AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153
LE MERAVIGLIE, HET ITALIAANSE AVONTUUR VAN SAM LOUWYCK En ook: Roosbeef, Bed Rugs, Body Talk en Anima.
12 02 15
BOUWWOEDE IN DE VIJFHOEK LOODSEN EN HUIZEN TEGEN DE VLAKTE VOOR GROOT WOONPROJECT
NENA PEETERS MAAKT LEVENSGROTE STRIP IN BRUSSEL-NOORD LEES P. 18-19
DEZE WEEK OP BUS 47: Wijkcomité niet blij met dienstregeling LEES P. 10
BRUSSEL – De Anneessenswijk is aan de kranen en de bulldozers. Zoals hier in de Fabrieksstraat, niet ver van de Ninoofsepoort, waar een enorm terrein van 18.000 vierkante meter met loodsen en vervallen huizen plaats moet maken voor een groot woonproject. Besix Red bouwt er 205 woningen, zowel appartementen in diverse formaten als huizen met een tuintje. Die worden opgetrokken rond drie binnentuinen. Canal District is maar één van de vele bouwprojecten in de wijk. Er rezen eerder al woonblokken uit de grond. Er komt verder in de buurt een nieuwe campus van de Erasmushogeschool en een nieuwe Nederlandstalige school. SVG FOTO: © SASKIA VANDERSTICHELE
FILOSOFE CHANTAL MOUFFE:
“Centrumlinks en centrumrechts zijn als Pepsi en Coca-Cola” LEES P. 6-7 N° 1461 VAN 12 TOT 19 FEBRUARI 2015 ¦ WEEK 7: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE
© WWW.WIKIMEDIA.ORG
BDW 1461 PAGINA 2 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
VAN DE REDACTIE
door Danny Vileyn
Elk uur paraat Brussels schepen van Handel Marion Lemesre (MR) dient een aanvraag in om heel de Vijfhoek tot toeristische zone om te turnen. Dat betekent dat de winkels zeven dagen op zeven open mogen zijn. In de Kamer heeft Open VLD een wetsvoorstel ingediend om de openingstijden van winkels te verruimen van vijf uur ‘s ochtends tot tien uur ‘s avonds. De 24 uurseconomie is in zicht. Maar willen we dat wel? In Nederland is de zondagsrust veel langer heilig gebleven dan bij ons. Anderzijds is de toeristische zone van Amsterdam veel groter dan die van Brussel. Waarmee ik maar wil zeggen: we moeten de dingen goed uit elkaar houden. De bezorgdheid van Lemesre om de Vijfhoek op te krikken is zeer terecht. De achteruitgang van de kwaliteitshandel en de verpaupering moet dringend een halt worden toegeroepen. Dat Lemesre als liberaal de toeristische zone wil vergroten is begrijpelijk. Ze ziet er een middel in om een nieuw koperspubliek aan te boren. Vlamingen en Walen bijvoorbeeld die de hoofdstad om honderd-en-een redenen de rug hebben toegekeerd. Of toeristen die nu in Parijs of Londen gaan winkelen naar Brussel lokken. Lemesre wil ook vooral - en hier heeft ze zeker een punt - de handelaars van de Vijfhoek wapenen tegen de concurrentie van
de Neo’s, de Docks Bruxsels en de Uplaces van deze wereld. Ter verschoning van Lemesre moet dan nog gezegd worden dat de liberalen in de oppositie zaten toen Neo en Docks groen licht kregen. Maar alleen de bestaande winkels zeven dagen op zeven openlaten, zonder kwaliteitsvolle nieuwkomers aan te trekken, is een maat voor niets. Het is harder werken voor de zelfstandige winkeliers, vaak voor hetzelfde inkomen. Winkels met personeel staan ook voor grotere kosten. Lemesre trekt nu 180.000 euro uit voor nationale en internationale campagnes. Ze kan maar hopen dat de Brusselse regering dat bedrag vervijfvoudigt. Wat Lemesre dus vooral moet doen is nieuwe merken lokken, zoals ambachtelijke winkels voor klanten die vinden dat voeding best wat mag kosten. De ervaring leert echter dat het openen van kwaliteitswinkels hand in hand moet gaan met een versnelde terugkeer van middeninkomens. Meer dan 20 jaar geleden opende de private sector een dure food market in de Sint-Gorikshallen. Het feest was vlug voorbij. Er was toen veel kommer en kwel in de buurt. Lemesre verdient krediet voor haar pogingen om het centrum op te krikken. We wachten vol spanning op meer plannen. Maar laten we die ruimere openingstijden vooral beperken tot de toeristische zones. Alle winkels in heel het land openen van vijf uur ‘s ochtends tot tien uur ‘s avonds is nergens voor nodig. We zijn New York niet. Met alle nadelen van dien. Maar ook met de voordelen. Hier hoef je niet op elk uur van de dag paraat te staan.
WAUTER MANNAERT MANGA CAT CAFÉ OPENT IN SINT-JOOST
VAN VRIJMETSELAARSTOT KATTENTEMPEL SINT-JOOST-TEN-NODE – Op 13 februari opent het Manga Cat Café zijn deuren in de Koningsstraat. Het concept: een gespecialiseerde leeszaal met zes snorrende mascottes. Het pand, officieel het Huis Cohn Donnay, huisvest al tientallen jaren De Ultieme Hallucinatie. De volledige bel-etage werd en wordt gebruikt als brasserie en restaurant; in het prachtige achterhuis vonden tal van besloten dinertjes en politieke vergaderingen op het allerhoogste niveau plaats. VTM werd er boven de doopvont gehouden. Op de eerste verdieping vond, in de eerste helft van de vorige eeuw, de enige joodse vrijmetselaarsloge van het land onderdak. Fred Dericks, de ziel achter De Ultieme Hallucinatie, heeft dit merkwaardige interieur altijd intact gelaten: een katheder op treden, het geheel van streng aandoende banken en lambriseringen. De maçonnieke en de joodse symbolen en de verdere elementen van de aankleding waren door de
vroegere eigenaars meegenomen. Deze grote ruimte wordt nu een paradijs voor katten en manga’s. Het eerste kattencafé zag het daglicht in Taiwan. Het verschijnsel waaide over naar Japan en groeide uit tot een echte rage. De kat is daar hét symbool van geluk, welvaart en succes in zaken. De oude legende vertelt dat een feodale heer uitrustte onder een boom en met de grootste aandrang gewenkt werd door een kat. Nieuwsgierig ging hij naar het dier toe en toen vernielde een blikseminslag de idyllische plek. Het verhaal kent talloze varianten en de wenkende kat werd hét icoon van de manga’s. Later zagen de Katzentempel en het Schnurrcafe in München en Berlijn, Le Palais des Chats in de omgeving van het Grand Palais en het Petit Palais te Parijs en de Gatotheca in Madrid het levenslicht. Vorig jaar nog volgde Le Chat Touille in Sint-Gillis. Ook in het Brusselse Chinatown krioelt het van beeldjes van katten met een mobiel voorpootje. Kortom, de kat is voor het Japan-
BDWVOORGROND
BDW 1461 PAGINA 3 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
CULTUUR > GATZ BESTUDEERT AANVRAAG ‘MET WELWILLENDHEID’
KAAITHEATER WIL TWEEDE ZAAL BOUWEN AAN SAINCTELETTESQUARE
BRUSSEL – Het Kaaitheater heeft ambitieuze verbouwingsplannen. Het kunstencentrum wil een tweede, kleine zaal bouwen aan de Sainctelettesquare. Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD) staat daar in principe positief tegenover. Maar daarvoor moet eerst een nieuwe erfpachtovereenkomst worden afgesloten met de privé-eigenaar van het gebouw.
H
et Kaaitheater zou graag werken uitvoeren aan de podiuminfrastructuur van de grote zaal, maar vernam recent van de Vlaamse administratie dat die werken niet kunnen plaatsvinden. Reden: de erfpachtovereenkomst van de Vlaamse Gemeenschap met de privé-eigenaar, de nv Immobilière Moderne, loopt af binnen acht jaar, in 2023. De Vlaamse Gemeenschap hanteert een minimumtermijn van tien jaar. Loopt een huur- of erfpachtovereenkomst af in minder dan tien jaar, dan worden de werken als te risicovol beschouwd, omdat ze dan boekhoudkundig niet
se stripverhaal wat Snoopy is voor Charlie Brown en - om in de Belgische stripwereld te blijven - wat Jolly Jumper en Rataplan zijn voor Lucky Luke. Dat zijn nog heel armoedige vergelijkingen.
schap. Maar echte onderhandelingen over de vernieuwing van de erfpachtovereenkomst zijn nog niet gestart.”
‘Aanwezigheid verankeren’ Dat bevestigt ook Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD). “We willen de aanwezigheid van het Kaaitheater op lange termijn verankeren. Gesprekken met de eigenaar worden binnen enkele maanden opgestart. Ik engageer me ertoe dat het Kaaitheater ook na 2023 in zijn huidig gebouw kan blijven.” Behalve de instandhoudingswerken heeft het Kaaitheater ook ambitieuze uitbreidingsplannen. Het Kaai wil graag een tweede zaal inrichten aan de Sainctelettesquare met een tweehonderdtal plaatsen. Die zou er dan komen aan de kant van de Akenkaai, waar zich vroeger het onthaal bevond. Daarmee zou het Kaaitheater beschikken over één grote en één kleine zaal in hetzelfde gebouw aan het kanaal. Nu is het Kaai verspreid
meer kunnen afgeschreven worden. “Er moeten dringend werken gebeuren aan onze theatertoren”, legt Kaaitheaterdirecteur Guy Gypens uit. “Meer bepaald aan de zogenaamde theatertrekken, dat is een hijsinstallatie. De meeste theaters beschikken over een elektronisch systeem om decor en licht omhoog te trekken. Bij ons moet dat nog manueel gebeuren,” aldus Gypens. “Er zijn ook nog andere kleine werken aan het gebouw.” Het Kaaitheater wil zo snel mogelijk duidelijkheid over zijn toekomst aan de Sainctelettesquare. “We hebben zelf al contact genomen met de eigenaar en met de Vlaamse Gemeen-
De tweede zaal zou er komen aan de kant van de Akenkaai, waar zich vroeger het onthaal bevond.
over twee sites, met de Kaaistudio’s in de Onze-Lieve-Vrouw van Vaakstraat. De concentratie zou veel logistieke voordelen bieden. Bovendien is het aantal zitplaatsen in de huidige Kaaistudio’s, honderdtwintig, te klein om de Studio’s rendabel te houden. De gages in de kunstenwereld zijn de jongste jaren immers sterk toegenomen. Als de plannen worden gerealiseerd, dan zou het aantal voorstellingen in de Kaaistudio’s aan de Onze-Lieve-
Vrouw van Vaakstraat verminderen. “De Kaaistudio’s kunnen we dan meer gebruiken als repetitieruimten”, aldus Gypens. Ook biedt dit mogelijkheden voor Workspace Brussels, een werkplaats voor podiumkunsten, die nu al gebruikmaakt van de ruimte en dat nog meer zou kunnen doen. Minister Gatz heeft oren naar de uitbreidingsplannen van het Kaaitheater. “Een tweede podium zou inderdaad een pluspunt kunnen betekenen voor het Kaaitheater. Ik wil de aanvraag met welwillendheid bestuderen. Het zal wel nog twee tot drie jaar duren eer het dossier rijp zal zijn.” Het Kaaitheater zag het levenslicht in 1977, en was toen een nomadisch festival in Brussel. Eind de jaren 1980 nam het zijn intrek in de Kaaistudio’s in de Onze-Lieve-Vrouw van Vaakstraat. Sinds 1993 heeft het Kaaitheater een vaste stek aan de Sainctelletesquare. Eric Vancoppenolle
MOBILITEIT > CLEAR CHANNEL RIJFT CONTRACT BINNEN
Eindelijk nieuwe beheerder fietsboxen
Zonder flash
Manga Cat Café, Koningsstraat 316, Sint-Joost. Voorlopig enkel op vrijdag en zaterdag van 18 tot 23 uur, reserveren aangeraden, tel: 0495-48.76.58
BRUSSEL – Na een vacuüm van een klein jaar heeft BrusselStad het beheer van de 33 fietstrommels zopas toegewezen aan Clear Channel. Kandidaatfietsboxhuurders stonden maandenlang in de kou. De stad plaatste enkele jaren geleden dertien fietsboxen. Wie thuis geen plaats heeft om zijn fiets te stallen, kan er voor zestig euro per jaar een plekje huren. De boxen bleken een succes. Daarom besloot schepen van Openbare Werken Els Ampe (Open VLD) er nog twintig te bestellen, goedkopere en van een nieuw type. Begin vorig jaar installeerde de stad veertien trommels. De andere zes staan klaar in een depôt. Maar nog geen enkele box van de tweede lichting werd in gebruik genomen. Zo staat op het pleintje aan de Felix Sterckxstraat in Laken al sinds april een donkergroene fietstrommel te blinken. Leeg, tot vandaag. Bij sommige kandidaat-huurders is de frustratie intussen hoog
dossier door aan de stadsdiensten, maar die lieten ook na om de nieuwe trommels open te stellen.
© SASKIA VANDERSTICHELE
Het Brussels Manga Cat Café wordt een gespecialiseerde leeszaal waar snorrende mascottes een onvergelijkbare sfeer van huiselijkheid moeten creëren. De klant bestudeert het manga menu en krijgt het bestelde exemplaar na het inleveren van zijn identiteitskaart. De strips zijn in perfecte staat en moeten dat ook blijven. Bij de geringste beschadiging moet een boete van 15 euro opgehoest worden. Elke maand stelt een privéverzamelaar zijn collectie ter beschikking. Voorlopig nemen zes viervoetige ambassadeurs de honneurs waar; zij mogen aangeraakt worden als zij daar zin in hebben. Fotograferen mag, maar zonder flash. Voederen is uit den boze. Het lijkt wel op de vleesgeworden droom van de excentrieke kunstenares Leonor Fini. En dit alles in een uniek interieur. “Rien a bougé,” verzekert de woordvoerster. Lieven Bulckaert
Geen reclame
De nieuwe fietstrommel aan de Felix Sterckxstraat: nog altijd leeg.
opgelopen. Ze zien al maanden een box voor hun deur maar krijgen de sleutel of badge niet te pakken. Tot april vorig jaar was het beheer in handen van de vzw Cyclo. In die maand schreef de stad een nieuwe aanbesteding uit. De ingestuurde offertes, van onder meer Cyclo, werden echter te duur bevonden door schepen van Financiën Philippe
Close (PS). Dus volgde in oktober een nieuwe aanbesteding. Cyclo ging na afloop van haar contract nog even door met het beheer, zegt Liesbeth Driesen van de vzw. “Tot eind juni zijn we ons blijven bekommeren om de dertien bestaande fietsboxen. De nieuwe hebben we niet meer in gebruik genomen.” Daarna gaf Cyclo het
Inmiddels is er een nieuwe beheerder. Brussel-Stad sloot een contract met Clear Channel, het bedrijf dat in heel wat gemeenten – maar niet in Brussel-Stad – de bushokjes van reclame voorziet. Het bedrijf zal vanaf nu alle aanvragen registeren, de bedragen innen en doorstorten, de sleutels afgeven en instaan voor het onderhoud van de trommels. Volgens de woordvoerder van Ampe werkt Clear Channel 31 procent goedkoper dan Cyclo. “Wij betreuren dat we zo’n lange periode zonder beheerder zaten, maar hierdoor is het wel goedkoper. En neen, er komt geen reclame op de fietstrommels. Het contract is precies hetzelfde als het vorige.” Bart Dhondt van oppositiepartij Groen toonde zich maandag tijdens de gemeenteraad evenwel sceptisch. Hij betwijfelt of Clear Channel dezelfde kwaliteit en service zal bieden. Bettina Hubo
BDW 1461 PAGINA 4 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
UITGELICHT > REGISTRATIERECHTEN VOOR HET EERST BOVEN 500 MILJOEN EURO
ER IS MINDER VERKOCHT, MAAR AAN HOGERE PRIJS BRUSSEL - De prijzen van huizen en appartementen zijn in 2014 min of meer stabiel gebleven en de Brusselse notarissen verwachten ook in 2015 geen prijsdalingen. “De vraag naar Brussels vastgoed blijft groot,” zegt notaris Olivier Neyrinck. Er is in 2014 wel een stuk minder vastgoed verhandeld.
H
et aantal transacties in Brussel daalt met 7,8 procent, terwijl ze in heel België stijgen. De notarissen hebben hier niet echt een verklaring voor. Mogelijk heeft het te maken met administratieve vertragingen. Dat komt dan weer door de nieuwe regel die sinds augustus van kracht is. Verkopers moeten nu stedenbouwkundige en andere informatie klaar hebben op het moment van het compromis, en niet zoals voorheen op het moment dat de akte verleden wordt. Er zijn dus minder transacties, maar de totale som aan registratierechten lijdt daar niet onder. Die is opnieuw in stijgende lijn. Het Brussels Gewest haalt in 2014 maar liefst een half miljard euro op aan registratie-
rechten (508 miljoen euro), een stijging met 3,66 procent ten opzichte van 2013. Ter vergelijking: in 2009 bedroeg de totale som aan registratierechten slechts 307 miljoen euro. Het vastgoed blijft dus een stevige bron van inkomsten voor de Brusselse overheid.
Zoete broodjes Aan de hand van de notariële akten in 2014 krijgen de notarissen een vrij correct beeld van de vastgoedprijzen per gemeente. Die zijn in Brussel grosso modo stabiel gebleven. Een gemiddeld huis of villa in Brussel kost nu 360.000 euro, dat is 2,9 procent meer dan in 2013. Dure gemeenten blijven dure gemeenten. In Brussel, Etterbeek, Elsene, Ukkel,
NOTARIS ISABELLE RAES:
“Kopers zijn gevoeliger dan vroeger voor mogelijke bouwovertredingen”
Watermaal-Bosvoorde en de Woluwes gaan huizen vlotjes van de hand voor 400 à 500.000 euro en meer. In Anderlecht, Molenbeek, Berchem, Ganshoren, Sint-Joost en Jette liggen de prijzen onder de 300.000 euro. De andere gemeenten zitten daar tussenin. De prijzen van de verkochte appartementen in Brussel zijn dan weer lichtjes gedaald. Een gemiddeld appartement kost op basis van die gegevens nu 185.000 euro. Dat is een daling met 2,6 procent. Die daling is voornamelijk toe te schrijven aan de prijsdaling voor driekamerappartementen (mediaanprijs 290.000 euro, -1,8 procent). Voor de tweekamer- en eenkamerappartementen blijven de prijzen min of meer stabiel. Ook hier speelt de ligging een grote rol. In Ganshoren was de mediaanprijs voor een appartement het laagst (142.0000 euro), in Sint-Pieters-Woluwe lag die prijs het hoogst (270.000 euro). De prijzen van de verkochte opbrengsthuizen tot slot zijn fors geste-
gen (+17,8 procent). De mediaanprijs in Brussel ligt op 570.000 euro. De notarissen wijzen er wel op dat er een groot verschil is tussen een opgedeeld burgerhuis en een kant- en klaar appartementsblokje. Vooral die laatsten verkopen als zoete broodjes. Dat heeft dan weer te maken met het feit dat kopers steeds grotere eisen stellen aan de stedenbouwkundige ‘legaliteit’ van de aankoop. Opge-
DE WEEK IN BEELD DOOR IVAN PUT Voor Sven trouwt, moet hij nog even sumoworstelen onder het Atomium. Sven draagt de gele lendendoek en wordt even later gevloerd. Deze vrijgezellenopdracht voorspelt verder niets over zijn nakende huwelijk.
WEEKOVERZICHT
BDW 1461 PAGINA 5 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
© BART DEWAELE
WOENSDAG 4 FEBRUARI Tunnels gesloten na technisch defect camera’s. De Louizatunnel, de Leopold II-tunnel en de Stefaniatunnel worden afgesloten. De oorzaak is een technisch defect waardoor de camera’s in de tunnels buiten werking zijn. Na ongeveer twee uur is het probleem volledig van de baan.
DONDERDAG 5 FEBRUARI 54 miljoen tegen jeugdwerkloosheid. Eurocommissaris voor Werk en Sociale Zaken Marianne Thyssen (EVP/CD&V) trekt 12 miljoen euro uit om Belgische jongeren aan werk te helpen. Een derde van dat geld is voor Brussel bedoeld. Daarbovenop trekken het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Europese Unie elk bijna 50 miljoen euro uit voor de Brusselse tewerkstelling. Hiervoor diende Brussel een project in bij het Europees Sociaal Fonds. Het geld gaat naar arbeidsbemiddelingsdienst Actiris die intensiever zal samenwerken met Bruxelles Formation, de VDAB en verenigingen in de wijken om zo jongeren te bereiken die nu nog niet bij hen zijn ingeschreven. Uit cijfers van vorige maand blijkt dat de Brusselse jeugdwerkloosheid nog steeds meer dan 28 procent bedraagt. Advocaten klagen over file aan justitiepaleis. De advocaten van het Brusselse Justitiepaleis op het Poelaertplein pleiten in een persbericht voor een vlotte en veilige toegang tot het Justitiepaleis. Nu moeten ze lang aanschuiven om het gebouw binnen te mogen, waardoor de zittingen vertraging oplopen. De oproep komt er nadat veiligheidsagenten een advocaat hadden gearresteerd die geprobeerd had de file aan de veiligheidscontrole te vermijden door een andere ingang te gebruiken. Sinds de verhoogde terreurdreiging moet iedereen door één en dezelfde veiligheidsscan aan de ingang van het Justitiepaleis.
VRIJDAG 6 FEBRUARI Recent gebouwde appartementen gaan sneller van de hand dan aftandse appartementen met hoge gemeenschappelijke kosten.
deelde burgerhuizen zijn vaak niet in orde met de stedenbouwkundige voorschriften. “Kopers zijn daar steeds gevoeliger voor,” zegt notaris Isabelle Raes, “en het zorgt dus voor een minwaarde van het vastgoed.” De Brusselse gemeenten treden ook strenger op tegen stedenbouwkundige overtredingen. Woningen waarvan de keuring van de installaties niet in orde is of die energieverslindend zijn, zijn ook
“ “
minder populair, hoewel er vandaag nog geen indicaties zijn dat dit tot een echte waardevermindering leidt. “Wel gaan woningen die recent gebouwd zijn, en dus energiezuinig zijn, sneller van de hand,” zegt notaris Raes. Dat geldt zeker voor appartementen. Aftandse grote appartementsblokken met hoge gemeenschappelijke kosten zijn minder en minder gegeerd. Kleinere nieuwbouwappar-
tementsblokken met aparte verwarming per appartement zijn daarentegen wel in trek. Verder merken de notarissen dat hun cliënten nog altijd liever kopen dan huren. “Zeker nu de rentes erg laag liggen,” zegt notaris Neyrinck. Daartegenover staat dat de banken vorig jaar meer hypothecaire kredieten hebben geweigerd. Steven Van Garsse
Het is onlogisch om massa’s mensen onder de grond te sturen in een buis parallel aan die van de rioleringen, en de oppervlakte over te laten aan de stinkende auto’s” De Brusselse architect Luc Schuiten is geen fan van de metro (in Le Vif).
Zeg nooit nooit, maar ik ga niet nog eens een exit maken” Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD) is in zijn sas nu hij opnieuw politicus is (in dS Weekblad).
Negen keer meer klachten over vliegtuiglawaai. Het aantal klachten over hinder door vliegtuigen is fors gestegen. Brussels Airport kreeg vorig jaar bijna 90.000 klachten van buurtbewoners. Dat zijn er negen keer meer dan het jaar voordien. Vooral het plan-Wathelet leidde tot onvrede in gemeenten die daardoor veel meer vliegtuigen over zich heen zien en vooral horen vliegen. constructief overleg tussen Jambon en Mayeur. Federaal minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) en burgemeester van Brussel Yvan Mayeur (PS) zitten samen voor overleg. Ze hebben het over de financiering van de politiezone BrusselElsene. Mayeur vraagt meer middelen, mensen en geld. Jambon belooft een werkgroep op te richten die die vraag moet onderzoeken. Aanleiding zijn de extra lasten voor de politie door de verhoogde terreurdreiging in ons land. Ook de uit de hand gelopen nationale betoging van 6 november komt aan bod. Jambon erkent dat in het rapport van de Algemene Inspectie geen sprake is van ‘grove fouten’ bij de nationale betoging. In november waren er nochtans aanwijzingen in die richting.
MAANDAG 9 FEBRUARI VIJFHOEK MOGELIJK TOERISTISCHE ZONE. Brussels schepen van Handel Marion Lemesre (MR) gaat een aanvraag indienen om de hele Vijfhoek te laten erkennen als toeristische zone. Dat houdt in dat winkels zeven dagen op zeven mogen openen. Volgens Lemesre is de zondagsopening nodig voor de handelaars in het centrum om te kunnen concurreren met de nieuwe winkelcentra langs het kanaal en op de Heizel. Het gemeentebestuur zet 150.000 euro opzij voor een promotiecampagne om de zondagsopening nationaal en internationaal bekend te maken. SYRIËSTRIJDERS GESCHRAPT. Achttien mensen zijn uit de bevolkingsregisters van de Stad Brussel geschrapt omdat ze in Syrië zijn gaan vechten. Dat zegt burgemeester Yvan Mayeur (PS) op vraag van N-VA oppositieraadslid Johan Van den Driessche tijdens de gemeenteraad. In totaal zijn zeventig inwoners van de Stad naar Syrië getrokken.
DINSDAG 10 FEBRUARI
HET WOORD
Velodossier
Velodossier.be is de website waar fietsers die zich ergeren aan de infrastructuur in Brussel foto’s en video’s van onveilige fietssituaties kunnen plaatsen. Bedoeling is om zoveel mogelijk getuigenissen te verzamelen die deel moeten uitmaken van een juridisch dossier. Via de juridische weg willen de initiatiefnemers veiligere fietspaden verkrijgen. Het precedent dat hen inspireerde, was een rechtszaak in de Franse stad Valence. Daar was een
fietser erin geslaagd om de aanleg van een fietspad via de rechtbank af te dwingen. Eind 2014 verzamelden meer dan 200 mensen samen 7.700 euro in voor de crowdfundingsactie ‘Geef jezelf een fietspad cadeau’. Met dat geld is de website opgericht en worden juridisch experts onder de arm genomen. De website was nog maar een dag actief of er waren al meer dan vijftig pijnpunten aangegeven. Killyan Dauvillé
APPARTEMENTEN GOEDKOPER. De mediaanprijs voor appartementen in Brussel is met 5.000 euro gedaald. De huisprijzen zijn wel gestegen met 10.000 euro. Dat maken de Brusselse notarissen bekend. De duurste huizen vindt men in Sint-Pieters-Woluwe, Sint-LambrechtsWoluwe en Elsene. Samengesteld door Marie Rutsaert en Killyan Dauvillé
MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP
FILOSOFIE > CHANTAL MOUFFE DAAGT PHILIPPE VAN PARIJS EN JAN VRANKEN UIT IN KAAITHEATER
“CENTRUMRECHTS EN CENTRUMLINKS ZIJN ALS PEPSI EN COCA-COLA” LONDEN/BRUSSEL – Niet consensus en rede zijn de kern van het politieke, maar passie en conflict. Dat zegt politiek filosofe Chantal Mouffe, die een pleidooi houdt voor links populisme. “Rechts populisme versla je niet met argumenten, maar met passie.”
D
e representatieve democratie snakt naar adem. Bij de jongste gewestverkiezingen kwam bijna één op de vijf stemgerechtigde Brusselaars niet opdagen, nog eens vijf procent stemde blanco of ongeldig. Protestbewegingen als de Indignados en Occupy willen de representatieve democratie op de schop. Ook stadsactivist Gwenaël Breës liet in onze nieuwjaarsinterviews weten dat hij zijn stem niet wil geven aan mensen ‘die er dan vijf jaar hun zin mee doen’. Maar de representatieve democratie afschaffen, zover wil de post-marxistische filosofe Chantal Mouffe niet gaan: “Complexe, pluralistische maatschappijen als de onze kunnen niet zonder vertegenwoordiging.” Om de neoliberale pensée unique te bestrijden moet er tegelijkertijd een sociale strijd uitgevochten worden, zegt Mouffe verder nog, die uitgesproken links is. Mouffe is al decennia wereldberoemd buiten België, nu pas wordt ze in België ontdekt. “En dan nog haast alleen in Vlaanderen,” corrigeert ze me in haar flat in het Londense Camden. “Maar veel moet je daar niet achter zoeken: de Vlamingen zijn nog altijd veel internationaler dan de Walen, en dat zeg ik als Waalse die in het Engels schrijft.” Mouffe werd in 1943 geboren in Charleroi, studeerde aan de UCL, Parijs en Essex. Daarna trok ze naar Latijns-Amerika waar ze haar partner, de filosoof Ernesto Laclau (+ 2014), leerde kennen. Samen schreven ze onder andere Hegemony and Socialist Strategy. Mouffe gaf les in de VS, Latijns-Amerika en Parijs. Tegenwoordig doceert ze politieke theorie aan de University of Westminster in Londen. Vorig jaar was ze op uitnodiging van professor Wijsbegeerte Carl Verstrynghe gastprofessor aan de VUB. Mouffe heeft een bloedhekel aan de consensus van het midden, haar studenten prent ze in dat het verschil tussen centrumlinks en
centrumrechts niet meer is dan een keuze tussen Coca-Cola en Pepsi. Dat de kiezers afhaken verwondert Mouffe dan ook niet. Het verwondert haar evenmin dat Marine Le Pen in Frankrijk succes boekt. Een pleidooi tegen het wij-zij-denken ga je Mouffe niet horen maken: “Het politieke is geënt op een wij tegen een zij. Dat is eigen aan een pluralistische maatschappij.”
Armoede en ongelijkheid Op uitnodiging van de Louis Paul Boonkring en het Kaaitheater gaat Mouffe in debat met armoedespecialist Jan Vranken en politiek filosoof en Brusselaar Philippe Van Parijs. Van
CHANTAL MOUFFE:
“De perfecte samenleving is een totalitaire nachtmerrie” Parijs is een leerling van de liberale filosoof John Rawls en is al jaren pleitbezorger van een basisinkomen. Net zoals de Duitse filosoof Jürgen Habermas staat Rawls voor een deliberatieve democratie, een democratie die rationeel op zoek gaat naar het algemeen belang, naar de consensus. Mouffe heeft meer dan één bezwaar tegen de deliberatieve democratie: “De deliberatieve democratie erkent het bestaan van het conflict niet, dat is het probleem. Het doel van de politieke instellingen is niet een algemene consensus bereiken, die haal je toch nooit. Wel: hoe kunnen we samenleven met conflicten zonder in een
burgeroorlog te vervallen. Daarom gebruik ik de term agonistisch en niet antagonistisch. In een antagonistisch systeem spreken we van vrienden en vijanden. Dan is geweld nooit uit te sluiten. In een agonistisch systeem spreken we van legitieme tegenstrevers, dat is een ander verhaal.” Maar in het westen zijn we wel kinderen van de Franse Revolutie, met zijn streven naar vrijheid en gelijkheid. Mouffe: “Het klopt dat het Westen de waarden vrijheid en gelijkheid voorstaat, maar naargelang onze overtuiging geven we er een zeer uiteenlopende invulling aan. Ik heb geen probleem met de liberale democratie, wel met het kapitalisme. Er is ook geen dwingend verband tussen een liberale democratie en kapitalisme. Een ander probleem van de deliberatieve democratie is dat ze alles wat met passies te maken heeft naar de privésfeer verbant, terwijl passies een belangrijke rol spelen bij collectieve identiteiten. In het nationalisme bijvoorbeeld spelen passies een onmisbare rol.”
Extreemrechts Maar het is wel extreemrechts dat de passies mobiliseert. Het Vlaams Belang bij ons gisteren. Marine Le Pen vandaag in Frankrijk. Mouffe: “Het is zeer gevaarlijk om te poneren dat passies en populisme rechts zijn. Het klopt dat – voor de overwinning van Syriza in Griekenland – alleen extreemsrechts erin slaagde om passies te mobiliseren. Maar passies kunnen evengoed gemobiliseerd worden voor sociale rechtvaardigheid of voor een progressieve politiek. Dat is mijn vaste overtuiging. De jongste decennia was er een consensus in het midden, de sociaaldemocratie erkende dat er geen alternatief was voor de neoliberale globalisering. Met de overwinning van Syriza staan we voor een kentering, met de opkomst van radicaal links – Podemos in Spanje – wordt het neoliberalisme wel in vraag gesteld.” De opkomst van extreemrechts was volgens Mouffe een gevolg van de consensus in het midden. Mouffe: “Gelukkig heeft Syriza ons in Griekenland bevrijd
© MARCO MERTENS
BDW 1461 PAGINA 6 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
BDW 1461 PAGINA 7 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
van de extreemrechtse Gouden Dageraad.”
Massa en individu In tegenstelling tot theorieën die de afkalving van het lidmaatschap van politieke partijen en vakbonden moeten verklaren, is Mouffe er ook van overtuigd dat de mens ook tot een collectiviteit wil behoren. “Ik ben het eens met Nobelprijswinnaar literatuur Elias Canetti. De mens wordt verscheurd tussen twee verlangens: de wil om zich te onderscheiden en het verlangen om tot een massa te behoren. Het voetbal is de mooiste illustratie van de tweede neiging.” Mouffe juicht de terugkeer van de godsdiensten – het collectieve niveau bij uitstek – niet toe, maar is toch zeer genuanceerd. “De godsdienst is niet per se tegen de democratie, een religieuze overtuiging kan een motivatie zijn om te vechten voor sociale rechtvaardigheid, de bevrijdingstheologen hebben het destijds in Latijns-Amerika bewezen. En natuurlijk mogen we niet toegeven op de scheiding kerk en staat, dat is het basisprincipe van de liberale democratie. Anderzijds bestaat er ook een fundamentalistische variant van de laïciteit die elke verwijzing naar godsdienst in de publieke ruimte wil verbieden. Daar ben ik het dus niet mee eens. De kerk mag geen tijdelijke macht bezitten, en de staat mag geen godsdienst opleggen. Als godsdiensten de grondwet eerbiedigen zie ik niet in waarom ze zouden verbannen moeten worden.”
Post-marxiste Chantal Mouffe en Ernesto Laclau behoren tot de post-marxisten. Ik stel haar de vraag of post-marxisten nog wel marxisten zijn. Mouffe fronst de wenkbrauwen, maar zegt: “Maar natuurlijk. Marx blijft het referentiepunt voor de politieke theorie, net zoals Isaac Newton het referentiepunt blijft voor de fysica.” En dan: “De geschriften van Karl Marx zijn meer dan een eeuw oud, je kan toch niet verwachten dat hij een antwoord heeft op alle vragen van vandaag. Wat we overhouden aan het marxisme is het antagonistische. Maar er zijn meer antagonismen dan arbeid en kapitaal alleen. Er is het feminisme dat vecht voor gelijke rechten voor vrouwen, er is de homobeweging die vecht voor erkenning van homoseksuele relaties en er is de ecologische beweging.” Men zou kunnen denken dat de financiële crisis tot een heropleving van de sociaaldemocratie zou leiden. Het tegendeel is waar: de sociaaldemocratie heeft helemaal niets gewonnen bij de crisis. Dat is vreemd. Mouffe: “Ik heb ook lang geloofd dat de sociaaldemocratie zich kon herpakken, maar in veruit de meeste landen waren de partijen te zeer vervlochten met het neoliberalisme. Je kan niet een decennium lang pyromaan spelen en als het huis in brand staat roepen dat je komt blussen. In GrootBrittannië is het onder het ‘linkse’ New Labour met Tony Blair en Gordon Brown dat de City, het financiële hart, aan macht gewonnen heeft. En in Frankrijk is er onder de socialisten geprivatiseerd.” Tot slot wil ik van Mouffe weten of de lutte finale uit de Internationale er ooit komt. Mouffe: ”Uiteraard niet, want de perfecte samenleving is een totalitaire nachtmerrie. Dat betekent dat je het niet meer oneens mag zijn, want in een perfect harmonieuze samenleving word je dan ziek bevonden en opgesloten zoals in de vroegere Sovjet-Unie. Dat willen we toch niet meemaken? Een pluralistische maatschappij houdt in dat er conflicten zijn. En dat er een wij en een zij is. Maar wij erkennen wel de legitimiteit van de tegenstrevers. Zij zijn immers geen vijanden.” Danny Vileyn Op vrijdag 13 februari om 19 uur debatteren Chantal Mouffe, Philippe Van Parijs en Jan Vranken in het Engels over ongelijkheid en de crisis van de democratie. Plaats van het gebeuren: Kaaitheater, Saincteletteplein 20, 1000 Brussel. Toegang: 5 euro.
BDW 1461 PAGINA 8 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
SAMENLEVING > ALTERNATIEVE AANPAK BIJ VERKEERSOVERTREDINGEN
FIETSLES GEVEN OP SCHOOL © PRO VELO
BRUSSEL – Wie iets te enthousiast over de weg scheurt, een glaasje te veel op heeft achter het stuur of zelfs zonder geldige papieren zijn auto van stal haalt, riskeert een boete. En daarbovenop soms een werkstraf. Sarah werd veroordeeld voor dronkenschap achter het stuur en brengt nu kinderen uit het vijfde leerjaar de techniek van en de liefde voor het fietsen bij.
V
rijdagmorgen om 08.25 uur in een lagere school in Ukkel. De leerkrachten zwermen na het belsignaal uit naar hun klassen, maar in de lerarenkamer blijft het nog even drukker. Op het programma deze voormiddag: het fietsbrevet voor de klas van het vijfde leerjaar. En dat vraagt extra mankracht. Rond de tafel zitten naast de klasleraar ook een fietslesgever van Pro Velo, drie gemeenschapswachters, een vijftal vrijwillige ouders en Sarah*. Sarah is 25, studeert Rechten en werd betrapt op rijden onder invloed. Als deel van haar werkstraf helpt ze vandaag mee aan het brevet. De fietslesgever spreekt iedereen in de lerarenkamer toe en stopt ons een blauw mapje in de hand. Inhoud: een fietsparcours van drie kilometer, elf strategische punten op dat parcours waarvan zo meteen iedereen eentje uitkiest en een scoreblad per leerling. Buiten popelen 28 kinderen schouder aan schouder in de breedte van de speelplaats – een voet op de grond, de andere op het pedaal van hun fiets. Op hun hoofd een helm, over hun winterjas een knalgeel hesje en in hun ogen de goesting om zo meteen hun brevet te halen. Voor de klasleraar met zijn fiets richting afgesproken punt vertrekt, zet hij zijn tweewieler nog even aan de kant en loopt het rijtje kinderen langs, zijn hand in de lucht. Elk geel monstertje krijgt een high five en een ‘succes straks’. Daarna vertrekken de leerlingen, één voor één.
Drie voorwaarden Sinds 1992 ondersteunt Pro Velo fietsers door lessen te geven aan kinderen en volwassenen en door het fietsbeleid mee vorm te geven. Acht jaar geleden startte de organisatie met een project om verkeersovertreders de kans te geven een werkstraf bij hen uit te voeren. “Maar de term ‘overtreders’ gebruiken we hier niet graag”, corrigeert Françoise Picqué, verantwoordelijke voor juridische maatregelen bij Pro Velo. “In het Nederlands kozen we voor ‘werkstraffers’, in het Frans noemen we hen
“Als ik deze straf tot een goed einde breng, sleep ik geen strafblad mee tot het einde van mijn dagen. Ik zoek een job in de juridische wereld, dus die vrijstelling kan wel tellen”
‘les prestataires’. Met de nadruk op het uitvoeren van hun werkstraf hier en nu, minder op het verleden en de fouten die ze begingen.” Wat een werkstraffer precies mispeuterde, hoort Picqué inderdaad zelden of nooit. Picqué: “Meestal zijn alcohol, drugs of snelheid in het spel, af en toe ook rijden zonder geldige papieren. Driekwart van onze werkstraffers zijn jonger dan 30 jaar. Bijna 90 procent van hen zijn mannen.” Eens een agent de verkeersovertreding vaststelt, gaat het dossier van het parket naar de rechtbank. Daar oordeelt de rechter of hij naast een boete ook een werkstraf oplegt. In het laatste geval belandt het dossier op de tafel van een justitie-assistent in het justitiehuis. Die nodigt de werkstraffer uit om te bekijken welke werkstraf bij hem past – afhankelijk van het oordeel van de rechter duurt die 20 tot 100 uur. Sarah kreeg 46 uur, haar teller staat na het fietsbrevet van vandaag op 16. Sarah: “Mijn contactpersoon in het justitiehuis was verbazend vriendelijk. Ik had me verwacht aan een echte straf waarbij ik bijvoorbeeld de straten zou moeten schoonmaken. In de plaats daarvan vroeg hij me een top drie te maken van mijn
Vorig jaar hielp Pro Velo 110 werkstraffers aan zinvol werk. “Wij zijn al tevreden als de werkstraffers zich ervan bewust zijn dat de weg niet alleen van de auto is.”
interesses. Oudere mensen en kinderen, alleen die twee kregen mijn voorkeur. Uiteindelijk kozen we samen voor Pro Velo. De enige voorwaarden waaraan ik moest voldoen: kunnen fietsen, een goede conditie hebben en geen verbod hebben om met kinderen te werken.” Dat de justitie-assistent aan Pro Velo dacht, bleek een meevaller. Picqué: “Een justitie-assistent biedt een waaier van mogelijkheden aan, maar altijd in de gemeente waarin de werkstraffer woont. Regionale werkstraffen dus, terwijl Pro Velo als enige op nationaal niveau speelt. En dat maakt het moeilijk voor ons.”
© SASKIA VANDERSTICHELE
BDW 1461 PAGINA 9 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
P-PRAAT
Terugblik Picqué: “Vorig jaar hielpen we 110 werkstraffers aan zinvol werk. Voor ze echt van start gaan, komen werkstraffers langs voor een opleiding van drie uur. Daarin leggen we hen uit wat ze kunnen verwachten van de lessen en omgekeerd wat wij van hen verwachten – wat is het verkeersreglement, hoe gedraag je je tijdens de lessen enzovoort. Gaandeweg leerden we waar we extra aandacht aan moesten besteden: geen telefoons tijdens de werkuren, geen alcohol, niet roken, op tijd komen.” Picqué knikt instemmend op de vraag of werkstraffers aan het einde van de rit ook effectief iets leerden: “Een enkeling laat soms weten dat de straf hem niks deed, maar meestal kijken werkstraffers er enthousiast op terug. Ons doel is niet per se om iedereen op de fiets te krijgen. Het gebeurt af en toe dat werkstraffers de overgang maken van de auto naar de fiets voor hun woon-werkverkeer. Maar wij zijn al tevreden als ze zich ervan bewust zijn dat de weg niet alleen van de auto is. De FOD Justitie heeft helaas geen statistieken. We kennen dan wel de impact op het einde, maar blijft het positieve effect ook jaren later hangen? Geen idee. Van de 400 mensen die we sinds 2007 aan het werk stelden, zagen we er twee terug die opnieuw een overtreding begingen.” Terug op de speelplaats in Ukkel, een dik uur later. Alle 28 fietsertjes reden hun parcours en trotseerden daarbij een gure wind en motregen. Wanneer iedereen met blauw mapje én scores aankomt op de speelplaats krijgen we een kom dampende soep toegestopt. De praktijk zit erop, nu wordt er gedelibereerd in de lerarenkamer. Sarah kijkt tevreden op van haar kommetje. “Natuurlijk ben ik gemotiveerd. Dit is uiteraard een interessante werkplek, maar als ik deze straf tot een goed einde breng, sleep ik ook geen strafblad mee voor de rest van mijn leven. Voor wie een job zoekt in de juridische wereld kan dat wel tellen. En ja, het heeft ook zijn nut gehad. Ik ben in de auto veel alerter voor fietsers dan vroeger. In een ee(nrichtingsstraat kon ik soms stevig optrekken. Tegenwoordig weet ik dat er een fietser kan aankomen uit de tegengestelde richting en houd ik mijn rechtervoet wat in.” Roos Lowette www.provelo.org *Omwille van privacyredenen werd de naam gefingeerd
Meisjes met een hoofddoek staan emotioneel vaak dichter bij ons dan we denken.
WETENSCHAP > NIEUW BEVINDINGEN IN DE CULTURELE PSYCHOLOGIE
‘ALLOCHTONEN NEMEN EMOTIES OVER VAN AUTOCHTONEN’ BRUSSEL – Migranten nemen na verloop van tijd de emoties over van de autochtone bevolking. Dat staat in een doctoraat dat psychologe Jozefien De Leersnyder onlangs heeft verdedigd. Het gaat hard voor de jonge Jozefien De Leersnyder. Ze verdedigde nog maar pas haar doctoraat in de Culturele Psychologie aan de KU Leuven maar haar onderzoek wordt nu al vol op opgepikt, geciteerd en krijgt navolging tot in Australië. Zopas werd haar promotor uitgenodigd door de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) om in Kopenhagen de nieuwe bevindingen te komen uitleggen.
Staande ovatie Het was al langer bekend dat mensen anders omgaan met ongewone situaties afhankelijk van de cultuur waarin ze zijn opgegroeid. “Toen ik 17 jaar was,” vertelt De Leersnyder, “ben ik in de zomervakantie in de favela’s in Brazilië gaan werken. Toen ik terug in België kwam, viel het me al op dat hier totaal anders wordt omgegaan met bepaalde moeilijke situaties.” De Leersnyder heeft haar intuïtie van toen nu in een doctoraat kunnen bevestigen. Ze bestudeert emoties en hoe de culturele omgeving hiervoor bepalend is. Maar zijn emoties geen universeel menselijk gegeven? “Ja, iedereen kan boos worden, of verdrietig, maar hoe en wanneer die tot uiting komen is cultureel bepaald,” zegt De Leersnyder. “En dan nog wil ik daar een kanttekening bij maken. Japanners kennen het woord amae. Dat betekent zoiets als zich volledig één voelen met iemand. Ik zeg niet dat wij westerlingen niet zo’n gevoel kunnen hebben, maar het is veelzeggend dat we er zelfs geen woord voor hebben.” Emoties als angst, fierheid, schaamte en verdriet, zijn een reactie op een bezorgdheid. En het is precies daar dat de culturele verschillen optreden. Als een Amerikaanse
universiteitsstudent bij een diploma-uitreiking een staande ovatie krijgt, dan zal hij fier zijn. Een Belg zal fier zijn, maar ook wat beschaamd. Een Koreaan zal eerder schaamte voelen. De verklaring hiervoor is dat de Amerikaan autonomie belangrijk vindt, het uniek zijn, terwijl de Aziaat meer het groepsbelang laat doorwegen. “Er zijn uiteraard individuele verschillen, maar wetenschappelijk onderzoek toont aan dat mensen uiteindelijk teruggrijpen naar de emotie die het meest kenmerkend is voor zijn of haar cultuur.”
Hoofddoek De Leersnyder stelde zich nu de vraag wat migratie met de mens doet. Ze ondervroeg Turken, Belgen en Turkse Belgen. Uit haar doctoraal onderzoek blijkt dat migranten de emoties overnemen van het autochtone gastland. En ze doen dit meer in de mate dat ze er meer contact mee hebben. Daar is één voorbehoud bij. Als de migranten in hun thuisomgeving zijn, vallen ze terug op hun oorspronkelijke emoties. Ze verliezen dus hun eerste emotie-repertoire niet. “Het interessante aan mijn onderzoek,” zegt De Leersnyder, “is dat we vragen stellen over emoties. Iedereen denkt dat hij of zij een hoogst individueel antwoord geeft, omdat het over emoties gaat, maar toch blijken die antwoorden in hoge mate cultureel bepaald.” De onderzoekers krijgen zo, via een omwegje, een goed beeld van de culturele diversiteit in een samenleving. En zo blijkt ook dat identiteit een relatief gegeven is. “We zien bijvoorbeeld dat meisjes die een hoofddoek dragen, in hun emotioneel repertoire heel erg kunnen aanleunen bij de autochtone Westerse cultuur. Wij denken dat ze niet geïntegreerd zijn. De meisjes identificeren zich ook sterk met hun oorsprongcultuur, maar eigenlijk zijn ze op emotioneel vlak heel erg zoals wij.”
Steven Van Garsse
VGC-griffier Daniël Buyle rockte onlangs wel even de VGC-kasbah met zijn nieuwjaarstoespraak bij de Vlaamse Volksbeweging. Buyle zei daar onder meer dat – we zullen het even samenvatten – het wel goed geweest is met dat gezwam over een Brusselse gemeenschap, maar dat de Vlaamse Gemeens chapsco mmissie niet mag vergeten dat ze Vlaams is. Doen ze dat niet, dan plegen de Vlaamse Brusselaars politieke zelfmoord, zo zei Buyle. Tja, aan duidelijkheid ontbreekt het onze griffier niet, dus bij de VGC-raad zijn ze wel geschrokken van zoveel parler franc. Bij Groen ook, als we Annemie Maes en Bruno De Lille mogen geloven, en dus werd er al meteen getwitterd en gepiept dat het een lieve lust is. Dat Buyle een oude *** is, en dat hij niets begrijpt van de huidige dynamische ontwikkelingen. Overigens kan dat laatste wel, gezien Buyle nog smal geschoold is en waarschijnlijk geen broadspeak verstaat. Voor de lezers die trouwens niet mee zijn: Vlaamse gemeens chapsco mmissie is de spelling die ze bij de VGC zelf gebruiken in hun logo. Kwestie van de lezersbrieven voor te zijn waarin men denkt dat chapsco een alcoholhoudende drank uit LatijnsAmerika is waarmee men toast. Wie te veel aan de chapsco heeft gezeten is Yvan Mayeur, die voorstelt om tussen de soep en de patatten de luchthaven van Zaventem te verplaatsen. Het zit zo: de media worden tegenwoordig wat ongeduldig over de vliegtuigen, want ze zijn vergeten dat het nog tot 2 april duurt eer er nieuwe vluchtroutes zijn. Dus bellen ze een aantal Brusselse politici om naar hun mening te vragen, waarop die politici plots veel vliegtuigen beginnen te zien, waarop ze zich herinneren dat er een stilzwijgende afspraak is om zolang Zaventem Vlaams is, te pleiten voor een versterking van Waalse luchthavens, ook al hebben ze daar geen belang bij. Ons voorstel voor de Milquets, Mayeurs, Onkelinxen en Gosuins van deze wereld: nodig Daniël Buyle eens uit op een receptie en laat hem speechen. Chapsco!
CHIEN ÉCRASÉ Het is tijd voor nog eens een Chien écrasé oude stijl, dat wil zeggen, een Chien écrasé gevuld met originele nieuwsfeiten die op zichzelf grappig genoeg zijn. Zo is er op het Vanhuffelplein in de gemeente Koekelberg sinds 2005 een camera waaraan een luidspreker vasthangt. De luidspreker dient om stoute burgers tot de orde te roepen als zij iets inciviels doen, een sigaret roken of zo. Burgemeester Philippe Pivin (MR) haast zich in La Capitale met te verklaren dat het ding nog nooit gewerkt heeft, en dat het hem zelf “een beetje te Big Brother is”. Trouwens, zo zegt Pivin, “als er iets gebeurt op het Vanhuffelplein kunnen echte politieagenten van vlees en bloed binnen enkele seconden ter plaatse zijn om een reprimande te geven.” Nou, dat is zo een beetje logica à la “We gebruiken geen kernwapens, maar we hebben er wel voor wanneer het nodig is.” Het lachen zal u vergaan wanneer we u vertellen dat zulke sprekende camera’s binnenkort in Charleroi wel gebruikt zullen worden. U weet wel, Charleroi, dat is de stad die bestuurd wordt door de PS, de partij die meent te moeten waarschuwen voor stampende laarzen. Wij horen de camera’s in Charleroi al eensluidend decreteren: “Marx één twee drie, Marx één twee drie.” Sprekende camera’s zouden wel van pas kunnen komen in Sint-Lambrechts-Woluwe, waar de kerstboom nog op het gemeenteplein staat. Volgens burgemeester Olivier Maingain (FDF) is dat het gevolg van “un manque de temps”. Hoor de camera, Olivier: “Werken, dedju.”
BDW 1461 PAGINA 10 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
( BUS 47)
VILVOORDE STATION PETER BENOIT
ZAVELPUT
(
DE BROUCKÈRE
) HEEMBEEK
BUS 47 A
IJZER
BDW REGIO
INFOGRAFIEK: © PETER DHONDT/BDW
DEZE WEEK OP BUS 47 > SENIOREN KLAGEN OVER DIENSTREGELING
ZES PASSAGIERS EN EEN BIDDENDE CHAUFFEUR
het UZ volgen elkaar snel op, de volgende komt pas een kwartier later. Hetzelfde geldt voor bus 47A. Als je die twee bussen mist, moet je een kwartier kou lijden. Het gebeurt dus al eens dat er een man of tien een kwartier in de kou wachten op bus 47A richting Heembeek. Op vijf minuutjes ben je aan de halte Heembeek. Daar stapt iedereen over op premetro 3 richting centrum. Slechts drie moedige reizigers wachten op bus 47. Onder hen een studente van het Collège la Fraternité. “Ik blijf wachten op de bus. Mijn gsm is eens gestolen op premetro 3 en vanaf toen wil ik er niet meer op. Het is stom dat ik daardoor niet meer de premetro neem, maar het is nu eenmaal zo. Ik moet lang wachten op de bus, maar dat heb ik er voor over,” zegt ze. Op de koop toe komt bus 47 een kwartier te laat aan. Er zitten slechts twee pendelaars op. Uiteindelijk vertrekt de buschauffeur met 6 passagiers naar het centrum. In de bus hangt een affiche dat het eindpunt van de bus niet meer De Brouckère is, maar de halte IJzer. “De Lakensestraat is namelijk een eenrichtingsstraat geworden in het kader van het nieuwe circulatieplan en gaat dicht voor inkomend verkeer vanaf de Kleine Ring. Aan De Brouckère is er te weinig plaats voor een terminus. De Brouckère wordt wel nog steeds bediend, maar pas na een stilstand van twintig minuten aan de halte IJzer, die nu dus als terminus dient,” zegt An Van hamme, woordvoerster van de MIVB.
Bidden in de bus
De enige bus die vanuit Neder-Over-Heembeek naar het centrum rijdt, is altijd zo goed als leeg.
NEDER-OVER-HEEMBEEK – Vijf jaar nadat het aantal bussen van Neder-OverHeembeek naar het centrum van Brussel drastisch is ingeperkt, is de enige bus die naar De Brouckère rijdt altijd zo goed als leeg. De meeste Heembekenaren nemen premetro 3 naar het stadscentrum. Maar niet iedereen is tevreden met die dienstregeling. De laatste tien jaar zijn er in NederOver-Heembeek zo’n 2.000 inwoners bij gekomen. En dat is heel veel
ADVERTENTIE
Puzzel Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap
✆ 0800-15045
alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30
Bezoeken enkel op afspraak
puzzel@resonansvzw.be
voor de deelgemeente, die gelegen is tussen het kanaal, het koninklijk domein en Vlaanderen. Jarenlang was het een vergeten uithoek in het noordoosten van Brussel. Daardoor bleef het dorpse karakter lange tijd bewaard. Nu is er van dat dorpse karakter nog maar weinig te merken. Het sluipverkeer en de overvolle bussen blokkeren het dorpscentrum, waardoor er tussen zeven en negen uur ’s morgens veel drukte is. Zodra iedere automobilist uit het dorpscentrum is, keert de rust terug in Neder-Over-Heembeek.
Kou lijden Alleen aan de bushaltes Peter Benoit en Zavelput valt er leven te bespeuren. Twee bussen rijden door het centrum van Neder-Over-Heem-
beek, bus 53 die naar het UZ in Jette rijdt en bus 47 die Heembeek verbindt met het station van Vilvoorde. Die laatste bus is trouwens de enige
© SASKIA VANDERSTICHELE
piekuren, omdat hij in het centrum altijd vastzit in het verkeer. Om in het centrum te geraken, moeten de Heembekenaren overstappen op premetro 3 aan de halte Heembeek. Een van de Heembekenaren die niet tevreden zijn met de regeling van de MIVB is Odrey de Meijts van wijkcomité Heembeek Blijft!: “Oudere mensen willen niet overstappen op de premetro. Je komt aan in een on-
“Premetro 3 legt het hele traject van De Brouckère tot aan de halte Heembeek af op slechts twintig minuten. Bus 47 zou beter afgeschaft worden” die naar het centrum van Brussel rijdt. Of beter gezegd: reed. Want sinds een paar jaar rijdt alleen nog tussen negen en vier om het halfuur een bus tot aan De Brouckère. Bus 47 rijdt niet meer tijdens de
dergronds metrostation en dat vind ik nogal gevaarlijk. Daardoor gaan veel senioren niet meer naar het centrum.” De bussen lopen vaak ook grote vertragingen op. Twee bussen richting
Via de haltes Werkhuizenkaai, Masui en WTC rijdt de bus richting centrum. Onderweg stappen er slechts een handvol mensen de bus op en af. Na een halfuur komt de bus aan bij de terminus IJzer. Alle passagiers stappen af en gaan te voet verder of nemen de metro. De buschauffeur (niet de man op de foto, red.) doet de deuren van de bus toe en haalt zijn gebedskleed uit het handschoenenkastje. Hij vouwt het open en legt het in het midden van de bus. Hij gaat erop staan en begint te bidden. Na een paar verzen uit de Koran vouwt hij het gebedskleed weer op en moffelt hij het weg in het handschoenenkastje. “Ik weet dat er klachten waren over buschauffeurs die tijdens hun shift stopten met rijden om te bidden, maar ik hinder er niemand mee. Als er niemand in de bus zit, zie ik geen reden waarom ik niet zou bidden,” zegt hij. De lege bus vertrekt zoals aangekondigd een twintigtal minuten later naar De Brouckère. De hele rit naar het centrum van Brussel duurt bijna een uur, terwijl er slechts zeven kilometer moet worden afgelegd. “Iedereen neemt premetro 3. Die legt het hele traject van De Brouckère tot aan de halte Heembeek af op slechts twintig minuten. Bus 47 naar het centrum zou beter afgeschaft worden,” besluit de buschauffeur. Killyan Dauvillé
ADVERTENTIE
ZOMERCRUISE
Atlantische kust en Middellandse Zee Van zondag 16 augustus tot zondag 30 augustus 2015 15 dagen - Prijs vanaf €1.795 p.p. 100% Belgische cruise in uw eigen taal !
ONZE TROEVEN • Schip op mensenmaat: 500 passagiers max • Vervoer vanuit Brussel naar Oostende en terug • Cruise in volpension met wijn en water inbegrepen tijdens het diner • Nederlandstalige All Ways begeleiding • Nederlandstalige animatie en voordrachten aan boord
Kom naar onze speciale infodag op 24 februari in het Flagey gebouw
Oostende St Peter Port
1
2
Meer info en inschrijvingen via www.all-ways.be/tvbrussel
3
Porto
14
4
13
Marseille
Livorno
12
Lissabon
5
11 8
6 Cadiz
Valencia
9 Palma de Mallorca
Civitavecchia
Porto Vecchio
10
7
Meer info: Bel 078/159.045 - mail naar charlotte@all-ways.be www.all-ways.be/tvbrussel -4000 m -2000 m -200 m
Depression 200 m 500 m
Capital
River Frontier
Lake Summit
ADVERTENTIE
MIVBlovesbrussels.be
BDW 1461 PAGINA 13 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
UIT DE LUCHT GEGREPEN
© IBSA/BISA STATISTICS BELGIUM
© NGI
Elk jaar koopt het Nationaal Geografisch Instituut (NGI) luchtfoto’s aan om zijn databank met geografische gegevens aan te passen. Overlappende luchtfoto’s worden daarop op elkaar gelegd, waardoor een 3D-model ontstaat, dat op zijn beurt vergeleken wordt met de gegevens die het NGI al heeft van plaatsnamen, rivieren, bossen en gebouwen. Zo wordt duidelijk hoe de werkelijkheid op het terrein is in vergelijking met de werkelijkheid op de kaart. Als het moet, dan past het NGI de gegevens aan. Het NGI is natuurlijk al zo lang bezig met kaarten maken dat het ondertussen over een indrukwekkend archief luchtfoto’s beschikt. Een selectie hiervan vindt u week na week in deze rubriek ‘Uit de lucht gegrepen’ terug. Het gaat steeds om (oude) luchtfoto’s uit een van de negentien Brusselse gemeenten. Vorige week zag u de inderdaad het Schweitzerplein in SintAgatha-Berchem, de gemeente waar de Heilige Agatha een kapelletje had. Deze week tonen we u een foto van een vervlogen bouwwerk eind jaren 1960. Het stond er al langer, en bleef tot 1970, tot het afgebroken werd. Wat zoeken we, en waar? CD
SINT-JANS-MOLENBEEK > MEERDERHEID HOUDT MONDJE DICHT OVER FINANCIËN
SCHEPMANS: ‘WIJ KOMEN IN MAART BIJ U TERUG’ In maart moet er meer duidelijkheid zijn over de financiële situatie van Sint-Jans-Molenbeek. Dat werd tenminste zo beloofd aan de oppositiepartijen. Wordt er gesneden in de sociale voorzieningen of niet, willen die laatsten weten? Het dateert al van een maand geleden, de speciale gemeenteraad die op vraag van de oppositie bij elkaar werd geroepen, maar is niet minder nieuwswaardig nu. De besprekingen over de gemeentebegroting en de OCMW-begroting zijn in volle gang. Ter herinnering: in december kondigde burgemeester Schepmans (MR) aan dat Molenbeek zich financieel zou laten begeleiden door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Molenbeek verkeert in een financiele noodsituatie. Volgens de officiële these is dat omdat de sociale uitgaven stijgen. De oppositie houdt er een ander verhaal op na. Volgens de linkse partijen gebruikt de MR-CDH-Ecolo-meerderheid de financiële situatie om enkele sociale gemeentelijke instellingen, de gemeentelijke vzw tegen uitsluiting, bijvoorbeeld, financieel te kortwieken. De gemeenteraadsleden Dirk De Block (PVDA) en Jef Van Damme (SP.A) beroepen
zich op een bespreking vorig jaar waarin Schepmans zou gezegd hebben dat “vermeden moet worden dat de gemeentelijke vzw’s het budget kelderen.” De Block koppelt daar dan nog het gemeentelijke personeel aan, dat de dupe zou zijn van besparingen. Jef Van Damme zegt dan weer dat de personeelskosten de jongste drie jaar – sinds de nieuwe meerderheid dus – net fors gestegen zijn. Schepmans en haar schepen van Financiën Abdelkarim Haouari (CDH) willen elke discussie over centen houden voor maart, wanneer de besprekingen met het gewest resultaat zouden moeten opleveren. Zij houden vast dat de sociale instellingen van de gemeente hun functie hebben en deel zullen blijven uitmaken van het beleid, en dat die instellingen geen beperkingen zullen opgelegd krijgen. “Wanneer het budget is uitgewerkt, komen wij bij u terug,” vat Schepmans samen. Pogingen om bij Belfius finance - dat financiële profielen uitwerkt voor Belgische gemeenten - op voorhand cijfers over Molenbeek op te vragen, werden niet gehoord. Het wordt dus echt wachten tot Schepmans zelf met cijfers komt. CD
0-1% 1-2% 2-4% 4-8% 8-15% 15-25% 25-45% 45-100% Buurt met minder dan 2000 bewoners
Bulgaren in Brussel tref je voornamelijk aan in Schaarbeek en in Sint-Joost-ten-Node.
SCHAARBEEK / SINT-JOOST-TEN-NODE > MET TURKS ALS VOERTAAL
Bulgaren sterkst groeiende minderheid Ze zijn voorlopig nog met minder dan hun Roemeense buren, maar het aantal Bulgaren in Brussel stijgt razendsnel. Ze wonen heel geconcentreerd in Schaarbeek en Sint-Joost, waar ze de Turken gaan opzoeken. “Iedereen spreekt hier Turks, dus ik trek mijn plan wel.” Met 9.746 waren de Brusselse Bulgaren op 1 januari vorig jaar. Dat is nog altijd een stuk minder dan de Roemenen die met bijna 30.000 waren, maar beide gemeenschappen zijn officieel de sterkst groeiende van het gewest. Dat blijkt uit cijfers van het Brussels Instituut voor Statistiek (BISA). Sinds 2009 verdriedubbelde het aantal Bulgaren in het gewest. Ze wonen voorlopig nog erg geconcentreerd. Van de zowat 10.000 Bulgaren wonen er meer dan 4.000 in Schaarbeek en 1.300 in het kleine SintJoost. Niet toevallig de gemeentes waar al langer een grote Turkse gemeenschap woont, zegt Jean-Pierre Hermia van het BISA. “Heel wat van die mensen spreken geen Frans, Engels of Nederlands, maar wel Turks (9 procent van de Bulgaren is Turkstalig, red.). Ze vinden daardoor werk bij de Turken, in de bouw- of renovatiesector, en huren ook huizen van hen. Geen wonder dat ze vooral in buurten als de Haachtsesteenweg wonen. Heel anders dan de Roemenen, die je vooral in de kanaalzone terugvindt, in Molenbeek, Laken of Kuregem.” Rond de Haachtsesteenweg is de Bulgaarse gemeenschap voorlopig alleen nog maar terug te vinden in enkele kleine winkeltjes die ‘alimentation générale’ ook in het cyrillisch op hun uithangbord hebben staan. Een ervan wordt uitgebaat door de familie van Aslan Islanov, een 27-jarige Bulgaar die drie maanden geleden naar België kwam. Hij koos voor Schaarbeek omdat enkele vrienden hier ook al woonden. “Het is hier niet slecht, zo dicht bij het centrum”, zegt hij in gebroken Engels. “Nu zoek ik naar een kans om als kapper te werken. Ik ben net ingeschreven voor een cursus Frans bij Actiris, maar iedereen hier spreekt Turks, ook mijn potentiële klanten, dus ik kan mijn plan wel trekken.”
Liever eigen merken Dina, een vijftiger die er boodschappen komt doen, heeft wel Frans geleerd. “Ik ben dan ook een ‘echte’ Bulgaarse: ik spreek Bulgaars in plaats van Turks. Eerder werkte ik al in Griekenland, dus ik ken mijn talen.” Ze koos een jaar geleden voor Schaarbeek na een tip van een kennis, maar het had even goed ergens anders kunnen zijn. “Canada, Australië, Frankrijk: Bulgaren willen overal wonen behalve in Bulgarije. En iedereen die vertrekt, onderhoudt thuis nog twintig mensen. Er is armoede, corruptie, het systeem is rot. Mijn dochter, met een universitair diploma in de wetenschappen, heeft na drie jaar eindelijk een job gevonden.” Verder op de Haachtsesteenweg ligt de winkel So-
fia. Uitbater Cifci Gurkan, een Brusselaar van Turkse origine, heeft van de Bulgaarse bevolkingsgroei zijn broodwinning gemaakt. De laatste vijf jaar richtte hij maar liefst dertien Sofia’s op, waarvan vijf in Schaarbeek. “Ik had lang een voedingswinkel in Anderlecht. Vijf jaar geleden kreeg ik steeds meer vragen naar Bulgaarse producten en startte ik een apart winkeltje voor hen. Toen ik steeds meer klanten uit Schaarbeek zag, heb ik er daar ook eentje opgericht, en zo ging de bal aan het rollen.” Gurkan heeft nu zelfs twee winkels in Nederland, en denkt ook aan een Gentse vestiging. “Ik heb tientallen Gentse klanten. Bulgaren zijn erg gesteld op hun producten, met vooral speciale charcuterie en kaas, maar ook koekjes en chocolade. Dat komt volgens mij doordat ze altijd onder het communisme leefden: Cola en Twix kwamen daar niet binnen. Daardoor houden ze heel sterk vast aan hun eigen merken.” Hij bevestigt dat zijn Bulgaarse klanten voorlopig vooral in de Turkse gemeenschap meedraaien. “Ze zoeken huurwoningen en werk bij ons, ze spreken vaak enkel Turks. Maar dat zal snel veranderen. Eens de kinderen op school Frans leren, zul je zien dat ze zich snel gaan organiseren.”
Superdivers De influx heeft natuurlijk alles te maken met de toetreding van Bulgarije tot de Europese Unie. En aangezien op 1 januari vorig jaar de laatste restricties in de wetgeving zijn weggevallen, zal de groei voorlopig niet stoppen, voorspelt Hermia. “Daarbij komt nog dat je een grote groep niet-geregistreerde Bulgaren hebt. Roma, maar zeker ook andere groepen. Het totale aantal is dus erg moeilijk in te schatten.” Dat denkt ook Pieter-Paul Verhaeghe, die aan de Universiteit Gent onderzoek doet naar onder andere Midden- en Oost-Europese migratie. Hij wijst op het superdiverse karakter van de migratie uit Oost-Europa. “Sommigen hebben de Belgische nationaliteit, anderen enkel deze van het land van herkomst. Sommigen zijn hier officieel gedomicilieerd voor een lange periode, anderen worden tijdelijk naar België gedetacheerd of verblijven er een tijdje clandestien”, zegt hij. “Daarnaast zijn er ook Midden- en Oost-Europese migranten die hun verblijf niet aangeven. Niet enkel maatschappelijk kwetsbare mensen zonder papieren of occasionele zwartwerkers, maar ook expats, internationale ambtenaren en diplomatiek personeel. Er is dus sowieso een ‘dark number’ en het is onmogelijk precieze aantallen te bepalen.” In Gent zijn er trouwens veel meer Bulgaren dan in Brussel. Ook daar zoeken ze de Turkse gemeenschap op. Dat in tegenstelling tot de Roemenen, die over het algemeen beter Frans spreken en voor Brussel kiezen. Goele De Cort
ADVERTENTIE
de MIVB DE mivb
BRUSSEL brussel MIVBlovesbrussels.be
ADVERTENTIE
BDW 1461 PAGINA 15 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
In de Garderobe zullen de kostuumpjes van Manneken Pis getoond worden.
DE VZW VLAAMS-BRUSSELSE MEDIA IS OP ZOEK NAAR EEN
BRUSSEL-STAD > SIERKUNSTEN EN GARDEROBE VAN MANNEKEN PIS
SALES-
Twee nieuwe musea in centrum Brussel Het Patriciërshuis in de Eikstraat wordt het museum voor Sierkunsten. Dat maakte schepen van Cultuur Karine Lalieux (PS) bekend. Dat past in de herschikking van de musea van de stad Brussel. Verderop in de straat komt een nieuw museum dat de naam de Garderobe van Manneken Pis krijgt. In het museum voor Sierkunsten komt een deel van de collectie van het Broodhuis. In de Garderobe zullen kostuumpjes van Manneken Pis getoond worden, die waren tot nu te bezichtigen in het Broodhuis. De kantcollecties van het Museum voor het Kostuum en de Kant verhuizen ook naar het Patriciërshuis. Dat museum wordt het Modemuseum. “De twee musea hebben prachtige collecties, maar er is niet genoeg ruimte om die tot hun recht te laten komen,” vertelt Lalieux. Door de splitsing van de collectie zal het Broodhuis zich opnieuw focussen op zijn oorspronkelijke functie als museum van de geschiedenis van de stad Brussel. Daarnaast worden het gebouw en de collectie ook grondig gerenoveerd.
MEDEWERKER FUNCTIE:
Om dit in goede banen te leiden is een nieuwe hoofdconservator van de musea aangesteld. Isabelle Douillet is kunsthistorica en heeft verschillende boeken gepubliceerd over de geschiedenis van Brussel. Over haar rol in dit project is ze duidelijk: “Die is richtinggevend. Mijn rol is de communicatie. Ik moet de wetenschap kunnen verenigen met het publiek.” Het achttiende-eeuwse Patriciërshuis werd ooit door de stad gekocht om er een museum in te maken. Een eeuw na aankoop zal dat plan doorgaan. Douillet: “Het Patriciërshuis is uniek in Brussel en een prachtig gebouw. We zullen waardevolle collecties laten samengaan met waardevolle gebouwen.” De stad Brussel voorziet voor de Garderobe 560.000 euro. In het sierkunstenmuseum wordt 580.000 euro gepompt. Begin 2016 opent de Garderobe van Manneken Pis. Het Patriciërshuis zal zijn deuren openen in het lente van 2018. Het Broodhuis vraagt veel werk en zal vernieuwd open zijn in 2020. Marie Rutsaert
Je staat in voor de verkoop van advertenties en spots.
❏ ❏ ❏ ❏
Je staat in voor prospectie met de focus op buitendienst.
❏ ❏ ❏ ❏ ❏ ❏
Pannenkoeken op woensdag in het Josaphatpark © PHILIPPE DEBROE
Het is een beetje vreemd dat een drukbezocht park als dat van Josaphat geen echte drankgelegenheid kent. Het schutterspaviljoen Sint-Sebastiaan kende weliswaar een klein vast publiek, maar nu Bernard Leboucq van Brasserie de la Senne de buvette zal uitbaten, wordt het een echt café. Tot eind maart is het paviljoen elke dag van 15 tot 18 uur open, op woensdag en in het weekend wordt een uurtje vroeger geopend. Ideaal dus voor ouders die wat willen consumeren terwijl de kinderen in het park spelen. De buvette maakt ook reclame voor de pannenkoeken, die naar verluidt onweerstaanbaar zijn. Vanaf april zullen er ‘s middags kleine Brusselse gerechten worden geserveerd, en blijft het café ook lan-
❏ ❏
Je bouwt een goede relatie op met klanten, zowel particuliere klanten als reclamebureaus en mediacentrales.
Je handelt commerciële dossiers (van bestelbon tot boeking) zelfstandig af. Je draagt bij aan de ontwikkeling van reclameadviezen en strategieën. Je houdt je kennis van de markt up-to-date.
PROFIEL:
SCHAARBEEK > BUVETTE SINT-SEBASTIAAN NIET ALLEEN VOOR SCHUTTERS
Het schutterspaviljoen Sint-Sebastiaan in het Josaphatpark wordt een echt café.
(M/V)
Je bent een commercieel talent met een sterke motivatie, gedreven en resultaatsgericht. Je hebt een eerste werkervaring in de sector op zak. Je bent perfect Nederlandstalig met zeer goede kennis van het Frans en het Engels. Je werkt graag in teamverband, maar je kan je werk ook zelfstandig organiseren en plannen. Je bent “Brussel minded” en je kent het Brusselse commerciële landschap. Je bent flexibel en stressbestendig. Je bent open en sociaal en maakt er een erezaak van om je dossiers perfect af te handelen.
WIJ BIEDEN: Een voltijdse opdracht van onbepaalde duur. Een fair loon met extralegale voordelen. Een stimulerende werkomgeving binnen een boeiend mediabedrijf.
INTERESSE? ger open. “Het wordt een kleine horecagelegenheid, zegt erfgoedspecialist Philippe Debroe die mee achter het initiatief zit, “maar de sfeer van de sportbuvette willen we hoe dan ook behouden.” Steven Van Garsse
Stuur jouw kandidatuur en cv voor 27 februari op naar Kristel De Wolf – HR manager Vlaams-Brusselse Media vzw Flageyplein 18 – 1050 Brussel Mailen kan naar kristel.dewolf@brusselmedia.be
BDW 1461 PAGINA 16 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
BDWOPINIE tweetaligheid te versterken. Gebrek aan talenkennis is een voorname oorzaak van de werkloosheid. De politieke structuren – die onder andere verantwoordelijk zijn voor de organisatie van het onderwijs en de tewerkstelling – falen omdat ze iedere link met de Brusselse realiteit hebben verloren.
‘Patchwork’
Julien Borremans hekelt de Brusselse laagterecords op vlak van tewerkstelling en uitsluiting.
© ELKE VANOOST
ONDERWIJS > LEERKRACHT JULIEN BORREMANS OVER BRUSSELS BELEID
BRUSSEL – De sociaaleconomische dualisering van de Brusselse samenleving en de rampzalige organisatie van het Franstalig onderwijs hebben ervoor gezorgd dat de kwaliteit van de verschillende scholen onderling sterk verschilt, zegt leerkracht Julien Borremans. Brussel heeft volgens hem dringend nood aan een eigen minister van Onderwijs en Tewerkstelling.
De Brusselse burgemeester heeft zich in allerlei media nogal onrustig uitgelaten over mogelijke terroristische aanslagen op zijn grondgebied. Volgens Yvan Mayeur zijn nieuwe aanslagen ‘onafwendbaar’ en is Brussel daar zeker niet immuun voor. Paniek of terechte bezorgdheid? Zeker is dat de aandacht andermaal wordt afgeleid van de echte bezorgdheid waarmee heel wat Brusselaars dagelijks mee moeten leven: de beperkte kansen op de arbeidsmarkt en de striemende kansarmoede.
Wereldvreemdheid Rond de torenhoge werkloosheid,
GEZOCHT: BRUSSELS MINISTER VAN ONDERWIJS EN TEWERKSTELLING de sluipende armoede en de toenemende segregatie tussen de verschillende bevolkingsgroepen blijft het akelig stil. Nochtans vormen sociaaleconomische isolatie en culturele segregatie de kortste weg naar de criminaliteit en het radicalisme. Van de 100 mensen die in Brussel leven, heeft 40,3 procent geen inkomen. In Vlaanderen is dat 30,7 procent. Voor de meer dan 100.000 werklozen is er trouwens geen geld om een serieuze bemiddeling aan te bieden. Enkel voor de jongeren wordt een beperkt traject aangereikt. In Molenbeek ligt de werkloosheid zelfs hoger dan 40 procent. Bijna 10 procent van de 18-
tot 24-jarigen in Brussel krijgt een leefloon. De armoede is de afgelopen jaren zowel relatief en absoluut gestegen. “In België is er geen stad waar de band tussen economische groei en stijgende tewerkstelling zwakker is dan in Brussel,” zegt Christian Vandermotten, Brusselaar en professor Economische Geografie aan de Brusselse universiteit ULB, “De stad moet inzetten op sectoren die veel laaggeschoolden aan het werk zetten, zoals distributie en huishouddiensten.” In Brussel en omgeving zijn heel wat jobs beschikbaar maar de toeleiding laat nog heel wat te wensen over.
Het nieuwe Brusselse regeerakkoord heeft de ambitie om de samenwerking met de tewerkstellingsorganisaties in de aanpak van de jeugdwerkloosheid te versterken. Cruciaal daarbij is dat er beter onderwijs wordt aangeboden. De sociaaleconomische dualisering van de Brusselse samenleving en de rampzalige organisatie van het Franstalig onderwijs hebben ervoor gezorgd dat de kwaliteit van de verschillende scholen onderling sterk verschilt. Daardoor klopt Brussel indrukwekkende laagterecords op het vlak van tewerkstelling en uitsluiting. Tot overmaat van ramp is het onderwijs in Brussel er niet in geslaagd om de
De politieke structuren zijn hopeloos verouderd en zorgen voor stilstand. Het ingewikkelde kluwen van een Brusselse gewestregering, Vlaamse en Franstalige Gemeenschapscommissies, en een Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, doet kafkaiaans aan. In deze absurde wereld lijken het gezond verstand en de politieke daadkracht te wijken voor de macht en de logica van de ondoorgrondelijke bureaucratie. Het gebrek aan een duidelijk referentie- en beleidskader zorgt ervoor dat de veelheid aan actoren die zorgen voor de instroom van jongeren van het onderwijs naar de tewerkstelling meer naast dan met elkaar werken. Het grote aantal actoren die betrokken zijn bij partnerschappen, de diversiteit, de institutionele verzuiling, de debatten over gemeenschappelijke referentiekaders en de spanningen op de werkvloer van de inschakelingsprofessionals doen eerder denken aan ‘patchwork’, dan aan efficiënt en effectief overleg. Uiteraard moet het beleid en alle actoren op het veld zorgen voor een optimale doorstroming van jongeren naar de arbeidsmarkt. De samenwerking tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt moet minder conflictueus verlopen. ‘Sterke’ jongeren vinden de weg naar de arbeidsmarkt. ‘Zwakkere’ jongeren hebben het veeleer moeilijk. Schoolverlaters hebben nood aan een effectieve en ervaringsgerichte begeleiding. Tot slot dient er een slagvaardig beleid op het vlak van de voorlichting en de beroepskeuze te worden gevoerd, dat toegankelijk is voor alle jongeren en duidelijker is dan het huidige disparate aanbod.
Eigen minister Het wordt meer en meer duidelijk dat Brussel op onder andere het vlak van onderwijs en tewerkstelling zijn eigen beleid moet kunnen voeren. Momenteel ligt de voogdij bij Vlaanderen en Wallonië en dat gaat ten koste van de kwaliteit, de begeleiding en de doorstroming, waardoor heel wat jongeren een kans missen op een degelijke job. Brussel heeft dringend nood aan een eigen minister van Onderwijs en Tewerkstelling, met volheid van bevoegdheden en eigen portefeuille. Tijd om daar werk van te maken.
Julien Borremans Leerkracht Nederlandstalig Brussels onderwijs
blieft niet zo. Zoals altijd begrepen ze me niet. Of deden ze alsof. Ze begrepen echter wel dat er een ‘Vlaamse’ gevoeligheid was getroffen. Ik ken de Nederlandse mentaliteit maar al te goed om te weten dat de omschrijving ‘Vlaams auteur’ op een pseudo-naïeve manier bijbetekenissen heeft. Wat schuilt erachter? Het is een verwittiging: “opgepast, dit is geen Nederlandse auteur! We hebben jullie verwittigd!” Het is ook een soort geruststelling. Nederlanders zijn bijzonder gebrand om “in te zijn”. Een kwaliteit zowel als een gebrek. Vlaams auteur betekent dan zoiets als: “Jullie kennen hem misschien niet – hij is geen bestseller – maar voelen jullie daarom niet schuldig: hij is immers... een Vlaming.” Opluchting? Ik ervaar het voor mijn part minder als ‘discriminatie’ (een groot woord) dan een gebrek aan generositeit. Ik moet er dan meestal om lachen en antwoord: “Als je dan toch mijn herkomst zo nodig wil preciseren, noem me dan geen ‘Vlaams’ auteur’ maar een ‘Brussels auteur’.”
Nederlandspecial (1) Rond 1986 startte dit weekblad met gratis toezending aan de Vlamingen die in de Brusselse regio wonen en werken, of vanuit Vlaanderen, ook enkelen vanuit Wallonië. Sinds 1968 woon ik in Vorst, kortbij mijn toenmalig werk gelegen in het Wilhelm Dudenpark. Die nieuwe weekkrant in mijn vader- en moedertaal was toen een zeer welkome informatiebron over het reilen en zeilen van allerlei gebeurtenissen en plannen in onze regio. Uiteraard ook over ‘schots-en-scheve’ taaltoestanden. Met de krant van Nederlandse Brusselaars, moet ik de hele redactie van harte een proficiat toewensen! In meerdere bijdragen wordt aangetoond dat de Nederlanders en de Vlamingen in dat Belgenland eenzelfde basistaal hebben, waarin vele begrippen, functies, relaties, voorwerpen op een andere wijze of met andere woorden gebruikt worden. Op cultureel en politiek vlak zijn er uiteraard verschillende ziens- en handelswijzen. In dat kader bracht De Standaard op 31 januari een leuk en nuttig boekje uit: Hoe Vlaams mag uw Nederlands zijn? met 1.000 BelgischNederlandse woorden.
Eric de Kuyper, Brussel
Nederlandspecial (3)
Herman A.O. Wilms, Vorst goed ontvangen, zowel door de media als door de lezers. Ik mag echt niet klagen. Nu komt het! “Niemand in Nederland (is) er mee bezig dat boeken van Vlaamse auteurs, zoals Congo of Oorlog en Terpentijn nu door Vlamingen zijn geschreven of niet”, zegt Willem Bongers-Dek (BDW 1459, p.18-19). Natuurlijk niet, want ze staan in de Nederlandse top tien! Wie, zoals ik, daar niet vaak in vertoef, wordt voortdurend aangesproken of omschreven als ‘Vlaams auteur’. Onlangs nog moest ik een nieuwe uitgever van een van mijn te verschijnen boeken corrigeren: noem me alsje-
Nederlandspecial (2) De zelfoverschatting van de Nederlanders in verband met hun graad aan tolerantie blijft mij, naargelang mijn humeur, charmeren of irriteren. Decennialang heb ik in Nederland gewoond en gewerkt. Doorgaans met heel veel plezier. En in dat land ook mijn belastingen betaald… Mijn nationaliteit heb ik maar behouden. Een twintigtal boeken werden door mijn Nederlandse uitgevers (Sun en Vantilt) gepubliceerd. Doorgaans ook
Zavelzinneke In het artikel ‘Nieuwbouw verpest groene wandelweg’ (BDW 1458, p.2) vermeldt u de bedding van de ‘Kleine Zenne’, letterlijke vertaling van Petite Senne. De oorspronkelijke Dietse (niet Vlaamse, er is nooit Vlaams gesproken in Brussel) naam is nochtans zó mooi: Zavelzinneke. Even googelen en u vindt de naam in de ontwerp-wijkplannen. Zo houden we ons erfgoed in ere. Marie-Claude Van Grunderbeek, Brussel
Actiris De werkloosheid bij jongeren in Brussel is schrijnend hoog. In januari 2015 klokte de jeugdwerkloosheidsgraad er af op 28,4 procent. Komt daar nog bij dat 66 procent van de Brusselse jongeren het secundair onderwijs niet eens heeft afgemaakt. Ongelooflijk, toch? Maar daar wordt wat aan gedaan.. De cijfers komen van Actiris, de Brusselse gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling, die zich positioneert als “de weg naar werk”. De mensen bij Actiris nemen de voorselectie of vooraanwerving voor hun rekening en brengen werkgever en werkzoekende met elkaar in contact. Heb je als sollicitant het juiste profiel voor de functie, dan wordt je door Actiris voorgeselecteerd en ‘aanbevolen’ bij de werkgever. Of dat is toch de bedoeling… Ik ben 27 en op zoek naar een vaste job als vertaler. Momenteel doe ik vertaalstage in het buitenland. Maar tijdens die stage gaat de zoektocht naar vast werk voor mij onherroepelijk verder. Ik ben nogal een actief persoon; voortdurend op zoek naar nieuwe uitdagingen en nieuwe doelen. De gedachte om na mijn stage plots stil te vallen
© SANDER DE WILDE
lezersbrieven@bdw.be
BRIEVEN VAN LEZERS
BDW 1461 PAGINA 17 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
en een zwart gat in mijn cv niet met een boeiende opportuniteit opgevuld te krijgen, doet me rillen. Ik schuim de jobsites af. Vacatures voor vertalers zijn dun bezaaid. First come, first serve. En het is werkelijk knokken als je met je talenkennis niet eerst in de customer service of als secretaresse aan de slag wil. Mooi, een vertaler gezocht in Sint-Lambrechts-Woluwe. Ik voeg de job meteen toe aan mijn mandje en wacht op de verdere gegevens die Actiris mij twee dagen later zal verstrekken. Ik bezorg mijn cv zoals gevraagd en vraag de contactgegevens op van de werkgever zodat ik mijn motivatiebrief rechtstreeks aan de juiste persoon kan richten. Ik wacht een week, zonder antwoord. Ik bel de medewerkster. Ze is bezig met het pre-screenen van alle kandidaten en brengt me op de hoogte zodra ze klaar is. Een maand en nog een herinneringsmail later bel ik haar opnieuw. Mijn begroeting en situatieschets in het Nederlands blijven secondelang onbeantwoord. Dan volgt een lichtjes agressief “vous parlez aussi français?”. Mijn mond valt open en ik ben even afgeleid. Wordt Actiris niet verondersteld ook de Nederlandstalige Brusselaars te begeleiden naar werk? Zou mijn e-mail daarom onbeantwoord zijn gebleven? Ik doe mijn betoog dan maar in het Frans. Het mocht niet baten. De preselectieprocedure zou die week worden afgesloten. Geen telefoon, Skype of Facetime; het pre-
Wat een aangename verrassing, een krant vol Nederlandse Brusselaars! Een prachtig initiatief van BDW, om nu al aandacht te besteden aan het heuglijke feit dat het 200 jaar geleden is dat Koning Willem l op 21 september 1815, hier in Brussel, ingehuldigd werd op het stadhuis, als koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. De Brusselse versie van “1815-2015, Willem bedankt!” komt eraan in maart, met als opening de voorstelling van de kaart van Brussel “Brussel tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden 1815-1830”. Michiel Plaizier, Laken
interview moest ter plaatse gebeuren. Procedures, zo blijkt. (Nonsens, een maand eerder ben ik wél verder geholpen door een van haar collega’s die er geen erg in zag mijn kandidatuur op basis van een telefonisch gesprek en motivatiebrief naar de werkgever door te sturen. Ik ben er na een test zelfs op gesprek mogen gaan!) Aangezien ik stage doe in het buitenland kon ik onmogelijk nog die week langskomen. Het antwoord van de medewerkster blijft nog in mijn hoofd nazinderen: “U doet een stage? Waarom zoekt u werk als u nog bezig bent? U komt best terug als u effectief zonder zit.” Een reactie als deze, van een begeleider naar werk in een stad waar de werkloosheid de pan uit swingt, is voor mij onbegrijpelijk en onaanvaardbaar. Het systeem een uitkering willen besparen wordt me blijkbaar niet in dank afgenomen. Een goede zet van Europa om 13 miljoen euro vrij te maken voor het oplossen van de jeugdwerkloosheid en het bevorderen van groei in Brussel. Prima om daarbij extra in te zetten op het begeleiden van laaggeschoolde jongeren naar een job, stage of opleiding. Maar zolang er niet wat wordt gedaan aan de ondermaatse inzet, mentaliteit en talenkennis van sommige begeleiders is het dweilen met de kraan open en is de steun van Europa een maat voor niets. Annelies Vandenplas, Brussel
Aanvulling Er sloop een fout in het artikel ‘Maakt oude industrie plaats voor moderne stad?’ (BDW 145, p.15). In de voorlaatste alinea staat vermeld dat het Masterplan-Biestebroek vorig jaar werd uitgewerkt door Aries Consultants.’ Juist is: door TV BUUR - Aries Consultants. BUUR staat in voor de opmaak van het masterplan (fase 1), terwijl Aries instaat voor de effectenstudie (fase 2). Onze excuses.
SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.
BDW 1461 PAGINA 18 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK BRUSSEL – Stripkunstenares Nena Peeters mengde zich maandenlang onder de mensenstroom op de perrons, de tunnels en de hal van Brussel Noord. Onopvallend observeerde, luistervinkte en schetste ze alles bijeen tot ‘Brussel Noord’, een graphic novel die nu een vervolg krijgt als een levensgrote stripinstallatie in het Noordstation: ‘BXL NOORD gestript. “Hier hoort dit werk thuis.”
H
ebt u kinderen? - Neen. (Stilte) - Woont u al lang in Brussel? - Brussel is ondertussen mijn thuis geworden. Eerst hield ik niet van de stad, ik vond het hier vuil. Maar nu gaat het wel. - Voelt u zich niet alleen in de stad? - We zijn uiteindelijk allemaal alleen, meisje. Maar we zijn wel allemaal samen in beweging. - Wat bedoelt u? - Omdat ik alleen ben, heb ik veel oog voor de stad. Op mijn eentje zie ik veel gebeuren, kan ik veel oppikken en voel ik mij ook niet eenzaam.
‘MIJN OREN VANGEN VEEL OP’
Last van een onveiligheidsgevoel heeft ze hier niet. “Dit station blijft me fascineren. Het ligt tussen twee werelden: aan de ene kant heb je de Brabantwijk, het Aarschotstraatje met de prostituees en de Turkse buurt, aan de andere kant ligt de kantoorwijk, waar iedereen heel proper gekleed gaat. Het contrast is enorm groot.”
Inspiratie in beweging Peeters’ creatieve brein creëert vanuit tumult en opwinding. Nietsbetekenende bewegingen
“Ik heb destijds iets van de reiziger genomen. Nu geef ik het hen terug, als een ode aan de pendelaar”
© NENA PEETERS
Een oude vrouw biecht het op aan een flyerend meisje in het station Brussel-Noord. Het is een van de vele flarden van de kortstondige dialogen tussen toevallige passanten die Nena Peeters tijdens de voorbereiding van haar eindwerk voor de opleiding Beeldverhaal aan Sint-Lukas onderschept. “Wat die vrouw zei, vond ik zo mooi. Ze raakte de kern van mijn opzet. Het verhaal van Brussel Noord gaat erover dat iedereen in zijn eigen wereld vertoeft terwijl we elkaar constant kruisen. Onze ontmoetingen zijn kort. Voor we het weten, zijn we weer weg, onze eigen richting uit.” Bij een kop koffie in het Noordstation blikt Nena Peeters terug op haar werkproces. Tot twee jaar geleden beleefde zij het treinstation in de schaduw van de WTC-torens en de Aarschotstraat net zoals zovele anderen: als een transitplek waar een mens wachtensmoe minuten zit te af te tellen tot de juiste trein op het juiste spoor verschijnt. Maar intussen voelt het Noordstation als een tweede thuis.
NENA PEETERS MAAKT LEVENSGROTE STRIP OVER EN IN HET STATION BRUSSEL-NOORD
roepen beelden op. “Ik word rustig in de drukte. Om te kunnen focussen heb ik beweging rond mij nodig. Ik ervaar eenzelfde rust als ik films bekijk of boeken lees: pas in de beweging van het beeld of van letters vind ik rust, en verzeil ik in mijn eigen parallelle verhalen.” Als kind van gescheiden ouders was ze zelf altijd op de baan. “Ik woon in Brussel, mijn ouders wonen elders. Ik besef dat ik vaker onderweg ben dan thuis, en ik voel me daar goed bij. Ik heb er ook een soort liefde voor het © NENA PEETERS
Nena Peeters kwam niet tussen in gesprekken tussen reizigers die ze observeerde: “Ik dacht: ‘Als ik me moei, is het om zeep’.”
BDW 1461 PAGINA 19 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
©SASKIA VANDERSTICHELE
“Het is een greep uit het alledaagse, verwacht geen diepzinnig verhaal.” Nena heeft altijd drie notaboekjes bij zich: eentje om losse gedachten in op te schrijven, eentje om in te schetsen en eentje om in te noteren wat ze opvangt tijdens het luistervinken. “In de eerste fase heb ik hier uren gesleten zonder schetsmateriaal. Het is me toen snel opgevallen dat er types mensen rondlopen. Niet dat ik iedereen in hokjes wil stoppen, maar met een zekere regelmaat zag ik bepaalde karakters terugkeren: de zakenman, moeders met huilende baby’s, de onoplettende toerist, een oude vrouw, automaatvullers, flyerende jongeren, studenten en gemene meiden. Met het ruwe materiaal heb ik een soort van schema gemaakt. Mijn kamer hing vol briefjes. Ik analyseerde de karaktertrekken van de reizigers in het Noordstation. Ik lette ook op uiterlijkheden zoals schoenen of jassen. Zo is er een hele mindmap ontstaan. Uiteindelijk heb ik een paar karakters gekozen waar ik mezelf een beetje in herken.”
Crowdfunding
draad en een plot. Auteurs zoals de Amerikaanse cartoonist Charles Burns prikkelen haar om naast het visuele evenzeer in te zetten op verhaallijnen. “Burns’ tekenstijl ligt me niet, maar zijn verhalen blazen me weg.” Maar het onsamenhangende van de gedachte-
nwereld van de honderden mensen die elkaar dagelijks voor de voeten lopen in BrusselNoord, dwong haar voor dit project voor een andere vorm te kiezen. Haar tekeningen zijn uiteindelijk visuele sequenties geworden, miniverhalen die zich afspelen tussen reizigers.
Tekenares Nena Peeters portretteerde de treinreizigers in Brussel-Noord: “Mijn personages hebben de benen van persoon X, het bovenlijf van persoon Y, en het haar van vrouw X. Een mix van de voorbijgangers, dus, zoals je hier in het station ook die mix treft.” © NENA PEETERS
Eenmaal een storyboard in haar hoofd installeerde ze zich al schetsend in telkens een andere hoek of gang van het station. Ze moest haar staanplaatsen zorgvuldig uitkiezen, zodat ze niet omver zou gelopen worden door de massa. Toestemming had ze niet gevraagd, waardoor ze ook regelmatig wandelen werd gestuurd. Maar even vaak werd ze gedoogd of keken nieuwsgierige blikken mee over haar schouder. “Ik heb gekke dingen meegemaakt. Op een gegeven moment vroeg een vrouw me of ik haar slaapkamer wilde schilderen. Of ik werd ervan verdacht statistieken bij te houden, maar ik stond gewoon te tekenen.” Mensen al tekenend portretteren, is intiem, beseft ze. “Het voordeel van een station is dat er zoveel volk rondloopt en dat niet iedereen je opmerkt of naar je kijkt. Iedereen loopt verder. Alhoewel, een loketbediende die ik heel graag wilde schetsen, liet het niet toe. Maar ik vond het zo’n goed personage dat ik hem stiekem toch heb getekend.” Van het een kwam het ander. Met nog steeds zichtbare verrassing vertelt Nena over het mailtje dat ze kreeg van de NMBS, nadat haar eindwerk was tentoongesteld op Sint-Lukas en weerklank had gevonden in een Vlaamse krant. “Ik kreeg van de NMBS de vraag of ik mijn werk niet wilde tentoonstellen op locatie, in het station. En ik kreeg de vrijheid om te doen wat ik wilde, op voorwaarde dat ik alles zou betalen.” In het najaar van 2014 stortte Nena Peeters zich vervolgens op Growfunding BXL, een crowdfundingplatform voor Brusselse projecten. Verbazend vlot rijfde ze het nodige budget binnen. In samenspraak met de NMBS heeft ze voor de levensgrote stripinstallatie wel een paar compromissen gesloten. Zo zijn er geen tekstballonnen en werden een aantal personages niet uitgewerkt voor deze expo. “Met daklozen portretteren had ik het sowieso moeilijk. Ze zijn geïsoleerd van de andere stationbezoekers, worden vooral genegeerd. In mijn boek komen ze voor, maar voor de tentoonstelling hebben we bijvoorbeeld beslist om geen zwervers op te voeren.” Nena’s stripprenten worden gemonteerd op lichtbakken in de hal en in de ramen op de perrons. Heeft ze schrik voor vandalisme? “Ze hebben mij verteld dat ik mag verwachten dat na drie weken de helft van mijn werk kapot zal zijn.” Ze bekijkt het filosofisch: “Ik heb destijds iets van de reiziger genomen. Nu geef ik het hen terug, als ode aan de pendelaar.” Kim Verthé
observeren van bewegende mensen aan overgehouden.”
Archetypes Voor Brussel Noord zette de stripkunstenares
zichzelf buiten de richtingenstrijd. Haar tekeningen op basis van zwarte inkt en felblauwe en -rode ecolineverf observeren interacties tussen onbekenden. Nena’s felle kleurenspel knipoogt onder andere naar het grafische
werk van Lorenzo Mattotti, de Italiaanse stripkunstenaar wiens kleurenkeuze Nena erg bewondert. Peeters had oorspronkelijk een klassieke strip in haar hoofd, met een verhaallijn, een rode
De expo ‘BXL NOORD gestript’ loopt vanaf 12 februari tot 5 maart in de hal, gangen en perrons van het station Brussel-Noord.
BDW 1461 PAGINA 20 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
Over zijn duurzaam slijpersschrijven dan. “Van anderen lees ik weleens verzen, maar zover ik het zie noteer ik niets uit Holland, dat trouwens aan het verschemeren is. Van daaruit vroeg Anton Korteweg (oud-directeur van het Nederlands Letterkundig Museum) me: ‘waarom weer zo een Vlaams woord als bulleman, dat gebruikt toch niemand?’ Ik antwoordde: ‘Jacob Catz en P.C. Hooft zijn dichters uit de zeventiende eeuw die over de bulleman spraken, en ik gebruik dat woord nu nog om het te redden (glimlacht schalks,red.)’.”
Doodsprentje
Dichter Hubert van Herreweghen: “Ik zal me nooit een Brusselaar noemen, wel iemand van Moortebeek, met de onbenoembare schoonheid van zijn hoeven in herinnering.”
© MARC GYSENS
DICHTBUNDEL > 95-JARIGE HUBERT VAN HERREWEGHEN BUITEN ZIJN STAD GEVIERD
BULLEMAN EN SLIJPER TEGELIJK SINT-JANS-MOLENBEEK – Maandag wordt Hubert van Herreweghen 95 jaar. Na zeventien dichtbundels heeft de langstlevende Brusselse dichter ‘De bulleman en de vogels’ klaar, met 52 hinnebezen van gedichten. Leuven nam een vers van hem te leen als blikvanger voor Gedichtendag 2015, twee weken terug. Zijn thuis is echter daar noch hier, de bulleman wortelt in de kouter.
A
ls we op de middagkoffie gaan ten huize Van Herreweghen in de Grilstraat glundert de nestor van de Nederlandse poëzie als nooit tevoren. Daags voordien werd De bulleman en de vogels voorgesteld in Abdij Keizersberg, met rector Rik Torfs, Marc Eyskens, Herman Van Rompuy, de prior van de abdij en een kavel geliefden van zijn verzen rond hem heen. En met al zijn kinderen, die na hun jeugd in Molenbeek uitgezwermd zijn over Vlaams-Brabant.
Denderhoutems Zolang er geen straat naar hem vernoemd wordt, zal Brussel niet geweten hebben dat de oud-journalist en Chef Drama van de eerste BRTseries hier sinds 1954 woont. Ondanks zijn talloze literaire prijzen en herkenbaar, unieke cadansrijmen. Want ach, hij wordt zo graag ‘van Pamel’ genoemd, al huisde hij
in Brussel en Gooik tegelijk. “Officieel woon ik ‘op Moortebeek’, een gehucht rond het riviertje waartoe mijn grond behoort. En ik erbij. Toen we dit lapje kochten, veronderstelden we dat het Dilbeek was. Het had hier niets van een stad. Als we wandelden kwamen we drie grote Brabantse hoeves tegen. Eén waar we melk haalden, net voor de Mettewielaan, één met honderd koeien bij Regina Caeli en Het Neerhof in Itterbeek. Dat was onze buurt, hier konden wij ons boers voelen.” “Toen we de weg Aalst-NinoveBrussel aandeden was deze plek de eerste ‘nederzetting’. Met de goedkoopste grond en makkelijk bereikbaar. Moortebeek had allerhande winkeltjes. De markt van Kuregem was niet ver, groot gemaakt door een karavaan van karren met oogstvruchten uit het Pajottenland. Mijn ouders woonden wel in Pamel, in ‘het huis achter hameien’ (traliehek),
maar kwamen uit Oost-Vlaanderen. Mijn taal was het Denderhoutems, dus Brabander ben ik ook niet. En ik zal me nooit een Brusselaar noemen, wel iemand van Moortebeek, met de onbenoembare schoonheid van zijn hoeven in herinnering.”
Bulleman “Mijn bundel Een Brussels tuintje (1999) heb ik wel opgedragen aan Brussel, en ook Wandeling (kaderstuk) uit De bulleman en de vogels slaat op de stad. Toen mijn vrouw
Wandeling Ach vos, niet voor één gat te vangen, das, die geen wandelaar ooit ziet, met hop, roerdomp en karekiet, (ook dieven ziet men niet meer hangen in dit aseptisch clean gebied) wij kennen ‘t raadsel van de wereld niet, de waarheid wijkt voor ons verlangen en moet schuilgaan in het lied, of in liturgische gezangen met Pasen en ‘t heil in ‘t verschiet.
Hubert van Herreweghen
ziek was heb ik veel gewandeld, langs deze kant van Moortebeek, Molenbeek, Sint-Agatha-Berchem tot Laken. Het gedicht is een afbrokkeling van de waarheid. Ik was met mensen, die bekendstonden als propere drinkers, waaronder ik, uitgenodigd om wijn te gaan proeven in de Cirio naast de Beurs. Daarnaast schuilt een opgegraven kapucijnenklooster. Dat deed me denken aan mijn broer kapucijn, die daar misschien pater had kunnen zijn in andere tijden. Ik dacht ‘en hier zit ik uit oude caveaus poederdroge vergane wijn te drinken’. Op die wandeling tot daar kon ik me best voorstellen dat er dingen te zien waren, zoals een vos. Uit een drietal gedichten heb ik dan dit ene gecondenseerd. Het gedicht is zorgeloos, vraagt om geen uitleg en springt wat holderdebolder van het ene op het andere. Maar het begint wel met de waarschuwing dat als je op wandel bent, je niet telkens een das of ander dier ziet, waarvan men beweert dat ze hier lopen. En die er eigenlijk niet lopen. Het gedicht is kronkelend en verwarrend en eindigt anders dan in de wijnkelder van de kapucijnen, die ik wijselijk verzwegen heb.”
Hij haalt er een vergeeld Woordenboek der Nederlandsche Taal van Martinus Nijhoff bij. “Meer dan in ‘vogelschrik’ hoor je in ‘bulleman’ het rammelende geluid om schrik te verwekken. Mijn allereerste verzen zijn 75 jaar oud, en het is nooit het moment geweest om me te schikken naar anderen. Ik heb geen gedichten te veel om er voor Holland te schrijven. Voor een goed gedicht moet ik veel slijpen en slijpen aan klank en ritme. En als er van daaruit een beeld oprijst, dan pas kan een effect bekomen worden, dat tot een goed gedicht leidt. Een gedicht is, zoals ik in Duimelot schrijf, iets van kloppen en kloppen met de hamer die geen duim spaart. En tegelijk loop ik op een mooie weg, waar ik kan struikelen over de woorden om het beste op te rapen. Ik schrijf ook niet voor een ander, en denk niet meer aan mijn dood als de andere. Alhoewel het denken over de vergankelijkheid wel fors toeneemt; het is zeer aanwezig sinds ik veel ziek geweest ben. Ik kan u een bangelijk vers lezen, Avond dat de doodsangst over mij brengt. Het gedicht is op mijn adem, die vliedend was, geschreven. Het zit vol ervaringen die ik nooit zo brutaal duidelijk heb overgebracht als in deze verzen: de sterkste verwoording ooit. ‘Licht, laatste korrel licht,/ draal nog even,/ verlaat me niet/als ’ t donker valt, (…)/ Verlaat me niet,/wees zacht.’” “Het past perfect bij een thema als afscheid, verlies en stilte, waarin gemijmerd wordt over de dood: ‘Nu moet ik naar de vaderen gaan’. Eigenlijk heb ik nooit geschreven: ik strompel en nu en dan komt een woord dat kleeft aan gewaarwordingen. En samen met visioenen klit het samen tot iets, vanuit mijn rode notitieboekjes (rechts in de kast op de foto, red.). Mijn dochter Anne heeft zo mijn allereerste vers Alles, alles is gedicht – mijn ervaring uit de oorlogstijd – in dikke letters geschilderd (het vers van Gedichtendag, red.). We schuilden onder een kelderluik in Izegem, toen de Duitsers ons eruit haalden.: ‘als het scheel wordt opgelicht’. Het gedicht heeft zijn eigen levenservaringen gekend, tot het met mijn vorige bundel, met een strikje rond, af was na zoveel tijd. Ondertussen had ik het ook opgestuurd naar mijn petekind Jan, toen men mij berichtte dat hij stervende was terwijl ik in het zuiden op reis was. Bij mijn thuiskomst stond het al op Jans doodsprentje. Zo heeft elk gedicht zijn eigen bruikbaarheid.” Jean-Marie Binst ‘De bulleman en de vogels’, een uitgave van P, www.uitgeverijp.be
BDW 1461 PAGINA 21 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
© ALAIN GILLES/ ALAIN BERTEAU /SYLVAIN WILLENZ
Nick Trachet BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT
DESIGN > ‘BELGIUM IS DESIGN’ IN MILAAN
Brusselse designers als belangrijkste visitekaart BRUSSEL – Met een vijfde, moeilijk verstandshuwelijk ‘om den brode’ onder de koepelnaam Belgium is Design hebben Design Vlaanderen, MAD Brussels en Wallonie Bruxelles Design Mode (WBDA) terug hun aanwezigheid op de Milan Design Week (14-19 april) bevestigd. Met steun van de Brusselse en Waalse exportpromotiedienst. De Design Week blijft dé referentiebeurs voor internationale designcreativiteit. Twee tentoonstellingen zullen daar de crème van onze bodem etaleren: enerzijds Confronting the Masters met het ‘beste’ van ons land, anderzijds het jongerenplatform SaloneSatellite, met zes ongekende, jeugdige nieuwkomers. Naar aanleiding van de tiende editie van de Prijs Designer van het Jaar werden gemakkelijkheidshalve de tien laureaten opgelijst om Confronting the Masters te vullen, in een scenografi e van Brusselaar Danny Venlet. Die tien incontournables of 2000 generation zijn in zeven van de tien gevallen Brusselaars of werken in
Brussel. Brussel levert dus het gros van ons nationaal topdesignerstalent volgens alle partners. Het zijn architect Alain Gilles met een hippe voetbaltafel, Alain Berteau met zijn relaxzetels, Sylvain Willenz met een luchtige houten Arch Chair, Nathalie Dewez met een staanlamp voor Ligne Roset, Jean-François D’Or met dienbladen en zijn June Table, Marina Beautier met een boekenrek en Bram Boo met zijn Mate XL-bureau voor Bulo. De ‘Zeven van Brussel’ worden aangevuld met drie Vlaamse designers. Curators zijn Bozar-man Dieter Van der Storm en vanuit Design Vlaanderen Inge Vranken. De tweede expositie wordt gevuld met onbekend jeugdig talent dat verkozen werd door een internationale jury in Milaan, die criteria hanteert als prototypes van talent jonger dan 35 jaar. Ook hier vijf Brusselaars van de zes kansenkrijgers: Frédérique Fichroulle, Pierre-Emmanuel Vandeputte, Leen D’Hondt, Laurent Chabrier en Atelier J&J. Jean-Marie Binst
ADVERTENTIE
Sociale Verhuurkantoren (SVK)
Verhuur uw woning zonder risico en zonder zorgen
a Gegarandeerde huur elke maand a
Verzekerd verhuurbeheer
a
Onderhoud van uw woning
a Hulp bij renovatie a Fiscale voordelen
www.fedsvk.be 02 412 72 44
Huis aan huis Thuisleveringen zijn verdwenen, op hier en daar een verloren gereden camionette van Bofrost na. Maar waarom eigenlijk? De Londenaar Jack Clarke is niet de typische natuurbeschermer. Ooit was hij tegen de visserij gekant op elk gebied. De wereld zou pas beter zijn wanneer de mens stopte met vissen, zo leek het wel. Maar met de jaren komt de wijsheid en hij zag in dat visserij zijn plaats heeft in deze wereld, zelfs positief kan zijn voor de motivering van de gewone mensen om te kiezen voor duurzame en lokale vis, andere soorten dan de ‘big five’ (bij ons zijn dat zalm, kabeljauw, tong, mosselen en garnaal) en dat het beter is vissers op een menselijke manier te betrekken bij de consumenten, om zo de kleinschalige visserij te steunen en vooruit te trekken ten opzichte van de grote trawlers. Jack ontwierp een schema van vispakketten in Zuid-Engeland. Consumenten sluiten zich aan bij een vereniging (Catchbox, Soleshare) en krijgen voor hun lidgeld op geregelde tijdstippen een pak ultra-verse vis van de vissers die ook aangesloten zijn. Het gevolg? Iedereen tevreden: de visser krijgt meer geld en een verzekerde afzet, de consument heeft ongezien verse vis met een verrassende variatie, voor minder geld dan in de supermarkt. De vis wordt geoogst met methodes die minder belastend zijn voor het milieu (drijfnetten, fuiken...). Verleden week kwam Jack dat in Oostende uitleggen, met de steun van de Europese Commissie, voor een zaal van sceptisch kijkende Vlaamse vissers, visverkopers en wetenschappers. In onze moderne steden kennen we het fenomeen wel voor andere producten. Al jaren verdelen kleine bio-tuinders hun alternatieve producten via abonnementen en fruit- en groentekistjes. Enthousiaste vrijwilligers staan in voor de distributie en de logistiek. Resultaat is blije gezichten aan alle kanten. Stedeling en landbouwer groeien naar elkaar toe. Met de visser zou dat beter ook zo zijn. Maar met zijn boodschap van verse vis in een doos deed hij mij terugdenken... Heel, heel lang geleden (halverwege de jaren 1960) had mijn moeder al een abonnement op vis. Dat was een activiteit van de Belgische Spoorwegen. Op donderdag verscheen er een donkergroene vrachtwagen met het vertrouwde B-logo in de straat en die leverde een houten kistje af met daarin drie kilogram vis. Welke vis, dat wist je nooit van tevoren, vaak minder bekende vis, zoals ‘knorhaan’ (nu zegt men rode poon) of ‘Noorse schelvis’, in het Frans ‘dorade’ (nu roodbaars/ sébaste). De vis werd ge-
deeld met de buren, want drie kilo was wat veel voor een klein gezin op vrijdag visdag. De spoorterminal aan de vismijn van Oostende is ondertussen afgebroken, haast niemand weet nog hoe die handel werd georganiseerd. Maar ze bestond wel degelijk, daarvan getuigen de houten viskistjes die een tweede leven kregen als container voor wasspelden, schuurpapier of elektrische onderdelen. Ze staan nog steeds in moeders kelder. Bij nader inzien kwam in die tijd bijna alles aan de deur: de melkboer met zijn glazen fl essen (“spoel mij uit alstublieft”), De slager, die uw bestelling opnam voor de volgende dag terwijl hij die van vandaag afrekende. De brouwer zette bakken tafelbier (niemand kocht toen nog spuitwater of frisdrank) rechtstreeks in de kelder en nam het leeggoed mee. Op zondag verschenen pistolets en boterkoeken aan de voordeur, maar de andere dagen van de week was er ook gewoon brood. Dan waren er de occasionele leveringen: fruit en groente, ijs van IJsboerke (tot heel recent nog!). De scharensliep stopte nu en dan in de straat en er was uiteraard ook een ambulante visboer. Last but not least: ‘den Union Economique’. Dat was een consumentencoöperatie. Maandelijks werd er een bestelling geplaatst op geëigende formulieren met kopie in verschillende kleuren en daar verscheen dan met een nadere vrachtwagen een levering van suikerklontjes en zout, olie en azijn, schoonmaakmiddelen en waspoeders, desnoods koekjes – noem maar op: allemaal thuis. Zelfs de stomerij kwam langs voor wie dat wilde. Wat een weelde, nietwaar? Maar toen verscheen de supermarkt. In onze wijk was dat in 1967 en één voor één verdwenen al die leveranciers aan huis. De supermarkten leerden ons impulslaankopen te doen, maar ook de auto gebruiken. Het is zover gekomen dat men vandaag een auto moet kopen om te kunnen gaan winkelen. Ondertussen keert het tij want we kunnen wel onze aankopen van het karretje in de auto zetten, maar eenmaal thuisgekomen moeten we diezelfde auto twee straten verder par-
“Hoog tijd om de thuislevering weer in te voeren. Wie kent er niemand die thuis is wegens werkloosheid, thuiswerk, mantelzorg, brugpensioen, enkelband of baaldag?”
keren omdat er voor de deur geen plaats is. En dan zeulen met de tassen en kratten. Waarom doen we dat dan nog? Het is hoog tijd om de thuislevering weer in te voeren. In de Vlaamse villawijken zijn ze nog altijd de deur uit van dageraad tot zonsondergang, maar welke stedeling heeft geen familielid of buur die thuis is wegens werkloosheid, thuiswerk, mantelzorg, brugpensioen, enkelband of baaldag? We zijn vaker thuis, laten we ons dus maar eens bedienen, of ophalen in het afhaalpunt op de hoek? En die vis? Een grote surprise! Aangepaste receptjes te vinden op het internet. Smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet
BDW 1461 PAGINA 24 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
Fabrizio Stenti: “Naar Brussel komen was een strategische keuze.”
ELSENE – Fabrizio Stenti, binnenhuisarchitect van opleiding, is kunstenaar. Zijn werk wrocht hij uit papier en hout. Vuilnis dat hij op straat vindt. Alleen al z’n visitekaartje spreekt voor zich: een gebruikt tramkaartje, met daarop het adres van zijn website. Een ontmoeting met een levenskunstenaar in de ware zin van het woord. Napolitaan van afkomst, klein van gestalte, groot van hart en ziel.
W
at Fabrizio Stenti wilde zijn, wat hij wilde worden: de omgeving waarin hij is opgegroeid heeft hem geen cadeaus gegeven. “Napels, dat is eenrichtingsverkeer. Wat betreft roots, wat betreft denken. Van bij je geboorte word je in een vakje gestopt. Kleur buiten de lijnen en je hoort er niet bij. Napolitanen groeien ook op met de idee dat de staat hun mama is, dat iemand anders voor hen moet zorgen. Dat ze het niet aan zichzelf verplicht zijn om op hun twee eigen benen te staan. Loopt er iets mis, dan is het steeds de schuld van een ander. Met als gevolg dat de hele Napolitaanse samenleving doordrongen
© MARC GYSENS
FABRIZIO STENTI CREËERT KUNST UIT ‘AFVAL’
‘GEEN SLAAF VAN DE CONSUMPTIEMAATSCHAPPIJ’ is van onverantwoord gedrag. Het heeft me gedwongen een weg te zoeken om te overleven. Te overleven als de mens die ik voor ogen had.” Die weg om te overleven, om zichzelf te zijn, heeft de jonge Fabrizio gevonden in creativiteit. “Het zat al van kleins af in mij. Tekenen, boetseren met klei. Dingen creëren met mijn handen. Kiezen voor de kunsthumaniora was voor mij dan ook een evidentie. Studies waarbij ik graag al eens uit de gelederen sprong: niet de opgelegde logica volgen, ik voelde instinctmatig aan dat ik het nodig had om als mens te groeien.” Na de kunsthumaniora volgde een opleiding
als binnenhuisarchitect. “Mijn wens was om ook daarin door te gaan. Probleem echter: mijn habitat bood weinig of geen kansen aan jongeren. Beheerst als ze was door gevestigde waarden. Ik herinner me nog levendig dat ik tijdens mijn studies een maquette indiende voor een wedstrijd. Ik moet 20 geweest zijn, al de andere deelnemers waren de 50 al gepasseerd... Het waren toestanden die maakten dat ik als 35-jarige nog steeds stage aan het lopen was. Een leeftijd waarop een mens de kans moet krijgen om zich in zijn volle mogelijkheden te ontplooien. Ik voelde me dan ook slecht, wilde uitbreken. Het is nu mijn tijd! Waarom kan het niet? Waarom? Dus heb ik besloten om Italië te
verlaten, om eindelijk mijn vleugels te kunnen uitslaan. Niet langer wilde ik me door mijn omgeving beknot zien in mijn mogelijkheden.”
Gehersenspoeld Naar het buitenland, in 2007, met twee lessen in het achterhoofd. Les één, in de oren geknoopt door een prof: Als een werk woorden nodig heeft om uit te leggen wat het is, dan is het waardeloos. Les twee, geleerd uit eigen observatie: het blind meelopen van de mens in het consumptiesysteem leidt tot een niet te verantwoorden ecologische voetafdruk. “Ik zag dag in dag uit, hoe mensen dingen zomaar
BDW 1461 PAGINA 25 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
“Ik besef maar al te goed dat ik niet de gemakkelijkste weg heb gekozen. Maar het is wel mijn weg, de weg van de vrijheid”
niet vinden. En tegelijkertijd stelde ik me de vraag: Waarom die ‘rommel’ niet gebruiken om te creëren? Een waardevol iets, hoe klein ook? Te tonen dat het anders kan en er tegelijkertijd de kost mee verdienen? Waarde geven aan iets dat blijkbaar geen waarde meer heeft? De cirkel doorbreken.”
Slapen als een baby Het buitenland, dat was eerst Rotterdam. Vervolgens München en dan Brussel. Brussel, waar Stenti nu al enkele jaren zijn stek heeft. “Naar Brussel komen was een strategische keuze. Omdat mijn broer hier leeft met zijn twee schatten van kinderen. Voor mij is dat een grote psychologische hulp, in wat ik toch mijn gevecht als man alleen durf te noemen. Familie blijft ongelooflijk belangrijk voor mij. Dat is nu eenmaal de Italiaanse aard, die ik niet kan of wil verloochenen. Het is ook de goede keuze gebleken. Ik heb hier een open stad gevonden wat betreft sociale interactie, met mensen uit de vier windstreken. Compleet het tegenovergestelde van wat ik in Napels heb moeten ervaren. Heb je een open geest, dan is het hier makkelijk de grenzen van je afkomst –sociaal, etnisch– te overschrijden. In een gemoedelijke sfeer.” Brussel heeft nog een andere gelijkenis met Napels: vuilnis genoeg te vinden op straat. Her en der. En laat dat nu net in Stenti’s straatje passen. Grafisch materiaal: papier, hout... Daar creëert hij figuratieve kunst mee.
Papier gekleefd op hout. Zijn manier om aan imperfectie waarde geven, in tegenstelling tot perfectie die door de maatschappij wordt opgedrongen. “De eerste jaren liet ik het knip- en plakwerk voor zichzelf spreken. Mozaïek. Het papier verknipt tot minuscule stukjes, die ik op en naast elkaar kleefde om een visuele illusie te creëren. Stadsgezichten onder meer, in vogelvlucht gezien, waarbij ik kon terugvallen op mijn opleiding in architectuur. Napels, Rotterdam... Op groot canvas. De afbeelding van de baai van Napels, bijvoorbeeld, meet 1 meter bij 1 meter 20, telt zowat 4.500 stukjes papier. Een tijdrovend werk, puzzelen. Het is als een mantra. In ‘the zone’ geraken, je afsluiten van alle andere dingen. De jongste jaren heb ik me niet langer toegespitst op mozaïek – ik dreigde vastgeroest te geraken in het herhalen van steeds maar hetzelfde – evenwel zonder het kleven papier op hout te verloochenen.” Die weg vertaalt zich in grotere geometrisch vormen van papier, waarmee een beeld wordt gecreëerd door kleurencombinaties, verrijkt met stift- of inkttekening. “Ik vind daarvoor veel inspiratie in de visuele uitdaging die Brussel is. De rijkdom aan art nouveau onder meer. Visuele pareltjes in het lappendeken, die ik vastleg met mijn camera, een onafscheidelijke kompaan.” Het is kunst die, bovendien, vrijheid koopt.“Een pot lijm van zes euro om de drie jaar volstaat, bij wijze van spreken, om in mijn levensonderhoud te voorzien. Creativiteit en inventiviteit doen de rest. En dat door dingen te gebruiken die door de maatschappij als overbodig worden beschouwd. Ik besef maar al te goed dat ik niet de gemakkelijkste weg heb gekozen. Maar het is wel mijn weg, de weg van de vrijheid. Het toont aan dat je niet noodzakelijk moet opgeslorpt worden door het systeem. Een systeem dat de mensen een valse illusie van vrijheid voor ogen houdt: vijf dagen meelopen in de rat race, om twee dagen quality time te kopen. Vals comfort. Wat net het tegenovergestelde van vrijheid is. Ik heb mijn strijd ook gewonnen: ik ben niet langer bevreesd voor wie ik ben. Stress, vergeet het. Telkens ik mijn hoofd leg, slaap ik als een baby.” Karel Van der Auwera Fabrizio Stenti stelt nog tot en met 28 februari tentoon in Galerie LesbroussART Gallery, Lesbroussartstraat 96, Elsene. Donderdag en vrijdag van 15 tot 19 uur; zaterdag en zondag van 11 tot 13 uur en van 15 tot 19 uur. Meer info op www. mix.com/ workwith/waste De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet
SOCIALE ACTIE Kunst creëren uit afval is één ding voor Fabrzio Stenti, praktische voorwerpen in elkaar knutselen is twee. Bijvoorbeeld uit een afgedankte kapstok en een kaduke rugleuning van een stoel. Noem het gerust sociale actie, op zijn eigen bescheiden manier. Met een ecologische achtergrond. “Van een primaire functie die zijn rit heeft gehad, een secundaire functie maken. Een voorwerp een tweede leven geven en zo pollutie tegengaan: het kan, als je het maar wil. Het is misschien een utopie, maar ik wil ook andere mensen daarvan op de hoogte brengen. Hen buiten ‘the box’ doen denken, aan te moedigen niet slaafs mee te lopen in het consumptiesysteem dat mensen als het ware dom houdt, hun brein verdooft. Ik wil beginnen met de jongsten. Workshops voor kinderen. Hen tonen, dat speelgoed niet per se dient gekocht te worden. Dat ze bijvoorbeeld van karton heel leuke dingen kunnen maken, zoals speelgoed. Speelgoed dat letterlijk van henzelf is. En hen tegelijkertijd respect te leren voor wat de natuur ons schenkt, Wij zijn de gasten van de natuur, niet omgekeerd.”
3 VRAGEN AAN ERIC D’AGOSTINO
‘Zieke mensen mag je niet opsluiten’ BRUSSEL – Als u dezer dagen één film moet gezien hebben, dan is het wel ‘La Nef des Fous’. De indringende documentaire van Eric D’Agostino en Patrick Lemy toont het leven zoals het is in de psychiatrische vleugel van de gevangenis van Vorst. Vanwaar het idee voor deze documentaire? Eric D’Agostino: “Ik ben van Italiaanse afkomst en groeide op in de Borinage in de jaren 1970. De Italianen van toen zijn de Marokkanen van nu. Ik had veel vriendjes die met messen speelden en op het verkeerde pad zijn beland. Dat had met mij ook kunnen gebeuren. Gelukkig heb ik op het juiste moment muziek, theater en cinema ontdekt.” “Daarnaast besefte ik dat ik in mijn leven nooit echt angst had gekend, en dat gevoel wilde ik verkennen. Ik wou ook begrijpen hoe het is om geïnterneerd te zijn.” “We hebben er onze tijd voor genomen. Voor we begonnen te filmen, zijn we één jaar lang gedurende één week per maand op bezoek geweest in de gevangenis, om er te babbelen met de gedetineerden. Na een tijdje rookten we sigaretten met hen, dronken we hun koffie. Het deed hen veel deugd om eens met iemand anders dan een andere gedetineerde of een psychiater te kunnen praten.” Op basis van welke criteria wordt iemand naar de psychiatrische afdeling van de gevangenis verwezen? D’Agostino: “Ik heb er drie jaar onderzoek naar gedaan en het is me nog steeds niet duidelijk. Een magistraat of psychiater kan beslissen dat iemand ontoerekeningsvatbaar was op het ogenblik dat de mis-
CULTUUR KORT
weggooiden. Op straat, zonder er verder bij na te denken. Gebruiksvoorwerpen die in hun ogen overbodig waren geworden. Vanwege te oud, vanwege te beschadigd. Omdat ze iets nieuws in de plaats wilden hebben. Zonder verder na te denken over de gevolgen van hun daad voor het milieu, voor henzelf. Gehersenspoeld als ze waren door het consumptiemodel dat zegt dat iets nieuws verwerven, iets zogezegd perfect, tot meer geluk leidt. Dat het oude niet goed genoeg is, overbodig. Dom, een ander woord voor dat blind meelopen kon ik
daad plaatsvond. Dergelijke gedetineerden moeten twee maanden in observatie. Als ze daadwerkelijk ontoerekeningsvatbaar worden bevonden, worden ze naar een psychiatrische instelling doorverwezen. Maar vaak is er in dergelijke instellingen geen plaats, of worden de patiënten geweigerd. Veel gedetineerden moeten daarom enkele jaren wachten, sommigen zullen de gevangenis nooit verlaten. En het ergst van al: ze weten niet wanneer, en of, ze zullen vrijkomen van het gevangenissysteem.” “Alle studies zijn het erover eens: het slechtste wat je met psychiatrische patiënten kunt doen, is ze opsluiten. Als je beslist om de doodstraf af te schaffen, dan mag je zieke mensen niet opsluiten. België wordt daar ieder jaar voor aangeklaagd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.” Wat heeft het maken van deze film met uzelf gedaan? D’Agostino: “La Nef des Fous heeft mijn visie op de wereld veranderd. Ik heb grote risico’s genomen, zowel op financieel als op persoonlijk vlak. Maar ik heb ontdekt dat er in iedere persoon, welke misdaad hij ook heeft begaan, iets menselijks schuilt.” “Een tijdje geleden ging ik naar de cinema aan de Naamsepoort. Plots werd ik op de schouder getikt en stond ik oog in oog met een van de zware jongens uit de gevangenis. Hij viel me in de armen. ‘Wat jullie bezoekjes voor ons betekenden, dat kan je je niet voorstellen,’ zei hij.” Ken Lambeets ‘La Nef des Fous’ wordt op vrijdag 13/02 getoond in La Venerie in Watermaal-Bosvoorde. Aansluitend debat met filmmakers en ex-gedetineerde (www.lavenerie. be). De film is ook te zien in Cinema Aventure (www.cinema-aventure.be).
DE GROTE BRUSSELQUIZ KOMT ER AAN. De grote Brusselquiz van de collega’s van FM Brussel komt eraan. Vlug inschrijven is de boodschap. Dit jaar kunnen er 80 ploegen deelnemen. Een ploeg bestaat uit vier deelnemers. De quiz vindt plaats op 13 maart in Autoworld in het Jubelpark. Later deze maand volgt een online quiz en quizzen op de radio. Inschrijven op www.fmbrussel.be. n GUIDO FONTEYN IN JETSE BIBLIOTHEEK. Niet het verschil in taal maar de aan- of afwezigheid van delfstoffen in de ondergrond heeft eeuwenlang de verhouding tussen Wallonië, Vlaanderen en Brussel bepaald. Dat is de rode draad van de lezing die publicist en Jettenaar Guido Fonteyn geeft in de Nederlandstalige bibliotheek op vrijdag 13/02 om 20 uur aan het Kardinaal Mercierplein 6 in Jette. Toegang gratis. Inschrijven DV via www.jettebibliotheek.be of 02-427.76.07.
ADVERTENTIE © JO VOETS
presents
THE BRUSSELS ANIMATION FILM FESTIVAL
Dario Ceccarelli wil minder bekende brouwers in contact brengen met bierliefhebbers.
GASTRONOMIE > ONLINE BIER BESTELLEN BIJ BELGIAN BEER DISCOVERY
‘Op café drink je altijd hetzelfde bier’ © François Chalet/ Folioscope 2015
Brussels, Flagey 13 -22/02/2015 www.animafestival.be Co-funded by the
Creative Europe
BRUSSEL – Twee Italiaanse Brusselaars verkopen Belgische artisanale bieren via het internet. De formule slaat aan: het klantenbestand breidt voortdurend uit, en via crowdfunding hebben ze net 50.000 euro binnengehaald voor schaalvergroting.
European Union
Heeft u al ooit een Noir de Dottignies geproefd, of een Triple Geuze van de Grembergse brouwerij Dilewyns? Nota bene een Italiaan in Schotland bedacht dat dat zonde was. Dario Ceccarelli (32) proefde veel soorten lokale ale toen hij in Edinburgh was om een ingenieursstudie af te maken. “Hier in België is er zo veel meer bier, maar toch kom je hier altijd dezelfde merken tegen als je op café gaat,” zegt Ceccarelli, die zijn nationaliteitskwestie vergelijkt “met die van Elio, maar dan zonder rood strikje. Mijn ouders komen uit Italië, maar zelf ben ik geboren en getogen in Ukkel.”
ADVERTENTIE
Reddende Amerikanen
Met de steun van de
De kiem voor het bedrijfje dat Ceccarelli eind 2013 begon met een oud-klasgenoot, was gezaaid. “De biermarkt in België is een quasi-monopolie,” legt hij uit in zijn beste Nederlands. “Cafébazen zijn vaak freelancers, die een pand mogen huren van een grote brouwer, op voorwaarde dat alleen diens bieren geserveerd worden. Wie de verkoopsquota niet haalt, wordt eruit gegooid.” Praktijken die Ceccarelli vergelijkt met de maffia in Napels, waar zijn familie vandaan komt. Via Belgian Beer Discovery – of Belgibeer – wil hij kleine, onafhankelijke brouwerijen meer onder de aandacht brengen. Het oorspronkelijke idee was om maandelijks een streekbier aan de Brusselse horeca te slijten, en de overschotten vervolgens online te verkopen aan particulieren. Op plekken als Le Corbeau, het ViaViacafé en Le Waterloo in Sint-Gillis kunt u zijn selectie proeven. Maar het zijn de privéklanten die intussen al driekwart van de verkoop voor hun rekening nemen. “Ken je brouwerij De Ryck uit Herzele, van de Arend Tripel?,” vraagt Ceccarelli. “De brouwer vertelde me: ‘Als wij onze Amerikaanse importeur niet hadden gehad, waren we al lang failliet. Bijna niemand koopt hier ons bier.’ Zulke brouwers wil ik in contact brengen met bierliefhebbers.” Ceccarelli wisselt netjes af tussen Waalse en Vlaamse brouwerijen, en kiest geregeld voor nieuwe microbrouwhuizen. Van de zo-
wat 160 kleine, onafhankelijke brouwerijen in België heeft hij er inmiddels 120 bezocht. Om te proeven natuurlijk, maar ook om te checken of het bier wel degelijk ter plaatse gebrouwen wordt.
Mosterd of salami Bestellen gebeurt via de website van Belgibeer – voorlopig alleen nog in het Frans en Engels, maar de Italo-Belg belooft dat daar snel verandering in komt. Je kunt één keer nieuwe bieren uitproberen, of meteen een abonnement nemen voor drie, zes of twaalf maanden. De prijzen variëren tussen de 19,99 en 23,99 euro. Daarvoor ontvang je maandelijks een box met telkens twee flesjes van vier bieren die je niet in de Brusselse supermarkten of bars zal terugvinden, plus een flyer met meer uitleg. De bijbehorende glazen bestellen kan ook, net als artisanale pickles, mosterd, salami, chocolade of biergelei. In oktober 2013 begonnen ze met 13 bierboxen, inmiddels gaan er maandelijks 1.100 de deur uit naar particuliere klanten. “Tachtig procent is vrouw”, zegt Ceccarelli. “Zij kopen het bier meestal voor hun man of vader, als cadeau. Wij houden daar rekening mee.” Een tiende van de klanten wonen in het Brusselse, 5 procent in Vlaanderen, en maar liefst de helft in Frankrijk. Ceccarelli’s vennoot Paul Pilavachi (32) woont inmiddels de helft van de tijd in Parijs, precies omdat daar zo’n grote markt zit. “Wist je bijvoorbeeld dat brouwerij Bavik domineert in Normandië, Bretagne en Picardië?” Twee maanden geleden is Belgibeer verhuisd naar het TIR-centrum aan de Havenlaan. De vrachtwagens met Belgische speciaalbieren vertrekken van hieruit naar de klanten over heel België, Frankrijk, Groot-Brittannië en – natuurlijk – Italië. Tegen betaling van verzendingskosten wordt het bier thuis geleverd, of in een krantenwinkel in de buurt. Brusselaars kunnen hun bierbox ook gratis afhalen op twee verdeelpunten. Om de alsmaar stijgende aantallen bierboxen niet meer handmatig te moeten vullen, heeft Belgian Beer Discovery nog tot 15 februari een crowdfundingcampagne lopen op My Micro Invest. Op het moment van publicatie hebben Ceccarelli en Pilavachi de gevraagde 50.000 euro al ruimschoots gehaald. Sara De Sloover
BDW 1461 PAGINA 23 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
Artists in residence Léopold Senghor in Dakar
Promotor van de négritude © GABRIEL HOLLANDER
BRUSSEL – In Etterbeek draait het cultuurcentrum Espace Senghor nog altijd op volle toeren. Het centrum is genoemd naar een Afrikaan, en zo zijn er niet veel. Espace Senghor werd in 1988 geopend nadat de gemeente de oude cinema Rixy, die al in 1937 zijn deuren had gesloten, had opgekocht en omgebouwd tot een nieuw cultuurcentrum. De officiële opening gebeurde in het bijzijn van niemand minder dan Léopold Sedar Senghor zelf. Senghor was, vanaf de onafhankelijkheid van zijn land in 1960, tot in 1980, president van Senegal. De man genoot zowel in Afrika als in Europa groot aanzien omwille van zijn op verzoening en democratie gericht staatsmanschap. Na zijn studies in Dakar, was Senghor naar de universiteit van Parijs getrokken waar hij in 1935 afstudeerde. Nadien gaf hij les in Frankrijk, steunde hij er het verzet tijdens de oorlog, en behoorde hij er na de oorlog tot de grondwetgevende vergadering die de vierde republiek vormgaf. In 1955 werd hij zelfs even staatssecretaris, voor hij terugkeerde naar Senegal. Maar behalve als de eerste president van Senegal, maakte Senghor ook naam als man van de Letteren. Hij publiceerde als dichter verschillende bundels en was ook de samensteller van de Bloemlezing van Nieuwe Zwarte
aanname van bepaalde Westerse waarden en gewoontes (een verschil met het pan-Afrikanisme dat duidelijker de scheiding maakt met het Westen). Nog in dat opzet paste zijn organisatie, samen met zijn landgenoot en curator Alioune Diop van het Festival Mondial des Arts Nègres (FESMAN), dat in 1966 plaatshad in Dakar met de steun van Unesco. Op dat festival waren bekende kunstenaars als Arthur Mitchell, Alvin Ailey, Duke Ellington en Aimé Césaire aanwezig. Afrikaanse volkskunst werd er voor het eerst alsdusdanig in een museale context tentoongesteld, terwijl ook hedendaagse beeldende kunst een plaats kreeg in het daartoe opgerichte Musée Dynamique, waarin Senghor eind jaren 1970 ook nog even Mudra-Afrique onderbrengt: een dansschool onder leiding van Maurice Béjart naar het voorbeeld van diens Mudra-dansschool in Brussel.
Lokale kunstscene
Cultuurcentrum Espace Senghor in Etterbeek, vernoemd naar de voormalige president van Senegal.
en Malagassische poëzie waar Jean-Paul Sartre de inleiding bij schreef. Na zijn politieke carrière werd Senghor ook opgenomen in de exclusieve Académie Française. De bloemlezing met ‘nieuwe zwarte poëzie’
paste in Senghors promotie van de négritude, een levensfilosofie die alle zwarten met Afrikaanse wortels ter wereld uitnodigde om trots te zijn op hun cultuur en herkomst, en die positieve instelling te combineren met de
Het kunstenbeleid van Senghor is een belangrijke factor gebleken voor het feit dat Dakar vandaag nog altijd op de kaart staat als een van de belangrijkste kunststeden van Afrika. Uit het Fesman ontstond eerst het World Festival of Black Arts, en sinds 1990 heeft in de Senegalese hoofdstad ook nog altijd de Dak’art Biennale voor hedendaagse kunst plaats. Dakar heeft trouwens ook een heel diverse en zelfbewuste lokale kunstscene die gedragen wordt door rappers, dansers, fotografen, graffiti-artiesten en modeontwerpers. In 2014 maakte de Duitse documentairemaakster Sandra Krampelhuber daarover de film 100% DAKAR – more than art. Michaël Bellon www.brusselnieuws.be/inresidence
ADVERTENTIE
j i j Ben chrijver s n ? ee g n i d r o w in E PEN ENATIE? T T O L V EN IR HEB JE ERUSSEL JE INSP n de GEEFT B editie va
word weede aan de t el Deze Week en e e m n Doe da an Bruss tad! dstrijd v e w ofds jf ri h c s in de ho d m e ro e wereldb thema met als l a a rh e ortv s jouw k laag’. Stuur on ij hoog en bij b l ‘Brusse
uit en verhalen rd worden e t s e b e e ry kiest d epublice Een vakju e inzendingen g er nog heel wat n elk beslist w nt. Bovendien zij boekenbonnen ra k n e e k z oe en in on n zoals b e jz ri p re je op ande ent vind . m n le e g n re in te w strijd rijd dige wed rijfwedst Het volle elnieuws.be/sch ss www.bru T LIGGEN KANS NIE E K IJ R ZE ROEM ! LAAT DE N IN JE PE EN KRUIP
L I R P A 9 1 : E N I L D DEA Brussel Deze Week
BDW 1461 PAGINA 24 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
Fabrizio Stenti: “Naar Brussel komen was een strategische keuze.”
ELSENE – Fabrizio Stenti, binnenhuisarchitect van opleiding, is kunstenaar. Zijn werk wrocht hij uit papier en hout. Vuilnis dat hij op straat vindt. Alleen al z’n visitekaartje spreekt voor zich: een gebruikt tramkaartje, met daarop het adres van zijn website. Een ontmoeting met een levenskunstenaar in de ware zin van het woord. Napolitaan van afkomst, klein van gestalte, groot van hart en ziel.
W
at Fabrizio Stenti wilde zijn, wat hij wilde worden: de omgeving waarin hij is opgegroeid heeft hem geen cadeaus gegeven. “Napels, dat is eenrichtingsverkeer. Wat betreft roots, wat betreft denken. Van bij je geboorte word je in een vakje gestopt. Kleur buiten de lijnen en je hoort er niet bij. Napolitanen groeien ook op met de idee dat de staat hun mama is, dat iemand anders voor hen moet zorgen. Dat ze het niet aan zichzelf verplicht zijn om op hun twee eigen benen te staan. Loopt er iets mis, dan is het steeds de schuld van een ander. Met als gevolg dat de hele Napolitaanse samenleving doordrongen
© MARC GYSENS
FABRIZIO STENTI CREËERT KUNST UIT ‘AFVAL’
‘GEEN SLAAF VAN DE CONSUMPTIEMAATSCHAPPIJ’ is van onverantwoord gedrag. Het heeft me gedwongen een weg te zoeken om te overleven. Te overleven als de mens die ik voor ogen had.” Die weg om te overleven, om zichzelf te zijn, heeft de jonge Fabrizio gevonden in creativiteit. “Het zat al van kleins af in mij. Tekenen, boetseren met klei. Dingen creëren met mijn handen. Kiezen voor de kunsthumaniora was voor mij dan ook een evidentie. Studies waarbij ik graag al eens uit de gelederen sprong: niet de opgelegde logica volgen, ik voelde instinctmatig aan dat ik het nodig had om als mens te groeien.” Na de kunsthumaniora volgde een opleiding
als binnenhuisarchitect. “Mijn wens was om ook daarin door te gaan. Probleem echter: mijn habitat bood weinig of geen kansen aan jongeren. Beheerst als ze was door gevestigde waarden. Ik herinner me nog levendig dat ik tijdens mijn studies een maquette indiende voor een wedstrijd. Ik moet 20 geweest zijn, al de andere deelnemers waren de 50 al gepasseerd... Het waren toestanden die maakten dat ik als 35-jarige nog steeds stage aan het lopen was. Een leeftijd waarop een mens de kans moet krijgen om zich in zijn volle mogelijkheden te ontplooien. Ik voelde me dan ook slecht, wilde uitbreken. Het is nu mijn tijd! Waarom kan het niet? Waarom? Dus heb ik besloten om Italië te
verlaten, om eindelijk mijn vleugels te kunnen uitslaan. Niet langer wilde ik me door mijn omgeving beknot zien in mijn mogelijkheden.”
Gehersenspoeld Naar het buitenland, in 2007, met twee lessen in het achterhoofd. Les één, in de oren geknoopt door een prof: Als een werk woorden nodig heeft om uit te leggen wat het is, dan is het waardeloos. Les twee, geleerd uit eigen observatie: het blind meelopen van de mens in het consumptiesysteem leidt tot een niet te verantwoorden ecologische voetafdruk. “Ik zag dag in dag uit, hoe mensen dingen zomaar
BDW 1461 PAGINA 25 - DONDERDAG 12 FEBRUARI 2015
niet vinden. En tegelijkertijd stelde ik me de vraag: Waarom die ‘rommel’ niet gebruiken om te creëren? Een waardevol iets, hoe klein ook? Te tonen dat het anders kan en er tegelijkertijd de kost mee verdienen? Waarde geven aan iets dat blijkbaar geen waarde meer heeft? De cirkel doorbreken.”
Slapen als een baby Het buitenland, dat was eerst Rotterdam. Vervolgens München en dan Brussel. Brussel, waar Stenti nu al enkele jaren zijn stek heeft. “Naar Brussel komen was een strategische keuze. Omdat mijn broer hier leeft met zijn twee schatten van kinderen. Voor mij is dat een grote psychologische hulp, in wat ik toch mijn gevecht als man alleen durf te noemen. Familie blijft ongelooflijk belangrijk voor mij. Dat is nu eenmaal de Italiaanse aard, die ik niet kan of wil verloochenen. Het is ook de goede keuze gebleken. Ik heb hier een open stad gevonden wat betreft sociale interactie, met mensen uit de vier windstreken. Compleet het tegenovergestelde van wat ik in Napels heb moeten ervaren. Heb je een open geest, dan is het hier makkelijk de grenzen van je afkomst –sociaal, etnisch– te overschrijden. In een gemoedelijke sfeer.” Brussel heeft nog een andere gelijkenis met Napels: vuilnis genoeg te vinden op straat. Her en der. En laat dat nu net in Stenti’s straatje passen. Grafisch materiaal: papier, hout... Daar creëert hij figuratieve kunst mee.
Fabrizio Stenti stelt nog tot en met 28 februari tentoon in Galerie LesbroussART Gallery, Lesbroussartstraat 96, Elsene. Donderdag en vrijdag van 15 tot 19 uur; zaterdag en zondag van 11 tot 13 uur en van 15 tot 19 uur. Meer info op www. mix.com/ workwith/waste De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet
SOCIALE ACTIE Kunst creëren uit afval is één ding voor Fabrzio Stenti, praktische voorwerpen in elkaar knutselen is twee. Bijvoorbeeld uit een afgedankte kapstok en een kaduke rugleuning van een stoel. Noem het gerust sociale actie, op zijn eigen bescheiden manier. Met een ecologische achtergrond. “Van een primaire functie die zijn rit heeft gehad, een secundaire functie maken. Een voorwerp een tweede leven geven en zo pollutie tegengaan: het kan, als je het maar wil. Het is misschien een utopie, maar ik wil ook andere mensen daarvan op de hoogte brengen. Hen buiten ‘the box’ doen denken, aan te moedigen niet slaafs mee te lopen in het consumptiesysteem dat mensen als het ware dom houdt, hun brein verdooft. Ik wil beginnen met de jongsten. Workshops voor kinderen. Hen tonen, dat speelgoed niet per se dient gekocht te worden. Dat ze bijvoorbeeld van karton heel leuke dingen kunnen maken, zoals speelgoed. Speelgoed dat letterlijk van henzelf is. En hen tegelijkertijd respect te leren voor wat de natuur ons schenkt, Wij zijn de gasten van de natuur, niet omgekeerd.”
3 VRAGEN AAN ERIC D’AGOSTINO
‘Zieke mensen mag je niet opsluiten’ BRUSSEL – Als u dezer dagen één film moet gezien hebben, dan is het wel ‘La Nef des Fous’. De indringende documentaire van Eric D’Agostino en Patrick Lemy toont het leven zoals het is in de psychiatrische vleugel van de gevangenis van Vorst. Vanwaar het idee voor deze documentaire? Eric D’Agostino: “Ik ben van Italiaanse afkomst en groeide op in de Borinage in de jaren 1970. De Italianen van toen zijn de Marokkanen van nu. Ik had veel vriendjes die met messen speelden en op het verkeerde pad zijn beland. Dat had met mij ook kunnen gebeuren. Gelukkig heb ik op het juiste moment muziek, theater en cinema ontdekt.” “Daarnaast besefte ik dat ik in mijn leven nooit echt angst had gekend, en dat gevoel wilde ik verkennen. Ik wou ook begrijpen hoe het is om geïnterneerd te zijn.” “We hebben er onze tijd voor genomen. Voor we begonnen te filmen, zijn we één jaar lang gedurende één week per maand op bezoek geweest in de gevangenis, om er te babbelen met de gedetineerden. Na een tijdje rookten we sigaretten met hen, dronken we hun koffie. Het deed hen veel deugd om eens met iemand anders dan een andere gedetineerde of een psychiater te kunnen praten.” Op basis van welke criteria wordt iemand naar de psychiatrische afdeling van de gevangenis verwezen? D’Agostino: “Ik heb er drie jaar onderzoek naar gedaan en het is me nog steeds niet duidelijk. Een magistraat of psychiater kan beslissen dat iemand ontoerekeningsvatbaar was op het ogenblik dat de mis-
CULTUUR KORT
“Ik besef maar al te goed dat ik niet de gemakkelijkste weg heb gekozen. Maar het is wel mijn weg, de weg van de vrijheid”
Papier gekleefd op hout. Zijn manier om aan imperfectie waarde geven, in tegenstelling tot perfectie die door de maatschappij wordt opgedrongen. “De eerste jaren liet ik het knip- en plakwerk voor zichzelf spreken. Mozaïek. Het papier verknipt tot minuscule stukjes, die ik op en naast elkaar kleefde om een visuele illusie te creëren. Stadsgezichten onder meer, in vogelvlucht gezien, waarbij ik kon terugvallen op mijn opleiding in architectuur. Napels, Rotterdam... Op groot canvas. De afbeelding van de baai van Napels, bijvoorbeeld, meet 1 meter bij 1 meter 20, telt zowat 4.500 stukjes papier. Een tijdrovend werk, puzzelen. Het is als een mantra. In ‘the zone’ geraken, je afsluiten van alle andere dingen. De jongste jaren heb ik me niet langer toegespitst op mozaïek – ik dreigde vastgeroest te geraken in het herhalen van steeds maar hetzelfde – evenwel zonder het kleven papier op hout te verloochenen.” Die weg vertaalt zich in grotere geometrisch vormen van papier, waarmee een beeld wordt gecreëerd door kleurencombinaties, verrijkt met stift- of inkttekening. “Ik vind daarvoor veel inspiratie in de visuele uitdaging die Brussel is. De rijkdom aan art nouveau onder meer. Visuele pareltjes in het lappendeken, die ik vastleg met mijn camera, een onafscheidelijke kompaan.” Het is kunst die, bovendien, vrijheid koopt.“Een pot lijm van zes euro om de drie jaar volstaat, bij wijze van spreken, om in mijn levensonderhoud te voorzien. Creativiteit en inventiviteit doen de rest. En dat door dingen te gebruiken die door de maatschappij als overbodig worden beschouwd. Ik besef maar al te goed dat ik niet de gemakkelijkste weg heb gekozen. Maar het is wel mijn weg, de weg van de vrijheid. Het toont aan dat je niet noodzakelijk moet opgeslorpt worden door het systeem. Een systeem dat de mensen een valse illusie van vrijheid voor ogen houdt: vijf dagen meelopen in de rat race, om twee dagen quality time te kopen. Vals comfort. Wat net het tegenovergestelde van vrijheid is. Ik heb mijn strijd ook gewonnen: ik ben niet langer bevreesd voor wie ik ben. Stress, vergeet het. Telkens ik mijn hoofd leg, slaap ik als een baby.” Karel Van der Auwera
© NEON ROUGE
weggooiden. Op straat, zonder er verder bij na te denken. Gebruiksvoorwerpen die in hun ogen overbodig waren geworden. Vanwege te oud, vanwege te beschadigd. Omdat ze iets nieuws in de plaats wilden hebben. Zonder verder na te denken over de gevolgen van hun daad voor het milieu, voor henzelf. Gehersenspoeld als ze waren door het consumptiemodel dat zegt dat iets nieuws verwerven, iets zogezegd perfect, tot meer geluk leidt. Dat het oude niet goed genoeg is, overbodig. Dom, een ander woord voor dat blind meelopen kon ik
daad plaatsvond. Dergelijke gedetineerden moeten twee maanden in observatie. Als ze daadwerkelijk ontoerekeningsvatbaar worden bevonden, worden ze naar een psychiatrische instelling doorverwezen. Maar vaak is er in dergelijke instellingen geen plaats, of worden de patiënten geweigerd. Veel gedetineerden moeten daarom enkele jaren wachten, sommigen zullen de gevangenis nooit verlaten. En het ergst van al: ze weten niet wanneer, en of, ze zullen vrijkomen van het gevangenissysteem.” “Alle studies zijn het erover eens: het slechtste wat je met psychiatrische patiënten kunt doen, is ze opsluiten. Als je beslist om de doodstraf af te schaffen, dan mag je zieke mensen niet opsluiten. België wordt daar ieder jaar voor aangeklaagd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.” Wat heeft het maken van deze film met uzelf gedaan? D’Agostino: “La Nef des Fous heeft mijn visie op de wereld veranderd. Ik heb grote risico’s genomen, zowel op financieel als op persoonlijk vlak. Maar ik heb ontdekt dat er in iedere persoon, welke misdaad hij ook heeft begaan, iets menselijks schuilt.” “Een tijdje geleden ging ik naar de cinema aan de Naamsepoort. Plots werd ik op de schouder getikt en stond ik oog in oog met een van de zware jongens uit de gevangenis. Hij viel me in de armen. ‘Wat jullie bezoekjes voor ons betekenden, dat kan je je niet voorstellen,’ zei hij.” Ken Lambeets ‘La Nef des Fous’ wordt op vrijdag 13/02 getoond in La Venerie in Watermaal-Bosvoorde. Aansluitend debat met filmmakers en ex-gedetineerde (www.lavenerie. be). De film is ook te zien in Cinema Aventure (www.cinema-aventure.be).
DE GROTE BRUSSELQUIZ KOMT ER AAN. De grote Brusselquiz van de collega’s van FM Brussel komt eraan. Vlug inschrijven is de boodschap. Dit jaar kunnen er 80 ploegen deelnemen. Een ploeg bestaat uit vier deelnemers. De quiz vindt plaats op 13 maart in Autoworld in het Jubelpark. Later deze maand volgt een online quiz en quizzen op de radio. Inschrijven op www.fmbrussel.be. n GUIDO FONTEYN IN JETSE BIBLIOTHEEK. Niet het verschil in taal maar de aan- of afwezigheid van delfstoffen in de ondergrond heeft eeuwenlang de verhouding tussen Wallonië, Vlaanderen en Brussel bepaald. Dat is de rode draad van de lezing die publicist en Jettenaar Guido Fonteyn geeft in de Nederlandstalige bibliotheek op vrijdag 13/02 om 20 uur aan het Kardinaal Mercierplein 6 in Jette. Toegang gratis. Inschrijven DV via www.jettebibliotheek.be of 02-427.76.07.
BDW 1461 PAGINA 26 - DONDERDAG12 FEBRUARI 2015
SKICROSS > STEFAN JANSSENS ONDERVINDT HANDICAP DIE BELGISCHE WINTERSPORTERS HEBBEN
‘Belgische criteria zijn erg streng’ merkt en een jaar na mijn debuut kreeg ik een licentie. Daardoor mocht ik deelnemen aan wedstrijden van de Internationale Ski Federatie (FIS).” Stefan Janssens is een self-made-skicrosser. Hij schaafde aan zijn techniek door met zijn ogen te stelen tijdens competities en na te doen wat hij zag. Trainingen alpineskiën werkte hij af met de Flemish Alpine Ski Academy, voor specifieke skicrosstraining moet hij nog steeds rekenen op de toppers. “Met vijftienduizend euro per jaar kom je maar net toe. Dat is het minimum. Ik heb het geluk gehad dat mijn ouders me financieel steunden. Ondertussen heb ik drie sponsors en dankzij mijn connecties in het milieu kan ik de kosten drukken. Maar ik moet elke euro nog steeds twee keer omdraaien.” “Een parcours voor skicross blijft nooit liggen, dat is te gevaarlijk voor onervaren skiërs die het zouden willen uitproberen. Het parcours wordt dus een paar dagen voor een competitie gemaakt en ik profiteer van die dagen voor de wedstrijd om er te trainen. Van oktober tot december moet je veel op techniek trainen. In die periode ga ik bijvoorbeeld naar de plaats waar het Zwitsers team traint, zodat ik op het door hun aangelegde parcours kan trainen. Dat is de goedkoopste optie.”
BDWSPORT
BRUSSEL – Geen bergen, niet genoeg expertise, weinig ondersteuning… Het is geen sinecure om door te breken als Belgische wintersporter. Stefan Janssens (23) doet het ook nog eens in een discipline die hier amper gekend is: skicross. Hij combineert zijn studies aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) met zoveel mogelijk trainingen in de bergen, maar dat kost geld. Veel geld. “Ik zat naar de Olympische Winterspelen van Vancouver (2010) te kijken toen ik de click maakte,” vertelt Janssens. “Ik kende skicross wel, maar toen ik het daar live zag, was ik meteen verkocht. Mijn ski’s werden terug van stal gehaald en ik smeet me in een nieuw avontuur. Ik was meer volwassen geworden dan bij mijn eerste poging op de sneeuw. Deze keer kon ik wel omgaan met druk.” Dat eerste avontuur beleefde Janssens bij skiclub Aspen in Wilrijk. Met een verbeten wintersporter als vader was het logisch dat hij zich thuis voelde op de sneeuw, al was het geen onverdeeld succes. Stefan hield niet van competitie – hij kon moeilijk omgaan met verlies – en besloot over te schakelen naar ijshockey. “Ik heb met de jeugdploegen van de Leuven Chiefs twee Belgische titels behaald, maar ook daar ben ik mee gestopt. Ik wou iets anders en vond uiteindelijk skicross. Actiesporten hebben me altijd aangetrokken. Ik doe bijvoorbeeld graag aan freestyle, maar denk er te veel bij na. Skicross is een goede mix van adrenaline en freestyle, en is toch gecontroleerd.” “Ik hou ook wel van alpineskiën, maar de competitie is zeer passief. Op een wedstrijddag daal je twee keer de berg af en moet je verder gewoon wachten. Bij skicross ben je heel de dag bezig.” Skicross wordt beoefend op een circuit waarin bochten, bulten en schansen elkaar afwisselen. Het wordt wel eens vergeleken met een BMX of motorcrosscircuit in de sneeuw. Door de hoge snelheid en de techniciteit van het parcours gebeurt het weleens dat er gebotst wordt, al is duwen niet toegelaten. “Het gaat snel, de kleinste verkeerde beweging of oponthoud kan gevolgen hebben. In competitie gaan altijd wel een paar skiërs tegen de vlakte.”
Self-made-skicrosser Het gebruikte materiaal en de bereiding ervan spelen een grote rol in deze discipline. Het vraagt kennis en de nodige financiële middelen. “Vergelijk het met Formule 1. Je kunt je bochten super goed nemen, maar als je ski’s niet goed gewaxt zijn, dan wordt het veel moeilijker om te winnen. Er doen regelmatig wereldbekerskiërs mee en zelfs al neem ik een snellere start dan hen, op het rechte stuk glijden ze me gewoon voorbij. Dat is niet leuk, maar ze hebben gewoon beter materiaal.” “Je ski’s zijn niet zomaar twee planken, hé. Ze hebben een bepaalde structuur, gevoeligheden, enzovoort. Doordeweekse
Stefan Janssens: “Met vijftienduizend euro per jaar kom je maar net toe. Dat is het minimum.”
“Ik was de eerste officiële skicrosser in België. Ik trok op eigen houtje naar Zwitserland” ski’s liggen gewoon op de sneeuw, goed gewaxte ski’s zweven precies. Het vraagt ook wel de nodige investeringen. Ik heb een uitstekend waxmiddel, maar dat kost zowat tien euro per run. Je brengt het dus alleen aan als het echt om de knikkers gaat.” Ook elementen als temperatuur, vochtigheidsgraad en versheid van de sneeuw spelen een rol. Bij een skicrosswedstrijd telt elke seconde, de meeste wedstrijden worden beslist door honderdsten van seconden. Als Janssens twee en een halve seconde achter een wereldbekerskiër eindigt, lijkt het verschil klein. Voor hem is dat veel. Nochtans komt hij van ver. “Ik was de eerste officiële skicrosser in België. Nu zijn er nog twee andere mannen en een vrouw. Ik kon op niets terugvallen, dus trok ik op eigen houtje naar Zwitserland, waar open wedstrijden worden georganiseerd. Iedereen mag meedoen. Zonder training nam ik deel
© GABRIELLA EBEDO
EEN SNORRETJE Stefan Janssens kijkt met enige jaloezie naar atleten in onze buurlanden. Buitenlandse collega’s genieten van uitgebreide faciliteiten. “Een 24-jarige Duitser die op hetzelfde niveau als mij zat, skiet dankzij een betere omkadering nu de pannen van het dak. Ik heb bijvoorbeeld geen physical coach. Gelukkig kan ik zelf een goed programma opstellen. Uitgesproken figuren kunnen ook op steun rekenen. Red Bull sponsort bijvoorbeeld een iets mindere skiër, omdat hij opvalt door zijn snorretje. Dat zie je ondertussen ook aan zijn prestaties.”
en ontdekte ik dat ik de juiste keuze had gemaakt.” “Hoe meer wedstrijden ik skiede, hoe beter het uiteraard ging. Ik heb bijvoorbeeld al in 2011 mijn eerste van drie opeenvolgende Belgische titels behaald. Dat heeft de federatie opge-
Rare criteria De topsportstudent zit momenteel midden in zijn seizoen. Tijdens de week pendelt hij tussen Herentals en Brussel, en in de aanloop naar het weekend trekt hij de bergen in. Zweden, Zwitserland, Duitsland; uren en uren brengt hij in de auto door om in die landen zijn passie te kunnen beoefenen. En dat begint stilaan zijn vruchten af te werpen. “Ik zit nog niet op wereldbekerniveau, op niveau van de Europacup zit ik halverwege. Mijn resultaten zijn bemoedigend, maar foutjes zorgen ervoor dat ik net niet door kan stoten. In Zweden won ik onlangs ei zo na een run voor drie toppers, maar een technisch foutje kostte me de overwinning. Dat ik hen had kunnen kloppen doet wel deugd.” “Op de Universiades van 2013 beleefde ik een dieptepunt. Er waren wat problemen in mijn familie en door het feit dat er zoveel geïnvesteerd wordt – zowel qua geld als tijd – legde ik me druk op. Ik moest presteren omdat er zoveel werd ingestoken. Sinds die Universiades heb ik de knop omgedraaid.” Janssens kijkt met vertrouwen maar zonder onrealistische verwachtingen naar de toekomst. Hij droomt ervan om ooit aan de Olympische Winterspelen deel te nemen, maar de volgende editie in Zuid-Korea (2018) komt wellicht te vroeg. “De criteria voor Belgische atleten zijn strenger dan voor sommige andere landen, maar de Olympische Winterspelen zijn wel een ambitie. Een wereldbeker winnen zal zeer moeilijk worden. Prof worden ook, dat is maar enkelen gegeven. Maar dat verandert niets aan mijn drang om te presteren.” Tim Schoonjans
BDW 1461 PAGINA 27 - DONDERDAG12 FEBRUARI 2015
@X14Santo A 5-6 win v KAZ to end up the #IWC2015 on a positive note. Well deserved for the belredfoxes!
26/09/1954: RIK COPPENS TEGENOVER WERNER LIEBRICH © REPORTERS
De Red Foxes, onze nationale indoor hockeyploeg voor dames, zijn tijdens hun eerste wereldkampioenschap op de elfde plaats geëindigd. Ze moesten de duimen leggen tegen sterkere ploegen als Duitsland en Australië, maar speelden wel gelijk tegen Canada en wonnen hun laatste wedstrijd van het tornooi met 5-6 van Kazachstan. Assistent-coach Xavier Santolaria is terecht fier op zijn ploeg, die gewapend is om verdere stappen vooruit te zetten. TS
VOETBALLEGENDE OVERLEDEN
COPPENS IN BRUSSEL BRUSSEL – Verleden week overleed voetballegende Rik Coppens op 84-jarige leeftijd. Hij lag al sinds december in het ziekenhuis. Coppens was larger than life. Nooit kampioen geworden, maar dat deerde niet. In de jaren voor de Europabekers leverde het kampioenschap minder op dan Coppens die het Kiel telkens weer deed vollopen. Volgens journalist Charles Baete kwam ongeveer de helft van het publiek enkel en alleen om hem bezig te zien. Zijn voetbaltalent én grootspraak maakten van hem één van de Sinjoren van de twintigste eeuw, maar Coppens was ook erg goed thuis in Brussel. Als zoon van drukbezette zelfstandigen – zijn ouders runden een viswinkel – werd de jonge Coppens na de oorlog op internaat gestuurd in het Sint-Niklaasinstituut in Anderlecht. Het voetbal werd er als religie beleden. Er werd elke dag gevoetbald. Een rist Anderlechtspelers ging hem voor. Na hem liepen ook nog Paul Van Himst, Frankie Vercauteren en Dennis Praet er school. De nationale ploeg bracht Coppens regelmatig naar Brussel. Zo ook die 26ste september 1954 tegen wereldkampioen West-Duitsland. De eerste keer dat beide landen elkaar troffen sinds 1939... De match was al maanden tevoren geregeld, toen de Duitsers nog beschouwd werden als een doorsnee ploeg.
SPORT KORT
Deze maand gaan verschillende START-TO-RUN SESSIES van de Vlaamse Gemeenschapscommissie van start. Op maandag 16 februari beginnen ze ermee in GC HeembeekMutsaard (Neder-over-Heembeek), een dag later wordt er op atletiekpiste Terdelt (Schaarbeek) en in het Elisabethpark (Koekelberg) begonnen met lopen. Een week later volgen nog twee nieuwe sessies: op dinsdag 24 februari aan basisschool Sint-Joris (Brussel) en een dag later in het Boudewijnpark (Jette). Alle sessies kosten 30 euro, behalve die in Jette (15 euro). Meer info op www.sportinbrussel.be. n Voor onze indoor hockeyspeelsters is het dezer dagen ook lopen geblazen. Het wereldkampioenschap zit er nog maar net op, of sommigen onder hen moeten komende zondag de BELGIAN INDOOR HOCKEY FINAL afwerken. Plaats van afspraak is de ULB campus in Anderlecht (Lenniksebaan 808), de inkom
Na het WK rees hun ster snel. Coppens liet dat niet aan zijn hart komen. De Duitse stopper Liebrich had op dat WK de briljante Ferenc Puskas half lam geschopt. Op Coppens kreeg hij echter geen vat (zie foto). Die passeerde hem keer op keer en tekende al na 9 minuten de 1-0 aan. Na de rust werd het nog 2-0 en bleef Coppens Liebrich kleineren. Een overwinning van het genie op het graniet.
Crossing Molenbeek In 1961 verliet Coppens Beerschot door een financieel dispuut. Hij trok naar Olympic Charleroi, maar aardde er niet. Na een jaar was hij er al weg. Zijn nieuwe voetbalbestemming lag in Brussel, bij Crossing Molenbeek. Wie vandaag door de grote glasramen in metrostation Osseghem kijkt, kan het stadion aan de Sippelberg nog zien liggen. Crossing speelde in tweede klasse, maar was ambitieus. Coppens’ snelheid was wat afgebot. Hij schoof een rij achteruit, maar behield zijn karakteristieke stijl; bal afschermen, kont gebruiken, zich overal uitdribbelen. Hij genoot van zijn jaren in Brussel. Er werd hard gewerkt, maar na de trainingen werd er smakelijk gedineerd. In zijn vijf Brusselse seizoenen werd hij de attractie van de Sippelberg, maar slaagde er desondanks toch niet in om Crossing naar de promotie te leiden.
ESTAFETTE > KEN LAMBEETS
Geen excuses Wo en s d ag o c h t e n d , kwart na negen. Wanneer ik de mail van collega Peter, die nochtans schuin over me zit, in de mailbox aantref, doe ik alsof er niets aan de hand is. Onderwerp: 20 kilometer door Brussel. Wat te doen, oh, wat te doen? Sinds ik in Brussel woon, heb ik altijd al deelgenomen aan Brussels mooiste. Het deed me iets, die eerste keer dat ik de Bolero en daarna de Brabançonne hoorde onder de Triomfboog in het Jubelpark, vlak voor het startschot weerklonk. De Wetstraat, met niets dan lopers gevuld. Lopen op plaatsen die anders voorbehouden zijn aan koning auto. De aanwezigheid van de kroonprins, inmiddels koning, onder ons, eenvoudig voetvolk. Daarnaast was het keer op keer afzien dat het geen naam heeft. Die verdomde tunnels van de Louizalaan. De vergeefse zoektocht naar een vierkante meter schaduw in de Franklin Rooseveltlaan. De smeerlap van een Tervurenlaan, het ene jaar nog steiler dan het andere. Om nog maar te zwijgen van de odyssee van vorig jaar, toen ik eind februari op reis in New York een knieval maakte op de besneeuwde Brooklyn Bridge, daardoor heel wat trainingsachterstand opliep, en de teugels uiteindelijk helemaal liet varen. De warme temperaturen maakten het er niet prettiger op. In de maanden voorafgaand aan de 20 kilometer ging ik altijd wel wat meer trainen. Nooit genoeg, want met het karakter van de Brusselse lopers Monder Rizki of Mounia Aboulahcen ben ik niet gezegend. In mijn beste jaren pikte ik wel enkele voorbereidingswedstrijden mee. In Brugge bijvoorbeeld, waar ik met het schuim op de lippen en zoutkorrels op het voorhoofd, veertieneneenhalve kilometer afhaspelde. Of de vijftien kilometer van Sint-Lambrechts-Woluwe, waar ik een anoniem – maar daarom niet minder episch – gevecht in de achterhoede leverde. In 2015 heb ik na één maand en acht dagen exact nul komma nul kilometer op de teller. Gênant. Zondagochtend, kwart na tien. Het is frisjes en er vliegt wat regen, maar vandaag zijn er
geen excuses. Mijn loopbroek en pull lijken wat gekrompen, hoewel ze al enkele maanden ongewassen op het droogrek hangen. Met mijn kap over de oren jog ik richting Josaphatpark: een goede kilometer bergaf. Terwijl het gros van Schaarbeek van een uitgebreid ontbijt geniet, geniet ik van de rust van de straten, de vochtige lucht, enkel verre vogels. Tot hiertoe geen problemen. In het Josaphatpark ben ik niet de enige loper. Het duurt niet lang of de beter getrainde exemplaren zoeven me voorbij. Zij die hun goede voornemens niet hebben laten varen. Waar het pad naar omhoog kronkelt, verklein ik mijn pasjes en verhoog ik de frequentie. Maar niet voor lang, want even later stokt mijn adem. Het zou niet slim zijn om vandaag al in het rood te gaan. Om de gewrichten te sparen, loop ik enkele toertjes op het grasveld van de Sint-Sebastiaansgilde, dat nog besprenkeld is met wat vroege dauw. Ik geef mijn ogen de vrije kost. Een Mechelse herdershond meet zich met een kleiner hondenras, terwijl hun baasjes een praatje slaan. Een Britse expat geeft zijn uk een oplawaai, omdat die zijn eten op de grond laat vallen. Een bejaard koppel maakt een ochtendwandeling, de handen in elkaar verstrengeld. Rondom het park rijden auto’s af en aan, op de chique Lambermontlaan. Een half uur later jog ik terug richting appartement. Ik maak nog een laatste ommetje langs het Armand Steursplein, waar zelfs op zondagochtend twee stadswachters plichtsgetrouw een oogje in het zeil houden. Aan De Steenhouwers van beeldhouwer Guillaume Charlier neem ik mijn beslissing. Natuurlijk neem ik opnieuw deel aan de twintig kilometer door Brussel! Ik weet wat gedaan de komende maanden. De lopers van de Vlaams-Brusselse media lopen de 20 km door Brussel met Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Wil je ons vervoegen? Schrijf je dan in via www.vluchtelingenwerk.be Eindredacteur Ken Lambeets houdt van literatuur en van echte sporten
Kurt Deswert
is gratis. Meer info op www.hockeynews.be. n Op zaterdag vieren de BRUSSELS DERBY PIXIES hun vierde VERJAARDAG in loods vier van Thurn & Taxis. De deuren gaan om vier uur open en om tien voor vijf spelen de Atomium Kittens tegen Lutèces Destroyeuses. Om 25 na zeven is het de beurt aan de Brussels Derby Pixies, die het opnemen tegen Team Schraalski. Meer info op brusselsderbypixies.fikket.com. Tickets kosten 5 euro in voorverkoop, 6 euro ter plaatse. n Hopelijk zijn er zondag geen botsingen aan museum Autoworld, want dan vindt de zevende editie van de LOVE BUGS PARADE plaats. Er worden meer dan tweehonderd Volkswagen Kevers verwacht. De auto’s verzamelen omstreeks elf uur aan Autoworld en vertrekken om half twee voor een rondrit. Na zowat twee uur rijden eindigen ze aan de tentoonstelling over Eddy Merckx en Jacky Ickx, bij het Atomium. TS
REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE73 7340 3974 6060, BIC: KREDBEBB van Vlaams-Brusselse Media vzw. Buiten België 30 euro per jaar. OPLAGE 70.490 exemplaren. PROMOTIE EN DISTRIBUTIE Ute Otten, Anne Burger, Maurice Droogh. ADVERTISING MANAGER Lisa Decrick: 02-226.45.41, 0474-67.03.84, fax 02-226.45.69. MARKETING MANAGER Frederik Welslau. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne. COÖRDINATIE Kim Verthé. EINDREDACTIE Ken Lambeets (eindredactie@bdw.be). VORMGEVING Peter Dhondt. REDACTIE Jean-Marie Binst, Christophe Degreef, Bettina Hubo, Steven Van Garsse, Danny Vileyn. BRUSSELNIEUWS Kris Hendrickx (hoofdredacteur), Sandra Schreurs (projectcoördinator), Jelle Couder, Goele de Cort, Sara De Sloover, Eric Vancoppenolle, Laurent Vermeersch. MEDEWERKERS Nicky Aerts, Michaël Bellon, Alex Deforce, An Devroe, Elien Haentjens, Eva Hilhorst, Ilah, Toon Lambrechts, Wauter Mannaert, Tom Peeters, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Karel Van der Auwera, Bram Van de Velde, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Marc Gysens, Ivan Put, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh. VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Michel Tubbax. Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.
ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).