Skip to main content

BRUZZ - editie 1536

Page 1

van 1 tot 7 september 2016

N° 1536 WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA VZW, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

Stadsboer verovert Brusselse daken p6-7

xxxx

Zie ook pagina 5

© WAUTER MANNAERT

AUTOLUW STOKKEL

Protest zwelt aan

p 10

Nederlandstalig onderwijs

Docks

p 12 - 13

p8-9

‘Taalachterstand valt nauwelijks in te halen’

Shopping-ufo landt aan kanaal

© IVAN PUT


2 I BRUZZ 1536 I Donderdag 1 september 2016

EDITO Geen visie, geen plan

STEVEN VAN GARSSE Chef weekblad “ Hoe groter de voorsprong voor de shoppingmalls, hoe moeilijker voor het hart van de stad om die achterstand in te halen”

COLOFON BRUZZ

Flageyplein 18, 1050 Brussel 02-650.10.65 ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bruzz.be), 02-650.10.80, Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE98 3631 6044 3393, BIC: BBRU BE BB van Vlaams Brusselse Media vzw. Buiten België 30 euro per jaar. OPLAGE 62.609 exemplaren. ADVERTEREN? Barbara Hartert 0478-84.01.93 ALGEMENE DIRECTIE Jo Mariëns ALGEMENE HOOFDREDACTIE Jeroen Roppe WEEKBLAD & MAGAZINE Steven Van Garsse (chef ) EINDREDACTIE Ken Lambeets ART DIRECTOR Heleen Rodiers VORMGEVING Ruth Plaizier. REDACTIE Jean-Marie Binst, Laurent Vermeersch, Bettina Hubo, Danny Vileyn. MEDEWERKERS Michaël Bellon, An Devroe, Elien Haentjens, Wauter Mannaert, Tim Schoonjans, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Ivan Put, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. DISTRIBUTIE Ute Otten VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Steven Van Garsse, Flageyplein 18, 1050 Elsene. Bruzz is een uitgave van de Vlaams Brusselse Media vzw, wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bruzz.be

Over enkele weken opent Docks, het nieuwe winkelcentrum van de Waalse Mestdagh-groep. De handel in het hypercentrum van Brussel mag zich schrap zetten. Heel wat consumenten die nu Nieuwstraat en andere handelsbuurten van de Vijfhoek frequenteren zullen een kijkje gaan nemen in de nieuwe zilveren ‘shoppingufo’ aan het kanaal. Al was het uit nieuwsgierigheid. En als het hen aanstaat, zullen ze blijven komen. Dat zijn zoveel klanten minder voor de Vijfhoek. Over de mobiliteit in de Vijfhoek is veel gezegd en geschreven. Men kan er voor of er tegen zijn, maar er is een plan. Ook hoe de publieke ruimte er zal gaan uitzien ligt vast. Architecten hebben dit allemaal mooi uitgetekend. Maar over functies, en meer bepaald over welke handel er een plaats moet krijgen, is veel minder duidelijkheid. Laat staan dat er ergens een visie te ontwaren valt. Er is wel gezegd dat er een geleidelijke transformatie zal gebeuren. Dat winkels die de tand des tijds niet doorstaan, vervangen zullen worden door winkels die het deze dagen wél goed doen. Maar een écht handelsplan waarmee

de voetgangerszone de concurrentie kan aangaan met Docks en andere toekomstige shoppingwalhalla’s hebben we nog niet gezien. Het is een wet waar in Brussel geen speld tussen te krijgen valt. Als er geen duidelijkheid is, krijgt speculatie vrij spel. En met speculatie is een stad zelden gediend. De onduidelijkheid over wat er in de gebouwen rond de voetgangerszone moet komen, wordt ook gevoed door de overheid zelf. Over drie weken vertrekt Actiris uit het enorme gebouw aan de Anspachlaan. Het gebouw zal leeg komen te staan. Het Brussels Gewest slaagt er klaarblijkelijk niet in om een koper te vinden. Te duur? Onverkoopbaar? Feit is dat er mogelijk een stadskanker van formaat in de plaats komt. Er is gefluisterd dat de Galeries Lafayette interesse zouden hebben, maar meer dan een flauw ballonnetje bleek dat niet te zijn. Zolang de stad zelfs nog geen bouwvergunning heeft voor de voetgangerszone blijven écht grote investeerders sowieso weg. Een ding staat wel vast: hoe groter de voorsprong voor de shoppingmalls buiten het stadscentrum, hoe moeilijker het wordt voor het hart van de stad om dìe achterstand in te halen.

WAUTER MANNAERT

“

Ik wil alle Brusselaars, handelaars en pendelaars bedanken voor hun geduld” PASCAL SMET Brussels SP.A-minister van Mobiliteit bij de heropening van de Stefaniatunnel, sinds november vorig jaar dicht voor dringende werken (in ‘De Tijd’).

“

Had men naar mij geluisterd, dan waren er zoveel Syriëstrijders niet” PAULA D’HONDT De Koninklijk Commissaris voor het Migrantenbeleid (nu 90) wou in de jaren 1990 al fors investeren in Molenbeek maar werd naar eigen zeggen door de PS gedwarsboomd (in ‘Het Nieuwsblad’).


Donderdag 1 september 2016 I BRUZZ 1536 I 3

Onderwijs Nieuwe bachelor moet internationale gemeenschap bekoren

‘Engelstalige opleiding vult leemte op’ Karl Vanlouwe (N-VA): “De daling van het sportbudget is te wijten aan de Brusselaars zelf.”

Politiek Enkel Sport en Welzijn halen Brussel-norm niet

‘Vlaanderen investeert meer en meer in Brussel’ BRUSSEL - Op Sport en Welzijn na haalt de Vlaamse regering moeiteloos de Brussel-norm van 5 procent. Dat zegt Vlaams parlementslid Karl Vanlouwe (N-VA), die eraan toevoegt dat de Vlaamse regering meer dan ooit voorheen in Brussel investeert. Het budget voor Integratie en Inburgering gaat zowel in absolute cijfers als verhoudingsgewijs vooruit. In vergelijking met 2011 steeg het budget van 51,7 tot 62,5 miljoen euro. Waar in 2011 nog 10,70 procent naar Brussel vloeide, is dat in 2015 13,10 procent. Dat geld is o.a. bestemd voor inburgeringstrajecten en sociale tolk- en vertaaldiensten. Meteen krijgt Vanlouwes partijgenote Liesbeth Homans een pluim: verhoudingsgewijs investeert ze van alle Vlaamse ministers het meest in Brussel. Ook Stedenbeleid zit met 9,5 procent van de Vlaamse middelen ruim boven de 5 procent. Anders dan de kritiek laat vermoeden, blijkt uit de cijfers van Vanlouwe dat het aandeel dat naar Brussel gaat voor Cultuur, Jeugd en Media 9,82 procent bedraagt. Dat is het hoogste cijfer in vijf jaar tijd. Onderwijs schommelt al jaren tussen de 5 en 6 procent, goed voor 635,4 miljoen euro vorig jaar. Om meer anderstaligen aan te sporen om Nederlands te leren, pleit Vanlouwe ervoor om het Huis van het Nederlands te decentraliseren. “Het zou in de gemeenschapscentra lessen Nederlands kunnen aanbieden.” Waar het aandeel voor Sport in 2014 nog meer dan 7 procent bedroeg, is het in 2015 gezakt tot 3,77 procent. Vanlouwe wijt dit aan de Brusselaars zelf: zijn partijgenoot en Vlaams minister voor Sport Philippe Muyters had 10 miljoen euro veil voor de renovatie van zwembaden, maar de Brusselaars stuurden geen enkele aanvraag in. Volgens het kabinet van Pascal Smet (SP.A), in de VGC bevoegd voor Sport, bedroeg de termijn om een project in te dienen maar drie maanden en waren de voorwaarden heel restrictief. “Van de 10 miljoen euro was slechts een half miljoen euro bestemd voor Brussel. Dat is de prijs voor de renovatie van één baantje. De VGC heeft bovendien geen eigen zwembad en de gemeentelijke zwembaden kwamen niet in aanmerking. Net zomin als het nieuwe zwembad van de

VUB, dat tijdens de vorige legislatuur al een subsidie gekregen had, ondanks de bouw van een tweede instructiebad. Uiteindelijk kwamen alleen het Sint-Pieterscollege in Jette en het Jan Van Ruusbroeckcollege in Laken in aanmerking, maar geen van beide had renovatieplannen.” Smet heeft Muyters wel een brief gestuurd met de vraag voor een polyvalente zaal op de campus van COOVI.

Trend Met de overheveling van een aantal federale bevoegdheden naar de gemeenschappen - in Brussel naar de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie - is het volgens Vanlouwe moeilijk om het Brussels aandeel van het Welzijnsbudget te berekenen. Maar dat is volgens hem geen reden om het niet beter te doen. “Brussel en de Vlaamse Rand kampen al jaren met een achterstand, minister Jo Vandeurzen (CD&V) moet dringend een tandje bijsteken.” Wel heeft Vandeurzen in 2015 het budget al met bijna 50 miljoen euro verhoogd tot 170 miljoen euro. Het gebrek aan Welzijnsinvesteringen is niet nieuw, de opeenvolgende Vlaamse regeringen hebben de voorbije 20 jaar nagelaten om bijvoorbeeld in rusthuizen te inves-

“Vandeurzen moet een tandje hoger schakelen” Karl Vanlouwe (N-VA), Vlaams parlementslid

teren. Ook in Vlaanderen is de kwaliteit van zorg en voeding in niet weinig rusthuizen ondermaats. Dat bleek onlangs uit een ontluisterende reeks in de krant De Standaard. Maar Vanlouwe is optimistisch: “De trend waarbij Vlaanderen steeds meer investeert in Brussel, werd in 2015 verdergezet.” Hij koppelt er meteen de belofte aan om die lijn ook de komende jaren wordt aangehouden. Danny Vileyn

BRUSSEL - De VUB lanceert het komende academiejaar in samenwerking met de UGent een Engelstalige ‘bachelor in de sociale wetenschappen’, die studenten opleidt in een interdisciplinaire mix van sociologie, politicologie en communicatiewetenschappen. Het is voor het eerst dat Vlaamse universiteiten een Engelstalige bachelor aanbieden, zegt programmadirecteur Dieter Vandebroeck. Vanwaar dit idee? Vandebroeck: De idee voor de ‘Bachelor in the Social Sciences’ kwam er na een onderzoek van het Brusselse onderwijslandschap door de VUB. Dat toonde een leemte aan in het onderwijsaanbod voor de grote groep Engelstalige scholieren die in Brussel uit het secundair onderwijs komen. Dat werd ook bevestigd door Afiliatys, een belangengroep van EU-werknemers. Op masterniveau zijn er al veel Engelstalige opleidingen, maar op bachelorniveau vind je enkel opleidingen die vooral economisch of business-georiënteerd zijn. Deze bachelor moet studenten toelaten fenomenen vanuit de drie sociale wetenschappen te benaderen. Dit jaar nemen we bijvoorbeeld de Brexit als case. We zullen zowel de politieke ideeën bespreken die tot de stemming geleid hebben, als de mediacampagne rond het referendum, en de sociologische verschillen tussen wie voor en tegen stemde.

Wie is al ingeschreven? Vandebroeck: Op dit moment zijn 46 studenten ingeschreven voor de nieuwe richting: dertig Belgen, acht EU-studenten en acht niet-EU-studenten. Bij de Vlamingen zijn er veel studenten met ook een andere EU-nationaliteit. Daarnaast zijn er nog twaalf vluchtelingen die een kandidaatsdossier hebben ingediend via het ‘Welcome Refugees’-programma van de VUB. Het gaat om kandidaten uit onder meer Syrië, Irak, Afghanistan, Somalië en Oeganda. Het is duidelijk dat hun deelname ook een meerwaarde zou betekenen voor de andere studenten, in een opleiding die onder meer internationale conflicten bestudeert. Zal Brussel een rol spelen in het programma? Vandebroeck: Heel duidelijk, Brussel heeft een internationale uitstraling en is een uitgelezen onderzoeksveld voor de sociale wetenschappen. Qua politieke wetenschappen kunnen we hier de EU-instellingen bezoeken, en de exotische Belgische staatsstructuur bestuderen. Sociologen vinden hier de scherpste tegenstellingen tussen arme en rijke wijken van heel Europa. En communicatiewetenschappers vinden hier enorme media-archieven, en vele grote mediabedrijven. We organiseren de opleiding in samenwerking met UGent, waarbij de collega’s van Gent de eerste twee jaren in Brussel doceren en de studenten in het laatste jaar ook in Gent vakken kunnen volgen.

Sara De Sloover

economie Carrefour ziet potentieel in Piétonnier

Supermarkt in hypercentrum

BRUSSEL – Zonder onverwachte hindernissen opent begin oktober een nieuwe supermarkt in de binnenstad. Het gaat om een Carrefour Market van meer dan 800 vierkante meter groot. De winkel wordt ingericht in de voormalige Sint-Honorédoorgang. Even terugspoelen naar 2012: in de Hallenstraat deed GB, een van de weinige supermarkten in het hypercentrum, definitief de deuren dicht. Hetzelfde jaar werden ook de overgebleven winkels in de Sint-Honorépassage, net aan de andere kant van de Anspachlaan, de deur gewezen met het oog op een grondige renovatie. Vier jaar later heeft de doorgang plaats gemaakt voor een kantoor van verzekeraar Ethias in de Kleerkopersstraat, en een grote winkelruimte die uitgeeft op de Kiekenmarkt. Daar komt zoals eerder aangekondigd een nieuwe supermarkt van Carrefour, de opvolger van GB. In tegenstelling tot de

oude GB zal de nieuwe winkel worden uitgebaat door een franchisenemer. “De nodige vergunningen zijn rond en nu maken we werk van de inrichting en de aanwerving van personeel,” zegt woordvoerder Baptiste Van Outryve. “Als alles goed gaat kan de winkel begin oktober de deuren openen, maar het is nog te vroeg om een exacte datum te geven.” Carrefour is zo helemaal terug in de binnenstad. De keten voert wel al een tijdje een uitbreidsingspolitiek in Brussel, maar tot nu toe waren de nieuwe winkels vooral kleinere Express-winkels. De veelbesproken voetgangerszone schrikt de warenhuisketen alvast niet af. “We mengen ons niet in het debat daarover, maar we denken dat er zeker potentieel is in de buurt.” Het aanbod supermarkten in de buurt was sinds de sluiting van de oude GB beperkt tot een Delhaize op de Anspachlaan en een Lidl in de Van Arteveldestraat. Dat voetgangers niet langer kunnen doorsteken van de Kiekenmarkt naar de Kleerkopersstraat en omgekeerd, is volgens het stadsbestuur geen probleem. Beide straten zijn ondertussen immers autovrij. Bovendien is er meer vraag naar grotere handelsruimten. Dezelfde dynamiek zien we bij de renovatie van het Muntcentrum. Ook daar verdwijnt de galerij om plaats te maken voor grotere winkelruimtes met buitengevel. Laurent Vermeersch


4 I BRUZZ 1536 I Donderdag 1 september 2016

DE WEEK

IN BEELD Naar verluidt is de Pokémon Go-rage over zijn hoogtepunt heen maar daar valt in het Warandepark niet veel van te merken. Op een zonnige dag is het er over koppen lopen. Met hun smartphone jagen jongeren en iets ouderen zij aan zij op Pikachu en co. Het Warandepark is daarbij de place to be.

in het NIEUWS Brand bij NICC

Zondagnacht werd brand gesticht in de gebouwen van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek, kortweg NICC, in NederOver-Heembeek. De daders goten vanop het dak een ontvlambaar product naar binnen dat ze vervolgens in brand staken. Het NICC is een federale wetenschappelijke instelling, die helpt om bewijzen te vinden bij misdrijven. Ook de nationale DNA-databank is er gevestigd. Verschillende labo’s

raakten beschadigd, zo onder meer het labo voor microsporen. Mogelijk wilden de daders sporen in een onderzoek naar een eerdere misdaad uitwissen. Ook een terreurdaad wordt niet volledig uitgesloten. Het parket heeft een onderzoek ingesteld. Vijf mensen werden opgepakt, maar in de loop van de dag opnieuw vrijgelaten. Het NICC werd, ook na de aanslagen van 22 maart, alleen bewaakt met camera’s.

Stefaniatunnel heropend

Sinds maandagochtend is de Stefaniatunnel opnieuw open voor het verkeer. De tunnel ging in januari dicht nadat scheurtjes waren gevonden in het plafond. Het beschadigde beton werd afgebroken en vervangen. Het Gewest maakte van de

gelegenheid ook gebruik om de wanden van de tunnel te reinigen en nieuwe LEDverlichting te plaatsen. In totaal namen de werken zeven maanden in beslag en werd 1,5 miljoen euro geïnvesteerd. De komende weken zal ‘s nachts nog verder gewerkt worden om de renovatie te voltooien. In samenspraak met de betrokken gemeentes en politiezones, werd beslist om het autoverkeer opnieuw te laten doorsteken vanuit de Waterloolaan over het Louizarondpunt richting het Zuidstation. Die doorgang werd tijdens de sluiting afgesloten omdat de files er het tramverkeer in de war stuurden. Op de rotonde blijft het verkeer wel beperkt tot één rijstrook om het verkeer vlotter te laten verlopen en de conflicten tussen de verschillende weggebruikers te beperken. Eind december volgt een evaluatie.

De Montgomerytunnel is nog niet klaar om opnieuw te openen. De werkzaamheden daar zouden nog duren tot midden december.

Recordtransfer

bonussen kan oplopen tot 9,8 miljoen euro. Het gaat om de duurste inkomende transfer in de Belgische voetbalcompetitie. Stanciu speelde sinds maart zeven wedstrijden met de Roemeense nationale ploeg en scoorde daarin vier keer. Op het recente EK kwam hij twee keer in actie. Bij Anderlecht vindt Stanciu zijn landgenoot en voormalige ploeggenoot Alexandru Chipciu terug. Chipciu maakte in juli ook al de overstap van Steaua Boekarest naar het Constant Vanden Stockstadion.

Samengesteld door Bettina Hubo en Laurent Vermeersch

Sporting Anderlecht heeft een contract gesloten met de Roemeen Nicolae Stanciu. De 23-jarige aanvallende middenvelder komt over van Steaua Boekarest. Paars-wit betaalt een flinke transfersom, die met

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP


© IVAN PUT

Donderdag 1 septmebEr 2016 I BRUZZ 1536 I 5

Uitgelicht Schepen in opspraak wegens mogelijke belangenvermenging

Vriendjespolitiek aan Madou SINT-JOOST-TEN-NODE - De oppositie in Sint-Joost beschuldigt schepen Mohamed Azzouzi (PS) van belangenvermenging. De schepen van Stedenbouw zou niet neutraal kunnen oordelen over dossiers van winkelketen Dod. De kwestie zorgt voor spanning binnen de meerderheid. Na het faillissement van Dod gingen Frederic Roekens (Groen), Ahmed Moussine (Ecolo) en Thierry Balsat (Gemeentebelangen) snuisteren in de archieven van de gemeente. Ze stootten op vergunningsaanvragen waaruit blijkt dat Mohamed Azzouzi als architect werkte voor Dod. De samenwerking dateert van voor zijn schepenambt, maar de PS-politicus zou tot de sluiting van de winkels nog genoten hebben van 30 procent korting op alle artikelen, zo getuigen ex-werknemers. Een en ander kan erop wijzen dat Dod een voorkeursbehandeling kreeg van de gemeente. “Hier is sprake van belangenvermenging want Azzouzi is als schepen van Stedenbouw verantwoordelijk voor het toezicht op de vergunningen die Dod heeft aangevraagd,” klinkt het bij Roekens en co. “Bij sommige vergunningen zijn voorwaarden opgelegd, zoals het realiseren van woningen, maar de gemeente heeft nooit gecontroleerd of die zijn nageleefd.” Dod-oprichter Marc Kissous ontkent dat er sprake is van gunsten en stelt dat alles wettelijk is gebeurd. “Het klopt dat de schepen korting kreeg, maar dat geldt evenzeer voor andere gemeentemandatarissen,” zegt hij. “Veel andere klanten krijgen 10 procent, en

wij verkopen geen dure dingen, dus zelfs bij 30 procent gaat niet om grote bedragen.” Schepen Azzouzi was niet bereikbaar voor commentaar en gaf maandagavond ook geen uitleg op de gemeenteraad. Zijn partijgenoot en burgemeester Emir Kir (PS) stemde wel in met het voorstel van de oppositie om werk te

“Er waren al spanningen tussen Kir en Azzouzi” Frederic Roekens (Groen)

maken van een deontologische code, maar liet verder geen ruimte voor debat. “Kir zit waarschijnlijk verveeld met de zaak want dit straalt af op zijn meerderheid,” interpreteert Roekens. “Je kan veel zeggen van Kir, maar ik denk niet dat hij corrupt is. Er waren eerder al spanningen tussen Kir en Azzouzi. Die heeft een reputatie van medewerkers pesten en mensen publiek uitschelden. Dit

zal de relatie geen goed doen, maar de PS zal de vuile was niet buiten hangen.” Volgens Vlaams schepen Bea Meulemans (SP.A) bereidt Azzouzi een antwoord voor, maar bij het ter perse gaan had dit ons nog niet bereikt. Afwachten dus hoe de relaties binnen de meerderheid verder evolueren. De relatie tussen de gemeente en Kissous is in elk geval vertroebeld. De oprichter van Dod zet immers door met zijn schadeclaim van 16 miljoen euro. Hij verwijt de gemeente, samen met het Gewest en de nutsbedrijven, dat ze de Leuvensesteenweg hebben afgesloten voor het verkeer zonder werk te maken van de heraanleg. De werken bleven uit door onenigheid tussen gemeente en het Gewest. Of Walking Madou de winkelketen echt schade heeft berokkend is echter twijfelachtig. “Dod was uit de mode geraakt,” klinkt het bij Meulemans. “Uit cijfers blijkt dat ook winkels buiten Brussel het moeilijk hadden,” aldus nog Roekens. “De opkomst van online winkelen en prijsbrekers zoals Primark hebben waarschijnlijk een grotere rol gespeeld.” Kissous verwacht de uitspraak van de rechtbank pas in 2017.

Laurent Vermeersch

De spraakmaker maal geen onzinnig voorstel, het is zelfs een uitstekend voorstel om het dichtslibbend verkeer, de ergerlijke verkeersopstoppingen en de vuile lucht een halt toe te roepen. Of om ze teminste in te dijken. Mobiliteitsgewijs zouden de drie Vlaamse partijen in de federale regering (N-VA, CD&V en Open VLD) moeten juichen en Calomne steunen, maar dat gebeurde niet. Helaas is er langs Vlaamse kant nogal wat wantrouwen: die Brusselse metro wordt ook wel gezien als de voorafschaduwing van de gevreesde metropolitane gemeenschap. Maar ook Brussel heeft lang aan koudwatervrees geleden wat het GEN betreft. Dat verdomde GEN,

Gautier Calomne ©BDW

Brusselaar en Kamerlid Gautier Calomne (MR) pleit voor een uitbreiding van de metro vanuit de hoofdstad naar Vlaanderen. Hij wil lijnen laten lopen tot in Groot-Bijgaarden, Grimbergen, Diegem, Kraainem en Wezembeek-Oppem en Overijse. De MR zit in Brussel op de oppositiebanken. Brussels minister Pascal Smet (SP.A) werpt hem voor de voeten dat zijn minister beter eerst werk zou maken van het GEN. De SP.A zit federaal in de oppositie. Het leuke aan een land met niet minder dan acht regeringen is dat de ene meerderheid wel eens in de clinch gaat met een andere meerderheid. Dat laten ook de voorstellen van Calomne zien. Een metro tot in zes Vlaamse gemeenten is hele-

dat nochtans een kwarteeuw geleden op de kaart werd gezet door de visionaire Brusselaar Jean-Louis Thys (PSC), zou de stadsvlucht van de middeninkomens alleen maar versnellen. Dat werd lange tijd in

Brussel gedacht en daarom werd er vanuit Brussel veel te laat aangedrongen om echt werk te maken van het GEN. Het is pas toen de groenen van Ecolo beseften dat het GEN niet alleen pendelaars vervoert, maar ook het intra-Brussels mobiliteitsprobleem kan oplossen zonder dat het Brussel één cent kost, dat de kering werd ingezet. Smet reageert wel op de voorstellen. Hij zegt dat nieuwe metrolijnen niet opportuun zijn - nochtans heeft hij in het voorjaar zelf voorgesteld om de metro tot Groot-Bijgaarden te laten rijden - en dat de federale regering beter voort-

maakt met het GEN. En daar heeft Smet een punt, 25 jaar wachten is lang genoeg. Maar misschien heeft Calomne ook wel gelijk. Stel dat de Brusselse regering de zes lijnen die Calomne voorstelt onderzoekt en vier ervan zinvol vindt, dan duurt het toch nog 20 jaar voor die metro er is. En dan is er allicht een andere minister van Mobiliteit. Dat is een voordeel en een nadeel: Smet hoeft niet te vrezen voor zijn budget, maar hij kan de stations niet inhuldigen. Wij blijven ondertussen wel op onze honger: we wachten op een uitnodiging voor een groot event waar wordt aangekondigd dat Smet en Calomnne het eens geworden zijn. Dat zou pas spraakmakend zijn. Danny Vileyn


6 I BRUZZ 1536 I Donderdag 1 september 2016

INTERVIEW Dakboerderij Abattoir combineert vis- en groenteteelt

‘Onze tilapia zal wél lekker zijn’

stadslandbouw Steven Beckers (BIGH): “We gaan in Brussel een netwerk van dakboerderijen opzetten, zes in totaal.” © BART DEWAELE

“Niemand durfde stadslandbouw op een hoger niveau te tillen” Steven Beckers, architect


Donderdag 1 september 2016 I BRUZZ 1536 I 7

ANDERLECHT - Op het dak van de Foodmet, aan het slachthuis van Anderlecht, is de aanleg van de ambitieuze Urban Farm begonnen. Architect Steven Beckers wil er met zijn bedrijf Building Integrated GreenHouses (BIGH) de teelt van groenten en vis op een duurzame manier combineren. “En het moet rendabel zijn. Dit is een commercieel project.”

Wij hebben erover gepraat met enkele sterrenchefs. Ze werken al met deze vis, maar hebben de grootste moeite om tilapia van goede kwaliteit te vinden. Het is een vis die van zichzelf niet zoveel smaak heeft, maar die zich goed laat bereiden en die met een saus makkelijk op smaak te brengen is.

Hoeveel banen gaat u met dit project creëren?

V

eel is er vandaag nog niet te zien op het ruim 4.000 vierkante meter grote dak van de nieuwe Foodmet van Abattoir. Nochtans is een deel van de moestuin klaar en werd er zelfs al geoogst. “Maar we waren niet helemaal tevreden over het gebruikte substraat en zijn opnieuw begonnen. De plantjes werden zopas ingezaaid,” vertelt Beckers. Boven het groentebed hangen grote netten die moeten beletten dat meeuwen en kraaien met de jonge aanplant aan de haal gaan. Behalve een buitentuin van 2.000 vierkante meter verrijst hier binnenkort een aquaponicsboerderij, ook 2.000 vierkante meter groot. De L-vormige serre die hiervoor nodig is wordt in oktober gebouwd. Aquaponics is een vernuftig systeem waarbij het water met de uitwerpselen van vissen gebruikt wordt om planten te kweken (zie kader). Voor hij stadsboer werd, was Beckers een ‘klassieke’ architect. Rond de eeuwwisseling was hij nog verantwoordelijk voor de renovatie van het Berlaymontgebouw. Maar na dertig jaar plannen tekenen en vergunningen aanvragen, had hij er genoeg van. Zes jaar geleden begon hij met de Lateral Thinking Factory, een bedrijf dat overal in Europa en ook in China overheden en ondernemingen adviseert inzake circulaire economie. “We zorgen ervoor dat alle materialen die in een gebouw gaan herbruikbaar zijn en ook gezond zijn voor de mens.”

Hoe kwam u er toe het dak van de Foodmet te huren en daar een stadsboerderij te beginnen?

Wat kost het en wie investeert? Beckers: De serre met de aquaponicsinstal-

latie kost 2,5 miljoen euro. Met de werkingskosten van het eerste jaar erbij komen we aan 3,5 miljoen. Hopelijk krijgen we voor de opstart en voor de research wat subsidies maar volgens ons businessmodel kunnen we eigenlijk zonder. Het Brussels gewest zal investeren, zo ook enkele Belgische en Luxemburgse families. En drie banken zorgen voor de leningen.

“Zeggen dat groenten uit de volle grond beter zijn, is onzin” Steven Beckers, architect Die hoge kostprijs komt onder meer door de plek, op het dak. Wat zijn de voordelen van een dakboerderij? Beckers: Er is veel licht, zon en regen en we

kunnen de warmte van het gebouw recupereren. De serre zal grotendeels opgewarmd worden met de restenergie van de frigo’s van de vleeshandels beneden. Zo wordt het gebouw niet alleen passief, maar ook productief. Als je bovendien ook nog voedsel produceert, verbeter je de kwaliteit van het gebouw. Maar er is ook het sociale aspect: je creëert tewerkstelling, geeft opleiding.

Beckers: Stadslandbouw is er niet om ieder-

Leefmilieu Brussel onderzocht wat het potentieel is aan stadslandbouw op daken in het gewest. We hebben alle platte daken in kaart gebracht, parkeergarages, schoolgebouwen, supermarkten, noem maar op. We kwamen uit op zes miljoen vierkante meter. Bruto weliswaar, dus zonder te kijken naar de stevigheid. Maar als je ervan uitgaat dat tien procent geschikt is, kom je nog aan 600.000 vierkante meter. Dat is een enorm potentieel. Na de publicatie van de studie stelden we echter vast dat niemand het initiatief nam om op een professionele manier met zo’n dakboerderij te beginnen.

een te voeden. Het zal altijd complementair zijn met de rurale landbouw. We rekenen op veertig ton vis per jaar en honderdduizenden bakjes groenten, genoeg om zeker vijfhonderd families te bevoorraden van verse producten.

Beckers: Klopt, maar het zijn doorgaans ini-

tiatieven van verenigingen, buurtbewoners of sociale instellingen. Dat is heel goed, maar die kleinschalige projecten zijn niet rendabel, ze functioneren maar zes maanden per jaar. Niemand durfde het aan om de stadslandbouw op een hoger niveau te tillen en er een commerciële boerderij van te maken met een constante productie. Wij hebben de stap gezet en BIGH opgericht. Omdat we er niet zoveel van af wisten hebben we er de Duitse firma ECF bijgehaald, die al twee aquaponicsboerderijen runt, in Duitsland en in Zwitserland.

Beckers: De smaak van onze groenten zal minstens zo goed zijn, zo niet beter, omdat we natuurlijke meststof gebruiken. Zeggen dat groenten uit de volle grond per se beter zijn, is onzin. Alle gronden in Brussel zijn vervuild en er is geen controle. Bij ons is alles gecontroleerd: water, lucht, licht, temperatuur. Sowieso is grondteelt op het dak onmogelijk, het is te zwaar. Onze substraten imiteren grond, maar zijn veel lichter. En ze zijn goed bestand tegen zware regenval. In het voorjaar was alle grondteelt verzopen. Hier sijpelt het water door het substraat en het teveel wordt afgevoerd.

Qua vis kiezen jullie voor tilapia. Waarom? Beckers: Het moest een zoetwatervis zijn want er zijn maar heel weinig groenten die groeien in een zoute omgeving. We hadden ook kunnen kiezen voor barramundi, snoekbaars of forel, maar we hebben de groeitijd en de verkoopprijs laten meespelen. Daarom beginnen we met tilapia, een sterke vis, die heel resistent is tegen ziekten en al na acht maanden oogstbaar. De tilapia heeft ook een heel goed metabolisme. Met 1,2 kilo voeding krijg je 1 kilo vis. Bij zalm heb je zes kilo voer nodig.

Maar tilapia heeft een slechte reputatie. Zelf eet ik het nooit. Beckers: Binnenkort zult u het wel eten, als u geproefd hebt hoe lekker onze tilapia is. Op dit moment vind je alleen slechte tilapia vol antibiotica, die per diepvries vanuit Thailand komt.

Waar zullen de producten verkocht worden? Beckers: Buurtbewoners zullen in ons win-

keltje beneden vis en minigroenten kunnen kopen. Daarnaast zullen we in de lokale supermarkten liggen. Het moet een wijkproduct worden. Om heel Brussel te kunnen bedienen willen we een netwerk van dakboerderijen opzetten. We hebben al geschikte daken op het oog in Ukkel en Oudergem. Voorts zoeken we nog een plek in het noorden, het oosten en het centrum van de stad. Zes in het totaal dus.

In Rotterdam ging begin dit jaar nog een aquaponicsboerderij failliet. Hoe pakken jullie het aan om rendabel te worden? Beckers: Een voordeel van een netwerk van

boerderijen is de schaal: je hoeft maar één - dure - visspecialist aan te werven voor de verschillende boerderijen. Ook zullen we op termijn niet in elke boerderij alle groentevariaties hebben. Eén vierkante metertje van dit en één van dat, is niet rendabel. Je moet op de kwantiteit spelen. We gaan ook niet stoppen bij Brussel. Volgens ons businessmodel beginnen we in Brussel om daarna uit te breiden naar de rest van België en vervolgens internationaal te gaan. Er zijn al verzoeken vanuit Parijs, Lyon en Milaan. We mikken hoog, ja. Bettina Hubo

Wat zal de opbrengst zijn?

Steven Beckers: In 2013 hebben we voor

Nochtans wemelt het in Brussel van de initiatieven rond stadslandbouw.

water. Wil de consument die bereid is wat meer te betalen juist geen groenten uit de volle grond?

Beckers: De directe tewerkstelling is beperkt. We hebben al een gentleman-farmer voor de moestuin. Het is de Australiër Simon Clisshold, die werkt met mensen van de vzw Atelier Groot Eiland. Er komt binnenkort een specialist voor de visteelt bij en iemand voor de planten in de serre. In totaal zal hier een tiental mensen werken. Daarnaast is er natuurlijk de indirecte tewerkstelling. De producten moeten verpakt worden en gedistribueerd. Er is op het dak ook een restaurant gepland dat onze producten zal gebruiken.

AQUAPONICS

Hier beneden op de markt van Abattoir worden de groenten tegen een spotprijs van de hand gedaan. Kunnen jullie daar tegen op? Beckers: De prijzen zijn er inderdaad heel,

heel laag, maar de kwaliteit is navenant. Het is zoals overal: voor goede waren betaal je meer. Bovendien bieden wij een ander product aan. Het heeft weinig zin om ook selder of pompoenen te gaan telen. Die zullen bij ons altijd duurder zijn. Wij moeten iets speciaals doen. We mikken bijvoorbeeld op fragiele groenten, die niet geschikt zijn voor een lang transport. Ook gaan we werken rond smaken, nieuwe ontdekkingen.

Welke groenten zijn dat dan? Beckers: Eetbare bloemen, speciale kruiden, jonge scheuten en ook minigroenten, zoals kleine worteltjes. Of nog, vergeten groenten, dat zijn vaak groenten die niet meer geteeld worden omdat ze slecht tegen vervoer kunnen.

In de moestuin telen jullie op een substraat, in de serre zullen de plantjes groeien op

Groenten telen met uitwerpselen van vis.

© WAUTER MANNAERT

Aquaponics is een samentrekking van de begrippen aquacultuur (viskweek) en hydroponics (planten telen op water). Het is in principe een gesloten ecosysteem waarbij de uitwerpselen van vissen dienen als voedsel voor de planten. Het vuile water uit de vistank gaat eerst door een biofilter. Dat zijn bacteriën die de amoniak uit de urine omzetten in nitraten. Dit levert een organische meststof op voor de plantjes. Het water met de voeding wordt door de hoger gelegen groentebedden gepompt. De plantenwortels zuiveren het water, dat weer terugvloeit naar de vistank. Zo is de cirkel rond. Bij de installatie van BIGH op het dak van de Foodmet zal het systeem niet helemaal gesloten zijn. Het water dat door de plantenwortels wordt gepompt, zal niet teruglopen naar de vistank. “Dit kan alleen bij kleinschalige experimenten. Om het water van onze vistank te zuiveren zouden er veel meer plantjes nodig zijn dan de 1.500 vierkante meter die wij gaan telen,” legt Steven Beckers van BIGH uit. Hij rekent er op de tank grotendeels te kunnen vullen met regenwater opgevangen van het dak van de serre. HUB


8 I BRUZZ 1536 I Donderdag 1 september 2016

Economie Docks, eerste nieuwe shoppingcentrum in dertig jaar, opent binnenkort de deuren

‘We zijn zelfs met de boot bereikbaar’

W

ie Docks vandaag bezoek t, zo’n t wee maanden voor de opening, krijgt al snel een idee van de schaal van het project. Het is het eerste nieuwe winkelcentrum in Brussel in meer dan dertig jaar tijd, en het is enorm. De enormiteit valt al op tijdens de rit ernaartoe: de omgeving van de werf staat vol geparkeerd met bestelwagens, vaak met Poolse of Roemeense nummerplaat. De cijfers over het winkelparadijs doen inderdaad duizelen. Maar

“We zijn zonder twijfel het meest ecologische winkelcentrum van België” Pascale Govaers, sales manager Docks

liefst 1.000 arbeiders werken elke dag om het gebouw op tijd af te krijgen. Voorlopig is het dus nog een stoffige bedoening met heel wat ‘peinture fraîche’-bordjes. Maar binnenkort goed voor bijna 60.000 vierkante meter winkelruimte. In de parking – nog niet helemaal af – is plaats voor 1.700 voertuigen. Naast de winkels komt er ook een bioscoop met acht zalen, de eerste cinema van filmverdeler Belga, de grootste distributeur van het land. En op het dak: een feestzaal met plaats voor 1.500 mensen. Het gebouw lijkt dus onaf, maar dat is schijn. Momenteel legt dat leger arbeiders de allerlaatste hand aan het gebouw én de winkels. Het gaat nu nog om afwerking en winkelinrichting. De ene winkel staat daar al verder mee dan de andere. Bij JBC ligt het parket er bijvoorbeeld al, in andere ruimtes wordt nog volop chape gelegd. “We hebben een echte evenwichtige mix van winkels: ketens en zelfstandigen,” zegt Olivier Weets van bouwpromotor Equilis. “Je komt bijvoorbeeld ’s ochtends naar Docks om te ontbijten aan het centraal plein, overdag kun je wat shoppen, en later dineren en naar

BRUSSEL - Aan het kanaal in het noorden van Brussel verrijst een nieuw gebouw. Dat indrukwekkende gebouw aan de Van Praetbrug, een investering van maar liefst 210 miljoen euro, herbergt vanaf 20 oktober shoppingcentrum Docks Bruxsel. Daarmee wint het dus met voorsprong de race van concurrenten UPlace en NEO. BRUZZ kreeg al een exclusieve rondleiding op de werf.

de film gaan. En er is natuurlijk ook het indoor avonturenpark Koezio.” Maar het zwaartepunt ligt duidelijk bij grote internationale ketens, dat is te zien aan de briefjes die aan elke stoffige etalage hangen. McDonald’s, bakkerijketen Paul, kledingketens Zara of SuperDry, Media Markt. Die ketens hebben hun weg naar Docks goed gevonden: bijna alle winkelruimtes zijn al verhuurd.

Met de boot En dat komt allemaal in een hypermodern gebouw, pocht Pascale Govers. Zij is de sales manager van het winkelcentrum. Een groot deel van de verluchting van het gebouw moet

op een natuurlijke manier gebeuren, via het dak – en dus niet via airco. “En we gaan ook zonnepanelen plaatsen én een groendak. We zijn zonder twijfel het meest ecologische winkelcentrum van België.” Ecologisch, dat wel, maar consumenten moeten ook heel wat kilometers afleggen om eerst bij Docks Bruxsel te raken. Tegenstanders vrezen een verkeersinfarct aan de drukke Van Praetbrug, maar Docks heeft al het nodige gedaan om bereikbaar te zijn, klinkt het bij Pascale Govers. Aan de parking wordt nog hard gewerkt, maar ook in openbaar vervoer werd geld gepompt. Zo zijn er twee tramhaltes verplaatst, en er

werden ook een fietstunnel en een zogeheten ‘ovonde’ aangelegd, een ovalen rotonde. “Allemaal op onze kosten trouwens. We hebben zelfs een eigen Villo-station gekocht van exploitant JCDecaux, voor 100.000 euro.” Ze moet wel toegeven dat Docks Bruxsel hoopte op wat meer steun van het Brussels gewest voor de mobiliteit. “We zijn trouwens ook bereikbaar met de boot, want we liggen vlak aan het kanaal. Dat kunnen de meeste andere winkelcentra niet zeggen,” zegt Weets. “50 procent van onze klanten zullen met het openbaar vervoer komen. Dat is echt een belangrijk doel voor


Donderdag 1 september 2016 I BRUZZ 1536 I 9

© IVAN PUT

© IVAN PUT

JOUW GEMEENTE ANDERLECHT. In de nacht van maan-

dag op dinsdag schiet een 36-jarige man twee mensen in het been aan metrostation Sint-Guido. De man wordt meteen opgepakt en de twee slachtoffers worden buiten levensgevaar afgevoerd naar het ziekenhuis. +++ etterbeek. Frans kunstenaar Guillaume Bottazzi gaat het Jourdanplein in oktober aankleden met een

Laatste loodjes Momenteel leggen de arbeiders de laatste hand aan het gebouw en aan de winkels.

‘Overheid rolt rode loper uit voor Docks en Neo’ Docks is het eerste van de drie aangekondigde shoppingcentra in het noorden van het gewest dat opengaat. “Ik moet de ondernemerszin van de projectontwikkelaar toejuichen, maar met dit winkelcentrum wordt de al zo fragiele handel in Brussel niet versterkt,” zegt Anton Van Assche van Unizo. De ondernemersorganisatie had van meet af aan bezwaren tegen Docks, net zoals ze nog steeds gekant is tegen de komst van Neo en Uplace, alle drie in de periferie van Brussel. “De Brusselse overheden zeggen dat er nood is aan extra winkelaanbod in het noorden van de stad. Ze baseren zich op een studie waaruit blijkt dat Walen wel nog in het zuiden van Brussel komen winkelen, maar Vlamingen niet meer in het noorden. Zou het kunnen dat Vlamingen het gewoon gezelliger vinden in Mechelen of Wemmel? Trouwens, wat heb je aan Vlamingen die niet verder rijden dan Van Praet?” Van Assche vindt het een gemiste kans dat de overheid de promotor geen plek in het centrum heeft aangeboden. “Of bijvoorbeeld het oude Electrabelgebouw aan Troon. Dat had een soort Harrod’s kunnen worden.” Het terrein aan het water bij Van Praet was volgens Van Assche meer geschikt voor industrie. “Of voor een uitbreiding van Mabru.” Docks heeft volgens hem alle truken van de foor gebruikt om in het bestemmingsplan te passen. “Het gebied was bestemd voor industrie of grote handelszaken. De promotor heeft dan maar zes units getekend, zes grote winkels, zo leek het. Maar in de prospectus zag je al meteen dat ze opgedeeld zouden worden in kleinere winkels.” Unizo heeft ook vragen bij het aanbod in het shoppingcentrum. “Ooit werd gesproken over concept- en beleveniswinkels. Dat maken ze uiteindelijk niet waar. Het verhaal dat Docks complementair is met de handel in het centrum, klopt dus niet. Ik vrees dat de handelaars er wel degelijk last van zullen hebben en dat op een moment dat ze al in zwaar weer zitten.” Volgens Van Assche moeten alle overheidsinspanningen nu naar de voetgangerszone gaan. “De overheid rolt de rode loper uit voor winkelcentra in de periferie, maar ook hotel Métropole en broodjeszaak Au Suisse zitten daarop te wachten.” Bettina Hubo

monumentale muurschildering. Die wordt maar liefst 16 meter hoog en 7 meter breed. Wat Bottazzi precies gaat schilderen is nog een verrassing, maar het werk moet Brussel promoten als Europese hoofdstad. In november is de muurschildering af. +++ SINT-JANSMOLENBEEK. De gemeente opent een speciale speelzone voor honden in het Marie Joséepark en het Hauwaertpark. Daar kunnen honden vrij rondlopen en

spelen op speeltuigen. De zone komt er op initiatief van vzw Stadsbeest en schepen van Dierenwelzijn Analisa Gadaleta (Groen). +++ Schaarbeek. Buurtbewoners willen het Colignon-

plein volledig autovrij maken. Nu is het plein een parking voor bezoekers van het gemeentehuis. Daarom organiseert het collectief Imagine Colignon op zondag 18 september een picknick, om gemeente en Gewest te overtuigen het plein vrij te maken in het kader van de werken voor het aangrenzende wijkcontract tussen 2017 en 2020. +++ ELSENE. Een onopzettelijke brand in de Venetiëstraat kost woensdag het leven aan een Elsense veertiger. De oorzaak van de brand blijft onbekend, maar hij is niet aangestoken. De man wordt zwaar geïntoxiceerd aangetroffen in zijn flat en overlijdt later in het ziekenhuis. +++ UKKEL. Buurtbewoners van rond de Floridalaan willen de oude

villa Manoir Pirenne beschermen tegen afbraak. Door een bouwproject dreigt die plaats te moeten ruimen voor drie luxe-appartementsblokken. Wijkcomité Florida/Langeveld verzamelt 300 handtekeningen, genoeg om officieel te worden beschermd. Nu is het een half jaar wachten op de beslissing van Monumenten en Landschappen. +++ brussel-stad. Jeugdcollectief Free 54 zet zijn strijd om het Sint-Katelijneplein verder. Al sinds het begin van de zomer verzet de beweging zich tegen de terrassen van omliggende horecazaken, om het plein ‘terug te geven aan de mensen’. Het collectief kreeg de gemeente al zo ver om opnieuw bankjes te installeren op het plein. Maar op 2 september organiseert Free 54 opnieuw een actie. Dat is dit keer een bezetting van het plein door zo veel mogelijk jongeren. De extra bankjes die het collectief zelf installeerde, werden afgebroken.

Samengesteld door Roan Van Eyck

ADVERTENTIE

Sociale Verhuurkantoren (SVK)

Verhuur uw woning zonder risico en zonder zorgen ons.” Voor het fietsende personeel worden er alvast ook douches voorzien.

Laatkomers En personeel zal er zijn: 2.000 mannen en vrouwen, die momenteel aangeworven worden samen met de Brusselse arbeidsbemiddelingsdienst Actiris. Goed nieuws voor de werkgelegenheid, of niet? Nieuwe shoppingcentra in en rond Brussel, de zelfstandigenorganisaties lusten ze rauw. Ze vrezen dat het stadscentrum zal doodbloeden door een overaanbod aan winkels. Inclusief banenverlies, wat de 2.000 extra jobs wel wat in perspectief zet.

“Luister, we hebben heel wat marktstudies gedaan, wij en anderen,” reageert Weets. “Er is een gebrek aan commerciële aantrekkingskracht in

“Het verschil met Neo en UPlace? Wij hebben een vergunning” Olivier Weets, Equilis

Brussel, het aanbod is te klein. Er zijn echt opportuniteiten voor nieuwe initiatieven.” En dus richt Docks zich op alle Brusselaars – “iedereen, we zoeken niet specifiek naar rijke klanten” – en op Nederlandstaligen uit de Rand rond Brussel. Daarmee bindt Docks al een deel van de klanten aan zich waar ook UPlace en NEO zich op richten. “Met het verschil natuurlijk dat wij het enige winkelcentrum zijn dat al bestaat. De andere twee hebben nog niet eens vergunningen,” besluit Weets fijntjes. Opening op 20 oktober. Tim Gatzios

a Gegarandeerde huur elke maand a

Verzekerd verhuurbeheer

a

Onderhoud van uw woning

a Hulp bij renovatie a Fiscale voordelen

www.fedsvk.be 02 412 72 44


10 I BRUZZ 1536 I DONDERDAG 1 SEPTEMBER 2016

SINT-PIETERS-WOLUWE Handelaars en marktkramers boos om heraanleg Dumonplein

‘Dit is een ramp voor de commerce’ GEEN PARKING, GEEN KLANTEN. De handelaars aan het Dumonplein vrezen de heraanleg. “Geen parking, geen klanten!”

heerst een nog groter ongenoegen. De ramen hangen vol petities tegen de plannen, en de meesten vrezen het ergste voor hun zaak. Pierre van droogkuis Cleaning Touch, gelegen op het plein, is onverbiddelijk. “Geen parking, geen mensen. We hebben heel veel oudere klanten die hun auto heel eventjes parkeren om bij ons langs te komen. Ik denk niet dat die mensen van de parking in Stockel Square, die extra plaatsen krijgt, tot bij ons gaan komen.” Maar dan rest er natuurlijk nog de vraag wat de man in de straat, de gewone Stokkelaar, wiens inkomen niet afhangt van handel op en rond het Dumonplein, van het plan vindt. Een man die op een bankje bij de bekende ‘Friterie Charles’ zit, reageert bijna even boos als de handelaars zelf. Niet omdat hij tegen is, maar juist omdat er zoveel geprotesteerd wordt. “Het is altijd iets als ze wat willen doorvoeren. Kijk naar hoe het plein erbij ligt. Wil de wijk meegaan met z’n tijd, dan is dit de beste oplossing. Ik sta volledig achter het plan. En, ja de handelaars, die zeuren toch altijd?”

Facelift

© IVAN PUT

SINT-PIETERS-WOLUWE - Wie dezer dagen op en rond het Dumonplein in Sint-Pieters-Woluwe vertoeft, kan er niet naast kijken. Overal hangen petities en pamfletten tegen vitrines van de lokale handelaars en marktkramers. Maar hoe luid deze mensen ook hebben geroepen, het plein zal heraangelegd worden, en krijgt in haar nieuw bestaan, als gewestplein nota bene, een houten luifel, een Italiaanse koffiebar en openbare toiletten.

D

rie keer per week strijken marktkramers uit alle windstreken neer op het plein om hun beste producten aan de man te brengen. Velen onder hen staan hier al tientallen jaren op de markt, maar kijken toch niet al te positief naar de toekomst. Reden? De marktkramers zien de heraanleg van het Dumonplein absoluut niet zitten.

Ramp In de toekomst wordt het plein parkeervrij, krijgt het een grote houten luifel die ongeveer een vierde van het plein zal overdekken en zal er plaats zijn voor een Italiaanse koffiebar, openbare toiletten en een wafelkraam. Ook moeten extra lange zitbanken en extra bomen aan de zuidkant van het plein ervoor zorgen dat het een echte ontmoetingsplek wordt. De definitieve bouwvergunning is nog niet afge-

leverd, maar niemand twijfelt meer aan de komst van het nieuwe plein, dat na de heraanleg ook eigendom wordt van het Gewest. Het investeert dan ook 3,6 miljoen euro in het project. Kaasboer Benny is één van de tegenstanders van het nieuwe Dumonplein. Hij staat al vanaf de jaren 1980 op de markt en is niet te spreken over het plan. “Ten eerste zal er minder plaats zijn voor ons, marktkramers, en ten tweede

ADVERTENTIE

D EBATAVO EBATAVOND ND dinsdag 13 september VA N A F 1 9.0 0U

GC DE MARKTEN OU D E GRAA N M A R KT 5 1000 B RUSSE L

Meer i nf o ?

ASTER .VANDEVELD E@N- VA. B E O F 0473 88 02 49

M ARC DESCH E E MAECKE R

D E L IJ N , B R U S S E L S A IR P O R T , E X - N M BS

MOB I LITEIT LI TEIT R US SEL S EL B RUS

CI EL T J E VA N A CHT ER

BRUS S E L S P ARL E M E N TS L I D

zal het schrappen van de parkeerplaatsen echt een ramp zijn voor de ‘commerce’ rond het plein. Ik heb gelijkaardige situaties gezien in een aantal Vlaamse gemeenten en in geen enkel geval was de uitkomst positief.”

Friterie Charles Ook bloemenhandelaar Verbrugghen & zoon, die enkele meters verderop staat en al vanaf 1965 een plek op de markt bekleedt, had het liever anders gezien. “Ik vind het heel jammer dat er niet meer overleg is geweest met ons. Toen het gemeentebestuur zijn plannen voorstelde, leek alles al beslist.” De florist stelt zich ook vragen bij het muurtje dat rond het nieuwe plein gaat komen. “Ik ben eens benieuwd hoe alle marktkramers op dat plein gaan geraken als er maar een of twee in- en uitgangen zijn. Gaan de eersten hier dan al om half 5 ‘s morgens moeten komen staan?” En het zijn niet alleen de marktkramers die het oneens zijn met de heraanleg van het plein. Bij de handelaars die rond het plein liggen,

Even verderop zit Herman. De Nederlandse expat op rust woont al veertig jaar in de wijk en houdt van de buurt rond het Dumonplein. “Het is hier een stuk minder steriel dan de rest van Sint-Pieters-Woluwe. Hier heb je tenminste wat leven, al zou ik het nog leuker vinden als er hier wat meer terrasjes zouden komen. Dat mis ik hier echt.” Ook over het nieuwe plein is hij opgetogen. “Ik vind het in ieder geval goed dat die luifel en bepaalde voorzieningen, zoals die koffiebar, het wafelkraam en de openbare toiletten er komen. Het plein verdient echt wel beter. En waarom kan de markt gewoon niet verplaatsen naar de Baron Albert d’ Huartlaan, zoals hij nu omwille van de kermis ook staat, verplaatsen. Ik vind dat in ieder geval een prima locatie voor de markt.”

“Er zal minder plaats zijn voor ons, marktkramers” Kaasboer Benny

Dat het laatste woord over het nieuwe Dumonplein nog niet is gezegd, is duidelijk. Marktkramers en handelaars zijn enorm boos en zien een toekomst na de facelift niet al te rooskleurig in. Daartegenover zijn er heel veel mensen die wél blij zijn met het plan, en de heraanleg een must vinden voor de ontwikkeling en leefbaarheid van de wijk. Een moeilijke en herkenbare situatie voor veel gemeenten die vergelijkbare werken hebben doorgevoerd. Jules Lemmens


ADVERTENTIE

LIVE

va n u i t KA Etterbeek!

BACK TO SCHOOL

Op één september gaat BRUZZ terug naar school. We parkeren onze bus op de speelplaats van het Koninklijk Atheneum Etterbeek en brengen de hele dag live radio. 1 september op 98.8 FM en online op BRUZZ.be


12 I BRUZZ 1536 I Donderdag 1 september 2016

INTERVIEW Miche De Meulenaer ervoer hoe taalondersteuning loont

‘ Taalachterstand valt amper in te halen’ BRUSSEL - Miche De Meulenaer stond van 2010 tot 2015 in voor de ondersteuning van de leerkrachten en directies van het vrij secundair onderwijs. Zo heeft ze een goede kijk op de taalachterstand in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel en op de manier waarop enthousiaste leerkrachten die proberen weg te werken. “Taalzwakke kinderen gaan naar school op een eiland.”

D

e taalachterstand bij scholieren van vreemde origine blijft een heet hangijzer in het Nederlandstalig onderwijs. Na jaren met drie ondersteunende krachten voor veertien scholen (dertien katholieke plus Lucerna, JMB) probeert het vrij onderwijsnet het te doen met één halftijdse voor enkele scholen. Of die inspanning volstaat, zal de toekomst bepalen.

Hoe wordt een doorlichting op taal in een school bekeken? Miche De Meulenaer: De ervaring leert dat jongeren van vreemde thuisorigine moeilijk van hun taalachterstand afgeraken tot in het Nederlandstalige secundair onderwijs. In de eerste, tweede en derde graad van het secundair wordt gezien waar geremedieerd kan worden op taalbeleid. Hulp, didactisch materiaal, methodieken en suggesties worden aan lesgevers aangereikt. Op die manier kunnen zij - ongeacht het vak, van wiskunde tot geschiedenis en de kappersopleiding – leerlingen taalkundig bijsturen. Bij de doorlichting voor talenbeleid (2013-2014, JMB) waren zo goed als alle scholen geslaagd, sommige zelfs met summa cum laude, zoals Maria Assumpta. Ondanks hun enorme inspanningen faalden Regina Pacis en Sint-Guido. Overal wordt nochtans heel veel moeite gedaan.

Wat maakt taalachterstand tot een probleem? De Meulenaer: Taal is de basis van

alles. Als je niet genoeg begrijpt wat de leerkracht zegt, en dan nog eens valt over woordenschat in tek-

WIE IS MICHE DE MEULENAER? Vanuit haar ervaring met Nederlands voor anderstaligen in het volwassenenonderwijs werkte Miche De Meulenaer van 2010 tot 2015 bij het netoverschrijdend Brussels Ondersteuningspunt voor secundair onderwijs (BROSO). Haar opdracht was school- en taalbegeleiding voor de Brusselse secundaire scholen van het vrij onderwijs (dertien scholen plus Lucerna, JMB). Het ging om alle ondersteuning van leerkrachten en directies op het vlak van talenbeleid. Van de zes BROSObegeleiders waren er twee voor het Gemeenschapsonderwijs, drie voor het vrij onderwijs (sinds vorig schooljaar nog een halftijdse voor enkele scholen) en een halftijdse voor het OVSG (Onderwijssecretariaat voor Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap).

sten, dan kan je onmogelijk iets studeren. Een gemiddelde Nederlandstalige kleuter begrijpt 3.200 woorden receptief. Een taalzwakke kleuter kent er duizend. Dat is een achterstand van 2.200 woorden, waarmee die kinderen in de eerste kleuterklas beginnen. Wie hen tien nieuwe woorden per lesuur kan aanbrengen, heeft al 220 lesuren nodig om de achterstand in te halen. Eigenlijk zouden ze duizend woorden per jaar moeten bijleren om hun achterstand tegen het eerste studiejaar weg te werken. Maar ondertussen leren de vlot Nederlands sprekende kinderen ook nieuwe woorden bij, en veel sneller. De achterstand valt dus amper in te halen. De taalzwakke leerlingen hebben ook weinig kennis van de leefwereld en worden van thuis uit minder of niet gestimuleerd in het Nederlands. Ze kijken zelfs niet naar Vlaamse tv-zenders. Ze gaan als het ware naar school op een eiland. Enkel daar krijgt het kind een Nederlands taalbad. Eens daarbuiten, in de stad, dicteert het Frans en de vreemde moedertaal de taalvaardigheden van het kind. En dat geldt voor alle sociale klassen.

vendien gaat het grotendeels om ASO-kinderen (want er is amper een aanbod TSO, JMB). Overal in de scholen gebeurt wel iets van taalondersteuning. De leerkrachten wordt dan materiaal toegereikt, zoals actuateksten op drie lees- en begrijpniveaus per klas, zodat iedereen over één thema iets bijleert. De leerkrachten hebben enorm veel extra werk aan die taalzwakkeren, zowel in voorbereiding, de uitwerking van stappenplannen als de opvolging ervan. Ze kunnen werken aan woordenschat, begrijpend lezen, sneller luidop lezen, technisch lezen. Alles helpt. Sommige leerlingen maken tijdens die leessessies vorderingen van twee schooljaren.

“Het unieke aan Brussel is dat het Nederlands zich beperkt tot de klas en de leraar” Miche De Meulenaer Broso-begeleider 2010-2015

Hoe kan de Nederlandse taalkennis dan verbeterd worden? De Meulenaer: Een achterstand

wegwerken is altijd moeilijk. In het eerste secundair worden sinds 2005 taaltoetsen afgenomen om het taalniveau te bepalen. Brussel was daarin het labo voor heel Vlaanderen. In zo een klas zit dan een kind met een niveau van het vierde jaar lager onderwijs naast iemand met een niveau van het tweede middelbaar. De grote heterogeniteit in Nederlandstalige scholen vraagt om specifieke onderwijsmethodieken van de Brusselse leerkrachten. Bo-

staat, zet zich ten volle in voor de aanpak van kinderen met een taalachterstand. Daartegenover hebben veel leerkrachten en vrij veel directeurs te kampen met een burn-out. Oorzaak daarvan: de complexe situatie om naast het runnen van een school, op continue wijze de taalzwakke leerlingen en hun ouders op te vangen. Leerkrachten en directies die het volhouden in Brussel, verdienen allemaal een medaille. Want hun zwaarste last blijft: hoe benen we al die zwakkeren bij? Hoe kun je als leerkracht geschiedenis in het middelbaar lesgeven als de leerling al een pak woorden niet begrijpt? Het verbetert er niet op in Brussel door de nieuwe instroom van taalzwakkeren in het onderwijs.

Vele scholen halen de achterstand wel op in het eerste jaar, maar het probleem is dat dit in het jaar daarop niet meer ondersteund wordt. Te allen tijde zou vakoverschrijdend bijgestuurd moeten worden op taal. Want door de taalarme leefwereld van het kind vergroot de achterstand nog.

Hoe houden Brusselse leerkrachten dat vol? De Meulenaer: Alleen de enthousi-

astelingen blijven in Brussel werken. Wie in Brussel voor de klas

De taalachterstand achtervolgt jongeren tot in het laatste jaar secundair onderwijs.

De Meulenaer: In het laatste jaar van de humaniora worden de jongeren klaargestoomd voor het hoger onderwijs. Dan krijgen ze weer een nieuw soort woordenschat mee, de academische. Het begrijpend lezen ‘snappen’ blijkt andermaal moeilijk. Zo sijpelt de taalarmoede door tot in het hoger onderwijs. Geen wonder dat een hogeschool als de Erasmushogeschool werk maakt of gaat maken van een toegangstest Nederlands.

Is de taalarmoede van het Nederlands is een uniek fenomeen van Brusselse scholen? De Meulenaer: In Brussel is het pro-


Donderdag 1 september 2016 I BRUZZ 1536 I 13

Miche de meulenaer: “Alleen de enthousiaste leerkrachten blijven in Brussel werken: ze gaan ervoor.”

bleem acuut. Het doet zich uiteraard ook in andere centrumsteden voor. De Arteveldehogeschool Gent werkte een test uit voor het zesde secundair, om te zien of de leerlingen klaar zijn voor het hoger onderwijs. Overal blijkt dat de leerkrachten wel het nodige doen; zowel in ASO en TSO wordt ongelooflijk hard gewerkt om de taalachterstanden weg te werken. Mooie resultaten zijn legio, maar het is nooit genoeg. Het is een kwestie van geloof in de specifieke begelei-

“Een Brusselse school is een samenleving in het klein” Miche De Meulenaer Broso-begeleider 2010-2015

ding en het volhouden van de inzet. Nu de leerkrachtenbegeleiding beperkt werd in personeel, zetten we een stap terug in de tijd, vrees ik.

Wat maakt het verschil tussen Brussel en Antwerpen voor Franstaligen en anderstaligen in een Nederlandstalige school? De Meulenaer: De school is altijd een taalbeschermend eiland, daarin zit © SASKIA VANDERSTICHELE

ADVERTENTIE

niet het verschil tussen Antwerpse of Brusselse scholen. Het grote verschil is de leefomgeving rond de school. In Antwerpen zal je Nederlands moeten spreken in de winkel. In Brussel is de omgevingstaal overal Frans. En de thuistaal is dan nog iets anders. En of het nu kleuters of jongvolwassenen zijn, het Nederlands in Brussel is doorgaans maar de derde taal. Het levert slechte polyglotten op, als de taaloefening niet maximaal ondersteund wordt.

Welk voordeel zou een Nederlandstalige Brusselse school hebben ten opzichte van een school in Vlaanderen? De Meulenaer: Precies die multi-

culturele bagage en diversiteit. Een Brusselse school is een samenleving in het klein. De meertalige vaardigheden zullen overal de toekomst gaan uitmaken. In dat opzicht hebben ze een toch stapje voor. Onze Vlaamse grootouders gingen ook van het platteland naar Franstalige scholen in Brussel. Het Frans was voor hen enkel de ‘schoolomgevingstaal’; thuis kon geen woord Frans worden gesproken en op school mocht geen mondje Nederlands worden gesproken. En toch hebben zij zich hierdoor de twee landstalen eigen gemaakt. Jean-Marie Binst


Doorstroming

©xxx

MIJN GEDACHT

14 I BRUZZ 1536 I Donderdag 1 SEPTEMBER 2016

Meer leerlingen uit Brussel zelf moeten doorstromen naar het hoger onderwijs en dus ook de lerarenopleiding, meent Nadine Engels (VUB).

© SASKIA VANDERSTICHELE

‘Leerkrachten moeten Brussel beter leren kennen’ Leraren in Brussel zijn minder ervaren dan in de rest van Vlaanderen en haken ook sneller af, meldde de Onderwijsinspectie vorig jaar. Hoe kunnen we ze gemotiveerd houden? Door ze beter voor te bereiden, hoopt Nadine Engels van de VUB. Studenten van alle Brusselse lerarenopleidingen krijgen voortaan een lesmodule ‘urban education’ en moeten ook verplicht stage lopen in Brussel. “In Vlaanderen verlaat ongeveer 20 procent van de jonge leerkrachten het onderwijs in de eerste vijf jaar van hun loopbaan”, zegt professor Nadine Engels, onderwijskundige en hoofd van de lerarenopleiding aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). “Uit de laatste cijfers die ik onder ogen kreeg, blijkt dat dat in Brussel meer dan het dubbele is.” “Leraren vallen uit, nieuwe leraren moeten altijd opnieuw expertise opbouwen, terwijl het net de kinderen in Brussel zijn die het meeste nood hebben aan het beste onderwijs.” 90 procent van de leerkrachten in het Brusselse Nederlandstalige onderwijs wonen ook niet in Brussel, meldde Vlaams minister van Onderwijs Crevits (CD&V) recent nog in het Vlaams Parlement. “Dat moet ook anders”, zegt Engels. “De studenten van buiten Brussel in de lerarenopleiding moeten soms erg wennen aan de grootstedelijke context. Bijvoorbeeld de taalsituatie alleen al. Meer leerlingen uit Brussel

NADINE ENGELS

onderwijskundige en hoofd lerarenopleiding aan de VUB.

“Onze studenten verplichten al hun stages in Brussel te doen, is onmogelijk”

zelf moeten doorstromen naar het hoger onderwijs en dus ook de lerarenopleiding, maar momenteel zijn er heel wat scholen waar dat bijna niet gebeurt.” Met een hervorming dit schooljaar van de lerarenopleiding voor alle leerkrachten willen de Erasmushogeschool, CVO Coovi en de VUB toekomstige leerkrachten in elk geval zo veel mogelijk ondersteuning bieden. “Lesgeven in Brussel is behoorlijk pittig. Geregeld krijgen onze studenten in hun stages al te maken met conflictsituaties. Voor biologiedocenten bijvoorbeeld zijn leerlingen die bepaalde lessen niet willen bijwonen, bijna standaard geworden. Als stagiairs die verhalen tijdens intervisiemomenten kwijtkunnen aan hun medestudenten, helpt dat heel wat. Ze merken daar dat ze niet de enige zijn die zoiets meemaken.” Voortaan trekken kandidaat-leerkrachten in de eerste week van de vernieuwde opleiding de stad in. “In samenwerking met lokale scholen starten de studenten met een module ‘urban education’. Iedere student mag twee buurten in de stad kiezen, bij voorkeur liefst zo verschillend mogelijke buurten. Daar worden ze onder meer rondgeleid door de leerlingen van de lokale school, en moeten ze een aantal opdrachten uitvoeren.” Qua stages beginnen de studenten voortaan met een stage waarin ze bijna één-op-één met leerlingen samenwerken. “Deze ‘tutoring’ moeten ze verplicht in een school

in het Brussels Gewest uitvoeren. De studenten geven geen bijlessen, maar krijgen van de leerkrachten ‘moeilijke’ teksten uit de lessen, die onze studenten dan samen met de leerlingen bekijken om ze begrijpelijker te maken.” Geleidelijk zal daarna de moeilijkheidsgraad worden opgevoerd, eerst als assistent van de leerkracht, en dan pas helemaal alleen zelf voor de klas. “Onze studenten verplichten al hun stages in Brussel te doen, is onmogelijk. Maar we willen vermijden dat ze al hun stages in rustige plattelandsdorpjes – als zoiets nog bestaat in Vlaanderen – doen en daarna werk vinden in een Brusselse school, waar veel jobs openstaan. Om dan vervolgens een enorme cultuurshock mee te maken en het onderwijs vrij snel te verlaten. Onze opdracht is ook om ze de enorme diversiteit en het potentieel van de Brusselse leerlingenpopulatie te laten ontdekken.” “De lerarenopleidingen gaan vaker en meer communiceren met de scholen, om de kloof tussen theorie en praktijk zo klein mogelijk te houden. In twaalf Nederlandstalige scholen zullen studenten samen met de leerkrachten ook aan actieonderzoek doen. Als de school met een probleem geconfronteerd wordt, bedenken de teams een remedie. Daarvoor worden ze ondersteund door experts, en die gaan ze daarna uitproberen. Zo voelen de Brusselse leerkrachten zich hopelijk ook beter ondersteund.”

Sara De Sloover


ADVERTENTIE

VERNIEUW je abonnement in 2 minuten 80

4

77

69

32

6

Ga gewoon naar een GO-automaat Student 18 – 24 jaar? Stuur ons eerst je schoolattest op school.mivb.be


ADVERTENTIE

3

stappen om in de Kinderzorg te werken

SPORT IN BRUSSEL ONTDEK HET NIEUWE SPORTSEIZOEN Vind alle informatie over sportclubs en sport sportlessenreeksen in de sportgids, G-sportfolder en de folder Sport 50+.

1. Surf

naar www.cvomj.be

2. Kies

Zoek een sportaanbod op jouw maat via www.sportinbrussel.be

3. Start

in september

je cursus

Maak in september kennis met de Brusselse sportclubs tijdens de Maand van de Sportclub. Sportclub

12 talen • Vlaamse Gebarentaal • informatica • fotografie • mode beroepsopleidingen: zorgkundige, begeleider in de kinderopvang, voetverzorger, multimedia operator, industrieel elektricien

sport

vestigingsplaatsen in Meise, Jette, Asse, Wemmel, Londerzeel, Vilvoorde en Halle

online inschrijven vanaf nu

brussel

www.cvomj.be Stationsstraat 35 • 1861 Meise • 02 892 24 00 ADVERTENTIE BDW 5 sept kinderzorg.indd 1

24/06/2016 16:48:45

De Vlaamse Gemeenscha

pscommissie (VGC) organi

seert een selectieprocedu

Entiteitsverantwoordelijk eG

re voor de mandaatfuncti

ezin

e:

Als mandaathouder maak je deel uit van het management team en ben je medeverantw het College en de administrat oordelijk voor een optimale ie. samenwerking tussen Als entiteitsverantwoordelijk e Gezin sta je in voor de voo rbereiding, de uitvoering en Dat omvat Nederlandstalige de evaluatie van het VGC-be kinderopvang, buitenschool leid op het vlak van Gezin. se opvang, preventieve gezinso voor jonge kinderen en bes ndersteuning, opvoedingson trijding van kinderarmoede. dersteuning, crisisopvang Je moedigt Nederlandstalige gezinsvoorzieningen in Bru ssel aan om samen te werken Je bent een spilfiguur in de en je creëer t een breed dra samenwerking met andere agvlak voor het VGC-gezins beleidsdomeinen zoals ond de vernieuwing van het bre beleid. erwijs, jeugdwelzijn en vrije de gezinsbeleid en je staat tijd. Je levert een actieve bijd in voor de coördinatie van rage aan het kinderarmoedebestrijdin gsplan. Je leidt een team van een 15-t al medewerksters. Je stemt de taken van de teams ‘beleid’ verhouding (taakaf bakening) en ‘ondersteuning’ op elkaar tussen de entiteit en de terr af en bewaakt de correcte einpar tners. Je moedigt exp ervan. Je beheer t de begroti ertiseontwikkeling aan en zor ng en de financiën voor Gez gt voor de interne ontsluiting in. Je kent de regelgeving van de sector, de beleidsactoren en de actoren uit het werkve en je wil je daar blijvend in ld, of bent bereid deze op kor bijscholen en verdiepen. te termijn te ver wer ven,

Interesse?

Heb je minstens drie jaar leid inggevende ervaring, ver wo

rven in de laatste tien jaar,

of acht jaar nuttige profess ionele ervaring?

Solliciteer dan uiterlijk op 20 september 2016 via aan getekend schrijven. Je vin ww w.jobpunt.be/vacature dt het inschrijvingsformu s. Hier vind je ook de bro lier op chure met meer informati Graag meer info over de e over deze mandaatfunc VGC? Sur f naar http://w tie en de selectieprocedu ww.vgc.be re.

Voor de VGC zijn gelijke kan sen belangrijk. Jouw talent is belangrijker dan je geslac handicap of chronische zie ht, gender, afkom st, leeftij kte. d, geaardhei

d,


Donderdag 1 september 2016 I BRUZZ 1536 I 17

Stel zelf je vraag EN STEM op BRUZZ.BE

DORIEN uit SCHAARBEEK:

Hoeveel vossen zijn er in Brussel? Het is moeilijk om een exact antwoord op deze vraag te geven, maar we kunnen wel stellen dat het er een heleboel zijn. Het fenomeen van de stadsvos in België is immers ontstaan in Brussel. Begin jaren 1980 werden de eerste Brusselse dieren al gespot in de noordelijk gelegen gemeenten Haren en Neder-Over-Heembeek en in de gemeenten rond het Zoniënwoud in het zuiden, terwijl in Gent bijvoorbeeld pas enkele jaren geleden de eerste vossen werden gespot. Doorheen al die jaren is het aantal Brusselse vossen flink toegenomen en hebben ze zich over het hele gewest verspreid. Naast die evolutie in het aantal vossen, zie je ook een verandering in het gedrag van de vos. “Een vos is een zeer intelligent dier dat zeer goed situaties en mensen kan inschatten. We hebben de laatste jaren dan ook gezien dat ze steeds dichter bij de mens leven en minder schuw zijn. Er zijn dus niet alleen méér vossen, maar het lijken er nog eens dubbel zoveel omdat je ze gewoon vaker ziet,” legt Olivier Beck van Leefmilieu Brussel ons uit.

“In de gemeenten rond het Zoniënwoud hebben vossen alles wat hen gelukkig maakt” Olivier Beck

Leefmilieu Brussel

zoek is naar een territorium. “In zo’n territorium is het vrouwtje de baas. In het voorjaar krijgt ze kinderen, maar na de zomer, wanneer de jongen te groot worden om ze allemaal te voeden, verstoot ze hen. De vossen moeten dan op zoek naar een eigen territorium en zwerven rond tot er een eentje vrij is. In die zoektocht komen ze dan ook soms op ongebruikelijke plekken waar je geen vos verwacht, zoals in de Wetstraat of in appartementsgebouwen in het centrum,” vertelt Beck.

Gevaarlijk? “Eigenlijk zijn vossen echt niet gevaarlijk. Het eerste wat we tegen de mensen zeggen is ook dat vossen allesbehalve agressief zijn. Het zijn misschien wel wilde dieren, maar zelfs wanneer je een kat hebt rondlopen in de tuin, dan zal die kat nog steeds dominant zijn ten opzichte van een vos. Een vos zal dus nooit een mens, huisdier of kind zonder reden aanvallen. Ook zijn er geen

specifieke ziektes die kunnen worden overgedragen van een vos naar een mens. De populatie van stadsvossen hier in Brussel verkeert echt wel in een goede gezondheid. Uit studies van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid blijkt dat verschillende ziektes zoals hondsdolheid niet meer aanwezig zijn in België. Ook de vossenlintworm is nog nooit vastgesteld in het Gewest.” Wie toch last heeft van veel vossen wordt aangeraden om duidelijke afspraken te maken met de buurt door bijvoorbeeld de vuilniszakken niet rechtstreeks op straat te zetten, maar in een grote doos te plaatsen voor ze worden opgehaald. Zo kunnen de vossen er in ieder geval niet in rondneuzen. Jules Lemmens VOLGENDE WEEK Hoe komt Brussel aan al haar hoogteverschillen? Allemaal natuurlijk of ook wel aangelegd en waarom?

STEEDS DICHTER.

Zwervende vossen

Doordat vossen heel goed situaties en mensen kunnen inschatten, durven ze steeds dichter in de buurt van mensen te komen.

Niet in het Zoniënwoud, zoals vaak wordt gedacht, maar in de residentiële gemeenten er rond, heb je het meeste kans om een vos tegen het lijf te lopen. En dat is volgens Olivier Beck ook logisch te verklaren. “In die gemeenten heeft de vos alles wat hem gelukkig maakt. Ze vinden er veel privégroen waar ze kunnen uitrusten en veel soortgenoten waarmee ze zich kunnen voortplanten. Voeding speelt een minder belangrijke rol in de keuze van hun woonplaats, want de dieren eten toch bijna alles.” Wanneer je dan toch een vos tegenkomt in een dichtbevolkte omgeving zoals de Vijfhoek of de Europese wijk, dan gaat dat vaak om een zwervende vos, meestal een jong mannetje, die op

JOUW MENING

lezersbrieven@bruzz.be

Teken(ingen) aan de wand Het initiatief om gedurende vier opeenvolgende zomeredities (BRUZZ 1532-1535) een dubbele pagina met tekeningen toe te voegen aan de krant, kan niet anders dan lovend ontvangen worden: vooral omdat in de dag- en weekbladpers de aandacht voor beeldende kunst en beeldend kunstenaars ondermaats is ten opzichte van andere artistieke disciplines. Agenda Magazine, de bijlage van BDW-stadskrant, vormt een mooie uitzondering: zij doen al meerdere jaren een inspanning om systematisch ateliers van beeldende kunstenaars onder de aandacht te brengen. Nochtans zou het jammer zijn om na slechts vier edities dit initi-

atief prematuur af te voeren, op voorwaarde dat de deelnemende kunstenaars geen verplicht thema wordt opgedrongen, en dat er bij de keuze ‘voorrang’ wordt gegeven aan Vlaamse in Brussel wonende kunstenaars. Dat er zich onder de huidige vier deelnemende kunstenaars al twee Franse kunstenaars bevinden is me dunkt een wat overdreven vorm van artistieke gastvrijheid, die zich in Parijs wellicht op een andere manier zou voordoen.

Jonas Wille, Oudergem

Belediging van een priester In de lezersbrievenrubriek (BRUZZ 1529, p.12) veroordeelde priester

Jan Van Eycken de aartsbisschop van Mechelen-Brussel Jozef De Kesel en de priesters van de Fraternité des Saints Apôtres (FSA). Van Eycken gebruikte zelfs ‘De Kesel’ als titel om zijn mening te verspreiden: is de aartsbisschop het daarmee eens? Deze belediging is zeer erg want ze houdt in dat aartsbisschop Léonard het recht niet had om deze Fraternité op te richten op 7 april 2013. Bij gebrek aan priesters zou het nochtans beter zijn om de jonge priesters van FSA te helpen en ze niet te beledigen. De zogenaamde semi-traditionele Fraternité is jong en moet nog een beetje haar weg zoeken. Het kerken geloofsbeeld van de Fraternité schrijft zich in de traditie van het Tweede Vaticaans Concilie in. De

FSA-priesters durven te tonen wie ze zijn en dragen daarom een zeer eenvoudige soutane. Ze bevinden zich in de Sint–Katelijnekerk, die alle dagen open is van 8 tot 20 uur en iedere zondag in de SintJozefkerk in Ukkel. Als apostelen zijn zij altijd pastoraal beschikbaar, ze verlenen zelfs hulp aan aanliggende parochies in de mate van het mogelijke. Het wordt priesters ten zeerste aangeraden om in gemeen-

schap of fraterniteit te leven; dat zegt ook aartsbisschop De Kesel. Wie is priester Van Eycken om FSA te veroordelen? Priester Van Eycken zou best officieel laten weten wie hij is en waarom en met welk recht hij de FSA zo aanvalt. Elke zondag is er om 10.30 uur een hoofdmis van FSA in de Sint-Katelijnekerk. Kom gerust eens langs.

Yvan Nobels, voorzitter kerkfabriek Sint-Katelijne

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BRUZZ-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bruzz.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.


18 I BRUZZ 1536 I Donderdag 1 september 2016

Damien moureau

VADROUILLE ©MICHEL DELABAYE

JOSE SAHAGUN

FATIMA TALBAOUI

©MICHEL DELABAYE

>

SQUARE ARMAND STEURS

ANNIE BRASSEUR

©MICHEL DELABAYE

Tot 25/9 van 10 tot 18u. (gratis) met Thierry Bontridder, Annie Brasseur, Philippe Cardoen, J.P.B., Nathalie Joiris, Damien Moreau, José Sahagun, Fatima Talbaui, Turkan Eryoruk, Bob Van der Auwera, Adrien Versaen, Hubert Verbruggen www.amis-square-steurs.net

Park steurs zoals het er vorig jaar uitzag, met achteraan het vergulde beeld ‘De Bron’ van Juliaan Dillens.

©MICHEL DELABAYE

©MICHEL DELABAYE


Donderdag 1 september 2016 I BRUZZ 1536 I 19

Tentoonstelling Kroonstuk van de liefde voor een wijk

Sculpturenweelde aan Square Armand Steurs SINT-JOOST-TEN-NODE - Bijna een kwarteeuw al. Zolang organiseren Michel en Myriam Delabaye-Goeminne met de vzw Les Amis du Square Steurs een jaarlijkse expositie voor hun deur. Met hedendaagse tuin- en parksculpturen van de beste Brusselse, Belgische en uitheemse kunstenaars. “Niemand in de wijk wil het event missen,” klinkt het uit de keel van het ouderlingenpaar.

A

ls het project van de spoorweglijnen uit de negentiende eeuw anders was getekend, dan was er nooit een Square Steurs geweest. Heel wat politiek gebakkelei tussen de Stad Brussel, Sint-Joost en Schaarbeek had er na veertig jaar toe geleid dat de spoorweg (die er nu onder loopt, JMB) een paar keer verlegd werd en dat er uiteindelijk een tunnel van gemaakt werd. Begin Eerste Wereldoorlog werden de eerste 50 meter overkapt door de Duitsers. Nadien was er geen geld voor het vervolg. Pas in 1930 voorzag toenmalig liberaal minister van Verkeer Maurice August Lippens de fondsen. De gemeente stelde prompt architect Eugène Dhuicque (1877-1955) aan voor het plantsoenontwerp. Dhuicque had faam behaald door zijn school Anneessens en de ‘Bananenblok’ in de Dansaertstraat. Waarom de square de naam Steurs draagt, is eigenlijk het eerste verhaal. Armand Steurs was advocaat van het Hof van Beroep en burgemeester van Sint-Joost-ten-Node van 1885 tot 1899. Als voorzitter van de Intercommunale Brusselse Watermaatschappij had hij werk gemaakt van de waterbevoorrading van de stad. Het water uit het bekken van de Bocq (die in de Condroz op 305 meter hoogte ontspringt) tot in de toenmalige periferie van Brussel-Stad gebracht. De watermaatschappij en architect Dhuicque wilden dit eren. Met een monument in een parkje en omringende beeldhouwwerken die het levenswerk van de watermaatschappij symboliseren. Enderzijds is er De Bron, van Juliaan Dillens: een vergulde bronzen vrouw die een vis uit de Bocq vangt. Anderzijds De inspanning van Guillaume Charlier: een monolitisch blok in graniet van Zinnik, dat de zware werkzaamheden looft. Nog geen halve eeuw ging het goed met de romantische square in vier grote parterres afgezet met haagjes. Begin jaren 1980 lagen

het plantsoen en zijn constructies er reeds als een ruïne bij. De twee fonteinen waren stuk. Het monument De bron was weggehaald naar het gemeentehuis. Kleine criminaliteit tierde er alom. In die tijd lag er nog een straat door en rond het plein, dat ’s avonds rodeo’s aantrok. Toen kwamen Michel Delabaye en Myriam Goeminne, een kunstminnend duo, er wonen… “Omdat we ons huis in een sneeuwwinter kochten, zagen we niet hoe de square er echt bij lag,“ beginnen de senioren hun verhaal. “Eerst dachten we het pand meteen terug te verkopen, met al die ellende voor de deur. Maar we beslisten om voor een renovatie van het plein te pleiten en de buurt te mobiliseren.”

Geen Maalbeeksnelweg Het was toenmalig Brussels staatssecretaris Jean-Louis Thys (PSC) die uiteindelijk een subsidie voorzag om het plein aan te pakken. In 1984 stelde Delabaye een eigen ontwerp van nieuwe square voor, die de twee gedeeltes met elkaar versmolt. Op die manier zou een ander project, waarvan de square de gevolgen zou slikken, in de kiem worden gesmoord. Er werd nu eenmaal geopperd om de Lambermontlaan te ontdubbelen en een snelle verbinding te maken van de Berenkuil tot de EU-instellingen. “Onze strijd voor een park uit één stuk droeg bij tot het voorkomen van die ‘Maalbeeksnelweg’ door Schaarbeek en Sint-Joost-ten-Node,” glundert Delabaye. “Daar had Guy Cudell (PS-burgemeester van 1955 tot 1999, red.) wel oren naar. Verder wou Jean-Louis Thys een aanlegsubsidie toekennen, op voorwaarde dat er een hek en poorten rond het park kwamen. Om vandalisme te voorkomen. Een te late omheining rond het park Tenbosch had hem dat lesje geleerd.” Delabaye: “Burgemeester Cudell eiste dat de hekken door smeedijzergieterij Alexandre vervaardigd zouden worden. Maar de wijkbewoners wilden geen ‘gevangenishekken’. Op een weekend zijn we dan alle openbare gebouwen,

ambassades en parken met hekken gaan bekijken, en hebben we alle maten opgenomen. Gevolg was dat we hekken op mensenmaat kregen. Het was landschapsarchitectenbureau Pechère die het park à l’identique hertekende, vertrekkend van de oorspronkelijke ontwerpplannen uit 1930 van Eugène Dhuicque (18771955). De plannen had ik na veel zoekwerk teruggevonden in archieven.” Door een en ander ontstond het idee van een actieve vzw Les Amis du Square Armand Steurs. Goeminne: ”De vzw kwam er op 2 april 1987 met de bedoeling wijkactiviteiten te kunnen organiseren. Het begon met klassieke concerten en dans, zodat het kleine grut de smaak te pakken kon krijgen om zich in te schrijven in de academie. Het idee evolueerde naar hedendaagse monumentale sculpturen. Ook daar

“Dankzij de interesse van de kinderen, gaan we door met het project ” Myriam Goeminne Les Amis du Square Steurs kon de buurt wat van leren. Want kunst van diverse origine, of het nu van Vlaamse, Marokkaanse, Turkse of Afrikaanse artiesten is, is een bindmiddel tussen gemeenschappen.” Delabaye: “In 1993 hebben we het thema van de Monumentendag, IJzer en Glas, gebruikt voor een eerste expositie van een maand na het zomerreces. Wie die eerste editie mee

promootte was de NMBS, die bij geleide treinritten naar de expo verwees telkens de trein in de tunnel onder de Square Steurs reed. Dat kwam omdat we twintig meter treinsporen in het park hadden gelegd om er ook een wagonnetje op uit te stallen.” De eerste tentoonstelling groepeerde kunstenaars als Thierry Bontridder, Bob Van der Auwera en Hubert Verbruggen. Regelmatig zijn zij ook teruggevraagd. Voor de editie van 2016 komen deze meesters terug, ditmaal met leerlingen of volgelingen van hen. Nathalie Joiris, die in de wijk woont, neemt deel met een monumentaal werk. Verder de jonge Damien Moreau, die veel voor openbare ruimtes heeft gecreëerd. Ook Anderlechtenaar José Sahagun, van Spaanse origine en docent beeldhouwwerk en de Marokkaanse Fatima Talbaui van de Academie van Sint-Joost participeren. Haar werk Bloemetjes buiten zetten, een hele sliert bloemconstructies op een rij, was al met veel succes te zien op de biënnale in Pepingen. Samen komen er twaalf monumentale werken, waarvan vier van vrouwelijke kunstenaars. De organisatoren zorgen voor het vrachtvervoer van de werken, de verzekering en de bewaking door vrijwilligers. De gemeente en de Franse Gemeenschapscommissie geven steun. Goeminne: “Als omkadering ontvangen we een maand lang heel wat scholen (uit Sint-Joost, Schaarbeek, Elsene, Brussel, Molenbeek,…), zodat kinderen een introductie krijgen over hedendaagse kunst. Daar kijken de kinderen van vreemde origine uit Brussel echt naar uit. Ze ‘ontdekken’ er bijna jaar na jaar de actuele kunst, terwijl ze daar anders geen interesse voor hadden. ’s Avonds zien we ook kinderen verwonderd kijken naar al die kunst – en soms stelt me er eentje de vraag: ‘Weet u daar meer over, want ik begrijp het niet goed?” Vandaar dat we het project willen volhouden.”

THIERRY BONTRIDDER

© SASKIA VANDERSTICHELE

Jean-Marie Binst

Onder de exposanten bevindt zich ook Thierry Bontridder (60), met zoals steeds monumentaal werk (hier de ‘blauwe engel’ die er vorig jaar stond). “Mijn bouwproces om een sculptuur te maken start altijd bij een droombeeld. Daarin concipieer ik alle vormen. In mijn hoofd werk ik ook de materialen uit, allemaal heel complex. Met de jaren ken ik de beperkingen van elk materiaal, anders haal ik er een ingenieur bij die de krachten en stabiliteit berekent. Zo wordt alles altijd als een blootgelegd skelet uitgewerkt, een soort ruggengraat die zich veruiterlijkt.” Bontridder stelt Plissement tentoon, een werk uit de reeks die bij de nieuwe verkaveling Stallestraat/Dieweg pronkt. JMB


20 I BRUZZ 1536 I Donderdag 1 september 2016

© SASKIA VANDERSTICHELE

INTERVIEW Dirk Snauwaert (Wiels) en Christophe Slagmuylder (KFDA) maken Brusselse kunstenaars bekend in Parijs

‘De Vlaamse golf is voorbij’

GEEN museum Snauwaert: “Wiels is geen museum, maar een centrum voor hedendaagse kunsten. Het publiek, of de man in de straat, noemt ons wel zo. Ik kan het daar wel mee oneens zijn, maar wie bepaalt dat eigenlijk?”


Donderdag 1 SEPTEMBER 2016 I BRUZZ 1536 I 21

© EWA WICKA

BRUSSELAARS IN PARIJS. DE KEUZE VAN Slagmuylder:

”Het werk van Younes Baba Ali gaat over de vluchtelingen die in het zuiden van Europa zijn terechtgekomen. Ze zijn straat- of strandverkopers geworden en hangen zo vol met verkoopwaar dat ze meer display zijn dan mens.”

“ Het project van Mette Edvardsen (Time has fallen asleep in the afternoon sunshine, JP) is fantastisch. Haar project is eigenlijk een levende bibliotheek. Ze werkt met een aantal performers die een boek uit hun hoofd kennen. De toeschouwer kan een gedeelte van het boek ‘lenen’- dat wil zeggen dat de performer het voordraagt.

© S. MAGNEAU

BRUSSELAARS IN PARIJS. DE KEUZE VAN Snauwaert: “ Er zullen drie lezing-performances te zien zijn. Dat is vandaag de dag eigenlijk een vast formaat. De hilarische autobiografische lezing van de broers Thys (Our Friend the Automobile van Harald & Erik Thys, JP) is een familieverhaal dat kurkdroog is, wetenschappelijk bijna.”

BRUSSEL - Dertig Brusselse kunstenaars veroveren Parijs. Tijdens een weekend voor interdisciplinaire kunsten in het Palais de Tokyo toont het festival Indiscipline het beste dat Brussel op het gebied van dans, videokunst en performance te bieden heeft.

E

en gesprek met directeuren-organisators Dirk Snauwaert (Wiels) en Christophe Slagmuylder (Kunstenfestivaldesarts) over interdisciplinaire kunsten, Brussel en hun toekomstige samenwerking. Hoe kwam Indiscipline tot stand? Snauwaert (Wiels): Anne Teresa De Keersmaeker stond met haar danstentoonstelling (Work/Travail/Arbeid, JP) in het MoMA, Tate Modern en Centre Pompidou. Er zijn een aantal troeven waarmee Brussel internationaal kan uitpakken, die wereldfaam hebben verworven in hun discipline. Dat moet ook op het kabinet van Rachid Madrane (PS), minister ter promotie van Brussel, zijn doorgesijpeld. Daarna heeft Visit.Brussels ons benaderd met de vraag voor deze expositie. Het imago van Brussel opkrikken door in een ander land een festival te organiseren, staat u daar achter? Snauwaert: Nee, cultuur gebruiken als promotiecampagne vind ik geen goed idee. Maar het kabinet en Visit.Brussels hebben ons de volledige vrijheid gegeven. Zijn interdisciplinaire kunsten volgens jullie typisch Brussels? Snauwaert: Het Kunstenfestivaldesarts is dé afspraak voor iedereen die met podiumkunsten te maken heeft. Als ik internationale collega’s zie, dan is dat meestal tijdens de week van de opening van het Kunstenfestivaldesarts. Dan zijn ze plots allemaal daar.

Slagmuylder: Er zijn een aantal goede ambas-

sadeurs van de kunsten. Denk aan Meg Stuart of Eleanor Bauer. Dat zijn internationale mensen die in Brussel zijn gevestigd en die de creativiteit van deze stad vormgeven. De laatste jaren programmeer ik bijna alleen maar artiesten uit Brussel. Snauwaert: Vroeger sprak men over de Vlaamse scene, dat is nu niet meer het geval. De Vlaamse theatergezelschappen werden toen veel naar Nederland geëxporteerd, de Blauwe Maandag Compagnie bijvoorbeeld. Producties als die van Guy Cassiers worden dat nog altijd. Maar destijds had je tot in Parijs festivals over de Vlaamse golf. Die plaats is nu ingenomen door de Brusselse scene. Wat maakt Brussel tot een omgeving waar een interessante kunstscene kan ontstaan? Slagmuylder (KFDA): Het klinkt misschien negatief, maar het is vooral het gebrek aan

“België heeft nog geen ambitieuze biënnale voor hedendaagse kunsten” Dirk Snauwaert directeur Wiels

identiteit. België en Brussel, dat blijven toch heel onzekere begrippen: wie zijn we, wat is de cultuur van dit land en van deze stad? Vrienden van me uit andere landen die hier pas een jaar wonen, voelen zich al gelieerd aan deze stad. Ik ben hier geboren, maar ik heb niet het gevoel dat ze minder Brussels zijn dan ik. Dat komt omdat je snel het gevoel krijgt dat je deel uitmaakt van deze stad. Wat kunnen we verwachten tijdens Indiscipline in Parijs? Slagmuylder: Het gaat om kunstenaars die een praktijk hebben in live art, zoals Radouan Mriziga of Sarah Vanhee. Het is een tamelijk jonge, internationale generatie kunstenaars. Mette Edvardsen komt oorspronkelijk uit Noorwegen, Radouan Mriziga uit Marokko. Vanaf volgend jaar gaat Wiels een structurele samenwerking aan met het Kunstenfestivaldesarts. Hoe ziet die samenwerking eruit? Slagmuylder: We willen elke drie jaar samen iets creëren. Tijdens het Kunstenfestivaldesarts gaat het toch om podiumkunsten. Er is veel theater en dans, maar de beeldende kunsten zijn vrij beperkt. Wij zijn een sterke referentie voor podiumkunsten, Wiels heeft ook internationaal een goede naam op het gebied van beeldende kunsten. Dat zouden we willen combineren om te komen tot een goed internationaal project. Snauwaert: Elk jaar samenwerken is voor ons onmogelijk, we kunnen niet zo’n hels tempo aan. Een tentoonstelling vergt een lange voorbereiding. Volgend jaar, met de tiende verjaardag van Wiels, volgt het eerste resultaat van onze samenwerking. We openen een week voor het Kunstenfestivaldesarts een kunstbeursweek, daarna volgt een tentoonstelling met producties die veel raakvlakken hebben tussen de beeldende kunsten en podiumkunsten. Ook na het Kunstenfestivaldesarts loopt de expostie nog door. We hebben van alles op het gebied van kunsten in België, maar nog geen ambitieuze biënnale voor hedendaagse kunsten.

En dat moet deze samenwerking opvangen? Snauwaert: Dat is de bedoeling ja. Hoe ziet dat er concreet uit? Snauwaert: Het gedeelte in Wiels gaat over de afwezigheid van het museum in het publieke debat. We spelen daar ook een beetje mee, omdat we zelf geen museum zijn, maar een centrum voor hedendaagse kunsten. Maar het publiek, of de man in de straat, noemt ons wel zo. Ik kan het daar wel mee oneens zijn, maar wie bepaalt dat eigenlijk? Als museum moet je je bijkomende vragen stellen, bijvoorbeeld naar geschiedenis of de verhalen van allochtone en gediscrimineerde minderheden. En het gedeelte van het Kunstenfestivaldesarts? Slagmuylder: We denken aan een formule waarbij we een aantal ingrepen doen in de tentoonstelling, met een guided tour of een live art-project rond de tentoonstelling. Ik ben van plan om een aantal kunstenaars iets te laten doen met dit tussenland (gebaart uit het raam naar het braakliggende stuk grond naast Wiels). Het is een interessante omgeving. Je hebt de spoorweg, en de buurt die een soort gentrificatieproces doormaakt… Ook het openingsfeest zal hier plaatsvinden. Daarnaast zijn we al in gesprek met partners uit de buurt, zoals PARTS en Rosas. Zal jullie toekomstige programmatie ook draaien rond Brusselse artiesten? Snauwaert: Het is wat Christophe (Slagmuylder, JP) zegt: we programmeren heel veel Brusselaars. Er zitten steeds minder mensen uit Luik, Antwerpen of Gent bij. Dat is een vaststelling. Subjectief natuurlijk, maar wel Jasmijn Post een vaststelling.

>

Indiscipline, Palais de Tokyo, Parijs 3 en 4 september , van 12 > 00.00 www.palaisdetokyo.com


ADVERTENTIE

Verwittigd worden dat mijn mivb-abonnement verloopt?

EASY! IK SCHRIJF ME IN OP CONTACTME.MIVB.BE

wedstrijd

... EN IK WAAG MIJN KANS OM EEN ABONNEMENT TE WINNEN! contactme.mivb.be


Donderdag 1 september 2016 I BRUZZ 1536 I 23

Op Vadrouille met Nick Trachet Vaak gaan uitstapjes in het weekend naar verre oorden of grote bestemmingen, maar Nick Trachet blijft dichter bij huis. Deze zomer laat hij zijn licht schijnen op enkele Brusselse musea.

1 Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen

2 Plantentuin van Meise

3

Koninklijke Sterrenwacht van België 4

BRUSSELSE MUSEA onder de loep Koninklijke Sterrenwacht van België

Een joekel van een telescoop BRUSSEL - De 100 Masters in de Brusselse musea zijn de belangrijke stukken van ons patrimonium waarvoor u niet naar een uitzonderlijke tentoonstelling moet, maar topstukken die elke dag in de buurt vallen te bewonderen. Ik had er al enkele belicht uit plant- en dierkunde, maar er zijn nog meer wetenschappen aanwezig.

V

oor het Afrikamuseum zullen we nog een paar jaar moeten wachten, maar ook de Koninklijke Sterrenwacht van België is in de lijst met 100 Meesterwerken vertegenwoordigd: het planetarium aan de Heizel. Deze koepel van 23 meter diameter werd gebouwd voor de wereldtentoonstelling van Brussel in 1935. Oorspronkelijk heette dit het Alberteum, maar het werd in de jaren 1970 grondig herbouwd. Het is vandaag één van de grootste planetaria van Europa, volgens hun eigen website. Binnenin staat de originele projector, gebouwd door Karl Zeiss in Jena (Duitsland), een wonder van oude technologie.

Geen museum Het planetarium bleef jaren onder de radar. Vroeger was het, door gebrek aan geld, ook enkel tijdens de weekdagen open en dus niet erg zichtbaar of ambitieus. Sinds een paar jaar is daar verandering in gekomen, met steun van de Lotto. Onder andere De Zeiss-projector staat er nog, maar tegenwoordig wordt een digitale, moderne projector gebruikt. De originele werkt nog, maar er zijn geen wisselstukken meer van. De kritieken op de shows die er vandaag worden gegeven zijn lovend, de ‘vaste’ tentoonstelling is naar het schijnt dringend aan restauratie, reorganisatie toe. Om te weten of dit nu echt het topstuk van de Koninklijke Sterrenwacht van België (KSB) is, bezocht ik de hoofdzetel van de eerbiedwaardige instelling, aan de Ringlaan in Ukkel. Om te beginnen heeft de KSB geen museum. “Wij hebben wel een collectie, maar mogen het geen museum noemen,” zegt Jan Cuypers, astrofysicus van het instituut, ook belast met de communicatie met het publiek. De KSB is ouder dan België, het eerste gebouw werd door de Hollandse overheid opgericht voor Alphonse Quetelet, één van de helden van de Wetenschap in ons land. De sterrenwacht verrees net naast de Kruidtuin die op hetzelfde moment werd aangelegd. Het gebouw staat er nog, niet toevallig aan het huidige Queteletplein en de Sterrenkundelaan. Na Quetelets dood werd uitgekeken naar een betere plek ten zuiden van de stad, met minder vibraties van het verkeer en minder lichtvervuiling. Zo kwam men in Ukkel terecht, toen nog buiten de stad. De nieuwe gebouwen waren af in 1890 en zijn goed bewaard in hun oorspronkelijke staat. Er wordt zelfs gerestaureerd,

twee van de koepels fonkelen in vers koper, opnieuw met geld van de Lotto. Via de exact noord-zuid georiënteerde centrale gang bezoek ik het instituut. De sterrenwacht bestaat uit vier grote wetenschappelijke diensten, plus het Planetarium, dat dan eerder een educatieve dienst is. Eén dienst houdt zich bezig met seismologie, de aardschokken,

veertig rond de fysica van de zon volgens Jan Cuypers. Een ander groot deel werkt rond planeten. Voor de sterren zijn er slechts een twintigtal, maar zijn behoren het meest tot de vaste benoemde staf. Hoewel de toekomt van deze Federale instelling niet altijd even duidelijk lijkt, is er zeker nog plaats voor jonge wetenschappers.

Meettoestellen

“Dit is een instituut voor de toekomst, met oog voor het verleden” Nick Trachet Reiziger van dienst

zeg maar. Een andere is betrokken met gravimetrie, eenvoudig gezegd het meten van de aantrekkingskracht van de aarde. Daarvoor staat een meetinstrument in Ukkel, maar de KBS heeft er ook één ondergronds in Membach bij Eupen. Het derde departement bestudeert de inwendige structuur van de aarde, planetologie, en bij extensie van alle planeten (of manen) die op de aarde lijken. Ook bijvoorbeeld de continentenbewegingen, die hier via gps worden gemeten. Dan is er dus een dienst astronomie en astrofysica die de sterren bestudeert, zuiver wetenschappelijk. De waarnemingen daarvoor gebeuren nu voornamelijk vanuit Chili en via satellieten buiten de dampkring, maar nog een klein deeltje, rond kleine planeten in ons zonnestelsel, gebeurt in Ukkel zelf. En ten slotte is er een dienst die de studie van de Zon doet, en vooral de relatie Zon-Aarde. Zij tellen de zonnevlekken en maken voorspellingen van het ‘ruimteweer’, wat invloed heeft op de radiocommunicatie en dergelijke. Ten slotte antwoord de Sterrenwacht ook op antwoorden van het publiek die vragen hebben bij “Hemelse fenomenen” waar zij proberen antwoord op te geven, wat niet altijd makkelijk is. Een 180-tal mensen werkt er, waaronder 120 wetenschappers, ruim genomen, technische experten inbegrepen. Hiervan werken er

Dit is een instituut van de toekomst, maar toch met oog voor het verleden. De gebouwen zijn in ieder geval goed voor de monumentenlijst. Hier en daar staan oude meettoestellen, telescopen en rekenmachines opgesteld. Oude wetenschappelijke toestellen kunnen mooi zijn, ook als snap je hun functie niet onmiddellijk. Er is een zaal met verschillende antieke meettoestellen, er staan zelfs drie lenzen die nog door Constantijn en Christiaan Huyghens (zeventiende eeuw) zijn gemaakt. In principe kan men als groep een bezoek brengen op elke eerste dinsdag van de maand. Dat gebeurt na reservatie en naargelang er medewerkers van de KBS beschikbaar zijn. Het zijn de wetenschappers zelf die dat doen,

want er is niet echt personeel voor voorzien. Astronomie is nochtans populair: op sterrenkijkdagen, zoals nu in augustus rond de vallende sterrenregen van de Perseïden, of bij een zeldzame opendeurdag, komen er meer dan duizend geïnteresseerden, maar infrastructuur voor zo’n toeloop is er (nog) niet. Ik vraag Jan Cuypers ten slotte wat volgens hem nu het echte topstuk van de sterrenwacht is, en hij troont mij mee naar een koepelgebouw in het park. Er staat een joekel van een telescoop in, een Schmidt-kijker met een spiegel van 1,2 meter diameter. Door Zeiss gebouwd in de jaren 1930, werd de oorspronkelijke kijker door de Duitsers meegenomen tijdens de oorlog. Later kwam de huidige kijkbuis uit Engeland. Niet alleen is dit een historische telescoop, één van de grotere in de wereld, hij wordt ook nog altijd gebruikt in het onderzoek naar planetoïden. Als het niet regent. En de hemel net juist staat. Nick Trachet

>

Koninklijke Sterrenwacht België www.astro.oma.be

©KSB, JAN CUYPERS

De hoofdzetel van de Koninklijke Sterrenwacht van België is een eerbiedwaardige instelling aan de Ringlaan in Ukkel.


24 I BRUZZ 1536 I Donderdag 1 september 2016

ENFANT TERRIBLE ANA OSORIO OKAN-leerkracht in Sint-Guido-Instituut Je nergens echt helemaal thuis voelen: dat gevoel deelt iedereen die zijn land heeft verlaten”

© SASKIA VANDERSTICHELE

“Ik was bijna 14 jaar toen ik met mijn mama vanuit Colombia in België aankwam. Mijn ouders zijn gescheiden en mijn mama zorgde alleen voor ons. In Colombia bestaat er niet zoiets als alimentatie. Om onze toekomst uit te bouwen twijfelde ze tussen Florida en België omdat we in deze landen al familie hadden. Het is dus het laatste geworden, omdat ze graag Frans wou leren. Maar ik denk nu dat ze misschien ook niet goed wist wat ze aan het doen was. Mijn broer wou niet mee en is in Colombia gebleven. Ik was wel heel enthousiast om naar Europa te komen, het was mijn eerste verre reis. Je komt hier dan aan en moet terug helemaal opnieuw beginnen. Maar dat heb ik zelf niet helemaal beseft.” “Ik ben aan het Sint-Guido-Instituut begonnen aan één jaar OKAN (Nederlands voor anderstalige nieuwkomers, red.). Ik maakte vrienden, ik sloot mij aan bij de chiro en leerde Nederlands. Met kleine stappen begon ik hier in Brussel mijn nieuw leven op te bouwen. Uiteindelijk studeerde ik Engelse taalkunde en literatuur. Ook al deed ik al mijn studies in

het Nederlands, tellen en vloeken doe ik nog steeds in het Spaans (lacht).” “Een van mijn ex-leerkrachten bleef maar vragen of ik niet in OKAN wou komen lesgeven. Ondertussen begin ik aan mijn derde schooljaar. Ik denk dat lesgeven stiekem wel mijn droom was maar ik vond de job iets onder mijn capaciteiten liggen. Maar ik sta heel erg graag voor de klas. Als je op dezelfde schoolbanken hebt gezeten als je leerlingen, dan kijk je met andere ogen naar de job. Zo raak ik ergens een gevoelige snaar bij mijn leerlingen. Ze hebben daardoor veel meer respect. En komen me vaak om raad vragen, net omdat je samen iets deelt.” “Ik ben titularis van een klas analfabeten, de meeste van mijn leerlingen komen uit Afghanistan of Syrië. Ze zeggen vaak, in gebrekkig Nederlands, dat ik als een mama voor hen ben. Dan smelt ik helemaal. Ik geef graag – en dat klinkt misschien een beetje raar – vaderlandsliefde mee. Ik denk dat dat net zo mooi is dat ik als ‘buitenlander’ overtuigd kan zeggen dat er een toekomst is voor ons allemaal in België.

“ Tellen en vloeken doe ik nog steeds in het Spaans” Misschien klink ik wel een beetje naïef maar ik geloof heel erg in het feit dat als je iets heel erg graag wilt, je dat ook kan bereiken. Dat geef ik ze mee en ik geef mezelf als voorbeeld. Ik weet als ex-OKAN’er hoe het voelt om in een land aan te komen, niemand te begrijpen en je allochtoon te voelen. Hoe klein je je kan voelen als mensen met je accent lachen.” “Je moet je als OKAN-leerkracht echt helemaal openstellen voor andere culturen . Kwetsbare leerlingen hebben meer dan andere leerlingen bescherming nodig. Wij vormen een vangnet. Ik voel nog een enorme verbondenheid met mijn leerlingen, ook al hoor ik voor hen eerder bij de Belgen. Zij zien me niet

ANA OSORIO OKAN-leerkracht en ex-OKAN’er met Colombiaanse roots op het Sint-Guido-Instituut in Anderlecht.

als een allochtoon, maar ik dat ben ik wel nog steeds. In België ben ik de Colombiaanse en in Colombia ben ik de Belgische, en dat zal altijd zo blijven. Het is een gevoel dat iedereen deelt die zijn moederland verlaten heeft. Je voelt je nergens helemaal thuis. Heel soms denk ik dat mijn mama nooit naar hier had moeten verhuizen, maar door heel deze situatie ben ik de Ana geworden die ik nu ben. Ik ben er mentaal sterker door geworden. Ik heb hier ook veel meer kansen gekregen dan als ik in mijn geboorteland was gebleven, daar ben ik van overtuigd. Maar ik zou liegen als ik zeg dat ik niets mis en dan denk ik vooral aan de mensen en de zon. Als de zon hier schijnt, zijn de mensen een beetje meer zoals in Colombia. Losser, liever en gelukkig.” “Of ik ooit terug zou gaan? Dat is een vaak terugkerende vraag. Dat weet ik oprecht niet, ik twijfel. Als ik daar zit, mis ik België ook wel. Ik woon volgend jaar overigens al langer hier dan dat ik aan de andere kant van de wereld heb gewoond.” Hilke Andries


Donderdag 1 september 2016 I BRUZZ 1536 I 25

NICK TRACHET Brussel en de wereld culinair ontdekt Is het niet mooi? Ik vond dit driepootketeltje op een brocante. Nu het seizoen van rommelmarkten weer gaat beginnen, haal ik het nog eens boven. Iedereen zoekt wel wat op een rommelmarkt. Ik zoek oude keukenspullen. Mijn dag is dan pas goed als ik niets heb gekocht. Karakter hebben, heet dat. Het keteltje is gemaakt uit gietijzer, en als we er zo één zien, denken we vooral aan Afrika, waar kleurig geklede vrouwen foufou staan te roeren in net zo’n ketel. Ik zag ze te koop op Afrikaanse markten, maar breng zo’n ding maar eens mee in je vliegtuigbagage? Neen, dat ging niet. Dus was ik extra blij om er één in ons land te vinden. Nochtans is dit model helemaal niet exclusief Afrikaans. Al sinds de middeleeuwen werd er in onze streken in gekookt, zoiets heette toen een grape. Er staan er in verschillende musea en ze zijn gemaakt uit brons, steengoed of ijzer. Ze zijn bedoeld om te koken boven houtskoolvuur, staande op enkele stenen en dus een makkelijk alternatief voor de bolle ketels die moesten worden opgehangen aan een crémaillère, (‘heugelhaak’), een toestel dat de hoogte boven het vuur regelt. Hier valt er

weinig te regelen, tenzij het vuur zelf. Een ander woord is een daubière, op voorwaarde dat de pot een deksel heeft. Net zoals in mijn exemplaar heeft zo’n deksel een rand zodat je er kooltjes op kan leggen. Zo stooft de daube van boven én van onder, als een klein eenvoudig oventje. Dit is een kleine grape, hij heeft een diameter van 15 centimeter bij een gewicht van anderhalve kilo. Er staat ¼ op gemerkt, en inderdaad, de inhoud is ongeveer 1,2 liter, wat overeenkomt met een kwart Britse gallon. Wat des te vreemder is, want de enige andere vermelding op de buik van de pot is ‘made in Belgium’. Waarom is een Belgisch product geijkt in Britse eenheden en bovendien haast niet te vinden in eigen land. Heel erg oud kan het niet zijn, want de fabrieksolie, aan de geur te merken, zat nog op de pot en het deksel. Hij was nog nooit gebruikt. We staan hier oog in oog met een imperialistisch product. Kolonies, zo leerden we op school, dienden eerst om eigen mensen elders land te geven, later om ons land te bevoorraden van grondstoffen voor

De potjie

is perfect geschikt voor hipsters, want je mag het niet uitspreken zoals het geschreven staat, net als quinoa. Je moet “pojkie” zeggen. Zuid-Afrika heeft als eerste de Afrikaanse papketel geïntroduceerd in de blanke wereld. De potjiekos maakt er nu deel uit van het zondagse braai-ritueel. In plaats van te roosteren, kun je evengoed eens stoven in de pot. Dat gebeurt meestal in groep en boven open vuur, het duurt lang genoeg om een paar flessen Kaapse wijn soldaat te maken vooraleer aan tafel te gaan. Voordeel is dat er (doorgaans) niet zoveel verbrand vlees is als bij barbecue. Mijn nieuwe grape moest van zijn coating ontdaan. Men raadt aan eerst de pot te laten stoven met aardappelschillen en groenteresten, maar na een paar keer was de stank van motorolie er nog steeds. Er is iets handigers: de vaatmachine! Ik heb pot en deksel er in gezet en die een nacht laten draaien. Maar dan moet je snel zijn. Het ijzer gaat onmiddellijk roestbruin verkleuren, en dat is niet goed. Snel het oppervlakkige rood afvegen en

“De marketingjongens hebben een nieuw tuinspeelgoed voor volwassenen ontdekt: de potjie” de industrie, maar dan draaide de zaak om, ons land ging producten maken voor de kolonie. Waar die eerst wingewest was, werd ze afzetmarkt. West-Afrikanen gingen Frans stokbrood eten, Indiërs droegen stofjes uit Manchester. Ook die grote kookpotten voor de foufou en pindasoep kwamen uit Europa, speciaal voor Afrika gemaakt (uiteraard niet uit altruïsme). Vandaag lijkt er wel een mode op de loer te liggen. Nadat iedereen in het land al verschillende soorten barbecues werd aangesmeerd, hebben de marketingjongens een nieuw tuinspeelgoed voor volwassenen ontdekt: de potjie. Dat

insmeren met bakolie, dan op het vuur tot de pot begint te roken. Dit bleek genoeg, sommige mensen herhalen de operatie van oliën en verhitten een paar keer. Zet de pot nu op het vuur dat hij goed kan voorverwarmen, voeg er dan wat vet (olie) en stukjes lamsvlees aan toe en laat die bruinen, dan ajuin in stukken en ook wat kleuren. Vul de pot dan met groenten naar keuze (wortelen, bonen, kool, weet ik veel), aardappelen. Vervolgens kruiden toevoegen zoals pimentkorrels (allspice), scherpe pepers, rozemarijn, peper en zout, een glas witte wijn en een glas water. Dan rustig laten pruttelen gedurende een uurtje of twee. Als er water bij moet, raadt men aan om heet water te gebruiken. Het aantal recepten is uiteraard zonder einde, het is enkel de manier waarop die er potjiekos van maken. Na het eten de pot uitspoelen en eventuele aangezet voedsel weg schrobben, schoonwrijven met papier en op het vuur laten drogen. Vermijd vaatwasmiddel te gebruiken, zeker in het begin van het gebruik. Smakelijk.

De hele reeks nalezen? > BRUZZ.be/trachet

ADVERTENTIE

PROEF HOE EXCLUSIEF WONEN IN HARTJE BRUSSEL SMAAKT

EXCLUSIEVE VIP-PREVIEW ZATERDAG 10 SEPTEMBER VAN 13 TOT 17 UUR, WARMOESBERG 40 ONTDEK EEN ICONISCH PROJECT IN HET CENTRUM VAN DE HOOFDSTAD

ET IS M KENN RVICES K O L SE K O M A A S I D EN T I A E DE R ER-

RATPIS G R 2 JA AISCHE ENENSTEN I T PRAK NLIJKE D O SO

THE CHAMBON. Ooit de majestueuze hoofdzetel van een grote bank. Vandaag een unieke woonresidentie met luxe-appartementen in hartje Brussel. Een unieke plek om te wonen of te investeren!

Immobel nodigt u op zaterdag 10 september uit om ter plaatse de afgewerkte nieuwbouw te ontdekken. Vanaf 13 uur wordt u verwelkomd met een hapje en een drankje en krijgt u een exclusieve rondleiding in: • de reeds aangelegde tuin naar de hand van landschapsarchitect Wirtz, • het prachtig afgewerkte art-deco gebouw, • een volledig ingericht luxe-appartement. Tot 17u kan u doorlopend kennismaken met: • het exclusieve pakket Residential Services, • de eigen verhuurdienst gespecialiseerd in verhuur aan eurocraten, • interessante investeringsmogelijkheden.

Vooraf inschrijven op www.thechambon.be is vereist. Wees snel, de plaatsen zijn beperkt!

Nu al meer weten over de uitzonderlijke investeringskansen in de laatste fase van The Chambon? Bel dan 02/201 00 01 of kijk op www.thechambon.be


26 I BRUZZ 1536 I Donderdag 1 september 2016

la mÉmÉ

De grillige vorm van la Mémé ontstond in samenspraak met de studenten die er gingen wonen

© BART DEWAELE

architectuur Wereldvermaarde studentenwoningen staan te verkommeren

Monument van mei ‘68 Sint-Lambrechts-Woluwe - Naar aanleiding van een expo over het werk van Lucien Kroll vragen architecten meer aandacht en respect voor zijn bekendste gebouw: la Mémé.

W

einig mensen weten het, maar er staat een wereldvermaard gebouw op de medische campus van de UCL in Sint-Lambr e c ht s-Wolu w e. Van over de hele wereld komen (aspirant-) architecten kijken naar het Maison Médicale. La Mémé, zoals het kotencomplex doorgaans genoemd wordt, is een sleutelwerk uit het oeuvre van de Brusselse architect Lucien Kroll. La Mémé is uniek om verschillende redenen. Heel bijzonder is bijvoorbeeld dat de studenten zelf Kroll hebben gekozen als architect en twee jaar lang heel nauw betrokken waren bij het hele bouwproces. “Vandaag is dat ondenkbaar,” zegt Dag Boutsen, decaan van de architectuurfaculteit van de KU Leuven en voormalig medewerker van Kroll. “Het was een uniek moment in de geschiedenis. Dat was de kracht van mei ‘68.” Het proces mondde uit in een op het eerst gezicht wat chaotisch gebouw, een collage van soms tegenstrijdige elementen. “Alles kon en alles wat onderweg gebeurd is, is zichtbaar gebleven in het gebouw. Je ziet de verschillende componenten, de successen, maar ook de fouten.” Niets lag op voorhand vast, en ook achteraf moest het gebouw kunnen meegroeien met de gebruikers. “Bouwkundig zit het heel slim in elkaar,” zegt

Boutsen. “De betonnen vloerplaten zijn extra dik waardoor geen balken in de plafonds nodig zijn en je muren makkelijk kan verplaatsen. De steunpilaren staan niet op een rechte lijn, waardoor je niet gedwongen bent om gangen rechtdoor te maken.” Het resultaat steekt schril af tegen het grote, strakke Saint-Luc-ziekenhuis dat ernaast staat. “La Mémé is architectuur met een zekere complexiteit en sentimentaliteit. Het straalt warmte uit met zijn kleuren en materialen. Het is heel menselijk en contrasteert met de kille eenvoud van modernistische gebouwen.”

“We houden van sentiment en kitsch, maar als architect durven we dat niet uitspreken.” Dag Boutsen, decaan architectuur KUL La Mémé is dan ook een uiting van postmoderne architectuur, het zich afzetten tegen het rechtlijnige en vaak repetitieve modernisme dat een groot

deel van de twintigste eeuw domineerde. “Je hoort vaak dat projecten logisch en eenvoudig moeten zijn, maar dat klopt helemaal niet,” aldus Boutsen. “Als we kiezen gaan we het liefst naar Brugge of Venetië, naar architectuur die complex is en organisch gegroeid zoals die uit de Middeleeuwen. We houden van sentiment en kitsch, maar als architect durven we dat niet uitspreken. Mensen vinden het misschien niet mooi, maar dat is irrelevant.” Het genie van la Mémé is niet alleen onbekend bij het grote publiek, het is ook lange tijd miskend door de universiteit zelf. Al heel snel na de oplevering in 1971 stopte de gevestigde orde de geest van mei ‘68 opnieuw in de fles. “Bij het openingsfeest was het nog letterlijk seks, drugs en rock-’n-roll, maar daarna is de vrije sfeer onder de knoet gehouden. De gangen werden rechtgetrokken en er kwamen tal van regeltjes, zoals een verbod om te barbecueën op de terrassen. De universiteit was niet te spreken over de aanpak van Kroll. Zijn opdracht werd vroegtijdig beëindigd en jarenlang was hij persona non grata op de campus.” Vandaag is de toekomst van la Mémé onduidelijk. Het gebouw ligt er nogal mistroostig bij. De kleur is eruit en het onderhoud liet te wensen over. Veel architecten spreken hier schande over en vragen meer respect voor het unieke gebouw. Zonder dat het daarom beschermd moet worden. “Het is

Lucien Kroll

- Geboren te Brussel in 1927 - Studeerde architectuur aan La Cambre. - Na la Mémé (1970-71) ontwierp hij ook het aanpalende metrostation Alma (1979-82), met versieringen door zijn vrouw Simone. - Daarna ook grote projecten in Nederland en Frankrijk. - Staat voor organische aanpak waarbij gebruiker en omgeving centraal staan, tegen massaproductie in architectuur.

gebouwd om aan te passen, maar er moet wel respect zijn voor de intrinsieke en ideologische waarden die erin zitten,” zegt Boutsen. “Het gebouw kreeg bijvoorbeeld een nieuwe brede trap om mensen vlot te laten circuleren, maar Kroll had net smalle trappen gemaakt zodat er altijd een vorm van sociale interactie was.” Voor Dag Boutsen, die het gebouw al kende als opgroeiende ket, is het werelderfgoed en blijft het “waardevol tegen 300 kilometer per uur.” De geschiedenis van la Mémé confronteert ons met de huidige tijdsgeest die in zijn ogen enorm bekrompen is. “Nieuwe studentenwoningen zijn allemaal gestandaardiseerd, zonder enige variatie en met amper gemeenschappelijke delen omdat het anders snel een zootje wordt. Als je dan ziet wat meer dan 40 jaar geleden mogelijk was, is dat een enorme achteruitgang. In Brussel durven we ook niet meer dromen over projecten die anders naar de dingen kijken. Jongeren hebben nog altijd veel dromen, maar er kan niets.”

>

Laurent Vermeersch

EXPO BOZAR tot en met 18 september, afsluitend lezing door Kroll himself.

CONFERENTIE OVER LA MÉMÉ op 8 september in BOZAR www.bozar.be


DonDerDag 1 september 2016 I BRUZZ 1536 I 27 ADVERTENTIE

Laptopia Elke week scant Michaël Bellon met zijn laptop een plek in Brussel die tot de verbeelding spreekt, en geeft hij aan wat er eventueel nog aan kan verbeteren.

INFODAG WOENSDAG 7 SEPTEMBER 2016 14u00 - 20u00 CAMPUS TOUR & TAXIS | CAMPUS UKKEL

Erasmushuis donderdag 11 augustus, 10.30 uur Als hout vasthouden echt hielp om je geluk te bestendigen, dan was de wereld vandaag aan de roeiers, de tafeltennissers en de schrijnwerkers, en dat is bij mijn weten niet het geval. Wel was er ooit een tijd waarin in ieder geval de schrijnwerkers ons wereldbeeld in belangrijke mate bepaalden. Dat besef ik wanneer ik sta te ijsberen in de werkkamer waar Desiderius Erasmus Roterodamus een tijdje de lommerte van de religieuze omwentelingen in Europa opzocht. Net geen half millennium geleden, in 1521, een scharnierjaar in het houten tijdperk van Anderlecht dus. In het vertrek, dat met twee van fors traliewerk voorziene vensters op de tuin uitgeeft, kraakt de geverniste plankenvloer niet als je erover loopt. Hij knalt, als om elke misstap die de stilte verbreekt onmiddellijk af te straffen. Om die reden houden ook de robuuste schrijftafel, het zware gotische dressoir en de massieve wisseltafel al eeuwen pas op de plaats. Onwetende houtworm heeft blijkbaar ooit wel eens een poging ondernomen om het tafelblad van de schrijftafel van de humanist te koloniseren, maar verloor uiteindelijk het pleit tegen de eik. De gaatjes die achterbleven voegen iets toe aan het patina. Achter de tafel staat een stevige houten stoel met een leuning die verschillende denkhoudingen moest mogelijk maken, en een zitkussen dat wellicht toch niet alleen door het gat van de godgeleerde zal versleten zijn. Aan de muren paneeltjes en houtsnedes van Dürer en Holbein - dat is Duits voor ‘duurzaam’ en ‘hardhout’. Ook het dikke papier waarop Erasmus schreef verried nog duidelijk de materie waaruit het werd vervaardigd. Het is niets anders dan aangelengd hout. Omdat de boeken in de vitrinekast al lang niet meer doorbladerd zijn, is het papier in de loop der eeuwen zelfs

terug met elkaar vergroeid, en zijn de volumes weer verworden tot stronkjes die lekker zwaar in de hand liggen. Op de schrijftafel ligt er wel een boekje opengeslagen. ‘De preparatione ad mortem’ staat er op het titelblad. In die verhandeling leerde Desiré ons hoe de onvermijdelijke dood op een gepaste wijze te onthalen. Het is een tekst die in deze camera obscura, deze nature morte van een kamer, waar centraal in de vitrinekast niet toevallig een schedel staat te blinken, niet misstaat. Gedoofd is de kaars op de kandelaar met de beeltenis van de heilige Christoffel die de kleine Christus draagt, leeg is de bronzen inktpot met ganzenveren uit Padua, waar de avant-globalist uit Rotterdam die eigenlijk in Bazel woonde zijn brieven mee schreef. Ook de open haard, waar het hout van overleden bomen dat nergens anders goed voor was, werd verast, is niet meer in gebruik. Is de aanwezigheid van Erasmus nog voelbaar? Natuurlijk niet, gekkie. Maar als je de twee gemeentelijke werkmannen in hun fluo overall, die aan het onthaal komen schuilen voor de regen, wegdenkt, dan zal de sfeer die nu in het Erasmushuis hangt niet zoveel verschillen ten opzichte van vijfhonderd jaar geleden. En er zijn behoorlijk wat portretten die aanwezigheid van het orakel van Bazel - met zijn streng neerhangende mondhoekjes, zijn five o’clock shadow, en zijn onafscheidelijke muts - wel suggereren. Op het moment dat ik de hielen licht, knalt weer een plank.

“Gedoofd is de kaars op de kandelaar met de beeltenis van de heilige Christoffel die de kleine Christus draagt” Michaël Bellon

De hele reeks nalezen? > BRUZZ.be/laptopia

WIN één van de s5 opleiding .v. cheques t.w* 100 euro.

*

Info & voorwaarden: www.syntrabrussel.be

www.syntrabrussel.be

ADVERTENTIE

Fiets, wandel of beweeg mee op ZONDAG

2016

4

SEPTEMBER

in de Vlaamse Rand en de Groene Gordel rond Brussel

Verken Pajottenland & Zennevallei vanuit PROVINCIEDOMEIN HUIZINGEN Verken de Druivenstreek vanuit JEZUS-EIK (OVERIJSE)

met optredens van CLOUSEAU, LAURA TESORO, RADIO OORWOUD en MATHIAS VERGELS, STRAATTHEATER, een AVONTURENBOS, GLADIATORENLOOP en MTB-ROUTES in het zoniënwoud, KINDER-, KLEUTER- en SPORTDORPEN, een STREEKPRODUCTENMARKT, en een flinke dosis couleur locale.

www.gordelfestival.be


28 I BRUZZ 1536 I Donderdag 1 september 2016

Cécile de Gernier: “Het favoritisme bij Standard stoorde me.”

© IVAN PUT

Voetbal Cécile de Gernier verlaat Standard en keert terug naar White Star

‘Ik was helemaal op’ BRUSSEL – Eén BeNe League, zes Belgische titels en één beker van België. Het palmares van Cécile De Gernier (30) is indrukwekkend. Maar na afgelopen seizoen besloot ze Standard, de club van haar hart, te verlaten. Ze was op, ze wou iets anders. Bij White Star vond ze een nieuwe uitdaging en hoopt ze vooral terug te vinden waarvoor ze voetbal speelt: plezier.

“I

k was als jong meisje bijna de weg van het hockey ingeslagen,” vertelt De Gernier. “Dat was ook niet moeilijk, aangezien Marc Coudron (voorzitter van de hockeybond en nonkel van onder meer Tom Boon, red.) toen mijn schoonvader was. Maar voetbal is mijn echte passie, daar is niets aan te doen. Een passie die mij ver heeft gebracht.” Het knappe parcours van de Brusselse begon bij Racing Bosvoorde, waarna ze op veertienjarige leeftijd naar White Star overstapte. Daar begonnen de serieuzere zaken voor De Gernier. Het eerste seizoen combineerde ze nog de cadetten met de eerste ploeg, maar op haar vijftiende zat ze al volledig bij de hoofdmacht.

“We zijn toen in vier jaar tijd van derde naar eerste klasse gepromoveerd. We hadden een zeer goede en hechte groep, veel van die meisjes zijn nog steeds goede vriendinnen. En we hadden een uitstekende coach.” “Uiteraard is het een grote troef geweest om al op jonge leeftijd veel speelminuten te krijgen. Ik ontwikkelde er kwaliteiten als een goede spelvisie, fysieke sterkte en een goede trap. Ik ben eerder traag en heb dat moeten leren compenseren door het spel goed te lezen.” Die kwaliteiten vielen ook de trainer van Standard op. Toen De Gernier besloot te vertrekken bij White Star trok ze haar stoute schoenen aan en belde ze zelf naar de Luikse club. Ze was al van jongs af fan en bood haar diensten aan. Standard zag haar graag komen. “Ze hadden toen een ploeg die heropgebouwd moest worden. Luciano D’Onofrio

“Zelfs al zijn we kampioen gespeeld, afgelopen seizoen was moeilijk” Cécile De Gernier White Star

(toenmalig voorzitter van Standard, red.) heeft veel geïnvesteerd in de vrouwenploeg en dat heeft er uiteraard voor gezorgd dat we gegroeid zijn. We konden gebruik maken van al de infrastructuur, gingen op stage, de beste speelsters werden gehaald, etc.” “Duchâtelet was trouwens ook gepassioneerd door onze ploeg. De mannen waren zijn business, wij waren zijn plezier (lacht). Met Venanzi (de huidige voorzitter, red.) is dat veel minder het geval. Daarom zijn ook heel wat speelsters in het tussenseizoen vertrokken.”

Rood bloed De Gernier droeg in totaal acht jaar het truitje van Standard als semiprof, verdeeld over twee periodes van vier jaar. Daartussen zat één seizoen bij RSC Anderlecht. De reden van haar vertrek bij beide clubs was dezelfde: de gang van zaken

was niet naar haar zin, en dat liet ze weten. “Ik heb nogal een karakter, ja. Ook daarom ben ik geraakt tot waar ik ben geraakt. Ik ben bij Standard vertrokken omdat ik niet akkoord was met de directie, onder meer het favoritisme stoorde me.” “Bij Anderlecht vond ik een leuke ploeg, maar ook daar was ik niet akkoord met de coach en de directie. Ik heb hen mijn gedacht gezegd en daarom is het misgelopen. Uiteindelijk ben ik terug naar Luik gekeerd op vraag van trainer Patrick Wachel. Hij is een grote coach en wou een ploeg rond mij bouwen. En ik heb nu eenmaal rood bloed …” Haar eerste wedstrijd, die na vijftien minuten eindigde door een hoofdblessure, de titel in de BeNe League waar ze drie jaar achter liepen, het hoge spelniveau; De Gernier heeft talloze geweldige herinneringen aan Standard. Maar toch besloot ze te vertrekken, ondanks dat ze kon blijven. “Zelfs al zijn we kampioen geworden, afgelopen seizoen was moeilijk. Het ging niet met de coach. Het was vermoeiend, ik was helemaal op. Daarom heb ik besloten om een ander hoofdstuk te beginnen, andere doelen te kiezen.” “Ik heb even onderhandeld met Anderlecht, waar Patrick Wachel trainer is geworden. Maar de persoon die er instaat voor de transfers heeft weinig respect getoond. Ik vind het niet erg dat de overstap niet is doorgegaan, maar ben wel ontgoocheld in de afwikkeling van de zaak.” Uiteindelijk stapte De Gernier over naar White Star, dat in eerste klasse speelt. Ze zal dus niet meer in de hoogste divisie spelen, de Super League, maar ziet het niet als een stap achteruit. Ze heeft een talentvolle ploeg rond zich en wil met hen groeien tot het hoogste niveau. Van druk is er echter geen sprake. “Ik wil terug plezier hebben, dat is belangrijk. Dat heb ik ook aan de coach van de nationale ploeg gezegd. Ik wist dat ik met deze beslissing de deur van de Red Flames toetrok. Het is jammer dat het Europees kampioenschap (waarvoor de Red Flames zich nog altijd kunnen plaatsen, red.) pas in 2017 is. Maar ik heb de kracht niet meer om een heel jaar te vechten voor een plaats op dat tornooi.“ Het succes van de Red Flames is dus ook voor een deel aan De Gernier te danken. Niet enkel als speelster, want zij werkt ook halftijds voor de Franstalige voetbalbond om het vrouwelijk voetbal te helpen ontwikkelen en promoten. “We organiseren activiteiten, initiaties, perfectioneringsstages, etc. Er is heel wat talent in aantocht en ik denk dat het echt gaat ontploffen als de Red Flames zich plaatsen voor het EK. Daar wil ik aan meewerken, maar ik heb ook nog andere zaken in het verschiet. In het voetbal, maar dan van de andere kant. Dat kan televisiewerk zijn, bijvoorbeeld. Er zal nog wel wat gebeuren de komende maanden.” Tim Schoonjans


Donderdag 1 september 2016 I BRUZZ 1536 I 29

SPORTagenda

ESTAFETTE

VGC-SPORTGIDS

BRAM VAN DE VELDE

Ik had me stellig voorgenomen u in dit katern te vertellen over die ene keer dat ik mijn vader vroeg om mijn perineum in te smeren met broekvet. Zomaar. Sans gêne. Omdat het alles te maken heeft met sport, uiteraard. Ook omdat u zich nu fronsend afvraagt wat zijn antwoord was. En omdat taken op moeilijk bereikbare gebieden soms beter uitbesteed kunnen worden aan vakmensen met beter zicht op de zaak. Ik denk in dat verband spontaan aan glazenwassers van flatgebouwen en onderwaterlassers. Anderzijds moet ik ervoor opletten dat ik in een serieuze stadskrant niet te uitbundig de vettige en vleselijke toer op ga. Slecht voor het imago van de krant. En het mijne. Kan ik missen als ik vanaf 5 september een ochtendprogramma op de radio ga presenteren. Maar nog bepalender voor het ontberen van dat verhaal is de foto die de eindredacteur telkens vraagt ter illustratie van deze tekst. Ziet u mij al bezig? Broek op de enkels en selfiestick in de aanslag. Neen, dat is zelfs voor mijn dirty mind een brug te ver. Bovendien moet ik nog een paar prikkelende verhalen overhouden voor mijn memoires. Dat begrijpt u. Daarom moet u het deze keer stellen met een onderbelicht en troebel beeld van mijn bovenkant. De selfie dateert van afgelopen zondagavond, kwart voor tien. Ik beloon een looptraining tegenwoordig met een slok water en een fotootje. Van mezelf en/of de omgeving. Dat belandt dan op de sportapplicatie Strava. Oplettende zielen kunnen op de achtergrond een stukje van de Groene Wandeling herkennen. Meer bepaald een stuk, dicht bij de Japanse school, dat leidt naar de Woluwevallei. Ik parkeer daar mijn fiets, om dan voor een paar kilometer de benenwagen te nemen. Het wordt weer vroeger donker, bedacht ik me. Ik had het lichtje van mijn sporthorloge nodig om de loopfunctie aan te zetten. Anno 2016 moeten loopjes gemeten en geshared worden. Niet gedeeld, is niet gelopen. En toegegeven, de aanmoedigingen die mijn volgers me via de applicatie Strava geven zijn een extra motivatie om rond negen uur ‘s avonds toch nog mijn loopschoenen aan te doen. Elke aanmoediging helpt. In mijn hoofd leeft het idee dat herbe-

ginnen met sporten moeilijker is dan gewoon beginnen. Voor wie nooit gesport heeft, is alles winst. Wie al eerder een deftige conditie tentoon kon spreiden en die om welke reden ook verloren heeft, hinkt altijd achterop. Alsof je je eigen schaduw wil inhalen. Ik kende ooit dagen dat ik kilometers kon blijven malen. Dat het ogenschijnlijk geen moeite kostte om te blijven draven. Vandaag, en morgen weer opnieuw. Dat ligt nu anders. De afgelopen maanden heb ik met mondjesmaat mijn kilometertal opgeschroefd. In de loopsport gelden enkele gouden regels, zoals de tien-procent-regel. Voeg niet meer dan tien procent per week toe aan de totale hoeveelheid trainingskilometers. Heb je vorige week 20 kilometer gelopen? En heb je nu zin in meer? Mooi. Maar deze week niet meer dan 22 kilometer. De tien-procentregel hanteer ik netjes. Om haalbare doelen te stellen op korte termijn en mezelf niet te verliezen in enthousiasme en vervolgens in de lappenmand te belanden. Mijn Strava-profiel is daar het bewijs van. Loopjes van zes kilometer in januari zijn nu trainingen met dubbele cijfers geworden. Soms zoek ik bewust nog eens die kleine afstanden op. Omdat die nu een pak lekkerder gaan. Het is mijn eigen processie van Echternach. Een stapje naar achter om er twee vooruit te zetten. Probeer het vooral zelf eens.

Tien procent

Atletiek Urban Memorial op Anspachlaan

Voetgangerszone wordt atletiekpiste BRUSSEL – De veertigste verjaardag van de Memorial Van Damme wordt gevierd met een Urban Memorial. Komende zondag wordt de Anspachlaan een atletiekpiste, de week erna wordt er aan kogelstoten gedaan op de Grote Markt. Ketjes (tot twaalf jaar) die willen proeven van atletiek worden op hun wenken bediend. Komende zondag kunnen zij vanaf twaalf uur aan de Anspachlaan terecht voor Kids Athletics. Ervaren instructeurs zullen hen tot 17 uur inleiden in verschillende disciplines,

en na afloop krijgen ze ook nog eens een diploma voor hun sportieve prestatie. Onder meer Kim Gevaert zal voor het nodige advies zorgen. Van half twee tot half vijf zal de tweehonderd meter lange piste die op de Anspachlaan wordt aangelegd het toneel zijn van een competitie voor jongeren. En dan is het aan de grote jongens. Vanaf half vijf zullen toppers de snelste sprint uit hun benen proberen te schudden. Dé blikvangers worden de broers Borlée. Op donderdag 8 september zal het centrum van Brussel opnieuw mooi atletiekvolk ontvangen. Dan zal namelijk voor het eerst in

Bram Van de Velde is radiopresentator op BRUZZ en actief vrijetijdssporter

Selfie Niet gedeeld, is niet gelopen. Met dat motto in het achterhoofd neemt Bram Van de Velde na ieder trainingsloopje een selfie.

de geschiedenis van de Memorial Van Damme een wedstrijd plaatsvinden buiten het Koning Boudewijnstadion. Van kwart voor vier tot half vijf zullen Belgische kogelstoters het publiek opwarmen, en dan is het aan de wereldtop bij de dames. Het Olympische podium zal namelijk deelnemen: de Amerikaanse Michelle Carter (goud), de Nieuw-Zeelandse Valerie Adams (zilver) en de Hongaarse Anita Marton (brons). Om tien na zes wordt het evenement afgesloten met de podiumceremonie van de Diamond League. Beide evenementen zijn volledig gratis. Tim Schoonjans

>

Urban Memorial Alle informatie vindt u op www.sport.be/ urbanseriesmemorialvandamme/2016/

Dé sportgids van de sportdienst van de Vlaamse Gemeenschapscommissie is beschikbaar. U vindt er een overzicht in van de verschillende clubs en lessenreeksen voor jeugd en volwassenen, vijftigplussers en personen met een beperking. Verder staat er nog heel wat nuttige informatie in voor de Brusselse sporter, zoals voor de individuele sporter. U kunt de sportgids raadplegen op www.sportinbrussel.be.

zaterdag 3 september Brussels cycling classic De hoofdstad is zaterdag terug voor even in de ban van het wielrennen. Voor de vierde maal zal de Brussels Cycling Classic, de opvolger van Parijs-Brussel, van start gaan aan het Jubelpark (een aanrader om de renners van dichtbij te zien) en na omzwervingen in de regio rond Brussel terug het Gewest binnenkomen via Anderlecht en eindigen voor het Koning Boudewijnstadion. Op www.brusselscyclingclassic. be kunt u het volledige parcours raadplegen en zien welke renners aan de start zullen staan.

open air milonga La Tangueria organiseert komende zaterdag opnieuw een Open Air Milonga in het Koekelbergse Elisabethpark, om de growfunding van Bar Eliza te ondersteunen. Van vijftien tot zestien uur zullen er initiaties gehouden worden door leerkrachten van La Tangueria, daarna is er tot 21 uur een Open Air Milonga met DJ Oliver. Alles is gratis, maar er wordt wel gevraagd een drankje te nemen in de bar en de growfunding te steunen. Bij slecht weer kan de milonga in Bar Eliza doorgaan.

zondag 4 september race for the cure Jaarlijks nemen meer dan anderhalf miljoen mensen in meer dan honderd steden wereldwijd deel aan deze wandel- en looptocht, die als doel heeft geld in te zamelen voor de strijd tegen borstkanker. Zondag wordt een nieuwe editie georganiseerd in het Ter Kamerenbos (aan de Gespanhoek), waar de deelnemers kunnen kiezen om drie kilometer te wandelen (start om elf uur) of zes kilometer te lopen (start om half twaalf). Verder zal er ook de nodige animatie zijn. Ter plaatse inschrijven kost vijftien euro, kinderen onder de tien jaar nemen gratis deel. Alle informatie vindt u op www.think-pink.be.

gordelfestival De Vlaamse rRnd rond Brussel viert zondag feest. In verschillende gemeentes staan er allerhande activiteiten geprogrammeerd, van muziek tot sportactiviteiten, maar het Gordelfestival blijft toch voornamelijk een fiets- en wandelevenement. Naast de klassieke fietsroutes zal men in het Zoniënwoud bijvoorbeeld mountainbike- en looptochten kunnen afwerken. Op www.gordelfestival.be vindt u een volledig overzicht van alle activiteiten. Tim Schoonjans


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook