© BART DEWAELE
AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153
16 07 15
ZUIDFOOR VAN START BRUSSEL – Voor de 135ste keer kunnen kermisadepten hun hart ophalen aan de Brusselse Zuidfoor. Van 18 juli tot 23 augustus wordt de bijna twee kilometer lange strook tussen de Hallepoort en de Anderlechtsepoort ingepalmd door botsauto’s, spooktreinen, een reuzenrad en heel wat lekkers. Nieuw dit jaar is de Drop Zone, een draaimolen van 25 meter hoog waarin dertig inzittenden overkop gaan. Veiligheidsdiensten zullen de attracties ook tijdens de foor controleren, na de veiligheidsproblemen van vorig jaar. De organisatoren hopen op anderhalf miljoen bezoekers, al zal dat vooral van de Belgische weergoden afhangen. Hanne De Valck
BRUSSELS BY NIGHT. P. 10-11
BRUSSEL-BAD NA SLUITINGSTIJD
EEN ZWARE RAMADAN? “Ach, het is een psychologische kwestie”
MET DE KAART IN DE HAND DOOR DE STAD LEES P. 6-7 ADVERTENTIE
BTW inb.
BTW inb.
DB118393G5
Wij gaan er even tussenuit. De volgende BDW verschijnt op 6 augustus
Ontdek de bon en de voorwaarden binnenin
N° 1483 VAN 16 TOT 23 JULI 2015 ¦ WEEK 29: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA VZW, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-650.10.96, ABONNEMENTEN: 02-650.10.80, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE
VAN DE REDACTIE
door Christophe Degreef
© BART DEWAELE
BDW 1483 PAGINA 2 - DONDERDAG 16 JULI 2015
De honderd Op de webstek van het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA) staat een interessante grafiek. In een cirkeldiagram zien we hoe sommige verhoudingen in Brussel zouden zijn indien het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een dorp was met 100 inwoners. Het dorp zou 49 mannen tellen, en 51 vrouwen. 22 mensen zijn jonger dan achttien jaar, 64 tussen achttien en 65. Tot daar lijkt alles normaal. Bijzonder is echter de onderverdeling werkenden-niet werkenden. Als Brussel dus een dorp was met 100 inwoners, dan zouden er 36 werken, acht werkloos zijn, negen studeren, twintig jonger zijn dan 15, dertien gepensioneerd en veertien ‘inactief’ zijn. De werkloosheid blijkt bijzonder laag, en de inactiviteit bijzonder hoog. Ter herinnering: Brusselse werkloosheidscijfers schommelen al een decennium rond de twintig procent. Demografie verander je niet, ze is wat ze is. Maar ook een dorp met 34 werkenden op 100 lijkt weinig levensvatbaar. En zeker als de beroepsactieve bevolking groot is, 64 dus. Voor zij die dromen van een eigen Brussels stadsgewest, zoals u verder in deze krant kan lezen op pagina’s 4-5, is het alvast een opfrisser. Zoals een PS-bron uit de kanaalzone het niet zo lang geleden verwoordde: “We hebben Vlaanderen nog een tiental jaar nodig om te betalen.” Hoe het Brussel daarna zal vergaan, vertelde de persoon in kwestie er niet bij. Of toch: er wordt gerekend op de kracht van de jeugd. In één adem werd er eerlijkheidshalve wel bijgezegd dat het Brussels
WAUTER MANNAERT
Hoofdstedelijk Gewest nu al de grootste moeite heeft met de afschaffing van de inschakelingsuitkering voor jongeren. De vorige regering-Di Rupo I besliste twee jaar geleden immers dat jongeren die al enkele jaren werkloos zijn, en nog nooit gewerkt hebben, hun uitkeringen teruggebracht zagen tot drie jaar. De Brusselse wegwerpjongere - précariat genaamd door de PS - is hiervan slachtoffer. Brussel en de federale regering ook tussen haakjes, vermits de OCMW’s die jonge mensen dan maar moet opvangen. Gelukkig is er ook beter nieuws. Neemt u een kijkje naar de kaartjes op pagina’s 6 en 7, en u zal vaststellen dat er vier Brusselse gemeenten zijn waar alleenstaande vrouwen de grootste groep van de totale huishoudens uitmaken. Et alors? Als u het ons vraagt is zoiets een goed teken: reportages als Femme de la Rue van Sofie Peeters hebben immers aangetoond dat het moeilijk is om als alleenstaande vrouw in Brussel te wonen. Maar er is dus ook een tegenbeweging, zo blijkt uit de cijfers. Niet toevallig trekt een gemeente als Elsene hoogopgeleide mensen aan, velen onder hen vrouwen: het is er goed leven en werken. Hoe steden leefbaar worden gehouden, toont ook Gent aan. Dat leest u verder in deze krant. De beweging naar meer groen en meer veilige/leefbare straten leeft in West-Europa immers volop. Waar er maar weinig over wordt vernomen, is hoe jongeren, en meer bepaald jonge mannen, die in sommige Brusselse gemeenten met een hoge werkloosheid met meer zijn dan de vrouwen, hun weg moeten vinden in een stadsgewest dat aan de andere kant zo erg verschillend is. Dat wordt waarschijnlijk aan de volle 100 overgelaten, en aan daarbuiten.
MOBILITEIT > HANDELAARS WIJZEN STAD MET DE VINGER
‘AUTOVRIJE STRAAT IS IN FEITE AUTOSTRADE’ BRUSSEL – Niet alleen de zone rond de Grote Markt kreeg er autovrije straten bij. Ook de Zavel. Maar de handhaving loopt spaak. “Het is hier al twee weken chaos.” De ‘kleine Hoogstraat’ is het stukje tussen de Kapellekerk en Bowling Crosly. In het circulatieplan van de Stad Brussel dat zopas in voege ging, staat het ingekleurd als autovrij. En de signalisatie wijst daar ook op. Alleen leveringen zijn toegelaten, tot 11 uur ‘s ochtends. Antiquair Jos Humblet heeft er een zaak in Afrikaanse kunst. “Wij zijn heel opgetogen over dit autovrij stukje. De handelszaken hebben het hier heel moeilijk. Als voetgangersstraat krijgen we weer zuurstof.” “Schepen Els Ampe (Open VLD) is persoonlijk de handelaars komen overtuigen. Haar medewerkster heeft zelfs in mijn winkel de affiche opgehangen die de autovrije zone aankondigt.”
Slapstickfilm Maar sinds de start van het circulatieplan draait het vierkant, zegt Humblet. “De eerste dag hebben we zelf het nadarhek moeten zetten dat langs de kant stond, om de straat af te sluiten.”
De antiquair vroeg zich plots af of hij daar wel toe gemachtigd was. Hij belde de politie. “Wat er toen gebeurde, heeft veel weg van een slapstickfilm,” zegt hij. “Eerst kwamen twee politieagenten. Die zetten nadarhekken aan beide zijden van de straat. Zoals het hoort. De handelaars waren tevreden.” Een week later komen drie politieagenten. Die laten de hekken met een bestelwagen opnieuw weghalen. “‘We zijn daar tegen,’ zeiden ze. Ze waren heel brutaal.” Een dag later komt de bestelwagen terug, mét nadarhek. Dat wordt fluks aan de kant van de straat gezet. “Vandaag staat het hek terug waar het hoort,” zegt Humblet. “Maar van zodra iemand het hek openzet, zijn we er weer aan voor de moeite. Er wordt hier heel hard gereden, in wat eigenlijk een autovrije straat is. Het lijkt wel een autostrade. Als een voetganger wordt aangereden, wie is dan verantwoordelijk?” Bij de Stad Brussel wijst men erop dat de straat autovrij is, zoals de signalisatie aangeeft, maar dat het om een testfase gaat. Dat maakt structurele ingrepen moeilijk. “Maar hoe kan men iets testen als het hek altijd wordt opengezet?”, vraagt Humblet zich vertwijfeld af.
Steven Van Garsse
BURGERPETITIES MOETEN DEBATTEN KRUIDEN
Parlement wil burgers op BRUSSEL – De drie assemblees in het Brussels gewest willen vlottere parlementszittingen met meer inspraak voor de burger. Snedigere discussies, meer samenwerking tussen de parlementen onderling en meer inspraak voor de burger. Dat is het plan waarmee de drie voorzitters van Brussels Parlement, Cocof en Raad van de VGC te-
gen december willen landen. “De representatieve democratie zit in een crisis,” zegt Julie De Groote (CDH), voorzitster van de Cocof. “Sinds Montesquieu is er veel veranderd. De wereld is complexer geworden, de burger mondiger. We moeten daar als parlement iets tegenoverstellen.” De parlementsvoorzitters zien veranderingen mogelijk op drie fronten. Eén in het assemblée zelf.
BDW 1483 PAGINA 3 - DONDERDAG 16 JULI 2015
BDWVOORGROND
VEILIGHEID > BRUSSEL EERSTE BELGISCHE STAD MET ‘SLIM’ CAMERANETWERK
GEZICHTEN HERKENNEN, DIEFSTAL VOLGEN
BRUSSEL – Het Brussels Hoofdstedelijk gewest start deze maand nog met een platform voor videobewaking. De politiezone West zal als eerste beelden leveren, de MIVB en overige politiezones volgen later. Hoofddoel is om misdaad sneller op te sporen.
Verdachte patronen “Desgewenst kunnen ook gegevens van Mobib-kaarten van MIVB-gebruikers aan het platform worden toegevoegd,” zegt Anthonie van der
Energiereus
Ook MIVB-camera’s zullen op het netwerk worden aangesloten.
Ploeg van het Canadese bedrijf Genetec, dat een deel van de software levert. “Zo kan men een potentiële dief identificeren.” Van der Ploeg houdt ook rekening met gegevens van smartphonegebruikers. “Het is in theorie ook mogelijk dat mensen die op de plaats van een delict zijn live filmpjes kunnen doorsturen naar het platform.” Let wel: dit zijn toekomstmogelijkheden; het is niet zeker dat het Brussels gewest dit ook daadwerkelijk zal doen. De politiezone-West, die de gemeenten Sint-Jans-Molenbeek, Ganshoren, Sint-Agatha-Berchem,
het spreekgestoelte De verschillende parlementen moeten meer samenwerken rond ad hoc dossiers. Brussels parlementsvoorzitter Charles Picqué (PS) geeft het voorbeeld van radicalisering en de islam waarrond dit jaar is samengewerkt. Ook over prostitutie moet zo’n samenwerking mogelijk zijn. Ten tweede, bij de deputés zelf. Door spreektijd te verkorten, en parlementsleden ook onderling met elkaar in debat te laten gaan (van-
daag is dat niet toegestaan) kunnen de debatten aantrekkelijker worden. “Kortere tussenkomsten is de boodschap,” zegt Carla Dejonghe (Open VLD), voorzitster van de VGC-raad. De grootste verandering kan er komen voor de burger, de derde pijler in het plan. Die moet meer inspraak krijgen. De Groote: “Als een actiegroep of een individu iets te zeggen heeft over een wetsvoorstel, kan die een wijziging voorstellen, of waar-
“In theorie kunnen mensen vanop een plaats delict live filmpjes doorsturen naar het platform”
© BART DEWAELE
Jette en Koekelberg omvat, gebruikt als eerste politiedienst het platform. Volgens korpschef Johan De Becker worden camerabeelden in de zone nu al gebruikt om ‘onburgerlijk gedrag’ te registreren. Auto’s die verkeerd geparkeerd staan, krijgen op basis van hun geregistreerde overtreding een boete opgestuurd. In Parijs gaat men zelfs nog verder: daar kunnen via een luidspreker mensen geverbaliseerd worden als de politie een overtreding vaststelt. De software staat tegenwoordig ook al zo ver dat nummerplaten automatisch kunnen worden geregistreerd,
Toch zijn er mogelijke angels. De overheid is gebonden aan contracten bij de bedrijven die de software leveren. Dat zijn er twee, namelijk het eerder vermelde Genetec, en daarnaast Cofely-Fabricom, een bedrijf van de GDF-Suez-groep. Die laatste treedt op als een soort van ‘handelaar’ die ervoor zorgt dat Genetec bepaalde software kan verkopen, en die software kan laten koppelen aan software van Fabricom, dat de basis van het project vormt. Fabricom is naar eigen zeggen een van de weinige internationale spelers die dit kan op deze schaal, en die kleinere spelers de markt van overheidsopdrachten kan binnenloodsen. De GDF Suez-groep is een energiereus, die zich meer en meer begint te specialiseren in infrastructuur, studies en software. Een ander dochterbedrijf van de groep heeft bijvoorbeeld de verkeersstudie voor het autovrij maken van de centrale lanen uitgevoerd.
Christophe Degreef
om niet een amendement. Iemand met een bepaalde expertise kan in een hoorzitting aan bod komen.” Petities moeten beter en sneller bij het parlement terechtkomen. Net zoals de moties van de gemeenteraden. Vandaag staat het petitierecht al in het reglement van het Brussels parlement ingeschreven, maar het is nooit tot uitvoering gebracht. “Over de juiste modaliteiten moet nog gesproken worden. Krijgen burgers inspraak vanaf 5.000 of 10.000 handtekeningen?”, vraagt Picqué zich af. Hij wijst erop dat het niet de bedoeling is om de polemiek te zoeken. Steven Van Garsse
© STEVEN VAN GARSSE
3.120 camera’s zullen er tegen 2018 opgenomen worden in de ‘gewestelijke videobewaking’. Dat platform zal het mogelijk maken dat beelden van in de stad bekeken én gedeeld kunnen worden door de politiediensten, of door een stedelijk crisiscentrum. Aansluitend wordt er ook een nieuwe gewestelijke administratie opgericht, de Brusselse controlecommissie, die het gebruik van het videoplatform zal controleren. Brussels staatssecretaris voor Digitalisering Bianca Debaets (CD&V) belooft ook aangepaste wetgeving, onder meer om aan de privacyregels te voldoen. Wat zijn de mogelijkheden? Stel: er vindt een diefstal plaats in een metrostation. De politie wordt opgeroepen, en kan rechtstreeks beelden opvragen van het metrostation in kwestie. Het traject van de dader kan zelfs doorheen de stad gevolgd worden, want er zijn immers meerdere camera’s langs de wegen bovengronds. De hedendaagse software maakt het mogelijk dat meerdere rechtstreekse beelden naast elkaar kunnen afgespeeld worden.
en ook ‘verdachte’ patronen automatisch kunnen herkend worden door een computer. Het Brussels Gewest wil werk maken van een sterk eigen veiligheidsbeleid – een aspect van de zesde staatshervorming – en meent dat de beveiliging van de beelden optimaal zal zijn. De beelden zullen zonder gerechtelijk tegenbevel maximaal 30 dagen bewaard worden. De opslag gebeurt op computerservers die alleen voor het platform zullen gebruikt worden.
Julie De Groote, Charles Picqué en Carla Dejonghe.
BDW 1483 PAGINA 4 - DONDERDAG 16 JULI 2015
UITGELICHT > 11 JULI, FEEST VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
DE VERSLONDEN STAD BRUSSEL – Tot grote ontstentenis en schalkse tevredenheid werd vorige week voor het eerst de Vlaamse Leeuw gezongen op het Brusselse stadhuis. De N-VA is dan ook op zoek naar een nieuw communautair elan, in een land waarin Brussel hen met hun medewerking ontglipt.
‘M
ijn favoriete passage,” zo fluisterde N-VAvoorzitter en Antwerps burgemeester Bart De Wever in het oor van Open-VLD-voorzitter Gwendoline Rutten toen de regel De tijd verslindt de steden, geen tronen blijven staan van de Vlaamse Leeuw gezongen werd, vorige week zaterdag, op 11 juli. Het volkslied van die gemeenschap werd ter afsluiting van het feest van de Vlaamse Gemeenschap gezongen, en dit voor het eerst sinds lang op een recente 11-juliviering in het Brusselse stadhuis. De massaal aanwezige N-VA’ers deden gezwind mee, en ook Europees Commissaris Marianne Thyssen (CD&V) kon al zingend gespot worden. Voormalig Brussels minister-president Charles Picqué (PS) hield de lippen stijf op elkaar. De Nederlandstalige Brusselse schepenen Els Ampe (Open
VLD) en Ans Persoons (SP.A) keken erg ongemakkelijk om zich heen. Ans Persoons was een van de sprekers tijdens de officiële plechtigheid. Zij hield een pleidooi dat traditioneel Nederlandstalig-Brussels kan genoemd worden: met de klemtoon op openheid en verdraagzaamheid. Persoons ging daarbij zelfs zo ver om Join the City, het Engelstalige motto van stadsradio FM Brussel te gebruiken als voorbeeld van de Brusselse Nederlandstalige stadsgemeenschap. Ook benadrukte zij het succes van de voetgangerszone, een beslissing van haar schepencollege. De speech van Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA) was anders. Peumans had het vooral over de nood van een Vlaamse buitenlandse vertegenwoordiging. Eerder had Vlaams minister-president Geert Bourgeois hetzelfde gezegd
De Vlaamsnationalisten staan officieel voor een Brusselkeuze, maar stemmen wel in met een zesde staatshervorming
op de 11-juliviering in Kortrijk. Voorts verliep de 11-juliplechtigheid volgens klassiek stramien. Ceremoniemeester Indra Dewitte van Het Belang van Limburg maakte toespe-
lingen op Peumans’ slechte Engelse uitspraak en haalde het idee van buitenlandse Vlaamse vertegenwoordiging door het slijk. Bij de aanwezige N-VA’ers klonk gemor, elders instemming.
Brussel deelstaat Het is erg duidelijk dat de N-VA op zoek is naar een nieuw communautair elan. Dat verbaast ook niet, want in Franstalig België gaan al stemmen op voor een voorzichtige Waalse sociale zekerheid. En wat met Brussel? Wallonië en Brussel zijn verbonden via de Fédération Wallonie-Bruxelles. Die in wezen ongrondwettelijke constructie verhindert niet dat men in Franstalige partijhoofdkwartieren voort wil bouwen op de zesde staatshervorming, die Brussel bevoegd maakt voor de kinderbijslag. Dat is een persoonsgebonden materie, en dus eigenlijk niet de bevoegdheid van een Brussels gewest. Aan Franstalige kant wil men Brussel in deze gemeenschapsrol dus versterken. Brussel wordt zo meer en meer een volwaardige deelstaat. Volgens de geruchten zou N-VAvoorzitter Bart De Wever in 2010
hebben ingestemd met dat model, ook al staat de N-VA vandaag officieel voor de Brusselkeuze: Vlamingen en Franstaligen kiezen in Brussel hun gemeenschap. Maar de N-VA heeft wel gezegd dat ze de zesde staatshervorming zal uitvoeren. Dat was de prijs om toe te treden
DE WEEK IN BEELD DOOR BART DEWAELE De derde editie van het gratis festival Brussel Danst, ter ere van de Vlaamse feestdag, kon zaterdag op 14.000 bezoekers rekenen. Dat is dubbel zo veel als vorig jaar. Vlamingen en Brusselaars konden onder een stralende zon genieten van veel dans, muziek en geleide wandelingen door de stad. In de namiddag was het over de koppen lopen op het Muntplein tijdens de dance battles, waarin meer dan zestig jonge dansers het tegen elkaar opnamen.
WEEKOVERZICHT
BDW 1483 PAGINA 5 - DONDERDAG 16 JULI 2015
© NICOLAS MAETERLINCK / BELGAIMAGE
WOENSDAG 8 JULI MILIEUVERGUNNING DOCKS. In mei adviseerde de auditeur van de Raad van State om de milieuvergunning van shoppingcomplex Docks Bruxsel te vernietigen omwille van mobiliteitsproblemen. Het Gewest wacht het definitieve oordeel van de Raad niet af en levert intussen een nieuwe vergunning af voor Docks. NETHEIDSPLOEGEN VOETGANGERSZONE NIET VEILIG. Tien dagen na het verkeersvrij maken van de centrale lanen, kampt de zone met een netheidsprobleem. Er worden zeventig extra vuilbakken geplaatst. De netheidsploegen zullen niet ingezet worden uit gevaar voor hun veiligheid, meldt Brussels schepen van Openbare Reinheid en Cultuur Karine Lalieux (PS).
DONDERDAG 9 JULI BEURS WORDT BIERPALEIS. Het Gentse architectenbureau Robbrecht & Daem mag het imposante Beursgebouw ombouwen tot Bierpaleis. De toegang zou aan de achterzijde komen. Verder denken de architecten aan een panoramabar met dakterras en gouden luifel. Ze willen de gelijkvloerse verdieping gratis toegankelijk maken, zodat de Beurs een overdekt plein wordt. WITTE TAXISECTOR. Vakbonden en werkgevers van taxiondernemingen leggen een nieuw voorstel voor aan de Brusselse regering. Zo kan de taxisector moderniseren, klantvriendelijker en transparanter worden. De Brusselse regering is al langer vragende partij, maar stuitte op een njet van de sector zelf. In ruil vraagt de sector het verbod op bedrijven als Uber.
VRIJDAG 10 JULI ZIEKENHUIS WORDT WOONTOREN. De ULB-Policlinique du Lothier, gelegen aan de KVS tussen de Arduinkaai en de Vaartstraat, zal worden omgevormd tot een woontoren. Promotor Besix Red wil er 120 woningen plannen. De stripmuur van FC De Kampioenen zou door de renovatie verdwijnen.
Naar aloude gewoonte vindt de 11-juliviering plaats in het Brusselse stadhuis. Op de foto Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans.
ZATERDAG 11 JULI tot de Belgische federale regering Michel I. Het Vlaamse-Leeuwgezang tijdens de recente 11 juli is in dat licht niet meer dan oude, bijna betekenisloze symboliek, van een partij die het nieuwe Brussel best begrijpt, maar er steeds minder vat op heeft.
“ “ HET GETAL
En daar zelf voor lijkt te kiezen. Nederlandstalige politici als Ans Persoons beseffen ook maar al te goed waar zij in meestappen. In de Brusselse eigenheid, die hoofdzakelijk Franstalig is en nog meer zal worden. De Nederlandstaligen mogen dan zorgen voor de kosmopoliti-
11 JULI-VIERING. In het stadhuis wordt de Vlaamse feestdag uitgebreid gevierd. Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA) pleit in zijn speech voor verdere staatshervormingen. De ceremonie wordt afgesloten met het zingen van de Vlaamse Leeuw. De aanwezigen van de andere Vlaamse partijen kunnen dat maar weinig smaken.
sche saus. Terwijl het kosmopolitisme de partij van Persoons onlangs nog zo ver dreef om haar eigen Nederlandstalige medium FM Brussel af te schaffen.
Christophe Degreef
VELORUTION UNIVERSELLE IN BRUSSEL. Meer dan duizend fietsers komen in Brussel samen voor de internationale Vélorution Universelle. De betogers willen regeringen aanzetten om te investeren in duurzame transportmiddelen en willen een mentaliteitsverandering teweegbrengen.
De goede politicus vandaag is diegene die zich in het openbaar zelfkastijdt en roept dat hij te veel verdient”
ZONDAG 12 JULI BIG JUMP IN KANAAL. Duizenden mensen over heel Europa vragen aandacht voor schoon en leefbaar water. In Brussel springen liefhebbers samen met Groen Brussel het Kanaal in ter hoogte van CERIA-COOVI. Groen ijvert voor een afgebakend stukje kanaal dat kan dienen als zwemdok op zondag wanneer het kanaal niet bevaren wordt.
Minister-president Rudi Vervoort (PS) vindt dat de discussie over de verloning van politici op de spits wordt gedreven (in de commissie Financiën van het Brussels parlement).
Het was de relatieve rust die mij deed beseffen hoeveel ruimte de auto in Brussel reeds onterecht heeft opgeëist en hoe onwillig hij blijft om die weer af te geven”
MAANDAG 13 JULI REGELS TOERISTISCHE OVERNACHTINGEN. Nieuwe concepten voor toeristische overnachtingen opereren in Brussel voorlopig in een juridische schemerzone. Nadat Wallonië en Vlaanderen eerder al stappen ondernamen voor een juridisch kader, wil nu ook het Brussels gewest duidelijke regels opstellen.
Auteur Joost Vandecasteele is in zijn nopjes met de autovrije centrale lanen (in De Standaard).
9.590
Met nog acht dagen te gaan ontbrak het Bram Penninckx op 14 juli nog aan 2.410 euro om zijn ambitieus fotoproject aan de Brusselaars te laten zien. Penninckx trekt al sinds 2009 door de straten van de hoofdstad, hij fotografeert Brussel bij dag, maar heel vaak ook bij nacht. De foto’s zijn in de straten, parken en pleinen ge-
nomen en daar wil Penninckx ze ook aan terugschenken. Hij wil de Brusselaars een gratis fototentoonstelling aanbieden. Maar omdat koken geld kost, heeft hij growfunding op het getouw gezet. Hij heeft al 9.590 van de 12.000 euro in kas, giften van 120 Brusselaars en niet-Brusselaars. Schenken kan al vanaf 10 euro, waarvoor u een uitnodiging voor de vernissage krijgt. Hoe meer u geeft, hoe meer u krijgt. Nieuwsgierig? Surf dan naar brussel.brampenninckx.be. Danny Vileyn
DINSDAG 14 JULI ZUIDFOOR STRENGER GECONTROLEERD. Nadat er vorig jaar tot tweemaal toe problemen waren met de veiligheid op de Zuidfoor, past Stad Brussel de reglementering aan. In tegenstelling tot andere jaren zullen de attracties niet enkel voor, maar ook tijden de Zuidfoor gecontroleerd worden op hun veiligheid. De 135ste editie van de kermis opent op 18 juli.
Samengesteld door Hanne De Valck
MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF
BDW 1483 PAGINA 6 - DONDERDAG 16 JULI 2015
BRUSSEL – Het BISA, het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse, heeft een reeks nieuwe gegevens klaar over de negentien Brusselse gemeenten. Naast de klassieke gegevens over bevolkingsstructuur, werkloosheid en woonprijzen, zijn er ook cijfers voorhanden over de man-vrouwverhouding, het gemiddelde inkomen, het aandeel van alleenstaande vrouwen tegenover alle huishoudens en het elektriciteitsverbruik. Die vier laatste categorieën hebben we in kaartjes gegoten. Waarom? Omdat we denken dat het eens iets anders mag zijn. Voor meer lekkers: www.bisa.irisnet.be.
DEMOGRAFIE > BISA LEVERT INFORMATIE OVER MANNEN, VROUWEN EN ELEKTRICITEIT
MET DE KAART IN DE HAND DOOR DE STAD
BRON: © BISA. INFOGRAFIEK: PETER DHONDT
DOOR DANNY VILEYN EN CHRISTOPHE DEGREEF
Sint-Joost slokop van energie Het totale elektriciteitsverbruik hangt af van de grootte van de gemeente, de industrie en vooral de kantoren. Toch is enige nuance op zijn plaats. Koekel< 50.000 MWh berg en Sint-Joost-ten-Node zijn de twee < 50.000 - 100.000 MWh kleinste gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Sint-Joost is 1,1 < 100.000 - 150.000 MWh vierkante kilometer groot, Koekelberg < 150.000 - 200.000 MWh 1,2 vierkante kilometer. Koekelberg < 200.000 - 250.000 MWh telt 21.317 inwoners, Sint-Joost 27.447 < 250.000 - 300.000 MWh inwoners. Sint-Joost heeft de reputatie de < 300.000 - 350.000 MWh armste gemeente van België te zijn, maar dat geldt alleen voor de inwoners, want < 350.000 - 400.000 MWh in de gemeentekas komt wel geld binnen < 400.000 - 450.000 MWh van hotel- en kantorentaksen bijvoor> 450.000 MWh beeld. Sint-Joost blijkt ook een grote energieslokop te zijn, vier keer zoveel als Koekelberg. En alhoewel het private elektriciteitsverbruik ook in Sint-Joost beduidend hoger ligt dan in Koekelberg, zijn het toch de kantoren die met de grootste massa aan de haal gaan. De kantorendichtheid in Sint-Joost is volgens het BISA tien keer zo hoog als het gewestelijke gemiddelde. ELEKTRICITEITSVERBRUIK PER GEMEENTE PER JAAR
Gemeenten met grootste aandeel alleenstaande vrouwen
Sint-Lambrechts-Woluwe, Watermaal-Bosvoorde, Elsene en Etterbeek zijn vier totaal verschillende gemeenten. Ze hebben met elkaar gemeen dat er een vrouwenoverschot is. Maar de ene vrouw is de andere niet, zo leert ons het BISA: “WatermaalBosvoorde is de oudste gemeente van het Brussels Hoofdstelijk Gewest met veel alleenstaande vrouwen, vaak weduwen. Ook Sint-Lambrechts-Woluwe is een ‘oude’ gemeente met niet weinig weduwen. Sint-Lambrechts-Woluwe herbergt ook de faculteiten Geneeskunde en Farmacie van de UCL, faculteiten waar het vrouwenoverschot groot is. In SintLambrechts-Woluwe zijn er 7.791 vrouwen tegenover 4.969 mannen.” Etterbeek en Elsene zijn een ander verhaal. Het zijn twee heterogene gemeenten met een oudere vrouwelijke bevolking, maar ook een sterke concentratie actieve Europeanen waaronder ook heel wat vrouwen. Elsene is trouwens de gemeente met het grootste aandeel alleenstaande mannen en vrouwen. De Elsense bevolking bestaat voor 30,8 procent uit alleenstaande mannen en voor 31,4 procent uit alleenstaande vrouwen.
BRON: © BISA. INFOGRAFIEK: PETER DHONDT
De ene vrouw is de andere niet
Gemeenten met meer mannen dan vrouwen
© SASKIA VANDERSTICHELE
BRON: © BISA. INFOGRAFIEK: PETER DHONDT
BDW 1483 PAGINA 7 - DONDERDAG 16 JULI 2015
Afscheid van Daniël Buyle Mannen kleuren nog altijd klassieke migratiegemeenten De stationsgemeenten Brussel, Sint-Gillis en Sint-Joost zijn al van oudsher – meer dan een halve eeuw – de toegangspoort voor migranten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Na de Tweede Wereldoorlog was die migratie mediterraan, maar sinds de jaren 1990 komen er migranten aan van over heel de wereld. In het verleden was die migratie jong en mannelijk en dat speelt volgens het BISA die gemeenten nog altijd parten in de verhouding der seksen. Maar toch is enige nuance op zijn plaats: in Sint-Joost zijn er 106 mannen voor 100 vrouwen, in de Stad Brussel zakt dat cijfer naar 103 en in Sint-Gillis zelfs naar 102. Voor de Stad Brussel past enige nuance omdat de stad zo uitgebreid en verscheiden is, Haren is de Anneessenswijk niet. Maar met cijfers moet je altijd voorzichtig zijn. Of om het met de bekende boutade van Godfried Bomans te zeggen: een statisticus waadde vol vertrouwen door een rivier van gemiddeld één meter diep, hij verdronk.
Hij verwierf naam en faam als Wetstraatjournalist die weigerde aan het handje van politici te lopen. Met De Lakeien van de Wetstraat schreef hij zelfs geschiedenis. Na een woelige journalistieke carrière belandde Daniël Buyle op socialistische kabinetten waar hij als woordvoerder alleen maar communiceerde als er echt iets te melden viel. Toch waren het vorige vrijdag drie Open VLD’ers die hem bejubelden, de ex-raadsvoorzitters van de Raad van
ADVERTENTIE
Berchem en Ganshoren ook ‘rijk’
BRON: © BISA. INFOGRAFIEK: PETER DHONDT
Deze kaart kan verrassen, Sint-Agatha-Berchem en Ganshoren behoren tot dezelfde inkomenscategorieën als Ukkel, Bosvoorde en andere rijke gemeenten. Om het overzicht te behouden hebben we de inkomenscategorieën – belastbaar inkomen 2012 – beperkt tot drie categorieën. Maar binnen iedere categorie zijn er verschillen: zo zitten Berchem en Ganshoren net boven de 15.000 euro, Bosvoorde boven de 19.000 euro. Sint-Joost en Molenbeek blijven de armste gemeenten.
< 10.000 euro NETTO BELASTBAAR INKOMEN PER INWONER
< 10.000 euro 10.000 - 15.000 euro 15.000 - 20.000 euro
de Vlaamse Gemeenschapscommissie waarvan hij sinds vijftien jaar griffier was – Guy Vanhengel en Jean-Luc Vanraes en de huidige voorzitter Carla Dejonghe. Buyle wordt per 1 september voor zes maanden opgevolgd door Patricia Coppens, de tweede in rang na Buyle. Buyle toonde zijn dankbaarheid jegens velen, maar vooral voor zijn ouders, Oost-Vlaamse arbeiders die naar Brussel verhuisden en die DV hem alle kansen gaven.
10.000 - 15.000 euro 15.000 - 20.000 euro
BDW 1483 PAGINA 8 - DONDERDAG 16 JULI 2015
© STEVEN VAN GARSSE
De Wasstraat. Een banale straat met doorgaand verkeer is twee maanden lang een plek waar buurtbewoners zich kunnen uitleven.
SAMENLEVING > GENT EXPERIMENTEERT MET ZESTIEN AUTOVRIJE ‘LEEFSTRATEN’
‘DE STAD HEEFT AL TE VEEL GEPAMPERD’ GENT – Laat de bewoners zelf het initiatief nemen om een straat autovrij te maken. Dat is de succesformule van de Gentse vzw Lab van Troje. Schepen van wijkcontracten Ans Persoons (SP.A) ging een kijkje nemen.
W
asstraat, op een steenworp van Gent Dampoort. Links een school, rechts een park. In het midden, pal op straat, een synthetisch grasveld met banken gemaakt van paletten en ander recupmateriaal. Auto’s kunnen er niet meer door. Voetgangers, fietsen en bakfietsen wel. De Brusselse ‘centrale lanen’, maar dan in micro-formaat. De Wasstraat is een van de zestien ‘leefstraten’ die Gent momenteel rijk is. Het recept is simpel: geef een knip in het lokale verkeer en geef de straat aan de bewoners. En dat voor een periode van twee maanden. De weg ernaartoe is iets gecompli-
ceerder, maar komt volledig van onderuit. Dat vertelt Dries Gysels van Lab van Troje, een vzw die voor het derde jaar op rij bewoners helpt met het tijdelijk autovrij maken en letterlijk leefbaar maken van een stukje straat. “Alles kan,” zegt Gysels bij wijze van boutade, “slapen, dansen, spelen. Dromen staat vrij. Maar als de bewoners vragen: wat gaat de stad voor ons doen om dit mogelijk te maken, dan is het antwoord: de stad heeft al te veel gepamperd. Het is aan de bewoners zelf om het heft in handen te nemen.”
Glijbaan Buurtbewoner Pieter is een van de
vanuit het park rechstreeks op het autovrije stukje straat. Kinderen kunnen van school of van huis naar park zonder verkeersrisico.
trekkers van het autovrij maken van de Wasstraat. “Wat we eerst doen is: consensus zoeken tussen de buurtbewoners.” Dat lijkt makkelijker dan het klinkt. In dit concrete geval moesten er vijftien parkeerplaatsen sneuvelen in een wijk die al met een grote parkeerdruk kampt. Bovendien is het een multicultureel stukje Gent, wat de discussies niet altijd vergemakkelijkt. “Sommigen vreesden dan weer dat het hier een soort kermis zou worden,” zegt Pieter. Het experiment in de Wasstraat dat nu aan zijn tweede jaar toe is, lijkt geslaagd. De bewoners hopen dat het een permanente inrichting kan krijgen. Een glijbaan komt
P-PRAAT U weet dat wij spreekverbod hebben gekregen om over The Situation at the Vlaams-Brusselse Media te spreken, maar dat verhindert niet dat De Journalist, het vakblad van de journalistenbond, dat wel doet. Aldus heeft De Journalist het over TTM & R, de bvba van onze voormalige CEO Michel Tubbax. Officieel staat dat acroniem voor Tubbax Tubbax Michel & Rik, naar onze Michel en zijn broer Rik dus. Maar volgens de journalistenbond zou Tubbax zelf al gegrapt hebben tegenover zijn personeel dat het ook voor Take The Money & Run kan staan.
Gedeelde tuin Experimenteren is soms nodig om dingen in beweging te zetten, gelooft Dries Gysels: “De stad is een groot en log apparaat. Ze zit vaak gevangen in de kip-of-het-ei-redenering. Beleidsmatig wil ze ver gaan, maar ze vraagt zich dan af of er wel draagvlak voor is. Daardoor durft de stad vaak de beslissende stap niet te zetten.” “Omgekeerd is het zo dat mensen afwachten tot er iets met hun straat gebeurt. Ze zijn teleurgesteld dat de stad niets doet aan bijvoorbeeld de drukke verkeerssituatie.” “Wat we met Lab van Troje doen is ons mentaal vòòr de stad zetten en
op zoek gaan naar waar er bij bewoners een bepaalde dynamiek is. Als die er is, is een leefstraat in enkele maanden gefikst.” Omdat het een proces is waarbij de hele straat betrokken is, gelooft Gysels dat de leefstraat een metafoor kan zijn voor anders leven in de stad. “Iedereen discussieert mee. Iedereen gaat dus als vanzelf op zoek naar oplossingen. In een autovrije straat is het bijvoorbeeld moeilijk om de boodschappen tot aan de huizen te brengen. Dus zijn de bewoners met Colruyt gaan praten met de vraag of er een collectieve levering mogelijk is voor de leefstraat. Maar Colruyt is daar misschien niet op voorbereid. Het zet dus ook de warenhuizen aan het denken over de toekomst van het leven in de stad.” We fietsen naar een volgende leefstraat, enkele kilometers verder in de Kozijntjesstraat. De negentiende-eeuwse huizen hebben de deuren openstaan. De picknicktafels lonken. Een mooi aangelegde petanquebaan vervangt de parkingplaatsen voor de deur. Op een schoolbord staan kindertekeningen. Een van de gastvrouwen loopt op blote voeten op de synthetische grasmat van het ene naar het andere huis. Voor de kinderen is de straat een gedeelde tuin.
Experiment Een heel andere soort leefstraat vinden we op het kruispunt van de Pijnders- en de Warandestraat, in de schaduw van de grote schouw van de voormalige elektriciteitscentrale. “Maar het is, eerlijk gezegd, iets te ambitieus”, zegt initiatiefnemer Dimitri. “Ik stond er vaak alleen voor. Ik was werkzoekende. Toen had ik tijd, maar nu is het trekken en sleuren om iedereen mee te krijgen.” Als het van Dimitri afhangt, komt er volgend jaar opnieuw een Leefstraat, maar dan wat kleinschaliger. Gysels geeft toe dat niet alle leefstraten een succes zijn. “Ook dat is onderdeel van het experiment,” zegt hij. En de Stad Brussel? Het is geen toeval dat schepen Ans Persoons (SP.A), bevoegd voor participatie en wijkcontracten, een kijkje gaat nemen in Gent. Ook zij is gewonnen voor leefbare straten met minder auto’s. Maar ze kampt met hetzelfde probleem als de stad Gent. “Als het ‘topdown’ wordt beslist, is zoiets moeilijk te realiseren,” vindt ze. “Als ik een ding heb geleerd, dan is het dat het van de mensen zelf moet komen.” Steven Van Garsse
CHIEN ÉCRASÉ Honderden dode vissen dreven vorige week in het kanaal. Mogelijk zijn ze omgekomen door een gebrek aan zuurstof, een gevolg van de hitte van vorige weken.
U ziet, wij zeggen niets. Zelfs niets nieuws.
In diezelfde bouillon is de Brusselse Groen-fractie vorige week gaan zwemmen. Op zondag. Groen wil namelijk dat het kanaal vrij wordt gemaakt op zondag om in te zwemmen. Op zondag varen er geen boten, en dan kan je dus vrijelijk waterwieken, luidt de redenering. Bovendien kan zo’n kanaal maar beter efficiënt worden ingezet. Alvast efficiënter dan de bouw van een openluchtzwembad dat er nooit komt, dat idee.
Uw p-praatcommentator wenst u overigens een prettige vakantie. Wij gaan er twee weken tussenuit, om te bezinnen. Als de krant er terug is hebben wij misschien ook een schrijfverbod gekregen. In dat geval zullen wij in symbolen communiceren. Zoiets als $$$$$$ + $$$$$= $$$$$$.
Mmh, maar bij nader inzien... Die dode vis lijkt toch wel erg dood en erg gestikt. In die zin is het een klein wonder dat de Brusselse Groenfractie nog niet dezelfde symptomen vertoont. Wat eten die mensen?
BDW 1483 PAGINA 9 - DONDERDAG 16 JULI 2015
ZONDAG 19 JULI
BRIEVEN VAN LEZERS lezersbrieven@bdw.be Brussels logo Tijdens het laatste weekend van juni verslikte ik me in mijn ontbijtkoffie toen ik in De Standaard las dat Brussel-Stad in haar nieuwe embleem of logo een foute ISO-code heeft gezet. Bovendien kost dat 80.000 euro. De facto is het nieuwe Brusselse Logo niet tweetalig, maar zowat ‘anderhalf-talig. In BDW 1481 vond uw medewerker die BXL-code niet zo storend, maar de facto is het onwettelijk. Sinds een dertigtal jaar heb ik mij gespecialiseerd in de werking van vele ISO-normen. Het is de ISO-3166 die codes vastlegt waardoor landen met een korte schrijfwijze worden aangeduid: met 2 hoofdletters, met 2 cijfers ook. Een soortgelijk systeem betreft de geldeenheden, gecodeerd met drie hoofdletters - herinner u de BEF, NLG, DEM, ESP, USD, MAD, JPY, NZD, enzovoort. Op 4 juli 1997 verschijnt er een Draft, een ontwerp ISO-3166-2, waarin het mogelijk wordt om deelgebieden, provincies en grotere agglomeraties te voorzien met een 3-letter code (ook met een 3-cijfer code). Dat ontwerp codeert voor ons land: VLG - WAL - BXL. De eerste officiële editie van 98-12-15 geeft 3166-2: VLG - WAL - BRU! Hier werd een van de ISO- basisprincipes toegepast: in de code wordt zoveel mogelijk met de uitspraak in de lokale taal rekening gehouden. Herman A.O. Wilms, Vorst
Ongedoopt Graag wil ik reageren op het artikel Katholieke school ontslaat juf wegens niet gedoopt (BDW 1481, p.3) Ik heb de indruk dat men in de Guimardstraat de klok ongeveer 60 jaar terugdraait. In de jaren 1950 moest je als je in een katholieke school zat ervoor zorgen dat je miskaart door de pastoor of priester afgetekend was. Dit om te bewijzen dat je de zondagsmis bijgewoond had. Nu spreken we van de godsdienstinspectie, ik lees godsdienstinquisitie. Als men het zover wil drijven dan moet voor mij ook elke leerling die katholiek onderwijs volgt gedoopt zijn en dan kan ik het aannemen dat de juf gedoopt moet zijn. Twee maten en twee gewichten dus. Minder dan zeven jaar geleden was ik als PWA’er werkzaam in een Nederlandstalige katholieke school. Ik moest de orde op de speelplaats handhaven en soms bij het middagmaal aanwezig zijn. Toen ik vaststelde dat vele leerlingen de juf niet volgden toen ze een kruissteken maakte voor het middagmaal, deelde ik dit mee. Het antwoord was: verplicht niemand een kruisteken te maken! Het was ongeveer in 2008 en dus in een school met velerlei nationaliteiten. Roger Certyn, Evere
Je pense donc je dis Wat een opluchting om het interview met Mevrouw Geerts en de Heer Touzani te lezen (BDW 1480, p.6-7). Twee mensen van stand met een genuanceerde mening. Ik vreesde
ADVERTENTIE
OPENDEURDAG
VAN 10U al dat ik een oudere, verzuurde mannelijke en onverdraagzame autochtone Belg aan het worden was. Ik stond bijvoorbeeld een paar maanden geleden echt perplex toen ik Alexander De Croo, tijdens een televisie-uitzending, een jonge gesluierde dame die ontegensprekelijk intelligent en goedbespraakt was, uitnodigde om hem te vergezellen naar een VNconferentie. De dame had zeker argumenten, maar van iemand die toch wel beschouwd mag worden als een erfgenaam van de Verlichting en verdediger van de Universele Rechten van de Mens, had ik toch wel enige reserves verwacht. Ik kan er tot op de dag van vandaag nog altijd niet bij hoe vrouwen het nog altijd aannemen dat een sluier hen ‘vromer, geëmancipeerder en acceptabeler’ maakt. Dat ze nog altijd niet inzien dat die sluier, zoals de heer Touzani het juist verwoordde, niet meer en minder is dan een symbool van onderdrukking van de vrouw, opgelegd door een man, broer, vader, God, maatschappij. Ik was onlangs in Iran. Zeer veel van de vrouwen daar zouden niets liever doen dan de hen opgelegde sluier/hoofddoek wegwerpen en even goede moslims blijven (of niet natuurlijk). Ik ben blij dat wat ik de laatste jaren over de integratie/hoofddoek/godsdienst/… denk, bijna letterlijk gedeeld wordt door hen. Mijn ideaal blijft een open, vrije en progressieve maatschappij waarin iedereen zichzelf ten volle kan ontplooien en zijn/haar plaats kan vinden. Jammer genoeg moet ik in het centrum van Brussel vaststellen dat dit vandaag minder het geval is dan twintig jaar geleden. Luck Deckers, Brussel-Stad
17U
“Darling, you won’t believe this!”
OP DE HOEK VAN DE VAN MAERLANTSTRAAT EN DE BELLIARDSTRAAT IN BRUSSEL
ONTDEK MET UW EIGEN OGEN WAAROM EXPATS KIEZEN VOOR ERNEST.
Een exclusieve vastgoedinvestering in de Europese wijk. Ook uw huurders zullen onder de indruk zijn.
Rode Leeuwen In het interview met Lydia De Pauw - Deveen (BDW 1481, p.24-25) staat “Ik heb ook voor het weekblad Links geschreven onder Marcel Deneckere.” Hoeveel lezers kennen het geval Links, La Gauche? Het congresbesluit, het incident met de Jeune Garde Socialiste. Hetzelfde geldt voor De Rode Leeuwen. Hoelang heeft het liedje Rode Leeuwen geduurd? Ik woon in Evere en in 1970 werden daar twee Rode Leeuwen gedropt: Galle en Bovendaerde. Die zouden ons een les komen geven, maar het heeft niet lang geduurd. Ze hebben geen enkele zetel behaald en daardoor de socialistische meerderheid PSB-BSP gebroken. En de opvolgers van de Rode Leeuwen zijn altijd tegen de splitsing van Brussel-HalleVilvoorde geweest. Daarover werd er tijdens de koffienamiddag waarschijnlijk niet gesproken. Robert Valcke, Evere
Rechtzetting In het artikel over de kansarme buurten (BDW 1481, p.4-5) sloop een fout. De namen van de auteurs van de studie kloppen niet. De juiste namen zijn Taïs Grippa (ULB), Pierre Marissal (ULB), Xavier May (ULB), Isaline Wertz (ULB) en Maarten Loopmans (KUL). De studie gebeurde onder leiding van Gilles Van Hamme (ULB). Onze excuses.
SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.
Ernest. Een prestigieus vastgoedproject in de Europese wijk vlakbij de Louizalaan.
• • • • • • • • •
in de historische gebouwen van het Solvay hoofdkwartier op loopafstand van alle Europese instellingen unieke mix van patrimonium en eigentijdse architectuur duurzaam project met een hoog niveau van afwerking rustige binnentuinen midden in een levendige wijk perfect op maat van veeleisende expats eigen verhuurdienst gespecialiseerd in verhuur aan expats hogere huurprijzen, hoge rentabiliteit alle info vindt u op www.ernest-brussels.be of 02/201 00 01
BDW 1483 PAGINA 10 - DONDERDAG 16 JULI 2015
DEZE WEEK IN DE VERBISTSTRAAT > OP BEZOEK BIJ INO, DE NACHTPIZZERIA VAN SINT-JOOST
‘EEN ZWARE RAMADAN? ACH, HET IS EEN PSYCHOLOGISCHE KWESTIE’ SINT-JOOST-TEN-NODE – Nog tot en met 17 juli duurt de ramadan. Omdat moslims tijdens de vastenperiode enkel tussen zonsondergang en zonsopgang mogen eten, was de Sint-Joostse pizzeria Ino de afgelopen maand uitsluitend tussen twaalf en half drie ‘s nachts open. “Een geslaagd experiment,” vertellen de uitbaters.
‘J
e suis à Verbist,” horen we een jongeman om half één ‘s nachts aan de telefoon zeggen. Met Verbist bedoelt hij de Verbiststraat, een van de meest levendige straten van Sint-Joost, die het Sint-Joostplein met het hoger gelegen, residentiëlere Schaarbeek verbindt. In de straat wemelt het van de winkeltjes, bakkers en pitazaken. Er is een wassalon met de poëtische naam Washi-Washi, een filiaal van de Turks-Bulgaarse keten Sofia en dichter bij het Sint-Joostplein vind je voornamelijk gokkantoren en cafés met twee ingangen: eentje langs de Leuvensesteenweg, eentje langs de Verbistraat.
Gemengde buurt De jongeren uit de buurt zijn vaste klanten van pizzeria Ino.
© JO VOETS
© SASKIA VANDERSTICHELE
Wat hogerop is er sinds drie jaar
DEZE WEEK AAN DE AKENKAAI > DE NACHTWACHT VAN BRUSSEL BAD
VOGELVERSCHRIKKERS VAN DE NACHT BRUSSEL – Brussel Bad: overdag een geliefkoosde trekpleister voor wie de zomer in Brussel doorbrengt, ‘s nachts een verlaten kade waar de wind vrij spel heeft. Bewakingsagenten Yassin en Jonathan nemen ons mee de nacht in. 21.30 uur: Zondagavond, Brussel Bad. De Braziliaanse gemeenschap sluit de avond af. De avondzon kleurt de gezichten oranje. Yassin en Jonathan arriveren op hun post. Op hun borst prijkt HS Security. Statige robuuste lijven die met de glimlach de nacht tegemoet gaan. 23.00 uur: De gemeenschapswachten call it a night. De commerçanten verzamelen het zand voor hun kiosk, ordenen de toog en maken zich op voor een dagje rust. Aan de overkant van het kanaal dreunen de bassen van K-nal. Yassin en Jonathan beginnen aan hun ronde. De stevige ruggen gerecht. De sfeer ontspan-
nen. Samen speuren ze het terrein af, op zoek naar de verdachte dingen. Vanavond zijn dat vooral achtergelaten kledingstukken en een verdwaalde truckchauffeur. De twee keuvelen erop los. Ze hebben elkaar net ontmoet. “In dit vak word je snel vrienden. Als er iets fout gaat, moet je snel reageren en elkaar kunnen vertrouwen.” Iedere agent heeft zijn specificiteit. Jonathan is bemiddelaar. Kordaat met woorden. “Hier in België blijven mensen meestal heel schappelijk. En ook wij willen het liever amicaal houden. Er zijn nog steeds meer mensen avec un bon coeur qu’avec un coeur noir.” Yassin is de observator. Hij ziet de kleinste veranderingen, hoort elk geluid. Het éne moment gaat het over slecht verfilmde boeken. Het volgende moment schiet hij recht en spurt weg. Vals alarm. De nacht is lang, de premie navenant. “Om een werk te doen als dit, moet je van de nacht houden, dat spreekt voor zich. Maar nog belangrijker is van mensen houden.
“De kat mag vaker langskomen. Dan gebeurt er nog iets”
Als bewakingsagent moet je in de eerste plaats een bemiddelaar zijn, kunnen praten met mensen en hen op andere gedachten brengen.”
Stevig ontbijt Op het zomerse Brussel Bad zijn er wel eens kleine akkefietjes, maar incidenten zijn er amper. “Ik hou van het ritme van de nacht. Mijn ochtend begint om 21 uur ‘s avonds.
Bewakingsagenten Yassin en Jonathan: “In dit vak word je snel vrienden.”
BDW 1483 PAGINA 11 - DONDERDAG 16 JULI 2015
een pizzeria, pizza Ino. Khalid en Hamoud verkopen er pizza’s en pasta uit het raam. Sinds kort staat er ook versgeperst fruitsap op het menu. “In de zomerperiode is daar veel vraag naar. Proef maar eens van het citroensap: de mensen houden ervan, c’est pas trop sucré,” vertelt Hamoud. Pizza Ino werd drie jaar geleden opgericht door Khalid, die van Marokkaanse afkomst is. “Ik wandelde ‘s middags altijd van mijn werk naar huis om iets te eten. Tijdens een van die wandelingen bedacht ik dat het wel handig zou zijn om onderweg een stuk pizza te kunnen kopen. Niet om ter plekke op te eten, maar om mee te nemen. Zo ontstond het idee om pizza’s uit het raam te verkopen.” In de zaak werkt Hamoud. Khalid noemt hem zijn beste werknemer. “Hamoud is van Algerijnse afkomst, maar dat doet er niet toe: wij zijn allemaal broers.”
Extra verdraagzaam Khalid en Hamoud merkten de afgelopen jaren dat de Ramadan een rustige periode was voor de pizzeria. “Dat is niet zo onlogisch: we wonen hier in een gemengde buurt, maar een groot deel van onze klanten zijn moslims. Vergis je niet: er komen ook veel Europeanen naar de pizzeria – zelfs de Italianen uit de buurt zijn fan van onze pizza’s,” klinkt het met enige trots. “Maar met vijf à tien klanten per dag had het de afgelopen jaren niet zoveel zin om de zaak tijdens de ramadan open te houden.
Geslaagd experiment Dat het een zware editie van de Ramadan is, wegens de voorbije hittegolf en de extreem lange dagen zonder eten en drinken – zelfs geen slokje water – willen Khalid en Hamoud niet gezegd hebben. “Alles speelt zich af in het hoofd, het is een psychologische kwestie. Ik vind deze ramadanperiode niet zwaarder of minder zwaar dan die van enkele jaren geleden, toen we al om half zeven ‘s avonds mochten eten. In dat opzicht lijken alle ramadans op elkaar.” Het experiment met de nachtelijke openingsuren noemt Khalid alvast geslaagd. “We hadden eerst een beetje schrik omdat we weten dat veel mensen uit de buurt in juli op vakantie vertrekken,” vertelt Khalid. “Maar tijdens de ramadan is dat toch niet zo evident, zeker niet als je kinderen hebt. We gaan het volgend jaar zeker opnieuw proberen.” Ken Lambeets
UIT DE LUCHT GEGREPEN
“Met vijf à tien klanten per dag heeft het niet veel zin om de zaak overdag open te houden. Als moslims zijn we tijdens de ramadan toch ‘s nachts wakker. Eigenlijk is het een logische keuze”
En omdat we zelf moslim zijn, zijn we ‘s nachts toch wakker. Eigenlijk is het een logische keuze.” Op donderdag is het even voor middernacht nog behoorlijk rustig in de Verbiststraat, maar wanneer ik een halfuurtje later opnieuw voorbij wandel, staan er al vijf klanten te wachten aan de zaak. Niet enkel moslims, maar ook een MIVB-chauffeur die pas zijn shift heeft afgerond en twee werknemers van de securityfi rma van de Europese Commissie, die een goede kilometer verderop aan het werk zijn. Een computer in de pizzeria streamt gebeden van een imam. “Je moet als moslim altijd naar het goede leven,” vertelt Khalid. “De ramadan is een periode om daar nog eens extra bij stil te staan. Daarom vasten we, bidden we meer dan tijdens de rest van het jaar en moeten we extra verdraagzaam zijn. Om nog meer aandacht aan ons geloof te hechten, streamen we verzen uit de Koran.” Mohamed is een trouwe klant van pizza Ino. Hij woont in de buurt en doet mee aan de Ramadan. “We eten ‘s ochtends al om kwart na drie,” vertelt hij. “Daarna volgt het ochtendgebed en gaan we even slapen. Vervolgens gaan we werken, alsof het een gewone werkweek betreft. ‘s Avonds eten we opnieuw om tien uur. Dat zijn zelfs voor de Ramadan lange dagen zonder eten. Maar uiteindelijk lukt het wel.”
Elk jaar koopt het Nationaal Geografisch Instituut (NGI) luchtfoto’s aan om zijn databank met geografische gegevens aan te passen. Overlappende luchtfoto’s worden daarop op elkaar gelegd, waardoor een 3D-model ontstaat, dat op zijn beurt vergeleken wordt met de gegevens die het NGI al heeft van plaatsnamen, rivieren, bossen en gebouwen. Zo wordt duidelijk of plaatsen nog overeenkomen met de kaarten die het NGI heeft. Indien nodig past het NGI de gegevens aan. Het NGI beschikt ondertussen al over een indrukwekkend archief luchtfoto’s. Een selectie hiervan vindt u week na week terug in deze rubriek ‘Uit de lucht gegrepen’. Het gaat steeds om (oude) foto’s uit een van de negentien Brusselse gemeenten. Raden waar we zijn, en bij uitbreiding, wanneer een foto is genomen, is een bezigheid die de geest van kaartliefhebbers, geografen, maar ook ‘gewone’ Brusselliefhebbers, scherp houdt. Vorige week zag u de sporthal van Ganshoren, gelegen tussen de Van Overbekelaan en de Vandervekenstraat, in 2009. Deze week zoeken we het dicht bij het Flageyplein. De gemeente Elsene is groot, en bestaat uit twee delen, zoals u weet. Maar wat is de bovenstaande foto exact? Een moeilijke, we weten het. De volgende weken gaan we er tussenuit, dus kan u uw ogen even rust geven. Prettige vakantie. DV
Met een koffi e en een stevig ontbijt. Klaar om de nacht in te duiken. Meestal gebeurt er helemaal niks. Dan lees ik mijn boek. Of geef ik mijn ogen de kost op het lege Brussel Bad.” Overdag vervoegen de gemeenschapswachten van Bravvo de bewakingsagenten. Het eerste deel van de nacht zijn ze met twee. Twee camera’s houden mee een oogje in het zeil. Halverwege de nacht gaat Jonathan naar huis.
ADVERTENTIE
Sociale Verhuurkantoren (SVK)
Verdwaalde zielen Yassin, bronstig en gespierd, zet alleen zijn nachtelijke routine voort. “De nacht kan lang zijn, maar minstens om de drie kwartier doe ik mijn ronde.” Tussen de verlaten kraampjes en de opgeplooide stoelen is er amper een ziel te bespeuren, af en toe een kat. “Die mag van mij vaker langskomen. Dan gebeurt er nog iets. Wij zijn een beetje zoals vogelverschrikkers. Het is vooral belangrijk dat mensen weten dat wij hier zijn. Bovendien: hoe meer we bewegen, hoe minder ze proberen. Verdwaalde zielen maken snel rechtsomkeer als ze zien dat er bewaking is.” Yassin wandelt de zoveelste keer het terrein af. “In slaap vallen doe je niet. Daar zorgt de frisse buitenlucht wel voor.” 5.30 uur: De lucht klaart op. De nacht zit erop. “De zon zien opkomen, daar word je blij van. Dan is het grootste deel voorbij. Straks komt de kuisploeg, even later komen de commerçanten opnieuw en rond 10 uur lost mijn collega mij af.” De nacht ligt achter ons.
Hanne De Valck
Verhuur uw woning zonder risico en zonder zorgen
a Gegarandeerde huur elke maand a
Verzekerd verhuurbeheer
a
Onderhoud van uw woning
a Hulp bij renovatie a Fiscale voordelen
www.fedsvk.be 02 412 72 44
BDW 1483 PAGINA 12 - DONDERDAG 16 JULI 2015
DEEL 3/7
VOORPUBLICATIE: ‘IN MOLENBEEK’ VAN HANS VANDECANDELAERE
MENSEN IN HUIZEN Historicus Hans Vandecandelaere dook twee jaar in de coulissen van OudMolenbeek. Voor zijn boek ‘In Molenbeek’ sprak hij met acteurs, jongeren, dokters, huisjesmelkers, schooldirecties, Cubaanse danseressen, politiecommissarissen, pastoors en imams, loft- en kelderbewoners, druggebruikers en getalenteerde commerçanten. In Molenbeek verschijnt begin september bij uitgeverij Epo. Tot dan brengt Brussel Deze Week een greep uit zijn reisimpressies.
SINT-JANS-MOLENBEEK – Met huisvestings- en hersteldiensten, knappe (experimentele) woningbouw, eigentijdse architectuur en de wil van het beleid om problemen te beheersen, bewoog er op het vlak van wonen de afgelopen twintig jaar erg veel in OudMolenbeek. Niettemin blijft de huisvestingscrisis loodzwaar doorwegen. Ze heeft een impact op armoede, gezondheid en onderwijs.
D
e voordeur wordt omlijst door acht ingedeukte brievenbussen die nog amper post kunnen slikken. Rond de vier vaste deurbellen ontvouwt zich een mozaïek van draadloze bellen uit de doe-het-zelf-zaak. Verschillende wooneenheden van het appartementsgebouw werden onbewoonbaar verklaard. De achtjarige Nigeriaanse sans-papiers Chisom doet open. Wie ik ben? Wat ik kom doen? Of ik wat kan wachten tot haar moeder thuiskomt? Bij elk raakpunt bemerk ik een glimlach op haar bedrukte gezicht. Of ik haar jeugdwerker Bart ken? En Wim? Na tien minuten win ik het vertrouwen en loodst ze me door de vuile, muf riekende gang naar de woonkamer. Een lange zitbank, een fl atscreen en twee stoelen met een doorgezakt rieten zitvlak is al wat dit vertrek aankan.
“Ik wilde je laten zien hoe wij wonen,” start moeder Francisca het gesprek zodra ze puffend binnenwandelt met boodschappen uit het voedseldepot. Ze geeft me meteen een rondleiding. Elke muur van de kleine aanpalende slaapkamer is zwart door vocht en schimmel. In een achterbouw werden een keuken en een douche geperst. Elektrische draden zwabberen binnen handbereik van de watersproeier. Vierhonderd euro per maand kost het kot. Francisca neemt er een kom bij, ploft op de zitbank en begint groenten grof te snijden voor een stoofpot. ‘Wim’ blijkt Wim Vandekeybus te zijn. Dochter Chisom werd door de choreograaf van het befaamde dansgezelschap Ultima Vez geselecteerd voor een nieuwe creatie. Jean-Claude Dupont van Origine et Habitat geeft al jaren technische eerstelijnshulp aan huurders. Hij controleert huisschade, loodgieterij en gas- en elektriciteitsinstallaties. “De deurbellen die je zag zijn een typische indicator
Laat-negentiende-eeuwse opbrengsthuizen moeten ten dele de demografische groei en de huisvestingscrisis opvangen. In Oud-Molenbeek dateert 66 procent van de woningen van voor 1961.
BDW 1483 PAGINA 13 - DONDERDAG 16 JULI 2015
Vervangingsinkomen De buurt teert op een relatief oud huizenbestand, met alle gevolgen van dien voor comfort en leefbaarheid. De negentiende-eeuwse erfenis van sobere neoclassicistische opbrengsthuizen is vandaag bepalend voor Ahmed uit Algerije of België, Riftara uit Pakistan, Augustin uit Congo en Kolë uit Albanië. Hierin werden vroeger lage middenklasse of de beter gekwalificeerde Vlaamse en Waalse arbeiders gestapeld. De opbouw van deze panden is dikwijls voorspelbaar: een vertrek langs de straatzijde, één langs de achterzijde,
© SASKIA VANDERSTICHELE
voor overbevolking en slechte huisvesting,” verduidelijkt hij. “Maar ook gordijnen achter kelderramen kunnen dat zijn.” Buiten de kanaalzone zijn er veel minder woningen met vochtproblemen. Maar ik wil weten hoe een gebrek aan huisvestingskwaliteit zich in Laag-Molenbeek nog verder uit. Jean-Claude neemt me met interieurfoto’s en schetsen van plattegronden mee op wandel. Hij toont hoe piepkleine ruimtes soms tot twee stapelbedden kunnen bevatten, voor kinderen én adolescenten samen, en hoe één leefruimte met een tussenschot kan worden opgesplitst zodat broer en zus hun privacy hebben. Ligbanken in de keuken of uitschuifbare matrassen onder bedden. Langs de Leopold II-laan, en daarmee zit je in het extreme, reikt de inventiviteit van een eigenaar niet verder dan een smeekbede rond een deurklink: Prière de fermer la porte de la cave à cause des rats. Kleurrijke bedovertrekken, dát wel. En dikwijls oogt het allemaal kraaknet. Dat hoor ik ook van huisartsen. Bleekwater moet een van de typische geuren van Molenbeek zijn. “Veel vrouwen zijn poetsziek,” vertelt dokter Leen Vermeulen me. “Ze schrobben zich kapot. Vocht wordt twee keer per jaar overschilderd en zo voor buitenstaanders onzichtbaar gemaakt. Maar als je met vijf mensen te dicht op elkaar woont, blijft het dweilen met de kraan open. Na een nacht slapen zijn de ramen nat van het vocht en trekt de moeder de condens met een raamwisser naar beneden.”
Kroatië
Oud-Molenbeek: een verhaal dat het onvoorstelbaar mooie afwisselt met het onwaarschijnlijk schrijnende.
een prima verstandhouding onder de Italiaanse, Turkse, Belgische en Marokkaanse buren, maar studeren bleef moeilijk door het lawaai van televisietoestellen” De ouderdom van de huizen en de spectaculaire demografische groei van de afgelopen vijftien jaar zijn slechts twee elementen van de bredere huisvestingscrisis. Ik installeer me met een hoop documentatie in een Marokkaans visrestaurant op de Gentsesteenweg, een van de opkomende handelszaken in OudMolenbeek en rond het Zuidstation. Voor de vaste prijs van 18 euro wijs ik in de toonbank één kilo verse vis aan en even later worden gegrilde mosselen, tong, kabeljauw, tilapia en
“Vocht wordt twee keer per jaar overschilderd en zo voor buitenstaanders onzichtbaar gemaakt. Maar het blijft dweilen met de kraan open”
© SASKIA VANDERSTICHELE
een kleine zijkamer in het deel van de trappenhal en een toilet op de overloop. Opbrengsthuizen worden aangevuld met kleine, vaak verouderde sociale woningen. De Brunfautstraat showt een indrukwekkende collectie. Fatiha, een Marokkaanse uit Nederland, kreeg er in 1997 met haar gezin een woning toebedeeld. “We beschikten over een mini-keuken, een eetruimte en drie mini-slaapkamers waarvan één voor twee zussen en één voor twee broers. De koelkast stond in de slaapkamer van mijn zonen. Er was
“De relatie tussen té krappe behuizing en gedrag- en leerstoornissen steunt in ons verslag eerder op sterke vermoedens, dan op harde bewijzen. Weinig speelomgeving, te dicht op elkaar wonen en het gemis van een tuin kunnen een invloed hebben.” Bij leerkrachten en directies van basisscholen hoor ik dezelfde echo’s. “We beseffen vaak te weinig wat de leefomstandigheden van onze leerlingen zijn,” hoor ik in de Vier Windenschool. “Wat dikwijls opvalt tijdens huisbezoeken, is hoe mensen ondanks hun armoede toch meteen voor thee en koekjes zorgen. Maar ruimte voor huiswerk is er niet.” Kansarmoede holt de psychologische weerstand van mensen uit. Een goede materiële basis is cruciaal om opnieuw uit de startblokken te geraken. Buurthuis Bonnevie werd groot met huisvestingsexpertise. “Een degelijke woonsituatie is belangrijk om door te groeien,” stelt coördinator Marie-Claire Migerode. “Zodra die verbeterd is, vergroten de studiekansen of kan je eens beginnen denken aan één of ander folietje. De eigenwaarde neemt toe.”
reuzengarnalen met het nodige garnituur op tafel geserveerd. Ik doorblader pagina’s vol lange alarmkreten, analyses en harde feiten. Hoe de trend van stijgende huurprijzen niet gevolgd wordt door stijgende inkomens. Hoe de helft van de Brusselse huurgezinnen in 2008 meer dan 41 procent van het gezinsbudget uitgeeft aan huur. Soms loopt dit met een vervangingsinkomen op tot 60 procent. Hoe het gewestelijk beleid met stadsrenovatie en woningkoopfaciliteiten vooral inzet op het aantrekken van meer gegoede groepen
en veel minder op het corrigeren van de scheefgegroeide markt. Er is geen dwingende plafonnering van de huurprijzen. Het aantal goedkope kwalitatieve huurwoningen dat er de afgelopen tien jaar bijkwam, stelt niets voor in vergelijking met heel wat andere Europese steden.
Eigenwaarde De toenemende crisis kaatst OudMolenbekenaars terug naar het negentiende- en vroeg-twintigsteeeuwse huizenbestand. Huisjesmelkerij en de verhuur van matrassen zijn er de meest perfide neveneffecten van een structurele gewestelijke problematiek. Chris Depredomme en Leen Vermeulen zijn huisartsen die doordringen tot de longen en de hartkleppen van de wijk. Ze lichten me de terreinstudie toe die hun dokterspraktijk Le Renfort liet uitvoeren. ‘We wilden op een tastbare manier ons vermoeden bewijzen dat de leefsituatie in Laag-Molenbeek een weerslag heeft op gezondheid,” zegt Leen. “Uit ons patiëntenbestand selecteerden we 200 personen waar we huisbezoeken mochten afleggen. Zo konden we huisvesting linken aan bepaalde pathologieën.” Het verband tussen astma en vochtige, beschimmelde leefruimtes is de voornaamste conclusie van het rapport. “Soms besteden we twee consultaties aan uitleg over hoe je vocht bestrijdt,” valt Chris in. “Maar kansarmoede kan verpletterend zijn. Als er schimmel aan je muur hangt en je hebt net genoeg geld om eten te kopen, dan is de keuze snel gemaakt. Astmapillen helpen wel, maar je lost de aandoening natuurlijk beter structureel op met degelijke huisvesting.”
En dan zijn er even zoveel klanken van jongeren die studiecomfort zoeken in ingerichte kelders, van broers of zussen die hoegenaamd niet dramatisch doen over gebrek aan privacy en me vertellen hoe hun banden in kleine slaapkamers er alleen maar sterker op zijn geworden of hoe ze zich hebben leren organiseren. Met louter victim building misloop je als buitenstaander gedeeltelijk de realiteit. Na zeventien jaar wachten, trok het gezin van Fatiha de deur in de Brunfautstraat achter zich dicht en kreeg het vlak naast het politiecommisariaat een degelijke ‘gemeentelijke woning van sociale aard’ toegewezen. De studieruimte kwam er deels te laat, maar niettemin zitten al haar kinderen in het hoger onderwijs. “We hebben ze altijd sportactiviteiten en vakantiejobs laten doen. Op straat rondhangen zat er voor hen niet in.” De telefoon rinkelt. Een van haar dochters stuurt groeten van op een strand in Kroatië. Hans Vandecandelaere Volgende week: armoede en rijkdom De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ inmolenbeek
ADVERTENTIE
Puzzel Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap
✆ 0800-15045
alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30
Bezoeken enkel op afspraak
puzzel@resonansvzw.be
BDW 1483 PAGINA 14 - DONDERDAG 16 JULI 2015
© ISABELLE ARTHUIS
DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK
Museum M in Leuven koos voor witte muren voor de nochtans burgerlijke kunst van de School van Tervuren.
© ISABELLE ARTHUIS
EXPO > DE SCHOOL VAN TERVUREN OP BEZOEK IN LEUVEN
De enige leermeester is de NATUUR LEUVEN – De school van Tervuren was de voorloper van het impressionisme en van Les XX en toch is de schildersschool nog altijd onderbelicht. Museum M in Leuven wijdt een mooie tentoonstelling aan de tegenhanger van de Franse School van Barbizon. Curator Peter Carpreau en co-curatoren Marjan Debaene en Herman De Vilder hebben voor witte muren gekozen en niet voor een burgerlijk interieur voor deze zeer burgerlijke schilderkunst. Een geslaagde keuze. heel wat pintjes ter gelegenheid van het Salon van Brussel zeker niet zomaar van tafel mag geveegd worden. Het is niet meer dan een hypothese, zegt Carpreau, maar toch. Tussen het Salon van Brussel en Barbizon ligt bijna 30 jaar. Hippolyte Boulenger was de spilfiguur van de school van Tervuren, hij was een getormenteerd figuur, een peintre maudit die soms luid roepend door de straten van Tervuren liep: “la nature, la nature”. Boulenger gooide alle eisen die voorheen aan de kunstenaar gesteld werden overboord. Boulenger had maar één
Guillaume Vogels, portret van Hyppolite Boulenger. © ISABELLE ARTHUIS
E
erst een misverstand uit de weg ruimen: dat ‘De School van Tervuren’ genoemd zou zijn naar de Franse School van Barbizon, gelooft Peter Carpreau niet. De eerste schriftelijke neerslag van ‘De School van Barbizon’ bij het woud van Fontainebleau bij Parijs dateert pas van 1892, in een werk van de Engelse kunsthandelaar Croal Thomson: The School of Barbizon. Alhoewel Ecole de Barbizon natuurlijk wel in de wandelgangen werd gebruikt, meent Carpreau dat de anekdote dat Hippolyte Boulanger, de gangmaker van de School van Tervuren, de naam lanceerde na
leermeester: de natuur. Boulenger greep terug naar l’art pour l’art. Net zoals De School van Barbizon wierp die van Tervuren het academisme overboord. Plein air is veel meer een methode dan een stijl, iedere kunstenaar gaf er zijn eigen invulling aan, iedere kunstenaar zocht zijn eigen artistieke oplossing. Tervuren is vanaf 1870 een artistieke hotspot: de Hertenberg, de Wolvenweg, het hertogelijk kasteel, de Sint-Hubertuskapel en de holle bospaden zijn het gedroomde decor voor een nieuwe lichting kunstschilders die de Belgische landschapsschilderkunst helemaal op de kaart zetten. Dat de schilderskolonie zich in de schaduw van Brussel vestigde, is ook niet toevallig, ze kon gewoonweg nergens elders ontstaan. Carpreau: “Van Brussel tot Tervuren was het maar twee uur te paard.” Brussel was de culturele hub van België. Tervuren was bovendien al sinds de Renaissance een lusthof voor de hertogen van Brabant als ze hun paleis in Brussel verlieten. In Tervuren was de bevolking wel
Jan Brueghel de Oude & Lucas van Uden, Hertogelijk kasteel te Tervuren vanuit het Noordoosten.
BDW 1483 PAGINA 15 - DONDERDAG 16 JULI 2015
“Bij privéverzamelaars is er, in tegenstelling tot de musea, wel belangstelling voor schilders van De School van Tervuren”
wat gewend. Maar het is natuurlijk wel zo dat de plein air zich na Tervuren over heel België verspreidde, Genk: Kalmthout en de kust.
Bruegel
Camille Van Camp Theodor Fourmois was de eerste van de school van Tervuren die het academische heeft losgelaten en begon realistisch te schilderen, maar aanvankelijk wel bleef zoeken. De oplossing kwam uit Barbizon. Camille Van Camp trok naar Barbizon om te leren wat plein air schilderkunst is en bracht zijn kennen en kunnen naar Tervuren. Plein air betekende dat de
Eduard Huberti, De Kasteelvijver in de Warande te Tervuren.
© ISABELLE ARTHUIS
© ISABELLE ARTHUIS
De tentoonstelling is ingedeeld in een inleidende zaal en drie biografische eilanden, zalen waar twee contrasterende kunstenaars tegenover elkaar zijn geplaatst. Een formule die uitermate goed werkt. De kunstenaars krijgen een eigen historisch paspoort, gelardeerd met eigentijdse bronnen. Het woud van Tervuren met het hertogelijk paleis van Jan Bruegel de Oude is het eerste schilderij, het laat zien dat de plek Tervuren bij het Zoniënwoud even belangrijk was als het plaatsje Barbizon bij het Woud van Fontainebleau in Frankrijk. Parijs en Brussel als hoofdsteden met hun lusthoven in de rand. Het schilderij laat ook zien dat de landschapsschilderkunst er in de negentiende eeuw al een lange traditie had op zitten. Al in de vijftiende eeuw in de schilderijen van de Vlaamse primitieven waren er doorkijkjes, vensters met een uitzicht op de wijde wereld. In de zestiende eeuw werd de landschapskunst een autonoom genre. Tijdens Hollands Gouden Eeuw beleefde het genre een eerste hoogtepunt, met verschillende subgenres: realistische landschappen, italianiserende en zeestukken. “En dat had,” legt Carpreau uit, “te maken met een socio-economische omslag.” “De Verenigde Oost-Indische Compagnie schiep een nieuwe sociale klasse, de burgerij. Een burgerij die niet geïnteresseerd was in religieuze taferelen, maar in landschappen, portretten en stillevens om hun huizen vol te hangen. De omslag die zich in de Noordelijke Nederlanden voordeed in de zeventiende eeuw deed zich op grote schaal voor na de Franse Revolutie in de negentiende eeuw met de hoge burgerij en de neringdoeners.” Er was ook een hiërarchie in de schilderkunst, de ‘hoge’ schilderkunst was de portretkunst, de ‘lage’ schilderkunst dat waren de landschappen, kunstwerken die in de salons niet in het oog van de storm liepen, de landschapsschilders hadden de vrijheid om ‘zot te doen’. Al in de zeventiende eeuw verschenen teksten die uitlegden hoe je een landschap moest schilderen: om het schilderen te laten vooruitgaan moest de lucht twee derde van de oppervlakte van het doek in beslag nemen, het eigenlijke landschap één derde. Het romantische De rustende herder van Eugène Verboeckhoven – vooral bekend als dierenschilder en later schepen van Schaarbeek - laat zien dat de schilder de zeventiende-eeuwse adviezen nog altijd ter harte nam.
Hippolyte Boulenger, Hengelen in een bebost rivierlandschap.
kunstenaar met zijn hele hebben en houden naar de natuur trok en midden in zijn object ging zitten. Dat er toen verftubes op de markt kwamen, heeft de schilders ook al geholpen. De tentoonstelling laat ook schetsboekjes van Hippolyte Boulenger zien met kleuraanduidingen: een oude techniek, de kunstenaar schetste in open lucht, maar bracht de verf aan in zijn atelier. Om maar te zeggen: niets is absoluut. En dan zijn we toe aan de individuele kunstenaars. Joseph Coosemans was de producer, hij was ook gemeentesecretaris, hij zorgde ervoor dat de schilders naar Tervuren kwamen. Hij was een getalenteerde dilettant met ambitie. De Wolvenweg is één van de plekken die regelmatig terugkeren. In contrast met Coosemans staat Edouard
Huberti, een fijnbesnaarde intellectueel en een van de voorlopers van het surrealisme. Even terzijde: 65 procent van de tentoongestelde werken komt uit privécollecties en zullen (misschien) na leven niet meer zo vaak te zien zijn. “Bij privéverzamelaars is, in tegenstelling tot de musea, wel belangstelling voor schilders van de School van Tervuren,” zegt Carpreau. “De Franse impressionisten zijn onbetaalbaar, schilders als Huberti zijn dat nog wel, ook al omdat er
minder literatuur over bestaat, maar de kwaliteit is wel gelijk aan die van de Fransen.” Eind negentiende eeuw dient zich een groot probleem aan in de schilderkunst, zegt Carpreau: “De impasse van het impressionisme. Je bent bezig met licht en kleur. Trek het impressionisme door in zijn ultieme consequentie en je komt uit bij de abstracte kunst. De laatste schilderijen van Monet zijn abstract. En dat wilde de school van Tervuren niet. Ze wilden een structuur om het abstracte te vermijden.” De School van Tervuren heeft altijd een tweesporenbeleid gevolgd: het autochtone en het allochtone. Lucien Frank kende Manet en is sterk beïnvloed door het allochtone, Frans, impressionisme. Het is veel kleurrijker, lichter, sfeervoller en lichtvoetiger dan het autochtone. Guillaume Vogels daarentegen werkte met een grijzer kleurenpalet, dramatischere verfaanbreng, in de traditie van Hippolyte Boulenger. Ook het Frans impressionisme kampte met die impasse. Maar na de tentoonstelling van het pointillistische Un Après-midi île de la grande jatte van Georges Seurat hadden de Fransen gewonnen en was de Tervuurse school oubollig. Maar nu is er de tentoonstelling in Leuven: kunstliefhebbers kunnen met eigen ogen zien dat het oordeel van het einde van de negentiende eeuw nergens op sloeg. En wie na Leuven meer wil, moet zeker naar het gemeentelijk museum van Tervuren, het Hof van Melijn in Tervuren. De toeristische dienst van Tervuren organiseert ook een wandeling langs de landmarks van de School van Tervuren.
Danny Vileyn
Plein Air. De Scool van Tervuren loopt tot en met 13 september in Museum M, L. Vanderkelenstraat 28 3000 Leuven. M is gesloten op woensdag, maar opent op andere dagen de deuren om 11 uur. M is open tot 18 uur maar op donderdag tot 22 uur. Onlinetickets zijn een pak goedkoper dan aan de balie. Meer info: www.mleuven.be. Meer info over de activiteiten in Tervuren: www.tervuren.be/toerisme
Een oud gebouw blijkt een luxueuze brasserie te herbergen: Mariadal.
© SASKIA VANDERSTICHELE
OP VADROUILLE MET NICK TRACHET MET DE BOEMELTREIN NAAR ZAVENTEM
ZEVEN ZOTTEN EN EEN VAN DYCK IN DE ZIJBEUK ZAVENTEM – Vaak gaan uitstapjes in het weekend naar verre oorden of grote bestemmingen, maar Nick Trachet blijft dichter bij huis. Hij brengt ons naar enkele pareltjes in de onmiddellijke omgeving van Brussel, waar nog niemand in een reisbureau aan gedacht heeft. Deze week houdt Trachet halt in Zaventem.
A
ls we Zaventem zeggen, dan denken we aan de Nationale Luchthaven. Dat is het dorp wat weinig eer aandoen. Er wonen daar ook mensen. Taxi’s en helpende familieleden zoeven over een viaduct bijna boven de dorpskom heen, de Ring raast ten zuiden ervan en de vliegtuigen erboven. De website van de gemeente noemt Zaventem een ‘pilootgemeente’. Daar kan ik mij wat bij voorstellen.
Diegemse zandsteen Er rijdt ook een trein. Nogal veel treinen, trouwens, wegens de luchthaven, weet u wel. Vanuit Brussel stopt de lijn naar de luchthaven er meestal, die naar Leuven ook. Veertien minuten na het vertrek in Brussel-Noord sta ik op het futuristische perron van het dorp. Iemand heeft dat versierd met een soort kippengaas. De tunnel onder de sporen
mondt uit in een zielloos trappenen liftgebouw. Als ik er kom, werkt de lift niet. Maar eenmaal op straatniveau is er wel een warm welkom met terrasjes en restaurantjes. De Stationsstraat heeft een gediversifieerd aanbod van winkels met beleggingskantoren, traiteurzaken en de betere patisserie. Er moeten hier nogal welstellende klanten komen. Maar aan de andere kant is er op de hoek van de straat met het parkje van de bibliotheek nog een écht Volkshuis, een zeldzaamheid in deze eeuw. De gebouwen in de dorpskom zijn een feest van Diegemse zandsteen. Twintig jaar geleden was bouwen met deze verdwenen steen een rage aan deze kant van Vlaams-Brabant. Recyclage als stijlmodel. We laten de kruisende Hoogstraat voor wat ze is en nemen pas de volgende afslag links. Zo komen we op het rui-
“De vijvers bieden een woonomgeving aan heel wat watervogels, maar ze zijn vooral beroemd in de media wegens de waterschildpadden” me kerkplein. Op maandagochtend is er hier markt. Zaventem is een shoppingplek, zowaar! De rest van de week is het een parking voor de plaatselijke handelszaken.
Zeven Tommen Op het plein staat een kerk, die ook nog eens open is. Het interieur is netjes opgefrist, de stijl voornamelijk gotisch. Boven een altaar in de zijbeuk hangt een meesterwerk van de schilderkunst: de Liefdadigheid van Sint-Martinus door Antoon Van Dyck. De meesten onder ons zullen het kennen van Het rijmende paard, een Suske en Wiske uit 1963. Ik denk niet dat in het stripverhaal zelfs maar vermeld staat dat het vliegende paard
uit het verhaal in Zaventem hangt. Terug buiten zie ik over het plein een restaurant in zandsteen. Het pand dateert uit 1624 en Van Dyck zou er gewoond hebben. Hij vroeg de hand van de dochter van de plaatselijke drossaard, maar liep een blauwtje. Hij is dan maar naar Engeland uitgeweken. Hoger op het plein neem ik de Hoogstraat langs het Atheneum en steek de spoorweg over. De weg naar rechts heet ‘Zeven Tommen’. Zaventem dateert zeker uit de tijd van de Romeinen. Die tommen waren tumuli, grafheuvels die hier ooit moeten hebben gestaan. De weg wordt even landelijk, maar het gebulder maakt duidelijk dat gerst en maïs hier niet voor het inkomen zorgen. We staan aan het einde van de runway van de luchthaven. Als de wind uit de juiste richting komt, staat het hier vol auto’s met plane spotters, mensen die een dagje naar de landende en opstijgende luchtreuzen komen kijken. Als ik genoeg kerosinelucht heb ingeademd, neem ik de Zeven Tommen naar rechts (de weg splitst hier blijkbaar zonder van naam te veranderen) en ik ga het tunneltje onder het spoorwegkluwen door, naar een wat rustiger wijk langs de Imbroekstraat. Die gaat verder over in de Hector Henneaulaan en al spoedig bereik ik de vijvers van Zaventem. Ik word aangezogen door een oud gebouw dat een luxueuze brasserie blijkt te herbergen: Mariadal. De vijvers, op het diepste punt van het dorp, bieden een woonomgeving aan heel wat watervogels, maar ze zijn vooral beroemd in de media wegens de waterschildpadden. De gemeente probeert ze weg te jagen, maar eigenlijk zijn ze een bezienswaardigheid. Gedumpt door de eigenaars wanneer ze te groot werden,
hebben de beestjes het hier best naar hun zin, men kan ze zien zonnen langs de kant. Als u er een ziet, pas dan op, ze kunnen heel gemeen bijten! Op het einde van het park is er een zwembad. Wanneer u hier op een zomerse zondag komt, kunt u misschien de vermaarde zeven Zaventemse zotten aan het werk zien?
Vreemde architecten Terug op de Henneaulaan wandel ik westwaarts langs eenvoudige huisjes. Het geraas van de Brusselse Ring wordt luider. Maar voor het verkeer staat een scherm van groen. Aan het rondpuntje kan de wandelaar links een park in, het heeft schijnbaar geen naam, maar wordt netjes onderhouden. Over een heuveltje komt er zicht op een heel grote wachtvijver, met zwaan. Er was geen mens te zien toen ik er kwam, een goed bewaard geheim, denk ik. Rechts van het rondpuntje kronkelt de Henneaulaan voorbij een oude watermolen, de Stockmansmolen (nu restaurant). Even daar voorbij wordt Zaventem industrieel. Rechts (Woluwestraat) leidt de weg naar de Hoogstraat die ons terug naar de Stationsstraat brengt. Van hieruit gezien is het station van Zaventem toch wel erg vreemd ontworpen. Het gelijkvloers bestaat uitsluitend uit trappen en hellende vlakken die naar een verdieping leiden met fietsenstalling. Mochten die fietsrekken op het gelijkvloers zijn ingericht, was dat allemaal niet nodig geweest. Vreemde architecten hebben ze bij de NMBS. Maar het is tijd om terug te gaan. Nick Trachet www.brusselnieuws.be/ opvadrouille
BDW 1483 PAGINA 17 - DONDERDAG 16 JULI 2015
TENTOONSTELLING > ‘GATEWAY TO SPACE’ OP DE HEIZEL
REPLICA’S EN RUIMTEVAART BRUSSEL – Tot 25 oktober kunnen ruimtefanatici terecht in paleis 2 op de Heizel voor de tentoonstelling ‘Gateway to space: the exhibition’. De tentoonstelling vertelt de geschiedenis van de ruimtevaart aan de hand van replica’s. ‘Gateway to space’ is een rondreizende Amerikaanse tentoonstelling die vanaf 18 juli Brussel aandoet. De immense collectie replica’s van raketten, spaceshuttels en ruimtestations die in paleis 2 van de Heizel te bezichtigen zijn, komen uit het US Space & Rocket Center in de Amerikaanse staat Alabama. Ook de NASA, het Amerikaanse Ruimtevaartprogramma, werkte mee aan de tentoonstelling. Er zijn onder meer waarheidsgetrouwe modellen te zien van het astronautenwagentje dat op de maan reed en een speciaal gekantelde doorsnede van het oude Russische ruimtestation MIR. Die replica werd 4 graden gedraaid zodat de bezoekers een ‘ruimte-effect’ ervaren: door de kanteling worden de menselijke hersenen ‘gefopt’, met oriëntatieproblemen tot gevolg, net zoals in de ruimte het geval is.
Ook werd er aan de interactiviteit gedacht: bezoekers kunnen in een reeks simulatoren zelf een spaceshuttlelanding, gewichtloosheid en bewegingswetten ervaren. Daarvoor moet u wel twee euro extra betalen. Voorts biedt ‘Gateway to space’ een overzicht van de geschiedenis van de ruimtevaart. Van in het prille begin wordt aangetoond waarom Jules Verne over een reis naar de maan droomde en er een boek over schreef, waarom Werner von Braun de vader van de raket genoemd kan worden en wat de ruimterace in de jaren 1960 en de Amerikaanse maanlanding allemaal teweeg heeft gebracht. Ter afsluiting wordt nog eens netjes opgelijst wat de toekomst (misschien) zal brengen.
CD
‘Gateway to space: the exhibition’, van 18 juli tot en met 25 oktober in Paleis 2 op Brussels Expo. 15,90 euro, kinderen tot 18 jaar 12,90 euro. Groepen vanaf 20 personen: 12,90 euro p.p., schoolgroepen 7,50 euro p.p. Meer info op www.expo-space.be
ADVERTENTIE
waar de slasoep vandaag mee wordt gemaakt, waren in Europa toen nog totaal onbekend, Columbus was nog lang niet geboren. Wat zat er dan wel in? Brood, look, azijn en olie. Een oorspronkelijke versie wordt nog steeds gemaakt als ajoblanco. Dat is een soep van gestampte amandelen, water, broodkruim en look. Het zegt u waarschijnlijk weinig, maar wie heel oude kookboeken leest, stoot overal op de blancmanger manger, de amandelpapsoepen. Dat is ongeveer hetzelfde, maar dan zonder look. Vooral dat brood is zo herkenbaar. Dat moet stammen uit de tijd dat brood zonder zout werd gebakken, slechts enkele keren per jaar. Het werd dan steenhard en bewaarde zeer lang. Wanneer men brood wou, had men eerder een bijl of beitel nodig dan een broodmes. Emilie Carles, die haar jeugd in het Franse hooggebergte beschreef in het boek Une soupe aux herbes sauvages, vertelt hoe de broden (in haar streek bakte men er slechts één keer per jaar) op de hanebalken van het huis werden bewaard en van daar naar beneden gegooid zodat ze op de vloer in stukken braken. Men at geen boterhammen, BRUSSEL EN DE WERELD maar kruimels. En die kruimels moesten geweekt CULINAIR ONTDEKT worden. Die ouderwetse grote broden noemde men trouwens soupes, want brood moest gesopt worden. Men liet het brood staan in water, olie en azijn, dat was de eenvoudigste manieren om brood te eten. De koffi e om brood in te soppen kwam pas later, koffi e is een exotisch product dat moest gekocht worden in de stad, de boeren hadden daar geen geld voor. Toen in de negentiende eeuw de tomaat opkwam, een bijzonder sappige groentevrucht, kon men daar “Bovenal”, zong Kamagurka, “is de zee koude ook brood mee soppen, hetzelfde met komkommer. soep.” Moderne gazpachos zijn glad, door de mixer gehaald, maar dat hoeft uiteraard niet. Heel lang geleden reden we eens met de familie in Sla oud brood in gruzelementen en week dat met de auto door Centraal-Spanje. Het was bloedheet en olie en (sherry-)azijn, een beetje water of, beter nog, ik werd onpasselijk van de warmte. ‘s Avonds gloei- bouillon. Kruid dat vocht met komijnpoeder en vers den de stenen van de stad waar we aanbelandden in gemalen peper. Hak rijpe tomaat, geschilde komde nachtelijke duisternis. Je kon geen muur aanra- kommer en een ontpitte paprika in ongeveer geken, zo heet was het. lijke dobbelstenen, strooi daar zout op en laat even En toen kwam daar gazpacho op tafel. Was het een soep, was het een sla? Het was een nat bord met ijskoude gesneden groenten, met een heerlijke smaak en er lagen nog ijsblokjes in ook. Vader legde met een klap zijn lepel op tafel: ijs in de soep, dat was erover. Wij kinderen smulden, maar het idee van koude soep ging er – letterlijk – bij hem niet in. Vele jaren later komt een vriend lachend langs. Hij was gaan eten met zijn collega’s, samen met de grote baas uit het buitenland in een voornaam restaurant. Op het menu om te beginnen: gazpacho (naar ik begreep van het gepureerde type). Big Boss proeft en roept onmiddellijk de ober: “deze soep is koud!” Het hele gezelschap lag in een deuk. Zo grappig kan gazpacho zijn. Koude soep zit niet in onze genen: “Ik ben het zo zweten. Kies voor smaakgroente, geen Hollandse beu als koude soep,” is een uitdrukking die ik al kasgroenten die er wel mooi uitzien, maar verder heel mijn leven hoor. Er lopen rillingen langs de rug volledig smakeloos zijn. Ook het brood moet ‘van van menig Vlaming bij het idee van koud geworden goede hoedanigheid’ zijn en echt oud. Het mag zelfs eten. Dat is vreemd, eens het eten koud is, krijgt het geroosterd zijn! Met vers fabrieksbrood is de smaak weer een nieuw elan: koud vlees, patatjessla. Koude helemaal anders. Wanneer de groenten murw lijgekookte groenten zijn ook lekker, eenmaal ze uit ken, doet u ze bij het natte brood. U perst er enkele de context van de warme schotel zijn verwijderd. En lookteentjes over, mengt voorzichtig en dan zet u alles in de koelkast weg. Even de smaak controleren. met mayonaise! Raar, he? Maar wat is nu juist gazpacho? Die avond in Spanje Als het erg warm is, moet u meer zout eten: zonder – het was in 1973 – was de eerste keer dat ik het zout kan je niet zweten. woord gazpacho hoorde. In België was men nog niet Opdienen met ijsblokjes. Of samen met de ijsblokjes erg avontuurlijk wat eten betrof. Maar die vorm van in de mixer doen, pureren en dan opdienen. En er gazpacho, met herkenbare groentebrokjes, heb ik staat ook kant-en-klare gazpacho in de supermarkt. daarna nooit meer gezien. Het was toen echt niet Voor wanneer het te warm is om zelfs dàt te maken. duidelijk of het geen slaatje was. Ik heb de smaak Smakelijk. daarna nog dikwijls proberen na te maken, maar nick.trachet@bdw.be het is mij nooit echt gelukt. Gazpacho zou stammen uit het Arabische Spanje van meer dan duizend jaar geleden, men spreekt De hele reeks nalezen? zelfs van de achtste eeuw. De kleurrijke groenten www.brusselnieuws.be/trachet
Nick Trachet
Gazpacho
“Er lopen rillingen langs de rug van menig Vlaming bij het idee van koud geworden eten”
BDW 1483 PAGINA 18 - DONDERDAG 16 JULI 2015
DE LAUREATEN
ZESDE PLAATS: MARIANNE VAN BOXELAERE UIT VORST
‘Begin van een langer verhaal’ Marianne Van Boxelaere (30) woont in Vorst. Ze werkt als copywriter en schreef in het verleden al enkele keren kunstrecensies voor een online magazine. Op een tentoonstelling over mode in Bozar kwam ze op het idee om een verhaal te schrijven over Couture Norine. “De familie verhuisde tijdens de Tweede Wereldoorlog van Gent naar Brussel en geraakte ter plekke bevriend met de familie Magritte. Als kunsthistorica kon ik hun verhaal goed plaatsen,” vertelt Van Boxelaere. “Het is bijzonder dat Norine niet zomaar de Franse mode van Chanel kopieerde, maar dat ze haar eigen patronen tekende.” Het verhaal ‘Couture Norine’ stopt in medias res. “Klopt,” zegt Van Boxelaere, “ik zou er op termijn graag een langer verhaal aan wijden.” Wordt ongetwijfeld vervolgd. KL
T
ussen de kast met knopen en de mannequin van hout hangt het schilderij net boven schouderhoogte. Geen olieverfdoek deze keer, maar een gouache op papier. Koningsblauwe aquarelverf vermengd met kalk en Arabische gom dekken het papier tot in de hoeken. De kleuren zijn verzadigd en gekrakeleerd. Fel geel in het midden, rood en blauw op de achtergrond. De jonge vrouw op de stoel ben ik. Met een gespeelde glimlach kijk ik naar iets dat zich buiten het kader afspeelt. De schilder heeft mijn wenkbrauwbogen dik aangezet, net als het bloemenpatroon van mijn zomerjurk. Ik draag twee halfopen schoenen met een kleine hak en wat rouge op beide jukbeenderen. Naast mij rijst de monumentale gestalte van mijn man, Paul-Gustave van Hecke. Een indrukwekkende verschijning. Alles aan Gustave is groots: zijn silhouet, zijn open blik, toekomstplannen en intense karakter. Op zestienjarige leeftijd was hij een van de voortrekkers van de Jonge Socialisten in Gent. Op zijn achttiende werd hij acteur. Daarna schrijver, journalist, uitgever, couturier, organisator van filmfestivals en kunstgalerist. Hij is verslaafd aan ‘het begin’. Een project opstarten. En van zodra dat op de rails staat, aan iets anders beginnen. Van zoveel balorigheid was ik meteen onder de indruk. Ik, Honorine Maria ‘Norine’ Deschrijver. Ik ben geboren als buitenechtelijk kind bij een Gentse dienst-
Couture Norine ILLUSTRATIE: NENA PEETERS / FOTO: SASKIA VANDERSTICHELE
meid uit de Brugse Poort. Op veertienjarige leeftijd verhuisde ik naar Brussel. Dat was in 1901. Probleemloos gegleden van de negentiende in de twintigste eeuw. En wij maar vrezen dat de wereld zou vergaan. Dat zou pas vijftien jaar later gebeuren, toen Gustave en ik genoeg geld hadden verzameld om Couture Norine aan de Louizalaan te openen. Helse jaren waren dat. Katoen van goede kwaliteit was zo goed als onvindbaar. Gelukkig kon ik stoffen inslaan in Troyes, dat net buiten het gevechtsgebied lag. Bovendien verkocht Monsieur Bloch me voor de opening van het modehuis een voorraad machinaal gebreide tricot die ik verwerkte tot lange rokken en wintertruien. Bloch had een pand van duizend vierkante meter aan de rand van Brussel waar hij grondstoffen kon spinnen, twijnen, weven, breien, knopen, vlechten,… bref, er textiel van maken. De ruwe textuur van de tricot schrikte de klanten eerst af. Maar toen ze de blouses met boothals zagen en de bermuda’s met knielapjes van velours, hemdjurken met strikjes en haarbanden, afgezet met glasparels, was hun nieuwsgierigheid genoeg geprikkeld om de stap te zetten. Eenmaal over de drempel pasten ze hemden en broeken in een warme, huiselijke sfeer. Vooral het vrouwelijke clientèle, dat in mijn soepele ontwerpen haar bewegingsvrijheid zag vergroot. Gefortuneerde vrouwen, zoals Madame Vanderkindere en barones Janssen, waren mijn eerste klanten. Eerst legden ze hun constructies van veren, fruit en pluimen naast zich neer, vervolgens kochten ze sweaters. We zeiden vaarwel tegen een heel tijdperk van satijn, tule en mousseline. Mantels van dikke lakense stof doken op. Niet alleen Gustave, maar iedereen had behoefte aan een nieuw begin. En de garderobes volgden. Een week na de opening van Couture Norine –ik zal het nooit vergeten- publiceerde het dagblad Le Soir een afbeelding van een van mijn rokken met streepjesmotief. Daaronder stond zwart op wit: “Couture Norine, het eerste Belgische modehuis dat weigert om patronen klakkeloos te kopiëren uit Parijs.” Over de Louizalaan daalt een oorverdovende stilte neer, het modehuis is verlaten en buiten is het pikdonker, zoals het hoort op een winteravond in december. Ik stap de deur uit in een zachtgekleurd mantelpakje van tweed. Ik kan hele nachten door de stille straten van Brussel dolen. Dagen ook, uren aan een stuk. Voor de oorlog nam ik vaak de paardentram, van de Naamsepoort tot het Ter Kamerenbos. Ik ben zelfs één keer meegereden van het Stefanieplein naar Ukkel met een echte, elektrische tram. Dat was voordat ze besloten om de paarden en het koper ten dienste te stellen van het leger. De tramlijnen zijn sindsdien niet meer hersteld. Ik hoop dat ik nog de kans zal krijgen om de elektrische tram te nemen. Nog één keer in mijn leven. Op dit uur weerkaatst het prachtige avondlicht op het wegdek dat nog nat ligt van de storm die over de stad trok. Dakpannen en los gewaaide takken liggen her en der op
straat. Ik steek een sigaret op. De rook ruikt heerlijk in de frisse decemberlucht. Gulzig trek ik aan mijn sigaret. Een kostbaar goed, nu de tabak zo duur staat. Op dit uur staan er enkele kerels met handen als koolschoppen kastanjes te poffen op straat. Ik koop een zakje voor tien frank. De warme kastanjes vullen mijn mond en mijn maag, een verzadigd gevoel verspreidt zich geruststellend over mijn ledematen. Ik ben op weg naar Gustave die sinds deze middag van de aardbol is verdwenen. Hij zou voor sluitingstijd naar de winkel komen. Door de storm is hij gebleven waar hij was, of dat veronderstel ik toch. Ik bel aan. Niemand doet open. Ik bel nog eens aan. Geen kat. Na twintig seconden laat ik me neerploffen op de dorpel, tot plots de voordeur open knalt. Ik zie nog net een stuk plaaster van de muur brokkelen op de kasseien. « Ma poule ! Entrez, entrez ! » Ik kijk verwonderd in het knappe, rood aangelopen gezicht van Karl. « Karl ! » Hij trekt me met één hand naar binnen en stommelt in de richting van een trapleuning - bierglas in het andere hand, peukje in de mondhoek. « We zitten boven. Gustave ook. » Alsof Gustave niét boven zou zitten. « Une p’tite bière ou un Club Soda ? » Hij lacht om zijn zelfbedachte mop. ‘Club Soda’, het maakt zelfs bruiswater exclusief. « Heb je rood openstaan? », vraag ik, terwijl ik de enige verlichte kamer binnenwandel. De dikke sigarenrook prikkelt in mijn ogen. Op de tafel staan lege wijnglazen, bierflessen, een Cognac uit 1905 en restjes van een Luikse kalfsrollade met gebakken knolselder en aardappelpuree. Aan tafel: Renaud, Raoul en diens echtgenote Martha. Een pientere vrouw met donkere haren en een licht accent uit Zuid-Oost Europa. Ze draagt een kokerjurk met gekruiste bandjes. In de deuropening verschijnt Gustave. « Norine ! Mon Amour. Door die verschrikkelijke regenbui kon ik niet naar huis. » « Dat dacht ik al. Tout va bien? Het is gestopt met regenen. Laten we nog even blijven en dan vertrekken. Ik moet je iets vertellen. » Al weken had ik het uitgesteld, maar toen ik vannacht weer lag te piekeren heb ik de knoop doorgehakt: vandaag zou ik het vertellen. Vòòr we het nieuwe jaar ingaan. Nieuwe jaar, schone lei. Gustave tot Raoul: « Een schone lei. Dat is wat de oorlog heeft gegeven aan een kunstenaar als jij. » (Alsof hij mijn gedachten kon lezen.) Gustave: « De kans om alles opnieuw vorm te geven. Kijk toch eens naar de mogelijkheden. Wat overblijft na verwoesting is een wit doek. Het begin van een koninkrijk. » Raoul: « Een koninkrijk, waar heb je het toch over? Ik geloofde in een nieuwe wereld, een ‘moderne mens’ godverdomme.
BDW 1483 PAGINA 19 - DONDERDAG 16 JULI 2015
Nieuwe waarden en perspectieven en alles erop en eraan. Goedkope, gezonde woningen voor iedereen. Gratis onderwijs, betaalbare geneeskunde en minder accijnzen op de tabak. » Martha: « En stemrecht voor vrouwen. » Raoul: « Stemrecht voor joden, zwarten én vrouwen, verdomme. En wat krijgen we in de plaats? Voedselbonnen, ontgoocheling en de charleston. » Karl: « Leve de oorlog ! » Hij jengelt halfdronken op zijn benen en staat wat aan de radio te frunniken, op zoek naar een frequentie die aan de avond een swingende draai zou geven. Gustave gaat ongestoord verder: « Eigenlijk zouden alle kunstenaars ingenieurs-uitvinders moeten worden en de maatschappij heruitvinden. Waar wachten we nog op in België? In Parijs hebben ze het al lang begrepen. Picasso, Léger, Breton, … hun schilderijen ademen leven en bestaan niet louter uit kleuren uit een verftube. Aan de kleuren van Georges Braque kleeft nog de geur van de werkelijkheid, van het leven. Daarin schuilt de schoonheid. »
Hij schenkt zichzelf nog een glas Martell Cordon Bleu in. Renaud, de oudste en meest introvert van het gezelschap stamelt voor zich uit: « De oorlog heeft een revolutionaire kracht in ons wakker gemaakt. Een die op het punt staat in ons gezicht te exploderen. » Hij is nog bij verstand, maar zijn blik staat op oneindig. Raoul: « Maak je geen illusies, dat soort energie is allang tot ontploffen gebracht. Het jaar voor de oorlog begon, 29 mei 1913. Op die dag ging Le Sacre du Printemps van Igor Stravinsky in première in het Théâtre des Champs-Elysées in Parijs. God, voor de rest van mijn leven zal ik het me beklagen dat ik er niet bij was. Pierre Monteux dirigeerde het orkest. Vaslav Nijinski op de scène. Van zoveel onwereldse klanken en heidense bewegingen wisten de mensen niet waar kruipen. Een buitengewone, ritmische complexiteit, dissonant tot in de puntjes. Al na de eerste noten gingen voor- en tegenstanders met elkaar op de vuist. Dat is de kracht van de revolutie. De avant-garde, die begon al vòòr het uitbreken van de oorlog. » Karl heeft ondertussen zijn favoriete frequentie gevonden. Radio: Thin or fat, young or old, shake their shoulders bold. You’re bound to fall for the bugle call.
Hij springt recht en zwaait zijn benen in de lucht op het ritme van de jazz standard. Ik val in en samen zingen we « Hold me baby, let’s syncopate to that blue melody. Just hesitate while a break tehy take, shh! » Zijn gladgestreken lokken zijn losgekomen en dansen voor zijn ogen. Hij trekt me in één zwier van mijn stoel en draait me in het rond terwijl het gezelschap geamuseerd toekijkt. Karl weet dat ik verzot ben op dansen. En van gymnastiek. Ik neem lessen in Saint-Gilles, elke woensdag. Onze rechtervoet naar voren, een stap naar achter. Tik achter, stap naar voor, stap naar voor, draai half linksom. We rekken onze armen en gaan door de knieën, van hoog naar laag. Stap naar achter, tik, naar voor, draai linksom en hop. Daar staan we dan. Enkele nachten voor het aanbreken van 1923 de charleston te dansen in hartje Brussel. Een nieuw begin. Ik glunder en voel me licht in mijn hoofd. Daar zit het glas rode wijn voor iets tussen, en de rondjes die ik met Karl sta te draaien. Met een ruk maakt Gustave daar een einde aan: « Wat moest je me vertellen? » -wordt vervolgd-
BDW 1483 PAGINA 20 - DONDERDAG 16 JULI 2015
© ERIC DANHIER
“Her en der worden de traditionele foto’s afgewisseld met een inventief beeld, waarin de hand van de meester-fotograaf herkenbaar wordt” Vlnr: De Goede Bijstandskerk, de skyline met het stadhuis en de basiliek, de Terkamerenabdij: een streepje groen tussen veel steenwegen en Madame Chapeau aan de Zuidstraat.
BOEK > FOTOGRAAF ERIC DANHIER TOONT ‘BEST OF BRUSSELS’
Trekpleisters ingezoomd BRUSSEL – Wie in één dag de highlights van Brussel wil zien en toch niet moe wil worden, krijgt zijn gading met het fotoboek ‘Best of Brussels’. Alle klassiekers staan er - klassiek - in afgebeeld, met ideale belichting, uitgezuiverde setting en tijdloze herkenbaarheid. Niet meteen een artistiek hebbeding, maar wel het volledigste souvenircadeau voor de makkelijke toerist.
R
egelmatig doet de overheid beroep op fotograaf Eric Danhier om openbare gebouwen en officiële plechtigheden in te blikken. Ook Visit Brussels bestelde al wat reportages. Zo bouwde Danhier doorheen de jaren een uitvoerig archief op over festiviteiten als het Irisfeest, Brussel Bad, de Ommegang en manifestaties allerhande. De klank-en lichtspelen op de Grote Markt, het feestelijk vuurwerk en de jaarlijkse Meiboomviering: het is hem allemaal niet vreemd. Ook met fotoreeksen van volksmanifestaties heeft de man zijn dagen gevuld. Getuige het inblikken van de optocht ‘Je suis Charlie’ in Brussel, reportages van rellen in Matonge of betogingen van melkproducenten en pompiers. Maar in het boek Best of Brussels komt die couleur locale zo goed als niet aan bod.
Nachtopnames Het toeristenboek focust zich op de grote bezienswaardigheden. Dat zijn de Grote Markt en het Ilôt Sacré, de Kunstberg en Koninklijke wijk, de Zavel, de Marollen en de belangrijkste
kerken, van kathedraal en Basiliek van Koekelberg tot Onze-Lieve-Vrouwkerk-van-Laken. Doorgaans centraliseert de fotograaf de gebouwen mooi, zodat ze in al hun grandeur voor zich gaan spreken. Zo is de Zavelkerk aan de straatzijde te zien; een detail van het sacrarium , een wereldwonder op zich, hoort daar niet bij. Voor de Grote Markt wordt deze fotografiestijl wat opgedirkt met sfeertaferelen: het bloementapijt, een schilderijenstandje, de plantenverkoop,… Verrassend zijn de interieurs van het stadhuis die als toemaatje meegegeven worden: de staatsietrap, de Maximiliaanzaal en de gemeenteraadszaal. Het boek gaat vooral het rijtje aan niet te missen monumenten af. Zo passeren de SintHubertusgalerijen, de Muntschouwburg, het Martelarenplein en de Begijnhofkerk de revue. Bij hun interessante interieurs wordt niet stilgestaan. Mooi zijn wel de nachtopnames van enkele plekjes in de stad, waaronder het SintGoriksplein, de Basiliek en de kathedraal. Verder moet het verrassingseffect komen van enkele sculpturen, zoals de bronzen straathond
Zinneke en Madame Chapeau, beide van de hand van Tom Frantzen. De straatbeelden zijn voor de toerist echter niet makkelijk te vinden in de Dansaertwijk - dus mooi meegenomen dat ze in het boek staan. Ook wat verder uit het centrum, richting Elsene en Etterbeek, heeft de fotograaf het beste van Brussel in kaart gebracht. Hij toont de vijvers van Elsene, de Ter Kamerenabdij, het eilandchalet Robinson in Ter Kamerenbos, het Huis Solvay, de Villa Empain en het Stocletpaleis. Daarmee is ook eer gedaan aan de art-nouveauen art-decopanden waarvoor Brussel beroemd is. Her en der worden de traditionele foto’s afgewisseld met een inventief beeld, waarin de hand van de meester-fotograaf toch herkenbaar wordt. Of is dit een knipoog naar het Brusselse surrealisme? Zo toont hij een Marollenplein met tussen de tweedehandsspullen een stapel oude golfsticks in hun versleten draagzak. De slijtage van het Bruxelles de bonpapa. Wat verder wordt de stad levendiger gemaakt door vrolijke skaters en enkele voorbeelden van stripmuren. Tussendoor geeft Danhier toch ook
even de Europawijk mee. Het grootse Berlaymontgebouw van de Europese Commissie, verkeerdelijk betiteld als het Europese Parlement, vult een dubbele pagina. Of tekent hier de hand van het Brussels ketje dat zijn stad wel kent, en de Europawijk als een vreemde wijk miskent?
Expressiekracht Het infocentrum Muntpunt en de AB werden ook niet opgenomen, de KVS en de Kruidtuin daarentegen wel. Gelukkig leert de website van de fotograaf (http://edanhier.photoshelter.com) nog meer van Brussel kennen. Daar komen burgemeesters Yvan Mayeur, Freddy Thielemans, Philippe Moureau, Henri Simons en Jacques Simonet en Laurette Onkelinkx met al hun expressiekracht zeer tot hun recht. Ze staan met Etienne Davignon in de digitale portrettengalerij naast Jenifer Lopez, Jared Leto en Dita von Teese. Durf die eens samen te zetten in een boek over Brussel. De titel wordt dan best moeilijk. Jean-Marie Binst
Best of Brussels, Eric Danhier, uitgegeven door Lannoo & Racine, 128 blz., N/F/E/D, 24,95 euro
BDW 1483 PAGINA 21 - DONDERDAG 16 JULI 2015
Artists in residence Michel Houellebecq in Brussel
Bekeren in Hotel Métropole © PHILIPPE MATSAS / FLAMMARION
BRUSSEL – Een paar maanden geleden ontstond de indruk dat je ‘Onderworpen’ van Michel Houellebecq gelezen moest hebben. Als je het ons vraagt kan je ook zonder. Al doe je er niemand kwaad mee en ontdek je al lezend zelfs dat Hotel Métropole een belangrijke rol speelt in de roman. In 2011 verdween Michel Houellebecq spoorloos op het moment dat hij in Brussel werd verwacht tijdens zijn promotietour. Toch moet Houellebecq bekend zijn met onze stad. In zijn roman Lanzarote had hij het al over de politie-inspecteur Rudi die in Brussel bleek te wonen en op bittere toon over zijn stad sprak: “De criminaliteit was allesoverheersend. Steeds vaker werden voetgangers in de winkelcentra aangevallen door groepjes jongeren. Bij wat er ‘s nachts gebeurde kon je beter helemaal niet stilstaan; al sinds tijden durfden vrouwen na zonsondergang niet meer alleen over straat.” Maar in Houellebecqs recentste boek speelt Brussel nog een belangrijker rol. Aardig aan het goedgeschreven boek is dat Houellebecq de niet altijd even fraaie motieven die een religie en haar vertegenwoordigers kunnen aansturen ten volle onderkent. In zijn verhaal ligt een grote klemtoon op de verdoken hedonistische en patriarchale reflexen van de leidende elite in de moslimstaat. Omdat Allah van lekkernij en veelvrouwerij toch niet zo’n
Auteur Michel Houellebecq.
probleem lijkt te maken, gaan ook Westerse intellectuelen overstag. Zo is er bijvoorbeeld Robert Rediger, een nieuwe collegevoorzitter aan de geïslamiseerde Sorbonne universiteit. Hij is een halve Belg die filosofie heeft gestudeerd in Louvain-la-neuve. Hij vertelt aan hoofdpersonage François, de literatuurdocent die hij wil overtuigen om terug te keren naar de universiteit, over zijn bekering. Die had plaats op 30 maart 2013, de dag waarop Rediger in Brussel langs Hotel Métropole liep en op een papier las dat zijn geliefde bar van het hotel na die avond definitief zou sluiten. Houellebecq moet dat met eigen ogen gezien hebben, want de datum klopt precies en er was bij de aankondiging van de (tijdelijke) sluiting met het oog op het vinden van een nieuwe uitbater, inderdaad sprake van zo’n aanplakpapier. Rediger, fan van art-nouveau (die hij Jugendstil) noemt, is zeer ontdaan. “Je hebt prachtige dingen in Praag en Wenen, je hebt ook een paar interessante gebouwen in Parijs en Londen, maar voor mij was het hoogtepunt van Jugendstildecoratie het hotel van Métropole in Brussel, en met name de bar.” Rediger mijmert in één moeite door zelfs over hoogtepunt en teloorgang van de Westerse beschaving en levenskunst. In een boek waarin eten drinken een belangrijke rol spelen heeft de volgende lofzang aan het adres van het sluitende Métro-
pole het nodige gewicht: “Te bedenken dat je tot dan toe broodjes en bier, warme chocolademelk met slagroom en slagroomtaartjes kon bestellen in dat absolute meesterwerk van decoratieve kunst. Dat je omringd door schoonheid je dagelijks leven kon leiden en dat dat allemaal ging verdwijnen, zomaar ineens, midden in de hoofdstad van Europa! Ja op dat moment heb ik het begrepen.(…) Ik heb dus die laatste avond doorgebracht in het Métropole, tot sluitingstijd. Ik ben lopend naar huis gegaan, half Brussel door, langs de wijk met de Europese instituties, dat lugubere fort met de sloppenwijken eromheen. De volgende dag ben ik naar een imam in Zaventem gegaan. En de dag erna heb ik in aanwezigheid van een tiental getuigen de rituele formule uitgesproken om me te bekeren tot de islam.”
Waterzooi van kip Houellebecqs hoofdpersonage François gaat later letterlijk en figuurlijk dezelfde weg op en spoort naar Brussel in het kader van zijn studie naar de uiteindelijk tot het christendom bekeerde decadente estheet Joris-Karl Huysmans. “Vooral de goorheid en de triestheid van de stad hadden me getroffen, en ook de voelbare haat tussen de bevolkingsgroepen in Brussel voelde je je meer dan in enige andere Europese hoofdstad op de rand van een burgeroorlog.” Hij vindt het café nog steeds gesloten maar bestelt in het hotel waterzooi van kip, en besluit dan om zijn Pléiade-uitgave van bekeerling Huysmans gedwee in te schrijven in het discours van zijn islamitische broodheren van de universiteit en de uitgeverij. Straks wordt Hotel Métropole nog een bedevaartsoord voor islamitische bekeerlingen. Michaël Bellon www.brusselnieuws.be/inresidence
ADVERTENTIE
Van 3 juli tot en met 9 augustus vaart de Brussel Bad Boat Club uit langs het kanaal. Van donderdag tot zondag kan je 4 uur mee feesten op deze varende boatclub. Vertrekken doe je vanaf het strand van Brussel Bad en dansen doe je op de muziek van de crème de la crème van de Brusselse Nightlife. All aboard!!
APÉ
ROB AR
www.levif.be
TIES R A P 25 BEACH FROM BOAT TO
KOSMOPOLITE ART TOUR FOCUS NIGHT: STRICTLY NICENESS ZUKUNFT / DOWNTOWN CLUB / AUDIORAMA LEFTORIUM / FUSE / THE SOUND OF BELGIUM BEURSSCHOUWBURG / THURSDAY GROOVE MAC SWELL / LA FÊTE DU SWING / PELICAN FLY DIRTY MONKEY / PLAY LABEL GROOVALICIOUS WE BRING YOU / EARLY LATE / SUPAFLY COLLECTIVE ZUKUNFT / LOW UP / ANIMALS CLUB THE GROOVE IS ON / LOVE BOAT
BDW 1483 PAGINA 22 - DONDERDAG 16 JULI 2015
SCHAARBEEK – Wies Jespers (69) ziet met lede ogen aan hoe de Vlaams-Brusselse politici steeds minder rekening houden met de basis en hoe de expertise van de mensen in het veld aan de kant geschoven wordt voor zogenaamde specialisten. “Het primaat van de politiek,” zegt hij smalend, “wordt algauw partijpolitieke verkaveling.”
I
n de tuin van zijn appartement in Schaarbeek staat een plastic zandbak voor de kleinkinderen, hij doet op vraag van onze fotograaf Ivan zijn schoenen uit, stapt in de zandbak en om de scène compleet te maken bedekt hij zijn voeten met zand. Het is het begin van een van de spelletjes met zijn kleinkinderen. Na de fotosessie gaat het deksel op de zandbak: de katten, weet je wel. Wies Jespers, geboren als Aloïs zoals zijn peetoom-pastoor, is nu al een paar jaar met pensioen, maar de vakbondsman in hem ergert zich nog dagelijks. Aan de politisering binnen de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de instellingen die ervan afhangen, aan Guy Verhofstadt die zeer selectief tekeer gaat tegen de Griekse premier Tsipras en vooral over de gekleurde verslaggeving in de media. Wies Jespers: “Als politici zeggen dat Griekenland al 250 miljard euro gekregen heeft,
veel ruzie tijdens het kaarten, maar ik kende de bron van de ruzies ervan niet.” Zijn beide grootvaders waren burgemeesters van CVP-signatuur, maar sociaal bewogen. Wies Jespers studeerde Sociologie in Leuven en schreef een thesis over het financierskapitaal van de Boerenbond bij de latere senaatsvoorzitter Ward Leemans. Wies Jespers: “Ik kreeg vijf minuten om mijn thesis te verdedigen, nadien zei Leemans al grappend: je kan baas van de Boerenbond worden.” Wat Leemans niet wist: Wies Jespers had ondertussen een jaartje bij de Boerenbond gewerkt, maar was er ontslagen wegens te kritisch. “Ik ga nooit de dreigende beelden vergeten van de grote boerenbetoging in 1972 toen de boeren vreselijk tekeer gingen in Brussel. Veel jonge boeren waren het totaal niet eens met het gedrag van hun collega’s én met het beleid van de top van de Boerenbond. Ik ben
WIES JESPERS, GEPENSIONEERDE VAKBONDSMAN
‘Ik erger me en toch was het vroeger niet beter’ dan vergeten ze erbij te zeggen dat het geld drie rondjes rond de Acropolis rijdt en nadien voor 90 procent terugkeert naar Duitse en Franse banken.” Ergernis ook over ‘zijn’ dagblad dat het onlangs presteerde om in dezelfde krant twaalf regels te wijden aan een analyse van pensioenspecialist van de PVDA Kim De Witte en twee volle bladzijden aan korte broeken voor mannen: “Waar zijn we mee bezig?” Wies Jespers noemt zichzelf een linkse socialist met een PVDA-kantje, maar: “John Crombez is wel goed begonnen als SP.A-voorzitter, duimen dat hij het volhoudt.”
“Was het vroeger beter? Nee, maar er moet wel een einde komen aan de partijpolitieke verkaveling”
Boerenbond Een stamboomsocialist is hij allerminst, hij komt uit een zeer Vlaamse familie met pastoors, verzetsstrijders én collaborateurs. Wies Jespers: “Nu ik op pensioen ben heb ik tijd om de familiegeschiedenis uit te vlooien. Mijn oom Aloïs was pastoor in de Sint-Jozefsparochie in Mortsel, tijdens de oorlog hield hij zich als proost van de scouts en de KAJ’ers bezig met de vliegroutes. Hij werd op 30 juli 1944 opgepakt en naar Dachau gestuurd. Op 7 mei 1945 werd hij bevrijd. Hij wordt vermeld in het boek Ik was 20 in ‘44 van Raymond van Pée dat bij Epo uitgegeven is. Ik werd precies een jaar later geboren, op 7 mei 1946.” Wies Jespers ontdekt nu gaandeweg zijn familiegeschiedenis, thuis heeft hij nooit over de oorlogsjaren kunnen praten, alles werd met de mantel der liefde toegedekt: “De mannen gingen samen jagen, ze deden aan boogschieten en ze kaartten, ze maakten wel
toen kritische voordrachten gaan houden, het is ook in die periode dat de Groene Kringen voor jonge kritische boeren werden opgericht.”
Loodzware middenkaders Wies Jespers heeft het geluk gehad mee te kunnen werken aan de uitbouw van Nederlandstalig Brussel. Dat was in de jaren 1970, dat waren de hoogdagen van het FDF, dat was de tijd waarin de partijpolitieke verkaveling nog niet had plaatsgevonden. Wies Jespers: “Ik had Anne (zijn partner, DV) beloofd om me niet te veel te ergeren, maar toch. In bepaalde kringen is het bon ton om de geschiedenis van Vlaams Brussel te laten beginnen in 1989, maar dat is helemaal niet zo.” Toen is wel de partijpolitieke verkaveling begonnen: “Tijdens de eerste legislatuur heeft
Wies Jespers, vakbondsman en linkse socialist, poseert in de zandbak die normaal gezien is voorbehouden aan zijn kleinkinderen.
men zich nog gedeisd gehouden. Maar daarna werd het erger. Een voorbeeld. Het wijkhuis Chambéry was zeer succesvol maar behoorde tot geen enkele zuil. Op zeker moment werden de subsidies drastisch verminderd door het bevoegde colleglid Brigitte Grouwels. Had zij problemen met het ongebonden karakter van
het wijkhuis? Guy Vanhengel in ieder geval veel minder.” Die partijpolitieke verkaveling speelde ook mee tijdens de examens. Jespers: “Ik heb vanuit de vakbond verschillende examens meegemaakt als waarnemer. Zeker voor de hogere kaders was de jury partijpolitiek samenge-
BDW 1483 PAGINA 23 - DONDERDAG 16 JULI 2015
© IVAN PUT
steld. Men trachtte ook op alle directeurs een partijpolitiek etiket te plakken.” En zegt Jespers: “Net zoals bij de VlaamsBrusselse Media de raad van bestuur op één of twee mensen na partijpolitiek gekleurd is en het terrein niet kent. Waarom maken ze oud VRT-journalist Walter Zinzen geen voorzitter
En dan is er de administratie die hij goed kent. Jespers : “Ik weet uit eigen ervaring dat de administratie van de VGC zeer goed werkt. Maar ook die kan het met veel minder kaders doen, voor een kleine administratie moet een zevental directeurs volstaan. Die partijpolitieke verzieking zorgt er ook voor dat de politici tegen de grens van de goednieuwsshow aanschurken. Verder herinner ik me de discussie in de raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie over het plaatstekort in het Nederlandstalig onderwijs. Het LOP had het over een duizendtal kinderen, dat werd betwist door Guy Vanhengel, alleen kon hij zelf geen exact cijfer noemen. Dat roept vragen op over de wetenschappelijke onderbouw van het beleid, een minister of zijn medewerker moeten die cijfers toch kennen.” Zijn Brusselse carrière begon Wies Jespers in Etterbeek, geen onbelangrijke plek in de geschiedenis van Vlaams Brussel. Etterbeek, dat is Vic Uyttbroek (de vader van Annemie, DV), dat is Carlos Holvoet en Sandor Szondi en later Michiel Vandenbussche. Hij herinnert zich ook Rika Steyaert die in Etterbeek trouw alle raden van bestuur bijwoonde, het was het begin van de sociaal-culturele raden en de NCC (voorloper VGC, DV). Wies Jespers: “De periode voor 1989 was een boeiende periode, er waren twee stromen: het sociaal-culturele en het welzijnswerk met actieve pastoors zoals Daniël Alliët die nog altijd actief is en dan was er ook de kunstenscène met toneel in de kelders van de Basiliek, met de KVS en Mallemunt, met de Beursschouwburg. Mallemunt was een verademing. De Vlamingen konden out of the box denken, ze kwamen uit hun loopgraven. Mallemunt zou je tegenwoordig een landmark noemen. Maar was alles vroeger beter? Zeker niet. Vroeger had de KVS een klein publiek. Franz Marijnen heeft de KVS opengegooid en Jan Goossens is op die weg verdergegaan. De Vlamingen in Brussel gaan voor een open stad waarin samengewerkt wordt met de Franstaligen.” En toch ergert hij zich aan de politieke bemoeienissen: “Gisteren hoorde ik dat Open VLD vindt dat Blokken moet blijven bestaan op de VRT. Jongens, waar bemoeien die zich mee? De politiek moet het kader scheppen en zich verder niet bemoeien, zo is Vlaams Brussel ontstaan, van onderuit. De politiek en administratie hebben dat gestroomlijnd. Maar er komt een basisbeweging op gang, kijk maar naar Ringland in Antwerpen. Er is Syriza in Griekenland, Podemos in Spanje en morgen hier.” Wies Jespers is nog altijd actief in het afdelingsbestuur van de Acod, hij zetelt ook in de raad van bestuur van het AMVB en Geneeskunde voor de Derde Wereld. Toen hij op pensioen ging is hij niet in een zwart gat gevallen, hij heeft het geluk gehad een groot congres te mogen organiseren voor The international association of democratic lawyers, waarvan de Turkse voorzitter in de gevangenis zit. Een van zijn zeven broers werkt bij het Progress Lawyers Network: “We hebben lokalen kunnen huren aan de VUB voor een prijsje en we hebben van Guy Vanhengel een mooie subsidie gekregen in het kader van de internationale uitstraling van Brussel. Kijk, dat is dan Guy op zijn best. Ik mag hem wel, maar als ik het oneens ben, zeg ik het ook.” Danny Vileyn De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet
Dj Mukambo (Groovalicious): “We willen mensen laten dansen.”
Shaken onder de sterren BRUSSEL – Delicious Global Grooves, dat is wat Groovalicious u belooft. De feestjes bestaan nog maar twee jaar maar zijn een hit bij dansend Brussel. Voor de zomereditie vaart Groovalicious tijdens Brussel Bad uit met de Boatclub. Benjamin Tollet, aka dj Mukambo, heeft alvast een selectie lekkers klaar. Wat is Groovalicious en wat is het idee achter de feestjes? Dj Mukambo: “Dj Bruselo en ik misten iets in het Brusselse nachtleven. De rijke muzikale cultuur die in de wereld aanwezig is, komt hier amper aan bod in discotheken. We wilden feestjes organiseren waarop iedereen zich thuis kan voelen, met muziek uit de vier windstreken én waarop gedanst wordt. Dj Bruselo, een Albanese Brusselaar, brengt Balkan, Arabische muziek, hiphop, Jungle. Ikzelf ben zot op Afrobeat, Braziliaanse muziek, reggae,... We willen de vele goeie dj’s die door hun muziekkeuze amper of niet aan bod komen in het Brusselse, ook betrekken. En mensen laten dansen op urban grooves. Kortom, Groovalicious. We zijn zowat twee jaar geleden gestart in La Tentation, ondertussen feesten we in La Tricoterie. En vanaf volgend seizoen organiseren we ook feestjes in de KVS.” Feesten op een boot, hoe werkt dat? Dj Mukambo: “We beginnen om 18 uur te draaien aan het Croisetteke. Dat is een stukje Bruxelles Les Bains waar mensen kunnen aperitieven en dansen. Daar warmen we het publiek op. Om 23 uur schepen we in en beginnen we aan de real stuff. Vanaf 23 tot 3 uur varen we over het kanaal terwijl wij draaien en het publiek danst. Dansend onder de blote sterrenhemel zet-
ten we de nacht in. Om 3 uur arriveren we opnieuw aan de Akenkaai. Het aantal plaatsen is beperkt. Tweehonderd danslustigen kunnen meedansen op de beats van de Groovalicious dj’s en onze special guest Rocky Marsiano. Wij kijker ernaar uit om te draaien op Brussel Bad. Het betekent dat we aan het groeien zijn en dat onze stijl geapprecieerd wordt.” Nu op een boot, binnenkort ook in KVS. Waar dromen jullie in de toekomst nog van? Dj Mukambo: “We zijn heel blij met de huidige feestjes. Die zijn intercultureel en intergenerationeel. Global Grooves komen op geen enkele radio aan bod. Radiozenders zijn vandaag meer bezig met luistercijfers en maken mensen amper warm voor nieuwe genres. Wij doen dat wel en het werkt! Ook de samenwerking met La Tricoterie loopt heel vlot, een toffe bende. Volgend seizoen organiseren we voor het eerst afwisselend feestjes in La Tricoterie in Sint-Gillis en in de KVS in Brussel. Dat zijn twee verschillende locaties met elk hun eigen publiek. Wij hopen op een kruisbestuiving. Wij zijn twee Brusselaars die weinig te maken hebben met de ‘Belgische problemen’. Wij gaan dan ook voor een gemengd publiek op alle vlakken, qua leeftijden, taal, achtergrond,... Nog meer Afrikanen op onze feestjes krijgen zou leuk zijn. Zowel achter de draaitafels als in het publiek.” Hanne De Valck 25/7 op Brussel Bad. Vanaf 18u gratis aan het Croisetteke. Vanaf 23u tot 3u op de Boatclub. €10 VVK, €12 ter plaatse. 19/9 voor het eerst in KVS-box. www.groovalicious.eu
RECORDAANTAL BEZOEKERS CHAGALL. De Chagall retrospectieve die van begin maart tot eind juni in het KMSK te bezichtigen was, lokt een recordaantal van 150.840 bezoekers. n BRUKSELLIVE 2015. Op 25 juli vindt de elfde editie van Bruksellive plaats. In het Ossegempark aan het Atomium kan je luisteren naar Youngblood Brass Band, genieten van de Brusselse Faces On TV en dansen op Horse Meat Disco. n EXPO LA CAMBRE. Nog tot 20 juli kan je in de Citroëngarage de vernissage van de architectuurstudenten van La Cambre bijwonen. 22 voorstellen voor de toekomst van dit unieke gebouw worden gepresenteerd. Maandag tot vrijdag van 10u-18u. Zaterdag van 10u-16u. n EXPO CARTIER-BRESSON VERLENGD. De expo van fotograaf Henri Cartier-Bresson in het Joods Museum van België wordt verlengd. Nog tot 6 september kan je kennis maken met de 133 zwart-witfoto’s van de medeoprichter van fotoagentschap Magnum. Dagelijks van 10u-17u. Maandag gesloten. Samengesteld door Hanne De Valck
CULTUUR KORT
Out of the box
3 VRAGEN AAN DJ MUKAMBO © WILLEMJAN VANDENPLAS
van jullie raad van bestuur? Dat is geen makkelijke man, maar die kent wel de stiel. In een raad van bestuur of in een jury moeten deskundigen zetelen, geen partijpolitieke aangestelden. De politici bemoeien zich veel te veel, dat zorgt ook voor loodzware middenkaders zoals bij de VRT.”
BDW 1483 PAGINA 24 - DONDERDAG 16 JULI 2015
© DAVID STOCKMAN / BELGAIMAGE
Delegatieleider Philippe Préat (uiterst links op de foto): “Indien de ouders van Onoshima niet hadden besloten om in Evere te gaan wonen, dan was er maar één Brusselaar bij. Ach, België is toch zo klein.”
BDWSPORT
BRUSSEL – De Europese Spelen van Bakoe zitten er nog maar net op, en daar is het volgende multisportevenement al. Delegatieleider Philippe Préat (51) trekt met 75 jonge atleten naar het Europees Jeugd Olympisch Festival (EJOF), dat van 26 juli tot 1 augustus plaatsvindt in Tbilisi. Onder hen maar twee Brusselaars, al ziet Préat daar geen tendens in. “De regio’s leggen hun eigen accenten en dat heeft zo zijn voor- en nadelen.” “Het EJOF is een sportmanifestatie waarbij jonge atleten hun niveau kunnen meten,” vertelt Préat. “Voor sommigen is het hun eerste ervaring met een groot kampioenschap en de gelegenheid om zichzelf te evalueren. Volleyballers en judoka’s kunnen op die leeftijd (-18 jaar, red.) al aan grote internationale competities deelnemen, maar zwemmers bijvoorbeeld niet. Het heeft dus zeker belang.” Dit tweejaarlijks sportevenement biedt jonge sporters de kans om aan te treden in negen disciplines: atletiek, basketbal, gymnastiek, handbal, judo, tennis, volleybal, wielrennen en zwemmen. Het eindresultaat is niet het allerbelangrijkste, wel de verzamelde kennis en ervaring. Het uiteindelijke doel ligt verder weg in hun carrière. “Dat zijn de Olympische Spelen. Je hebt sporters die goed waren op het EJOF en niet op de Spelen, en omgekeerd. Neem nu meerkampster Nafissatou Thiam, die iedereen ondertussen wel kent. Zij nam op het EJOF deel aan het speerwerpen, omdat er een andere uitstekende hoogspringster in de selectie zat. Wel, zij heeft de finale zelfs niet gehaald. Maar wij wisten dat dat niets wegnam van het potentieel en talent dat ze heeft.” “Een ander voorbeeld is Tia Hellebaut, die in 1995 op het EJOF niet verder is geraakt dan een negende plaats in het hoogspringen. Zij behaalde later wel Olympisch goud. Kim Gevaert en Ann Simons hebben dan weer wel geschitterd op beide competities. Daarom zien we dit als een indicator. Je moet het resultaat op het EJOF op zich relativeren.” De atleten die ons land afvaardigt, moeten eerst geselecteerd worden door hun federatie om finaal tot de selectie van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) te kunnen behoren. Dit jaar is de Belgische delegatie 75 atleten sterk, die in acht van de negen disciplines zullen aantreden. “Enkel in handbal vaardigen we geen ploeg af, omdat onze ranking in die leeftijdsklasse niet hoog genoeg is.” “In het volleybal en basketbal sturen we enkel meisjesploegen, waardoor onze selectie met
54 meisjes grotendeels vrouwelijk zal zijn. Voor mij is dat geen groot verschil, ik moet er als delegatieleider sowieso voor zorgen dat alles vlot verloopt. De infrastructuur in Tbilisi is alvast goed, dat heb ik tijdens een werkbezoek vastgesteld. Er zijn verschillende nieuwe constructies en heel wat infrastructuur is gerenoveerd. Het is leuk dat er voor het eerst een dorp zal zijn tijdens het EJOF. Zo wordt het echt een miniatuurversie van de Olympische Spelen.” Het merendeel van onze atleten zullen voor het eerst aan een evenement van dit belang deelnemen. Uiteraard gaan ze om te winnen, maar Préat en zijn team benadrukken dat de ervaring die ze er opdoen belangrijk is en dat ze vooral naar hun eigen prestatie moeten kijken. Als ze het beste van zichzelf geven, zullen de resultaten wel volgen. Dat geldt zeker voor de zestienjarige gymnast Takumi Onoshima uit Evere. “Hij heeft het afgelopen jaar heel wat vooruitgang geboekt. Een specialisatie in een bepaald nummer hebben gymnasten op die leeftijd nog niet. Hij zit op de topsportschool van Bergen en dat betekent dat hij wekelijks 25 à 30 uren traint. Gymnasten zijn atleten die zeer gefocust bezig zijn met hun sport.” “Je kunt nu nog niet zeggen of die jongen een grote toekomst voor zich heeft. Bij sommige meisjes kan je dat wel. De nationale trainer vertelde me dat twee meisjes die aan het EJOF deelnemen, aanspraak maken op een selectie voor Rio. Bij de jongens is de stap tussen beide niveaus groter. Het zal nog zeker drie à vier jaar duren voor je Onoshima echt kunt evalueren. Dit is ook zijn eerste ervaring op een grote internationale competitie met dergelijke sterke tegenstand.”
Twee visies De eveneens zestienjarige Justine Dejemeppe is onze tweede Brusselse vertegenwoordiger. De loopster uit Vorst zal aan de vierhonderd meter deelnemen, en dat is een kleine verrassing. Zij boekte de afgelopen maanden forse progressie. “Met Allerheiligen organiseren we steeds een stage waar de federaties atleten afvaardigen die aan bepaalde criteria voldoen. Daar was Justine nog niet bij, dus dat betekent dat ze de afgelopen maanden stappen vooruit heeft gezet. Je mag haar zien als een verrassing, ja. Met 56.78 heeft ze een goede tijd neergezet, maar het is moeilijk om bepaalde verwachtingen uit te spreken.” Met de veertienjarige Maellyse Brassart van Gym Phenix Oudergem heeft Brussel ook nog een atleet bij de reserves. Indien een van de drie geselecteerde meisjes afhaakt, zal zij haar vervangen.
SPORT > TWEE BRUSSELAARS TREKKEN NAAR HET EUROPEES JEUGD OLYMPISCH FESTIVAL
‘ACH, BELGIË IS ZO KLEIN’ “Sportbeoefening is zeer regionaal in België. Hockey wordt vooral in Brussel en Antwerpen gespeeld, handbal in Limburg en Luik, …”
Twee atleten op 75 is een nogal karige Brusselse vertegenwoordiging binnen de Belgische delegatie. Philippe Préat ziet er geen bepaalde tendens in. Hij wijst op de verschillende atleten uit de Rand die een band kunnen hebben
met de hoofdstad. “Tja, onze 4x400m ploeg was op een bepaald moment volledig samengesteld uit Brusselaars en was wereldtop. En is dat trouwens nog steeds. Het hangt van zoveel af. Indien de ouders van Onoshima al die jaren terug niet hadden besloten om in Evere te gaan wonen, dan was er maar één Brusselaar bij. Ach, België is toch zo klein.”
Allemaal atleten Een tendens die wel opvalt, is de meerderheid Vlamingen binnen de selecties voor grote multisportevenementen. Vlaanderen en Wallonië leggen elk hun eigen accenten wat sportbeoefening betreft, en dat heeft zo zijn gevolgen. “Vlaanderen heeft de keuze gemaakt om tien sporten volledig te ondersteunen. Atleten in andere sporten moeten echt wel top zijn om steun te krijgen. Ze investeren bijvoorbeeld veel in volleybal en hebben dan ook uitstekende spelers – heel de volleybalploeg op het EJOF is Vlaams –, maar atleten die aan taekwondo doen, krijgen dan weer veel moeilijker steun. Nochtans zijn ook zij zeer goed bezig.” “Langs Franstalige kant kiest men om een bredere steun te bieden. Alle federaties krijgen iets, ook de kleinere, maar er wordt minder ingezet op specifieke disciplines. Iedereen krijgt een deel van de koek.” Brusselse clubs moeten kiezen tussen een aansluiting bij de Franstalige- of de Nederlandstalige federatie. De meerderheid is bij de Franstalige federatie van zijn discipline aangesloten. Brusselse en Belgische atleten kiezen echter niet altijd volgens de taal die ze spreken, maar ook volgens de kansen die hen worden aangeboden. Zo sloot Vlaamse loper Jeroen D’hoedt zich bijvoorbeeld aan bij de Franstalige atletiekfederatie toen zijn tewerkstellingscontract niet verlengd werd bij Atletiek Vlaanderen. De sportbeoefening blijft wel grotendeels grondgebonden. “Sportbeoefening is zeer regionaal en traditioneel in België. Hockey wordt vooral in Brussel en Antwerpen gespeeld, volleybal voor negentig procent in Vlaanderen, handbal in Limburg en Luik, … Dat zijn zaken waar weinig in lijkt te veranderen.” “Persoonlijk vind ik het geen goede zaak dat de federaties gesplitst zijn. Maar het BOIC heeft daar niets over te zeggen en kijkt ook niet naar de federatie waarbij iemand is aangesloten. Voor ons zijn het allemaal atleten.” Tim Schoonjans U kunt de EJOF volgen via www.teambelgium.be en www.tbilisi2015.com
BDW 1483 PAGINA 25 - DONDERDAG 16 JULI 2015
@RedBullBe Sadly @Tomdedorlodot had to pull out of @RedBullXAlps after injuring his foot in an accident.
ESTAFETTE > BRAM VAN DE VELDE
Over schoonfamilies en grafheuvels
© SPORTIZON
Slecht nieuws voor Thomas de Dorlodot. De Brusselse avonturier, die de wereld rondreist met zijn parapente, heeft Red Bull X-Alps vroegtijdig moeten verlaten. Tijdens deze wedstrijd moeten atleten te voet en met de parapente een afstand van 1.038 kilometer door de Alpen afleggen. De Dorlodot kwam bij het opstarten ten val en moest opgeven met een voetblessure. Gelukkig is die niet te ernstig. TS
©G
LOTTO STREET SOCCER IN DE HOOFDSTAD
DE STRAAT IS VAN DE KETJES het toch vooral jongeren uit Brussel. In Leuven stuurt bijvoorbeeld voetbalclub Oud-Heverlee Leuven een paar ploegen, in Brussels zijn het echt straatvoetballers. We verwachten zo’n honderdvijftig spelers.”
Wie worden de KING AND QUEEN OF THE BEACH? Daar wordt tijdens het weekend van 24 en 25 juli een antwoord op gegeven tijdens het gelijknamige tornooi. Het concept is eenvoudig: zowel de acht best geplaatste mannelijke als de acht best geplaatste vrouwelijke beachvolleybalspelers nemen het tegen elkaar op in zeven wedstrijden. De winnaars kronen zich tot king en queen. Het tornooi wordt georganiseerd door de Barbar Girls in het Jubelpark, van 9 tot 17 uur. Op vrijdag volleyballen bedrijven uit de buurt en jongeren. Meer info op www.belgiumbeachvolley.be. Datzelfde weekend vinden de BELGISCHE KAMPIOENSCHAPPEN ATLETIEK plaats. Beide dagen wordt er omstreeks twaalf uur begonnen met sporten. Op zaterdag worden de reeksen afgewerkt, zondag de finales. Ook atleten met een handicap zullen in het Koning Boudewijnstadion de nationale titel in hun disciplines proberen binnen te halen.
Tickets zijn verkrijgbaar aan de ingang van het stadion. Wie de beste tennisser is van LE ROSEAU OPEN zal op zondag 2 augustus bekend zijn. Het tornooi van de Ukkelse club gaat van start op vrijdag 24 juli en ontvangt spelers van alle categorieën. Het prijzengeld bedraagt 10.000 euro. Op vrijdag 31 juli vindt het feest van het tornooi plaats. Meer info op www.leroseau.be. Supporters van RWDM kunnen hun ploeg eindelijk aan het werk zien. Na een korte stage aan zee spelen ze op dinsdag 21 juli hun eerste oefenmatch, op en tegen Cercle Brugge. Er zijn al verschillende honderden abonnementen aan de man gebracht. Geïnteresseerden kunnen op Supporters van www.rwdm47.be terecht. ANDERLECHT kunnen hun helden op vrijdag 31 juli van dichtbij zien tijdens de jaarlijkse FANDAG. Ze kunnen dan het stadion bezoeken, handtekeningen verzamelen, de ploegpresentatie bijwonen, en nog veel meer.
SPORT KORT
BRUSSEL – De Brusselse ketjes zijn krakken in het straatvoetbal. Op donderdag 23 juli zullen ze daar terug het bewijs van leveren tijdens de negende editie van Lotto Street Soccer, dat in tien verschillende steden wordt georganiseerd. “We hebben tot het einde van de ramadan gewacht om de Brusselse editie te organiseren,” vertelt Sarah Tordeur, projectmanager bij organisator Sportizon. “We hebben het eens tijdens de ramadan georganiseerd, maar je merkte dat heel wat spelers het moeilijk hadden omdat ze met een lege maag speelden. Dus houden we daar nu rekening mee.” Die spelers kunnen in drie leeftijdscategorieën aan de bak: -10, -13 een -16. Om half twaalf beginnen de eerste twee leeftijdsgroepen er aan, vanaf 15 uur is het aan de ouderen. De formule is die van een klassiek tornooi, met een poulefase gevolgd door een eindfase. “Op de esplanade voor het Koning Boudewijnstadion zullen drie opblaasbare voetbalvelden van twaalf op twintig meter geplaatst worden. De wedstrijden worden door vier spelers per ploeg gespeeld, maximaal twee reservespelers mogen onbeperkt wisselen.” “Tijdens de andere edities nemen jongeren uit verschillende steden deel, maar hier zijn
Martijn en Thomas Op vlak van straatvoetbal heeft Brussel een uitstekende reputatie. Toppers als Soufiane Bencok en Elias Tadili figureren in het promofilmpje van het evenement en hebben er in het verleden ook aan deelgenomen. “Je ziet dat de jonge gasten naar hen opkijken. Het zijn goede voorbeelden van wat je als straatvoetballer kunt bereiken.” “Kort na de middag komen Martijn en Thomas, bekend van Belgium’s Got Talent, een freestyleshow geven. De aanwezige spelers zullen ook de kans krijgen om hun kunsten te tonen. Daarvoor krijgen ze dertig seconden. De twee besten zullen een finale spelen. Wie liever even uitrust, kan terecht op een van de twee Playstations die we er gaan plaatsen. De deelnemers zullen zich niet vervelen.” Tim Schoonjans De deelname aan Lotto Street Soccer is gratis. Inschrijven kan via www.lottostreetsoccer.be of ter plaatse, vanaf elf uur.
TS
OO
E GLE
ART
H
Mijn schoonouders zijn schatten van mensen. Ze zijn, op mijn eigen verwekkers na uiteraard, de liefste en meest behulpzame mensen ter wereld. Wassen, plassen, koken, babysitten. Ze doen het allemaal. Mijn schoonmoeder staat zowat een halve dag aan het fornuis. Haar eega heeft mijn badkamer voorzien van een handdoekrekje. Opgehangen met gemillimeterde precisie. Hun plaats in het Hiernanogmaals is dubbel en dik verdiend. Het is ronduit heerlijk dat ze huishoudelijke taken overnemen en ik en vrouwlief na het werk niet nog even langs de supermarkt of de crèche moeten. Er is zelfs tijd om me uit te leven in het zwembad of op de fiets. Of zelfs op de computer. Want u mag gerust weten: terwijl ik dit schrijf hossen achter mijn rug twee kwieke zestigers achter mijn zoon aan. Ik duim ervoor dat ze hem te pakken krijgen voordat die tandenborstel in zijn oog belandt. Er gaan er een paar goed slapen vannacht. Anderzijds blijven het schoonouders. Die worden zo genoemd omdat je er, hoe lief en vol goede bedoelingen ook, op een gegeven moment schoon genoeg van krijgt. Zeker als ze tien dagen op de slaapzetel in je salon kamperen. Gelukkig is het probleem ineens ook de oplossing. Mijn zoon moederziel alleen in zijn park steken en hopen dat ik hem twee uur later levend aan zou treffen, is me te link. Maar daar dient de schoonfamilie dus voor. Vorige week woensdag was de nood om even te ontsnappen plots niet meer te harden. Ik moest de deur uit. Mijn Specialized Crave was gelukkig nabij. Even later draaide ik achter het Ter Kamerenbos een van de zo-
vele bospaden van het Zoniënwoud in. Mezelf geruststellend met het feit dat ik een ‘terug naar start’-knop heb op mijn gpshorloge, fietste ik lukraak mijn neus achterna. Hier een keertje naar links. Verderop even rechts een ruiterpad in. Dat mag eigenlijk niet. Ruiterpaden zijn voor ruiters. Maar wie gaat me tegenhouden? De eekhoornpolitie? Op de kleine plateau door het mulle zand ploegen, dat jaagt de hartslag lekker de hoogte in en er komt nog wat stuurvaardigheid bij kijken. Had ik niet net daarom een mountainbike gekocht? Ik blijf het verbazend vinden hoelang je in het Zoniënwoud kan rondtoeren zonder ook maar een keer op dezelfde plek te komen. In dit geval was dat moeiteloos 35 kilometer. Op de Tumuliweg na. Die asfaltstrook van Hoeilaart tot ergens in Watermaal-Bosvoorde zag ik twee keer in mijn lus. Heen en terug. Om op te warmen en in het teruggaan om nog een laatste keer vol gas te geven. Brussel telt twee tumuli. Beiden liggen op mijn mountainbikeroute bezuiden het gewest. Zo’n tumulus is een grafheuvel uit de Gallo-Romeinse tijd. Als je ze niet weet liggen, rijd je er zo voorbij. Los van de geschiedenis is de Tumuliweg gewoon een fantastisch straatje. Het glooit en slalomt dwars doorheen een prachtig bos. Het wegdek ligt er feilloos bij. Het nodigt zowel uit om zalig uit te bollen als om hard te vlammen. Wat mij betreft een van de mooiste wegen van Brussel. Na anderhalf uurtje uitrazen zette ik woensdag onder een stralende dubbele regenboog koers huiswaarts. Helemaal opgeladen om het schoongevaar te trotseren. Bram Van de Velde is presentator op FM Brussel en actief vrijetijdssporter
REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-650.10.65, fax 02-650.10.38, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-650.10.80, 02-650.10.38. Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE73 7340 3974 6060, BIC: KREDBEBB van Vlaams-Brusselse Media vzw. Buiten België 30 euro per jaar. OPLAGE 62.609 exemplaren. PROMOTIE EN DISTRIBUTIE Ute Otten, Anne Burger, Maurice Droogh. ADVERTISING MANAGER Lisa Decrick: 02-650.10.66, 0474-67.03.84, fax 02-650.10.38 MARKETING MANAGER Frederik Welslau. HOOFDREDACTIE Christophe Degreef (ad interim). COÖRDINATIE Kim Verthé. EINDREDACTIE Ken Lambeets (eindredactie@bdw.be). VORMGEVING Peter Dhondt. REDACTIE Jean-Marie Binst, Bettina Hubo, Steven Van Garsse, Danny Vileyn. BRUSSELNIEUWS Kris Hendrickx (hoofdredacteur), Sandra Schreurs (projectcoördinator), Jelle Couder, Sara De Sloover, Eric Vancoppenolle, Laurent Vermeersch. MEDEWERKERS Nicky Aerts, Michaël Bellon, Alex Deforce, An Devroe, Elien Haentjens, Eva Hilhorst, Ilah, Toon Lambrechts, Wauter Mannaert, Tom Peeters, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Karel Van der Auwera, Bram Van de Velde, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Marc Gysens, Ivan Put, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh. VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Christophe Degreef, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE N.N.. Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).