Skip to main content

BDW - editie 1437

Page 1

AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

DOCUMENTAIREMAKER

MAJD KHALIFEH OVER ARABISCHE LIEFDE

14 08 14

LEES P. 20-21

A

KEUKEN SOLVAYHUIS ALS NIEUW Mobiliteit > Aantal abonnees stijgt nauwelijks, fietsen minder gebruikt

Villo valt stil V

illo zit niet langer in de lift. Het aantal langetermijnabonnees van het fietsdeelsysteem steeg in 2013 nog wel tot bijna 33.000, maar de toename is serieus afgevlakt. Tussen 2011 en 2012 kon Villo nog meer dan 5.000 nieuwe jaarabonnees verleiden. Tussen 2012 en 2013 zijn er dat net geen 900. Het aantal abonnees op korte termijn (1 of 7 dagen) nam al voor het tweede jaar op rij lichtjes af.

Opvallend, want het netwerk breidde de laatste twee jaar fors uit, vooral in de gemeenten van de tweede kroon, zoals bijvoorbeeld de Woluwes. Er zijn dubbel zoveel deelfietsen in omloop dan in 2011. De oorzaak voor de stagnatie ligt volgens Villo in de gure winter van 2013. “Er waren daardoor ook in het algemeen minder fietsers op de baan”, zegt Jérôme Blanchevoye, directeur bij uitbater JCDecaux. “Pro

Vélo telde in totaal zes procent minder tweewielers op de weg.” Dat slechte weer zou zelfs mensen die voor een jaarabonnement kiezen, beïnvloeden. “Veel mensen nemen hun beslissing in het voorjaar en het weer speelt dan een rol”, zegt Blanchevoye. “En ook in de lente was dat slecht.” Villo kampt echter niet alleen met een stagnerend aantal abonnees. Ook de rotatiegraad, volgens het rapport een van de maatstaven voor het succes van de deelfietsen, ging achteruit. Die graad is het aantal keer dat een fiets per dag wordt gebruikt. Nu rijdt de gemiddelde Villofiets 1,1 keer per dag uit. In 2011

FOTO: © SASKIA VANDERSTICHELE

lag die rotatiegraad nog op 1,7, vorig jaar nog op 1,51. Er zijn de laatste twee jaar een pak fietsen bijgekomen, maar die worden dus niet vaker gebruikt, een logisch gevolg van het stagnerend aantal gebruikers.

stijging van de eerste jaren gaan we niet meer terugzien, nu heel het netwerk op poten staat. Maar we rekenen onder meer op de door de Brusselse regering beloofde fietspaden om ons aantal klanten op te trekken.”

Andere steden In Lyon, zowel qua stad als qua fietsdeelsysteem te vergelijken met Brussel, ligt de rotatiegraad echter drie keer hoger dan in Brussel. In Antwerpen worden de fietsen meer dan vijf keer per dag gebruikt. Toch zit Villo volgens JCDecaux niet aan zijn plafond. “De eerste resultaten van 2014 laten opnieuw een groei zien”, zegt Blanchevoye. “De

Jelle Couder

ADVERTENTIE DB657839H4

BRUSSEL – Het fietsdeelsysteem Villo groeit niet langer, ondanks de uitbreiding in de tweede kroon. Dat blijkt uit het jaarrapport. “Het slechte weer heeft ons parten gespeeld.”

BRUSSEL – Vanille- en muizengrijs zijn de kleuren die pas aangebracht zijn in de personeelskeuken van het Huis Solvay. Het is de eerste realisatie van een reeks restauratiewerken, die gebaseerd zijn op onderzoek van de onderliggende kleuren op muren en plafonds. Goed erfgoedbeheer van eigenaar Michel Wittamer, heet JMB dit. Lees blz. 7

Ontdek de bon en de voorwaarden binnenin

N° 1437 VAN 14 TOT 21 AUGUSTUS 2014 ¦ WEEK 33: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE


BDW 1437 PAGINA 2 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

OPMERKELIJK © FRANCISCO ANTUNES

MONUMENT VOOR OORLOG 14-18 KOMT ER NIET BRUSSEL – Het Brussels Gewest zet uiteindelijk geen monument neer ter herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Het plan werd afgevoerd omdat de regering het geld liever besteedt aan projecten van verenigingen. De Brusselse regering heeft vier miljoen euro uitgetrokken voor de herdenking van de oorlog 14-18. Bedoeling is om met dat budget eigen initiatieven van het gewest te financieren, maar ook projecten van derden. Eind vorig jaar werd daartoe een projectoproep gelanceerd. Ook was een deel van het geld bestemd voor een monument. “Het idee was om op de Esplanade in de Europese wijk een gedenkteken te plaatsen in samenspraak met de EU. Die staat immers symbool voor de vrede in Europa. Het zou dus eerder een ode aan de vrede worden,” zegt voormalig Open VLDminister Jean-Luc Vanraes, die voor het gewest de evenementen rond de herdenking coördineert. Intussen bleek de projectoproep – met 150 inzendingen – zo succesvol dat de regering besloot om het bedrag van twee miljoen, gereserveerd voor dit onderdeel, op te trekken tot 2,5 miljoen. “Daarmee worden honderd voorstellen gesubsidieerd,” zegt Olivier Marette, projectmanager bij VisitBrussels. “Het gaat om initiatieven van jeugdhuizen, bibliotheken, gemeenten, universiteiten en kleine musea zoals het Musée de la Médecine, maar ook om grotere evenementen van Flagey, Bozar en Festival van Vlaanderen.” Omdat hierdoor elders moest worden bespaard, besloot de regering het monument te schrappen. “De regering geeft het geld liever uit aan mooie, op de jongere generaties afgestemde projecten dan aan het zoveelste beeld, dat bovendien heel veel zou kosten,” zegt Vanraes, die echter niet uitsluit dat in de toekomst toch nog een gedenkplaat wordt bevestigd op een van de Europese gebouwen. Het Brussels Gewest stelde vorige week overigens ook de eigen initiatieven rond 14-18 voor: een Facebookpagina gewijd aan oorlogsschrijver Paul Max, een boek over oorlogserfgoed, en een wandelroute langs de plekken die een rol speelden in bezet HUB Brussel.

Uitgelicht > Reyersviaduct moeilijk te renoveren, afbraak dreigt

Boven de huizen, van de Maxlaan tot Vergote SCHAARBEEK – Kersvers minister van Openbare Werken Pascal Smet (SP.A) heeft de werkzaamheden aan het Reyersviaduct stilgelegd. De renovatiekosten lopen op, en de renovatie zou niet volstaan om het viaduct opnieuw voor een lange termijn in gebruik te nemen. Volgens twee experten zijn er goede argumenten om het viaduct af te breken.

H

et veertig jaar oude Reyersviaduct in Schaarbeek zorgt ervoor dat het doorgaande verkeer van en naar het Meiserplein niet gehinderd wordt door kruispunten. Zo is het mogelijk om op de zogenaamde Middenring - R21 voor de verkeersliefhebbers - vlot door te rijden tussen de Emile Maxlaan en de Vergotesquare. De Middenring is de Brusselse boulevard die de Van Praetbrug in Laken verbindt met de Generaal Jacqueslaan in Elsene. Het viaduct wordt al sinds het begin van de zomer gerenoveerd nadat er in april betonrot werd vastgesteld. Tijdens de werkzaamheden constateerde men echter dat het viaduct moeilijker te renoveren valt dan gedacht. De renovatiekosten zouden

zo oplopen tot vier miljoen euro, het dubbele van het oorspronkelijk geschatte bedrag. Minister van Mobiliteit en Openbare Werken Smet besloot daarom om de werkzaamheden stil te leggen en Mobiel Brussel, de verkeersadministratie van het Brussels Gewest, te laten onderzoeken of een verdere renovatie überhaupt nog wel zin heeft. De minister vraagt zich daarbij al op voorhand af of het viaduct afbreken alvast geen betere optie is, vermits een verdere renovatie geen garantie zou bieden voor de lange termijn. In de maanden na de vaststelling van het betonrot sprak het gemeentebestuur van Schaarbeek zich ook al uit voor een afbraak. En recentelijk nog pleitte ook de stads-

vereniging Arau voor een afbraak. Dat is de logica zelve, vindt Hugues Duchateau van het onderzoeksbureau Stratec. Duchateau werkte in

het behoud van het viaduct gerechtvaardigd zijn geweest wegens het vele extra verkeer dat de bouw van zo’n kantorenpark met zich mee zou hebben gebracht. De Commissie heeft echter niet voor de Josaphatsite gekozen, in de plaats daarvan komen er woningen. Eigenlijk is er dus geen reden meer waarom het viaduct zou moeten blijven bestaan. De Brusselse regering plant

“Verkeerstechnisch zou een afbraak van het viaduct geen problemen opleveren” 2006 mee aan een studie over de toekomst van de Middenring. “Toen was het nog niet geweten of de Europese Commissie op de nabije Josaphatsite een nieuw kantorenpark zou bouwen,” zegt Duchateau. “Mocht dat het geval geweest zijn, dan zou

binnenkort ook de aanleg van een tunnel onder het Meiserplein die het doorgaande en naar het centrum afslaande verkeer in goede banen moet leiden. Verkeerstechnisch is er geen probleem met de afbraak. Het enige probleem dat ik zie zijn de

DE WEEK IN BEELD DOOR SASKIA VANDERSTICHELE

Een toerist wandelt door een reproductie van de toegang tot het voormalige spoorwegmuseum in het Noordstation. De deur in de Anneessensstraat maakt deel uit van het project Musee Museum, een tijdelijk museum in een specifieke buurt. Meer info op www.museemuseum.be.

© SASKIA VANDERSTICHELE


WEEKOVERZICHT

BDW 1437 PAGINA 3 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

© IVAN PUT

WOENSDAG 6 AUGUSTUS METROSTATION SCHUMAN TIJDELIJK GESLOTEN. MIVB sluit om de beurt een perron op het Schumanstation. 8 en 9 augustus zijn de perrons voor de richtingen Weststation en Erasmus aan de beurt, 16 en 17 augustus zijn Stokkel en Herrmann-Debroux gesloten. Clemenceaubende komt voor de rechtbank. Vijftien leden van een bende uit Anderlecht komen voor de correctionele rechtbank. De bende opereerde vanuit metrostation Clemenceau. Vermoed wordt dat de bende het afgelopen jaar voor zo’n 5.000 euro per dag verhandelde. De rechtzaak wordt verdergezet in september.

DONDERDAG 7 AUGUSTUS EVERE WIL MEEBESLISSEN OVER REYERSVIADUCT. De gemeente Evere wil inspraak hebben in de beslissing over de toekomst van het Reyersviaduct. Het viaduct, dat in Schaarbeek ligt, zou na een mogelijke afbraak kunnen zorgen voor meer sluipverkeer door Evere.

VRIJDAG 8 AUGUSTUS Relict uit autotijden: het veertig jaar oude Reyersviaduct.

voetgangers: de vrijgekomen ruimte zou plaats bieden aan acht rijvakken. Dat maakt het onmogelijk om er een zebrapad aan te leggen. Men zal dus tunneltjes moeten voorzien voor de voetgangers, of iets anders.”

Extra metro Voor Jens Aerts, stedenbouwkundige bij het bureau Buur, dat belast is met de hertekening van de VRT/ RTBF-site, kan het viaduct uit stedenbouwkundig oogpunt worden afgebroken. Dat heeft veel, zo niet alles te maken met de toekomst van de VRT/RTBF-site. Aerts: “Er is een groot park gepland op de toekom-

“ “ HET WOORD

stige VRT-site, een park met 2.000 nieuwe woningen en ook nieuwe kantoren voor de openbare omroep. Het is de bedoeling dat dat nieuwe complex beter aangesloten wordt op de rest van de stad. Als je het Reyersviaduct behoudt, dan is dat nogal moeilijk, want de huidige weglayout is een fysieke barrière die het voetgangers niet makkelijk maakt.” Zorgen die nieuwe woningen dan niet voor veel extra verkeer, wat het behoud van het viaduct zou rechtvaardigen? “Neen,” zegt Aerts. “Je kan ervan uitgaan dat mensen die op die nieuwe plek zullen wonen andere manieren van vervoer zul-

MEYBOOM OP TIJD GEPLANT. De jaarlijkse folkloristische traditie van het planten van de Meyboom vindt dit jaar voor de 706e keer plaats. De boom wordt elk jaar op 9 augustus geplant op de hoek van de Zandstraat en de Broekstraat. Burgemeester Yvan Mayeur en oud-burgemeester Freddy Thielemans zijn aanwezig.

len kiezen dan de auto. In dat licht is het ook belangrijk dat de Brusselse regering werk maakt van de omvorming van de premetrolijn tussen Diamant en Georges Henri naar een echte metro.” Op 25 augustus zou het resultaat van de studie van Mobiel Brussel bekend zijn. De Brusselse regering zou na het zomerreces de knoop doorhakken over de toekomst van het viaduct. Voor zover dat natuurlijk al niet gebeurd is, want de afbraak van zulke monumenten van de autotijd passen perfect in de tijdsgeest.

JOODS MUSEUM WORDT AFGEBROKEN EN HEROPGEBOUWD. Het Joods Museum wordt volledig afgebroken en opnieuw opgebouwd. Deze maatregel heeft niets te maken met de aanslag, zegt voorzitter Philippe Blondin. De plannen dateren van twee jaar voor de aanslag. Blondin hoopt in 2015 te kunnen beginnen aan de afbraak.    400 mensen herdenken Gazaslachtoffers. Tijdens een ‘witte mars’ herdenken 400 manifestanten de slachtoffers van het conflict in Gaza. De mars vindt plaats tussen het Zuidstation en de Europese wijk. De manifestanten zijn in het wit gekleed en roepen één voor één de namen van de 1.900 slachtoffers af.

ZONDAG 1O AUGUSTUS

Christophe Degreef

ZATERDAG 9 AUGUSTUS

Dodelijk slachtoffer na vechtpartij matonge. Zondagochtend is een veertigjarige man uit Nijvel na een vechtpartij overleden. Nadat hij ‘s ochtends een café uitkwam, is hij in elkaar geslagen door een kennis. Volgens La Capitale stond de man in de wijk bekend als drugsdealer.

In 15 jaar tijd is het opleidingsniveau van de niet-Europese migranten er niet op vooruit gegaan. Dat van de Belgen is daarentegen sterk en snel gestegen” Vincent Corluy (Universiteit Antwerpen) verklaart waarom allochtonen in België het zo slecht doen op de arbeidsmarkt (in Le Soir).

Als regelmatige gast van de VS-vertegenwoordiging in België, en nu als persona non grata, vind ik het intriest dat ik mijn familie de VS niet heb kunnen laten zien” Het visum van de Brusselse journalist Mehmet Koksal en dat van zijn gezin wordt zonder enige uitleg geweigerd, wat hem duizenden euro’s aan vliegtuigtickets kost (opiniestuk in The Wall Street Journal).

Highline

Het woord zegt het zelf: een koord op hoogte. Op grote hoogte, want tussen twee bollen van het Atomium hangt nog tot 17 augustus een elastische koord waarop waaghalzen een wandelingetje doen. De highline is 70 meter lang en hangt op 70 meter hoogte. Het evenement vindt al voor de tweede keer plaats.

Stuntmannen van het Belgische BeSlack-team en het Franse Skyliners-team zijn – gelukkig – gewoon om over dergelijke touwen te lopen in extreme situaties. Deze highline is de hoogste en meest technische in België. Als u zelf even wilt proberen te balanceren op een slappe koord, kan dat. Maar dan wel dicht bij de grond. Op het grasveld aan het Atomium zullen enkele slappe touwen op geringe hoogte worden gespannen voor de acrobaten onder ons. Kim Verthé

Brand in anderlecht verstikt vrouw Een vrouw van 82 is in een parkeergarage verstikt geraakt door de rook. Bij het blussen van een brandende auto trof de politie de vrouw aan. Ze is in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht.

MAANDAG 11 AUGUSTUS topjaar brussels airport. Dit jaar ontvangt Brussels Airport per dag 6.000 bezoekers meer dan vorig jaar rond dezelfde periode. Verwacht wordt dat Brussels Airport het jaar afsluit met 2 miljoen bezoekers, een record voor de voorbije veertien jaar. Transporteconoom Eddy Van de Voorde rekende uit dat de bezoekerstoestroom 600 extra banen kan opleveren. Het groeiende aantal bezoekers is onder andere te wijten aan de samenwerking met Ryanair, de prijzenstunter die sinds dit jaar op Brussels Airport vliegt.

DINSDAG 12 AUGUSTUS Brussel bad sluit af met 300.000 bezoekers. Brussel Bad sluit na meer dan een maand met ongeveer 300.000 bezoekers de deuren. Dat zijn er 50.000 tot 100.000 minder dan vorig jaar. Waarschijnlijk heeft het lagere bezoekersaantal te maken met het slechte weer tijdens de eerste week.     uitvoerder voor tivoliwijk gevonden. 93 miljoen euro is het bedrag dat beschikbaar is voor het contract van de Tivoliwijk. Een Belgische dochteronderneming van het Nederlandse bouwbedrijf BAM zal het project uitvoeren. De Tivoliwijk is een onderdeel van de Kanaalzone. In deze wijk staat duurzame en sociale woningbouw centraal. Er zullen onder andere 270 koopwoningen komen. Samengesteld door Jasmijn Post

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF


BDW 1437 PAGINA 4 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

© ARCHIEF LACA

WO I IN BDW Onze redactie brengt tot eind augustus een dubbele reeks artikels die bewijzen dat de mentale spanning in de hoofdstad niet moest onderdoen voor de gruwels aan de frontlijnen en de zwaarste vernielingen in de rand. Stefan Moens focust op gebouwen en feiten die de zwarte bladzijden hebben gekleurd. Jean-Marie Binst bundelt thema’s uit de versnipperde oorlogsverslaggeving van Karel van de Woestijne, die door de Brusselse straten doolde. Met dank aan Laca.

Brussel in door op de meest symbolische plekken halt te houden. Zoals op het voorplein van de Sint-Goedelekerk waar het Feldgrau Duitse gezangen inzette zoals “Heil dir in Siegenkranz” of “Wacht am Rhein”.

Vanop afstand, waarschijnlijk met het toestel voor de buik, trok een omstaander de bewegingen op de Grote Markt, die was afgezet.

Wereldoorlog I in Brussel > Focus 3: Grote Markt, 20 augustus 1914

Goedkoop triomfalisme BRUSSEL – Op 19 augustus fietst een jongeman zich in het zweet op de Leuvensesteenweg om de Brusselaars te melden dat het keizerlijke leger in aantocht is. Nog voor hij het centrum van de hoofdstad bereikt, wordt hij door een aantal ongelovige Brusselaars getrakteerd op een pak rammel. Dat was het lot van onheilsboodschappers in die warme augustusdagen van 1914.

N

Poort bij het Jubelpark had men enkele tramwagons omgekanteld en dwars over de laan gelegd. Gelukkig hadden de Spaanse ambassadeur Markies de Villalobar en zijn Amerikaanse collega, Brand Whitlock, dit opgemerkt. Zij overhaalden de burgemeester om deze geïmproviseerde barricades op te ruimen zodat de stad gevrijwaard zou blijven van nodeloos geweld en vergelding. Max liet de barricaden opruimen en stuurde de burgerwacht met een trein naar Antwerpen. Brussel was nu een open stad. De burgemeesters maanden hun burgers aan om bij de intocht de keizerlijke troepen niet te provoceren.

Brusselse schepenen en voorzien van een witte vlag, de voorhoede van het Duitse leger tegemoet stapte op de Leuvensesteenweg ter hoogte van het Daillyplein. De burgemeester zette al meteen de toon door de

© ARCHIEF LACA

iemand mocht de patriottische illusie van heldhaftig verzet tegen het keizerlijke ‘heir’ ongestraft verbreken. De kranten kwamen uitroeptekens tekort om de overwinning in Halen (het Belgische equivalent van de Slag bij Thermopylae in 480 voor Christus!) en het heldhaftige verzet in en rond de forten van Luik in de verf te zetten. Maar terwijl de Brusselaars zich laven aan hysterische zegebulletins is er tenminste één Brusselaar die zich op 19 augustus realiseert hoe rampzalig de situatie is: Adolphe Max. De Brusselse burgemeester onderhandelt die dag met de Duitse legerleiding in Tervuren over de inname van Brussel. Ondanks het feit dat in de hoofdstad geen legereenheid gestationeerd was, dacht men zich aanvankelijk toch te verzetten tegen een Duitse invasie. In de Wetstraat en op de Louizalaan had de burgerwacht, uitgedost met zijn belachelijke bolhoeden, een aantal loopgraven aangebracht. Ter hoogte van de Tervuurse

uitgestoken hand van de generaal van het IVde leger te weigeren. In de karabinierskazerne aan het plein voerde Max de eerste onderhandelingen met de bezetter. De intrede van het keizerlijke leger duurde drie dagen. De cavalerie van de ulanen met hun ontzagwekkende punthelmen en hun lansen met wapperende wimpels reden voorop. Het groengrijze leger trok via de grote invalswegen en de ringlanen in de stad. De troepen palmden

Vijand in beeld De eerste glimp die sommige Brusselaars van de vijand konden opvangen was een Duits verkenningsvliegtuig dat enkele dagen voor 20 augustus enkele omtrekkende bewegingen over de stad had gemaakt. Maar het was Adolphe Max die rond twee uur, met een delegatie van

Ongezien vanaf de eerste dag, troepenverzameling op de Grote Markt.

En terwijl de nieuwsgierige Brusselaars zich vanop het trottoir vergapen aan zoveel Duits machtsvertoon slaan de Duitsers op de Grote Markt een bivak op. Het monument van Everard ’t Serclaes onder de arcade van de Karel Bulsstraat werd door de mobiele veldkeuken aan het zicht onttrokken. Het ritueel om over de koperen arm van deze Brusselse bevrijder te wrijven zou overigens tijdens de bezettingstijd zijn ontstaan. De Duitse legerleiding kiest voorlopig het stadhuis uit als hoofdkwartier. Op de rechterfaçade wordt de Duitse vlag aangebracht. De Belgische vlag aan de rechtertoren is nog een van de weinige die blijft hangen nadat het stoere patriottisme van de laatste weken het stadsbeeld zo fel tricolore had gekleurd. De Gotische Zaal wordt omgevormd tot slaap- en eetkamer voor de militaire staf. Bij wijze van tegenmaatregel en om het symbool bij uitstek van gemeentelijke autonomie niet zomaar aan een brutale bezettingsmacht te grabbel te gooien, laat Max zijn eigen bed overbrengen naar de schepenzaal. Toen een majoor aan Max vroeg of de militaire staf zou kunnen beschikken over een sleutel zodat ze ’s nachts hun slaapvertrek zouden kunnen afsluiten, zou Max kortaf hebben geantwoord: “Pourquoi? Vous avez peur?“ Max’ onverzettelijkheid in verband met een exorbitante oorlogsbelasting leidde een maand later tot zijn arrestatie. Hij zou de rest van de oorlog doorbrengen in een Duits kasteel. Max zal na de oorlog uitgroeien tot een symbool van zegevierend recht boven grotesk machtsvertoon en gruwelijk oorlogsgeweld, van trotse onverzettelijkheid tegenover laffe collaboratie, en tenslotte ook van burgerlijke finesse over brutale onbeschoftheid… Stefan Moens Volgende week: februari 1915, het eerste nummer van La Libre Belgique.


BDW 1437 PAGINA 5 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

Verslaggeving 1914-1918 > Karel van de Woestijne vanuit Gross Brüssel

Patatten kweken tegen de honger

Het Werk van de Aardappelschil had ‘voiturage’ georganiseerd om patattenschillen aan huis op te halen. © ARCHIEF LACA

2 september 1914 - “Slechts één dag heeft het ons aan vlees ontbroken: de Duitsers hadden te Laken zo goed als alles opgekocht. (...) Daar zijn echter de aardappelen, en in overvloed. De oogst ervan is zowat overal aan de gang, en belooft een goede opbrengst.” (Maar dat was valse hoop, snel moet de volksvoeding van overheidswege bijtreden. In april 1915 al, JMB) “Bedoelde gemeentebesturen hebben al hun begrippen over stedenschoon en administratieve waardigheid afgelegd. Niet alleen hebben zij braakliggende gronden ter beschikking gesteld van arme lieden, die ze thans bebouwen gaan (...) maar ook de open tuinen worden ten behoeve van de volksvoeding aan intensieve kultuur onderworpen. / Welnu, sedert acht dagen werken daar (op een square in Laken, JMB) een kleine honderd werklieden. Zij spitten en zij delven. Zij verdelen de grond in beddekens. En er zullen aardappelen zijn (...) in plaats van het domme eentonige gras.”

© ARCHIEF LACA

BRUSSEL - “Anderzijds baart het bijna bewondering te zien hoe tengere stadsschouders de last weten te torsen van heelder balen zelf uitgedolven patatten,” aldus oorlogscolumnist Karel van de Woestijne vanuit Laken voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Een Grote Oorlog lang kregen aardappelen, de dagelijkse basisvoeding bij uitstek, zijn volle aandacht.

10 juni 1915 - “De aardappelen uit de voorraad die in de laate herfst is opgedaan, zijn niet meer zo heel goed; opgestapeld in bergplaatsen die er niet voor geschikt zijn, beginnen zij zelfs voor de tijd te rotten.”

19 december 1915 - “Dit was alles reeds gedaan toen in het voorjaar 1915 het ‘Comité central pour la culture des terrains inoccupés’ (...) opgericht werd. / De terugkeer tot de aarde heeft velen van luiheid afgehouden en de weg van de herberg afgeleerd. / Iedere are van de in regie genomen grond gaf 215 kilo per are, alleen aardappelen. / Aldus hebben in het geheel (voor gans de agglomeratie Brussel, JMB) 3.966 gezinnen er een kleine 174 ha bebouwd./ Verder is een afgevaardigde van de zeventien Brusselse gemeenten naar Holland weg, om opkopingen te doen.” 9 maart 1916 - “Van tijd tot tijd is deze of gene voorstad voor een week of drie van alle aardappelen verstoken.”

Aanleg aardappelveld in het residentiële Berkendaal, een wijk in Elsene op de grens met Sint-Gillis. © ARCHIEF LACA

20 juni 1915 - “Ik lees: aardappelen (oude): 8 centiemen de kilo. Nauwelijks acht of tien dagen geleden stond er: aardappelen (oude): 18 centiemen. Waaruit gij als ik besluiten zult: de aardappelen zijn ineens meer dan de helft afgeslagen. Het is, gij weet het, een internationaal verschijnsel, de speculatie op hongersnood leidde ertoe, zowel in België als in Duitsland, dat enorme hoeveelheden aardappelen in ik weet niet welke geheime bergplaatsen werden opgestapeld, die ze niet dan in infieme kwantiteiten, en dientengevolge tegen hoog opgedreven prijzen, kwamen te verlaten. Het gevolg was dat bewuste knollen duurder werden naarmate zij minder eetbaar waren. / En wat de minder begoeden betreft: deze, die naar de soep gaan (de Volkssoep, JMB), waar ook iedere week o.m. aardappelen worden uitgedeeld, krijgen daarvan thans een dubbele portie.” (Het aantal porties dat in Brussel per week (18 tot 24 oktober 1915) wordt uitgedeeld bedraagt: 47.250 kilo aardappelen,

sterfte ligt, maar aan de maleficiën van schraapzuchtige boeren, die, (...) deze vruchten der aarde liever ‘ante porcos’ zouden gooien, dan ze te verkopen aan een prijs, die hun minder winstgevend voorkomt (…) en niets gaat in deze de verbeelding te boven van een woekergrage boer. / Men verzekerde mij dat de voorraad aan aardappelen dit jaar 20 procent groter kan worden dan in normale jaren; dit ligt, eerst, aan een inderdaad merkwaardige oogst wat de opbrengst van iedere plant betreft; daarna aan de gemeentelijke aanbouw van andere ongebruikte gronden, die nu in aardappelvelden ten behoeve van de volksvoeding werden herschapen; en eindelijk aan het feit, dat de fabrieken van aardappelmeel, die vroeger met grote voorraden weggingen, dit jaar stop staan en aldus heel wat grondstof voor algemeen gebruik vrij laten. /Reeds is Schaarbeek het toonbeeld van de eerlijke aardappelverkoper geworden. / De voorstad Elsene heeft eenvoudig opeisingen gedaan, die ze menslievend heeft uitgedeeld./ In Sint-Joost is men gelijkaardige plannen aan het beramen (Tot de Duitser ingreep met veroordelingen, JMB). “Al wie op 20 december meer dan 50 kilo aardappelen in zijn kelder zal hebben liggen, zal ze, op straf van boete en gevangenis (...) aan te geven hebben.”

Aardappelvelden in de stad (l.) en een lading eetaardappelen, zoals die ook per wagon uit Holland kwamen.

JMB). “En nochtans, het is opvallend, Brussel vermagert!” 4 december 1915 - “De voorstad Schaarbeek is erin geslaagd een voorraad op te doen, die ze tegen de reglementaire prijzen aan haar ingezetenen verkoopt. / Zij beweren, de

boeren, dat zij in alle werkelijkheid over de gewenste voorraden niet beschikken, de landbouwers dit jaar van de aardappelteelt zouden hebben afgezien? Waarbij komt dat ik nooit gezonder aardappelen gezien heb, dan dit jaar. (...) Het lijdt dan ook geen twijfel: de knollen zijn er.

(...) Maar waar, waar dan toch verschuilen zij zich?” 9 december 1915 - “Ik heb u tevens verteld dat de vastgestelde schaarste aan deze knolgewassen (...) niet aan feitelijk gebrek eraan tengevolge van ziekte of vroegtijdige

17-18 maart 1916 - “Gij hebt (Over het Werk der Aardappelschil. JMB) kunnen lezen dat wij in de Brusselse eetgelegenheden geen andere aardappelen te genieten meer zouden krijgen, dan ongeschilde, zij het dan ook gekookte. (Ze moeten na presentatie op het bord nog gepeld worden, liefst in de keuken, JMB) / Wat met de door dat Werk ingezamelde schillen gedaan wordt, is mij een arcaan. Ik vermoed dat zij het leven redden moeten van de meedogende konijnen, die ons, bij schaarste en duurte van vlees, op hun beurt met het hunne het leven redden. De verordening (van 26 februari 1016, door de Generalgouverneur Von Bissing, JMB) schrijft voor: ‘Es ist verboten Kartoffelen zu verabreichen, die in rohem Zustand geschält worden sind.” (Rauw mogen aardappelen dus niet verwerkt worden, de schil moet er eerst af, JMB). Jean-Marie Binst Volgende week, deel 3: de Volkskeuken


BDW 1437 PAGINA 6 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

te stadswijken aan te duiden, KV).” “Dat rond multiculturalisme beleid is gevoerd, is op zich lovenswaardig. Maar na de eeuwwisseling hebben we het geloof erin zien kapseizen: er was 9/11, de moord op Pim Fortuyn, rellen in Parijs en later in Londen... Plots kwamen we tot de vaststelling dat het niet lukte. Welke snaren moesten we nu verder bespelen?” “Dan zijn academici gaan nadenken: ‘Wat als het nu eens niet enkel over de ruimtelijke aspecten ging? Wat als we nu eens de tijdsbeleving van mensen van verschillende origines en generaties in ogenschouw nemen?’ Ons onderzoek is nog jong en kleinschalig, maar is zo gek nog niet. Een bepaalde openbare plaats, een park bijvoorbeeld, wordt door verschillende individuen op heel verschillende manieren gebruikt, dus wat ben je dan nog met je initiële afbakening?”

De Wandeler: “De bebouwde omgeving mag er heel gelijkaardig uitzien, belanghebbenden bepalen het ritme: zij die beslissingen nemen, zij die financieren, en zij die de dupe zijn en weerstand bieden of negotiëren.”

© BART DEWAELE

Brusselse wetenschappers in de wereld (4) > Koen De Wandeler, architect en antropoloog

Stadsritmes ontleed BRUSSEL – Dichtklappende metrodeuren, autogebrom, stations die ontwaken en weer inslapen... Wat stelt u zich voor bij de ritmiek van een stad? Antropoloog en architect Koen De Wandeler houdt de vinger aan de pols van grootsteden, van Brussel tot Bangkok. Een gesprek over zijn twee stokpaardjes: ritmeanalyse en crisisarchitectuur.

W

e treffen De Wandeler tussen enkele verblijven in het buitenland door. Voor zijn project ‘Architecture for Crisis’ was hij net zes weken in Azië, meer bepaald in Bangkok, Yangon en Colombo. In september pakt hij alweer zijn koffers. Dan zal hij een maand lesgeven in Cambodja. Al een kwarteeuw verdiept De Wandeler zich in stadsontwikkeling in het globale Zuiden. Meer nog dan voor de architecturale constructies an sich heeft hij oog voor hoe mensen zich in structuren voortbewegen en hoe ze die beleven. Voelt u zich meer antropoloog dan architect, of omgekeerd? De Wandeler: “Architectuur is mijn eerste liefde. Maar ik ben nu fier dat ik antropologie doceer aan architecten in spe. Almaar meer architecten onderkennen de link tussen beide disciplines. Net zoals er vandaag meer antropologen zijn die kijken naar stedelijke contexten. De antropoloog die een stam in de brousse bestudeert, sterft stilaan

uit. Dergelijke leefomgevingen raken nu eenmaal steeds meer verstedelijkt.” Naast Brussel is Azië uw werkterrein. Wat boeit u daar? De Wandeler: “Eind jaren 1980 kende Thailand een bouwspurt. Er vond massale verstedelijking plaats, met alle problemen van dien: gebrek aan infrastructuur en het ontstaan van krottenwijken. Architecten kwamen er daarom niet aan de bak als ontwerper als dusdanig. Ze moesten vaak oplossingsgericht werken, als crisismanagers.” “Ik stapte destijds als onderzoeker mee in een project dat werd begeleid door het studiecentrum van de Thaise Nationale Huisvestingsmaatschappij, mede opgericht door het IHS van de universiteit van Rotterdam. De uitdaging was om de Sengkiwijk, een krottenwijk in het Yannawadistrict, op te waarderen. We deden dat via landsharing, een intussen wijdverspreide praktijk in Azië. Wie illegaal een stuk land had verworven om zich te huisvesten,

kreeg de kans een perceel te kopen tegen een sterk gesubsidieerde prijs. In ruil werd gevraagd het stuk grond met de grootste commerciële waarde terug af te staan aan de rechtmatige eigenaar.” “Bijzonder aan dat Sengkiproject was dat de Thaise koninklijke fami-

“Hoe meer contactmogelijkheid in een stad, hoe hoger men het ritme ervaart”

lie de landeigenaar was. Tot op vandaag beheert die een vijfde van het grondgebied in Bangkok. Voor het Crown Property Bureau, belast met het beheer van hun patrimonium, zijn nog steeds dezelfde vragen aan de orde: men wil sociaal rechtvaardig blijven en grondgebruikers niet

wegjagen, maar men wil evenmin de vastgoedmarkt verstoren of gettovorming in de hand werken.” Welke lessen trekt u daaruit? De Wandeler: “Voor mij is de rode draad dat stadsplanners en architecten, naast het technische werk, aandacht moeten hebben voor menselijke aspecten. Dat ze stadsontwikkeling holistisch bekijken: wat is een stad? Wie heeft er recht op? En hoe geven we er vervolgens vorm aan? Het gaat over de sociale verantwoordelijkheid van stadsplanners.” Als je dat doortrekt naar Brussel: welke sociale verantwoordelijkheid hebben architecten hier? De Wandeler: “Ik maak graag een sprongetje naar de ritmeanalyse, mijn andere stokpaardje. Ritmeanalyse werd voor het eerst geformuleerd door de Franse filosoof Henri Lefebvre. Zijn stelling is dat stedelijke ruimte een product is van sociale praktijken. Laat mij het zo uitleggen: in westerse steden hebben we jaren een soort multiculturalisme nagestreefd. Vol overtuiging zijn daar beleidsplannen rond uitgewerkt; planologisch zijn probleemwijken vastgelegd. In Amerika deed men aan redlining (om voor investeerders minder interessan-

Hoe kan een stedenbouwkundige rekening houden met ieders verschillende tijdsbelevingen? De Wandeler: “Er zijn manieren. Qua vervoer is het ordewoord ‘intermodaal transport’, waarbij alle transportmodi op elkaar worden afgestemd. Als we over ontspanningsruimte spreken, kunnen we de verbinding tussen bijvoorbeeld een park en andere omliggende activiteiten in gedachten houden, alsook adequate verlichting. Middenin een park kan bijvoorbeeld een attractiepunt gecreëerd worden, waardoor een donkere as kan veranderen in een plek waar het ook ‘s avonds laat leuk toeven is.” Wat bepaalt het ritme van steden nog? De Wandeler: “De densiteit van contacten en contactmogelijkheden. Ook het soort bedrijven dat er gevestigd is: gaat het om hoofdzetels of regionale kantoren? Of nog: toegankelijkheid via luchthavenverbindingen bijvoorbeeld. Hoe breder het gamma, hoe hoger men het ritme ervaart. Daarnaast zal je een hoger ritme gewaarworden in steden waar veel zogenaamde advanced producer services aangeboden worden. Dus daar waar zich veel mensen bevinden die raad geven aan wie produceert. Dan spreken we over lokale en internationale advocatenkantoren, boekhouders, financiële raadgevers. Dat ritme ligt hoger dan daar waar het ritme van de productie wordt gevolgd. Maar binnen metropolen zullen ook concentraties plaatsgrijpen. In bepaalde wijken kan je botsen op oases van rust. In Bangkok ervaar je dat heel sterk zodra je van de grote verkeersassen afwijkt.” Wat is tot slot uw gevoel over Brussel: leven we hier aan een hoog tempo? De Wandeler: “Ik ontwaar een vrij hoog ritme, inderdaad. Zeker als je richting het hart van Brussel trekt, binnen de Vijfhoek. Maar door de specifieke structuur van Brussel, met zijn negentien gemeenten, is het ritme heel erg divers. En ik geloof dat dat deel uitmaakt van haar charme.” Kim Verthé


BDW 1437 PAGINA 7 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

P-PRAAT

Mobiliteit > KU Leuven-student neemt fietsbeleid MIVB onder de loep

Bewaakte fietsparkings aan metrostations zijn nodig

“Dan denk ik bijvoorbeeld aan het metrostation van Maalbeek waar heel wat mensen uit Schaarbeek naartoe fietsen,” zegt Brunlid. “Of aan de eindstations, die regelmatig gebruikt worden door de bewoners uit de Rand. Veel mensen hebben angst om hun fiets achter te laten aan een metrostation en nemen daarom maar de wagen. Uit onderzoek in steden als Sevilla en München, waar ze over hetzelfde fietsbudget beschikken als in Brussel, is dat wél mogelijk. Waarom kan dat dan ook niet in onze hoofdstad? De MIVB moet ook meer communiceren naar fietsers. Dikwijls weten de reizigers niet dat je met de fiets op de metro en tram kan, en dat zelfs helemaal gratis. Zo zouden er meer spotjes in de metrostations moeten weerklinken. Vorig jaar waarschuwde de MIVB, nota bene tijdens de Week van Vervoering, voor een teveel aan fietsers op de metro. De MIVB is maar een koele minnaar van de fiets. En de MIVB ziet de fiets volgens mij ook te veel als concurrent, zeker voor korte afstanden.”

© SASKIA VANDERSTICHELE

BRUSSEL – Er moeten bewaakte fietsparkings komen aan metrostations, zodat de fietser in Brussel makkelijker kan overstappen op het openbaar vervoer. Dat is een belangrijke conclusie van KU Leuven-student Anders Brunlid die het fietsbeleid van de MIVB onderzocht voor zijn masterproef in de richting Overheidsmanagement en Beleid.

Volgens KU Leuven-student Anders Brunlid moeten er meer bewaakte fietsparkings komen aan metrostations, zoals hier aan het Zuidstation.

bouwen. Het Brussels Gewest is hiervoor verantwoordelijk. We zijn zeer zeker een bondgenoot van de fiets. Toch zijn er beperkingen gezien onze capaciteit. En dat heeft alles met de veiligheid en het comfort van onze reizigers te maken. Tijdens de spitsuren zijn fietsen bijvoorbeeld verboden in de metro. Ook gedurende de dag mogen er slechts een beperkt aantal fietsen in de metro voor de veiligheid. Maar je plooifiets mag je wel altijd meenemen.”

is het onhaalbaar om aan alle metrostations bewaakte fietsstallingen te plaatsen. “Dat is onbetaalbaar. Aan sommige haltes staat er bijvoorbeeld maar één fiets. Het gebeurt in Brussel ook maar vrij zelden dat fietsers – voor kortere afstanden - naar een halte rijden om daar over te stappen. Ze fietsen meteen rechtstreeks naar hun bestemming. Voor langere afstanden zetten de fietsers hun fiets dan wél aan een treinstation om dan over te stappen. Momenteel hebben we toch al 2.800 fietsbogen aan haltes geplaatst.”

Veiligheid primeert An Van hamme van de MIVB weerlegt de kritiek en nuanceert. “We zijn voor alle duidelijkheid niet bevoegd om bijvoorbeeld aan metrostations fietsstallingen te

Al 2.800 fietsbogen geplaatst Volgens Inge Paemen van Mobiel Brussel, de overheidsdienst die verantwoordelijk is voor Mobiliteit en Openbare Werken,

Restauraties in Solvayhuis © SASKIA VANDERSTICHELE

Ondanks de kwaliteit van de destijds kostbare interieurafwerking heeft de tand des tijds het pleisterwerk in enkele kamers doen afbladderen. Twee jaar terug begon in het bovenbureau van Ernest Solvay het plafond te kraken; wat later bladderden er stukken af. De eigenaar consulteerde het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK), dat - in voorbereiding op een stedenbouwkundige aanvraag tot onderhoudswerken - aan de slag ging. Vanonder de plafondbepleistering kwamen

En dan geven wij u graag nog volgend nieuwtje mee van het N-VA-hoofdkwartier te Brussel: jammer genoeg zijn de Vlaams-nationalisten er niet in geslaagd lood in goud te veranderen. Wegens besparingen werd er beknibbeld op goudpoets.

CHIEN ÉCRASÉ

Matthias Vanheerentals

Erfgoed > Koninklijk Instituut voor Kunstpatrimonium doet ontdekkingen

BRUSSEL - Twee jaar na de gevelopkuis van het Hotel Solvay, aan de Louizalaan 224, worden in het art-nouveaupand waaraan architect Victor Horta van 1894 tot 1904 bouwde, nieuwe ontdekkingen gedaan. Vanonder de muur- en plafondbepleistering kwamen in diverse ruimtes oorspronkelijke kleuren en ongekende, gestileerde patronen aan het licht.

De plaat van Charles! Dat is lang geleden. De lezers die deze rubriek al enkele jaren volgen, weten dat Charles Picqué (PS), toen hij nog Brussels minister-president was, af en toe zijn plaat afspeelde, en dat die plaat meer dan eens bleef hangen. Het ging dan van “de Brusselse gemeenten fuseren misschien, maar misschien ook niet; alleszins moeten wij de lokale democratie waarborgen” en van “niemand kan bewijzen dat één gemeente beter werkt dan negentien.” Bref, de plaat van Charles. Ging ook over de transversaliteit, het richtschema dit en het groot ontwikkelingsplan dat. Steeds met als resultaat dat er niets gebeurde, buiten het feit dat er nog maar eens een vergadering belegd was en het Brussels Gewest nog maar eens onbegrijpelijker was geworden. Die goeie oude tijd... Maar goed, dat is nu voorbij. Charles is nu voorzitter van het Brussels Parlement, en in die hoedanigheid heeft hij ook meer vrije tijd dan vroeger. Dat is ook de journalisten van La Libre Belgique niet ontgaan, die Charles geïnterviewd hebben over zijn droombestemming. Wat blijkt? Picqué droomde er als jonge kerel al van om naar het Amazonewoud te gaan, om daar mierenkolonies te bestuderen. Picqué is namelijk een amateurmierendeskundige, en kwatongen fluisteren zelfs dat hij af en toe parallelen trekt tussen de organisatie van een Brusselse socialistische heilstaat en een goed gerunde mierenkolonie. Het omgekeerde is minder waar. Mochten de mieren hun kolonie op dezelfde manier besturen als het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dan zouden ze al lang uitgestorven zijn wegens een gebrek aan federale werkingsmiddelen.

kleurige gestileerde patronen (arabesken) tevoorschijn (foto), die refereren aan eenzelfde soort tekeningen in de vloer. Ook in de rijtuigingang werd, net als in de keuken en de kamers op de tweede verdieping, de gelaagdheid van de geschilderde muren bestudeerd. De gang was in de jaren 1980 nog herschilderd door de ouders van de huidige eigenaar, die op een eerdere wit overschilderde muur een gerookte zalmkleurige

art-nouveaufries hadden aangebracht, ‘in de stijl van’. Daaronder ontdekte het KIK een kleinere, meer bescheiden fries in twee kleuren, zoals die in de jaren 1920-1930 de gang sierden. Het is de bedoeling om deze originele kleurtint terug aan te brengen. “Op 11 september komt Monumenten en Landschappen (Brussels Gewest) haar bevindingen over de testen bespreken,” zegt Dominique Thibault van het Huis Solvay. “Het is de bedoeling om het onderhoudsdossier nadien in te dienen.” Inmiddels is in de slaapkamers van de dochters Solvay, het (recentere) kamerbreed tapijt weggehaald, en werd het origineel plankier (eik bij de oudste dochter, en pitchpine voor de tweede) gerestaureerd. Daarnaast zijn ook de personeelskeuken en eetkamer recent herverfd, in vanille en muizengrijs voor de stalen pilasters (coverfoto).

Jean-Marie Binst

Het verhaal van de rotonde aan de begraafplaats van Elsene vorige week was nog niet uitgesproken, en zie, weer duikt er Elsense improvisatie op. Sinds vorige week hangt er een ketting tussen twee palen aan het Sint-Kruisplein zodat er op dat plein niet kan worden geparkeerd. Op die manier is het Sint-Kruisplein, zes jaar na voltooiing, eindelijk afgesloten van het autoverkeer en kunnen de Elsenaars die zich ergeren aan wildparkeren opnieuw op hun beide oren slapen (als de luchthaven mee wil, wel te verstaan). Geen idee wat deze nochtans logische maatregel heeft versneld, maar ongetwijfeld zit de aanwezigheid van de politie in het Flageygebouw - vijf hoog boven het Sint-Kruisplein - er voor iets tussen. Misschien heeft de verhuis van Ecolo, op dezelfde verdieping, er ook wel iets mee te maken, in die zin dat die ijzeren ketting helemaal niet dient om auto’s tegen te houden, maar om groenen met heimwee de toegang tot dit deel van Elsene te ontzeggen. In Etterbeek pakken ze het probleem van fout geparkeerde auto’s trouwens nog drastischer aan, stel je voor. Een vrouw die enkele weken geleden haar wagen parkeerde in de buurt van het Jourdanplein, vond hem na afloop niet meer terug. Weggesleept. Nochtans stond zij niet fout geparkeerd. Bleek dat de Palestijnse vlag die boven haar hoedenplank bengelde voor onrust had gezorgd, te meer omdat ze voor een Joodse crèche geparkeerd stond, zonder het zelf te weten. Ze kon haar wagen na wat rondvraag gratis en voor niets ophalen bij de politie.


BDW REGIO

BDW 1437 PAGINA 8 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

Deze Week in de Koningswijk > Els Witte geeft Henri Pirenne een flinke mep

Een bedevaartsoord voor orangisten

verwaarloosd in de geschiedschrijving? Witte: “Er is de trend om aan de verliezers in de geschiedenis weinig of geen aandacht te geven. Zij staan voor de oude wereld die het niet gehaald heeft. Wat de winnaars ervaren hebben, maakt daarentegen deel uit van onze werkelijkheid, en van de talrijke resultaten die de verdere ontwikkeling en dus het heden bepalen.” Komt daarbij dat hier te lande de ‘vaderlandse geschiedschrijving’ vele decennia sterk beïnvloed werd door de visie van Henri Pirenne. Witte: “De Belgische identiteit kende volgens Pirenne al een lang bestaan en er vloeide noodzakelijkerwijze een opstand tegen de Hollandse bezetter uit voort. Een tegenbeweging zou dit (idealistische, DV) plaatje grondig verstoren. Bij Pirenne is het Belgisch orangisme marginaal.” Als hoogleraar Hedendaagse Geschiedenis en rector ontbrak het Witte de tijd om diep te graven. Het emeritaat – en een onstilbare werklust - schonk haar de tijd. Twee jaar lang pendelde ze iedere week naar Den Haag, waar het materiaal haar stoutste verwachtingen overtof: “Naast de vele ambtelijke stukken doken overal persoonlijke correspondenties en rekesten op. In het Koninklijk Huisarchief waren natuurlijk de archieven van Willem I en Willem II van belang, maar dit archief bleek tevens een goudmijn voor de geschiedenis van het orangisme.” Witte onderstreept dat het verhaal van het orangisme, dat zijn hoogtepunt kende tussen 1831 en 1839, complex is, het vuistdikke boek is een voorbeeld van slow history. Witte brengt de dynamiek en de tragiek van het verloren koninkrijk in beeld.

Duizenden aanhangers

Els Witte in de tuin van het Paleis van Academiën, een belangrijke plek in de geschiedenis van het orangisme.

BRUSSEL – De orangisten waren geen klein groepje eenzelvigen. Ze moesten echter wachten tot historica Els Witte met emeritaat ging aan de VUB voor ze uit de marginaliteit werden gehaald. Witte wijdt er een lijvig boek aan dat ook bij onze noorderburen succes oogst.

H

et is kort voor de middag. We hebben afspraak met professor-emeritus Els Witte (VUB) in de tuin van het neoclassicistische Paleis der Academiën, ooit een bedevaartsoord voor orangisten. Het paleis werd tussen 1823 en 1828 opgetrokken door het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden voor kroonprins Willem als die in Brussel verbleef. Toen België en Nederland in 1842 vrede sloten werd de inboedel overgebracht naar het Paleis Kneuterdijk in Den Haag, en later naar Paleis Noordeinde. Na de revolutie werd het Paleis der Academieën onder sekwester geplaatst, maar het kon worden bezocht. Witte: “Het werd een bedevaartsoord van orangisten die er het verleden kwamen opsnuiven.” Het Paleis der Academiën, Lambermont - de ambtswoning van de eerste minister - en de gebouwen van de Generale Maatschappij, alle drie op een boogscheut van elkaar, hebben een grote rol gespeeld in

© BART DEWAELE

waren 600 tot 700 arbeiders die doelgericht de fabrieken, vooral uit de textielsector, gingen kapotslaan.”

Wil Willem wijzer worden het orangisme. Het orangisme was de contrarevolutionaire beweging die na de revolutie van 1830 bleef ijveren voor een hereniging met Nederland. Ze kreeg pas de doodsteek in 1848 en was veel sterker en complexer dan historici geweten willen hebben. Met haar Het Verloren Koninkrijk heeft Witte een belangrijke stem toegevoegd aan het moeizame ontstaan van België, want de interesse voor het orangisme was voorheen ondermaats. Witte: “Brussel is de stad waar de revolutie is uitgebroken en niet verwonderlijk ook de plaats waar de orangisten het gewelddadigst zijn aangepakt. We mogen niet uit het oog verliezen dat onder de Nassaus Brussel én Den Haag hoofdstad waren. Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden telde een sterke autochtone Belgische elite die het koninkrijk niet wilde zien verdwijnen. In 1830 werd die elite met vrees voor het leven aangevallen. Dat geldt voor de huizen van belangrijke

figuren van adel en hof, maar er is ook het ministerie van Justitie - op de plek waar nu het Rijksarchief staat – dat in brand gestoken werd, het gouvernementeel gebouw in de Eikstraat en de Augustijnenkerk –

Uit de lessen geschiedenis hebben niet weinigen onder ons het rijmpje onthouden: “Wij willen Willem weg, wil Willem wijzer worden, wij willen Willem weer.” Of nog: “De Nederlanders werden verjaagd om-

“Er is de trend om aan de verliezers in de geschiedenis weinig of geen aandacht te geven. Zij staan voor de oude wereld die het niet gehaald heeft” de protestantse kerk van de koning – aan het De Brouckèreplein.” “Naast de aanvallen op het bestuur en de godsdienst waren er ook aanvallen op de mechanisatie door arbeiders die bang waren hun werk te verliezen; fabrieken aan Nieuwland in de stad Brussel, Ukkel-Calevoet en Molenbeek werden vernield. Er

dat ze België wilden vernederlandsen”, of nog: “België was katholiek, Nederland protestants (zij het met een belangrijke katholieke minderheid).” Witte toont aan dat de fiscale politiek van Willem een belangrijke rol speelde, getuige de repressie tegen de fiscale ambtenaren na 1830. Maar waarom werd het orangisme

Witte: “Het orangisme is geen betekenisloze, marginale beweging geweest. Het tegendeel is veeleer waar. Zelfs heel minimalistische schattingen brengen ons bij ettelijke duizenden aanhangers en sympathisanten, wat er in een beperkt democratisch bestel met cijnskiesrecht een numeriek belangrijke oppositiebeweging van maakt.” Het orangisme wordt gedragen door de elite, maar ook door ondernemers en zakenmensen die te lijden hebben onder de recessie of door de de revolutie in hun activiteiten gehinderd worden. En daarnaast zijn er de agenten, spionnen en koeriers die uit de lagere sociale klassen komen. Witte: “Intellectuelen maken traditioneel vlugger de overstap van het ene regime naar het andere, toch blijven ook advocaten, auteurs, journalisten, schilders en musici Oranje trouw.” Na de tiendaagse veldtocht van 2 tot 12 augustus 1831 - toen Koning Willem I met wapengeweld de Belgische Revolutie wou onderdrukken – kreeg Brussel de leiding van de orangistische organisatie. Bij een zekere Vandevelde aan de voormalige Schaarbeekse Poort of bij Charles Morel thuis. Daar vergaderden zeer geregeld een vijftigtal vooraanstaande orangisten uit Gent, Antwerpen, Tienen, Namen, Luik en Henegouwen. Witte: “Morel was een vertrouweling van Willem


BDW 1437 PAGINA 9 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

Danny Vileyn

Het Verloren Koninkrijk van Els Witte is uitgegeven bij de Bezige Bij Antwerpen, telt 496 bladzijden en kost 39,99 euro.

Ukkel > Verkeerslus voor Vanderkindereplein

‘Auto’s moeten automatisch vertragen’

© MOBIEL BRUSSEL

© JO VOETS

I en zetelde in de Société Générale. Een andere belangrijke figuur was Van Gobbelschroy, een voormalige minister die pendelde tussen Parijs – een van de dependances van Den Haag – en Brussel. Hij kwam tragisch aan zijn einde: hij pleegde zelfmoord in een kasteel in SintLambrechts-Woluwe. Het kasteel werd na zijn dood verkocht aan de katholieke senator Malou. Toch was het orangisme geen stedelijk verschijnsel, noch een Vlaams. Witte: “Het lijkt erop dat het orangisme nog heftiger was in Wallonië.” In het Brussels orangisme speelde de adel een grote rol, adel die trouwens tijdens de zomer in zijn kastelen verbleef op de buiten, maar zich in de winter terugtrok in zijn residenties in de buurt van het Warandepark en de Kleine Zavel en de Kruidtuin. Het Egmontpaleis bijvoorbeeld was de residentie van de Arenbergs. Die adel had geen contact met de Belgische regering en al zeker niet met Leopold, die ze een usurpator noemden. Witte: “De orangisten bleven provoceren en bespeelden onophoudelijk de publieke opinie, ze lieten zien dat ze een sterke elite waren tegen Leopold. Maar België sloeg genadeloos terug. Alhoewel de bezittingen van de Prins van Oranje onder sekwester waren geplaatst, werd in 1834 beslist om de volbloeden te verkopen. De orangisten zamelden geld in, kochten de paarden en stuurden ze naar de prins in Tilburg. Daarenboven publiceerden ze ook de lijst met namen van grote schenkers zoals de Trazignies, de Ligne en de Croÿ. Kringen uit de revolutie sloegen daarop de inboedel van residenties kort en klein. Een aanleiding voor de ministers Lebeau en Rogier om het orangisme te verbieden. De orangisten worden met andere woorden officieel criminelen, maar ze blijven actief in de coulissen. In 1839 geeft Willem I zich gewonnen en laat hij zijn claims op het jonge België vallen. In 1841 is er een laatste tegenbeweging. Willem I abdiceert in oktober 1840 om met de Belgische katholieke hofdame Henriëtte d’Oultremont te kunnen huwen. Hij sterft eind 1843. Ondertussen komt Willem II op de troon. Met de revoluties van 1848 in Frankrijk slaat de schrik Willem II om het hart. Hij sluit vriendschap met Leopold en neemt afstand van het orangisme. Het verhaal van een elite die tragisch ten onder is gegaan. Toch telt Vlaanderen nog altijd orangisten, onder de bekende namen de Leuvense burgemeester Louis Tobback, de Antwerpse schepen Philip Heylen en de Antwerpse oud-burgemeester Bob Cools. De wereldgeschiedenis zou anders verlopen zijn mocht noord en zuid in 1885 niet zijn uiteengevallen. Maar dat is voer voor speculatie, niet voor geschiedenis, en daar waagt historica Els Witte zich niet aan.

Mobiel Brussel wil het Vanderkindereplein een volledige beurt geven. Het verkeer wordt in de plannen over een rond punt geleid en de verkeerslichten verdwijnen. De tramrails op het Vanderkindereplein zijn aan vervanging toe en daarom wil Mobiel Brussel de hele buurt een opfrisbeurt geven. “De verkeersstromen worden vereenvoudigd door het verkeer in een lus te laten rijden”, klinkt het op de website van Brussel Mobiliteit. “De verkeerslichten zullen verdwijnen en het autoverkeer wordt ook meer afgescheiden van de voetgangers. Het kruispunt en de toegangswegen zullen zo ingericht worden dat auto’s automatisch moeten vertragen.” Ook op de Churchillrotonde worden er werken gepland. Het zal het niet meer mogelijk zijn om de rotonde over te steken om over te stappen, wat nu voor gevaarlijk situaties zorgt. Rond de rotonde komt ook een brede voetgangers- en fietserszone, die de omgeving veiliger en aangenamer moet maken en die aansluit op de Gewestelijke Fietsroutes.

Openbaar onderzoek Door een derde tramspoor aan te leggen op de Churchillaan, tussen de rotonde en het Vanderkindereplein, moet de efficiëntie van tram 7 ver-

Boven: Mobiel Brussel wil de verkeerslichten op het Vanderkindereplein schrappen. Ook de terminus van de tram wordt herwerkt, met een extra spoor. Inzet: simulatiebeeld. beteren. Het derde spoor kan dan dienen om trams die moeten keren te laten wachten en hen zo het verkeer niet te laten hinderen. In het verleden kreeg zo’n derde spoor echter al tegenwind van de gemeente en de bewoners. Het openbaar onderzoek naar de werken begint op 18 augustus en loopt tot 16 september. Wanneer de werken van start zullen gaan is nog niet duidelijk, daarvoor is het wachten op de toekenning van de bouwvergunning. Jelle Couder

Oudergem > Gemeente herdenkt 48 gesneuvelden van WO I

Straten geven geschiedenis prijs De gemeente Oudergem gaat 47 van haar straten uitrusten met QR-codes, als eerbetoon voor de soldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog gesneuveld zijn. “In de jaren 1920 heeft Oudergem iedere Oudergemse gesneuvelde uit WO I zijn eigen straatnaam gegeven”, zegt Vlaamse schepen Dirk Hoornaert (Samen). “Eigenlijk zijn er 48 gesneuvelden voor 47 straten. Indertijd is be-

slist om twee broers die gesneuveld zijn, maar één straat te geven.” De gemeente heeft nu beslist om al die straten een informatief bord te geven. “Via een QRcode kan je de straatnaam met je smartphone inlezen: je krijgt uitleg over de man die naar de straat genoemd is. Wie de man is, welk beroep hij had, waar hij geboren is, waar hij gestorven is, ...” “We zijn nu 100 jaar later, maar we mogen WO

I niet vergeten. Met dit initiatief willen we ook jonge mensen bereiken en hen laten zien wat er vroeger gebeurd is. Het is vrij uniek dat naar elke gesneuvelde een straat is genoemd. Ze waren allemaal tussen de twintig en dertig, zijn gaan vechten voor het vaderland en voor het vaderland gevallen. Dat heeft toen diepe wonden geslagen in de gemeente.” Matthias Vanheerenthals


BDW 1437 PAGINA 10 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

De woonverdichting gebeurt bijna overal op basis van een netwerk van nutsvoorzieningen dat daarop niet is afgestemd. Rioleringen zijn te klein, dus meer stank en overstromingen bij zware regenval.

© BART DEWAELE

Stedenbouw > Lieven Soete licht de gevolgen van overbevolking toe in tien concrete punten

De kanaalbuurt is al volgebouwd en overbevolkt BDWOPINIE De centrale buurten in de Zennevallei staan aan de top als het over origine- en taaldiversiteit gaat, maar ook als het over achterstelling en armoede gaat, over vuiligheid, luchtvervuiling en gebrek aan open en groene ruimtes. Belangrijk element daarbij is de overbebouwing en samengaand de overbevolking. Het Brussels Gewest is met 7.450 inwoners per vierkante km de dichtsbevolkte regio van de EU28. Bekijken we de kanaalbuurten, een stadsdeel begrensd door de centrale lanen in de Vijfhoek, de Leopold

II-laan in het noorden, de westelijke spoorlijn en het Zuidstation. Ietsje kleiner dan de Vijfhoek. Er leven minstens 100.000 mensen. De niet-ingeschrevenen meegerekend, 120.000. Op 5 vierkante km betekent dit 22.500 inwoners per vierkante km, drie keer meer dan het gewestelijk gemiddelde. Als het hele gewest diezelfde dichtheid zou hebben, zouden we met 3,6 miljoen zijn. In Brussel moet er alvast niet bijgebouwd en verdicht worden in de kanaalbuurten. Toch gaat het voort, via opvulnieuwbouw, lofts, renovatie tot kleinere eenheden, woonprojecten op oude industrieterreinen, ‘woningen’ in lood-

© NAAM FOTOGRAAF

SINT-JANS-MOLENBEEK – Op Brusselnieuws.be verscheen op 29 juli 2014 het artikel ‘Brussel wordt (nog meer) volgebouwd’. Via Facebook reageerde Molenbekenaar Lieven Soete fel en uitvoerig: niet Brussel wordt (nog meer) volgebouwd, wél de al overbevolkte buurten in de laagstad in de Zennevallei, rondom het kanaal.

LIEVEN SOETE:

“Het is nu al ongezond en dus gevaarlijk in de kanaalbuurten.”

sen, garages, kelders en krotten, steeds meer bewoners per familie in de bestaande wooneenheden,...

So what? Maakt dit wat uit, overbevolking? Is dat meer dan een stel statistische gegevens die ons niet echt raken? Ik woon en leef ruim 25 jaar in deze kanaalbuurten, eerst 16 jaar in de Anneessenswijk en nu 12 jaar in historisch, laag Molenbeek. Opgeleid als architect en urbanist bekijk en beoordeel ik mijn buurt en stad graag vanuit soms ‘banale’ dingen die te zien, horen, ruiken, voelen en proeven zijn. Mag ik dus in een tiental puntjes beschrijven wat ‘overbevolking’ in de kanaalbuurten aan den lijve betekent? Niet iedereen zal ze wellicht even intens herkennen of ervaren. Ik kan ze alle tien heel concreet maken in mijn directe buurt. 1.

Er is bijna geen openbaar en al evenmin privaat groen. Men noemt een speelplein waar enkele struiken of bomen staan

2.

3.

hier ‘park’. Er is geen echt park van minstens 4 à 5 hectare en er bestaat geen enkel plan om er een te maken. Een ‘gezondheidswandelingetje’ maken op loopafstand is onmogelijk. Er is weinig openbare ruimte; smalle tot zeer smalle straten met soms vrij hoge bebouwing. Heel vervuilde lucht, weinig spoeling door de wind en geen zuivering door voldoende groen. De levensduur is hier korter. Voor zwangere vrouwen en baby’s is het gevaarlijk wonen. Brengt het kanaal dan geen soelaas? De oevers zijn stadsautowegen en de oriëntatie is noord-zuid terwijl de overheersende windrichting oost-west is. Dus helpt dat kanaal bitter weinig. De woonverdichting gebeurt bijna overal op basis van een netwerk van nutsvoorzieningen dat daarop niet is afgestemd. Rioleringen zijn te klein, dus meer stank en over-


BDW 1437 PAGINA 11 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

stromingen bij zware regenval. Te weinig druk op water en gas zodat douchen, afwassen, zelfs koken op sommige uren beperkt is. Onvoldoende piekcapaciteit van elektriciteit en bandbreedte voor internet. 4. Een gesprek op straat wordt ‘ondraaglijk lawaai’ als het een discussie werd en kracht bijgezet door luider te spreken. Veel volk in de straat vergroot de kans en de smalle, hoog ombouwde straten zijn goede klankkasten. Hetzelfde voor kinderen die een inrijpoort als doel voor hun bal gebruiken. 5. Hoe meer volk, hoe meer zwerfvuil wat dan weer uitnodigt tot illegaal en georganiseerd crimineel achterlaten van groot vuil. 6. Veel te weinig parkeerplaatsen en de onmogelijkheid om er bij te creëren, tenzij zwaar betalend. Het is een van de belangrijkste oorzaken van geschreeuw, ruzie tot echte vechtpartijen en een bron van veel stress bij bewoners en hun bezoekers. 7. Overal te smalle voetpaden voor het vele volk. Ze worden netto steeds minder bruikbaar omdat ze volgezet worden met allerlei palen, meters, bakken, onoordeelkundig geplaatste bomen en plantenbakken, afval- en kledijcontainers, vuilniszakken, wachthokjes,... 8. De fiets dan? Het ontbreken van echte, fatsoenlijke fietspaden is ronduit onverantwoord. Openbare of collectieve fietsbergingen zijn er niet terwijl er in de woningen steeds minder plaats overblijft voor fietsen, kinderwagens, rolstoelen,... 9. De soms extreme woondichtheid leidt tot medische klachten door gebrek aan frisse lucht en schimmelvorming (ventilatie), door gebrek aan licht, aan loop- en bewegingsruimte. 10. Moeilijk te geloven maar precies deze dichtstbevolkte buurten mankeren elementaire sociale voorzieningen: voldoende crèches en scholen, zwem- en sportinfrastructuur; fatsoenlijke buurtwinkels; poliklinieken en klinieken; kringwinkels, inzamel- en verwerkingspunten voor restmateriaal;...

Spannend Is het om te wonen echt wel spannend in de Zennevallei, het is mede ook oorzaak van sociale spanning. Een kleine trilling tussen bewoners kan uitmonden in onverdraagzaamheid, slaande ruzie, groepsdenken en -gedrag. Onheilsprofeet spelen is mijn ding niet. Als beleidsverantwoordelijken zouden laten merken dat ze zich bewust zijn van de situatie, kan dat helpen. Tot nu toe ontbreekt elk signaal hieromtrent en moet ik toch weer in boosheid eindigen. Stop met nog meer woningprojecten in de kanaalbuurten, het is er nu al ongezond en dus gevaarlijk. Lieven Soete, buurtbewoner

BRIEVEN VAN LEZERS

BDWOPINIE

lezersbrieven@bdw.be

Overstapparkings Ik heb uw hoofdartikel over het gebrek aan overstapparkings (BDW 1436, p.11) met veel interesse gelezen, gezien ik zelf ook de hinder hiervan ondervind. Twaalf jaar lang gebruikte ik regelmatig de transitparking Reyers. Ook de parkings Delta en Herrmann Debroux ken ik goed. Enkele maanden geleden werd er ernstig in de parking Reyers gesnoeid. Ik heb contact opgenomen met de burgemeester van Schaarbeek, het kabinet van voormalig minister Grouwels (CD&V) en met Groen. Ofwel kreeg ik geen antwoord, ofwel werd ik van het kastje naar de muur gestuurd. Resultaat: als ik te laat kom voor een plaats, rijd ik met mijn wagen de stad binnen, want bij mijn werkgever kan ik wel parkeren. Nochtans heb ik in die twaalf jaar steeds bij weer en wind mijn vouwfiets uit de autokoffer gehaald (ik ben bijna zestig jaar oud) op bovengenoemde parkeerplaatsen. Ondanks het feit dat ik op 50 kilometer van Brussel woon, ken ik het hele Oosten van Brussel als mijn vestzak, gezien ik overal met de fiets rondreed om hier en daar wat geld op te halen, een boodschap te doen of een krant te kopen of gewoon om eens een andere weg te nemen. Al deze dingen gebeuren nu veel minder. Toen ik dit aan het kabinet van mijnheer De Lille meedeelde, kreeg ik geen antwoord. Onaangename vaststellingen worden blijkbaar genegeerd. Als ik het openbaar vervoer zou nemen, zou ik vier uur per dag onderweg zijn (20 minuten stappen, 35 minuten bus, 45 minuten trein en 15 minuten stappen). Met de combinatie auto-fiets doe ik er maar twee uur over en is het gezonder. Ik heb nog andere gratis parkeermogelijkheden gevonden aan de Rand van de stad, maar durf niet te zeggen waar: anders wordt daar misschien ook nog in gesnoeid of komen er anderen parkeren. Naam en adres bekend bij de redactie

Ringroute Ik ben geboren en getogen in Laken. Voor de komst van mevrouw Durant (Ecolo) werden wij redelijk gespaard door het luchtverkeer. Daarna werd de Heizel een druk overvlogen wijk. We moesten wachten op minister Schouppe (CD&V) om de ‘oude’ routes te herstellen die zich baseerden op de wind. Het werd opnieuw rustig boven Laken. Sinds minister Wathelet (CDH) er zich mee bemoeide (om opnieuw de Oostrand te sparen) was het niet meer uit te houden. Nochthans wonen wij volgens de ombudsman van de vlieghaven op drie kilometer van de kanaalroute en op vier kilometer van de ringroute. De vliegtuigen vliegen pal boven ons dak. Overdag, ‘s nachts en tijdens het weekend. Met het blote oog herken ik de vliegtuigmaatschappijen. Geluidsmeters werden of worden hier niet geplaatst. De kanaalroute verdwijnt ook in de nieuwe routes. Dat is beter voor de inwoners. Men gaat zich meer concentreren op de ringroute. Meerdere keren per week worden wij ‘s nachts wakker geschud: om 3u18, 3u20 en 3u22 door laag of zware vliegtuigen. De Heizel is dichtbevolkt met twee ziekenhuizen (Brugmann, UZ Jette), twee colleges en een heleboel scholen. De bevolking van het Noordwesten is armer dan die van de Oostrand. Wij hebben geen comités die voor de bevolking opkomen, dus kan en wordt er geen druk gezet op politici zoals dat in ‘rijkere’ gemeenten gebeurt. In de jaren 1970 liep ik stage in de Oostrand. Ik zou er nooit gaan wonen zijn omdat er toen al druk vliegverkeer was. Waarom ga je daar dan bouwen of wonen? Het is net zoals de mensen die naast een autoweg gaan wonen en daar een geluidsscherm eisen. Tot slot, Vlaanderen steigert wanneer men spreekt over het spreiden van het luchtverkeer, omwille van de werkgelegenheid. In Deurne mogen geen toestellen landen na 22 uur. Oostende heeft zo een sterke comités in de nieuwe verkaveling rond de luchthaven dat er weinig of niet opgestegen of geland wordt op woensdagnamiddag, tijdens de weekends en in de schoolvakanties. Eind mei verliet Allied Air de Oostendse luchthaven. Geen politicus die hierover wakker lag. Nochthans ging het hier ook om ‘Vlaamse’ banen die naar Luik verdwenen. Ariane D’Hoe, Laken SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@ bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.

Brussel en De Rand door Danny Vileyn Maandag 11 augustus. De klokken van de Basiliek van Grimbergen luiden een paar minuten op de middag. Het gemeentebestuur wil zo protesteren tegen wat het een ‘dreigende concentratie aan vluchten boven de Noordrand’ noemt. Dinsdag 12 augustus. De krant Het Laatste Nieuws opent met ‘600 jobs erbij in Zaventem. Dankzij topjaar luchthaven’. Het krantenbericht moet de mensen die lijden onder de geluidsoverlast wrang in de oren klinken. De klokken van Grimbergen en de bijkomende banen in Zaventem zijn twee kanten van dezelfde medaille. En omdat de geluidsoverlast tijdens de kiescampagne zwaar gepolitiseerd werd, beloven de emoties nog meer op te laaien. Er is ook niets tegen passie in de politiek: alleen moet het probleem correct worden geformuleerd. Dat de luchthaven aan de verkeerde kant van de hoofdstad ligt, dat weten we al lang. Op korte termijn valt daar weinig aan te doen. Opties op middellange termijn kunnen omwonenden wel perspectief bieden. Maar dat was tot nog toe teveel gevraagd. Het is inmiddels meer dan tien jaar geleden dat de werknemers van DHL betoogden tegen Isabelle Durant (Ecolo), toen federaal minister van Mobiliteit. Met het vertrek van DHL naar Leipzig werd ook toen al heftig gediscussieerd over een eventuele verplaatsing van Brussels Airport. Lawaai kan een mens heel erg doen afzien. Daar krijg je geen speld tussen. Toch valt het op dat mensen die in de luchthavenregio opgegroeid zijn er vaak minder last van schijnen te hebben. Of althans minder klagen, al zijn ze het er meestal wel over eens dat Steenokkerzeel, Diegem en Haren er altijd van langs krijgen. Sinds het plan-Wathelet in werking trad - en een kleine, dichtbevolkte gemeente als Etterbeek de volle laag kreeg - wordt de tegenstelling Brussel-Rand op de spits gedreven. Een rechtbank van eerste aanleg gaf de Brusselaars gelijk: over het dichtbevolkte Brussel mag nog amper gevlogen worden en de klokken van de Basiliek van Grimbergen luiden. Nochtans is het niet verstandig Brusselaars en Randbewoners tegen elkaar op te zetten. De echte tegenstelling luidt: werk versus levenskwaliteit. Economie versus ecologie. Op de luchthaven verdienen 20.000 mensen hun brood, Brusselaars en Randbewoners. Indirect zijn dat er 40.000. Hoeveel banen willen we laten sneuvelen voor minder geluidsoverlast? Wetende dat duizend passagiers gelijk zijn aan één baan. Daar komt heel de discussie op neer.

WAUTER MANNAERT


BDW 1437 PAGINA 12 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK

Zinnema > Open Talentenhuis in Brussel

Waar amateurkunst verdergaat ANDERLECHT – Bij Zinnema, Open Talentenhuis van Brussel, is er van alles aan de hand. Niet alleen is er een grote verbouwing gepland voor volgend jaar, ook is er net een nieuwe creatief coördinator aangesteld, Jan Wallyn. Hij zal directrice Nathalie De Boelpaep helpen de artistieke visie van Zinnema te bepalen en uit te dragen. Nu De Boelpaep haar eerste volledige seizoen heeft gedraaid polsen we naar de toekomstplannen van het huis.

Vroeger heette Zinnema ‘Het Vlaams Huis voor Amateurkunsten’. Is de naam Zinnema nu al voldoende geïntegreerd? De Boelpaep: “De naam is hervormd in 2007. Mijn voorganger heeft met zijn ploeg fel ingezet op naamsbekendheid. In de sector is dat al wel gelukt denk ik, maar daarbuiten

© IVAN PUT

Zinnema wil graag laagdrempelig zijn. Houden jullie bij de verbouwingen deze doelstelling in het achterhoofd? Nathalie De Boelpaep: “Voor een groot deel wel, want de kunstenaar staat centraal. Dat zijn vaak artiesten die hier dag in dag uit komen werken. Het is dus belangrijk dat zij een goede infrastructuur hebben, een fijne plek om te komen werken. De voorzieningen waren al redelijk goed hier, maar het kan aangenamer. Het is hier vrij donker, er is een te lange ingang. We willen daarom het licht doortrekken naar de foyer door de gang open te breken. De ruimte die daar beschikbaar komt, zal fungeren als een binnentuin, waar exposities kunnen plaatsvinden. Ook de foyer wordt aantrekkelijker, met nieuwe plafonds en nieuwe vloeren.” Jan Wallyn: “De foyer is een heel belangrijke plaats voor de communicatie tussen artiesten. Er zijn hier heel veel projecten die tegelijkertijd plaatsvinden. Een foyer is een ultieme uitvalsbasis om tijdens de pauzes anderen te ontmoeten, zowel professionele kunstenaars als amateurs. Bij beiden hangt veel af van hun netwerk: van daaruit kun je samen nieuwe dingen maken of elkaar helpen.”

NATHALIE DE BOELPAEP:

“We willen zelfs op de hoek van de straat gaan kijken of we talent kunnen scouten”

Getalenteerden dus, in plaats van amateurkunstenaars. De Boelpaep: “Het blijft lastig om de amateurkunsten sexy te maken; in Antwerpen gebruiken ze bijvoorbeeld de term ‘liefhebber’. Ook ‘broedplaats’ wordt nog wel eens gebruikt voor soortgelijke instellingen. De amateurkunstenaar wordt soms ‘vrijetijdsartiest’ genoemd. Maar dat zegt soms niet hoeveel moeite de artiesten erin hebben gestoken. Het imago van de amateurkunstenaar is een belangrijke pijler van ons. Vaak denken mensen: het zijn maar amateurkunstenaars. Dat willen we rechtzetten, want wat hier gemaakt wordt is zeker de moeite. Ik zie heel veel voorstellingen, zowel van amateurs als van professionele kunstenaars en soms denk ik: zet ze in een doos, en je kunt niet zeggen waar het is. Dat kan zelfs op het KunstenfestivaldesArts zijn. Ook de voorstelling van Jan vond ik heel goed. Ik wil maar zeggen: als je het niet weet, dan zie je niet altijd wat het verschil is.”

kunstenaars en amateurkunstenaars? De Boelpaep: “Je hoeft hier geen auditie te doen, geen vooropleiding of cv te laten zien, je kunt hier gewoon komen. Toch betekent dat niet dat kunstenaars niet naar het professionele kunnen doorgroeien. Er zijn zoveel gradaties van kunstenaars, je kunt op zoveel verschillende niveaus kunst maken. De lijn is soms heel dun. Sommigen blijven heel tevreden amateurkunstenaar naast hun professionele bezigheden. Voor anderen is het een tussenstation naar beroepskunstenaar.” Wallyn: “Dat heb ik ook ervaren toen ik hier met mijn dansschool On the Roof een voorstelling heb gemaakt. Ik ben hier als choreograaf binnengekomen, en ben heel goed begeleid door professionele mensen. Zinnema heeft ons bijvoorbeeld geholpen met de zoektocht naar dansers voor de auditie. Ik had nog nooit zo snel kandidaten gevonden. Tijdens de auditie heeft scenograaf Marc Cnops met ons samengewerkt. Het netwerk is de grootste kracht van Zinnema; dat er professionele kunstenaars zijn die nieuwe kunstenaars kunnen helpen.” De Boelpaep: “We zijn meer dan een huis. We zijn ook een werking voor Brussel en de Rand. Het is natuurlijk interessant om hier voorstellingen te maken, te creëren, te experimenteren. Maar niets belet ons om ook projecten op te zetten in het gemeenschapscentrum van Etterbeek, of het Huis van het Nederlands, dat soort dingen. Niet alleen om daar de amateurkunstenaar beter te begeleiden, maar ook om de amateurkunsten te promoten. We hebben bijvoorbeeld al samenwerkingen gehad met het Muntpunt of met de Academie voor Beeldende Kunsten in Anderlecht. Maar ook met de Academie voor Muziek en Woord doen we regelmatig projecten.”

Hoe is de relatie tussen professionele

Wat zijn uw persoonlijke plannen voor

nog niet echt. Promotie is dan ook één van de actiepunten van het nieuwe beleidsplan. We willen daarom vooral een goede aanwezigheidspolitiek voeren. Dat gaan we doen door op grote evenementen aanwezig te zijn en ons daar bekend te maken. Want de mensen moeten niet alleen weten dat we een artistiek huis zijn, maar ook wat we precies doen. Sinds ik hier ben begonnen hebben we bovendien een nieuwe tagline: Open talentenhuis in Brussel.”


BDW 1437 PAGINA 13 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

Jan Wallyn en Nathalie De Boelpaep in Zinnema.

de nieuwe beleidsperiode, meneer Wallyn? Wallyn: “Waar ik graag aan zou willen doorwerken is de communicatie tussen de artiesten. Dat een artiest die een tijdje bij Zinnema is, niet alleen met zijn eigen project bezig is, maar ook heel veel andere projecten leert kennen. Dat is één ding. Daarnaast vind ik de samenwerking met het onderwijs heel belangrijk. Zinnema is al heel goed bezig met het begeleiden van mensen die al artiest zijn, maar we moeten ook nieuwe mensen de kans geven om de kunsten te leren kennen. We zijn nu aan het bespreken wat de mogelijkheden zijn om contact te leggen met de lerarenopleidingen. Ik ben zelf ook leerkracht van opleiding, en ik heb gemerkt dat muzische vorming een belangrijk onderdeel van de lerarenopleiding is. Veel scholen nemen muziek op in het vaste programma. Het zou daarom goed zijn als Zinnema hier een actieve rol in zou kunnen spelen. Daarom is het belangrijk dat de leerkrachten hier over de vloer komen. Zodoende kunnen ze hun prettige en leerrijke ervaring doorgeven.” De Boelpaep: “Daarnaast hebben we nog meer initiatieven in het onderwijs. We hebben bijvoorbeeld mogelijkheden om in de buitenschoolse opvang voor kinderen van zes tot twaalf projecten te organiseren. Het begint echt bij de kinderen. In de kindertijd moet je de creatieve en artistieke interesse aanwakkeren.” Wallyn: “Kinderen verliezen hun spontaniteit vaak, door veel te lezen, door veel te leren. Door te horen hoe ze de dingen moeten doen. Onderwijs is iets prachtigs, maar het kan soms de creativiteit wat beperken. Hier kunnen wij iets bijdragen.”

De Boelpaep: “Ik heb laatst een studie gelezen waarin stond dat mensen meer vrije tijd hebben, maar tegelijkertijd vinden ze het belangrijk om die vrije tijd zo waardevol mogelijk in te vullen. Wat ze doen in hun vrije tijd hoeft niet per se iets op te brengen, maar moet

© IVAN PUT

vrijwilligers, ons gevraagd om als het project rond is artistieke coaching te geven.” “We doen naast zakelijke coaching ook artistieke coaching. De Kleine Academie (theaterschool, red.) volgt hier hun lessen overdag. We hebben één van die studenten gevraagd om

“Onderwijs is een prachtig iets, maar het kan de creativiteit beperken. Daar kunnen wij uitkomst bieden”

wel maatschappelijk relevant zijn. We willen daarom laten zien dat wat je hier doet, heel veel waarde heeft.” Kunnen jullie iets vertellen over de programmatie tijdens de beleidsperiode 2014-2019? De Boelpaep: “Diversiteit vinden we altijd heel belangrijk. Er is bijvoorbeeld een jeugdwerking in Alsemberg, Partage en couleur (vzw die zich inzet voor de strijd tegen sociale en culturele ongelijkheid, red.), die werkt met kinderen van vooral niet-Nederlandstalige afkomst. Ze willen graag een artistiek project opzetten en hebben onze hulp ingeschakeld. Dus wij helpen ze met het opstellen van een subsidiedossier. We kunnen geen garantie geven dat ze die subsidies ook krijgen, maar wel helpen door de bomen het bos te zien. Daarnaast heeft de groep, die bestaat uit

artistieke coaching te geven aan de jongeren van Partage en couleur. Dus dan zie je hoe we met Zinnema de link kunnen zijn tussen twee groepen mensen. Het gaat vaak om jongeren of kinderen met een moeilijke achtergrond, die zich wel voor 101 procent willen inzetten voor het project.” Wordt het programma dan volledig bepaald door de artiesten die Zinnema benaderen? De Boelpaep: “Ja, de artistieke programmatie moet echt van onderaf komen, dat is wat ze de bottom-up approach noemen. Om ook de kunstenaars aan te trekken die ons iets minder makkelijk kunnen vinden, willen we in de toekomst actief op zoek gaan. We gaan bijvoorbeeld op festivals scouten, maar we gaan ook gewoon hier om de hoek kijken. Als er een groepje jongeren aan het dansen is, kunnen

we ze vragen of ze een keer een dansvoorstelling bij ons willen maken. Maar er komen ook voldoende artiesten bij ons aankloppen. Soms is de vraag groter dan we aankunnen. Maar dan proberen we toch nog iets voor de artiesten te doen. We zullen niet gauw zeggen: het past niet, maar verwijzen de artiesten door naar een ander huis of laten ze in een ander seizoen terugkomen. Ook willen we meer natrajecten gaan aanbieden, zodat de artiesten na een project niet verweesd rondlopen, maar een vervolgtraject op maat krijgen.” Is het niet jammer dat jullie niet, bijvoorbeeld, naast Muntpunt zitten? Voor de sfeer, de zichtbaarheid en de bereikbaarheid? De Boelpaep: “Ik heb me dat ook vaak afgevraagd. Uiteindelijke is de fysieke afstand niet ver; ik woon zelf in hartje Brussel en ik ben hier op vijftien minuten tijd, maar de mentale afstand is toch een ander verhaal. Anderlecht klinkt voor veel mensen ver weg. Daar staat tegenover, dat als we naast het Muntpunt zaten, we misschien een heel ander huis waren. Dan zou die laagdrempeligheid veel minder zijn. We zijn ook goed toegankelijk voor mensen uit de Rand, wat we heel belangrijk vinden. Dat maakt onze positie wel weer heel interessant.” Jasmijn Post Zinnema gaat na de zomerstop weer open op 17 augustus. Vanaf begin september zijn er voorstellingen te zien. Ook kun je zelf deelnemen aan creaties, workshops en debatten. Voor meer info: www.zinnema.be


BDW 1437 PAGINA 14 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

OP VADROUILLE MET NICK TRACHET MET DE TREIN NAAR DENDERLEEUW

Gemeente van vijf perrons en negen sporen E

Tussen spoor- en snelweg Denderleeuw heeft ook nog een echte stationsbuurt met enkele cafeetjes en restaurantjes. We lopen even ‘terug’ richting Brussel langs de berm. ‘t Kasteeltje, met gemeentelijke speelvelden errond, trekt onze aandacht. Voor de liefhebbers begint hier een wandeling langs de Wellemeersen (11 kilometer, afkorting mogelijk op 7 kilometer), “het laatste intacte overstromingsgebied van de Dender” tussen spoorlijnen en snelwegen. Moerasplanten en waterdieren: iets voor vroege vogels. Wat verder loopt een straat onder de

sporen door naar het ‘centrum’. Dit is de Guido Gezellestraat, afgelijnd met huisjes van na de laatste oorlog. Na 700 meter komen we aan het dorpsplein. Het is een ruim plein met enkele grote terrassen, gedomineerd door de zware toren van de Sint-Amanduskerk. Het ziet er op het eerste gezicht erg oud uit, de toren zelfs Romaans, maar dan lees ik in de Gids voor Vlaanderen (VAB) dat de torenspits dateert uit 1942-43! Binnengaan is buiten de diensten niet mogelijk. Er staat bij de deur dat dit een “vleermuisvriendelijk object” is. Vadrouillevriendelijk dan weer niet.

Dender Als het mooi weer is, hoort u nu al het geluid van spelende kinderen. De kasseiweg links van de kerk leidt langs de oude pastorij naar het Hof ter Leeuwe, een sympathieke speeltuin met plodderbad, er is een cafetaria voor de kinderen boven de twaalf jaar. Aan de andere kant zien we nu de Dender. Het water stinkt niet meer en het toerisme begint zich te ontwikkelen langs het jaagpad. Er is hier een fiets- en wandelaarsbrug met een perspectief van spoorweg en autobruggen in de verte. Aan de overkant ligt, voorbij de weiden, Liedekerke, het dorp der messentrekkers. Ooit was dit riviertje een heuse staatsgrens toen de graaf van Vlaanderen het land tussen Schelde en Dender had verworven. Denderleeuw lag in (Rijks-) Vlaanderen, Liedekerke in Brabant.

Het water van de Dender stinkt niet meer, en de sluizen worden bediend door sluiswachter Roger. Stilaan ontwikkelt het toerisme zich dan ook langs het jaagpad.

In de hoogzomer is een spoorwegberm best mooi om langs te wandelen. Ik zie klis, boerenwormkruid en moerasspirea bloeien

© SASKIA VANDERSTICHELE

r is geen plek in België die een betere verbinding heeft met Brussel dan Denderleeuw. Het dorp heeft echt wat met de hoofdstad: hoeveel van de 19.000 Denderleeuwenaars er in Brussel werken, is voer voor antropologen. Ik denk dat overdag zowat de hele bevolking in Brussel zit. Is er één koffiedame in een ministerie die niét dagelijks van Denderleeuw komt gespoord? Ik heb mij lang afgevraagd of er een Denderlandse maffia bestaat die in Brussel de koffiedistributie in handen heeft. De website van de gemeente meldt met fierheid: “Geen enkele andere gemeente heeft zoveel kilometer spoor per vierkante kilometer.” De NMBS schrijft dat het station van Denderleeuw het tweede belangrijkste is van Oost-Vlaanderen, na Gent-Sint-Pieters, maar voor Aalst. Met de IR naar Gent vanuit het Zuidstation staan we er in negentien minuten, maar het kan ook met de boemeltrein via Bockstael en Jette, dan doen we er tien minuten langer over. En dan stappen we uit op een van de vijf perrons tussen de negen sporen van het dorp. Een voetgangerstunnel brengt ons aan het stationsgebouw. Dat is prachtig. Het werd gebouwd in 1962 in een moderne stijl die ergens iets aan Le Corbusier dankt. Het is een eenvoudig bouwwerk, maar stijlvol en goed bewaard in zijn oorspronkelijke kleuren en lichtheid. Je waant jezelf even terug in the sixties, al is de buvette er nu vervangen door de obligate Panos. Ik hoop dat deze parel van een station beschermd is?

© SASKIA VANDERSTICHELE

DENDERLEEUW – Die van Denderleeuw komen dagelijks massaal naar Brussel, als Brusselaar kunnen we ook eens wat terug doen, niet? Op vadrouille gaan, bijvoorbeeld.

Terugwaarts Terug naar het plein, de terrassen beginnen nu wel erg te lokken. Ik ga binnen bij De Vrede en ontdek tot mijn grote vreugde dat ze hier Orvalambassadeur zijn. Er is zelfs keuze tussen Orval van verschillende ouderdom, maar de rest van de kaart oogt ook fraai, met een grote keuze van onder andere 75 cl-flessen. Het café telt heel wat oude reclameborden en meubels. Het blijkt vooral een plek voor fietstoeristen. Via de Fonteinstraat neem ik de Kiekenbroekstraat rechtsaf en weer onder de spoorwegberm door. Ik volg de berm links, voor het voetbalveld. Nu in de hoogzomer is een spoorwegberm best mooi om langs te

Het stationsgebouw is prachtig: het werd gebouwd in 1962 in een moderne stijl die ergens iets aan Le Corbusier dankt.

wandelen. Ik zie klis, boerenwormkruid en moerasspirea bloeien, het zit vol sprinkhanen en daarboven

staat zowaar een appelboom vol wassend fruit. Waar de weg afdraait naar rechts,

kunnen we met een sprongetje rechtdoor, over een gemaaid open veld, naar het station dat weer opdoemt in de verte. Links is er verkeer dat van de autosnelweg komt, voorbij de beruchte/beroemde fabriek van Rendac, het vilbeluik van Vlaanderen. Wat ze daar doen, wordt op hun website zo verwoord: “De kernactiviteit van het bedrijf ligt in de innovatieve en duurzame verwerking van specifieke organische reststromen en dierlijke bijproducten met het doel om hieraan toegevoegde waarde te geven.” Zij verwerken slachtafval, dode landbouw- en huisdieren. Vroeger was de stank van het bedrijf waarneembaar tot in Lede voorbij Aalst (14 kilometer) als de wind juist zat. Vandaag ligt Rendac er frisgewassen bij, maar het omzetten van - pakweg - dode paarden in zeep en pillen, gaat nog steeds door. Een duurzame en tegelijk oeroude activiteit. En dan zijn we weer bij de negen sporen en vijf perrons, tijd om terug naar Brussel te keren. In Denderleeuw kan men zowaar meer dan een dag op vakantie gaan! Nick Trachet De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ opvadrouille


BDW 1437 PAGINA 15 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

© GUY FOCANT

Guy Focant biedt ons een blik achter de schermen van de archeoloog.

Expo > Archeologen, bijen en dinosauriërs

Nick Trachet

De archeoloog in beeld ETTERBEEK – De buitenexpo Archeologie in al zijn aspecten moet het beroep van archeoloog wat afstoffen. Tot 17 september is de Esplanade van het Museum voor Natuurwetenschappen daarom het podium voor een fototentoonstelling die het veelzijdige beroep van archeoloog belicht.

Ook voor kinderen heeft het museum iets nieuws: er zijn twee speurtochten uitgezet. Aan de hand van een geïllustreerde vragenlijst moeten de kinderen antwoorden zoeken in de museumzalen. Er is één parcours uitgestippeld rondom bijen en één rondom dinosauriërs.

Met zijn foto’s toont Guy Focant, fotograaf van de dienst Erfgoed van de Waalse Overheid, een kijkje achter de schermen van de archeoloog. Hij belicht archeologie, van topograaf tot ceramoloog, van vondst tot renovatie. Naast de foto’s zijn er ook getuigenissen en interviews te lezen. De tentoonstelling is tweetalig en gratis.

• • • •

Jasmijn Post Archeologie in al zijn aspecten: tot 17 september, gratis. Parcours Toon me je tanden, vanaf 15 juli, gratis. Parcours Bzzzzz, vanaf begin augustus, gratis. Meer info op: www. natuurwetenschappen. be

Spelweekend > Kegelen, party games en ganzenbord

32 uur gezelschapsspelen BRUSSEL/SCHAARBEEK – Spelverslaafden kunnen hun lusten volgend weekeinde 32 uur lang botvieren tussen het Funkey Hotel in Schaarbeek en de Brusselse Parlementsgalerij. In het Warandepark vindt het kampioenschap Mölkky plaats, dat is de Finse variant van kegelen. Het Brussels Games Festival vindt al voor de tweede keer plaats. Het moet de wereld van de spelletjes – in al hun gedaanten – promoten. Een korte blik op het weekeinde van 1516-17 augustus. Op vrijdag 15 augustus vindt in de Parlementsgalerij een tweedehands spelletjesbeurs plaats voor particulieren en handelaars. Zaterdag en zondag is er 32 uur nonstop animatie en speelvertier. In de

Onderwijsstraat kunnen nieuwsgierigen zich zaterdag tussen 10 uur en 18 uur laten inwijden in de nieuwste spelen of de strijd aangaan met de grote klassiekers. Er zijn ook ludotheken en creatieve organisaties ter plekke. In de parlementsgalerij stellen zich ondertussen debutanten en gevorderden in het ontwerpen van spelletjes voor.

Ontbijt Het weekend wordt afgesloten in Outpost, Table Food & Games en Funkey Hotel waar u van zaterdagavond 18 uur tot zondagochtend terecht kunt. Funkey Hotel serveert een ontbijt. DV Meer info op www.brusselsgamesfestival.be

BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT

Boniet Nu en dan ligt er in de viswinkel minitonijn, veel minder duur dan de grote tonijnen, maar daarom niet minder lekker. De familie van de makrelen, de Scombridae, telt wel vijftig verschillende soorten vissen. Daarin zit de bescheiden makreel, maar ook de veelbesproken en met uitsterven bedreigde zuidelijke blauwe tonijn, Thunnus Maccoyii, die - toepasselijk - ten zuiden van de evenaar leeft. Met de Europese (noordelijke) blauwe tonijn (Thunnus thynnus) gaat het langzaam de betere kant op, zeker sinds Europa besliste om enkel nog wetenschappelijke data te gebruiken bij het visserijbeheer van alle Europese wateren. Maar er is dus veel meer keuze dan die twee. Een groep kleinere tonijnen wordt in het Nederlands aangeduid met de naam boniet, bonieter of bonito. Opgelet! Zoals zo vaak willen dezelfde namen in verschillende talen wel eens iets anders zeggen. In Spanje is de bonito del norte een begrip, maar dat is daar een échte tonijn (Thunnus alalunga) die de Fransen le thon blanc of germon noemen. De bonieten, zoals ik ze hier noem, behoren tot een aantal biologische geslachten, zoals Euthynnus of Auxis. Die op de foto is Sarda sarda, de - zeg maar - dagdagelijkse Europese boniet. Wij kennen bonieten beter dan we denken, want ‘s werelds meest voorkomende tonijn in blik is eigenlijk ook een boniet: de skipjack (Katsuwonus pelamis, de Fransen schrijven ‘thon Listao’ op het blikje). De Amerikanen eten bijna geen andere en de Yanks zijn niet toevallig de grootste tonijnbliketers ter wereld. Nu ben ik de eventuele status van overbevissing voor deze bonietsoorten gaan opzoeken in de IUCN Rode Lijst (2014.1). Ze staan duidelijk ingeschreven als “least concern”, wat betekent dat er geen enkel probleem is met de bestanden van deze soorten. Eet ze dus zonder wroeging! Ik ga nooit actief op zoek naar zo’n vis. Maar als hij toevallig in de winkel ligt, dan gaan bij mij de lichtjes aan. Ik telefoneer naar het hoofdkwartier thuis of er nog wasabipoeder in de kast staat, of er nog sojasaus is en dan gaan we de vis van dichtbij inspecteren. Ziet hij er springlevend uit, is het oog helder en doorzichtig als glas? Ik por hem even in

de flanken. Zijn die hard? Ik praat met de visboer: wanneer kwam de vis binnen, wanneer werd hij gevangen? Waarom ik zo achterdochtig ben? Omdat het nog altijd kan dat er iets mis is met dit pak sashimi in spe. Roofvissen zoals de bonito’s zijn bijzonder energiek en de tonijnachtigen zijn in feite warmbloedige dieren. Niet zoals wij, met een constante 37°C, maar hun lichaamstemperatuur ligt toch altijd boven die van het omringende water. Zeker als ze zich inspannen (zoals bij het jagen) gaat hun temperatuur omhoog. Het is dan ook uiterst belangrijk dat de vis snel gekoeld wordt na de vangst. En mediterrane vissen worden doorgaans niet gestript bij de vangst. Als de dieren aan het jagen zijn, is hun verteringssysteem al op volle toeren aan het draaien, enzymen en maagsappen worden in grote volumes aangemaakt. Wij zouden zeggen: “Het water loopt hen in de mond.” Wanneer ze in volle elan worden gevangen en gedood, stopt die spijsvertering niet meteen en daar zit het culinaire gevaar. De vis gaat zijn eigen vlees verteren. Bij haringen vinden we dat lekker, die heten dan ‘gerijpte maatjes’. Dat kan nog, maar alle andere vis willen we liever zelf verteren! Van buiten ziet zo’n vis er vaak nog heerlijk uit, maar de binnenkant is (in het slechtste geval) omgezet in een soort mousse die helemaal niet aangenaam ruikt en ook niet lekker smaakt. Juk. Avondmaal verknald. Rotspijtig, waar is de tonijn in blik? En daarom moeten we voorzichtig kiezen. Maar als het meevalt... Ik bemachtigde een jaar geleden een buitengewoon exemplaar. “Vergeet vooral de lever niet te eten,” zei de Marokkaanse visboer. Hij bleek groot gelijk te hebben. Het voorste stuk van de vis werd in rauwe reepjes gesneden, de lever ook, de saus ernaast en genieten. Zorg ervoor dat de vis niet te koud is, dan pas ontwikkelen zich de smaken volledig. Ho, en in de Sea Grill hakken ze voor de lunch rauw tonijnvlees tot americain en serveren er frieten bij. Een culinair grapje van de chef. De achterkant van de boniet ging in ronde schijven, moten heetten die vroeger, maar niemand koopt er nog, we leven tegenwoordig onder een ‘filetdicta-

Als de vissen aan het jagen zijn, draait hun verteringssysteem op volle toeren. Wanneer ze in volle elan worden gevangen en gedood, stopt die spijsvertering niet meteen en daar zit het culinaire gevaar. tuur’. Dus doe ik het zelf maar. Ook hier moet de vis helemaal op kamertemperatuur zijn. Dan de moten snel bakken in een hete antikleefpan, met een likje olie en eventueel een streepje dikke sojasaus erover. Peper, geen zout, want dat komt van de sojasaus. Op de barbecue kan het ook, uiteraard. Citroentje erbij. Nu is het essentieel dat deze vis niet volledig gaart, hij moet nog royaal rosé zijn vanbinnen, want éénmaal zo’n boniet doorbakken is, lijkt hij gewoon op tonijn uit blik: droog, neutraal en uiteenvallend in schellen: snackbarvoedsel dat smacht om mayonaise. Verse boniet/tonijn is beter waard, die smaakt naar ijzer. Wie moet er nog op reis naar verre oorden? Hier is dat feestje. Smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet


BDW 1437 PAGINA 16 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

DE LAUREATEN VAN DE BDW-VERHALENWEDSTRIJD

Cinema Muet Vierde plaats: Kim Vanderpoorten ILLUSTRATIE: BRAM ALGOED

Ze is de ogen van een spionne, het lijf van actrices, zij is Franse sixties, seks en jeugd in een strakke jeans, en we praten één, twee, honderduit. Want zij is ook Lilli, de zus van haar broer en ik ben de broer van mijn broer. Onze broers zijn stamgasten en voetballen zalen onveilig in naam van dit etablissement waar wij beiden bij toeval zijn aangewaaid. We wonen in de stadsrand, moeten viermaal overstappen en half zo veel vervoersbewijzen gebruiken om hier te raken. Maar die dag keken we elkaar in de ogen en vonden we dat niet erg. Want hier in dit café, dat tussen twee faillissementen door een aantal jaren het centrum van Brussel deed schitteren als was het een extra bol van het Atomium, hier in de Monk waren we een ogenblik een tijdloos tafeltje voor ons twee, praatten we elkaar de kleren van het lijf, knaagden we onze schoenen en drukten we uren aan een stuk elkaars adem terwijl onze broers het druk gebarend op een zuipen hadden gezet en er achteraan de zaak een pensenkermis en stoempfestijn losbarstte, terwijl de toeristen aan Manneken Pis foto’s trokken en schaapachtig lachten, terwijl de bronzen deuren van de Sainte Marie voorgoed in het slot vielen, terwijl de zwervers aan de GB een sigaret deelden, terwijl een oud ketje van tafel viel in de Laboureur, terwijl een hond tegen een paal piste in de Essegemstraat, terwijl er een trein tien minuten stilstond tussen de Midi en de Central, terwijl drukten we goesting uit, in lijf en elkaars adem. En je kraakte de plankenvloer, ging me vooraf. In het zolderkamertje boven het café waar het

© SASKIA VANDERSTICHELE

Hier was het. Hier waren we, hier in dit café in Brussel waar alle Vlamingen zo trots belijden dat ze Brusselaar zijn en men elkaar te pas en te onpas tutoyeert en schouderklopjes geeft wijl de matroos achter de toog iedere knappe man of vrouw kushandjes wuift. We zijn opnieuw die eerste jaren van deze eeuw en we zijn aan elkaar voorgesteld, wisselen prille, schampere blikken, stamelen zinnen en guitige schaterlachjes.

rumoer van beneden ophield te bestaan. Waar daglicht een herinnering was. Donker vulde deze gelagzaal. Houten opklapstoelen lagen gestapeld in de schemer, schaduwden de kamer boosaardig. Het duurde een eeuwigheid en drie dagen de muur aftasten tot ik de schakelaar vond en de kamer spaarlampengezapig tot leven kwam. Aan de muren: houtskoolkladder en teksten van Boon over het Brussel van net na de oorlog. Een paar zinnen volstaan, vloeken na uit de dood en de sukkelaars zijn gebleven, krabben hun munten, drinken een pint, kijken naar de duiven in de lucht, er fladdert er ene flipflap tot hoog in de nok van het Justitiepaleis dat tegenwoordig ingevet het kroontje blinkt, en terwijl die duif met pikzwarte oogskes de stad overkijkt, schijt hij ongemoeid de dakgoot wit. Deze stad is er in zestig en meer jaar tijd niet veel anders op geworden, een hoog gebouw erbij hier en daar, en wat meer Franstalige praat op de affiches. Zelfde muur: volgend blad, volgende stap. We slijpen de stenen, de gladde kasseien, de ruelles en de boulevards, we dansen mee met de toeristen, eten een wafel, bloemsuiker op jouw kaakjes. Aan de binnenring blaft een heer, met een dame uit de vorige eeuw, ze krabt de luizen van haar kop en lacht haar tandvlees bloot, hij vraagt hoeveel en zij schrijft in zijn oor een bedrag van vier cijfers en hij roept ‘zoveel?’ en zij zegt ‘maar kussen mag’. En ach: volgend blad, volgende stap. Een rijk van lichten in een ondergronds museum, blauwe zeedijklucht en bijna iedereen slurpt met een rietje cocktails. Maar niet de venten met hun pamperdozen, die de bijna winter vrezen, niet de klootzakken met hun zakjes verdriet, die ze met de glimlach verkwanselen aan gastjes die vorig jaar nog kinderen waren. En niet Boudewijn in zijn paleis want die is doodgevallen in Spanje, met een galjoen de Zenne opgevaren en vervolgens begraven in een kerk met een kapel en een klepel in de koepel. En ach, ik ben een plot loos, Lilli, een schoenendoos waar het nog naar leder ruikt,

‘Vaak geschreven, nooit gepubliceerd’ Kim Vanderpoorten (35) is mobiliteitscoördinator bij Familiehulp in de Brusselse Koningsstraat. Hij woont in Liedekerke maar heeft tien jaar in Gent gewoond waar hij Politieke Wetenschappen studeerde. Hij schreef zijn scriptie over de vaste boekenprijs in Europa. Het is onze boekhouder Manu die Kim aanporde om aan onze verhalenwedstrijd deel te nemen, maar hij herinnerde zich de wedstrijd pas daags voor de deadline. Hij zocht drie oude teksten bij elkaar, googelde wat over Brussel en café De Monk en klom in zijn pen. Het schrijven duurde anderhalf uur. Twee moorden dienden als inspiratie, de moord op een jonge vrouw in Sint-Agatha-Berchem vele jaren geleden en de moord op een doofstomme jongen die bij de voetbalploeg SK Monk had gespeeld eerder dit jaar in Nieuwland. DV

een vrouwenmond op een achtergelaten glas. De duif, die kuist haar gat en fladdert op, vliegt naar beneden, over de hoofden van de sukkelaars die zijn gebleven, die deze stad een halve eeuw hebben bewoond, om er neer te zijgen en een paar kruimeltjes te pikken op het Katelijneplein. Alleen met Boon in Brussel stierven we blad na blad. Niemand kent er ons, kocht ons chrysanten, niet één deed een kruisteken kop, borst, schouders, om een negentien zesenveertig dat we een half uur hebben gedeeld tot de mollige dienster van het café beneden ons wakker kneep. Waarna ik in een zakdoek snoot en ik definitief het licht uitdeed, en ik meer macho dan gemeend een hand om Lilli’s schouder smeet. Zes strijkkwartetten zocht ik te horen en zij bleek een gehandicapte piano tekeergaand maar niettemin fortissimo vroeg ze daarre-mij-fa-si-do of ze me haar borsten mocht tonen, ik was een lieve vent gevangen en ik schreef haar een bierviltje beloftes en keek zoek. De rust was slechts uitstel tussen twee helften. Op het grote scherm achteraan knalden elf mauves de ene bal na de andere in het zijnet. Het deerde niet. In het Kapiteintje waar we het rumoer en onze broers meden, kneep ik je billen en grepen onze handen middel. We bleven zitten tot in de 64ste minuut Koller scoorde en een drietal stamgasten het café doofstom toeterde. We vluchtten verder weg naar plekjes waar geen Brusselaar komt en waar het vol toeristen loopt. Aan SintGoedele zaten we op de trappen. Je fluisterde stranden vol schelpen en ik greep je mond, zacht en hard. Langsheen de duinen van je lijf verdween ik. Terwijl we tijdloze karakters waren, verweerd gebeiteld aan de gevel, door zuren en koolstoffen aangetast, een Aziaat ons uit de droom ontsloeg en uit het ongerijmde en in een variant van Engels vroeg of we hem wilden vereeuwi-


Š BRAM ALGOED

gen. Een sluitertijd waren we gelukkig. We drentelden verder, in het Brussel van overal lichtjes, drukke kantooruren en verlaten avonden. Aan de onbekende soldaat lieten we onze jeans, zochten we tussen schemer en vlammen verlossing. Boven ons hing het halve stratenplan, elke hoek en plein met naam en faam van de stad gesneuveld, en schielijk voor ons gevochten, om nooit te vergeten. We leden elkaars warmte. We stokten, we stampten, we sneuvelden. De nacht was nog jong. Wij waren nog jong. We hadden nog alle tijd en kansen. Je vroeg of ik nog een zakdoek op zak had. We namen de Wattman richting Brugmann. Ergens onderweg duwde je me naar buiten. In een stukje Jette dat me onbekend was, eindigden we onze nacht. Je rammelde het hekken, in een verte flakkerden kaarsjes tevoorschijn. We naderden de rots. Een gloed van kaarslicht, kitsch en neon. Onze gezichten waren kampvuren. We gingen op de bankjes zitten. Je toonde me jouw mooiste plekje Brussel, vroeg me goed te luisteren en ik hoorde geen stad meer, ik hoorde helemaal niks. Ik zag alleen jou. 2014. Nacht. Jette. Het perron is verlaten.

De laatste treinen zijn vertrokken. De slagbomen wiegen mee met de wind. Snotterlucht kleeft aan handen en gezicht. Er hangt een reclamebord boven mijn hoofd, een kind lacht tandjeswit in de lens. De signalisatielampen stikstoffen de vochtige lucht tot een roze deken. Iets verderop leven neonlichten van groezelige nachtwinkels en levenloze wasserettes. Alle bussen en trams staan roest geparkeerd. Een man met een bolhoed loopt uit beeld, zijn mond brandt sigaar. De hemel voorspelt weinig goeds, watermannen en de grote beer klauwt een vliegtuig. Deze ochtend was je nog een meisje dat naast me zat, of een vrouw, met piercings, metaal dat door lippen drong, een bloemenjurk van anjers of gladiolen, ik ben geen tuinder. Overdreven schmink had je een junkieposter kunnen doen sieren. Je vroeg me of deze trein stopte, maar het was te laat, schoten vielen we neer. Als door moffen getroffen een oorlog eens te meer, en ik verzekerde je dat alles goed zou komen, de treinen zullen tot stilte komen, de deuren krijgen we middels gemorrel open. Het perron telt kogelgaten. Graffiti van talentloze loodgieters en amechtige schrijnwerkers maant ons aan tot verzet, maar dit Jette is koud geraakt. De laatste treinen zijn vertrokken. Ik wacht tot de regen me verzuipt en tot de vledermuizen uit hun spelonken komen

gekropen. Ik wacht tot de laatste nachtwinkels hun deuren dichtspijkeren en de eerste bakkers hun degen rollen. Ik wacht, tot een verdwaalde kogel deze nacht voorgoed smoort als Jack the Ripper zijn grauwe Londen, en ik wacht. Ik wacht vergeefs op Lilli. Met de jaren die al te snel zijn verstreken, lees

ik vandaag de krant en lees ik jouw naam als de naam van jouw broer. Het scherm van Ledoux rolt blank. Jouw hemel is Jette, onze nacht op de bankjes, volmaakte stilte.

Opgedragen aan een onbekende soldaat en buurman.

Dertiger die buurman doodde met tientallen messteken blijft aangehouden (BELGA) De 34-jarige man die begin vorige week zijn buurman doodde met tientallen messteken, blijft aangehouden. Dat heeft de Brusselse raadkamer woensdagavond beslist, meldt het Brusselse parket. Uit de autopsie is gebleken dat het slachtoffer geen 60 messteken opliep, zoals eerst was gemeld, maar 102. Het motief voor de feiten blijft voorlopig onduidelijk, maar mogelijk ligt een eerder conflict met zijn doofstomme buurman aan de oorsprong. De dader, de 34-jarige Ibrahim O., zou recent zijn partner verloren hebben en zou sindsdien in een spiraal van alcohol en drugs terechtgekomen zijn. In de nacht van maandag 10 op

dinsdag 11 februari kreeg hij het aan de stok met zijn buurman, op de derde verdieping van hun appartementsgebouw in Nieuwland. Maandagavond zou Ibrahim de man met twee messen aangevallen en omgebracht hebben. Het slachtoffer liep in totaal 102 verwondingen op. Nog dezelfde nacht belde hij een vriendin en zei dat hij iemand om het leven had gebracht en dat ze zeker de politie niet mocht verwittigen. Vrijdag belde de man dan zelf met zijn sociaal assistente en bekende de feiten. De sociaal assistente verwittigde de politie en toen die poolshoogte ging nemen, trof ze het bloedbad aan.


BDW 1437 PAGINA 18 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

© AN DEVROE

Herbronnen in Brussel > Deel 2

Bron van leventjes BRUSSEL - In Ukkel, Oudergem en JetteGanshoren is er nog veel water en dat geeft een bronnenweelde. Mens en dier laven er zich sinds eeuwen, maar om ze vandaag te vinden moet je er soms al eeuwen wonen.

© AN DEVROE

Daarom neemt Ukkelaar Leo Camerlynck ons mee naar de bron van de Groelstbeek. Eerst moeten we aan de Horzel (‘drassig’)/Bourdon langs de blootgelegde Geleytsbeek, waarop de Groelstbeek en de Kinsenbeek, echte bosbeken met bronnen in het natuurgebied KinsendaelKriekenput, werden aangesloten. “Er zouden weer vier soorten snoek en de vlokreeft in de Geleytsbeek gedijen, ik vraag mij af hoe die daar geraken. Het is de langste waterloop van Ukkel en hij ontspringt in Diesdelle. Op het schilderij Het feest aan de Diesdelle in aanwezigheid van de aartshertogen Albrecht en Isabella is de bron van de Geleytsbeek te zien: een vijver. Die vijver werd in de negentiende eeuw gedicht, maar de bron ontspringt nog op privégrond in de buurt van de Eiken- en de Gendarmenlaan.” De KMSK bewaren het schilderij van Denijs Van Alsloot (ca. 1570-1625/26) dat via hun website te bezichtigen is. Even verderop in het moerassige bos van de Kinsendael tussen de Engelandstraat en de Rietstraat wandelen we langs een waterloopje, de Groelstbeek. Bij een vertakking splitst de Groelstbeek in de Kinsenbeek en de Groelst en als we over de Borreweg stappen, gutst het water heerlijk uit de bron van de Groelst ofte ‘zuiver water’. In de De Frélaan verraadt de residentie La Source nog een andere bron. Ter hoogte van de Russische ambassade kan je een trapje afdalen naar de bron van de Ukkelbeek. Ze ontspringt aan een paal die zich vroeger op de Grote Markt bevond en die oud-burgemeester van Ukkel François de Thysebaert in 1833 naar zijn domein Zeecrabbe liet overbrengen. In de jaren 1970 kwam er door de verstedelijking en bodemvervuiling door afvalstoffen van het ziekenhuis Les Deux Alices op de Groeselenberg een eind aan eeuwen drinkwatervoorziening. De vallei van de Ukkelbeek snijdt diep in de kuiten van de vrouw die langs de Bronweg op de Groeselenberg bovenkomt, de taart die aan haar hand bengelt zal smaken.

Natuurlijke fontein

© AN DEVROE

De bron van de Ukkelbeek en Dry Borren en de natuurlijke straal in Oudergem.

Het verhaal van Keizer Karel die zich laaft aan de Keizersbron van het Rood Klooster is nogal bekend, maar wie weet dat er nu een broedende ijsvogel hetzelfde doet? Ook de Bosgeestbron voedt de vijvers van het Rood Klooster. Sinds 1936 staat hier een bronzen beeld van de schilder René Stevens, die in 1909 De Liga van de vrienden van het Zoniënwoud oprichtte. Daarom kreeg hij de bijnaam Le Sylvain, naar een antieke bosgod. “Nu wordt ze ook de Stevensbron genoemd,” zegt Oudergemnaar Louis Schreyers: “Hij was als een van de eersten geïnteresseerd in boslandschappen en dat maakt hem een soort voorloper van de groenen.” Schreyers wijst ons ook op de gerestaureerde fontein op de grote binnenplaats van het Rood Klooster: “De straal ontstaat natuurlijk, want de bron in het bos is hoger gelegen.” Zijn dorpsgenote Dora De Haeck vertelt hierover een anekdote: “De laatste boerenfamilie zou van deze bron hebben gedronken, de boer zelf werd 95 jaar, en het water was zo koud dat ze het konden gebruiken om de melk van hun koeien koel te houden.” Ze leiden ons naar de bronnen van Dry Borren of Drie Fonteinen, het jachtslot van de hertogen van Brabant uit de veertiende eeuw. Enkel het

woongedeelte is overgebleven en in de gevel is het zogenaamde stroperspoortje te zien uit de tijd dat de woud- en jachtmeesters er een gevangenis hadden: “Het was er te laag om rechtop te staan, en je stond er met je voeten in de modder, afschrikmiddelen voor stropers en houtdieven.” Drie keer raden waarom het kasteel hier werd ingeplant: het water komt van tussen de wortels van de bomen tevoorschijn, zowaar op drie plaatsen. Het vijvertje op de hoek van de Visserijstraat en de Beaulieulaan voedt de Watermaalbeek, een zijriviertje van de Woluwe. “Waar het water van die bron naartoe liep, was voor ons niet belangrijk. Wij konden daar vroeger gewoon ravotten. Dat was: óns bronneke,” zegt Schreyers. “De boer verjoeg ons steeds weer, en veertig jaar later verneem ik van zijn dochter dat dat hun enige proper water was, wat natuurlijk vertroebelde als kinderen daarin speelden. Maar discussieer eens met rakkers. Sommige van mijn

Onder een vreemd torentje in het Dielegembos zit een bron waarvan de nuntius, de latere paus Leo XIII, nog zou hebben gedronken

vriendjes probeerden er stekelbaarsjes te vissen, wij noemden ze steikelabatjes.” Pierre Van Nieuwenhuysen uit Ganshoren toont ons dan weer waar de bron van de Laarbeek zich situeert. In de Bosstraat in Jette volgen we dit zijbeekje van de Molenbeek een tijdje op de grens met het Vlaamse Gewest, met aan de andere kant het Laarbeekbos. Op een bepaalde plek stroomt er water uit het bos onder het wegje door: de bron(nen) bevinden zich vlakbij, in een omheinde zone omdat (brom) fietsers er voor erosiegevaar zorgden. Van Nieuwenhuysen laat ons ook nog een vreemd torentje in het Dielegembos zien. De Moeders van het Jetse Heilig Hart plaatsten hier een betonnen koker over een bron waarvan de nuntius, de latere paus Leo XIII, zou gedronken hebben. Als voorzitter van de vzw Graafschap Jette, de heemkundige kring die actief is in heel Noordwest-Brussel, werkt Van Nieuwenhuysen momenteel aan een toponymiewerk over Molenbeek. We mogen al eens proeven van een onuitgegeven Molenbeekse borre: “Eksterenborre: de ekster duidt op een geïsoleerde plek. Vogels vind je vaak in namen van plaatsen waar er geen bewoning was en de natuur vrij spel had, soms gewoon Vogelenzang, waar je dus enkel de vogels kon horen.” En je hartslag, vertragend. An Devroe


BDW 1437 PAGINA 19 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

Artists in residence David Bowie in Warschau

Muziek voor donkere dagen BRUSSEL - Een paar uur in de Poolse hoofdstad volstonden voor David Bowie om een nummer van zes minuten en vierentwintig seconden te maken: ‘Warszawa’. Een uitbundige ode werd het alvast niet. ‘Warszawa’, de openingstrack van de B-kant van David Bowies album Low uit 1977, is geen nummer om vrolijk van te worden. In de tijd dat platen nog in de eerste plaats op vinyl werden uitgebracht, hadden alle albums twee ‘kanten’, en in dit geval was het verschil tussen beide helften van het werkstuk ook goed te horen. Low wordt namelijk pas echt ‘low’ als de eerste tonen van ‘Warszawa’ weerklinken. En met de daaropvolgende nummers ‘Art Decade’, ‘Weeping Wall’ en ‘Subterraneans’ volgt geen opmontering. ‘Warszawa’ is de nog net iets onheilspellender klinkende Poolse naam van de Poolse hoofdstad Warschau, die volgens uiteenlopende legenden afstamt van hetzij twee geliefden, hetzij twee broers, met de namen Wars en Sawa. Dat tweetal zou aan de basis hebben gelegen van de stichting van de stad. Maar daarover gaat het nummer van Bowie geenszins. Hoe komt het lange, bijna integraal instrumentale nummer dan aan die naam? David Bowie, afkomstig uit Londen, was net na zijn vorige plaat Station to Station uit 1976 pas verhuisd uit Los Angeles. Dat deed hij in

hoofdzaak om van zijn cocaïneverslaving af te geraken. Die vervelende periode van afkicken verklaart deels Bowies bedrukte stemming bij de opnames van Low. Voorts wordt Low ook beschouwd als de eerste plaat van Bowies Berlijnse trilogie, waartoe ook de volgende albums Heroes en Lodger behoren. Bowie verbleef voor de opname van Low inderdaad al

regelmatig in het toenmalige West-Berlijn, onder andere in het gezelschap van Iggy Pop. Toch is Low alleen gemixt in Berlijn. De opnames hadden plaats in de buurt van... Parijs. Meer bepaald in de studio van het Château d’Hérouville waar in de jaren 1970 tal van platen werden opgenomen. Dat kasteel, dat momenteel trouwens te koop staat, was volgens latere getuigenissen van Bowie ook al niet van die aard om een mens op te beuren. Bowie durfde er niet in de master bedroom slapen omdat die een duistere hoek had die al het licht in de kamer opslorpte. Zwarte gedachten genoeg dus. Maar wat het nummer ‘Warszawa’ betreft, was het volgens de overlevering wel degelijk een kort bezoekje aan de Poolse hoofdstad dat Bowie inspireerde. Tijdens een treinrit in 1976 van Zurich naar Moskou zouden Iggy Pop en Bowie even in Warschau gestopt zijn. Als het over die trip gaat heeft Iggy Pop-biograaf Paul Trynkas het over de kogelgaten en de bomkraters die nog steeds getuigden van WOII, en over een arbeider die met de hand kolen lost uit een goederentrein in het station van Warschau. Op het Wilsonplein in Warschau, dat toen nog het Parijse Communeplein heette, zou David Bowie in een platenzaak een paar platen hebben gekocht van de Poolse, eigenlijk Silezische, folkgroep ląsk. De muziek van dat koor liet Bowie

horen aan Brian Eno, die het grootse deel van de tweede helft van Low mee componeerde en producete (Tony Visconti nam vooral het eerste deel voor zijn rekening). Ook de schaarse tekstflarden die Bowie in ‘Warszawa’ zingt kunnen daarop worden teruggevoerd. Bowie zingt in het nummer geen Pools of Silezisch, maar een qua klank zorgvuldig geconstrueerde taal die een beetje Zuid-, Oost-, of paneuropees klinkt. Daarbij componeerde Eno (grotendeels in afwezigheid van Bowie, die in Parijs een rechtszaak uitvocht met zijn exmanager) de muziek met een keure aan synthesizers en op basis van het genereren van toevallige akkoorden. Het resultaat klinkt als een even sinistere als synthetische soundtrack voor een periode en een plaats waar je vandaag niet meer naar terug wil. De Poolse hoofdstad was voor het Westen in 1977 natuurlijk nog altijd in hoofdzaak de stad van de pogroms en de destructie tijdens de Tweede Wereldoorlog en van het Warschaupact als exponent van de Koude Oorlog nadien. Het is ook geen toeval dat de Manchesterband Joy Division zichzelf vlak voor haar eerste optreden op 29 mei 1977 aanvankelijk ‘Warsaw’ noemde. Frontman Ian Curtis, ook al geen lachebekje, wilde er zijn fascinatie voor het nummer van Bowie mee uitdrukken. Maar geen enkele stad verdient zo’n depressieve hymne. Ook al klinkt het Engelse woord voor ‘oorlog’ er zo nadrukkelijk in door. En hoewel de onheilspellende sound van het nummer je een eindje kan achtervolgen, is het geruststellend dat Bowie, en met hem de muziekscène en de mensheid in het algemeen, nadien toch op een iets positievere noot zijn verdergegaan.

Michaël Bellon

www.brusselnieuws.be/inresidence

ADVERTENTIE

VZW SINT-GOEDELE BRUSSEL ZOEKT:

DIRECTEUR

(M/V)

VOOR HET SINT-JOZEFSCOLLEGE (SECUNDAIR ONDERWIJS) TE SINT-PIETERS-WOLUWE

• • •

• •

•

•

FUNCTIE

PROFIEL

De directeur:

De directeur beschikt over volgende kwaliteiten:

leidt de school in de geest van het pedagogisch project; is verantwoordelijk voor het algemeen beleid van de school; staat open voor communicatie zowel met leerkrachten, als met leerlingen en ouders; voert een transparant beleid en besteedt tijd en aandacht aan de participatie van alle interne en externe partners; werkt collegiaal samen met de directeur van de lagere school; werkt constructief samen met de directeurs van de andere scholen van de vzw Sint-Goedele Brussel , de directeurs van de scholengemeenschap SintGorik en met de pedagogische begeleidingsdiensten; vertegenwoordigt de school in de interne en externe overlegorganen en houdt zich loyaal aan de visie en de standpunten van het schoolbestuur; verantwoordt het gevoerde beleid t.a.v het schoolbestuur.

•

• • • • • •

• •

is christelijk geïnspireerd in levensvisie en levenshouding en is bereid het christelijk karakter van de school mee gestalte te geven en verder mee uit te bouwen; getuigt van en sterke persoonlijkheid; heeft leidinggevende capaciteiten en een open en vooruitstrevende visie; is bereid zijn deskundigheid te verhogen door zelfstudie en nascholing; kan een team inspireren en de groepsdynamiek voeden en sturen; is sociaal vaardig en luisterbereid, is een goede communicator en bemiddelaar; kan collegiaal en constructief samenwerken, beschikt over de nodige agogische en vergadertechnische vaardigheden; heeft zin voor organisatie en administratie en is vertrouwd met ICT toepassingen; beschikt over de nodige flexibiliteit en wil tijd en energie investeren, ook buiten de schooluren.

Het Sint-Jozefscollege is een christelijke en Nederlandstalige school aan de rand van Brussel met gelijke kansen voor iedereen. Degelijk en dynamisch onderwijs waar vernieuwing en participatie een belangrijke plaats innemen. Het Sint-Jozefscollege maakt sinds 2002 deel uit van de vzw Sint-Goedele Brussel.

TAKENPAKKET Het takenpakket van de directeur, het opvoedingsproject en de functiebeschrijving van leidinggevende kan u op eenvoudig verzoek bekomen bij cristeldemol@sint-goedele.be.

VEREISTEN •

•

beschikken over het vereiste bekwaamheidsbewijs van master (of daarmee gelijkgesteld) en over een bewijs van pedagogische bekwaamheid; bijkomende kwalificaties en/ of bewijzen van nascholing en een ruime onderwijservaring vormen zeker een meerwaarde.

KANDIDAATSTELLING Bent u geïnteresseerd en voldoet u aan de wettelijke voorwaarden dan kan u uw gemotiveerde kandidaatstelling, uw curriculum en uw visie over de rol van directeur ten laatste indienen bij vzw Sint-Goedele Brussel, aan de voorzitter van de Inrichtende Macht, Verheydenstraat 39 te 1070 Anderlecht, cristeldemol@sint-goedele.be. Indien uw kandidatuur door de inrichtende macht weerhouden wordt, zal u tijdig uitgenodigd worden voor een gesprek met de selectiecommissie. De kandidaatstellingen en alle briefwisseling en gesprekken hieromtrent zullen met de nodige discretie behandeld worden.


BDW 1437 PAGINA 20 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

Majd Khalifeh, journalist en documentairemaker

‘Ik heb nog nooit tien jaar in één land gewoond’ BRUSSEL – Kunnen liefde en relaties over etnische of religieuze grenzen heen de wereld redden? Van die vraag lag Majd Khalifeh wakker. Aangezien hij al gelukkig getrouwd is, nam hij zijn vrienddocumentairemaker, single, mee op liefdespad in de Arabische wereld. Ze maakten er een docureeks over, ‘Arabische Liefde’, die halfweg is op Canvas. “Ik krijg constant sms’jes van meisjes die me vragen of Senne nog single is.”

W

e ontmoeten Majd Khalifeh op de VRT-nieuwsdienst, zijn professionele habitat sinds enkele jaren. Terwijl hij me door de gangen van het omroepgebouw leidt op weg naar een rustige plek, wijst hij naar buiten. Na ons gesprek zal hij verslag uitbrengen van een betoging in Brussel van Koerdische Jezidi’s tegen ISIS in Irak, en nieuwe regenbuien kleuren de lucht alweer dreigend donkergrijs: “Ik ben opgegroeid in de Arabische wereld. ‘Bij ons’ is regen iets goeds. Hier werkt dat na een tijdje toch op je gemoed.” We nestelen ons in de rode bankjes aan de rand van de drukke nieuwsvloer. Wat opvalt: Majd legt zijn mobieltje, dat het hele interview in stilte zal flikkeren, buiten zijn gezichtsveld. Eén en al aandacht is hij, net zoals hij dat wellicht ook is bij de mensen die hij zelf interviewt. “Als journalist ben ik geïnteresseerd in het menselijke verhaal. Ik spreek graag rechtstreeks met mensen, eerder dan vanop een afstand over een bepaalde bevolkingsgroep of land. Ik werk graag op de buitenlandredactie, omdat ik dagelijks de kans en de middelen krijg om iets meer te vertellen over de Arabische wereld.” En die wereld kent Majd als zijn broekzak. Hij is geboren in Dubai, opgegroeid in de Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit, Syrië, Jordanië, Tunesië en Libië. De scheiding van zijn ouders en de job van zijn vader brachten Majd tijdens zijn jonge jaren op vele plekken. Hij heeft er een vlekkeloze kennis van verschillende Arabische dialecten aan overgehouden.

Thuis In 1948 ontvluchtten Majds grootouders het toenmalige Palestina vanwege de oorlog en de oprichting van de staat Israël. Tot een jaar geleden was Majd, zoals zovele andere Palestijnen in de diaspora, staatloos; nu heeft hij de Belgische nationaliteit. Hoe dat voelde? “Fantastisch. Voor het eerst in mijn leven had ik een politiek recht. En kon ik gaan stemmen.” Al moet hij zich nog beter inwerken in de Belgische politieke actualiteit, belooft hij zichzelf. Brussel noemt hij sinds twee jaar zijn ‘thuis’. “Ik voel me hier gelukkiger dan tijdens de acht jaar dat ik in Vlaanderen heb gewoond, ook al heb ik daar meer vrienden. Al is mijn gebrekkig Frans hier nog een hinderpaal voor mijn sociaal leven. Gelukkig kan ik de tramchauffeur in het Arabisch aanspreken (lacht).” “Mijn roots liggen in het Midden-Oosten. Ik heb nooit in Palestina gewoond, maar de voorbije drie jaren ben ik er wel geweest,

onder meer om de documentaire Stateless te draaien. Afgezien van het verdriet dat ik voel door het conflict, ben ik er op mijn gemak.” Majd Khalifeh volgt vandaag ook als journalist het conflict Israël-Palestina van nabij. “Ik vind dat niet moeilijk, neen, eerder interessant. Uiteraard is het emotioneel triestig voor mij, en niet enkel tijdens een heropflakkering van het geweld. De recente oorlog in Gaza is bij wijze van spreken maar een ‘conflictje’ in het grotere verhaal. Weet je, ik ben geboren in het lijden van het conflict. Door het conflict ben ik 29 jaar staatloos geweest en had ik bijna geen rechten: politieke noch sociale.” Precies om die reden zocht Majd na zijn middelbaar naar kansen. “Ik kom uit een middenklassengezin. Onderwijs is heilig binnen onze familie. Staatloze Palestijnen krijgen in veel Arabische landen zelden toegang tot publieke scholen of universiteiten. Bovendien wilde ik de legerdienst die Syrië aan Palestijnse vluchtelingen oplegt, ontlopen.” “Aanvankelijk wilde ik naar Amerika, maar dat bleek ver en niet makkelijk te regelen. Vervolgens kreeg ik Scandinavië in mijn vizier. Maar al snel ontdekte ik hoe koud het daar kan zijn. Uiteindelijk werd het België.” Aan de KU Leuven studeerde Majd Arabistiek en Islamkunde. “Ik was al vroeg geïnteresseerd in het Oriëntalisme, wilde over mezelf leren vanuit Europese blik. Het was een verademing om kritisch religie en de islam te bestuderen.”

Journalistiek avontuur Dat hij journalist zou worden, had Majd niet meteen duidelijk voor ogen, ook al haalde hij als zestienjarige al eens zijn pen boven voor een Arabische nieuwssite. “Tijdens mijn universiteitsjaren heb ik voor De vloek van Osama (een programma van Rudi Vranckx, nvdr.) gewerkt. Vertalingen en zo. Daarna had ik het geluk de juiste mensen tegen het lijf te lopen.” Op de VRT maakt Majd nu naar eigen zeggen deel uit van een team ruimdenkende experten over de Arabische wereld. “Het conflict Israël-Palestina vormt een dilemma voor veel nieuwsagentschappen. Wij vergaderen en discussiëren veel. Wanneer weten we of we goed berichten over de kwestie? Als we van beide partijen reacties krijgen. Ook hebben we onze eigen reporters ter plaatse. Ik volg Arabische nieuwskanalen en ik durf te stellen dat wij een beter en genuanceerder journaal maken dan Al Jazeera of Al Arabiya.” “Als nieuwsmaker hoef je helaas de vrede niet te maken. Ik zou dat wel willen, maar wij moeten feiten verslaan. En voorlopig zie ik

Majd Khalifeh: “Ik ondervind geen cultuurshock. Ik voel mij evenzeer op mijn gemak tijdens een topmeeting in de Verenigde Staten als in de woestijn tussen bedoeïenen.”


BDW 1437 PAGINA 21 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

Van romantiek gesproken: waagt alleen een romanticus zich aan een programma over liefde? “Dat moet je aan mijn vrouw vragen. Maar ik denk wel dat ik een romantische ziel ben, net als de gemiddelde Arabier trouwens. De Arabische cultuur is een romantische cultuur. Op wel honderd verschillende manieren kan je iemand jouw liefde verklaren. Je zegt tegen een vrouw niet zomaar: ‘Ik hou van jou’. Je zegt: ‘Ik zie de nacht in jouw ogen’ of ‘Jouw mond lijkt op de volle maan’.” “Ik heb mijn vrouw, Rana, ontmoet in SaoediArabië, één van de meest conservatieve landen in de wereld. Vrouwen moeten er een abaya dragen, een lang gewaad dat het lichaam van nek tot aan de voeten bedekt. En in de meeste steden is de hoofddoek verplicht.” Dat het niet evident blijkt om een Arabische schone voor zich te winnen in een conservatieve en op bedoeïenenstammen gebaseerde maatschappij, blijkt uit de aflevering waarin Majd en Senne Dehandschutter op zoek gaan

'Arabische Liefde', Uitgeverij Van Halewyck, 19,95 euro.

“Ik ben gelukkig getrouwd met Rana. Mocht dat niet het geval zijn, zou ik nog steeds geloven dat ik een intercultureel lief zou vinden” naar liefde in Qatar. Maar tegelijkertijd tonen de makers dat bijvoorbeeld een boerka niet altijd gelijk staat aan onderdrukking. “Dat is wél zo in veel culturen, maar is niet zo in evenveel andere culturen. Jawel, er bestaan sterke vrouwen met een boerka. Jawel, er bestaan succesvolle managers die een boerka dragen.” Hoewel de wetmatigheden van televisie streng zijn – in enkele minuten moet je alles verteld krijgen – is Majd tevreden over de storytelling in Arabische Liefde. “Ik geloof dat ik in Vlaanderen nog geen televisieprogramma over de Arabische wereld zag dat gepresenteerd en geïnterpreteerd wordt door zowel een Europese als een Arabische televisiemaker. Dat is onze sterkte.” Majds bezorgdheid is vooral dat westerse verslaggeving de Arabische wereld nog te vaak als één blok voorstelt. “Het gaat over meer dan een half miljard mensen van verschillende etniciteiten, religies en culturen. Weinigen weten dat er tussen de Tunesische en de Belgische cultuur meer gelijkenissen zijn dan tussen Tunesië en Saoedi-Arabië.” Gelooft hij tot slot dat België, en Brussel, intussen klaar is voor interculturele liefde? “Op straat in Brussel voel ik, ondanks allerlei socio-economische problemen en frustraties, toch een soort harmonie.” Heeft hijzelf hier ooit interculturele liefde ervaren? “Ik had relaties met Vlaamse meisjes, ja. Door privéproblemen zijn die mislukt, al ga ik niet ontkennen dat je door taal- en cultuurverschillen een ander soort relatie opbouwt. Maar als ik nog single was geweest, dan zou ik nog altijd geloven dat ik een intercultureel lief zou vinden. Daarom geloof ik ook zo in ons programma. Al verklap ik niet of het tot een happy end komt.” Kim Verthé Arabische Liefde, Uitgeverij Van Halewyck © IVAN PUT

De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet

Saddie Choua in Bozar, waar haar installatie nog tot eind augustus te zien is.

‘Ik onderzoek de ruimte die vrouwen innemen’ BRUSSEL – Het hoofdthema in Bozar deze zomer is gender. Een van de kunstenaars die er exposeren is filmmaakster Saddie Choua, met haar installatie ‘I’m sorry I can’t offer you tea, my hands are a little tight’. Hoe is de installatie ontstaan? Saddie Choua: “De installatie is voortgekomen uit de documentaire waar ik op dit moment mee bezig ben. Zowel in de documentaire als in de installatie onderzoek ik de manier waarop vrouwen een plek krijgen. In de media, maar ook daarbuiten. Ik vind dat vrouwen vaak alleen beoordeeld worden op hun vrouw-zijn. Mensen kijken naar een vrouw en vragen zich alleen af: ‘Ziet ze er goed uit?’ en ‘Hoe gedraagt ze zich?’. Daardoor verliezen mensen uit het oog wat die vrouw wil zeggen. In de Engelse krant heb je bijvoorbeeld de Page Three girl (de topless vrouw die in kranten als The Sun extra lezers moet trekken, JP). Deze vrouw krijgt dus letterlijk alleen een plaats om haar lichaam te tonen. Diezelfde plek in de krant zou kunnen worden opgevuld met een interessante column van een vrouw.”

Hoe heb je de beelden geselecteerd? Choua: “Wat ik wil laten zien, is de manier waarop we, soms onbewust, naar vrouwen kijken. Een van de personages in de installatie is bijvoorbeeld het kleine meisje dat je met haar handen ziet spelen. Het kleine meisje wordt verondersteld om op te groeien als vrouw. Maar je ziet alleen haar romp. We zien daardoor niet dat ze praat, en we luisteren ook niet naar wat ze zegt. Hieruit spreekt weer het idee: ‘Wees mooi, maar houd je stil.’” Je documentaire heet ‘The Pussy Riot guide to feminism’. Wat wil je ermee laten zien? Choua: “Pussy Riot is eigenlijk een kunstenaarscollectief, een all-female punkband. Dat zijn de mensen helemaal uit het oog verloren. Er wordt vooral gekeken naar de schoonheid van vrouwen en naar de onderlinge jaloezie. Dat zijn typische zaken die aan bod komen als we het over vrouwen hebben. Kun je je voorstellen dat ze over Edward Snowden zeggen: ‘Het is wel een heel jaloerse man, hoor!’” Jasmijn Post

BIENNALE MODERNE ARCHITECTUUR. Noteer alvast het volgende evenement voor het najaar. Vier weken lang, tussen 4 en 28 oktober, staat de hoofdstad in het teken van de moderne architectuur. Voor deze eerste Brussels Biennale of Modern Architecture (BBMA), Living in modern isms genaamd, slaan Korei, Docomomo Belgium, Arkadia en Pro Velo de handen in elkaar. Deze eerste editie belooft het hele spectrum van architectuur, erfgoed, vakmanschap en design te laten zien van de verschillende vormen van modern wonen gebouwd tussen 1918 en 1972. n HARD ROCK CAFE MET GRATIS CONCERTEN. Het Hard Rock Café zet op vrijdagavond gratis concerten op de affiche. Tussen 22 uur en middernacht belooft het Hard Rock Café bands die het beste van zichzelf geven. Het Hard Rock Café ligt aan de Grote Markt 12A in 1000 Brussel. Data en groepen zijn te vinden op www.hardrockcafe. be. n DE ZAVEL GAAT BRITS. Brussels Art Square – zeg maar de kunst- en antiekhandelaars van de Zavel – heeft de Britten uitgenodigd voor de editie 2014. Tijdens het weekeinde van vrijdag 26 en zaterdag 27 september (van 14 uur tot 20 uur) stellen nog meer dan voorheen autochtone kunstenaars tentoon, maar ook een twaalftal Britten. Het initiatief kadert naar eigen zeggen in de ambitie om de artistieke identiteit van de Zavel in de verf te zetten. “De Zavel is niet de plek waar je naartoe gaat om te shoppen of om aan toerisme te doen,” luidt het. Wat is er te zien in september? Antiek glaswerk, zilverwerk, edelsmeedkunst, brons, Japanse kunst en archeologie, kunst en design uit de twintigste eeuw, Afrikaanse kunst en taxidermie, classicisme enz. Meer info op www.brusselsartsquare. DV com.

CULTUUR   KORT

Arabische liefde

3 VRAGEN AAN SADDIE CHOUA © DIETER TELEMANS

geen serieuze wil tot vrede, noch aan Israëlische zijde, noch bij Hamas. Veel Belgen weten niet dat veel Palestijnen hun eigen onderhandelaars niet vertrouwen; het conflict duurt al 67 jaar.”


BDW 1437 PAGINA 22 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

oenschap te behalen op het BK, waardoor ze het snel op een meter negentig probeerde. Ze faalde drie keer, ik brak mijn persoonlijk en het Waals record door 1m82 te springen, en stak de titel op zak. Leuk!” De voorbereiding op de Jeugd Olympische Spelen krijgt hiermee nog eens een extra boost. Al had Orcel die niet echt nodig, want de desillusie van er niet bij te zijn maakte in laatste instantie plaats voor de blijdschap van een selectie. “Op 30 mei ben ik naar de European Youth Olympic Trials (EYOT) in Azerbeidzjan getrokken om me te plaatsen voor de Jeugd

“Ik toon nog maar eens dat je niet per se bij een club met een groot budget en topinfrastructuur moet zijn om iets te presteren”

Claire Orcel: “Het is mijn ambitie om elk seizoen aan de hoogste internationale competitie van dat jaar deel te nemen: het EK, WK, de Olympische Spelen, enzovoort.”

© MARC GYSENS

Hoogspringen > Claire Orcel brak dit seizoen persoonlijke records bij de vleet

BDWSPORT

Hoogspringen met voetjes op de grond UKKEL – Maar liefst dertig centimeter, dat is het verschil tussen de Claire Orcel (16) van 2013 en die van 2014. Niet qua lengte, maar wel wat haar persoonlijk record hoogspringen betreft. Een enorme evolutie die haar nu al een Belgische titel en een deelname aan de Jeugd Olympische Spelen heeft opgeleverd. Ze wil recht naar de top gaan en kan daarvoor mogelijk rekenen op hulp uit Amerika.

‘H

et toeval ligt aan de basis van mijn passie voor hoogspringen,” vertelt de Brusselse. “Mijn turnlerares raadde me aan om atletiek eens uit te proberen, terwijl ik niet eens graag liep. Toch ging ik erop in. Op de club, La Forestoise, bleek de coach die me verschillende disciplines zou tonen, afwezig te zijn, waardoor ik in de handen van mijn huidige coach terechtkwam. Hij liet me meteen hoogspringen en ik was verkocht. Was het zo niet verlopen, dan was ik wellicht meteen gestopt.” De dertienjarige Orcel is dan al groot en springt tijdens die eerste training – op haar Converse-schoenen – 1m30. Veelbelovend, maar het is vooral in het verspringen dat ze aanvankelijk goed presteert. “De coach wil dat we de combinatie ver- en hoogspringen be-

TUSSEN TWEE VUREN De sterke prestaties van Orcel wekken heel wat interesse op. Verschillende Amerikaanse universiteiten hebben via een gespecialiseerd bedrijf hun interesse in haar bekendgemaakt. De Ukkelse atlete twijfelt. “Het zou wel interessant zijn om één jaar in de Verenigde Staten te studeren, voor de ervaring en de kans de taal te leren. Maar hoogspringen is een Europese discipline, ik zal er dus geen betere coaches vinden dan hier. Het is een dilemma. Ik heb ook wat schrik voor hun trainingsmethodes: zij werken veel op kracht, ik eerder op finesse.”

houden. Vorig jaar werd ik bijvoorbeeld Waals kampioen in het verspringen. Dat was het resultaat van mijn opgevoerde trainingsritme, een beslissing die ik zelf heb genomen omdat ik zo ver mogelijk wil geraken.”

“Vorig jaar, in september, besloot ik mij te concentreren op het hoogspringen. Op dat moment was het een catastrofe, mijn persoonlijk record was amper 1m56. Tijdens het springen leek ik wel op een stoel te zitten, ik had veel te weinig souplesse.” Om daaraan te werken, kan de Brusselse rekenen op Thierry Briquemont. Hij coachte onder meer Sabrina De Leeuw, een succesvolle hoogspringster in wier voetstappen Orcel maar al te graag zou treden. Minstens. “Ik heb vertrouwen in hem omdat hij al eens een atlete naar een hoog niveau heeft gebracht. Hij wil zo ver mogelijk met mij gaan en ik zal hem overal volgen. Thierry daagt me uit en weet hoe hij me moet motiveren. Hij legt me niet te veel druk op, hij zegt alleen dat hij me het Belgische record wil zien breken. Maar dat ligt wel op twee meter en vijf centimeter, hé.”

Tranen met tuiten Orcel moet zich niet te veel laten afschrikken door grote hoogtes. Op een jaar tijd heeft ze haar record met maar liefst dertig centimeter verbeterd, een prachtprestatie die haar ook nog eens de Belgische titel – van alle categorieën samen – heeft opgeleverd. Dit is het seizoen van haar doorbraak. “Ik weet ook wel dat er meisjes zijn die hoger dan mij springen. Zo trachtte een atlete de limiet voor het Europees Kampi-

Olympische Spelen. Daarvoor moest ik bij de top acht eindigen, maar ik werd pas elfde. Wat een ontgoocheling! Ik was ongelooflijk boos op mezelf en heb tranen met tuiten gehuild.” “In juli kreeg ik op vakantie een telefoontje van de technische directrice van de bond met de boodschap dat ik toch gekwalificeerd was. Men had zich blijkbaar in de quota vergist, waardoor de top elf mee mag naar China. Fantastisch nieuws, maar ik legde me wel meteen druk op. Ik zal pas aan mijn tweede internationaal tornooi deelnemen. Ik heb een van de laagste persoonlijke records en neem het op tegen sterke tegenstanders. Maar dat schrikt me niet af.” Op de Jeugd Olympische Spelen neemt de Ukkelse het op tegen veertien hoogspringsters die vooral uit Europa komen. Ze kan de concurrentie moeilijk inschatten, maar gaat sowieso resoluut voor de finale. Er meteen uitliggen is geen optie. “Op de EYOT was ik de grootste hoogspringster, dat is zeker een voordeel. Net als mijn regelmaat. Maar mijn techniek moet veel beter. Ik moet mij meer ontspannen tijdens de sprong, ik wil het nog te veel controleren. Dat is frustrerend, maar het is iets waar ik aan kan werken. Andere meisjes zijn beter, maar zitten nu misschien al aan hun top.”

Motiverende plaagstoten Toch raakt Orcel snel onder de indruk van haar tegenstrevers. Dat het stadion in Nanjing 62.000 plaatsen telt, deert haar niet. Maar die andere meisjes… “Ik martel mezelf psychologisch door hen op voorhand op te zoeken op internet en hun resultaten na te gaan. Tijdens de competitie bekijk ik ze ook aandachtig, zo leer ik bij en zie ik wat ze verkeerd doen. Ik ben nogal nieuwsgierig (lacht).” “Deelnemen aan de Jeugd Olympische Spelen is sowieso al een voldoening. Ik toon hier nog maar eens mee dat je niet per se bij een club met een groot budget en topinfrastructuur moet zijn om iets te presteren. Maar dat gaan ze me bij mij op de club niet snel zeggen. Ze plagen me graag omdat ze weten dat dat me motiveert.” Orcel weet wat ze wil. Ze krijgt loon naar werken en wil nog een pak hoger en verder. Na de zomer pikt ze de draad van het verspringen weer op met de ambitie zich voor het volgende Europees kampioenschap te plaatsen in beide disciplines. “Dat wordt niet gemakkelijk, maar ik ga ervoor. Mijn ambitie is om elk seizoen aan de hoogste internationale competitie van dat jaar deel te nemen: het EK, WK, de Olympische Spelen, enzovoort.” Tim Schoonjans


BDW 1437 PAGINA 23 - DONDERDAG 14 AUGUSTUS 2014

@DaringMolenbeek Second friendly game! Second win! 3-2 against @OZHeren1! Goals from @JofCosyns27 (2) and @Cosyns32! #MolemCity #MolemRules

ESTAFETTE > BRAM VAN DE VELDE

Dubbel prijs

Hockeyclub Daring Molenbeek is de voorbereiding begonnen zoals het vorige seizoen is geëindigd: ijzersterk. Afgelopen weekend wonnen ze in Nederland hun twee eerste oefenwedstrijden: zaterdag werd Bloemendaal met 3-2 verslagen, zondag ging Oranje en Zwart met dezelfde score voor de bijl. Goed nieuws voor de Brusselaars, die dit seizoen hun debuut maken in de Euro Hockey League. Daarin nemen ze het op 11 oktober, in Barcelona, op tegen Racing Club de France en het Ierse Monkstown. TS

Een nieuwe voetbalclub met ambitie

Woluwe zoals het vroeger was SINT-LAMBRECHTS-WOLUWE – Brussel heeft er een voetbalclub bij. De ingrijpende veranderingen bij White Star Woluwe hebben tot de oprichting van Woluwe FC geleid: een club met een sociaal programma. “Toen we vernamen dat White Star zou stoppen met de provinciale en regionale ploegen, hebben we beslist om Woluwe FC op te richten,” vertelt Maxime Demaret, secretaris en een van de drie oprichters. “Men liet die spelers in de kou staan. De belofte dat ze gratis weg mochten was een loze belofte, aangezien de meeste ploegen in de buurt zo goed als vol zitten. We dachten een honderdtal spelers te mogen verwelkomen, maar ondertussen zitten we al aan 230 ingeschrijvingen! Alles zit zo goed als vol, er zijn enkel nog wat plaatsen bij de ploegen onder de U10.” Er leeft in de Woluwes heel wat enthousiasme rond de ploeg en dat is geen toeval. De meeste spelers komen uit de buurt, hun ouders steken graag een handje toe en lokale sponsors bieden met plezier wat steun. “We zijn naar verschillende buurten getrokken om de jongeren de kans te geven bij een club te spelen. We hebben bijvoorbeeld veertig jongeren uit de Andromedawijk in onze rangen. Dit is vooral een sociaal project, vergelijkbaar met wat BX doet.” “We willen dat elk kind zich amuseert op training, we willen iedereen zien spelen.

SPORT   KORT

Paardenliefhebbers mogen zich in de handen wrijven. Het verdwijnen van de jumping van Brussel liet een leegte achter, maar die wordt nu opgevuld door de STEPHEX MASTERS. De jumping vindt plaats van 20 tot en met 24 augustus in Wolvertem (Lovegemstraat 8), waar een pak wereldtoppers zoals Daniel Deusser en Kent Farrington hun opwachting maken. Een aantrekkelijk programma waar u gratis van kunt genieten. Info: www.stephexmasters. com. – Voor de OPENDEURDAG VAN BRUSSELS YOUNG WRESTLING STYLE moet u 5 euro neertellen, maar dat is zeker de moeite waard. In sportzaal De Kleurdoos (Kogelstraat 29, 1000 Brussel) staat er zowel komende zaterdag als zondag heel wat op het programma. Dat gaat van sport- en spelinitiaties over sokkengevechten tot mix fighting. Daarnaast zal er ook folkloristische muziek weerklinken, kan er gesprongen worden op

We sluiten niemand uit. Tot de elite van het Brusselse voetbal behoren is niet onze ambitie. Laat ons maar rustig groeien. Het is leuk om te zien dat Denis Dessaer, een exspeler van White Star en nu actief in tweede klasse, zal langskomen om de jongeren tips te geven.”

Charly Chapelle Woluwe FC is niet louter een jeugdproject. De eerste ploeg zal in vierde provinciale uitkomen en wordt in het oog gehouden door sportief directeur Charly Chapelle. “Er is zeker ook een sportief project. We willen niet in vierde provinciale blijven. Het eerste seizoen zal wat moeilijk zijn, dat weten we, maar op een termijn van vijf jaar willen we zeker evolueren.” Velden twee, vier en vijf van het Fallonstadion worden de thuisbasis van de nieuwe club. Daar vullen ze met dit nieuwe avontuur de leegte op die de vertrokken tweedeklasser heeft achtergelaten. “We willen White Star niet vervangen, wij zijn volledig anders en zelfstandig. De sfeer is goed, de lokale jongens hebben een club waarmee ze zich kunnen vereenzelvigen… Laat ons zeggen dat we zoals het oude White Star willen zijn: een familiale club.” Tim Schoonjans Meer info: www.woluwefc.com

een luchtkasteel en zijn er hapjes en drankjes. – Er zal ook heel wat te doen zijn in en rond het Koning Boudewijn- en het Boinstadion. Atletiekclub EXCELSIOR organiseert er zondag namelijk zijn MEETING. Sprintnummers, werpdisciplines, etcetera. Een compleet atletiekgamma zal de revue passeren. Vanaf 13u30, info op www.resc.be – Dat La Tentation (Lakensestraat 28 in 1000 Brussel) een boontje heeft voor dansen, kon u hier vorige week al lezen. Maar ze houden het niet enkel bij latinodansen. Op 19, 20 en 21 augustus organiseren ze namelijk WORKSHOPS SWING DANCE. In de namiddag kunt u er telkens van 19 tot 20u30 terecht voor Charleston solo (open voor iedereen) en aansluitend is er een les Lindy Hop-Charleston voor beginners, tot 22u. Een ticket om iedere dag een les van anderhalf uur te volgen, kost 40 euro. Info: www.centrogalego.be.

TS

In 2012 won ik mijn eerste loopwedstrijd. En meteen ook mijn laatste. De Jogging National des Marolles valt telkens enkele dagen voor de nationale feestdag. Een jaar eerder en een jaar later werd ik tweede. Ik dacht met nostalgie terug aan die wedstrijd toen ik vannacht op de zetel mijn rusteloze zoon in slaap probeerde te soezen. Hij weet het (nog) niet maar hij is het rechtstreeks gevolg van mijn deelname aan een banaal loopje in het centrum van Brussel. Laten we wel wezen: de Jogging National des Marolles is waarschijnlijk de slechtst georganiseerde loopwedstrijd ter wereld. De Recyclart is de organiserende instantie. U weet wel, die cultureel (on)verantwoorde spelonk onder het treinstation Kapellekerk, waar ze alles afweten van Ethio-jazz, maar geen flikker van sportwedstrijden op poten zetten. Geen deftige inschrijving, geen tijdopmeting, geen afgezet autovrij parcours. Pijlen in krijt op de stoep tonen de lopers de weg. En het gebeurde al dat halverwege de wedstrijd een malloot zijn bestelwagen op het parcours parkeerde. Vorig jaar werd een goede vriendin tot haar eigen verrassing derde in plaats van dertigste, wat logischer zou zijn. Foutje in de rondetelling. Om maar te zeggen: zet de mannen van de Recyclart vooral niet aan het roer van de Memorial Van Damme. ‘t Zou kunnen dat een polsstokspringer dan de 1500 meter wint. Maar toch, zolang ik van het bestaan van de Jogging National des Marolles afweet, sta ik aan de startlijn. Twee jaar geleden dus met succes. Ik vind mezelf terug in het amateurisme en de chaos van de wedstrijd. De Jogging was een fundamenteel onderdeel van de Recyclart Holidays. Loop even in gedachten een rondje mee. We staan aan de start ter hoogte van de bureaus van Recyclart, aangeduid door een flinterdunne krijtlijn en twee nadarhekken. De beats van enkele obscure dj’s doen de hartslag van de lopers

stijgen. Dertig. Meer lopers staan er hier echt niet aan de start. Een startschot weerklinkt, of iets dat daarvoor moet doorgaan. Dan gaat het naar boven richting skatepark. Daar rechtsaf. We laten theaterhuis Les Brigitinnes links liggen en volgen het voetpad tussen geparkeerde wagens aan de linkerkant en een met graffiti bewerkte muur aan de rechterkant. Hier gaat het naar beneden, richting tunnel onder de spoorweg. Aan de tunnel rechtsaf en meteen daarna nog eens rechtsaf, richting start. Voila, een rondje rond station Kapellekerk. Dat drie keer, of vier als de organisatie tijdens de wedstrijd de regels wil wijzigen. Dit is de slechtst georganiseerde loopwedstrijd van Brussel en wijde omstreken. Maar o zo sym© pathiek. RE CY CL AR T In 2012 liep ik na twee en een halve ronde zij aan zij met een Spanjaard. Richting tunnel versnelde hij. Ik bleef aan zijn hielen plakken. Na de tunnel restten ons nog vijftig meter. Ik had nog wat poeier in de benen. Er zou die dag geen Spanjaard winnen. Ik won. En niemand anders. En bij een winnaar hoort een podium en een trofee, die zichtbaar voor een appel en een ei op de Vossenmarkt was gekocht. Hij staat nog steeds op mijn kast. “Donc, c’est toi, le vainqueur? Félicitations,” sprak een bevallige en zichtbaar fitte deelneemster me aan, met een accent waarvan ik later die avond zou vernemen dat het Italiaans was. Inderdaad, gaf ik toe in mijn beste Frans. Wist ik toen veel dat ik mijn trofee showde aan de moeder van mijn ongeboren zoon. Ondertussen is zoonlief bijna negen maanden oud en speelt hij enkele keren per nacht de kleine dictator. En ook hij heeft poeier in de benen. Ze gaan over twintig jaar iets meemaken rond de Kapellekerk.

Bram Van de Velde is presentator op FM Brussel en actief vrijetijdssporter

REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 20 euro per jaar; IBAN: BE07424552982266, BIC: KREDBEBB van Brussel Deze Week vzw. Buiten België 30 euro per jaar. OPLAGE 70.490 exemplaren. PROMOTIE EN DISTRIBUTIE Ute Otten, Anne Burger, Maurice Droogh. ADVERTISING MANAGER Lisa Decrick: 02-226.45.41, 0474-67.03.84, fax 02-226.45.69. MARKETING MANAGER Frederik Welslau. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne. COÖRDINATIE Kim Verthé. EIND­REDACTIE Ken Lambeets (eindredactie@bdw.be). VORMGEVING Peter Dhondt. REDACTIE Jean-Marie Binst, Christophe Degreef, Bettina Hubo, Steven Van Garsse, Danny Vileyn. BRUSSELNIEUWS Kris Hendrickx (nieuwsmanager), Sandra Schreurs (projectcoördinator), Jelle Couder, Goele de Cort, Eric Vancoppenolle, Laurent Vermeersch. REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele, Gerd Hendrickx. MEDEWERKERS Michaël Bellon, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Karolien Merchiers, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Bram Van de Velde, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh. VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE François Bettens (a.i.). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook