Skip to main content

BDW - editie 1438

Page 1

21 08 14

14-18 KAREL VAN DE WOESTIJNE WO I VANUIT GROSS-BRÜSSEL LEES P.9

AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

EEN TINTJE LICHTER

© SASKIA VANDERSTICHELE

EEN REPORTAGE OVER HUIDBLEKENDE COSMETICA IN MATONGE

ELSENE – Hebt u ooit al eens overwogen om uw haarshampoo te gaan kopen in een van de talrijke beautywinkels in Matonge? U zult versteld staan van het ruime aanbod aan geurende oliën en vitaminekuren voor huid en haar. Maar wat u ook zal opvallen, zijn de volle schappen met huidblekende zalfjes en ‘crèmes éclaircissantes’.

De meeste van die blekende balsems zijn ongevaarlijk voor de gezondheid. Sinds tien jaar houdt de Europese Commissie immers streng in de gaten welke producten op de Europese markt verkrijgbaar zijn. Maar de gebruiker, die wil vaak nog de krachtige, maar soms wél schadelijke, goedjes van weleer. En omdat die vraag blijft,

OP VADROUILLE MET NICK TRACHET:

MET LIJN 358 NAAR KORTENBERG LEES P. 16

blijft ook het aanbod bestaan, vaak onder de toonbank. BDW ging zijn licht opsteken in en rond ‘exotische’ beautywinkels, kapsalons en nachtwinkels in Matonge. Kim Verthé LEES OP P. 4-5.

ZWEMMER ALEXIS BORISAVLJEVIC DROOMT VAN OLYMPISCHE SPELEN IN RIO LEES P. 24

N° 1438 VAN 21 TOT 28 AUGUSTUS 2014 ¦ WEEK 34: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE


OPMERKELIJK

BDW 1438 PAGINA 2 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

Uitgelicht > Vlaamse regering kondigt besparingen aan

EEN ‘M’ ZO OUD ALS DE METRO ZELF BRUSSEL – In 1976 verkozen 1.200 Belgen het ontwerp van Jean-Paul Edmonds-Alt tot logo voor de Brusselse metro.

BRUSSEL – Dat de nieuwe Vlaamse regering een besparingsregering wordt, is ondertussen geen geheim meer. Hoeveel er respectievelijk bespaard zal worden, wil minister-president Geert Bourgeois (N-VA) pas kwijt tijdens zijn regeerverklaring in september. Dat er fors in Brussel bespaard zou worden, wil niemand gezegd hebben. Of willen de Vlaams-nationalisten snoeien in de Vlaamse aanwezigheid in Brussel?

T

wee weken geleden lekte in De Morgen een nota uit van de regering-Bourgeois I. Volgens die nota zou er de komende Vlaamse legislatuur fors bespaard moeten worden - 8 miljard euro, naar verluidt - waarvan heel wat bij het Vlaamse middenveld. Oppositiepartijen Groen, SP.A en Vlaams Belang reageerden onthutst op dat nieuws en eisten een parlementaire commissie om de kersverse minister-president en zijn adjudant op financiën, Annemie Turtelboom (Open VLD), aan de tand te voelen. Parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA) ging op die vraag in. Er werden in de pers slechte grappen gemaakt over de al dan niet vermeende terugkeer uit het buitenland

van de twee excellenties, wat ze overigens alletwee ontkenden. Een aanvankelijk zichtbaar zenuwachtige Geert Bourgeois - trillende

mers nog niet vast,” zei Bourgeois. “Definitieve cijfers komen er pas op 22 september, de dag dat ik mijn regeringsverklaring zal voorlezen in

Vier procent besparingen op veertig miljard euro: volgens Bourgeois het enige gekende cijfer. handen, geschuifel met papieren pareerde de kritiek van de oppositiepartijen op een droge manier. “Wat in De Morgen is uitgelekt is niet meer dan een werkingsnota van tijdens de onderhandelingen, maar zeker geen definitieve begroting. Die staat im-

het Vlaams parlement. De begroting wordt in oktober ingediend. Bovendien komt het Federale planbureau pas midden september met een economische begroting. Het zou dus onverantwoord zijn om vandaag al definitieve cijfers te geven,” aldus

Bourgeois, die nog verwees naar de gespannen geopolitieke situatie in Oekraïne. Waar Annemie Turtelboom nog aan toevoegde: “Een verandering van bijvoorbeeld 0,1 procent in de economische groei of de inflatie heeft een impact van 30 miljoen euro in de begroting. Net daarom is de begroting van het planbureau zo belangrijk voor ons.” Bourgeois noemde nog het totaalbedrag van vier procent besparingen op een totaalbudget van veertig miljard euro. Maar daarmee gaf hij niet aan hoeveel in welke sector wordt bespaard.

Baron Buysse De oppositie was niet gediend door de antwoorden van de meerderheidspartijen. Björn Rzoska smeekte andermaal om transparantie en verweet Bourgeois een gebrek aan respect voor het parlement. “Zeg ons tenminste binnen welk kader u besparingen zoekt,” zei de fractievoorzitter van Groen. Kernachtiger

DE WEEK IN BEELD DOOR JO VOETS © JO VOETS

Jean-Paul Edmonds-Alt is vorige week op 86-jarige leeftijd overleden, maar het logo dat hij tekende voor de Brusselse metro overleeft de tand des tijds. Sinds de introductie van de metro in Brussel in 1976 is het logo niet meer gewijzigd. En de MIVB heeft geen plannen om van logo te veranderen. Het is vandaag mee bepalend voor het straatbeeld in Brussel. Net zoals metrologo’s ook in andere steden moeilijk uit het straatbeeld weg te denken zijn. Het ontwerp van Edmonds-Alt, een Brusselse beeldhouwer die zich later voor design is gaan interesseren, werd niet zomaar gekozen. Er ging een heuse wedstrijd aan vooraf. “Die gaf enkele hilarische resultaten,” vertelt woordvoerder Guy Sablon die in de MIVB-archieven dook, “waaronder een ontwerp van een logo met een mol.” Een jury koos aanvankelijk vier ontwerpen, waarbij die van Edmonds-Alt niet eens de voorkeur wegdroeg. Ook de Antwerpse openbare vervoersmaatschappij MIVA stuurde vreemd genoeg een logo in. Daarna werd aan 1.200 Belgen uit de vijf grote steden gevraagd welk van de vier ontwerpen ze het meest geschikt vonden. Ze kozen voor dat van EdmondsAlt. Hij kreeg er 100.000 Belgische frank voor. Het logo is een in een ‘m’ geplooid lint maar dan wel met een derde been dat breder is dan de rest van het lint. Het oorspronkelijk logo bevatte nog een pijl, maar die is er om onduidelijke redenen afgevallen.

Geen cijfers, wel geopolitiek

Steven Van Garsse

Het Brusselse Noordstation vormde vorige week het decor voor de langspeelfilm ‘Black’ van het regisseursduo Adil El Arbi en Bilall Fallah. De vijftienjarige Mavela wordt verliefd op een Marokkaanse jongen van een rivaliserende jeugdbende en komt in aanraking met de mores binnen de gang-cultuur. Martha Canga Antonio uit Mechelen en de jonge Molenbeekse acteur Aboubakr Bensaihi nemen de hoofdrollen voor hun rekening.


WEEKOVERZICHT

BDW 1438 PAGINA 3 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

© DIETER TELEMANS/IMAGEDESK.BE

WOENSDAG 13 AUGUSTUS ETTERBEEKSESTEENWEG DICHT. Watermaatschappij Vivaqua stelt scheuren vast in de afwatering van de Etterbeeksesteenweg. Die is deels ingezakt en in beide richtingen afgesloten voor het verkeer. GEN-TREIN VAAK DEFFECT. De nieuwe Desirotreinen van de NMBS, aangekocht voor het Gewestelijk Expressnet (GEN), zijn te snel deffect. Dat zegt Jo Cornu, CEO van de NMBS, in het weekblad Knack. Gemiddeld staan ze om de 8.000 kilometer in panne. Cornu dringt bij producent Siemens aan op een oplossing. DEFOUR NAAR RSC ANDERLECHT. Voetbalclub Anderlecht betaalt aan FC Porto zes miljoen voor middenvelder Steven Defour. Het gaat om de duurste inkomende transfer in de Belgische geschiedenis.

DONDERDAG 14 AUGUSTUS BESPARINGEN? De Vlaamse regering heeft nog niet beslist over de begroting van volgend jaar. Dat zegt minister-president Geert Bourgeois (N-VA) in de commissie van het Vlaams parlement, bijeengeroepen door de oppositie. Cijfers die de ronde doen, zijn gebaseerd op werkdocumenten uit de onderhandelingen die worden voorgesteld als regeringsbeslissingen, klinkt het. Geert Bourgeois (N-VA) antwoordt op vragen van de oppositie, Annemie Turtelboom (Open VLD) speelt met haar smartphone.

was evenwel de sneer van SP.A-parlementslid Steve Vandenberghe, die zei dat “we niet zullen dulden dat er op kinderen bespaard wordt zolang de Baron Buysses van deze wereld niet evenredig bijdragen.” Over eventuele besparingen in Vlaams Brussel werd niets gezegd. Niemand stelde er ook een vraag over. Dat Geert Bourgeois de geopolitieke situatie aanhaalde om de financiële onzekerheid van zijn regering aan te halen, zou logisch doorgetrokken kunnen worden naar Brussel. Een poging (maar ook maar dat): In het louter confederale model

waarin we tot nader order – minstens tot het uitblijven van een federale regering – zitten, zou het niet verstandig zijn om aan te geven dat er proportioneel minder in Brussel zal geïnvesteerd worden. Tenzij de N-VA zijn rekening al zou gemaakt hebben en Vlaams minister van Cultuur en Brussel Sven Gatz (Open VLD), een Vlaamse Brusselaar, er van zou overtuigd hebben om de Vlaamse aanwezigheid in Brussel mee af te bouwen. Bij de N-VA wil men alvast niets kwijt over de te volgen strategie. Gatz zelf verklaarde een week voor

de commissie in De Tijd dat hij “er op zal toezien dat het geld voor de Nederlandstalige Brusselaars maximaal kan renderen.” Met die cryptische uitleg kan men alleszins alle kanten op. Het wordt wachten tot september, vooropgesteld dat er in tussentijd niet gelekt wordt. Om af te ronden: het is wel ironisch dat Geert Bourgeois, die mee aan de wieg lag van de wet op het journalistieke bronnengeheim, zijn legislatuur moet beginnen met een lek uit eigen regeringsrangen, breed gedeeld in de pers. Christophe Degreef

ZESJARIGE UIT SINT-JOOST BIJ JIHADISTEN IN SYRIË. Een onderwijzeres van de Franstalige basisschool Joseph Delclef in Sint-Joost herkent een van haar leerlingen in een reportage over jihadisten in Syrië. Het gaat om een zesjarige stiefzoon van Abdullah, een Fransman uit Sint-Joost die ook in de reportage voorkomt. Het jongetje zegt dat hij niet uit België, maar uit de Islamitische Staat komt en dat hij jihadist wil worden. GROTE SUPERMARKT IN HET CENTRUM. De stad Brussel geeft een positief advies voor de bouw van een supermarkt van 2.900 vierkante meter aan de passage Saint-Honoré. Volgens schepen Geoffroy Coomans de Brachène (MR) is er sinds het vertrek van de GB aan de Hallen nood aan een grote supermarkt in de Vijfhoek. De passage Saint-Honoré zelf verdwijnt. De art-nouveaugevel aan de Kiekenmarkt komt volgens de schepen met dit project beter tot zijn recht. Het Brussels Gewest moet wel nog de vergunning afleveren.

VRIJDAG 15 AUGUSTUS HANGARbrand. Op de Nijverheidskaai in Anderlecht brandt een ongebruikte hangar uit. Het buurtcomité PorteNinovePoort eist later de afbraak. De bewoners vrezen voor de verspreiding van asbest. Ze schrijven een brief aan de burgemeesters Mayeur en Schepmans.

ZATERDAG 16 AUGUSTUS

“ “ HET GETAL

De volksgezondheid in de buurt loopt gevaar” Na een brand vragen buurtbewoners aan burgemeesters Yvan Mayeur (PS) en Françoise Schepmans (MR) dringend de afbraak van de ‘asbest-hangar’ aan de Ninoofsepoort (op brusselnieuws.be).

Er werd me tussen de soep en de patatten verteld dat ik niet mag vertellen WAT ik ben... Wat??? Homo, dus” David Degreef weigert nog meester te worden in een basisschool van de stad Brussel nadat de directrice hem tijdens de sollicitatie gevraagd had om over zijn geaardheid te zwijgen (op Facebook).

CONGOLESE OPPOSITIELEIDER IN BELGIE VERZORGD. De Congolese oppositiepoliticus Etienne Tshisekedi (81) komt in Brussel aan voor een medisch verblijf. Minstens tot in september zal hij in België herstellen van gezondheidsproblemen. In september wil Tshisekedi, die zichzelf beschouwt als de rechtmatige overwinnaar van de presidentsverkiezingen van 2011, ook vertegenwoordigers van de Congolese gemeenschap in België ontmoeten.

MAANDAG 18 AUGUSTUS Vliegtuigsaga. De ‘oude’ bocht naar links over de Woluwes heropenen is de enige valabele optie voor de federale regering om aan het rechterlijk oordeel over de vliegroutes te voldoen. Dat zegt de baas van de FOD Mobiliteit, Laurent Ledoux, in een brief aan het kernkabinet, weet Le Soir. Hij verwijt staatssecretaris Catherine Fonck (CDH) ook immobilisme, maar die weerlegt dat.

DINSDAG 19 AUGUSTUS

125.000

Met 125.000 bezoekers heeft het Brussels Summer Festival (BSF) dit jaar een recordopkomst geboekt. Blikvangers dit jaar waren Patti Smith, Arsenal, Channel Zero, Texas en M. 20.000 tiendagen-passen zijn verkocht, tegenover 15.000 vorig jaar. De stad denkt eraan om volgend jaar het aantal concerten op het Paleizenplein nog te verhogen. Aan de heterogeniteit van de programmering zal alvast niets

NIKAB. Jean-Marie Pire, chef protocol van de Stad Brussel, rukt op straat de gezichtssluier van een vooraanstaande Qatarese passante af die de weg vraagt naar de Grote Markt, schrijft Het Laatste Nieuws. Het incident gebeurt buiten Pires diensturen. Pire zou gezegd hebben dat hij niet praat met vrouwen van wie hij het gezicht niet ziet, naar eigen zeggen om te verduidelijken dat een nikab (een sluier die enkel de ogen laat zien, red.) dragen, verboden is in België.

veranderen. “Het festival is als Brussel: uiterst divers, haast ongrijpbaar. We streven ernaar dat een zo breed mogelijk publiek aan zijn trekken komt,” zei schepen van Toerisme Philippe Close na het weekend. Ook de geluidsoverlast voor de omwonenden zal geëvalueerd worden, aldus afgevaardigd bestuurder van het BSF Olivier Mees. Kim Verthé

HOMOSEKSUELE LEERKRACHTEN. Charles Huyghens, directeur van het stedelijk onderwijs in Brussel-Stad, stelt dat leerkrachten zich terughoudend moeten tonen over hun seksuele geaardheid in een diverse stad als Brussel. De uitspraak, volgend op Facebookpost van een jonge leerkracht die zegt dat hij een job in een stedelijke Brusselse school weigert omdat hem gevraagd is te zwijgen over zijn geaardheid, lokt felle reacties uit. Het stedelijk onderwijs zegt de juistheid van de verklaringen van de leerkracht aan te vechten. Samengesteld door Steven Van Garsse en Kim Verthé

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP


BDW 1438 PAGINA 4 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

Gezondheid > Taboes over en gevaren van het gebruik van huidblekende cosmetica

‘Ik ben trots op de kleur die God me gegeven heeft’ ELSENE – Snorren en baarden krijg je ervan. Of groene uitslag rond je ogen, een volledig rood gezicht of zwarte lippen. Over de bijwerkingen van huidblekende producten doen spookverhalen de ronde. Van douchegel tot huidcrème, van vijf tot vijftig euro, het aanbod is eindeloos in de winkels in Matonge. BDW ging op zoek naar het verhaal achter deze ‘crème éclaircissante’.

T

ien uur ’s ochtends, een doordeweekse dag. De Waversesteenweg ligt er verlaten bij: de meeste winkels zijn nog gesloten. Bernadette leunt tegen een muur. Ze kent de producten, maar gebruikt ze zelf niet. “Ik heb er nooit van gehouden, het dient nergens toe. Ik ben trots op de kleur die God me gegeven heeft.”

Volle rekken Toch doet het enorme gamma van huidblekende producten in Matonge vermoeden dat er mensen zijn die daar anders over denken. De gebruikers zijn van alle leeftijden, en ook mannen gebruiken crème éclaircissante, vangen we al snel op. Halverwege de Waversesteenweg stappen we een grote winkel vol haar- en huidproducten binnen. De hair extensions hangen achterin de winkel, de schappen met crèmes voorin. Fair & White, Nutriclair, Maxi White, White Essence, het zijn maar enkele van de opschriften van de kleurrijke en veelbelovende tubes en potjes. Ze adverteren met natuurlijke ingrediënten zoals wortelextract of kokosmelk. Of ze ook werken? “C’est du marketing, c’est tout,” zo scheept een verkoopster ons af. Meer kan of wil ze niet over de effecten vertellen. Volgens Mohammed, eigenaar van een aanpalende cosmeticawinkel, zijn sommige crèmes wél effectief, maar niet zo krachtig meer als vroeger. Vanwege de controles zijn veel producten uit de handel gehaald. Dat bevestigt ook verkoper Jonathan: “Mensen vragen nog wel naar de producten van vroeger, maar die verkopen we niet meer.”

Sinds de dienst Volksgezondheid controles uitvoert, zijn veel illegale producten inderdaad niet langer beschikbaar. Eén à twee keer per jaar worden de meer exotische winkels van Brussel geïnspecteerd. “Denk aan nachtwinkels, kapsalons,

“Ze dachten dat het om drugs ging, maar het bleek een scheepslading blekende producten uit Kinshasa”

maar ook kruidenierszaken en textielwinkels,” zegt Els Vrindts van Volksgezondheid. Ze vervolgt: “Als er schadelijke producten gevonden worden, neemt Volksgezondheid die het liefst meteen in beslag. De boete wordt per geval opnieuw ingeschat. Als de schade die een product toebrengt groot is, is de boete vaak duizend euro.”

chinon veroorzaakt irritatie en op lange termijn verliest de huid haar elasticiteit. Op onomkeerbare wijze kan het product ook zwart-donkerbruine vlekken doen verschijnen. “Toen bekend raakte dat producten met hydrochinon schadelijk waren, zetten fabrikanten op de verpakking ‘hydrochinon-free’,” vertelt Vrindts. “Soms zat de stof er niet in, maar soms wel. Later vervingen producenten hydrochinon door clobetasol, een hormoon met een blekend effect.” Het hormoon clobesatol is eigenlijk bedoeld als geneesmiddel. Jeuk en huidontsteking kunnen ermee behandeld worden. Zalfjes met clobetasol zijn in de apotheek verkrijgbaar, maar worden door veel mensen gebruikt als blekende huidcrème. Wie de doktersaanwijzingen in de wind slaat, kan wel eens last krijgen van vervelende bijwerkingen. “In eerste instantie werkt dat soort producten blekend, maar daarna kun je ook juist zwarte pigmentvlekken krijgen,” zegt Vrindts. Naast esthetische problemen kan clobetasol ook gezondheidsproblemen veroorzaken. “Het is een gevaarlijke stof, want ze maakt de huid heel dun,” legt Didier Etile van de preventieorganisatie Ethnic Cosmethic uit. “Daardoor verliest ze haar natuurlijke bescherming en kunnen mensen een verhoogde bloeddruk of diabetes krijgen.”

Geneesmiddel of cosmetica? Sinds tien jaar verbiedt de Europese Unie cosmetica die gezondheidsschade toebrengt. Hydrochinon, de werkzame stof die in veel huidblekende producten voorkwam, is naar de zwarte lijst verbannen. Hydro-

Onder de toonbank Hoewel de gevaarlijke producten sinds de intensieve controles almaar minder zichtbaar in de winkels worden uitgestald, kan je ze wel nog vinden. “Die Extra Clair wordt onder

de toonbank verkocht,” herinnert de jonge twintiger Afsa zich. “Je weet wel, dat oranje potje,” zegt ze tegen Carmelle, haar vriendin met wie ze aan het shoppen is. Vrindts weet dat Volksgezondheid lang niet alle producten onderschept: “Soms zie je het aan de nervositeit van de verkopers dat er nog ergens een verborgen stock is. We zijn al in een winkel geweest waar de producten onderin de vriezer zaten, bij de vissen.”

“Veel illegale bleekproducten komen uit Kinshasa of Abidjan. Vorig jaar heeft de federale politie een lading onderschept die ze verdacht vond. Ze hadden hier en daar wat informatie opgepikt, en door de manier waarop over de lading werd gesproken, wisten ze dat het om een niet-conform product ging. Eerst dachten ze dat het om drugs ging, maar het bleek een scheepslading blekende producten uit Kinshasa.

Didier Etile: “Wij willen laten zien dat vrouwen met hun natuurlijke huidskleur ook heel mooi zijn.”

Ethnic Cosmethic sensibiliseert Ethnic Cosmethic is een organisatie van vijf mensen. Didier Etile richtte de organisatie op in 2008. Ethnic Cosmethic werkt samen met Volksgezondheid en organiseert elk jaar minstens één evenement, niet alleen in België, maar ook in Congo. Op de sensibiliseringsconferenties spreken niet alleen artsen en dermatologen, maar ook psychologen. Daarnaast organiseert Ethnic Cosmethic een missverkiezing en een make-upshow, om te laten zien dat vrouwen met hun natuurlijke huidskleur ook heel mooi zijn. Jasmijn Post


BDW 1438 PAGINA 5 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

Een winkel op de hoek van de Waversesteenweg en de Francartstraat. Het Parijse cosmeticamerk HT26 ontwikkelt veel crèmes voor de donkere huid. De vrouw op de foto komt niet in de reportage voor.

Die waren via Estland België binnengekomen,” zegt Vrindts.

Gêne 16 uur. Matonge is al enkele uren ontwaakt. Er heerst een chaotische drukte van mensen die hun boodschappen doen of gewoon wat aan het praten zijn op straat. Voor het overdekte winkelcentrum staan jongemannen te wachten. Op de vrouwen die binnen hun haar laten doen? Gaël stelt zich voor als de conciërge van het gebouw. Hij troont ons mee naar één van de vele kapsalons en overlegt even met de kapster. Als hij terugkomt, schudt hij zijn hoofd. Ze gebruikt crème éclaircissante, maar schaamt zich om erover te praten. Het overdekte winkelcentrum aan de overkant is het rustige evenbeeld van de galerij ‘van Gaël’. Het telt minder winkels en kapsalons, maar krijgt toch nog aardig wat bezoekers over de vloer. Monique bijvoorbeeld. Ze is op haar vijfentwintigste in Congo begonnen met de crèmes te gebruiken en dat heeft ze jaren volgehouden. Als een bepaalde crème uitslag veroorzaakte, probeerde ze een andere uit. Ze is gestopt toen ze merkte dat haar huid niet lichter, maar vooral veel donkerder werd. Ze spreekt er laconiek over, maar onderschat de ernst van de zaak niet: “Het schaadt de huid op de lange duur.” Niet iedereen kan zo gemakkelijk de crèmes achterwege laten als Monique, vertelt Etile. “Als vrouwen net gestopt zijn, wordt hen wel

eens gevraagd waarom ze zo donker zijn geworden. Dat maakt dat vrouwen soms opnieuw beginnen met blekende crèmes, omdat de gêne anders te groot is.” Dat bevestigen ook Afsa en Carmelle: “Vrouwen schamen zich soms om het toe te geven, ze zeggen liever dat die lichte teint hun natuurlijke huidskleur is.”

‘Ruim twee derde van de onderschepte producten bleek gevaarlijk’ Bart Desmedt publiceerde in 2013 een onderzoek naar huidblekende producten voor het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid en de VUB. Van de 161 onderschepte producten blijkt 60 procent gevaarlijke bestanddelen te bevatten. Op dit moment is Bart Desmedt bezig met de toxicologische fase van het onderzoek. Dat betekent dat hij onderzoekt in welke mate de crème in de huid dringt en in hoeverre dit schadelijk is. Jasmijn Post

Het gaat dus om meer dan een gezondheidsrisico, vaak duikt ook een sociaal probleem op. Vrindts legt uit: “De vrouwen willen de indruk wekken dat ze van zichzelf zo bleek zijn. Ze geven liever niet toe dat ze daar een crème voor hebben gebruikt.” Maar wie, zoals Monique, een meer donkere huid krijgt, kan er niet omheen. “Sommigen raken door die zwarte plekken in het gezicht erg gegeneerd en zijn uren bezig de plekken met make-up te camoufleren,” weet Vrindts. Afsa en Carmelle hoeven niet overtuigd te worden, ze zweren de producten radicaal af. “Om ons heen zien we de schadelijke effecten, daarvoor hoef je niet ver te kijken. Het brandt je pigment weg,” beweert Afsa. “Je krijgt er groene vlekken van rondom je ogen,” vult Carmelle aan.

lijken, helpt ook niet. “Vanwege een reclame van L’Oréal (in 2008, JP) is Beyoncé negatief onder de aandacht gekomen. Mensen zeiden dat ze te blank was. Haar huid was lichter gefotoshopt, haar haren geblondeerd.

Schoonheidsideaal

Daar kwamen mensen tegen in opstand. Of kijk naar Michael Jackson, die werd als zwarte geboren. Bij hem is zijn huid ook een ‘problème de mal-être’. Je kunt de wens een blekere huid te hebben bekijken op fysiek, mentaal en sociaal niveau. Michael Jackson zat letterlijk en figuurlijk niet goed in zijn vel. Je huid en je huidskleur zijn je identiteit, die moet je niet willen veranderen.” Enige nuancering is wel op z’n plaats. We moeten volgens Afsa en Carmelle beseffen dat de vrouwen die de crèmes gebruiken niet per se een blanke huid willen, maar vooral

De markt van huidblekende producten is erg veranderd. Steeds meer Europese merken verdringen de Afrikaanse in de rekken. Het huidige assortiment crèmes zet zijn plantaardige ingrediënten in de verf en prijst zijn voedzame werking aan. Toch blijft een cruciaal probleem bestaan, vindt Etile. De crèmes blijven adverteren met een lichtere huid. “Ik wil dat mensen beseffen dat donker zijn niet betekent dat je ziek of abnormaal bent,” zegt Etile. Dat veel publieke figuren een vrij blanke huid hebben, of die blanker willen laten

“Ik wil dat mensen beseffen dat donker zijn niet betekent dat je ziek of abnormaal bent”

© SASKIA VANDERSTICHELE

een lichtere teint. “Blank of zwart, iedereen wil toch op een metis lijken, niet?” lachen ze. Dat gebruikers van huidblekers niet per se een blanke kleur nastreven, beaamt ook antropologe Bambi Ceuppens. “Het lijkt me dat als nietblanke mensen de voorkeur geven aan een lichtere huidskleur, dat niet noodzakelijk is omdat ze blank willen zijn. Net zoals de vele blanken die onder de zonnebank gaan om te bruinen eigenlijk niet bruin of zwart willen zijn.”

Vraag en aanbod “Het probleem beperkt zich niet tot Brussel,” besluit Etile. “Over de hele wereld gebruiken mensen huidblekende producten, van Afrika over India en Pakistan tot in de Mahgreb. Overal komt dat voort uit de wens een lichtere teint te hebben. Gewoon zeggen: ‘Je moet ermee stoppen’, werkt niet, er is meer nodig.” Extra toezicht op het vliegveld van Kinshasa bijvoorbeeld zou volgens Etile al een goede start zijn. “We organiseren zelf in oktober een sensibiliseringsconferentie in Congo, ook dat is een klein begin.” “De handel in huidblekende producten zal pas verminderen als de klanten de producten niet meer kopen,” knikt ook Vrindts tot slot. “Alleen het besef van de klanten kan de illegale handel stuiten.”

Jasmijn Post Kim Verthé


BDW 1438 PAGINA 6 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

Provoost Jean Culot: “Wij houden ons alleen bezig met het vormen van jongeren.”

Onderwijs > 34 opleidingsplaatsen voor jonge Brusselaars

‘Compagnon ben je voor het leven’ BRUSSEL – De Compagnons du Devoir leiden al sinds de twaalfde eeuw jongeren op tot gespecialiseerde vaklui, voornamelijk in de bouw. “We leren hen niet alleen een métier, we proberen ook interessante mensen van hen te maken,” zegt provoost Jean Culot.

D

e Brusselse zetel van de Compagnons is gevestigd in de ‘t Kintstraat, pal in het centrum. De organisatie kreeg er 25 jaar geleden een herenhuis met binnenkoer 25 in erfpacht van Stad Brussel en knapte het volledig op. Aan de buitenkant valt vooral de imposante houten voordeur op, volledig handgemaakt. Binnen trekken de meubelen en decoratie de aandacht: het koperen zeilschip voor het raam, de barkrukken met gedraaide poten, de bordeaux-lederen sofa, de kasten in art-nouveaustijl. “Alles is gemaakt door onze jongeren in opleiding,” zegt Jean Culot, een Luikenaar die op zijn zeventiende het aso beu was en besloot om metser te worden bij de Compagnons. Nu, acht jaar later, is hij provoost van het gezellenhuis. Daar verblijven momenteel 35 à 40 jongeren, bijna allemaal jongens. De

meesten zijn Fransen, bezig aan hun ‘Tour de France’. De opleiding van de Compagnons bestaat uit meerdere fases. Eerst is er een basisopleiding van twee à drie jaar. In Brussel kan je alleen voor schrijnwerker en timmerman leren. Wil je metser, steenkapper, metaalbewerker, patissier, zadelmaker of nog een ander traditioneel ambacht leren, moet je naar een van de vijftig huizen in Frankrijk.

Brousse De leerling-gezellen, zoals de jongeren tijdens hun basisopleiding genoemd worden, gaan meteen op leercontract en krijgen dus van meet af aan een vergoeding. Ze werken telkens zes weken, afgewisseld met twee weken les. De algemene vakken volgen ze in het centrum voor deeltijds leren in Ukkel. Culot: “Hier bij ons krijgen ze, ‘s avonds en op

zaterdag, technische tekenles en de rest van de vakopleiding.” Aan het eind van de basisopleiding behalen de jongeren zowel een Belgisch als een Frans getuigschrift. Willen de leerling-gezellen vervolgens aspirant worden, dan moeten ze een maquette of ander werkstuk

© SASKIA VANDERSTICHELE

drijf en regio. Zo leren ze niet alleen nieuwe materialen, methodes en bedrijfsculturen kennen, ze komen ook in contact met nieuwe steden, nieuwe mensen, nieuwe gewoonten. Heel leerzaam. Tijdens mijn Tour ontdekte ik dat een metser in Zuid-Frankrijk zowat het hele huis bouwt, daar komt geen timmerman of dakdekker aan te pas.” Voor zijn verre reis trok Culot naar Frans-Guyana waar hij, midden in de brousse, een school en verpleegpost bouwde. “Je leert er werken in moeilijke omstandigheden, alle bouwmaterialen moesten per prauw aangevoerd worden, er was nauwelijks contact met de buitenwereld en niemand om raad aan te vragen.”

Gezellenhuizen Een Tour de France duurt drie tot vijf jaar. Aan het eind maken de aspiranten opnieuw een werkstuk, ditmaal voor hun meesterproef, waarna ze compagnon kunnen worden. “Ik maakte een standbeeld in beton. 950 werkuren heeft het me gekost. Maar dat maakt niet uit. Je wil het beste van jezelf laten zien. Dan tellen de uren niet.” Compagnon is een titel voor het le-

“Acht jaar om metser te worden, alleen geneeskunde duurt even lang” afleveren. Dan kunnen ze aan hun Tour de France beginnen, een reis door Frankrijk en ook een verder buitenland. Culot: “We zien de Tour als vervolmaking. Wij vormen jongeren door hen te laten reizen. Twee keer per jaar veranderen ze van be-

ven, zonder juridische waarde evenwel. “Het betekent alleen iets voor mensen die het kennen.” Van compagnons wordt verwacht dat ze hun vakkennis doorgeven. De eerste drie à vijf jaar zijn ze daar voltijds mee bezig. “Je kan een huis beheren,

zoals ik nu doe, of leraar worden.” Momenteel zijn in Brussel 34 opleidingsplekken voor timmerman en schrijnwerkers. Om jonge Brusselaars warm te maken voor een traditioneel ambacht is er zaterdag een opendeurdag. Iedereen tussen de 16 en 20 komt in aanmerking. “We kijken of de jongere kan lezen en schrijven en een beetje kan rekenen. En er wordt gepeild naar de motivatie.” Dat is nodig want de opleiding is zwaar. “Je werkt overdag en ‘s avonds krijg je les. Dat zijn meteen weken van zestig uren. Tijdens de Tour de France moet je je om het half jaar aanpassen aan een nieuwe werkgever en nieuwe stad.” Bovendien moeten de jongeren het leven in gemeenschap aankunnen. In de gezellenhuizen hebben ze geen eigen kamer en er is geen tv. Ook zijn er gedragsregels: beleefd zijn, respect hebben en samen avondeten, in deftige outfit. “Maar voor de rest laten we hen vrij. Ze gaan uit als ze dat willen, maar moeten ‘s ochtends wel fris en monter aan het ontbijt zitten,” zegt Culot. “De regels zijn nodig wil je een groep jongeren, meestal uit de bouw, in het gareel kunnen houden. Maar zo verzetten we ons ook tegen het negatieve imago van bouwvakkers. We hebben een waardig beroep en willen dat tonen.” De opleiding is niet alleen veeleisend, maar ook lang. “Ik ben in 2006 begonnen en heb mijn Tour in april beëindigd. Acht jaar dus om metser te worden. Alleen geneeskunde duurt even lang.” Bovendien mogen de jongeren pas aan een gezin beginnen als ze klaar zijn met hun vorming.

Rituelen Logisch dus dat er onderweg afvallers zijn. Slechts acht procent haalt de eindmeet. “Je kan op elk moment opstappen. We houden niemand tegen. We zijn absoluut geen sekte.” Ook met genootschappen als de vrijmetselaars hebben de compagnons volgens Culot niets gemeen. “Wij houden ons alleen bezig met het vormen van jongeren.” Nochtans wordt gewerkt met geheime ceremonieën, overgangsrites en symbolen. De leerling-gezel wordt aspirant tijdens een semi-besloten aanvaardingsceremonie waarbij hij een houten staf krijgt, een lint in de kleur van zijn vakgroep en een bijnaam, die verwijst naar zijn provincie van herkomst. Culot bijvoorbeeld heet Liégeois. Bij de overgang van aspirant naar compagnon is er opnieuw een ceremonie, volledig besloten deze keer. Wat is de zin van deze rituelen anno 2014? Culot meent dat het hoort bij de tradities. De Compagnons bestaan sinds de twaalfde eeuw, volgens de legende gaat de oorsprong zelfs terug naar Koning Salomon, die 3.000 jaar geleden de eerste joodse tempel liet bouwen. “Maar het is meer dan traditie. De rituelen maken zichtbaar dat je een duidelijk engagement aangaat, een engagement om het goede te doen.” Bettina Hubo en Steven Van Garsse Opendeurdag 23/08/2014,9-18u, ‘t Kintstraat 42, Brussel


ADVERTENTIE

Hernieuw je abonnement op mivb.be en beleef de start van het nieuwe schooljaar met Ed Sheeran ! OP 1 AAN KO 1 BONUS TRACK GRATIS

l

WEDSTRIJ D mivbmusic .be 20 CONCERT x 2 TICKETS 2x2 M EET AN D GREETS

ED S H EER AN

NEEM DEEL AAN DE ED SHEERAN-WEDSTRIJD VAN DE MIVB EN MAAK KANS OP : • 2 x 2 meet & greets op de dag van zijn concert op 4/11 in Brussel • Tientallen concerttickets • Gesigneerde albums • En heel wat Ed Sheeran goodies: sweatshirts, armbandjes,… Waag je kans op mivbmusic.be! Daarbovenop krijg je bij elke aankoop via het nieuwe BOOTIKonline platform een gratis download van een exclusief Ed Sheeran-nummer.

www.mivb.be


BDW 1438 PAGINA 8 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

WO I IN BDW

Wereldoorlog I in Brussel > Focus 4: La Libre Belgique, vanaf 1 februari 1915 © LACA

‘Bericht vanuit een automobiele kelder’

SINT-JANS-MOLENBEEK – Het huis in de Vanderstichelenstraat 45 houdt het symbool overeind van het clandestien ontstaan van een ‘Brusselse’ krant, die bijna honderd wordt. Op de avond van 31 juli 1915 loopt een dame over de stille Roodebeeklaan in Schaarbeek. Ze belt aan bij het nummer 49. De vrouw heet Louise Thuliez. Ze is een belangrijke pion in een netwerk dat informatie van families in bezet België overbrengt naar de frontsoldaten en omgekeerd. tisme aanwakkeren, het defaitisme bekampen en de Duitse misdaden aanklagen. De makers van het clandestiene blad hielden wel van wat humor: op de voorpagina werd de prijs voor een nummer omschreven als ‘elastisch, van nul tot oneindig (gelieve deze limiet niet te overschrijden)’.

De administratie bevond zich in een ‘automobiele kelder’ en het correspondentieadres was ‘Komandatur-Brüssel. Deze laatste ironische vermelding zou de redding betekenen van een jonge Gentse verdeler die door een Duitse soldaat betrapt werd met een stapel nummers. De Gentenaar toonde de Duitse sol-

daat het correspondentieadres op de voorpagina en hij mocht beschikken... La Libre Belgique zou uitgroeien tot het grootste succesverhaal van de clandestiene pers in bezet België: er verschenen tijdens de bezetting 170 nummers, er werkten meer dan 500 mensen mee aan de redactie, de druk en de verspreiding van het blad en de oplage liep soms op tot 20.000 exemplaren. En dit allemaal tot grote ergernis van de Duitse bezetter die zelfs een speciale recherche-eenheid had opgericht om de makers van het blad definitief het zwijgen op te leggen. In het voorjaar

Met dank aan Laca.

© LACA

Duitse krantenkiosk aan de Beurs tijdens de bezetting.

van 1918 dachten de Duitsers dat ze met een arrestatie van 61 medewerkers het clandestiene blad eindelijk de genadeslag konden geven, maar enkele dagen na de razzia vonden de Brusselaars al meteen een vers gedrukt nummer in hun brievenbus. Telkens wanneer de Duitse politie een netwerk had opgerold, bereidde een andere groep in het grootste geheim het volgende nummer voor. Volgens de overlevering kreeg ook de Duitse gouverneur-generaal, Von Bissing, elke week een exemplaar van het koppige krantje op zijn bureau. Een van de hoogtepunten in de bewogen geschiedenis van dit blad was ongetwijfeld nummer 30 van juni 1915: toen sierde een foto van de gouverneur de voorpagina. Hij leest aandachtig een exemplaar van ‘zijn intieme vriendin’ getiteld: La Libre Belgique. Veel medewerkers van La Libre Belgique betaalden voor hun patriottische activiteiten een hoge prijs met zware celstraffen en deportatie. Philippe Baucq werd tot de zwaarste straf veroordeeld omdat hij naast de distributie van het krantje ook soldaten over de grens had geholpen. Op 12 oktober wordt hij op de nationale schietstand van Schaarbeek gefusilleerd, samen met een andere verzetsheldin, de Britse verpleegster Edith Cavell (1865-1915).

Automobiele kelder La Libre Belgique was een idee van Victor Jourdain. De 74-jarige man was oprichter en hoofdredacteur van Le Patriote, een blad dat bij de intrede van de Duitsers in Brussel ophield te verschijnen. Jourdain vond dat de tijd rijp was om een verzetsblad uit te geven dat met een zekere regelmaat zou verschijnen. Hij overtuigde Eugène van Doren (18751951), de eigenaar van een kartonfabriek gelegen in de Vanderstichelenstraat nummer 45 in Molenbeek, om het blad in het grootste geheim te drukken. De krant moest het patriottische antwoord worden op de gecensureerde kranten die met Duits geld waren opgericht zoals Le Bruxellois. In het mission statement van het eerste nummer maakt de hoofdredacteur duidelijk wat de bedoeling is: het Belgische patriot-

Stefan Moens focust op gebouwen en feiten die de zwarte bladzijden hebben gekleurd. Jean-Marie Binst bundelt thema’s uit de versnipperde oorlogsverslaggeving van Karel Van de Woestijne, die door de Brusselse straten doolde.

© LACA

D

e man die haar binnenlaat is Philippe Baucq, een Schaarbeeks architect die zich onvermoeibaar ten dienste stelt van hetzelfde netwerk. Aangezien het al laat is, wordt besloten om te gaan slapen. Maar Baucq wordt ’s nachts opgeschrikt door het geblaf van zijn hond. Hij denkt dat zijn dochters die dag vergeten zijn om de hond uit te laten en besluit daarom, ondanks het nachtelijke uur, met de hond nog een wandeling te maken. Op het moment dat hij zijn voordeur opent, komt hij oog in oog te staan met een groep Duitse agenten. Er ontstaat wat tumult bij de voordeur en de hond begint te blaffen tegen die vreemde heren. Op dat moment is ook Yvonne, de veertienjarige dochter van Philippe Baucq, wakker geworden. Zij vat het plan op om het compromitterende materiaal, dat haar vader elke week tijdens nachtelijke rondes over duizenden Brusselse brievenbussen verdeelt, via het zoldervenster naar buiten te gooien. Honderden kopijen van het clandestiene krantje La Libre Belgique dwarrelen als herfstbladeren naar beneden. Sommige exemplaren komen zelfs terecht op het hoofd van een Duitse agent die in de tuin de wacht hield. “Stop maar, het heeft toch geen zin meer”, roept Philippe Baucq zijn dochter toe. Baucq en zijn medewerkster Louise Thuliez worden weggevoerd.

Onze redactie brengt tot eind augustus een dubbele reeks artikels die bewijzen dat de mentale spanning in de hoofdstad niet moest onderdoen voor de gruwels aan de frontlijnen en de zwaarste vernielingen in de rand.

Stefan Moens

Editie 30 van La Libre Belgique, met correspondentieadres ‘Kommandatur-Bruxelles’.

Volgende week: Brusselse humor tijdens de bezetting.


© ARCHIEF LACA

BDW 1438 PAGINA 9 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

P-PRAAT

Boven: Werklozen in de rij in Sint-Gillis, economaat van de volkskeuken en bedeling van soep op de Vismarkt. Onder: Vleesbereiding voor de volkssoep.

Verslaggeving 1914-1918 > Karel Van de Woestijne vanuit Gross-Brüssel

Dan maar de Volkskeuken BRUSSEL – “Op de buiten kon je ‘gratis’ leven van de goddelijke oogst, in de stad moest voor alles betaald.” Karel Van de Woestijne brengt verslag uit van de hongerige Brusselaars, ‘les mangeurs de soupe communale’. 27 augustus 1914 – “Wij staan op de hoek van de Koningsstraat in een groepje de witte officiële aankondigingen te lezen, die talrijker en talrijker worden. Het gaat om berichten over uitdeling van voedsel aan behoeftigen, over vergoeding aan gezinnen der miliciens, over het inrichten van een bureau van weldadigheid, dat de uithongering van Brussel voorkomen wil.” 20 september – “Gelukkig is er op voldoende wijze voor voedsel gezorgd: het Comité Central de Secours et d’Alimentation, dat door Ernest Solvay is gesticht en waar hij een millioen voor geschonken heeft, bezit al in de voorsteden vertakkingen, die geldinzamelingen doen.” Van de Woestijne ergert zich bijzonder aan de omhalingen.: “Bij geen enkele rijke haast ontvangt zij zelfs maar de kleinste gift. (…). De armen, daarentegen, de kleine bedienden, die nog slechts de helft van hun wedde trekken, werklui die gedwongen staken of alleen een paar dagen in de week werken, vrouwen van soldaten en onderofficieren onder de wapens, zij allen tonen een mildheid des harten, …” 19 oktober – “De volkssoep – de eerste stap tot een communisme, waar wij allen over heel kort misschien de weldaad van zegenen zullen, mits de rijken bijstand bie-

den, niet naar de mate van hun mildheid, maar naar deze van hun vermogen (…). / De volkssoep, Spartaanse gortebrei der Brusselaars, bestaat, als alle goede dingen, uit drie: het bereiden, het verdelen en het eten. De drie delen heb ik vandaag meegemaakt. Ik ben eerst gegaan naar de loods, waar de soep gekookt wordt. (…) Duizenden uien vatten u bij de neus. Honderden struiken selder(…), de witte kolen zijn glad als (ik durf het haast niet te zeggen) het gemillimeterd hoofd van een Duits soldaat. (…) Houdt gij van prei? – on en a mis partout, en de geur ervan doet u watertanden. (…)

“De rijken geven geen giften. De armen, daarentegen, zij allen tonen een mildheid des harten”

Drie behendige anatomen snijden zonder pijn of smart beenderen uit vlees. Het vlees wordt door een vierde chirurg gemalen. De geradbraakte ossen komen terecht in zeer geschikte kuipen. (…) Terwijl de aardappelen mechanisch geschild worden, en de uien gepeld door de handen van hooggeplaatste vrouwen. / Eén der leden van het comité spreekt de geroepenen toe: ‘Wij verzoeken u, vooral uw ketels en potten goed te reinigen voor gij uw soep komt te halen.

Dan zullen er geen klachten meer zijn, dat er lucifers in liggen en pieren in zwemmen.’ / Ieder heeft een kaart, opgemaakt door het armenbestuur. Daarop staat het getal porties vermeld, waar hij recht op heeft. Wie betalen kan, geeft 5 centiem per portie. De volkssoep nu kost 33.000 frank per dag voor Brussel en voorsteden ( voor 1 miljoen monden, red.). Dat alleen reeds kan er u respect voor inboezemen.” Mei 1915 – “Het werk der volkssoep heeft, van lieverlede meer uitbreiding genomen. Spaarcenten en schaamtegevoel hadden velen aanvankelijk weerhouden er gebruik van te maken. Spaarcenten raken echter op, en tegen honger is zelfs schaamte niet bestand.” Juni 1915 – “Dat de soep zo slecht is, ligt natuurlijk voor een deel aan de koks./ (Maar het tij keert, red.) De volkssoep waar zovelen gretig van genoten hebben, valt in onmin. Niet dat het aantal uitgedeelde porties zou verminderd zijn; velen, die thans weer werken, en aldus sommige rechten op ondersteuning verliezen, verbergen zorgvuldig hun nieuwe broodwinning om als voorheen soep te kunnen halen. Het valt echter niet te betwisten: de soep bulkt onder het volksmisprijzen. De menigte bejegent ze met smaak. En in ‘mangeur de soupe communale’ is het overvloedig scheldrepertorium van Brussels gepeupel een vokabel rijker geworden.” Jean-Marie Binst Volgende week: laatste deel: Optimisme ondanks alles

Volgens Rachida Aziz, de modeontwerpster uit de Dansaertstraat, zijn de jongelui van de Islamitische Staat in Irak en Syrië onze schuld. Zegt Aziz in een opiniestuk in De Standaard. En is het niet onze schuld, dan wel die van het voltallige Westen. Charles Picqué, Joëlle Milquet én Lange Jojo dus inbegrepen. Uw commentator kan natuurlijk niet rond de vaststelling heen dat Aziz gelijk heeft: Charles Picqué heeft inderdaad zoveel zijn plaat afgedraaid (‘De Brusselse transversaliteit is goed voor de duurzaamheid van de stad’) dat de jonge Molenbeekse werkloze van Maghrebijnse – eventueel ook van andere origines, blank, zwart, geel, bruin of rood, iedereen even slecht, immers – vervolgens overkookt en zijn biezen pakt om in Syrië te gaan vechten. Joëlle Milquet - zij weer, we kunnen het ook niet helpen - heeft zoveel gefoeterd op bochten naar links dat de rechtgeaarde ongelovige - doch moe gediscrimineerde - jongeman uit Vilvoorde een bocht naar religieus rechts nam om in Syrië te kunnen genieten van een stevige Rambo-oorlog. En Lange Jojo is misschien nog het meest schuldig aan de creatie van de Islamitische Staat, want is hij immers geen volkszanger die zijn volgelingen een blank imperiaal model van Brusselse zwans door de maag splitste? Natuurlijk zijn er altijd figuren die de werkelijkheid niet onder ogen willen zien, zoals Luckas Vander Taelen, die ook al in De Standaard Aziz mag tegenspreken. (Tegenspraak, wat een maatschappelijke perversiteit!) Neen, uw commentator is het volmondig eens met Rachida Aziz. Het Westen is slecht, satanisch slecht, en wij zijn allemaal gedoemd om gestraft te worden voor onze levensstijl, onze opiniestukken in De Standaard, onze keuze voor Joëlle Milquet en onze modeboetieks te Dansaert, of elders. In dat licht raden wij kersvers staatssecretaris Bianca Debaets (CD&V) ook aan om haar mond te houden over homoseksuele leerkrachten die hun leerlingen niet mogen zeggen dat zij die obediëntie zijn toegedaan. Lap, te laat... Weeral een contingent Syriëstrijders erbij.

CHIEN ÉCRASÉ Voor wie het nog niet heeft opgemerkt: het was weer bloementapijt-tijd. Dit jaar is het thema een Turks tapijt, en dit ter ere van vijftig jaar migratie uit Marokko en Turkije. Een Marokkaans tapijt was blijkbaar te veel gevraagd. De makers van het tapijt hebben er ook over gewaakt dat het visit-Brussels-logo met het hartje in de bloem er ook in verwerkt zat. Moet de eerste keer in de geschiedenis zijn dat het Brusselse bloementapijt een deel moest afstaan aan marketingdoeleinden. Blijkbaar lustte een jongeman die marketingtoestand niet en besloot hij dan maar om het bloementapijt eigenhandig te vernielen, waarop hij werd aangehouden, en weer werd vrijgelaten, want het was toch al zondagavond en het tapijt werd toen al afgebroken. Of misschien was het een milieu-activist die vragen had bij zoveel verwelkte bloemen in een duurzame stad. Ook al ter ere van vijftig jaar migratie: een vriendschappelijke voetbalmatch tussen het Molenbeekse Racing White en het Turkse Galatasaray, ook al vorige week zondag. Blijkbaar was een Marokkaanse ploeg te veel gevraagd. Het amicale initiatief werd wel kortstondig stilgelegd omdat Turkse supporters voetzoekers en Bengaals vuur begonnen te ontsteken. Voetbal is oorlog, dus dat hoort er gewoon bij. En zo gebeurde er nog eens iets van belang in het Edmond Machtensstadion. Met 7.000 Turkse supporters speelde Galatasaray haast een thuismatch, wisten onze collega’s van La Capitale. Tussen haakjes: White Star heeft verloren met 1-0.


BDW REGIO

BDW 1438 PAGINA 10 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

Deze Week in oude steegjes > Rivka Cohen en Yossi Przedborski over Joodse straatnamen

De verdwenen Jodentrap wordt, verschijnt er na een tijd een roodachtige schimmel. En dan heb je het bloed van Christus. Toen Rivka Cohen en Yossi Przedborski de Sint-Michielskathedraal bezochten waren ze gechoqueerd dat het verhaal van de profanatie van de hosties en de terechtstelling van de Joden niet duidelijker aan de kaak werd gesteld. De Brusselse historicus Roel Jacobs noemde de kathedraal in 2007 een van de grootste antisemitische monumenten van het land. Rivka Cohen schrijft na een bezoek aan het museum van de kathedraal in 2007 waarbij ze een blad met uitleg over het museum in handen werd gedrukt: “Er staat in de flyer geen woord over de valse beschuldigingen (het doorboren van de hosties, dv) aan het adres van de Joodse families. Waarom worden de bezoekers hier niet over ingelicht?”

Behulpzame medeburgers

Rivka Cohen en Yossi Przedborski dalen de Jodentrap af.

© JO VOETS

BRUSSEL – De hoofdstad heeft geen Jodenstraat, ooit was er wel een Jodenbrug, Jodenberg en vier Jodentrappen. Antwerpen bijvoorbeeld heeft wel een Jodenstraat, maar die heeft niets met Joden te maken. Brusselaars Rivka Cohen en Yossi Przedborski doorkruisten heel België op zoek naar prentbriefkaarten van Jodenstraten.

I

n Frankrijk is recentelijk ophef ontstaan over het gehucht ‘La Mort aux Juifs’ (‘dood aan de Joden’), een uithoek van het dorp Courtemaux, op honderd kilometer van Parijs. Het Amerikaanse centrum Simon Wiesenthal heeft officieel verzet aangetekend bij de Franse minister van Binnenlandse Zaken, om deze macabere naam te laten veranderen. De bewoners van het gehucht zijn er niet tegen, en er werden vroeger al eens pogingen ondernomen om de naam te veranderen. Zonder succes, de administratieve molen kwam er blijkbaar niet toe. De burgemeester van Courtemaux twijfelt er nu dan ook openlijk aan of de naamsverandering wel zin heeft. De naam komt bijna nergens meer voor, niet op adressen of wegwijzers, alleen op sommige officiële documenten. Maar gezien de actualiteit blijft dat natuurlijk een uiterst gevoelig onderwerp. Ook in België zijn er tal van straatnamen die naar Joden verwijzen,

en Jodenstraat mag dan neutraal klinken, de bedoeling was dat zeker niet altijd, zegt Rivka Cohen, auteur van vier boeken over het Jodendom en één van de stemmen van La Voix Sépharde op Radio Judaïca. Rivka Cohen: “In de naam Jodenstraat staat ‘Joden’ niet zelden voor schorremorrie of bankiers.” Cohen vond weliswaar geen enkele Jodenstraat in haar geliefde Brussel. Maar met de boeken van de Brusselse historici Jean d’ Osta en Guillaume Des Marez doorkruist ze de hoofdstad op zoek naar historische sporen. Toen ze in 2006 samen met haar echtgenoot Yossi Przedborski naar de Jodentrap aan restaurant Ravenstein trok, merkte ze dat de benaming Escalier des Juifs/Jodentrap verdwenen was. “Opeens herinnerde ik me levendig dat ik hier als kind van tien, twaalf jaar oud met mijn moeder stapte. Waarom werd er nooit een nieuw straatnaambord opgehangen?” Zo vraagt ze zich af. De Jodentrap komt uit op de Terarkenstraat en de Stui-

verstraat, straten die nu niet meer dan een steegje zijn. De verste herinnering aan de Joden in Brussel gaat terug naar het ontstaan van de stad aan Sint-Goriks. Op de binnenkoer van de Gulden Leeuw, een appartementencomplex

eeuws verschijnsel is, laat de bronzen plaat in de voormalige sacramentskapel, nu schatkamer van de Sint-Michielskathedraal zien. Op Goede Vrijdag 1370 zou men in de Synagoge van het Joods getto gestolen hosties met een dolk doorboord hebben. Uit de hosties zou bloed gevloeid zijn. In mei 1370 werden zes Joodse families uit Brussel op de brandstapel terechtgesteld, beschuldigd van diefstal en profanatie van de hosties. Hun bezittingen wer-

Voor de katholieken was het bloed het bewijs van een mirakel

van de stad Brussel, loopt een stukje nep-Zenne. Ooit liep hier de echte Zenne, de brug erover heette de Jodenbrug. Het waren de hertogen van Brabant die de Joden in de veertiende eeuw vroegen om aan de huidige Kunstberg handel te komen drijven. Daar was toen een Joods getto, met vier Jodentrappen en de Jodenberg. Dat anti-semitisme geen 20ste-

den in beslag genomen. Hun schuld werd uiteraard nooit bewezen. Maar voor de katholieken was het bloed het bewijs van een mirakel. Het geloof in het zogenaamde mirakel legitimeerde de terechtstelling. Nochtans is er een wetenschappelijke verklaring voor de verkleuring van de hosties: als ongedesemd brood in vochtige omstandigheden bewaard

Rivka Cohen en Yossi Przedborski hebben gedurende vele jaren het land doorkruist op zoek naar prentbriefkaarten van Jodenstraten. Dat ze met antisemitisme geconfronteerd werden, ontkennen ze niet. Maar toch: “Het was een kleine minderheid die ons rechtuit zegde of liet uitschijnen dat ze met Joden niets wilden te maken hebben. Het overgrote deel van de mensen, verzamelaars, conferenciers, historici en archivarissen – van Aarlen tot Antwerpen – waren zeer gedienstig en zeer vriendelijk.” Dat de ene Jodenstraat de andere niet is, laat Antwerpen zien. De huidige Jodenstraat heet tot 1579 Vaartstraat. De naamsverandering had volgens Rivka Cohen niets te maken met Joden, maar is een verbastering van de tekenaar Pieter de Jode, de Iode of de Oude, de schoonbroer van Jan Bruegel. In het begin van de negentiende eeuw dienden buren klacht in tegen de straatnaam, ze vreesden voor een Joods getto en stelden voor om de naam in Sint-Jozefsstraat te wijzigen. Het verzoek werd geweigerd. En zo heeft iedere Jodenstraat zijn geschiedenis. Rivka Cohen en Yossi Przedborski zijn begonnen in 2004 met hun tocht door het land, het boek dat ze geschreven hebben is eind 2013 verschenen. Het is een mooi geïllustreerd boek, zeer interessant, maar niet makkelijk. Rivka Cohen schrijft een zeer literair Frans. ‘Balades, Rue des Juifs, cartes postales de la Belgique’ van Rivka Cohen en Yossi Przedborski telt 255 bladzijden, is uitgegeven bij Academia L’Harmattan en kost 28,5 euro. Danny Vileyn


BDW 1438 PAGINA 11 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

Brussel-Stad > Pocketpark in de Zennestraat

Stadslandschapje brengt buurt bij elkaar Terwijl auto’s onophoudelijk voorbij denderen op de Slachthuizenlaan, hebben buurtbewoners een miniparkje aangelegd aan de Zennestraat. Op 7 september wordt het feestelijk geopend.

De Krakeelmoestuin, een van de weinige stukjes groen in de Marollen. SVG Meer info op http://brusselsmycity.com

© BRUSSELSMYCITY

Een driehoekig plantsoentje, een voorschot groot, is door bewoners van de Citydev-woonblok Heris omgetoverd tot een pocketpark. Er groeit kattenstaart, ooievaarsbek, Zeeuws knoopje, kroonkruid en akelei, en om het parkeffect te versterken, zijn er twee wandelpaadjes aangelegd “zodat de bezoeker de

planten beter kan bekijken.” Geld kwam er van het wijkcontract Bloemenhof, maar belangrijker misschien nog is dat de buurtbewoners elkaar beter zijn gaan leren kennen. “We hebben we voor de eerste keer echt kennis gemaakt met de uitbaters van het nabijgelegen theehuis. Zij zien hun nieuwe stadslandschap helemaal zitten. En wij hun verse muntthee!,” zo staat te lezen op de stadsblog die gaat over het ontstaan van het pocketparkje. © BART DEWAELE

Brussel-Stad > Buurtbewoners verzetten zich tegen de bouw

Mini-moestuin moet wijken voor vier sociale woningen Actievoerders voor het behoud van een moestuintje in de Huidevettersstraat konden verhinderen dat de stad Brussel van start ging met de sloop van het klein lapje groen.

Een banaal plantsoentje aan de Anderlechtsepoort is met wat creativiteit een fijn klein parkje geworden.

Elsene > Café Congé in Gemeenschapscentrum Elsene

Tuinfeesten sluiten zomer af in GC Elzenhof Gemeenschapscentrum Elzenhof zet de laatste twee donderdagen van augustus zijn tuin open voor buurtbewoners. Vorig jaar trokken de zomerfeesten Café Congé per avond zo`n 250 bezoekers. Hoeveel het er dit jaar zullen worden, kan cultureel medewerker van Elzenhof Myriam Saenen moeilijk voorspellen. “Veel hangt af van het weer, want het feest speelt zich af in de tuin.” Eind juni was er de eerste editie van Café Congé, met een vleugje Brazilië. “Voor de aankomende editie, Café Congé goes Congo, haalden we inspiratie in Matongé. De tweede avond, Urban Jungle, zal eerder een mix van stijlen worden,” zegt Saenen. Beide dagen is er een programma

van 3 uur `s middags tot 1 uur `s nachts. “Brussel Bad is afgelopen en donderdag is een redelijk rustige avond. Café Congé zal daarom een gat vullen,” denkt Saenen. Op het programma staan creatieve workshops voor kinderen, een workshop Afrikaans dansen, een breakdancedemonstratie en de interactieve lezing ‘Brieven uit Brussel’. Later op de avond is er een muzikaal programma, waar dj DocDaddies en Rebel Up! dj’s de avond afsluiten. De toegang is gratis.  Jasmijn Post Café Congé goes Congo: 21 augutus. Café Congé Urban Jungle: 28 augustus Meer informatie: www.gcelzenhof.be

Bij de aanleg van de sociale woningen van de Krakeelwijk in de jaren 1970 is een stukje terrein op de hoek van de Krakeelstraat en de Huidevettersstraat, onbebouwd gebleven. De sociale huisvestingsmaatschappij de Brusselse Haard wil er nu, veertig jaar later, vier sociale woningen en een lokaal bouwen. De Brusselse Haard heeft hiervoor al sinds 2011 de vergunningen. Maar dat is buiten de waard gerekend van de buurtbewoners. Ze geven toe dat de nood aan sociale woningen hoog is, maar tegelijk, zo klinkt het, is het een van de weinige groene plekken in dit stukje van de Marollen. In

maart zijn ze er begonnen met een moestuin. Die is volgens de actievoerders intussen uitgegroeid tot een waardevol project dat de sociale cohesie in de buurt versterkt. Maandagochtend moesten de sloopwerken van start gaan, maar de buurtbewoners stonden al om 6 uur ‘s ochtends paraat met pancartes en spandoeken om te protesteren. De werkmannen dropen al snel af. “Dat heeft ons zelf wat verwonderd,” zegt Cécile Boche, een van de actievoerders. “We zijn niet zo goed georganiseerd, en moeten ook overdag gaan werken. We beraden er ons nu over wat we verder gaan doen.” De stad Brussel had de bewoners een ander terreintje aangeboden om verder te gaan met de moestuin, maar daar hebben ze vriendelijk voor bedankt.

Steven Van Garsse

Elsene > Parkeermeters zorgen voor verwarring

Elsene getroffen door kinderziekte parkeerplan Sinds kort is het niet meer mogelijk om in Elsene per half uur betalend te parkeren. Ook aanvaarden de parkeerautomaten voortaan alleen nog maar gepast geld. Dat is het gevolg van de toetreding tot het gewestelijke parkeeragentschap. De voorbije maanden kwamen er enkele klachten binnen bij het gemeentebestuur van Elsene. Parkeerautomaten bleken plots niet meer mee te werken en geen wisselgeld meer te terug te geven. Mensen die dan maar te goeder trouw hadden besloten dat de meter stuk moest zijn geweest, kregen tot hun verrassing een parkeerretributiebon met de vraag om het volledige dagtarief te betalen. Dit noopte oppositieraadslid Raquel D’Haese-Leal (onafhankelijk) tot een vraag aan mobiliteitsschepen Caroline Désir (PS). Het antwoord van Caroline Désir is licht verrassend: omdat Elsene als goede leerling meewerkt aan de uit-

voering van het gewestelijke parkeerplan, wordt de gemeente ook als eerste geconfronteerd met kinderziekten. Désir: “De parkeermeters zijn al geprogrammeerd volgens de noden van het gewestelijke parkeeragentschap, en per half uur betalen is niet meer mogelijk. Het parkeeragentschap werkt momenteel met uitbater Vinci Park samen om per gsm te betalen mogelijk te maken. De tarieven zullen echter blijven zoals ze nu zijn. Geen extra halfuurtjes meer, met andere woorden, alleen volle uren.” Tegen september is het de bedoeling dat alle Brusselse gemeenten hun lokale parkeerplannen hebben afgestemd op het nieuwe Gewestelijke Agentschap. Voor Elsene blijft de uitbating van het parkeerbeleid - ook al is de controle verschoven van gemeente naar gewest voorlopig in handen van Vinci Park, het bedrijf waarmee Elsene al sinds 2009 samenwerkt. CD


BDW 1438 PAGINA 12 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

De superdiverse Brusselse realiteit die het Kaaitheater bespeelt, ligt volgens Yamila Idrissi mijlenver af van de promotie van de Nederlandstalige taalgemeenschap die volgens het regeerakkoord wordt verwacht.

© SASKIA VANDERSTICHELE

Opinie > Yamila Idrissi (SP.A) schrijft brief aan Sven Gatz (Open VLD)

Laat ons niet in de steek, Sven BDWOPINIE Geachte nieuwe minister van Cultuur en Brussel, Beste Sven, Groot was mijn opluchting toen ik vernam dat uitgerekend jij de nieuwe minister van Cultuur én Brussel zou worden. Als de partij waartoe je behoort nog enige geloofwaardigheid in stand wilde houden, moest ze wel bij jou uitkomen. Jij bent immers een échte Ket, met een voorliefde voor die zaken waar ze ons in het buitenland voor benijden. En dan heb ik het niet over chocolade of – in jouw geval – onze heerlijke bieren, maar over onze baanbrekende kun-

stenaars, theatervoorstellingen en televisieproducties. Koppel die vereisten aan iemand uit Brussel (want dat moest hij of zij wel zijn), mét het aantal nodige politieke meters op zijn teller, de nodige ervaring en je tovert geen wit konijn uit je hoed dat je halsoverkop laat verhuizen. Dan is de naam Sven Gatz bijna logisch. Het hoort niet om als lid van een oppositiepartij oprecht blij te zijn met de keuze van een minister. Misschien is het atypisch, maar die commentaren kunnen mij eerlijk gezegd gestolen worden. Waarom? Simpel, omdat de mogelijkheid om een goed, vooruitstrevend en open cultuurbeleid te voeren voorrang heeft op de klassieke tegenstellingen tussen politieke partijen. De keuze om precies jou aan te stellen

© REPORTERS

BRUSSEL – In een open brief aan kersvers minister van Cultuur en Brussel Sven Gatz (Open VLD) pleit Vlaams parlementslid voor Brussel Yamila Idrissi (SP.A) voor meer aandacht en middelen voor kunst en cultuur. Daarover las Idrissi niets dan onheilspellende berichten in het Vlaams regeerakkoord.

YAMILA IDRISSI (SP.A):

“Als jij ervoor kunt zorgen dat ons kunst- en cultuurbeleid zichzelf emancipeert – zich als het ware zelf naar boven tilt – vind je in mij een bondgenoot”

in deze harde en rechtse factuurregering is in dat opzicht een lichtpunt. Ze staat ook in schril contrast met het cultuurhoofdstuk in dit regeerakkoord, dat vaag is en vooral uitgaat van de economisering of het ‘vermarkten’ van het cultuurlandschap. “Het belang van ondernemerschap op het vlak van cultuur wordt centraal gezet,” staat er zelfs letterlijk. Je begrijpt als geen ander dat ik mij dus zorgen maak. It’s a dirty job, but someone’s gotta do it. Om het nodige tegenwicht te bieden, om openingen te creëren en deuren te openen of open te houden, daar waar dit regeerakkoord ze allemaal lijkt te sluiten. Kunst en cultuur moeten een pak verder reiken dan alleen maar een uithangbord, een merk te willen zijn voor Vlaanderen. In zo’n cultuurbeleid lijkt het alsof kunstenaars enkel recht van spreken hebben als ze het al gemaakt hebben. Dan pas kan Vlaanderen hen voor haar kar spannen, dan pas is er winst te boeken voor onze regio, zo lijkt het. Dat je er Brussel bij krijgt, is in dat

opzicht een extra troef. Want het Brusselbeleid van N-VA, CD&V en Open VLD zegt meer over hun cultuurvisie dan het culturele luik van het regeerakkoord. Naast de versterking van Muntpunt als ‘het venster van Vlaanderen in Brussel’ krijgen alle Vlaamse instellingen in Brussel ‘één herkenbaar logo dat symbool staat voor het kwaliteitsvol en open aanbod van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel’. Verder zullen de AB, Kaaitheater, KVS en Beursschouwburg zich kenbaar moeten maken ‘als ambassadeurs van het Vlaamse cultureel beleid’, en ‘structureel samenwerken met andere Nederlandstalige actoren uit bijvoorbeeld het onderwijs en de socio-culturele sector’. Dient cultuur dan alleen als promotie voor de Nederlandstalige taalgemeenschap? Jij weet toch net als ik dat de complexe, superdiverse en multiculturele Brusselse realiteit zoals de KVS of het Kaaitheater die bespeelt, daar mijlenver vanaf ligt. Als Brusselaar heb je een aangeboren kosmopolitische geest, nodig om de noodzakelijke compromissen tot stand te brengen tussen verschillende maatschappelijke groepen met meer dan eens tegenstrijdige belangen. Het moet mij van het hart, Sven: de humus die nodig is voor een vruchtbaar kunst- en cultuurlandschap ook buiten onze hoofdstad - waarin de geslaagde kunstenaars van morgen een eerste stap kunnen zetten, risico’s kunnen nemen of recht hebben op falen, vind ik niet terug in dit akkoord. Over sociaal-artistieke stadsprojecten, initiatieven op microniveau, die verbinden en verenigen, maar niet meteen opbrengen of kunnen dienen als uithangbord vind ik evenmin een letter terug. “Omdat deze regering budgettaire zaken naar voren schuift, staan andere departementen, zoals het mijne, minder in de schijnwerpers. Dat gebrek aan aandacht zie ik niet als een nadeel, maar eerder als een kans, een vrijheid om eigen klemtonen te leggen”, zei je na je aanstelling. Ik hoop dat je dat lukt. Als jij ervoor kunt zorgen dat ons kunst- en cultuurbeleid zichzelf emancipeert – zich als het ware zelf naar boven tilt – vind je in mij alvast een bondgenoot. In dat opzicht kijk ik – en vermoedelijk ook de sector – uit naar een pittig debat. Ideeën uitwisselen, uit elkaars woorden en daden leren, is cultuur an sich. Het verleden heeft al aangetoond dat je zo’n debat met verve kunt voeren. Ik weet dat jij een Ket bent die uitgaat van respect en positivisme. Onmiddellijk na je aanstelling postte je je favoriete quote van The Godfather op sociale media: “Just when I thought I was out, they pull me back in”. Daarom geef ik je bij wijze van afsluiter graag mijn favoriete zinsnede uit diezelfde trilogie mee: “Never get angry. Never make a threat. Reason with people.” Als één iemand de komende vijf jaar nog iets kan maken van een bloeiend en zelfstandig kunst- en cultuurlandschap, ben jij het wel. Don’t let us down, Sven. Hartelijke groet, Yamila Idrissi Vlaams parlementslid voor Brussel (SP.A)


BDW 1438 PAGINA 13 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

BRIEVEN VAN LEZERS   lezersbrieven@bdw.be

Zaventem Ik woonde in mijn jeugd dicht bij het vliegveld. Toen zagen wij de piloot zitten en zwaaiden we ernaar. Vijftien minuten lawaai; men moest niet spreken, men hoorde mekaar toch niet. De schroef van het vliegtuig, rammelende ramen... ik heb nooit iemand horen klagen. In de oorlog hadden wij dikwijls prijs: de bommen waren voor het vliegplein of de statie bestemd. Als ik dat nu zo hoor, waren wij straatarm. Pas dertig jaar geleden heb ik een appartement gehuurd met badkamer en centrale verwarming. Wij waren toen gelukkig en hebben veel plezier gehad, zonder radio, tv, telefoon of auto. Wat is arm zijn dan? Eén kostwinner, geen kindergeld en daarmee zes kinderen en hun ouders eten geven? Ik heb nooit speelgoed gehad. Als 14-jarige gaan werken, zelf naar alles op zoek gaan, de ouders gingen nooit mee. We moesten onze plan trekken. Van thuis uit kregen wij niets. Van waar zouden zij het gehaald hebben? Hendrika Herrebosch, Laken

Het Verloren Koninkrijk Naar aanleiding van het verschijnen van het lovenswaardige boek Het Verloren Koninkrijk van Els Witte staat er een zetfout in de laatste alinea van het artikel in BDW van 14 augustus 2014. “De wereldgeschiedenis zou anders verlopen zijn mocht noord en zuid in 1585 (niet in 1885!) niet uiteengevallen zijn.” 1585 was het jaar van de Val van Brussel en de Val van Antwerpen. De feitelijke, eerste scheiding van de Verenigde Nederlanden. Michiel Plaizier, Laken

Reservaat Vlaanderen Woensdag 13 augustus voerde radio FM Brussel – met wie u samenwerkt, dacht ik – een vlaamse juf voor de micro op. Die wilde naar Brussel verhuizen om ‘het reservaat Vlaanderen’ te ontlopen. (lees: weg uit het bekrompen Vlaanderen naar het ‘multiculturele’ Brussel) Enfin, de nog steeds populaire praatjes in bepaalde kringen dus. Het was dus duidelijk waar deze juf haar mosterd haalde. Ze klonk trouwens alsof ze het stond af te lezen. Neigt dit trouwens niet naar ‘stigmatisering’, zoals Brusselse politici het zo graag noemen? Alleszins: na een jaartje Brussel zal ze – spontaan – wel anders piepen als ze eerlijk is. Lees anders de objectieve krantenberichten maar eens. (en dus niet de goednieuwsshows op bepaalde zenders) Bruno Floré, Wetteren

Michaël Borremans Sommige personen voelen zich geroepen om kunstschilder Michaël Borremans publiekelijk te beïnvloeden om zijn vervolgtentoonstelling van Bozar in Israël niet te gaan inrichten, dit als politiek statement én artistieke sanctie tegenover het huidige politieke en militaire gedrag van Israël in Gaza. Zij menen dat Borremans een inschattingsfout zou maken indien hij toch zou overgaan tot de uitvoering van de geplande expo in Tel Aviv.

Hierbij bestaat de indruk dat het creatief intellect van Michaël Borremans wordt onderschat. Er wordt echter vergeten dat de Bozar-expo een gezamenlijk initiatief met het Tel Aviv Museum of Art en het Dallas Museum of Art is, en er bijgevolg vooraf praktische en financiële afspraken werden gesloten die niet als een simpele kwinkslag ongedaan kunnen worden gemaakt. Concreet: indien de Borremans-expo niet naar Tel Aviv afreist, bestaat de kans dat Bozar onvoorziene kosten zal moeten betalen voor het transport naar Dallas (want transportkosten tussen Brussel en Tel Aviv en tussen Tel Aviv en Dallas zouden ten laste genomen worden door het Israëlische museum). Men moet een onderscheid maken tussen een individuele privétentoonstelling in een galerij en dit soort expo in verschillende musea in meerdere landen. Bij het inrichten van gelijkaardige overzichtstentoonstellingen zijn de commerciële aspecten niet te onderschatten wegens onder andere de afspraken tussen de betrokken kunstenaar en de bruikleengevende verzamelaars. Bovendien wil de traditie dat er in de beeldende kunstsector steeds een groot aantal verzamelaars van Joodse origine zijn geweest. Men kan toch moeilijk van de galeristen alsook de kunstenaars verwachten dat ze elke potentiële koper op zijn politieke overtuiging screenen. Een ander aspect is dat het politiek beleid in Israël niet anders was dan nu toen de afspraken werden gemaakt om deze expo gezamenlijk met de drie musea te organiseren. De houding tegenover Palestijnen en in het bijzonder Hamas was toen niet anders. Alleen was er toen ‘vrede’, met andere woorden geen oorlog zoals nu. Louter uit praktische overwegingen al is de annulering van deze tentoonstelling verlieslatend voor iedereen en op ieder niveau. Wie denkt er overigens dat de Staat Israël inclusief het politiek beleid enige aandacht zal tonen, ergo misbruik zal maken, indien deze tentoonstelling effectief zou plaatsvinden? (er zijn ter plaatse momenteel andere ‘katten te geselen’) Er moet aan herinnerd worden dat (vooral beeldend) kunstenaars zich doorheen de eeuwen bij voorkeur hebben opgehouden in de nabijheid van de ‘begoede klasse’. Er kan desgevallend één uitzondering mogelijk worden: indien Israël strafrechterlijk wordt vervolgd en veroordeeld voor oorlogsmisdaden, en er culturele en artistieke sancties zouden worden opgelegd. Dan kan de situatie – ook voor Borremans en de drie musea – natuurlijk anders worden ingeschat. Dan wordt het ook voor Borremans gemakkelijker om zich te positioneren en dan zal hij zich bijgevolg sowieso spontaan gewillig opstellen. Ondertussen moet Borremans vooral zelf oordelen wat hem het best past. Deze keuze behoort momenteel tot het exclusief zelfbeschikkingsrecht en de autonomie waarvan iedere kunstenaar kan genieten. Zoals eigenzinnigheid en authenticiteit blijkt uit de tekeningen, schilderijen en video’s van Borremans zal er niks anders moeten worden verwacht dan een beslissing met dezelfde kenmerken. Ongetwijfeld zal die beslissing weloverwogen zijn. Niemand – ook niet in deze penibele omstandigheden – moet zich de vrijheid permitteren om een kunstenaar van dit kaliber te betuttelen. Dat mag door niemand worden betwijfeld. En niemand heeft het recht zijn beslissing te betwisten. Terloops: wat gedacht van Kristien Hemmerechts die deze zomer als vakantiebestemming Noord-Korea heeft gekozen? Wat kan een schrijfster daar te zoeken hebben? Is dat geen land dat iedereen links laat liggen? Wat kan het intellectuele voordeel daarvan zijn? As sweet as it gets... Borremans had het kunnen weten. Jonas Wille, Oudergem

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.

BDWOPINIE Pocket parkjes door Anne Brumagne In de Marollen bezetten bewoners een terreintje waar ze samen een moestuin hebben aangelegd. De Brusselse Haard wil er starten met de bouw van sociale woningen. Aan de Anderlechtsepoort wordt binnenkort een ‘pocket park’ ingehuldigd, dat de buurtbewoners er zelf op een verloren stuk trottoir hebben aangelegd. Even verder aan de Ninoofsepoort vraagt het buurtcomité nog eens om de lelijke hangar die daar de boel mee ontsiert, af te breken om er een park te maken. Nu het dak op Maria Hemelvaart door brand is verwoest en er mogelijk asbest vrijkomt, hebben ze er een argument bij. Het is ‘klein’ nieuws, een buurt die om een parkje schreeuwt. Maar met de regelmaat van de klok duikt het ergens op. Denk ook aan de actievoerders die niet wilden dat de groene zone achter de VUB-ULB werd volgebouwd (helaas zijn daar nu de eerste bouwkranen te zien). Of aan het opiniestuk dat kanaalbuurtbewoner Lieven Soete vorige week in BDW publiceerde: “Men noemt hier ‘park’ een speelplein waar enkele struiken of bomen staan.” Hij betreurt dat buurten die nu al volgebouwd zijn en op de rand van het onleefbare zitten, omwille van de demografische boom nog verder worden verdicht. Ook in de Marollen speelt dezelfde huisvestingsproblematiek: het parkje moet wijken voor sociale woningen waaraan zo’n groot gebrek is. Maar gebrek aan groen in de onmiddellijke leefbuurt wordt door buurtbewoners als even schrijnend ervaren. Het is niet zo dat de overheid compleet ongevoelig is voor het probleem. Aan de inwoners van de Marollen werd een alternatieve plek voorgesteld, die in hun ogen evenwel niet voldoet. Het pocket park aan de Anderlechtsepoort kreeg wat steun van de stad Brussel. In het Brussels regeerakkoord is het hoofdstukje over groene ruimten behoorlijk kort uitgevallen. Er komt een ‘herwaarderingsbeleid rond buurtgroen, groendaken en binnenterreinen van huizenblokken’. En, concreter, er zullen parken komen in de wijken die als prioritair staan aangevinkt in het regeerakkoord: Thurn & Taxis, Reyers, Beco West, Josaphat, Weststation en... de Ninoofsepoort. De intenties zijn er dus wel. Maar ze blijven bescheiden. En het gaat traag. Aan de Ninoofsepoort wordt al lang om groen gevraagd. Molenbeeks burgemeester Schepmans beweert op brusselnieuws.be dat het Gewest haar vroeger heeft gevraagd met een afbraakbesluit van de hangar te wachten tot het gewestelijk plan voor de heraanleg van de buurt klaar is. Maar nu zou het die vraag laten vallen. O ironie: wie weet komt er dankzij de brand schot in de zaak.

WAUTER MANNAERT


BDW 1438 PAGINA 14 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK

Roel Kerkhofs te midden van de voorwerpen die het Musee Museum vorm geven.

© SASKIA VANDERSTICHELE

Expo > Kunstenaar Roel Kerkhofs zet buurtbewoners centraal in Musee Museum

Van Masereel tot Brancusi BRUSSEL – Een museum dat maar één maand open blijft en vorm krijgt dankzij de wijkbewoners, die kunstwerken en gebruiksvoorwerpen uitlenen. Dat is het project waar de Brusselse kunstenaar Roel Kerkhofs in augustus aan werkt in de Bloemenhofwijk.

U

zag ze eerder al in BDW, de grote houten deur in de Anneessensstraat met het opschrift ‘Musee Museum’. De deur is een levensgrote reproductie van de toegang tot

het vroegere Spoorwegmuseum in het Noordstation. Het opschrift is meteen ook de naam van Roel Kerkhofs’ project voor een tijdelijk museum dat in en met een wijk tot stand komt.

De in Jette opgegroeide Kerkhofs (39) doceert Mixed Media in Sint-Lukas in Gent. Ook zijn vorige kunstproject, Propositions voor een monument in Sint-Gillis (2011),

was een beeldend participatieproject. “Dat mijn keuze nu viel op de Bloemenhofwijk is niet toevallig”, zegt Roel Kerkhofs. “Het is een sociaal zeer gemengde wijk, waar een rustige sfeer heerst. Kerkhofs nam er zijn intrek op de gelijkvloerse verdieping van ZSenne, een Art Lab dat atelierruimten ter beschikking stelt van kunstenaars voor kortlopende projecten.


BDW 1438 PAGINA 15 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

“De deur vormt een kader, een opstapje voor het tijdelijk museum in wording in ZSenne, en heeft zowat dezelfde functie als die van een sokkel voor een beeldhouwwerk. Bovendien wekt de deur de nieuwsgierigheid van de buurtbewoners, met wier medewerking het project staat of valt. We moeten voor Musee Museum vele drempels overwinnen. Maar die moeilijkheidsgraad maakt het juist boeiend.” Kerkhofs wil in een maand tijd zo veel mogelijk buurtbewoners overtuigen om een kunstwerk of alledaags gebruiksvoorwerp uit te lenen dat voor hen een belangrijke betekenis heeft. Hij praat ook langdurig met de bewoners om het verhaal achter het voorwerp op te tekenen. De démarche op zich is bijna even belangrijk als het eindresultaat: de tentoonstelling van de bijeengesprokkelde werken, en het boek dat over het project zal verschijnen. “Het zal niet zo maar een relaas zijn van de tentoonstelling. Het boek moet een fysieke ervaring worden voor de lezer. Hoe het er gaat uitzien weet ik nog niet. Ik werk daarvoor samen met het grafisch bureau Dear Reader. “

Constantin Brancusi “Er komen hier mensen over de vloer met de meest diverse levensverhalen. Zo kwam een Roemeense vrouw langs die met passie sprak over het werk van haar landgenoot, beeldhouwer Constantin Brancusi. Pas later ontdekte ik dat de vrouw dakloos is en ’s avonds bij Samu Social logeert. Toch gaat ze proberen om een voorwerp dat haar na aan het hart ligt uit te lenen.” Een vrouw die Afghanistan ontvluchtte door de oorlog, leent één van de glazen die ze meenam uit haar geboorteland. Het glas is geblazen door een buurtbewoner aldaar en vormt dus een fysieke herinnering aan haar heimat. Een andere buurtbewoner leent wel zeer diverse voorwerpen uit: een lamp met hoornachtige poten als de schedel van een hert, een houtsnijwerk van Frans Masereel dat hij lang geleden voor een appel en een ei op een rommelmarkt had gekocht, drie Duitse vazen uit de jaren 1960 en een asbak met juwelen uit Oman. “Ik loop al twee jaar rond met de idee voor dit project. Behalve de deur van het Spoorwegmuseum zijn er nog drie andere beelden die mijn inspiratie aanwakkerden. Een foto van de Franse schrijver en politicus André Malraux, met aan zijn voeten honderden foto’s van belangrijke kunstwerken die een plaats moesten krijgen in zijn Musée Imaginaire. De titel van zijn baanbrekend essay over kunst vond ik heel inspirerend. Een ander beeld dat voor mij een trigger was, is de deur – alweer – van een kerk in het Braziliaanse San Salvador. Die staat los van de kerk, net als de deur voor ons Museum.” “Een vierde inspiratiebron was een tekst van Annemarie Alighiero Boetti, vrouw van de gelijknamige Italiaanse kunstenaar. Die gaat over de keuze wat je waar ophangt. Dat doen ook de buurtbewoners, die beslissen waar ze hun voorwerpen een plaats geven in hun huis. Ik beschouw hen daarom als de archivarissen van dit museumproject.” Elke zondag nodigt Kerkhofs een kunstenaar uit voor een causerie over hun eigen werk, maar die op de een of andere manier met het project als geheel verband houdt. Die ontmoetingen zijn publiek toegankelijk. Eric Vancoppenolle Meer informatie vindt u op museemuseum.be

De organisatoren van État des Lieux. V.l.n.r.: Louisa Vermoere, Kevin Vanden Bulcke, Alexis Deconinck, Wouter De Raeve en Ken De Cooman.

État des Lieux > Lezingenreeks over filosofie en publieke ruimte

Ideeën veroveren terrein BRUSSEL – In de voetnoten van vakliteratuur over architectuur en stedenbouw lopen nogal wat filosofen en sociologen rond. Laten we hen eens opvoeren op specifieke locaties in Brussel, misschien worden hun ideeën dan wat minder abstract, dacht stedenbouwkundige en interventiekunstenaar Wouter De Raeve. Dat levert een reeks lezingen op, zes zaterdagen lang vanaf 23 augustus.

Bruno Latour? Tijdens de lezing wordt er uitgezocht hoe Xaveer De Geyter zich als architect en creatieve geest staande hield te midden van de vele elementen (actoren) die het ontwerpproces beïnvloedden. Telkens zullen theoretici een belangrijk denker toelichten waarna experts in architectuur en stedenbouw de theorie zullen toepassen op de concrete site.

Vuilnisbakken Tijdens hun onderzoek naar de publieke ruimte in de voormalige luchthaven Berlin-Tempelhof stuitten Wouter De Raeve en Benjamin Deboosere op zo veel grote denkers dat ze ze niet meer voor zichzelf konden houden. Ontwerpers en architecten kunnen er hun werk maar mee verdiepen. Toch is de lezingenreeks van curator De Raeve in samenwerking met Louisa Vermoere, doetank City3, en UPV (Uitstraling Permanente Vorming vzw) niet alleen een reflectieve maar ook een artistieke interventie geworden. Door de scenografie van BC Architects and Studies hopen ze de klassieke lezing te doorbreken en de interactie tussen sprekers en publiek te bevorderen. Hier komt al de Duitse cultuurfilosoof Walter Benjamin binnenwandelen, die de verschuiving beschreef van contemplatie naar verstrooiing, waardoor het gezamenlijk beleven op de voorgrond kwam. In een lezing in de Bortiergalerij zal cultuurfilosoof en Benjaminauteur Lieven de Cauter (KU Leuven) de ideeën van deze denker nieuw leven inblazen. Kan zijn Passagen Werk uit de jaren 1920 over het toen nieuwe fenomeen van overdekt koopplezier van nut zijn in de problematiek rond de geplande winkelcentra in Brussel? En hoe kan de aanleg van het Rogierplein getoetst worden aan de ‘actor-network theory’ (ANT) van de Franse filosoof en antropoloog

Een van de locaties is de kanaalbuurt die evolueerde van industriële levensader via ‘achterkant’ van de stad tot zone voor stadsvernieuwing. Dat betekent meer en meer controle van de overheid en minder plaats voor het zogenaamde ‘abnormale’. De Franse filosoof Michel Foucault noemde ‘normaliteit’ een constructie, en stelde dat er een normerende werking uitgaat van de gemeenschappelijke ruimte. In een gesprek tussen sociaal geograaf Maarten Loopmans (KU Leuven) en Brusselse architecten Philippe De Clerck en Géry Leloutre zal stadsvernieuwing onder de loep worden genomen. “Er is nood aan niet in de rij lopen, aan marge,” vindt De Raeve: “Het is vaak daar dat nieuwe inzichten tot stand komen. Wat maatschappelijk eerst niet aanvaard werd, kan jaren later ‘normaal’ gevonden worden, kijk maar naar algemeen stemrecht of vrouwenemancipatie. Informaliteit kan een voedingsbodem zijn voor nieuwe economieën, die uiteindelijk mee de stad maken.” De cultuurfilosoof en sociaal geograaf (VUB, Cosmopolis) Eric Corijn zal in de Dansaertwijk het concept ‘culturele hegemonie’ van de Italiaanse theoreticus en politicus Antonio Gramsci toelichten. Hoe kan bijvoorbeeld de inrichting van het Brusselse stadscentrum, dat vooral de consumptiecultuur van de middenklasse dient, anders vormgegeven worden?

© MARC GYSENS

Jürgen Habermas, de Duitse filosoof en socioloog, wordt dan weer gelinkt aan de Brusselse Noordrand. Hij had de horror van WO II van dichtbij meegemaakt en hechtte veel waarde aan het ‘communicatief handelen’, waardoor hij aan de basis lag van een procesmatige planningsmethodologie: “Maar participatie kalfde door de jaren af tot een hoorzitting waarin de plannen voor ontwikkeling worden aangekondigd of tot buurtbewoners die mogen kiezen waar de vuilnisbakken komen. De Belgische politiek filosofe Chantal Mouffe (University of Westminster) lanceerde dan weer het begrip ‘agonistische democratie’: we kunnen tegengestelde belangen best niet verdoezelen. In ‘Habermas Revisited’ zullen die twee uitersten worden getoetst tijdens een gesprek tussen filosoof en socioloog Jean-Louis Genard (La Cambre-Horta ULB, onderzoeksgroep GRAP) en Roeland Dudal van Architecture Workroom Brussels (AWB).”

Voortbouwen In Schaarbeek zal de Belgische geograaf Erik Swyngedouw (University of Manchester) ‘the commons’ van Toni Negri en Michael Hardt duiden. De Raeve vindt de notie van gemeenschappelijk goed een interessante piste om onze maatschappij te verbeteren: “Op welke manier kan bijvoorbeeld het ondernemerschap dat in vele mensen leeft, de goesting om dingen te doen, de basis zijn voor zowel privaat als maatschappelijk nut? Nu kan de privésector het zo bont maken als hij maar wil en slechts via belastinggeld iets teruggeven aan de maatschappij. Valkuil kan zijn om hier op een romantische manier mee om te gaan: alles is van iedereen en dan is alles opgelost.” Machtsverhoudingen lijken wel de rode draad in de lezingen: komt het ooit goed? “Het komt absoluut zeker goed!” meent De Raeve: “We willen net aantonen dat we, gesteund door het werk van deze denkers, tot veel in staat zijn. Omdat we generatie na generatie kunnen voortbouwen op wat onze voorouders hebben doorgegeven, en op die manier onze gemeenschappelijke ruimte alsmaar menslievender maken.” An Devroe Details programma: www.etatdeslieux.org


BDW 1438 PAGINA 16 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

dreef met linden er langs (Prinsendreef ). Ik sla rechtsaf en zie zo de stallingen en dan het stijlvol kasteel van de prinsen de Merode. Er is niemand thuis.

OP VADROUILLE MET NICK TRACHET MET LIJN 358 NAAR KORTENBERG

Engelse enclave tussen Leuven en Brussel

Londense taxi Iets verder aan een rondpunt staat het imposante Biesthof dat teruggaat tot de vijftiende eeuw. Het was lang een pachthof van de Merode, ooit zelfs met brouwerij, maar nu is het een woonhuis. Aan de overkant van de Steenhofstraat was vroeger de melkerij van het kasteel. Vandaag is deze plek echter een stukje Engeland: ‘Stonemanor’ (‘Steenhof’ in het Engels). Het is beroemd bij alle Angelsaksische expats van België en ver daarbuiten. Het is een supermarkt, al zou je dat zo op het eerste zicht niet zeggen, want het is pudiek teruggetrokken achter een witgekalkte muur en de oude melkerijgevel. De naam Stonemanor en de rode Britse telefooncabine voor de deur geven de ware aard prijs. Daarenboven doet de baas boodschappen in een opvallende Londense taxi. Binnen kunt u magazines, schoonmaakproducten van Britse oorsprong (carbolzeep!) of Melton Mowbray pasteitjes kopen, dikke groene erwten in blik of pork scratchingsn naast ales, cider en HPsaus. “Vaut le voyage,” zouden ze in Groot-Brittannië zeggen.

Origineel torentje

Stonemanor, beroemd bij alle Angelsaksische expats van België en ver daarbuiten.

U

kunt ook de boemeltrein naar Leuven nemen en in station Kortenberg afstappen. Dan loopt u de Stationsstraat naar beneden en komt u ongeveer op hetzelfde punt uit, maar dan moet u nog de drukke steenweg oversteken, geen sinecure! Door de Karterstraat, die momenteel openligt voor wegenwerken, stapt u zuidwaarts, weg van de drukte. Enkele tientallen meters voorbij het eerste kruispunt (Minneveldstraat) vertrekt een smal straatje naar links, er staat een bordje bij met ‘abdij’ erop. Dit is ongeveer de laatste informatie die de gemeente ons zal geven op deze tocht. Natuurinformatie is er wel, over de aangelegde takkenwallen en bijenhotels, bijvoorbeeld, maar geen plan. Via dat wegje komen we in een sfeervol park. Er staan vroeg twintigste-eeuwse gebouwen van

© SASKIA VANDERSTICHELE

KORTENBERG – Bus 358 rijdt van Brussel naar Leuven. U kunt hem nemen aan het Noordstation of – bijvoorbeeld – aan het Meiserplein. Vandaar tuft hij dan over de kaarsrechte Leuvensesteenweg. U stapt af aan een halte in Kortenberg die de lieflijke naam ‘Rijkswacht’ draagt. een voormalig klooster, maar de site is historisch belangrijker dan dat.

IJskelder Kortenberg ligt precies halfweg tussen Brussel en Leuven, de nieuwe en de oude hoofdstad van het hertogdom Brabant. In het benedictinessenklooster dat hier vroeger stond, ondertekende hertog Jan II in 1312 de Keure van Kortenberg, de ‘Magna Charta van de Lage Landen’. Door dit document erkende de hertog de grondrechten van zijn volk en ontstond er een ‘parlement’ met leden van de adel en – vooral – van de steden die toezicht moesten houden op de toepassing van het verdrag. Deze raad vergaderde van dan af in Kortenberg. Het was de voorloper van de moderne grondwet. Nergens in het park ook maar een paneeltje dat hieraan herinnert! We zien een stukje ruïne, misschien van de

© SASKIA VANDERSTICHELE

“Ik zie een kapelletje met tags besmeurd en in de neerwaartse helling een deurtje dat naar de ondergrond leidt: een ijskelder. Een kasteel kan niet veraf zijn”

De dorpskerk van Everberg en de Vijver aan het Benedictinessenklooster. oude abdij, en dan een lange vijver met uitbundige zomerbloemen en waterdieren. Ik liep aan de wilde zuidkant langs het water. Hier en daar staan wat vreemde kunstwerken en achteraan de vijver gaat een paadje het park uit, het bos in. Dit zou het Plantsoenbos moeten zijn. Ook hier weer nauwelijks oriëntatie mogelijk. Ik loop langs de zandheuvel verderop die onder de beuken

en (Amerikaanse) eiken verscholen gaat. Ik ontmoet wat vriendelijke joggers en fietsers, verder is het hier rustig. Ik zie een kapelletje met tags besmeurd op het hoogste punt en dan, in de neerwaartse helling, een deurtje dat naar de ondergrond leidt. Zonder twijfel is dit een ijskelder en dan kan een kasteel niet veraf zijn. Beneden aan de heuvel kom ik inderdaad aan een schilderachtige

Ik stap binnen in de tearoom naast de deur. Ook hier ademt alles het oude Albion uit. U kunt er afternoon tea gebruiken met scones en clotted cream, terwijl de kinderen zoet zijn met een toast met bonen in tomatensaus. Ze schenken ook cider en Hobgoblin bier. Niet echt goedkoop, maar wel stijlvol en alles in het Engels. Het enige Nederlands en Frans vond ik op een waarschuwing in de toiletten, en daar stonden dan nog fouten in ook. Wie het niet zo begrepen heeft op expats, loopt verder naar het centrum van het dorp, waar café ‘t Pleintje een terrasje biedt. Ook hier hoor ik Engels, maar dan met een zwaar Brabants accent. Een inboorling probeert wat uit te leggen aan een expat die blijkbaar ook trappist verkiest boven een Pimm’s N°1. Ik werp nog een blik op de dorpskerk met erg origineel torentje. De oudste delen zouden nog Romaans zijn.

Prinsendreef Everberg is vooral bekend in België omdat men er stoute kinderen opsluit. Wie het Gesloten federaal centrum voor jongeren ‘De Grubbe’ wil zien, moet verder naar het zuiden zijn in de Hollestraat (de naam alleen al!), tegen de E40 aan. Maar ik vind het genoeg voor een middag en trek via de Prinsendreef (echt mooi hoor) terug naar de Leuvensesteenweg, waar ook een bushalte is (halte Prinsendreef ) op de weg terug naar Brussel. Nog een schilderachtige plek waar niets te zien viel. Nick Trachet De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ opvadrouille


BDW 1438 PAGINA 17 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

© THEATER AAN ZEE

Nick Trachet

Tachtig meter spaghettivreters onder de Koninklijke Gaanderijen.

Boek > Café Monk brengt spaghettiboek uit

Iedereen zegt: ‘De mijne is de beste’ OOSTENDE/BRUSSEL – Monk,  het café en spaghettihuis in de  Katelijnestraat, heeft weer een  culturele stunt achter de rug. Begin  augustus kookte de ploeg spaghetti  in de koningin der badsteden voor  driemaal 150 personen. Het bleek  de promoactie voor het aanstormend kookboek vol zelfverheerlijking ‘De mijne is de beste’. En ‘de  mijne’ staat voor hun versie van de  bolognesesaus.  Er  werd  spaghetti  aux  chandelles  geserveerd  aan  een  80  meter  lange  tafel in de riante Koninklijke Gaanderijen, met zicht op het strand. De  koelwagen stond om de hoek, koken  kon bij een vzw in de gaanderij. Voor  de  spaghettivreters  van  het  ‘Brusselse’  festival  Theater  Aan  Zee  was  dineren  met  pasta  bolognese  met  zicht  op  zee,  duidelijk  een  festijn  (foto). Het bleek bedoeld als de promostunt van het aankomende boek  De mijne is de beste, een compilatie  van bologneserecepten, gesprokkeld  door Sven en Jurgen Campens en Filip Jans, de eigenaars van Monk. Wie  bij  Monk  spaghetti  eet,  krijgt  saus  bereid  (naar  Resto  Henri’s  recept)  door  de  Sri  Lankaanse  spaghettichef,  van  vaatwasser  opgeklommen  tot  trotse  kok.  “Onze  spaghettizaal  is  geïnspireerd  op  de  charme  van  de  eenpotskeuken

die  een  spaghettihuis  als  Pee  Klak  (Strombeek)  altijd  heeft  gehad,”  beweert  Sven  Campens,  kersvers  vader.  “De  uniforme  geur  van  de  bolognese,  waarvoor  iedereen  binnenvalt,  heeft  iets  unieks.  Klanten  hebben het bij ons  altijd over ‘hun’  bolognese, en wat ze er zoal indoen  om de saus apart te maken. Acteur  Wim  Opbrouck  gaat  voor  zijn  gehakt naar een speciale slager, en de  rest  wordt  ook  met  zorg  gekocht.  Het  bracht  ons  op  het  idee  om  vele  versies van de ‘simpele’ saus te bundelen;  iedereen  heeft  er  zijn  eigen  versie  van,  want  ‘ge  moet  de  mijne  ne keer proeven’.”  Zo  bundelt  het  boek  mensenverhalen  en  recepten  van  Leuvense  studenten tot topchefs en de Italiaanse  kokkin  van  Guy  Verhofstadt  en  Di  Rupo.  Van  Luc  Steeno  ook,  tot  een  madam  die  al  20  jaar  de  saus  voor  het lokale spaghettifestijn voor haar  rekening  neemt,  naast  veggie-  en  Japanse  varianten.  “Net  als  Wim  Opbrouck  hebben  velen  een  leuk  verhaal omdat ze wel wat tijd steken  in hun saus. En wat het experiment  Spaghetti-aan-zee  betrof:  we  doen  dit zeker daar of elders over.” Jean-Marie Binst De mijne is de beste, Uitgeverij Manteau (WPG), 192 blz., 22,50 euro, (release oktober). © BASIEL DEBROCK

Wim Opbrouck vindt ‘de zijne’ natuurlijk de beste.

dige  aankoop:  wat  eerlijk  werd  verkocht, zit in een papieren of  plastic tas! In klerenwinkels is  dat  nog  meer  het  geval.  In  het  buitenland  dringen  verkopers  er  zelfs  formeel  op  aan  om  absoluut  zo’n zakje te accepteren. Ze willen  niet  van  zwartverkoop  worden  beschuldigd door de  guardia di finanza  of gelijkaardige fi  scale controlediensten. Verder is het tasje een vorm van pudeur,  een bescherming van de privacy. Als u een  winkel  buiten  stapt  met  consumptiewaren  bloot onder de arm, gooit u uw privéleven te  grabbel. Elke passant kan zien dat uw voorkeur  uitgaat naar – pakweg – Philadelphia classic of  Andalousesaus van D&L en geef nu toe, dat zijn  hun zaken niet. Met drank is dat nog veel meer het  geval. In heel wat landen is de verkoop van (alcoholische) dranken gelimiteerd voor bepaalde leeftijden,  nationaliteiten of op bepaalde uren. Of gewoonweg  verboden. In een zakje is die fl es of dat blik dan plots  BRUSSEL EN DE WERELD onzichtbaar. “Ik zal het in een papieren zakje doen,”  CULINAIR ONTDEKT zei de ober in een moslimland toen hij mij een fl esje  Leffe wou serveren. Zo kon niemand zien dat hij mij  alcoholische drank verkocht! Het viel mij op hoeveel  lokale  theedrinkers  op  het  terras  ook  zo’n  anoniemen papieren zakje op tafel hadden staan. Ten slotte zit er aan die plastic tasjes ook een marktprincipe. In veel Vlaamse gebieden is het nog de gewoonte dat u mondeling uw bestelling over de toog  roept  en  dat  de  winkelier  die  bestelling  afweegt.  “Een half pond bospaddenstoelen en een heel pond  Niet zo lang geleden was ik betrokken bij een walnoten!” Ik zeg maar wat. Als de brave man meer  workshop op de markt van Kuregem (Slachtdan  vijf  procent  naar  boven  afwijkt  van  het  gehuis). De bedoeling was aankopen te doen en dan vraagde  gewicht,  zijn  wij  terecht  misnoegd.  Maar  samen wat te koken, een mooie gelegenheid om de  zuidelijke  marktkramers  doen  het  anders.  Zo  mensen en vreemde ingrediënten te leren kengauw  u  een  blik  op  hun  aubergines  of  appelsienen  nen in de keuken. Het is de keuken van ‘Kookwerpt, proppen ze u al een plastic tasje in de hanmet’, een initiatief van Cultureghem. den. Zoiets heet klantenbinding: u voelt zich nu al  half verplicht om iets te kopen. Aan de luifels hanWe  hadden  een  budget  en  deden  inkopen:  knol- gen pakken plastics te bengelen in de wind. “Neem  letjes  hier  (cassave,  yam,  ...),  bladgroentjes  daar  maar, neem maar,” schijnen ze u toe te roepen. En  (amarant,  klaroen...),  wat  gedroogde  garnalen,  en  dan neemt u zelf en plots is niet langer de winkelier  we  keerden  met  onze  vangst  naar  de  keuken  die  verantwoordelijk voor het gewicht van de aankoop,  onder  de  markt  stond  opgesteld.  Plots  werden  we  streng toegesproken door onze, euh, knopendoorhakker – vroeger zei men bazin. “Ik ben het vergeten te zeggen op voorhand”, zei ze, “maar het is wel  de  bedoeling  dat  jullie  plastic  draagtasjes  weigeren.” Tja, we waren na onze inkopen uitgedost met  zeker een dozijn kleurrijke tasjes die vrolijk om ons  heen bengelden. Ze  had  gelijk,  uiteraard.  Die  plastic  zakken  zijn  een vuiligheid. Door ons koopgedrag in Anderlecht  sterft ergens anders de lederschildpad uit, want die  verwart  onze  draagtassen  met  smakelijke  kwallen.  Londerzeel  staat  regelmatig  blank  omdat  de  draagtassen van onze shoprage de evacuatie van de  zomerbuien belemmeren. Hoeveel fi etsers zijn er al  niet  gesneuveld  omdat  zij  zo’n  zakje  in  het  gelaat  kregen tijdens het pedaaltrappen? Waarom  gebruiken  we  ze  ook?  Toen  ik  als  kind  met  mijn  vader  mee  naar  de  markt  van  Jette  toog  dat  bent  u.  En  u  neemt  bijna  zeker  meer  mee  dan  op zondag, had hij een ‘bazas’ in kunstleer mee. De  u ooit zou hebben gevraagd, want wie vraagt er nu  marktkramer woog drie kilo appelen (golden, in die  “745 gram venkel, alstublieft?” Maar als u ze zelf in  tijd) in een metalen kom op de weegschaal, en goot  uw zakje mag stoppen, liggen ze er. Dezelfde logica  dan de appelen zo pardoes in vaders tas. Geen weg- zat achter de snoepbars met zelfbediening, die zo’n  werpzakjes,  pakjes  noch  tasjes.  Na  het  markten  dertig jaar geleden opdoken. U zou nooit een halve  kwamen we met een gemengde vruchten-en groen- kilo snoep durven te bestellen, maar als men u zelf  temand  naar  huis.  Spruitjes  of  prinsessen  gingen  laat scheppen... wel eerst in een papieren zakje, anders was het niet  Papieren  tassen  zijn  geen  alternatief,  toch  niet  in  praktisch, maar verder was het sorteren geblazen. een  regenland  als  het  onze.  Daarenboven  zijn  ze  In mijn vele jaren als consument heb ik geleerd dat  duurder en verstoppen ze ook Londerzeelse waterzakjes  en  tasjes  zoveel  méér  zijn  dan  alleen  maar  lopen.  We  moeten  van  al  het  plastic  af,  maar  dan  een container, een vat, een omheining voor aanko- zal de verkoop op de markt achteruitgaan. En dat is  pen. wat  sommigen  hopen,  sommigen  die  voorverpakte  Om  te  beginnen  is  een  draagtas,  afgeleverd  door  waren verkopen. Prettig winkelen verder.  een handelaar, een vorm van betalingsbewijs. Als u  O, en smakelijk.  appels pikt, die los in uw broekzak steekt en vervolgens betrapt wordt door de ajuin met dienst, zal hij  nick.trachet@bdw.be onmiddellijk  kunnen  concluderen  dat  die  appelen  delinquent werden verworven. Maar stop ze in een  De hele reeks nalezen? rondvliegend plastic zak en ze lijken een onschul- www.brusselnieuws.be/trachet

Plastic zak

“Als u een winkel buitenstapt met consumptiewaren bloot onder de arm, gooit u uw privéleven te grabbel. Elke passant kan zien waar uw voorkeuren naar uitgaan”


BDW 1438 PAGINA 18 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

DE LAUREATEN VAN DE BDW-VERHALENWEDSTRIJD

Het Angeliek van Anneessens Derde plaats: Maarten Goethals uit Brussel-Stad ILLUSTRATIE: BRAM ALGOED

‘Ah, Heer, bad ik, en ik wendde mijn blik van de einder, boven de daken weg. Wacht niet langer, maar kom af. Wees niet laf.’ ‘Het klaarde op. Iedereen keek. Wat zagen ze? Ze roken bloed. Nog enkele momenten te gaan. Mijn handen tintelden. Ik overschouwde het volk dat stil te gapen stond: de vrouwen grienden, de mannen monkelden, krabden in hun baard. De kinderen deden mij na.’ ‘De massa wiegde en volgde de gebruiken van de beul, terwijl ik naar het hoogste punt van de markt staarde dat opklaarde. Het goud op de gevels schitterde in de ogen, schoof mee met de zon die opkwam. En naarmate het licht verder afboog en naast mij als een schaduw languit viel, zag ik steeds scherper. De paarden van de dragonders grauwden en blokkeerden de toegangswegen om de toeloop te beperken. De beesten stampvoetten: een hol, slepend getik. Ik moest plots denken aan een tekening uit mijn jeugd, met een bloedend hert als opdruk, aan het gloeiende kruis in zijn hoornen kroon. Aan de mythe. Aan de heiligenkalender.’ ‘Niemand durfde niet te kijken. Gefascineerd, geaffecteerd. Ik voelde de walging bij de beul opkomen. Zijn adem rook zurig, naar gist en kots. En bier. Maar ik snoof ook de zachte geur van witte kastanjebloesems –maar nergens

geen bomen te zien. Te vroeg natuurlijk in het jaar. Ik viel in het verkeerde seizoen, nooit meer te herdoen.’ ‘Een half jaar geleden inviteerden twee officieren van het regiment van Württemberg mij bij hun thuis. Om te overleggen over een nieuwe bestelling. Ik maak stoelen en meubels met Spaans leer –zacht, dankbaar materiaal en tegelijk stevig, onkreukbaar. Het ging gemoedelijk, ondanks de politieke spanning buiten; ze boden me rode wijn aan. Ik vermoedde niets. Tot ineens, snel en uit het niets, onverwacht een overmacht aan soldaten het huis binnenstormde en mij arresteerde – God, Heer: stort uw ellende.’ ‘Mijn benen trilden onzichtbaar van plotse vermoeidheid; de helmen, de armbeschermers van de militairen schitterden. Ik besefte meteen mijn nederlaag, kende de afloop van het verhaal nog voor een officiële uitspraak gevallen was. Op dat moment vloog tegen een van de ramen –een groen in lood geslagen glas– een vogel. Ik stond recht uit het zeteltje, ontwaakt als uit een droom, en stapte vooruit zonder een woord te zeggen.’ ‘Hij –Prié, de Italiaan, vriend aan huis bij het grote geslacht Savoye, mijn vervolger, de man achter het plan en de arrestatie– omschreef mij in een van zijn brieven naar de Staatskanselarij als een halve geleerde. En noemde me belezen, de literator als inspirator. Dan eerder: de domste, dacht ik. Moest ik niet beter weten? Op bezoek gaan bij de duivel.’ ‘Het nieuws van mijn aanhouding verspreidde als een lopend vuurtje van huis tot huis. Diezelfde avond –over Brussel hing een lage roze en blauwe wolkenlucht– staken enkele onbekenden het schavot in brand dat dreigend op de Grote Markt stond. Maar Prié, in zijn nopjes, opgedirkt in een appelblauwzeegroen broekpakje, met gouden linten om de schouders en zwart gelakte, platte schoentjes, reed in een koets door de stad. Zonder escorte. Hij, de zoon van een bankier, vond het een erezaak, dat ritje in zijn eentje, onderweg naar de ambassadeur van de Republiek – een man van moed (van heksengebroed), bij valavond.’ ‘Zes kompanen gingen me vooraf. Dood door ophanging: een vallend luik, een korte snok, een knak, de nek die brak, de benen los en wuivend in de lucht. De kop opgeknoopt en blauw.’

© SASKIA VANDERSTICHELE

‘De man naast me –hij wrikte mijn pruik los en legde het bos naast zijn voeten. Een hoopje krullend haar dat niet langer glansde maar gerafeld, ongekamd uiteen viel.’ ‘Met een onverwachte, elegante tederheid, als een vrouw, trok hij vervolgens een kapje over mijn gebogen hoofd. Een wit mutsje, als bij het slapengaan, om de kussens in het bed niet te bevuilen. Ik voelde de wind waaien en draaien, zijn warme vingers drukten op mijn dampende schedel. Ik keek naar de beul. Een leeftijdsgenoot met groene ogen – ik wachtte op zijn erbarmen. Zijn koninklijke zwaai. Een aaitje. Zijn schouderklopje.’ ‘Negentien september, de Grote Markt. De trappen van de huizen, de loopsteentjes, de hallen, de houten barakken op het plein glommen door het ochtendlijke zonlicht, dat opblonk in de dauw. Eén van de hoeken van een gebouw kleurde donker, een wakke plek op een zanderige achtergrond, die met de jaren uitzette en verbreedde. Het viel me voor het eerst op, na al die jaren, nu ik iets hoger stond.’

Politiek redacteur met dichtbundel Maarten Goethals (28) uit BrusselStad is politiek redacteur bij De Standaard. Naast stukjes voor de krant en cultuurbladen zoals rekto:verso schrijft Goethals af en toe een kortverhaal. “Mijn pogingen om een roman te schrijven zijn tot nog toe allemaal gefaald,” lacht hij. In november debuteert Goethals met de dichtbundel ‘Hees’ bij Uitgeverij Vrijdag. Wat betreft ‘Het Angeliek van Anneessens’ was er “eerst de titel, met die mooie alliteratie, pas daarna het verhaal.” Om de laatste vijf à tien minuten uit het leven van Frans Anneessens zo correct mogelijk te beschrijven, deed Goethals heel wat historisch onderzoek – hij las zelfs een doctoraat over Anneessens. Enkel over het weer op de dag van Anneessens’ onthoofding vond de politiek redacteur geen uitsluitsel. KL www.maartengoethals.be

‘Vier anderen werden vastgebonden aan handen en voeten, en gegeseld, tot het vlees met stukken en repen los aan hun huid hing. Als vleugeltjes. Bij elke slag hield het volk zijn adem in. Alsof het zelf moest incasseren: de spieren opgespannen, de rug gebocheld, de pezen ineen geschoven, de ademhaling dicht, de beweging van de stok met hun blik volgend: van bovenaan tot-ie, in een perfecte curve, kletsend, zwiepend neerkomt. En onder de weerstand kraakt.’ ‘Daarop gebruikte de beul een zweep met aan het uiteinde een stukje bot of ijzer, zoals in de tijd van het oude Jeruzalem. En zij keelden allen van de pijn als katten, van de schurende brandwonden, het verschroeide, opengetrokken vel, het bijten van de lucht in de open, lopende wonden. Nooit vergeet ik de paniek rond hun mond.’ ‘Als ratten, als lopend vuil werden de vier nadien, naakt en nagekeken, weggejaagd. Mijn volk verbannen, buiten de stadsmuren geweerd als pestlijders. Mannen met namen die klinken als klokken: D’Haeze en Coppens, Lejeune en Vanderborght, maar nu vluchtend naar Frankrijk. Ik liet hen nader. Nooit meer goed te maken. Nimmer, niet.’ ‘Mij ging het dan nog makkelijk af. Een half minuutje, hoogstens, tussen het knielen en het opheffen en het neerlaten van het lemmet. Een nette, flitsende slag.’ ‘Prié, tijdens één van zijn verhoren, eiste in ruil voor mijn leven dat ik om vergiffenis zou smeken. Dat ik berouw toonde voor de rebellie – l’émeute. Voor het uitbarsten van de straatgevechten, voor de plunderingen, de rattenplaag. Hij, met zijn blonde en geparfumeerde schaapskrullen en zijn recht gekapte neus –hij eiste schadevergoeding en bleef bij zijn oude economische plannen: meer geldelijke bijdragen van de gilden. Wat mij betrof: een onbespreekbaar voorstel. Boerenbedrog.’ ‘Zijn dreigementen maakten de minste indruk. Dat ik dan sterven zou, zei hij. Dat ik ging creperen. Dat ik het mocht vergeten en dat ik de laatste maanden van mijn leven naar mijn eigen stront ging staren. Einde verhaal. Maar het begon net –mijn geloof groeide. Intieme grandeur. Gestold gemoed. In God, declameerde ik in een stappende cadans van de muur tot mijn celdeur,


© BRAM ALGOED

geef ik me rustig uit handen, naar de verre landen van dat andere leven.’ ‘Mij scheelde het niet. Ik was een ouderling, zestig jaar. Mijn lichaam droeg amper nog zijn gewicht. Mijn handen stonden vol plekken. Mijn voeten liepen scheef. Mijn buik stak uit. De dood deerde niet. Sterven verlichtte. Ik, zonder schrik –ik kom dichter Heer, mijn God in het cachot.’ ‘Niets hielp ten andere. Mijn vrouw probeerde nog bij de Statenvergadering mijn zaak te bepleiten. Maar zonder succes. Het werkte zelfs averechts. Prié begon te dreigen dat hij haar zou lastigvallen, als ze niet ophield. Een brief van het hoogste gezag, Keizer Karel, haalde ook nauwelijks iets uit. Ik moest sterven.’ ‘Zes maanden wachtte ik op het verdict van de raad van Brabant. Ondertussen zat ik gevangen in de toren van de Steenpoort. Enkel de Hoogste hoorde mij praten –op momenten: ratelen. En als ik op het platgedrukte stro lag, dacht ik aan de wereld zonder mijn aanwezigheid. Om te wennen aan het idee. Maar telkens viel ik in slaap.’ ‘Ik probeerde mezelf te verzorgen: geen lange, vuile vingernagels, geen stoppelbaard, geen lompen aan mijn lijf. Aan een van de bewakers vroeg ik inkt en papier om mijn nalatenschap te regelen, om een persoonlijk gebed neer te schrijven dat in mijn hoofd langzaam vorm kreeg en dat ik keer na keer luidop reci-

teerde als een gedicht. Maar hij weigerde. Hij sprak geen woord Frans. Ik vloekte voor het eerst tegen een mens: merde.’ ‘Ik telde dan maar de stenen van mijn cel in de hoop me telkens te misrekenen, nooit het juiste getal te weten. Zocht wetmatigheden achter de geluiden in het gebouw –in het geschreeuw, in het rammelen van de kookpotten, in de dagelijkse wissel van de wacht. Ik probeerde herinneringen boven te halen, maar dat lukte niet. Mijn vrouw in haar jonge dagen? Onmogelijk te bedenken. Hoe zij toen rook? Vermoedelijk naar jasmijn en op zondagen naar lavendel. Of was het magnolia, dat nieuwe, dure product? Ik bevoelde in mijn gedachten enkel haar zachte, onvermijdelijke rimpels, haar slappe, verweerde armen –in het ene jaar van de opstand was zij in enkele maanden fel verouderd. Bezorgd om mijn bedreigde ik. Hoe sta ik toch in de schuld bij haar? Eindeloos, maar eindig. Zij, mijn bruid die bedelt en het goed bedoelt, mijn zuster.’ ‘En dan, plots, na maanden in de cel, de dag des oordeel: schuldig. Enkel het moment van het vonnis verraste, niet de inhoud.’ ‘Het proces nam een ochtend in beslag – nochtans een schijngebeuren. Op het einde zei ik tegen de rechters, allemaal mannen in zwarte katoenen kleren: Ik heb geen enkel misdrijf gepleegd (maar voltooide het pleidooi enkel in mijn hoofd: uw vonnis valt in

het niets. Dat enkel God me geloven mag. Of anders, als ik lieg: dat Hij mij in zijn gruwel geselt, en van niets gebaart).‘ ‘Even later –nog geen vol uur na de rechtspraak, weggevoerd op een paardenkar– schreeuwde ik mijn onschuld over het verzamelde volk –mijn vrouw was thuis gebleven, mijn zoon Jean-André Anneessens keek zwijgend toe. Maar mijn laatste woorden raakten overstemd door het getrommel van de soldaten voor het schavot. Niemand hoorde wat ik zei. Alsof het ook iets uitmaakte. Mijn ongeluk? Vermaak. Mijn verblijf? Ten einde.’ ‘Bijna middag en ik probeerde alles in me op te slagen, en tegelijk alles te vergeten. De wind wisselde duizenden keren van richting.’

moest ik toch niet vooral proberen te vluchten? Moest ik Prié vervloeken? Moest ik langzaam uitademen, kwam het dan minder hard aan? Moest ik de pijn vrezen? Hoe lang zou het snijden, het kappen, het doorgronden duren? Hoe zou mijn lijf reageren? Als een worm die, in tweeën gerukt, verder blijft kronkelen? Als een overvolle zak graan die openbarst? Zou ik schreeuwen? Schaterlachen? Schrikken, mijn tong inslikken? Zou ik de klap voelen, ga ik meemaken hoe ik over de vloer wordt geveegd? Wat moest ik op het laatste moment denken? Mijn naam zeggen, als een bezwering? Ik, Frans Anneessens, boetmeester en onschuldig? De paarden op de markt trilden op hun benen, hun knieën knapten. Het volk zweeg en wachtte. Verachtte. En minachtte de beul.’

‘Ik boog, zette me neer op mijn knieën en draaide op een onnatuurlijke manier mijn hoofd op het gekloven kapblok van eik; de handen op de rug aaneen. Mijn borstbeen bonsde alsof de brij binnenin het elk moment begeven kon. Ik verloor de beul uit het oog, nochtans mijn laatste weldoener, een ambtenaar, een ambassadeur van de dood met lood in de schoenen. In een opperste poging spande ik al mijn spieren, om het bloed te voelen stromen (straks zou ik dromen). Mijn tandvlees etterde.’ ‘Moest ik mijn ogen sluiten of open houden, zou ik nadien nog iets zien? Moest ik beleefd blijven tegen hem, de beul vergeven, maar

‘Wat moest ik nog denken? Ik was bezig, ik wilde net een laatste keer inademen, de tanden klemmen voor het vallende gevaarte, het metalen klaarte, en duwde mijn hals dieper, vaster op het gekerfde vlak, toen hij uit het zicht het zwaard in één geruisloze beweging ophaalde –hij snoefde in het opwerpen van het hakwapen boven zijn hoofd– en liet het geslepen lemmet in een vlotte, soepele slag neerkomen. Als een natte, korte zweepslag. Precies op de lijn, op de as die hij wilde splijten.’ ‘En ik dacht nog: Geheel bevrijd zal ik zingen om U, nu. Maar hoe –hoe vindt Gij mij zonder gewei?’ n


BDW 1438 PAGINA 20 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

Herbronnen in Brussel > (slot)

Tot zinnen komen aan de bron © AN DEVROE

Links: De Minneborre. Rechts: een droogtoilet als anticlimax en de legende van de Minneborre verbeeld in het Josaphatpark.

SCHAARBEEK – Met kleine avonturiers het water stroomopwaarts volgen tot aan de bron heeft iets spannends. Al is het ook een expeditie om te zoeken naar de bron in jezelf.

A

Hoeder Een beeld van een neerstortende Herlinde siert sinds 1987 het Josaphatpark, vreemd genoeg een eindje van de bron weg. Mon De Rijk gebruikte hiervoor Toscaans Carrara-marmer. Verhalen zullen altijd andere verhalen inspireren, een verhaal is in zekere zin zelf een bron. Rue Fontaine d’Amour (2008) is een roman van Jef Aerts die zich afspeelt in de Minnebronstraat. Het is een verhaal over wachten op de geliefde in een tijd van intercontinentale contacten: “Liefde raakt niet op.” Mooi is de observatie van het vijftienjarige meisje van twee geliefden die in het park telkens opnieuw

afscheid komen nemen omdat ze het niet kunnen. Vandaag herinnert er niets aan de (fatale) liefde, wel is er een droogtoilet als anticlimax. Van de ooit klassieke inrichting met stenen zuilen en vazen resten er enkel nog een paar treden. De bron is nu omgeven door rocaille, een artificieel landschap met rotsblokken die geschikt zijn als klim- of zitmateriaal. Naar de bron wordt omgekeken door een heuse hoeder: een meditatieve gemeenteontvanger, hij bestaat in Schaarbeek. “Dat hoederschap is organisch gegroeid,” zegt Hans WelensVrijdaghs die ook historicus is: “Ik ging er oorspronkelijk enkel heen om te mediteren, maar al gauw merkte ik dat er bij hevige regen zodanig veel water opborrelde dat het zand uit de kom geworpen werd. Dus deed ik het er weer in met een zeef. Tot het niet meer mogelijk was omdat er te veel was weggespoeld. Toen heb ik aan de technische dienst van de gemeente om wit zand gevraagd en zij zijn de eersten die mij peter of hoeder van de bron hebben genoemd.

En in die hoedanigheid heeft schepen Michel De Herde mij aan minister Onkelinx voorgesteld bij de heropening van het gerestaureerde park in 2011. Ik heb het uiteraard als een eretitel opgenomen! Ik probeer er af en toe langs te gaan voor wat onderhoud of gewoon om er tot rust te komen.”

Onvindbare Heiligenborre

© FONDS LOCAL-MAISON DES ARTS DE SCHAERBEEK

ls je de beek in het Josaphatpark volgt, kom je via allerlei minilandschapjes uit bij een bron. Het water welt lustig op in een ronde ring in blauwe hardsteen. De bron heeft haar naam mee: de Minneborre (Fontaine d’Amour), al evolueerde die naam uit – excuus voor de koude douche – Rinneborre (reine bron). Het is een van de bronnen van de Roodebeek of de Josaphatbeek. In De fonteinen van Brussel (1999) haalt Fabien De Roose schepen Emile Vandeputte aan, die bij de plechtige opening van het Josaphatpark in 1904 de legende van de Minneborre in herinnering bracht. Ze gaat over de verboden liefde tussen Theobald en Herlinde. Elke dag in het schemeruur ontmoeten ze elkaar bij de bron. Wanneer Theobald de wapens moet opnemen, wacht Herlinde op hem, maar na vele maanden geeft ze de hoop op zijn terugkeer op en stort ze zich in het water van de bron. Geliefden die van dit water uit dezelfde beker drinken, zouden nog voor het eind van het jaar verenigd worden. Maar de nuchtere schepen speechte: “Goede bron, hoeveel keer heb je al moeten liegen en zul je dit blijven doen. Dromen over geluk zijn zo vol van verrukkelijke leugens dat geliefden zich altijd zullen laten vangen.” In 1945 publiceerde Dietsche Warande & Belfort het verhaal De Minneborre van Julien Kuypers. Misschien geïnspireerd door het eind van de oorlog, liep het voor de geliefden deze keer toch goed af. De vrijage begint beloftevol op de Nedermarkt (Grote Markt) en Melsen en Peerlamoerken spreken af bij de Minneborre: “Daar zouden Peerlamoerken en hij ‘s Donderdags ronddolen, onder de hooge beuken en popels waar het lekker lommerig is en frisch, den holleweg langs, waar het loover hun hoofden zal overwelven als een groene kapel. Een refrein

moest hij er op dichten!” Toch loopt ze in de handen van een Spaanse hopman. Melsen zoekt troost bij de bron, waar hij de achtergebleven Herlinde uit de legende maar al te goed begrijpt: “Zij paaide zich met spiegelbeelden.” Maar uiteindelijk daagt Peerlamoerken toch op, en goed om weten: “De tooverkracht van de Minneborre hield aan.”

Oude postkaart van de liefdesbron in de Josaphatvallei.

Welens raadt ons aan om eens voorbij het wateroppervlak en de weerspiegeling te kijken en te zien wat er zich op een dieper niveau afspeelt: de wolkjes zand in steeds wisselende formaties. Over het verbindende van water schrijft hij: “Een watermolecuul in onze kop koffie of in ons pintje, zal ooit wel eens door een vis gedronken en weer uitgeplast zijn, zat ooit in het bloed van een dinosaurus of in de traan van een voorouder.” De Minneborre staat namelijk op de cover van het boek Heilige bronnen in de Lage Landen (red. Adrie Beyen, 2013) dat mensen, zo zegt het zelf, hoopt te inspireren om op zoek te gaan naar hun eigen bron. Het boek kwam er na een oproep op Facebook door soulcoach Linda Wormhoudt. Naast het spirituele is er ook veel plaats voor de geschiedenis en wetenswaardigheden over de verschillende bronnen. De bijdragen van Welens gaan over de bisschop Willibrord, die heel wat heilige bronnen gekerstend heeft en ze zo voor het nageslacht bewaard heeft, en over Brusselse bronnen. Zo heeft hij eigenhandig de bron van de Kerkebeek in Evere uitgegraven, die enkele vijvers in het natuurreservaat ‘t Moeraske voedt. Hij werkt nog steeds aan een inventaris van de Brusselse bronnen, en is bijzonder geïntrigeerd door de onvindbare Heiligenborre in Watermaal-Bosvoorde, die haar naam gaf aan een straat en bushalte. Dat daar maar een boek van komt.

An Devroe


BDW 1438 PAGINA 21 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

Artists in residence Ed Ruscha in Los Angeles

Fotografie on the road

Every Building on the Sunset Strip uit 1966. Sunset Boulevard is de grillige 35 kilometer lange weg ten noordwesten van downtown Los Angeles.

als officiële stadshymne van LA zou kunnen gelden. Frontman Mark E. Smith neuzelt zonder ophouden de letters L en A, op een compositie die – op een kleine inzinking na – zonder refrein en zonder veel variatie blijft cruisen op een snelle, veelbelovende maar nooit culminerende baslijn. Een uitstekend nummer om te spelen wanneer je met de auto de uitgestrektheid van Los Angeles verkent.

Wezenlijk Een andere kunstenaar die deze wezenlijke trek van Los Angeles heeft gevat in zijn werk, is beeldend kunstenaar Ed Ruscha. Ruscha (1937) was een schilder, tekenaar, vormgever,

© JO STRUYVEN

Met Brussel is nog altijd hetzelfde aan de hand als met zowat alle historische Europese steden: het heeft een duidelijk centrum. Dat centrum valt min of meer samen met de historische groeikern van waaruit de stad zich ontwikkelde. En omwille van de stedelijke functies die er zich in het verleden opstapelden is het centrum altijd een centripetale aantrekkingskracht blijven uitoefenen op de stadsbewoners en -bezoekers. Door de bevolkingsgroei kregen de meeste grote steden er wel een periferie en wat kleine centra bij, maar steeds bleef het zwaartepunt van de bedrijvigheid in het historische centrum liggen. Iedereen veronderstelt gemakshalve dat hij daar moet zijn omdat ‘het’ daar ‘gebeurt’. Niet onbegrijpelijk, maar ook niet echt een mechanisme dat vernieuwing stimuleert of horizonten verbreedt. Wellicht is het niet eens bijdetijds, die eeuwige terugkeer naar het oude centrum. Voor bespiegelingen over het ontbreken van een centrum moet je bij postmoderne Franse filosofen zijn, maar het lijkt vandaag de dag een veel vruchtbaarder oefening om voort te snellen van knooppunt naar knooppunt, telkens op zoek naar weer iets nieuws, in plaats van dieper proberen door te dringen tot een kern die er misschien niet is. In Los Angeles, het prototype van de stad zonder centrum, hebben ze dat al een tijdje door. De Engelse band The Fall maakte ooit een fijn nummer dat L.A. heet, en dat zoals iemand het bij de post van de clip op Youtube formuleerde,

© LOISREYNOLDSMEAD.WORDPRESS.COM

BRUSSEL – Los Angeles is een horizontale stad waarvan je de kern niet kan vatten zonder het geheel in beeld te brengen. Een breedhoeklens volstaat daarvoor niet, en daarom zocht pop-artkunstenaar Ed Ruscha naar een andere oplossing.

fotograaf en cineast die opgroeide in Oklahoma, maar in 1956 naar LA kwam en het straatbeeld dat hij daar aantrof incorporeerde in de pop art. Hij reproduceerde de banale gebouwen, parkeerterreinen en tankstations slechts met minimale artistieke toevoegingen. Hij schilderde die ‘lazy architecture’ aanvankelijk nog, maar volstond er al snel mee ze gewoon te fotograferen. Zijn zelf uitgegeven kunstboek Twentysix Gasoline Stations uit 1963 was daarvan een eerste voorbeeld. Het boek bevatte de foto’s van 26 tankstations in de omgeving van LA, niet meer en niet minder. Nog bekender is misschien het fotoboek Every Building on the Sunset Strip uit 1966.

Sunset Boulevard is de grillige 35 kilometer lange weg ten noordwesten van downtown Los Angeles. De Sunset Strip is het 2,4 kilometer lange onderdeel van die boulevard tussen Hollywood en Beverly Hills, waar zich sinds de tweede helft van de twintigste eeuw de bars, de cinema’s, de goktenten, de nachtclubs, en de reclamebillboards aaneenschakelen. Met een Nikon camera op zijn pick-up truck gemonteerd, fotografeerde Ruscha al die etablissementen langs weerzijden van de Strip, om de montage van al die beelden uiteindelijk af te drukken en uit te geven in een uitvouwbaar, zeven meter en een half lang boekje. Deze droge inventaris - eigenlijk een primitieve voorganger van Google Street View, presenteerde hij dus als kunstwerk. Als je ogen langs de foto’s glijden, dan lijk je eveneens met de auto door Los Angeles te cruisen. Ruscha heeft het procédé trouwens later nog herhaald, want zijn Streets of Los Angeles archief dat bewaard wordt in het J. Paul Getty Museum ginds, bevat nog duizenden negatieven van andere lokale verkeersaders, zoals Santa Monica Boulevard, Melrose Avenue en de Pacific Coast Highway. En voor wie toch in Brussel op zoek zou willen gaan naar iets gelijkaardigs: de Brusselse fotograaf Marin Kasimir paste de techniek van de panoramische straatfotografie onder meer toe in zijn kunstwerk voor het metrostation COOVI, dat aan weerszijden van het perron panorama’s toont van COOVI in Anderlecht en het Muntplein in het centrum. Toch niet helemaal hetzelfde. Michaël Bellon

www.brusselnieuws.be/inresidence

Architectuur > Stad Brussel reikt Horta Prijzen uit

Torenhuisje in de Begijnhofbuurt BRUSSEL – Een opvallend, verticaal nieuwbouwhuis in de Rolstraat, nabij de Begijnhofkerk, viel onlangs in de prijzen. BrusselStad bekroonde het ontwerp van V+ architecten met de Horta Prijs.

Het winnend ontwerp van V-Plus-architecten in de Rolstraat.

De Horta Prijs is een tweejaarlijkse architectuurwedstrijd die de opmerkelijkste ontwerpen, gerealiseerd in Brussel-Stad, bekroont. Het concours wordt georganiseerd door de vereniging van Architecten van Stad Brussel, samen met de schepen van Stedenbouw. Dit jaar ging de eerste prijs ex aequo naar V+ architecten en het bureau O2, dat meedong met een woningrenovatie in de Kloosterdreef. V+ architect Thierry Decuypere is verguld met de prijs. De plek waarop het huisje gebouwd is, maakt namelijk deel uit van de vroegere vei-

lingszaal Salle du Béguinage. Het was de bedoeling dat het gebouw bij de verkoop zou afgebroken worden. De nieuwe eigenaars besloten de verkoopszaal te behouden en te renoveren. Biosupermarkt Färm zit er inmiddels in. Decuypere: “Aan ons vroegen ze om toch ook nog ergens woonruimte te creëren op het terrein. Wij hebben voorgesteld een huisje te bouwen op de koer en op de oude garage. Niet simpel omdat het grondoppervlak minimaal was, nog geen 50 vierkante meter.” De architecten zetten er een torenhuisje van vijf woonlagen neer, met schitterend uitzicht op de Vismarkt. “Het gebouw maakt de huizenrij in de Rolstraat mooi af. Met zijn verticale structuur is het een soort tegenhanger van de Begijnhofkerk.” Grote moeilijkheid was volgens Decuypere ook om de stad en de buren

te overtuigen van het ontwerp. “We hebben daar veel tijd en energie in gestoken. Het gebouw respecteert weliswaar de verhoudingen van de andere huizen, maar het is niet getekend in de neoklassieke stijl van de Begijnhofbuurt. We krijgen heel vaak de vraag hoe het mogelijk is dat we op deze plek dit type huis hebben mogen neerzetten.” De overige laureaten van de Horta Prijs waren bureau Baneton-Garrino (OCMW-appartementen in de Eversstraat), Iceberg Studio (logistieke hal aan de Vilvoordsesteenweg) en het bureau MA2, dat de metrogang van het Centraal Station herinrichtte. De publieksprijs ging naar GS3 Architecten voor de renovatie van het kantoorgebouw Louise Centre.

Bettina Hubo


BDW 1438 PAGINA 22 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

Nico Moernaut: “De sfeer en totaalbeleving vormen een grote motivatie om voor ons te kiezen.”

Dance versus klassiek

Nico Moernaut, concertpromotor

‘Flagey is mijn echte habitat geworden’ ELSENE – “Voor iedere expat geldt hetzelfde: als je de lokale taal leert, integreer je. Pas toen ik na zeven jaar in Luxemburg-Stad een taalbad Letzeburgs had gevolgd, werd ik vlot aanvaard in winkels en door mijn collega’s van RTL.” Manusje-van-alles Nico Moernaut heeft de mouwen al voor meer dan één bedrijf opgestroopt. Sinds een jaar is hij teruggekeerd naar zijn eerste werkliefde: de cultuursector. Bij Brussels Philharmonic en het Vlaams Radio Koor goochelt hij met promotiestunts. “Nog een parfumstaaltje, meneer?”

N

ico Moernaut (1970), verantwoordelijk voor publiekswerking en promotie van Brussels Philharmonic en het Vlaams Radio Koor, het voormalige omroeporkest en -koor van de VRT, is een terrasjes-

man na werktijd. Vooral aan de cafés rond de Vijvers van Elsene, zeg maar Flagey. Maar voor het interview mochten we met hem op de bank in het salon van zijn big boss, vijf hoog in het Flageygebouw. Vorig jaar had Brussels

© SASKIA VANDERSTICHELE

Philharmonic een plaats voor een extra kracht bij de Communicatiedienst. We twijfelden of we naar de job zouden hengelen, en bleven benieuwd welk type kracht de damesploeg zou versterken. “Toen ik op sollicitatiegesprek ging kwam de vraag: ‘Wat ken je van klassieke muziek?’” weet Moernaut nog. “Mijn antwoord was eerlijk: niks! Maar ik ben wel een verkoper. Cultuur is net zo een product als vele andere dingen, is mijn standpunt.” Met twintig jaar werkervaring wist hij waarover hij sprak.

Naar Luxemburg Moernaut, oorspronkelijk uit Hamme, ging een kwarteeuw geleden naar het Rits, waar hij een jaar Regie en een Bachelor Assistentie

“Er wordt nog steeds te weinig over het hek gekeken bij de buren. Zo heb ik de afgelopen jaren tijdens de zomer verschillende keren voor Tomorrowland gewerkt als stockverantwoordelijke voor de merchandising. Ik heb van dichtbij gezien hoe zo een festival werkt. Bij Tomorrowland staat de beleving van het publiek centraal en krijgt het publiek meer dan genoeg waar voor zijn geld. De culturele wereld en zeker de klassieke sector kunnen hier veel van leren.”

volgde. “Ik ben zo oud dat ik ook twee jaar burgerdienst gedaan heb (ter vervanging van de toenmalig verplichte Legerdienst, red.). Dat was toen bij een bureau in Gent dat aan culturele centra voorstellingen verkocht van theater Arca en van kindertheater. Ik heb nog de eerste voorstelling van de pas afgestudeerde en toen onbekende Els De Schepper en haar trio verkocht. Na mijn burgerdienst ben ik naar Luxemburg verhuisd, waar ik voor de


BDW 1438 PAGINA 23 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

Luxemburgers zijn nu eenmaal angstig voor de buitenwereld, hun sociale skills zijn amper ontwikkeld door de druk van de expats.” “Voor iedere expat geldt hetzelfde: als je de lokale taal leert, integreer je. Pas toen ik na zeven jaar een taalbad Letzeburgs had gevolgd, werd ik overal vlot aanvaard; er ging een wereld voor me open van zodra het niet meer in het Frans of Engels moest. Ik denk dat dit voor iedereen geldt, die ergens lang wil verblijven.”

Van hot naar her “Terug in België deed ik eerst ik zes maanden de regie voor een kookprogramma van Vitaya, ondertussen slaagde ik voor een VRT-examen – daar werkte ik een seizoen voor Fata Morgana. Tijdens een nachtje uit in Antwerpen ben ik domweg gestruikeld, en was ik een jaar out: de kruisbanden gescheurd. Toen ik terug zonder krukken liep wou ik wat anders, en werd ik bioscoopmanager van de Siniscoop in SintNiklaas. Een headhuntersbureau haalde me er weg voor de opstart van een Brico Planet, daar waar vroeger Ikea in Ternat zat. Ik dacht, ik ken niets van doe-het-zelf, dus het leek uitdagend. Na een jaar had ik het gehad met keukens, badkamers en tegels. Artikeldirecteur bij Lidl was het volgende. Tot ik mezelf afvroeg: wanneer was ik eigenlijk gelukkig? Toen ik bezig was met cultuur – mijn eerste job – was het antwoord. Ik volg graag theater, het milieu is passionerend. En een passie blijft onbevattelijk. Mensen in de kunstensector zijn andere mensen, net als ik kunnen ze niet zonder cultuur. Ze hebben het nodig om volop te ‘leven’.

3 VRAGEN AAN ALAIN DE LEY

Vodka, rozen en parfum “Het promotiewerk bij Brussels Philharmonic, is gewoon situaties kunnen inschatten – daar heb ik genoeg ervaring mee. Het komt erop aan het publiek meer te bieden dan van het ticket verwacht wordt. De concertganger moet een plus, en plus en plus krijgen. Onze concertavonden moeten een beleving zijn, een ‘evenement’. Elders blijft het bij je jas afgeven om kwart voor acht, het concert volgen, een wijntje tijdens de pauze en hop naar huis of café. Wij vullen rond het concert een ruim avondje uit. Alles kan, al moet het plaatje kloppen. Onze intendant Gunther Broucke zegt altijd tegen iedereen ‘denk nu eens out of the box’, maar mij houdt hij tegen en zegt ‘Nico, denk ook eens ‘in the box’.’ Mocht het geld er zijn, dan zou ik alles in een apart jasje steken. In principe valt alles te verkopen, maar er hangt altijd een prijskaartje aan vast, en het blijft de cultuursector. Als we Sjostakovitsj brengen, zit er een balaika-extraatje in de foyertrappen te wachten, en een vodkadrink, of zo. Bij een Franse chansonsavond zorg ik voor een roos achteraf, en een parfumstaaltje voor meneer en mevrouw. Dolgelukkig als kinderen gaat ons publiek dan naar huis. Van iemand die een tweede keer naar Flagey kwam, kreeg ik eens de vraag: ’Ik krijg nu weer die extra’s, is dat altijd zo bij jullie, want het stond niet in de seizoensbrochure?’ Neen, we geven dat onverwacht mee, zo doen we het. Als je tomaten op de markt koopt en je krijgt er een gratis komkommer bij, dan ben je ook blij.” “Ons orkest mag dan wel een uitstekend product zijn, mensen maken keuzes... Gaan we naar dit of dat? Wel, ik denk dat ze makkelijker gaan kiezen, als ze nog meer krijgen voor hetzelfde geld, en het ‘concept’ van de avond meer afgewerkt vinden dan elders. Ze gaan nu eenmaal niet elke avond uit, dus het mag ‘afgewerkt’ zijn. De sfeer en totaalbeleving vormen een grote motivatie om voor ons te kiezen. Het is niet omdat je ernstige muziek brengt dat je geen andere, pittige verpakking rond het product mag verkopen. Zie het als dat leuk inpakpapier en die grote strik rond het cadeau dat je al kent: heel anders dan een bruine zak van de Fnac. Wij proberen ons aanbod in te kapselen in het geluk om te leven in deze maatschappij. Of alles een commercieel succes heeft, blijft de uitdaging voor dit mooi product. Cultuur is geen wetenschap.” Ja, die man zit waar hij hoort, denk ik achteraf. Als ik die job had gekregen, had ik ook een vrachtwagen met witte zwanen en één zwarte laten aanvoeren, voor op de vijvers van Flagey. Wat mooiers vóór en na Tsjaikovski’s Zwanenmeer.

Jean-Marie Binst

De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet

Alain De Ley: “Onze dirigent maakte deze Fauré-uitvoering veel subtieler.”

‘De mooiste composities zijn requiems’ BRUSSEL – “Na verschillende uitvoeringen van het Requiem van Gabriel Fauré, waren de meeste zangers van het Vlaams Radio Koor (VRK) ‘van de hand Gods geslagen’; niemand begrijpt waarom.” Artistiek directeur Alain De Ley fonkelt van enthousiasme als hij het over de nieuwe cd-reeks ‘Requiems’ heeft, waarvan de eerste in release gaat in september. Een cd-reeks van vijf requiems, waarom? Alain De Ley: “Veel van de mooiste muziek die componisten hebben geschreven zijn de requiems voor koor, met dat van Mozart op kop. We starten met het Requiem van Fauré, nadien volgen Brahms, Mozart, Desenclos en Duruflé. Fauré namen we op in Studio 4 van Flagey, de werken van Gounod, Ave Verum en Les sept paroles de notre seigneur Jésus-Christ sur la Croix (op dezelfde cd) registreerden we in de kapel van het Hollands College in Leuven.”

een retorische betekenis in zich, dat haalt Niquet sterk uit het werk. De uitvoering wordt daardoor veel subtieler, en aan de zangers wordt goed uitgelegd waarom. Ze worden dan ook tot het uiterste gedreven in het gebruik van hun dynamiek en hun articulatie.” Toert u ook met deze muziek? De Ley: “We brachten het vorig jaar een drietal keer, en recent nog in Saint-Riquier (Frankrijk); in mei 2015 zingen we het in Parijs, in de Eglise Saint-Roch. Vermits wij terug aansluiten op de grote traditie van radiokoren – waarin de VRK zelfs een pionier was op het vlak van Oude Muziek – zijn wij heel flexibel in repertoire. Met elke gastdirigent stappen we dan ook vlot in een ander repertoire. Die flexibiliteit brengt ons van dit najaar tot begin 2016 naar Frankrijk, Nederland, het Verenigd Koninkrijk enzovoort, met twaalf concerten...” Jean-Marie Binst

Wat maakt het verschil met andere opnames? De Ley: “Onze VRK-dirigent Hervé Niquet heeft heel eigenzinnige inzichten in deze muziek, gebaseerd op jaren van historische studie. Bepaalde muzikale stijlen dragen

Requiem van Gabriel Fauré, Vlaams Radio Koor & Brussels Philharmonic Soloists, release bij Evil Penguin Records in september, www.eprcclassic.eu

10 JAAR FM BRUSSEL. Onder de prikkelende feestnaam 10YEARS1LOVE viert radio FM Brussel zijn eerste decennium. Op zaterdag 6 september palmen de vervaarlijkste dj’s van de zender Flagey helemaal in. Het programma schrijft een live act van Stuff voor, ook al een ommetje waard. Special guest is - aub - Magnus. n JONG EN OUD. Muziektheaterhuis Pantalone en het Seniorencentrum gaan dit najaar voor een intergenerationeel optreden, met de productie Gelukkig Genoeg. Het stuk werd geschreven in opdracht van Klara4Kids, het kinderfestival van Klara en Het Paleis, op basis van klassieke muziek van Robert Schumann. Op 21 september vindt een familiezondag plaats bij Pantalone, Martelaarsplein 10. Nadien gaat Gelukkig Genoeg op tournee, om eind november in GC Op-Weule (Sint-Lambrechts-Woluwe) terug te keren. n BRUGGEN IN DE PRIJZEN. Het Brussels architectenbureau Ney Partners ontving de recente Footbridge Awards 2014 in Londen, voor de realisatie in 2012 van de voetgangersbruggen aan de Smedenpoort in Brugge en de beweegbare Vluchthavenbrug in Amsterdam, met LEDstrips in kunsthars verwerkt in de duizend stijlen. Over de problemen aan de voetgangersbrug over de Berenkuil in Schaarbeek werd niet gecommuniceerd. n FIESTA LATINA. De derde editie van Fiesta Latina vindt plaats van vrijdag 22 tot zondag 24 augustus in het Ter Kamerenbos, met een Jamaicaanse sorroavond, capoeiara, Braziliaanse eetstandjes en kinderanimatie. Ondanks de nakende herfst belooft het parkfestival muy caliente te zijn, met een tiental dj’s waaronder DJ Like Brazil, DJ Caprio (Mojito Club Brussels) en Mike Velasquez (Rio Sensation). Wie met het openbaar vervoer komt (Mobib-pasje) krijgt JMB één euro korting.

CULTUUR   KORT

“Mensen uit de kunstensector zijn andere mensen. Net als ik kunnen ze gewoon niet zonder cultuur, ze hebben het nodig om volop te ‘leven’. Ik werk eindelijk tussen hen, mijn geluk kan niet op”

Ik werk nu tussen hen, mijn geluk kan niet op.” “Op tijd een goed concert, theaterstuk of boek: ik kan niet zonder. In Brussel zijn we daarvoor, meer dan waar ook in het land, oververwend. Het cultuuraanbod is van een andere kwaliteit dan wat ik bijvoorbeeld in Luxemburg zag passeren. Je hebt in deze stad niet de keuze tussen één goede en tien slechte producties, maarwel uit tien supervoorstellingen, iedere dag opnieuw. Daarvoor ben ik in Schaarbeek komen wonen (dichtbij de Sinte-Mariakerk, red.) . Maar mijn echte biotoop is Flagey geworden: ik kan er eindeloos lang blijven hangen, zowel in café Belga als daarrond in een trendy chic en aftands adres. Brussel laat ook toe dat je geen vaste klant bent. De wijk is wel francofoon en Portugees, maar met uitbreiding tot Sint-Gillis (Voorplein) blijf ik het leuk vinden omdat nietBrusselaars dit doorgaans nog moeten ontdekken.”

© MARC GYSENS

Nederlandse commerciële omroep RTL4 eerst als eindregisseur, later als chef-eindregie zeven jaar heb gewerkt. RTL4 heeft wel studio’s in Nederland, maar de uitvoering moet om belastingstechnische redenen vanuit Luxemburg gebeuren. Er werkten daar Nederlanders, Belgen, Zuid-Afrikanen. Het eerste jaar woonde ik nog nabij Aarlen, nadien woonde ik dertien jaar in hartje Luxemburg-Stad. Na zeven jaar kwam de vraag van de nationale Luxemburgse tv RTL of ik de productie en regie wou doen van het dagelijks programma Magazine. Na drie jaar werd het een sleur, en wou ik terug naar België, al waren de vrienden en het werk leuk geweest.” “Het voordeel van Luxemburg is de verscheidenheid aan volkeren, die er voor het grof verdiend geld komen werken – inderdaad voor één tot maximaal twee jaar. Luxemburg is nu eenmaal heel saai; er valt niets te beleven in die stad. Bovendien is de lokale gemeenschap heel gesloten; je wordt er moeilijk aanvaard. In het centrum staat op een beeld: Mir wëlle bleiwen waat mir sinn (We willen blijven wat we zijn), hun leuze die op chauvinisme duidt.


BDW 1438 PAGINA 24 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

Zwemmen > Alexis Borisavljevic droomt stiekem van de Olympische Spelen in Rio

‘Antwerpen was de juiste keuze’ BDWSPORT

BRUSSEL – De juiste beslissingen nemen, dat is volgens Alexis Borisavljevic (16) een belangrijke factor in de carrière van een topsporter. Hij trok zelf naar Antwerpen om er aan de topsportschool te groeien als zwemmer. Een keuze die allesbehalve evident was, maar hij breekt nu wel door en neemt momenteel deel aan de Jeugd Olympische Spelen. Goed gekozen.

“Ik zie het als een voordeel dat ik pas op mijn twaalfde met zwemmen ben begonnen,” vertelt de Brusselaar. “De meeste zwemmers zitten al van hun negende in het zwembad en hebben misschien wel meer ervaring, maar sommigen zijn de sport stilaan beu. Ik zeker niet, ik ben nog fris. De algemene ontwikkeling van je lichaam, de techniek, de kracht, etcetera. Zwemmen is een complete sport waar ik meteen voor ben gevallen.” Een lastige enkel deed Borisavljevic voor het water kiezen. Zijn lengtes in de zwembaden van Woluwe en zijn snelle progressie vielen vrij snel op en leverden hem complimenten op. Zoveel zelfs dat hij grondig over de uitbouw van zijn sportcarrière begon na te denken. “Ik besefte dat de infrastructuur in Brussel en Wallonië niet voldoende is om mijn carrière zo goed mogelijk uit te bouwen, dus heb ik op mijn veertiende beslist om me op de Antwerpse topsportschool in te schrijven. Die koos ik omdat het de beste is op vlak van zwemmen. De infrastructuur is er uitstekend.” “Uiteraard was ik zeer nerveus in het begin. Ik heb een aanpassingsperiode nodig gehad, vooral wat de taal betreft. Ik heb hard moeten werken om mijn achterstand in te halen. Gemakkelijk was dat niet, neen. Maar ik ben ambitieus en wil beter worden. Ik wil zaken bereiken en zien hoe ver ik geraak. Dat ik tweetalig ben heeft alleen maar voordelen. Ook voor later, op professioneel vlak. Door op internaat te gaan ben ik dan weer heel wat zelfstandiger geworden.”

Dat jaartje meer Niet alleen op vlak van taal was de aanpassing groot, ook qua trainingsintensiteit was het andere koek. Zat hij aanvankelijk zes uur per week in zwembad Poseidon, dan werd dat in Antwerpen gevoelig opgetrokken tot twintig uur. “Ze letten er wel op dat ze je niet breken, hoor. De omkadering was ook een pak professioneler en dat wierp snel zijn vruchten af. Twee maanden na mijn intrede aan de topsportschool schreef ik een Belgisch record op mijn naam. De maanden en jaren erna volgden er nog heel wat goede prestaties op nationaal vlak.” “De keuze voor Antwerpen was de juiste. Uithouding, techniek, kracht, mentaal, etcetera. Ik ben er echt wel sterker geworden. De combinatie van crawl en vlinderslag heb ik altijd behouden en dat zal ik blijven doen. Op mijn leeftijd focussen veel zwemmers zich op één slag, maar ik verkies veelzijdigheid.” Vorige maand nam de Brusselaar deel aan het Europees Jeugd Kampioenschap, zijn voornaamste doel dit seizoen. Hij miste nipt de finale van de honderd meter crawl en werd zesde met de aflossingsploeg. “Het was mijn tweede internationale ervaring, na de European Youth Olympic Trials (EYOT) vorig jaar.

Alexis Borisavljevic: “Ik ben ambitieus en wil beter worden. Ik wil zaken bereiken en zien hoe ver ik geraak”

“De halve finale wil ik halen, alles daarboven is bonus. Maar ik ga geen grote ambities uitspreken” Ik had gehoopt er persoonlijke besttijden te zwemmen, maar dat is niet gelukt. Ik heb er mijn niveau gehaald zonder mij te kunnen overtreffen. Het was een leerrijke ervaring. Volgend jaar wil ik beter doen.” “Ik had het op vlak van recuperatie beter kunnen aanpakken, maar ook daar komt ervaring bij kijken. Het was de eerste keer dat ik aan een competitie deelnam dat langer dan drie dagen duurde. Het was hoe dan ook een goede voorbereiding op Nanjing.” Het is in die Chinese stad dat Borisavljevic hoopt te schitteren tijdens de Jeugd Olympische Spelen. Na een kleine week als aanpassingsperiode, komt hij er deze week in actie. Met ambitie, maar op grootspraak zult u deze rustige jongen niet snel betrappen. “Dit is het grootste evenement waar ik tot nu toe aan heb deelgenomen. Het zijn niet dé Olympische Spelen, maar toch. Ik was ongelooflijk blij toen ik me in mei wist te plaatsen.” “Ik zal er moeten concurreren met een internationaal deelnemersveld dat ik niet echt ken, mijn kansen zijn dus moeilijk in te schatten. Maar ik ga resoluut voor besttijden en hoop op

BRAZILIAANSE DROMEN Alexis Borisavljevic blijft aanvankelijk op de vlakte over de Olympische Spelen van 2016 in Rio, maar met hulp van zijn moeder durft hij toch zijn ambities uit te spreken. “Mijn trainers hebben me gezegd dat ik Rio kan halen. Als ik zo blijf evolueren zou ik eventueel de vierde of vijfde plaats in de aflossingsploeg kunnen innemen. De trainers zeggen dat de perfecte leeftijd om naar de Spelen te gaan tussen 21 en 25 ligt. Rio wordt dus nipt, maar je weet nooit. Ik moet hard blijven trainen en de juiste keuzes maken. Ik heb potentieel, dat weet ik. We zien wel of het eruit komt.”

een finale. Dat kan, alles is mogelijk. De halve finale wil ik halen, alles daarboven is bonus. Maar ik ga geen grote ambities uitspreken. Ik zwem de vijftig meter crawl, terwijl ik niet echt een sprinter ben. Voor mij begint het eigenlijk vanaf de honderd meter. Het is ook niet ideaal om twee piekwedstrijden op zo’n korte periode

© MARC GYSENS

af te werken, maar ik heb me zo goed mogelijk voorbereid. Ik verwacht gewoon leuke momenten te beleven en zie wel waar ik uitkom.”

Slimme ket Borisavljevic kan naast zijn fysieke talenten in het zwembad ook rekenen op de nodige intellectuele bagage. Hij is met een jaar voorsprong afgestudeerd aan de Antwerpse topsportschool en begint binnenkort aan zijn studies Rechten, aan de KU Leuven. “Het is niet meteen mijn ambitie om voltijds prof te worden. Ik vind dat je best een professionele toekomst hebt naast je sportcarrière. Maar ik zal mijn eerste jaar aan de universiteit in twee splitsen, dat kan als topsportstudent. Zo kan ik me ook concentreren op het zwemmen. Het voordeel van studies Rechten is dat er veel zelfstudie bij komt kijken.” “Ik ga op kot en zal mijn trainingsprogramma behouden: per week ongeveer achttien uur in het water en vijf uur conditietraining. Wie weet trek ik het nog een beetje op. In Leuven beschik ik over uitstekende infrastructuur.” De Brusselaar gaat dus zowel in als naast het zwembad voluit voor zijn doel. Hij is een koele jongen, beredeneerd, en heeft een duidelijk carrièreplan voor ogen. “Ik wil op het Europees Jeugd Kampioenschap zeker de finale halen, dan ga ik voluit op het Europees Kampioenschap klein bad, het wereldkampioenschap, etc. Ik werk met tussendoelen, om dan het ultieme te bereiken: de Olympische Spelen.” Tim Schoonjans


BDW 1438 PAGINA 25 - DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

@JoVanLimbergen Feeling sorry for @AnneZagre today ... She came so close :-( Better luck next time Anne #greatathlete #keepthefaith Sportliefhebber Johan Van Limbergen gaf met deze tweet een goede indruk van het gevoel dat vorige week leefde onder heel wat Belgische atletiekfans. De 24-jarige Anne Zagré liep een sterk Europees kampioenschap, maar strandde in de finale van de honderd meter horden op zeven honderdste seconde van de bronzen medaille. Ze redde daarmee toch enigszins de eer van de Brusselaars. De broers Borlée kenden om diverse redenen een tegenvallend tornooi. TS

© MARC GYSENS

Kituro doet beroep op SpartaNova

Rugby wetenschappelijk aangepakt

Vijf dagen, vijftig deelnemers en een parcours van vijfhonderd kilometer: dat zijn de ingrediënten van de UITDAGING die de Franse associatie MOBILITE EN VILLE heeft gelanceerd in samenwerking met het Belgische Rouliroula. Concreet: sinds maandag duwen valide sporters, die zich voortbewegen op rolschaatsen, mindervalide sporters in een rolstoel voort om onder meer aandacht te geven aan de toegankelijkheid van steden op wielen. De tocht startte in Parijs en komt vrijdag in onze hoofdstad aan. Daarom wordt op die dag, van 12 tot 17 uur, een ‘sensibiliseringsdorp’ rond toegankelijkheid voor personen met beperkte mobiliteit opgezet op het Muntplein. Van 19 tot 20 uur zal Mobilité en Ville aanwezig zijn op het Poelaertplein, waar de wekelijkse Roller Bike Parade van start gaat. n De GROTE PRIJS van atletiekclub LA FORESTOISE geeft komende zaterdag dan weer aandacht aan mobiliteit op en binnen de atletiekpiste.

Vanaf half twee moet u aan het Bertelsonstadion zijn voor het Brussels kampioenschap steeple. Een uur later beginnen de andere disciplines, zoals de honderd meter sprint en het hoogspringen. n Mag het voor u wat zwoeler? Dan moet u vrijdag (vanaf 16 uur), zaterdag en zondag (telkens vanaf de middag) in het Ter Kamerenbos zijn, aan de Gespanhoek, voor de derde editie van FIESTA LATINA. Naast muziekoptredens worden er onder meer lessen salsa en capoeira georganiseerd. Alle nodige informatie vindt u op www.fiesta-latina.be. n Voor danspasjes kunt u ook in gemeenschapscentrum Maalbeek terecht. Elke woensdag wordt daar, van half twee tot vijf uur, een CURSUS BREAKDANCE georganiseerd. Die loopt tot eind januari en is helemaal gratis. Iedereen is welkom om mee te komen dansen. Wie liever aan freestyle doet, met of zonder bal, mag eveneens binnenspringen. Alle informatie staat op www.demaalbeek.be. TS

SPORT   KORT

Performance houdt in dat op verschillende momenten in het seizoen zaken als snelheid en uithoudingsvermogen gemeten zullen worden. SpartaNova zal die gegevens in een programma verwerken en hierover precieze statistieken leveren. Een handig instrument dat de trainer bijvoorbeeld kan helpen om bepaalde knopen door te hakken. Revalidatie zal er dan weer voor zorgen dat de herstelperiode en het herstelprogramma van de spelers veel nauwkeuriger bepaald zal worden. “We zijn de eerste Belgische rugbyclub die deze aanpak volgt. Naast het verbeteren van de fysieke paraatheid van onze spelers zullen we hiermee ook het rugbyprogramma van SpartaNova helpen te ontwikkelen. Daarvoor zijn onder meer heel wat gegevens nodig, zodat zij de standaarden kunnen bepalen.” “Dit zal ongetwijfeld een invloed hebben op het sportieve leven van onze spelers, maar ze zijn er zeer enthousiast over. Hopelijk kunnen we op het veld de vruchten plukken van deze investering.”

Tim Schoonjans

door François Van der Elst, verliest met 4-0. De aalvlugge en behendige rechterflank is die avond de sleutel van het succes. Hij zou vijf jaar later nog een seizoen de kamer delen met Lampard senior, ploeggenoot bij West Ham. Van de Spurs verloor RSCA een Europa Cup finale in 1984. Op strafschoppen, hoe kan het ook anders? Tottenham Hotspur is de eerste Engelse club die een Europa Cup won. In 1963. De eerste club die een buitenlander aantrok. Al in 1907. De Duitser Max Seeburg. De legendarische manager Bill Nicholson zei ooit: ‘Het heeft geen zin om alleen te winnen, we moeten ook goed win©M nen’ (‘It’s no use just winning, AD EI we’ve got to win well’). Net zoals in Brussel. We delen hetzelfde DNA. Cheikhou Kouyaté was afgelopen zaterdag 16 augustus geweldig in Upton Park. Hij recupereerde veel ballen, liep een halve marathon en veroverde in een enkele wedstrijd de harten van zijn nieuwe fans. Net zoals bij ons, zal hij ook daar uitgroeien tot een clubicoon. Cheikhou scoorde ook bijna. Nog niet zo gek lang geleden sliep de rijzige Senegalees in de catacomben van het Edmond Machtensstadion in Molenbeek, voetballend voor een hongerloontje totdat de general manager van paars-wit, Herman Van Holsbeeck, hem kwam redden. RSC Anderlecht heeft veel aan Kouyaté te danken. Zijn trainer eert hem na de match met de titel ‘man de match’, ondanks het onverdiende verlies in de allerlaatste minuut van de openingswedstrijd van het nieuwe seizoen. Hem zien schitteren in de beste clubcompetitie van de wereld vervult ons met een onbeschrijfelijk gevoel, iets tussen bewondering en trots. Anderlechtspelers zijn gemaakt voor wereldse hoofdsteden. OT

Knopen doorhakken De evolutie van de Belgische rugbycompetitie maakt dat de fysieke paraatheid van de spelers steeds meer op proef wordt gesteld. Wie voor de prijzen wil strijden, moet heel het seizoen op een fitte groep kunnen rekenen. In zijn zoektocht om op dit terrein vooruitgang te boeken kwam Simon Adank, de physical coach en kiné van Kituro Schaarbeek, terecht bij SpartaNova. Dat is een spin-off van de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit van Gent die, kort samengevat, sportwetenschap in de praktijk omzet. “We gaan op drie domeinen werken: preventie, performance en revalidatie. Voor het eerste domein gaan we de spelers zowel eind september als begin januari testen laten uitvoeren, aan de hand van bepaalde risicofactoren. We hebben veertig spelers geselecteerd op basis van hun speelminuten vorig seizoen. Met de resultaten wordt een risicoprofiel opgesteld: de fysieke sterktes en zwaktes van de spelers. Iemand die bijvoorbeeld een elasticiteitsprobleem heeft aan de schouder, ga ik een aangepast programma voorschrijven waarmee aan dat probleem

Een andere wereld. Het mythische Parc Des Princes in Parijs zit afgeladen vol voor de eerste wedstrijd van Paris Saint-Germain. PSG – Bastia, de tweede speeldag van de Ligue 1 van het huidig seizoen, is geen kraker. Een bescheiden middenmoter tegen een miljardenclub. Maar toch. We steunen Guillaume Gillet, de nieuwe sterkhouder van de Corsicaanse trots. We zijn met tweeëntwintig naar de lichtstad afgezakt. Familie en vrienden. De voormalige RSC-Anderlechtspeler trekt zijn plan en meer dan dat. Hij is samen met de keeper veruit de beste Corsicaan op het veld. Ik vraag me af hoe hij zich voelt op de mat waar paars-wit haar tweede Europa Cup won op 3 mei 1978 tegen Austria Wenen. Robbie Rensenbrink, Gilbert Van Binst, Ludo Coeck, ... Er is niet gek veel veranderd in het Prinsenpark. Ik kan de plaats nog aanwijzen waar ik met mijn vader zat. Claude Makelele, wereldkampioen met Frankrijk en winnaar van de Champions League, tweemaal kampioen van Engeland en Spanje en eenmaal landskampioen in Frankrijk, is de nieuwe coach van Bastia. Pour la petite histoire: Makelele was vorig seizoen assistentcoach van PSG. Bastia wordt eenvoudigweg opzijgezet door de miljardenclub. Maar we zijn trots op de goed spelende Guillaume Gillet. Bastia verliest eervol met 2-0. In die andere wereldse hoofdstad, Londen, wordt bijna op hetzelfde ogenblik een derby gespeeld. West Ham United begint thuis tegen stadsgenoot Tottenham Hotspur. Het wordt 0-1 in de laatste nanoseconde. Onverdiend, maar niemand heeft ooit beweerd dat voetbal rechtvaardig is. De ‘Spurs en de ‘Hammers’ zijn historisch nauw verbonden met Royal Sporting Club Anderlecht. Tegen de eerste club won paarswit de allereerste Europa Cup uit haar geschiedenis, in 1976. West Ham, met de vader van Frank Lampard, dronken gespeeld

FO

wordt gewerkt. Dat programma loopt zes weken en wordt dan geëvalueerd. Het doel van dit onderdeel is de fysieke zwaktes van de spelers weg te werken.”

Gemaakt voor wereldse hoofdsteden

N

SCHAARBEEK – Rugbyclub Kituro investeert in de gezondheid van zijn spelers. Het werkt de komende vier jaar samen met SpartaNova om de fysieke capaciteiten van de spelers optimaal te benutten.

ESTAFETTE > DAVID STEEGEN

David Steegen is persverantwoordelijke van RSC Anderlecht

REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE07424552982266, BIC: KREDBEBB van Brussel Deze Week vzw. Buiten België 30 euro per jaar. OPLAGE 70.490 exemplaren. PROMOTIE EN DISTRIBUTIE Ute Otten, Anne Burger, Maurice Droogh. ADVERTISING MANAGER Lisa Decrick: 02-226.45.41, 0474-67.03.84, fax 02-226.45.69. MARKETING MANAGER Frederik Welslau. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne. COÖRDINATIE Kim Verthé. EIND­REDACTIE Ken Lambeets (eindredactie@bdw.be). VORMGEVING Peter Dhondt. REDACTIE Jean-Marie Binst, Christophe Degreef, Bettina Hubo, Steven Van Garsse, Danny Vileyn. BRUSSELNIEUWS Kris Hendrickx (nieuwsmanager), Sandra Schreurs (projectcoördinator), Jelle Couder, Goele de Cort, Eric Vancoppenolle, Laurent Vermeersch. REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele, Gerd Hendrickx. MEDEWERKERS Michaël Bellon, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Karolien Merchiers, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Bram Van de Velde, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh. VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE François Bettens (a.i.). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook