de matchen kunnen spelen. We hebben als ploeg niet kunnen beantwoorden aan de verwachtingen van onze aanhang. Je moet dat ook in de context zien: we werden uit het niets samen in een ploeg gestoken, in een club die net was opgericht.” “Na het seizoen werd duidelijk dat ik alleen met een prestatiegericht contract kon blijven. Dat vond ik een gebrek aan erkenning. Ik moest veel matchen kort op elkaar spelen en inspringen op verschillende posities. Net daardoor heb ik die blessures opgelopen. Daarom was ik erg ontgoocheld in het voorstel van de club.” Serville zal dit seizoen nog één keer in het Edmond Machtensstadion te zien zijn, maar wel als speler van Leopold Ukkel. Een club met een zekere ambitie, waar hij zijn voetbalcarrière kan combineren met werk. “Ik heb meer dan 220 matchen in de nationale reeksen achter de rug. Als ik nog een paar jaar kan spelen, ben ik tevreden. De tijd is gekomen om te focussen op mijn professionele carrière na het voetbal.” Tim Schoonjans


Donderdag 13 OKTOBER 2016 I BRUZZ 1542 I 25

SPORTagenda

ESTAFETTE

Zaterdag 15 oktober Brussels Ekiden

Bram Van de Velde “Miljaarde, jammer dat ik mijn telefoon niet bij heb.” Ik kon een vloekje niet onderdrukken bij het aanschouwen van de zonsondergang in de Lommelse Sahara afgelopen zaterdag. “Misschien beter zo,” riposteerde mijn metgezel. Hij had gelijk. Niet alles moet op Instagram verschijnen. Op een draf je keken we naar de glimmende schijf die tussen de naaldbomen verdween en in de lucht alle schakeringen oranje en roze toverde. Tegen de zon in tekende het silhouet van de uitkijktoren zwart af. Op een goede loopdag zou ik mijn metgezel uitgedaagd hebben om de 144 treden van de toren op te spurten. Maar neen, dit was een zeer gewone loopdag. Lopen an sich was al prima. Geen excessen of tierlantijntjes. Voor de start herinnerde ik mijn co-loper aan onze vorige looptraining samen. Dat moet zo’n tien jaar geleden zijn, toen we maar net een postpuberale versie van onszelf waren. Hij had nog nooit van loopschoenen gehoord en liep op een paar hippe pantoffels moeiteloos een kilometer of vijf aan mijn zijde. Nu ik even in mijn geheugen graaf: een short droeg ie ook niet. Wel een korte broek. Van jeans of zo. Niet meteen een loperstype. Wel een sportman. Tijden zijn veranderd. Nu liep hij naast me in een nieuwe sportplunje van het huismerk van een groot sportwarenhuis waarvan we er in Brussel twee hebben. En zijn schoenen waren echte loopschoenen. Ooit nog van mij geweest, maar amper gedragen. Ik parkeerde de auto achter de sporthal, moffelde mijn portefeuille weg onder de zetel en nam nog een teug van mijn drinkbus, alvorens het portier weg te slaan. We hadden een afstand van zes kilometer afgesproken. Mijn kompaan voelde de drang om nog even zijn buffel af te kletsen - bij wijlen zijn wij nog steeds puberaal. Lockerroom talk zou Donald Trump het noemen. Terwijl ik ‘m vanop zijn rug bekeek, bedacht ik me dat in het Hawaïaanse Kona zo’n tweeduizend triatleten zich op dat mo-

ment klaarmaakten voor de Iron Man. Stuk voor stuk mannen en vrouwen die voor zes kilometer hun bed niet uit komen. Of toch: om ze te zwemmen. Enkele centiliters lichter draaide mijn metgezel zich om. “Klaar?” “Jup.” Wij weg voor twee rondjes door de bosrijke Noord-Limburgse zandbak, onder een koperen avondzon, in de grensgemeente waar we allebei zijn opgekweekt op een dieet van cadmium en andere zware metalen. Net toen ik nostalgisch dreigde te worden, bleek een boom over het pad gewaaid. Dus toch een tierlantijntje op het parcours. Mijn metgezel sprong en na hem ikzelf ook. We profiteerden ervan. Beiden zijn we uitgeweken Lommelaars en ingeweken Brusselaars. We lopen tegenwoordig beiden in de hoofdstad. Hij in het noorden, ik in het zuiden. Maar het deed deugd om samen te draven over Kempische bospaden. We passeerden plekken waar we kampen hebben gebouwd, waar we met onze eerste liefdes gingen wandelen. We praatten over werk, over muziek maken, over lopen en over welke talenten uit onze kindertijd we nu wel of niet benutten. Een sportieve trip down memory lane. Kilometer na kilometer werden onze zinnen korter en onze ademhaling zwaarder. De auto kwam in zicht. We versnelden onze pas. Ik klopte mijn kompaan op zijn schouder. We wandelden nog even uit. De kantine van de voetbalvelden bleek helemaal vernieuwd. De lokalen van de speelpleinwerking, waar we samen nog leiding waren, hebben plaatsgemaakt voor een nieuwe sporthal. Onze heimat heeft niet stilgestaan na tien jaar bivakkeren in de hoofdstad. Nog een even hartelijke als bezwete knuffel en de douche in. “Tot in Brussel!”

Door de zandbak

Bram Van de Velde is radiopresentator op BRUZZ en actief vrijetijdssporter

Het Koning Boudewijnstadion en het park van Laken zijn zaterdag het toneel van de aflossingswedstrijd Brussels Ekiden. De deelnemende groepen bestaan uit zes lopers die om beurt een deel van de wedstrijd afleggen, om samen de afstand van een marathon (42,195 kilometer) te bereiken. De Brussels Ekiden begint om 13 uur en wordt voorafgegaan door de Kids Run van één kilometer (start op de middag). Na de loopwedstrijd staat er een afterparty geprogrammeerd, waar coverband Cookies and Cream optreedt. Alle informatie staat op www.sport.be/brusselsekiden/2016.

Flamenco Wie deze passionele dans wil ontdekken of gewoonweg zijn niveau wil onderhouden, kan tot en met 21 januari 2017 één uurtje per week (zaterdag van 13 tot 14 uur) terecht in gemeenschapscentrum De Rinck (Anderlecht). Er zal zowel een groep voor beginners zijn als een groep voor gevorderden en een groep speciaal voor de accessoires. Deelnemen kost 60 euro.

Zondag 16 oktober Hockeyderby’s Een nieuwe zondag, een nieuwe kans voor onze Brusselse mannenhockeyploegen om onderling uit te maken wie de beste van de hoofdstad is. Deze keer worden de derby’s tussen Léopold en Orée gespeeld, en tussen Racing en Wellington. Beide wedstrijden gaan om 15 uur van start.

Maandag 17 oktober Rio cocktail De Vrije Universiteit Brussel heeft een uitstekende topsportwerking. Komende maandag huldigt ze haar (alumni) topsportstudenten die actief waren tijdens de afgelopen Olympische Spelen: Florent Van Aubel, Loïck Luypaert en Jérôme Truyens (hockey), Dirk Van Tichelt (judo), Louis Croenen (zwemmen), Yannick Lefèbvre (zeilen) en Willem Van Schuerbeeck (marathon). Ook delegatieleider van Team Belgium Eddy De Smedt en andere begeleiders en vrijwilligers die actief waren in Rio zullen er zijn. Vanaf 18.30u zal er ook onder meer gesproken worden over de duale carrière van topsporters/studenten.

Woensdag 19 oktober Basic-Fit Brussels Europees

VOETBAL Filmfestival 11mm toont de andere zijde van sport

Straatvoetbal in de kijker OUDERGEM – Gemeenschapscentrum Den Dam ontvangt voor het tweede jaar op rij de Belgische editie van het Voetbalfilmfestival 11mm. Op het programma staan films, een minivoetbaltornooi en een tentoonstelling. 11mm wil de bezoekers voetbal op een andere manier laten beleven. Straatvoetbal in al zijn facetten is de rode draad. Zo gaat de slotfilm, ‘Streetkids United 2’, over Braziliaanse meisjes uit de favela’s die deelnemen aan de

Street Child World Cup. Zij staan ook centraal in treffende foto’s die te zien zijn tijdens de tentoonstelling met dezelfde naam. In de films die vertoond worden, duiken enkele bekende koppen op. Benoît Poelvoorde speelt in ‘Les Rayures du Zèbre’ een voetbalmakelaar die de jonge Yaya in Ivoorkust van straat haalt om van hem een kampioen te maken bij Charleroi, maar dat draait helemaal anders uit. Documentaire ‘De Pleintjes’ vertelt het verhaal van de Antwerpse straatvoetbalcultuur. Acteur

Matthias Schoenaerts en Rode Duivels Moussa Dembélé en Radja Nainggolan maken hun opwachting in de documentaire, die ook over thema’s als migratie, afkomst en racisme gaat. 11mm zet jongeren actief aan het voetballen. Zaterdag vindt in sportcentrum Willegems een minivoetbaltornooi plaats met vier lokale jongerenteams van telkens vijf spelers. Voor het pre-event van vrijdag aan de ULB, waar de film ‘Campo de Jogo’ wordt vertoond, betaalt u 3 euro, en kunt u de handtekening vragen van Union Saint-Gilloise voorzitter Jürgen Baatzsch en doelman Anthony Sadin. De club uit Sint-Gillis is een van de partners van het festival. Zaterdag en zondag betaalt Tim Schoonjans u 5 euro voor heel de dag.

>

Het volledige overzicht op www.11mm.be

Basketbalclub Basic-Fit Brussels begint in Neder-over-Heembeek aan haar campagne in de Fiba Europe Cup. Woensdag nemen ze het vanaf halfnegen op tegen de Fransen van ELAN Chalon. De weken hierna werken de Brusselaars telkens één van de vijf resterende poulewedstrijden af. Meer informatie op www.brusselsbasketball.be.

HipHop Cultuurcentrum De Rinck (Anderlecht) lanceert een danscursus waar hiphop en urban dance door elkaar gemixt worden. Woensdag wordt een proefles georganiseerd. De lessen lopen tot eind mei 2017 en zijn toegankelijk voor jongeren vanaf tien jaar, die zich elke woensdagnamiddag (van 14 tot 16 uur) kunnen uitleven. Inschrijven kan tijdens de proefles (50 euro, 30 euro voor kinderen).

Tim Schoonjans


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook